P. 1
De Elektrische Huisinstallatie Deel1

De Elektrische Huisinstallatie Deel1

|Views: 367|Likes:
Published by zaksken

More info:

Published by: zaksken on Apr 13, 2013
Copyright:Attribution Non-commercial

Availability:

Read on Scribd mobile: iPhone, iPad and Android.
download as PDF, TXT or read online from Scribd
See more
See less

12/05/2014

pdf

text

original

Sections

  • INHOUDSTAFEL
  • INLEIDING
  • DOELSTELLINGEN
  • 1 HET ONTWERPEN VAN EEN ELEKTRISCHE INSTALLATIE
  • 1.1 Studie van uit te voeren werk
  • 1.1.1 VOORBEREIDENDE STUDIE VAN DE INSTALLATIE
  • 1.1.2 VOLGORDE VAN DE WERKZAAMHEDEN
  • 1.1.3 HET BOUWPLAN OF DE WERKSCHETS
  • 1.2 Verdeling van elektrische kringen in een woning
  • 1.2.1 EISEN EN TIPS BIJ HET INDELEN IN STROOMKRINGEN
  • 1.2.2 GROOTTE VAN VERDEELKAST, STROOMBANEN
  • 1.3 Het dossier
  • 1.3.1 WAT OMVAT HET DOSSIER?
  • 1.3.2 SAMENSTELLING
  • 1.3.3 WETTELIJKE VERPLICHTINGEN
  • 1.3.4 AANVULLINGEN
  • 2 MATERIAALKEUZE EN OPSTELLEN VAN MATERIAALLIJST, KOSTENRAMING
  • 3 VOORLOPIGE AANSLUITING
  • 4 DE AARDINGINSTALLATIE
  • Overzicht Equipotentiale verbindingen van een installatie
  • 4.1 De aardingslus
  • 4.1.1 MATERIALEN EN GEREEDSCHAPPEN
  • 4.1.2 BESCHRIJVING
  • 4.1.3 PLAATSING
  • 4.2 Soorten bijkomende aardelektroden
  • 4.2.1 KOPEREN GELEIDER
  • 4.2.2 KRUISVORMIGE AARDINGSSTAAF
  • 4.2.3 RONDE AARDINGSBAAR
  • 4.2.4 PLAATSING
  • 4.3 Hoofdequipotentiale verbindingen
  • 4.4 Bijkomende equipotentiale verbindingen
  • 4.5 Hoofdbeschermingsgeleider
  • 4.6 Beschermingsgeleiders
  • 4.7 Hoofdleiding koud water
  • 4.8 Opmerkingen
  • 4.9 Spreidingsweerstand aardelektroden en aantal differentieelschakelaars
  • 5 BIJKOMENDE BESCHERMING IN DE BADKAMER
  • 5.1 Volumes in de badkamer
  • 5.2 Elektrische leidingen en toestellen in de badkamer
  • 6 PROJECTIE VAN DE INSTALLATIE IN HET GEBOUW
  • 6.1 De inbouwinstallatie
  • 6.2 Aftekenmaterialen en -gereedschappen
  • 6.3 Plaats van toestellen en leidingen
  • 6.3.1 HET VERDEELBORD
  • 6.3.2 SCHAKELAARS
  • 6.3.3 WANDCONTACTDOZEN
  • 6.3.4 LEIDINGEN
  • 6.4 Aftekenen van de installatie
  • 7 DE UITVOERING VAN EEN INBOUWINSTALLATIE
  • 7.1 Maken van sleuven, gaten en doorvoeren
  • 7.1.1 MATERIALEN EN GEREEDSCHAPPEN
  • 7.1.2 WERKMETHODE VOOR HET MAKEN VAN SLEUVEN
  • 7.1.3 WERKMETHODE VOOR HET MAKEN VAN GATEN VOOR INBOUWDOZEN
  • 7.1.4 WERKMETHODE VOOR HET MAKEN VAN DOORVOEREN
  • 7.2 Plaatsen van inbouwdozen, centraaldozen
  • 7.2.1 MATERIALEN EN GEREEDSCHAPPEN
  • 7.2.2 INBOUWDOZEN
  • 7.2.3 PLAATSEN VAN CENTRAALDOZEN
  • 7.3 Plaatsen van leidingen
  • 7.3.1 MATERIALEN
  • 7.3.2 PLAATSEN VAN VOORBEDRADE PVC-BUIS
  • 7.3.3 PLAATSEN VAN GEWONE PVC-BUIS
  • 7.3.4 PLAATSEN VAN KABEL
  • 7.3.5 BEVESTIGEN VAN LEIDINGEN
  • 7.3.6 DRAAD TREKKEN IN PVC-BUIS
  • 7.4 Bevestigen van verdeelkast
  • 7.5 Verbinden van toestellen
  • 7.5.1 VERBINDEN VAN SCHAKELAARS
  • 7.5.2 VERBINDEN VAN WANDCONTACTDOZEN
  • 7.5.3 VASTE VERBINDING VAN HUISHOUDELIJKE TOESTELLEN
  • 7.5.4 VERBINDEN VAN DE VERDEELKAST
  • 7.6 Inbouw installaties in holle wanden
  • 7.6.1 WERKMETHODE VOOR DE WANDEN (PLATEN) GEPLAATST WORDEN
  • 7.6.2 WERKMETHODE NA HET PLAATSEN VAN DE WANDEN

De elektrische huisinstallatie

1

Cursus/Handleiding/Naslagwerk Deel 1 De elektrische huisinstallatie

De elektrische huisinstallatie

2

INHOUDSTAFEL
Inhoudstafel Inleiding Doelstellingen 1 Het ontwerpen van een elektrische installatie 1.1 Studie van uit te voeren werk 1.1.1 Voorbereidende studie van de installatie 1.1.2 Volgorde van de werkzaamheden 1.1.3 Het bouwplan of de werkschets 1.2 Verdeling van elektrische kringen in een woning 1.2.1 Eisen en tips bij het indelen in stroomkringen 1.2.2 Grootte van verdeelkast, stroombanen 1.3 Het dossier 1.3.1 Wat omvat het dossier? 1.3.2 Samenstelling 1.3.3 Wettelijke verplichtingen 1.3.4 Aanvullingen 2 3 4 Materiaalkeuze en opstellen van materiaallijst, kostenraming Voorlopige aansluiting De aardinginstallatie Overzicht Equipotentiale verbindingen van een installatie 4.1 De aardingslus 4.1.1 Materialen en gereedschappen 4.1.2 Beschrijving 4.1.3 Plaatsing 4.2 Soorten bijkomende aardelektroden 4.2.1 Koperen geleider 4.2.2 Kruisvormige aardingsstaaf 4.2.3 Ronde aardingsbaar 4.2.4 Plaatsing 4.3 Hoofdequipotentiale verbindingen 4.4 Bijkomende equipotentiale verbindingen 4.5 Hoofdbeschermingsgeleider 4.6 Beschermingsgeleiders 4.7 Hoofdleiding koud water 4.8 Opmerkingen 2 5 6 7 7 7 7 8 9 9 9 12 12 12 15 15 16 17 19 19 21 21 21 22 22 23 23 23 24 24 24 25 25 25 25

De elektrische huisinstallatie

3

4.9 Spreidingsweerstand aardelektroden en aantal differentieelschakelaars 5 Bijkomende bescherming in de badkamer 5.1 Volumes in de badkamer 5.2 Elektrische leidingen en toestellen in de badkamer 6 Projectie van de installatie in het gebouw 6.1 De inbouwinstallatie 6.2 Aftekenmaterialen en -gereedschappen 6.3 Plaats van toestellen en leidingen 6.3.1 Het verdeelbord 6.3.2 Schakelaars 6.3.3 Wandcontactdozen 6.3.4 Leidingen 6.4 Aftekenen van de installatie 7 De uitvoering van een inbouwinstallatie 7.1 Maken van sleuven, gaten en doorvoeren 7.1.1 Materialen en gereedschappen 7.1.2 Werkmethode voor het maken van sleuven 7.1.3 Werkmethode voor het maken van gaten voor inbouwdozen 7.1.4 Werkmethode voor het maken van doorvoeren 7.2 Plaatsen van inbouwdozen, centraaldozen 7.2.1 Materialen en gereedschappen 7.2.2 Inbouwdozen 7.2.3 Plaatsen van centraaldozen 7.3 Plaatsen van leidingen 7.3.1 Materialen 7.3.2 Plaatsen van voorbedrade PVC-buis 7.3.3 Plaatsen van gewone PVC-buis 7.3.4 Plaatsen van kabel 7.3.5 Bevestigen van leidingen 7.3.6 Draad trekken in PVC-buis 7.4 Bevestigen van verdeelkast 7.5 Verbinden van toestellen 7.5.1 Verbinden van schakelaars 7.5.2 Verbinden van wandcontactdozen 7.5.3 Vaste verbinding van huishoudelijke toestellen 7.5.4 Verbinden van de verdeelkast 7.6 Inbouw installaties in holle wanden

26 28 28 28 30 30 30 30 30 31 31 31 32 33 33 33 33 33 34 34 34 34 35 37 37 38 38 40 41 41 44 45 45 46 47 48 48

De elektrische huisinstallatie

4

7.6.1 Werkmethode voor de wanden (platen) geplaatst worden 7.6.2 Werkmethode na het plaatsen van de wanden 7 De opbouwinstallatie 8.1 Leidingen en hun bevestiging 8.1.1 Installatie met PVC-buis 8.1.2 Installatie met XVB-F2-kabel 8.1.3 Installatie met VGVB-kabel 8.2 Aftakdozen 8.2.1 Niet-spatwaterdichte aftakdozen 8.2.2 Spatwaterdichte aftakdozen IPX 4/5. 8.3 Schakelaars 8.3.1 Niet-spatwaterdichte uitvoering 8.3.2 Spatwaterdichte uitvoering IPX 4/5 9 In werking brengen 9.1 Nazicht van de installatie (keuring) 9.2 Aansluiten van de installatie op het openbaar net 9.2.1 De aanvraag 9.2.2 Energiekabel 9.2.3 Aansluiten van de meterkast 10 11 Tips om energie te besparen bij u thuis oplossingen ACO’s

49 49 51 51 51 52 52 53 53 53 55 55 57 59 59 59 59 59 60

Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 62

centraaldozen. leidingen. leidingen. Kennis van de gehele installatie is noodzakelijk om herstellingen of kleine uitbreidingen van de installatie uit te voeren. schakelaars.het ontwerpen van een volledige elektrische installatie: • verdeling van elektrische kringen.toelichting van de werkwijze voor praktische realisatie: • plaatsbepaling verdeelbord. wandcontactdozen. schakelaars. • maken van sleuven. • opmaken van het dossier. . stopcontacten enz.De elektrische huisinstallatie 5 INLEIDING In dit project zullen we alle facetten van de opbouw van een volledige huisinstallatie toelichten. . gaten. De volgende facetten komen uitgebreid aan bod: . • plaatsen van inbouwdozen. .maken van de aardingsinstallatie. .elektrische installatie in de badkamer. • samenstellen van het verdeelbord.

1 . Een herstelling uitvoeren.De elektrische huisinstallatie 6 DOELSTELLINGEN • • • Een dossier van een installatie volgens de voorschriften samenstellen en de consequenties inschatten. De installatie op een correcte manier uitvoeren volgens de voorschriften van het AREI. Fig.

4.1. Samenstelling van het dossier.) • • • • Onder welke plaatselijke distributiemaatschappij valt de installatie en wat zijn de bijkomende eisen (reglementen) waaraan de installatie of gedeelten ervan moeten voldoen? Levert de plaatselijke elektriciteitsmaatschappij een eenfasenet (2-draads. Montage van de verdeelkast.De elektrische huisinstallatie 7 1 1. 15. Aansluiten van de schakelapparatuur en het maken van de verbindingen . Projectie van de installatie in het gebouw. 3 x 230 V of 4-draads. 6. 1. Studie van het bouwplan en ontwerp van de schema’s. Bevestiging van de verdeelkast. 10. 12. Bepaling en bestelling van de gebruikte materialen.1. 3. (In het eerste deel hebben we geleerd dat AREI een letterwoord is voor Algemeen reglement op de elektrische installaties. 1. . Buigen en bevestigen van de buizen. Trekken van de draden (inbrengen van de geleiders). 9. 5. 230 V). 14. Maken van sleuven. 17. 11. 7.1 VOORBEREIDENDE STUDIE VAN DE INSTALLATIE Bij het plannen van het werk moet zeker over de volgende punten nagedacht worden: • Alles dient uitgevoerd te worden volgens de voorschriften van het AREI. 230 V/400 V)? Gaat het hier over een uitbreiding waarvoor een keuring vereist is of niet? Bij nieuwbouw moeten we nagaan wanneer de fundering gegraven wordt en met de bouw gestart wordt. Aansluiten van de aardingsinstallatie. Aanvragen van de tijdelijke aansluiting (bouwaansluiting). Plaatsen van de aardingslus. Nazicht van de installatie door een erkend controleorgaan met aflevering van de wettelijke documenten. 16. gaten en doorvoeringen in muren en plafonds.1 HET ONTWERPEN VAN EEN ELEKTRISCHE INSTALLATIE Studie van uit te voeren werk 1. Plaatsen van de inbouwdozen en de centraaldozen. een driefasennet (3-draads. 13. 2. In werking brengen van de installatie. Eigenheid van de bouwconstructie.2 VOLGORDE VAN DE WERKZAAMHEDEN Dit is alleen van toepassing bij nieuwbouw. 8.

aantal verdiepingen.draaizin van de deuren. 2) wordt vooral aandacht besteed aan: .bestemming van de verschillende lokalen. 2 . .aard van de bouwmaterialen.1. Fig.De elektrische huisinstallatie 8 1. . .3 HET BOUWPLAN OF DE WERKSCHETS Bij de studie van het bouwplan (fig.

vaatwas. b.5 mm². De aansluiting gebeurt eveneens met 2. geldt dat als een wandcontactdoos. linnendroger.5 mm². na een afzonderlijke differentieelschakelaar van 30 mA. centrale verwarming. Daarom zullen de wandcontactdozen van die toestellen niet met dezelfde lijndraad gevoed worden.5 mm². Algemeen • De kring van de badkamer (wandcontactdozen en verlichting) is een aparte kring.2.2 Verdeling van elektrische kringen in een woning Bij de indeling van een 3-fasig net streven we steeds naar een evenwichtige verdeling van de belasting over de verschillende fasen van het net. Voorbeeld Een wasmachine en een droger kunnen op hetzelfde ogenblik in gebruik zijn. Bij de verlichtingskringen • De minimumgeleiderdoorsnede is 1. STROOMBANEN Aan de hand van het grondschema worden alle modulaire componenten van de verdeelkast bepaald. • Uitzondering: verlichtingsarmatuur voorzien van één enkele ingebouwde contactdoos met een nominale stroomsterkte van 2. oven. Bij de wandcontactdooskringen • De minimumgeleiderdoorsnede is 2. bepaalt de grootte van de verdeelkast. Hun totale breedte in modules. 1. Dat betekent dat bij normaal gebruik van de installatie alle lijndraden bijna evenveel belast worden en de stroom door de nulleider (die aanwezig is) tot een minimum beperkt wordt.De elektrische huisinstallatie 9 1.2 GROOTTE VAN VERDEELKAST. • Als een verlichtingstoestel op de kring wordt aangesloten. • Minimaal twee verlichtingskringen per installatie.5 mm²: VOB 1. • Probeer steeds twee aan elkaar grenzende ruimten op een verschillende kring aan te sluiten. bel. kookfornuis.5 mm². • Het is aan te raden een reservekring aan te brengen voor eventuele uitbreiding later. 1.1 EISEN EN TIPS BIJ HET INDELEN IN STROOMKRINGEN a. • Voor fornuis: VOB 4 mm²: driefasige aansluiting. eventueel vermeerderd met reserveruimte. c. .2. • De volgende toestellen maken bij voorkeur deel uit van afzonderlijke kringen vanwege hun grote of geringe vermogen (stroomsterkte) of vanwege hun bedrijfszekerheid: wasmachine. • Maximaal 8 enkelvoudige of meervoudige wandcontactdozen per kring. • VOB 6 mm²: eenfasige aansluiting.

In de handel zijn verdeelkasten in verschillende vormen en grootten verkrijgbaar. Alle open ruimtes worden opgevuld met afdekstrips en kunnen als reservemodules beschouwd worden. Fig. 3. 4 . met doorzichtige deur (fig. We nemen bij voorkeur een verdeelkast die groter is dan minimaal vereist.De elektrische huisinstallatie 10 Voorbeeld (voor een 3-fasig net + nulleider) Toestel Differentieel 300 mA Differentieel 30 mA Tweepolige automaat 6 A Tweepolige automaat 16 A Tweepolige automaat 20 A Vierpolige automaat 25 A Beltransformator Railstel RSTN Aardingsklem TOTAAL Aantal 1 1 1 2 2 2 1 2 2 Modulebreedte 4 4 (of 2 ) 2 2 2 4 3 5 Totaal aantal modules 4 4 2 4 4 8 3 10 39 Toelichting: Een verdeelkast bevat steeds één of meer rijen die veelal 18 modules kunnen bevatten. Ook de uitvoering is verschillend: inbouw en opbouw (fig. Uitgaande van de nodige ruimte uit ons voorbeeld van hierboven kiezen we een verdeelkast met 54 modules (3 rijen van 18 modules). 3) of niet (fig. 4). 4).Een mogelijke opstelling zie je in afbeelding 5. 3 Fig.

5 .De elektrische huisinstallatie 11 Fig.

3.3.3 Het dossier 1.Het wordt opgesteld door de persoon die de installatie uitvoert. 6) Dit is een overzichtelijk schema dat de structurele (functionele) opbouw van de installatie weergeeft en het adres en alle indentificatiegegevens van de installateur bevat.1 WAT OMVAT HET DOSSIER? Een dossier is de verzameling van alle documenten die op een zelfde installatie betrekking hebben. Een kopie van het dossier moet ter beschikking gesteld worden van de eventuele huurder van het gebouw. . . Het wordt door de installateur en de vertegenwoordiger van het controleorgaan ondertekend. Het ééndraadschema of grondschema (fig. het andere wordt gedurende vijf jaar bewaard door het controleorgaan.Het eendraadschema toont geen verbindingen maar wel de samenhang tussen de kringen en de verschillende contactdozen en toegepaste schakelingen. .De elektrische huisinstallatie 12 1. . 1.Het eendraadschema is overzichtelijk en stemt overeen met het situatieschema dat in de volgende alinea besproken wordt.2 SAMENSTELLING Een dossier bestaat uit de volgende documenten: a. Normaal wordt het dossier opgemaakt in twee exemplaren: één exemplaar wordt bewaard door de eigenaar of de beheerder van het gebouw.

6 .De elektrische huisinstallatie 13 Fig.

Het situatieschema (fig. wandcontactdozen en andere vaste installatieonderdelen. 7 .Het situatieschema geeft aan hoe de installatie werd uitgevoerd. .Het situatieschema wordt getekend op het bouwplan en bevat alle schakelaars.De elektrische huisinstallatie 14 b. 7) . Fig.

. Het wordt ondertekend door de vertegenwoordiger van het controleorgaan. Opmerkingen over eventuele tekorten en inbreuken worden hierop genoteerd. 1.3. . Proces-verbaal Dit is een bewijs dat de installatie voldoet aan de voorschriften van het AREI.De elektrische huisinstallatie 15 c.4 AANVULLINGEN .Bij alle belangrijke uitbreidingen aan een bestaande woning wordt ook een dossier aangelegd.Een dergelijk dossier is verplicht voor alle nieuwbouwwoningen vanaf 1981.Onder belangrijke uitbreiding verstaan we bijvoorbeeld een verhoging van het aantal stroomkringen of een verzwaring van de elektriciteitsmeter.Minder ervaren installateurs of beginners kunnen naast het eendraadschema en het situatieschema nog meer in detail uitgewerkte schema’s opstellen. 1. .3.3 WETTELIJKE VERPLICHTINGEN .

artikelnummers en omschrijvingen. Het te gebruiken materiaal wordt opgegeven in een materiaallijst die bij het bestek hoort.het materiaal voor de afwerking van de installatie.het materiaal voor het plaatsen van de buizen en de kabels. . Het te gebruiken materiaal wordt in de volgende hoofdstukken besproken. KOSTENRAMING Omdat er meestal heel wat tijd verloopt tussen de ruwbouw van de installatie en de verdere afwerking ervan.De elektrische huisinstallatie 16 2 MATERIAALKEUZE EN OPSTELLEN VAN MATERIAALLIJST. Om ongemakken tijdens de uitvoering te voorkomen moet je vooraf aan de hand van een catalogus een gedetailleerde lijst opstellen met aantallen. namelijk geleiders. schakelapparatuur en toestellen. . wordt het materiaal bij voorkeur in twee keer aangekocht: .

De voorlopige kast wordt indien mogelijk gemonteerd op een veilige maar goed bereikbare plaats.een verdeelkast met daarin: een differentieelschakelaar van 300 mA met een nominale stroom die afhankelijk is van de maximale stroomwaarde die de maatschappij ter beschikking stelt. de differentieel moet minimaal een nominale stroom hebben van 40 A. een driepolige automaat van 20 A.een meterkast geleverd door de elektriciteitsmaatschappij. De aansluiting moet door een erkend controleorgaan goedgekeurd worden voor ze in gebruik genomen wordt. voorbeeld 1: 2-draads 40 A.De elektrische huisinstallatie 17 3 VOORLOPIGE AANSLUITING Tijdens de bouwwerkzaamheden moet je over elektriciteit beschikken. Hiervoor wordt een hermetisch afgesloten kast gemaakt waarin gemonteerd worden: . 8): . voorbeeld 2: 3 x 25 A. een tweepolige automaat van 20 A. Bij de plaatsing van de elektrische installatie wordt immers veelvuldig gebruikgemaakt van elektrische gereedschappen. Bij de plaatselijke elektriciteitsmaatschappij wordt daarom een tijdelijke aansluiting aangevraagd. de differentieel moet minimaal een nominale stroom hebben van 25 A. minimaal een driefasige spatwaterdichte wandcontactdoos. een aardingsklem. minimaal drie eenfasige spatwaterdichte wandcontactdozen. die werken op de gebruikelijke netspanning 230 V. De aardingsklem wordt aangesloten op de eventueel al geplaatste aardingslus of op een voorlopige aardingsstaaf. Schema en schikking van een tijdelijke aansluiting in een bouwkast (fig. . Er wordt ook dikwijls gewerkt bij kunstlicht en ook daarvoor is een netaansluiting nodig.

8 Figuur 9 laat een voorbeeld zien van een gebruiksklare bouwkast die gehuurd kan worden: Fig.De elektrische huisinstallatie 18 Fig. 9 .

9 .De elektrische huisinstallatie 19 4 DE AARDINGINSTALLATIE Overzicht Equipotentiale verbindingen van een installatie Equipotentiale verbindingen: alle metalen delen worden op een zelfde potentiaal gebracht. Fig.

aardingslus 1a. grondschema bouwplan situatieschema stroomkringschema . b. bijkomende aardelektrode aardgeleider 2. 1b. c. 22. Een schema dat weergeeft hoe de installatie wordt uitgevoerd is een: a. b. 11. 5. 9) 1. Welke uitspraak is juist? a. aardingsonderbreker hoofdaardingsklem 4. c. waterafloop van bad. De ruimten die aan de badkamer grenzen moeten voorafgegaan worden door een differentieelschakelaar van 30 mA. d. d. gasleiding regenwaterpomp 13. b. 18.en/of douchekuip 19.en afvoerleiding stookolie koud. 1. 16.De elektrische huisinstallatie 20 Legende (fig. 12.5 mm² 2. 1. toevoer. hoofdbeschermingsgeleider hoofdleiding koud water 8. 3.C. 20.en/of douchekuip toevoer. hoofdleiding warm water vanuit stookketel aardingsklem in verdeelbord 17.en warmwaterleiding stookketel 15. 9.en afvoerleiding waterverwarmer 21. watermeter gasmeter 11a.O. 3. De kring van de badkamer is voorafgegaan door een differentieelschakelaar van 30 mA. c. wandcontactdoos in badkamer metalen netwerk boven vloerverwarmingsweerstanden in badkamer genaakbare metalen constructie A. na een differentieelschakelaar van 300 mA.en afvoerleiding radiator badkamer bad. De minimale geleiderdoorsnede voor wandcontactdozen is: a. hoofdleiding gas hoofdleiding regenwater 10.5 mm² 4 mm² 6 mm² 2. Je mag de lichtkring van de badkamer op een lichtkring plaatsen op voorwaarde dat er een willekeurige differentieelschakelaar tussen staat. De kring van de badkamer is een afzonderlijke kring. 14. 23. 7. hoofdequipotentiale geleider bijkomende equipotentiale geleider 6. toevoer. d.

Zij is enkel verplicht als de funderingssleuf. 10) is een massieve geleider met een cirkelvormige doorsnede van 35 mm². Zij wordt onder de buitenmuren op de bodem van de funderingssleuf gelegd. Verlood koper moet steeds gebruikt worden als een schadelijke corrosieve inwerking van de grond mogelijk is.1 MATERIALEN EN GEREEDSCHAPPEN nodige lengte blanke massieve koperdraad 35 mm². 10 Fig.2 BESCHRIJVING Een aardingslus is een aardelektrode in de vorm van een lus.1. Zij bestaat uit blank elektrolytisch koper of verlood koper (fig. van geen belang blauw of rood afhankelijk van de voorschriften van de elektriciteitsmaatschappij geel-groen 4. 11 De geleider kan het best uit één geheel bestaan. d. Fig. . Als hij toch bestaat uit aan elkaar gekoppelde delen. haken in kunststof om de draad in de sleuf te bevestigen. een diepte van 60 cm bereikt.De elektrische huisinstallatie 21 4. hoeveelheid zand om op de lus te strooien.1 De aardingslus Zie figuur 9/1 4. moeten de uiteinden van elke verbinding bereikbaar blijven. b.1. plaatselijk of over de gehele lengte. De kleur van de isolatie van equipotentiale verbindingen is: a. hamer om haken in te slaan. 11). c. 4. De aardingslus (fig.

Fig. Er moeten dan pennen bijgeplaatst worden tot de spreidingsweerstand kleiner is dan 100 ohm of 30 ohm (zie 4. 12 De lus (fig. 13) en is het verbindingspunt tussen het ondergrondse en bovengrondse aardingsgedeelte. Fig.2 Soorten bijkomende aardelektroden Er worden bijkomende aardelektroden geplaatst als van de aardingslus niet geplaatst kan worden omdat de fundering onvoldoende diep is of de spreidingsweerstand (aardingsweerstand) van de lus onvoldoende klein is. .3 PLAATSING Om de aardingslus op de bodem van de funderingssleuf te houden mag je bevestingshaken of -krammen gebruiken van koper of een kunststof die geen corrosieve invloed heeft op het koper.1. Dat is een geleider met een geel-groene isolatie met een doorsnede van 16 mm². De uiteinden van de lus eindigen in de onmiddellijke nabijheid van de verdeelkast op een aardingsonderbreker (fig. Aan de kant waar de strip verbonden blijft met de klem. 10). De hoofdaardingsklem vormt dikwijls één geheel met de aardingsonderbreker (fig. voordat er beton op wordt gestort. wordt de aardgeleider verbonden. 13 4.De elektrische huisinstallatie 22 4. Die aardingsonderbreker stelt ons ertoe in staat op elk ogenblik de aardingsweerstand te meten zonder invloed van de installatie. 12) wordt nadien met een laag zand bedekt.8).

• trekvastheid minimum 600 N/mm². • omschreven cirkel minimaal 19 mm.en kerndikte 3 mm. .. horizontaal in lijn gegraven.2 KRUISVORMIGE AARDINGSSTAAF . doorsnede minimaal 35 mm².5 m. bij voorkeur verlood koper. 14 . .1 KOPEREN GELEIDER een massieve geleider van koper. diameter 19 mm bij gegalvaniseerd staal.De staaf is van gegalvaniseerd staal: • vleugel. .De minimaal te gebruiken lengte is 1.2.De staaf wordt in de grond gedreven met een hamer. Bij de types met schroefdraad kunnen verschillende baren aan elkaar gekoppeld worden door middel van een mof met inwendige schroefdraad. diepte minimaal 80 cm. • minimaal omschrijvende diameter 60 mm. verkrijgbaar tussen 1 m en 6 m. De baar wordt met de hamer in de grond gedreven.De elektrische huisinstallatie 23 4.2. .Hij is verkrijgbaar in lengten tussen 1 m en 6 m.2. minimum te gebruiken lengte: 1. • trekvastheid minimum 450 N/mm². .Bij aaneenschakeling van twee baren moeten de uiteinden elkaar raken.De aardgeleider wordt aangesloten door middel van een passende verbindingsklem. Fig. diameter 14 mm bij koper of verlood koper.Bij het inslaan wordt op de bovenkant een mof geschroefd waarin een stalen slagbout past. de geleider wordt omringd met goed geleidende aarde. 4. 4. lengte naar keuze tussen 10 en 50 m.3 RONDE AARDINGSBAAR massief en cirkelvormig.en kerndikte 4 mm. . .5 m.Als de grondstof een koperlegering is: • Vleugel.

en koudwaterleiding. 9/21) of eventueel vanuit de hoofdaardingsklem (fig. . • aan. . • hoofdleiding van gas. • de gasleiding. . • het metalennet van de vloerverwarming. .4 Bijkomende equipotentiale verbindingen Dat zijn bijkomende aardverbindingen in de badkamer.3 - Hoofdequipotentiale verbindingen Vanuit de hoofdaardingklem vertrekken hoofdequipotentiale verbindingen ( fig.en douchekuip als ze van metaal zijn.5 mm² in een buis en 4 mm² indien onbeschermd.De doorsnede bedraagt 2.De verbindingen worden gemaakt met een buisbeugel (fig. zij komen dan ongeveer 3 m van elkaar en worden met een groen-geel geïsoleerde geleider van 16 mm² met elkaar verbonden. Fig. 15).Ze verbinden de volgende elementen: • Warm. De volgende delen van het gebouw worden verbonden met de hoofdaardingsklem: • vaste genaakbare delen van de bouwconstructie. beschermnetten van de vloerverwarming. • waterleidingen aan de stookketel (naar en van de radiatoren). 4. Ze vertrekken vanuit een wandcontactdoos in de badkamer (fig. 4. 9/4 ). De geleider heeft een geel-groene isolatie.4 PLAATSING Indien nodig worden meerdere bijkomende aardelektroden geplaatst. • toe. • aflopen van metaal. • metalen deurlijsten (de elektrische leidingen dienen hierachter te komen).en afvoer van stookolie voor de stookketel. 9/3).en afvoer van een radiator.De elektrische huisinstallatie 24 4. 15 . • hoofdleiding van warm en koud water.Ze zijn geel-groen geïsoleerd. De doorsnede bedraagt 6 mm².2. betonijzers. • bad.Met genaakbare delen worden bedoeld: steunijzers.Meestal bevinden die verbindingen zich in de garage. stalen deurlijsten … . .

. 9/16).De watermeter mag nooit elektrisch overbrugd worden.De koppeling van de geleider met de aardelektrode (fig. .De geïsoleerde geleider wordt beschermd door dekpannen. . 9/6a) vertrekken uit de aardingsklem in het verdeelbord (fig.Hij is geel-groen geïsoleerd. . 16 . 15). 4. 9/6) is een verbinding tussen de hoofdaardingsklem en het verdeelbord.De leiding vertrekt bij de watermeter of waterpomp.7 Hoofdleiding koud water . .6 Beschermingsgeleiders Beschermingsgeleiders (fig.De doorsnede is gelijk aan de doorsnede van de actieve geleiders met een minimum van 10 mm². .De elektrische huisinstallatie 25 .Vanaf de koppeling van de aardelektrode vertrekt een groen-gele geïsoleerde geleider. Zijn doorsnede is 16 mm².8 Opmerkingen . . Fig.De doorsnede is gelijk aan de doorsnede van de actieve geleiders van de kring (tot 16 mm²). 4.5 Hoofdbeschermingsgeleider .Ze worden samen met de actieve geleiders in de buis getrokken. 16) kan het best bereikbaar blijven in een controleput (ook 60 cm onder het grondoppervlak). ten minste 60 cm onder het aardoppervlak naar de scheidingsstrip. 4. 4.Ze zijn geel-groen geïsoleerd. .De hoofdbeschermingsgeleider (fig.De verbinding mag nooit onderbroken kunnen worden bij het verwijderen van de buisbeugel (fig.

9 Spreidingsweerstand aardelektroden en aantal differentieelschakelaars De aardingsweerstand of spreidingsweerstand is de weerstand van de aardelektrode ten opzichte van de omliggende aarde. • DS 30 mA: badkamerkring. • DS 30 mA: wandcontactdozen met een maximum van 16 stuks per DS ongeacht of zij enkel. Fig. 17 .Is de waarde kleiner dan 30 ohm (fig.De koppeling gebeurt om corrosie te vermijden met verbindingstukken van hetzelfde materiaal als de elektrode. . linnendroger. De waarde wordt gemeten vanaf de aardingsonderbreker. • DS 100 mA: fornuis. 18): de installatie is conform het AREI op voorwaarde dat de volgende differentieelschakelaars geplaatst worden: • DS 300 mA: hoofddifferentieelschakelaar. 4. 17): de installatie is conform het AREI: een hoofddifferentieelschakelaar van 300 mA en een extra differentieelschakelaar van 30 mA voor de vochtige ruimtes. • DS 30 mA: wasmachine.De elektrische huisinstallatie 26 . koelkast.of meervoudig zijn. vaatwasser. De weerstandswaarde mag nooit groter zijn dan 100 ohm. .De weerstand is groter dan 30 ohm maar kleiner dan 100 ohm (fig. diepvries.

De elektrische huisinstallatie 27 Fig.Een waarde groter dan 100 ohm is volgens het AREI niet toegestaan. Er zijn bijkomende aardelektroden noodzakelijk (zie paragraaf 4. . 18 .2).

In het volumeomhulsel of in zone 1 zijn enkel toegestaan: .vast opgestelde waterverwarmer met beschermingsgraad van ten minste IP 25.2 - Elektrische leidingen en toestellen in de badkamer Je mag nooit leidingen schuin over de muur plaatsen. het beschermingsvolume. Verbindingsdozen zijn verboden.1 BIJKOMENDE BESCHERMING IN DE BADKAMER Volumes in de badkamer De badkamer wordt. Fig.De elektrische huisinstallatie 28 5 5.0. 19 5. ingedeeld in vijf zones of ruimten (fig. het volumeomhulsel. 19): .1.1. maximaal 12 V wisselspanning en 18 V gelijkspanning. . . .2. voor het plaatsen van elektrisch materiaal. De verlichting moet steeds tweepolig onderbroken worden.3. Alleen vast opgestelde toestellen zijn toegestaan. het volume in het bad. de ruimte buiten het beschermingsvolume. . .bis het volume onder het bad. Plaats horizontale leidingen enkel tegen het plafond. .leidingen en toestellen op heel lage veiligheidsspanning. Stalen buizen en VFVB-F2-kabel zijn toegstaan als ze verzonken geplaatst worden.

leidingen en toestellen op heel lage veiligheidsspanning: maximaal 25 V wisselspanning of 36 V gelijkspanning. alle elektrische aansluitingen van het vaste type zijn. . . Bij eventuele vloerverwarming moeten de verwarmingsweerstanden bedekt zijn met een metalen netwerk dat verbonden is met de bijkomende equipotentiale verbinding (zie hoofdstuk 4. . het volume afgedicht is met een toezichtstuk dat enkel met behulp van gereedschap geopend kan worden. . In het volumeomhulsel en het beschermingsvolume zijn enkel de leidingen toegestaan van de toestellen die erin voorkomen.alle inbouwtoestellen. .4).verwarmingskachels met gewone beschermingsgraad IP 21. de montage van elektrisch materiaal op niet-geleidende stoppen op 5 cm boven de vloer gebeurt. wandcontactdozen en toestellen met beschermingsgraad IP 21.waterverwarmer met beschermingsgraad IP 24. In het volume onder het bad is enkel het strikt noodzakelijke materiaal voor hydromassage toegestaan als de badkuip niet van metaal is. In de ruimte buiten het beschermingsvolume of in zone 3 zijn enkel toegestaan: . In het volume in het bad of zone 0 is geen enkel elektrisch materiaal toegestaan uitgezonderd toestellen gevoed met maximaal 12 V wisselspanning met een veiligheidstransformator die zich buiten de wasruimte bevindt.De elektrische huisinstallatie 29 In het beschermingsvolume of in zone 2 zijn enkel toegestaan: . het elektrisch materiaal ten minste de beschermingsgraad IP X4 heeft.lichtpunten op 230 V met mechanische beschermkap en beschermingsgraad van ten minste IP 24.schakelaars.

Enkel hun bedieningsgedeelte en een afdekplaatje zijn na afwerking op het wandoppervlak zichtbaar. hoef je dat zelf niet meer te doen. .duimstok of rolmeter.2 m boven het vloeroppervlak uitsteken. . de schakelaars en de leidingen moet met de volgende zaken rekening gehouden worden. . Fig. De toestellen worden gedeeltelijk ingewerkt. Als de maatschappij de kast voor de kWh-meter plaatst.grondplan van de woning met schikking van sanitair. 6. appartementen en kantoren toegepast. 20) en zijn na afwerking niet zichtbaar. 20 6. de wandcontactdozen. 6. . Een kilowattuurmeter meet het energieverbruik. niet vochtig lokaal.3 Plaats van toestellen en leidingen Bij de plaatsing van het verdeelbord.hard krijt.De elektrische huisinstallatie 30 6 PROJECTIE VAN DE INSTALLATIE IN HET GEBOUW De aansluiting op het net gebeurt door een elektriciteitsmaatschappij.1 HET VERDEELBORD .Het verdeelbord kan het best geplaatst worden in een onbewoond. .1 De inbouwinstallatie Deze installatievorm wordt vrijwel uitsluitend in woonhuizen.2 Aftekenmaterialen en -gereedschappen . toestellen (keuken …) en meubels.De onderkant moet ongeveer 1. 6. De leidingen worden volledig in de muren ingewerkt ( fig.3.Het staat bij voorkeur dicht bij de straat in de omgeving van de aanvoer van de netaansluiting.

3.Plaats een trekschakelaar op ongeveer 20 cm van het plafond. . .De elektrische huisinstallatie 31 6.10 m).Behoud een afstand van ongeveer 15 cm tussen schakelaar en deurlijst. . 22).30 m van het vloeroppervlak (een deurkruk zit normaal op een hoogte van 1. Dat maakt later de buizenmontage gemakkelijker.4 LEIDINGEN . te monteren.Vermijd ook plafonddoorvoeringen op plaatsen waarboven een schuinlopend dak is (fig. kun je veel kapwerk uitsparen. 22 . 6.Probeer ze zoveel mogelijk in de hoeken van de lokalen of bij de deuropeningen. .3. in vochtige lokalen moet die afstand minstens 25 cm zijn. Fig.3.Plaats ze op ongeveer 1.2 SCHAKELAARS .In droge lokalen is de minimumafstand tussen het vloeroppervlak en de as van de contacthulzen 15 cm.3 WANDCONTACTDOZEN . . Fig. 6. 21 .Plaats liever geen leidingen in betonnen gedeelten (fig.Plaatst schakelaars steeds aan de kant van de deurkruk. 21).Neem dezelfde hoogte in alle lokalen. het liefst in het verlengde van of onder eventuele schakelaars.Door de buizen van richting te laten veranderen. .

Soms is het nodig het ontwerp van de installatie aan te passen. . de plaats van de toestellen en de leidingen aanpassen aan de probleemsituatie. Dat is dan ook dikwijls dwars over het grondvlak.v. dus nooit schuin over de muur. achter de schakelaars of een combinatie van de twee. als installateur.4 Aftekenen van de installatie We projecteren een installatie in het gebouw door met krijt de plaats van de toestellen en leidingen op muren en plafonds aan te geven. bij het boren in de muur te vermijden.a. 23) met ernaast het aantal buizen.De elektrische huisinstallatie 32 6. 23 De leidingen lopen steeds verticaal t. Elk toestel wordt aangeduid met zijn symbool. Eerst moeten we beslissen of we kiezen voor verbindingen in de centraaldozen. de toestellen. Op de vloer of het plafond wordt de kortste weg genomen. Fig. De vertrekkende leidingen worden aangeduid met een pijl (fig.o. Voorbeeld: Op een bepaalde plaats komt een tweepolige schakelaar van waaruit twee leidingen naar boven en één naar onderen vertrekken. Het traject van de leidingen moet gemakkelijk bepaald kunnen worden om later het risico op beschadiging o. Door onvoorziene hindernissen in het gebouw moet je soms.

beton). • De sleufbreedte is afhankelijk van het aantal buizen en de diameter ervan.3 WERKMETHODE VOOR HET MAKEN VAN GATEN VOOR INBOUWDOZEN • Voor het inpleisteren van inbouwdozen voor schakelaars en wandcontactdozen dienen gaten gemaakt te worden. 24).1. • Het materiaal tussen de twee sleuven wordt weggekapt met een boorhamer of met een hamer en een beitel.1 MATERIALEN EN GEREEDSCHAPPEN • • • • • • haakse slijpmachine. • Werk met een slijpbril die aangepast is aan de materialen waarin de gleuf aangebracht dient te worden. diamantschijf elektrische of pneumatische boorhamer met aangepaste boor en beitel boren veiligheidsbril en -helm. b. werkhandschoenen.2400 W. staal. . Fig.1 DE UITVOERING VAN EEN INBOUWINSTALLATIE Maken van sleuven. 24 • Het materiaal wordt weggekapt met aangepast gereedschap.1. • Bij de instelling van de gleufdiepte van de slijpschijf wordt rekening gehouden met de diepte van de inbouwdoos: 40.v. • De vier zijden worden ingeslepen zoals op de onderstaande afbeeldingen (fig. 50 of 65 mm. 7. eventueel stofmasker kabelhaspel en verlengsnoer (zie lespakket 7) 7. • Zorg voor een sleufdiepte die gelijk is aan de uitwendige diameter van de buis + 0. zodat de vulmortel de buis bedekt. steen. liefst met stofafzuiging van 620 .De elektrische huisinstallatie 33 7 7. 6400 – 10000 r/min slijpschijf volgens bouwmateriaal (b.1.v.5 cm.2 WERKMETHODE VOOR HET MAKEN VAN SLEUVEN • Zorg voor een stabiele werkpositie. gaten en doorvoeren 7.

25.Het basistype is een enkelvoudige doos ( fig.2 INBOUWDOZEN F Fig. een pleisterpot en sneldrogend pleister. In beton gebeurt dat met een doorvoerboor en een boorhamer.De inbouwdozen worden diep (65 mm). In die dozen worden de inbouwtoestellen gemonteerd. .Afhankelijk van het merk zijn ze rond of vierkant.2 Plaatsen van inbouwdozen. 26 ). Sommige fabrikanten brengen meervoudige dozen op de markt. 25 a. De boor trekt zichzelf in het beton. hulpmaterialen voor de fixering tijdens het drogen.of drievoudig) gemaakt door enkele dozen op elkaar te klikken.1 MATERIALEN EN GEREEDSCHAPPEN de nodige ronde of vierkante inbouwdozen met een diepte van 40 mm. 50 mm of 65 mm. Materialenkennis . 7. . centraaldozen 7.1. afhankelijk van de verbindingen die achter de toestellen uitgevoerd moeten worden. de nodige centraaldozen. halfdiep (50 mm) of zelden ondiep (40 mm) gekozen.2. 7.2.Inbouwdozen zijn pvc-dozen die in de muur worden gepleisterd en waarop buisleidingen worden aangesloten.4 WERKMETHODE VOOR HET MAKEN VAN DOORVOEREN • • • • In een muur maken we doorvoeren met een boormachine en een steenboor.De elektrische huisinstallatie 34 7. zoals schakelaars en wandcontactdozen. . De boor is spiraalvormig voor de afvoer van het betongruis en heeft vier snijvlakken. . Meestal worden meervoudige dozen (twee.

Fig. 7. Een centreerboor boort een gat met een diepte van ongeveer 2 cm. • Het bevestigen gebeurt op dezelfde manier als bij inbouwdozen.Vul de openblijvende holte langs de wanden van de doos op met het plamuurmes . bovenaan of onderaan ingevoerd. Het aantal buizen per doos kan het best beperkt worden tot 3 à 4. De inbouwdoos moet dan wel minstens halfdiep zijn. Schakelmateriaal met schroefof klauwbevestiging kan gebruikt worden.De elektrische huisinstallatie 35 Fig. Smeer alle vlakken van de holte in met pleister. Bevochtig de muurholte om het hechten te verbeteren. soms is het nodig om de centraaldozen te stippen om een neerwaartse verplaatsing te voorkomen. Handig is de “universele inbouwdoos”. 26 De buizen (5/8” of 3/ 4”) worden achteraan. 27) worden geboord met een boor met hardmetalen kroon.3 PLAATSEN VAN CENTRAALDOZEN • Gaten voor centraaldozen (fig. b. Te veel geleiders in de doos veroorzaken moeilijkheden bij de montage van het toestel. Duw de inbouwdoos in de bepleisterde holte en zorg ervoor dat de doos ongeveer 5 mm uit de muur komt. Deze doos kan horizontaal en verticaal gekoppeld worden zonder hinderlijke tussenwanden. Achter de schakelaar of de wandcontactdoos kunnen verbindingen tussen de geleiders gemaakt worden. Vervolgens “zaagt” de kroonboor de gewenste opening uit. . 27 .2. Werkmethode Ontstof de muurholte met een borsteltje.

de stedelijke of gemeentelijke diensten. bepaalt het maximale energieverbruik. 8. 7. c.O. beschermingsvulume of zone 2. onderbreekt de keten bij kortsluiting of overbelasting. mag groter zijn dan 100 ohm. b. . De waarde van de aardingsweerstand of spreidingsweerstand a. volume in bad of zone 0.C. d. mag kleiner zijn dan 30 ohm. volumeomhulsel of zone 1. Ruimte buiten het beschermingsvolume of zone 3. In welke zones van de badkamer mogen schakelaars en wandcontactdozen voorkomen a. b. De aansluiting op het net gebeurt door a. c. Een kWh-meter a. de elektriciteitsmaatschappij. d. 5. c. meet het energieverbruik. Een hoofddifferentieelschakelaar van 300 mA en een extra differentieelschakelaar van 30 mA voor de vochtige ruimtes worden geplaatst. b. zorgt voor de juiste spanning. het controleorgaan. b. d.De elektrische huisinstallatie 36 A. c. mag tussen de 30 en 100 ohm zijn. 6. de installateur. d. moet kleiner zijn dan 30 ohm.

.5 mm² : 2. Fig. 28) wordt veel gebruikt.3 Plaatsen van leidingen 7. 29) Fig. 29 . De buisdiameter hangt af van het aantal geleiders dat erin getrokken zal worden en de doorsnede ervan.75 mm² (luidsprekerdraad) RG 59 Andere types zijn gewoonlijk verkrijgbaar op bestelling.3.De elektrische huisinstallatie 37 7.pvc-buizen van 5/8”.1 MATERIALEN . 3/4” of 1” en achteraf voorzien van VOB-draad.Voorbedrade soepele pvc-buis (fig. 28 Wat is verkrijgbaar? in VOB : 1. Er zijn pvc-buizen van 3 m lengte verkrijgbaar. .5 mm² : 4 mm² : 6 mm² : in VVT in SPV in LVS in Coax : : : : van 2 tot 7 geleiders van 2 tot 6 geleiders 3 tot 5 geleiders 3 geleiders van 3 tot 8 geleiders (telefoondraad) van 4 tot 8 geleiders (deurtelefoondraad) 2 soepele geleiders van 0.flexibele buis met trekdraad (fig.

31 7. Buigen van buizen Het vergt enige handigheid en oefening (fig. 30: aantal draden VOB. De bewerking is een stuk gemakkelijker als je de juiste techniek gebruikt. 32) om een buis te buigen.3. VOBst per buis afhankelijk van de geleiderdoorsnede.3.XVB-kabel mag rechtstreeks in de muur geplaatst worden. Tabel fig. VOBs. Pas daarom onderstaande werkmethode toe.2 PLAATSEN VAN VOORBEDRADE PVC-BUIS De buizen moet je langer afzagen zodat je ze kunt ontmantelen (fig.De elektrische huisinstallatie 38 . Fig. 30 7.3 PLAATSEN VAN GEWONE PVC-BUIS a. 31) om een degelijke aansluiting te maken. . Fig.

33) om het knikken van de buis te beletten en plaats die voldoende ver in de buis. want de buis veert terug. Fig.Een te kleine straal kan de buigveer beschadigen en het trekken van de draden bemoeilijken. 32 . - . Op maat brengen van de buis.De elektrische huisinstallatie 39 Fig. In de praktijk kun je niet steeds vooraf de lengte van de buis bepalen. Moet de buigveer volledig in de buis geschoven worden. . Buig de hoek iets kleiner dan gewenst. b. 33 Hou het te buigen gedeelte op borsthoogte.Gebruik steeds een geschikte buigveer (fig. De straal van de bocht moet minimaal vijfmaal de uitwendige diameter zijn voor harde pvc-buizen. dan kun je aan het einde van de veer een stuk draad of een touw bevestigen om de veer na het buigen nog te kunnen verwijderen. Druk met handpalm en ellebogen op de te buigen buis.

plafonds of vloeren als ze bedekt zijn met ten minste 3 cm beton of cement.of XFVB-F2-kabels. 35 7.Na het zagen worden de bramen verwijderd door met duim. Je kunt verhinderen dat de buizen loskomen door plakband op buis en mof aan te brengen. Bij gebruik van een buizensnijder (Fig. waarover een laag pleister komt van voldoende dikte.XVB-F2. . 34) wordt het ingebouwde mes hiervoor gebruikt.De elektrische huisinstallatie 40 .XVB-F2. . . 35) door de buizen aan beide kanten in de mof te schuiven tot tegen de aanslag. zaagpunt of vijl in de buisholte te wrijven. Verbinden van buizen Buizen worden gekoppeld met een mof (fig. 34 c.4 PLAATSEN VAN KABEL . moeten een traject volgen zoals aangegeven op figuur 36. Fig.3. Fig. verzonken geplaatst zonder buisbescherming.Zo zul je de buizen meestal na het buigen op maat zagen met een juniorzaag.of XFVB-F2-kabels mogen zonder buisbescherming geplaatst worden in wanden.

De elektrische huisinstallatie 41 Fig. dienen volledig met mortel bedekt te worden. in verschillende lengtes verkrijgbaar .Hecht de voorbedrade buizen vast.Ook bij inbouwdozen laten we de buizen eindigen ter hoogte van de ingang van de verdeelkast.De meest passende uitbreekpoort is die het dichtst bij de beveiliging waarop de geleiders aangesloten zullen worden. kunststof. 7. kun je een soepele of geribde buis gebruiken. Het is aan te bevelen om het morteloppervlak kruislings in te krassen om het kleven van het pleisterwerk te verbeteren. .De definitieve bevestiging gebeurt door de sleuven te dichten met metselmortel.3. . spiraal met kabel). . . Na de plaatsing worden de buizen verder afgewerkt tot in de verdeelkast-ingangen.5 BEVESTIGEN VAN LEIDINGEN . Kruisende buizen vermijden vanwege de hoogte. Gereedschappen .Bij een opbouwverdeelkast kun je het best de buizen laten eindigen ter hoogte van de ingang van de verdeelkast. 7. . Die is verkrijgbaar op rol in verschillende diameters.Gebruik bij voorkeur stalen spijkers en zorg ervoor dat de koppen niet uit de muur steken. .Als op bepaalde plaatsen het aanleggen van een vaste kunststofbuis voor moeilijkheden zorgt.6 DRAAD TREKKEN IN PVC-BUIS a. .Voor het plaatsen van de verdeelkast worden de buizen afgezaagd tot aan de uitbreekpoorten van de rugwand.Buizen die op de ondervloer worden aangebracht. .een trekveer (platte staalband. Voor het buigen heb je geen gereedschap nodig.Elke afgewerkte buis wordt op zijn plaats gehouden door kruisgewijs geslagen spijkers.3.Eventuele centraaldozen en buisinvoeren worden volledig ingemetseld. . 36 Dv: toegestaan traject voor verticale leidingen in de hoek van lokalen (kabel). .

Werkmethode Alhoewel het gebruik van kleuren niet volledig gereglementeerd is. Een nadeel is dat de veer maar in één richting kan buigen. Het ene uiteinde van de veer is een bol.of nylondraad van 3 à 4 mm diameter. . 39) dat pneumatisch werkt of dat je op een boormachine bevestigt. die spiraalvormig opgewonden is rond een kabel. De veer kan in alle richtingen buigen. 38 . is het toch aangewezen voor de volledige installatie dezelfde “logica” te gebruiken. het andere een oog. Fig. 37) is gemaakt van polyamide. 37 .Een platte trekveer is gemaakt van een veerstalen band met eveneens aan het ene uiteinde een bolletje en het andere een oog om de draden aan te bevestigen. 38) is gemaakt van een veerstaaldraad met een buitendiameter 5 tot 6 mm. de andere kant is voorzien van een bolvormig afgewerkte metalen huls. Aan één uiteinde is een oog bevestigd.Een stalen trekveer (fig. Fig.De elektrische huisinstallatie 42 . 39 b.Een kunststofveer (fig. Fig. De veer kan in alle richtingen buigen. .Om het inbrengen van de trekveer te vergemakkelijken kun je gebruik maken van een aangepast toestel (fig.

. .Bij het trekken van draden werk je kring per kring af.Draad op rol wordt steeds van het midden ontrold. Vermijd het ontstaan van korte lussen.De elektrische huisinstallatie 43 . .of centraaldozen.5 mm². . nooit van de zijkant! . Let er steeds op dat de draden niet rond elkaar torsen. Een isolatielint beveiligt de verbinding tegen loskomen bij het trekken. Als er geen blauwe geleider is. mag voor de nulleider een andere kleur worden gebruikt. Je kunt het best starten bij de verdeelkast. De trekveer wordt in de buis geduwd van de verdeelkast naar de inbouwdoos.Bij een stroombaan zonder nulleider mag blauw voor één van de fasedraden gebruikt worden. .De geleiders worden zoals in figuur 40 met de trekveer verbonden. De draden worden enkel. .Alle draden worden in één bewerking getrokken. Aan de verdeelkast laat je voldoende lengte voor een gemakkelijke aansluiting.De beschermingsgeleider moet geel-groen zijn in de volledige installatie. Je kunt niet gelijktijdig invoeren en aan de veer trekken. die niet op aardpotentiaal staat. is dus niet noodzakelijk blauw.Andere kleuren kunnen vrij gekozen worden voor verbindingsdraden of wisseldraden.De bundel geleiders wordt naar binnen geduwd terwijl regelmatig aan het andere uiteinde van de trekveer getrokken wordt. .Volgens het AREI wordt de geleider met blauwe kleur gebruikt voor de nulleider als die aanwezig is.Aan elk toestel wordt voldoende reserve gelaten om gemakkelijk te kunnen aansluiten. . Fig. .Is het aantal geleiders te groot.Voor langere afstand kun je het best kabelgel of een detergent gebruiken om de draden te beschermen en het schuiven in de buis te vergemakkelijken. Het is vrijwel onmogelijk draden te trekken zonder hulp van een tweede persoon.Voor het verbinden laat je een draadreserve van ongeveer 10 cm.of meetstroombanen voor zover hun doorsnede kleiner is dan 1. . van inbouwdoos naar inbouwdoos zo verder naar het lichtpunt. onderbroken in de inbouw. Mocht de draad afbreken bij het verwijderen van de isolatie. dan is er nog voldoende draad beschikbaar. Het gebruik van gele of groene actieve geleiders is verboden uitgezonderd bij bedienings-. controle-. Fig. indien nodig. 41 . dan kun je de draden ook verbinden zoals in figuur 41. De nulleider. signalisatie. 40 .

Fig. die voldoende groot moet zijn bij voorkeur in een droog lokaal buiten de woonruimte. de berging of het trappenhuis.Plaats de kast binnen handbereik op ongeveer 1. Bij inbouw moet de muur waar de kast geplaatst wordt 12 cm ingekapt worden. Een aangewezen plaats is veelal de garage.Plaats of stapel nooit goederen of voorwerpen voor de kast. De werkwijze is afhankelijk van de dikte van de muur waarop de kast geplaatst wordt en van de voorkeur van de uitvoerder. .Bij verzonken plaatsing wordt de inbouwkast (fig. .of onderaan in de verdeelkast gebracht. . Ze worden gebruikt om de juiste inbouwdiepte te verkrijgen. 42 . 42). . boven of naast de verdeelkast wordt de meterkast geplaatst. zodat alle materiaal gemakkelijk bereikbaar is. Bij de kast worden inmetselhaken geleverd. 43) gebruikt.De elektrische huisinstallatie 44 7.Bij een opbouwkast ( fig. De buizen worden boven. Fig.Afhankelijk van de wensen van de eigenaar kan de verdeelkast in de muur of op de muur geplaatst worden. 43 . zo dicht mogelijk bij de invoer van de voedingskabel in de woning. 44 ) kunnen de buizen naar de verdeelkast op de muur.20 m boven de vloer. om de lengte van de toevoerkabel te beperken.Plaats de verdeelkast (fig. in de muur of in kabelgoten worden geplaatst.4 Bevestigen van verdeelkast . .Onder. Het metselwerk moet voldoende dik zijn.

Het bij de opbouwkast geleverde kapje kan als maat gebruikt worden.en/of onderaan uitgebroken.en onderinvoering.Laat een draadreserve van ongeveer 10 cm. want een rechte draad is heel stroef. . wordt de kast horizontaal vastgezet met plug en moer.5 Verbinden van toestellen 7. Nadat de bodem over de buizen geplaatst is. Ten slotte moet je de invoerkapjes aftekenen.De buizen worden op maat gezaagd. Bij het verbinden van meerdere schakelaars (maximaal 3) is het gemakkelijker eerst elke schakelaar afzonderlijk te verbinden en ze dan pas op elkaar te klikken. 44 . . Dankzij de dubbele wand is er onderaan en bovenaan een speling van ongeveer 2 cm.De ingang wordt boven. De binnenwand blijft ongewijzigd.Plaats de afdekplaat.Span de klemhaken zo aan dat de verschillende schakelaars bij een meervoudige montage in een rechte lijn staan. Zorg ervoor dat ze tot tegen de klemmen komen en dat de isolatie over een lengte van 5 mm verwijderd is. waardoor een volledige isolatie verkregen wordt.Verbind eventuele geleiders achter de schakelaar door middel van lasdoppen of parallelklemmen. .5. . Duw de schakelaars samen in de inbouwdoos. . Stel de striptang zo in dat de draadkern niet beschadigd wordt. Buig de draden vooraf al eens.Knip de geleiders op maat en verwijder de isolatie. zodat alles perfect en veilig afgewerkt is. .Duw de schakelaar op zijn plaats in de inbouwdoos. uitzagen en in de ingangen klikken. . .De elektrische huisinstallatie 45 Fig.Let erop dat de buizen zo efficiënt mogelijk verdeeld worden tussen boven.1 VERBINDEN VAN SCHAKELAARS . . De totale buizenbreedte mag zeker 230 mm niet overtreffen.Maak de geleiders met geleiderisolatie aan de toestelklemmen vast. zodat de afdekplaat gemakkelijk te plaatsen is. 7. Een haakse bevestiging is nu nog van groter belang als je moeilijkheden bij het plaatsen van de afdekplaten wilt vermijden. waarna de schroeven worden afgedekt met de isolatiedopjes.

• halfwaterdichte wandcontactdozen in vochtige plaatsen.Een wandcontactdoos induwen gaat minder vlot door de grotere draaddoorsnede.Plaats nooit drie draden onder één klem. . nul.De werkwijze is grotendeels dezelfde als bij schakelaars. . Fig. • wandcontactdozen in een verdeelbord. 47).De elektrische huisinstallatie 46 7. want dat kan de oorzaak zijn van slecht contact. • aangepaste inbouwdozen gebruikt. 46) kunnen het best horizontaal geplaatst worden ter wille van het uitzicht en het gebruik van stekkers met zijdelingse kabelinvoer. • aangepaste afdekplaten gebruikt. De inbouwdozen hebben ingebouwde bevestigingshulzen met inwendige schroefdraad. zoals koelkast en wasmachine. Het aansluitbereik kan 10 mm² bedragen (fig.en beschermingsgeleider. Meerdere wandcontactdozen bij elkaar (fig. 46 Let er ook op dat je: • toestellen niet op elkaar klikt. 45 . 45 ) zijn meestal wel voorzien van een drukplaatje. De inbouwdoos kan met de wandcontactdoos één geheel vormen.Wandcontactdozen hoeven niet kinderveilig te zijn in de volgende gevallen: • wandcontactdozen voor verplaatsbare toestellen met vaste standplaats. Let bij het verbinden op de juiste plaats voor fase-.5. Fig.De aansluitklemmen ( fig. . Het is belangrijk de draden eerst al eens te buigen. Maak wel een verbinding achter de wandcontactdoos. .2 VERBINDEN VAN WANDCONTACTDOZEN .

De elektrische huisinstallatie 47 Fig. 6 mm² bij 230 V en 4 mm² bij 400 V.5 mm².Gezien de grote draaddoorsnede bij zo’n aansluiting wordt meestal XVB-F2-kabel gebruikt in plaats van VOB-draad.In het deksel van de doos is er onderaan een opening voor de aansluitkabel.De aansluitklemmen hebben een bereik van 2. . 6 mm² of 16 mm². Fig.Inbouw.De doos kan gebruikt worden bij opbouw en inbouw.5. Bij opbouw is de beschermdoos maar een kader in plaats van een doos. 49).3 VASTE VERBINDING VAN HUISHOUDELIJKE TOESTELLEN . 47 7. .en aansluitdoos (fig. 48 Fig. De aansluitklemmen zijn kapklemmen (fig. 49 . 48) horen eveneens bij elkaar. . .

50 7. • bruin of zwart of andere kleur: lijndraad. bijbouwen van zolderkamer). 50) hebben hoofdzakelijk dezelfde kleur. sommige prefa’s.en wandcontactdoostypes zijn dezelfde. die ontworpen zijn voor gebruik in muren.Vaste buisleidingen worden vervangen door geribde buisleidingen en door VVBkabel. voorzien van klemhaken (figuur 51). 51 Standaardinbouwinstallaties.Er bestaan aangepaste inbouwdozen. . .Daarom kun je het best de netdraden van dezelfde kring aan het begin en het einde samenbundelen met papiertape om een omwisseling van twee gelijkkleurige draden van verschillende kringen te vermijden. . Fig.6 Inbouw installaties in holle wanden Holle wanden zijn scheidingswanden die gemaakt zijn van een houten geraamte (lattenwerk) dat aan beide kanten beslagen is met gipskarton of vezelplaat (bv. zijn hier niet mogelijk.Schakelaar. .5.De elektrische huisinstallatie 48 7.4 VERBINDEN VAN DE VERDEELKAST . Fig. • groen-geel: beschermingsgeleider PE.De geleiders die in de verdeelkast aankomen (fig. . • blauw: nulleider als die er is.

Plaats de kabels of flex buizen. 54 ) komt overeen met de diameter van de inbouwdoos.1 WERKMETHODE VOOR DE WANDEN (PLATEN) GEPLAATST WORDEN .6. die het uitgezaagde materiaal wegduwt. 54) bevindt zich een boor van 6 mm diameter. Centraal in de klokzaag (fig. .De elektrische huisinstallatie 49 7. 54 . . .2 WERKMETHODE NA HET PLAATSEN VAN DE WANDEN Zaag de holte voor de inbouwdoos uit.Hou voldoende kabelreserve op de plaats waar de schakelaar of het wandcontact komt. .In de klokzaag zit een uitwerpveer. Fig. 53 7. De klokzaag (fig. 52 Fig.6.Bevestig de kabels of flex buizen op het raamwerk met kabelklemmen. Fig. De boor steekt enkele mm uit de zaagrand. waarna een cirkelvormige opening wordt uitgezaagd.De boor draait zich eerst in de wand.

You're Reading a Free Preview

Download
scribd
/*********** DO NOT ALTER ANYTHING BELOW THIS LINE ! ************/ var s_code=s.t();if(s_code)document.write(s_code)//-->