P. 1
Projectverslag Den Oever FLP3 MWA F131

Projectverslag Den Oever FLP3 MWA F131

5.0

|Views: 8,911|Likes:
Published by kymannetje
Project FLP3 fysiotherapie amsterdam trainingsprogramma verslag
Project FLP3 fysiotherapie amsterdam trainingsprogramma verslag

More info:

Categories:Types, School Work
Published by: kymannetje on Mar 31, 2009
Copyright:Attribution Non-commercial

Availability:

Read on Scribd mobile: iPhone, iPad and Android.
download as PDF, TXT or read online from Scribd
See more
See less

03/03/2015

pdf

text

original

Sections

De onderstaande informatie is van de website van Dr. Tavy, Neuroloog, verbonden aan het

Leyenburg ziekenhuis te Den Haag.

De meeste mononeuropathiën worden veroorzaakt door acute of chronische compressie.
Zenuwcompressie kan locale demyelinisatie veroorzaken en uiteindelijk leiden tot axonale
degeneratie. De dikste axonen zijn het meest gevoelig voor compressie. Voor het
zenuwgeleidingsonderzoek is dit een gunstige omstandigheid, want de EMG technieken
geven vrijwel uitsluitend informatie over de snelst geleidende motorische en sensibele
zenuwvezels.

A Neuropathie n. thoracicus longus (C5-C7)

Innerveert m. serratus anterior

Klinisch beeld

Zwakte v/d m. serratus anterior waardoor een scapula alata (`winging') ontstaat (patiënt met
gestrekte armen tegen muur laten duwen), soms een wat zeurderige pijn door onfysiologisch
gebruik v/d schouder. Komt meer bij mannen voor, en vaker rechtszijdig.

Oorzaken

Spontaan.
Compressie (bij b.v. dragen van een rugzak, steigerbouwers, bandages), stomp trauma (wat
ook kan ontstaan na een elektrische schok), amyotrofe plexusneuralgie, iatrogeen (injectie,
na verwijdering axillaire lymfklieren bij mastectomieën, transaxillaire eerste rib excisies of
thoracotomieën), ook beschreven na pneumonie of andere infecties (Rocky Mountain
Spotted Fever, difterie, typhus).

Differentiaal diagnose

Fascioscapulohumerale spierdystrofie (kan debuteren met unilaterale scapula alata).

Diagnostiek

EMG

Therapie

De prognose is goed, compleet herstel kan 2 jaar vergen (uiteraard vermijden van
compressie). Indien geen neurologisch herstel mogelijk is, kan een orthopedische ingreep
uitkomst bieden (aanhechten van deel van de m. pectoralis major aan de scapula).

B Neuropathie n. axilaris (C5-C6)

MWA Groepspraktijk Den Oever

F131

HvA Fysiotherapie 2008-2009

60

Innerveert m. deltoïdeus, m. teres minor).

Klinisch beeld

zwakte van de m. deltoideus en m. teres minor waardoor anterieure elevatie en abductie v/d
arm is beperkt evenals exorotatie uitgesproken atrofie v/d m. deltoïdeus soms
gevoelsstoornis in een klein deel laterale zijde bovenarm (n. cutaneus brachii lateralis
superior).

Oorzaken

Anterieure dislokatie v/d schouder, fractuur v/h collum chirurgicum v/d humurus, compressie
t.g.v. het liggen op de arm, corset of gedurende anesthesie.

Differentiaal diagnose

Arthrogene oorzaken van deltoideus atrofie, frozen shoulder, rotatoren-cuff ruptuur,
spierdystrofie, m. deltoideus-ruptuur (zeldzaam).

Therapie

vaak spontaan herstel binnen twaalf weken, indien herstel binnen 3 maanden uitblijft controle
en EMG: exploratie met zenuwnaad of zenuwtransplantatie
overleg NCH LUMC Dr. Malessy, Dr. Coenen, orthopedie
indien dit niet uitvoerbaar is kan bij parti‰le delto‹deus paralyse een transpositie v/e
spieraanhechting worden overwogen, bij complete paralyse is dit weinig succesvol

C Neuropathie n. musculocutaneus (C6-C7)

innerveert (m. biceps brachii, m. coracobrachialis, m. brachialis).

Klinisch beeld

zwakte v/d m. biceps brachii en m. coracobrachialis waardoor supinatie en anterieure
elevatie is verminderd, bij distaler gelegen laesies is alleen de supinatie verminderd
gevoelsstoornis aan de radiale zijde van de onderarm (n. cutaneus antebrachii lateralis),
echter door anastomoses met de sensibele takken v/d n. radialis zijn deze vaak beperkt zeer
zelden geïsoleerd aangedaan

Oorzaken

Meestal traumata (steek- kogel- of snijverwonding), zelden zonder voorafgaand trauma (na
zware training of plotse retroflexie v/e gedeeltelijk geabduceerde arm), iatrogeen (chirurgie
v/e recidiverende schouderdislokatie, compressie door strak verband bij een
claviculafractuur, na anesthesie), zeer zelden t.g.v. compressie.

Differentiaal diagnose

Ruptuur van de pees v/h caput longum v/d m. biceps brachii, zelden als onderdeel v/e
plexus-brachialislaesie.

Therapie

MWA Groepspraktijk Den Oever

F131

HvA Fysiotherapie 2008-2009

61

Bij traumatische laesie: zenuwnaad (de n. musculocutaneus heeft de beste prognose van
alle perifere zenuwen voor regeneratie). Indien irreversibele schade: spiervervanging met
b.v. de m. latissimus dorsi.

D Neuropathie n. radialis (C5-T1)

Innerveert m. triceps brachii, m. anconeus, m. brachioradialis, m. extensor carpi radialis
longus et brevis, m. supinator, m. extensor carpi ulnaris, m. extensor digitorum, m. extensor
digiti minimi, m. abductor pollicus longus, m. extensor pollicus longus et brevis, m. extensor
indicis en soms m. brachialis.

Klinisch beeld

Zwakte v/d m. triceps brachii waardoor extensie-zwakte v/d elleboog optreedt.
Tevens gevoelsstoornis a/d laterale zijde v/d bovenarm (n. cutaneus brachii posterior) welke
beperkt is door anastomosen met n. cutaneus medialis).

Oorzaken proximale laesies N. radialis

Bij een laesie in de bovenarm ontstaat een `dropping hand' of soms alleen `dropping fingers'
(soms ook een oedemateuze zwelling a/d dorsale zijde v/d hand de z.g. zwelling van Gubler
waarvan de etiologie niet bekend is). Daarnaast gevoelsstoornissen a/d radiuszijde distaal
a/d onderarm (n. cutaneus antebrachii posterior) en klein gebied v/d handrug. Tevens
ontbreekt zwakte op v/d m. triceps brachii. De meest voorkomende oorzaak is t.g.v. de
humerus-schachtfractuur. Andere oorzaken waarbij compressie van de zenuw tegen de
humerus: tijdens de slaap (m.n. alcoholici die in slaap vallen met de arm over de rug v/d
stoel: `Saturday night palsy'), bij immobiel liggenden (b.v. Parkinson-patiënten, comateuzen
(soms bilateraal)), iatrogeen: compressie gedurende anesthesie, bij neonaten soms t.g.v.
continue bloeddrukmeting, zelden t.g.v. injecties of venapuncties, soms i/h kader v/e erfelijke
drukneuropathie (waarbij m.n. de n. radialis is aangedaan).
Supinator-syndroom ook wel interosseus-posterior syndroom Hierbij is sprake van een laesie
v/d zenuw waar deze door de m. supinator passeert. Er is pijn in de onderarm (soms ook
elleboog), zwakte v/d vinger-extensoren (in begin m.n. v/d m. extensor digiti minimi) en m.
extensor carpi ulnaris (partiële `wrist drop' met radiale deviatie). Soms gevoelsstoornis alleen
dorsaal over de eerste m. interossei ruimte. Oorzaken zijn traumata (steek- en
snijverwonding), dislokatie v/h radius-kopje, soms t.g.v. Monteggia-fractuur (ulna fractuur met
dislokatie v/h radius-kopje), iatrogeen t.g.v. injectie, compressie door lipoom, dynamische
compressie t.g.v. fibreuze band i/d m. supinator tijdens beweging (vaak bij musici (dirigenten,
pianisten en gitaristen)).

Distale laesies n. radialis

Individuele spieren vertonen uitval met gevoelsstoornissen in kleine gebieden zoals
cheiralgia paresthetica (gevoelsstoornis radiale zijde ]v/d duim met dysaesthesie t.g.v.

MWA Groepspraktijk Den Oever

F131

HvA Fysiotherapie 2008-2009

62

compressie door b.v. gebruik v/e schaar) Oorzaken zijn compressie door b.v. dragen van
handboeien (`prisoner's palsy' ) of t.g.v. langdurig gebruik van bepaalde gereedschappen
(b.v. schaar), iatrogeen na aanleggen v/e shunt (a. radialis en v. cephalica). Als geïsoleerd
symptoom bij lood-intoxicatie (bv. bij schilders, drukkers of arbeider die accu's vervaardigen).
Overig: zenuwtumor of ganglion-cyste.

Differentiaal diagnose

Centrale paralyse, radiculopathie C7, distale spierdystrofie, spinale spierdystrofie, snapping
fingers, contractuur van Volkmann, polyarthritis.

Diagnostiek n. radialis uitval

Kliniek en EMG. Bij vooruitgang: na hoogtebepaling middels EMG, eventueel bij verdenking
supinator-syndroom: X-foto of CT om bv. een lipoom aan te tonen.

Therapie n. radialis uitval

Dit is weergegeven in Tabel I

Tabel I: Therapie N. radialis uitval

humerus-schachtfractuur

bij direct ontstaan tijdens fractuur (door directe contussie) expectatief (tenzij
i.v.m. de fractuur operatief moet worden ingegrepen: dan exploratie). Indien
na 3 maanden geen progressie in het herstel plaatsvindt en re-innervatie
niet middels EMG aangetoond kan worden: exploratie. Indien na dagen tot
weken een radialis-uitval optreedt: direct exploratie en inspectie zenuw

traumata in de onderarm

zenuwnaad worden overwogen (matige prognose)

compressie

expectatief, goede prognose, herstel begint binnen enkele dagen

supinator-syndroom

exploratie en excisie lipoom of fibreuze band

permanente uitval

palliatief middels spalk of chirurgisch door spieraanhechting transposities

Cheiralgia paraesthetica

Lokale injectie met depomedrol te overwegen

E

Neuropathie n. medianus (C5-T1)

Innerveert m. pronator teres, m. pronator quadratus, m. flexor carpi radialis, m. palmaris
longus, m. flexor digitorum superficialis, m. flexor digitorum profundus (II et III), m. flexor
pollicis longus, m. flexor pollicis brevis (caput superficiale), m. abductor pollicis longus et
brevis, m. opponens pollicis, mm. lumbricalis (I et II).

Klinisch beeld

Bij laesie i/d axilla, bovenarm of elleboog: zwakte v/d vingerflexoren behalve die door de n.
ulnaris worden verzorgd waardoor een z.g. `oath' of `preacher's hand' ontstaat. Oorzaken v/e
partieel n. medianus laesie: Iatrogeen (na vena- en arteriepunctie of injectie i/d fossa cubita,
vorming vals aneurysma na catheterisatie v/d a. cubiti.

Oorzaken laesie i/d axilla

MWA Groepspraktijk Den Oever

F131

HvA Fysiotherapie 2008-2009

63

Iatrogeen t.g.v. puncties (b.v. bij angiocardiografie of axillair-blok anesthesie).

Oorzaken laesie i/d bovenarm

Soms humerus-schachtfractuur, soms compressie tegen de humerus tijdens de slaap,
iatrogeen (ingrepen onder bloedleegte), fractuur v/d processus supracondylaris v/d humerus
die bij slechts 1% aanwezig is (soms ook irritatie hiervan), compressie door het ligament van
Struther (band tussen de processus supracondylaris en epicondylis medialis).

Oorzaken laesie i/d elleboog

Fractuur distale deel v/d humerus (m.n. supracondylaire hyperextensie trauma's met veel
dislokatie), compressie tussen de humerus en de ulna na repositie van een gedislokeerde
elleboog, soms zelfs jaren na elleboogfractuur.

Therapie

Indien aanwezig: resectie v/h ligament van Struther. Expectatief bij supracondylaire fractuur
gezien goede prognose, maar indien geen tekenen van herstel na 5-6 maanden moet
exploratie volgen.

Pronator teres-syndroom

Inklemming n. medianus tussen de koppen v/d m. pronator teres m.n. bij extensie v/d arm,
onder een harde kap bij extensie v/d arm, onder een harde aponeurose v/d m. biceps brachii
of onder een fibreuze band v/d m. flexor digitorum superficialis.

Klinisch beeld

pijn in de onderarm en soms uitstraling naar de radiale zijde v/d hand (digiti I t/m III en
handpalm) zonder nachtelijke klachten, gestoorde pincetgreep, soms flexiekramp van digiti I
en II, soms gevoelsstoornissen ulnaire zijde duim en radiale zijde digitus II zwakte v/d m.
flexor pollicis brevis en m. abductor pollicis brevis, soms ook zwakte m. opponens pollicis
provocatie door krachtige en herhaalde pronatie v/ onderarm, extensie v/d elleboog en flexie
van digiti I en II soms lokale drukpijn t.p.v. de m. pronator teres

N. interosseus anterior syndroom (Syndroom van Kiloh-Nevin)

De n. interosseus anterior is een motore zenuwtak v/d n. medianus.

Klinisch beeld

Zwakte v/d m. flexor digitorum profundus (II et II) , m. flexor pollicis longus en m. pronator
quadratus waardoor men niet de eindphalanx v/d duim, wijs- en soms ook middelvinger kan
buigen (men kan geen pincetgreep uitvoeren of een mooie ronde ' O' maken met digiti I en II,
z.g. `pinch sign').

Oorzaken

Fractuur v/d onderarm, zelden compressie t.g.v. fibreuze band, idiopathisch.

Differentiaal diagnose

Radiculopathie C7-C8.

MWA Groepspraktijk Den Oever

F131

HvA Fysiotherapie 2008-2009

64

Therapie N. medianus (behalve CTS)

Bij traumata en iatrogene laesies: exploratie en eventueel een zenuwnaad (bij laesie
ontstaan na injectie: expectatief, mogelijk schade door injectie-vloeistof) Bij progressie kan
middels EMG vertraagde geleiding v/d n. medianus en denervatie v/d door de n. interosseus
anterior geïnnerveerde spieren aangetoond worden en exploratie v/d m. pronator teres
worden overwogen. In alle andere gevallen: expectatief.

Laesie n. medianus t.h.v. pols (ex CTS)

Zwakte v/d m. abductor pollicis longus waardoor volledig abductie v/d duim niet meer
mogelijk (ontstaat z.g. 'bottle sign'), in later stadium atrofie. Tevens zwakte v/d m. opponens
pollicis waardoor opponeren niet meer mogelijk is.

Oorzaken

Traumata (steek- en snijverwonding), soms radiusfractuur, soms dislokatie ossa carpalia,
iatrogeen na polsfixatie in flexiestand of repositie-pogingen, zeer zelden compressie door
dragen van handboeien of armbanden.

Carpaal tunnelsyndroom (CTS)

Compressie n. medianus onder het ligamentum carpi transversum (ook wel flexor
retinaculum).

Klinisch beeld

brachialgia paresthetica nocturna ('s nachts wakker worden van pijn, wapperen met hand laat
klachten verdwijnen) paraesthesien vaak in alle vingers en pijn kan zelfs in de gehele arm tot
aan de nek worden gevoeld soms bij besturen fiets of auto gevoelsstoornis v/d duimtop en
palmaire zijde wijs- en middelvinger, vingertoppen zwakte v/d m. abductor pollicus brevis en
m. opponens pollicus waardoor topje duim niet goed op pink te plaatsen is of te behouden
soms atrofie v/d duimmuis zelden vasomotore uiting zoals fenomeen van Raynaud vaak
initieel unilateraal en dan meestal rechtszijdig, later bilateraal prevalentie: 1 op 1000, vaker
bij vrouwen (verhouding man-vrouw, 0,6 tegen 6)

Oorzaken

Idiopathisch.
verandering v/d carpale tunnel door: congenitale anomalie, traumata (Colles' fractuur,
fractuur ossa carpalia, doorn, glasscherf), hematoom bij gebruik orale anticoagulantia of
stollingsziekten, getromboseerde arterie
bindweefselziekten: tenosynovitis (repetitive strain injury), tendomyopathie, verdikking
peesschede bij `snapping finger', rheumato‹de arthritis, sclerodermie, polymyalgia
rheumatica, systemische lupus erythematosus, jicht (tophi), chondrocalcinosis, eosinophiele
fascitis, endocrinopathie‰n: diabetes mellitus, hyper- of hypothyreo‹die, graviditeit, gebruik
van orale anticonceptie, acromegalie, hyper- of hypoparythyreo‹die overige: amylo‹dosis,

MWA Groepspraktijk Den Oever

F131

HvA Fysiotherapie 2008-2009

65

adipositas, infectie (o.a. neuroborreliose, tuberculose, lepra), ganglion, lipoom, perineuraal,
angioom, congenitale arterioveneuze fistula, Cimino-Brescia shunt t.b.v. hemodialyse,
multipele myeloma, mucopolysaccharidosis, beet v/e slang
familiare vorm: zeer verdikt ligamentum carpi transversum, erfelijke drukneuropathie

Differentiaal diagnose

Onderste plexuslaesie, radiculopathie C7-C8 en soms T1.

Diagnostiek

De sensibele geleidingssnelheden van de n. medianus en n. ulnaris worden getest over de
pols naar de 4e vinger. Hierbij wordt vooral gekeken naar een relatieve (medianus versus
ulnaris) verlenging (> 0.4 ms) van de distale latentietijd (dlt). Bij twijfel wordt het onderzoek
uitgebreid met onderzoek van de dig. I, n.radialis en medianus.
Bij het motorische onderzoek worden de dlt’s gemeten van de n. medianus en n. ulnaris, hier
m.lumbricalis en interossei dig.II. Hier kan sprake zijn van een relatieve verlenging van de
distale latentietijden (> 0.4 ms).
De injectie van 1 ml Depo-Medrol (10 mg lidocaïne en 40 mg methylprednisolon) wordt
gegeven middels een 3 cm lange 0,7 mm dikke (i.m.) naald, 4 cm proximaal van de polsplooi,
tussen de pezen van de m. flexor radialis en de m. palmares longus. De naald wordt
ingebracht onder een hoek van 10 graden (bij mensen met een dikkere pols kan de hoek

MWA Groepspraktijk Den Oever

F131

HvA Fysiotherapie 2008-2009

66

vergroot worden tot max. 20 graden) in de richting van de hand. Voorzichtigheid is geboden
bij mensen met een goed ontwikkeld spierstelsel daar de m. pronator quadratus hier de n.
medianus omhoog drukt waardoor deze zeer oppervlakkig komt te liggen. De naald wordt
langzaam ingebracht, bij pijn of tintelingen in de vingers of indien weerstand wordt gevoeld,
moet de naald gerepositioneerd worden. Het injecteren moet zonder weerstand plaats
vinden. Nadat de vloeistof is geïnjecteerd moet deze zachtjes in de richting van de carpale
tunnel verder worden gemasseerd. Patient wordt geïnstrueerd over de te verwachten
effecten van de injectie. Naast passagère roodheid en pijn t.h.v. van de injectieplaats kan de
patient enige tijd na de injectie een doof/tintelend gevoel krijgen in het N. Medianus gebied,
enige dagen kan er zelfs toename van de pijnklachten zijn. Meestal is er na twee dagen een
begin van verbetering van de klachten. Bij hevige pijn of roodheid de eerste dagen
spoedbeoordeling op KNF. Cave CRPS, evt medicamenteus behandelen.
In de studie van Dammers et al behoefden na 1 maand 77 % en na een jaar 50 % van de
patiënten geen verdere behandeling na injectie.
Laesie n. medianustakken t.h.v. de handpalm

Klinisch beeld

Afhankelijk van laesie: zwakte v/d thenare spieren, of zwakte v/d m. lumbricalis met atrofie of
paresthesieën.

Oorzaak

Compressie palmair (b.v. wielrenners; `bicyclists'palsy'), compressie door tennisracket
(paresthesieën radiale zijde wijsvinger), palmaire cellulitis, neurinoom v/d ulnair gelegen n.
digitalis palmaris proprius v/d duim (`bowler's thumb', paresthesieën ulnaire zijde v/d duim),
trauma (snij- of steekwond).

Diagnostiek

Eventueel palpatie neurinoom waarbij pijnlijke sensatie kan worden opgewekt.

Therapie

Compressie vermijden, eventueel bij neurinoom: perineurolysis, bij trauma: exploratie. N.B.
Bij permanente uitval kan men orthopedische ingrepen overwegen (athrodese, tenodese of
peestransposities).

F

Neuropathie n. ulnaris (C8-T1)

Innerveert m. flexor carpi ulnaris, m. digitorum profundus, m. palmaris brevis, m. opponens
pollicis, m. flexor pollicis brevis (caput profundum), m. adductor pollicis, mm. lumbricalis (III et
IV), m. abductor digiti minimi, m. flexor digiti minimi brevis, m. opponens digiti minimi, mm.
interossei dorsales (III et IV), mm. interossei palmares (III et IV).

Klinisch beeld

MWA Groepspraktijk Den Oever

F131

HvA Fysiotherapie 2008-2009

67

bij een laesie i/h verloop v/d zenuw kan een `klauwhand' ontstaan; door paralyse mm.
interossei zijn de vingers (m.n. wijs- en middelvinger) gehyperextendeerd i/d
metacarpophalengeale gewrichten en licht geflecteerd i/d interphalangeale gewrichten, de
ringvinger e/d pink zijn verder licht geabduceerd, de duim is vaak gehyperextendeerd i/h
metacarpophalangeale gewricht door paralyse v/d m. abductor pollicis brevis (`signe de
Jeanne'), atrofie m.n. i/d eerste interossale ruimte en pinkmuis, verder is het gevoel zowel
dorsaal als palmair verminderd a/d ulnaire zijde v/d ringvinger e/d pink
bij een laesie v/d ramus profundus t.h.v. de pols ontstaat een zuiver motorisch beeld; atrofie
v/d eerste interossale ruimte zonder atrofie v/d pinkmuis en geen gevoelsstoornissen
bij een distale laesie in de onderarm en pols zijn de m. flexor carpi ulnaris en m. digitorum
profundus gespaard evenals de sensibiliteit
Dus 3 typen:

1. zuiver motorisch (ramus profundus)
2. zuiver sensibel (ramus superficialis) en
3. een gemengd type (distale drukneuropathie, vaak voorkomend bij wielrenners)

Oorzaken

Weergegeven in tabel II

Tabel II: Oorzaken n. ulnaris letsel

-

meestal t.g.v. compressie t.h.v. elleboog (sulcus ulnaris) (steunen op de elleboog)
trauma: steek- en snijverwonding, zelden door avulsie van het caput laterale v/d m. triceps, fractuur
epicondylus medialis, soms supracondylair humurusfractuur, ulna- of radiusfractuur

-

secundaire paralyse door veranderde structuur na een elleboogfractuur kan weken tot maanden later
ontstaan

-

soms (tientallen) jaren na een fractuur kan een `sp„tneuritis' of `tardieve ulnaropathie' ontstaan, maar ook
arthrose, chondromatose of een ganglion kan een oorzaak zijn

-

compressie: zelden door een processus supracondylaris v/d humerus, aneurysma v/d a. brachialis

-

`studentenhouding', bedlegerigheid (vaak a/d zijde waar het nachtkastje zich bevindt), operatie
(anesthesie- of operatiehouding), perineuraal hematoom, ganglion

-

compressie bij de intrede in de m. flexor carpi ulnaris ('humeroulnar arcade'), bij de uittrede uit deze spier
of distaal door een aneurysma v/d a. ulnaris

-

soms compressie t.h.v. het kanaal van Guyon waarbij er v/d zwakte intrinsieke handspieren is en de
sensibiliteitsuitval minder uitgebreid of afwezig is, door een: directe druk bij wielrenners, langdurig
computergebruik, ganglion, abnormaal verlopende a. ulnaris, weke delen tumor, carpometacarpale
dislokatie, sesambotje, diabetes mellitus, Colles' fractuur, fibrose v/d aponeurose, abnormale m.
anconeus epitrochlearis, of idiopathisch (`syndrome de la loge de Guyon')

-

dislokatie v/d n. ulnaris uit de sulcus ulnaris (komt vaak voor: ongeveer 4% v/d populatie, maar blijft
meestal asymptomatisch), geeft vaak klachten als er ook compressie is

MWA Groepspraktijk Den Oever

F131

HvA Fysiotherapie 2008-2009

68

-

`cubital tunnel syndrome' door herhaalde flexie-extensie bewegingen in bepaalde beroepen (repetitive
strain injury)

-

laesie v/d dorsale tak door trauma, te strak horlogebandje of handboeien kan een sensibiliteitsstoornis
a/d ulnaire zijde v/d hand en in de twee ulnaire vinger tot het eerste interphalangeale gewricht geven

-

zeer zelden t.g.v. lepra, ischemie bij endocarditis of radiotherapie v/d elleboog

Differentiaal diagnose

Onderste plexuslaesie, radiculopathie C8-T1, voorhoorncelziekten, intramedulaire processen
zoals syringomyelie of tumoren.

Diagnostiek

Abductie en adductie v/d vingers (uitgezonderd de middelvinger) is ook bij een totale
ulnarislaesie nog enigszins mogelijk. Teken van Froment (onwillekeurig gebruiken v/d m.
flexor pollicus longus (n. medianus) bij vastgrijpen v/e papier tussen duim en wijsvinger door
zwakte v/d m. adductor pollicus (n. ulnaris)) is bij ulnaris-zwakte altijd aanwezig `signe de la
chiquenaude' (door zwakte v/d m. interossei kan er geen krachtige plotse extensie v/d
vinger(s) tegen de palm v/d arts plaatsvinden). Palpatie v/d sulcus ulnaris: (arts en patiënt
zitten tegenover elkaar waarbij de laatste zijn arm flecteert in een echte hoek waarna de arts
met zijn rechterhand de sulcus i/d rechterelleboog vanaf mediaal palpeert). Soms een
verdikte n. ulnaris palpabel i/d sulcus. Aangezien diagnostiek tussen proximale en distale
laesie niet gemakkelijk is biedt het EMG uitkomst (eventueel `inching' en naald EMG) bij
verdenking veranderde structuur v/d elleboog door b.v. trauma kan een X-elleboog
behulpzaam zijn.

Therapie N. Ulnaris laesie

Bij laesies t.g.v. fracturen is de prognose goed, exploratie is zelden nodig, eventueel
omlegging, zenuwnaad of omlegging naar de fossa cubita. Bij secundaire paralyse of
`sp„tneuritis' (tardieve ulnaropathie): exploratie met omlegging (duur tussen het voorgaande
trauma en begin v/d symptomatologie is niet van belang). Bij ulnarisdislokatie: vermijden van
compressie, `gel-pads' om de elleboog, flexie zoveel mogelijk vermijden (b.v. door 's nachts
een kartonnen koker om de elleboog te schuiven), zelden is omlegging noodzakelijk. `Cubital
tunnel syndrome': staken beroepsmatige handelingen, zeer zelden exploratie met omlegging
in andere gevallen vermijden van compressie, 'gelpad's voor de ellebogen of handschoenen
met `pads' indien geen oorzaak gevonden wordt: expectatief, bij langer dan 3 maanden
klachten en/of motorische uitval exploratie met omlegging of neurolyse. “N. ulnaris
elleboogspalk” via gipskamer laten aanmeten (is aldaar bekend)

G Neuropathie n. cutaneus femoris lateralis (L2-L3)

MWA Groepspraktijk Den Oever

F131

HvA Fysiotherapie 2008-2009

69

Innerveert ventrolaterale deel van het bovenbeen (sensibele zenuw) Puur sensibele zenuw,
de zenuw loopt onder het ligamentum inguinale door waar gemakkelijk compressie kan
optreden.
Klinisch beeld bekend als meralgia paraesthetica ("Meros"=dij (Gr)).

Klinisch beeld

Sensibiliteitsstoornis (paraesthesien tot anesthesie) en/of neuralgie (brandende pijn) v/h
anterolaterale dijbeen. Aanvankelijk aanvalsgewijs aanwezig en vaak samenhangend met
lang staan en verdwijnend met beweging v/h been (heupflexie). Men verdraagt tijdens een
aanval nauwelijks overliggende kleding. Later kan een permanente anesthesie ontstaan.
Vaak voorkomend op middelbare leeftijd en vaker bij mannen (3:1) en 10% zelfs bilateraal.

Oorzaken

Oorzaken van meralgia paraesthetica zijn weergegeven in Tabel III

Tabel IIIOorzaken n. meralgia paraesthetica

-

iatrogeen na een heupoperatie, tractie-therapie, blindedarmoperatie, keizersnede of beenmergbiopsie
traumata b.v. bekkenfractuur, fractuur v/d spina iliaca anterior superior

-

metabole neuropathie bij diabetes mellitus

-

compressie t.h.v. ligamentum inguinale door adipositas, ascites, graviditeit, dragen v/e sleutelbos of
portemonnee i/d voorste broekzak, nauwsluitende riemen, broeken of corset, of in buikligging op een
harde ondergrond

-

proximaal gelegen compressie door retroperitoneale of bekkentumor

-

toename van tractie door langdurig lopen, staan of veelvuldig in- en uitstappen uit een auto, langdurig
met de benen gekruist zitten of bij sporten zoals schaatsen

-

zeer zelden familiar voorkomen (autosomaal dominant)

Differentiaal diagnose

Coxarthrose, radiculopathie L3-L4, diabetische amyotrofie.

Diagnostiek

Sensibiliteitsverlies van alle modaliteiten in een circumscript gebied op het anterolaterale
dijbeen. Vaak provocatie door palpatie (bij 2/3) en hyperextensie i/h heupgewricht
(omgekeerde Lasègue). Eventueel EMG bij differentiatie met een radiculopathie. Indien geen
compressie of iatrogene oorzaak vermoed wordt: CT-bekken ter uitsluiting ruimte-innemend
proces retroperitoneaal of i/h bekken.

Therapie

Behandeling ruimte-innemend proces of anders vermijden compressie (25% heeft geen
klachten na enkele maanden tot jaren). Eventueel injectie van 3 ml lidocaine en 2 cc
Depomedrol ongeveer 2 cm mediaal distaal v/d spina iliaca anterior superior onder
elektrostimulatie via de KNF. (kan ook als diagnosticum worden gebruikt). Verder

MWA Groepspraktijk Den Oever

F131

HvA Fysiotherapie 2008-2009

70

pijnbehandeling zoals bij neuralgieën gebruikelijk: zie hiervoor de therapie bij neuropathie n.
intercostalis. Neurolyse eventueel met transpositie bij voortdurende klachten.

H Neuropathie n. femoralis (L1-L4)

Innerveert m. iliopsoas, m. pectineus, m. sartorius, m. quadriceps femoris.

Klinisch beeld

Bij complete laesie: zwakte v/d heupflexoren (m. iliopsoas en m. sartorius), zwakte bij flexie
v/d romp wat zichtbaar wordt tijdens het uit een liggende positie overeindkomen (m.
iliopsoas). Bij zowel complete laesie als een laesie na de tak welke de m. iliopsoas
innerveert: zwakte v/d knie-extensoren wat merkbaar is bij het beklimmen v/e trap terwijl bij
het afdalen juist het aangedane been eerst gebruikt wordt (m. quadriceps femoris) (hierbij
ook klinisch nauwelijks merkbare zwakte v/d m. sartorius en m. pectineus). Tevens lage of
afwezige kniepeesreflex en sensibiliteitsstoornis anterieure deel dij (ramus cuteanus
anterior), anterieure en mediale deel knie (ramus infrapatellaris v/d n. saphenus) tot en met
de mediale zijde onderbeen (rami cutanei cruris medialis v/d n. saphenus). Bij acuut ontstaan
van pijn en bovenstaand beeld is er mogelijk sprake van een hematoom (`apoplectiforme
neuralgie'). Een n. saphenus neuropathie' geeft pijn en zwaar gevoel i/h onderbeen welke
toeneemt bij lopen en bij progressie leidt tot sensibiliteitsverlies v/d mediale zijde v/h
onderbeen, soms ook gevoeligheid bij palpattie onderste een derde deel v/d dij (daar waar
het de fascia penetreert) en pijn bij de omgekeerde Las/`egue. Een `neuropathia patellae' of
`gonalgia paraesthetica' is een chronische irritatie v/d r. infrapatellaris welke een neuralgie
veroorzaakt mediaal en distaal v/d knie.

Oorzaken neuropathie N. femoralis

Tabel IV: Oorzaken neuropathie N. femoralis

traumata

zelden plots uitgevoerde heupextensie bij een ongeval of sportblessure, chronische en
langdurig overstrekken v/d zenuw b.v bij acrobaten en dansers, soms bij schot- of
steekverwonding, heupdislokatie, bekkenfractuur

iatrogeen

na een angiografie via de lies, na inbrengen aorta-femorale prothese, zeer zelden na een
intragluteale injectie, na een appendectomie, totale-heup operatie, herniorraphy,
hysterectomie, compressie door een leunende assistent tijdens een operatie op de lies of
door een spreider, lithotomie-positie, opereren v/e meniscus onder bloedleegte middels een
tourniquet

compressie

door exudaat v/e appendicitis, psoas-abces, psoashematoom, lieshematoom (meestal t.g.v.
stollingsstoornissen, meest voorkomend bij gebruik orale anticoagulantia), retroperitoneaal
gelegen maligne lymfoom, vals aneurysma v/d aorta abdominalis, aneurysma v/d a.
femoralis, bursitis v/d heup

overige

na een herpes-simplex of zoster infectie, neurinoom van L3, L4 of n. femoralis zelf (of een
van zijn takken), na radio-therapie op de lies (b.v. bij seminoom), maligne infiltratie ,

MWA Groepspraktijk Den Oever

F131

HvA Fysiotherapie 2008-2009

71

`arthritic muscular atrophy'

Oorzaken laesie r. infrapatellaris

Iatrogeen: na meniscus-operatie (tot 6 maanden post-operatief), na varices-operatie, na
plaatsing shunt tussen de a. femoralis en de v. saphena magna.

Oorzaken laesie n. saphenus

Meestal t.g.v. compressie i/h kanaal van Hunter (canalis adductorius) of irritatie bij phlebitis
v/d v. saphena internus.

Differentiaal diagnose

Laesies wortels L3 of L4 door prolaps van de L2-3 of L3-4 disci, plexus-lumbosacralislaesie,
diabetische amyotrofie, spierdystrofie, lipodystrofie na insuline-injecties, sarcoom proximale
deel os femoris, ischemie v/d knie-extensoren bij diabetes mellitus, m. quadriceps femoris-
contractuur na intramusculaire injecties, semi-circulaire lipodystrofie v/d m. quadriceps
femoris door veelvuldig tegen tafel leunen.

Diagnostiek

Bij verdenking intra-abdominale oorzaken: X-bekken bij psoashematoom (afwezigheid
begrenzing m. iliopsoas), echo abdomen of anders een CT-bekken. Naald EMG.

Therapie

Tabel V Therapie neuropathie n. femoralis

-

bij traumatische laesie: exploratie met zenuwnaad

-

post-operatief: exploratie (meetstal beklemming in hechting)

-

indien permanente m. quadriceps femoris paralyse: transpositie v/d m. biceps femoris en m.
semitendinous naar ventraal v/d patella om een goede knie-extensie mogelijk te maken

-

n. saphenus neuropathie: lokale infiltratie met een corticosteroid of dissectie v/h kanaal van Hunter
(canalis adductorius)

-

bij iatrogene compressie: expectatief

-

compressie door andere oorzaken: behandeling v/h comprimerende proces

I

Neuropathie n. obturatorius (L2-L4)

Innerveert m. obturatorius externus, m. pectineus, m. adductor brevis, m. adductor longus, m.
gracilis, m. adductor magnus.

Klinisch beeld

Zwakte v/d adductoren wat zich uit tijdens het lopen doordat het been tijdens de zwaaifase
een sterke circumductie maakt (door overheersen abductoren). Afwezige adductor-reflex en
sensibiliteitsstoornissen distaal en mediaal gelegen dijbeen en knie (ramus cutaneus). Bij

MWA Groepspraktijk Den Oever

F131

HvA Fysiotherapie 2008-2009

72

`neuralgia obturatorius' of `fenomeen van Howship-Romberg': alleen pijn mediale zijde knie
(ramus posterior). Soms adductoren-spasme.

Oorzaken

Bekkenfractuur, tumor kleine bekken, metastase foramen obturatorius, hernia obturatorius,
na verloskundige ingrepen, graviditeit, na lange wandeling bij adipositas (door hernia
obturatorius), na heupoperaties, na urologische ingrepen door b.v. osteitis v/h os pubis.
Adductoren-spasme: post-CVA of irritatie door onsteking.

Diagnostiek

Indien geen iatrogene oorzaak vermoedt wordt: CT-bekken ter uitsluiting ruimte-innemend
proces retroperitoneaal of i/h bekken.

Therapie

Behandeling v/d primaire oorzaak, anders expectatief.

J

Neuropathie n. gluteus superior (L4-S1)

Innerveert m. gluteus medius, m. gluteus minimus, m. tensor fasciae latae

Klinisch beeld

Zwakte van de m. tensor fasciae latae, m. gluteus medius en minimus wat zich in zwakte v/d
heupabductoren waardoor het bekken voorwaarts kantelt tijdens het heffen v/h been (teken
van Trendelenburg), sommigen compenseren dit door het hoofd en romp te verplaatsen naar
dezelfde zijde wanneer het gewicht zich op de paretische zijde bevindt (teken van
Duchenne). Zie voor oorzaken, differentiaal diagnose en Therapie: neuropathie n. gluteus
inferior.

K Neuropathie n. gluteus inferior (L5-S2)

Innerveert m. gluteus maximus

Klinisch beeld

Zwakte van de m. gluteus maximus wat zich uit in zwakte van heupextensie waardoor
opstaan uit een stoel of een trap beklimmen niet lukt (zonder gebruik armen).

Oorzaken

traumata: schotwond, heupdislokatie
iatrogeen: intramusculaire injectie (bij 2/3 direct uitval na injectie, 1/6 direct pijn, bij 10% uitval
na enkele uren) overige: na bevalling, maligne infiltratie v/e eerder behandeld
rectumcarcinoom, m. piriformis-hematoom

Differentiaal diagnose

Radiculopathie S1, limb-girdle-dystrofie, congenitale heupdislokatie, mononeuritis multiplex
bij diabetes mellitus.

Therapie

MWA Groepspraktijk Den Oever

F131

HvA Fysiotherapie 2008-2009

73

Bij intramusculaire injectie paralyse: direct operatieve exploratie om `pockets' en adhesies te
verwijderen. Bij traumata: exploratie met eventueel zenuwnaad. Bij permanente uitval
orthopedische ingreep met transpositie overwegen.

L

Neuropathie n. ischiadicus (L4-S3)

Innerveert mm. ischiocrurales: m. biceps femoris (caput longum), m. semitendinosus, m.
semimembranosus, m. adductor magnus.

Klinisch beeld

Langste perifere zenuw welke zich uiteindelijk vertakt (tussen het foramen infrapiriformis en
de fossa poplitea) in de n. tibialis en de n. peroneus communis. Deze sectie behandelt
laesies tot deze bifurcatie, aangezien echter i/d n. ischiadicus de n. tibialis en n. peroneus
communis al in gescheiden takken verlopen kan een laesie v/e tak uitval geven alsof hij deze
aparte zenuw treft onder de bifurcatie. Van belang is dat het deel v/d n. peroneus communis
boven de bifurcatie vaker gelaedeerd wordt dan die v/d n. tibialis (waarschijnlijk doordat de
het peroneus deel, hoewel minder vezelbundels, meer vezels per bundel bevat). Bij een
geïsoleerd peroneus- of tibialisletsel kan de oorzaak zich dus boven de bifurcatie vinden.
Verder is er zwakte v/d ischiocrurale spiergroep wat klinisch niet tot uiting komt aangezien
knieflexie mogelijk is via de m. sartorius en m. gracilis (respectievelijk n. femoralis en n.
obturatorius). Tevens progressieve pijn en zwakte in beloop v/d zenuw.

Oorzaken

- traumata: schot- of snijverwonding, bekken- of femurfractuur (dislokatie fracturen of
posterieure heupdislokatie -iatrogeen: na intramusculaire injectie (bij 75% direct uitval zonder
pijn, bij 15% direct pijn, bij 10% parese na enkele uren tot dagen (meestal peroneustak))
heupathrodese, femurkopfractuur of totale heupprothese operatie (leidt m.n. tot uitval van
peroneusvezels door compressie van spreiders of tractie v/d zenuw, echter compressie t.h.v.
fibulakopje door ligging of combinaties zijn mogelijk), intraneuraal hematoom, na
beenverlenging middels extensie-osteotomie -compressie: door hematoom (i/d mm.
ischiocrurales of m. piriformis, meestal t.g.v. stollingsstoornissen, meest voorkomend bij
gebruik orale anticoagulantia), door aneurysma (b.v. v/d a. glutaea inferior), door langdurig
liggen op harde ondergrond, bedlegerigheid, langdurige (toilet)zit bij adipositas -compressie
of ingroei van tumoren: Schwannoom (20%), neurofibroom (20%), neurofibrosarcoom (60%),
zelden lipoom of occult sacraal gelegen meningocèle; -overige: indien cyclus-afhankelijk:
endometriose met irritatie v/d zenuw, spierscheur (m. ischiocrurales, m. semitendinous),
vasculitis

Differentiaal diagnose

-`piriformis syndroom': lokale zeer sterke pijn i/d regio glutaea -welke na trauma v/d billen
ontstaat, de pijn straalt tijdelijk uit -naar het sacrum, heupgewricht en soms i/h been, bij

MWA Groepspraktijk Den Oever

F131

HvA Fysiotherapie 2008-2009

74

onderzoek –provocatie middels flexie, endorotatie en abductie heup, circumscripte
gevoeligheid/hypertonie i/d regio v/h foramen ischiadicum majus, -soms atrofie v/d
gluteusmusculatuur, behandeling middels exploratie -en lysis van v/d adhesies en soms
partiele excisie v/d -m. piriformis, pm botox injecties.

Diagnostiek

- EMG met eventueel `inching' en/of naald EMG -bij verdenking ruimte-innemend proces (na
hoogtebepaling via EMG): CT of MRI v/h been of bekken -n. suralis biopt bij verdenking
vasculitis -bij differentiatie injectie-paralyse van radiculopathie: anhidrose v/d voetzool geeft
aan dat de laesie buiten de wervelkolom ligt (vastleggen middels ninhydrine-test)

Therapie

- bij dislokatie fractuur: expectatief (meestal compressie), indien na 6 weken klinisch en
elektrofysiologisch nog steeds een peroneusletsel toont dan exploratie -bij dislokatie fractuur
met dislokatie v/h acetabulum: directe exploratie, zenuw vaak beklemd tussen gedislokeerde
fragmenten -bij traumata: exploratie met zenuwnaad of inhechten auto-transplantaat -bij
intramusculaire injectie paralyse: wanneer direct herkend: direct -50-100 ml NaCl 0,9% onder
de m. gluteus maximus injecteren om ingespoten oplossing te verdunnen, binnen enkele
dagen operatieve exploratie om `pockets' en adhesies te verwijderen -bij dysaesthesie‰n:
neurolyse -bij hematomen: expectatief (matige prognose) -bij compressie door of ingroei van
tumor: excisie -bij endometriose: eventueel exploratie en salpingo-ovariectomie -bij
spierscheur: eventueel excisie van de spier -bij compressie: expectatief, herstel kan zeer
lang duren -bij permanente uitval: soms onderbeensamputatie (door vorming ulcera op de
voetzool).

M Neuropathie n. tibialis (L4-S3)

Innerveert m. soleus, m. gastrocnemius, m. plantaris, m. popliteus, m. tibialis posterior, m.
flexor digitorum longus, m. flexor hallucis longus, m. adductor hallucis, m. flexor digitorum
brevis, m. flexor hallucis brevis (caput mediale), mm. lumbricales (I et II), m. abductor digiti
minimi, m. quadratus plantae, m. flexor digiti minimi brevis, m. opponens digiti minimi, m.
interossei IV, m. lumbricales (II-IV), mm. interossei (I-III))

Klinisch beeld: algemeen

Een laesie van de n. tibialis kan ook veroorzaakt worden door laesie boven de bifurcatie (zie
ook: neuropathie n. ischiadicus). Indien de laesie geleidelijk ontstaat zullen eerst
sensibiliteitsstoornissen i/d voetzool worden opgemerkt. Indien de laesie zich voorbij de
aftakking van de n. suralis bevindt zal het gevoel a/d laterale zijde van de voet en hiel intact
blijven (evenals de m. soleus en m. gastrocnemius). Bij een laesie meer naar distaal zal er
anhidrosis en hypaesthesie van de voetzool ontstaan en zullen de teenbuigers aangedaan
zijn (soms ontstaat een `klauwvoet' doordat de distale teengewrichten naar plantair zijn

MWA Groepspraktijk Den Oever

F131

HvA Fysiotherapie 2008-2009

75

geflecteerd en de proximale teengewrichten zijn geëxtendeerd). Soms pijn i/d fossa poplitea
en bovenste deel van de kuit bij compressie i/d fossa poplitea welke verergert bij lopen.

Oorzaken neuropathie N. tibialis

traumata: schot- of snijverwonding, zelden bij dislokatie van de knie (vaak incomplete laesie,
vaker de n. peroneus communis aangedaan), dislokatie bij een (proximale of distale)
tibiafractuur, talus- mediale malleolus- of subtalare fractuur, perineuraal littekenweefsel na
fractuur; iatrogeen: na varicesfibrosering;
compressie in de fossa poplitea: bij repetitieve stappende bewegingen (pottenbakker,
wevers), Bakerse cyste (geeft eerder compressie op de n. peroneus communis), zelden
ganglion i/d fossa poplitea (vaker n. peroneus communis aangedaan), Schwannoom,
aneurysma van de a. poplitea, soms fibreuze streng tussen de tibia en fibula.

Diagnostiek

EMG. Indien verdenking compressie in de fossa poplitea: echo of MRI van de fossa poplitea
(soms ook positief teken van Tinel).

Therapie

Bij fractuur: vroege exploratie met eventueel zenuwnaad. Bij aangetoonde compressie i/d
fossa poplitea: exploratie met vrij leggen of dissectie v/e aanwezige fibreuze streng.

tarsaal tunnel-syndroom

Compressie van de n. tibialis of een van zijn takken (nn. plantaris medialis et lateralis) t.h.v.
de tarsale tunnel (gevormd door enkelskelet, flexor retinaculum en lig. laciniatum aan de
mediale zijde van de voet) onaangename, brandende pijn of tintelingen i/d voetzool (toename
bij lang staan of lopen, soms 's nachts optredend). Soms sensibiliteitsverlies voetzool, soms
zwakte en atrofie intrinsieke voetspieren, dys- of anhidrosis. Soms provocatie door percussie
op de tarsale tunnel, geforceerde pronatie van de voet of passieve hyperextensie. Kan
bilateraal voorkomen.

Oorzaken

Idiopathisch, Pott's factuur (fractuur distale deel fibula en de mediale malleolus), enkel-
distorsie, pseudoneuroom, ganglion, jicht, rheumatoide arthritis of soms een hypertrofische
m. abductor hallucis.

Differentiaal diagnose

Erythromelalgia (brandende pijn met roodheid van de voeten, voet is warm en gezwollen,
warmte en lopen geven de pijn, vaso-actieve stoffen lokken de klacht uit, soms
thrombocytemie (aspirine geeft verlichting), vascuclitis, jicht, nierinsufficientie, diabetes
mellitus of cryoglobulinemie). Plantaire fasciitis, hielspoor.

MWA Groepspraktijk Den Oever

F131

HvA Fysiotherapie 2008-2009

76

Diagnostiek

Moeilijk EMG: verlengde sensibele en motorische DLT's, verkleinde CMAP's en SNAP's en
denervatie i/d m. abductor hallucis of m. abductor digiti V kunnen voorkomen. Eventueel
anhidrosis aantonen middels ninhydrine-test. X voor hielspoor, echo voor fascitiis.

Therapie

Neurolyse of klieven retinaculum flexorum.

Mortonse neuralgie (nn. digitales plantares communes III et IV)
Klinisch beeld

Schietende of brandende pijn voetzool m.n. bij de ossa metatarsalia III of IV vaak alleen bij
lopen met roodheid, aanvankelijk alleen bij lopen, later constant aanwezig. Komt vaker bij
vrouwen voor (80%) (`flat foot pain').

Oorzaak

Fusiforme (pseudo)neurinoom (meestal digiti III of IV).

Diagnostiek

provocatie door de ossa metatarsalia III of IV (of IV en V) tegen elkaar te drukken
indien een injectie met een anestheticum (b.v. procaine), welke geinjecteerd wordt tussen de
m. plantaris a/d dorsale zijde van de metatarsalia III of IV de pijn direct doet verdwijnen
bewijst dit de diagnose

Therapie

Bij milde verschijnselen speciaal schoeisel waarbij voet achter de metatarsalia gesteund
wordt, eventueel herhaaldelijke injecties met een anaestheticum en corticosteroid (hierbij is
80% na 2 jaar klachtenvrij). Indien geen verbetering: excisie v/h neurinoom via orthopedie.

N Neuropathie n. peroneus (L4-S2)

Innerveert: m. biceps femoris (caput brevis)) via n. peroneus superficialis m. peroneus
longus, m. peroneus brevis via n. peroneus profundus (m. tibialis anterior, m. extensor
digitorum longus, m. extensor hallucis longus, m. extensor digitorum brevis, m. extensor
hallucis brevis.

Klinisch beeld neuropathie n. peroneus communis

Een laesie van de n. peroneus communis kan evt. ook veroorzaakt worden door laesie boven
de bifurcatie (zie ook: neuropathie n. ischiadicus). De zenuw loopt achter langs de fibulakop
en is daar gevoelig voor compressie. De n. peroneus communis verdeelt zich onder het
fibulakopje in de n. peroneus profundus met als opvallende uiting een voetheffersparese
(verminderde dorsaalflexie (m. tibialis anterior) en tenen (m. extensor digitorum en m.
extensor hallucis longus) en een klein gebied van sensibiliteitsverlies tussen digiti I en II) en
de n. peroneus superficialis met als uiting een eversieparese (zwakte mm. peronei met

MWA Groepspraktijk Den Oever

F131

HvA Fysiotherapie 2008-2009

77

verminderde eversie en uitgebreide gevoelsstoornissen, raakt de laterale voetrand eerder de
grond. Bij pijn met later een paralyse: ganglion v/h tibiofibulare gewricht (komt op alle
leeftijden voor, en vaker bij mannen dan bij vrouwen) Neuropathie peroneus communis komt
in ongeveer 10% van de gevallen beiderzijds voor.

Oorzaken neuropathie n. per. communis

Traumata: fractuur fibulakop, val met verstuiking (inversie) van de enkel (geeft plotse tractie
van de zenuw), dislokatie v/h knie-gewricht, ruptuur v/h ligamentum collaterale fibulare,
hematoom i/d zenuwschede, rek van de zenuw bij sportblessure (tennis), na enkel-fractuur.
Iatrogeen: te strak gips of spalk, ligging gedurende operatie, bloeddrukmeting bij prematuren,
na electroshocktherapie (door compressie of stomp trauma), na meniscus-operatie, na
osteotomie van de tibia zonder gelijktijdige osteotomie van de fibula-compressie (t.h.v. het
fibulakopje): bedlegerigheid (b.v. coma), met de knieën over elkaar of in gehurkte houding
zitten (b.v. hovenier), adipeuzen die veel gewicht verliezen, spierbloeding, soms beklemming
onder pezen van de m. peroneus longus, ganglion v/h tibiofibulare gewricht, Bakerse cyste
(geeft eerder compressie op de n. peroneus communis), mucoid-cyste. Overige oorzaken zijn
laesies v/h distale deel; denk aan strak schoeisel (o.a. klimschoenen of ski-boots), exostose
v/h fibulakopje, osteochondroom, compressie bij diabetes mellitus, lipoom ischemie bij
ergotamine-intoxicatie.

Anterieure tarsale tunnel-syndroom

Klinisch beeld gekenmerkt door pijn en sensibiliteitsverlies i/d eerste interdigitale ruimte en i/d
voetzool en zwakte van de m. extensorum digitorum brevis door compressie van de n.
peroneus profundus onder het ligamentum cruciatum (ook wel retinaculum extensorum
genoemd) (soms verergerd door het dragen van schoenen met hoge hakken).

N. suralis neuropathie

Klinisch beeld gekenmerkt door pijn a/h laterale deel van de voet en in de regio van de
laterale malleolus door compressie door een ganglion of bepaalde manier van veterbinding
bij `kisten' (`Kamerad-Schnuerschuh syndroom').

N. cutaneus dorsalis intermedius neuropathie

Klinisch beeld gekenmerkt door pijn i/d voetzool m.n. lateraal door (traumatisch) neurinoom.

Differentiaaldiagnose

Radiculopathie L5, mononeuritis multiplex, beroerte, acuut compartiment-syndroom (pijn,
zwelling en roodheid, soms afwezige pulsatie a. dorsalis pedis, soms bilateraal, oorzaak:
oedeem door trombose, embolus of tetanie, Therapie klieven fascia), `shin-splint' ook wel
chronische vorm v/h compartiment-syndroom (m.n. na lange mars, pijn en milde zwelling
zakken af na staken inspanning).

Diagnostiek

MWA Groepspraktijk Den Oever

F131

HvA Fysiotherapie 2008-2009

78

Soms zichtbare impressie van rand knie t.h.v. fibulakopje (door met de knieën over elkaar
zitten). Indien verdenking compressie in de fossa poplitea: echo of MRI van de fossa poplitea
(soms ook positief teken van Tinel). EMG: aantonen vertraging over het fibulakopje,
motorisch geleidingsonderzoek naar de voetheffers en van de voetrug (m. extensor digitorum
brevis), naald-EMG.

Therapie

Bij traumata: exploratie met eventueel zenuwnaad (matige prognose). Bij compressie door
cyste of ganglion: excisie hiervan, hierna goede prognose, recidieven komen voor. Bij
compressie: goede prognose na wegname compromitterende factor. Bij ernstige zwakte
eventuele peroneusveer (enkel-voet-orthese), vaak spontaan herstel bij wegnemen
compressie. Bij permanente uitval orthopedische ingreep (arthrodese tenodese of
peestranspositie) overwegen.

MWA Groepspraktijk Den Oever

F131

HvA Fysiotherapie 2008-2009

79

You're Reading a Free Preview

Download
scribd
/*********** DO NOT ALTER ANYTHING BELOW THIS LINE ! ************/ var s_code=s.t();if(s_code)document.write(s_code)//-->