P. 1
Ambtenarenrecht samenvatting + jurisprudentie

Ambtenarenrecht samenvatting + jurisprudentie

|Views: 5|Likes:
Published by Stuvia.com
Samenvatting bevat verplichte literatuur per week (hoofdstuk 2, 4, 5, 6 en 7) + verplichte jurisprudentie.

Met deze samenvatting is het boek niet meer nodig!
Samenvatting bevat verplichte literatuur per week (hoofdstuk 2, 4, 5, 6 en 7) + verplichte jurisprudentie.

Met deze samenvatting is het boek niet meer nodig!

More info:

Published by: Stuvia.com on Jul 17, 2013
Copyright:Traditional Copyright: All rights reserved
List Price: $10.40 Buy Now

Availability:

Read on Scribd mobile: iPhone, iPad and Android.
See more
See less

05/29/2014

$10.40

USD

pdf

Ambtenarenrecht samenvatting + jurisprudentie

by

Goot

The Marketplace to Buy and Sell your Study Material
Buy and sell all your summaries, notes, theses, essays, papers, cases, manuals, researches, and many more..

www.stuvia.com

Stuvia.com - The Marketplace to Buy and Sell your Study Material

Samenvatting Ambtenarenrecht Week 1: Hoofdstuk 1  niet samengevat Week 2: het ambtenaarsbegrip en de tijdelijke aanstelling Verplichte literatuur en jurisprudentie: par. 2.1 en 2.6 en CRvB 22 februari 2001 en CRvB 6 september 2007. Hoofdstuk 2: Aanstelling en ontslag 2.1 Aanstelling De aanstelling is een eenzijdige rechtshandeling waarmee een bestuursorgaan de dienstbetrekking van een ambtenaar tot stand brengt. De aanstelling doet de ambtelijke dienstbetrekking ontstaan, maar alleen als de beoogde ambtenaar daarmee tevoren of achteraf instemt. Ambtenaar in de zin van de Ambtenarenwet (Aw) is diegene die is aangesteld om in openbare dienst werkzaam te zijn (art. 1 Aw). Of er sprake is van een openbare dienst hangt af van de organisatie waarin iemand werkt. De Aw geeft een formeel criterium aan openbare dienst (art. 1 lid 2 Aw): alle diensten en bedrijven door de Staat en de openbare lichamen beheerd. Uit hoofdstuk 7 van de Gw blijkt welke openbare diensten worden onderscheiden: gemeenten, provincies, waterschappen en lichamen voor beroep en bedrijf. Ook een stichting kan hieronder vallen, aldus de CRvB. Bepalend is daarbij in welke mate enig publiekrechtelijk lichaam krachtens de statuten van de betrokken stichting invloed op haar beheer heeft. De Sociaal-Economische-Raad is een voorbeeld van een openbaar lichaam voor bedrijf. Nicole: De raad heeft eerder overwogen dat een stichting tot de openbare dienst kan behoren, indien op grond van haar statuten blijkt van een overwegende invloed van de overheid op doelstellingen, beheer en beleid. Publiekrechtelijk lichaam (gemeente) heeft overwegende invloed op privaatrechtelijk lichaam (stichting), namelijk op (zie p. 35 reader): o Overwegende invloed op samenstelling en benoeming van het bestuur van de stichting o Invloed op financiën van de rechtspersoon o Belangrijke rol t.a.v. personeelsbeleid o Goedkeuring van de overheid vereist voor bepaalde belangrijke besluiten van de rechtspersoon Tot de factoren van die de CRvB in dit verband pleegt te laten meewegen, behoort ook de invloed van de overheid op de samenstelling van het stichtingsbestuur. De CRvB heeft in haar uitspraak van 22 februari 2001 voor het eerst een NV aangemerkt als behorende tot de openbare dienst. Wie aangesteld is om werkzaam te zijn bij een departement of gemeente of bij een ander openbaar lichaam is dus aangesteld in openbare dienst. De term aanstelling is hier essentieel. Jarenlang was de opvatting dat de ambtenaar ook feitelijk werkzaam is in de openbare dienst. Deze opvatting bracht met zich mee dat een ambtenaar die duurzaam is gedetacheerd bij een niet tot de openbare dienst behorende werkgever, zijn ambtenaarschap verloor. CRvB: ambtenaarschap dat door aanstelling is ontstaan, kan niet langs andere weg verloren gaan door ontslagverlening op een van de daartoe in wet- en regelgeving vastgelegde grondslagen. Detachering van een ambtenaar behoort daartoe niet, zodat het ambtenaarschap behouden blijft ondanks de bezwaren die aan een langdurige feitelijke tewerkstelling buiten de overheidsdienst verbonden kunnen zijn. Echter, in zijn uitspraak van 6 september 2007 (Diergaarde Blijdorp) oordeelde dat ambtenaarschap ook verloren kan gaan door

Stuvia.com - The Marketplace to Buy and Sell your Study Material

een statutenwijziging. Stichting Koninklijke Rotterdamse Diergaarde behoorde tot de openbare dienst, maar door de statutenwijziging behoorde zij niet meer tot de openbare dienst. Het werkzaam zijn in openbare dienst is nog niet bepalend voor de ambtenarenstatus. Niet iedereen die werkt bij een openbare dienst is ambtenaar. Je kan ook werkzaam zijn o.g.v. arbeidsovereenkomst (art. 1 lid 3 Aw). De vraag wie de aanstelling heeft verricht, doet er niet toe als het maar een aanstelling in openbare dienst is. De vraag wie de aanstelling heeft verricht is wel van belang voor de rechtspositieregelingen die op de Ambtenarenwet zijn gebaseerd, zoals Algemeen Rijksambtenarenreglement (ARAR). Bijv. een ambtenaar die zijn aanstelling niet heeft verkregen van een minister of een ander orgaan van het Rijk, maar van bijv. het bestuur van onder het Rijk ressorterende stichting, is geen ambtenaar in de zin van de ARAR, maar wel in de zin van de AW. Art. 9 ARAR bevat de voorwaarden voor aanstelling: onderzoek naar geschiktheid en bekwaamheid, psychologisch en evt. medisch onderzoek, Verklaring Omtrent Gedrag indien nodig, veiligheidsonderzoek. Als aan alle voorwaarden is voldaan, kan het bevoegd gezag tot aanstelling overgaan. Art. 12 ARAR bepaalt wat in de akte van aanstelling moet worden vermeld. 2.6. De tijdelijke aanstelling in het ARAR Art. 5 ARAR bepaalt dat het uitgangspunt vaste dienst is, tenzij reden bestaat om een tijdelijke aanstelling te verlenen. Kenmerkend van een tijdelijke aanstelling is dat deze van rechtswege kan eindigen. Er is geen ontslagbesluit nodig. Het vertoont overeenkomsten met arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Ook hier gaat in bepaalde gevallen een tijdelijke aanstelling over in een vaste aanstelling (conversie). Eerst vindt er een bespreking van de sector Rijk plaats. De regeling CAR/UWO wijkt op enkele punten af van ARAR. Gemeenten kennen in tegenstelling tot de sector Rijk nog de mogelijkheid om iemand op grond van een arbeidsovereenkomst in dienst te nemen. Volgens art. 6 ARAR kan een tijdelijke aanstelling worden verleend voor een kalenderperiode of een ander objectief bepaalbare periode. De einddatum is bij het laatste afhankelijk gemaakt van het intreden van een objectief bepaalbare gebeurtenis, die onafhankelijk is van de wil van partijen (ziekte, project, zwangerschap). Het bevoegd gezag bepaalt uitdrukkelijk of iemand wel of geen vaste aanstelling krijgt. Gronden voor een tijdelijke aanstelling (art. 6 lid 2 ARAR): a) Proeftijd o Ambtenaren genieten dezelfde ontslagbescherming als ambtenaren die om andere redenen tijdelijk zijn aangesteld. Een proeftijdaanstelling wordt aangegaan, wanneer het bevoegd gezag de intentie heeft de ambtenaar bij gebleken geschiktheid voor langere tijd in dienst te willen nemen. Als voorafgaand aan de aanstelling al bekend is dat het voor werkzaamheden van tijdelijke aard is, is grond c een beter alternatief. o Geen vaste aanstelling na proeftijd: rechterlijke toets is marginaal. o Wel geschikt, en vaste aanstelling toegezegd dan volgt een vaste aanstelling, tenzij er sprake is van een bijzondere omstandigheid van gewichtige aard. Bijv. bezuinigingsmaatregel. o Art. 6 lid 4 ARAR: stilzwijgende voortzetting na afloop van de proeftijd leidt tot vaste aanstelling. o CRvB 22 april 2010, LJN BM3706 (Tussentijds ontslag in de proeftijd): Essentie: tussentijdse beëindiging tijdelijke aanstelling met proeftijd; toetsing terughoudend.

Stuvia.com - The Marketplace to Buy and Sell your Study Material

Toetsing is terughoudend en beperkt zich, naast de overigens in aanmerking komende toetsing van het bestreden besluit aan geschreven of ongeschreven rechtsregels en algemene rechtsbeginselen, tot de vraag of het bestuursorgaan in redelijkheid tot het oordeel is gekomen dat de betrokken ambtenaar niet aan de door het bestuursorgaan redelijkerwijs te stellen eisen en verwachtingen heeft voldaan. Nu het ontslag is verleend korte tijd na aanvang van de aanstelling, moet daarbij mede worden betrokken of de minister tot het oordeel heeft kunnen komen dat betrokkene ook niet binnen afzienbare tijd aan de redelijkerwijs te stellen eisen en verwachtingen zou kunnen voldoen. Er was sprake van ernstige tekortkomingen in de kerntaken en de wijze van samenwerken met anderen en er zijn voldoende verbeterkansen geboden. b) Nog geen verklaring omtrent het gedrag o Tijdelijke aanstelling van max. 3 maanden is mogelijk (art. 9 lid 6 ARAR) c) Werkzaamheden die tijdelijk zijn o Onduidelijke formulering. Voorheen: werk van kennelijk tijdelijk karakter. d) In verband met opleiding of vorming o Deze grond mag alleen worden gehanteerd indien de aanstelling in overwegende mate gericht is op opleiding of vorming en niet wanneer het dienstverband de mogelijkheid biedt een aantal cursussen te volgen. e) Oproepwerkzaamheden o De formulering voorheen leidde tot veel nulurenaanstellingen. In 2000 zijn er bepalingen toegevoegd die de oproepkracht meer zekerheid moet bieden. Art. 6b ARAR werd toegevoegd: aanstelling geschiedt voor vast of variabel (uren-garantie wordt gegeven) aantal uren. Art. 12 ARAR bepaalt dat de garantie-uren in de akte van aanstelling moet worden vermeld. Art. 6b ARAR moet in samenhang met art. 11 en 11a BBRA worden gelezen. Art. 11a BBRA (ten minste drie uur per oproep) en van art. 6b ARAR (garantie-uren) is alleen voor de ambtenaar die als oproepkracht werkzaam is op basis van een variabel aantal uren. f) Een andere reden o Ministeries krijgen zelf de bevoegdheid deze grond in te vullen. o Bijv. tijdelijke aanstelling omdat de ambtenaar onbezoldigd is, voor het verrichten van enkele diensten niet vallende binnen de taak van de betrokken dienstvak, waarbij per dienst een afzonderlijke beloning wordt vastgesteld (voorheen g-grond). Vraag hierbij is of ook art. 6b ARAR hier van toepassing is. Aanstellingsgrond moet in akte van aanstelling worden vermeldt (art. 12 ARAR). Art. 6a ARAR maakt het mogelijk dat een ambtenaar in zeer bijzondere gevallen op zijn verzoek een tijdelijke aanstelling kan worden verleend, waarbij eenvoudig het ARAR en in art. 125 lid 1 AW bedoelde rechtspositievoorschriften geheel of gedeeltelijk buiten toepassing worden verklaard. De bedoeling is om hooggekwalificeerde personen op een juridisch verantwoorde wijze te kunnen aantrekken. De ambtenaar moet er zelf voor kiezen om o.g.v. art. 6a ARAR tijdelijk te worden aangesteld. Dat verzoek moet hij weloverwogen en in alle vrijheid kunnen doen. Art. 4 en 7 ARAR zijn aangepast om topambtenaren flexibeler te kunnen inzetten. Week 3 en 4: Ontslagrecht I en II Week 3: verplichte literatuur en jurisprudentie: par. 2.2-2.2.3, par. 2.3-2.3.2.3.6 en par. 2.6-2.10. 2.6 is herhaling.

Stuvia.com - The Marketplace to Buy and Sell your Study Material

Week 4: verplichte literatuur en jurisprudentie par. 2.2.4-2.2.11; par. 2.4-2.5. 2.2 De aanstelling in en ontslag uit vaste dienst Art. 5 ARAR bepaalt dat aanstelling in vaste of tijdelijke dienst kan geschieden. Vaste dienst heeft de voorkeur, tenzij er grond is voor tijdelijke dienst. Verschil tussen tijdelijk en vast is met name gelegen in de ontslagbescherming. Aangenomen wordt dat het einde van het dienstverband eindigt door zijn overlijden. Verder bevat art. 95 ARAR en art. 8:12 lid 1 CAR/UWO een regeling m.b.t. het van rechtswege eindigen van een dienstverband voor bepaalde tijd. Een ontslagbesluit is dan niet nodig. In alle andere gevallen wel: ook bij het bereiken van pensioengerechtigde leeftijd. Voor het ambtenarenontslagrecht is kenmerkend dat er een keuze moet worden gemaakt uit de genoemde gronden in het ARAR. Gevolg van de limitatieve opsomming is dat het bevoegd gezag een keuze moet maken voor een ontslaggrond. Het bevoegd gezag heeft een vrije keuze uit de gronden, mits een behoorlijke belangenafweging plaatsvindt. De meest relevante ontslaggronden zijn: - Ontslag op aanvraag (art. 94 ARAR en art. 8:1 CAR/UWO o Ambtenaar doet verzoek om ontslagen te worden. Problemen doen zich voor als hij op zijn verzoek terugkomt. CBvR: doorslaggevend is of het ontslagverzoek in redelijkheid aan de ambtenaar kan worden toegerekend. Hiervan is pas sprake indien het verzoek tot een eigen en in vrijheid genomen besluit van de ambtenaar kan worden geleid. o CRvB 7 mei 2009, LJN BI3906 (Ontslag op verzoek): Een ontslagverzoek moet kunnen worden herleid tot een in vrijheid genomen beslissing. Bij een ontslagverzoek als dit, waarbij betrokkene onder druk van de omstandigheden waarborgen en rechten prijsgeeft, dient de werkgever er zich van te vergewissen dat de betrokkene zich ten volle bewust is van zijn (rechts)positie, van de gevolgen van zijn ontslagname en van eventuele alternatieven, en dat hij voldoende gelegenheid gehad heeft om tot een afgewogen beslissing te komen. In dit geval is aan deze voorwaarden voldaan. Van ongeoorloofde druk of dwang is in geen enkel opzicht gebleken. o Op de regel dat aan de ambtenaar op zijn aanvraag ontslag moet worden verleend, bestaat één uitzondering. Art. 94 lid 3 ARAR bepaalt dat hiervan kan worden afgeweken indien de ambtenaar wegens een misdrijf wordt vervolgd. Voorkomen moet worden dat de aanvraag een eervol ontslag kan bewerkstelligen. - Bedenkingen tegen verplaatsing (art. 96a ARAR o Er mag geen onderscheid worden gemaakt tussen gehuwden en ongehuwden. Dit mag nooit een rol spelen bij aanstelling en ontslag. - Politieke functies (art. 96c ARAR) o Aanvaarden en bekleden van politieke functies kan leiden tot ontslag - Strafontslag (art. 80 ARAR en art. 8:13 CAR/UWO) o Na plichtsverzuim kan ontslag volgen. Plichtsverzuim: art. 80 lid 2 ARAR bevat definitie. CRvB: bestuursorgaan moet o.b.v. deugdelijk vastgestelde gegevens de overtuiging hebben verkregen dat de betreffende ambtenaar zich aan de hem verweten gedragingen heeft schuldig gemaakt. o Plichtsverzuim onder invloed van alcohol is op zichzelf niet een verontschuldigende factor, tenzij veroorzaakt door psychisch defect. Ook gedragingen in privétijd kunnen plichtsverzuim opleveren.

o CRvB 25 november 2010. Een rode draad in de tekortkomingen van betrokkene wordt gevormd door zijn slordigheid en nalatigheid ten aanzien van het nakomen van toezeggingen. 125e lid 2 Aw) Leeftijd (art. Onbetrouwbaarheid (art. Ontslag wegens volledige. Bij langdurige uitval wegens niet medische objectiveerbare klachten kan ontslag op deze grond toelaatbaar zijn. Die gedragingen zijn redelijkerwijs terug te voeren op de bij betrokkene optredende vergeetachtigheid en concentratievermindering alsmede zijn toenemende moeite met helder. Bij ongeschiktheidsontslag anders dan. Het moet gaan om gewichtige redenen die redelijkheid zijn. Bij betrokkene was sprake van een inschattingsfout. 8:4 en 8:5 CAR/UWO). CRvB: ongeschiktheid moet zich uiten in het ontbreken van eigenschappen. 2) geen verwacht herstel binnen half jaar en 3) duurzame re-integratie in arbeid die aansluit bij benutbare mogelijkheden niet binnen een redelijke termijn te verwachten (art. 98 lid 1 onder f ARAR en art. mentaliteit en instelling die voor het op goede wijze vervullen van de functie vereist zijn. LJN BO6501 (ongeschiktheid medische klachten): eervol ontslag wegens ongeschiktheid voor die functie. 98 lid 1 onder g ARAR en art. LJN AY8059 (verbeterkans): Essentie: verbeterkans bij ongeschiktheid anders dan. Drie voorwaarden: 1) twee jaar onafgebroken duren. Medische oorzaak? Deskundige rechtbank. 98 lid 3 ARAR).en gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid is mogelijk. door zijn nevenactiviteiten (het geven van adviezen over ruimtelijke ordening. Ontslag is niet mogelijk als ambtenaar niet op zijn functioneren is aangesproken en in de gelegenheid is gesteld om dit te verbeteren. die ernstig is en twijfel doet rijzen aan zijn geschiktheid. tenzij dat niet zinvol is vanwege eigenschappen. het zich houden aan regels en afspraken en het adequaat reageren op verzoeken. tenzij de ongeschiktheid dusdanig is.en verkoop van onroerend goed) de schijn van belangenverstrengeling heeft laten ontstaan. 8:6 CAR/UWO). 99 ARAR bepaalt dat de ambtenaar in vaste dienst ook ontslagen kan worden op andere gronden dan in art. CRvB: ontslaggrond van toepassing in geval in de loop der tijd ontstane impasse in de weg staat aan een vruchtbare verdere samenwerking en o .of lichaamsgebreken. staan in art. mentaliteit en instelling. 8:13 en 16:1:2 CAR/UWO. 9 lid 8 ARAR en art. hoort in beginsel eerst een verbeterkans te worden gegeven. 81 ARAR en art. o CRvB 23 augustus 2006. anders dan op grond van ziels. Diverse persoonlijke gronden (art. Andere gronden o Art. projectmanagement. Vast moet komen te staan dat er geen medische grond is. hoofd afdeling ruimtelijke ordening en volkshuisvesting. efficiënt denken en organiseren.Stuvia. De zwaarste straf is ontslag (strafontslag). 98 lid 1 onder h ARAR en art. aan. Naar het oordeel van de Raad dient het disfunctioneren van betrokkene daarom te worden toegerekend aan de psychiatrische stoornis van betrokkene. Ontslag wegens ongeschiktheid omdat betrokkene. 98 ARAR) o Bijv. 8:2 CAR/UWO) o Pensioenleeftijd hoeft niet tot ontslag te leiden. Ongeschiktheid o Twee vormen: medische en niet-medische ongeschiktheid o Medische ongeschiktheid: ongeschiktheid wegens ziekte (art.com .The Marketplace to Buy and Sell your Study Material - - - De straffen die kunnen worden opgelegd. Het aannemen van een onjuiste houding tegenover derden vloeien voortuit betrokkenes klachten van emotionele labiliteit en prikkelbaarheid. o Niet-medische ongeschiktheid: onbekwaamheid of ongeschiktheid voor het vervullen van de dienstbetrekking (art. 98 zijn geregeld. verlies van een vereiste voor benoembaarheid (onder a) en onherroepelijke veroordeling (onder e). maar die onvoldoende aanleiding vormt om hem niet eerst met de onjuistheid van zijn handelen te confronteren en hem een kans op verbetering te bieden.

Essentie: alcoholmisbruik en ongeschiktheid wegens ziekte. Het bevoegd gezag is bij ontslag o. 4 hfdt. LJN BH4522 (Syndroom van Korsakov) .Aanbieden andere arbeid o In sommige gevallen rust op de overheidswerkgever deze verplichting. 10d CAR/UWO. Voor reorganisatie is het e. gezien de door hem in het verleden tentoongespreide gedragingen.v.v. 40b ARAR en art. 4:8 Awb. maar met vergoeding van kosten van rechtsbijstand. Bij besluit op bezwaar wordt deze ontslaggrond gewijzigd en wordt ontslag op andere gronden verleend wegens verstoorde verhoudingen. Dit verdraagt zich niet met de eerdere uitspraak van de Raad.a. Wel bij ontslag uit tijdelijke dienst (art. kon hij niet worden ontslagen op grond van ongeschiktheid op andere dan medische gronden CRvB 18 mei 2006. Volgens die uitspraak is betrokkene immers na de door de korpsbeheerder terecht gewraakte gedragingen in staat gebleken zijn gedrag zo te verbeteren dat er feitelijk geen sprake meer was van ongeschiktheid.Hoorverplichting o Geen alg. bij reorganisatieontslag (art. 8:2a CAR/UWO). 2. o De CAR/UWO kent nog een opzegtermijn bij ontslag op eigen verzoek (art. maar met de diagnose van het syndroom van Korsakov is tevens gegeven dat betrokkene lijdt aan een chronische hersenaandoening.Opzegtermijn o Hoeft niet altijd in acht te worden genomen.v. 49l ARAR (weigering verplichtingen herplaatsing). onder toekenning van een uitkering zonder plus. moeten de volgende regels in acht worden genomen: . Geen grond voor hogere plus. Bij heroverweging mag wijziging van de ontslaggrond plaatsvinden indien het feitencomplex daarvoor voldoende grondslag biedt.The Marketplace to Buy and Sell your Study Material o o voorzetting dienstverband redelijkerwijs van bestuursorgaan niet kan worden verwacht. Nu tijdens de ontslagprocedure duidelijk kon zijn dat betrokkene op medische gronden ongeschikt was.e. 96 lid 3) en ontslag o. strafontslag (verantwoordingsprocedure). art.g. o Bij de overige ontslaggronden geldt geen opzegtermijn.u. art.b. de WW en het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk. 95 lid 2 ARAR en art. LJN AX6513 (Wijziging ontslaggrond) : aan gemeentesecretaris wordt ontslag verleend wegens ongeschiktheid anders dan. tenzij er sprake is van volledige arbeidsongeschiktheid waardoor een . Weliswaar kan bij betrokkene jarenlang sprake zijn geweest van een alcoholprobleem en daarmee samenhangend disfunctioneren. 99 ARAR verplicht een redelijke uitkering te verlenen die ten minste gelijk is aan het voor de ambtenaar geldende totaal van uitkeringen berekend o. aanstelling na leeftijd 65 jaar (art.Stuvia. 7:9 CAR/UWO).g. 8:1:1).v. In zijn algemeenheid vloeit deze verplichting voort uit art. De korpsbeheerder was niet bevoegd tot buitenfunctiestelling en ontslag. geregeld in hoofdstuk VII ARAR en par. CRvB 11 november 2010. . CRvB 19 februari 2009. LJN BO5108 (ontslag andere gronden): Het standpunt van de korpsbeheerder dat sprake is van een impasse in de arbeidsverhouding vloeit rechtstreeks voort uit diens standpunt dat het niet verantwoord was betrokkene in dienst te houden. verplichting m. . De stelling van betrokkene dat dit ontslag een nieuw primair besluit is deelt de Raad niet. Het gaat hier om dezelfde gedragingen die tot het vernietigde ongeschiktheidsontslag hebben geleid. o Bij ziekte moet de werkgever passen werk zoeken (art.3 Diverse regels die bij ontslag in acht moeten worden genomen Naast regels over ontslaggronden.com . die is aan te merken als ziekte. 8:12:2 lid 1 CAR/UWO).

4. art. Ook bij 80-100% aog moet er een herplaatsingsonderzoek plaatsvinden.Eigen functie is opgeheven (art. moet worden beoordeeld a. Het belang hierbij is dat het bevoegd gezag de verplichting heeft een andere passende functie aan te bieden binnen 18 maanden (art. . 49e ARAR) o Voor de bepaling van de volgorde waarin betrokken ambtenaren overtollig worden.h. 49b ARAR geeft een ruime omschrijving van het begrip reorganisatie. 2. art 96 ARAR kan niet in stand blijven als de herplaatsingskandidaat geen passende functie is aangeboden binnen de genoemde termijn.The Marketplace to Buy and Sell your Study Material - herplaatsingsonderzoek zinloos is. first out) In beide gevallen kan iemand in vaste dienst worden aangewezen als herplaatsingskandidaat. . 49d ARAR) o Of van opheffing sprake is. ook al worden dezelfde werkzaamheden in een ander verband voortgezet.Overtollig doordat bepaald soort werk in omvang afneemt (art. 96 ARAR. Een functie kan zijn opgeheven.com . geldt het anciënniteitsbeginsel (last in.Verschil tussen ontslagbescherming zieke werknemer: o.Stuvia. Er gelden procedureregels (art.Ambtenarenrecht kent geen vereiste dat bij opzegging toestemming van het UWV nodig is (art. 49g ARAR). 49g . Er dient een PvA te worden opgesteld.v. 2) weke ambtenaren kunnen functie niet behouden.v.De opzegverboden van art. Ontslag is o.g. Hiervan is niet snel sprake. 8:14 CAR/UWO). 8:5 CAR/UWO. . Bij een reorganisatie kunnen ambtenaren op twee verschillende gronden in aanmerking worden gebracht voor plaatsing in een andere functie: . . art. 3:47 Awb) Vergelijking civiel arbeidsrecht. ARAR) of in een bepaalde situatie (art. Art.g. 7:672 en 681 BW.v.g. terwijl de ambtenaar gedurende deze periode. 8:15:3 lid 2 CAR/UWO) Motivering (art.Ambtenarenrecht kent geen schadeloosstelling of schadevergoeding bij overtreding van een sanctie. Reorganisatie Een van de belangrijke gronden voor ontslag is een reorganisatie waarbij herplaatsing onmogelijk is gebleken.v. 2 BBA sluit ambtenaren uit). 49a t/m 49q ARAR.v.g. 3) herplaatsingstraject en 4) als dat niet lukt. o CRvB: opheffing van functie mag wel tot ontslag leiden. 95 lid 3 e. Ook moeten ze worden gehoord als zij dat wensen. door de CRvB ontwikkelde jurisprudentie: functie is samenstel van werkzaamheden die de ambtenaar feitelijk verrichte met inbegrip van ‘de betekenis hebbende omstandigheden waaronder die werkzaamheden moeten worden verricht’. Bovendien gelden deze veelal voor de tijdelijke aangestelde ambtenaar (art. Schriftelijk (zie in dit verband art. BW mag je deze de eerste twee ziektejaren niet ontslaan. Ambtenaren dienen te worden geïnformeerd over de voortgang en hun positie. niet wegens ziekte ontslag mag worden verleend. Bij reorganisatie speelt altijd de mogelijkheid van ontslag op de achtergrond als alternatief voor herplaatsing. ontslag o. 96 ARAR pas toegelaten indien het niet mogelijk is gebleken de ambtenaar te herplaatsen. Daarnaast is het toesturen van een vacature met daarbij de aansporing om te solliciteren onvoldoende en moet niet worden gezien als een functieaanbod in de zin van art. 1:3 Awb en art.d. zoals art. 7:670 BW zijn niet allemaal terug te vinden in de Ambtenarenreglementen. CRvB: ontslag o. Globale gang van zaken: 1) reorganisatiebesluit. of de periode van 36 maanden als genoemd in art. maar het streven om van een ambtenaar fa te komen mag niet aan de opheffing ten grondslag liggen. De regels die in acht moeten worden genomen bij een dergelijk ontslag staan in art. 49a ARAR). .v.

verplicht aan de medewerker ten minste één passende functie aan te bieden. zoals een tijdelijke aanvulling op het nieuwe (lagere) salaris of een stimuleringspremie (bij vrijwillig vertrek binnen 18 maanden). Art. LJN BA6723 (inzicht in herplaatsinspanningen): in het kader van het onderzoek naar de herplaatsingsmogelijkheden is het bevoegd gezag. Hiervan is geen sprake. 49k ARAR) Weigering kan leiden tot ontslag o. 96 lid 1 ARAR bepaalt dat een ambtenaar eervol ontslag kan worden verleend indien herplaatsen niet mogelijk is gebleken. Art. 8:72 Awb is van toepassing. 8:3 CAR/UWO regelt reorganisatieontslag in de gemeentelijke regelgeving. van het Rpr RDW. LJN BO2744 (mens volgt functie): Bij toepassing van het beginsel ‘mens volgt functie’ moet een deugdelijke vergelijking plaatsvinden van de feitelijke werkzaamheden vóór de reorganisatie met die in de nieuwe functie.g. Nu de werkzaamheden van betrokkene hoofdzakelijk technisch van aard waren en de andere technisch medewerkers hoofdzakelijk plantkundige werkzaamheden verrichten. is eervol ontslag mogelijk. Bezwaar en beroep is hiertegen mogelijk. Een vergaande wijze van zelf in de zaak voorzien heeft de CRvB toegepast in zijn uitspraak van 11 mei 2000: ontslag dat was gebaseerd op ongeschiktheid en onbekwaamheid vernietigd en geconverteerd in een reorganisatieontslag. is geen sprake van uitwisselbare functies en mocht betrokkene worden aangewezen als herplaatsingskandidaat. Uit jurisprudentie blijkt dat het bevoegd gezag op overtuigende wijze moet kunnen aantonen dat herplaatsing niet mogelijk is. eerste lid.com . gelet op het bepaalde in artikel 87. Niet in geschil is dat betrokkene geen passende functie is aangeboden. Zie ook art.5. Vernietiging wegens motiveringsgebreken. 49j ARAR) . Dit laatste betekent wel dat het bevoegd gezag activiteiten moet ondernemen om de ambtenaar te herplaatsen en gehouden is de activiteiten gericht op herplaatsing toetsbaar te maken. Ontslag en schadevergoeding Door een ontslagbesluit eindigt het dienstverband. Dit artikel is het sluitstuk van de procedure rond reorganisatie.Verplichte scholing indien nodig (art. art. 2. 100a ARAR. 49i en 49h ARAR. 10d:2 CAR/UWO. Een bijzondere financiële vergoeding voor de ambtenaar die zelf een functie buiten de overheid heeft gevonden staat in art.Stuvia. De inspanningsplicht kan zich ook uitstrekken tot ‘buiten de sector Rijk’. CRvB 22 oktober 2009. Art. Er moet wel zekerheid bestaan. CRvB 1 maart 2007. Zie ook art. 49q ARAR maakt het mogelijk dit ook toe te passen op het moment dat opheffing van de functie of overtolligheid zich binnen afzienbare tijd zal voordoen.v. . 49l ARAR. Ook is onvoldoende inzicht verschaft in plaatsing van vergelijkbare functionarissen in een hogere functie. LJN BK1808 (uitwisselbare functies): Voor de beoordeling van de uitwisselbaarheid van functies bij reorganisatie is het feitelijk samenstel van opgedragen werkzaamheden bepalend en niet de organieke functiebeschrijving van senior technisch medewerker.Aanvaarden passende functie en al het mogelijk om deze te vinden (art. Een herplaatsingskandidaat heeft de volgende verplichtingen: . Het ARAR biedt diverse mogelijkheden om de herplaatsing door financiële middelen tegemoetkomingen aantrekkelijker te maken.The Marketplace to Buy and Sell your Study Material ARAR. Art. CRvB 14 oktober 2010. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank dat het uitblijven van een functieaanbod niet in de weg staat aan een eervol ontslag in het kader van reorganisatie. Indien het onmogelijk blijkt te zijn een passende functie aan te bieden.

Art. Het bevoegd gezag moet de ambtenaar eraan herinneren dat zijn dienstverband van rechtswege afloopt. Dit impliceert volledige vergoeding van de onrechtmatig veroorzaakte schade. Art. .b.7. Lid 4 tot en met 7 bevatten opzeggingsverboden: aanvragen/opnemen ouderschapsverlof. De stilzwijgende voortzetting is reeds besproken bij de proeftijd (p. Deze regel is niet alleen van toepassing bij stilzwijgende verlenging (niet zijnde poeftijdaanstelling). aanhef en onder b van het ARAR. 2 sv). Het bevoegd gezag kon zich op het standpunt stellen dat betrokkene wat betreft het aspect gedrag niet aan de redelijkerwijs te stellen eisen voldeed. heeft de ambtenaar recht op een vergoeding gelijk aan zijn bezoldiging over die termijn (art. dus was er geen sprake van meer dan drie aanstellingen in de zin van artikel 6. Dit zijn ‘wegensverboden’.com . Ook immateriële schade kan voor vergoeding in aanmerking komen.Stuvia. 6 lid 7 ARAR bevat een anti-draaideurbepaling (zelfde werkzaamheden t. 95 ARAR. tenzij er sprake is van stilzwijgende voortzetting (lid 4 en 5).b.The Marketplace to Buy and Sell your Study Material De rechter kan indien daarvoor gronden zijn op verzoek van partijen de door haar aangewezen rechtspersoon veroordelen tot vergoeding van schade die partij leidt (art.Twijfel of in een bepaald geval de objectief bepaalbare gebeurtenis is ingetreden. De CRvB heeft bepaald dat voor de vraag of een partij schade lijdt en in welke omvang aansluiting moet worden gezocht bij het civielrechtelijke schadevergoedingsrecht. beroep op gelijke behandeling mannen en vrouwen. Tegen deze mededeling staat ook geen bezwaar of beroep open.b. 2. maar ook na het afgeven van een nieuwe beschikking. 8:73 Awb). Stilzwijgend: zonder dat het bevoegd gezag een andersluidend besluit neemt en voortzetting. waarbij een eerder tijdelijke aanstelling is verlengd of binnen een termijn van drie maanden een nieuwe tijdelijke aanstelling is verleend. Wijzen van beëindiging van de tijdelijke aanstelling Regels inzake het ontslag van een tijdelijk aangestelde ambtenaar zijn te vinden in art. De rechter moet in beginsel marginaal toetsen. Er moet wel een redelijke grond voor het ontslag zijn. Art. Er dient een redelijke belangenafweging te worden gemaakt en ook de overige a. Er is geen vaste aanstelling van rechtswege ontstaan. Als dat niet gebeurt. Een tijdelijke aanstelling kan ook beëindigen door een ontslagbesluit dat meestal gebaseerd zal zijn op art. Beëindiging treedt van rechtswege in. Na stilzwijgende voorzetting van een proeftijdaanstelling ontstaat van rechtswege een vaste aanstelling (art. Er is sprake van eervol ontslag als de termijn is verstreken. Een ‘tijdensverbod’ is bevat lid 3: zwangerschaps. Dit is uiteindelijk ook mogelijk bij de gronden b-f. maar dit is niet meteen het geval. zesde lid . 7:668a lid 1 BW). 6 lid 6 ARAR (variant van art. 6 lid 5 ARAR bepaalt dat voor deze gronden geldt dat opnieuw dezelfde tijd (ten hoogste één jaar) onder dezelfde voorwaarden een stilzwijgende voortzetting is verleend. hetzelfde bevoegd gezag). plaatsing kandidatenlijst als bedoeld in art. Op grond van deze bepaling is ook tussentijds ontslag mogelijk. Ontslag ex art. CRvB 3 maart 2011.en bevallings- . 6 lid 8 ARAR bepaalt dat een tijdelijke aanstelling aangegaan voor 36 > maanden eenmalig mag worden verlengd waarbij deze laatste aanstelling van rechtswege eindigt.Als mededeling vergezeld gaat met aankondiging dat dienstverband niet op enigerlei andere wijze wordt voortgezet.v. moeten in acht worden genomen. zonder dat daarbij een ontslagbesluit nodig is (in beginsel geen bezwaar en beroep mogelijk). vakbondsactiviteiten. Toch is er soms bezwaar en beroep mogelijk: . Conversie in een vaste aanstelling is geregeld in art. 95 lid 2 ARAR. 6 lid 4 ARAR). 95 lid 8 ARAR). 95 ARAR moet in beginsel op redelijke grond zijn gebaseerd. 9 WOR etc. LJN BP8848 (Geen sprake van conversie tijdelijke aanstellingen in vaste aanstelling): Een verlenging van de proeftijdaanstelling in verband met ziekte is geen nieuwe aanstelling. Hierbij moet wel de opzegtermijn in acht worden genomen.b.

Afgezien van art. Art. art. De tijdelijke aanstelling kan. 2:4 CAR/UWO geschiedt de aanstelling van de gemeenteambtenaar vast of tijdelijk. Zie art. . 8:12 CAR/UWO kent geen maximumtermijn van één jaar bij stilzwijgende voortzetting zoals art.g. 125h AW. 95 ARAR. Toch moet soms de aanstellingsgrond vermeld worden in bericht van aanstelling wanneer het een tijdelijke aanstelling voor onbepaalde tijd betreft. zie art. de limitatief in de CAR/UWO opgesomde ontslaggronden. Sinds 1 juli 2001 is de limitatieve opsomming van de gronden voor een tijdelijke aanstelling in de CAR/UWO vervallen en mag iedere grond gehanteerd worden.b. 2:5 CAR/UWO jo art. een arbeidsovereenkomst in dienst te nemen. art. iemand die is aangesteld vanwege een opleiding en de opleiding is afgelopen is de afloop voldoende reden zijn aanstelling te beëindigen. 2:4:1 CAR/UWO noemt vijf gevallen waarin de aanstellingsgrond expliciet moet worden vermeld.b.Verschil met art. Ziekte is geen opzeggingsverbod bij ambtenaren in vaste of tijdelijke aanstelling. een objectief bepaalbare gebeurtenis.v.v.d. Dit ongeschiktheidsontslag moet worden beoordeeld in het licht van de proeftijdsituatie en hiervoor geldt niet de (zware) toetsingsmaatstaf bij een ongeschiktheidsontslag uit een vast dienstverband. 99 ARAR. Bij een vast dienstverband moet een van de gronden zich voordoen en bij tijdelijk dienstverband moet er een redelijke grond zijn. anders dan in het ARAR. Zij zal zich moeten toespitsen op de . 8:6 CAR/UWO.g. 8:12 lid 3 CAR/UWO worden ontslagen.Stuvia. is vervallen. in tegenstelling tot de sector Rijk de mogelijkheid om iemand o. De hier gehanteerde grond kan worden opgevat als een ontslag wegens ongeschiktheid of onbekwaamheid anders dan op grond van ziekten of gebreken als bedoeld in art. Er kan echter ook niet worden volstaan met de (lichte) toetsing die aan de orde is bij het niet voortzetten van een tijdelijk dienstverband op proef bij het van rechtswege aflopen daarvan. zodra de opleiding is voltooid.The Marketplace to Buy and Sell your Study Material verlof. Ontslag van ambtenaar in tijdelijke dienst hoeft niet per se gebaseerd te zijn op art. 8:12:1 CAR/UWO kan een ambtenaar in tijdelijke dienst voor bepaalde tijd ontslag worden verleend op één van de gronden genoemd in hoofdstuk 8 van de CAR/UWO. 8:12 lid 3 CAR/UWO. maar alleen o. 8:12 lid 1 CAR/UWO bepaalt dat een tijdelijke aanstelling voor bepaalde tijd alleen kalendermatig kan worden vastgesteld.v. .8. worden aangegaan voor bepaalde of onbepaalde tijd. kunnen ook art. dus niet a. LJN BL2841 (Proeftijd Gemeente I): Op grond van art. CRvB 21 januari 2010. waarbij aanstelling t. de toetsing zal minder terughoudend zijn. De tijdelijke aangestelde gemeenteambtenaar en de gemeentelijke oproepkracht Volgens art. Dit geldt niet voor gemeenteambtenaar met een proeftijdaanstelling  wel mogelijk op iedere redelijke grond. 95 ARAR dat wel kent.Art. De sector Gemeenten kent.g. Einde van rechtswege: verschillen met ARAR: . 98 lid 1 onder f en g ARAR zich voordoen. 6 ARAR (en art. 7:668a BW) is dat art. De ambtenaar met een tijdelijke aanstelling voor onbepaalde tijd kan o.v. indien de omstandigheid die aanleiding was voor de aanstelling. Tussentijds ontslag niet mogelijk op iedere redelijke grond. Toch kunnen zij niet altijd ontslagen worden. Bij tussentijds ontslag in de proeftijd moet het college kiezen uit één van die gronden. De gemeentelijke werkgever kan ook behoefte hebben om de ambtenaar met een tijdelijke aanstelling voor onbepaalde tijd te beëindigen voordat de grond voor de aanstelling is komen te vervallen. Eén uitzondering hierop: lid 3. opleiding wel van rechtswege eindigt. 2. Dit is anders bij sector Rijk. Bijv.h. 96 of art.com . 2:4 lid 2 jo lid 4 ARAR kent voor de tijdelijke aanstelling bij wijze van proef bij feitelijke voortzetting na 24 maanden een vaste aanstelling.Art. Ontslagbesluit is wel nodig. 2:4 CAR/UWO niet verlangt dat in dit geval meer dan één tijdelijke aanstelling is verleend.v. Art. Tussentijds ontslag is mogelijk o. 8:12:1 CAR/UWO.v.

Neveninkomsten uit werkzaamheden die de ambtenaar reeds verrichte voor zijn ontslag mogen niet in mindering worden gebracht. maar ook niet de lichte toetsing die aan de orde is bij het niet voortzetten van een tijdelijk dienstverband op proef bij het aflopen daarvan. 2. Praktijk: probleem van het ‘loonrisico’ houdt vaak verband met een achteraf nietig ontslag. 14 ARAR regelt dit niet. 4:101 Awb bepaalt dat de rechtsvordering ter zake van bezoldiging na vijf jaren verjaart. .b. grondrechten en ambtelijk tuchtrecht Verplichte literatuur: hoofdstuk 4 (30 pagina’s): de materiële rechtspositie van de ambtenaar 4. heeft hij blijk gegeven van een onoprechte houding jegens het college. Art.12a ARAR). Inleiding De rechten en plichten van de ambtenaar zijn vastgelegd in reglement.1 lid 4 UWO: opzettelijk niet werken. Het gedrag van betrokkene tijdens ziekte en door zijn bij herhaling onbetrouwbare. In bepaalde situaties kan een andere grondslag worden gevonden met korting op het salaris.1. kan de niet-naleving voor hem geen nadeel brengen Bevoegd gezag heeft de plicht de ambtenaar schriftelijk te 12c ARAR informeren over de hoofdlijnen van zijn rechtspositie 15:1:29 UWO 1:4:2 en 1:4:3 UWO Art. Wetten die de loonhoogte regelen is alleen die van de Wet gelijke behandeling mannen en vrouwen van toepassing. zie art. openheid en eerlijkheid geschonden. Betrokkene heeft elementaire normen van integriteit. 14 ARAR (en art. Het college was bevoegd betrokkene tussentijds te ontslaan en van die bevoegdheid ook gebruik te maken. terwijl de dienstbetrekking in stand blijft. niet interessant.9. WML en Wet op de Loonvorming gelden niet voor ambtenaren. Het salaris moet in de akte van aanstelling worden vermeld (art. mag in mindering worden gebracht. Het ontslagbesluit kan deze toets niet doorstaan. M. LJN BV1315 (Proeftijd Gemeente II): Bij tussentijds ontslag tijdens proeftijd geldt niet de zware toetsingsmaatstaf die gebruikelijk is bij ongeschiktheidsontslag uit een vast dienstverband. 115 en 117 AW. CRvB: ambtenaar behoudt in beginsel recht op salaris. Belangrijke bepaling is art. CRvB 19 januari 2012.The Marketplace to Buy and Sell your Study Material beantwoording van de vraag of de aanwezigheid van relevante tekortkomingen in het functioneren van de ambtenaar aannemelijk is gemaakt en of de ambtenaar een reële kans heeft gekregen zich waar te maken in de proeftijd en daarin niet is geslaagd.t. maar loon dat hij elders heeft verdiend in de tussentijd. Ook in het ambtenarenrecht zijn er situaties waarin het recht op bezoldiging vervalt. Als ambtenaar redelijkerwijs niet bekend geacht kan worden met 52 ARAR bepalingen. het dienstverband wegens ongeschiktheid kan worden beëindigd. 3:1 lid 2 CAR. Niet geregeld is wat de gevolgen zijn als de ambtenaar zonder opzet niet werkt (bijv. de vaststelling van de hoogte van de bezoldiging bevat het ARAR geen bepalingen. in geval van herhaling.10. toeslagen en vakantiegeld).com . Week 5: Integriteit. Voor de rijksambtenaar geldt het ARAR en voor de gemeenteambtenaar de CAR/UWO. Het ARAR verwijst in art. 4.Stuvia. 3. 4 lid 2 ARAR en art.1. Bezoldiging/salaris Ambtenaren ontlenen doorgaans recht op bezoldiging (salaris. De bevoegdheid om te veel uitgekeerd salaris of wachtgeld te verreken/terug te vorderen staat in art. Par. verkeersopstopping). waarvan de noodzaak tot naleving niet eerst uitdrukkelijk en onder dreiging met ontslag onder de aandacht behoeft te worden gebracht voordat. en 2. zo niet ongeloofwaardige verklaringen.2.

Het waarderen van functies geschiedt a. Voor gemeenteambtenaren geldt art. art. karakteristieken en functietyperingen (art. Zie art. 33i ARAR is gunstiger. 33h ARAR en art. art. Tegen besluiten die de waardering van een organieke functie betreffen kan o. 21 lid 2 ARAR.Kortdurend zorgverlof (art. 5a BBRA bepaalt dat een werknemer kan verzoeken een functiewaardering te heroverwegen. 14 BBRA bepaalt het bevoegd gezag welke salaris bij welke schaal hoort. ARAR en art.g. Art. 3:1 e. 6. Ambtenaar houdt volledige bezoldiging. komt in aanmerking voor één van de salarisbedragen.v. vakantie. 21a ARAR (en art.v. CAR/UWO . De ambtenaar heeft de volgende vormen van verlof: . De rijksambtenaar is vrij om te bepalen wanneer hij zijn vakantie opneemt voor zoveel de belangen van de dienst zich daartegen niet verzetten (art. Na inschaling geldt dat voor de ambtenaar die nog niet het maximumsalaris in zijn schaal heeft bereikt. 23 ARAR). 5:1 CAR) de mogelijkheid tot werktijdvermindering. De maximumarbeidsduur is thans 36 uur per week o. Art. 33c en d ARAR). 3:2 Waz) o Vergelijkbaar met art. Ambtenaren hebben ook recht op vakantie met behoud van loon ingevolge art.g. Het ARAR en de CAR/UWO bevatten aanvullende bepalingen. 4:1 Waz) o Art. 33fb e. Hierbij moet rekening worden gehouden met de wensen van de werknemer. 33fa ARAR . 22 ARAR en 6:2 CAR. Werktijden. 4. verlof en schorsing De voor de ambtenaar geldende werktijden zijn door het bevoegd gezag vastgelegd in een werktijdenregeling (art.v. Welk bedrag binnen de schaal hem wordt toegekend. Waz) o Vergelijkbaar met art. Het aantal vakantie-uren wordt afhankelijk van de leeftijd van de ambtenaar verhoogd. 3:1 CAR. maar ambtenaar recht op doorbetaling bezoldiging. Per 1 december 2011 is de Waz voor ambtenaren van toepassing. indien hij voldoende functioneert (art. . Zo wordt onder meer bij verhuizing.Stuvia. De rechter dient marginaal te toetsen.Buitengewoon verlof o Niet alleemaal in Waz genoemd. O. .v. is afhankelijk van zijn anciënniteit en functioneren. In art. ‘tenzij de belangen zich daartegen verzetten’ (art. genoemd in bij de functie behorende salarisschaal. Volledige doorbetaling van loon in plaats van 70% volgens de Waz.v. 5 lid 3 BBRA): niveau van de werkzaamheden.Zwangerschaps.d. 21 ARAR en art.3. 6 BBRA. De Wet aanpassing Arbeidsduur is ook van toepassing op ambtenaren.v.en adaptieverlof (art.g. 7 BBRA).h.v. het salaris jaarlijks wordt verhoogd tot het in de schaal naast hogere bedrag. 7:1 e. De Arbeidstijdenwet (Atw) is ook van toepassing op ambtenaren.1. 6:1 Waz) . 4:2 CAR). UWO is vastgelegd dat het bevoegd gezag de vakantie bepaalt.Ouderschapsverlof (art.Adoptieverlof (art. huwelijk en ernstige ziekte van naaste verwanten buitengewoon verlof van korte duur toegekend. 2:7 CAR is een aanvullende regeling opgenomen. Als uitgangspunt geldt dat de functie wordt gewaardeerd en niet de ambtenaar die de functie invult: organieke functiewaardering. 6:8 CAR: in alle gevallen duur vier weken. terwijl Waz recht geeft op verlof zonder behoud van loon. De BBRA regelt de wijze waarop de salarissen van burgerlijke rijksambtenaren worden vastgesteld. Voor ambtenaren van 57 jaar en ouder biedt art.The Marketplace to Buy and Sell your Study Material 4 naar het BBRA voor de betekenis van de begrippen salaris en bezoldiging. de Awb beroep worden ingesteld. . 5:4 Waz) o Art.Calamiteitenverlof (art. De ambtenaar die in een bepaalde functie wordt aangesteld.1.com .

91 ARAR: strafschorsing van art. De geschorte ambtenaar is uitdrukkelijk buiten dienst gesteld.com . mag hij dat niet. 50 ARAR en art.Stuvia. Ter waarborging van de grondrechten zijn de mogelijkheden tot beperking aan strenge regels onderworpen. 92 ARAR bepaalt in welke gevallen en in hoeverre de bezoldiging tijdens schorsing kan worden ingehouden. 4:8 Awb.4. die deels is uitgewerkt in het ARAR. Bij schorsing in het belang van de dienst behoudt de ambtenaar volledige bezoldiging.g. Art. Meestal verliest de ambtenaar tijdens de schorsing zijn bezoldiging geheel of gedeeltelijk. politiefunctionaris die snel werkplek moet bereiken. Zelfs als hij wil werken. CAR/UWO).g. o De vrije uitoefening van grondrechten door ambtenaren kan in gevaar komen als het gevoegd gezag te makkelijk overgaat tot disciplinaire straffen of ontslag bij . 98 lid 1 onder g ARAR). o Het grondrecht van vrije woonplaatskeuze kan worden beperkt indien het dienstbelang dat vereist. Bij schorsing duurt het dienstverband voort. De andere gevallen waarin het bevoegd gezag tot schorsing kan besluiten staan in art. 125a-125f AW heeft betrekking op grondrechten. terwijl de verplichting tot werken tijdelijk is vervallen. o De verplichting zich als goed ambtenaar te gedragen strekt zich ook uit tot gedragingen buiten de dienst. Diverse rechten en plichten Hieronder een overzicht van belangrijkste rechten en plichten: . 15:1 CAR/UWO) o Plicht om functie nauwgezet en ijverig te vervullen o Voor zowel ambtenaar als werknemer strekken de algemene verplichting uit dienstverband verder dan alleen uitvoering van de opgedragen werkzaamheden. ongeschiktheid wegens gewetensbezwaren (art. Art. De ambtenaar moet zich van de uitoefening van de genoemde grondrechten onthouden indien een goede functievervulling ‘niet in redelijkheid zou zijn verzekerd’. 8:15 e. In het algemeen dient de ambtenaar voorafgaand aan de schorsing te worden gehoord o. 4. Voor werknemers buiten de overheidssector geldt dat gronden niet direct horizontaal werken. Ook art. bij (voorgenomen) strafontslag en wanneer dienstbelang schorsing eist. CRvB: als de schorsing geheel of in overwegende mate aan de ambtenaar is toe te rekenen. . Schorsing vindt plaats van rechtswege of ingevolge een schorsingsbesluit (art.v. kan het zorgvuldigheidsbeginsel geschonden worden. 7:2 Awb biedt de ambtenaar de gelegenheid om ook in de bezwaarfase te worden gehoord. CRvB: art. art.Grondrechten o Grondenrechten kunnen tegen de burger direct worden ingeroepen tegen de overheid. 4:8 Awb ziet op juiste vaststelling van de feiten en niet zozeer op de rechtsbescherming. 90 ARAR). Iemand die van zijn vrijheid is beroofd wordt van rechtswege geschorst (art. Sinds 1988 bevat de AW een regeling. 15:1:17 UWO bepaalt dat het bevoegd gezag de ambtenaar kan verplichten in of nabij de standplaats te wonen. o Art. 3:2 Awb (belangenafweging) is van toepassing. Als dat niet kan: ontslag o.The Marketplace to Buy and Sell your Study Material o Art. Bijv. 33g ARAR is gunstiger. zie art. Taken van de ambtenaar moeten indien mogelijk aangepast worden of moet in andere functie worden geplaatst. strafrechtelijke vervolging. o Gewetensbezwaren: niet bindende beleidsregels opgesteld in een ambtelijk rapport. Hiervan is sprake bij concrete verdenking van ernstig plichtsverzuim of een conflictsituatie. 81 ARAR). Als dat niet gebeurt. Dit mag alleen bij een wet in formele zin. 50 ARAR. Art. 75% doorbetaling van loon in plaats van niets volgens de Waz.Goed ambtenaar (art.v.v. en aan dat gedrag kan strenge eisen worden gesteld. wordt ingegaan tot inhouding van het gehele salaris.

Stuvia. Procesbelang. Doel van de melding is om te toetsen of er evt. Kapsel kan niet gelijkgesteld worden met de in de ‘’aanbeveling uiterlijke verschijning tijdens diensttijd’’ genoemde en blijkens illustraties bedoelde hanenkam. 8 EVRM. o Ook t.b. 15:1:6 en 15:1:8 UWO en voor de ambtenaar in art. Finale geschillenbeslechting door de Raad: beperking van grondrechten als bedoeld in art. is de overheidswerkgever aansprakelijk. De CRvB heeft in 2000 de aansprakelijkheid van de overheidswerkgever voor schade die de ambtenaar lijdt in de uitoefening van zijn werkzaamheden. sprake is van belangenverstrengeling of botsing van dienstbelangen met die van nevenwerkzaamheden. Nevenwerkzaamheden die vervulling van de functie in redelijkheid niet verzekerd. Schade voor dienstongeval o Art.com . 6:170 BW m. aansprakelijkheid bij ondergeschikten. LJN BK8792 (Hanenkam): Opdracht verrichten van binnendienst wegens uiterlijke verschijning (hanenkam). 1:3 Awb . Appellant stond ingeroosterd voor de buitendienst en werd uit die taken ontheven gedurende twee werkdagen.en keukenongelukken neemt de CRvB niet aansprakelijkheid van de dienst voor letselschade van ambtenaren aan. 82a ARAR). is verboden. De wijziging in het rooster van de ploeg kan op één lijn worden gesteld met een gedeeltelijke ontheffing van de taken die appellant regulier verrichtte. Samengevat: er bestaat op dit punt geen verschil tussen werknemers en ambtenaren. ook al is appellant niet meer in dienst van de politieregio. 125 lid 1 AW bevat ook bepaling over nevenwerkzaamheden. Art. De motieven van de klokkenluider hoeven niet altijd even zuiver te zijn en het klokkenluiden kan ok leiden tot onevenredige schade. 15:2 UWO uitvoering aan dit artikel gegeven: misstand dient eerst intern te worden gemeld. Voor de gemeenteambtenaar vastgelegd in art. 125a AW (art. gerelateerd aan de aansprakelijkheid van een gewone werkgever voor de gelijke schade van de werknemer (onder verwijzing naar art. o De Raad acht procesbelang aanwezig bij een oordeel over de niet-ontvankelijkheid van zijn bezwaar tegen de opdracht binnendienst te doen. Dit betrof wel een opdracht die inbreuk maakte op de rechtspositie van appellant en dus een besluit in de zin van art. te weten het doen van buitendienst. 61 ARAR. Kosten vergoeden . tuin. Klokkenluiden/integriteit/nevenactiviteiten o Klokkenluiden: het melden van een ontdekte misstand in de organisatie met de bedoeling deze weg te nemen. 97b ARAR) of te bestraffen wegens plichtsverzuim verband houdende met grondrechten genoemd in art.The Marketplace to Buy and Sell your Study Material - - - ambtenaren die als ‘lastig’ worden ervaren. Daarom moet het bevoegd gezag een adviescommissie raadplegen alvorens zij iemand ontslaan wegens onbetrouwbaarheid (art. de zgn. 15:1:4. als na 8 weken nog onduidelijk is kan hij de melding voorleggen aan de Commissie integriteit rijksoverheidspersoneel. 35 ARAR geeft definitie van deze begrippen. Uiterlijke verschijning van appellant niet zodanig in strijd met de eisen van representativiteit en professionaliteit dat een beperking als hier toegepast gerechtvaardigd is. o Art. 37 lid 4 en art.t. 7:5 CAR/UWO bepalen dat de ambtenaar bij beroepsziekte of dienstongeval aanspraak kan maken op loondoorbetaling. o Melding van nevenactiviteiten hangt samen met integriteit. huis-. o CRvB 24 december 2009. Voor de gemeenten is in art. 10 en 11 Grondwet en art.v. o Hetzelfde geldt voor bedrijfsuitjes: bij verplichte deelname. 38 lid 7 ARAR en art. o CRvB heeft ook aansluiting gezocht bij art. o Art. 7:658 BW). Er is sprake van een risicoaansprakelijkheid.a. 125q lid 1 onder f AW is voorzien in de verplichting om een procedure vast te stellen voor het omgaan hiermee.

69 ARAR en art. 60 ARAR biedt voorzieningen in geval van scholing op eigen initiatief van de ambtenaar.The Marketplace to Buy and Sell your Study Material - - - Art. Andere vereisten:  Werkzaamheden moet de ambtenaar redelijkerwijs kunnen worden opgedragen  Ambtenaar mag niet worden ingezet om stakers en uitgestotenen in particuliere dienst te vervangen. 15:1:11 CAR/UWO: ambtenaar krijgt tijdelijk ander werk opgedragen en verliest zijn betrekking niet. objectief beoordeeld. Het ARAR en CAR/UWO openen daartoe twee mogelijkheden”  Art. 58 ARAR en art. Vereist is wel dat het passend is (art. art. De ambtenaar is dan verplicht om het andere werk te aanvaarden. o Art. CRvB: verkeersboeten kunnen op ambtenaar worden verhaald. Soms moet hij ook andere werkzaamheden aanvaarden. 15:1:15 UWO bepaalt dat de minister naar billijkheid de ambtenaar schadeloos kan stellen. zodat sprake van opzet of bewuste roekeloosheid moet zijn. tenzij geen verwijt kan worden gemaakt. Dit heeft een eenzijdig karakter en is op het verleden gericht.Stuvia. 59 ARAR en art.m. Dit kan op verzoek. heeft het bestuursorgaan een ruime beoordelingsvrijheid. Of het passend is. 17:1:1 UWO dat zij eens per drie jaar een POP dienen af te spreken over de loopbaanontwikkeling en vereiste kennis en vaardigheden. 57 ARAR en art. Art. voldoende feitelijk onderbouwd. 15:1:26 UWO. Sancties mogen door de werkgever worden toegepast – binnen het kader van goed werkgeverschap – op grond van zijn gezag over de werknemer en de hem toekomende leiding van de onderneming. voor zover deze schade aan hem is te wijten. o Voor gemeenteambtenaren geldt art. Het vereiste van dienstbelang is hier niet nodig. 71 ARAR bepaalt dat eens per jaar met de ambtenaar over zijn functioneren wordt gesproken: functioneringsgesprek. Het is een rechtspositionele basis voor bijzondere. Voor het beoordelingsgesprek gelden strikte regels i.  Art.v. . Art. Ander werk o De ambtenaar moet zijn opgedragen werkzaamheden uitvoeren. 4:8 Awb bepaalt dat de ambtenaar vrijwel steeds van tevoren moet worden gehoord. 7:650 BW-boetebeding). Bijv. Disciplinaire straffen Een van de middelen om te bevorderen dat voorschriften en aanwijzingen worden opgevolgd. 66 ARAR bepaalt dat de ambtenaar kan worden verplicht tot vergoeding van de schade aan de dienst. 15:1:10 CAR UWO: ambtenaar krijgt geheel andere betrekking opgedragen. Deze bepaalt onder meer welke sancties de werkgever kan toepassen op werknemers die zich niet houden aan de regels (bijv. 13 ARAR bepaalt dat er regels gesteld kunnen worden omtrent loopbaanvorming. Bijv.com . CRvB: beperkte uitleg  verwijtbaar. Scholing o Zie art. maar het belang van de dienst kan dat ook vorderen (lid 2). onderbouwing rechtspositionele beslissingen. incidentele tegemoetkomingen.5. o 4. Loopbaanbegeleiding o Art. maar bevoegd gezag trad niet adequaat op. o Art. Naast het functioneringsgesprek staat het beoordelingsgesprek (in de praktijk kan ok een mengvorm voorkomen). nodeloos risico heeft genomen. Voor rijksambtenaren ontbreekt een dergelijke regeling. is het arbeidstuchtrecht. ambtenaar wordt op werk gediscrimineerd. 49h ARAR). kosten kan vergoeden of een geldelijke tegemoetkoming kan verlenen.

als ernstig moet worden gekwalificeerd.v. slapen tijdens het werk en beschonkenheid onder werktijd. art. Procedure: ambtenaar moet in de gelengheid worden gesteld zich te verantwoorden (art.m. LJN BH4549(Nevenwerkzaamheden): Disciplinair strafontslag wegens zeer ernstig plichtsverzuim. CRvB 19 februari 2009. Er kan een onderscheid worden gemaakt tussen drie vormen: . De ambtenaar die zich schuldig maakt aan plichtsverzuim. Het arbeidstuchtrecht voor burgerlijke ambtenaren is gedetailleerd uitgewerkt in art. Bepalingen moeten worden gezien i. Het valt buiten het strafrecht. CRvB 28 mei 2009. van overtuigd dat appellant zich aan het verweten gedrag heeft schuldig gemaakt. De vraag welke gedragingen als plichtsverzuim moeten worden aangemerkt. Verdere procedurevoorschriften staan in art. De Raad verwerpt appellants stelling dat er sprake is geweest van een te groot tijdsverloop tussen het tijdstip van het plichtsverzuim en de oplegging van de straf. Vaste jurisprudentie van de CRvB is dat een maatregel (straf) niet kan worden opgelegd zonder wettelijke grondslag. 81 lid 3 ARAR en art. De Raad deelt de opvatting van het college dat sprake is van herhaald plichtsverzuim dat. Besluiten omtrent disciplinaire bestraffing zijn in beginsel op dezelfde wijze aan toetsing onderworpen als andere besluiten. Belangrijkste elementen: de houding van de ambtenaar t. dienen in acht te worden genomen. Gesteld kan worden dat de disciplinaire straffen in hoofdzaak het karakter hebben van maatregelen op het gebied van de arbeidsvoorwaarden.m. kan disciplinair worden gestraft o. 2:1 Awb en 4:8 Awb. De a.Niet nakomen van een opgelegde verplichting . zeker gelet op de toezichthoudende functie van appellant.Stuvia. 80 lid 1 ARAR en art. 16:1 UWO. 3:4 lid 2 Awb). De meeste straffen zien op het salaris.v. 15:1:15 UWO legt deze wijze van sturing vast.The Marketplace to Buy and Sell your Study Material Mededelingen zijn een normaal sturingsmiddel in de interne verhouding en is niet aan te merken als besluit waarbij het rechtspositioneel belang van de ambtenaar is betrokken. het bevoordelen van een familielid.b. De Raad is er. 80-84 ARAR en art. Het vastgestelde plichtsverzuim . de gedraging.het beheer van het fiscale dossier. De vraag of er sprake is van schuld dienst losgekoppeld te worden van de vraag of plichtsverzuim aanwezig is. met de rechtbank en het college. 16:1:2 UWO. achtereenvolgens te laat komen. is op basis van het ARAR niet zonder meer te beantwoorden. LJN BI7031 (Een slechte gewoonte): Verlening onvoorwaardelijk disciplinair ontslag i.a.v. persoonlijke omstandigheden van de ambtenaar. 82 ARAR en art.b. 16:1:1 UWO. omdat het ambtenarentuchtrecht geheel betrokken is op en zijn werking uitsluitend heeft binnen de bijzondere arbeidsverhouding tussen de ambtenaar en de overheidswerkgever.com . beginsel gelijke overtreding in gelijk bestraffen. Verantwoording vindt plaats ten overstaan van het tot straffen bevoegde gezag. het verrichten van verboden nevenwerkzaamheden en het daarvoor . art.g. Belangrijke betekenis komt toe aan het evenredigheidsbeginsel (art.v. De straffen die in geval van plichtsverzuim kunnen worden opgelegd staan in art. 16:1:3 UWO).Het zich niet als goed ambtenaar gedragen Disciplinaire bestraffing kan plaatsvinden als de betrokkenen schuld heeft aan het plichtsverzuim (verwijt maken). Art.Het overtreden van een voorschrift . De Raad kan appellant evenmin volgen in zijn mening dat het college met een minder zware straf had moeten volstaan. Verder kunnen er nog bijzondere voorwaarden worden gesteld. Ook gedragingen in de privésfeer kan plichtsverzuim opleveren. 81 lid 1 ARAR en art.b. 16:1:2 lid 3 UWO). alle feiten en omstandigheden dienen als samenhangend geheel door de rechter te worden afgewogen. Het hangt af van de omstandigheden. 83 en 84 ARAR. Het opleggen van een straf kan voorwaardelijk geschieden (art. Een zwaardere straf is verplaatsing. De CRvB heeft een beroep op 6 EVRM afgewezen.

1. Appellant had een belangrijke voorbeeldfunctie. waarbij appellant bij wijze van 1 aprilgrap aan gedetineerden de opheffing van de vreemdelingenbewaring heeft aangezegd.com . ZW en WAO). De personele werkingssfeer is geregeld in art. Week 6: De zieke en arbeidsongeschikte ambtenaar Verplichte literatuur: par. tenzij het een onbezoldigde ambtenaar betreft. Geen sprake van strijd met het gelijkheidsbeginsel of van willekeur bij de besluitvorming. Het strafontslag is. Sinds 2001 zijn ook bepaalde werknemersverzekeringen van toepassing op ambtenaren (WW.1 en 5. Door de bovenwettelijke aanspraken wordt dit gecompenseerd. niet onevenredig aan het gepleegde plichtsverzuim. De toegekende straf van voorwaardelijk ontslag met een proeftijd van 2 jaar is gezien de ernst van het door appellant gepleegde plichtsverzuim geenszins onevenredig te achten. Ook in de rechtspositiereglementen van de verschillende overheidssectoren staan .Stuvia. CRvB 25 november 2010. gezien de aard en ernst van de vastgestelde gedraging en de betekenis hiervan voor het functioneren van appellant binnen de politiedienst.raakt de kern van het functioneren als belastingambtenaar en dient daarom als zeer ernstig te worden gekwalificeerd.-. Een disciplinaire strafoplegging wegens het plegen van plichtsverzuim kan niet worden aangemerkt als een strafvervolging in de zin van art. Ambtenaren gingen door de openstelling van de OOW-operatie erop achteruit. Inleiding Ambtenaren vallen onder de volksverzekeringen. Omgekeerd geldt dat niet iedereen die overheidswerknemer ook ambtenaar is in de zin van de AW. Plichtsverzuim.The Marketplace to Buy and Sell your Study Material aannemen van een beloning .6-5. Gegeven de gemaakte afspraken en de herhaaldelijke waarschuwingen is het strafontslag niet onevenredig te achten. LJN BD7237 (Frisdrankfles): strafontslag is geen criminal charge. LJN BK7345: Disciplinaire straf van voorwaardelijk ontslag. CRvB 10 december 2009. Ambtenaren hebben een publiekrechtelijke betrekking. Strafontslag wegens alcoholmisbruik onder werktijd. Een ambtenaar in de zin van de AW tevens overheidswerknemer is. Daarvoor waren er immers wachtgeldregelingen over een langere termijn dan een WW-aanspraak.000. De straf van ontslag niet onevenredig aan de ernst van het vastgestelde plichtsverzuim. Sinds 2006 ook de Ziekenfondswet van toepassing. Door de OOW-operatie zijn ook de TW en de IOAW van toepassing geworden op ambtenaren. Niet alles is in het Pensioenreglement geregeld. bestaande uit een incident. Dit werd geregeld in de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen (Wet OOW). Van belang is dat betrokkene begeleiding in verband met een mogelijk drankprobleem uitdrukkelijk heeft afgewezen. 3 van de werknemersverzekeringen. Hij is strafrechtelijk veroordeeld tot drie maanden onvoorwaardelijke en negen maanden voorwaardelijke ontzegging van het rijbewijs en een geldboete van € 1. LJN BO 6445 (Voorbeeldfunctie): disciplinair strafontslag wegens ernstig plichtsverzuim is terecht. CRvB 3 juli 2008. 6 Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Het vertrouwen dat gedetineerden gezien de kwetsbare positie waarin zij zich bevinden moeten kunnen stellen in de medewerkers van de instelling alsmede het aanzien van de Penitentiaire Inrichtingen zijn door dit incident ernstig geschaad en aldus heeft appellant gehandeld in strijd met de integriteit en professionaliteit die van een justitiemedewerker mag worden verwacht. ondanks het wegvallen van één van de verwijten. Appellant is als bestuurder van een auto aangehouden wegens rijden onder invloed.10 5. 5.

Een vergelijkbare bepaling als art. zijn deze bovenwettelijke aanspraken voor alle overheidswerknemers van alle overheidssectoren geregeld in het Pensioenreglement van ABP. Wetstechnisch is dat klungelig geregeld. 37 ARAR en art. Ambtenaren komen onder dezelfde voorwaarden als werknemers voor ziekengeld in aanmerking. 19 ZW. 29a ZW. 76a ZW bevat een wettelijke minimumaanspraak waarover niet onderhandeld kan worden. Voor werknemer met een arbeidsovereenkomst is het gewoon in het BW geregeld. 7:615 BW. Indien er sprake is van langdurende arbeidsongeschiktheid en de Wet WIA in beeld komt. Ambtenaren hebben in dezelfde vangnetgevallen als werknemers recht op uitbetaling van ziekengeld. 76-76e ZW). . Dit geldt voor ambtenaren. maar vallen ook niet onder de ZW. Ook nawerking (art. Met name onder c en d zijn voor de praktijk belangrijk. Ziekengeld alleen voor vangnetgevallen. zodat de Wet terugdringen ziekteverzuim (Wet TZ) is ingevoerd met een vergelijkbare aanspraak op doorbetaling van 70% van de bezoldiging bij ziekte.7. Art. maar waarvan de wetgever vindt dat de overheidswerkgever voor deze kosten gecompenseerd dient te worden (bijv. Art.com . 29 lid 2 onder b jo 46 ZW). 7:3 CAR/UWO bepalen dat het moet gaan om ongeschiktheid voor zijn arbeid als bedoeld in art. Voor een concrete situatie dient altijd de bovenwettelijke regeling van de betreffende sector te worden geraadpleegd. Naast recht op loonbetaling hebben sommige categorieën die nog wel een werkgever hebben ook recht op ziekengeld (bijv. zwangerschap. Arbeidscontractanten vallen strikt genomen niet onder het BW.6. heringetreden arbeidsongeschikte werknemers).De zieke ambtenaar die formeel wel recht heeft op doorbetaling van bezoldiging tijdens ziekte. Hoofdstuk 7 CAR bevat een vergelijkbare regeling voor gemeentepersoneel.Ambtenaar dient bij ziekte zich zo spoedig mogelijk ziek te melden o Gehouden om een geneeskundig onderzoek door de bedrijfsarts te laten verrichten. 29 lid 1 onder b ZW). bevalling.The Marketplace to Buy and Sell your Study Material bovenwettelijke aanspraken. hoofdstuk VI ARAR wel in het arbeidsvoorwaardenoverleg kan worden onderhandeld. Zie art. De oorzaak van de ongeschiktheid moet zijn gelegen in ziekte .Stuvia.v. ziekte. 5.Ziekengeld wordt ten eerste uitgekeerd aan de zieke ambtenaar die geen overheidswerkgever meer heeft. omdat doorbetaling van bezoldiging jegens de overheidswerkgever voorrang heeft (art. 125 lid 1 onder f AW had in 1929 overheidswerkgevers de verplichting ingevoerd voorzienin-gen te treffen i. 5. Aanvullende bezoldiging bij ziekte op grond van de rechtspositiereglementen De aanspraken krachtens de ZW zijn wettelijke aanspraken. terwijl over bovenwettelijke aanspraken van bijv. Voorwaarden recht op aanvullende bezoldiging: . ambtenaar die orgaan doneert). De inhoud van art. De ZW werd in 2001 opengesteld voor ambtenaren. o Art. XV Wet TZ staat nu in afdeling IV ZW (art. Causale relatie nodig tussen ziekte en niet meer in staat zijn om te werken. 7:629 BW ontbrak voor ambtenaren. Hoofdstuk VI ARAR werd ingevoerd: doorbetaling van bezoldiging tijdens ziekte. In de meeste gevallen wordt geen ziekengeld uitgekeerd.76a BW biedt ambtenaren recht op 70% doorbetaling van bezoldiging bij ziekte gedurende 104 weken. De bovenwettelijke aanspraken voor de sector Rijk is geregeld in hoofdstuk VI ARAR. Art. In de regeling is loondoorbetaling vaak wel geregeld. Aanspraken op grond van de ZW Art.m. Zie ook art. 29 lid 2 ZW omschrijft het vangnet: .

Herplaatsing (maar zie art. Dergelijke bepaling voor gemeenteambtenaren ontbreekt omdat bij de openstelling ZW in 2001 recht op ziekengeld bestaat ingevolge art. evalueren en evt. daarna 12 maanden 75% en na twee jaar ziekte 70%.The Marketplace to Buy and Sell your Study Material o Bij onenigheid over de ziekte kan de ambtenaar een deskundigenoordeel aanvragen bij het UWV. Re-integratie van zieke ambtenaren Zowel overheidswerkgever als ambtenaar hebben de verplichting om zorg te dragen voor een spoedige re-integratie in het arbeidsproces. e en f ARAR) dan wel de jurisprudentiële norm. 24 WW en art. daarna 6 maanden 90%. 38 ARAR bevat wel een regeling ten gunste van de gewezen rijksambtenaar. 37a lid 2 tot 5 ARAR) Indien er sprake is van een dienstongeval.Zo tijdig mogelijk zodanige maatregelen te treffen en aanwijzingen te verstrekken als redelijkerwijs nodig is. . 35 onder d.Bevorderen dat zieke ambtenaar de bedongen arbeid kan verrichten bij deze werkgever. De rijksambtenaar heeft de eerste 52 weken recht op volledige bezoldiging. .v. Dit leidde voor de sector Gemeenten tot invoering van art. 36b lid 4 ARAR ter beschikking: commissie van drie geneeskundigen. bestaat nog recht op extra aanspraken zoals een aanvulling op de WAO-uitkering en vergoeding van ziektekosten o. 29 lid 2 onder c ZW. Hierbij is aansluiting gezocht met art. 658a en art. Aangezien het BW niet geldt voor ambtenaren gingen overheidssectoren afspraken maken in het arbeidsvoorwaardenoverleg. 37 lid 1 ARAR. LJN BK7326 (AB 2010/132) (Weigeren passende arbeid): De rechtbank toetste terecht vol of de door het bestuursorgaan aan het ontslag ten grondslag gelegde feiten . 76e ZW is ook een pendant van art. 5. Bij deze gevallen dient er een causale relatie te zijn tussen ongeval/ziekte en de uitgeoefende werkzaamheden. Dit is dus gunstiger dan art. 37a lid 2 jo art.Verplicht mee te werken aan het opstellen. e en f ARAR) heeft de ambtenaar recht op volledige bezoldiging.g. beroepsincident of beroepsziekte (art. art. 48 ARAR. Door de Wet verbetering poortwachter (Wvp) werden re-integratieverplichtingen opgenomen in de Wet WIA.  Zie omschrijving passende arbeid art.8. Zie art. Op grond van dit artikel wordt verlangd: . art. art. 69 lid 2 ARAR). 7:658 BW. CRvB 10 december 2009. Na 52 weken recht op 70% o. 660a BW. 76e lid 4 ZW.Bij volledig herstel . bijstellen PvA. 7:9 en 7:11 CAR/UWO. zodat de ambtenaar in staat wordt gesteld de eigen of andere passende arbeid te verrichten . Art.com .v.g. maar ook leidde dit tot invoering van art. 38a ARAR. Recht op aanvullende bezoldiging eindigt: . 7:658a lid 4 BW.Dienstverband tijdens ziekte eindigt o Art. wel in het tweede geval.Overlijden of bereiken 65 jaar .Stuvia. De aanvullende bezoldiging is te zien als een arbeidsvoorwaarde waarover onderhandeld kan worden in het arbeidsvoorwaardenoverleg. De gemeenteambtenaar heeft de eerste 6 maanden recht op volledige bezoldiging. maar ook recht op volledige vergoeding van zijn schade (art. Vb. Schending van de zorgplicht hoeft in het eerste geval geen sprake van te zijn. 35 onder d. Ambtenaar kan bij schade beroep doen op rechtspositieregeling (art. Een rijksambtenaar heeft ook nog art. Naast recht op volledige bezoldiging. 7:658a BW ingevoerd. 76a ZW: dagloon niet gemaximeerd en duur niet beperkt tot 104 weken. o Als dat niet lukt: passende arbeid zoeken bij derde als werkgever. o Als dat niet lukt: passende arbeid kan verrichtingen bij deze werkgever. beroepsziekte: medewerker veldpolitie die ziekte van lyme oploopt.

o Uitkering ter hoogte van 75% van maandloon. . Een wel gegeven schriftelijke waarschuwing is geen grond voor een uitzondering op dit stelsel. 5) o WGA-uitkering: slechts in staat om ten hoogste 65% van het maatmaninkomen te verdienen. 37a ARAR (aanvaarden andere functie). 40a ARAR) en hoofdstuk 7 CAR (art.9. 7:660a BW in te voeren. De maatregel van stopzetting van bezoldiging is niet opgelegd. Het ontslagbesluit houdt echter geen stand. wordt zijn bezoldiging voor 100% uitbetaald. De ontslagbepaling van art. 98b ARAR en art. De rechtspositiereglementen bevatten vergelijkbare verplichtingen. Art. De verplichtingen van de overheidswerkgever in art. 7:4 lid 6 CAR/UWO de volgende stimuleringsregeling: over de uren dat de ambtenaar werkzaam is. 5. Bij het sollicitatiegesprek heeft hij allerlei gezondheidsproblemen en praktische bezwaren naar voren gebracht met betrekking tot deze (passende) functie. 40a ARAR (verplichting tot meewerken redelijke voorschriften). 7:9 CAR/UWO is een overbodige herhaling van art. 16:1:2 UWO.The Marketplace to Buy and Sell your Study Material hebben plaatsgevonden en of deze grondslag boden voor toepassing van deze ontslaggrond. Sanctie voor de werkgever voor het niet nakomen van de verplichting is de loonsanctie (art.Stuvia. Onvoldoende of niet meewerken door de ambtenaar aan redelijke voorschriften wordt gezien als plichtsverzuim.Volledig en duurzaam arbeidsongeschikten (meer dan 80% arbeidsongeschikt) (art. resp. 7:13:2 en 7:14 CAR) meer specifieke sanctiebepalingen. maar bij een externe sollicitatie heeft betrokkene zich door zijn opstelling zonder deugdelijke grond niet gehouden aan zijn verplichting om passende arbeid te verrichten. Bepaald is dat de doorbetaling van de bezoldiging wordt gestaakt indien en voor zolang de ambtenaar weigert aangeboden passende arbeid te verrichten waartoe hij verplicht is.com . 8:5a CAR bevat nog een specifieke ontslaggrond. 25 Wet WIA zijn van groot belang. In hoofdstuk IV ZW is verzuimd een tegenhanger van art. Zie bijv. De verplichtingen van de ambtenaar staan in art. Drie soorten uitkeringen . Geen groot bezwaar in de praktijk. 98b ARAR / art. 81 ARAR. Art. Aanspraken op grond van de Wet WIA De Wet WIA maakt onderscheid tussen: . De overheidswerkgever en de ambtenaar zijn ook jegens het UWV gehouden bepaalde verplichtingen na te komen. Aan betrokkene is verweten dat een externe sollicitatie in een passende functie door zijn opstelling is mislukt en dat hij is tekortgeschoten in zijn houding tijdens het interne re-integratietraject. 28 en 29 Wet WIA. Daarnaast bevatten hoofdstuk VI ARAR (art. 25 lid 9 Wet WIA). 4) o IVA-uitkering: slechts in staat om ten hoogste 20% van het maatmaninkomen te verdienen. maar de gemeentelijke werkgever is ook na 104 weken nog verplicht om andere passende arbeid bij een derde werkgever te (blijven) zoeken. Om werkaanvaarding tijdens ziekte financieel aantrekkelijk te maken. art. 8:5 CAR/UWO vormen het sluitstuk als blijkt dat de sanctie van het staken van bezoldiging onvoldoende is om de ambtenaar tot ander gedrag te bewegen.Gedeeltelijke arbeidsongeschikten (meer dan 35% arbeidsongeschikt) (art. De Beleidsregels beoordelingskader poortwachter bevat wat het UWV verwacht van werkgever en werknemer. 37 lid 5 ARAR en art. waarvan hij kon verwachten dat deze zouden leiden tot een afwijzing. art. 76e ZW. bevat art. art. Van dit laatste is geen sprake. Het wordt niet in overeenstemming geacht met de bedoeling van het samenhangend stelsel van bepalingen om terstond tot ontslag over te gaan. De bepalingen over de verplichtingen van het college en de verplichtingen van de ambtenaar bij ziekte vormen een samenhangend geheel. Dit kan leiden tot één of meer disciplinaire straffen genoemd in art.

omdat niet aan de referte-eis van art. terwijl ook geen recht bestaat op een loonaanvulling omdat de inkomenseis op dat moment niet kan worden voldaan. De hoogte van deze uitkering wordt berekend volgens de formule G x H  G staat voor het uitkeringspercentage dat behoort bij de in art. kan de uitkeringsduur per volledig kalenderjaar met een maand worden verlengt. Net als de loonaanvullings-uitkering. 54 lid 3 en 4 Wet WIA).m. 58 lid 1 Wet WIA).com . 59 Wet WIA.70 vanaf derde maand) x (A-B x C/D). Vanaf de derde maand zakt dit percentage terug naar 70% (art.  Loonaanvulling en vervolguitkering kunnen elkaar zo voortdurend afwisselen. bestaat recht op een loonaanvullingsuitkering of een vervolguitkering (zie art.m. o Vervolguitkering  De WGA-vervolguitkering kan meteen na afloop van de wachttijd aan de orde komen als geen recht bestaat op een loongerelateerde WGA-uitkering. Anders zal meteen een beroep moeten worden gedaan op een loonaanvulling of een vervolguitkering (art.Wachttijd van art. 64 Wet WIA) o . De uitkeringsduur is. Art 12 lid 1 onder b Wet WIA).  De duur van de loongerelateerde WGA-uitkering is geregeld in art. te rekenen vanaf het ontstaan van het recht op uitkering. Voorwaarden: .-) en daarvan moet hij ten minste de helft gelde maken (0.Uitkering moet worden aangevraagd (art.  A staat voor maandloon (oude loon)  B voor het verworven inkomen in de desbetreffende maand o Loonaanvullende uitkering  Na afloop van de loongerelateerde uitkering (of als meteen al niet aan de referte-eis van art. 54 lid 4 Wet WIA). verdiende.  Formule is 0. 60 lid 2 Wet WIA). Net als in de WW wordt het arbeidsverleden berekend door samentelling van het reële en fictieve arbeidsverleden (art. verdienen om aan inkomenseis te voldoen. evenwel nooit langer dan 38 maanden (art. als iemand die niet werkt.  De WGA-vervolguitkering bedraagt in beginsel een bepaald percentage van het wettelijk minimumloon (art. 62 lid 1 jo. Hij heeft dan immers een resterende verdiencapaciteit van 40% (= € 800.  Concreet: iemand die 60% arbeidsongeschikt is en voordat hij dat werd € 2000. gedurende de eerste twee maanden 75% van het maandloon. 23 Wet WIA moet zijn doorlopen (104 weken in beginsel) . moet € 400.The Marketplace to Buy and Sell your Study Material Loongerelateerde uitkering  Alleen als aan de referte-eis van art..p. Voor zover het arbeidsverleden de duur van drie kalendermaanden overstijgt. Dit kan voortduren totdat betrokkene 65 jaar wordt. 58 Wet WIA wordt voldaan)..  Net als de WW-uitkering bedraagt de loongerelateerde WGA-uitkering.p.Vallen onder personele werkingssfeer .  Als je voldoet aan de inkomenseis is er recht op een loonaanvullende uitkering. 60 lid 1 en art. (art. kan namelijk ook de vervolguitkering tot die leeftijd doorlopen. 61 lid 1 wet WIA).75 (of 0. Welke van deze twee uitkeringen wordt verstrekt hangt af van de vraag of wordt voldaan aan de inkomenseis: ambtenaar moet ten minste 50% van zijn resterende verdiencapaciteit verdienen. 61 lid 6 Wet WIA genoemde arbeidsongeschiktheidsklassen  H staat voor het wettelijk minimumloon. 58 Wet WIA wordt voldaan.5 x % 40% x 2000 = 400).  Voor de vervolguitkering is van belang dat voor ambtenaren bovenwettelijke aanvullingen zijn geregeld.Stuvia. 15 Wet WIA). 58 Wet WIA wordt voldaan kom je voor deze uitkering in aanmerking.

11. Formule: maatmaninkomen .10. Bij de vaststelling van de AAOP wordt aangesloten bij de mate van arbeidsongeschiktheid. 200-201. Zie ook art.11.restloon : maatmaninkomen x 100% = arbeidsongeschiktheidsheidspercentage. AAOP van belang in twee gevallen: . Voor de sector Rijk is dit uitgewerkt in een circulatie en is het ARAR zelf niet gewijzigd.000. Bijv. Want: zijn loongerelateerde WGA-uitkering bedraagt EUR 10. De werknemer komt uit op 90% van zijn oude inkomen en zonder AAOP op 85%. Als beperkingen een medische oorzaak hebben wordt een FML opgesteld. Het inkomen wat de ambtenaar in theorie nog kan verdienen wordt vergeleken met inkomen voordat hij arbeidsongeschikt werd (maatmaninkomen). Het herziene art. De positie van de 35-minner In het WIA-akkoord is afgesproken dat de 35-minner niet ontslagen mag worden na twee jaar ziekte. 11. Deeltijontslag is wel mogelijk ex art. Zie voor meer voorbeelden p. tenzij zwaarwegend dienstbelang. De CAR is niet conform het WIA-akkoord uitgewerkt. AAOP biedt aanvulling van 10% (30.000.000-15.000 en AAOP van EUR 1500 = EUR 27000 is 90% van EUR 30. Het recht op AAOP in aanvulling op de WGA-uitkering bestaat maximaal tien jaar. 8:5 CAR stelt nergens dat een 35-minner na drie jaar niet kan worden ontslagen. Een overheidswerknemer met een loongerelateerde WGAuitkering zonder andere inkomsten. Hoogte loongerelateerde WGA-uitkering is 70% van (30. In de sector Gemeenten kan een 35-minner pas na drie jaar ziekte ontslagen worden. AAOP dus van belang voor ambtenaren met een inkomen boven de maximumdagloongrens.en arbeidsdeskundige volgens de regels gesteld in het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten).8 PR: aanvulling tot 75% van oorspronkelijk inkomen.Bieden van extra inkomensaanvulling voor gedeeltelijke arbeidsongeschikte ambtenaren die hun resterende verdiencapaciteit in bepaalde mate weten te benutten. 11. . Iemand is 50% arbeidsongeschikt en verdiende EUR 30. Volledig maar niet duurzaam arbeidsongeschikte overheidswerknemers. Ontslag na twee jaar wel mogelijk als passende arbeid bij een werkgever buiten de gemeentelijke dienst mogelijk is. 9 en 10 Schattingsbesluit. Op schriftelijke aanvraag van een overheidswerknemer wordt AAOP door de ABP. Bovenwettelijke aanspraken in aanvulling op de Wet WIA In de Pensioenkamer van de ROP is er een WIA-akkoord tot stand gekomen en heeft geleid invoering van hoofdstuk 11 in het Pensioenreglement van de Stichting pensioenfonds ABP (verder: ABP). 5.000) is EUR 10.500.Stuvia. krijgt van AAOP het verschil tussen het oude inkomen en het gemaximeerde maandloon van de Wet WIA. Nu verdient hij nog EUR 15.The Marketplace to Buy and Sell your Study Material - Geen uitsluitingsgronden De vaststelling van de mate van arbeids(on)geschiktheid vindt plaats door een verzekerings. Hierin is het aanvullend recht op aanvullend arbeidsongeschiktheidspensioen (AAOP) geregeld voor overheidswerknemers met recht op uitkering krachtens de Wet WIA (art.000 (volledige RVC). Ook recht op AAOP wanneer de werknemer inkomsten heeft en zijn RVC volledig benut.000.000-15000) = EUR 1500 (art.9 PR).com .500 + inkomen van EUR 15. 11. 5. vult het AAOP de WGA-uitkering aan tot 70% van het oude inkomen (art. Het AAOP voor de overheidswerknemer met een IVA-uitkering is geregeld in art. 98 onder f ARAR.Voor ambtenaren met een inkomen boven de maximumdagloongrens .0 lid 3 PR). AAOP kan ook de WGA-uitkering vullen. Na drie jaar kunnen gedeeltelijke arbeidsongeschikten alsnog ontslag krijgen indien herplaatsing niet mogelijk is.3 Pensioenreglement ABP (PR). Dit is 5% van het oude inkomen van EUR 30.

Aanspraken op grond van de Werkloosheidswet De WW kent de loongerelateerde uitkering: WW-uitkering. 16 lid 3 WW)  Art.Werkloos zijn volgens art.t. CRvB: mede gelet op het belang van een heldere en eenvoudig toe te passen invulling van het begrip belanghebbende in zaken waarin het gaat om de WW-besluiten t. 3 WW o Leden van de gemeenteraad. 16 lid 1 sub a WW)  Ten minste 5 of ten minste de helft van het aantal uren per week heeft verloren. maar om alle overheidswerknemers.b. dan wel beroep instelt tegen een besluit m. de aanspraken van een van zijn werknemers op een uitkering ingevolge de WW. concreet en rechtstreeks belang bij dat besluit dient te worden veronderstelt. 34 Wfsv). Vaststelling en verstrekking geschiedt door het UWV. ten onrechte niet verwijtbaar werkloos geacht. Een belangrijk verschil: is overheidswerkgever is eigen risicodrager voor de WW-uitkeringen.v. Het gaat daarbij niet alleen om ambtenaren in de zin van de AW. gelet op zijn hoedanigheid van overheidswerkgever de aanwezigheid van een voldoende actueel. Uitvoering en financiering sociale zekerheid ambtenaren Met ingang van 1 januari 2002 is in de Wet SUWI geregeld dat het UWV belast is bij de uitvoering van de werknemersverzekeringen. Voorwaarden om in aanmerking te komen zijn: .v.a. CRvB 2 april 2010 (USZ 2010/131 en CRvB 15 september 2010 en USZ 2010 2010/303. 34). Het gaat dus om de zogenoemde ontslaguitkering. De overheidswerkgever kan tegen toekenning van een WW-uitkering in bezwaar en beroep als derdebelanghebbende. Eerste en Tweede Kamer en Provinciale Staten vallen hier niet onder. Bij de Wet WIA kan de overheidswerkgever bij de WGA-uitkering ervoor kiezen om eigenrisicodrager te zijn gedurende de eerste tien jaar. de beëindiging van de dienstbetrekking van zijn vroegere werkgever ontvangt.4. 16 lid 2 WW) o Loonverlies (art. CRvB 14 juni 2006 (AB 2007.Werknemer in de zin van art.b. Dat overheidswerkgevers eigenrisicodrager zijn voor de WW is een voortzetting van de situatie ten tijde van de wachtgeldregelingen.3. . als een overheidswerkgever bezwaar maakt. Wel is het UWV de instantie die bepaalt of een overheidswerknemer recht heeft op een WW-uitkering. zodat ook in dat geval de overheidswerkgever als belanghebbende in de zin van art.v. Op 14 juni 2006 deed de CRvB een belangrijke uitspraak over de overheidswerkgever als belanghebbende bij de WW-besluiten. 16 lid 3 WW bepaalt dat de inkomsten die een werknemer i.The Marketplace to Buy and Sell your Study Material Week 7: De werkloze werknemer Verplichte literatuur en jurisprudentie: par. Het gaat hier om een keuzemogelijkheid. 16 WW o verlies van arbeidsuren met een minimumomvang (art.m. tot aan een bepaalde grens met het recht op onverminderde doorbetaling van loon worden gelijkgesteld. 5. Bijv. . Straks zal blijken dat ambtenaren op dezelfde voorwaarden als werknemers voor een WW-uitkering in aanmerking komen. Bij IVA-uitkeringen is dit niet mogelijk (art.com . Voor hen geldt een aparte wachtgeldregeling o. een overheidswerknemer. 5.2.2-5. Bij de berekening wordt er uitgegaan van een gemiddeld aantal arbeidsuren in 26 maanden voorafgaand aan verlies (art. 1:2 Awb dient te worden aangemerkt.Stuvia. 5. de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers.

Bijv. Indien hieraan is voldaan ontstaat het recht op een WW-uitkering van rechtswege. o CRvB: niet de ontslagroute. art. 16 lid 3 WW kan leiden. wordt de termijn waaraan de inkomsten worden toegerekend. Wel kan de aanstelling op aanvraag  . vakantie voor langere periode. Art. Dus niet enkel objectief bekijken wat als dringende reden kan worden gekwalificeerd. Effect: er kan langer dan 36 weken worden teruggekeken. onbetaald verlof. Een van de weinige gevallen is het niet toepassen van de opzegtermijn van art. 95 lid 2 ARAR. detentie. strafontslag kan tot verwijtbare werkloosheid leiden. 24 lid 2 staat dat een werknemer verwijtbaar werkloos is geworden indien. Er moet worden gekeken naar alle relevantie omstandigheden in onderlinge samenhang:  Aard en ernst van de gedraging  Relevante omstandigheden  Aard en duur dienstverband  Wijze waarop dienstverband is vervuld . Als er recht is op een WW-uitkering moet dat recht nog geldend worden gemaakt. de a-grond.Stuvia. maar bij toepassing van ontslagrecht geldt geen opzegtermijn. 19 WW o Ambtenaar ontvangt ziekengeld krachtens ZW of uitkering krachtens de Wet WIA o Andere uitsluitingsgronden: buiten Nederland verblijven.com . 7:678 BW opleveren. Dit kan o. 17 WW o De werknemer moet 36 weken onmiddellijk voorafgaande aan de eerste dag van de werkloosheid ten minste 26 weken arbeid hebben.v. zelfstandig gewerkte weken.  Een tweede vraag is welke ontslagvergoeding tot toepassing van art. Aantal dagen/uren is niet van belang. 20 lid 3 /4 WW. zwangerschap en bevalling. 27 lid 1 WW).: ziekteweken.  De wetgever heeft gemeend dat art. Voor de hand ligt de vergoeding van art 99 ARAR. Dit is voor ambtenaren van groot belang. . 17a lid 1 WW i. 16 lid 1 sub b WW.v.Afwezigheid van uitsluitingsgronden van art. daarvoor is een ontslagbesluit nodig. art. Toch is het ook op ambtenaren van toepassing: de inhoudelijke reden voor ontslag moet een dringende reden als bedoeld in art. gefingeerd (fictieve opzegtermijn). 8:4:1 en 8:12:2 CAR/UWO.g.Aan de werkloosheid een dringende reden ten grondslag lag en de werknemer ter zake een verwijt kan worden gemaakt (a-grond) o Het ambtenaren recht kent geen ontslag op staande voet of ontbinding wegens dringende reden. Artikel 24 WW maakt onderscheid tussen verwijtbaar werkloos worden en zijn of blijven. maar de inhoudelijke reden is doorslaggevend of er sprake is van verwijtbaarheid o. . o Uit rechtspraak blijkt dat aan het onderzoek van het UWV naar de aanwezigheid van een dringende reden hoge eisen worden gesteld: UWV dient dit materieel te beoordelen. Zwaarste sanctie is dan blijvend geheel weigeren van de uitkering (art. Ook kan worden geacht aan bovenwettelijke werkloosheidsuitkeringen  Toepassing van art.g. Hierbij speelt het subjectieve gedrag van de ambtenaar een rol en wordt bekeken of er sprake is van verwijtbare werkloosheid. . o Bepaalde weken blijven buiten beschouwing. 16 lid 3 WW zal niet vaak voorkomen. Volgens de MvT moet gedacht worden voor de sector Gemeenten aan de artikelen 8:1:1. 16 lid 3 WW ook van toepassing is op ambtenaren en verwijst naar art. 94-97 ARAR en daarmee overeenkomstige bepalingen.The Marketplace to Buy and Sell your Study Material Voor zover een opzegtermijn ontbreekt of deze niet volledig in acht is genomen.g.Voldoen aan de referte-eis van art. o Beschikbaar om arbeid te aanvaarden (art.Dienstbetrekking beëindigd door of op verzoek van de werknemer (b-grond) o In het ambtenarenrecht kan de aanstelling niet door de ambtenaar zelf worden beëindigd.v.  Er moet sprake zijn van ontslagvergoeding en geen of onjuiste opzegtermijn.

LJN BM1153 (Maatstraf verwijtbare werkloosheid): Ter beantwoording van de vraag of aan de werkloosheid een dringende reden ten grondslag ligt. Evenredigheidsbeginsel van art.2) o De hardheidsclausule staat in lid 3 WW. 27a lid 1 WW. waaronder zijn leeftijd en de gevolgen die een ontslag op staande voet voor hem zouden hebben. Hij dient serieus in te gaan op een aanbod van passende arbeid. de subjectiviteit van de dringende reden. controlevoorschriften op te volgen etc. alsmede de persoonlijke omstandigheden van de werknemer. CRvB 15 september 2010.Stuvia. is overwogen. Het feit dat de korpsbeheerder er niet voor heeft gekozen om betrokkene strafontslag te verlenen. art. Wat onder passende arbeid moet worden verstaan staat in art.op 29 januari 2008 verwijtbaar werkloos is geworden. tenzij voortzetting van de dienstbetrekking redelijkerwijs van de ambtenaar mocht worden gevergd (privésfeer.g.v. dient een materiële beoordeling plaats te vinden en is de wijze waarop het dienstverband is beëindigd niet doorslaggevend. (art. Wel vormt de reactie van de werkgever op het gedrag van de werknemer een aanwijzing voor het al dan niet aanwezig zijn van een dringende reden. De WW-uitkering wordt voor een ambtenaar betaald door de overheidswerkgever. o Hoogte boete staat in art. Het Uwv mag de gedragingen die hebben geleid tot de eerdere werkloosheid/ontslag betrekken bij de beoordeling van de vraag of betrokkene – nu hij door werkhervatting een nieuw recht op WW-uitkering heeft opgebouwd . werkomstandigheden) CRvB 2 april 2010. kan het UWV nog de benadelingshandeling van art. Het voeren van verweer is niet meer nodig o. Een van de belangrijkste verplichtingen is dat ook een werkloze ambtenaar andere passende arbeid dient te aanvaarden.The Marketplace to Buy and Sell your Study Material worden beëindigd (art. 25 WW) en de verplichting om tijdig WW aan te vragen. zoals de aard van de dienstbetrekking.v. omdat strafontslag vaak leidt tot verwijtbare werkloosheid op de a-grond. de duur daarvan en de wijze waarop de werknemer die dienstbetrekking heeft vervuld. . Toch is het voor een ambtenaar verstandig dat hij in bezwaar en beroep gaat tegen een strafontslag.com . Dat betrokkene in dienst was van een overheidswerkgever vormt geen aanleiding om een andere maatstaf aan te leggen. LJN BN7152 (Strafontslag/verwijtbaar werkloos): werkloosheid nadat de Raad – anders dan de rechtbank – verleend strafontslag in stand heeft gelaten. Boete kan verhoogd of vermindert worden n. Daarnaast heb je de nog de inlichtingenplicht (art. Als het UWV van mening is dat er geen sprake is van verwijtbare werkloosheid. o Zie ook Boetebesluit socialezekerheidswetten (13. Het UWV kan dit artikel toepassen wanneer een tijdelijk aangestelde ambtenaar instemt met beëindiging van zijn aanstelling voor afloop van de afgesproken termijn. art. verwijtbaarheid (zie Beleidsregel boete werknemer (13. LJN BH2387. 94 ARAR en 8:1 CAR). 25 WW. Je mag het uitkeringsfonds niet benadelen.v. 5:46 Awb moet in acht worden genomen.a. 24 lid 3 WW: alle arbeid die voor de krachten en bekwaamheden van de werknemer is berekend.g. in onderlinge samenhang bezien met de aard en ernst van de gedraging en de andere relevante aspecten. Nader uitgewerkt in Richtlijn passende arbeid (6.8). 26 WW) Niet nakomen van de verplichtingen kan leiden tot de volgende sancties: In de WW worden drie sancties onderscheiden: . 24 lid 6 WW. zoals in de uitspraak van 18 februari 2009. 24 lid 5 WW in stelling brengen.Bestuurlijke boete (bestraffende sanctie) o Kan worden opgelegd bij schending informatieplicht o. vormt dus niet meer dan een indicatie dat geen sprake is van een dringende reden. Dit levert in beginsel verwijtbare werkloosheid op.1). Elementen die dienen mee te wegen bij de beoordeling of zich een dringende reden voordeed zijn.

20 lid 2 WW). indien: . art.The Marketplace to Buy and Sell your Study Material - - Maatregel (herstelsanctie) o overtreden van andere in WW genoemde verplichtingen.v. 42a lid 2/3 WW = verzorgingsforfait).  Tijdelijk of blijvend geheel of gedeeltelijke verlaging van de uitkering (lid 3)  Overtreding sollicitatieplicht. en daarna 70% o. 16 en 17 Wfsv. Onderscheid moet worden gemaakt tussen:  Blijvend geheel of gedeeltelijk weigeren van de uitkering (lid 1)  verwijtbare werkloosheid. 33d Wet SUWI).com . Als er recht is op verlenging dient het arbeidsverleden. De maximale hoogte van het dagloon staat in art. o Het recht eindigt over het aantal uren waarin betrokkene werkzaamheden verricht uit hoofde waarvan hij niet langer als werknemer in de zin van de WW wordt beschouwd (art.g.g. benadelingshandeling.v. 20 lid 1 onder d jo. art. 45 WW.v.  Blijvend gehele of gedeeltelijk weigeren van de uitkering (lid 2)  nalaten passende arbeid aanvaarden of door eigen toedoen geen passende arbeid verkrijgen. Hoe het arbeidsverleden moet worden berekend staat in art. 20 lid 1 WW regelt de gronden voor beëindiging. De eerste 2 maanden bedraagt de uitkering 75% van het (maximum) dagloon. Hierbij zit een stukje fictief voor sommige (vanaf 18 jaar tot 1998). 20 lid 1 onder e WW .Verstrijken van de uitkeringsduur o. Schriftelijke waarschuwing (herstelsanctie) (art. UWV moet dan een aantal aspecten in aanmerking nemen denk aan ernst van de gedraging. 19 lid 1 onder h WW .Fictief: periode vanaf en met inbegrip van het kalenderjaar waarin de werknemer achttien is geworden tot 1998. telt alleen 2007 nog mee.Rechthebbende werkzaamheden gaat verrichten op grond waarvan hij niet langer als werknemer wordt aangemerkt o. 42 lid 2 onder a WW. o Nadere uitwerking in het Maatregelenbesluit socialezekerheidswetten (13. .Rechthebbende overlijdt o.g. 47 lid 1 WW. o Werknemer moet aantonen dat hij elk jaar 52 dagen of meer loon heeft ontvangen. eisen stellen aan werk.v.Stuvia. art. 27 lid 1-3 WW. Bestuurlijke boete heeft voorrang 27 lid 9 WW. 42 lid 4 WW: . 8 lid 1 WW (zie art. Dit wordt refertejaar genoemd.g. De WW-uitkering kan worden verlengd indien wordt voldaan aan de 4-uit-5-eis (art.g. o Perioden waarin werknemers voor kinderen hebben gezorgd of wanneer er sprake is van mantelzorg. 33c en art.v. De zgn. Gevolg: twee verzorgingsjaren nodig om één jaar arbeidsverleden op te bouwen. arbeidsverledenbeschikking van het UWV is hierbij van belang (art. 27 lid 7 en 27a lid 2 WW) o Van waarschuwing mag geen gebruik worden gemaakt als sprake is van recidive binnen twee jaar na vorige waarschuwing De WW-uitkering duurt minimaal drie maanden.3). Art. art. Als iemand in 2008 werkloos is geworden.Feitelijk: periode vanaf en met inbegrip van 1998 tot en met het jaar dat onmiddellijk voorafgaat aan het jaar waarin iemand werkloos is geworden. . Het dagloon is het 1/261e deel van het loon dat de werknemer verdiende in het jaar voorafgaande aan het aangiftetijdvak waarin arbeidsuren verlies is ingetreden o. kunnen onder bepaalde voorwaarden worden meegeteld (art. 20 lid 1 onder a WW). art. Kalenderjaren voor de 18e levensjaar tellen niet mee. Recht op WW-uitkering eindigt. Hiervoor is het niet noodzakelijk dat in dezelfde (publiek of privaat) dienstbetrekking is gewerkt.

art. dan bestaat geen recht op een bovenwettelijke uitkering. Hoofdstuk VI WW bevat een aantal re-integratie-instrumenten: . 1 onder b ten 1e is ontslagen. 8 lid 4 WW.g. 20 lid 3 WW (art.Niet-beschikbaarheid door ziekte of arbeidsongeschiktheid dan geldt geen herlevingtermijn o. Blijft er dan minder dan 5 of minder dan de helft over dan eindigt de uitkering in zijn geheel eindigen o. ALLEEN HET NIEUWE KENNEN! Per 1 januari 2012 is het BBUW-Rijk gewijzigd en leidt dit tot minder langlopende bovenwettelijke werkloosheidsaanspraken dan voorheen.Zelfstandige kan weer werknemer worden wanneer hij binnen 6 maanden zijn werkzaamheden als zelfstandige staakt o. 1 onder f BBWU-Rijk).Stuvia.v.v. 21 WW.Ging het om een uitsluitingsgrond dan geldt 6 maanden o.g. Hoogte en duur van de aanvullende uitkering.Een uitkering die de WW-uitkering aanvult (aanvullende uitkering) . ontslag wegens vrijwillig vervroegd uittreden en ontsluit uit een substantieel bezwarende functie. De situatie moest zoveel mogelijk overeenkomen met de situatie ten tijde van de wachtgeldregelingen. Ook die zonder winst.g.Een uitkering in aansluiting op de werkloosheidsuitkering Voorwaarden bovenwettelijke aanvullende uitkering: . . art. De aanvullende uitkering vult de WW-uitkering aan tot 70% van het voor de ambtenaar geldende dagloon (ongemaximeerd o. Rechthebbende niet langer werkloos is o. art. 8 lid 2 WW) . De aanvullende uitkering is dus alleen interessant voor ambtenaren die boven het maximum dagloon verdienden.4.g.Vast aangestelde ambtenaar (art.v. art. . 3 BBUW-Rijk. Alle daadwerkelijke uren worden meegenomen.Werkloos en recht op WW-uitkering (art. Het BBUW-Rijk kent twee typen bovenwettelijke werkloosheidsuitkering: .Scholing volgen met behoud van uitkering o. 72a WW) 5. STOF VEROUDERD. 1 onder b BBUW-Rijk) . De wachtgeldmethode wordt afgeschaft.Ontslagen zijn o Verder moet men ambtenaar zijn in de zin van het ARAR en ontslagen zijn.v.The Marketplace to Buy and Sell your Study Material o - Bijvoorbeeld hij wordt zelfstandige. 20 lid 4 WW. 75 en 76 WW .com . Bovenwettelijke werkloosheidsregeling voor rijkspersoneel Voor alle ambtenaren geldt de WW als basisregeling bij werkloosheid.v. Voor de sector Rijk geldt het BBUW-Rijk. herleven o. Herleven van het recht is aan bepaalde termijnen gebonden: . Iedere overheidssector kent nog een eigen bovenwettelijke werkloosheidsregeling. 76a WW) Bijzonderheid voor de overheidssector is dat niet het UWV.g. maar de overheidswerkgever verantwoordelijk is voor de re-integratie (art.g.g. Als de ambtenaar op een van de gronden in art. art. 20 lid 1 onder b WW o Als rechthebbende weer arbeid aanvaard.g. De duur van de aanvullende uitkering is gelijk aan de duur van de onderliggende uitkering o.g. 1 onder b en art. Het betreft dan strafontslag. De vermindering van werkloosheid wordt ook weer in uren vastgesteld. art. art. . art. Onder omstandigheden kan een recht op uitkering dat vóór het verstrijken van de geldende uitkeringsduur geheel of gedeeltelijk is geëindigd.v. In beginsel zal de . 21 lid 3 sub b WW.v. art.v.v. 3 lid 1 BBWU-Rijk.Proefplaatsing met behoud van uitkering (art.

bedraagt deze verlenging 18%. met dien verstande dat de verloren arbeidsuren waarvoor hij geen betrokkene is geen aanspraak geven op een uitkering krachtens dit besluit. en voor elke leeftijdsjaar komt er 1. o Regeling bevat veel overeenkomsten met BBWU-Rijk: aanvullende en aansluitende uitkering. 2 BBUW-Rijk. betrokkene die het einde van de duur van de WW-uitkering heeft bereikt.Stuvia. art. 17 Wfsv. Voorwaarden bovenwettelijke aansluitende uitkering: . 5. dan duurt de bovenwettelijke uitkering twaalf jaar en drie maanden. Het maximum wordt bereikt als de ambtenaar op het moment van ontslag 60 jaar of ouders is (78%). Vrijwel altijd zal deze wachtgeldmethode een langere uitkeringsduur opleveren dan de methode in art. vanaf dat moment recht heeft op een aansluitende uitkering.5% = 18% = 60% van de diensttijd van de ambtenaar.Wachtgeldmethode moet langere uitkeringsduur opleveren (OUD) . OUD: Voor de duur van de bovenwettelijke aansluitende uitkering is gekeken naar de wachtgeldmethode waarbij werd gekeken naar leeftijd van de ambtenaar op het moment van ontslag en zijn diensttijd.The Marketplace to Buy and Sell your Study Material duur van de bovenwettelijke werkloosheidsuitkering (aanvullende en aansluitende uitkering) gelijk zijn aan drie maal de duur van de onderliggende WW-uitkering o. Per 1 januari 2012 zal het BBUW-Rijk worden gewijzigd en leidt tot minder langlopende bovenwettelijke werkloosheidsaanspraken.a. Een maatregel die bijv. De hoogste van de aansluitende uitkering bedraagt van 70% van het dagloon zonder hantering van het maximumdagloon van art. Niet meer van toepassing voor ambtenaren die op of na 1 juli 2008 worden ontslagen (art. Berekening volgens de wachtgeldmethode levert een duur van drie maanden op met verlengen van (leeftijd – 20) x 1.b. wordt op vergelijkbare wijze t.Hoofdstuk 10d CAR . Verder wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de systematiek van de WW. de aanvullende uitkering toegepast. diensttijd is 20 jaar. In beginsel zal de duur van de bovenwettelijke werkloosheidsuitkering gelijk zijn aan drie maal de duur van de onderliggende WW-uitkering.Werkloos zijn op het moment dat het recht op aansluitende uitkering ingaat Hoogte en duur van de aansluitende uitkering.v. 99 ARAR.5% van de diensttijd bij de basisduur van drie maanden worden geteld.Hoofdstuk 10a CAR o Van toepassing op gemeenteambtenaren die voor 1 juli 2008 recht op een WWuitkering en een bovenwettelijke werkloosheidsuitkering verkregen. . De wachtgeldmethode wordt afgeschaft. Verschil: regeling somt de ontslaggronden die recht geven op een bovenwettelijke uitkering limitatief op. Bovenwettelijke werkloosheidsregelingen voor gemeentepersoneel De sector Gemeenten kent sinds 1 juli 2008 twee verschillende bovenwettelijke werkloosheidsregelingen: . Zie voor vergoeding bij ontslag art.5% bij.g. m. de WW-uitkering wordt opgelegd. 42 WW en bestaat dus recht op een aansluitende uitkering.com . 2 BBWU-Rijk. De basisduur bedraagt drie maanden (gelijk aan WW) en vervolgens wordt de bovenwettelijke werkloosheidsuitkering verlengd met een bepaald percentage van de diensttijd.t.5. 10a:38 CAR). Bijv. Dit is overgenomen in art. Eerste 15 maanden recht op 80% van het ongemaximeerde dagloon en daarna 70%. dan moet 19. Voor de ambtenaar die op de ontslagdatum nog geen 21 jaar oud is. Art.v. Als de ambtenaar 21 jaar is op het moment van ontslag . 8 BBWU-Rijk bepaalt dat indien op het moment van ontslag de duur van de uitkering berekend op basis van artikel 2 van het BBWU-Rijk langer is dan de duur van de uitkering berekend op basis van de WW.

v. 10d:13 lid 3 UWO.  Ontslag o. Indien het UWV t.g. 10d:4 CAR bepaalt dat het college passende maatregelen moet treffen bij een ontslag o. 10d:11 lid 2 CAR) b) Fase 2: gelijk aan de eventueel resterende uitkeringsduur van de WW ( Zie art. Duur van de aanvullende uitkering is gelijk aan de onderliggende WW-uitkering. dienst dezelfde maatregel evenredig te worden toegepast op de aanvullende uitkering. Er moet dan naar een maatwerkoplossing worden gezocht.v. 10d:16 CAR) De aanvullende en nawettelijke uitkering eindigen zodra de werkloosheid eindigt of als de duur is verstreken. 8:8 CAR (andere gronden).com . 24 WW. 10d:17 CAR). Er dient een belangenafweging te worden gemaakt. . Hoe ouder. Art. 8:3 of 8:6 CAR. Aanvulling bij EUR 4375 of meer tussen 10-30% afhankelijk van hoogte salaris.The Marketplace to Buy and Sell your Study Material o o o o o Meer nadruk op re-integratie werklozen. 10d:10 CAR): a) Ontslagen o. Bij de hoogte onderscheid tussen twee fasen: a) Fase 1: één jaar  Aanvulling tussen 10-30% afhankelijk van hoogte salaris.4 voor dienstjaren tot 40 jaar. Hoe hoger. Voorwaarden aanvullende uitkeringen (art.g. 10d:20 CAR). 10d:12 CAR)  Geen aanvulling voor salaris tot EUR 4375.v. De ambtenaar dient dan een verzoek in te dienen (art. Zie ook art. Correctiefactor bedraagt: 1. CRvB: hoogte vergoeding dient ten minste gelijk te zijn aan het voor de ambtenaar geldende totaal van uitkeringen berekend op basis van de WW en de voor de ambtenaar geldende bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid.Stuvia. hoe meer aanvulling. 10d:6 CAR) c) Recht op WW-uitkering Indien de gemeenteambtenaar recht heeft gehad op een aanvullende uitkering heeft hij vervolgens recht op een nawettelijke uitkering (art. Hiertegenover staat dat onder bepaalde voorwaarden er recht is op een langere opzegtermijn en een re-integratiefase. als ware als gevolg van het ontslag geen sprake van verwijtbare werkloosheid als bedoeld in art.g. 2 voor dienstjaren van 40 tot 50 jaar en 3 voor dienstjaren vanaf 50 jaar. zie art. en (art. vergelijkbaar met art. hoe meer dienstjaren via een bepaalde correctiefactor meetellen (art. 10d:15 CAR). 99 ARAR. De ambtenaar dient te worden gehoord. 8:6 CAR slechts in uitzonderingsgevallen recht op nawettelijke uitkeringen. art. art. hoe meer aanvulling Bij de nawettelijke uitkering speelt bij de berekening het aantal dienstjaren en leeftijd nog wel een rol. Hoe hoger. De hoogte van de nawettelijke uitkering bedraagt 70% van het gemaximeerde dagloon (art.v. b) Re-integratiefase doorlopen. art. Het lijkt een beetje op de kantonrechtersformule.a. Langdurende uitkeringen omgezet in kortere uitkeringen. Het College kan de nawettelijke uitkering afkopen. de onderliggende WW-uitkering een bepaalde maatregel oplegt.

Invoering heeft plaatsgevonden zonder dat daarvoor regelgeving tot stand was gekomen. De term ‘overleg’ geeft het juridische kader aan voor de regeling van arbeidsvoorwaarden.Bevoegdheid van de overheid om arbeidsvoorwaarden vast te stellen .1. technologische ontwikkelingen en medezeggenschap. In een evaluatie van de Raad voor het Overheidspersoneel (ROP) is gebleken dat het sectormodel heeft geleid tot arbeidsvoorwaardenoverleg dat beter inspeelt op de specifieke behoeften en wensen die in afzonderlijke sectoren leven. Het arbeidsvoorwaardenoverleg bij de overheid is ingrijpend gewijzigd. Sinds geruime tijd is het stelsel van arbeidsvoorwaardenoverleg in de overheidssector in ontwikkeling. de samenstelling en inrichting van de overlegorganen en de verhoudingen tussen de verschillende niveaus van overleg.v. Inleiding Collectieve onderhandelingen gaan over arbeidsvoorwaarden. De overheid heeft o.De inhoud van het overleg .Verplichting om ambtenarenorganisaties te overleggen . werkgelegenheid.g. Het collectief(arbeidsvoorwaarden)overleg met de vakorganisaties bij de overheid kan verschillen met de marktsector. De overheid is verdeelt in sectoren en per sector vindt er overleg met vakorganisaties plaats.2. 125 lid 1 AW de verplichting om regels te stellen inzake de rechtstoestand van ambtenaren.De te volgen procedure en de behandeling van geschillen. De belangrijkste kenmerken van dit juridisch kader bij de overheid zijn: . De gedetailleerde regeling van de verplichtingen moeten worden gezien tegen de achtergrond van de eenzijdige beslissingsbevoegdheid. 4x9-variant mocht in casu worden geweigerd vanwege inefficiënte bedrijfsvoering. In 1993 is het sectorenmodel ingevoerd: decentralisatie van het arbeidsvoorwaardenoverleg. CRvB 20 maart 2003. 125 lid 1 onder m AW). Het sectorenoverleg heeft geleid tot een verschuiving van het arbeidsvoorwaardenoverleg van het centrale niveau naar de sectoren. Het overeenstemmingsvereiste is geïntroduceerd in 1989: regelingen waaraan individuele ambtenaren rechten kunnen ontlenen. Georganiseerd overleg: het overleg van aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van ambtenaren (art. 7.Stuvia. De ROP heeft op dit moment vier functies: 1.The Marketplace to Buy and Sell your Study Material Week 8: Collectief ambtenarenrecht I Verplichte literatuur: hoofdstuk 7 Hoofdstuk 7: Collectief overleg en conflict 7. De sectoren verschillen sterk in omvang. scholing. Overlegorgaan van overheidswerkgevers en de centrales over overheidspersoneel . Afspraken uit akkoord komen in beeld voorzover bestuursorgaan zichzelf in beleidsregels de verplichting heeft opgelegd daaraan uitvoering te geven. LJN AF6575 (Arbeidsvoorwaardenakkoord): individuele ambtenaren ontlenen geen rechtspositionele aanspraken aan arbeidsvoorwaardenakkoord. kunnen slechts worden gewijzigd bij meerderheid van de organisaties van het overheidspersoneel. De overheid is beter herkenbaar en aanspreekbaar. Structuur van het overleg Hieronder wordt verstaan de regeling van deelnemende partijen.De regeling van deelnemers aan het overleg .com . Juist omdat het de overheid is die als werkgever deze aangelegenheden eenzijdig. art.

In lid 3 is het overeenstemmingsvereiste geregeld. SER advies 1994: afbakening van de bevoegdheden van de OR m.4. In 1995 is de WOR van toepassing verklaard op de overheidssector. maar die niet alleen voor rijksambtenaren gelden. Naast ledental speelt ook spreiding de spreiding over de verschillende categorieën van betrokken ambtenaren een rol bij representativiteit. De bijzondere commissie is vervallen en het departementaal overleg is daarvoor in de plaats gekomen.t. Overlegfunctie t. 115-118 ARAR). voor zover die in de regelingen vervat zijn. Weigering is een daad van willekeur. behoren tot de bevoegdheden van de ROP. regelingen die specifiek betrekking hebben op overheids. Als er geen afspraken zijn gemaakt met de vakbonden. 113-118 ARAR zijn ingrijpend gewijzigd in 1999.3.v. Door een overgangstermijn waren er van 1997 geen dienstcommissies meer bij de rijksoverheid. Het departementale overleg van de centrales van de verenigingen van ambtenaren Art. De contractsvrijheid van partijen breng met zich mee dat er in principe geen verplichting bestaat om partijen toe te laten tot het overleg. Lid 1 is een vrije ruimte. Andere vakorganisaties moeten hun representativiteit bewijzen (art. 105 lid 1 ARAR. kan de OR niet die rol krijgen: te grote inbreuk op het stel van . Instemmingsfunctie 7. 105 ARAR vindt de afbakening plaats van de onderwerpen waarover overleg met de SOR dient plaats te vinden.b. Lid 4 en 5 bevatten nog twee afbakeningsbepalingen over onderwerpen waarover geen overleg wordt gevoerd: voorstellen m.t. 7. In art. 105 lid 2 sub e ARAR).b. Sectoroverleg Rijk Het overleg bij het Rijk vindt enerzijds in de Sectorcommissie Overleg Rijkspersoneel (SOR) plaats en anderzijds op decentraal niveau per departement of onderdeel daarvan (art. inhoud en duur. ARAR wordt het overleg geregeld met de SOR over aangelegenheden die van invloed zijn op de rechten en verplichtingen van rijksambtenaren. 125 lid 1 sub m AW.en onderwijspersoneel 4. maar ondernemingsraden.Stuvia. primaire arbeidsvoorwaarden ondergaan geen wijzingen. het gehele overheidspersoneel (ROP bevoegd) en voorstellen m. Daarbinnen moet het gaan over rechten en verplichtingen van individuele ambtenaren. De WOR biedt de mogelijkheid om medezeggenschapsstructuren te creëren met centrale ondernemingsraden (COR) en groepsondernemingsraden (GOR). Algemene zaken die de positie van ambtenaren betreffen. Overleg moet voldoen aan drie vereisten: tijdstip.t.v. De overlegregeling is kenmerkend voor het overleg van de overheid. Op departementaal niveau is wel gekozen voor een overkoepelende vorm van medezeggenschap: of GOR of departementaal ondernemingsraad (DOR).a. Dit vereiste vindt zijn basis in art. In de SOR vindt het overleg plaats tussen de minister BZK en vakorganisaties. 105 e. Uitgangspunt blijft gehandhaafd: primaat over het onderhandelen over primaire arbeidsvoorwaarden komt toe aan de vakorganisaties. Het moet gaan om voorstellen die vallen binnen het bereik van de algemene overlegbepalingen van art. In het ARAR is aangegeven welke partijen aan werknemerszijde aan het overleg deelnemen. Adviseren aan het kabinet over arbeidsvoorwaardelijke onderwerpen 3.b. Er mag worden uitgegaan dat een vakorganisatie met evenveel leden als de kleinst toegelaten centrale. wettelijke regelingen die gelden voor zowel werknemers als ambtenaren.com . In art. ondernemingsraden en onderdeelcommissies.The Marketplace to Buy and Sell your Study Material 2. Er is geen COR voor de Staat ingesteld: alle ondernemingen van een rechtspersoon. tot het overleg zal moeten worden toegelaten.

waarover aan de OR geen instemmingsrecht toekomt. het lokaal georganiseerd overleg en wordt op centraal niveau onderhandeld over deze zaken. Niet heel goed samengevat.Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling (CAR) o Op sectoraal niveau overlegt gevoerd in het LOGA. De uitwerking van hetgeen in de CAR is opgenomen. nog een keer deze paragraaf lezen. Een vakorganisatie die inhoudelijke bezwaren heeft tegen een reorganisatie. Bijv. Binnen sector Rijk wordt met name waar het secundaire arbeidsvoorwaarden betreft. omdat de regeling m. Met het bepaalde in art. gestreefd naar deregulering en verdere decentralisatie van het arbeidsvoorwaardenoverleg naar het niveau van de ministeries en de hoge colleges van de Staat.v.b. de vakbond of de OR. Wel kan via art. In het overleg op gemeentelijk niveau zijn drie onderdelen te onderscheiden: . bij het adviesrecht.Lokaal georganiseerd overleg o Op gemeentelijk niveau onderhandelingen over arbeidsvoorwaarden waarvan LOGApartijen hebben vastgesteld dat deze een zodanig lokaal karakter hebben dat zij niet bindend voor alle gemeenten kunnen worden afgesproken. Art. vindt op lokaal niveau plaats in het lokaal georganiseerd overleg . HR: aan de OR komt geen instemmingsrecht toe.t. Bij reorganisaties is soms zowel overleg met de OR als vakorganisaties voorgeschreven. o M. Oftewel: verplichting om overleg met vakorganisaties over aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van ambtenaren in regelgeving vast te leggen als voor de rijksambtenaren in het ARAR is geschied. Uit arrest van de HR wordt duidelijk dat bij de vraag wie welke bevoegdheden uitoefent op het decentrale niveau. . .Uitwerkingsovereenkomst (UWO) o Bevat naast de uitwerking van CAR-zaken ook andere onderwerpen.t. 113 ARAR is beoogd een taakverdeling aan te brengen in de positie van vakorganisaties en ondernemingsraden. 7. 113 ARAR verdeelt de onderwerpen van departementaal overleg in twee categorieën: . m.n. 32 WOR extra bevoegdheden aan de OR op dit terrein worden toegekend.i. Gemeenten kunnen kiezen om aan de UWO deel te nemen. Dan treedt het LOGA i. kan er niet van worden weerhouden om dit in het overleg in te brengen. 125 lid 2 AW bepaalt dat het bevoegd gezag van de decentrale overheden voorschriften moet vaststellen over de onderwerpen genoemd in lid. bijzonder verlof zoals die bij de Belastingdienst aan de orde was.5.com . het noodzakelijk is om te komen tot een duidelijke regeling om misverstanden te voorkomen. Gemeenten Op gemeentelijk niveau is de Landelijk Overleg Gemeentelijke Arbeidsvoorwaarden (LOGA) opgericht. gelijk te stellen is met een regeling tot het intrekken van een aantal vakantiedagen. 1997 zijn beide regelingen opgenomen in een geïntegreerde tekst: CAR/UWO.Invoering of wijziging van regels met rechten of verplichtingen van individuele ambtenaren .Voorgenomen besluiten tot een belangrijke reorganisatie.Stuvia. Dit zijn primaire arbeidsvoorwaarden. onderwerpen die van het centrale naar het sectorale niveau zijn overgedragen.b. o De vier grote gemeenten zijn alleen gebonden aan het sectorakkoord m. Als tijdens college blijkt dat dit belangrijk is.v.p. Overleg bij decentrale overheden Art. spaarloonregeling.The Marketplace to Buy and Sell your Study Material arbeidsverhoudingen. Er is een systeem waarbij meer mogelijkheden zijn om differentiatie aan te brengen binnen de verschillende sectoren.

a. Vergelijking met collectief overleg in de marktsector Collectief overleg in de marktsector wordt gekenmerkt door vrijheid van onderhandelen. De sector Waterschappen heeft geen overlegprotocol.g. het overeenstemmingsbeginsel. 3 Wet AVV heeft de cao een verdergaande betekenis dan alleen een afspraak tussen cao-partijen. Het uitgangspunt is dat de OR geen bevoegdheid heeft t. Rechtskarakter van overleg Introductie van het sectormodel is onderdeel van het proces om de arbeidsverhoudingen bij de overheid te normaliseren (normalisatieproces). Aan AVV cao’s komt geen nawerking toe (HR Ziekenhuis/Te Riet). Contractsvrijheid brengt mee dat er geen verplichting bestaat om partijen toe te laten overleg. waarvan deze niet kan worden gewijzigd. Moet worden beoordeeld aan de hand van de tekst (cao-norm). 18 Wet CAO).v. Nog een aantal duidelijke verschillen: .v.6. Deze hebben pas rechtskracht richting ambtenaren.v.v. art. kunnen op regionaal niveau niet meer aan de orde worden gesteld. Haviltex-norm is niet doorslaggevend.com . specifieke regelgeving zoals WMCO of de SER-fusiegedragsregels dient er wel overleg met vakorganisaties plaats te vinden. Primaat van de cao blijft daarbij onaangetast. Ook de politie kent geen afzonderlijk overlegprotocol. waterschappen en politie Op provinciaal niveau is er ook een protocol: sectoroverleg provinciale arbeidsvoorwaarden (SPA). maar materieel is daar door de invoering van het instemmingsvereiste steeds minder sprake van.Stuvia. is de overheid daaraan gebonden. Wel nawerking in individuele arbeidsovereenkomst o. Conclusies uit vergelijking Door het proces van normalisering van de arbeidsverhoudingen bij de overheid heeft ertoe geleid dat het stelsel van arbeidsvoorwaardenoverleg toegroeit naar het in de marktsector gebruikelijke systeem. Minister BZK 1997: handhaving normalisatieproces. 14 Wet CAO en art. Karakter: handhaven van het eenzijdig karakter van overleg of dient worden overgegaan op een tweezijdig karakter: contractmodel. zonder dat daarbij enig voorbehoud is gemaakt. De onderhandelingen vinden plaats in het Landelijk arbeidsvoorwaardenoverleg waterschappen (LAWA). Het is de bijzondere positie van de overheid die met zich mee brengt dat bij verdere normalisering per onderwerp moet worden bekeken of de bijzondere positie van de overheidswerkgever een gelijke regeling als voor werknemers in de marktsector in de weg staat.b. 7. Immers.g. Uitgangspunt: marktconforme regeling toepassen. Formeel heeft het karakter van overleg nog steeds eenzijdige elementen in zich. tenzij de bijzondere positie van de overheid een andere regeling vergt. nadat deze per waterschap is vastgesteld. Onderwerpen die op centraal niveau door de CGOP worden behandeld. O. indien de overheid onderhandelingen op sectorniveau met de vakcentrales tot een akkoord is gekomen.7. O.g.The Marketplace to Buy and Sell your Study Material Provincie. primaire arbeidsvoorwaarden. De cao moet grammaticaal worden uitgelegd. Afspraken in een cao hebben altijd een tijdelijk karakter (art. De arbeidsvoorwaardenregeling bij de waterschappen wordt aangeduid als Sectorale Arbeidsvoorwaarden Waterschappen (SAW). Deze overeenkomsten hebben voor de partijen en hun leden een binden karakter.en Ambtenarenzaken (CGOP) Overleg vindt plaats o. Het arbeidsvoorwaardenoverleg in de private sector is gericht op het afsluiten van overeenkomsten (veelal CAO). Overleg vindt plaats in de Commissie voor Georganiseerd Overleg in Politie. 7.v. Rechtspraak: vordering tot toelating moet toegewezen worden indien eisende partij representatief is voor een groep werknemers en er reeds sprake is van overleg met andere partijen.

The Marketplace to Buy and Sell your Study Material - - Formele eenzijdige karakter van het overleg versus tweezijdig karakter van de overeenkomst. . De positie en bevoegdheden van collectieve partners zijn in het overlegd bij de overheid vastgesteld in een publiekrechtelijke regeling. De advies. T. Er is een regeling in het ARAR opgenomen onder art. tijdsduur van gemaakte afspraken en gevolgen voor de planning daarvan van het overleg zijn er nog verschillen.8. 110b t/m 111 ARAR (wijkt wat af van de voorstellen van de Commissie-Toxopeus II). 6 lid 4 ESH (actierecht) is een voorbehoud gemaakt t.a.en arbitrageregeling wordt ook wel de sluitstukregeling genoemd: aan het slot van het overleg waarbij niet tot overeenstemming is gekomen.com . Dient in beginsel binnen vier weken te gebeuren.Voortgezette overlegfase (art. Er moest een regeling worden getroffen voor het geval bij een overleg geen overeenstemming wordt bereikt over de arbeidsvoorwaarden.Kennisgevingsfase (art.Stuvia. . De Advies-en Arbitragecommissie (AAC) is oorspronkelijk ingesteld voor geschillen.v. Wordt wel minder door overeenstemmingsvereiste: meer gelijkwaardige partijen. In kader van overeenstemmingsvereiste dient er een meerderheid van de vakorganisaties voor te zijn. Tot stand gekomen vanwege het bepaalde in art. Overheid: hetgeen is afgesproken wordt vertaald in een wijziging van de rechtspositieregeling. Marksector: cao-overleg als looptijd is verstreken. wordt een bijzondere procedure gerealiseerd. 7. Spanningsveld tussen overheid als wetgever en werkgever blijft aanwezig.Formuleringsfase o Binnen 5 dagen na kennisgeving dient voorzitter overlegvergadering uit te schrijven.en arbitrageregeling. Nagegaan moet worden of er overeenstemming (onderwerp en inhoud) bestaat en of een oplossing voorhanden is (voortzetting overleg waarbij advies wordt gevraagd aan advies.of arbitragefase . die zich voordoen in het centraal overleg met de Centrale Commissie of de bijzondere commissie. Er worden vier fasen onderscheiden: . In marktsector kunnen rechteren voor werknemers direct uit cao voortvloeien.en arbitragecommissie of arbitrale uitspraak). Het normaliseringsproces is nog niet afgerond.v. 111 ARAR) o Nadat AAC advies heeft uitgebracht. Dit is een wijziging voor onbepaalde tijd. 110d ARAR) . is voor voorzien in een advies. Uitkomst overleg overheid moet worden vertaald in een besluit van de overheid tot aanpassing rechtspositieregeling. De regeling is van toepassing op geschillen over aangelegenheden voor zover die uitsluitend de rechtstoestand van ambtenaren betreffen met inbegrip van de algemene regels volgens welke het personeelsbeleid zal worden gevoerd. Op dit moment gaat de commissie over geschillen die betrekking hebben op het overeenstemmingsvereiste met de SOR en het departementaal overleg. de publieke sector. Advies. 6 lid 3 ESH: bevorderen dat een doelmatige procedure voor bemiddeling en vrijwillige arbitrage wordt ingesteld en toegepast. Voor de gemeentelijke overheid is er een vergelijkbare commissie: Landelijke Advies en Arbitrage Commissie (LAAC).Advies. Het kabinet onderkent dat verdere normalisering van het collectief overleg in zijn uiterste consequenties een overgang van de eenzijdige aanstelling naar de tweezijdige arbeidsovereenkomst betekent. Bij art. De ROP adviseert dat het natuurlijke moment om de ambtelijke status af te schaffen nog niet is aangebroken (1999).a.en arbitrageregeling Bij onderhandelingen over aangelegenheden waarvoor het overeenstemmingsvereiste geldt. in marktsector kan werkgever ook met minderheid vakbonden een cao afsluiten.

u. Pres.w. 6 lid 4 ESH is het recht op collectief optreden (met inbegrip van het stakingsrecht). Moet worden getoetst aan concrete omstandigheden van het geval.De rol van bewaker van bestaande regels voor de arbeidsverhoudingen . .v. De bijlage was echter wel veel te lang. 31 ESH en art.z.a. Daarna zijn er nog andere ministers geweest. Bij de toetsing gaat de rechter derhalve uit van het recht tot het voeren van collectieve acties. Er dient een zorgvuldigheidstoets van art.a. 6:162 BW plaats te vinden. ambtenaren en geldt het alleen nog voor defensiepersoneel. Vijf maanden na het rapport verscheen het wetsvoorstel van Wiegel: Wet collectieve acties ambtenaren. Bij ratificering van de herziening van het ESH. Uit vonnissen blijkt dat onevenredige grote schade voor derden een belangrijke rol speelt bij de beoordeling van de rechtmatigheid. HR 1992: overheidspersoneel kan niet van het recht op collectief onderhandelen worden uitgesloten. Collectief actierecht Indien er in het collectief overleg geen overeenstemming wordt bereikt tussen de werkgevers en de vakorganisaties.v.9.h. Ook collectieve acties van ambtenaren vallen onder art. is het voorbehoud van art. De Militaire Ambtenarenwet regelt in art. maar het recht kan worden beperkt door spelregels. 6 lid 4 ESH aangenomen. 6 lid 4 ESH. de zorg voor de arbeidsverhoudingen in het politieke proces. In de praktijk is hier nauwelijks gebruik van gemaakt. Tot op heden is er nog geen wetgeving over het collectieve actierecht van ambtenaren.The Marketplace to Buy and Sell your Study Material Commissie heeft in het arbeidsvoorwaardenoverleg een tweeledige rol: . Art. behoort het voeren van collectieve acties tot één van de bevoegdheden van de vakorganisaties om druk uit te oefenen. Bevoegdheid bestaat naast de mogelijkheid om een geschil aan de AAC voor te leggen. Ontwikkelingen in de rechtspraak Het uitgangspunt dat staken in principe plichtsverzuim zou zijn. 12i MAW het collectief actierecht. Sinds 1972 is het voeren van collectieve actie gericht tegen werkgevers niet meer in strijd met het coalitieverbod. vastgelegd voor werknemers en werkgevers in geval van belangengeschillen. 7. Commissie-Toxopeus II (1979) werd ingesteld en stelde om het recht op collectieve actie toe te kennen m. is de ASIO-werkgroep ingesteld.v. 6 lid 4 ESH.Stuvia. Rotterdam in 1983: stakingen van ambtenaren in beginsel geoorloofd.v. Ook uit lagere rechtspraak blijkt dat collectieve acties vallen onder art. Voor de ontwikkeling op het recht op collectieve actie is het ESH van grote betekenis geweest. Toetsing vindt plaats a. tenzij.com . art. In 1986 werd rechtstreekse werking door de HR van art. N. De overheid achtte een verbodsbepaling op het voeren van collectieve acties door ambtenaren en spoorwegpersoneel wel gewenst. is onjuist volgens de CRvB.d. In 1981 verscheen het rapport en een meerderheid meende dat het stakingsrecht niet onverkort aan alle categorieën van het overheidspersoneel kon toekomen. Rb. functies genoemd in de bijlage bij de wet (personeel defensie en politie). 6:162 BW. 6 lid 4 ESH vervallen t. Nederland had hier een voorbehoud gemaakt voor overheidspersoneel.De rol van bewaker van de procedures die moeten worden gevolgd bij het veranderen van zulke regels. maar onder bepaalde omstandigheden ongeoorloofd kan zijn. In 1980 is het ESH door Nederland geratificeerd en moest het strafrechtelijk stakingsverbod worden geschrapt. Deelname mogelijk. die sinds 2006 van kracht is. Dit werd strafbaar gesteld in het WvSr. d.

met belangen van derden of publiek belang is standpunt genuanceerder. Nederlandse rechtspraak doorstaat niet de toets der kritiek a.b. De . Rb utrecht 4 jan 2008 (Staking II): Vordering van verbod tot het voeren van een collectieve actie gedurende welke de dienstdoende politieambtenaren de bewaking van bepaalde gebouwen niet volledig zullen uitvoeren. Alleen beperkingen o. In HR Streeksvervoer is bepaald dat aan de hand van omstandigheden van het geval een proportionaliteitstoets moet worden uitgevoerd.v. (in een democratische samenleving noodzakelijk zijn voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen en voor de bescherming van de openbare orde. Amsterdam 23 april 2010. De taken van het Bureau Orde en Bewaking moeten worden gerekend tot de essentiële politiedienst. Dit onderdeel hoeft niet strijdig te zijn met ESH. de nationale veiligheid.The Marketplace to Buy and Sell your Study Material In het HR Douwe Egberts oordeelde de HR dat werknemers het ultimum-remediumvereiste was geschonden. omdat dit de rechter toestaat om een van de voornaamste privileges van de vakbonden uit te oefenen.h.com . die een beperking op het stakingsrecht kan rechtvaardigen. Vz. Comité vindt dat rechters niet in de afweging van vakorganisaties dienen te treden of en wanneer een actiemiddel moet worden ingezet. Door de stakingsactie zal het waarnemingsniveau van het toezicht zodanig worden verlaagd dat deze kan leiden tot ernstige en niet te voorziene gevolgen voor de openbare orde en de veiligheid van mensen en gebouwen. Anderzijds doordat gezien de aard van de overheidsactiviteiten acties in de collectieve sector sneller tot overlast en schade bij het publiek kunnen leiden. Zowel de Rb. Het Comité van Deskundigen concluderen dat de rechtspraak niet conform de regeling van art.v. te gaan staken. ESH. . Overheidstaken die te maken hebben met handhaving van de openbare orde en veiligheid zullen door de rechter strikter worden getoetst. De gemeente Amsterdam heeft een verbod gevorderd voor het reinigingspersoneel om op of vanaf 30 april a. art. Toepassing van deze normen binnen de overheidssector kunnen eerder een rechterlijk verbod voor een bepaalde actie opleveren.g. Dit zijn verdere beperkingen dan die zijn toegestaan in art. Amsterdam 14 december 2007 (Staking I) en Rb Utrecht 8 maart 2008 oordeelden dat het voeren van collectieve acties van de politie tijdens een voetbalwedstrijd niet was verboden. Rechters hanteren proportionaliteitscriterium.Sprake is van aantasting van rechten van derden of openbaar belang in de zin van art. het beslissen wanneer een staking nodig is. Uitgangspunt is dat collectieve acties rechtmatig zijn. omdat er nog geen enkele beslissing was genomen. 31 ESH (inmiddels G) zijn toegestaan. 6 lid 4 ESH is.Stuvia.s.d. Rb: De (aanmerkelijke) belangen van derden wegen minder zwaar dan het belang van de politievakbonden bij de uitoefening van het grondrecht om ter verbetering van de arbeidsvoorwaarden collectieve actie te voeren. Het Comité onderzoekt of de rechtspraak op redelijke wijze rechtspreekt.v. Twee criteria die in de rechtspraak worden gehanteerd: . Wat betreft de proportionaliteitstoets i. 31 ESH in zodanige mate dat beperkingen aan het stakingsrecht nodig zijn in het maatschappelijk belang. zeker als deze lang duren. 31 ESH. Acties waren te voorbarig. Enerzijds omdat de overlegprocedures binnen de overheidssfeer formeel en uitvoerig zijn geregeld. Rb. de volksgezondheid of de goede zeden) De rechtspraak is volgens het Comité als materieel recht te beschouwen. Alleen stakingsacties buiten de spits mochten. Vzr.Sprake van ultimum remedium: dit botst volgens Comité met het wezen van stakingsrecht. nl. zodat handelen in strijd met deze procedure eerder onzorgvuldig is. Het belang hiervan prevaleert boven het belang van het recht op staking. LJN BM2254 (Staking III). zolang de rechter niet het tegendeel beslist. Het ultimum-remediumvereiste en de proportionaliteitstoets zorgden ervoor dat rechters beoordelen of een staking passend en rechtmatig is.

Overleg op decentraal niveau is zo veelomvattend. Dit artikel is zo geformuleerd dat hij in overeenstemming is met de verdragen van ILO. 3 lid 1 sub 1 Wet LV beperkt tot de marktsector.Het overeenstemmingsvereiste (zie art. politie en rechterlijke macht) wordt door of namens de minister onderhandeld. art.en arbitrage (AAC).com . er mag geen sprake zijn van inmenging van overheidswege in de cao-onderhandelingen. zoals bijv. 10 Wet LV) is vastgelegd in de Wet op de loonvorming (Wet LV). In welke mate de overheid eenzijdig arbeidsvoorwaarden (bijv. Bij regelingen waarbij rechtspositionele rechten en verplichtingen van ambtenaren worden vastgesteld dient hierover overeenstemming te worden in het sectoroverleg.The Marketplace to Buy and Sell your Study Material voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam heeft deze vordering afgewezen.g. Regeling is een uitwerking van het bepaalde in art. Overheid als werkgever: voornemen om lonen te bevriezen kan worden gerealiseerd door in verschillende rechtspositieregelingen. wordt sterk bepaald door het publieke stelsel van arbeidsvoorwaardenvorming. Enkele kenmerken van het overleg binnen de kaders van het sectorenmodel: .v. . Ingrijpen in de loonvorming De bevoegdheid van de overheid om in te grijpen in de loonvorming (art. . In kabinetssectoren (Rijk. . 105 lid 3 ARAR). De werkingssfeer is o. ILO-verdrag 151 gaat hier specifiek in op positie van overheidspersoneel Loonvorming bij ambtenaren De overheid heeft twee manieren om het bevriezen van lonen bij ambtenaren te realiseren: 1) overheid als werkgever en 2) overheid als wetgever.Stuvia. o Open en reëel overleg tussen partijen. Door normalisering is het sectormodel ingevoerd (16 sectoren). Dit is ingevoerd om meer gedifferentieerde arbeidsvoorwaardenvorming bij de overheid mogelijk te maken.en Arbitragecommissie (AAC) zich niet op het standpunt stellen dat onderhandelingen . Artikel Sprengers: ‘Een loonmaatregel en het recht op collectief onderhandelen Kenmerkend voor de overheidssector is dat de overheid een dubbele pet heeft: de pet van de werknemer en de pet van de werkgever. dat alleen nog over de pensioenregeling centraal overleg wordt gevoerd. maar van een inzetbepalingen voor de onderhandelingen aan de sectortafel. defensie. De minister mag volgens uitspraken van de Advies.Raad voor het overheidspersoneelsbeleid (ROP) o Centraal georganiseerd overleg (CGOA) is gaandeweg komen te vervallen en de ROP is in het leven geroepen. Er is dan niet sprake van een loonmaatregel. de wet is niet van toepassing op de arbeidsverhouding van personen in dienst van de overheid. Overwogen is dat de vakbonden nog geen concrete staking hebben aangezegd en er op dit moment vanuit kan worden gegaan dat het niet de bedoeling van de bonden is een algehele staking uit te roepen zonder dat er maatregelen worden getroffen ter beperking van de overlast. Een verbod van een algehele staking zou dan ook prematuur zijn. minister Donner van BZK heeft gedaan door aan te geven dat de inzet voor de nieuwe afspraken met de vakbonden in de Sector Rijk is om twee jaar de nullijn vast te houden.Het meerderheidsvereiste o Er moet een meerderheid van de partijen aan de werknemerszijde akkoord gaan met een voorstel van werkgeverszijde. 6 lid 3 ESH.Advies arbitrageregeling o Patstellingen in overleg? Mogelijkheid van advies. Uit ILO-verdrag 98 blijkt dat de overheid moet waken voor vakbondsdiscriminatie. nullijn vaststellen) kan vaststellen.

Er moet in beginsel overeenstemming worden bereikt indien het gaat om een regeling die betrekking heeft op arbeidsvoorwaardelijke rechten en verplichtingen van individuele ambtenaren (art.inperking van de bevoegdheden van de OR bij de overheid i. . 46bb onder b WOR. Belangrijkste bijzondere bepalingen in de WOR: .The Marketplace to Buy and Sell your Study Material over loonstijgingen geen zin heeft. Het is gemeengoed geworden dat degenen die arbeid verrichten invloed moeten kunnen uitoefenen op het door de leiding gevoerde beleid. Het zal iedere keer afhangen van de wijze waarop het overleg is gevoerd in relatie tot de onderwerpen die op tafel liggen.intern overleg  staat in dit hoofdstuk centraal o overleg tussen de leiding van een arbeidsorganisatie en de werknemers . De ondernemings-raadleden worden rechtstreeks gekozen als vertegenwoordigers van het personeel van de onderneming. dan ligt aparte wetgeving voor de hand. Het vasthouden aan de inzet van de nullijn hoeft niet in alle gevallen te betekenen dat er geen sprake is van open en reëel overleg. 5 en 8 WOR) Voor de rijksoverheid was de medezeggenschapsregeling opgenomen in het ARAR. is er een aparte regeling opgenomen in hoofdstuk 7b WOR.a. 109 Gw). Alleen waar de positie van de overheid zo bijzonder is. zou dat een optie zijn om dit via de Ambtenarenwet te doen (is wel raar). Indien ook nietambtenaren (bijv. De overheid als werkgever mag vanwege de economische crisis als inzet voor de onderhandelingen kiezen voor de nullijn. De decentrale overheden hebben het ARAR-model van medezeggenschap in hoofdlijnen gevolgd. het regeerakkoord zou besluiten bij wetgeving een loonmaatregel voor de collectieve sector uit te vragen. .1. Lid 3 bevat een aantal uitzonderingen op. maar het mag niet worden neergelegd als een niet onderhandelbaar citaat.v. Bij medezeggenschap moet er onderscheid worden gemaakt tussen: . indien een loonmaatregel o. sector onderwijs of ZBO’s) onder de regeling zouden moeten vallen. De weg van wetgeving kan niet zonder overleg met de vakorganisaties doorgevoerd worden gezien de Regeling Overleg met de Raad voor het Overheidspersoneel. Als het kabinet n. Ontwikkeling medezeggenschap bij de overheid In de Grondwet is opgenomen dat er regels dienen te worden gesteld over de medezeggenschap van werknemers en ambtenaren (art.Stuvia.g.Minister van BZK is belast met een aantal zaken die in de WOR aan de SER zijn opgedragen (zie art.v.extern overleg o overleg met vakorganisaties (vooral betrekking op arbeidsvoorwaardelijke afspraken) Sinds 1995 is de WOR voor de overheidssector ingevoerd. Week 9: hoofdstuk 8 (Collectief Ambtenarenrecht II) Hoofdstuk 8: Medezeggenschap 8. primaat van de politiek (art. 1 lid 2 Regeling). Uit de uitspraken van de AAC valt af te leiden dat een dergelijke opstelling zich niet verhoudt met het vereiste dat er sprake moet zijn van een open en reëel overleg (overeenstemmingsvereiste. Overheid als wetgever: de Wet LV is niet van toepassing op ambtenaren. Dit is medezeggenschap. art. Dan is van een open en reëel overleg geen sprake meer. Artikel Jellinghaus en Lanting: Ambtenarenbonden buitenspel bij initiatiefvoorstel Wet normalisering rechtspositie ambtenaren  niet samengevat. de Wet LV is uitgevaardigd voor de marktsector vervalt de overeenstemmingsverplichting te bereiken met de ROP als deze ook voor ambtenaren zou moeten gelden. Als uitgangspunt is genomen dat de WOR zo veel mogelijk van toepassing wordt voor de overheidssector.m.com .v. 19 lid 2 jo.

1 onder d WOR.v. Bij een aantal departementen aan van het medezeggenschapsgebouw geen COR geplaatst. Dit kan o. . Dit is een bevoegdheidsverdeling van rechtswege. o Een COR moet worden ingesteld voor alle ondernemingen die het Rijk in stand houdt. art. 6 WOR bevat een staffel voor het aantal leden. Het zal altijd gaan om een rechtspersoon. Bij de overheid is hiervan nimmer sprake.Gemeenschappelijke ondernemingsraad o Het kan zijn dat één ondernemer een aantal ondernemingen in stand houdt. Bestuurder: art.Centrale ondernemingsraad (COR) o Indien een ondernemer 2 of meer ondernemingsraden heeft ingesteld. Gedurende deze termijn verandert het aantal leden door groei of inkrimping van aantal ambtenaren niet. het moet gaan om een natuurlijk persoon. . kan worden overgegaan tot instelling van een COR. Hij dient de hoogste verantwoordelijke voor de leiding van de arbeid te zijn. 35 lid 1 WOR).The Marketplace to Buy and Sell your Study Material 8. is de mogelijkheid om met verschillende soorten metdezeggenschapsorganen een medezeggenschapsstructuur vorm te geven.g.De ondernemingsraad (in geval van >50 ambtenaren) o Raad wordt gekozen uit de in de onderneming werkzame personen. staat dit besluit als zodanig niet meer ter discussie in het overleg met de OR. bepalend zijn voor de vraag welk medezeggenschapsorgaan bevoegd is. Kernbegrippen van de Wet op de ondernemingsraden Ondernemer: art. Deze wordt ingesteld daar waar sprake is van een sterk centraal geleide onderneming .Stuvia. 3 WOR. maar een GOR. HR heeft deze opvatting verworpen. burgemeester of een lid van het college van B&W etc. altijd een natuurlijk persoon die ondernemer in het overleg met de OR vertegenwoordigt. Art. Onderneming: art. naast afgeleide bevoegdheden heeft de COR ook ‘eigen’ bevoegdheden. die als departementale ondernemingsraad (DOR) wordt aangeduid.com . In art. 1 onder e WOR. 46d onder a WOR is bepaalt dat een minister of staatssecretaris. waarbij het centrum van de besluitvormende bevoegdheden aan ondernemerszijde aan de . Verschillende medezeggenschapsorganen op grond van de WOR: . De OK is echter van mening dat de provincie of Staat soms als medeondernemer moet worden aangemerkt. niet als bestuurder in de zin van de WOR kunnen worden aangemerkt 8.2.3 Medezeggenschapsstructuren Belangrijkste verschillen tussen de WOR en de medezeggenschapsregelingen die voorheen bij de overheid van kracht waren. Er moet sprake zijn van een organisatorisch verband en een zelfstandige eenheid. 1 onder c WOR. o De COR en GOR zijn is bevoegd aangelegenheden ‘die van gemeenschappelijk belang zijn voor alle of voor de meerderheid van de ondernemingen’ waarvoor hij is ingesteld (art. a) Groepsondernemingsraad (GOR) b) Verschil tussen COR en GOR is dat een COR ingesteld moet worden voor alle ondernemingen die één ondernemer in stand houdt en een GOR ingesteld kan worden voor een deel van de ondernemingen die de ondernemer in stand houdt. waarvoor hij één OR wenst in te stellen. Uit de rechtspraak blijkt dat de inhoud van het besluit en de beweegredenen die daaraan ten grondslag gelegd worden. Van medeondernemerschap kan slechts sprake zijn indien de ene rechtspersoon zich stelselmatig bezighoudt met de besluitvorming in een andere onderneming. De zittingstermijn bedraagt in beginsel 3 jaar. één ondernemer kan meerdere ondernemingen in stand houden. Indien na advisering door de COR een besluit is genomen.

b. De opschortingsverplichting eindigt na het verstrijken van de maand of nadat de OR kenbaar heeft gemaakt dat hij afziet van het instellen van beroep tegen het besluit. Het besluit moet de ondernemer schriftelijk aan de OR kenbaar maken. Het advies moet alle bezwaren van de OR bevatten. moet dit gemotiveerd worden (art. Een uitzondering: de OR kan geen bevoegdheden m. aard en omvang van de onderneming. Uit de rechtspraak blijkt dat het vaak moeilijk te bepalen is wanneer de fase van bijv.4. dan heeft de ondernemer wel het recht om in de beroepsprocedure de voorrang aan de orde te stellen of het besluit wel adviesplichtig is.g. Onderdeelcommissie o Een OR kan voor onderdelen van de onderneming onderdeelcommissies instellen (art. Art. Indien het besluit (op enig onderdeel) afwijkt van het advies. voordat de OR advies uitbrengt. De eisen die de rechtspraak hieraan stelt gaan ver. Als de OR uiteindelijk besluit beroep in te stellen. beweegredenen voor het besluit en aantal werknemers waarvoor het besluit gevolgen heeft. HR: de rechter zal tussen deze partijen gemaakte afspraken respecteren (ze nu art.The Marketplace to Buy and Sell your Study Material - top gecentraliseerd is. Primaat van de politiek Voorafgaande aan de invoering van de WOR bij de overheid is uitgebreid aandacht besteed aan de vormgeving en strekking van de bepaling die in de WOR is opgenomen ter bescherming van de politiek.t. 25 lid 5 WOR). 15 lid 3 WOR).Ondernemer kan overgaan tot het vragen van advies ‘voorzover vereist’. Uit art. het beroepsrecht overdragen. De ondernemer moet alle relevantie informatie om tot het voorgenomen besluit te komen. Uitzondering wordt daarbij gemaakt voor zover het betrekking heeft op de gevolgen voor het personeel. 25 lid 4 WOR minimaal één keer in de overlegvergadering over de adviesaanvraag overleg zijn gevoerd. De benodigde tijd is afhankelijk van de ingewikkeldheid van de materie. . Een andere reden voor instellen van een gemeenschappelijke OR is omdat dit een goede toepassing van de WOR bevorderd. Bij de invoering van de WOR voor de overheid is . mag het besluit gedurende één maand niet worden uitgevoerd.Stuvia. geen adviesplicht. Er is sprake van een adviesrecht. 8.v. aangelegenheden die betrekking hebben op het beleid en de uitvoering van een publieke taak die krachtens een wettelijke voorschrift aan de ondernemer is opgedragen. In art. verschaffen aan de OR. 8. Adviesprocedure wordt dan op normale wijze doorlopen. Er is vaak discussie of een besluit als belangrijk is aan te merken. De wet bevat geen termijn waarbinnen een OR zijn advies moet uitbrengen. 25 lid 1-3 WOR bevat het tijdstip van de adviesaanvraag.Ondernemer en OR kunnen afspraken maken over hoe zij invulling geven aan het begrip ‘belangrijk’.com .5. Twee vaker voorkomende oplossingen zijn: . 32 lid 4 WOR). 23 WOR is het overlegrecht van een OR ingeperkt t. die de OR wenst over te dragen. Het adviesrecht heeft betrekking op onderwerpen genoemd in art. aard en omvang van het besluit. 25 WOR valt af te leiden welke informatie de adviesaanvraag moet bevatten. Invulling van het begrip hangt af van de omstandigheden van het geval. Deze commissies worden bevoegdheden voortvloeiende uit de WOR gedelegeerd. 25 lid 1 WOR (limitatieve opsomming): financieel-economische of bedrijfsorganisatorische besluiten. art. er is sprake van een adviesrecht indien het besluit als ‘belangrijk’ is te beschouwen. zoals inhoud en gewicht van het besluit. Er moet o.v. Als van het advies is afgeweken.en instemmingsplichtige aangelegenheden.a. Nieuwe bezwaren worden door de OK niet behandeld. beleidsvoornemen overgaan in de fase van voorgenomen besluit. De inhoud van het voorgenomen besluit is bepalend voor de vraag welke bevoegdheid van toepassing is. Adviesrecht De WOR maakt een onderscheid tussen advies.

ter advies aan de ondernemingsraad voorgelegd moet worden.’’ De uitspraak van de OK 31 oktober 2010 (Mirandabad) ziet ook op de primaat van de politiek. OK: het enkele feit dat het gaat om een besluit van een democratisch gekozen orgaan is op zichzelf onvoldoende om aan te nemen dat het besluit de publiekrechtelijke vaststelling van taken en onderdelen daarvan of het beleid ten aanzien van en de uitvoering van die taken als bedoeld in art. de regeling van personele gevolgen. 46d .v.v. Nu t. OK: het gaat hier om een van de aan die ministeries toebedeelde taken. maar is de afbakening van de bevoegdheden van een OR bij de overheid bij politieke besluiten vastgelegd in art. T. De bepaling over het primaat van de politiek zal . LJN AZ1647 (Verzelfstandiging TBS-kliniek) ging het om de vraag of het besluit tot verzelfstandiging van de Van Mesdagkliniek in de vorm van een privaatrechtelijke stichting waar op basis van een civiele arbeidsovereenkomst gewerkt gaat worden en de CAO GGz van toepassing zal zijn. 27 lid 1 WOR genoemde onderwerpen. maar ook van een verschuiving van politieke verantwoordelijkheden die niet alleen geschiedt in een politieke context doch ook is ingegeven door politieke overwegingen (het primaat van de politiek). In HR 20 mei 2005. De rechterlijke macht heeft zich inmiddels geregeld moeten buiten over de grenzen van de bepaling over het primaat van de politiek.a. Het moet niet te beperkt worden opgevat.v. 46d onder b WOR. geldt de aan het slot van deze bepaling bedoelde uitzondering daarop alleen voor besluiten die strekken tot. Het betreft een limitatieve opsomming.The Marketplace to Buy and Sell your Study Material niet volstaan met art. het onderhavige beslissing (tot verzelfstandiging van een rijksinrichting) geen adviesrecht bestaat. Instemmingsrecht In art. aanhef en onder b.Stuvia.6. deze personele gevolgen is immers medezeggenschap mogelijk zonder dat de beslissing ter discussie behoeft te worden gesteld. De OK is op deze gronden tot de slotsom gekomen dat het besluit betrekking heeft op publiekrechtelijke taken van de desbetreffende ministeries als bedoeld in art. mocht de ondernemingskamer niet het gehele besluit vernietigen. JAR 2005/156 (Shared Service Center (SSC)) was de vraag of er sprake was van een publiekrechtelijke taak als bedoeld in art. 8.m. In HR 9 februari 2007. Om aan te nemen dat sprake is van de uitzondering onder art.a. De HR heeft aangegeven dat ADV naar haar aard en strekking is te beschouwen als een werktijd. WOR van het adviesrecht van de ondernemingsraad zijn uitgezonderd. Het enkele feit dat aan het besluit personele gevolgen zijn verbonden.com . 23 lid 2 WOR. 46d onder b WOR. 46 aanhef en onder b WOR. ‘’Bij de onderwerpen die volgens art. ook niet als i. Het besluit strekt tot publiekrechtelijke vaststelling van de taken van de betrokken ministers. Reorganisatie betreft de opheffing van de bij de afzonderlijke ministeries gevoerde personeelsregistratie en salarisadministratie onder gelijktijdige instelling van SSC. Het kabinet besluit in 2004 tot het oprichten van een rijksbreed SSC HRM. 27 lid 1 WOR staan de onderwerpen opgesomd waarover een OR het instemmingsrecht heeft.v. De OR heeft een instemmingsrecht bij voorgenomen besluit tot het vaststellen. de personele gevolgen van een besluit.of vakantieregeling en dus ter instemming voorgelegd moet worden. HR: OK heeft toetsend tot uitdrukking gebracht dat er niet alleen sprake is van een verschuiving van taken tussen ministeries. intrekken of wijzigen van regelingen die betrekking hebben op de in art. de (ingrijpende) personele gevolgen van deze beslissing wel een uitzondering als vorenbedoeld zou moeten worden aanvaard. personeelsregistratie en salarisadministratie voor ministeries zal worden gebundeld. 46d WOR dient de ondernemer concrete omstandigheden aan te voeren waaruit af te leiden is dat sprake is van een verschuiving van politieke taken of verantwoordelijkheden dan wel is ingegeven door politieke overwegingen.a. of in het bijzonder gericht zijn op. is niet voldoende om deze uitzondering te aanvaarden. De ondernemer heeft deze omstandigheden onvoldoende aannemelijk gemaakt. De wet laat toe dat het adviesrecht aldus is beperkt en alleen tot gelding komt t. 46d onder b WOR betreft. die op zichzelf ingrijpend kunnen zijn.

De gevolgen van het besluit voor het personeel zijn onvoldoende geregeld. Als een ondernemer overgaat tot uitvoering van een overleg zonder instemming van de OR. JAR 2006/276 (zaterdagopenstelling Gemeente Goes) blijkt dat een besluit van de gemeenteraad Goes tot opstelling van de afdeling publiekzaken op zaterdagochtend als zodanig volgens de kantonrechter onder het primaat van de politiek. Nadat nietigheid is ingeroepen. 8. Overige bevoegdheden De ondernemingsraad heeft nog de volgende bevoegdheden: . 31a lid 1 en art 31b WOR) o Financiële informatie o Algemeen informatierecht (art.Geen van beiden stapt naar de rechter.De OR gaat naar de rechter om te laten vaststellen dat de nietigheid terecht is ingeroepen (art. Om te voorkomen dat het instemmingsrecht eenvoudig omzeild kan worden.The Marketplace to Buy and Sell your Study Material bij het instemmingsrecht niet snel leiden tot verval van bevoegdheden van de OR. . Er dient over de aangelegenheid minimaal eenmaal overleg in een overlegvergadering plaats te vinden. Art. kan zich een aantal situaties voordoen: . 31 lid 2 WOR jo art. 27 lid 5 WOR) .v. 27 lid 5 WOR) .u. kan hij de kantonrechter toestemming vragen.Stuvia.com . Als dat niet gebeurt. Art. 20 WOR) . 23 lid 2 WOR) o Overleg voeren aangelegenheden die onderneming betreffen m. De algemene geschillenregeling (par. 27 lid 2 WOR bevat wat het voorgenomen besluit in ieder geval moet bevatten: beweegredenen en de gevolgen. omdat hij van mening is dat de nietigheid ten onrechte is ingeroepen (art. Middelburg 3 oktober 2006.Het overlegrecht (art. zodat ex art. 46d sub b WOR de instemming van de OR niet vereist is. Precedentwerking wordt voorkomen. Het instemmingsrecht van de OR komt dan te vervallen. Deze regeling is van openbare orde.Ondernemer trekt regeling in en vraagt alsnog instemming. 31 lid 1 WOR) a) Ondernemer kan bepaalde informatie onder geheimhouding verstrekken in belang van de onderneming of privacy van personen (art. behoudens voor zover het betreft de gevolgen daarvan voor de werkzaamheden van de in de onderneming werkzame personen. dan de formele vertaling daarvan in een rechtspositiebesluit. kan de OR binnen één maand schriftelijk die nietigheid inroepen. 27 lid 3 WOR ziet op de situatie dat er samenloop is van bevoegdheden met de vakbonden.7. Na de reactie van de OR dient de ondernemer schriftelijk zijn besluit mee te delen aan de OR en daarbij de aan te geven per wanneer hij het zal gaan uitvoeren. Ondernemer hoeft over dezelfde aangelegenheid niet en met de vakbonden en met de OR onderhandelen: primaat van de cao en publiekrechtelijke arbeidsvoorwaardenregelingen boven het instemmingsrecht van de OR 8. 27 lid 4 WOR zware toetsingsnormen waaraan de rechter het verzoek dient te toetsen. Vervangende instemming wordt daarom onthouden. primaat van de politiek . is het besluit rechtsgeldig. bevat art. 31 lid 3 WOR) o Informatie bij halfjaarlijks overleg (art.Informatierecht (art. De OR dient schriftelijk en met redenen omkleed zijn standpunt weer te geven.Ondernemer gaat naar de rechter. omdat de onderwerpen die onder het instemmingsrecht vallen steeds gevolgen voor het personeel hebben. Als de OR geen instemming geeft. 31 WOR)  verschillende deelgebieden: o Informatie bij aanvang zittingsperiode (art. HR: zwaarder weegt dat er materieel overeenstemming met de vakbonden is bereikt. beide partijen beschouwen het als vaststelling dat ze van mening verschillen.8) is van toepassing hierop. Uit de rechtspraak (Ktr. Het tijdstip van de instemmingsaanvraag wordt bepaald door het feit dat zonder verkregen instemming de regeling niet mag worden uitgevoerd.

Voor de overheidssector is de bedrijfscommissie voor de overheid ingesteld met een kamer voor geschillen bij het Rijk en de Politie en een kamer die geschillen bij de lager publiekrechtelijke lichamen behandelt. Taak van de bedrijfscommissie is om te bemiddelen. indienen binnen 30 dagen.b. Zorgtaken (art.The Marketplace to Buy and Sell your Study Material - - Initiatiefrecht (art. De OK moet oordelen over belangrijke bedrijfseconomische of organisatorische aangelegenheden.t. moet de partij die het verzoek aanhangig heeft gemaakt een verzoek bij de rechtbank. Art.t.8. . zodat voor een snelle procedure is gezorgd. 57 maanden: a) Verzoekschrift met basis in de WOR b) Verweerschrift c) Zitting d) Beschikking Week 10: Rechtsbescherming Verplichte literatuur: hoofdstuk 6 (41 pagina’s) 6. Het is dan aan ondernemer en OR of zij zich hierbij neerleggen.1. Kort geding is mogelijk indien er sprake is van spoedeisend belang. Hiervan zijn er 24 en bestaat uit vertegenwoordigers van werkgeversorganisaties (50%) en vertegenwoordigers van vakbonden (50%). geven zij schriftelijk advies. b) Er is een besluit genomen/uitgevoerd zonder advies van de OR (Lingeziekenhuis). Deze doet een bindende uitspraak.t. bevorderen werkoverleg en milieumaatregelen. Het betreft kwesties die betrekking hebben op de bedrijfsvoering binnen een onderneming. 15 Verordening op de bedrijfscommissies 2002 is bepaald dat een bedrijfscommissie verplicht is een hoorzitting te houden.Stuvia. Geschillenregelingen De WOR kent twee geschillenregelingen: . Procedure duurt ca.en initiatiefrecht.Algemene geschillenregeling m.b. het adviesrecht o De Ondernemingskamer is onderdeel van het gerechtshof te Amsterdam en bestaat uit vijf leden: drie rechters en twee raden. o Tweede fase: als partijen zich niet bij het advies neerleggen.b. 23 lid 3 WOR) o Ruime bevoegdheid van OR om ieder onderwerp aan de orde te stellen in het overleg met de ondernemer.: juiste naleving arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden. non-discriminatie. Bij de OK kan beroep worden ingesteld indien: a) Het genomen besluit wijkt af van het advies.com . Inleiding Het procesrecht waarvan een ambtenaar gebruik van kan maken omvat het beroep op een redelijk toegankelijke en niet-lijdelijke rechter die geen verplichte procesvertegenwoordiging kent. 8. 26 lid 5 WOR bepaalt dat beslissingen van de OK reeds tot stand gekomen rechten van derde partijen niet aantast. De OR kan voor deze taken gebruik maken van het informatie-. overige geschillen (art. In beginsel duurt de procedure 12 weken.Ondernemingskamer voor geschillen m. Als bemiddeling niet slaagt. sector kanton. tenzij geen behoefte door partijen. Tevens bestaat voor de individuele ambtenaar slechts een beperkt risico veroordeeld te worden in de . OR heeft maand de tijd om beroep in te stellen. 28 WOR) o Stimulerende taken m. Art. 26 WOR) o Eerste fase: bedrijfscommissie. overleg.

Dit is anders dan bij een civiele werknemer. 8:1 lid 1 Awb volgt dat een belanghebbende tegen een besluit van een bestuursorgaan beroep kan instellen bij de rechtbank. belanghebbende en bestuursorgaan nader uitgewerkt. Belangrijke regels m.v. 4.b.Bestuursorgaan is gebonden aan een beslistermijn (art. 6-10 weken na ontvangst bezwaarschrift. De niet-lijdelijkheid van de rechter . .The Marketplace to Buy and Sell your Study Material proceskosten van de wederpartij. Kenmerken van het ambtenarenprocesrecht Typerend voor het procesrecht: 1. Hij hoeft niet af te wachten wat partijen ‘aanbieden’. Aan het beroepschrift worden geen zware eisen gesteld. 8:1 lid 1 Awb stelt een besluit gelijk aan een andere handeling van een bestuursorgaan t.Art. Toegang tot de rechter Uit art. Openbaarheid 6. De rechtbank zal de indiener nog op enig verzuim wijzen. 6. Een zogenoemde vrije bewijsbeginsel . Horen dient te geschieden door iemand (of een groep personen) die niet bij de voorbereiding van het besluit betrokken was.De Awb bevat geen expliciete voorschriften m. De rechter is vrij om bewijs al dan niet toe te laten en tot de waardering van het bewijs. Bezwaar geeft het bestuursorgaan de gelegenheid tot een volledige heroverweging van het bestreden primaire besluit. 6. 6:19 lid 3 Awb. Bij een groep mag de meerderheid niet bij het besluit betrokken zijn geweest (art. 2.b. Geen verplichte procesvertegenwoordiging 5. Ook toetst de ambtenarenrecht aan de a.schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan inhoudende een publiekrechtelijke handeling.b.Wel strikte beroepstermijn.t. 3. Hieronder worden de begrippen besluit. . Een relatief grote toegankelijkheid . moet eerst bezwaar worden gemaakt bij het bestuursorgaan in kwestie (art. Wel dient hij door deze vrijheid extra deugdelijk te motiveren waarop hij zijn oordeel heeft gebaseerd.com .b. Art. De bezwaarfase Voor beroep kan worden ingesteld. Zie ook art.Belanghebbenden moeten worden gehoord. verdeling van de bewijslast.t.Stuvia. 7:10 lid 1 Awb). 6:18 Awb bevat een regeling voor het geval het bestuursorgaan hangende het bezwaar het besluit intrekt of wijzigt. Geen verplichte procesvertegenwoordiging.De Awb laat een actieve rol voor de rechter toe.2. Besluit (art. Rechtspraak in twee instanties Deze punten behoeven geen nadere toelichting. Resp. Bestuursorgaan moet voorafgaand aan het horen ‘alle op de zaak betrekking hebbende stukken’ ter inzage leggen. waarvan een ambtenaar als bedoeld in art. 7:13 Awb).4. De Awb kent in hoofdstukken 6 en 7 een groot aantal bepalingen over het maken van bezwaar. het belang van de hier bedoelde categorie is dat het bestuursorgaan weliswaar met de hier .b.a.3. 6. 1 AW als zodanig belanghebbende is. 1:3 Awb) . de procedure en besluitvorming: . 7:1 Awb).

Art. Tegen het hanteren van een dergelijk sturingsmiddel kan naar vaste jurisprudentie geen rechtsmiddel worden aangewend. 1 AW als zodanig (art. kan niet bij elke betaling opnieuw (integraal) aan de orde worden gesteld. Dat betekent echter niet dat de grondslag waarop die betaling is gebaseerd. 8:2 onder a Awb) o Een beluit tot benoeming/aanstelling. dat zij onder bepaalde voorwaarden in aanmerking komen voor buitengewoon verlof bezwaar maken. 1:3 Awb: het moet gaan om een publiekrechtelijke rechtshandeling.of uitkeringsvaststelling in zoverre onaantastbaar geworden. heeft dus te gelden dat in beginsel slechts sprake is van een besluit voorzover een beslissing is genomen met betrekking tot de wijziging. De Awb geeft geen definitie van het begrip ‘beslissing’.t. Ambtenaren kunnen bijv. indirect de rechtspositie van de ambtenaar beïnvloedt.De problematiek met a.Stuvia.v. .v.of uitkeringsvaststelling al bij een eerdere (beslissing tot) betaling is beslist en dit element toen niet is aangevochten. Functiewaarderingsbesluiten heeft de CRvB appellabel besluiten (art. Concrete besluiten t. 1:3 lid 1 Awb) aangemerkt. tenzij het beroep wordt ingesteld door een ambtenaar als bedoeld in art.v. 8:5 Awb (wettelijk voorschrift) en 8:6 Awb (administratief beroep) Uitzonderingen op het besluitbegrip . o CRvB 18 mei 2006.The Marketplace to Buy and Sell your Study Material bedoelde feitelijke handeling wellicht niet als zodanig een rechtsgevolg beoogd.Ander punt dat voor problemen zorgt. niet tegen een regeling inhoudende bijv. maar dat dit orgaan daarmee toch wel feitelijk c. Pas als er sprake is van een definitief besluit gaat de beroepstermijn lopen. beroep instellen. LJN: AX6392(Waarschuwing als sturingsmiddel): waarschuwingsbrief waarin staat dat betrokkene zich in het vervolg dient te onthouden van gedrag dat irritatie oplevert in de werkomgeving is normaal sturingsmiddel dat betrokkene niet in rechtspositioneel belang treft. o Een speciaal punt in dit verband is de salarisbetaling: in beginsel ligt aan elke salarisbetaling een besluit ten grondslag. Wel kunnen zij tegen het concrete besluit dat hen buitengewoon verlof wordt geweigerd.v.a.q.Geen beroep tegen een a.Allereerst moet het gaan om beslissing. is die salaris. zgn. waren en zijn wel appellabel. 6:12 Awb dat bezwaar of beroep niet aan een termijn is gebonden. Tegen niet beslissen bepaalt art. 8:2-8:6 Awb bevatten beperkingen. speelt met name t. Ex art. de individuele ambtenaar die het uitvloeisel zijn van reorganisatie. 6:2 Awb zijn met een besluit gelijkgesteld: een schriftelijke weigering om een besluit te nemen en het niet tijdig nemen van een besluit.v.a. (art. .het besluitkarakter van de waarschuwing stelt de Raad eerst vast dat deze waarschuwing geen wijziging brengt in de rechtspositie van degene die wordt gewaarschuwd. 8:4 onder e Awb) o Zie ook art.b. 8:4 onder d Awb) o Een besluit inhoudende de beoordeling van het kennen of kunnen van een vaste kandidaat of leerling (art. . of een beleidsregel (art. dient de onderhavige waarschuwing als een normaal sturingsmiddel in de interne verhoudingen te worden aangemerkt.com . naar aanleiding van elke salarisbetaling opnieuw aan de orde kan worden gesteld o CRvB 24 mei 2002 (TAR 2003. is dat het moet gaan om een (publiekrechtelijk) rechtsgevolg. M. Indien bij een periodieke betaling een wijziging optreedt ten opzichte van de vorige betaling. Gelet op de aard van de waarschuwing en het feit de waarschuwing betrokkene niet in enig rechtspositioneel belang treft.v. 6 en LJN AE3942): de rechtsgeldigheid van een reeds eerder in rechte onaantastbaar geworden besluit waarbij omtrent de grondslag van een periodiek te betalen salaris of uitkering is beslist.v. Voorzover over een element van de salaris. 8:2 onder a Awb). Art. Voor ambtenaren is van belang dat geen beroep kan worden ingesteld tegen: o Een a.v. . functiewaarderingsbesluiten en reorganisatiebesluiten. Dit laatste geldt ook als aan een afkeurend bericht aan de ambtenaar al dan niet een laatste waarschuwing wordt verbonden of als de mededeling wordt gedaan dat een afschrift zal worden opgeborgen in het personeelsdossier.

b) Hiermee is de eis vervallen dat de functie waarnaar wordt gesolliciteerd steeds moet vallen in het loopbaanperspectief van de ambtenaar. vootvloeiend uit de rechtsrelatie tussen overheid en ambtenaar kunnen aan kennisneming door de burgerlijke rechter zijn onttrokken. Zie:  CRvB 15 november 2006. Het enkele feit dat op zich wel een belang aanwijsbaar is. Voor ambtenaren die niet aan het zojuist genoemde criterium voldoen (gemeenteambtenaar die solliciteert bij het Rijk) gelden dat art. erbij betrokken worden (art. HR: rechtsgedingen m. 6:3 Awb) o Een beroep van een – interne – sollicitant tegen weigering om hem of haar te benoemen. slechts indicatief is voor de functiewaardering o Het niet volgen van een voorstel om anderen een gratificatie te geven a) Eerste twee voorbeelden: wellicht dat betrokkene (nog) niet rechtstreeks betrokken is bij het besluit. 1:1 lid 1 Awb) . Bestuursorgaan (art. In 1992 heft de HR een ruimer standpunt ingenomen: als vordering is gebaseerd op onrechtmatige daad kan het de bevoegdheid van de .b. is onvoldoende. procesvertegenwoordiger bij IND.Orgaan van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld of een ander persoon (primair criterium) of college met enig openbaar gezag bekleed (formeel criterium). voor zover e. hem specifiek in zijn hoedanigheid van ambtenaar moest treffen). de ambtenaar als zodanig moest zijn genomen (d.q. 8:4 aanhef en onder de Awb een belemmering vormt voor bezwaar en beroep op dit punt. 1:1 lid 2 Awb zondert een aantal onderdelen en organen van de Staat uit van het begrip bestuursorgaan. daarvan is pas sprake indien definitief wordt beslist of er concrete gevolgen voortvloeien uit de functiebeschrijving (art. Art.v.Stuvia. Na aanvankelijk succes wordt hij toch niet aangenomen voor deze functie en wordt zijn tijdelijk dienstverband beëindigd. 8:26 Awb). 26 en LJN AZ3047 (sollicitatie): Sollicitatie van medewerker in tijdelijke dienst op proef naar functie van juridisch medewerker. een aanvullende taak hebben.Belanghebbende is degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. is in beginsel steeds ontvankelijk in zijn bezwaar of beroep tegen afwijzing na sollicitatie.a. Sinds 1994 is er niet mee de beperking dat het besluit t. Voorbeelden waarin CRvB heeft aangenomen dat het belang van de ambtenaar niet rechtstreeks betrokken was bij het besluit: o De weergave van functie-eisen en niveaubepalende elementen in een bescherming van zijn functie.a.w.e.z. TAR 2007. Ook een derdebelanghebbende kan bij de procedure in bezwaar of beroep betrokken zijn c. vordering van een ambtenaar tot schadevergoeding. aanhef en onder d van de Awb te verruimen in die zin dat een ambtenaar die solliciteert naar een andere functie binnen het gezagsbereik van zijn tot aanstelling en ontslag bevoegde gezag in beginsel steeds ontvankelijk is in zijn bezwaar tegen afwijzing van die sollicitatie. ook indien deze functie niet geheel past in het loopbaanperspectief van de ambtenaar. Waar lacunes bestaan in de rechtsbescherming .The Marketplace to Buy and Sell your Study Material Belanghebbende (art. De Raad geeft voorts aan dat hij aanleiding ziet de jurisprudentie over artikel 8:4. schuldvorderingen.com . a) CRvB: een ambtenaar die solliciteert naar een functie binnen zijn gezagsbereik van zijn tot aanstelling en ontslag bevoegd gezag. Bijv. 1:2 lid 1 jo 8:1 Awb) .t. Het bezwaar is terecht ontvankelijk geacht omdat bij betrokkene minst genomen verwachtingen waren gewekt dat hij zou worden benoemd in de geambieerde functie. kan de civiele rechter evt.

Tot 10 dagen voor de zitting kunnen er nog stukken worden ingezonden (art. Als het bedrag niet binnen 4 weken op de rekening van de rechtbank staat. 6:12 Awb) o Bij indiening van een beroepschrift bij een onbevoegd bestuursorgaan of rechter bestaat er een doorzendplicht. Voorlopig beroepschrift op nader aan te voeren gronden is toegestaan.5.Zij kennelijk onbevoegd is. 1 AW. 6:7 Awb). o Art. of destijds onbekende feiten terugkomen op het onaantastbare besluit ten gunste van de betrokkene. 6:5 Awb. 6. Soms nadere stukken opvragen. o Beroepschrift te laat ingediend .com . Dit wordt vervolgens naar de wederpartij gezonden (art. 8:41 lid 4 Awb bevat een regeling voor het geval het beroepschrift wordt ingetrokken omdat geheel of gedeeltelijk aan de wensen van de betrokken ambtenaar is tegemoet gekomen. o T. 6:6 Awb. partijen vragen om een nadere toelichting en soms deskundige inschakelen (art.Aanvang van het geding o Door middel van een beroepschrift. Doorsnee gang van zaken: . . 8:58 AwB) o Vervolgens is het aan de rechtbank wat verder te doen. ben je niet-ontvankelijk. 8:57 Awb bepaalt dat zitting achterwege kan blijven als partijen daarvoor expliciet toestemming geven. o Procedure wordt afgesloten met een mondelinge of schriftelijke uitspraak. Weigering hiertoe moet marginaal worden getoetst. Art. o Eisen beroepschrift. 8:54 Awb.Stuvia.v. 8:29 en 8:32 Awb. Mogelijkheden tot aanvullende bescherming zijn dus in beginsel toegenomen. niet beslissen is het beroep in beginsel niet aan een termijn gebonden (art. Ze doen dan een uitspraak ex art. De basis hiervoor is het oordeel van de rb dat: . Bijzondere procedures Vereenvoudigde behandeling is mogelijk indien de rechtbank van oordeel is dat een onderzoek niet nodig is. o Zitting vindt plaats als het feitenmateriaal daartoe aanleiding geeft. zie art. o Er bestaat de mogelijkheid om het bevoegd gezag te verzoeken om terug te komen op een rechtens onaantastbare geworden besluit.Het beroep kennelijk gegrond of ongegrond is.Partijen in het geding o De belanghebbende. o Als het beroepschrift tijdig is ingediend en voldoet aan de vormvereisten. 8:39 lid 1 Awb). tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat betrokkene in verzuim is geweest. Deze zal een verweerschrift opstellen. De procedure De Procesregeling bestuursrechtelijke colleges 2006 geeft enige normering aan het beleid.a. o Verwerende partij: een bestuursorgaan .6. 6.Het beroep kennelijk niet ontvankelijk is. . Op dit beginsel wordt inbreuk gemaakt door art. Zie ook art. wordt het naar het verwerend orgaan gestuurd. Wel is het van belang of belanghebbende onder een bepaalde regeling valt.Het verdere verloop van het geding o Griffierecht verschuldigd (art. 8:47 Awb). . Termijn bedraagt zes weken (art. 8:41 Awb): hoog en laag tarief. niet beslissend is of iemand ambtenaar is in de zin van art. Ambtelijke organen kunnen bij nieuwe.The Marketplace to Buy and Sell your Study Material ambtenarenrechter niet afdoen aan de bevoegdheid van de civiele rechter.

vovo is dat hiertegen wel hoger beroep mogelijk is.of gegrondverklaring van het verzet. Een snelle vernietiging wegens vormfouten kan niet o. en . de stukken.g. Awb kent twee uitspraken: .a.The Marketplace to Buy and Sell your Study Material o Ongegrond: beroep kan op geen enkele wijze tot succes leiden Tegen een uitspraak ex art. Deze kan worden gevraagd indien onverwijlde sped. Ook kan de vovo-rechter direct uitspraak in de hoofdzaak doen: kortsluiting (art.Schriftelijke uitspraak . 6.v. Toetsing door de ambtenarenrechter De rechtbank doet uitspraak op de gronden van het beroepschrift. Als partijen de zitting willen overslaan. 6. Als de rechter overweegt een besluit van een bestuursorgaan te vernietigen. behoudens bij kortsluiting. Op deze beperking van de omvang van het geding in hoger beroep aanvaardt de CRvB twee uitzonderingen: .com .m. maar de inhoudelijke grieven van de ambtenaar expliciet verwerpt. Vernietiging kan achterwege blijven als de belanghebbende door de vormfouten niet is benadeeld. De rechtbank kan ambtshalve feiten en rechtsgronden aanvullen. De uitspraak ex art.q. naar zitting gebracht. art. o Art. De laatste jaren is meer aandacht voor finale geschilbeslechting. Er moet sprake zijn van connexiteit met de hoofdzaak. 8:69 Awb hoeft geen belemmering te zijn voor een actieve opstelling.b. 8:54 Awb kunnen partijen in verzet. doet de ambtenaar er goed aan – ook al heeft hij formeel gelijk gekregen – hoger beroep in te stellen. Voordeel van versnelde behandeling t. De Awb heeft de uitspraak van de vovo-rechter van een aantal extra machtsmiddelen voorzien door art. 6:22 Awb. wordt naar mogelijkheden gekeken om zelf in de zaak te voorzien.s. De zaak wordt dan z. en een nieuw besluit naar alle waarschijnlijk weer tot beroep bij de rechtbank leidt. te codificeren. Voor zover valt te overzien. Tevens pleegt de vovo-rechter in te grijpen indien met een grote of redelijke mate van zekerheid kan worden gesteld dat het beroep in hoofdzaak gegrond zal worden verklaard. 8:77 Awb is niet van toepassing .8. 8:79 Awb heeft tot gevolg dat de ‘reformatio in peius’ tot het verleden behoort. Tegen de uitspraak is ex art.Aantekening mondelinge uitspraak o Direct na zitting en bevat alleen de beslissing en de gronden. tenzij schorsing of heropening. Art. verhandelde tijdens vooronderzoek en het onderzoek ter openbare terechtzitting (art. dan kan de rechtbank partijen ex art. 8:81 Awb regelt de voorlopige voorziening. Vervolgens moet worden opgemerkt dat de Awb een poging doet verschillende a.7.b.v. Zie ook art. 8:69 lid 1 Awb). 8:81 jo 84 Awb geen hoger beroep mogelijk.Stuvia. Vraag is of er behoefte is aan deze procedure aangezien partijen voor een snel oordeel ook een vovo-procedure kunnen starten. gelet op de betrokken belangen. grijpt de vovo-rechter in indien er – aantoonbaar – sprake is van een noodsituatie.b. Art. beroep is ingesteld. 8:86 Awb). 8:55 Awb strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het verzet of tot ongegrond. 8:83 Awb. 8:72 lid 5 en 6 Awb van overeenkomstige toepassing te verklaren. Vereist is dat er bezwaar is gemaakt c. Brummen-lijn: indien de rechtbank het beroep om formele gronden gegrond verklaart. De versnelde behandeling is mogelijk bij spoedeisende gevallen.Indien er nauwe verwevenheid bestaat tussen hetgeen de indiener van het hoger beroep aan de orde wil stellen en hetgeen (deels) in het verweer wordt gesteld. 8:57 Awb toestemming vragen om de zitting achterwege te laten. dat vereist. Art.Indien de ambtenaar geen verwijt treft van het nalaten hoger beroep in te stellen omdat dit niet van hem of haar gevergd kon worden. De uitspraak Na zitting volgt de uitspraak.

 CRvB 22 juni 2000. Mogelijke beslissingen afgezien van de niet-ontvankelijke en. waar die plicht ontbreekt in vele andere gevallen waarin ambtenaren worden geconfronteerd met vaak naar aard en omvang niet minder ernstige voor hun rekening blijvende schade als gevolg van ongevallen in . o Rechtbank kan bepalen dat uitspraak in de plaats treedt van het vernietigende besluit of een gedeelte daarvan. te weten door het nemen van veiligheidsmaatregelen. 8:72 lid 6 Awb).b. zoals de HR in een enkel geval niet onjuist heeft geoordeeld. waarbij tevens wordt bepaald wanneer deze vervalt (art.Veroordelen tot schadevergoeding (art. o Rechter kan bestuursorgaan opdragen een nieuw besluit te nemen of een andere handeling te verrichten met inachtneming van haar uitspraak. goed werkgeverschap. 8:72 Awb kent afd. LJN:AR7748 (Toeters en bellen): dienstongeval met twee surveillancewagens uitgerust met zwaailicht en sirene. 8:66 lid 2 BW: binnen zes weken na zitting. 37-41 (Formulering art.v. 6:162 BW: met vernietiging van het besluit van een bestuursorgaan door de rechter is daarmee de onrechtmatigheid van het besluit en schuld van het bestuursorgaan in beginsel gegeven.The Marketplace to Buy and Sell your Study Material o Art. maar terugkeer zou leiden tot grote onrust of andere problemen.com . o Rechtbank kan voorlopige voorziening treffen. indien er sprake is van ontslag in strijd met enig beginsel van a.onbevoegdverklaring: . 8:72 en 8:77 Awb) o Dit houdt een gehele of gedeeltelijke vernietiging van het bestreden besluit in. tenzij het betrokken orgaan aantoont dat het aan zijn verplichting heeft voldaan. De Raad acht het niet goed verenigbaar dat in een verkeersongeval als hier door de rechter op billijkheidsgronden een plicht tot volledige schadevergoeding zou worden opgelegd. Geen aanspraak op vergoeding o. 8. NB.Gegrondverklaring van het beroep (art.  CRvB 9 december 2004. Geen schending zorgplicht als bedoeld in TAR 2000. Geen fout onderschikte (collega betrokkene) als bedoeld in TAR 2002. TAR 2000. o Probleem van schadevergoeding kan in drie vormen aan de orde komen: a) Zuiver schadebesluit  Via art.2. Wel dient worden uitgegaan van de formele rechtskracht van besluiten. 21. nog drie specifieke bepalingen: . Rechter kan wel bepalen dat de rechtsgevolgen in stand blijven. 8:73 Awb) o Indien 1) beroep gegrond is verklaard. p. het geven van aanwijzingen c.g. Betrokkene claimt smartengeld..6. 7:658 BWnorm): een ambtenaar heeft recht op vergoeding van schade die hij in de uitoefening van zijn werkzaamheden lijdt. Naast de regeling van art. Deze aansprakelijkheid bestaat ook voor schadeveroorzakend optreden van een ondergeschikte van het bestuursorgaan. aanvulling van verlies van arbeidsvermogen en vergoeding in verband met verlies van zelfwerkzaamheid.Stuvia. Bijv.Ongegrondverklaring van het beroep . 2) op verzoek van een partij en 3) indien daarvoor gronden zijn. Er is geen vergoedingsplicht als het orgaan aantoont dat de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de ambtenaar.q. 112.b.b. het nemen van andere maatregelen ‘op een zodanige wijze als in redelijkheid nodig is om te voorkomen dat de ambtenaar schade lijdt’.

Vergoeden van betaald griffierecht (art. Zie ook art. HR: civiele rechter is bevoegd om kennis te nemen van vorderingen n. 6:106 BW.a. 6. LJN AI1161. kan in bepaalde bijzondere omstandigheden een kostenveroordeling plaatsvinden.  CRvB 7 augustus 2003.v. Samen met het beroep tegen het ontslag vraagt de ambtenaar schadevergoeding voor het geval dit ontslagbesluit op zijn vordering wordt niet vernietigd.n. 8:75 Awb dekt geen volledige kostenveroordeling. b) Rechtmatige overheidsdaad c) Beroep tegen een ander besluit  Hiervoor geldt hetzelfde als onder a. .v.en andere proceskosten in de bezwaarfase vallen niet onder art. o Art.v.a. waarvoor de Raad een schadevergoedingsbedrag van f. Daartoe is slechts aanleiding indien er zodanige psychische schade is. N. 8:75 Awb) o Komt ten laste van de andere partij.a. Uitgangspunt: elk achteraf gezien onrechtmatig besluit brengt in meerdere of mindere mate psychisch leed en onbehangen met zich mee.  Ook t. Bij de andere appellant is het geestelijk leed niet voldoende aannemelijk geworden. een uitzondering worden gemaakt om het beginsel van formele rechtskracht. dat er sprake is van ernstige inbreuken op de persoonlijke levenssfeer of andere persoonlijkheidsrechten van de betrokkene. 6:24 jo 6:7 Awb zes weken. Termijn indienen beroepschrift is o. Een natuurlijk persoon kan alleen bij kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht in de kosten worden veroordeeld.a. Er is daarvan niet altijd sprake. 8:74 Awb) o Bij gegrondverklaring wordt het griffierecht door een door de rechtbank aan te wijzen rechtspersoon vergoeding aan de indiener van het beroepschrift. 8:75a Awb. het vergoeden van immateriële schade sluit de CRvB aan bij het civiele recht. hetgeen appellanten te laag vinden. en dat op zich derhalve onvoldoende als basis voor immateriële schadevergoeding. TAR 2003/189 (Immateriële schadevergoeding): schadevergoeding wegens herroepen strafontslag toegekend van f 5000 (reputatieschade). art.The Marketplace to Buy and Sell your Study Material - - risicovolle functies zoals politieambtenaren. o Rechtsbijstands. bij art. zuivere schadebesluiten. o Ook indien beroep ongegrond is verklaard.v. Er kan evt. o CRvB: alleen vergoeden indien het bestuursorgaan het primaire besluit tegen beter weten in heeft genomen.g. Vergoeding van f 5000 wegens aantasting eer en goede naam acht de Raad toereikend. m. Er is echter ook sprake van geestelijk leed en aantasting van de persoon (psychiatrisch ziektebeeld) bij een van de appellanten. Bevoegd gemaakt t. tenzij de hoogste bestuursrechter al over een dergelijk besluit heeft beslist (Groningen-Raatgever). militairen.Stuvia.9 Het geding in hoger beroep De Beroepswet regelt de werkwijze van de CRvB. dit heeft de wetgever de bestuursrechter excl. 2300 vast stelt.v. De kostenveroordeling (art. 8:75 Awb en 8:73 Awb.com . deze kosten. baliemedewerkers en penitentiair inrichtingenwerkers. o Het moet krachtens het Besluit proceskosten bestuursrecht en de daarbij behorende bijlage wel steeds gaan om ‘beroepsmatig verleende rechtsbijstand’ en ‘het verrichten van proceshandelingen’.

LJN:AA9922 (Ontvankelijkheid) Essentie: De enkele standpuntbepaling van een overheidsorgaan omtrent de kwalificatie van een ongeval als dienstongeval is geen besluit. Geen extra periodiek.The Marketplace to Buy and Sell your Study Material CRvB 4 januari 2001. CRvB 5 augustus 2010. LJN:BN4394 (Toezegging en vertrouwensbeginsel) Volgens vaste rechtspraak van de Raad kan een beroep op het vertrouwensbeginsel (slechts) slagen indien door een tot beslissen bevoegd orgaan ten aanzien van de betrokkene een uitdrukkelijke. Het hiertegen door betrokkene ingediende bezwaarschrift is door het College van Bestuur bij besluit van 11 april 1997 ongegrond verklaard.Stuvia. Op 6 juni 1994 heeft betrokkene het College van Bestuur van de Erasmus Universiteit verzocht haar te willen bevestigen dat het ongeval dat haar op 2 juli 1993 is overkomen is aan te merken als een dienstongeval. Bij brief van 16 mei 1995 heeft de het College van Bestuur medegedeeld dat er zijns inziens geen sprake is van een dienstongeval. . In de door appellant in geding gebrachte memo’s kan de Raad een dergelijke toezegging niet lezen. ondubbelzinnige en ongeclausuleerde toezegging is gedaan. maar een gegeven van feitelijke aard dat op zichzelf de rechtspositie van betrokkene niet wijzigt of bepaalt. Van een rechtstreeks en concreet verband als hier vereist tussen de verlangde handeling en daaraan door het bestuursrecht verleende rechtsgevolgen is naar het oordeel van de Raad geen sprake. De CRvB heeft evenals de rechtbank moeten constateren dat een publiekrechtelijke grondslag waaraan gedaagde de bevoegdheid of verplichting zou (kunnen) ontlenen om een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb op het verzoek van betrokkene te nemen niet aanwijsbaar is.com . Daarvan is hier niet gebleken.

You're Reading a Free Preview

Download
scribd
/*********** DO NOT ALTER ANYTHING BELOW THIS LINE ! ************/ var s_code=s.t();if(s_code)document.write(s_code)//-->