P. 1
College aantekeningen Psychology of Abnormal Behavior (let op 2012!!!)

College aantekeningen Psychology of Abnormal Behavior (let op 2012!!!)

|Views: 1|Likes:
Published by Stuvia.com
Let op: 2012!
Onderwerpen: Addiction, Chronic fatigue & burn out
Dementia, Sleep disorders, Drugs & medicines, Agression & criminality, Physical disorders & health psychology
Omdat college in het Engels was, soms delen in het Engels
Let op: 2012!
Onderwerpen: Addiction, Chronic fatigue & burn out
Dementia, Sleep disorders, Drugs & medicines, Agression & criminality, Physical disorders & health psychology
Omdat college in het Engels was, soms delen in het Engels

More info:

Published by: Stuvia.com on Jul 18, 2013
Copyright:Traditional Copyright: All rights reserved
List Price: $2.80 Buy Now

Availability:

Read on Scribd mobile: iPhone, iPad and Android.
See more
See less

09/19/2014

$2.80

USD

pdf

College aantekeningen Psychology of Abnormal Behavior (let op 2012!!!

)
door

Bibi93

De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal
Koop en Verkoop al je samenvattingen, aantekeningen, onderzoeken, scripties, collegedictaten, en nog veel meer..

www.stuvia.com

Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal

College 1: Addiction - alcohol & tobacco

^ heel veel dingen meenemen bij diagnose (assessments) Heel veel dezelfde symptomen bij verschillende stoornissen (DSM) Biopsychosociaalsysteem Bij diagnose stellen: ook rekening houden met moment van de dag (’s ochtends erger). Gene  disorder (bijv. Huntington)

• Verslavende middelen - Middelen met beloning: reward of juist relief - Als je het een keer hebt gehad, steeds aan denken: craving - Als je het effect kent, het niet meer kunnen weerstaan: loss of control • Vormen: - Middelengebruik - Intoxication = lichamelijke reacties (comazuipen) - Middelenmisbruik = interfereert in dagelijks leven - Verslaving/afhankelijkheid = tolerance + withdrawal & craving  verslaving is een ziekte + groot juridisch gedeelte (misdrijven) - affectief: beloning, kick, wakker blijven, emotie. - motivationeel: craving - cognitief: geheugen, aandacht. • DSM: Pattern of inappropriate use with consequences of: Significant burden > 3 criteria: - Tolerance - Withdrawal/use to prevent withdrawal (withdrawal  bepaalde symptomen. Bijv. slaapproblemen: blijft tot 2 jaar na stoppen  alsnog interferentie in dagelijks leven). - (Ab)use of substance in high quantities/longer time (duration) - Desire /failed tries to stop or decrease dosages - Most time spending on use of substance - Effects of stopping/decrease substance use on important social or occupational activities - Ongoing use albeit the notion on social, psychological and health consequences  raar! Geen craving in DSM?? 90% valt terug, erg moeilijk te behandelen. Nieuw in DSM: internet (gamen) verslaving.

opium.Stimulating substances (kick): cocaine.5 uur / minst addictief (wel slecht voor je neus) Inject en smoke: voel je al na een paar sec. Alcohol werkt op alle neurotransmitters + breinsystemen  zeer complex! Bijv.Nu: snuiven (direct naar brein) begin: na paar min. en niet liking. . = addictiever. In het brein ‘anti-reward’ mechanisme.Sedation/relaxation: alcohol. Cocaïne heeft ook invloed op eten/slapen etc. Systeem maakt je gevoeliger voor drugs en alles daarom heen. Welke factoren dragen bij? .Vroeger: Coca wine en andere drankjes: met zoveel alcohol dat je het vooral allerlei probleempjes kon gebruiken. GABA: geeft rust.veranderingen in brein: onveranderbaar. maar NMDA: excites. Meest verslavend = scratch heroïne.Stuvia.leren: conditionering. Veel relapse bij alcoholverslaafden. . Minder schadelijk. Alleen al als je er aan denkt  dopamine (craving). • Soorten: . Minder verslavend.  naast het beloningssysteem worden op een gegeven moment ook andere delen in het breid beïnvloed: nucleus accumbuns. • Alcohol Alcohol  Acetaldehyde (=toxin) [Aldehyde dehydrogenase (body)]  Acetic acid [biotransformation]  CO2/H2O/fattyacids Als je geen aldehyde dehydrogenase hebt: raak je er heel snel door vergiftigd (dood). en duurt zo’n 20 min. kerosin  Chioral hydrate: voor operatie • Inname: Via de mond  maag  lever  bloed In bloed spuiten gelijk naar het bloed (= sneller effect voelen) Onder je skin spuiten  duurt even voordat in bloed/brein. Altijd hetzelfde gevoel willen = wanting. Bijv. amfetamines. • Chronocity = nog een keer nemen. craving)  I-RISA model van verslaving: je weet waar het zit.com . conditionering. Werkt dmv homeostasis. 48% dood.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal • • Impulse control = je moet het doen. Inhalation (snif/smoke)  meeste adem je al uit. Tyosine: wordt dopamine van gemaakt. maar niets om aan te binden. en frontale lobben (geheugen. Weinig mensen zijn in behandeling. • Cocaine . NL: vooral gericht op bestrijding heroïne. Mathadone maintenance= eigenlijk andere verslaving ipv heroïne. duurt ook even voordat het in je bloed komt. Follow up na 33 jaar: 22% nog steeds zonder. amygdala en hippocampus (rond het dopaminesysteem). nu meer cocaïne en cannabis.genen: in familie. nicotine patches.  incensitive sensitization theory: vooral beloningssysteem (dopamine). Maar dat is nu niet meer zo ‘in’. bij gokken. . reward. nicotine .Opiates: heroin. ook al wil je eigenlijk iets anders.  in de loop van de verslaving: van reward naar relief = relief motivation: iets tegengaan. benzo’s (snuiven) . Er zijn steeds meer receptoren.Others: glue. en die zijn dan zo opgelost. / duur: 1-1. Meestal zweet je het uit (zout) In je spieren  bijv. vooral alcohol + nicotine) . Motivation & reward systeem. Genetische kwetsbaarheid (tussen 30-70%. want gelijk beloning.Hallucinogenes: LSD. marijuana . dus waar je het moet aanpakken. morphine . Je krijgt vijandige mood door chronische stress  deze stress tegengaan met drugs (negative empowerment). Cocaïne: blokkeert reuptake dopamine (= meer in het bloed) Amfetamine: zorgt voor meer release van dopamine (er komt meer vrij) Antipsychotica: blokkeren dopaminereceptoren.

minder tevreden  veel afwezig. Meer feeling dan thinking mensen krijgen burnout.  Cynicism (depersonalisatie) en detachment job: Interpersoonlijke dimensie. hogere educatie (= hogere verwachtingen).  Occupational characteristics: de drie componten van burnout kunnen bij verschillende beroepen juist meer/minder tot uiting komen. Hoe ontwikkelen ze? Tegelijk of steken ze elkaar aan.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal College 2: Chronic fatigue and burn out Burn out • Burnout is “a syndrome in which previously committed. Ook in NL. MBI (Maslach Burnout Inventory) meet deze 3 componenten.com .  A sense of ineffectiveness and lack of accomplishment: zelf-evaluerende deel + self esteem. 3 soorten: Human Services. passieve copingstijl bij stress. als je alleen leeft (social support). Ook per land/cultuur. Verschillende theorieën. neuroticisme (emotioneel instabiel. Empirische fase (MBI).  Personality: laag level van hardiness (openstaan voor veranderingen. Na 1990 ook voor andere beroepen. lack of control/autonomy. lack of social support (vooral van de supervisor). Vooral 2e component bij deze beroepen  copen voor zelfbescherming. Educators en General. • Individuele factoren (bij wie?)  Demographic characteristics: jonger. • Consequenties  Job performance: minder betrokken/productief/effectief. betrokken in activiteiten). vatbaar voor psychologische stress). fatigue.  The emphasis is on mental and behavioral symptoms more than physical ones  Burnout symptoms are work-related. Exhaustion + type A. intentie om te vertrekken. Zichtbaar voor anderen. turnover. soort psychiatrisch equivalent van burn out. externe locus of control. . maar op verkeerde manier. • 5 andere componenten van burn out:  There is a predominance of dysphoric symptoms such as mental or emotional exhaustion. helping professionals gradually disengage from full participation in a job in response to excessive job-related stressors” • Naam komt van een boek. Moet je hebben om de diagnose te kunnen stellen. lage zelfwaardering.  Job attitudes: hoge verwachtingen  te hard werken  burnout als verwachtingen niet uitkomen. al bekend maar nog niet ‘scientific’ Daarna werd het vooral toegeschreven aan mensen die werken in een job voor mensen in need of something (health services) = pioneering phase.  Decreased effectiveness and work performance occur because of negative attitudes and behaviors. role conflict/ambiguiteit. mannen vooral cynisch.Stuvia. lack of feedback. and depression. • 3 dimensies:  Exhaustion: de individuele stress dimensie. maar niet voldoende  ook relatie met het beroep. • Situationele factoren (waar komt het voor?)  Job characteristics: work load + time pressure.  is ook wel “job related neurasthenia”.  The symptoms manifest themselves in “normal” persons who did not suffer from psychopathology before. regels) en economische veranderingen (bezuinigingen en samensmeltingen)  veranderde reciprocal exchange. Wat je zelf voelt. Vaak door de uitputting.  Organizational characteristics: Het klimaat (hiërarchie. vrouwen uitgeput.

• Normaal verdeeld in de populatie: 5-20% (hangt af van definitie = ernst en duur). Bij 90% van de mensen die met deze klacht komen blijft het onverklaard. • Idiopathic fatigue: kan niet door een medische conditie of psychopathologie worden verklaard. Interventies:  Verandering in het individu (makkelijker): educational (vooral coping)  vooral op korte termijn effect en vooral voor uitputting. van oxford en cdc. vooral door mensen die denken dat het medisch/organisch is. pijn in spieren. En veel impact op dagelijks functioneren en kwaliteit van het leven.  Exclusie: medische conditie. Zonder behandeling  slechte prognose. voor de persoon nieuwe soorten hoofdpijn. complexer. + 4 of meer in de afgelopen 6 maanden: beschadigd geheugen/concentratie. duidelijk beginpunt. alcohol/substance abuse. Als het persistent is (6 maanden) en impact dagelijks leven  chronic fatigue syndrome. voor 5-10% bijkomstig. unrefreshing sleep.  Inclusie: tenminste 6 maanden.  Combinatie werkt het best. vermindering in verschillende dagelijkse activiteiten. Hele goede match.  Building work engagement. Is een symptoom bij heel veel verschillende stoornissen en ziekten. .  Verandering in de organisatie: gebeurt minder. reward. Voor 510% eerste klacht. van de een iets meer en de ander iets minder bijv. wordt niet verholpen door rust. ernstige obesitas. fairness (inequity) en values (role conflict). pijn in gewrichten (zonder zwellingen of roodheid). Interactie tussen de componenten.Stuvia. substance abuse.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal • •  Gezondheid: stress gerelateerde psychologische problemen. bipolair. uitgeput. ziek na inspanning (24 uur na afloop nog moe). Vaak vanaf adolescence (nog in ICD10)  Myalgic encephalomyelitis (ME): alternatieve vorm van CFS. zere keel. gezwollen lymfeklier. Is meer dan alleen involvement en satisfaction. lusteloosheid… Verschil tussen fysieke en mentale vermoeidheid. Utrecht Work Engagement Scale Chronic fatigue syndrome • A (subjective) feeling of aversion towards activity + a perceived inability to perform. dedication en absorption (flow). dementie of delusional disorder. anorexia. maar consensus definitie = door experts. involvement en efficacy OF vigor. Job engagement (positieve psychologie): het positieve tegenovergestelde van burn out. met: energy. Een exclusie diagnose. • Twee soorten criteria. community (social support). Cdc is meer begrensd. • Het heeft geen biologische marker. boulimia. control. Ook op lange termijn. niet door organische ziekte. Symptomen zijn allemaal ongeveer hetzelfde: moeheid.  Zelfde factoren worden gebruikt voor model voor persoon + match met zijn werk  meer/minder kans op burnout.com . angst en depressie. schizofrenie. mdd (melancholic of psychotic). 6 target areas: workload. pijntjes en fever. • Geschiedenis  Neurasthenia: weinig energie.

methode voor diagnose.Stuvia. Ook zorgen voor minder stress en evt. ouder. irritable bowel). organische en psychologische oorzaken bekeken en onderzocht. En angst en depressie Moeheid is eigenlijk het overlap punt tussen heel veel verschillende stoornissen. want die weet je toch niet. Fybromyalgia: overal pijn. minder sociale relaties. populatie. somatic illness attributions (maar blijven denken dat het organisch is). Is het oorzaak of gevolg?  is het nou iets medisch of psychologisch? Comorbiditeit: vooral met ziekten met onverklaarbare symptomen (bijv. Risicofactoren voor slechte prognose: slechte mentale gezondheid / psychiatrische stoornis. work disability (1/3 kan niet meer werken). houden voor een deel de vermoeidheid in stand). Psychosociale consequenties CFS > MS of RA. niets. ernst van vermoeidheid. Ongeveer 1% overall gezien.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal • • • • • • Oorzaak: verschillende biologische. Behandeling: medicijnen werken niet echt of zijn twijfelachtig. Komt meer voor bij vrouwen. Psychosociale impact door psychiatrische comorbiditeit. maar: coping en perpetuating factors (kan je veranderen en zijn dus reversible. Prognose: tertiary care = als je niets doet  sommige beter. comorbiditeit aanpakken! . Psychologische consequenties: functional impairment. CGT: niet de oorzaak. geen verhoogd sterftecijfer. verslechteren. CGT en graded exercise therapy (stapje voor stapje opbouwen en goede balans tussen activiteit en rust = vicieuze cirkel [boom&burst] verbreken) werken wel en worden aangeraden door NICE guidelines.com . Ook: ideeën van patiënt over ziekte. maar: niet consistent en specifiek. langere duur ziekte. Prevalentie: hangt af van definitie.

Prevalentie: steeds hoger (nu ongeveer 200. emotioneel en sociaal. The changes in cognitive functioning are progressive. Aphasia: taal  praten + begrijpen Agnosia: herkennen van objecten (maar wel gewoon kunnen zien) . kosten. • Symptomen: altijd gefocust op cognitief. Ook functioneel (dagelijks functioneren en fysieke stoornissen) DSM: a+b voor alle types a.Stuvia. Dementie: veel meer dan alleen cognitief.com . Alzheimer is de meest voorkomende vorm. bijv. seksueel). Heel zwaar voor caregiver  verhoogde kans op depressie.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal College 3: Dementia • Dementie: Dementia is a syndrome in which cognitive functioning is affected and which is often accompanied by changes in emotion and behavior. geur/smaak. Ook fysiek (slaap. Nu wat meer op neuropsychiatrisch. b. Memory impairment: leren en ophalen. global and irreversible.000) Door: steeds meer (oudere) mensen  heel veel impact op de samenleving. gedrag.

organizing. Eerst langzaam. Alle cognitieve domeinen testen! Anamnese en heteroanamnese.wanen: Wanen in dementie simpeler dan schizofrenie. Schade aan myelin sheeth (alles gaat langzamer). diabetes. vooral frontal lobe. • Alzheimer: A+B en: . Vooral transfer van informatie van korte termijn naar lange termijn.  Behavioral (soms ook wel personality genoemd: hangt samen): apathy  geen interesse meer in de wereld om hun heen: “empty look”. Plan. 2: deterministic genes  Presinilin: voor 60 jaar dement) Ventrikels en hippocampus en parahippocampus aangetast. Overwhelmed door situatie  catastrophic reaction. hallucinaties. . Korte termijn geheugen wordt eerder slechter  shallow (vlakke) learning curves.hallucinaties: zien of voelen.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Apraxia: motor planning (maar geen probleem met spieren etc. stroke. hoge cholesterol.  behavioral + psychological symptoms of dementia (BPSD) Op meerdere manieren in te delen:  Affectief: mood + affect. Visuoconstruction: problemen met constructie en nadoen. Hoge educatie: buffer/compensatie voor brein veranderingen. Depressie en angst. drugs of alcohol. Bijv. maar alleen in het begin. verhoogde bloeddruk op middelbare leeftijd.misidentification  delusion. Neurovegatieve symptomen: eten. later steeds snellere achteruitgang. .Cognitive deficits not due to CNS conditions. .) Disturbance in executive functioning: planning. of head trauma. CVA  bijv. MCI: precursor dementie? 12-15% itt 1-2% bij gezonde mensen. verstoren communicatie bij de synaps) & tangles (vernietigen neuronen van binnenuit)  kan je pas zien bij autopsie! Risicofactoren: vrouwen (want worden ouder? + door hormonen oestrogeen/progesteron). delusions of sexual abuse. door medische conditie. seks. slapen. Hogere leeftijd. En susceptibility genes: verhoogde kans. • Comorbiditeit met depressie (in 80%)  werkt ook tegen cognitieve achteruitgang. heb je zo’n 100% kans om de ziekte te krijgen.Heredity (Presenilin 1. APOEǫ4 (susceptibility gene). agressie. Wernicke-Korsakoff: Thalamus (relay station)  zendt naar andere gebieden in brein. Bijv.  Psychotic: perception of reality change.  in 90% van de gevallen neuropsychiatrische symptomen. schreeuwen. Purposeless repetitive behavior: ijsberen.com . repetitive behaviour. systemic conditions or substance-related conditions . Biologische verklaring (cognitive reserve hypothesis): Veel . Clothing in: bij test op voorbeeld tekenen ipv het vakje waar het moet en bij klok tekenen. aan het eind helpt het niet meer.. Paranoia. Wel moeilijker te veranderen omdat ze ‘reëler’ zijn. “mijn echtgenoot is een bedrieger” = capgrass syndroom. . • Amnestic disorder: alleen verlies van geheugen. . do + check.Gradual onset and continuing cognitive decline.Not better accounted for by another Axis 1 disorder (depressie/schizofrenie) Plaques (tussen de neuronen. compulsies. Ook met persoonlijkheidsverandering (90%)  nog meer naar het uiterste of juist compleet veranderen (vooral bij dementie in temporal lobe) Deterministische genen: als je dit gen hebt.Stuvia. Brein wordt kleiner.Not exclusively due to delirium (medicijnen) . • Neuropsychiatrische symptomen: bijv. plaats en later persoon. Desoriëntatie in tijd. Executive functioning: langzamer en compromised comprehension.

De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal connecties tussen neuronen en meer synapsen. Vrij zeldzaam. belangrijke dingen op een lijstje zetten en ’s ochtends gelijk herhalen. diabetes. Al eerder in je leven. Presenile dementie. cognitie + mood. • Other causes . . man (ook meer kans op cvd). Risicofactoren: hogere leeftijd. cognitieve stimulatie. Eerst veranderingen in gedrag en persoonlijkheid en dan pas cognitief. HIV.Creutzfeldt-Jacob disease: nog veel zeldzamer. The disturbance develops over a short period of time (usually hours to days) and tends to fluctuate during the course of the day. Meest voorkomend in Japan door bepaald infarct. executive functioning verslechterd. Vrouwen die huisvrouw waren  weet je educatielevel niet van. Bijv.Niet door delirium Sudden onset ivm alzheimer. • Vasculaire dementie: A+ B en . MRI: kan je niet functional abnormalities mee meten. or shift attention b. . cardiovascular disease. vroeg al een CVA.  veel bewegen! . .Substance-induced persisting dementia: drugs in combinatie met slecht dieet. walking.vertraagde onset van symptomen . sustain. head trauma). hoge cholesterol. want geen behandeling. Soft speech + small writing (micrografie). CVA: trombose.Frontal lobe: covers many conditions (ook bijv. hoge bloeddruk. Nog veel onderzoek nodig. Frontal + temporal lobes.preventie: cholesterol.  Specs: bloodflow meten.  Aan veel van de risicofactoren kan je werken.Parkinson: Substantia nigra (subcorticaal). .Focal neurological signs  muscles. bloeddruk etc. Te weinig bloed naar bepaalde delen van de hersenen  bij ieder een ander cognitief probleem want andere plek van schade. reflex.HIV: van zichzelf verantwoordelijk voor neurologische achteruitgang: langzamer worden. change in cognition (such as memory deficit) or the development of a perceptual dsturbance that is not better accounted for by a preexisting. c. Nog veel is niet bekend. .Stuvia. Bij elke stroke verslechterde functioning.com .Pick’s disease: vrij vroeg in leven. Cognition: basal ganglia (subcorticaal). . maar wel: . onhandig. Moeite met taal. veranderd eetpatroon. Idiopathic  is er ineens door onduidelijke reden. Hierbij ben je meer bewust van je ziekte = meer kans op depressie. physical examination or laboratory findings that the disturbance is caused by the direct physiological consequences of a general medical condition. d. There is evidence from the history. minder aandacht. .copen met steeds meer achteruitgang: vaardigheden leren om verloren vaardigheden te compenseren. psychoeducatie van de familie. established/evolving dementia. Aphasie: niet bij subcorticaal. Mood & behaviour. disturbance of consciousness with reduced ability to focus. Poor prognose. Dopamine. Blauw = lagere activiteit. Link met gekke koeien ziekte? . • Interventies: je kan het niet behandelen. vergeetachtig. Motor in het begin erg duidelijk  chorea (unwanted movements) en bradykinesia (slowing of wanted movements). mannen. zelfde symptomen als Alzheimer. Maar juist wel weer meer depressie en angst en motorskills (snelheid en coördinatie) eerder aangetast. Vooral motorsymptoms  tremor.Huntington: erfelijk (chromosome 4). Vrij zeldzaam. Delirium a.

Behandeling hangt af van de oorzaak van de delirium. want die krijgen meer/vaker medicijnen. angst en hallucinaties van delirium. 10%-30% en in 25% van de gevallen teken van eind van het leven. NOS. Vooral bij ouderen.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Due to: General medical condition. Psychosociale interventie  omgaan met agitatie. Sense of control. Withdrawal of substance (e.g. In ziekenhuis persoonlijke spulletjes mee. Substance induced (intoxication/medication). Prevalentie. Preventie: welke medicijnen voorschrijven? Meer oudere mensen in de zorg  voorzichtiger. Multiple etiologies. sedativum etc) = onthoudingsdelier.Stuvia. .  vaak complex. alcohol. En duurt langer voor hun lichaam/systeem om stoffen uit hun lichaam te krijgen.com . Kan hierdoor ook leiden tot het vallen van oude mensen.

or timing of a person's sleep. depressie en substance abuse. Moeite met inslapen of doorslapen. Slaapstoornis veroorzaakt in significante mate lijden/beperking in functioneren. Behandeling: Benzodiazepines  short term. - - . amphetamine. amount. Grote variabiliteit in respons. cataplexy (door verandering in emotionele staat  atonia. Conditions of these kinds are called dyssomnias. dependence. Behandeling nodig om daytime sleepiness aan te pakken. modafrinil) Narcolepsy: daytime sleepiness (nacht is normaal). Meer vrouwen. delayed temperature rhythm. D. Sleep disorders are divided into two major categories. slaapgebonden ademhalings-stoornis. • Sleep disorders: group of conditions characterized by disturbance in the amount. Bed alleen gebruiken voor slaap en niets anders. Nightmares and sleepwalking are examples of these disorders. cultural/social expectations (ik heb zoveel uur slaap nodig). Ook bij honden. E. soort epilepsie aanval. gedurende ten minste één maand.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal College 4: Sleep disorders • ‘Normal’ sleep: any amount of sleep that makes us refreshed when we awake so we can function adequately. • Dyssomnias: disturbances in the timing (onset). angst. temporary changes in a person's sleep pattern are not included in sleep disorders. One category consists of disorders in which a person has trouble falling asleep or staying asleep.  Als insomnia. or quality of sleep Insomnia: langer dan 30 min.Stuvia. 39% familiegeschiedenis (genen) en kan door viral infection (kan heel lang aanhouden).  gelijk in REM komen. subjective experience as a problem  meestal fysieke of psychologische oorzaak. Sleep disorder: alleen als je experience discomfort! Dus per persoon verschillend. rebound insomnia. slaapstoornis gebonden aan circadiane ritmiek of parasomnia. niet alleen visueel). Er is een biomarker. quality. Kan komen door: pijn/physical discomfort. Evenveel mannen als vrouwen. Gaan van awake gelijk naar REM. delirium). excessive sleepiness. Angst en depressie  mood  treatment. Niet uitsluitend in beloop van andere psychische stoornis (MD. sleeping pills (rebound insomnia). Niet uitsluitend in beloop van narcolepsie. of niet uitgerust zijn na de slaap. parents (practices/presence). medisch. ipv dat daar Non-REM nog tussen zit. A second category of sleep disorders includes those in which people experience physical events while they are sleeping. om in slaap te komen. Zijn wakker maar kunnen niet bewegen = sleep paralysis). Hypersomnia: teveel slaap. Niet toe te schrijven aan insomnia. Na 40 uur niet slapen: microsleeps van een paar seconden. stress. slaapwandelen wordt erger (je kunt vallen). maar dan met verlengde slaapepisodes ofwel bijna dagelijks voorkomende slaapepisodes overdag. C. Primary insomnia: zeldzaam en niet gerelateerd aan iets anders. Gerelateerd aan angst. excessive sleepiness. Short-term. B. A sleep problem: anything that hinders us falling/staying asleep and that affects adequate daily functioning.com . poor sleep habits. Conditions of this type are called parasomnias. light/noise/ temperature. This category also includes disorders in which a person may fall asleep at inappropriate times. Duurt een paar seconden. GAD. Recidiverend: indien periodes van slaperigheid die ten minste drie dagen duren en gedurende ten minste twee jaar verschillende keren per jaar voorkomen. Behandeling: Stimulants (Ritalin. Niet door directe fysiologische effecten van een middel of somatische aandoening. They also include emotional and other problems that may be related to sleep. Hypnagogic hallucinaties (begin van de slaap en heel heftig.  A. There are about seventy different sleep disorders. other sleep disorders (apnea/periodic limb movement disorder). begint in adolescentie en improves over time. eng en realistisch. maar niet op tong bijten etc.

Speciferen: . B. Niet door psychische stoornis. . slaapfasevervroeging. Dopamine  dreaming.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal  A. Niet door drugs/somatische aandoening Behandeling: Stimulants (Ritalin. B. Zijn environmental treatments. modify unrealistic expectations about sleep (cgt). Behandeling: antidepressiva en relaxation.  Psychologische behandeling: stimulus control (improved sleep hygiene = elke dag dezelfde tijd opstaan. slaperig en wakker zijn na het frequent overschrijven van meer dan 1 tijdzone. onregelmatig slaap-waak-ritme of ander niet-gespecificeerd patroon. C.Ploegendienst type: insomnia tijdens belangrijkste slaapperiode of overmatige slaperigheid tijdens belangrijke waakperiode. B. reduces stress. De aanwezigheid van een of beide . afvallen. surgery. regular bedtime routine).Circadian rhythm disorders: insomnia of hypersomnia. meer bij kinderen.Stuvia. Aanhoudend/recidiverend patroon van slaapontregeling dat leidt tot overmatige slaperigheid/insomnia. relaxation. Soms door substance abuse bij ouder worden.com . Lijden D. niet 24-uurs slaap-waakritme. Vermijden van stimulerende middelen (cafeïne/nicotine) Goede slaap hygiene • Parasomnias: abnormal behaviors or pathophysiological events that occur during sleep Nightmares: in REM. Door biologische klok en melatonine (Suprachiasmatic nucleus). disrupt sleep. Bij ontwaken snel georiënteerd en alert. Types: obstructive (gewicht).hallucinaties/slaapparalyse (REM in overgang slaap en waken) C. Herhaaldelijk wakker worden met gedetailleerde herinneringen aan lange en buitengewoon angstaanjagende dromen (bedreiging vh leven. Ook brain damage. phase advances. amphetamine. eerder kans op dementie. in bepaalde positie liggen.Jetlag type: op verkeerde momenten van de dag.  A. in relatie tot plaatselijke tijd. Niet uitsluitend in beloop van andere slaap/psychische stoornis. veiligheid of eigenwaarde). Photo therapy (rhythm van melatonine veranderen).Niet-gespecificeerd type: bijv.Uitgesteld slaapfase type: Aanhoudend patroon van laat inslapen + laat wakker worden met onvermogen in te slapen + wakker te worden op gewenst vroeger tijdstip. mechanic devises (Denial splint  om mond open te houden of CPAP machine). Onweerstaanbare aanvallen van verkwikkende slaap die dagelijks voorkomen gedurende ten minste drie maanden. D. causes awakening. . Worden in de nacht vaak wakker.Sleep apnea: Vermoeid. Behandeling: Trycyclics. Lijden C. combined medication/behavioral treatments (werkt het best: medicijnen voor normaal patroon 30%. Inability to synchronize day and night.kataplexie . modafrinil) + cataplexy  antidepressiva . Meestal in tweede helft van slaapperiode. Slaappillen kunnen apnea verslechteren. alleen in lichte slaap. Gevolg van niet in overeenstemming zijn van slaap-waakritme dat door de omgeving vereist wordt en het slaap-waak patroon. Het is normaal. en therapie voor dagelijks functioneren 70%). interfere with functioning. Niet door middel of somatische aandoening. . (Parkinson  door dopamedicijnen voor motorfunctioning nachtmerries en hallucinaties). . central of mixed. Sommige mensen zijn gevoeliger voor gevolgen jetlag en workshifts. Behandeling: Phase delays.  preventie = Educatie: geruststellen (wel scientifically proved). Distressing & disturbing. Niet kunnen ademen.  A. . middelen of somatische aandoening.

Intense angst en verschijnselen van autonome arousal. Voor 50% psychologisch probleem. Meer bij kinderen. Schreeuwen en psychical arousal. voor vaststellen van slaapapneu  riem om borst en dingetje onder je neus. Niet door middelen of somatische aandoening. B.  A.Stuvia. Niet door drugs of somatische aandoening. Recidiverende episodes van uit bed komen en rondlopen. Ook vooral bij kinderen. later REM. Runs in families. Geen gedetailleerde droomherinnering. slaaphygiëne en efficiency. antidepressiva of benzodiazepines. Uitdrukkingsloze starende gelaatsuitdrukking. Uit bed gaan. gaat meestal vanzelf weg. . Bijv. scheduled awakenings. Nauwelijks reageren op pogingen om gerust te stellen. E. Niet qua voltage. Gerelateerd aan nocturnal eating syndrome. 1 cycle duurt ongeveer 19 min. IN het begin vooral diepe slaap. C. Polysomnograph: Gedetailleerde geschiedenis. Recidiverende periodes plotseling wakker worden. moeilijk te wekken (niet gevaarlijk). C.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal - Sleep terror: Non-REM. In eerste paar uur van diepe slaap. Lijden F. . D. F. nauwelijks reageren op contact en moeilijk wekken. • Metingen: Actigraph: makkelijke en goedkope manier. Bij ontwaken amnesie. Moeilijk om wakker te worden en weten het niet meer. Lijden. Meestal in eerste derde deel van slaap en begint met paniekerige schreeuw.com . Meestal 1e derde deel. Amplitudes/slaapritme zien. Geen probleem tot het dagelijks leven erdoor wordt verstoord. eog en emg. Wakker zijn lijkt qua signalen op REM ( spieren). B. Binnen enkele minuten na ontwaken zijn geen beperkingen in geestelijke activiteit of gedrag (kan eerst korte periode van verwarring/desoriëntatie zijn). Behandeling: wait and see.  A. E. D. eeg.Sleepwalking: Non-REM. “Somnambulisme”. Amnesie.

low SES. schade aan hippocampus. no social support. 5 opiates receptoren: heel veel rennen  endorphine (euforie).heel effectief . blood flow meten (glucose). Erger dan alcohol  structurele en irreversible changes. Wordt nu steeds meer gezien als een ziekte. Verslaving = chronisch (net als alle andere psychiatrische stoornissen). Serotonine door je hele lichaam en kan leiden tot coma zuipen. In vergelijking met diabetes. adhd en add.reward for not taking drugs . Meer release van neurotransmitter. Effect groter.Stuvia. Geld per maand. Semisynthetische vorm = heroine. groeit het ook in je brein  hippocampus. • Behandeling: Vrijwillig of compulsory. Bijv. hoe beter het werkt. misselijk na marathon. memory loss. risicovol gedrag). MAAR: verslaafde mensen maken zelf de keus (genen. • Implicaties voor behandeling. Lower cerebral blood flow. Contingency management  sensitief voor omgeving. Maar: mensen nemen het dan niet in als ze willen drinken/drugs. THC: neemt neurotransmitter weer op en laat vrij. maar ook blij.com . Topsporters: verslaafd aan eigen endorphine. Methadone: minder schadelijk. • Sterke leerprocessen: Beloning en conditioneren. bad prognosis.Treatment of intoxications (immediate treatment in ziekenhuis  dan geen plan) . Meer receptoren voor cannabis. Acamprosate: je wordt er misselijk van. Bijv. genen. Novelty seeking behavior: vooral directe relatie met cannabis. Kan je veranderen  veranderen van cognitie. psychiatric comorbidity. Niet meer alleen ‘tussen de oren’. hypertension en astma: veel gelijkenissen  bijv. Bijv. Marijuana: minder motivatie. Begint in mesolimbic dopamine systeem (zie I-RISA). eerste keer gebruiken. • Cannabis  alle soorten. 5-HT2  euforie. Hoe hogere dosis  hoe meer spieren ontspannen (morphine). Comorbiditeit: in intervention/treatment. Wanneer ga je evalueren? • Aims of treatment . bad compliance. Synthetisch = fretanyl: niet echt op de markt. Je kunt niet intervene in alle neurotransmittersystemen tegelijkertijd.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal College 5: Drugs & medicines • Als verslaving groeit. . • Alcohol: meest gebruikt en meest complex. Abstinence oriented: hoe clean rest van leven? Treatment plan maken: aims + data.hoe meer je betaalt als beloning. Opiates: natural substances  voor medical purposes (morphine + codeine).

Stuvia. recovery/abstinence uitzondering.Limit harm: reductie tot ‘normaal leven’. Tegen normale ontwikkeling in + comorbiditeit: mood/sleep/concentration/memory problems. die meer gebruikt zouden moeten worden: bijv. als dat niet gaat  palliative treatment. voor support.Preventing/decrease relapse door: treatment of withdrawal symptoms. Recovery is een uitzondering. aversion. psychosociale interventie en medicijnen. .Practical + social guidance  op lange termijn.com . als dat niet gaat  stabilisatie (verminderen van symptomen. blocking drug-effect. Het kernsymptoom van verslaving is craving met verlies van controle.Treatment psychiatric comorbidity . . limit harm en risks). meer op training. • Conclusies: Verslaving is een chronische ziekte: relapse is de regel. 80% relapse: kost veel tijd. . maar altijd in interactie met omgeving. decrease craving. • Evidence based medicine: behandeling is altijd beter dan geen behandeling. behavioral changes/empowerment. Er zijn steeds meer bewezen en effectieve behandelingen. Medicijnen + cgt etc. “patient – medicine matching” haast onmogelijk. Wordt voor een groot deel bepaald door genetische lading (biologische kwetsbaarheid). Psychosociale behandeling: minder focus op insight. Lange termijn gebruik van drugs  (on)omkeerbare neuronale veranderingen in brein. Binge drinking  brain changes. Medication + contingency werkt best. Voor de een werkt het een beter dan voor de ander. Compliance en rehabilitation. Stepped care (afhankelijk van bepaalde factoren).De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal .

in groepen. Onder 16 jaar: ouders moeten het er mee eens zijn. 70% small offences 20% economic offences 10% aggressive crime  leidt tot sociale onzekerheid.Informal: straffen van de maatschappij.Conditional: hangt af van hoe je je gedraagt.electronic monitor: alleen op bepaalde plekken lopen. jonger.werk dat voor maatschappij goed is. ook op zaterdag. Marshall help (1955)  social security system voor zieken etc. . Is het nou afgenomen of stabiel gebleven? Hangt af van leeftijdsgroep en perspectief. iedereen werkt. Vanaf begin jaren ’70 andere mentaliteit: eigen baas zijn. . Sutherland  ook in hogere kringen (+ door oudere mensen) = white collar crime.Offenders (jongens. Vroeger: crime was voor de armen. controle beroepen werden opgeheven. Overheid kon zich op dit op dat moment ook permitteren om te zeggen. Vlak na oorlog: amper crime. . heb je eigenlijk levenslang. Directeur moet dit bepalen (elke 2 jaar): hoe groot is het risico? Als het als untreatable wordt gezien. Niet verantwoordelijk voor eigen gedrag. bepaalde etnische groepen). geen vrienden meer  leidt tot opnieuw crimineel gedrag. Zij vertelden heel open.Imprisonment: . Boek. . zichtbaar is. . maar rechter. gaan anderen het ook doen. Straf: zo snel mogelijk na daad  wie maakt het schoon? Verschil benadrukken tussen gedrag en persoonlijkheid  niet ‘bad boy’.Kans om gepakt te worden is klein. • Meestal 2 partijen in een criminele act: .HALT (12-18 jaar): Zimbardo  als vandalisme etc. Apart gedeelte voor jongeren tussen 12-18 jaar. Je weet nooit hoe lang je moet blijven (itt tot gevangenis  na 2/3 meestal vrij).TBS (ter beschikking stellen): personality disorder. • Ontwikkeling van crime na 1945 Sociale controle  spionnetje. Vooral jongeren die crime pleegden  ging “vanzelf wel over”. Altijd gecheckt worden. in Rotterdam. Hirschi: wanneer plegen mensen geen crime?  sociale controle theorie = attachment.  ter compensatie: zaterdag vrij. toeristen) . Belangrijk is: praten met de targetgroep. want er werd voor het eerst naar hen geluisterd. Na gevangenis: geen beroep kunnen krijgen. Wordt meestal minder. commitment en belief/motivation. geen criminal registration. Voor kort in de gevangenis (1 jaar of minder) of laatste deel van lange tijd oplossingen: . Schoonmaken kostte te veel geld  werkstraf werd ingevoerd. Er werd misbruik gemaakt van het social security system (bijv.Stuvia. • Sanctions . Daarom zijn ‘first offenders’ vaak niet ‘first offenders’  eerst een waarschuwing. Je moet crime bekennen  anders niet naar HALT. om land weer op te bouwen. Soms staat het wel in de wet (penal law) maar iedereen doet het en het wordt dus niet bestraft = gedoog.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal College 6: Agression and criminality • In de wet staat welk gedrag moet worden bestraft = crime. Later: HALT etc.com .Slachtoffers (jonger  ook al zijn ouderen bangst. ziek melden maar wel ergens anders werken). .Formal (rechter)  in de wet staat het maximum van de straf.Fine: ouders betalen het of andere manieren (werkt niet of duurt te lang).Factual . HALT (Het ALTernatief)  als ze het goed doen. .  tussen landen en over tijd verschillen.Dan fine: is eerlijker als het gaat per (dagen) loon. . Bijv. .

.HALT  voor voorkomen van een tweede keer (secundair). hormonen.psychoanalytic approach  Freud . . Zonder agressie: Je kunt depressief worden. Hier is meeste empirische bewijs voor en daarom meest logisch.Stuvia. • Hoe word je een crimineel? Continuüm tussen persoon (genen. Ongeveer 30% krijgt per jaar te maken met crime. • Hoe word je agressief? . 3 vormen: . Verschillende soorten agressie.com . Crime: overlap met psychopathy en antisocial behavior.Persoonlijkheidsstoornis (bijv. zelfmoord plegen. Meeste theorieën  het is een interactie tussen persoonlijke motivatie en uitnodigende elementen in de situatie. • Preventie. Eysenck persoonlijkheidsdimensies) en de situatie (tabula rasa.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Toeristen kunnen naar ATAS. antisociaal) kan agressie triggeren.Learning theoretical approach (Bandura)  imitatie. labelingtheorie van Hirschi).Aftercare voor recidivisten (tertiair) Er is nu amper nog sociale controle.praten met potentiële criminele groep (primair) .frustration aggression approach  Komt meestal samen voor. . Dit verklaart ook verschillen tussen landen: hoe heb je geleerd te reageren? . maar niet altijd. brein.

 relaxatie technieken (bij angst ook zeer succesvol).Stuvia. Alles wat niet echt belangrijk is. . Vooral tabak en beweeg/voedingspatroon. wordt afgesloten/gestopt.bio: relaxatie. niet catastrophing. Het duurt langer voor wonden om te genezen. cgt: .sociaal: groepstherapie. Alleen in Westerse landen. kanker en cardiovascular diseases). • Sociale factoren: Daarnaast: werkconditie (maar daar zit ook sociale achtergrond in).De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal College 7: Physical disorders and health psychology Ongeveer ¾ van de doodsoorzaken in Europa  life style diseases (bijv.com . Ook cellen van het immuunsysteem worden minder actief  meer kans op ziekte. self-hypnosis en healthy behaviour. assertiever worden als coping skill. In Oost Europa hogere mortality rate na val van de muur. sociale support vergroten. . biofeedback. . Stress heeft hele grote fysiologische effecten op het lichaam. Social network = buffer voor distress. active engagement. Minder kans op het aanmaken van antibodies.psycho: adaptive interpretation of stressful event. • Stress Selye: General Adaptation Syndrome. Ook bij dood door kanker komt ¾ door life style.

com . .Stuvia. Depressie heeft weer gevolgen voor het verloop van de ziekte.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal • Adaptation of chronic disease  depression.

stress. psycho -educational.  Medische en psychologische wereld moeten meer gaan samenwerken. radiotherapy. chemotherapy.physical symptoms en disabilities: pijn. sadness & despair. angst. Maar dit geldt alleen voor de progressie. boosheid & verontwaardiging. Effecten: enhance mood. agressie. . relationship-focused. high cholesterol (nutrition). Medicijnen helpen niet genoeg. zoals immuunsysteem en mortality. Verbeterde relaties. . stimulate benefit finding. Cellen groeien heel erg snel. je hecht meer waarde aan wat je hebt. 3 manieren van copen: emotion-focused. doktoren weten er niet van. afvallen.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Cognitive behavior stress management: buffer voor disease (negative immunological changes)  alleen gericht op stress. cgt. Meeste studies retrospectief. Slapen helpt niet. assertiever. Ook een deel genen. overgeven. meer bewegen. loss of selfesteem & autonomy. health behaviors & adherence. niet voor het ontwikkelen van kanker!  Impact op kwaliteit van het leven. met partner. manage side-effects such as pain. improve perceptions of social support. gestructureerd en niet verspreiden = benign. coronary heart disease = hartaanval. familie/vrienden en zorgen over werk/financieel. problem-focused. Main risk factors: roken. letten er niet op. Vooral: repressie van negatieve emoties.Ook: fatigue  alles kost ongelooflijk veel moeite en dit heeft weer impact op dagelijkse activiteiten. Is bij veel stoornissen een probleem. improve coping and communication skills. re-evaluation of life goals. Positief: Persoonlijke groei  andere prioriteiten.  deze leiden weer tot physical symptoms. improve immune function. maar is het wel. hulpeloosheid/hopeloosheid en een laag sociaal netwerk  verminderde overlevingskans. stoppen met roken en een normaal eetpatroon zorgt dus voor minder kans.veranderde activiteiten en relaties: bijv. Treatment: surgery. improve health behaviors & adherence.psychologische problemen: fear & uncertainty. haaruitval. waarom worden ze zo weinig toegepast? Ze worden vanuit de medische kant behandeld. depressie).  psychologische behandelingen werken goed. hypertension (komt weer door body mass. Type A. = verandering van leefgewoonten. Hebben invloed op elkaar. lack of physical activity. Werken ook nog eens op elkaar in. functionele beperkingen…) .  Interventies: bijv. infiltreren en verspreiden (metastases) = malignant. in het health care systeem. Afvallen. je waardeert het leven meer.  Invloed van psychologische factoren door: affecting hormonal + immune system.  allemaal niet alleen psychologische effecten maar ook fysiologische effecten. Depressie  eerst niet gezien als risicofactor. hormonal therapy. durven het niet te vertellen.  screening met korte vragenlijst? • Cardiovascular diseases Bijv. wat ook een factor is).Stuvia.com . supportive-expressive groep (betere stemming en minder pijn). patiënten vinden het beschamend. . maar ook fysiologische effecten en soms zelf langere levensduur! • Kanker Door veranderingen in genetische materiaal  dysfunction in cell division and growth. Ipv langzaam. niet lifestyle! Stress management interventions: niet alleen psychologische (bijv. Negatief: . psychologisch. 4 stadia: <2cm // 2-5cm + lymphnodes // >5cm + lymphnodes // to other bodyparts.

You're Reading a Free Preview

Download
scribd
/*********** DO NOT ALTER ANYTHING BELOW THIS LINE ! ************/ var s_code=s.t();if(s_code)document.write(s_code)//-->