P. 1
Samenvatting HC'S periode 1

Samenvatting HC'S periode 1

|Views: 10|Likes:
Published by Stuvia.com

More info:

Published by: Stuvia.com on Jul 18, 2013
Copyright:Traditional Copyright: All rights reserved
List Price: $3.95 Buy Now

Availability:

Read on Scribd mobile: iPhone, iPad and Android.
See more
See less

05/30/2014

$3.95

USD

pdf

Samenvatting HC'S periode 1

door

Linseyvdv

De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal
Koop en Verkoop al je samenvattingen, aantekeningen, onderzoeken, scripties, collegedictaten, en nog veel meer..

www.stuvia.com

Blok 1).

Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Alle H.C.Stuvia.com van blok 1 -- De Fysiotherapie

Uitgebreide versie van HC 1.3: Fysiotherapeut is de specialist van het menselijk bewegen. Het doel v.d. fysiotherapeut is het bieden van hulp aan de patiënt bij ’t oplossen van zijn gezondheidsprobleem. - De fysiotherapeut houdt zich bezig met ’t bewegen v. mensen in hun dagelijkse omgeving + hun deelname aan de maatschappij. Om tot een doeltreffende oplossing van het probleem te komen, is er een methodische wijze van werken een voorwaarde: FMH – Fysiotherapeutisch methodisch handelen. Volgens het WHO is gezondheid = ”Gezondheid is een toestand van volledig lichamelijk, geestelijk en sociaal welzijn (en niet slechts de afwezigheid v. ziekte)”. Gezondheid wordt als een toestand gezien. ICF ontwikkeld voor het vastleggen v.d. gezondheidstoestand
Functies/anatomische eigenschappen + Stoornissen:
- Pijn, Beweeglijkheid, Propriocepsis, Stem/Spraak

Het schema v.d. ICF: 1). Functies = fysiologische + mentale eigenschappen van het menselijk organisme 2). Activiteiten= onderdelen van iemands handelen 3). Participatie = iemands deelname aan het maatschappelijk leven 4). Externe factoren = fysieke + sociale omgeving waarin men leeft. Kan belemmerend werken met negatieve attitudes.

Activiteiten / Beperkingen:
- zitten, staan, lopen

Participatie:
Deelname aan maatschappelijk leven - werk/arbeid, sport, gezin, school

Externe factoren:
Fysieke + sociale omgeving:
- Persoonlijke omgeving, cultuur

Persoonlijke factoren: Individuele achtergrond:
- Geslacht, leeftijd, opleiding, ervaring, krakater

Met generalisatie wordt bedoeld: patiënt de geleerde handelingen ook in andere situaties kan gebruiken.

- Curatieve somatische zorg (genezend): kortdurende zorg huisartsenzorg - Preventieve zorg (voorkomend) : zorg gericht op het voorkomen of beperken van schade aan de gezondheid v.d. mens. Gezonde voeding voorkomt obesitas - Intramurale zorg (intern): zorg die dag -en nacht -begeleiding biedt voor personen die intern zijn verpleeghuizen, ziekenhuizen. - Extramurale zorg (extern): zorg die aan u verleend wordt buiten het ziekenhuis of zorginstelling. Deze zorg omvat bijvoorbeeld zorg van huisartsen, niet in een ziekenhuis werkende specialisten, verloskundigen, fysiotherapeuten, thuiszorg en ambulancevervoer
Het aanbod van zorg- en dienstverlening en begeleiding dat beschikbaar is voor mensen die zelfstandig in de thuissituatie wonen. Thuiszorg is een vorm van extramurale zorg.

) + strategie v. behandeling in overeenstemming met de patiënt vastgelegd. klacht voor ADL.Behandeling wordt afgesloten . verrichtingen (duur.Stuvia. tests of andere diagnostische verrichtingen binnen een beperkte tijd (circa 10 minuten) vastgesteld of er al dan niet sprake is van bekend patroon en/of symptomen.freq. 0). 4). Onderzoek: d.d. 6). participatie en externe persoonlijke factoren. patiënt. factoren die klacht verergeren etc. De fysiotherapeut: . KNGF adviseert het gebruik van PSK + VAS.Specifiek . huisarts? 1). Afsluiting = Behandeling geeft een verwacht en goed eindresultaat . Het screeningsproces bestaat uit de aanmelding. de gevolgen v.De Fysiotherapie Fasen van methodisch handelen: Bij een DTF (directe toegankelijkheid fysiotherapie) wordt er is gebruikt gemaakt van: screening.Blok 1). 3). Acceptabel.d. 8.Zoekt een verband tussen stoornissen.Verwacht resultaat = Ja? Verwacht eindresultaat = Ja? Stap 8: Afsluiting. . verschillende testjes worden de hypothese + anamnese getest met als doel: de ernst v. screening op ‘pluis/niet-pluis' en informeren en adviseren. Behandelplan opstellen: individuele behandeldoelen. Aanmelding:  DTF = Screening*  Via verwijzing? Vroege hypothesen opstellen. Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Alle H. Wat is de hulpvraag v. voornaamste klacht.Maakt een inschatting van het gezondheidstoestand . Behandeling: het uitvoeren van het behandelplan 7). Tijdgebonden. 5).Een verwijzing v. Dit gebeurd volgens: SMART . Realistisch. Heb je te maken met een: .d. hypothese of terug naar huisarts.d. rode vlaggen 2). behandeling .m. * Screening: Bij screenen wordt door middel van gerichte vragen. Meetbaar. Anamnese: gegevens onderzoeken rondom het gezondheidsprobleem.d. Pluis / niet pluis = screeningen op aanwezigheid v. .DTF óf . Evaluatie: beoordeling van het behandelplan door fysiotherapeut + patiënt . activiteiten.d. inventarisatie van de hulpvraag.C.Verwacht resultaat = nee? Terug kijken naar behandelplan. Diagnose / Indicatie: op basis van de verzamelde informatie wordt nu het gezondheidsprobleem v.com van blok 1 -. klacht onderzoeken.v.Is er fysiotherapie nodig ja of te nee? * Indicatie – Nee? Patiënt terug naar huisarts sturen. patiënt geformuleerd.

personeelsbeleid. behandelen preventie. 1.Beroepsontwikkelaar : scholing. Patroonherkenning.Stuvia.C. Algoritme of beslisboom. EBP. Verzamelmethode. de fysiotherapeut komt door het volgen van een diagnostisch proces.De Fysiotherapie Taken van een fysiotherapeut: . een probleem op basis van eerdere klinische (klachten) expertise(deskundigheid) worden herkend.Hulpverlener : Screenen. Manager Hulp verlener Beroeps ontwikke laar - - Evidence-based practice (EBP):  Het uitvoeren van een handeling door een beroepsbeoefenaar op zo'n wijze dat de uitvoering is gebaseerd op de best beschikbare informatie over doelmatigheid en doeltreffendheid. waarbij het vragen moetbeantwoorden met Ja / Nee en zo een weg af legt tot een uiteindelijk antwoord: – beslisboom of algoritme genoemd – tot de juiste conclusie of diagnose. Hoe maakt een fysiotherapeut een beslissing in zijn handelen naar een patiënt? EBP : KNGF .Manager : administratie.Blok 1). hierbij ontstaan direct vanaf het begin hypothesen over de vraag wat het probleem is en welke factoren bij het probleem een rol spelen +over een oplossingen van het probleem. Patiënt waarde 3. voorlichtingen. (heeft betrekking op de organisatie van de eigen werkzaamheden binnen de praktijk) . Het evidence-basedpracticemodel vindt als beoordelingsinstrument ingang bij overheden en verzekeraars die beroepsmatig handelen economisch willen toetsen. training en coaching) . hierbij worden de totale ziektegeschiedenis en de huidige staat van functioneren onderzocht (zonder dat er direct aandacht wordt besteed aan de uitkomsten). onderhandelen. productieontwikkeling.com van blok 1 -. (verantwoordelijkheid van de verbeteringen en borging van de kwaliteit van eigen hulp -en dienstverleningen) Manieren van probleemoplossing: Hypothetico-deductieve benadering. (professionele hulp in de vorm van behandelen en begeleiden. Klinische expertise 2. Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Alle H. hetgeen uiteindelijk leidt tot een diagnose. onderzoeken. stage begeleiden. Ook verleent hij diensten in de vorm van informeren en adviseren . Wetenschappelijke kennis Waarom via het EBP? Omdat je dan jou hypothese / diagnose gebaseerd heb op wetenschappelijke literatuur.

. Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Alle H.4 Bewegen in vlakken rondom assen Vlakken: 1. Extensie) 3. Longitudinale as = de lengte as (Exorotatie + Endorotatie) 2.com van blok 1 -. (Abductie + Adductie)  Anteflexie: In voorwaartse richting heffen  Retroflexie: In achterwaartse richting heffen  Adductie: Naar het lichaam toe brengen  Abductie: Van het lichaam af brengen   Exorotatie: Naar buiten draaien Endorotatie: Naar binnen draaien  Flexie: buigen  Extensie: strekken Supinatie = de hand draait naar binnen Pronatie = de hand draait naar buiten . Frontale of transversale as = een horizontale as die van links naar rechts loopt. Assen: 1. Sagittale as = een horizontale as die van voor naar achter loopt. 3.De Fysiotherapie HC 1. (evenwijdig aan de voorhoofd) 2. Een transversaal vlak deelt het lichaam in een bovenste en onderste deel. (Anteflexie.Blok 1).Stuvia.C. Een frontaal vlak deelt het lichaam in een voorste en achterste deel. Retroflexie / Flexie. Een sagittaal vlak deelt het lichaam in een linker en rechter deel.

elasticiteit. bewegingen. Elastine = 150 % rek. " Dikkere witte vezels. Het uit stamcellen ontstaan steunweefsel van het lichaam. waarin zenuwen. " Dunnere elastische gele vezels. collagene fibrillen. Bindweefsel bestaat en ontstaat uit: 1). Bindweefsel verbindt de huid met eronder gelegen spieren. Parallel verloop.5 Bindweefsel: Betekenis van bindweefsel: 1. dus: collageen. beperken of geleiden v. fibroblasten. Samen met de weefselvloeitstof 4. het bestaat uit weinig cellen. Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Alle H.De Fysiotherapie HC 1. Communicatie 4. Het basisceltype is de fibroblast. vormherstellend (denk aan springkussen). hecht de spieren aan de beenderen (pezen).Blok 1). wat zenuwen en bloedvaten bevat. huid. 3. elastische vezels met sterk ontwikkelde tussenstof 2.… . bedekt de bloedvaten. Bindweefsel: Fibreus Losmazig (Proteoglycanen +H²O) Functie van bindweefsel in: Pees = overbrengen trekkrachten Ligament = weerstaan van trekkrachten. Tussenstof / Matrix Water (H²O) + Proteoglycanen (functie = waterbinding) = grondsubstantie + Vezels (Collageen of Elastine vezels) Functies fibroblast: 1. Stabiliteit 2.   Collageen = liggen in de huid + ligamenten – fibrillen liggen in alle richtingen. Mobiliteit 3.C. want worden van alle richtingen belast. oorschelp. Bij ouder worden treed er verkalking op en is er een afname v.d. . Ondersteunend weefsel dat werkende cellen aan elkaar verbind en organen bij elkaar houdt. elastine of proteoglycanen. Steunweefsel met eiwitrijke vezels. met als functie: binden en omhullen van organen.Stuvia. Cellen Fibroblast / Fibrocyt > Bindweefsel vormende cellen 2). lymfbanen en dergelijke verlopen en waardoor organen worden omgeven en gesteund.com van blok 1 -. Productie 5. die verschillende typen vezels kan vormen: . bloedvaten. bestaande uit elastine . Opruimwerkzaamheden Fibroblast = een bindweefselvormende cel Een fibroblast bepaalt de samenstelling bindweefsel naar ‘behoefte’. bestaande uit collageen .

specialisten en huisartsen (NHG) De Ottawa ankle rules zijn enkele richtlijnen voor artsen om te beslissen of een bij patiënt met een verstuikte enkel een röntgenfoto nodig is (om eventuele fracturen op te sporen). huisarts of DTF? 1b inventarisatie op hulpvraag.v.De Fysiotherapie HC 2.Blok 1). Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Alle H. .m. (wetenschappelijk bewijs.3: Screeningsproces: . Richtlijnen sluiten aan op andere zorgverleners als bijv. Symptomen Rode Vlag:  Onbegrepen tekenen of symptomen na recent trauma  Belasten is niet mogelijk enige tijd na het trauma  Recent onverklaard gewichtsverlies ( > 5 kg / maand )  Constante pijn die niet afneemt in rust of bij verandering van positie (constant = 24 uur per dag)  Kanker in voorgeschiedenis  Algemeen onwelbevinden (koorts)  Nachtelijke pijn (die aanhoudt als u van houding veranderd bent)  Uitgebreide neurologische tekenen en symptomen 1d informeren en adviseren Behandeling: CVPB: Classificatie Verrichtingen Paramedisch Beroepen:  Begeleiden / Informeren  Sturen / Oefenen  Fysische therapie  Manuele therapie Alle beslissingen die fysiotherapeuten maken zijn gebaseerd op het Evidence Based Practise.1a aanmelding: Verwijzing v.C.com van blok 1 -. testen etc binnen een beperkte tijd (circa 10 min) vastgesteld of er al dan niet sprake is van een bekend patroon / symptomen. puur om geld te besparen. patiëntwaarde en klinische expertise). 1c screening ‘pluis/niet-pluis’ Screenen wordt d.d. Eigenlijk is het een soort ‘tool’ die orthopeden gemaakt hebben om vast te stellen of je op het juiste adres ben.Stuvia. gerichte vragen.

Zenuwstelsel C.Stuvia.C. (Hersenen.5 Goed samenvattingen doorlezen over C. Ruggenmerg) Perifeer (Uitlopende zenuwen) Zenuwstelsel Willeukeurig (Animaal) Onwillekeurig (Autonoom) Autonoom: Zenuwstelsel Orthosympatisch = Activiteit Parasympatisch= rust en herstel .Blok 1). Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Alle H.De Fysiotherapie HC 2.Z.Z.com van blok 1 -.

De ICF kan worden gebruikt in klinische situaties. vorm van continuïteit van onderdelen van het menselijk lichaam. allerlei zorginstellingen + gezondheidsonderzoek van het individu. ervaringen. Disability and Health’ ICF is ontwikkeld voor het vastleggen v. De ICF vult de ICD aan.3 ICF: 'International Classification of Functioning. Stoornissen: afwijkingen in of verlies van functies of anatomische eigenschappen Activiteiten: onderdelen van iemands handelen Beperkingen: moeilijkheden die iemand heeft met het uitvoeren van activiteiten. Verschil tussen ICD + ICF: De ICD is een classificatie van ziekten. gezondheidstoestand. orgaanstelsel en onderdelen van organen. ICD: ‘International Classification of Diseases’ Met het ICD kunnen ziekten een aandoeningen worden ingedeeld / geklasseerd.De Fysiotherapie HC 3.com van blok 1 -. Participatie: iemand deelnamen aan het maatschappelijke leven participatieproblemen: problemen die iemand heeft met zijn deelname aan het maatschappelijke leven Externe factoren: Iemands fysieke en sociale omgeving. Tot de onderdelen van het menselijk organisme worden gerekend lichaamsdelen. .d.C. geslacht. aanwezigheid. Activiteiten en Participatie. De ICF karakteriseert iemands gezondheid in: Lichaamsfuncties. Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Alle H. terwijl de ICF een classificatie is waarmee de gezondheidstoestand van ’n individu of groep in kaart kan worden gebracht (geklasseerd). Anatomische eigenschappen. Functies: fysiologische en mentale eigenschappen van het menselijk organisme Anatomische eigenschappen: positie.Stuvia. Persoonlijke factoren: Iemand individuele achtergrond.Blok 1). leeftijd.

Medulla oblongata: of verlengde merg. hersenstam. Cerebellum= Kleine hersenen . 3. Paleoniveau: automatische motoriek (lopen) + emotionele motoriek – Wil hij wel.Blok 1). verbind de hersenstam met het ruggenmerg verbindt. Grijze stof bestaat vooral uit cellichamen van neuronen.Ruggenmerg is het laagste niveau waar sensomotorische informatie wordt verwerkt. Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Alle H. 1. .voortzetter va n het ruggenmerg in craniale richting.Evenwicht Cerebellum geeft de informatie door aan het motorische gebied in de Cerebrum. reflexen . d.C.Stuvia. Myeline veroorzaakt de witte kleur. .De Fysiotherapie HC 3. Neoniveau: bewustzijn . Hersenstam bestaat van caudaal .Vormt de verbinding tussen de hersenen + periferie. Grote hersenen: Cerebrum óf Telencephalon.Snapt hij wat de bedoeling is? (iets nieuws) 2.d.m. vindt hij het wel leuk? Basale kernen / Lymbisch systeem 3.v.4: Ruggenmerg: .craniaal uit 3 delen: 1.com van blok 1 -. 2. Hersenstam: medulla spinialis. Mesencephalon: bevindt zich in het bovenste deel v. Pons: in de pons bevinden zich de ponskernen die ’n tussenstation vormen in de verbinding tussen de grote + kleine hersenen.Coördinatie . Archiniveau: het handhaven van je lichaamshouding (lopen).

Attitude 3. Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Alle H.De Fysiotherapie HC 3. (2) fase van de ziekte. Kennis en bewustzijn – vaardigheden Omgeving determinanten: 1.Genetisch bepaald. Sociale 3. Ook heeft preventie tot doel ziekten en complicaties van ziekten te voorkomen of in een zo vroeg mogelijk stadium op te sporen. Economische 4. Ongezond gedrag is een oorzaak van gezondheidsproblemen.Stuvia. Deze zijn hieronder achtereenvolgens beschreven. Er zijn grofweg vier indelingen van preventie in gebruik. Determinanten (factor die van invloed is op je gezondheid): Hoe kan gedragsverandering bereikt worden? . bijvoorbeeld de aanleg voor overgewicht.d. gezondheid Het doel van preventie is te zorgen dat mensen gezond blijven door hun gezondheid te bevorderen en te beschermen.C.5: Wat is preventie? Preventie is het voorkomen van ziekte en het bevorderen en beschermen v. Persoonlijke determinanten: 1. 4.com van blok 1 -. 2. Eigen effectiviteitverwachtingen = verwachting die men heeft over eigen vermogen om een bepaald gedrag uit te voeren. namelijk naar: (1) doelgroep. . (3) type maatregel en (4) methode van uitvoering. Politiek omgeving. Fysieke 2.Automatisme / Gewoonte Biopsychologische determinanten: . Intentie v.Blok 1). gedrag = mate waarin iemand van plan is ’n bepaald gedrag uit te voeren.

Voordat we beginnen met trainen:  Participatie / Activiteiten niveau  VAS  Vaststellen van kracht  Borgschaal Trainingsvariabelen: 1). Explosieve kracht: .Sprinters Vermogen = (kracht x afstand) / tijd Snelheid = afstand / tijd Vermogen = kracht x snelheid 4. Training van spierkracht en spieruithoudingsvermogen: Waarom trainen?  Vergroten belastbaarheid  Bevorderen herstel  Verbeteren prestaties  Preventie Spierkracht: 1. Snelkracht: . 1x slecht) 3).4.Concentrische contractie 2.com van blok 1 -. Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Alle H. Duurkracht / Spieruithoudingsvermogen: . . . Maximale Kracht: .Spieruithoudingsvermogen wordt bepaald door het aantal herhalingen uit te voeren op 75 % van het 1 RM. Duur (afhankelijk van het doel.Fmax / 1 RM . participatie/activiteiten) 4). Frequentie (aantal trainingen per week – 3x verbeteren aeroob . Omvang (duur x frequentie ) 5). .Zo explosief mogelijk uitvoeren van een kracht tegen een weerstand in . Intensiteit (hoe hard wordt er gewerkt. 2x onderhouden.Hoogspringers. hoe zwaar – persoonsgebonden) 2).Marathonlopers 3.De Fysiotherapie HC 4.Weerstand met de hoogst mogelijke contractie snelheid te verplaatsen. .Het vaker achtereen uitvoeren van een contractie tegen een submaximale weerstand.De grootste kracht die een spier/spiergroep kan ontwikkelen bij een eenmalig. correct uitgevoerde beweging/contractie.C. Dichtheid (aantal prikkels in een training).Blok 1). .Stuvia.

hart /long /vaat problemen .De Fysiotherapie Duurtraining .In laag tempo = extensieve duurtraining  bedoeld voor de vetverbranding .Blok 1).Train voor Fmax > dan kies je voor zware weerstand en weinig herhalingen (70-100%) Contra-indicaties mag je niet trainen.Ernstige deformiteiten .Stuvia. Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Alle H.Minder spiervermoeidheid dan bij duurtraining .Langdurig.In hoog tempo = intensieve duurtraining  verbetering max aeroob + koolhydratenverbranding.Te gebruiken om de intensiteit v.com van blok 1 -.Pijn (zie VAS) .alg.d.fracturen .Over grote/lange afstanden .maligniteiten/tumoren (maligniteit = kwaadaardig) .Train je op duur > kies je voor veel herhalingen (55%) .Activiteit afgewisseld door rust . training te verhogen .C. zonder onderbreking . onwel zijn .Gebruiken bij het trainen van alle energiesystemen Trainen van het Fsp:  Intensiteit 50 – 100 % Fmax  Trainingsfrequentie 2 – 3 x per week  Je traint zo specifiek mogelijk: . . Intervaltraining .

Blok 1). Doelgericht  waar ga ik naar toe.De Fysiotherapie HC. sport. Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Alle H. wat wil ik bereiken? 2.en eindevaluatie 1. 4. Procesmatig  lig ik (nog) op koers. 2. ben ik er al? 4.C. 4. medestudenten en ik kunnen zichzelf hierin vinden Realistisch = het doel is praktisch uitvoerbaar Tijdgebonden = einde van deze periode . Vragen die je jezelf als fysio moet afvragen bij een behandelplan: SMART: Specifiek Meetbaar Acceptabel Realistisch Tijdgebonden Patiënt: Hulpvraag gerelateerd Levert ’t iets concreets op? Levert ’t voldoende op? Reële verwachtingen? Hoe lang duurt de behandeling? Fysiotherapeut: Concrete doelen Kan ik evalueren met bijv. zoals zal blijken uit evaluaties met mijn medestudenten en tutor.en behandeldoelen. Specifiek = kwalitatief + kwantitatief Meetbaar= evaluaties Acceptabel = tutor. * Dit wil zeggen dat de andere groepsleden en tutor tevreden zijn met mijn inbreng in de OWG.Persoonsniveau (activiteiten): zelfverzorging.Orgaanniveau (stoornissen): mobiliseren. Systematisch  in etappes 3. hetgeen zal blijken uit een positieve tussen. Hoe kan ik SMART doen? Fysiotherapeutisch handelen: 1. meetinstrumenten? Is er nog indicatie? Zijn het wel haalbare verwachtingen? Maximale tijd Student: Lost het mijn “probleem” op? Hoe kan ik aantonen dat ik mijn doel bereikt heb? Is het wel een “goed” doel? Is het haalbaar? Eindige periode Voorbeeld: Aan het einde van deze periode is mijn inbreng in de OWG kwalitatief en kwantitatief goed*. kracht verbeteren.com van blok 1 -. huishouden . Bewust  ben ik op de goede weg? Behandelplan opstellen: Hulp vraag(1) + diagnostisch proces(2+3)  vormen het eindresultaat met subdoelen (SMART) Doelen worden geformuleerd op: .Sociaal niveau (participatie): werkzaamheden weer kunnen oppakken. 5. pijnvermindering .Stuvia. 3.4: Formuleren van leer.

Associatieve fase 3. Vaardigheid = aangeleerde vaardigheid verloopt automatisch.Taak . daarna plateau Omgeving Fases in het motorisch leren: 1. Cognitieve fase 2. Wat neemt toe bij motorisch leren? Nauwkeurigheid + Snelheid.  Door herhalingen neemt de beheersing over de vaardigheid toe > dus aantal herhalingen is belangrijk.Individu .5 Motorisch leren Wat is motorisch leren? Motorisch leren is het aanleren van bewegingsvaardigheden.Snel resultaat in het begin .com van blok 1 -. Autonome fase 1).Stuvia.  Oefenen v.Omgeving Taak Beweging.C. Dit wordt vooral gedaan door voordoen en herhaling. Associatieve fase:  Interne feedback. Autonome fase:  Tijdens de fase is er geen sprake meer van het leren van een beweging. die leiden tot een relatief permanente verandering in de gedragsmogelijkheden van een persoon Retentie = het aanleren en dan vasthouden van vaardigheden.Vaak vast patroon . Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Alle H. er is al sprake van een eindtoestand .Leercurve . vaardigheden is een actief proces.C.Blok 1).De Fysiotherapie H. 4. Cognitieve fase:  Fase van voordoen en nadoen (leren door observatie)  Uitleg belangrijk > om oefening goed te begrijpen + na te kunnen doen  Feedback belangrijk  Veel trail and error (probeer en faal) 2).  Motorisch leren is het geheel van processen als gevolg van oefenen en/of ervaring.  Chuncking = een geheel van deelhandelingen “Transfer van zit – naar – staand” Fysiotherapeut probeert vanaf fase 1 (flexion momentum) zo verder tot een succes te komen naar fase 2 (transfer momentum) naar fase 3( extension momentum) te komen/benadrukken Hoe ontstaat motoriek? . instaat om eigen fouten op te sporen  Power law of Practice (oefening baart kunst) 3). Individu “Het motorisch leren”:  Power law of practice. “Hoe leer je vaardigheden”? .

vanuit buiten het lichaam. > Fysio hanteert ook bewust de mogelijkheden + grenzen v.Bewustheid: om doelgericht te werken.De Fysiotherapie   Aandacht voor andere processen Uitvoeren van dubbeltaken!! Vormen van leren: . > Fysiotherapeut stelt behandeldoelen op samen met de patiënt.Extrinsieke feedback: kom van de fysiotherapeut….C.Systematiek: fysiotherapeut werkt volgens een bepaald plan met een logische volgorde.resultaat = belangrijk . patiënt . Soorten feedback: .Explicitiet: Je krijgt een taak….Impliciet: Je krijgt een taak zonder instructies.Stuvia. .dat maakt niet uit ….. dit plan bevat een strategie met een logische volgorde zodat er geen handelingen worden vergeten of overbodig worden verricht.Intrinsieke feedback: komt vanuit jezelf…sensorische feedback….Procesmatigheid: fysio handelt volgens ’n bepaald ontwikkelingsgang: de volgende stap wordt bepaald door ontwikkeling die tot nu toe is gevonden. oefenen Methodisch handelen heeft een aantal kenmerken: .d.maar nadruk ligt op de manier hoe je het uitvoert.com van blok 1 -.d. Past bij expliciet leren Je let hierbij op de nauwkeurigheid.feedback vanuit het lichaam zelf…. niet hoe de beweging eruit ziet – als je maar scoort!! Hoe stimuleer je motorisch leren: instructies.. > Van te voren is nagedacht + plan gemaakt. dan is de volgende stap: onderzoeken v.sensorische. is de fysiotherapeut zich steeds bewust v. handeling = belangrijk .Doelgerichtheid: kan de fysiotherapeut een zinvolle bijdrage leveren aan de oplossing van het gezondheidsprobleem.Blok 1). Extrinsieke feedback:  Knowlegde of Result: Je geeft info over de manier van bewegen.d. feedback. . maar de uitslag dateert meer op instabiliteit. > hypothese . > Fysio onderzoekt naar verminderde bewegingsuitslag. > Eerst screening. dan pas onderzoek etc. Sensorische info  Continue vergelijking  Beweging vanuit het geheugen ..d. Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Alle H. stabiliteit. verbaal of visueel feedback….  Knowlegde of Performance: Je geeft info over het resultaat Past bij impliciet leren Resultaat v.. doelen van hemzelf + patiënt.

. collageen is beperkt ‘uitrekbaar’ 2.De Tibia (Tibiplateau)  kraakbeen op de condylen  kraakbeen aan de achterkant  Geen kraakbeen Ligamenten: . femur) 2). het zorgt voor schokdemping en het vergroot het gewrichtsvlak. en arthokinematica van het kniegewricht Het kniegewricht wordt gevormd door 3 botstukken: 1). patella) 3). .Stuvia. cruciatum posterius)  zorgt ervoor dat de tibia niet naar achter schiet ten opzicht van het femur Lig. Stabiliteit waarborgen: kop en kom bij elkaar houden.VKB (lig.De Fysiotherapie HC 5. Alle ligamenten laten flexie toe.M.d. popliteum arcuatum  versterkt het gewrichtskapsel aan de voorzijde v. patellae  brengt kracht over van het bovenbeen naar het onderbeen en zorgt voor het strekken van het been. Functies ligamenten: Algemeen: 1. Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Alle H. Beperking van flexie komt door de spieren.3 osteo-.com van blok 1 -. popliteum obliquum  versterkt het gewrichtskapsel aan de achterkant v. Spieren: . voorkomen van te grote glij.De Patella (dorsale zijde v. Bewegingen(rotaties) voorkomen. Menisci:  Laterale meniscus en de mediale meniscus.AKB (lig. collaterale mediale  voorkomt adductie van de knie (valgus) Lig.M.d. maar wel in beperkte mate. tractus iliotibialis (loopt van de bekkenrand naar de tibia) Kraakbeen-synovia:  Kraakbeen wordt gevoed vanuit synovia  Zorgt voor (minimale) wrijving  Kan vervormen zonder te beschadigen bij glijbeweging en druk (springkussen)  Leid drukbelasting  naar het onderliggende bot  Bursa suprapatellaris: verminderen van wrijving peesbot.C. knie Lig. Bewegingen (rotaties) toelaten.en schuifbewegingen.Het Femur (distale epicondylen v. cruciatum anterius)  zorgt ervoor dat de tibia niet naar voren schiet ten opzichte van het femur.Hamstrings . knie Lig.d.Blok 1). collaterale laterale  voorkomt abductie van de knie (varus) Lig. In bijna alle banden neem spanning toe. Functie: het soepel laten verlopen van bewegingen. Quadriceps . 3.h.

geen exo. Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Alle H.Close-packes position: meest stabiele stand.De Fysiotherapie Wat er gebeurd tijdens flexie van het femur vanuit strekstand:  Femurcondylen: rollen naar achteren.com van blok 1 -. Wat gebeurd er tijdens extensie van het femur: . .C.Hetzelfde maar dan omgekeerd + slotrotatie = endorotatie van enkele graden. dan slippen  Meniscus lateralis schuift naar achteren  over het tibiaplateau  Meniscus medialis rekt uit  Spanning in beide collaterale banden neemt af  Omvang contactoppervlak tussen kop en kom neemt af  Patella schuift caudaalwaarts over facies patellaris femoris.Blok 1).Stuvia. .en endorotatie mogelijk.

4 Pijn. Spier-peessensoren Tastzin huid Tastzin huid + gewrichtssensoren Tastzin huid + acute pijn+ temperatuur Chronische pijn + temperatuur Scherp + gelokaliseerd Primaire pijn = Aδ-vezels Secundaire pijn: C-vezels Poort neuron in de grijze stof: C-vezels houden de poort open A-vezels sluiten de poort juist.C.21 – 1 Gemyeliniseerd Ja Ja Ja Ja Ja Nee Geleidingsnelh 100-120 40-70 15-40 8-15 5-12 0. activeer je de A-vezels. Dof + “vaag” . die de poort juist sluiten.12 4–8 2–4 1-2 0. Wanneer je wrijft. Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Alle H. sensoriek en motoriek: Vezels: Type: A Aβ Ay Aδ B C Diameter 16 – 20 8 .com van blok 1 -.De Fysiotherapie HC 5.21-2 Sensorische func.Stuvia.Blok 1).

Vragenlijsten.Bradykinine .  Prostaglandines – veroorzaken pijn & koorts. .Behandeling Klinimetrie houdt zich zowel met biometrische + psychometrische verschijnselen bezig.5 Weefselherstel.geeft pijn. starter van ontsteking HC 6. Modellen bij klinisch redeneren: ICF + ICD.2 FMH + Klinisch redeneren: DTF Aanmelding Inventariseren hulpvraag Screening pluis/niet pluis Informeren en adviseren Aanvullende anamnese Aanvullend onderzoek Analyse Verwijzing: Verwijzing en aanmelding Anamnese Onderzoek Analyse Klinimetrie:  Het meten van klinische verschijnselen  Soorten meetinstrumenten: Klinimetrische eigenschappen v.vasodilatatie.Diagnostiek .Substance P – uit zenuwcellen : pijn  TNF-alpha. observatielijsten. Binnendringende micro-organismen en autoimmuunreactie De ontstekingsmediatoren en de effecten ervan:  Histamine (uit mestcellen) .De Fysiotherapie HC 5. de ontstekingsreactie: Macrofagen— groot-eters: witte bloedcellen die uit de bloedvaten kunnen kruipen (in bloed heten ze monocyten) en bacteriën in grote aantallen opvreten!”      Rubor = rood Calor = warmte Dolor = pijn Tumor = zwelling Functio lasea = functieverlies Oorzaak weefselschade: Fysische prikkels . performancetesten. Meetinstrument moet: 1.Screening .com van blok 1 -. Valide: mate waarin het meetinstrument meet wat het zou moeten meten .Blok 1). meetinstrumenten = betrouwbaarheid!! (protocol afspraken) .Stuvia. Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Alle H.C. . lichamelijk onderzoek  Meten in verschillende ICF-domeinen (denk aan RPS)  In verschillende fasen van methodisch handelen: .

Pearson – correlatiecoëfficiënt = “samenhang”. Prognose: – Functiescore enkel (VAS) 4.PSK 3.De Fysiotherapie 2.Overeenkomst = bij herhaalde metingen dezelfde uitkomst wordt verkregen? Een goed reproduceerbaar meetinstrument is niet altijd valide. Waarde v.Betrouwbaarheid = vermogen om personen van elkaar te onderscheiden op bepaalde kenmerken .com van blok 1 -.d.Pearson’s geeft alleen aan in hoeverre er een lineair verband is tussen de 2 variabelen. herhaalde metingen verder uit elkaar liggen Waardes: tussen 0 – 1 . gewogen Kappa wordt steeds lager naarmate de scores v.70 = betrouwbaar.Blok 1). meting dezelfde uitkomst moet worden verkregen. Diagnostiek: . Met de kappa-schaal kijkt men naar de overeenkomsten tussen 2 metingen of 2 beoordelaars. .Ottawa ankle rules (letsel?) 2. oftewel het percentage: zieken  Specificiteit = aantal ‘terecht negatieven’. Meetinstrumenten voor enkelletsel volgens KNGF: 1. 1=maximale overeenstemming  Sensitiviteit = aantal ‘terecht positieven’ . hertest of metingen van twee verschillende beoordelaars – tegen elkaar worden uitgezet.schaal = “overeenkomst”. Meetinstrument dat niet reproduceerbaar is.Tussen -1 en +1 (+1 = ideale uitkomst) Kappa. De scores van 2 metingen – test.  Van belang bij diagnostiek. oftewel het percentage: niet-zieken. Reproduceerbaar zijn: bij herhaling v.d. .d.Stuvia. Behandeling/evaluatie: . Sreening : .daarom wordt de toevalsvariabele ingezet.  Interbeoordelaar = verschillende metingen tussen verschillende beoordelaars  Intrabeoordelaar = verschillende metingen van één beoordelaar Betrouwbaarheid: personen te onderscheiden. Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Alle H.C. is ook niet valide.  Daarom is de kappa altijd lager dan de uitkomst tussen 2 metingen. maar ten minste > 0. Er kan altijd toeval voorkomen dat de 2 gelijk zijn…. ondanks de meetfout. .PSK .

dus verkort  immobiliseren vervormbaarheid neemt af. afname van sacromeren (parallel + serie). Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Alle H. Afname matrix+ kwaliteit van gewrichts kraakbeen Immobilisatie Het effect op kraakbeen + botweefsel:  Gewrichtskraakbeen: Afname van: matrix . treksterkte door verlies van proteoglycanen  Na een paar weken is met de name de spier beperkt in bewegingsuitslag  Na een paar maanden is met name de kapsel + ligament beperkt in bewegingsuitslag. spier en gewricht. 4. .Collageen past zich aan.Botweefsel.3 Effect immobilisatie op een spier – en bindweefsel Immobilisatie leidt tot atrofie (zonder voeding) van: .Collageen bindweefsel . (bijv.Ligamenten worden door immobilisatie alleen maar zwakker. 3. eerdere kans op blessures of andere erger dingen. immobilisatie (???) Afname synoiva Bindweefsel in de spier:  Atrofieert trager dan spierweefsel (duurt dus langer voordat het bindweefsel zonder voeding komt te ziiten).d. m. bewegingsuitslag v.25%afname v.quadriceps femoris komt overeen met 5% afname omvang bovenbeen). Afname proteo glycanen Artrofie kraakbeen Gevolgen voor een spier: 1.  Ligamenten: . Krachtverlies fysiologische doorsneden/omvang neemt af. In eerste week al spieratrofie (spier zonder voeding aanvoer) 2.Spierweefsel .com van blok 1 -. treksterkte neem hierdoor gigantisch af.d.d.Blok 1).  Afname v. door de afname v.Afbraak is groter dan aanmaak .Geïmmobiliseerde spier > verkort .d.Antagonist = dus verlengd (denk aan geïmmobiliseerde spier biceps. .Stuvia. Lengte: . aan de nieuwe lengte.Kraakbeen .  Botweefsel: Afbraak is groter dan aanmaak.  Collageen: . sacromeren is een gevolg van afname v.De Fysiotherapie HC 6.C.Ligamenten worden door immobilisatie slapper en hebben zo dus minder sturing . dan is de triceps dus verlengd vergeleken met de biceps).d.  Vooral afname PEC (?): kleiner bewegingstraject + afname bescherming sacromeren. door afname van proteoglycanen > door afname van synovia.Herstel van kracht en omvang: 2x de duur v. Immobilisatie van ligamenten:  Afname proteoglycanen!! Minder matrix kapsel minder soepe.

v. = Hierdoor Bewegingsbeperking  Alle structuren zijn gewoon zwakker. gewrichtskraakbeen en synovia neemt door immobilisatie af:  Rolbeweging neemt toe (i.De Fysiotherapie Gewricht beperkt door immobilisatie: De functie van: ligamenten. zeker bij herstel van letsel van ’n pees/ligament.com van blok 1 -. Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Alle H.C.Stuvia. schuif). Conclusie: Wanneer je dus in het gips komt.Blok 1). door de toename in de rolbeweging heeft de patiënt eerder zijn eindstand bereikt (veroorzaakt vaak pijn. spieren. probeer de gewrichtsimmobilisatie zo kort mogelijk te houden. om daarna weer volledig functioneel te bewegen.p.  Spierpomp stimuleert de doorbloeding (Dus bewegen is dus noodzakelijk!)  Geleidelijke toename belasting. . omdat de patiënt nog helemaal niet zijn beweging heeft afgemaakt voor zijn gevoel). Omdat:  Weefselvorming stuurt de fibroblasten: fibroblasten/ligamenten passen zich aan. aan de treksterkte.

. een grote hoeveelheid interecellulair water.com van blok 1 -.Aanhechtingen v.Blok 1). Overbrengen van krachten zou leiden tot: erge puntbelasting + oorzaak worden van slijtage.Pees – botovergang .Menisci . Dit is te danken aan: speciale manier waarop de grote hoeveelheid water gebonden is aan proteoglycanen in de matrix. gewrichten = dé prikkel = zorgt ervoor dat kraakbeencellen ’t gewrichtsoppervlak optimaal in stand houden. Kraakbeen = waar je niet zonder kan(onontbeerlijk) + wonderlijk type bindweefsel. Synoviale vloeistof levert voeding + gewrichtssmering.De Fysiotherapie HC 7. Elastisch kraakbeen: kraakbeen = goed vervormbaar + veert snel terug in zijn oorspronkelijke vorm Kraakbeen is bedekt met een bindweefselvlies: perichondrium. Perfect gewrichtsprofiel + optimale smering moeten slijtage voorkomen. Waarom een wonderlijk type bindweefsel? Het bevat namelijk.Stuvia. Door de complexe opbouw van het weefsel is reparatie zeer beperkt mogelijk. gewrichtsbanden aan skelet Vezelig kraakbeen is gemaakt om: rek te weerstaan. 2. Kraakbeen = veerkrachtig + vormherstellend weefsel. maar is toch in staat grote krachten te dragen.d. 3. dat uitermate geschikt is om drukkrachten op te vangen. . Wat is het verschil met alle andere bindweefseltypen? Gewrichtskraakbeen kan zich niet meer herstellen na een trauma. doordat op de plaatsen waar het zich vormt > hoge eisen wordt gesteld aan de weerstand tegen rek. Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Alle H. Het heeft een homogene structuur.C. 3 typen kraakbeen: 1. wit doorschijnend weesfel. De dagelijkse belasting v. Hyalien kraakbeen: blauwachtig.2 Kraakbeen: Zonder kraakbeenoppervlak zou er tijdens het bewegen direct contact komen tussen bot – bot. Vezelig kraakbeen: zitten meer vezels.

Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Alle H.Blok 1). Synovia: . smering en schokbreker . en dit is funest voor ’t functioneel bewegen. Druk op botweefsel is een prikkel voor nieuw botaanmaak. Slijtage is dus niet aan de orde. dat zonder veel vervorming de gewrichtsoppervlakken over elkaar laat bewegen. Gewrichtskraakbeen beschermt het onderliggende bot.Smering .“Stootkussen” > krachten voor een deel absorbeert + ander deel doorgeeft aan het onderliggende bot.Stuvia. Kraakbeen dient een behoorlijke mate van vormvastheid te hebben.com van blok 1 -. voeding. Synthese van collageen is in gezond kraakbeen zeeeeer laag. Kraakbeen moet dus:  Veerkrachtig  Schokdempend kussen  Glad glijvak.Vormt een eenheid met gewrichtskraakbeen. Dit is functioneel om de contactdruk over ’n groter oppervlak te verspreiden.De Fysiotherapie Het kraakbeenoppervlak vlakt bij belasting enigszins af. Tijdens het glijden: is er weinig wrijving door de uitstekende smering in synoviale gewrichten.Het is een heldere en stroperige vloeistof Er moet smeersel tussen gewrichtsuiteinden zitten . Voor ’t opvangen van grote krachten fungeert het kraakbeen: .C. Wanneer een zuivere rolbeweging  moeten veel langere en sturende ligament om gewrichten aanwezig zijn.

De Fysiotherapie HC 7. transfers. Of de aandoening: opheffen.3 Behandeldoelen opstellen: Doel van fysiotherapeutisch handelen? 1.t. werkzaamheden kunnen oppakken Beoogd eindresultaat (SMART) . Huishouden) • Sociaal niveau (participatie) (rolvervulling) bv. beperken. Hulpvraag v. “wandelen zonder afwijkend looppatroon” wordt nu actueel. we gaan werken aan het aanpassen van het looppatroon. verminderen. Plan: Wat nu? Het nieuwe subdoel. Doelen worden geformuleerd op: • Orgaanniveau (stoornissen) (functies ) bv. . pijndemping • Persoonsniveau (activiteiten) (vaardigheden) bv. zelfverzorging. kracht verbeteren. 4.d. mobiliseren. patiënt  Formuleren in termen van bereikt resultaat – op niveau van functies (stoornissen wegnemen of verminderen) – op niveau van activiteiten (beperkingen opheffen of verminderen) – op niveau van participatie (beperkingen opheffen of verminderen) – op gebied van persoonlijke factoren – op gebied van omgevingsfactoren  Subdoelen op verschillende niveaus onderbouwd met klinimetrie  Besproken met / akkoord patient SMART: Specifiek Meetbaar Acceptabel Realistisch Tijdgebonden Patiënt: Hulpvraag gerelateerd Levert ’t iets concreets op? Levert ’t voldoende op? Reële verwachtingen? Hoe lang duurt de behandeling? Fysiotherapeut: Concrete doelen Kan ik evalueren met bijv. Gezondheidsprobleem verhelpen m.d.Einddoel  Altijd in relatie tot de hulpvraag v. In samenspraak met de patiënt 2.Stuvia.C. het bewegend functioneren. meetinstrumenten? Is er nog indicatie? Zijn het wel haalbare verwachtingen? Maximale tijd Student: Lost het mijn “probleem” op? Hoe kan ik aantonen dat ik mijn doel bereikt heb? Is het wel een “goed” doel? Is het haalbaar? Eindige periode Voor de evaluatie: SOEP: Subjectief: Wat geeft de patiënt aan? Ik kan mijn enkel beter bewegen Objectief: Wat meet je als fysiotherapeut? De dorsaalflexie is nu links en rechts gelijk Evaluatie: Wat is het resultaat geweest van de therapie? Het subdoel “Herstel beweeglijkheid” is bereikt. Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Alle H. sport.com van blok 1 -.Blok 1). patiënt 3.b.

belangrijk is het bespreekbaar maken van de catastrofen Linkerhelft van de hersenen zitten pijnsensoren.com van blok 1 -. je krijgt spanning. waar zit het precies. er zit een gevoel achter – wat doet die pijn met je?) (gedragsmatig. hoe je collega’s erop reageren – aardige collega’s > meer pijn) Bio – psycho – sociaal model. Psychofysiologische reacties: spiertonus neemt toe. 1. Foute beliefs: . 3 – factoren model: 1. hebben ze dat ook (volgens definitie van pijn). Als je patiënt zelf laat vertellen wat er aan de hand is. “Het afleiden van de pijn”  heeft in het brein een aantoonbaar gedeelte.z. wat voor pijn die heeft. S C E G S (somatisch.v.3: Artrose & omgaan met pijn Definitie van pijn: Unpleasent sensory and emotional experience Het is geen biologisch iets: pijn is niet meetbaar patiënt moet het zelf aangeven. wanneer je denkt iets te gaan voelen.Stuvia. door je collega’s etc. dan kom je achter zijn eigen beliefs. anders kan ik nooit meer…. . hoe ben je gevallen) (cognitief. Psycho = 3. inhoud van je denken – wat denkt u zelf over de oorzaak van de pijn? ) (emotioneel.C. ga je het dus op een gegeven moment ook gewoon voelen. poorttheorie verwerkt.Catastrofen: ik wordt nooit meer beter.m. – de kunst is om dit bij een patiënt eruit te halen. Dit wordt steeds erger etc… . Cognitieve reacties: met je denken kan je pijn versterken . Als mensen zeggen dat ze pijn hebben.Blok 1). d. Afleiden helpt! Als fysiotherapeut: mensen laten bewegen die toch pijn hebben. Biomodel = noiciceptie: ontstekingsmediatoren > nociceptie wordt verergerd > c. dit moet overgaan. Denken bepaalt hoe erg je pijn is  je gedraagt je naar de pijn. Sociaal = wat wordt er geaccepteerd. op je werk. .Moetismen: het moet zo. 2. Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Alle H.De Fysiotherapie HC 8. hoe zie je aan iemand dat die pijn heeft of niet?) (sociaal. vermoeide spieren 2.

com van blok 1 -.C.Stuvia.De Fysiotherapie . Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Alle H.Blok 1).

You're Reading a Free Preview

Download
scribd
/*********** DO NOT ALTER ANYTHING BELOW THIS LINE ! ************/ var s_code=s.t();if(s_code)document.write(s_code)//-->