P. 1
Diagnostisch Onderzoek

Diagnostisch Onderzoek

|Views: 11|Likes:
Published by Stuvia.com
Uitgebreide aantekeningen van de hoorcollege's. Bevat zowel de informatie van de sheets als de uitleg van de docent.
Uitgebreide aantekeningen van de hoorcollege's. Bevat zowel de informatie van de sheets als de uitleg van de docent.

More info:

Published by: Stuvia.com on Jul 18, 2013
Copyright:Traditional Copyright: All rights reserved
List Price: $2.90 Buy Now

Availability:

Read on Scribd mobile: iPhone, iPad and Android.
See more
See less

06/26/2014

$2.90

USD

pdf

Diagnostisch Onderzoek

door

Lisa23

De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal
Koop en Verkoop al je samenvattingen, aantekeningen, onderzoeken, scripties, collegedictaten, en nog veel meer..

www.stuvia.com

Interesse in individuele verschillen. Factoren opkomst psychodiagnostiek: Maat schappelijke veranderingen --> interesse in in individuele verschillen. britse statisticus). intelligentie. industrialisatie. immigratie.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal HC Diagnostisch onderzoek Psyche --> wat iemand doen --> gedrag. Interpretatie. Statistische methoden. Introduceerde de term . Transparantie: binnenkant is niet altijd gelijk aan buitenkant. statistische methoden. Input: hoe jij de test invult. Definitie test (bijlage drenth en sijtsma) Een systematisch onderzoek van gedrag met behulp van speciaal geselecteerde vragen of opgaven. Spearman: Student van Wundt. Daarom is hij 'vader van de psychologie'. Francis Galton: Vader van de psychodiagnostiek (neef van darwin.. Afstand tussen 'echte' en 'waargenomen' positie geeft 'mentale vlotheid' weer. reactietijd onderzoeken.tests. in een wetenschappelijk artikel. Geschiedenis diagnostisch onderzoek: Gebaseerd op de groei van bepaalde hersendelen. Output: hoe jij de test uitvoert. met de bedoeling inzicht te krijgen in een psychologisch kenmerk van de onderzochte in vergelijking met anderen.com .Psychologische test . Door: (toegepast) psychologie etc. referentiekader --> meten is weten. James McKeen Cattel: Student van Wundt en Galton.Stuvia. Hij gebruikte te gedachtenmeter: Positie van slinger op moment van bel bepalen. Diagnostisch onderzoek: Het op wetenschappelijk verantwoorde wijze verzamelen van informatie omtrent persoon en zijn situatie ten einde een beslissing te kunnen nemen of advies te kunnen geven. Binet: Grondlegger van de intelligentietest (1905) Doel: onderscheid kunnen maken tussen kinderen die niet kunnen (ontwikkelingsachterstand) en kinderen die niet willen (gedragsproblemen) Stern introduceerde in 1912 het IQ begrip: IQ = mentale leeftijd : chronologische leeftijd x 100. WO Il invoering leerplicht. De intelligentie werd afgeleid van de herseninhoud. Instrumentarium diagnostisch onderzoek . Het karakter uit de vorm van de schedel (wiskundeknobbel) Wilhelm Wundt: Ontstaan van echte psychologie: experimenten in een laboratorium --> wetenschappelijk onderzoek.

verschillende groepen Normscores: .com .Observaties .testhandleiding: Testinstructie verwerkingsproceduren normtabellen bespreking wetenschappelijke kwaliteit Kenmerken psychologische test 1. betrouwbaarheid 6. Betrouwbaarheidscoefficient .) projectief (bijv inktvlekkentest) . efficientie 2.verwerkingsregels/interpretatie 3.Assessment Een test bestaat uit: . normering 4.verbale kwalificatie . IQ-verdeling) Wat is een goede test .Stuvia.betekenis .testmateriaal . standaardisatie . percentielen) Normaalverdeling (stanines.standaardscores: gelijke frequenties (decielen.Valide: de test meet het goede. valide Normering Ruwe score <=> genormeerde score ruwe score (absolute score) zegt niet zoveel Waarom vergelijken? .Betrouwbaar: de test meet goed. aandacht etc.materiaal .interbeoordelingsbetrouwbaarheid 5. .De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Intelligentie persoonlijkheid interesse neuropsychologisch (concentratie.afnameprocedure . objectiviteit .testformulieren .Gestructureerd gesprek .

Valt onder het NIP .De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal De mate waarin de test stabiel en consistent is bij selectie minimaal 8. r= 50 is hoog.helder maken van de klachten van de cliënte . In experimenten onderzoek minimaal 6.indeling grondvragen .formulering van theorie Diagnostisch proces hypothesevorming keuze van onderzoeksmiddelen formuleren van voorspellingen afname en scoring argumentatie verslag Hoe weet je of een test goed is? .reflectie van de diagnosticus .welke behandeling (indicatie) Zie schema boek . Validiteitcoefficient R= 30 is gemiddeld.diagnostisch scenario .waarom (verklaring) .COTAN testbeoordeling: is de test valide.wat is er aan de hand (onderkenning) . Luteijn: h3 (gesprek) en h4 (observatie) h9 en 10 (vragenlijsten) Diagnostische cyclus .ontwikkeling toekomst (predicatie) . betrouwbaar etc.aanvraag/hulpvraag .COmmmissie Test-Aangelegenheden Nederland NIP: kwaliteitsbewaking . Diagnostiek is de basis .Stuvia.beroepscode (ethische commissie) Broepscode (zie sheets).formuleren van en psychodiagnstische vraagstelling (diagnose) .com .

betere inschatting ernst klachten .com .present state examination (PSE) .via huisarts of voordeur instelling . beslissing welke behandeling .nadelen kost veel tijd (zowel training als gesprek) DSM as 1: psychische stoornissen. werk.verschillen van elkaar in breedte (SCID en ADIS= diepte) .voordelen .diagnostic interview schedule (DIS) .gesprek (h3) . aard situaties begin verloop gevolgen omstandigheden (relaties.overleg.observatie (H4) Hoe gaat de aanmelding? .kiezen van geschikte psychodiagnostische instrumenten hierbij .gestandaardiseerde meetinstrumenten (tests) .De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal . introspectief vermogen. hoe vaak.hogere betrouwbaarheid .structured clinical interview (SCID I en II) .Stuvia.vragenlijst . wanneer.intakegesprek .terugkoppelen van testresultaten Instrumenten toegepast psycholoog . Meest gebruikte gestructureerde interviews . verwachtingen en wensen Gestructureerde interviews . eetstoornis.evt nader diagnostisch onderzoek Voorwaarden intake gesprek omgeving en houding van de gesprekleider kennis van de gesprekleider (prevalentie) vaardigheden gesprekleider 5 onderwerpen intake klachten: waar heb je last van.interpreteren van testuitslagen .terugkoppeling beslissing met client .evt intake vragenlijst .conclusies trekken op grond van de onderzoeksresultaten . opleiding) persoonlijkheidsontwikkeling (jeugd) levensloop hulpvraag draagkracht.

Specifieke vragenlijsten . uitwerking van de boodschap 5.dossier .zelfobservatie (pijndagboek).crisisinterventie . te gebruiken wanneer de andere methoden gesprek en tests niet goed bruikbaar zijn.persoonlijke aantekeningen vallen daar niet onder observatie H4 .beroepsgeheim .psychisch . stoom afblazen 4.kenmerken (depressieve) client. .meet angst.ongestandaardiseerd (spontaan) .anxiety disorders interview schedule (ADIS IV) Welke factoren heb je niet of wel in de hand? . .adviesgesprek slechtnieuwsgesprek (H3) 1.inzagerecht . Andere soorten gesprekken .com . teruggetrokken. trillen psychotisch. angstig. meedelen slechte nieuws 3.sociale Vragenlijst die dit meet is de SCL-90. korte antwoorden.emoties (deurknopfenomeen= laatste moment komen ze aan met het probleem) .De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal . bestaat uit 8 schalen. uitzicht op de toekomst Verslaglegging . Nulmeting en nameting. achterdochtig. terneergeslagen. spannings en vermijdingsaspecten .eest voorkomende problemen bij eerstelijn: relatieproblemen angstklachten depressieve klachten Zie vragenlijsten H10 op BB moet je kennen.fysieke . bezien tegen de context van culturele en waardesystemen waarin zij leven in relatie tot hun doelen en verwachtingen en standaarden. Kwaliteit van leven (KvL) De perceptie van personen van hun positie in het leven. voorbereiding 2.Stuvia.gestadaardiseerd . ontwijkt oogcontact.

(wat je wil) Indicatie: of er behandeling nodig is en zo ja: welke hvl? evaluatie: heeft de behandeling geholpen? wat zijn de werkzame factoren geweest? diagnostische cyclus (de groot) inductief en deductief redeneren. inschatting ernst.Stuvia.waarom is er een gedragsprobleem: . alle raven zijn zwart. onderkenning en verklaring in 1: . inductie: redeneren vanuit waarneming. ordening in disfunctionelegedragsclusters of stoornissen.I locus .com . redeneren vanuit een theorie. deductief: algemene regel. classificatie (dsm) of diagnostische formulering (individuele beschrijving). Vijf basisvragen onderkenning (wat zijn de problemen?) a. inventariseren b. c.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Modellen heb je nodig om theorie in de praktijk toe te passen.bij diagnostisch formulering tegelijk . verklaring (waarom problemen en waarom blijven ze?) predictie (voorspelling.IV inducerend en continuerende gedragscondities predictor is het nu aanwezige gedrag. (waarmee je het criterium kan voorspellen) criterium is het toekomstige gedrag. H2 3 componenten van diagnostiek inductief/deductief kwaliteit van referentiekaders kwaliteit van modellen en constructen kwaliteit vh diagnostisch proces (klinisch en statistisch) .III synchrone en diachrone verklaringscondities . diagnostisch scenario hypothesevorming keuze van onderzoeksmiddelen formuleren van voorspellingen afname en scoring argumentatie verslag Het kan zijn dat nummer 6 weer zorgt voor een nieuwe nummer 1. pleegt de persoon misschien zelfmoord?) indicatie (wat voor behandeling is er nodig? hoe kunnen problemen verholpen worden) evaluatie (heeft de interventie geholpen?) Referentiekaders moet je weten voor de toets.II aardevan controle . het is een cyclus.

60-70 latere volwassenheid .TAT .Rorschach klinisch versus statistisch georiënteerd 47% in voordeel van statistische predicties 47% gelijk resultaat 6% klinische predictie beter voorwaarden intakegesprek Stadia van theorie Erikson .intellect (openheid) tests uit h5 die je moet kennen: .70+ late volwassenheid kennen voor de toets: adis iv. scid-1 en scid-2 ongestandaardiseerde observatie gestandaardiseerde observatie -inhoud van observaties selectiviteit molair versus moleculair . middenklasse: egopsychologen.ZAT .com .emotionele stabiliteit . cntext.zorgvuldigheid . zie sheets.extraversie . Forensische psychodiagnostiek (H15) .vriendelijkheid .context gesimuleerd event sampling: bepaalde handeling observeren.18-40 vroege volwassenheid . time sampling: Kennen uit h4: 3 observatieinstrumenten.Stuvia.40-60 middenvolwassenheid .De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal 3 referentiekaders (zie blackboard) individuele verschillen ontwikkeling context onderscheid in toppers. Big 5 . middenklasse en toppers: eigenschap beenadeing (IQ + persoonlijkheidstest). pse. dis.

verminderd. Dit heeft tot gevolg dat de forensische hulpverlening specifieke functievereisten heeft op het gebied van: .verband tussen stoornis en delict .forensische diagnostiek kan psychologisch en/of psychiatrisch van aard zijn.Stuvia.vak apart .niet vrijwillig of vrijblijvend .com .jonge wetenschap . .hogere eisen .doel onderzoek is voorlichting en advies aan rechters .kennis (psychopathologie binnen dit werkveld) .kennis (juridisch) .delictgedrag centraal .werkt met grote verantwoordelijkheid mbt conclusies Verschillen met algemeen klinisch diagnostisch onderzoek .relatie tot client: welzijn --> waarheid . sterk verminderd.counselingvaardigheden (juridische context) Forensische psychodiagnostiek .stoornis of gebrekkige ontwikkeling? .onderzoek heeft onvrijwillig karakter .ontkennen delict Diagnostiek in de forensische context . zedendelicten. geweldsdelicten.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Definitie: forensische diagnostiek is diagnostiek ten behoeve van een justitiële beslissing.verschil met reguliere diagnostiek .specifieke eisen aan testinstrumentarium .terugdringen recidive centraal .communicatievaardigheden met dader en slachtoffer . ontoerekeningsvatbaar).weigeren onderzoek . Strafrechtlijk: vermogensdelicten (jatten.advies behandeling + juridisch kader . Forensische psychologie situeert zich op het raakvlak tussen de psychosociale hulpverlening en justitie.recidive risico zo klein mogelijk maken .vaardigheden (gebruik instrumenten forensische psychodiagnostiek . . waarvan de uitkomst ter toetsing van een rechterlijke instantie kan komen.rivaliserende hypothesen .fd ten behoeve van pro justitia (ten behoeve van justitie) rapportage Pro justitia .mate van toerekeningsvatbaarheid is van belang (enigszins. fraude).juridische consequenties .

direchte agressie . statische factoren zijn factoren die onveranderlijk zijn.20 (opgedeeld in 3 factoren.Stuvia. + als het aanwezig is bij een persoon) . A: paranoide schizoide en schizotypische stoornis van de persoonlijkheid. aanmelding van Steven Forensisch psychologische tests .De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal bv.PCL:YV (youth version) Vraagstelling rechtbank is er een gebrekkige ontwikkeling of een stoornis? in hoeverre val het ten laste gelegde daaruit te verklaren? .. criminele levensstijl.com .drie schalen .psycho-neurologische tests Buss-durkee hostility inventory( BDHI) .PDQ-R = personality disorder questionnaire (ook een risico inventarisatietest) Persoonlijkheidsclusters: (Cluster A.. Zie sheets. Wel of niet toerekeningsvatbaar? Geen materiaal voor rechterlijke grondslag. risicoinventarisatietest.intelligentietest . bestaat uit 20 schalen.PCL = pyschopathy chekclist . Antwoorden op basisvragen over: onderkenning (is er een stoornis?) verklaring (wat is de reden van het probleem? Was iemand op dat moment in staat om het goede te doen en het kwade te laten) predictie (normaal is dit voorspellen. B antisociale. wordt bedoeld: staat niet in de wet. impulsief. Hier is het residiverisico: vervalt iemand in het oude gedrag? postdictie: verklaren hoe iemand zich voelde of was op het moment van het delict) indicatie (doel verminderen residiverisico) evaluatie (residiverisico) Vragenlijsten H15 . antisociale persoonlijkheidsstoornis. zie boek.40 waar/onwaar vragen . theatrale en narcistische stornissen.indirectie agressie PDQR meet persoonlijkheidsstoornissen DSM -Bij combinatie narcistisch en antisociaal: psychopathie . thrill seeking.met vijandigheid en agressief gedrag (blz 245) . obsessieve compulsieve persoonlijkheidsstoornissen.HCR 20 = historical clinical risk . B en C. C afhankelijke. borderline.) Algemene psychodiagnostiek wordt ook gebruikt: NVM: persoonlijkheid SCL-90: brengt klachten in kaart Casus Steven is toetsstof.

De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal is de persoon verminderd toerekeningsvatbaar voor het ten laste legging? (tll) hoe groot is het recidiverisico? welke reactie is passend gelet op het recidiverisico? (straf.com . maatregel. De codering van de Rorschach is geen toestof! (blz 355 tot predictie blz 357) . behandeling) in welk juridisch kader? 10 proeftoetsvragen op blackboard.Stuvia.

You're Reading a Free Preview

Download
scribd
/*********** DO NOT ALTER ANYTHING BELOW THIS LINE ! ************/ var s_code=s.t();if(s_code)document.write(s_code)//-->