P. 1
Peter Starrenveld, Verslaglegging van Psychologisch onderzoek.

Peter Starrenveld, Verslaglegging van Psychologisch onderzoek.

|Views: 15|Likes:
Published by Stuvia.com

More info:

Published by: Stuvia.com on Jul 18, 2013
Copyright:Traditional Copyright: All rights reserved
List Price: $3.30 Buy Now

Availability:

Read on Scribd mobile: iPhone, iPad and Android.
See more
See less

04/01/2014

$3.30

USD

pdf

Verslaglegging van Psychologisch onderzoek.

door

Rojda

De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal
Koop en Verkoop al je samenvattingen, aantekeningen, onderzoeken, scripties, collegedictaten, en nog veel meer..

www.stuvia.com

 Plaats na de titel een komma. komt er voor de naam van de laatste een &.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Week 1 Starreveld: Blz.  Gebruik komma’s om auteursvermeldingen ven elkaar te scheiden.com .  Na een dubbele punt wordt een hoofdletter geschreven.  Cursiveer de titel.Stuvia.5 Literatuurlijst.de vermelding van de bronnen afzonderlijk. Regels voor het refereren naar een tijdschriftartikel: Auteursnamen.  Geef het nummer van het jaargang: het volume-nummer.  Vermeld de volledige titel van het tijdschrift en schrijf de hoofdwoorden met een hoofdletter.  Sluit de titel af met een punt. Titel van het artikel. .1 De elementen van een literatuurlijst. dan worden deze door een spatie gescheiden. de meeste tijdschriften nummeren door. 2. 120 2. Alle info die een ander nodig heeft om de bron te achterhalen. Zet het jaartal tussen haakjes en sluit af met een punt.  Zet de initialen na de achternaam en zet na iedere initiaal een punt.  Zijn er twee of meerdere initialen.  Vermeld de achternamen en initialen van de auteurs in de volgorde die je aantreft boven het artikel. Publicatiedatum.  Vermeld het issue-nummer alleen bij tijdschriften waarvan de paginanummering niet doorloopt over de afzonderlijke nummers van een jaargang.de volgorde van de vermeldingen.  Sluit het geheel af met een punt. Gegevens over het tijdschrift waar het artikel uit komt.  Schrijf alleen het eerste woord van de titel (en van de ondertitel) met een hoofdletter. .  Wanneer er meer dan zes auteurs zijn dan komt na de naam en initialen van de zesde auteur ‘et al’.5. een issue-nummer wordt dan niet vermeld.  Plaats na het volume-nummer een komma.  Vermeld de nummers van de eerste en laatste pagina van het artikel. Om de overige auteurs van het artikel aan te geven. Twee aspecten zijn van belang bij het samenstellen van een literatuurlijst: .  Eigennamen in de titel en/of ondertitel worden met een hoofdletter geschreven.  Wanneer er meer dan een auteur is.  Cursiveer het volume-nummer. De vier elementen die het meest voorkomen zijn:  Tijdschriftartikelen  Boeken  Hoofdstukken uit geregideerde boeken (waarbij elk hoofdstuk door een andere auteur of groep auteurs geschreven is)  Verwijzingen naar publicaties die van het internet zijn gehaald.

xxxxxxx 3. Voorbeeld: Spetch. D.1037/0097-7403. of Eds. San Diego.  De meeste artikelen hebben een digitale identificatiereeks. M.  In alle andere gevallen stopt de verwijzing na de vermelding van de paginanummers.. extraversie. vermeld je het internetadres van de home page van het betreffende tijdschrift. 9.1. 14-30. of binnen de persoon. De boektitel staat nu cursief en wordt gevolgd door een punt. CA: Academic Press. Social discourse and moral judgment. een digital object identifier(doi). doi: 10. Beginnen met zoeken in studieboeken. (1983). M. Hierdoor kun je gericht naar literatuur zoeken. je geeft aan hoe je het probleem zult benaderen. Bij correlatief onderzoek zijn X en Y gewoonlijk beide aspecten van het menselijk gedrag.Stuvia. hierin zijn alle artikelen en boeken van enig belang uit de wetenschappelijke onderzoeksliteratuur op het gebied van de psychologie opgenomen.org. Mogelijke vraagstelling. (jaartal). bijvoorbeeld door de doi in het zoekvenster van google te typen of met de doi resolver op de website van crossref. Vraagstellingen kun je op twee manieren formuleren. Titel van het artikel. jaargangnummer. Titel van het tijdschrift. maar na http://. Opgehaald van http://www. L. vanuit welke hoek. hangt iemands maatschappelijke status samen met zijn attributiestijl? 3. A. Verwijzing naar een bijdrage uit een geredigeerd boek. & Auteur. & Wilkie. Een probleemstelling kan gezien worden als een eerste verduidelijking van de vraag die je over je onderwerp wilt beantwoorden.  Vermeld het woordje doi in kleine letters.  Als een artikel geen doi heft en je hebt het wel met de computer opgehaald. Subjective shortening: A model of pigeons’ memory for event duration. depressie of een attributie.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Digitale identificatiereeks. Verwijzen naar elektronische bronnen.2. De afkorting Ed.14 Verwijzing naar een boek of een bijdrage aan een geredigeerd boek. PSYCINFO.  Met een doi kun je een artikel heel gemakkelijk terugvinden. A. Verwijzing naar een boek. Dan noem je de plaats van uitgave en de naam van de uitgever. Werken vanuit een geschikte basispublicatie. D. een probleemstelling en voorlopige vraagstelling formuleren. C.. C. Mogelijke vraagstelling: wordt het type attributie dat iemand maakt beïnvloedt door de mogelijkheid om controle uit te oefenen op de omgeving? (wanneer je probleemstelling over attributie gaat). X staat voor mogelijke variabel die dat gedrag determineren (uitlokken) of ermee in verband staan. Voorbeeld: Auteur. Er staat geen punt achter de identificatiereeks. gevolgd door een dubbele punt. Voorbeeld: Robinson. een verbindingsteken (-) of een slash (/). gevolgd door een identificatiereeks. internetadressen en doi’s breek je zo nodig af voor een punt. gescheiden door een dubbele punt. Variabele in de buurt van de persoon. paginanummers. zoals reactiesnelheid en geheugenpresentatie of persoonlijke kenmerken zoals intelligentie en extraversie.9.com . . Journal of Experimental Psychology: Animal Behavior Processes. (1992). Er staat geen punt na het internetadres. Voor experimenteel onderzoek is dat: ‘wat is de invloed van X op Y? voor correlatief onderzoek is dat: ‘wat is de relatie tussen X en Y?’ Bij experimenteel onderzoek staat Y voor een aspect van het menselijke gedrag bijv. Deze moet je vervolgens nader uitwerken in een voorlopige vraagstelling. verwijst naar de redacteur(en) van het boek.3 Literatuur zoeken. N.

Eerst controleren of de inhoud aansluit bij de voorlopige probleemstelling of vraagstelling. Welk antwoord kan op basis van de resultaten gegeven worden op de onderzoeksvraag? Onderzoeksartikel hebben een vaste structuur die direct aansluit bij de inhoud. wat de procedure van het onderzoek was en hoe de date gescoord zijn.  Discussie: begint met een antwoord op de vraagstelling op basis van de onderzoeksresultaten. methode.3. 4.3. Daarna wordt het uitgevoerde onderzoek beschreven: eerst de opzet van het onderzoek en vervolgens de resultaten ervan. kun je termen uit dat artikel gebruiken om verder te zoeken. Je moet je vraag inperken en zoeken verfijnen.com . OR zoekt hij naar een van beide in ieder geval en bij NOT gaat hij een onderwerp uitsluiten.  Resultatenparagraaf: worden de uitkomsten van het onderzoek vermeld. maar dat is niet waarschijnlijk. zoals alternatieve verklaringen van de resultaten. kritiek op het onderzoek en suggesties voor vervolg onderzoek. Overzicht van het zoekproces. Het is pas van belang wanneer veel mensen het lezen en er iets mee doen in hun eigen onderzoek. . Kenmerkende voor een onderzoeksartikel is dat de verschillende paragrafen onderling sterk samenhangen. welke metingen verricht werden. Bij het formuleren van een zoekterm is het handig om gebruik te maken van de thesaurusfunctie. Of uitgaan van een publicatie die je erg interessant vind. Er zijn dan verschillende mogelijkheden:  Je hebt te veel geschikte titels. welke theorieën erover bestaan en wat al bekend is uit voorafgaand onderzoek. Als je één artikel hebt gevonden dat wel aansluit bij he onderwerp. Zoektermen kun je combineren met Boolean operators.  Inleiding: begint met een schets van het probleemgebied en werkt naar de vraagstelling van het onderzoek toe.Stuvia.1 de structuur van een onderzoeksartikel. Verder zoeken. Misschien vind je er precies genoeg. Hierbij wordt vermeld hoe de verschillen tussen de gemiddelde van de verschillende condities (of gevonden correlaties) statistisch getoetst zijn. En door het theoretische kader en deelnemers te bestuderen controleren of het aansluit. Daarnaast kunnen in de discussie nog andere dingen aan de ordekomen. welke materialen gebruikt werden. Aan het slot koppelt de onderzoeker de resultaten terug naar de onderzoekvraag. resultaten en discussie. Ze bestaan altijd uit (minstens) vier paragraven: inleiding. In correlationeel onderzoek zijn het de correlaties tussen de verschillende gemeten variabelen. daarna de samenvatting.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal 3. Dat zijn in experimenteel onderzoek gewoonlijk de gemiddelde scores (of percentages) die behaald werden door deelnemers in de verschillende condities. Gebruik hiervoor de titel en ondertitels.2 Gevonden literatuur beoordelen. 3. AND dan zoekt hij naar beide onderwerpen. Ook impactfactoren van ee tijdschrift kunnen je een idee geven van het belang van een artikel. deze bevat een hiërarchisch systeem van trefwoorden die elke publicatie beschrijven.  Als je geen enkele publicatie gevonden hebt moet je je vraagstelling verbreden of verschuiven en opnieuw gaan zoeken. Daarnaast bevat deze paragraaf ook gegevens over de statistische toetsingen die zijn uitgevoerd. bijv. Je kunt extra zoektermen toevoegen. en of de verschillen significant zijn. Er wordt weergegeven wat uit eerder onderzoek al aan theorie en resultaten bekend is.1.  Methodeparagraaf: wordt beschreven hoe het onderzoek is opgezet: wie deelnamen aan het onderzoek welke taken uit gevoerd moesten worden. In het eerste deel van een onderzoeksartikel wordt beschreven welke vraag onderzoekt werd. Je kunt andere zoektermen gebruiken. Alles sluit bij elkaar aan.  Je hebt te weinig titels.

De algemene structuur van een literatuuroverzicht kun je vergelijken met een zandloper. hoe de onderzoeken op elkaar aansluiten en waar ze elkaar tegen spreken. Deze samenhang haal je uit de opzet.2.1 titelblad. zo wordt de onderzoeksbeschrijving coherent en begrijpelijker door een buitenstaander. generaliseer je naar een breder terrein of doe je aanbevelingen voor de praktijk of voor verder onderzoek (het onderste gedeelte van de zandloper).  Schrijf de uiteindelijke context. o De conclusies met een bijbehorende discussie o De literatuurlijst (of referentielijst). Schrijf in (ten minste) twee rondes. Goedlopende zinnen. 5. In de eerste ronde de ruwe versie. inhoudsopgave. Ter voorbereiding op het maken van je opzet heb je voor jezelf een korte samenvatting gemaakt van het onderzoek dat je nu gaat beschrijven. correct taalgebruik. . Daarna bespreek je de betreffende literatuur (het smalle middendeel van de zandloper). je kondigt de lijn van het hele betoog aan. Werkwijze bij het schrijven van een onderzoeksbeschrijving. Geven van inzicht in de structuur van het verslag. onderzoeksmethode. Een goede werkwijze bij het maken van een onderzoeksbeschrijving in contact is de volgende:  Bestudeer het relevante gedeelte van je opzet.com . de voor jou relevante onderzoeksvraag. resultaten en de interpretatie van de resultaten door de auteurs plus jouw evaluatie van dat alles. 5. titelblad. Volg voor het schrijven de structuur uit paragraaf 4.2. welke informatie moet op welke plek? Besteed weinig of geen aandacht aan de formulering. o Titelblad o Inhoudsopgave o Korte samenvatting o Een inleidende paragraaf o Het middendeel van het stuk.  Schrijf de inleidende context. Vervolgens spits je deze toe op een specifieke vraag (bovenste deel van de zandloper). Alle onderdelen moeten onderling duidelijk met elkaar samenhangen. Details zoek je in het artikel op. 5.3. Ten slotte trek je conclusies en evalueer je deze. De Kern van een verslag bestaat uit een inleidende paragraaf. Compleet literatuuroverzicht (literature review) bevat de volgende onderdelen. In het complete verslag komen daar nog bij. let hierbij allee op de inhoud. Goede titel is expliciet en helder.2. waarin je het daadwerkelijke literatuuroverzicht presenteert. trekt de aandacht en vertelt de lezer precies wat zij kunnen verwachten.in het opzet is duidelijk hoe elk onderzoek dat je bespreekt samenhangt met de gemeenschappelijke raagstelling.1 De structuur van een literatuuroverzicht. het daadwerkelijke literatuuroverzicht en een conclusie.Stuvia. tot duidelijk is hoe het onderzoek in elkaar zit. Ook met goede kopjes en titels geef je aan wat komen gaat.  Schrijf dn de daadwerkelijke onderzoeksbeschrijving. derde en of vierde ronde werk je deze ruwe versie verder uit tot eindversie. Lees net zo vaak. soepele overgang en samenhang tussen onderdelen onderling en met de inleidende en uitleidende context. De inhoud hiervan ontleed je weer aan je opzet. Samenvatting bevat. Doe dit aan de hand van je korte samenvatting. In de tweede. Daar is duidelijk gemaakt welk antwoord je op de vraagstelling kunt geven op basis van de resultaten van de besproken onderzoeken. De inleiding van een literatuuronderzoek begint breed. In de inleiding maak je dit duidelijk. De titel is het meest gelezen onderdeel van het literatuuroverzicht. een korte samenvatting en een literatuurlijst.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal 4. Dit doe je door het betreffende deel uit je opzet netjes uit te werken naar een goed lopend stukje. onderdelen van een literatuuroverzicht.

Middendeel is het grootste deel van het verslag. Vervolgens deelvraag formuleren. Verbindingszinnen zorgen ervoor dat de argumentatie duidelijk is en dat je de deelonderwerpen afbakkend. 5.5 Middendeel inhoudelijke informatie. Door te combineren wordt de onderzoeksbeschrijving in de context van jou betoog geplaatst.2. tijdschrift is geen inhoudsopgave relevant.Stuvia. dan weet de lezer ook wat jij in die paragraaf gaat beschrijven. Uiteindelijk kom je tot de formulering van een specifieke vraagstelling. belangrijke begrippen uitleggen en beschrijf je eerder onderzoek. Begint de introductie breed. Inleidende paragraaf is bedoelt voor de introductie van de probleemstelling: waar gaat het verslag over? De inleidende paragraaf komt overeen met het bovenste deel van het zandlopermodel. Bevat verschillende onderdelen van de tekst en biedt de lezer en overzicht van de inhoudelijke opbouw van het verslag. o onderzoeksbeschrijving. o inleiding. Korte samenvatting. Deze verbindingen of overgangen zijn zeer belangrijk. vertelt wat er in het kopje wordt besproken. Bij lange paragrafen eindigen met korte beschrijving inhoudelijke paragraafopbouw. Argumenten die ontleed zijn aan jou eigen weging van de twee eerste soorten argumenten. Een abstract staat op zichzelf.2. . Empirische argumenten vorm van onderzoeksbeschrijving van besproken studies. paginanummering zonder stippenlijn en in teksten voor publicatie bijv. betekenis van de resultaten voor beantwoording van de deelvraag. een onderzoeksbeschrijving maakt altijd deel uit van een betoog. Een inleidende paragraaf eindigt met een inhoudelijk overzicht van de opbouw van de tekst. Volgens APA normen begint een wetenschappelijk artikel door de titel van het artikel te herhalen en direct daaronder met de tekst te beginnen. De abstract moet los van het verslag te begrijpen zijn. Subparagraven laten inspringen. 5. Je bespreekt er een selectie van de beschrijvingen en evaluaties van de verschillende onderzoeken die je hebt bestudeerd. Argumenten die bestaan uit interpretaties van besproken onderzoek door anderen.2. je beschrijft ook alle onderzoeken die iets zeggen over die paragraaf. die uiteindelijk leid tot het beantwoorden van de specifieke vraagstelling uit de inleiding. in de inleidende tekst gebruik je meestal geen vragende vorm van de vraagstelling. Je eindigt met een zin waarin de implicaties van je conclusie aan de orde komen.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal 5. deze paragraaf bevat het deel dat betrekking heeft po de deelvraag waaraan de paragraaf is gewijd. Paragraaf bestaat uit de volgende structuur: o titel. Doel: lezer verleiden de tekst verder te lezen. Het is geen opsomming van de resultaten. een inleidende paragraaf. Indien nodig.2. De lezer krijgt beeld van hoe het verslag verder uit zal zien en waarom deze opbouw is gekozen. Door de gekozen structuur van het middeldeel laat je zien dat je da manier waarover je je schrijft echt beheerst. Ook de verantwoording voor deze vraagstelling geven. En het smalste deel van het zandlopermodel. Eerst in 1zin het onderwerp noemen. De titel van deze paragraaf is meestal de titel van het verslag. Inhoudsopgave. 1.4. 3. 2. vervolgens perk je het onderwerp stap voor stap in. Je gebruikt de structuur die je voor de opzet hebt gebruikt. Daarom is het belangrijk paragraaftitels te kiezen die iets zeggen over het stukje.com . Max 120 woorden. Beschrijf hierin alleen info die noodzakelijk is om een antwoord op je vraagstelling te geven. Elk deel onderwerp behandel je in een aparte paragraaf. Daarna geef je expliciet en helder aan hoe het verslag is opgebouwd en wat de belangrijkste bevindingen en conclusies waren. Korte samenvatting ook wel abstract genoemd. Deze komt na de inhoudsopgave. aangeven waarom dit onderwerp belangrijk is voor de vraagstelling. Bevat 3 soorten argumenten.3. Bij de beschrijving van de opbouw moet je inhoudelijk blijven. Deze paragraaf bevat altijd een introductie van het onderwerp. Elke paragraaf behandeld een deelonderwerp van de vraagstelling. 5.2. In dit deel wordt alle inhoudelijke informatie vermeld. Beargumenteren waarom betreffende onderzoek bespreekt.

aan te geven wat de verklaringen zijn voor de resultaten en te beschrijven welke conclusie jij uiteindelijk trekt uit de zojuist besproken informatie. Voorbeelden: kritiek. Daarna bediscussieer je de getrokken conclusie. geven ze oorzaak en gevolg aan. vraagstellingen die niet beantwoord zijn en doe suggesties voor verder onderzoek (concreet en specifiek).ook in de wetenschap: ere wie ere toekomt. aspecten van de vraagstelling die te weinig aan bod zijn geweest of tot slotte om alternatieve zienswijzen op het besproken onderzoek. Goede verwijzing belangrijk om 4 redenen: . Midden: je vertelt over de manier waarop het onderzoek is opgezet en uitgevoerd en deelt de manier waarop het onderzoek is opgezet en uitgevoerd en welke resultaten het heeft opgeleverd. Kennisvermeerdering zichtbaar en meta analyses mogelijk. Afsluiten van een paragraaf met paragraafconclusie.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal o Verbindingswoorden: deze gebruik je om argumenten met elkaar in verband te brengen. Beschrijving van onderzoek en kritiek daarop gescheiden houden. Kunt ook algemene kritiek kwijt die je hebt op besproken onderzoek. Bijv. het besproken onderzoek of bij het onderwerp. Eindig niet soft maar met een stevige uitspraak. en in de concluderende paragraaf presenteer je dan het antwoord op jouw specifieke vraagstelling. tegenstelling en conclusie. leiden tot dezelfde conclusie. Je beantwoord hier de specifieke vraagstelling uit de inleiding.Voorkomt het beschuldigingen van plagiaat. Conslusie: Je interpreteert de resultaten die interpretatie zorgt voor de cruciale argumenten in de redenering die tot de beantwoording van de onderzoeksvraagstelling leid. voor zover dat mogelijk is. Onderzoeksverslag ook volgens zandlopermodel: Inleiding: geef je de onderzoeksvraagstelling. Kritiek op. paragraafconclusie. belangrijkste resultaten en conclusies op theoretisch niveaus samen te vatten.het is een van de grondslagen van de wetenschap: het maakt redeneringen controleerbaar. Paragraaf conclusies kun je ook samenbrengen.com . Dit doe je door. Bij een paragraafconclusie geef je een expliciet en uitgebreid antwoord op de deelvraag die je in deze paragraaf aan de orde liet komen. beschrijven alternatieve verklaringen. Hier eindig je je literatuuroverzicht mee.De werking van zoekmachines afhankelijk van correcte verwijzingen. voorbehoud aangeven. Je evalueert hier expliciet je eigen conclusies door in te gaan op mogelijke kanttekeningen bij de conclusies. Tot slot aangeven of het onderzoek ook een bredere betekenis heeft voor de theorie of de praktijk (maatschappelijke relevantie) van het in de inleiding geschetste probleem.6 Conclusies en discussie. . Verbindingszinnen en overgangen. Daarna maak je een overgang naar de volgende paragraaf. in het middendeel bespreek je de literatuur die de argumenten voor je redenering geven. 5. Niet knippen en plakken maar op elkaar laten aansluiten. manier waarop onderzoekers gemeenschappelijke vraagstellingen benaderen. Deze onderbouw je door conclusies weer te geven van paragraafconclusies.2.0 Het schrijven van een onderzoeksverslag. Hierdoor zorg je voor een inhoudelijke integratie van de gepresenteerde informatie.7 Literatuurlijst. In een literatuuroverzicht houd je een betoog volgens het zandlopermodel.Stuvia. conclusie of paragraafconclusies. . geeft antwoord op deelvraag. . 5. maken duidelijk hoe argumenten met elkaar worden gecombineerd bijv. . 6. Bespreekt hier ook. In de inleiding presenteer je een specifieke vraagstelling. Ook wel signaalwoorden genoemd. en wordt het verslag een samenhangend geheel.2.

2 Inleiding Begin met aanduiding van het probleemgebied.3. bijv. . Bij afhankelijke variabele is gebruikelijk om voorbeelditems op te nemen. verhouding mannen/vrouwen. onderzoek.1. Geeft overzicht van relevante theorieën van eerder onderzoek. of ze beloning kregen (zo ja. midden is bij een onderzoeksverslag alleen specifieker. uit welke populatie afkomstig. Zo gedetailleerd beschrijven dat een andere onderzoeker het na kan doen. beschrijf je hoe je op basis van bepaalde eigenschappen de onderzoek condities of groepen hebt opgebouwd. Verantwoording van je onderzoek. Dit doe je in korte hypotheses beschrijven. vragen uit interview. welke taken achterelkaar uitgevoerd werden.3 Methode Beschrijft hier de steekproef. Er staat net als bij een literatuuroverzicht helemaal in het begin een abstract (samenvatting). apparatuur waarmee stimuli aangeboden zijn. de resultaten en een discussie. bij literatuuroverzicht is dat niet zo. opzet. Geef details over opbouw van materialen.com . Bij experimentele onderzoek. 6. Indien van toepassing. 6. Mogelijke uitkomsten moeten dan blijken uit de beschrijving van de opzet (design) van het onderzoek. item uit een vragenlijst die je hebt gebruikt. resultaten. maar vaak is je onderzoek explorerend. Beschrijf precies hoe je dat hebt gedaan. vraagstelling van het onderzoek.3. het aanbieden van een bepaalde soort stimuli hebt gegroepeerd. Zeer kernachting. 6. deelnemers. Als bestaand meetinstrument gebruikt is vermeld je enkele gegevens en verwijs naar gepubliceerde informatie over het instrument. Korte betekenis geven van resultaten. gemiddelde leeftijd. Aan het einde bespreek je de opzet van je eigen onderzoek en wat je als resultaten van je onderzoek verwacht. En verdere relevante informatie melden. Deelnemers. Je levert bij bespreking eerder onderzoek en relevante theorieën expliciet kritiek als motivatie voor het onderzoek waarover je in je verslag rapporteert. beschrijf verschillen in behandeling tussen condities (als van toepassing is). wijze van scoren antwoorden. daarna beschrijving v. Je kunt zo duidelijk maken op welke vraag nog geen antwoord is gegeven. Beschrijf gebruikte materialen. Schrijf abstract in verleden tijd. 6. welke). 6. welke instructies deelnemers kregen. discussie) in een of 2 zinnen. Procedure. max 120 woorden. de gebruikte materialen en de procedure zó gedetailleerd dat alle resultaten goed te interpreteren zijn en een andere onderzoeker met die beschrijving precies zo kan uitvoeren. Bij methode alleen steekproef beschrijven (soort en aantal deelnemers) meetinstrumenten en procedure. Verloop hele onderzoek beschrijven. stimuli die deelnemers kregen. materialen en procedure.h. Beschrijf. hoeveel tijd etc.d. Je kunt verwachtingen aangeven. Gelijk ingaan op onderwerp v. Dus bijv. paragrafen voor de beschrijving van de gehanteerde methode. Bij experimenten beschrijven hoe condities van elkaar verschillen. hoeveel deelnemers er waren. werving etc. Na de vraagstelling. of waarom jou onderzoek iets zal toevoegen aan de kennis van dat onderzoeksgebied.3. 6. Deze verwerk je in de lopende tekst. Materialen. Bij onafhankelijke variabele duidelijk maken hoe niveaus van elkaar verschillen. vragenlijsten waarmee kenmerken gemeten zijn. Methodeparagraaf verdeel je in subparagrafen: meestal. voorbeelden van het aanbieden van een complete stimuli en bijbehorende responsregistratie beschrijven. tests om prestatie te meten. Van resultaten alleen de allerbelangrijkste beschrijven. teksten die gelezen moesten worden. Onderzoeksverslag bestaat uit vier paragraven: inleidende paragraaf.1 Abstract Hier beschrijf je de essentie van het onderzoek.Stuvia.2.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Beide de zelfde globale structuur. het aantal items van een vragenlijst of test. korte literatuuroverzicht waaruit moet blijken dat jou vraagstelling belangrijk is.3. Beschrijf elk onderdeel van het verslag (inleiding.

Bij beschrijving van significante uitkomsten moet uit de omschrijving blijken in welke richting (groter of kleiner) deze waarden van elkaar verschillen. ingaan op het wel of niet geslaagd zijn van experimentele manipulaties. Bij experimenteel onderzoek vaak tabellen gebruikt. databehandeling.4. Onderzoeksresultaten en toetsingsresultaten van elkaar onderscheiden. 6. z. zonder uitvoerig in te gaan op de betekenis daarvan. Als een onderzoeksresultaat niet significant is betekent dat niet dat de nulhypothese waar is.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal 6. Eventuele uitval deelnemers vermelden en reden daarvan. (fout ingevulde vragenlijst). Toetsingsresultaten: de statistische toetsing. onderzoeksresultaten en testresultaten.4. De effectiviteit van de presentatie is belangrijk bij de keuze. Kunt kiezen tussen gebruik van exacte overschrijdingskansen en de ‘kleiner dan’-notatie. Je meld dan ook de exacte p-waarde.Stuvia. Onderzoeksresultaten: geef je weer in een of meerdere tabellen of figuren. Van significante resultaten vermeld je altijd de toetsingsgegevens. vermeld je deze. een verbale omschrijving van het onderzoeksresultaat en of het resultaat in overeenstemming is met je hypothese of voorspelling. Resultatenparagraaf begin je met het vermeden van wat er precies is gedaan om tot de uiteindelijke data voor de analyse te komen.1. Het gaat om de waarden van de gebruikte toetsingsgrootheden (F. Eventuele verlies aan data van deelnemers en reden daarvan melden. Zodat duidelijk is in welke mate de voorspelling niet uit komt. Bij reactietijd metingen.com . Vervolgens presenteren van enkele beschrijvende statistieken (betrouwbaarheid van gebruikte test of factoor structuur test). t. Bij minder dan 3 meer dan 20 neem je een tabel. De gegevens die antwoord geven op de onderzoeksvragen.4 verdere aanwijzingen. Daarna indien van toepassing. Toetsingsresultaten: voor de belangrijkste toetsingsresultaten vermeld je in de tekst vier dingen: de gebruikte toetsingsmethode. Betekent dat je de nulhypothese niet mag verwerpen. Je kunt naast het vermelden van een onderzoeks0en toetsingsresultaten de effect Groote van de power. . Gebruikt hier meestal geen subparagraaf maar bij grote onderzoeken wel. Wanneer een toetsingsresultaat tegen de onderzoeksvoorstellen ingaat. Dit zijn de gemiddelden en standaarddeviaties van de afhankelijke variabele(n) of correlaties die gevonden zijn. en het betrouwbaarheidsinterval van een analyse vermelden.2 manipulatiecheck en achtergrondinformatie. Begin altijd met de resultaten die van invloed zouden kunnen zijn op de beantwoording van de onderzoeksvraag (zoals verdeling van deelnemers over de groepen.4. Onderzoeksresultaten: gemiddelde scores en de standaarddeviaties op de afhankelijke variabele(n) of de correlaties tussen variabelen. melden of er uitbijters verwijderd zijn en volgens welke criteria. Dit is de kern van de resultaten paragraaf. manipulatiecontroles en de betrouwbaarheid van de meetinstrumenten).3. etc. 6.) en de bijbehorende overschrijdingskansen. als het meer zijn is een figuur handig. Ook bij correlatiefonderzoek in tabellen weer geven.4.4 Resultaten Beschrijf de onderzoeksgegevens en de daarop uitgevoerde statistische bewerkingen. Deze is nuttig als je onderzoeksresultaat gebruikt in een meta-analyse. 6. Vuistregel is: drie of minder gegevens gewoon in de lopende tekst opnemen. Ook beschrijven hoe je met fouten en ontbrekende gegevens bent omgegaan. Wanneer een p-waarde van ooo voorkomt in spss vermeld je dat in het verslag. de waarden van de toetsingsgrootheid met de bijbehorende overschrijdingskans. 6. duidelijk laten worden aan welke deelnemers de uiteindelijke resultaten zijn ontleed.

148.5.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal De resultaten kunne ook een aanleiding geven om . 6. aanvullende.2 terugkoppeling naar de onderzoeksvraag.Stuvia. Sluiten ze aan bij de resultaten uit de inleiding. tegenstrijdige resultaten uit het onderzoek bediscussieer je hier. Hier kun je ook praktische betekenis van de resultaten bespreken en aanbevelingen doen. Aan het ende van de discussie wijs je op de onderzoeksvraag in breder perspectief door bijvoorbeeld op het theoretische belang van het onderzoek te wijzen. en deze ook weer verwerpen. 4 en Blz. 6.5 Discussie. In dat geval hebben resultaten minder theoretische betekenis en zal je je twijfels over de theoretische waarde van de resultaten kunnen bespreken door het opperen van alternatieve verklaringen van de resultaten. Noemt geen getallen maar geeft in woorden aan of je onderzoeksresultaten de hypothese ondersteunen of niet. 3. Appendix B. Alleen relevante exploratieve onderzoeksresultaten bespreken. Eindig met afsluitende alinea waarmee je heldere boodschap afgeeft. Bij resultaten van twee uitgevoerde experimenten elkaar tegenspreken. Je kunt zelf niet overtuigd zijn van de waarde van je resultaten of bepaald aspect daarvan. Vervolgens ga je in op de theoretische betekenis van de resultaten. 6. gaan ze er tegen in. eindig sterk met beknopte samenvatting van vraagstelling en de belangrijkste conclusie. Ook de beperkingen van het onderzoek bespreken. niet op die van voorspellingen. moeten de theorieën bijgesteld worden door de resultaten. Besteed ook aandacht aan generaliseerbaarheid van de onderzoeksresultaten. Duidelijk terug koppelen naar de onderzoeksvraag die in de introductie besproken is. hoe kan het beter. welke variabele heb je niet meegenomen in onderzoeksopzet. zonder expliciet naar de intro te verwijzen.5. Noemt praktische gevolgen van het onderzoek. Discussie paragraaf begint met een weergave in een of enkele zinnen van de belangrijkste onderzoeksresultaten op het niveau van de hypothesen.3 bredere betekenis van de resultaten en afsluiting. kun je hier behandelen hoe dat verklaard zou kunnen worden. hoe toets je nieuwe theorie en welke suggesties vor toekomstig onderzoek kun je hieraan verbinden? Je mag de lezer overtuigen van de dor jou getrokken conclusies.5. Hier kun je interpretaties van resultaten geven. Geef ook suggesties voor oplossingen van de geconstateerde problemen bij toekomstig onderzoek. Waarom zouden die belangrijk zijn. exploratieve analyses te doen die van tevoren niet gepland waren. In de discussie pak je de argumenten uit de inleiding weer op en gebruik je de interpretatie van de resultaten als nieuwe argumenten. Bijv.com .1 korte weergave van de belangrijkste resultaten. 6. Schets je volgende stappen.je bediscussieert de belangrijkste bevindingen eerst. Geef ook betekenis waarom dergelijke analyses een antwoord moeten geven. door goede alternatieve interpretaties. wat is de reden hier voor. Allereerst vat je de onderzoeksresultaten beknopt samen in het licht van de hypothese uit de introductie. Eventuele tegenstrijdigheden bespreek je. . of algemenere ideeën voor toekomstig onderzoek op dit terrein. Ben baarda: Hoofdstuk 1. 2. onderscheid resultaten die betrekking hebben op vooraf geformuleerde verwachtingen en de resultaten van exploratieve analyses. Was onderzoeksopzet optimaal. En je betoog afronden.

You're Reading a Free Preview

Download
scribd
/*********** DO NOT ALTER ANYTHING BELOW THIS LINE ! ************/ var s_code=s.t();if(s_code)document.write(s_code)//-->