P. 1
Uitwerkingen Systematische Natuurkunde hoofdstuk 1- 5 havo

Uitwerkingen Systematische Natuurkunde hoofdstuk 1- 5 havo

|Views: 10|Likes:
Published by Stuvia.com
Uitwerkingen van Systematische Natuurkunde Hoofdstuk 1- 5 Havo
Uitwerkingen van Systematische Natuurkunde Hoofdstuk 1- 5 Havo

More info:

Published by: Stuvia.com on Jul 19, 2013
Copyright:Traditional Copyright: All rights reserved
List Price: $1.30 Buy Now

Availability:

Read on Scribd mobile: iPhone, iPad and Android.
See more
See less

03/14/2014

$1.30

USD

pdf

Uitwerkingen Systematische Natuurkunde hoofdstuk 1- 5 havo

door

sandra126

De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal
Koop en Verkoop al je samenvattingen, aantekeningen, onderzoeken, scripties, collegedictaten, en nog veel meer..

www.stuvia.com

houd je een laag signaal en zal het voetgangerslicht niet reageren. De frequentie heeft namelijk een vaste waarde. c De uitvoerelementen zijn: een zoemer of luidspreker en een LED of lamp.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Uitwerkingen opgaven hoofdstuk 1 1.1. Opmerking De lichtsterkte is hier niet evenredig met de spanning. omdat door de traagheid in bijvoorbeeld het opwarmen en afkoelen van de gloeidraad de verandering in de lichtsterkte afgezwakt wordt. Opgave 4 a De elektrische spanning is een analoge grootheid. a Signaal S1 is geluidsintensiteit. is de lichtsterkte dat ook. Het vermogen hangt weer samen met de spanning. Een robot kan met het geheugen op zijn printplaten slechts een aantal vaste programmaregels uitvoeren waar (nog) niet van afgeweken kan worden door zelf genomen beslissingen. S2 is elektrische spanning. a De grootheid druk wordt omgezet in een spanningssignaal. De grootte van de spanning kan elke waarde aannemen tussen twee uiterste waarden. Zie figuur 1. meten en omzetten in elektrische spanning. • een verwerker die bepaalt hoe lang de klok moet lopen.1 b Geluid waarnemen. De lichtsterkte hangt samen met het vermogen dat de lamp opneemt. dan ontstaat een hoog signaal. Omdat de spanning een analoog signaal is. Als je niet hard genoeg drukt. Opgave 2 Opgave 3 Figuur 1. • een verwerker die het signaal afgeeft waardoor de kleur van het licht verspringt en waardoor het tempo van het tikkend geluid verandert. UITWERKINGEN OPGAVEN HAVO 5 HOOFDSTUK 1 1 van 16 . b De frequentie is hier een digitaal signaal.Stuvia. Druk je wel hard genoeg. c De lichtsterkte is een analoge grootheid.com .1 Opgave 1 Automaten In een robot is de elektrische bedrading te vergelijken met de zenuwen. Het zenuwstelsel kun je dan vergelijken met de printplaten. b De drie verwerkers zijn: • een verwerker die na een kort signaal van de drukknop de klok inschakelt.

In figuur 1. 0 − 10. b Het volume is een analoge grootheid. Bij het meten van de temperatuur van het zwembadwater kun je zowel een grote als een kleine sensor gebruiken. De waarde van de massa verandert niet.2 Opgave 6 Sensoren a De grafiek is eenvoudig te tekenen en goed af te lezen. Als de sensor klein is in vergelijking met de hoeveelheid vloeistof zal de temperatuurverandering van de vloeistof verwaarloosbaar zijn.2. Stel nu dat de temperatuur van een sensor lager is dan de temperatuur van de vloeistof. De zwaartekracht kun je berekenen met Fzw = m · g. ΔU (5. bijvoorbeeld door verdampen van een aantal moleculen. wordt het volume groter door uitzetten van het materiaal. Dus bij het meten van de temperatuur van een druppel water moet je een kleine sensor gebruiken. Δt °C (35. De massa verandert niet. Als de massa wel zou veranderen. 0) V De gevoeligheid bij 20 °C is dus gelijk aan = = 0. Binnen een bepaald bereik zijn dus alle waarden mogelijk. De verandering van g is geleidelijk: alle waarden binnen een bepaald bereik zijn mogelijk. De zwaartekrachtversnelling g hangt af van de plaats op aarde. 0 − 2.2 valt de raaklijn aan de grafiek samen met de grafieklijn zelf.2 De gevoeligheid bepaal je met behulp van de steilheid van de raaklijn aan de grafiek. c De zwaartekracht is een analoge grootheid. dan verandert de massa met sprongetjes.com . Figuur 1. Je kunt gemakkelijk interpoleren en extrapoleren. Veronderstel dat de massa van de aarde en van het cilindertje constant zijn.12 .Stuvia. Dus zijn niet alle waarden mogelijk binnen een bepaald bereik. 1. UITWERKINGEN OPGAVEN HAVO 5 HOOFDSTUK 1 2 van 16 . b Zie figuur 1. Daardoor is het ook gemakkelijk om onbekende waarden te bepalen. 0) c In het algemeen moet het meetinstrument de te meten waarde zo min mogelijk beïnvloeden.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Opgave 5 a De massa is een digitale grootheid. maar de waarde van de valversnelling wel. De vloeistof zal dan afkoelen als de koude sensor in de vloeistof wordt gedaan. Als de temperatuur stijgt. Dus de waarde van de valversnelling is analoog en daarmee ook de zwaartekracht.

3. Figuur 1. neemt de stroomsterkte dus toe. 20 ΔL (105 − 78) dB Opgave 8 Een passend meetbereik voor de huiskamertemperatuur is –10 °C tot 50 °C. UITWERKINGEN OPGAVEN HAVO 5 HOOFDSTUK 1 3 van 16 .De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Opgave 7 a Zie figuur 1.3 De gevoeligheid kun je bepalen met behulp van de steilheid van de raaklijn aan de grafiek.Stuvia. De steilheid neemt toe. dus over R1. Opgave 9 Figuur 1.4.0 V.com . 4 − 0) V = = 0. b Zie figuur 1.3. Dus neemt de gevoeligheid toe. In figuur 1. Als de temperatuur stijgt. Omdat de spanning gelijk blijft. De steilheid van de raaklijn aan de ijkkromme is bij 95 dB ΔU (5.4 b Tussen de gele en de rode aansluitdraad van de temperatuursensor. Dus hij moet sensor 2 kiezen. a Zie figuur 1.3 is de raaklijn aan de ijkkromme getekend. Dat geldt alleen voor de sensoren 1 en 2. neemt de weerstandswaarde van een NTC af. De meest gevoelige sensor is de sensor met de grootste steilheid. staat de spanning van 5.

bij een gesloten drukschakelaar geeft de voltmeter 5. 0 5. stroomsterkte in A) c C5=C2*C3/1000 of C5=5. 1. Opgave 12 UITWERKINGEN OPGAVEN HAVO 5 HOOFDSTUK 1 4 van 16 .0/(100+C2).5 Opgave 10 1 2 3 4 5 A t RNTC Itotaal UAB UNTC B (°C) ( Ω) (mA) (V) (V) C 4. De rechterzijde van de LED is geaard. b De variabele spanning kan een sensor nabootsen. Vervolgens moet hij de gehele sensor weer verwarmen. 0 I totaal = = (A) = 1000 × (mA) Rtotaal 100 + RNTC 100 + RNTC b C4=100*C3/1000. Als R2 temperatuuronafhankelijk is.0 V aan.455 4.Stuvia. want UAB = 100 × Itotaal (weerstand in Ω.0 V van de spanningsbron van het systeembord. 0 5. moet de rode LED gaan branden.5).0 V van de spanningsbron. dus moet een gesloten drukschakelaar verbonden zijn met de 5.en uitvoerelementen a De drukschakelaar en de pulsgenerator geven een digitaal signaal af. groter wordt.0–C4. want UNTC = RNTC · Itotaal = 5. De rode stekkerbus van het systeembord is verbonden met de 5. Bij een geopende drukschakelaar geeft de voltmeter 0.0 1000 4.0 V aan. a Zie figuur 1. omdat dan bij toename van de temperatuur ook de spanning die de sensor afgeeft. want 5. Figuur 1. zal de stroomsterkte door de stroommeter niet veranderen. De zwarte stekkerbus is verbonden met de aarde van het systeembord.55 a C3=1000*5. en hij verbindt de gele aansluiting van de sensor met de rode stekkerbus (figuur 1. Als de drukschakelaar gesloten wordt.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal c Hij verbindt nu de zwarte aansluiting van de sensor met de stroommeter.com .55 0.3 Opgave 11 Invoer. De LED staat in de doorlaatrichting als de linkerzijde verbonden is met de pluspool en de rechterzijde met de minpool.0 – UAB d Het gebruik van UAB is beter.6.

8.6 Opgave 13 a Zie figuur 1. C. Opgave 14 De pulsgenerator staat op 8.Stuvia. Figuur 1.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal b/c Zie figuur 1. Figuur 1. F en G.0 Hz → de tijdsduur per puls = 1 = 0. b Zie figuur 1. 0 → de tijd die is verlopen als er 20 pulsen zijn geteld = 20 × 0.7. B.5 s Opgave 15 a De uitvoerelementen van het systeembord (LED’s en zoemer) zelf vragen een gering vermogen. D.7 Voor het getal 5 branden de LED’s A. Figuur 1. Er is geen andere bron nodig. C.125 s 8. UITWERKINGEN OPGAVEN HAVO 5 HOOFDSTUK 1 5 van 16 .com .125 = 2.6.8 Met A. F en G krijg je het getal 3. dat gemakkelijk door het systeembord geleverd kan worden.

maar de LED is nog steeds niet opgenomen in een volledige stroomkring met een spanningsbron. c Zij moet een verbindingsdraad aanbrengen tussen de hoge stekkerbus linksonder en de rode stekkerbus bij ‘sensor’. Figuur 1.10 1. Bijvoorbeeld ijzer.Stuvia.9. UITWERKINGEN OPGAVEN HAVO 5 HOOFDSTUK 1 6 van 16 . Zie figuur 1. Zie tabellen 1.11a en b.2. Een andere mogelijkheid is de hoge stekkerbus linksonder te verbinden met de stekkerbus bij de drukschakelaar of met de ingang van het relais.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal b De schakelaar in het relais is nu wel gesloten.4 Opgave 17 Verwerkers Zie figuur 1.10.1 en 1.9 Opgave 16 a De metalen delen bestaan uit materiaal dat door een magneet aangetrokken wordt. Figuur 1. b Zie figuur 1.com .

Zie ook figuur 1.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Figuur 1.1 uitgang p 0 0 0 1 NEN-poort uitgang z 1 1 1 0 NOF-poort OF-poort ingang ingang x y 0 0 1 0 0 1 1 1 Tabel 1. Je hebt dus een externe stroomkring nodig. S3 is een digitaal signaal: het signaal is hoog of laag. S4 is een digitaal signaal. Zie opgave 4. c De comparator moet bij een hogere verlichtingssterkte schakelen.com . is hij aangesloten op de netspanning. De uitgang van de comparator is dan laag. Opgave 19 Figuur 1. S2 is een analoog signaal: de spanning die de lichtsensor afgeeft. a Zie figuur 1. Dus moet er een invertor tussen de comparator en de LED geplaatst worden. d Er is een relais nodig. is evenredig met de lichtsterkte. S5 is een analoog signaal. Dus moet de referentiespanning op een hogere waarde ingesteld worden. Die kring kun je inschakelen met een relais. Een bureaulamp moet aangesloten worden op de netspanning. is een hoog signaal nodig.11b NEN-poort EN-poort ingang ingang x y 0 0 1 0 0 1 1 1 Tabel 1.2 uitgang q 0 1 1 1 NOF-poort uitgang z 1 0 0 0 Opgave 18 a S1 is een analoog signaal: de lichtsterkte kan alle waarden hebben binnen een bepaald bereik.Stuvia. Als de bureaulamp brandt. b Als het donker genoeg is.6 V.45 in het kernboek op bladzijde 31.12 UITWERKINGEN OPGAVEN HAVO 5 HOOFDSTUK 1 7 van 16 . Om de LED te laten branden. is de spanning die de sensor afgeeft kleiner dan 1. De lichtsterkte is dan een analoge grootheid.12.11a Figuur 1.

Figuur 1. Figuur 1. 0 − 1. UITWERKINGEN OPGAVEN HAVO 5 HOOFDSTUK 1 8 van 16 . De invertor zorgt ervoor dat het ingangssignaal van EN-poort E alleen hoog is bij windsnelheden lager dan 15 m/s.14 De gevoeligheid bepaal je met behulp van de steilheid van de lijn. Aflezen in figuur 1. c Comparator 1.com .13.45 V Comparator 2.2 = 4. Aflezen in figuur 1. 011 V/lux.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal De gevoeligheid bepaal je met behulp van de steilheid van de lijn in het lineaire gebied. De referentiespanning moet op 1. 0 = = 0. gelijk aan ΔE 275 − 0 b Zie figuur 1.1 = 0. ΔU uit 4. 0 − 5. De gevoeligheid is gelijk aan Δv 15. Deze is ΔU 4. 0 m/s m b Zie figuur 1.13 De EN-poort geeft alleen een hoog uitgangssignaal B als de ingangssignalen C en E hoog zijn.0 m/s en 15 m/s.8 V ingesteld worden.12 bij 15 m/s → Uref. 0 V V ⋅s = = 0.30 .0 m/s.14.0 m/s. 0 − 1. Comparator 2 geeft een hoog uitgangssignaal D bij windsnelheden groter dan 15.12 bij 3. De beide ingangssignalen C en E van de EN-poort zijn dan hoog bij windsnelheden tussen 3.14.30 = 0.0 m/s → Uref.0 V Opgave 20 a Zie figuur 1.Stuvia. Comparator 1 geeft een hoog uitgangssignaal C bij windsnelheden groter dan 3.

com . a 13 = 8 + 4 + 1 = 23 + 22 + 20 = 1 · 23 + 1 · 22 + 0 · 21 + 1 · 20 Dus het binaire getal is 1101. b 56 = 32 + 16 + 8 = 1 · 25 + 1 · 24 + 1 · 23 + 0 · 22 + 0 · 21 + 0 · 20 Dus het binaire getal is 11 1000. De andere cijfers in het binaire getal leveren altijd een even bijdrage. Als de laatste bit een 0 is.15. omdat het machten van 2 zijn (0. dan is het geval dus even.Stuvia.). Opgave 22 Opgave 23 1. 8. 2. 4.6 Opgave 24 Geheugencel en pulsenteller a Zie figuur 1. Dus het hoogste decimale getal dat je kunt maken is 127. c 427 = 256 + 128 + 32 + 8 + 2 + 1 = 1 · 28 + 1 · 27 + 0 · 26 + 1 · 25 + 0 · 24 + 1 · 23 + 0 · 22 + 1 · 21 + 1 · 20 Dus het binaire getal is 1 1010 1011.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal c Zie figuur 1. Het binaire getal is dan 1111111.16.16 UITWERKINGEN OPGAVEN HAVO 5 HOOFDSTUK 1 9 van 16 .15 1. c Met zeven bits zijn er 27 = 128 combinaties mogelijk. a Getal 1: 1010 = 1 · 23 + 0 · 22 + 1 · 21 + 0 · 20 = 8 + 2 = 10 Getal 2: 11001 = 1 · 24 + 1 · 23 + 0 · 22 + 0 · 21 + 1 · 20 = 16 + 8 + 1 = 25 Getal 3: 100101 = 1 · 25 + 0 · 24 + 0 · 23 + 1 · 22 + 0 · 21 + 1 · 20 = 32 + 4 + 1 = 37 Getal 4: 00101110 = 0 · 27 + 0 · 26 + 1 · 25 + 0 · 24 + 1 · 23 + 1 · 22 + 1 · 21 + 0 · 20 = 32 + 8 + 4 + 2 = 46 b Het laatste cijfer in een binair getal is 0 · 20 = 0 of 1 · 20 = 1. 16 enz.5 Opgave 21 Binaire getallen a Het aantal combinaties met vier bits is 24 = 16. is het getal een even getal + 1 en dus oneven. Figuur 1. b Het binaire getal 0000 is een van de zestien combinaties of het decimale getal 0 is een van de zestien getallen die van een binaire code worden voorzien. Als de laatste bit een 1 is. Figuur 1.

c Zie figuur 1. Tijdens het knipperen is de LED even lang aan als uit → tijdens één puls is de LED dus 0. b Zie figuur 1.25 s uit. Figuur 1.18.17. In dat geval is de uitgang C van de OF-poort altijd hoog. dus de uitgang van de EN-poort in F is hoog. dus C blijft hoog. Figuur 1.18 Als je drukschakelaar 1 even indrukt.17 Opgave 25 a De pulsgenerator is ingesteld op 2. Op de EN-poort staan dan twee hoge signalen (van A en F). Het ingangssignaal (D) van de EN-poort wordt door het uitgangssignaal UITWERKINGEN OPGAVEN HAVO 5 HOOFDSTUK 1 10 van 16 .Stuvia.16. b Zie figuur 1. is de bovenste ingang van de OF-poort hoog.0 Hz → de pulsgenerator geeft twee pulsen per seconde → één puls duurt dus 0.com .De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Als op A een hoog signaal staat.25 s aan en 0. wordt het ingangssignaal (A) van de geheugencel even hoog → het uitgangssignaal van de geheugencel (C) wordt hoog en blijft hoog → het ingangssignaal van de EN-poort (C) is hoog en blijft hoog. Het lage signaal van B wordt na de invertor hoog in D. Er is dus weer minstens één ingangssignaal van de OF-poort hoog.50 s.

23 m De teller staat op 10100101.com . 0 min = 60 s ⎪ ⎭ 165 × 2.71 m omtrek van een cirkel = 2 · π · r = π · d → omtrek van het fietswiel = π · d = π × 0.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal van de pulsgenerator afwisselend hoog/laag → het uitgangssignaal van de ENpoort (E) is hoog als het ingangssignaal (D) hoog is en laag als het ingangssignaal (D) laag is: de LED knippert. binair getal macht van twee decimaal getal 1 27 128 0 26 64 1 25 32 0 24 16 0 23 8 1 22 4 0 21 2 1 20 1 10100101 = 1 × 27 + 0 × 26 + 1 × 25 + 0 × 24 + 0 × 23 + 1 × 22 + 0 × 21 + 1 × 20 = 128 + 32 + 4 + 1 = 165 → het fietswiel heeft in 1.fiets = 165 × séén wielomwenteling ⎪ ⎪ t = 1. 23 m ⎬ stotaal.fiets = v ⋅ t → v = totaal ⎪ t ⎪ ⎪ s1 wielomwenteling = 2.71 = 2. 23 v= = 6. activeer je de reset van de geheugencel (B) en maak je het uitgangssignaal van de geheugencel laag → het ingangssignaal (C) van de EN-poort wordt laag → het uitgangssignaal van de EN-poort (E) wordt laag. Opgave 26 diameter van het fietswiel: d = 71 cm = 0.0 min 165 omwentelingen gemaakt s ⎫ stotaal. Door even op drukschakelaar 2 te drukken.Stuvia. dus de LED gaat uit.1 m/s 60 UITWERKINGEN OPGAVEN HAVO 5 HOOFDSTUK 1 11 van 16 .

Stuvia.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Opgave 27 Zie figuur 1.19.20 UITWERKINGEN OPGAVEN HAVO 5 HOOFDSTUK 1 12 van 16 .19 Opgave 28 Zie figuur 1.20. Figuur 1.com . Figuur 1.

Figuur 1. Het opwarmen van het water in de wasmachine gebeurt tot een bepaalde vastgestelde waarde. b Zie figuur 1. d Zie figuur 1. c Een te hoge of een te lage waarde van de vochtigheid wordt gecorrigeerd. De gloeidraden moeten na 40 seconden worden uitgeschakeld. Het geheel staat nu klaar voor de volgende keer dat je de broodrooster wilt gebruiken. b Om de gloeitijd langer te maken.22 UITWERKINGEN OPGAVEN HAVO 5 HOOFDSTUK 1 13 van 16 .21.0 Hz → de pulsgenerator geeft twee pulsen per seconde. 1. Het is dus een meetsysteem.22. de vochtigheidsgraad wordt niet gecorrigeerd. dit is een correctie. Als de teller op 80 staat. wordt het uitgangssignaal van de geheugencel (A) hoog en blijft hoog → de gloeidraden worden ingeschakeld en de teller begint te lopen. dan zijn de uitgangen 64 (B) en 16 (C) van de teller hoog (80 = 64 + 16). Dus moet de pulsgenerator op een kleinere frequentie worden ingesteld.Stuvia. Figuur 1. er wordt niets mee gedaan.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Als je de drukschakelaar even indrukt.com . en op hetzelfde moment wordt de teller op 0 gezet. De uitgang van de geheugencel (A) wordt laag. stuur. De pulsgenerator is ingesteld op 2.21 Opgave 30 a Het is een regelsysteem. Het is dus een stuursysteem. Je hebt een EN-poort nodig om deze twee signalen tegelijkertijd te schakelen. b Alleen de waarde van de luchtvochtigheid wordt afgelezen.en regelsystemen a Er wordt alleen alarm gegeven. De uitgang (D) van de EN-poort wordt hoog bij 80. Verbind de uitgang van de EN-poort (D) met de reset (E) van de teller en met de reset (F) van de geheugencel. de teller moet bij 80 de geheugencel uitschakelen. Er vindt dus een terugkoppeling plaats: een regelsysteem. moet de tijd tussen twee pulsen groter zijn. Na afkoeling vindt eventueel een correctie plaats.7 Opgave 29 Meet-. en de gloeistaven worden uitgeschakeld.

eerder dan kandidaat A op zijn drukknop gedrukt had. De bovenste ingang (A) van de EN-poort wordt dan hoog. Het uitgangssignaal (E) van de geheugencel moet naar de systeemborden van de kandidaten B en C om de signalen van B en C te blokkeren.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Opgave 31 Zie figuur 1. Deze LED blijft branden tot de quizmaster de geheugencel met drukschakelaar SQ reset. dus ingang (B) is hoog.Stuvia. dan was de uitgang (D) van de OF-poort hoog geworden en het onderste signaal (B) van de EN-poort vanwege de invertor laag. De onderste ingang (B) van de EN-poort is hoog zolang er van de kandidaten B en C een laag signaal komt. Figuur 1. Figuur 1.23. (Ingang (D) is laag. Als een van de andere twee kandidaten.com . Opgave 32 a Zie figuur 1. B of C.) De uitgang (C) van de EN-poort en de set van de geheugencel is dan hoog → de geheugencel wordt geactiveerd en levert een blijvend hoog signaal aan LED A.24 UITWERKINGEN OPGAVEN HAVO 5 HOOFDSTUK 1 14 van 16 . De uitgang van de EN-poort kan dan niet hoog worden → LED A kan dan niet gaan branden.24.23 Stel: kandidaat A drukt als eerste op zijn drukschakelaar SA.

Opgave 33 a Zie tabel 1.25. Als de accu is opgeladen. Wanneer de bedieningsknop wordt ingedrukt en ingedrukt blijft. De lift werkt dan weer normaal.3.com .Stuvia. dan is de uitgang van de EN-poort (E) laag. dus de uitgang van de invertor wordt dan hoog. zijn beide ingangen van de EN-poort hoog en dus ook de uitgang. dan wordt de uitgang van de comparator (A) laag. Wanneer de teller op 32 is gekomen.24. Dan stopt de lift. De ingang van de invertor (B) is dan laag. De invertor zorgt er dan voor dat de bovenste ingang van de EN-poort laag wordt. 7 b Zie figuur 1.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Als de accuspanning kleiner wordt dan de referentiespanning van de comparator.3 pulsenteller comparator invertor geheugencel 4 3. De invertor achter de geheugencel zorgt ervoor dat de bovenste ingang van de EN-poort dan hoog is. De bovenste ingang (C) van de EN-poort is dan hoog. Figuur 1. invoer drukschakelaar rooksensor of variabele spanning pulsgenerator verwerking uitvoer nummer zin 5 1 7 3 zoemer Tabel 1. De pulsgenerator levert voortdurend wisselende pulsen aan ingang (D) van de EN-poort. Als die pulsen laag zijn. De uitgang van de geheugencel is laag. 5.24.25 UITWERKINGEN OPGAVEN HAVO 5 HOOFDSTUK 1 15 van 16 . c Zie figuur 1. wordt de 32-uitgang van de teller en dus ook de set van de geheugencel hoog. waardoor ook de uitgang van de EN-poort laag wordt. Het lampje knippert dus in dezelfde frequentie als de pulsgenerator. dan is de uitgang van de EN-poort (E) hoog. is de uitgang van de comparator hoog. waardoor de teller en de geheugencel zijn gereset. 4. b Zie figuur 1. Als die pulsen hoog zijn.

en het afgegeven signaal door de rooksensor beneden de ingestelde waarde van de comparator komt.com . c De pulsgenerator moet op 1 Hz staan. bijvoorbeeld 4. Het uitgangssignaal van de comparator wordt dan hoog. De teller telt tot 4 en geeft dan een hoog signaal af aan de geheugencel.5 V. de invertor maakt er een hoog signaal van. dan wordt het uitgangssignaal van de comparator laag. Dit lage signaal wordt door de invertor omgezet in een hoog signaal.) De comparator heeft als referentiespanning ongeveer 4 V. Deze wordt geactiveerd en geeft een blijvend hoog signaal aan de zoemer. is de spanning die de rooksensor afgeeft ongeveer 5 V.6 V. De referentiespanning moet ruim hoger zijn dan die 2.70 in het kernboek op bladzijde 52. Als er (veel) rook is. Elke seconde wordt dan een puls gegeven. Als er weinig of geen rook is. en als er veel rook is. UITWERKINGEN OPGAVEN HAVO 5 HOOFDSTUK 1 16 van 16 .5 V). Deze blijft dus op 0 staan. d Als er wel rook is. maar begint te tellen. (Zie figuur 1. Als de rook binnen vier seconden verdwenen is. Het uitgangssignaal van de invertor wordt laag en de teller blijft niet meer op 0 staan.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Als er weinig of geen rook is. dan heeft de comparator een laag uitgangssignaal. dan geeft de rooksensor een spanning af die hoger is dan de referentiespanning van de comparator. en dit hoge signaal zorgt ervoor dat de teller continu gereset wordt. Via de drukschakelaar kan de zoemer uitgezet worden.Stuvia. dan geeft de rooksensor een hogere spanning af (ongeveer 5 V). dan geeft de rooksensor een laag signaal (ongeveer 2. en de teller wordt gereset.

You're Reading a Free Preview

Download
scribd
/*********** DO NOT ALTER ANYTHING BELOW THIS LINE ! ************/ var s_code=s.t();if(s_code)document.write(s_code)//-->