P. 1
Uitwerkingen Systematische Natuurkunde hoofdstuk 2 havo

Uitwerkingen Systematische Natuurkunde hoofdstuk 2 havo

|Views: 8|Likes:
Published by Stuvia.com
Uitwerkingen van Systematische Natuurkunde Hoofdstuk 2 Havo
Uitwerkingen van Systematische Natuurkunde Hoofdstuk 2 Havo

More info:

Published by: Stuvia.com on Jul 19, 2013
Copyright:Traditional Copyright: All rights reserved
List Price: $1.30 Buy Now

Availability:

Read on Scribd mobile: iPhone, iPad and Android.
See more
See less

09/23/2014

$1.30

USD

pdf

Uitwerkingen Systematische

Natuurkunde hoofdstuk 2 havo
door
sandra126
De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal
Koop en Verkoop al je samenvattingen, aantekeningen, onderzoeken, scripties, collegedictaten, en
nog veel meer..
www.stuvia.com
UITWERKINGEN OPGAVEN HAVO HOOFDSTUK 2 1 van 34
Uitwerki ngen opgaven hoofdstuk 2
2.1 Onderzoek naar bewegi ngen
Opgave 7 a De afstand tussen de stippen wordt steeds groter.
b De grafiek gaat steeds steiler lopen.
Opgave 8 a De grafiek loopt dan horizontaal.
b De grafiek loopt dan het steilst. Dat is tussen 0 en 13 minuten.
c Reken voor ieder deel van de grafiek uit hoeveel km in 1 minuut wordt
afgelegd.
In het eerste gedeelte legt de fietser in 13 minuten 3,4 km af. In 1 minuut legt
de fietser dan
3,4
13
=0,26 km af.
In het derde gedeelte legt de fietser in 22 minuten (begintijd =16 minuut tot
eindtijd =38 minuut) een afstand af van 4,2 km (beginpositie 3,4 km;
eindpositie 7,6 km), dus in 1 minuut legt de fietser
4,2
22
=0,19 km af.
In het laatste gedeelte legt de fietser in 7 minuten (begintijd =43 minuut tot
eindtijd =50 minuut) een afstand af van 1,6 km (beginpositie 7,6 km;
eindpositie 9,2 km), dus in 1 minuut legt de fietser
1,6
7
=0,23 km af.
Opgave 9 a Zie figuur 2.1 (of figuur 2.3 in het kernboek).
Figuur 2.1
Tussen twee flitsen zit
1
0,040 s.
25
=
Er staan zes beeldjes op de foto. Hiertussen zitten vijf tijdsintervallen.
Er zit dus 5 ×0,040 =0,20 s tussen het eerste en het laatste beeldje.
b Eerste manier (met je ogen)
Zie figuur 2.1.
Bepaal met behulp van de foto zo nauwkeurig mogelijk op de gefotografeerde
meetlat de afstand tussen twee gelijke punten van de schijf op de eerste en
vierde afbeelding.
Als je de voorzijde van de schijf neemt, dan vind je op de meetlat voor de
voorzijde van de eerste schijf 28,8 cm en voor de voorzijde op de vierde schijf
C
lic
k
t
o
b
u
y
N
O
W
!
P
D
F
-XCHAN
G
E
w
w
w
.d
o
c u-t r ac
k
.c
o
m
C
lic
k
t
o
b
u
y
N
O
W
!
P
D
F
-XCHAN
G
E
w
w
w
.d
o
c u-t r ac
k
.c
o
m
Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal
UITWERKINGEN OPGAVEN HAVO HOOFDSTUK 2 2 van 34
52,9 cm. De werkelijke afstand die de schijf heeft afgelegd is dan
52,9 cm – 28,8 cm =24,1 cm.
Tweede manier (met de schaalfactor)
Zie figuur 2.1.
Het beginpunt van de liniaal op de foto is 21,4 cm; het eindpunt van de liniaal
op de foto is 59,6 cm. Het gefotografeerde deel van de liniaal heeft dus een
lengte van 59,6 cm – 21,4 cm =38,2 cm.
De breedte van de foto kun je opmeten met een geodriehoek en is 10,95 cm.
38,2 cm op de foto komt in werkelijkheid overeen met een lengte van
10,95 cm. 1,0 cm op de foto komt in werkelijkheid overeen met een lengte van
38,2
10,95
=3,489 cm.
Meet nu met je geodriehoek zo nauwkeurig mogelijk de afstand tussen twee
gelijke punten van de schijf op de eerste en vierde afbeelding en je vindt
6,90 cm. In werkelijkheid is deze afstand dan 6,90 ×3,489 =24,1 cm.
Opgave 10 a Tussen het maken van twee opeenvolgende beeldjes voert de stip precies
één omwenteling uit. De stip zit dus steeds op dezelfde plaats als er een beeldje
gemaakt wordt. Je ziet de stip stilstaan.
b Tussen het maken van twee opeenvolgende beeldjes voert de stip twee
omwentelingen uit. J e ziet de stip stilstaan.
c Tussen het maken van twee opeenvolgende beeldjes voert de stip een halve
omwenteling uit. J e ziet twee stippen die stilstaan die precies tegenover elkaar
liggen.
d Tussen het maken van twee opeenvolgende beeldjes voert de stip iets meer dan
een hele omwenteling uit. De stip beweegt langzaam mee met de draairichting
van de schijf.
e Tussen het maken van twee opeenvolgende beeldjes voert de stip iets minder
dan een hele omwenteling uit. De stip beweegt langzaam achteruit ten opzichte
van de draairichting van de schijf.
Opgave 11 De eerste zeven stippen zitten op gelijke afstand. Het eerste stuk van de
(plaats, tijd)-grafiek is recht. Daarna neemt de afstand tussen de stippen af. De
(plaats, tijd)-grafiek gaat dan minder steil lopen.
In figuur 2.2 staat het juiste diagram.
Figuur 2.2
Opgave 12 a Zoek in het register van je BINAS de voortplantingssnelheid van geluid in
lucht bij 20 °C of 293 K op. De geluidssnelheid is 3,43 10
2
m/s.
De afstand die het geluid aflegt is
2 3
3,43 10 6,8110 2,336 m 2,34 m
÷
· × · = = .
De heenweg plus de terugweg is 2,34 m. De afstand van de plaatssensor tot het
voorwerp is dus
2,34
2
=(1,17) =1,2 m.
C
lic
k
t
o
b
u
y
N
O
W
!
P
D
F
-XCHAN
G
E
w
w
w
.d
o
c u-t r ac
k
.c
o
m
C
lic
k
t
o
b
u
y
N
O
W
!
P
D
F
-XCHAN
G
E
w
w
w
.d
o
c u-t r ac
k
.c
o
m
Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal
UITWERKINGEN OPGAVEN HAVO HOOFDSTUK 2 3 van 34
b De lichtsnelheidc =2,99792458 10
8
m/s (BINAS).
De tijd is
7
8
80
2,7 10 s.
2,99792458 10
÷
= ·
·
2.2 Eenpari ge bewegi ng
Opgave 23
3
gem
68,93 10
19 m/s
3600
x
v
t
A ·
= = =
A
Opgave 24 a In figuur 2.15 van het kernboek kun je aflezen dat de verplaatsing x tussen
t =0 s ent =20 s 100 m is:
gem
100
5,0 m/s.
20
x
v
t
A
= = =
A
b In figuur 2.15 kun je aflezen dat op het tijdstipt =40 s de plaatsx
40
=400 m en
opt =60 s de plaatsx
60
=900 m. Voor de verplaatsing geldt dan
x =x
60
– x
40
=900 – 400 =500 m en voor het tijdsverschil geldt
t =60 – 40 =20 s. Hieruit volgt:
gem
500
25m/s.
20
x
v
t
A
= = =
A
Opgave 25 Voor het eerste gedeelte geldt:
1,0
0,010 h.
100
x x
v t
t v
A A
= ÷ A = = =
A
Voor het tweede gedeelte geldt:
4,0
0,050 h.
80
x
t
v
A
A = = =
Voor de gemiddelde snelheid geldt:
gem
totale afstand 5,0
83 km/h.
totale tijd 0,060
v = = =
Opgave 26 a De verplaatsing van de tgv is x =v
tgv
t =5,1 10
2
×12 =6,12 10
3
km.
De tijd die het licht over deze afstand doet:
6
3
8
6,12 10
2,0 10 s.
3,0 10
÷
·
= ·
·
b De tijd die het licht nodig heeft om de afstand van de zon tot de aarde af te
leggen is
12
2 zon aarde
8
0,1496 10
5,0 10 s 8,3 min.
3,0 10
x
t
c
÷
A ·
= = = · =
·
c De verplaatsing van het verkeersvliegtuig is
2 3
vliegtuig vliegtuig
9,4 10 6,25 5,88 10 km. x v t A = · A = · × = ·
De tijd die het schip hierover doet, is
3
vliegtuig 2
schip
schip
5,88 10 km
1,77 10 h 7,4 d.
18 1,85 km/h
x
t
v
A
·
A = = = · =
·
d De tijd die de wandelaar erover doet, is
3
vliegtuig 3
wandelaar
wandelaar
5,88 10 km
1,18 10 h 49 d.
5,0 km/h
x
t
v
A
·
A = = = · =
Opgave 27 a In tabel 2.3 van je kernboek zie je dat de lichtsnelheid veel groter is dan de
geluidssnelheid. De geluidssnelheid is 3,4 10
2
m/s, en de lichtsnelheid is
3,0 10
8
m/s. De tijd die het licht nodig heeft, is te verwaarlozen. Het geluid
heeft 6,0 seconde nodig om bij de waarnemer te komen.
C
lic
k
t
o
b
u
y
N
O
W
!
P
D
F
-XCHAN
G
E
w
w
w
.d
o
c u-t r ac
k
.c
o
m
C
lic
k
t
o
b
u
y
N
O
W
!
P
D
F
-XCHAN
G
E
w
w
w
.d
o
c u-t r ac
k
.c
o
m
Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal
UITWERKINGEN OPGAVEN HAVO HOOFDSTUK 2 4 van 34
b De afstand van het onweer tot jou is
3 3
geluid
3,4 10 6,0 2,0 10 m 2,0 km. x v t A = · A = · × = · =
Opgave 28 a Voor de verplaatsing in de eerste helft van de tijd geldt:
1 1
25 0,25 6,25 km. x v t A = · A = × =
Voor de verplaatsing in de tweede helft van de tijd geldt:
2 2
15 0,25 3,75 km. x v t A = · A = × =
De totale verplaatsing x
totaal
=x
1
+x
2
=6,25 =3,75 =10 km.
b Voor de gemiddelde snelheid geldt:
gem
totale afstand 10
20 km/h.
totale tijd 0,5
v = = =
c De totaal afgelegde afstand is 10 km (antwoord onderdeel a van deze opgave).
De afstand wordt verdeeld in twee gelijke stukken van 5,0 km.
Voor de benodigde tijd voor de eerste helft van de afstand geldt:
1
1
1
5,0
0,20 h.
25
x
t
v
A
A = = =
Voor de benodigde tijd voor de tweede helft van de afstand geldt:
2
2
2
5,0
0,33 h.
15
x
t
v
A
A = = =
Voor de gemiddelde snelheid geldt:
gem
totale afstand 10
19 km/h.
totale tijd 0,53
v = = =
Opgave 29 a Zie figuur 2.3a.
Neem bijvoorbeeldt =15 s. Zonder dat er enige tijd verstrijkt, gaat de snelheid
van 1,0 m/s naar 0 m/s. Dat kan niet.
Figuur 2.3a Figuur 2.3b
b De oppervlakte onder de (snelheid, tijd)-grafiek is de verplaatsing.
De oranje gearceerde oppervlakte is de verplaatsing tussent =25 s ent =35 s.
C
lic
k
t
o
b
u
y
N
O
W
!
P
D
F
-XCHAN
G
E
w
w
w
.d
o
c u-t r ac
k
.c
o
m
C
lic
k
t
o
b
u
y
N
O
W
!
P
D
F
-XCHAN
G
E
w
w
w
.d
o
c u-t r ac
k
.c
o
m
Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal
UITWERKINGEN OPGAVEN HAVO HOOFDSTUK 2 5 van 34
c Zie figuur 2.3a.
tijdsinterval verplaatsing x (m)
[0,0 s; 10 s] A
1
=7
[10 s; 15 s] A
2
=5
[15 s; 25 s] A
3
=0
[25 s; 35 s] A
4
=3
[35 s; 50 s] A
5
=18
totaal 33
tijdstipt (s) plaatsx (m)
0 0
10 7
15 12
25 12
35 15
50 33
d In de afzonderlijke tijdsintervallen is de snelheid constant.
In een dergelijk tijdsinterval is de (plaats, tijd)-grafiek een rechte.
Met behulp van de plaats aan het begin van het tijdsinterval en aan het eind van
het tijdsinterval kan de rechte getrokken worden.
Zie figuur 2.3b.
Opgave 30 a Zie figuur 2.4a.
Nat =14 min gaat de grafiek ineens veel steiler lopen. De snelheid wordt dan
groter. Bovendien loopt de grafiek vóór t =14 min het minst steil.
Waarschijnlijk heeft Bert opt =14 min de top bereikt en begint hij op
t =14 min meteen aan de afdaling.
Figuur 2.4a Figuur 2.4b
C
lic
k
t
o
b
u
y
N
O
W
!
P
D
F
-XCHAN
G
E
w
w
w
.d
o
c u-t r ac
k
.c
o
m
C
lic
k
t
o
b
u
y
N
O
W
!
P
D
F
-XCHAN
G
E
w
w
w
.d
o
c u-t r ac
k
.c
o
m
Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal
UITWERKINGEN OPGAVEN HAVO HOOFDSTUK 2 6 van 34
b Zie figuur 2.4a.
De grafiek loopt tussen 18 min en 20 min horizontaal. De snelheid is dan nul.
Hij houdt dus in dit tijdsinterval een pauze.
c Voor de gemiddelde snelheid geldt:
gem
gem
totale afstand
totale tijd
10 km
30 km/h
20
h
60
v
v
=
= =
d In de afzonderlijke tijdsintervallen is de snelheid constant. In een dergelijk
tijdsinterval is de (snelheid, tijd)-grafiek een horizontale rechte lijn.
De snelheid in een tijdsinterval volgt uit de verplaatsing in het tijdsinterval en
de lengte van het tijdsinterval.
Zie figuur 2.4b.
tijdsinterval snelheidv (km/h)
[0 min; 6 min] 40
[6 min; 14 min] 15
[14 min; 18 min] 60
[18 min; 20 min] 0
Opgave 31 Voor de gemiddelde snelheid geldt:
gem gem gem
gem
totale afstand
of en
totale tijd
x x
v v x v t t
t v
A A
= = ÷ A = · A A =
A
Voor de benodigde uren met het vliegtuig geldt:
gem
7200 km
7,62 h.
945 km/h
x
t
v
A
A = = =
Voor de gemiddelde snelheid met de bus geldt:
gem
132 km
7,42 km/h.
1,78 h
x
v
t
A
= = =
A
Voor de verplaatsing lopend geldt:
gem
4,5 km/h 1,34 h 6,0 km. x v t A = · A = × =
Voor de verplaatsing van de hele reis geldt:
x
totaal
=7200 +132 +6,0 =7338 km.
Voor de totale tijd geldt: t
totaal
=7,62 +1,78 +1,34 =10,74 h.
Voor de gemiddelde snelheid van de hele reis geldt:
totaal
gem
totaal
7338
638,2 km/h.
10,74
x
v
t
A
= = =
A
afstand (km) benodigde tijd
(uren)
gemiddelde snelheid
(km per uur)
met het vliegtuig 7200 7,62 945
met de bus 132 1,78 7,42
lopend 6,0 1,34 4,5
gehele reis 7338 10,74 638,2
C
lic
k
t
o
b
u
y
N
O
W
!
P
D
F
-XCHAN
G
E
w
w
w
.d
o
c u-t r ac
k
.c
o
m
C
lic
k
t
o
b
u
y
N
O
W
!
P
D
F
-XCHAN
G
E
w
w
w
.d
o
c u-t r ac
k
.c
o
m
Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal
UITWERKINGEN OPGAVEN HAVO HOOFDSTUK 2 7 van 34
Opgave 32 a Zie figuur 2.5.
Figuur 2.5
De videocamera maakt 25 beeldjes per seconde, dus de tijd tussen twee
beeldjes is
1
0,040
25
= s.
Er zijn negen foto’s gemaakt. Hiertussen zitten acht tijdsintervallen. Er zit dus
8 ×0,040 =32 s tussen de eerste en de laatste foto.
b De afstand tussen de vooras en de achteras x
assen
op de foto =1,7 cm (foto 1).
De afstand tussen de voor- en achteras van de fiets is in werkelijkheid 115 cm,
dus de schaalfactor is
115
1,7
=68.
c De afstand van de vooras van de fiets tot aan de linkerkant van de fotox
1
is
2,0 cm. De werkelijke afstand is dan 2,0 ×68 =136 cm.
d Bepaal op foto 2 de afstandx
2
, daarna bepaal jex
foto
=x
2
– x
1
.
Bepaal op foto 3 de afstandx
3
, daarna bepaal jex
foto
=x
3
– x
1
.
Herhaal dit bij alle foto’s en maak onderstaande tabel.
C
lic
k
t
o
b
u
y
N
O
W
!
P
D
F
-XCHAN
G
E
w
w
w
.d
o
c u-t r ac
k
.c
o
m
C
lic
k
t
o
b
u
y
N
O
W
!
P
D
F
-XCHAN
G
E
w
w
w
.d
o
c u-t r ac
k
.c
o
m
Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal
UITWERKINGEN OPGAVEN HAVO HOOFDSTUK 2 8 van 34
beeldje t (s) x
foto
(cm) x
werkelijkheid
(m)
1 0,00 0,0 0,00
2 0,04 0,3 0,20
3 0,08 0,5 0,34
4 0,12 0,8 0,54
5 0,16 1,1 0,75
6 0,20 1,3 0,88
7 0,24 1,7 1,16
8 0,28 1,9 1,29
9 0,32 2,2 1,50
Bereken de werkelijke verplaatsing van de vooras met x
werkelijkheid
=x
foto
×de
schaalfactor, en breid de tabel uit met een kolomx
werkelijkheid
(zie de tabel).
e Teken in de figuur in het werkboek het (plaats, tijd)-diagram dat bij deze tabel
hoort. Zie figuur 2.6.
Figuur 2.6
f De fietser beweegt met constante snelheid.
g Zie figuur 2.6.
fietser
fietser
1,50
0,32
4,7m/s 17 km/h
x
v
t
v
A
= =
A
= =
C
lic
k
t
o
b
u
y
N
O
W
!
P
D
F
-XCHAN
G
E
w
w
w
.d
o
c u-t r ac
k
.c
o
m
C
lic
k
t
o
b
u
y
N
O
W
!
P
D
F
-XCHAN
G
E
w
w
w
.d
o
c u-t r ac
k
.c
o
m
Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal
UITWERKINGEN OPGAVEN HAVO HOOFDSTUK 2 9 van 34
2.3 Snel hei d op een ti j dsti p
Opgave 36 Zie figuur 2.7.
Figuur 2.7
x(60) =250 m
x(80) =300 m
gem
x
v
t
A
=
A
, )
gem
(80) (60)
(80 60)
x x
v
÷
=
÷
gem
(300 260)
2,5 m/s
20
v
÷
= =
Opgave 37 a Zie figuur 2.8.
De snelheid op een tijdstip is de steilheid van de raaklijn aan de (x,t)-grafiek.
Opt =0,5 s:
1
1
(0,5)
x
v
t
A
=
A
(3,6)
(0,5) 3,2m/s
(1,4 0,28)
v = =
÷
Zie figuur 2.9a.
Opt =1,5 s:
2
2
(1,5)
(9,0 4,5)
(1,5) 6,3 m/s
(1,95 1,24)
x
v
t
v
A
=
A
÷
= =
÷
Zie figuur 2.9b.
C
lic
k
t
o
b
u
y
N
O
W
!
P
D
F
-XCHAN
G
E
w
w
w
.d
o
c u-t r ac
k
.c
o
m
C
lic
k
t
o
b
u
y
N
O
W
!
P
D
F
-XCHAN
G
E
w
w
w
.d
o
c u-t r ac
k
.c
o
m
Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal
UITWERKINGEN OPGAVEN HAVO HOOFDSTUK 2 10 van 34
Figuur 2.8
Figuur 2.9a Figuur 2.9b
b De oppervlakte onder de (snelheid, tijd)-grafiek is de verplaatsing.
Zie figuur 2.9a en b.
1
1 2
1
2 3 2
(0,5) 0,5 3,2 0,8 m
(1,5) 1,0 6,3 0,5 6,3 6,3 m
x A
x A A
= = × × =
= + = × × + × =
J e kunt dit controleren in figuur 2.8 en zien dat het klopt.
C
lic
k
t
o
b
u
y
N
O
W
!
P
D
F
-XCHAN
G
E
w
w
w
.d
o
c u-t r ac
k
.c
o
m
C
lic
k
t
o
b
u
y
N
O
W
!
P
D
F
-XCHAN
G
E
w
w
w
.d
o
c u-t r ac
k
.c
o
m
Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal
UITWERKINGEN OPGAVEN HAVO HOOFDSTUK 2 11 van 34
Opgave 38 a
top
92
8,8 m/s
10,4
x
v
t
A
= = =
A
b Uit de tekst kun je halen:
x(0) =0 m
x(1,8) =8,0 m
x(12,2) =100 m
x(16,7) =120 m
en het (plaats, tijd)-diagram van de hele beweging.
Zie figuur 2.10a.
c v(0) =0 m/s
v(1,8) =8,8 m/s
v(12,2) =8,8 m/s
v(16,7) =0 m/s
Zie figuur 2.10b voor het (snelheid, tijd)-diagram van de hele beweging.
Figuur 2.10a
Figuur 2.10b
Opgave 39 a Zie figuur 2.11a.
x(0) =1,3 m.
b De snelheid opt =0 s is de steilheid van de raaklijn aan de (x,t)-grafiek op
t =0 s.
0
0
(3,6 1,3)
(0) 0,5 m/s
4,5
x
v
t
A ÷
= = =
A
C
lic
k
t
o
b
u
y
N
O
W
!
P
D
F
-XCHAN
G
E
w
w
w
.d
o
c u-t r ac
k
.c
o
m
C
lic
k
t
o
b
u
y
N
O
W
!
P
D
F
-XCHAN
G
E
w
w
w
.d
o
c u-t r ac
k
.c
o
m
Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal
UITWERKINGEN OPGAVEN HAVO HOOFDSTUK 2 12 van 34
c Zie figuur 2.11a.
x(2,0) =2,75 m
x(4,0) =5,40 m
, )
gem
gem
gem
(4,0) (2,0)
(4,0 2,0)
5,40 2,75
1,3 m/s
2,0
x
v
t
x x
v
v
A
=
A
÷
=
÷
÷
= =
d De snelheid is nul als de steilheid van de raaklijn aan de (v,t)-grafiek in
figuur 2.11b gelijk aan nul is.
De raaklijn loopt dan horizontaal.
Dat geldt voor het tijdstipt =5,1 s. Zie figuur 2.11a.
e De snelheid is maximaal als de steilheid van de raaklijn aan de (v,t)-grafiek in
figuur 2.11b maximaal is. Dat geldt voor het tijdsinterval [3,0 s; 3,5 s].
f De maximale snelheid is de steilheid van de raaklijn aan de (x,t)-grafiek tussen
t =3,0 s ent =3,5 s.
m
max
m
(5,4 1,1)
1,5 m/s
(4,0 1,1)
x
v
t
A ÷
= = =
A ÷
Opgave 40 In de vorige opgave is de snelheid op een aantal tijdstippen bepaald.
v(0) =0,5 m/s
v(5,1) =0 m/s
v(3,0 – 3,5) =1,5 m/s
Deze waarden kunnen voor het schetsen van de (v,t)-grafiek gebruikt worden.
Zie figuur 2.12.
Figuur 2.12
Opgave 41 a Zie figuur 2.13a.
C
lic
k
t
o
b
u
y
N
O
W
!
P
D
F
-XCHAN
G
E
w
w
w
.d
o
c u-t r ac
k
.c
o
m
C
lic
k
t
o
b
u
y
N
O
W
!
P
D
F
-XCHAN
G
E
w
w
w
.d
o
c u-t r ac
k
.c
o
m
Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal
UITWERKINGEN OPGAVEN HAVO HOOFDSTUK 2 13 van 34
Figuur 2.13a Figuur 2.13b
De verplaatsing in een tijdinterval is gelijk aan de oppervlakte onder de
(v,t)-grafiek.
x =A

+A

=5 ×4 +
1
2
×3,0 ×6,0 =20 +9,0 =29 m
b Zie figuur 2.13b.
Bepaal met behulp van de oppervlaktemethode voor een aantal geschikte
tijdstippen de plaats (zie onderstaande tabel) en teken het (x,t)-diagram (zie
figuur 2.13c).
Figuur 2.13c
t (s) x (m) x (m)
0 0
1 A
1
4
2 A
1
+A
2
8
3 A
1
+A
2
+A
3
13
4 A
1
+A
2
+A
3
+A
4
20
5 A
1
+A
2
+A
3
+A
4
+A
5
29
Opgave 42 a De totale afstandx
totaal
die de puls aflegt, is de afstand van de politieauto tot de
personenauto (heenwegx
heen
) +de afstand van de personenauto tot de
politieauto (terugwegx
terug
)
÷ x
totaal
=x
heen
+x
terug
=60 +60 =120 m
C
lic
k
t
o
b
u
y
N
O
W
!
P
D
F
-XCHAN
G
E
w
w
w
.d
o
c u-t r ac
k
.c
o
m
C
lic
k
t
o
b
u
y
N
O
W
!
P
D
F
-XCHAN
G
E
w
w
w
.d
o
c u-t r ac
k
.c
o
m
Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal
UITWERKINGEN OPGAVEN HAVO HOOFDSTUK 2 14 van 34
b
totaal
8
totaal
7
8
120 m
2,99792458 10 m/s
120 m
4,0 10 s
2,99792458 10 m/s
x
x v t t
x
t v
c
x
t
v c
÷
¹
= · ÷ =
¦
÷ = =
¦
·
` =
¦
÷ = ·
¦
= = ·
)
c De afstand tussen de twee auto’s wordt bepaald door de afstand die door de
tweede puls wordt afgelegd:
x
tweedepuls
=c t =2,99792458 10
8
×4,5 10
–7
=134,9 m.
De puls legt in deze tijd een afstand tussen beide auto’s twee keer af, één keer
heen +één keer terug. De afstand tussen beide auto’s is nu
134,9
2
=67,5 m.
d De afstand tussen de personenauto en de politieauto was bij de eerste puls
60 m. De afstand tussen beide auto’s is bij de tweede puls dus toegenomen met
67,5 – 60 =7,5 m.
De tijd tussen de twee pulsen is 0,20 s.
Het snelheidsverschil tussen beide auto’s is bij de tweede puls:
7,5
0,2
=37,5 m/s =135 km/h.
De snelheid van de personenauto is bij de tweede puls 80 +135 =215 km/h.
2.4 Eenpari g versnel de bewegi ng (deel 1)
Opgave 46
eind begin 2
eind begin
18 10
1,6 m/s
5,0
v v
v
a
t t t
÷
A ÷
= = = =
A ÷
Opgave 47
begin
eind begin eind begin
2
eind
15 km/h 4,17 m/s
0,80 3,0 2,4 m/s
3,0 s
4,17 2,4 1,77 m/s 6,4 km/h
0,80 m/s
v
v
a v a t
t
t v v v v v v
v
a
A
= = ¹
= ÷ A = · A = ÷ × = ÷
¦
A
¦
A = A = ÷ ÷ = + A
`
¦
¦ ÷ = ÷ = =
= ÷
)
Opgave 48
eind begin 2
eind begin
(12) (0) 20,4 0
1,7 m/s
12 0 12
v v
v v v
a
t t t
÷
A ÷ ÷
= = = = =
A ÷ ÷
Opgave 49
eind begin 2
eind begin
(4,2) (0) 0 33,6
8,0 m/s
4,2 0 4,2
v v
v v v
a
t t t
÷
A ÷ ÷
= = = = = ÷
A ÷ ÷
De vertraging is dus 8,0 m/s
2
.
Opgave 50
eind
2 eind
begin
100 km/h 27,8 m/s
27,8
0,0 km/h 0,0 m/s 3,5 m/s
8,0
8,0 s
v
v v
v a
t t
t
¹ = =
A ¦
= = = = = =
`
A A
¦
A =
)
Opgave 51
3
3
eind 2
2
8,0 km/s 8,0 10 m/s
8,0 10
2,7 10 s
30
30 m/s
v
v v
a t
t a
a
¹ = = ·
A A · ¦
= ÷ A = = = ·
`
A
=
¦
)
C
lic
k
t
o
b
u
y
N
O
W
!
P
D
F
-XCHAN
G
E
w
w
w
.d
o
c u-t r ac
k
.c
o
m
C
lic
k
t
o
b
u
y
N
O
W
!
P
D
F
-XCHAN
G
E
w
w
w
.d
o
c u-t r ac
k
.c
o
m
Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal
UITWERKINGEN OPGAVEN HAVO HOOFDSTUK 2 15 van 34
Opgave 52
begin
eind begin
eind
2
120 km/h 33,3 m/s
0,0 33,3
0,0 m/s 6,4 s
5,2
5,2 m/s
v
v v
v v
v a t
t a a
a
= = ¹
÷
A A ÷ ¦
= = ÷ A = = = =
`
A ÷
¦
= ÷
)
Opgave 53 a
begin
eind begin 2
eind
54 km/h 15 m/s
25 15
90 km/h 25 m/s 2,5 m/s
4,0
4,0 s
v
v v
v a
t
t
= = ¹
÷
÷ ¦
= = ÷ = = =
`
A
¦
A =
)
b Zie figuur 2.14.
Figuur 2.14 Figuur 2.15a Figuur 2.15b
c Eerste manier
Zie figuur 2.15a.
De afgelegde weg is:
A
1
+A
2
=4 ×15 +
1
2
×4 ×10 =80 m
gem
80
20 m/s
4,0
v ÷ = =
Tweede manier
Zie figuur 2.15b.
v
begin
=15 m/s
v
eind
=25 m/s
v
gem
=20 m/s
Opgave 54 Zie figuur 2.16.
Figuur 2.16
C
lic
k
t
o
b
u
y
N
O
W
!
P
D
F
-XCHAN
G
E
w
w
w
.d
o
c u-t r ac
k
.c
o
m
C
lic
k
t
o
b
u
y
N
O
W
!
P
D
F
-XCHAN
G
E
w
w
w
.d
o
c u-t r ac
k
.c
o
m
Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal
UITWERKINGEN OPGAVEN HAVO HOOFDSTUK 2 16 van 34
a De versnelling is gelijk aan de steilheid van de (v,t)-grafiek.
De steilheid verandert.
b De steilheid van de (v,t)-grafiek neemt af.
2.5 Eenpari g versnel de bewegi ng (deel 2)
Opgave 59 a
begin
eind begin 2
eind
0,0 m/s
27,8
100 km/h 27,8 m/s 3,1 m/s
8,9
8,9 s
v
v v
v a
t
t
= ¹
÷
¦
= = = = =
`
A
¦
A =
)
b Eerste manier
2 2 2
1 1
2 2
3,1 8,9 1,2 10 m x a t = · · = × × = ·
Tweede manier
gem
2
gem
13,9 8,9 1,2 10 m
27,8
13,9 m/s
2
x v t
x
v
= · A ¹
¦
÷ = × = ·
`
= =
¦
)
Opgave 60 Eerste manier
2 2 3
300 km/h 83,3 m/s
83,3
208 s
0,40
1 1
0,40 208 8,7 10 m 8,7 km
2 2
v
v
v a t t
a
x a t
= =
= · ÷ = = =
= · · = × × = · =
Tweede manier
eind
3
gem
gem
300 km/h 83,3 m/s
83,3
208 s
0,40
41,7 208 8,7 10 m 8,7 km
83,3
41,7 m/s
2
v
v v
a t
t a
x
x v t
v
= = ¹
¦
A A
¦
= ÷ A = = =
A ¦
÷ = × = · =
`
= · A
¦
¦
¦ = =
)
Opgave 61 Zie figuur 2.17.
De remafstand x is de oppervlakteA:
2
1
2
60 30 9,0 10 m. A = × × = ·
C
lic
k
t
o
b
u
y
N
O
W
!
P
D
F
-XCHAN
G
E
w
w
w
.d
o
c u-t r ac
k
.c
o
m
C
lic
k
t
o
b
u
y
N
O
W
!
P
D
F
-XCHAN
G
E
w
w
w
.d
o
c u-t r ac
k
.c
o
m
Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal
UITWERKINGEN OPGAVEN HAVO HOOFDSTUK 2 17 van 34
Figuur 2.17
Opgave 62 Zie figuur 2.18.
Figuur 2.18
a Eenparig versneld: in het tijdsinterval [0 s; 3 s] en het tijdsinterval [15 s; 17 s].
Eenparig vertraagd: in het tijdsinterval [5 s; 7 s] en het tijdsinterval [17 s; 19 s].
b De snelheidstoename is even groot als de snelheidsafname en de lengte van de
tijdsintervallen is gelijk.
c De lift heeft 3,0 s nodig om de maximale snelheid te bereiken. Vanaf t =15,0 s
gaat de lift maar 2,0 seconden omlaag.
d De afgelegde weg is de totale oppervlakteA
totaal
tussen de horizontale as en de
(v,t)-grafiek.
totaal 1 2 3 4 5
4,5 6 4,5 2 2 19 m A A A A A A = + + + + = + + + + =
Opgave 63 a Zie figuur 2.19a en b.
Figuur 2.19a Figuur 2.19b
C
lic
k
t
o
b
u
y
N
O
W
!
P
D
F
-XCHAN
G
E
w
w
w
.d
o
c u-t r ac
k
.c
o
m
C
lic
k
t
o
b
u
y
N
O
W
!
P
D
F
-XCHAN
G
E
w
w
w
.d
o
c u-t r ac
k
.c
o
m
Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal
UITWERKINGEN OPGAVEN HAVO HOOFDSTUK 2 18 van 34
A A
A
A B
B
B
A
B
B
4
4 4 8 6
Zie figuur 2.19a:
6 3 6 3
8
3
Zie figuur 2.19b:
32 16
8
1,77
18 9
v a
a
t a
v
a
a
t
a
¦ ÷ | |
| ¦
A ÷ ¹ | | | |
\ .
= = ¦ = = ÷ ×÷
| | ¦
A ÷ | |
¦ ¦ \ . \ .
÷
| ` ´
\ . A ÷
¦ ¦
= =
¦ ¦
A
)
= = =
¦
¹
b Zie figuur 2.19c en d.
Figuur 2.19c Figuur 2.19d
1
A A 2
A
1
B B B 2
Zie figuur 2.19c: 6 4 12
12 1
1
12 1 Zie figuur 2.19d: 8 3 12
x A
x
x x A
A = = × × = ¹
A
÷ = = =
`
A A = = × × =
)
Opgave 64 a Nee, een (v,t)-diagram zegt niets over de plaatsx.
b Zie figuur 2.20a en b.
Figuur 2.20a Figuur 2.20b
3
1
A 1 2 2
3
1
B 3 4 2
A B
Zie figuur 2.20a: 40 20 50 40 1,8 10 m
Zie figuur 2.20b: 50 30 20 30 1,8 10 m
x A A
x A A
x x
¹ A = + = × + × × = ·
¦
`
A = + = × + × × = ·
¦
)
÷ A = A
c 1 Opt =0 s is de snelheid van A hoger dan de snelheid van B. Dan wordt B
door A ingehaald. Dus B haalt opt =70 s A in.
2 Vlak voor t =70 s is de snelheid van A hoger dan de snelheid van B.
Opgave 65
gem
gem
50 km/h 13,9 m/s
13,9
6,95 m/s 6,95 0,03 0,21 m
2
v
v x
x v t
= = ¹
¦
¦
= = ÷ = × =
`
¦
= · A ¦
)
C
lic
k
t
o
b
u
y
N
O
W
!
P
D
F
-XCHAN
G
E
w
w
w
.d
o
c u-t r ac
k
.c
o
m
C
lic
k
t
o
b
u
y
N
O
W
!
P
D
F
-XCHAN
G
E
w
w
w
.d
o
c u-t r ac
k
.c
o
m
Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal
UITWERKINGEN OPGAVEN HAVO HOOFDSTUK 2 19 van 34
2.6 Het gebrui k van formul es en di agrammen
Opgave 66 Eerste manier
2
1
2
x a t = · · invullen levert:
2 2
1
2
20 4,0 8,0 2,5 m/s
2,5 4,0 10 m/s
a a a
v a t
= × × = · ÷ =
= · = × =
Tweede manier
gem gem gem
eind gem
eind begin
eind
gem begin gem
20 4,0 5,0 m/s
2 10 m/s
( )
; 0,0 m/s
2 2
x v t v v
v v
v v
v
v v v
= · A ÷ = × ÷ = ¹
¦
÷ = × =
` ÷
= = ÷ =
¦
)
Opgave 67
top begin
gem
2 2 2
1 1
2 2
top begin
eind begin 2
gem gem
72 km/h 20 m/s; 0,0 m/s
100 10 10 s
100 10 2,0 m/s
( )
20
( )
20 10 m/s
of 2,0 m/s
2 2
10
v v
x v t t t
x a t a a
v v
v v
v v v
a
t t
= = = ¹
= · A ÷ = ×A ÷ A =
¦
¦
÷ = · · ÷ = × × ÷ =
`
÷
¦
÷
A = ÷ = =
¦
= = = =
)
A A
Opgave 68
begin
3
gem
eind
eind begin 2
gem
216 km/h 60,0 m/s
1,8 10 30,0 60 s
0,0 m/s
( )
60,0
1,0 m/s 60,0
30,0 m/s 60
2
v
x v t t t
v
v v
v
a
v t t
= = ¹
= · A ÷ · = ×A ÷ A =
¦
¦
=
÷
÷ `
A
= = = =
¦
÷ = = A A
¦
)
Opgave 69
begin eind
gem
gem
eind begin
90 km/h 25 m/s; 0,0 m/s
25
12,5 m/s
2
12,5 0,083 1,0 m
( )
25
0,083 s
300
v v
v
x v t
v v
v v
a t
t a a
t
¹ = = = ¹
¦
¦
`
¦
÷ = =
¦
¦
)
¦
÷ = · A = × =
` ÷ ¹ A A
= ÷ A = =
¦
¦
¦
A
¦
`
¦
¦
÷ A = =
¦
¦
) )
De oplossingen van de opgaven 66 t/m 69 met de TI en Solver
Opgave 66 Rintje schaatst de eerste 20 m van een sprint in 4,0 s ÷ x(4,0) =20 m;
t =4,0 s
Zijn beweging is eenparig versneld÷ x(t) =
1
2
a t
2
en v(t) =a t.
Bereken de snelheid die hij na 4,0 s heeft ÷ v(4,0) =?
Stap 1:
J e weet de versnelling a en de snelheid v niet. J e moet de snelheid
uitrekenen, dus ga je eerst een vergelijking maken waarina niet meer
voorkomt en x, v en t wel.
C
lic
k
t
o
b
u
y
N
O
W
!
P
D
F
-XCHAN
G
E
w
w
w
.d
o
c u-t r ac
k
.c
o
m
C
lic
k
t
o
b
u
y
N
O
W
!
P
D
F
-XCHAN
G
E
w
w
w
.d
o
c u-t r ac
k
.c
o
m
Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal
UITWERKINGEN OPGAVEN HAVO HOOFDSTUK 2 20 van 34
¹ = · ·
¦
÷ = · · = · · ÷ = ÷ · ·
`
= · ÷ =
¦
)
2
1
2
2 1 1 1
2 2 2
0
x a t
v
x t v t x v t
v
t
v a t a
t
Stap 2:
Druk op MATH 0.
Op de bovenste regel van de display moet komen te staan:
EQUATION SOLVER (VGL OPLOSSER) eqn:0=
(Let op: als deze regel er niet staat, moet je nog een keer op drukken. Dit is
het geval als de Solver al eerder gebruikt is. Staat er achter eqn:0=een
formule, dan wis je deze formule met CLEAR.)
Voer de formule in.
Figuur 2.21a Figuur 2.21b
In figuur 2.21a zie je het scherm van je GR na het invoeren van de formule.
Druk op ENTER of op . Vul voor X 20 en voor T 4 in.
Vul een willekeurige waarde voor V in, en zet de cursor achter dit getal.
Om het zoeken naar de juiste waarde van V te starten, druk je op ALPHA
SOLVE (SOLVE staat in het groen boven de knop ENTER). In figuur 2.21b
zie je het resultaat: v =10 m/s.
Opgave 67 Een antilope haalt een snelheid van 72 km/h ÷ = =
72
20 m/s
3,6
v
Na de start heeft de antilope 100 m nodig om deze topsnelheid te bereiken,
dus x =100 m.
Bereken de versnelling.
Stap 1:
De beweging is eenparig versneld: x(t) =
1
2
a t
2
en v(t) =a t.
J e weet de tijd en de versnelling niet. J e moet de versnelling uitrekenen, dus
ga je eerst een vergelijking maken waarin t niet voorkomt en x, v en a wel.
¹ = · ·
¦ | |
÷ = · · = · ÷ = ÷ ·
`
|
= · ÷ = \ .
¦
)
2
1
2
2 2 2
1 1 1
2 2 2
0
x a t
v v v
x a x
v
a a a
v a t t
a
Stap 2:
Voer de formule in.
C
lic
k
t
o
b
u
y
N
O
W
!
P
D
F
-XCHAN
G
E
w
w
w
.d
o
c u-t r ac
k
.c
o
m
C
lic
k
t
o
b
u
y
N
O
W
!
P
D
F
-XCHAN
G
E
w
w
w
.d
o
c u-t r ac
k
.c
o
m
Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal
UITWERKINGEN OPGAVEN HAVO HOOFDSTUK 2 21 van 34
Figuur 2.22a Figuur 2.22b
In figuur 2.22a zie je het scherm van je GR na het invoeren van de formule.
Druk op ENTER of op . Vul voor X 100 en voor V 20 in.
Vul een willekeurige waarde voor A in en zet de cursor achter dit getal.
Om het zoeken naar de juiste waarde van A te starten, druk je op ALPHA
SOLVE. In figuur 2.22b zie je het resultaat: a =2,0 m/s
2
.
Opgave 68 Op het moment dat een Boeing 737 aan de landing begint, is zijn snelheid
216 km/h ÷ v =
216
3,6
=60 m/s. Bij die snelheid heeft het vliegtuig een
landingsbaan nodig met een lengte van 1,8 km, dus x =1800 m.
Het vliegtuig landt eenparig versneld. Bereken hoe groot de vertraging tijdens
het landen minstens moet zijn.
Stap 1:
De beweging is eenparig versneld: x(t) =
1
2
a t
2
en v(t) =a t. J e weet de tijd
en de versnelling niet. J e moet de versnelling uitrekenen, dus ga je eerst een
vergelijking maken waarin t niet voorkomt en x, v en a wel.
¹ = · ·
¦ | |
÷ = · · = · ÷ = ÷ ·
`
|
= · ÷ = \ .
¦
)
2
1
2
2 2 2
1 1 1
2 2 2
0
x a t
v v v
x a x
v
a a a
v a t t
a
Stap 2:
Voer de formule in.
Figuur 2.23a Figuur 2.23b
In figuur 2.23a zie je het scherm van je GR na het invoeren van de formule.
Druk op ENTER of op . Vul voor X 1800 en voor V 60 in.
Vul een willekeurige waarde voor A in en zet de cursor achter dit getal.
Om het zoeken naar de juiste waarde van A te starten, druk je op ALPHA
SOLVE. In figuur 2.23b zie je het resultaat: a =1,0 m/s
2
.
C
lic
k
t
o
b
u
y
N
O
W
!
P
D
F
-XCHAN
G
E
w
w
w
.d
o
c u-t r ac
k
.c
o
m
C
lic
k
t
o
b
u
y
N
O
W
!
P
D
F
-XCHAN
G
E
w
w
w
.d
o
c u-t r ac
k
.c
o
m
Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal
UITWERKINGEN OPGAVEN HAVO HOOFDSTUK 2 22 van 34
Opgave 69 De kreukelzone van een auto is zo gemaakt, dat bij een botsing met een
snelheid van 90 km/h de vertraging nooit groter wordt dan 300 m/s
2
.
= =
90
25 m/s
3,6
v en a =300 m/s
2
Voor de berekening mag je aannemen dat de auto tijdens de botsing eenparig
vertraagd is. Bereken hoeveel meter de kreukelzone minimaal ingedrukt moet
kunnen worden.
Stap 1:
De beweging is eenparig versneld: x(t) =
1
2
a t
2
en v(t) =a t. J e weet de tijd
en de afstand niet. J e moet de afstand uitrekenen, dus ga je eerst een
vergelijking maken waarin t niet voorkomt en x, v en a wel.
¹ = · ·
¦ | |
÷ = · · = · ÷ = ÷ ·
`
|
= · ÷ = \ .
¦
)
2
1
2
2 2 2
1 1 1
2 2 2
0
x a t
v v v
x a x
v
a a a
v a t t
a
Stap 2:
Voer in je GR de formule in.
Figuur 2.24a Figuur 2.24b
In figuur 2.24a zie je het scherm van je GR na het invoeren van de formule.
Vul voor X een willekeurig getal in; voor V 25 en voor A 300. In figuur 2.24b
zie je het resultaat: x =1,0 m.
De oplossingen van de opgaven 66 t/m 69 met de CASIO en Solver
Opgave 66 Rintje schaatst de eerste 20 m van de sprint in 4,0 s ÷ x(4,0) =20 m;t =4,0 s
Zijn beweging is eenparig versneld: x(t) =
1
2
a t
2
en v(t) =a t.
Bereken de snelheid die hij na 4,0 s heeft.
Stap 1:
J e weet de versnelling a en de snelheid v niet. J e moet de snelheid
uitrekenen, dus ga je eerst een vergelijking maken waarina niet meer
voorkomt en x, v en t wel.
¹ = · ·
¦
÷ = · · = · · ÷ = · ·
`
= · ÷ =
¦
)
2
1
2
2 1 1 1
2 2 2
x a t
v
x t v t x v t
v
t
v a t a
t
Stap 2:
Ga naar
Druk op EXE F3 SOLV.
C
lic
k
t
o
b
u
y
N
O
W
!
P
D
F
-XCHAN
G
E
w
w
w
.d
o
c u-t r ac
k
.c
o
m
C
lic
k
t
o
b
u
y
N
O
W
!
P
D
F
-XCHAN
G
E
w
w
w
.d
o
c u-t r ac
k
.c
o
m
Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal
UITWERKINGEN OPGAVEN HAVO HOOFDSTUK 2 23 van 34
Op de bovenste regel van de display moet komen te staan: Eq:
(Let op: als de Solver al eerder gebruikt is, druk dan eerst op F2 DEL F1 om
de formule te wissen.)
Voer de formule in.
Figuur 2.25a Figuur 2.25b Figuur 2.25b
In figuur 2.25a zie je het scherm van je GR na het invoeren van de formule.
Druk op EXE. Vul voor X 20 en voor T 4 in.
Vul een willekeurige waarde voor V in en zorg dat de zwarte balk op de V
staat (zie figuur 2.25b). Om het zoeken naar de juiste waarde van V te starten
druk je op F6 SOLV. In figuur 2.25c zie je het resultaat: v =10 m/s.
Opgave 67 Een antilope haalt een snelheid van 72 km/h ÷ = =
72
20 m/s
3,6
v
Na de start heeft de antilope 100 m nodig om deze topsnelheid te bereiken:
x =100 m. Bereken de versnelling.
Stap 1:
De beweging is eenparig versneld ÷ x(t) =
1
2
a t
2
en v(t) =a t. J e weet de
tijd en de versnelling niet. J e moet de versnelling uitrekenen, dus ga je eerst
een vergelijking maken waarin t niet voorkomt en x, v en a wel.
¹ = · ·
¦ | |
÷ = · · = · ÷ = ·
`
|
= · ÷ = \ .
¦
)
2
1
2
2 2 2
1 1 1
2 2 2
x a t
v v v
x a x
v
a a a
v a t t
a
Stap 2:
Voer de formule in.
Figuur 2.26a Figuur 2.26b
In figuur 2.26a zie je het scherm van je GR na het invoeren van de formule.
Druk op EXE. Vul voor X 100 en voor V 20 in.
Vul een willekeurige waarde voor A in en zorg dat de zwarte balk op de A
staat. Om het zoeken naar de juiste waarde van A te starten, druk je op
F6 SOLV. In figuur 2.26b zie je het resultaat: a =2,0 m/s
2
.
C
lic
k
t
o
b
u
y
N
O
W
!
P
D
F
-XCHAN
G
E
w
w
w
.d
o
c u-t r ac
k
.c
o
m
C
lic
k
t
o
b
u
y
N
O
W
!
P
D
F
-XCHAN
G
E
w
w
w
.d
o
c u-t r ac
k
.c
o
m
Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal
UITWERKINGEN OPGAVEN HAVO HOOFDSTUK 2 24 van 34
Opgave 68 Op het moment dat een Boeing 737 aan de landing begint, is zijn snelheid
216 km/h ÷ v =
216
3,6
=60 m/s. Bij die snelheid heeft het vliegtuig een
landingsbaan nodig met een lengte van 1,8 km: x =1800 m.
Het vliegtuig landt eenparig versneld. Bereken hoe groot de vertraging tijdens
het landen minstens moet zijn.
Stap 1:
De beweging is eenparig versneld: x(t) =
1
2
a t
2
en v(t) =a t. J e weet de tijd
en de versnelling niet. J e moet de versnelling uitrekenen, dus ga je eerst een
vergelijking maken waarin t niet voorkomt en x, v en a wel.
¹ = · ·
¦ | |
÷ = · · = · ÷ = ·
`
|
= · ÷ = \ .
¦
)
2
1
2
2 2 2
1 1 1
2 2 2
x a t
v v v
x a x
v
a a a
v a t t
a
Stap 2:
Voer de formule in.
Figuur 2.27a Figuur 2.27b
In figuur 2.27a zie je het scherm van je GR na het invoeren van de formule.
Druk op EXE. (Als de formule er nog staat met de uitkomst van de vorige
opgave, druk dan op F1.) Vul voor X 1800 en voor V 60 in.
Vul een willekeurige waarde voor A in en zorg dat de zwarte balk op de A
staat. Om het zoeken naar de juiste waarde van A te starten druk je op
F6 SOLV. In figuur 2.27b zie je het resultaat: a =1,0 m/s
2
.
Opgave 69 De kreukelzone van een auto is zo gemaakt, dat bij een botsing met een
snelheid van 90 km/h de vertraging nooit groter wordt dan 300 m/s
2
. Dus
= =
90
25 m/s
3,6
v en a =300 m/s
2
Voor de berekening mag je aannemen dat de auto tijdens de botsing eenparig
vertraagd is. Bereken hoeveel meter de kreukelzone minimaal ingedrukt moet
kunnen worden.
Stap 1:
De beweging is eenparig versneld: x(t) =
1
2
a t
2
en v(t) =a t. J e weet de tijd
en de afstand niet. J e moet de afstand uitrekenen, dus ga je eerst een
vergelijking maken waarin t niet voorkomt en x, v en a wel.
¹ = · ·
¦ | |
÷ = · · = · ÷ = ·
`
|
= · ÷ = \ .
¦
)
2
1
2
2 2 2
1 1 1
2 2 2
x a t
v v v
x a x
v
a a a
v a t t
a
C
lic
k
t
o
b
u
y
N
O
W
!
P
D
F
-XCHAN
G
E
w
w
w
.d
o
c u-t r ac
k
.c
o
m
C
lic
k
t
o
b
u
y
N
O
W
!
P
D
F
-XCHAN
G
E
w
w
w
.d
o
c u-t r ac
k
.c
o
m
Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal
UITWERKINGEN OPGAVEN HAVO HOOFDSTUK 2 25 van 34
Stap 2:
Voer in je GR de formule in.
Figuur 2.28a Figuur 2.28b
In figuur 2.28a zie je het scherm van je GR na het invoeren van de formule.
Druk op EXE. (Als de formule er nog staat met de uitkomst van de vorige
opgave druk dan op F1.) Vul voor X 1800 en voor V 60 in.
Vul een willekeurige waarde voor A in en zorg dat de zwarte balk op de A
staat. Om het zoeken naar de juiste waarde van A te starten druk je op
F6 SOLV. In figuur 2.28b zie je het resultaat: x =1,0 m.
Opgave 70 Eerste manier (berekenen)
De stopafstand is de afstand afgelegd in de reactietijd +de remweg.
De afstand die wordt afgelegd in de reactietijd x
1
=v t
reactie
v =40 km/h =11,1 m/s; t
reactie
=0,60 s÷x
1
=11,1×0,60 =6,66 m
De remweg:
begin
2
rem
rem
rem
11,1 m/s
11,1 4,0 m/s
remtijd 2,78 s
4,0
v
a
t
v v
a t
t a
= ¹
¦
¦ =
÷ A = =
`
¦
A A
= ÷ A =
¦
A
)
2 gem
2
gem
remweg
5,55 2,78 15,4 m
11,1
5,55 m/s
2
x v t
x
v
A = · A ¹
¦
÷ A = × =
`
= =
¦
)
÷ de stopafstand x =x
1
+x
2
=6,66 +15,4 =22 m
Tweede manier (grafisch)
De remtijd:
begin
2
rem
rem
rem
11,1 m/s
4,0 m/s 11,1
remtijd 2,78 s
4,0
v
a
t
v v
a t
t a
= ¹
¦
= ¦
÷ A = =
`
A A
¦
= ÷ A =
¦
A
)
De stopafstand is de afstand afgelegd in de reactietijd plus de remweg.
Zie figuur 2.29.
De stopafstand x =A
1
+A
2
A
1
+A
2
=0,60 ×11,1 +
1
2
×2,78 ×11,1 =22 m
C
lic
k
t
o
b
u
y
N
O
W
!
P
D
F
-XCHAN
G
E
w
w
w
.d
o
c u-t r ac
k
.c
o
m
C
lic
k
t
o
b
u
y
N
O
W
!
P
D
F
-XCHAN
G
E
w
w
w
.d
o
c u-t r ac
k
.c
o
m
Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal
UITWERKINGEN OPGAVEN HAVO HOOFDSTUK 2 26 van 34
Figuur 2.29
Opgave 71 a De remweg is voor beide hetzelfde. De afstand die Nicole op Twan inloopt
tijdens het stoppen volgt uit haar reactietijd en haar snelheid.
v
Nicole
=40 km/h =11,1 m/s; haar reactietijd is 0,8 s÷ afstand afgelegd in haar
reactietijd is 11,1 ×0,8 =9 m. Nicole komt op 30 – 9 =21 m achter Twan tot
stilstand.
b Remafstand Twan:
begin
2
rem,Twan
rem
rem
11,1 m/s
4,0 m/s 11,1
remtijd Twan 2,78 s
4,0
v
a
t
v v
a t
t a
= ¹
¦
= ¦
÷ A = =
`
A A
¦
= ÷ A =
¦ A
)
Twan gem
Twan
gem
remweg Twan
5,55 2,78 15,4 m
11,1
5,55 m/s
2
x v t
x
v
A = · A ¹
¦
÷ A = × =
`
= =
¦
)
Remafstand Nicole:
begin
2
rem,Nicole
rem
rem
11,1 m/s
3,0 m/s 11,1
remtijd Nicole 3,70 s
3,0
v
a
t
v v
a t
t a
= ¹
¦
= ¦
÷ A = =
`
A A
¦
= ÷ A =
¦ A
)
Nicole gem
Nicole
gem
remweg Nicole
5,55 3,70 20,5 m
11,1
5,55 m/s
2
x v t
x
v
A = · A ¹
¦
÷ A = × =
`
= =
¦
)
De stopafstand van Nicole is de afstand afgelegd in de reactietijd +de remweg
van Nicole.
De afstand die wordt afgelegd in de reactietijd x
reactie,Nicole
=v t
reactie
v =11,1 m/s; t
reactie
=0,80 s÷x
reactie,Nicole
=11,1 ×0,80 =8,88 m
Nicole komt op:
30 +x
Twan
– (x
reactie,Nicole
+x
Nicole
) =30 +15,4 – (8,88 +20,5) =16 m achter
Twan tot stilstand.
C
lic
k
t
o
b
u
y
N
O
W
!
P
D
F
-XCHAN
G
E
w
w
w
.d
o
c u-t r ac
k
.c
o
m
C
lic
k
t
o
b
u
y
N
O
W
!
P
D
F
-XCHAN
G
E
w
w
w
.d
o
c u-t r ac
k
.c
o
m
Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal
UITWERKINGEN OPGAVEN HAVO HOOFDSTUK 2 27 van 34
Opgave 72
, )
begin
eind
gem
gem
90 km/h 25 m/s
54 km/h 15 m/s
20 4,0 80 m
25 15
20 m/s
2
4,0 s
v
v
x v t
v
t
= = ¹
¦
= =
¦
¦
÷ = · A = × =
` +
÷ = =
¦
¦
A = ¦
)
Opgave 73 Zie figuur 2.30a, b, c en d.
a De (v,t)-grafieken van eenparig versnelde/vertraagde bewegingen zijn niet
horizontale rechte lijnen.
Als de snelheid constant is, is de (v,t)-grafiek een horizontale lijn.
b Zie het (v,t)-diagram, figuur 2.30a.
tijdsinterval verplaatsing x (m)
[0,0 s; 12 s] A
1
=90
[12 s; 30 s] A
2
=270
[30 s; 50 s] A
3
=150
tijdstipt (s) plaatsx (m)
0 0
12 90
30 360
50 510
Zie figuur 2.30b.
De (x,t)-grafiek van eenparig versnelde beweging is een (halve) dalparabool.
De(x,t)-grafiek van eenparig vertraagde beweging is een (halve) bergparabool.
Als de snelheid constant is, is de (x,t)-grafiek een rechte lijn. De verplaatsing in
een tijdsinterval volgt uit de oppervlakte onder de (v,t)-grafiek. Als de snelheid
gelijk aan nul is, is de raaklijn aan de (x,t)-grafiek een horizontale lijn.
Figuur 2.30a
C
lic
k
t
o
b
u
y
N
O
W
!
P
D
F
-XCHAN
G
E
w
w
w
.d
o
c u-t r ac
k
.c
o
m
C
lic
k
t
o
b
u
y
N
O
W
!
P
D
F
-XCHAN
G
E
w
w
w
.d
o
c u-t r ac
k
.c
o
m
Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal
UITWERKINGEN OPGAVEN HAVO HOOFDSTUK 2 28 van 34
Figuur 2.30b
Figuur 2.30c
Figuur 2.30d
c Zie het (v,t)-diagram, figuur 2.30c.
eerste periode: 0,0 t 12 s
2 1
1
1
15
1,25 m/s
12
v
a
t
A
= = =
A
tweede periode: 12 t 30 s
a
2
=0,0 m/s
2
C
lic
k
t
o
b
u
y
N
O
W
!
P
D
F
-XCHAN
G
E
w
w
w
.d
o
c u-t r ac
k
.c
o
m
C
lic
k
t
o
b
u
y
N
O
W
!
P
D
F
-XCHAN
G
E
w
w
w
.d
o
c u-t r ac
k
.c
o
m
Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal
UITWERKINGEN OPGAVEN HAVO HOOFDSTUK 2 29 van 34
derde periode: 30 t 50 s
2 3
3
3
15
0,75 m/s
20
v
a
t
A ÷
= = = ÷
A
Zie (a,t)-diagram, figuur 2.30d.
De (a,t)-grafieken van eenparig versnelde/vertraagde bewegingen zijn
horizontale rechte lijnen.
Opgave 74 a Bepaal voor een aantal geschikte tijdstippen de plaats van de motor en de auto
(zie onderstaande tabel) en teken het (x,t)-diagram.
t (s) x
motor
(m) x
auto
(m)
0,0 0,0 0,0
3,0 58 14
6,0 117 54
9,0 175 122
12 233 203
15 292 284
18 350 365
21 408 446
24 467 527
27 525 608
30 583 689
Zie figuur 2.31.
De (x,t)-grafiek van de beweging van de motorrijder is een schuin oplopende
rechte.
Het eerste gedeelte van de (x,t)-grafiek van de beweging van de auto is een
(halve) dalparabool. Het tweede gedeelte is een schuin oplopende rechte.
b Zie antwoord a.
c Het snijpunt van de grafieken geeft de tijd en de plaats van beide voertuigen op
het tijdstip dat de auto de motor passeert ÷ t =16 s enx =3,1 10
2
m
C
lic
k
t
o
b
u
y
N
O
W
!
P
D
F
-XCHAN
G
E
w
w
w
.d
o
c u-t r ac
k
.c
o
m
C
lic
k
t
o
b
u
y
N
O
W
!
P
D
F
-XCHAN
G
E
w
w
w
.d
o
c u-t r ac
k
.c
o
m
Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal
UITWERKINGEN OPGAVEN HAVO HOOFDSTUK 2 30 van 34
Figuur 2.31
2.7 Vri j e val
Opgave 79 y(t) =
1
2
g t
2
=
1
2
×9,81 ×(2,0)
2
=20 m
Opgave 80 y(t) =
1
2
g t
2
, invullen levert:
3,2 =
1
2
×9,81 ×(t
3,2 m
)
2
÷ t
3,2 m
=0,808 s
0,2 =
1
2
×9,81 ×(t
0,2 m
)
2
÷ t
0,2 m
=0,202 s
De valtijd over de laatste 3,0 m: t =t
3,2 m
– t
0,2 m
=0,808 – 0,202 =0,61 s.
J e reactietijd is 0,3 s÷ je bent op tijd onder het rotsblok vandaan.
Opgave 81 y(t) =
1
2
g t
2
, invullen levert: 0,05 =
1
2
×9,81 ×t
2
÷ t =0,101 s
v =g t =9,81 ×0,101 =0,99 m/s
Opgave 82 v =a
g
t, invullen levert: 300 =9,71 ×t ÷ t =30,9 s
y(t) =
1
2
a
g
t
2
=
1
2
×9,71 ×(30,9)
2
=4,6 10
3
m =4,6 km
C
lic
k
t
o
b
u
y
N
O
W
!
P
D
F
-XCHAN
G
E
w
w
w
.d
o
c u-t r ac
k
.c
o
m
C
lic
k
t
o
b
u
y
N
O
W
!
P
D
F
-XCHAN
G
E
w
w
w
.d
o
c u-t r ac
k
.c
o
m
Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal
UITWERKINGEN OPGAVEN HAVO HOOFDSTUK 2 31 van 34
De skydiver begon zijn sprong uit de gondel van een luchtballon op een hoogte
van 27 +4,6 =32 km.
Opgave 83
gem val
eind begin
gem
( )
10,8
5,4 m/s
2 2
y v t
v v
v
= · ¹
¦
` ÷
= = =
¦
)
gem val val
gem
2
1
Mars 2
2
Mars 2 2
15,6
2,89 s
5,4
2 2 15,6
3,7 m/s
(2,89)
y
y v t t
v
y g t
y
g
t
¦
= · ÷ = = =
¦
¦
¦
÷ = · ·
´
¦
· ×
¦
÷ = = =
¦
¹
Opgave 84 v =40 km/h =11,1 m/s
v =g t, invullen levert: 11,1 =9,81 ×t ÷ t =1,13 s
y(t) =
1
2
g t
2
=
1
2
×9,81 ×(1,13)
2
=6,3 m
Opgave 85 a Zie figuur 2.32a.
Teken opt =0,0 s de raaklijn (rode lijn) en bepaal de steilheid van deze
raaklijn:
2 0
0 0
0
50
9,8 m/s
5,1
v
a a g
t
A
= = = ÷ =
A
÷ er is in de eerste seconde geen
wrijving.
Figuur 2.32a Figuur 2.32b
b Zie figuur 2.32a.
De eindsnelheidv
eind
=5,3 m/s.
v
eind
=gt invullen levert: 5,3 =9,81 ×t ÷t =0,54 s
y(t) =
1
2
g (t)
2
=
1
2
×9,81 ×(0,54)
2
=1,4 m
c In figuur 2.32a kun je aflezen dat opt =7,1 s de snelheid plotseling gaat
afnemen. Op dit tijdstip gaat de parachute open.
d Zie figuur 2.32b.
De zevende seconde is tussent =6 s ent =7 s.
Lees de snelheid af bij t =6 s, v
6
=43 m/s en bij t =7 s, v
7
=46 m/s.
2 7 6
6 7
(46 43)
3 m/s
7 6 1
v v v
a
t
÷
÷ A ÷
= = = =
A ÷
C
lic
k
t
o
b
u
y
N
O
W
!
P
D
F
-XCHAN
G
E
w
w
w
.d
o
c u-t r ac
k
.c
o
m
C
lic
k
t
o
b
u
y
N
O
W
!
P
D
F
-XCHAN
G
E
w
w
w
.d
o
c u-t r ac
k
.c
o
m
Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal
UITWERKINGEN OPGAVEN HAVO HOOFDSTUK 2 32 van 34
Figuur 2.32c Figuur 2.33
e Zie figuur 2.32c.
De verplaatsing is de oppervlakte onder de (v,t)-grafiek in het tijdsinterval
waarin het afremmen plaatsvindt:
y =A
1
+A
2
=
1
2
×(7,6 – 7,0) ×(46 – 20) +(7,6 – 7,0) ×20 =20 m.
g Tot t =7,1 s neemt de snelheid toe, de (hoogte, tijd)-grafiek daalt steeds
sneller.
In het tijdsinterval [7,1 s; 7,6 s] s neemt de snelheid sterk af, dus de
(hoogte, tijd)-grafiek gaat ineens minder snel dalen. Nat =9,5 s blijft de
snelheid constant, dus de (hoogte, tijd)-grafiek is recht. De grafiek loopt niet zo
steil, want de snelheid is nog maar 5,3 m/s. Zie figuur 2.33.
2.8 Eenpari ge ci rkel bewegi ng
Opgave 89 a De baansnelheid is met
2 r
v
T
· ·
= te berekenen als jer enT weet.
De omlooptijdT is 1 dag =24 ×3600 =86,40 10
3
s.
De straal van de aarde (equator) is in BINAS op te zoeken: r
aarde
=6,378·10
6
m.
De baansnelheid van Singapore:
6
Singapore 3
6,378 10
463,8 m/s
86,40 10
r
v
T
· · · × ·
= = =
·
b Nee, de lucht rond Singapore beweegt met ongeveer dezelfde snelheid als
Singapore zelf, tenminste als je weersinvloeden buiten beschouwing mag laten.
Opgave 90 a Aangezien de communicatiesatelliet boven de aarde ‘hangt’, verandert zijn
positie ten opzichte van het aardoppervlak niet. De omlooptijd van de satelliet
moet dan dezelfde zijn als die van de aarde. De omlooptijd van de aarde is
1 dag =24 uur.
b r
satelliet
=r
aarde
+de afstand van de satelliet tot het aardoppervlak
r
satelliet
=6,378 10
6
+35,7 10
6
=42,1 10
6
m
De baansnelheid van de satelliet:
6
6 satelliet
satelliet
aarde
42,110
3,06 10 m/s
24 3600
r
v
T
· · · × ·
= = = ·
×
C
lic
k
t
o
b
u
y
N
O
W
!
P
D
F
-XCHAN
G
E
w
w
w
.d
o
c u-t r ac
k
.c
o
m
C
lic
k
t
o
b
u
y
N
O
W
!
P
D
F
-XCHAN
G
E
w
w
w
.d
o
c u-t r ac
k
.c
o
m
Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal
UITWERKINGEN OPGAVEN HAVO HOOFDSTUK 2 33 van 34
Opgave 91 a 1800 omwentelingen per minuut =
1800
30,00
60
= omwenteling per seconde.
b 30,00 omwentelingen per seconde÷ 1 omwenteling in
3
1
33,33 10 s
30,00
÷
= ·
÷ T =3,333 10
–2
s
Opgave 92 a 1250 omwentelingen per minuut ÷ 1 omwenteling in
2
60
4,800 10 s
1250
÷
= ·
÷ T =4,800 10
–2
s
b De waterdruppel doorloopt een cirkelbaan met een straal van
1
2
50 25 cm 0,25 m. × = =
De baansnelheid van de druppel:
druppel 2
0,25
33 m/s.
4,800 10
r
v
T
÷
· · · ×
= = =
·
Opgave 93 a Bij een straal van 3,2 m hoort een baansnelheid van 2,0 m/s.
Uit
2 r
v
T
· ·
= volgt:
3,2
10 s.
2,0
r
T
v
· · · ×
= = =
b Het aantal rondjes van Iwan op het paard in 5,0 minuten (300 s) =
300
30.
10
=
c Zie figuur 2.34a.
Figuur 2.34a Figuur 2.34b
Boris (B) en Iwan (I) hebben voor het maken van één rondje dezelfde tijd
nodig (10 s). Maar Boris bevindt zich dichter bij de draaias van de draaimolen
dan Iwan. De rondjes die Boris maakt zijn dus kleiner dan de rondjes die Iwan
maakt. De afstand die Boris aflegt in die 5,0 minuten is kleiner dan de afstand
die Iwan aflegt.
d Zie figuur 2.34b.
Boris werpt het snoepje met een snelheid v
÷
in de richting van Iwan.
Op het moment van loslaten bezit het snoepje óók de baansnelheid van Boris
(
B
v
÷
). Deze snelheid is echter kleiner dan de baansnelheid van Iwan (
I
v
÷
).
Hierdoor zal het snoepje voor Iwan ‘achterblijven’.
Anders gezegd: voor Iwan buigt de baan van het snoepje naar achteren af.
C
lic
k
t
o
b
u
y
N
O
W
!
P
D
F
-XCHAN
G
E
w
w
w
.d
o
c u-t r ac
k
.c
o
m
C
lic
k
t
o
b
u
y
N
O
W
!
P
D
F
-XCHAN
G
E
w
w
w
.d
o
c u-t r ac
k
.c
o
m
Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal
UITWERKINGEN OPGAVEN HAVO HOOFDSTUK 2 34 van 34
Opgave 94 a Zie figuur 2.35 voor wat bedoeld wordt met de straal r.
Meet de straal r op in figuur 2.63 van het kernboek: r =2,6 cm.
In werkelijkheid isr =10 ×2,6 =26 cm =0,26 m.
b De stroboscoop gaf 25 flitsen per seconde.
De tijd tussen twee flitsen =
1
s
25
=0,040 s.
Zie figuur 2.35 voor wat bedoeld wordt met middelpuntshoek o.
Beschouw de eerste en de zevende afbeelding van de puck. Meet in figuur 2.63
van het kernboek de bijbehorende middelpuntshoek o op÷ o =170º.
Deze hoek is in 6 ×0,040 s =0,24 s afgelegd.
Een draaiing over 360° vindt dan plaats in
360
0,24 0,51 s 0,51 s
170
T × = ÷ =
÷ toerental =aantal omlopen per minuut =
2 1 1
60
1,2 10 min ( 2,0 s )
0,51
÷ ÷
= · =
c De baansnelheid van de puck:
puck
0,26
3,2 m/s.
0,51
r
v
T
· · · ×
= = =
Figuur 2.35
C
lic
k
t
o
b
u
y
N
O
W
!
P
D
F
-XCHAN
G
E
w
w
w
.d
o
c u-t r ac
k
.c
o
m
C
lic
k
t
o
b
u
y
N
O
W
!
P
D
F
-XCHAN
G
E
w
w
w
.d
o
c u-t r ac
k
.c
o
m
Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal

You're Reading a Free Preview

Download
scribd
/*********** DO NOT ALTER ANYTHING BELOW THIS LINE ! ************/ var s_code=s.t();if(s_code)document.write(s_code)//-->