P. 1
Behandeling en Interventies gericht op psychosociale problemen, leerproblemen en ontwikkelingsproblemen

Behandeling en Interventies gericht op psychosociale problemen, leerproblemen en ontwikkelingsproblemen

|Views: 18|Likes:
Published by Stuvia.com
Samenvatting van alle hoofdstukken van het boek, 'Behandeling en Interventies gericht op psychosociale problemen, leerproblemen en ontwikkelingsproblemen'. Ik heb veel in schema's gezet zodat de stof overzichtelijk wordt. Topics in apart bestand!
Samenvatting van alle hoofdstukken van het boek, 'Behandeling en Interventies gericht op psychosociale problemen, leerproblemen en ontwikkelingsproblemen'. Ik heb veel in schema's gezet zodat de stof overzichtelijk wordt. Topics in apart bestand!

More info:

Published by: Stuvia.com on Jul 19, 2013
Copyright:Traditional Copyright: All rights reserved
List Price: $6.40 Buy Now

Availability:

Read on Scribd mobile: iPhone, iPad and Android.
See more
See less

01/31/2014

$6.40

USD

pdf

Sections

  • Hoofdstuk 2; technieken gebruikmakend van operante conditionering
  • Hoofdstuk 3: Technieken zonder operante conditionering
  • Hoofdstuk 4; Therapie door middel van mediatie
  • Hoofdstuk 5; Therapie met spel
  • Hoofdstuk 6; Individuele therapie voor adolescenten
  • Hoofdstuk 7: Groepsgewijze therapie
  • Hoofdstuk 9: Interventie bij een crisis

Behandeling en Interventies gericht op psychosociale problemen, leerproblemen en ontwikkelingsproblemen

door

Emilie

De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal
Koop en Verkoop al je samenvattingen, aantekeningen, onderzoeken, scripties, collegedictaten, en nog veel meer..

www.stuvia.com

Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal

H1: het proces van de probleemgerichte gedragstherapie

Fases probleemgerichte therapeutische proces: (= empirische cyclus, holistische theorie kan worde bijgesteld) Hoofdfase 1: eerste onderzoeksfas e 1. Aanmelding en kennismaking 2. Probleeminventarisatie 3. Probleemdefiniëring Bij 2 &3: Centrale element moet hier worden gevonden, waarbij een verandering op dat gebied zal leiden tot verbetering in de gebieden die daarmee direct samenhangen.

Hoofdfase 2: Behandelingsf ase

4. 5. 6. 7.

Behandelplan Behandeling Evaluatie en afsluiting Boostersessies en follow-up

Waarom dit onderscheid? Deze probleemsamenh ang = Holistische theorie = Stagnaties in 5e fase (behandeling)

Zodat men niet te snel overgaat tot behandeling zonder goed te hebben onderzocht hoe dit samenhangt met andere problemen en belangrijke factoren Casusconceptualisatie of holistische theorie

Hypothese die door midden van de behandeling wordt getoetst Kunnen samenhangen met een grote angst voor verandering. Ook is het mogelijk dat 1 van de direct betrokkenen baat heeft bij het probleemgedrag van de cliënt en verandering dus probeert tegen te gaan. Verholpen  terug naar 2e, 3e en 4e fase.

Handelingsgeric hte gezamenlijke diagnostiek

Ouders en kinderen zelf het probleem mee onderzoeken. Zoeken samen met therapeut naar verklaringen en oplossingen bij stagnatie. Veer aandacht aan motiveringstechnieken en een toename van de zelfwerkzaamheid van de cliënt.

1. Kennis making.

Eerste onderzoeksfase Nadenken over wie het eerst wordt uitgenodigd en de voor- en nadelen van elke keuzemogelijkheid. *best degene uitnodigen die klacht of vraag heeft  meest

Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal

gemotiveerd en beste informatie verschaffen *Bij kinderen zijn dit vaak de ouders - kind jonger dan 11? Beide ouders komen - kind ouder dan 11? Kind ook uitgenodigd tegnzij uders liever eerst zonder het kind komen of als het kind liever alleen komt (ouders moeten dan wel toestemming geven) - kind 16? Geen toestemming van ouders nodig. Ouders of kinderen die zich ‘gestuurd’ voelen  verzetten zich tegen hulp en kunnen wantrouwend en bang zijn voor hulpverleners Ouders gescheiden beide ouders moeten toestemming geven  hoe zwaarder de strijd tussen 2 ouders, hoe moeilijker de startfase voor de therapeut. Stuur informatiefolders vooraf aan 1e afspraak Of wanneer je weet dat ouders gemotiveerd zijn  CBCL (ouders), TRF (leerkracht), YSR (kind ouder dan 11) *Daarnaast wordt ouders gevraagd lijsten in te vullen over ontwikkelingsamnese, huidige functioneren van het kind en over gedragskenmerken kind. *Gedragstherapeutisch interview, vragenlijsten en psychologisch onderzoek. 1e gesprek = kennismaking in brede zin. Hierbij wordt ouders gevraagd een paar recente voorvallen van het probleem te beschrijven. Gericht op 5 gebieden: 1. De inhoud van het probleem. Door middel van doorvragen moet de klacht zowel valide (belangrijk) als specifiek (meetbaar) worden gemaakt (concretiseren) 2. Aanvang, duur en verloop van de klacht 3. Beginmoment als oorzaak. Zijn er duidelijke begingebeurtenissen geweest? 4. Ernst en gevolgen. Hoe ernstig is het probleem en wat zijn de gevolgen voor het kind, de ouders en de omgeving? Welk gedrag hoort wel en niet bij een bepaalde ontwikkelingsfase? 5. Voorwaarden. Waardoor wordt het probleem uitgelokt? Kan het optreden van het probleem voorspeld worden? Bepalend voor het gedrag is welke kenmerken aanwezig moeten zijn om het wel of niet te laten plaatsvinden. Deze kenmerken worden uitlokkende inhiberende factoren genoemd. Zicht krijgen op vaardigheden ouders, communicatie- en afstemmingsmogelijkheden en hun kerncognities en schema’s. *Gedragstherapeutische behandeling via ouders, in de vorm van mediatietherapie en oudercursussen =gericht op

2. Problee minven tatisati e

B = gedrag A = Waarmee het begint C = waarmee het eindigt  vaak treedt al verandering op bij het meten van de beginsituatie (baseline). middelen en invalshoeken voor het behandelplan.Opvoedingsvisies worden stapsgewijs onderzocht (uitgedaagd) en irrationele ideeën en niet-helpende gedachten worden veranderd in gedachten die leiden tot effectiever gedrag. Neuropsychologisch onderzoek  medisch ziektebeeld hierdoor problemen? Persoonlijkheidsonderzoek  meer en sneller zicht op de belevingen van een kind dan vragenlijsten. Ook kan het helpen bij de vraag of de ouders of het kind centraal moeten staan bij de behandeling.)  visie van ouders op opvoeding (hun kerncognities en hun schema’s). Oude onaangepaste schema’s zijn belemmerende emotionele en cognitieve patronen. Zodat zij aangeven welk gedrag zij als meest moeilijk ervaren. Deze hulpmiddelen helpen bij het maken van een holistische theorie en het kiezen van vorm. het kind zich begrepen voelt en open zal staan voor wat de ouder wil bespreken of uitleggen = responsiviteit.com .De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Na probleeminve ntarisatie nog vragen? vergroting van de consequente opvoedingsvaardigheden. Hierbij moeten herhaalpatronen (valkuilen) worden betrokken.  ouders leren goed af te stemmen op hun kind en responsief te communiceren (ouder dient de woorden zo te kiezen dat de boodschap overkomt. Waar richten we de behandeling op? Samen met de ouders bepalen  ouders doen observatie met ABC-schema. die beginnen in de vroege ontwikkeling en zich het gehele leven herhalen.het verband tussen specifieke kenmerken in situaties (gebeurtenissen) en de daardoor automatisch optredende . Psychodiagnostisch onderzoek. zodat ze beter op elkaar kunnen afstemmen = reflectie. Ook spelobservatie is geschikt. Gezinssessie met een creatieve opdracht verschaft informatie over de rollen van de gezinsleden en de interactiepatronen in het gezin. gezinsdiagnostische sessie. Dit verklaart: . op deze manier kan de ouder het kind leren zich af te vragen wat de gevoelens en gedachten van anderen zijn.Stuvia. Werkmodel voor de holistische theorie (blz 32) G+G = G+G model. Omdat ouders en kind gemotiveerd worden. spelobservatie.Het verband tussen probleemgedrag en een positief gevolg (operante of instrumentele conditionering) .

Belangrijke voorvallen uit de leergeschiedenis (zoals de geboorte van een broertje of zusje of ernstig ziek zijn geweest).Stuvia.com . Burger Positieve stimuli (S+) Negatieve stimuli (S-) Die je kunt krijgen (+S) Of aan je voorbij ziet gaan (°S) . Op basis hiervan  kan men kiezen voor gedrag in soortgelijke situaties  dus cognitief proces. *Twee soort stimuli: 1. Stimulus die voorspelt dat op dit moment met het betreffende gedrag geen positief gevolg te bereiken valt. Stimulus die voorspelt dat op dit moment met het betreffende gedrag een positief gevolg kan worden bereikt. Leerprincipes. karaktertrekken) .Geaardheid van een kind .De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal emotionele reactie. ziekten.De gezinscontext (echtscheiding.Lichamelijke gesteldheid (kan invloed hebben op gedrag) . gevormd door het samengaan van gedachte-gevoel=gedrag in een wederzijdse beïnvloeding (klassieke of respondente conditionering) *Alles dat in de probleeminventarisatie naar boven is gekomen en mee kan verklaren waarom het kind nu op deze manier reageert kan worden weergegeven aan de linker kant van het model: . zelf te kiezen gedrag. *Het gaat om bewust. symbolen en terminologie Bij operante conditionering wordt gedrag geleerd op grond van te bereiken gevolgen. 2.Gebrek aan letsel (aangeboren handicap kan reacties op gebeurtenissen beïnvloeden).Genetische basis (erfelijke afwijkingen. allergische stoffen of stress .Gevoeligheid voor overprikkeling. inwonend dementerend familielid) . Er wordt kennis verworven over de relatie tussen gedrag en de beloning in een bepaalde situatie. .

Geschikt bij nietluisteren: het aantal keer wel luisteren wordt gedeeld door het totale aantal opdrachten = percentage. waarbij men heeft geleerd dat bij een bepaalde (conditionele of voorwaardelijke) stimulus. Deze veronderstellingen horen bij de gedachte component in het model van de klassieke conditionering. maar komen er automatisch gedachten en gevoelens op die niet bewust of zelfgekozen zijn. Klassieke conditionering  gaat dus om het leren van betekenissen. Meeste mensen willen hulp voor emotionele reacties die klassiek geconditioneerd zijn. Ratiomethode onderzoeken hoe vaak een kind in dezelfde soort situaties met het gedrag reageert. *De conditionele stimulus heeft een betekenis gekregen in de vorm van een kernovertuiging met bijbehorende veronderstellingen. In dit soort gevallen: reacties (responsen) zijn ontstaan door klassieke conditionering. Gedrag regelmatig voor.com .. Voor bepalen welk probleemgedrag het meest centraal staat  ouders moeten kind observeren (hoe vaak komt t voor en wat houdt het in stand?)  nodig om later te zien hoeveel verbetering er is opgetreden. Vaak: vermijdingsgedrag  even gevoel ontsnapt te zijn. bewust ingezet gedrag.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Klassieke conditionering De meeste hulpvragen betreffen geen zelfgekozen. maar op lange termijn  negatieve gevolgen. maar niet te vaak voorvallen tellen Gedrag veel voorkomt  vaste tijd aanhouden. Meestal zijn deze gebaseerd op heel vroege voorvallen.  dit is ontstaan doordat je geleerd hebt dat twee stimuli met elkaar verbonden zijn (S-Sleren). Dan treedt reactie niet eerst als gedrag op. automatisch de respons op komt die je had bij een eerdere (ongeconditionele) stimulus). .Stuvia. noteren wat gebeurt.

als…. UCS= oorspronkelijke nog ongeconditioneerde. Onderscheid in 7 aspecten: . ideeën en gedachten) .Interpersoonlijke relaties (interacties tussen cliënt en Functieanalys e Betekenisana lyse . zoals een verhaal met kenmerkende afloop (sequentieel verband.Stuvia. De betekenis kan in een metafoor naar voren komen of als voorspelling wat er zal gaan gebeuren.com . Waardoor wordt het gedrag bekrachtigd en in stand gehouden? positieve gevolgen wegen op tegen de negatieve gevolgen. Behandelings-overwegingen en verloop bij casus  blz 45-47 Holistische theorie  blz 48 BASIC-ID model (BehaviorAffectSensationImageryCognitionInterpersonalDrugs) = multimodale benadering voor het analyseren van probleemgedrag.Sensatie (zintuigelijk) . Informatie verzamelen door: observatie door ouders. Bij USS-UCR-representaties voelt iemand zich vast zitten in de beleving van iets bekends. vreugde. motorisch en verbaal) .Probleemde finiëring bij een casus Topografisch e analyse Kijken hoe het probleemgedrag er precies uitziet en in welke situatie het zich voor doet. onaangenaams. rollenspel tijdens het gesprek waarin probleemsequentie wordt voorgedaan (vooral bij oudere kinderen en adolescenten) Bij iets oudere kinderen: verbeeldingstechniek  situatie die problemen geeft wordt opgeroepen voor therapeut.Denken (opvattingen. Dan) *Optreden stimulus  oorspronkelijke gevoel en betekenis  ook neiging om als vanouds te handelen (Actietendens) toestand waarin men terecht komt heet ‘modus’.Gedrag (eenvoudig. complex. associatief en gevoelsmatig opgeroepen (referentieel verband). moet de gedachtecomponent nader bekeken worden  gevoelens. onvoorwaardelijke stimulus  vaak cues die lijken op of doen denken aan die vroegere gebeurtenissen om de betekenis van essentiële vroegere gebeurtenissen op te sporen.Verbeelding (visueel. Dit model doelt op een zo breed mogelijke benadering van het probleemgedrag.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal 3. verdriet en angst) . waaraan niet te ontspannen valt. USR= ongeconditioneerde respons. dromen en herinneringen) . gedachten en gedragsimpulsen worden automatisch.Affect (gevoelens als woede.

Medicatie (medicijngebruik. Een therapiesessie bevat vaak de volgende onderdelen: .Technieken verder oefenen (Doel = vergroting van de zelfwerkzaamheid van de cliënt).Ingaan op wat verder nog ter sprake moet komen .Stuvia. vastleggen in het ‘therapieboekje’: een dagboekje van de therapie. .De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal anderen) . maar er is wel een brede open blik nodig bij de probleemanalyse.Kort bijpraten over de afgelopen periode (eventueel een standaardmeting invullen) . welke stimuli de schema’s activeren. *Moet eenvoudig en concreet geformuleerd (blz. uiterlijk) Stallard Model voor aanvangsprobleemstelling: kan gebruikt worden als leidraad voor het uitvinden hoe gebeurtenissen uit de kindertijd samen met gezondheidsproblemen en gezinskenmerken. Weishaar Behandelplan en behandelcont ract Behandelfase Gestelde doelen en gekozen technieken moeten logisch voortvloeien uit verschillende analyses en uit de holistische theorie.Bespreken van het huiswerk (Hemans. de ontstaansredenen en de centrale herinneringen of beelden uit de kindertijd. fysiologische symptomen en gedrag.Als afsluiting het kind laten kiezen voor spelen in de spelkamer of samen een spelletje doen . lichamelijke conditie. Integreren van referentiekaders en invalshoeken om optimaal af te kunnen stemmen op een specifiek probleemstelling bij een specifieke cliënt.51 voorbeeld). Behandeling en stagnaties . veronderstellingen en automatische gedachten met bijbehorende gevoelens.com . Eelen en Orlemans noemen dit thuiswerk = dat wat je thuis aan het probleem kunt doen) . leiden tot kernovertuigingen.Een verslag maken met alle relevante gegevens van de onderdelen van de sessie. . Klosko. Afstemming hoeft niet te leiden tot minder evidence based of minder efficiënt behandelen. geoefend of gespeeld is. Met ouders en kind behandel plan bespreken en vragen of ze hiermee akkoord gaan.Dat wat besproken. de ernst en de copingreacties en modi zijn. Young. Casusconceptualisering: in kaart brengen wat het huidige probleem is. zodat het centrale element eerder zichtbaar wordt.

Vergroot de mate van controle die het kind over zijn omgeving heeft door middel van zelfcontroleprocedures. Afsluiting: ritueel.Stuvia. maar ook daarbuiten worden bekrachtigd.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Als er tijdens de behandeling geen of te weinig vooruitgang optreedt. of nieuwe gezinstekening.Varieer oefensituaties en bekrachtigers .com . waarna elke oorzaak zal worden toegelicht. Soms diploma.Verminder geleidelijk de frequentie van de sessie (na 3 maanden boostersessie en na 6 maand follow-up) . is het van belang naar oorzaken en oplossingen te zoeken. Kind vragen zichzelf voor en na de therapie te tekenen. Kind mag zelf weten wat het nog eens wil doen of bespreken.Doelgedrag moet niet alleen binnen de therapie. Kind moet zichzelf leren belonen. Allereerst zullen zulke mogelijke oorzaken schematisch worden weergegeven. Evaluatie en afsluiting *Welke veranderingen zijn in het probleemgedrag opgetreden en kunnen deze veranderingen worden toegeschreven aan de behandeling? (elke sessie) *Zal het bereikte resultaat blijven bestaan? Is er genoeg generalisatie in plaats en tijd bereikt? (eindevalatie) Dus kunnen de ouders en het kind datgene wat in de therapie is geleerd op eigen kracht doorzetten in andere situaties? Boostersessies en follow-up Maximale generalisatie bevorderen door: . . Omgeving van het kind moet dus ook worden betrokken (door mediatietherapie kunnen generalisatieproblemen worden voorkomen) . Stagnatie kan verschillende oorzaken hebben.

Achtergronden . Metingen 5.Ontwikkeling . middelen en de reactie van de cliënt - . Literatuur 3. Besproken en geanalyseerd worden. Testdiagnostiek  voor onderbouwen van de diagnose en behandeling en voor het bepalen van het behandeleffect *Keuze voor test beargumenteren Mechanismen voor ontstaan en in stand houding probleemgedrag logisch en relevant beschreven. Sommige tekorten zijn niet te verhelpen (leerprobleem) deze bekrachtiging eerst zichtbaar maken. behandeling protocollair. Behandelpla Behandelsetting Aanmeldingsprocedures Intake Indicatiestelling Matching Taxatie: anamnestische gegevens. Tempo therapie verlaagd. verschillende modificatieprocedures N = 2  Twee behandelingen van elk 10 sessies  problematiek eenvoudiger.Samenhang van klachten en probleemgedragingen . Soms motivatie op gang door starten met datgene wat de cliënt zelf wil veranderen.Stuvia. relevante procesvariabelen.com . Hierin: doelstellingen. Beargumenteren keuze voor het eerst te behandelen probleemgedrag. Probleemsa menhang en probleemsel ectie 4. Gedragsanal yse 6.Aanmeldingsklacht en hulpvraag . eerst ontbrekende aanleren.Interactionele aspecten Kritische bespreking van de gedragstherapautische literatuur over de klachten. N=1  Minstens 20 sessies + complexe problematiek. hierdoor Wordt het behandelbaar.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Motivatieproblem en Gebrek vaardigheden Bekrachtiging van het probleem door anderen Interactieproblee m onvoldoende duidelijk welke winst er te behalen is. DSM-IV classificatie . Het proces van het schrijven van een N=1 studie. het probleemgedrag en zinvolle behandelingsmethoden  voorlopige hypothesen over het onstaan en in stand blijven van de problemen en over de effecten van interventies In vorm holistische theorie of casusconceptualisatie  voorlopige theorie over probleemontwikkeling met een logische probleemsamenhang. Probleeminv entarisatie 2. Max 40 pagina’s 1.

com . procesgang. Evaluatie op het behandelplan Aantal sessies.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal n 7.Stuvia. veranderingen in het probleemgedrag en werkzame elementen. Verloop van de uitvoering van het behandelpla n 8. tijdsverloop. technieken en interventies. Samenvattin g Tussen en eind metingen. *terugval prevalentie *Cliënt-therapeutinteractie * Kritisch reflecteren op behandeling en literatuur - . *voorbeelden en denkproces wordt inzichtelijk 9.

Vinden van uitzonderingen op het probleem . Moet haalbaar en motiverend zijn. Aantal voordelen: 2e fase 3e fase.Gebruik van schaalvragen .Vinden van hulpbronnen en competenties . hulpbronnen. waar zit u dan nu? Niet over probleem gedrag.totstandkoming van de verbeteringen en het eigen aandeel van de ouders en het kind daarin. Kennismaking Therapeut gericht op positieve aspecten van het kind. competenties en vooruitgang. uitvoering en evaluatie Wanneer . oplossingen. . Vraagt wat er voor het probleem in de plaats moet komen. totdat ze voldoende vertrouwen hebben om weer op eigen benen verder te kunnen. .Schaalvraag naar vooruitgang (ouders en kind bepalen zelf of en wanneer ze terug willen komen en wanneer goed genoeg) . maar over gewenst gedrag. In de oplossingsgerichte therapie wordt vooral gezocht naar situaties waarin het doelgedrag al voorkomt of situaties waarin het probleemgedrag er niet of minder is. opstellen behandelplan 6e fase.Geven van complimenten Aandacht aan de vraag: wat is er anders of beter? . Wordt gevraagd naar tevredenheid over het gesprek. basismetingen 4e fase.Gedurende het gesprek wordt de cliënt door middel van een positieve prikkel bekrachtigd om te praten over doel.Construeren van een hypothetische oplossing (fantasie van het bereikte doel) .Cliëntsysteem wordt expliciet uitgenodigd therapeutgedrag te shapen. .Is er al iets veranderd sinds aanmelding Pretreatment change = zelf al vorm van positieve actie ondernomen Simpelste basismeting = schaal naar vooruitgang. .Stuvia. Door middel van: .Met die informatie wordt in een vaak korte therapie oplossingsgericht verder gewerkt. Als 10 betekent dat je je doel bereikt hebt en 1 betekent het probleem op zijn ergst.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Oplossingsgerichte gedragstherapeutische proces. Het proces van oplossingsgerichte gedragstherapie verschilt in een aantal opzichten van het probleemgerichte gedragstherapie. Hierop wordt aandacht gericht want kan dat het versterkt hierdoor. Keuze maken met betrekking tot het doel. functienanalyse 5e fase.com . Doel is: ouders en het kind te helpen ervaren dat ze zelf iets kunnen doen om de situatie te verbeteren. de ouders en de situatie.

 Dus vragen naar uitzonderingen en naar hypothetische oplossingen Volgens de beslisboom van het 1e expertsysteem.  Therapeut schept context waarin verandering mogelijk wordt  zorgt voor goede samenwerkingsrelatie.geen toekomstige oplossing in gedragstermen geformuleerd kan worden (hypothetische oplossing) Oplossingsgericht 3 vuistregels: . Blijkt uit de uitzonderingen op het probleem (verborgen wondertjes).geen uitzonderingen zijn . Briefer 1: Pas probleemgericht gaan werken wanneer: .Stuvia.Gemiddeld hetzelfde resultaat als bij de probleemgerichte benadering in iets minder sessies.nog geen verbetering voor de intake .Even effectief voor mensen met een lager SES als voor mensen met een hogere SES .Geschikt voor cliënten die nog in een (pre)contemplatiefase van verandering zijn en nog niet klaar zijn om al over te gaan tot actie. Pretreatment change of al bewuste herhaalbare uitzonderingen? Dan oplossingsgericht.Respecvolle en empowering werkwijze . biedt hoop en bevordert creativteit (brainstorming ipv blamestorming).com . gedetailleerde vragen en beloningen van de therapeut spraken de cliënten vaker over oplossingen.  Niet kijken naar aard van het probleem maar in de aard van de oplossing  Open vragen stellen of vragen waarop ‘ja’ geantwoord kan worden (yesset)  Vraag herformuleren als cliënt ‘maar’ zegt  Taak is: ontdekken wat cliënt al goed doet.leidt tot minder burn-outs bij therapeuten . Achtergrond van de oplossingsgerichte therapie OP de Brief Family Therapy Center in Milwaukee onderging het eerdere model van Watzlawick Weakland en Fish een verandering van probleemgericht naar oplossingsgericht. verandering en hulpbronnen.Als iets werkt. .  Doel huiswerk: meer succeservaringen bezorgen  Complimenten van therapeut bestaan uit herlabelen  woede is teken van zorg  Uitgangspunt: cliënt heeft begin van oplossing al.Repareer niets wat niet kapot is . doe er meer van . Door uitlokkende vragen.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal oplossingsgerich t werken? .

in interactionele termen en klein. worden vaak door een ander naar de therapeut gestuurd. .lijst ontstaan van wat cliënt en therapeut moeten gaan doen: het vervangen van de niet-werkende oplossingspogingen door betere oplossingspogingen. .Als iets niet werkt. Klagers of zoeker Klanten of Kopers Briefer 2. . Nog niet bereid zelf aan het probleem te werken Mogelijke huiswerkopdracht zou kunnen zijn om te observeren wat hij of zij zo wil houden en wat veranderd moet worden. Cliënt kan bezoeker. Wel kan vervolgafspraak gepland worden om verder te praten. Therapeut moet het lijden erkennen en de klager complimenteren voor het zoeken van hulp. Cliënten die zichzelf nog niet als deel van het probleem of de oplossing beschouwen maar die wel informatie over het probleem verschaffen. geeft de volgende richtlijnen voor de eerste sessie: 1. Therapeut moet erkennen hoe vervelend en frustrerend de situatie voor de cliënt is en moet zijn sterke kanten en goede bedoelingen bevestigen. Doelen moeten belangrijk en betekenisvol zijn voor de cliënt. Is er een klacht? Nee alleen complimenten geven Ja  Ga naar stap 2 Nee  Hypothetische oplossingen construeren Ja  Zoeken naar verschillen tussen de uitzonderingen en de klacht Doelen stellen en huiswerk geven 2. of door de rechter.Belangrijk om inschatting te maken van de relatie tussen de cliënt en de therapeut. te beschrijven als het begin van nieuw gedrag.Door middel van onderhandeling moet gekomen worden tot een oplosbaar probleem. waarbij rekening wordt gehouden met de huidige situatie en hulpbronnen van de cliënt. Zijn er momenten waarop de klacht er niet is of minder erg (uitzonderingen?) 3. Geven aan dat zij iets willen gaan doen aan hun klacht. doe dan iets anders Tijdens intake: .De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal . Therapeut geeft doehuiswerk.Informatie over eerdere behandelingen en de fouten van voorgangers kunnen informatie geven over wat niet hielp.Stuvia. een expertsysteem voor oplossingsgerichte therapie. 1e gesprek vaak afgesloten met complimenten en geen huiswerk.com . klager of klant zijn. De last van de oplossing plaatsen zij elders. simpel en haalbaar zijn. Bezoeker of voorbijg anger Zelf vinden ze dat ze geen probleem hebben. Als er uitzonderingen zijn of als .

financiën en woonruimte Relevante fysiologische of gevoelstoestand Verleden Catastrofale of utopische toekomstverwachtingen met betrekking tot de klacht Blz 71 standaardprotocol! 1e stap 2e stap 3e stap Klacht en geschiedenis van het probleem. Vraag naar details 3. Probleem hierbij NIET noemen. Geef complimenten 4. Vragen naar uitzonderingen (waarbij een deel van het wonder soms al een beetje aanwezig is of momenten waarop de klacht zich niet voordoet of minder erg is) Volgorde hierbij: 1. wat er niet veranderd moet worden  Dit expertsysteem noemt niet de mogelijkheid tot verdieping in de klacht. daarvan besloten worden wat de therapeut moet doen: Bezoekersrelatie Complimenten geven. Zoek hoe de uitzondering tot stand kwam 5. Zoek de uitzondering 2. Als er geen hypothetische oplossing is geconstrueerd  Cliënt moet observeren wat men zo wil houden. zoals werk. Cliënt krijgt gelegenheid iets te vertellen over zijn probleem Doelformulering. Vraag naar het wonder kan hier worden gesteld. vervolgafspraak aanbieden om samen uit te zieken wat de cliënt verder het . Projectie van de uitzonderingen naar de toekomst *Gebruik van schalen is nuttig bij lastig te omschrijven problemen. *Ook kan aan de hand hiervan verbeteringen worden ontdekt tussen aanmelding en intake *De motivatie kan worden ingeschat Inschatten welke relatie met cliënt.com .De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal een hypothetische oplossing is geconstrueerd  4.Stuvia. De volgende aspecten kunnen worden bestudeerd om zo veel mogelijk oplossingen te vinden: Volgorde van gedragingen Betekenis die aan de situatie wordt gegeven Frequentie waarmee klacht optreedt Fysieke locatie waar de klacht plaatsvindt Mate waarin de klacht onvrijwillig is Welke significante anderen in de klacht betrokken zijn Wie of wat de schuld heeft Omgevingsfactoren.

.Stuvia. waarbij de cliënt elke avond moet voorspellen of de volgende dag een goede of slechte da zal worden De cliënt de opdracht geven 1 dag te doen alsof het wonder gebeurd is en te kijken wat voor effect dat heeft De cliënt de opdracht geven door te gaan met wat werkt.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Klagersrelatie zonder uitzonderingen of doel Klagersrelatie met ‘spontane’ uitzonderingen Klantrelatie zonderuitzonderingen Klantrelatie met uitzonderingen best zou kunnen gaan doen Observatieopdracht geven waarbij de cliënt erop moet letten wat er gebeurt dat moet blijven gebeuren en erop moet letten wat hem of haar het idee geeft dat dit probleem opgelost kan worden Voorspelopdracht geven.com .

75 vervolgsessies Intake met ouders en kind.  Kennismaking .com .Stuvia. Huibers  model ontworpen voor een competentiegericht intakegesprek. als zij dat zien? Als je doorgaat met die dingen. ben je dan goed op weg naar je therapiedoel? Hoe hou je dit aan de gang? Hoe voorspel je dat je hiermee door zult gaan? Hoe zullen anderen merken dat je hiermee doorgaat? Vanuit het gezichtspunt van de cliënt Vanuit gezichtspunt van de ander Brugbouwen en kaderen Naar het doel van doorgaande uitzondering en Blz. waarbij aanmeldingsklachten worden vertaald in veranderingswensen en waarin de bekwaamheden van het kind in beeld worden gebracht.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Stap Zoeken Contextversc hillen Specificaties Bij een doel Bij een probleem Vragen Wanneer doe je al iets van wat je wilt? Wanneer is het probleem er niet of minder Wat is er anders aan die momenten? Wat doe je dan anders? Wat denk je dan anders? Wat zien anderen je dan anders doen? Wat doen zij dan anders.

Stuvia.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal  Therapeut tekent 2 cirkels  Schaalvragen  Evaluatie  Complimenten over inzet/openheid + vervolgafspraak .com .

Stuvia. Discriminerende prikkels Geeft aan op welk moment bepaald gedrag waarschijnlijk beloond zal worden. Het gaat om het leren van betekenissen. straf of de kans op een bepaald gedrag verandert. Bij differentiële bekrachtiging wordt de respons in de ene situatie wel en in de andere situatie niet beloond. Antecedenten (A) Prompts Specifiek antecedent die het gedrag vergemakkelijkt. kan een prompt helpen het gedrag te starten. brede. Tweefactorenmod el van Mowrer Operante conditionering Gedrag is altijd ingebed in een context Antecedenten Consequenties (voorafgaand aan het gedrag) (gebeurtenissen die op gedrag volgen) Klassieke conditionering Operante conditionering *ABC-model Setting events Algemene. indirecte voorafgaande situatie die tijdelijk de effectiviteit van een bekrachtiger. Leert men verbanden tussen het eigen gedrag en de effecten daarvan. zoals een instructie. *Wanneer iemand het gewenste gedrag zelden vertoont. *Individu speelt actieve rol bij produceren van gedrag.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Hoofdstuk 2. De gevolgen van gedrag worden bewust selectief gehanteerd. (zo wordt tekenen op een bloknoot wel beloond. maar door dat wat op het gedrag volgt.com . *Dit gedrag beïnvloed de omgeving  leidt tot consequenties. Gedrag wordt NIET bepaald door wat eraan vooraf gaat. waardoor de omgeving voorspelbaar wordt. waardoor gedrag versterkt of verzwakt wordt. gebaar. gegeven voorbeeld of fysieke begeleiding. Contingency management = creëren nieuwe leersituatie voor het kind met operante principes. *wanneer gedrag wordt versterkt/bekrachtigd  neemt de kans toe dat dit gedrag getoond wordt. . technieken gebruikmakend van operante conditionering Klassieke conditionering Er ontstaan verbanden. Men ondergaat een leerproces en heeft geen invloed op de contingentie tussen prikkels.

bijvoorbeeld prijzen . maar tekenen op behang niet) Gedrag (B) Shaping (vormen) Chaining (ketens bouwen) Het belonen van successieve Keten van gedragingen wordt gemaakt. bijvoorbeeld punten .Sociale stimuli. Zo is negeren extinctie als de bekrachtiger bestond uit aandacht. . aproximaties.com . Technieken om gedrag te versterken Positieve versterking Positieve stimuli toedienen zodat het gedrag optreedt.Tastbare stimuli . die je tegen allerlei dingen kunt inwisselen Back-up bekrachtigers= daar waar je ze tegen in kunt wisselen Stimulusgeneralisatie = gedrag gaat ook vertoond worden in niet-behandelde situaties Responsgeneralisatie = veranderingen in ander gedrag dan die geoefend zijn. dienen of iets prettigs weg te halen. Positieve bekrachtiging Gedrag wordt waarschijnlijker gemaakt door het aanbieden van een gevolg.Stuvia. van kleine stapjes in de waarvan de beloning pas aan het eind richting van het gewenste gedrag komt. Tokens = gegeneraliseerde bekrachtigers. Extinctie (uitdoving) Wordt een respons niet meer bekrachtigd.Activiteiten .Inwisselbare stimuli (tokens). Consequenties (C) Negatieve Straf bekrachtiging Gedrag wordt Gedrag wordt waarschijnlijker waarschijnlijker gemaakt door iets gemaakt door iets vervelends weg te negatiefs toe te laten halen.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal *fading = prompts verminderen geleidelijk als het gedrag voldoende vaak voorkomt.eetbare stimuli .

Straf leidt tot onderscheid tussen situaties waarin wel en niet gestraft wordt. *Dan doelgedrag concreet en telbaar gespecificeerd worden. *Time-out (from positive reinforcement) = meest gebruikte straf. *In combinatie met beloningsprogramma.Straf kan een negatief zelfbeeld tot gevolg hebben . Negatieve versterking Technieken om gedrag te verzwakken Differential reinforcement of other behavior (DRO) Is het belonen van tegengesteld gedrag. Straf moet spaarzaam en in combinatie met andere middelen ingezet worden. Accent ligt op positieve formulering. *Om verzadiging te voorkomen kan men verschillende versterkers gebruiken waaruit men kan kiezen. *Straf vooral bij zelfdestructief gedrag. alleen in combinatie met andere middelen. Bijvoorbeeld dmv puntensysteem (tokens). *Eerst inventariseren wat voor kind positieve versterker is.Met een straf wordt geen alternatief geboden en leert het kind het gewenste gedrag niet. Daarom voorkeur aan natuurlijke beloningen (zaken die al in omgeving van kind voorkomen). Negatieve stimuli weg te halen. *Dan tellen hoe vaak het (on)gewenste gedrag voorkomt. worden aversief .Negatief: iets moet verminderen .Positief: iets moet toenemen. Nadeel = onnatuurlijk.com . moet afgebouwd worden. *Boetes (responscost).De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal *Versterkers moeten ook echt als versterker werken ze moeten onmiddellijk worden toegediend na het optreden van het gewenste gedrag.Stuvia. . *Afspreken met kind dat hij of zij een versterker zal krijgen wanneer het gewenste gedrag vaker voorkomt dan nu het geval is.  op lange termijn is dit nadelig voor de relatie  therapeutisch weinig gebruikt.De ouder geeft door te straffen een voorbeeld van ongewenst gedrag . Straf . maar door iets vervelends niet te geven of met iets vervelends op te houden. want aantal nadelen: .De persoon die straft en de situatie waarin het gebeurt.  In onplezierige relaties beloont men elkaar gewenste gedrag niet door iets prettigs te geven. Gebruik maken van technieken om dat gedrag te versterken dat niet samengaat met het ongewenste gedrag: DRO. Doel is: .

*Meer bewust van de details van het gedrag  door herhaling vermoeidheid  waardoor niet meer vertonen van gedrag wordt beloond door rust. niet langer gegeven. *Bij het toepassen van uitdoving is er vaak sprake van een aanvankelijke toename van het gedrag voordat het geleidelijk gaat afnemen. Bij kortdurende sociale isolatie  wordt er een tijd geen positieve versterking gegeven  ook wel time out of positive reinforcement.com . als het gedrag zichzelf beloont (bijvoorbeeld bij automutilatie) of meteen beloond wordt door de reactie van het slachtoffer (bijvoorbeeld bij pesten). Hierbij moet de dader het effect van zijn gedrag op de omgeving meer dan goed maken en moet hij het gewenste gedrag oefenen. in de hoop de waarde van de versterker te ontnemen.  kind vloekt? Nog eens 20 keer doen. alternatief gedrag. Ongewenst gedrag negeren = moeilijk. Doel = verzadiging van de versterker.vorm van boetes (responscosts) *Uitdoving gaat sneller als het gepaard gaat met het belonen van gewenst.tijdelijke isolatie (time-out) . *Gedrag verminderen door middel van uitdoving is lastig als het af en toe beloond werd (intermittent reinforcement). (snoep stelen = terug geven en wat van zijn eigen snoep uitdelen) Hierbij wordt niet het gewenste gedrag extra uitgevoerd.Stuvia. maar juist het ongewenste gedrag. *Bij onwillekeurig gedrag waarvan men zich nauwelijks bewust is.  past in het streven naar zelfstandigheid en autonomie. * 20 keer vloeken = niet 20 keer zelfde bekrachtiging = uitdoving Zo wel dan verzadiging (stimulussatiatie)  = dat wat het gedrag versterkt in overmaat aangeboden.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Uitdoving (extinctie) Hierbij worden versterkers die normaal gesproken gegeven werden na ongewenst gedrag. Kan in beloningssystemen die met punten of geld werken. *Valt tussen uitdoving (geen versterking meer) en straf (negatieve maatregel). Isolatie Boete Overcorrectie Negatieve oefening . *Het onthouden van bekrachtiging kan leiden tot een emotionele reactie (agitatie). Gewenst gedrag = punten Ongewenst gedrag = kost punten *Kind wordt niet gedwongen het gewenste gedrag te vertonen maar het vertonen van het gewenste gedrag wordt aantrekkelijk gemaakt. Alternatieven: .

• Kind moet zich verwant voelen met het model (ander kind.Stuvia. Bij imiteren  geleidelijke benadering toepassen door alles wat er een beetje op lijkt te belonen. *Eerst belonen voor wat het kind al kan en wat er dicht bij komt. in stappen doelgedrag benaderen. modeling). Discriminatietr Dit wordt gebruikt als niet zozeer het gedrag op zichzelf een . omdat de bekrachtiging pas na de laatste schakel optreedt.com . Succesvolle approximatie = geleidelijke benadering  wordt niet de vorm van het gedrag veranderd maar wordt de norm slechts geleidelijk opgevoerd. kan de aanwezigheid van vader zien als signaal dat zeurgedrag niet beloond wordt. Als het kind ook dan nog niet het gewenste gedrag vertoont. films. *Speelt ook rol bij verwerven van inadequaat gedrag. Voordoen (modeling) Gedragsketens (chaining) Technieken vanaf de stimuluskant Klassiek geconditioneerde stimulus wekt  onvrijwillig. Langdurig proces. Bij aanleren van gedragsketens die moeilijk spontaan ontstaan. zoals emoties. cueing). *Opgesplitst in stukjes (net als bij geleidelijke benadering) *alle stappen blijven bestaan (bij geleidelijke benadering verdwijnen de stukjes of worden ze minder belangrijk) *Er wordt achteraan begonnen  bij het gedragsdeel dat het dichtst ligt bij de uiteindelijke versterker. reflexmatig gedrag op. Bij stimuli die vooraf gaan aan vrijwillig motorisch of denkgedrag  geen sprake van een automatische opwekking van een reactie (deze stimuli zijn eerder signalen die aangeven of een bepaald gedrag in aanwezigheid van die bepaalde stimuli waarschijnlijk wel of niet beloond of bestraft zal worden)(kind dat zeurt tegen moeder. Ligt tussen vragen en begeleiden in. ook wat het model denkt Modeling = methode om ontbrekend gewenst gedrag uit te lokken. kan versneld worden door imitatie. Dus zeurt het kind alleen in de afwezigheid van vader). Als het kind het gewenste gedrag niet vertoont wanneer hem of haar daarom gevraagd wordt (prompting. kan het gewenste gedrag voorgedaan worden (showing.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Technieken om nieuw gedrag op te bouwen Vormen (shaping) Doelgedrag is anders dan het startgedrag. boeken) • Niet alleen het uitwendige gedrag. kan het kind fysiek begeleid worden. Stimuli hebben meerdere functies  lekker hapje kan werken als klassiek geconditioneerde als operant geconditioneerde stimulus. Daarom bij werken met kinderproblemen kijken naar het effect van modellen in natuurlijke omgeving kind.

Het gedrag in verschillende situaties geoefend wordt Fading out (geleidelijke vervaging) van de prikkels waarbij het gedrag al waarschijnlijk is. maar als de situatie waarin het gedrag optreedt een probleem is.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal aining Generalisatietr aining probleem is.Het gedrag in de oude situatie niet meer altijd.Stuvia.com . De noodzakelijke extra instructies kunnen geleidelijk worden weggelaten. *Onderscheid maken tussen situaties waarin het desbetreffende gedrag wel en niet adequaat is. Vervaging . maar af en toe beloond wordt (intermittent reinforcement) . *In gewenste situatie  gedrag beloond.Beide situaties gemeenschappelijke elementen hebben . Gaat makkelijker als: . *Ongewenste situatie  gedrag bestraft (alternatief gedrag aanleren) Moet therapeut voor zorgen. kan dit gedrag onder controle van de gewenste stimuli brengen. Dit generalisatieprobleem bestaat niet bij mediatietherapie  omdat hierbij de therapie plaatsvindt in de natuurlijke omgeving door de belangrijke volwassenen zelf. *Stimuluscontrole uitgebreid van de situaties waarin het gedrag is geleerd naar situaties waarin het gedrag uiteindelijk gewenst wordt.

UCS = ongeconditioneerde stimulus UCR = ongeconditioneerde respons UCS+/UCR+ (positieve stimulus en respons) Hoop Verdriet Woede UCS-/UCR(negatieve stimulus en respons) Vrees Opluchting Veiligheid Toegediend Weggenomen Weggelaten Exposure in vivo Belangrijke anti-angsttechniek.en ontsnappingsgedrag geblokkeerd. want oorspronkelijke verwachting wordt opgegeven.Emotional freedom techniques (EFT): afleiding bestaat uit het met de vingers kloppen op acupunctuurpunten Responspreventi e Hierbij wordt vermijdings. *Deze betekenis is afhankelijk van of de (on)geconditioneerde stimulus prettig of vervelend is. Je leert niet alleen van stimuli die anderen je toedienen.Emotional desensitisation and reprocessing (EMDR): afleiding bestaat ui het kijken naar de vingerbewegingen van de therapeut of het luisteren naar geluiden uit de koptelefoon . Omdat de gevreesde UCS. beelden en gedachten. weggenomen of weggelaten. maar ook van stimuli die je jezelf toedient). leidt dit tot  uitdoving (extinctie) *Cognitief proces.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Hoofdstuk 3: Technieken zonder operante conditionering Men kan ook leren via modeling (leren van wat een ander overkomt en wat je anderen ziet doen) en zelfcontrole (inwendig niveau: en houdt in dat klassieke en operante principes van toepassing zijn op zowel uitwendig observeerbaar gedrag als op cognities.niet optreedt. *Sommige vormen van exposure worden gecombineerd met afleiding: . en of die wordt toegediend. *(On)geconditioneerde stimulus  die op een andere stimulus volgt  kan verschillende betekenissen hebben  en tot verschillende emoties leiden.com .Stuvia. Klassieke technieken *Bij klassieke conditionering leert een kind verwachtingen en betekenissen automatisch. Exposure in vitro = kind wordt in de verbeelding geleidelijk aan blootgesteld aan de angstopwekkende stimulus. *Bijvoorbeeld een kind met smetvrees: wordt blootgesteld aan wat hij vies vindt (exposure)  mag zijn handen niet wassen (responspreventie)  omdat dit door .

com . *Kan nuttig zijn in geval van een discrete traumatische gebeurtenis met een duidelijk begin en eind.Stuvia. Dubbele dissociatie De visueel-kinesthetische dissociatie is een tussenvorm tussen exposure en contraconditionering en wordt met name gebruikt voor het bewerken van trauma’s. *Er hoeft weinig inhoudelijk verteld te worden en het is de bedoeling om tijdens de exposure zo min mogelijk te voelen. Contraconditione ring Cognitieve technieken . beleeft. *Bij kinderen vaak in de vorm van een heldenverhaal. *Er wordt gebruik gemaakt van het feit dat je minder kunt voelen als je jezelf vanuit een (dubbel) observatiepunt ziet en alles achteruit. Implosieve desensitisatie *Traumabewerkingstechniek  hierbij is het de bedoeling om alles zo goed mogelijk te beleven om ervoor te zorgen dat het je na afloop niet zoveel meer doet. zonder dat het verlangde ook volgt.  de aanwezigheid van de held in de verbeelding remt de angst in de moeilijke situatie en deze held kan aanmoedigen (operante prompts). Principe van de reciproke inhibitie (wederkerige remming) van Wolpe stelt dat de sterkste wint.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal veiligheidsgedrag ontspanning zou kunnen optreden (opluchting)  dan zou de smetvrees niet kunnen uitdoven en ontstaat er opluchting in plaats van veiligheid. dingen voordoen (modeling) of na afloop belonen voor dapperheid (positieve bekrachtiging). (blz 109 t/m 113). Alle emoties moeten beschreven worden. in een omgekeerde tijdsvolgorde. Hierbij wordt een stimulus gekoppeld aan een stimulus die een tegenovergestelde waarde heeft (een USC/UCR+ in plaats van een UCS/UCR-) *Bijvoorbeeld bang voor honden stimulus hond wordt gevold door stimulus die een anti-angstemotie opwekt. Cue-exposure Blootstelling aan een stimulus die trek opwerkt. *Blootstelling aan iets wat gewenst wordt. bijvoorbeeld: alcohol.  wel aan bier ruiken maar niet drinken  treden verwachte effecten van alcohol niet op  hierdoor dooft de hunkering naar alcohol uiteindelijk uit.

Is het waar? 2.Stuvia.Uit de knoop -Denk goed voel goed .  bij elke tegenovergestelde gedachte worden 3 woorden gezocht die een ondersteuning zijn voor die gedachte. dan 4 van elk. Kun je absoluut weten dat het waar is? 3.Vrienden voor het leven . terwijl negatieve gebeurtenissen aan iets tijdelijks specifieks buiten zichzelf toegeschreven worden.  het leren aannemen van een observerende en accepterende houding en om het omschakelen van een doe-modus naar een zijn-modus. stelt bij stressgevende gedachten vier vragen: 1. dan 3m dan 2 en dan 1 Kinderen met sociale angsten leren hun aandacht terug richten van hun image naar de taak Aandacht richten op het anders gaan toeschrijven van oorzaken. . 5 dingen die je hoort en 5 lichaamssensaties die je nu voelt.en mindfullnesstechnieken). Genietlijst Technieken die gedachte inhouden veranderen. Voorbeelden: Voor angstige kinderen .Adolescent anger control . waarvan wordt onderzocht of die niet minstens even waar zijn.Denken + Doen = Durven . Positieve gebeurtenissen worden aan iets algemeens blijvends van zichzelf toegeschreven.The coping with depression course Voor kinderen met verschillende soorten problemen Voor boze jongeren Voor depressieve jongeren The work (rationale therapie) uit het boek ‘what Works when with children and adolescents’. Pleasure event schedule: het kind turft elke avond hoeveel leuke dingen meegemaakt. Dit kan op verschillende manieren worden geoefend: Ademmeditatieoefe ning Taakconcentratieoef ening Optimismetraining of attributietraining 5-4-3-2-1 oefening (5 dingen die je hier nu ziet. Wie zou je zijn zonder die gedachte?  daarnaast wordt gevraagd naar drie tegenovergestelde gedachten.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Het anders richten van de aandacht (meditatie.com .Coping cat .  cognitieve technieken die erop gericht zijn gedachten-inhouden te veranderen. Hoe reageer je wanneer je die gedachte hebt? 4.

118 t/m 120  ‘zelfcontrole’ en ‘denk goed voel je goed’. of het Sociale is wel aanwezig maar de uitvoering ervan wordt vaardigheidstraining. Het gewenste sociale gedrag is niet geleerd. Operante aanpak  terwijk gewenst sociaal gedrag niet wordt mediatietherapie bekrachtigd. . zoals woedebuien of depressiviteit. Er bestaan checklists voor ouders en leerkrachten  op deze manier kunnen de aan te leren vaardigheden geselecteerd worden.Stuvia. geremd door angst.com .De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Technieken die denkprocessen veranderen en volgordes aanleren  blz. Sociale vaardigheidstraining  Is belangrijk voor het welbevinden van het kind als kind  Ook voor welbevinden op latere leeftijd  Vaak is onaangepast gedrag het gevolg van interpersoonlijke problemen.  aantal punten wat leidt tot het vermoeden dat een kind problemen ondervindt in de relatie met leeftijdsgenoten: *Geen of zeer wisselende vrienden *Vaak gepest of geplaagd *aan de kant staan op de speelplaats of bij spelletjes *Nooit met andere kinderen meegaan of die meenemen *Nooit initiatief nemen tot contact met anderen *Nooit meedoen aan groepsactiviteiten *Vermijden mee te doen aan sport *Niet meegaan met een schoolreisje *In de pauze binnenblijven *Andere kinderen van alles de schuld geven *Psychosomatische verschijnselen *Zich niet kunnen verwerven *In contact steeds gespannen zijn *Veel alleen spelen *Veel vechten *Veel opscheppen en overschreeuwen *Omgaan met veel oudere of jongere kinderen  vaak behandeld door kindergroepstherapie met sociaalgeïsoleerde kinderen  hier worden de technieken besproken die worden gebruikt bij sociale vaardigheidstraining met individuele kinderen. Sociale vaardigheidstraining met kinderen. Probleemgedrag kan verschillende oorzaken hebben: Soms wordt dit probleemgedrag wel bekrachtigd.

3e techniek = Het kind het gemodelde gedrag na laten doen.  het gaat om het aanleren in plaats van het afleren.  stappen gemodeld. Dit is met name nuttig als het kind hinderlijk gedrag vertoont) Therapeut duidelijk benoemen waarvoor het kind wordt geprezen. zoals vriendschap sluiten Model moet de taak zelf ook een beetje moeilijk vinden en het probleem geleidelijk overwinnen. *Vaak herhalen met verschillende modellen 1. Beginnende sociale vaardigheden Gevorderde sociale vaardigheden Vaardigheden in het omgaan met gevoelens Alternatieven voor agressie Vaardigheden in het omgaan met stress Planningsvaardigheden (blz. 4e techniek = feedback 5e techniek = Oefenen van gewenste gedrag Sociale vaardigheidstraining met jeugdigen. 3. *Mode moet identificeerbaar zijn: leeftijd en geslacht moet enigszins gelijk zijn met het kind. voordat het rollenspel begint . *Sommige kinderen vinden dit moeilijk  dan behulp van geluid. *echt model werkt beter dan iemand in de film. Motorisch in rollenspel of poppenspel (wat als voordeel heeft dat er van rol gewisseld kan worden.com . 2.of filmfragmenten Als huiswerk dat het gedrag in andere situaties en met andere mensen moet oefen en daar verslag over uit moet brengen  vervolgens krijgt het kind complimenten en/of verdere training. In totaal 50 vaardigheden. *Coping-model werkt beter dan mastery-model.Stuvia.  checklist met vaardigheden gebruiken om tekorten op te sporten en een programma te ontwikkelen. 4. In de verbeelding (kind met gesloten ogen fantaseren dat het zich gedraagt zoals het model) 2. 6. Verbaal (kind vertelt wat het doet) 3. onderverdeeld in 6 categorieën: 1. 5.  Moet individueel op maat gemaakt zijn.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal 1e techniek = het geven van instructies 2e techniek = Het tonen van een model Worden geholpen bij het analyseren van een vaardigheid. 123 t/m 125)  elke vaardigheid bestaat uit 4 tot 6 gedragsstappen.

schuld en boosheid.  voordeel = geen angsthiërarchie van makkelijk naar moeilijk opstellen.Stuvia. Het zoeken van de reeks moeilijke situaties 2. zoals jaloezie.com . eigenschappen of vaardigheden over te brengen naar een reeks gelijksoortige moeilijke situaties van vroeger. maar ook voor andere ongewenste gedragingen en emoties. Het gaat erom vermogens. worden anti-angsttechnieken vaak in de verbeelding uitgevoerd. Proces verloopt volgens aantal stappen: 1. Bij kinderen vanaf 7 jaar. Verbeeldingstechnieken. hulpmiddel (posthypnotische suggestie . Exposure in de verbeelding : afleiding en cognitief component. Toekomst (future pacing). vermogen en houdingen Het verplaatsen naar de toekomst Ankeren Ophalen van hulpbronnen Future pacing Posthypnotische suggestie  Het gaat er bij dit model niet om positieve emoties over te brengen naar een steeds iets moeilijkere situatie. Het ophalen van hulpbronnen 3. zelfvertrouwen. en vervolgens naar het heden en de toekomst. Het model kan niet alleen gebruikt worden voor angst.  er wordt bij dit model gebruik gemaakt van: Een affectbrug Aan de hand van een emotie wordt teruggegaan in de tijd naar een eerder moment waarop die emotie werd beleefd Een gevoel wordt gekoppeld aan een toegediende stimulus Zoals vaardigheden. nuchterheid en relativeringsvermogen. de ‘change history’ is een anti-angstverbeeldingstechniek die een tussenvorm is van een traumabehandeling en een fobieaanpak.  Voorbeelden van hulpbronnen zijn: optimisme. Het veranderen van de geschiedenis 4. Het oude fobiemodel  Uit de NLP. Voor het behandelen van trauma’s  EFT en EMDR (al genoemd)  hierbij wordt afleiding gebruikt in de verbeelding en speelde het denken over zichzelf een rol.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal  feitelijke problemen jeugdige zijn bepalend voor de inhoud van het rollenspel  huiswerk is om de geleerde vaardigheid in het dagelijks leven te oefenen. in plaats van of voorafgaand aan blootstelling in de werkelijkheid. concentratievermogen.

Bovendien is deze angstremmende respons al aanwezig en hoeft deze slechts naar boven te worden gehaald. 1.Maakt het kind onderscheid tussen begrijpelijke schrik als nuttige oriëntatiereflex en onnodige angst? *Vaak is 1 sessie genoeg om een enkele fobie (examenvrees) voorgoed te laten verdwijnen.anchors) Blz. Kan in de vorm van een heldenverhaal.com . Het kind moet de ogen sluiten en een verhaal vertellen waar de held het kind in de moeilijke situaties helpt. tot een moment waarop hij of zij een gevoel had alsof hij de hele wereld aankon.  Bij een simpele fobie  methode: van het remmen van angst met een sterk positief gevoel dat het kind al eerder heeft beleefd. Lijst maken van de minst beangstigende tot de meest gevreesde situatie 2.Beschikt het kind al over goede copingstrategieën? . • Als dit gevoel adequaat lijkt voor de angsthiërarchie  3 bijvoeglijke naamwoorden noemen die het goede gevoel beschrijven • Cliënt moet dit gevoel door zich heen laten gaan en in gedachten verplaatsen naar de gedachte van de angsthiërarchie Effectief = in vergelijking met systematische desensitisatie: het sterkere positieve gevoel dat kan worden gebruikt ten opzichte van een neutraal gevoel. Dit doet hij door dingen door te doen.40.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal over het positieve gebaar) en controle via het negatieve startanker 5. Het kind kiest een held en vertelt daar iets over 3.  Zie blz 135 t/m 138 Het helden verhaal Emotive imagery (emotieve verbeelding) = het oproepen van plezierige emoties in de verbeelding. 126 t/m 132 Het remmen van angst met een goed oud gevoel. zoals relaxatie.  Hierbij wordt reciproke inhibitie of contraconditionering gebruikt.Stuvia. Bij fobieën rekening houden met: .80 graden spanning op zou leveren • Bij het opstellen van deze hiërarchie gaat therapeut op zoek naar beangstigende aspecten • Liche trance  cliënt moet terug gaan in zijn eigen verleden. De inhoud van het verhaal moet worden afgestemd op de reacties van het . • Procedure begint met een uitleg over de ‘spanningsmeter’ (van 0=ontspannen tot 100=gespannen) • Vervolgens moet cliënt in verband met zijn angst een situatie bedenken die 20. Het late samenvallen van ankers (collapse. instructies te geven.60. aan te moedigen en te belonen 4.

De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal kind. Dus als je voortijdig stopt of wakker wordt. eczeem. maar wel sprake van belangrijke traumatische gebeurtenissen 3. medische ingrepen en chronische klachten. bedplassen.  Hypnotherapie kan worden gebruikt bij: buikpijn .  cliënt is niet alleen toeschouwen en hoofdrolspeler in zijn dromen maar ook auteur en regisseur  cliënt kan tekst herschrijven en nieuwe regieaanwijzingen geven. Dromen en nachtmerries 1. Te merken aan: Kinderen staan open voor suggesties Kinderen dissociëren makkelijk spelen op straat en tegelijkertijd op zee Kinderen kennen tijdsvervorming in spel lijkt een minuut een uur Kinderen hebben amnesie ze vergeten makkelijk Kinderen hebben sensorische Bij spel voelen ze het niet wanneer ze vervormingen in hun broek plas Kinderen nemen dingen letterlijk  Door middel van zelfhypnose krijgen kinderen een actieve rol in de behandeling en wordt hun autonomie en zelfvertrouwen versterkt.Stuvia. Geen nachtmerries en angstdromen. Dit wordt dagdromend geoefend. Bij verschillende soorten nachtmerries  verschillende soorten interventies. geen sprake van belangrijke trauma’s Deze eerst behandelen Dan worden deze bewerkt Beginnen met gewone antiangsttechnieken. Dromen over niet echt gebeurd trauma  gebruik m.aken van een apart soort geschiedenisverandering: de regisseurtechniek van Araoz. Hypnose -> kinderen tot 18 jaar zijn hypnotiseerbaar.com . slaapstoornissen. . astma. hoofdpijn. *Droom een boodschap en betekenis?  kind moet een dialoog met de agressor voeren *Bij rouwproblemen  dialoog met de overledene voeren Nachtmerrieachtige droom  Omdat onaf. Geen nachtmerries en angstdromen. Nachtmerries en angstdromen? 2.

com .Stuvia.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal .

Stuvia. Oudercursus van Van Londen *Pure gedragstherapiecursus *Hierin wordt het zelfbeeld en gedragsbeïnvloeding behandeld. de verbetering houdt stand. en over kinderen. Mediatietherapie met ouders Men gaat ervan uit dat probleemgedrag van kinderen beïnvloed kan worden door hun ouders. Therapie door middel van mediatie  Hierbij wordt een cliënt behandeld via anderen in zijn of haar natuurlijke omgeving. Voordel en Aanpak begint bij machtigste van het systeem: de ouders. Ouders krijgen adviezen waar ze om vragen. Kind en ouders veranderen. De moeder leert tijden mediatietherapie vaak nog meer. maar niet over situaties. Er is midner kans op terugval na de behandeling  veranderde kind niet terugkeert naar een onveranderde omgeving. Daarnaast wordt weerstand tegen de therapie en het gevoel van falen van de ouders hiermee voorkomen Er is geen sprake van een generalisatieprobleem  nieuw gedrag wordt direct aangeleerd in de situatie waarin het verwacht wordt en zal moeten optreden. (meestal treedt er wel generalisatie op over gedragingen. broertje gaat bijvoorbeeld ook vooruit. wordt geïnstrueerd en begeleid in een andere aanpak van hun kind.com .  Enorme wetenschappelijke evidentie. ander onbehandeld gedrag verbetert ook. zoals de ouders of leerkracht van de cliënt. *In gecombineerde cursus kan aandacht worden . Therapeut kiest voor mediatietherapie als: bij de intake geen gezins-of echtpaartherapie of individuele behandeling van ouder of kind nodig lijkt te zijn.  Meest gebruikte werkwijze in gedragstherapie met kinderen van 3 tot 12. zoals enkele theoretische basisprincipes en een algemene aanpak van kinderproblemen. maar weinig behandelingen die echt bewezen effectief zijn.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Hoofdstuk 4. en in de tijd.  ouders. bijvoorbeeld schoolproblemen moeten apart worden aangepakt) - Kan plaatsvinden in: groepen (oudercursus) of in een individueel gezin. En op de behandelingsinstelling of aan huis. *Pure gedragstherapiecursus of gecombineerde Rogeriaansegedragstherapeutische-rationele cursussen. of alleen moeder. Daarom is het voor de hand liggend om de ouders bij de therapie in te schakelen.

com . De ouders bespreken de situatie waarin het ongewenste gedrag niet mag voorkomen. worden gemaakt.Stuvia. Aan de hand van 5 gesprekspunten: 1. waardoor een goede keuze gemaakt kan worden uit de mogelijke maatregelen. 3. *Op basis van de ABC-observaties kan een functionele analyse worden uitgevoerd. De ouders kiezen een enkel gedragsprobleem. De technieken voor het verminderen van het gedrag hebben geen positieve neveneffecten op de ouder-kind relatie. Aantal reden: - - Het verminderen van ongewenst gedrag zegt niets over het gedrag dat ervoor in de plaats moet komen en geeft het risico dat het nieuwe gedrag net zo ongewenst is als het oude. *Thuis systematisch observeren volgens ABC schema. De ouders beschrijven het gedrag zoals dat op het moment voorkomt in observeerbare termen 5. Gekozen doelen en middelen moeten door ouders.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Advisering van de ouders volgens Holland besteed aan gespreksvaardigheden en gezond denken. een baseline. A= antecedents (situaties) B= behavior (gedragingen) C = consequents (gevolgen) Vaak is dit al voldoende  ouders hebben inzicht verkregen in het probleem en hebben hun eigen reacties zodanig veranderd dat het kind zich ook anders is gaan gedragen. De ouders stellen algemene doeleinden en klachten vast 2. Hiermee kan voormeting. 6. terwijl dit wel geldt voor de technieken voor het opvoeren van gewenst gedrag. Ze stellen de discriminerende stimuli voor het gewenste gedrag vast 7. . waarop ze zich willen concentreren 4. De ouders beschrijven het gedrag dat zij wel wensen. Het is gewenst altijd de nadruk te leggen op de opbouw van gewenst gedrag. De ouders bespreken de situatie waarin het gewenste gedrag zou moeten optreden. Mogelijke therapeutische maatregelen worden beschreven in de volgende gesprekspunten: 8 t/m 17 in blz gg in samenvatting. De ouders brengen de algemene doelstellingen en klachten terug tot een aantal afzonderlijke gedragingen dat een toename of afname vereist. Soms niet voldoende: dan moeten de mogelijke therapeutische maatregelen worden besproken.

*Kind vanaf 12 jaar: therapeut eerder een bemiddelde rol spelen tussen ouder(s) en kind. Therapeut helpt dan bij onderhandelingen en het toewerken naar een onderling contact .Stuvia. *Jonge kinderen: vaak combinatie van belonen en negeren of time-out.com . *Kind ouder dan 7: sociale en materiële versterking vaak niet meer voldoende en kunnen puntstemen worden gebruikt. Kind moet dus uitleg krijgen over programma.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal therapeut en door het kind als redelijk worden gezien.

Programma wordt eerst aan alle betrokkenen uitgelegd: *Doe lijst: een lijst met al het gewenste gedrag * Niet-doe lijst: een lijst met al het ongewenste gedrag *Een lijst met alle dingen die het kind prettig vindt. Bij moeilijkheden moet snel worden ingegrepen omdat dit de motivatie sterk verlaagd (B).en doelgedragingen voor aanvang van het programma vast te stellen. (A) . Kan ook dat therapeut ze samen invult. lijsten verder aanvullen.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Token-programma’s volgens Coe Token programma geïndiceerd in de volgende gevallen: . Afweging van het belang van het gedrag Bepaal eerst de kosten (boetes voor ongewenst gedrag en de prijs van de versterkers) en balanceer vervolgens de inkomsten zo. Doel = dat iedereen weet welk gedrag precies bedoeld wordt en dat er overeenstemming is over de wenselijkheid of onwenselijkheid van dat gedrag.De controle en bijsturing van het programma. Vervolgens: komen tot voorbeelden. Als de frequentie van de positieve interacties is toegenomen en is gegeneraliseerd naar andere situaties. Tokenprogramma’s waarbij positief gedrag wordt beloond en voor ongewenst gedrag betaald moet worden 2. 1.Afsluiting van het programma. .De ouders gebruiken alleen straf en het onthouden van privilages als hanteringsmethode . dat als het kind de belangrijkste dingen doet. Kunnen zich een aantal problemen voordoen: . zijn de tokens overbodig geworden en kan het programma geleidelijk worden afgebouwd. .Het kind voelt zich ingeperkt en heeft het idee dat zijn zelfstandigheid wordt belemmerd door zijn ouders. Het gedrag blijft dan in stand door natuurlijke sociale versterkers.De ouders hebben gedragsklachten die zij zeggen niet te kunnen veranderen . hij een (A) Er zijn twee soorten tokenprogram ma’s: Bij het balanceren van inkomsten en uitgaven moet rekening worden gehouden met de . Dan stuurt therapeut ze naar huis. Tokenprogramma’s waarbij uitsluitend positief gedrag wordt beloond (in gezinnen waar al teveel negatieve controle wordt uitgeoefend) 1.Het is vaak gemakkelijker om negatieve gedragingen te formuleren dan positieve .Opstellen van een baseline om de frequenties van klacht.Opstellen van het token-programma. .Vaak worden vage formuleringen gebruikt .com .Uitleg van de bedoelingen van het token-programma..Stuvia.

analyse van de opname door de therapeut en feedback met behulp van geanalyseerde opname aan de ouder(s). Tot slot vindt een nameting plaats.Het kind gaat failliet. Streven naar overvloed in plaats van armoede 3. omdat de uitstel van beloning te lang is. Videofeedbackinterve ntie Richt zich op ouders van kinderen van 1 tot en met 3 jaar met lastig gedag. waarna één of beide ouders worden getraind. zodat het versterkers op kan leveren. Men leert te letten op gewenst gedrag van het kind en daarop af te stemmen (tonen dat men het gewenste gedrag gezien heeft).Het kind spaart zijn tokens en wisselt ze niet in. Videohometraining bestaat uit: maken van videoopnamen. Training aan huis volgens Hawkins. omdat het teveel negatief gedrag vertoont . .De ouders houden zich niet aan de afspraken .Moeder vindt de uitvoering van het programma te moeilijk . . Gebaseerd op: gehechtheidstherie van Bowlby en Aindsworth en op de coercion theorie van Patterson. Doel = ouders leren hoe ze sensitief kunnen disciplineren. waarbij het kind tokens op de bank zet en spaart voor speciale dingen die niet zijn ogenomen in het normale token-programma.com . waarbij men zich richt op de bouwstenen van succesvolle communicatie. 2. Er moet niet te lang worden vertrouwd op de waarde van tokens (gegeneraliseerde versterkers).De tokens worden geen gegeneraliseerde versterkers. Later gebruikten ze meer videohometraining. Bovendien kan het kind met zoveel tokens bijvoorbeeld nachten lang op blijven. De nadruk moet liggen op positieve versterkers Elk ongewenst gedrag kan positief worden geformuleerd. Een oplossing is een ‘banksysteem. . Begint met een observatie in de thuissituatie.Stuvia. Het is dan nodig over te schakelen op direct belonen.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal volgende punten: (B) Problemen die zich bij de uitvoering kunnen voordoen: redelijk aantal versterkers krijgt.

Ouders leren opdrachten geven. Eerst worden moeder en kind in dagelijkse situaties gefilmd. Volgende fase: 1. Sensitieve time-out als disciplinering) . De ouder leert positieve aandachtsvaardigheden te gebruiken en mild verstorend gedrag actief te negeren. waarop vervolgens feedback gegeven wordt.Sensitieve keten (Signaal van het kind. reageren op medewerking of verzet en het gebruik van time-outs. 3. Ouder en kind in spelkamer getraind Ouder via een oortelefoontje door therapeut gecoacht. oudergericht spel en opruimen.Child Interactaction Therapy  ouders van kinderen van 2 tot 7 jaar met gedragsproblemen. Positieve bekrachtiging als disciplineringsmethode) .Delen van gevoelens (Aanmoediging van affectieve afstemming op de emoties van het kind. Inductie en afleiding als disciplinestrategieën) . Training van de ouders in kindgerichte interacties. Assessment door middel van een interview met ouders.com .De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Centraal staat: het geven van positieve feedback op video-opnames van ouder-kind interacties in de thuissituatie. respons van de ouder en reactie van het kind. afname van een vragenlijst om de ernst van de gedragsproblemen en het stressniveau van de ouders te bepalen en observatie van de ouder-kindinteractie tijden kindgericht spel.Spreken voor het kind (stimulering van nauwkeurige waarneming van signalen van het kind door verbalisering van gezichtsuitdrukkingen en non-verbale signalen van het kind. . Thema’s die behandeld worden: .Exploratie versus gehechtheidsgedrag (het vertonen van contactzoekend gedrag en spel van het kind en uitleg over verschillende benodigde reacties van de ouder. Het leren tonen van empathie en begrip voor het kind in disciplineringssituaties) Ouderkindinteractietherapie Parent.Stuvia. 2.

Gericht advies bij specifieke zorgen 4. Ouders van kinderen t/m 16 jaar met externaliserende of internaliserende problematiek. Definiëren. puntenprogramma en prijzen 3. NOSI) en wordt de parent daily report afgenomen (= lijst van gedragsproblemen die het kind in het afgelopen half jaar al dan niet heeft vertoond). Berispingen 10. Parent management training volgens Kasdin Fasen: 1. terugblik.Compromissen 2 12. observeren en noteren van gedrag 2.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Parent management training Oregon (PMTO) Richt zich op ouders van kinderen van 4 tot en met 12 jaar met externaliserende gedragsproblemen. Positieve bekrachtiging.Compromissen 1 11. Nederlands bewerkt van: Australische Positive Parenting Program (Behavioral Family Intervention). Zie blz 162-166 voor een toelichting. Laag frequent wangedrag 9. Time-out from reinforcement 4. Voorlichting en informatie via media 2. 5 niveaus: 1. Grenzen stellen 3. al dan niet in combinatie met hyperactiviteit. Shaping en schoolprogramma 6. TRF. Korte individuele voorlichtingsgesprekken 3.Vaardigheden. Gezinsbijeenkomst 8.Stuvia. Positief betrokken zijn (blz 161 voor voorbeelden) Eerste onderzoekscontact: nemen ouders de ingevulde vragenlijsten mee (CBCL. Stimuleren door aanmoediging 2. Zicht en toezicht houden 4. Samen problemen oplossen 5. Aandacht geven en gepland negeren 5.com . Terugblik en probleem oplossen 7. oefening en afsluiting. Ouders leren door rollenspel 5 groepen vaardigheden: 1. Training in opvoedingsvaardigheden bij Triple-P = positief pedagogisch programma .

Zelfredzaamheid: vertrouwen op je eigen oordeel en het vermogen om zelf problemen op te lossen. Zelfsturing: je eigen aandeel en dat van je kind realistisch in kunnen schatten en kunnen reflecteren op je aanpak . vragen vertellen en voordoen. Voor jezelf zorgen als ouder. Persoonlijke effectiviteit: succeservaringen zien als resultaat van eigen inspanning 3. positieve aandacht geven. leuke activiteiten ondernemen 3. Nieuwe vaardigheden aanleren: voorbeeld geven. time-out toepassen 4. Het hanteren van een aansprekende discipline met consistente en voorspelbare regels 4.Stuvia.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal gedragsproblemen 5. negeren.com . strategieën en succescriteria kiezen 4. Zorgen voor een positieve leeromgeving. Er wordt gebruik gemaakt van 17 opvoedstrategieën die worden verdeeld in 4 groepen: 1. Leiding geven: zelf je doelen. Realistische verwachtingen hebben die passen bij de leeftijd 5. spontane leermomenten gebruiken. Creëren van een veilige en uitdagende omgeving: beschikbaar zijn als ouder. Deze opvoedstrategieën zijn gebaseerd op de 5 basisprincipes van positief opvoeden: 1. Ongewenst gedrag hanteren: overdracht van basisregels. leren ontspannen en elkaar ondersteunen bij de opvoeding. Bij tiple-P omvat zelfregulatie de volgende 5 aspecten: 1. veranderen van disfunctionele denkpatronen. gedragskaarten gebruiken. affectie tonen 2. met kinderen praten. 2. 3. gevaarlijke situaties voorkomen en met voldoende stimulans voor ontwikkeling 2. direct aanspreken. stilzitten. duidelijke instructies geven. Positief contact bevorderen: tijd en aandacht geven. logische consequenties trekken. Gezinsinterventies bij ernstige gedragsproblemen: training in opvoedingsvaardigheden. Gewenst gedrag bevorderen: prijzen en complimenteren. Waarbij de ontwikkeling van nieuwe vaardigheden wordt aangemoedigd.

* voor kinderen van 3 tot 13 jaar is de methode bruikbaar. Groepsbijeenkomsten stellen de ouders in de gelegenheid om zich de positieve opvoedingsmomenten van hun ouders te herinneren en om te begrijpen hoe ze eigen succesmomenten in de opvoeding teweeg brachten. *richt zich op ouders van kinderen van 4 tot en met 12 jaar. Voor jezelf zorgen als ouder *Streeft ernaar kosteneffectief te zijn door niet meer hulp te bieden dan nodig is. Oplossingsgercihte oudercursus van Metcalf Volgens haar gebruiken ouders opvoedingsvaardigheden uit probleemgerichte cursussen niet als ze niet bij hun persoonlijkheid passen. Kid’s Skills Ontwikkeld vanuit oplossingsgerichte gedragstherapie.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal 5. Het kan in elke context worden toegepast en kan zowel met een individueel kind als met een hele groep gedaan worden. Bestaat uit 15 stappen: 1 t/m 4  zoeken naar te leren vaardigheid die het probleem oplost.Stuvia. Oplossingsgerichte oudercursus van Selekman De solution-oriented Parenting Group.com . *kinderen leren op een positieve manier problemen te overwinnen door nieuwe vaardigheden aan te leren. *Ondersteuning kan mondeling of schriftelijk en individueel of groepsgewijs worden gegeven. 5 t/m 8  innerlijke en externe steun wordt gemobiliseerd 9 t/m 15  de vaardigheid wordt goed omschreven en wordt er een oefenplan gemakt met geheugensteuntjes. richt zich op groepen waarin de kinderen qua leeftijd en . Zie blz mm in samenvatting voor de stappen! *Het leren van vaardigheden wordt door de meesten gezien als aantrekkelijker dan het oplossen van problemen.

Kinderen vaardigheden leren 5. doe wat anders 6. waarbij niet belerend. Kritiek als wensen formuleren 3. Het vieren van succes Zie blz 177 tot en met 179 voor een toelichting. Samenwerken aan succes in grotere systemen 7.Stuvia. Praten over je kind met je partner of een ander die helpt bij de opvoeding 4. Boek: survivalkit voor leerkrachten van Le Fevere de Ten Hove  oplossingsgerichte aanpak: Stappenplan: Wie is de client? Is er een client en een hulpvraag? Is er een werkbare hulpvraag? Zijn passende capaciteiten aanwezig om het probleem op te lossen? . Waardering geven 2. maar ervaringsachtig en experimenterend gewerkt wordt. Kinderen verantwoordelijkheid leren Mediatietherapie op school. Ook hier kan onderscheid gemaakt worden tussen: probleemgerichte en oplossingsgerichte mediatietherapie. Mik op kleine veranderingen 3. ga ermee door 5. Bestaat uit 8 sessies: 1. Oplossingsgericht ouderschap 2. Een relatie vanuit je hart 4.com . De volgende onderwerpen zouden aan bod moeten komen: 1.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal stoornis homogeen zijn. Oplossingsgerichte oudercursus van Furman Volgens Furman moet een oudercursus kort zijn. Als het werkt. Pioneer met nieuwe ouderschapstips 8. Als het niet werkt.

*Ook werd meer nadruk gelegd op de therapeutische houding bij de opbouw van een relatie met het kind. zoals emoties en cognities. *Steeds meer spelmateriaal voor therapeutische en didactische situaties ontworpen om de op volwassenen geënte therapiemethoden begrijpelijker te maken voor kinderen  op die manier ontstond het G+G = G+G – model Vanaf 1986  werd stilgestaan bij de werkwijze. hantering van de relatie en communicatie in kindertherapie. gedragstherapeutische.  dit zijn kinderen die te jong zijn voor cognitieve technieken en voor kinderen die moeite hebben met het contact met volwassenen. *Creatieve technieken en verbeeldend spel bieden mogelijkheden tot het verkrijgen van toegang tot de gevoelens. bijvoorbeeld door een slechte hechtingsgeschiedenis of een posttraumatische stressstoornis. dat behandeld wordt met behulp van cognitieve gedragsspeltherapie. Therapie met spel Grens tussen mediatietherapie en individuele therapie is niet altijd duidelijk  in beide gevallen is zowel het kind als de ouders bij de behandeling betrokken.Stuvia. Geschied enis *Eersten die pleitten voor het gebruik van spel en speelgoed bij behandeling van kinderen  patterdon en Casell  kozen voor visuele vorm van modeling *Nadruk in gedragstherapie verschoof van het veranderen van alleen het gedrag naar het beïnvloeden van minder direct zichtbaar gedrag. belevingen en gedachten van kinderen die weinig verbaal en moeilijk direct te benaderen zijn.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Hoofdstuk 5. *Rose beschreef de werkzaamheid van een beloningssyteem in groepstherapie  kinderen werden gemotiveerd zich voor verandering in te zetten door tokens uit te delen voor doelgedrag. *Drewes  pleit ervoor dat de therapeut een speelse.com . Blz 190-193  casus beschreven van een 6 jarig meisje met een hechtingsprobleem. deze tokens zijn inwisselbaar voor kleine cadeautjes en groepsactiviteiten. doelgerichte en directe werkwijze moet combineren met de indirecte werkwijze (play in therapy as well as play as therapy). . *Ouders zijn niet altijd in staat een goede mediator te zijn en de problematiek van sommige kinderen leent zich niet voor individuele cognitieve therapie  cognitieve gedragsspeltherapie is dan een goed alternatief.

Ten slot vindt binnen verbeeldend spel. De werkzame factoren van speltherapie Spel is een goede imaginaire techniek Exposure kinderen hebben een groot verbeeldend vermogen. Kinderen die angstig zijn voor het contact moeten stapsgewijs benaderd worden (contactdesensitisatie).com . Dit gebeurt door bekrachtiging van onder andere het benomen (discrimineren) en uiten van gevoelens. onbegrijpelijke of beangstigende situaties . dit is thuis op school en in de therapie het geval. onder andere doordat de therapeut een gevoelsexpressie speelt (modeling).Stuvia. is er sprake van exposure. Tegelijkerheid worden nieuwe copingreacties geleerd (contraconditionering). Als er in spel wordt stilgestaan bij negatieve emotionele gebeurtenissen. terwijl dit eerder werd vermeden. raken ze hierover ‘uitgespeeld’ (extinctie). Na vele herhalingen van het spel. Door het herhalen kunnen er herinterpretaties worden gemaakt van oorspronkelijk gelegde verbanden tussen stimuli en eigen reacties. Spel heeft een angstreducerende werking.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal *In het contact stelt ze zich onbenaderbaar op. Spel biedt een aantal mogelijkhe den: - Diagnostisch midden voor de inschatting van de cognitieve. Confrontatie met geconditioneerde stimuli kan gebeuren door het kind het spel te laten herhalen (flooding). emotionele en taalontwikkeling Therapeutisch en diagnostisch middel om de innerlijke belevingswereld van een kind te leren kennen Communicatiemiddel Helpt het kind om beter te leren verbaliseren Bevordert de ontwikkeling van zelfspraak Het zichtbaar maken van innerlijke representaties van eerdere ervaringen Verwerking van informatie en traumatische ervaringen en het krijgen van controle over overweldigende. waardoor gevoelsreacties geleidelijk uitdoven. expliciete shaping plaats.

De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal - Oefening van copingmechanismen Integratie (assimilatie) van de uiterlijke ervaringen en waarnemingen in de eigen belevingswereld Probleemoplossingsstrategieën leren Sociale vaardigheden leren.Stuvia.com . .

De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Schematherapie met kinderen. Indien nodig kan de therapeut extra beschikbaarheid en zorg inzetten: ‘limited reparenting’. In verbeeldend spel komen schema’s naar voren Ook analyse van spelinteracties levert schema’s op. Door rechtstreekse bespreking van de schema’s kunnen kinderen in loyaliteitsconflicten terechtkomen. 1. door bewust te leven. Functional Analytische Psychotherapie Bij deze interpersoonlijke gedragstherapie staat de . worden nieuwe vaardigheden geleerd. om ze vervolgens te contraconditioneren. Spel is ‘lichamelijk in beweging zijn en tegelijk ontspannen’  sluit aan bij het concept van mindfulness  dat verwijst naar het leren creëren van innerlijke rust.Stuvia. die kunnen worden onderverdeeld in 5 domeinen: Basisgedachte van schematherapie Zo speelt het kind met materiaal dat aanspreekt. Met de therapeutische werkrelatie krijgt het kind een ander model van een volwassene aangeboden. Onverbondenheid en afwijzing 2. Verzwakte autonomie en verzwakt functioneren 3. Deze schema’s zijn patronen van waaruit steeds opnieuw emotioneel gereageerd wordt. Overmatige waakzaamheid en inhibitie. Doordat de therapeut nadrukkelijk gevoelend en gedachten onder woorden brengt. omdat het elementen van pijnlijk geconditioneerde stimuli bevat. Klosko en Weishaar hebben 18 onaangepaste schema’s geïdentificeerd. Nieuwe ontwikkelingen Niet het veranderen van disfunctionele interpretaties. Young. Gerichtheid op anderen 5.com . maar het lopkoppelen van negatief denken is het belangrijkste werkingsmechanisme van cognitieve gedragstherapie. Verzwakte grenzen 4. Dat door middel van imaginaire en interpersoonlijke technieken ervaringen uit de vroege jeugd opnieuw geëvalueerd kunnen worden. een beperkt ‘alsof-ouderschap’.

het aanleren van vaardigheden en het loskomen van oude schadelijke patronen.en hechtingsproblemen en kinderen met te weinig of te veel zelfcontrole kunnen minder intensief en met minder spelthema’s spelen.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal therapeutische interactie centraal.  Kinderen die op jonge leeftijd goed verbeeldend en affectief geïnvolveerd kunnen spelen. divergent denken.  Speltherapie volgt echter vaak nog een werkwijze die speciaal op het kind afgestemd is. Kinderen met gedrags. Daarom richt men deze uitnodigend in.  Spel sluit aan bij de doelen van de gedragstherapie.  Er bestaat een noodzaak tot het ontwikkelen van handleidingen en tot het werken met willekeurige observaties van sessies. Spel en speelde middelen in cognitieve gedragstherapie Afstemmin g Bij kinderen tot 12 jaar. moet worden aangesloten bij de leeftijd van het cognitieve en sociaal-emotionele niveau. concreter gemaakt en aangepast aan de ontwikkeling van het kind. wat onderzoek niet gemakkelijk maakt. zodat een kind zich snel thuis voelt en geprikkeld wordt om te gaan spelen of om een gesprek te Spelkamer en spelsessies . Vooralsnog is de combinatie van gedragstherapeutische technieken en spel een goed uitgangspunt. Spelkamer moet een angstreducerende. Wetenschappelijk onderzoek  Uit onderzoek blijkt dat verbeeldend spel effectief is. Acceptace and Commitment Therapy (ACT) Gaat uit van taalconditionering al seen oorzaak van problemen. zich aanpassen en sociale competentie en een gevoel van eigenwaarde/veerkracht ontwikkelen. voelen en doen. kunnen later onder andere beter flexibel redeneren. CGT kan worden toegepast als de methoden worden vereenvoudigd.com . zoals het bevorderen van leerprocessen in denken. Alleen op die manier kan betrouwbaar worden vastgesteld dat het protocol wordt gevolgd en dat verandering kan worden verklaard door de speltherapie. veilige plek zijn. creatief problemen oplossen. Deze therapie helpt cliënten zichzelf te observeren en aanvaarden zonder het nastreven van verandering.Stuvia. Herhalingen van vroege kerngebeurtenissen kunnen in de therapeutische relatie herkend worden.

Stuvia. Speltechni eken Directe technieken  kunnen worden toegepast bij een kind met veel communicatiemogelijkheden. het maken van keuzes. waarin het kind ervaart centraal te staan.en spelthema’s genoteerd en worden creatieve producten in het therapie boekje bewaard. het presenteren van zichzelf. maar ook hoe het kind meer grip kan krijgen op de eigen binnenwereld (emotieregulatie). Indirecte technieken  kunnen worden toegepast bij kinderen die minder communicatiemogelijkheden hebben. het voordoen of het meedoen aan een rollenspel. . Doel = om gevoelens te leren discrimineren en uiten en om kerngedachten te leren opsporen en na te denken over alternatieven.Cognitieve werkbladen . *Er bestaan speelse hulpmiddelen voor therapie zoals: .Boeken met verhalen met een therapeutische boodschap of metafoor .Getekende en vertelde verhalen . ook voor de eigen gevoelens en belevingen. het contact en de openheid. *Als evaluatie kan samen in het boekje worden gelezen.Creatief.Therapeutische spellen  kunnen kinderen motiveren tot het nadenken over zichzelf.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal voeren.best een klassieke spelkamer met veel soorten speelgoed.com . Zorg ervoor dat niet al het speelgoed tegelijk zichtbaar is. *Geleerd wordt hoe gevoelens en gedachten medebepalend zijn voor gedrag. Door middel van creatief. Per sessie wordt datgene wat het kind over eigen doen en laten heeft ontdekt en bijgeleerd samen genoteerd. *Daarnaast worden de gespreks. beeldend materiaal ontstaat een weergave van iets wat het kind bezighoudt. Daarnaast bevordert het. . Deze kinderen willen of durven ook geen gevoelens en belevingen te uiten. Therapiebo ekje en speelse cognitieve hulpmateri alen In therapieboekje  doel van de therapie. een ontwikkelingsachterstand of doordat ze het nooit geleerd hebben. beeldend materiaal  beeldende technieken bieden een goede mogelijkheid bij kinderen die het moeilijk vinden om direct uit te leggen wat er niet goed gaat in hun leven. door hun leeftijd. . -Afspraken zijn bij voorkeur op een vaste tijd in de week.

verhalenmateriaal en verbeeldend spel  vermindert de angst voor het kind om over zichzelf of zijn of haar situatie te moeten praten en helpt het probleem van het kind te verminderen. Als het kind ook verbaal ontoegankelijk is.voorbeelden van technieken die bij elke leeftijd gebruikt kunnen worden (blz.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Wat op welke leeftijd? Bij iedere leeftijd passen andere communicatieve mogelijkheden en belevingswerelden. De therapeut kan hierbij vaak sturen. Het dienst als beloning 2. Bij het thema zindelijkheid kan spel vaak inzicht geven in datgene wat zorgt voor stagnaties en terugval. Het expliciet bespreken van belevingen en gewenste veranderingen in gedrag en gedachten is nog moeilijker *Spelthema’s  gaan vaak over verzorgen en verzorgd willen worden. Al spelend ontstaat er meestal vanzelf een dialoog over het spel. rr in samenvatting) 2-6 jaar Therapeut kan aansluiten bij hun spontane spel of verhalen. *Vrij spel  kan twee functies hebben: 1. omdat hij vaak de tegenspeler is.Stuvia.  een goede speltechniek hiervoor is het centraal stellen van de beleving van de kinderen en mensen die in het poppenhuis wonen.com . zijn bruikbaar voor  hechtingsgestoorde of getraumatiseerde kinderen (zij kunnen zich blokkeren of zich afsluiten). zindelijkheid. angst voor ingrepen in het ziekenhuis en angst voor een groep kinderen waar het kind nieuw is. het delen van aandacht met broers en zussen (sibling rivalry). . *Spel en verhaalmethoden waarbij kerncognities en vroege schema’s duidelijk worden. waarvoor de poppenkast mogelijkheden biedt. cognitieve training en spreekgeneratietraining via mediatietherapie. Als het kind hier niet in wil participeren kunnen regelspelen worden gedaan. 6-12 jaar Kan gewerkt worden met creatief materiaal. Het kan dienen voor nadere diagnostiek naar een mogelijke oorzaak voor het afsluiten van het kind. *Verbeeldend spel kan interacties laten zien. Wat het spel te maken heeft met het dagelijks leven van het kind is vaak moeilijker om te bespreken. ka gekozen worden voor spel als exposurem shaping. Geleidelijk durft het kind binnen het spel gevoelens toe te laten. *Technieken aanbieden in een indirecte vorm  voor het verminderen van angst. . separatieangst.

Vanaf 12 jaar Bij sommigen speelse wijze beter geschikt dan directe communicatie om achter gedachten. -kunnen stappenplan maken met powerpoint -teken-tekstverwerkingsprogramma’s  creatieve en verhalende technieken worden uitgevoerd.  soms is het niet mogelijk: *Ouders een dergelijke aanpak niet uit kunnen voeren of vol kunnen houden  kan komen door relatieproblemen of persoonlijke problematiek van 1 of beide ouders. *Omdat zij zelf een traumatisch voorval nog niet goed hebben verwerkt. Computer nodigt uit tot hardop praten. . angsten en fantasieën te komen. benoemen en uiten. Vaak moet bij een gestagneerde ontwikkeling eerst de achterstand ingehaald worden.Stuvia. Indicaties voor individuele cognitieve gedragsspeltherapie Meestal voorkeur voor mediatietherapie met ouders  dan kunnen veranderingen teweeg worden gebracht die in de eigen omgeing dagelijks kunnen worden bekrachtigd en kunnen ouders vaardigheden opdoen die ze bij hun andere kinderen en mogelijk ook in hun relatie kunnen toepassen. en het doorgeven van briefjes om informatie te krijgen over een zwijgzame puber.com . zoals exposure of traumadesensitisatie.  Stigma en schuldgevoel worden voorkomen als het kind niet weet dat er hulp is gezocht. Dan is een verwerkingstherapie nodig. Individu ele therapie is geïndice erd wannee r: Mediatherapie niet haalbaar is Mediatietherapie door bepaalde kindfactoren onvoldoende effect zou hebben Het kind nieuwe vaardigheden moet leren Het kind moet leren cognities of schema’s te herzien Het kind een traumatische gebeurtenis moet verwerken Het kind een vertouwensfiguur nodig heeft om mee te praten Het kind door hechtingsproblematiek vertrouwen en overzicht moet ontwikkelen en moet leren eigen keuzen te maken en perspectief te ontwikkelen. *Wanneer kind op het niveau van een veel jonger kind aan het exploreren is  teken dat de spelkamer een veilige plek is om te durven regrediëren. waarmee het kind dingen vertelt zonder het rechtstreeks te hoeven zeggen. Voorbeelden zijn: binnenpretjes  het vinden van zelfuitspraken voor agressiebeheersing.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal herkennen. *Computer = goed hulpmiddel.

De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Cogniti eve gedrags spelthe rapie: uitgang spunten - 1e doel wordt bepaald door klachten. waarvan de resultaten af en toe met de ouders besproken worden.com . *Soms problematiek van ouders zo groot. die niet bereid of in staat zijn hieraan te werken.  Loyaliteitsproblemen moeten worden voorkomen en er is ook zorg nodig voor het verstrekken van informatie over en weer. zoals bij rouw.  Soms moet informatie vertaald worden om de omgang tussen ouders en kind te verbeteren. 2.  Leidt vaak tot snellere en meer effectieve veranderingen. Mediatietherapie met ouders staat voorop Speltherapie is slechts 1 van de keuzemogelijkheden. dat eerst probleem opgelost moet worden Er kan dan extra hulp voor ouders ingeschakeld worden en juist dan is er ook een indicatie voor individuele kindertherapie. nodig om de cliënt geleidelijk bloot te stellen aan de gevreesde situaties en herinneringen. Combineren van individuele therapie en mediatietherapie. Toepassingen Gestagneerde verwerking van traumatische gebeurtenissen Bij posttraumatische stressstoornis is het. . omdat het kind gemotiveerd wordt mee te werken aan de veranderingen thuis. thuis ondersteund en uitgebouwd kan worden door de ouders. Alleen over het kind praten. zorgen en vragen van oduers en kind Het concrete probleemgedrag wordt door ouders actief geregistreerd en ze zoeken mee naar patronen Bij voorkeur is psychologisch en medisch onderzoek van het kind met informatie van derden vooral aanwezig In samenwerking met de ouders worden analyses van de functie en betekenis van klachten vastgesteld. *gedragstherapeutische gezinstherapie is geïndiceerd als het symptoomgedrag van het kind een functie heeft voor alle gezinsleden.  Mediatietherapie lijkt ook geïndiceerd bij ouders met relatieproblemen of met persoonlijke problemen. Dan kan de therapeut een vertrouwensband opbouwen Individuele kindertherapie kan de ouders motiveren en kan zorgen voor contactdesensitisering bij ouders die mogelijk zelf slecht gehecht zijn. van waaruit de behandeldoelen en het behandelplan worden opgesteld. In deze evaluaties kan onderzocht worden hoe het proces dat in de therapie ontstaat.Stuvia. Dan is stapsgewijze methode nodig: 1. Kan gestart worden met speltherapie.

waar ze wacht en op een bepaald tijdstip terug komt. in ieder geval bij volwassenen.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Bij gestagneerde rouw  Flooding Disfunctionele overtuigingen over opnieuw dreigend onheil moeten veranderd worden.  kan oplost worden door het te benoemen  kind vertellen dat de moeder weggaat. 222. cliënt heeft verwerkingsproces vermeden  deze therapie dient door middel van flooding worden opgeheven. In kindertherapie kan traumadesensitisatie vorm krijgen in spel. 225. KOPP-problematiek  Kinderen van ouders met een psychiatrische problematiek (blz. *Daarna wordt hetzelfde gedaan met stimuli die boosheid. De diagnostiek verloopt dan via een tweesporenbeleid: alle mogelijke medische verklaringen van de klachten moeten worden uitgesloten. heel normaal bij jonge kinderen. schuldgevoelens en verdriet oproepen. Therapeutvaardigheden:  moet speltechnieken combineren met creatief cognitieve en puur gedragstherapeutische technieken. Angstig om te praten of om spontaan verbeeldend spel te spelen  zeggen dat jij als therapeut ook mag bepalen wat er gedaan wordt  van te voren wegzetten van regelspelen. representaties en kerngebeurtenissen van het kind in beeld te brengen. Traumadesensi tisatie is. *Als afsluiting wordt een positief toekomstbeeld vanuit het trauma in beeld gebracht. Hierbij wordt eerst een hiërarchie van angstcues rond het trauma opgesteld. Een voorbeeld hiervan is te zien bij baby’s met: failure to thive.  moet erop gericht zijn de disfunctionele schema’s. alvorens het vaststellen van een psychische oorzaak.Stuvia. Oplossen van lastige situaties Separatieangst (kind durft niet mee te gaan of moeder durft kind niet los te laten) :komt veel voor. Het . De lichamelijke klachten kunnen het teken zijn dat het kind depressief is.221) Kinderen met chronische ziekten  medisch spelmateriaal in de spelkamer te hebben. Een intensieve confrontatie met de verlorene. 226 voor casussen. effectief gebleken. Zie blz: 217. schaamte.com . Soms leiden traumatische gebeurtenissen tot lichamelijke klachten. 218. 221. Deze angstcues worden vervolgens gedesensitiseerd met imaginaire exposure.

Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal

werkt vaak ook goed om initiatief te nemen en zelf te starten met een creatief maaksel of met verbeeldend spel. Vaak komt in het spel aan bod waarom het kind rechtstreekse vragen vermijdt. Kinderen spelen elke week hetzelfde spel of besteden alle tijd aan het aankleden van poppen (doen ze om te vermijden met emotioneel beladen onderwerpen aan de gang te gaan)  therapeut kaart dit rechtstreeks aan. Ook indirecte technieken kunnen worden gebruikt. Het is in ieder geval van belang om elke poging van het kind te bekrachtigen.

Symboliek en interactiekn open

Moeilijk om symbolisch spel te interpreteren. Het is lastig te bepalen hoe lang je het spel moet laten duren voordat je genoeg duidelijkheid hebt en iets kunt beweren. *Vooral letten op terugkerende thema’s  hierop kan proberenderwijs, voorzichtig op ingegaan worden. Het is van belang het kind keuzemogelijkheden te geven. *gaat het spelthema van het kind over een essentieel schema  kan de therapeut beter weinig actie overnemen en voornamelijk volgen. Vaak komt er, nadat dit spel is uitgespeeld, genoeg rust om erover te praten en de koppeling te maken tussen de symboliek en de problematiek van het kind. *Therapeut moet dus goed observeren hoe belangrijk het spel voor het kind lijkt. Er moet niet directief in woorden gegrepen. Het eigen onrustige gevoel van de therapeut ‘niks actiefs doen’ is niet altijd een goede maatstaf.

Aantal factoren die belangrijk zijn bij de keuze van de techniek die bij het probleem wordt gebruikt: Zorgen voor jezelf

-

Aansluiting bij het probleem Tijdsduur Consequenties voor het kind: kies de techniek die het minst vervelend is voor het kind Leeftijdsniveau van het kind Cognitief ontwikkelingsniveau van het kind Emotioneel ontwikkelingsniveau van het kind Sociaal ontwikkelingsniveau van het kind

De verbeteringen in het gedrag en de emotionele uitingen van het kind moeten Thijs en op school worden bekrachtigd. Je moet jezelf beschermen tegen te vermoeid en overweldigd raken door de indringende verhalen, fantasieën en ervaringen van ouders en kinderen. Je moet je bewust blijven van het effect van je eigen fysieke en

Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal

geestelijk gezondheid op je mogelijkheid om je cliënt goed te helpen.

Afronding van de speltherapie  niet makkelijk  moet op natuurlijke wijze minder hecht worden *Kan door middel van geleidelijke vermindering van de frequentie van de therapiesessies. *Ook aantal follow-up sessies plaatsvinden Bij sommige kinderen was het: weer durven vertrouwen van volwassenen een hoofddoelstelling van de therapie.  als de band met therapeut hecht is geworden  laatste sessies een apart karakter geven, met een afscheidsritueel  stoppen met een extra leuke sessie met bijv. diploma. Moeilijke situatie: gebrek aan generalisatie. Da is direct overleg met de betrokkenen over de verdere uitbouw van de resultaten nodig.

Therese Steiner heeft de verbale oplossingsgerichte gezinstherapie van Steve de Shazer en Insoo Kim berg aangepast aan kleinere kinderen  kiezen ouder wel of niet aanwezig  meestal niet  blz 232 -240 voor een voorbeeld.

Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal

Hoofdstuk 6; Individuele therapie voor adolescenten. Paragraaf 1.5 voor een algemene beschrijving van deze manier van gespreksvoering. Blz 245-253 voorbeeld van gesprek. Kennismaking Doelonderhandeling  eerst bedanken dat je bent gekomen. Ik garandeer dat ik mijn best zal doen om je te helpen. Waarom ben je hier? Wondervraag (na 21 minuten)  Stel je wordt morgen wakker, en er is een wonder gebeurd. Alles waar je nu mee zit is weg. Wat doe je dan? Hoe voel je je dan? Miniwondertjes  Zijn er tijden dat je je kunt herinneren dat je stukjes van dit wonder al zag? Schalen  10 staat voor ik heb net zo veel wil als nodig is, en 0 is het tegengestelde daarvan. Waar zit je dan nu? En wat is er nodig om wel weerstand te bieden? De break  ik ga 10 minuten pauze nemen en hierover nadenken. Is er nog iets dat je me moet vertellen? De boodschap  Ik hoop dat het nuttig zag zijn, ik ben er echt van onder de indruk dat je hier vandaag gekomen bent, daar is moed en wiskracht voor nodig, dat is indrukwekkend.

-

-

-

-

-

Er moet bij het kind sprake zijn van een ernstige mate van sociale incompetentie.Het kind moet acht tot en met twaalf jaar zijn. Aanmeldingsprocedure:  Het is van belang helder te krijgen iwe het initiatief heeft genomen voor de aanmelding. cognitieve vermogens en aanmeldignsproblematiek. (blz 270 tot en met 274 voor een voorbeeld) . leeftijd.Stuvia.  Er wordt naar gestreefd een groep samen te stellen naar geslacht. .com . Daarnaast geeft het inzicht in wat het kind al adequaat en op leeftijdsniveau aan sociaal gedrag vertoont. Hierdoor kan een voorlopen voorselectie gemaakt worden of een groepstherapie of een individuele therapie is ingeindiceerd  Je kunt de volgende voorselectiecriteria gebruiken: . geeft belangrijke informatie over welk probleemgedrag moet worden aangepakt. Om antwoord op deze vraag te krijgen kan gebruik gemaakt worden van CBCL.Het kind moet gemiddeld verstandelijke vermogens hebben.  Er wordt een selectieprotocol geburikt om voor elk kin met socialecompetentieproblemen een sociaalfunctioneringsprofiel te maken.De ouders moeten bereid zijn om het kind te begeleiden bij de thuisopdrachten.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Hoofdstuk 7: Groepsgewijze therapie Groepstherapie:  Voor kinderen en volwassenen die problemen hebben met het maken en onderhouden van contact met hun omgeving. terwijl er in principe wel mogelijkheden zijn tot het leggen van contact.  In welke richting naar oplossingen gezocht moet worden.  Sociaal incompetente kinderen leggen gebrekkige sociale contacten. wordt aangegeven door de vraag in welke vorm en mate het probleemgedrag aanwezig is en door wie het wordt waargenomen. . waarbij de therapeut het leer model is.De ouders moeten bereid zijn mee te werken. . De groep biedt veel leersituaties waarmee elk groepslid in enige mate moeite heeft.  Een socialecompetentietraining kan een oplossing zijn voor deze personen. . Intakegesprek met ouders en aangemelde kind:  De manier waarop ze met elkaar over de sociale problemen praten. Bovendien is de afstand tussen het groepslid dat als model dient en het groepslid dat het gedrag probeert te leren kleiner dan bij een individuele behandeling. Dit helpt om een systematische selectie te maken van de leerdoelen voor de socialecompetentietraining.

Ouders adviseren over de aanpak van de kinderen in de groep. . Ondersteuning van de ouders om hun kind extra te stimuleren om dor te gaan is dan van groot belang. Voordelen Tijdbesparend vergeleken met individuele gesprekken. Een voordeel is dat ouders in elkaars verhalen hun eigen problemen met hun eigen kind herkennen.com . Daarom moeten verschillen in problematiek en en opleidingsniveau van ouders niet te veel verschillen. Beginfase: de groepsdoelen worden benadruk. waardoor er een werkklimaat ontstaat waarin met rollenspellen en oefeningen snel resustaten worden bereikt. Middenfase: wordt gewerkt aan de specifieke individuele leerdoelen.Specifieke individuele leerdoelen: hebben te maken met probleemgedrag van elk kind afzonderlijk. Het doel is het bereiken van groepscohesie.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Fase in de groepsbehandeling: Twee soorten leerdoelen: Algemene of groepsdoelen: basisvaardigheden om het groepsfunctioneren mogelijk te maken. .Stuvia. Eindfase: nadruk wordt gelegd op een herhaling van zowel groeps. Ze hebben te maken met algemene problemen. - De oudersgroep: Er moet regelmatig contact zijn tussen de therapeuten en de ouders over de vorderingen van hun kinderen. Uitwisseling van ervaringen over de manier waarop de ouders thuis het gedrag van hun kind succelvol kunnen beinvloeden. In de ouderbegeleiding ligt de nadruk op: voorlichting over de fase van de behandeling Informatie verschaffen en inwinnen bij de ouders wat zij thuis kunnen observeren van de vorderinge van hun kind. Nadelen Niet alle ouders passen bij elkaar.als individuele leerdoelen. Dit vergroot vaak het verzet tegen de groepsbehandeling. Komt vaak overeen met de aanmeldingsreden van de ouders. Hierdoor kan het nieuw geleerde gedrag van hun kind thuis gestimuleerd worden en versterkt. die nodig is vor de fase waarin iedereen werkt aan eigen probleemgedrag.

Stuvia. Leren van elkaar door middel van onderlinge steun en bekrachtiging. terwijl de andere kinderen observeren hoe een kind succesvol omgaat met een probleemsituatie. stimuleert en versterkt daarnaast de groepscohesie. omdat het stimuleert aan de individuele leerdoelen te werken. Modificatietechnieken: Een van de technieken die gebruikt wordt is modeling  bepaald gedrag wordt voorgedaan en leren elkaar positieve feedback te geven.  Ze leren elkaar helpen met wat handig is om een doel te bereiken  Elk kind oefent vervolgens met de tips en aanwijzingen uit de groep. Oudersbegeleiding kost veel overlegtijd tussen de oudersbegeleider en de groepstherapeuten. Logistieke problemen: genoeg ruimten zodat kinder en ouderstherapie gelijk gegeven kan worden. Het bevordert. Sociale vaardigheidstraining in een groep:  Socialevaardigheidstraining die hier wordt besproken is gericht op kinderen tussen de 8 en 12 jaar.  Andere modificatietechnieken zijn: prompting. die dagelijks problemen ervaren in .De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Ervaren van herkenning in verhalen van andere ouders Saamhorigheidsgevoel en groepscohesie Negatieve groepseffecten: ouders kunnen elkaar meetrekken in een negatieve spiraal. Het werken met tokens is ffectief. Verdeeldheid tussen de oudersbegeleider en de ouders of tussen de groepstherapeuten en de kinderen.com . Wachtkamereffect: ouders zien elkaar ook buiten de groepsbijeenkomst in de wachtkamer. Mogelijkheden voor modeling. Door een goede samenwerking kunnen de kinderen groepsverrassingen verdienen. omdat je de groepsverrassing alleen kunt bereiken als iedereen samenwerkt. Ouders kunnen vaardigheden met elkaarbespreken en oefenen. shaping en individuele en groepscontingenties.

 Wanneer de ouders niet bereid zijn tot deelname aan de oudergroep.  Kinderen leren zich adequater gedragen in sociale situaties. .Stuvia.  De ouders moeten door middel van 5 trainingen direcht bij de kindergroepstraining betrokken worden. Er zijn 5 leerrkachttrainingen om extra ondersteuning te geven bij het implementeren van de geleerde vaardigheden in de schoolsituatie.com . Via verwijzers van andere instellingen.  Soms vult de leerkacht hiervan de leerkrachtversie in. Het sociaalfuntioneringformulier geldt hierbij als leidraad. omdat de training dan buiten de therapiekamer geen effect zal geven. Via collega’s van het team waarin de therapeut werkt. moet nieuw gedrag door ouders en leerkrachten geoefend worden.  De intakeprocedure omvat een interview met ouders en kind. Om dit probleem te vermijden. waardoor zij minder bereid zijn tot deze extra tijdsinvestering.  1 van de problemen is het generaliseren van nieuwe geleerde vaardigheden naar de thuis. De problemen die hieruit voortkomen. Het is praktisch om over een vaste oudertrainer te beschikken die op de hoogte is van het programma van de kindergroepstherapie.  Het programma is een combinatie van een operant en cognitief programma. Aanmeldingen kunnen op 3 manieren plaatsvinden: Kinderen die de therapeut zelf in aanmerking vindt komen. Ouders kunnen al voo partnerproblemen behandeld worden.en schoolsituatie.  Bij het kind kan de Sociaal Cognitieve Vaardighedentest (SCVT) worden afgenomen om aanvullende informatie te verwerven. Nadeel: De extra tijdsinvestering voor ouders en hulpverleners. Voorafgaand aan het intakegesprek:  Ouders vullen de CBCL in.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal de omgang met leeftijdgenoten. Vaak is de inhoud van de oudertraining niet goed afgestemd op de groepstherapie van het kind.  De leerkracht wordt schriftelijk en telefonisch betrokken bij de behandeling. kunnen worden vermeden door de oudersgroep parallel aan die van de kinderen te starten. is deelname van hun kind aan de kindergroep uitgesloten.

De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Indicatiestelling: Aan de hand van de volgende gegevens wordt bepaald of een kind in aanmerking komt voor groepstherapie: gegevens via het interview met ouders en kind Gegevens via vragenlijsten van het kind: SCVT. Evaluatieve functie: scores vooraf kunnen vergeleken worden met die verkregen na de groepsbehandeling.Stuvia. Met de Lijst van assertieve situaties kan worden onderzocht met welke sociale situaties het kind moeite heeft.  Beperkte mate van heterogenitiet. Elk kind heeft individuele leerdoelen. De diversiteit in de groep heeft tot doel dat kinderen een geeelte van zichzelf herkennen in een ader kind en nieuw succesvol gedrag van het andere kind kunnen leren en . Samenstelling van de groep: De samenstelling is van groot belang. omdat trainingen in groepen met socialecompetentieproblemen zelfs kunnen leiden tot verslechtering van oorspronkelijke vaardigheden en gedrag.com . kind of leerkracht) aangeeft dat er sprake is van problemen op het gebied van de omgang met leeftijdsgenoten. Gegevens via vragenlijsten van de leerkracht: CBCL leerkrachtversie. Het kind wordt toegelaten in de groep als twee van de drie informanten ( ouders. Sociaal functioneringsformulier. Vragenlijsten hebben een aantal functies: Aanvulling op de gegevens verkregen via het interview: concretisering van probleemgedrag. Gegevens via vragenlijsten van de ouders: CBCL. lijst assertieve situatie. De groepstherapie is geindividualiseerd.  Algemene kenmerk van de kinderen is een gebrek aan sociale cognities en vaardigheden. Oplossingsidentificatieschaal en Herziene Sociaal functioneringsformulier.

De werkklus (huiswerk) wordt besproken. omdat het ene kind een bepaalde situatie goed beheerst en het andere nog niet. Wanneer deze vol is volgt er een groepsverrassing. Dit vormt de overgang van de therapiegroep naar de alledaagse werkelijkheid. kinderen vertellen wat ze de afgelopen week hebben meegemaaakt. Kinderen in de groep dienen als model voor de andere kinderen.  Om praktische reden wordt er geen sekseverdeling gemaakt. waarop staat waar de bijeenkomst over gaat en wat de kinderen gedaan en geleerd hebben. Er worden bijna alleen jongens aangemeld. Kringgesprek. Werkgedeelte: Er worden voor elk kind specifieke oefenthema’s uitgekozen. 2. Dan volgt de doe-opdracht voor de volgende keer. Elk kind moet in beide functies aan bod komen: als model en als leerling. 5. Draaiboek: Draaiboek bestaat uit 5 onderdelen: 1.com . Afsluiting: ontspanningsmogelijkheid voor de kinderen. . 3.  Schoolachter grond moet in aanmerking worden genomen: evenwicht tussen kinderen van het regulier en het speciaal onderwijs.  Er moet rekening worden gehouden met leeftijd.  In een groep zitten niet alleen teruggetrokken kinderen. Groepsthermometer: Als het kind een klus heeft gemaakt.Stuvia. wordt er een sticker op de groepsthermometer geplakt. De combinatie van gedragskenmerken kan het best plaatsvinden in de verhouding van elk type kind hooguit twee hetzelfde. Bespreking van de klus voor de volgende keer: ze krijgen elke bijeenkomst een klussenblad.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal overnemen. Het verschil mag maximaal die jaar zijn. Dit is meestal een spelletje. maar ook hyperactieve of agressieve kinderen. 4.

doen en voelen? .Situaties waarin het kind bepaald gedrag te veel doet.Sociale vaardigheden die als basispakket in de training zitten? In welke mate beheerst het kind bepaalde assertieve reacties? . dus beloon jezelf .  Het doel is angst en depressiestoornissen te voorkomen en behandelen. Bladzijde 271 t/m 274 voor de items die bij elk onderwerp horen. . gevoelens en gedrag in aanwezigheid van andere kinderen. .  Is bewezen succesvol en kosteneffectief en behandelt de meest voorkomende problemen.Dagelijkse situaties waarin sociale problemen kunnen voorkomen. specifieke leerpunten voor de groep na afloop van de kindertraining. De volgende onderwerpen komen aan bod: . . .Stuvia. . maar die soms zelfs veroorzaak.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Sociaalfunctioneringsformulier:  Tijdens het intakegesprek neemt de therapeut het sociaalfunctioneringsformulier met het kind en de ouders door.Angsgedachten.Als het kind alleen is in een situtie met andere kinderen zonder directe hulp van volwassenen: wat zal het denken.  Het eerste deel van het intakegesprek is bedoeld om de spanning bij het kind en de ouders te verlage en de werkrelatie op te bouwen.  Het tweede deel van het sociaalfunctioneringsformulier heeft tot doel de inventarisatie van probleemgedrag en de concretisering van werkdoelen voor de socialevaardigheidstraining. Bladzijde 270 en 271 voor voorbeeldvragen van oplossingsgerichte vragen.Situaties die het kind liever vermijdt.  Het woord vrienden omvat de volgende stappen van het programma: V= hoe Voel ik me R= Relax I= In jezelf denken E= Eigen plan N= Netjes gedaan.com .Voorspellen van behandelinsresultaten.Situaties waarin het kind een vaardigheidstekort vertoont. Vrienden voor het leven:  Een programma tegen angst en depressie.  Programma is gebaseerd op het gegeven dat angst niet alleen vaak aan depressie voorafgaat.

 De effecten zijn matig tot redelijk. De volgende groepsprogramma’s worden besproken: Socialevaardigheidstraining: ‘Samen denken en doen’ Cognitievevaardigheidstraining: ‘Stop.goed praten .Stuvia. Voorbeeld oefeningen is ‘spiegeltje. worden vaardigheidstrainingen besproken die zijn toegespitst op kinderen met PDD-NOS of ADHD. spiegeltje aan de .  De vier denkfouten zijn: . Ze leren in trainingen omgaan met kwaadheid.uitgaan van het ergste  Jongeren delen hun levensverhaal en helpen elkaar bij het opstellen van een individueel prestatieplan.  Jongeren praten met elkaar over hun problemen en sprelen elkaar aan op mogelijke denkfouten.egocentrisme .  De negatieve groepscultuur wordt omgebogen naar een cultuur van elkaar helpen en rekening houden met elkaar.en pubergroepen: De club van overlevers: De club van overlevers is een groep voor het overwinnen van seksueel misbruik. hoe los ik het op’ Agressieregulatietraining: ‘Hoe word ik boos’ Equip:  Programma voor delinquente jongeren in justitiele jeugdinrichtingen. niet v567ergeten EN= EN rustig blijven. sociale vaardigheden en morele keuzesituaties.anderen de schuld geven . sociale en cognitieve behandelprogramma’s voor kinderen met ontwikkleingsproblematiek.  Het programma is een vertraling van het Australische programma ‘Friends’. De vraag: ‘waarom moest mij dit overkomen?’ komt bij deze mensen veel voor.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal D= Doe je oefeningen. Oplossingsgerichte kinder. Groepen voor kinderen met ontwikkelingsproblematiek: In het boek ‘Behandelend trainen’.com .

(zie bl 278 en 279) Woedegroep: in de woedegroep haat het erom te leren de woede te overwinnen. (blz 279) De schoolgroep: in de schoolgroep leren de groepsleden de eigen uitzonderingsgedragingen te zien.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal wand’. tijdlijnoefening en de cirkeloefening. (blz 279 en 280) .com .Stuvia.

Stuvia.  De behandeling vindt plaats. Het versterken van hun motivatie vor gedragsverandering Het vergroten van hun vertrouwen in zichzelf en in de volwassenen. (morele) ontwikkelingstheorie en principes uit de sociale leertheorie en cognitieve gedragstherapie. Het doel is het leren van alternatieven voor hun zelfvernietigende denkpatronen en het aanleren van vaardigheden om hun eigen gedrag te reguleren. dan de gebruikelijk was bij een klinisch interview. . Geschikt voor:  Kinderen en jongeren van 6 tot 20 jaar  Kinderen die lichtgeraakt zijn. werd later ‘life space interview’ genoemd. Nu ‘life space intervention’ (LSI).  LSCI is gebaseerd op een integratie van psychodynamische principes. Daarnaast heb je ook life space crisis intervention (LSCI).  LCSI bestaat uit gesprekken volgens een vast gespreksprotocol.com .  De meeste crisistrainingsprogramma’s richten zich met name op de veiligheid van de stafleden. elke keer als er sprake is van een crisis of stroend gedrag.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Hoofdstuk 9: Interventie bij een crisis Life space crisis intervention: Marginale interview. hun emoties in stressvolle situaties niet kunnen beheersen en die gedragsstoornissen hebben. richtten hun werk op het gebrek aan zelfcontrole van agressieve en dellinquente kinderen en jeugdigden. Life space  grotere nabijheid tot de natuurlijke omgeving. Reld en Wineman die het idee bedacht hebben. Subdoelen: Het vergroten van hun begrip voor mensen en gebeurtenissen in de omgeving.

De jongere helpen zijn niet-werkende patroon herkennen en veranderen. Bepaling 4.com . tijdijn op zo’n manier organiseren dat de schuldgevende jongere ziet hoe hij zijn probleem . Door ongepast gedrag worden volwassenen opgewonden: ze nemen de gevoelens over en spiegelen het gedrag door bijvoorbeeld terug te schreeuwen. Tijdlijn 3. De jongere benodigde nieuwe vaardigheden aanleren. Er zijn 6 LSCI strategieen: De rode vlag Werkelijkheidsconfro ntatie Om de jongere te helpen inzien dat hij zijn boosheid op de verkeerde manier uit met ongewenst resultaat De werkelijkheid c. worden de emoties verminderd. Volgens het model van LSCI gaat de conflictcirkel als volgt: Stressvol incident Het incident activeert de irrationele ideeen van de jongere. Inzicht en doel 5. Deze ideeen triggeren de gevoelens en leiden tot ongepast gedrag.q. De 6 stadia van LSCI bestaan uit 3 diagnostische fasen en 3 nieuwekansenfasen: 1. Bepalen van het centrale onderwerp (patroon in de crisis) en keuze van de LSCI strategie. maar de oorlog winnen: zijn self-fulfiling prophecy versterkt de irrationele ideeen. Nieuwe vaardigheden 6.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal 1 van de 6 LSCI-strategieen om destructieve manieren van denken. zoals schreeuwen. De jongere voorbereiden op terugkeer in de leefsituatie. Door de versterking van de irrationele ideeen ontstaat er geen motivatie om ideeen of gedrag te veranderen. Ontdek wat er gebeurde vanuit het gezichtspunt van de jongere. voelen en doen boven tafel te krijgen en te beinvloeden is de rodevlagcrisisinterventie. Crisis 2. De jongere kan het gevecht verliezen (door straf). De negatieve reacties van de volwassenen verhogen de stress van de jongere en het conflict escaleert tot een vruchteloze machtstrijd.. Zie blz 302 t/m 305. Transfer Door de gevoelens van de jognere te erkennen.Stuvia.

. waarin een jongere aangeeft zelfmoord te willen plegen. Het aanleren van sociale vaardigheden aan de jongere met de juiste houding en doelen. Zie blz 307 t/m 311 voor een voorbeeld van een online chat. De impulsieve jongere die zich achteraf schuldig voelt waarden geven om zijn zelfcontrole te vergroten. Het verduidelijken van de exploitatie voor de jongere die zich door anderen laat manipuleren. .Jongeren voelen zich aangetrokken tot het internet. Symptoomvervreemd ing Waarden Gereedschappen Het pestpatroon ongemakkelijker maken voor de pester die plezier haalt uit andersmans pijn. maar met verkeerd gedrag.  Er wordt gewerkt op basis van principes en uitgangspunten van de oplossingsgerichte therapie.Stuvia.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal vergroot.nl is een website voor jongeren tussen 12 en 23 jaar.95% van de jongeren heeft toegang tot een computer en internet.  Het bieden van hulp van internet heeft een aantal voordelen: . Zie blz 312 t/m 314 voor een voorbeeld van een oplossingsgericht crisisgesprek. . . Manipulatie Praten online  PratenOnline.Jongeren zijn bedreven in het gebruik van internet.Internet heeft een anoniem karakter.com .

You're Reading a Free Preview

Download
scribd
/*********** DO NOT ALTER ANYTHING BELOW THIS LINE ! ************/ var s_code=s.t();if(s_code)document.write(s_code)//-->