P. 1
Samenvatting 'Leren en veranderen' - Sanneke Bolhuis

Samenvatting 'Leren en veranderen' - Sanneke Bolhuis

|Views: 212|Likes:
Published by Stuvia.com

More info:

Published by: Stuvia.com on Jul 19, 2013
Copyright:Traditional Copyright: All rights reserved
List Price: $2.65 Buy Now

Availability:

Read on Scribd mobile: iPhone, iPad and Android.
See more
See less

10/29/2013

$2.65

USD

pdf

Samenvatting 'Leren en veranderen' Sanneke Bolhuis

by

ellenschaap

The Marketplace to Buy and Sell your Study Material
Buy and sell all your summaries, notes, theses, essays, papers, cases, manuals, researches, and many more..

www.stuvia.com

Stuvia.com - The Marketplace to Buy and Sell your Study Material

Samenvatting leren
Inleiding Leren is betekenisgeving. Leren is het tot stand komen van betekenis of van verandering in betekenis. Leren is een proces waarin we de wereld om ons heen en onszelf betekenis toekennen. Die betekenisgeving komt tot stand door en in een sociaal-culturele omgeving. Betekenisgeving komt tot uitdrukking en wordt gedeeld in gedrag en handelen, alsook in de inrichting en vormgeving van de omgeving. Hoe werkt dat: - door naar elkaar te kijken - door elkaar na te doen - door hoe jij je omgeving ervaart - door te merken hoe anderen op jou reageren - door te praten - door activiteiten met anderen te ondernemen. Leren is veranderen, het leven als proces heeft verandering tot gevolg. Referentiekader: al het eerder geleerde, een soort raamwerk en filter waarmee je nieuwe ervaringen opdoet: - eerder gevormde ideeën - opvattingen - gevoelens - vaardigheden en gewoonten Ten eerste biedt de eerdere betekenisgeving, een kader waaruit nieuwe informatie wordt opgenomen. Nieuwe info wordt selectief opgenomen, aangepast en verdraaid om te passen bij de oude info. Eventueel wordt info zelfs genegeerd als het niet in het referentiekader past. Ten tweede heb je door eerdere leerprocessen ook je leervermogen en leercompetenties ontwikkeld Het alledaagse leren en leren uit eigen beweging leiden tot een uitbreiding en verfijning van het aanwezige referentiekader op basis van wat de sociale omgeving biedt. Soms beïnvloedt de omgeving het leren zonder dat men zich daar echt van bewust is. Leren waarbij eerdere eigen vanzelfsprekendheden kritisch worden onderzocht en afgebroken om plaats te maken voor andere betekenissen, heet transformatief leren. Het referentiekader is sociaal-cultureel en historisch bepaald, dus wat mensen leren hangt af van de sociale omgeving of cultuur waarin ze zijn opgegroeid of verkeren. Een krachtige leeromgeving is een omgeving die het leren krachtig ondersteund in de gewenste richting. - Bijvoorbeeld gewelddadige gezinnen - Dictatuur Omgevingen die krachtig sturen in een door hen gewenste richting, en hierbij moet je snel zijn om de betekenisgeving op te pikken.

Stuvia.com - The Marketplace to Buy and Sell your Study Material

Hoofdstuk 1. Verschillende leerprocessen 1.1 Spontane en andere leerprocessen. Uitgaande van het inzicht dat schoolleren een specifieke vorm van leren betreft, is het logisch om eerst naar de verschillen te kijken: - leren doe je niet alleen op school, maar op alle mogelijke plaatsen, gedurende je hele leven - leren doe je niet alleen met theorie, maar ook door directe ervaring, eigen handelen en interactie - leren is een activiteit van de lerende, zeker niet passief. Dit betekent niet dat de lerende zich altijd bewust is van het eigen leren en de resultaten - De volgorde is niet altijd eerst leren, dan handelen. Vaak leer je juist van je eigen handelen - Bij leren zijn ook altijd belangrijke emotionele kanten betrokken, zowel in het leerproces als in de resultaten - Leerprocessen vinden vaak onopgemerkt plaats. - Je kunt ook negatieve of onjuiste dingen leren - De inhoud van het leren wordt vaak gezien als een vaststaand feit, maar het is een betekenis waarover in de omgeving overeenstemming is bereikt en die daar ook belangrijk wordt gevonden - Het eerder geleerde vormt het referentiekader - Leren kan ook afleren zijn - Het leren is een sociaal proces met sociale resultaten, het is een proces van interactie Praktische intelligentie: het onderscheid tussen de intelligentie die is verkregen op school en de intelligentie die is verkregen in de praktijk van het alledaagse leven. Meervoudige intelligentie: intelligentie is meer dan hetgeen wat gemeten wordt met een IQ-test. Emotionele intelligentie is het kennen, herkennen en constructief omgaan met de eigen emoties, en die van anderen. Formeel leren (op school)  informeel leren Intentioneel leren (doelbewust)  incidenteel leren (onregelmatig) Impliciet leren (niet bewust van leerprocessen en resultaten)  expliciet leren (specifiek) Leeractiviteiten zijn de activiteiten waardoor we op persoonlijke wijze gaan delen in en bijdragen aan de gezamenlijke betekenisgeving. In de praktijk kunnen leerprocessen uit verschillende categorieën zich gelijktijdig afspelen: - leren door sociale interactie: het leren waarbij samen handelen en actieve uitwisseling van informatie tussen mensen een centrale rol spelen. - conversaties - discussies - brainstorm - participeren in sociaal gedrag - observatie- of modelleren (observeren van anderen die als model dienen voor eigen handelen) - omgaan met en/of oplossen van conflicten

Stuvia. leidt tot ideeën voor een volgende keer.leren door onderdompeling. . motivatieproblemen 5. er wordt geen verband gelegd met de werkelijkheid waarover de informatie gaat.essentieel is het stellen van vragen. de enorme hoeveelheid informatie kan de lerende blokkeren bij het verbanden leggen met de werkelijkheid 4.leren door directe ervaring . 3. media etc) Problemen die ontstaan bij leren voor verwerking van theorie: 1. de informatie kan verkeerd begrepen worden. . naarmate de omgeving waarin je opgenomen bent vreemder en onbekender is.com . statisch kennisconcept: ‘zo is het en niet anders’ . . er vindt geen transfer plaats met de praktijk. boeken. 2.reflection-in-action = als het nadenken heel dicht bij de handeling ligt en er praktisch onderdeel van uitmaakt .leren door handelen (wat gaat goed en wat verkeerd?) .abstracte informatie (mondeling.leren door nadenken .leren door verweking van theorie .The Marketplace to Buy and Sell your Study Material . moet je meer moeite doen om je aan te passen.reflection-on-action = nadenken achteraf.

Verschillende soorten leren: .de nieuwe informatie wordt zodanig verdraaid dat het toch in het referentiekader past. vraagt om communicatie waardoor deze impliciete opvattingen en gewoonten worden geëxpliciteerd.De conflicterende omgevingen: ontstaat als een individu in twee of meer omgevingen verkeert die conflicterende eisen stellen omdat ze qua cultuur verschillen. Waar ligt het initiatief om te leren? 3. aan de nieuwe informatie.wat in het handelen is opgeslagen . .De ondersteunende omgeving: de omgeving kan het individu steun bieden bij het leren.leren in een botsing van culturen . .de alomvattende betekenisgeving door de omgeving. Wat doen we met ‘niet passende’ info? .De lerende zet de nieuwe info bewust naast de oude .wat door ervaring en sociale interactie werd geleerd . De interactie tussen individu en omgeving.wat door de omgeving niet ter discussie werd gesteld Expliciteren (bewust maken) wordt uitgelokt als er gecommuniceerd moet worden.De lerende past het referentiekader aan. Contact met anderen die niet dezelfde stilzwijgende kennis hanteren. waarmee de sociale omgeving geen of weinig ervaring heeft. . 4.leren uit eigen beweging . .The Marketplace to Buy and Sell your Study Material 1. De lerende is zich er dan niet van bewust dat er een relatie is. Bewustwording is het moeilijkste en minst waarschijnlijk bij datgene: .2 Verschillen tussen leerprocessen Op welke aspecten kunnen spontane en andere leerprocessen van elkaar verschillen? Vier invalshoeken zijn van groot belang: 1.com .noodgedwongen leren .de uitnodigende omgeving: het individu wordt uitgelokt tot bewuste initiatieven om te leren. De mate van bewustzijn van leren en leerresultaten.De niet-passende informatie wordt gescheiden opgeslagen. De mate waarin er in de sociale omgeving consensus is over de betekenisgeving of de mate waarin er meningsverschillen en/of onduidelijkheden zijn.transformatief leren . waarden die de samenleving aan iets hecht). bv doordat ze een vergelijkbare situatie hebben meegemaakt. socialisatieprocessen) .alledaags leren . De omgeving bepaalt vrijwel onopgemerkt het leren (bijv. . Er zijn 6 manieren te onderscheiden waarop de sociaal-culturele omgeving kan functioneren bij het leren: . leerplicht.De dwingende omgeving (bijv. .De hulpeloze omgeving: problemen of gebeurtenissen zoals rampen.Stuvia. De aansluiting tussen referentiekader en nieuwe informatie. 2.

een groep mensen die zich met elkaar verbonden voelt door een gemeenschappelijke praktijk en kennisdomein.3 Alledaags leren Invalshoek Bewustzijn Alledaags leren Weinig bewust zijn van leerprocessen en leerresultaten. Bouwt vooral voort op eerder geleerde Veelal tamelijk ‘vanzelfsprekende’ inhouden waarover consensus is. maar mogelijk ook controversiële of slecht gedefinieerde problemen. mogelijk ook van leerproces en resultaat maar niet per se. Wisselwerking tussen omgeving en individu met belangrijke invloed omgeving. houding en kennis Meestal geaccepteerde betekenisgeving. waarover ze regelmatig kennis uitwisselen en ook vaak gezamenlijke activiteiten ondernemen. niet snel kritisch ter discussie Sociale omgeving Referentiekader Consensus Het alledaagse leren betreft allerlei zaken: kennis van situaties. maar ook de houdingen die met die kennis en vaardigheden gepaard gaan. vaardigheden en houdingen te bewerkstellen. Omgeving biedt aanleiding en leermogelijkheden. Accent bij het initiatief van het individu genomen op grond van interesse of probleem. Leren uit eigen beweging kan plaatsvinden in een ‘community of practice’. vaardigheden in talloze handelingen.com . gebeurtenissen en mensen.Stuvia. Sociale omgeving Referentiekader Consensus Mensen leren uit eigen beweging als zij zich actief inzetten om veranderingen in hun kennis en inzicht. Hun interesse is opgewekt of er is een probleem dat ze willen aanpakken.4 Leren uit eigen beweging Invalshoek Bewustzijn Leren uit eigen beweging Bewust proces. Vooral actief voortbouwen en uitbouwen.The Marketplace to Buy and Sell your Study Material 1. . 1. met gebruikmaking van bestaande vaardigheden. Weinig bewust. Vooral impliciet leren door ervaring en sociale interactie. primair gericht op interesse of probleemoplossing: vooral bewustzijn van het doel.

achteraf mogelijk bewustzijn van leerprocessen en leerresultaten Leren onder overweldigende druk van ongekende omstandigheden waarbij de sociale omgeving niet in staat is om steun te bieden door gebrek aan eerdere ervaring Afbraak en opbouw. dat gebaseerd is op het referentiekader en de verwachtingen in de omgeving.6 Noodgedwongen leren Invalshoek Bewustzijn Noodgedwongen leren Bewustzijn van noodsituatie en zich moeten redden. ‘Perspectief-transformatie’: je moet als het ware een nieuw perspectief innemen om uit het dilemma te komen. niet meer opgaat. wordt kritisch onderzocht en drastisch gewijzigd. overlijden).com . inclusief nieuw handelen Sterk eigen initiatief waarbij oude omgeving tegenwerkt Moeilijk om eigen vertrouwde patronen kritisch te onderzoeken en zich nieuwe patronen werkelijk eigen te maken Wat in oude omgeving als vanzelfsprekend wordt gezien. 1. Geen consensus Consensus Transformatief leren kan ook op gang worden gebracht door een ‘desoriënterend dilemma’: een ernstig verwarrende situatie.Stuvia.The Marketplace to Buy and Sell your Study Material 1.5 Transformatief leren Invalshoek Bewustzijn Sociale omgeving Referentiekader Transformatief leren Sterk bewustzijn van leerprocessen en leerresultaten. Een desoriënterend dilemma ontstaat doordat het verwachtingspatroon. echtscheiding. zoeken naar houvast Grote onduidelijkheid in betekenisgeving Sociale omgeving Referentiekader Consensus . Een ‘paradigmaverschuiving’ is een ontwikkeling in de wetenschap die leidt tot een dramatisch ander beeld van hoe de werkelijkheid in elkaar zit. die kan ontstaan door levensgebeurtenissen die het verwachtingspatroon doorbreken (vb.

dat haaks staat op het eigen referentiekader. inclusief afkeuren vreemde Gedeeltelijk strategisch aanpassen. men past zich aan uit overtuiging Invalshoek Bewustzijn Sociale omgeving Referentiekader Consensus Leren in botsing van culturen: verdergaande. gericht op het behouden van eigen overtuiging Dwingt tot reactie Eigen referentiekader wordt vastgehouden Vasthouden aan datgene waarover in eigen cultuur consensus is.7 Leren in een botsing van culturen Afwenden en afweren is een leerproces waarbij het nieuwe.Stuvia. Invalshoek Bewustzijn Sociale omgeving Leren in een botsing van culturen: gedeeltelijke. strategische aanpassing Bewustzijn van verschillen en leerresultaat Dwingt tot reactie.com . integratieve verandering Bewustzijn van leerprocessen en resultaten. Strijd tussen verschillen in betekenisgeving blijft bestaan Referentiekader Consensus Integratieve verandering. Eigen initiatief om zo goed mogelijk in nieuwe omgeving eigenbelang te realiseren Moeilijk om eigen gewoonten te veranderen Nieuwe elementen die de persoon als eigenbelang kan gaan zien. negatief wordt gewaardeerd en zoveel mogelijk in een afzonderlijk hokje geplaatst.The Marketplace to Buy and Sell your Study Material 1. het leren hanteren van en omgaan met andere opvattingen en handelswijzen. Kritische evaluatie vergt voortdurend afwegingen Dwingt tot reactie Moeilijk om eigen patronen te veranderen in combinatie met nieuwe patronen Strijd tussen verschillende betekenisgeving blijft een rol spelen . De minderheid streeft ernaar om zich enigszins aan te passen. Invalshoek Bewustzijn Sociale omgeving Referentiekader Consensus Leren in een botsing van culturen Niet of weinig.

Stuvia.com . Met verworven kennis + vaardigheden plannen uitvoeren 9. Onderzoek nieuwe handelingsmogelijkheden 6. Kritisch toetsen sociale vaardigheden 4. Nieuwe plannen maken 8. Competentie en zelfvertrouwen opbouwen 7. Het verwerken ervan . Desoriënterend dilemma 2. Hierop volgt zelfonderzoek 3.The Marketplace to Buy and Sell your Study Material Leerproces van Mezirow 1. Eerste ervaringen met nieuwe rollen wordt opgedaan 10. Leggen van verbanden 5.

Mensen uit verschillende groepen kunnen contact met elkaar hebben en daarbij eigen kenmerken veranderen. Subculturen kunnen elkaar deels overlappen. Mensen uit uiteenlopende culturen vertonen verschillen in referentiekader. .The Marketplace to Buy and Sell your Study Material Hoofdstuk 2. Minderheidsgroepen of etnische groepen: wijken af van de dominante cultuur. Deze mentale programmering zorgt voor de overeenkomstige elementen in het referentiekader van mensen die in dezelfde sociale omgeving leven of leefden.Stuvia. Een subcultuur is niet hetzelfde als de cultuur van etnische groepen. maar wel grote overeenkomsten hebben.1 De (sub)culturen als blauwdruk voor het leren 2.1 Leren: referentiekader en (sub)cultuur Om samen te leven is het belangrijk om overeenkomende betekeniswerelden te hebben.De functie van cultuur Culturen van samenlevingen verschillen in hun betekenisgeving en daarmee in hun mentale programmering. Referentiekader heeft grote vanzelfsprekendheid . De omgeving levert de betekenissen. Tussen mensen uit verschillende subculturen kunnen ook misverstanden en problemen ontstaan.1. Leren en (sub)culturen 2.Materiële producten .Proces van tot stand komen.Immateriële producten . Aspecten die met cultuur te maken hebben: . Dominante cultuur: dit is de cultuur die de meeste groepen hanteren. en mensen kunnen bij verschillende subculturen horen.inschatting van situaties .com . Multiculturele samenleving: landen met meerdere groepen met een eigen cultuur. met ook weer subculturen. het is geen variant maar een eigen cultuur. maar dit hoeft niet zo te zijn. In een samenleving is altijd culturele variatie door subculturen en door groepen met een andere cultuur. combineren of aanpassen en vernieuwen.basis voor ons gedrag .onze communicatie met een beoordeling van anderen Wat individuen leren hangt samen met de (sub)cultuur van de sociale omgeving(en). De (sub)cultuur vormt een blauwdruk voor het leren van de individuen die er deel van uitmaken. voorzetten en veranderen van cultuur . Vaak gaan we er vanuit dat een ander dezelfde veronderstellingen heeft. Cultuur: Ontginnen en bebouwen van de grond (agri cultura) tot ontwikkeling brengen van de geest (cultura animi) Cultuur wordt meestal opgevat als beschaving en de producten van die beschaving.wereld waarin we leven . Subcultuur: sociale omgeving met eigen cultuurkenmerken die voor een deel afwijken van de ‘hoofdcultuur’.

Naast allerlei individuele verschillen. in geen van beiden thuis voelen. .De nieuwkomer vindt de nieuwe cultuur vreselijk. trekt zich terug in eigen cultuur en verdedigt deze.assimilatie: de minderheidsgroep wordt opgeslokt door de dominante groep.migratie Cultuurshock: verwarrende ontdekking door de nieuwkomer dat hij/zij in een onbekende wereld terecht is gekomen. . komt weinig voor.de nieuwkomer kan de nieuwe cultuur zo geweldig vinden dat hij er helemaal in opgaat.Integratie: groepen gaan samen met behoud van eigen culturele identiteit.Mensen slagen er in beide culturen te verenigen. maar ook stimuleren. Gevolg: frictie tussen groepen.eerste generatie: allochtonen die in het buitenland zijn geboren . zoals de wederzijdse beeldvorming. .blijft iemand kort of lang? Heeft te maken met het doel van de persoon. (sub)culturele omgeving(en) waarvan mensen deel uitmaken.internationaal zaken doen . . .Segregratie: een bepaalde culturele groep zondert zich af van de rest van de maatschappij.persoonlijke.concrete situaties en gebeurtenissen in het individuele leven . Hoe contacten tussen individuen uit verschillende culturen zullen verlopen. . een rol.stages in het buitenland . 3 factoren: . In een groep kan je op elkaar terugvallen en het contact met de nieuwe omgeving zo beperkt mogelijk houden. Het ‘melting-pot’-ideaal van de VS heeft assimilatie als doel. Verschillende referentiekaders spelen ook een rol.het contact tussen de eigen groep en de nieuwe omgeving.com . Cultuurcontacten op groepsniveau: . Cultuurcontacten op individueel niveau: . .Stuvia. aangeboren aanleg . hangt van veel dingen af: .toerisme Contacten tussen culturen van lange duur: . de machtsverhoudingen en de context waarin mensen van verschillende afkomst met elkaar omgaan.de bredere sociale en historische contexten.genocide: doelbewust uitroeien van een volk/groep .Heen en weer geslingerd worden door culturen. segregatie. .Of je alleen of met een groep bent. spelen bovendien andere factoren.uitzending ontwikkelingswerkers . genocide. ze delen belangrijke culturele elementen. Steun van eigen groep kan de noodzaak tot contact verminderen.2 Contacten tussen culturen Contacten tussen culturen van korte duur: . Persoonlijke leergeschiedenis.tweede generatie: allochtonen die in Nederland zijn geboren 2.The Marketplace to Buy and Sell your Study Material Allochtoon: persoon van wie ten minste 1 ouder in het buitenland is geboren .

Een sterke structurering en reglementering worden niet gewaardeerd.Een zwakke of sterkte onzekerheidsvermijding betreft de manier van omgaan met onzekerheid. Met onzekerheidsvermijding wordt niet het vermijden van bekende risico’s bedoeld. Het is een lange termijn gerichtheid tegenover de korte termijn gerichtheid. Nederland bevindt zich er tussen in. Kinderen leren op eigen benen te staan en onafhankelijkheid is het doel van de opvoeding. schaamt de groep zich. Conflicten zijn onvermijdelijk. In landen met een sterke onzekerheidsvermijding is er angst voor nieuwe dingen. Feminiteit-masculiniteit betreft de rolverdeling tussen mannen en vrouwen en de waardering van ‘harde’ en ‘zachte’ eigenschappen. Ze leren dat ze een onafhankelijk persoon zijn en dat de eigen mening belangrijk is. Zowel mannen als vrouwen dienen bescheiden te zijn en gericht op de kwaliteit van het bestaan. Er zijn een aantal gemeenschappelijke problemen waarop culturen verschillende antwoorden geven: de cultuurdimensies. Het gaat erom welke betekenis men geeft aan de deugd.Stuvia. zorgen voor de kinderen en het huishouden. Kinderen in collectivistische landen leren dat ze onderdeel zijn van een groep. In culturen met grote machtsafstand is het normaal. Kinderen in individualistische culturen groeien op in kleiner gezinsverband: het kerngezin. Wat anders is. ze houden zich aan die van de groep. dit werd het confuciaans dynamisme genoemd. Nederland is een van de minst masculiene landen ter wereld. . . In een masculiene samenleving moeten mannnen competitief en hard en gericht op materieel succes te zijn. Vrouwen hebben de ‘zachte’ rol.com .3 Vergelijking van culturen: cultuurdimensies Culturen verschillen niet willekeurig. voor alles wat vreemd is. bijvoorbeeld een familie. Er is behoefte aan structuur en duidelijkheid.Machtsafstand: de manier waarop tegen ongelijkheid en machtsverschil wordt aangekeken. In culturen met een kleine machtsafstand willen de mensen dat deze zo klein mogelijk blijft. Bij een chinees onderzoek was de vierde dimensie anders. In een feminiene samenleving overlappen sekserollen elkaar. ook over goed en kwaad. Kinderen worden met strakke regels opgevoed. Een belangrijke deugd is harmonie bewaren met je omgeving. In een cultuur met zwakke onzekerheidsvermijding is er meer openheid voor nieuwe dingen. . . Er zijn 4 dimensies: . Eerlijkheid en de ontplooiing van de eigen persoonlijkheid staan centraal. terwijl de onzekerheidsvermijding gaat over welk belang er wordt gehecht aan de waarheid.Collectivisme-individualisme: verschillen in de wijze waarop wordt aangekeken tegen de verhouding tussen en de betekenis van groep en individu. De opvoeding van kinderen is erop gericht dat zij ouders gehoorzamen en respect tonen voor ouderen. Kinderen leren niet om een eigen mening te vormen. is interessant.The Marketplace to Buy and Sell your Study Material 2. Het begrip is verwant aan de tolerantie voor onzekerheid. machtsverschillen zijn er gewoon.Feminiteit-masculiniteit: verschillen in rolverdeling en betekenis die aan de seksen wordt toegerekend. Als 1 iemand iets fout doet. Status is erg belangrijk. Er is in alle menselijke contacten een patroon van afhankelijkheid van ouderen.

Stuvia.dimensie is geen tweedeling. Maar het verschil in belangen en machtspositie kan dit bemoeilijken.Individuen zijn nooit alleen te begrijpen vanuit hun culturele achtergrond. dan het juiste geloven (waarheid). Zelfhaat: Leerproces dat ontstaat doordat groepen uit de dominante cultuur uitspraken doen over minderheidsgroepen. 2. bereidheid jezelf ondergeschikt te maken aan een doel en spaarzaamheid. Wat de dominante cultuur zegt wordt overgenomen. Ze moeten zich echter ook verhouden met de ‘nieuwe’ cultuur. bescherming van je aanzien en voldoen aan sociale verplichtingen. en er meerdere waarheden zijn. Reacties op de dominante cultuur gaan een onderdeel vormen van de cultuur van de minderheidsgroep. Mensen die anders denken worden niet getolereerd.com .4 Minderheidscultuur in een dominante cultuur. het streven naar beloning in de toekomst. Het referentiekader van migranten is in de eerste instantie gevormd binnen de cultuur waaruit ze afkomstig zijn. .The Marketplace to Buy and Sell your Study Material Onzekerheidsvermijding of confuciaans dynamisme kan ook worden opgevat als het zoeken naar de waarheid: de mate waarin mensen de waarheid willen weten. Bij een sterke onzekerheidsvermijding geldt: er is maar 1 waarheid. Culturen zijn niet of het één of het andere. waardoor hun cultuur gaat afwijken van die van het land van herkomst. Het confuciaans dynamisme gaat meer over het juiste dóén (deugd). Dit was de theorie van Hofstede. Deze pool uit zich in normen als doorzettingsvermogen. hangt af van eigen aspiraties en verwachtingen.Binnen elke cultuur zijn subculturen die afwijken van de hoofdcultuur. Een totale wijziging van het referentiekader is onmogelijk. Bij een zwakke onzekerheidsvermijding accepteert men dat sommige mensen anders denken. De andere pool is statisch: gericht op het verleden en het heden. Zelfhaat is onderdeel van socialisatie en speelt zich af binnen de eigen groep. Betreft vooral respect voor tradities. komt er vaak een afweerreactie: vasthouden aan het vertrouwde en steun zoeken in eigen kring. .dimensies beschrijven gemiddelde patronen van landen of regio’s en geen individuen . De verschillen in referentiekader tussen leden van etnische minderheden en leden van de dominante cultuur zijn aanleiding tot leerprocessen  ‘leren is een botsing van culturen’. Hoe leden van etnische groepen naar het land van verblijf kijken. Vaak zien minderheden het belang van participeren in de dominante cultuur heel goed in. . Er is een dynamische pool: het toekomstgerichte handelen. Bij het gebruikmaken van de dimensies horen waarschuwingen: . Als een minderheidscultuur in een dominante cultuur terecht komt. Zelfhaat kan ook gevolgd worden door bewustwording of transformatief leren.

Elke generatie brengt weer andere vraagstukken en ervaringen mee. . maatschappelijke problemen. Deze verschillen zie je terug in het beroep: beroepen op lager niveau hebben externe regels en toezicht. dan val je niet’.Protestgeneratie: geboren tussen 1940 – 1955. .The Marketplace to Buy and Sell your Study Material 2.vooroorlogse generatie: geboren tussen 1910 – 1930. in de hogere klassen gebruikt men meer argumenten.Positie of de gevolgen van handelen als argumenten: argumenten in lagere klasse zijn vaak gericht op positie ‘dat doen nette meisjes niet’. zoals middelbare of jongere generatie. In hogere klasse worden argumenten genoemd over gevolgen van daden ‘hou je vast. . Culturele revolutie. economische groei. Generatie Einstein opgegroeid in consumptiemaatschappij. economische depressie.maatschappelijk betrokken . De vrouwen hadden geen bijzondere rol. armoede en werkeloosheid hebben diepe uitwerking gehad.Stille generatie: zuinig en beheerst. Dit is moeilijk af te leren omdat het onderdeel van de persoon is geworden.Stuvia. de verloren generatie). economische rust. Wilden rechten van het individu om zich te ontwikkelen en geen aanpassing en gehoorzaamheid. Allerlei problemen aan de orde. meer praten in hogere klasse. Generatie X geboren tussen 1960 en 1980.Pragmatische generatie: na 1970 weer kans op school en werk. Sommige landen hebben een hoge score. dit heet ‘historische generatie’. Zij zetten generatie ‘Einstein’ af tegen generatie ‘X’ (of ‘nix’. Economische crisis jaren ’30.Fysiek en psychologisch straffen: meer fysieke staf in lagere klasse.er kan een leeftijdsfase mee aangeduid worden. Machtsafstand: de mate waarin machtige leden van de samenleving verwachten en accepteren dat de macht ongelijk is verdeeld. Veel kans op werk door na-oorlogse opbouw. Geen vrije ontwikkeling maar werken. . Met ‘generatie’ kunnen twee dingen bedoeld worden: . internet. Boschma en Groen hanteren een andere indeling van generaties.sociaal .‘generatie’ kan ook worden gebruikt voor de groep die in dezelfde periode is geboren. . staat centraal. Manier van informatie verwerken lijkt op die van Einstein. Binnen de sociaaleconomische klasse zijn er verschillende opvoedingsstijlen: . andere landen een lage. Vrouwenbeweging. . Sociaaleconomische klasse: verwijst naar verschillen tussen groepen op basis van hun economische positie en de daarmee samenhangende sociale positie.Doen gehoorzamen of overtuigen: in de lage klasse wordt gehoorzaamheid afgedwongen.functioneel . Becker heeft onderzoek gedaan en onderscheidt 5 generaties: . Op hoger niveau is er meer vrijheid. Deze generatie is: . Geboren tussen 1930 – 1940. .5 Subculturele verschillen Een subcultuur is een variant binnen een cultuur. Recessie en werkeloosheid.Reageren op het gedrag: in lagere klasse reageert men meer op het zichtbare gedrag van het kind.com . Nu nog zijn deze mensen bang voor chaos en werkeloosheid.Verloren generatie: 1955 – 1970. In de hoge klassen meet op de bedoelingen of oorzaken. . machteloosheid.

Stuvia. 2. je hebt een eigen mening.en regelgeving en de algemeen geaccepteerde normen. We moeten het oude geleerde herzien en vernieuwen/vervangen voor iets beters.com .mediasmart Respect en zelfontwikkeling is belangrijk.Programma’s en activiteiten voor (kleinere) groepen.trouw .The Marketplace to Buy and Sell your Study Material .Primaire socialisatie: zorgt voor een blik op de wereld die onbewust als de waarheid wordt gezien. dat komt door primaire socialisatie van de kinderjaren. De mannelijke identiteit wordt gevormd door afstand en tegenstelling.6 Leren omgaan met cultuurverschillen.Sociale beïnvloeding van grote groepen. positieve voorbeelden uit minderheden in de media gebruiken. . Verschil tussen natuurlijke eigenschappen/taken/verantwoordelijkheden.wet. . Ward.Sociale categorisering/stereotypering: anderen worden in hokjes geplaatst. .Individueel kijken hoe we met verschillen moeten omgaan. generatie en sekse kunnen diepgaande verschillen in het referentiekader tot gevolg hebben. maar daarnaast is men zich ervan bewust dat men elkaar iets te bieden heeft en elkaar nodig heeft. hoe meer problemen in het contact. ieder kan zich blijven beschouwen als behorend tot een bepaalde groep. etnische groep. Sociaal-economische klasse. Brochner en Furnham analyseren 4 factoren: .De verschillen tussen culturen kunnen groot zijn. Identiteitsvorming: mensen delen elkaar in in groepen. Deze leerresultaten zijn niet makkelijk te veranderen. Ook authenciteit: je bent ‘echt’ en doet je niet anders voor.op zoek naar intimiteit . Hoe groter het verschil tussen culturen.zakelijk . Het referentiekader van mannen en vrouwen verschilt. Aan een groep worden kenmerken toegekend die automatisch bij het individu horen. . de vrouwelijke identiteit door verbondenheid en gelijkheid.De menselijke neiging om in de omgang te zoeken naar mensen die op henzelf lijken en het vreemde te vermijden . Benadeling van minderheidsgroepen tegengaan. Taal is nodig om in situaties te communiceren maar om de taal te leren moet je aan die situaties deelnemen. . Taalproblemen zijn ook veel voorkomende barrières. Wat kan helpen om goed met deze verschillen om te gaan: . . Biculturele competentie: competentie om zowel in de eigen cultuur als in de nieuwe cultuur te kunnen deelnemen.

gedwongen contact met andere culturen.Stuvia.nieuwe omstandigheden .kennismaken met alternatieven elders .geleidelijk ontstane problemen .inconsistenties .7 Waardoor kan een cultuur veranderen? Mogelijke factoren leidend tot cultuurverandering: . .com .The Marketplace to Buy and Sell your Study Material 2.onvrede met bestaande cultuuraspecten .

willen en kunnen ondernemen van leeractiviteiten zoals: . Nu worden leercompetenties besproken die worden gebruikt en ontwikkeld bij: . zelfvertrouwen en open staan voor leren.het leren door kritische reflectie . De leerhouding kan verschillen voor verschillende terreinen en voor verschillende manieren van leren.1 Leervermogen en leercompetenties Het vermogen tot leren is een aangeboren en essentiële eigenschap van mensen.het leren door doen en ervaren .samenwerken Leervermogen: is opener en breder dan ‘leercompetentie’: deze term duidt op de mogelijkheid tot leren en het verder ontwikkelen van leermogelijkheden.vragen om informatie . het managen van het eigen leerproces.het richting geven aan eigen leren.geïntegreerde leerkennis .het leren door sociale interactie .The Marketplace to Buy and Sell your Study Material Hoofdstuk 4: Leervermogen 4.leren van negatieve modellen (niet nadoen) . De bereidheid om te leren kan ook verschillen naargelang de leersituatie. mogelijk maakt of afdwingt. Leerhouding: de emotionele betekenis die leren heeft voor het individu: de waardering voor de leergebieden en de manieren van leren.feedback op eigen handelen en eigen opvattingen vragen .leerhouding Leercompetenties worden gedefinieerd als: durven. In vergelijking met de term ‘leervermogen’ gaat ‘leercompetentie’ vooral om de leerbekwaamheid als gevolg van ervaringen.com . het vermogen om in relevante beroepssituaties op adequate wijze te leren.Stuvia. Leercompetenties zijn het resultaat van een positieve ontwikkeling van het leervermogen.omgaan met conflicten .feedback aan anderen geven .model-leren/observatieleren (leren door nadoen) . Het actuele leren vindt plaats in wisselwerking tussen het leervermogen en de situatie die leren uitlokt. leermotivatie. De toepasbaarheid van de leercompetenties wordt mede bepaald door de leersituatie. op basis van: .het leren door abstracte info .mensen en situaties opzoeken die je eigen perspectief kunnen verbreden of veranderen .leervaardigheden . . Leercompetenties: het ontwikkelde leervermogen.luisteren naar anderen .vragen aan anderen goed interpreteren en er adequaat op reageren .

De kennisbasis: wat je al weet op bepaalde gebieden opent nieuwe leermogelijkheden op datzelfde of een verwant gebied.De extrinsieke motivatie theorie: de beweegredenen voor het leren ligt in het doel dat men het leren wordt nagestreefd. komt tot uitdrukking in een negatieve leerhouding.toeschrijven aan factoren die je wel of niet kunt veranderen Succesgericht toeschrijven: houdt in dat het individu succes toeschrijft aan de eigen competentie en inspanningen.De intrinsieke motivatie theorie: betreft plezier in het leren als belangrijk . Mislukkinggericht toeschrijven: succes wordt toegeschreven aan externe. Leerkennis: wordt onderverdeeld in 3 soorten kennis: .Kennis over leren: de opvattingen over leren die je hebt verworven zijn vaak het resultaat van impliciete leerprocessen. Bij een hoge onzekerheidstolerantie zie je situaties die onzekerheid opleveren gemakkelijker onder ogen en voel je je gemotiveerd om die onzekerheid te onderzoeken en op te lossen. Bewustwording en verder ontwikkelen van de leeropvatting kunnen helpen om de eigen leercompetenties uit te breiden en goed te gebruiken.Stuvia. Weinig vertrouwen in eigen leervermogen. in het algemeen en op bepaalde terreinen. Hij verricht de handeling zelf. . Operant coditioneren: komt voort uit spontaan gedrag waarna iemand het gedrag gaan linken met een beloning.Zelfvertrouwen en de bereidheid om risico’s te nemen (onzekerheidstolerantie) Leermotivatie: .Kennis over het eigen leervermogen: de opvattingen die je koestert over het eigen leervermogen. Leeropvattingen zijn belangrijk voor de bewuste sturing van de eigen leerprocessen.De prestatiemotivatie theorie: een individu met een hoof prestatie vermogen onderneemt activiteiten met het doel en in de verwachting daarmee succes te beleven.toeschrijven aan permanente of tijdelijke factoren . . hij kan ook een intense afkeer hebben. .intern of extern toeschrijven (aan jezelf of factoren buiten jezelf) .com .De leermotivatie en gewoonten van toeschrijven (attribueren) . Opvattingen over eigen leervermogen zijn sterk verbonden aan de leerhouding. Nieuwe informatie die strijdig is met het bekende brengt onverdraagbare onzekerheid met zich mee. . Mensen verschillen in hun oriëntatie op zekerheid en onzekerheid. . zowel in educatief verband als daarbuiten. Tegenover de prestatiemotivatie staat faalangst. Bij een lage onzekerheidstolerantie en je georiënteerd op zekerheid en wil je die handhaven. De cognitieve attributietheorie: aan welke factoren worden succes en falen toegeschreven? .The Marketplace to Buy and Sell your Study Material Voor de leerhouding zijn van belang: . Pavlov = prikkel uit de omgeving zorgt ervoor dat iemand iets gaat doen.de waardering van bepaalde leergebieden en manieren van leren: Het individu kan zich sterk verbonden voelen met een bepaald leergebied. . - Zelfvertrouwen en bereidheid om risico’s te nemen: onzekerheidstolerantie. toevallige factoren maar mislukkingen worden aan de eigen competentie verweten  aangeleerde hulpeloosheid.Conditionele motivatie: wordt opgeroepen door de al of niet plezierige condities die het leren met zich meebrengt. maar mislukkingen toeschrijft aan de tijdelijke oorzaken die extern liggen.

volhouden. Transformatief leren e leren in een botsing van culturen kunnen niet zonder kritisch reflectief leren. willen en kunnen ondernemen van activiteiten zoals: . En kan wel of niet worden begeleid door schriftelijke aanwijzingen of door een persoon. Het creëren van een context die kritische reflectie bevordert is zeek belangrijk voor: het proces. de inhoud.toepassen . Leercompetenties bij leren door doen en ervaren. Leercompetenties voor het verwerken van abstracte info vragen om durven. Dit heet leren door onderdompeling. betreffen het durven.openstaan voor nieuwe indrukken . willen en kunnen ondernemen van activiteiten zoals: .vertrouwen op eigen handelen en op eigen vermogen .beoordelen van de aard van de informatie . zodanig dat men zich nieuwe betekenissen eigen maakt. Leermanagement is vooral aan de orde bij: .relateren aan eerder verworven kennis .zich in een nieuwe situatie begeven . Het in staat zijn tot betekenisgeving door allerlei leeractiviteiten. Sociale vaardigheden zijn hier een belangrijk onderdeel van. Onderwijs en educatie gaan vooral voor het leren van abstracte info. Managen van het eigen leren vraagt om duidelijk beeld van de richting die je op wilt. het kan ook in een grotere groep plaatsvinden. plannen. dus zonder direct zelf te handelen. Daarnaast kan een individu leren door het meemaken van situaties en gebeurtenissen.eigen ervaringen serieus nemen .zoeken en selecteren van info . De competenties voor het verwerken van abstracte informatie worden noodzakelijker naarmate de info vloedgolf toeneemt. wat goed gaat en wat niet.fouten maken . regulatie of sturing van het leren. Door ‘trial and error’ (vallen en opstaan) leert en wat er werkt en hoe dat werkt. Mogelijk leergedrag: verwijst naar het op bepaalde manieren kunnen handelen. niet opgeven.concretiseren (voorbeelden bedenken) . erkennen en kunnen omgaan met emoties zowel va zichzelf als van anderen. het doel en de resultaten.com .Doelbewust ondernemen .Omvangrijke leerdoelen Evalueren geeft antwoord op de vraag: in hoeverre bereik je iets met de ondernomen activiteit? Deze wordt mede beïnvloed door eigen of normen die de omgeving hanteert (formeel of informeel) . Kritische reflectie: kan een individuele activiteit zijn.Stuvia.het verwerken van de informatie Management van het leren: zelfstandig leren.The Marketplace to Buy and Sell your Study Material Emotionele intelligentie: het herkennen.structureren en vastleggen .nieuwe activiteiten ondernemen . Reflectie is aangeleerd. het is nadenken over dingen. oriënteren. toezien dat er echt wat gebeurt en evalueren.beoordelen van bronnen .

Het leervermogen bestaat uit verschillende componenten. meer volledig relativisme.de persoonlijke.com . willen en kunnen ondernemen van de activiteit zoals: . persoonlijke keuzes en maakt zich daarbij horende verantwoordelijkheid eigen. . Autoriteiten moeten het juiste antwoord geven.de algemene en sociale context waarbinnen het leven van de persoon zich afspeelt Perry noemde de manieren waarop studenten aankijken tegen en omgaan met kennis en leren kentheoretische posities.Positie 6: de student begrijpt dat het nodig is om tot een of andere persoonlijke keuze te komen • Fase 3: De student maakt zich meer eigen.Positie 5: de student beschouwd alle kennis en waarden als relatief afhankelijk van de situatie. .Positie 7: de student begint op een gebied zo’n keuze te maken .Stuvia. de wereld wordt in goed-slecht. Elke waarheid is relatief bepaald door de context en door het referentiekader. maar er is 1 algemene: de general factor. Ieder mens heeft een persoonlijke leergeschiedenis waarin de aanleg om te leren is gevormd. .Positie 2: de student wordt zich ervan bewust dat er verschillende opvattingen zijn .Positie 1: fundamenteel individualisme.Positie 8: de student begint de implicaties van de eigen keuze te ervaren.Evalueren of je verder komt met wat je wil .Mobiliseren van de eigen mogelijkheden . correctfout. waar ze nog niet weten hoe het zit. .Nadenken over wat je wilt . .Je ertoe zetten om het ook echt te doen .Je oriënteren op de omgeving en hoe die je kan helpen bij het realiseren van je doelen .de situaties en gebeurtenissen die zich voordoen in het leven van een individu .2 De ontwikkeling van het leervermogen. . de student begint op sommige vakgebieden te relativeren.Positie 3: de student accepteert verschillen in opvattingen als een tijdelijke situatie op sommige gebieden. De leergeschiedenis laat een wisselwerking zien tussen 3 type factoren: .The Marketplace to Buy and Sell your Study Material Competenties bij het managen van eigen leren betreffen het durven.Flexibel omgaan met en inspelen op de omgeving .Positie 4: de student merkt dat er op veel gebieden omvangrijke verschillen in opvattingen zijn .Besluiten wat je gaat doen en welke stappen je gebruikt .Positie 9: de student ervaart de bevestiging van eigen identiteit door het dragen van verantwoordelijkheid voor de eigen keuzes en ziet keuzes maken als een voortdurende taak. wij-zij ingedeeld. Deze vatte hij samen in een aantal factoren: • Fase 1: ontwikkeling van zwart-wit denken naar bewustzijn van andere opvattingen. aangeboren aanleg van capaciteiten en interesses . van veelvoudigheid. . • Fase 2: het bewustzijn ontwikkeld van veelvoudigheid naar een overtuigd.Openstaan voor de omgeving (feedback) .Regelmatig aandacht geven aan alle componenten 4.

Kinderen die getalenteerd zijn op een van de intelligenties op jonge leeftijd opsporen. gevoelens en gedachten.Kinderen testen op hun intelligenties en hen op school aanspreken op hun sterk ontwikkelde intelligenties. Verschillende soorten intelligentie: . . te begrijpen.com . luisteren. al. lopen). . boosheid en onmacht. Over het toepassen van het gedachtegoed van meervoudige intelligentie blijken uit 3 ideeën te bestaan: .Natuurgerichte of naturalistische intelligentie: het vermogen om patronen in natuurlijke omgeving te herkennen.Motorisch of lichamelijk-kinesthetische intelligentie: het vermogen om fysieke bewegingspatronen te leren (zwemmen. Constructivisme.Wiskundige of logische-mathematische intelligentie: het vermogen om logisch na te denken en gemakkelijk met getallen en hoeveelheden te werken.Muzikaal-ritmische intelligentie: het vermogen om muzikale en ritmische patronen te herkennen. via . ‘ways of knowing’: 0. Onwil om verder te gaan. overeenkomsten en verschillen te zien en te classificeren. .Visueel-ruimtelijke intelligentie: het vermogen om zich situaties en problemen ruimtelijke en beeldend voor te stellen. . . En de vaardigheid om te gaan met objexten.Intrapersoonlijke intelligentie: het vermogen om na te denken over eigen ervaringen.leerstijl als relatief stabiel kenmerk van een persoon.terugtrekken: dit gebeurt uit frustratie.verbonden = door invloeden. Positie van stilte. individueel proces . integratie van stemmen 4. Ontvangen kennis.Interpersoonlijke intelligentie: het vermogen om anderen aan te voelen.ontsnappen: de student onttrekt zich aan de verantwoordelijkheden van de eigen keuzes en blijft hangen in het relativisme .benaderingen waarin eerder word gesproken over leer oriëntaties en leeropvattingen die worden verworven. sociaal proces 4. Subjectieve kennisverwerving.3 Persoonlijke verschillen in de voorkeursmanier van leren Het rangschikken van de opvattingen over leerstijlen op een continuüm van: .The Marketplace to Buy and Sell your Study Material Niet elke student doorloopt alle stadia en bereikt de hoogste positie. accent op de verbondenheid 2. dat komt door: .Stuvia. . Procedurele kennisverwerving: .De diverse intelligenties beschouwen als even zovele ingangen tot de leerstof en daardoor bij alle kinderen zorgen voor een zo ver mogelijke ontwikkeling van alle intelligenties. en hen op dat terrein tot hoge ontwikkeling brengen door een gespecialiseerde opleiding. . de innerlijke stem als bron 3. tot . . te onderhouden en te maken. een onveranderlijke eigenschap.leerstijl als aangeboren.uitstellen: de ontwikkeling staat een tijdje stil . zwijgen 1. Belenky et. . .Taalkundig of verbaal-linguïstische intelligentie: het vermogen om taal te gebruiken om zich uit te drukken en om anderen te begrijpen en te overtuigen. te begeleiden en te manipuleren.separate = volgens de onpersoonlijke regels.

. .Participeren. van theorie leren. de mensen met deze leervoorkeur zoeken zelf de situaties op waarvan zij willen leren. de is een hele belangrijke dit zijn bijvoorbeeld rollenspellen. de metaforen kunnen helpen bij het nadenken over het eigen leren en dat van de anderen en bij het verder ontwikkelen en productiever inzetten van de eigen en gezamenlijke leerstrategieën.Ontdekken. deze bieden een handvat voor het bespreken van voorkeuren voor verschillende leersituaties. dit floreert onder spanning.Kunst afkijken.The Marketplace to Buy and Sell your Study Material Het typeren van leervoorkeuren in vijf metaforen: . dit gaat meestal gepaard met een gesprek. . leren doe je met en van elkaar.Kennis verwerven.Oefenen. ze leren uit de dagelijkse gang van zaken Gebruik van de metaforen.com . .Stuvia. . deze leren door alles wat ze tegenkomen.

zijn altijd het uitgangspunt voor volgende leerprocessen. Er kan alleen worden gesproken over leren als er een waarneembare verandering is in het gedrag. Leren en leerresultaten ontlenen hun betekenis aan het functioneren in een sociale context. . Het verzwakken en tenslotte verdwijnen van de aangeleerde reactie wordt extinctie (uitdoving) genoemd.The Marketplace to Buy and Sell your Study Material Hoofdstuk 5: Achtergrond leertheorie 5. zonder dat je je ervan bewust bent hoe je aan die reactie bent gekomen. De persoonlijke leergeschiedenis komt tot stand in een voortdurende wisselwerking tussen: Sociale rechtvaardigheid: . Elke theorie is een voorlopige en elke theorie is selectief. wat en hoe er wordt geleerd wordt hierdoor als het ware aangegeven. Leren speelt zich af in de interactie tussen individu en zijn omgeving. Leerresultaten. Het individuele leren vindt plaats in een sociale context: dat. De gedragstheorie is gebaseerd op onderzoek doen met dieren.individuele factoren (aanleg) . die kun je onderzoeken op leren zonder dat ze praten over gevoelens. Het tot stand komen van een geconditioneerde reactie wordt de fase van reinforcement genoemd. Geconditioneerde reflex: het is een aangeleerde reactie. Leerproces en leerresultaten hebben een cognitieve kant (weten). Met een pavlovreactie wordt bedoeld dat een reactie automatisch door iets wordt uitgelokt. Een leertheorie is een geheel van betekenisconstructies dat langs een bepaalde weg en met bepaalde intenties tot stand is gekomen. de gevoelskant). oftewel behaviorisme. Hoe het geleerde in concrete situaties zal functioneren wordt mede beïnvloed door de sociale context.de historische en sociaal-culturele omgeving Het individu is wat betreft leren een actieve partij. actief wil zeggen dat leren altijd een bewust. geconditioneerde stimulus enige maten samengaat met de oorspronkelijke stimulus. en zonder dat je je afvraagt of je niet beter anders zou kunnen reageren. Leerprocessen zijn een vorm van sociale interactie.1 Leertheorieën en leren vanuit een constructivistisch standpunt Elke leertheorie berust op wetenschappelijk onderzoek en belicht andere aspecten van leren. 5. Het resultaat van leren is daarentegen vaak niet bewust.Stuvia. gedachten en bedoelingen.com .situaties en gebeurtenissen in het individuele leven . waarderen. In de gedragstheorie heeft zo’n reactie een geconditioneerde reflex. die tot stand komt doordat een nieuwe. door het individu gestuurd proces is. wil leren uitsluitend beschouwen als waarneembaar gedrag. dus onderdelen van het referentiekader. Deze aspecten zijn onlosmakend verbonden. een handelingsmogelijkheid (kunnen) en een attitude kant (vinden. ook wel versterking of bekrachtiging. met name door de verwachtingen en (al of niet aanwezige) steun van de sociale omgeving.2 Gedragstheorie (behaviorisme) De gedragstheorie. De scheidingslijnen tussen theorieën zijn vaak niet zo scherp.

Deze wet geldt niet altijd. Nog een andere mogelijkheid in plaats van straffen. positief effect versterkt. . Toevallig geconditioneerd gedrag wordt ook wel ‘bijgelovig gedrag’ genoemd Het belangrijkste nadeel van straffen is volgens Skinner dat het ongewenste gedrag slechts wordt onderdrukt. zonder dat het duidelijk is dat hieraan een prikkel vanuit de omgeving voorafgaat. Thorndike legde 3 wetten vast die gelden voor het tot stand komen van S-Rverbindingen: . Het onmiddellijke effect van straffen. Door straf leert het organisme dat het gedrag niet effectief is en dat er dus ander gedrag moet worden geprobeerd. Maar Seligman ontdekte juist dat er ook dán wat wordt geleerd: in zo’n situatie leert het organisme dat het geen invloed kan uitoefenen op zijn omgeving. Het belangrijkste alternatief voor straffen is het negeren van ongewenst gedrag.De wet van het effect: de koppeling tussen een stimulus en een respons wordt sterker als het effect van de respons positief is voor het organisme. Het gaat om ‘operant’ gedrag.com . Dit in tegenstelling tot het klassieke conditioneren. of spontaan gedrag wordt geleerd om een onaangename situatie te beëindigen of af te zwakken. maar niet afgeleerd.de wet van de bereidheid: houdt in dat het tot stand komen van een koppeling tussen stimulus respons afhangt van de staat van bereidheid van het organisme. Omgekeerd verzwakt de koppeling bij gebrek aan herhaling. en versterkt dus het straffen als reactie op ongewenst gedrag. ofwel dat het hulpeloos is  aangeleerde hulpeloosheid. werkt belonend voor degene die straft. Straffen onderdrukt het gedrag hooguit. wordt beschouwd als de ‘black box’: er kan niets over worden gezegd. . Dat bevestigt degene die straft. en zwakker als het effect negatief is voor het organisme. Negatieve gevolgen voor het organisme maken geen verschil: er is geen verzwakking van de koppeling tussen stimulus en respons. . Na vervolgonderzoek stelde Thorndike vast dat het tweede deel van de wet van het effect niet opgaat. is het belonen van gedrag dat niet tegelijk met het ongewenste gedrag kan worden uitgevoerd. Watson beschrijft leren in de gedragstheorie als het tot stand komen van een verbinding tussen een stimulus (prikkel uit de omgeving) en een respons (reactie van het organisme)  S-R-verbindingen. Dat laatste wordt ‘vermijdingsleren’ genoemd. Beloning is echter wel effectief. Het ongewenste gedrag wordt door de straf immers gestopt. Straffen heeft niet tot gevolg dat het ongewenste gedrag wordt afgeleerd. Onderzoekers stelden vast dat de koppeling van geconditioneerde aan nietgeconditioneerde reacties niet optreedt als het samengaan volstrekt willekeurig is. Skinner sprak over ‘operant conditioneren’. dat uitgaat van gedrag als reactie op een prikkel.Stuvia. Het tegenovergestelde is discriminatie: het gedrag wordt alleen vertoond bij dezelfde geconditioneerde stimulus. Daarom is de uitwerking van straffen meestal maar tijdelijk.The Marketplace to Buy and Sell your Study Material De neiging om de aangeleerde reactie ook te vertonen bij een stimulus die enige gelijkenis vertoont met de geconditioneerde stimulus wordt generalisatie genoemd.De wet van herhaling of oefening: de koppeling tussen een stimulus en een respons wordt sterker als de koppeling vaak wordt herhaald. Wat er daartussen zit. Spontaan gedrag wordt door een belonend. dat wilt zeggen gedrag dat spontaan voorkomt uit het organisme.

De streng bestraffende werking van het superego kan worden versterkt door het op zichzelf richten van agressieve impulsen. De werkelijkheid speelt daarbij nog geen rol. .com . . Op het terrein van opvoeding en onderwijs heeft Skinner een belangrijke invloed gehad door zijn sterke en concrete aanwijzingen hoe. het leren van individuen kan worden gestuurd. Zulke frustraties leiden tot kinderlijke reacties.Het ego: kent hetzelfde streven als het id. Dit proces wordt internaliseren genoemd. door manipulatie van de omgeving. vanzelfsprekend en onaantastbaar. Onderdrukkende opvattingen zijn wel degelijk aangeleerd. emoties en verwachtingen in het volwassen leven. werd aangeleerd zonder dat je je hiervan bewust was. Het ego is de uitvoerende instantie binnen de persoonlijkheid.Het superego: omvat het ideaal-ik en de censuur van het geweten.The Marketplace to Buy and Sell your Study Material Geprogrammeerde instructie: door foute reacties te negeren en de gewenste (deel)reacties telkens te belonen. Het superego is als het ware zowel het wetboek als de rechterlijke macht binnen de persoonlijkheid. maar de persoon beschouwt ze als ‘natuurlijk’. Het is zich bewust van de eisen. Dit wordt projecteren genoemd. onderscheidde 3 subsystemen in de persoon: . maar ook tussen het id en het superego. Het legt morele maatstaven aan bij de beoordeling van de acties en bedoelingen van het ego. Verdringing is een term uit de psychoanalyse die duidt op dit ‘gemotiveerd vergeten’: als iemand dingen meemaakt waaraan hij of zij niet graag terugdenkt. wordt stap voor stap complex gedrag aangeleerd. Het superego let er streng op dat het id voldoende onder controle wordt gehouden. Als de driftbevrediging te rigoureus wordt onderdrukt raakt de ontwikkeling geblokkeerd. wordt door het superego overgenomen. Sigmund Freud. de ouders. als onbewust controlesysteem. De vorming van het superego vindt plaats op grond van identificatie met de ouders: de wens om even groot en almachtig te worden. Een andere uitweg is het toeschrijven van eigen agressieve impulsen aan anderen. In elke fase staat een volgende instinctmatige behoefte centraal. 5.Het id dat bestaat uit onderbewuste strevingen: het id is de oorspronkelijke toestand van de pasgeborene. De belangrijkste functie van het ego is om te bemiddelen tussen de strevingen van het id en de mogelijkheden van de realiteit. Die identificatie zorgt ervoor dat het kind de kenmerken van de ouder overneemt. Het id wordt beheerst door de lustprincipe: het streven naar prettige sensaties en het verminderen van onprettige gevoelens.Stuvia.3 Psychoanalytische theorie en leren In de psychoanalytische theorie is geen sprake van de regels voor wetenschapsbeoefening zoals die in de gedragstheorie worden aangehangen. Tijdens het opgroeien moet er steeds een evenwicht zijn tussen de kinderlijke driftbevrediging en de beperkende omgeving. Dat kan gebeuren op grond van angst voor fysieke straf. worden ze als het ware opzettelijk vergeten. De functie van de extern controlerende instantie. Het superego. De grondlegger van de psychoanalyse. Volgens de psychoanalytische theorie verloopt de ontwikkeling van zuigeling naar volwassene in fasen. Dan is er sprake van defensieve identificatie of identificatie met de agressor. . maar opereert op basis van het realiteitsprincipe. mogelijkheden en onmogelijkheden van de werkelijkheid.

roept angst op. Hij vat leren op als reconstructie. Freire beschrijft de mogelijkheden van bevrijdend leren. waarbij afbraak en nieuwbouw zijn inbegrepen. en maakt deel uit van: . De maatschappij zou veel minder onderdrukkend kunnen en moeten zijn. . doordat zij de desbetreffende opvattingen en normen hebben verinnerlijkt. maar angstaanjagend. de normen van hun onderdrukkers overnemen.een theorie over organisatieverandering Freire stelde vast dat het onmogelijk is om mensen te leren lezen en schrijven als zij zichzelf als dom en waardeloos beschouwen. Transformatief leren is een onderdeel en de motor van de gewenste verandering. Wat vrijheid moet zijn.Stuvia. Daartoe behoren voorstellingen over jezelf.een kritische maatschappijopvatting . Kritisch nadenken is in eerste instantie niet bevrijdend. belangrijke opvattingen en gedragingen) opnieuw wordt bezien en stukje bij beetje wordt vervangen door geheel andere betekenisgeving. Reich en Marcusse zijn het niet met Freud eens. Elke ervaring heeft de eerst geleerde betekenissen bevestigd. Het doel van ‘conscientizaçao’ of bewustwording is bevrijding van onderdrukking en humanisering. Zij wijzen erop dat het een bepaald type samenleving is dat het niet kan stellen zonder de algehele onderdrukking van de diepste individuele behoeften. Hij wijst erop dat de onderdrukten zelf meewerken aan het doorgeven en in stand houden van de onderdrukking.com .een pedagogische opvatting . De uitdrukking ‘conscientizaçao’ verwijst naar het leerproces dat nodig is om sociale. politieke en economische tegenstellingen te begrijpen en om maatregelen tegen de onderdrukkende verhoudingen van de werkelijkheid te treffen. Onderdrukking werkt dehumaniserend. ras of sekse.4 Kritische theorie en transformatief leren ‘Transformatief leren’ betekent hier: leren waarbij diep gewortelde betekenisgeving (emotionele verankerde. De onzekerheid is zo groot dat de voorkeur wordt gegeven aan de zekerheid van het bekende.de vanaf het vroegste bewustzijn aanwezige.de emoties die gepaard gaan met de volstrekte afhankelijkheid van de ontvangende partij. Het ‘oude leren’ is hardnekkig: het is niet gemakkelijk om het door andere voorstellingen te vervangen. overweldigende dominantie (macht) van degenen die deze opvattingen overdragen . woede en jaloezie. Dat zijn emoties van angst. De ‘oude kennis’ wordt gereconstrueerd (= herbouwd). bijvoorbeeld op grond van klasse.The Marketplace to Buy and Sell your Study Material Voor het antwoord op de vraag hoe het mogelijk is dat mensen zo heilig overtuigd raken van dingen die henzelf schade berokkenen. Voor Freire moet leren bijdragen aan bevrijding en het is daarom nauw verbonden met handelen. geeft de psychoanalytische theorie twee sleutels: . 5. Zij zelf zijn dom en de machthebbers hebben de kennis. Hun theorie is die van de onderdrukking: de verklaring van processen die ertoe leiden dat mensen die worden onderdrukt.

van individuele cognitie naar sociaal-cognitieve opvattingen over cognitie en leren. ‘cognitieve systemen’ of ‘cognitieve structuren’ genoemd. Leren kan niet alleen deel uitmaken van onderdrukking. Het individu is actief tegenover de omgeving: het brengt orde aan en selecteert. Volgens Mezirow is het onze natuurlijke neiging om zulke nieuwe perspectieven te zoeken en daarmee onszelf en de wereld om ons heen beter te begrijpen en problemen op te lossen.van ‘koude’ naar ‘warme’ cognitie (waarbij ook emotie een rol speelt) . 5. maar door nieuwe elementen verandert hun cognitieve structuur (accommodatie). Mentale representaties komen tot stand in wisselwerking tussen omgeving en persoon. Dit is ‘het emancipatorische proces van het kritisch bewust worden hoe en waarom de structuur van psychoculturele vooronderstellingen de manier waarop wij kijken naar onszelf en naar onze relaties afdwingt.The Marketplace to Buy and Sell your Study Material Het idee dat de ervaring van onderdrukten collectief is. De cognitieve theorie was lange tijd uitsluitend gericht op kennisverwerving ‘in het hoofd’. De cognitieve structuur verandert door de interactie met de omgeving. Langzamerhand zijn er twee verschuivingen in focus: . wordt in het hoofd opgeslagen in de vorm van mentale representaties. Albert Bandura benadrukt dat de bron van informatie sociaal is. Als de aanwezige schemata voldoende zijn om in harmonie met de omgeving te reageren. De cognitieve theorie ziet leren primair als informatieverwerking en legt de nadruk op mentale processen. Hij spreekt over perspectieftransformatie. Het vermogen van de mens tot gebruik van symbolen is daarbij belangrijk. kan het organisme volstaan met assimilatie. Piaget noemt dit proces interiorisatie. Mezirow denkt er anders over dan Freire. Volgens de cognitieve ontwikkelingstheorie van Jean Piaget worden kinderen geboren met enkele sensomotorische schemata.Stuvia.com . Langzamerhand ontwikkelen zich steeds meer mogelijkheden om denkend te reageren. Daarom noemt hij zijn theorie sociaal-cognitief. Een schema is als het ware een programma: de mogelijkheid om op de omgeving te reageren. blijft niet te kloppen. Mensen reageren op hun omgeving op basis van wat ze al weten (assimileren). Als dat niet het geval is. met name de taal. Wat wordt geleerd. De mentale representaties worden tot grotere gehelen samengevoegd. reflectie leidt niet vanzelf tot actie. Transformatief leren is bevrijding van onderdrukkende leerresultaten en verbonden aan handelen om de onderdrukkende omstandigheden te bestrijden. Het meeste menselijk leren vindt plaats door het observeren van modellen en vooral van de gevolgen van het modelgedrag. het hervormen van deze structuur en daarnaar handelen’. Deze informatie wordt pas omgezet in handelen als de situatie daarom vraagt. Er zijn veel obstakels te overwinnen om tot reflectie te komen. . Belang van motivatie en zelfregulatie zijn hierin belangrijk.5 Cognitieve leertheorieën Cognitieve leertheorieën zijn onderdeel van de cognitieve psychologie. voor wat betreft de taak van degene die helpt leren. moet het organisme zich aanpassen: accommoderen. De verworven cognitieve sustemen bepalen in belangrijke mate de keuze en verwerking van nieuwe informatie. en daarom automatisch tot gezamenlijke reflectie en actie zal leiden. Nieuwe schemata ontwikkelen geleidelijk. op basis van ervaringen die accommodatie vergen van de aanwezige schemata. maar kan ook bijdragen aan bevrijding. De schemata vormen samen de cognitieve structuur van een organisme.

De opvatting over eigen kunnen (perceived self-efficacy) onstaat op basis van ervaring met succes en falen. Volgens Bandura zijn er tal van mechanismen die de persoon helpen om zich los te maken van de geleerde morele codes. de schuld ergens anders leggen (‘ik kon er niets aan doen. Ook meroele codes zijn aangeleerd. want…’.The Marketplace to Buy and Sell your Study Material Observatieleren wordt beïnvloed door 4 subprocessen: aandacht. Mensen neigen ertoe het gezelschap te zoeken van mensen met dezelfde denkbeelden. Er is dan sprake van valse cognitieve processen. omzetten in gedrag en motivatie. . Daardoor worden zij in hun meningen bevestigd.de eerste is een situatie waarbij ‘objectief onvoldoende’ druk wordt uitgeoefend. Hij analyseerde de samenhang tussen drie variabelen in het beïnvloedingsproces van de opvoeding: de mate van door de opvoeders uitgeoefende druk om door hen gewenst gedrag van het kind te bewerkstelligen dan wel ongewenst gedrag te voorkomen. of bijvoorbeeld bij verkrachting: ‘dan had zij maar niet…’). Als de uitgeoefende dwang heel groot is. het wordt sterk beïnvloed door de omstandigheden. Als de dwang echter minimaal is.In de tweede situatie is de druk objectief voldoende. veranderen hun opvattingen niet. Als je door het observeren van een model hebt geleerd welk gedrag lonend is. Zelfbeloond gedrag wordt effectiever vastgehouden dan extrinsiek beloond gedrag. spreiden van de verantwoordelijkheid (‘niemand deed wat’). een zware straf. en leidt dus tot het gewenste resultaat. Eenmaal gevestigde opvattingen houden vaak lang stand. De optimale omvang van sociale dwang is de hoeveelheid dwang die minimal maar voldoende is. Zulke dissociatieve mechanismen zijn: morele rechtvaardiging (‘goedpraten’). maar is de druk niet voldoende waarneembaar om als externe reden voor het gedrag te dienen. eufemistisch benoemen (‘het is maar een spelletje’). Hij onderscheidt drie situaties: .com . negeren of verdraaien van de gevolgen. Lepper leidde hieruit zijn ‘minimal sufficiency principle of social control’ af.In de derde situatie is de externe druk overmatig: het gewenste gedrag wordt weliswaar afgedwongen. .Stuvia. maar het kind ontwikkelt een afkeer van de handelingen of houding die van hem/haar worden verlangd. De motivatie wordt opgewekt door ‘reinforcement’. Leidt bij het kind tot een toegenomen waardering voor het eigen standpunt. het gedrag van het kind en de attitudeverandering bij het kind. zullen ze geneigd zijn hun opvattingen aan te passen. voordelig vergelijken (‘wat hij deed is nog veel erger’). ontmenselijken van de slachtoffers (‘dat waren beesten’). creeërt dat de verwachting van hetzelfde succes bij dat gedrag. onthouden. Afwijking van deze codes in het gedrag veroorzaakt zelfverachting. Cognitieve processen kunnen leiden tot onjuiste opvattingen. Gedragsnormen zijn aageleerd en dienen als basis voor zelfevaluatie. . dat wil zeggen: onvoldoende om tot het door de opvoeders gewenste resultaat te leiden. De cognitieve attributietheorie stelt de vraag aan welke factoren een persoon zijn/haar handelen toeschrijft (attribueert): aan externe of interne factoren? Lepper bestudeerde de attributietheorie in verband met norminternalisatie. Dat heeft diverse oorzaken. Het gedrag is echter niet zo consistent. De informatie kan onjuist of onvolledig zijn. De opvatting over eigen kunnen hoeft niet in overeenstemming te zijn met de realiteit. door beloning. verantwoordelijkheid afschuiven (‘bevel’).

zoals doelgericht waarnemen.Oriëntatie . dat wil zeggen de ontwikkeling die een kind kan bereiken met hulp van anderen. Deze opdracht ligt naar zijn mening in hoge mate bij het onderwijs. In het marxistisch-leninistisch denken worden bewustzijn en leren door de maatschappelijke situatie bepaald.Materiële handeling . Wat mensen zich in de loop van de geschiedenis hebben eigen gemaakt vormt een totaal dat een individu zich in een bepaalde historische situatie eigen moet maken. Het is ook de hoofdopdracht van het onderwijs om kinderen steeds leertaken te geven die in de zone van de naaste ontwikkeling liggen. De sociale regulatie gaat over in zelfregulatie door innerlijke taal waarmee het eigen handelen wordt gestuurd. hoe de overdracht vanuit de maatschappij wordt geoptimaliseerd. Door het gebruik van taal is het mogelijk om de boodschappen van de maatschappij aan het individu over te brengen.The Marketplace to Buy and Sell your Study Material 5. Leren is daarbij niet alleen het bewuste. zoals de opvatting van Piaget luidt. maar omvat ook impliciet leren door sociale interactie en ervaring.Stuvia.Hardop spreken . hangt sterk af van de concrete. De individuele ontwikkeling vindt niet plaats in een vaste volgorde. Dit proces van verinnerlijking wordt interiorisatie genoemd.com .De cultuurhistorische situatie van de maatschappij bepaalt de ontwikkeling van het kind . Gal’perin onderscheidde in dit proces vijf stappen (denk aan kind leert tellen): .De ontwikkeling van het individu is een versnelde herhaling van de ontwikkeling van de mens als soort. Deze stand van zaken zegt nog weinig over de leermogelijkheden van het kind.Hogere psychische functies. Het gaat er bij Vygotsky om. Vygotsky hanteert een cultuurhistorisch uitgangspunt: . Waar het om gaat is hoe de zone van de naaste ontwikkeling eruitziet. geheugen en denken zijn in de loop van de cultuurgeschiedenis tot ontwikkeling gekomen . intentionele leren. . dat wil zeggen dat de tweede tot en met de vierde stap tot een stap worden teruggebracht. Het onderwijs moet dus de ontwikkeling van het kind niet volgen (zoals bij Piaget).In zichzelf spreken . De zone van de actuele ontwikkeling is het feitelijke niveau dat een kind heeft bereikt. ongeacht plaats en tijd.Mentale handeling Door het herhaaldelijk uitvoeren van deze vier stappen wordt na enige tijd de vijfde stap gezet van de verkorting. Gal’perin werkte het begrip ‘interiorisatie’ verder uit. Interiorisatie is het proces van verinnerlijking van handelen. specifieke situatie waarin wordt geleerd (‘situated cognition’). Wat kinderen en jongeren leren is een verantwoordelijkheid van de maatschappij. maar erop vooruitlopen. Wat en hoe wordt geleerd. De hogere psychische functies ontwikkeling zich volgens Vygotsky door communicatie. De handeling is verinnerlijkt (geïnterioriseerd) tot een mentale handeling. De sociale regulatie door middel van taal wordt door het kind overgenomen.6 Cultuurhistorische en sociaal-culturele benaderingen van leren Kenmerkend voor de cultuurhistorische en sociaal-culturele benaderingen van leren is dat er veel aandacht wordt besteed aan de sociale context die het leren van individuen vorm en inhoud geeft.

The Marketplace to Buy and Sell your Study Material Vanwege de belangrijke plaats die het handelen inneemt wordt de Russische leerpsychologie ook wel ‘handelingstheorie’ genoemd. .com .Stuvia.

You're Reading a Free Preview

Download
scribd
/*********** DO NOT ALTER ANYTHING BELOW THIS LINE ! ************/ var s_code=s.t();if(s_code)document.write(s_code)//-->