P. 1
Samenvatting klasse Nematoda

Samenvatting klasse Nematoda

|Views: 54|Likes:
Published by Stuvia.com

More info:

Published by: Stuvia.com on Jul 19, 2013
Copyright:Traditional Copyright: All rights reserved
List Price: $1.95 Buy Now

Availability:

Read on Scribd mobile: iPhone, iPad and Android.
See more
See less

01/13/2014

$1.95

USD

pdf

Samenvatting klasse Nematoda

door

lvdsteen

De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal
Koop en Verkoop al je samenvattingen, aantekeningen, onderzoeken, scripties, collegedictaten, en nog veel meer..

www.stuvia.com

Gescheiden geslachten. spiculae. Kan zwak tot sterk gecuticulariseerde wanden of tanden hebben. • Ascaridida en Oxyurida: ontwikkeling tot L3 in ovo.Stuvia. enkele korte vagina. hoe beter aangepast aan de gastheer. 1. Voorplanting en ontwikkeling 4 vervellingen. lateraal en dorsaal systeem). 2e vervelling: encystering (of omkapseling bij een tussengastheer) van L3. seminale zak en musculair ejaculatorisch kanaal. Middendarm is rechte buis. parasieten van plant. L3 is infectieus en resistent. 4 vervellingen -> volwassen. Volledig SVS: mond – oesophagus – darm – anus. infectieuze eieren bevatten L2 die oraal wordt opgenomen. mondopening (onduidelijk óf omring door peribuccale ring met of zonder corona/platen/snijtanden. L2. óf zijn er 3 lippen aanwezig).De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Klasse: NEMATODA Algemeen Primitiefste van de helminthen. bestaat uit 3 lobben gesteund door ribben (verdeeld in ventraal. darm. passieve besmetting. of duidelijk met tanden of andere structuren). langwerpig en cylindrisch lichaam. deze besmet zich door opname L1 larve in ei met ontwikkeling tot de L2 infectieuze larve. mondholte (onduidelijk. Primitievere: migratie in vertebraat met kolonisatie van verschillende weefsel. vulva. Hoe meer geëvoluleerd. bij de geëvolueerde: infectie is passief. Genitaalstelsel Mannetjes zijn over het algemeen kleiner dan vrouwtjes. deze richt de spiculae. Bilateraal symmetrisch. cervicale vleugels. bursa copulatrix. Meeste soorten hebben 2 spiculae. Ontwikkeling in ovo of in tussengastheer (geïsoleerd van buitenwereld). ventrale zijde: excretieporus. vulva en anus of cloacale opening. Soms is er een subvalvulaire lap. Mond ligt terminaal aan voorkant (subdorsaal of subventraal). Hoe meer ontwikkeld. • Rhabditida en Strongylida: ontwikkeling tot L3 in buitenwereld. directe of indirecte cyclus (1 tussengastheer: invertebraat). Vrouwelijk geslachtsapparaat: 2 buisvormige ovaria. orale opname of percutane opname van larven. hoe minder pathogeen. Morfologie Vooreinde heeft radiale of biradiale symmetrie. Infectie is altijd passief. Immature volwassenen worden L5 genoemd. cordons. 2. Bij de primitieve nemathoden: infectie is percutaan en actief. oviduct. Een gubernaculum tussen de spiculae kan voorkomen. amphiden. Bij minder ontwikkelde Adenophorea kunnen wachtgastheren voorkomen (ontwikkeling tot L5). dier en mens. L3. rectum (proctodeum). cloaca. hoe minder tussengastheren. Mannelijk geslachtsapparaat: onpaar kanaal met testes. niet gesegmenteerd. . Adenophorea: primitieve cyclus is heteroxeen. bulbus oesophagi. 5 ontwikkelingsstadia: L1.com . Spijsverteringsstelsel: Rechtlijnig: stomodeum (mondholte + oesophagus). volwassen. L4. Achterkant kan omgevormd zijn tot een bursa copulatrix. Achterste deel van oesaphagus kan bulbus en soms kleppen hebben (rhabditoid apparaat). • Spirurida: ontwikkeling tot L3 in tussengastheer (invertebraat). Secernentea: 4 larvaire stadia. vas deferens. hebben invertebraat als tussengastheer. uteri. hoe minder migratievermogen bij eindgastheer. Identificatie Belangrijk: welke eindgastheer en waar gelokaliseerd? Verdere belangrijkste identificatiecriteria: lengte (mm-50 cm).

Mannetjes: 9-12 mm. Oudere dieren: niet tot in alveolen. Prepatente periode: 8 dagen na galactogene besmetting. Exogeen en besmetting: ongeëmbryoneerde eieren in faeces -> vrijkomen L1.com .h. wijfjes: 15-18 mm.5 mm.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal 1. Mannetjes: 5-8. Meestal ontwikkeling tot L3 in buitenwereld. goed ontwikkelde bursa copulatrix: steeds 2 spicula en soms gubernaculum. Bij oudere dieren ook naar uier en colostrum (galactogene besmetting. . SECERNENTEA 1. Gaan via huid -> hart -> long -> inslikken -> darm. Vaak migreren ze bij gastheer. L1 kunnen ook snel over presexueel stadium tot vrijlevende mannetjes en wijfjes uitgroeien. goed ontwikkeld vrouwelijk geslachtsapparaat: ovojector. 0. 2 snijplaten in mond. zelden transplacentair. Vooreinde is dorsaalwaarts gebogen (haakwormen). oraal). Prepatente periode: 15 dagen. Cyclus zoals S. Endogeen: boren door huid -> bloed/lymfevat -> hart -> longen. In koudere streken Europa en N-Amerika. Bij jonge dieren in alveolen naar trachea -> inslikking -> darmmucosa: vervellen tot L4 -> terug naar lumen: vervelling tot L5. vervellingen tot L3 (heterogonische cyclus). wijfjes: 7-12 mm. naar uier: encystering -> colostrum: galactogene besmetting -> geen endogene cyclus meer ontwikkelen in darm tot volwassen wormen. Vervellen daar tot L4 en L5. Percutaan binnen gedrongen larven kunnen de darm niet meer bereiken. ontwikkeling tot L3 of gelijk tot vrijlevende mannetjes en wijfjes. Kenmerken: mondkapsel met chitineuze ring. Soms galactogeen. Alleen actieve infectie bij Ancylostomatidae). Strongyloides papillosus (herkauwers) Vooral in tropen. leven in SVS of in cardio-pulmonair stelsel. geen beschermend omhulsel. Endogeen: na orale opname ontwikkeling in darm tot adulte worm. papillosus: Exogeen: geëmbryoneerde eieren met L1 in faeces. Exogeen en besmetting: percutaan t.2 ORDE STRONGYLIDA Belangrijkste orde. Strongyloides westeri (paard en ezel) * Dunne darm. 8-9 mm. Prepatente periode: 5-7 dagen.5-10 cm lang. L3 is infectieus. L3 is gevoelig aan uitdroging. Type cyclus hangt van weer af. Of: ontluiken eieren met L1. L1 larve in ei in de faeces. Meeste soorten zijn haematofaag en bewoners van dunne darm. 1. Orale besmetting.Stuvia. 3 tanden langs elke kant van mondopening.1 ORDE RHABDITIDA Vooral vrijlevende nemathoden. Zeer pathogeen.v. larven komen uit ei. poten (L3).2. relatief weinig pathogeen. Uncinaria stenocephala (hond) * Vooral histiofaag. Prepatente periode: 5-7 dagen. In diepte nog 2 paar tanden. maar verspreiding o. Ancylostoma caninum (hond) * Eerder in warmere streken. 1. Hypobiose (arrested development) komt voor. Besmetting percutaan (soms oraal). Gunstig weer: larven uit ei en ontwikkeling tot L2 en L3 (homogonische cyclus). tanden of snijplaten. in dunne darm. 10 dagen na percutane besmetting.a. vervelling tot L2 en L3 (resistent en infectieus). subvalvulaire lap. De volwassen stadia zijn parasitair. Ongeëmbryoneerde eieren. minder haematofaag.1 FAMILIE ANCYLOSTOMATIDAE Sterk ontwikkeld mondkapsel. L3 heeft vervellingshuid van L2 (resistentie).

a. Leeft vnl.com . of door opname paratenische gastheer.5-11 mm.v. phlebotomum (herkauwers) In dunne darm schaap en geit resp. rund. Zo kunnen honden zich ook besmetten (opname paratenische gastheer). daar vervelling tot L4. Bunostomum trigonocephalum en B. in caecum. Prepatente periode: 14-20 dagen. vervelling tot L5.v. wijfjes: 12-15 mm. Strongylus vulgaris (paard) ** Meest pathogeen van Strongylus-soorten en de kleinste. mesenterica cranialis). Prepatente periode: 52-56 dagen.p. Zeer pathogeen. Prepatente periode: 10 maanden. Prepatente periode: 6-7 maanden (opvallend lang). Alle soorten komen universeel voor. Exogeen zoals S. 3) terugkeer naar darmlumen. knaagdieren binnendringen (paratenische gastheren) -> omkapseling L3. Groot deel van L3 larven gaat systemische weg op i. Migreren via bloed en hart en longen naar darm. soms tanden en snijplaten.Stuvia. Ancylostoma tubaeforme (kat) * Mannetjes: 9. Migreren dan naar rechter flank in peritoneum. van temperatuur. Oudere dieren: systemische weg (tegengehouden t. Uiteinde corona radiata externa is gefranjerd. Orale besmetting met L3. Ancylostoma duodenale en Necatar americanus (mens) 1. Percutaan of perorale besmetting. Volwassen wormen zijn histiofaag.2. naar lumen: vervelling tot adult. Opgenomen L3 verliest vervellingshuid -> musoca en submucosa dikke darm -> vervelling tot L4 -> lumen submucosale ateriolen -> arteries caecum en colon -> a. Vervelling tot L4 in longen en tot L5 in dunne darm. Percutane besmetting. corona radiata rond mondopening. wijfjes: 1325 mm. terug naar caecum en colon. haematofaag. 2) ontwikkeling op predilectie plaats (vnl. Endogeen: 3 fasen: 1) migratie naar voorste mesenteriale arterie. Ontwikkelingsduur afh. zuigen daar bloed. L3 kan ook percutaan bij bv. Zoönose: percutane besmetting: cutane larva migrans syndroom. . Prepatente periode: 18-23 dagen. Parasiteren herbivoren in caudale deel SVS. Goed ontwikkelde bursa copulatrix. Mannetjes: 10-17 mm. vulgaris.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Endogeen: percutaan: L3 langs lymfe/bloedvat -> hart -> longen -> trachea -> dunne darm -> 2 vervellingen: adult (of 1 vervelling in long). Endogeen: vanuit darm naar lever. Percutaan: L3 larven -> lymfe/bloedvat -> hart -> longen -> trachea -> dunne darm -> ontwikkeling tot adult. mesenterica cranialis -> vervelling tot L5 met behoud vervellingshuid -> darm (verliezen huid) -> darmlumen. longcapillairen).h. Oraal: ontwikkeling in dunne darm. 2 tanden aan mondkapsel. Heeft geen tanden. Strongylus edentatus (paard) Dikke darm. FAMILIE STRONGYLIDAE Chiniteus mondkapsel. naar darm.2. Exogeen en besmetting: ongeëmbryoneerde eieren in faeces -> in buitenwereld ontwikkeling tot vrijlevende L1 en L2 en L3 (infectieus en resistent). Drachtige teven: melkklieren en colostrum -> galactogene overdracht -> darm pup -> 2 vervellingen: adult.

catinatum. Bij verlies der adulte populatie zullen rustende larven ontwikkelen en de primaire populatie vervangen. Orale besmetting. dentatum: varken. veroorzaakt nodulus vorming in ileum. haematofaag. Prepatente periode: 6-20 weken. Hiertoe behoren o. C. lever.2. Syngamus trachea (fazant e. slakken. 2 kleinere subventrale tanden.v. universeel. Orale besmetting.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Strongylus equinus (paard) Grote dorsale tand.: Cyathostomum coronatum. gemiddeld 12 weken. “Gaapworm”.v. O. labratum. 1. algemeen en universele verspreiding. Bloedrode kleur. vulgaris. Deel van L4 gaat in hypobiose (wrs. Prepatente periode: 8. Infectie van gastheer door: orale opname eieren met L3 larven.Stuvia. O. insecten) -> larven encysteren voor overleving. Endogeen: L3 dringen in mucosa van caecum en colon binnen -> rollen op -> knobbeltjes -> 3e en 4e vervelling (gedeeltelijk) -> L4 of L5 naar lumen -> geslachtsrijp.com . naar caecum en colon.h. Triodontophorus en Oesophagodontus migreren niet. Larven opgenomen in najaar gaan vaak in hypobiose t. kleine wilde herkauwers) In colon. Exogeen: zie S. Cylicocyclus radiatus. permanente copulatie -> typische Y-vorm. vervelling tot L5. Cyathostominae of kleine Strongyliden (paard) ** Komen universeel voor. opgebouwde immuniteit). Prepatente periode: 28-56 dagen. venulosum: schaap en geit.a. Infectieuze L3 is zeer resistent. Opname van infectieuze larven door wachtgastheren (regenwormen. bezit cephaal vesiculum. Exogeen en besmetting: gesegmenteerde eieren afgelegd in trachea (met 2 opercula) -> doorslikken -> faeces -> embryoneren tot ei met infectieuze L3 larve. vrouwtjes: 5-20 mm. quadrispinulatum: varken. zeldzaam hier. Culostephanus calicatus. vogels) * Geringe gastheerspecificiteit. L3 is gevoelig aan uitdroging.3 FAMILIE SYNGAMIDAE Goed ontwikkeld hexagonaal of bekervorming mondkapsel.5-9. Prepatente periode: 48-54 dagen.5 maand. . heeft cervicale papillen t. Endogeen: L3 ecdysis in maag -> darmmucosa -> vorming van noduli -> vervelling tot L4 -> deel keert terug naar darmlumen -> vervelling tot L5. vervelling tot L4.v.h. De genera Craterostomum. transversale cervicale insnoering. L3 naar dunne darm. Oesophagostomum soorten (herkauwers en varken) * In caecum en colon: O. Gesegmenteerde eieren. migratie naar dikke darm. Orale besmetting. Tanden kunnen aanwezig zijn op bodem mondkapsel. pancreas. universeel voorkomend. Volledige larvaire ontwikkeling in ovo. geit. Mannetjes: 2-6 mm. dikke darm mucosa (l3). Exogeen en besmetting: vergelijkbaar met grote Strongyliden. naar darmlumen. Endogeen: L3 in mucosa caecum en colon.i. orale opname van wachtgastheren met L3 larven. Exogeen en besmetting: eieren worden gesegmenteerd afgelegd. C. radiatum bij rund. adult. O. Groot. naar buikholte.a. orale opname toevallig vrijgestelde L3 larven (zelden). licht gebogen mondkapsel met zaagbladachtige corona radiata (typisch). Zijn kleiner en hebben een korter cylindrisch mondkapsel. vervelling tot L4. vervelling tot L5. Chabertia ovina (schaap. Geen corona radiata. Parasiteren meestal luchtwegen. o.

Zeer schadelijk. Trichostrongylus axei (herkauwers. Syngamus bronchialis (= C. Mannetjes: 5. Mannetjes: 6.2.5-7 mm. trachea. regen. Larven kunnen in winter niet overleven. Kunnen in winter in beperkte mate overleven. 2 duidelijke cervicale papillen. L1 larve uit ei -> 2 larvaire stadia voeden zich met bacteriën uit faeces -> 3e larvaire stadium behoudt vervellingshuid L2: leeft van glycogeenreserves. Ostertagia ostertagi (rund) ** Lebmaah rund.2 mm. langer teren op glycogeenreserve). Cyclus van O. Herst: L3 larven in fundusklieren -> vervelling -> hypobiose van L4. Prepatente periode: 21 dagen. Prepatente periode: 18-20 dagen. .5-7. 2) verspreiding van infectieuze larven uit faeces naar gras. leven van mucus. varken. voorste deel dunne darm kleine herkauwers. Sterk ontwikkelde bursa copulatrix. varken. paard. immuniteit gastheer.com . Temperatuur is belangrijk (hoger = snellere ontwikkeling). 3) overleving van infectieuze larven op weide.4-4. Mannetjes: 3. Weinig pathogeen. geit) ** Lebmaag kleine herkauwers. colubriformis (herkauwers) * Ontwikkeling t. Adult is haematofaag. Een vochtfilm is noodzakelijk voor actieve migratie.v. Trichostrongylus vitrinus en T. L3 larven opgenomen in late zomer zullen als L4 in hypobiose gaan.4 FAMILIE TRICHOSTRONGYLIDAE Maagdarmwormen. toch belangrijkste lebmaagnemathode bij kleine herkauwers.5-5. Afhankelijk van temperatuur. Mannetjes: 19-22 mm. vertrappeling. Cyclus zoals Ostertagia. = klassieke cyclus voor larven opgenomen in lente (overwinterde larven) en juli en augustus. Passieve verspreiding is afhankelijk van faecesconsistentie. Endogeen: opname L3 -> klieren lebmaagmucosa -> vervelling tot L4 -> lummen -> vervelling tot L5 -> adult. somsa bij rund (T. mens) * Lebmaag rund en kleine herkauwers. verspreiding door insecten.Stuvia. O. Prepatente periode: 15-18 dagen. Exogeen en besmetting: ontwikkeling van eieren tot infectieuze larve alleen in zomer. Relatief pathogeen. sexe.3-9. enz. Vnl. mens. wijfjes: 4. colubriformis). Orale besmetting. Haemonchus conturtus (schaap.5 mm. bronchialis) (watervogels) In luchtwegen.5 mm. Overleving: L3 is resistent. in tropen en sub-tropen. Exogeen en besmetting: preparasitaire deel cyclus heeft 3 fasen: 1) ontwikkeling van ei tot infectieuze larve in faeces.Verspreiding in gras: actief en passief.h. leeftijd. vooral herkauwers. duurt dan 1 week. Endogeen: L3 larven verliezen schede in rumen -> fundusklieren lebmaag: 3e vervelling tot L4 -> 4e vervelling tot L5 -> vrijkomen uit klier -> adult -> op lebmaag mucosa. wijfjes: 8. 1.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Endogeen: hart-lever-long migratie van vrijgestelde L3 -> vervellingen tot L4 en L5 -> naar grote bronchiën -> copulatie. trifurcata is vergelijkbaar. circumcinta. wijfjes: 6-8 mm. Kunnen bij de ooi bij late dracht en lactatie geactiveerd worden: peri-parturient-rise. wijfjes 25-34 mm. Prepatente periode: 21 dagen. Filiform met eenvoudige mond. echter ontwikkeling L5 in lumen lebmaag. Algemeen en frequent voorkomend. Lage temperatuur is beter voor overleving (larven minder actief. Eieren ontwikkelen tot infectieuze L3 binnen 2 weken. maag paard. Cyclus zoals S. Prepatente periode: 25 dagen.4 mm.

aan uiteinde versmolten. Prepatente periode: 39-41 dagen. Hypobiose is zeldzaam. Relatief goed ontwikkeld mondkapsel. Ongewone ontwikkeling: wijfjes produceren L3 larven. wijfjes: 19-25 mm. Ontwikkeling tot L4 in crypten dunne darm mucosa. Prepatente periode: 17-22 dagen.5-8 mm. battus is primair pathogeen. Amidostomum anseris (gans) Onder epitheel spiermaag. Ontwikkeling L3 in ovo. helvetianus: dunne darm rund. C. Mannetjes: 0. Haematofaag. N. soms mucosa krop en kliermaag.2. wijfjes: 1 mm. surnabada: dunne darm. 3 tanden. haas) Maagnemathode. alle stadia zijn infectieus. filicollis. zonder exogene fase in maag ontwikkeling tot adulten. Besmetting door opname braaksel van geïnfecteerde dieren. Hyostrongylus rubidus (varken) Rode maagworm.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Cooperia oncophora (rund) ** Dunne darm. battus: kleine herkauwers. . 1. pectinata. Vooreinde van wormen is steeds opgerold. Vervelling tot L5 op mucosa. Vooral dus besmetting in mei. Perorale infectie. 1. N. Als ze in darm komen worden ze verteerd. Prepatente periode: 15 dagen. Ollulanus triscuspis (kat) Kleine maagparasiet.5-9 mm. L3 overleeft gemakkelijk in winter. Zeer pathogeen voor jonge ganzen. Mannetjes: 8-16 mm.8 mm. Enkel N. Periode van kou gevolgd door warmte stellen L3 vrij. Universeel verspreid. punctate. cyclus vergelijkbaar met C.Stuvia. Bloedrode worm. zeer pathogeen: graaft zich in in maagwand.2. Prepatente periode: 40 dagen. wijfjes: 5. Graphidium strigosum (konijn. Nematodirus spp (herkauwers) N.5 FAMLIE MONILEIDAE Vivipaar. L3 ontwikkelt in ei (typisch) voor betere berscherming. Eieren ontwikkelen tot infectieuze L3 binnen 2 weken. Mannetjes: 5. In gematigde streken (vaak menginfecties met Ostertagia). oncophora. Totale levenscyclus: 33-37 dagen. N. Lange slanke spiculen bij mannetjes. Staart wijfje eindigt in 5 processi. Cooperia spp (herkauwers) C.6-0. spathiger.com . C.6 FAMILIE AMIDOSTOMATIDAE Maag eend en gans. Aantal wormen kan dus toenemen zonder bijkomende infectie.

hart. Endogeen: L3 in darmwand. Heteroxeen (kunnen wisselen van gastheersoort).2.Stuvia. Grauwwit.a. AHS herkauwers en paarden. zeldzaam in België. Muellerius capillaris (kleine herkauwers) Eindbronchioli en longalveolen. Indirecte cyclus (tussengastheer). Orale opname van L3 door rund.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal 1. Mannetjes: 35-55 mm. Metastrongylus apri (= M. wijfjes: 60-80 mm. regen). ophoesten. 1. Overleven moeilijk de winter. . mesenteriale lymfeklieren. Verwekt chronisch hoesten en ademnood. in najaar). Prepatente periode: 21-25 dagen. elonqatus) (varken. Enkel bij gematigd klimaat. ontwikkeling tot L3 (infectieus stadium). Dictyocaulus filaria (kleine herkauwers) Bronchiën en trachea. Adult in bronchen. 1. Endogeen: L3 verliest huiden -> darmmucosa -> mesenteriale lymfeknopen: vervelling tot L4 -> ductus thoracicus -> hart -> longen -> bronchiolen: vervelling tot L5 (kunnen in hypobiose gaan. Waarschijnlijk indirecte cyclus via slakken. Meest verspreide longwormsoort bij schaap in Europa. Relatief inactieve infectieuze larven: verspreiding is belangrijk: passief (o.7 FAMILIE DICTYOCAULIDAE Filiform. zwak ontwikkeld mondkapsel. longen. Exogeen en besmetting: afleggen eieren met L1 in bronchiën en trachea -> vrijkomen in long -> inslikken -> faeces -> 2 vervellingen zonder ecdysis -> L3 met 2 vervellingshuiden: levensduur en beweeglijkheid van L3 is beperkt (geen voedselopname). Exogeen: dikschalige eieren met embryo.com . Prepatente periode: 6 jaar! Filaroides osleri (hond) In noduli in trachea en bronchi. Prepatente periode: 32-42 dagen. inslikken. viviparus. Dictyocaulus viviparus (rund) ** Zeer pathogeen.2. ei met L1 of vrije L1 in faeces (allebei resistent). groeien op runderfaeces. vnl. Zeldzaam.8 FAMILIE METASTRONGYLIDAE Klein. Indirecte cyclus: tussengastheer is slak. vervelling tot L5. everzwijn) Bronchiën en bronchiolen. parasiteren pulmonair systeem varken. in bronchiën en trachea. Dictyocaulus arnfieldi (paarden en ezels) Bronchiën. Belangrijkst zijn fungi (Pilobolus). ductus thoracicus. klein mondkapsel.9 FAMILIE PROTOSTRONGYLIDAE Cardio-pulmonair systeem. Eindgastheer: L3 via bloed in long en subpleuraal bindweefsel. Cyclus zoals D. Opname door regenworm. schieten sporangium met L3 weg. Prepatente periode: 28-32 dagen.2. Infectie door opname regenworm.

Prepatente periode: 27 dagen. Voorste deel heeft cuticulaire plaatjes. kalkoen) Spiermaagparasiet. In tropische landen.2 SUPER-FAMILIE ACUARIOIDEA Acuaria hamulosa (= Cheilospirura hamulosa) (kip. ontwikkeling tot L3 steeds bij invertebraat. tussengastheer diptera. nooit parasieten van SVS): Filarioidea.) In wand van oesophagus en kliermaag. Hulp/transsportgastheren: muis. . 1. tussengastheer invertebraat met hoog metabolisme: dipteren. Gespecialiseerde vormen (ovovivipaar of vivipaar. Dispharynx spiralis (= Synhimantus spiralis) (kip. Universeel voorkomend. in faeces. Thelazioidea. Heeft cordons op voorste deel lichaam. vogels (prooi voor kat). Wachtgastheren zoals zoetwatervlakken en vissen komen voor. Volledig geëmbryoneerde eieren ontluiken in alveolen. gans. Overgangsvormen (ovipaar. e. Prepatente periode: 120 dagen. 1. Geen bursa copulatrix. Cyclus loopt over coprophage kevers.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Aelurostrongylus abstrusus (kat) Bronchiolen en longalveolen. Zijn meer geëvolueerd dan de Strongylida. omringd door papillen. Gongylonema pulchrum (herkauwers) In mucosa van oesophagus. Echinuria uncinata (eend. Universeel voorkomend. 1. opname van die gastheer door hond. zwaan) In oesophagus. spiermaag. Frequent en universeel voorkomend. Binnen de orde ook evolutie: Primitieve Spirurida (ovipaar.com . Prepatente periode: 35-63 dagen. L3 ontwikkelt in verschillende invertebraten. of weefsels en weefselruimten. Besmetting kat via slak of hulpgastheer. Tussengastheer is coprophage kever.3. Parasieten van het oesophagus en maag. Ascarops strongylina (= Arduenna strongylina) (varken) Maagparasiet.3. Prepatente periode: 75-90 dagen. adulten leven in voorste gedeelte SVS): Spiruroidea en Acuarioidea. Weinig tot niet pathogeen. soms aorta. kliermaag.Stuvia. ontwikkeling tot L3 in invertebraat met laag metabolisme: kevers. kalkoen. soms nog een hulp/tussengastheer. vervellen daar tot L3. ophoesten. ongelijke spiculen. L1 in slakken. Kleine worm. adulten in maag of extradigestief zoals oog): Habronematoidea. rat.a. Tussengastheren zijn zoetwatervlooien. Eieren eerst in coprophage kevers.3 ORDE SPIRURIDA Eenvoudige bilaterale symmetrische mond. Vooral in tropen en subtropen. Tussengastheren zijn Isopoda. caudale alae met papillen.1 SUPER-FAMILIE SPIRUROIDEA Spirocerca lupi (hond) Zitten in tumorachtige wormknobbels in wand oesophagus en maag.

1. In wonden afgezette larven migreren niet verder. 1. Geringe pathogeniciteit. Mannetjes: 20-30 mm. muilezel) In subcutaan en intermusculair bindweefsel. De tussengastheer is hier wel aanwezigL gevaar voor invoering.5 SUPER-FAMILIE FILARIOIDEA A – PRIMITIEVE FILAROIDEA – Vrouwelijke wormen produceren eieren met L1 larve Parafilaria bovicola (rund) * In onderhuids bindweefsel. Habronema muscae (paard) * Lumen van de maag.4 SUPER-FAMILIE THELAZIOIDEA Thelazia rhodesii (rund) In conjunctivaal oogzakje en onder membrana nictitans. doorboort huid. kalkoen) In proventriculus. Mannetjes: 8-12 mm. Wellicht ook infectie door inslikken vliegen. ook in wonden) -> maag. alleen tijdens zomermaanden: “zomerbloeden”. Heeft dwarsgestreepte cuticula. Thelazia lacrymalis (paard) * In conjuctivaal oogzakje. vrijkomen eieren met sereus. Parafilaria multipapillosa (= Filaria haemorrhagica) (paard. Hebben ringvormige gestreepte cuticula met zaagvormige randlijnen. soms in afvoerkanalen traanklieren. Mannetjes: 8-14 mm. wijfjes: 12-33 mm. Cyclus zoals vorige soort. L3 is infectieuze larve. 2 rijen papillen.3. Cyclus: L1 larven uit ovovivipare wijfjes -> met traanvocht afgevoerd -> opname door tussengastheer Musca autumnalis -> ontwikkeling tot L3 -> met zuigact in oogvocht van paard. Prepatente periode: 3-6 weken. Wijfjes zijn haematofaag. In (sub) tropische landen. Uitgesproken geslachtsdimorfisme. Tussengastheer is Orthoptera. Papilliforme verdikkingen op vooreinde. wijfjes: 14-18 mm. Prepatente periode: 7-10 maanden. Wijfjes leggen eieren. Ovovivipare wijfjes produceren L1 larven.Stuvia.3. Prepatente periode: 3-6 weken. Universeel voorkomend. Mannetjes hebben brede caudale vleugels.com . komen in tussengastheer (Musca en Fannia). wijfjes: 40-50 mm. “Grote witte maagworm”. ezel. Prepatente periode: 2 maanden. Habronema microstoma (majus) (paard) In lumen van de maag. “Geel oranje maagworm”. Wijfjes liggen in maagmucosa -> leggen geëmbryoneerde eieren -> ontluiken in darm: L1 -> faeces: de daar ontwikkelende larve van Musca domestica neemt L1 op -> L3 (ontwikkeling loopt synchroon met die van vlieg) -> afzetting L3 op lippen of neusranden paard (evt. . haemorragisch exsudaat dat uit wonde sijpelt -> vliegen zoals Musca domestica nemen ei+L1 op -> ontwikkeling tot L3 -> afgezet in oogvocht of wonde -> migratie door huid -> gezwellen ontstaan. Komt niet bij ons voor.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal SUPER-FAMILIE HABRONEMATOIDEA Tetrameres americana (kip.

reticulata (paard. lever. drie duidelijke lippen. Hier zeldzaam. Accidenteel in borstholte. Werd ook bij mens gesignaleerd. nuchae en in pezen en ophangband van de kogel. galactogene opname van L3 -> darm -> 2 vervellingen. Relatief grote wormen. veel voorkomend in tropen.4 ORDE ASCARIDIDA Relatief groot (tot 40 cm). soms kat) * Adulten in rechter hartkamer. pericard. soms precloacale zuignap. Ontwikkeling tot L2 in ovo. in lig. Geen vrijlevende larvaire stadia en een verkorting van de cyclus in de buitenwereld (wijst op geëvolueerd karakter). Microfilaria migreren van noduli naar lymfevaten (nooit in bloed). Dicrofilaria immitis (hond. geen mondkapsel. Zijn transparant. In dunne darm. Belangrijkste genera: Toxocara. Setaria digitata (= Setaria labiato-papillosa) (rund) In buikholte. Aëdes en Anopheles mug. verschilt volgens geografische distributie. Mannetjes: 15-25 cm. Aëdes en Anopheles mug.)bloed zuigen. daar komt tussengastheer (Culicoides spp. daar steken de tussengastheren (dunne huid). Kenmerkend is periodiciteit: verschijnen in bloed/lymfe op bepaald moment van dag. Toxocara vitulorum (Neoascaris vitulorum) (rund) * Vaak bij jonge kalveren in (sub)tropische streken.Stuvia. ezel) Resp. Bij Onchocerca en Dicrofilaria zijn ze naakt. Meestal in SVS. Tussengastheer is Simulium mug. Prepatente periode: 16 maanden. L3. want darmtractus ontbreekt (= embryo). Opname infectieus ei door rund -> . ovipaar. Niet vergelijkbaar met L1 larve. Universeel in tropen en sub-tropen. Mannetjes 12-18 cm. wijfjes: 21-27 cm. Via veneuze bloedvaten naar hart en longarterie. geen caudale bulbus in oesophagus. gewrichtsbanden. Uitsluitend bij zeer jonge dieren. L2. Endogeen: patente infecties alleen bij jonge kalveren.com .De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal B – GEËVOLUEERDE FILAROIDEA – Vrouwelijke wormen produceren microfilariae Wijfjes zijn vivipaar. 2 spicula. cava.4. Ascaris. Microfilaria vooral in huid oren. geen bursa copulatrix. Geringe pathogeniciteit. onderbuik. Opname door tussengastheer -> L1. soms in v. L3 wordt op huid afgezet door mug. Periodiciteit van microfilaria in bloed. 1. soms in ductus choledocus. Parascaris. Zeldzaam hier. Prepatente periode: 190 dagen. Exogeen en besmetting: ongeëmbryoneerde eieren in faeces -> ontwikkeling tot L2 in ei -> orale besmetting. Onchocerca cervicalis en O. wijfjes: 25-30 cm. Setaria equina (paard) In buikholte. milt. Microfilaria in lymfevaten rond navel en flanken. scrotum. oog.1 FAMILIE ASCARIDIDAE Grote wormen (+10 cm). Gering pathogeen. Onchocerca gutturosa (= Onchocerca lienalis) (rund) In lig. Waarschijnlijk via Culex. nuchae. Onchocerca volvulus (mens) Adulten zitten in fibreuze noduli (intradermaal of subcutaan). Blindheid kan ontstaan door migratie microfilaria naar oogweefsels (Riverblindness).(koe als soort tussengastheer). larven worden microfilaria genoemd. Toxascaris. 1. Tussengastheer: Culex. femorotibiaal gewricht. nek. bij Setaria omgeven door schede (dunne eischaal).

meer in grote circulatie -> spieren en organen -> inkapseling L2 -> rustfase: verschillende jaren overleven. Of besmetting leidt tot patente infectie is afh. algemeen voorkomend. Nooit prenatale infecties. Eieren kleven gemakkelijk aan voorwerpen vast. darm: 4e vervelling -> adult. In paratenische gastheer is er enkel een somatische cyclus: inkapseling L2 in weefsels -> opname gastheer door hond -> tracheale migratie -> patente infectie. Exogeen en besmetting: embryonatie van uitgescheiden eieren is afh. Niet alle somatische larven worden bij dracht gemobiliseerd.Stuvia. van temperatuur en vochtigheid. en meer bij teven. Lange gestreepte kopvleugels. Ook opname infectieuze eieren uit omgeving of reeds aanwezige somatische larven kunnen tijdens lactatie lever-long-trachea migratie ondergaan. Prepatente periode: 18-21 dagen. wijfjes: 12-18 cm. knaagdieren (muis). ook naar melkklier (2-4 weken lang). mannelijke honden.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal ontluiking in dunne darm -> mesenteriale venen -> lever -> vervelling tot L3 -> hart -> long -> hart -> circulatie Komen dus in verschillende organen terecht. vnl. 2) vrijgestelde larven -> systemische weg -> spieren als L2 in rust. 3: Gereactiveerde L2 niet alleen naar placenta. kan niet buiten de lactatie. van leeftijd. Ouder worden pup: minder larven kunnen longalveolen binnen dringen. Exogeen en besmetting: zie vorige. laatste vervelling in darmlumen tot L5. 23 dagen na geboorte begint ei-uitscheiding (prepatente periode). Rond dag 42 dracht: deel somatische larven komt vrij in bloedsomloop -> placenta -> foetus -> lever foetus -> geboorte -> long pup -> darm -> vervelling tot L4 -> vervelling tot L5. . Geëmbryoneerde eieren zijn zeer resistent (tot 3 jaar infectieus). Tijdens dracht: reactivatie -> melkklieren -> galactogene infecties -> rechtstreekse ontwikkeling in darm. wijfjes: tot 10 cm. Van relatief weinig belang. 2: Transplacentair: van groot belang. orale opname bij zeer jonge honden. Toxocara canis (hond. Endogeen: 4 mogelijke infectiewegen: 1) oraal door opname infectieuze eieren. 3) galactogeen (transmammair). Deel kan langs somatische weg de maagwand bereiken: 2 vervellingen. geslacht en wijze van besmetting. Bij koeien: rustende L3 geactiveerd einde dracht -> uier -> colostrum. Volwassen wormen leven 4 maanden. vanaf 3e levensmaand. Mannetjes: 10-12 cm. Bij mannelijke dieren is cyclus blindeindigend. Deel larven door hormonen gewekt bij teef (bij nietdrachtige teef: afsterven larven) -> darm -> adult. Prepatente periode 19 dagen. vooral long. waarschijnlijk door opname larven uit faeces van pup -> patente infectie. alleen droogte en hoge temperaturen zijn schadelijk. Allerlei dieren kunnen als wachtgastheren fungeren. na lichte besmettingen die geen immuniteit opwekken. Vrijgekomen L2 -> lever -> hart -> long (vervelling) -> trachea -> maag -> dunne darm (laatste 2 vervellingen) -> adult. Toxocara cati (kat en wilde Felidae) * Mannetjes: 3-6 cm. Geen patente infectie. Korte en brede cervicale alae die abrupt eindigen en fijn gestreept zijn. Endogeen: na orale besmetting -> vrijgestelde L2 larven dubbele migratie: 1) klassieke lever-long-trachea migratie met 2 vervellingen in maagwand tot L4. L2 zitten daar in spier opgestapeld -> opname gastheer door kat -> L2 in maagwand -> 2 vervellingen -> darm -> vervelling -> adult. 4) opname paratenische gastheer. Prepatente periode: 30-34 dagen. Verschillende zoogdieren (ook mens) als paratenische gastheer (L2 wordt ingekapseld). 2) prenataal (transplacentair). Prepatente periode: ? weken. 4: Patente infecties oudere hond. prepatente periode: 8 weken.com . vos) ** In dunne darm. Blootstelling infectie met geëmbryoneerde eieren: opstapeling/accumulatie L2. Tegenhouden larven in weefsels = uiting immuniteit. Peri-parturient rise: hoge eiuitscheiding tijdens lactatie. 1: Basiscyclus: lever-long-trachea migratie.

L5. Grootste deel blijft in lumen. gans. wordt adult na 3 vervellingen in 25-28 dagen (prepatente periode). Ascaris suum (varken) ** Universeel voorkomend. Mannetjes: circulaire preanale zuignap en spicula. Spicula zijn sterk ongelijk. kleiner dan vorige (tot 10 cm). Prepatente periode: 10 weken. soms wachtgastheer (regenworm). L4. H. 1.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Toxascaris leonina (hond. vos. darmlumen.com .Stuvia.2 FAMILIE HETERAKIDAE Klein-gemiddeld groot. kalkoen. . Endogeen: lever-long-trachea migratie. Prepatente periode: 45 dagen. embryoneren in buitenwereld. spits staartuiteinde.4. wijfjes: :tot 40 cm. Zijn dik en groot. Vooral bij vogels in caeca. Parascaris equorum (paard. Perorale infectie door opname ei+L2. priemvormige staart. wilde Canidae en Felidae. Heterakis spp.4. achteraan is een bulbus. Zowel directe als indirecte cyclus. Universeel voorkomend. Grootste deel van L3 gaat echter via longen naar trachea -> pharynx -> dunne darm: 2 vervellingen tot L4 en L5. Hebben kopvleugels. mannetje ook caudale alae. Infectieus ei met L2 in darm. zelden kat) Dunne darm. Bij kip maken larven korte weefselfase door in mucosa van caeca. Regenworm kan als wachtgastheer fungeren. Voorste deel oesophagus is ontwikkeld als pharynx.3 FAMILIE ASCARIDIIDAE Verschil met vorige familie: ontbreken oesophagale bulbus. Infectieuze eieren met L2. N. Caudale alae ondersteund door 12 paar papillen. Mannetjes: tot 25 cm. infectie door opname infectieus ei met L2.: bij vrijstelle L2 komt ook Histomonas meleagridis (zie protozoa) vrij. bij tussenkomst wachtgastheer: 8 weken.B. L2 larven ontluiken uit ei -> perforeren darmwand -> mesenteriale venen -> lever: 2e vervelling tot L3 -> hart -> longen. Cyclus zoals Ascaris suum. Typisch: smalle cervicale alae. Duur en verloop van ontwikkeling wordt beïnvloed door afweermechanisme gastheer (herinfectie: afweer in lever tegen L2. naar darmmucosa. Ontwikkelingsduur is temperatuursafhankelijk. Prepatente periode: 10 (paard) – 12 (ezel) weken. 1. Directe cyclus: eieren in faeces. ontstaan van milk spots). caudale papillen en precloacale zuignap. Accidenteel kan L3 in algemene circulatie raken. isolonche bij fazant (zeer pathogeen: nodulaire tyflitis). Prepatente periode: 38-41 dagen. Ascaridia galli (vogels) Bij kip. L3. Exogeen besmetting: volledige embryonatie in 30-40 dagen. Zelden bij schaap. in dunne darm. H. dispar bij eend en gans. Heterakis gallinarum (vogels) * Mannetje: 7-13 mm. ezel) ** In jejunum. Wijfje: 10-15 mm.

Accidenteel bij mens. leggen eieren in visceuze vloeistof rond anus.4 FAMILIE ANISAKIDAE Parasieten van mariene zoogdieren of vogels. ontwikkeling tot infectieuze L1 in ovo.4.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Ascaridia columbae (duif en wilde Columbiformes) * Universeel voorkomend.1 ORDE ENOPLIDA Oesophagus uit keten van cellen (stichosoom).com . 3 rudimentaire mondlippen. Prepatente periode: 5 maanden. Enterobius vermicularis (aarsworm mens). Mannetjes: 16-35 mm. na opdrogen vallen eisnoeren op de grond. ontwikkeling L2 in ovo -> verlaten met schede het ei -> opname door euphausiides (kril): ontwikkeling tot L3 -> evt. zelden vivipaar. Mannetje: caudale papillen ondersteunen caudale alae.1 FAMILIE TRICHURIDAE Dunne haarfijne wormen. Bevruchte wijfjes kruipen naar anus. Dus besmetting eindgastheer door opname L3 in euphausiides of in vissen. ovopaar met typische eieren (met poolproppen). Mannetjes: 9-12 mm.). Skryabinema ovis (kleine herkauwers). Wijfjes zijn groter.5 ORDE OXYURIDA Klein-middelmatig groot (tot 15 cm). vergelijkbaar met A. Ongeëmbryoneerde eieren met soort operculum worden infectieus -> opname -> vrijstelling L2 in dunne darm -> mucosa caecum: vervelling tot L4 -> lumen caecum. larvaire ontwikkeling in ovo. dissimilis (kalkoen). dunne darm. Geen vrijlevend stadium. Homoxene cyclus. Oxyuris equi (paard) * Vooral bij oudere paarden. 1 spiculum af of niet door schede omgevben. Parasiteren SVS van vogels en zoogdieren (enkele uitz. 1. Weinig pathogeen. mens) * Maagparasiet. Geëvolueerde vormen zijn homoxeen. 1 spiculum. 2. Primitieve parasitaire vormen zijn heteroxgeen met ontwikkeling van L2 in invertebraat. Eieren zijn infectieus 2-3 weken. Wormantigenen kunnen allergische enteritis induceren. wijfjes: 150 mm (lange staart). wijfjes: 2450 mm. . Eieren afgeplat aan 1 kant. vastzuiging aan darmepitheel: vervelling tot L5. zijn transportgastheren -> carnivore vissen en andere eindgastheren kunnen deze vissen opnemen. Prepatente periode: 45 dagen. Eieren in water uitgescheiden. ADENOPHOREA 2. gastheerspecifiek. Directe of indirecte cyclus (dan vaak aardwormen als tussengastheer: hierin ontwikkeling L1 tot L2). A. Parasiteren dikke darm zoogdieren. opname door vissen: larven in buikholte of organen. puntvormige staart. Besmetting mens door eten rauwe of licht gezouten vis: L3 in darmwand -> acute symptomen. 1. galli. Anisakis simplex (zeezoogdieren. hermaphrodita (parkiet). vissen. oesophagale bulbus. Directe cyclus. Andere soorten: Passalurus ambiguus (Rodentia).1.Stuvia. Verwant: A. Cyclus over 1 of meerdere tussengastheren. geen bursa copulatrix. 2. geen migratie in gastheer.

Eieren kunnen jaren overleven in buitenwereld. Relatief onschadelijk. brevipes (herkauwers) Dunne darm. Directe cyclus: Exogeen en besmetting: ongeëmbryoneerde eieren via faeces in buitenwereld (ontwikkeling sterk afh. Universeel voorkomend. Prepatente periode: 60 dagen.) * Dunne darm duif. Directe cyclus door opname infectieus ei. Prepatente periode: 3 weken. Trichuris vulpis (hond. Orale. Mannetje: 1 spiculum door schede omgeven. Capillaria obsignata (= C. Directe cyclus. Eieren worden ingeslikt -> faeces -> opname L1 -> darmwand -> longen -> trachea en bronchi. Capillaria plica. Infectie door orale opname infectieuze eieren. hond) Trachea en bronchi. Universeel voorkomend. Directe en indirecte cyclus. Capillaria caudinflata (vogels) Dunne darm. Capillaria hepatica (knaagdieren en mens) Lever. Endogeen: orale opname ei+L1 -> larven vrij in dunne darm -> caecum: lange histotrope fase: 4 vervellingen tot L5 -> lumen dikke darm: adult.a. T. Mannetjes: 8-10 mm. Prepatente periode: 53-55 dagen. Trichuris ovis. longipes) en C. in dikke darm. Indirecte cyclus. Slechte ontwikkeling bij kip. vrijstelling als gastheer wordt opgegeten. Prepatente periode 11-12 weken. 2 maanden) -> ontwikkeling tot infectieus stadium L1. Tot 70 mm. middelmatig tot groot. Adult leeft langer dan 1 jaar. Universeel voorkomend. passieve besmetting.com . Geproduceerde eieren worden in leverparenchym vastgehouden. Duif is specifieke gastheer. zit gedeeltelijk onder darmmucosa. wijfjes: 10-12 mm. Capillaria bovis (= C. van uitwendige omstandigheden. via SVS vrijgesteld en embryonatie in buitenwereld (ei+L1). vorm van citroen. Typische geelbruine eieren met dikke schaal. Prepatente periode: 6 weken. Ook zelden bij hond en kat. columbae) (duif e. Lichte infecties. vos) * Caecum en colon. maar geen evolutie. vos. Vnl. kalkoen. Directe cyclus. .De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Capillaria contorta ( =C.Stuvia. T. wilde vogels. annulata) (vogels) Krop en slokdarm. Dun en lang voorste deel van lichaam. Deze hulpgastheer wordt intercalaire gastheer genoemd: noodzakelijk voor cyclus. vos. Indirecte cyclus. kip. Trichuris suis (varken en everzwijn) * In dikke darm. Trichuris-soorten * “Zweepwormen”. Histotrope fase: 13 dagen. Prepatente periode: 6-7 weken. kat) Urineblaas. gem. globulosa (herkauwers) * In caecum. Capillaria aerophila (= Eucoleus aerophilus) (kat. C. Prepatente periode: 3 weken. Levensduur adult is 4-5 maanden. Tot 75 mm. Tot 50 mm. Cosmopolitisch voorkomend. feliscati (hond. Prepatente periode: 3 weken. nierbekken. Directe cyclus. discolor. Wijfje heeft vulvalapje.

als tussengastheer. Prepatente periode: 3-4 weken of 3 maanden. Paard komt ook voor als besmettingsbron bij mens. zijn nog twijfels over. wijfjes vervellen tot L5. Universeel verspreid. larven kapselen niet in). Tot 50 m. Na copulatie sterven de mannetjes (als L4). Geen spiculum of bursa copulatrix. Trichinella spp. Een mondstilet is aanwezig. pseudospiralis (kan ook vogels infecteren. De klassieke cyclus over rat-varken-mens.1. 2. britovi.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Trichuris trichiuris (mens e. Vivipare wijfjes.4-1. Vnl. appendix. de kapsels met L1 moeten door omnivoor of carnivoor worden opgenomen -> vertering in darm: vervelling tot L4: copulatie -> mannetjes sterven.6 mm. T. Belangrijkste gaat over wilde dieren.a. Mannetjes: 1. .com . in gematigde tot koude streken. wijfjes: 3-4 mm. in goed doorbloede spieren) (tussengastheer). Adult leeft in dunne darm (eindgastheer). colon. wel 2 kegelvormige aanhangsels. larven parasiteren de spieren. primaten) Caecum. Cyclus: gastheer is zowel eind. Er is geen vrijlevende fase.Stuvia. Cyclus wordt langs verschillende voedselketens onderhouden. (zoogdieren) T. bevruchte wijfjes naar crypten Lieberkuhn en PP tot in lymfeknopen -> L1 larven in darmmucosa -> bloed en lymfe -> dwarsgestreepte spieren: encystering (vnl. Larven rollen zich op en citroenvormig bindweefselkapsel wordt gevormd.2 FAMILIE TRICHINELLIDAE Trichinella spiralis (zoogdieren) ** In dunne darm van bijna alle zoogdieren.

You're Reading a Free Preview

Download
scribd
/*********** DO NOT ALTER ANYTHING BELOW THIS LINE ! ************/ var s_code=s.t();if(s_code)document.write(s_code)//-->