P. 1
Samenvatting: Social Psychology, Myers e.a.

Samenvatting: Social Psychology, Myers e.a.

|Views: 26|Likes:
Published by Stuvia.com
College aantekeningen aangevuld tot een samenvatting
College aantekeningen aangevuld tot een samenvatting

More info:

Published by: Stuvia.com on Jul 19, 2013
Copyright:Traditional Copyright: All rights reserved
List Price: $2.60 Buy Now

Availability:

Read on Scribd mobile: iPhone, iPad and Android.
See more
See less

02/07/2014

$2.60

USD

pdf

Samenvatting: Social Psychology, Myers e.a.

door

Maicolin

De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal
Koop en Verkoop al je samenvattingen, aantekeningen, onderzoeken, scripties, collegedictaten, en nog veel meer..

www.stuvia.com

Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal

Sociale psychologie – college 1 (hoofdstuk 1 + 12) Inleiding + gedrag in groepen belangrijke info over de cursus hoofdstuk 2 + artikelen lezen (opzet + belangrijkse conclusies)!!! tutorials maken – elke week eentje! Wat is sociale psychologie Sociale psychologie bestudeert hoe de gevoelens, gedachten en gedragingen van mensen beïnvloed worden door de impliciete dan wel expliciete aanwezigheid van anderen. Wat doet sociale psychologie: wetenschappelijk bepalen of een uitspraak waar is of niet, in welke situatie, bij wie en waarom. Axioma's (basis aannamen): → menselijk denken doen en voelen, is een functie van persoon × situatie f(persoon*situatie) → verschillende situaties spreken verschillende kanten van een persoon aan (wat wordt er van je verwacht) → personen kiezen situaties (je zoekt situaties die je fijn/leuk vindt) → situaties 'kiezen' personen (niet alle situaties zijn geschikt voor alle mensen bijv. een klein persoon kan waarschijnlijk niet goed basketballen). → personen veranderen situaties (aan of afwezigheid van personen beïnvloeden de sfeer) → situaties veranderen personen → automatische invloed van situatie (priming) → mens construeert zijn realiteit (het denken, doen en voelen van mensen wordt sterk beïnvloed door de situatie, of liever, door hun interpretatie van de situatie) → mens is een sociaal dier (bijna alles wat mensen denken, zien en voelen wordt beïnvloed door anderen) Sociale facilitaties eerste experiment van sociale psychologie: vissnoer oprollen → alleen of in competitie. In competitie wordt dit sneller gedaan dan alleen. Zajonc social facilitation model: Aanwezigheid van anderen → fysieke arousal → facilitatie = dominant gedrag of inhibitie = nietdominant gedrag. Experiment: kakkerlakkenrace kakkerlakken alleen, samen in het doolhof, of met publiek achter glas doel: donker holletje dominant: doel is makkelijk te vinden = rechtdoor niet-dominant: doel moet gezocht worden = de hoek om bij dominant gedrag zorgt aanwezigheid van anderen dat de kakkerlak sneller is bij niet-dominant gedrag zorgt dit juist voor traagheid drive theory Zajonc: arousal → dominante respons = beter in de taak, niet-dominante respons = slechter in de taak Yerkes-Dodson wet: voor moeilijke taken is de optimale arousal lager, dan voor makkelijke taken.

Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal

waarom voelen we arousal als anderen kijken: → evaluation of apprehension: we denken na over hoe anderen ons beoordelen → mere presence: enkel de aanwezigheid van anderen kan soms al genoeg zijn om arousal te voelen sociale facilitatie vs social loafing: sociale facilitaite of inhibitie bij individuele prestaties → maar wat als mensen als team werken: social loafing: mensen doen individueel minder hun best, omdat je eigen individuele bijdrage redelijk onzichtbaar is. Het is makkelijker om het aan de groep over te laten. Groeps-polarisatie → niet alleen prestaties worden extremer door de aanwezigheid van anderen, ook metingen worden extremer. → groepsdiscussie maakt de gemiddelde mening van individuele groepsleden extremer. → gevolg: groepen nemen riskantere beslissingen (risky shift fenomeen) Hoe komt dit: → informational influence: het horen van de argumenten van mensen die het met je eens zijn, en het actief meedoen in een discussie (je argumenten verwoorden) versterken je je eigen standpunt, en maken dit extremer. → normative influence: proberen te voldoen aan de verwachtingen die anderen van je hebben. → social comparison: we vergelijken ons met anderen. Om meer in de smaak te vallen uiten we extremere meningen. → pluralistic ignorance: we denken vaak dat we beter zijn dan de rest van de groep. Als blijkt dat de rest er net zo over denkt als jij, voel je je vrijer om je mening te uiten. → group identity: je doet mee met de groep waar je (vindt dat je) bijhoort. Als de groep extreme meningen heeft, neem je die over. Ggroupthink Door groepspolarizatie, in combinatie met o.a. Streven naar consensus, zelfoverschatting, zelfcensuur, illusie van unanimiteit, mindguards (beschermen de groep tegen informatie die de meningen kan veranderen) en het niet openstaan voor kritiek, maken groepen soms slechte inschattingen en beslissingen. Voorkomen: → vraag om kritiek, in plaats van bevestiging. → geen duidelijke leider met uitgesproken mening Mens is een sociaal dier: een van de belangrijkste behoeften van mensen is de behoefte aan verbondenheid met anderen → evolutionair nuttig → psychologisch en emotioneel welzijn Sociale uitsluiting heeft invloed op intelligentie.

familie) → collective self: van welke groepen ben ik lid (school. sport. geslacht. moeder. Self reference effect: informatie die relevant is voor ons zelfconcept.Stuvia.com . interesse. solidariteit en sociale verantwoordelijkheid → wij staat centraal . enz. Hoe ontstaat het zelfconcept: → George Herbert Mead: symbolic interactionism: zelf ontstaat door taal. vriend(in). wordt sneller verwerkt en kunnen we beter onthouden.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Sociale psychologie – college 2 Het Zelf Literatuur Hoofdstuk 3 wat is het zelfconcept zelfconcept: je antwoorden op de vraag 'wie ben ik'.Succes en falen zelfbeeld: → individual self: wat maakt mij uniek → relational self: welke mensen horen bij me (vrienden.Sociale identiteit: afkomst.) zelf discrepancy theorie actual self: welke eigenschappen denk ik te hebben ought self: welke eigenschappen zou ik moeten hebben ideal self: welke eigenschappen zou ik willen hebben De mogelijkheid tot zelfbewustzijn (anterior cingulate cortex) is nodig voor het hebben van een zelfconcept.) . enz. in allerlei verschillende situaties) Waardoor wordt het zelfconcept beïnvloedt: . . sociale en culturele interactie (symbolen) en role taking individualistische culturen: independent self → identiteit gevormd door individuele eigenschappen → uniek zijn is belangrijk → gericht op persoonlijke groei → ik staat centraal collectieve culturen: interdependent self → identiteit wordt gevormd door relaties met anderen → conformiteit is belangrijk (pas je aan) → gericht op teamprestaties.Sociale vergelijking . Deze elementen van je zelfbeelden activeren verschillende zelfschema's (jou rol. enz.De rollen die je speelt (student. religie.

dan van een vreemde – alleen op gelijk niveau) eigenwaarde: → expliciete zelfwaarde: zelf rapportage (gevoelig voor sociale wenselijkheid) → impliciete zelfwaarde: onbewust conflict: hoge expliciete zelfwaarde en lage impliciete zelfwaarde → narcisme narcisme de donkere kant van hoog self-esteem. vinden zichzelf zeer belangrijk) → sterke links met agressie en criminaliteit (weinig empathie of perspective taking) → reageren fel als het ego bedreigd wordt . Zelf: zowel introvert als extravert ander: of introvert. veel verschillende eigenschappen → hoe beter je iemand kent. kind verliezen) → ook overschatten we vaak hoe gelukkig positieve ervaringen ons op de langere termijn maken maakt geld gelukkig: → mensen overschatten de mate waarin geld (en andere specifieke omstandigheden) ze gelukkig maakt.com .Stuvia. hoe complexer je over iemand nadenkt. onstabiel hoog self-esteem → superioriteitsgevoel. → hierdoor maken mensen vaak slechte keuzes We weten vaak niet goed onder woorden te brengen waarom we bepaalde keuzes maken. Eigenwaarde (self-esteem) Eigenwaarde: evaluatie van ons eigen zelfconcept Mensen hebben de behoefte zich goed te voelen over zichzelf Daarom reageren we op bedreigingen van ons eigenwaarde (we voelen ons vaak meer bedreigd door het succes van een vriend. Keuzes gemaakt met je intuïtie zijn vaak de beste. → Focusing illusion (Kahneman): het merendeel van de tijd is onze stemming namelijk niet gebaseerd op die specifieke omstandigheden.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal hoe nauwkeurig is het zelfconcept multifaceted self: mensen denken dat ze heel veelzijdig zijn. of extravert We zijn heel slecht in het voorspellen van ons gedrag → we onderschatten hoe makkelijk we te manipuleren zijn → we zijn niet goed in het voorspellen van ons eigen gedrag in specifieke situaties → ouders en vrienden zijn vaak beter in het voorspellen van je gedrag dan jijzelf we zijn heel slecht in het voorspellen van onze emoties → impact bias: we overschatten de blijvende impact van emotionele gebeurtenissen → we zijn veel weerbaarder dan we denken (= kracht van psychologisch immuunsysteem) → geldt zelfs voor extreem ongeluk (invalide raken. maar ook broos ego → daarnaast: egocentrisch en hoog gevoel van entitlement (recht op voorkeursbehandeling.

kan je ook uitleggen waarom.) → sociale reflectie  BIRGing: basking in reflected glory: goede prestatie van anderen met jezelf identificeren (bijv. aardiger.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal self-evaluation maintenance verschillende strategieën o een positief zelfconcept te behouden: → sociale vergelijking (op verschillende eigenschappen jezelf vergelijken met anderen. en de prestatie is nog beter als het toch lukt) mensen nemen zichzelf veel te serieus: spotlight effect – denken dat elke kleine afwijking (vlekje. . vaak gewoon in stand. Sociale psychologie – college 3 Sociale indrukken en oordelen Orde scheppen in de chaos van alledag: → We vormen snel indrukken van mensen (van jezelf en van anderen) → We gebruiken heuristieken (soort cognitieve shortcut. Als er bewijs komt dat het tegendeel laat zien van wat jij gelooft. puisje) gelijk opgemerkt wordt.Stuvia.) → onrealistische optimisme: mensen schatten de kansen van toekomstig succes onrealistisch positief in. Lous of control: wie je denkt dat er verantwoordelijk is voor wat er gebeurt (intern [jijzelf] of extern [iets of iemand anders]. enz. en dus ook je geloof. uiterlijk. → self-serving biases:  zelf-dienende attributies: succes komt door jezelf.com . vaardigheden. Nederlands elftal – we hebben gewonnen)  CORFing: cutting of reflected failure: afsnijden van een groep anderen die een slechte prestatie neerzetten. op basis van heel weinig informatie een besluit nemen) Mensen zijn cognitief lui (cognitive misers) heuristieken: → snel. efficiënt en vaak correct → vaak incorrect en moeilijk te corrigeren believe perserverance: als je wat gelooft. → false consensus effect: we overschatten de hoeveelheid mensen die het met ons eens zijn (false uniqueness effect bij talenten/vaardigheden) impression management: strategische zelf-presentatie – je wilt jezelf zo gunstig mogelijk presenteren → self-promotion: je succesen en capaciteiten benadrukken → valse bescheidenheid: kan functioneel zijn om 'aardig' over te komen → intimidatie: jezelf als 'gevaarlijk' presenteren om macht uit te oefenen → ingratiation: slijmen → self-handicapping: zelf obstakels voor een goede prestatie creëren (geeft excuus voor falen. waarbij je het beoogde resultaat bereikt. Self-effiacy: je eigen gevoel van je competentie en de mogelijkheid tot handelen in verschillende situaties. enz. beter in vaardigheden. falen komt door externe factoren  better than everage effect: in vergelijking met de meeste mensen beter op verschillende dimensies (moreler. blijven je eigen redeneringen.

hebben invloed hoe we deze persoon vervolgens waarnemen. accessoires) → zichtbare cues en kenmerken leiden tot sociale . bijv. kleding. welke karaktereigenschappen iemand heeft Onze indruk van mensen is niet altijd betrouwbaar. Gedrag wordt geïnterpreteerd alsof het reflecteert 'hoe iemand is'. Hoe vorm je een eerste indruk: → uiterlijk (make-up. → stemming (negatieve bui = negatievere attributies) → verwachtingen die je hebt van mensenkennis priming (recente activatie): priming kan je indruk van iemand beïnvloeden Corresponderende gevolgtrekking: interpretatie van het gedrag wordt toegepast op de persoon ongeacht de 'vrijwilligheid' (bijv.) toegankelijkheid: → betekenis van gedrag vaak ambivalent: toegankelijkheid stuurt de interpretatie van cues. zeldzaam. ongewoon. enz.. zwart en wit.. praten. Causale attributies = gedrag toeschrijven aan oorzaken → fundamentele attributiefout: overschatting van interne.Stuvia. Verwachtingen van een persoon. vreemd. uitglijden) van gedrag.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Overconfidence phenomenon: het overschatten van de preciesheid/waarheid van wat je denkt/gelooft impliciete persoonlijkheidstheorie: → gedrag is vaak de basis voor indrukken → mensen gebruiken gedrag om spontaan conclusies te trekken over 'hoe iemand is'. bewegen of fel gekleurde kleding = invloedrijk persoon) associaties tussen cues: → verbinding tussen twee of meer cues ontstaat door gelijke betekenis + vaak samen voorkomen (peper en zout.com . en de saillante cues domineren (factoren die de aandacht trekken. haar. en onderschatting van externe oorzaken → attributies aan toegankelijke factoren → attributies aan saillante factoren Kelley's attributie theorie: → gedrag kan verklaard worden door  actor  stimulus  consensus Kelley's cubus model: . verrassend → trekken aandacht in een specifieke contest → worden vaak als oorzakelijke geïnterpreteerd indrukken zijn vaak een mengsel van vele cues. gezichtsuitdrukkingen en gebaren → mimicry van gedrag (kameleon effect): het gedrag van iemand nabootsen Saillantie cues: opvallend. Bert en Ernie. → non-verbaal gedrag is vaak belangrijker in het vormen van indrukken dan verbaal gedrag  lichaamspostuur.

is goed → beïnvloedt hoe we ons gedragen → beïnvloedt de reactie die we terugkrijgen (selffulfilling prophecy) heuristieken: vuistregels om snel en makkelijk betekenis te verlenen aan de wereld om ons heen → Representativiteitsheuristiek: in welke mate komt iemand overeen met het prototype van een bepaalde sociale categorie. Sociale psychologie – college 4 . Ultieme attributiefout: positieve dingen binnen de eigen groep zijn zoals het normaal gaat. meer of minder dan 50 geeft lagere inschattingen dan meer of minder dan 1500). gevolgen: confirmation bias: ankering zorgt voor eerste inschatting. mensen zoeken vervolgens naar informatie die de inschatting bevestigt.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal → distinctivitiet: doet de actor dit alleen ten overstaan van deze stimulus → consistentie: doet de actor dit herhaaldelijk over tijd en in verschillende situaties ten overstaan van dezelfde stimulus → consensus:gedragen anderen zich ook zo ten overstaan van deze stimulus verandering van eerste indruk: → kost moeite en energie → verandering van indruk wanneer door aanvullende informatie ook een andere oorzaak aannemelijk wordt → discounting: wanneer mensen minder interne attributies maken dan ze normaal zouden doen → augmenting: wanneer mensen meer interne attributies maken dan ze normaal doen axioma's sociale psychologie: → denken doen en voelen van mensen wordt sterk beïnvloed door de situatie. Hoe meer iemand lijkt op een 'typisch' lid van een groep.com . hoe meer we aannemen dat deze persoon ook bij die groep hoort en eigenschappen heeft die wij aan die groep toekennen. Hindsight bias: geneigd achteraf te zeggen dat je het allemaal van tevoren had zien aankomen. door un interpretatie van de situatie → als waarnemers onderschatten mensen de invloed van de situatie op het gedrag van anderen Schema's: theorieën over sociale categorieën → stereotypen → halo-effect: wat mooi is. of liever. Negatieve acties van iemand buiten jou groep zijn normaal voor die groep. → Availability heuristiek: hoe makkelijker het is om voorbeelden te bedenken. terwijl positieve acties een uitzondering zijn. rosy retrospection: je denkt dat een matig leuke gebeurtenis uit het verleden erg leuk was. → Ankering heuristiek: hoe maken we inschattingen van zaken die we niet zeker weten – bij een vraag naar hoeveelheid maak je gebruik van een ankerwaarde (bijv.Stuvia. en negatieve dingen zijn een uitzondering. → counterfactual thinking: we vergelijken onze situatie met denkbeeldige andere situaties (hoe het ook had kunnen gebeuren). hoe waarschijnlijker het is dat iets voorkomt.

nog gedragscontrole aan toe je gedraagt je meer naar je attitudes. school + pestkop = slecht gevoel over school)  subliminaal: gebeurt onbewust (stimuli zo kort in beeld dat het niet bewust geregistreerd wordt) → operant conditioneren: gedrag – beloning/straf – positieve/negatieve attitude → zelf-perceptie theorie  mensen leiden hun attitudes af uit hun eigen gedrag  vooral als ze nog geen duidelijke attitude ergens over hebben → lichamelijke veranderingen (bijv. zonder er een duidelijke externe reden voor te hebben.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Attitudes Wat is een attitude: → een cognitieve representatie die onze evaluatie van een attitude object samenvat → een positieve.Stuvia. negatieve of gemengde evaluatie van een persoon. als je lacht [pen tussen tanden] lijkt iets vanzelf leuker) Waarom vormen we attitudes: → functionele benadering  instrumentele functie – attitudes sturen ons richting objecten die ons helpen onze doelen te verwezenlijken en helpen ons ongewenste situaties te vermijden. hoe positievere attitude je ervoor ontwikkelt – reclame) → klassiek conditioneren  supraliminaal: gebeurt bewust (bijv. vaak onbewust (onbewust positief of negatief gevoel) → expliciet: bewuste en beredeneerde evaluatie → ambivalant: attitude met zowel positieve als negatieve componenten Waaruit bestaan attitudes: → cognitieve component (wat je weet over een attitude) → affectieve component (wat je ervan vindt.) → gedragscomponent (wat je doet) Hoe vormen we attitudes: → mere exposure (hoe vaker je iets ziet.  waarde-expressieve functie – attitudes maken deel uit van ons zelfconcept en het uitdragen van onze attitudes laat zien wie we zijn.  ego-beschermende functie – zelf beschermen tegen innerlijke conflicten of 'unpleasant truths'. ga je vanzelf geloven in hetgeen je zegt. als je daar van tevoren over nadenkt. Redenen om attitudes te behouden: . dit geldt met name voor centrale waarden. Voorspellen attitudes gedrag: vaak niet Wel kan een attitude het gemiddelde gedrag van iemand voorspellen (gemeten over een langere periode) Theory of reasoned action: attitude ten overstaan van gedrag + subjectieve norm (wat je denkt dat anderen van je verwachten) = gedragsintentie → gedrag theory of planned behavior voegt hier naast attitude en subjectieve norm. enz.  Kennisfunctie – organisatie en simplificatie: attitudes maken onze omgeving begrijpelijker.com . lekker/vies. een object of een idee → impliciet: automatisch geactiveerd. Als je iets vaak genoeg zegt. goed/slecht.

(door je eigen acties. enz. kan je dit op verschillende manieren oplossen:  je van de groep distantiëren  proberen de groep van mening te laten veranderen Zelf perceptie theorie (Bem): als we niet zeker zijn van onze attitudes. doordat ze ongewenst gedrag laten zien. en de situatie waar dit gedrag tot stand komt. zelf-perceptie. overtuigingen  daarom rationaliseren we vaak ons gedrag in plaats van ons rationeel te gedragen cognitieve dissonantie: ervaring van inconsistentie tussen twee cognities of tussen gedrag en cognitieve we streven naar consistentie we doen er veel aan om consistentie te bereiken dissonantie → onaangenaam gevoel van 'arousal' → dissonantie-reductie dissonantie reductie: → gedrag aanpassen → attitude aanpassen → trivialiseren (het maakt niet uit) → discrepantie aan iemand anders toeschrijven (zij zeggen dat het zo is.Stuvia. bekijken we ze alsof iemand anders ons observeert. maar het is niet zo.) Wanneer leidt cognitieve dissonantie tot attitudeverandering: → gedrag is inconsistent met attitude → gedrag is niet te verantwoorden door externe factoren (zelf verantwoordelijk) → persoon moet arousal ervaren → arousal moet worden toegeschreven aan het inconsistente gedrag Als de groep waar je bij hoort. over een onderwerp een heel andere mening heeft dan jij. hoe groter de kans dat het bijpassende gedrag volgt → theoretisch: attitudes beïnvloeden de intentie van gedrag Cognitieve consistentie: → motivatie om consistent te zijn in onze cognities  attitudes. bepaal je wat je attitudes zijn) Self-affirmation theorie: mensen hebben regelmatig een bedreiging van hun zelfbeeld. Ze compenseren dit door een goed aspect van zichzelf te laten zien. Sociale psychologie – college 5 Genen. je krijgt er geld voor.com . cultuur en geslacht . door te kijken naar ons eigen gedrag.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal → methodologisch: attitudes en gedrag op hetzelfde niveau meten  specifieke attitudes voorspellen specifiek gedrag  algemene attitudes voorspellen algemeen gedrag → tijd: attitudes en gedrag verschillen naarmate er meer tijd tussen zit → zelfbewustzijn  privaat: je gedraagt je naar je attitudes  sociaal/openbaar: je gedraagt je hoe je denkt dat mensen van je verwachten → sterkte van attitude: goede voorspeller voor gedrag → toegankelijkheid van attitude: hoe makkelijker te activeren.

net zoals we voorbestemd zijn armen en benen te ontwikkelen → cultuur bepaalt op welke frequentie die hardware wordt afgesteld: wat zijn jou specifieke normen Normen: standaarden voor geaccepteerd. en te verwachten gedrag → kan cultuur specifiek zijn (bijv. collectivisme . en over incest) Gebaren: dezelfde gebaren kunnen in betekenis verschillen per cultuur. normen over oogcontact) → sommige normen zijn universeel (bijv. kracht. typisch. tradities. en anderen niet → wie wel en niet voortpant hangt af van wie het best is uitgerust om te overleven in een bepaalde leefomgeving  sommige eigenschappen vergroten de kans op overleving/voortplanting (schutkleur. duim omhoog: europa: goed gedaan. Japan: 5) Culturele dimensies → individualisme vs. Iran: beledigend/obsceen.com . bonobo – 98% identiek) Evolutionaire psychologie: in welke mate is gedrag het gevolg van evolutionaire processen De mens als product van cultuur Gedrag is voor een belangrijk deel aangeleerd (en dus cultureel bepaald) → gebruiken. intelligentie. snelheid. aantrekkelijkheid voor het andere geslacht) → deze eigenschappen gaan geleidelijk (over meerdere generaties) een soort definiëren  leidt tot afsplitsing van soorten Evolutionaire psychologie: → in welke mate is gedrag ontstaan door natuurlijke selectie? → indicatoren voor evolutionaire oorsprong van gedrag:  gedrag van dieren  gedrag van (zeer jonge) kinderen  soms: oncontroleerbare psycho-fysiologische processen  neurologische processen: met welke hersengebieden hangt gedrag samen  cultural universals (is gedrag in alle culturen vergelijkbaar?) Moraliteit. normen → cultuur en natuur hangen samen: evolutionair voordeel om in groepen te leven Natuurlijke selectie → in een leefomgeving overleven sommige organismen wel (en planten zich voor). Nigeria: grove belediging. normen over vriendschap.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Literatuur hoofdstuk 6 De mens als product van natuur biologisch is de mens ontstaan uit evolutionaire processen (natuurlijke selectie) → bewijs voor evolutie is overweldigend → DNA-onderzoek. evolutie en cultuur? Radio metafoor: → evolutie zorgt voor de hardware: het brein van mensen is voorbestemd om een moreel kader te ontwikkelen. (bijv. maar ook fossielen en experimenteel onderzoek → dichtste evolutionaire verwant: de mensaap (chimpansee. religie.Stuvia.

zorgzaam Mannelijk: agressief. gezond nageslacht → jong. dominant Androgynous: combinatie van mannelijke en vrouwelijke eigenschappen . vreugde en afschuw gaan over de hele wereld in alle culturen gepaard met dezelfde gezichtsuitdrukkingen. status (ook symmetrie. behulpzaam. sociaal. angst. mooi  vrouwen: focus op cues die suggereren dat de man in staat zal zijn te helpen bij eventuele zwangerschap: middelen voor zekerheid. goed genetisch materiaal) parental investment theorie voorspelt: → mannen willen sneller seks dan vrouwen → mannen willen meer seksuele partners dan vrouwen → mannen willen jongere vrouwen en vrouwen oudere mannen → financiële status van partner is belangrijker voor de vrouw seksdrive: → vrouwen schroeven hun criteria op naar mate de kans op zwangerschap groeit → mannen zijn selectief voor langdurige relaties waarin verwacht wordt dat ze commitment tonen en resources investeren → mannen zijn minder selectief als het gaat om gemakkelijke en 'kosteloze' mogelijkheden voor voortplanting Vrouwelijk: zachtaardig. verdriet. verrassing. gezond. competitie en prestatie vs. voorkeur vrouw voor oudere man met status → vrouwen kieskeuriger in partnerkeuze dan mannen Parental investment theory: → het geslacht die het meest moet investeren in het nageslacht (en dus het meest risico loopt door seks te hebben) zal het meest kieskeurig zijn in partnerkeuze → vrouwen en mannen hebben daardoor verschillende motieven  mannen: focus op vruchtbaarheid.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal → machtsafstand: hoe geaccepteerd zijn grote machtsverschillen → masculiniteit/femininiteit: nadruk op bijv. analytisch. verschillen per cultuur: → gemiddelde hoeveelheid sekspartners in het leven → norm om maagd te blijven voor het huwelijk → gepastheid voor vrouwen om onthullende kleding te dragen → acceptatie van (vooral mannelijke) ontrouwe binnen relaties overeenkomsten: → voorkeur van man voor jongere vrouw. zorgen voor elkaar → onzekerheidsvermijding: tolerantie voor onzekerheid  hoge onzekerheidsvermijding: veel formele regels en procedures Overeenkomsten tussen culturen Universele emotie expressie: woede.Stuvia. Gedrag van mensen die liegen lijkt ook binnen veel verschillende culturen hetzelfde zijn (non-verbaal gedrag) Geslachtsverschillen Er zijn grote culturele verschillen tussen mannen en vrouwen: → gelijkheid tussen man en vrouw → verdeling van taken → geslachtstypisch sociaal gedrag → normen voor seksualiteit seksualiteit.com . gezond.

gevoelens.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Sociale psychologie – college 6 Conformiteit en gehoorzaamheid Sociale beïnvloeding Mensen worden sterk beïnvloed door ideeën en gedrag van anderen. tradities) Deze reflecteren de geaccepteerde/geprefereerde gedragingen en gedachten in de betreffende groep. Toegankelijkheid van normen: → voor gehoorzaamheid moet de norm van gehoorzaamheid toegankelijk zijn → als andere normen toegankelijk worden (zoals de norm van sociale verantwoordelijkheid). beroemdheid) is er een stijging in de hoeveelheid zelfmoorden  vooral tieners  social proof: we conformeren aan het gedrag van mensen die op ons lijken Functies van conformisme: → controle:  als velen zo denken moet het toch waar zijn  consensus houdt replicatie in  norm en consensus hebben informationele invloed (informationele conformiteit) → gevoel van verbondenheid:  behoefte om erbij te horen: go along to get along  rituelen. Interacties in groepen laten mensen meer op elkaar lijken (gedrag. krijgt de norm van gehoorzaamheid minder invloed . Sociale beïnvloeding: → conformiteit: verandering van gedrag of mening als gevolg van echte of ingebeelde sociale druk → copliance (meegaandheid): verandering van gedrag naar aanleiding van het verzoek van anderen → obedience (gehoorzaamheid): verandering van gedrag als gevolg van bevelen van autoriteit → acceptance (acceptatie): veranderingen van gedrag omdat men oprecht overtuigd raakt van de bron van sociale druk Werther effect: → na een zelfmoord die veel in het nieuws is geweest (bijv.com . kleding  norm en consensus hebben normatieve invloed = aan de verwachting van anderen willen voldoen (publieke conformiteit) Vier condities voor gehoorzaamheid (Milgram): → autoriteit moet legitiem zijn → autoriteit moet de verantwoordelijkheid nemen → norm van gehoorzaamheid is saillant (het moet van belang zijn) → andere normen moeten niet saillant zijn (het moet niet van belang zijn) → er moet niemand in de buurt zijn die het niet eens is met wat er gebeurt Agentic state theorie: een persoon gaat zichzelf zien als werktuig om andermans wensen uit te voeren. Hierdoor zien ze zichzelf niet meer verantwoordelijk voor wat ze doen. emoties) Zo ontstaan normen (regels. mode.Stuvia.

daders): → overtreders zijn (veel meer dan slachtoffers) geneigd hun daden als klein incident te zien → overtreders benadrukken begrijpelijkheid van hun eigen daden → slachtoffers benadrukken hoe arbitrair. onnodig en onbegrijpelijk de daden van de overtreder zijn . Kenmerken van genocideplegers (banality of evil): → vaak hebben ze geen persoonlijkheidsstoornis → vaak hebben ze normale motieven (in een abnormale situatie)  erbij willen horen. Dit gebeurt als iemand ons gevoel van vrijheid bedreigt. stemrecht)  ontzegging van rechtvaardig en respectvolle behandeling (recht om te leven)  mensen hebben (voor outgroupleden) met 1 het minste moeite. en hier actie voor te ondernemen. en daarna 3  mensen gaan geleidelijk van 1.com . naar 2 naar 3 De paradox van het zoeken naar rechtvaardigheid: → krijgen mensen (gemiddeld genomen) wat ze verdienen in het leven? → just world theory: naarmate een slachtoffer bedreigender is voor het idee dat mensen krijgen wat ze verdienen. geld stelen) → bedreigd ego: gekwetste trots > narcisme → idealisme: de overtuiging het goede te doen → sadisme: plezier ontlenen aan het lijden van anderen (begint maar zelden hiermee) → vaak vindt er depersonalizatie van slachtoffers plaats → infrahumanization: het toekennen van typisch menselijke emoties aan de eigen groep. het werk goed willen doen. maar niet aan leden van een andere groep Morele exclusie: → scope of justice: op wie zijn algemene morele principes van toepassing → niet voor alle organismen (bijv. Dit is vooral iets van Westerse culturen. daarna 2. naarmate mensen meer moeite zullen doen om dat idee toch te kunnen handhaven Hoge belief in a just world: → vertrouwen in instanties → religiositeit → rechts-conservatieve politieke voorkeur (VS. carrière nastreven → routinering: focus op zo goed en efficiënt mogelijk het werk willen doen.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Reactance: een motief om je gevoel van vrijheid te beschermen of te herkrijgen.Stuvia. subsidie)  ontzegging van rechten (bijv. zonder stil te staan bij de moraliteit van de werkzaamheden Waarom kwetsen mensen anderen – Four roots of evil (Baumeister): → instrumenteel: om iets gedaan te krijgen (bijv. Republikeinen) → hoge zelfwaardering → lage mate van depressie The magnitude gap (slachtoffers vs. mug) → in extreme situaties ook sommige mensen niet Dimensies van morele exclusie (Huo):  ontzegging van goederen (bijv.

) Elaboration likelyhood model (petty & cacioppo) → perifere route:  oppervlakkige verwerking op basis van perifere cues en vuistregels  vaak tijdelijk. moet ik het wel leuk . reclame. wat de spreker zelf geen persoonlijk voordeel oplevert. maakt het je betrouwbaarder eigen gevoelens: → meer overtuiging als men zich goed voelt tijdens de presentatie van de boodschap → how-do-I-feel-about-it heuristiek (schwarz & clore): als ik me goed voel.com . enz. Als je bereid bent om te lijden voor hetgeen waarin je gelooft. arts of hoogleraar)  sleeper effect: mensen dis-accosieren bron en inhoud over de tijd heen (bron van de info wordt vergeten)  De invloed van geloofwaardigheid van de bron neemt af over tijd → waargenomen betrouwbaarheid  hoe iemand iets vertelt (bijv.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Voorspellende factoren voor conformisme:  grote groep mensen  sterk ‘wij’ gevoel (cohesie)  status van degene die iets zegt  andere mensen zijn in de buurt Sociale psychologie – college 7 Overtuiging Mundane persuasion: we zijn in ons dagelijks leven elke dag betrokken bij acties die bedoeld zijn om iemand te overtuigen (onderwijs. gevoelig voor tegenargumenten → centrale route:  systematische verwerking  analytische verwerking op inhoudelijke gronden (inhoud is belangrijk + kracht van de argumenten) centrale route is duurzamer. ingroup – outgroup)  fysieke aantrekkelijkheid (wat mooi is.Stuvia. gesprek met iemand over belevenissen. recht aankijken of niet)  vormgeving van een website of gedrukte advertentie  dilemma of stake and interest: mensen worden geloofwaardiger als ze mensen van iets proberen te overtuigen. is goed = halo effect) → expertise (bijv. beter voorspellend voor gedrag en sterker (beter bestand tegen tegenargumenten) Perifere verwerking Bronvariabelen (van de bron van informatie): → aantrekkelijkheid  trust  gelijkheid (bijv.

heeft meer impact op je overtuiging dan de informatie die je later krijgt (als de boodschappen vlak achter elkaar verteld worden) Recency effect: als er tijd tussen twee boodschappen zit. Aanvallende retoriek: als je een mening anders dan die van jezelf probeert onderuit te halen Publiekvariabelen: → de consensus heuristiek: als de meeste mensen denken dat het waar is. mooie vrouw die een auto verkoopt. wordt de laatste boodschap beter onthouden. zelfgerelateerd) → kunnen (genoeg cognitieve capaciteit. verkeersborden. voldoende informatie) → schema's en heuristieken als je niet anders wilt. duur. en het product een beetje vergeten → onbewust kiezen de consumenten het product met van humoristische reclame vaker Effecten van negatieve gevoelens in reclame (fear appeals): → werkt alleen als het doel is om mensen negatieve dingen te laten vermijden → je moet een concrete oplossing bieden boodschapvariabelen: → lengte en hoeveelheid van argumenten bepalen overtuiging → herhaling (mere exposure + mere repetition effect) → eenzijdig: enkel overtuigingsargumenten (werkt het beste als degene al overtuigd is) → tweezijdig: argumenten voor en tegen (werkt het beste bij mensen met een tegengestelde mening) primacy effect (Asch): de informatie die je het eerste krijgt. humor in reclames. als je na de laatste boodschap meteen om een mening vraagt. Perifere route: → motivatie: persoonlijke relevantie (meer motivatie = centrale route) → capaciteit: concentratie (meer concentratie = centrale route) → stemming → individuele verschillen (bijv. belangrijk. enz.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal vinden → klassiek conditioneren: affectieve informatie direct linken aan attitude object (bijv. om je eigen mening te verdedigen. dan zal het wel zo zijn centrale vs.) Effecten van humor in reclame: → op bewust niveau wordt de reclame onthouden. als je het belangrijk vindt om ergens goed over na te denken) → willen (gemotiveerd. Defensieve retoriek: als je argumenten voor een tegengestelde mening onderuit probeert te halen.com . poster met regels. bijv. enz. niet anders kunt invloed van stemming en emoties: → feelings-as-information: gevoelens (stemmingen) kunnen ook direct de verwerkingsstijl beïnvloeden:  positieve stemming: alles in orde signaal (oppervlakkige – perifere – verwerking)  negatieve stemming: opletten! Signaal (systematische – centrale – verwerking) Norm van wederkerigheid: voor wat hoort wat (Ragan) Wanneer laten we ons leiden door normen: → explicite reminders (duidelijk aanwezig.) → impliciete reminders (onbewuste of automatische activatie van een norm) → twee-stappen technieken .Stuvia.

. langere levensverwachting → sociale steun: instrumenteel. school succes. minder ziektes. emotioneel gehuwde mensen zijn gelukkiger dan ongehuwde mensen → niet gehuwde vrouwen: 50% kans op vroege mortaliteit → niet gehuwde mannen: 250% kans op vroege mortaliteit → nabestaanden hebben een verhoogde kans op depressie.com . informationeel. wordt er even gemeld dat het onderzoek om 7 uur 's ochtends begint) → foot-in-the-door techniek – voet tussen de deur  je doet eerst een klein verzoek (bijv. door de argumenten van mensen met een andere mening te ontkrachten) Sociale psychologie – college 8 Aantrekking en intimiteit Goede relaties zijn goed voor de mens: → psychologisch: algemene tevredenheid.25)  je doet onmiddelijke een kleiner verzoek (bijv. ziekte en overlijden (vooral mannen) Relaties zijn belangrijk voor mensen! Aantrekkingskracht Fysieke schoonheid: → wordt het meeste op gelet .Stuvia. een lintje dragen voor het aids fonds)  vervolgens doe je een groter verzoek (bijv. maar een stuk redelijker is (bijv. doe je mee aan een onderzoek)  vervolgens zit er een addertje onder het gras (bijv. een keer met jeugd deliquenten naar de dierentuin gaan) → Low-balling – eens de bal rolt (cialdini)  Je doet een redelijk verzoek (bijv. minder psychiatrische stoornissen → fysiek: immuunsysteem. een jaar lang jeugddeliquenten begeleiden bij uitstapjes)  vervolgens doe je een verzoek dat erop lijkt. gebakje van 1.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Twee stappen technieken om iets gedaan te krijgen: → door-in-the-face techniek – deur op de neus(Cialdini)  je doet een verzoek  je doet een verzoek waar iemand niemand ja op zegt (bijv.in de uitverkoop) Wat helpt tegen overtuiging: → zekerheid in je eigen overtuiging → challeging believes techniek: kleine aanval op de overtuiging van iemand. waardoor iemand sterker overtuigd wordt van de eigen overtuiging en bestand is tegen sterkere aanvallen (attitude inoculation) → counter-argumenten bedenken (argumenten om jou eigen mening te verdedigen. wil je een bord in de tuin zetten voor het aids fonds) → That's-not-all  je begint met een licht overdreven verzoek (bijv. zodra je 'ja' zegt. gebakje van 1.

attitudes.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal → aantal universele schoonheidsaspecten (bijv. ronde wangen. sieraden)  kinderen en volwassenen hebben dezelfde voorkeuren → indicatie voor gezondheid en vruchtbaarheid → symmetrie wordt als mooi gezien → prototypiciteit van een gezicht: alles staat in bepaalde verhoudingen van elkaar (zo normaal mogelijk. kleine kin (meer voor vrouwen) → dominantie bias: tamelijk grote kaaklijn. prominent jukbeen (maar persoon lijkt ook kouder) = meer voor mannen waarom zijn prototypen belangrijk: → evolutie: mutaties en ontwikkelingsproblemen zorgen voor oneffenheden en afwijkingen van het gemiddelde = signaal voor slechte gezondheid en fertiliteit → cognitive averaging theory (langlois): gemiddelde van een categorie wordt gezien als vertrouwd en veilig. voor.Stuvia. duidelijke wenkbrauwen. is de kans groot dat ze elkaar aantrekkelijk vinden  ook: demografische gegevens. wel verschillen in hoe schoonheid kan worden benadrukt (bijv. onderzoek naar tijdstip op de avond: als je geen relatie hebt. Als je een relatie hebt is dit effect niet zo groot) → geheime relaties: als je contact met iemand hebt. wat je verborgen moet houden voor anderen (je hebt een geheimpje samen) zorgt ervoor dat je degene met wie je het geheim deelt aantrekkelijker vindt Gepassioneerde liefde Gepassioneerde liefde: intens verlangen naar de ander en fysieke arousal → fysieke arousal in iemands nabijheid is noodzakelijke voorwaarde om verliefd te worden . wat is een mooi gezicht)  in verschillende culturen. interesses. vind je aantrekkelijk → beschikbare opties (bijv.en afkeuren  opposits attract (tegenpolen zijn aantrekkelijk): zeer weinig bewijs voor (ontstaat geleidelijk door interactie) → nabijheid en toeval (mere exposure): iemand die je vaak ziet. met zo min mogelijk afwijkingen) → baby face bias: groot hoofd. grote ronde ogen. waarden. kleine korte neus. vindt je mensen steeds aantrekkelijker naarmate het later wordt.com . en als het beste voorbeeld voor een gezicht Voorkeur voor lichaamsgewicht is afhankelijk van de aanwezigheid van voldoende voedsel: → weinig voedsel: zwaar is aantrekkelijk → voldoende voedsel: licht/slank is aantrekkelijk Psychologische factoren: → gelijkheid  met betrekking tot schoonheid  matching phenomenon: naarmate mensen even fysiek aantrekkelijk zijn.

alleen omdat het een weekje wat minder gaat (hoge investeringen)  kan er ook voor zorgen dat je 'gevangen' komt te zitten in een ongelukkige relatie  gevolgen van commitment: constructief reageren op problemen + positieve illusies → inclusion of other in the self: sterke commitment impliceert dat de ander psychologisch een deel van jezelf wordt  self expansion theory: zelfverrijking door 'inclusion of other in the self' → individuele verschillen:  hechtingsstijl van mensen bepaalt hoe mens omgaat met intimiteit  veilig: hoog self-esteem.Stuvia. gaan constructief met problemen om  onveilig: relatief meer problemen met intimiteit  hechtingsstijl als kind. (actief + destructief) positieve illusies: → waargenomen superioriteit: de tendens om te denken dat de eigen relatie beter is (met meer positieve kenmerken en minder negatieve kenmerken) dan andere relaties onveilige hechtingsstijlen: → preoccupied:  veel vertrouwen in ander maar lage zelfwaardering . huis. kinderen. Bij een bepaald niveau van intimiteit is er minder reciprociteit (minder geneigd om er iets tegenover te zetten/zelf ook iets te vertellen)  hangt af van sociale factoren (cultuur: individualistisch vs. enz. energie. enz. is goede voorspeller voor de hechting als volwassene Oplossen van relatieproblemen: voice: problemen bespreken. Collectivistisch)  vrouwen meer dan mannen → commitment: de mate waarin men zich verbonden voelt met de ander  goede voorspeller voor de stabiliteit van de relatie  investment model (rusbult): commitment hangt af van drie factoren:  tevredenheid: hangt af van rechtvaardigheid en absoluut niveau van belendende uitkomsten (krijg ik uit deze relatie hetgeen wat ik wil van een relatie?)  kwaliteit van alternatieven: ben ik bij een ander beter of slechter af dan in mijn huidige relatie (aanwezigheid van aantrekkelijke alternatief bevordert vreemdgaan)  gezamenlijke investeringen: tijd. → leidt tot sterkere romantische aantrekkingskracht en meer zin in seks (zowel bij mannen en vrouwen) Gepassioneerde liefde gaat meestal geleidelijk over in companionate love companionate love Gevoel van diepe verbondenheid met de ander → intimiteit → self-disclosure (zelf onthulling): je vertelt persoonlijke dingen aan een ander  social penetration theory: aanvangeklijk self-disclosure (wel geleidelijk). vergevingsgezindheid)  zorg ervoor dat het na 10 gelukkige jaren niet zomaar uitgaat.com . slaan. enge film. hopen voor verbetering (passief + constructief) neglect: partner negeren.. lopen over enge brug. veel vertrouwen in anderen. voelen zich prettig bij intimiteit. die vervolgens geïnterpreteerd wordt als romantische gevoelens voor degene met wie je bent. auto. enz. verwaarlozen (passief + destructief) exit: dreigen het uit te maken.). oplossingen aandragen (actief + constructief) loyalty: afwachten. moeite.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal exitation transfer: er ontstaat arousal (bijv. achtbaan. gillen.  zorgt ervoor dat je je inzet voor de relatie (bijv.

Tajfel & Wilkens) Outgroup homogeneity effect: → leden van andere groepen worden als homogeen gezien  ze zijn allemaal hetzelfde  gevolg: stereotypering Categoriseren: → kan op verschillende niveaus (Amsterdammer. uiterlijk zoals kleding)  aanwezigheid van outgoup leden (bijv. aanwezigheid van ingroup leden. is dat een belangrijker deel van je identiteit) We categoriseren ook onszelf: → persoonlijke identiteit (wat maakt me uniek) – individuele kenmerken . maar bang om zich te binden. enz. sportclub. leeftijdgenootjes op school) → self fulfilling prophecy Sociale psychologie – college 9 Sociale categorisatie en sociale identiteit Hoofdstuk 13 Sociale categorisatie: → mentaal stoppen we mensen in hokjes (geslacht.Stuvia.com .) → niveau van categorisatie hangt af van de situatie en de persoon die de categorisatie maakt toegankelijkheid en saillantie van sociale categorisatie: → woorden bevorderd door  directe verwijzingen (label. emotioneel. of in het buitenland)  een minderheid zijn (als je je in een minderheid bevindt. gevoel van ander niet waard te zijn → dismissing avoidant (bindingsangst):  weinig vertrouwen in een ander maar hoge zelfwaardering  veel zelfvertrouwen.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal  obsessief. weinig vertrouwen dat liefde kan blijven bestaan → fearful avoidant:  weinig vertrouwen in een ander en lage zelfwaardering  verwachten afwijzing en verdwijnen daarom intimiteit Waarom is hechting als kind een goede voorspeller voor hechting als volwassene: → caregiver is eerste intieme relatie:  creëert beeld van wat een prototypische relatie is  werkt als anker voor verwachtingen van toekomstige relaties (inclusief bijv. snel jaloers. veeleisend. huidskleur. enz. Europeaan. Nederlander. beroep.) → hierbij overdrijven we gelijkheden binnen sociale categorieën en verschillen tussen categorieën (the accentuation effect. UvA student op de VU.

stigmatisering → te veel lijken op anderen: geen zelf-definitie. vereniging. superioriteit ingroup benadrukken) linguistic intergroup bias: . resultaat van een menselijk dilemma: → twee tegengestelde behoeften (uniek zijn. als ze binnen die groep genoeg status hebben. enz. ook qua behandeling (wat jij niet wilt dat u geschied. geen face-to-face contact. hangt af van jou beeld van die groep en de situatie waar je je in bevindt Sociale zelf. geloof. nationaliteit. enz. politieke partij. omdat ze geschikt geacht worden om de groepsnormen te bepalen → om een leider te kunnen worden. maar dan vanuit andere motieven (bijv. familie. geen basis om jezelf van anderen te onderscheiden → niet elk groepslidmaatschap heeft invloed op je zelfbeeld Zelfcategorisatie: geslacht.com . en gelijk zijn aan anderen) → te uniek: sociale isolatie.) → vrijwillige groepslidmaatschap (studie. sociale identiteit: → wat maakt me lid van een groep? Tot welke sociale groepen behoor ik? → onvrijwillig groepslidmaatschap (geslacht. gebruiken mensen soms de wij-zij strategie (creëer een vijand) Intergroup bias: → we bevoordelen leden van de eigen groep ten koste van andere groepen (en vinden dat eerlijk) → zelfs bij minimale groepen (indeling arbitrair (willekeurig). en de andere groepsleden hiervan weten te overtuigen → invloed hebben op de andere groepsleden. beroep. houdt na het experiment op te bestaan) → attributievoordeel voor ingoup leden (krijgen eerder voordeel van de twijfel) → we behandelen ingroup leden rechtvaardiger en helpen ze eerder  groep als uitbreiding van jezelf. Leiderschap: → een goed voorbeeld zijn van de groepsidentiteit. ras. doe dat ook een ander niet)  soms helpen we outgroup leden vaker.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal → sociale identiteit (wat bindt me met anderen) – groepskenmerken → bij welke groep je jezelf vindt passen. enz. studierichting.Stuvia. etniciteit.) Ik wordt wij: → zelf-stereoypering:  stereotype toepassen op zelf  als typisch groepslid gedragen → anderen worden 'wij' of 'zij' Het waarnemen van ingroup leden: → ingroup leden zien we als gelijk op dimensies die aan de groep gerelateerd zijn → ingroup leden zien we als verschillende op dimensies die ongerelateerd aan de groep zijn het beoordelen van ingroup leden: → ingroep leden – positivisme (ingroup favorism)  onze zelfwaarde wordt mede door de groep bepaald Een minderheid binnen de ingroup kan soms de mening van de hele ingroup doen veranderen.

door de kleur oranje bij internationaal voetbal) → erbij horen  perifere leden: groepsleden die minder duidelijk bij een groep horen (zijn meer geneigd om hun best te doen om te laten zien dat ze er wel bij horen door extra negatieve uitlatingen te doen over outgroup leden) → symbolische immortaliteit  terror magagement theory: net zoals dieren hebben mensen een overlevingsinstinct.)  hypothese: groepen worden belangrijker als mensen herinnerd worden aan hun eigen sterfelijkheid → onzekerheidsreductie  De aanwezigheid van anderen reduceert onzekerheid  is een veelgehoorde kritiek op de terror management theory: herinneren aan de dood maakt mensen onzeker! Schism: door onenigheid wordt één groep opgedeeld in twee of meer groepen. maar veel meer dan dieren beseffen mensen dat de dood onvermijdelijk is  groepen bieden symbolische immortaliteit: een deel van jezelf leeft door (waarden. en negatief gedrag van outgroup lid → concreet taalgebruik: negatief gedrag van ingroup lid. en bedoeld is om de groep te verbeteren → als kritiek tijdelijk is. en positief gedrag van outgroup lid respect: → we respecteren leden van eigen groepen meer → we vinden het belangrijker om door leden va neigen groepen met respect behandelt te worden black sheep effect: we zijn soms extra negatief voor ingroup devianten (iemand uit de ingroup die erg verschilt van de rest) → soms straffen we overtreders van de eigen groep harder → soms straffen we overtreders van de andere groep harder → hangt af van de kracht van het bewijs  sterk bewijs: om positief beeld van de eigen groep te kunnen handhaven moet de overtreder hard aangepakt worden  zwak bewijs: verdachten uit eigen groep krijgen het voordeel van te twijfel. overtuigingen. enz. zij is agressief) – langdurig → concreet taalgebruik (zij haalde een hoger cijfer. hij sloeg de ander) – tijdelijk/uitzondering → abstract taalgebruik: beschrijven positief gedrag van ingroup lid.com . die apart van elkaar verder gaan . familieleden. hij is intelligent. CORFing (eerder college) → distinctiviteit  verschil tussen de groepen benadrukt (bijv.Stuvia.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal → LIB: mensen laten ingroup bias zien in de abstractie van taalgebruik → abstract taalgebruik: suggereert dat (bijv. en op een gepaste manier gebracht wordt → soms is het niet handig om afwijkende mensen binnen de groep te straffen (denk aan niet zo populaire politieke partijen) waarom willen we een positieve sociale identiteit: → self-esteem (zelfwaardering)  BIRGing vs. leden van een andere groep moeten hard aangepakt worden → normen: loyaliteit als een medegroepslid in moeilijkheden zit Wanneer is kritiek/afwijkende mening binnen de ingroup toelaatbaar: → als kritiek gebaseerd is op feiten.

ongeacht de werkelijke variantie tussen de leden (cognitief) → bevatten abstracte kennis van groepen of categorieën en typische voorbeelden van groeps.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal → door veranderingen wordt volgens sommige leden de hele groepsidentiteit veranderd → leden die de verandering doorvoeren vinden het een verrijking van de groepsidentiteit entitativity: de mate waarin een aantal individuen een enkele. Er gaan ook stemmen op dat dit al op veel eerdere leeftijd gebeurt. maken ze ook onderscheid in etniciteit. Vervolgens worden ze gevoelig voor loyaliteit en afwijking.Stuvia. maar hebben een persoonlijke afkeer van minderheden Discriminatie: iedere positieve of negatieve die gericht (en gebaseerd) is op een sociale groep en haar leden. (gevoel)  impliciete vooroordelen: vooroordelen waar je je zelf niet van bewust bent. De evaluatie is alleen gebaseerd op het lidmaatschap van een groep. Sociale psychologie – college 10 Intergroepsrelaties. Ook kunnen ze met 2 jaar een foto van zichzelf vinden tussen foto's van andere kinderen met hetzelfde geslacht. (gedrag) Van stereotypen naar vooroordelen en discirminatie: → via sociale categorisatie (outgroup homogenity effect) → persoonlijkheid . in westerse landen veel eerder dan in afrikaanse landen). met 3 jaar. sociaal economische status) → hardnekkig/moeilijk te veranderen Vooroordelen: een positieve of negatieve evaluatie van een sociale groep en haar leden. Hoe snel ze zichzelf indelen in een etnische categorie is afhankelijk van het belang daarvan in de maatschappij waar ze opgroeien (bijv. Iets later. ras. maar wel onbewust naar handelt. Kinderen gaan ook zien dat ze bij bepaalde groepen horen. • Symbolisch racisme: wijzen oud racisme af. Met ongeveer 10 jaar worden sociale categorieën pas echt belangrijk. met ongeveer 5 jaar. maar vinden dat minderheden oneerlijke eisen stellen of te veel hulpmiddelen krijgen • Aversive racisme: geloven dat alle mensen dezelfde rechten hebben. conflict en vooroordelen Stereotypen: een generalisatie van een groep mensen waarbij identieke kenmerken worden toegekend aan bijna alle leden.of categorieleden → mentale representatie van sociale categorieën (geslacht. Vaak gebruikt bij negatieve evaluaties.com . Zelf categorisatie gaat over in sociale identiteit. maar uitten hun vooroordeel indirect • Ambivalent racisme: ervaren een emotioneel conflict tussen positieve en negatieve gevoelens tegenover gestigmatiseerde rassen • Modern racisme: vinden racisme fout. verenigde en samenhangende entiteit (groep) vormen Ontwikkeling van sociale categorisatie Met 2 jaar maken kinderen het onderscheid in geslacht.

Hier halen ze zelfvertrouwen uit om dood-gerelateerde gedachten te onderdrukken. omdat mensen niet goed kunnen functioneren als ze hier continu bang voor zijn. school. en alle andere rassen en culturen als minderwaardig zien  racisme: vooroordelen.Stuvia. attitudes en gedrag naar een persoon afhankelijk van zijn/haar ras Waar komen stereotypen vandaan: → via sociaal leren (ouders. 1 Marokkaan negatief in het nieuws > alle Marokkanen zijn crimineel)  kleine groepen worden overmatig geaccocieerd met negatieve zaken  cognitieve verklaring: kleine groepen vallen meer op Terror management theory (TMT): mensen zijn gemotiveerd om de angst voor de dood te onderdrukken/verminderen. terwijl deze variabelen niet of nauwelijks gecorreleerd zijn (bijv.com . attitudes en gedrag naar een persoon afhankelijk van zijn/haar geslacht  ethnocentric: geloof in de superioriteit van het eigen ras en cultuur. is intolerant ten overstaan van outgroups en minderwaardigen  social dominance orientation: sterke drang om met de eigen groep andere groepen te domineren → illusoire correlatie: neiging van mensen om het verband tussen twee variabelen te overschatten.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal  authoritarianisme: hecht waarde aan autoriteit. subliminaal)  activeren van delen van het stereotype activeert het gehele stereotype → uiterlijk  ras gebaseerde kenmerken: ras categorisatie > relevante stereotypen > ras geassocieerde stereotypen  ras gebaseerde misperceptie van wapens Bescherming van stereotype: → situationeel 'wegverklaren' van counterstereotype gedrag (gedrag resulteert in verrassing en roept herinneringen op aan stereotypische gedragingen. kunnen vaak op een vijandige houding rekenen. Soorten vooroordelen:  sexism: vooroordelen. Mensen of groepen die dit wereldbeeld proberen te ondermijnen. Mensen houden sterk vast aan hun culturele wereldbeeld en geloof. leeftijdsgenoten. hetgeen het stereotype versterkt) → subtypering: het uitsluiten van counterstereotype individuen om het oorspronkelijke stereotype te handhaven (er wordt een nieuwe categorie) → confirmation bias: we zoeken informatie die het stereotype bevestigt → self fulfilling prophecy → Group serving bias Conflict tussen groepen Hoe ontstaat conflict tussen groepen: . media) Activatie van stereotypes: → priming:  onopvallende manier van stereotype activatie (bijv.

Ideologieën worden verspreid door taal. Zo wordt de menigte een groep. Dit kan rampzalige gevolgen hebben (bijv. belangen en waarden van een groep of sociale klasse binnen een maatschappij. Ook ontstaan er soms nieuwe categorieën. sociale identiteitstheorie (intergroup bias + outgroup homogenity) → deindividuatie (als mensen anoniem zijn binnen een groep en hun individuele identiteit verliezen)  extremer intergoepsgedrag (bijv. of worden vooroordelen over bepaalde categorieën door een ideologie veranderd.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal → sociale categorisatie. ook Nederlander voelen) Assimilatie: waarden van verschillende culturen toevoegen aan de overheersende cultuur De-categorisatie: intergroup contact wordt gebruikt om de groepen te de-categoriseren: de leden meer zien aan de hand van persoonlijke eigenschappen. naast hun eigen cultuur. omdat de groepen elkaar dan de schuld geven  vriendschap met een outgroup lid  een gezamenlijke bedrijging/vijand brengt groepen samen Pluralisme: respect hebben voor de verschillen tussen culturen binnen een bepaalde cultuur (bijv. dan door groepseigenschappen . Groepsconflict – gevolgen voor gedrag: → grote vijandigheden tussen groepen → groepscohesie → ingroup bias Vooroordelen en taal Ideologie: een set van ideeën. mensen uit allerlei verschillende culturen die in Nederland wonen. Beter kan je kijken naar interviews en een focusgroep. Hoe deze personen zich gedragen wordt karakteristiek voor de menigte waarin zij zich bevinden. omdat mensen tolerant over willen komen. Holocaust) Vragenlijsten geven vaak geen goed beeld over vooroordelen. meer vijandigheid ten overstaan van andere groepen)  Stanford prison experiment → competitie tussen groepen realistic conflict theory: → intergroepsconflict ontstaat door competitie tussen groepen om schaarse maar gewaardeerde middelen → intergroeps coöperatie door gezamenlijke doelen  gezamenlijk doel leidt tot minder vijandigheid  vriendschappen tussen leden van de verschillende groepen mogelijk Emergent norm theory: als een grote groep mensen elkaar voor het eerst ontmoet. De aanhangers van de ideologie nemen dit vooroordeel dan over.com . zijn er altijd een paar prominent aanwezig.Stuvia. en zich. komen over het algemeen niet vaak in contact met de groep waarover deze vooroordelen gaan (maar geen competitie!!) • tijdens het contact moeten beide groepen wel gelijkwaardig geacht worden  samen werken aan een opdracht of doel (superordinate goal) – maar bij falen kan het conflict juist erger worden. Old racism: expliciet en opzichtige vormen van racisme New racism: impliciet en subtiele vormen van racisme Deracialization: het rechtvaardigen van de racistische sociale exclusie op basis van niet-racistische eigenschappen Terugdringen van vooroordelen Vooroordelen kunnen op verschillende manieren worden verminderd:  contact: mensen die vooroordelen hebben.

Stuvia. Vijandige (boosheid of woede. vrouwen meer indirect) → persoonlijkheidskenmerken (bijv. emotioneel) agressie Factoren die agressie versterken: → erfelijkheid (nog niet duidelijk in welke mate) → hormonen (testosteron: meer. narcisme) → attributiestijl (hostile attribution style: neiging ambigue signalen eerder bedreigend interpreteren) → invloed van de familie (vooral erg belangrijk voor kinderen) Agressie is aangeboren Freud: doodsdrift (thanatos) → ophopen = schadelijk > explosieve uitbarsting → catharsis: stoom afblazen Lorenz: instinct (niet feitelijk bewezen) → aanvals. serotonine: minder) → geslacht (mannen meer fysiek. roddelen) agressie → offensief (aanvallend) vs. waarbij een nieuwe groepsidentiteit gezocht wordt Sociale psychologie – college 11 Agressie Wat is agressie: gedrag bedoeld om een persoon of object schade toe te brengen: → gedrag → bedoeld. rationeel) vs. territorium) → verdediging → status en macht → bestrijding/afschrikking van seksuele rivalen → afschrikking seksuele ontrouw Agressie als reactie op negatief affect Frustratie – agressie theorie (Dollard en Miller): als je bepaalde doelen niet kan bereiken leidt dit tot agressie . Defensief (zelfbescherming) → instrumentele (middel om een doel te bereiken. Indirecte (bijv.com .of vlucht instinct evolutionaire psychologie: agressie als adaptatie → overname van bronnen van anderen (voedsel. intentioneel → schade toebrengen (psychisch of fysiek) typen agressie: → fysieke (lichamelijk) vs.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Common ingroup model: als de leden van verschillende groepen zich re-categoriseren tot één groep Re-categorisatie: verschillende groepen die samen opgaan in één nieuwe groep. Verbale agressie (taal) → directe (recht in iemands gezicht) vs.

Relative deprivation: het idee dat je slechter af bent dan anderen waarmee we ons vergelijken Excitation transfer: arousal is niet emotie-specifiek. Agressie en media: → geweld op tv kan leiden tot meer gewelddadige acties van kinderen → tv programma's met geweld geven vaak weer dat agressie beloond wordt (iig niet gestraft) . rechtvaardigheid) → normen en waarden (cultuur/groep)  eercultuur agressie en eer: → mensen en groepen met hoge zelfwaardering. meer agressie) → pijn → situationele cues (weapons effect)  de aanwezigheid van wapens kan een prime zijn voor agressie  is afhankelijk van de associatie met het wapen (bijv. eergevoel/eercultuur zijn agressiever dan die met lage zelfwaardering. misattributie kan daarom op verschillende manieren plaatsvinden → in nabijheid van irritante ander > agressie Triggers voor agressie: → alcohol  disinhbitie  verminderd zelf-bewustzijn  geleerde disinhibitie: verwachtingen omtrend alcohol → hitte → drukte (meer drukte. Cognitieve-neoassociationist model → we hebben bepaalde concepten in ons hoofd.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Triggered displaced agression (Pedersen): agressie verplaatst zich soms naar andere 'trigger' dan oorspronkelijke bron van frustratie Negatief affect (berkowitz): negatief affect (woede). jagers worden daar minder snel agressief van) → sociale/situationele rol → gedrag van anderen (bijv. eerherstel. wanneer ze beledigd/gekwetst worden → agressie van gekwetste ego's is gericht op de bron → motief: wraak.Stuvia. die naar buiten komen door bepaalde omstandigheden (verschillende reacties mogelijk op frustratie) → we kunnen agressie onderdrukken met ons verstand (nadenken) Frustratie ontstaat vaak als we onszelf vergelijken met anderen.com . zal agressie toenemen (via operante conditionering) → alleen het observeren van iemands gedrag kan resulteren in nieuw gedrag. bevestiging van de eigen superioriteit en gevoel van controle Agressie is aangeleerd Bandura: sociale leertheorie → kinderen leren agressie door de observatie van agressie (rolmodellen) → wanneer agressie beloond wordt.

help jij mij) kosten van helpen: → tijd → geld . zorg voor langdurig ziek familielid) Waarom helpen mensen anderen Wat is helpen: → pro-sociaal gedrag: gedrag dat gericht is op een ander te helpen en ook echt bedoeld is om een ander te helpen → altruïsme: gedrag dat gericht is op een ander te helpen. autopech.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal → aantal geweldsprogramma's op jonge leeftijd. collecte.com . niet te zwaar) → consistent toegepast Nadelen: → kan soms juist agressie aanleren → leert geen alternatieve prosociale gedragingen aanleren: → niet bekrachtigen van agressief gedrag → bekrachtigen van gepast gedrag → sociaal model Omgaan met agressie/woede: afleiding zoeken helpt! Sociale psychologie – college 12 Helpen hoofdstuk 11 + 15 De meeste voorbeelden van helpen zijn episodisch (noodsituaties. hangt samen met de hoeveelheid geweld op latere leeftijd (alleen voor jongens) → veel agressie op tv kijken vergroot de kans op een strafblad seksuele agressie: → verkrachtingsmythe: verkeerde overtuiging dat vrouwen diep van binnen toch van geforceerde seks houden → speelt vooral een rol bij 'acquaintance rape’ (verkrachten van een kennis): in 84% van de verkrachtingen was de dader een bekende van het slachtoffer straf: werkt soms. echt bedoeld is om de ander te helpen en GEEN beloningen/opbrengsten biedt voor de helper (groot discussiepunt of dit echt bestaat) baten van helpen: → kick voor eigenwaarde → goed voor je humeur → sociale erkenning en waardering → wederkerigheid – social exchange theorie (als ik jou help.) maar er zijn ook andere vormen van helpen (vrijwilligerswerk.Stuvia. enz. maar is pas effectief indien: → onmiddellijk na de aggressieve daad → moet in proportie zijn (niet te licht.

eigenbelang)  daadwerkelijk handelen Stap 1: situatie opgemerkt  afleiding  reacties van anderen . maar cognitieve stappen voor besluit (Darley & Latané):  situatie opgemerkt?  Is het een noodgeval?  Voel je je verantwoordelijk om te helpen?  Besluiten om te handelen (gevaar.com . Dit komt vooral door het beeld wat mensen van vrouwen hebben in de westerse maatschappij.Stuvia. natuurramp → niet helpen van mensen die hulp 'niet verdiend' hebben (interne attributie van negatieve uitkomst) bijv. Wanneer helpen mensen wel of niet Niet apathie of onverschilligheid.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal → moeite en inspanning → kan gevaarlijk zijn → ongemak → risico's baten van niet helpen: → voorspoedig bereiken van eigen doelen → geen ongemak → geen tijdsverlies kosten van niet helpen: → schuld en schaamte → verlies van eigenwaarde → kritiek van anderen → verlies van gezicht Helpen en normen Norm van sociale verantwoordelijkheid: → helpen van mensen die het nodig hebben en zelf geen controle hadden over hun slechte uitkomst. drugsverslaafde → deze norm is vooral sterk onder politiek conservatieve mensen Vrouwen worden eerder geholpen dan mannen. bijv.

zwaaien voor hulp) Stap 3: ben ik verantwoordelijk?  diffusion of responsibility: (waarom ik en niet iemand anders)?  Bystander effect: de kans dat je hulp krijgt neemt af. lijkt rijk. ga je ervan uit dat het geen noodgeval is  illusion of transparency: mensen in nood denken dat anderen kunnen raden wat er met hen aan de hand is (geen duidelijk genoegen signalen. do good: positieve stemming vergroot de kans op helpen in het algemeen → meer sympathie.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Stap 2: situatie een geval van nood?  pluralistic ignorance: omdat mensen niks doen. Je helpt eerder mensen waarmee je je verbonden voelt (ingroup). zelfbeeld → negatieve stemming kan soms kans op helpen vergroten. bijv. angst. aantrekkelijkheid) Het zien van mensen die helpen. zijn eerder geneigd te helpen met kleine noodgevallen Waarom helpen mensen anderen Socio-biologische verklaring: helpen – gen is geselecteerd omdat het voortbestaan van de soort garandeert → aannames  helpen verhoogt de kans op evolutionair voortbestaan van de soort  inclusive fitness: we helpen omdat het een mechanisme is om onze genen te laten voortleven → processen die inclusive fitness faciliteren  kin selection: mensen waar we onze genen mee delen (familie)  reciprocal altruism: uit het belang voor het voortbestaan van de soort kosten/baten verklaring: hulpverlening levert iets op (beloning. verlenging van stemming. stemming)  situatie (tijd. Richt je op enkele personen: spreek een individu aan . en veel minder als ze haast hebben. naarmate het aantal omstanders meer wordt Stap 4: besluit om iets te doen  helper kenmerken (heb je de mogelijkheid/vaardigheid om te helpen. kosten/baten)  'verdiendheid' (deservingness): verdient iemand de noodsituatie waar diegene zich in bevindt of niet  kenmerken van het slachtoffer (sociale status.Stuvia. motivatie tot 'egoïstisch' helpen  empathische betrokkenheid: focus op ander. dankbaarheid) → ongeacht 'meetbare'beloningen voor helpen zijn er ook emotionele beloningen  zelfs na 50 jaar hebben mensen die Holocaust slachtoffers hielpen nog een hogere zelfwaarde → feel good. motivatie om 'altruïstisch' te helpen Wat kan je als slachtoffer doen 1.com . zorgt ervoor dat je zelf ook sneller iemand helpt. maar alleen als de kosten gering zijn → negative state relieve model  motivatie anderen te helpen is geheel egoïstisch  we helpen anderen om stemming te verbeteren empathie/altruïsme verklaring: we helpen anderen om van onplezierige spanning af te komen → als we iemand zien lijden ervaren we een verhoogde staat van alertheid of onplezierige spanning  persoonlijk ongemak (distress): focus op zelf. Mensen helpen sneller als ze ruim de tijd hebben. Mensen die sterk religieus zijn.

doen en voelen wordt beïnvloedt door anderen Wat mensen denken.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal 2. door hun interpretatie van de situatie De mens is een sociaal dier: veel van wat mensen denken. of liever. Persoonlijk maken: noem je naam 3. Maak duidelijk wat er aan de hand is 4.Stuvia.com . Zeg wat je wilt Axioma's van sociale psychologie De mens construeert zijn realiteit: het denken. doen en voelen = f(persoon × situatie) . Activeren van normen: het kan jou ook overkomen 5. doen en voelen van mensen wordt sterk beïnvloedt door de situatie.

You're Reading a Free Preview

Download
scribd
/*********** DO NOT ALTER ANYTHING BELOW THIS LINE ! ************/ var s_code=s.t();if(s_code)document.write(s_code)//-->