P. 1
samenvattingen periode 2

samenvattingen periode 2

|Views: 101|Likes:
Published by Stuvia.com

More info:

Published by: Stuvia.com on Jul 20, 2013
Copyright:Traditional Copyright: All rights reserved
List Price: $6.55 Buy Now

Availability:

Read on Scribd mobile: iPhone, iPad and Android.
See more
See less

01/23/2014

$6.55

USD

pdf

samenvattingen periode 2

door

anoushka1992

De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal
Koop en Verkoop al je samenvattingen, aantekeningen, onderzoeken, scripties, collegedictaten, en nog veel meer..

www.stuvia.com

Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal

Onderwijskunde Hoorcollege 1 Onderwijsbeeld  Geschiedenis  Nu:  Grote verschillen tussen landen  Na 2000 geboortedaling  Afname lager opgeleiden, toename hoogst opgeleiden  Het Ned Onderwijsstelsel

 Nederlands Onderwijs  Vrijheid van schoolkeuze  Overheid stelt kaders vast, scholen geven daar invulling aan/ lumpsum  Leerplicht: van 5 tot 16 of 18 jaar, min 12 schooljaren, kwalificatieplicht  Onderwijsinspectie houdt toezicht  Vele mogelijkheden in het VO  Voorschoolse – en vroegschoolse educatie (VVE)

Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal

 Primair Onderwijs  Basisschool  Openbaar Onderwijs  Bijzonder Onderwijs  Kerndoelen  1985: Wet op het Primair Onderwijs (WPO)  Weer Samen Naar School  WSNS  Gestart in 1991  Samenwerkingsverband met SBO  Taak: kinderen met leer- en gedragsproblemen zoveel mogelijk in het basisonderwijs te houden  Leerlinggebonden Financiering (LGF)  Rugzakje  Passend Onderwijs  Integrale aanpak  Kind centraal  2011  Ook wel inclusief onderwijs genoemd (let op termen!)  Als het reguliere onderwijs niet lukt…  Speciaal BasisOnderwijs (sbao)  Speciaal Onderwijs (so)  Voortgezet Speciaal Onderwijs (vso)  Procedure: Indicatie REC  CvI (toetsing)  Rugzakje / (V)SO  + 12 jaar: LWOO of Praktijkonderwijs  Persoonsgebonden Budget  PGB  Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ)  Budget om zorg in te kopen  Ondersteuning thuis of elders

com .com/watch?v=si7IPV908pQ  http://www. ernstige spraakproblemen 3: lichamelijk gehandicapte.Stuvia.com/watch?v=s5IeoTRU6aA  Raakvlakken met Reformpedagogen . langdurig zieke (niet lichamelijk) kinderen. langdurig zieke.of meervoudig gehandicapten 2: dove en slechthorende kinderen.youtube. zeer moeilijk lerende kinderen 4: Zeer moeilijk opvoedbare.  Voortgezet Speciaal Onderwijs  VSO  Doorstroom SO  Tot 20 jaar  Iederwijsschool  Ontwikkeling van kind centraal  Kind neemt initiatief  http://www.youtube. vakantieopvang)  Speciaal BasisOnderwijs  SBO  Wet op het Primair Onderwijs (WPO)  Moeilijk lerende kinderen  Opvoedingsmoeilijkheden  Speciale zorg en aandacht  Tot 14 jaar  Speciaal Onderwijs  SO  Wet op Expertise Centra (WEC)  Clusterscholen 1: visueel .De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal  Trainingen  Verblijf buitenshuis (logeer-.

com . Reformpedagogen  Helen Parkhurst (1887-1973)  Célestin Freinet  Peter Petersen (1896-1966) (1884-1952)  Maria Montessori (1870-1952)  Rudolf Steiner      Algemeen Kindgericht Natuurlijke ontwikkeling Leren door doen Aansluiten bij interesses en (1861-1925) maatschappij .Stuvia.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Hoorcollege 2  Iederwijs Zes Vee‟s  Veilig voelen  Vertrouwen op Vermogen  Vrijheid met Verbondenheid  Verrijking door Verschillen  Vormgeven van Verlangens  Verder door vragen….  IEDERWIJS Vijf vernieuwingen       De school is één groep van verschillende leeftijden Kinderen kiezen Inrichting verandert mee met behoeftes kinderen Activiteiten ontstaan vanuit kinderen/ begeleiders School wordt vormgegeven door kinderen en begeleiders. Sociocratie.

Stuvia. binnen en buiten Uitgangspunten  Kind leeft in sociale omgeving . de taken staan centraal  Célestin Freinet Uitgaan van belevingswereld.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal  Doel Maria Montessori De vrije mens die bijdraagt aan samenleving Vrijheid veronderstelt zelfstandigheid Kindbeeld   Kind is van nature actief. ervaringen Natuurlijk leren.com . nieuwsgierig Verschillen van volwassenen   Unieke persoonlijkheid met eigen behoeftes Kind maakt aantal ontwikkelingsfasen door   Volgens vast patroon Met gevoelige periode    Montessori onderwijs School is voorbereide omgeving Heterogene groepen   Zelfcorrigerende materialen Helen Parkhurst Dalton onderwijs Uitgangspunten:  Keuzevrijheid met verantwoordelijkheid  Zelfstandigheid/ zelfwerkzaamheid  Samenwerken Middelen Geen specifieke.

Klassenvergadering op basis van gelijkwaardigheid/ bevordert democratie. viering. werken.com .De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal  Arbeid is het vormingsprincipe Het kind is een individu en een sociaal wezen. kind wil van nature leren Middelen Kringgesprek. werkhoeken  PETER PETERSEN Jenaplanonderwijs Antropologisch Kindbeeld Elk kind is uniek en deelnemer aan een gemeenschap.Stuvia. voelt en wil (schema opbouw onderwijs) Kunstzinnig onderwijs = opvoedkunst School is een gemeenschap Kind en leraar hebben creatieve ontmoeting Natuurlijke middelen  Rudolf Steiner . Technieken/ middelen: Drukpers. spelen Heterogene groepen  Rudolf Steiner De Vrije School Antroposofisch denken Mens is een drieledig wezen dat denkt.

De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Pedagogiek Hoorcollege 1 • Stelling: .com .Stuvia.

bijv.com . -(hbo-)pedagoog.medewerkers marktwerking kinderen hebben vaker overgewicht 8 Beroepstaken van FHP A. -onderwijskundige -beleidsmedewerker -verder …. bijvoorbeeld: • • • • matig stimulerende peda.: -pedagogisch medewerker (pm). Cliëntniveau – – – – – pedagogisch plan maken/uitvoeren pedagogische relatie onderhouden (periode 2) groepen begeleiden (mede)opvoeders ondersteunen (periode 1) A. -ontwikkelingspsycholoog.Stuvia. Persoonlijk/professioneel Taak: jezelf en het beroep ontwikkelen Kwestie: visie op het beroep van hbo-pedagoog wie doet wat in de kinderopvang.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal de kwaliteit van de kinderopvang in Nederland is goed Mee eens: -ja -nee • obv. . Persoonlijk/professioneel niveau – jezelf en het beroep ontwikkelen (periode 1) B. internationale vergelijking de kwaliteit is goed. maar gaat (volgens onderzoek) achteruit. -manager. Instellingsniveau – – – pedagogisch beleid ontwikkelen (periode 2) leiding geven coördineren en afstemmen C.

Cliëntniveau.plan maken/uitvoer -peda. welke onderzoeksmethode zet je in 4. welk aspect wil je onderzoeken 2. waarom is dat een prioriteiten 3. formuleer 2 of 3 indicatoren • het werkveld kov a.Stuvia. Instellingsniveau Taak: pedagogisch beleid ontwikkelen Kwestie: beleid vaststellen met betrekking tot zaken op c. vormen b. vormen van kov . functies c.relatie onderhouden -groepen begeleiden • Opvoeders: -ondersteunen • Pedagogiek in periode 2 2 centrale vragen: • Wat is goed voor kinderen.com .: • Kinderen: -peda. wetgeving/kaders (heden en ontwikkelingen) • a. bijv. voor ouders en voor de samenleving? (beleid: wat is pedagogische kwaliteit?) • Wat is een goede pedagogische relatie? nadruk qua werkveld en voorbeelden ligt op de kinderopvang (0-13 jaar) • Beroepstaak beleid Opdracht: ontwerp een instrument waarmee je de kwaliteit kunt vaststellen van een kdv 1.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal • B.

bijv.6) – – – economische educatieve sociale • • c.) -macht bij de ouders (OC: beleid/prijs) • wetgeving: -1995: opgelegde kwaliteitsregels -2005 wet kov: zelf kwali.en Vroegschoolse Educatie) • • b. bij opa/oma) • • • ontwikkelingen.Stuvia.com . wetgeving/kaders van kov visie van de overheid: -marktwerking (goedkoper/meer kwali.regels opstellen . functies van kov model „Pedagogisch Vernieuwen‟ – – – kindgerichte oudergerichte maatschappelijke • model PMK (hfst.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal • formeel: -kinderdagverblijf (crèche) -gastouderbureau -peuterspeelzaal -buitenschoolse opvang • informeel: -oppas (bv.: harmonisatie psz – kdv kindercentra 0-13 (in Den Bosch) (doorgaande ontwikkelingslijn) • meer VVE (Voor.

Stuvia.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal (in de vorm van een convenant) art. welke onderzoeksmethode zet je in 4. de crèche. school. maar ouders. Feddema (gezinstherapeute): “Niet de overheid.” “De kinderopvang lijkt met die grote groepen en onervaren krachten soms toch al eerder . indicatoren: -welbevinden indicatoren: -sensitiviteit - -betrokkenheid Hoorcollege 2 Conceptuele leerlijn Pedagogiek • heeft kov pedagogische meerwaarde? G. en zij alleen. waarden en normen Beroepstaak beleid Opdracht: ontwerp een instrument waarmee je de kwaliteit kunt vaststellen van een kdv (of van je stageplaats) 1.: observatieschaal interactie pm-kind. bijv. opa en oma of de buurvrouw .47: vier pedagogische doelen • vier pedagogische doelen (door prof. dienen hun kinderen op te voeden. M. responsiviteit kwaliteit op kindniveau. Riksen-Walraven) • • • • • bieden van een emotioneel veilige omgeving stimuleren van persoonlijke competenties stimuleren van sociale competenties overdragen van cultuur.com . formuleer 2 of 3 indicatoren • • • Evaluatie-instrumenten. waarom is dat een prioriteit 3. welk aspect wil je onderzoeken 2.

want: – – stimulerende omgeving (spelmogelijkheden en professionele begeleiding) oefenen van sociale competenties (weinig interacties in een klein gezin) gevolg: kov = goed • • • • Taak: beoordeel het kwaliteitsbeleid M. Riksen-Walraven (2004) Kinderopvang heeft effect op kinderen Goede kwaliteit. gevolg: – – • Kind voelt zich goed (welbevinden) Kind ontwikkelt zich voorspoedig (bv.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal op gesubsidieerde kinderverwaarlozing. gevolg: – – Kind voelt zich onveilig Kind ontwikkelt gedragsproblemen • Pedagogische kwaliteit = mate waarin de kov aan haar doel beantwoordt Doelen: .com .Stuvia.” • • heeft kov pedagogische meerwaarde? (is kov goed of slecht) is kov een vervangend gezinsmilieu of een eigenstandig opvoedingsmilieu? (geef conceptuele argumenten!) • • • • • • • • Antwoorden vanuit 2 modellen (visies) Oppasmodel: Moeder-kind-relatie staat model voor pm-kind-relatie Hechting staat centraal Kov schiet altijd te kort Gevolg: kov = slecht Regiemodel: Ouders delegeren deel van de opvoeding Kov heeft meerwaarde. taal) Slechte kwaliteit.

uitkomst (output) van het zorg/opvoedingsproces: Het “product” = een blij/ontspannen en ontwikkeld kind (welbevinden en ontwikkeling) • Maar dat hangt van teveel zaken af (bijv. ook van de opvoeding thuis) • • is dus: niet goed vast te stellen B. Proceskwaliteit C.com . Productkwaliteit B.Stuvia. Structurele kwaliteitsmaten (settingen) A.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal • Opvangen en verzorgen (oppasmodel): algemeen: welbevinden en hechting • Opvoeden (regiemodel): algemeen: concreter: welbevinden en ontwikkeling 4 pedagogische doelen • Model Riksen-Walraven (website) (welbevinden en ontwikkeling): factoren die invloed hebben op het kind – – – – – – • Kind zelf Materiele omgeving Pm Andere kinderen Institutie (beleid) Ouders indicatoren van peda. kenmerken van het zorg/opvoedingsproces .kwaliteit Waaraan is af te lezen of de doelen worden behaald? • 3 typen indicatoren: A.

De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal • de invloed van de feitelijke ervaringen die kinderen opdoen op het kdv (proximale processen:) • interactie tussen kind en: – – – materiële omgeving pedagogisch medewerker (= meest bepalend) andere kinderen • • Onderzoeksmethode: gedrag van het kind observeren (welbevinden en betrokkenheid) • • interactie pm – kind observeren interactie kind – pm (proces) 6 vaardigheden: • • • • sensitieve responsiviteit respect voor autonomie (kind = subject) structureren en grenzen stellen praten en uitleggen (instrueren) specifiek voor kov: • • • • • ontwikkeling stimuleren persoonlijke compies ontwikkeling stimuleren sociale compies beroepstaak Pedagogische Relatie (in je stageplan) 6 interactievaardigheden van Riksen-Walraven 5 basisvaardigheden van Van der Pas – – Kijken: Steunen: zicht houden op het kind veiligheid bieden verzorgen – Sturen: grenzen stellen verwachtingen / eisen .Stuvia.com .

com .De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal • C.Stuvia. CultuurPedagogische Kwestie) • pedagogisch beleid (visie) geeft: richting. structuur. profiel • • • ruimte en materiaal programma / activiteiten (vervolg distale factoren:) (mbt. de pedagogisch medewerker) • • opleiding van de pm ondersteuning van de pm (bijv. afstemming. de groep) • • • • • • pm – kind ratio groepsgrootte groepsstabiliteit invloed van ouders op het opvoedingsproces indirect: omgang met eigen kind direct: – informatie over het kind uitwisselen (mate van tevredenheid hangt samen met welbevinden van het kind!) – communicatie over beleid en opvoeden (inspraak en afstemming) • Taak: beoordeel het kwaliteitsbeleid . Structurele kwaliteitsmaten (settingen) (10 distale factoren:) (mbt. supervisie door hbo-pedagoog) • • • voorzieningen voor de pm stabiliteit van de pm (vervolg distale factoren:) (mbt.

p. 2009.com .Stuvia.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Nadruk ligt op: • • Pedagogisch doel: persoonlijke competenties kwaliteitsfactor: materiële omgeving = proximaal proces en structurele kwaliteitsmaat • • • • Werkcollege 1 Vragen over de lesstof Analyseren van proximale proces Debat: is kov goed of slecht voor baby‟s? (verzamel argumenten/concepten) Hoorcollege 3 • • • • Pedagogisch Kader 0-4 jr richtinggevend raamwerk soort kaart (om eigen weg te vinden) theoretische verantwoording van het pedagogisch handelen in kindercentra voor 0-4 jarigen. (Kleerekoper & Singer.23) • Pedagogisch Kader 0-4 jr Wat? • • • Landelijk curriculum (richtinggevend voor alle kindercentra in NL) Basiskwaliteit in het werken met kinderen Basis voor pedagogisch beleid Waarom? (verschil gezin – kov) • • • • Verschil in emotionele band Verschil in organisatie Verschil in omgeving Verschil in aantal kinderen .

Welke pedagogische doelen willen we bereiken? 3. w&n/cultuur . Wat hebben kinderen (0-4 jr) nodig? 2. leren en ontwikkeling van kinderen Samenwerking met ouders Oog voor diversiteit (mbt. Morele competentie. Welke pedagogische middelen willen we daarvoor inzetten? Praktijk gedeelte: Wat en hoe gaan we dat doen? 1. speel-leermomenten • de theorie. Sociale competentie 4. zie blz.com .De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal • • • • • • • • • Planmatig werken Kdv kan sterkte/zwakte analyse maken Bouwstenen: Kinderrechten IVRK Democratische waarden en normen Wet KOV en Convenant Kwaliteit KOV Ontw. 5 Welke pedagogische doelen willen we bereiken? (vier basisdoelen) 1. 2-4 Wat hebben kinderen nodig? • • • • • Veiligheid en welbevinden Aansluiten bij spelen.psychologische inzichten Praktijkkennis PKK. Persoonlijke competentie (gebieden) 3. 20 Theoretisch gedeelte: 1.Stuvia. verzorg-leermomenten 2. Veiligheid en welbevinden 2. PKK hfst. kind en achtergrond) PKK hfst.

verantwoorden) Stap 3 uitvoeren Stap 4 evalueren en 5 bijstellen Aandachtspunten bij stageopdracht 3: Stap 1 oriënteren (op thema en situatie) • • • kies een opvoedingsthema/onderwerp stel vast hoe men daar op je stage mee omgaat verzamel inzichten (theorie) van deskundigen mbt.com .com/watch?v=jtnzmoaXGT8 . 11-15 Verzorgen/leren • PKK hfst. 7-10 Welke pedagogische middelen kunnen we daarvoor gebruiken? • • • • • • • Basiscommunicatie (interactievaardigheden) Steunen en stimuleren van spelen en leren Binnen.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal • PKK hfst.youtube. 16-22 Spelen/leren • Stageopdracht 3 Activiteitenreeks voor een groep (3x) het maken van een pedagogisch activiteitenplan: • • • • • Stap 1 oriënteren Stap 2 plan ontwerpen (incl.psychologische publicaties) • • een voorbeeld: muziek activiteit http://www.en buitenruimtes Dagritme Groepssamenstelling de praktijk PKK hfst.Stuvia. jouw opvoedingsthema (bronnen: pedagogische en ontw.

Stuvia.2 doelen 2. 2 en 3) • 2. 16-22) activiteiten / werkvormen regels (spel/gedragsregels) ruimte en materiaal (PKK 9) planning en fasering (PKK 10) .3 aanpak (bv.1 doelgroep (kinderen / jongeren) gedrag: wat doen ze beleving: wat denken. 5: doelen in kindertermen en PMK hfst. PKK hfst. PKK hfst. 11-15) • • • • • 2.4 evaluatie/bijstelling • • • • • • • 2.com . voelen.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Peuters spelen met muziek • Stap 2 ontwerpen (van het plan) besteed aandacht aan de volgende aspecten: 2. bv: PKK (hfst.3 aanpak 2.2 (pedagogische) doelen wat wil jij met de groepsactiviteit bereiken: waar wil je dat de (groep) kinderen “opuit komen” bronnen: • • • wat vind jij belangrijk (waardevol) wat staat in het beleidsplan vd stageplaats wat zeggen deskundigen (bv. willen ze behoefte: wat hebben ze nodig competentie: wat kunnen ze (per gebied) verandering: hoe ontwikkelen / leren ze diversiteit: hoe verschillen ze bronnen.1 doelgroep 2.

Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal

• • • • • •

opvoeder(s) groep 2.4 evaluatie

(PKK 7/8) (PKK 10)

hoe vaststellen of de doelen zijn behaald wie doet dat (jijzelf, stagebegeleider, andere?) bijstelling: wat moet verbeterd (tijdens de reeks)

(tijdens en na de reeks)

• • •

de verantwoording van het plan: hoe kun je je plan verantwoorden op basis van welke visie / inzichten / argumenten (bronnen)

• • •

en dan aan de slag: Stap 3 uitvoeren Stap 4 evalueren en 5 bijstellen

• •

NB belangrijk onderscheid: groepsactiviteitenplan -gericht op: -doel: kinderen (hun bestaan) kinderen ervaren/veranderen

stageplan -gericht op: -doel: jijzelf (jouw leerproces) jij wordt competenter (beroepstaken oefenen en bewijzen bv. door begeleiden van groepsactiviteiten)

• •

nog een voorbeeld: bewegingsactiviteit http://www.youtube.com/watch?v=60WPsKGCYlI&feature=related peuterdans

Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal

Hoorcollege 4 Conceptuele leerlijn Pedagogiek • wat hebben we al geleerd:

beeld van het werkveld kov (PMK hfst.1, 5 en 6) • • • • • vormen ontwikkelingen functies doelen kaders (wet, convenant, pedagogisch kader) • wat hebben we al geleerd:

pedagogisch beleid (BT): • • • • hoe kwaliteit vaststellen heeft kov meerwaarde (of niet) indicatoren van kwaliteit interactie pm-kind beoordelen (artikel RW) (= aspect van de pedagogische relatie (BT)) • wat hebben we al geleerd:

Activiteitenplan (inhoud), (op basis van een oriëntatie): • • • • • • • • doelgroep doelen aanpak evaluatie/bijstelling Hoorcollege 4: Beroepstaak Pedagogisch beleid Inspiratiebronnen Pedagogische visies

Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal

– – • • •

Aletha Solter Maria Montessori

beroepstaak Kov wil aan de slag met pedagogische visie en beleid Hoe te beginnen? bv. op zoek naar inspiratiebronnen

• • • • • • •

Wat heb jij als hbo-pedagoog te bieden …. Doelen van pedagogisch beleid Pedagogische kwaliteit onderhouden Handelen van pm‟s toetsbaar maken Profileren (herkenbaarheid) Bijkomende effecten: Positief: – – – Bewustwording Wij-gevoel Enthousiasme

Negatief: – – – – Leeg gepraat (veel inzet, weinig opbrengst) Teleurstelling en vermoeidheid Rationalisme Extreme profilering (versus thuisklimaat)

Pedagogische visie en beleid (praktische keuzes) we ons handelen?

Aanpak: hoe willen we handelen? Visie: op basis waarvan rechtvaardigen • folk pedagogy (dominante opvattingen / waarden) • • • wetenschappelijke theorieën inspiratiebronnen Pedagogische inspiratiebronnen:

programma‟s en methodieken: bv. Reggio Emilia (zie ook: PMK hfst. vaardigheden. Korczak.com . (VVE:) piramide. opvoeder programma (curriculum) ruimte. kaleidoscoop 1. inspirerende pedagogen en praktijken: bv.Stuvia. voelt/denkt hoe het kind ontwikkelt/leert en verschilt wat het kind nodig heeft (behoefte) wat het kind wil (subject) • • • • • • opvoedersbeeld (incl. functies …) beeld van de samenleving aspecten van een visie (CPK): opvoedingsdoelen opvoedingsinhouden waarden. tijd • Inspiratiebron (1): Aletha Solter . Singer 1. diversiteit (PMK 7). groep.11-16) 1. de (pedagogische) medewerkers 2. Steiner. thema‟s: bv. pedagogische relatie) beeld van de institutie (bv. regels kennis. normen. duurzaamheid • • aspecten van een visie (CPK): kindbeeld wat het kind doet/kan. Riksen-Walraven. Montessori. houdingen • opvoedingsmiddelen (aanpak) kind (zelf).De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal 1. Solter. ruimte. onderzoek: bv.

positieve communicatie (ontmoeting) (indiv.relatie: – – • • unieke relatie tussen 2 individuen. jezelf worden Inhouden: – – – – waarde: ontmoeting vaardigheid: positief communiceren Middelen: belangrijkste: peda. niet manipuleren – – ruimte voor emotioneel uiten individueel dagritme (eten. eigenheid.com .Stuvia. niet fasenmodel (= prestaties) Opvoeder = goede waarnemer. (zelf)reflexief Vervolg Solter Institutie: – – – – – kov is (meestal) niet geschikt voor een baby functie: kindgericht kov is geen school (dus: tegen VVE) Samenleving: te prestatiegericht • • • Vervolg Solter Doelen: zelfvertrouwen. redelijk (subject) ontwikkeling: – – – peda.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Achtergronden: • • • • Amerikaans ontwikkelingspsycholoog Boek: Baby‟s weten wat ze willen.) emotionele gebied. slapen) .relatie = onverdeelde aandacht. responsiviteit. 1991 visie van Solter (nadruk): Kind (baby) = relationeel. gevoelig.

nl/video/678/geschiedenis-montessorionderwijs visie van Montessori (nadruk): Kind = individu (eigen tempo / wil = subject) ontwikkeling: – – – • nature gevoelige periodes via zintuigen Opvoeder = – – “overbodig” (moet aansluiten: materiaal bieden) niet: dwingend • • vervolg Montessori Institutie: (school) – – – is geen leerfabriek ruimte voor individuele ontplooiing functie: kindgericht (en educatief) • Samenleving: – is te dwingend • • vervolg Montessori Doelen: – – – – – zelfontplooiing (help mij het zelf doen) Inhouden: waarde: zelfstandigheid.Stuvia.com . vdgh: onderzoeken Middelen: zelfstandig experimenteren (kind zelf) .leraar24.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal – • geen (vast) programma. geen VVE Inspiratiebron (2): Maria Montessori Achtergronden: • • • • • Italiaanse arts (1870-1952) Experimenten: casa dei bambini http://www.

De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal – – – • groep: verticaal (tutorschap) ruimte = voorbereide omgeving materiaal: zintuigelijk en “zelfredzaam” vervolg Montessori Toegepast op kinderopvang: • Geen: – – • Wel: – – • • • eigen tempo/ritme (bv.com .Stuvia. Solter . Hongarije en Italië beroepstaak Beleidsontwikkeling (verwoord versus geleefd) Vraag van kov-institutie aan de hbo-pedagoog: • • • Kun je ons inspirerende voorbeelden geven (pedagogen en/of praktijken)? pedagogen en/of praktijken: in Ch4: – A. matrassen op grond) kieskast dwingend groepsprogramma plastic bekers werkcollege 2 Vragen formuleren Analyse van 2 pedagogische visies: Emmi Pikler (PMK 11) Reggio Emilia (PMK 13) Hoorcollege 5 • • • • • Beroepstaak Beleidsontwikkeling Visie/beleid versus praktijk Aspecten van de middelen/aanpak Visies uit Zweden.

Stuvia. Montessori in Ch5 (vandaag): Kov in Zweden (PMK 12) Emmi Pikler.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal – – – – – • M. Loczy (PMK 11) Loris Malaguzzi.of pedagogisch klimaat aspecten van de aanpak / de opvoedingsmiddelen kind (zelf) opvoeder groep eigen acties / exploraties aantal / rollen interacties kind-opvoeder (pedagogische relatie) • samenstelling. Reggio Emilia (PMK 13) pedagogische visie/beleid versus pedagogische praktijk Visie/beleid = verwoord – – – – – schriftelijk (beleidsdocument) mondeling (interview) Praktijk = geleefd waarneembare werkelijkheid (observeren) praktijken. ook wel genoemd: • • • opvoedingsgedrag concreet handelen (zintuigelijk waarneembaar) • • • • • • • • • aanpak opvoedingsmiddelen (en voorwaarden) opvoedings. .com .

interacties kind-kinderen (groepsklimaat) • • • • • aspecten van de aanpak / de opvoedingsmiddelen (vervolg) ruimte tijd programma (inhoud) inrichting en materialen (planten. gerichte activiteiten (verzorging. spelen en leren) Kov in Zweden Education. gebruiken. Sociology – “How do they do it in Sweden” Britse documentaire vergelijking: VK .Zweden Opdracht: noteer opvallende zaken mbt. aspecten van de aanpak (empirisch / geleefd) praktijk/aanpak in Zweden kind (zelf) opvoeder groep ruimte tijd programma (inhoud) – – – • verzorging spelen leren Werkcollege 2 .De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal regels.Stuvia.com . dieren) • • • • • • • • • • • • • • dag/week/jaar-ritme gewoonten.

) YouTube .Pflege I-1: LOCZY .De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal casus: • ouders vragen om advies bij het kiezen van een kdv. Budapest (duitse documentaire) verzorging (8 min. Reggio Emilia (PMK 13) Emmi Pikler (Loczy) Hongarije.Stuvia.) YouTube .Wo kleine Menschen groß werden • • • • • • • • • • • • • • • visie van Emmi Pikler (PMK11) Kind Opvoeder Institutie Samenleving Doelen Inhouden Middelen (aanpak) praktijk/aanpak in het Loczy-instituut kind (zelf) opvoeder groep ruimte tijd programma (inhoud) . opdracht: • • • • • • beschrijf de pedagogische visies van: Emmi Pikler. Loczy (PMK 11) Loris Malaguzzi.com .Wo kleine Menschen groß werden • spelende baby„s (3 min.Pflege I-4: LOCZY .

com . • • • • • • • • • • YouTube .Stuvia.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal • • • • • • • • • • kindbeeld (Emmi Pickler) (betreft: baby‟s) Niet: verzorgingsobject dier/machientje heeft strak ritme nodig Wel: uniek persoon (subject) kwetsbaar/gevoelig heeft aandacht nodig heeft eigen ritme ontwikkeling (nadruk): • • • • • nature gebieden: lichaam Reggio Emilia Loris Malaguzzi in Italië voorbeeld uit de Verenigde Staten 9 min.Cottonwood Reggio Program Vail Arizona visie van Reggio Emilia (PMK13) Kind Opvoeder Institutie Samenleving Doelen Inhouden Middelen (aanpak) praktijk/aanpak van Reggio Emilia en emoties .

Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal

• • • • • • • • • •

kind (zelf) opvoeder groep ruimte tijd programma (inhoud) Werkcollege 2 Vragen formuleren Casus Beleidsplan MAXkinderopvang Analyse van 2 pedagogische visies: Emmi Pikler (PMK 11) Reggio Emilia (PMK 13)

Hoorcollege 6 • Boekje open Ted van Lieshout

Hoe ga ik open als een boek? Ik wil mezelf eens lezen bladeren en kijken hoeveel pagina‟s ik tel of ik een sprookje ben of meer een studieboek. Zou ik mijzelf kopen? Lenen bij de bieb? Alleen stiekem lezen hoe ik afloop en zachtjes terugzetten in de kast? werken met kinderboeken: • doelgroep: Van Coillie (kind en lezen)

Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal

• •

doelen: middelen:

leren en/of beleven criteria bij boeken voorleesvaardigheden

beroepstaak: pedagogisch activiteitenplan

• •

lesdoelen naast de concepten en beroepstaak: inzicht in het belang van goede boeken (enthousiasme voor de rijkdom van verhalen)

inzicht in kwesties/discussies (nadenken over je eigen positie)

zinvolle stageactiviteiten uitvoeren (link tussen: concepten en praktijk)

2 dominante peda.visies

2 visies op opvoeden: führen oder wachsenlassen 2 visies op jeugdliteratuur en voorlezen: leren of beleven (spelen) • Kind ontwikkeling Opvoeder peda.rel. Leren Beleven competent / subject 2 visies op jeugdliteratuur

afhankelijk / object nurture sturend

nvt. of nature nvt. of medelezer

asymmetrisch symmetrisch • 2 visies op jeugdliteratuur

Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal

institutie samen leving Leren mn. school Beleven in alle instituties (gezin, kov, school, enz.) cultuur is dominant • doel inhoud middel materiaal activiteit Leren aanpassing ontwikkeling (cogn./taal, moreel) kennis, moraal (= cultuur) leerboek interactief voorlezen uitleggen, stimuleren • geniet/speelboek gloedvol voorlezen (zelf laten lezen) Beleven genieten evt: zelfwording of groepssfeer emoties, avontuur nvt. (evt. nadruk op natuur)

2 visies op jeugdliteratuur

Zoveel meer dan alleen letters Willem Wilmink

Het kan heerlijk wezen om alleen een boek te lezen; boom-roos-vis-vuur en een boek is heus niet duur.

oriënteren op de doelgroep: (op: a. • • • • • • • • • beroepstaak: pedagogisch plan Ontwerp voor de kinderen van je stageplek (leeftijd 2-3 jaar) een voorleesactiviteit. En op bladzij honderd: pispot omgedonderd. want daar gaat een kikker dood ergens in een boerensloot. Maar bij bladzij zeven huil ik altijd even.boeken) Stap 2 plan maken Stap 3 uitvoeren Stap 4 evalueren en bijstellen Stap 1a.doelen en wie/wat zijn de kinderen … • • • • wat ze doen/kunnen … wat ze voelen/denken … hoe ze veranderen/verschillen … wat ze nodig hebben … .De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Hier. krijg er bijna buikpijn van. Methodisch werken Stap 1 oriënteren c.Stuvia. want daar gaat een wit konijn naar zijn oma met de trein.doelgroep. op bladzij tachtig is mijn boek zo prachtig. Verantwoord je plan. Ha. man. b. wat moet ik lachen.com .

com .M. vervolg diverse opmerkingen vanuit kinderjury‟s: • • • • leeftijd / leeservaring geslacht individuele voorkeur Stap 1b.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal • • wat ze willen … Van Coillie (website) vraag: wat kan/wil het kind? antwoord hangt af van (diverse modellen): Ontwikkelingsfase: • • • • • • baby dreumes. adolescent Van Coillie (website) vraag: wat wil het kind? Leesbehoefte: • • • • • informatie ontsnapping diepe zin mooie vorm Van Coillie (website) vraag: wat wil het kind? Leesbehoefte (volgens A.G. oriënteren op de doelen (leren en/of beleven): . Schmidt): • • • • leefkind leeskind hobbykind Van Coillie (website). peuter kleuter schoolkind puber.Stuvia.

criteria: – – pedagogische (incl.psychologische) literaire (esthetische) wat zijn goede boeken? Hoorcollege 7 • • • Opvoeden buiten het gezin Ch7 kinderboekVVE Periode 2 Conceptuele leerlijn Pedagogiek (beroepstaak: pedagogisch plan) inhoud van vorige les (Ch6): • • doelgroep: doelen: Van Coillie (kind en lezen) leren en/of beleven inhoud van deze les (CH7): • middelen: criteria bij boeken voorleesvaardigheden • Voor.Stuvia. oriënteren op de kinderboeken: op de Wat zeggen deskundigen en belangengroepen? bv: • • • • • • Stichting lezen.lezen.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal • • • • • Wat is de visie van het kdv (de institutie) doelen? Wat vinden je collega‟s en de ouders (medeopvoeders) belangrijk? Welke pedagogische visies spreken je aan? Wat wil jij bereiken? Stap 1c.com . www. ontw.en Vroegschoolse Educatie: . oriënteren (vervolg) op de kinderboeken: Welke soorten / genres … Welke kwaliteit.nl onderzoek: Kenniskring Pedagogiek: Stap 1c.

gebeurtenissen en (ontwikkelingspsychologie) vorm: opbouw.com . dialogen.werken met boeken . zelf lezen .De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal .Stuvia.kwestie: VVE goed of slecht? • • • • • • • • • • Pedagogische criteria: (pedagogisch plan) (pedagogisch beleid) identificatie (herkennen. taalgebruik tekst uit kinderboek vos en haas en illustraties waarop sluit deze tekst (het meest) aan: • • • • • • • • • welke ontwikkelingsfase (leeftijd)? welke (lees)behoefte? welk (opvoedings)doel? welke criteria van goede boeken (pedagogisch en literair)? tekst vos en haas waarop sluit deze tekst (het meest) aan: fase/leeftijd: (lees)behoefte: opvoedingsdoel: pedagogische criteria identificatie en beleving: • literaire criteria -inhoud: -vorm: • 6 jaar. verplaatsen) aansluiten bij belevingswereld aansluiten bij ontwikkelingsniveau grensverlegging (nieuwe werelden) (zelf enthousiast zijn) Literaire (esthetische) criteria: inhoud: plot karakters.

Stuvia. humor tekst is goed.com . doelen zijn vastgesteld en beschreven. criteria waaraan een geschikt en goed verhaal/boek moet voldoen zijn vastgesteld en beschreven. want: -vos = complex karakter -poëzie (ondanks eenvoud) en steunende illustraties • • • • • • • • • • • BT: pedagogisch plan Stap 1 oriënteren doelgroep is vastgesteld en beschreven. Stap 2 plan maken verhaal/boek kiezen voorleesplan maken evaluatieplan maken (vaststellen of de doelen zijn behaald) (voor een stagiaire: van wie en op welke punten krijg je deskundige feedback!) voorleesvaardigheden Voorbereiding – – – verhaal/boek kiezen (criteria) lengte/duur vaststellen voorlezen uitproberen • Uitvoering – – – – rustige omgeving en inleiding (rituelen) stemgebruik en gebaren tempo en pauzes (oog)contact en zichtbaarheid . want: (veel) eten. spanning.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal • • ontsnapping (vermaak) leren lezen + speels tekst is goed.

modellen bij het uitvoeren van deze taak: methodisch werken (stappen) 2 visies op jeugdliteratuur (doelen) doelgroepbeschrijving (m.Stuvia. Verantwoord je plan. vragen/uitleg) beroepstaak: pedagogisch plan Ontwerp voor de kinderen van je stageplek (leeftijd 2-3 jaar) een voorleesactiviteit. Van Coillie) pedagogische criteria literaire criteria voorleesvaardigheden Stap 3 uitvoeren en stap 4 evalueren en bijstellen wat liep goed / slecht (oorzaken)? zijn de doelen behaald? in hoeverre wel / niet? wat en hoe verbeteren? Voor.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal – • • • • • • • • • • • • • • • • interactie (inspelen op reacties.n.en Vroegschoolse Educatie enkele erkende VVE-programma‟s: • Piramide .en Vroegschoolse Educatie (inleiding) methodische ondersteuning van de ontwikkeling van kind van 2 tot 6 jaar (vooral gericht op kind met achterstanden) Ontwikkelingsdomeinen: • • • • • sociaal-emotionele ontwikkeling (omgang) ontluikende geletterdheid (taal) ontluikende rekenvaardigheid motorische ontwikkeling Voor.com .

bv: interactief voorlezen. verteltafel • Piramide-methode. wat is de beste methode: leren of spelen? 2. personen. stelling: -moedertaalontwikkeling = spontaan proces (= kindbeeld. is VVE wel of niet effectief …? • 1. aandacht voor: creëren van leersituaties -zelfstandig leren: -leren en verwerken: • • oriënteren demonstreren (introductie van het boek) (kennis van begrippen. verhaal) • verbreden (link met eigen ervaring of ander boek) • • verdiepen (navertellen of naspelen) VVE goed of slecht? (BT: pedagogisch beleid) VVE. bv: leerboek.Stuvia.com . luisterhoek. S. Goorhuis-Brouwer.discussie: leren of spelen? prof.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal • • • • • Kaleidoscoop Startblokken KO totaal (Puk & Ko) Sporen werken met boeken in VVE (BT: pedagogisch plan) voorbeeld: Piramide-methode (Citogroep) • • spelboek.dr. doel is: (taal)achterstand voorkomen discussies: 1. vertelkoffer. nadruk op: nature) .

effect van VVE: positief op cognitieve en taalontw.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal -VVE-programma‟s zijn schadelijk. (korte termijn) niet aangetoond op soc. let wel: … • interventies op latere leeftijd hebben (nog) minder effect (slot) overzicht concepten: BT: pedagogisch plan • • ontwerp voorleesactiviteit (en verantwoorden) werken met boeken in VVE (piramide) BT: pedagogisch beleid • kwestie: VVE goed of slecht? (meth./effect) in Ch 8: diversiteit en participatie (PMK) hoorcollege 8 • • Opvoeden buiten het gezin Ch8 diversiteit Periode 2 . op lange termijn is onduidelijk: wel effect? door: intensiteit. kwaliteit van pm.discussie: leren of spelen? Onderzoek Kenniskring FHP (2004): interactief voorlezen kan beleving verstoren Onderzoek Oosterhout (2009): peuters praten slechter na VVE-programma • • • • • Onderzoek Taalvaardigheid pm‟s (2010): meer dan de helft voldoet niet aan de minimumnorm 2.emotionele ontw.com . want: • • taalverarming (bv: Nijntje) kans op faalangst dus beter: laten spelen en veel (rijk) voorlezen • • • 1.Stuvia.

Een groepje jongens zat in en op een klimhuisje binnen.Welke afspraken zou jij maken met andere pm. a.com .Welke afspraken zou je maken in je instelling (kov) over het genderbeleid? BT: pedagogisch beleid (diversiteitsbeleid) .5 • opdracht: Jongens en meisjes zijn verschillend.‟s over de omgang met jongens (en meisjes)? BT: pedagogische relatie (omgaan met verschillen) b. En daarbij werd weer in toenemende mate hard gelachen. Ze zijn allebei actief. Ze waren met kussens aan het ravotten. Ze ergerde zich aan het luide gelach en gedrag van de jongens.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal • • • Conceptuele leerlijn Pedagogiek structuur van de les diversiteit PMK 7 Tavecchio (2007) op website Pedagogisch Kader kov • Beroepstaak: pedagogische relatie pedagogisch beleid • • Casus: hoe omgaan met jongens? Casus: hoe omgaan met jongens? “Er zat een tafel vol meisjes rustig kleurplaten in te kleuren. Eén van de begeleidsters kreeg er genoeg van en riep de jongens „tot de orde'. Even later had het groepje jongens een ander leuk spelletje bedacht. Opnieuw werd het de leidster te dol. p. uit: Tavecchio (2007).Stuvia. Daarom werden ze nu voor straf resoluut naar buiten gestuurd. maar op een andere manier. Kinderopvang als opvoedingsmilieu.

iedereen kan zijn/haar identiteit ontplooien. 7.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal • diversiteit. etnische of maatschappelijke afkomst. taal. IVRK: Artikel 2: discrimineren mag niet: „ongeacht ras. kansarmoede (PMK 7.…‟ • • • • • • • • • • Artikel 8: „het recht van het kind zijn of haar identiteit te behouden‟ Artikel 14: „het recht van het kind op vrijheid van gedachten. godsdienst. geweten en godsdienst‟ uitgangspunten DECET-kinderopvang iedereen voelt zich welkom.com . politieke of andere overtuiging.4) 4. religieus. huidskleur.5. maar met ouders en kinderen) • • • missie van DECET sluit aan bij het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK).3) (PMK 7.Stuvia. geslacht. cultureel. definitie: het herkennen en erkennen van verschillen tussen mensen vormen van diversiteit: 1.6) • • „A girl like me‟ DECET Diversity in Early Childhood Education and Training = netwerk. gender (PMK 7. nationale. zichtbaar maken diversiteit . handicaps 3. iedereen kan als actieve burger participeren. om kennis uit te wisselen over: omgaan met diversiteit (niet voor. etnisch 2. samenwerken om institutionele discriminatie te bestrijden. vooroordelen en discriminatie worden actief aangepakt. iedereen kan van elkaar leren.

-postmoderne gezinsvormen.com . -culturele diversiteit. ontwikkelingsprobleem staat niet centraal.2): • • • • • meertaligheid >>> thuistalen muziek boeken poppen diversiteit in boeken >>> eigen muziek >>> selecteren >>> herkenning doel: kinderen herkennen zichzelf op positieve wijze in boeken en strips: -handicaps.3) twee benaderingen (modellen): deficitmodel: nadruk op de beperkingen van het kind. 3 categorieën geschikte boeken: • • • diversiteit expliciet als thema verschillen komen aan bod en in beeld in verschillende talen (hoorcollege 6: voorlezen kov) • • 2.kinderen met handicap (PMK7.Stuvia. enz. • inclusiemodel: het kind wordt aanvaard zoals het is.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Hoe kun je diversiteit zichtbaar maken in de kinderopvang? enkele praktijkvoorbeelden (PMK 7. . -zwaarlijvigheid.

genderdiversiteit (Tavecchio) stelling: er zijn verschillen jongens – meisjes beide zijn actief.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal • 3. genderdiversiteit (Tavecchio) 99% werkzaam in KOV is vrouw vrouwelijke pm (opvoedersbeeld): • biedt minder technisch-uitdagende en wereld-ontdekkende activiteiten aan • • stoort zich sneller aan jongensgedrag (stress) heeft meestal slechtere relatie met jongens (=> jongens hebben minder leermotivatie) • genderdiversiteit (PMK 7.Stuvia.4) . meisjes: verbaal jongens: fysiek (testosteron) wilder op avontuur onderzoeken • 3.com .

verbreden sociaal netwerk (voorbeelden) 5. kindbeeld: actief-zijn. rel.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal belang van mannelijke aanwezigheid:     • mannelijke rolmodellen (verbreding rollenpatroon) ruimer activiteitenaanbod vaders voelen zich minder buitengesloten andere omgang met kinderen en ouders 4. openheid en respect (bv. intercult.Stuvia.5 en 7. laagdrempeligheid 2.‟s over de omgang met jongens (en meisjes)? BT: peda. empowerment en ouderparticipatie 6. kansarmoede (PMK 7. naam vd functie. inhoud vd functie • ouderbeleid: vaders betrekken bij de opvang .6) = maatsch.com .: Welke afspraken zou je maken in je instelling (kov) over het genderbeleid? BT: peda. jongens fysiek verbaal meisjes: opvoedersbeeld: kenmerken van vrouwelijke pm‟s aanpak: moet “jongensvriendelijker”: minder aan storen meer ruimte meer uitdaging • Opdracht b. beleid • personeelsbeleid: mannen werven.: Welke afspraken zou jij maken met andere pm.en ervaringswereld 4. door: hoger loon?. kennis van de leef. integraal en structureel werken • Opdracht a.communicatie) 3. achtergestelde groepen pijlers voor beleid: 1.

Stuvia. brede school en vrije tijd .com . vrije tijd • casus: bso? hoe de oudere kinderen meer inspraak bieden in • Participatie = open staan voor een ander en rekening houden met zijn/haar wensen soorten participatie in de kov: -ouders -kinderen -buurt • opvoedingsdoel: participatie sluit aan bij: • educatieve (pedagogische) functie: .Hajer (2001).Heutz (2008).Hajer (2001).Heutz (2008). ik verveel me .De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal • pedagogisch beleid: meer ruimte/aandacht voor behoefte van jongens (inrichting. activiteiten) • Ch9: • • volgende keer: participatie (PMK 8) bso. ik verveel me . ruimte voor vrije tijd Hoorcollege 9 • • structuur van de les participatie bso • vrije tijd -PMK 8 -Lusse & Spierings (2009) .

instelling Participatiematrix voorbeelden: ouderparticipatie: tevredenheidsonderzoek oudercafé. groep. versiering.Stuvia. structuur en procedures (niet: vaag) 4. praten. breed draagvlak 2. meedenken b. vrijblijvendheid • Participatiematrix (PMK 8) 2 participatievormen: a. .com . participatie van pm‟s in beleid 3. meedoen 4 participatieniveaus: van weinig tot veel invloed 3 thema‟s/onderwerpen: • • • • • • kind. handelen.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal regiemodel • sociale functie: meer maatschappelijke gelijkheid • Participatie randvoorwaarden: 1. creatieve vormgeving (niet: enkel praten) valkuilen: bv.

2008) brede scholen dagarrangementen. concepten analyse-vragen: . kinderraad.v. F. onderwijs en vrije tijd groeiende institutionalisering van vrije tijd vrije tijd wordt meer dan ooit georganiseerd (Heutz.Stuvia.b. criteria (indicatoren) bevorderen m. Ik verveel me: vloek of zegen? Hajer.com . beleidsplan van aanpak deze beide verantwoorden m. Ruimte voor vrije tijd. Vrije tijd als ontwikkelingsmilieu.v. (2001). hierdoor: vrijetijdsbesteding wordt steeds meer onderwerp voor (hbo)pedagogen taak van de hbo-pedagoog: de pedagogische kwaliteit van de vrije tijd beoordelen en bevorderen • • • • beoordelen o.b. inspraak bieden in bso? Ontwikkelingen in opvang. met en zonder volwassenen. fotoreportage tekst op portal: Lusse & Spierings (2009). VSO. NSO pedagogisch kader BSO 4-13 jr.v.b. TSO.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal oudercommissie • kinderparticipatie: ideeënbus. (2008). Kinderen beoordelen de bso (verslag van een belevingsonderzoek) • • • • • Casus: hoe de oudere kinderen meer participatiematrix Vrijetijdsbesteding van kinderen 4-12 jaar Literatuur: – – • • • • • • • • Heutz. L.

muziekles. zwembad) 3. sportclub) • • Kwaliteit: Vrije tijd: in hoeverre vrij? . vrij spel zonder volwassenen (veel buitenshuis) 2.com . scouting) 4. 2001): 1. vrij spel met volwassenen op achtergrond (speeltuin.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal 1. activiteitenaanbod met keuze-elementen (kindervakantieweek) 5.thema: vrije tijd wat is vrije tijd welke factoren welke niveaus wat is (ervaren) vrije tijd: Zelf kiezen Eigen interesses volgen Initiatief nemen Geen bemoeienis van volwassenen Je mogen vervelen > artikel Heutz (2008) welke factoren: leeftijdsgenoten volwassenen (woon)omgeving (kwaliteit van de ruimte) media/virtueel instellingen -commercieel -ideëel -overheid • verschillende niveaus vrije tijd (Hajer. Welke doelen • • • • • • • • • • • • • • • • 1. vastgesteld programma met begeleiding (verlengde schooldag. instuif. Welk thema/onderwerp 2. Welke doelgroep (kindbeeld) 3.Stuvia. mix van vrij spel en activiteitenaanbod (bso.

spelen) educatie (leren.niveau en ruimte voor ontwikkeling en leren . deelneming aan spel en recreatieve bezigheden passend bij de leeftijd.de kinderen (kindbeeld) Welke rechten hebben kinderen Wat willen kinderen (wensen/behoefte) en wat hebben ze nodig (kindfuncties) • • Wat kunnen ze (ontwikkeling en leren) welke rechten: Artikel 31 Kinderrecht (1989) Recht op vrije tijd: De staten erkennen het recht van het kind op rust en vrije tijd.Stuvia. en op vrije deelneming aan het culturele en artistieke leven (gelijke kansen: sociaal en cultureel kapitaal) • wensen/behoefte: Wat was jouw favoriete activiteit/spel toen je zo‟n 8 jaar oud was? • • • • • • • • • • • • • Zandzuigerij (klimmen/klauteren/kliederen) Tekenen/knutselen Toneelspelen Oorlogje kindfuncties van voorzieningen in vrije tijd (Hajer.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal evenwicht zoeken: ruimte – grenzen • • • • Welke rol spelen de factoren en wat is hun kwaliteit? 2. verzorging) Kwaliteit: Gelijke kansen bieden Aansluiten bij wens/behoefte Diverse kindfuncties Aansluiten op ontw.en opvang (aandacht. ontspanning.com . 2001): recreatie (ontmoeting. sport en techniek) zorg. sova.

eet.com .De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal • 3.en cultuureducatie Kwaliteit: In hoeverre wel/niet aansluiten op de maatschappelijke doelen/eisen? spelen versus leren Rode draad pedagogiek periode 2: Pedagogische arrangementen (kenmerken. functies. ontwikkelingen) • • • • • • • • • Kwaliteit vaststellen en bevorderen Kwaliteitsaspecten (welke zijn relevant) Indicatoren Verantwoorden vanuit visie (concepten) volgende keer: werkcollege 4 overzicht van de lesstof vragen stellen over lesstof oefenen van stellingen voortgangstoets casus dvd van „kdv De Kribbe in Gent‟: beoordeel omgang met culturele diversiteit • casus „Poept.Stuvia.doelen: vanuit het kind: • behoeften en functies vanuit de samenleving: • • • • • • • • • • achterstandsbestrijding sport/gezondheidsstimulering duurzaamheid/natuureducatie preventie (problemen/criminaliteit) kunst. slaapt goed‟ (zie: tekst portal): beoordeel omgang met diversiteit (deficit-inclusie-model) .

compies bevorderen sensitief-responsief autonomie respecteren structuur/grenzen bieden praten en uitleggen aspecten van een pedagogische visie: . extra: – – • Ch3: pers.compies stimuleren -soc.doelen (RW): -emotionele veiligheid bieden -pers.compies stimuleren -w&n/cultuur overdragen • Ch2: Cw4 stellingen en modellen conceptuele modellen. oppasmodel-regiemodel pedagogische kwaliteit (factoren): -proceskwaliteit (proximaal) (interactie: kind .com .pm .andere kinderen .compies bevorderen soc.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Werkcollege • • Ch1: 4 peda.Stuvia.ruimte/materiaal) -structurele kwaliteit (distaal) • Ch2: 6 interactievaardigheden (RW) – – – – pm.

Stuvia. middel (en voorwaarde) • Ch4/5: diverse pedagogische visies • Ch6/7: leren – beleven (2 visies op jeugdliteratuur) kindbeeld (3 modellen.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal kindbeeld (incl.) opvoedersbeeld (incl. Van Coillie) kwaliteit van kinderboeken: -pedagogische criteria -literaire criteria Ch8: diversiteit: -deficitmodel -inclusiemodel Ch9: participatiematrix .inhoud opv. peda. visie op ontw.doel opv.relatie) beeld van institutie beeld van samenleving opv.com .

uitvoeren en evalueren van pedagogisch beleid Inhoud hoorcollege 1 Hoofdstuk 1: Een inleiding in de ontwikkeling van een kind – – – – Wat is ontwikkelingspsychologie? Leeftijdsgroepen Thema‟s Actuele vraagstukken • • Ontwikkelingspsychologie Wat is ontwikkelingspsychologie? De wetenschappelijke studie naar groei.Stuvia. verandering en stabiliteit van conceptie tot adolescentie – Wetenschappelijk? .com .De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Hoorcollege 1 • Beroepstaken – – • • Het aangaan van een pedagogische relatie Ontwerpen.

De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal – – – • • • • • • • • • • • • • • • • • • • Mens? Groei en verandering? Stabiliteit? Thema‟s Fysieke ontwikkeling Cognitieve ontwikkeling Sociale en persoonlijkheidsontwikkeling Leeftijdsgroepen Prenatale periode (conceptie tot geboorte) Baby-peutertijd (geboorte tot 3 jaar) Kleutertijd (3-6 jaar) Basisschooltijd (6-12 jaar) Adolescentie (12-20 jaar) Let op: Individuele verschillen! Opbouw boek Actuele vraag stukken Continue verandering versus discontinue verandering Kritieke en gevoelige perioden: de invloed van de omgeving Levensloopmodel versus focus op specifieke perioden De relatieve invloed van nature en nurture op de ontwikkeling Gevolgen voor de opvoeding van kinderen en voor sociaal beleid Continue – discontinue verandering .com .Stuvia.

De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal • Kritieke .gevoelige periode Kritieke periode: – Specifieke tijd in de ontwikkeling waarin een gebeurtenis grote gevolgen heeft Gevoelige periode: – • Bepaalde periode waarin organisme extra gevoelig is voor omgevingsinvloeden Levensloop – focus op specifieke perioden • • • Vroeger-> aandacht voor babytijd en adolescentie Tegenwoordig -> aandacht voor hele perioden Nature . . .com .Stefan werkt met de leeftijdsgroep 12 tot 20 jarigen.nurture • • • • Nature: genetisch Nurture: omgeving VGT-items Item 1 Cognitieve ontwikkeling is de ontwikkeling die betrekking heeft op de manier waarop het gedrag van mensen wordt beïnvloed door groei en veranderingen in hun intellectuele vermogens • • • Ja/nee/? VGT-items Item 2 Stefan werkt als jongerenwerker met moeilijk opvoedbare adolescenten.Stuvia.

Ellen gelooft dat ontwikkeling met name het resultaat is van genetische factoren • • • • • • Ja/nee/? Samenvatting Wat is ontwikkelingspsychologie? Leeftijdsgroepen Thema‟s Actuele vraagstukken Hoorcollege 2 Hoofdstuk 2: Theoretische perspectieven en onderzoek Visies ontwikkelingspsychologie Specifieke theorieën ontwikkeling Babypiet Casus Marieke Onderzoek binnen ontwikkelingspsychologie Visies Ontwikkelingspsychologie Psychodynamisch perspectief Behavioristisch perspectief .Stuvia. een pedagoog. heeft een interventie programma ontwikkeld om de fysieke ontwikkeling bij kinderen met een achterstand op dit gebied te stimuleren .De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal • • • Ja/nee/? VGT-items Item 3 Met discontinue ontwikkeling bedoelen psychologen dat verandering in duidelijk onderscheiden stappen of fasen verloopt en dat gedrag en processen in verschillende fasen kwalitatief verschillend zijn.com . • • • Ja/nee/? VGT-items Item 4 Ellen.

Anale fase (anderhalf tot 3 jaar) 3.Stuvia. Integriteit versus wanhoop (65 jaar en ouder) Behaviorisme . Psychodynamisch perspectief Gedrag gemotiveerd wordt door innerlijke krachten.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Cognitief perspectief Contextueel perspectief Evolutionair perspectief 1. Vlijt versus minderwaardigheid (6. Genitale fase (12 tot 18 jaar): Psychosociale ontwikkeling (Erikson) 1. Identiteit versus identiteitsverwarring (12 –20 jaar) 6. Vertrouwen versus wantrouwen (0-1. Autonomie versus schaamte en twijfel (1-3 jaar) 3. Generativiteit versus stagnatie (40 – 65 jaar) 8. Intimiteit versus isolement (20 –30 jaar) 7. Psychoanalyse Freud Psychosociale theorie Erikson Psychoanalyse Freud Id (primitieve driften) Ego (rationele deel) Superego (het geweten) Psychoseksuele ontwikkeling (Freud) 1. Latentiefase (7 tot 12 jaar): 5. herinneringen en conflicten waarvan een persoon zich nauwelijks bewust is en waarover hij weinig controle heeft.com . Initiatief versus schuld (3-6 jaar) 4. Orale fase (0 tot anderhalf jaar) 2. Fallische fase (3 tot 5 jaar) 4.5 jaar) 2.12 jaar) 5.

and my own specified world to bring them up in and I'll guarantee to take any one at random and train him to become any type of specialist I might select–doctor.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Klassiek conditioneren (Pavlov) Operant conditioneren (Skinner) YouTube . Bio-ecologisch model (Bronfenbrenner) . well-formed. persoonlijkheids. te begrijpen en erover na te denken.Stuvia. Cognitieve ontwikkelingstheorie (Piaget) Informatieverwerkingstheorie Cognitieve neurowetenschap 4. cognitieve. lawyer. artist–regardless of his talents.com . penchants.en sociale wereld. Contextueel perspectief Benadering van ontwikkeling dat kijkt naar de relatie tussen individuen en hun fysieke. tendencies. Cognitief perspectief Benadering van ontwikkeling die zich richt op de processen die mensen in staat stellen de wereld te leren kennen. vocations and race of his ancestors" 3. abilities.Eddy in the Skinner Box Operant Sociale leertheorie (Bandura) Behaviorisme "Give me a dozen healthy infants.

com .Stuvia. Ethologische theorie (Konrad Lorenz) Welk perspectief is juist? Verkeerde vraag! Elke visie richt zich op andere aspecten van ontwikkeling en is gebaseerd op zijn eigen vooronderstellingen.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Socioculturele theorie (Vygotsky) 5. Evolutionair perspectief (gebaseerd op evolutietheorie van Darwin) Theorie die probeert gedrag te identificeren dat het resultaat is van de genetische erfenis van onze voorouders. Onderzoek… Twee videofragmenten Objectpermanentie (Renee Baillargeon) Symboolbegrip (Judy DeLoache) Abstracts Onderzoek Wetenschappelijke werkwijze .

gecontroleerde technieken. georganiseerde observatie en gegevensverzameling Wetenschappelijke werkwijze 2 Onderzoeksstrategieen: Correlationeel onderzoek Experimenteel onderzoek 2 Onderzoeksmethoden: Theoretisch onderzoek Toegepast onderzoek Onderzoeken ontwikkeling Longitudinaal onderzoek Cross-sectioneel onderzoek Cross-sequentieel onderzoek Onderzoeken ontwikkeling Onderzoek en ethiek Fundamentele principes: Vrijwaring van schade Bewuste toestemming Beperkt gebruik van misleiding Recht op privacy van proefpersonen Samenvatting Visies ontwikkelingspsychologie Specifieke theorieën ontwikkeling Onderzoek binnen de ontwikkelingspsychologie .De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Het proces van het stellen en beantwoorden van vragen met behulp van zorgvuldige.Stuvia.com . waaronder systematische.

de geboorte en het pasgeboren kind’ Opvoeden buiten het gezin Sofia Inhoud hoorcollege 3 Hoofdstuk 3: Het begin van het leven en hoofdstuk 4: De geboorte en het pasgeboren kind – – – – – – Erfelijkheid Interactie erfelijkheid en omgeving Prenatale groei en verandering Geboorte Complicaties bij de geboorte Wat kan een pasgeboren baby allemaal? • Fysieke vaardigheden .Stuvia.com .De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Hoorcollege 3 • • • • • • • Ontwikkelingspsychologie Hoorcollege 3 VT: ‘Het begin van het leven.

Het 23e paar van vader is niet gelijk (XY). Dus vader bepaalt het geslacht van het kind! • Tweelingen Tweeeige Eeneiige • • • • Beginselen genetica Mendel kruiste groene en gele erwtenplanten met elkaar Gen voor kleur geel is een dominant gen (Gen bruine ogen dominant) Gen voor kleur groen is een recessief gen Gen blauwe ogen recessief) .com .Stuvia.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal • • • – • Zintuigen Leervermogen Sociale vaardigheden Casus Jenny Jongen of meisje??? Meisje Jongen Moeder heeft alleen XX.

Bijvoorbeeld: lengte en gezond eten Onderzoek genen .com .omgeving Dieronderzoek Onderzoek bij mensen – – – Monozygotische tweelingen vanaf geboorte in verschillende omgevingen Monozygotische en dizygotische tweelingen vergelijken Niet verwante individuen in dezelfde omgeving • • • • . spieren) Syndroom van Klinefelter (extra X chromsoom) Prenatale diagnostiek Genetisch adviseur – – Lichamelijk onderzoek Familie geschiedenis • Prenatale diagnostiek – – – Vruchtwaterpunctie Vlokkentest Echoscopie • • Nature .De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal • • • • • • • • • • • • Genotype=de genetische opmaak Fenotype=het uiterlijke kenmerk Allel = genenpaar dat kenmerk bepaalt Beginselen genetica Erfelijke en genetische stoornissen Downsyndroom (extra chromosoom 21e paar) Fragiele X syndroom (beschadigd gen) Sikkelcelanmie (bloedaandoening) Ziekte van Tay-Sachs (blindheid.nurture Multifactoriële overervingen: de bepaling van eigenschappen door een combinatie van genetische factoren en omgevingsfactoren.Stuvia. waarbij een genotype (genetische opmaak) zorgt voor een bepaald bereik waarbinnen het fenotype (uiterlijk kenmerk) zich kan manifesteren.

De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal – • • Overeenkomsten tussen ouders en biologische kinderen t. ouders en adoptiekinderen Invloed van genen Invloed van genen op persoonskenmerken: – – – – – – – – Fysieke kenmerken Intelligentie Persoonlijkheid Psychische stoornissen Invloed van genen op omgeving: Actieve genotype omgevingseffecten (het kind bepaalt de omgeving).com .v.Stuvia. Kind houdt van muziek -> zingen Passieve genotype omgevingseffecten (de ouders bepalen de omgeving van het kind) vader houdt van sport -> voetbal Evocatieve genotype omgevingseffecten (de ouders sluiten aan bij de kwaliteiten van het kind) ouders zien dat kind goed kan dansen -> dansles • • • Prenatale ontwikkeling Bevruchting Stadia van de prenatale periode – – – Germinale stadium (0-2 weken) Embryonale stadium (2-8 weken) Foetale stadium (8 weken-geboorte) • • • Prenatale ontwikkeling Prenatale groei Invloed prenatale omgeving Teratogene effecten: Omgevingsfactor ie leidt tot een geboorteafwijking – – – – – Voedingspatroon moeder Leeftijd moeder Prenatale begeleiding moeder Ziekte moeder Drugs en medicijngebruik moeder .o.

Stuvia.com . Fysieke vaardigheden en zintuigen .De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal – – • • • Alcohol. tabak. cafeïne gebruik moeder Vaders en prenatale omgeving… Geboorte en Apgarscore Geboorte Apgar score (test 0-10 punten) – – – – – – – Huidkleur Hartslag Reflexen Spierspanning Ademhaling 1e keer test afnemen 1 minuut na geboorte 2e ker test afnemen 5 minuten na geboorte • Complicaties bij geboorte • • Anoxia Andere complicaties – – – – – – – Premature baby‟s Baby‟s met een laag geboortegewicht Baby‟s met een zeer laag geboortegewicht Postmature baby‟s Groeivertraagde baby‟s Doodgeboorte Zuigelingensterfte • • Pasgeboren kind Eerste levensfucties: – – – Slapen Eten Huilen • 1.

com .Stuvia. Het leervermogen Klassieke conditionering • • 3.en zuigreflex Slik en kokhals relflex Loop reflex Grijp reflex Moro reflex • • Zintuigen (horen. van 3 tot 46 weken Inhoud hoorcollege 4 Hoofdstuk 5: De fysieke ontwikkeling in de babytijd – De groei van het lichaam • – – – – • 4 groeiprincipes De groei van de hersenen De motorische ontwikkeling De zintuiglijke ontwikkeling Casus Onin Cefalocaudale principe Van de hoofd naar beneden Proximodistale principe Van romp naar buiten toe . zien.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal • Reflexen: – – – – – Zoek. proeven) 2. ruiken. Sociale vaardigheden Imiteren Hoorcollege 4 • • • • • • ‘De fysieke ontwikkeling in de babytijd’ Opvoeden buiten het gezin Oei ik groei! Videofragment baby Onin. voelen.

Stuvia.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal • Principe van hiërarchische integratie – – – Eerst eenvoudige vaardigheden los van elkaar Later geïntegreerd in meer complexe vaardigheden Hiërarchie: van eenvoudig naar complex • Principe van de onafhankelijkheid van systemen – – Tempo van groei van systemen is verschillend Systemen ontwikkelen zich los van elkaar • Groei van de hersenen • • • • • • • Bij geboorte: 100-200 miljard neuronen Gewichtstoename hersenen door toename verbindingen en myelinisatie Na 2 jaar groei minder hard Weinig gebruikte verbindingen: sterven af use it or lose it! Veel gebruikte verbindingen: versterken Groei van de hersenen Plasticiteit – Gevoeligheid van een zich ontwikkelend organisme voor omgevingsinvloeden • Gevoelige periode – Een afgebakende periode (meestal vroeg in het leven) waarin dat organisme extra gevoelig is voor omgevingsinvloeden die betrekking hebben op een specifiek facet van de ontwikkeling • Groei van de hersenen Eerste 2 jaar: .com .

fietsen) • Fijne motoriek: – kleine bewegingen van handen en vingers (grijpen. lopen. ooglidreflex). alleen nog niet op niveau van volwassene . onvrijwillige (automatische) responsen (reacties) die automatisch optreden in de aanwezigheid van bepaalde stimuli. pen vasthouden.Stuvia. gestructureerde. rennen. draad door naald doen) • • Normen NBAS (Neonatal Behavioral Assesment Scale) Grove motoriek baby • • • • • Kunst Tekenen: fijne motoriek 5 jaar: kinderen denken na over het eindproduct Zintuiglijke ontwikkeling Prenataal: – – – – • Zien: licht en donker Horen: stem. hart.com . anderen verdwijnen in 1e levensjaar • Reflexen: – – • Basis voor latere meer complexe gedragspatronen Baby reacties te zwak. te sterk of te lang aanwezig: mogelijk neurologische schade (bv Syndroom van Down) Grove motoriek: – grote gebaren dichtbij de romp (kruipen.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal zeer veel nieuwe neuronverbindingen • • Motorische ontwikkeling Reflexen Niet aangeleerde (aangeboren). harde muziek Proeven: vruchtwater (zoet) Tastzin: lichaam volledig gevoelig voor aanrakingen Geboorte: – Alle zintuigen werken. Sommige hele leven (pupilreflex.

Stuvia. zuur.com . bitter.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal • • Visuele zintuig (zien) Visuele scherpte – – – – – – – – – – – – Geboorte: bijziend (40 cm) Baby ziet scherpe contrasten 1 maand: rood 2 maanden: geel en groen Voorkeur complexe stimuli Enkele uren: voorkeur gezicht moeder Voorkeur meer complexe stimuli 6 maanden: mensengezichten onderscheiden 6 maanden: zicht als volwassene Binoculaire gezichtvermogen (14 weken) Beweging Diepte (vb: De visuele Klif) • • • • • • • Mensengezichten onderscheiden (6 mnd) Auditieve zintuig (horen) Voorkeur bekende stimuli Voorkeur bepaalde geluidscombinaties Eenvoudige tooncombinaties onderscheiden Zeer hoge en lage frequenties beter horen Geluidspatronen en melodieën onderscheiden – – – Ba/pa onderscheid (1 mnd) Moedertaal van andere talen Stem moeder herkennen (paar uur) • • Geluidslokalisatie (na 1 jaar als volwassene) Smaak zintuig Smaak: zoet. zout .

Stuvia.com .De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal • • Geur en tast zintuig Geur: – Moeder van anderen • Pijn en tast – – – Reacties op pijn worden sterker Tastzin goed ontwikkeld (al prenataal) Wereld verkennen • Multimodale perceptie – Integratie van zintuiglijke reacties • • Samenvatting De groei van het lichaam – 4 groeiprincipes • • • De groei van de hersenen De motorische ontwikkeling De zintuiglijke ontwikkeling Hoorcollege 5 • Inhoud hoorcollege 5 .

com . van geboorte tot adolescentie Overgang bepaald door: – – fysieke rijping (maturatie) relevante typen ervaringen • Tijdspad is kindafhankelijk .De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal • Hoofdstuk 6: De cognitieve ontwikkeling in de babytijd – Cognitieve ontwikkeling • • – Theorie Piaget Informatieverwerkingstheorie Taalontwikkeling • • • • • • • • • Cognitieve ontwikkeling (Piaget) Zwitserse psycholoog 1896 -1980 Visie: actie = kennis (leren door te doen) Stadiamodel Het begrip: schema Wat zijn schema‟s? Schema‟s: fundamentele bouwstenen van de manier waarop wij de wereld zien Schema‟s veranderen naarmate kind zich ontwikkelt: – – Eerst fysiek (sensomotorisch) Later mentaal (cognitief) • • • • • • • • • • Gedrags.Stuvia.en cognitieve schema‟s Voorbeeld schema Groeiprincipes van schema‟s Assimilatie: nieuwe informatie wordt ingepast in bestaand schema Accommodatie: schema‟s verandert door nieuwe gebeurtenissen Schema‟s eenvoudig -> reflexen Schema‟s complexer -> motorische vaardigheid Stadiamodel 4 (universele) stadia in de ontwikkeling.

• • 0-1 1-4 4-8 8-12 12-18 18-24 Naam substadium eenvoudige reflexen eerste gewoonten en primaire secundaire circulaire reacties coördinatie van secundaire circulaire tertiaire circulaire reacties het begin van het denken reacties circulaire reacties Substadium 1 (0-1 mnd) eenvoudige reflexen Aangeboren reflexen – Zuigschema. Preoperationele stadium (2-7 jr) Symbolisch denken 3. Formeel operationele stadium (> 12 jr) Abstract redeneren • • • Sensomotorische stadium Schema‟s: acties op extern gedragsniveau (sensorische en motorische acties) 6 substadia Mnd 1. 6. 2.com . Sensomotorische stadium (0-2 jr) Sensorische en motorische acties 2. 4. grijpschema • Reflexen veranderen door ervaringen – Tepel → fles • Substadium 2 (1-4 mnd) 1e gewoonten en primaire circulaire reacties . Concreet operationele stadium (7-12 jr) Logisch redeneren (met concrete voorbeelden) 4.Stuvia.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal • • Piaget kijkt naar veranderingen in de kwaliteit van kennis en begrip Stadiamodel: De vier stadia 1. 3. 5.

later op omgeving) .com .De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal • Eerdere afzonderlijke acties gecoördineerd tot geïntegreerde activiteiten • • • • Substadium 3 (4-8 mnd) secundaire circulaire reacties Inspelen op hun omgeving Substadium 4 (8-12 mnd) coördinatie van secundaire circulaire reacties Intentioneel gedrag – – Combinatie van schema‟s om een doel te bereiken Op toekomstige gebeurtenissen anticiperen • Objectpermanentie (fragment) • Substadium 5 (12-18 mnd) tertiaire circulaire reacties • Tertiaire circulaire activiteiten: • • • intentionele herhaling met variatie gericht op omgeving • • • • Grote belangstelling voor onverwachte Kleine wetenschapper Substadium 6 (18-24 mnd) het begin van het denken Mentale representatie symbolisch denken • Doen-alsof spelletjes indirecte imitatie • • • Sensomotorische stadium (samengevat) Progressie naar doelgericht/ intentioneel gedrag (eerst toevallige gebeurtenissen later doelbewust) Scheiding zelf van externe wereld: (eerst acties gericht op zichzelf.Stuvia.

Stuvia. opgeslagen en opgehaald Geheugencapaciteit verbetert als ze ouder worden: – bv training mobile bewegen • • • • • Herinnering kan worden geactiveerd door hint te geven: hoe ouder de baby. of accuraat.gecontroleerde processen • • • Het geheugen in de babytijd Herinnering: proces waarmee informatie wordt opgenomen.com .De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal • Object permanentie: (besef dat objecten niet ophouden met bestaan wanneer ze uit het zicht zijn) • • • • Kritiek op Piaget Stadiamodel -> ontwikkeling veel meer continu proces Cognitie komt niet alleen voort uit zintuiglijke activiteiten Onderschat vaardigheden (bv objectpermanentie en imitatie) • Culturele verschillen in tijdsschema cognitieve vaardigheden • • Informatieverwerkingstheorie Cognitieve ontwikkeling: Kwantitatieve veranderingen in het vermogen om informatie op te nemen. op te halen door: . hoe beter dat lukt Is het geheugen bij baby‟s anders dan dat van oudere kinderen en volwassenen? De duur van herinneringen Infantiele amnesie…? Herinneringen uit babytijd niet makkelijk. te gebruiken en op te slaan • Ontwikkeling in: – – – – Codering Opslag Retrieval Automatische .

com .Stuvia. betekenisvolle ordening van symbolen .De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal – – – • • • Nieuwe interfererende informatie Andere context Taalgebruik Herinneringen betrouwbaar? Neurale basis geheugen Impliciet geheugen – – – – Onbewust Automatisch Vaardigheden. gewoontes Vroegste herinneringen • • Neurale basis geheugen Expliciet geheugen – – – – Bewust Gecontroleerd Feitenkennis Herinneringen vanaf 6 mnd • • Intelligentie Ontwikkelingstests en latere intelligentie – – – – – – – – • Gesell: eerste methode Ontwikkelingsquotiënt Bayley Scales of Infant Development Snelheid van informatieverwerking en latere intelligentie Gewenningstest Visuele herkenningsgeheugen Multimodale perceptie en latere intelligentie Crossmodale perceptie Taalontwikkeling Taal: systematisch.

Interactionele benadering Taalontwikkeling vindt plaats door een combinatie van genetisch bepaalde aanleg en omgevingsfactoren Sociale factoren zijn van cruciaal belang .De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Prelinguistische fase: • • • Geluiden: brabbelen Gebaren Imitatie en andere niet-linguistische middelen: Linguistische fase: • • • • • • • De eerste woorden (12-13 mnd) Eenwoordszinnen (12-18 mnd) Holofrasen (12-18 mnd) Tweewoordszinnen (18-24 mnd) Eerste zinnen (18-27 mnd) Overextensie Onderextensie 1. Nativistische benadering (Chomsky) Mensen bezitten een genetisch bepaald. Leertheorie (Skinner) • • • • • • Kinderen leren een taal door bekrachtiging en conditionering (hoofdstuk 2) Maar hoe leren kinderen dan zo snel de grammaticale regels van een taal op de juiste manier toe te passen? 2. aangeboren taalverwervingsmechanisme dat de ontwikkeling van taal aanstuurt Taalontwikkeling gebeurt vanzelf als de juiste condities hiervoor aanwezig zijn Vooral vroege ervaringen zijn belangrijk: – • • • Voorbeeld: dove kinderen van horende ouders 3.Stuvia. Nativistische benadering 3.com . Leertheorie 2. Interactionele benadering 4.

nature en nurture • • Samenvatting… Cognitieve ontwikkeling: – – – Theorie van Piaget Informatieverwerkingstheorie Taalontwikkeling Hoorcollege 6 • • Hoofdstuk 7: De sociale ontwikkeling en de persoonlijkheidsontwikkeling in de babytijd Sociale ontwikkeling en persoonlijkheidsontwikkeling – – – – – – – • Emoties Hechting Het ontstaan van zelfbesef Theory of Mind (TOM) Temperament Gender Sociale ontwikkeling en persoonlijkheidsontwikkeling Sociale ontwikkeling • Reageren pasgeborenen anders op hun moeder dan op andere mensen? • Persoonlijkheidsontwikkeling • Wanneer wordt een kind zich bewust van zijn eigen ik? .Stuvia.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal • • • • • • Het één-op-één samenzijn van kind en ouder wordt als zeer belangrijke leersituatie voor taalontwikkeling beschouwd Conclusie De leertheorie verklaart waarom kinderen de taal leren waarmee ze opgroeien en hoe ze nieuwe woorden toevoegen aan hun woordenschat De nativistische benadering verklaart waarom de taalontwikkeling bij peuters zo snel kan plaatsvinden en ze grammatica als vanzelf leren beheersen Conclusie (vervolg) De interactionistische benadering: .com .

baby glimlacht) Hechting Hechting: de positieve sociale band die zich ontwikkeld tussen een kind en een specifiek individu Het vormen van sociale banden Het hechtingsproces is de belangrijkste vorm van sociale ontwikkeling die in de babytijd plaatsvindt! • • • • • .De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal • • • Basisemoties Welke basisemoties? Aangeboren basisemoties (universele gezichtsuitdrukkingen): – – – – – – Belangstelling Stress Walging Andere emoties: 6 weken: sociale glimlach 2 jaar: minachting • • • • • Emoties uiten Emoties beleven Emoties herkennen Vreemdenangst Vreemdenangst: de voorzichtigheid en terughoudendheid die baby‟s aan de dag leggen als ze een onbekende ontmoeten (->6 maanden) – – Herkenning bekenden en vreemden Proberen de wereld te begrijpen.com .Stuvia. geen verklaring -> angst • • • • Scheidingsangst Scheidingsangst: de angst die bij kinderen opgeroepen wordt door de afwezigheid van hun vaste verzorger (7 a 8 maanden) Social referencing Social referencing: het doelbewust zoeken naar informatie over de gevoelens van anderen om onduidelijke omstandigheden en gebeurtenissen te kunnen plaatsen (8 a 9 maanden) Kinderen kijken naar gezichtsuitdrukking (Mama glimlacht.

Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal

• •

Hechting bij dieren Hechting bij dieren: – – – – Imprinting: gedrag dat plaatsvindt tijdens een kritieke periode en waarbij een wezen zich hecht aan het eerst bewegende object dat het ziet. Lorenz: biologische factoren Freud: orale en fysiologische behoefte bevrediging Harlow: contactcomfort

• • • • •

Hechting bij mensen Bowlby: epigenetische theorie -> een theorie waarin de nadruk ligt op de interactie tussen genen en omgeving Hechting is volgens Bowlby primair gericht op de behoefte van kinderen aan veiligheid en zekerheid. Bonding: het intieme fysieke en emotionele contact tussen ouder en kind in de periode direct na de geboorte Gehechtheid: de onbedwingbare neiging bij ieder mensenkind om de nabijheid te zoeken van een beschermende volwassene in tijden van angst, spanning, honger of verdriet Meten van hechting Mary Ainsworth Vreemde-situatieprocedure: – – – Experimentele techniek om hechting te meten 12 – 20 maanden (20 min) In elkaar gezette episoden

• • •

1) moeder en kind in vreemde omgeving 2) moeder gaat zitten en laat kind zelf ruimte ontdekken 3) onbekende volwassene komt binnen en maakt na een tijdje contact met kind 4) moeder gaat weg (kind is alleen met onbekende) 5) moeder komt terug, begroet kind en stelt het gerust 6) moeder en onbekende gaan weg (kind is alleen) 7) onbekende volwassene komt terug 8) moeder komt terug: herenigingsperiode

Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal

• • • • • •

Vier hechtingsclassificaties Veilig gehecht: Hechtingsstijl waarbij kinderen hun moeder als thuisbasis gebruiken. Angstig-vermijdend gehecht: Hechtingsstijl waarbij kinderen niet de nabijheid van hun moeder opzoeken. Angstig-ambivalent gehecht: Hechtingsstijl waarbij kinderen een combinatie van positieve en negatieve reacties op hun moeder vertonen. Gedesorganiseerd en gedesoriënteerd gehecht: Hechtingsstijl waarbij kinderen inconsistent en vaak tegenstrijdig gedrag vertonen. Hechting: rol moeder

„Als de vijfjarige Anne hartverscheurend begint te huilen, loopt haar moeder naar haar kamer en tilt haar voorzichtig uit haar wiegje. Ze wiegt Anne heen en weer en fluistert zachtjes tegen haar. Al heel snel houdt Anne op met huilen en drukt zich tegen haar moeder aan. Maar zodra ze weer in haar wiegje wordt gelegd begint Anne weer te jammeren, zodat haar moeder haar opnieuw oppakt.‟ • Hechting: rol moeder

Kenmerken: • • • • Moeder reageert snel en positief. Moeder overdrijft gezichtsuitdrukking en vocale uitingen Moeder houdt rekening met gevoelens van het kind Moeder imiteert gedrag van baby (kiekeboe).

Oorzaken: • • • Leren van hun eigen moeder (generatie op generatie) Reactie op het vermogen van de baby om effectieve signalen af te geven (temperament). Hechting: rol vader

Kenmerken: • Stimulerende rol – – Fysieke activiteiten Wildere activiteiten

Oorzaken afwezigheid hechting: • Moeder- kind relatie uniek

Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal

• • • •

Moeder belangrijkste verzorgster Hechting: rol van het kind Baby‟s kunnen verschillende hechtingsrelaties ontwikkelen Wederzijds regulatiemodel: het model waarin baby‟s en ouders emotionele stemmingen aan elkaar leren communiceren en daar adequaat op reageren (beurtwisseling). Wederzijdse socialisatie: het proces waarbij het gedrag van baby‟s nieuwe responsen van ouders en andere verzorgers oproept. Interacties tussen baby‟s Positief: (glim)lachen Belangstelling voor andere baby‟s Interactie heeft positief effect op cognitieve ontwikkeling Sociale gedrag neemt toe naarmate kind ouder wordt (spelletjes) Imitaties Ontwikkeling van het ik…

• • • • • • • •

„Elise van 8 maanden kruipt langs de levensgrote spiegel die aan de deur hangt in de slaapkamer van haar ouders. Ze besteedt nauwelijks aandacht aan haar spiegelbeeld. Maar haar nichtje Brigitte, die bijna twee is, staart naar zichzelf in de spiegel als ze er langs loopt. Ze lacht als ze een klodder jam op haar wang ziet en veegt hem weg.‟ • • Zelfbesef Zelfbesef: het bewustzijn dat men los van de rest van de wereld bestaat – – – Niet aangeboren Experiment: de spiegel en de rouge test Vanaf 12 maanden groei,

tussen 18-24 maanden zelfbesef • • • Theory Of Mind (TOM) Naast ontwikkeling zelfbesef ook ontwikkeling Theory Of Mind (TOM) -> fragment: De kennis en opvattingen van kinderen over hun mentale wereld: – – – 2 jaar: eerste sporen van empathie (troosten) 3 jaar: voorstellingsvermogen (doen alsof) 3 a 4 jaar: onderscheid realiteit en fantasie

232) Activiteit Toenadering/terugtrekking Aanpassing . blz.Stuvia. Factoren die van invloed zijn voor ontwikkelen TOM: – – – – – – Rijping hersenen Ontwikkeling taalvermogen Sociale interactie Fantasiespel Cultuur Gezin • • • Persoonlijkheid Persoonlijkheid: geheel van duurzame eigenschappen. 27) – Vertrouwen versus wantrouwen (0-18): vergelijkbaar met hechting! • • – Vertrouwen -> gevoel van hoop Wantrouwen -> wereld hard en onvriendelijk Autonomie versus schaamte/twijfel (18-3): ik kan het zelf wel! • • Verkenningsgedrag stimuleren -> zelfstandig Beperkt en beschermd -> schaamte ontwikkelen • • • • • • • • • • Temperament Temperament: patronen van arousal (prikkeling) en emotionaliteit die de consistente en duurzame eigenschappen van een individu vormen Temperament heeft betrekking op gedrag Grotendeels gevolg van genetische factoren Vrij stabiel tot ver in volwassenheid Opvoeding kan temperament ingrijpend veranderen Dimensies/ aspecten van temperament (tabel 7-2.com . die het ene individu onderscheiden van het andere Theorie van Erikson (tabel 2-1. blz.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal – • 4 jaar: iemand voor de gek houden.

De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal • • • • • • • • Stemming Sterkte en duur aandacht Afleidbaarheid Regelmaat Intensiteit Reactiedrempel Temperamentclusters Gemakkelijke baby‟s (40%) – – – – – Positieve instelling Lichaamsfuncties regelmatig Aanpassen Nieuwsgierig Emoties hebben een milde activiteit • Moeilijke baby‟s (10%) – – – Negatieve buien Passen zich langzaam aan Nieuwe situaties -> teruggetrokken • Langzame starters (15%) – – – – – Inactief Reageren kalm op omgeving Stemming is vaak negatief Passen zich langzaam aan Nieuwe situaties -> teruggetrokken • Resterende categorie (35%) – Combinaties van eigenschappen • • Goodness of fit Idee dat ontwikkeling afhankelijk is van de mate waarin het specifieke temperament van kinderen aansluit op de aard en de eisen van de omgeving waarin ze opgroeien .Stuvia.com .

Kors Perdijk Zet niet te snel je diagnostische bril op Intellectuele Ontwikkeling Ontwikkelingsstadia van Piaget Zones van proximale ontwikkeling Vygotsky – – – – – 0-2 senso-motor 2-7 pre-operationeel VB Objectpermanentie Niet A maar B fout Ontwikkeling is een dynamisch proces .De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal • • • • • • • • Gender Gender: Het besef mannelijk of vrouwelijk te zijn Jongens baby‟s over het algemeen actiever en onrustiger dan meisjes baby‟s Voorkeur voor speelgoed wordt versterkt door ouders 2 jaar: jongens zelfstandiger en minder gevoeglijk dan meisjes Genderverschillen is een combinatie van aangeboren.Stuvia. biologische factoren en omgevingsfactoren Samenvatting… Sociale ontwikkeling en persoonlijkheidsontwikkeling – – – – – – Emoties Hechting Het ontstaan van zelfbesef Theory of Mind (TOM) Temperament Gender Ik zie ik zie wat jij niet ziet • • • • • • • Ik zie ik zie wat jij niet ziet: Wat gedragingen van peuters en kleuters ons kunnen vertellen Drs.com .

De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal • • • • • • • • Hoe zien we dat terug? Bijvoorbeeld in het succes van het kiekeboe spel met hele jonge kinderen. hoe ontwikkelt taal zich dan? Hoe zien we dat terug Overgeneralisatie .com .Stuvia. De rol van pragmatiek (situatie adequaat taal kunnen gebruiken) Als Nederlands niet de thuistaal is. Hoe stimuleren we ontwikkeling? Bijvoorbeeld door het spelen van spelletjes als kiekeboe Door kinderen te stimuleren met speeltjes en spelletjes die ordenen stimuleren Sociaal emotionele ontwikkeling Goede hechting is essentieel Slechte hechting: – – Agressiviteit Onverschilligheid • • • Narcisme Hoe zien we dat terug? In een groep kinderen – Hebben jullie voorbeelden van onverschillig of agressief gedrag • • • • • • • • • • • • • • Voorbeeld narcisme Hoe stimuleren we ontwikkeling? Corrigeren van agressie Kinderen leren delen Kinderen spelenderwijs een ander perspectief laten nemen Geef het goede voorbeeld Kijk weer uit met de PAUZE Taalontwikkeling Woordenschatontwikkeling is erg belangrijk. Bij de aanwijsstijl leren kinderen sneller woorden dan bij de instructietijl van communiceren.

Nu wordt het gedrag van vader kritiek. Hij drentelt zelfstandig. Ontwikkeling van de autonomie Casus stoeptegel die wordt uitgedeeld Gezond narcisme lijdt tot behoefte aan autonomie.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal • • Overspecificatie. de kleine struikelt en rolt over de grond. voor vader uit. Het is niet de klap. lukt het hem zijn zoontje te helpen met zijn reactie op deze krenking?” Hoe zien we dat terug: Hoe zien we dat terug in de kinderen waarmee we werken: – – Peuterpubertijd Behoefte om dingen zelf te doen • • VB Nijntje voorlezen Observerend leren • • • • • Hoe stimuleren we de ontwikkeling Voorbeeld: Stoeptegel (Derksen) Voorbeeld: Poppen (Bandura) . op zaterdagmiddag door de stad. maar de boosheid als gevolg van de krenking van zijn narcistische zelfbeleving die kan leiden tot een gigantische schreeuwpartij middenin de zaterdagmiddagdrukte. Alles verloopt goed totdat er een stoeptegel net iets hoger ligt dan die ervoor. de afstand tot de aarde is slechts gering.Stuvia. Veel later: deel zijn van een meer dan 1 groep – Je kunt Nederlander en Brabander zijn te gelijkertijd • • • Hoe stimuleren we de ontwikkeling? Kindgerichte taal: wel of niet nuttig? Bij welke kinderen is extra aandacht gewenst? – – Nederlands als tweede taal Lage sociale klasse • • • • • • Interactief voorlezen werkt erg positief op de taalontwikkeling. Casus uit Derksen “De kleuter is een jaar of drie. De kleuter (dit geldt in ongeveer gelijke mate voor jongens en meisjes) voelt zich in deze periode dus de koning op aarde: hij kan lopen. hij kan overal naar toe (zolang vader of moeder in de buurt zijn) en iedereen lijkt opzij te gaan zodra hij nadert.com .

je kunt ook helemaal niet goed lopen”. maar over een tijdje lukt het hem zijn voeten op te tillen op die momenten dat het voor een dergelijke stomme tegel noodzakelijk is. Wellicht de ideale vader helpt zijn zoontje overeind. Het zelfgevoel. ze zijn allemaal te stom. De grandiositeit van het kind in deze narcistische fase wordt onrealistisch beloond. gooien het op een akkoordje met hun zoon en de schuld komt bij de tegel te liggen. Pa. Pak niet te snel en diagnostische bril kijk vooral hoe je ontwikkeling kan faciliteren. bij de straat en de stratenmaker of bij de falende gemeente. Het is ook denkbaar dat vader zich ergert aan zijn zoontje en het gedoe vlak voor de ingang van een elektronicawinkel.” • Take Home Message Ontwikkeling is een dynamisch proces.Stuvia. niet gespeend van eigen narcisme. de trots en de almacht blijven intact. geeft een zoen op de pijnlijke plek en legt hem uit dat zijn beentjes nog kort zijn en zijn ogen nog veel in de verte gericht. Het is aan jullie je te verwonderen over de ontwikkeling die jullie de kinderen zien doormaken. . schiet uit zijn slof: “Kijk dan ook uit stommeling. Het narcisme wordt in ruwe vorm gecontinueerd. Alle vier besproken vormen van ontwikkeling hebben met elkaar te maken.com . ik hoef niets te leren”. Als poging tot reparatie van deze kwetsuur kan het kind innerlijk tegen zichzelf zeggen: “Niemand snapt mij. met de gedachten al bij een nieuwe PC. Nu valt hij nog af en toe.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal • Antwoord Derksen “Sommige vaders. ik kan eigenlijk prima lopen. de rol van realiteit wordt kunstmatig op afstand gehouden. Het is denkbaar dat dit speciaal in kleine gezinnen of gezinnen met één kind het geval is.

85% is normale jeugd! Sociale ongelijkheid is „zichtbaar‟ op scholen.com . circa 10% van de bevolking is „arm‟ of behoeftig Doelgroep van pedagogen is de jeugd met minder sociale kansen (15%) en meer problemen (5%). baan (t)huis Sociaal leven opleiding vakanties Sport. in zorginstellingen. op straat Wat is „normaal‟ sociaal leven? Vrienden. familie Werk. wordt je nooit een kwartje” (oud gezegde) Definitie: Groepen mensen zijn van elkaar te onderscheiden vanwege hun sociale positie .De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal SOCIOLOGIE Relevant thema voor pedagogen: Onderklasse in Nederland is realiteit. hobby Sociale ongelijkheid “Als je voor een dubbeltje geboren bent.Stuvia.

klasgenoten. meer of minder kans op succes in het leven (via school.v. middenlaag.com . maar slaat op machtsverschillen tussen groepen mensen! arm beperkt oud allochtoon vrouw homo dom versus versus versus versus versus versus versus rijk gezond jong autochtoon man hetero slim (inkomen) (lijf en leden) (leeftijd) (afkomst) (geslacht) (geaardheid) (intelligentie) Wereld draait om geld en status Sociaal-economische ongelijkheid in de historie: In gilden.v.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal met (on)mogelijkheden D.Stuvia. stijgende lijn horizontaal: „jobhoppen‟ op gelijk niveau intragenerationeel: intra = binnen jouw eigen generatie. onderlaag Situatie 21e eeuw 5 sociale lagen. vrienden etc. studies stapelen intergenerationeel: hoger dan je ouders The American Dream . topbestuurders Ondernemers: bezitten eigen zaak Professionals: hoogbetaalde academici Arbeiders: werknemers in loondienst Onderklasse: ongeschoolden. hun ouders (inter = tussen) Intragenerationele mobiliteit: Sociale mobiliteit (stijging/daling) t. van hoog naar laag qua status en macht (sociale klassen = stratificatie) (LET OP: dit is slechts een indeling. bijv. werk.). bijv. Sociale mobiliteit (vervolg) Diverse vormen van sociale mobiliteit: verticaal: carrière maken. standen (vroeger) of kasten (India) In 2 sociale klassen (19e eeuw): kapitalisten en arbeiders (Marx) 3.o.z. generatiegenoten.o. In 3 sociale lagen (20e eeuw): elite. er zijn ook andere indelingen op andere criteria mogelijk!): Elite: rijke burgers. werklozen Sociale mobiliteit Sociale mobiliteit is stijging of daling op de maatschappelijke ladder (zie driehoek) Twee vormen Intergenerationele mobiliteit: kinderen stijgen t.w. vanwege een lager sociaal kapitaal (Bourdieu) Verschillen tussen mensen Sociale ongelijkheid is geen diversiteit.

status. contacten. kun je „alles‟ bereiken” Onderklasse Volgens sociologische onderzoekers is er vandaag nog sprake van een etnische onderklasse van vooral laagopgeleide nieuwkomers.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal “Van krantenjongen tot miljonair” “Als je je best doet. geslacht) => nature Of: Kansen die je als individu moet grijpen? (opleiding. Polen) opleidingskansen Sociale ongelijkheid anno nu Nederland gaat Amerika achterna: een maatschappij van winners en losers. invloed. later andere gastarbeiders als Marokkanen en Turken. Vroeger waren dat Spanjaarden. Portugezen en Italianen. Verschillen naar etniciteit / afkomst: autochtonen en allochtonen Ongelijkheid naar seksuele geaardheid: hetero.a. Praktijkvoorbeelden: het glazen plafond (V) & old boys network (M) 2. respect.n. Armoedegrens. net op of boven de zgn.v. eer. alleen AOW Verschijningsvormen van sociale ongelijkheid Sociaal-economisch: inkomensverschillen Sekse-ongelijkheid: man-vrouwverhoudingen Leeftijds-ongelijkheid/discriminatie: jongeren versus ouderen 4. dikke bult? Sociale ongelijkheid Welke factoren „verklaren‟ sociale ongelijkheid? Eigenschappen vanaf je geboorte? (afkomst. Kansongelijkheid (sociale kloof): Verschillen in sociaal kapitaal (term Bourdieu) Kansen die je van huis uit mee krijgt (of niet) Sociale minima Gezinnen/huishoudens die op bijstandsniveau leven. populariteit.com . IQ. inkomen) => nurture Twee vormen van sociale ongelijkheid Beloningsongelijkheid (loonkloof): Vormen van beloning is geld in 1e plaats. Verder macht. top-3: Alleenstaande moeders met kinderen Allochtonen met geen of lage opleiding Ouderen met karig pensioen.Stuvia. Inkomensongelijkheid superrijken grootverdieners . vormen van sociale ongelijkheid) 1. nog later asielzoekers en Oost-Europeanen (m.en homoseksuelen (E. gevolgd door politiek debat onder de titel: Eigen schuld. zonder onderlinge solidariteit.

opleiding.o.v.v. woonplaats.com . MBO Drop-outs onderwijs: vooral allochtone jongeren (jongens) (1 op de 3 schoolverlaters 18-) Onbenut arbeidspotentieel: vrouwen. arbeidsongeschikten (bijv. Wajong-ers) Kansen op de arbeidsmarkt Afkomst. HBO ipv.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Statistische trends (in cijfers en tabellen): Inkomensverdeling in Nederland is scheef Inkomensnivellering is politiek uit de gratie Tweedeling groeit: 10% onderklasse versus 90% midden-/bovenklassen inkomenspyramide Gevolgen inkomenskloof Voor onderklasse / sociale minima: Relatieve deprivatie* = moderne armoede Sociaal isolement. Sekse-ongelijkheid Man-vrouw verschillen.p. maar is nog niet af! *fenomeen: feminisering . 55+ Verdringing op arbeidsmarkt / diploma-inflatie: MBO i. sekse Segmentatie op arbeidsmarkt: verschillende categorieën vragers en aanbieders Primair segment: gunstige arbeidsvoorwaarden en „goede banen‟ Secundair segment: minder gunstige banen en arbeidsvoorwaarden 2. trends in NL: Mannen verdienen meer (circa +15%) Vrouwen lopen qua onderwijs voorop!* Arbeidsparticipatie vrouwen groeit (>55%) Steeds minder typische M/V-beroepen Emancipatie werkt. registratie bij BKR in Tiel Voedselbank * = achtergesteld zijn t. anderen. inkomensverschillen Gevolgen / kosten voor de maatschappij: Langdurige werkloosheid: arbeiders. VMBO. geen geld leuke dingen Schulden. leeftijd.Stuvia. milieu. regio.

Cuba) 3. Leeftijds-ongelijkheid 2 demografische ontwikkelingen: Ontgroening: minder jongeren. Ierland) 2.miss-verkiezingen. oud zijn wil niemand” “Werkgevers zoeken alleen jonge mensen.) Intelligentie (IQ als norm voor begaafdheid) Leefstijl (bijv. in USA zelfs bij kleuters die als barbiepop worden opgemaakt…) .De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Feminisering van het onderwijs: branche met vooral vrouwen werkzaam (net als zorg en kinderopvang) “Jongens krijgen jeuk van portfolio‟s” “Jongens worden mietjes van juffen” (smeuiige krantenkoppen over dit thema) 3. roze manifestaties en Gay Pride alom Homo-haat/-fobie is nog niet verdwenen. hier gekomen Etnische verschillen Allochtone groepen hebben een relatief slechtere maatschappelijke positie vanwege: Taal. Zonde: religieuze visie (Iran. gezien deze citaten. Etnische ongelijkheid Politiek thans meest beladen onderwerp Typisch Nederlands onderscheid: Autochtoon: hier geboren en getogen Allochtoon: elders geboren. lager geboortecijfer (1. obesitas = vetzucht.com . want solidariteit tussen generaties is kwetsbaar Pensioenproblemen! 4.a. maar wel met de juiste ervaring” “Grijze golf overspoelt groen gras” Leeftijd is beladen onderwerp. Ziekte: politieke visie (VS.Stuvia.5 kind per vrouw) Dubbele vergrijzing: mensen worden steeds ouder (85+) meer mensen worden oud & gebrekkig Leeftijd: jong <-> oud “Ouder worden wil iedereen.en cultuurverschillen Achterstand in onderwijs Discriminatie op arbeidsmarkt Beeldvorming in integratiedebat 5. Dikke Kids) Uiterlijk (schoonheidsidealen. Overige vormen Sociale ongelijkheid kent vele gedaanten: Gezondheid (lichamelijke handicap / beperking. Variant van seksualiteit: biologische visie + acceptatie: sociale visie 6. gedragsstoornis e. psychische ziekte. heteroseksualiteit blijft toch dé norm Homo-opvattingen 3 opvattingen over homoseksualiteit: 1.v. Seksuele voorkeur Homo-emancipatie in NL ver gevorderd: Homohuwelijk wettelijk erkend sinds 2001.

relatief arm. Deze uitspraak is een voorbeeld van sociaal bewustzijn. dat is dé meritocratie. Een computer is geen luxegoed. Zonder PC in huis ben je in Ned. zoals…(zie volgende dia) Geef een voorbeeld (per student) van zo‟n pedagogisch motto (uit eigen opvoeding) Pedagogische spreuken In het kader van sociale ongelijkheid: Doe maar gewoon… Je moet niet denken dat je meer bent… Alles in het leven is jouw eigen keuze… Dat is (niet) voor ons weg gelegd… Je kunt alles.com . Geen geld voor een bieb. als je maar echt wilt… Sociale ongelijkheid Sociale ongelijkheid is een onuitroeibaar fenomeen …dat er altijd al is geweest en dat nooit zal verdwijnen …maar moeten we daarin berusten of niet? Oefening VGT-vragen Mijn vader was een dubbeltje.Stuvia. Vaak zijn die samen te vatten in oneliners.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Sociale machtsongelijkheid Macht is het vermogen om vorm te geven aan eigen toekomst. Opklimmen van krantenjongen tot miljonair.of sportpas is een voorbeeld van laag sociaal kapitaal. Seks geeft macht (V) en macht geeft seks (M). Hoorcollege 2: Absolute en relatieve armoede . Obesitas / vetzucht bij kinderen heeft niets te maken met sociale ongelijkheid. met 3 elementen: Formuleren van doelstellingen Beschikken over middelen („kapitaal‟) Vermogen om anderen te beïnvloeden 3 x ja = machtig 3 x nee = onmachtig Sociaal bewustzijn Wat verwacht je van het leven? Waar denk je „recht‟ op te hebben? Sociaal bewustzijn wordt gevoed door: Socialisatie door ouders thuis *) Ervaringen in het onderwijs Eigen referentiekader (of: „bril‟)*) pedagogisch motto Veel ouders geven hun kinderen (on)bewust levenslessen in de opvoeding mee. ikzelf ben een kwartje = intragenerationeel mobiel.

80% is positief gestemd over de eigen financiële vooruitzichten. De welvaart van de Nederlandse bevolking is constant en hoog. Er blijven hardnekkige verschillen en ongelijkheden (hoogopgeleiden leven gemiddeld zeven jaar langer dan laagopgeleiden) 7.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal De sociale staat van Nederland Uitgave SCP november 2011 1. 6. Ondanks schommelingen in economie is de leefsituatie (huisvesting. maar niet gezonder. mobiliteit. negatiever over de politiek en bezorgder over misdaad en materiële aangelegenheden. Mensen met een laag inkomen.Stuvia. . sociale participatie. 2. niet-westerse migranten. Nederlanders worden steeds ouder. 3. Nederland scoort het beste op de ‘misere-index ‘wat betreft werkeloosheid. bezit van consumptiegoederen) de afgelopen 10 jaar onafgebroken verbeterd. 8.com . vrije tijdsbesteding. ouderen zijn er de afgelopen 10 jaar meer dan gemiddeld op vooruitgegaan in kwaliteit van leven. inflatie en begrotingstekort). gezondheid. (na Luxemburg het hoogste nationaal inkomen in Europa) 4. 5. Lageropgeleiden zijn over de hele linie pessimistischer over de samenleving.

16. olifanten) Zonder andere mensen om hen heen. politiek) is Stuvia.com . 17. intensief contact Die langere tijd met elkaar omgaan en gezamenlijk normen en waarden ontwikkelen Bijvoorbeeld: gezin. De verwachting in 2009 was dat de financiële en economische crisis snel voorbij zou zijn. wolven. schoolklas. huishoudens met een hoog inkomen. Per jaar is 25% slachtoffer van criminaliteit: jongeren 40%. jongvolwassenen 34%. 15. 14. Opleidingsniveau geeft verschillen in vrijetijdsbesteding: laagopgeleiden kijken meer televisie. maar internetten minder en nog geen 50% van laagopgeleiden doet aan sport. Maar de economische crisis duurt voorlopig voort en zal gevolgen gaan hebben voor de kwaliteit van leven voor veel Nederlandse burgers • Sociale verbanden Mensen zijn sociale „dieren‟. ze kunnen niet zonder (aandacht van) elkaar en leven in groepen (zoals apen.13. team collega‟s Socioloog MERTON (VS. Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal vooral groot onder kerkgangers. vriendengroep. leren kinderen zich niet menselijk te gedragen • • • • • • • Sociologische „groep‟ Een overzichtelijke groep mensen Met regelmatig. De maatschappelijke participatie (vrijwilligerswerk. ouderen 16%. 4% van de bevolking is sociaal geïsoleerd. jaren „50) Klassieke sociologische indeling: GROEP COLLECTIVITEIT CATEGORIE .Dehoogopgeleiden.

vaste gedragspatronen Sterke sociale controle (binnenskamers) Bijv. schaatsfans. automobilisten.com . militairenkorps. kerk. doelgroepen • Sociale verbanden tussen groepsleden veel interactie Groep veel gemeenschappelijke waarden waarden (togetherness situation) weinig gemeenschappelijke .Stuvia. SOCIALE CATEGORIE een sociale categorie heeft als kenmerken: • • • • Een (anonieme) groep mensen Met één gezamenlijke eigenschap Zonder gemeenschappelijke waarden & normen Zonder onderlinge interactie & communicatie Bijv. bijstandsmoeders.a.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal • 1. gepensioneerden e. omroep. politieke partij. families • 2. koninginnedag • 3. vakbond. of oranjesupporters. GROEP Groepskenmerken (vervolg): • • • Gevoelens van saamhorigheid (wij-denken) Regelmaat. COLLECTIVITEIT een collectiviteit heeft als kenmerken: • • • • Grote groepering van mensen Met gemeenschappelijke belangen Zonder direct contact met elkaar Die ergens „lid‟ van zijn of worden bijv. studentendispuut.

Netwerk-analyse 3. klas of team spelen zichtbaar te maken. sociaal contact (informeel) (6) duurzaam of tijdelijk. Sociogram 2.com .Stuvia. vrije tijd etc. school. taakgericht (formeel) of intiem.nl • 2. met uitleg van jouw positie Bedenk minstens één privé-voorbeeld per „hoek‟ (thuis. sociogram 1. Demonstratie via website www. Organigram 4.) • Praktijkvoorbeeld GROEPskenmerken Behalve interactie (1) en waarden (2) zijn dat: (3) Onderscheid tussen wij en zij (in-&outgroup) (4) Open en gesloten groeperingen/subculturen (5) groepsdoel: zakelijk.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Collectiviteit sociale categorie geen (directe) interactie • Individuele opdracht Plaats jezelf in alle vier de hoeken van dit schema. voor langer of project • Groepen in beeld Sociologische instrumenten om groepen in kaart/beeld te brengen: 1. Sociale kaart • • 1. netwerk-analyse . sociogram Sociogram maakt het mogelijk om sociale verbindingen en relaties die in een groep. werk.sociogram. Heldere rapportages op basis van het Sociogram geven de totale groepscohesie en onderlinge aantrekking en afstoting tussen groepsleden weer in de socio-matrix en de socio-cirkel.

com . stag e • • • • Een sociaal netwerk is een groepering die één persoon als centrum of middelpunt heeft Die persoon is de „spin in het web‟ die met ieder netwerklid in contact staat Analyse is te maken voor je eigen netwerk of voor dat van een kind of jongere (op stage bijv.Stuvia.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal school werk. organigram „Kerstboom‟-plaatje van een organisatie: van onderaf tot boven Hiërarchie = rangorde gezagsverhoudingen • Organigram (bron: Fontys Pabo Den Bosch) .) 3.

waar mee samen gewerkt wordt of naar door verwezen wordt (relevant voor stages). Sociale kaart Een sociale kaart van een organisatie (bijv. school.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal gezi n student teamleide r • 4.Stuvia. zorginstelling. crèche) geeft een overzicht van aanverwante organisaties.com . Let op: sociale kaart is niet-commercieel! • Voorbeeld sociale kaart Reguliere school X werkt samen met: Speciale school Y . meestal hulpverlenend van aard.

psycholoog e. vrouwenrechten Industrialisatie Specialisatie en arbeidsdeling Vervreemding Beck‟s risicosamenleving Modernisering Kort maar krachtig in Wikipedia: “het geheel van samenhangende maatschappelijke veranderingen die vanaf de industriële revolutie hebben plaatsgevonden Deze veranderingen hebben een overgang tot stand gebracht van de traditionele standenmaatschappij naar de moderne samenleving. organigram.B. secularisering. rationalisatie en individualisering.Stuvia.d. oftewel de moderniteit. Deze processen worden aangeduid met begrippen als natievorming. . N. democratisering. Diezelfde school X verwijst door naar: Middelbare scholen in stad of regio Hulpverleners: logopedie. maar „kaartenbak‟ • Sociale structuren Voorbeelden van zojuist: sociogram. sociale kaart.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal - Schoolbegeleidingsdienst MEE. zuilen Sociale structuren zijn vastgelegde verhoudingen tussen sociale posities. bureaucratisering. bijv.a. die menselijk gedrag bepalen (definitie) en die duurzaam zijn. Jeugdzorg e. kaart is niet letterlijk. netwerk.com . maar niet onveranderlijk! (want mensen zijn flexibel en „groeien‟) • • PAUZE Deel 2: sociale verandering PROGRAMMA          • Sociale verandering = veelal modernisering Ferdinand Tönnies: Gemeinschaft vs Gesellschaft Gemeenschapsleven: collectivisme versus individualisme Platteland versus verstedelijking. urbanisering Sociale verandering: emancipatieprocessen.

Individualisme Bij het individualisme staat het recht op zelfbeschikking centraal.en landbouwnatie. grote persoonlijke vrijheid. modernisering. gemeenschapsleven. specialisatie en arbeidsvervreemding • • • • • • • • • • Sociale modernisering in NL Jaren ‟50: verzuiling. minder invloed van maatschappelijke instituties . spierkracht van mens en dier wordt in toenemende mate vervangen door machines. grote tolerantie. maar wat later vooral door stoom aangedreven. Het is daarmee het tegenovergestelde van individualisme. De eerste industriegebieden vormden zich in de tweede helft van de achttiende eeuw in Groot-Brittannië.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal • • • • • • • Gemeinschaft .Gesellschaft Gemeinschaft = (dorps)gemeenschap Gesellschaft = wisselende gezelschappen waarvan je deel uitmaakt ipv een gemeenschap Collectivisme Collectivisme is het stellen van het belang van de gemeenschap (het collectief) boven dat van het individu.Stuvia. weinig tolerantie. De industriële revolutie kwam er echter niet eerder dan ongeveer 1860 op gang. Arbeidsdeling en specialisatie Nederland bleef nog lang primair een handels. zonder dat anderen hem gaan opdringen hoe deze zijn leven zou moeten leiden. minder hierarchie. visserij en huisnijverheid. Industrialisatie = een proces waardoor de economie van een samenleving steeds sterker afhankelijk wordt van de industriële productie in plaats van de opbrengsten van landbouw. individualisatie. nieuwe moraal. verzorgingsstaat (verschuiving van solidariteit en verantwoordelijkheid).com . hoewel er al vanaf de late middeleeuwen een bescheiden vorm van industrialisatie plaatsvond met behulp van windkracht. hiërarchie. De machines werden er eerst nog met waterkracht. toenemende welvaart. veel tradities en zekerheid Jaren ‟70: ontzuiling. Industrialisatie leidt tot – – – arbeidsdeling. vaste kaders. Elk individu heeft het recht om zijn leven zelf in te vullen.

meer KEUZES. toenemend opleidingsniveau vrouwen. werk. Individualisering Van Gemeinschaft naar Geselschaft Toegenomen fysieke en sociale mobiliteit. Veel regelingen. Vaardigheden om met info om te gaan is VEREIST. horizontalisme Van formeel en onbeweeglijke sociale banden naar informele en beweeglijke sociale banden Deze ontwikkelingen zijn onomkeerbaar en zijn debet aan een toenemende mate van complexiteit in de samenleving. Posttraditioneel Toegenomen onzekerheid. DE waarheid bestaat niet meer. Complex en dynamisch Diversiteit aan leefvormen. 4. nieuwe waarden. Risicosamenleving • • 1. Risicosamenleving • • • • • • • • • • • • • . afstand en tijd en ruimte).  opleidingen. Individualisering 5. Behoefte aan kennis. schaalvergroting (netwerk. inter-generationele mobiliteit en intragenerationele mobiliteit Van wij naar ik Van uniformiteit naar diversiteit Van hiërarchie naar egalitariteit. etc  VEREIST vaardigheden om te kiezen. soc. secularisatie. 5. hogere lagen MASLOV. MEERDERE waarheden.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal • KENMERKEN HUIDIGE SAMENLEVING 1. bureaucratie. Groepen. zelfreflectie. meer zelfverantwoordelijkheid en zelfwerkzaamheid. culturen etc.com . Technologisering leidt tot enkel meer informatie! 2. Complex en dynamisch 3. kennis en inzichten. systemen en subsystemen. SNELHEID (communicatievormen)  continue maatschappelijke veranderingen 3. Posttraditioneel 2. Meerkeuzesamenleving Toegenomen mogelijkheid en noodzaak.Stuvia. Afnemende rol traditioneel kerngezin. nieuwe opvoeding van kinderen. nieuwe spiritualiteit. Meerkeuzesamenleving 4. nieuwe leefvormen.

Volendam. buitenland). hulp bij rampen (Enschede. drugsproblemen. Modern  postmodern  nieuwe risico‟s. voedselproblemen (ziektes in veestapel.com . milieuproblemen. Grotere bestaansonzekerheden en kwetsbaarheid. verontreiniging. nieuwe ziekten. meer auto‟s. internet) Nieuwe competenties • • • • • • • • • • • • • Hoorcollege 3: • • • • • • • • Sociologie Hoorcollege 3 Sociale beweging in organisatie Wat gaan we vandaag doen? Sociale bewegingen De vakbeweging De geschiedenis van de arbeidersbeweging Sociaal bewustzijn en maatschappelijke posities Idealisme . chemisch bereid voedsel).. Grote kans op verlies van baan of relatie. „verstekelingen‟. opkomen voor anderen en voor zwakkeren. denk aan vredesmarsen. vele particuliere initiatieven.Stuvia.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal • Individuen hebben steeds minder houvast aan vaste patronen. geen cohesie meer? Nee. nog veel solidariteit in NL. meer files en ongelukken. minder bescherming. afbrokkelende sociale samenhang (cohesie) met als gevolg minder (sociale) integratie  afnemende solidariteit?? Alsmaar negatief. alledaagse vriendelijkheid en hulpvaardigheid… Huidige samenleving Lerende samenleving Kennissamenleving Dienstensamenleving Allround deelnemers aan de samenleving Generalisten Leven lang leren Bijblijven Informatiesamenleving (ict.

eigen kansen creëren. machtsmiddelen Sociale bewegingen Men geloofd in meerdere of mindere mate in de maakbaarheid van de samenleving Sociale beweging: Een groepering van mensen.v. (prille begin van individualisme).com . collectieve actie de maatschappelijke ontwikkeling te beïnvloeden. • Verzelfstandiging van de vakbeweging: . • • Ontwikkeling vakbeweging Opkomst en zelfbewustzijn in wording: – – – Marx/Engels: Communistisch manifest arbeidersKLASSE als sociale beweging Moest eigen verantwoordelijkheid nemen.m.Stuvia. – – Doelen Middelen (Macht) • • • De vakbeweging = sociale beweging die opkomt voor de belangen van de arbeiders (van oorsprong) Oorsprong: vanaf de Franse revolutie. Bourgeoisie vs Feodale adel – – – Vrijheid Gelijkheid Broederschap • • • • Ontstaan van „arbeidersbewustzijn‟ als sociale categorie. De vakbeweging Rousseau: Niemand mag zo rijk zijn dat hij een ander kan kopen.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal • • • • • • Materialisme Historisch Materialisme (marxisme): Karl Marx Macht en machtsvormen. en niemand zo arm zich aan een ander te verkopen… Sociale arbeidersbeweging als categorie: – – – Ontstaan van referentiekader Aspiratiegroep Eigen identiteit. die op grond van gemeenschappelijke waarden en overtuigingen probeert d.

crisis eind 19e eeuw: verslechtering arbeidsomstandigheden/levenspeil/welzijn.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal – – – • • Econ. • • • Massastaking als machtsmiddel Ontwikkeling vakbeweging Begin 20e eeuw tot aan WOII: – – Nederlands Verbond van Vakverenigingen (NVV). sociale fondsen. Schaalvergrotingen en industrialisatie. Eerste CAO onderhandelingen tijdens WOI. maatschappelijke erkenning van de vakverenigingen. Vervreemding van leden vd vereniging .com . alternatief referentiekader: – – Utopisch denken. later overgegaan in FNV: Federatie van NL Vakverenigingen. Organisatie maakt macht! • • • – Centralisering en disciplinering Niet staken maar steunkassen ter overbrugging… Voorzieningen voor leden. groei: bezuinigingen en inflatiebestrijding. verzekeringen. Ontwikkeling vakbeweging Revolutie om kapitalisme omver te werpen. Kritiek op kapitalistisch systeem. klassenloze maatschappij Economische schaalvergroting leidde tot potentiële massabeweging. • • Ontwikkeling vakbeweging Tijdens wederopbouw na WOII: – – – – Deelname in SER Arbeidsverhoudingen Arbeidsvoorwaarden (bescherming wn) Bestaanszekerheid. verzekeringen  hoofddoel: volledige werkgelegenheid! • • Ontwikkeling vakbeweging Vanaf jaren „60: Machtsafbrokkeling – – Stagnatie econ. groei werkloosheid. soc.Stuvia.

Stuvia. Samenwerken werkgevers en vakbonden in verzet tegen toename overheidsinvloed. Flexibilisering arbeidsmarkt  gevolg: identiteitscrisis in de vakbeweging. overtuigingen. de technologische ontwikkeling staan centraal in vooruitgang. Twee varianten: .t. Begin jaren ‟80: gezamenlijk de werkloosheid en econ. niet ideeen maar „de economie‟. arbeidsverhoudingen. vakbonden en overheid met elkaar aan tafel gaan zitten om afspraken over arbeid te maken. maar centrale overheid wil sterkste rol in bepalen v. meer diensten. Kritiek: – – • • • Niet alles is realiseerbaar.v.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal – – Gedifferentieerde arbeidsmarkt.b. drijfveren… Comte: “vooruitgang komt door progressieve ontwikkeling van menselijk denken”. vandaar idee – idealist… De ideeën zijn het product van de context. Materialisme 3. omstandigheden Het materialisme Tegengesteld aan idealisme. • • • Poldermodel Neerlands trots: het poldermodel Het is de naam die gegeven wordt aan het Nederlandse consensusmodel waarin werkgevers. Idealisme 2. geloof.a. tijdsgeest. modernisering • • • • • • 1. arbeid.d. Sinds Balkenende: niet meer polderen.com . crisis te lijf! Nieuwe rol vakbond Ipv collectieve belangen meer coaching en dienstverlening aan individuen m. Historisch materialisme (Marxisme) • • • • • • Het idealisme Gaat uit van het menselijk vermogen zelf de toekomst te kunnen vormen Ideeën van mensen staan centraal (idee-alisme) Ideeen. minder industrie. Enkele sociaal maatschappelijke „stromingen‟ t.

vooruitgang is noodgedwongen. laat mensen geen keuze (bijv. kiesrecht. Technologisme: techn. 8-urige werkdag “Geef het volk brood en spelen…. Opkomst vakbonden. Bijv.Stuvia. bij ontslag). Gaat over het ongelijkheidsvraagstuk (mens centraal versus kapitaal centraal) Verdeling van arbeid en kapitaal in en samenleving Karl Marx: marxisme – – Communisme Socialisme • • Historisch materialisme Centrale begrippen: – – – – – – – – – Productieverhoudingen Productiemiddelen Kapitalisten Arbeiders Concurrentieslag Revolutie Opstand Klassenstrijd (tussen de twee klassen: bourgeoisie  proletariaat) Gelijkheid. vanaf ong.com .” Maatschappelijke tegenstellingen en macht . gsm‟s… Historisch materialisme Brug tussen idealisme en materialisme Grondleggers: Karl Marx en Friedrich Engels.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal – – • • • • • • Economisme: de economie bepaald. Sociale wetgeving. 1860. socialistische arbeidsverhoudingen • • • • • • Waarom in NL geen marxistische revolutie? Arbeiders hadden het „niet slecht genoeg‟. door concurrentiestrijd. voor de belangen van de arbeiders.

periode 2 Emancipatie & conflict (H.) beïnvloeding van anderen. – – – Wat wil je? Welke middelen heb je daarvoor tot je beschikking? Hoe zet je dat in? • • • • • • • • • • Welke machtsmiddelen zijn er? Machtsmiddelen Geweld. conclusie We zagen de opkomst van de vakbewegingen. overtuiging. Gebruik makend van machtsmiddelen kunnen mensen worden beïnvloed en gestelde (maatschappelijke) doelen worden bereikt. combinatie van idealisme. formele.com . de dolle mina beweging • Programma .De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal • Macht = 1. Sociale beweging kan ontstaan door samenwerking. als reactie op maatschappelijke ontwikkelingen. 2. agressie Beloning Manipulatie (onbewuste beïnvloeding) Geïnstitutionaliseerde macht: bevoegdheden.Stuvia.) middelen realiseren om deze doelen te bereiken en 3. hechte organisatie en machtshantering. rationele macht Charismatische macht Samenvatting. materialisme en historisch materialisme. hiërarchische macht. Hoorcollege 4: • • • Sociologie hoorcollege 4. ter bereiking van gestelde doelen. dwang. 10) Casus: Dolle Mina Bron: TV-serie Andere Tijden (VPRO) Aflevering: Mina en haar mannen (18 maart 2010) (gaan we aan einde college kijken) Over emancipatie vd vrouw. traditionele macht KENNIS.) deze middelen inzetten ter 4. Ontstaan door de tijdsgeest.) doelstellingen formuleren. Organisatie leidt tot resultaat.

Emancipatiebeweging Van een emancipatiebeweging is sprake als: 1.o. homoseksuelen • Onrecht(vaardigheid) Emancipatie is de strijd tegen onrecht. Emancipatiebewegingen 2. maatschappelijk of sociaal onrecht Dus geen onrecht van de natuur.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal 1. Kennisquiz en Filmcasus • 1.Stuvia. die wel onrecht bestrijden: bijvoorbeeld achterstand. Ontwikkeling Emancipatie 4. arbeiders.w. ongelijke rechten & kansen Zoals feministen.com .v. die d. andere groepen mensen • Sociale bewegingen Sociologische definitie sociale beweging: Een groep mensen met gemeenschappelijke waarden en overtuigingen („believers‟). lobbyclub Emancipatie. Die groep formuleert samen toekomstdoelen en streeft machtsvorming na. collectieve actie de maatschappij proberen te beïnvloeden of veranderen.zijn ook sociale bewegingen.m. d. Een sociale beweging streeft naar verbetering van de eigen sociale positie 2. De eigen groep onrecht ervaart t. bijv. dan houd ik ze arm” (over de textielarbeiders in de fabrieken anno 1900) • 2. • bewegingen Sociale bewegingen die geen onrecht bestrijden: bijv. Rechtvaardigheid . een handicap als blindheid of doofheid Die strijd gaat tussen bevoorrechten en achtergestelden en levert conflict op! • Oud citaat Tilburgse fabrieksdirecteur tegen pastoor: “Hou jij ze dom. Begrip Rechtvaardigheid 3.v.z. werkgevers.

zwervers. homo‟s! Zijn er nog emancipatiegroepen over? 2011  Moslims.com .z. langdurig werklozen. d. vrouwen. erfrecht 2. juridisch en ook moreel (recht) Maar hun sociale afkomst en ongelijke machtspositie veroorzaakt sociale ongelijkheid (krom) Hoe krijg je iets recht wat krom is? • • • • • Krantenknipsels “Hogeschool weigert „omgebouwde‟ student een diploma op nieuwe naam + geslacht” “Basisschool ontslaat homoseksuele leraar wegens praktiserende leefstijl” “Kinderdagverblijf weigert allochtone stagiaire wegens religieuze kleding” Rechtvaardigheden In NL is sprake van een stapel rechten: 1. Speciale behoeften: bijv. Capaciteit/vermogen: nadruk op eigen verantwoordelijkheid (wat kun je zelf?) • 3. Eigen verdiensten: NL = diploma-land 4. Conflict en een eigen identiteitsontwikkeling 3. studenten. gehandicapten 5. Verworven rechten: eigendom. maar ze zijn gelijkwaardig en verdienen gelijke kansen • Recht en krom Alle mensen zijn gelijk voor de grondwet. Strijd voor rechten . Bewustwording minoriteit (=minderheid) van afhankelijkheid van dominante groep 2. kansarmen? • Emancipatie-fasen Emancipatie verloopt altijd in 3 fasen: 1.Stuvia.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Wat is rechtvaardigheid? Begrip slaat op maatschappelijke verdeling van rechten en plichten Niet alle mensen zijn gelijk. Ontwikkeling emancipatie Is Nederland niet uit-geëmancipeerd? 2010  Arbeiders. Mars door de instituties = gevestigde orde 1. Formele gelijkheid: anti-discriminatie 3. illegalen.w.

Stuvia. fluwelen revoluties (bijv. conflict (2) • Emancipatie-fase 2 Conflict: „revolutionaire‟ emancipatie • • • Wie zijn onze tegenstanders? Waar staan wij zelf precies voor? Hoe bereiken we onze doelen? 3 reacties: acceptatie. radicale. Verdiep je in hun belevingswereld 2. midden• Emancipatie-paradoxen Paradox is een schijnbare tegenstelling Emancipatie kan ook opgelegd worden. bijv. door ontwikkelingswerkers in Afrika Uit een soort van zieligheids-syndroom Kan emancipatie ook in stilte (ipv conflict) plaats vinden? De zgn. Bestendiging verworven rechten • Emancipatie-fase 1 Bewustwording: „prille‟ emancipatie • • • Wat zijn eigenlijk onze rechten? Hoe krijgen wij gelijke rechten? Is dialoog de beste weg of acties? 3 wegen: acceptatie. zoals pedagogen…: 1. repressie • Emancipatie-fase 3 Institutie-mars: „voltooide‟ emancipatie • • • Onze hervormingswensen zijn bereikt Onze achterstand is (bijna) ingelopen We horen erbij. tegengas.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal 2. we hebben macht 3 groepen: gematigde.com . de pil) • Emancipatie-regels Voor mensen die met mensen werken. assimilatie. Onderzoek wat zij zelf wensen .

armoede. Lees dan ook de artikelen!!! Geschiedenis jeugdzorg en jeugdbescherming Vanaf ong. De abortusboot Women on Waves heeft last van de emancipatieparadox.Stuvia. beperkt sociaal bewustzijn etc. het verhaal van de paplepel en ingieten… Hoorcollege 5: • • • • Sociologie hoorcollege 5. geen mobiliteit. 2.en beleid Sociale ongelijkheid. ter voorkoming van en ter verbetering van is er jeugdzorg en specifiek jeugdbeleid…. Kennis-quiz 1. 3. met slechte toestanden • • • . De volgende sheets geven een beknopt overzicht. geen emancipatie. weinig macht. 1500 weeshuizen. periode 2 Jeugdzorg en Jeugdbeleid Brug vorige lessen naar jeugdzorg.com . • • • Film: Dolle Mina Film over emancipatiebeweging van vrouwen ofwel de feministen Vanaf de 1969 tot aan het jaar 1981 (invoering Nederlandse Abortuswet) was het hoogtepunt.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal 3. zijn de toekomst! Daarom. Homo-organisatie COC is een institutie geworden. Jongeren verdienen kansen. is natuurlijk niet bevorderlijk voor de welvaart van een land. Thema‟s uit sociologie die duidelijk in de film terugkomen: – – – – – – Sociale beweging Emancipatie (en fasen van emancipatie) Klassenstrijd en Socialisme Sociaal bewustzijn Sociale ongelijkheid Socialisatie. Respecteer hun leefstijl en keuzes Want jouw eigen socialisatie was ook toeval! • 4. maar zijn onvolledig. De Partij Voor de Vrijheid (PVV) is een voorbeeld van een sociale beweging. Stimuleer hun eigen autonomie 4.

armenscholen Vanaf 19e eeuw aandacht voor jeugdproblemen met psych. Naar meer preventie toe… Wet op de Jeugdhulp-verlening (1989) Uitgangspunten: • • • Hulpverlening zo kort. • • • • • • • • Na WOII: door soc. Vrijwillig boven justitieel Geen verkokering* maar samenwerking op uitvoeringsniveau Decentralisatie. wat belangrijk is etc. geestelijke gezondeheidszorg.79). licht. zorgverzekeraars. Veel maatschappelijke discussies over wat goed en slecht is voor jongeren. provincies.com .De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal • • • Vanaf 1750 meer overheidsbemoeienis. specifieke instellingen.  internaten. Wet bood kaders. hoe de hulpverlening het aan moet pakken. (beroeps)opleidingen. bescherming van het kind: – – – Jeugdstrafrecht Jeugdbescherming (ondertoezichtstelling) Voogdijraad (nu: Raad voor de Kinderbescherming) ontstond. individuele aanpak. en ped. naar provincies/stadsregio‟s. jeugdbescherming. Meer nadruk op ambulante en semi-residentiële hulpverlening dan op residentieel. (zie p. Veel vragen bleven onbeantwoord… * (tussen jeugdbescherming/justitie. nabij en tijdig mogelijk aanbieden. Overleg tussen jeugdhulpverlening. Begin 1900 : kinderwetten. gemeenten. Later (jaren ‟60) ontstond jeugdwelzijnswerk. invloeden. meer liefde en warmte bieden. jeugdgezondheidszorg/ volksgezondheid en jeugdhulpverleing/welzijn) • • • Jaren ‟90: Bureau Jeugdzorg in de kinderschoenen… Nog veel onderlinge verschillen tussen de opgerichte bureaus. verdere professionalisering Kleinschaligere instellingen. wetenschappen meer specialisatie.Stuvia. . Verdere ontwikkeling Specialisatie orthopedagogiek. iets minder slechte toestanden. maar was nog behoorlijk onvolledig en van samenwerking en samenhang kwam te weinig.

plus p89 over de Jeugdzorgbrigade… 3. veel versnippering. conflicten. sport. onafhankelijkheid. screening. leefomgeving Secundair: school.com . huiselijk geweld. Gedragsproblemen.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal • Nog geen wettelijke voorschriften. diagnose. psychische problemen bij ouders (of de kinderen).  Naar een „Wet op de Jeugdzorg‟ (2005). Cumulatie van factoren  grotere kans op problemen. cultuur • • • • • Gezinsbeleid Meer variatie in gezinsvormen dan vroeger In 90% van gezinnen gaat het relatief goed Probleemgezinnen: kindermishandeling (3-5%). Huidig jeugdbeleid Pedagogische dimensie van algemeen overheidsbeleid Jeugdbeleid dat is gericht op alle jeugdigen van bepaalde leeftijd. wonen. • • • • • • • Tevens: Advies en Meldpunt Kindermishandeling (AMK) Gescheiden van zorgaanbieders. zoals verlof. • • „Vernieuwde‟ BJZ… BJZ vervult… – – – – – Centale toegangsfuncties (aanmelding. jeugdcriminaliteit. schooluitval. werk. opvang etc. al dan niet veroorzaakt door gezinsfactoren als inkomen. 87. opleidingsniveau. opvang en peuterspeelzaal Tertiair: vrije tijd. 86. verslaving. kinderbijslag. scheiding. Gezinsondersteunend beleid vastgelegd in wetten. media.Stuvia. indicatiestelling) Ambulante hulpverlening Gezinsvoogdij Jeugdreclassering Cliënt begeleiding na indicatiestelling (casemanagement). Zie p 85. Dus nieuwe regering in 1998 wilde dit verder aanpakken en doorontwikkelen. verschillen etc. Maar ook combinatie werk-gezin faciliteren. Beleid naar leefmilieus: – – – Primair: gezin. • • . culturele achtergrond en gezinssamenstelling.

integreren en veiligheid Openbare ruimte. Peuterspeelzaal: vooral socialisatiedoelstelling. Onderwijs(beleid) Talenten ontdekken en stimuleren. achterstandswijken en sociale problemen. iedereen doet mee. huisvesting mogelijk maken. Brede school = Ontwikkelingskansen vergroten en volledige dagopvang door samenwerkingsverband tussen scholen met kinderopvang (KDV/ BSO). Onderwijsachterstandenbeleid. sociale activatie. werken.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal • • • • • • • • • • • • • Opvoedingsondersteuning. Welzijn en goede opvoeding start bij een goede huisvesting en prettige leefomgeving.b. Fusie tussen KDV en peuterspeelzaal??? Media • • • • • • • • • • • . Scholen verplicht om voor.en naschoolse opvang te bieden. door o. Leerplichtambtenaar tegen spijbelen Kinderopvang Beleid: ouders in staat stellen te werken. Regels voor kindbelang bij echtscheiding Wonen en leefomgeving = risicofactor. Buurtbeleid.Stuvia.com . „Vogelaarwijken‟. welzijnswerk en jeugdvoorzieningen. Voorbeeld: „Communities that Care‟ = risicoanalyse.a. Wel m. „Krachtwijken‟. Onderwijsachterstandenbeleid en uitvalpreventie (school. vervolgens effectief gebleken programma invoeren. Sterk gedifferentieerd onderwijsstelsel in NL.t. Tevens: naast opvang ook opvoeding(sondersteuning) Gigantische groeimarkt. Beleid: inkomen en zelfredzaamheid stimuleren. VVE. Beleid gericht op vergroten ervan. afname speelruimte. verdubbeling tussen 1999 en 2004. Streven dat iedereen met startkwalificatie het onderwijs verlaat. leren. „Prachtwijken‟: aandacht op wonen. schakelklassen en specifiek gemeentelijk beleid. met betrekking van de bewoners. maar geen speerpunt.en taal-)achterstand bij kinderen voorkomen en bestrijden. Leerplicht tot 18 jaar. preventie van schooluitval. sociale cohesie.

gunstige werking op div.. bibliotheken. Alcoholwet (niet <16). muziekscholen. subsidies. sport op scholen. gezondheidsklachten etc maar ook tot gedragsproblemen (oa bij kinderen). nu ong. chemie.en cultuur Cultuuronderwijs (CKV). Risico‟s aan openheid op internet. CJP etc. Sport Overheid stimuleert vanwege: gezondheidsbelangen. anti-rookbeleid. Vergelijkbare doelen en uitwerking als bij sport: welzijnsbevorderend. facilitering topsporters. kunstmatigheid... Voedselbeleid. motorische en sociale spellen. middel voor integratie allochtonen en versterking sociale cohesie. • • • • • • • • • • • • Hoorcollege 6: • • Sociologie hoorcollege 6. Afname aantal rokende jongeren. Expressie.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal • • • • • • • Twee kanten: positief (sociaal nut. Veel discussie over… Meer TV kijken. fronten. Subsidiëring van verenigingen. talentontwikkeling. 35 a 40%. Vet.com . integratie. internet en gamen dan buiten spelen.en zorginstrument.Stuvia. periode 2 Responsiecollege . Kunst. algemene ontwikkeling. Div. activering. 1988 55%. Financieel vraagstuk: bezuinigingen vanwege crisis vs. kinderen kunnen nog niet zelf informatie filteren. suikers. educatie. Gezondheid Opiumwet ter bescherming burgers (tegen zichzelf?). dans. sociale belangen. bio industrie  kan niet enkel leiden tot overgewicht. Sport als preventief jeugdbeleid. preventie voor kijken schadelijke films. saamhorigheid. opvoeding) en negatief (slechte of schadelijke invloed). friet in schoolkantine? Rookbeleid: ontmoediging. cohesie. sport als regulatief. activatie. Beleid in ontwikkeling. experimenten. hormonen.. misschien zelfs (jeugd)criminaliteit. verenigingen. ontmoedigingsbeleid en voorlichting. Kijkwijzer als voorbeeld specifiek beleid. re-integrerend en herstellend.

met 3 elementen: 1.com . Terugblik afgelopen lessen Sociale ongelijkheid Sociaal bewustzijn Sociale veranderingen.a. Ongelijkheid naar seksuele geaardheid: hetero. Beschikken over middelen („kapitaal‟) 3. Verschillen naar etniciteit / afkomst: autochtonen en allochtonen 5. modernisering Sociale beweging. Formuleren van doelstellingen 2. vormen van sociale ongelijkheid) • Sociale machtsongelijkheid Macht is het vermogen om vorm te geven aan eigen toekomst.en homoseksuelen 6. Sekse-ongelijkheid: man-vrouwverhoudingen 3. Terugblik afgelopen lessen 2. Sociaal-economisch: inkomensverschillen 2.Stuvia. Vragen en nabespreking stof • • • • • • • • • 1. georganiseerd handelen Macht Emancipatie Jeugdzorg Vormen van sociale ongelijkheid 1.v. Vermogen om anderen te beïnvloeden 3 x ja = machtig • • 3 x nee = onmachtig inkomenspyramide Gevolgen inkomenskloof Voor onderklasse / sociale minima: • Relatieve deprivatie = moderne armoede . (E. Leeftijds-ongelijkheid/discriminatie: jongeren versus ouderen 4.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal • Deze les 1.

oftewel de moderniteit. . horizontaal: „jobhoppen‟ op gelijk niveau 3. stijgende lijn 2. hun ouders (inter = tussen) Meritocratie: prestatiemaatschappij (merites = talent. intragenerationeel: intra = binnen jouw eigen generatie.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal • • • • • • Sociaal isolement. plus je best doen) • Sociale mobiliteit (vervolg) Diverse vormen van sociale mobiliteit: 1. registratie bij BKR in Tiel Voedselbank Klassenjustitie etcetera Sociale mobiliteit Sociale mobiliteit is stijging of daling op de maatschappelijke ladder (zie driehoek) In Nederland is anno 2012 sprake van: Intergenerationele mobiliteit: kinderen stijgen OF dalen t.Stuvia. intergenerationeel: hoger/ lager dan je ouders • Sociaal bewustzijn Wat verwacht je van het leven? Waar denk je „recht‟ op te hebben? Sociaal bewustzijn wordt gevoed door: • Socialisatie door ouders thuis Ervaringen in het onderwijs Eigen referentiekader (of: „bril‟) Modernisering Kort maar krachtig in Wikipedia: “het geheel van samenhangende maatschappelijke veranderingen die vanaf de industriële revolutie hebben plaatsgevonden Deze veranderingen hebben een overgang tot stand gebracht van de traditionele standenmaatschappij naar de moderne samenleving. verticaal: carrière maken. bureaucratisering.o.com . geen geld leuke dingen Schulden. studies stapelen 4. bijv.v. Deze processen worden aangeduid met begrippen als natievorming.

weinig tolerantie.v. toenemende welvaart. gemeenschapsleven. ter bereiking van gestelde doelen. – – – Wat wil je? Welke middelen heb je daarvoor tot je beschikking? Hoe zet je dat in? .De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal democratisering. vaste kaders.Stuvia. minder invloed van maatschappelijke instituties KENMERKEN HUIDIGE SAMENLEVING Posttraditioneel Complex en dynamisch Meerkeuzesamenleving Individualisering Risicosamenleving Sociale bewegingen • • • • • • • Sociologische definitie sociale beweging: Een groep mensen met gemeenschappelijke waarden en overtuigingen („believers‟). rationalisatie en individualisering. nieuwe moraal. middelen realiseren om deze doelen te bereiken en deze middelen inzetten ter beïnvloeding van anderen.m. minder hiërarchie. verzorgingsstaat (verschuiving van solidariteit en verantwoordelijkheid). Die groep formuleert samen toekomstdoelen en streeft machtsvorming na. • • • • • • Gemeinschaft . secularisering. grote persoonlijke vrijheid.com . modernisering. individualisatie. hiërarchie.Gesellschaft Gemeinschaft = (dorps)gemeenschap Gesellschaft = wisselende gezelschappen waarvan je deel uitmaakt ipv een gemeenschap Sociale modernisering in NL Jaren ‟50: verzuiling. grote tolerantie. collectieve actie de maatschappij proberen te beïnvloeden of veranderen. die d. • • Maatschappelijke tegenstellingen en macht Macht: doelstellingen formuleren. veel tradities en zekerheid Vanaf jaren ‟70: ontzuiling.

Conflict en een eigen identiteitsontwikkeling 3. Verdiep je in hun belevingswereld 2. een handicap als blindheid of doofheid Die strijd gaat tussen bevoorrechten en achtergestelden en levert conflict op! • Emancipatie-fasen Emancipatie verloopt altijd in 3 fasen: 1.Stuvia. De eigen groep onrecht ervaart t.o. nieuwe verworvenheden vastleggen • Emancipatie-regels Voor mensen die met mensen werken. hiërarchische macht. bijv. zoals pedagogen…: 1. formele. agressie Beloning Manipulatie (onbewuste beïnvloeding) Geïnstitutionaliseerde macht: bevoegdheden. d. rationele macht Charismatische macht Emancipatiebeweging Van een emancipatiebeweging is sprake als: 1. dwang. overtuiging. traditionele macht KENNIS. andere groepen mensen • Onrecht(vaardigheid) Emancipatie is de strijd tegen onrecht.z.w. Respecteer hun leefstijl en keuzes Want jouw eigen socialisatie was ook toeval! • Vragen en opmerkingen . maatschappelijk of sociaal onrecht Dus geen onrecht van de natuur. Mars door de instituties = gevestigde orde. Onderzoek wat zij zelf wensen 3.v. Een sociale beweging streeft naar verbetering van de eigen sociale positie 2. Stimuleer hun eigen autonomie 4.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal • • • • • • • • Machtsmiddelen Geweld.com . Bewustwording minoriteit (=minderheid) van afhankelijkheid van dominante groep 2.

wat vind je moeilijk? .com .Stuvia.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Interactief moment.

You're Reading a Free Preview

Download
scribd
/*********** DO NOT ALTER ANYTHING BELOW THIS LINE ! ************/ var s_code=s.t();if(s_code)document.write(s_code)//-->