P. 1
Reis Door de Tijd - Info bundel

Reis Door de Tijd - Info bundel

|Views: 2,605|Likes:
Published by jokeDU

More info:

Published by: jokeDU on May 28, 2009
Copyright:Attribution Non-commercial

Availability:

Read on Scribd mobile: iPhone, iPad and Android.
download as DOC, PDF, TXT or read online from Scribd
See more
See less

05/25/2012

pdf

text

original

5 .1 Een nieuwe wereld

5 .1.1 Geografische situatie

In de nieuwste tijd speelde zich de industriële revolutie af. Het zoeken naar
een verklaring voor deze industriële revolutie hangt van een aantal
factoren af:

•de bevolkingsexplosie zorgde voor goedkope
arbeidskrachten.
•Door nieuwe werktuigen om gebied van landbouw werd het
mogelijk om meer mensen te voeden.
•Er zijn tal van nieuwe uitvindingen op de markt gekomen.
Vooral veel nieuwe energiebronnen.
•Nieuwe politieke stromingen.

De bevolkingstoename was voor de economie van groot belang. Er
ontstond een grote vraag naar voedingsmiddelen, textielproducten,
gebruiksvoorwerpen…. Al die mensen moesten gevoed, gekleed worden
en er moest een woning voor gezocht worden. Dit was een zeer grote
uitdaging voor de economie.

Door de industriële revolutie zou aan deze grote vraag voldaan worden;
Door de toename van de bevolking waren er ook meer werkkrachten
beschikbaar. Meer en meer mensen ging dus in fabrieken werken en
minder op het platte land. De mensen die vroeger in hun huiskamer
hadden zitten werken, kregen nu een nieuwe werkplaats: de fabriek.

49

5.1.2 Woning

Wonen op het platte land: Rijke herenboeren

In goede landbouwgebieden, zoals in
Midden-België, woonden rijke
herenboeren in een grote stenen
boerderij met een pannendak. De
vruchtbare leemgronden brachten
veel op, vooral graan; De veestapel
telde veel dieren. Er waren grote
schuren en stallen nodig.

Voor de veiligheid waren die samen

met de woning aan elkaar gebouwd,
dikwijls in een vierkant.

Wonen op het platte land: Arme
pachters

In slechte landbouwgebieden, zoals
in de Kempen, woonden arme
pachters in een kleine lemen hoeve
met een strodak. Alle delen van de
boerderij lagen naast elkaar onder
één dak. Er was geen verdieping.
Zo’n hofstede was wel erg klein voor
één gezin.

De opbrengst was nauwelijks
voldoende voor één gezin. De
onvruchtbare zandgrond leverde een
magere oogst op. De veestapel was
klein. De schuur was dan ook niet
groot.

50

De stal lag naast de woonruimte, een lage kamer met een vloer van
aangestampte aarde. In die woonkamer was ook een grote open haard.
Boven het vuur werd in een grote ketel het wintervoer voor het vee
gekookt. De koeketel werd met een draaiboom vanaf het vuur via een leuk
naar de stal gedraaid.

Er werd hout, maar vooral turf gestookt. Voor de verlichting gebruikte men
en oliepitje, een zeer eenvoudige olielamp. Voor 1900 was er op het
platteland nog geen elektriciteit.

Arme boeren bezaten maar weinig meubels: een bed met een zak gevuld
met lang stro, een koffer voor het huishoudlinnen, een kast, een tafel,
enkele banken en een voetbankje.

Wonen in de stad: huurkazernes

Steeds meer arme lui verlieten de dorpen om zich in de steden te
vestigen. Daar was de industrie en dat betekende misschien werk. Hoop
op een betere toekomst.

Vlug was er woningsnood. Huiseigenaars buitten dat uit! De arbeiders
betaalden zeer hoge huurprijzen voor een éénkamerwoning van nauwelijks
4 bij 6 meter. De ruimte was slecht verlucht en verlicht. ’s Avonds brandde
men een stinkende petroleumlamp of vetkaars.

Met een kleine gietijzeren potkachel, gestookt met hout of met kolen,
verwarmde men zich.

Zulke krotten lagen meestal
in een tot huurkazerne
omgevormd herenhuis of in
een poortgebouw of beluik.
Poortgebouwen of beluiken
waren niet meer dan nauw,
meestal doodlopende
straatjes of steegjes.

Honderden gezinnen
moesten het stellen met
slechts een paar
waterpompen en enkele
gemeenschappelijke
toiletten. Het afvalwater
werd langs een open greppel, die gewoon door de straten liep, afgevoerd
naar een gemeenschappelijk riool waarop ook de toiletten waren
aangesloten.

51

Sommige bazen hadden het goed voor met
hun arbeiders. In de buurt van de mijn of
van de fabriek lieten ze eenvoudige, maar
handige arbeidershuizen bouwen in bak of
in natuursteen. Zo’n woning had beneden
meestal een woonkamer, een keuken en
een toilet. Beven waren er twee
slaapkamers. Één voor de ouders en één
voor de kinderen. Elk huis had bovendien
een kelder en een kleine tuin.

Natuurlijk hadden de mijn- of fabrieksbazen
hier voordeel bij. Zo kregen ze meer macht
over hun werknemers. Arbeiders die eisen
stelden of de reglementen overtraden,
verloren bij ontslag niet enkel hun werk

maar ook hun huis.

Wonen in de stad: herenhuizen

In de steden woonden de rijkelui in
aparte wijken met brede straten en
lanen. ’s Avonds werden die verlicht
met stadgaslantaarns. De grote
herenhuizen hadden zeer mooie
voorgevels.

Naast een gelijkvloers en een kelder
waren er ook nog andere
verdiepingen. Met zulke woningen
wilden de eigenaars hun rijkdom
laten tonen.

Het gelijkvloers bestond uit een ontvangstruimte en
een vestiaire. Meestal was er ook een enorm
trappenhuis. De voornaamste kamers waren het
salon en de eetkamer. Die bevonden zich op de
eerste verdieping. In de kelder waren de keuken, de
voorraadkamer en de personeelsverblijven.

Deze huizen hadden parketvloeren en hadden zeer
prachtige meubels. Meestal een nabootsing van
vroegere stijlen.

De kamers werden verwarmd met vulkachels,
gestookte met kolen. Datzelfde gas diende ook voor
de verlichting. Er werden ook nog regelbare
olielampen gebruikt. Pas op het einde van de 19de

eeuw deed de
elektrische verlichting haar intrede, maar dan wel alleen in de huizen van
de rijkelui.

52

5.1.2 kledij

De kleding werd Fransen en erg opvallend.

Mannen

De mannen droegen een korte of lange vest, een nauwe jas met brede
omslagen en hoge kraag en een broek tot onder de knie. De kin zat
verborgen achter een grote strik of das, terwijl de haren los tot op de
schouders hingen.

Een hoge hoed of een steek, een wandelstok en schoenen met een
scherpe punt voltooide de kledij.

Vrouwen

De vrouwen hielden het bij losse, lange en diep uitgesneden kleden. Deze
kleden waren zeer lucht. Het haar werd met een diadeem opgebonden. Op
hun hoofd droegen ze een capeline ( hoed ) met vooraan een grote boord.

53

You're Reading a Free Preview

Download
scribd
/*********** DO NOT ALTER ANYTHING BELOW THIS LINE ! ************/ var s_code=s.t();if(s_code)document.write(s_code)//-->