P. 1
Samenvatting Verzorgen van mensen met een chronische lichamelijke aandoening

Samenvatting Verzorgen van mensen met een chronische lichamelijke aandoening

|Views: 89|Likes:
Published by Stuvia.com
Samenvatting van volledig boek
Samenvatting van volledig boek

More info:

Published by: Stuvia.com on Aug 21, 2013
Copyright:Traditional Copyright: All rights reserved
List Price: $6.70 Buy Now

Availability:

Read on Scribd mobile: iPhone, iPad and Android.
See more
See less

11/11/2013

$6.70

USD

pdf

Samenvatting Verzorgen van mensen met een chronische lichamelijke aandoening

door

Daantje84

De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal
Koop en Verkoop al je samenvattingen, aantekeningen, onderzoeken, scripties, collegedictaten, en nog veel meer..

www.stuvia.com

Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal

SAMENVATTING VERZORGEN VAN MENSEN MET EEN CHRONISCHE LICHAMELIJKE AANDOENING!

Thema 1 Oriëntatie op de zorg voor mensen met een chronische lichamelijke aandoening Thema 2 De zorg voor mensen met een chronische lichamelijke aandoening Thema 3 Contextgebonden zorgverlening

Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal

Thema 1 Oriëntatie op de zorg voor mensen met een chronische lichamelijke aandoening Gezondheidsproblemen › ICF  International Classification of Functioning, disability and health  Dit is een begrippenstelsel waarin je het functioneren en de problemen van chronische lichamelijke aandoeningen zo beschrijft, dat deze slechts voor één uitleg vatbaar zijn.  Er wordt uitgegaan van 3 perspectieven: o Stoornissen, als het gaat om problemen omtrent functies en anatomische eigenschappen o Beperkingen, als het gaat om problemen die zich voordoen in activiteiten o Handicaps, als het gaat om problemen die zich voordoen bij het deelnemen aan de samenleving  Daarnaast worden de persoonlijke- en externe factoren betrokken bij de beschrijving, omdat deze van invloed zijn op hoe iemand met zijn aandoening omgaat. Stoornissen  Iedere afwezigheid of afwijking van een anatomische, fysiologische of psychologische functie  Stoornissen zijn gevolgen van een aandoening of een aandoening op het lichamelijke niveau.  Bijvoorbeeld: pijn, concentratiestoornissen, taalstoornissen of zintuiglijke stoornissen. Beperkingen  Vermindering of afwezigheid van de mogelijkheid iets te doen wat voor een mens normaal is  Beperkingen kunnen gevolgen zijn van een stoornis  Bijvoorbeeld: minder goed lopen, veroorzaakt een beperking in het verplaatsen of in de persoonlijke verzorging Handicaps  Gevolg van stoornissen of beperkingen voor het sociaal maatschappelijk leven  Andere term die gebruikt wordt is participatieprobleem  Niet iedere beperking hoeft een probleem op te leveren  Met hulpmiddelen, de omgeving, de steun van mensen en de eigen beleving is deelname aan het maatschappelijk leven vaak mogelijk Kenmerken van mensen met een chronische lichamelijke aandoening  Onderverdeling te maken in: o Chronische zieken o Lichamelijk gehandicapten o Revaliderenden Chronische zieken  Behandeling is gericht op het bestrijden van symptomen of het voorkomen van erger  Die zijn mensen die lijden aan een onomkeerbare aandoening zonder uitzicht op volledig herstel  De aandoening kan zowel lichamelijk als psychisch zijn  Er is sprake van een chronische aandoening als de aandoening: o Minimaal 6 maanden duurt o Er geen genezing mogelijk is o Er gevolgen zijn voor activiteiten of maatschappelijke participatie o Er een beroep gedaan wordt op de gezondheidszorg

Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal

Indeling van lichamelijke aandoeningen qua verschijningsvormen en beloop: o Het begin van de aandoening o Het verloop van de aandoening o De levensverwachting o De mate van invalidering o De hoeveelheid aandoeningen o De bekendheid van de aandoening o De aantoonbaarheid van de aandoening Lichamelijk gehandicapten  Onderscheid maken naar handicaps in: o Het dagelijks leven o Het huishouden en de woning o De mobiliteit o Het volgen van onderwijs o Arbeid en economische zelfstandigheid o Bezigheden als uitgaan, sport en andere vrijetijdsbestedingen Revaliderenden  Revalidatie: het zoveel mogelijk herwinnen van de lichamelijke mogelijkheden van iemand. Het doel is een zo groot mogelijke mate van zelfstandigheid.  Om te revalideren moet: o Een verbetering in het functioneren mogelijk zijn o Een zorgvrager gemotiveerd zijn o Een zorgvrager lichamelijk en geestelijk in staat zijn om nieuwe dingen aan te leren  Voorwaarde is dat er sprake is van een stoornis die zonder revalidatie niet of niet geheel zal herstellen.  Kenmerk van revalidatie is een multidisciplinaire behandeling.  Het programma bestaat uit verschillende onderdelen en is vaak zwaar om te volgen.  Een revalidatieteam kan bestaan uit: o Verpleegkundigen en verzorgenden o Een fysiotherapeut o Een ergotherapeut o Een logopedist o Een diëtist o Een psycholoog o Een maatschappelijk werker o Een activiteitenbegeleider o Een geestelijk verzorger o Een orthopedisch schoenmaker o Een instrumentenmaker  Mogelijkheden om te revalideren: o Dicht bij huis o Op de afdeling reactivering o In het revalidatiecentrum, indeling naar de aard van hun aandoening:  Orthopedie: aandoeningen aan het houdings- en bewegingsapparaat  Aandoeningen aan de organen: astma of een hartaandoening  Neurologie: aandoeningen aan het zenuwstelsel, zoals MS, dwarslaesie en CVA

com .  Vrouwen gaan vaker naar een fysiotherapeut dan mannen  Vooral chronisch zieken met lichamelijke beperkingen en mensen met een chronische aandoening van het bewegingsapparaat. werk en participatie.  Met de verzamelde gegevens wordt het beleid ten aanzien van deze mensen ontwikkeld Mensen met een chronische lichamelijke aandoening ervaren problemen bij het vinden van werk. Bezoek medisch specialist  Gemiddeld gaan mensen met een chronische aandoening 5 x per jaar naar de specialist  Het vaakst gaan mensen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering en mensen met meerdere aandoeningen Bezoek fysiotherapeut  25% van de mensen met een chronische aandoening gaan naar een fysiotherapeut.  Twee x per jaar worden vragen aan hun voorgelegd.en leefsituatie van mensen met een chronische aandoening of handicap.Stuvia. dit komt omdat:  Veel niet werken en vaak een uitkering hebben  De aandoening vaak extra kosten met zich meebrengt Veel voorkomende chronische lichamelijke aandoeningen  Diabetes Mellitus  Chronische nierinsufficiëntie  Multiple Sclerose  Chronisch hartfalen  CVA  Reuma  COPD (verzamelnaam voor chronische bronchitis en longemfyseem)  Kanker  Aids Solidariteitsbeginsel Principe waarbij de totale kosten worden verdeeld over iedereen. vragen kunnen gaan over gezondheid en kwaliteit van leven. bezoeken de fysiotherapeut NPCG het Nationaal Panel Chronisch ziekten en gehandicapten  Deze organisatie verzamelt gegevens over de zorg. inkomen. mensen zonder 3 tot 4x.  Als iemand meerdere chronische aandoeningen heeft. . ziektekosten en verzekeringen. bezoekt hij vaker een huisarts dan iemand die maar één chronische aandoening heeft.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Co-morbiditeit Dit is de aanwezigheid van twee of meer chronische lichamelijke aandoeningen Zorggebruik van mensen met een chronische lichamelijke aandoening  Huisarts  Medisch specialist  Fysiotherapeut Bezoek huisarts  Gemiddeld gaan mensen met een chronische aandoening 6 x per jaar naar de huisarts. Deze mensen hebben vaak een zwakkere financiële positie.

Een aantal meer algemene wetten en regelingen die van belang zijn voor mensen met een chronische lichamelijke aandoening zijn:  De Wet Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO)  De Kwaliteitswet Zorginstellingen  De wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (BIG)  De wet op het Persoons Gebonden Budget (PGB). De overheid heeft gekozen voor concurrentie bevorderende maatregelen.  Het aanvragen van een vergoeding gaat via de gemeente. o Lobbyactiviteiten. Patiëntenorganisaties  Organisaties die belangen behartigt van een specifieke groep zorgvragers.com . Privatisering Terugtrekken van de overheid en het leggen van meer verantwoordelijkheden bij organisaties. aangepast meubilair. Belangenbehartiging Opkomen voor de belangen van een bepaalde doelgroep. om de problematiek van een specifieke groep onder de aandacht te brengen door te lobbyen in Den Haag. zorg. Nationale Commissie voor Chronisch zieken  Opgericht door de overheid.  Opgericht in 2003. bijvoorbeeld huisvesting en hulpmiddelen.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Individualisering Zelfstandigheid en zelfbeslissing worden steeds belangrijker.en vervoersvoorzieningen beschikbaar.  De belangrijkste activiteiten: o Lotgenotencontact o Voorlichting o Advies en bemiddeling in allerlei problemen die verband houden met de aandoening.  Deze commissie moet de gemeenschappelijke problematiek signaleren en de informatiestromen stimuleren.  Gedacht moet worden aan aanpassingen in huis.  Door deze aanpassingen zijn zorgvragers in staat langer zo zelfstandig mogelijk te functioneren. Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)  Op basis van deze wet zijn woon-. in het beroepsonderwijs en in het openbaar vervoer. .Stuvia.  Hierbij werken ze samen met patiëntenorganisaties en zorgaanbieders Wet Gelijke Behandeling van Gehandicapten en Chronisch zieken  Deze wet geeft mensen met een handicap recht op gelijke behandeling op de arbeidsmarkt. rolstoelen en taxivervoer. problemen en wensen onder de aandacht brengen bij de politiek en het publiek.

leuke dingen als uit eten gaan.  Familiezorg: zorg waarbij de familie een actieve rol speelt.  Nodig voor een opname in een verzorgingshuis. ontspanningsoefeningen. verpleeghuis of voor hulp van de thuiszorg.  Hierdoor ontstaat een groter zelfvertrouwen en is er meer eigenwaarde. zelfbewustzijn en ontwikkelt een positie zelfbeeld.  Het verhoogt het zelfvertrouwen. Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verantwoordelijk voor de vaststelling van het recht op zorg in de:  Ouderenzorg  Thuiszorg  Verpleeghuiszorg  Gehandicaptenzorg  Geestelijke gezondheidszorg . Ervaringsdeskundig  Deskundigheid van de zorgvrager door ziekte-ervaring. De zorg kan bestaan uit massage. heeft een gelijkwaardige positie in het proces. Empowerment  De zorgvrager houdt zelf de regie over de zorgverlening. Uitgangspunt is dat de zorgvrager er recht op heeft om te genieten en mooie dingen te zien of te doen.com .De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Verzorgenden en instellingen zijn voortdurend bezig met het verbeteren van de zorg of het toepassen van de zorg vanuit een bepaalde visie.Stuvia. Ontschotting Ontwikkeling waarbij bestaande scheidingen tussen werkvelden en geldstromen worden opgeheven.  Warme zorg: zorg waarbij een milieu van veiligheid. Er zijn twee manieren om voor zorg in een instelling in aanmerking te komen:  Verwijzing  Indicatie Indicatie  Bepaling van aard en hoeveelheid zorg. winkelen of samen vissen. het ziektegevoel en de mogelijkheden. Het gaat om gewone.  Deze zorgvragers zijn vaak geestelijk enorm gegroeid en hebben een groot doorzettingsvermogen ontwikkeld. Onderdeel van belevingsgerichte zorg.  Vraaggestuurde zorg: de zorgvrager bepaalt zelf het zorgaanbod. Uitgangspunten hierbij zijn het levensverhaal.  Verwenzorg: extra zorg voor langdurig zieken.  Belevingsgerichte zorg: het zorgaanbod wordt vanuit de beleving van de zorgvrager bepaald. Deze zorg gaat uit van het zelfhelend vermogen van de zorgvrager.  Complementaire zorg: zorg die aanvullend is op de traditionele zorg.  De zorgvrager wordt in staat gesteld zelf te beslissen en te handelen. gebruik van etherische olie of voeding. bijvoorbeeld:  Vraaggerichte zorg: professionele zorg die is afgestemd op de wensen en verwachtingen van de zorgvrager.  Deze indicatie wordt afgegeven door het Centrum Indicatiestelling Zorg. met als resultaat dat uitgangspunten leiden tot een bewust beleid. warmte en bescherming geschapen wordt.  De zorgvrager moet inbreng hebben in het zorgproces en zelf kunnen meebeslissen.

 Voorbeelden: o Zorgketens o Substitutie  .  Het CIZ is een landelijk centrum voor indicatiestelling. De zorgvrager kan voor alle beschreven functies.  Gaat om zorgvragers die intensieve zorg of begeleiding nodig hebben. naar het toilet gaan. aankleden.com . douchen.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Het CIZ geeft.  De verantwoordelijkheid om de zorgvrager de juiste zorg te bieden. standaard indicatieprotocollen. Intramurale zorg  Zorg binnen de muren van een instelling. bij activiteiten thuis en buiten de deur zoals dagopvang. o Verblijf. een persoonsgebonden budget (PGB) aanvragen. omdat: o Steeds meer mensen zelfstandig willen blijven wonen o De vergrijzing en de individualisering toenemen Semimurale zorg  Zorg aangeboden vanuit een instelling aan een zorgvrager die thuis woont  Bijvoorbeeld.  De thuiszorg heeft verschillende diensten in zijn pakket.v. waarbij sprake is van systematische.  Redenen hiervoor zijn de toenemende mondigheid van de zorgvrager en wijzingen in de wetgeving en financiering van de zorg. o Verpleging. wordt echter gemeenschappelijk gedragen. zoals opname in een verpleeg. zij kunnen daardoor tijdelijk of blijvend niet meer thuis wonen.  Het indiceert voor functies (onderdelen waarop geïndiceerd wordt) die in de AWBZ genoemd worden: o Behandeling. logeermogelijkheden of een poliklinische behandeling.of verzorgingshuis. behalve de functie verblijf. zoals instructie bij het gebruik van medicijnen. een advies over de aard.  Voorbeeld van deze zorg: o Ziekenhuizen o Verzorgingshuizen o Verpleeghuizen o Instellingen voor lichamelijke gehandicapten o Hospices Extramurale zorg  Zorg die thuiszorgorganisaties buiten de muren van een instelling verlenen. zoals leren omgaan met de handicap of problemen. langdurige en multidisciplinaire zorg o Persoonlijke verzorging. somatische of psychogeriatrische dagopvang in een verpleeghuis. hulp bij alledaagse handelingen zoals opstaan. m. Transmurale zorg  Zorg waarbij diverse disciplines en instellingen samenwerken. ook crisisopvang. wondverzorging of beademing.b.Stuvia. o Ondersteunende begeleiding. eten en drinken. inhoud en omvang van de zorg die noodzakelijk is.  Er zal steeds meer vraag naar thuiszorg komen. o Activerende begeleiding.

verpleeghuis. waardoor een zorgvrager snel ontslagen kan worden uit het ziekenhuis. ziekenhuis. Door intensieve samenwerking wordt de juiste zorg op het juiste moment en op de juiste plaats geboden.Stuvia.  In de praktijk blijkt dat de doelen van de ketenzorg niet overal gehaald worden: Doelen van ketenzorg Samenhang en continuïteit van zorg Verkorten van wachttijden Verhogen van de tevredenheid van patiënten Eenduidige informatie bij alle hulpverleners Terugdringen van het verkeerde bed problematiek Terugdringen van regelgeving en bureaucratie Omlaag brengen van de zorgkosten per patiënt Transferpunten  Zorgt ervoor dat de doorstroom van zorgvragers juist verloopt. Een CVA-keten bestaat uit: huisarts. . Elektronisch patiëntendossier (EPD)  Geautomatiseerd dossier met medische gegevens. zodat zorgvragers op de juiste plaats zorg krijgen. waarbij de instellingen die te maken hebben met een behandeling afspraken gemaakt. revalidatiecentrum en thuiszorg.  Aanwezig in ziekenhuizen.com . ambulancedienst.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Zorgketens  Instellingen werken samen waarbij de zorg naadloos op elkaar aansluit en er informatieuitwisseling is. In verschillende regio’s in Nederland zijn CVA-zorgketens. een verpleeghuis ondersteunt het verzorgingshuis door multidisciplinair overleg. Substitutie  Het geheel of gedeeltelijk vervangen van het bestaande zorgaanbod door andersoortige zorg.  Zorgvragers kunnen makkelijker gevolgd worden door de diverse zorgverleners.  Bijvoorbeeld: een verzorgingshuis krijgt een verpleegunit.  Hierdoor komt informatie snel en makkelijk beschikbaar voor iedereen. Knelpunten in de ketenzorg Geringe doorstroom van de patiënten Organisatie van de nazorg Opzetten van patiëntenvoorlichter Informatieoverdracht tussen hulpverleners Hulpverleners voelen zich nog niet verantwoordelijk genoeg voor hulpverlening buiten hun eigen domein.  Het doel is om te komen tot zorg op maat en kostenbesparing.

werkprocessen en competenties. aangepast een die beroepssituatie. Bij verzorgende worden twee kerntaken in het kwalificatiedossier genoemd:  Bieden van zorg en ondersteuning op basis van het zorgdossier  Uitvoeren van organisatie. Kerntaak  Een taak die specifiek bij het beroep hoort.en verzorgingshuizen en thuiszorg (VVT)  Gehandicaptenzorg (GHZ)  Geestelijke gezondheidszorg (GGZ)  Kraamzorg (KZ) Een langdurige zorgverleningsrelatie heeft voordelen:  Je leert elkaar goed kennen en je weet wat je aan elkaar hebt  Je hebt als verzorgende snel door of er iets aan de hand is  Je krijgt informatie die je kunt gebruiken bij het bepalen van de zorg  Je bent beter in staat de zorg aan te passen aan de behoefte van de zorgvrager .  Het kent een begin en een eind.com . vaardigheden en verworven beroepshouding op het goede moment en op de juiste manier gebruikt. heeft een resultaat en is te herkennen in de beroepspraktijk.  Je bent pas competent als je kennis. Competenties  Bekwaamheden die je moet hebben om dat werkproces in elke beroepssituatie uit te kunnen voeren.en professie gebonden taken Werkproces  Een afgebakende beroepsactiviteit binnen een kerntaak. zoals:  Nieuwe wetten en regels van de overheid  Vergrijzing van de bevolking  Toename van het aantal mensen met een of meer chronische lichamelijke aandoeningen  De emancipatie van de zorgvragers  De individualisering van de samenleving Door deze ontwikkelingen verschuift de nadruk in de gezondheidszorg van ‘cure’ naar ‘care’. Het kwalificatiedossier onderscheidt de volgende branches waarin de verzorgende werkzaam kunnen zijn:  Verpleeg. Dat vereist dat je de situatie goed ingeschat en beoordeeld hebt.Stuvia. Het kwalificatiedossier verzorgende IG beschrijft wat vereist is voor een beginnende beroepsbeoefenaar.  Om werkprocessen goed uit te kunnen voeren moet je over beschikken over bepaalde competenties. Het beroepsmatig handelen van de verzorgende is beschreven in kerntaken.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Thema 2 De zorg voor mensen met een chronische lichamelijke aandoening De gezondheidszorg heeft te maken met allerlei ontwikkelingen in de maatschappij.

door:  Een zorgvrager gerichte. waarin je de zorgvrager met respect behandelt en rekening houdt met zijn gewoonten. o Vermijden en afwachten = verstandelijk en vluchten. zijn zorg. bewaken van eigen rol en grenzen.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Een langdurige zorgverleningsrelatie brengt ook een aantal risico’s en mogelijke negatieve gevolgen met zich mee:  Een te grote betrokkenheid brengt de afstand in gevaar die je nodig hebt voor een professionele relatie.  Gezamenlijkheid. bij een chronische aandoening is het van belang voor het verloop van de aandoening.  Een goede beroepshouding aan te nemen. o Afleiding zoeken = emotioneel en vluchten. de zorgvrager bepaalt zelf wat er gebeurt met zijn situatie.Stuvia.  Autonomie. wat erg teleurstellend kan zijn.  Het perspectief van de zorgvrager is het standpunt van waaruit hij tegen zijn aandoening. Ga bewust om met de zorgverleningsrelatie die je hebt. zijn leven en zijn toekomst aankijkt. waarbij de verwachtingen en wensen van de zorgvrager inventariseert en er rekening mee houdt. Hierdoor kan de zorgvrager verschijnselen van hospitalisering gaan vertonen. Perspectief  De manier waarop je er tegen aan kijkt of het standpunt van waaruit je er tegen aan kijkt. inbreng van zorgvrager en naasten ins gelijkwaardig aan de professionele deskundigheid.  Je bewust te zijn van de mogelijke negatieve gevolgen van een langdurige zorgverleningsrelatie  Je relatie en je contact te bespreken met je collega’s. o Sociaal steun zoeken = emotioneel en vechten. Uitgangspunten bij vraaggerichte zorg:  Gelijkwaardigheid. zorg is een opdracht van alle betrokkenen.  Er ontstaat een bepaalde routine bij dingen die je vaak en regelmatig doet.  Het heeft invloed op: o Het hanteerbaar maken van de aandoening o Het voorkomen van verergering o Het bevorderen van het herstel dat nog mogelijk is  Copingstijlen zijn manieren om met een probleem om te gaan. zijn lichaam en zijn leven. ondanks alle inspanningen en energie. zodat je ook hun ervaringen hoort  Ruimte te geven en te nemen voor emoties  Regelmatig met de zorgvrager de zorgverlening én de zorgverleningsrelatie te evalueren Coping  De manier waarop je met problemen omgaat.  De gezondheidstoestand van de zorgvrager gaat te snel achteruit.com . kunnen stereotyperingen en vooroordelen een rol gaan spelen. waarden en normen. . individuele benadering te kiezen.  Gepastheid. 4 soorten: o Actief aanpakken = verstandelijk en vechten.

Standaardzorgplannen  Dit zijn zorgplannen voor een groep zorgvragers met een gemeenschappelijk kenmerk.  Mee te kunnen praten over de zorg. zijn anamnese en zijn levensgeschiedenis  Overzicht van de medicatie  Overzichten van meetwaarden van lichamelijke observaties  Overzichten van hulpmiddelen. zoals revalidatie  Het bewaken van de kwaliteit van het leven van de zorgvrager  Het tijdig aanpassen van de zorg aan veranderende omstandigheden Blijvende resultaten zijn vaak kenmerkend voor mensen met een chronische lichamelijke aandoening. hebben vaak betrekking op helpen. de meest haalbare zorgresultaten en de meest passende zorgactiviteiten van zo’n groep zijn bij elkaar gezet.Stuvia.  Rekening houdt met de emoties van de zorgvrager  Rekening houdt met de ervaringsdeskundigheid van de zorgvrager  Niet je eigen perspectief uit het oog verliest Methodisch werken De zorg die verleend wordt is bewust. Monitoring betekent controle houden op het zorgproces. ze kunnen betrekking hebben op:  Het voorkomen van verslechtering van de situatie of het voorkomen van complicaties  Het op lange termijn verbeteringen bereiken. waarbij het mogelijk is om vast te leggen welke hulpmiddelen er zijn en door wie zij gebruikt worden. Bijdrage als verzorgende bij vraaggerichte zorg:  Actief moeite doet om inzicht te krijgen in het perspectief van de zorgvrager.  Positief benaderd worden. Bij zorgvragers met een chronische lichamelijk aandoening komend vaak langetermijnresultaten voor.  De functies van een standaardzorgplan: o Het vergemakkelijkt het maken van een individueel zorgplan. Onderdelen van een administratiesysteem in een instelling:  Zorgplannen en werkplannen  Zorgrapportages  Gegevens over de zorgvrager. maakt het mogelijk om zichzelf te blijven en zijn zelfstandigheid te behouden in het zorgproces.com . systematisch en doelgericht aangepakt.  De gemeenschappelijke zorgproblemen.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Zorgvrager moet om vraaggerichte zorg te kunnen bieden:  Goed geïnformeerd zijn. Het zorgplan is hierbij een cyclisch proces. ondersteunen en begeleiden om de kwaliteit van het leven te behouden of op het voortdurend verlichten van lijden en ongemak.  Informatie en voorlichting geeft over alles wat met de zorg te maken heeft. vergelijkbaar en bespreekbaar o Het is goed te gebruiken bij het onderwijs . voor bepaalde medische behandeling. een levensfase of een ingrijpende gebeurtenis. toetsbaar. zorgvrager heeft hierdoor de mogelijkheid betrokken en invloed te hebben op het zorgproces. om zo keuzes te kunnen maken en beslissingen te kunnen nemen.  Een duidelijk beeld hebben van de organisatie van de zorg. o Het maakt de zorg inzichtelijk.

Daarnaast veranderen behoefte aan zorg en sociale steun.  Worden vaak opgesteld door beroepsverenigingen.  Het vraagt om aanpassing. welke zorg hij kan krijgen. gedragsveranderingen en het bijstellen van de toekomstverwachtingen. Transitie  Een ander woord voor overgang.  Ze zijn te algemeen en niet toegespitst op het werkveld of de instelling waar de zorgvrager verblijft.  Zijn regionaal opgesteld en er zijn meerdere hulpverleners en instellingen bij betrokken. Kenmerken succesvolle transitie Kenmerken niet-succesvolle transitie Nieuwe betekenis toekennen aan situaties en Zich verzetten tegen nieuwe betekenissen omstandigheden Verwachtingen bijstellen Onrealistische verwachtingen blijven koesteren Gewoontes veranderen Vasthouden aan oude gewoontes Nieuwe kennis opdoen en nieuwe vaardigheden Niets bijleren ontwikkelen Continuïteit bewaren Ervaren van discontinuïteit Nieuwe keuzes maken Nieuwe keuzes vermijden Kansen voor groei grijpen Kansen voor groei niet nemen . wat zijn eigen rol is in het ziekteproces en welke ondersteuning hij van verschillende zorgverleners kan krijgen. wensen en behoeften van deze zorgvrager. De groep zorgvragers met een chronische lichamelijke aandoening heeft als gemeenschappelijke kenmerken dat:  Ze chronisch ziek zijn  Blijvende beperkingen en handicaps hebben  Langdurige zorg nodig hebben Op grond van deze gemeenschappelijke kenmerken kan een standaardzorgplan voor een zorgvrager met een chronische lichamelijke aandoening opstellen. cliëntenorganisaties en zorgverzekeraars Zorgprogramma’s  Beschrijven het hulp. Zorgstandaarden  Beschrijven in het algemeen wat de beste zorg is voor zorgvragers met een bepaalde chronische aandoening.com .  Het volgt de stappen van het zorgproces  Zijn handig voor het management van een instelling om duidelijk te maken wat het zorgaanbod is.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Valkuil bij het gebruik van standaardzorgplannen:  Ze worden toegepast op een individuele zorgvrager zonder rekening te houden met specifieke problemen. handig voor de zorgvrager om mee te onderhandelen. Daarom werken steeds meer instellingen en organisaties met zorgstandaarden en zorgprogramma’s.en zorgaanbod voor een groep zorgvragers met een vergelijkbare hulpvraag.Stuvia. problematiek of zorgbehoefte.  Het verloopt in een aantal fasen: o Bewust worden van het feit dat er iets veranderd o Een direct antwoord zoeken o Ermee leren leven o De situatie opnieuw beheersen Transitiezorg  De speciale zorg die gegeven wordt aan zorgvrager die in een overgangssituatie zitten.

 De normen geven aan welk resultaat de ondersteuning door zorgorganisaties moet hebben voor het leven van cliënten. Kan steeds zelfstandiger ingezet worden.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Aandachtspunten bij coördinatie van langdurige zorg  Communicatie en overleg: actuele gegevens moeten beschikbaar zijn  Aanwijzen van verantwoordelijken voor deze coördinatie: vaak EVV’er  Zorgketens en zorgprogramma’s: concrete en bewuste samenwerking is afgelegd  Zelfmanagement: zorgvrager neemt zelf de coördinatie van het zorgproces op zich Kwaliteitszorg leveren › verantwoorde zorg  Zorg die voldoet aan de eisen van de Kwaliteitswet Zorginstellingen  De bedoeling is dat alle betrokken partijen. Expert .Stuvia. Kwaliteitszorg leveren › kwaliteitskader Verantwoorde zorg VV&T  Belanghebbenden in deze sector hebben moeite gedaan om uit te werken wat verantwoorde zorg inhoudt en hoe je dat kunt meten. een bepaalde zorgcategorie of een bepaalde manier van verzorgen.  Gevorderd beginner: vergevorderd stadium van de opleiding en al op meerdere bpvplaatsen gewerkt. het ministerie van Volksgezondheid (VWS) en de brancheorganisatie van zorgverzekeraars (ZN het Kwaliteitskader Verantwoorde Zorg opgesteld. maar nog niet functioneren zonder aanwezigheid gediplomeerde collega’s.en leefsituatie  Domein C: Participatie  Domein D: Mentaal welbevinden o Kwaliteit van de zorgverleners o Kwaliteit van de zorgorganisaties o Zorginhoudelijke kwaliteit en veiligheid  Per thema zijn indicatoren genoemd.  Ervaren zijn: overzien door kennis en ervaring situaties snel en onderscheiding tussen hoofden bijzaken kunnen onderscheiden worden. Dit is het moment waarop diploma uitgereikt wordt.  Expert: deskundigheidsniveau waarbij je gespecialiseerd bent in een bepaald onderwerp. dit is een aanwijzing dat aan een norm wel of niet wordt voldaan.  Dit kader is een instrument om te meten in hoeverre een zorgorganisatie voldoet aan de normen voor verantwoorde zorg. Kwaliteitszorg leveren › deskundigheid  Beginner: nog geen ervaring met de situaties waarin werk gedaan moet worden.  Competent zijn: bekwaam om in beroepssituaties te beoordelen welke resultaten er bereikt worden en welke acties daarbij horen. Er wordt vastgehouden aan wat op school geleerd is en aan de regels en richtlijnen die er zijn. zoals zorgverleners.com . en de dingen kunnen doen die ze gelet op hun mogelijkheden en beperkingen zelf belangrijk en zinvol vinden. Vaak gepaard met specialisatie in een bepaalde setting. waarbij thema 1 onderverdeeld is in vier domeinen: o Kwaliteit van leven:  Domein A: Lichamelijk welbevinden en gezondheid  Domein B: Woon.  Deze belanghebbenden hebben in overleg met de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ). een bepaalde taak.  De normen zijn in het kwaliteitskader ingedeeld in 4 thema’s. zorgorganisaties en cliëntenorganisaties in onderling overleg concreet maken wat onder meer verantwoorde zorg verstaan wordt.  Het resultaat moet zijn dat cliënten zoveel mogelijk het leven kunnen leiden zoals ze dat willen en gewend zijn.

daarbij steeds observerend welke zorgbehoeften de zorgvrager heeft. de behandeling en de zorg. Zorggedrag  Geduldig en rustig verzorgen.  Regelmatig en nauwkeurig observeren van de gezondheidstoestand van de zorgvrager in het bijzonder de motorische beperkingen en de pijn. Zorgproblemen bij mensen met reuma Persoonlijke zorg › adl  De hulp kan variëren van ondersteunen of gedeeltelijk overnemen tot het helemaal overnemen van de zelfzorg.  Er is een prettige leefsfeer voor de zorgvrager in zijn aangepaste woonvorm  De zorgvrager geeft aan dat de pijn vermindert en hem niet belemmert in zijn dagelijks functioneren.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal wordt vaak betrokken bij bijscholing.  Bewegingen en handelen die bij de adl horen kunnen pijnlijk zijn  Klachten als stijfheid vooral in de ochtend zijn het ergst  Als een zorgvrager vermoeid is kan je hem het beste zittend de zorg geven  Door ontstekingen in de handen zijn zorgvragers vaak niet in staat om voorwerpen goed vast te houden en te hanteren.Stuvia.  Toepassen van behandelingsvoorschriften en leefregels over bewegen en pijnbestrijding  Zorgdragen voor continuïteit in het leven van de zorgvrager en in de geboden zorg door goede zorgplanning. De belangrijkste verschijnselen bij reuma zijn:  Pijn  Stijfheid  Zwelling  Vermoeidheid De ernst van reuma bepaalt hoe ingrijpend de aandoening is voor de zorgvrager.  De zorgvrager heeft zo weinig mogelijk gezondheidsproblemen die het gevolg zijn van motorische beperkingen en pijn. Het is een keuze waar energie in gestoken moet worden en bewust aan gewerkt moet worden.  Zelfstandigheid kan vergroot worden door het toepassen van hulpmiddelen: o Steunen aan de wand . Reuma is de verzamelnaam voor een groot aantal aandoeningen van het bewegingsapparaat met ontstekingen van de gewrichten.  Geven van goede en volledige voorlichting over reuma.com . begeleiden en ondersteunen van de zorgvrager. Zorgresultaten  De zorgvrager ondervindt zo weinig mogelijk nadelen en beperkingen van reuma  De zorgvrager herkent de verschijnselen van reuma en kan ermee omgaan  De zorgvrager is in de gelegenheid zelf keuzen te maken wat betreft zijn leven en zijn zorg. overleg en onderzoek. rapportage en overleg.  Voortdurend op de hoogte blijven van de meest actuele informatie over zorgvragers met reuma en zorgvragers met chronische pijn. Thema 3 Contextgebonden zorgverlening Context: jongeren met reuma in een aangepaste woonvorm.

stijve en pijnlijke plekken worden zo wat soepeler. gezwollen en pijnlijke gewrichten vaak niet zelf te hanteren. De zichtbare veranderingen door reuma geven de zorgvrager vaak het gevoel dat ze niet meer aantrekkelijk zijn.com .  Misvorming na ontstekingen kunnen leiden tot invalidering. Sommige medicijnen verminderen de potentie.  Zorgvrager moet verantwoord bewegen = aansluiten op het moment.  Hulp kan variëren tot alleen het snijden van het eten tot het totaal helpen.  Hulpmiddelen: o Bestek met verdikt handvatten o Bord met een opstaande rand  Het belangrijkste doel is om de zorgvrager in een goede voedingsstand te laten verkeren. door pijn en vergroeiingen kunnen bepaalde manieren en houdingen tijdens het vrijen moeilijk zijn. Persoonlijke zorg › eten en drinken  Zelf bestek hanteren is door stijve. zijn moeilijk terug te winnen Persoonlijke zorg › uitscheiding  Eventuele problemen met handelingen die te maken hebben met uitscheiding. mobiliteitsbeperking en beperkingen bij activiteiten.  Ook kan voldoende kracht of snelheid niet aanwezig zijn om tijdig het toilet te bereiken  Tijdens de actieve periodes van de aandoening heeft de zorgvrager vaak koorts.en uitkleden te vergemakkelijken Persoonlijke zorg › beweging en activiteiten  Verstandig om in actieve periodes ook voldoende rust te nemen om overbelasting van gewrichten en andere ontstoken delen te vermijden. zoals zitten en opstaan en de bijbehorende hygiënische verzorging. waarbij hij overmatig kan transpireren Persoonlijke zorg › slapen & rusten  Zorgvrager kan door pijn en ongemak slecht slapen en is daardoor overdag slaperig  Hierbij kun je de zorgvrager advies geven: o Meer rustmomenten overdag te nemen o Met arts mogelijkheden over slaapmiddelen te bespreken o De dagactiviteiten aan te passen o Voor het slapen een warme douche te nemen. Huishoudelijke zorg  Een van de eerste dingen die overgelaten worden aan iemand anders  Hulpmiddelen: huishoudelijke apparaten en snelle schoonmaakmiddelen  Bij gebruik van een rolstoel is het belangrijk dat de zorgvrager zich hier overal in kan verplaatsen  Een zorgvrager kan slecht tegen kou en tocht. Begeleiding  Bespreek met de zorgvrager zijn gevoelens en emoties  Geef hem een realistisch beeld van de toekomst  Seksuele problemen kunnen ontstaan door pijn en moeheid kan zin in vrijen verdwijnen.Stuvia.  Vaardigheden en bewegingsfuncties die eenmaal verloren zijn gegaan.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal o o Tandenborstels met verdikte handvatten en zeephouders Klittenband om het aan. .

 Het voelen van de pijn  Het beleven van de pijn. gedeeltelijk voorkomen door in periodes waarin de aandoening actief is. Pijnmeting  Hierbij geeft de zorgvrager een cijfer voor de intensiteit van de pijn. verkregen door een gesprek en/of vragenlijst.com .  Het is een hulpmiddel om erachter te komen wat de aard en de eigenschappen van de pijn zijn en wat de pijn voor de zorgvrager betekent.  Wijs de zorgvrager op het bestaan van patiëntenorganisaties: De artrose & Reuma Stichting en het Reumafonds.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Voorlichting & advies  Reuma is niet door voorlichting of preventie te voorkomen omdat de oorzaak onbekend is  Voorlichting en advies is gericht op het voorkomen van ongelukken of complicaties  Gewrichtsontstekingen kunnen leiden tot gewrichtsbeschadiging. de gewrichten op een goede manier te belasten.  Door deze meting weet je of de zorgvrager pijn heeft. Onderdelen van pijn  De pijnprikkel: de prikkel die door beschadigd weefsel via de zenuwbanen wordt doorgegeven aan de hersenen. Pijndagboek  Onderwerpen in dit dagboek kunnen zijn: o Hoe vaak de pijn die dag was o Hoe vaak hij op bed gelegen heeft o Hoe het ging met de adl o Welke geneesmiddelen hij heeft gebruikt en met welk resultaat o Wat hij die dag allemaal gedaan heeft en wat de invloed van de pijn was o Hoe de pijnscore die dag was . hoe erg de pijn is en hoe het verloop van het pijngevoel is. bv een bevalling o Onzekerheid over de pijn o Culturele gewoonten en gebruiken o Het karakter en de persoonlijkheid van degene die pijn heeft o Het ontwikkelingsstadium: een klein kind beleeft pijn anders dan een volwassene o Eerdere ervaringen mijn pijn  Het pijngedrag Observeren van pijn  Pijnanamnese  Pijnmeting  Pijndagboek Pijnanamnese  Een verzameling van gegevens over de pijn.  Dat cijfer ligt tussen de 0 en 10.Stuvia. afhankelijk van: o De grootte o De oorzaak o De plek van de beschadiging o Het feit dat pijn kan horen bij een normaal gebeuren.

 Koude toepassen door ijskompressen of een natte handdoek met ijsklontjes. zoals morfine. zoals paracetamol o Stap 2: behandeling met een combinatie van niet-opiaten met zwakke opiaten. .  Pijnbehandelingen zonder medicijnen: o Comfort verhogen o Ontspanning en afleiding o Massage o Warmte en koude o Alternatieve therapieën Medicijnen  De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft een ordening van het gebruik van pijnstillers. die stapsgewijs in sterkte toenemen.com . Alternatieve therapieën  Voorbeelden zijn: hypnose. een elektrisch kussen of warme kompressen.Stuvia.  Warmte kun je plaatselijk toepassen met een kruik. operatie  Een ontsteking bestrijden met medicijnen  Pijn verlichten is de tweede stap.  Een pijnlijk lichaamsdeel kun je in een goede ontspannen houding ondersteunen. omdat de druk op bepaalde plaatsen wordt verhoogd Warmte en koude  Warmte kan pijnverlichting geven.  Geef de zorgvrager het advies om te overleggen met de arts hierover  Speciale manier is marihuana.  De pijnladder bestaat uit de volgende stappen: o Stap 1: behandeling met niet-opiaten.  Risico’s zijn verbranding. afvalstoffen sneller worden afgevoerd en spieren zich ontspannen. acupunctuur en yoga. Ook een warm bad kan goed helpen. Comfort verhogen  Een goede en makkelijke houding kan de pijn verminderen. doordat de bloedcirculatie wordt gestimuleerd. Heeft ook een remmende werking op ontstekingen. wordt steeds meer toegepast bij pijnbestrijding. zoals paracetamol en codeïne o Stap 3: behandeling met opiaten. homeopathie. eventueel in combinatie met niet-opiaten o Stap 4: behandeling met zware opiaten. Massage  Het stimuleert de bloedcirculatie en ontspant de spieren.  Pijnverlichting treedt op.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Pijnbehandeling  Eerst proberen om de oorzaak van de pijn weg te halen. bevriezing en beschadiging van de huid.  Koud kan pijnverlichting geven. zodat het minder pijn doet. doordat de zwelling afneemt en daarmee de pijnlijke druk op de zenuwen.

stuurloosheid. de uiterlijke verzorging. de lichaamsverzorging. Het is vrijwel zeker dat de leefregels van invloed zijn op het verloop en de ernst van de klachten. Zorgproblemen bij mensen met MS Persoonlijke zorg › adl  In een vergevorderd stadium van MS heeft de zorgvrager veel problemen met het volbrengen van zijn adl. . de kleding.Stuvia.  Voortdurende op de hoogte blijven van de meest actuele informatie over zorgvragers met MS.  Zelfzorgtekorten kunnen ontstaan bij het eten. de mobiliteit. moeheid en pijn beïnvloeden de bewegingen.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Context Een zorgvrager uit een niet-westerse cultuur met multiple sclerose in de thuissituatie Zorgresultaten  De zorgvrager ondervindt zo weinig mogelijk nadelen en beperkingen van MS  De zorgvrager herkent de verschijnselen van MS en kan ermee omgaan  De zorgvrager is in de gelegenheid zelf keuzen te maken wat betreft zijn leven en zijn zorg  De zorgvrager ondervindt zo weinig mogelijk hinder van het feit dat hij uit een andere cultuur komt en een andere taal spreekt. De bekendste verschijnselen van MS zijn:  Moeheid  Pijn  Spraakstoornissen  Oogklachten  Coördinatiestoornissen  Spierzwakte  Geheugenstoornissen Bij de meeste zorgvragers verloopt de aandoening in fasen. die van persoon tot persoon kunnen verschillen. zoals het spreken van een andere taal.  Onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om communicatieproblemen.  Verschijnselen als spierstijfheid.  Voortdurend op de hoogte blijven van maatschappelijke ontwikkelingen die invloed kunnen hebben op de zelfstandigheid van een zorgvrager met een lichamelijk handicap. op te lossen  Geven van een goede en volledige voorlichting over de mogelijkheden om zo zelfstandig mogelijk te leven met een lichamelijke handicap. de toiletgang en het huishouden. MS is een aandoening van het centrale zenuwstelsel waarbij vooral de hersenen en het ruggenmerg aangetast zijn.  De zorgvrager heeft inzicht in de mogelijkheden die zijn zelfstandigheid vergroten en maakt er gebruik van Zorggedrag  Regelmatig en nauwkeurig observeren van de gezondheidstoestand van de zorgvrager in verband met het grillige verloop van MS.com . de activiteiten en het vermogen tot zelfzorg. Fasen van terugval (schubs) worden afgewisseld met fasen van herstel. Het is een progressief invaliderende aandoening met veel verschijnselen. het wassen.

De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Persoonlijke zorg › beweging & activiteiten  Spierzwakte komt voor en dan voornamelijk in de benen en vaak in combinatie met spierstijfheid. er bestaat een risico op longontsteking door verslikking.  Door coördinatiestoornissen worden bewegingen schokkerig en kan de zorgvrager moeite hebben met zijn evenwicht. omdat het slaappatroon verstoord kan zijn door pijn en stijfheid en het onvermogen om van houding te veranderen. zoveel mogelijk mobiel blijven en zorgen voor een goede lichamelijke conditie zijn belangrijke punten. hopeloosheid en machteloosheid.  Door ziekteproces ( verslechteringen en verbeteringen) kan zorgvrager heen en weer geslingerd worden in zijn hoop en verwachtingen. Huishoudelijke zorg  De hulpvraag begint meestal met de vraag om huishoudelijke hulp. dubbelzien en onwillekeurige oogbewegingen. omdat de blaas te actief is.  Klachten kunnen zo toenemen dat zorgvrager verlamd raakt  Gevoelsstoornissen kunnen moeilijkheden opleveren bij het lopen en bij handelingen die met de handen moeten worden verricht.  Vaak heeft hij een verstoord zelfbeeld en een verminderde zelfwaardering. Dit wordt dysartrie genoemd.  Ook retentie komt veel voor. bi besef dat MS een progressief.  Overgewicht door weinig mobiel zijn is een grote kans. Persoonlijke zorg › waarnemen  Veel klachten aan de ogen.  Een zorgvrager kan ook sterk vermageren waardoor energierijke voeding nodig is Persoonlijke zorg › communicatie  MS kan leiden tot spraakstoornissen. Het gevolg is dat de zorgvrager moeilijk te verstaan is.  Door chronische moeheid ondervindt de zorgvrager veel beperkingen in zijn mobiliteit Persoonlijke zorg › uitscheiding  Veelvoorkomende klacht is incontinentie van urine. zijn bestek niet meer vasthouden en niet meer zelfstandig houden. die zijn het gevolg van weinig controle over de spieren waarmee hij spreekt en onvoldoende samenwerking van deze spieren. Persoonlijke zorg › eten en drinken  Zorgvrager kan in een vergevorderd stadium zijn eten niet meer klaarmaken.  Regelmatig leven.com . invaliderende aandoening is.  Ook kunnen zich kauw. .  Bij een rolstoel is het belangrijk dat de omgeving daarop aan gepast wordt  Bij een te grote inspanning om trappen te lopen zijn consequenties voor de inrichting van het huis Begeleiding  Zorgvrager krijgt te maken met angst. zoals ontstekingen van de oogzenuw.  Obstipatie komt vaak voor als er sprake is van ergere spierstijfheid Persoonlijke zorg › slapen en rusten  Zorgvrager is vaak moe.Stuvia. klachten door spierzwakte en verstoorde coördinatie nemen toe.en slikproblemen voordoen.

door moeheid geen zin hebben en last kunnen hebben van een ongevoelige of pijnlijke huid.  De computer biedt de zorgvrager vaak grote mogelijkheden: brieven schrijven. in hoogte verstelbare douche en wastafel. . impotentie.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal  Vaak geconfronteerd met seksuele problemen.  Hulpmiddelen voor de computer: bedienen van de computer.  Wijs de zorgvrager op mogelijkheden in de omgeving en op het bestaan van patiëntenorganisaties: MS Vereniging Nederland en het Nationaal MS Fonds. Nadeel: mobiliteit van de bewoner vermindert en zijn isolement wordt vergroot.  Fokuswoningen: het heet officieel een adl-clusterwoning.  Een tekort aan beweging kan leiden tot spierstijfheid. verbandmiddelen of aangepaste schoenen. Voorlichting en advies  De oorzaak van MS is onbekend.  Algemene richtlijnen voor het bewegen zijn: o Beter vaak korte tijde oefenen.com . rolstoelen. teveel kan leiden tot overbelasting en een te kort aan energie voor de gehele dag. te zwemmen of te fietsen. elektrische deurvergrendeling. het moeilijk kunnen krijgen van een erectie. een droge vagina. o Bevorder de conditie van de zorgvrager door hem te stimuleren om bijvoorbeeld een stukje te lopen. aangepaste beeldschermen. telebankieren en e-mails versturen. krukken. Het heeft standaard aanpassingen. Individuele aanpassingen zijn in overleg mogelijk. zoals alarm en intercom. door spierzwakte en spierstijfheid kunnen bepaalde houdingen onmogelijk zijn. internetten. bij bepaalde klachten kan het wel verergeren: o Hoge temperaturen (warmte. Alles wat automatisch werkt wordt met elkaar verbonden en kan bediend worden met een afstandsbediening. een toiletpot met in hoogte verstelbare toiletzitting en verstelbare armleuningen. veilig en comfortabel wonen. Ook in de praktijk blijkt dat het toch enige moeite kost om de gewenste aanpassingen te realiseren door de gemeente. een verdoving via het ruggenmerg of een ruggenprik  Een zorgvrager moet zich zoveel mogelijk houden aan leefregels die deze zaken vermijden. Zelfstandig leven met een lichamelijke handicap › hulpmiddelen  Prothesen. spierzwakte en overgewicht. dan een keer lang achter elkaar o Liefst regelmatig oefenen op vaste momenten o Zorg dat de zorgvrager niet te moe wordt. een aangepaste keuken. Het is een aangepaste woning voor lichamelijk gehandicapten van de Stichting Fokus. Zelfstandig leven met een lichamelijke handicap › wonen  Aanpassingen in de woning kunnen zijn: o Trapliften o Lage drempels o Brede deuren o Aangepast sanitair  Domotica: woonhuisautomatisering te ondersteuning van zelfstandig.Stuvia. koorts) o Grote lichamelijk inspanning en vermoeidheid o Grote geestelijke druk (stress) o Infecties en verwondingen o Een bevalling o Een operatie. muizen en bedieningssticks. rollators.

com .en bijscholing zijn geregeld in diverse wetten. de school krijgt hulpmiddelen en aangepaste leermiddelen vaak vergoed. afgestemd op de specifieke mogelijkheden van het kind.  Aangepast vervoer: recht op aangepast vervoer. toegankelijkheid en bruikbaarheid van gebouwen en buitenruimten voor iedereen. werkgevers en werkzoekenden. dit kan zijn een taxivergoeding of een kilometervergoeding.  Aantal regelingen waarmee het inkomen op peil gehouden kan worden: recht op bijzondere bijstand.  Recht op een uitkering.  Bouwbesluit: wetgeving die regels bevat waar nieuwe woningen aan moeten voldoen.  Voorkeur is het onderwijs op een gewone school met kinderen uit de buurt. kan geld terugkrijgen van de Belastingdienst voor kosten i. de Wajong en de ziektewet. d. zoals WIA. dus ook voor mensen met een handicap. handicap en arbeidsongeschikt.  Het bedrijf krijgt daarvoor faciliteiten van het UWV.m. de gehandicapte verricht hier zinvol.  Parkeergelegenheid: elke zorgvrager die auto rijdt en niet meer dan 100 meter kan lopen. zolang hij het verkeer niet in gevaar brengt.  Werkgevers kunnen profiteren van allerlei voordelen voor het in dienst nemen van gehandicapten. in verschillende soorten. .  De sociale Werkvoorziening biedt aangepast werk voor mensen die vanwege hun handicap geen plek kunnen vinden op de gewone arbeidsmarkt. Ontslag kan niet zomaar. elektrische rolstoelen. scootmobielen en sportrolstoelen. Ook het onderhoud en de reparaties moeten goed geregeld zijn. Zelfstandig leven met een lichamelijke handicap › scholing  Lichamelijk gehandicapten hebben dezelfde rechten op onderwijs als ieder ander.  De mogelijkheden voor om.  Speciaal onderwijs is gericht op mensen met een handicap of aandoening. dat er niet zozeer speciale voorzieningen voor gehandicapten aangebracht moeten zijn. productief werk in zijn eigen tempo en met de aanpassingen die hij nodig heeft. Het bouwbesluit gaat uit van integrale toegankelijkheid.z. beroep doen op speciale fondsen voor mensen met een handicap. maar dat de gewone gebruiksruimten voldoende bruikbaar zijn voor iedereen. de aandoening. heeft recht op een gehandicaptenparkeerplaats. En mag parkeren waar voor anderen een parkeerverbod geldt.v.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Zelfstandig leven met een lichamelijke handicap › mobiliteit  Rolstoel: met de hand beweegt.Stuvia.w.  Er zijn speciale beroepsopleidingen voor gehandicapten bij de zogenaamde arbeidsintegratiecentra.  De wet WIA (wet Werk en Inkomen naar arbeidsvermogen zijn re-integratie-instrumenten gebundeld voor werknemers. wordt geregeld door het UWV ( Uitvoeringsorgaan Werknemersverzekeringen). Zelfstandig leven met een lichamelijke handicap › inkomen  Er zijn allerlei regelingen op het inkomen van een gehandicapte op peil te houden en niet helemaal op te laten gaan aan extra kosten en eigen bijdragen vanwege de handicap. Aangepast vervoer naar het werk. Zelfstandig leven met een lichamelijke handicap › toegankelijkheid  De zelfstandigheid van een gehandicapte wordt bevorderd door de bereikbaarheid. de toeslagenwet. Zelfstandig leven met een lichamelijke handicap › werk  Een werkgever moet zich inspannen om een werkgever die gehandicapt raakt binnen het bedrijf aangepast werk te laten uitvoeren.

 Gehandicapten worden vaak neergezet als afhankelijk. vastgelegd in de Wet Klachtrecht Cliënten Zorgsector. Zelfstandig leven met een lichamelijke handicap › respect  Mensen met een handicap ervaren vaak dat ze gediscrimineerd wordt  De Wet Gelijke Behandeling op grond van handicap of chronische aandoening( WGBG) verbiedt discriminatie van mensen met een handicap op terreinen zoals werk. Context Oudere zorgvragers met (long)kanker in het verpleeghuis Zorgresultaten  De zorgvrager is in de gelegenheid zelf keuzes te maken wat betreft zijn leven en zijn zorg in de laatste fase van zijn leven.Stuvia. hulpbehoevend en toch een beetje zielig.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Zelfstandig leven met een lichamelijke handicap › gezondheid  De rechten van iedere gebruiker van de gezondheidszorg zijn vastgelegd in de Wet Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO). zijn wensen en zijn behoeften  Observeren en onderzoeken van verschijnselen van angst en deze bespreekbaar maken  Geven van goede en volledige voorlichting over pijnbestrijding en het voorkomen van andere lichamelijke ongemakken  Ondersteunen en begeleiden van de naasten bij het verwerken van het verlies en het rouwen  Voortdurend op de hoogte blijven van de meest actuele informatie over zorgvragers met kanker en palliatieve zorg .  Maatregelen nemen om de kwaliteit van leven in de laatste fase te waarborgen  Regelmatig rustig de tijd nemen voor een gesprek en met de zorgvrager communiceren over zijn gevoelens.  De zorgvrager heeft zo weinig mogelijk gezondheidsproblemen die het gevolg zijn van pijn en ongemakken  De zorgvrager geen last van gevoelens van angst  Er is een prettige en veilige leefsfeer voor de zorgvrager in het verpleeghuis  De zorgvrager ervaart dat de tijd die hem nog rest kwaliteit heeft en dat hij niet gehinderd wordt door pijn en ongemakken  De naasten van de zorgvrager zijn bij de zorg betrokken en ondersteun bij het rouwen Zorggedrag  Geduldig en rustig verzorgen. daarbij steeds observerend welke zorgbehoeften de zorgvrager heeft  Regelmatig en nauwkeurig observeren van de gezondheidstoestand en de beleving van de zorgvrager. zijn zorg. begeleiden en ondersteunen van de zorgvrager.  Vakantie betekent een goede voorbereiding of een speciale vakantie voor mensen met een handicap.  Ook is het mogelijk om klachten in te dienen en je recht te halen. Zelfstandig leven met een lichamelijke handicap › vrije tijd  Aangepast sporten is mogelijk.com . schadelijk voor de zorgvrager. beroepsopleidingen en openbaar vervoer.

. te veel alcohol en ongezonde voeding)  Kan voorkomen: o In de huid o Het spijsverteringskanaal o De luchtwegen o De geslachtsorganen o Het beenmerg o Het steunweefsel van de zenuwcellen  Goedaardige als kwaadaardige vormen van gezwellen. Zorgvrager kan door de verschijnselen van de kanker en de bijbehorende behandeling hulpbehoevend en afhankelijk zijn.en stamceltransplantatie  Uit onderzoek blijkt dat ongeveer 50% van alle gevallen van kanker te genezen zijn. Dit zijn uitzaaiingen of metastasen. Verminkingen zorgen voor verstoord zelfbeeld of een verstoord lichaamsbeeld.  Verschillende oorzaken: o Leeftijd o Hormonen o Erfelijke factoren o Omgevingsfactoren (radioactieve straling.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Kanker  Verzamelnaam van een groep ziekten die gekenmerkt worden door ontregelde groei en indeling van cellen. woede. chemische stoffen en stress) o Ongezonde levensstijl (roken. laatste groeit overal doorheen. ontkenning. somberheid. zonlicht.com . verdriet.  Hierdoor ontstaat er een woekering van cellen.  Behandelingen die mogelijk zijn: o Chirurgische therapie o Radiotherapie o Chemotherapie o Hormonale therapie o Immunotherapie o Beenmerg.Stuvia. het lichaam is verzwakt en er blijft angst en onzekerheid.  Algemene klachten bij kanker: o Moeheid o Pijn o Zwakte o Krachtverlies o Algehele malaise  Zorgvrager krijgt te maken met bijwerkingen van de behandelingen: o Misselijkheid o Braken o Haaruitval o Infecties o Algehele malaise  Periode na de behandeling is moeilijk: kwaliteit van leven is aangetast. angst.  De zorgvrager heeft gevoelens van ongeloof. hoop en onzekerheid. Gevolgen van kanker voor de zorgvrager  Het beeld dat de zorgvrager van zichzelf heeft kan veranderen nadat hij de diagnose kanker te horen heeft gekregen. dringen omringende weefsel binnen en via het bloed en de lymfebanen worden deze cellen naar andere plaatsen in het lichaam vervoerd.

Persoonlijke zorg › beweging en activiteiten  Zorgvrager heeft in de meeste gevallen de energie en de kracht niet op te bewegen en activiteiten te doen. pijn in de mond of de keel. Observeer wat de zorgvrager eet en drinkt.  Bij keel. zoals slikproblemen. Er is daardoor een verhoogd risico op infecties.Stuvia.en slokdarmkanker heeft de zorgvrager klachten.  Bij gebrek aan eetlust probeer de zorgvrager te stimuleren. Persoonlijke zorg › uitscheiding  Zorgvrager krijgt vaak te maken door obstipatie en/of diarree door het gebruik van bepaalde medicijnen. hinderlijke slijmvorming en verstoring van het vermogen te kunnen ruiken of proeven. pas dit wel zoveel mogelijk aan.  Goede voeding is belangrijk om een zo goed mogelijke conditie te houden.  Door de kanker of de behandeling doen zich vaak problemen voor met het uiterlijk. .  De vermoeidheid kan nog lang na de behandeling voortduren.  Bij darmkanker kan stoma aangelegd worden. waardoor zorgvrager gewicht verliest  Chemotherapie en bestraling veroorzaken vaak misselijkheid.  Probeer ook te zorgen voor voldoende afleiding. laat de zorgvrager een aantal dingen ook zelf doen en neem er rustig de tijd voor. de tumor zelf of de bestraling. Persoonlijke zorg › eten en drinken  Zorgvrager heeft vak eetproblemen.com . aangepaste en energierijke voeding is mogelijk. De voeding kan ook met een sonde worden toegediend.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal  Door de beperkingen door de aandoening en de behandelingen veranderen de verhoudingen en de rollen binnen de sociale omgeving.  In een terminaal stadium van kanker is de zorgvrager vaak incontinent van urine en ontlasting. droge mond. met dit moet je tijdens de dagelijkse zorg rekening houden.  Voldoende bewegen blijft belangrijk om de schade door inactiviteit te beperken. braken en stomatitis.  Geeft de zorgvrager na het eten de gelegenheid de mond te verzorgen of biedt ondersteuning daarbij. Zorgproblemen bij mensen met kanker Persoonlijke zorg › adl  Tijdens de behandeling heeft de zorgvrager weinig energie en is zwak en vermoeid. Ook te weinig lichaamsbeweging kan een rol spelen. Zorgvrager moet dit accepteren en verwerken. pijn en een totaal gebrek aan energie.  Wissel activiteiten af met periodes van rust. kauwproblemen. waardoor er wordt opgezien tegen eten.  Door chemotherapie en bestraling wordt ok het natuurlijke afweersysteem aangetast. eetlust is verminderd.  De zorgvrager kan vaak zijn adl niet uitvoeren. vanwege vermoeidheid. gebruik voor hem aantrekkelijk voedsel en biedt het regelmatig in kleine porties aan.  Pas ook passief bewegen zoveel mogelijk toe.

Begeleiding  Een tijd van stress en onzekerheid breekt aan.  De zorgvrager kan te maken krijgen met een verstoord zelfbeeld en een verstoord lichaamsbeeld. Begeleiding bij angst voor ongeneeslijkheid en angst voor de dood  Angst: een gevoel van bezorgdheid en beklemming dat voorkomt uit een gevoel van bedreiging. maar hij weet niet hoe dat zal gaan. het bereiden en het bewaren van voedsel moet je rekening houden dat de kans op een infectie bij de zorgvrager groter is. deze is zwaar. Angst kan zich uiten door prikkelbaarheid. En zekerheid om een herstel is er net. Angst gaat over onduidelijke. woedeuitbarstingen. huilen. Hij praat over zijn angst en uit zijn gevoelens van bezorgdheid. Voorlichting en advies  In bepaalde gevallen is preventie mogelijk. impotentie en vermoeidheid hebben allemaal hun weerslag op seksuele gevoelens en activiteiten. verkeerde voeding of te veel zon o Voorlichting op het gebied van zelfonderzoek van borsten en testikels  Opsporen van kanker in een vroeg stadium: o Screeningsonderzoek op bijvoorbeeld prostaatkanker o Opsporing van bepaalde erfelijke vormen van kanker bij familieleden van de zorgvrager. o Zijn gedrag. Pijn en ellende? o Hij weet niet wat er na de dood is. spanning en onzekerheid.  Bij het schoonmaken. er is weinig tijd om het nieuws te verwerken. belastend en soms verminkend. lichamelijke gevolgen als amputaties. onzekerheid.  Bij kanker in een vergevorderd stadium neemt de begeleiding de vorm aan van stervensbegeleiding. bijvoorbeeld borstkanker. o Een beperking van of verbod op het gebruik van stoffen als PCB’s. fosfaat.  Met de behandeling wordt snel gestart. hoop en machteloosheid spelen een rol. lood.Stuvia. ongeduld.  Gevoelens als angst.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Huishoudelijke zorg  Zorgvrager is niet in staat om huishoudelijke taken te verrichten. onbekende of ongrijpbare bedreigingen. .  Daarnaast kan er sprake zijn van toenemende afhankelijkheid. o Hij zal alles verliezen wat hem dierbaar is  Angst observeren bij de zorgvrager: · o Wat hij zegt. terugtrekken.com .  Patiëntenvereniging: de Nederlandse Federatie van Kanker patiëntenverenigingen en het Koningin Wilhelmina Fonds voor de Kankerbestrijding. stoma. kwik en asbest.  Behandeling kan leiden tot impotentie en onvruchtbaarheid.  De bedreigingen die een terminale zorgvrager kan ervaren zijn: o Hij zal in een situatie komen waarin hij meer en meer aftakelt en hij weet nog niet hoe erg dat zal zijn o Hij weet niet of zijn familie tot het einde voor hem kan zorgen o Hij weet niet welke problemen zijn dierbaren na zijn dood zullen krijgen o Hij zal sterven. verwijten en beschuldigen van anderen en gebrek aan initiatief. o Voorlichting over beschermende maatregelen voor mensen die in aanraking komen met kankerverwekkende stoffen o Voorlichtingscampagnes over het gevaar van roken.

High-care: is wel veel (medisch) personeel aanwezig.  Een geduldige begripvolle opstelling is belangrijk. activiteitenbegeleiders. een pijnarts. Dit zijn kleinschalige locaties (4 bedden) die zich in palliatieve.  Het doel van je begeleiding is de angst beheersbaar en draaglijk te maken  Onderzoek wat de zorgvrager precies weet over zijn aandoening en over wat hem waarschijnlijk te wachten staat  Achterhaal de angst  Toon begrip en bevestig dat het niet abnormaal is om deze angsten te hebben  Het beste is om te luisteren en de gevoelens te erkennen en te delen. droge mond. zoals snelle pols. Kom je bijvoorbeeld tegen bij de zogenaamde Bijna-Thuis-Huizen. dit betekent dat het sterven dan vrijwel zeker is begonnen. Keuzemomenten in de palliatieve zorg zijn:  De zorgvrager heeft veel hinder van een behandeling. Kent 2 niveaus: Low-care: er is over het algemeen zelden medische personeel aanwezig.  Kenmerken zijn: Palliatieve zorg: o Beschouwt de dood als een normaal proces dat bij het leven hoort o Heeft niet de bedoeling de dood te vertragen of te versnellen o Heeft de bedoeling onnodige belastende onderzoeken te vermijden o Biedt actief verlichting van pijn en andere ongemakken o Integreert psychische en spirituele aspecten van zorg o Ondersteunt de zorgvrager om tot aan de dood zo actief te leven als hij zelf wenst o Biedt ondersteuning aan naasten in het omgaan met de aandoeningen en de problemen die daarbij horen o Biedt rouwbegeleiding aan de naasten Hospices: zorginstellingen die zich gespecialiseerd hebben in palliatieve zorg. Hierbij staan de wensen en behoeften van de zorgvrager centraal.Stuvia.  Er zijn vaak meerdere disciplines bij betrokken.  De zorgvrager wil niet meer eten en drinken of kan het nauwelijks meer.com . voor de zorgvrager en zijn naasten. zoals een oncoloog-internist. ergotherapeuten enz. Keuze om voeding per sonde of infuus toe te dienen of om te stoppen. een psycholoog. Angst kan een dominante rol spelen in het dagelijkse leven van de zorgvrager.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal  Lichamelijke verschijnselen.  De zorgvrager of zijn naasten kunnen vragen om actief een einde te maken aan het leven van de zorgvrager. o Begeleiden  Luister aandachtig naar de zorgvrager. Gevolg is dat de zorgvrager eerder zal overlijden. Onder een aantal voorwaarden mat euthanasie toegepast worden. slapeloosheid. Palliatieve zorg  Zorg gericht op het lijden te verlichten en de kwaliteit in de laatste fase van het leven te verbeteren. . pijn. een maatschappelijk werker en een pastoraal werker. terugtrekgedrag en trillende stem.  Het doel is het bereiken van de hoogst mogelijke kwaliteit van leven. pastoraal en maatschappelijke werksters. Voor de naasten is er een logeermogelijkheid. snelle ademhaling. om zo ruimte te geven voor zijn beleving van de situatie. terminale zorg hebben gespecialiseerd.

uiterlijke verzorging.  Als de beperkingen ondanks de revalidatie blijvend zijn. toiletgang en huishouding.  Kracht aan die zijde is dan moeilijk te herstellen  Een rechtszijdig verlamde zorgvrager heeft vaak de neiging tot inactiviteit en reageert afwachtend. opstaan en de bijbehorende hygiënische verzorging. lichaamsverzorging. wassen.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Context Zorgvrager met CVA in een revalidatiecentrum Zorgresultaten  De zorgvrager ondervindt zo weinig mogelijk nadelen en beperkingen van CVA  De zorgvrager kan na zijn revalidatie weer zo optimaal mogelijk functioneren  De zorgvrager kan zijn gevoelens uiten over het verlies van functies en mogelijkheden  Er is een goede functionele samenwerking tussen de hulpverleners die bij de revalidatie zijn betrokken  Er is een prettige en stimulerende sfeer voor de zorgvrager in het revalidatiecentrum Zorggedrag  Geduldig en rustig verzorgen. Persoonlijke zorg › beweging en activiteiten  Door de halfzijdige verlamming is de zorgvrager geneigd vooral zijn niet-verlamde kant te gebruiken. rapportage. zoals zitten. overleg en evaluatie. . Hij loopt hierbij het risico dat hij zijn verlamde kant verwaarloost.  De revalidatie is erop gericht om de zorgvrager zo zelfstandig mogelijk te laten functioneren. Persoonlijke zorg › uitscheiding  Incontinentie komt veel voor door verlamming van de blaasspieren. komt de zorgvrager in de chronische fase.Stuvia.  In de revalidatiefase heeft hij hulp nodig vanwege zijn verlammingen en krachtverlies en stoornissen in het denken en het coördineren van zijn handelingen.  Een linkerzijdig verlamde zorgvrager reageert onrustiger en overschat zichzelf.  In het revalidatieplan kan een blaastraining worden opgenomen.  Voortdurend op de hoogte blijven van de meest actuele informatie over een CVA en revaliderende zorgvragers Zorgproblemen van mensen met een CVA Persoonlijke zorg › adl  In de acute fase heeft de zorgvrager totale verzorging nodig.com .  De zorgvrager stimuleren en ondersteunen bij de behandelingen en de oefeningen die bij zijn revalidatie horen  Zorgdragen voor de continuïteit in het revalidatieproces van de zorgvrager door goede zorgplanning. daarbij steeds observerend welke zorgbehoeften de zorgvrager heeft en welke functies tijdens de revalidatie herstellen.  De kans op obstipatie is aanwezig bij een immobiele zorgvrager  De zorgvrager kan problemen hebben met handelingen die te maken hebben met uitscheiding.  De zorgvrager kan hierbij totaal afhankelijk zijn of niet voldoende kracht en snelheid meer hebben. kleding. begeleiden en ondersteunen van de zorgvrager.  De verschijnselen van CVA leiden in de meeste gevallen tot zelfzorgtekorten wat betreft eten.

 De zorgvrager moet opnieuw leren snijden. het bloedsuikergehalte en de cholesterolspiegel kunnen preventief werken. is van invloed op de acceptatie. Gebruik maken van hulpmiddelen als een antislipmatje en een bord met een opstaande bordrand. Ook de cognitieve stoornissen hebben invloed op het beleven en hebben van seks.  Een zorgvrager loopt een verhoogd risico op een aantal complicaties: o Botbreuken door vallen en stoten o Ondervoeding en uitdroging o Longontsteking door inactiviteit of verslikking  De verzorgende heeft al taak hierop bedacht te zijn en te proberen te voorkomen  Patiëntenorganisaties: de Nederlandse Hartstichting en de Nederlandse CVA-vereniging Samen Verder.  Bij de ondersteuning van de zorgvrager met kussens moet je letten op: o Een goede stand van de voet o Een goede positie van de arm Persoonlijke zorg › eten en drinken  Hulp bieden bij het bereiden van het eten.  Bij het liggen op de gezonde kans zijn nogal wat kussens nodig. Begeleiding  De mate waarin de zorgvrager het gevoel heeft nog onafhankelijk en autonoom te zijn.  Vertel de zorgvrager aan de niet-verlamde kant in de mond te nemen  Observeer goed of de zorgvrager voldoende eet en drinkt Huishoudelijke zorg  Deze taken kan de zorgvrager nauwelijks verrichten  Een aantal taken zijn opgenomen in de revalidatie zoals aardappelen schillen.com .De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Persoonlijke zorg › slapen en rusten  Verzorgende is verantwoordelijk voor een goede. Voorlichting en advies  De kans op een CVA kan verkleind worden door een gezonde leefwijze en gezonde voeding.  Door een gestoord gezichtsveld is het mogelijk dat de zorgvrager een gedekte tafel niet meer kan overzien.Stuvia. Revalidatie is herhaling! . comfortabele houding  De beste lighouding is de verlamde zijde.  De directe omgeving wordt plotseling belangrijk zoals zijn bed.  De zorgvrager kan in geestelijke nood komen als hij er niet in slaagt zin te ontlenen aan de mogelijkheden die hem nog resten.  Bij gebruik van een rolstoel moet de directe omgeving daaraan aangepast worden. smeren en eten. die houding stimuleert namelijk het gevoel in die zijde. zijn bestek niet meer kan hanteren en mogelijk niet meer zelfstandig kan eten.  Regelmatige controle van de bloeddruk.  Bij een CVA kan impotentie optreden. Kan de zorgvrager vaak een opgesloten gevoel gegeven. zijn stoel en het toilet.

aangepast aan het ontwikkelingsniveau van de zorgvrager  Regelmatig en nauwkeurig observeren van de gezondheidstoestand en de beleving van de jongere zorgvrager  Geven van ruimte voor het uiten van gevoelens als reactie op de aandoening en de stoma  Geven van voorlichting en instructie over het verloop van de aandoening. de verzorging van een stoma.  Voortdurend op de hoogte blijven van de meest actuele informatie over de ziekte van Crohn en zorgvragers met een stoma Zorgproblemen bij mensen met de ziekte van Crohn en een stoma Persoonlijke zorg  Het is mogelijk voor de zorgvrager om zelfstandig te functioneren met de ziekte van Crohn en een stoma.Stuvia.  De zorgvrager ondervindt zo weinig mogelijk nadelen en beperkingen van de stoma  De zorgvrager kan zelfstandig zijn stoma verzorgen  Er is een goede functionele relatie met de ouders van de jongere zorgvrager  De ouders zijn geïnformeerd over de zorg van hun kind  De zorgvrager kan zijn gevoelens over het hebben van een stoma uiten  De jongere zorgvrager ondervindt zo weinig mogelijk nadelige gevolgen voor zijn ontwikkeling door de ziekte van Crohn en het hebben van een stoma  De jongere zorgvrager is geïnformeerd en geïnstrueerd over de aandoening.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Context Jongeren met de ziekte van Crohn en een stoma in de thuissituatie Zorgresultaten  De zorgvrager ondervindt zo weinig mogelijk nadelen en beperkingen van de ziekte van Crohn.  De aard en de mate van de zorgbehoefte wordt bepaald door: o Het soort stoma: tijdelijk of blijvend o De plaats van de stoma: ene plaats op de buikwand is makkelijker te bereiken dan de andere o De kwaliteit van de stoma: bij de ene stoma kan makkelijker opvangmateriaal er omheen geplakt worden dan bij de andere o De leeftijd en de persoonlijkheid van de zorgvrager o De sociale omstandigheden van de zorgvrager o Eventuele andere aandoeningen die de zorgvrager heeft Persoonlijke zorg › adl  Over het algemeen kan de zorgvrager zelf alle adl uitvoeren. Hierbij is rekening gehouden met zijn ontwikkelingsniveau. steeds obersverend wat de zorgbehoefte is. de gevolgen van een stoma. Zorggedrag  Ondersteunen en begeleiden van de jongere zorgvrager.  Goede stomaverzorging bestaat uit: o Het aanbrengen en legen van het opvangmateriaal o De huidverzorging rondom de stoma en het voorkomen van huidirritaties . het verloop.  Geven van voorlichting en instructie over het verzorgen van de stoma. de behandeling en de leefregels en over de verzorging van de stoma.com . het gebruik van hulpmiddelen en het naleven van leefregels. ook de verzorging kan zelfstandig gedaan worden.

.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal o Het voorkomen van onaangename geur. Huishoudelijke zorg  In principe geen belemmering. omdat het zieke deel van de darm niet goed functioneert. het is een verminkende ingreep  Het maakt ook uit hoe ingrijpend de belemmeringen zijn  Hoe gaat het met intimiteit en de seksuele mogelijkheden  Zorgvrager kan wel zelfstandig voor zijn stoma zorgen.  Daarnaast is goed kauwen. Deze kunnen beter vermeden worden. in actieve periode misschien hulp nodig  Daarnaast een aantal sanitaire aanpassingen voor de verzorging van de stoma: o Spiegeltje o Rekje of kastje om de spullen in op te bergen o Afvalemmer Begeleiding  De aandoening levert beperkingen op die vragen om aanpassingen. tevens een verstoord toekomstbeeld.  De zorgvrager eet vaak in zo’n periode te weinig.  Een verstoord zelfbeeld en verstoorde zelfwaardering kan ontstaan. gasvorming en verstopping Beweging en activiteiten  Beperkingen in activiteiten door vermoeidheid.com . wat naast uitdroging ook problemen kan opleveren met de huid. slapte en koorts. Slapen en rusten  In actieve periodes van de aandoening zal de zorgvrager vaak naar het toilet moeten.  Daarnaast zal de zorgvrager door de diarree en een ontsteking in de darmen vermoeid zijn Eten en drinken  In de actievere periodes heeft de zorgvrager meestal een gebrek aan eetlust en last van diarree.Stuvia. De kans bestaat dat hij in een sociaal isolement terechtkomt. opname van voedingsstoffen worden verstoord en voeding wordt slecht opgenomen in het lichaam.  De zorgvrager moet uitkijken met drukverhogingen in de buik  De zorgvrager moet zware belasting vermijden  Schaamte en angst voor ongewenste geur en lekkage kunnen hem thuis houden. Uitscheiding  Zorgvrager heeft vaak last van diarree.  Veel zorgvragers kiezen ervoor om te spoelen. daarmee bepalen zij zelf wanneer er ontlasting komt en hebben de verdere tijd geen last van opvangmateriaal. hierdoor verliest hij veel vocht. goede begeleiding is nodig voor de leefregels bij een stoma en deze opnemen in het leefpatroon.  Er zijn voedingsmiddelen die onaangename geuren en/of te veel gasvorming kunnen veroorzaken. rustig eten en voldoende drinken belangrijk.  De aanleg van een stoma is een emotionele gebeurtenis.

De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Voorlichting & advies  Voorlichting kan gegeven worden over: o Het gebruik van de stomaproducten o De leef.  De ontwikkeling kun je onderscheiden in 4 fasen: o Baby en peuter o Kleuter o Schoolkind o Adolescent Baby en peuter Baby: in de periode van nul tot één jaar.  De belangrijkste ontwikkelingsopgaven zijn: o Ontdekken dat hij niet centraal in de wereld staat o Vormen van relaties met familie en leeftijdsgenoten o Geaccepteerd worden door leeftijdsgenoten o Leren van ingewikkelde vaardigheden. schrijven en rekenen o Ontdekken van het verband tussen inspanning en resultaat .com . zoals lezen. Peuter: van één tot drie jaar. Een jeugdige zorgvrager met een chronische aandoening Groei en ontwikkeling  Elk kind heeft in elke periode ontwikkelingstaken (taak die een kind in een bepaalde fase van zijn ontwikkeling moet volbrengen).  De belangrijkste ontwikkelingsopgaven zijn: o Zichzelf kunnen presenteren o Lichaamsbeheersing.Stuvia.en dieetregels o De mogelijkheden voor vergoeding door zorgverzekeraars o Emotionele gevolgen door de stoma  De stomaverpleegkundige kan een grote rol in de voorlichting geven  Patiëntenorganisaties: de Crohn en Colitis Ulcerosa Vereniging Nederland en de Nederlandse Stomavereniging Harry Bacon.  De nadruk ligt in deze periode op het leren. zoals hollen en klimmen o Dagelijkse handelingen. De belangrijkste ontwikkelingsopgaven zijn:  Zich te hechten aan zijn verzorgers  Lichamelijke groei  Motorische vaardigheden. zoals aankleden en eten o Omgaan met leeftijdsgenoten o Ontdekken wat wel en niet hoort o Ontdekken van het verschil tussen jongens en meisjes Schoolkind  In de periode van 6 tot 12 jaar. zoals kruipen en lopen  Communiceren  Objecten kunnen herkennen  Steeds zelfstandiger te worden in een beperkte omgeving  Het besef te krijgen dat hij een individu is Kleuter  In de periode van 3 tot 6 jaar.

 Contact met lotgenoten is belangrijk voor jongeren Begeleiden van een jeugdige zorgvrager met een chronische lichamelijke aandoening De reacties van het kind op de chronische lichamelijke aandoening kunnen zijn:  Schuldgevoelens: eigen schuld dat het ziek of lichamelijk gehandicapt is  Depressie: kind wordt neerslachtig.  Activiteit speelt bij veel ontwikkelingstaken een grote rol.  Minderwaardigheidsgevoelens: kind kan niet mee doen of ziet er anders uit  Opstandig gedrag: kind op in verzet tegen de situatie Aandachtspunten bij het begeleiden van jeugdige zorgvragers met een chronische lichamelijke aandoening:  Pas je begeleiding aan aan het ontwikkelingsniveau van het kind.  De belangrijkste opdracht in de maatschappij voor een kind is leren.  Kinderen willen gewoon meedoen.  Confrontatie met ingrijpende lichamelijke veranderingen en gevoelens.  Er is behoefte aan contact met lotgenoten van dezelfde leeftijd  Er is behoefte aan specifieke voorzieningen en hulpmiddelen op maat die op een of ander manier het dagelijks leven vergemakkelijken en de wereld vergroten.Stuvia.  Het kind kan door zijn aandoening later dan normaal in de absolescentie terechtkomen en hierdoor aansluiting met zijn leeftijdgenoten missen.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Adolescent  In de periode van 12 tot 18 jaar.  Schuldgevoelens: hadden beter op moeten letten en andere keuzes moeten maken . Begeleiden van de ouders van een jeugdige zorgvrager De reacties van ouders op de chronische lichamelijke aandoening van hun kind kunnen zijn:  Teleurstelling: ze hadden andere toekomstverwachtingen en plannen toen ze over kinderen dachten. beroep en samenleving Gevolgen van een chronische aandoening voor groei en ontwikkeling  Kinderen die lang opgenomen zijn.com .  Kinderen willen op de eerste plaats zo normaal en gewoon mogelijk leven. vertonen vaak verschijnselen van hospitalisering. bij gedwongen passiviteit kan hij ver achter raken en niet op dezelfde manier meedoen als zijn leeftijdsgenoten. ook al is dat om verschillende redenen niet mogelijk  Kinderen hebben behoefte aan op maat gesneden informatie over hun aandoening en hun ziektebeeld. let op signalen van depressiviteit en teruggetrokken gedrag. wat zich uit in passiviteit en teruggetrokken gedrag.  Kinderen hebben lang niet altijd behoefte om over hun aandoening en hun gevoelens te praten.  De belangrijkste ontwikkelingsopgaven: o Emotioneel zelfstandig worden o Een eigen identiteit ontwikkelen o Ontdekken en omgaan met seksualiteit o Ontwikkelen van waarden en normen o Oriënteren op opleiding.  Probeer ervoor te zorgen dat het kind zo veel mogelijk door dezelfde verzorgenden verzorgd wordt.  Een kind kan een minderwaardigheidsgevoel hebben door zijn misvormde lichaam.  Een gevoel van verminderde eigenwaarde kan een rol spelen tijdens de absolescente.  En chronisch lichamelijke aandoening kan het normale proces van groei en ontwikkeling verstoren.

Er kan sprake zijn van schuldgevoelens.  Zorg dat de ouders op de hoogte blijven van de meest actuele stand van zaken. zonder in paniek te raken en kan zijn zelfzorg hieraan aanpassen . Betrek ze overal bij. Sommige ouders vinden het moeilijk om grenzen te stellen. Help en instrueer hen daarbij. daarnaast worden ze sneller zelfstandig en volwassen door de nieuwe taken die ze krijgen.  De zorgvrager kan zijn normale dag. zoals injecteren of een stoma verzorgen. leer ze hoe gegevens te verzamelen door te observeren en te meten. Broers en zussen kunnen boos en opstandig reageren.  De opvoeding: vaak wordt het kind te veel uit handen genomen of stellen ze te hoge eisen. Een gedeelte van de opvoeding wordt door de zorginstelling overgenomen.  Zorg voor een kind neemt ouders vaak totaal in beslag. Zorgresultaten  De zorgvrager ondervindt zo weinig nadelen en beperkingen van COPD.  Ouders willen toegankelijke ne juiste informatie op maat over alles wat met de zorg voor hun kind te maken heeft. De zorgvrager met COPD Context Oudere zorgvragers met een chronische lichamelijke aandoening met COPD die in een verzorgingshuis wonen. weinig tijd meer voor elkaar. de taken te verdelen en tijdig hulp in te roepen.  Ouders hebben behoefte aan informatie over onderwijs.  Laat de ouders het gevoel houden dat ze zelf verantwoordelijk zijn.en nachtritme zo veel mogelijk aanhouden.  Soms moeten ouders handelingen leren.  Wijs op het bestaan van ouderverenigingen.  Ouders hebben behoefte aan emotionele en praktische steun  Vaak hebben ouders behoefte aan tijd voor zichzelf of een periode van rust en ontspanning. Overbezorgdheid kan ook een rol spelen.  De relatie tussen de ouders onderling: alleen nog maar bezig met de zorg. Aandachtspunten bij het begeleiden van ouders van een kind met een chronische lichamelijke aandoening  In de beginperiode bezorgt en angstig.Stuvia.  Ouders willen vooral dat de hulpverleners kennis en inzicht hebben in de problemen van hun kind. Adviseer ouders prioriteiten te stellen.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal    Schaamte: het is moeilijk en pijnlijk om met hun kind voor de dag te komen Ontkenning van de ernst van de situatie: tegen beter weten in doe ouders vaak of alles wel weer normaal wordt.  De zorgvrager herkent de verschijnselen van COPD en kan hiermee omgaan. Onzekerheid: het is niet te voorspellen hoe de aandoening of handicap zal verlopen. Geef voorlichting over eventuele complicaties en maatregelen die ze kunnen nemen. streven is om ouders zoveel mogelijk te betrekken bij de verzorging van hun kind. De gevolgen van een kind met een chronische lichamelijke aandoening op het gezin  De relatie van de ouders met het kind: door opname missen ze veel contact. meningsverschil of verwijten. Verlammend effect. Kan gaan over aangepaste vormen maar ook over mogelijkheden voor vergoedingen van extra kosten.com .  De zorgvrager kan omgaan met aanvallen van benauwdheid.  De relatie met broers en zussen: zieke kinderen krijgen vaak meer aandacht.

 Juiste balans van activiteiten overdag. verschuif het tijdstip van de adl dan naar de middag.  Zorgvragers met ernstige COPD hebben vaak ondergewicht. Persoonlijke zorg › eten en drinken  Zorgvragers met COPD kunnen te zwaar of te mager zijn. ze zijn te vermoeid om voldoende te eten en te drinken.  Als de klachten ’s morgens ernstig zijn.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Zorggedrag  Medicijnen toedienen volgens protocollen  Communiceren over gevoelens van angst die tijdens aanvallen kunnen ontstaan. slijm opgeven en benauwdheid kan het slaappatroon verstoord zijn.  Geef kleine porties. eventueel in overleg met een fysiotherapeut en ergotherapeut.  Zorg ervoor dat medicijnen.  Geef z.  Laat de zorgvrager zo veel mogelijk zitten.  Het lichaam zo moet inspannen om te kunnen ademen.  Ondersteunen bij het verdelen van de energie over de dag  Nauwkeurig observeren van de actuele gezondheidssituatie en de zorg hierop aanpassen. .  Laat de zorgvrager aan tafel zitten met de mogelijkheid de ellebogen te steunen.  Adviseer voedsel dat makkelijk te kauwen is. zoals kip.  Zorg voor een aangename temperatuur in de (bad)kamer van ongeveer 20°. zoals pufjes en vernevelaar.com .Stuvia. Persoonlijke zorg › beweging en activiteit  De zorgvrager is voortdurend in meerdere of mindere mate benauwd. dit is voor de zorgvrager makkelijker  Zorg voor een vaste volgorde in je handelen. parfum of aftershave.  Het is belangrijk om voldoende bewegen.en vochtinname  Voortdurend op de hoogte blijven van de meest actuele informatie over COPD.  Let op een juiste houding.  Gebruik geen prikkelende producten zoals haarlak. Zorgproblemen bij mensen met COPD Persoonlijke zorg › adl  Door de inspanning kan de zorgvrager benauwd worden en meer energie gebruiken dan nodig is. de zorgvrager in overleg met de arts ’s nachts ook zuurstof. kort voor de adl gebruikt worden.  Verdeel de activiteiten over de dag.  Schakel bij overgewicht of ondergewicht een diëtist in.  Regelmatig observeren van ademhaling.  Laat de zorgvrager zich douchen. routine geeft de zorgvrager rust. vis en gekookte groenten  Als iemand zuurstof laat hem dat dan ook tijdens het eten gebruiken.  Let erop dat de zorgvrager tijdens de adl doorademt.  Laat de zorgvrager uitademen als hij zijn armen boven het hoofd moet doen. meestal (half) rechtopzittend.n. een geoefende spier gaat zuiniger met zuurstof omgaat. temperatuur en voedsel. Persoonlijke zorg › slapen en rusten  Door hoesten. verdeeld over de dag.

Empatische houding Houding waarbij je je inleeft in de belevingswereld van een ander .  Zorgvrager ervaart zijn gezondheid vaak als wisselend. o Weten op welke manier en wanneer de zorgvrager stopt. o Informatie geven over hulpgroepen en verenigingen zoals Stivoro. nicotinepleisters of kauwgom.  Zorgvrager kan zich door alle veranderingen en beperkingen neerslachtig en somber gaan voelen. o Het belang van niet roken uitleggen o Informatie geven over de manier van stoppen.  Long Alliantie Nederland heeft de Zorgstandaard COPD uitgebracht. waarbij voldoende afwisseling tussen rust en inspanning mogelijk is. stoffen als chloor en ammoniak. Ethisch dilemma Een situatie waarin het onmogelijk is een keuze zonder nadelen te maken.  Stel in overleg plan op. accupunctuur en lasertherapie.  Geef informatie over lotgenotencontact. door angst grotere benauwdheid te krijgen. parfum. deze biedt een raamwerk voor goede individuele preventie en zorg.  Voor veel mensen met COPD is het moeilijk om te stoppen met roken. Voorlichting en advies  Beste preventie is een gezonde leefstijl. om complicaties zoals een longontsteking te voorkomen.  Schaamt zich omdat hij niet veel kan.en braadluchtjes. afleiding bieden en stimuleren vol te houden.  Geef voorlichting over welke zaken risico’s opleveren en waarom (tabaksrook.com . hem complimenten geven. ondersteun de zorgvrager zoveel mogelijk door.  Leer de zorgvrager zo effectief mogelijk te hoesten.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Huishoudelijke zorg  Zorgvrager heeft vaak in de ochtend de meeste klachten. Begeleiding  Zorgvrager voelt zich beperkt door vernevelaar of zuurstof.  Voor de inrichting van het huis kan de ergotherapeut advies geven.  Schenk daarna aandacht aan emoties van alle betrokkenen. baken braadluchtjes.  Zorgvrager kan zich geremd voelen in seksleven. maar is niet zichtbaar ziek. denk aan medicijnen. Het voornaamste doel van de zorgstandaard is het bevorderen van goede zorg bij COPD. mist en koude lucht). Ethiek Wetenschap van het goede of verantwoorde handelen van de mens.Stuvia.  Gebruik neutrale schoonmaakproducten en houd rekening met bak.

door angst en onbekendheid omgeving.  De zorgvrager voelt zich gesteund in het nemen van beslissingen en kan beslissingen nemen.  Voorlichting geven over voeding  Steun bieden bij het nemen van moeilijke beslissingen. Zorgresultaten  De zorgvrager ondervindt zo weinig mogelijk nadelen en beperkingen van de ziekteverschijnselen die aan aids gerelateerd zijn. ontstoken slijmvliezen of benauwdheid.  Voorlichting geven over het voorkomen van ziekteverschijnselen die aan aids gerelateerd zijn.com . streven en dood.  De zorgvrager weet hoe hij de ziekteverschijnselen zo veel mogelijk kan voorkomen. kan er sprake zijn van specifieke problemen zoals wonden.  Rekening houden met wensen en gewoonten vanwege de culturele achtergrond.  De zorgvrager ondervindt zo weinig mogelijk hinder van het feit dat hij uit een andere cultuur komt en een andere taal spreekt.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Een zorgvrager met aids Context Een zorgvrager uit een niet-westerse cultuur met aids in het verpleeghuis. zweertjes. Gevolgen van aids voor de zorgvrager  Schaamte. krijgt bijna altijd aids.  Iemand die seropositief is.  Omdat de organen aangetast kunnen zijn.  De zorgvrager wordt verzorgd op een manier die past bij zijn culturele achtergrond. Zorgproblemen van mensen met aids Nadruk in de zorg ligt op:  Het voorkomen van de ziekteverschijnselen  Het ondersteunen bij de lichamelijke en geestelijke achteruitgang  Stervensbegeleiding Persoonlijke zorg › adl  Vermoeidheid en pijn zijn de meest voorkomende redenen waarom een zorgvrager hulp nodig heeft.  Voortdurende op de hoogte blijven van de meest actuele informatie over aids en zorgvragers uit andere culturen.  De zorgvrager weet wat energierijke voeding inhoudt en wat deze voeding voor hem kan betekenen.Stuvia. . onzekerheid en schuldig voelen spelen een grote rol.  Onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om communicatieproblemen (zoals het spreken van een andere taal) op te lossen en van deze mogelijkheden gebruikmaken.  De zorgvrager kan zijn gevoelens uiten omtrent zijn aandoening. angst. Zorggedrag  Regelmatig tijd nemen om met de zorgvrager te praten over angsten en onzekerheden over zijn aandoening en sterven.  Zorgvrager kan in een sociaal isolement komen.

oral rehydration.  Mensen uit een niet-westerse cultuur doen minder aan preventie. zowel de huishoudelijke taken als het klaar maken van eten.  Eetlust is hierdoor minder en er is een verhoogd risico op ondervoeding en uitdroging.com .  Geestelijke nood kan ontstaan.  Ouderen uit een niet-westerse cultuur maken minder gebruik van ouderenzorg.  Nachtzweten is ook iets wat vaak voorkomt. omdat leven van zorgvrager op zijn kop staat.  Laat hem praten over zijn gevoelens. vermoeidheid en schimmelinfecties in de mond.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Persoonlijke zorg › uitscheiding  Diarree komt veel voor omdat het maagdarmkanaal een van de eerste plaatsen in het lichaam is waar een opportunistische infectie optreedt. verschoon het bed en help de zorgvrager met opfrissen. misselijkheid. Persoonlijke zorg › eten en drinken  Een zorgvrager heeft vaak last van gewichtsverlies. in andere culturen is het vaak gebruikelijk dat ouders gaan inwonen bij de kinderen.  Geef ook voorlichting op het gebied van hygiëne en voeding. Zorg voor mensen uit andere culturen  Mensen uit een niet-westerse cultuur gaan vaker naar de huisarts en de huisarts schrijft hun ook vaker een recept voor. daarnaast verandert het uiterlijk door vermagering of zichtbare sarcomen.Stuvia. Huishoudelijke zorg  Afhankelijk van de fase van de aandoening kan de zorgvrager in meer of mindere mate nog voor zijn huishouden zorgen. Voorlichting en advies  Adviseer de zorgvrager ieder jaar de griepprik te halen. bestaat uit sociaal-emotionele steun.  Zorgvrager moet voldoende drinken en zout in nemen.  Buddy’s inschakelen. Persoonlijke zorg › ademhaling  Zorgvrager is kortademig en heeft vaak een droge hoest. zorg dat de luchtvochtigheid hoog genoeg is en beperk de lichamelijke inspanning.  Breng zorgvrager in contact met lotgenoten.  Vermijd ruimtes met veel prikkels en grote temperatuurverschillen. zijn angsten en zijn (wan)hoop.  Vrouwen uit een niet-westerse cultuur maken minder gebruik van kraamzorg en thuiszorg. diarree.  Om infecties te voorkomen is het belangrijk om hygiënisch te werken. bijvoorbeeld ORS. Begeleiding  Aids kan het zelfbeeld aantasten. koorts. .  Besteed de nodig aandacht aan de huidverzorging. een vrijwilliger die een maatje wil zijn.

begrijpelijke manier.  Stimuleren van gezondheidsbevordering gedrag. Hierbij ga je verder met stap 4 t/m 6. De bospadmethode  Een methode die bestaat uit 6 stappen die je in het zorgverleningsproces continue doorloopt.  De zorgvrager weet hoe zijn bloedsuiker zo stabiel mogelijk kan houden en herkent de verschijnselen van een hypo of een hyper.com . Ben alert op handelingen die je doet vanuit jouw culturele achtergrond en stel je eigen cultuur niet centraal. De methode is een leidraad bij het omgaan met cultuurverschillen. voedsel en voedselbereiding? o Overlijden en rouw: wie legt de overledene af? Welke rituelen zijn gebruikelijk? Communicatie  Er kan vaak sprake zijn van een taalbarrière.  Communiceren en voorlichten op een. Signalen kunnen zijn: ergernis. o Overeenkomst: peil de behoefte en vertel hem wat hij van de zorgverlening mag verwachten. Kom daarna tot een overeenkomst over de zorgverlening.b. begeleiden en ondersteunen van de zorgvrager. Een zorgvrager met diabetes mellitus Context Een volwassen zorgvrager met diabetes mellitus in het verzorgingshuis. Zorgresultaten  De zorgvrager ondervindt zo weinig mogelijk nadelen en beperkingen van diabetes mellitus. geef ook aan dat de zorgvrager mag weigeren een antwoord te geven. praktiseert de zorgvrager zijn geloof? Wil hij zich wassen voor het gebed? o Hygiëne: wil familie betrokken worden bij de dagelijkse verzorging? Zijn er speciale voorschriften voor de haarverzorging? o Voeding: welke regels en voorschriften hanteert de zorgvrager m.t. kunnen gaan over: o Religie.  De 6 stappen zijn: o Basishouding: ben open en oprecht. o Persoonlijke waarden en normen: welke spelen een rol in deze situatie? o Andere normen en waarden: welke normen en waarden heeft de zorgvrager? o Doen: vergelijk 4 en 5 met elkaar om zo een besluit te nemen over wat je in deze situatie gaat doen. Zorggedrag  Geduldig en rustig verzorgen.  Bij inschakelen van een tolk. verbazing.  De vragen die gesteld kunnen worden. o Signaleren: ben alert op signalen die duiden op cultuurverschillen. daarbij steeds observerend welke zorgbehoeften de zorgvrager heeft. houd dan rekening met de zedelijke gewoonten uit de cultuur.  De zorgvrager heeft zo min mogelijk risico op complicaties en weet hoe hij deze kan voorkomen.  Begin met de uitleg waarom je deze vragen stelt.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Het verzamelen van specifieke gegevens  Naast de standaard anamnese vragen stel je ook een aantal vragen die belangrijk zijn in de zorg voor mensen uit een niet-westerse cultuur.  De zorgvrager kent zijn leefregels en is gemotiveerd zich hieraan te houden. Respecteer de cultuur. waardoor misverstanden in de verzorging ontstaan. voor de zorgvrager.Stuvia. boosheid. .

 Extra inspanning kost extra energie en zal zijn bloedsuikerwaarde doen dalen.v.  Het is belangrijk om de zorgvrager te stimuleren veel te drinken en regelmatig te plassen.  Adviseer te luisteren naar het lichaam.  Bij jeuk huid insmeren met bodylotion met mint of kamille. plooien droog deppen. rondom de geslachtsdelen.  Regelmatig bewegen helpt om het gewicht op peil te houden en het werkt stress tegen.com . De nagelriemen en in de huidplooien.  Er is een verhoogde kans op urineweginfecties.  Wassen met dermatologisch vriendelijke. .  Voorzichtig zijn met zware inspanningen omdat daarbij het bloedsuikergehalte plotseling extreem kan stijgen of dalen.  Na het sporten regelmatig de bloedsuiker meten tot enkele uren na he sporten. vette zeep.  Kan angstig zijn om in een hypoglykemisch coma te raken.  Seksualiteitsbeleving kan veranderend door erectieproblemen of pijn door vaginale schimmelinfecties.  Druivensuiker meenemen of een ander koolhydraatrijk snoepje of drankje.  Belangrijk om injectieplaatsen af te wisselen om beschadigingen van de huid te voorkomen. alleen is veiliger  Medesporters vertellen hoe ze een hypo kunnen herkennen en wat ze dan moeten doen.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal    Begrip tonen voor de problemen die de zorgvrager heeft met de leefregels.  Wel is er een verhoogde kans op huidinfecties en jeuk. Maatregelen nemen om complicaties te voorkomen Voortdurende op de hoogte blijven van de meest actuele informatie over zorgvragers met diabetes mellitus. Persoonlijke zorg › beweging en activiteiten  Belangrijk om de hoeveelheid koolhydraten en suikers en de hoeveelheid insuline afstemt op de activiteiten die hij doet.  Samen sporten i. Stop met sporten als er klachten optreden die wijzen op een aankomende hypo en neem gauw wat druivensuiker. Zorgproblemen van mensen met diabetes mellitus Persoonlijke zorg › adl  De normale adl zijn voor de zorgvrager in het algemeen geen probleem.  Mobiliteit kan beperkt worden door wonden aan de voeten.Stuvia. Gevolgen van diabetes mellitus voor de zorgvrager  Zorgvrager moet in regelmaat leven en zich houden aan de voedingsvoorschriften.p. Persoonlijke zorg › uitscheiding  Veel plassen is een kenmerk van een te hoge bloedsuikerwaarde.  Het meerdere malen per dag injecteren kan een psychische en lichamelijke belasting zijn voor een zorgvrager.  Bij pedicure behandeling is het belangrijk dat pedicure bevoegd en getraind is in het verzorgen van voeten van mensen met diabetes.  Goede mondhygiëne is belangrijk om risico op tandbederf te verkleinen en ontsteking van het mondslijmklier te voorkomen. kan leiden tot amputaties.

controleer je glucose vaker o Controleer dagelijks de injectieplaatsen op ontstekingen o Draag een ‘medic alert’ bij je zodat anderen begrijpen wat er met je aan de hand is als je je niet goed voelt of eventueel bewusteloos raakt. lever.  Alcohol wordt afgeraden omdat het de bloedsuikerspiegel kan ontregelen.  Advies is vaak om een vetbeperkt dieet te volgen. garnalen en mosselen) o Vermijd te veel suiker o Neem niet meer dan 2 glazen alcoholhoudende drank per dag o Wees matig met zout o Eet maaltijden en tussendoortjes op regelmatige tijden o Als je wilt afvallen. Voorlichting en advies  Voorlichting en preventie richt zich steeds meer op een ongezonde leefstijl. een ongezond eetpatroon en overgewicht. Bloesduikerschommelingen door stress  Maak samen met de zorgvrager een dagindeling met voldoende ruimte om zich niet te hoeven haasten.  Laat de zorgvrager tijd inplannen om iets leuks te doen en er even tussenuit te gaan.  Laat de zorgvrager niet te veel activiteiten ondernemen die spanning kunnen oproepen.  Stimuleer de zorgvrager om regelmatig te bewegen.  Probeer bij een niet gemotiveerde zorgvrager te achterhalen wat de reden hiervan is.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Persoonlijke zorg › eten en drinken  Zorgvrager mag in principe alles eten. sla dan geen maaltijden over maar neem per maaltijd iets minder  De leefregels zijn: o Eet regelmatig en verantwoord o Let goed op je lichaamsgewicht o Rook niet o Zorg voor voldoende lichaamsbeweging o Controleer dagelijks je voeten op wondjes o Neem je medicijnen op regelmatige tijden in o Gebruik medicijnen of insuline ook bij koorts en griep.  Stimuleer de zorgvrager om te praten over de problemen als gevolg van het leven met diabetes dit helpt bij de verwerking.  Uitgangspunten en richtlijnen voor de voeding zijn: o Verdeel de maaltijden over de dag met 4 tot 5 uur ertussen o Eet voldoende gevarieerd om alle voedingsstoffen binnen te krijgen o Eet niet meer dan je gewend bent o Gebruik veel vezels in de voeding (25-35 gram per dag) o Wees matig met vet en beperk cholesterol ( in eieren.Stuvia.  Daarnaast denk je mee over de concrete inpassing van de leefregels in het dagelijks leven.  Blijf rekening houden met mogelijke complicaties in de toekomst en blijf de zorgvrager ondersteunen in een gezonde leefstijl.  Regelmaat is belangrijk bij eten en drinken.  Bespreek de dingen waar hij zich zorgen om maakt en help hem bij het hanteren van probleemsituaties. moet alleen wel rekening houden met de hoeveelheid koolhydraten en suikers die hij gebruikt. .com . Dit vermindert stress. Persoonlijke zorg › begeleiding  Begeleiding bestaat uit het ondersteunen bij het verwerken.  Geef voorlichting over ontspanningsoefeningen en ademhalingsoefeningen.

Zorgproblemen van mensen met een dwarslaesie De mate van zorgafhankelijkheid hangt af van de hoogte van de dwarslaesie en of de dwarslaesie volledig of onvolledig is.  De zorgvrager heeft zo weinig mogelijk complicaties door inactiviteit.  Geduldig. empatisch en rustig verzorgen.  Ook spasmen kan de adl bemoeilijken.en darmproblemen te voorkomen.  De zorgvrager voelt zich veilig om zijn emoties te uiten. Diabetesvereniging Nederland.  Ondersteunen en begeleiden bij de psychische problemen van de zorgvrager. Zorggedrag  Preventieve maatregelen nemen om complicaties door inactiviteit te voorkomen. mictie.  Preventieve maatregelen nemen om complicaties als long-.  De zorgvrager voelt zich ondersteund bij de psychische en sociale gevolgen van de dwarslaesie. Zorgresultaten  De zorgvrager ondervindt zo weinig mogelijk nadelen en beperkingen van de dwarslaesie. .  De zorgvrager ervaart zijn dagbesteding als zo zinvol mogelijk.  De zorgvrager is zo veel mogelijk continent van urine en faeces.  Pijnstillers kunnen hiervoor helpen.  Regelmatig en nauwkeurig observeren van de gezondheidstoestand en zelfzorgmogelijkheden. Wijs de zorgvrager op het bestaan van patiëntenverenigingen. Een zorgvrager met een dwarslaesie Context Zorgvrager met een dwarslaesie in een verpleeghuis. Persoonlijke zorg › adl  Zorgvrager voelt veel van de zorgtaken die uitgevoerd worden niet.  Complicaties zoals long-.  De zorgvrager kent zijn mogelijkheden in de zelfzorg en weet deze te gebruiken.  Toepassen van behandelingsvoorschriften over intensieve zorg.com .  Hij kan wel pijn ervaren.en dramproblemen zijn voorkomen of worden zo vroeg mogelijk herkend. dit treedt op vanuit de beschadigde zenuweinden of zenuwwortels.Stuvia.  Voortdurend op de hoogte blijven van de meest actuele informatie over een dwarslaesie en het verlenen van intensieve basiszorg. Zorgstandaard Diabetes: een algemeen raamwerk op hoofdlijnen voor de behandeling van mensen met een bepaalde aandoening. mictie.  De zorgvrager kan na zijn revalidatie zo optimaal functioneren.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal    Het is belangrijk dat een zorgvrager op de hoogte is van de complicaties die zich op lange termijn kunnen voordoen. daarbij steeds observerend welke zorgbehoeften de zorgvrager heeft. begeleiden en ondersteunen van de zorgvrager. Het beschrijft de norm waaraan goede zorg voor een bepaalde aandoening zowel zorginhoudelijk als procesmatig moet voldoen.

 Om blaasontsteking te voorkomen is het belangrijk om zorgvrager minimaal 1. Persoonlijke zorg › eten en drinken  Het is een psychische belasting als iemand niet zelf kan eten of drinken.  Daarnaast is het ook mogelijk dat de innerlijke thermostaat gestoord is. nierstenen en stenen in de urineleider. Persoonlijke zorg › temperatuurregulatie  Door gevoelsstoornissen is er een verhoogd risico op verbranding of onderkoeling. Persoonlijke zorg › ademhaling  Stimuleer de zorgvrager om door te ademen en op te hoesten. Persoonlijke zorg › uitscheiding  Belangrijk om de blaas op regelmatige tijden te legen. helpt bij een zinvolle dagbesteding en vermindert stress. contracturen te voorkomen en de opname van zuurstof in alle lichaamscellen zo optimaal mogelijk te houden. en toucheren van de buik. Hierdoor wordt de zorgvrager extra kwetsbaar voor aandoeningen en infecties. darmspoelingen.  Er zijn diverse indoor en outdoor sport mogelijkheden.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Persoonlijke zorg › beweging en activiteiten  Beweging is belangrijk om conditie op peil te houden.com . Persoonlijke zorg › decubitus  Maatregelen om dit te voorkomen: zithouding in de rolstoel veranderen. wisselligging in bed.  Door de verminderde longkracht neemt de conditie ook af.  Stel in overleg met fysiotherapeut een transferplan op neem de bed.Stuvia. medicatie. de doorbloeding te stimuleren.  Zorgvrager heeft verhoogde kans op een blaasontsteking.5 liter te laten drinken per dag. Dit kan door: o Eenmalige katheterisaties.  Dit kan actief en passief gebeuren.  Belangrijk om zo continent mogelijk te blijven van faeces. De zorgvrager neemt dan te makkelijk de temperatuur van de omgeving aan.  Gebruik maken van natuurlijke laxeermiddelen. ben je daar bewust van.of zithoudingen ook hierin op. o Trainen van de blaas o Blaaskloppen o Gebruik van blaasstimulator of Elektrostimulator. Door een regelmatig laxeerpatroon te ontwikkelen. geeft de zorgvrager weer zicht op zijn mogelijkheden. blaasstenen. anti-decubitus matras en een zo goed mogelijke doorbloeding van de huid. .  Gezonde voeding speelt een belangrijke rol in decubituspreventie.  Te koud of te warm voedsel kan spasmen veroorzaken.  Maak eventueel gebruik van ademhalingsoefeningen om de longfunctie te stimuleren. anti-decubitus zitkussen.  Geef kleine hapjes en slokjes om verslikking te voorkomen.

scholing en werk om een zinvolle dagbesteding te vinden.  Praktische zaken zoals kleding. Voorlichting en advies  Geef zorgvrager voorlichting over de mogelijkheden voor sport.  Verleen de huishoudelijke zorg zo veel mogelijk naar de wensen en gewoonten van de zorgvrager.  Terug naar oude woonsituatie zullen er rolstoelaanpassingen gedaan moeten worden.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Huishoudelijke zorg  Zelfstandig wonen is mogelijk is Fokuswoningen.  Denk ook aan de mogelijkheden op het gebied van seksualiteit.  Maak samen een plan om te kijken welke activiteiten iemand nog kan en wil doen.  Heb aandacht voor het trauma. er kan een posttraumatische reactie optreden zelf lang nadat het trauma heeft plaatsgevonden.en woningaanpassingen. gezinsvervangende tehuizen of andere woonvormen voor lichamelijk gehandicapten.  Daarnaast is de hele toekomst in duigen gevallen.  Breng de zorgvrager in contact met de Dwarslaesie Organisatie Nederland.  Heb kennis van de sociale kaart om zorgvrager juist door te kunnen wijzen.com . spasmen en disfunctioneren van het lichaam veroorzaken vaak een afkeer van het lichaam. . continu pijn hebben. Begeleiding  Schaamte vanwege de incontinentie.  Luister naar de zorgvrager en betrek hem bij alles wat je doet.Stuvia.

You're Reading a Free Preview

Download
scribd
/*********** DO NOT ALTER ANYTHING BELOW THIS LINE ! ************/ var s_code=s.t();if(s_code)document.write(s_code)//-->