You are on page 1of 92

Ruilverkaveling Vriezenveen

waarden in een wederopbouwgebied

Dn is t noe toch vjlle bjtter vuur de boer ewnn, nouw vroeger msse vjlle hrder en met meender beiste touw. Isse noe zo vjlle rieker en zo vjlle meer tevrn? of dnkte nog mangs n vroeger toen e nust zien peerd ms trn.

fragment uit Toen t laond nog neit vekavelt was Derk Webbink (1926 - 1982)

Ruilverkaveling Vriezenveen
waarden in een wederopbouwgebied

Ruilverkaveling Vriezenveen

Inhoud
Voorwoord 1. Inleiding 2. Vriezenveen als schoolvoorbeeld maakbaarheidsdenken 3. Waarden in het wederopbouwgebied 3.1 Cultuurtechniek 3.2 Landschapsverzorging 3.3 Architectuur en stedebouw 4. Waarden in bestaand beleid 5. Waarden in de toekomst 5.1 Cultuurtechniek 5.2 Landschapsverzorging 5.3 Architectuur en stedebouw 5.4 Dorps- en stadsuitbreidingen 5 6 8 16 19 25 45 56 64 C. Landschapsplan 66 68 72 75 76 78 80 C.1 Oorspronkelijk plan 1954 C.2 Definitief plan 1963 D. Analysekaart 6. Conclusie Bronnen Colofon Bijlagen A. Topografische kaart A.1 Situatie 1952 A.2 Situatie 1963 A.3 Situatie 1973 A.4 Situatie 2010

B. Plan van wegen en waterlopen B.1 Oorspronkelijk plan 1954 B.2 Herzien plan 1958 B.3 Definitief plan 1965

Waarden in een wederopbouwgebied

Ruilverkaveling Vriezenveen

Voorwoord
Erfgoed en ruilverkaveling. Twee woorden die ooit mijlenver uit elkaar stonden. Waar vroeger ruilverkavelingen plaatsvonden, bleef voor erfgoed weinig plaats over. Hoe anders is dat nu de ruilverkavelingen van voor en na de Tweede Wereldoorlog zelf onder de noemer erfgoed worden geschaard. Langzamerhand komt het besef dat met het verdwijnen van erfgoed in het verleden ook weer nieuw erfgoed is geschapen voor het heden. De ruilverkaveling Vriezenveen is een van de vele ruilverkavelingen die in Nederland heeft plaatsgevonden en daarbij duidelijke sporen heeft achtergelaten. Door het nieuwe landschap heen schemeren de schimmen van het voorbije als gedenktekens aan vroegere tijden. Juist in Vriezenveen is de schaduw tussen oud en nieuw zo scherp, omdat het oude landschap slechts door een slootje gescheiden is van het nieuwe landschap, dat in bijna niets meer lijkt op wat het ooit was. Dit rapport, opgesteld tijdens mijn stage bij Het Oversticht in het kader van mijn masterstudie Ruimtelijke Planning aan de Wageningen Universiteit, legt de parels van de Vriezenveense ruilverkaveling aan de dag. Parels, waarvan de schoonheid vaak pas wordt gezien indien men kennis heeft genomen van de tijd waarin ze zijn gevormd. Het laten proeven van de sfeer van die tijd is dan ook een belangrijk onderdeel van dit fotorijke rapport geworden. De Vereniging Oud Vriezenveen ben ik dan ook veel dank verschuldigd voor het beschikbaar stellen van haar fotoarchief. Bestuurslid Gerrit Bosch ben ik daarbij extra dankbaar voor zijn tijd en enthousiasme om een hele dag mijn gids te zijn in het ruilverkavelingsgebied. Daarbij hebben we een bezoek gebracht aan de familie J. Schipper van de Johanneshoeve en de familie J. Hoff van de Klupshoeve, die ik van harte wil bedanken voor hun gastvrije onthaal. Wat betreft de hulp bij het verzamelen van bronmateriaal gaat mijn dank uit naar Frits Niemeijer, historisch geograaf bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, en Hessel Boonstra, archivaris bij de gemeente Twenterand. Ten slotte wil ik de medewerkers van Het Oversticht bedanken voor het meedenken en reflecteren op mijn werk, waarbij ik in het bijzonder directeur Dirk Baalman wil bedanken voor zijn waardevolle tips en reflectie op de inhoud van dit rapport.

Bart Zwiggelaar februari 2013

Waarden in een wederopbouwgebied

1
Ruilverkaveling Vriezenveen

1. Inleiding
In 2011 wees het kabinet Rutte 30 gebieden aan uit de wederopbouwperiode 1940 - 1965, die van nationaal cultuurhistorisch belang werden geacht. Deze 30 gebieden, onderverdeeld in wederopgebouwde kernen, naoorlogse woonwijken en landelijke gebieden, werden geselecteerd op basis van onderzoek van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Daarbij is gelet op onder andere de kwaliteit van het oorspronkelijke plan c.q. ontwerp, de toenmalige ontwerpprincipes, de huidige stedenbouwkundige gaafheid en zeldzaamheid, de voorbeeldfunctie van ontwerp en uitvoering, het (inter)nationale belang en hun huidige cultuurhistorische waarde, alsmede de geografische spreiding over het land.1 De ruilverkaveling Vriezenveen is aangewezen als een van deze 30 wederopbouwgebieden. In het vooronderzoek van de RCE, dat onder andere bestond uit een documentenstudie, is er al wel een globale inventarisatie gemaakt van het ruilverkavelingsgebied. Daarbij zijn de volgende landschappelijke kenmerken naar voren gekomen:2 ingrijpende ruilverkaveling met gedraaid en vergroot kavelpatroon en nog herkenbare hoogveenontginning; jonge boerderijlinten, deels met rijke groensingels; contrastrijk gebied: open/gesloten en oud/nieuw. Bij dit vooronderzoek zijn nog wel enkele kanttekeningen te plaatsen, met als belangrijkste manco dat het onderzoek zich vooral heeft toegespitst op het gebied ten noorden van het dorp Vriezenveen, terwijl de ruilverkaveling ook een groot deel ten zuiden van het dorp omvatte. Bovendien bleek het vooronderzoek ook nog een aantal onnauwkeurigheden te bevatten. Een uitgebreidere analyse en daarop gestoelde waardering van verschillende ruimtelijke aspecten van de ruilverkaveling Vriezenveen ontbrak dus nog. Dit rapport poogt deze kennisleemte op te vullen en een handreiking te geven voor de toekomst aan de hand van de volgende onderzoeksvragen: Wat is de betekenis van de ruilverkaveling Vriezenveen in de geschiedenis van Nederlandse ruilverkavelingen in de wederopbouwperiode? Welke cultuurhistorische waarden vertegenwoordigt de ruilverkaveling Vriezenveen? In hoeverre waarborgt bestaand beleid de waarden van de ruilverkaveling Vriezenveen? Op welke manier kunnen de waarden van de ruilverkaveling Vriezenveen in de toekomst worden veiliggesteld? Het onderzoek is uitgevoerd door bestudering van documenten, topografisch kaartmateriaal en archiefstukken van het Historisch Centrum Overijssel en de gemeente Twenterand. Tevens is er een bezoek gebracht aan het gebied, waarbij ook met een aantal lokale bewoners gesprekken zijn gevoerd. Op deze manier is een goed beeld ontstaan van de ruilverkaveling Vriezenveen in het verleden, het heden n in een mogelijke toekomst.

1 2

Blom, 2012 (p. 130) De Boer, 2011 (p. 86)

Waarden in een wederopbouwgebied

2
Ruilverkaveling Vriezenveen

2. Vriezenveen als schoolvoorbeeld maakbaarheidsdenken


Om de betekenis van de ruilverkaveling Vriezenveen in de geschiedenis van Nederlandse ruilverkavelingen tijdens de Wederopbouwperiode goed te begrijpen, is het nodig de voorgeschiedenis te kennen. Door het bijzondere landschap dat in de loop der eeuwen in Vriezenveen is ontstaan, was ook de ruilverkaveling niet bepaald doorsnee. Desondanks geeft juist deze ruilverkaveling uitstekend weer waar Nederland zo goed in was in de twintigste eeuw: maakbaarheidsdenken. In historisch perspectief is het landschap van na de ruilverkaveling daarom minstens zo bijzonder als het landschap ervoor. gelijk aan 16 akker, waarbij een akker een breedte heeft van 7 m. Een hoeve is dus 112 m breed. Aangezien er veertig hoeven werden uitgegeven, ging het hier om een gebied van 4480 m, wat aardig overeenkomt met de breedte van het ruilverkavelingsblok. Uitgegeven werd de totale diepte van het blok, ongeveer 8 km.2 De pacht voor een hoeve bedroeg 1 emmer boter, Zwolse maat. Deze pacht kon niet worden afgekocht, wat ervoor zorgde dat het nog tot de ruilverkaveling duurde eer deze boterpacht echt werd beindigd.3 Op delen van de veenkoloniaal verveende Ooster- en Westervenen in het noorden na, is in Vriezenveen nooit grootschalig turf gewonnen. Er werd wel turf gestoken voor eigen haard, maar het veen werd van meet af aan vooral gebruikt als weiland en bouwland. De toponiemen geven nog altijd het grondgebruik van voor de ruilverkaveling aan. De Ooster- en Westerbouwlanden ten noorden van het dorp wijzen op het gebruik van de bodem als akkerland; de Ooster- en Westerweilanden wijzen op gebruik als weiland; de Ooster- en Westermaten op gebruik als hooiland. Ook vlak voor de ruilverkaveling was dit nog het geval. Circa 90% van de gronden in het zuiden waren in gebruik als grasland en in het noorden was 70% van de cultuurgrond in gebruik als bouwland.4 Vanwege de variatie in bodemsoorten was niet overal hetzelfde grondgebruik even goed mogelijk. Dit was op
2 3 4 Nederlandsche Heidemaatschappij, 1957 (p. 1) Vereniging Oud Vriezenveen, z.j.; Wikipedia, 2008 Centrale Cultuurtechnische Commissie, 1954 (p. 6)

zich geen probleem, want de kavels waren lang genoeg voor een voldoende variatie in bodemsoorten voor een gemengd agrarisch bedrijf met bouwlanden, weilanden en hooilanden. De opstrekkende verkaveling werd echter een probleem naarmate deze kavels steeds smaller werden door vererving. De grond werd daarbij steeds zo veel mogelijk in de lengterichting opgesplitst, opdat elke erfgenaam beschikte over voldoende bouwland, weiland en hooiland. Zo werden de oorspronkelijke hoeven van 16 akker breed steeds verder opgedeeld; in een aantal gevallen zelfs tot een breedte van slechts n enkele akker van 7 m. Dit verkavelingspatroon gaf op den duur vele problemen in de agrarische bedrijfsvoering, omdat wegen vrijwel ontbraken. Een achterliggende kavel was enkel bereikbaar via een pad over andere kavels. Met name bij de bouwlanden zorgden de paden voor aanmerkelijke grondverliezen. Verder telde het Vriezenveense slagenlandschap een zeer fijnmazig stelsel van smalle slootjes. Vanwege de vele paden telden deze slootjes ook nog eens talloze duikers, die gecombineerd met kantbegroeiing en een gering verval zorgden voor een zeer slechte waterhuishouding. Met name in het zuiden was dit het geval, omdat hier door eeuwenlange inklinking van het veen bovendien een slecht waterdoorlatende smeerlaag was ontstaan.

Aanleiding tot de ruilverkaveling

Voor de ruilverkaveling had Vriezenveen een bijzondere slagenverkaveling met een even zo bijzondere geschiedenis. Het dorp is ontstaan in de 14e eeuw, toen Hollanders en Friezen begonnen met de ontginning van het Vriezenveen, toen nog het Almelerveen geheten. In 1364 gaf Evert van Heker Junchere toe Almelo en de juncfrouwe Bathe zijn echte wijf bij privilegebrief veertig hoeven uit aan de vrije Vresen en de alle lude en de oere erfgenamen die daar nu wonet op den vene, dat ghelegen is tusschen der wederder wueste en de Bavesbeke, oftewel het gebied tussen de woeste gronden van Wierden in het westen en in het oosten de latere Schipsloot. 1 Een hoeve slaat in dit verband overigens niet op een boerenbedrijf, maar op een breedtemaat. Een hoeve is
1 Jansen Dzn., z.j.

Waarden in een wederopbouwgebied

Lange, smalle hoofdwaterlopen met veel duikers.

Smalle, diepe kavels met onregelmatig oppervlak.

In het dwarsprofiel van de Vriezenveense bodem is de stand van de veenontginning goed te zien.

Officile bekendmaking van de ruilverkaveling.

10

Ruilverkaveling Vriezenveen

De ruilverkaveling in voorbereiding

De eerste wensen voor een ruilverkaveling in Vriezenveen dateren al van ruim voor de Tweede Wereldoorlog. Het notulenboek van de gemeente Vriezenveen5 vermeldt dat er al op 27 februari 1935 werd vergaderd over de wens van waterschap De Regge over een ruilverkaveling in Zuid-Vriezenveen, met name om de ontwatering van dit gebied te kunnen verbeteren.6 De eerste aanvraag voor een ruilverkaveling bij Vriezenveen kwam echter van een groep boeren, die vertegenwoordigd door E. Bokdam een ruilverkaveling aanvroegen voor de Westerbouwlanden, ten noorden van het dorp. In april 1940 kwam deze aanvraag via het College van Gedeputeerde Staten in Zwolle terecht bij de Centrale Cultuurtechnische Commissie in Utrecht, waarna in maart 1942 ook de aanvraag van het waterschap De Regge volgde.7 Nadat voorlopige terreinverkenning waren verricht en de nodige kadastrale gegevens waren verzameld, bleek, dat in de eerste plaats beide aanvragen als n ruilverkavelingsblok dienden te worden behandeld, aangezien de eigenaren van gronden in het complex Westerbouwlanden ook allen eigendommen [hadden] in Zuid-Vriezenveen.8 Verder achtte men het wenselijk het ruilverkavelingsblok zo uit te breiden, dat alle bedrijven met grond binnen de aanvragen geheel in n
5 6 7 8 Boonstra, 2010 (p. 51) Van der Ploeg, 1964 (p. 17) Centrale Cultuurtechnische Commissie, 1954 (p. 1) idem (p. 1)

ruilverkaveling zouden komen te liggen. Zo werden de aangevraagde ruilverkavelingen van respectievelijk 640 ha en 1740 ha samengevoegd en uitgebreid tot een ruilverkaveling van ongeveer 4400 ha. Vanaf eind jaren 40 werden de plannen voor de ruilverkaveling verder uitgewerkt, tot de plannen zover gevorderd waren dat ze in stemming konden worden gebracht. Op 17 september 1954 mochten de 2590 eigenaren met gezamenlijk 4397 ha aan grond hun stem uitbrengen voor of tegen de ruilverkaveling. In totaal stemden er slechts 418 (16 %) tegen ruilverkaveling, die gezamenlijk 1655 ha (38%) grond vertegenwoordigden.9 Op 21 september 1954 stemden Gedeputeerde Staten in met de ruilverkaveling; het werk kon beginnen. Op 14 juli 1955 bezocht Minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening, dr. S.L. Mansholt, het ruilverkavelingsgebied en verrichtte de eerste officile handeling met een dragline.10 De werkzaamheden begonnen met de ontginning van de gronden in de Oude Oostervenen, met inbegrip van de Dalweg. Deze gronden waren reeds verturfd, maar sindsdien nooit in cultuur gebracht. Door de ontginning van deze woeste gronden werd een buffer van landbouwgrond gecreerd, die ervoor zorgde dat de kavelwerkzaamheden elders in het ruilverkavelingsblok de agrarische productie niet teveel drukten. De gronden waar kavelwerkzaamheden plaatsvonden,
9 Van den Bergh, 2004 (p. 211) 10 Stegeman, 1999 (p. 315)

konden immers niet gebruikt worden. Er vond dan ook steeds een tijdelijke toedeling plaats van gronden, compensatiegronden genoemd, die wel agrarisch gebruikt konden worden. Opmerkelijk is, dat de ruilverkaveling Vriezenveen onder de Ruilverkavelingswet 1938 was voorbereid, maar officieel werd uitgevoerd onder de Ruilverkavelingswet 1954, die op 3 november dat jaar definitief werd vastgesteld en op 15 februari 1955 in werking trad. De planologisch en landschappelijk gezien meest ingrijpende wijzigingen van deze wet hadden echter vooral betrekking op de voorbereidingsfase van een ruilverkaveling, waardoor het effect van de nieuwe wet op de ruilverkaveling Vriezenveen beperkt was. Een belangrijke wijziging was bijvoorbeeld dat er volgens artikel 13 van de nieuwe wet grond aangewezen kon worden aan openbare lichamen. Hier ondervond met name de gemeente Vriezenveen nadeel toen zij voor het uitbreidingsplan ten zuiden van het oude dorp grond nodig had. Omdat de stemming onder de oude wet had plaatsgevonden, moest de gemeente hiervoor alsnog zelf grond aankopen. Om diezelfde reden kwam ook de aanleg van nutsvoorzieningen in de ruilverkaveling, als elektriciteit, water en riool voor rekening van de gemeente, waar deze volgens de nieuwe wet bij de kosten van de ruilverkaveling inbegrepen waren.

Waarden in een wederopbouwgebied

11

De ruilverkaveling Vriezenveen als voorbeeld van een moderne ruilverkaveling in de Landbouwatlas 1959.

12

Ruilverkaveling Vriezenveen

Een bijzondere ruilverkaveling

De ruilverkaveling Vriezenveen was in haar tijd een opzienbarende ruilverkaveling en werd eind jaren 50 dan ook een paradepaardje van de Nederlandse cultuurtechniek. Overigens niet voor niets, want het was wel een bijzonder dure ruilverkaveling.11 De bijzonderheid van de ruilverkaveling blijkt onder meer uit het bezoek van H.M. Koningin Juliana op 6 mei 1958 aan een oude en een nieuwe boerderij binnen de ruilverkaveling, maar wellicht nog meer uit de excursies die de Nederlandse Heidemaatschappij organiseerde naar het Vriezenveense ruilverkavelingsgebied. De bijbehorende excursiegids had naast een Nederlandstalige zelfs een Duitstalige versie. Tekenend is verder dat de Landbouwatlas 1959, op zichzelf al een bijzonder boekwerk in zijn tijd, de ruilverkaveling Vriezenveen aanhaalt als voorbeeld van een moderne ruilverkaveling12. Volgens de atlas zou de ruilverkaveling naar verwachting in 1964 voltooid moeten zijn, maar dit werd wel enkele jaren later. In 1964 was de ruilverkaveling al wel grotendeels voltooid, maar het duurde nog tot 28 november 1967 eer de Akte van Toedeling werd gepasseerd, waarmee alle percelen definitief op naam van de nieuwe eigenaren
11 Van den Brink, 1990 (p. 109) 12 Ministerie van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening, 1959 (kaart 14)

waren overgeschreven en de ruilverkaveling beindigd was. In de uitnodiging voor de officile afsluiting werd terecht opgemerkt dat de ruilverkaveling zeer diep in de oude toestand en gebruikswijzen heeft ingegrepen.

Het ruilverkavelingsmonument bestaat uit een grote ploeg op een sokkel, met het opschrift Ruilverkaveling Vriezenveen 1955 - 1968.

De excursiegids voor de ruilverkaveling Vriezenveen; de Duitstalige versie had als titel Exkursionsfhrer Flurbereinigung Vriezenveen Om deze reden werd de gemeenschap van Vriezenveen bovendien een grote ploeg geschonken als monument ter nagedachtenis aan de ruilverkaveling. Deze ploeg was ingezet bij de kavelwerkzaamheden, maar nu ontdaan van alle opsmuk en voorzien van een sokkel en gedenkplaat. Dergelijke gedenktekens naar aanleiding van een ruilverkaveling zijn zeldzaam in Nederland, zeker uit die tijd, wat de betekenis van de ruilverkaveling Vriezenveen nog maar eens onderstreept.

Waarden in een wederopbouwgebied

13

Bezoek van H.M. Koningin Juliana aan Vriezenveen op 6 mei 1958...

... met een bezoek aan de oude boerderij Oosteinde 229...

14

Ruilverkaveling Vriezenveen

... een bezoek aan de kavelwerkzaamheden...

... en een bezoek aan de nieuwe boerderij Westerveenweg 7.

Waarden in een wederopbouwgebied

15

16

3
Ruilverkaveling Vriezenveen

3. Waarden in het wederopbouwgebied


Elk gebied kent landschappelijke waarden, en de meeste gebieden ook architectonische en stedebouwkundige, maar van belang is vooral vanuit welk perspectief deze waarden worden gezien. Bij de waardering van de naoorlogse ruilverkaveling Vriezenveen is ervoor gekozen om de situatie vlak na afloop van de ruilverkaveling als referentie te nemen, wat neerkomt op het jaar 1968. Hierbij speelt meteen het probleem dat vrijwel al het bronmateriaal een eerdere of latere situatie beschrijft. Om deze reden was het meermalen nodig een inschatting gemaakt van de situatie in 1968 door verschillend bronmateriaal te vergelijken. De waardering zelf is op basis van de vier standaardelementen bij de beoordeling van erfgoed, namelijk zeldzaamheid, kenmerkendheid, samenhang en gaafheid, met scores weergegeven door middel van sterren: indifferent lage score gemiddelde score hoge score kader van de landelijke ruilverkavelingspraktijk. Omdat ruilverkavelingen primair werden gericht op het buitengebied, wordt de dorpsbebouwing van Vriezenveen en De Pollen niet meegenomen in de waardering. De selectie van objecten en structuren binnen de ruilverkaveling Vriezenveen zijn als volgt ingedeeld: Objecten en structuren vanuit de cultuurtechniek (wegen, waterlopen, verkaveling) Objecten en structuren vanuit de landschapsverzorging (landschapsinrichting, beplanting) Objecten en structuren vanuit de architectuur en stedebouw (ruilverkavelingsboerderijen, erven, plaatsingspatroon van boerderijen) Een ruilverkaveling was van oorsprong een cultuurtechnisch instrument met een sterk rationele inslag, primair gericht op de boer als ondernemer, met efficintie als belangrijkste waarde. Voor een groot deel bepalen de vorm en grootte van de kavel, alsmede de bodemgesteldheid, waterhuishouding en ontsluiting de efficintie van een boerenbedrijf. Het plan van wegen en waterlopen vormde hiertoe samen met de akte van toedeling het belangrijkste plandocument. De landschapsverzorging had in tegenstelling tot de cultuurtechniek een veel op beleving gerichte inslag, primair gericht op de boer als mens. Daarbij stonden natuurwetenschappelijke, esthetische en culturele waarden voorop.3 Het belangrijkste plandocument hiervoor vormde het landschapsplan, waarin de beplanting en te behouden natuurgebieden waren opgenomen. Hoewel de architectuur en stedebouw bij ruilverkavelingen rechtstreeks voortkwam uit de koker van de cultuurtechniek, mag het toch als een apart onderdeel van een ruilverkaveling beschouwd worden. Een ruilverkavelingsboerderij moest in de eerste plaats een efficint bedrijfsgebouw zijn. In de praktijk werd er in de architectuur toch wel enige aandacht besteed aan de esthetiek en streekeigenheid van de nieuwe boerderijen, soms tot groot ongenoegen van sommige cultuurtechnici. Bij de plaatsing van de boerderijen is naast een cultuurtechnische context ook een stedebouwkundige context waarneembaar. Vanwege deze mengeling van rationele en belevingswaarden neemt de architectuur en stedebouw een aparte positie in.

Vanwege de schaal van het object, namelijk de gehele ruilverkaveling Vriezenveen, is ervoor gekozen om alleen de voor ruilverkavelingen kenmerkende landschappelijke objecten te beoordelen. Het werk van Andela1 en De Visser2 is bij deze selectie leidend geweest en vormt bij de waardering ook in belangrijke mate het referentie1 2 Andela, 2000 De Visser, 1997

Andela, 2000 (p. 68)

Waarden in een wederopbouwgebied

17

Tientallen kilometers nieuwe weg werden aangelegd tijdens ruilverkaveling.

De wegen werden eerst aangelegd, daarna volgden de kavelwerkzaamheden.

Voor de ruilverkaveling was de Aadijk een van de schaarse wegen in het gebied.

Tijdens de ruilverkaveling werd de Aadijk rechtgetrokken en voorzien van verharding.

18

Ruilverkaveling Vriezenveen

3.1 Cultuurtechniek
Plan van wegen en waterlopen
Arm aan wegen, rijk aan waterlopen
kavelingspatroon. Een van de belangrijkste plankaarten van een ruilverkaveling was het plan van wegen en waterlopen. Dit plan vormde feitelijk het complete ruimtelijke raamwerk van een ruilverkaveling. Het contrast tussen de oude en nieuwe ruimtelijke inrichting was evenwel zelden zo groot als bij de ruilverkaveling Vriezenveen. autoweg die een snelle verbinding moest vormen tussen Twente en Drenthe. De rijksweg kwam parallel ten oosten van de oude provinciale weg te liggen, en werd niet door de Heidemaatschappij maar door Rijkswaterstaat aangelegd. Op 19 september 1963 werd de nieuwe rijksweg officieel geopend.1 Naast de nieuwe noord-zuid lopende wegen, werd er ook een aantal nieuwe dwarswegen aangelegd. Sommige daarvan markeerden opvallende contrasten tussen het oude en nieuwe land van de ruilverkaveling, zoals de Veeneindeweg aan de zuidzijde van het Veenschap, de Meester Kunstweg, Weemestraat en Bovenlandweg aan de noordflank van het dorp en de Verzetstraat en Buitenlandweg aan de zuidflank van het dorp. Deze wegen aan de dorpsranden moesten voorkomen dat het landbouwverkeer van de boerderijen in het dorp gebruik moest maken van de Dorpsstraat. Een andere markante nieuwe dwarsverbinding waren de in elkaars verlengde liggende Oostermaatweg en Westermaatweg, die tussen de Oudewegsbeek en de Derde Wetering waren aangelegd. Deze weg vormde tevens een boerderijstraat, een weg geflankeerd door nieuwe ruilverkavelingsboerderijen, waarover later meer. In dit gebied, de Ooster- en Westermaten, bleef de oude verkavelingsrichting grotendeels gehandhaafd.

Het ruilverkavelingsblok Vriezenveen telde voorheen slechts acht doorgaande verharde wegen: de Dorpsstraat (nu Oosteinde en Westeinde), Hoofdstraat/Kerksteeg (nu Bouwmeesterstraat)/Almeloseweg, Paterswal, Oude Hoevenweg, Geesterenseweg, Weitemansweg, Wierdenseweg en de weg langs het Overijssels kanaal Almelo - De Haandrik. De oude ontginning van Vriezenveen telde verder vrijwel geen wegen, zodat men een kavel vaak alleen kon bereiken via een pad dat over andere kavels liep. In de overige, latere ontginningen binnen het ruilverkavelingsblok zoals de Westerhoeven en De Pollen waren wel wegen, maar deze waren vrijwel allemaal onverhard. Zo weinig wegen als er waren, zo veel waterlopen telde de oude ontginning. Honderden smalle slootjes in de lengterichting deelden het land op in even zoveel smalle kavels, wat het landschap ook wel de benaming stofkam opleverde. Sloten in de dwarsrichting waren schaars. De voornaamste ten noorden van het dorp waren de Oude Leidijkswetering (nu Verbindingsleiding), Oude Leidijk, Tweede Waterleiding en Eerste Waterleiding, en ten zuiden van het dorp de Eerste Wetering, Oudewegsbeek, Derde Wetering en de Vriezenveense Aa. Vanwege de vele overpaden telden deze weteringen talloze duikers en bruggetjes, wat de doorstroming niet ten goede kwam. De ruilverkaveling maakte binnen tien jaar tijd op zeer ingrijpende wijze een einde aan het eeuwenoude ver-

Plan van wegen...

Vriezenveen kreeg een rationeel wegennet dat voldeed aan de eisen van een modern landbouwbedrijf. Dat hield in dat elk kavel zonder omwegen rechtstreeks vanaf de weg, bij voorkeur verhard, met landbouwmachines bereikbaar moest zijn. Om dit op een efficinte manier te bereiken, werd er rond de 80 km aan nieuwe verharde wegen aangelegd en de verharde wegen waar nodig verbeterd. Bovendien werd de verkavelingsrichting in de Ooster- en Westerbouwlanden en Ooster- en Westerweilanden een kwartslag gedraaid van noordzuid naar oost-west, zodat de kavels goed aansloten op de nieuwe noord-zuid lopende uitvalswegen vanuit het dorp, die op regelmatige afstand van elkaar werden aangelegd. Deze nieuwe wegen volgden in grote lijnen echter wel de oude verkaveling, met enkele knikken tussen de rechtstanden van de tracs. De belangrijkste nieuwe noord-zuidweg op het plan van wegen en waterlopen diende echter geen agrarisch belang, maar dat van het snelverkeer. Tijdens de ruilverkaveling werd tussen Westerhaar en Almelo namelijk het sluitstuk van rijksweg 36 aangelegd, een nieuwe

Rijkswaterstaat, 1964

Waarden in een wederopbouwgebied

19

Vanaf de kruising met de Almeloseweg liep de Westermaatweg naar het westen...

... en de Oostermaatweg naar het oosten.

De nieuwe rijksweg 36 verbond Vriezenveen met het landelijke autowegennet.

De rijksweg kruiste de Verbindingsleiding met een brug, voorzien van ranke hekwerken.

20

Ruilverkaveling Vriezenveen

... en waterlopen

Naast het wegennet werd ook de waterhuishouding ingrijpend veranderd. De reeds bestaande weteringen dwars op de verkaveling van de oude ontginning bleven daarbij vrijwel allemaal gehandhaafd, zij het dat er vaak wel delen anders werden getraceerd en verbreed. De noord-zuid lopende slootjes werden veelal vervangen door nieuwe, bredere waterlopen die op een kaveldiepte afstand parallel aan de nieuwe noord-zuidwegen liepen. Het hele ruilverkavelingsblok waterde van oudsher uiteindelijk af op de Regge via de Veeneleiding. Door middel van sifons werd het water onder het Overijssels Kanaal door geleid. Met de ruilverkaveling bleef dit afwateringssysteem grotendeels gelijk, zij het dat de capaciteit wel flink werd vergroot door ruimere waterlopen en grotere kunstwerken zoals bruggen, stuwen, duikers en sifons. De hekwerken van de grotere kunstwerken hadden een ranke vorm met een ronde afronding aan de uiteinden. Het stelsel van waterlopen kreeg bovendien een duidelijkere hirarchie, waarbij het water al verder stroomopwaarts gebundeld werd in hoofdwaterlopen. Opvallend is daarbij dat er zowel in de Westerbouwlanden als in de Westerweilanden een nieuwe hoofdwaterloop in de richting zuid-noord werd gegraven, die vervolgens met een knik afboog naar het westen om daar af te wateren op de Veeneleiding.

Na de stemming van de ruilverkaveling in 1954 is het plan van wegen en waterlopen nog enkele malen aangepast. Zo werd er een nieuwe doorgaande weg tussen Aadorp en Daarlerveen aan het plan toegevoegd, de huidige Aadorpweg/Nieuwe Daarlerveenseweg, waarvoor het hele stramien van wegen en waterlopen in de Westerweilanden aangepast moest worden. Verder werd hier en daar het stramien van de waterlopen wat vereenvoudigd, waarbij veel geplande doodlopende waterlopen die in elkaars verlengde lagen alsnog werden doorgetrokken. Het definitieve plan van wegen en waterlopen werd in juli 1965 goedgekeurd door de Centrale Cultuurtechnische Commissie en door de provincie bekrachtigd op 22 november 1965.

wegen binnen de bebouwde omgeving komen te liggen, zoals de Weemestraat en Verzetstraat. Deze wegen vormden voorheen de grens tussen de oude dorpsbebouwing en het nieuwe ruilverkavelingslandschap. Daarbij is de Weemestraat in de jaren 2000 voor een deel voorzien van een nieuwe weg langszij voor het doorgaande verkeer, waarbij de oude weg fietspad is geworden. De grootste ingreep in het wegennet vond echter plaats in de jaren 90 met de nieuwe rijksweg N36, die op 18 december 1996 werd opengesteld.2 De oorspronkelijke autoweg die was aangelegd tijdens de ruilverkaveling, kreeg ten zuiden van het dorp een nieuw trac richting Wierden. Hiervoor werd een aantal wegen haaks doorsneden, waardoor er allerlei kunstgrepen nodig waren om deze wegen nog toegankelijk te houden. Ter hoogte van de Aadorpweg kwam een aansluiting, waardoor deze doorgaande weg in belang flink toenam. Vanwege de deels verhoogde ligging en twee vrij grote nieuwe afritcomplexen, heeft de nieuwe rijksweg een behoorlijke visuele impact op het landschap. Een andere, iets minder forse ingreep op het wegennet is de oostelijke rondweg van Vriezenveen, die gepland staat in juli 2013 opengesteld te worden. Deze weg loopt een stukje via de Horstweg, om net ten zuiden van het dorp naar het oosten af te buigen, de Boslandweg en Walstraat haaks kruisend. De rondweg wordt mede met het oog op een nieuwe zandafgraving in de Oos2 Adviesdienst Verkeer en Vervoer, 1998 (p. 141)

Na de ruilverkaveling

Vrijwel alle wegen uit het definitieve plan van wegen en waterlopen bestaan nog steeds. Sommige lijken na de ruilverkaveling zelfs nooit meer veranderd te zijn en verkeren daarom in zeer slechte staat. Veel wegen van de smalste categorie zijn tegenwoordig alleen nog maar toegankelijk voor fietsers en bestemmingsverkeer, vooral ten noorden van het dorp, wat waarschijnlijk mede verband houdt met de slechte staat van de wegen. De laatste jaren worden evenwel steeds meer wegen opgeknapt. Daarbij hebben sommige wegen een nieuw betonwegdek gekregen. Dit contrasteert qua materiaal en kleur echter met de oorspronkelijke verharding van de ruilverkavelingswegen, namelijk asfalt en betonklinkers. Vanwege uitbreiding van de dorpsbebouwing in het Westeinde zijn in de loop der jaren enkele plattelands-

Waarden in een wederopbouwgebied

21

Het graven van de vele waterlopen ging machinaal...

... maar er kwam ook nog veel mankracht aan te pas.

Dit beeld van een hoofdwaterloop verdween definitief met de ruilverkaveling.

De Stouwe of Veeneleiding, de afwatering van vrijwel het hele ruilverkavelingsgebied.

22

Ruilverkaveling Vriezenveen

terweilanden aangelegd en zal daarvan de noordgrens vormen. De zuidgrens van de zandafgraving zal liggen bij de Oudewegsbeek. Op den duur zal een aanzienlijk deel van de Boslandweg, en wellicht ook een deel van de Horstweg moeten wijken voor de zandwinningsplas.3 Wat betreft de waterlopen zijn de ingrepen na afloop van de ruilverkaveling minder groot en vooral minder talrijk. De grootste verandering is het Lateraalkanaal dat in 1981 tussen Vriezenveen en het kanaal Almelo Nordhorn ten oosten van Almelo werd aangelegd om de waterhuishouding van Almelo te verbeteren. Binnen het ruilverkavelingsgebied van Vriezenveen zijn hiervoor enkele hoofdwaterlopen van de ruilverkaveling verruimd, met uitzondering van het gedeelte ten zuiden van de Derde Wetering. Daar werd een geheel nieuw trac gegraven. Het verkavelingspatroon binnen het ruilverkavelingsblok is sinds de ruilverkaveling nagenoeg gelijk gebleven. Wel zijn hier en daar wat kavelsloten gedempt of nieuwe gegraven, maar het algemene beeld is vrij intact gebleven.

Waardering wegen, waterlopen en verkaveling


Zeldzaamheid Er is in Nederland geen ruilverkaveling voorbij gegaan zonder dat er wegen en waterlopen zijn aangelegd en de verkaveling is verbeterd. Vanwege landelijk geldende normen zijn wegen, waterlopen en verkaveling van de ruilverkaveling Vriezenveen in hun vorm zeker niet zeldzaam. Kenmerkendheid De vergaande rationaliteit in het net van wegen en waterlopen en de verkaveling is zeer kenmerkend voor ruilverkavelingen. De rechtlijnige vormen met knikken in de wegen en waterlopen zijn bovendien ook zeer kenmerkend voor de periode waarin de ruilverkaveling Vriezenveen tot stand is gekomen, evenals de draaiing van de verkavelingsrichting. Samenhang Binnen de ruilverkaveling vormen de wegen, waterlopen en verkaveling samen een zeer sterk samenhangend geheel. In de loop der jaren zijn er wel aanpassingen geweest, die deze samenhang hebben verminderd. Met name door nieuwe wegen en waterlopen vertonen sommige wegen en waterlopen van de ruilverkaveling minder samenhang. Gaafheid Sinds de ruilverkaveling hebben vooral enkele grote ingrepen ten zuiden van Vriezenveen ervoor gezorgd dat de herkenbaarheid van de structuur van wegen, waterlopen en verkaveling flink is verminderd. Ten noorden ven Vriezenveen is de structuur nog wel zeer herkenbaar. Al met al is de gaafheid nog redelijk.

Boumans, 2010

Waarden in een wederopbouwgebied

23

Het dorpslint van Vriezenveen in het slagenlandschap vlak voor de ruilverkaveling.

Idyllische taferelen in het oude landschap.

24

Ruilverkaveling Vriezenveen

3.2 Landschapsverzorging
Landschapsplan
Idylle alom Harry de Vroome
bereiken door soms te streven naar een reconstructie van de oude situatie, in andere gevallen naar een nieuwe interpretatie van de algemene karakteristiek.2

Voor de ruilverkaveling zag het landschap van Vriezenveen er totaal anders uit. De smalle kaveltjes gaven het landschap een wat rommelige, maar romantische aanblik door de kleinschaligheid van het landschap. Veel kaveltjes vlakbij het dorp hadden langs de rand opgaande begroeiing in de lengterichting. De veelheid aan smalle kaveltjes zorgde voor een grote beslotenheid. Verder van het dorp af waren de kaveltjes kaler, zoals in de Ooster- en Westerbouwlanden, de Westerweilanden en de Westermaten. Aan de oostzijde was meer begroeiing, vooral in de Boschlanden ter hoogte van Fayersheide. Buiten de oude ontginning van Vriezenveen was het landschap open, zoals de Westerhoeven of halfopen, zoals in de Ooster- en Westervenen en bij De Pollen, waar het struweel op de woeste gronden enige afwisseling aan het landschap gaf. Ten zuiden van De Pollen stonden bovendien enkele bomenrijen langs de kavels. Met de ruilverkaveling werd de kleinschalige idylle ingewisseld voor grootschalige rationaliteit. Toch betekende dit geen totale kaalslag. Vanwege het enorme contrast tussen de grootte van de kavels van het oude en het nieuwe landschap, was voortbouwen op het oude landschap niet mogelijk. Het landschapsplan voor Vriezenveen voorzag dan ook een totaal nieuwe aankleding voor het totaal nieuwe landschap.

Het nieuwe landschap van Vriezenveen werd vormgegeven door Harry de Vroome,1 die in 1948 werd aangesteld als landschapsconsulent bij de afdeling Landschapsverzorging van Staatsbosbeheer in Utrecht. Daar kreeg hij de hogere delen van Nederland onder zijn hoede. In 1956 werd de landschapsverzorging gedecentraliseerd en werd zijn werkgebied beperkt tot Overijssel. Twee jaar later werd hij overgeplaatst naar Assen, waar hij de provincies Groningen en Drenthe onder zijn hoede kreeg. Aangezien hij de functie van landschapsconsulent tot 1984 bekleedde, is het landschapsplan voor Vriezenveen dus uit zijn eerdere jaren. Hoewel er geen toelichting op het landschapsplan Vriezenveen bekend is van De Vroome zelf, is er wel geschreven over zijn algemene aanpak en gedachtegoed: De Vroome [...] streefde bij ruilverkavelingen in landschappelijk kwetsbare gebieden zoveel mogelijk naar behoud van de wezenlijke kenmerken van het aanwezige landschap. Bij zijn analyse n het ontwerp maakte de landschapsadviseur gebruik van door bodemkartering verkregen bodemkundige en geomorfologische gegevens [...]. De essentie kwam naar voren in de ruimtelijke samenhang van de elementen waaruit het landschap was opgebouwd. Later zou De Vroome spreken over het leesbaar laten van het landschap, ofwel herkenbaar in de belevingswereld van mensen. Dit doel trachtte hij te
1 Bibliotheek Wageningen UR, z.j. (toegang Vriezenveen); Van Blerck, 1987 (p. 160)

Het landschapsplan

Bij het landschapsplan voor de ruilverkaveling Vriezenveen is duidelijk gekozen voor een nieuwe interpretatie van de algemene karakteristiek, wat een architecturaal landschap opleverde, een landschap waaruit duidelijk mensenwerk spreekt door rechtstanden en regelmaat. Dit stond in schril contrast tot het plastisch-picturale landschap van voor de ruilverkaveling, waarbij losse elementen het landschap verlevendigen en de mensenhand minder sterk waarneembaar is.3 Als product van zijn tijd, namelijk de periode 1940-1954, zou het accent vooral vallen op de wegbeplanting en het geboomte om de nieuw te bouwen boerderijen.4 Daarnaast werden ook knikken in de wegtracs voorgesteld om het wegbeeld te verlevendigen.5 Het landschapsplan vermeldt verder enkele voorgestelde natuurreservaten. Recreatie was toentertijd nog geen groot onderwerp van gesprek bij ruilverkavelingen, waar het later in de ruilverkavelingsgeschiedenis juist een nadrukkelijke rol zou gaan spelen.

2 3 4 5

Andela, 2000 (p. 77) Landschapstypering van Hudig c.s.; in De Visser, 1997 (p. 15) Centrale Cultuurtechnische Commissie, 1954 (p. 11) De Visser, 1997

Waarden in een wederopbouwgebied

25

Vooral rondom het dorp was het landschap kleinschalig, zoals langs de Eerste Wetering.

De naam zegt het al: vooral in de Boschlanden was veel houtopstand.

Smalle paadjes liepen vanaf de boerderijen naar de landerijen, zoals hier tussen het Oosteinde en de Oosterweilanden.

Noordelijk van het dorp was het landschap meer open; vanuit de Kerkenbouwlanden had men goed zicht op het dorp. Tevens te zien is het grondverlies vanwege het kavelpad.

26

Ruilverkaveling Vriezenveen

Het landschapsplan van De Vroome uit 1954 toont een rijke variatie in de beplanting in vergelijking met latere plannen, die veel soberder zijn. De meest gebruikte boomsoort in het plan was de eik, veelal vergezeld van onderbeplanting, met name in en ten noorden van het dorp. De scheiding van dorpsbebouwing en ruilverkavelingslandschap werd kracht bijgezet met een rij eiken. Ook het Veenschap werd gemarkeerd in het landschapsplan. Brede singels van onder meer eik, meidoorn en vuilboom markeerden de noord- en zuidgrens van het gebied; smallere singels met dezelfde samenstelling liepen in de noord-zuidrichting en gaven enige compartimentering aan het verder open landschap ten noorden van Vriezenveen. Ten zuiden van het dorp waren vooral essen, populieren en schietwilgen voorzien, vaak met onderbeplanting van onder andere els, wilg en vogelkers. De Ooster- en Westermaatweg zouden aan beide zijden worden beplant met populieren en de erven van de boerderijen met soorten als els, es, wilg en vogelkers. Ten zuiden van deze boerderijstraat waren vooral wilgen voorzien. Met deze indeling van eik via es/populier naar wilg zou tevens het verloop zichtbaar worden van de drogere gronden in het noorden naar de nattere gronden in het zuiden, een stukje leesbaarheid van het landschap. Voor de jongere ontginningen van de Westerhoeven, Oostervenen en De Pollen waren vooral eiken voorzien met onderbeplanting van meidoorn en vuilboom. De

erven aan de Dalweg, eveneens voorzien als boerderijstraat, zouden ook met deze boomsoorten worden beplant.

beplanting in deze oostvleugel van het ruilverkavelingsblok in de richting noord-zuid zou lopen. Bij de Westerhoeven werd de oost-west georinteerde ladderstructuur van wegbeplanting ingeruild voor twee parallelle bomenrijen in de noord-zuidrichting. Langs de Veeneleiding kwam een brede rij populieren; langs de Westerhoevenweg een rij eiken. Beide bomenrijen werden ook voorzien van struikbeplanting, zoals in het hele gebied voor het grootste deel alleen bij de noord-zuid lopende beplanting werd toegepast. Het definitieve landschapsplan, dat uiteindelijk wel tot uitvoering werd gebracht, werd in mei 1963 vastgesteld door de Centrale Cultuurtechnische Commissie, waarna op 21 september 1964 de vaststelling door de provincie volgde. Ondanks de definitieve vaststelling, lijkt het erop dat het landschapsplan op sommige punten toch anders is gerealiseerd, met name als het gaat om de breedte van bomenrijen. Op enkele plaatsen vermeldt het landschapsplan een dubbele rij eiken, maar is tegenwoordig slechts een enkele rij te zien zonder sporen van een vroegere tweede rij. Overigens is het niet helemaal zeker dat het gerealiseerde definitieve landschapsplan uit 1963 ook door De Vroome is ontworpen, vanwege zijn overplaatsing naar Assen in 1958. Bovendien vermeldt het definitieve landschapsplan linksonder de initialen J.M.K.. Het is helaas niet bekend waar deze drie letters voor staan.

Latere landschapsplannen

Het landschapsplan 1954 is echter nimmer tot realisatie gekomen. Van de rijke variatie in de beplanting was al spoedig weinig meer terug te vinden in latere plannen, die sterk werden gedomineerd door eik. De variatie in boomsoorten concentreerde zich vooral rond Vriezenveen zelf. Naast eik kwam alleen populier nog noemenswaardig voor buiten het dorp, namelijk langs de randen in de westflank van het ruilverkavelingsblok. Hiermee werd de eerder genoemde nuance tussen de drogere en nattere gronden uit de plannen geschrapt. Toch kwam er een nieuwe nuance voor terug. Bij de latere landschapsplannen valt namelijk op dat de beplanting in het zuiden van het ruilverkavelingsblok steeds ophoudt bij de Oudewegsbeek. Deze waterloop vormde tevens de scheiding tussen de Ooster- en Westerweilanden en de Ooster- en Westermaten. Zo werden de weilanden duidelijk een opener gebied dan de maatlanden. De later in de plannen verschenen doorgaande weg tussen Daarlerveen en Aadorp werd in de latere landschapsplannen voorzien van eiken aan beide zijden van de weg, waarmee de hogere rang van de weg in het wegennet geaccentueerd. Hetzelfde gebeurde bij de Nieuwe Wierdenseweg. Bij de Geesterenseweg werd de beplanting juist weer weggelaten, zodat alle nieuwe

Waarden in een wederopbouwgebied

27

De schaal van het nieuw gecreerde landschap is vele malen groter dan die van het oude.

Slechts enkele bomenrijen zorgen voor enige compartimentering van het landschap.

Eiken vormen een harde grens tussen het besloten dorp en het open buitengebied.

De doorgaande Aadorpweg werd flink geaccentueerd met eiken aan weerszijden.

28

Ruilverkaveling Vriezenveen

Na de ruilverkaveling

Opvallend is dat na afloop van de ruilverkaveling meer bomen zijn toegevoegd dan er verdwenen. Zo zijn er langs de gehele lengte van het Lateraalkanaal bomen aangeplant, voornamelijk elzen. De meeste nieuwe beplanting hield echter verband met de aanleg van de nieuwe rijksweg N36 in de jaren 90, waarbij deze weg ingepast moest worden in het landschap. Daarbij zijn bomenrijen aangeplant langs de nieuwe autoweg, maar ook langs enkele bestaande wegen, zoals de Oosterweilandweg, Westerweilandweg en Almeloseweg. De hele Oosterweilandweg, het oude trac van rijksweg 36, werd voorzien van eiken aan beide zijden. Inmiddels zijn de bomen ten noorden van de Oudewegsbeek weer verwijderd. Hoewel in het definitieve landschapsplan geen beplanting was opgenomen langs rijksweg 36, is hiermee toch met respect gehandeld door de beplanting op te laten houden ter hoogte van de Oudewegsbeek. Met veel minder respect is gehandeld bij de aanplant van een bos in het oostelijke kwadrant tussen de Oosterweilandweg en Oostermaatweg. Hierdoor is de openheid en het zicht op beide wegen behoorlijk aangetast en is bovendien de erfbeplanting van een boerderij in de bomenzee verdwenen. Een opvallende verandering is verder dat er vanaf de 80 een heel aantal nieuwe erven zijn verschenen in de Ooster-, maar vooral de Westerbouwlanden. Hierdoor is het open en rustieke karakter van het gebied duidelijk verminderd. Bovendien lijken de erven behoorlijk lukraak

geplaatst te zijn, waarmee ze een rommelige aanblik geven aan het van oorsprong strak ontworpen ruilverkavelingslandschap. De zandwinning in de Oosterweilanden zal ook een flinke impact hebben op het landschap. Volgens het landschapsplan van de zandwinning zal de zandplas worden omringd met opgaande begroeiing, juist in een van de meest open gebieden van de ruilverkaveling. Hiermee zal het contrast tussen de Oosterweilanden en de Oostermaten verdwijnen, omdat de Oudewegsbeek ook de grens van de zandwinning moet worden. Het landschap van de ruilverkaveling zal hierdoor op deze plek onleesbaar worden.

Waarden in een wederopbouwgebied

29

Het nieuw gecreerde landschap van Vriezenveen. Goed te zien is het scherpe contrast tussen het kleinschalige dorpslint (boven) en de grootschalige buitengebieden. Ook het onderscheid tussen de open Oosterweilanden (midden) en de iets meer besloten Oostermaten (onder) is duidelijk zichtbaar, met de Oudewegsbeek als scheidslijn. De Oostermaatweg (onder) loopt op een afstandje parallel aan het dorp; de erfbeplantingen langs deze boerderijstraat zijn duidelijk herkenbaar. Fayersheide (midden rechts) ligt als een eilandje in een weidse cultuurzee.

30

Ruilverkaveling Vriezenveen

Waardering landschapsinrichting en beplanting


Zeldzaamheid Het opstellen van een landschapsplan was voor 1954 weliswaar niet verankerd in de wet, maar wel in de praktijk. Het feit dat er een landschapsplan is opgesteld voor een ruilverkaveling die onder de Ruilverkavelingswet 1938 valt is niet zeldzaam. Het landschapsplan lijkt in veel opzichten op andere uit deze periode. Ook is het niet zeldzaam dat het landschapsplan van de hand van Harry de Vroome is. Kenmerkendheid Het feit dat de invloed van de landschapsverzorging weinig verder reikte dan de wegbermen en knikken in de wegtracs, is zeer kenmerkend voor de ruilverkavelingen in deze periode. Wat dat betreft spande soberheid de kroon, wat bij Vriezenveen nog eens wordt benadrukt door de summiere variatie in de boomsoorten in het ruilverkavelingslandschap. Samenhang Hoewel er geen toelichting op het landschapsplan bekend is, toont de beplanting een sterke samenhang met zowel het plan van wegen en waterlopen als de verschillende oorsprongen van de landschappen in het ruilverkavelingsgebied. Ondanks enkele latere aanpassingen is deze samenhang nog altijd redelijk goed te zien. Gaafheid Door nieuwe ontwikkelingen, zoals de aanleg van de nieuwe rijksweg N36, de beplanting langs het Lateraalkanaal en de nieuwe erven in de Ooster- en Westerbouwlanden, is het karakter van het landschap niet overal meer intact, net als de beplantingspatronen. Toch is er over het hele gebied gerekend nog een redelijke gaafheid van het ruilverkavelingslandschap en de beplanting.

Waarden in een wederopbouwgebied

31

Rijen en groepjes bomen bepalen de aanblik van het Veenschap, wat een afwisselend landschap oplevert.

Scherp contrast tussen de natuurontwikkeling in het Veenschap op de voorgrond en de cultuurgrond op de achtergrond. Tijdens de voorbereiding van de ruilverkaveling was het Veenschap na vervening nog voorzien als landbouwgrond, getuige de toekomstig ontworpen wegen op deze kaart.

32

Ruilverkaveling Vriezenveen

Resterende landschappen van voor de ruilverkaveling


Het Veenschap
Al eeuwen staken de Vriezenveense boeren kleinschalig turf van hun land, voornamelijk voor eigen gebruik. Voor de aanvang van de ruilverkaveling was er nog altijd een brede strook verturfbaar veen over ten noorden van het dorp. Niet elke boer verturfde zijn veen even snel. Daardoor ontstonden op de smalle kavels aanzienlijke verschillen in hoogte, waardoor de turf op de hogere delen uitdroogde, inklonk en waardeloos werd als brandstof, terwijl het naastgelegen afgegraven perceel erg drassig werd. Bij de voorbereidingen van de ruilverkaveling Vriezenveen was het de bedoeling om vrijwel alle grond binnen het ruilverkavelingsblok te ontginnen of te herontginnen. Met de beide Wereldoorlogen nog vers in het geheugen, lieten de Vriezenveense boeren niet toe dat hun kostbare brandstofvoorraad zomaar zou worden omgezet tot moderne cultuurgrond. Tijdens de oorlog had de turfvoorraad hun namelijk grote diensten bewezen. Om een rijksbijdrage te kunnen krijgen voor de ruilverkaveling, moest de toewijzing van landbouwgrond op verantwoorde wijze passen in het gehele ruilverkavelingsplan.1 Met andere woorden: alle cultuurgrond in het gebied diende in landbouwkundig opzicht voldoende te worden verbeterd. Dit was niet het geval als de percelen met verturfbaar veen geheel intact zouden blijven, omdat dit de toekomstige mogelijke bedrijfsgrootte zou drukken.
1 Centrale Cultuurtechnische Commissie, 1954 (p.10)

De cultuurtechnische commissies stelden dan ook voor dat de verveners van de Engbertsdijkvenen hun dalgronden bij Bruinehaar beschikbaar zouden stellen voor Vriezenveense boeren; in ruil hiervoor zou het veen in Vriezenveen met ondergrond in bezit komen van deze verveners. Na vervening zou de dalgrond dan alsnog als moderne landbouwgrond in gebruik worden genomen. De boeren zouden financieel gecompenseerd worden voor het veen dat zij zouden moeten inleveren. Na veel discussie vond in oktober 1956 een stemming plaats, waarbij men kon kiezen tussen financile compensatie met dalgrond bij Bruinehaar of de oprichting van een veenschap in Vriezenveen. Aangezien de Vriezenveense boeren nogal aan hun veen waren gehecht, werd het pleit beslecht in het voordeel van een veenschap. Dit hield in dat alle boeren die hun veen wilden behouden hun veengrond moesten afstaan aan het Veenschap. In ruil daarvoor kregen ze een strook land in het Veenschap toegewezen, dat tot het moment van vervening als hoogveencultuur gexploiteerd zou worden en daarna als dalgrond. Bovendien kregen de boeren het recht om net zoveel turf te winnen als ze verturfbaar veen hadden ingebracht. Het bestuur van het Veenschap zou voortaan echter bepalen wie wanneer op welke plek turf mocht graven. Een strook van ongeveer 5 kilometer lang en zon 600 meter breed in de Wester- en Oosterbouwlanden en

een aansluitend gebied in het zuidoosten van de Oude Oostervenen werd als Veenschap aangewezen, dat zo in totaal meer dan 300 hectare bestreek. Het gebiedje werd kadastraal opnieuw verdeeld in honderden kleine perceeltjes, waarbij in het patroon de restanten van de oost-west lopende Oude Leidijk nog terug te herkennen zijn. Nog tijdens de ruilverkaveling kregen sommige boeren spijt van hun keuze om voor de oprichting van het Veenschap te kiezen. In plaats daarvan hadden ze bij nader inzien toch liever goede landbouwgrond dan een eigen stukje veen. Helaas voor de boeren was er voor deze operatie geen geld meer over, en is het Veenschap tot op de dag van vandaag het Veenschap gebleven. Overigens is er uiteindelijk wel een iets kleiner gebied als veenschap aangewezen dan bij de stemming van de ruilverkaveling in 1954 was voorzien. Een schrale troost voor de boeren. Na de ruilverkaveling is er inderdaad veen afgegraven, hoewel dit achteraf gezien op slechts beperkte schaal is gebeurd. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan voor het buitengebied van Vriezenveen op 10 augustus 1976 werd het Veenschap aangewezen als agrarisch gebied met grote landschappelijke waarde. Sindsdien is de turfwinning nagenoeg voorbij en zijn er in het gedeelte van de Wester- en Oosterbouwlanden geen grootschalige veranderingen meer geweest. Wel is de resterende heide grotendeels bebost geraakt en is er langs de rijksweg 36 een verzorgingsplaats aangelegd.

Waarden in een wederopbouwgebied

33

Na de ruilverkaveling bleef het Veenschap opgedeeld in honderden kleine perceeltjes.

Het Veenschap heeft een redelijke mate van beslotenheid.

Het onregelmatige terrein toont sporen van turfwinning in een grijs verleden.

34

Ruilverkaveling Vriezenveen

In het gedeelte van het Veenschap in de Oude Oostervenen is nog tot in de jaren 80 veen, heide en bos verdwenen. Zo rond de opening van het veenmuseum Vriezenveenseveld is dit definitief beindigd. In 2009 is voor dit deel van het Veenschap een vereniging van grondeigenaren opgericht die zich richt op de ontwikkeling van natuur in het gebied.

Waardering Veenschap
Zeldzaamheid Vrijwel nergens waar in Nederland een ruilverkaveling is geweest, is onvoorzien een stuk land grotendeels onontgonnen gebleven. Het Veenschap is daarom zeer zeldzaam in de ruilverkavelingsgeschiedenis. Kenmerkendheid Het Veenschap is niet kenmerkend voor Nederlandse ruilverkavelingen, omdat het stichten van een veenschap niet tot de normale praktijk behoorde. Echter, het is wel een vrij groot en zeer kenmerkend onderdeel van de ruilverkaveling Vriezenveen, omdat het er onlosmakelijk deel van uitmaakt, zowel functioneel als landschappelijk. Samenhang Binnen de geschiedenis van de ruilverkaveling Vriezenveen is het Veenschap vooral een belangrijk onderdeel in verhalende zin. Het feit dat het Veenschap er is gekomen, hangt immers nauw samen met de mentaliteit van de bevolking in de naoorlogse tijd. Daarnaast vormt het Veenschap natuurlijk ook ruimtelijk en organisatorisch gezien een sterk samenhangend geheel. Gaafheid Het Veenschap is behoorlijk gaaf gebleven in de staat zoals deze aan het einde van de ruilverkaveling was. Het oude kleinschalige landschap is nog goed herkenbaar, net als het relif door turfwinning. Zelfs de grondeigendom is nog altijd zeer versnipperd. De grootste verandering is eigenlijk het grotendeels verdwijnen van de heide, maar dit is een grotendeels natuurlijk proces.

Waarden in een wederopbouwgebied

35

Het Oude Kerkhof is opvallend geaccidenteerd en vrij besloten.

De bomen zijn in de loop der jaren niet ongeschonden gebleven.

Deze stenen zouden van de oude kerk afkomstig zijn.

Enkele open plekken zorgen voor variatie in openheid en lichtinval.

36

Ruilverkaveling Vriezenveen

Het Oude Kerkhof


Het dorp Vriezenveen heeft niet altijd gelegen waar het nu ligt. De ontginning begon vanaf de Aadijk en verplaatste zich vervolgens enkele malen naar het noorden. De naam Oudewegsbeek herinnert nog aan de Olde Wech, die rond 1420 de dorpsstraat van Vriezenveen moet zijn geweest. Iets noordelijker, ongeveer halverwege de Oudewegsbeek en de Eerste Wetering, heeft de Buterweg of Buijterenweg gelopen. Deze weg was de laatste locatie van het dorp, voordat Vriezenveen op zijn huidige plek kwam te liggen.1 Een schematische kaart uit 1627 laat zien dat de verhuizing van het dorp toen al gaande was. Volgens de kaart was het Westeinde in die tijd al verplaatst naar de plek van het huidige dorp. Het Oosteinde lag toen nog steeds aan de zuidelijker gelegen Buterweg, net als de kerk. De noordwaartse verplaatsing van het dorp kwam in een stroomversnelling nadat op 23 september 1665 de bisschop van Mnster, Bernhard von Galen, de Nederlanden binnenviel. Aanvankelijk bleef Vriezenveen gespaard vanwege het omringende moeras; bovendien werd de enige toegangsweg tot het dorp bewaakt. Toen tijdens de winter echter de vorst intrad, bevroor het moeras en was op 5 januari 1666 de weg vrij voor de Mnsterse troepen om het dorp te plunderen en verwoesting aan te richten.2 Een kanonskogel zorgde er op 28 februari voor dat ook de kerk werd vernield.3
1 2 3 Jansen Dzn., z.j. Wikipedia, 2008 Jansen Dzn., z.j.

Het dorp en de kerk werden op de huidige locatie weer opgebouwd, waarbij de Buterweg definitief werd verlaten. Al in de negentiende eeuw bestond zelfs de Buterweg niet meer, maar tijdens de ruilverkaveling is er in 1960 nog een aantal archeologische vondsten gedaan op de plek van het oude dorp. Toch was er in het landschap nog n plek overgebleven die nog duidelijk herinnerde aan het oude Vriezenveen: het kerkhof.

Hoewel dit Oude Kerkhof bij de voorbereidingen en stemming van de ruilverkaveling nauwelijks aandacht werd geschonken, bleef het terrein toch gespaard. Een belangrijke reden hiervoor was het verzoek van de burgemeester in 1956 voor de aanleg van een bebossing. Als locatie werd daarvoor het Oude Kerkhof aangewezen, overigens met de aantekening dat een beplantingsplan geen zin zou hebben. In 1958 werden er plannen

Caerte vant Vriesenveene, een schematische kaart uit 1627 met daarop zichtbaar de twee dorpslinten en in het midden de oude kerk.

Waarden in een wederopbouwgebied

37

Een tussentijds landschapsplan toont het Oude Kerkhof met het nieuwe sportpark Het Midden als bebossing; dit is het donkere vlak ongeveer in het midden van de kaart.

38

Ruilverkaveling Vriezenveen

ontvouwd voor de aanleg van sportterreinen ten zuiden van Vriezenveen, vlakbij het Oude Kerkhof. In het tussentijdse landschapsplan van rond 1960 zijn het sportpark Het Midden en het Oude Kerkhof zonder verdere uitwerking opgenomen als bebossing. Tegenwoordig is het Oude Kerkhof er nog steeds, al zou niemand vermoeden dat het ooit een kerkhof is geweest, want zerken zijn er niet te zien. Ook van de kerk is niet meer over dan vier grote stenen. Wel is het terrein opvallend geaccidenteerd en heeft het door de grote variatie van open plekken en dichte bebossing een heel eigen sfeer, die sinds de ruilverkaveling nagenoeg onveranderd is. De Archeologische Monumentenkaart dicht het Oude Kerkhof een monumentenstatus van hoge waarde toe,4 waarmee de archeologische bescherming van het bijzondere terrein verzekerd is.

Waardering Oude Kerkhof


Zeldzaamheid Het Oude Kerkhof zou bij een beoordeling op landschappelijke en archeologische waarden wellicht hoog scoren; zo ook binnen de ruilverkavelingsgeschiedenis. Het is zeer zeldzaam dat een archeologische vindplaats in een ruilverkaveling onontgonnen is gebleven. Binnen de ruilverkaveling Vriezenveen is dit bovendien het enige stukje oud landschap dat omwille van een recreatieve functie bewust bewaard is gebleven en ook om die reden zeer zeldzaam. Kenmerkendheid In de ruilverkavelingsgeschiedenis is het behoud van het Oude Kerkhof redelijk kenmerkend, omdat het als een eilandje oud landschap in de zee van ruilverkaveld nieuw gecreerd landschap ligt. Dergelijke contrastrijke en tevens functionele conservatie van oud landschap werd in die tijd wel vaker toegepast bij ruilverkavelingen. Samenhang Het Oude Kerkhof vormt zowel ruimtelijk als functioneel een eenheid met de nabijgelegen sportvelden. Beide dienen ter recreatie en zijn in het landschapsplan opgenomen als bebossing. Deze ruimtelijke en functionele samenhang is ook vandaag de dag nog steeds aanwezig. Gaafheid Sinds de ruilverkaveling is het Oude Kerkhof niet of nauwelijks veranderd en is dus nog zeer gaaf te noemen.

Boshoven, Buesink & Tebbens, 2007 (bijlage 5)

Waarden in een wederopbouwgebied

39

Fayersheide herbergt het laatste restje heide in Vriezenveen.

De lange, smalle kavels met flankerende houtopstand zijn nog prachtig zichtbaar.

Een hoge grondwaterstand moet ervoor zorgen dat bijzondere soorten behouden blijven.

Scherp contrast tussen Fayersheide op de voorgrond en cultuurgrond op de achtergrond.

40

Ruilverkaveling Vriezenveen

Fayersheide
Ten zuiden van het Oosteinde ligt te midden van de cultuurzee een klein eilandje natuur, een stukje landschap van voor de ruilverkaveling met de naam Fayersheide. Voor de ruilverkaveling was dit het laatste stukje veen ten zuiden van Vriezenveen dat nog ontgonnen werd. Kaarten laten pas in de twintigste eeuw zien dat het heideveldje stukje bij beetje wordt afgeknabbeld en verkaveld, een proces dat bij aanvang van de ruilverkaveling nog niet was voltooid. Bij de stemming van de ruilverkaveling in 1954 werd dan ook voorgesteld Fayersheide aan te wijzen als natuurreservaat, want voor de kennis omtrent het ontstaan van het Zuid-Vriezenveense gebied is het behoud van dit moerasachtige heideveldje niet zonder belang.1 Op het landschapsplan van 1954 is te zien dat Fayersheide verreweg het grootste was van de schaarse als natuurreservaat voorgestelde terreinen. In de jaren na de ruilverkaveling is Fayersheide weinig veranderd. Het gebiedje werd door de jaren heen ook als heide onderhouden, getuige de fluctuaties in de verhoudingen tussen bos en heide op achtereenvolgend kaartmateriaal. Verdroging is voor Fayersheide is al sinds de ruilverkaveling een grote bedreiging. Deze dreiging is er niet minder op geworden met de recente plannen om in de Oosterweilanden op grote schaal zand te winnen. Na enige
1 Centrale Cultuurtechnische Commissie, 1954 (p. 11)

discussie is dan ook besloten een bufferzone te creren tussen de toekomstige zandwinning en het natuurgebiedje.

Fayersheide biedt een thuis aan vele bijzondere en minder bijzondere plantensoorten, zoals de koningsvaren (onder), grote ratelaar (rechtsboven) en stekelbrem (rechtsonder).

Waarden in een wederopbouwgebied

41

Een schilderachtig plekje


Ten tijde van de ruilverkaveling woonde er een kunstschilder in Vriezenveen, Bernard Jaspers Fayer. Eigenlijk was hij een gewone Vriezenveense boer, maar schilderen deed hij erbij. Eerst een beetje, maar naarmate hij ouder werd steeds meer. Zijn schilderijen laten vooral taferelen zien van het alledaagse leven van de Vriezenveense boeren. In totaal heeft hij meer dan 800 werken op zijn naam staan. Het geslacht Fayer had in Vriezenveen ook een stuk land in bezit, aan de rand van het ruilverkavelingsblok. Tijdens de ruilverkaveling bleef dit gebiedje van ongeveer 10 ha, genaamd Fayersheide, gespaard vanwege de hoge natuurwetenschappelijke waarde. Ook nu nog vertegenwoordigt dit gebiedje bijzondere ecologische maar ook landschappelijke waarden, dus wat dat betreft is het behoud van dit natuurgebiedje bij de ruilverkaveling zeker niet voor niets geweest. Fayersheide laat de kleinschaligheid zien van het oude Vriezenveense slagenlandschap. De zompige veengrond en het microrelif zorgen nog altijd voor bijzondere plantengroei, al is het sinds de ruilverkaveling wel achteruit gegaan, vooral vanwege de ontwatering ten behoeve van de omringende landbouw. Toch waren er in de jaren 90 nog altijd zeldzame plantensoorten aanwezig als de welriekende nachtorchis, grote en kleine ratelaar, dwergvlas, ronde en kleine zonnedauw en vleugeltjesbloem. Herstelmaatregelen als houtkap en afplaggen hebben ervoor gezorgd dat ook de moeraswolfsklauw, het vetblad en moerashertshooi terugkwamen.1 Het is niet bekend of schilder Fayer ook het stukje heide dat zijn naam draagt op het doek heeft vastgelegd, maar schilderachtig is het zeker. Ook vandaag nog.

Bernard Jaspers Fayer legde menig Vriezenveens tafereel vast op het doek.

KNNV, z.j.

42

Ruilverkaveling Vriezenveen

Waardering Fayersheide
Zeldzaamheid Hoewel Fayersheide enkele zeldzame plantensoorten herbergt, is het vanuit het oogpunt van ruilverkavelingen zeker niet zeldzaam dat er vanwege bijzondere natuurwetenschappelijke waarden een gebiedje gevrijwaard bleef van ontginning of herverkaveling. Voor de ruilverkaveling Vriezenveen was het echter het enige gebiedje van enig formaat dat om deze reden behouden bleef. Kenmerkendheid In de ruilverkavelingsgeschiedenis is de aanwijzing van Fayersheide als natuurreservaat kenmerkend, omdat het als een eilandje oud landschap in de zee van ruilverkaveld nieuw gecreerd landschap ligt. In die tijd gebeurde dit vrijwel altijd op deze manier met zon groot contrast. Samenhang De samenhang van Fayersheide kan vooral worden gezien in het contrast in functie ten opzichte van het omringende landschap: Fayersheide is behouden als natuurreservaat, opdat het omringende land werd ruilverkaveld. Dit contrast is vandaag de dag nog altijd messcherp aanwezig. Gaafheid Het oude Vriezenveense slagenlandschap, plus het nog onontgonnen stukje heide is nog altijd goed herkenbaar, mede door het onderhoud dat door de loop der jaren gepleegd is. Het is eigenlijk een stukje openluchtmuseum dat ook vandaag nog het contrast tussen het ontgonnen en onontgonnen landschap van voor de ruilverkaveling laat zien. In die zin is het sinds de ruilverkaveling een behoorlijk gaaf natuur- en landschapsreservaat gebleven.

Waarden in een wederopbouwgebied

43

Aan de Westerveenweg staan exemplaren van alle drie de boerderijtypen...

... kop-hals-romp, veruit het meest vertegenwoordigd...

... kop-romp...

... en het hallenhuis, in de ruilverkaveling het zeldzaamste boerderijtype.

44

Ruilverkaveling Vriezenveen

3.3 Architectuur en stedebouw


Ruilverkavelingsboerderijen
Tijdens de ruilverkaveling zijn er zon 70 boerderijen verplaatst vanuit het dorp naar elders in het ruilverkavelingsgebied. Alleen de op langere termijn levensvatbaar geachte boerderijen kwamen in aanmerking voor verplaatsing; een boer moest daarom minimaal 10 ha grond in eigendom hebben. In 1958 werd deze norm nog opgeschroefd tot 15 ha.1 Het mag dan ook geen wonder heten dat in de eerste jaren van de ruilverkaveling het aantal grondtransacties enorm steeg door boeren die extra land aankochten om binnen de normen te vallen. De klassieke verdeling van Vriezenveen in Oosteinde en Westeinde bleef grotendeels gehandhaafd bij de boerderijverplaatsingen. Over het algemeen zijn de bedrijven uit het Westeinde verplaatst naar nieuwe locaties in de westflank van het ruilverkavelingsblok; andersom geldt dat de meeste bedrijven uit het Oosteinde zijn verplaatst naar de oostelijke helft. De bouw van de boerderijen ging in hoog tempo. In 1957 werd gestart met de bouw van de eerste boerderijen. Ongeveer een jaar later waren er al zeven bewoond en nog eens vijf in aanbouw.2 In de jaren daarna werd het tempo nog meer opgevoerd; alleen al voor 1960 was de bouw van meer dan dertig nieuwe boerderijen voorzien. Bij de meitellingen van 1963 stond de teller op
1 2 Andela, 2000 (p. 109) Dagblad van het Oosten, 22 maart 1958

Plaatsing

68 verplaatste boerderijen,3 waarmee deze grote nieuwbouw- en verhuizingsoperatie vrijwel ten einde was. In het noordelijke deel van het ruilverkavelingsblok verrezen de eerste nieuwe boerderijen, ten noordzijde van de Dalweg. Iets later volgde de bouw van de boerderijen aan de overzijde van deze weg en de boerderijen aan de Westerveenweg. Aan beide wegen werden zo in oostwestrichting linten gevormd van in totaal respectievelijk 11 en 10 boerderijen met ongeveer dezelfde karakteristieken qua bebouwing en erfinrichting. Ook ten zuiden van Vriezenveen verrees een lint van nieuwe boerderijen, vooral vanaf 1960. De nieuwe, in elkaars verlengde aangelegde Oostermaatweg en Westermaatweg vormden samen een boerderijstraat in oostwestrichting met een lengte van zon 4 kilometer, dus bijna de volledige breedte van het oude Vriezenveense slagenlandschap. In totaal stonden er aan het einde van de ruilverkaveling 25 nieuwe boerderijen in dit lint. Ten opzichte van de boerderijen in de linten ten noorden van Vriezenveen is er zichtbaar meer onderlinge variatie, vooral wat betreft de bebouwingskarakteristieken. Een kleiner boerderijlint, dat misschien beter kan worden aangemerkt als boerderijcluster, werd gebouwd net ten zuiden van de Westerhoeven, met name langs de Westerhoevenweg. Met deze 6 nieuwe boerderijen werd het gehucht zo ongeveer verdubbeld in grootte. Ook ten zuiden van de Oostermaatweg is een cluster
3 Van der Ploeg, 1964 (p. 22)

van 8 ruilverkavelingsboerderijen te vinden, in de Oosterachtermaten. Naast de boerderijlinten werden er ook solitaire boerderijen gebouwd. Met name in de omgeving van De Pollen zijn deze boerderijen opgenomen in de bestaande boerderijlinten, waarin ze meer een eigentijdse aanvulling zijn in het lint, dan een duidelijk onderdeel van een groter plan.

Karakteristieken

De overgrote meerderheid van de nieuwe boerderijen in de ruilverkaveling Vriezenveen zijn van het type kophals-romp, hier en daar afgewisseld met een hallenhuis of een kop-rompboerderij. Het ontwerp van de boerderijen komt van het Coperatief Bouwbureau voor de Landbouw, gevestigd te Arnhem en is duidelijk gebaseerd op de boerderijen in de Noordoostpolder. Door de jaren van de ruilverkaveling heen zijn de ontwerpen niet hetzelfde gebleven. Zo valt het bijvoorbeeld op dat de latere boerderijen meestal wat groter zijn dan de eerdere boerderijen, wat vermoedelijk verband houdt met nieuwe opvattingen over leef- en bedrijfsruimten. De solitaire boerderijen zijn overal haaks op de weg geplaatst waaraan zij liggen. Zo ook bij de linten en clusters in de Westerhoeven en aan de Ooster- en Westermaatweg, hoewel n boerderij aan de Oostermaatweg en n aan de Westermaatweg daar wat vreemde

Waarden in een wederopbouwgebied

45

De boerderijen verschilden vooral van elkaar door de plaatsing en detaillering.

Twentse invloeden bij deze schuur door een houten topgevel en een knikje in het dak.

De boer en boerin konden voortaan als burgers wonen in hun nieuwe boerderij.

Bij een moderne woning hoorde natuurlijk ook een moderne keuken.

46

Ruilverkaveling Vriezenveen

uitzonderingen op zijn. Hetzelfde geldt voor het cluster in de Oosterachtermaten en Het Broek: alle haaks op de weg, op n boerderij aan de Aadijk na. Dit laatste houdt waarschijnlijk verband met een naastgelegen huis van voor de ruilverkaveling dat ook onder een hoek op de weg is geplaatst. Alleen in het veenkoloniale landschap in het noorden zijn de boerderijen in de boerderijlinten stelselmatig onder een hoek ten opzichte van de weg geplaatst. Het gaat hier dus om de boerderijen aan de Dalweg en Westerveenweg, waar dezelfde hoek is aangehouden waaronder de veenkoloniale kavels de weg kruisen. Kenmerkend voor vrijwel alle Vriezenveense ruilverkavelingsboerderijen zijn de rode bakstenen waaruit de muren van zowel het woonhuis als het bedrijfsgedeelte zijn opgetrokken. De daken zijn alle zadeldaken, waarbij de eerdere boerderijen over het algemeen rode keramische dakpannen hebben, vaak ook zonder windveren, en de latere boerderijen vaker zijn uitgerust met gesmoorde keramische of betonnen dakpannen. De kozijnen zijn wit van kleur, terwijl de deuren in het algemeen zwart of donkergroen zijn. Daarnaast hebben veel boerderijen houten topgevels of opvallende houten gevelopbouwen in dezelfde kleurstellingen. Dit laatste komt vooral bij de wat eerdere boerderijen voor, zowel bij de woonhuizen als de bedrijfsgedeelten; bij die laatste dan vooral als toegang tot de hooizolder. Een aantal boerderijen heeft ook vensters in de topgevel van

het bedrijfsgedeelte; in de meeste gevallen zijn dit de boerderijen zonder houten topgevel. De woongedeelten van de kop-hals-rompboerderijen doen over het algemeen behoorlijk stads en modern aan. Ze hebben in principe allemaal twee woonlagen, een kelder en een lage zolder. Hoewel de meeste bedrijfsgedeelten net zo modern aandoen als de woongedeelten, zijn er toch enkele die wat karaktertrekken

hebben van een traditionele Twentse boerderij, zoals deze ook in het dorp Vriezenveen te vinden zijn. Dit is met name verwerkt in de vormgeving, kleurstelling en plaatsing van het houtwerk, zoals een houten topgevel en witte windveren. Ook de typische knik in het dak is bij een aantal boerderijen te vinden, al is deze dan vaak erg subtiel uitgevoerd bijna aan de onderrand van het dak, zodat de basisconstructie van de boerderij er niet om aangepast hoefde te worden.

Bouwtekening van een boerderij met dubbel bedrijfsgedeelte aan de Paterswal. Uiteindelijk is het bedrijfsgedeelte enkel gerealiseerd.

Waarden in een wederopbouwgebied

47

Adam, Eva en Klups


De allereerste ruilverkavelingsboerderij die werd bewoond was de Klupshoeve aan de Dalweg 35. De bouw van deze boerderij startte op 4 maart 1957 en op 1 november datzelfde jaar trok de familie Hoff erin. Deze gebeurtenis ging in het dorp zeker niet onopgemerkt voorbij. Alle huisraad werd op deze dag verhuisd vanuit de ouderwetse boerderij aan het Oosteinde naar de hypermoderne boerderij aan de Dalweg. De karren waren nog niet ingeladen, of het halve dorp liep al uit om de verhuizing van de familie Hoff mee te maken. Aangekomen bij de nieuwe boerderij wachtte een groots gezelschap hen daar op. De burgemeester, de dominee, de directeur van de Cultuurtechnische Dienst en vele anderen verwelkomden de familie in hun nieuwe huis. Het bedrijfsgedeelte van de Klupshoeve is weinig veranderd sinds de ruilverkaveling. Van de dominee ontving de familie een bijbel en van cultuurtechnische zijde een luxe schemerlamp. De burgemeester onthulde de naam van de nieuwe boerderij, die met grote letters op de schuur prijkte: Klups-hoeve. Deze naam is niet willekeurig gekozen. In Vriezenveen hadden de meeste mensen bijnamen om de verschillende families met dezelfde achternamen uit elkaar te houden. Zo had deze familie Hoff de bijnaam Klups. De bewoning van de eerste ruilverkavelingsboerderij maakte op jong en oud diepe indruk. Dat bleek wel uit het antwoord dat de meester kreeg toen hij de klas vroeg wie de eerste mensen waren: Adam, Eva en Klups!

De stallen worden ook nog altijd agrarisch gebruikt.

48

Ruilverkaveling Vriezenveen

De verhuizing van de familie Hoff trok veel bekijks in het dorp.

Met paard en wagen werd de huisraad naar de nieuwe boerderij gebracht.

Directeur Herweijer van de Cultuurtechnische Dienst verricht de opening van de boerderij.

Burgemeester Ridder Huyssen van Kattendyke onthult de naam van de nieuwe boerderij.

Waarden in een wederopbouwgebied

49

De siertuin scheidt het woonhuis van de straat.

Erfstructuur van een boerderij aan de Oostermaatweg.

Aan de andere zijde van de centrale oprit ligt een weitje.

50

Ruilverkaveling Vriezenveen

Erfstructuur

Het Vriezenveense boerenbedrijf is van oudsher een gemengd bedrijf, wat met de ruilverkaveling niet veel veranderde. Het bedrijfsgedeelte van de nieuwe boerderijen bood in hoofdzaak onderdak aan melkkoeien en jongvee, maar zeker bij de eerdere boerderijen kregen ook de paarden nog een plek. Varkens kregen veelal huisvesting in een apart bijgebouw, waarin ook wel kippen werden ondergebracht. Daarnaast waren er nog wat bijgebouwen en voorzieningen die nodig waren voor een goede bedrijfsvoering, zoals een kapschuur, silos en een gierkelder. Net als bij de boerderijgebouwen is ook het erf sterk gebaseerd op de principes zoals die zijn toegepast in de Noordoostpolder. Kenmerkend voor de erfstructuur is daarbij de centrale oprit, met daarnaast een siertuin aan de voorzijde van het woonhuis. Een groot gazon vormde de basis van zon tuin, meestal aangevuld met heesters, coniferen en borders. De woonhuizen zijn op de straat gericht en worden daarvan gescheiden door de siertuin, die voorzag in een fraaie uitkijk op de straat. In het landschapsplan werden de voorzijden van de boerderijen dan ook vrij gehouden van onderbeplanting om dit uitzicht te garanderen. Naast het woonhuis was vaak plaats voor een moestuin of boomgaard en een weitje voor kleinvee of jongvee. Ook langs de centrale oprit was vaak een weitje te vinden, tegenover de siertuin.

Na de ruilverkaveling

Bijna alle ruilverkavelingsboerderijen zijn nog aanwezig, wat maakt dat de boerderijlinten ook nog goed herkenbaar zijn in het landschap. Vrijwel alle boerderijen zijn nog duidelijk te herkennen als ruilverkavelingsboerderij, hoewel vele niet meer geheel in originele staat zijn. Vaak zijn er aanbouwen gemaakt, deuren en ramen verplaatst en in enkele gevallen is zelfs een deel van de boerderij gesloopt. Op kaarten en luchtfotos is goed te zien welke boerderijen nog een agrarische functie hebben. Over het algemeen zijn bij deze boerderijen nieuwe schuren op het erf gebouwd, waarbij de windsingel aan de achterzijde is doorbroken om plaats te maken voor deze uitbreiding. Een aantal andere boerderijen, en daarvan met name het bedrijfsgedeelte, heeft een nieuwe bestemming gekregen, bijvoorbeeld als woonhuis of logeerboerderij. Er zijn echter ook enkele boerderijen geheel gesloopt, waarvan nu alleen nog maar een leeg erf met een erfaansluiting op de weg en een windsingel rondom te herkennen is. Het gaat hier om een zevental boerderijen, waarvan vijf aan de Westermaatweg, n aan de Oostermaatweg en n aan de Almeloseweg. De sloopreden van deze boerderijen zijn de plannen van de gemeente Almelo om een waterrijke woonwijk in het hogere segment te realiseren in het gebied tussen de rijksweg N36 en de bestaande stad, genaamd Waterrijk.

In de plannen zouden de boerderijen worden gesloopt, maar de windsingels zouden blijven staan. Deze groene kamers zouden voor de ene helft bestemd worden met een groene en openbare functie; de andere helft zou gevuld worden met een bijzonder bouwprogramma met architectuur die zou kunnen verwijzen naar de vroegere agrarische functie.4 Omstreeks 2010 startte de realisatie van deze stadsuitbreiding met de sloop van een aantal van de boerderijen. Hoewel het bestemmingsplan al lang en breed is vastgesteld, is het tot op de dag van vandaag niet tot verdere realisatie van de woonwijk gekomen. Gedurende de sloop werd namelijk al duidelijk dat de realisatie van het Waterrijk op losse schroeven stond.5 De plannen zijn inmiddels drastisch versoberd, en medio 2012 werd zelfs bekend dat er rekening mee wordt gehouden dat het gebied ten noorden van de Westermaatweg zijn agrarische functie zal behouden.6 Ten zuiden van de Westermaatweg zal een sterk versoberde versie van Waterrijk alsnog worden gerealiseerd onder de naam Noordflank.7 Achteraf kan worden gesteld dat een van de meest kenmerkende en herkenbare structuren van de ruilverkaveling Vriezenveen, namelijk het lange boerderijlint langs de Ooster- en Westermaatweg, het slachtoffer is geworden van grote ambities, waaraan een deugdelijke
4 Rijnberk et al., 2011 (p. 35) 5 Tubantia, 26 april 2010 6 Tubantia, 1 mei 2012 7 Tubantia, 7 februari 2013

Waarden in een wederopbouwgebied

51

Aardig wat boerderijen hebben een aangebouwde woning voor de ouders of de kinderen .

Een houten litteken toont nog waar de woning aan de schuur van de Johanneshoeve zat.

Een desolaat erf aan de Westermaatweg.

De boerderijen die er nog wel staan zijn vaak slecht onderhouden.

52

Ruilverkaveling Vriezenveen

waardering van het naoorlogse erfgoed vooraf duidelijk heeft ontbroken. Wat de nasmaak echter veel wranger maakt, is dat van deze grote ambities ook nog eens vrijwel niets terecht is gekomen of nog zal komen in de nabije toekomst. De boerderijen in het plangebied van Waterrijk die nog zijn overgebleven, zijn over het algemeen slecht onderhouden, omdat ze al jaren op de nominatie stonden gesloopt te worden. Het zal daarom veel inspanning vergen om de overgebleven boerderijen te herstellen, om zo het lange boerderijlint, dat bijna de gehele breedte van het oude Vriezenveense slagenlandschap besloeg, herkenbaar te houden in de toekomst.

Waardering ruilverkavelingsboerderijen
Voor dit onderzoek gaat het te ver om ruim de 70 ruilverkavelingsboerderijen individueel te waarderen. Daarom is ervoor gekozen om de waardering toe te spitsen op de nieuwe, planmatige ruimtelijke structuren waarin de nieuwe boerderijen tijdens de ruilverkaveling zijn geplaatst. Dit zijn de linten en clusters van ruilverkavelingsboerderijen. Solitaire boerderijen en boerderijen die zijn ingepast in bestaande linten zijn dus niet meegenomen. Zeldzaamheid In de praktijk van ruilverkavelingen was het zeer gebruikelijk om boerderijen te verplaatsen vanuit het dorp naar het buitengebied, zeker in de jaren van de Wederopbouw. Linten en clusters van ruilverkavelingsboerderijen zijn dus allerminst zeldzaam. Ook voor de ruilverkaveling Vriezenveen zijn dergelijke groepen van boerderijen niet zeldzaam, ze zijn immers aanwezig over het gehele ruilverkavelingsblok. Kenmerkendheid Voor de naoorlogse ruilverkavelingspraktijk zijn boerderijlinten en clusters landelijk gezien zeer kenmerkend. Vooral voor dorpen met zeer dichte (lint)bebouwing en een vrijwel leeg buitengebied, zoals het geval was bij Vriezenveen, werd boerderijverplaatsing vaak toegepast. Vooral de manier waarop de linten gestalte hebben gekregen, namelijk boerderijen met grotendeels dezelfde karakteristieken qua bebouwing en erfinrichting op enige afstand van elkaar aan n doorlopende weg, is zeer kenmerkend. Samenhang Bij alle linten en clusters is er sprake van een zeer sterke ruimtelijke samenhang. De boerderijen zijn er planmatig neergezet in ongeveer dezelfde tijd, met ongeveer dezelfde karakteristieken. Vooral het lint langs de destijds nieuw aangelegde Ooster- en Westermaatweg springt hierbij in het oog, omdat de planmatige regelmaat hier het sterkst tot uitdrukking komt.

Waarden in een wederopbouwgebied

53

Gaafheid Lint Dalweg De Dalweg is nog steeds sterk te herkennen als lint van ruilverkavelingsboerderijen. Alle oorspronkelijke erven zijn er nog, al zijn sommige wel uitgebreid of hebben hun agrarische functie verloren. Ook zijn er sinds de ruilverkaveling nog enkele erven bij gekomen en is het stukje Dalweg ten westen van rijksweg N36 visueel afgescheiden van de rest van de Dalweg. Desondanks kan er bij dit lint gesproken worden van een redelijke gaafheid. Lint Westerveenweg Sinds de ruilverkaveling is er aan de Westerveenweg weinig veranderd. Alle boerderijen zijn nog aanwezig en zelfs de omringende windsingels zijn ook bijna overal nog intact, hoewel er hier en daar wel bedrijfsvergroting heeft plaatsgevonden. Toch zijn er weinig latere aanbouwen en ook zijn er geen boerderijen gesloopt of ingrijpend verbouwd. Ook zijn er geen nieuwe erven toegevoegd aan het lint, wat samen maakt dat het boerderijlint van de Westerveenweg als zeer gaaf mag worden beschouwd. Cluster Westerhoeven In de Westerhoeven is de cluster van ruilverkavelingsboerderijen relatief lastig herkenbaar, doordat de nieuwe boerderijen van de ruilverkaveling aansloten bij de reeds bestaande structuur van erven, waardoor de nieuwe boerderijen meer een aanvulling waren op de bestaande structuur dan dat ze zelf een nieuwe structuur vormden. Deze lijn is ook in de jaren na de ruilverkaveling aangehouden, getuige de nieuwe erven die sindsdien zijn verschenen. Daarnaast zijn de erven in de loop van de tijd aangepast en uitgebreid, wat er ook voor heeft gezorgd dat veel windsingels zijn doorbroken. Al met al is de gaafheid van het cluster Westerhoeven beperkt.

54

Ruilverkaveling Vriezenveen

Lint Ooster- en Westermaatweg Het langste boerderijlint in de ruilverkaveling Vriezenveen heeft de tand des tijds vrij goed doorstaan, al is reeds opgemerkt dat er wel een aantal boerderijen gesloopt is. Sinds de ruilverkavelingen zijn eigenlijk alleen deze erven verdwenen; erven toegevoegd zijn er niet. Omdat de resterende windsingels van de gesloopte boerderijen nog wel aanwezig zijn, is het lint nog steeds als zodanig te herkennen, zij het natuurlijk wel minder goed dan voorheen. De windsingels om de nog bestaande boerderijen zijn over het algemeen nog vrij compleet, ondanks menig bedrijfsuitbreiding. Visuele dissonanten in het geheel zijn de bebossing op het talud van het later aangelegde viaduct Oostermaten over de Oosterweilandweg, maar vooral ook het recentelijk aangeplante bos tussen de Oostermaatweg, Oosterweilandweg en Derde Wetering. Ondanks alle ontwikkelingen, die zich met name in de recentste jaren voltrokken hebben, is er nog altijd sprake van een goede herkenbaarheid van het lint en dus een redelijke gaafheid. Cluster Oosterachtermaten en Het Broek Het cluster in de zuidoosthoek van het ruilverkavelingsblok is met name aan de Boslandweg nog in goed herkenbare staat, maar aan de Horstweg en Aadijk zijn de boerderijen in de loop der jaren behoorlijk aangepast en uitgebreid, waarbij ook delen van windsingels zijn verdwenen. Daarnaast zijn aan de Horstweg nieuwe erven toegevoegd. Al met al is de gaafheid en herkenbaarheid van het cluster beperkt.

Waarden in een wederopbouwgebied

55

56

4
Ruilverkaveling Vriezenveen

4. Waarden in bestaand beleid


Ruilverkavelingen uit de naoorlogse periode worden in het algemeen niet hoog gewaardeerd en worden vooral beschouwd als vernietiging van het oorspronkelijke landschap.1 Bestudering van verschillende gemeentelijke beleidsdocumenten bevestigt deze algemene opvatting. Het overgebleven landschap van voor de ruilverkaveling wordt structureel veel hoger gewaardeerd dan het nieuw gecreerde landschap van na de ruilverkaveling. Dit is niet heel verwonderlijk, aangezien mensen vooral zaken willen behouden die zeldzaam zijn en een zekere nostalgische romantiek over zich hebben, zoals het geval is bij de zeldzame resten van het landschap van voor de ruilverkaveling in Vriezenveen. Gezien echter de recente ontwikkelingen in het gebied, wordt een onaangetast ruilverkavelingslandschap ook steeds schaarser. Het landschap van de ruilverkaveling is en wordt in toenemende mate opgeofferd voor woonbebouwing, zandwinning en infrastructuur. Op zichzelf is dit geen slechte ontwikkeling, mits de herkenbaarheid van het ruilverkavelingslandschap in objecten en structuren niet verloren gaat. In het huidige beleid genieten deze nog onvoldoende waardering en daaruit voortvloeiende bescherming, waardoor de herkenbaarheid op de lange termijn verloren dreigt te gaan.

Gemeente Twenterand
Landschapsontwikkelingsplan 20082 Voor het ruilverkavelingsgebied wordt over het algemeen gestreefd naar behoud van de huidige landschapswaarden zoals openheid en rationele verkaveling, met ruimte voor agrarische en recreatieve ontwikkelingen. Echter wordt met name in de zuidelijke en westelijke delen van het gebied ingezet op omvorming naar meer stedelijke, recreatieve en/of agrarische functies. Het Veenschap en een strook ten zuiden daarvan zou moeten worden ingericht als een halfnatuurlijk beekdallandschap als een ecologische corridor. Met dit laatste slaat het landschapsontwikkelingsplan de plank flink mis. Het landschap heeft die functie van beekdal op die plek sinds de ontginning van het gebied nooit gehad en sinds de ruilverkaveling al helemaal niet. Desondanks doet de rest van het plan in zekere zin wel recht aan de behoud van het kenbaarheid van het Vriezenveense ruilverkavelingslandschap, ondanks dat het woord ruilverkaveling of afgeleide woorden komen in het hele document niet voorkomt. Landschapsplan Vriezenveen Zuidoost 20103 Het uitgangspunt van het landschapsplan, dat hoofdzakelijk is opgesteld vanwege de zandwinning, is de openheid van het gebied. Er wordt gesteld dat de zandwin2 3 Schinkelshoek, 2008 Boumans, 2010

ning in principe niet past in het bestaande landschap, waarmee het plan vooral een mitigerende functie heeft. Het landschapsplan is vooral gebaseerd op de bestaande verkaveling, dus rechtlijnige elementen. Het grote wateroppervlak van de zandwinningsplas zal zorgen voor het behoud van de openheid in het gebied, net als het onbeplant laten van de oostelijke rondweg. Hiermee blijft tevens het scherpe contrast van de dorpsrand intact. Over het algemeen schenkt dit landschapsplan zo veel aandacht aan het ruilverkavelingslandschap als binnen het zandwinningsplan mogelijk is. De herkenbaarheid van het ruilverkavelingslandschap gaat er met dit plan niet op vooruit; wel wordt het landschap op een zorgvuldige wijze van een toevoeging voorzien die respect toont voor de bestaande situatie. Structuurvisie 20114 De structuurvisie onderscheidt in het ruilverkavelingsgebied vier zones In het zuiden is er de open agrarische zone, die open moet blijven om Vriezenveen en Almelo gescheiden te houden en met ruimte voor agrarische ontwikkeling. Dan is er de dichte woonzone, die gevormd wordt door de bebouwingslinten van Vriezenveen en De Pollen. Ten noorden van Vriezenveen is er de open zone, waar eveneens wordt ingezet op openheid met extensiever agrarisch gebruik. De ecologische zone is ten slotte een halfopen landschap, waarbij landschaps- en ecologische waarden voorop staan.
4 Twynstra Gudde & Buro Oost, 2011

Blom, 2012 (p. 124)

Waarden in een wederopbouwgebied

57

Structuurvisie gemeente Twenterand 2011.

58

Ruilverkaveling Vriezenveen

In de structuurvisie wordt het oude Vriezenveense slagenlandschap veelvuldig geroemd; de resten ervan dienen dan ook gekoesterd te worden door het te herstellen of te accentueren. Daarnaast moeten er harmonieuze overgangen naar de aangrenzende zones gecreerd worden. Wat hiermee precies wordt bedoeld is echter niet duidelijk. Nieuwe ontwikkelingsruimte wordt in eerste instantie binnen de bestaande kernen of in de randen gezocht in kleine eenheden. Aan de zuidrand van Vriezenveen worden momenteel aan weerskanten van de rijksweg N36 al bedrijventerreinen ontwikkeld. Zoekgebieden voor nieuwe woonwijken liggen ten noorden van de bestaande uitbreidingswijken in het Westeinde en ter hoogte van de sportvelden, tussen het dorp en het Oude Kerkhof. De lintbebouwing van Vriezenveen zorgt op verkeerskundig gebied voor problemen in het dorp. De momenteel in aanleg zijnde oostelijke rondweg neemt deze al voor een deel weg, maar voor de westzijde zijn er ook plannen voor een rondweg. Deze zou ten noorden van het dorp moeten komen, aan de noordrand van het zoekgebied voor een nieuwe woonwijk. De aansluiting op de rijksweg zou dan ook naar het noorden moeten verplaatsen. Het algemene beeld is dat het ruilverkavelingslandschap hoewel ondergewaardeerd wel redelijke overlevingskansen heeft, met name waar de agrarische functie nog

de overhand heeft. Tegelijkertijd wordt er aan de randen van Vriezenveen steeds meer ruilverkavelingslandschap weggesnoept voor dorpsuitbreiding en infrastructuur, waardoor de verbondenheid en het contrast tussen het dorp en het ruilverkavelingsgebied onzichtbaar wordt. De herkenbaarheid van de ruilverkaveling wordt hierdoor rechtstreeks aangetast. Welstandsnota 20125 Buiten de bebouwde kommen van Vriezenveen en De Pollen definieert de welstandsnota het hele ruilverkavelingsgebied als open velden, met uitzondering van de Westerveenweg, Oostermaatweg en Dalweg, die samen een eigen welstandsgebied vormen. In het gehele gebied staat behoud van de openheid in het landschap voorop, inclusief doorzichten tussen de erven door. Het beleid is gericht op versterking van het profiel van de bestaande linten en de inrichting en organisatie van de erven moet bijdragen aan de versterking van de landschappelijke karakteristieken. Wat betreft de open velden moeten bijgebouwen achter de voorgevellijn van de woning staan. Erfbeplanting moet rond de woning staan en nieuwe grote stallen staan vrij in het veld. Dit staat in schril contrast met de Westerveenweg, Oostermaatweg en Dalweg, waar de erven rondom beplant moeten zijn en compact van opzet. Voor de gevel en kap van de bebouwing moeten roodtinten gebruikt worden; bijgebouwen mogen ook in gedekte kleuren worden uitgevoerd.
5 Veenenbos en Bosch, 2012

De welstandsnota doet veel recht aan de herkenbaarheid van het ruilverkavelingslandschap. Het contrast tussen de boerderijlinten en de gebouwen die geen deel uitmaken van deze linten wordt door de eisen voor erfbeplanting en materiaalkleur goed benadrukt. Het wordt hierdoor meteen duidelijk welke boerderijen deel uitmaken van een boerderijstraat en welke niet, en dus waarschijnlijk pas na de ruilverkaveling zijn gebouwd.

Waarden in een wederopbouwgebied

59

De plannen voor Vriezenveen Zuidoost (links) en de landschappelijke aankleding van de zandwinningplas (rechts).

60

Ruilverkaveling Vriezenveen

Gemeente Almelo
Partile herziening structuurplan 20061 De nieuwe woonwijk Waterrijk is een van de hoofdonderwerpen van deze partile herziening van het structuurplan. Wat betreft het landschap wordt het landschap voor de ruilverkaveling even genoemd, maar het ruilverkavelingslandschap krijgt weinig aandacht. De bestaande waterlopen als de Oudewegsbeek, Derde Wetering en het later gegraven Lateraalkanaal zullen misschien worden verlegd, maar zullen in ieder geval minder zichtbaar worden door de grote waterplassen die men langszij heeft voorzien. Er is al met al weinig aandacht en waardering voor het ruilverkavelingslandschap, laat staan de herkenbaarheid ervan. Overigens is het opvallend dat het structuurplan uit de jaren 90,2 waar de partile herziening op is gebaseerd, uitging van een woonwijk ten zuiden van het Lateraalkanaal en de rijksweg N36, waarbij het gedeelte tussen het Lateraalkanaal en de Oosterweilandweg een groengebied zou worden. Hiermee zou weliswaar ook een gedeelte van de boerderijstraat Wester- en Oostermaatweg verdwijnen, maar dan zou het een uiteinde betreffen en niet een gedeelte middenin het lint, zoals bij de huidige plannen het geval is. Op deze manier was het ruilverkavelingslandschap hoogstwaarschijnlijk veel herkenbaarder gebleven.
1 2 Gemeente Almelo, 2006 Gemeente Almelo, 2003

Toelichting bestemmingsplan Waterrijk 20123 Volgens de toelichting op het bestemmingsplan Waterrijk zijn er in het plangebied [...] geen cultuurhistorische elementen aanwezig, een conclusie die enkel is getrokken op grond van archeologisch onderzoek. Hierbij is totaal voorbijgegaan aan cultuurhistorische elementen bovengronds. Hoewel de wederopbouwgebieden ten tijde van het archeologisch onderzoek nog niet waren aangewezen, wordt de onderwaardering van naoorlogs erfgoed hier wel weer eens pijnlijk duidelijk. Elders wordt gesteld dat het landschap een open en grootschalig karakter heeft, om daaraan toe te voegen: Er is in het gebied geen sprake van een kenmerkende afwisseling in de mate van openheid, elzensingels, relif en verkavelingspatroon met een relatief grillig patroon van wegen en paden. Hieruit wordt pijnlijk de onkunde betreffende het landschap duidelijk, te meer omdat op dezelfde pagina het landschap wordt getypeerd als ontgonnen hoogveengebied. De toelichting op het bestemmingsplan toetst hier dus een ruilverkaveld veenontginningslandschap aan de kenmerken van het landschap voor de ruilverkaveling, vermengd met kenmerken van een oud zandlandschap. Dit is natuurlijk appels met peren vergelijken. De enige, weliswaar summiere waardering die de toelichting op het bestemmingsplan heeft voor het ruilverkavelingslandschap, betreft de singelbeplantingen van de boerderijen langs de Westermaatweg. Deze zullen
3 Gemeente Almelo, 2012

behouden blijven en als kamers voor nieuwe bebouwing ontwikkeld worden, maar worden door sloop van de boerderijen echter ontdaan van hun context. Al met al heeft het in de voorbereiding van Waterrijk geheel ontbroken aan een goede landschappelijke en cultuurhistorische analyse en waardering. Hierdoor is gedurende het planvormingsproces nauwelijks nog naar de waarden van het bestaande landschap omgekeken. Als gevolg hiervan zijn sommige elementen van het bestaande landschap willekeurig wel of niet in de uitbreidingsplannen opgenomen. Evident is dat de plannen voor het Waterrijk de herkenbaarheid van het ruilverkavelingslandschap ernstig teniet doen. Welstandsnota 20044 Wat betreft het buitengebied van Almelo gaat de aandacht vooral uit naar de traditionele boerderijen van voor de Tweede Wereldoorlog. Er wordt gesteld dat de boerderijen van na die tijd geen typisch regionale kenmerken hebben, omdat deze typen boerderijen ook elders in Nederland voorkomen. Voor de Vriezenveense ruilverkavelingsboerderijen is dit deels waar. De hoofdkenmerken van deze boerderijen zijn inderdaad niet uniek in Nederland, maar sommige details zijn dat wel, zoals het Twentse knikje in het dak van sommige bedrijfsgedeelten. Ook de manier van plaatsing aan boerderijstraten is niet uniek in Nederland, maar wel in Overijssel. De naoorlogse boerderijen die in
4 Gemeente Almelo, 2004

Waarden in een wederopbouwgebied

61

Bij het plan Waterrijk (links) was de waardering voor het ruilverkavelingslandschap nihil. Bij de afgeslankte versie van de eerste fase Waterrijk, plan Noordflank (rechts), is dit vooralsnog helaas niet veel beter.

62

Ruilverkaveling Vriezenveen

ruilverkavelingsverband zijn gebouwd en de overige naoorlogse boerderijen worden in de welstandsnota niet van elkaar onderscheiden, waarmee toch niet geheel recht wordt gedaan aan de bijzondere positie van de ruilverkavelingsboerderijen. Overigens zijn de welstandscriteria wel redelijk toe te passen op de ruilverkavelingsboerderijen. De herkenbaarheid van deze boerderijen als onderdeel van de ruilverkaveling staat hiermee niet op de tocht, al moeten criteria als enkelvoudig hoofdvolume en landelijke typologie wel soepel worden toegepast op de kop-halsrompboerderijen, omdat hun plattegrond uit meerdere blokken bestaat en het woonhuis doorgaans een stads uiterlijk heeft.

Conclusie

De gemeente Twenterand voert over het algemeen een beter beleid met meer respect voor het ruilverkavelingsgebied dan Almelo. Dit komt onder andere doordat Twenterand een landelijke gemeente is en kleinere ambities heeft wat betreft de aanleg van nieuwe woonwijken. Het gebied tussen Vriezenveen en Almelo kent de meeste stedelijke druk en is daardoor het gevoeligst voor ingrijpende veranderingen die de herkenbaarheid van het ruilverkavelingslandschap teniet doen. Het Almelose gedeelte van het ruilverkavelingsgebied valt hier geheel

binnen, waardoor het begrijpelijk is dat de gemeente Almelo slechter scoort dan de gemeente Twenterand als het gaat om behoud van het ruilverkavelingslandschap. Al met al kan gesteld worden dat het gebied ten noorden van Vriezenveen beleidsmatig al een redelijke bescherming geniet wat betreft de herkenbaarheid van het ruilverkavelingslandschap. Het gedeelte tussen Vriezenveen en Almelo wordt het meest bedreigd vanwege de stedelijke druk. Het zal vermoedelijk veel inspanning vergen om in het laatstgenoemde gebied het ruilverkavelingslandschap ook in de toekomst herkenbaar te houden.

Waarden in een wederopbouwgebied

63

64

5
Ruilverkaveling Vriezenveen

5. Waarden in de toekomst
De vraag of de ruilverkaveling Vriezenveen wel of geen waardevol wederopbouw gebied is, staat politiek gezien niet meer ter discussie. Het gebied is immers reeds door de minister aangewezen als waardevol wederopbouwgebied, wat inhoudt dat het beleid vertaald moet worden naar alle bestuurslagen. Hiervoor wil het rijk bestuurlijke afspraken maken met betrokken publieke en private partijen.1 Voor de ruilverkaveling betreft dit voornamelijk de gemeente Twenterand en voor het zuidelijke deel ook de gemeente Almelo. De herkenbaarheid van de ruilverkaveling Vriezenveen als een ruilverkaveling uit de wederopbouwperiode staat in dit advies voorop. Dit houdt in dat wordt ingezet op behoud en versterking van de essentile onderdelen van de ruilverkaveling die de ruimte gevormd hebben, bezien vanuit de drie eerder gehanteerde invalshoeken: Objecten en structuren vanuit de cultuurtechniek (wegen, waterlopen, verkaveling) Objecten en structuren vanuit de landschapsverzorging (landschapsinrichting, beplanting) Objecten en structuren vanuit de architectuur en stedebouw (ruilverkavelingsboerderijen, erven, plaatsingspatroon van boerderijen) Het instrument ruilverkaveling was primair bedoeld voor de landbouw en spitste zich dan ook toe op het landelijk gebied. In lijn daarmee zal ook dit advies zich toespitsen op het behoud van het landelijke karakter van het ruilverkavelingsgebied om de herkenbaarheid ervan te waarborgen. Dit houdt niet in dat het gebied als het ware op slot gaat. Wel betekent dit dat er bij nieuwe ontwikkelingen nadrukkelijk rekening moet worden gehouden met de ruimtelijke kwaliteiten van het ruilverkavelingslandschap. Het advies geeft hiervoor een handreiking. Aan de hand van de drie eerder genoemde invalshoeken wordt een lijst met belangrijke kenmerken genoemd, die in het ruimtelijk beleid verankerd zouden moeten worden. Daaraan worden tevens enkele mogelijke maatregelen gekoppeld. Vervolgens wordt per gemeente een advies gegeven met betrekking tot meer grootschalige toekomstige ontwikkelingen, zoals uitbreidingswijken en infrastructuur.

Blom, 2012 (p. 132-133)

Waarden in een wederopbouwgebied

65

Belangrijkste kenmerken wegen, waterlopen en verkaveling ter opname in ruimtelijk beleid


Over het algemeen grote kavels in regelmatige blok- of strookvorm; oost-west georinteerd direct ten noorden en zuiden van Vriezenveen, noord-zuid georinteerd in de noord- en zuidflank van het gebied; vooral bij de Westerhoeven en De Pollen zijn de kavels echter kleiner en onregelmatiger. Wegen en waterlopen bestaan uit rechtstanden met knikken, lopen vaak evenwijdig aan elkaar en kruisen elkaar haaks of onder een grote hoek; alleen de hoofdwegen hebben iets flauwere bochten. Verharde wegen hebben asfaltverharding voor belangrijkere wegen en betonklinkers voor minder belangrijkere wegen. De hekwerken van vrijwel alle kunstwerken hebben een ranke vorm met smalle, taps toelopende staanders, buisvormige liggers en een vrijwel ronde verbinding tussen beide liggers aan de uiteinden.

66

Ruilverkaveling Vriezenveen

5.1 Cultuurtechniek
Plan van wegen en waterlopen
Wegen, waterlopen en verkaveling zijn zeer bepalend voor de herkenbaarheid van een ruilverkavelingslandschap, zo ook voor Vriezenveen. Bij de waardering is gebleken dat deze drie elementen in het gebied nog een vrij sterke relatie tot elkaar hebben en vrij gaaf zijn. Dit geldt met name voor het noordelijke deel van het ruilverkavelingsgebied. In de bestudeerde beleidsdocumenten worden geen van de bovenstaande kenmerken genoemd. Het verdient daarom de aanbeveling om deze kenmerken in het beleid te verankeren. Wat betreft de implementatie in de praktijk kan gedacht worden aan de volgende maatregelen: Nieuwe wegen en waterlopen in het landelijk gebied moeten worden getraceerd met rechtstanden en knikken die aansluiten op het verkavelingspatroon en de rationele wegenstructuur. Het verkavelingspatroon, en dan vooral de verkavelingsrichting, moet in hoofdzaak behouden blijven. Bij reconstructie van het wegdek of aanleg van nieuwe wegen dient de weg verhard te worden met asfalt of betonklinkers. Nieuwe hekwerken van kunstwerken dienen te voldoen aan de beschreven vorm.

Waarden in een wederopbouwgebied

67

Belangrijkste kenmerken landschapsinrichting en beplanting ter opname in ruimtelijk beleid


Het ruilverkavelingslandschap heeft over het algemeen een open karakter. De beplanting beperkt zich tot de wegen, enkele waterlopen en singelbeplanting rond de ruilverkavelingsboerderijen. Buiten het dorp bestaat de beplanting voor het overgrote deel uit eik, met in de westflank van het gebied ook rijen populieren; binnen het dorp komen ook wilg, es en linde voor. Beplanting komt voornamelijk voor in de noord-zuidrichting; beplanting in de oost-westrichting beperkt zich vooral tot de bewoonde gebieden zoals het dorp en de boerderijstraten. Struikbeplanting is met name aanwezig in de richtingen noord-zuid; langs de dorpsrand komt struikbeplanting ook in de oost-westrichting voor. De doorgaande wegen, behalve de rijksweg 36 en de Geesterenseweg, zijn aan beide zijden met eiken beplant. Er is een duidelijk contrast in beplanting tussen de Ooster- en Westerweilanden en de Ooster- en Westermaten, waarbij de weilanden veel opener zijn dan de maatlanden; de Oudewegsbeek vormt de scheiding tussen beide landschappen.

68

Ruilverkaveling Vriezenveen

5.2 Landschapsverzorging
Landschapsplan
Ook het landschap van de ruilverkaveling Vriezenveen bleek bij de waardering nog vrij gaaf en samenhangend te zijn, wat vooral geldt voor de noord- en oostzijden van het ruilverkavelingsgebied. Het landschapsplan en de daarin geprojecteerde beplanting is nog steeds vrij goed in het landschap te herkennen. Behoud van het bestaande landschap speelt vooral in de beleidsdocumenten van de gemeente Twenterand een belangrijke rol. Toch blijft hierbij het ruilverkavelingslandschap onderbelicht, waardoor het zeker nuttig is de belangrijkste kenmerken in het beleid op te nemen. Voor een belangrijk deel houdt dit het herstel van het landschap in volgens het landschapsplan van de ruilverkaveling. Zoals eerder opgemerkt is het landschapsplan destijds niet precies conform uitgevoerd. Het zou echter wel recht doen aan het ontwerp als de ontbrekende beplanting alsnog wordt aangeplant. De volgende maatregelen zijn hierbij mogelijk: In de ruilverkavelde gebieden moeten agrarische bedrijven voldoende bestaansmogelijkheden houden. Zo blijft het agrarische karakter van de ruilverkaveling intact en het beheer van het landschap gewaarborgd. Ontbrekende bomen in bomenrijen en erfbeplantingen aanplanten en waar nodig de struikbeplanting (weer) aanplanten, dit alles voor zover dit onderdeel was van het landschapsplan. Geen beplanting aanbrengen langs wegen en waterlopen waar die nu nog niet is. Hetzelfde geldt voor erfbeplantingen. Door het ontbreken van erfbeplantingen rondom de boerderijen in het open gebied, blijft het verschil tussen de erven van de ruilverkaveling en die van latere datum zichtbaar. De beplanting langs het Lateraalkanaal moet gehandhaafd blijven. Hierdoor blijft een duidelijk onderscheid zichtbaar tussen de merendeels onbeplante waterlopen van de ruilverkaveling en het later gegraven Lateraalkanaal. De overgang tussen de weilanden en maatlanden moet gehandhaafd blijven door de wegbeplanting enkel ten zuiden van de Oudewegsbeek te laten staan en de overige beplanting te kappen. Dit geldt niet voor de Aadorpweg, Schout Doddestraat, Almeloseweg en Walstraat, die wel beplanting hebben in de weilanden, om maat te geven aan de open ruimte.

Waarden in een wederopbouwgebied

69

Belangrijkste kenmerken resterende landschappen van voor de ruilverkaveling ter opname in ruimtelijk beleid
Het Veenschap Smalle, langgerekte percelen op deels afgegraven hoogveen met onregelmatig relif. Houtopstand met name aan de noordzijde; vaak op de kavelgrenzen maar soms ook op het kavel zelf. Scherp contrast met het omliggende ruilverkavelingslandschap. Resten van de Oude Leidijk in het verkavelingspatroon. Het Oude Kerkhof Grillig landschap met afwisselend open plekken en begroeiing. Het terrein heeft een zeer onregelmatig relif. Vier grote stenen die vermoedelijk van de kerk afkomstig zijn. Het gebiedje heeft een voornamelijk recreatieve functie, wat mede een reden voor behoud was. Fayersheide Smalle, langgerekte kavels met houtopstand op de kavelgrenzen. Het terrein is drassig en heeft een zeer onregelmatig relif. Restant onontgonnen hoogveen, begroeid met heide. Bijzondere natuurwaarden met zeldzame plantensoorten, wat een reden voor behoud was.

70

Ruilverkaveling Vriezenveen

Resterende landschappen van voor de ruilverkaveling


Het Veenschap
Het Veenschap geniet momenteel een beschermde status, al is momenteel niet helemaal duidelijk hoe dit in de toekomst zal zijn. In de ontwerp-actualisatie van de Omgevingsvisie Overijssel1 wordt de herijkte Ecologische Hoofdstructuur (EHS) gedefinieerd met als aanvulling daarop de Zone Ondernemen met Natuur en Water (ZONW), waarin economische ontwikkelingen moeten samengaan met een kwaliteitsimpuls voor het gebied. Het Veenschap is volgens de bijbehorende kaart deels onderdeel van de EHS en deels onderdeel van de voorgestelde ZONW. Gezien het huidige en toekomstige beleid wordt het Veenschap in ieder geval wel gewaardeerd om zijn landschaps- en natuurwaarden, die op zich voldoende bescherming geven voor het behoud van dit gebied als een bijzonder onderdeel van de ruilverkaveling. Ter aanvulling hierop kan nog wel gedacht worden aan de volgende maatregelen: Handhaving van de smalle perceelsvormen en karakteristieke houtopstand door het dempen van perceelsloten en bomenkap te verbieden. Geen ontwikkeling van een halfnatuurlijk beekdal ten zuiden van het Veenschap, maar verruiming van de bestaande waterloop aan de noordzijde van de Veeneindeweg, waar nodig met kunstwerken. Zo blijft het rationele karakter van het ruilverkavelingslandschap en het scherpe contrast tussen
1 Provincie Overijssel, 2013

oud en nieuw landschap gewaarborgd. Wel kan de oever aan de noordzijde iets afgevlakt worden om te dienen als overloop bij hoge waterstanden. Herstel van de Oude Leidijk als wandelpad om de beleving van het oude landschap te bevorderen. Het nieuwe landschap is immers goed beleefbaar vanaf de ruilverkavelingswegen, maar het oude landschap is in veel gevallen niet toegankelijk en kan alleen van buitenaf beleefd worden.

Fayersheide
Fayersheide vertegenwoordigt al sinds de ruilverkaveling hoge ecologische waarden, vooral vanwege de bijzondere plantengroei, en is om die reden eveneens opgenomen in de voorgestelde ZONW. De waardering voor de natuurwaarden en het landschap is hoog, wat overigens niet wegneemt dat gedacht kan worden aan enkele maatregelen: Beheren als natuurgebied, maar wel met handhaving van de menselijke inbreng. De bestaande kavelstructuur moet daarom zichtbaar blijven, door de houtopstand op de kavelscheidingen te handhaven en houtopstand in het midden van de kavels te verwijderen. De bufferzone tussen de toekomstige zandafgraving en Fayersheide moet open landschap blijven. Inrichting van de bufferzone als natuurgebied is geen probleem, mits houtopstand beperkt wordt, opdat het scherpe contrast tussen Fayersheide en het omringende ruilverkavelingslandschap zichtbaar blijft.

Het Oude Kerkhof


Het Oude Kerkhof is vooral beschermd als archeologisch monument met een hoge waarde. Daarnaast heeft het gebiedje ook een hoge recreatieve waarde. Handhaving van de status quo is in principe genoeg om de herkenbaarheid als restje oud landschap in het ruilverkavelingsgebied te waarborgen.

Waarden in een wederopbouwgebied

71

Belangrijkste kenmerken ruilverkavelingsboerderijen ter opname in ruimtelijk beleid


Drie boerderijtypen, namelijk hallenhuis, kop-romp en kop-hals-romp, waarbij het laatstgenoemde type veruit het meest voorkomt. Het woongedeelte van de meeste kop-hals-rompboerderijen heeft twee woonlagen en doet stads aan. Zowel het huis als het bedrijfsgedeelte van de boerderijen is opgetrokken uit rode bakstenen; de daken zijn zadeldaken met rood of donkergrijs (gesmoord of beton) pannendak. Sommige boerderijen hebben geen windveren. Kozijnen zijn wit; deuren, gevelopbouwen en houten topgevels zijn donkergroen of zwart. Sommige boerderijen hebben vensters in de topgevel van het bedrijfsgedeelte; sommige bedrijfsgedeelten hebben een subtiel Twents knikje in het dak. De boerderij staat onder een hoek op de weg (Dalweg, Westerveenweg) of haaks (Ooster- en Westermaatweg); het woonhuis is van de weg gescheiden met een siertuin. Een centrale oprit geeft rechtstreeks toegang tot de boerderij en de meeste bijgebouwen.

72

Ruilverkaveling Vriezenveen

5.3 Architectuur en stedebouw


Ruilverkavelingsboerderijen
Ruilverkavelingsboerderijen, en dan met name de clusters ervan, drukken een belangrijk stempel op een ruilverkavelingslandschap. Bij de waardering bleek met name de gaafheid en herkenbaarheid van boerderijclusters sterk te verschillen, waarbij de linten van boerderijen op gaafheid en herkenbaarheid het hoogst scoorden. Het advies zal zich dan ook vooral toespitsen op de drie boerderijlinten Dalweg, Westerveenweg en Ooster- en Westermaatweg. Het verdient de aanbeveling de bovenstaande kenmerken te vertalen naar welstandscriteria. Daarbij moet echter wel recht gedaan worden aan de diversiteit in de detaillering van de boerderijen, zoals de twee kleuren dakpannen en de drie verschillende boerderijtypen. Daarnaast kan gedacht worden aan de volgende maatregelen: Behoud van de ruilverkavelingsboerderijen staat voorop, maar het is niet de bedoeling dat de agrarische bedrijfsvoering teveel wordt belemmerd; de ruilverkaveling was er tenslotte om die te verbeteren. Om de herkenbaarheid van de boerderijen aan de boerderijstraten te behouden, is het zicht vanaf de weg het belangrijkst. Het bestemmingsplan moet daarom alleen nieuwe bedrijfsgebouwen toestaan aan de achterzijde van de boerderijen. Economische dragers moeten worden gezocht voor het behoud van de boerderijen, eventueel door functieverandering (transformatie). Bij transformatie is het van groot belang dat de waarden van de Vriezenveense ruilverkavelingsboerderijen worden ingezien, om tot een situatie te kunnen komen die recht doet aan de herkenbaarheid van het ruilverkavelingslandschap. De ervenconsulent en het Inspiratieboek voor de transformatie van erven en boerderijen in Overijssel1 kunnen hierbij helpen, al is voor de laatste wel van belang dat een lacune wordt opgevuld. In het inspiratieboek komen het hallenhuis en de koprompboerderij voor, die wat betreft positionering van het woonhuis ten opzichte van het bedrijfsgedeelte respectievelijk bij de categorien erin en erbij zijn ingedeeld. Bij de inventarisatie van de Overijsselse boerderijtypen is men echter voorbijgegaan aan de in Vriezenveen alomtegenwoordige kop-hals-rompboerderijen, die weliswaar fysiek van de categorie eraan zijn, maar architectonisch tot de categorie erbij gerekend kunnen worden. Het verdient daarom de aanbeveling hier duidelijkheid in te scheppen door ofwel de kop-halsrompboerderij bij een bestaande categorie in te delen, ofwel een nieuwe categorie voor dit boerderijtype te definiren. Verder wordt Vriezenveen in het inspiratieboek als voorbeeld genoemd, maar daarbij ligt de focus op de boerderijen in het dorp en zijn de ruilverkavelingsboerderijen geheel overgeslagen. Ook hier is een aanvulling wenselijk om recht te doen aan het ruilverkavelingslandschap met zijn boerderijen.
1 Het Oversticht, 2008 (p. 14)

Waarden in een wederopbouwgebied

73

Transformatie van de Johanneshoeve en verzakkingsperikelen


In 1958 verruilde bakker Johannes Schipper zijn bakkerij in het dorp voor een nieuwe aan de Dalweg 39, die naar zijn voornaam Johanneshoeve werd genoemd. Daar ging hij samen met zijn jongste zoon Roelof en schoondochter Gerrie wonen. Zij kregen een zoon die weer naar zijn opa vernoemd werd: Johannes . Hij werd de opvolger van het boerenbedrijf en trouwde in 1983 met Hermie. Zij gingen in een nieuw huis op het erf wonen. Johannes zette het boerenbedrijf voort tot hij in 2002 een burn-out kreeg, waarna hij het boeren vaarwel zegde. Het vee werd verkocht en Hermie maakte plannen voor de verbouw van de bedrijfsgebouwen tot logeer- en vergaderruimtes, die in 2009 worden gerealiseerd. In mei 2010 worden de eerste gasten verwelkomd in de getransformeerde ruilverkavelingsboerderij.1 Het oude woonhuis van de boerderij werd bij de verbouwing afgebroken. Het werd niet meer bewoond en het huis was bouwkundig in slechte staat door een constructiefout bij de bouw. Dit probleem speelde bij vrijwel alle boerderijen die in het eerste stadium aan de Dalweg en Westerveenweg werden gebouwd. Dit komt doordat de kelder van het woonhuis op een stevige zandlaag is gebouwd, maar de rest van het huis niet. Door het ontbreken van heipalen en de venige grond bleek al gauw dat de boerderijen iets verzakten. Aangezien de kelders niet meezakten, braken de woonhuizen als het ware op de kelder af, waardoor er grote scheuren in de muren kwamen. Doordat de bedrijfsgedeelten geen kelders hadden, zijn scheuren hier gelukkig bespaard gebleven. Al voor de bouw zag de aannemer de problemen aankomen, maar op last van de Cultuurtechnische Dienst moest er toch doorgebouwd worden. Toen de boerderijen toch schade bleken op te lopen door de verzakkingen, was er heel wat juridisch getouwtrek nodig om de schade vergoed te krijgen. Uiteindelijk werd het schadebedrag voor de boeren in mindering gebracht op hun investeringskosten voor de ruilverkaveling. De scheuren zouden echter nog tot op de dag van vandaag getuige blijven van dit voorval. Een gastvrije ontvangst. Scheuren in de Klupshoeve.
1 De Johanneshoeve, z.j.

Bij de Johanneshoeve hebben de koeien plaatsgemaakt voor gasten.

74

Ruilverkaveling Vriezenveen

5.4 Dorps- en stadsuitbreidingen


Gemeente Almelo

Voor het behoud van de herkenbaarheid van het ruilverkavelingslandschap is er meer nodig dan alleen het voorgaande. Er ook zal kritisch gekeken moeten worden naar de uitbreidingsplannen in het gebied die momenteel al in voorbereiding zijn. Voor beide betrokken gemeenten wordt hier een voorzet gegeven op welke manieren het ruilverkavelingslandschap herkenbaar kan blijven en er ook nog dorps- en stadsuitbreiding kan plaatsvinden.

Dorpsuitbreiding ten noorden van het Oude Kerkhof levert weinig bezwaren op, mits de bestaande houtopstand gespaard blijft, omdat dit gebied in het tussentijdse landschapsplan is aangewezen als bebossing. Door de nieuwe bebouwing netjes in te passen tussen de bestaande begroeiing wordt recht gedaan aan het landschapsplan, terwijl het nieuwe woonlandschap meteen is aangekleed. Ter vervanging van de zoeklocatie ten noorden van het dorp zou een locatie aan de zuidwestzijde aangewezen kunnen worden, bijvoorbeeld langs de Nieuwe Wierdenseweg of Aadorpweg, ten noorden van het Lateraalkanaal. Omdat deze locaties wat verder van het centrum verwijderd zijn, zou er dan wel een kleine centrumlocatie ontwikkeld moeten worden, bijvoorbeeld bij het station. Wat betreft de noordelijke rondweg zijn er meerdere opties. De weg zou zuidelijker aangelegd kunnen worden, zo veel mogelijk direct langs de Eerste Waterleiding. Zo vormen weg en waterloop samen een harde grens van het dorp, zoals dat ook het geval is in het Oosteinde met de Bovenlandweg. Een andere optie is geen rondweg of een rondweg ten zuiden van het dorp, die aansluit op de nieuwe oostelijke rondeweg. Deze is vanwege de nabijheid van de rijksweg N36 dan wel van vooral lokaal nut.

Gemeente Twenterand

In de structuurvisie van 2011 zijn er twee zoekgebieden voor dorpsuitbreiding aangewezen, namelijk ten noorden van de huidige nieuwbouwwijken in het Westeinde en bij de manege tussen het Oude Kerkhof en het dorp. Bovendien is er een noordelijke rondweg voorzien met een nieuwe aansluiting op de rijksweg N36. Juist ten noorden van Vriezenveen is het ruilverkavelingslandschap nog goed herkenbaar. Dit geldt het meest voor de Oosterbouwlanden, maar zeker ook voor de Westerbouwlanden. Beide delen vormen samen een geheel. Momenteel vormt de Eerste Waterleiding over vrijwel de hele lengte de logische noordgrens van het dorp. Voor zowel de herkenbaarheid van het ruilverkavelingslandschap, met daar doorheen schemerend het landschap van voor de ruilverkaveling, zou het goed zijn om deze waterloop als noordgrens van de dorpsbebouwing te handhaven en de zoeklocatie te schrappen.

Nu de financile crisis de plannen voor Waterrijk heeft vertraagd of stopgezet, is het moment aangebroken voor herbezinning op de plannen. Dit biedt kansen om de boerderijstraat Ooster- en Westermaatweg in oude glorie te herstellen. Daarbij verdient het de aanbeveling om ten minste de strook tussen de Oudewegsbeek en de Derde Wetering vrij te houden van nieuwe bebouwing, zodat de agrarische context van de ruilverkavelingsboerderijen bewaard blijft. Voor stadsuitbreiding is nog steeds plaats, maar dan ten zuiden van de Derde Wetering, wat niet of in ieder geval veel minder ten koste gaat van de herkenbaarheid als ruilverkavelingslandschap. Om de samenhang van het boerderijlint te bewaren, is het nodig de nog bestaande boerderijen te restaureren en op de plaats van de gesloopte boerderijen nieuwbouw te plegen. Het is hierbij belangrijk dat de nieuwe boerderijen een sterke relatie hebben met de omringende landelijke omgeving, om een functionele en economische eenheid te vormen zoals bij boerderijen gebruikelijk is. De nieuwbouw kan in de vorm van eigentijdse (woon) boerderijen die aansluiten bij de rest van het boerderijlint, bijvoorbeeld met hetzelfde grondplan en dezelfde typologie als de boerderijen die er stonden voor de sloop, maar dan in een eigentijds jasje. Een soort Ruilverkavelingsboerderij 2.0, met voor elke gesloopte boerderij een nieuwe die net zo revolutionair is als destijds de nieuwe boerderij ook was.

Waarden in een wederopbouwgebied

75

76

6
Ruilverkaveling Vriezenveen

6. Conclusie
De ruilverkaveling Vriezenveen heeft een bijzondere plaats in de geschiedenis van de ruilverkavelingen in de wederopbouwperiode. Als paradepaardje van de Nederlandse ruilverkavelingspraktijk was het een ruilverkaveling die vanwege de hoge kosten en ingrijpende herverkaveling niet zozeer doorsnee was, maar wel zeer goed het gedachtegoed van de wederopbouwperiode weerspiegelde. Over het algemeen is het landschap van de ruilverkaveling Vriezenveen in de jaren na de ruilverkaveling vrij gaaf gebleven en daardoor nog goed herkenbaar als ruilverkavelingslandschap. De uitwerking van zowel het plan van wegen en waterlopen als het landschapsplan zijn nog behoorlijk goed te herkennen in het landschap, wat eveneens geldt voor de boerderijclusters, waarvan met name de linten herkenbaar zijn gebleven. De aanleg van de nieuwe rijksweg N36 tussen Vriezenveen en Wierden luidde het tijdperk in van meer grootschalige veranderingen in het gebied, met wijzigingen in de wegen- en beplantingsstructuren als voorbode van meer ingrijpende veranderingen. Zo zijn er plannen gemaakt voor Waterrijk als de stadsuitbreiding van Almelo en wordt het gebied ten zuidoosten van Vriezenveen ter beschikking gesteld aan zandwinning en een rondweg. Bij vrijwel al deze plannen is het ruilverkavelingslandschap laag en soms zelfs niet gewaardeerd. Het lijkt erop dat de aanwijzing als waardevol wederopbouwgebied voor Vriezenveen een paar jaar te laat is gekomen, nu de plannen al ten uitvoer zijn gebracht. Toch is er vanwege de financile crisis een rem op de ontwikkelingen in het gebied gezet, die uitnodigt tot herbezinning en herorintering. Hierdoor is het nog niet te laat om de bestaande plannen op zijn minst bij te sturen, door het ruilverkavelingslandschap alsnog een passende waardering en bijbehorende bescherming te geven.

Waarden in een wederopbouwgebied

77

Bronnen
Adviesdienst Verkeer en Vervoer (1998). Verkeersgegevens. Jaarrapport 1997. Rotterdam: Adviesdienst Verkeer en Vervoer. Andela, G. (2000). Kneedbaar landschap, kneedbaar volk. De herosche jaren van de ruilverkavelingen in Nederland. Bussum: THOTH. Bergh, S. van den (2004). Verdeeld land. De geschiedenis van de ruilverkaveling in Nederland vanuit een lokaal perspectief, 1890-1985 (proefschrift). Wageningen Universiteit, Wageningen. Bibliotheek Wageningen UR (z.j.). Databank TUiN. http://library.wur.nl/tuin (geraadpleegd januari 2013) Blerck, H.J.J.C.M. van (1987). De verzorging van het landschap in Drenthe. Opvattingen en werk van H.W. de Vroome. Wageningen: De Dorschkamp. Blom, A. (2012). De waarde van wederopbouw. Dertig naoorlogse gebieden van nationaal belang. Historisch-Geografisch Tijdschrift, 30 (2), 124-134. Boer, T. de (2011). Kiezen voor karakter. Visie erfgoed en ruimte. Den Haag: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Boonstra, H. (2010). Notulenboek vergaderingen gemeenteraad van Vriezenveen van 1935-1938. Ongepubliceerd. Boshoven, E.H., A. Buesink & L.A. Tebbens (2007). Gemeente Twenterand. Een archeologische inventarisatie, verwachtings- en beleidsadvieskaart. Deventer: BAAC. Boumans, B.M. (2010). Landschapsplan Vriezenveen Zuidoost. Assen: BgelHajema Adviseurs. Brink, A. van den (1990). Structuur in beweging. Het landbouwstructuurbeleid in Nederland 1945-1985 (proefschrift). Landbouwuniversiteit, Wageningen. Centrale Cultuurtechnische Commissie (1954). Rapport ruilverkaveling Vriezenveen. Utrecht: Centrale Cultuurtechnische Commissie Dagblad van het Oosten (22 maart 1958). Het grote probleem van de boerderijbouw (III). Hoogst tevreden boeren in karakterloze boerderijen. pagina onbekend. Gemeente Almelo (2003). Structuurplan Almelo. Symbiose tussen stad en land. Almelo: Gemeente Almelo. Gemeente Almelo (2004). Welstandsnota. Regelgeving als inspiratiebron. Almelo: Gemeente Almelo. Gemeente Almelo (2006). Partile herziening Structuurplan Almelo 2006. Almelo: Gemeente Almelo. Gemeente Almelo (2012). Bestemmingsplan Waterrijk. Almelo: Gemeente Almelo. Jansen Dzn., H. (z.j.). Vriezenveen. http://www.oudvriezenveen.nl/ hmv/dgdorpvriezenveen.html (geraadpleegd januari 2013) Johanneshoeve, de (z.j.). Geschiedenis. http://www.dejohanneshoeve. nl/index.php/geschiedenis (geraadpleegd januari 2013) KNNV (z.j.). Fayersheide. http://www5.knnv.nl/afdeling-twenthe/fayersheide (geraadpleegd januari 2013) Ministerie van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening (1959). Landbouwatlas van Nederland. Zwolle: Tjeenk Willink.

78

Ruilverkaveling Vriezenveen

Nederlandsche Heidemaatschappij (1957). Excursiegids ruilverkaveling Vriezenveen. Arnhem: Nederlandsche Heidemaatschappij. Ploeg, F. van der (1964). Veranderingen in een bedrijfstijl door het uitvoeren van een ruilverkaveling. Een vergelijking tussen de jaren 1955 en 1963 in de ruilverkaveling Vriezenveen (proefschrift). Rijksuniversiteit Groningen, Groningen. Rijkswaterstaat (1964). Uitvoering van het rijkswegenplan 1958. Stand op 1 januari 1964. s-Gravenhage: Rijkswaterstaat. Rijnberk, M. van, E. Marks & G. de Vries (2011). Waterrijk Almelo beeldkwaliteitsplan. Almelo: Gemeente Almelo. Schinkelshoek, J. (2008). Landschapsontwikkelingsplan Noordoost Twente en Twenterand. Gemeentelijke uitwerking: Gemeente Twenterand. Goor: Eelerwoude. Stegeman, H. (1999). Ruilverkaveling. In F.D. Boswinkel, H.J. Bramer-Jansen, J.H. Nijkamp & H. Stegeman (red.), Ken uw dorp en heb het lief... Vriezenveen: Stichting Ken Uw Dorp. Tubantia (26 april 2010). Sloop ten behoeve van Waterrijk gaat gewoon door. http://www.tubantia.nl/regio/almelo/sloop-tenbehoeve-van-waterrijk-gaat-gewoon-door-1.2311766 Tubantia (1 mei 2012). Waterrijk min of meer afgeschreven. http://www.tubantia.nl/regio/almelo/waterrijk-min-of-meer-afgeschreven-1.1732427 Tubantia (7 februari 2013). Accountant zet gemeente duimschroeven aan. http://www.tubantia.nl/regio/almelo/accountant-zet-gemeente-duimschroeven-aan-1.3652138

Twynstra Gudde & Buro Oost (2011). Structuurvisie Twenterand. Vriezenveen: Gemeente Twenterand. Veenenbos en Bosch (2012). Twenterand. Welstandsnota 2012. Vriezenveen: Gemeente Twenterand. Visser, R. de (1997). Een halve eeuw landschapsbouw. Het landschap van de landinrichting. Wageningen: Blauwdruk. Wikipedia (2008). Vriezenveen: Geschiedenis. http://nl.wikipedia.org/ wiki/Vriezenveen#Geschiedenis (geraadpleegd januari 2013).

Archieven

Voor het onderzoek zijn de volgende archieven geraadpleegd: Historisch Centrum Overijssel, Zwolle. - Toegang 0025.2, inventaris 4942, 4943, 4944. Archief gemeente Twenterand, Vriezenveen. - Toegang B, inventaris 68-5, 237-3, 238-1. - Toegang E, inventaris 10-7. - Toegang F, inventaris 33-2, 33-3, 33-4, 34-1. - Toegang G, inventaris 50-5, 51-2, 51-4, 51-5.

Gesprekken

Op 29 november 2012 zijn met de volgende personen inhoudelijke gesprekken gevoerd over de ruilverkaveling Vriezenveen: G.J. Bosch, bestuurslid Vereniging Oud Vriezenveen Fam. J. Schipper, bewoners Johanneshoeve Fam. J. Hoff, bewoners Klupshoeve

Waarden in een wederopbouwgebied

79

Colofon

Opdrachtgever: Het Oversticht Samenstelling: B.J. Zwiggelaar, BSc

Kleurenfotos: Zwartwitfotos: Overige fotos: omslag: blz. 22 onder: blz. 26 links: blz. 32 links: blz. 43 boven: blz. 43 onder:

Het Oversticht (B.J. Zwiggelaar) Vereniging Oud Vriezenveen KLM Aerofoto (ondergrond) Rijkswaterstaat, https://beeldbank.rws.nl/ KLM Aerofoto Oosterweilanden V.O.F., http://www.oosterweilanden.nl/ Henri Jansen, http://engberts.waarneming.nl/ Corry Abbink-Meijerink, http://engberts.waarneming.nl/

Het Oversticht, 2013 Aan de Stadsmuur 79-83 | Postbus 531 | 8000 AM Zwolle

80

Ruilverkaveling Vriezenveen

Bijlage A.1
Topografische kaart, situatie 1952

Bron: Topografische Dienst/Kadaster, 1954, 1955

Bijlage A.2
Topografische kaart, situatie 1963

Bron: Topografische Dienst/Kadaster, 1965

Bijlage A.3
Topografische kaart, situatie 1973

Bron: Topografische Dienst/Kadaster, 1976

Bijlage A.4
Topografische kaart, situatie 2010

Bron: Basisregistratie Topografie, Kadaster, 2012

Bijlage B.1
Plan van wegen en waterlopen, oorspronkelijk plan 1954

Bijlage B.2
Plan van wegen en waterlopen, herzien plan 1958

Bijlage B.3
Plan van wegen en waterlopen, definitief plan 1965

Bijlage C.1
Landschapsplan, oorspronkelijk plan 1954

Bijlage C.2
Landschapsplan, definitief plan 1963

Bijlage D
Analysekaart

Bron ondergrond: Basisregistratie Topografie, Kadaster, 2012

Ruilverkavelingsboerderij Dorpsbebouwing ten tijde van de ruilverkaveling Resterende landschappen van voor de ruilverkaveling Functieveranderingen sinds de ruilverkaveling Toekomstige functieveranderingen (bestemmingsplan vastgesteld)

You might also like