P. 1
MELLE - Schilder, Aquarellist, Tekenaar, Amsterdammer

MELLE - Schilder, Aquarellist, Tekenaar, Amsterdammer

|Views: 461|Likes:
Published by Nienke Krook
Verslag Middelbare School (vwo) over schilder Melle
Verslag Middelbare School (vwo) over schilder Melle

More info:

Published by: Nienke Krook on Jan 13, 2010
Copyright:Attribution Non-commercial

Availability:

Read on Scribd mobile: iPhone, iPad and Android.
download as PDF, TXT or read online from Scribd
See more
See less

01/16/2013

pdf

text

original

MELLE

Schilder, aquarellist, tekenaar, Amsterdammer

Door: Nienke Krook, klas 6V

MELLE
Schilder, aquarellist, tekenaar, Amsterdammer Inhoudsopgave

Inleiding Biografie Melle‟s Werk Werkwijze Inspiratie Museumbezoek Conclusie Literatuur

……………………………………………… Bladzijde 03 ……………………………………………… Bladzijde 04-06 ……………………………………………… Bladzijde 07-11 ……………………………………………… Bladzijde 12-13 ……………………………………………… Bladzijde 14 ……………………………………………… Bladzijde 15-16 ……………………………………………… Bladzijde 17 ……………………………………………… Bladzijde 18

2

Inleiding
Toen ik een onderwerp voor mijn scriptie moest bedenken, vertelde mijn moeder over een tentoonstelling die ze in 1972 in het Stedelijk Museum in Amsterdam gezien had. Het was de tentoonstelling van de schilder „Melle‟. Ik had nog nooit van hem gehoord, maar toen mijn moeder vertelde over de krankzinnige, absurde werken die ze gezien had en die haar sterk bijgebleven waren, werd ik wel nieuwsgierig naar deze man. Toen we bij de bibliotheek waren, vonden we daar eigenlijk bij toeval een boek over Melle, met daarin enkele van zijn schilderijen. Ik was meteen geïnteresseerd in de schilder achter deze bizarre schilderijen. Op internet las ik over een tentoonstelling die gehouden zou worden in een museum in Eelde. Dat lag helemaal in Groningen, maar we hadden het er wel voor over. Ik was gefascineerd door het werk van Melle, hij maakt zulk origineel, helemaal eigen werk, dit had ik nog nooit eerder gezien. Op zijn schilderijen is heel erg veel te zien en te ontdekken; van mens tot dier en van erotiek tot de dood. Ik ben toen gaan zoeken op het internet, maar de hoeveelheid informatie over deze kunstenaar bleek heel erg tegen te vallen. Ik ben me af gaan vragen wie nou eigenlijk deze geniale man was, en waarom hij eigenlijk niet zo bekend is geworden in Nederland. Maar wat ik eigenlijk wilde weten was wat voor een persoon nou precies van dit soort fantasieën heeft en wat precies de betekenis hiervan is. Kortom: „wie was Melle en waarom maakte hij nou juist dát wat hij maakte?‟.

3

Biografie
Melle Johannes Oldeboerrichter werd op 27 mei 1908 geboren op Wittenburg, een Amsterdamse woonwijk die grenst aan het oostelijk havengebied. Zij woonden daar aan de Derde Wittenburgerdwarsstraat 32, waar zes gezinnen op drie verdiepingen woonden. Zijn familie had in de halve achterwoning op de derde verdieping de beschikking over een keukentje en kamer met alkoof (een klein vertrekje dat met een dubbele deur werd gescheiden van de grotere kamer, en waar in dit geval de hele familie sliep) Hij was het jongste kind en enige zoon in een gezin van drie kinderen.

Melle en zijn zussen Liberta en Henriëtte

Zijn vader, Hendericus Oldeboerrichter, was op 31 januati 1865 geboren in Friesland (in Nijega). Op zijn twaalfde monsterde hij aan op een zeilschip, als matroos en bracht het uiteindelijk tot bootsman. Hij was zeer in de politiek geïnterresseerd en werd als socialist al jong lid van de Zeeliedenbond. Ondanks dat hij veel weg was had Hendericus als vader een grote invloed op de opvoeding van de kinderen. Hij slaagde er goed in om zijn principes op zijn kinderen over te brengen. Alle drie de kinderen werden daarom ook al jong lid van het socialistische zangkoor De Jonge Proletaar. Als Hendericus uitvoer, vroeg hij Melle wel eens wat hij voor hem moest meenemen. Die zei dan: ''Een duiffie met een touw aan z'n poot.'' Hendericus overleed in 1947.

Melle en zijn ouders

4

Melle‟s moeder, Johanna Geertruida de Vries, kwam uit Harlingen en werd daar op 3 juli 1870 geboren. Ze was weduwe toen ze met Hendricus trouwde. Haar voormalige man én haar twee kinderen overleden aan tuberculose. Melle had een speciale band met zijn moeder. Hij omschreef haar ooit als een wijze vrouw, waarbij hij troost kon vinden. Melle kwam vaak bij haar als hij weer „visionaire nachtmerries‟ had gehad, deze waren vergelijkbaar met de „beeldgolven‟ die hem in zijn latere leven „overspoelden‟ en die bij hem voor inspiratie voor een nieuw schilderij zorgden. Van wat Johanna verdiende als aanvulling op het loon van haar man (met het wassen van kleding van de welgestelde kringen), kocht ze soms cadeautjes voor haar kinderen. Voor Melle waren dat voornamelijk tekenspullen. Over zijn eerste waterverfdoos zei hij ooit in een interview: ''Ik had binding met dat materiaal. Ik had binding met dat gekleurde water. Van dat 't lekker opdroogde.'' De moeder van Melle overleed in 1948.

Melle als vierjarig jongetje

De Oosterlijke Eilanden, (Wittenburg, Kattenburg en Oostenburg) werden door twee bruggen met de rest van Amsterdam verbonden. De jeugd die op het eiland woonde, ook Melle, verkenden graag de omringende natuur of trokken de stad in. Het tekentalent van Melle werd al vroeg opgemerkt; hij deed dit vooral thuis en op school. Toch vond hij zijn lagere schooltijd niet een gelukkige periode. Hij had een niet al te gemakkelijke naam, maar ook zijn linkshandigheid zorgde voor problemen. Melle was een dromerig kind met een rijke fantasiewereld. Tot zijn vierentwintigste had hij een fantasievriendje dat Toende heette. Op een gegeven moment liet hij aan zijn huisgenoot (Marth) een tekening zien waarop Toende op zijn sterfbed lag, Toende was dood. In 1922 wordt Melle aangenomen op de grafische school in Amsterdam, om het vak van letterzetter te leren. Maar hij maakt deze opleiding niet af en gaat werk zoeken. Hij is met korte tussenpozen werkzaam op verschillende drukkerijen. In 1926 weigert Melle gehoor te geven aan een oproep voor militaire dienst. Tijdens het uitdelen van anarchistische, antimilitaristische pamfletten bij de kazerne wordt hij opgepakt, maar na 14 dagen vrijgelaten. Later gaat hij bij de Arbeiderspers werken als letterzetter en wordt bij het daar uitgegeven dagblad Het Volk opmaker. In zijn vrije tijd schildert Melle met veel krijt en pastel in dummy‟s, als een soort getekende dagboeken. Hij tekent ook voor politiek geëngageerde bladen en illustreert boeken en boekomslagen. In deze tijd leert hij Marth Bruyn kennen, een danseres bij een experimentele dansgroep. Ze gaan samenwonen, maar om principiële redenen gaan ze niet trouwen. Beiden zijn ze politiek actief. Na het uitbreken van de

5

oorlog blijft Melle werken bij de Arbeiderspers en schildert hij veel in zijn vrije tijd. In 1944 gaat Melle samenwonen met Puck van Hilst, die later (in 1955) zijn echtgenote wordt. Een jaar later geeft hij zijn baan op en wijdt zich uitsluitend aan de kunst. Zijn atelier houdt hij aan de Amsteldijk. In 1947 houdt Melle zijn eerste eenmanstentoonstelling in Galerie Lemaire in Amsterdam. Zijn eerste buitenlandse tentoonstelling was in 1950 in Hamburg, in Galerie Rudolf Hoffman. Melle groeide die jaren uit tot de bekendste Amsterdamse surrealist. Met zijn succes kwam hij vaker in de publiciteit. Natuurlijk kwam de vraag op of hij zijn seksueel getinte obsessies ook buiten de kunst toonde. Vrienden antwoordden dan dat hij 'een calvinistische socialist' was, het absolute tegendeel van obsceen, een ingehouden en kuis man. In 1968 krijgt Melle op 29 april een onderscheiding: Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Melle wordt in 1973 gepensioneerd, maar in 1974 heeft Melle nog een samenwerkingsproject met oud-leerlinge Ruscha Langelaan: Duo-schilderij.

Ruscha en Melle aan het werk aan „Duo-schilderij‟

Een paar dagen voor zijn 68ste verjaardag had Melle een etentje in het Rechthuis in Kortenhoef, aangeboden door drie leerlingen. Hij verscheen er met vier litho's, voor ieder één. ''En de vierde dan?'' werd gevraagd. Eerst zei hij dat die was voor een opoetje dat voorbij zou komen, maar hij corrigeerde zich: ''Voor de Messias.'' Die avond stierf hij aan een hartaanval. Op 28 mei wordt hij begraven op de Oosterbegraafplaats in Amsterdam.

6

Melle’s Werk
Melle‟s kunst berust eigenlijk op de hoge spanning tussen een positieve en een negatieve pool: aan de ene kant een liefde voor de schoonheid van de natuur en aan de andere kant zijn afschuw van, of zijn angst voor, de gang van zaken in die natuur. Beide worden door Melle op een extreme wijze in beeld gebracht. In zijn beste werk houden ze elkaar haast in een acrobatisch evenwicht. Dit is het wezen van Melle‟s kunst, en meteen ook de reden waarom veel mensen zijn werk niet weten te waarderen: grenzeloze liefde en gruwende afschuw vormen een vreemd paar, maar het is vooral de obsessieachtige uitbeelding van de drijvende kracht in de natuur, de voortplantingsdrift, die de meeste mensen een soort van afkeer geeft en soms zelfs tot woede wekt. Een andere reden waarom maar weinig mensen (buiten de wereld van de kunstenaars) Melle waarderen, is dat zijn werk zich niet leent voor de globale beschouwingswijze op afstand die door bijna alle moderne grote schilderkunst verlangt wordt: zijn schilderijen eisen langdurige en zeer nauwkeurige aandacht en de moderne kijker is daar niet aan gewend.

„Christofoor‟, 1957-1958 Een perfecte balans tussen mens en natuur

7

Melle‟s schilderijen hebben meestal twee verschillende soorten voorstellingen. Enerzijds landschappen, en anderzijds aanzichten van huizen (van binnen en van buiten) De eerste opzet die hij voor deze twee typen maakte, was heel verschillend. De interieurs van (Amsterdamse of Zaanse) gevels werden strak opgezet met langs liniaal getrokken, rechte lijnen. Ze werden in kleurige, geometrische vlakken verdeeld. In de huisschilderijen is de ruimte beperkt, overheersen rechte lijnen en kleurige vlakken. De interieurs wekken vaak een soort claustrofobische gevoelens op. De compositie van de huisschilderijen lag meteen al vast, min of meer volgens de algemeen geldende regels van de vlakverdeling. (3:5:8)

„Weesperzijde‟, 1953

8

De landschappen hadden een geheel andere ondergrond: wolken van fantastische kleuren werden over het hele vlak gelegd. Deze landschappen zijn niet bedoeld als gewone landschappen, maar zijn als het ware herscheppingen van de totale kosmos, vele lucht-, land-, en waterschappen dwars door elkaar en in elkaar overvloeiend. De ruimtewerking is hier soms bijna duizelingwekkend. In de landschappen was het veel moeilijker om uit te komen op een bevredigende compositie, want hier ontbrak bij hem vaak ieder vooropgezet plan.

„De huilende Noordhollander‟, 1962

De aanpak van de twee typen was dus geheel verschillend en het was volstrekt niet duidelijk waarom Melle nu eens een huisschilderij en dan weer een landschap maakte. Zelf heb ik een voorkeur voor de landschappen, omdat deze schilderijen wat vrijer, wat opener zijn. Ik hou niet zo van het statische, het strakke dat je bij de huisschilderijen ziet, en in de landschappen is ook nog eens veel meer te zien. De landschappen zijn heel apart, vanwege de haast bovenmenselijke ruimteervaring die je krijgt bij de schilderijen. Je zweeft bij het kijken naar het schilderij eigenlijk mee, je volgt bijna het penseel van Melle. Je zou bijna het schilderij willen „binnengaan‟, om beter te kunnen kijken naar de bizarre wezens, wonderlijke, steeds in andere proporties opdoemende gevaarten en gedrochten. De landschappen zijn fascinerend om te zien, en het is moeilijk om je voor te stellen dat iemand dit heeft kunnen bedenken. Ik zou graag willen weten wat er in het hoofd van Melle omging, want aan de schilderijen te zien, moet dat iets heel aparts zijn geweest.

9

Melle maakte af en toe, naast landschappen en huisschilderijen, ook nog wel eens voor zijn plezier portretten of pentekeningen (waar hij ook litho‟s van maakte, om af te drukken als bijvoorbeeld verjaardags,- kerst,- en nieuwjaarskaarten). Deze gaf hij bijvoorbeeld cadeau aan mensen die hij aardig vond of hij hing ze in zijn eigen huis of atelier op. Melle hield niet van opdrachten en de mensen die werk van hem wisten te verwerven waren of werden vaak vrienden. Werk kon je niet kiezen, híj bepaalde wat je kreeg. Soms was het werk nog maar half gereed en maakte hij het pas af als het al was verkocht. Soms met verwijzingen erin naar de nieuwe eigenaar. Maar welstand liet hem koud. Dertigduizend gulden voor een schilderij? ''Dat is een heleboel bromfietsen achter elkaar hoor,'' stelde Melle vast. Melle had beslist geen voorkeur voor rijke kopers, al konden die natuurlijk veel hogere prijzen betalen en al was het geld in de jaren na de oorlog hard nodig. Peggy Guggenheim (de rijkste kunstverzamelaar uit die tijd) kwam eens bij hem aan de deur: of meneer Melle thuis was? Nee, die is niet thuis, antwoordde Melle. Zo word je niet rijk.

„Portret van Clovis‟, 1956 Mr. Clovis Cnoop Koopmans, de man van Marth Cnoop Koopmans-Bruyn, die van 1927 tot in de oorlog samenleefde met Melle.

10

„Nieuwjaarskaart‟, 1956

„Nieuwjaarskaart‟, 1957

11

WERKWIJZE
De manier waarop Melle zijn schilderijen maakte, was heel merkwaardig. Kort na de oorlog bestond er grote belangstelling voor een psychologische onderzoeksmethode die de Rorschachtest werd genoemd. Hierbij werd een kleurige grote inktvlek voorgelegd, ontstaan door willekeurige verfspatten tussen een dubbelgevouwen papier te pletten. De proefpersoon moest zonder nadenken zeggen wat hij/zij in deze vlekken aan visioenen, beelden, gruwelen en grappen zag. Melle ging eigenlijk op precies dezelfde wijze te werk met zijn landschappen. Als hij zijn palet schoonmaakte, maakte hij met de laatste verf kleurbanen op een nieuw doek. En die werden dan inspiratiebron voor een nieuw schilderij. In deze prachtige kleurvlakken die over het gehele vlak waren uitgespreid (en die voor velen op de eerste blik al meteen een volmaakt abstract schilderij betekenden), zag hij de onderdelen van zijn fantasiewereld geheel vanzelf opdoemen, de kleuren riepen bij hem „visioenen‟ op: hij hoefde nu, bij wijze van spreken, alleen maar de juiste kleuren verf op de „geziene‟ voorstellingen te penselen. Zelf noemde Melle dit proces „hoekies vullen‟

Op dit schilderij, dat dus nooit is afgemaakt, is goed de werkwijze van Melle te zien. Je ziet duidelijk de plekken waar Melle zijn paletmes aan het doek heeft afgesmeerd, en de ruwe opzet van wat uiteindelijk een bizar landschap had moeten worden.

12

Melle maakte dus nooit voorstudies en werkte geheel zonder vooropgezet plan. Dat hij dit kon, was te danken aan zijn fotografisch geheugen („ik kan schilderen wat ik eenmaal gezien heb‟). Dat „overschilderen‟ van wat hij zag, was een hels karwei en soms, beweerde hij zelf, zat hij er zich niet weinig bij te vervelen. (Hij had op zijn atelier altijd Veronica-achtige muziek aan en wilde graag dat er mensen bij hem kwamen zitten om met hem te praten). Maar: „Ik kan schilderen als de pest‟, en dat kon hij ook zeker; zijn schilderkunst was volmaakt en geheel door hemzelf veroverd; hij heeft nog nooit van iemand les gehad; ook dat is een kant van zijn genialiteit. Deze methode van werken, die eigenlijk helemaal geen methode is, kan natuurlijk tot een volstrekte chaos leiden. Zijn voornaamste uitspraak hierover was: „Ik hoef alleen maar weg te schilderen‟. Dat gebeurde dan ook voortdurend: een röntgenopname van bijna ieder paneel laat een groot aantal weggeschilderde, meestal prachtige, details zien die Melle, hoofdzakelijk omwille van de compositie, kwijt wilde. Want ondanks zijn zeer willekeurige werkwijze wist hij meestal toch deze landschappen in een compositie te dwingen. Soms gebruikte hij daarvoor het strakke kader van een drieluik of koos hij met opzet voor een in het oog lopende symmetrie. Melle werkte altijd aan een stuk of zes schilderijen tegelijk; dit hield verbad met zijn techniek: een laag schilderen, een laag laten drogen, afschuren en een nieuwe laag eroverheen, met nieuwe kleuren maar vaak ook met nieuwe figuren. Het zou hem te veel vermoeien om een schilderij achter elkaar af te maken. „Bovendien gaat het ding dan vervelen‟. Soms lag een doek wel een jaar op de afwerking te wachten. Melle zegt hier zelf over: „Er is geen plan, het is één grote ruïne en die ruïne die herstel ik. Er zijn schilderijen waar ik bovenin begin en al schilderend naar beneden ga. Ik ben nooit bang dat ik niet meer weet wat ik moet schilderen. Je hebt mensen die voorstudies maken, omdat ze niet goed weten hoe het eruit moet gaan zien; ook dat doe ik nooit. Het is steeds een andere ruïne, maar natuurlijk wel dezelfde man, zodat vaak dezelfde dingen in een andere combinatie voorkomen. Daar ontkomt geen mens aan‟.

13

Inspiratie
Kennismaking met andere kunststromingen ondervond Melle als een oponthoud in zijn eigen creativiteit: „Ik heb me nog nooit door iemand laten inspireren, ook door geen enkele surrealist. Dat vind ik beneden mijn waardigheid. Overigens ben ik geen surrealist, maar een visionair schilder‟ (Haagse Post 16/01/65) En in 1972 zegt hij tegen Ischa Meijer: „Het zijn visioenen, toch. Ik zie het van tevoren, niet het hele doek maar wel bij parten, plaatselijk… Ik wordt bestormd. Ik lig er van wakker.‟ Toch vergelijken veel mensen Melle‟s werk met dat van onder andere Jeroen Bosch (eigenlijk: Hiëronymus van Aken). Zijn schilderijen lijken vaak op nachtmerries en vertonen een stijl die in onze tijd wordt aangeduid met surrealisme. Gedrochten, vreemde wezens, kruisingen tussen mens, plant en dier bevolken de voorstellingen. Ook krijgen voorwerpen, mensen en dieren andere maateenheden, waardoor een bevreemdend effect ontstaat. Deze onderwerpen vinden we ook weer terug bij Melle‟s werk. Al hebben beide schilders een pessimistische kijk op de wereld, toch is er volgens mij een groot verschil tussen de werken van deze twee kunstenaars. Bij Jeroen Bosch is er op de eerste plaats veel meer fysiek geweld te vinden in zijn werk: je vind vaak griezels die elkaar met speren doorboren, aan stukken hakken of elkaar in de brand steken. Deze fysieke agressie is bij Melle niet sterk aanwezig. In het werk van Melle is er juist veel meer erotiek te vinden. Jeroen Bosch leefde natuurlijk rond de middeleeuwen, dus naakt was nog meer een taboe dan dat het in de tijd van Melle was. De gewaagdheid van Bosch lag daarom volgens mij meer in het geweld en bij Melle meer in de erotiek, in het naakt en de voortplantingsdrift.
Het rechterpaneel („de hel‟) van het werk „De tuin der aardse lusten' door Jeroen Bosch

Melle liet zich dan, naar eigen zeggen, wel door niemand inspireren, zelf is hij een inspiratiebron geworden voor veel andere schilders, zoals onder andere Wout Muller en zijn vrouw Clary Mastenbroek.

14

museumbezoek
Op 1 oktober ben ik samen met mijn moeder naar het Museum voor de Figuratieve Kunst de Buitenplaats in Eelde geweest.

Daar hing tijdelijk een werk van de Amsterdamse kunstenaar Melle Oldeboerrigter (1908-1976). Het kunstwerk heet “De onbekende soldaten” en is in 1969-1970 gemaakt. De voorstelling was met olieverf op het doek gebracht. Het werk was redelijk groot (60,5 x 90 cm), en er was veel op te zien. Het schilderij is heel dynamisch, er gebeurt van alles: in het midden van het doek is een grote, roze vis te zien. Binnenin deze vis zijn weer andere taferelen te zien: naakte mensen die over de grond kruipen, een klein dorpje, een baby die uit de vis lijkt te vallen en het hoofd van een verdrietig kijkend kaal kindje, dat er een beetje ziekelijk uitziet; boven de vis is een groen monster te zien dat iets wegheeft van een snoek, maar dan met oren; linksboven de vis is een haas met gespitste oren die op zijn zij ligt te zien; daaronder een guillotine, een aantal lijken, een dooie kikker en een kruipende baby; recht onder de vis kun je even in de verte kijken en wat meer naar beneden zie je twee schaatsende wezens; aan de rechterkant zijn, naast een aantal (dode) vogels, kippen en een muis, een aantal penissen te zien, waaronder één met vier benen en een groen gekleurde; helemaal aan de onderkant van het werk is een baan van groene natuur te zien. Dit ziet er vrij realistisch uit en lijkt daarom eigenlijk niet bij de rest van het absurde, fantasieschilderij te passen.

15

„De onbekende soldaten‟, 1969-1970, Melle

Het kleurgebruik is in het hele schilderij contrasterend, lichtblauw wordt tegenover knalgeel en felroze gezet, terwijl aan de onderkant van het schilderij de kleuren dicht bij de werkelijk natuur staan. (groen en bruin) Door het schilderij zijn er af en toe grote oppervlaktes gekleurd, maar op de meeste plaatsen zijn er kleine voorstellinkjes geschilderd, die heel erg gedetailleerd en vaak grappig zijn. Het schilderij ziet er niet somber uit, terwijl de voorstelling aan de linkerkant van het doek wel een gruwelijkheid laat zien. Je aandacht gaat, als je naar het schilderij kijkt, naar het hoofd van het kind in het midden; deze figuur staat centraal en de verdwijnpunten lijken bij hem samen te komen. Ik vind dit een heel mooi schilderij, juist omdat het zo bizar is en enorm tot de verbeelding spreekt. Het is moeilijk uit te leggen wat Melle met dit schilderij wilde zeggen, de juiste interpretatie is gewoon niet onder woorden te brengen en Melle was daar vaak het allerminst toe in staat. Daarom juist schilderde hij ze. Melle‟s schilder-en tekenvermogen grenst naar mijn mening aan het ongelofelijke. Hij beschikt over een fijnheid en een precisie in het maken van iedere nuance van kleur en vorm. Zonder moeite weet hij door te dringen tot in de kleinste details en zo wekt hij alles met een bijzondere aandacht en intensiteit tot leven. De composities zijn, ondanks het geïmproviseerde karakter dat hebben, bijzonder gesloten en definitief.

16

Conclusie
Melle Oldeboerrigter (1908-1976) was een tamelijk geruchtmakende Amsterdamse schilder. Door zijn precies geschilderde, sensuele en wat macabere schilderijen joeg hij veel autoriteiten tegen zich in het harnas, maar verzamelde hij ook een schare volgelingen om zich heen. Typisch voor Melle‟s beeldspraak zijn de menselijke en dierlijke en soms ook plantaardige wezens die letterlijk en figuurlijk gebukt gaan onder of barsten van de voortplantingsdrift. Verklaard worden de fantasieën niet, want dat is onmogelijk. Melle zelf wist ook niet goed wat al die honderden wezens en gedrochten, half-mensen en half-dieren, doodskopfiguren en uit mannelijke en vrouwelijke genitaliën samengestelde fantomen te betekenen hadden. Melle had een hekel aan theorieën, hij brak zich het hoofd niet over de betekenis van zijn schilderijen. Natuurlijk vroeg men Melle dikwijls naar de betekenis van zijn bizarre voorstellingen. Hij begon dat haastig te fantaseren alsof hij zich schaamde dat hij er niets zinnigs over kon vertellen. Maar al snel merkte hij dan dat hij wel wat te ver ging en probeerde weer recht te zetten wat hij had gekletst. Melle hechtte zelf geen waarde aan wat hij zei: „Ik ben van huis uit een enorme ouwehoer‟, beweerde hij. Het bijzondere van het werk van Melle, is dat elke poging tot „verklaring‟ er eigenlijk afbreuk aan doet. Misschien is dat juist de grote charme van Melle‟s werk, dat ieder zijn eigen gedachteketens en dromen erin kan herkennen en dat de voorstellingen „uitgelegd‟ kunnen worden als beeldspraak voor zeer veel, zeer verschillende emoties. Het zal altijd moeilijk blijven een bevredigende verklaring te geven voor Melle‟s thematiek. Immers, zijn voorstellingsvermogen was dat van een genie, en het lijkt vrijwel onmogelijk om psychologische regels voor genieën vast te stellen, omdat ze zo extreem zeldzaam zijn. Melle‟s kunst verheft zich ver boven beschrijfbare theorieën en bevindt zich op het niveau waar het volstrekt onzegbare door een groot kunstenaar in geschilderde „visioenen‟ zichtbaar is gemaakt. Zijn vrouw Puck zei ooit in een interview: „Hij schilderde zo veel, gewoon omdat hij niets liever deed.‟ En misschien is dat ook wel de beste „verklaring‟ voor het werk van een schilder die nooit iets verklaarde.

17

Literatuur

Boeken Jaap M. Hemelrijk, W.A.L. Beeren e.a., (1988) “Melle, schilder, aquarellist, tekenaar, Amsterdammer”, Haarlem: Joh. Enschedé en Zonen Janneke en Jos van Groeningen-Hazenberg e.a., (1999) “Melle, Schilderijen, Tekeningen, Grafiek, Naaldwerk”, Eelde: Museum voor figuratieve kunst De Buitenplaats (1973) “Oosthoeks Encyclopedie”, Utrecht: A. Oosthoek‟s uitgeversmaatschappij N.V. Video Melle van Essen, (1992) “Landschappen waar niemand van weet, over de schilder, tekenaar en Amsterdammer Melle Oldeboerrigter”, uitgezonden door het Humanistisch Verbond op 12 april 1995, opgevraagd bij het Bibliotheek & Informatiecentrum van het Nederlands Filmmuseum te Amsterdam Internet www.parool.nl, rubriek “Stadsgezichten” www.nrc.nl, rubriek “Kunst, Tentoonstellingen”

18

You're Reading a Free Preview

Download
scribd
/*********** DO NOT ALTER ANYTHING BELOW THIS LINE ! ************/ var s_code=s.t();if(s_code)document.write(s_code)//-->