P. 1
De Tafel

De Tafel

|Views: 824|Likes:
Published by Delftdigitalpress
This book is the result of an exercise at the Faculty of Architecture of Delft Technical University, The Netherlands, The task was set by the Staff of the department for Study of elementary form and composition. The theme of this exercise was 'the Table as ametaphor for architecture' which was one
of the tasks in the study project entitted 'Image and materialisation'. The students developed and presented their ideas in models scale 1 to 5, In the article 'the table as an architectural object' by Jack Breen, tabledesign is reviewed in relation to the architectural design tradition. In the article 'the table of ten : aselection', Bernard OIsthoorn offers a critical analysis of the students' designs and focusses on ten selected projects, In the categories 'Modern Classics', Dynamism and a A-symmetry', 'Sculpture
and Construction' and 'Devise and Building Kit' a thematic impression of the students' designs is given.
This book is the result of an exercise at the Faculty of Architecture of Delft Technical University, The Netherlands, The task was set by the Staff of the department for Study of elementary form and composition. The theme of this exercise was 'the Table as ametaphor for architecture' which was one
of the tasks in the study project entitted 'Image and materialisation'. The students developed and presented their ideas in models scale 1 to 5, In the article 'the table as an architectural object' by Jack Breen, tabledesign is reviewed in relation to the architectural design tradition. In the article 'the table of ten : aselection', Bernard OIsthoorn offers a critical analysis of the students' designs and focusses on ten selected projects, In the categories 'Modern Classics', Dynamism and a A-symmetry', 'Sculpture
and Construction' and 'Devise and Building Kit' a thematic impression of the students' designs is given.

More info:

Published by: Delftdigitalpress on Jun 15, 2010
Copyright:Traditional Copyright: All rights reserved

Availability:

Read on Scribd mobile: iPhone, iPad and Android.
download as PDF or read online from Scribd
See more
See less

03/10/2013

DE

TAFEL
ALS METAFOOR VOOR ARCHITECTUUR
Jack Breen
Bernard Olsthoorn
Staf Vormstudie
Faculteit der Bouwkunde / Technische Universiteit Delft
Fotografie: Hans Schouten
Publikatieburo Bouwkunde 1993
( {
Inhoud
4 Summary
5 Voorwoord
6 Afbeeldingen
7 Jack Breen
De tafel als archftectonisch object
15 Noten
Boven
Links M.Rodigas 16 Opdrachtblad
Midden H.B. Hulsbos
Rechts R.Gort 18 Bernard Olsthoorn
De tafel van Tien, een selectie:
Midden 22 01 Scarface, oftewel het centrum van de macht
Links I. Gündüz 23 02 De constructieve knoop
<l Midden M. ter Braak 24 03 Het royale gebaar
Rechts W.R. v.d. Groep 25 04 The bridge
26 05 Steun-last: een relativering
Beneden: 27 06 Synthese als beeld
Links M.Vervoort 28 07 Goldberg variaties
Midden G. van Heuvelen 29 08 De puntige toonzetting
Rechts M. Vervoort(alt.) 30 09 Carnac revisited
31 10 Het kruis en wat daarmee samenhangt
32 Moderne klassieken
34 Sculptuur en constructie
36 Dynamiek en asymmetrie
38 Apparaat en bouwpakket
40 Colofon
4
Summary
This book is the result of an exercise at the
Faculty of Architecture of Delft Technical
University, The Netherlands, The task was
set by the Staff of the department for Study
of elementary form and composition,
The theme of this exercise was 'the Table as
ametaphor for architecture' which was one
of the tasks in the study project entitted
'Image and materialisation' ,
The students developed and presented their
ideas in models scale 1 to 5,
In the article 'the table as an architectural
object' by Jack Breen, tabledesign is
reviewed in relation to the architectural
design tradition,
In the article 'the table of ten: aselection',
Bernard OIsthoorn offers a critical analysis of
the students' designs and focusses on ten
selected projects,
In the categories 'Modern Classics',
Dynamism and a A-symmetry', 'Sculpture
and Construction' and 'Devise and Building
Kit' a thematic impression of the students'
designs is given,
Vormstudiehal met maquettewerkplaats,
Faculteit der Bouwkunde, TU Delft
[>
Zusammenfassung
Dieses Buch ist das Ergebnis eines
Praktikums im Fach Gestaltungslehre an der
Fakultät tor Architektur der Technischen
Universität Delft,
Das Thema der Übung lautete: "Der Tisch
als Metapher für Architektur" im Rahmen des
Lehrblocks "Bildgestaltung und
Materialisation",
Die Studenten arbeiteten ihre ldeen in
Modellen im MaBstab 1 :5 aus,
In dem Artikel "Der Tisch als
architektonisches Objekt" von Jack Breen
wird das Tischdesign im Verhältnis zur
Entwurfstradition der Architektur beleuchtet.
Bernhard OIsthoorn liefert in seinem Beitrag
"Der Tisch von 10, eine Auswahl" eine
kritische Betrachtung der Studentenarbeiten
und geht auf 10 ausgewählte Entwürfe näher
ein, (Im Niederländischen beinhaltet der Titel
eine Doppelbedeutung: 'de tafel van 10' ist
auch 'das kleine Einmaleins von 10',)
SchlieBlich wird anhand der folgenden
Kategorien eine Übersicht der
Studentenarbeiten gegeben:
"Moderne Klassiker", "Dynamik und
Asymmetrie", "Skulptur und Konstruktion"
und "Apparat und Baupaket",
Sommaire
Ce livre est Ie résultat d'un sujet d'étude de
la section "Etude de l'Esthétique" à
l'Université de Technologie de Delft, Faculté
d'Architecture,
L'objet du sujet d'étude était Ie design d'une
table concernant Ie thème: "La Table comme
métaphore pour I'architecture", Ce thème a
fait partie de I'unité d'enseignement:
"Conception, Image et Matérialisation", Les
projets des étudiants ont été élaborés sous
forme de maquettes à I'échelle 1 :5,
Dans son article "La table comme objet
architectonique" Jack Breen examine Ie
design de tables en rapport avec la tradition
de design architectonique,
Dans l'article "La table de 10: une sélection",
Bernard OIsthoorn présente une analyse
critique des projets des étudiants en
abordant plus particulièrement 10 projets
sélectionnés,
Le livre se termine par un aperçu de tous les
projets réalisés, subdivisés en quatre
rubriques: "Classiques modernes",
"Dynamique et Asymétrie", "Sculpture et
Construction" et "Outil et Kit",
Reeks studiemaquettes en definitieve maquette
schaal 1:5 van Duco van der Hoeven,
[>
Voorwoord
Dit boekje en de bijbehorende tentoonstelling zijn het gevolg van een practicum Vorm studie
aan de Faculteit der Bouwkunde van de TU Delft. Sinds drie jaar is aan deze Faculteit een
ingrijpende onderwijsvemieuwing aan de gang. De nadruk ligt in het onderwijs nu minder
exclusief op het architectonisch (top)ontwerp en (mede door de nieuwe afstudeerrichtingen
Bouwtechnologie en Bouwmanagement) meer op het bouwproces als geheel.
Het onderwijs in de eerste twee studiejaren is thematisch: in een twaalftalonderwijsblokken
met ieder een eigen probleemstelling worden de verschillende aspecten van de bouw- en ont-
werp-praktijk bestudeerd. Aan het eind van het tweede jaar kiezen de studenten een afstu-
deerrichting en vanaf dit punt vindt het onderwijs plaats in een serie modules. Het vernieuwde
vormstudie-onderwijs sluit door een reeks practica aan op deze structuur, waarbij de thema-
tiek per practicum inhaakt op die van het blok of module. Tegelijk echter is er in de opbouw
van de totale reeks nadrukkelijk sprake van een eigenstandig en samenhangend onderwijs-
programma Vormstudie.
Het Tafel-project maakte deel uit van Blok 12: Beeldvorming en Materialisatie, het laatste
onderwijsblok van het tweede jaar onder leiding van Max Risselada. Naast dit practicum be-
staat de bijdrage van Vormstudie aan het blok uit het computer-practicum 12 CAD, in samen-
werking met het CAD-atelier Bouwkunde.
Productontwikkeling en geïndustrialiseerde bouwmethoden zijn in dit blok van belang en het
was vanaf het begin de bedoeling dat in het Vormstudiepracticum, behalve aspecten als com-
positie in relatie tot functie, de materialisatie - het 'maken' een belangrijke rol zou spelen ...
Er werd gekozen voor een ogenschijnlijk eenvoudige opdracht: het ontwerpen en uitvoeren
van een tafel. Het motto van het practicum werd 'de Tafel als metafoor voor architectuur',
enerzijds door de ruimtelijke kwaliteiten van de tafel en anderzijds door het belang van de
detaillering -de ontmoeting- en de materiaalkeuze. Via de maquettetechniek werd er naar ge-
streefd om de studenten te confronteren met het uitvoerings- aspect en het belang van het
anticiperen hierop tijdens het ontwerpproces. De ideeên werden in eerste instantie uitgetest in
eenvoudige studiemaquettes en vervolgens 'gerealiseerd' in uitgewerkte maquettes schaal
1 :5. Bij de uitvoering in de maquettewerkplaats werd - onder deskundige begeleiding - ge-
werkt met een uitgebreid assortiment machines en materialen.
Als zodanig vormde de opdracht ook een metafoor voor het productieproces omdat studenten
geconfronteerd werden met de consequenties van vaak onnodig complexe vormideeën en
daarom op het niveau van de uitvoering moesten blijven 'doorontwerpen'.
De tafelontwerpen die de kern vormen van boekje en tentoonstelling werden gemaakt in twee
onderwijsperiodes: mei/juni 1992 en december 19921januari 1993. Om niet in herhaling te
vervallen is het de bedoeling dat er per studiejaar een nieuwe probleemstelling voor het prac-
ticum wordt geformuleerd met een vergelijkbaar soort moeilijkheids- en bewerkingsgraad ...
Wij hopen dat iets van het enthousiasme en plezier waarmee de studenten aan deze op-
dracht hebben gewerkt bij de lezer en toeschouwer over zal komen. Als docenten waren wij
onder de indruk van de inzet en vindingrijkheid van veel studenten, hetgeen naar onze over-
tuiging heeft geresulteerd in een aantal ontwerpen die zeker 'gezien' mogen worden!
Staf Vorm studie
5
Afbeeldingen
15. Gerrit Rietveld, T a f e l ~ e
Schröderhuis, 1923.
1. Sol Le Win, Modular
Structure, 1965, Museum
16. Ludwig, Mies van der Rohe,
am Abteiberg,
1927, Knoll international.
Mönchengladbach.
17. Eilen Gray, tafeltje El027,
2. Bunker WOII, Hoek van Hol-
1927.
land.
18. Pierre Chareau, werktafel
3. Palais Royale, Parijs.
1929.
4. Sonsbeek paviljoen,
19. Charles Eames,
Otterloo, Gerrit Rietveld,
Zuilenvoettafel, 1964.
1956
20. Piet Hein, model superelips
5. Japans interieur, Gilles de
84,1968.
Chabaneix.
21 . Jean Prouvé, onderstellen
6. Eetkamer woonhuis Monet
tafels, begin jaren '50, Peter
te Giverny, Jean-Bernard
Strobel.
6 Naudin.
22. Carlo Mollino, tafel voor
7. Binnenhoes, Beggar's
Casa Orengo, 1949.
Banquet, the Rolling Stones.
1968.
23. Adolfo Natali en superstudio,
tafel 'Quaderna 260',
8. Verbinding Chinese
1970171.
bijzettafel.
24. Ettore Sottsass, 'Le Strutture
9. Verbinding replica
Tremano' ,Alchymia, 1979.
Shakertafel.
25. Tafel V&D, begin jaren '70.
10. Interieur Newby Hall, G.B.
26. Dikke Poten, Ikea, '80 er
11. Josef Hoffman: tafel met
jaren.
marmeren blad en houten,
plaatselijk vergulde poten,
27. Norman Foster, 'Nomos'
1913.
systeem werkplek, Tecno,
1986.
12. Charles Rennie Mackintosh,
tafel ontworpen voor
28. Philippe Starek, opklapbare
landhuis Basset-Lowkes,
tafel 'Tippy Jackson', Driade,
1918, Cassina.
1982.
13. Gerrit Rietveld: 'Militaire'
29. T a f e l ~ e met in hoogte
tafel, 1923.
verstelbaar blad, te fixeren
d.m.v. spankabels aan
14. Gerrit Rietveld, Krattafels,
verdraaibare knop, Paolo
1934.
Palucco, 1985.
Jack Breen
2
3
De tafel als architectonisch object
Tafels ziJn In ons bestaan van een zodanige 'alledaagsheid' dat ze ons doorgaans
amper opvallen. Gaan we echter gericht kiJken, dan Is deze ervaring enigsinds te ver-
geliJken met sterren kiJken: op het moment dat we bulten komen en onze ogen aan de
duisternis moeten wennen, zien we nog vrijwel niets, maar vriJ snel valt het ene na het
andere lichtpuntje ons op en naarmate we ons langer concentreren worden de onder-
linge verschillen en samenhangen, patronen en Intensiteiten ons duidelijk en worden
we bijna overrompeld door de 'veelheid' om ons heen.
Hoewel er veel Is geschreven over meubelkunst en design wordt er In de literatuur
weinig aandacht besteed aan het fenomeen Tafel. Het 'materiaal' Is - zoals gezegd -
echter ruimschoots aanwezig en we gaan er dagelijks mee om, zodat het Interessant
leek om het verschijnsel tafelontwerp - met name In relatie tot het architectonische ont-
werp - nader te beschouwen.
Dit artikel heeh niet de pretentie om een 'volledig' overzicht of Inzicht In deze materie
te verschaffen, daarvoor Is de Imaginaire tafelcollectie te uitgebreid. Binnen het kader
van dit boekje wordt wel getracht om - vanuit het perspectief van de Vormleer - enig
Inzicht te verschaffen In de verschillende aspecten van het tafelontwerp: opvattingen
ten aanzien van compositie (de vorm) en techniek (het maken).
De tafel zou wellicht - bijvoorbeeld aan de hand van categorieën als: ontwerpers, stro-
mingen of methoden - onderwerp van nader onderzoek kunnen zijn. Dit artikel Is vooral
bedoeld als 'eye-opener', dat naar Ik hoop de lezer zal aansporen tot een gerichter 7
kiJken: een aanzet tot verder eigen onderzoek en kritische analyse.
Als meubel zijn tafels veel 'neutraler' dan de meer in het oog springende stoelen. Stoelen - als
contravorm van de menselijke gestalte - hebben een nadrukkelijk ergonomische kwaliteit, als
het ware een gestolde en gestyleerde menselijke zitvorm. De vorm is daardoor tegelijkertijd
complex en uitermate herkenbaar.
Omdat tafels over het algemeen worden omringd door stoelen, die de aandacht trekken,
springt vooral het tafelblad als duidelijk contrasterend element in het oog (afb.2)
Stoelen hebben iets uitgesproken 'menselijks' . Zelfs als er niemand op zit zijn ze 'aanwezig' .
Wie in de parken van Parijs de (verdwijnende) metalen stoeltjes ziet (afb. 3) of de ligstoelen
in de Engelse parken, ziet een groep individuen.
Tafels zijn eerder 'architectonisch', er zijn althans duidelijke overeenkomsten tussen tafelbla-
den en poten en de dakvlak ken en kolommen waar we in de moderne architectuur vertrouwd
mee zijn geraakt (afb. 4) .
4
8
Zijn we ons als volwassenen nauwelijks bewust van de ruimtelijke kwaliteiten van de tafel (het
domein van voeten en knieên), voor kleine kinderen zijn tafels geliefde ruimtelijke speelobjec-
ten waarbij juist de onderkant beleefd wordt. Iedere ouder herkent de betekenis van het mo-
ment waarop een kind 6ver de tafel heenkijkt terwijl het er tot voor kort onderdoor ging (met
hiertussen de kritische periode dat het blad zich op ooghoogte bevindt).
De hoogte van het blad wordt gedicteerd door de functie: bij een 'salon'tafel is het blad be-
trekkelijk laag, een tafel waaraan men bijvoorbeeld staand kan werken vanzelfsprekend juist
relatief hoog.ln het traditionele japanse woonhuis leeft men op de vloer en zijn meubels tot
een minimum teruggebracht. Behalve de vaste onderdelen (zoals de in de vloer ingebouwde
'haard') vormt de lage tafel het centrale meubelstuk (afb. 5).
Le Corbusier bepaalde aan de hand van zijn Modulor, gebaseerd op de gulden snede-ver-
houdingen van het menselijk lichaam de hoogte van het werkvlak in zittende houding op
ongeveer 70 centimeter. In de praktijk schommelt de hoogte van tafels om aan te werken of
te eten tussen de 72 en 75 centimeter. 1
In woordenboeken wordt de tafel eenvoudigweg omschreven als 'meubel van verschillende
vorm dat bestaat uit een horizontaal blad dat rust op één of meer poten'. Het woord tafel is
ontleend aan het blad: het oppervlak.
In zijn oorspronkelijke - primitieve - vorm is de tafel een van de grond opgeheven vlak dat een
rol speelde in rituele gebruiken. Het archetype is het offervlak of altaar, in zijn simpelste ver-
schijningsvorm een blok steen met een vlakke bovenkant, waarvan de afmetingen ritueel wer-
den vastgelegd. Uit de rituele gebruiken ontstond de behoefte tot bepaling van maat en ver-
houding. Hierin ligt wellicht de grondslag van onze wiskunde (tafel- tabel).2
De taalkundige overeenkomst tussen de wiskundige tafels en het object komt voor in vrijwel
alle Westerse talen. De Duitse taal kent echter het woord der Tisch (Tafel is o.a. schoolbord)
en wordt het deftige die Tafel gereserveerd voor de feestelijke - gedekte - tafel.
Bij het tafeldekken wordt het noodzakelijke/functionele aangegrepen om het blad te voorzien
van een decoratieve schikking: een compositie die het rituele aspect van de (feestelijke)
maaltijd benadrukt. Een levenskunstenaar als de impressionistische schilder Claude Monet
schiep in zijn huis, atelier en tuin te Giverny een 'Gesamtkunstwerk' waarin hij aan alles - tot
de inrichting van de eetkamer met het door hem ontworpen servies - aandacht besteedde
(afb. 6). Tijdens het tafelen gaat deze harmonische compositie geleidelijk aan verloren: een
ieder kent de aanblik van een niet afgeruimde tafel waaraan zwaar getafeldis (afb. 7).
De tafelschikking geeft uitdrukking van de belangrijkheid van de verschillende aan tafel geze-
ten personen (het is natuurlijk niet toevallig dat Christus in Leonardo da Vinci's Laatste
Avondmaal in het midden is geportretteerd tussen zijn twaalf discipelen - compositorisch is
hier sprake van een altaarstuk). Bij een goede maaltijd hoort een tafelrede, aan het eind van
een vergadering bespreekt men wat verder ter tafel komt etc. etc.
De vorm van de tafel speelt bij grote bijeenkomsten een belangrijke rol (zoals bij de mythi-
sche 'ronde tafel' van Koning Arthur en zijn twaalf hovelingen). Een ronde tafel, schept een
zekere gelijkwaardigheid - niemand zit 'aan het hoofd' . Begin jaren zeventig werd het vredes-
overleg over de oorlog in Vietnam geruime tijd opgehouden omdat de onderhandelaars het
niet eens konden worden - over de IIOfm van de tafel.
In de voorgaande voorbeelden is het vooral van belang wat zich aan en op de (met een tafel-
k/eedbedekte) tafel afspeelt. We zouden de tafel zelf bijna uit het oog verliezen.
Waren de oorspronkelijke - ceremonieêle - tafels zoals het altaar van Delos van steen,
voor meer algemene toepassingen werd voomamelijk hout gebruikt. Hout heeft als belang-
rijke voordelen dat het goed druk- en trekkrachten op kan nemen en dat het bovendien rela-
tief gemakkelijk te bewerken is.
5
6
7
Voor de ontwikkeling van het meubel zijn de mogelijkheden en verbeteringen van gereed-
schap en bewerkingstechnieken bepalend geweest. Mart Stam, architect van het Nieuwe
Bouwen vatte in zijn artikel 'Meubel-Gereedschap-Machine' 3 deze evolutie als volgt samen:
De ontwikkeling kan beschouwd worden als beginnende bij het houten meubel dat met de bijl
uit één of meerdere stukken hout gehakt was. Waarschijnlijk waren het lange tijd niet veel
anders als stukken boomstam en eerst veel later ontstonden primitieve bank vormen.
Een belangrijke verbetering was de beitel en de zaag; 't ging daarbij in de eerste plaats om
een spaarzamer gebruik van het materiaal. De tot planken gezaagde boomstam was een be-
langrijke vooruitgang. De meubeltypen, die duidelijk uit planken opgebouwd zijn, met de zoo
typische houtverbindingen, ontstonden. De planken werden tot strokfJn gezaagd en daarmee
8 ontstond de behoehe aan de bekende raam verbindingen.
9
10
Deze hout verbindingen hebben zich als konstruktieve elementen tot in onze tijd gehandhaafd
en we vinden ze zelfs in het bijna volkomen mechanisch gefabriceerde meubel nog terug,
naast verschillende nieuwe konstrukties die geheel en al vanuit deze totaal andere werkwijze
ontstaan zijn.
De draaibank is reeds zeer vroeg bekend en in zeer primitieve omstandigheden toegepast.
Ze moet eigenlijk beschouwd worden als volgende op de behandeling van het hout met bijl of
beitel; met dat verschil, dat niet het gereedschap bewogen wordt maar in tegenstelling daar-
mee het gereedschap onbeweeglijk is en het stuk hout beweegt.
Kleinere beitels en gutsjes werden gebruikt om de meubels - van welgestelden - te versieren.
Deze 'decoratie' kon de konstruktieve compositie versterken maar werd ook toegepast om -
bijvoorbeeld in rococo meubilair - de verbindingen te maskeren zoals wordt opgemerkt door
Venturi.
4
Dergelijke vormen lijken in de woorden van Gerrit Rietveld 'het product van louter
fantasie' maar zijn, zoals hij betoogde tevens gevolg van de handmatige manier van werken
en het in die tijd gebruikte gereedschap. 5
Het andere uiterste is om het verschil (want: "gelijk is ongelijk" aldus de meubelmaker) juist te
benadrukken door middel van een duidelijke naad of verschil in dikte van de materialen. Dit is
behalve in de meubelkunst ook in de moderne architectuur een terugkerend thema.
6
Het aspect van materiaalexpressie: de richting van de nerven in het hout bij een 'naadloze'
verbinding is bijvoorbeeld te zien in chinese tafels (afb. 8).
Bij traditionele houten tafels wordt het uit massieve delen samengestelde blad over het alge-
meen gedragen door een (konstruktief) frame met een min of meer rechthoekige doorsnede.
Op de hoeken is het frame verbonden met (dikkere) vierkante poten die naar beneden toe
vaak rond zijn gedraaid en zich visueel 'verjongen'. De meubels van de Shakers in de Vere-
nigde Staten zijn indrukwekkend door de manier waarop een uiterst soberse uitvoering wordt
gekoppeld aan eenvoudige, heldere verhoudingen (afb. 9). De doelmatigheid van het meubel
staat voorop. 7
Klassieke 'architectonische' motieven zijn in de verschillende stijlperiodes duidelijk terug te
vinden in meubels: er is een wisselwerking tussen het architectonisch ontwerp en het meu-
belontwerp (afb. 10).
De klassiek opgeleide architecten en meubelontwerpers van rond de eeuwwisseling - mensen
als OIto Wagner, Henri van der Velde en Bertage - bezaten naast hun gedegen bouwkundige
kennis een groot inzicht in de ambachtelijke technieken van de kunstnijverheid. Men streeft
na het intermezzo van de art nouveau naar klassieke proporties, maar de vormen en decora-
ties worden strakker en geometrischer. Wagner's volgeling Josef Hoffman ontwierp voor het
9
10
Gallia appartement in Wenen in 1913, strakke bijna stijve meubels met een messcherpe orna-
mentiek (afb. 11).
Bij de zwart gebeitste essenhouten tafel die Charles Rennie Mackintosh in 1918 ontwierp is
het geometrische rasterwerk dat hij ook in zijn stoelontwerpen toepaste het belangrijkste
'ornamenr. De tafel is tot een compact geheel samen te klappen (afb. 12).
In de voorliggende periode waren een groot aantal technische ontdekkingen aanleiding tot
nieuwe - industrieêle - meubeltoepassingen zoals bijvoorbeeld het gebruik van gietijzer voor
onderstellen van cafétafeitjes en het gestoomde, gebogen beukenhout voor de 'Weense'
meubels van Thonet. De voortschrijnende mechanisatie en industrialisatie betekende dat het
meubelstuk als unicum werd verdrongen door in grote aantallen vervaardigde exemplaren
waarmee een geheel nieuw publiek werd bereikt.
In 1937 schreef Rietveld 8:
't Is moeilijk te zeggen welke waarde een ding op den duur krijgt.
Wel weten we, dat de waarde van ons machinaal vervaardigd werk niet die van het zeldzame
zal zijn, veel meer een algemeen menselijke m.i. Een stijl, zoals de gothiek, de renaissance,
de barok een stijl was, zien we nog niet ontstaan. Zal onze stijl juist stijlloosheid zijn?
Wat kan het ons eigenlijk schelen?
Rietveld is natuurlijk vooral bekend geworden door zijn stoel- ontwerpen. Het gaat wat ver om
te zeggen dat, zijn tafelontwerpen er 'bij hangen', maar feit is dat vooral het probleem van de
stoel hem zijn hele (ontwerpende) leven heeft gefascineerd. Een passende tafel bij de bril-
jante zigzagstoel bleek bijvoorbeeld een moeilijk karwei. .. (afb. 13). De 'militaire' tafel uit 1923
is onderdeel van een serie meubels waarbij vooral de uitdrukking van de verbinding en het
spel van verhouding en ritmiek binnen het geheel in het oog springen. De compositie als som
der delen is een terugkerend thema in het werk van Rietveld: de Krattafels van 1934 bestaan
uit ruimtelijke constructies van eenvoudige, geschaafde grenen planken (afb. 14) .
Het meest opmerkelijke resultaat van deze benadering is ongetwijfeld het 'constructivistische'
tafeltje uit 1923 dat hij ontwierp voor het Schröderhuis: het is tegelijk een op zichzelf staande
alzijdige 'sculptuur' , als een meubelstuk dat onderdeel uitmaakt van een groter geheel : een
Gesamtkunstwerk (afb. 15).
15
11
12
13
14
Staal - en in het bijzonder (verchroomd) stalen buis - was bij uitstek het materiaal waar de
meubelontwerpers van de moderne beweging verliefd op waren. Vooral de stoelontwerpen
van architecten/ontwerpers als Stam, Breuer, Le Corbusier, Mies van der Rohe, van der Vlugt
en Oud 9 zijn klassiek geworden. Het is vooral het ruimtelijke lijnenspel dat in de onderstellen
van de 'bijbehorende' tafels opvalt. Zoals in de stoelen de archetypische vierpoter verlaten
wordt, gebeurt dit vaak ook bij de tafels, zij het meestal op een minder revolutionaire wijze:
qua verhoudingen zijn de tafels betrekkelijk compact (wellicht omdat ze in aanzet bedoeld
waren voor de nieuwe volkswoningbouw (afb. 16). Om de (functie) splitsing tussen de boven-
kant en het onderstel te benadrukken zijn de bladen meestal strak en immaterieel: van
(gespoten of gegoten) plaatmateriaal of van glas, het andere favoriete materiaal van het
Nieuwe Bouwen.
Le Corbusier en zijn medewerkster Charlotte Perriand gingen in het ontwerp uit 1928 dat
tegenwoordig bekend staat als LC6 een stuk verder. De plastische mogelijkheden van het on-
derscheid tussen blad en drager worden hier volledig benut de ruimtelijke compositie van het
onderstel is uitgevoerd in ovaal buismateriaal dat in die tijd in de vliegtuigbouw werd gebruikt.
Mede door de ovale buis toont de tafel zich van verschillende zijden geheel anders.
16 De zware, meestal getextureerde glasplaat die op het onderstel rust heeft een duidelijke over-
maat waardoor deze zich visueel 'losmaakt' . De rubberen opleggingen zijn in de huidige uit-
voering van Cassina verdraai baar zodat het blad 'gesteld' kan worden (afb. zie opdrachtblad) .
17
De 'esprit' van deze periOde wordt ook weerspiegeld in het werk van Eileen Gray. Een mooi
voorbeeld van de manier waarop zij gebruiksvoorwerpen als het ware opnieuw uitvond is het
ingenieuze ontbijttafeitje, dat zij ontwierp voor haar eigen huis E 1027 (afb. 17).
Doordat het blad in de hoogte eenvoudig verstelbaar is kon het tafeltje worden aangeschoven
voor een stijlvol ontbijt op bed.
Een vergelijkbare experimentele mentaliteit komen we ook tegen in het werk van Pierre
Chareau, samen met Bemard Bijvoet verantwoordelijk voor het invloedrijke Maison de Verre
waarin hij op een oorspronkelijke manier industrieële vondsten van die tijd combineerde en
daardoor later de eerste grote held van de 'hi-tech' beweging zou worden ...
Chareau paste in zijn tafelontwerpen een verscheidenheid aan materialen toe. Het oeuvre
ontwikkelde zich van een comfortabele art deco via verscheidene 'veranderbare' tafels tot ori-
ginele voorlopers van verstelbare (kantoor)werkmeubels (afb. 18).
18
11
12
De tweede wereldoorlog zorgde voor een versnelling van technische ontwikkelingen, met
name van lichtgewicht toepassingen voor de vliegtuigbouw zoals gebogen triplex en gegoten
aluminium. De draad werd aan de Westkust van de Verenigde Staten opgepakt door een
nieuwe generatie ontwerpers, waaronder Charles Eames. Hij ontwierp - onder andere - bij zijn
stoelen uit de jaren '50 in 1964 een tafel met een vergelijkbaar onderstel uit gegoten alumi-
nium (afb. 19). Met de zuilenvoeten kan men veel kanten op: voor de tafelbladen kan er uit
een ruim assortiment van uitvoeringen en maten worden gekozen.
Ame Jacobsen heeft bij zijn bekende 'mier'- en 'vlinderstoelen' geen passend tafelconcept
ontworpen. Deze stoelen worden vaak gecombineerd met de tafel uit 1968 van zijn landge-
noot Piet Hein, uitvinder van de 'superelips' die hij toepaste voor het blad. De rand wordt
meestal met een aluminium strip afgewerkt (afb. 20) .
De Franse ontwerper Jean Prouvée was in eerste instantie 'konstrukteur'. Hij was opgeleid
als (meester)smid en hield zich ondermeer bezig met de problematiek van gevelkonstrukties,
prefab-woningen en meubels, die hij tot begin jaren '50 in zijn eigen bedrijf vervaardigde.
In 1930 was Prouvée mede-oprichter van de 'Union des Artistes Modemes', samen met ont-
werpers als Pierre Chareau, Rob Mallet Stevens, Charlotte Perriand en Le Corbusier die hem
roemde als architect en bouwmeester. 10
Volgens Prouvée was er geen wezenlijk verschil tussen de konstruktie van een meubelstuk
en de konstruktie van een huis. Een ontwerpconcept ontstond bij hem als konstruktief idee,
waarbij hij zich direct de manier van maken probeerde voor te stellen, en zich afvroeg "hoe
denkt het materiaal"? 11
In zijn tafelontwerpen werd het onderstel - veelal uitgevoerd in gebogen staalplaat - duidelijk
opgevat als drager van het blad, waarbij hij veel aandacht besteedde aan de konstruktieve
stijfheid van de vorm en de uitdrukking van de verbinding. (afb. 21). 12
19
20
21
22
24
Eind jaren '40 en jaren '50 was ltaliê hét centrum voor meubeldesign. De traditionele kennis
van ambachtelijke technieken bij de Italiaanse meubelontwerpers - meestal tevens architect-
leidde samen met de nieuwe technieken tot een zwierige nieuwe stijl, in geexalteerde vorm te
herkennen in het werk van Carlo Mollino (afb. 22). Was het meubilair van de Nieuwe Zakelijk-
heid rond 1940 allerminst 'ingeburgerd' geweest 13, salontafeltjes met glasplaat en niervor-
mige bijzettafeltjes veroverden de woonkamers. Verder bleef het voorlopig vooral traditioneel :
generaties zijn opgegroeid met de houten eetkamertafel met een blad uit twee halfronde
delen die, bij bezoek - overigens zeer ingenieus - kon worden 'uitgeschoven' en waarbij het
tussenblad omhoog werd geklapt.
23
Een belangrijke ontwikkeling is het gevolg van de introductie van nieuwe kunststoffen - met
name de slijtvaste laminaten - en de verbetering van de samengestelde plaatmaterialen zoals
multiplex, spaanplaat en meer recent het MOF (medium density fibreboard) dat eenvoudig en
strak gespoten kan worden.Deze materialen hebben geleid tot ontwerpen waarbij de mate-
riaalexpressie vrijwel nihil is. In 1970 ontwierpen Adolfo Natalini en Super Studio voor een
prijsvraag, uitgeschreven door een Italiaanse fabrikant van laminaten, een tafel waar niets
van de (spaanplaten) konstruktie nog zichtbaar is. Het minimalistische geheel wordt volledig
bedekt door het ruitjespatroon van het opgeplakte laminaat (afb. 23).14
De toenemende welvaart en modegevoeligheid ("trend!") van de jaren '60, '70 en '80 leidde
ook tot de opkomst van het 'fun'-meubel (in het Nederlandse taalgebruik van die tijd: "prettig
gestoorde meubel"). Design-groepen als Memphis gingen het meubel opnieuw 'bedenken'.
Gebruik makend van de mogelijkheid om door toepassing van kleur en patronen (laminaten)
het ontwerp vrijwel volledig te dematerialiseren ontstonden spraakmakende meubels met een
frivole monumentaliteit (afb. 24).
Parallel aan deze stromingen op het gebied van styling zien we de ontwikkeling van het
systeem meubel. De belangrijkste impuls van deze ontwikkeling komt natuurlijk uit de branche
van het kantoormeubilair. De onderdelen van het traditionele bureau zijn bij wijze van spreken
uit elkaar gehaald om ze afhankelijk van de wensen van de gebruiker, op een systematische
wijze weer samen te voegen. De ontwikkeling van werktafels die kunnen worden geschakeld
en uitgebreid met verschillende functionele opties en onderstellen zien we duidelijk terug in
het werk van ontwerpers als Friso Kramer. Door de introductie van PC's op de werkplek
waren verstelbare meubels - de tafel als apparaat - korte tijd een rage.
13
14
Tegelijkertijd is er de ontwikkeling van de tafel als (bouw-)pakket. De tendens is om - met het
oog op transport en opslag - meubels in delen te vervoeren en naderhand te assembleren.
Vooral tafels bestaan in toenemende mate uit een stelsel van onderdelen die met de Imbus-
sleutel in elkaar worden gezet (afb. 25).
De anonieme behangtafeis en campingtafels (met verstelbare poten) zijn voorlopers van de
'platte pakjes' van de grote woon-warenhuizen. De cultuur van het 'zelf uitzoeken en combi-
neren' heeft de laatste jaren ook de opkomst van de 'dikke poot' die rechtstreeks in het blad
wordt vastgeschroefd (afb. 26) te zien gegeven.
25 26
Naast de producten van de massacultuur is er in het kader van de toegenomen publieke inte-
resse voor design en architectuur, de laatste jaren een markt ontstaan voor geacheveerde
tafelontwerpen. Opmerkelijk zijn ondermeer de 'Nornos' tafelserie van architect Norman
Foster met zijn nadrukkelijke (zelfs wat overdreven) apparaat/maanlander -esthetiek (afb. 27)
en de tafels van het 'enfant terrible' van het Franse design: Philippe Starck, die ondermeer
een reeks ontwerpen maakte op het thema van het samenklapbare onderstel met rond blad
(afb. 28).15
Uiteindelijk blijft het ontwerpprobleem van de tafel door de tijd dezelfde: de keuze van het
blad (vorm, materiaal, rand, (over)maat) in relatie tot het onderstel (konstruktie, sokkel of
(stelsel van) poten (bij bijzonder elegante tafels zelfs 'benen') en de ontmoeting (verbinding
of oplegging) hiertussen.
In zoverre is de tafel niet alleen ruimtelijk een metafoor voor architectuur, maar (in geredu-
ceerde vorm) ook een metafoor voor het architectonisch ontwerpproces: afwegen van keuzes
op het niveau van vorm en techniek en het nemen van beslissingen.
Een groot aantal architecten - niet alleen architecten van naam - hebben zich aan het tafel-
ontwerp gewaagd. Wie hun bureaus en interieurs aanschouwt komt ze vaak tegen: tafels ont-
worpen voor een specifieke ruimte, opdracht, of bij een aantal favoriete stoelen.
De interesse voor de tafel als 'object van bewerking' leeft niet alleen bij architecten/ontwer-
pers maar ook onder beeldend kunstenaars (waaronder Sol Le Witt, Joep van Ueshout,
Imi Knoebel, Robert Wilson en Klaas Gubbels die er als schilder bijna een heel oeuvre aan
heeft gewijd).
Donaid Judd is ooit begonnen met zijn minimal meubelen uit ongenoegen met wat er te koop
werd aangeboden .16
Zo zal het ook vaak gegaan zijn met architecten die eigen tafels hebben ontworpen ...
Dit artikel is niet meer dan een korte reis met zevenmijls laarzen door de 'Wondere Wereld
der Tafels'. Wellicht is de lezer iets bewuster geworden van het raffinement van veel tafels
om ons heen ... en wie weet, zelfs gestimuleerd om er zelf ook (nog) één te ontwerpen!
27
28
Noten for the flush joint of early Mo- recoit immédiatement une forme fabriek van nu, staal en glas al-
dern architecture, implied conti- élégante et plastique, avec des les, zeer hygiênisch, als ware
1. Prof jr. A.J.H. Haak en ir. D. nuity is rare. The shadow joint of solutions magistralement réali- onze woning een fabriek van pa-
Leever- van der Vemen- Mies' vocabulary tends to exag- sées du point de vue solidité et tent-geneesmiddelen of een ap-
seWkemaat, Delltse niversitai- gerate separation. And Wright, fabrication industrielIe. partment in een ziekenhuis, zoo
re ers, 1989, p.39. especially, articulates ajoint by a Uit: Jan van Geest: Jean Prou- steriel ziet alles eruir.
2. F rits Staal, Over zin en onzin in change in profile wh en there is a vé, MöbellFurnitureiMeubles, Uit: 80 jaar wonen in het stede-
filosofie, religie en wetenschap, change in material - an expres- BenediktTaschen Verlag, 1991, lijk, Stedelijk Museum Amster-
Meulenhof Informatief, Amster- sive manifestation of !he nature p.22. dam, 1 oktober 1981, p.16.
dam, 1986, p.333. of materials in Organic architec- 11. Jan van Geest "Prouvé always 14. "Het is het goede stuk dat
3. Mart Stam, Meubel Gereed- !ure". In: Compexity andcontra- tried to enter into the material , to Superstudio a s design gemaakt
schap - Machine, 8 en opbouw diction in architecture, The Mu- identity with it as if it had hu man heelt. Vanzelfsprekend IS het
nr. 21, oktober 1937, themanr. seum of Modern Art, 1966, p.96. characteristics. "What is the ma- niet goed als meubelstuk, maar
meubelen, p. 195. 7. 'In de Millennial Laws legden zij terial thinking?" (c.f. André Her- meer als een soort manifest te-
4. Robert Venturi: "Cabriole legs de wetten en regels vast die hun mant, Formes Utiles, Paris 1959, gen de meubelen van die tijd" .
disguise!he joint and express werk- en levenswijze bepaalden 86-87) he would wonder". (Natalini,1986) .
continui,"in their shape and or- ( ... ) "Schoonheid berust op doel- itJean Prouvé, MöbellFumitu- Uit: Meubeldesign van de 20ste
nament. he continuous grooves matigheid". "Alle schoonheid die reIMeubIes, Benedikt Taschen eeuw, SembachlLeuthaüserl
common to !he leg and the seat- niet gebruikswaarde geba- 1991,p.18. Gössel, Benedikt Taschen Ver-
frame imply a continuity bevond seer is, bevredigt al spoedig 12. Jean rouvé: "Les meubles me lag, 1989, p.209.
infleetion which is somewhat niet meer en moet voortdurend fascinent. ren ai construit beau- 15. Zie: Starck, Benedikt Taschen
contradietory to !he material and vervanQen worden". coup parce qu'il y a toujours en 1991, p.64-65.
the structural relation-ship of the- V. IlIés In NRC Handelsblad, dans mon atelier une importante 16. Dona d Judd: "Zo is het allemaal
se separate frame elements. 31.10.1975. section cela. Une structure begonnen, het ontwerpen van
The ubiquitous rocaille is anot- 8. Gerrit Rietveld, Over de Vorm de meu Ie utile est tout aussi dif- stoelen en tafels en bedden: ge-
her omamental device for ex- van het meubel, 8 en opbouw ficile à trouver qu'une grande woon voor mijn eigen huis.
pressive continuity common to nr. 21, oktober 1937, themanr. construction. A mon avis, on de- Probeer maar eens een stoel te
the architecture and furniture of meubelen, p.199. vrait, quand on a une idée, com- kopen in een winkel. Het zijn of
the Rococo" . 9. J.J.P. Oud: "De belangstelling meneer à construire les meu- reprises van oude stijlen, maar
In: Complexity and Contradiction van het publiek voor het stalen bles. C'est seulement après dan veel slechter, of Je komt te-
inArchitecture.The Museum op meubel IS snel groeiende. Het is avoir minutieusement étudié Ie recht bij het ten hemel schreien-
Modern Art, 1966, p.96. daarom misschien aardig iets te prototype que I'on peut faire un de design van Italiaanse make-
S. Gerrit Rietveld: "Een Louis XV zeggen over de ontwikkeling dessin définitif et I'améliorer". lijk. Een meubel is geen kunst en
stoel schijnt een product van lou- van dit deel van ons huisraad en Uit: Jean Prouvé, Möbel/Furnitu- iedereen die probeert dat ervan
ter fantaSie, toch zijn vorm en wel in het bijzonder over de sta- reiMeubies, Benedikt Taschen te maken, haalt twee dingen
werkwijze hier volkomen één" len stoel, omdat die tot nu toe de VerlaQ, 1991 , p.25. door elkaar die absoluut
15
In: Over de vorm van het Meu- meeste aandacht genoor. 13. Reactie van het Nederlandsch scheiden moeten blijven. u-
bel, 8 en opbouw nr. 21, oktober In: "Van hout tot staal .... ", De Dagblad, 23 juli 1941 n.a.v. 'mo- bels zijn elementair en kunnen
1937,themanr.meubelen, p.198. Groene Amsterdammer, 19 janu· derne' interieurs op de tentoon- niet heel creatief zijn omdat ze
6. Robert Venturi : "roday we ari 1935,p.16. stelling 'in Holland staat een functioneel moeten zijn. Hun
emphasize our opportunities to 10. Le Corbusier: "Dans la personne huis', die door het uitbreken van vorm moet redelijk zijn, niet bizar
express the literal continuities of de Jean Prouvé s'unissentl'a I'ar- de ruim een jaar was uit- of extravagant en de proporties
strueture and materials - such as chitecte et I'ingénieur, mieux en gesteld: Huisgoden dezer eeuw, moeten harmonieus zijn".
the welded joint, skin structures, core, I'architecte et Ie bätisseur, waar voert gij ons heen? 1940 In: NRC Handelsblad, Cultureel
and reinforeed concrete. Except car tout ce qu'il touche et crée ziet ons aangeland in de woon Supplement, 30 april 1993, p.4.
29
16
D E
koppeling
oplegging
inkl_ing
uitkraging
naad
naadloos
Hout
Metalen
Kunststof
Glas
plank
staaf
plaat
T A F E
KASSA
CONSTRUCTXE
)
L
gelijmd
gedeuve ld
geschroefd
gebout
gelast
gevouwen
gespannen
"
. -_ .....
T
L
• <
T R E F
( -<
OBJECT
RUIMTE
w
I

<?
< ' '\
o
VORM
FUNCTIE
-

0 R D
massief
samengesteLd
transparant
semi - tansparant
zijkant
Rand lijst
opstand
E N
Textuur
vlak
reliê:!
BLAD vormvastheid
be_eglijkheid
VERBINDING
transfozmeerbaaheid
ui twisselbaarb.eid
\Jitbreidbasrb.eid
séhakeling
/
hOlt.:.
poot
sokkel
volume
ift ;.J <. t"$
(on) behandeld
bewerkt
geschilderd
gespoten
montage
bouwpakket
ladenblok
rond
ovaal
vierkant <
. .... hoekig
-
ol 'i; \RS-r;u-.vt.
Middenblad van het opdrachtvel met Tafel LC6 van
Le Corbusier Ls<m< Charlone Perriand, t928, met
idee-schetsen van Leo van Wingerden<
17
Bernard Olsthoorn
18
De tafel van Tien, een selectie
"De tafel als metafoor voor architectuur", een opdracht die een gevarieerd
landschap van schaalmodellen heeft opgeleverd. Het landschap overziend,
kan zonder meer worden gesteld dat er sprake Is van een rijke, maar vooral
ook rijpe oogst. Rijk, vanwege de ongelooflijke diversiteit, waarmee het totale
resultaat zich heeft getooid. Rijp door het grote aantal ontwerpen van zonder
meer hoge kwaliteit. Dit laatste heeft overigens niet alleen betrekking op het
ontwerp, de vorm, maar zeker ook op de wijze waarop het merendeel van de
modellen is uitgewerkt. Wellicht is het dan ook juist deze tweeledigheid van
de opgave, namelijk ontwerpen en uitvoeren, die zoveel tintelend, prikkelend
en aanstekelijk enthousiasme heeft losgemaakt. De schaal waarop gewerkt
werd, slechts vijf stappen van de werkelijkheid verwijderd, is ongetwijfeld de
tweede factor die zoveel geestdrift en kwaliteit heeft gegenereerd.
"De tafel als metafoor voor architectuur", een opdracht aan tweede jaars studenten
gesteld. Een moeilijke opgave. Een opdracht ook, die veel architecten van naam en
faam zich van tijd tot tijd zèlf stellen. Waarschijnlijk ligt hieraan een nauwelijks ver-
holen behoefte naar autonomie ten grondslag. Immers, je wordt niet in de wielen
gereden door context, regelgeving en opdrachtgevers die hinderlijk over de schou-
der meekijken en mee filosoferen. Het denken over architectuur, en de positie die
men daarin kiest, kan op een extreem zuivere en intrinsieke manier worden aange-
scherpt en vooral ook geponeerd, juist in een zo alledaags gebruiksvoorwerp als
een tafel in feite is. Het is natuurlijk een keuze voor een uiterst kwetsbare opstel-
ling, meedogenloos bijna. Er is immers geen façade van excuses mogelijk en in het
resultaat, het object, deelt het subject zich in al zijn rijkdom of armoe mede.
Geldt dit nu ook voor de deelnemers aan het vormstudie practicum? Welnee, het
merendeel van de ontwerpen kenmerkt zich door een ontwapende vrijmoedigheid,
niet gehinderd door wat voor vorm van vooringenomenheid dan ook. Met uitzonde-
ring dan van de juiste constatering dat het blad horizontaal dient te zijn en dat de
ergonomische hoogte van het blad zich op dit moment bevindt tussen de 70 en 75
centimenter. Nee, wat de resultaten grosso modo zeker ook laten zien is dat ont-
werpen, het vormgeven aan een externe vraag, vooral een kwestie van grenze-
loze nieuwsgierigheid is, die, en dat lijkt een ogenschijnlijke tegenstrijdigheid, tege-
lijkertijd een eigen vraagstelling teweegbrengt.
Dat naast eigenzinnigheid een flinke dosis doorzettingsvermogen vereist is -de
dingen vallen namelijk zelden of nooit vanzelf op hun plaats- laat de documentatie
van het werkproces zien. Terugbladeren door de documentatiemappen is bijna een
vorm van archeologisch onderzoek. Oogstrelend zijn de soms uiterst evocatieve
notities van de heen en weer springende gedachten van diegenen, die zichzelf en
de opdracht serieus nemen. En dan ineens, als het goed gaat, is daar het moment
van omslag of omkering, de van buitenaf geformuleerde vraag wordt mede omge-
zet naar een eigen probleemstelling. Met andere woorden er worden keuzes ge-
maakt! Soms valt zelfs in de vroegste krabbel al een voorafspiegeling, hoe vaag
ook, van het eindresultaat te traceren. Een mooi voorbeeld is het door iedereen
maagdelijk ontvangen vouwblad met de opdracht. Op de binnenzijde ervan, be-
staande uit een werveling van trefwoorden rondom een foto van een prachtige tafel
van Le Corbusier, is te zien hoe de opdracht door Leo van Wingerden is gestof-
feerd met wollige schetsjes. Schetsjes gemaakt tijdens de mondelinge toelichting
op de opdracht. Prachtig, zo hoort het, meteen aan de slag.
Later, om precies te zijn in het jaar 2010, heb je een zakenlunch in een Chinees
restaurant. Omgeven door een zwaar diep purper rood en door een horizontale
strook van goud geschilderde geometrische motieven. Onder de ellebogen het
papieren tafellaken van "de Chinees" dat in stilte wacht op nadere betekenisgeving.
De laptop heb je op de achterbank van de auto laten liggen. "Ja, jah'", roept je
potentiële opdrachtgever uit, "precies, .. precies, .. U begrijpt me en .. en ... . en, nee,
nee, nee, hoh, als U me even laat uitspreken, kijk, mag ik even Uw potlood, als U
dat nu eens zo doet... . " Je gedachten dwalen af, in je hoofd klinken de ruimtelijke
klanken van de magistrale architectuur van de cellosuites van Bach. Ouder gewor-
den, maar nog steeds op een bijna bovennatuurlijke wijze gespeeld door Yo Yo
Ma, afgewisseld door de sensibele toonzetting in de uitvoering van Jacqueline
Dupré. Haar spel heeft zich stevig in de herinnering vastgezet en is blijvend over
het breukvlak van de eeuwwisseling en twee millennia heengetild. In haar uitvoe-
ring van de cellosuites van Bach klinkt een scherp besef van het menselijk tekort
door, mijmer je ... Plotseling dringt de snerpende stem van je opdrachtgever tot je
door. "En, hallo, ... bent u daar nog, ... wat denkt U, spreekt de opdracht U aan".
Je realiseert je dat er snel een beslissing genomen moet worden, dat je een keuze
moet maken. In een fractie van een seconde herinner je je ineens het ontwerp van
je eerste tafel. Gesterkt door die herinnering neem je, uiterst professioneel, de op-
dracht aan. Bij het vallen van de avond, fluister je opgewonden je innig geliefde toe,
dat je besloten hebt een tafel te gaan ontwerpen. Op de achtergrond laat de eerst-
geborene zich gelden, een synthese.
Jullie huidige opdrachtgevers, de docenten Vormstudie in dit geval, ontsnappen als
het goed is aan het hierboven geschetste beeld. Zij stellen vragen, meestentijds
zijn dat vragen naar het waarom van het geheel, de samenstellende onderdelen en
de betekenis van het detail. Vragen met geen ander doel dan de onderzoekende
geest, het kritisch vermogen en het inzicht aan te scherpen, om jullie tenslotte op
het niveau van een zo zuiver mogelijke stellingname te laten uitkomen.
In de collectie schaalmodellen manifesteert zich ook het collectieve geheugen, de
ongrijpbare drager der dingen. Hoewel de ontwerpers zich er naar alle waarschijn-
lijkheid niet of nauwelijks van bewust zijn, roepen sommige tafels herinneringen op
aan eerdere experimenten op het gebied van het meubeldesign. Maar zeker ook
aan experimenten van een andere discipline, namelijk die van de beeldende kunst.
Experimenten uit een recent, maar soms ook uit een betrekkelijk ver verleden.
Het ontwerp van de tafel van Jasper den Hertog (afb. 1), een asymmetrisch gecom-
poneerd beeld, waarin een veelvoud van asverdraaiingen een complexe en dyna-
mische "constructie" opleveren, is zo'n werkstuk. Het ontwerp roept de herinnering
op aan een belangrijk werk van Wladimir Tatlin, getiteld "Hoekreliëf" uit 1915
(afb. 2), dat is samengesteld uit ijzer, aluminium, staalkabel en hout. De hier afge-
beelde "corner construction" is er een uit een reeks waarmee Tatlin in 1914 startte.
Het belang van deze reeks van werken zit hem in het feit dat de sculpturale ruimte,
namelijk die van het object, wordt doorbroken en gerelativeerd door de werkelijke
ruimte te overspannen en deze tot onderwerp van onderzoek te verklaren. Iets ver-
gelijkbaars nu, treft men ook aan in de tafel van Jasper den Hertog. Vanuit een
19
-
2
20
excentrisch gepositioneerd gravitatiepunt, overspannen lijnen, vlakken en massa's
de ruimte en wordt het moment van definitieve ruimtelijke fixatie, zo lijkt het, aange-
houden.
In het ontwerp van Maria Pia Porzio dringt een vergelijking met het monumentale
beeld van Richard Serra, getiteld "Sight Point", (afb. 3 en 4) uit 1971 zich aan ons
op. Het beeld is geplaatst in de tuin van het Stedelijk Museum in Amsterdam. Het
vormt de ouverture tot een reeks van beelden die Serra tussen 1971 en 1980 op dit
thema heeft gemaakt. AI deze beelden bevinden zich in het pandemonium van de
stad, waarin ze zich door hun ongelooflijke zeggingskracht schijnbaar moeiteloos
handhaven. Ook in het werk van Serra -een belangrijke exponent van de Ameri-
kaanse beeldhouwkunst van de zeventiger jaren- vormt het overspannen van de
werkelijke ruimte een belangrijk thema. De sculptuur, getiteld "Shift", (afb. 5 en 6)
uit 1972 laat dit goed zien. Maar belangrijker misschien nog, het is ruimte die in de
werkelijke tijd en in al zijn perspectivische verschuivingen ervaren wordt en die door
de beschouwer ervan bijna letterlijk moet worden veroverd. Hierdoor wordt de be-
schouwer medeacteur. De sculptuur bestaat uit een aantal betonnen wanden die
de kwaliteit van het glooiende landschap waarin ze zijn geplaatst, zichtbaar maakt
door de stijging en daling ervan te articuleren. Terug naar het ontwerp van Maria
Pia Porzio en het beeld "Sight Point". Haar ontwerp bestaat in feite uit één, maar
dan wel een uiterst zorgvuldig plastisch geleed vormelement. Een enkelvoudig ele-
ment in viervoud uitgevoerd. Hiermee zijn verschillende configuraties mogelijk. De
afgebeelde variant nu, roept een bijna identiek beeld op aan de sculptuur van Ser-
ra. Beide bezitten een intrigerende complexiteit die in beide, feitelijk met een mini-
mum aan middelen, wordt bereikt.
Het ontwerp van Jaakko van 't Spijker (afb. 7) doet denken aan de beelden van
earl Andre en dan vooral de beelden waarin de dialectiek tussen massa en ruimte
het onderwerp is. Zijn beelden zijn vooral op te vatten als richting, plaats, of
plekaanduidingen. Het werk van earl Andre -een belangrijke exponent van Minimal
Art- kenmerkt zich door het ontbreken van compositorische zwaartepunten en het
gebruik van gestandaardiseerde platen of massa's van verschillende materiaalsoor-
ten. Per sculptuur echter, word1 nooit meer dan een materiaal toegepast. De mas-
sa's bestaan veelal uit hout, dat, na op maat gezaagd te zijn, geen verdere bewer-
kingen of differentiaties ondergaat. De beschouwer van de sculptuur differentieert
het beeld in feite zelf, afhankelijk van de ruimtelijke positie die hij of zij inneemt.
Een tweede belangrijk kenmerk van zijn werk is het horizontale karakter. In zijn
meest extreme vorm zijn deze "vloerbeelden", gemaakt van gestandaardiseerde
betonplaten of staalplaten, vaak niet meer dan enkele centimeters dik. Door de
vaak flinke oppervlaktemaat, word1 de omringende vloer van de ruimte waarin zij
liggen, of het omringende "tapijt" van het landschap deel van de sculptuur. In de
sculptuur WEIR uit 1983 (afb. 8) komt de verwantschap van het ontwerp van de
tafel van Jaakko van 't Spijker met het werk van earl Andre in termen van beeld
heel sterk naar voren.
In 1919 richt Walter Gropius in Weimar het Bauhaus op, om in 1933 door Ludwig
Mies van de Rohe, de laatste directeur, ontbonden te worden onder zware druk van
de enkele maanden eerder aan de macht gekomen nationaal-socialisten.
Het docentencorps kende vele vooraanstaande architecten en kunstenaars, waar-
van een groot deel inmiddels vanuit een vaste plaats het architectuur en kunsthisto-
risch spectrum kleurt. Door met name twee van hen, te weten Marcel Breuer en
3
-
..
5
7
8
Mart Stam, zijn de stalen buismeubelen ontwikkeld. Een van deze stoelen, de zo-
genoemde "achterpootloze" stoel, (afb. 9) heeft tot een nooit opgeloste controver-
se tussen beiden geleid. De controverse ging erover wie de geestelijke vader van
de inventie was. Tot op de dag van vandaag is deze niet opgelost, of het moet zijn
dat in de recent verschenen publikatie "Der Frelschwlnger" van de hand van
Otakar Màcel
1
het verlossende antwoord op deze prangende kwestie gevonden is.
Dat zoeken jullie op! Het ontwerp voor een salontafel van Danielle Segers, (afb. 10)
sluit aan op de karakteristieke kwaliteiten van het stalen buismeubel.
Deze manifesteren zich namelijk vooral als in de ruimte uitgezette lineaire tekenin-
gen. Een karakteristiek die ook van toepassing is op het ontwerp van Danielle
Segers. Haar ontwerp kan dan ook gezien worden als een werkstuk dat wortelt in
het collectieve geheugen, die ongrijpbare drager der dingen. Hiermee schuift haar
ontwerp onontkoombaar en met gepaste trots aan in de traditie van de moderne
klassieken. Met gepaste trots omdat haar ontwerp ook iets toevoegt aan het
"beeld" zoals we dat kennen. Anders dan de meeste tafels uit die periode, ontsnapt
haar ontwerp namelijk aan de kenmerkende, vaak relatief zware, cubische of cilin-
4 drische ruimtebegrenzing. Vanuit de basis ontvouwt de tafel zich op een sierlijke
wijze naar een horizontaal vlak dat ruim de basis overkraagt. Hierdoor bezit de tafel
een veel grotere ruimtelijkheid dan die van de meeste moderne klassieken. Hierin
onderscheidt het ontwerp zich dan ook. Het ontwerp kenmerkt zich verder door een
afgewogen en heldere compositorische opbouwen een goed gedoseerde contrast-
werking tussen de gesloten en transparante horizontale vlakken. In de orthogonale
opbouw werkt de diagonale kruising van de lijnen in het grondvlak van het ontwerp,
als een krachtige aanscherping of toonzetting van het beeld. In een serie mooie te-
keningen is de subtiele enscenering van het krachtenspel van de verhoudingen
6
9
10
goed in kaart gebracht. 21
Uit de rijke oogst aan ontwerpen, uitgewerkt in schaalmodellen 1 :5, moest de Tafel
van Tien worden samengesteld. Twee van de hierboven besproken ontwerpen zit-
ten daar niet bij . Dit geeft goed aan dat het voorwaar geen gemakkelijke opgave
was gezien het grote aantal goede ontwerpen. En toch, gewogen op basis van cri-
teria, zoals gevoel voor proporties, detail, contrast, ritme, materiële uitdrukking,
constructieve verfijning, kleur, schaal en uitwerking, kon de Staf Vormstudie uitein-
delijk betrekkelijk snel tot overeenstemming komen.
De Tafel van Tien laat een breed scala van uiteenlopende inventies zien. Hiermee
doet de keuze recht aan het diverse karakter dat het totaal aan ontwerpen ken-
merkt. De tien ontwerpen zijn, voorzover de foto's al niet voor zich spreken, voor-
zien van een korte toelichting. Aan de volgorde van de besproken ontwerpen ligt
geen hiërarchie in termen van een kwalitatief oordeel ten grondslag. Gekozen is
voor de alfabetische volgorde. Het uitdelen van de rugnummers een tot en met tien
zal, naar de Staf Vormstudie hoopt, nog voor de nodige discussie zorgen.
Binnen het diverse karakter van het totaal aan ontwerpen tekent zich een aantal
categorieën af. Deze zijn "sculptuur en constructie", "apparaat en bouwpak-
ket", "moderne klassieken", en "dynamiek en asymmetrie". Hierbinnen zijn de
overige geselecteerde ontwerpen ondergebracht. Hoewel het een betrekkelijk gro-
ve indeling betreft - er zijn natuurlijk allerlei overlappingen tussen de categorieën -
wordt de vergelijking van de enorme hoeveelheid ontwerpen erdoor vergemakke-
lijkt.
1) Uitgave Vakgroep GMT, Faculteit der Bouwkunde, Technische Universiteit Delft, ISBN 90-9005594-0
1 JasperBaas
Scarfaee, oftewel het centrum van
de macht
In de film Scarface, met AI Pacino als drugsbaron
in de hoofdrol , neemt in steeds terugkerende
beelden, een monumentaal rondgezet bureau een
belangrijke plaats in. Hierachter, als middelpunt en
als een spin in het web de touwqes in handen
houdend, de hoofdrolspeler. Dit beeld stond Jasper
Baas lange tijd als een relativerend thema voor
ogen. Een gekromd semi-transparant vlak, een
deel van een cirkel, ingeklemd in een zware poot
en een ladenblok. De richting van de zware
plastisch gevormde poot en het ladenblok zouden
zich oorspronkelijk op het denkbeeldige middelpunt
van de cirkel oriênteren. De plaats dus waar de
trotse eigenaar van het bureau zich in het
epicentrum van de macht bevindt. Gezien de, in
vormgevende zin, gewenste curve van het
gebogen scherm, bleek dit idee niet haalbaar. Het
middelpunt van de cirkel zou veel te ver van het
22 blad verwijderd liggen. Enje zou dus, met andere
woorden, wel verdraaid lange armen nodig hebben I
Hiermee bleef het verhaal een verhaal. Nadat dit
was geconstateerd, kon met het werkelijke
ontwerpen worden gestart. In een reeks van
schetsmodellen zijn de proporties bepaald en
aangescherpt en werd de juiste plastiek van de
monumentale poot gevormd. Zowel ter linker als ter
rechterzijde van het bureau is de ruimtelijke
complexiteit van de bij elkaar komende vormen
helder in scène gezet. Anders dan het ontwerp
voor een bureau van Nini Foyn, meer een voor een
·starter· die zich ruim wil profileren, straalt het
ontwerp van Jasper Baas gezag en een zekere
mate van sjiek uit. Je kan er in ieder geval iemand
achter verwachten die het een en ander bereikt
heeft en zich bijvoorbeeld stevig genesteld heeft in
de maatschappelijke verhoudingen ....... . misschien
toch het centrum van de macht?
2 Lucia Billone
De constructieve knoop
Het ·classy· ontwerp van Lucia Billone straalt -en
dat klinkt misschien wat flauw, omdat Lucia Billone
een Italiaanse studente is- een ontegenzeglijk
Italiaans esprit uit. Non-conformistisch, gedurfd,
gevoel voor raffinement, gevoel voor materiaal en
vorm. Kenmerken kortom, van goed Italiaans
design. Echter, in het Italiaans design slaat ook
vaak een ongebreidelde maar vooral ook
betekenisloze vormwil toe, ook daarin zijn ze ware
·meesters·. Het ontwerp van Lucia Billone behoort
zeker tot de eerste categorie. Drie sierlijk
gevormde pootjes in dialoog met elkaar. In dialoog
met elkaar rondom een in de ruimte hangend klein,
maar pregnant oplichtend zilver cilindertje. Als een
magneet zo lijkt het wel, trekt deze de curve van de
pootjes onder een schuine hoek naar binnen om.
Gedrieên beschrijven ze een omgekeerde piramide
onder het cirkelvormige glasvlak. Het ontwerp
fixeert, op het scherp van de snede, dat ene
moment, juist even voordat de de pootjes naar de
cilinder, de ·magneer, overspringen. Met een dun
en kort staafje worden de pootjes net even
losgehouden van de cilinder en ontstaat er een
heel geconcentreerd ruimtelijk moment.
Een constructieve knoop die tevens ook letterlijk en
figuurlijk de kern van haar ontwerp vormt.
De sierlijk gevormde pootjes verjongen naar
beneden toe, om, met hezelfde middel waarmee in
de knoop de samenstellende delen uit elkaar
worden gehouden, heel subtiel nog net even van
het grondvlak vrijgehouden te worden.
23
3 Nini Foyn
Het royale gebaar
Het ontwerp \/OOr een bureau van Nini Foyn
onderscheidt zich door de monumentale
zeggingskracht waarmee de compositie
georkestreerd is. Het is een royaal, maar vooral
ook dynamisch gebaar. De ambitie, zoals Nini Foyn
die zichzelf gesteld had is ruimschoots gehaald,
tw.: "Het beeld dat ik IIOOr ogen had, was een
grote maar toch luchtige tafel, groot betekent niet
massief. Er moet voldoende ruimte zijn om alles
om je heen te kunnen strooien en er moet met
meerdere mensen aan gezeten kunnen worden".
Het ontwerp kenmerkt zich door een beheerst
omgaan met contrast tussen de samenstellende
delen waaruit het bureau is opgebouwd. Contrast
namelijk tussen het zwaar ui tgevoerde verticale
vlak, het betrekkelijk licht uitgevoerde blad, dat op
een simpele, maar effectieve wijze in het verticale
element ligt ingeklemd en het lineaire element, de
poot, die net even door het blad heensteekt. De
24 vormgeving van de poot, in feite een stapeling van
zeven cilinders met alternerend een verschillende
diameter, vangt enerzijds het blad op een slimme
wijze op en vormt anderszijds het scharnierpunt
voor de draaibare cirkelvormige opbergbakken. De
toevoeging van de twee horizontale vlakken aan de
bi nnenzijde van het zware verticale element
werken als een compositorische aanscherping van
het geheel.
4 Robert van Lipzig
Thebrldge
De tafel van Robert van Lipzig kenmerkt zich door
zijn uitgesproken constructief karakter. Een brug-
achtige overspanning, waarin het verloop van het
krachtenspel zichtbaar is gemaakt en waarmee
voor een belangrijk deel het beeld van de tafel is
bepaald. Het visualiseren van de krachtswerking in
de bogen, de knopen en het momentverloop in de
driehoekig gelede poten, vormde dan ook letterlijk
het ontwerpthema dat Robert van Lipzig zichzèlf
gesteld had. Hij zegt zelf o.m. het volgende over
zijn ontwerp: "Om dezelfde reden heb ik op die
plaatsen waar bijna alleen maar drukkrachten zijn
de onderdelen van elkaar los gehouden. Het is
duidelijk dat hier geen momenten behoeven te
worden opgenomen".
Naast het elegante en ranke karakter van de
onderdelen en het totaalbeeld, ligt hierin inderdaad
de kracht van zijn ontwerp, en dat scherpt hij dan
ook bewust verder aan. Hij zegt daarover: 'Voor
de knopen geldt iets anders. Hier is de doosnee
veel kleiner en om toch een natuurlijk beeld
zonder zwakke plek te krijgen heb ik hier een veel
sterker materiaal toegepast. Dat is een metaal als
messing of zo geworden". Dat is goed gezien,
scherp oplichtend in het model, articuleert deze
beslissing door het gehele ontwerp heen, juist
datgene, wat een onderliggend conceptueel thema
in zijn voorstel is, namelijk het fysiek separeren -
maar niet in termen van beeld- van de
samenstellende delen. Het resultaat van het
ontwerpproces van Robert Lipzig is een intelligent,
maar vooral ook overtuigend ontwerp dat met
eenvoudige middelen een complex beeld oproept.
)"
, ,
,
" .• "fv
25
.'
. :.'t-
5 Jeroen de Loor
Steun-last: een relativering
In het ontwerp van Jeroen de Loor is, zoals hijzelf
stelt: -De tafel als spanningsveld" opgevat.
De vraag is natuurlijk waar dat spanningsveld dan
door wordt gevormd. Zit het wellicht vast op het feit
dat het principe van steun-last, (dat door de
eeuwen heen de constructieve mogelijkheden en
het beeld van de architectuur bepaald heeft), in zijn
ontwerp willens en wetens lijkt te worden
gerelativeerd? Dit door de merkwaardige omkering
in het ontwerp. Hij maakt namelijk alle steunende
delen licht en bijna immaterieêl en geeft de
oplegging juist een zeer manifeste materiële
uitdrukking. De zware ligger, haaks op de vier
dunne staven en even lang als het blad, kantelt en
beweegt onder een lichte hoekverschuiving naar
de glasplaat. De verschuiving in de oriëntatie ten
opzichte van het tafelblad roept een sterk
dynamisch beeld op. Het is natuurlijk ook gewaagd,
zo'n dramatisch beeld van een flinke H-balk door
26 een glasplaat heen. Je verwacht eigenlijk, in de
volgende momentopname, dat deze ondraaglijke
last zich dwars door het steunvlak heen, een weg
naar beneden heeft gebaand. Het is een
interessant ontwerp, o.a. juist door de wijze waarop
de kracht die de H-balk op de glasplaat uitoefent, in
feite voor een groot deel wordt opgevangen door
twee ragfijne staafjes die vanuit het houten blad de
H-balk dragen. De kleur en materiële uitdrukking
van het ontwerp zijn contrastrijk en goed
gedoseerd. De inklemming van de glasplaat tussen
een plaat gelaagd berkehout en idem een kops
toegepaste strook is zonder meer geraffineerd te
noemen. Dit maximaal uitnutten van materiaal-
kwaliteiten brengt het Sonsbeek Paviljoen van
Gerrit Rietveld in herinnering. Hierin is een uiterst
subtiel spel gespeeld met gesloten en deels
transparante vlakken, simpelweg door de
gasbetonblokken in twee richtingen toe te passen.
" ,
, }:
, t
I •
• I
"T 4
1111 :::fc 1
1
-
~
..
,
j
o
o
6 Patrick de Lauwere
Synthese als beeld
In het resultaat van het werkproces van Patrick de
Louwere strijden de werkmap en het uiteindelijke
ontwerp om de eerste plaats. Een strijd namelijk
tussen de werkmap. die gedachten oproept aan
een pronkstuk uit de Trésor van een Franse
kathedraal en het ontwerp voor een tafel. waaraan
je eigenlijk deze beschouwing geschreven had
willen hebben. Natuurlijk. we hebben het over het
onderwerp "de tafel" dus die wint de match. Maar
beide zaken in ogenschouw nemende dringt de
uitspraak van Manno ter Braak."vorm en vent zijn
een" zich onontkoombaar aan je op. Beide zaken
laten immers vooral een houding zien. Een houding
die zich onomstotelijk vertaalt naar het afgewogen
eindresultaat. Nieuwsgierigheid van schets naar
schets. Condusies trekkend van schets naar
schets. Werken vanuit de dialectiek van wegnemen
en toevoegen. toestaan en niet toestaan. wikken
en wegen. Om bijvoorbeeld uiteindelijk te besluiten
dat een onder een schuine hoek geplaatste
cilindrisch gevormde poot. niet zijn autonomie
verliest als die orthogonaal geplaatst wordt. Als
vormsoort. met andere woorden. letterlijk overeind
blijft. maar zich wel voegt naar het geheel. Een
geheel inderdaad. een synthese. bestaande uit een
eenheid van vormgevende tegendelen: horizontale
plaat versus verticale plaat. punt versus lijn.
kromming versus haakse hoek. Daarnaast dient
vastgesteld te worden. dat het samenspel van
maten en proporties. het totale ontwerp. ondanks
het feit dat de samenstellende delen elkaar niet
raken. uiteen lijken te drijven zelfs. een
compositorische eenheid vormen. Het ontwerp is in
een woord .. .. zuiver.
27
7 Maria Pia Porzio
Goldberg variaties
Het is de vraag of Maria Pia Porzio een tafel heeft
ontworpen. Een tafel begrepen in de zin van een
wezenlijk afgerond geheel waarin alle dimensies en
daarmee samenhangend de vorm van het totaal,
een definitieve status hebben gekregen. Maria Pia
Porzio heeft eerder een schakelbaar element
ontworpen, waarbinnen de vormgevende
beslissingen tot een hoge graad van zuiverheid zijn
opgevoerd. Een schakelbaar plastisch element, in
viervoud uitgevoerd, waarmee een groot aantal
configuraties gemaakt kunnen worden. Je zou
kunnen stellen dat het ontwerp daarmee eigenlijk
deels een halffabrikaat is dat naar eigen inzicht,
dus buiten de ontwerpster om, zijn ruimtelijke
setting kan krijgen. Een aantal van de varianten,
maar met name de horizontale variant waarmee
een salontafel wordt tevoorschijn getoverd, bezit
een "muzikaal" beeld. Een muzikaal beeld dat
wordt opgeroepen door de ritmiek, beweging en
28 cadans die buiten de begrenzing van het vlak
doordenkbaar is. Bijelkaar genomen leveren de
variaties een divers beeld op en dat is op zichzelf
genomen natuurlijk interessant. De vraag is wel of
alle getoonde variaties voldoende visuele
spankracht bezitten om ook op de langere termijn,
zoals bijvoorbeeld de Goldberg variaties van Bach,
interessant te blijven. Twee varianten echter, zijn in
een uiterst evocatieve setting gegroepeerd. Een
setting die zeker beklijft. De eerste variant bestaat
uit twee keer twee geschakelde elementen. Om en
om geplaatst staan beide monumentaal, goed de
ruimte er tussen als contravorm gestalte gevend,
souverein in de ruimte opgesteld. In feite vormen
ze hierdoor een drie-eenheid. In de tweede variant
staan de vier elementen in een carrévorm
gegroepeerd, met de "neuzen" naar elkaar gericht
en iets achteroverhellend zo lijkt het. Ook deze
variant geeft inhoud aan het begrip vorm en
contravorm. Dit is, naast een architectonisch, zeker
ook een beeldhouwkunstig probleem. Het ontwerp
balanceert dan ook op het breukvlak tussen de
twee disciplines en kiest wisselend partij.
8 Arjen Schmohl
De puntige toonzeHlng
Het ontwerp van Arjen Schmohl kenmerkt zich door
een gedecideerde en puntige toonzetting. Dit valt
wellicht terug te voeren op zijn stellingname, "Ik
wilde eigenlijk de essentie van een tafel, d.W.Z.
een blad met vier poten en deze styleren ".
Getuige zijn werkmap is de zoektocht naar de
essentie eigenlijk zonder al te veel omhaal
afgelegd. Snel en efficiênt, recht op zijn doel af.
Het perfect uitgevoerde schaalmodel laat goed het
ingetogen materiêle beeld zien. Het expressieve
onderstel, in een koel mat zwart, is behoedzaam
van een tegenhanger voorzien, namelijk het warm
getinte perehout van het blad. De tafel van Arjen
Schmohl behoort tot de drie ontwerpen die 1:1 zijn
uitgevoerd. Niet zonder slag of stoot overigens. Bij
een kritische schouwing van het schaalmodel
kwam de vraag op wat nu eigenlijk de maat van de
tafel was. Hierbij ging het niet om de totale
maatvoering van de tafel maar, meer in het
bijzonder, om die van het tafelblad in relatie tot die
van het "vlak" dat ruimtelijk beschreven wordt door
de bovenzijde van de dragende constructie. In de
relatie tussen beide zat een wringende
onevenwichtigheid in de onderlinge proporties. Ook
het expressieve en pregnante karakter van het
onderstel, dat zich stevig op het netvlies vastzet,
overtroeft in het schaalmodel als het ware de
visuele werking van het blad. Dit probleem is door
Arjen Schmohl onderkend en in de uiteindelijke
uitwerking van zijn tafel zeer goed opgelost. Het
oprekken van het blad geeft de tafel een markante
gestrektheid en de ruime overstek voegt een extra
ruimtelijke kwaliteit aan zijn ontwerp toe.
29
{
9 Jaakko van 't Spijker
Camac revlslted
Het ontwerp van Jaakko van 't Spijker is markant
en tegelijkertijd geserreerd en sacraal van karakter.
De zwaar gedimensioneerde, bijna monolitische
kolommen, geplaatst in een regelmatig patroon,
geven de tafel een uitgesproken plastische
kwaliteit. Het sacrale karakter van de tafel tovert
het beeld van de Menhirs bij Carnac voor de geest.
Een waarschijnlijk rituele plek gevormd door de
"alignements" waarlangs ze geordend zijn.
Daarnaast roept de tafel het werk van de
Amerikaanse beeldhouwer Carl Andre uit de
zestiger, begin zeventiger jaren in herinnering. Het
ontwerp bezit een basale uitdrukking, hetgeen nog
eens wordt versterkt door de rudimentaire
toepassing van het materiaal. Op maat gezaagd en
meer niet, niks geen opschuren en polijsten.
Geheel binnen de opvatting van Minimal Art : de
dingen zijn wat ze zijn en meer niet, geen
esthetisering. Het concept is belangrijk en helder
30 graag! Dat is het ontwerp van Jaakko van 't Spijker
dan ook. Twee ijle gebogen lijnen doorsnijden in de
lengterichting van de tafel de monumentale
kolommen en fixeren, voorzover ze dat door hun
eigen gewicht al niet zelf doen, hun positie. Haaks
hierop drie rechte, maar op de hoeken omgezette
lijnen. Deze houden de kolommen in de
dwarsrichting op de plaats. Het intrigerende van
het ontwerp zit hem vooral in het feit dat een zestal
zwaar gedimensioneerde kolommen, waarvan je
verwacht dat ze, heel klassiek, de last zouden
moeten dragen, eerst en vooral drager van een
zorgvuldig afgewogen ruimtelijk beeld blijken te
zijn. Nee, het mooi in verhouding gestelde
transparante horizontale glasvlak, ruim de
kolommen overkragend, rust op bijna souvereine
wijze op slechts een zestal punten.
1 0 Leo van Wingerden
Het krul.
en wat daarmee samenhangt
Leo van Wingerden moet er zin in hebben gehad.
AI tijdens de toelichting op de opdracht de motor
gestart. Snel werden de eerste conclusies
getrokken, conclusies die tijdens het verdere
ontwerpproces zijn aangescherpt en op onderdelen
lenerlijk zijn bijgevijld. De tafel heeft een ronduit
prachtige, royale maat. De ten opzichte van het
blad terugliggende en onder een schuine hoek
geplaatste "benen", lijken het relatief zware blad te
laten zweven. Dit beeld wordt mede gegenereerd
door een van de vele fraaie detailleringen die de
tafel rijk is, namelijk door de slanke hardhouten
doken die de schuine hoek van de mooi gevormde
"benen" haaks omzet, juist daar waar blad en
onderstel elkaar, bijna teder, ontmoeten. Hoewel
de plastiek van het onderstel "op de hand"
gevormd is, vanuit een empirische benadering op
zijn visuele kwaliteit is getoetst, ligt er zeker ook
een rationeel aspect aan ten grondslag. Zoals hij
zelf stelt: "De benen trekken aan het kruis dat
hierdoor zijn karakteristieke vorm krijgt: een grote
stijve hoek waar zij een moment moet opvangen,
slank waar zij louter op trek belast wordt". En zo
"zweelt" het blad, slechts gedragen door vijf
punten. Door deze bijna totale fysieke ontkoppeling
van blad en onderstel, zijn beide op hun autonome
merites te beoordelen, om uiteindelijk toch in een
beeld samen te vallen. Waar in veel ontwerpen,
ofwel het blad, ofwel het onderstel domineren, zijn
in het ontwerp van Leo van Wingerden beide
belangrijk. Goed gebruik makend van de
behoorlijke dikte, is hij erin geslaagd een vlakke
plaat "plastiek" mee te geven. De door sommigen
vermoede erotische uitstraling, u bekijkt het maar,
deed leo besluiten de bovenkant van het blad te
voorzien van een warmbloedig rood. Jammer.
Immers, is erotiek niet veel meer een kwestie van
verhullen en langzaam onthullen? Gelukkig is het
rood dan ook geleidelijk aan door het blad gezakt
en bevindt het zich nu aan de onderzijde ervan,
daar waar knieên en handen elkaar schuchter
vinden om voor altoos samen verder te gaan.
Kortom, de tafel is uiterst evocatief en ronduit
geslaagd.
31
32
Moderne
klassieken
3
4
6
7
1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
8.
M. deGier, 9.
D.J.deVor, 10.
M. Berghauser Pont, 11 .
R. Domisse, 12.
D. Segers, 13.
G. Reitsma, 14.
M. Rodigas, 15.
E.Balvers, 16.
2
5
G. van Heuvelen, 17. H. Molleman
B. Jaarsma, 18. H. Luinenberg,
P. Kroese 19. C. Hovenier,
E.Mulders 20. l. Nelis
R.Ginah
K. de Haan,
M.Houben,
v.Daal ,
9
°IL
/I
v
10
12
16
19
11
13 14
33
15
17 18
20
34
Sculptuur en
constructie
I
ilöit
~
.>.
ct
2
3
4 5
6 7
8 8
9
10 11
1. E.Boels, 9. W. v.d. Groep,
2. M. van den Ban, 10. l. v.d. Burg,
3. J. Knemeijer, 11 . M. Vervoort,
4. E.Gor, 12. I. Gündüz 35
5. Th. Brouwer, 13. B.Warenga,
6. C.Calis, 14. R. Leenheer
7. S. Stengs, 15. R. van 't Hof,
8. R. ten Bras,
12
13
14 15
36
Dynamiek en
asymmetrie

5
2
3
4
6
7
8 9
1. I. Hollebeek, 9. B. Hilbers,
2. J. den Hertog, 10. M. de Rooy,
3. M. Booltink, 11 . L. Kerpel ,
4. J.w. Fransen, 12. A. Hofsté,
37
5. J. van der Vegt, 13. A. Brewster ,
6. J. Steenkamp, 14. A. van Nifterik
7. C. de Wolf, 15. A. Harstra
8. N.Jutten,
10
11
12 13
14
12 16
38
Apparaat en
bouwpakket
1. A. Spinhoven, 9.
2. Y .G. Smeets, 10.
3. J.Bosma, 11.
4. D.Schenk, 12.
5. A.P. Klaase,
6. H.B. Huisbos,
7. M. ter Braak,
8. E. Schaaf,
2
2
3 4
F.deVreugd,
F.deKok,
D. van de Berg
E. de Koning .
4
5
6 4
8
8
39
9
10
11 10 12
40
Colofon
Uitgave
Copyright e1993
Auteurs
fotografie
Samenstelling
Vormgeving
Typewerk
Desk Top Publishing
Lettertype
Papier
Druk
CIP gegevens
ISBN
NUGI
Publikatieburo Bouwkunde
Faculteit der Bouwkunde, Technische Universiteit Delft
Berlageweg 1, 2628 CR Delft, telefoon (015) 784737
Sectie Vormstudie, Vakgroep Geschiedenis, Media,
Theorie en Bouwinformatica, Faculteit der Bouwkunde
Technische Universiteit Delft
Jack Breen en 8emard OIsthoom
Tafelmodellen 1 :5:
Hans Schouten / Fotografische Dienst Bouwkunde
Overige foto's tenzij anders vermeld
Jack Breen, Mediatheek Bouwkunde / dia-archief Vormstudie
Staf Vormstudie, Faculteit der Bouwkunde
Jack Breen, m.m.v. 8ernard OIsthoorn en 8emard Vercouteren
Carla van Rossen, secretariaat Media
Henk 8erkman, Publikatieburo Bouwkunde
Helvetica
170 grs. mat MC, omslag 280 grs. Coverkote
Universiteitsdrukkerij , Technische Universiteit Delft
Koninklijke Bibliotheek, Den Haag
90-5269-134-7
923,911
Tentoonstelling Faculteit der Bouwkunde, Technische Universiteit Delft / 4 - 30 juni 1993
Samenstelling Staf Vorm studie m.m.v. Bemard Vercouteren en Sabine Firschke
Docenten Vormstudie Jack Breen, Jeroen van de Laar, 8er Mooren, 8emard Olsthoom en
Willem Vogel, assistent: Bemard Vercouteren
Maquettetechniek Maarten van Wageningen, assistent: Dorothy Berghahn
Sponsoring
0\ Aspa
o ~
CBM
~ D
Dit boekje en de bijbehorende tentoonstelling zijn tot stand gekomen
met financiële bijdragen van:
Publicatiefonds Bouwkunde en Tentoonstellingsfonds Bouwkunde,
Technische Universiteit Delft
De volgende bedrijven leverden (met name voor het vervaardigen van
de tafels op ware grootte) een financiële bijdrage:
ASPA kantoorinrichting met showrooms in Apeldoom, Eindhoven,
Rotterdam, Utrecht, Zaandam en Zoetermeer
Amsterdamse FIjnhouthandel, Minervahavenweg 14,
1013 AR Amsterdam C / 020 - 6828079
Arco Meubelfabriek bv, Paralleweg 2-111,
7100 AA Winterswijk /05430 - 12504
Hoofd sponsor:
Centrale Bond van Meubelfabrikanten, Westerhoutpark 10,
20 12 J M Haarlem / 023 - 158800
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd
enlof openbaar gemaakt worden doormiddel vanl
druk, fotokopie, miaofilm of op welke
andere wijze dan ook zonder voorafgaande
schriftelijke toestemming van de uitgever

You're Reading a Free Preview

Download
scribd
/*********** DO NOT ALTER ANYTHING BELOW THIS LINE ! ************/ var s_code=s.t();if(s_code)document.write(s_code)//-->