P. 1
De Trap en de toegankelijkheid

De Trap en de toegankelijkheid

|Views: 1,710|Likes:
Published by Delftdigitalpress

More info:

Published by: Delftdigitalpress on Jun 29, 2010
Copyright:Traditional Copyright: All rights reserved
List Price: $5.00 Buy Now

Availability:

Read on Scribd mobile: iPhone, iPad and Android.
See more
See less

01/13/2015

$5.00

USD

De trap en de toegankelijkheid

Fa!(u~ai! Bouwk:mde

T edlnlsche U niversiteit Delft T€M!oon 015 784737

Delftse Universitaire Pers

De trap en de toegankelijkheid

ir. H.J. Verster

Vakgroep II, Ontwerpen, Planning en Beheer van Gebouwen Fakulteit der Bouwkunde, Technische Universiteit Delft

Uitgegeven en gedistribueerd door Delftse Universitaire Pers Stevinweg 1 2628 CN Delft Telefoon 015-783254

In opdracht van Vakgroep OPBG, Fakulteit der Bouwkunde, TU Delft

Produktie Publikatieburo, Fakulteit der Bouwkunde Berlageweg 1 2628 CR Delft Telefoon 015-78 47 37

Foto's H.I. Verster

Typewerk A.M. van Grieken

Correctiewerk D. Verster

CIP-GEGEVENS, KONINKLIJKE BIBLIOTHEEK, DEN HAAG

ISBN 90-6275-371-x

Copyright c 1988, Vakgroep OPBG, TU Delft

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt, door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever, Delftse Universitaire Pers

Inhood

1. Inleiding 7
2. Trap en de toegankelijkhcid 11
3. De maten van de helling en de trap 15
4. Traptypen en trapvormen 33
5. Deleuning 53
6. Details enmeterialen 61
7. Altematief gebruik 71
8. De geschiedenis 75
9. Veiligheid 87
10. Model Bouwverordening 93
11. Slotwoord III
12. Literatuur 113 1. Inleiding

Het symposium van prof. Hendriks, samen met het EIB (Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid), over bouw-ekonomische vraagstukken, gehouden in 1973, bracht duidelijk aan het licht hoe de sterk teruglopende bevolkingsaanwas van invloed is op ons totale maatschappelijk bestel. Nu, in 1988, dient zich in verband met de komende bouwopgave het probleem aan van de snel voortschrijdende vergrijzing. Wanneer we bedenken dat momenteel 250 van de 1000 inwoners de leeftijd van 65 gepasseerd is, en dat naar recente voorspellingen dit aantal uitgroeit tot 750 voor het jaar 2000, dan wordt duidelijk dat dit ingrijpende gevolgen voor de komende bouwopgave heeft. Wij zien in verband met het onderwerp - de trap en de toegankelijkheid - dat we ons niet langer kunnen veroorloven, uit te gaan van de ·standaard mens·, de man van een jaar of dertig, het mensbeeld dat aan het maken van een ontwerp ten grondslag ligt. Dit is in het algemeen veel te star wat de Eysieke prestatie, de daarbij behorende verplaatsingsmogelijkheden, en de leeftijdsopbouw betreft.

De groep hoven de 65 jaar is een sterk rlS1CO dragende, kwetsbare g r oe p , waa r b i j het herstellen na een val ze e r veel tijd ve r g t , naa s t de vormen van gewrichtsslijtage die een steeds genuanceerder aandacht vragen. Het is een taak vonr ons ertoe bij te dragen dat deze groep in de samenleving optimaal kan funktioneren en niet verzandt in een maatschappelijk isolement wa t behalve menselijk ook materieel uiterst nadelig is. Na a s t deze groep s che nke n we aanda ch t aan de minder-validen, een groepering waaraan pas de laatste twee decennia op grote schaal aandacht wordt besteed. We denken Ban de rolstoelgebruikers, stoklopers, gehoor-, gezichts- en orgaan-gestoorden en anderen die zich gehandicapt voelen zodra hun omgeving daar aanleiding toe geeft. De gehandicapten zijn rnoeilijk in aantal te schatten. Dit bleek op de studiedag over het verkeersplan voor gehandicapten in Gouda, gehouden in de Jaarbeurs in april 1978 dat, werd geopend door Minister Smit Kroes, op haar beurt gesteund door Prinses Margriet, die een ratellicht op oranje zette. Er bleek duidelijk dat zelfs een grove schatting van het aantal gehandicapten op veel onzekerheden stuit. Voor rolstoelgebruikers kunnen we een aantal van ongeveer 45.000 weI aanhouden.

Voorzieningen voor gehandicapten moe ten geen toevoegingen achteraf zijn, maar wezenlijk geintegreerde ontwerpaspekten, die ertoe bijdragen dat de gehandicapte naast ieder andere gebruiker kan leven als een volwaardig lid van de maatschappij.

7

· ~

-

~------~-

----- ........... ..:..

doorsnede

plattegrond

nivo's naar Loos hellingbaan met trap

8

Openbare gebouwen zijn tegemvoordig beter toegankelijk capten, maar nog steeds zien wij gemiste kansen tot zieningen, vaak door onbekendheid met de problematiek.

voor gehandioptimale voor-

De trap beschouwen we als een vast onderdeel van de gebomvde omgeving, dat het verkeer te voet tussen twee nivo's onbelemmerd mogelijk maakt. Zowel de trap als de aansluiting aan de horizontale vloerelementen moeten veilig zijn en ook veilig lijken. Hetzelfde geldt voor de hellingbaan waarop men zich te voet of per rolstoel kan verplaatsen.

Afmetingen, vorm, type en materiaal van de trap, de hellingbaan en de leuning moeten op de aard en de funktie van de gebruiker afgestemd ZlJn. Het profiel van de trede speelt hierbij een grote rol. Trappen moeten veilige vIuchtwegen zijn. Dag- en kunst- verlichting bevorderen een veilig gebruik. Naast trappen binnen het gebouw worden buitentrappen, zoals tuintrappen, hellingbanen en Iaddertrappen behandeld, vooral in verband met in aanhef genoemde gebruike r ska t ego r Len •

Het vermijden van nivo-verschillen bruikers aantrekkelijk zlJn, maar arming beteken voor ons leefmilieu. ~ls architektonisch element kan de trap, mits goed geplaatst, een belangrijke bijdrage leveren aan de vormgeving van de gebouwde omgeving. De trap kan een ruimte-delende functie hebben of als object in de ruimte staan. De dichotomie hoog/laag, meer nog dan rust/ beweging speelt daarbij steeds een belangrijke rol.

zou voor een grote groep gehet zou weI een belangrijke ver-

Michel Angelo bibliotheek Laurentius Florance

9

tactyle informatie T

treden en b ordes

10

2. Trap en toegankelijkheid

De trap zien we als een systeem waarbij te voet vlakken op verschillende hoogtp., meestal verdiepingsvloeren, toegankelijk worden gemaakt voor zo veel mogelijk gebruikers-kategorien. Voor de definitie van de trap volgen we Van Dale - Ben vaste konstruktie van opeenvolgende treden waarlangs men lopende naar een hoger of lager gelegen plaats kan komen. Hierbij is een trede - Ieder der terugwijkende boven elkaar gelegen vlakken waarlangs men naar een hoger gelegen punt kan klimmen, danwel naar beneden kan afdalen -

Volgens de model bouwverordening, zie hoofdstuk 10, wordt in art. 82, onder "begripsomschrijvingen", de trap omschreven als "opeenvolging van horizontale vlakken (treden of bordessen) die het mogelijk maken zich te voet van de ene verdieping naar de andere verdieping te begeven". De trede is "het deel van een trap met een horizontaal bovenvlak waarop men de voet verplaatst om de trap te beklimmen of af te dalen", De treden beschouwen we als vloerelementen tussen twee verschillende nivo's,

In beide definities is sprake van "men", de standaardmens, als aanduiding van de gebruiker. Het type gebruiker is echter een van de belangrijkste uitgangspunten bij het ontwerpen van een trap. Voor Wle wordt de trap gemaakt? Bij het bepalen van de afmetingen van een trap spelen energiegebruik en veiligheid een rol voor de begaanbaarheid, terwijl de sterkte van de trap en van de direkte omgeving voldoende moeten zijn voor de te verwachten belasting.

We gaan na welke invloed de in hoofdstuk 1 genoemde gebruikerskategorien hebben op de samenstelling van de trap, als de helling, het profiel van de trede en welke kondities gesteld moeten worden, waardoor een zo klein mogelijke groep zich buitengesloten voelt. Daarbij wordt gezocht naar mogelijkheden in ontwerp en details om deze groep zo klein mogelijk te houden. Een vlucht treden, of traparm van bijvoorbeeld 15 treden geldt weI als maximum in verband met vermoeidheid en veiligheid. Ben langere trap wordt onderbroken door een hordes, te beschouwen als een trede met een grotere breedte, wa a r o p men even op adem ka n komen.

Na ken we heid en

het hordes in dezelfde vorm als de trede, dan wordt de eende kontinuiteit van de trap versterkt, hetgeen ook de

veiligheid ten goede komt.

11

bordessen

12

Is de overgang in hoogte van de optreden zeer geleidelijk, dan hoeft de situatie niet gevaarlijk te ztjn maar kan zelfs bepaalde voordelen bieden. Zie als voorbeeld de trap van Voetberg, waarbij de optrede van 185mm beneden, geleide1ijk afneemt tot 165 mm, wat gunstig is voor gehandicapten en ouderen in verband met het uithoudingsvermogen bij het be10pen van de trap. Het gemakke1ijkst be100pbaar wordt de trap als de breedte van het bordes overeenkomt met een horizonta1e stap. Een 1euning 1angs trappen en bordessen verhoogt de bruikbaarheid, voora1 voor kinderen, ouderen en gehandicapten. Helaas zit deze meestal op de verkeerde plaats.

Het karakter van de ingang kan een belangrijke rol spelen bij de toegankelijkheid. 20 kan een ingang uttnodigend of bepaald afwerend zijn. De plaats van de ingang dient zo te zijn, dat men zich zonder nadere bewegwijzering kan orienteren.

Bij grote ingangspartijen zien we vaak bordessen met een zuiver representatieve funktie. Bordessen in buiten- en tuintrappen bieden de mogelijkheid uit te rusten en de omgeving meer in detail op te nemen. In het algemeen bevestigt dit het verblijfskarakter van de buitentrap, mits er voldoende leuningen zijn en voldoende zitgelegenheid.

Bordessen komen veel voor in bedrijfsgebouwen, als plaatselijk aangebrachte vloeren, voor opslag, onderhoud, inspektie, bescherming en dergelijke. De balustrade en de leuning ZlJn daarbij be1angrijke voorwaarden voor de vei1igheid en voor de indruk van vei1igheid.

hellingbaan

"ingang"

13

260

165

63 em

63 em

63cm

H

BL:5J

variabele optreden

Klette

14

. Ist mithin die Rumpo nichts Aw_leres nls cin ge,neigterJ ode]' einseitig' g c h o b c n c r l,Vog, so stellt sich die Treppe ill ihrem Wesen dar, als ein s l u ck w e i s c mp o rg chobcucr Fu s sbo d e u

Klette

A

Finse trede

variabele aantrede

3.. De maten van de helling en de trap

Aan de treden van een trap onderseheiden we een optrede 0 en een aantrede A, respektievelijk de vertikale en de horizontale verplaatsing per trede. Optrede en aantrede bepa1en in hun samenhang de maat van de trede. Uit de historie van de trap blijkt dat tot in de middeleeuwen de treden niet aan een mense1ijke maat werden aangepast. Pas in de Renaissance werd de menselijke maat het uitgangspunt voor het bepa1en van de maten van de trap. Als eerste vuistrege1 gold dat de optrede 1/10 van de 1ichaaamslengte moest bedragen. Vervolgens werden de op - en aantrede bepaa1d met de formule van Fran~ois Blondel in zijn Cours d'Architecture 1674-1683: 2 x optrede + 1 x aantrede is 63 em. De som in deze formule varieert. De Fransman Breyman ste1de vast dat Franse architekten werken met de rege1 2 0 + A 65 em. De model bouwverordening schrijft voor in art. 91: ten minste s70mm en ten hoogste 700 mm. Deze maat is geen konstante. In het algemeen geldt dat de 1engte van de mens toeneemt in de loop van de tijd.

Een onderzoek van Van der Zee, in het Bouwcentrum, brengt aan het lieht dat voora1 oudere mensen gemakkelijker een trap belopen, als 2 0 + A een grotere uitkomst heeft. In de Franse Eneyelopedie geeft men de voorkeur aan 64 cm. Toch blijft 63 em het a1gemeen aanvaarde uitgangspunt. Bij de bepaling van 63 cm gaat Blondel' uit van een menselijke stap van 74 cm op een horizontaal v1ak. Deze maat, wordt geredueeerd tot 63 in verband met het k1immen of afda1en. Ret diagram geeft, bij e1ke helling, de bijbehorende op- en aantrede weer. Als toe1ichting op het diagram: A: 63 = (31.5-0) : 31.5 cm.

De formule heeft slechts een beperkte ge1digheid, tussen de 30· en tlso. Met stei1e trappen, boven de 42°, bijvoorbeeld 200 mm optrede en 200 mm aantrede, hebben minder-va1iden, ouderen en zwangere vrouwen moeite. Bij 1uie trappen, minder dan 30°, za1 men voor 0 minimaal 150 mm en A maximaal 290 mm aanhouden. Voor meer en minder steile trappen moet men een korrektie toepassen. Kiezen we een paraboo1 in plaats van een reehte 1ijn a1s uitgangspunt voor het be palen van de maat van de trap, dan krijgen we meer betrouwbare maten, buiten het gebied van 30-45°. In de figuur: AB = 640, AH = 203 mm respektievelijke hoogte 0 en breedte is O. De meest gangbare op- en aantreden invoeren, 153 mm en 316 mm , De para bool word t dan getekend door de punten B, D en H. (Naar R. K1ette - Die Architektur der Treppen und Treppenhauser, 1875.)

15

Jengle van hel bordes

--I

-------' 0 18 3/4 em

I

__ IL__jL___jL.___j

--=:JDDD

--I

~ __ I_I_)!__-!

-iIi r---:

_~l__jL __ .

--I ------.r--~--~

o 22 em

--'

--,

,

baksleenmaten

01 I A -1 +--_--+---&1

beweging van de voet bepaling aantrede I

A/2 63 A/2

I I em I I

16

De maat van de optrede kan men ook via cen andere weg vaststel1en. In de baksteen-arehitektuur in de twintiger- en dertiger jaren ging men bij de hoogtemaatvoering uit van een 1agenmaat van 6 1/4 em, steenhoogte + 3/4 em voeg. 3 x (, 1/4 is een rede1ijke maat voor een optrede. Bij symmetrisehe opbouw van de trap wordt 2 x 18 3/4 37,5 em de eenheid voor de vertikale maatvoering in het gebouw. Bij een lagenmaat van 6,1 em wordt de treemaat iets gunstiger.

Arehitekten als Roosenburg, Blaauw en anderen werkten met deze konsekwente baksteen arehitektuur.

In Denemarken (1920-1930) zien we bij de Grundtvigskerk in Kopenhagen van de arehitekt P.V. Jensen Klint: de representatieve trap naar het kerkp1ein hee£t een optrede van 2 lagen, ca. 12,4 em terw i j I de trap in de doorgang na a r de lager gelegen worit ngcn e e n optrede van 22 em hee£t; dit is 2 x 1 kop, waarmee dus een betekenis toegekend is aan de traphe1ling, her1eid naar de maatvoering in het gebruikte materiaal.

Een praktisehe methode voor het bepalen van de aantrede bij een vastgestelde optrede is het sehuln be10pen van een trap, dus niet haaks, ten opziehte van de voorkant van de treden. 'ien kan zijn eigen aantrede kiezen. (De methode l3yhouwer.)

Het verdient aanbeveling een eenmaal gekozen trapmaat door te voeren door het he Ie gebuuw, van de ke1der tot het dak, mede in verband met de veiligheid. Op deze - regel - komen we nog terug.

Bij het beklimmen van een trap beweegt zieh de voorvoet ongeveer S mm boven de rand van de trede. 413 de traploper gewend is geraakt Ran de eerate treden wordt een plotselinge maatverandering als hinderlijk ervaren. Nauwelijks waarneembare onregelmatigheden in de a£metingen van de optreden kunnen a1 leiden tot incidenten. Dit is ook van belang bij renovatie wanneer v10eren worden verhoogd en daardoor niet meer op de treehoogten aansluiten.

Btj de keuze van de traphelling dienen we er rekening mee te houden dat stoklopers en ouderen in het algemcen gebaat zijn bij een lage optrede, en cen naar verhouding grate aantrede. Ouderen hebben de behoefte een groter deel van de voet op de trede te zetten om tijdens het stijgen te kunnen uitrusten.

]'.jiet aIleen de afmetingen maar ook het materiaal waarvan de trede gemaakt is, speelt een belRngrijke rol blj de beloopbaarheid van een trap.

17

TABEL

OORDEEL VELLINO EN OVER SOMMIOE TRAPPEN VOOR DE OPMETINO OEDAAN.

Num~ Aan- Optredc
mer trede
van in in
den
trap. eM. eM.
.._----_
2 Niet ongemakkelijk, doch te klein 19.2 18.8
3 Door jonge vlugge menschen gernak-
kelijk bevonden 26.3 20.8
4 Ongemakkelijk. 26.5 20.9
9 Te veel oplrede, korendragers vinden (.Toegang
die goed ,korenbeurs en
27.7 20.2 bovenzolder
10 Aantrede te klein 27.5 18.4 te Arnhem
11 Te klein. 27 17.5
14 Gemakkelij k, doch rnocht wei wat
grooter. ... 28.8 17.6
15 Naar het oordeel van vrouwen de
gemakkelijkst haar bekende trap
in Amsterdam . 31.2 18.5
18 Gemakkelijk, doch beter wat grooter 31.7 17.3
20 Gemakkelijk. 31 16.6
21 doch klein 33 16.6
38 38.1 i 8.89 Terras van de
rurnen van het
I bal~is van
anus en
Xerxes te
Pe rsepnll s 1)
1) Civ. Eng, en Arch. Mngnztne 1851 biz. 251. naar voetberg

18

~~~~~~OO~~~~~~~~WWN~~~OO~~OOOO Optrede in
~ ~ ~ ~ ~ ~ ~ ~ ~ ~ ~ ~ ~ c.M.
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~t b=60 -2 h
K. MOllinger
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~ b=45-h
Harres »
en en en en en cn ()1 ()1 ()1 ()1 cn cn cn »
z
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~g~8 --l
b=450: h '"
tTl
~~~ ~w ~~~~ ~w~ ~~~oo w ~~ Mothes O·
tTl
b=63-2 h Z
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~t~~~ Storm van ..,
's Gravenz. ~
---~. -. ----,-
b=65-2h <:
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~t~~~~~ 0
fro Blondel r
0
tTl
~~~~~~~~~~~t~~~~~~~~ggg~~~~ b= z
v'412l,64-9 h' rJl
W~~~~N~~ OO~~~N~OO ~~ ~~~N~~ A. Warin 0
tTl
~~~~~~~~~~~~~~~~~~g~~~ '" ""11
H=I90,5 m.M. NO> - a 0
~~ 0 II. '"
P=710 m.M. ~ :".. bt q. ~ bt 2. ;;::
<,
'0 C
rJl r
H=21O m.M. =~m~~~~~~~~~~~~~~~t~~~~~ g-~ " ;;: tTl
_·0 ~ ~
P=640 m.M. ~ ~ bto.~~ NO E';
"=
=,
.. .. . Gemiddeld
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~tt~~~t zonder de
~~ ~ ~ ~WN~~~OO 00 ~~~N~~~ rubriek
paleizen.
~~~~~~~~~oo~~~.w~=o~~~~~~w~_ Z
? ~5 • 40 • 30 •
28


24

22
~
~ 18
V>
14
10 50
0 10
in Zollen Sleigung Auftritt I
hoch breit i
3 18
S 16
4 IB
4 16
4 14
5 18
5 16
6 15
5 14
13
6 14
6 13
~t aLl 6 12
61/2 13
7 13
7 12
71/2 12
290 71/2 11
--1 8 11
1--- 8 10
9
9 9
10 9
diagram ANBB normaaimalen
20 ~urwiiIls boquern, abwiirls ormQdend; verlangt IU kurze Schritte ;

crmndcnd j

auf- und abwarts zicmlich bequern; verJangt IU kurzo Schritto ;

ermndot Knio. und Schenkel, ermndot die Schenkel;

desgl. etwas weniger j

-bequem :

verlangt zu kurse Schritie ; ermudet die Knie nur wcnigj

s\Qigt sich ·gut, ermudot aber bei grosser

Stufenzahl die Knickehlcu: , verlangt In kurre Schritte j

sehr bequem;

-bequem;

.taigt sich gut, wean man sehnel~ geM; sl;eigt sich gut;

verlangt IU kurza Schritte j noeh tiemlieh be quem ;

unbequem, ermildet die Fersengelenke; unbequem;

sehr ermUdend j

hum noch anwendbar.

waardering Mothes

Bij het gebruik van een trap onderscheidt men fysiologische (energieverbruik), fysieke aspekten (wijze van bewegen op veiligheid, komfort) en psychologische aspekten (gevoel van heid).

aspekten de trap, veilig-

Een aspekt bij het vaststellen van de maat van de trap is de krachtsinspanning in verband met de vermoeidheid. Dit speelt een rol bij ouderen, stoklopers en vooral bij hart-patienten. De ergonomie leert, dat het beklimmen van een trap, van de dagelijkse bezigheden, de grootste lichamelijke ins panning vergt. He t beklimmen van een trap bij een helling van 30,5° en een klim van 17,2 m per minuut vergt 15,9 keal per minuut. Dat betekent tweemaal zoveel energie als bij het fietsen, het gras maaien en dergelijke. Men wordt zich daarvan bewust als men 5 a 10 minuten trappen moet beklimmen. Het klimmen kan bij ouderen of hartpatienten een onoverkome1ijke hindernis betekenen. 1ehmann vond het geringste energiegebruik van 10 kcal/ min. bij een traphelling, varierend van 25° tot 30° en stelde daarom voor dat trappen indien enigzins moge1ijk volgens de proefondervinde1ijk vastgestelde normaa1maten van 170 mm optrede en 290 mm aantrede gemaakt zouden moeten wo r de n , Dit komt overeen met een traphelling van iets minder dan 30°. Dergelijke trappen zijn niet aIleen gunstig in verband met energiegebruik, maar ook het veiligst in verbsnd met ongevallen en ze kunnen het best worden belopen door ouderen en stoklopers.

In het diagram geeft de lijn BB de gunstigste verhouding van op- en aantrede aan. De lijn BB is de lijn van de minste kraehtinspanning. Het snijpunt van de lijn DB met AA, vol gens de formule 2 0 + A = 63 em geeft de gunstigste verhouding: 170 K 290 mm. Deze maat kiezen we als uitgangspunt. De eisen aangaande dimensies van trappen blijken steeds een kompromis te zijn tussen de verschillende gebruikseisen, stijgen of dalen, de eisen van versehillende gebruikers, ouderen of kinderen enzovoort.

Berekening van een trap.

We stellen de globale he1ling en de optrede vast in verband met de plaats van de trap. De optrede, gedeeld op de tota1e (verdieping-) hoogte, geeft het aantal optreden. Is het quoti~nt geen heel getal dan moet het meest nabijgelegen hele getal gedeeld worden op de totale hoogte. Is deze bijvoorbeeld 4,20 m, de optrede ongeveer 17 em, dan wordt het aantal optreden 420/17 = 24 12/17. Het volgende hele getal is 25, de optrede dus 420/25 = 168 mm, bij 24 aantreden.

21

PL.L.

trappen van kelder naar zolder

22

Wordt een trap ontworpen voor verschi11ende verdiepingeu van onge- 1ijke hoogte, dan geniet het de voorkeur, de trappeu onder1ing een gelijk aanta1 treden, en aIle treden deze1fde aantrede te geven. Voorbee1d: In een gebouw van 3 verdiepingen is de eerste verdieping 4,00 m, gemeten van bovenkant v10er tot bovenkant v1oer, de tweede verdieping 4,36 m en de derde verdieping 4,15 m hoog. De gemidde1de verdiepingshoogte bedraagt (4,00 + 4,36 + 4,15)/3 = 4,17 m. Kiest men een optrede van 17 em, dan krijgt men 417/17 = 24 9/17 = 25 treden. Dat betekent: van de begane grond tot de verdieping 160 mm optrede, van de eerste tot de tweede verdieping 174,4 mm optrede, van de tweede tot de derde verdieping 166,0 mm optrede.

Een andere manier voor het vaststellen van de maten van een trap bij gegeven verdiepinghoogte vinden we in het boek "Intelligent drawings van Terrence G. Schilling en Patricia M. Schilling "Parametric Design of Stairs, een computerprogramma".

23

I:E_IIO__ __ Jl___JJ__]J't'l'l" j__JJL[__..e-"==- _ _J___j hellingbanen, Museum fUr Kunsthandwerk Frankfurt D. Richard Meier

~ ~~

8m

11 I E
C\I
I ,...
': LTI E
C\I
,...
I~ E
C\I
,.-
J 1.5 m I 8m It5ml

2000
4°45'- ~ ...
11.5m \

geschakelde hellingbaan

8m

naar Geboden Toegang

24

Het tempo waarin de trap wordt belopen speelt daarbij een grote rol. Hierbij valt ook te denken aan noodsituaties, als het gebruik van de trap plotseling nodig is om direct op een signaal te kunnen reageren (deurbel, telefoon, gillende kleuters), evenals de leeftijd, ook in verband met de mogelijke verblijfsfunktie van de trap waar we nog nader op ingaan.

Uitgaande van het horizontale vlak beschouwen we de geringe helling als minst steile verbinding tussen twee verschillende nivo's v66rdat we behoefte hebben aan een trap.

Een historisch voorbeeld is de Runde Taarn, een toren in Kopenhagen waar de koning te paard naar boven ging.

Over hellingshoeken, en veel andere zaken die met trappen, hellingbanen en leuningen te maken hebben, bestaan uitvoerige voorschriften, vastgelegd in normbladen die van land tot land verschillen. Hellingen treffen we aan bij parkeergarages, waar plaatselijke gladheid bestreden kan worden door een gedeelte te overdekken of door vloerverwarming aan te brengen. Gebruikelijk is de toegang tot gebouwen voor fietsen, wandelwagens en voor rolstoelgebruikers via een helling, in samenhang met een trap.

Voor de situering van een hellingbaan om een gebouw toegankelijk te maken, is het van belang dat de rolstoelgebruiker het gebouw op gelijkwaardige manier binnenkomt als de overige gebruikers. Bij de ingang van de centrale bibliotheek van de TU in Delft ligt een hoge hardstenen stoep. WeI was het rolstoelenbleem aangebracht. Hiermee bereikte deze toegang het VARA t.v. programma "Hoe bestaat het". Nu verwijst een pijl via een lange weg over de binnenplaats naar e~n officiele plateaulift waarmee de rolstoelgebruiker ergens het gebouw binnen kan komen.

Als gunstige he11ingen van he1lingbanen vond men na een uitgebreid onderzoek over deze materie So, bij een stijghoogte van 1,50 m, De hellingbanen lopen onder en boven uit in een horizontaal bordes van ten minste 0,90 m 1engte. Ben hoge en een 1age leuning lopen 1angs dit horizontale gedee1te door. (Zie MEV, bij1agen J, J1.)

25

26

Enkele voorbeelden:

seholen: theaters: stations:

buiten- en tuintrappen:

167 - 170 mm

160 mm

160 mm

140 mm

optrede optrede optrede optrede

De traphelling wordt mede bepaald door de 1andsaard. 20 vinden steiIe trappen in Nederland hun oorsprong in de seheepsbouwtraditie.

Trappen met geringe hel1ing noemt men luie trappen. Deze komen vaak voor in representatieve ruimten.

Buiten- en tuintrappen hebben meestal een geringe he1ling bij een optrede van ca. 140 mm, meer om te wandelen dan te lopeno Ook voor stoklopers zijn dit goede trappen, mits de voorkant van de treden goed duide1ijk aangegeven is.

Trappen, steiler dan 45° zien we daar, waar weinig ruimte besehikbaar is, zoa1s trappen naar de kelder of naar de zolder. Dergelijke trappen treffen we ook aan in bedrijfsgebouwen ter verbinding van versehillende bordessen. Ze worden ook sneller belopen dan de eerder genoemde.

Zeer s teile trappen zien we b.ij duiktorens, die snel worden be Lo pe n , De leuning krijgt daarbij een duidelijke funktie. Een trap van 900 vinden we bij de klimladders naar inspektieplaatsen, zoals tegen schoorstenen. Een vertikale trap kan men ook vinden in een zwembad bij de toegang tot het zwembassin vanaf het perron. Het Kerkpolderbad in Delft laat zien hoe de plaats van de trappen naar het bassin gemarkeerd wordt door een afwijkend tegelrelief, een "tactyle" informatie voor blinden en slecht zienden. Volledigheidshalve noemen we de glijpaal bij de brandweer.

Het al dan niet dragen van goederen bepaalt het onderscheid tussen de hoofd- en dienstt~ap, een onde~werp waar de Oostenrijkse trappenbouwe~ Sede~l diep op in gaat. Hij komt tot 2 tabellen - Fur Palaste en FUr Zinshauser - en lieht dat als voIgt toe: links onderaan in de tabellen staat bij b = 640, h 0 (hie~ maten in millimeters), d.w.z. de normale stap is hier 64 em gekozen. Het verschil tussen beide tabellen is, dat bij Zinshause~ gedacht is aan een gemakkelijke trap, ook als goede~en gedragen worden, in tegenstelling tot de tabel - Fur Palaste -, waar uiteraard geen lasten gedragen worden.

27

'l'uhcllc I~

Fur Z ins h au s e r.

Z,U' Udl{','sich! d .. ,· \I"IlLPn "'''"),,

H"I'. b .. d ";~, ~ 1"",1,,1 •• 11 •• .
, .. 11"" .... , lIi •• "'( •• ,, .
, r"d-:r'·'·
.",,,,,",,. ",II,m"," 1 .. 11 ,.",",,, 1,,"",''''"'' .~I,lu.~
II '201 II 0-0 i ,-I, ~
10 :Wl 1-6 i'ji 2[)'1H
eu :!1I1 \1-\ t-r, Uh1:i
30 ~IH I 1-, ,'.,1 u-ru
II> son ns i-:! ;,·U()
,II !!1111 IU· ... ,'U .,1'(10
1111 I~m :I-~ '-6 a- ;I~
ru \\I!I ,'U n-" :!. ~~
I'll 1\18 n 11'-1 11'1 :!'-I7"
un [ ~ I i ,,-0 ,-1-, z-rnn
lUG 1110 u-s a-a r.suu
110 [\1,", , :!'I -I.f! 1",:1
I:!() 1\14 U'1 ,-, I·til!
130 In:1 II .~ :1-1' I--IIC,
lW I III :, :1'1< ;j':! t-am
1:,11 1!10 sa :_!.[) I'~UI
16U 188 H o-n 1-6 I-Ii;)
170 181 fl'" I-I 1'100 i
180 IS5 10'0 0-8 1'028
190 lR:l i '-6 1i'II-j -saa
~()() 181 1'1 iun '110"
:!JtI 1711 II', \1', 'I'C,:!
eeo 177 , -1')1 ~-i -<'10'1
2:)0 \';1 1'1'1< i'7 'TUI
'" 1,3 u I':J U-j -,:!1
:!50 IIU 5'!) n-n 'IHIO
eeo I" Hl'i'i -1-5 -tj-l6
;!10 lli~ II> , 0 a-a . !ill
280 lli~ t-s t'l . 5~:l
~9f1 Ili() 11 ()'I ().<'I ':J:)t
::IOU LY; -I', :, 11 , ',"It;)
,110 1;;-1 u·t Ill-I -urr
iI;!O 1~1 I~ ,-, ]-1"7 '-li:!
esc I-IS 1\';) t-a -HM
HO I" 10'11 5', '-I:!-I
a50 i.u " ::I 'f) ... :! '·,m:!
aun 1:::1, .~ -II t'lI -aei
, urn I J;I~ " 0'0 1-0 -ane
asu ian ~" I , 11·:.J ';U1
ann 1:!1i il'j u-n . i!~:!
~OO Iti! 'I ~ ~ ,t ,.~ -aur
HO 11\1 ns u-u -auu
-1211 11:1 II':! ,-, ':/14
-I;jO I',(] ru :I'!l t·!! '2:,(\
-1-10 lUll f','" 0':1 'UJ
I -I;,ll 11I~ Ii I'U " 111'::1 ':/:!I
-1110 :lj ,,'Ii 1i':1 :!w
-1,0 \1::1 Ill" I ti':_> 'HI~
-lSI) ,~f', " :!'T ,-I -1<'1:1
~H(] ,~:I ,'"1 1';1 '1,11
:,UII i' Il-S II', '1;),
filII " I!! "':I H'-I 'H:'
I U:!tl 1t~1 s-!! i-I I:!:l :':111 1\:1 :/11 I'., , , '11!1 ,
5-1tl ,",s n-u '1'-1 'Illi
ns» :,;\ \CI'I; u-u -nnu
;,UII " :.'1 ;\-1 I !I<,
"ill ; i 'lIi:1
:II'U :.IIi II':! -1':\ 'lUi:!
;,9[) all -I-S 1'1 '0:,1
lion 2,"1 II':J " 11'1 '1141
"" If' ;!:I I'll .Il' ~ '0;11
0:/0 13 II;, -,'11 '[)21
[jill! 11-0 :!']-I 'UII
Il-lli 1-1 a-u a-u 'U[)II
I 28

'l~u.ht!lLt! ll.
zue Anwendunp eine.' Slie\lenlhei1unq.
H'~~ • ~,' """. ~ ~ .... I' .... .--.It'h.I;. .
, •• alU \\1 .... ~'" . ,
------;--- T~:~<ll.,
)1011;,".,., M;III ... ", >:,,11 1.1""~ 7~,11 I.,,,,, .. ~1tljl''''''
J20 -106'3 , n'i HI :1'1 -29i) I
J2J -IOS-H t-t a-n ann I
1:!2 -lUI 2 iii :!'!'i :Hl-l
In illlR'i :-;'il 1-.; "Jl}H
124- ,!\lB'l :-;';1 0'" 'al:1
12,) 3!13-1i !I'O " II-a -:!lH
124\ aGO,\) :1-.,1 10'1 -:12:!
I:!i ::IHH~;I !I'!I ~ '!I ':It,
It I' :IHj'l' 11)':1 T·, '::I;!:!
1211 :183-\1 IO'1i u-r, -as:
11lU :{RO-'" II':! ;j':1 -;I-I:!
131 377'7 1\-, ,-, ':H,
lil:! ::l75'O f' U-, :!'s ';j:,:!
Ilia ::I12'iI \-1, -;1:1,
134 369';1 I'll 1)--1 ';11,:1
1:1:, 300', 1-:, 1:1 11'1 ':IH~
1>, 86::1-\1 e-o !I-tI ';1, ~
137 1161-1 2'-1 R';) -;j,1I
13. 858'S "l'U 1-2 '883
,so 855'( a-a j-9 '3\:11
140 asa-n :!' ~ .t-u ':1fl7
HI 349'7 .,I' ~ :1':1 .-111:1
14:! ::1-16'7 -I'i :hl '-1\(1
IU iI-I:-I']-I ;,-1 u-u -ttu
I I" :.1-10'1< ;"1\ I:! 11';1 '-I:!:!
]-If! 3::i7'!:! 1i'1 iI'!1 '-I:W
1-10 I 3i14'b (1';; fI'li -tae
'" ::131'1 ,'\1 r: --1-111
14' I ::128'0 ,'-1 ~,. , -'!'50
l-1i1 3"1i'i'5 ,11 -1':\ '-I,"I~
1;)(1 3:!2'" s . :1 :!'!I . ~!i'",
1')1 i aut·:! I-I '-1,:\
1;12 :110'O iI':! U·U ' -I~I
tea , 312'8 n-r I, ru-n '-I~H
1.'1~ aua-e IU't !I-{I '')_!lH
If,~) :106'2 \(I-Ii r :, -:,Oli
1M au:!,!:! II-I \;'\1 ':11:,
1;1, , 2!111'4 11 "Ii j-, 1~-I
tna , ZIIIi·n n (1-(\ :!'I< ·.i:-1-I
taU , 2\':!'1! 0-' 1'::1 ',"":J
ten i 2!:!!t-U II !I III II', <1:\-1
IfH !!HS'5 \-;1 111'1 "'il\~
rna I :!81·!J , , .... '-1 ·.i'"
lim :!7!1-3 '1':1 ':II<r,
l/i4 21'-I'ji '1-, '"'-J ','111,
1O,', : 21'0'\1 a':_! :1' ~ -IHl!!
11,(1 '10,'1 I', '11:!\
\Iij ::!I,:\':! '" !I II'!! -1;:1-1
lux :.';1\1<1 ,-:, II1'J 'U-I:-I
II!!I "1:,,", - ~ x-u S-:I 'lill:!
no , :!;",\-:I f)" I;':) 'Ii,H
171 i 2-17':1 ;)-;1 -I-H 'U!1l
1,2 I ;!.,I:1·l U".j :_!', ',ui
17:'1 ! :!:lH-n n-."1 II',~ . ,:!~
Ii ... :!:11'1; 7';[ < 111'\1 " I~
I,;", :!:IO·:! ,', ',IiU
lili :!:!~'i s':! ',SI]
I" :!:!I'J x-n 1-j '<'Iun
1 • .:; :!I{,;) \1'[ a-u 's:!t
li!1 :!II', !1',", II':, ':-qrl
llill sen !I \Il'H i ]I)' a ·s,o
IHI 201 -u \11-:, ,'!'11 ':-tWi
Itlt nll,'li IO'!I ,"II '!l2~
IX:! 111\',) 11-4 a-u 'iI;';1
'" 11'11'1 II'!'( 0-:'1 -!l/'I!I
, 11-1;, IH(I " i fl·:! " 111':[ I'II:!~ Tabella I.

Fit r Pal a s t p.

Zur Ueber"j.:ht ocr ganz cn scars.

Hnl:, " II-II

I\IIJ':' t-u

HilI--! [II

Wn~ 1 I'~

l"lHI ,;~

IS!lli 11' ...

I"':!I':! :i<1

I"x" i'\1

I""x 1 :1 II--t

Is, .~, ,,-I)

I·'!I;'S i"1i

tsnu -t, ~'1

1:'(1,1 1;',

11'I-1,·:! II-:!

1·';:]'1 ;;-,",

I ... :!" 1'I-:j

I"'I!I ,; II!I

17111; :'-4-

J 7,~ :1 Itlil

I" :!II :111 I" :}(j lill ,11

:!',"

i'" 1111(1

:!·i \I':I:!

2', 1;':1--1

;!.;, 4,i:, t"4 :I'ill

:1"2 ;11;,

:!'!I :!"II

I" 2·:1:,

I·-t i'II'"

1-\ \'S7

]'1;\1 I ;Ii hi:! 1..-11

11I'!1 1:!1

IU--I 1'1;1

IIHi

\I:! '\1\11

SI; '\1:11

7'11 '''Ii

,.:! '"1,'''

71 11',

11~;j --I':! I);, '1:-;:1

1,IH; :17 ,--I:!

11;)01· x \1 1·:\ .lll ',11;;

)1;1;'\1 :"\1 411 ,;,,"

)1;;,'11 1(1';, :l:! '1i:1:,

11;:1'1111 :l-c, ::':i 1)114

II :II-~ I i 'I i 1 ;1 -: ,;,

1,,:-;,,", II 11·1 U';I :,--1"

1~,Ii"-1 4'-; II'.'! ':,::'2

1:>4':: \1'1 III':! '--1\1,

1;01'" I:: h~ !I:! -4,--1

l-t\l-.j I;'a ---1;,4

l-tli-\I 111-\1 1;,\1 ·-t:li

1-t4·:! 1:1 ~':1 :1', '--I-I:!

141'1, ·1,:, ':W;I

t.s- .... 1-1 11'li .'I·:! ';Ii:,

1;11i'\I ., J 1 \1 ;-;~,x

1:\:;'11 \1, II-Ii ';~I

1:-;"11 I:, __ -t II':! ':12;,

I iilf +: '.'1 ~I'" ';1I I I

I:!;I:I n-a ,,---I :!jI;,

1:'11, !I, :-1'\1 1i'!1 'txl

[[,--I ",';, ;,-1 ·:!t"

:!~'II II 1·" ;HI ,:!:,:\

11111. :!-t :!--I-II

111"1) Jill I)'X ""'-;

111:,:,1 .... :!'-; ;\ II'] ':!lli

,.:! !I'J :"'1

'11;-' I [I'~ i, I!.:'

'I:'::' I!I -1-<; "'11 1'''1

--I-:! '1,1l

',-+1 [II,; :'1 ::']

:!'--I 'I:,!I

I II ; 'I I ~ I

[11- , ' J:; ~ I 'I:!!I '11!1 111" '1111

:""

:,~" I

__ II ~ I'

I,:, ",:t

I I'I! ,~;~

:'1 i.; _j-;j .,(»

"I :!'II ·,,1,

:!;,!12', II', 1111· ...

:!"!I '11:;1

[:,,, ,.:! '1 I:!:.

P"; :'t; .:._I. I I .... '11]:.

,'11 :'1 I.'.

J'; 11:, lUI

Tabelle U,

ZIIr Anwendung dar SlJogentbllilullg,

:1 s-u li'l t-o

1(11 :.·7

roe- 4-l-

IHI iI:-j

11·--1- I J!{)

11'" ! 0·7

ij-iI 17 11;'

i I~:;

"""::, ~.-..::~. ~ n:::':-::-;::,: .. ~:,'"

-T ...... ol.

III() 4X!I';)

101 ,j)olII'7

1112 41<--I-'u

Wei "'''1':1

1O-t .I1S':1

IlXl 47,)'7

IIJII ,'472'\1

::~! f ~~~::\ ~~~ I ~:;i:;;

111' 4;;H-7

lIt 4.,,-,)01

11:'1 4i.2'\1

114 4;',o'U

l la H,'I

lit; 44H

1[7 4-4-1'1

11,'1 43x-1

IW 4;-1:"0

I:M 4:12'11

Itl 42x!l

12:t 4~;'!'s

12:\ --I::'l!'7

lt4 4-1l1'1;

12,'1 411j--l

I:!(l 41ei':!

j:!j 4W·t!

l~x 41~)'X

J:f.1 411,+"

J30 41f}:!

1::11 3:llj·g

1:12 3lJ;j':,

I;W 3tlO'2

IJ--I- .'!xU'joI

1:1:1 :1,,3':1

I::', J,lI'!1

W7 a;li·a

1.'11< 37::'x

l;i\I .'I6!I'3

1411 3lii,',

14[ M:tt!

J4:! "t,M':!

1--1:1 ;1:1--1-'1;

144 3,JlHI

1-1:, :l4i'l

[-1," 3--n';1

14. 3:-1\1'--1

I--I-,~ ::I:l:"t,

I-I ~! 3:\1';,

I:~) 32i':'

1:,1 3:W'4

1:,:: 8W':-l

1:,;\ 111;"1

I~.~ aW'~1

1:,:, 1IIW;'I;

1:,1; :-III:!':1

I:" :!!I, ~

1:,s :!!I:,'--I

1 :,~ I ::',..;,..! I

1, 11 ~,"--I':!

1';1 ::,,\1:,

I',:! ::'".4"

nu :!4i:I'!1

[,,·1 :'4;;,.,1

]Ii:, :'1;1)11

11;1; ~:H'I<

I';, l!--I-!I;,

I'," :!--I---I':!

1 I ;~I 2;/" ,

I,ll ::,::';11

1,1 ::'i,-;\

()':!I"}~ 0·21)1 o-an (l-:'!l-t ()-:.H7 O'~:!1 Ir:!:!4 U :!2~ 1I-:!;11 7·11 u'i3"

IN\ II-t:-II<

:."(; ;','11 U'2-1:!

;HJ :\.,

ii':' i';-;

;j-!I 1'1)

4-t IIi 11'1 --I'K W-;i

ru IJ':!I,\I

11'2 0-:!,4

4·'

,H

iiJ nl"; O:WI

oo x';) L-, 11'1 Ii:!% 81) !I', O-;lOI \14 uu 10-;1 IO~ Il'i

11-, 1)''-;; 1)':;:111

:1 1)'11411<1 j)':I;J:,

\,., 1)-:1--11

~,~ 41·;1--11,

li'lj 11':l:,:! ;,1 ;\':' 1'·'1 (I':! mu

".:! OW:,

!i'x 1)'0 II!

5':1 i)-:1I:, 3X 0,;(20 2';1

\1·:-1 \1,,11 11)"2 111'1; 11'1

11':,

"':1 CI:I:III 7':1 :,'1;

:1'11 H'\I

!i'1 ::"1

1;':1 ()'-1

71l li 11)'1; 7'4 I'!I

.~','1

II J 1lJ I •. :,:~ 1

II'~ I 1 1';,1 ;:\

I'~ (1':,,1;

["~ (l:,\k)

:!:1 ,"1,14

:!I II, "',il\1

;,.:! \1111-1 JI-I;;I:,

:)1; x t 11'1 r "1

,H ;,,7 !I·,iml

--1-';, :\-2 u'li":-;

,-,I! 0-, II-illS

:,.:, ,'I I"':! 11i:!\1

;"\1 7-,; ",;,:!

naar Sederl

29

I 75

( 60)

trapbreedte en vrije hoogte naar duitse norm

30

190

(180 )

Friedrich Rauscher vermeldt in ZlJn boek, "Steinerne Wendeltreppen" dat van de trap in het slot Baden-Baden aIle treden dezelfde aantrede hebben bij van vloer tot vloer afnemende optreden. Het belopen van een dergelijke trap wordt als gunstig ervaren.

Joh's Voetberg komt in zijn boek "de Trappenbouwer" (1905) tot een dergelijke gedachte: voor de maat van de treden zou men als norm 180 mm bij 250 mm kunnen nemen voor een woonhuis. De "schredelengte" neemt men dan aan op 61 cm. Voor openbare gebouwen dient men meer rekening te houden met het uithoudingsvermogen van de bezoekers. Er ZlJn welnlg personen die cen trap van bijvoorbeeld 20 treden zodanig kunnen beklimmen, dat de voet bovenaan de trap nog even gemakkelijk en vlug wordt opgelicht als dat bij de eerste optrede het geval was. Wil men een trap maken die zo gemakkeIijk mogelijk te beklimmen is, dan laat men de optrede naar boven geleidelijk verminderen bij gelijke aantrede. Voorbeeld van een trap, die in het gebruik goed voldoet: beneden optrede 185 mm aantrede 260 mm, boven optrede 165 mm, bij gelijke aantrede.

Het zou van be lang kunnen zijn te onderzoeken of dergelijke trappen met variabele optrede gunstig zijn, voor gehandicapten en ouderen.

De hreedte van de trap en lengte van de trede.

We meten de trapbreedte tussen de leuningen of bij afwezigheid, tussen leuning en de muur.

Als vuistregel houden we aan dat voor gelijktijdig belopen van de trap door 1, 2 of 3 personen, respektievelijk 600, 1200 en 1800 mm nodig is. Deze maten zijn iets aan de krappe kant.

Een breedte-toeslag kan worden gevraagd bij scho1en, van 200 mm per 100 1eerlingen bij een totaa1 van 100-500 leerlingen. V~~r verschillende openbare- en woongebouwen bestaan specifieke eisen, vervat in diverse normbladen en de p1aatselijke versie van de model bouwverordening. Steeds moet men nauwkeurig informeren welke voorschriften ter plaatse gelden, waar nadere eisen gesteld kunnen worden, of waar dispensatie verleend wordt.

De vrije hoogte, vertikaal gemeten boven de klimlijn, dat is de lijn door de voorkanten van de treden, terplaatse van de looplijn gemeten (zie ook hoofdstuk 4), is minimaal 2000 mm, zo mogelijk 2200 mm.

Oak vaar de vrije ruimte, haaks op de klimlijn, bestaan voarschriften, mede in verband met het transport van materiaal via de trap. Hiervoar dient men 1550 mm aan te houden.

31

I ml~lmrrll\\\\\W~· If ~\}~~m 1\ \\llilYIf I

a b Icc

f§1l1HIH II ~m~~~mHil£i ~ ~

trapvormen rechte steektrap varianten

32

4. Traptypen en trapvormen

Zetten we de verschillende trapvormen op een rij, dan zien we het volgende beeld:

a- rechte steektrappen; b- scheve steektrappen;

c- enkel- en dubbel scheluwe trappen; d- trappen met onderkwart;

e- trappen ~et bovenkwart;

f- trappen met onder- en bovenkwart; g- spiltrappen;

h- wro ng t r a ppen ,

De rechte steektrap, de eenvoudigste trapvorrn, heeft als plattegrond een rechthoek. Deze trap beantwoordt goed nan de veiligheidseisen en is volgens sornml.gen de enige veilige trap. De beloopbaarheid is goed over de volle trapbreedte, maar deze trap neemt veel ruimte in beSIRg. Het is op zichzelf een eenvoudige trapvorm, maar in de groepering van rechte steektrappen is veel variatie mogelijk.

Ais voorbeeld de Philharmonic van Scharoun in 8erlijn; rechte steektrappen, g eg r oe pe e r d in paren iets schuin ten opzichte van elkaar geplaatst. Dit geeft een boeiend schouwspel als de hal als foyer in gebrllik is. Bij Horta, de trap zelE

in Hotel Tassel, zien we een weelderige dekoratie, maar ligt er als een gave r.echthoek tussen.

Het is mogelijk nit te gaan van een rechte steektrap en de onderste trede t e vergroten waarbij de voorkant l e ts gedraaid wordt. Dit kan Ben introduktie geven voor een verandering van richting met de mogelijkheid er gezellig op te zitten.

Een kleine richtingverandering bij door bordessen iets te laten geren en maken.

rechte tuintrappen is mogelijk de traparmen zelf recht te

Is de ruimte beperkt, dan wordt een zo efficient mogelijke indeling van de verkeersruimte gemaakt.

Dit dwingt ons andere trappen te maken dan rechte steektrappen. Die andere trappen hebben het nadeel dat ze moeilijker te belopen zijn. Meestal wo~dt bij de~e trapvormen een richtingsverandering ten opzichte van de hoofdrichting van de trap getntroduceerd.

33

sell- en wrongtrappen naar Tieleman van der Horst 1735

v.d, Warp 1921 Voetrberg 1925 naarYverdon 1780 donjon Largoet en Elven

34

Er kan gedacht worden aan een scheve steektrap, dat is, in tegenstelling tot een rechte steektrap, een trap waarbij de onderste respektievelijk de bovenste trede schuin loopt ten opzichte van de looprichting van de trap en de onderste en de bovenste trede-lijnen in een vlak liggen, dit in tegenstelling tot de enkele, respektievelijk dubbel scheluwe trap, waarbij de onderste en de bovenste treden niet in een vlak liggen. Ret voordeel van deze trapvormen is dat men met rechte bomen kan werken doordat de aantreden op de binnenboom gelijk zijn, wat een goed aanzicht geeft en minder hewerkelijk is dan de trappen met onder- of bovenkwart, die voor een goede beloopbaarheid een geleidelijke overgang van aantrede vertonen. Onder "verdrijven van trappen" wordt hier verder op in gegaan. In een representatieve omgeving zijn deze trapvormen minder aan te bevelen. Met veel verkeer en bij gebruik als vluchtweg zijn ze gevaarlijk.

Een kompakte trapvorm is de spiltrap, geplaatst in een vierkante, of in e e n ronde plattegrond. Ben s p l l t r ap kan architektonisch interessante mogelijkheden geven, z e k e r als hij random vrij in de ruimte staat of, zoals bij Zonnestraal van Duiker. Daar staat de spil in de gevel, zodat men afwisselend binnen of buiten de gevel komt.

Spiltrappen zijn als vluehttrappen niet aan te bevelen. Hensen raken bekneld, draaien vast om de spil en vertrappen elkaar.

Bij ceo spiltrap maakt men het belopeo guns tiger door de voorkanttreden niet door het middelpunt van de spil te laten lopen, maar zo mogelijk rakend aan een eirkel, 150 mm buiten de spil.

Ee n \~enteltrap he e f t; in tegenstelling tot de spiltrap een sehroefIlormige binnenboom.

Een "geboorde spil". De trap kan vrij in de ruimte staan of geheel door muren omsloten ZlJn. Voordeel van de wenteltrap, meer nog dan bij de spil- trap, is dat men kan kiezen waar men wi! lopeno Men kiest dus zijn eigen aantrede.

De vertikale verplaatsing van het ene naar meestal gepaard met een horizontale verplaatsing.

het andere niva gaat

Is het eehter in verband met de organisatie van ongeveer vertikaal boven het punt van uitgang bijvoorbeeld een trap met 2 reehte traparmen of teltrap gekozen worden. Een zuiver vertikale lijk met een "co ren t r a p ",

het gebouw gewenst uit te komen, dan kan een spil- of wenverplaatsing is moge-

35

;':'':,1<'''''''

FI~' ;;

/J."",;" .. ,/,."/,,,. ,I .. (" •. ,_"

}'1.,''1'' ,/","'''''"-'·/''·J'''.rf''''''''

F.~ :,

El.- .... h .. " ,h. I",,,,,, JOUr I" r~,,,

torentrap

36

GOt,!l.lH lHI (H~AN{) RStlAt,'nm

J.P.ap-tes uae [H:.p.({J.1'f~Hi.!nrigIM~lc ~11J xvm- sH~(:J¢-; "{GUIth-Hit des c&tampe:;-}.

dubbeJe wenteJtrap

37

--pC .3<" I~ -

Fig. 2

. f' -- '\ = .. ; .. t ": -)-i i

i __ ~

~:\

: .~"""\

I ;·:i'

c---~

~

Fig. 1

Fig.3

trap binnen 1 m2

diagram van Alexander

38

./):

In het diagram van Alexander verdiepingen, verbreed met diepingen doorgaat.

zien we de de omgang

vertikale als de

ruimte over twee trap over meer ver-

De keuze van de trapvorm is sterk afhankelijk van de plaats en de moge Lt jkheden die aanwezig zijn voor de trap als arc.hitektonisc.h middel in een gegeven situatie. Staat het dynamische aspekt van de trap voorop, dan moet men de trap zo situeren dat het "bewegen" op de trap zo goed mogelijk ervaren wordt.

Toegang tot woningen kan worden gemaakt via niet in elkaars verlengde gelegen traparmen met tussenbordes. In verband met hoogtevrees is de voorkeur te geven aan een tussenbordes met aaneengesloten traparmen, naast elkaar gesitueerd, zonder een schalmgat, de open ruirnte tussen traparmen en bordessen.

Een ruimtebesparende trap is de trap binnen 1 m2 (naar Joh's Voetberg), bij een hoogte van 2.29 m. Stootborden staan boven op de treden in een groef.

Variant (fig. 6): onder en boven enige treden telkens in een gebogen boom gewerkt, die met het ene einde in een korte spil is bevestigd, waar t eve ns enige treden in verbonden z i j n (fig. 7 en 8). Vol gens deze konstruktie komen de stootborden niet op de treden te staan, maar op de gewone wijze erachter tegenaan. De stand van de treden ten opzlchte van de looplijn is ook guns tiger dan bij de eerste trap.

De begaanbaarheid.

De lijn waarlangs de trap het beste te belopen is, bij oude trappen te herkennen aan de plaats waar de treden het meest uitgesleten zijn noemen we de looplijn. De lija over de voorkanten van de treden ter plaatse van de looplijn noemt men de klimlijn. }len kiest de looplijn ca. '350 mm binnen de leuning of een aansluitende muur. De looplijn loopt dus In veel gevallen nift over het midden van de trap. Bij een smalle trap van ca. 900 mm 'Hel ongeveer, maar bij een grotere breedte niet. Moeilijk begaanbaar zijn trappen met r:echte treden die abrupt overgaan in een smalle maat.

Ret is mogelijk deze overgang vloeiend te maken door treden te "verdrijven". Als nadeel kan genoemd worden dat de binnenboom dan niet meer recht Ls, doordat de aantrede terplaatse van de binnenboom in breedte varieert. Dit euvel kan worden beperkt, door de var~erende tredebreedten zo dicht mogelijk bij de onder- respektievelijk bovenste trede te houden.

39

fuikmethode

verdrijvingsmethoden

40

kwadraatme!hode

harmonische methode I

Voor het verdrijven van treden, dus het afschrijven van de treden in een vloeiende overgang van normaal naar het minimum, zijn verschillende methoden ontwikkeld. We geven eerst 3 methoden en vergelijken de resultaten. Daarna voIgt de z.g. verdrijving in het oneindige en de methode van verdrijving met de halvecirkelmethode.

Verdrijfmethoden:

verdelen van de treden langs de b l nne nbo om , wa a r b Lj wordt uitgegaan van de normale tredeverdeling op de kli.mlijn. Bij voorkeur moet men een zo recht mogelijke binnenboom maken als vereenvoudiging van een flauw gebogen lijn.

De fuikmethode:

de aantreden op de boom vormen een rekenkundige reeks.

De harmonische methode:

de aantreden op de binnenboom vormen een harmonische reeks met de opvolgende trede gelijk aan de normale treebreedte A.

De kwadraatmethode:

te verdrijven stuk op de boom AB. Het vierkant ABeD onder AB tekenen. 1/8 cirkelboog B, snijdt BD in F. in gelijke delen. Voerstralen door B door de deelpunt en op AF. geven deelpunten op AD cirkelbogen AD2, A2 tm/ AD n+l. Deze raken AB in A. Treden trekken door deelpunten op de klimlijn, rakend aan de cirkels met gelijknamig middelpunt.

Uit vergelijking van deze 3 methoden blijkt dat het beloop van de voorkant van de treden bij de fuikmethode het beste resultaat geeft.

41

42

De methode in het oneindige:

De halve-cirkel methode:

verleng trede n vanaf het snijpunt met trede 1. Uitzetten n-2 x aantrede. Verbind korresponderende punten met punt en op de looplijn. Werk hierbij met weinig treden in een kwart.

aantreden op de looplijn aangeven, voorkant van 2 hele treden verlengen tot punt M. Halve cirkel om H door top van de leuningwrong, resp. top a£geronde treden. Halve cirkel verdelen in aantal te verdrijven treden. Deelpunten haaks op de bomen overbrengen. Snijpunten naar de buitenboom overbrengen. Deze punten met de deelpunten op de looplijn verbinden.

43

44

de boom als uitgangspunt van verschillende trapvormen (paalwoningendorp aan Bodenmeer)

45

'/ J"=--

/)~!; IS

!i~)' j~.'~l

i)i ~I ;~/

i/~/ /I~ I r-:

!~ /' .. ,.~. ~~-l\! ,/ ~ _;>,

L/j~.~ .. -;,l .. r ~ '.,...-1

~~)_~/ e.. 'IOO~," .. ;;'~~~~3

opentrap naar William

klossen kardoezen

. 9 boom

betimmenn

46

De "boom" is een van de meest karakteristieke grondvormen voor verschillende trapvormen en traptypen. Oorspronkelijk was dit een rechte boomstam met een gaffeleind tegen het kantelen, met uitgekeepte treden waar je tegenop kon klimmen. Dit moet wat ongernakkelijk geweest zijn. Daarom werden twee uitgekeepte bornen naast elkaar geplaatst en voorzien van zware treden. Dit noemt men een trap op keepbomen.

Daarna werden bomen met opgetimrnerde klossen gemaakt, waarop de treden werden aangebracht. Ook dit noeillt men een trap op keepbomen.

De klossen werden gekamoufleerd door stootborden, houten delen, staand, achter tegen de treden bevestigd, aan de bovenkant iets rond geschaafd in het midden, zodat de treden daar dragen en de trap na het uitdrogen van het hout niet gaat kraken. Trede en stootbord vormen samen een ligger. Opzij tegen de trede werden bij belangrijke trappen de klossen weggewerkt met kardoezen, drlehoekige stukken die de trede, het stootbord en de rlehting van de boom volgen.

Een stevige houten trap ontstaat door de treden en de stootborden in te krozen, in te laten in zogenaamde nesten in de bomen. De boom blijft hier dus langs de treden van bovenaf zichtbaar. Dit is de meest gangbare trapvorm die we bij renovatie veel tegenkornen. De trap werd in de werkplaats uitgeslagen op een groot houten schot. Vooral als het geen rechte of scheve steektrap betrof, maar cen meer gekompliceerde trapvorm, was dit nodig. De trap werd in zijn geheel gemaakt en in het werk gesteld.

Een open trap nocmt men een trap zonder stootborden. De treden kunnen op, of tussen de bomen worden geplaatst. In het Frans spreekt men van escalier Perroquet en escalier Meunier voor de treden op de boom, respektievelijk tussen de bomen. Een open trap geeft een aantrekkelijk rulmtelijk beeld, maar levert een groot gevaar op voor spelende kl.nderen die er met hun hoofd tussen bekneld kunnen raken of er doorheen vallen. Voor maten en voorschriften zie verder de hoofdstukken leuningen en veiligheid.

47

boom in staal en beton

verkanting

48

plattegronden naar Mylius

Voor het uiterlijk van de trap is het verloop van het z.g. voorhout van belang, dat is de kortste afstand van voorkant trede tot voorkant boom. Bij niet evenwijdige bomen krijgt de bovenkant van de boom een schroefvlak, de z.g. verkanting.

Bij wentel- en spiltrappen wordt aan de schroefvormige van bovenkant boom veel aandacht besteed. Het effekt van wordt daardoor versterkt. Een spiltrap is feitelijk een vertikaal geplaatste boom.

verkanting de spiraal trap Tilet

Voor verschillende trapvormen en traptypen, oak bij trappen uit andere materialen dan hout, spreekt men van een boom. De boom wordt vaak in staal uitgevoerd en de treden van hout. Boom en treden kunnen ook in beton gemaakt worden. Het geb1'uik van kunststof hiervoor is niet algemeen.

Een trapgat is een opening die in de vloer wordt uitgespaard voor het plaatsen van een trap. Bij de bepaling van de afmetingen van het trapgat dient men de vrije doorgangshoogte mee in beschouwing te nemen. De maat die het trapgat langs voorkant-eerste trede voorbijschiet, noemt men de insprong. Bij een trap met een kwart mag in de buitenhoek een afschulning worden gemaakt, omdat anders de treden te breed zouden worden. Een dergelijke afschuining, meestal onder een hoek van 45°, noemt men een lepe hoek. Voor de rechthoekszijden is tlOO mm e e n gebruikelijke maat.

Het trappehuis is de centrale ruimte in een gebouw waar de trap geprojekteerd is. Een trappehuis kan men zien als apart systeem, of de trap is in het totale systeem van een gebouw opgenomen. Voorbeelden van trappen, al dan niet op- genomen in het systeem van een gebouw, vinden we in de s che t s e n van Mylills, "Vestibul und Hofanlagen".

De ruimtewerking bij een open trappehuis is vaak aantrekkelijk, maar brandveiligheid is een van de belangrijkste redenen, een gesloten trappehuis te maken. Trappen worden meestal gekombineerd met liften, waarbij de trap de vluchtweg vormt.

Voor trappehuizen bestaan uitvoerige voorschriften, in hoofdstuk 9 en 10 nader vermeld.

Het trappehuis is een bij uitstek plaatsvast onderdeel van een gebouw. Verplaatsing van het trappehuis bij renovatie is zeer kostbaar. Het licht in cen trappehuis moet bij voorkeur hoog van hoven of van opzij komen. Regelbare ventilatie is nodig, met een voorziening, z6 dat het trappehuis bij brand niet als schoorsteen gaat werken.

49

traptypen

Hofburgtheater Wenen naar Riese

e

saynatsalo Finland dorpshuis Aalto

a. terreintrap b. hoofdtoegang c. toegang woning d. toegang kantoren e. opgang naar de zaal

50

Andere traptypen:

Buitentrappen en terreintrappen.

Dit zijn meestal gemakkelijke trappen. In verband met het onderhoud vraagt de be~indiging van de trede de nodige aandacht.

Bij een buitentrap worden de treden vaak ingeklemd in de muur bij de aansluiting Ran een gebouw. Verschillende oplossingen in het terrein zijn mogelijk in steen of biels.

Bedrijfstrappen.

Deze trappen, meestal steiler dan 45°, z~Jn vlot beloopbaar en hebben korte, vaak niet overlappende treden. Het tree-oppervlak moet stroef z~Jn, bijvoorbeeld met noppen, tranenplaat of roostertreden. Vaak maakt men isolatie aan de onderkant en bekleding met kunststof. De balustrade en knieleuning zijn hier van belang.

Roltrappen

Deze trappen worden voornamelijk gebruikt am een gelijkmatige stroom bezoekers te transporteren en te geleiden langs die plaatsen waar men speciale aandacht voor vraagt. Roltrappen blijven in deze verhandeling verder buiten beschouwing.

51

~- l\ h~

--r-~

:

32

f I
/' ,
. 1 0 \-+
11111 Iii III I- c Q
11111111111 I, ; :.1
....
-- baluster naar Tieleman van de Horst 1735 leuning langs bordes

leuningwrong trappaal

52

~5 I

5. De leuning

Bij het bek1immen van een trap b1ijft het 1ichaam rechtop, in tegenstelling tot een he11ing waar men voorover buigt en tens10tte bij een nog grotere stei1te op handen en voeten 100pt. Op de trap staan de voeten op een horizontaa1 v1ak.

De 1euning is feite1ijk nodig voor gehandicapten, ouderen en kinderen die zich eraan ophijsen en zit dus meesta1 op de verkeerde p1aats, a1s de hoogte van de bovenkant van de 1euning ca. 900 mm is, boven de voorkant van de vertikaal daaronder ge1egen voorkant-trede. De 1euning moet 200 mm 1angs de trap voorbij steken voor het gebruik door gehandicapten en ouderen. Ook 1angs de bordessen dient de 1euning door te lopen. Dit ge1dt voor trappen, zowel als he11ingbanen.

Men spreekt van een muur1euning en een 1euning die dee1 uitmaakt van de balustrade. De leuning aan de kant van de looplijn noemt men de hoofdleuning. Is de vrije breedte groter dan 1200 mm dan is het wenselijk twee leuningen te maken.Bij trappen die door een muur begrensd worden mag een kinder1euning worden gemaakt. De hoogte daarvan dient te liggen tussen 600 en 750 mm. Voor gehandicapten wordt een tweede 1euning aangebracht langs hellingbanen en bordessen.

Een bijzonder type 1euning zagen we op de verkeersroute voor gehandicapten in Gouda, uitgezet door het Ministerie van Verkeer en Haterstaat, in samenwerking met de ANWB. 1angs een brug op deze route is een leuning aangebracht op enke1hoogte, a1s tactyle informatie voor s1echtzienden en blinden.

In bedrijven maakt men een knieleuning. In gevaarlijke situaties, bijvoorbeeld bij een schalmgat van grote diepte, kan een balustrade tne t leuning tot 1500 mm hoogte worden verlangd.

Balustraden dienen veilig te zijn tegen doorvallen van kinderen. Indien de openingen in een balustrade een bol met middellijn van 100 mm niet kunnen doorlaten, dan worden de balustraden geacht, voldoende veiligheid te bieden tegen het doorvallen van kinderen. Bovendien mogen openingen tussen de onderkant van de balustrade en de vloer niet hoger zijn dan 80 mm.

53

54

enkelleuning (tactiele informatie voor bJinden en slechtzienden)

55

baluster Opera Parijs

56

57

I 40 I 41 I

o

.

.

ron d

leuningtypen

58

o

r-.

I L()

'D

>40

40-45

40 I 41 I

A a Ito

40 I 41 I

Dud 0 k

Balusters noemt men de vertikale delen van de balustrade die de leuning dragen.

Naast de simpele staafjesbalustrade zien we a l l.e var:iaties tussen open en gesloten balustraden, naar gelang het gebr:uik en de architektuur dit vragen.

De baluster: wordt meestal op of tegen de treden, of de boom bevestigd. Voor de aansluiting tussen de vertikale baluster en de schuine leuning zijn twee gebruikelijke oplossingen: de vertikale baluster geheel intact laten en bij de aansluiting met de boom en de leuning een schuin vulstuk aanbrengen, of de baluster in z'n geheel schuin maken, van de r:echthoekige hoofdvorm naar een parallellogram.

llij het detailleren van de leuning en daarmee van de gehele balustr:ade moet het knikpunt van de leunlng boven de trap en de leuning boven het bor:des goed geplaatst worden, zodat de indruk gewekt wordt dat de leuninghoogte bij de trap en bij het bordes even hoog is. Een lelijk hor:izontaal leuningstuk wordt dan vermeden, ondanks het voorschrift dat aanleiding geeft de leuningen van tr:ap en bordes niet even hoog te maken. Leuningen dragen in belangrijke mate bij tot het lijnenspel van de trap.

Ret leuningprofiel.

De leuning moet zodanig zijn, dat men zich er stevig aan kan vastgrijpen en er: tegenaan kan Laune n , Voor:al voor ouderen en gehan-dicapten is dat van belang. Als eenvoudigste profiel kent men de ronde stok, van 40 45 mIll diameter, of een meer naar de hand gevormd profiel. De leuning naar ontwerp van Aaito is daarvan een bekend voorbeeld.

Bij het glijden van de hand langs de leuning mag geen hinder worden ondervonden van obstakeis. In dat verband valt de Dudok-leuning op, door plaats en richting van de ondersteuning. De leuning mag niet te scherpe kanten hebben die tot verwonding van de hand en kunnen leiden, en niet te koud of te heet zijn. IJzer moet men bekleden met kunststof.

59

~ =rer12i III III

stootbord naar Geboden Toegang

60

'i'\?'Z.5

'r- _I

t---4 ,. .. _J

... -_-1

stadhuis Gotenburg Asplund 1937

terughouden

naar Loos

stootbord naar Loos

6. Details en materialen

De trap als schaalelement.

Evenals deuren kunnen traptreden als schaalelement worden vooral wanneer de treden afzonderlijk zichtbaar zijn, in ling tot de trap waar de trederi achter de boom verscholen toont zich de boom of de balustrade als een groot verdieping tot verdieping.

beschouwd, tegenstelgaan. Dan geheel van

Begin van de trap.

Bij een trap die begint op cen vlakke hoek, zeker 'lIs het geen open, maar een dit op te lassen door onder de trap een verlagen.

vloer onstaat een donkere dichte trap betreft. Soms is gedeelte van de vloer te

De bloktrede

Deze onderste trede (Duits : ~uftritt) werd vroeger uitgevoerd als stenen bloktrede In verband met het wegrotten van de houten trap bij het schrobben en dweilen van de houten t r ed e , Al.s variant kan men gebruik maken van een houten dektrede'

Groepering van de treden.

De groepering van treden tegen een bordes of stoep voor het totale aspekt. Er kan, aEhankelijk van ruimte, gestreefd worden naar soberheld of illeer architectuur daar aanleiding toe geeft.

is van be lang de beschikbare allure, als de

De weI.

Bij aantreden kleiner dan 240 mm en grater dan oE gelijk aan 210 mm dient een wel, dat is het stuk VAn de trede dat voor het stootbord uitsteckt, van tenminste 20 mm te worden gebruikt. Bij aantreden klelner dan 210 mm en groter of gelijk aan 190 mm dient een weI van tenminste 30 mm te worden gebruikt. Bij aantreden kleiner dan 190 mm client e e n we I van temninste 40 mrn t e worden gebruikt. (Zie MEV) Dit voorschrift gaan we vergelijken met het tredeprofiel voor gehandicapten.

Trede model naar Geboden Toegang.

Het model voor traptreden voor ouderen en gehandicapten.

De begrenzing van de treden moet duidelijk worden aangegeven met een opvallende kleur in verband met slechtzienden. Van belang is ook in dit verband de afstand tot de muur, waar het scheef geplaatste stootborcl begint.

61

62

tredenproliel naar Geboden Toegang Variant in hout naar Behse 1863

, I

I

\

\ \

\

\

\ -,

... ,

...

...

...

\

,

\

\ \ I

r;; -_-:_

I

'- , 1

1 I

I I

,.

--, I

I I

'.. I

\ I

'... I

, I

\ I

\ I

r; -I

I I I

.... - __ - - - - -.t

63

ingang

tredenprofielen

64

a

b

oplegging

c

d

beeindiging

e

Stoeptegels bij de ingang van een gebouw.

Een hinderlijke drempelhoogte moet worden vermeden door de stoeptegels bij de deur een oplegging te geven waardoor ZlJ niet verzakken. Het andere cind van de stoeptegel kan iets zakken. Dit in tegenstelling tot de gebruikelijke oplossing, waarbij de stoeptegels bij de ingang verzakken, waardoor de dorpel te hoog wordt.

Vorm en materiaal.

Het materiaal waarvan de trap gemaakt wordt heeft invloed op de vormgeving en daarmee op de ruimtelijke werking van de trap. Voor enkele materialen bestaan typische tredeprofielen. Het profiel van de trede wordt bij de meeste trappen bepaald door de beweging van de hiel bij het afdalen. Daarbij moet men bedenken dat bij het afdalen de meeste ongelukken gebeuren.

Stenen trappen zijn vermoeiender om te belopen dan houten trappen. Dit komt doordat de veerkracht ontbreekt. Een oplossing is, de aantrede te vergroten en de optrede te verlagen. Daarnaast worden stenen treden geisoleerd met elastische materialen, waarop de slijtvaste deklaag gehecht wordt, zowel voor de beloopbaarheid als voor de isolatie tegen kontaktgeluid. De naad aan de kop van de trede kan men wegwerken met een overslag aan de dektrede.

Om geluidshinder te beperken, is het mogelijk.de trappen aan de onderkant met geluidsabsorberend materiaal te bekleden. De oplegging van de trap kan gemaakt worden van blijvend veerkrachtig materiaal. Isolatie is mede afhankelijk van het gebruik van de trap en de eisen die men er aan stelt: woningbouw, ruimte- of woningscheidend, school, openbaar gebouw, bedrijfsgebouw.

Beeindiging van de trap tegen de muur.

De aansluiting van de trap tegen de muur werd meestal gemaakt volgens de klassieke oplossing met harpstukken. (Duits: Bischofsmlitzen) De bovenkant voIgt de helling van de trap, de onderkant voIgt de treden. Ook kan een plint zigzaggend langs trede en stootband worden aangebracht. In het Picasso-museum in Parijs van architekt Roland Simounet werd een oplossing gekozen, waarbij de treden v66r de muur stoppen

65

66

Picasso museum Parijs

67

=:J 2-3%

---7

68

Buiten- en tuintrappen.

Dit ZlJn gemakkelijke trappen. In verband met het water, geeft men de treden 2-3% afschot. De horizontale voeg tussen de treden mag niet aansluiten op de bovenkant van de trede, maar moet iets hoger liggen in verband met kapot vriezen en aantasting door zure regen.

Renovatie.

Bij renovatie van houten trappen worden eerst de uitgesleten treden gerepareerd met reparatiemortel. De treden worden afgespijkerd met schuingeplaatste stootborden, een oplossing die voor stoklopers en ouderen gunstig is en overeenkomt met de aanbevelingen in - "Geboden Toegang" -. De treden worden bekleed met mUltiplex.

Er wordt gezocht naar een oplossing waarbij het verschil in hoogte van de optreden veroorzaakt door het bekleden met multiplex, niet abrupt wordt ervaren aan begin of eind van de trap.

69

tredeprofiel Dionysos

picnicplaats

70

tribune

zitplaatsen naar J. Dancert 17361

7.. Alternatief gebruik van de trap

De trap heeft van origine een verkeersfunktie, het te voet ontsluiten van vloeren, bordessen of terrassen die op verschillende nivo's gelegen zijn. Bij trappen die terrassen met elkaar verbinden speelt het verblijven een grote rol. Men onderscheidt het gaan met een duidelijk omlijnd doel, en het vertoeven in rust of gestage beweging. Bij het detailleren van een trap zou men anders te werk moeten gaan dan bij het detailleren van verblijfsruimten. Ret boek '"Stadt und Zeichen'" geeft het verschil aan tussen het vluchtige voorbijgaan en het opnemen van de omgeving, in aIle rust.

Alternatief gebruik van trappen vindt men in Parijs, de trappen van de opera in Stockholm, het concertgebouw en het monument op de Dam in Amsterdam. Een andere vorm van alternatief gebruik van de trap 1n- en buiten de woning zien we als kinderen de trap als klimwerktuig gebruiken.

Tribunes kunnen we opvatten als trappen met een duidelijke verblijfsfunktie, hoge treden voor de zitplaatsen en lage treden om de zitplaatsen te bereiken. De treden zijn respektievelijk circa 40 en 20 em hoog. Men kan de trap ook wisselend gebruiken, als tribune en als podium. Als voorbeeld, de aula in het Kunstmuseum van Rollein in Monchen-Gladbach. In dit verband komt het begrip positieve en negatieve trap ter sprake, respektievelijk iets toevoegen dan weI weglaten.

Een sauna is een trapvorm. Naar behoefte kan men op de banken zitten, liggen of klimmen. Trappen op toneel zijn in veel gevallen een voorbeeid van alternatief gebruik.

- de trap als verblijfplaats -

"tussechen-beye ging je zitten op de trap, vreemd vandaar in rust te zijn waar je anders altijd in beweging was, En de treeen bleven achter je naar boven heen, staan, kijk, van vlak achter je, van aan je, begonnen ze en bleven onder je naar beneden heen staan en 1 was of ze je vreemd aankeken, of ze anders ook altijd gingen naar boven en naar beneden toe en nu vreemd onbewegelijk bleven staan. Wie zoii niet wat harder willen zitten als je zoo prettig zat dat het helemaal door je heen tintelde",

cltaat van Deyssel

71

72

Arena Ronda Spanje

73

m

I

Tai-Shan loren van Babel Zigguralh

74

8.. Geschiedenis van de trap

Als we in vogelvlucht de geschiedenis van de trap bekijken op dat de relatie van de trap met de mens - de gemakkelijke baarheid iets is waar pas in de Renaissance aandacht aan ken werd. Het aksent op het representatieve karakter van varieert sterk in diverse perioden.

valt ons beloopgeschonde trap

Waar de trap zlJn oorsprong vindt is niet met zekerheid te zeggen. Op de weg die voert naar de berg Tai-Shan in Shantung in China zijn bijzonder grate granieten treden gevonden.

My then en riten voerden tot een gewijde architektuur met een overwegend symbolisch karakter. Er werd geen verband gelegd met de menselijke schrede.

De trap ontstond waar behoefte kwam , terrassen en vloeren van ve r+ schillende hoogte op een min of meer gemakkelijke manier met elkaar te verbinden. Naarmate er meer in verdiepingen werd gebouwd, werd de behoefte aan trappen grater.

Op veel plaatsen is de trap ontstaan ter vervanging van de vroeger gebruikte ladders. Ais zeer oud zijn de trappen in de Maya-kultuur bekend. De optrede bedroeg daar 480 mm.

Utilitaire trappen werden w;vonden binnen de pylonen van verschillende Egyptische tempels, ca. 2000 v.Chr. Het waren stenen treden die op elkaar droegen, en in de muu r ingeklemd werden.

Daarnaast zijn de representatieve trappen bekend tussen de tempels van Deir el Bahri.

Een typische trapvorm heeft de toren van Babel op 190 m vierkant. Van Assyri~ kennen we de Ziggurat, ge-8e v.ehr., versierd met massieve treden.

Uitgesproken representatief waren de paleistrappen van Persepolis (6e v.ehr.), waar 10 paarden gelijktijdig tegenop gingen. De optrede was 100 mm.

Het paleis van Knossos (1500 v.Chr.) had een grootse statietrap met optrede van 140 mm en aantrede van 450 mm.

Bij de Griekse tempel.s zijn de treden van het stylobaat meestal ongemakkelijk te beklimmen door hun grote hoogte, nlet aangepast aan de menselijke stap. De treden vertoonden een sterke welving. Onderzoekers plaatsten een hoge hoed op het ene einde. Aan het andere einde van de trede was de hoed niet meer te zien. In de Griekse tempels vond men reeds wenteltrappen.

75

trap met drie armen in het Colosseum

naar Durm

hoektrappen

76

~j;~I:~:;,JI!I""":

, ~":L; "\1 I _:=-_'.

! I I. I ,IF':-'

l-91\ l<~~:~:i~~~: r

=- ,I( \:;

~c 1_'~~:S,~ _i L I

Romeinse en tse eeeuwse trap

Bij de Romeinen kwamen veel trappen voor, aan beide zijden in de mUllr gewerkt. In Rome komen indrukwekkende trappen voor, zoals de trappen in het Tabularium (67 treden).

In de middeleeuwen komen in hoofdzaak geringe nivoverschil1en voor, niet meer dan enkele treden. Overwelfde trappen en zogenaamde hoektrappen, circa 300 x 300 mm kwamen v~~r. In die periode werd de trap uitgesproken funktioneel behandeld. Veel voorkomend was de konstruktie van trappen, eenzijdig in de muur ingeklemd en aan de andere kant gedragen in zware bomen met trappalen. Wenteltrappen, volgens voo rbee Ld van de Trojanuszuil in Rome werden in de m i.dde Leeuwen in kerktorens gemaakt, ter vervanging van de daarv66r gebruikte ladders. Henteltrappen werden vaak geheel in de muur gebouwd.

In de Prager Veitsdom (1372) is een bijzonder fraaie wenteltrap. In de Grazer Burg vinden we de eerate dubbele wenteltrap (1500).

In Puy en Velay in Frankrijk staat een kathedraal uit de lle eeuw, die gebouwd is op een heuvel. Een trap geeft een prachtige voorgrond nan de kleurige gevel.

Bij de trap naar de l4e eeuwse kathedraal van Erfurt in Duitsland treft ons de samenhang tussen kerk en trapopgang.

In de Renaissance ontwlkkelde zich het representatieve karakter van de trap, voor woonhllizen en openbare gebouwen.

In de Scala Regia van Bernini in het Vaticaan zien we een trap met versterkt perspektief door verkorting van de kolommen.

Verder hebben de Italiaanse Barok villa's zeer fraaie trappen. Tuintrappen Versailles 1667-1688 van A. Ie N6tre.

In de 1ge eeuw ontwikkelt zich de trappenbouw met gebrllikmaken van staal en beton. Architekt Neumann bouwde byzonder Illooie trappen in deze periode.

In Parijs is de Grand-opera van Charles Garnier (1874) een heroemd voorbeeld. Verder zijn er veel mooie trappen gemaakt in warenhuizen en openbare gebouwen.

In de 20e eeuw held van trappen. worden genoemd. Zeer bekend is de trap in het raadhuis in RHdHvre, bij Kopenhagen van Arne Jacobsen. In deze bijzondere trap werd met kunststof gewerkt.

Hollein legt de trappen in de ruimte tussen het zalenpatroon in het kunstmuseum in '1onchen-Gladbach.

Richard Meier behandelde de nivo's ruimtelijk zeer fraai in het Museum fur Kunsthandwerk in Frankfurt.

zien we in het werk van Aalta een grote veelvormigAls voorbeeld kan het raadhuis in Say na t s a Lo

77

kasteel Chambord Frankrijk

78

79

80

81

t~appehuis tussen voor- en achterhuis, Amsterdam 18e eeuw

82

In relatie tot de gesehiedenis een enkel woord over de Sealalogie. "Sealalogie" is de naam van de wetensehap die zieh bezighoudt met de studie van de eigenaardigheden en de uitstraling van de trap op de omgeving. Alles wat te maken heeft met trappen, maar boven de trappenbouw zelf uitgaat, behoort tot de Sealalogie. Onderwerp van al het s peurwe rk is te de f Ln Le re n als: -de manier waarop hoogteversehillen overwonnen kunnen worden door vaste konstrukties met treden-. "Zonder een trap met de voeten te betreden kan niemand een trap beklimmen. Tussen de menselijke stap en de trede-maten bestaat dan ook een samenhang. Gewoontes en levensomstandigheden bepalen meestal de maten van de trap. Klimsporen op uitgesleten treden vertellen ons iets over de meest gekozen looplijn. De grootst gemeten hoogte voor een optrede bedroeg 500 mm. Mayatrappen kwamen tot 480 rom." Of de Sealalogie ook belangstelling heeft voor hellingbanen, is ons niet bekend.

Opvattingen over de trap:

Vitruvius, ca. 84 v. Chr. Hij gaf maten voor de helling van de trap. Voor hem speelden de goede verhoudingen van de doorsnede van de trede en niet de begaanbaarheid.

Palladio, l508~ 1580. Hij zoeht naa r een trap die gemakkelijk te beklimmen is.

Pionier van de Sealalogie wetensehap was de geleerde en arehitekt Fran~ois Blondel sehreef Cours d'Arehiteeture. Van hem is maat van de trede 2 0 + A = 63 em. Dit komt overeen met twee Franse voeten.

Het oudst bekende boekje speeiaa1 over trappen, "Zum VergnUgen der Reisenden geoffneten Baumeister-Aeademie" uit 1700, Hamburg, van een anonieme sehrijver, wordt gezien a1s het eerste werk, dat speeiaal over trappen gesehreven is. In 1731 komt Hans Vredeman de Vries met

Franse universaal(1617-1686). Hij de formule van de

zijn

boeken,

Arehiteetura Moderne.

Arehitekt Jonas My1ius maakte sehetsen, tite1d: "Treppen, VestibU1 und Hof- Anlagen publieeerde het werk in 1867 in Leipzig.

in een bundel, gein ltalien". Hij

83

84

::a--
I 1 I I I
I II I
III- 14V, 12v

58 mm 1voet=3

studie Palladio

In 1875 verscheen een boek, "Die Architektur der Treppen und Treppenhauser van R. Klette, uit Holzminden. Klette behande1de het hele gebied van de trappenbouw, m~t de geschiedenis. In dit boek zijn een aantal schetsen van Mylius opgenomen.

In 1877 verschijnt het gezaghebbende boekje van de Weense trappenbouwer Josef Seder1 met zijn tabellen fur Palaste en fUr Zinshauser.

Een kolossaa1 standaardwerk van Morre, leraar aan de Polytechnische school in 1884, is een trappenmakersboek dat echter niet thuis hoort in het wetenschapsgebied van de scalalogen.

W~l hoort hier in thuis het boekje met atlas uit 1905, van Joh's Voetberg, direkteur van de Ambachtsschool in Sneek. Voetberg gaat dieper op de algemene aspekten en vooral op het type gebruiker in. Bij het vaststellen van de maten van de trap wordt hierop ingegaan.

Jendrassik pub1iceerde zijn "Bijdrage tot de leer van het gaan (1929-1931), arbeidsfysologisch onderzoek (onderzoek naar het bouwen van gemakkelijke trappen Dortmund/MUnster). Kwarnstrom, Lund. Onderzoek in de 70-er jaren naar het gedrag van mensen op de trap, over transport op trappen en het gevaar voor ongevallen.

In 1983 wordt het "Gesellschaft fUr Treppenforschung" opger i.ch t ,

De Scalalogen rnaakten een studie over Palladio, Enkele aan-

knopingspunten bij het ontwerpen van een trap - .

De trap wordt door Palladio gezien als een architektonisch element dat speciale zorg vraagt: een goede verlichting, voldoende breedte, die is aangepast aan de waardigheid van het huis. Men dient aandacht te hebben voor 3 openingen: de toegangsdeur, de ramen en het trapgat. Trappen bij de Antieken hadden steeds een oneven aantal treden.

Het vaststel1en van minimale en maxima Ie afmetingen voor de treden:

Palladia geeft als maximale optrede 175,2 mm. en minimaal 116.8 mm. Aantrede uit praktische overwegingen verminderd van twee voet = 592,0 mm bij Vitruvius tot 1,5 voet = 525,6 mm. Aanta1 treden 11-13. Bordessen dienden niet aIleen om uit te rusten maar oak om vallende voorwerpen en personen op de vangen.

Men wilde via een praktische weg komen tot een trap die voor mensen goed begaanbaar is en niet aIleen een uiting van schoonheid.

85

~

~

I~

~1/

ladetrap 1735

veiligheid in en om de woning

86

bordes

ill I \ \ \ liT

tactyle informatie I

9. Veiligheid

Naast de voorwaarden voor een gezonde omgeving, de energiebesparing en de duurzaamheid, vormt de veiligheid een hoofdvoorwaarde voor de kwaliteit van de gebouwde omgeving.

80-90% van de ongevallen door vallen, met dodelijke afloop komen voor bij ouderen; twee derde daarvan bij vrouwen boven de 65 jaar. In deze leeftijdsgroep overtreft de mortaliteit door het vallen die door verkeersongevallen. De tweede kwetsbare groep wordt gevormd door kinderen van met name 1 tot 4 jaar.

Het onbewust gebruik maken van afwijkingen in de optrede, is niet Trappen moet men zo situeren, zonder obstakels mogelijk is. Vluchttrappen moet men op een opvallende plaats maken en duidelijk aangeven. Bij voorkeur houdt men konsekwent dezelfde trapmaat aan. Een gunstige helling voor een vluchttrap is 45°. Zijn verschillende hellingen noodzakelijk, dan kan men enkele tussenstappen maken van de ene naar de andere trap. Treden moeten aIle gelijk of met gelijkmatige overgangen aan het begin of aan het eind of over de hele hoogte van de trap verdeeld zijn.

Evenals bij hellingbanen, moet men ook bij trappen aan begin en eind een bordes maken. Minimaal is een bordes van 500 mm aan het begin en aan het eind van elke trap nodig. Treden achter een deur moe ten duidelijk worden aangeven.

De leuningen langs trap en bordessen moet men minstens 200 mm voorbij de trap of het bordes door laten lopeno

Voor en na de trap moet men een tactyle waarschuwing aanbrengen. Voor blinden en slechtzienden kan een extra leuning op enkelhoogte worden aangebracht. Voor de veiligheid is van belang, de openingen tussen de balusters van een balustrade klein te houden en horizontale delen aan de balustrades in verband met het klauteren van kleuters te vermijden. Zie bij - de leuning AIle trappen hebben bij voorkeur aan beide zijden een leuning.

een trap met incidenteel kleine bevordelijk voor de veiligheid. dat een aaneengesloten vluchtweg

Het trapoppervlak moet stroef en goed vlak zijn.

Bedrieglijke schaduwen en verblinding moet men vermijden. De trapgebruiker moet de eigen schaduw niet voor zich hebben tijdens het aEdalen. Lichtautomaten moeten worden aangepast Ban het tempo van ouderen.

De verlichting dient minstens 60 lux te bedragen.

Richtlijnen brandbeveiliging van gebouwen: zie NEN 3081.

87

Gevaarlijk zijn konstruktiefouten aan trappen (zoals geen leuning, te steil, onregelmatige treehoogte, geen stroef oppervlak, onvoldoende verlichting, losse treden, losgeraakte traplopers). Ook het onderhoud, zoals het tijdig vervangen van lampen, is van belang.

Plaats en afmetingen van trappen:

1. De plaats van de trappen dient zodanig te worden bepaald, dat elke deur die van een op een verdieping gelegen gang toegang geeft tot een vertrek of appartement, of maximaal 5 m verwijderd Is van de toegangsdeur tot een trappehuis, of tussen twee trappehuizen is gelegen, die beide door het aEleggen van een aEstand langs de vluchtweg van maximaal 60 m kunnen worden bereikt.

2- De
mag
de
die
de
te hel1ing van een trap, die deel uitmaakt van een v l uch tweg , niet meer dan 45° bedragen. In de k1imlijn gemeten, dient aantrede tenminste 200 mm te bedragen, maar bij een trap van achteren dicht is, dient de breedte van elke trede in klimlijn loodrecht op de voorzljde gemeten tenminste 240 mm

bedragen. De breedte mag nergens kleiner dan 140 mm zijn.

3. De breedte tussen de leuningen van een trap die deel uitmaakt van een vluchtweg, moet tenminste 1,0 m bedragen. Bij voorkeur moet de breedte ongeveer op een van de volgende aEmetingen worden gesteld: 1,0 m , 1,55 m , 2,10 m , 2,65 m, 3,20 rn .

4. Een trap moet aan beide zijden zijn voorzien van een leuning
die bij voorkeur ook langs de bar des sen moet door1open. Bij
een trapbreedte van 2,10 m of 2,65 m dient er een tussen-
leuning te worden aangebracht; bij een breedte van 3,20 In twee
tussen1euningen. Indien de tussenleuningen niet breder zljn
dan 0,15 In kl.lnnen Z~J bij het vas t s t e l.Le n van de traptrede
worden verwaarloosd. 5. De vertikale afstand tussen twee opeenvolgende trapbordessen of vloeren mag niet groter zijn dan 4,5 m.

88

Afmetingen en uitvoeringen.

De wettelijk vereiste breedte van deuropeningen, gangen, trappen en derge1ijke bedraagt ten minste:

- 0,60 m voor 1 tim 25 personen;

- 0,75 m voor 25 tim 100 personen;

- 1,20 m (of 2 x 0,75 m) voor meer dan 100 personen.

Het verdient echter aanbeveling om de breedtemaat van uitgangen die groter dan 0,60 m moeten zijn, zodanig te bepalen dat voor iedere 9 personen en resterend gedeelte van dit aantal ten minste 0,1 m vrije breedte meer beschikbaar is.

Trappen mogen niet steiler zijn dan 4 (vertikaal) op 3 (horizontaal). Ramen langs buitentrappen en -ladders moeten van draadglas zijn voorzien.

Gebruikt men binnentrappen, dan moeten deze voldoende brandwerend zlJn afgescheiden van omringende ruimten. De in dergelijke afscheidingen aanwezige deuren moe ten hrandwerend, zelfslui tend en gemakkelijk te openen zijn.

Om ontvluchting te vergemakkelijken i'3 het naar buiten draaien van deuren gewenst. Dit is verplicht indien hiervan 50 of meer personen gebruik maken.

Materiaal en constructie van trappen.

1.

Trappen en trapbordessen moeten van steen materiaal ziju vervaardlgd, uitgezonderd die van metaal mogen zijn.

Het te belopen oppervlak van de traptreden stroef zijn.

oE van steenachtig trappen buitenshuis,

2.

en bordessen moet

89

Uitgangen en vluchtwegen voor bedrijfsgebouwen.

Algemeen:

Bedrijfsgebouwen moe ten in geval van nood snel kunnen worden verlaten. Bij brand bestaat de mogelijkheid dat de normale uitgang door vuur of rookontwikkeling wordt versperd. In dergelijke gevallen moet een vluchtweg ter beschikking staan, die duidelijk als zodanig moet zijn aangegeven en moet worden vrijgehouden. Bedrijfsgebouwen mogen tijdens de aanwezigheid van personen niet worden afgesloten.

Soorten (nood)uitgangen en vluchtwegen.

Voor fabrieken en werkplaatsen gelden de volgende bepalingen:

Voor bedrijfsruimten op verdiepingen en in kelders is steeds een tweede uitgang noodzakelijk. Beide uitgangen moeten zoveel mogelijk gesitueerd zijn in tegenovergestelde wanden van de ruimte.

Brandtrappen en -ladders.

Brandladders kunnen slechts worden toegestaan, indien een klein aantal personen hiervan gebruik moet maken en zich daaronder geen ouderen of minder validen bevinden. Brandtrappen en -ladders moeten gemakkelijk te bereiken zijn. Het betreden moet op veilige wijze kunnen gebeuren (bijvoorbeeld via een bordes). Een brandtrap moet lopen tot aan het maaiveld. Vandalisme vraagt daarbij de nodige aandacht.

Vluchtwegen vanaf de verdieping.

Indien meer dan 25 personen op de verdieping verblijven, of als het bedrijf brandgevaarlijk is, moet de begane grond buiten langs twee geheel afzonderlijke wegen z~Jn te bereiken (niet aIleen de eventuele aanwezigheid van licht-ontvlambare stoffen bepaalt de brandgevaarlijkheid, ook de ligging en constructie van het bedrijfsgebouw kunnen aanleiding zijn een bedrijf als brandgevaarlijk te kwalificeren). Dit kan worden gerealiseerd bij verblijf op verdiepingen, indien bijvoorbeeld twee trappehuizen of een trappehuis en een brandtrap worden aangebracht. Daar in geval van brand een lift niet mag worden gebruikt, kan deze lift niet als ontsnappingsmogelijkheid worden aangemerkt. In enkele gevallen zal via de belendingen een goed heenkomen kunnen worden gezocht.

90

Rookbestrijding.

1. Ben tot de vluchtweg behorend trappehuis moet door ze1fsluitende deuren Z1Jn afgescheiden van de gangen. De sponning rondom dient 20 mm te bedragen.

2. Een tot de vIuchtweg behorend trappehuis mag niet in open verbinding staan met een onderhuis, souterrain of kelder.

Hen deur die de scheiding vormt tussen een zodanig trappehuis en een onderhuis, moet zeIfsluitend zijn en een brandwerendheid bezitten van tenminste 30 min. t.a.v een brand in de keider of in het onderhuis.

3. In een trappehuis is het wenselijk dat er een zodanige ventilatie aanwezig is, of kan worden teweeggebracht, dat rook die in het trappehuis dringt snel kan worden afgevoerd. Permanente ventilatie-openingen van voldoende capaciteit zijn echter hinderlijk bij het normale gebruik. Het aanbrengen van beweegbare ramen, die in geval van nood van de trapbordessen af kunnen wo r de n geopend, is uit dit o ogpu n t nuttig. Ook een hoog in het trappehuis aangebrachte ventilatie-opening met een opperviak van tenminste 0,1 m2 zal - daar in geval van brand de buitendeur geopend zal zijn - tot de rookhestrljding bijdragen. (Het eveneens aanbrengen van een dergeIijke pe rmanen t e opening onder in het trappehuis zal a f s t u It en op bezwaren van tocht en koude) •

Nadere eisen.

Met nadruk wordt erop gewezen dat de elsen van de Arbeidsinspectie in bepaalde gevaIIen verder kunnen gaan dan die van de brandweer.

Het is dan ook raadzaam om in twijfelgevallen en bij het ontwerpen van grote complexen de Arbeidsinspectie tijdig te raadplegen. Dit is zeker noodzakelijk wanneer met Iicht-ontvlambare of explosieve stoffen wordt gewerkt. In de laatste gevaIIen gaan de elsen veel verder dan hier vermeid.

91

PL. LVII.

trappehuis tussen voor- en achterhuis

18e eeuw

92

10.

Model Bouwverordening

Trap en toegankelijkheid in de model bouwverordening 22e supplement, febr. 1987.

Door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) z~Jn, beginnend in de zeventiger jaren, in overleg met de Neder1andse Vereniging voor Revalidatie, wijzigingen aangebracht, voor mens en met een handicap van bijzondere betekenis, 16'-24.09.1980, in de door haar uitgegeven mode1bouwverordening (MBV).

Een bouwvergunning mag niet worden ver1eend, wanneer het bouwwerk in bouwtechnisch opzicht niet voldoet aan de in de bouwverordening gestelde eisen, de krachtens de bouwverordening door burgemeester en wethouders geste1de 'nadere rege1en' (dat zijn algemeen geldende detai1regelingen, opgenomen in bijlagen bij de bouwverordening) of 'nadere eisen' (dat zijn eisen die in met name genoemde geval1en mogen worden gesteld, wanne e r het bouwplan daar aan1eiding toe geeft). Ook kan in met name in de bOUl,rverordening genoemde geva1len door burgemeester en wethouders vrijstel1ing van bepaalde voorschriften worden verleend. De MBV is een door de VNG uitgegeven model voor een gemeentelijke bouwverordening. Dit model heeft zelf geen rechtskracht, maar in de praktijk passen aIle gemeenten hun gemeentelijke b ouwve ro r de n Lng aan a au de MVB. Geringe afwijki.ngen die in verband met plaatselijke omstandigheden of inzichten gewenst worden geacht, kunnen voorkomen.

De hierboven genoemde bepalingen zijn thans door het overgrote deel van de Neder1andse gemeenten (ca. 96%) in de periode 1975-1982 overgenomen in de eigen bouwverordening. Deze bepalingen dienen derha1ve gevolgd t e (lOrden.

93

Gebouwen die onder de regeling vallen:

De MBV kent een onderscheid in eisen, die aan te bouwen gebouwen moeten worden gesteld en in eisen, die aan bestaande gebouwen moeten worden gesteld. De ontworpen regeling heeft in de eerste plaats betrekking op te bouwen gebouwen. Het zwaartepunt van de regeling het publiek bestemde gebouwen' en opgenomen die be trekking hebben op

heeft be trekking op zogenaamd 'voor daarnaast zijn enkele bepalingen woongebouwen.

De eisen hebben aIleen betrekking op voorzieningen ten bate van gehandicapte bezoekers, niet op voorzieningen voor gehandicapte personeelsleden, werkzaam in die gebouwen.

Uiteraard verdient het ten zeerste aanbeveling om bij nieuwbouw van objecten, onafhankelijk of deze al dan niet onder de regelingen vallen, direct met het (in de toekomst) aanwezig zijn van gehandicapte medewerkers rekening te houden.

Ingevolge lid 2 van artikel 1 van de MBV vallen ook bouwwerken die geen gebouw ZlJn, maar die een overeenkomstige functie hebben als een voor publiek bestemd gebouw, onder de regeling, zoals bijvoorbeeld openlucht-zwembaden, stadions en onbemande spoorwegstations. Veel informatie in de Wenken van toepassing in de toelichting op de MBV.

Artikelen in de MBV die verband houden met voorzieningen handicapten, aangevuld met enkele artikelen over trappen, 38, 65,80, 83, 86, 87, 99,100,101,102,258, 258a, alsmede bijlage J.

t.b.v. gezijn: 1, 268, 307a,

Aanpassing van bestaande gebouwen doet men op grond van artikel 2S van de Woningwet, via een aanschrijving van B en W. (De in betreffende gebouwen voor publiek bestemde ruimten vanaf de openbare weg op veilige wlJze bereikbaar en toegankelijk te maken.) Het stellen van nadere eisen wordt slechts rechtvaardig geacht met betrekking tot voorzieningen waarvoor subsidieregelingen zijn vastgesteld.

Voorts kunnen nadere eisen gesteld worden aan de bereikbaarheid en de toegankelijkheid voor rolstoelgebruikers, voor zover daartoe geldelijke overheidssteun wordt verstrekt (lid 2 van de MBV).

94

Naleving bepalingen van de gemeentelijke bouwverordening.

In principe zou de toegankelijkheid voor gehandicapten thans bij nieuwbouw en belangrijke renovaties gewaarborgd dienen te zlJn in alle gemeenten die de hiervoor genoemde bepalingen hebben overgenomen.

Helaas wordt vaak onvoldoende acht geslagen op deze speciale bepalingen, dan weI wordt de - samenhang - ervan niet onderkend.

E~n obstakel kan zodanig de toegankelijkheid of bruikbaarheid belemmeLen dat daardoor de genomen maatregelen om de toegankelijkheid te waarborgen hun waaLde grotendeels verliezen.

In ondeLstaand beknopt overzieht worden enkele belangLijke voorzieningen aangegeven, waarmee in de algemene woningbouw zo veel mogelijk rekening dient te worden gehouden. Deze "aandaehtspunten" zijn hulpmiddel voor ontwerpers bij nieuwbouw en renovatie. Daarbij wordt de volgende indeling gemaakt:

A. Voorzieningen voor "bezoekbaarheid" van a lLe woningen;

B. Mogelijke voorzieningen die woningen zowel toegankelijk (bezoekbaar) als gemakkelijk "aanpasbaar" make n , vooral met het oog op rolstoelgebruikers.

Met deze vo o r z Le n i.nge n zou bij de bouw van a Ll.e bejaardenwoningen en een gedeelte van aIle typen nieuwbouwwoningen rekening moeten worden gehouden. Hierdoor zouden gehandieapte mensen ook een keuzemogelijkheid kunne n krijgen in de gewenste s oo r t woning: eengezinswoning, flatwoning, en der.gelijke.

Algemene voorzieningen: teL verhoging van de bezoekbaarheid van aIle woningen:

Trottoir inrit-helling 1:10 - 1:6. (prefab) Parkeren dieht bij de woning.

Toegangspad breed 0,9 m-ruimte voor hellingbaan.

Sleehtzienden: konstrasterende kleuren, bij gemeensehappelijke trappen en doorgangen.

Materiaalovergangen voor sleehtzienden en blinden, voor trappen naar boven en naar beneden.

Manoeuvreerruimte in portalen, vrij wandvlak van 0,5 m aan de slotzijde van de deur.

Stenen entLeedorpel met drempelvrije aansluiting aan bestrating. Dorpels maxirnaal 20 rnm hoog, buiten en binnen.

Deur-dagmaat 850 mm.

Bereikbaarhied terras of balkon met brede doorgang en lage drempel.

95

Mogelijke voorzieningen met als uitgangspunt: de rolstoelgebruiker.

Bij bejaardenwoningen ruimte voor berging van (electrische) rolstoel. Korte, brede gang of portaal.

Deurbreedte 850 rom vrije doorgang.

Trapvorm zoveel mogelijk recht, eventuele tredenverdrijving gelijkmatig over de totale lengte van de trap.

Of: de optrede geleidelijk afnemend in hoogte bij het beklimmen van de trap.

Leuningen, waar mogelijk, aan beide zijden van de trap.

Lage glaslijnhoogte, zowel op de begane grond als op de verdieping.

96

De modelbouwverordening:

art. 1:

begripsomschrijvingen

art. 38:

bereikbaarheid van gebouwen (voor rolstoelgebruikers).

Tenminste een der toegangen van een tot bewoning bestemd gebouw, dat krachtens art. 101 van liften moet zijn voorzien, alsmede een der toegangen van een voor publiek bestemd gebouw, moet vanaf de openbare weg voor rolstoelgebruikers bereikbaar zijn.

art. 41:

toegelaten overschrijding van de voorgevellijn

Niet van toe passing is het verbod tot bouwen met overschrijding van de voorgevelrooilijn met betrekking tot:

a. stoepen, stoeptreden, toegangsbruggen en funderingen, voor zover zij de grens van de weg niet overschrijden.

art. 42:

Vrijstelling voor overschrijding van de voorgevelrooilijn

Vrijstelling kan worden verleend van het verbod tot het bouwen met overschrijding van de voorgevelrooilijn met betrekking tot:

c. stoepen, stoeptreden, toegangsbruggen en funderingen, die de grens van de weg overschrijden;

j. kelderingangen en kelderkoekoeken;

art. 47:

Toegelaten overschrijding van de achtergevelrooi1ijn

Niet van toe passing is het verbod tot bouwen met overschrijding van de achtergevelrooi1ijn met betrekking tot:

g. stoepen, trappen, terrassen en hordessen, een en ander voor zover niet hoger dan 1 m boven straatpeil en met geen grotere overschrijding van de achtergevelrooi1ijn dan 1,5 m;

h. funderingen, ke1deringangen en koekoeken;

97

art. 48:

Vrijste11ing voor overschrijding van de achtergevelrooi1ijn

1. Vrijste1ling kan worden ver1eend van het verbod tot bouwen met overschrijding van de achtergeve1rooi1ijn met betrekking tot:

n. ba1kons en veranda's, toegangen van gebouwen, waaronder 1iftschachten, trappehuizen en ga1erijen, brandtrappen, terrassen en stoepen, voor zover niet val1ende onder artikel 47, onder g;

o. bouwwerken, geen gebouwen z Ljude , voor zover niet va1lende onder artike1 47, onder d.

art. 65:

Bereikbaarheid van niet gelijkstraats gelegen ruimten

1. Ramers, keukens, bijkeukens, toiletten, badruimten, porta1en, gangen, dakterrassen en bergplaatsen, waaronder ke1ders, van tot bewoning besternde gebouwen, rnoeten bereikbaar zijn door middel van vaste trappen of hellingbanen, indien de v10eren van die besloten of open ruimten meer dan 0,21 m boven of beneden straatpei1 liggen, dan weI een hoogteverschil van meer dan 0,21 m ten opzichte van elkaar hebben.

Niet van toepassing is deze eis op voor bergingsdoeleinden bestemde binnen woningen gelegen zoiders, mits deze over een beweegbare trap bereikbaar zijn.

3. Voor publiek bestemde ruimten van een voor publiek bestemd gebouw moeten voor ro1stoe1gebruikers bereikbaar zijn.

Niet van toepassing is het bepaa1de in dit lid indien de specifieke bruikbaarheid van het gebouw voar ro1stoe1- gebruikers is verzekerd.

art. 67:

V1uchtwegen

1. Vana£ ruimten die voor het verb1ijf van mensen zljn bestemd, moet een vluchtweg aanwezlg zijn.

98

art. 82:

Begripsomschrijvingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder de aantrede, de loop1ijn, de optrede, de trede, het tredev1ak, de vrlJe breedte en de wel, hetgeen daaronder wordt verstaan in NEN 3509, uitgave 1983.

art. 83:

Aard van de toegang

Woningen en wooneenheden mogen niet toeganke1ijk zlJn vanuit andere woningen of wooneenheden. Zij moeten rechtstreeks vanaf de weg bereikbaar zijn.

art. 90:

Inrichting van vaste trappen trapbordessen en trapporta1en

en

afmetingen

van

1. Een vaste trap die toegang geeft tot een gebouw moet overdekt zijn en zijn voorzien van ges10ten zijwanden.

Niet van toepassing is het bepaalde in voorgaande van dit lid op:

a. trappen aansluitend aan het terrein, die niet meer dan 7 optreden hebben en waarvan de aantrede, gemeten in de loop1ijn, ten minste 0,30 m bedraagt;

b. tuintrappen met geen grotere stijghoogte dan een bouwlaag.

2. Vaste trappen die meer dan twee bouw1agen van tot bewoning bestemde gebouwen verbinden, moeten ter hoogte van de v10er van iedere bouw1aag waarop een toegang tot de trap aanwezig is, onderbroken zijn door een bordes of een portaal. Vaste trappen en traparmen mogen geen grotere ononderbroken stijghoogte hebben dan 2,8 m, indien ze toegang geven tot of ge- 1egen zijn binnen tot bewoning bestemde gebouwen.

99

You're Reading a Free Preview

Download
scribd
/*********** DO NOT ALTER ANYTHING BELOW THIS LINE ! ************/ var s_code=s.t();if(s_code)document.write(s_code)//-->