P. 1
kinderen met dyscalculie rekenen op jou

kinderen met dyscalculie rekenen op jou

5.0

|Views: 10,145|Likes:
Published by Peter Van Gils

More info:

Published by: Peter Van Gils on Jun 29, 2008
Copyright:Attribution Non-commercial

Availability:

Read on Scribd mobile: iPhone, iPad and Android.
download as PDF, TXT or read online from Scribd
See more
See less

02/01/2013

pdf

text

original

Ondertussen kent het kind de tafels van 3 en 4 eigenlijk al (omkering van de tafels geeft
dezelfde uitkomst). Af en toe geeft 3 x 4 problemen. Je kunt dan als hulpmiddel geven
dat 12 = 3 x 4, dus dat deze tafel 4 opeenvolgende cijfers heeft.

Doordat sommige kinderen de hele reeks van hulpmiddelen gebruiken, moet het kind
geregeld verwoorden welk soort hulpmiddel het gebruikt bij welk soort tafel.

Stageopdracht: ‘Kinderen met dyscalculie rekenen op jou’

56

4.2.4

Delen

Delen is net het omgekeerde van de maaltafels. Toch is het niet voor elk kind zo
eenvoudig om het delen af te leiden van de maaltafels.

Introduceer het begrip ‘delen’ en breng het verband aan tussen vermenigvuldigen en
delen: “de maaltafels zijn de vriendjes van de deeltafels”.

Vanuit 3 x 4 = 12 kunnen er twee delingen ontstaan:

verdelingsdeling: “als ik 12 snoepjes eerlijk verdeel over drie kinderen, hoeveel
krijgt elk?” Je vraagt naar het aantal elementen per groep, dus naar het
vermenigvuldigtal.
verhoudingsdeling: “hoeveel keer gaat 4 in 12?” Je vraagt naar het aantal
groepen, dus naar de vermenigvuldiger.

Voor rekenzwakke kinderen is het aan te raden te werken met een vaste strategie33
.

Bijvoorbeeld: 27 : 3

• Laat de leerlingen steeds de opgave verwoorden: zevenentwintig gedeeld door
drie, of je verdeelt 27 in 3 gelijke delen.

• Visualiseer dit eerst aan de hand van concreet materiaal. Je leert vooral het
principe van het verdelen en van het verdelen in gelijke delen:
- je geeft aan ieder een blokje
- je hebt er al drie weggegeven
- je geeft nog eens aan ieder een blokje
- je hebt er al zes weggeven
- zo ga je verder tot alles is weggegeven
- je komt tot het resultaat door te tellen: ieder krijgt er 9, dus 27 : 3 = 9.

• Je stapt tijdig over op een visuele voorstelling: de getallenlijn, of de in je school
gebruikte visuele voorstelling. Je herhaalt, vertrekkend van het werken met het
concreet materiaal:
- je geeft aan ieder een blokje
- je hebt er al drie weggegeven
- we maken dus een eerste sprong van 3
- we maken sprongen van 3, hoeveel sprongen maak je om tot 27 te

komen?
- Je koppelt ze dus aan de tafels van vermenigvuldiging.

zonder materiaal: de leerling leert dat je tot een juist resultaat komt door de
tafel van 3 op te zeggen tot je aan 27 komt. Dus 27 : 3 = 9 9 x 3 = 27

Uiteindelijk dienen de deeltafels geautomatiseerd te worden. Dit verloopt niet voor alle
kinderen van een leien dakje. Sommigen komen zelfs na lang oefenen niet tot
automatiseren. Voor hen moeten dan hulpmiddelen ingeschakeld worden.

Het is belangrijk dat de maaltafels volledig geautomatiseerd zijn voordat met het delen
wordt gestart. Reden hiervoor is dat anders de trucjes van het delen botsen met de
hulpmiddelen van de maaltafels.

Analyseer welke deelsommen problemen geven en richt je daarop!

33

VCLB (2001). Leerlingvolgsyteem. Wiskunde: Analyse en handelen. Volume 1. Antwerpen: Garant.

Stageopdracht: ‘Kinderen met dyscalculie rekenen op jou’

57

You're Reading a Free Preview

Download
scribd
/*********** DO NOT ALTER ANYTHING BELOW THIS LINE ! ************/ var s_code=s.t();if(s_code)document.write(s_code)//-->