Onderzoek naar groepsdynamiek

Samen staan we sterk!

Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Door: Tetske Dammers Van der Helststraat 23 1816 CS Alkmaar E-mail:tetskedammers@gmail.com Studentnummer: 2113856 Begeleider: Nancy Helder Datum: mei 2009 Opleidingstraject: Master SEN, gespecialiseerde leraar te Amsterdam Praktijkwerkstuk in het kader van het Fontys opleidingscentrum voor speciale onderwijszorg Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg Fontys Hogescholen Tilburg

Synopsis
Achtergrond en onderzoeksvraag In mijn klas lijkt het alsof de leerlingen een vast rollenpatroon hebben ontwikkeld waarin de interactie en de gedragingen vast liggen. Ik merk ook dat er leerlingen in mijn klas last hebben van dit vaste patroon. Het lijkt een vicieuze cirkel waar we niet uitkomen. Deze situatie heeft alles te maken met de groepsdynamiek in mijn klas. Mijn klas is constant in beweging, toch lijken er een aantal constante factoren aanwezig te zijn. Heel veel invloed op het groepsproces kan ik niet meer hebben. De groep is al geruime tijd bij elkaar en heeft de eerste drie groepsvormingfasen al doorlopen. De rollen en doelen zijn bepaald. De interactie die hiermee gepaard gaat is duidelijk aanwezig en wordt niet altijd als positief ervaren. Deze situatie heeft geresulteerd in de volgende onderzoeksvraag: Welke invloed heeft het rollenpatroon op de interacties van de leerlingen onderling in mijn klas en hoe kan ik die beïnvloeden? Om deze vraag te beantwoorden heb ik deze vraag in deelvragen verdeeld, zodat ik gerichter onderzoek kan plegen. De deelvragen zijn als volgt: 1. Is mijn klas een neutrale, positieve of negatieve groep? 2. Welke rollen zijn er in mijn klas? En hoe worden die ingevuld door de leerlingen? 3. Hoe verloopt de interactie tussen de leerlingen onderling? 4. Welke interventies kan ik uitvoeren om invloed op het groepsproces te kunnen uitoefenen? Theorie Om als leerkracht meer invloed op deze dynamiek te kunnen uitoefenen, moet ik eerst meer weten over de theorie achter de ontwikkeling van een groep. Ik heb daarvoor de volgende vragen opgesteld: 1. Wat is een groep? Ik sluit mij aan bij de definitie van Hare (1976) Hij stelt dat er bij het ontstaan van een groep altijd sprake moet zijn van interactie. Daarnaast laat een groep naast het kenmerk interactie altijd 4 andere kenmerken zien: (Remmerswaal, 2008) 1. De leden delen één of enkele motieven of doelen, die richting geven aan de groep. 2. De leden ontwikkelen een reeks van normen, die grenzen aangeeft ten aanzien van de relaties tussen de groepsleden en ten aanzien van de groepsactiviteit. 3. Bij langdurende interactie kristalliseert een reeks rollen uit en gaat de nieuwe groep zich onderscheiden van andere groepen. 4. Er ontstaat een netwerk van interpersoonlijke attracties op basis van de sympathieën en antipathieën voor elkaar. 2. Hoe verloopt een groepsproces? Volgens Tuckman (Smith, 2005) doorloopt elke groep vijf fasen, in eigen tempo. De fasen zijn: forming, norming, storming, performing en adjouring. 3. Wat zijn de rollen in een groep? Voor de verdeling van rollen in een groep maken Remmerswaal (2008) en van Engelen (2007) allebei een eigen indeling van rollen in groepen. De indeling volgens van Remmerswaal (Remmerswaal, 2008) : De rollen in een groep zijn onder te verdelen in: 1. Taakrollen: van belang voor het uitvoeren van de groepstaak 2. Groepshandhaving- en groepsvormingsrollen (procesrollen): vooral gericht op het verbeteren van het sociaal-emotionele klimaat in de groep. 3. Disfunctionele rollen: die vooral bestaan uit zelfgericht gedrag, dat ingaat tegen constructieve participatie aan de groep. De indeling volgens Van Engelen (Engelen van, 2007):
2
Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Van Engelen maakt bij de rolverdeling een onderscheid in leidinggevende rollen en overige groepsleden. De leidinggevenden nemen vaak het initiatief, organiseren en bewaken de goede gang van zaken. Bij de overige groepsleden zien we verschillende rollen en taken. Van Engelen stelt dat de rolverdeling anders is ingedeeld bij een positieve groep dan bij een negatieve groep. 4. Hoe vindt de interactie in een groep plaats? Een van de meest bekende en goed toepasbare communicatiemodellen om interacties tussen groepsleden te beschrijven is de “Roos van Leary”. Leary gaat uit van de veronderstelling dat de reactie van iemand bepaald wordt door de daaraan voorafgaande opstelling, opmerking of handeling van de gesprekspartner. Methoden Om antwoord te krijgen op mijn onderzoeksvraag zal ik gebruik maken van kwalitatief onderzoek. Allereerst houd ik een nulmeting, aan het eind van het onderzoek houd ik dezelfde meting. Deze resultaten geven mij informatie over de invloed van de interventies. Voor de metingen maak ik gebruik van de volgende instrumenten: het sociogram, de klassenklimaatschaal, BOTS-vragenlijst, observaties en rolkaarten. Resultaten en uitvoering Uit deze verschillende analysen van de nulmeting kan ik opmerken dat deze klas duidelijk een klas is op weg naar een positieve groep. Er worden een aantal leerlingen naar voren geschoven voor bepaalde rollen, maar de rolverdeling in vooral de leiderschapsrollen zijn niet altijd aanwezig. Dit kan wijzen op een neutrale groep Hieruit is gebleken dat de interventies voornamelijk gericht moeten zijn op: - De ontwikkeling van nieuwe waarden en normen en positieve leiderschapsrollen, gezien de neutrale groep. - Roldoorbrekend gedrag voor individuele leerlingen, gezien de BOTS-vragenlijst. - De rumoerigheid van de klas, gezien de klimaatschaal. Door interventies op deze vlakken uit te voeren, probeer ik de groepsdynamiek positief te beïnvloeden, wel met inachtneming van een externe rol. Uit de resultaten van de eindmeting is gebleken dat er sprake is van een positieve verandering en dus beïnvloeding van de groepsdynamiek. Toch moet ik wel een kanttekening plaatsen. De groep had namelijk al bestaande positieve normen, hier heb ik geen wijzigingen in hoeven aanbrengen. Het “ophalen” van deze normen heeft wel positief gewerkt op de groep. Met mijn interventies heb ik mij alleen maar moeten richten op de interacties tussen de leerlingen en de rollen die in de groep gevormd zijn. Ik heb door het gebruik van deze aanpak de huidige situatie uitgebouwd en versterkt, waardoor de kinderen zich bewust werden welk effect hun gedrag kan hebben.. Het aanleren van de nieuwe vaardigheden, zoals het gebruik van de “Roos van Leary” m.b.t. de invulling van de verschillende rollen, hebben geleid tot de ontwikkeling van een positieve groep. Conclusie Terugkomend op mijn onderzoeksvraag, kan ik concluderen dat ik met mijn onderzoek heb aangetoond dat een leerkracht met een gerichte aanpak de groepsdynamiek positief kan versterken door uit te gaan van bestaande kwaliteiten en het aanleren van nieuwe vaardigheden.

3

Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

wanneer ik klaar ben met mijn studie. Zij hebben heel goed meegewerkt aan dit onderzoek en feedback gegeven op de oefeningen die ik met ze heb uitgevoerd. Mijn vriend Lonee. 4 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Mijn ouders Jan en Ria en zus Djoeke. De leerlingen uit groep 7. Mijn collega‟s die mij de mogelijkheid hebben gegeven dit onderzoek uit te voeren op school en die mij altijd zelfvertrouwen gaven om door te gaan.Erkentelijkheidpagina Dit onderzoek is mede tot stand gekomen met de hulp van een aantal mensen. voor het laten inzien van nieuwe inzichten en het geven van zelfvertrouwen. En voor het opvangen van al mijn emotionele “stressbuien”. . Ook heeft ze zich ingezet om het onderzoek te beoordelen Mijn medestudenten Danne Noë. En voor het doorlezen en het geven van feedback op mijn onderzoek. Mijn studiebegeleider Nancy Helder. Bedankt allemaal! Met jullie hulp. Via deze weg wil ik ze graag bedanken voor hun steun. Ik ben trots op het onderzoek wat ik heb gemaakt. En gelukkig het huishouden op zich heeft genomen. voor de ondersteuning. terwijl hij tussendoor ook nog mijn werk als “critical friend” doorlas. die mij vaak hele dagen niet heeft gezien doordat ik in de studeerkamer zat te werken. En natuurlijk niet te vergeten de eindeloze telefoongesprekken en e-mails om mij te steunen. Al mijn vrienden. die het geduld hebben gehad om alle leuke afspraken met mij een jaar te verplaatsen. feedback en support is het mij gelukt dit onderzoek af te ronden. Natasja Vermeulen en Jetske Kaandorp wil ik bedanken voor het creëren van “ons veilige intervisiegroepje” en het doorlezen van mijn werk als “critical friend”. voor het doorlezen van mijn stukken en mij hierop feedback gaven.

.................1Onderzoeksvraag en deelvragen......... 37  4.............................................. 9 o 2........... 25 o 4.... Blz..................2 Positieve leiderschapsrollen ontwikkelen .............................................. 25 o 4....3 De klimaatschaal ...................................................................................... 25  4........................ 4 Hoofdstuk 1: Inleiding ..................................... ...................4.......................................... Blz...................................... 31  4...................................................... 8 o 2.. Blz.......................2. 38  4............................................. 38 o 4...........................3 Onderzoeksmiddelen .............................5................. Blz........ Blz.............. Blz. Blz.............4 Tot slot .............................2.........5 Observatie ...........3 De interventies......... Blz..................................5 Eindmeting ............... 40  4........................... Blz....... 25  4... 37 o 4............. Blz....................................... Blz............................................................... 45  4..... Blz..................... Blz.................................... 20 Hoofdstuk 3: Het onderzoek ..... 44  4... Blz.............. Blz..............6 Maatschappelijke relevantie ............. Blz............. 51 5 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.... Blz.............................................................................. Blz.4 Rollen in de klas ................................. 44  4.........................2 Plan van aanpak ..6 Tot slot ...........5 Interactie ..........2................................................... Blz.....3 De Roos van Leary ..........................................................................................1 Privacy ........ Blz... 27  4................................... Blz. 33  4...................5.............................................................................................................................................................................. Blz...4..................2 BOTS-vragenlijst ........................ Blz......................3 Het groepsproces .............................Inhoudsopgave Synopsis ........................ 39  4... Blz........... 39  4........................................ Blz..... Blz...... 41 o 4.............. Blz............. Blz..................................................5 Observatie .... 22 o 3........... Blz............................................. Blz.. 42  4.............. 21 o 3........................................... 8 o 2............................................................. 11 o 2.........................3 De klimaatschaal ..... 24 Hoofdstuk 4: Datapresentatie en analyse ....................................... Blz........................................... 15 o 2......................................................2 Nulmeting ..................................... Blz....... 21 o 3......1 Normen stellen.........5.................2... Blz.............................................................. 7 Hoofdstuk 2: De situering .........................................................8 Tot slot ..........2.. 42  4.....................................................2 Kwalitatief onderzoek ............... 18 o 2..............2 BOTS-vragenlijst .............................7 Onderzoeksvraag .......................... Blz....................... Blz......... Blz.......................1 De aandachtspunten ..................4 Rolkaarten .. 19 o 2............................3.......................................1 Het sociogram ...............................................................................2 Een groep .............................5.............3...............4...................................... Blz..............................1 De situering .... 50 o 4.........1 Het sociogram .... 2 Erkentelijkheidspagina ...............4 De uitvoering ................................. 38  4......2....................4 Rolkaarten .......................... 20 o 2............................................................................................................ 21 o 3........6 Algemene analyse ........ Blz..........................................5... Blz........... Blz.....................................

................................... Blz............................ Tabellen sociogram nulmeting ....................................................... 56 o 1................................................................... Rolkaarten .......... 100 o 15.. Blz...................... 84 o 12.. 55 Bijlagen ...................................................... 70 o 6......... Motivatie rollen eindmeting ...4 Terugblik ............. Blz........................... Puntenverdeling klimaatschaal ............................ 116 o 20....... Blz.................. Tabellen sociogram eindmeting ............. 111 o 17................................. Blz........................... 104 o 16... Blz......... 115 o 19...............1 Deelvragen ............... 123 6 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas................................................ Blz.............. Blz. Blz............................................. “Complimenten van een groep” .............................................................. Blz............................ 52 o 5.... Blz... “Letters en cijfers maken” .................................................. Blz......... Nul......... Plattegronden van de klas ............ 59 o 3.......... 57 o 2....................................3 Aanbevelingen ........................ 73 o 7.......................................... Blz....... “Kleurencollage” ................................ Blz....... 52 o 5.... “Wie ben ik”........... 63 o 5......................................................................................................... “Je mag niet meedoen” ........................................ “Introductie Roos van Leary” ................... Handelingsplan “waarschuwingskaartjes” ..... “Groepstekening maken” ............................................. 117 o 21...... 97 o 14......... 79 o 9.... 82 o 11......... Blz... Blz............................................... Blz......................................................................... 54 Literatuurlijst ................... Blz................................... Blz. Tabel Rollen .... 96 o 13....... Blz.......................2 Eindconclusie ............ 80 o 10......... Blz................................................... Blz.................................. 113 o 18.... Klimaatschaal .................................................. Observatieverslag “dorp bouwen” eindmeting ........ Blz............................................ 77 o 8............................................... Blz....... Blz.......... “Situaties uitspelen” ................... Observatieverslag “toren bouwen” nulmeting ...................... Blz........................................................................................................ Blz.................. Motivatie rollen nulmeting ..... 54 o 5....................................................................... Blz...... 61 o 4.............. ...........................................en eindmeting naast elkaar ................................................ 53 o 5.................................Hoofdstuk 5: Eindconclusie .........................

sociaalemotionele vorming en cultuur in de breedste zin van het woord. Ik ken de leerlingen goed en heb in deze tijd een goede band met de leerlingen opgebouwd. In de tijd dat ik werkzaam ben in het onderwijs heeft de “gedragskant” van leerlingen mij het meest geïnteresseerd. Ik vind dat een goed pedagogisch leerklimaat een voorwaarde is. De titel staat voor de meerwaarde van een positieve groepsdynamiek in de klas. en zich samen inzetten voor de ontwikkeling van een positieve groep. heb ik besloten mijn onderziek te relateren aan dit onderwerp te houden. Maar ik merk dat de leerlingen bepaalde gedragingen en interacties laten zien. zodat er een nog beter pedagogisch leerklimaat ontstaat. Al met al is het een bruisende klas die met veel plezier naar school toe gaat. In de onderbouw wordt gewerkt door middel van een kiesbord. ontspannen sfeer. juist doordat ik de leerlingen nu voor het tweede jaar lesgeef. waarin de kinderen elkaars eigenschappen en kwaliteiten accepteren. Omdat ik mij nog verder wil ontwikkelen en bekwamen op dit gebied. gespecialiseerde leraar aan de Fontys hogeschool te Amsterdam. Zowel de kinderen uit de klas als ik houden van een gezellige. Het lijkt alsof we na de zomervakantie gewoon in de sfeer en de omgang met elkaar zijn doorgegaan. In dit onderzoek ga ik op zoek naar de groepsdynamiek in mijn klas en hoe ik die kan beïnvloeden. Dit onderzoek heb ik ontwikkeld in het kader van de opleiding Master SEN. De school werkt volgens het principe MIA onderwijs. die ik vorig jaar ook al heb gehad in groep 6. die niet altijd een positieve uitwerking hebben op het groepsklimaat. De school heeft een leerlingenpopulatie van 200 kinderen en de prognose is dat dit alleen maar toe zal nemen. De titel “Samen staan we sterk!” staat symbool voor het onderzoek dat ik heb uitgevoerd. Ik geef dit schooljaar les aan groep 7. waar de kinderen zelf aangeven wat zij die dag gaan doen. MIA staat voor Meervoudige Intelligentie Adaptief. Deze eerste waarnemingen hebben geleid tot het onderzoek dat voor u ligt. . wat weer gevolgen heeft voor het groepsklimaat. Ik heb dit onderzoek uitgevoerd op de school waar ik werkzaam ben. “samen staan we sterk!”. waardoor leerlingen elkaar niet altijd respecteren en serieus nemen in de reacties. We trachten een zo goed mogelijke verhouding te creëren tussen cognitieve vakken. In de bovenbouw wordt gewerkt met zelfstandig werk taken. Dit is een reguliere school in Bergen. Humor is een belangrijk onderdeel in de dagelijkse omgang met elkaar. 7 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. opdat een kind zich ten volle kan ontwikkelen. Het lijkt soms alsof sommige leerlingen “vastzitten” in een bepaald rollenpatroon. Dit kan zijn uitwerking hebben op de omgang met elkaar. Ik geef hier voor het zesde jaar les en heb altijd in de bovenbouw gewerkt. waar we voor de vakantie waren gebleven.Hoofdstuk 1 Inleiding Voor u ligt mijn onderzoek. Toch valt mij ook iets op aan deze klas.

moet ik eerst meer weten over de theorie achter de ontwikkeling van een groep. Hij pakt de liniaal over en gaat verder met meten. Dit zullen andere leerkrachten herkennen vanuit hun eigen situatie. terwijl ze dezelfde gedragingen vertonen. Dick en Pim staan samen te overleggen wat ze moeten doen. Het groepje stemt hier meteen mee in. Dit is goed te merken in bovenstaande situatie. Kim pakt de bordliniaal om de zwembaden op te meten. Ik merk ook dat er leerlingen in mijn klas last hebben van dit vaste patroon. Ze vinden allebei dat ze het grootste zwembad hebben. Ik heb daarvoor de volgende vragen opgesteld: 1.Hoofdstuk 2 De situering Het is maandagochtend 9. Kim pakt direct een stift om de gegevens die Pim doorgeeft meteen op het bord te schrijven. De situatie die ik hierboven beschreven heb. Ik vraag de leerlingen het probleem voor mij op te lossen. Ik geef deze leerlingen voor het tweede jaar les. het moet anders. Hij voert niets uit en kijkt alleen maar. De andere leerlingen geven daarentegen aan dat ze het gedrag van Ralf niet als prettig ervaren. maar ook negatieve uitwerkingen hebben.1 De situatie Ik geef les aan groep 7. De groep gaat verder met meten als opeens Denise langs komt lopen met het zwembadje als hoed op. zodat ik dit kan vertellen aan mijn vrienden en ze geen ruzie meer hebben. Ik heb deze situaties regelmatig proberen te beïnvloeden. Dit kan positieve. Mijn klas is constant in beweging. Om als leerkracht meer invloed op deze dynamiek te kunnen uitoefenen. toch lijken er een aantal constante factoren aanwezig te zijn. Wat zijn de rollen in een groep? 4. Als Pim hem vraagt het tweede zwembadje te pakken. De groepsleden kijken op en moeten er hartelijk om lachen. Deze situatie heeft alles te maken met de groepsdynamiek in mijn klas. Het valt mij op dat de leerlingen anders op elkaar reageren. terwijl er om „Denise‟. . toch lijkt er niet veel te veranderen. Ralf kijk geïrriteerd en zegt: “wat kinderachtig!” (De namen uit de beschrijving zijn gefingeerd) §2. Het lijkt een vicieuze cirkel waar we niet uitkomen. Iedere klas laat een verschillende groepsdynamiek zien. Dick komt meteen met een voorstel: Hij stelt voor om eerst maar eens de maten van de zwembaden op te meten. „Ralf‟ vindt het niet prettig zoals er op hem gereageerd wordt. Ik geef een rekeninstructie aan de klas. doet hij dit. komt regelmatig voor in mijn klas. Pim komt erbij staan en zegt dat ze het niet goed doet. Wat is een groep? 2. Hoe vindt de interactie in een groep plaats? 8 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. De meeste leerlingen uit deze groep zitten al 7 jaar bij elkaar in de klas. Hoe verloopt een groepsproces? 3. Ralf gaat in het zwembadje zitten en doet net of hij verdrinkt.00 uur. „Ralf‟ maakt een grapje en de leerlingen reageren erg negatief op hem. hartelijk gelachen wordt. Het lijkt alsof de leerlingen een vast rollenpatroon hebben ontwikkeld waarin de interactie en de gedragingen vast liggen. waarvan 16 jongens en 9 meisjes in de leeftijd van 10 á 11 jaar. De andere groepsleden kijken verstoord op en zuchten geërgerd. die bestaat uit 25 leerlingen. Ik vertel de leerlingen over 2 vrienden van mij die ruzie hebben. Laurens staat te kijken naar het groepje. Ik verdeel de klas in groepjes en volg de gebeurtenissen van één groepje. die bijna op hetzelfde ogenblik een grap maakt.

die grenzen aangeeft ten aanzien van de relaties tussen de groepsleden en ten aanzien van de groepsactiviteit. Een groep kan omschreven worden als een verzameling individuen die op een bepaalde manier afhankelijk van elkaar zijn. Er vindt een constante interactie plaats in mijn klas. 47) De definitie van een groep is helder omschreven.§2. Bij langdurende interactie kristalliseert een reeks rollen uit en gaat de nieuwe groep zich onderscheiden van andere groepen. De leerlingen hebben in ieder geval een gezamenlijk doel. namelijk de lesstof volgen. 46. Volgens deze omschrijving is er geen sprake van een groep als er geen interactie plaatsvindt. 2008. 5. (Remmerswaal. dat is toch een groep. 9 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. die richting geven aan de groep. zowel verbaal als nonverbaal. We kunnen pas van een groep spreken als de interacties tussen individuen door rolomschrijving en normen gestructureerd worden. De leden ontwikkelen een reeks van normen. De definities vind ik te summier omschreven. door zich te verenigen. Er ontstaat een netwerk van interpersoonlijke attracties op basis van de sympathieën en antipathieën voor elkaar. 4. Deze wederzijdse beïnvloeding vormt het belangrijkste kenmerk van een groep. Mijn klas. Ik sluit mij aan bij de definitie van Hare (1976) Hij stelt dat er bij het ontstaan van een groep altijd sprake moet zijn van interactie. 4. 3. een bepaalde persoonlijke behoefte tracht te bevredigen. 2. Mijn klas kan ik helemaal herkennen in deze omschrijving. In het boek Groepsdynamica (Johnson & Johnson. 7. Volgens deze definitie is er sprake van een groep als een bepaalde gebeurtenis niet alleen één individu maar ook de andere individuen beïnvloedt. zit allemaal een kern van waarheid. 2006) worden er zeven verschillende definities gegeven. 3. 1. . Individuen vormen alleen een groep als zij door een persoonlijke reden gemotiveerd worden een groep te vormen. pp. Toch ligt het antwoord iets ingewikkelder. Volgens deze definitie kunnen we pas van een groep spreken als de betrokkenen zichzelf als een deel van een groep beschouwen. groep 7 om specifiek te zijn. Een groep kan gedefinieerd worden als een verzameling individuen die. lijkt heel gemakkelijk. 2. 6. Een groep kan omschreven worden als een sociale eenheid die uit twee of meer personen bestaat die zichzelf als lid van een groep beschouwen. De leden delen één of enkele motieven of doelen. In de zeven verschillende definities die de sociologen geven.2 Een groep Wat is een groep? Het beantwoorden van deze vraag. Een groep kan omschreven worden als een verzameling individuen die directe contacten met elkaar onderhouden. Een groep kan gedefinieerd worden als een verzameling individuen waarvan de interacties door een aantal rollen en normen gestructureerd worden. Een groep kan gedefinieerd worden als een verzameling mensen die gezamenlijk een bepaald doel willen bereiken. Daarnaast laat een groep naast het kenmerk interactie volgens van Hare (1976) altijd 4 andere kenmerken zien: 1. Een groep kan omschreven worden als een verzameling individuen die elkaar beïnvloedt.

Ze willen dat hun mening serieus wordt genomen. In een negatief klimaat wordt ook voldaan aan de behoefte zekerheid. Het leren gaat het beste als een leerling zich vooral in de bovenste laag van de piramide bevindt. Samen kunnen leerlingen komen tot creatieve prestaties. De groep biedt zekerheid er zijn vaste normen. Je wilt niet voor gek staan en buitengesloten worden. Er zijn hele duidelijke attracties tussen de leerlingen. Ook het laatste kenmerk is terug te vinden in mijn groep. Als er in voldoende mate is voorzien aan de behoeften uit de eerste drie lagen kan de groep een bijdrage leveren in de behoeften uit de vierde laag.Daarnaast zijn er ook normen en grenzen ontwikkeld. sociale acceptatie en waardering. weliswaar niet allemaal positief. Daarnaast is er zekerheid omdat de rollen vaststaan. Er is wel een duidelijk verschil tussen de normen die zijn opgelegd. maar er zijn ook leerlingen die elkaar niet zo aardig vinden. De rollen die in een groep ontstaan zijn ook bij mijn klas aanwezig. Leerlingen die hier niet aan toe zijn oefenen geen invloed uit binnen de groep en vinden het al geweldig dat ze geaccepteerd worden. Leerlingen kunnen elkaar helpen met bepaalde leerstof. komt de mens toe aan de volgende laag. Bij de tweede laag is ook een rol weggelegd voor leeftijdsgenoten. je bent groepslid. je wilt gerespecteerd en geaccepteerd worden. Het vormen en ontwikkelen van een groep is erg belangrijk in het onderwijs. er zijn leerlingen die duidelijk vrienden zijn. Ook de derde laag wordt vooral door leeftijdsgenoten vervuld. denk aan de schoolregels. Tenslotte is er de behoefte aan zelfrealisatie. In een 10 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Het is als leerkracht belangrijk om te weten dat deze behoeften niet altijd positief worden ingekleurd. Een klas heeft invloed op het vervullen van de behoeften aan veiligheid. en de normen die ze zelf bepaald hebben. Je eigen talenten ontwikkelen en verbreden. Denise is duidelijk geaccepteerd als de grappenmaker. Ze willen gewaardeerd worden. Hierin kan een groep voorzien. Kinderen willen ook invloed uitoefenen binnen een groep. maar de leerlingen weten wel waar ze aan toe zijn. Omdat deze normen veiligheid bieden zijn ze moeilijk te beïnvloeden als de groep eenmaal gevormd is. Als groep sta je sterk. . 2007) vervult een groep behoeften uit de behoeftepiramide van Maslow (1954): Zelfrealisatie Waardering Sociale acceptatie Zekerheid/veiligheid Fysiologische behoeften De behoeftepiramide van Maslow (1954) Pas als er voldaan is aan een laag. In een groep hoor je erbij. In het vervullen van de eerste en tweede laag voorziet voornamelijk het gezin. dit kan bijdragen aan zelfrealisatie. terwijl Ralf dit niet is. Volgens van Engelen (Engelen van. Dit kun je terugzien in de situatiebeschrijving van de rekenles.

§2. (Linge van.negatieve groep is de rolverdeling ook bepaald. Such testing serves to identify the boundaries of both interpersonal and task behaviors. In de definitie en de behoeftepiramiden wordt duidelijk gemaakt wat een groep is. 2006) Lineair model Progressief Toekomst Leren sociale vaardigheden De groep Interpersoonlijk Groep Spiraalmodel Regressief Verleden Genezen persoonlijkheidsintegratie De groep Historisch Contextueel Polariteitenmodel Cyclisch Heden Groeien. Volgens Tuckman doorloopt elke groep vijf fasen. Polariteitenmodel 3. . maar is wel voorspelbaar. in eigen tempo. de andere modellen zijn meer geschikt voor therapeutische doeleinden.3 Het groepsproces Hoe verloopt een groepsproces? Remmerswaal (Remmerswaal. Coincident with testing in the interpersonal realm is the establishment of 11 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Hij heeft dit model ontworpen in 1965 en gereviseerd in 1977. dit heeft geen positieve uitwerking. Hieronder de gereviseerde versie (Engelen van. 2008) spreekt over drie modellen hoe groepen ontstaan: 1. Daarom kies ik ervoor het lineaire model verder uit te werken. In onderstaand figuur zijn de verschillende modellen schematisch weergegeven. 2007) (Gielis. 2008): 1. zodat het veiligheid biedt voor de leerlingen. leren zelfverwezenlijking. Konig. In het lineaire model wordt uitgegaan van de sociaal-emotionele aspecten in relatie tot de taken die uitgevoerd moeten worden. Spiraalmodel 2. Klassen in een school passen binnen deze definitie en zijn dus groepen. Bij het polariteitenmodel gaat men ervan uit dat het groepsproces gebaseerd is op spanningen en conflicten die regelmatig terugkeren. Wat voor soort groep een klas is. Lineaire model Bij het spiraalmodel wordt de groepsvorming voornamelijk bepaald door de ervaringen uit het verleden van de verschillende groepsleden. & Lap. bewustwording Het individu Intrapersoonlijk Individueel en relationeel Groepsvoortgang Tijdsperspectief Groepsdoel door middel van Nadruk op: Observatiebasis Centraal procesaspect Overzicht van de drie besproken modellen voor groepsontwikkeling (Banet 1967) Het lineaire model is het meest gericht op het onderwijs. Hoe dit verloopt. Toch ontstaan deze groepen niet spontaan. De groepen worden samengesteld door de school. Forming “Groups initially concern themselves with orientation accomplished primarily through testing. wordt bepaald door het groepsproces dat zij doorloopt. beantwoord ik in de volgende vraag.

Eerst voorzichtig en aftastend. Ze bekijken wie de andere groepsleden zijn en hoe die zich gedragen. Soms zijn deze leiders zich niet bewust van hun positie. 2. These behaviors serve as resistance to group influence and task requirements and may be labeled as storming. p.dependency relationships with leaders. 4. De leerlingen gedragen zich heel rustig in deze fase. 2005. Norming “Resistance is overcome in the third stage in which in-group feeling and cohesiveness develop. new standards evolve. De hiërarchie in de klas begint geleidelijk zijn vorm aan te nemen. De leerlingen nemen een afwachtende houding aan. De doelen worden bepaald. Afhankelijk van zijn behoeften zal het ene kind zich sterker profileren dan het andere. De klas wordt niet één groep. Storming “The second point in the sequence is characterized by conflict and polarization around interpersonal issues. De rolverdeling wordt in de stormingsfase vastgelegd. De uitkomsten van de stormingsfase kunnen verschillend zijn: 1. Ze vragen zich af wat er van hun verwacht wordt. Er groeit een samenhangende. testing and dependence constitute the group process of formin”. 3. positief samenwerkende groep. Er is neiging naar negatieve normen. 3) In deze fase komt een nieuwe groep bij elkaar. 2.” (Smith. dit kunnen ook meerdere rollen tegelijk zijn. De groep pakt de situatie zoals voor de zomervakantie gemakkelijker op. De leiders van de groep bepalen deze normen. Er ontwikkelen zich twee of drie subgroepen die ieder een eigen groepsproces ingaan. dit doel 12 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. It may be said that orientation. Dit kan zich in deze periode nog sterk afwisselen. de leerlingen gaan op zoek naar erkenning en proberen hun positie in de klas te verwerven. Thus. 2005. Toch wil ieder kind in de groep ruimte om keuzes te maken. soms proberen ze de mening van de meerderheid weer te geven en ook schrijven ze bewust hun eigen ideeën aan de groep voor. Er wordt kennis gemaakt met elkaar en met de leerkracht. Deze outsiders lopen bij een negatieve hoofdgroep het risico de zondebok te worden. intimate. De groep neigt naar positieve waarden en normen. p. De grenzen in de groep worden duidelijk. In the task realm. 3) De normen van de groep worden vastgesteld in de derde fase. dit komt doordat de leerlingen als ze ouder worden de zomervakantie als minder intensief qua mentale en fysieke groei ervaren. 3. Iedere subgroep kan zich hierbij zowel positief als negatief ontwikkelen. 2005. In de bovenbouw duurt de stormingfase heel kort. . Ieder schooljaar doorlopen de leerlingen deze fase. later met meer nadruk. ondanks dat ze elkaar al kennen. vaak is dat doel voor de groep positief. Leerlingen kiezen vaak voor de rol die het beste bij hen past. De klas is verdeeld in een hoofdgroep en enkele outsiders. De klas wordt een negatieve groep waarin concurrentie en machtsstrijd de boventoon voeren. or pre-existing standards. 3) Tijdens de stormingsfase is het heel onrustig in de klas. (Smith. and new roles are adopted. p. with concomitant emotional responding in the task sphere. Dit leidt vaak tot conflicten. maar “van binnen” is het heel onrustig en ongemakkelijk voor de leerlingen. Het opnieuw verkennen van een bestaande groep is dan minder nodig. other group members. we have the stage of norming” (Smith. personal opinions are expressed.

Als de groep uit de vorige fasen als een positieve groep is gekomen. Als de relatie met de leerkracht ook positief is heerst er een prettig leef. zowel positief als negatief zijn af te meten aan vijf groepskenmerken die gerelateerd zijn aan het leefklimaat: a. Problemen aanpakken Hoe gaat de groep om met problemen? Deze vijf kenmerken geven veel inzicht hoe de ongeschreven normen worden gehanteerd in de groep. Samenwerken Is er sprake van samenwerking. 2005. conflicten worden snel opgelost en de doelen waaraan gewerkt wordt zijn positief. Er heerst een constante machtstrijd tussen de leerlingen onderling. Structural issues have been resolved. p. Groepsverantwoordelijkheid In hoeverre voelen de groepsleden zich medeverantwoordelijk voor het wel en wee van de groep als geheel? b.hoeft niet altijd positief te zijn voor de leerkracht. Deze normen. and group energy is channeled into the task.Adjouring “ Adjourning involves dissolution. als het doel gezelligheid is.: 88). hij duurt bijna het gehele schooljaar. Een negatieve groep daarentegen is veel minder bezig met het leerklimaat. The process can be stressful .particularly where the dissolution is unplanned (ibid. Performing is de langstdurende fase. This stage can be labeled as performing.” (Smith. and structure can now become supportive of task performance. . Denk aan gezellig door de les heen praten.” (Smith. 3) In de uitvoerende fase worden de doelen die in de eerdere fasen zijn vastgesteld nagestreefd. dan werken de leerlingen goed samen. It entails the termination of roles. Vanaf nu staan de normen van de groep vast en zijn de groepsnormen nauwelijks veranderbaar. Naast het doel worden ook de normen en waarden van de groep vastgesteld. waarbij ieders inbreng welkom is? Of wordt het klimaat bepaald door onderlinge concurrentie? d. Wederzijds respect In welke mate geven de groepsleden elkaar de kans om zichzelf te zijn. Besluitvorming Hoe zit het met ieders inbreng als er een beslissing wordt genomen? e. de leerlingen zijn veel minder productief. is dat een positief doel. the completion of tasks and reduction of dependency (Forsyth 1990: 77). 2005. Dit komt omdat de groep meer aandacht moet schenken aan het leefklimaat. maar niet gunstig voor het leerklimaat. kunnen ze verschillende inzichten geven. 5.en leerklimaat waarin de leerlingen productief zijn. Gaat het in volledige harmonie of hebben een aantal leerlingen het voor het zeggen? Als je de vijf kenmerken apart van elkaar bekijkt. Some commentators have described this stage as 'mourning' given the loss that is sometimes felt by former participants. 4. en in hoeverre voelen zij zich gedwongen zich anders te uiten en te gedragen dan ze zijn? c. p. Roles become flexible and functional. 3) 13 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Performing “The group attains the fourth stage in which interpersonal structure becomes the tool of task activities.

d. Bij een positieve groep kunnen er problemen ontstaan tijdens deze fase. Konig.Deze fase treedt op als het einde van de groep in zicht is. In de andere jaren weten de leerlingen dat ze elkaar na de zomervakantie weer zien. De groepsleden tonen respect voor elkaar voor elkaars mening en karakter en zijn bereid naar elkaar te luisteren c. & Lap. begeleiding heel veel invloed uitoefenen op de verschillende fasen. a. e.m. Omdat de groep toch uit elkaar gaat is het niet meer belangrijk om de groep gezellig te houden. Iedere leerling moet zich door de leerkracht geaccepteerd voelen en de leerkracht moet persoonlijke interesse tonen. De leerkracht kan d. De laatste gedraging is de “normvervaging”. Hierdoor wordt de groep minder gezellig en is het afscheid makkelijker. (Gielis. Dan is er een stevig fundament gelegd voor het groepsklimaat dat meestal stand kan houden 14 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Dit betekent dat de leerlingen de positieve sfeer gaan relativeren.v. De leerkracht helpt de leerlingen veilig met elkaar kennis te maken van oppervlakkig naar diepgaand. Alleen in deze fase is het mogelijk een groep tot positieve normen te laten komen. Denk hierbij aan klassenfeesten. De leerlingen organiseren veel activiteiten om het afscheid zoveel mogelijk uit te stellen. Beslissingen die de groep moet nemen komen aan zoveel mogelijk wensen van groepsleden tegemoet. De groep kan gaan “vitten”. In dit geval bepaalt de groep vaak de uitkomst. Deze begeleiding is gericht op een positief groepsklimaat wat kan leiden tot de aanvaarding van groepsregels die feitelijk de vijf groepskenmerken positief invullen en die samen garant staan voor een positief groepsklimaat. De groepsleden voelen zich medeverantwoordelijk voor het functioneren van de eigen groep b. Bij een negatieve groep wordt deze fase als bevrijdend gezien. Deze fase treedt op de basisschool alleen op de voorgrond aan het eind van groep 8. 2007) Door de begeleiding hebben de leerlingen een sfeer geproefd die berust op positieve normen. Dit kan door een goede begeleiding tijdens de normingfase al zoveel mogelijk voor de stormingsfase plaats te laten vinden. Bovengenoemde fasen zijn beschreven zoals ze verlopen zonder begeleiding van een leerkracht. De leerlingen ervaren de groep als positief en gaan niet graag uit elkaar. De leerlingen vinden het niet erg om afscheid van de groep te nemen. Suggesties hiervoor staan o. . Tegelijkertijd moet de leerkracht anticiperen op de norming. De leerlingen beschermen zichzelf tegen de teleurstelling van het uiteen gaan van de groep. reünies e. Allereerst is het belangrijk om de forming goed te faciliteren. Dit kan hij doen door modelgedrag te vertonen. De groepsleden zijn bereid met elkaar samen te werken d. Problemen worden niet verdoezeld maar besproken Om deze begeleiding goed te faciliteren kun je veel begeleide oefeningen doen. (Engelen van. in “Grip op de groep”. 2008) Fase 1&2: Bij de start van de groep kan begeleiding doorslaggevend zijn.a. Een ander verschijnsel is het “klitten”. situaties te scheppen waarin normen tot stand komen en positieve normen laten ervaren en de leerlingen hiervan bewust maken. De leerlingen houden zich niet meer aan de groepsregels en gaan minder respectvol met elkaar om. Ten slotte biedt hij veiligheid. Dit kan leiden tot drie verschillende gedragingen.

omdat Remmerswaal een heel uitgebreide indeling geeft en Van Engelen zijn rolverdeling alleen toegespitst heeft op een groep in de basisschool.m. Dit is het verwachtingpatroon dat in deze groep aan jou gekoppeld raakt en het is te omschrijven als je rol. Fase 3: In deze fase is de taak van de leerkracht de leerlingen te helpen herinneren aan hun eigen groepsregels die zij eerder zelf bedacht en opgesteld hebben. de groepsgeschiedenis laten herleven. „Denise‟ is duidelijk geaccepteerd als grappenmaker. 83) Voor de verdeling van rollen in een groep maken Remmerswaal (2008) en van Engelen (2007) allebei een eigen indeling van rollen in groepen.Bewust maken van de verschijnselen normvervaging. moet ik eerst meer weten over rollen in de klas.” (Lente van.v. Dit om niet alleen aan de laatste maand te denken . Het is belangrijk dat de leerkracht zich niet teveel bemoeit met de rolverdeling. hierdoor verliest de leerkracht namelijk het vertrouwen van de groep. Om meer inzicht in het rollenpatroon te verkrijgen.Een gedenkteken te laten maken Door de begeleiding tijdens het groepsproces heeft de leerkracht meer invloed op het leer. Er kunnen onderhuids toch factoren spelen die andere normen inbrengen. klitten en vitten als ze aan de orde zijn . 15 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Belangrijk is hierbij dat deze begeleiding begint vanaf de eerste dag na de zomervakantie. Voor mijn onderzoek betekent dit dat ik rekening moet houden met de normen en rollen zoals ze al vastgesteld staan. §2. Fase 5: Wat kan de leerkracht doen om de afsluiting positief te laten verlopen?: . 1997.in de storming. Fase 4: De begeleiding van deze fase doet de leerkracht door samen met de groep regelmatig het groepsklimaat nader te bekijken en te stimuleren. Dit leidt tot de volgende vraag. Ik bespreek beide indelingen. p. de groepsidentiteit te versterken en het bevorderen van onderlinge contacten.Helpen de situatie realistisch onder ogen te zien . Het stimuleren kan d. .Terugblikken. gaat gepaard met “dit kunnen we dus van deze persoon verwachten” en dat gaat men dan ook écht verwachten. Toch zijn niet alle rollen in mijn klas allemaal herkenbaar. De eerste twee fasen kunnen alleen een succes vormen als de leerkracht tijdens deze fasen permanent aanwezig is. en „Dick‟ is de leider van de groep.4 Rollen in de klas Welke rollen zijn er in een klas? “Al datgene wat men van je meemaakt en aan je ontdekt. In de situatieschets van de rekenles herken ik al een rolverdeling. samenwerkingsopdrachten. Belangrijk hierbij is dat alleen de normen die de leerlingen zelf bedenken en/ of eigen maken stand houden.en leefklimaat in de klas. Ik vind deze indeling iets te beperkt.

erkenning zoeken (altijd op zoek naar aandacht). zoeken van meningen(vragen aan anderen wat ze denken/voelen verheldering vragen). problemen anders aanpakken. coördineren (aantonen van verbanden. demonstratief terugtrekken (ongeïnteresseerd of passief gedrag). De taakrollen zijn: initiatief en activiteit (voorspellen van oplossingen. hoe staat het met het groepsdoel?). de groepsactiviteiten en eventuele weerstanden. . sympathie zoeken (klagen en zielig doen om sympathie van andere groepsleden te verkrijgen). analyseren van blokkades). geven van een mening (uitspreken van mening over waardevolheid en niet zo zeer over inhoud). stokpaardjes (alleen voorstellen inbrengen die hun eigen favoriete ideeën ondersteunen). luisterpubliek). spanning verminderen (uitlaat vinden voor overheersende gevoelens bijv. formuleren van de regels en procedures (deze kunnen gebruikt worden voor keuze van het gespreksonderwerp of evalueren van groepsbesluiten. onder woorden brengen van het groepsgevoel(samenvatten wat het gevoel is van de groep. humor. wil de beste in alles zijn). De indeling volgens Van Engelen (Engelen van. verbinden aan eigen ervaringen. Meerdere groepsleden kunnen tegelijkertijd dezelfde rol vervullen. openlijk instemmen). warmte.en groepsvormingsrollen (procesrollen): vooral gericht op het verbeteren van het sociaal-emotionele klimaat in de groep. geven van informatie( bieden van feiten. Alle genoemde rollen zijn allemaal ook leiderschapsfuncties. hoe zal een voorstel uitpakken). blokkeren (voortgang van de groep dwarsbomen). 2008) : De rollen in een groep zijn onder te verdelen in: 1. verheldering geven). nieuwe ideeën. 2007): Van Engelen maakt bij de rolverdeling een onderscheid in leidinggevende rollen en overige groepsleden. uitwerking (verhelderen.v. waardering uitspreken. conclusie trekken). De procesrollen zijn: aanmoedigen (vriendelijk. diagnosticeren (vaststellen van moeilijkheden. deuropener of wegbereider zijn(zorgt ervoor dat iedereen zijn zegje kan doen). Taakrollen: van belang voor het uitvoeren van de groepstaak 2. Disfunctionele rollen: agressief gedrag( eigen status proberen te vergroten door het bekritiseren van anderen vijandige positie innemend).m. de clown uithangen (niet serieus kunnen doen). De leidinggevenden nemen vaak het initiatief. 3. Bij de overige groepsleden zien we verschillende rollen en taken. beschrijven van (onbewuste) reacties). d. suggesties. organiseren en bewaken de goede gang van zaken. zoeken van informatie (verhelderende vragen) . dat ingaat tegen constructieve participatie aan de groep. zelfbelijdenissen (vertelt altijd over eigen ervaringen wat niets te maken heeft met groepsdoel). vertelt de regels als een besluit in contradictie is met de regels). problemen opnieuw definiëren. kalmeren). anders ordenen van materiaal).als procesrollen: evalueren (groepsbesluiten toetsen aan procedures en regels. Groepshandhaving. bemiddelen (harmoniseren. Van 16 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. betekenissen ontwikkelen. dit is verdeeld naar de leiderschapsstijl. Zowel taak. compromissen voorstellen). Disfunctionele rollen: die vooral bestaan uit zelfgericht gedrag. consensus uitproberen (vraagt of er een algemene overeenstemming kan worden bereikt). meningen en voorstellen samenbrengen) samenvatten (samenvatten van inhoud en meningen. rivaliteit (altijd met anderen aan het wedijveren.De indeling volgens van Remmerswaal (Remmerswaal. volgen (meegaan met groepsbesluiten.

Organisator Een organisator regelt alles. Joker De rol van de joker is heel belangrijk. Dit maakt dat de macht van de organisator afhankelijk is van de loyaliteit van de volgers. Volger Volgers voeren de initiatieven van de andere groepsleden trouw uit. Door zijn rol kan hij gevoelens van mededogen van de andere groepsleden oproepen. de sociaal werker komt met compromissen aan wanneer de groep er niet uitkomt. Gezagsdrager Dit is vaak niet de opvallendste persoon in een klas. De positieve groep kent de volgende zeven rollen: Leidinggevenden 1. 7. Als de organisator fouten maakt of wegvalt. maar deze is niet bedreigend. kan de joker met een relativerende opmerking de groep 17 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Een organisator behandelt hierdoor zijn volgers altijd goed. Hij bewaakt de sfeer in de groep en het welzijn van de groepsleden. Binnen de positieve groep kan er onderlinge concurrentie zijn. dan grijpt de gezagsdrager in. hij moet zich houden aan de gevestigde opvattingen binnen de groep. Bij conflicten grijpt de sociaal werker op een positieve wijze in. Appellant De appellant is de laagste in de hiërarchie van de groep. De verschillen tussen de groepsleden worden geaccepteerd. Je kunt de organisator duidelijk herkennen bij samenwerkingsopdrachten. Toch kan deze rol niet ontbreken in een groep. Een gezagsdrager vormt de mening van de groep en bewaakt het groepsdoel. Als er spanningen zijn in de groep. Als een ander groepslid met een voorstel komt dat indruist tegen het groepsdoel. Verkenner Verkenners nemen vaak initiatieven op het moment dat het duidelijk is wat de bedoeling is. via de gezagsdrager wil. 2. mits hij een bijdrage levert aan wat de groep. . nemen de verkenners deze positie over. Hij geeft de directe leiding aan de andere groepsleden. Hoewel het lijkt alsof de joker niet serieus wordt genomen. niet de haantje de voorste of degene met de grote mond. hierdoor zijn de verkenners directe concurrenten van de organisatoren. Hij appelleert aan gevoelens van zorgzaamheid en mededogen. De gezagsdrager kan niet gewoon zijn gang gaan. Ze bevinden zich in de hiërarchie net onder de organisator. van verantwoordelijkheid voor de groep. Hij zorgt voor een grote mate van relativering in de groep. De sociaal werker heeft gezag in de groep. Wat de gezagsdrager zegt of aangeeft wordt echter wel direct opgepakt door de rest van de groep. Overige groepsleden 4. 5. Hij verdeelt taken en bewaakt of ze gedaan worden. De organisator zorgt ervoor dat de hiërarchie binnen de groep in stand wordt gehouden.Engelen stelt dat de rolverdeling anders is ingedeeld bij een positieve groep dan bij een negatieve groep. Dit kan door een mentale of fysieke zwakte of handicap. al is het niet het hoogste gezag. Ze zetten hun gezag in om de sfeer in de groep te bewaken en positief te houden. zorgt de joker er juist voor dat zaken niet te serieus worden en uit de hand lopen. 3. Sociaal werker Diegene die deze rol vervult heeft vooral interesse in mensen en relaties. 6.

er zijn continue aanvallen op zijn positie. Deze groep komt het meest voor in het onderwijs. Daarom moet ook hier de gezagsdrager met kracht zijn gezag doen gelden. dit omdat er nog verschillende doelen aan de orde zijn. Het slachtoffer van de gezamenlijke vijand. Bij een neutrale groep is de rol van gezagsdrager nog wisselend. de aard van de taak of de kenmerken van de groep. Deze rollen ontstaan mede door de interactie van de groepsleden onderling. Zondebok De zondebok is diegene die constant wordt gepest. Konig. Deze aanvallen komen van de intriganten. beantwoord ik in mijn volgende vraag. maar ondergaat de invloed van de eigenschappen van de groepsleden. Overige groepsleden 2. Dictator De dictator geniet geen natuurlijk gezag. intrigeren.5 Interactie Hoe vindt de interactie in groepen plaats? “Communicatie vindt niet in het luchtledige plaats. p. Meeloper De meelopers wanen zich veilig zolang ze maar een intrigant en/of dictator ondersteunen. Ze zijn blij als hun leerkracht hen helpt. Gielis (Gielis. Hij stelt negatieve doelen en probeert daardoor de groep bijeen te houden en zo een soort saamhorigheid te creëren. De rolverdeling in een groep ontstaat in de formingsfase van het groepsproces. & Lap. omkoping). zullen zij niet het slachtoffer worden. 28) 18 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. In een negatieve groep is de hiërarchie erg sterk. pesten. 2008) vult deze onderverdeling nog aan met de neutrale groep. Je kunt een neutrale groep het beste omschrijven als een groep die zijn nog weg zoekt in de hiërarchie en het stellen van doelen. 3. vooral als er conflicten uitbreken. De dictator moet constant op zijn hoede zijn. Rollen in een negatieve groep: Leidinggevenden 1. Zijn positie staat bloot aan concurrentie. Intrigant Zij proberen onder de overige groepsleden (meelopers) voldoende aanhang te verwerven om een leidinggevende positie te verwerven. krijgt vaak voor het hele jaar deze rol toebedeeld.” (Oudenhoven van.laten lachen. 1998. omdat er telkens verwarring heerst over de positie van de groepsleden. De middelen die gebruikt worden zijn negatief (roddelen. . De nadruk ligt op de macht en minder op het vervullen van de verschillende rollen. Hierdoor laat de sociaal werker het er regelmatig “bij zitten”. Zolang dat gebeurt. De neutrale groep wil graag goed doen. De hiërarchie wisselt van week tot week en kan zich daardoor niet vastzetten. Hoe deze interactie verloopt. §2. De leerling die aan het begin van het jaar een grap maakt. Hij creëert een gezamenlijke vijand door leerlingen uit de groep als slachtoffer van zijn negatieve doelen te maken. Hij doorbreekt de regels en de hiërarchie. maar hun saamhorigheid komt niet echt van de grond. 4.

Leary gaat uit van de veronderstelling dat de reactie van iemand bepaald wordt door de daaraan voorafgaande opstelling. Vanaf 2011 wordt er in Nederland “passend onderwijs” ingevoerd. De leerlingen moeten inschatten welke interactie past bij hun rol in een specifieke situatie. . opmerking of handeling van de gesprekspartner. dezelfde scholen bezoeken. in heterogene groepen functioneren en het curriculum volgen.” (Franke. samen-gedrag roept samen-gedrag op) op elkaar kunnen reageren. Zie onderstaand figuur: Roos van Leary Deze roos laat zien welk gedragingen elkaar oproepen en hoe gedrag te beïnvloeden is. Leary heeft nog een verdere indeling gemaakt.6 Maatschappelijke relevantie Het belang van kennis van groepsdynamica is duidelijk naar voren gekomen in bovenstaande vragen.gedrag roept onder-gedrag op) en symmetrisch (bijv. De organisatie inclusief scholen geeft de volgende definitie voor inclusief onderwijs: “Inclusief onderwijs betekent. Het communicatiemodel van Leary heeft ook zijn invloed op het ontstaan van rollen. boven. dat alle leerlingen. en de invloed van de groepsdynamiek wordt in de toekomst alleen maar meer van belang. ongeacht hun achtergrond.Een van de meest bekende en goed toepasbare communicatiemodellen om interacties tussen groepsleden te beschrijven is de “Roos van Leary”. Zo zal een gezagsdrager meer gedragingen laten zien uit de boven. De reacties van mensen zijn daarbij in te delen volgens twee tegenovergestelde lijnen (Itasc): .boven en onder voor leiden tegenover ondergeschikt gedrag. 2008) 19 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. dat afgestemd is op hun eigen mogelijkheden. Dit betekent dat een rol met verschillende soorten gedragingen ingevuld kan worden. .samen en tegen voor samenwerkend tegenover tegenwerkend gedrag. Iedere leerkracht heeft er mee te maken. Leary gaat ervan uit dat mensen complementair (bijv. Deze manier van interactie kan ingezet worden bij de verschillende rollen in de groep. §2.samen sector en veel minder gedragingen uit de onder-tegen sector. Deze ontwikkeling is een eerste stap naar “Inclusief onderwijs”. Als een andere leerling dan voornamelijk gedrag laat zien uit de onder-samen sector geeft hij hiermee duidelijk aan dat hij een volger is.

Het begeleiden van het groepsproces neemt dan een steeds grotere rol in. bereidt voor op een samenleving waarin niemand wordt buitengesloten. Deze situatie heeft geresulteerd in de volgende onderzoeksvraag: Welke invloed heeft het rollenpatroon op de interacties van de leerlingen onderling in mijn klas en hoe kan ik die beïnvloeden? §2. De interactie die hiermee gepaard gaat is duidelijk aanwezig en wordt niet altijd als positief ervaren. Heel veel invloed op het groepsproces kan ik niet meer hebben. Tolerantie. . 20 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.Dit betekent dat de diversiteit in de klassen alleen maar toeneemt. wordt op een duidelijke. zo is inmiddels ruimschoots aangetoond. respect voor verschillen en de waarde daarvan. De rollen en doelen zijn bepaald. is er ruimte voor iedereen binnen eenzelfde onderwijs. Als leerlingen geleerd hebben om elkaar in al hun verschillen te accepteren. Leerlingen met een handicap profiteren daarnaast in cognitief en sociaal opzicht van hun omgeving met niet-gehandicapte leerlingen. 2005) §2. Het leren van deze waarden is het belangrijkste voordeel voor leerlingen zonder handicap.” (Visie.8 Tot slot In dit hoofdstuk heb ik duidelijk gemaakt wat groepsdynamica inhoudt en wat het kan betekenen voor het onderwijs. In hoofdstuk drie zal ik nader ingaan op mijn onderzoeksvraag en de onderzoeksmethoden. Stichting Inclusief onderwijs zegt hier het volgende over: “De beste manier om dit in de praktijk te brengen is door de klas open te stellen voor leerlingen met een handicap. verantwoordelijkheid voor elkaar.7 Onderzoeksvraag De informatie uit dit hoofdstuk heeft mijn inzicht in de theorie over groepsdynamiek vergroot. Een school die leert dat in principe niemand wordt buitengesloten. hanteerbare manier in de dagelijkse praktijk gebracht. Dit heeft de interesse naar mijn eigen klassensituatie alleen maar vergroot. De groep is al geruime tijd bij elkaar en heeft de eerste drie fasen al doorlopen.

de onderzoeker is zelf het onderzoeksinstrument. . Het onderzoek is subjectief en betekenisverlening. er wordt weinig gewerkt met gestandaardiseerde instrumenten. 2000. De onderzoeksgegevens worden verkregen door directe waarneming. Welke rollen zijn er in mijn klas? En hoe worden die ingevuld door de leerlingen? 3. Om het onderzoek meer betrouwbaarheid te geven. Goede de. zijn geen op zich zelfstaande onderdelen. Is mijn klas een neutrale. maar zijn gebaseerd op mijn eigen interpretatie. Als zij een andere interpretatie van de resultaten hebben. Kwalitatief onderzoek legt verbanden tussen alle facetten die meespelen bij een probleem. gebeurtenissen en personen te beschrijven en te interpreteren. & Teunissen. neem ik deze mee in mijn datapresentatie en analyse. Hoe verloopt de interactie tussen de leerlingen onderling? 4.Hoofdstuk 3 Het onderzoek In het vorige hoofdstuk is de theorie over groepsdynamica beschreven. Ik ben er terdege van bewust dat de onderzoeksresultaten subjectief zullen zijn. In dit hoofdstuk zal ik beschrijven welke onderzoeksmethoden ik ga gebruiken om mijn onderzoeksvraag te beantwoorden. deze leg ik o. Voor het onderzoek maak ik voornamelijk gebruik van mijn eigen waarneming. Gezamenlijk vormt de informatie een algeheel beeld.1 Onderzoeksvraag en deelvragen Mijn onderzoeksvraag luidt: Welke invloed heeft het rollenpatroon op de interacties van de leerlingen onderling in mijn klas en hoe kan ik die beïnvloeden? Om deze vraag te beantwoorden heb ik deze vraag in deelvragen verdeeld. § 3. In dit onderzoek betekent dit dat ik uitga van de dagelijkse activiteiten die ik met de leerlingen uitvoer. 2000) Het onderzoek vindt plaats in alledaagse situaties. De resultaten zullen gebaseerd zijn op mijn eigen interpretatie en aan de resultaten en situaties zal ik mijn eigen betekenis verlenen. De verschillende gegevens die in mijn onderzoek naar voren komen.2 Kwalitatief onderzoek Om antwoord te krijgen op mijn onderzoeksvraag zal ik gebruik maken van kwalitatief onderzoek. & Teunissen.a. p. Dit vierde kenmerk is erg belangrijk voor de interpretatie van mijn onderzoek. positieve of negatieve groep? 2. 21 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.” (Baarda. de Goede & Teunissen geven de volgende definitie over kwalitatief onderzoek: “Onderzoek waarbij je overwegend gebruik maakt van gegevens van kwalitatieve aard en dat als doel heeft onderzoeksproblemen in of van situaties. zodat ik gerichter onderzoek kan plegen. Goede de. controleren zowel mijn duopartner als mijn LIO-stagiaire mijn onderzoeksgegevens. Baarda. 25) De reden dat ik kies voor kwalitatief onderzoek heeft te maken met de kenmerken van deze vorm: (Baarda. vast in gestandaardiseerde instrumenten. De deelvragen zijn als volgt: 1. Welke interventies kan ik uitvoeren om invloed op het groepsproces te kunnen uitoefenen? § 3.

Er is een integratie van dataverzameling en analyse Tijdens mijn onderzoek is er een samenspel tussen het verzamelen van gegevens en het interpreteren van deze resultaten. de situatie. Een observatieplan opstellen. De leerlingen geven voornamelijk informatie over zichzelf. Deze rol zullen de leerlingen uit de klas innemen. De tweede rol is de sleutelinformant. 22 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. 1995) a. Hij kan als vertegenwoordiger van de groep worden gezien. Afsluiten met nog een sociogram om te kijken of interventies zin hebben gehad.t. Deze resultaten geven mij informatie over de invloed van de interventies. ook vraag ik een enkele keer hun mening over andere leerlingen. In deze situatie zullen de leerlingen zich als informant opstellen. Voor de metingen maak ik gebruik van de volgende instrumenten: Het Sociogram Het sociogram is gebaseerd op de sociometrische methode van J. ook gebruik ik deze theorie op mijn onderzoeksresultaten te verklaren. & Teunissen. Zij zijn op de hoogte van de theorie achter het onderzoek en kennen de klas goed. . Kwalitatief onderzoek wordt op een theorie gebaseerd en/of verklaard vanuit theorie of is gericht op het ontwikkelen van theorie. § 3. Gerichte begeleiding om in de groep positief sociaal gedrag te stimuleren d. Het verschaft meer inzicht in de onderlinge relaties in een groep en de plaats van een kind in de klas. Hij heeft een goed inzicht in de te onderzoeken situatie en geeft hierdoor veel informatie aan de onderzoeker. Mijn LIO-stagiaire en duopartner zullen ten tijde van het onderzoek de rol van sleutelinformant kunnen innemen. onderzoeksmethoden vraag ik naar hun mening.b.v. Allereerst zal ik een nul-meting houden.3 Onderzoeksmiddelen Eerder in dit hoofdstuk heb ik vermeld dat het doen van een nulmeting noodzakelijk is. De deelnemers aan kwalitatief onderzoek kunnen verschillende rollen hebben. Goede de. Alkema en Tjerkstra geven een duidelijke werkwijze aan: (Alkema & Tjerkstra.Ook controleer ik mijn gegevens bij de leerlingen uit de klas d. In het onderzoek dat ik uitvoer baseer ik mij op de theorie zoals beschreven in hoofdstuk 2. De theorieën die ik ontwikkel vanuit dit onderzoek zullen gebaseerd zijn op de onderzoekssituatie zoals hij nu is en zal subjectief kunnen zijn. Het verzamelen van de gegevens en de analyse wisselen elkaar het hele onderzoek af. Dit wordt ook wel een cyclisch-iteratief proces genoemd. Aan het eind van het onderzoek houd ik dezelfde meting. Deze deelnemer geeft informatie over zichzelf m. waardoor de beginsituatie van de groepsdynamiek vastgesteld wordt. de uitkomst blijft subjectief en geeft alleen een beeld van deze klas. Bij voorkeur 2 sociogrammen maken aan het begin b. de respondent. Baarda. (Baarda. Kloppen de gegevens met wat we zien? Bijvoorbeeld: is de leerling ook echt geïsoleerd? c. Na analyse van deze gegevens volgen er interventies en geef ik groepsbegeleiding. Hierdoor kunnen zij mij veel informatie geven over de klas als ik niet aanwezig ben. Deze aanpak sluit subjectiviteit niet uit.L Moreno.m. de Goede & Teunissen spreken over drie rollen. De theorie speelt een grote rol. zodat ik tijdig kan signaleren of de aanpak de juiste is. deze deelnemer geeft informatie over personen of zaken buiten zichzelf. Tijdens deze aanpak is het belangrijk om constant naar de uitwerking van deze interventies te kijken. De laatste rol is voor dit onderzoek voornamelijk van belang. 2000) Allereerst de informant.

met wie werk je graag? en met wie werk je niet graag? De makers beweren het volgende over het sociogram: “Het resultaat is een overzichtelijk beeld van de relaties en interacties in de klas. BOTS analyseert de beheersing van de sociale vaardigheden.leraar . 2006. 2007) staat afgebeeld. Voor het invullen van het sociogram maak ik gebruik van de applicatie op het internet. Rolkaarten Met de voorgaande methodieken kan ik bekijken hoe de rollen zijn verdeeld over de groep. 2006) De klassenklimaatschaal De klassenklimaatschaal is een individuele vragenlijst om meer inzicht te krijgen in het klassenklimaat en de rol van de leerkracht. Een andere keer biedt zich een situatie aan. De geplande observaties neem ik op video.” (Onderwater. ook dan zal ik observeren. 89) BOTS-vragenlijst De BOTS (Boven-Onder-Tegen-Samen) vragenlijst is gerelateerd aan de Roos van Leary. Tijdens het leggen van de kaartjes leggen ze de reden van hun keuzes aan mij uit.affiliatie ( het zich tot elkaar aangetrokken voelen) Jeninga zegt het volgende over de klimaatschaal: “Deze vragenlijst biedt de mogelijkheid de leerlingen zelf aan het woord te laten en als leraar feedback te ontvangen op het eigen handelen.de onderlinge leerlingrelaties . In de bijlage (1) zijn de rolkaarten opgenomen. Soms zijn deze van te voren gepland en gericht op een bepaald onderwerp. (Verstegen & Lodewijks. 2006) In dit programma worden de leerlingen vier vragen gesteld.Ik sluit mij aan bij deze werkwijze. . In deze analyse wordt uitgegaan van een wisselwerking waarbij de kans bestaat dat interactionele cirkels zichzelf in stand houden. waarbij duidelijk het onderwerp van mijn onderzoek naar voren komt. Met behulp van subvragenlijsten wordt een totaaloverzicht in kaart gebracht van de sterkte en zwakte van de verschillende interactionele posities. p. (Onderwater.2 heb ik aangegeven dat ik ook de mening van de leerlingen vraag. om thuis mijn bevindingen te controleren. Met wie speel je graag?. 2006) Observaties De observaties vinden plaats in de alledaagse situaties. Hierdoor kan ik de situatie terugkijken en vergroot dit de betrouwbaarheid van mijn observaties. In paragraaf 3.” (Jeninga. 23 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. In een individueel interview met de leerlingen geven de leerlingen aan welke rol ze bij welke klasgenoot vinden passen. (“blinde vlekken”) Ook is het mogelijk om met deze lijst bepaalde vermoedens die men heeft met betrekking tot gesignaleerde problemen te onderzoeken. De observaties zal ik beschrijven en bijvoegen in de bijlage.de organisatie in de klas . met wie speel je niet graag?.relatie leerlingen. De vragenlijst geeft informatie over de volgende onderwerpen: (Jeninga. waarop per kaart een positieve groepsrol (Engelen van. 2006) . Op basis van de weergegeven patronen kan de leraar of groepsleider de groepsdynamiek beïnvloeden en over langere tijd zien of de invloed heeft gewerkt. Ik heb een kaartensysteem ontwikkeld.

In het volgende hoofdstuk presenteer ik de data en analyseer ik de gegevens. . Ik zal dan ook verder ingaan op de interventies die ik zal plegen.§ 3.4 Tot Slot De onderzoeksmethodologie verschaft mij informatie over de groepsdynamiek van de klas. Naar aanleiding van informatie uit de nulmeting kan ik bepalen welke manier van interventies ik moet toepassen. 24 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Met wie werk je graag? 4. Sociogram spelen MLm 2 1 MBm 2 5 AAm CVm LRm EBm JGm DWj RWj JCm Totaal pos. Totaal neg. In dit hoofdstuk zal ik het onderzoeksproces beschrijven en de data presenteren. 5 4 2 4 4 0 3 4 4 1 3 5 2 3 3 1 3 4 5 0 3 3 5 3 0 2 0 1 13 0 0 0 3 4 3 16 2 2 11 2 0 1 3 0 0 3 25 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. 2006) De leerlingen hebben de vragen op de computer ingevuld. De instrumenten die voor deze meting gebruikt worden. Met wie speel je graag? 2. De eerste twee hoofdletters staan voor initialen van de leerlingen en derde letter staat voor het geslacht van de leerling. Een voorbeeld: PBj kan staan voor Pieter Bakker en is een jongen. Hierdoor kan ik mijn bevindingen staven met objectieve onderzoeksmiddelen. twee hoofdletters en een kleine letter. Met wie werk je niet graag? Uit deze vragen heb ik twee sociogrammen gemaakt met een tweedeling in werken en spelen. In de bijlage (2) is de uitgebreide tabel opgenomen. In onderstaande tabellen zijn alleen de gegevens opgenomen van hoe vaak de kinderen gekozen zijn. Om dit vast te kunnen stellen. De code bestaat uit drie letters.1 Het sociogram Ik ben de nulmeting begonnen met het afnemen van een sociogram. (Onderwater. j voor een jongen en m voor een meisje. Deze meting gebruik ik om achteraf vast te kunnen stellen of de groepsdynamiek is veranderd.1 Privacy Om de privacy van de leerlingen uit mijn klas te kunnen waarborgen.Hoofdstuk 4 Datapresentatie en analyse In het vorige hoofdstuk is beschreven welke methodologie ik ga gebruiken om mijn onderzoeksvraag te beantwoorden. NJm MHj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ AAj MJj OLj EDj RBj YTj JBj . §4. Met wie speel je niet graag? 3.2. neem ik aan het eind van mijn onderzoek weer af. Om deze reden zal de datapresentatie en de analyse als een rode draad door elkaar lopen. zowel positief als negatief. Zij gaven antwoord op de vragen: 1. §4.2 Nulmeting Het doel van mijn onderzoek is om te achterhalen of ik de groepsdynamiek in mijn klas kan beïnvloeden. In mijn onderzoek wisselen onderzoek en analyse zich snel af. §4. maak ik eerst een nulmeting. heb ik de namen van de kinderen veranderd in codes.

Hij is een echte grappenmaker en vindt het lastig om serieus te werken zonder afgeleid te worden. en bij werken maar één keer. 26 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Hij wordt snel boos en kan dan agressief reageren. Zij houden zich niet aan de afspraken en regels in de klas.Sociogram werken MLm 2 1 MBm 2 3 AAm CVm LRm EBm JGm DWj RWj JCm Totaal pos. is een score van vijf aanzienlijk hoger bij de meisjes dan bij de jongens. Ze kunnen goed luisteren naar andere kinderen. LMj. scoort hij veel positiever. dat zichzelf vaak “zielig” vindt. DWj wordt vaak negatief gekozen bij werken. maar dit is om een andere reden. OLj en JGm ook bij de leerlingen die vaker positief gekozen zijn. YTj en RBj vallen voornamelijk op. daarentegen bij werken. Deze score is vijf. terwijl dit vaak niet zo is. Alleen AAj. doordat zij in beide tabellen vaak negatief gekozen worden. Er zijn inderdaad geen duidelijke populaire leerlingen aan te wijzen. maar liefst vijf positieve keuzes. maar is jong in zijn gedragingen. Dit is vrij regelmatig verdeeld. DWj valt niet op in het sociogram spelen. Dit zijn EDj en MJj. In het sociogram spelen zijn geen duidelijke populaire kinderen. RWj. Voor de meisjes is de score naar verhouding hoger dan bij de jongens. EBm en NJm halen een hogere score. vul ik voor de meest opvallende kinderen de BOTS (Verstegen & Lodewijks. Hier is een groot verschil op te merken. Om de waarnemingen uit het sociogram beter in kaart te brengen. wat niet heel hoog is. Bij het sociogram werken zijn wel duidelijk twee leerlingen vaker gekozen dan de andere leerlingen. JCm lijkt te zijn vergeten door de leerlingen tijdens het kiezen. Dit zijn rustige jongens die serieus met hun werk bezig zijn. De interactie naar deze jongens toe is vaak negatief geladen. 3 5 1 8 4 0 2 4 9 5 2 4 1 1 3 0 1 3 3 1 5 3 3 2 0 13 0 1 7 2 0 0 2 4 2 16 4 3 9 3 0 2 1 0 0 0 Na analyse van deze tabellen vallen een aantal punten op. JCm valt op doordat zij in beide tabellen bijna niet gekozen wordt. Er wordt heel gelijkmatig gekozen. NJm MHj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ OLj AAj MJj EDj RBj YTj JBj . Met een score van vijf horen CBj. De score vijf keer negatief gekozen in het sociogram spelen voor MBm is erg hoog in vergelijking met de rest van de meisjes. Als de meisjes groepjes maken. Zij is een wat teruggetrokken meisje. hebben goede ideeën en vinden het niet erg als anderen deze uitvoeren. Een andere opvallende leerling is OLj. Hij wordt maar één keer positief en drie keer negatief gekozen bij spelen. De uitkomst van het sociogram sluit aan bij mijn eigen waarnemingen. Ze wordt door de andere meiden nog wel eens buitengesloten en ze zoekt uit zichzelf ook niet veel contact. maar in het sociogram werken heeft hij dertien negatieve keuzes. 2006)vragenlijst in. Bij spelen heeft er niemand positief voor haar gekozen. omdat de leerlingen voornamelijk voor hun eigen sekse kiezen. Ze wordt daarentegen ook niet vaak negatief gekozen. wordt JCm vaak “vergeten”. Hij is rustig in de klas. RBj en YTj zijn vaak “storend” aanwezig. LMj wordt ook vaak negatief gekozen. Aangezien er in de klas meer jongens dan meisjes zijn. Totaal neg. Een aantal leerlingen vallen zowel bij spelen als bij werken duidelijk op. Hij heeft vaak het idee dat anderen “het op hem gemunt hebben”. EDj en MJj krijgen veel positieve keuzes bij het werken.

omdat hij vaak erg aanwezig is. alleen de handeling past niet bij de intentie. maar neemt juist initiatieven. Dit is juist een grote tegenstelling. Ook trekt hij zich niet vaak terug. die duidelijk aanwezig is bij deze jongen.2. onder de grafiek maak ik een korte analyse van de meest opvallende excessen en tekorten. Hij laat daarentegen een tekort zien op onder vlak. vooral de meisjes en ze reageren vaak geïrriteerd op hem. De andere leerlingen reageren voornamelijk neutraal op deze tekorten. Ze vergeten hem niet. maar irriteren zich wel aan hem.§ 4. 27 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Daarentegen laat hij een waarschijnlijk exces zien in het zorgen voor anderen. Hij protesteert en strijdt vaak. In samenwerkingsopdrachten vinden ze het niet erg als RBj de leiding neemt. Hieronder zijn de grafieken opgenomen. Ze zoeken niet het aangename contact op van RBj. Veel kinderen zijn bang voor hem. Hij volgt niet vaak en trekt zich ook niet zo snel terug. Dit zorgt ervoor dat andere leerlingen het RBj moeilijk maken om voor anderen te zorgen. . Daarom heb ik alleen de BOTS vragenlijst kind-andere kinderen ingevuld. De meeste leerlingen zijn niet bang voor hem. Hij bedoelt het vaak goed. maar ze kunnen hem wel eens negeren. RBj laat een duidelijk tekort zien in het onder vlak. maar bepaalt zijn eigen weg. Hij vindt het moeilijk om af te wachten en reageert vaak meteen.2 BOTS-vragenlijst Dit onderzoek richt zich voornamelijk op de interacties tussen de leerlingen. RBj RBj laat excessen zien in het boven-tegen vlak. Hij volg niet vaak. Hij strijdt veel en wil ook graag winnen. YTj YTj laat een duidelijke exces zien op het vlak tegen. Toch reageren de leerlingen op dit gedrag vrij neutraal.

LMj laat tekorten zien op het samen vlak. de andere keer vinden ze het zielig voor haar. JCm laat tekort actief zien dat ze voor andere zorgt. Ze voelt zich als dat gebeurt vaak alleen staan en protesteert dan in non-verbale communicatie. Ze trekt zich vaak terug van de groep en plaatst zichzelf vaak buiten de groep. protesteert veel als het niet gaat zoals hij wil en hij kan niet tegen zijn verlies. Dit zorgt ervoor dat andere leerlingen soms bang voor hem zijn.LMj LMj laat duidelijk excessen zien op het tegen vlak. . Ze laat duidelijk met haar houding weten dat ze iets niet prettig vindt. Hij kan agressief reageren. Andere kinderen reageren geïrriteerd op hem. Ze vindt het wel moeilijk om te volgen. Ze neemt zelf geen initiatieven richting de groep en wacht tot andere leerlingen naar haar toekomen. Ze heeft duidelijk haar voorkeuren in de groep en laat dit aan de andere leerlingen merken. Hij vindt het lastig om met conflicten om te gaan. maar meestal laten ze hem juist met rust. De andere leerlingen vinden dit gedrag soms irritant. De andere leerlingen gaan er niet vanuit dat LMj snel zal instemmen. Ze heeft wel haar eigen ideeën. hij is wat rigide hierin. maar blijft hier vaak wel in hangen. waardoor LMj denkt dat iedereen tegen hem is. Hij strijdt vaak. als niet haar idee wordt uitgevoerd. maar vindt het nog moeilijk om hier leiding in te nemen. Hij leidt niet vaak en geeft bijna nooit advies aan andere kinderen. het is altijd de schuld van de ander en regelmatig wordt “het zwart voor zijn ogen” en slaat en schopt hij om zich heen. Hij zorgt niet vaak voor andere leerlingen. ze accepteren het ook niet als LMj wel de leiding neemt. omdat ze weten dat hij dan weer rustig wordt. Soms weigert ze dan om verder samen te werken. Hij vindt het ook nog lastig om de groep te volgen. Andere leerlingen proberen haar er wel bij te betrekken. 28 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. maar in groepssituaties wordt JCm ook vaak vergeten. JCm JCm heeft voornamelijk excessen in het onder vlak. alleen als de leerkracht erbij is.

DWj kan zich niet terugtrekken.DWj DWj heeft geen duidelijk excessen. EDj is helemaal niet competitief ingesteld. De waarschijnlijke excessen bevinden zich in het onder vlak. EDj EDj laat ook geen duidelijk excessen zien. Hij heeft veel ideeën en is aanwezig. maar op sommige momenten irriteren ze zich eraan. . 29 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. de andere kant van de medaille is. Hij laat wel een duidelijk tekort zien in het onder-tegen vlak. ook al neemt hij daar de tijd voor om over na te denken. Hij laat alleen een waarschijnlijk exces zien op het boven samen vlak. Ze accepteren EDj zoals hij is. Hij laat een tekort zien op het tegen-boven vlak. dat EDj het nog lastig vindt om voor zichzelf op te komen. EDj heeft een wat afwachtende houding. terwijl hij naar buiten staart. De andere leerlingen vinden dit aan de ene kant heel grappig. Hij kan heerlijk zitten wegdromen. Aangezien de andere leerlingen zich heel neutraal naar hem opstellen. De andere leerlingen vinden het voornamelijk vervelend tijdens het samenwerken. maar weet eigenlijk niet hoe hij dat in goede banen moet leiden. heeft dit geen vervelende gevolgen. Hij is altijd aanwezig en bedenkt aan één stuk door grappen. en trekt zich ook wel terug in zijn eigen wereld. en ze luisteren naar hem als hij wat te zeggen heeft.

MBm laat verder geen tekorten zien. Andere leerlingen vermijden het contact als er samen gespeeld wordt en MBm zich bazig gedraagt. In de beschrijving van de interventies die ik naar aanleiding van de nulmeting ga uitvoeren. Dit verklaart waarschijnlijk waarom de leerlingen zo graag met hem samenwerken. . Ze reageren dan ook vaak heel gepast op de reacties van MJj. Dit resulteert nog wel eens in bazig gedrag. MBm MBm laat ook een heel gelijkmatig beeld zien. Hij heeft geen excessen en tekorten.MJj MJj laat een heel gelijkmatig beeld zien. en zet de andere vaardigheden op de juiste momenten in. Ze wil graag dat het gaat zoals ze zelf wil. Hierin wordt duidelijk gemaakt waar aan gewerkt kan worden. MBm gaat nog wel eens de strijd aan en ze vindt het ook belangrijk om te winnen. Andere leerlingen kunnen hier nog wel eens geïrriteerd op reageren en gaan dan de strijd aan met MBm. kom ik hier op terug. Het analyseren van de BOTS vragenlijst geeft veel inzichten in de interactie tussen de leerlingen. Alleen op het tegen-boven vlak zijn waarschijnlijke excessen te zien. 30 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

3 De klimaatschaal De groepsdynamiek heeft niet alleen invloed op de interacties tussen de leerlingen onderling. Organisatie in de klas (max.§4. onderlinge relaties. Na analyse van de verschillende vragen. en neem ik mee als aandachtspunt voor mijn onderzoek. De kinderen zijn percentueel gezien het minst tevreden over het onderdeel organisatie en daarna het onderdeel affiliatie. 31 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. relatie leraar-leerling. neem ik de klimaatschaal (Jeninga. In de bijlage (3) zijn deze vragen opgenomen. De klimaatschaal maakt een onderverdeling in organisatie in de klas. Vooral over de onderdelen onderlinge relaties en de relatie met de leerkracht zijn de leerlingen percentueel gezien het meest tevreden. 22) 4 6 3 5 6 2 2 8 4 2 6 3 5 5 5 2 7 2 2 2 5 5 6 2 4 Onderlinge leerlingrelaties (max. 56) (max. Om te onderzoeken hoe de leerlingen over het pedagogisch leerklimaat denken. Dit betekent dat de leerlingen tevreden zijn over het groepsklimaat. 14) 4 1 1 3 4 0 2 3 1 0 5 4 2 2 4 0 3 0 2 0 1 1 2 0 3 8 8 5 8 13 2 4 16 5 2 7 8 9 9 9 2 15 3 5 2 9 7 9 2 7 Naam JBj MBm MLm AAj RBj RWj CBj YTj LMj NJm AAm MJj JGm JCm TMj DWj EDj RMj OLj OHj MTj LRm EBm MHj CVm Algemeen gezien zijn de scores erg laag. Hoe lager de score. 2006) af. 16) 1 1 1 0 5 0 0 1 1 0 0 1 3 2 0 0 2 0 1 0 2 1 0 0 0 Relatie leraarleerling (max. . affiliatie (samenhang) en het algemene welbevinden. des te beter is het groepsklimaat. maar definieert ook het groepsklimaat. In onderstaande tabel zijn de scores in deze onderdelen uitgesplitst. kwamen de volgende vragen onder een 80% score. 12) 0 0 1 0 1 0 0 5 0 0 2 0 1 0 0 0 2 1 0 0 1 1 1 0 2 Affiliatie Welbevinden (samenhang) (max. De leerlingen vullen een vragenlijst in van 28 vragen.2.

12 en 28. Een leerling schreef er het volgende bij: “Maar dat doen we alleen. 50) De volgende vragen scoorden een 100% score. 10. 21 en 25 (In de bijlage (3) is de vragenlijst opgenomen). 18. Alle leerlingen antwoorden positief op deze vraag door te antwoorden met “Soms” of “Ja” op deze vraag. 10. 12. Naar aanleiding van de afname van de klimaatschaal kan ik opmerken dat er in de klas een positief pedagogisch klimaat heerst. 50) * Vraag 22. RBj haalt duidelijk hoge scores op alle onderdelen. Om hier meer duidelijkheid in te krijgen vraag ik de leerlingen naar hun mening over de rolverdeling in de klas. De vragen die waarop hij 2 punten behaalde zijn: 5. 17. 3. Dit zijn RBj. YTj haalt voornamelijk hogere scores op de onderdelen organisatie in de klas. EDj haalt alleen een hogere score op de onderdelen organisatie en het algemeen welbevinden. 27 en 28. Een aantal leerlingen had bij deze opgave een opmerking geschreven.* Vraag 28. Een score van 14. EDj kwam juist positief naar voren bij het werken. De vragen waarbij hij 1 punt behaalde zijn: 3. Hij geeft in deze vragenlijst aan dat hij zelf de organisatie omtrent het werken juist niet prettig vind. * Vraag 20. Als er in onze klas iets gedaan moet worden wil bijna niemand dat doen. In onze klas zijn de leerlingen meestal goed bezig. Er wordt in deze klas veel lawaai gemaakt tijdens de lessen. De leerlingen van onze klas gaan ook na schooltijd met elkaar om. In de tabel vallen drie leerlingen met hun hogere scores erg op. Een score van 0 (max. * Vraag 24. (Engelen van. Een score van 45 (max. Voor en na schooltijd praten de leerlingen van onze klas vaak met elkaar. 10. (max. 8. De vragen die waarop hij 2 punten behaalde zijn: 2. Onze leerkracht heeft meestal een goede bui. 7. 50) * Vraag 11. relatie leraarleerling en het algemeen welbevinden. 15. YTj en RBj kwamen naar voren als minst populair. YTj en EDj. 4. Een score van 12 (max. 50) * Vraag 15. De meeste leerlingen in onze klas vinden dat we een aardige leerkracht hebben. 2007) 32 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Dit is een duidelijk kenmerk van een positieve groep. Een score van 13. dat ze dat juist heel positief vonden. behalve op het onderdeel relatie leraarleerling. 50) * Vraag 14. Volgens mij maken de leerlingen in deze klas vaak leuke grapjes over de leerkracht. 11en 28. de score op de klimaatschaal past bij deze bevindingen. 50) * Vraag 18. Volgens mij zitten veel leerlingen in onze klas zich te vervelen. Ik gebruik voor de rolkaarten de rollen die horen bij een positieve groep. De vragen die waarop hij 2 punten behaalde zijn: 8. . * Vraag 26. omdat we u aardig vinden!” Een score van 11 (max. De vragen waarbij hij 1 punt behaalde zijn: 9. 15. (max. Opmerkelijk is dat alle drie deze leerlingen ook opvallend uit het sociogram naar voren kwamen. 11. De vragen waarbij hij 1 punt behaalde zijn: 1. Ze wilden bij deze opgaven aangeven. 15 en 21 (In de bijlage (3) is de vragenlijst opgenomen). 19 en 22 (In de bijlage (3) is de vragenlijst opgenomen).

Gezagsdrager 6 5 4 3 2 1 0 EDj MLm RBj CBj RMj MBm CVm JCm Organisator 8 7 6 5 4 3 2 1 0 CBj RWj RBj MBm RMj TMj EBm NJm OHj Als gezagsdrager wordt duidelijk EDj naar voren geschoven. 33 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. In een één op één gesprek met de leerling geven de leerlingen hun keuze en de motivering hiervoor aan. In onderstaande grafieken is per rol aangegeven hoeveel keer er voor een leerling gekozen is. CBj is veel meer aanwezig en voert duidelijk het woord. Dit plan kan mede van invloed zijn geweest op de uitslag.m. dit voornamelijk in de combinatie met CBj als organisator. In de bijlage (4) is een tabel opgenomen van de motivaties. EDj bracht ideeën aan en was als stille leider aanwezig.v.2. voornamelijk op de combinatie van deze twee jongens. Deze twee jongens zijn vrienden en kunnen goed samenwerken. Tijdens het onderzoek hebben ze het plan bedacht om samen met de klas een film te gaan maken.4 Rolkaarten De leerlingen geven d. . Ze bedenken samen plannen en voeren die ook uit. de rolkaarten aan welke leerling ze bij de verschillende rollen plaatsen.§ 4.

maar hij wordt wel een aantal keer genoemd bij allebei de leidersrollen. Dit is ook te zien in de grafiek van sociaal werker. maar wordt door andere leerlingen bij de verkennersrol geplaatst. Hij kwam ook al naar voren bij de leidersrollen.Opvallend is dat RBj ook hier weer duidelijk naar voren komt. . Ook is zij een aantal keer genoemd bij de rol als gezagsdrager. Dat de leerlingen hem in het leiderschapsrol plaatsen is overduidelijk. CBj. RMj en MBm worden ook bij allebei de leidersrollen genoemd. De leerlingen zien in haar een zorgzame leidersrol. 34 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Hij komt niet heel erg positief uit het sociogram. Vooral CBj wordt vaak genoemd. waar hij weer genoemd wordt. Het meest opvallend is RBj. Duidelijk is dat RBj duidelijk initiatief laat zien aan de klas. Verkenner 9 8 7 6 5 4 3 2 1 0 JBj OLj YTj AAj MHj MLm RBj MTj MBm MJj EDj RWj AAm RMj CVm LMj TMj OHj EBm NJm Er werden in de gesprekken veel verschillende leerlingen als verkenner aangewezen. Zij wordt aangemerkt als een leerling die altijd aan iedereen denkt. Ze zorgt ervoor dat iedereen in de klas erbij betrokken wordt. Sociaal werker 9 8 7 6 5 4 3 2 1 0 JCm LRm CBj MLm CVm EDj NJm MTj JGm JBj MBm MLm wordt duidelijk aangewezen als de sociaal werker. Opvallend is dat er voornamelijk veel meisjes als sociaal werker worden aangewezen.

Deze bevindingen sluiten aan bij de uitslag van het sociogram en de BOTS-lijst. De leerlingen geven zelf aan dat JCm meer betrokken moet worden bij de klas dan andere leerlingen. Ik heb aan de leerlingen gevraagd. Met een duidelijke meerderheid kwam JCm naar voren. waar vaker voor gezorgd moet worden dan anderen.5 1 0. Vooral MJj en MTj kwamen hierbij naar voren. Dit zijn vrienden van elkaar en zijn rustig aanwezig in de klas.Volger 2. Iedereen moet wel eens getroost of verzorgd worden. Dit maakt haar voor de leerlingen een duidelijke appellant. of er een leerling in de klas is.5 2 1.5 0 MJj MTj JGm RMj CVm EDj TMj LMj LRm CBj EBm In deze grafiek had ik bijna de hele klas kunnen plaatsen. MJj kwam ook al naar voren in het sociogram. 35 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. waar hij als meest gekozen leerling bij werken opviel. Appellant 16 14 12 10 8 6 4 2 0 RWj JCm LMj TMj RBj LRm Tijdens het bespreken heb ik van te voren aangegeven dat de rol van appellant verschillend wordt ingevuld. Toch gaven een aantal leerlingen duidelijk specifieke leerlingen aan bij deze rol. De meeste leerlingen gaven de rest van de klas op bij deze rolkaart. .

36 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. MTj. en het moeilijk vindt om serieus te doen. MLm CBj. AAj. MBm. . OHj. vinden DWj vaak te veel grapjes maakt op het verkeerde moment. Hij wordt gezien als de clown van de klas. RMj. MLm. LRm.Joker 20 18 16 14 12 10 8 6 4 2 0 CBj NJm DWj EBm RBj YTj Voor de rol van joker wordt met een grote meerderheid gekozen voor DWj. OLj. JCm. Indeling volgens LIOstagiare CBj. CVm. LRm. De leerlingen die voor CBj kiezen. EBm. JBj. RMj. MJj. RBj. RWj. JGm. LRm. RBj. DWj. EBm. AAm. Ook bij deze rol wordt CBj weer aangewezen. JCm. De leerlingen zeggen over hem dat hij altijd precies de goede grappen op het juiste moment maakt. LMj. EDj. NJm. MBm. In onderstaande tabel zijn deze indelingen af te lezen. LMj. Dit is waarschijnlijk ook de reden dat hij negatief gekozen wordt bij het werken in het sociogram. MHj. OHj. OLj. LMj. MTj. Rollen Gezagsdrager Sociaal werker Organisator Verkenner Volger Appellant Joker Indeling volgens mijzelf MHj CVm. DWj. De indeling van de kinderen is hierboven duidelijk beschreven. CVm. NJm. MJj. waardoor het vervelend wordt. EDj. AAj. Ook heb ik zelf een indeling gemaakt. Kinderen geven aan dat hij altijd hele leuke grapjes maakt. Ik heb mijn LIO-stagiaire ook gevraagd om een indeling te maken. TMj. YTj. RWj. AAm. TMj. JBj. JGm. YTj.

In de bijlage (5) is een uitgebreid observatieverslag opgenomen.5 Observatie Voor een groot deel sluiten de bevindingen aan bij mijn waarnemingen. Niemand gaat op zijn voorstellen in. maar heeft geen leidersrol. zodra ze een staafje mogen neerleggen. maar de meeste leerlingen zijn alleen heel aandachtig met de toren bezig. De leerlingen moesten gezamenlijk een toren van Kapla bouwen.6 Algemene analyse In de vorige paragrafen zijn de onderdelen van de nulmeting apart besproken. RMj. Van deze activiteiten zegt niemand iets. hoog zijn en iedere leerling moest in ieder geval één steentje hebben neergelegd. RMj probeert de leidersrol op zich nemen. & Lap. TMj. MHj en TMj doorbreken de ongeschreven groepsregels door tussendoor staafjes neer te leggen. Konig. Meer regels en afspraken werden niet afgesproken. Een aantal leerlingen zijn wel veel meer bezig met de toren. Hij lijkt in deze situatie de rol van gezagshouder toebedeeld hebben gekregen. Hij neemt de rol van verkenner op zich. RBj neemt in het begin een soort neutrale leidersrol in. Uit deze verschillende analysen kan ik opmerken dat deze klas duidelijk een klas is op weg naar een positieve groep. kletsen met elkaar en verzinnen grapjes. Dit komt doordat iedere leerkracht zijn eigen invloed heeft op de groepsdynamiek van de klas. . maar de rolverdeling in vooral de leiderschapsrollen zijn niet altijd aanwezig.2. Het zijn allemaal jongens. (Gielis. er wordt niet naar haar geluisterd. § 4. tikken ritmes met de staafjes. maar ze mogen elkaar ook op gedrag aanspreken. RWj en TMj zijn een duidelijke combinatie. Deze verschillen zijn af te leiden. Hij wordt in deze rol niet geaccepteerd door de groep. zijn ze voornamelijk andere activiteiten aan het doen. extra staafjes neerleggen. als MLm zich ermee gaat bemoeien. Konig. voornamelijk over de vordering van de bouw en het maken van een plan. er wordt niet naar hem geluisterd.2. RBj neemt veel initiatief. Zij volgen elkaar in hun acties. Om een nog duidelijker beeld te krijgen heb ik de klas een opdracht gegeven. verzinnen een liedje. Allereerst wordt door de hele klas het blokje opleggen en de toren bouwen heel serieus genomen. Ik merk dat de leerlingen het moeilijk vinden om een duidelijk rolverdeling in de groep aan te brengen. 2008). maar naar hem wordt niet geluisterd. maar worden er niet op aangesproken. terwijl ze staan te wachten . wordt er wel geluisterd. AAj. MHj neemt in het begin veel initiatief en is degene die begint met het bouwen van de toren. Na het lezen van het observatieverslag vallen er een aantal leerlingen en situaties op. Ze maken een dansje. Dit kan wijzen op een neutrale groep. MBm neemt het initiatief om de rij netjes te houden. Een aantal leerlingen valt ook individueel op. De toren moest precies 98 cm. & Lap. RWj.In onze indelingen zijn zowel overlappingen als verschillen te zien. Ook ik merk dit tijdens de lessen. AAj neemt initiatieven. (Gielis. doordat sommige leerlingen zich anders gedragen bij mijn LIO-stagiaire als bij mij. zodat ik gericht kon observeren. Er worden een aantal leerlingen naar voren geschoven voor bepaalde rollen. Als de leerlingen in de kring moeten wachten op hun beurt. Dit zijn MHj. 2008) Het is dus logisch dat de rollen bij ons anders worden ingevuld. Zij houden de toren goed in de gaten en geven tussendoor ook aanwijzingen. OHj neemt veel initiatieven. door de meetlat over te nemen en vanuit deze positie aanwijzingen te geven. § 4. Dit wordt geaccepteerd door de rest van de groep. Er wordt goed samengewerkt. In een neutrale groep zijn de rol van de 37 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. RBj en OHj.

Helaas is dit plan van aanpak niet doorgegaan.gezagsdrager en de sociaal werker niet sterk ontwikkeld. . Belangrijk in de omgang met een neutrale groep is om de groep meer zichzelf te laten zijn. Door interventies op deze vlakken uit te voeren. gezien de BOTS-vragenlijst. § 4. Allereerst is het idee. Dit leidt er alleen maar toe dat deze rollen steeds minder aan de orde komen. Om dit te stimuleren kan de leerkracht situaties scheppen waarin de leerlingen nieuwe. Hierdoor ben ik gevraagd om op maandag en dinsdag voor groep 8 te staan en tevens mijn LIO-stagiaire in groep 7 te begeleiden op deze dagen. Deze factor zal ik meenemen in mijn eindmeting en eindconclusie. waardoor zij een positieve uitwerking hebben op de groep. .De rumoerigheid van de klas. .3.2 Plan van aanpak Het aanpakken van de aandachtspunten resulteert in een plan van aanpak. & Lap. waardoor ik een paar extra ogen en handen heb om de kinderen te kunnen begeleiden. heeft dit zijn weerslag op het onderzoek. Hieruit is gebleken dat de interventies voornamelijk gericht moeten zijn op: . De leerkracht moet meer aandacht geven aan de verborgen gezagsdrager en sociaal werker.3 De interventies Uit de nulmeting is gebleken dat de klas een neutrale groep is. zij moet geen functie in de groep ambiëren en normen en waarden opleggen. Ook moeten conflicten en botsingen worden opgelost. Op deze maandagen voer ik mijn groepsopdrachten uit. gezien de klimaatschaal. gezien de neutrale groep. Op de woensdag ben ik vrij en kan ik mijn observaties en bevindingen documenteren. probeer ik de groepsdynamiek positief te beïnvloeden. aangezien ik dan zelf hele dagen voor de klas sta. met daarbij steeds terugkomend op de nieuwe normen.De ontwikkeling van nieuwe waarden en normen en positieve leiderschapsrollen. Dit is mogelijk doordat mijn LIO-stagiaire deze dagen voor de groep staat. § 4. Belangrijk is dat de leerkracht zoveel mogelijk extern handelt. waardoor ik tijd heb gekregen voor mijn onderzoek in groep 7. Doordat de situatie in de plan van aanpak aangepast is. dat ik op maandag en dinsdag kinderen individueel kan begeleiden en eventuele groepsopdrachten ga uitvoeren. Doordat deze rollen niet goed uit de verf komen. Konig. 38 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Deze aandachtspunten zal ik meenemen in het bepalen van de interventies. (Gielis. 2008) Deze handreikingen voor de omgang met een neutrale groep neem ik mee voor de interventies die ik ga uitvoeren. De donderdag en vrijdag kan ik intensief gebruiken om de resultaten van de interventies te observeren. waardoor ik makkelijk uit de klas kan. § 4. Om mijn onderzoek niet geheel in het gedrang te laten komen. Een leerkracht in groep 8 ging met zwangerschapsverlof en er was geen geschikte vervanging voor haar te krijgen. neemt de leerkracht vaak deze rollen over.1 De aandachtspunten De interventies die ik ga uitvoeren. heb ik tussen de voorjaarsvakantie en de meivakantie op de maandagen ruim een uur vervanging in groep 8 gekregen.Roldoorbrekend gedrag voor individuele leerlingen. Tijdens de groepsopdrachten kan mijn LIO-stagiaire mede observeren. Het begeleiden van de individuele leerlingen is hierdoor voor een groot deel komen te vervallen. gezamenlijke normen ontdekken. vinden hun oorsprong in de aandachtspunten uit de nulmeting.3. wel met inachtneming van een externe rol.

heb ik namelijk aan alle kinderen toestemming gevraagd om deze op te schrijven. In onderstaand figuur is het web opgenomen. ze mogen alleen positief geformuleerde normen noemen. De waarschuwingskaartjes Uit de klimaatschaal komt duidelijk naar voren dat de leerlingen het te lawaaierig vinden in de groep. Ik begin de uitvoering met een kringactiviteit. Ik heb daarom gekozen om de uitvoering te baseren op eigen bedachte lessen. en hoe je die kan beïnvloeden.4. De leerlingen definiëren deze stelling. Na het stellen van een norm.4 De uitvoering Er is veel geschreven over de vorming van groepen. . 2007) voor het vormen van een positieve groep. Het zijn positieve normen en iedereen is het hier mee eens.b. Opvallend is dat de leerlingen hele goede normen hebben gesteld. Alle kinderen waren erg enthousiast om hun handtekening te zetten. Op een groot vel staat in het midden het “Hoe gaan we met elkaar om?”. wat bij mij het geval is.t.1 Normen stellen Hoe gaan we met elkaar om? Het bepalen van de normen en waarden is één van de aandachtspunten. wel maak ik gebruik van lessuggesties uit “Grip op de groep” (Engelen van. zodra de groep gevormd is. Ik heb in de literatuur weinig gevonden over de aanpak van de groepsdynamiek m. § 4. Hier hadden ze hulp bij nodig. De leerlingen vonden het moeilijk om de normen positief te stellen. de rolverdeling. Aan het eind van de activiteit moest iedereen op de achterkant zijn handtekening zetten als ze van plan zijn zich aan de normen te houden en het er mee eens zijn. In de vorige activiteit hebben ze als norm gesteld dat “we goed naar elkaar moeten 39 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.§ 4. Hierdoor kan ik mijn interventies niet staven met bestaande literatuur hierover.

5 minuten beloning die de kinderen zelf hebben verzonnen. 2007. moeten kijken hoe de andere groepjes de beloning uitvoeren. maar ook voor de omgang tussen de leerlingen onderling.2 Positieve leiderschapsrollen ontwikkelen Letters en cijfers maken De volgende activiteiten zijn voornamelijk gericht op het ontwikkelen van positieve leidersrollen. Voor de invoering van de kaartjes heb ik een groepshandelingsplan geschreven. Om tegemoet te komen aan deze norm. § 4. De groepjes die een rode kaart boven hebben liggen. gebaseerd op het Amerikaanse programma: “The Good Behavior Game”) voor te komen. 75). 40 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. zonder dat daarbij gepraat mag worden. Deze is in de bijlage (6) opgenomen. Aan het eind van een blokuur wordt gekeken welke groepjes nog een groene kaart boven hebben liggen. De leerlingen schrijven op een briefje een omschrijving van hun karakter. Deze briefjes worden in de kring voorgelezen en de leerlingen moeten raden welke leerling omschreven wordt. In de dagelijkse omgang spreken de leerlingen elkaar vaker aan op het gedrag. p. pakt de leerkracht een groene kaart van de stapel.4.luisteren”. Uit deze activiteiten is gebleken dat de leerlingen positieve normen kunnen opstellen. De leerlingen spelen dit goed en in het nagesprek wordt duidelijk hoe dit moet gebeuren. Een eerste activiteit is het gezamenlijk “letters en cijfers maken” (Engelen van. p. Elk groepje krijgt 1 rode kaart met daarop 3 groene kaarten. Een uitwerking van de les is te vinden in de bijlage (8). De leerlingen spelen een aantal keer het rollenspel waarbij een leerling voor het eerst wordt ontvangen op school. 76). MLm en NJm nemen hier vaak het voortouw in. De leerlingen stellen positieve normen op. . De leerlingen moeten gezamenlijk een letter vormen. Deze groepjes mogen meedoen aan de max. 79). 2007. zodra dit buiten de normen valt zoals deze door de klas gesteld zijn. Hierdoor leren de leerlingen elkaar beter kennen en kunnen de kinderen inschatten of hun eigen beeld klopt met het idee dat de andere leerlingen van hen hebben. In de bijlage (7) is een overzicht van de briefjes opgenomen en een lesbeschrijving. Ook geven de leerlingen aan dat dit niet alleen voor nieuwe leerlingen geldt. Als een leerling uit een groepje ongewenst gedrag vertoont. Ieder blokuur beginnen de groepjes weer met een nieuwe stapel kaarten. Vooral CBj. Ik heb ooit eens van een soortgelijk idee gehoord op een studiedag en een dergelijke variant schijnt bij “Taakspel” (Taakspel is ontwikkeld door de CED groep. In het kort komt het werken met de waarschuwingskaartjes hierop neer: De klas wordt opgedeeld in de vijf tafelgroepjes. 2007. voer ik waarschuwingskaartjes in. Ook kunnen ze het in oefeningen laten zien. Voor het eerst op een nieuwe school De laatste activiteit om de normen te stellen is het rollenspel “voor het eerst op een nieuwe school” (Engelen van. p. is het spel “Wie ben ik” (Engelen van. Wie ben ik? Een vervolgactiviteit op “de normen bepalen”.

. In de bijlage (10) is een lesbeschrijving opgenomen. 87). waardoor die weer een gedraging vertoont. Je mag niet meedoen Deze activiteit is gebaseerd op een lessuggestie uit “Grip op de groep” (Engelen van. Voor een uitgebreide beschrijving van deze activiteit verwijs ik naar de bijlage (11). Om de leerlingen dit duidelijk te maken. Dit doe ik om de link naar de rollen in de klas te maken. Ook tijdens de “gewone” lessen heeft het leiderschap een nare bijklank gekregen. 2006) in het groot nagemaakt op een stuk zeil. 2007. zodat de leerlingen ook echt in een segment kunnen gaan staan. ga ik gebruik maken van “De roos van Leary” zoals beschreven in “De interactiewijzer” (Verstegen & Lodewijks. 2007. pp. dat gedrag altijd een reactie oproept bij de ander. 36. Ik gebruik deze karakters om rollenspellen mee uit te spelen.3 De roos van Leary Introductie roos van Leary In deze activiteit leg ik aan de kinderen uit. 2006). In de bijlage (9) is beschreven hoe het de groepjes verging. 37).4. p. Ik leg uit dat er acht verschillende manieren gedragingen zijn. Om dit duidelijk te maken heb ik de roos uit “De interactiewijzer” (Verstegen & Lodewijks. De leerlingen geven aan de ze bang zijn dat ze te veel de baas spelen. Hierin wordt het verhaal verteld van Chris en Klaas. Na het oefenen van activiteiten die centraal staan om positieve leiderschapsrollen. Roos van Leary volgens de interactiewijzer Winnen Leiding en advies geven Zorgen Strijden Protesteren Volgen Zich terugtrekken Afwachten §4.Complimenten van een groep Tijdens deze activiteit moeten de leerlingen goed samenwerken om de opdracht te kunnen uitvoeren. De bedoeling is dat ze in het groepje een complimentenblad gaan maken voor een ander groepje (Engelen van. 41 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. merk ik op dat heel weinig leerlingen de leiding willen nemen bij activiteiten. Ik vertel de kinderen dat je ook de leiding kan nemen zonder de baas te moeten spelen.(zie foto) Tijdens de introductie worden er ook rollenspellen gespeeld. Ze moeten van te voren een plan van aanpak bedenken en een leider in het groepje aanwijzen.

Groepstekening maken De leerlingen worden opgedeeld in drie groepen.Situaties uitspelen In de vorige activiteit is de interactieroos helemaal uitgelegd aan de kinderen. In deze activiteit gaan ze oefenen met de verschillende segmenten. Dit doe ik zodat ik de gegevens goed met elkaar kan vergelijken. In de groepjes krijgen ze per leerling een segment toebedeeld. zoals ze zich tijdens de opdracht alleen maar mogen gedragen. Hier komen ze tijdens het uitvoeren van de opdracht achter. Ze moeten de “theorie” in de praktijk in gaan zetten. In deze groepjes moeten ze een kleurencollage maken In de samenwerking en interactie met elkaar moeten ze rekening houden met de positieve rollen in een groep. Totaal neg.5 Eindmeting Voor de eindmeting gebruik ik dezelfde instrumenten als bij de nulmeting. In de bijlage (12) is de beschrijving van de les opgenomen. De kleurencollage is de laatste activiteit van de uitvoeringsfase. In deze groepjes moeten ze gezamenlijk één grote tekening maken. Kleurencollage Deze activiteit is de laatste opdracht voor dit onderzoek. In de bijlage (14) is de beschrijving van de uitvoering opgenomen. In de onderstaande tabellen zijn alleen de gegevens opgenomen van hoe vaak de kinderen gekozen zijn. De uitslagen van de nulmeting en de eindmeting zijn in de bijlage (15) overzichtelijk naast elkaar opgenomen.5.1 Het sociogram Ik start de eindmeting met het afnemen van het sociogram (Onderwater. zowel positief al negatief. Ze spelen situaties uit en bespreken de rollenspellen. De leerlingen moeten in deze activiteit alle aangeboden handreikingen laten zien. en de interactieroos. NJm MHj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ MJj AAj OLj EDj RBj YTj JBj . Om te kijken of de interventies geleid hebben tot een verandering in de groepsdynamiek neem ik de eindmeting af. In de bijlage (13) is te lezen hoe het de groepjes is vergaan en zijn de kaartjes van de segmenten opgenomen. Sociogram spelen MLm 3 1 MBm 2 4 AAm CVm LRm EBm JGm DWj RWj JCm Totaal pos. § 4. De leerlingen weten van te voren niet welk segment de ander heeft. zonder dat ze een gerichte opdracht mee krijgen. In de bijlage (16) is de uitgebreide tabel opgenomen. 2006). 1 4 4 5 6 1 5 5 3 1 2 4 1 5 3 0 1 2 3 1 2 6 5 8 1 2 1 1 13 1 0 0 5 6 1 12 1 8 7 0 1 1 0 0 0 1 42 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. § 4. De leerlingen worden in zes groepjes opgedeeld.

mede doordat hij door zijn gedrag regelmatig een waarschuwingskaartje in moest leveren. en gaat vaak “klieren” Dit is tijdens het onderzoek niet veranderd. maar is bij werken nog maar vijf keer negatief gekozen. maar helaas vaker negatief gekozen bij werken. LMj wordt nog steeds vaak negatief gekozen bij spelen. Als laatst is er nog een heel duidelijk aanwijsbare reden voor verschuivingen. zijn er een aantal punten nagenoeg onveranderd gebleven. en ze doen graag hun eigen zin. Er komen uit het sociogram spelen wederom geen duidelijk populaire kinderen naar voren. en zelfs één keer positief. Ook JGm is meer naar voren gekomen. in de eindmeting valt hij op doordat er juist acht keer negatief voor hem gekozen is. maar vindt het heel lastig om zijn “rem” te vinden. Andere leerlingen irriteren zich hieraan. In de bijlage (17) zijn de plattegronden van de klas opgenomen ten tijde van de eerste en tweede meting. en wilde graag de leiding op zich nemen. 1 7 0 5 5 1 4 4 3 3 2 5 0 3 3 0 2 5 2 1 5 4 4 3 1 11 0 0 5 0 2 1 4 2 1 13 2 4 16 2 0 1 2 0 2 0 Na een vergelijking van het sociogram uit de nulmeting met het sociogram uit de eindmeting. De leerlingen zijn nog positiever over hem gaan denken. YTj heeft heel veel moeite om zich te concentreren op zijn werk. Dit kan komen doordat JBj en RMj ten tijde van het onderzoek positiever naar voren zijn gekomen. Vooral AAj valt hierin op. Zij hebben regelmatig initiatief getoond en dit werd positief ontvangen. Dit is een duidelijke vooruitgang. Bij het sociogram werken kwamen bij de nulmeting EDj en MJj heel duidelijk positief naar voren. Na de eerste meting zijn de leerlingen van plaats verwisseld in de klas.Sociogram werken MLm 3 2 MBm 3 1 AAm CVm LRm EBm JGm DWj RWj JCm Totaal pos. In de nulmeting hoorde hij bij de populaire leerlingen. OHj en TMj hebben tijdens het onderzoek veel initiatief genomen. AAj is ten tijde van het onderzoek heel duidelijk naar de voorgrond getreden. Hierin zijn veranderingen aan te merken. kinderen zien haar kwaliteiten in. CBj en JGm hebben hiervan geprofiteerd en zijn vaker positief gekozen. Allebei stellen ze zich in deze rol erg bazig op. Totaal neg. RBj heeft een aantal keer goede feedback gehad over zijn leiderschap van zijn klasgenoten. Er hebben meer leerlingen positief voor hen gekozen. JBj. Ze stellen veel eisen aan de andere leerlingen. Hij heeft veel te vertellen. 43 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.v. RMj en LRm hebben van deze verschuiving geprofiteerd. de leerlingen die nu in hun tafelgroepje zitten. CBj is heel duidelijk naar voren gestapt tijdens het onderzoek. Wel zijn een aantal leerlingen minder populair geworden.a. NJm MHj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ OLj AAj MJj EDj RBj YTj JBj . Voor OHj en TMj hebben de leerlingen veel vaker negatief gekozen in de eindmeting dan bij de eerste afname. RBj wordt bij beide onderdelen minder vaak negatief gekozen. Toch zijn er ook een aantal opvallende verschuivingen opgetreden. Vooral MJj heeft in populariteit moeten inleveren. LMj en RBj opvallend naar voren bij beide onderdelen. Voor YTj is minder vaak negatief gekozen bij spelen. Hieronder analyseer ik deze veranderingen. Bij de nulmeting kwamen YTj. Je ziet dat leerlingen hun keuzes positief en negatief veranderen t. LRm heeft meer de verzorgende kant van zich laten zien. Zij nam een enkele keer de rol als sociaal werker over.

In de bijlage (3) is de vragenlijst opgenomen. doordat de keuzes voornamelijk nog steeds bij dezelfde sekse blijven. § 4. De veranderingen zullen namelijk minimaal zijn. § 4. 16) 0 2 0 0 3 1 0 2 1 0 1 1 3 2 1 0 1 1 0 0 2 4 0 1 0 Relatie leraarleerling (max. neem ik de klimaatschaal (Jeninga. dat er nog steeds geen duidelijke populaire leerlingen naar voren komen. 22) 5 1 5 5 6 3 2 8 1 2 5 4 3 4 9 3 4 1 0 1 2 4 3 3 3 Onderlinge leerlingrelaties (max. 14) 1 5 0 4 2 0 2 3 2 0 1 2 1 3 3 1 1 0 0 0 4 1 2 1 2 6 7 5 9 11 4 4 16 4 2 8 9 6 9 14 5 6 2 0 1 7 8 6 4 7 Naam JBj MBm MLm AAj RBj RWj CBj YTj LMj NJm AAm MJj JGm JCm TMj DWj EDj RMj OLj OHj MTj LRm EBm MHj CVm 44 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. des te beter is het groepsklimaat. Organisatie in de klas (max. Het tijdspad is te kort om een echte gedragsverandering te zien bij de leerlingen. 2006) af.2 BOTS-vragenlijst Ik heb er voor gekozen om de BOTS-vragenlijst (Verstegen & Lodewijks.5.5. Toch vind ik het wel opvallend.De veranderingen in het sociogram sluiten aan bij mijn bevindingen naar aanleiding van het onderzoek. Dit kan mede komen. Hoe lager de score. 12) 0 1 0 0 1 0 0 4 0 0 2 2 0 0 1 1 1 0 0 0 0 0 1 0 3 Affiliatie Welbevinden (samenhang) (max. Ook heb ik door de verandering in mijn werksituatie niet individueel met deze leerlingen kunnen werken. .3 De klimaatschaal Om te onderzoeken of de leerlingen anders zijn gaan denken over het groepsklimaat. 56) (max. 2006) niet nogmaals in te vullen. In onderstaande tabel zijn de scores per onderdeel uitgesplitst.

evenals een uitgebreide tabel met de motivatie van de leerlingen (20). Na uitgebreide analyse zijn er wel degelijk veranderingen aan te wijzen. Ook dit heeft te maken met de waarschuwingskaartjes. 50) als meest negatief gescoord naar voren. Hij vindt voornamelijk dat het onderdeel organisatie in de klas een stuk verbeterd is. De groep is niet anders over het groepsklimaat gaan denken. Tot slot wil ik nog twee individuele leerlingen bespreken. Hierin werd hij vaker negatief gekozen als in de eerste meting. Bij de nulmeting kwam vraag 28: “Er wordt in deze klas veel lawaai gemaakt tijdens lessen” met een score van 45 (max. Deze stijging valt samen met de uitslag uit het sociogram. Vraag 23: “de leerlingen in onze klas maken veel ruzie met elkaar” is toegenomen van 2 naar 7 punten. Waarschijnlijk heeft deze verandering in interactie ervoor gezorgd dat hij negatiever over het groepsklimaat is gaan denken. Een andere leerling die opvalt is TMj. Dit heeft ertoe geleid dat deze vraag bijna gehalveerd is in de score. 15. In onderstaande grafieken is per rol aangegeven hoeveel keer er voor een leerling gekozen is. Deze is in de tweede meting gezakt tot een totaalscore van 6. Uit een vergelijking tussen de verschillende tabellen zijn geen hele grote verschillen op te maken. EDj had in de eerste meting een opvallend hoge totaalscore. (In de bijlage (18) is de puntenverdeling per vraag opgenomen. hierdoor neem ik deze niet af in een één op één gesprek. Hij gaat van een totaalscore 9 naar een score van 14 punten. Door deze uitslag heb ik de waarschuwingskaartjes ingevoerd. Deze groep bevond zich voor de aanvang van het onderzoek in de performingsfase. Ook de anderen opvallende vragen.) Vraag 3: “Leerlingen krijgen in onze klas vaak straf” is van 4 naar 12 punten gestegen. en 11 zijn iets gezakt in hun puntenaantal.4 Rolkaarten De kinderen hebben al een keer gewerkt met de kaarten. 15. De vraag heeft nu nog maar een score van 28 punten. . Deze is in de bijlage (19) opgenomen. (Engelen van. Doordat ik met mijn onderzoek aan de groepsdynamiek van de klas werk.5. 18. maar vullen de leerlingen een tabel in. De leerlingen hebben het afnemen van een groene kaart. hierdoor kan ik voor de rolkaarten weer de rollen voor een positieve groep gebruiken. in deze vragenlijst aangeduid als straf krijgen. 2007) § 4. plaats ik de groep terug in de stormingsen normingsfase. In deze fasen is het logisch dat er vaker conflicten optreden. 45 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.Uit deze resultaten kun je opmaken dat de leerlingen nog steeds heel positief zijn over het groepsklimaat. Dit kan verklaard worden vanuit de theorie over groepsdynamica.

.Gezagsdrager 10 9 8 7 6 5 4 3 2 1 0 CBj EDj RWj RBj RMj TMj AAm CVm JCm MLm MBm Organisator 14 12 10 8 6 4 2 0 AAj RWj CBj RBj DWj RMj JBj YTj MHj AAm MJj LRm OLj MLm OHj MBm 46 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Ze vinden dat hij een goede leider is. LRm. Hij heeft meerdere malen tijdens het onderzoek het leiderschap op zich genomen. MLm heeft juist ten tijde van het onderzoek een stap terug gedaan. Je ziet dat de leerlingen een duidelijk beeld hebben gekregen van de leiders van de groep. de scheiding van haar ouders. goede ideeën heeft en ook nog eens humoristisch is. i. Ook is zij deze periode vaker de appellant geweest. goed kan luisteren.Sociaal werker 12 10 8 6 4 2 0 CBj MTj OLj CVm EBm JCm JGm LRm MLm MBm NJm Het onderzoek heeft duidelijk zijn invloed gehad op de leiderschapsrollen. Wel vinden ze het nog lastig om een onderscheid te maken tussen de organisator en de gezagsdrager. Ook zijn manier van werken vinden de leerlingen positief. Bij de sociaal werker heeft nog steeds MLm een duidelijke voorkeur. De leerlingen zijn het erover eens. Dit kan een verklaring zijn voor de verschuivingen. Dit is mede gekomen doordat deze leerlingen meer als sociaal werker naar voren zijn gestapt. verkenner en joker genoemd. en de leerlingen vinden dit goede eigenschappen in een leider van de klas. Ze geeft aan het niet prettig te vinden in de belangstelling te staan. CBj heeft dit alles in zich. omdat hij zorgzaam is. Zijn rol is steeds meer uitgekristalliseerd. maar ook als gezagsdrager. dat hij in ieder geval een leiderspositie inneemt. maar ook NJm. .v. RWj is ook naar voren geschoven bij de gezagsdrager. 47 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. CBj wordt duidelijk naar voren geschoven als organisator. Dit verneem ik uit de argumentatie die ze voor hun keuze geven. Hij wordt dan ook bij de sociaal werker. hierdoor trok ze zich wat meer terug in deze rol. CVm en JGm worden naar voren geschoven.m.

. Dit sluit aan bij mijn eigen bevindingen. nu is dit meer gelijkmatig verdeeld. Er zijn veel leerlingen die initiatief tonen. Bij de eerste meting kwam RBj nog duidelijk naar voren. 48 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. dit waarderen de kinderen aan EDj.Verkenner 6 5 4 3 2 1 0 AAj RMj CBj TMj MTj YTj MHj AAm MJj EBm OLj JGm OHj MLm RWj MBm RBj NJm Volger 7 6 5 4 3 2 1 0 EDj RBj JBj TMj LMj YTj MTj EBm MHj JCm MJj JGm OLj MBm RWj NJm Je ziet een grote spreiding over de verschillende leerlingen bij de verkennersrol. Toch heeft hij ook goede ideeën die hij vertelt aan andere leerlingen. Ook bij de volgers is de spreiding gelijkmatig verdeeld. Alleen EDj komt iets duidelijker naar voren. EDj geeft zelf ook aan een volger te zijn. deze rol is erg wisselend.

49 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Ook de interactie met de andere leerlingen is niet veranderd. Hij is de clown van de klas en wordt als zodanig geaccepteerd. Joker 25 20 15 10 5 0 CBj DWj MHj RBj AAm Ebm De rol van joker ligt nog steeds bij DWj.Appellant 16 14 12 10 8 6 4 2 0 AAj LMj OLj OHj TMj JCm LRm JCm komt nog steeds als appellant naar voren. Haar gedrag is tijdens het onderzoek niet veranderd. Hij gebruikt deze rol ook om anderen op te vrolijken. Nieuw bij deze rol is AAj. de leerlingen geven aan dat hij meer aandacht nodig heeft en dus in deze rol past. . Hij is het hier zelf mee eens. dit wordt zeer gewaardeerd door de leerlingen. en vindt het niet vervelend om deze rol op zich te nemen.

Meer regels en afspraken worden niet afgesproken. MHj. MLm. RMj. CVm. OLj. EBm. LRm. Zijn rol is niet altijd even duidelijk afgebakend. Gezagsdrager Sociaal werker Organisator Verkenner Volger Appellant Joker Indeling volgens mijzelf CBj. Ik bekijk een laatste keer of mijn bevindingen aansluiten bij het gedrag van de leerlingen. 50 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. De verkenners zijn ook heel actief bezig in de groep. LMj. Ze accepteren het leiderschap van RWj en stappen bewust op hem af. doordat ik op mijn eigen dagen veel actiever aan het onderzoek heb gewerkt. DWj. MJj.5 Observatie Voor deze eindobservatie heb ik de klas een laatste opdracht gegeven. NJm. RMj.De indeling van de kinderen is hierboven duidelijk beschreven. MBm. toch nemen RWj. EBm. RWj. RBj en RMj. RWj. (CBj). JBj. In de bijlage (21) is een uitgebreid observatieverslag opgenomen. TMj. Er zijn leerlingen die heel duidelijk gedrag vertonen dat past bij hun rol. Ook hebben mijn LIOstagiaire en ik wederom een indeling gemaakt. YTj. Indeling volgens LIOstagiare CBj. TMj. JGm. OHj. AAm. DWj is duidelijk de joker aan het spelen. Hij is erg sterk in het toepassen van verschillende segmenten van de roos van Leary. JCm. LRm. AAj. Volgens mijn LIO-stagiaire hebben er weinig verschuivingen plaats gevonden. OLj. NJm en MLm. . Dit kan mede komen. EDj. NJm. LMj. MBm. AAm. Na het lezen van het observatieverslag is op te merken dat de leerlingen goed samenwerken. De leerlingen moeten gezamenlijk een dorp met Kapla staafjes bouwen. EDj. RBj en RMj hierin het voortouw. MTj. De rol van organisator kan nog wel eens wisselen. JGm. § 4. LMj. YTj. In het dorp moet in ieder geval een kerk. Ik heb wel degelijk veranderingen gezien. is wat hij vaak zegt. AAj. boerderij. dit versterkt zijn rol als gezagsdrager. Hij wil ook wel eens de rol als organisator. JCm. sociaal werker en joker op zich nemen. aantal huizen en rondlopende mensen aanwezig zijn. Hij houdt de doelen van de klas in de gaten en heeft veel gezag binnen de groep. Ik heb hierdoor het gedrag van de leerlingen beter kunnen observeren. MJj. In onderstaande tabel zijn deze indelingen af te lezen. DWj en CBj. DWj is duidelijk de joker van de klas. CBj is als duidelijkst naar voren gekomen als gezagsdrager. CVm. MHj. MTj. RBj. JBj. zij hebben goede ideeën en brengen die ook in. OHj. “Ik leef voor grapjes”. MLm.5.

door in het dorp te spelen met de poppetjes en andere leerlingen hierin te betrekken. YTj neemt de rol als verkenner op zich door het organiseren van een leider. 51 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Er zijn wel leerlingen die door dit gedrag JCm aandacht geven. Er lijkt geen aanleiding duidelijke aanleiding te zijn voor dit gedrag. § 4. toch heeft hij geen invloed op het leiderschap. Ook geef ik aanbevelingen voor een eventueel vervolg op dit onderzoek. Ook MTj en EBm ondernemen acties vanuit deze rol. en waakt over de groepsnormen. Tijdens een conflict tussen OHj en TMj neemt CBj duidelijk zijn rol als gezagsdrager op. In het volgende hoofdstuk kom ik terug op deze bevindingen en beschrijf ik welke conclusies ik daarop baseer. . TMj vormt een duidelijke duo met RWj. JCm neemt halverwege de opdracht de rol aan van appellant.6 Tot slot De bevindingen tijdens het uitvoeringsproces en de resultaten uit het eindonderzoek hebben mij veel informatie gegeven.

Hoe verloopt de interactie tussen de leerlingen onderling? Je kunt merken dat de leerlingen veel baat hebben gehad aan het werken met de Roos van Leary. Bij de eindobservatie “Een dorp bouwen”. § 5. De groep heeft zich steeds meer gevormd tot een positieve groep. Ook accepteren de leerlingen dat sommige leerlingen liever alleen werken. Groepsleden voelen zich medeverantwoordelijk voor de eigen groep. Vooral de leidinggevende rollen zijn beter bepaald. . worden weer bij de samenwerking betrokken. Dit leidt ik af uit de kenmerken van een positieve groep. p. maar kunnen in situaties wel teruggrijpen naar de aangeleerde segmenten. Deze manier van invullen vindt voornamelijk zijn oorsprong in het karakter van het kind en heeft ook betrekking op de “Roos van Leary”. Vooral de verkenners nemen in de subgroepjes een leidinggevende rol aan.Hoofdstuk 5 Eindconclusie Met het uitvoeren van dit onderzoek heb ik getracht antwoord te geven op de vraag: Welke invloed heeft het rollenpatroon op de interacties van de leerlingen onderling in mijn klas en hoe kan ik die beïnvloeden? Om deze vraag te beantwoorden. 23): Kenmerken van een positieve groep: De leden zijn eensgezind en gemotiveerd om groepsdoelen te halen. 2007. Welke rollen zijn er in mijn klas? En hoe worden die ingevuld door de leerlingen? De rollen die horen bij een positieve groep worden allemaal ingevuld door de leerlingen. De leerlingen zijn heel gedreven om het gezamenlijke groepsdoel te behalen. 3. een dorp bouwen. Ook de joker en de appellant zijn uitgekristalliseerd. 2. Hiervoor werken de leerlingen goed samen en waarderen ze de inbreng van een ander. op weg naar een positieve groep.1 Deelvragen 1. die in de gehele groep door iemand anders wordt uitgeoefend. De leerlingen vullen geheel op eigen wijze deze rollen in. 52 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Leerlingen die er buiten dreigen te vallen. en andere leerlingen het leuk vinden om ondertussen grapjes te maken. Is mijn klas een neutrale. De meeste leerlingen zijn flexibel genoeg om hun rol in het subgroepje aan te passen. waar ik bij de volgende deelvraag dieper op inga. Naar aanleiding van de eindmeting is te zien dat de leerlingen een grote stap vooruit hebben gezet. De leerlingen hebben zich deze verschillende manieren van interactie nog niet eigen gemaakt. De leden tonen respect voor de mening en het karakter van een ander groepslid. positieve of negatieve groep? Uit de beginmeting is heel duidelijk naar voren gekomen dat mijn groep een neutrale groep was. De leerlingen nemen tijdens het werken in subgroepen vrij makkelijk een rol over. zijn deze kenmerken goed terug te vinden. heb ik in hoofdstuk 3 de onderzoeksvraag in deelvragen opgesplitst. zoals beschreven door Van Engelen (Engelen van. Groepsleden zijn bereid tot samenwerking.

Deze leerlingen hebben naar aanleiding van het onderzoek inderdaad meer aansluiting bij de groep gekregen. is het te laat. 4. de invulling van de verschillende rollen. RBj) zelf nog steeds deviant gedrag vertonen. Toch moet ik wel een kanttekening plaatsen. Zolang deze leerlingen hun deviante gedrag niet veranderen. Dit had voornamelijk gevolgen voor een aantal leerlingen die buiten de groep kwam te staan. zoals het gebruik van de “Roos van Leary” m. p.a. maar niet altijd als positief werd ervaren. kan ik concluderen dat ik met mijn onderzoek heb aangetoond dat een leerkracht met een gerichte aanpak de groepsdynamiek positief kan versterken door uit te gaan van bestaande kwaliteiten en het aanleren van nieuwe vaardigheden. De interventies die ik uitgevoerd heb. In de eerste drie fases kan er door de leerkracht wel degelijk invloed uitgeoefend worden. maar kunnen dit niet accepteren. gebaseerd op suggesties uit de literatuur. dit is pakweg de periode van de eerste vijf tot zeven weken van een schooljaar. o. De groepsnormen bieden veiligheid. waardoor de kinderen zich bewust werden welk effect hun gedrag kan hebben. Ik wilde proberen om wel degelijk invloed uit te oefenen. De uiteindelijke interventies heb ik zelf verzonnen.Ik ben dit onderzoek gestart omdat de interactie duidelijk aanwezig was in mijn klas. Dan liggen de groepsnormen vast en zal de groep zich niet of moeilijk op andere gedachten laten brengen. “ (Engelen van. De groep probeert hun gedrag te respecteren. zijn gericht geweest op de aandachtspunten uit de nulmeting. 53 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Welke interventies kan ik uitvoeren om invloed op het groepsproces te kunnen uitoefenen? Er zijn geen kant en klare interventies voor de aanpak van de groepsdynamiek. Het “ophalen” van deze normen heeft wel positief gewerkt op de groep. zullen ze voor een gedeelte buiten de groep blijven staan. Ik heb door het gebruik van deze aanpak de huidige situatie uitgebouwd en versterkt. Het aanleren van de nieuwe vaardigheden. Met mijn interventies heb ik mij alleen maar hoeven richten op de interacties tussen de leerlingen en de rollen die in de groep gevormd zijn. . § 5. gebaseerd op de uitslag van de BOTS-vragenlijst (Verstegen & Lodewijks. was mijn onderzoek gedoemd te mislukken. Door de groepsdynamiek aan te pakken. hier heb ik geen wijzigingen in hoeven aanbrengen.2 Eindconclusie In de literatuur wordt het volgende geschreven over het beïnvloeden van de groepsdynamiek: “Als de groep zich gevormd heeft (de performingsfase). hebben geleid tot de ontwikkeling van een positieve groep. maar dit is geheel aan de groep zelf te danken. Opvallend is dat de desbetreffende leerlingen (JCm. Om de interventies te kunnen bepalen is het noodzakelijk om te weten waaraan er in de groep gewerkt moet worden. Terugkomend op mijn onderzoeksvraag.t. De groep had namelijk al bestaande positieve normen.b. 2006). LMj. 2007. Hun gedrag sluit niet aan bij de groepsnormen zoals ze gesteld zijn. 59) Als ik van dit bovenstaande citaat uit was gegaan. YTj. Het is mogelijk dat een andere aanpak meer effect kan hebben. Deze leerlingen hebben een individueel plan van aanpak nodig. Uit de resultaten van de eindmeting is gebleken dat dit is gelukt.. kunnen deze leerlingen een nieuwe ingang vinden om aansluiting te maken bij de groep. zodra deze al gevormd is.

Voor de toekomst zou ik graag een andere aanpak zien. Toch wil ik daarbij ook een aanbeveling maken naar de hele school. gedrag bij kinderen is vaak al erg ingeslepen en moeilijk te veranderen. Ik kan spreken van een belangrijk onderzoek. Belangrijk is dat de leerlingen begeleid zullen worden in een goed verloop van deze fase. . Door dit onderzoek heb ik mijn kennis over dit onderwerp gerelateerd aan groepsdynamica uitgebreid. Hierdoor kan ik preventief handelen.4 Terugblik Ik heb met veel plezier gewerkt aan dit onderzoek. Belangrijk is dat de leerkrachten regelmatig stil staan bij de groepsnormen. Voorkomen is beter dan genezen! Aan het begin van het schooljaar ga ik in het vervolg veel aandacht geven aan het doorlopen van de verschillende fasen. niet alleen voor de leerlingen uit mijn groep. sta ik anders voor de klas. § 5. maar nog meer voor de ontwikkeling van mijzelf als gespecialiseerd leerkracht. Ook in dat jaar zullen de leerkrachten profijt hebben van de ontwikkelingen die zich hebben afgespeeld in de groep. Een schoolafspraak over de aanpak en het vormen van de groep in het begin van het schooljaar zou hiervoor een uitkomst zijn. Als leerlingen gewend zijn om vanaf het begin van hun schoolloopbaan te werken aan een positief pedagogisch leerklimaat. Ik ben in staat om hier in de toekomst mijn voordeel mee te doen. Gedrag in zijn algemeenheid heeft mij altijd al het meest geïnteresseerd. Door de kennis en inzichten uit dit onderzoek. Ik kan gedrag van leerlingen beter verklaren. 54 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. In groep 8 zullen de leerlingen geconfronteerd worden met de “adjouringsfase”. Ik werk voornamelijk in de bovenbouw. deze manier van werken kan ingezet worden om de aanpak te continueren. groepen beter begeleiden in hun proces en andere leerkrachten hier beter over adviseren.3 Aanbevelingen Volgend jaar gaat deze klas naar groep 8 toe. rollen in de klas en de interactie tussen de leerlingen. De klas vindt het erg prettig om te werken met rollenspellen. Goed preventief handelen zou volgens mij zijn: Vanaf het begin (groep ½) moeten de leerkrachten zich bewust zijn van de ontwikkeling van de groepsdynamiek. heeft dit zijn uitwerking op de gehele schoolperiode.§ 5.

inclusievescholen. 83).. Remmerswaal. M. van Competentietest: http://www. H. Houten: Stenfert Kroese. (1995). D. van Sociogram: www. Visie.org/thinkers/tuckman. A.. (2008). Samenhang en spanningen in de klas. P. Begeleiden van de groep. K. Theorie. Theorie en vaardigheden. (1998). Grip op de groep. Assen : Van Gorcum.php 55 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. praktijk en onderzoek. & Lap. (2006). Groeps (team) ontwikkelingsmodellen. Franke. Geluk. Theorie en praktijk van het lesgeven in de basisschool. Goede de.com/trainotheek/ob/Leary.. Houten: EPN. Vert. Itasc. Handboek groepsdynamica. W. Meer dan onderwijs. P. De groep. Assen: Van Gorcum. M..) Amsterdam: Pearson Eduction. (2006). Baarn: Uitgeverij H. Groningen: Wolters-Noordhoff. van Inclusief onderwijs: http://www. (2006). W.nl/ Gielis. R. Lente van. Onderwater. (2008). J. Een nieuwe inleiding op theorie en praktijk. Groepsdynamica..sociogram. Opgeroepen op Januari 2009. Konig.htm Verstegen. M. van http://www.competentietest. (p. & Tjerkstra. Kwalitatief onderzoek. (2006). Opgeroepen op januari 2009. R. F..nl Oudenhoven van. (H. G. Professioneel omgaan met gedragsproblemen.. Praktische handleiding voor het opzetten en uitvoeren van kwalitatief onderzoek. Innoveren in de gezondheidszorg. (2006. Utrecht: Het Spectrum. Interactiewijzer. Infed. (2008).org.V. Inclusieve scholen. Linge van. Maarssen: Elsevier gezondheidszorg. Itasc.inclusiefonderwijs. Baarn: Uitgeverij Bekadidact. D. (sd). Opgeroepen op Januari 2009. van www. & Teunissen. In R. E. (1997). Oktober). Opgeroepen op januari 2009. (2000). Linge van.pdf Jeninga. Opgeroepen op Januari 2009. (2005). . R.nl/visie. De kunst met groepen te werken. J. Baarn: HBuitgevers. Analyse en aanpak van interactieproblemen in professionele opvoedingssituaties. Nelissen B. Groepsdynamica. Baarda. J. Smith. Johnson. J. (2005). (2007).Literatuurlijst Alkema. J. R. Relaties binnen en tussen groepen. & Johnson.infed. & Lodewijks. . P. Engelen van.

..... Blz.................. Blz............................................................... Blz................................................................... 115 19..................... 77 8. Blz........ Rolkaarten .......... Puntenverdeling klimaatschaal .................................................. “Introductie Roos van Leary” ............................................................ 100 15............................................................................................................................ Observatieverslag “dorp bouwen” eindmeting ........... 96 13........................... 61 4.............................................. Blz...... Nul................... 84 12................................... Blz....... Blz......................................................... Blz......................................................................................................... Blz............... 70 6. Blz.......... 113 18. Tabel Rollen ................................................................................................................................................. Observatieverslag “toren bouwen” nulmeting ........ 116 20.................... 117 21....... 104 16............................ Blz................................................... “Kleurencollage” ............. 57 2.................................................................. “Je mag niet meedoen” .. “Complimenten van een groep” ......... Motivatie rollen nulmeting......................... 73 7.................................................................. Blz................ Blz.................................................................................................................. Blz.. 123 56 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas........ Motivatie rollen eindmeting ......... Tabellen sociogram nulmeting ............................ Blz....................................................................... “Letters en cijfers maken”...... Plattegronden van de klas . Blz........ “Situaties uitspelen”............... 59 3................ “Wie ben ik” .. Blz.................. ................... 82 11.................................... 97 14.......... 80 10................................ Blz...... 79 9... Blz......................................... 111 17........ Blz... Tabellen sociogram eindmeting .... Klimaatschaal .............................Bijlagen 1............. 63 5................ “Groepstekening maken” . Blz................................................ Handelingsplan “waarschuwingskaartjes” ...........................en eindmeting naast elkaar ..

.Bijlage 1: Rolkaarten Gezagsdrager Sociaal werker Organisator Verkenner 57 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

.Volger Appellant Joker 58 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X 5 3 4 0 2 2 4 0 4 1 0 13 3 0 4 0 4 0 1 3 3 4 5 3 2 16 3 2 3 2 1 11 3 2 4 0 5 1 0 3 3 0 3 0 2 1 5 3 59 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Totaal neg.Bijlage 2: Tabellen sociogram nulmeting Sociogram spelen MLm MBm X 2 5 AAm CVm LRm EBm JGm JCm AAj CBJ DWj EDj JBj LMj MTj MHj MJj OLj OHj RWj RBj RMj TMj YTj AAm CVm EBm JCm JGm LRm MLm MBm NJm Totaal pos. NJm DWj MHj RWj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ AAj OLj MJj EDj RBj YTj JBj .

Sociogram werken MLm MBm X 2 3 AAm CVm LRm EBm JGm JCm AAj CBJ DWj EDj JBj LMj MTj MHj MJj OLj OHj RWj RBj RMj TMj YTj AAm CVm EBm JCm JGm LRm MLm MBm NJm Totaal pos. Totaal neg. NJm DWj MHj RWj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ AAj OLj MJj EDj RBj YTj JBj . X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X 3 2 5 0 1 13 8 0 4 1 0 7 2 2 4 0 9 0 5 2 2 4 4 2 1 16 1 4 3 3 0 9 1 3 3 0 3 2 1 1 5 0 3 0 2 1 3 0 60 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Als er in onze klas iets gedaan moet worden wil bijna niemand dat doen 12. Ik denk dat de leerlingen in deze klas elkaar wel aardig vinden 22. Volgens mij zijn er in onze klas maar weinig leerlingen echte vrienden van elkaar 8. In onze klas moet je vaak wachten voordat de leerkracht je helpt 18. 2. Vraag 1. 5. De leerlingen in onze klas plagen en pesten vaak gemeen 20. . De leerlingen van onze klas gaan ook na schooltijd met elkaar om 15. Ik vind dat de leerkracht weinig praten met de leerlingen in deze klas 14. Leerlingen in de klas helpen elkaar vaak Ik vind dat we in de klas genoeg leuke dingen doen Leerlingen in onze klas krijgen vaak straf De leerkracht heeft vaak ruzie met iemand uit de klas De leerkracht wil graag weten of je ergens problemen mee hebt 6. In onze klas zijn de leerlingen meestal goed bezig 19. 4. De leerlingen zijn trots op onze klas 9.Bijlage 3: Klassenklimaatschaal Klimaatschaal Naam leerling:………………………………………………………………………. 3. Als een leerling aan klasgenoten om hulp vraagt dan zijn er genoeg die hem/haar willen helpen 10. Volgens mij zitten veel leerlingen in onze klas zich te vervelen 16. Ik vind dat de lessen bij de leerkracht wat rommelig verloopt 17. Volgens mij besteedt de leerkracht voldoende tijd aan alle leerlingen 7. Volgens mij weet de leerkracht wel wat de leerlingen willen 11. Groep:……………………… Datum:……………………………………. Volgens mij maken de leerlingen in deze klas vaak leuke grapjes over de leerkracht 61 Antwoord: Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Voor en na schooltijd praten de leerlingen van onze klas vaak met elkaar 21. Volgens mij duurt het lang voordat een leerling zich thuis voelt in deze klas 13.

In deze klas zijn de meeste leerlingen goede vrienden van elkaar 28.23. Onze leerkracht heeft meestal een goede bui 25. . Er wordt in deze klas veel lawaai gemaakt tijdens de lessen Ja Ja Ja Ja Ja Ja ? ? ? ? ? ? Nee Nee Nee Nee Nee Nee 62 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. In deze klas is de beurtverdeling tijdens de lessen goed: alle leerlingen krijgen regelmatig een opdracht 26. De leerlingen in onze klas maken veel ruzie met elkaar 24. De meeste leerlingen in onze klas vinden dat we een aardige leerkracht hebben 27.

maar zegt ze niet in het openbaar. Ze schreeuwt het niet door de klas. De rest. Ook heeft ze bij knutselen heel veel ideeën. zodat iedereen dit kan dragen als je je gymkleren bent vergeten. maar zeggen. OLj MLm: Heeft hele goede ideeën. Hij regelt Ik snap altijd wel veel. ruw. MLm 63 RBj: Iedereen CBj: Hij RMj: Hij regelt AAm: Zij heeft bijvoorbeeld met gym meer kleren mee. MBm: ook hier vind ik mijzelf passen. Organisator Verkenner EDj heeft ideeën JBj. maar niet de moed om ze hardop te zeggen en te regelen. DWj is veel meer storend en dus niet geen joker. . CBj: Hij weet precies wanneer hij een grapje moet maken en wanneer niet. Volger De rest. JCm: Zij moet vaak geholpen worden. en CBj regelt RBj en MBm. MBm: Ik vind mijzelf ook hier bij passen. LRm: Kan RBj: Hij durft iemand goed het heel goed te helpen. Joker CBj: Hij maakt grapjes als het kan. MBm MLm: Zij heeft veel ideeën. MHj. maar vertelt de grapjes tegen de meiden. LMj en JCm: Ze DWj: Hij is Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Appellant RWj: Is snel verdrietig. Ze huilt sneller en heeft meer aandacht nodig. LRm: Zij helpt altijd andere kinderen. liedjesinbreng en het bedenken van filmpjes. EDj. heel goed wat ze bijvoorbeeld met uitlegt. Sociaal werker JCm: Zorgt voor anderen. De rest. RWj: Bij activiteiten denkt hij er ook aan om spullen voor anderen mee te nemen.Bijlage 4: Motivatie rolkaarten nulmeting Naam MHj Gezagsdrager EDj: Heeft ideeën. JCm: wordt vaak geplaagd. YTj. NJm: Zij is ontzettend grappig. maar is laat het niet soms wel wat altijd zo merken. het. CVm: Zij is heel De rest. MHj.

OHj CBj: Hij weet veel. Verkenner creatief en gezellig. maar regelt het niet. maar heeft wel heel goede ideeën. zou dat heel raar zijn. vraagt ze altijd hoe het met je is. CBj: Hij is op hele rare momenten heel 64 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.Naam LRm Gezagsdrager luistert naar hem. CVm en EDj: Zij helpen je altijd. RBj. Sociaal werker probeert het leuk te huiden in de klas. OLj en AAj. CBj: Hij heeft hele goede ideeën. Volger RBj: Hij praat veel door de klas. MLm: Ik vind het niet leuk als kinderen worden buitengesloten. juist op de momenten dat het heel spannend is. ook als je iets niet snapt. maar blèrt ze niet door de klas. CBj: Hij helpt altijd andere mensen. JCm: Zij zit eigenlijk altijd alleen. DWj: Hij maakt heel veel grapjes. RWj RMj: Hij zegt veel dingen. Hij maakt ze alleen niet altijd op de goede momenten. RWj: Ik weet eigenlijk niet waarom. De rest. maar zegt het niet altijd. een grapje. Als hij geen grapjes zou maken. MTj en JGm: Die doen eigenlijk altijd gewoon wat er gezegd wordt. Joker duidelijk de grappenmaker. MLm. Is er niet in onze klas. TMj: Hij regelt de ideeën van RMj. AAj en MLm. ze mag niet altijd meedoen met de meiden. Als iemand buiten gevallen is. gaat hij altijd mee naar binnen om te helpen. JCm: Zij is heel somber. De rest. MHj: Luistert goed naar anderen. JBj. EBm: Zij doet wat ze zelf wilt. Hij houdt er niet van als er ruzie is. LRm: Ik vind dat ik zelf ook initiatief neem. Appellant betrekken zichzelf niet bij de groep en moeten er dus altijd bij betrokken worden. dan luistert hij en vindt hij het goed dat je inbreng hebt. EBm en CBj: maken echt leuke grappen. MJj. DWj: Roept er vaak doorheen. . MHj. Ze zijn ook veel stiller in de groep. Organisator veel dingen. CVm: Als je valt. maakt hij. TMj: Hij durft zijn eigen mening te geven. DWj: Als we bijvoorbeeld een filmpje kijken. Als je inbreng hebt en het is een goede reden.

ze zijn heel zorgzaam. maar ik weet niet zo goed wie. Er zijn ook nog anderen. Iedereen wil altijd wel naar haar luisteren. Ze kunnen goed samen werken.Naam DWj Gezagsdrager MLm: Zij is een goede leider. Ze nemen iets mee als dat handig is. Weet ik niet. Er wordt dan door 65 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. maar zegt ze niet altijd. maar ik verzint spelletjes weet niet zo voor op het goed wie. Sociaal werker EDj en CBj: Die zeggen altijd: “doe je ook mee?”. Verkenner CVm. DWj: Hij maakt veel leuke grapjes. LMj CBj: Past bij hem. Volger De rest. schoolplein of bijvoorbeeld het maken van een film. maar vertelt die aan anderen. maar ze kan wel bazig doen. Het leidt me alleen wel af dat ik altijd grapjes maak. MJj JCm: Zij heeft veel ideeën. MTj en MJj: Ze zijn er het type voor. Als je valt vraagt ze of het met je gaat. TMj: Bij het werken aan de verrijkingsbladen heeft hij altijd even een steuntje in de rug nodig. RBj: Hij heeft RBj: Hij neemt goede ideeën. NJm: Zij zegt vaak: “doe je ook mee?”. maar ze worden niet altijd grappig gevonden. zijn. CBj: heeft veel Ik weet dat ze er leuke ideeën. De rest. . DWj: Hij maakt altijd grapjes. MBm: Zij De rest. MTj: Doordat we goede vrienden zijn. hij is wat ruwer. RMj CVm: Ze heeft goede ideeën. Is er niet. maar praat niet veel. MBm: Ze leidt veel. vaak een bal maar volgt ook mee naar school de ideeën van om te CVm op. Joker grappig. voetballen. MJj. DWj: Het wordt altijd tegen mij gezegd. Appellant JCm: Zij is heel licht geraakt en moet vaak getroost worden. Is er niet. MLm: Zij staat altijd voor iedereen klaar. Organisator MBm: MLm en MBm zijn goede vriendinnen. LMj: Hij zit bij mij in het RBj: Hij maakt veel grapjes. RWj: Verzint dingen voor een hele groep. TMj: let ook goed op anderen.

En ze zegt tegen de klas dat ze rustig met diegene moeten doen. JCm: Zij is stil en met buiten spelen zit ze vaak in een hoekje. De rest. De rest. Verkenner Volger Appellant groepje en is altijd heel verlegen. NJm: Als iemand niet lekker is. Soms wil ze wel/ niet meedoen als we het vragen.Naam Gezagsdrager Sociaal werker Organisator is soms wat bazig. maar heeft wel goede ideeën. MLm: Is veel met anderen bezig. JCm: Ze is stil en EBm: Ze is niet Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. maar wordt ook wel gepest. MBm. DWj: Iedereen vindt hem grappig. EBm: Zij regelt bijvoorbeeld met uitvoeringen dat iedereen kleding heeft. DWj: Hij heeft vaak flauwe grapjes . maar heeft goede ideeën en zegt deze ook. Joker de kinderen zijn naam zeurderig geroepen. JBj JBj: Ik heb ideeën. CBj: Hij heel leuke grapjes. LMj wordt buitengesloten. alleen CBj weet het beste zijn grappen te plaatsen. NJm 66 EDj: Hij is stil. blijft NJm bij diegene binnen. Anders neemt ze het zelf mee. JCm: Zij zit vaak alleen in een hoekje. CBj: Hij heeft RBj: Hij neemt altijd een bal mee om te kunnen voetballen. denkt niet alleen aan zichzelf. ze zijn niet altijd grappig. EDj: Hij is stil. CBj: EDj vertelt zijn ideeën tegen CBj en die voert ze uit. ze mag van de meiden niet altijd meedoen. DWj en CBj: Ze zijn grappig. MLm. LMj: Hij mag meedoen. JGm: Ze is stil. RBj: Hij regelt dat iedereen goed mee kan doen. . De rest. EBm: Zij zegt TMj. heen. maar een ander zegt het hardop. AAm EDj: Hij is heel serieus en dus luister je beter naar hem dan naar een grappenmaker.MTj en veel door de klas MHj.

Sociaal werker maar denkt aan iedereen. Niet iedereen zegt tegen haar: “kom mee”. hij wil graag grappig zijn. soms is dat irritant maar meestal goed. MJj. MLm: Ze is erg zorgzaam. DWj: Hij maakt veel grapjes. Is er niet. TMj en YTj. Soms is het ook wisselend wie deze rol is. Is er niet. DWj:Hij maakt goede grappen op het goede moment. Bijna iedereen. NJm: Zij praat meer over haar ideeën. EBm. Vroeger RBj. omdat RBj minder vervelend doet. RWj. . De rest. nu minder. JCm: Ze is erg stil. MBm. behulpzaam en duidelijk.Naam Gezagsdrager maar heeft wel goede ideeën. zorgen dat mensen 67 RMj: Hij zegt vaak: “goed idee. Organisator ook zelf een eigen mening. LMj. LRm. MTj Is er niet. LRm: Zij denkt er altijd aan of iedereen mee kan doen. RMj. De rest. RBj. RBj. Het is nu minder. meestal een vriend van diegene die de ideeën bedenkt. behulpzaam. zijn ideeën aan mij. JCm: Ze is vaak verdrietig en wordt buitengesloten. CBj MBm: Kan goed MLm en JBj: leiding geven. Verkenner AAm. MBm. Niet één iemand. TMj: Hij speelt vaak met CBj en doet dan goed mee. Joker altijd de grappenmaker. CBj: Hij heeft hele gepaste grapjes. Is er niet. DWj: Hij maakt veel leuke grapjes maak Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. DWj en CBj: Zijn allebei grappig. Appellant mag wel verwend worden. JGm: Zij is dit soms ook wel een beetje. maar haar grapjes zijn wel om te lachen. De rest. Volger CVm CBj: Het past bij MLm: Ze is erg hem. laten we dat gaan doen” en dan regelt hij dat. EDj RMj: Hij komt MLm: Zij is vaak met ideeën. TMj RWj: Hij vertelt RMj en LMj.

Verschillend. nemen initiatieven van de gezagsdrager over en proberen mee te helpen. veel humor. DWj: Hij is altijd grapjes aan het maken. NJm en OHj: Zij De rest. Maar voor ons is het wel leuk. De rest. Is er niet. Wisselend. JCm: Zij krijgt niet altijd aandacht. OHj en CBj: Er wordt vaak aandacht aan hun gegeven. dan vult CBj dit aan met zijn eigen ideeën en dan wordt het nog leuker. CBj: Hij kan goed dingen regelen. maar DWj het grappigst. De rest. maar hij weet dat zelf niet. DWj en YTj: Wij zijn grappig. CBj: Hij is ook grappig. MLm: Zij zorgt voor iedereen. Als er wordt gezegd dat iedereen mee mag doen. veel. Ze wordt ook wel buitengesloten. MBm en MLm: Zij zorgen voor mensen en vinden dat ook leuk om te doen. AAj 68 CBj: Hij krijgt NJm: Zij OHj: Als RWj: Hij neemt De rest. YTj. Joker kan wel irritant zijn voor juf. CBj: Als EDj een idee heeft. JCm: Ze is stil en DWj: Hij is durft niet veel te grappig en lacht vragen. LRm: Ze is heel beleefd. Ook ik ben het wel eens. Organisator Verkenner Volger Appellant RBj Ikzelf denk ik. RMj: Hij bedenkt wat en dan wordt zijn idee overgenomen. De klas luistert wel naar hem. . Hij is de clown van de klas. hij denk er niet bij na. vraagt zij altijd nog netjes: “Mag ik ook meedoen? Is er niet. NJm: Zij loopt met iedereen mee die pijn heeft. RBj en AAj. De rest. CBj en DWj: Ze Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. RBj. JCm: Ze is stil en DWj: Hij heeft niet zo vrolijk. LMj: Hij heeft vaak ruzie en dan moet ik hem helpen.Naam Gezagsdrager Sociaal werker meedoen met alles. EBm YTj JCm EDj: Hij is de stille leider. JCm en EDj.

LRm: Ze wil dat niemand buitengesloten wordt. MLm: Zij wil ervoor zorgen dat niemand buitengesloten wordt. 69 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. DWj: Hij maakt altijd grapjes. Verkenner altijd iets mee wat van pas kan komen. Organisator iemand een idee heeft. Joker maken bijna altijd leuke grappen. Volger Appellant De rest JCm: De huilt altijd heel snel. Sociaal werker probeert iedereen te helpen. dan gaat hij dat regelen. maar ook niet leuke grapjes. CBj: Hij regelt altijd alles en zorgt dat het goed komt. RWj: Hij weet goed wanneer hij iets moet doen. maar is dat wel stil. RBj: Hij wil graag leiden. .Naam JGm Gezagsdrager vaak de leiding en heeft goede ideeën.

De leerlingen die na hem aan de beurt zijn doen dit ook. De meeste leerlingen volgen deze aanwijzing op en er wordt een rij gemaakt. zijn OLj en DWj. MLm zegt hierop terwijl ze een groepje kinderen aankijkt: “Jongens. waarop AAj reageert: “ja jongens. RWj kijkt naar mij en heeft niet in de gaten dat hij aan de beurt is. In de kring pakken alle leerlingen alvast meer blokjes. RWj. Toch gaat het neerleggen van de blokjes wel gewoon via de goede volgorde door. EDj. Dan roept RWj: “Allemaal in een rij gaan staan!”. De eerste uit de rij (NJm)gaat een blokje neerleggen en pakt daarna een nieuw blokje en gaat hiermee achterin de rij staan. Vooral de meisjes en YTj zitten buiten de kring te kletsen. JCm legt daarop volgend 2 blokjes neer. OHj assisteert bij het neerzetten en gaat daarna in de kring staan. Nu is de kring helemaal rond en er gebeurt niets. De rest van de leerlingen die nog door zit te bouwen gaan ook in de rij staan. Daarna gaat hij ook in de rij staan. RWj heeft dit door en legt daarop ook een blokje neer. AAj ziet dit en stelt voor aan de groep om allemaal 2 blokjes neer te leggen. De volgende die aan de beurt zijn. Iedereen pakt een aantal blokjes uit de bak. Dit gebeurt. De volgorde herpakt zich. MHj. als jullie nu iets naar achteren gaan?”. Observatie OHj roept door de groep dat er een plan moet worden gemaakt. Zij leggen op hun beurt één blokje neer. OHj legt na een tijdje ook meerdere blokjes neer (meer als voorgaande leerlingen) en daar wordt hij door TMj op aangesproken. en wacht ieder tot hij aan de beurt is.Bijlage 5: Observatieverslag “Toren bouwen” nulmeting Opdracht: De leerlingen moeten gezamenlijk een toren van kapla bouwen die precies 98 centimeter hoog moet zijn. Alleen MHj. hallo. allemaal in de rij!!”. OLj. OHj. Hierop wordt niet gereageerd. MBm roept na een tijdje: “Jongens!” en maakt met handgebaren duidelijk dat er een rij moet komen. Maar nu roept ook MTj door de groep: “Waar is het einde van de rij?!”. MJj. MHj kijkt nog even op de meetlat waar 98 cm zit en overlegt hierover met RBj. maar er ontstaat geen rij. MHj en RBj beginnen met het neerleggen van de eerste blokjes. RBj en JCm zitten op de grond in een klein kringetje de toren te bouwen. Niemand zegt hier wat van. Er gebeurt niets. De volgende leerlingen in de rij doen hetzelfde. RBj blijft de meetlat vasthouden die naast de toren staat. Toch weten de leerlingen wel wie er aan de beurt is. YTj legt meerdere blokjes tegelijk neer. is dat alle leerlingen in ieder geval 1 staafje moeten hebben neergelegd. De rol van de leerkracht: De leerkracht is observator. AAm die achter RWj staat legt nu een blokje neer. 70 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. waar is de rij?!”. OHj roept nog wel door de groep: “let op schuin gaan!”. MBm roept door de groep: “Hé. Niemand reageert op dit voorstel. CBj en AAm gaan nog door met bouwen. De enige voorwaarde die gesteld wordt over de samenwerking. De andere kinderen kijken er naar. De rij is lang en vormt langzaam een ruime kring om de toren heen. alleen maar een ruimere kring. De kring wordt weer iets kleiner en er ontstaat onduidelijkheid over wie er aan de beurt is. Daarna legt AAm weer een blokje neer. Op hetzelfde moment pakt RBj de meetlat en zet die naast de toren. . Ik grijp niet in en geef geen tips of begeleiding.

De leerlingen dringen weer naar voren en er ontstaat weer een kleinere kring. stop!”. MTj. blokjes neer. zegt RMj. MHj roept: “Jongens. Eigenlijk is RWj nu aan de beurt. De leerlingen leggen de steentjes gewoon op volgorde van de kring neer. In de kring staan RWj. maar dat niemand dit oppikte. YTj en JGm staan buiten die kring. De 1e rang bestaat uit: AAj. TMj legt nog als enige. TMj die ergens anders in de rij staat. DWj en AAj leggen er nog wat steentjes bij. JCm probeert ook in de kleine kring te komen en er ontstaat een wat grotere kring. Er worden op dit moment helemaal geen steentjes neergelegd. er gebeurt niets. AAj legt hem erbij. De kring wordt groter en EBm en NJm komen aanlopen. Alleen MLm. Zodra de toren bijna 98 cm hoog is ontstaat er opeens een kleinere kring om het bouwsel heen. OHj. waarop ze langs de toren loopt en haar blokjes neerlegt. LMj en AAm. RMj. Na 8 minuten kijkt RBj acht zich en ziet JGm staan. AAj. MHj en DWj. NJm. Hij stopt wel met neerleggen. MHj. niet zo dringen!” en loopt buiten de kring. Ik vraag hierop aan RMj: “Is de toren precies 98 cm?. LRm draait zich om en ziet het gat. LMj. Ze sluit weer aan in de kring. Het kringetje wordt kleiner en meer kinderen staan nu buiten de kring. ziet dit en gaat ook blokjes neerleggen. EBm. RMj ziet dit gebeuren en vraagt op zijn beurt weer aan JGm of hij de meetlat mag vast houden. JGm pakt de meetlat aan. Als er op een gegeven moment niets wordt neergelegd. MBm en RMj blokjes aan het pakken zijn. omdat toch niemand een steentje oplegde. * De leerlingen die tussendoor steentjes oplegden. AAm. Zij staan als een soort 2e rang. TMj vraagt aan mij of de toren klaar is. legt een steentje neer. MHj ziet TMj steentjes tussendoor neerleggen en legt ook 1 blokje neer. waarop TMj antwoordt: “Maar hij moet toch hoger”. vanaf zijn eigen plek in de kring. De kinderen volgen en er ontstaat weer een grotere kring. MLm. 71 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. weer op een andere plek in de kring. MBm roept vanaf een afstandje: “We zijn klaar!”. zegt tegen AAj dat hij nog niet aan de beurt is. Hij vraagt aan haar of zij de meetlat over wil nemen. Door deze leerlingen worden een aantal blokjes in willekeurige volgorde neergelegd. wat wel zo is. JBj. Deze volgorde wordt opeens weer aangehouden door de leerlingen. legt TMj weer een steentje neer. aan de overkant van de kring. De andere leerlingen proberen de toren ook te zien. De rest houdt de volgorde aan. die achter hem in de kring staat. “er moet er nog eentje bij”. JCm. Informatie uit de nabespreking samen met de kinderen: * De leerlingen vonden het goed gaan. MHj roept: “Hij is klaar!”. maar hij blijft wachten. gaven aan dat ze dit deden. De toren is klaar.v. MLm zegt tegen de leerlingen dat ze meer naar achteren moeten en geleid de leerlingen met haar arm naar achteren. maar hij reageert niet op RWj.p. RMj zegt: “Nee jongens. “Nee”. TMj wordt door RWj op zijn gedrag aangesproken. alleen vonden ze het niet prettig dat er opeens een kring ontstond i. RWj. JGm gaat akkoord en RMj neemt de meetlat over. RBj. RBj.Na 6 minuten is AAj aan de beurt en legt steentjes neer. gewoon een nette rij!. * RBj merkt op dat RMj wel de leider wilde zijn. De volgorde is nu niet helemaal duidelijk. volgt dit voorbeeld en legt ook blokjes neer. RWj roept door de groep: “Jongens. Er is nu geen vaste volgorde meer. MJj. een rij. Ondertussen ontstaat in de kring een gat. RWj volgt zijn voorbeeld. . MTj loopt uit de kring naar deze leerlingen toe. omdat LRm. Daarop zegt DWj: “Hij is klaar!”. AAj legt zijn steentjes neer en gaat weer terug naar zijn plek. OHj.

* Een aantal leerlingen vonden het lastig om één iemand als leider te zien. Het werd een beetje onduidelijk toen RMj zijn rol overnam. dus naar wie moet je dan luisteren? 72 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Er was namelijk van te voren niets afgesproken en dat hadden ze wel prettig gevonden. hij was bang dat hij te bazig zou zijn. omdat iedereen initiatieven nam. .* Een aantal leerlingen vonden in het begin RBj de leider. * De meeste leerlingen vonden dat er eigenlijk helemaal geen leider was. * RBj wilde zelf de leider niet zijn.

De leerlingen kunnen hun reactie uitstellen totdat zij de beurt krijgen. Lange termijn doelen: . Dit zijn de tijden waarop de kinderen aan hun zelfstandig werkblad werken. . en waarschuwen elkaar wanneer er niet rustig gewerkt wordt. Per groepje zijn ze verantwoordelijk voor hun eigen gedrag en die van hun groepsgenoten. Voor het behalen van de doelen.30-10. Ze reageren altijd. met maximaal 2 waarschuwingen van de leerkracht. Als ze wat willen zeggen/reageren steken de leerlingen netjes hun vinger op.50 en 13. waarin ik het modelgedrag laat zien. Als de klas een maand lang Beginsituatie Doelen Inhouden 73 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. op fluisterniveau.00 en 10. te weten: 8. dat wil zeggen dat elk groepje minimaal 8 keer een beloning heeft verdiend.De leerlingen kunnen tijdens de zelfstandig werklessen rustig werken.De leerlingen kunnen tijdens het samenwerken fluisteren.Bijlage 6: Handelingsplan “waarschuwingskaartjes” De leerlingen zijn rumoerig tijdens de lessen. en daar graag nog wat harder voor wil werken. en kletsen graag met elkaar. Fase 2: De bloktijden worden nu uitgebreid naar 3 delen. Als de klas een week lang een 80% score haalt in het bereiken van de doelen. en op hun beurt wachten zodra ze wat willen zeggen/reageren. Nadat iemand een grapje maakt. ook meedoen bij het behalen van de doelen. Fase 1: Allereerst werken we in twee bloktijden. Dit doe ik om de betrokkenheid te vergroten. worden de bloktijden uitgebreid. worden er tussendoelen bepaald. De leerlingen vinden zelf ook dat er teveel lawaai wordt gemaakt tijdens de lessen. . maar dat de leerlingen dit onderling ook doen. Dit betekent dat de klassikale lessen.00 uur. Korte termijn doelen: . De moeilijkheid voor de leerlingen zal bij deze lessen voornamelijk zijn `het voor je beurt door de klas roepen`. Dan verdeel ik de klas in vijf groepen (dit zijn de groepjes zoals gevormd in de klassenopstelling).15-15. Ook worden in deze tijden aan kleine groepjes instructie gegeven.00-10.30-11.00. Ik kies voor deze eerste opzet. zodat andere leerlingen geen last van hen hebben. en niet alleen als leerkracht hoef te waarschuwen. heeft iemand anders er altijd nog een grap overheen. Vooraf vindt er een gesprek plaats. Ik werk met een beloningssysteem.50. zonder dat de leerkracht hierbij hoeft te helpen. omdat deze groep daar erg gevoelig voor is. . Aan het eind van de bloktijden kunnen de leerlingen een beloning van max. 5 minuten verdienen. Om de doelen te behalen. met maximaal 2 waarschuwingen van de leerkracht.De leerlingen kunnen hun vinger opsteken. omdat deze tijden het makkelijkst zijn te behalen voor de kinderen.De leerlingen kunnen per dagdeel (de dagen zijn in 3 stukken gedeeld) rustig (samen) werken. te weten: 9. maak ik de kinderen zelf verantwoordelijk. 10.30-11. . .De leerlingen wijzen elkaar op goed gedrag.

De klas wordt opgedeeld in vijf groepjes. Deze groepjes mogen meedoen met de beloning. Onderop ligt de rode kaart en daarbovenop liggen 3 groene kaarten. Het groepje daarentegen heeft hierdoor een eerlijke kans om de doelen te behalen. zodra de leerlingen ongewenst gedrag laten zien. Het origineel zou komen uit de methodieken van Taakspel. hard praten. want ook dit is ongewenst gedrag. pakt de leerkracht een groene kaart van de stapel. waardoor het groepje nooit tot bijna nooit aan zijn beloning toekomt. Ik heb van deze methodiek gehoord op een studiedag. De groepjes die een rode kaart boven hebben liggen. * Een blik vol met max.en beloningssysteem. 5 minuten beloningen die de leerlingen van te voren zelf verzonnen hebben. Voor het uitvoeren van het handelingsplan wordt er gebruik gemaakt van een waarschuwingen. Elk groepje krijgt 1 rode kaart met daarop 3 groene kaarten. waardoor er tegemoet gekomen wordt in zijn behoefte aan een langere leercurve. De leerlingen laten gewenst gedrag zien. Hierdoor heeft de leerling meer waarschuwingen voor zichzelf. Aan het eind van een blokuur wordt gekeken welke groepjes nog een groene kaart boven hebben liggen. Methodieken Middelen Organisatie 74 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.een 80% score haalt in het bereiken van de doelen. dat wil zeggen dat elk groepje minimaal 12 keer een beloning per week heeft verdiend. worden de waarschuwingskaarten verminderd. De beloning wordt door de leerkracht uit het beloningenblik “gegrabbeld”. Deze groepjes mogen meedoen aan de max. De groepjes voeren hun beloning uit. . De leerkracht legt de kaarten aan het begin van een blokuur in de groepjes klaar. De leerkracht laat aan de desbetreffende leerling de kaart zien. Als een leerling uit een groepje ongewenst gedrag vertoont. dan neemt de leerkracht zonder iets te zeggen een groene kaart van de stapel. dan kost dat het groepje weer een groene kaart. Mochten andere leerlingen hierop negatief reageren. N. Aan het eind van een blokuur kijkt de leerkracht welke groepjes nog een groene kaart hebben liggen. *Per groepje 3 groene geplastificeerde kaarten en 1 rode geplastificeerde kaart. moeten kijken hoe de andere groepjes de beloning uitvoeren.B. dan krijgt deze leerling zijn eigen setje kaarten. Mocht een leerling heel veel moeite hebben om zich aan de afgesproken regels te houden. Ieder blokuur beginnen de groepjes weer met een nieuwe stapel kaarten. niet-taakgericht gedrag of bijv. en heb er mijn eigen draai aan gegeven. 5 minuten beloning die de kinderen zelf hebben verzonnen. De leerkracht houdt toezicht op de andere groepjes. In een volgend handelingsplan kan gewerkt worden aan de lange termijndoelen.

communiceren via het blokje . welke moeten volgende keer anders aangepakt worden.moppen tappen . .staan op je stoel . Zij gaven ook in dit gesprek aan dat ze het heel lastig vonden om stil te werken. heb ik een groepje gevraagd het gewenste gedrag voor te doen. . Zo werd voor iedereen meteen duidelijk wat ik van hen verwacht. Bij de evaluatie wordt gelet op de volgende punten: .Welke leerlingen vonden het lastig om de doelen te bereiken? .fluisteren als je samenwerkt .Welke leerlingen vonden het gemakkelijk om de doelen te bereiken? Uitvoering van het plan Naar aanleiding van het afnemen van de klimaatschaal heb ik de uitslag met de kinderen besproken. dat gaan we helemaal fiksen!!!!Dat komt goed!!!”.alleen door de klas lopen als je iets nodig hebt . Na het gesprek en het bedenken van de beloningen is het kaartensysteem meteen van start gegaan. De leerlingen waren heel goed aan het werk en de beloning werd door iedereen gehaald.filmpje kijken op het smartboard‟ .als je een loopje nodig hebt.tekenen . Na uitleg van het kaartensysteem heb ik aan de leerlingen gevraagd wat gewenst gedrag precies inhoud.galgje spelen . AAj zei: “oh juf.Evaluatie Na 2 maanden wordt het handelingsplan geëvalueerd. Ik heb de doelen van het plan aan de kinderen laten weten. waaronder één voor het reageren op het afpakken van een kaart. In dit eerste blokuur was ik heel streng. De eerste keer ging uitstekend.dansen op een liedje . Ik vertelde dat ik hiervoor een plan heb bedacht.enz.achterstevoren op je stoel zitten .met je taak bezig zijn en bijvoorbeeld niet je pen uit elkaar halen (dit fenomeen was vrij populair om te doen) . ga je even naar de wc om een slokje water te drinken Nadat deze punten naar voren waren gekomen.de polonaise lopen . In dit gesprek heb ik het plan uitgelegd en de verwachtingen duidelijk gemaakt. 75 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Dit deed ik om meteen duidelijk aan te geven wat ik onder gewenst gedrag versta.In hoeverre zijn de doelen bereikt? Welke vaardigheden beheersen de leerlingen? . Als aansluiting op het gesprek mochten de leerlingen beloningen bedenken die maximaal 5 minuten mogen duren.Heeft de methodiek de gewenste uitwerking gehad? . . Zoals gewoonlijk waren de leerlingen heel betrokken en vol moed om het plan te gaan uitvoeren. en ze werden heel enthousiast. De kinderen konden mij dit goed vertellen. Een aantal voorbeelden van de beloningen die ze bedachten: .Welke onderdelen werkten goed. Ik heb een aantal groene kaarten afgepakt.

In de volgende blokuren haalden niet alle groepjes de beloning. . Het zou kunnen zijn dat het die leerlingen niet meer uitmaakt. Er zijn nog geen kinderen die een eigen kaartensysteem hebben. 76 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Er zijn ook momenten geweest waarop er rode kaarten boven kwamen te liggen. Opvallend is dat de groepjes die een rode kaart boven hebben liggen. toch is een enkele waarschuwing genoeg om weer gewenst gedrag te laten zien. niet méér ongewenst gedrag laten zien. nu ze geen beloning meer kunnen verdienen. Toch werkt dit systeem zo goed dat de leerlingen nog steeds heel gedreven zijn om de groene kaart te laten liggen.

dus geen hobby‟s en uiterlijke kenmerken. gezellig. Maar ik ben ook wel sportief en muzikaal. De leerlingen mogen alleen karaktereigenschappen opschrijven. De leerlingen mogen raden welke leerkracht het is. Ra. flexibel. De leerlingen maakten de volgende kaartjes: MBm: Kan brutaal zijn Giechel veel Hou van grappen maken en klooien Val op jongens met bruin haar AAj: Sportief Flexibel Vergeetachtig Een beetje gek Aardig OHj: Sportief Aardig Soms chagrijnig Veel ideeën RBj: (doorgestreept: is als iemand tegen hem aardig is ook aardig) Schreeuwt soms door de klas Houdt van kattenkwaad Heeft soms ruzie Altijd een goed humeur YTj: Aardig Grappig Lief (soms) Vergeetachtig AAm: Druk Vrolijk Behulpzaam Vergeetachtig Aardig Gezellig Beetje gek Lief Nooit chagrijnig CVm: Lief Vrolijk Druk (buiten) Creatief Behulpzaam Aardig RMj: Sportief Kan boos zijn Soms een beetje fanatiek Behulpzaam Stil Gezellig Soms druk JGm: Vrolijk Behulpzaam Aardig Lief Sportief Rustig Gezellig Beetje bang soms CBj: Vrolijk Leergierig Humoristisch Spontaan Lui Sportief (als ik verlies) EBm: Sportief Aardig Grappig Lief Vriendelijk Gezellig Gek! OLj: Ik ben technisch en best wel ongeduldig. Ik omschrijf het volgende: Deze leerkracht is vrolijk. Maar mijn zwakste punt is rekenen. aardig. vergeetachtig. . zodat de andere kinderen kunnen raden. bijna nooit chagrijnig. sportief. ra wie is dit? De leerlingen weten meteen dat ik dit zelf ben. MTj: Aardig Leuk Grappig Sportief Soms druk Niet snel boos Hou van muziek Vriendelijk MLm: Behulpzaam Aardig Soms wat snel boos Vaak mijn werk af Maak mij zorgen om iemand anders Hou van lol maken Ik vind het irritant als er iemand door de klas roept NJm: Gevoel voor mode Sportief Zorgzaam Gezellig Soms best wel lullig Vriendelijk 77 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.Bijlage 7: “Wie ben ik?” Ik vertel de kinderen dat ik een leerkracht van onze school ga omschrijven. soms streng en heeft altijd een luisterend oor. druk. gek. Ik geef de kinderen de opdracht een kaartje te maken over zichzelf en vertel hen dat ik die later in de kring ga voorlezen.

LMj: Aardig Erg stil Druk Oplettend Gek Behulpzaam Slim

EDj: Rustig Sportief Raar Teruggetrokken

RWj: Ik ben aardig, grappig, sportief, gezellig, ongeduldig, onrustig, slim, gek, toegankelijk, leuk. JCm: Soms verlegen Snel boos Vrolijk Sportief Stoer Niet snel bang

MHj: Slim Vrolijk Sportief

DWj: Gek Aardig Blij Maandagochtend gevoel Grappig Haat kappers

LRm: Behulpzaam Houdt van lachen en klooien Lief Gevoelig Sportief Valt op jongens met bruin haar

Als de kaartjes worden voorgelezen kunnen de leerlingen het snel van elkaar raden. Dit komt ook omdat ze goed kijken naar de reacties van de kinderen zodra er een kaartje wordt voorgelezen. De meeste leerlingen geven aan het eind van de les aan dat ze het lastig vonden om het kaartje te schrijven. Alleen OHj, CBj, YTj, RMj en LMj geven aan het niet lastig te vinden. Opvallend is dat de kaartjes veel overlappingen hebben. Ook werd door andere leerlingen tussendoor aangegeven dat ze eigenschappen misten op kaartjes die wel heel kenmerkend zijn voor de leerling. Een voorbeeld wordt gegeven over YTj. MBm geeft aan dat zij het woord „druk‟ mist op het kaartje. YTj geeft aan dat hij die inderdaad vergeten is, want hij vind het wel bij hem passen. Op de vraag; “hoe vind je het als je kaartje wordt voorgelezen?” komen de volgende antwoorden: AAm: “Niet zo erg, dacht al dat ze me kende.” AAj: “Raar, toen AAm haar kaartje werd voorgelezen dacht ik dat ik het zelf was, terwijl ik eigenlijk wist wat er op mijn kaartje stond.” MBm: “Genant, raar of eigenlijk alsof ik eigendunk had. Bang dat andere kinderen reageren met waarom zeg je dat? Hahaha.”. “Dit gebeurde gelukkig niet”. JCm: “Ik voelde er eigenlijk niets bij. Ik vond het neutraal.” LRm: “Raar, CVm haar beschrijving leek op die van mij.” MTj: “Grappig, maar ik werd wel helemaal rood!” RBj: “Ik voelde me onzeker.” De leerlingen vonden het een leuke activiteit om uit te voeren. Over het algemeen klopt het beeld dat ze van zichzelf hebben, met het beeld dat anderen van hen hebben. Er zijn kaartjes bij, waarop leerlingen zichzelf heel doeltreffend hebben omschreven zoals RBj, EDj, CBj JCm, RWj, NJm, MLm en OLj. Deze kinderen werden daardoor erg makkelijk geraden.

78

Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Bijlage 8: “Letters en cijfers maken”
Voor deze oefening deel ik de klas in drie groepen. Ik vraag de eerste groep naar voren en vertel hen dat zij gezamenlijk de letter A moeten vormen, maar dat ze er niet bij mogen praten. Voor de rest geef ik geen aanwijzingen of opdrachten AAj gaat meteen op de grond liggen. Andere kinderen wachten af en kijken wat er gebeurt. Ze communiceren met elkaar via handen en armen. Met hun armen beelden ze uit wat er moet gebeuren. Langzamerhand gaat iedereen op de grond liggen en wordt de letter A gevormd. In het nagesprek met de klas vraag ik aan de leerlingen wat er gebeurde. De leerlingen vertellen dat er eigenlijk twee groepjes ontstond, maar dat het uiteindelijk één groep werd. Dit gebeurde d.m.v. gebaren. Ook vraag ik aan de leerlingen of er een duidelijke leider was. Dit was niet echt het geval, alleen CBj en MJj namen een beetje de leiding. Ik vraag aan hen of het handig is om in dit geval een leider te hebben. De kinderen geven aan dat dit inderdaad handig is, omdat er dan één iemand aangeeft en de rest volgt. Met dit nagesprek in ogenschouw nemend, vraag ik de tweede groep naar voren te komen. Zij moeten eerst een leider aanwijzen. Iemand wijst OLj aan. Die wil liever niet, en RWj geeft aan de leider te willen zijn. Dit wordt geaccepteerd door de groep. Ze moeten de letter C maken. RWj legt de kinderen goed en buigt ze op de juiste manier. Hij doet met zijn eigen lichaam de bewegingen voor. Tot slot gaat hij ook zelf in de juiste vorm liggen. In het nagesprek komt heel duidelijk naar voren, dat de leerlingen het heel prettig vinden werken met een leider. RWj was wel wat ruw, maar ook heel duidelijk. Dat MTj ook initiatieven nam, werd als prettig ervaren. De derde groep moet het cijfer 8 vormen. De leerlingen wijzen MBm als leider aan. MBM wil dit wel, maar ziet ook dat OHj zijn vinger opsteekt. Daarop geeft MBm haar leidersschap over aan OHj. Hij loopt naar het bord en tekent hierop hoe hij de leerlingen wil hebben liggen. Hij tekent een digitale 8. De leerlingen zien dit en gaan meteen volgens het plaatje liggen. Ook OHj neemt op het laatst zijn plaats in. In het nagesprek wordt besproken dat het erg handig is dat OHj op het bord tekent. Hierdoor is in één oogopslag duidelijk wat de bedoeling is. De leerlingen “luisteren” goed naar de leider, waardoor het cijfer snel gevormd werd. Als laatste gaan de leerlingen een wedstrijdje tegen elkaar doen. De leerlingen gaan in dezelfde groepen uiteen en moeten gezamenlijk het woord KIP vormen. Allereerst moeten ze een leider kiezen. Het kiezen gaat heel sociaal. Zinnen als: “oh, als jij het wilt zijn, mag dat ook hoor” waren regelmatig te horen. De leerlingen moeten in deze eindopdracht de tips uit de nagesprekken meenemen in de uitvoering. Dit is duidelijk te merken, want er wordt duidelijk leiding gegeven en de leerlingen zijn heel snel klaar met de opdracht.

79

Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Bijlage 9: “Complimenten van een groep”
Groep 1: Bestaande uit AAj, AAm, RBj, TMj, JGm, EDj. AAm wil graag de leiding en praat dwars door iedereen heen. Ze luistert niet naar anderen en wil graag haar idee uitvoeren. Anderen hebben ook ideeën, maar daar wordt niet naar geluisterd. Het gevolg is dat AAm heel veel aan het woord is, maar dat de anderen haar niet als leider accepteren en dus niet luisteren. AAm probeert het wel democratisch op te lossen, maar dit lijkt niet te lukken. Na 15 min. is er nog niets gebeurd. Er komen kinderen uit het groepje klagen dat er niets gebeurt. Uiteindelijk besluit ik om te gaan helpen. Ik vraag aan AAm om goed te luisteren naar de andere leerlingen. Uiteindelijk komt RBj met een goed idee, waar iedereen het mee eens is. Na nog wat strubbelingen gaat het groepje aan de slag en tot het einde verliep het verder goed en uiteindelijk was iedereen tevreden. Groep 2: Bestaande uit MHj, EBm, CBj, NJm, YTj, MTj. Dit groepje begint met het kiezen van een leider. CBj wordt als leider aangewezen. Ze hebben bedacht welke taken er allemaal uitgevoerd moest worden en hebben van te voren de taken verdeeld. Iedereen bedacht mee met de complimenten en ondertussen waren ze hun eigen taak, zoals versieren, schrijven, plan voor het grote blad ontwerpen e.d. bezig. Van te voren wilde er graag twee verschillende leerlingen schrijven, NJm en EBm, maar dit werd goed opgelost doordat er voor één van de twee een andere taak werd bedacht. De leerlingen ervaren de samenwerking als positief en hebben prettig aan de taak gewerkt. Groep 3: Bestaande uit OHj, RWj, DWj, OLj, LRm, JBj, OLj, MLm. In dit groepje wil graag bijna iedereen de leider zijn. Ze zijn heel lang aan het discussiëren over dit punt. Ze komen er niet uit en gaan over op het spelletje “ienemiemut”. Hieruit wordt uiteindelijk JBj als leider aangewezen. Aangezien anderen ook de leider willen zijn, accepteren zij niet JBj als leider. Iedereen gaat zijn eigen gang en “doet maar wat”. YTj wordt aangesproken op het feit dat hij niet meedoet. YTj wil hierop wat zeggen, maar dit wordt niet meer gehoord. Hierdoor wordt YTj alleen maar meer gedemotiveerd, waardoor hij helemaal niets meer uitvoert. Uiteindelijk zijn de complimenten wel samen verzonnen, doordat men die hardop vertelde. Groep 4: Bestaande uit MBm, RMj, JCm, CVm, MJj, LMj. Dit groepje maakt van te voren geen afspraken, maar de samenwerking en rolverdeling verloopt wel heel natuurlijk. MBm neemt een leiderschapsrol op zich en voor de rest werkt iedereen goed mee. Iedereen schreef één compliment voor een leerling op en er waren een aantal kinderen die dit in het net gingen opschrijven en de anderen versierden het blad. De leerlingen beleven de samenwerking als prettig en doelgericht. Het ging heel gemakkelijk en er werd niet gediscussieerd.

80

Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

81 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. .Hieronder is een foto van de complimentenbladen opgenomen.

Bijlage 10: “Je mag niet meedoen” Ik begin de les met het voorlezen van het verhaal Klaas. Maar hoezo. ik ga buiten spelen! Hoe laat moet ik thuis zijn?' Zijn moeder antwoordt: 'Om half zes. Chris. Er komen uit het verhaal drie rollen naar voren. ]ij hoort niet bij ons. Dat was leuk. Klaas krijgt een heel vervelend gevoel in zijn buik. Hoepel op. Ik ga hier morgen ook naar school. en ik wil aan de anderen laten zien wat dit voor effect heeft op een kind. moet hij huilen. positief ingestelde jongen die aan anderen denkt. Hij is echt heel onaardig. 'Hoi. Kom op jongens. ik ben Klaas! Ik ben hier net komen wonen. Wat voor types zijn Klaas. Met die vriendjes speelde hij altijd buiten: voetballen. Zij nemen het gedrag van anderen over. rot op. De andere kinderen wachten af wat Chris zal zeggen. dat was altijd leuk! Hij loopt snel naar beneden en roept naar zijn moeder: 'Mam. en natuurlijk zaten ze vaak achter de computer! Dan had je contact met elkaar en kon je moppen doorsturen. Maar dan denkt hij aan zijn oude vrienden. Ik bespreek de rol van iemand die vaak wordt buitengesloten. Chris kijkt Klaas met een vies gezicht aan. Zal hij buitenspelen? Hij ziet een paar kinderen lopen. Buiten ziet Klaas de vijf kinderen staan die hij vanuit zijn nieuwe kamer had gezien. Achter het schuurtje. Ze zijn van zijn leeftijd. de vrolijke.' Klaas weet even niet wat hij moet zeggen. Hieronder staat het verhaal uitgeschreven. Chris en de andere kinderen in het verhaal? Wat valt je op in het verhaal? De kinderen vinden vooral de houding van Chris niet goed. Misschien mag hij niet meedoen of pesten ze hem. Hij vindt het spannend. Ook bespreken we nog een vierde rol. Al zijn vriendjes staan erop. cowboytje. Hij heeft alle dozen uitgepakt en zijn nieuwe kamer helemaal ingericht. wegwezen!' Chris en de andere kinderen lopen hard weg. Dikke tranen rollen over zijn wangen. Zonder dat hij het wil. verstoppertje. Klaas besluit dat hij naar buiten gaat en zal vragen of hij mee mag doen. Dan zegt Chris: 'Nee. . Ze hadden ook altijd veel lol samen. 'Het gaat je geen reet aan hoe wij heten. Daar zou hij graag aan mee willen doen. je kent hier toch niemand?' Maar Klaas hoort het al niet meer. Het lijkt wel of hij zich nog nooit zo rot heeft gevoeld. hij heeft snel zijn jas aangedaan en rent naar buiten. de jongen in het midden. Klaas mist zijn vrienden. Klaas. Ze spelen verstoppertje of zoiets. Hij kijkt naar buiten. Ik vraag aan de kinderen wie er 82 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. (Engelen. Hij is met zijn ouders verhuisd naar een nieuwe stad. 83) Klaas Klaas vindt het spannend. Op de plank daaronder staat een foto van zijn oude klas. Ze hebben veel lol. Ik doe dit omdat bijvoorbeeld JCm vaak wordt buitengesloten. 0 ja. waar niemand hem kan zien. 2007 p. Dan probeert hij het nog eens: 'Mag ik met jullie meespelen?' Chris kijkt Klaas onderzoekend aan. Langzaam loopt hij naar zijn nieuwe achtertuin. buitenspelen. de onaardige leider. Hij moet weer denken aan zijn vrienden uit zijn oude straat. Zijn diso's staan op de bovenste plank van zijn nieuwe kast. Wie zijn jullie?' Vier van de kinderen kijken nieuwsgierig naar Klaas en daarna naar Chris. en de derde rol is de meeloper. gaat hij zitten. Ze zullen vast op zijn nieuwe school zitten. In het nagesprek benoemen we de verschillende rollen in dit verhaal.

In deze groepen gaan de leerlingen rollenspellen spelen. We gaan bekijken wat dat voor gevolgen heeft op de situatie. Soms Chris en soms Klaas: OHj. Hoe gaat zo iemand zich dan gedragen? De kinderen denken dat diegene heel onzeker wordt. De meeste leerlingen gaven aan dat zij zich het beste herkennen in Klaas. het vaak op vechten uitliep. 83 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. negatief uit het sociogram komen en bij dit spel aangeven inderdaad “Chris gedrag” te vertonen. In het eindgesprek heb ik de rollen uit het spel naar de werkelijkheid gehaald en gevraagd in welke speler zij zich het beste herkennen. Meeloper: EDj Tussen meeloper en Klaas in: LRm. Ze leven zich goed ik en kunnen de rollen goed neerzetten. Zodra er meerdere “Klaassen” in het spel aanwezig waren. Ze moeten de volgende vragen beantwoorden: .wel eens buitengesloten is geweest. De leerlingen kunnen dit goed. Veel kinderen steken hun hand op. Hij zal waarschijnlijk ook een onzekere houding aannemen en erg terughoudend reageren. Een opmerking van een leerling is: “ik word er een beetje somber van!”. maar sommige vinden het geen prettige houding. We bespreken de verschillende houdingen van de leerlingen. Opvallend is dat zowel RBj en YTj. In het spel vond hij het moeilijk om zelf een Chris te spelen. Je merkte ook dat Klaas het opnam voor degene die mee wilde spelen.Wie speelde welke rol? . Klaas en meeloper te gaan staan. Ze krijgen de opdracht om met drie leerlingen buiten te spelen en één leerling moet vragen of hij mee mag doen. Sommige leerlingen voelden dit als heel bedreigend. Ook viel het de leerlingen op dat. EBm. JCm. Ze moeten van te voren eerst zelf bedenken welke van de rollen (Chris. Aan het eind geven de leerlingen aan dat ze het vooral heel leuk vonden om Chris te spelen. NJm geeft aan dat ze het prettig vond om Klaas te spelen. MTj gaf zelfs aan het heel moeilijk te vinden om met een Chris om te gaan. Ik vraag hen om te gaan staan en de houding aan te nemen van iemand die vaak wordt buitengesloten. JBj. . MJj. RBj. en niet meer zo snel op iemand af zal stappen. AAm. als Chris eerst nee had gezegd. En bespreek wat de gevolgen kunnen zijn als je vaker wordt buitengesloten.Wat voor invloed hadden die rollen op de situatie? De kinderen vinden het erg leuk om de rollenspellen te spelen. zodra er meer dan één Chris aanwezig was in het spel. CVm. Ze geven aan dat diegene gedrag vertoont dat eigenlijk niet mag en niet goed is. dus wel heel leuk is om een keer te spelen. Hierna vraag ik de kinderen ook om als een Chris. meeloper of buitengesloten) ze spelen. De andere leerlingen bekijken het rollenspel en analyseren aan het einde de situatie. Na dit gesprek deel ik de kinderen op in subgroepjes. “Het voelt goed om voor iemand op te komen!”. werd het veel vrolijker en leuker om samen te spelen. Chris: YTj. CBj. Klaas. Ik vraag door over hun gevoel daarbij. Dit sluit aan bij de punten die ikzelf waarneem. Er waren ook uitzonderingen.

moedigt aan. het belang van de groep voor ogen. In het kaartje leiding geven. meedenken en zoeken naar oplossingen. is op zijn hoede.Vanuit afwachten: “Dit kan niet. doet wat de leiders of de meerderheid wil. kan initiatieven afwachten. . Volgen: geeft anderen de ruimte. kan kritiek leveren gericht op de persoon.” Ook de lichaamshouding is aanvallend. kan van zich afbijten en zich verdedigen.” . Voor het plaatsen van de kaartjes gebruiken ze termen uit de omschrijving van het segment. kijkt eerst de kat uit de boom. Protesteren: Vertrouwt niet zomaar.Je geeft een feestje voor je verjaardag. Sommige kaartjes vonden de leerlingen moeilijk te plaatsen. Bijvoorbeeld bij het kaartje voor volgen zegt AAj: “Hij geeft andere kinderen de ruimte om ook keeper te zijn”. vertrouwt op zichzelf. Winnen: Wijst op gemaakte fouten. Dit is de neutrale plek. kan naar kritiek luisteren. zit bijvoorbeeld ook iets van zorgen. maakt zich kwaad naar andere kinderen. kan aangeven wat hij van een ander verlangt. trekt zich uit contacten terug.Bijlage 11: “Introductie Roos van Leary” In deze les introduceer ik de roos. ik blijf afwachten en neem geen initiatief. anders ben je niet meer mijn vriend. Na de uitleg over de roos. Op het bord staan de beschrijvingen uitgeschreven. . . deel ik aan de leerlingen kaartjes uit. Hiervoor heb ik de kaartjes op A4 formaat afgedrukt. Leiden en advies geven: Organiseren en regelen voor andere kinderen. kan inbreng van anderen in twijfel brengen zonder zelf het heft in handen te nemen. Dit kunnen de leerlingen goed aangeven. Ik vraag een leerling om midden in de cirkel te gaan staan.Vanuit leiding en advies geven: “Wil je op mijn feestje komen”. 84 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. kan teleurstelling laten merken. geeft soms steken onder water. Zorgen: Zorgzaam. grenst af door te zwijgen. Ik rol de grote roos uit op de grond en ga per segment langs wat deze inhoudt. stelt eisen en grenzen aan kinderen. Ook geef ik voorbeelden aan. Op deze kaartjes staat een uitspraak van een leerling over een potje voetbal. probeert af te schrikken met een aanvallende houding. goedbedoelde raad. kan zich onafhankelijk opstellen. leeft zich in in andere kinderen. zodat de leerling daadwerkelijk met de uitspraak in het segment kan gaan staan. houdt zich aan de regels. Achter de lesbeschrijving zijn de kaartjes en de A4 bladen opgenomen. dit is één van de beste segmenten om het te regelen. maar niemand weet er nog vanaf. positieve houding. Hoe ga je de mensen uitnodigen? . Na deze oefening houden we korte rollenspellen. Er zaten soms overlappingen in de uitspraken. kan zich afhankelijk opstellen. Strijden: Is duidelijk over wat hem niet zint. "vraagt" om hulp en steun. kan zich kwetsbaar opstellen. kan ontevredenheid uiten maar wel op bedekte wijze. De leerlingen moeten de kaartjes bij het juiste segment plaatsen. durft competitie aan te gaan.Vanuit strijden: “Je moet op mijn feestje komen. Zich terugtrekken: Is terughoudend. andere kinderen kunnen overtuigen in hun belang. vertrouwt op andere kinderen. Afwachten: Stelt zich bescheiden op. benadrukt positieve kanten van andere kinderen. Hieronder is deze beschrijving opgenomen.

reactie vanuit volgen: “Ja. Afwachten: LRm. EBm. Ik sluit af met de vraag: “Vanuit welk taartpunt reageer je in het dagelijks leven het meeste? Je mag in dat taartpunt gaan staan als je dat wilt. zij voelt zelf niet echt de noodzaak om erbij te gaan staan. . maar nu gaan tegelijkertijd twee leerlingen in de cirkel staan. Ik begrijp de reactie van de andere kinderen. Ik sluit de les af met de vraag of ze in de dagelijkse omgang met elkaar ook rekening willen houden met de roos. 85 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. MHj. is een passen reactie. JGm.reactie vanuit strijden: “Nou eigenlijk niet. De eerste leerling nodigt de ander uit vanuit segment leiding en advies geven. Zorgen: NJm. zal ik dan wat ballonnen meenemen?”. Strijden: MBm. Terugtrekken: AAj. leuk”. . AAm. ook een passende reactie. . zodra hij in dit segment gaat staan. Na de rollenspelen spreken we de situaties en de reacties door met elkaar. dit is niet echt een passende reactie. alleen wordt door de tweede leerling een reactie gegeven vanuit verschillende segmenten.” Hieruit kwam de volgende indeling: Leiding en advies geven: CBj. en misschien eens een keer vanuit een ander segment willen reageren dan ze gewend zijn. en iemand staat je uit te schelden. Ik benadruk hierbij dat je goed moet bedenken vanuit welke segmenten je gaat reageren. .We houden deze oefening aan. Volgen: LMj. RWj. In een volgend rollenspel spelen we situaties uit zoals. Protesteren: MTj. Hijzelf heeft dit idee niet. AAj heeft namelijk juist heel veel moeite met terugtrekken en gaat vaak de confrontatie aan. je pen is afgepakt. Opvallend is wel dat ze ook niet bij de andere segmenten gaat staan. YTj. JCm. RBj. De meeste leerlingen vinden terugtrekken helemaal niet bij AAj passen. In dit gesprek haal ik de roos meer naar de realiteit. Winnen: TMj. MJj. EDj. komt er reactie vanuit de klas. heb ik helemaal geen zin in!”. OHj. De groep zegt dat MLm er ook moet gaan staan.reactie vanuit zorgen: “Ja leuk. CVm.

86 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.Hieronder is een foto van de grote Roos van Leary opgenomen. .

Hij is altijd zo goed met fluiten. zullen we een echt winnen!!!Ik hou alle partijtje voetballen? ballen tegen!!!Kom op Als we nou 4 partijen team!!Ik verwacht wel dat maken? Dan kan iedereen jullie er 100% voor gaan meedoen! hoor!!! 87 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. …. maar Frits is echt niet de scheids. dan ga ik wel op keep. Wat moet ik doen? Ja.Hè voetbal. Leuk hoor voetballen. ik vind tikkertje leuker. . Okee. die houdt alle ballen tegen! Voetballen. Vind ik best. Maar als iemand anders wil. Nou okee voetbal.ik kijk eerst wel even hoe het gaat. Hij fluit vet vaak!!Nee hoor dat wil ik niet.Ach ja voetbal…. mag dat ook hoor. dan kan Frits de scheidsrechter zijn. dat is leuk. Nou kom maar op!!Ik ga Hé jongens. goed idee.. En Piet kan wel op keep.

. zullen we een partijtje voetballen? Als we nou 4 partijen maken? Dan kan iedereen meedoen! 88 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.Hé jongens.

. die houdt alle ballen tegen! 89 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. dan kan Frits de scheidsrechter zijn. Hij is altijd zo goed met fluiten.Ja. En Piet kan wel op keep. goed idee.

mag dat ook hoor. . dat is leuk. Vind ik best. Okee. dan ga ik wel op keep.Voetballen. 90 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Maar als iemand anders wil.

. Wat moet ik doen? 91 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.Leuk hoor voetballen.

.ik kijk eerst wel even hoe het gaat. 92 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.Ach ja voetbal….…..

ik vind tikkertje leuker. 93 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. .Hè voetbal.

Hij fluit vet vaak!!Nee hoor dat wil ik niet. 94 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. .Nou okee voetbal. maar Frits is echt niet de scheids.

.Nou kom maar op!!Ik ga echt winnen!!!Ik hou alle ballen tegen!!!Kom op team!!Ik verwacht wel dat jullie er 100% voor gaan hoor!!! 95 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

6. en of deze combinaties handig zijn. 4. . Een situatie wordt meerdere keren door verschillende leerlingen en vanuit verschillende segmenten gespeeld. De andere leerlingen kijken naar het toneelspel en reflecteren aan het einde op de situatie. speler C ziet dit. in zijn rol. 5. Ze gebruiken deze informatie bij het volgende rollenspel. Hierdoor ontstaan er echt lijkende situaties. eerst voor zichzelf vanuit welk segment ze gaan reageren. Voor de eindopdracht van de les. Speler A en B zijn samen aan het winkelen. Speler A staat aan de kant. Speler A past een paar schoenen.Bijlage 12: “Situaties uitspelen” De leerlingen worden opgedeeld in groepjes van zes leerlingen. Speler B vindt ze verschrikkelijk lelijk. B. De voorgelegde situaties zijn gebaseerd op dagelijkse situaties: 1. Twee leerlingen (A en B) hebben ruzie. Er is een feestje. Iedereen leeft zich goed in. Speler A speelt vals. De leerlingen moeten raden vanuit welke segmenten er gespeeld wordt. en C blijven samen over. 3. Speler A. Speler A snapt de som niet. verdeel ik over de zes groepen de verschillende situaties. B en c zijn samen tikkertje aan het spelen. Ze bedenken voordat ze gaan spelen. speler B is aan het dansen. Er valt een beker melk om. Ze kiezen geschikte combinaties uit. Ze spelen deze uit stukjes uit voor de hele groep. Speler A. Speler A en B werken samen aan een rekenopdracht. Ze moeten een toneelstukje voorbereiden. Daarna spelen ze de situatie uit. De leerlingen zijn erg enthousiast over de voorgelegde situaties. en ziet speler A. Aan het einde van een toneelstuk spreken ze de situatie goed door. 96 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Opvallend is dat de leerlingen heel goed de juiste segmenten bij de situaties kunnen plaatsen. waarbij ze gebruik maken van geschikte segmenten. 2. In elke situatie wordt het aantal spelers aangegeven.

maar wil wel dat het allemaal op haar manier gebeurd. maar tekenen niet zelf. Hij helpt hem met zijn tekening. Aan het eind werken de groepsleden goed samen. AAm leefde zich goed in in haar rol. Ik neem zijn plek in en doe het een keer voor. ik wijs hem op de plek waar hij zit. Groep 2 JBj: Leiding en advies geven. MLm: Protesteren AAm: Winnen MBm: Strijden MHj:Volgen TMj: Afwachten OHj: Zorgen LMj: Terugtrekken YTj weet niet wat hij met zijn segment aan moet. Maar zegt niets in de groep zelf. RMj ziet dit en gaat naar hem toe. en hij neemt veel meer de leiding. Dit sterkt YTj in zijn rol. Ook OHj neemt een grotere rol in en zorgt ervoor dat TMj en LMj ook meedoen. MBm keurt alle ideeën af en zegt overal “nee” op. JBj en RMj zijn zo met hun rol bezig dat ze zelf helemaal niet tekenen. RBj zit stil op zijn plek en betrekt zichzelf er niet bij. Hij wacht af en kijkt gewoon om zich heen. Later neemt ze ook het initiatief om plakband te pakken als er een stukje tekening scheurt. Hij laat dit gedrag alleen zien op momenten dat er strijd nodig is. AAm is heel duidelijk aanwezig en probeert dingen te regelen. Er gebeurt een hele tijd niets in dit groepje. 97 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Ze zorgen ervoor dat iedereen meedoet. MJj: Protesteren JGm: Winnen RWj: Strijden EDj:Volgen EBm en RBj: Afwachten RMj: Zorgen DWj: Terugtrekken Iedereen in dit groepje leeft zich heel erg goed in in zijn rol. YTj wacht nog steeds af en doet niets. Hij zegt tegen mij dat ze niet luisteren. gaan steeds meer leerlingen naar hem luisteren en komen er ook leerlingen naar hem toe voor hulp. AAm en MBm. Hij vraagt wat RBj wil gaan tekenen en spoort hem aan dit te doen. Hij blijft zitten en doet niets. en is er een mooie tekening uit gekomen. Ze blijven goed bij het segment. Dit past niet helemaal bij haar segment. Er wordt wel heel veel gediscussieerd tussen MLm. grijp ik in. EBm zit een tijdje niets te doen. ze geeft aan dat ze zich verveelt en gaat uit zichzelf tekenen. TMj is normaal heel aanwezig met groepsactiviteiten. Hierdoor komt er schot in de zaak en YTj neemt iets meer de leiding op zich. Ik neem YTj apart en leg hem nog een keer uit wat er van hem verwacht wordt.Bijlage 13: “Groepstekening maken” Groep 1 YTj: Leiding en advies geven. Ze was duidelijk aanwezig en heeft ervoor gezorgd dat haar idee werd uitgekozen. Hij doet dit ook bij DWj. Hij gaat dichterbij en neemt veel meer de leiding. Aangezien het doel van de oefening het uitvoeren van het segment is. maar wel bij haar als persoon. Pas later in de oefening gaat hij wat meer strijden. Hij zit ver van het groepje en zegt niet veel. . RWj is nog best een lieve strijder. maar wacht nu goed af. OHj is alleen één op één met groepsgenoten bezig. Alleen JBj heeft wat moeite met leiding nemen. Doordat hij meer de leiding neemt.

Deze oefening was een leerzame ervaring voor zowel de leerlingen als voor mijzelf. Algemene observatie De leerlingen vonden het erg leuk om deze oefening uit te voeren. Dit groepje is goed met de opdracht bezig en laat de tekening ondergeschikt zijn aan het uitspelen van de segmenten. dat ze bepaald gedrag van een ander niet wil hebben. De andere leerlingen worden door CVm ook in de gaten gehouden. In deze oefening heb ik aan de kinderen laten zien. Alleen AAj heeft moeite met het uitvoeren van zijn rol. voornamelijk als deze tegenstrijdig was met hun voorkeurssegment. JGm laat met duidelijke blikken zien. Ik heb bijvoorbeeld van JGm en DWj erg genoten. DWj heel erg rustig en JGm heel erg goed voor zichzelf opkomend. CVm probeert deze ruzies te sussen en dit lukt haar ook. . Vooral NJm. De strijders. De leerlingen hebben de tekening afgekregen. Sommige leerlingen vonden het heel erg moeilijk om vanuit hun segment te moeten spelen. Ze geeft ook haar krijtjes niet af aan de ander. Het groepje werkt heel rustig. dat je karakter heel erg meespeelt in de uitvoering van een segment. De andere leerlingen geven echt alles. Hij geeft zelf aan niet zo goed raad te weten met het segment zorgen. Ze houden zich aan hun rol. De meeste leerlingen speelden heel goed hun segment uit. Hij laat hiermee duidelijk zien dat hij het er niet mee eens is. Ze gebruiken hier heel goed hun lichaamstaal voor. winners en protesteerders uit groep 1 en vooral uit groep 3. 98 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. In groep 2 waren deze leerlingen veel rustiger. Het is heel mooi en leuk om te zien dat iedere leerling zijn segment weer anders invult. Zij ruziën heel wat af en schreeuwen daar heel hard bij. Ik vond het erg leuk om te zien. maar gaan niet schreeuwen. omdat zij een totaal andere kant van zichzelf lieten zien. Groep 3 CVm: Leiding en advies geven. Als hij naar de wc moet. en protesteert in stilte. Tijdens deze opdracht is hij heel erg stil en trekt hij zich goed terug. en pakt bijvoorbeeld snel het doosje krijtjes voor een ander weg. en JCm zijn erg aanwezig.MJj en JGm protester en winnen in stilte. Ook OLj spoort ze aan om te werken. alleen doet hij dit een stuk minder aardig. en iedereen heeft hier zijn aandeel in gehad. DWj leeft zich heel goed in in zijn rol. wat dit deed met de leerlingen. Hij is normaal heel erg aanwezig en maakt aan één stuk door grapjes. Deze rollen werden ingevuld door meer introverte leerlingen. Toch volgt er altijd wel weer een nieuwe ruzie op. Deze rollen werden door extroverte leerlingen gespeeld. gesloten houding. blijft hij zelfs op de gang in zijn rol. OLj. waren heel luidruchtig aanwezig. Zij spoort ze aan om te tekenen en vraagt wat ze nodig hebben. NJm: Protesteren OLj: Winnen JCm: Strijden LRm:Volgen CBj: Afwachten AAj: Zorgen MTj: Terugtrekken De leerlingen uit dit groepje leven zich allemaal heel sterk in in hun rol. MJj gaat op een gegeven moment op een stoel zitten in een boze.

het belang van de groep voor ogen. kan teleurstelling laten merken. is op zijn hoede. kan wat de leiders of de meerderheid zich afhankelijk opstellen. goedbedoelde raad. kan kritiek leveren gericht op de persoon. grenst af door te zwijgen. positieve houding. maakt zich kwaad naar andere kinderen. kijkt eerst de kat uit de boom. vertrouwt op zichzelf. meedenken en zoeken naar oplossingen. houdt zich aan de regels. kan zich kwetsbaar opstellen. op. kan inbreng van anderen in twijfel brengen zonder zelf het heft in handen te nemen. benadrukt positieve kanten van andere kinderen. kan zich onafhankelijk opstellen. kan van zich afbijten en zich verdedigen. vertrouwt op andere kinderen. Afwachten: Stelt zich bescheiden Volgen: geeft anderen de ruimte. stelt eisen en grenzen aan kinderen. leeft zich in in andere kinderen in. durft competitie aan te gaan. kan initiatieven afwachten. kan ontevredenheid uiten maar wel op bedekte wijze. Zich terugtrekken: Is terughoudend. Strijden: Is duidelijk over wat hem niet zint. andere kinderen kunnen overtuigen in hun belang. willen. Protesteren: Vertrouwt niet zomaar.Kaartjes segmenten Leiden en advies geven: Organiseren en regelen voor andere kinderen. Winnen: Wijst op gemaakte fouten. trekt zich uit contacten terug. kan aangeven wat hij van een ander verlangt. doet "vraagt" om hulp en steun. probeert af te schrikken met een aanvallende houding. kan naar kritiek luisteren. 99 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. moedigt aan. Zorgen: Zorgzaam. geeft soms steken onder water. .

JBj en AAm komen hierover bij mij klagen en ik geef hen het advies om RBj vanuit een ander segment aan te spreken op zijn gedrag. Hij gaat rondlopen door de klas. Hij valt net zoals YTj (van groep 1) ook in zijn oude valkuil. RBj gaat woorden in het roze tussen de gescheurde stukjes opschrijven (dit hoort bij de opdracht). JBj. en gaan zelf verder met hun opdracht. Hij stelt het woord “geluk” voor. Ze werken vanuit de juiste segmenten samen en EBm heeft een soort natuurlijk leiderschap op zich genomen. Hij vraagt de rest van zijn groepsgenoten om hulp. ze geven elkaar aanwijzingen en complimenten. In het begin ging het heel goed in het groepje. JBj protesteert hier tegen. Toch kan hij zijn “streken” tijdens het werken niet helemaal laten. Je kan zien dat ze reageren vanuit verschillende segmenten. OHj probeert wat meer structuur hierin te krijgen en deelt het blad in vieren. zegt OHj. Er wordt heel positief gesproken naar elkaar. gaat grappige plaatjes opzoeken en is aan het “klieren” met andere leerlingen. Hij loopt weg van zijn werk. 100 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Hij wordt hier wel op aangesproken door de rest van zijn groepsgenoten. CVm. Deze momenten heb ik hieronder per groep beschreven. Dit werkt en RBj toont meer betrokkenheid bij het werk. “Ja”. alleen loopt JBj tijdens de discussie weg. dan doen we niet met kanten”. Groep 1: YTj. Een andere kleur mag er niet op te zien zijn. Op dat moment legt OHj zijn systeem uit aan RBj. OHj gaat hierop met JBj in discussie. YTj laat eerst ter goedkeuring zijn plaatje zien aan EBm en scheurt hem dan pas uit. Zij overlegt wel met de andere leerlingen over het totaalbeeld. “Okee. Alle leerlingen uit deze groep scheuren de kleuren uit en plakken deze ook op het grote vel. maar later gaat hij toch weer “klieren”. OHj zegt dat hij dat hetzelfde vind als vrolijk. RBj is ergens anders een stukje aan het uitscheuren en komt terug om zijn stukje aan OHj te geven. Hij vindt het gezelliger als ze gewoon alles samen doen. die ze associëren met die kleur. Hij zegt tegen zijn groepsgenoten dat ze maar één vlak per persoon moeten vullen. “Blij”. en dit heeft als gevolg dat hij weer een tijdje meedoet. Aangezien het onmogelijk is om alle leerlingen tegelijkertijd te observeren. Groep 2: AAm. EBm plakt alle gescheurde papiertjes op en de rest geeft aan. De andere groepsgenoten laten hem.Bijlage 14: “Kleurencollage” De leerlingen krijgen de opdracht een kleurencollage te maken. hij gaat op zoek naar nieuwe tijdschriften en luistert niet meer naar OHj. en iedereen werkt verder rustig aan de opdracht. antwoordt AAm. zegt RBj. Toch gaat het halverwege dit groepje ook niet goed met RBj. RBj reageert afwijzend: “Hè nee!”. De andere drie leerlingen zitten heel rustig in de tijdschriften naar de kleur groen te zoeken en scheuren deze uit. MTj. RBj schrijft dit op en OHj geeft hem advies over de manier en de plek van opschrijven. EBm. Ook moeten ze woorden erbij schrijven. De leerlingen uit deze groep passen goed het geleerde in de praktijk. maar komt niet verder dan “vrolijk” en “liefde”. ben ik een tijdje bij een groepje gaan zitten. OHj gaat verder met zijn werk. Opvallend is dat YTj na een kwartier werken toch weer in zijn oude gedrag vervalt. maar denkt ook zelf verder na. . RBj. OHj. zoekt grappige plaatjes uit in tijdschriften en houdt zich niet meer bezig met zijn taak. Ze moeten voor één kleur kiezen en scheuren deze kleur uit tijdschriften.

MJj vraagt aan RWj of hij even een tijdje wil gaan lijmen. wil je wel even wat gaan doen!”. opschrijven. “Ja. JCm zegt hierop: “Ik weet niet hoor. als RWj dit liever heeft. RMj. CBj. JCm. Vervolgens geven MJj en RMj plaatjes aan en MLm en RWj plakken deze op. Hij zegt ja. maar nog niet helemaal hun voorkeurssegment kunnen loslaten. MLm is de woorden aan het opschrijven. ik plak ook. Deze groep is rustig aan het werk. dat is heel leuk!”. maar CBj antwoord: “nee hoor. JCm reageert niet op dit antwoord en iedereen werkt weer rustig verder. Waarop LMj antwoordt: “Nou als jij er zo over 101 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. maar we kunnen het er nog wel uit halen hoor!”. De samenwerking en interactie wordt als heel prettig ervaren blijkt uit het nagesprek. Alleen CBj spreekt haar tegen en komt voor zichzelf op. RWj vindt de soorten geel allemaal door elkaar erg leuk staan. CBj wil graag letters uitknippen i. dat groen moet er wel tussenuit hoor. MJj. Mede door dit soort communicatie verliep de samenwerking zonder conflicten en werd ongenoegen goed uitgesproken. JGm plakt een stukje op en vraagt aan JCm of dit goed is. Groep 5: MHj. OLj vraagt ook aan JCm waar hij een stukje moet plakken en geeft dit aan JCm. OLj: “Oh okee”.Groep 3: OLj.v. Daarop loopt MBm naar LMj toe en zegt: “Je bent helemaal niets aan het uitvoeren.p. dat is pas oranje. geen oranje”. ja”. dan lachen we even en gaan weer aan het werk”. en gaat dit meteen doen. maar blijven wel positief. dan is dat stukje donkergeel”. MJj heeft gekozen voor het segment zorgen door aan te geven dat het stukje ook wel weg mag. JCm vraagt of ze serieus willen doen en ze doen dit meteen. . MLm: “nee dat is donker geel. “Ik schrijf ze wel mooi op”. MLm reageert hier bevestigend op. Zoals in dit geval bij het stukje donkergeel. Op een gegeven moment ziet RWj een stukje dat volgens hem de kleur oranje heeft. RWj. RMj komt naar het groepje toegelopen en zegt tegen MJj: “Hé. Op dat moment komt RMj aan met een stukje dat overduidelijk oranje is. Ook geven ze aan heel duidelijk vanuit bepaalde segmenten te hebben gereageerd. RWj zegt tegen hem: “Hé. vertelt LRm net aan haar groepsgenoten dat ze vind dat LMj niets doet. Ze zijn de woorden aan het opschrijven. LRm. MBm. zegt JCm. niet helemaal los kan laten. Als ik me bij dit groepje voeg. maar het strijden wat ze normaal veel doet. Groep 4: MLm. Ze spreekt de andere groepsleden al snel aan op hun gedrag en OLj JGm volgen haar adviezen op. Er wordt rustig gewerkt en OLj en CBj zitten samen te lachten. Je kunt zien dat ze bewust bezig zijn met de segmenten. Ook MJj reageert: “Ja. Ze zegt ook dat ze hem al meerdere malen daarop heeft aangesproken. Hij zegt: “Is het de bedoeling dat er oranje tussen zit?”. zegt RMj. RMj knipt een kuikentje uit. MJj antwoord: “Ja. JCm zegt dat dit teveel tijd kost en vindt het geen goed plan. Ze communiceren veel met elkaar. wij hebben geel!. kijk dat kuikentje past goed bij het woord blij!”. Opvallend in dit groepje is dat JCm een leiderspositie inneemt. maar als ik een leuk plaatje zie dan laat ik dat even zien aan OLj. JCm aanvaart dit en hierdoor werken de leerlingen heel prettig samen verder. “Okee”. maar dat dat niet helpt. JGm. zegt CBj. LMj. maar JGm en ik zijn volgens mij de enige die plakken!”. hoor dat doe ik”. MJj: “Ja donker geel. Dit groepje is heel doelbewust aan het werk. RWj ziet dit en zegt: “oh ja.

NJm. en liet geen andere segmenten zien dan afwachten en terugtrekken. Ik geef de suggestie om LMj vanuit een ander segment aan te spreken dan ze al hebben gedaan. maar zoekt niet naar de kleur paars. TMj. of zegt er wat van. Het maakt MHj niet uit en hij zegt dat LRm dat wel mag kiezen. wat ze ook probeert. Hij is stil. Je merkte dat ze in de samenwerking met LMj wel probeerden om verschillende segmenten in te zetten. “waar wil je hem hebben op het papier?”.denkt. Op dat moment komt NJm naar mij toegelopen en zegt dat EDj de kleur paars niet ziet. ik verwacht dat je wat meer plaatjes gaat uitscheuren en wat minder rondloopt”. AAj zit ook in dit groepje. wat ik zei. “dat is hem”. Dit was zijn aandeel aan het werk. zegt LMj. Hierop overlegt LRm met MBm over de manier van inkleuren van de woorden. NJm is alle stukjes die worden aangeleverd aan het opplakken. Dan vraagt LRm. “Ja!”. DWj. In de confrontatie ging hij vaak de strijd aan of protesteerde hij. Iedereen moet één emotie bedenken om op te schrijven als woord. De groepsleden weten niet wat ze met deze reactie aan moeten. Hij is het niet eens met de suggesties. roept MHj. In dit groepje viel LMj een beetje buiten de samenwerking. MHj vindt het lastig om een woord te bedenken. Hij heeft getracht het te camoufleren door te gaan vegen. maar was dit ten tijde van de opdracht helemaal vergeten. als ik me bij hen voeg om gericht te observeren. maar zou je alsjeblieft kleuren uit willen gaan scheuren? “Ja”. LRm maakt uiteindelijk zelf de beslissingen en kleurt de woorden in. Hij was weinig aanwezig bij het groepje en stond veel bij de tijdschriftentafel met andere kinderen te kletsen. maar merkt op dat zo‟n zelfde stukje er al op zit. Het groepje is al een lange tijd bezig. Groep 6: AAj. “Vanuit dat segment kun je eisen stellen”. Hij bladerde wel in de tijdschriften en een heel enkele keer kwam hij met een stukje rood naar het groepje terug. EDj heeft tot dat moment helemaal niets gezegd. Niemand van de groepsleden merkt dit op. vertelt hij tegen mij. 102 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Hij gedroeg zich zoals altijd. Op een gegeven moment verzint LRm “boos”. MBm loopt naar LMj toe en zegt: “Ik zag dat je het vervelend vond. die voornamelijk grapjes met iedereen aan het maken was. Een ander groepje kwam erachter doordat hij dacht een bladzijde groen aan het groepje te geven. maar gaat meteen aan de slag met de tijdschriften en komt even later met de kleur paars aanlopen. NMj te helpen en kleuren voor andere groepjes uit te zoeken die hij wel herkende. Van te voren heb ik een aantal keren DWj langs zien lopen. “En van NJm mogen er geen twee dezelfde stukjes op. Hij leest een artikel. alleen LMj reageerde niet echt anders. vraagt hij aan NJm. MHj geeft per woord een reactie. dus deze moet weg”. Het maakt MBm niet uit hoe ze worden ingekleurd. Zij pakt hem aan en plakt het stukje op. later gaven ze dit op. je kon namelijk merken dat LMj het niet prettig vond zoals hij werd aangesproken. LRm helpt hem op weg door suggesties te geven. “Is dit goed?”. TMj komt met een stukje paars aanlopen. De rest van de groep probeerde hem in het begin er bij te betrekken en aan het werk te zetten. stelt hij voor. en LRm gaat door met andere suggesties. ze zegt: “DWj. “Misschien winnen?”. Hij krijgt de tijd om hierover na te denken. maar zit al een hele tijd in de tijdschriften te lezen. Ze werkten vooral samen met zijn drieën en accepteerden dat LMj weinig heeft toegevoegd. Ik weet dat EDj kleurenblind is. dan doe ik vanaf nu ook helemaal niets”. DWj zegt niets. . EDj. TMj geeft de suggestie om een ander segment te proberen. Ze doet haar beklag tegen TMj dat DWj niets uitvoert. NJm gaat dit proberen en loopt op DWj af. De groepsleden kiezen ervoor om om de beurt te plakken en de anderen zoeken en scheuren dan. MHj luistert hiernaar.

Hieronder is een foto van de kleurencollage opgenomen.p. met de kleur paars naar boven. en hierdoor kwamen we erachter dat EDj deze opdracht helemaal niet kan uitoefenen. AAj is snel afgeleid en gek op lezen. Hij mag gaan plakken en de groepsleden geven de stukjes op de goede manier aan. Alle leerlingen weten dat EDj kleurenblind is. EDj is door zijn kleurenblindheid de appellant geworden en de andere groepsleden ontfermen zich goed over hem. DWj is grapjes aan het maken. Hij kiest er voor om zich terug te trekken en af te wachten i. hierdoor verdiept hij zich helemaal in een tijdschrift. EDj vertoont ook heel herkenbaar gedrag. In dit groepje neem NJm duidelijk de leiding. en kan niet goed de rem vinden. dat hij iemand vertelt over zijn kleurenblindheid en het feit dat hij de kleur paars niet kan herkennen. TMj en NJm werken goed samen.v. 103 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Deze ontdekking leidt tot een omslag in het groepje. Dit gedrag wordt wel geaccepteerd door de rest van de groep. DWj en AAj gedragen zich zoals ze altijd doen. Ook DWj en AAj doen nu actief mee. maar is hier wel wat bazig in. .alleen was de hele bladzijde rood. en TMj geeft een goede suggestie aan NJm over het gebruik van de segmenten.

en eindmeting naast elkaar Het sociogram Tabel spelen Nulmeting MLm 2 1 MBm 2 5 AAm CVm LRm EBm JGm DWj RWj JCm Totaal pos. Totaal neg. Totaal neg. 5 4 2 4 4 0 3 4 4 1 3 5 2 3 3 1 3 4 5 0 3 3 5 3 0 2 0 1 13 0 0 0 3 4 3 16 2 2 11 2 0 1 3 0 0 3 Eindmeting MLm 3 1 MBm 2 4 AAm CVm LRm EBm JGm DWj RWj JCm Totaal pos. 3 5 1 8 4 0 2 4 9 5 2 4 1 1 3 0 1 3 3 1 5 3 3 2 0 13 0 1 7 2 0 0 2 4 2 16 4 3 9 3 0 2 1 0 0 0 Eindmeting MLm 3 2 MBm 3 1 AAm CVm LRm EBm JGm DWj RWj JCm Totaal pos. Totaal neg. 1 4 4 5 6 1 5 5 3 1 2 4 1 5 3 0 1 2 3 1 2 6 5 8 1 2 1 1 13 1 0 0 5 6 1 12 1 8 7 0 1 1 0 0 0 1 Tabel werken Nulmeting MLm 2 1 MBm 2 3 AAm CVm LRm EBm JGm DWj RWj JCm Totaal pos.Bijlage 15: Nul. Totaal neg. 1 7 0 5 5 1 4 4 3 3 2 5 0 3 3 0 2 5 2 1 5 4 4 3 1 11 0 0 5 0 2 1 4 2 1 13 2 4 16 2 0 1 2 0 2 0 104 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. NJm MHj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ AAj MJj OLj EDj RBj YTj JBj NJm MHj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ OLj AAj MJj EDj RBj YTj JBj NJm MHj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ OLj AAj MJj EDj RBj YTj JBj NJm MHj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ OLj AAj MJj EDj RBj YTj JBj .

12) 0 1 0 0 1 0 0 4 0 0 2 2 0 0 1 1 1 0 0 0 0 0 1 0 3 Affiliatie (samenhang) (max. 12) 0 0 1 0 1 0 0 5 0 0 2 0 1 0 0 0 2 1 0 0 1 1 1 0 2 Affiliatie (samenhang) (max.De klimaatschaal Nulmeting Naam JBj MBm MLm AAj RBj RWj CBj YTj LMj NJm AAm MJj JGm JCm TMj DWj EDj RMj OLj OHj MTj LRm EBm MHj CVm Organisatie in de klas (max. . 16) 0 2 0 0 3 1 0 2 1 0 1 1 3 2 1 0 1 1 0 0 2 4 0 1 0 Relatie leraarleerling (max. 22) 5 1 5 5 6 3 2 8 1 2 5 4 3 4 9 3 4 1 0 1 2 4 3 3 3 Onderlinge leerlingrelaties (max. 56) 6 7 5 9 11 4 4 16 4 2 8 9 6 9 14 5 6 2 0 1 7 8 6 4 7 105 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. 22) 4 6 3 5 6 2 2 8 4 2 6 3 5 5 5 2 7 2 2 2 5 5 6 2 4 Onderlinge leerlingrelaties (max. 56) 8 8 5 8 13 2 4 16 5 2 7 8 9 9 9 2 15 3 5 2 9 7 9 2 7 Eindmeting Naam JBj MBm MLm AAj RBj RWj CBj YTj LMj NJm AAm MJj JGm JCm TMj DWj EDj RMj OLj OHj MTj LRm EBm MHj CVm Organisatie in de klas (max. 16) 1 1 1 0 5 0 0 1 1 0 0 1 3 2 0 0 2 0 1 0 2 1 0 0 0 Relatie leraarleerling (max. 14) 4 1 1 3 4 0 2 3 1 0 5 4 2 2 4 0 3 0 2 0 1 1 2 0 3 Welbevinden (max. 14) 1 5 0 4 2 0 2 3 2 0 1 2 1 3 3 1 1 0 0 0 4 1 2 1 2 Welbevinden (max.

Rolkaarten Nulmeting Eindmeting

Gezagsdrager
10 10 8 6 4 2 0 EDj MLm RBj CBj RMj MBm CVm JCm CBj AAm

Gezagsdrager

8
6 4 2 0

EDj CVm

RWj JCm

RBj MLm

RMj MBm

TMj

Nulmeting

Eindmeting

Organisator
14 12 10 8 6 4 2 0 CBj TMj RWj EBm RBj NJm MBm OHj RMj 14 12 10 8 6 4 2 0 AAj RWj CBj RBj

Organisator

DWj RMj

JBj YTj

MHj AAm

MJj LRm

OLj MLm

OHj MBm

70

Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Nulmeting

Eindmeting

Sociaal werker
12 10 8 6 4 2 0 JCm NJm LRm MTj CBj JGm MLm JBj CVm MBm EDj 12 10 8 6 4 2 0 CBj JGm

Sociaal werker

MTj LRm

OLj MLm

CVm MBm

EBm NJm

JCm

Nulmeting

Eindmeting

Verkenner
8

Verkenner
8 6 4 2 0

6 4 2 0
JBj CVm MJj YTj TMj RWj MHj EBm RMj RBj OLj LMj MBm AAj OHj EDj MLm NJm AAm MTj

AAj OHj AAm

CBj RWj EBm

MTj RBj JGm

MHj RMj MLm

MJj TMj MBm

OLj YTj NJm

71

Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Nulmeting

Eindmeting

Volger
8 6 4 2 0 MJj TMj MTj LMj JGm LRm RMj CBj CVm EBm EDj 8 6 4

Volger

2
0 EDj OLj JCm JBj RWj JGm LMj RBj MBm MTj TMj NJm MHj YTj MJj EBm

Nulmeting

Eindmeting

Appellant
20 15 10 5 0 RWj JCm LMj TMj RBj LRm 20 15 10 5 0 AAj LMj

Appellant

OLj

OHj

TMj

JCm

LRm

72

Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Nulmeting Eindmeting Joker 25 20 15 10 5 25 20 15 10 5 Joker 0 CBj NJm DWj EBm RBj YTj 0 CBj DWj MHj RBj AAm Ebm 73 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. .

LRm. AAj. OLj. 74 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. MTj. JBj. DWj. LMj. AAj. JGm. OHj. TMj. EBm. AAm. AAm. Indeling volgens LIOstagiare CBj. LRm. EBm. CVm. MHj. EBm. LRm. MLm. RBj. EBm. JCm. DWj. MHj. Eindmeting Gezagsdrager Sociaal werker Organisator Verkenner Volger Appellant Joker Indeling volgens mijzelf CBj. EDj. JCm. MJj. DWj en CBj. LRm. RMj. RBj. RWj. NJm. YTj. MJj. JGm. JBj. AAj. LRm. NJm. DWj. CVm. MBm. OHj. JCm. RBj. Indeling volgens LIOstagiare CBj. NJm en MLm. RBj en RMj. MTj. MBm. EDj. MLm CBj. LMj. . NJm. LMj. EDj. LMj. RMj. MJj. OHj. AAm. MHj. RMj. EDj. (CBj). JGm. RWj. LMj. TMj.Indeling volgens leerkrachten Nulmeting Rollen Gezagsdrager Sociaal werker Organisator Verkenner Volger Appellant Joker Indeling volgens mijzelf MHj CVm. LMj. AAj. JCm. JBj. YTj. OLj. MTj. OHj. OLj. CVm. YTj. YTj. RWj. CVm. RWj. NJm. JGm. MLm. MJj. TMj. MBm. TMj. AAm. JBj. MTj. RMj. OLj. MBm. MLm.

Totaal neg. NJm DWj MHj RWj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ AAj OLj MJj EDj RBj YTj JBj . X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X 1 8 4 1 4 2 5 1 6 1 1 13 5 1 5 0 3 0 1 5 2 6 4 1 1 12 5 1 3 8 0 7 1 0 2 1 3 1 1 0 2 0 6 0 3 1 5 1 75 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.Bijlage 16: Tabellen sociogram eindmeting Sociogram spelen MLm MBm X 2 4 AAm CVm LRm EBm JGm JCm AAj CBJ DWj EDj JBj LMj MTj MHj MJj OLj OHj RWj RBj RMj TMj YTj AAm CVm EBm JCm JGm LRm MLm MBm NJm Totaal pos.

X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X 1 3 7 1 0 11 5 0 5 0 1 5 4 0 4 2 3 1 3 4 2 2 5 1 0 13 3 2 3 4 0 16 2 2 5 0 2 1 1 2 5 0 4 2 3 2 4 0 76 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. NJm DWj MHj RWj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ AAj OLj MJj EDj RBj YTj JBj . Totaal neg.Sociogram werken MLm MBm X 3 1 AAm CVm LRm EBm JGm JCm AAj CBJ DWj EDj JBj LMj MTj MHj MJj OLj OHj RWj RBj RMj TMj YTj AAm CVm EBm JCm JGm LRm MLm MBm NJm Totaal pos.

.Bijlage 17: Plattegrond Plattegrond kerstvakantie t/m voorjaarsvakantie NJm JGm MHj RBj OHj YTj EDj MTj CBj AAj RWj OLj JCm LRm EBm JBj MJj DWj LMj MLm CVm MBm AAm RMj TMj 77 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Plattegrond voorjaarsvakantie t/m meivakantie MLm JBj MBm RMj RBj AAj OLj LRm JCm CVm MJj LMj JGm AAm RWj MHj EBm TMj EDj OHj DWj CBj NJm YTj MTj 78 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. .

Bijlage 18 Puntenverdeling klimaatschaal
Puntenverdeling over de verschillende vragen. Vraag Aantal punten nulmeting (Max. 50 punten per vraag) 2 5 4 1 3 3 2 9 5 8 12 7 1 0 13 1 4 14 4 0 2 1 2 0 3 0 3 45 Aantal punten eindmeting (max. 50 punten per vraag) 3 3 12 4 3 4 5 8 3 8 10 2 1 1 9 4 9 10 4 2 2 14 7 0 1 0 3 28

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28

79

Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Bijlage 19: Tabel rollen
Sociaal werker Verkenner Organisator Volger Appellant Joker

Gezagsdrager Rollen

Welke leerlingen plaats je bij welke rol en waarom?

Waar plaats je jezelf en waarom?

116

Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Bijlage 20: Motivatie rolkaarten eindmeting
Naam MHj Gezagsdrager EDj: Hij heeft vaak goede ideeën, maar dat zegt hij dan tegen de organisator. Sociaal werker JCm: Want zij zorgt vaak voor anderen. Organisator CBj: Hij organiseert de dingen van de gezagsdrager. Verkenner De rest. Volger De rest en ikzelf: Omdat ik meestal andere kinderen volg. Appellant LRm: Zij heeft soms wat meer aandacht nodig. Joker CBj: Hij maakt grapjes op een goed moment. Ikzelf: Ik vind dat ikzelf ook soms wel leuke grapjes maak. DWj en CBj: Ze maken vaak goede grappen op de juiste plaats.

OLj

RWj: Hij is een goede leider.

NJm, MBm en MLm: Zij betrekken iedereen erbij.

JBj: Hij komt met een goed idee.

MLm.

MBm

MLm: Ze heeft altijd goede plannen.

CVm en JGm: Ze willen altijd iedereen helpen.

MLm

CBj en ikzelf: Iedereen luistert naar ons.

OLj en ikzelf: We willen altijd dat iedereen ergens aan meedoet. MLm: Ze zorgt

LRm en ikzelf: Als je een idee hebt, wil zij dat altijd wel goed organiseren. RMj: Hij wil graag dingen voor elkaar krijgen.

AAm: Ze heeft altijd wel iets om mee te nemen. De rest.

De rest van de klas want die willen ook wel vaak mee leuke dingen doen. Ikzelf: ze komen vaak met goede ideeën en die volg ik. De rest.

JCm en LRm: Ze zijn best vaak verdrietig en daarom vind ik ze een appellant.

De rest.

LRm
117

CBj: Hij heeft altijd

RBj: Hij weet

OHj: Hij doet

Iedereen is wel

LMj: Hij kan zich niet altijd goed betrekken bij de rest. Ook soms TMj. JCm: Omdat ze zichzelf niet vaak bij de groep betrekt. LMj: Hij is altijd stil. JCm en LMj: Ze

RBj: Hij maakt altijd leuke grapjes.

DWj: Hij maakt altijd leuke grapjes.

CBj en DWj:

Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

RWj: Hij weet altijd wel iets leuks te verzinnen. Ikzelf: Volgens mij zorg ik ook altijd wel goed voor iemand. Sociaal werker er altijd voor dat iedereen iets kan doen. CBj en ikzelf: Dit is typisch ons. OHj DWj LMj RWj en MBm: Zij hebben veel ideeën.Naam Gezagsdrager goede ideeën. JCM: Zij is soms erg verdrietig en moet dan even geholpen worden. Organisator altijd leuke dingen te doen. MJj:Hij heeft goede ideeën. Ikzelf: ik sta altijd achter iemand. MBm: Zij zorgt voor anderen. AAj. Appellant zitten altijd alleen. DWj: Hij is de echte joker van de klas! Is er niet. Joker Ze maken soms hele leuke grapjes en DWj kijkt altijd zo grappig. denken vooruit. MLm en CBj: Ze organiseren het plan goed. Geen idee. RWj CBj en TMj: Zij nemen altijd het initiatief om iets te organiseren. vrolijk ik hem/haar op met mijn grapjes. CVm: Zij denkt vaak aan anderen. Ikzelf: Ik maak bijna altijd grapjes en andere vinden dat ook. Volger eens een volger. en OHj: Zij hebben wat meer verzorging nodig. De rest. MTj en CBj. De rest. De rest. RMj CVm: Ze heeft vaak NJm: De zorgt hele goede ideeën. CBj: Heeft vaak ideeën CBj: Hij is een aardig leider en het is prettig om naar hem te luisteren. Ikzelf: Soms heb ik ook goede ideeën. DWj: Hij maakt vaak grapjes. CBj en RWj: Zij De rest. JGm: Zij is altijd zorgzaam. OLj. Verkenner wat hij zelf wilt. Ikzelf: Als iemand verdrietig is. JCm: Ik vind haar altijd een beetje stil. TMj. CBj en MHj: Ze zijn heel grappig. TMj: Hij De rest. . JCm: Ze heeft vaak hulp nodig DWj. heel vaak voor Ikzelf: ik organiseer veel CBj: Hij past ook dingen toe. DWj: Hij maakt leuke grapjes 118 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. bedenkt altijd wel een leuk spel als ik bij hem speel. MLm: Zij helpt iemand altijd.

MHj en MLm: Ze kunnen goede ideeën inbrengen. worden. MTj. CBj en YTj: Zij regelen eigenlijk best wel veel. 119 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. CVm en LRm: Ze zien gelijk of er wat mis is met je. RMj en RWj: Zij zijn goede leiders en dat laten ze ook zien. Ikzelf: ik ben echt een stille leider. . JBj CBj en DWj: Zij verzinnen veel dingen. voor zichzelf grappige opkomen. maar DWj wel wat flauwere dan CBj. goede grappen op het juiste moment.Naam Gezagsdrager Sociaal werker anderen. LRm: Zij helpt altijd wel met dingen klaarzetten. grapjes. CBjen RMj: Zij vertellen wat mensen moeten doen op een rustige manier. CVm RWj: Hij is een goed leider. NJm EDj: Hij is best wel stil. Joker op een goed moment. Verkenner Volger Appellant met dingen. iemand bijvoorbeeld op het pannaveldje wil voetballen. EBm. YTj: Als De rest. JCm. EDj: Hij doet JCm: Zij is bijna CBj: Hij maakt bijna alles wat altijd alleen en altijd best wel iemand anders ze huilt best grappige zegt. maar hij heeft goede ideeën. AAm LRm en NJm: Ze zorgen altijd voor anderen en ze nemen meestal voor anderen wat mee. NJm. grapjes. OLj en DWj en CBj: LMj: Zij doen Zij maken soms heel zielig. soms kan ze wel grapjes op een eens verwend goed moment. EBm: Zij neemt voor anderen wat mee. RBj. CBj: Hij kan alles goed regelen. behalve JCm die doet het een beetje stil. dan neemt hij de bal mee. De rest. RMj: Hij zegt altijd wel wat we mee kunnen nemen. EDj en ikzelf: JCm en AAj: Ze CBj en DWj: We wachten kunnen meestal Ze maken altijd eerst af wat er niet zo goed van die gaat gebeuren. RWj: Hij neemt vaak de leiding. MJj MBm. Ikzelf JCm: Ze is altijd DWj: Hij maakt ook: Ik volg wat heel stil. MHj. YTj en MTj. CBj: Hij heeft altijd wat goeds te vertellen. EBm. veel. RBj en DWj: Zij zijn het grappigste van de klas. bijvoorbeeld bij de playbackshow. maar altijd goede anderen zeggen. LMj: Hij heeft veel moeite met dingen. dingen. MLm: Zij zorgt goed voor iedereen. De rest. Organisator dingen. MLm: Zij is altijd heel behulpzaam. JGm. CBj en JCm: MTj en CBj: Ik Die doen vaak zie hen vaak gezagsdragerachtige mensen helpen.

YTj. OLj. LRm: Zij is erg bezorgd en MBm: Ze organiseert meestal de feestjes. AAj: Als hij wat zegt. MBm en MJj: Ik hoor meestal van hun wat we gaan doen. RBj.Naam Gezagsdrager Sociaal werker Organisator Verkenner EDj RMj: Hij is meestal de leider van een goed idee. Volger Appellant Ikzelf: Ik doe wat anderen zeggen. MBm. MLm: Zij is erg aardig. . MLm: Ze kan goed met andere kinderen opschieten en ze helpt vaak. Ikzelf: Ik kom niet vaak met een idee op de proppen en ik ga gewoon met de stroom mee. MTj. maar het die ze bekend meest: MHj. Ikzelf: Ik neem wel eens TMj. EBm: 120 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Niemand. MBm. en JCm want ze kunnen goed luisteren en volgen de leiders goed. RMj: Hij is erg duidelijk. MTj CVm en RWj: Zij zijn goede leiders. EDj. MBm: Ze komt De rest. zegt DWj: Hij maakt altijd grappen op het goede moment. JGm. en OHj: ze die ik niet hebben vaak opgeschreven goede ideeën heb. CBj: Hij helpt altijd goed en hij helpt degene die hulp nodig heeft ook altijd positief te blijven. JBj willen maken. maar niet alles. DWj: Hij maakt meestal goede grappen. NJm. MHj. LRm en NJm: Ze komen voor de anderen kinderen op en zorgen dat iedereen meedoet. LMj. Joker CBj: Hij maakt goede grappen op de goede momenten. RWj. Vooral de rest Niemand. LRm: Zij zegt altijd alles door aan OLj. JCm: Zij is altijd heel stil. meestal ook op het idee om iets mee te nemen. CBj: Hij kan goed dingen besluiten. TMj. En ze regelen het ook goed TMj RMj: Hij is meestal de leider achter een goed idee. OHj en RBj.

AAj. maar dat is wel zielig. CVm en LRm: OHj.Naam Gezagsdrager CBj RBj EBm Organisator iedereen. doe ik het meestal wel. JCm: Zij doet soms een beetje zielig. Sociaal werker zorgzaam. DWj: Hij maakt hele leuke grapjes. CBj. MBm en MLm: Zij zijn heel behulpzaam. CBj. RMj. maar vinden veel problemen. MJj. MJj. TMj: Omdat ik dat MLm en CVm: RWj: Hij werkt merk op het plein Zij betrekken samen met TMj. MHj en ikzelf. De rest en ikzelf: als iemand iets zegt. Ikzelf: Als iemand bijvoorbeeld zegt: “Laten we dit gaan doen!”. TMj en EBj: Deze doen een beetje mee met de anderen. Joker Zij is erg grappig. OLj. YTj RMj: Hij neemt vaker het initiatief. Verkenner het initiatief als dat niet gevraagd aan me is. JBj: Hij is erg serieus. MTj. JCm: Zij wordt vaak buitengesloten. Volger Appellant iedereen altijd: Aàààrnèèè`. AAm. RBj: Hij praat er vaak doorheen. MHj. OLj. dan vertel ik dat verder. AAm: Ze is leuk en lief. DWj: Ik vind zijn grappen leuk. Dit verschilt een DWj: Hij maakt altijd leuke grapjes en geen flauwe! DWj en ikzelf: Veel kinderen moeten vaak om ons lachen. EDj. Niemand. EDj. Weet ik niet. wel met veel kinderen. DWj: Hij maakt JCm 121 AAm: Ze heeft wel CBj: Hij is een JGm: Z doet Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. ideeën. OHj: Deze kinderen willen graag iets meebrengen. AAj: Hij doet JBj. JCm: Ze heeft veel hulp nodig. hebben vaak ideeën. RWj hoor je veel vaker. en in de klas. NJm. NJm. LMj. MTj: Hij komt altijd met goede ideeën. AAm. MLm: Ze helpt CBj. Ikzelf: altijd iedereen alleen TMj hoor Ik vind mijzelf een erbij. omdat deze en ikzelf: Deze meiden altijd kinderen voor je zorgen. JGm. dat anderen met hun de leiding. RWj. De rest. De rest. MHj en YTj. RWj: Hij kan goed NJm: ze helpt CBj: Hij neemt leiding geven. je minder en goede leider. . LMj.

het meeste meisjes. DWj: Hij maakt echt altijd grapjes. maar hij heeft soms wel wat op te merken. LMj: Hij is altijd heel stil en hij volgt andere kinderen. Joker veel en vaak grapjes. AAj: Hij huilt ook snel en wil vaak geholpen worden. Weet ik niet. Soms ook geen leuke. Sociaal werker andere kinderen vaak en is erg meelevend. JGm RBj: Hij wil wel leiden. dus een stille leider. Verkenner wel mee. Appellant beetje. RWj en ikzelf: Als we iets hebben dat van pas kan komen. dan nemen we het mee. 122 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.Naam Gezagsdrager leuke ideetjes. CBj en DWj: Ze maken bijna altijd leuke grappen. Ikzelf: Ik doe gewoon met de rest van de groep mee. maar heb ook iets wat ook nog anders kan. EDj: Hij reageert bijna altijd als een volger. NJm: Ze probeert iedereen te helpen. OHj: Als iemand een idee heeft. AAj CBj: Hij krijgt vaak de leiding. LRm: Zij zorgt ervoor dat niemand buitengesloten wordt. gaat hij bijna alles regelen. RWj: Hij weet goed wanneer hij iets moet doen als dat nodig is. MLm: Zij wil altijd zorgen dat iedereen erbij hoort. OLj: Hij geeft altijd anderen de ruimte. Organisator goede leider en organiseert vaak dingen. CBj: Hij regelt altijd alles en zorgt ervoor dat het goed komt. En ikzelf: Ik vind dat ik anderen help. Volger bijna altijd wat anderen willen. JCm: Zij huilt altijd heel snel. maar dan zegt hij soms niets. .

ja”.Bijlage 21: “Observatieverslag “dorp bouwen” eindmeting. MBm en MLm: Herberg. dus daarom gaat YTj door (In een later gesprek met CBj geeft hij aan niet goed te weten wat hij met deze opdracht aan moest. AAj: “En dan verdeel jij gewoon die verplichte dingen”. Vervolgens gaat iedereen uiteen in kleine groepjes en ze nemen allemaal een flinke hand Kapla mee naar hun eigen plek. CBj en EDj: Villa. leuk” en CBj maakt meteen plaats zodat ze erbij kunnen. OHj. vraagt hij wat ze aan het bouwen zijn. EBm vraagt meteen of zij de boerderij mag gaan maken en pakt meteen Kapla. Aan een groepje dat daar dicht bij zit te bouwen. Meer regels en afspraken worden niet afgesproken. Waarop dan YTj vraagt: “Wie stemt er voor MTj?”. Weer weinig vingers. LRm. Hierop gaat hij het plan van het paleis uitleggen. Hij gaat voor de klas staan en roept iedereen bij zich. Klas: “Ja. De leerlingen bouwen allemaal heel serieus aan het bouwwerk. YTj: “Wie stemt er voor AAj?”. loopt RWj naar het midden. MHj en YTj: Bunker annex dierenbeschermingshuisje. OHj. AAj. YTj: “Wie stemt er voor OHj. RWj. EBm. RWj loopt in het rond met zijn handen in zijn zakken. Niemand steekt zijn vinger op. RWj neemt het woord. Een heleboel leerlingen reageren: “CBj!”. Heel weinig vingers. Hij wil niet. De groepjes zijn als volgt verdeeld (dit is natuurlijk gegaan en niet vooraf ingedeeld): JCm: Huisje en speeltuin. RMj roept nog tussendoor: “rolverdeling!” en ook MTj komt er tussendoor: “ik heb een idee!”. . “Nee!”. TMj blijft in zijn buurt. “Misschien kunnen we iedereen blokjes geven en daar dan wat mee maken”. MJj en MTj: Kerk (met kerkhof) en eenpersoonshuis. OLj: Appartementengebouw. boerderij. Hieronder is een uitgebreid observatieverslag van deze opdracht. Anderen brengen ook nog ideeën in en weer anderen lopen op RWj af om toestemming te vragen iets te gaan bouwen. RWj het is aan jou”. Nadat TMj zijn idee aan RWj heeft uitgelegd. De klas reageert met: “aaaahhhh”. De leerlingen moeten gezamenlijk een dorp met Kapla staafjes bouwen. TMj overlegt daarna wat hij met RWj zal gaan bouwen. Mtj steekt zijn vinger op. Hij heeft een idee voor een paleis voor de koning. LRm steken hun vinger op. Hij krijgt geen antwoord. RWj geeft MTj meteen het woord. YTj: “Wie stemt er voor RWj?”. “Wie wil er een leider zijn?”. Ytj neem het initiatief om eerst een leider te kiezen. 123 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. In het dorp moet in ieder geval een kerk. YTj: “Voor wie moet ik nog meer stemmen?”. “Ja. NJm en DWj: Boerderij. reageren een aantal leerlingen. CVm en JGm: Herberg annex huis voor de Koning. Er gaan en heleboel vingers omhoog. AAj en LMj: Huis van een dierenverzamelaar. het is RWj. TMj en RWj: Kasteel voor de Koning. YTj: “Okee. AAm. hij kijkt hierbij naar CBj. midden in het dorp en legt zijn idee uit aan RWj. RWj: “Als iedereen nou zijn eigen huisje bouwt?”. aantal huizen en rondlopende mensen aanwezig zijn. RMj en JBj: Appartementen met zwembaden. “Iemand anders kan hem dan beter leiden dan ik” is wat hij antwoordde).

Ze bouwen de kerk en hij is nog niet af. TMj: “Oh. er zijn niet genoeg poppetjes”. maar de staafjes Kapla zijn op. Ze doen allemaal actief mee. Op een gegeven moment vindt DWj een bouwsel wat iets verder staat en vraagt: “Is er ook iemand die deze blokjes gebruikt?”. RWj kijkt ernaar maar zegt niets. JCm verbouwt haar tweede bouwsel tot een speeltuin. want er is toch al een boerderij. dat hun bouwsel af is. zo naast het paleis. . maar sommige mensen 124 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. RWj “Ja dat weet ik” en loopt mee naar de boerderij. Hij vraagt of hij ze mag hebben voor het paleis. TMj en OHj: “Jawel. nu de blokjes op zijn. En wil de blokjes dichter naar zijn groepje schuiven.MBm en MLm helpen de boerderijgroep zoeken naar dieren. DWj zit in deze groep en maakt grapjes met de dieren die hij vindt. Sommige leerlingen besluiten. DWj is tijdens het bouwen héél véél grapjes aan het maken. AAm komt weer haar beklag doen over de dieren bij RWj. Ook RWj vindt dieren voor de boerderij en geeft ze af. waarop AAj zegt: “Oh. die. AAj: “Ja. Niemand reageert en het lijkt zelfs alsof er niemand luistert. oh”. Iedereen is ondertussen aan het bouwen. MJj en MTj lopen rond. Op dat moment haakt JCm in “Nee AAj. RWj vraagt aan JCm wat haar tweede bouwsel is. JCm zegt: “Nee. EBm loopt naar RWj toe en zegt: “De blokjes zijn op”. In het groepje van de boerderij is EBm wel heel duidelijk de leider van het groepje. Zij hebben de meeste dieren verzameld. Ze willen ze niet afgeven. RWj reageert: “Nee. AAm zegt: “Ja. RMj geeft er een paar af. sorry!”. AAj antwoordt dat het een speeltuin is. Met CVm en hij vraagt of zij het huis voor de koning willen maken. LMj een AAj kijken in het rond. RWj probeert de groep te vertellen dat er nog mensen door het dorp moeten lopen. wij”. De leerlingen in de groepjes werken samen en overleggen goed. RWJ: “Ja. die was van mij!”. MBm komt later haar beklag doen. Hij vraagt aan haar waar zij ze voor nodig heeft. Toch krijgen AAm en MBm wat dieren mee. De anderen vragen veel aan haar en ook toestemming als ze iets aan het plan willen veranderen. “Kijk. Hij ziet die liggen bij RMj. niet doen!”. want dan hebben we bijna geen gewone huisjes meer. mag het niet. we moeten nog poppetjes voor het rondlopen in het dorp”. RWj loopt weg. CBj vraagt aan JCm of haar toren vastgemaakt mag worden aan hun bouwsel. TMj pakt het bouwsel op en wil hem naar het andere bouwsel toe slepen. Er wordt in de klas gepraat over dat de blokjes op zijn. Er wordt door MLm en AAm en RWj gekeken naar de boerderij en gevraagd of ze niet wat dieren kunnen hebben voor het rondlopen. ( Wat meer een kasteel is geworden) Rond het groepje van de boerderij wordt het wat onrustig. “Ja”. maar we hebben niet genoeg poppetjes”. Hier zijn ze het niet helemaal mee eens. TMj overlegt met het groepje naast hem. die en die”. RWj loopt rond en is op zoek naar blokjes die nog niet gebruikt worden. AAm roept door de groep: “Jongens. zegt JCm. JCm:”Nee. Ook TMj bemoeit zich met dit voorstel. dit is een wip en dat is een glijbaan”. Ze kijken naar hun bouwsel en gaan een ander plan maken om wel een goede kerk te bouwen. alleen willen andere groepjes ook wat van die dieren.

Dit wil TMj niet geven. Er wordt niet om gelachen en CBj vraagt of hij hem af kan doen. Hij probeert haar op te vrolijken (dit heeft hij mij later verteld) door net te doen alsof het diertje in de speeltuin aan het spelen is. hij gaat spelen in het dorp. Dan mag hij wel helpen van OHj. die pakt daarop wat blokjes. CBj loopt naar AAj toe. Hij kijkt. OHj wist niet dat TMj gevraagd was om te helpen. Uiteindelijk besluit de boerderijgroep toch nog wat dieren af te geven aan RWj. CBj komt erachter dat ze nog een hele bouwsel in die tijd moeten opbouwen. Hij kijkt rond met zijn armen over elkaar. Toch gaat TMj niet helpen en houdt vast aan de gedachte dat het 125 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. JCm draait iets bij met haar lichaam en kijkt hoe DWj aan het spelen is. of een hond. AAm en MLm zijn klaar met bouwen en zitten aan de kant niets te doen. JCm vindt het een leuk spelletje en gaat meespelen. maar doet alsof ze heel verdrietig is. JCm laat haar speeltuin zien. Hierop zegt CBj: “Je doet hiermee niet alleen OHj pijn. CBj legt de situatie uit aan TMj. Ook CVm en JGm zijn klaar met bouwen en gaan aan de kant staan. YTj ziet dit en vraagt: “Wat heb je gebouwd?”. TMj vraagt hem wat over hun bouwsel. Soms maakt hij nog een opmerking naar een andere leerling over het bouwen. dat is een beetje een grote vis. Behalve DWj. maar ook ons (CBj en EDj). DWj ziet JCm zitten en gaat met een diertje naar de speeltuin. . DWj en AAj lopen weg. vervolgens gaat hij trommelen op het krat. TMj doet dit en draait zich om. AAj: “Van JCm. Hij denkt dat TMj de blokken gaat afpakken en hij zegt dat TMj er vanaf moet blijven. MBm. RWj deelt de dieren uit aan MTj en MJJ. Ook JCm is klaar met bouwen en staat alleen langs de kant. Niemand besteed hier aandacht aan. maar doet niets.” (Die ligt ook als dier bij de boerderij) OLj is klaar met bouwen en zit alleen aan de kant. AAj vindt een leeg krat en zet hem op zijn hoofd als hoed. Hij vraagt TMj om hulp. JCm schermt zichzelf af en kijkt AAj en CBj niet aan. DWj gaat verder in het dorp met spelen. of een vis. RWj gaat hier even bij zitten. Hij vraagt AAj: “Van wie zijn die blokjes?”. CBj grijpt in en legt aan OHj uit wat de bedoeling was van TMj. EBm komt erachter dat AAj allemaal dieren in zijn huis heeft gezet die je niet ziet. Dit doet hij. Ze vertellen dit tegen RWj. Ze gaat zitten en neemt een hele “zielige” houding aan. maar laat wel een kleine glimlach zien. die naast de speeltuin van JCm zit.wonen op het platteland en hebben daar ook gewoon geitjes ofzo rondlopen. Oh nee. DWj is weer naar JCm toegegaan en hij speelt dat hij een geit lanceert van de wip. Ze kijkt alsof ze heel verdrietig en “zielig” is. CBj gaat weer naar TMj toe en vraagt wederom om zijn hulp. Ook AAj gaat meespelen. Hij houdt er ook een paar zelf. De boerderijgroep is ook klaar en gaat aan de kant zitten. Toch wil hij nog niet helpen. CBj en OHj en EDj komen er niet uit met bouwen en breken hun bouwsel af om opnieuw te beginnen. Ik geef de leerlingen nog zeven minuten. dat is een wip en dat is een glijbaan”. JCm probeert haar lach te onderdrukken. YTj luistert en loopt daarna weg.

. Hierop gaat RWj naar AAj zijn bouwsel en probeert de dieren er uit te halen. CBj laat het gaan en gaat verder met bouwen. RBj was niet aanwezig tijdens deze eindobservatie. AAj blijft nee zeggen. nee het dak is drie lagen dik. anders had hij zijn dieren er niet uitgehaald. 126 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. je hebt echt te veel dieren in je huis.niet mocht van TMj. AAj weigert dit. AAj mag zijn dieren op het dak zetten.B. haal ze eruit!”. TMj gaat verder spelen met DWj. RWj probeert op allerlei manieren (verschillende segmenten) om de dieren eruit te krijgen. Hij eist van AAj dat hij zijn dieren eruit haalt. dat heb je expres gedaan!”. LRm zegt tegen RWj dat ze het niet leuk vindt dat ze dieren moet weggeven van de boerderij. RWj: “oh. het dorp is af! N. “AAj. De tijd is om. Ondertussen maken de meeste leerlingen nog een aanpassing aan hun bouwsel. AAj is het hier niet mee eens en houdt hem tegen. terwijl een heleboel dieren niets staan te doen in het huisje van AAj. RWj: “Als je nou alleen even het dak eraf haalt?”AAj stemt toe.

Sign up to vote on this title
UsefulNot useful