Samen staan we sterk!

Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Door: Tetske Dammers Van der Helststraat 23 1816 CS Alkmaar E-mail:tetskedammers@gmail.com Studentnummer: 2113856 Begeleider: Nancy Helder Datum: mei 2009 Opleidingstraject: Master SEN, gespecialiseerde leraar te Amsterdam Praktijkwerkstuk in het kader van het Fontys opleidingscentrum voor speciale onderwijszorg Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg Fontys Hogescholen Tilburg

Synopsis
Achtergrond en onderzoeksvraag In mijn klas lijkt het alsof de leerlingen een vast rollenpatroon hebben ontwikkeld waarin de interactie en de gedragingen vast liggen. Ik merk ook dat er leerlingen in mijn klas last hebben van dit vaste patroon. Het lijkt een vicieuze cirkel waar we niet uitkomen. Deze situatie heeft alles te maken met de groepsdynamiek in mijn klas. Mijn klas is constant in beweging, toch lijken er een aantal constante factoren aanwezig te zijn. Heel veel invloed op het groepsproces kan ik niet meer hebben. De groep is al geruime tijd bij elkaar en heeft de eerste drie groepsvormingfasen al doorlopen. De rollen en doelen zijn bepaald. De interactie die hiermee gepaard gaat is duidelijk aanwezig en wordt niet altijd als positief ervaren. Deze situatie heeft geresulteerd in de volgende onderzoeksvraag: Welke invloed heeft het rollenpatroon op de interacties van de leerlingen onderling in mijn klas en hoe kan ik die beïnvloeden? Om deze vraag te beantwoorden heb ik deze vraag in deelvragen verdeeld, zodat ik gerichter onderzoek kan plegen. De deelvragen zijn als volgt: 1. Is mijn klas een neutrale, positieve of negatieve groep? 2. Welke rollen zijn er in mijn klas? En hoe worden die ingevuld door de leerlingen? 3. Hoe verloopt de interactie tussen de leerlingen onderling? 4. Welke interventies kan ik uitvoeren om invloed op het groepsproces te kunnen uitoefenen? Theorie Om als leerkracht meer invloed op deze dynamiek te kunnen uitoefenen, moet ik eerst meer weten over de theorie achter de ontwikkeling van een groep. Ik heb daarvoor de volgende vragen opgesteld: 1. Wat is een groep? Ik sluit mij aan bij de definitie van Hare (1976) Hij stelt dat er bij het ontstaan van een groep altijd sprake moet zijn van interactie. Daarnaast laat een groep naast het kenmerk interactie altijd 4 andere kenmerken zien: (Remmerswaal, 2008) 1. De leden delen één of enkele motieven of doelen, die richting geven aan de groep. 2. De leden ontwikkelen een reeks van normen, die grenzen aangeeft ten aanzien van de relaties tussen de groepsleden en ten aanzien van de groepsactiviteit. 3. Bij langdurende interactie kristalliseert een reeks rollen uit en gaat de nieuwe groep zich onderscheiden van andere groepen. 4. Er ontstaat een netwerk van interpersoonlijke attracties op basis van de sympathieën en antipathieën voor elkaar. 2. Hoe verloopt een groepsproces? Volgens Tuckman (Smith, 2005) doorloopt elke groep vijf fasen, in eigen tempo. De fasen zijn: forming, norming, storming, performing en adjouring. 3. Wat zijn de rollen in een groep? Voor de verdeling van rollen in een groep maken Remmerswaal (2008) en van Engelen (2007) allebei een eigen indeling van rollen in groepen. De indeling volgens van Remmerswaal (Remmerswaal, 2008) : De rollen in een groep zijn onder te verdelen in: 1. Taakrollen: van belang voor het uitvoeren van de groepstaak 2. Groepshandhaving- en groepsvormingsrollen (procesrollen): vooral gericht op het verbeteren van het sociaal-emotionele klimaat in de groep. 3. Disfunctionele rollen: die vooral bestaan uit zelfgericht gedrag, dat ingaat tegen constructieve participatie aan de groep. De indeling volgens Van Engelen (Engelen van, 2007):
2
Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Van Engelen maakt bij de rolverdeling een onderscheid in leidinggevende rollen en overige groepsleden. De leidinggevenden nemen vaak het initiatief, organiseren en bewaken de goede gang van zaken. Bij de overige groepsleden zien we verschillende rollen en taken. Van Engelen stelt dat de rolverdeling anders is ingedeeld bij een positieve groep dan bij een negatieve groep. 4. Hoe vindt de interactie in een groep plaats? Een van de meest bekende en goed toepasbare communicatiemodellen om interacties tussen groepsleden te beschrijven is de “Roos van Leary”. Leary gaat uit van de veronderstelling dat de reactie van iemand bepaald wordt door de daaraan voorafgaande opstelling, opmerking of handeling van de gesprekspartner. Methoden Om antwoord te krijgen op mijn onderzoeksvraag zal ik gebruik maken van kwalitatief onderzoek. Allereerst houd ik een nulmeting, aan het eind van het onderzoek houd ik dezelfde meting. Deze resultaten geven mij informatie over de invloed van de interventies. Voor de metingen maak ik gebruik van de volgende instrumenten: het sociogram, de klassenklimaatschaal, BOTS-vragenlijst, observaties en rolkaarten. Resultaten en uitvoering Uit deze verschillende analysen van de nulmeting kan ik opmerken dat deze klas duidelijk een klas is op weg naar een positieve groep. Er worden een aantal leerlingen naar voren geschoven voor bepaalde rollen, maar de rolverdeling in vooral de leiderschapsrollen zijn niet altijd aanwezig. Dit kan wijzen op een neutrale groep Hieruit is gebleken dat de interventies voornamelijk gericht moeten zijn op: - De ontwikkeling van nieuwe waarden en normen en positieve leiderschapsrollen, gezien de neutrale groep. - Roldoorbrekend gedrag voor individuele leerlingen, gezien de BOTS-vragenlijst. - De rumoerigheid van de klas, gezien de klimaatschaal. Door interventies op deze vlakken uit te voeren, probeer ik de groepsdynamiek positief te beïnvloeden, wel met inachtneming van een externe rol. Uit de resultaten van de eindmeting is gebleken dat er sprake is van een positieve verandering en dus beïnvloeding van de groepsdynamiek. Toch moet ik wel een kanttekening plaatsen. De groep had namelijk al bestaande positieve normen, hier heb ik geen wijzigingen in hoeven aanbrengen. Het “ophalen” van deze normen heeft wel positief gewerkt op de groep. Met mijn interventies heb ik mij alleen maar moeten richten op de interacties tussen de leerlingen en de rollen die in de groep gevormd zijn. Ik heb door het gebruik van deze aanpak de huidige situatie uitgebouwd en versterkt, waardoor de kinderen zich bewust werden welk effect hun gedrag kan hebben.. Het aanleren van de nieuwe vaardigheden, zoals het gebruik van de “Roos van Leary” m.b.t. de invulling van de verschillende rollen, hebben geleid tot de ontwikkeling van een positieve groep. Conclusie Terugkomend op mijn onderzoeksvraag, kan ik concluderen dat ik met mijn onderzoek heb aangetoond dat een leerkracht met een gerichte aanpak de groepsdynamiek positief kan versterken door uit te gaan van bestaande kwaliteiten en het aanleren van nieuwe vaardigheden.

3

Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

En voor het doorlezen en het geven van feedback op mijn onderzoek. . Mijn collega‟s die mij de mogelijkheid hebben gegeven dit onderzoek uit te voeren op school en die mij altijd zelfvertrouwen gaven om door te gaan. die het geduld hebben gehad om alle leuke afspraken met mij een jaar te verplaatsen. Zij hebben heel goed meegewerkt aan dit onderzoek en feedback gegeven op de oefeningen die ik met ze heb uitgevoerd. Via deze weg wil ik ze graag bedanken voor hun steun. Mijn studiebegeleider Nancy Helder. wanneer ik klaar ben met mijn studie. En voor het opvangen van al mijn emotionele “stressbuien”. voor het laten inzien van nieuwe inzichten en het geven van zelfvertrouwen. voor de ondersteuning. Al mijn vrienden. terwijl hij tussendoor ook nog mijn werk als “critical friend” doorlas. Ook heeft ze zich ingezet om het onderzoek te beoordelen Mijn medestudenten Danne Noë. Mijn vriend Lonee. En natuurlijk niet te vergeten de eindeloze telefoongesprekken en e-mails om mij te steunen. En gelukkig het huishouden op zich heeft genomen.Erkentelijkheidpagina Dit onderzoek is mede tot stand gekomen met de hulp van een aantal mensen. Bedankt allemaal! Met jullie hulp. die mij vaak hele dagen niet heeft gezien doordat ik in de studeerkamer zat te werken. Natasja Vermeulen en Jetske Kaandorp wil ik bedanken voor het creëren van “ons veilige intervisiegroepje” en het doorlezen van mijn werk als “critical friend”. Mijn ouders Jan en Ria en zus Djoeke. feedback en support is het mij gelukt dit onderzoek af te ronden. Ik ben trots op het onderzoek wat ik heb gemaakt. 4 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. voor het doorlezen van mijn stukken en mij hierop feedback gaven. De leerlingen uit groep 7.

.................5.................... 24 Hoofdstuk 4: Datapresentatie en analyse ........ 44  4...... 50 o 4.....1 De aandachtspunten ......................................................................................... Blz..............................................2 Kwalitatief onderzoek ... Blz............................. Blz..................... Blz.................... Blz................................... 41 o 4..........................4 Tot slot .................................... 40  4.............................................2 Plan van aanpak .................................. Blz................5 Observatie ... Blz. ........................................................................ 42  4................. Blz...............................4......................7 Onderzoeksvraag .......................... Blz. 38  4. 20 Hoofdstuk 3: Het onderzoek .. 39  4........................ 7 Hoofdstuk 2: De situering . Blz.................... Blz....................... Blz................................... Blz........................ Blz............ Blz...........6 Tot slot ......................................................................2 BOTS-vragenlijst ............2................................................................................... 25 o 4.... Blz.......6 Algemene analyse ............ 38  4....................................... 9 o 2............................................................... 51 5 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.......................6 Maatschappelijke relevantie ........................................... 27  4............................................................4 Rollen in de klas .......................... 11 o 2..................... 21 o 3.............. 20 o 2..................... Blz.................... 21 o 3........2 Nulmeting ........5 Interactie ........... 2 Erkentelijkheidspagina ......2........5.................................... Blz.1 Het sociogram .................................................4 De uitvoering ....... 18 o 2.......................................................................... 31  4............................ 37 o 4..........................3 Onderzoeksmiddelen .......................5 Observatie ......................................................2.4........ Blz............... 45  4.................................................................................................................................. 8 o 2..5 Eindmeting ............ 25 o 4.. 21 o 3............................................ Blz............ Blz.. Blz..................... 39  4........... 19 o 2.......................................................................................................1 De situering ..................2... Blz.......3.........5............................................ Blz.............1Onderzoeksvraag en deelvragen.2 BOTS-vragenlijst ..........................2 Een groep ...................... Blz.........................................1 Privacy ....................... Blz..............................................................5......................................... Blz.............................................................3 De interventies........ Blz.....2........................ Blz...........5.............. 4 Hoofdstuk 1: Inleiding ................................. 25  4...... Blz........................................................1 Normen stellen... Blz.......3 De klimaatschaal ....................... 15 o 2...........................................Inhoudsopgave Synopsis .4............ 22 o 3....2..................... Blz.....3............................................................................................3 De Roos van Leary ..... Blz. 8 o 2........... Blz......3 De klimaatschaal .......... Blz............ 38 o 4............. 44  4............ Blz................. 42  4.............................2 Positieve leiderschapsrollen ontwikkelen ........................3 Het groepsproces ...................... Blz............................................ Blz.......................................4 Rolkaarten .. Blz......................... 25  4........8 Tot slot .........................4 Rolkaarten ......................................................................... Blz...... 33  4................................... 37  4................1 Het sociogram ...........................

............ 77 o 8.......................... 54 o 5. Blz................................en eindmeting naast elkaar .................... 84 o 12.. “Complimenten van een groep” ...... Blz........ Blz...... 123 6 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.......... Blz....... 59 o 3............................................................. Blz......................... Blz...3 Aanbevelingen ........................................................................2 Eindconclusie .................................................................................................................................... Tabellen sociogram nulmeting ... Motivatie rollen nulmeting .......................................... “Wie ben ik”......................................................................... Blz........................................................................................................... Blz............................................... 104 o 16......................................... Blz. 55 Bijlagen ................... Nul... 97 o 14............... Motivatie rollen eindmeting ....................................... Tabel Rollen .................... Blz............... 70 o 6............................................. Blz..................................... “Introductie Roos van Leary” ...... 61 o 4.............. Blz............... Blz......................................................... 115 o 19................. 111 o 17............ 52 o 5... 53 o 5............ 56 o 1................ Plattegronden van de klas .... “Letters en cijfers maken” ................................................................. 63 o 5............................... Blz.................................................................. 57 o 2........................................................... “Kleurencollage” ................................. 113 o 18. Blz.......................... Tabellen sociogram eindmeting ...................... Blz.............................................................. 116 o 20..........4 Terugblik ................. “Groepstekening maken” ............................ 82 o 11......................... 100 o 15............ Blz.............Hoofdstuk 5: Eindconclusie .. Blz....... Blz. “Je mag niet meedoen” . “Situaties uitspelen” ........................................................ Blz......1 Deelvragen ................. 96 o 13............... Handelingsplan “waarschuwingskaartjes” .... 117 o 21.... 73 o 7...................... 80 o 10...... Blz............................................................................... 52 o 5..... Observatieverslag “toren bouwen” nulmeting ........ Rolkaarten ........... 54 Literatuurlijst .... Klimaatschaal .. Blz............................................ Observatieverslag “dorp bouwen” eindmeting ........................................................ ...... Puntenverdeling klimaatschaal ................. Blz.... Blz............ Blz........... Blz............... Blz..... Blz............................................................................. 79 o 9......................................

Ik heb dit onderzoek uitgevoerd op de school waar ik werkzaam ben. wat weer gevolgen heeft voor het groepsklimaat. ontspannen sfeer. Deze eerste waarnemingen hebben geleid tot het onderzoek dat voor u ligt. sociaalemotionele vorming en cultuur in de breedste zin van het woord. Dit is een reguliere school in Bergen. opdat een kind zich ten volle kan ontwikkelen. en zich samen inzetten voor de ontwikkeling van een positieve groep. gespecialiseerde leraar aan de Fontys hogeschool te Amsterdam. Het lijkt alsof we na de zomervakantie gewoon in de sfeer en de omgang met elkaar zijn doorgegaan. De school werkt volgens het principe MIA onderwijs. MIA staat voor Meervoudige Intelligentie Adaptief. Ik ken de leerlingen goed en heb in deze tijd een goede band met de leerlingen opgebouwd. Omdat ik mij nog verder wil ontwikkelen en bekwamen op dit gebied. Humor is een belangrijk onderdeel in de dagelijkse omgang met elkaar. Dit kan zijn uitwerking hebben op de omgang met elkaar. In dit onderzoek ga ik op zoek naar de groepsdynamiek in mijn klas en hoe ik die kan beïnvloeden. Maar ik merk dat de leerlingen bepaalde gedragingen en interacties laten zien. heb ik besloten mijn onderziek te relateren aan dit onderwerp te houden. Ik geef dit schooljaar les aan groep 7. waar we voor de vakantie waren gebleven. 7 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. juist doordat ik de leerlingen nu voor het tweede jaar lesgeef. In de onderbouw wordt gewerkt door middel van een kiesbord. Dit onderzoek heb ik ontwikkeld in het kader van de opleiding Master SEN. . Ik geef hier voor het zesde jaar les en heb altijd in de bovenbouw gewerkt.Hoofdstuk 1 Inleiding Voor u ligt mijn onderzoek. waardoor leerlingen elkaar niet altijd respecteren en serieus nemen in de reacties. De titel “Samen staan we sterk!” staat symbool voor het onderzoek dat ik heb uitgevoerd. In de tijd dat ik werkzaam ben in het onderwijs heeft de “gedragskant” van leerlingen mij het meest geïnteresseerd. Al met al is het een bruisende klas die met veel plezier naar school toe gaat. die ik vorig jaar ook al heb gehad in groep 6. waarin de kinderen elkaars eigenschappen en kwaliteiten accepteren. Toch valt mij ook iets op aan deze klas. Ik vind dat een goed pedagogisch leerklimaat een voorwaarde is. De titel staat voor de meerwaarde van een positieve groepsdynamiek in de klas. In de bovenbouw wordt gewerkt met zelfstandig werk taken. die niet altijd een positieve uitwerking hebben op het groepsklimaat. De school heeft een leerlingenpopulatie van 200 kinderen en de prognose is dat dit alleen maar toe zal nemen. “samen staan we sterk!”. zodat er een nog beter pedagogisch leerklimaat ontstaat. Zowel de kinderen uit de klas als ik houden van een gezellige. Het lijkt soms alsof sommige leerlingen “vastzitten” in een bepaald rollenpatroon. We trachten een zo goed mogelijke verhouding te creëren tussen cognitieve vakken. waar de kinderen zelf aangeven wat zij die dag gaan doen.

„Ralf‟ maakt een grapje en de leerlingen reageren erg negatief op hem. die bijna op hetzelfde ogenblik een grap maakt. Dick en Pim staan samen te overleggen wat ze moeten doen. De andere leerlingen geven daarentegen aan dat ze het gedrag van Ralf niet als prettig ervaren. Dit zullen andere leerkrachten herkennen vanuit hun eigen situatie. Dick komt meteen met een voorstel: Hij stelt voor om eerst maar eens de maten van de zwembaden op te meten. toch lijkt er niet veel te veranderen. Ik verdeel de klas in groepjes en volg de gebeurtenissen van één groepje. Het lijkt een vicieuze cirkel waar we niet uitkomen. Hoe verloopt een groepsproces? 3. Laurens staat te kijken naar het groepje. Wat zijn de rollen in een groep? 4. Mijn klas is constant in beweging. Ik geef een rekeninstructie aan de klas. Ik heb deze situaties regelmatig proberen te beïnvloeden. terwijl er om „Denise‟. Iedere klas laat een verschillende groepsdynamiek zien. „Ralf‟ vindt het niet prettig zoals er op hem gereageerd wordt. Hij voert niets uit en kijkt alleen maar.Hoofdstuk 2 De situering Het is maandagochtend 9. het moet anders. Dit is goed te merken in bovenstaande situatie. zodat ik dit kan vertellen aan mijn vrienden en ze geen ruzie meer hebben.1 De situatie Ik geef les aan groep 7. doet hij dit. . Ralf kijk geïrriteerd en zegt: “wat kinderachtig!” (De namen uit de beschrijving zijn gefingeerd) §2. Wat is een groep? 2. die bestaat uit 25 leerlingen. Pim komt erbij staan en zegt dat ze het niet goed doet. Ik geef deze leerlingen voor het tweede jaar les. maar ook negatieve uitwerkingen hebben. moet ik eerst meer weten over de theorie achter de ontwikkeling van een groep. komt regelmatig voor in mijn klas. Dit kan positieve. Deze situatie heeft alles te maken met de groepsdynamiek in mijn klas. De meeste leerlingen uit deze groep zitten al 7 jaar bij elkaar in de klas. Ik vraag de leerlingen het probleem voor mij op te lossen. toch lijken er een aantal constante factoren aanwezig te zijn. Ik merk ook dat er leerlingen in mijn klas last hebben van dit vaste patroon. Hoe vindt de interactie in een groep plaats? 8 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. De groep gaat verder met meten als opeens Denise langs komt lopen met het zwembadje als hoed op. Ik heb daarvoor de volgende vragen opgesteld: 1. De andere groepsleden kijken verstoord op en zuchten geërgerd. waarvan 16 jongens en 9 meisjes in de leeftijd van 10 á 11 jaar. hartelijk gelachen wordt. Kim pakt direct een stift om de gegevens die Pim doorgeeft meteen op het bord te schrijven. De groepsleden kijken op en moeten er hartelijk om lachen. Ze vinden allebei dat ze het grootste zwembad hebben. Kim pakt de bordliniaal om de zwembaden op te meten. Het lijkt alsof de leerlingen een vast rollenpatroon hebben ontwikkeld waarin de interactie en de gedragingen vast liggen. Als Pim hem vraagt het tweede zwembadje te pakken. Ik vertel de leerlingen over 2 vrienden van mij die ruzie hebben. terwijl ze dezelfde gedragingen vertonen.00 uur. Het valt mij op dat de leerlingen anders op elkaar reageren. Hij pakt de liniaal over en gaat verder met meten. Om als leerkracht meer invloed op deze dynamiek te kunnen uitoefenen. De situatie die ik hierboven beschreven heb. Ralf gaat in het zwembadje zitten en doet net of hij verdrinkt. Het groepje stemt hier meteen mee in.

groep 7 om specifiek te zijn. 5. De definities vind ik te summier omschreven. zit allemaal een kern van waarheid. lijkt heel gemakkelijk. Bij langdurende interactie kristalliseert een reeks rollen uit en gaat de nieuwe groep zich onderscheiden van andere groepen. 2. Er vindt een constante interactie plaats in mijn klas. pp. In het boek Groepsdynamica (Johnson & Johnson. Een groep kan omschreven worden als een verzameling individuen die directe contacten met elkaar onderhouden. Ik sluit mij aan bij de definitie van Hare (1976) Hij stelt dat er bij het ontstaan van een groep altijd sprake moet zijn van interactie. 2008.§2. De leerlingen hebben in ieder geval een gezamenlijk doel. Volgens deze definitie is er sprake van een groep als een bepaalde gebeurtenis niet alleen één individu maar ook de andere individuen beïnvloedt. Een groep kan gedefinieerd worden als een verzameling individuen waarvan de interacties door een aantal rollen en normen gestructureerd worden. Mijn klas. (Remmerswaal. Toch ligt het antwoord iets ingewikkelder. die grenzen aangeeft ten aanzien van de relaties tussen de groepsleden en ten aanzien van de groepsactiviteit. 47) De definitie van een groep is helder omschreven. 1. 9 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. zowel verbaal als nonverbaal. 2. Volgens deze omschrijving is er geen sprake van een groep als er geen interactie plaatsvindt. In de zeven verschillende definities die de sociologen geven. Een groep kan gedefinieerd worden als een verzameling mensen die gezamenlijk een bepaald doel willen bereiken. Een groep kan gedefinieerd worden als een verzameling individuen die. 6. 7. We kunnen pas van een groep spreken als de interacties tussen individuen door rolomschrijving en normen gestructureerd worden. De leden ontwikkelen een reeks van normen. Deze wederzijdse beïnvloeding vormt het belangrijkste kenmerk van een groep. door zich te verenigen. . Volgens deze definitie kunnen we pas van een groep spreken als de betrokkenen zichzelf als een deel van een groep beschouwen. Er ontstaat een netwerk van interpersoonlijke attracties op basis van de sympathieën en antipathieën voor elkaar. een bepaalde persoonlijke behoefte tracht te bevredigen. die richting geven aan de groep. Mijn klas kan ik helemaal herkennen in deze omschrijving. De leden delen één of enkele motieven of doelen. Individuen vormen alleen een groep als zij door een persoonlijke reden gemotiveerd worden een groep te vormen. 3.2 Een groep Wat is een groep? Het beantwoorden van deze vraag. Daarnaast laat een groep naast het kenmerk interactie volgens van Hare (1976) altijd 4 andere kenmerken zien: 1. Een groep kan omschreven worden als een verzameling individuen die elkaar beïnvloedt. dat is toch een groep. 3. 46. 4. Een groep kan omschreven worden als een verzameling individuen die op een bepaalde manier afhankelijk van elkaar zijn. namelijk de lesstof volgen. Een groep kan omschreven worden als een sociale eenheid die uit twee of meer personen bestaat die zichzelf als lid van een groep beschouwen. 4. 2006) worden er zeven verschillende definities gegeven.

Een klas heeft invloed op het vervullen van de behoeften aan veiligheid. In een groep hoor je erbij. Denise is duidelijk geaccepteerd als de grappenmaker. dit kan bijdragen aan zelfrealisatie. weliswaar niet allemaal positief. Als er in voldoende mate is voorzien aan de behoeften uit de eerste drie lagen kan de groep een bijdrage leveren in de behoeften uit de vierde laag. maar de leerlingen weten wel waar ze aan toe zijn. Leerlingen die hier niet aan toe zijn oefenen geen invloed uit binnen de groep en vinden het al geweldig dat ze geaccepteerd worden. Het is als leerkracht belangrijk om te weten dat deze behoeften niet altijd positief worden ingekleurd. Ook de derde laag wordt vooral door leeftijdsgenoten vervuld. Het vormen en ontwikkelen van een groep is erg belangrijk in het onderwijs. Ook het laatste kenmerk is terug te vinden in mijn groep. De groep biedt zekerheid er zijn vaste normen. Daarnaast is er zekerheid omdat de rollen vaststaan. Dit kun je terugzien in de situatiebeschrijving van de rekenles. In het vervullen van de eerste en tweede laag voorziet voornamelijk het gezin. Samen kunnen leerlingen komen tot creatieve prestaties. Er zijn hele duidelijke attracties tussen de leerlingen. De rollen die in een groep ontstaan zijn ook bij mijn klas aanwezig. terwijl Ralf dit niet is. Je wilt niet voor gek staan en buitengesloten worden. 2007) vervult een groep behoeften uit de behoeftepiramide van Maslow (1954): Zelfrealisatie Waardering Sociale acceptatie Zekerheid/veiligheid Fysiologische behoeften De behoeftepiramide van Maslow (1954) Pas als er voldaan is aan een laag. en de normen die ze zelf bepaald hebben. je bent groepslid. Er is wel een duidelijk verschil tussen de normen die zijn opgelegd. Kinderen willen ook invloed uitoefenen binnen een groep. Hierin kan een groep voorzien. Je eigen talenten ontwikkelen en verbreden. Volgens van Engelen (Engelen van. Bij de tweede laag is ook een rol weggelegd voor leeftijdsgenoten. er zijn leerlingen die duidelijk vrienden zijn.Daarnaast zijn er ook normen en grenzen ontwikkeld. In een negatief klimaat wordt ook voldaan aan de behoefte zekerheid. Het leren gaat het beste als een leerling zich vooral in de bovenste laag van de piramide bevindt. In een 10 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. komt de mens toe aan de volgende laag. Leerlingen kunnen elkaar helpen met bepaalde leerstof. Tenslotte is er de behoefte aan zelfrealisatie. Omdat deze normen veiligheid bieden zijn ze moeilijk te beïnvloeden als de groep eenmaal gevormd is. . Ze willen gewaardeerd worden. denk aan de schoolregels. sociale acceptatie en waardering. je wilt gerespecteerd en geaccepteerd worden. Als groep sta je sterk. Ze willen dat hun mening serieus wordt genomen. maar er zijn ook leerlingen die elkaar niet zo aardig vinden.

bewustwording Het individu Intrapersoonlijk Individueel en relationeel Groepsvoortgang Tijdsperspectief Groepsdoel door middel van Nadruk op: Observatiebasis Centraal procesaspect Overzicht van de drie besproken modellen voor groepsontwikkeling (Banet 1967) Het lineaire model is het meest gericht op het onderwijs. Bij het polariteitenmodel gaat men ervan uit dat het groepsproces gebaseerd is op spanningen en conflicten die regelmatig terugkeren. Daarom kies ik ervoor het lineaire model verder uit te werken. in eigen tempo. §2. 2008) spreekt over drie modellen hoe groepen ontstaan: 1. In onderstaand figuur zijn de verschillende modellen schematisch weergegeven.3 Het groepsproces Hoe verloopt een groepsproces? Remmerswaal (Remmerswaal. De groepen worden samengesteld door de school. Polariteitenmodel 3. Klassen in een school passen binnen deze definitie en zijn dus groepen. Hij heeft dit model ontworpen in 1965 en gereviseerd in 1977.negatieve groep is de rolverdeling ook bepaald. Toch ontstaan deze groepen niet spontaan. Volgens Tuckman doorloopt elke groep vijf fasen. In het lineaire model wordt uitgegaan van de sociaal-emotionele aspecten in relatie tot de taken die uitgevoerd moeten worden. Konig. de andere modellen zijn meer geschikt voor therapeutische doeleinden. Hoe dit verloopt. Forming “Groups initially concern themselves with orientation accomplished primarily through testing. beantwoord ik in de volgende vraag. leren zelfverwezenlijking. Wat voor soort groep een klas is. 2007) (Gielis. wordt bepaald door het groepsproces dat zij doorloopt. In de definitie en de behoeftepiramiden wordt duidelijk gemaakt wat een groep is. & Lap. Coincident with testing in the interpersonal realm is the establishment of 11 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. maar is wel voorspelbaar. 2006) Lineair model Progressief Toekomst Leren sociale vaardigheden De groep Interpersoonlijk Groep Spiraalmodel Regressief Verleden Genezen persoonlijkheidsintegratie De groep Historisch Contextueel Polariteitenmodel Cyclisch Heden Groeien. dit heeft geen positieve uitwerking. Such testing serves to identify the boundaries of both interpersonal and task behaviors. Lineaire model Bij het spiraalmodel wordt de groepsvorming voornamelijk bepaald door de ervaringen uit het verleden van de verschillende groepsleden. Spiraalmodel 2. zodat het veiligheid biedt voor de leerlingen. . (Linge van. Hieronder de gereviseerde versie (Engelen van. 2008): 1.

p. De uitkomsten van de stormingsfase kunnen verschillend zijn: 1. Leerlingen kiezen vaak voor de rol die het beste bij hen past. testing and dependence constitute the group process of formin”. or pre-existing standards. Iedere subgroep kan zich hierbij zowel positief als negatief ontwikkelen. Deze outsiders lopen bij een negatieve hoofdgroep het risico de zondebok te worden. dit kunnen ook meerdere rollen tegelijk zijn. Toch wil ieder kind in de groep ruimte om keuzes te maken. maar “van binnen” is het heel onrustig en ongemakkelijk voor de leerlingen. 2005. Er groeit een samenhangende. .dependency relationships with leaders. with concomitant emotional responding in the task sphere. Thus. Afhankelijk van zijn behoeften zal het ene kind zich sterker profileren dan het andere. intimate. Dit leidt vaak tot conflicten. 2005. De doelen worden bepaald. De klas wordt niet één groep. 3) In deze fase komt een nieuwe groep bij elkaar. De groep pakt de situatie zoals voor de zomervakantie gemakkelijker op. new standards evolve. De klas is verdeeld in een hoofdgroep en enkele outsiders. De grenzen in de groep worden duidelijk. later met meer nadruk. p. ondanks dat ze elkaar al kennen. Eerst voorzichtig en aftastend. De klas wordt een negatieve groep waarin concurrentie en machtsstrijd de boventoon voeren. In de bovenbouw duurt de stormingfase heel kort. Dit kan zich in deze periode nog sterk afwisselen. 4. positief samenwerkende groep. 3.” (Smith. de leerlingen gaan op zoek naar erkenning en proberen hun positie in de klas te verwerven. other group members. and new roles are adopted. De hiërarchie in de klas begint geleidelijk zijn vorm aan te nemen. Er wordt kennis gemaakt met elkaar en met de leerkracht. 3) De normen van de groep worden vastgesteld in de derde fase. (Smith. dit komt doordat de leerlingen als ze ouder worden de zomervakantie als minder intensief qua mentale en fysieke groei ervaren. soms proberen ze de mening van de meerderheid weer te geven en ook schrijven ze bewust hun eigen ideeën aan de groep voor. De leerlingen gedragen zich heel rustig in deze fase. 2. Ze vragen zich af wat er van hun verwacht wordt. Soms zijn deze leiders zich niet bewust van hun positie. It may be said that orientation. 2. Er is neiging naar negatieve normen. Ieder schooljaar doorlopen de leerlingen deze fase. dit doel 12 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. vaak is dat doel voor de groep positief. 2005. These behaviors serve as resistance to group influence and task requirements and may be labeled as storming. 3) Tijdens de stormingsfase is het heel onrustig in de klas. Er ontwikkelen zich twee of drie subgroepen die ieder een eigen groepsproces ingaan. De leerlingen nemen een afwachtende houding aan. De groep neigt naar positieve waarden en normen. Het opnieuw verkennen van een bestaande groep is dan minder nodig. In the task realm. personal opinions are expressed. De rolverdeling wordt in de stormingsfase vastgelegd. Storming “The second point in the sequence is characterized by conflict and polarization around interpersonal issues. p. De leiders van de groep bepalen deze normen. we have the stage of norming” (Smith. 3. Ze bekijken wie de andere groepsleden zijn en hoe die zich gedragen. Norming “Resistance is overcome in the third stage in which in-group feeling and cohesiveness develop.

Dit komt omdat de groep meer aandacht moet schenken aan het leefklimaat. Als de relatie met de leerkracht ook positief is heerst er een prettig leef. kunnen ze verschillende inzichten geven. Vanaf nu staan de normen van de groep vast en zijn de groepsnormen nauwelijks veranderbaar. zowel positief als negatief zijn af te meten aan vijf groepskenmerken die gerelateerd zijn aan het leefklimaat: a. is dat een positief doel. p. Performing “The group attains the fourth stage in which interpersonal structure becomes the tool of task activities. The process can be stressful . Samenwerken Is er sprake van samenwerking. It entails the termination of roles. de leerlingen zijn veel minder productief. hij duurt bijna het gehele schooljaar. conflicten worden snel opgelost en de doelen waaraan gewerkt wordt zijn positief.en leerklimaat waarin de leerlingen productief zijn.” (Smith. . This stage can be labeled as performing. Als de groep uit de vorige fasen als een positieve groep is gekomen. dan werken de leerlingen goed samen. Besluitvorming Hoe zit het met ieders inbreng als er een beslissing wordt genomen? e. waarbij ieders inbreng welkom is? Of wordt het klimaat bepaald door onderlinge concurrentie? d. Een negatieve groep daarentegen is veel minder bezig met het leerklimaat. Structural issues have been resolved. Roles become flexible and functional.Adjouring “ Adjourning involves dissolution. Problemen aanpakken Hoe gaat de groep om met problemen? Deze vijf kenmerken geven veel inzicht hoe de ongeschreven normen worden gehanteerd in de groep. Wederzijds respect In welke mate geven de groepsleden elkaar de kans om zichzelf te zijn. 4. and structure can now become supportive of task performance. 2005. Deze normen.” (Smith. and group energy is channeled into the task. Groepsverantwoordelijkheid In hoeverre voelen de groepsleden zich medeverantwoordelijk voor het wel en wee van de groep als geheel? b.particularly where the dissolution is unplanned (ibid.hoeft niet altijd positief te zijn voor de leerkracht. Naast het doel worden ook de normen en waarden van de groep vastgesteld. Denk aan gezellig door de les heen praten. 3) In de uitvoerende fase worden de doelen die in de eerdere fasen zijn vastgesteld nagestreefd. en in hoeverre voelen zij zich gedwongen zich anders te uiten en te gedragen dan ze zijn? c. 5. 2005. maar niet gunstig voor het leerklimaat. the completion of tasks and reduction of dependency (Forsyth 1990: 77). Er heerst een constante machtstrijd tussen de leerlingen onderling. als het doel gezelligheid is. Gaat het in volledige harmonie of hebben een aantal leerlingen het voor het zeggen? Als je de vijf kenmerken apart van elkaar bekijkt. 3) 13 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Some commentators have described this stage as 'mourning' given the loss that is sometimes felt by former participants. Performing is de langstdurende fase.: 88). p.

2008) Fase 1&2: Bij de start van de groep kan begeleiding doorslaggevend zijn. Problemen worden niet verdoezeld maar besproken Om deze begeleiding goed te faciliteren kun je veel begeleide oefeningen doen.m. In de andere jaren weten de leerlingen dat ze elkaar na de zomervakantie weer zien. & Lap.a. Omdat de groep toch uit elkaar gaat is het niet meer belangrijk om de groep gezellig te houden. De leerlingen houden zich niet meer aan de groepsregels en gaan minder respectvol met elkaar om. (Gielis. Een ander verschijnsel is het “klitten”. Ten slotte biedt hij veiligheid. Deze begeleiding is gericht op een positief groepsklimaat wat kan leiden tot de aanvaarding van groepsregels die feitelijk de vijf groepskenmerken positief invullen en die samen garant staan voor een positief groepsklimaat. Dit betekent dat de leerlingen de positieve sfeer gaan relativeren. Bovengenoemde fasen zijn beschreven zoals ze verlopen zonder begeleiding van een leerkracht. Dit kan hij doen door modelgedrag te vertonen. Deze fase treedt op de basisschool alleen op de voorgrond aan het eind van groep 8. De leerlingen organiseren veel activiteiten om het afscheid zoveel mogelijk uit te stellen. situaties te scheppen waarin normen tot stand komen en positieve normen laten ervaren en de leerlingen hiervan bewust maken. Dit kan leiden tot drie verschillende gedragingen. De leerkracht helpt de leerlingen veilig met elkaar kennis te maken van oppervlakkig naar diepgaand. Suggesties hiervoor staan o. . Beslissingen die de groep moet nemen komen aan zoveel mogelijk wensen van groepsleden tegemoet. De leerlingen beschermen zichzelf tegen de teleurstelling van het uiteen gaan van de groep. Dan is er een stevig fundament gelegd voor het groepsklimaat dat meestal stand kan houden 14 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. 2007) Door de begeleiding hebben de leerlingen een sfeer geproefd die berust op positieve normen. In dit geval bepaalt de groep vaak de uitkomst. Allereerst is het belangrijk om de forming goed te faciliteren. Alleen in deze fase is het mogelijk een groep tot positieve normen te laten komen. De leerlingen vinden het niet erg om afscheid van de groep te nemen. in “Grip op de groep”. De leerkracht kan d. Tegelijkertijd moet de leerkracht anticiperen op de norming. begeleiding heel veel invloed uitoefenen op de verschillende fasen. (Engelen van. De groepsleden zijn bereid met elkaar samen te werken d. De groepsleden voelen zich medeverantwoordelijk voor het functioneren van de eigen groep b. Konig. e. Iedere leerling moet zich door de leerkracht geaccepteerd voelen en de leerkracht moet persoonlijke interesse tonen.v. Denk hierbij aan klassenfeesten. De laatste gedraging is de “normvervaging”. Bij een negatieve groep wordt deze fase als bevrijdend gezien. Dit kan door een goede begeleiding tijdens de normingfase al zoveel mogelijk voor de stormingsfase plaats te laten vinden. reünies e.d.Deze fase treedt op als het einde van de groep in zicht is. a. Hierdoor wordt de groep minder gezellig en is het afscheid makkelijker. De groepsleden tonen respect voor elkaar voor elkaars mening en karakter en zijn bereid naar elkaar te luisteren c. De groep kan gaan “vitten”. De leerlingen ervaren de groep als positief en gaan niet graag uit elkaar. Bij een positieve groep kunnen er problemen ontstaan tijdens deze fase.

Fase 3: In deze fase is de taak van de leerkracht de leerlingen te helpen herinneren aan hun eigen groepsregels die zij eerder zelf bedacht en opgesteld hebben.Bewust maken van de verschijnselen normvervaging. gaat gepaard met “dit kunnen we dus van deze persoon verwachten” en dat gaat men dan ook écht verwachten. Dit is het verwachtingpatroon dat in deze groep aan jou gekoppeld raakt en het is te omschrijven als je rol. moet ik eerst meer weten over rollen in de klas.Een gedenkteken te laten maken Door de begeleiding tijdens het groepsproces heeft de leerkracht meer invloed op het leer. Belangrijk is hierbij dat deze begeleiding begint vanaf de eerste dag na de zomervakantie. klitten en vitten als ze aan de orde zijn . Voor mijn onderzoek betekent dit dat ik rekening moet houden met de normen en rollen zoals ze al vastgesteld staan. Het is belangrijk dat de leerkracht zich niet teveel bemoeit met de rolverdeling. hierdoor verliest de leerkracht namelijk het vertrouwen van de groep. de groepsgeschiedenis laten herleven. Ik vind deze indeling iets te beperkt.m. Dit leidt tot de volgende vraag. Fase 5: Wat kan de leerkracht doen om de afsluiting positief te laten verlopen?: .” (Lente van. De eerste twee fasen kunnen alleen een succes vormen als de leerkracht tijdens deze fasen permanent aanwezig is. Om meer inzicht in het rollenpatroon te verkrijgen. Belangrijk hierbij is dat alleen de normen die de leerlingen zelf bedenken en/ of eigen maken stand houden.4 Rollen in de klas Welke rollen zijn er in een klas? “Al datgene wat men van je meemaakt en aan je ontdekt. .v. omdat Remmerswaal een heel uitgebreide indeling geeft en Van Engelen zijn rolverdeling alleen toegespitst heeft op een groep in de basisschool. In de situatieschets van de rekenles herken ik al een rolverdeling.in de storming.Terugblikken. Ik bespreek beide indelingen. 15 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.Helpen de situatie realistisch onder ogen te zien . 83) Voor de verdeling van rollen in een groep maken Remmerswaal (2008) en van Engelen (2007) allebei een eigen indeling van rollen in groepen. 1997. en „Dick‟ is de leider van de groep. Fase 4: De begeleiding van deze fase doet de leerkracht door samen met de groep regelmatig het groepsklimaat nader te bekijken en te stimuleren. de groepsidentiteit te versterken en het bevorderen van onderlinge contacten.en leefklimaat in de klas. „Denise‟ is duidelijk geaccepteerd als grappenmaker. Het stimuleren kan d. §2. Er kunnen onderhuids toch factoren spelen die andere normen inbrengen. p. Toch zijn niet alle rollen in mijn klas allemaal herkenbaar. Dit om niet alleen aan de laatste maand te denken . samenwerkingsopdrachten.

geven van informatie( bieden van feiten. verheldering geven). Bij de overige groepsleden zien we verschillende rollen en taken. diagnosticeren (vaststellen van moeilijkheden. stokpaardjes (alleen voorstellen inbrengen die hun eigen favoriete ideeën ondersteunen). zelfbelijdenissen (vertelt altijd over eigen ervaringen wat niets te maken heeft met groepsdoel). Van 16 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.m. coördineren (aantonen van verbanden. meningen en voorstellen samenbrengen) samenvatten (samenvatten van inhoud en meningen. compromissen voorstellen). geven van een mening (uitspreken van mening over waardevolheid en niet zo zeer over inhoud). hoe zal een voorstel uitpakken). spanning verminderen (uitlaat vinden voor overheersende gevoelens bijv. problemen opnieuw definiëren. Meerdere groepsleden kunnen tegelijkertijd dezelfde rol vervullen. beschrijven van (onbewuste) reacties). De taakrollen zijn: initiatief en activiteit (voorspellen van oplossingen. 3. humor. openlijk instemmen). 2008) : De rollen in een groep zijn onder te verdelen in: 1. organiseren en bewaken de goede gang van zaken. Taakrollen: van belang voor het uitvoeren van de groepstaak 2. De leidinggevenden nemen vaak het initiatief. Disfunctionele rollen: die vooral bestaan uit zelfgericht gedrag. analyseren van blokkades). dat ingaat tegen constructieve participatie aan de groep. volgen (meegaan met groepsbesluiten. d. waardering uitspreken. sympathie zoeken (klagen en zielig doen om sympathie van andere groepsleden te verkrijgen). conclusie trekken). nieuwe ideeën.De indeling volgens van Remmerswaal (Remmerswaal. anders ordenen van materiaal). problemen anders aanpakken. zoeken van informatie (verhelderende vragen) . vertelt de regels als een besluit in contradictie is met de regels).v. dit is verdeeld naar de leiderschapsstijl. kalmeren). verbinden aan eigen ervaringen. hoe staat het met het groepsdoel?). consensus uitproberen (vraagt of er een algemene overeenstemming kan worden bereikt). demonstratief terugtrekken (ongeïnteresseerd of passief gedrag).en groepsvormingsrollen (procesrollen): vooral gericht op het verbeteren van het sociaal-emotionele klimaat in de groep. suggesties. Groepshandhaving. bemiddelen (harmoniseren. de groepsactiviteiten en eventuele weerstanden. De procesrollen zijn: aanmoedigen (vriendelijk. de clown uithangen (niet serieus kunnen doen). 2007): Van Engelen maakt bij de rolverdeling een onderscheid in leidinggevende rollen en overige groepsleden. erkenning zoeken (altijd op zoek naar aandacht). Zowel taak. warmte. uitwerking (verhelderen. formuleren van de regels en procedures (deze kunnen gebruikt worden voor keuze van het gespreksonderwerp of evalueren van groepsbesluiten. betekenissen ontwikkelen. deuropener of wegbereider zijn(zorgt ervoor dat iedereen zijn zegje kan doen).als procesrollen: evalueren (groepsbesluiten toetsen aan procedures en regels. Alle genoemde rollen zijn allemaal ook leiderschapsfuncties. wil de beste in alles zijn). luisterpubliek). De indeling volgens Van Engelen (Engelen van. rivaliteit (altijd met anderen aan het wedijveren. blokkeren (voortgang van de groep dwarsbomen). zoeken van meningen(vragen aan anderen wat ze denken/voelen verheldering vragen). . onder woorden brengen van het groepsgevoel(samenvatten wat het gevoel is van de groep. Disfunctionele rollen: agressief gedrag( eigen status proberen te vergroten door het bekritiseren van anderen vijandige positie innemend).

Dit maakt dat de macht van de organisator afhankelijk is van de loyaliteit van de volgers. Toch kan deze rol niet ontbreken in een groep. 6. Joker De rol van de joker is heel belangrijk. kan de joker met een relativerende opmerking de groep 17 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Als er spanningen zijn in de groep. Sociaal werker Diegene die deze rol vervult heeft vooral interesse in mensen en relaties. Appellant De appellant is de laagste in de hiërarchie van de groep. nemen de verkenners deze positie over. Hoewel het lijkt alsof de joker niet serieus wordt genomen. Gezagsdrager Dit is vaak niet de opvallendste persoon in een klas. via de gezagsdrager wil. De verschillen tussen de groepsleden worden geaccepteerd. Dit kan door een mentale of fysieke zwakte of handicap. Hij verdeelt taken en bewaakt of ze gedaan worden. Een organisator behandelt hierdoor zijn volgers altijd goed. Als de organisator fouten maakt of wegvalt. De organisator zorgt ervoor dat de hiërarchie binnen de groep in stand wordt gehouden. De positieve groep kent de volgende zeven rollen: Leidinggevenden 1. hierdoor zijn de verkenners directe concurrenten van de organisatoren. niet de haantje de voorste of degene met de grote mond. Door zijn rol kan hij gevoelens van mededogen van de andere groepsleden oproepen. Hij geeft de directe leiding aan de andere groepsleden. van verantwoordelijkheid voor de groep. dan grijpt de gezagsdrager in. Ze zetten hun gezag in om de sfeer in de groep te bewaken en positief te houden. Een gezagsdrager vormt de mening van de groep en bewaakt het groepsdoel. hij moet zich houden aan de gevestigde opvattingen binnen de groep. Je kunt de organisator duidelijk herkennen bij samenwerkingsopdrachten. Verkenner Verkenners nemen vaak initiatieven op het moment dat het duidelijk is wat de bedoeling is. Hij zorgt voor een grote mate van relativering in de groep. 2. zorgt de joker er juist voor dat zaken niet te serieus worden en uit de hand lopen. maar deze is niet bedreigend. Hij appelleert aan gevoelens van zorgzaamheid en mededogen. Organisator Een organisator regelt alles. Wat de gezagsdrager zegt of aangeeft wordt echter wel direct opgepakt door de rest van de groep.Engelen stelt dat de rolverdeling anders is ingedeeld bij een positieve groep dan bij een negatieve groep. Als een ander groepslid met een voorstel komt dat indruist tegen het groepsdoel. . al is het niet het hoogste gezag. 5. mits hij een bijdrage levert aan wat de groep. De sociaal werker heeft gezag in de groep. Binnen de positieve groep kan er onderlinge concurrentie zijn. 7. De gezagsdrager kan niet gewoon zijn gang gaan. Volger Volgers voeren de initiatieven van de andere groepsleden trouw uit. Ze bevinden zich in de hiërarchie net onder de organisator. Overige groepsleden 4. Bij conflicten grijpt de sociaal werker op een positieve wijze in. de sociaal werker komt met compromissen aan wanneer de groep er niet uitkomt. 3. Hij bewaakt de sfeer in de groep en het welzijn van de groepsleden.

4. De hiërarchie wisselt van week tot week en kan zich daardoor niet vastzetten. De nadruk ligt op de macht en minder op het vervullen van de verschillende rollen. Het slachtoffer van de gezamenlijke vijand.” (Oudenhoven van. intrigeren. er zijn continue aanvallen op zijn positie. Deze groep komt het meest voor in het onderwijs. De leerling die aan het begin van het jaar een grap maakt. De rolverdeling in een groep ontstaat in de formingsfase van het groepsproces. §2. De dictator moet constant op zijn hoede zijn. & Lap. 28) 18 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. beantwoord ik in mijn volgende vraag. Intrigant Zij proberen onder de overige groepsleden (meelopers) voldoende aanhang te verwerven om een leidinggevende positie te verwerven. Je kunt een neutrale groep het beste omschrijven als een groep die zijn nog weg zoekt in de hiërarchie en het stellen van doelen. . Zijn positie staat bloot aan concurrentie. maar hun saamhorigheid komt niet echt van de grond. 3. de aard van de taak of de kenmerken van de groep. Hierdoor laat de sociaal werker het er regelmatig “bij zitten”. Meeloper De meelopers wanen zich veilig zolang ze maar een intrigant en/of dictator ondersteunen. Hij stelt negatieve doelen en probeert daardoor de groep bijeen te houden en zo een soort saamhorigheid te creëren.laten lachen. vooral als er conflicten uitbreken. 2008) vult deze onderverdeling nog aan met de neutrale groep. Zondebok De zondebok is diegene die constant wordt gepest. In een negatieve groep is de hiërarchie erg sterk. maar ondergaat de invloed van de eigenschappen van de groepsleden. p. Hoe deze interactie verloopt. omdat er telkens verwarring heerst over de positie van de groepsleden. Bij een neutrale groep is de rol van gezagsdrager nog wisselend. Deze rollen ontstaan mede door de interactie van de groepsleden onderling. Hij doorbreekt de regels en de hiërarchie. omkoping). 1998.5 Interactie Hoe vindt de interactie in groepen plaats? “Communicatie vindt niet in het luchtledige plaats. Gielis (Gielis. Daarom moet ook hier de gezagsdrager met kracht zijn gezag doen gelden. krijgt vaak voor het hele jaar deze rol toebedeeld. Ze zijn blij als hun leerkracht hen helpt. Dictator De dictator geniet geen natuurlijk gezag. De neutrale groep wil graag goed doen. Konig. Rollen in een negatieve groep: Leidinggevenden 1. pesten. dit omdat er nog verschillende doelen aan de orde zijn. zullen zij niet het slachtoffer worden. Deze aanvallen komen van de intriganten. De middelen die gebruikt worden zijn negatief (roddelen. Hij creëert een gezamenlijke vijand door leerlingen uit de groep als slachtoffer van zijn negatieve doelen te maken. Zolang dat gebeurt. Overige groepsleden 2.

samen-gedrag roept samen-gedrag op) op elkaar kunnen reageren. in heterogene groepen functioneren en het curriculum volgen. dat alle leerlingen. boven. opmerking of handeling van de gesprekspartner. Leary gaat ervan uit dat mensen complementair (bijv.gedrag roept onder-gedrag op) en symmetrisch (bijv. §2. Deze manier van interactie kan ingezet worden bij de verschillende rollen in de groep. Leary gaat uit van de veronderstelling dat de reactie van iemand bepaald wordt door de daaraan voorafgaande opstelling. . Leary heeft nog een verdere indeling gemaakt.samen en tegen voor samenwerkend tegenover tegenwerkend gedrag. ongeacht hun achtergrond. 2008) 19 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. dat afgestemd is op hun eigen mogelijkheden. en de invloed van de groepsdynamiek wordt in de toekomst alleen maar meer van belang. Dit betekent dat een rol met verschillende soorten gedragingen ingevuld kan worden.” (Franke. Zie onderstaand figuur: Roos van Leary Deze roos laat zien welk gedragingen elkaar oproepen en hoe gedrag te beïnvloeden is. Zo zal een gezagsdrager meer gedragingen laten zien uit de boven. Deze ontwikkeling is een eerste stap naar “Inclusief onderwijs”. Als een andere leerling dan voornamelijk gedrag laat zien uit de onder-samen sector geeft hij hiermee duidelijk aan dat hij een volger is.samen sector en veel minder gedragingen uit de onder-tegen sector. De reacties van mensen zijn daarbij in te delen volgens twee tegenovergestelde lijnen (Itasc): .6 Maatschappelijke relevantie Het belang van kennis van groepsdynamica is duidelijk naar voren gekomen in bovenstaande vragen. Vanaf 2011 wordt er in Nederland “passend onderwijs” ingevoerd. De organisatie inclusief scholen geeft de volgende definitie voor inclusief onderwijs: “Inclusief onderwijs betekent. Iedere leerkracht heeft er mee te maken. . dezelfde scholen bezoeken. De leerlingen moeten inschatten welke interactie past bij hun rol in een specifieke situatie. Het communicatiemodel van Leary heeft ook zijn invloed op het ontstaan van rollen.boven en onder voor leiden tegenover ondergeschikt gedrag.Een van de meest bekende en goed toepasbare communicatiemodellen om interacties tussen groepsleden te beschrijven is de “Roos van Leary”.

. Het leren van deze waarden is het belangrijkste voordeel voor leerlingen zonder handicap. is er ruimte voor iedereen binnen eenzelfde onderwijs. De interactie die hiermee gepaard gaat is duidelijk aanwezig en wordt niet altijd als positief ervaren.Dit betekent dat de diversiteit in de klassen alleen maar toeneemt. bereidt voor op een samenleving waarin niemand wordt buitengesloten. Deze situatie heeft geresulteerd in de volgende onderzoeksvraag: Welke invloed heeft het rollenpatroon op de interacties van de leerlingen onderling in mijn klas en hoe kan ik die beïnvloeden? §2. verantwoordelijkheid voor elkaar. Heel veel invloed op het groepsproces kan ik niet meer hebben. hanteerbare manier in de dagelijkse praktijk gebracht. Een school die leert dat in principe niemand wordt buitengesloten. Dit heeft de interesse naar mijn eigen klassensituatie alleen maar vergroot. wordt op een duidelijke. Tolerantie. Leerlingen met een handicap profiteren daarnaast in cognitief en sociaal opzicht van hun omgeving met niet-gehandicapte leerlingen. zo is inmiddels ruimschoots aangetoond. Het begeleiden van het groepsproces neemt dan een steeds grotere rol in. In hoofdstuk drie zal ik nader ingaan op mijn onderzoeksvraag en de onderzoeksmethoden. 20 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. De rollen en doelen zijn bepaald. Stichting Inclusief onderwijs zegt hier het volgende over: “De beste manier om dit in de praktijk te brengen is door de klas open te stellen voor leerlingen met een handicap.7 Onderzoeksvraag De informatie uit dit hoofdstuk heeft mijn inzicht in de theorie over groepsdynamiek vergroot. respect voor verschillen en de waarde daarvan.” (Visie. 2005) §2. Als leerlingen geleerd hebben om elkaar in al hun verschillen te accepteren. De groep is al geruime tijd bij elkaar en heeft de eerste drie fasen al doorlopen.8 Tot slot In dit hoofdstuk heb ik duidelijk gemaakt wat groepsdynamica inhoudt en wat het kan betekenen voor het onderwijs.

de onderzoeker is zelf het onderzoeksinstrument. De verschillende gegevens die in mijn onderzoek naar voren komen. 2000. de Goede & Teunissen geven de volgende definitie over kwalitatief onderzoek: “Onderzoek waarbij je overwegend gebruik maakt van gegevens van kwalitatieve aard en dat als doel heeft onderzoeksproblemen in of van situaties. Baarda. Hoe verloopt de interactie tussen de leerlingen onderling? 4. vast in gestandaardiseerde instrumenten. Om het onderzoek meer betrouwbaarheid te geven. zodat ik gerichter onderzoek kan plegen. Kwalitatief onderzoek legt verbanden tussen alle facetten die meespelen bij een probleem. 21 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Welke rollen zijn er in mijn klas? En hoe worden die ingevuld door de leerlingen? 3. Voor het onderzoek maak ik voornamelijk gebruik van mijn eigen waarneming. 25) De reden dat ik kies voor kwalitatief onderzoek heeft te maken met de kenmerken van deze vorm: (Baarda. Het onderzoek is subjectief en betekenisverlening. maar zijn gebaseerd op mijn eigen interpretatie. De onderzoeksgegevens worden verkregen door directe waarneming. . zijn geen op zich zelfstaande onderdelen.a. § 3. Dit vierde kenmerk is erg belangrijk voor de interpretatie van mijn onderzoek.2 Kwalitatief onderzoek Om antwoord te krijgen op mijn onderzoeksvraag zal ik gebruik maken van kwalitatief onderzoek. controleren zowel mijn duopartner als mijn LIO-stagiaire mijn onderzoeksgegevens.” (Baarda. Gezamenlijk vormt de informatie een algeheel beeld. Ik ben er terdege van bewust dat de onderzoeksresultaten subjectief zullen zijn. er wordt weinig gewerkt met gestandaardiseerde instrumenten. Goede de. & Teunissen. Is mijn klas een neutrale. neem ik deze mee in mijn datapresentatie en analyse. In dit hoofdstuk zal ik beschrijven welke onderzoeksmethoden ik ga gebruiken om mijn onderzoeksvraag te beantwoorden.Hoofdstuk 3 Het onderzoek In het vorige hoofdstuk is de theorie over groepsdynamica beschreven. Goede de. deze leg ik o. 2000) Het onderzoek vindt plaats in alledaagse situaties. & Teunissen. gebeurtenissen en personen te beschrijven en te interpreteren. Als zij een andere interpretatie van de resultaten hebben. Welke interventies kan ik uitvoeren om invloed op het groepsproces te kunnen uitoefenen? § 3. p.1 Onderzoeksvraag en deelvragen Mijn onderzoeksvraag luidt: Welke invloed heeft het rollenpatroon op de interacties van de leerlingen onderling in mijn klas en hoe kan ik die beïnvloeden? Om deze vraag te beantwoorden heb ik deze vraag in deelvragen verdeeld. De deelvragen zijn als volgt: 1. positieve of negatieve groep? 2. De resultaten zullen gebaseerd zijn op mijn eigen interpretatie en aan de resultaten en situaties zal ik mijn eigen betekenis verlenen. In dit onderzoek betekent dit dat ik uitga van de dagelijkse activiteiten die ik met de leerlingen uitvoer.

Deze resultaten geven mij informatie over de invloed van de interventies. Allereerst zal ik een nul-meting houden. Goede de. Tijdens deze aanpak is het belangrijk om constant naar de uitwerking van deze interventies te kijken. Deze rol zullen de leerlingen uit de klas innemen. ook vraag ik een enkele keer hun mening over andere leerlingen. De leerlingen geven voornamelijk informatie over zichzelf. de respondent. Deze deelnemer geeft informatie over zichzelf m.m. Kloppen de gegevens met wat we zien? Bijvoorbeeld: is de leerling ook echt geïsoleerd? c. (Baarda. de uitkomst blijft subjectief en geeft alleen een beeld van deze klas.v. onderzoeksmethoden vraag ik naar hun mening. Een observatieplan opstellen. Alkema en Tjerkstra geven een duidelijke werkwijze aan: (Alkema & Tjerkstra. ook gebruik ik deze theorie op mijn onderzoeksresultaten te verklaren. Aan het eind van het onderzoek houd ik dezelfde meting.3 Onderzoeksmiddelen Eerder in dit hoofdstuk heb ik vermeld dat het doen van een nulmeting noodzakelijk is. Bij voorkeur 2 sociogrammen maken aan het begin b. Gerichte begeleiding om in de groep positief sociaal gedrag te stimuleren d. Baarda. Kwalitatief onderzoek wordt op een theorie gebaseerd en/of verklaard vanuit theorie of is gericht op het ontwikkelen van theorie. 22 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Zij zijn op de hoogte van de theorie achter het onderzoek en kennen de klas goed. Er is een integratie van dataverzameling en analyse Tijdens mijn onderzoek is er een samenspel tussen het verzamelen van gegevens en het interpreteren van deze resultaten.b. 2000) Allereerst de informant. De laatste rol is voor dit onderzoek voornamelijk van belang. Voor de metingen maak ik gebruik van de volgende instrumenten: Het Sociogram Het sociogram is gebaseerd op de sociometrische methode van J. Hierdoor kunnen zij mij veel informatie geven over de klas als ik niet aanwezig ben.L Moreno. de Goede & Teunissen spreken over drie rollen. Het verzamelen van de gegevens en de analyse wisselen elkaar het hele onderzoek af. deze deelnemer geeft informatie over personen of zaken buiten zichzelf.Ook controleer ik mijn gegevens bij de leerlingen uit de klas d. Hij heeft een goed inzicht in de te onderzoeken situatie en geeft hierdoor veel informatie aan de onderzoeker. In deze situatie zullen de leerlingen zich als informant opstellen. Mijn LIO-stagiaire en duopartner zullen ten tijde van het onderzoek de rol van sleutelinformant kunnen innemen. Afsluiten met nog een sociogram om te kijken of interventies zin hebben gehad. zodat ik tijdig kan signaleren of de aanpak de juiste is. Hij kan als vertegenwoordiger van de groep worden gezien. Het verschaft meer inzicht in de onderlinge relaties in een groep en de plaats van een kind in de klas. Na analyse van deze gegevens volgen er interventies en geef ik groepsbegeleiding. de situatie. .t. waardoor de beginsituatie van de groepsdynamiek vastgesteld wordt. 1995) a. De deelnemers aan kwalitatief onderzoek kunnen verschillende rollen hebben. & Teunissen. Dit wordt ook wel een cyclisch-iteratief proces genoemd. De tweede rol is de sleutelinformant. De theorieën die ik ontwikkel vanuit dit onderzoek zullen gebaseerd zijn op de onderzoekssituatie zoals hij nu is en zal subjectief kunnen zijn. Deze aanpak sluit subjectiviteit niet uit. In het onderzoek dat ik uitvoer baseer ik mij op de theorie zoals beschreven in hoofdstuk 2. De theorie speelt een grote rol. § 3.

2006) De klassenklimaatschaal De klassenklimaatschaal is een individuele vragenlijst om meer inzicht te krijgen in het klassenklimaat en de rol van de leerkracht.affiliatie ( het zich tot elkaar aangetrokken voelen) Jeninga zegt het volgende over de klimaatschaal: “Deze vragenlijst biedt de mogelijkheid de leerlingen zelf aan het woord te laten en als leraar feedback te ontvangen op het eigen handelen. In de bijlage (1) zijn de rolkaarten opgenomen. De observaties zal ik beschrijven en bijvoegen in de bijlage.2 heb ik aangegeven dat ik ook de mening van de leerlingen vraag. Op basis van de weergegeven patronen kan de leraar of groepsleider de groepsdynamiek beïnvloeden en over langere tijd zien of de invloed heeft gewerkt. In paragraaf 3.” (Jeninga. Hierdoor kan ik de situatie terugkijken en vergroot dit de betrouwbaarheid van mijn observaties. (“blinde vlekken”) Ook is het mogelijk om met deze lijst bepaalde vermoedens die men heeft met betrekking tot gesignaleerde problemen te onderzoeken. De vragenlijst geeft informatie over de volgende onderwerpen: (Jeninga. 2006. met wie speel je niet graag?.leraar . waarop per kaart een positieve groepsrol (Engelen van. om thuis mijn bevindingen te controleren. Met wie speel je graag?. 2006) Observaties De observaties vinden plaats in de alledaagse situaties.Ik sluit mij aan bij deze werkwijze. 2006) In dit programma worden de leerlingen vier vragen gesteld.relatie leerlingen. De geplande observaties neem ik op video. (Verstegen & Lodewijks. Tijdens het leggen van de kaartjes leggen ze de reden van hun keuzes aan mij uit. 89) BOTS-vragenlijst De BOTS (Boven-Onder-Tegen-Samen) vragenlijst is gerelateerd aan de Roos van Leary. . p. ook dan zal ik observeren. Rolkaarten Met de voorgaande methodieken kan ik bekijken hoe de rollen zijn verdeeld over de groep. 2006) . 2007) staat afgebeeld. BOTS analyseert de beheersing van de sociale vaardigheden. Ik heb een kaartensysteem ontwikkeld. Soms zijn deze van te voren gepland en gericht op een bepaald onderwerp.” (Onderwater. (Onderwater.de organisatie in de klas . waarbij duidelijk het onderwerp van mijn onderzoek naar voren komt. Voor het invullen van het sociogram maak ik gebruik van de applicatie op het internet. Met behulp van subvragenlijsten wordt een totaaloverzicht in kaart gebracht van de sterkte en zwakte van de verschillende interactionele posities.de onderlinge leerlingrelaties . In deze analyse wordt uitgegaan van een wisselwerking waarbij de kans bestaat dat interactionele cirkels zichzelf in stand houden. In een individueel interview met de leerlingen geven de leerlingen aan welke rol ze bij welke klasgenoot vinden passen. 23 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. met wie werk je graag? en met wie werk je niet graag? De makers beweren het volgende over het sociogram: “Het resultaat is een overzichtelijk beeld van de relaties en interacties in de klas. Een andere keer biedt zich een situatie aan.

Ik zal dan ook verder ingaan op de interventies die ik zal plegen. Naar aanleiding van informatie uit de nulmeting kan ik bepalen welke manier van interventies ik moet toepassen. In het volgende hoofdstuk presenteer ik de data en analyseer ik de gegevens.4 Tot Slot De onderzoeksmethodologie verschaft mij informatie over de groepsdynamiek van de klas. 24 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.§ 3. .

§4. Met wie speel je graag? 2. 2006) De leerlingen hebben de vragen op de computer ingevuld. Totaal neg. In mijn onderzoek wisselen onderzoek en analyse zich snel af. twee hoofdletters en een kleine letter. De eerste twee hoofdletters staan voor initialen van de leerlingen en derde letter staat voor het geslacht van de leerling. NJm MHj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ AAj MJj OLj EDj RBj YTj JBj . Een voorbeeld: PBj kan staan voor Pieter Bakker en is een jongen. Met wie werk je graag? 4. §4. (Onderwater. zowel positief als negatief. Om dit vast te kunnen stellen. Sociogram spelen MLm 2 1 MBm 2 5 AAm CVm LRm EBm JGm DWj RWj JCm Totaal pos. Met wie speel je niet graag? 3. §4.1 Het sociogram Ik ben de nulmeting begonnen met het afnemen van een sociogram. heb ik de namen van de kinderen veranderd in codes.2.2 Nulmeting Het doel van mijn onderzoek is om te achterhalen of ik de groepsdynamiek in mijn klas kan beïnvloeden. maak ik eerst een nulmeting. j voor een jongen en m voor een meisje. De code bestaat uit drie letters. neem ik aan het eind van mijn onderzoek weer af.1 Privacy Om de privacy van de leerlingen uit mijn klas te kunnen waarborgen. Zij gaven antwoord op de vragen: 1. De instrumenten die voor deze meting gebruikt worden. Met wie werk je niet graag? Uit deze vragen heb ik twee sociogrammen gemaakt met een tweedeling in werken en spelen. Hierdoor kan ik mijn bevindingen staven met objectieve onderzoeksmiddelen. Om deze reden zal de datapresentatie en de analyse als een rode draad door elkaar lopen. 5 4 2 4 4 0 3 4 4 1 3 5 2 3 3 1 3 4 5 0 3 3 5 3 0 2 0 1 13 0 0 0 3 4 3 16 2 2 11 2 0 1 3 0 0 3 25 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Deze meting gebruik ik om achteraf vast te kunnen stellen of de groepsdynamiek is veranderd. In de bijlage (2) is de uitgebreide tabel opgenomen.Hoofdstuk 4 Datapresentatie en analyse In het vorige hoofdstuk is beschreven welke methodologie ik ga gebruiken om mijn onderzoeksvraag te beantwoorden. In onderstaande tabellen zijn alleen de gegevens opgenomen van hoe vaak de kinderen gekozen zijn. In dit hoofdstuk zal ik het onderzoeksproces beschrijven en de data presenteren.

vul ik voor de meest opvallende kinderen de BOTS (Verstegen & Lodewijks. Dit zijn EDj en MJj. wat niet heel hoog is. DWj wordt vaak negatief gekozen bij werken. Hij wordt maar één keer positief en drie keer negatief gekozen bij spelen. omdat de leerlingen voornamelijk voor hun eigen sekse kiezen. EDj en MJj krijgen veel positieve keuzes bij het werken. Voor de meisjes is de score naar verhouding hoger dan bij de jongens. Bij spelen heeft er niemand positief voor haar gekozen. Totaal neg. De uitkomst van het sociogram sluit aan bij mijn eigen waarnemingen. RWj. dat zichzelf vaak “zielig” vindt. Alleen AAj. Bij het sociogram werken zijn wel duidelijk twee leerlingen vaker gekozen dan de andere leerlingen. EBm en NJm halen een hogere score. maar liefst vijf positieve keuzes.Sociogram werken MLm 2 1 MBm 2 3 AAm CVm LRm EBm JGm DWj RWj JCm Totaal pos. OLj en JGm ook bij de leerlingen die vaker positief gekozen zijn. Als de meisjes groepjes maken. Ze wordt door de andere meiden nog wel eens buitengesloten en ze zoekt uit zichzelf ook niet veel contact. maar is jong in zijn gedragingen. Met een score van vijf horen CBj. Er zijn inderdaad geen duidelijke populaire leerlingen aan te wijzen. LMj wordt ook vaak negatief gekozen. RBj en YTj zijn vaak “storend” aanwezig. Hij heeft vaak het idee dat anderen “het op hem gemunt hebben”. LMj. 2006)vragenlijst in. Hij wordt snel boos en kan dan agressief reageren. terwijl dit vaak niet zo is. 26 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. wordt JCm vaak “vergeten”. Een andere opvallende leerling is OLj. Zij houden zich niet aan de afspraken en regels in de klas. JCm valt op doordat zij in beide tabellen bijna niet gekozen wordt. Dit is vrij regelmatig verdeeld. Om de waarnemingen uit het sociogram beter in kaart te brengen. Hij is rustig in de klas. De score vijf keer negatief gekozen in het sociogram spelen voor MBm is erg hoog in vergelijking met de rest van de meisjes. Dit zijn rustige jongens die serieus met hun werk bezig zijn. Ze wordt daarentegen ook niet vaak negatief gekozen. JCm lijkt te zijn vergeten door de leerlingen tijdens het kiezen. en bij werken maar één keer. In het sociogram spelen zijn geen duidelijke populaire kinderen. DWj valt niet op in het sociogram spelen. Hier is een groot verschil op te merken. Ze kunnen goed luisteren naar andere kinderen. Deze score is vijf. hebben goede ideeën en vinden het niet erg als anderen deze uitvoeren. Hij is een echte grappenmaker en vindt het lastig om serieus te werken zonder afgeleid te worden. maar in het sociogram werken heeft hij dertien negatieve keuzes. YTj en RBj vallen voornamelijk op. Zij is een wat teruggetrokken meisje. Een aantal leerlingen vallen zowel bij spelen als bij werken duidelijk op. scoort hij veel positiever. is een score van vijf aanzienlijk hoger bij de meisjes dan bij de jongens. maar dit is om een andere reden. Aangezien er in de klas meer jongens dan meisjes zijn. 3 5 1 8 4 0 2 4 9 5 2 4 1 1 3 0 1 3 3 1 5 3 3 2 0 13 0 1 7 2 0 0 2 4 2 16 4 3 9 3 0 2 1 0 0 0 Na analyse van deze tabellen vallen een aantal punten op. Er wordt heel gelijkmatig gekozen. De interactie naar deze jongens toe is vaak negatief geladen. NJm MHj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ OLj AAj MJj EDj RBj YTj JBj . doordat zij in beide tabellen vaak negatief gekozen worden. daarentegen bij werken.

maar neemt juist initiatieven. vooral de meisjes en ze reageren vaak geïrriteerd op hem. 27 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. De andere leerlingen reageren voornamelijk neutraal op deze tekorten. Hij strijdt veel en wil ook graag winnen. . Hij protesteert en strijdt vaak. onder de grafiek maak ik een korte analyse van de meest opvallende excessen en tekorten. alleen de handeling past niet bij de intentie. RBj RBj laat excessen zien in het boven-tegen vlak.2 BOTS-vragenlijst Dit onderzoek richt zich voornamelijk op de interacties tussen de leerlingen. Ze vergeten hem niet. Veel kinderen zijn bang voor hem. Ook trekt hij zich niet vaak terug. maar irriteren zich wel aan hem.2. Hij volg niet vaak. maar bepaalt zijn eigen weg. Hieronder zijn de grafieken opgenomen. maar ze kunnen hem wel eens negeren. Hij volgt niet vaak en trekt zich ook niet zo snel terug. RBj laat een duidelijk tekort zien in het onder vlak. YTj YTj laat een duidelijke exces zien op het vlak tegen. Hij vindt het moeilijk om af te wachten en reageert vaak meteen. Daarom heb ik alleen de BOTS vragenlijst kind-andere kinderen ingevuld. Dit is juist een grote tegenstelling.§ 4. Dit zorgt ervoor dat andere leerlingen het RBj moeilijk maken om voor anderen te zorgen. Hij bedoelt het vaak goed. De meeste leerlingen zijn niet bang voor hem. Ze zoeken niet het aangename contact op van RBj. die duidelijk aanwezig is bij deze jongen. Hij laat daarentegen een tekort zien op onder vlak. omdat hij vaak erg aanwezig is. In samenwerkingsopdrachten vinden ze het niet erg als RBj de leiding neemt. Daarentegen laat hij een waarschijnlijk exces zien in het zorgen voor anderen. Toch reageren de leerlingen op dit gedrag vrij neutraal.

alleen als de leerkracht erbij is. Hij vindt het ook nog lastig om de groep te volgen. Hij vindt het lastig om met conflicten om te gaan. . Andere kinderen reageren geïrriteerd op hem. De andere leerlingen vinden dit gedrag soms irritant. JCm laat tekort actief zien dat ze voor andere zorgt. LMj laat tekorten zien op het samen vlak. het is altijd de schuld van de ander en regelmatig wordt “het zwart voor zijn ogen” en slaat en schopt hij om zich heen. als niet haar idee wordt uitgevoerd. maar vindt het nog moeilijk om hier leiding in te nemen. Ze heeft wel haar eigen ideeën. maar blijft hier vaak wel in hangen. Ze vindt het wel moeilijk om te volgen. Ze heeft duidelijk haar voorkeuren in de groep en laat dit aan de andere leerlingen merken. protesteert veel als het niet gaat zoals hij wil en hij kan niet tegen zijn verlies. maar in groepssituaties wordt JCm ook vaak vergeten. Soms weigert ze dan om verder samen te werken. Ze voelt zich als dat gebeurt vaak alleen staan en protesteert dan in non-verbale communicatie. ze accepteren het ook niet als LMj wel de leiding neemt. Andere leerlingen proberen haar er wel bij te betrekken. Hij strijdt vaak. maar meestal laten ze hem juist met rust. Ze laat duidelijk met haar houding weten dat ze iets niet prettig vindt. JCm JCm heeft voornamelijk excessen in het onder vlak. omdat ze weten dat hij dan weer rustig wordt. hij is wat rigide hierin. De andere leerlingen gaan er niet vanuit dat LMj snel zal instemmen.LMj LMj laat duidelijk excessen zien op het tegen vlak. Ze neemt zelf geen initiatieven richting de groep en wacht tot andere leerlingen naar haar toekomen. Dit zorgt ervoor dat andere leerlingen soms bang voor hem zijn. 28 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. waardoor LMj denkt dat iedereen tegen hem is. de andere keer vinden ze het zielig voor haar. Ze trekt zich vaak terug van de groep en plaatst zichzelf vaak buiten de groep. Hij leidt niet vaak en geeft bijna nooit advies aan andere kinderen. Hij kan agressief reageren. Hij zorgt niet vaak voor andere leerlingen.

Ze accepteren EDj zoals hij is. heeft dit geen vervelende gevolgen. Aangezien de andere leerlingen zich heel neutraal naar hem opstellen. en trekt zich ook wel terug in zijn eigen wereld. maar op sommige momenten irriteren ze zich eraan. EDj heeft een wat afwachtende houding. EDj is helemaal niet competitief ingesteld. maar weet eigenlijk niet hoe hij dat in goede banen moet leiden. 29 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Hij is altijd aanwezig en bedenkt aan één stuk door grappen. De andere leerlingen vinden dit aan de ene kant heel grappig. de andere kant van de medaille is. EDj EDj laat ook geen duidelijk excessen zien. Hij laat een tekort zien op het tegen-boven vlak. en ze luisteren naar hem als hij wat te zeggen heeft. De waarschijnlijke excessen bevinden zich in het onder vlak. Hij laat wel een duidelijk tekort zien in het onder-tegen vlak.DWj DWj heeft geen duidelijk excessen. terwijl hij naar buiten staart. dat EDj het nog lastig vindt om voor zichzelf op te komen. Hij heeft veel ideeën en is aanwezig. DWj kan zich niet terugtrekken. Hij laat alleen een waarschijnlijk exces zien op het boven samen vlak. . Hij kan heerlijk zitten wegdromen. ook al neemt hij daar de tijd voor om over na te denken. De andere leerlingen vinden het voornamelijk vervelend tijdens het samenwerken.

Het analyseren van de BOTS vragenlijst geeft veel inzichten in de interactie tussen de leerlingen. 30 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Andere leerlingen vermijden het contact als er samen gespeeld wordt en MBm zich bazig gedraagt. Hij heeft geen excessen en tekorten. MBm MBm laat ook een heel gelijkmatig beeld zien.MJj MJj laat een heel gelijkmatig beeld zien. Dit resulteert nog wel eens in bazig gedrag. Dit verklaart waarschijnlijk waarom de leerlingen zo graag met hem samenwerken. . Hierin wordt duidelijk gemaakt waar aan gewerkt kan worden. In de beschrijving van de interventies die ik naar aanleiding van de nulmeting ga uitvoeren. Ze reageren dan ook vaak heel gepast op de reacties van MJj. MBm gaat nog wel eens de strijd aan en ze vindt het ook belangrijk om te winnen. kom ik hier op terug. Alleen op het tegen-boven vlak zijn waarschijnlijke excessen te zien. MBm laat verder geen tekorten zien. Andere leerlingen kunnen hier nog wel eens geïrriteerd op reageren en gaan dan de strijd aan met MBm. en zet de andere vaardigheden op de juiste momenten in. Ze wil graag dat het gaat zoals ze zelf wil.

22) 4 6 3 5 6 2 2 8 4 2 6 3 5 5 5 2 7 2 2 2 5 5 6 2 4 Onderlinge leerlingrelaties (max. Dit betekent dat de leerlingen tevreden zijn over het groepsklimaat. Na analyse van de verschillende vragen. 16) 1 1 1 0 5 0 0 1 1 0 0 1 3 2 0 0 2 0 1 0 2 1 0 0 0 Relatie leraarleerling (max. kwamen de volgende vragen onder een 80% score. 2006) af. . Vooral over de onderdelen onderlinge relaties en de relatie met de leerkracht zijn de leerlingen percentueel gezien het meest tevreden. In onderstaande tabel zijn de scores in deze onderdelen uitgesplitst. affiliatie (samenhang) en het algemene welbevinden. en neem ik mee als aandachtspunt voor mijn onderzoek. In de bijlage (3) zijn deze vragen opgenomen. neem ik de klimaatschaal (Jeninga. des te beter is het groepsklimaat. maar definieert ook het groepsklimaat. 12) 0 0 1 0 1 0 0 5 0 0 2 0 1 0 0 0 2 1 0 0 1 1 1 0 2 Affiliatie Welbevinden (samenhang) (max. onderlinge relaties. Hoe lager de score. relatie leraar-leerling. 56) (max.2. De kinderen zijn percentueel gezien het minst tevreden over het onderdeel organisatie en daarna het onderdeel affiliatie. 14) 4 1 1 3 4 0 2 3 1 0 5 4 2 2 4 0 3 0 2 0 1 1 2 0 3 8 8 5 8 13 2 4 16 5 2 7 8 9 9 9 2 15 3 5 2 9 7 9 2 7 Naam JBj MBm MLm AAj RBj RWj CBj YTj LMj NJm AAm MJj JGm JCm TMj DWj EDj RMj OLj OHj MTj LRm EBm MHj CVm Algemeen gezien zijn de scores erg laag.3 De klimaatschaal De groepsdynamiek heeft niet alleen invloed op de interacties tussen de leerlingen onderling.§4. 31 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Organisatie in de klas (max. Om te onderzoeken hoe de leerlingen over het pedagogisch leerklimaat denken. De leerlingen vullen een vragenlijst in van 28 vragen. De klimaatschaal maakt een onderverdeling in organisatie in de klas.

YTj en RBj kwamen naar voren als minst populair. Opmerkelijk is dat alle drie deze leerlingen ook opvallend uit het sociogram naar voren kwamen. * Vraag 24. 50) * Vraag 14. 12. 4. Ik gebruik voor de rolkaarten de rollen die horen bij een positieve groep. (Engelen van. De vragen waarbij hij 1 punt behaalde zijn: 1. Dit is een duidelijk kenmerk van een positieve groep. 11en 28. Voor en na schooltijd praten de leerlingen van onze klas vaak met elkaar. 10. Een score van 45 (max. 15. De vragen waarbij hij 1 punt behaalde zijn: 9. relatie leraarleerling en het algemeen welbevinden. Ze wilden bij deze opgaven aangeven. 19 en 22 (In de bijlage (3) is de vragenlijst opgenomen). De vragen die waarop hij 2 punten behaalde zijn: 2. Een aantal leerlingen had bij deze opgave een opmerking geschreven. De vragen die waarop hij 2 punten behaalde zijn: 8. * Vraag 26. Alle leerlingen antwoorden positief op deze vraag door te antwoorden met “Soms” of “Ja” op deze vraag. In onze klas zijn de leerlingen meestal goed bezig. behalve op het onderdeel relatie leraarleerling. de score op de klimaatschaal past bij deze bevindingen. 15. 8. . * Vraag 20. (max. RBj haalt duidelijk hoge scores op alle onderdelen. 3. 12 en 28. dat ze dat juist heel positief vonden. Naar aanleiding van de afname van de klimaatschaal kan ik opmerken dat er in de klas een positief pedagogisch klimaat heerst. Volgens mij maken de leerlingen in deze klas vaak leuke grapjes over de leerkracht. Een leerling schreef er het volgende bij: “Maar dat doen we alleen. 11. 10. 17. Dit zijn RBj. 50) * Vraag 15. 50) * Vraag 11. 7. 50) * Vraag 22. Er wordt in deze klas veel lawaai gemaakt tijdens de lessen. Volgens mij zitten veel leerlingen in onze klas zich te vervelen. 27 en 28. 50) * Vraag 18. De meeste leerlingen in onze klas vinden dat we een aardige leerkracht hebben. Onze leerkracht heeft meestal een goede bui. In de tabel vallen drie leerlingen met hun hogere scores erg op. 2007) 32 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. 50) De volgende vragen scoorden een 100% score. EDj haalt alleen een hogere score op de onderdelen organisatie en het algemeen welbevinden. (max. Om hier meer duidelijkheid in te krijgen vraag ik de leerlingen naar hun mening over de rolverdeling in de klas. De vragen waarbij hij 1 punt behaalde zijn: 3. Een score van 13. 21 en 25 (In de bijlage (3) is de vragenlijst opgenomen). EDj kwam juist positief naar voren bij het werken. YTj en EDj. Als er in onze klas iets gedaan moet worden wil bijna niemand dat doen. 10. Een score van 14. 18. De leerlingen van onze klas gaan ook na schooltijd met elkaar om. omdat we u aardig vinden!” Een score van 11 (max. YTj haalt voornamelijk hogere scores op de onderdelen organisatie in de klas. De vragen die waarop hij 2 punten behaalde zijn: 5. 15 en 21 (In de bijlage (3) is de vragenlijst opgenomen).* Vraag 28. Hij geeft in deze vragenlijst aan dat hij zelf de organisatie omtrent het werken juist niet prettig vind. Een score van 0 (max. Een score van 12 (max.

de rolkaarten aan welke leerling ze bij de verschillende rollen plaatsen.4 Rolkaarten De leerlingen geven d.2. dit voornamelijk in de combinatie met CBj als organisator. Deze twee jongens zijn vrienden en kunnen goed samenwerken. voornamelijk op de combinatie van deze twee jongens. In de bijlage (4) is een tabel opgenomen van de motivaties. In een één op één gesprek met de leerling geven de leerlingen hun keuze en de motivering hiervoor aan.m.§ 4. EDj bracht ideeën aan en was als stille leider aanwezig. CBj is veel meer aanwezig en voert duidelijk het woord. Gezagsdrager 6 5 4 3 2 1 0 EDj MLm RBj CBj RMj MBm CVm JCm Organisator 8 7 6 5 4 3 2 1 0 CBj RWj RBj MBm RMj TMj EBm NJm OHj Als gezagsdrager wordt duidelijk EDj naar voren geschoven. 33 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.v. Ze bedenken samen plannen en voeren die ook uit. . In onderstaande grafieken is per rol aangegeven hoeveel keer er voor een leerling gekozen is. Dit plan kan mede van invloed zijn geweest op de uitslag. Tijdens het onderzoek hebben ze het plan bedacht om samen met de klas een film te gaan maken.

Hij kwam ook al naar voren bij de leidersrollen. Ze zorgt ervoor dat iedereen in de klas erbij betrokken wordt. Verkenner 9 8 7 6 5 4 3 2 1 0 JBj OLj YTj AAj MHj MLm RBj MTj MBm MJj EDj RWj AAm RMj CVm LMj TMj OHj EBm NJm Er werden in de gesprekken veel verschillende leerlingen als verkenner aangewezen. waar hij weer genoemd wordt. Hij komt niet heel erg positief uit het sociogram. RMj en MBm worden ook bij allebei de leidersrollen genoemd. Duidelijk is dat RBj duidelijk initiatief laat zien aan de klas. Ook is zij een aantal keer genoemd bij de rol als gezagsdrager. . Vooral CBj wordt vaak genoemd. De leerlingen zien in haar een zorgzame leidersrol. Dat de leerlingen hem in het leiderschapsrol plaatsen is overduidelijk. Het meest opvallend is RBj. Opvallend is dat er voornamelijk veel meisjes als sociaal werker worden aangewezen. Sociaal werker 9 8 7 6 5 4 3 2 1 0 JCm LRm CBj MLm CVm EDj NJm MTj JGm JBj MBm MLm wordt duidelijk aangewezen als de sociaal werker. maar wordt door andere leerlingen bij de verkennersrol geplaatst. maar hij wordt wel een aantal keer genoemd bij allebei de leidersrollen.Opvallend is dat RBj ook hier weer duidelijk naar voren komt. CBj. 34 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Dit is ook te zien in de grafiek van sociaal werker. Zij wordt aangemerkt als een leerling die altijd aan iedereen denkt.

5 2 1. De meeste leerlingen gaven de rest van de klas op bij deze rolkaart. Dit maakt haar voor de leerlingen een duidelijke appellant. 35 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. MJj kwam ook al naar voren in het sociogram. . Vooral MJj en MTj kwamen hierbij naar voren. waar vaker voor gezorgd moet worden dan anderen. of er een leerling in de klas is.5 0 MJj MTj JGm RMj CVm EDj TMj LMj LRm CBj EBm In deze grafiek had ik bijna de hele klas kunnen plaatsen. Toch gaven een aantal leerlingen duidelijk specifieke leerlingen aan bij deze rol. waar hij als meest gekozen leerling bij werken opviel. Met een duidelijke meerderheid kwam JCm naar voren. Ik heb aan de leerlingen gevraagd. Deze bevindingen sluiten aan bij de uitslag van het sociogram en de BOTS-lijst. Iedereen moet wel eens getroost of verzorgd worden.Volger 2. Appellant 16 14 12 10 8 6 4 2 0 RWj JCm LMj TMj RBj LRm Tijdens het bespreken heb ik van te voren aangegeven dat de rol van appellant verschillend wordt ingevuld.5 1 0. Dit zijn vrienden van elkaar en zijn rustig aanwezig in de klas. De leerlingen geven zelf aan dat JCm meer betrokken moet worden bij de klas dan andere leerlingen.

LRm. YTj. EDj. vinden DWj vaak te veel grapjes maakt op het verkeerde moment. TMj. EBm. RMj. RMj. RBj. DWj. LRm. OHj. AAm. EDj. LMj. MBm. EBm. MLm CBj. NJm. en het moeilijk vindt om serieus te doen. Rollen Gezagsdrager Sociaal werker Organisator Verkenner Volger Appellant Joker Indeling volgens mijzelf MHj CVm. JCm. JCm. MBm. AAm. De indeling van de kinderen is hierboven duidelijk beschreven. AAj. JBj. Ik heb mijn LIO-stagiaire ook gevraagd om een indeling te maken. MJj. Indeling volgens LIOstagiare CBj. Ook bij deze rol wordt CBj weer aangewezen. MHj. In onderstaande tabel zijn deze indelingen af te lezen. MLm. OLj. RWj. De leerlingen zeggen over hem dat hij altijd precies de goede grappen op het juiste moment maakt. Kinderen geven aan dat hij altijd hele leuke grapjes maakt. CVm. Hij wordt gezien als de clown van de klas. 36 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. DWj. TMj. Ook heb ik zelf een indeling gemaakt. MJj. LMj. CVm. JBj. De leerlingen die voor CBj kiezen. YTj. NJm. MTj. MTj. LMj. LRm. OLj. JGm. Dit is waarschijnlijk ook de reden dat hij negatief gekozen wordt bij het werken in het sociogram. RBj. . OHj. JGm. waardoor het vervelend wordt.Joker 20 18 16 14 12 10 8 6 4 2 0 CBj NJm DWj EBm RBj YTj Voor de rol van joker wordt met een grote meerderheid gekozen voor DWj. RWj. AAj.

door de meetlat over te nemen en vanuit deze positie aanwijzingen te geven. Konig. Na het lezen van het observatieverslag vallen er een aantal leerlingen en situaties op. maar de rolverdeling in vooral de leiderschapsrollen zijn niet altijd aanwezig. Zij houden de toren goed in de gaten en geven tussendoor ook aanwijzingen. OHj neemt veel initiatieven. RBj neemt in het begin een soort neutrale leidersrol in. Hij wordt in deze rol niet geaccepteerd door de groep. . wordt er wel geluisterd. Ik merk dat de leerlingen het moeilijk vinden om een duidelijk rolverdeling in de groep aan te brengen. RBj en OHj. Er wordt goed samengewerkt.In onze indelingen zijn zowel overlappingen als verschillen te zien. Het zijn allemaal jongens. tikken ritmes met de staafjes. doordat sommige leerlingen zich anders gedragen bij mijn LIO-stagiaire als bij mij. Niemand gaat op zijn voorstellen in.2. er wordt niet naar hem geluisterd. Uit deze verschillende analysen kan ik opmerken dat deze klas duidelijk een klas is op weg naar een positieve groep. Hij neemt de rol van verkenner op zich. Een aantal leerlingen zijn wel veel meer bezig met de toren. maar ze mogen elkaar ook op gedrag aanspreken. Meer regels en afspraken werden niet afgesproken. Van deze activiteiten zegt niemand iets. Dit kan wijzen op een neutrale groep. voornamelijk over de vordering van de bouw en het maken van een plan. zodat ik gericht kon observeren. RWj en TMj zijn een duidelijke combinatie. Allereerst wordt door de hele klas het blokje opleggen en de toren bouwen heel serieus genomen. hoog zijn en iedere leerling moest in ieder geval één steentje hebben neergelegd.5 Observatie Voor een groot deel sluiten de bevindingen aan bij mijn waarnemingen. er wordt niet naar haar geluisterd. maar worden er niet op aangesproken. De leerlingen moesten gezamenlijk een toren van Kapla bouwen. Dit komt doordat iedere leerkracht zijn eigen invloed heeft op de groepsdynamiek van de klas. Konig. MHj neemt in het begin veel initiatief en is degene die begint met het bouwen van de toren. zodra ze een staafje mogen neerleggen. Hij lijkt in deze situatie de rol van gezagshouder toebedeeld hebben gekregen. Ze maken een dansje. § 4. als MLm zich ermee gaat bemoeien. Een aantal leerlingen valt ook individueel op. terwijl ze staan te wachten . verzinnen een liedje. Er worden een aantal leerlingen naar voren geschoven voor bepaalde rollen. MHj en TMj doorbreken de ongeschreven groepsregels door tussendoor staafjes neer te leggen. TMj. AAj. RMj probeert de leidersrol op zich nemen. Dit zijn MHj. Ook ik merk dit tijdens de lessen. Om een nog duidelijker beeld te krijgen heb ik de klas een opdracht gegeven. 2008). RMj. In de bijlage (5) is een uitgebreid observatieverslag opgenomen. maar heeft geen leidersrol. De toren moest precies 98 cm. RWj. Dit wordt geaccepteerd door de rest van de groep. (Gielis. Als de leerlingen in de kring moeten wachten op hun beurt. MBm neemt het initiatief om de rij netjes te houden. Zij volgen elkaar in hun acties. In een neutrale groep zijn de rol van de 37 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. zijn ze voornamelijk andere activiteiten aan het doen. maar de meeste leerlingen zijn alleen heel aandachtig met de toren bezig. kletsen met elkaar en verzinnen grapjes. & Lap. AAj neemt initiatieven. extra staafjes neerleggen. 2008) Het is dus logisch dat de rollen bij ons anders worden ingevuld. Deze verschillen zijn af te leiden. & Lap.2. RBj neemt veel initiatief. maar naar hem wordt niet geluisterd. § 4.6 Algemene analyse In de vorige paragrafen zijn de onderdelen van de nulmeting apart besproken. (Gielis.

vinden hun oorsprong in de aandachtspunten uit de nulmeting. 38 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. aangezien ik dan zelf hele dagen voor de klas sta. De leerkracht moet meer aandacht geven aan de verborgen gezagsdrager en sociaal werker. 2008) Deze handreikingen voor de omgang met een neutrale groep neem ik mee voor de interventies die ik ga uitvoeren. met daarbij steeds terugkomend op de nieuwe normen. Tijdens de groepsopdrachten kan mijn LIO-stagiaire mede observeren. gezamenlijke normen ontdekken. Een leerkracht in groep 8 ging met zwangerschapsverlof en er was geen geschikte vervanging voor haar te krijgen. gezien de klimaatschaal.1 De aandachtspunten De interventies die ik ga uitvoeren. Hieruit is gebleken dat de interventies voornamelijk gericht moeten zijn op: . probeer ik de groepsdynamiek positief te beïnvloeden. § 4. Deze aandachtspunten zal ik meenemen in het bepalen van de interventies. Hierdoor ben ik gevraagd om op maandag en dinsdag voor groep 8 te staan en tevens mijn LIO-stagiaire in groep 7 te begeleiden op deze dagen.Roldoorbrekend gedrag voor individuele leerlingen. Belangrijk in de omgang met een neutrale groep is om de groep meer zichzelf te laten zijn.De ontwikkeling van nieuwe waarden en normen en positieve leiderschapsrollen. Door interventies op deze vlakken uit te voeren. De donderdag en vrijdag kan ik intensief gebruiken om de resultaten van de interventies te observeren. Doordat de situatie in de plan van aanpak aangepast is. wel met inachtneming van een externe rol.gezagsdrager en de sociaal werker niet sterk ontwikkeld.De rumoerigheid van de klas. Deze factor zal ik meenemen in mijn eindmeting en eindconclusie. Dit leidt er alleen maar toe dat deze rollen steeds minder aan de orde komen. (Gielis.3 De interventies Uit de nulmeting is gebleken dat de klas een neutrale groep is. Konig. neemt de leerkracht vaak deze rollen over. Om dit te stimuleren kan de leerkracht situaties scheppen waarin de leerlingen nieuwe. Op de woensdag ben ik vrij en kan ik mijn observaties en bevindingen documenteren. Belangrijk is dat de leerkracht zoveel mogelijk extern handelt. dat ik op maandag en dinsdag kinderen individueel kan begeleiden en eventuele groepsopdrachten ga uitvoeren. § 4. Op deze maandagen voer ik mijn groepsopdrachten uit. waardoor ik een paar extra ogen en handen heb om de kinderen te kunnen begeleiden. waardoor ik tijd heb gekregen voor mijn onderzoek in groep 7. Helaas is dit plan van aanpak niet doorgegaan. § 4. waardoor zij een positieve uitwerking hebben op de groep.2 Plan van aanpak Het aanpakken van de aandachtspunten resulteert in een plan van aanpak.3. waardoor ik makkelijk uit de klas kan. Ook moeten conflicten en botsingen worden opgelost. Om mijn onderzoek niet geheel in het gedrang te laten komen. . . gezien de neutrale groep. Allereerst is het idee. zij moet geen functie in de groep ambiëren en normen en waarden opleggen. gezien de BOTS-vragenlijst. heb ik tussen de voorjaarsvakantie en de meivakantie op de maandagen ruim een uur vervanging in groep 8 gekregen.3. Doordat deze rollen niet goed uit de verf komen. Dit is mogelijk doordat mijn LIO-stagiaire deze dagen voor de groep staat. . & Lap. Het begeleiden van de individuele leerlingen is hierdoor voor een groot deel komen te vervallen. heeft dit zijn weerslag op het onderzoek.

§ 4. Ik heb daarom gekozen om de uitvoering te baseren op eigen bedachte lessen. Alle kinderen waren erg enthousiast om hun handtekening te zetten. In onderstaand figuur is het web opgenomen.4 De uitvoering Er is veel geschreven over de vorming van groepen. 2007) voor het vormen van een positieve groep. Hierdoor kan ik mijn interventies niet staven met bestaande literatuur hierover. wat bij mij het geval is. . en hoe je die kan beïnvloeden. Op een groot vel staat in het midden het “Hoe gaan we met elkaar om?”. In de vorige activiteit hebben ze als norm gesteld dat “we goed naar elkaar moeten 39 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.1 Normen stellen Hoe gaan we met elkaar om? Het bepalen van de normen en waarden is één van de aandachtspunten. Hier hadden ze hulp bij nodig. § 4. De waarschuwingskaartjes Uit de klimaatschaal komt duidelijk naar voren dat de leerlingen het te lawaaierig vinden in de groep. zodra de groep gevormd is. Ik heb in de literatuur weinig gevonden over de aanpak van de groepsdynamiek m.b. Het zijn positieve normen en iedereen is het hier mee eens. wel maak ik gebruik van lessuggesties uit “Grip op de groep” (Engelen van. ze mogen alleen positief geformuleerde normen noemen. De leerlingen definiëren deze stelling.t. de rolverdeling. heb ik namelijk aan alle kinderen toestemming gevraagd om deze op te schrijven. De leerlingen vonden het moeilijk om de normen positief te stellen. Na het stellen van een norm. Ik begin de uitvoering met een kringactiviteit. Opvallend is dat de leerlingen hele goede normen hebben gesteld. Aan het eind van de activiteit moest iedereen op de achterkant zijn handtekening zetten als ze van plan zijn zich aan de normen te houden en het er mee eens zijn.4.

Deze groepjes mogen meedoen aan de max. p. De leerlingen spelen een aantal keer het rollenspel waarbij een leerling voor het eerst wordt ontvangen op school. Ook kunnen ze het in oefeningen laten zien. zodra dit buiten de normen valt zoals deze door de klas gesteld zijn. 2007. Wie ben ik? Een vervolgactiviteit op “de normen bepalen”. In het kort komt het werken met de waarschuwingskaartjes hierop neer: De klas wordt opgedeeld in de vijf tafelgroepjes. In de bijlage (7) is een overzicht van de briefjes opgenomen en een lesbeschrijving. 79). In de dagelijkse omgang spreken de leerlingen elkaar vaker aan op het gedrag. Deze briefjes worden in de kring voorgelezen en de leerlingen moeten raden welke leerling omschreven wordt. Ook geven de leerlingen aan dat dit niet alleen voor nieuwe leerlingen geldt. Aan het eind van een blokuur wordt gekeken welke groepjes nog een groene kaart boven hebben liggen. voer ik waarschuwingskaartjes in. pakt de leerkracht een groene kaart van de stapel. Deze is in de bijlage (6) opgenomen. . 2007. Voor de invoering van de kaartjes heb ik een groepshandelingsplan geschreven. 5 minuten beloning die de kinderen zelf hebben verzonnen.2 Positieve leiderschapsrollen ontwikkelen Letters en cijfers maken De volgende activiteiten zijn voornamelijk gericht op het ontwikkelen van positieve leidersrollen. 75). maar ook voor de omgang tussen de leerlingen onderling. Hierdoor leren de leerlingen elkaar beter kennen en kunnen de kinderen inschatten of hun eigen beeld klopt met het idee dat de andere leerlingen van hen hebben. zonder dat daarbij gepraat mag worden. Uit deze activiteiten is gebleken dat de leerlingen positieve normen kunnen opstellen. De leerlingen schrijven op een briefje een omschrijving van hun karakter. 2007. Vooral CBj. is het spel “Wie ben ik” (Engelen van. De leerlingen stellen positieve normen op. p. Als een leerling uit een groepje ongewenst gedrag vertoont. Voor het eerst op een nieuwe school De laatste activiteit om de normen te stellen is het rollenspel “voor het eerst op een nieuwe school” (Engelen van. § 4. p. De leerlingen moeten gezamenlijk een letter vormen. 40 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.luisteren”. MLm en NJm nemen hier vaak het voortouw in. Elk groepje krijgt 1 rode kaart met daarop 3 groene kaarten. gebaseerd op het Amerikaanse programma: “The Good Behavior Game”) voor te komen. Om tegemoet te komen aan deze norm. De leerlingen spelen dit goed en in het nagesprek wordt duidelijk hoe dit moet gebeuren. Ieder blokuur beginnen de groepjes weer met een nieuwe stapel kaarten. Een uitwerking van de les is te vinden in de bijlage (8). Ik heb ooit eens van een soortgelijk idee gehoord op een studiedag en een dergelijke variant schijnt bij “Taakspel” (Taakspel is ontwikkeld door de CED groep. 76). Een eerste activiteit is het gezamenlijk “letters en cijfers maken” (Engelen van. moeten kijken hoe de andere groepjes de beloning uitvoeren.4. De groepjes die een rode kaart boven hebben liggen.

Roos van Leary volgens de interactiewijzer Winnen Leiding en advies geven Zorgen Strijden Protesteren Volgen Zich terugtrekken Afwachten §4. Om de leerlingen dit duidelijk te maken. 2006) in het groot nagemaakt op een stuk zeil. In de bijlage (10) is een lesbeschrijving opgenomen. Ik vertel de kinderen dat je ook de leiding kan nemen zonder de baas te moeten spelen. 2007. Hierin wordt het verhaal verteld van Chris en Klaas. Je mag niet meedoen Deze activiteit is gebaseerd op een lessuggestie uit “Grip op de groep” (Engelen van. De bedoeling is dat ze in het groepje een complimentenblad gaan maken voor een ander groepje (Engelen van. waardoor die weer een gedraging vertoont. Ook tijdens de “gewone” lessen heeft het leiderschap een nare bijklank gekregen. Ik gebruik deze karakters om rollenspellen mee uit te spelen. In de bijlage (9) is beschreven hoe het de groepjes verging. p.Complimenten van een groep Tijdens deze activiteit moeten de leerlingen goed samenwerken om de opdracht te kunnen uitvoeren.(zie foto) Tijdens de introductie worden er ook rollenspellen gespeeld. pp. 87). 37). Dit doe ik om de link naar de rollen in de klas te maken. Om dit duidelijk te maken heb ik de roos uit “De interactiewijzer” (Verstegen & Lodewijks.3 De roos van Leary Introductie roos van Leary In deze activiteit leg ik aan de kinderen uit. Na het oefenen van activiteiten die centraal staan om positieve leiderschapsrollen. ga ik gebruik maken van “De roos van Leary” zoals beschreven in “De interactiewijzer” (Verstegen & Lodewijks. merk ik op dat heel weinig leerlingen de leiding willen nemen bij activiteiten. 41 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.4. zodat de leerlingen ook echt in een segment kunnen gaan staan. Voor een uitgebreide beschrijving van deze activiteit verwijs ik naar de bijlage (11). 2007. De leerlingen geven aan de ze bang zijn dat ze te veel de baas spelen. Ze moeten van te voren een plan van aanpak bedenken en een leider in het groepje aanwijzen. dat gedrag altijd een reactie oproept bij de ander. 2006). Ik leg uit dat er acht verschillende manieren gedragingen zijn. 36. .

De uitslagen van de nulmeting en de eindmeting zijn in de bijlage (15) overzichtelijk naast elkaar opgenomen. zoals ze zich tijdens de opdracht alleen maar mogen gedragen.1 Het sociogram Ik start de eindmeting met het afnemen van het sociogram (Onderwater. De leerlingen worden in zes groepjes opgedeeld. In de bijlage (12) is de beschrijving van de les opgenomen. De leerlingen moeten in deze activiteit alle aangeboden handreikingen laten zien. In deze groepjes moeten ze gezamenlijk één grote tekening maken. en de interactieroos. De leerlingen weten van te voren niet welk segment de ander heeft. Om te kijken of de interventies geleid hebben tot een verandering in de groepsdynamiek neem ik de eindmeting af. In de bijlage (14) is de beschrijving van de uitvoering opgenomen.5. Sociogram spelen MLm 3 1 MBm 2 4 AAm CVm LRm EBm JGm DWj RWj JCm Totaal pos. De kleurencollage is de laatste activiteit van de uitvoeringsfase. Kleurencollage Deze activiteit is de laatste opdracht voor dit onderzoek. § 4. Groepstekening maken De leerlingen worden opgedeeld in drie groepen. 1 4 4 5 6 1 5 5 3 1 2 4 1 5 3 0 1 2 3 1 2 6 5 8 1 2 1 1 13 1 0 0 5 6 1 12 1 8 7 0 1 1 0 0 0 1 42 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Hier komen ze tijdens het uitvoeren van de opdracht achter. Totaal neg. Ze spelen situaties uit en bespreken de rollenspellen. In de groepjes krijgen ze per leerling een segment toebedeeld. In deze groepjes moeten ze een kleurencollage maken In de samenwerking en interactie met elkaar moeten ze rekening houden met de positieve rollen in een groep. zonder dat ze een gerichte opdracht mee krijgen. In de bijlage (16) is de uitgebreide tabel opgenomen. 2006). In de onderstaande tabellen zijn alleen de gegevens opgenomen van hoe vaak de kinderen gekozen zijn. Dit doe ik zodat ik de gegevens goed met elkaar kan vergelijken. NJm MHj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ MJj AAj OLj EDj RBj YTj JBj .Situaties uitspelen In de vorige activiteit is de interactieroos helemaal uitgelegd aan de kinderen. In de bijlage (13) is te lezen hoe het de groepjes is vergaan en zijn de kaartjes van de segmenten opgenomen. § 4.5 Eindmeting Voor de eindmeting gebruik ik dezelfde instrumenten als bij de nulmeting. In deze activiteit gaan ze oefenen met de verschillende segmenten. Ze moeten de “theorie” in de praktijk in gaan zetten. zowel positief al negatief.

YTj heeft heel veel moeite om zich te concentreren op zijn werk. 43 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Toch zijn er ook een aantal opvallende verschuivingen opgetreden. Totaal neg. Hieronder analyseer ik deze veranderingen. Hij heeft veel te vertellen. JBj.a. Andere leerlingen irriteren zich hieraan. en wilde graag de leiding op zich nemen. In de nulmeting hoorde hij bij de populaire leerlingen. mede doordat hij door zijn gedrag regelmatig een waarschuwingskaartje in moest leveren. Bij het sociogram werken kwamen bij de nulmeting EDj en MJj heel duidelijk positief naar voren. in de eindmeting valt hij op doordat er juist acht keer negatief voor hem gekozen is. In de bijlage (17) zijn de plattegronden van de klas opgenomen ten tijde van de eerste en tweede meting. NJm MHj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ OLj AAj MJj EDj RBj YTj JBj . maar helaas vaker negatief gekozen bij werken. Dit kan komen doordat JBj en RMj ten tijde van het onderzoek positiever naar voren zijn gekomen. de leerlingen die nu in hun tafelgroepje zitten. maar is bij werken nog maar vijf keer negatief gekozen. CBj is heel duidelijk naar voren gestapt tijdens het onderzoek. Er hebben meer leerlingen positief voor hen gekozen. Zij hebben regelmatig initiatief getoond en dit werd positief ontvangen. RBj heeft een aantal keer goede feedback gehad over zijn leiderschap van zijn klasgenoten. Hierin zijn veranderingen aan te merken. LRm heeft meer de verzorgende kant van zich laten zien. Voor YTj is minder vaak negatief gekozen bij spelen. maar vindt het heel lastig om zijn “rem” te vinden. LMj wordt nog steeds vaak negatief gekozen bij spelen.Sociogram werken MLm 3 2 MBm 3 1 AAm CVm LRm EBm JGm DWj RWj JCm Totaal pos. Vooral MJj heeft in populariteit moeten inleveren. OHj en TMj hebben tijdens het onderzoek veel initiatief genomen. en zelfs één keer positief. Voor OHj en TMj hebben de leerlingen veel vaker negatief gekozen in de eindmeting dan bij de eerste afname. Je ziet dat leerlingen hun keuzes positief en negatief veranderen t.v. LMj en RBj opvallend naar voren bij beide onderdelen. CBj en JGm hebben hiervan geprofiteerd en zijn vaker positief gekozen. kinderen zien haar kwaliteiten in. AAj is ten tijde van het onderzoek heel duidelijk naar de voorgrond getreden. Bij de nulmeting kwamen YTj. RMj en LRm hebben van deze verschuiving geprofiteerd. 1 7 0 5 5 1 4 4 3 3 2 5 0 3 3 0 2 5 2 1 5 4 4 3 1 11 0 0 5 0 2 1 4 2 1 13 2 4 16 2 0 1 2 0 2 0 Na een vergelijking van het sociogram uit de nulmeting met het sociogram uit de eindmeting. en ze doen graag hun eigen zin. Zij nam een enkele keer de rol als sociaal werker over. Als laatst is er nog een heel duidelijk aanwijsbare reden voor verschuivingen. zijn er een aantal punten nagenoeg onveranderd gebleven. Dit is een duidelijke vooruitgang. Vooral AAj valt hierin op. Na de eerste meting zijn de leerlingen van plaats verwisseld in de klas. De leerlingen zijn nog positiever over hem gaan denken. Ze stellen veel eisen aan de andere leerlingen. Wel zijn een aantal leerlingen minder populair geworden. Ook JGm is meer naar voren gekomen. RBj wordt bij beide onderdelen minder vaak negatief gekozen. en gaat vaak “klieren” Dit is tijdens het onderzoek niet veranderd. Allebei stellen ze zich in deze rol erg bazig op. Er komen uit het sociogram spelen wederom geen duidelijk populaire kinderen naar voren.

Hoe lager de score. In de bijlage (3) is de vragenlijst opgenomen.3 De klimaatschaal Om te onderzoeken of de leerlingen anders zijn gaan denken over het groepsklimaat. neem ik de klimaatschaal (Jeninga. § 4. Ook heb ik door de verandering in mijn werksituatie niet individueel met deze leerlingen kunnen werken. 2006) af. De veranderingen zullen namelijk minimaal zijn. 22) 5 1 5 5 6 3 2 8 1 2 5 4 3 4 9 3 4 1 0 1 2 4 3 3 3 Onderlinge leerlingrelaties (max.5. Organisatie in de klas (max. Toch vind ik het wel opvallend. doordat de keuzes voornamelijk nog steeds bij dezelfde sekse blijven.2 BOTS-vragenlijst Ik heb er voor gekozen om de BOTS-vragenlijst (Verstegen & Lodewijks. § 4. des te beter is het groepsklimaat. 12) 0 1 0 0 1 0 0 4 0 0 2 2 0 0 1 1 1 0 0 0 0 0 1 0 3 Affiliatie Welbevinden (samenhang) (max.De veranderingen in het sociogram sluiten aan bij mijn bevindingen naar aanleiding van het onderzoek. 2006) niet nogmaals in te vullen. . Dit kan mede komen. dat er nog steeds geen duidelijke populaire leerlingen naar voren komen. Het tijdspad is te kort om een echte gedragsverandering te zien bij de leerlingen. 56) (max. In onderstaande tabel zijn de scores per onderdeel uitgesplitst.5. 16) 0 2 0 0 3 1 0 2 1 0 1 1 3 2 1 0 1 1 0 0 2 4 0 1 0 Relatie leraarleerling (max. 14) 1 5 0 4 2 0 2 3 2 0 1 2 1 3 3 1 1 0 0 0 4 1 2 1 2 6 7 5 9 11 4 4 16 4 2 8 9 6 9 14 5 6 2 0 1 7 8 6 4 7 Naam JBj MBm MLm AAj RBj RWj CBj YTj LMj NJm AAm MJj JGm JCm TMj DWj EDj RMj OLj OHj MTj LRm EBm MHj CVm 44 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Dit kan verklaard worden vanuit de theorie over groepsdynamica. (Engelen van. In onderstaande grafieken is per rol aangegeven hoeveel keer er voor een leerling gekozen is. In deze fasen is het logisch dat er vaker conflicten optreden.4 Rolkaarten De kinderen hebben al een keer gewerkt met de kaarten. Dit heeft ertoe geleid dat deze vraag bijna gehalveerd is in de score. 50) als meest negatief gescoord naar voren. De leerlingen hebben het afnemen van een groene kaart. De groep is niet anders over het groepsklimaat gaan denken. Deze is in de tweede meting gezakt tot een totaalscore van 6. 45 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Ook dit heeft te maken met de waarschuwingskaartjes. Bij de nulmeting kwam vraag 28: “Er wordt in deze klas veel lawaai gemaakt tijdens lessen” met een score van 45 (max. Waarschijnlijk heeft deze verandering in interactie ervoor gezorgd dat hij negatiever over het groepsklimaat is gaan denken.) Vraag 3: “Leerlingen krijgen in onze klas vaak straf” is van 4 naar 12 punten gestegen.Uit deze resultaten kun je opmaken dat de leerlingen nog steeds heel positief zijn over het groepsklimaat. Deze groep bevond zich voor de aanvang van het onderzoek in de performingsfase. Ook de anderen opvallende vragen. EDj had in de eerste meting een opvallend hoge totaalscore. Uit een vergelijking tussen de verschillende tabellen zijn geen hele grote verschillen op te maken. . Hij gaat van een totaalscore 9 naar een score van 14 punten. Deze stijging valt samen met de uitslag uit het sociogram. Door deze uitslag heb ik de waarschuwingskaartjes ingevoerd.5. 18. hierdoor neem ik deze niet af in een één op één gesprek. Een andere leerling die opvalt is TMj. 15. Doordat ik met mijn onderzoek aan de groepsdynamiek van de klas werk. De vraag heeft nu nog maar een score van 28 punten. Vraag 23: “de leerlingen in onze klas maken veel ruzie met elkaar” is toegenomen van 2 naar 7 punten. Hij vindt voornamelijk dat het onderdeel organisatie in de klas een stuk verbeterd is. hierdoor kan ik voor de rolkaarten weer de rollen voor een positieve groep gebruiken. in deze vragenlijst aangeduid als straf krijgen. evenals een uitgebreide tabel met de motivatie van de leerlingen (20). maar vullen de leerlingen een tabel in. en 11 zijn iets gezakt in hun puntenaantal. 2007) § 4. (In de bijlage (18) is de puntenverdeling per vraag opgenomen. 15. plaats ik de groep terug in de stormingsen normingsfase. Hierin werd hij vaker negatief gekozen als in de eerste meting. Tot slot wil ik nog twee individuele leerlingen bespreken. Deze is in de bijlage (19) opgenomen. Na uitgebreide analyse zijn er wel degelijk veranderingen aan te wijzen.

.Gezagsdrager 10 9 8 7 6 5 4 3 2 1 0 CBj EDj RWj RBj RMj TMj AAm CVm JCm MLm MBm Organisator 14 12 10 8 6 4 2 0 AAj RWj CBj RBj DWj RMj JBj YTj MHj AAm MJj LRm OLj MLm OHj MBm 46 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Hij wordt dan ook bij de sociaal werker. verkenner en joker genoemd. maar ook als gezagsdrager.m. De leerlingen zijn het erover eens. Zijn rol is steeds meer uitgekristalliseerd. Dit verneem ik uit de argumentatie die ze voor hun keuze geven.Sociaal werker 12 10 8 6 4 2 0 CBj MTj OLj CVm EBm JCm JGm LRm MLm MBm NJm Het onderzoek heeft duidelijk zijn invloed gehad op de leiderschapsrollen. RWj is ook naar voren geschoven bij de gezagsdrager. LRm. Je ziet dat de leerlingen een duidelijk beeld hebben gekregen van de leiders van de groep. de scheiding van haar ouders. Bij de sociaal werker heeft nog steeds MLm een duidelijke voorkeur. Ze vinden dat hij een goede leider is. Hij heeft meerdere malen tijdens het onderzoek het leiderschap op zich genomen. Wel vinden ze het nog lastig om een onderscheid te maken tussen de organisator en de gezagsdrager.v. CBj wordt duidelijk naar voren geschoven als organisator. dat hij in ieder geval een leiderspositie inneemt. MLm heeft juist ten tijde van het onderzoek een stap terug gedaan. . i. goede ideeën heeft en ook nog eens humoristisch is. Ze geeft aan het niet prettig te vinden in de belangstelling te staan. Ook is zij deze periode vaker de appellant geweest. goed kan luisteren. CBj heeft dit alles in zich. Dit is mede gekomen doordat deze leerlingen meer als sociaal werker naar voren zijn gestapt. Ook zijn manier van werken vinden de leerlingen positief. en de leerlingen vinden dit goede eigenschappen in een leider van de klas. CVm en JGm worden naar voren geschoven. Dit kan een verklaring zijn voor de verschuivingen. maar ook NJm. 47 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. omdat hij zorgzaam is. hierdoor trok ze zich wat meer terug in deze rol.

48 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Er zijn veel leerlingen die initiatief tonen. Bij de eerste meting kwam RBj nog duidelijk naar voren. Ook bij de volgers is de spreiding gelijkmatig verdeeld. Dit sluit aan bij mijn eigen bevindingen. Toch heeft hij ook goede ideeën die hij vertelt aan andere leerlingen.Verkenner 6 5 4 3 2 1 0 AAj RMj CBj TMj MTj YTj MHj AAm MJj EBm OLj JGm OHj MLm RWj MBm RBj NJm Volger 7 6 5 4 3 2 1 0 EDj RBj JBj TMj LMj YTj MTj EBm MHj JCm MJj JGm OLj MBm RWj NJm Je ziet een grote spreiding over de verschillende leerlingen bij de verkennersrol. deze rol is erg wisselend. EDj geeft zelf ook aan een volger te zijn. . nu is dit meer gelijkmatig verdeeld. Alleen EDj komt iets duidelijker naar voren. dit waarderen de kinderen aan EDj.

Hij is het hier zelf mee eens. Ook de interactie met de andere leerlingen is niet veranderd. de leerlingen geven aan dat hij meer aandacht nodig heeft en dus in deze rol past. Joker 25 20 15 10 5 0 CBj DWj MHj RBj AAm Ebm De rol van joker ligt nog steeds bij DWj. . dit wordt zeer gewaardeerd door de leerlingen. 49 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Nieuw bij deze rol is AAj. Hij is de clown van de klas en wordt als zodanig geaccepteerd. en vindt het niet vervelend om deze rol op zich te nemen. Hij gebruikt deze rol ook om anderen op te vrolijken. Haar gedrag is tijdens het onderzoek niet veranderd.Appellant 16 14 12 10 8 6 4 2 0 AAj LMj OLj OHj TMj JCm LRm JCm komt nog steeds als appellant naar voren.

In het dorp moet in ieder geval een kerk. DWj is duidelijk de joker aan het spelen. sociaal werker en joker op zich nemen. Zijn rol is niet altijd even duidelijk afgebakend. LMj. AAj. 50 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. CVm. TMj. (CBj). MJj. Meer regels en afspraken worden niet afgesproken. “Ik leef voor grapjes”. EBm. Hij houdt de doelen van de klas in de gaten en heeft veel gezag binnen de groep. Gezagsdrager Sociaal werker Organisator Verkenner Volger Appellant Joker Indeling volgens mijzelf CBj. Na het lezen van het observatieverslag is op te merken dat de leerlingen goed samenwerken. JCm. RBj en RMj.De indeling van de kinderen is hierboven duidelijk beschreven.5 Observatie Voor deze eindobservatie heb ik de klas een laatste opdracht gegeven. NJm en MLm. Ik bekijk een laatste keer of mijn bevindingen aansluiten bij het gedrag van de leerlingen. DWj en CBj. TMj. YTj. § 4. MTj. RWj. EDj. EDj. . YTj. Er zijn leerlingen die heel duidelijk gedrag vertonen dat past bij hun rol. OLj. JGm. OHj. MJj. RMj. DWj is duidelijk de joker van de klas. OLj. MLm. MHj. JCm. LRm. LMj. NJm. Ze accepteren het leiderschap van RWj en stappen bewust op hem af. Ik heb wel degelijk veranderingen gezien. Ik heb hierdoor het gedrag van de leerlingen beter kunnen observeren. toch nemen RWj. MLm. NJm. MHj. Indeling volgens LIOstagiare CBj. Ook hebben mijn LIOstagiaire en ik wederom een indeling gemaakt. Dit kan mede komen. MBm. Volgens mijn LIO-stagiaire hebben er weinig verschuivingen plaats gevonden. LRm. AAm. In de bijlage (21) is een uitgebreid observatieverslag opgenomen. MBm. LMj. dit versterkt zijn rol als gezagsdrager. JBj. In onderstaande tabel zijn deze indelingen af te lezen. CVm. AAm. OHj. De leerlingen moeten gezamenlijk een dorp met Kapla staafjes bouwen.5. aantal huizen en rondlopende mensen aanwezig zijn. zij hebben goede ideeën en brengen die ook in. RMj. is wat hij vaak zegt. RBj en RMj hierin het voortouw. doordat ik op mijn eigen dagen veel actiever aan het onderzoek heb gewerkt. JGm. Hij is erg sterk in het toepassen van verschillende segmenten van de roos van Leary. boerderij. AAj. De rol van organisator kan nog wel eens wisselen. De verkenners zijn ook heel actief bezig in de groep. RBj. MTj. Hij wil ook wel eens de rol als organisator. EBm. JBj. RWj. CBj is als duidelijkst naar voren gekomen als gezagsdrager. DWj.

JCm neemt halverwege de opdracht de rol aan van appellant. § 4.6 Tot slot De bevindingen tijdens het uitvoeringsproces en de resultaten uit het eindonderzoek hebben mij veel informatie gegeven. In het volgende hoofdstuk kom ik terug op deze bevindingen en beschrijf ik welke conclusies ik daarop baseer. Tijdens een conflict tussen OHj en TMj neemt CBj duidelijk zijn rol als gezagsdrager op. TMj vormt een duidelijke duo met RWj. YTj neemt de rol als verkenner op zich door het organiseren van een leider. Ook MTj en EBm ondernemen acties vanuit deze rol. . Ook geef ik aanbevelingen voor een eventueel vervolg op dit onderzoek. Er lijkt geen aanleiding duidelijke aanleiding te zijn voor dit gedrag. en waakt over de groepsnormen. toch heeft hij geen invloed op het leiderschap. 51 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Er zijn wel leerlingen die door dit gedrag JCm aandacht geven.door in het dorp te spelen met de poppetjes en andere leerlingen hierin te betrekken.

Vooral de verkenners nemen in de subgroepjes een leidinggevende rol aan. worden weer bij de samenwerking betrokken.Hoofdstuk 5 Eindconclusie Met het uitvoeren van dit onderzoek heb ik getracht antwoord te geven op de vraag: Welke invloed heeft het rollenpatroon op de interacties van de leerlingen onderling in mijn klas en hoe kan ik die beïnvloeden? Om deze vraag te beantwoorden. Ook accepteren de leerlingen dat sommige leerlingen liever alleen werken.1 Deelvragen 1. De leerlingen nemen tijdens het werken in subgroepen vrij makkelijk een rol over. Ook de joker en de appellant zijn uitgekristalliseerd. Leerlingen die er buiten dreigen te vallen. 3. Hiervoor werken de leerlingen goed samen en waarderen ze de inbreng van een ander. Groepsleden voelen zich medeverantwoordelijk voor de eigen groep. De meeste leerlingen zijn flexibel genoeg om hun rol in het subgroepje aan te passen. 23): Kenmerken van een positieve groep: De leden zijn eensgezind en gemotiveerd om groepsdoelen te halen. een dorp bouwen. positieve of negatieve groep? Uit de beginmeting is heel duidelijk naar voren gekomen dat mijn groep een neutrale groep was. die in de gehele groep door iemand anders wordt uitgeoefend. heb ik in hoofdstuk 3 de onderzoeksvraag in deelvragen opgesplitst. De leerlingen zijn heel gedreven om het gezamenlijke groepsdoel te behalen. 52 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. zijn deze kenmerken goed terug te vinden. en andere leerlingen het leuk vinden om ondertussen grapjes te maken. 2007. De leerlingen hebben zich deze verschillende manieren van interactie nog niet eigen gemaakt. Is mijn klas een neutrale. Vooral de leidinggevende rollen zijn beter bepaald. . Bij de eindobservatie “Een dorp bouwen”. Welke rollen zijn er in mijn klas? En hoe worden die ingevuld door de leerlingen? De rollen die horen bij een positieve groep worden allemaal ingevuld door de leerlingen. Deze manier van invullen vindt voornamelijk zijn oorsprong in het karakter van het kind en heeft ook betrekking op de “Roos van Leary”. op weg naar een positieve groep. De leden tonen respect voor de mening en het karakter van een ander groepslid. 2. § 5. Groepsleden zijn bereid tot samenwerking. De groep heeft zich steeds meer gevormd tot een positieve groep. De leerlingen vullen geheel op eigen wijze deze rollen in. Hoe verloopt de interactie tussen de leerlingen onderling? Je kunt merken dat de leerlingen veel baat hebben gehad aan het werken met de Roos van Leary. Naar aanleiding van de eindmeting is te zien dat de leerlingen een grote stap vooruit hebben gezet. Dit leidt ik af uit de kenmerken van een positieve groep. maar kunnen in situaties wel teruggrijpen naar de aangeleerde segmenten. zoals beschreven door Van Engelen (Engelen van. waar ik bij de volgende deelvraag dieper op inga. p.

4. Met mijn interventies heb ik mij alleen maar hoeven richten op de interacties tussen de leerlingen en de rollen die in de groep gevormd zijn. waardoor de kinderen zich bewust werden welk effect hun gedrag kan hebben. hier heb ik geen wijzigingen in hoeven aanbrengen. Terugkomend op mijn onderzoeksvraag. maar niet altijd als positief werd ervaren.2 Eindconclusie In de literatuur wordt het volgende geschreven over het beïnvloeden van de groepsdynamiek: “Als de groep zich gevormd heeft (de performingsfase). . Ik wilde proberen om wel degelijk invloed uit te oefenen. Hun gedrag sluit niet aan bij de groepsnormen zoals ze gesteld zijn. zodra deze al gevormd is. Om de interventies te kunnen bepalen is het noodzakelijk om te weten waaraan er in de groep gewerkt moet worden. In de eerste drie fases kan er door de leerkracht wel degelijk invloed uitgeoefend worden.t. LMj. gebaseerd op suggesties uit de literatuur. Ik heb door het gebruik van deze aanpak de huidige situatie uitgebouwd en versterkt.Ik ben dit onderzoek gestart omdat de interactie duidelijk aanwezig was in mijn klas.b. Het aanleren van de nieuwe vaardigheden. De uiteindelijke interventies heb ik zelf verzonnen. is het te laat. maar dit is geheel aan de groep zelf te danken. Deze leerlingen hebben een individueel plan van aanpak nodig. o. was mijn onderzoek gedoemd te mislukken. De groep had namelijk al bestaande positieve normen. De interventies die ik uitgevoerd heb.. Deze leerlingen hebben naar aanleiding van het onderzoek inderdaad meer aansluiting bij de groep gekregen. kan ik concluderen dat ik met mijn onderzoek heb aangetoond dat een leerkracht met een gerichte aanpak de groepsdynamiek positief kan versterken door uit te gaan van bestaande kwaliteiten en het aanleren van nieuwe vaardigheden. Dit had voornamelijk gevolgen voor een aantal leerlingen die buiten de groep kwam te staan. Toch moet ik wel een kanttekening plaatsen. Welke interventies kan ik uitvoeren om invloed op het groepsproces te kunnen uitoefenen? Er zijn geen kant en klare interventies voor de aanpak van de groepsdynamiek. zoals het gebruik van de “Roos van Leary” m.a. 53 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. gebaseerd op de uitslag van de BOTS-vragenlijst (Verstegen & Lodewijks. 2007. dit is pakweg de periode van de eerste vijf tot zeven weken van een schooljaar. Het “ophalen” van deze normen heeft wel positief gewerkt op de groep. Zolang deze leerlingen hun deviante gedrag niet veranderen. De groep probeert hun gedrag te respecteren. kunnen deze leerlingen een nieuwe ingang vinden om aansluiting te maken bij de groep. RBj) zelf nog steeds deviant gedrag vertonen. hebben geleid tot de ontwikkeling van een positieve groep. “ (Engelen van. 2006). de invulling van de verschillende rollen. § 5. Dan liggen de groepsnormen vast en zal de groep zich niet of moeilijk op andere gedachten laten brengen. Door de groepsdynamiek aan te pakken. maar kunnen dit niet accepteren. zullen ze voor een gedeelte buiten de groep blijven staan. zijn gericht geweest op de aandachtspunten uit de nulmeting. YTj. Het is mogelijk dat een andere aanpak meer effect kan hebben. Uit de resultaten van de eindmeting is gebleken dat dit is gelukt. p. 59) Als ik van dit bovenstaande citaat uit was gegaan. Opvallend is dat de desbetreffende leerlingen (JCm. De groepsnormen bieden veiligheid.

Als leerlingen gewend zijn om vanaf het begin van hun schoolloopbaan te werken aan een positief pedagogisch leerklimaat. maar nog meer voor de ontwikkeling van mijzelf als gespecialiseerd leerkracht.3 Aanbevelingen Volgend jaar gaat deze klas naar groep 8 toe. Door de kennis en inzichten uit dit onderzoek. heeft dit zijn uitwerking op de gehele schoolperiode.4 Terugblik Ik heb met veel plezier gewerkt aan dit onderzoek. De klas vindt het erg prettig om te werken met rollenspellen. groepen beter begeleiden in hun proces en andere leerkrachten hier beter over adviseren. Ik kan spreken van een belangrijk onderzoek.§ 5. Goed preventief handelen zou volgens mij zijn: Vanaf het begin (groep ½) moeten de leerkrachten zich bewust zijn van de ontwikkeling van de groepsdynamiek. niet alleen voor de leerlingen uit mijn groep. rollen in de klas en de interactie tussen de leerlingen. Een schoolafspraak over de aanpak en het vormen van de groep in het begin van het schooljaar zou hiervoor een uitkomst zijn. Voorkomen is beter dan genezen! Aan het begin van het schooljaar ga ik in het vervolg veel aandacht geven aan het doorlopen van de verschillende fasen. Voor de toekomst zou ik graag een andere aanpak zien. Door dit onderzoek heb ik mijn kennis over dit onderwerp gerelateerd aan groepsdynamica uitgebreid. Toch wil ik daarbij ook een aanbeveling maken naar de hele school. Ik werk voornamelijk in de bovenbouw. Hierdoor kan ik preventief handelen. . deze manier van werken kan ingezet worden om de aanpak te continueren. Ook in dat jaar zullen de leerkrachten profijt hebben van de ontwikkelingen die zich hebben afgespeeld in de groep. sta ik anders voor de klas. Ik kan gedrag van leerlingen beter verklaren. Ik ben in staat om hier in de toekomst mijn voordeel mee te doen. gedrag bij kinderen is vaak al erg ingeslepen en moeilijk te veranderen. In groep 8 zullen de leerlingen geconfronteerd worden met de “adjouringsfase”. Gedrag in zijn algemeenheid heeft mij altijd al het meest geïnteresseerd. § 5. Belangrijk is dat de leerkrachten regelmatig stil staan bij de groepsnormen. 54 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Belangrijk is dat de leerlingen begeleid zullen worden in een goed verloop van deze fase.

(sd). . Onderwater. Baarn: Uitgeverij Bekadidact. K.inclusievescholen. De groep. P. Analyse en aanpak van interactieproblemen in professionele opvoedingssituaties. (2006. & Lap. P. Opgeroepen op januari 2009. (2008).competentietest. Lente van.sociogram. Goede de. J. van Sociogram: www.org. G. Een nieuwe inleiding op theorie en praktijk..infed. R.. Remmerswaal. Johnson. Baarda. R. Nelissen B. J.. Groepsdynamica. H.. (1997).V. van www. Meer dan onderwijs.Literatuurlijst Alkema. Baarn: Uitgeverij H. Praktische handleiding voor het opzetten en uitvoeren van kwalitatief onderzoek. (2008). Opgeroepen op Januari 2009. praktijk en onderzoek. Assen : Van Gorcum. Opgeroepen op Januari 2009. & Johnson. In R. J. Professioneel omgaan met gedragsproblemen.htm Verstegen.pdf Jeninga. Groepsdynamica. P. (2007). Inclusieve scholen. van Competentietest: http://www. Samenhang en spanningen in de klas. Visie. Konig. Itasc. Vert. (2006). Smith. (2000).) Amsterdam: Pearson Eduction. Groningen: Wolters-Noordhoff. Begeleiden van de groep. (1998).. Groeps (team) ontwikkelingsmodellen. Linge van. M. Opgeroepen op Januari 2009. Grip op de groep. (2006). . E.. M. W. D. Houten: Stenfert Kroese. Oktober)..php 55 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. D. M. (2006). Theorie en vaardigheden. van http://www. & Lodewijks. J. Interactiewijzer. Opgeroepen op januari 2009.inclusiefonderwijs. Houten: EPN. Infed. & Tjerkstra. Kwalitatief onderzoek. van Inclusief onderwijs: http://www. Geluk. De kunst met groepen te werken. (2006). Theorie en praktijk van het lesgeven in de basisschool.org/thinkers/tuckman. W. 83). (2008). Utrecht: Het Spectrum. F. Baarn: HBuitgevers. (1995). Assen: Van Gorcum. & Teunissen. (H. (2005). (p. Relaties binnen en tussen groepen. Maarssen: Elsevier gezondheidszorg. Engelen van. Handboek groepsdynamica. Linge van. Theorie. J. Franke. R.nl/visie. Innoveren in de gezondheidszorg.nl Oudenhoven van. A.com/trainotheek/ob/Leary. Itasc. R.nl/ Gielis. (2005).

................................................................................ Observatieverslag “dorp bouwen” eindmeting ................... Blz......................... 84 12.... 116 20............................... Blz...... “Letters en cijfers maken”..... Plattegronden van de klas ... 82 11....................... “Situaties uitspelen”............................................... Tabel Rollen . Blz.......................... Observatieverslag “toren bouwen” nulmeting ........... 115 19................................................................ 61 4...... Blz............. 59 3. Blz.................... Blz............................. 77 8....................................... 97 14................................. 73 7....... Blz.. Handelingsplan “waarschuwingskaartjes” ........................................... Blz.................................................................... ................. 57 2....................................................... “Wie ben ik” .................................... 104 16..................................................... 123 56 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas............................................................................... 96 13....................... Blz...................................................... 100 15....... Nul...... 111 17....... “Groepstekening maken” .................................................. Blz....................... Blz........................................... “Kleurencollage” ................ 117 21...................................................................... Blz...................................... Blz....................................... 63 5... Blz.................................................................... Blz.......... 70 6................. 79 9.. Klimaatschaal .................... 113 18. Puntenverdeling klimaatschaal .................................. Rolkaarten .... Blz................................. “Introductie Roos van Leary” ......... 80 10..................... Tabellen sociogram nulmeting .. Tabellen sociogram eindmeting ........................................................ Blz................................... Blz.........en eindmeting naast elkaar ...................................................................... Blz............................................................................. Motivatie rollen eindmeting ........... Blz................................................ Motivatie rollen nulmeting..... Blz....... “Complimenten van een groep” .......Bijlagen 1. “Je mag niet meedoen” ...............................................

Bijlage 1: Rolkaarten Gezagsdrager Sociaal werker Organisator Verkenner 57 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. .

Volger Appellant Joker 58 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. .

X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X 5 3 4 0 2 2 4 0 4 1 0 13 3 0 4 0 4 0 1 3 3 4 5 3 2 16 3 2 3 2 1 11 3 2 4 0 5 1 0 3 3 0 3 0 2 1 5 3 59 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Totaal neg.Bijlage 2: Tabellen sociogram nulmeting Sociogram spelen MLm MBm X 2 5 AAm CVm LRm EBm JGm JCm AAj CBJ DWj EDj JBj LMj MTj MHj MJj OLj OHj RWj RBj RMj TMj YTj AAm CVm EBm JCm JGm LRm MLm MBm NJm Totaal pos. NJm DWj MHj RWj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ AAj OLj MJj EDj RBj YTj JBj .

NJm DWj MHj RWj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ AAj OLj MJj EDj RBj YTj JBj . Totaal neg. X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X 3 2 5 0 1 13 8 0 4 1 0 7 2 2 4 0 9 0 5 2 2 4 4 2 1 16 1 4 3 3 0 9 1 3 3 0 3 2 1 1 5 0 3 0 2 1 3 0 60 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.Sociogram werken MLm MBm X 2 3 AAm CVm LRm EBm JGm JCm AAj CBJ DWj EDj JBj LMj MTj MHj MJj OLj OHj RWj RBj RMj TMj YTj AAm CVm EBm JCm JGm LRm MLm MBm NJm Totaal pos.

Bijlage 3: Klassenklimaatschaal Klimaatschaal Naam leerling:………………………………………………………………………. 2. Ik denk dat de leerlingen in deze klas elkaar wel aardig vinden 22. De leerlingen van onze klas gaan ook na schooltijd met elkaar om 15. . Volgens mij zitten veel leerlingen in onze klas zich te vervelen 16. 5. Als een leerling aan klasgenoten om hulp vraagt dan zijn er genoeg die hem/haar willen helpen 10. Vraag 1. In onze klas zijn de leerlingen meestal goed bezig 19. Volgens mij maken de leerlingen in deze klas vaak leuke grapjes over de leerkracht 61 Antwoord: Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. In onze klas moet je vaak wachten voordat de leerkracht je helpt 18. Ik vind dat de lessen bij de leerkracht wat rommelig verloopt 17. Volgens mij zijn er in onze klas maar weinig leerlingen echte vrienden van elkaar 8. 3. Volgens mij besteedt de leerkracht voldoende tijd aan alle leerlingen 7. Volgens mij duurt het lang voordat een leerling zich thuis voelt in deze klas 13. Ik vind dat de leerkracht weinig praten met de leerlingen in deze klas 14. 4. De leerlingen in onze klas plagen en pesten vaak gemeen 20. Als er in onze klas iets gedaan moet worden wil bijna niemand dat doen 12. De leerlingen zijn trots op onze klas 9. Leerlingen in de klas helpen elkaar vaak Ik vind dat we in de klas genoeg leuke dingen doen Leerlingen in onze klas krijgen vaak straf De leerkracht heeft vaak ruzie met iemand uit de klas De leerkracht wil graag weten of je ergens problemen mee hebt 6. Voor en na schooltijd praten de leerlingen van onze klas vaak met elkaar 21. Groep:……………………… Datum:……………………………………. Volgens mij weet de leerkracht wel wat de leerlingen willen 11.

23. . Er wordt in deze klas veel lawaai gemaakt tijdens de lessen Ja Ja Ja Ja Ja Ja ? ? ? ? ? ? Nee Nee Nee Nee Nee Nee 62 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. De meeste leerlingen in onze klas vinden dat we een aardige leerkracht hebben 27. In deze klas is de beurtverdeling tijdens de lessen goed: alle leerlingen krijgen regelmatig een opdracht 26. De leerlingen in onze klas maken veel ruzie met elkaar 24. Onze leerkracht heeft meestal een goede bui 25. In deze klas zijn de meeste leerlingen goede vrienden van elkaar 28.

maar zeggen. CVm: Zij is heel De rest. OLj MLm: Heeft hele goede ideeën. EDj. . MHj. JCm: Zij moet vaak geholpen worden. LMj en JCm: Ze DWj: Hij is Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. LRm: Zij helpt altijd andere kinderen. Organisator Verkenner EDj heeft ideeën JBj. De rest. NJm: Zij is ontzettend grappig. CBj: Hij weet precies wanneer hij een grapje moet maken en wanneer niet. maar is laat het niet soms wel wat altijd zo merken. Joker CBj: Hij maakt grapjes als het kan. Ze huilt sneller en heeft meer aandacht nodig. MLm 63 RBj: Iedereen CBj: Hij RMj: Hij regelt AAm: Zij heeft bijvoorbeeld met gym meer kleren mee. Ze schreeuwt het niet door de klas. en CBj regelt RBj en MBm. maar niet de moed om ze hardop te zeggen en te regelen. maar vertelt de grapjes tegen de meiden. DWj is veel meer storend en dus niet geen joker. zodat iedereen dit kan dragen als je je gymkleren bent vergeten. MBm: Ik vind mijzelf ook hier bij passen. liedjesinbreng en het bedenken van filmpjes. ruw. JCm: wordt vaak geplaagd.Bijlage 4: Motivatie rolkaarten nulmeting Naam MHj Gezagsdrager EDj: Heeft ideeën. MBm: ook hier vind ik mijzelf passen. LRm: Kan RBj: Hij durft iemand goed het heel goed te helpen. Volger De rest. Sociaal werker JCm: Zorgt voor anderen. De rest. maar zegt ze niet in het openbaar. Appellant RWj: Is snel verdrietig. Ook heeft ze bij knutselen heel veel ideeën. MBm MLm: Zij heeft veel ideeën. heel goed wat ze bijvoorbeeld met uitlegt. Hij regelt Ik snap altijd wel veel. het. MHj. RWj: Bij activiteiten denkt hij er ook aan om spullen voor anderen mee te nemen. YTj.

juist op de momenten dat het heel spannend is. . MJj. CVm en EDj: Zij helpen je altijd. CVm: Als je valt. Ze zijn ook veel stiller in de groep. dan luistert hij en vindt hij het goed dat je inbreng hebt. vraagt ze altijd hoe het met je is. maar zegt het niet altijd. TMj: Hij regelt de ideeën van RMj. DWj: Als we bijvoorbeeld een filmpje kijken. Als iemand buiten gevallen is. EBm en CBj: maken echt leuke grappen. een grapje. maar regelt het niet. RWj: Ik weet eigenlijk niet waarom. RWj RMj: Hij zegt veel dingen. DWj: Hij maakt heel veel grapjes. Als hij geen grapjes zou maken. LRm: Ik vind dat ik zelf ook initiatief neem. Als je inbreng hebt en het is een goede reden. JCm: Zij zit eigenlijk altijd alleen. Organisator veel dingen. maar blèrt ze niet door de klas. Joker duidelijk de grappenmaker. De rest. maar heeft wel heel goede ideeën. Sociaal werker probeert het leuk te huiden in de klas. JCm: Zij is heel somber. MHj: Luistert goed naar anderen. DWj: Roept er vaak doorheen. Hij houdt er niet van als er ruzie is. CBj: Hij heeft hele goede ideeën. MLm: Ik vind het niet leuk als kinderen worden buitengesloten. TMj: Hij durft zijn eigen mening te geven. OHj CBj: Hij weet veel. De rest. MLm. gaat hij altijd mee naar binnen om te helpen. AAj en MLm. CBj: Hij helpt altijd andere mensen. EBm: Zij doet wat ze zelf wilt. maakt hij. CBj: Hij is op hele rare momenten heel 64 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Verkenner creatief en gezellig. OLj en AAj. Hij maakt ze alleen niet altijd op de goede momenten.Naam LRm Gezagsdrager luistert naar hem. ook als je iets niet snapt. Appellant betrekken zichzelf niet bij de groep en moeten er dus altijd bij betrokken worden. Is er niet in onze klas. zou dat heel raar zijn. MTj en JGm: Die doen eigenlijk altijd gewoon wat er gezegd wordt. MHj. JBj. ze mag niet altijd meedoen met de meiden. Volger RBj: Hij praat veel door de klas. RBj.

maar ze kan wel bazig doen. Organisator MBm: MLm en MBm zijn goede vriendinnen. Als je valt vraagt ze of het met je gaat. . MTj: Doordat we goede vrienden zijn. maar ze worden niet altijd grappig gevonden. Er wordt dan door 65 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Ze kunnen goed samen werken. maar praat niet veel. NJm: Zij zegt vaak: “doe je ook mee?”. LMj: Hij zit bij mij in het RBj: Hij maakt veel grapjes. Ze nemen iets mee als dat handig is. hij is wat ruwer. maar zegt ze niet altijd. DWj: Hij maakt altijd grapjes. ze zijn heel zorgzaam. Er zijn ook nog anderen. CBj: heeft veel Ik weet dat ze er leuke ideeën. Is er niet. MJj. vaak een bal maar volgt ook mee naar school de ideeën van om te CVm op. TMj: Bij het werken aan de verrijkingsbladen heeft hij altijd even een steuntje in de rug nodig. RWj: Verzint dingen voor een hele groep. MBm: Zij De rest. LMj CBj: Past bij hem. maar ik verzint spelletjes weet niet zo voor op het goed wie. schoolplein of bijvoorbeeld het maken van een film. TMj: let ook goed op anderen. Het leidt me alleen wel af dat ik altijd grapjes maak. voetballen. maar ik weet niet zo goed wie. Volger De rest. DWj: Het wordt altijd tegen mij gezegd. MTj en MJj: Ze zijn er het type voor.Naam DWj Gezagsdrager MLm: Zij is een goede leider. MBm: Ze leidt veel. Is er niet. zijn. MJj JCm: Zij heeft veel ideeën. Joker grappig. Weet ik niet. Appellant JCm: Zij is heel licht geraakt en moet vaak getroost worden. RBj: Hij heeft RBj: Hij neemt goede ideeën. MLm: Zij staat altijd voor iedereen klaar. DWj: Hij maakt veel leuke grapjes. Iedereen wil altijd wel naar haar luisteren. RMj CVm: Ze heeft goede ideeën. Verkenner CVm. Sociaal werker EDj en CBj: Die zeggen altijd: “doe je ook mee?”. De rest. maar vertelt die aan anderen.

alleen CBj weet het beste zijn grappen te plaatsen. En ze zegt tegen de klas dat ze rustig met diegene moeten doen. JCm: Ze is stil en EBm: Ze is niet Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Soms wil ze wel/ niet meedoen als we het vragen. heen. De rest. JGm: Ze is stil. JCm: Zij is stil en met buiten spelen zit ze vaak in een hoekje. DWj en CBj: Ze zijn grappig. EBm: Zij regelt bijvoorbeeld met uitvoeringen dat iedereen kleding heeft. ze zijn niet altijd grappig.MTj en veel door de klas MHj. maar wordt ook wel gepest. maar heeft wel goede ideeën. Joker de kinderen zijn naam zeurderig geroepen. DWj: Hij heeft vaak flauwe grapjes . maar een ander zegt het hardop. Verkenner Volger Appellant groepje en is altijd heel verlegen. maar heeft goede ideeën en zegt deze ook. AAm EDj: Hij is heel serieus en dus luister je beter naar hem dan naar een grappenmaker. blijft NJm bij diegene binnen. CBj: EDj vertelt zijn ideeën tegen CBj en die voert ze uit. EBm: Zij zegt TMj. De rest. NJm: Als iemand niet lekker is.Naam Gezagsdrager Sociaal werker Organisator is soms wat bazig. ze mag van de meiden niet altijd meedoen. CBj: Hij heel leuke grapjes. denkt niet alleen aan zichzelf. De rest. CBj: Hij heeft RBj: Hij neemt altijd een bal mee om te kunnen voetballen. MLm. DWj: Iedereen vindt hem grappig. MBm. . JCm: Zij zit vaak alleen in een hoekje. EDj: Hij is stil. LMj wordt buitengesloten. RBj: Hij regelt dat iedereen goed mee kan doen. LMj: Hij mag meedoen. JBj JBj: Ik heb ideeën. Anders neemt ze het zelf mee. NJm 66 EDj: Hij is stil. MLm: Is veel met anderen bezig.

DWj en CBj: Zijn allebei grappig. Is er niet. DWj:Hij maakt goede grappen op het goede moment. Vroeger RBj.Naam Gezagsdrager maar heeft wel goede ideeën. JGm: Zij is dit soms ook wel een beetje. Soms is het ook wisselend wie deze rol is. behulpzaam en duidelijk. Organisator ook zelf een eigen mening. MJj. Is er niet. Volger CVm CBj: Het past bij MLm: Ze is erg hem. DWj: Hij maakt veel leuke grapjes maak Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. RWj. De rest. LRm: Zij denkt er altijd aan of iedereen mee kan doen. omdat RBj minder vervelend doet. maar haar grapjes zijn wel om te lachen. Niet één iemand. nu minder. RMj. RBj. Joker altijd de grappenmaker. Is er niet. meestal een vriend van diegene die de ideeën bedenkt. EBm. hij wil graag grappig zijn. RBj. NJm: Zij praat meer over haar ideeën. MBm. Bijna iedereen. De rest. De rest. zijn ideeën aan mij. behulpzaam. MBm. Het is nu minder. laten we dat gaan doen” en dan regelt hij dat. LMj. . TMj: Hij speelt vaak met CBj en doet dan goed mee. CBj MBm: Kan goed MLm en JBj: leiding geven. EDj RMj: Hij komt MLm: Zij is vaak met ideeën. Verkenner AAm. TMj en YTj. CBj: Hij heeft hele gepaste grapjes. Niet iedereen zegt tegen haar: “kom mee”. TMj RWj: Hij vertelt RMj en LMj. Sociaal werker maar denkt aan iedereen. zorgen dat mensen 67 RMj: Hij zegt vaak: “goed idee. JCm: Ze is vaak verdrietig en wordt buitengesloten. JCm: Ze is erg stil. MTj Is er niet. Appellant mag wel verwend worden. DWj: Hij maakt veel grapjes. LRm. MLm: Ze is erg zorgzaam. soms is dat irritant maar meestal goed.

DWj: Hij is altijd grapjes aan het maken. De rest. maar hij weet dat zelf niet. CBj: Hij is ook grappig. De rest. De rest. Verschillend. nemen initiatieven van de gezagsdrager over en proberen mee te helpen. vraagt zij altijd nog netjes: “Mag ik ook meedoen? Is er niet. Organisator Verkenner Volger Appellant RBj Ikzelf denk ik. Hij is de clown van de klas. MLm: Zij zorgt voor iedereen. Joker kan wel irritant zijn voor juf.Naam Gezagsdrager Sociaal werker meedoen met alles. RBj. LRm: Ze is heel beleefd. JCm en EDj. Maar voor ons is het wel leuk. JCm: Ze is stil en DWj: Hij is durft niet veel te grappig en lacht vragen. CBj: Als EDj een idee heeft. JCm: Ze is stil en DWj: Hij heeft niet zo vrolijk. JCm: Zij krijgt niet altijd aandacht. CBj en DWj: Ze Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. OHj en CBj: Er wordt vaak aandacht aan hun gegeven. veel humor. NJm en OHj: Zij De rest. CBj: Hij kan goed dingen regelen. NJm: Zij loopt met iedereen mee die pijn heeft. maar DWj het grappigst. MBm en MLm: Zij zorgen voor mensen en vinden dat ook leuk om te doen. dan vult CBj dit aan met zijn eigen ideeën en dan wordt het nog leuker. DWj en YTj: Wij zijn grappig. Is er niet. hij denk er niet bij na. LMj: Hij heeft vaak ruzie en dan moet ik hem helpen. veel. YTj. . RMj: Hij bedenkt wat en dan wordt zijn idee overgenomen. De klas luistert wel naar hem. Ze wordt ook wel buitengesloten. Ook ik ben het wel eens. EBm YTj JCm EDj: Hij is de stille leider. Wisselend. RBj en AAj. Als er wordt gezegd dat iedereen mee mag doen. AAj 68 CBj: Hij krijgt NJm: Zij OHj: Als RWj: Hij neemt De rest.

Verkenner altijd iets mee wat van pas kan komen. Sociaal werker probeert iedereen te helpen. RBj: Hij wil graag leiden. . DWj: Hij maakt altijd grapjes. MLm: Zij wil ervoor zorgen dat niemand buitengesloten wordt. dan gaat hij dat regelen.Naam JGm Gezagsdrager vaak de leiding en heeft goede ideeën. LRm: Ze wil dat niemand buitengesloten wordt. maar ook niet leuke grapjes. CBj: Hij regelt altijd alles en zorgt dat het goed komt. maar is dat wel stil. Organisator iemand een idee heeft. 69 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. RWj: Hij weet goed wanneer hij iets moet doen. Joker maken bijna altijd leuke grappen. Volger Appellant De rest JCm: De huilt altijd heel snel.

De rij is lang en vormt langzaam een ruime kring om de toren heen. JCm legt daarop volgend 2 blokjes neer. Daarna gaat hij ook in de rij staan. OHj assisteert bij het neerzetten en gaat daarna in de kring staan. MLm zegt hierop terwijl ze een groepje kinderen aankijkt: “Jongens. Dan roept RWj: “Allemaal in een rij gaan staan!”. hallo. RWj kijkt naar mij en heeft niet in de gaten dat hij aan de beurt is. De volgorde herpakt zich. Op hetzelfde moment pakt RBj de meetlat en zet die naast de toren. allemaal in de rij!!”. De leerlingen die na hem aan de beurt zijn doen dit ook. Observatie OHj roept door de groep dat er een plan moet worden gemaakt. MBm roept door de groep: “Hé. Hierop wordt niet gereageerd. Niemand reageert op dit voorstel. De rol van de leerkracht: De leerkracht is observator. De andere kinderen kijken er naar. . Zij leggen op hun beurt één blokje neer. Maar nu roept ook MTj door de groep: “Waar is het einde van de rij?!”. De enige voorwaarde die gesteld wordt over de samenwerking. YTj legt meerdere blokjes tegelijk neer. Vooral de meisjes en YTj zitten buiten de kring te kletsen. Ik grijp niet in en geef geen tips of begeleiding. MJj.Bijlage 5: Observatieverslag “Toren bouwen” nulmeting Opdracht: De leerlingen moeten gezamenlijk een toren van kapla bouwen die precies 98 centimeter hoog moet zijn. RWj. MHj. Toch weten de leerlingen wel wie er aan de beurt is. en wacht ieder tot hij aan de beurt is. maar er ontstaat geen rij. De rest van de leerlingen die nog door zit te bouwen gaan ook in de rij staan. AAm die achter RWj staat legt nu een blokje neer. zijn OLj en DWj. OHj legt na een tijdje ook meerdere blokjes neer (meer als voorgaande leerlingen) en daar wordt hij door TMj op aangesproken. De meeste leerlingen volgen deze aanwijzing op en er wordt een rij gemaakt. 70 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. CBj en AAm gaan nog door met bouwen. Daarna legt AAm weer een blokje neer. als jullie nu iets naar achteren gaan?”. De kring wordt weer iets kleiner en er ontstaat onduidelijkheid over wie er aan de beurt is. MHj kijkt nog even op de meetlat waar 98 cm zit en overlegt hierover met RBj. OLj. EDj. waarop AAj reageert: “ja jongens. OHj roept nog wel door de groep: “let op schuin gaan!”. MHj en RBj beginnen met het neerleggen van de eerste blokjes. MBm roept na een tijdje: “Jongens!” en maakt met handgebaren duidelijk dat er een rij moet komen. RWj heeft dit door en legt daarop ook een blokje neer. waar is de rij?!”. AAj ziet dit en stelt voor aan de groep om allemaal 2 blokjes neer te leggen. alleen maar een ruimere kring. De volgende leerlingen in de rij doen hetzelfde. De volgende die aan de beurt zijn. Niemand zegt hier wat van. In de kring pakken alle leerlingen alvast meer blokjes. Toch gaat het neerleggen van de blokjes wel gewoon via de goede volgorde door. De eerste uit de rij (NJm)gaat een blokje neerleggen en pakt daarna een nieuw blokje en gaat hiermee achterin de rij staan. is dat alle leerlingen in ieder geval 1 staafje moeten hebben neergelegd. Alleen MHj. RBj en JCm zitten op de grond in een klein kringetje de toren te bouwen. Iedereen pakt een aantal blokjes uit de bak. Dit gebeurt. OHj. Er gebeurt niets. RBj blijft de meetlat vasthouden die naast de toren staat. Nu is de kring helemaal rond en er gebeurt niets.

Eigenlijk is RWj nu aan de beurt. Ik vraag hierop aan RMj: “Is de toren precies 98 cm?. RMj ziet dit gebeuren en vraagt op zijn beurt weer aan JGm of hij de meetlat mag vast houden. TMj die ergens anders in de rij staat. Zodra de toren bijna 98 cm hoog is ontstaat er opeens een kleinere kring om het bouwsel heen. Er worden op dit moment helemaal geen steentjes neergelegd.Na 6 minuten is AAj aan de beurt en legt steentjes neer. YTj en JGm staan buiten die kring. Door deze leerlingen worden een aantal blokjes in willekeurige volgorde neergelegd. maar dat niemand dit oppikte. RWj roept door de groep: “Jongens. MBm roept vanaf een afstandje: “We zijn klaar!”. Daarop zegt DWj: “Hij is klaar!”. JGm pakt de meetlat aan. JBj. volgt dit voorbeeld en legt ook blokjes neer. Het kringetje wordt kleiner en meer kinderen staan nu buiten de kring. gaven aan dat ze dit deden. stop!”. Als er op een gegeven moment niets wordt neergelegd. DWj en AAj leggen er nog wat steentjes bij. JGm gaat akkoord en RMj neemt de meetlat over. maar hij blijft wachten.v. niet zo dringen!” en loopt buiten de kring. vanaf zijn eigen plek in de kring. OHj. AAm. TMj wordt door RWj op zijn gedrag aangesproken. “Nee”. LMj en AAm. aan de overkant van de kring. RMj. MHj en DWj. RBj. zegt tegen AAj dat hij nog niet aan de beurt is. De kring wordt groter en EBm en NJm komen aanlopen. MTj loopt uit de kring naar deze leerlingen toe. weer op een andere plek in de kring. legt TMj weer een steentje neer. die achter hem in de kring staat. AAj legt hem erbij. Informatie uit de nabespreking samen met de kinderen: * De leerlingen vonden het goed gaan. zegt RMj. wat wel zo is. * RBj merkt op dat RMj wel de leider wilde zijn. De 1e rang bestaat uit: AAj. AAj legt zijn steentjes neer en gaat weer terug naar zijn plek. In de kring staan RWj. OHj. waarop TMj antwoordt: “Maar hij moet toch hoger”. MBm en RMj blokjes aan het pakken zijn. . LRm draait zich om en ziet het gat. MHj roept: “Jongens. De toren is klaar. omdat toch niemand een steentje oplegde. MHj. De leerlingen dringen weer naar voren en er ontstaat weer een kleinere kring. De kinderen volgen en er ontstaat weer een grotere kring. * De leerlingen die tussendoor steentjes oplegden. Ze sluit weer aan in de kring. Er is nu geen vaste volgorde meer. RWj volgt zijn voorbeeld. NJm. De andere leerlingen proberen de toren ook te zien. gewoon een nette rij!. MJj. waarop ze langs de toren loopt en haar blokjes neerlegt. er gebeurt niets. RMj zegt: “Nee jongens. Na 8 minuten kijkt RBj acht zich en ziet JGm staan. De volgorde is nu niet helemaal duidelijk. RBj. Ondertussen ontstaat in de kring een gat. De rest houdt de volgorde aan. TMj legt nog als enige. RWj. JCm. Deze volgorde wordt opeens weer aangehouden door de leerlingen. ziet dit en gaat ook blokjes neerleggen. Hij stopt wel met neerleggen. MLm. AAj. 71 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. MTj. een rij. JCm probeert ook in de kleine kring te komen en er ontstaat een wat grotere kring. MLm zegt tegen de leerlingen dat ze meer naar achteren moeten en geleid de leerlingen met haar arm naar achteren. MHj ziet TMj steentjes tussendoor neerleggen en legt ook 1 blokje neer. Hij vraagt aan haar of zij de meetlat over wil nemen. Zij staan als een soort 2e rang. blokjes neer. TMj vraagt aan mij of de toren klaar is. omdat LRm. MHj roept: “Hij is klaar!”. Alleen MLm.p. EBm. alleen vonden ze het niet prettig dat er opeens een kring ontstond i. De leerlingen leggen de steentjes gewoon op volgorde van de kring neer. “er moet er nog eentje bij”. LMj. legt een steentje neer. maar hij reageert niet op RWj.

Het werd een beetje onduidelijk toen RMj zijn rol overnam. Er was namelijk van te voren niets afgesproken en dat hadden ze wel prettig gevonden. * RBj wilde zelf de leider niet zijn. hij was bang dat hij te bazig zou zijn. * De meeste leerlingen vonden dat er eigenlijk helemaal geen leider was. dus naar wie moet je dan luisteren? 72 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. * Een aantal leerlingen vonden het lastig om één iemand als leider te zien.* Een aantal leerlingen vonden in het begin RBj de leider. omdat iedereen initiatieven nam. .

.00 uur. Ik kies voor deze eerste opzet.De leerlingen kunnen hun reactie uitstellen totdat zij de beurt krijgen. 10. zodat andere leerlingen geen last van hen hebben. Als ze wat willen zeggen/reageren steken de leerlingen netjes hun vinger op. Aan het eind van de bloktijden kunnen de leerlingen een beloning van max.De leerlingen kunnen tijdens de zelfstandig werklessen rustig werken.De leerlingen wijzen elkaar op goed gedrag. Ze reageren altijd. .De leerlingen kunnen tijdens het samenwerken fluisteren.30-11.De leerlingen kunnen hun vinger opsteken. . en op hun beurt wachten zodra ze wat willen zeggen/reageren. 5 minuten verdienen. met maximaal 2 waarschuwingen van de leerkracht. Dit doe ik om de betrokkenheid te vergroten. te weten: 8. Dit betekent dat de klassikale lessen. Voor het behalen van de doelen. ook meedoen bij het behalen van de doelen. Fase 2: De bloktijden worden nu uitgebreid naar 3 delen.00-10. Fase 1: Allereerst werken we in twee bloktijden. Korte termijn doelen: .De leerlingen kunnen per dagdeel (de dagen zijn in 3 stukken gedeeld) rustig (samen) werken. Per groepje zijn ze verantwoordelijk voor hun eigen gedrag en die van hun groepsgenoten.00 en 10. Dan verdeel ik de klas in vijf groepen (dit zijn de groepjes zoals gevormd in de klassenopstelling).00. maar dat de leerlingen dit onderling ook doen. waarin ik het modelgedrag laat zien. en waarschuwen elkaar wanneer er niet rustig gewerkt wordt.50. Lange termijn doelen: . en niet alleen als leerkracht hoef te waarschuwen. op fluisterniveau. De leerlingen vinden zelf ook dat er teveel lawaai wordt gemaakt tijdens de lessen. omdat deze groep daar erg gevoelig voor is. met maximaal 2 waarschuwingen van de leerkracht. en daar graag nog wat harder voor wil werken. Ook worden in deze tijden aan kleine groepjes instructie gegeven. Ik werk met een beloningssysteem. . dat wil zeggen dat elk groepje minimaal 8 keer een beloning heeft verdiend. omdat deze tijden het makkelijkst zijn te behalen voor de kinderen. te weten: 9. Nadat iemand een grapje maakt. en kletsen graag met elkaar. Dit zijn de tijden waarop de kinderen aan hun zelfstandig werkblad werken. zonder dat de leerkracht hierbij hoeft te helpen. maak ik de kinderen zelf verantwoordelijk. De moeilijkheid voor de leerlingen zal bij deze lessen voornamelijk zijn `het voor je beurt door de klas roepen`. worden er tussendoelen bepaald. Als de klas een week lang een 80% score haalt in het bereiken van de doelen.Bijlage 6: Handelingsplan “waarschuwingskaartjes” De leerlingen zijn rumoerig tijdens de lessen. . heeft iemand anders er altijd nog een grap overheen. worden de bloktijden uitgebreid.15-15. Vooraf vindt er een gesprek plaats.30-10. Om de doelen te behalen. Als de klas een maand lang Beginsituatie Doelen Inhouden 73 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.30-11.50 en 13.

Ik heb van deze methodiek gehoord op een studiedag. De beloning wordt door de leerkracht uit het beloningenblik “gegrabbeld”. *Per groepje 3 groene geplastificeerde kaarten en 1 rode geplastificeerde kaart.en beloningssysteem. Hierdoor heeft de leerling meer waarschuwingen voor zichzelf. Het origineel zou komen uit de methodieken van Taakspel. N.B. . zodra de leerlingen ongewenst gedrag laten zien. waardoor er tegemoet gekomen wordt in zijn behoefte aan een langere leercurve. Aan het eind van een blokuur kijkt de leerkracht welke groepjes nog een groene kaart hebben liggen. De klas wordt opgedeeld in vijf groepjes. Deze groepjes mogen meedoen met de beloning. Onderop ligt de rode kaart en daarbovenop liggen 3 groene kaarten. want ook dit is ongewenst gedrag. dat wil zeggen dat elk groepje minimaal 12 keer een beloning per week heeft verdiend. Mocht een leerling heel veel moeite hebben om zich aan de afgesproken regels te houden. Ieder blokuur beginnen de groepjes weer met een nieuwe stapel kaarten. Methodieken Middelen Organisatie 74 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. 5 minuten beloning die de kinderen zelf hebben verzonnen. Aan het eind van een blokuur wordt gekeken welke groepjes nog een groene kaart boven hebben liggen. De leerkracht laat aan de desbetreffende leerling de kaart zien. In een volgend handelingsplan kan gewerkt worden aan de lange termijndoelen. hard praten. Als een leerling uit een groepje ongewenst gedrag vertoont. De groepjes voeren hun beloning uit. dan kost dat het groepje weer een groene kaart. pakt de leerkracht een groene kaart van de stapel. worden de waarschuwingskaarten verminderd. Deze groepjes mogen meedoen aan de max. 5 minuten beloningen die de leerlingen van te voren zelf verzonnen hebben. * Een blik vol met max. Elk groepje krijgt 1 rode kaart met daarop 3 groene kaarten. dan krijgt deze leerling zijn eigen setje kaarten.een 80% score haalt in het bereiken van de doelen. Voor het uitvoeren van het handelingsplan wordt er gebruik gemaakt van een waarschuwingen. waardoor het groepje nooit tot bijna nooit aan zijn beloning toekomt. Het groepje daarentegen heeft hierdoor een eerlijke kans om de doelen te behalen. Mochten andere leerlingen hierop negatief reageren. De groepjes die een rode kaart boven hebben liggen. De leerkracht legt de kaarten aan het begin van een blokuur in de groepjes klaar. dan neemt de leerkracht zonder iets te zeggen een groene kaart van de stapel. De leerkracht houdt toezicht op de andere groepjes. moeten kijken hoe de andere groepjes de beloning uitvoeren. De leerlingen laten gewenst gedrag zien. en heb er mijn eigen draai aan gegeven. niet-taakgericht gedrag of bijv.

. ga je even naar de wc om een slokje water te drinken Nadat deze punten naar voren waren gekomen. Ik heb de doelen van het plan aan de kinderen laten weten.de polonaise lopen . dat gaan we helemaal fiksen!!!!Dat komt goed!!!”. Als aansluiting op het gesprek mochten de leerlingen beloningen bedenken die maximaal 5 minuten mogen duren. In dit gesprek heb ik het plan uitgelegd en de verwachtingen duidelijk gemaakt.Heeft de methodiek de gewenste uitwerking gehad? . In dit eerste blokuur was ik heel streng. De leerlingen waren heel goed aan het werk en de beloning werd door iedereen gehaald.Welke leerlingen vonden het gemakkelijk om de doelen te bereiken? Uitvoering van het plan Naar aanleiding van het afnemen van de klimaatschaal heb ik de uitslag met de kinderen besproken.filmpje kijken op het smartboard‟ . Ik heb een aantal groene kaarten afgepakt. .moppen tappen . De eerste keer ging uitstekend.als je een loopje nodig hebt. De kinderen konden mij dit goed vertellen.dansen op een liedje .achterstevoren op je stoel zitten . Bij de evaluatie wordt gelet op de volgende punten: . 75 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. .Welke onderdelen werkten goed. Zo werd voor iedereen meteen duidelijk wat ik van hen verwacht.alleen door de klas lopen als je iets nodig hebt . Dit deed ik om meteen duidelijk aan te geven wat ik onder gewenst gedrag versta.met je taak bezig zijn en bijvoorbeeld niet je pen uit elkaar halen (dit fenomeen was vrij populair om te doen) .staan op je stoel .tekenen . Zoals gewoonlijk waren de leerlingen heel betrokken en vol moed om het plan te gaan uitvoeren. Ik vertelde dat ik hiervoor een plan heb bedacht. Na uitleg van het kaartensysteem heb ik aan de leerlingen gevraagd wat gewenst gedrag precies inhoud. AAj zei: “oh juf.enz. Zij gaven ook in dit gesprek aan dat ze het heel lastig vonden om stil te werken.In hoeverre zijn de doelen bereikt? Welke vaardigheden beheersen de leerlingen? .Evaluatie Na 2 maanden wordt het handelingsplan geëvalueerd. Na het gesprek en het bedenken van de beloningen is het kaartensysteem meteen van start gegaan. welke moeten volgende keer anders aangepakt worden.Welke leerlingen vonden het lastig om de doelen te bereiken? .fluisteren als je samenwerkt . waaronder één voor het reageren op het afpakken van een kaart. Een aantal voorbeelden van de beloningen die ze bedachten: .communiceren via het blokje .galgje spelen . en ze werden heel enthousiast. heb ik een groepje gevraagd het gewenste gedrag voor te doen.

toch is een enkele waarschuwing genoeg om weer gewenst gedrag te laten zien. Toch werkt dit systeem zo goed dat de leerlingen nog steeds heel gedreven zijn om de groene kaart te laten liggen. Er zijn nog geen kinderen die een eigen kaartensysteem hebben. Opvallend is dat de groepjes die een rode kaart boven hebben liggen. .In de volgende blokuren haalden niet alle groepjes de beloning. Er zijn ook momenten geweest waarop er rode kaarten boven kwamen te liggen. Het zou kunnen zijn dat het die leerlingen niet meer uitmaakt. 76 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. niet méér ongewenst gedrag laten zien. nu ze geen beloning meer kunnen verdienen.

Maar mijn zwakste punt is rekenen. De leerlingen mogen alleen karaktereigenschappen opschrijven. aardig. Maar ik ben ook wel sportief en muzikaal. gek. Ik geef de kinderen de opdracht een kaartje te maken over zichzelf en vertel hen dat ik die later in de kring ga voorlezen. Ik omschrijf het volgende: Deze leerkracht is vrolijk. soms streng en heeft altijd een luisterend oor.Bijlage 7: “Wie ben ik?” Ik vertel de kinderen dat ik een leerkracht van onze school ga omschrijven. Ra. sportief. MTj: Aardig Leuk Grappig Sportief Soms druk Niet snel boos Hou van muziek Vriendelijk MLm: Behulpzaam Aardig Soms wat snel boos Vaak mijn werk af Maak mij zorgen om iemand anders Hou van lol maken Ik vind het irritant als er iemand door de klas roept NJm: Gevoel voor mode Sportief Zorgzaam Gezellig Soms best wel lullig Vriendelijk 77 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. vergeetachtig. . De leerlingen mogen raden welke leerkracht het is. De leerlingen maakten de volgende kaartjes: MBm: Kan brutaal zijn Giechel veel Hou van grappen maken en klooien Val op jongens met bruin haar AAj: Sportief Flexibel Vergeetachtig Een beetje gek Aardig OHj: Sportief Aardig Soms chagrijnig Veel ideeën RBj: (doorgestreept: is als iemand tegen hem aardig is ook aardig) Schreeuwt soms door de klas Houdt van kattenkwaad Heeft soms ruzie Altijd een goed humeur YTj: Aardig Grappig Lief (soms) Vergeetachtig AAm: Druk Vrolijk Behulpzaam Vergeetachtig Aardig Gezellig Beetje gek Lief Nooit chagrijnig CVm: Lief Vrolijk Druk (buiten) Creatief Behulpzaam Aardig RMj: Sportief Kan boos zijn Soms een beetje fanatiek Behulpzaam Stil Gezellig Soms druk JGm: Vrolijk Behulpzaam Aardig Lief Sportief Rustig Gezellig Beetje bang soms CBj: Vrolijk Leergierig Humoristisch Spontaan Lui Sportief (als ik verlies) EBm: Sportief Aardig Grappig Lief Vriendelijk Gezellig Gek! OLj: Ik ben technisch en best wel ongeduldig. druk. bijna nooit chagrijnig. zodat de andere kinderen kunnen raden. flexibel. gezellig. ra wie is dit? De leerlingen weten meteen dat ik dit zelf ben. dus geen hobby‟s en uiterlijke kenmerken.

LMj: Aardig Erg stil Druk Oplettend Gek Behulpzaam Slim

EDj: Rustig Sportief Raar Teruggetrokken

RWj: Ik ben aardig, grappig, sportief, gezellig, ongeduldig, onrustig, slim, gek, toegankelijk, leuk. JCm: Soms verlegen Snel boos Vrolijk Sportief Stoer Niet snel bang

MHj: Slim Vrolijk Sportief

DWj: Gek Aardig Blij Maandagochtend gevoel Grappig Haat kappers

LRm: Behulpzaam Houdt van lachen en klooien Lief Gevoelig Sportief Valt op jongens met bruin haar

Als de kaartjes worden voorgelezen kunnen de leerlingen het snel van elkaar raden. Dit komt ook omdat ze goed kijken naar de reacties van de kinderen zodra er een kaartje wordt voorgelezen. De meeste leerlingen geven aan het eind van de les aan dat ze het lastig vonden om het kaartje te schrijven. Alleen OHj, CBj, YTj, RMj en LMj geven aan het niet lastig te vinden. Opvallend is dat de kaartjes veel overlappingen hebben. Ook werd door andere leerlingen tussendoor aangegeven dat ze eigenschappen misten op kaartjes die wel heel kenmerkend zijn voor de leerling. Een voorbeeld wordt gegeven over YTj. MBm geeft aan dat zij het woord „druk‟ mist op het kaartje. YTj geeft aan dat hij die inderdaad vergeten is, want hij vind het wel bij hem passen. Op de vraag; “hoe vind je het als je kaartje wordt voorgelezen?” komen de volgende antwoorden: AAm: “Niet zo erg, dacht al dat ze me kende.” AAj: “Raar, toen AAm haar kaartje werd voorgelezen dacht ik dat ik het zelf was, terwijl ik eigenlijk wist wat er op mijn kaartje stond.” MBm: “Genant, raar of eigenlijk alsof ik eigendunk had. Bang dat andere kinderen reageren met waarom zeg je dat? Hahaha.”. “Dit gebeurde gelukkig niet”. JCm: “Ik voelde er eigenlijk niets bij. Ik vond het neutraal.” LRm: “Raar, CVm haar beschrijving leek op die van mij.” MTj: “Grappig, maar ik werd wel helemaal rood!” RBj: “Ik voelde me onzeker.” De leerlingen vonden het een leuke activiteit om uit te voeren. Over het algemeen klopt het beeld dat ze van zichzelf hebben, met het beeld dat anderen van hen hebben. Er zijn kaartjes bij, waarop leerlingen zichzelf heel doeltreffend hebben omschreven zoals RBj, EDj, CBj JCm, RWj, NJm, MLm en OLj. Deze kinderen werden daardoor erg makkelijk geraden.

78

Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Bijlage 8: “Letters en cijfers maken”
Voor deze oefening deel ik de klas in drie groepen. Ik vraag de eerste groep naar voren en vertel hen dat zij gezamenlijk de letter A moeten vormen, maar dat ze er niet bij mogen praten. Voor de rest geef ik geen aanwijzingen of opdrachten AAj gaat meteen op de grond liggen. Andere kinderen wachten af en kijken wat er gebeurt. Ze communiceren met elkaar via handen en armen. Met hun armen beelden ze uit wat er moet gebeuren. Langzamerhand gaat iedereen op de grond liggen en wordt de letter A gevormd. In het nagesprek met de klas vraag ik aan de leerlingen wat er gebeurde. De leerlingen vertellen dat er eigenlijk twee groepjes ontstond, maar dat het uiteindelijk één groep werd. Dit gebeurde d.m.v. gebaren. Ook vraag ik aan de leerlingen of er een duidelijke leider was. Dit was niet echt het geval, alleen CBj en MJj namen een beetje de leiding. Ik vraag aan hen of het handig is om in dit geval een leider te hebben. De kinderen geven aan dat dit inderdaad handig is, omdat er dan één iemand aangeeft en de rest volgt. Met dit nagesprek in ogenschouw nemend, vraag ik de tweede groep naar voren te komen. Zij moeten eerst een leider aanwijzen. Iemand wijst OLj aan. Die wil liever niet, en RWj geeft aan de leider te willen zijn. Dit wordt geaccepteerd door de groep. Ze moeten de letter C maken. RWj legt de kinderen goed en buigt ze op de juiste manier. Hij doet met zijn eigen lichaam de bewegingen voor. Tot slot gaat hij ook zelf in de juiste vorm liggen. In het nagesprek komt heel duidelijk naar voren, dat de leerlingen het heel prettig vinden werken met een leider. RWj was wel wat ruw, maar ook heel duidelijk. Dat MTj ook initiatieven nam, werd als prettig ervaren. De derde groep moet het cijfer 8 vormen. De leerlingen wijzen MBm als leider aan. MBM wil dit wel, maar ziet ook dat OHj zijn vinger opsteekt. Daarop geeft MBm haar leidersschap over aan OHj. Hij loopt naar het bord en tekent hierop hoe hij de leerlingen wil hebben liggen. Hij tekent een digitale 8. De leerlingen zien dit en gaan meteen volgens het plaatje liggen. Ook OHj neemt op het laatst zijn plaats in. In het nagesprek wordt besproken dat het erg handig is dat OHj op het bord tekent. Hierdoor is in één oogopslag duidelijk wat de bedoeling is. De leerlingen “luisteren” goed naar de leider, waardoor het cijfer snel gevormd werd. Als laatste gaan de leerlingen een wedstrijdje tegen elkaar doen. De leerlingen gaan in dezelfde groepen uiteen en moeten gezamenlijk het woord KIP vormen. Allereerst moeten ze een leider kiezen. Het kiezen gaat heel sociaal. Zinnen als: “oh, als jij het wilt zijn, mag dat ook hoor” waren regelmatig te horen. De leerlingen moeten in deze eindopdracht de tips uit de nagesprekken meenemen in de uitvoering. Dit is duidelijk te merken, want er wordt duidelijk leiding gegeven en de leerlingen zijn heel snel klaar met de opdracht.

79

Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Bijlage 9: “Complimenten van een groep”
Groep 1: Bestaande uit AAj, AAm, RBj, TMj, JGm, EDj. AAm wil graag de leiding en praat dwars door iedereen heen. Ze luistert niet naar anderen en wil graag haar idee uitvoeren. Anderen hebben ook ideeën, maar daar wordt niet naar geluisterd. Het gevolg is dat AAm heel veel aan het woord is, maar dat de anderen haar niet als leider accepteren en dus niet luisteren. AAm probeert het wel democratisch op te lossen, maar dit lijkt niet te lukken. Na 15 min. is er nog niets gebeurd. Er komen kinderen uit het groepje klagen dat er niets gebeurt. Uiteindelijk besluit ik om te gaan helpen. Ik vraag aan AAm om goed te luisteren naar de andere leerlingen. Uiteindelijk komt RBj met een goed idee, waar iedereen het mee eens is. Na nog wat strubbelingen gaat het groepje aan de slag en tot het einde verliep het verder goed en uiteindelijk was iedereen tevreden. Groep 2: Bestaande uit MHj, EBm, CBj, NJm, YTj, MTj. Dit groepje begint met het kiezen van een leider. CBj wordt als leider aangewezen. Ze hebben bedacht welke taken er allemaal uitgevoerd moest worden en hebben van te voren de taken verdeeld. Iedereen bedacht mee met de complimenten en ondertussen waren ze hun eigen taak, zoals versieren, schrijven, plan voor het grote blad ontwerpen e.d. bezig. Van te voren wilde er graag twee verschillende leerlingen schrijven, NJm en EBm, maar dit werd goed opgelost doordat er voor één van de twee een andere taak werd bedacht. De leerlingen ervaren de samenwerking als positief en hebben prettig aan de taak gewerkt. Groep 3: Bestaande uit OHj, RWj, DWj, OLj, LRm, JBj, OLj, MLm. In dit groepje wil graag bijna iedereen de leider zijn. Ze zijn heel lang aan het discussiëren over dit punt. Ze komen er niet uit en gaan over op het spelletje “ienemiemut”. Hieruit wordt uiteindelijk JBj als leider aangewezen. Aangezien anderen ook de leider willen zijn, accepteren zij niet JBj als leider. Iedereen gaat zijn eigen gang en “doet maar wat”. YTj wordt aangesproken op het feit dat hij niet meedoet. YTj wil hierop wat zeggen, maar dit wordt niet meer gehoord. Hierdoor wordt YTj alleen maar meer gedemotiveerd, waardoor hij helemaal niets meer uitvoert. Uiteindelijk zijn de complimenten wel samen verzonnen, doordat men die hardop vertelde. Groep 4: Bestaande uit MBm, RMj, JCm, CVm, MJj, LMj. Dit groepje maakt van te voren geen afspraken, maar de samenwerking en rolverdeling verloopt wel heel natuurlijk. MBm neemt een leiderschapsrol op zich en voor de rest werkt iedereen goed mee. Iedereen schreef één compliment voor een leerling op en er waren een aantal kinderen die dit in het net gingen opschrijven en de anderen versierden het blad. De leerlingen beleven de samenwerking als prettig en doelgericht. Het ging heel gemakkelijk en er werd niet gediscussieerd.

80

Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

81 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. .Hieronder is een foto van de complimentenbladen opgenomen.

de vrolijke. Hij kijkt naar buiten. Dikke tranen rollen over zijn wangen.Bijlage 10: “Je mag niet meedoen” Ik begin de les met het voorlezen van het verhaal Klaas. Kom op jongens. Maar dan denkt hij aan zijn oude vrienden. Klaas. Het lijkt wel of hij zich nog nooit zo rot heeft gevoeld. Hij is echt heel onaardig. Dan probeert hij het nog eens: 'Mag ik met jullie meespelen?' Chris kijkt Klaas onderzoekend aan. Chris. Ze zijn van zijn leeftijd. verstoppertje. Chris kijkt Klaas met een vies gezicht aan. Er komen uit het verhaal drie rollen naar voren. Hieronder staat het verhaal uitgeschreven. Hij vindt het spannend. dat was altijd leuk! Hij loopt snel naar beneden en roept naar zijn moeder: 'Mam. rot op. ]ij hoort niet bij ons. Zij nemen het gedrag van anderen over. Ook bespreken we nog een vierde rol. De andere kinderen wachten af wat Chris zal zeggen. 2007 p. Hij moet weer denken aan zijn vrienden uit zijn oude straat. Zijn diso's staan op de bovenste plank van zijn nieuwe kast. buitenspelen. moet hij huilen. Misschien mag hij niet meedoen of pesten ze hem. Chris en de andere kinderen in het verhaal? Wat valt je op in het verhaal? De kinderen vinden vooral de houding van Chris niet goed. Wie zijn jullie?' Vier van de kinderen kijken nieuwsgierig naar Klaas en daarna naar Chris. positief ingestelde jongen die aan anderen denkt. Achter het schuurtje. de jongen in het midden. Klaas mist zijn vrienden. 'Hoi. Dat was leuk. cowboytje. Daar zou hij graag aan mee willen doen. 'Het gaat je geen reet aan hoe wij heten. Ik ga hier morgen ook naar school. (Engelen. ik ben Klaas! Ik ben hier net komen wonen. Ik bespreek de rol van iemand die vaak wordt buitengesloten. Klaas krijgt een heel vervelend gevoel in zijn buik.' Klaas weet even niet wat hij moet zeggen. Wat voor types zijn Klaas. Langzaam loopt hij naar zijn nieuwe achtertuin. Hoepel op. en natuurlijk zaten ze vaak achter de computer! Dan had je contact met elkaar en kon je moppen doorsturen. Met die vriendjes speelde hij altijd buiten: voetballen. Ik doe dit omdat bijvoorbeeld JCm vaak wordt buitengesloten. wegwezen!' Chris en de andere kinderen lopen hard weg. Zonder dat hij het wil. hij heeft snel zijn jas aangedaan en rent naar buiten. ik ga buiten spelen! Hoe laat moet ik thuis zijn?' Zijn moeder antwoordt: 'Om half zes. In het nagesprek benoemen we de verschillende rollen in dit verhaal. Op de plank daaronder staat een foto van zijn oude klas. je kent hier toch niemand?' Maar Klaas hoort het al niet meer. Al zijn vriendjes staan erop. Buiten ziet Klaas de vijf kinderen staan die hij vanuit zijn nieuwe kamer had gezien. Maar hoezo. Hij heeft alle dozen uitgepakt en zijn nieuwe kamer helemaal ingericht. waar niemand hem kan zien. Ik vraag aan de kinderen wie er 82 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Ze spelen verstoppertje of zoiets. gaat hij zitten. Ze zullen vast op zijn nieuwe school zitten. Klaas besluit dat hij naar buiten gaat en zal vragen of hij mee mag doen. Dan zegt Chris: 'Nee. Ze hebben veel lol. Zal hij buitenspelen? Hij ziet een paar kinderen lopen. . Hij is met zijn ouders verhuisd naar een nieuwe stad. 83) Klaas Klaas vindt het spannend. Ze hadden ook altijd veel lol samen. en de derde rol is de meeloper. de onaardige leider. en ik wil aan de anderen laten zien wat dit voor effect heeft op een kind. 0 ja.

Ze leven zich goed ik en kunnen de rollen goed neerzetten. Meeloper: EDj Tussen meeloper en Klaas in: LRm. Sommige leerlingen voelden dit als heel bedreigend. Ik vraag door over hun gevoel daarbij. negatief uit het sociogram komen en bij dit spel aangeven inderdaad “Chris gedrag” te vertonen. Aan het eind geven de leerlingen aan dat ze het vooral heel leuk vonden om Chris te spelen. het vaak op vechten uitliep. Veel kinderen steken hun hand op. werd het veel vrolijker en leuker om samen te spelen. Ze moeten de volgende vragen beantwoorden: . CBj. Ze geven aan dat diegene gedrag vertoont dat eigenlijk niet mag en niet goed is. Soms Chris en soms Klaas: OHj. Hierna vraag ik de kinderen ook om als een Chris. Dit sluit aan bij de punten die ikzelf waarneem.wel eens buitengesloten is geweest. “Het voelt goed om voor iemand op te komen!”. In het eindgesprek heb ik de rollen uit het spel naar de werkelijkheid gehaald en gevraagd in welke speler zij zich het beste herkennen. Ik vraag hen om te gaan staan en de houding aan te nemen van iemand die vaak wordt buitengesloten. JCm. Na dit gesprek deel ik de kinderen op in subgroepjes. CVm. Ze krijgen de opdracht om met drie leerlingen buiten te spelen en één leerling moet vragen of hij mee mag doen. maar sommige vinden het geen prettige houding. En bespreek wat de gevolgen kunnen zijn als je vaker wordt buitengesloten. NJm geeft aan dat ze het prettig vond om Klaas te spelen. In deze groepen gaan de leerlingen rollenspellen spelen. Hoe gaat zo iemand zich dan gedragen? De kinderen denken dat diegene heel onzeker wordt. Je merkte ook dat Klaas het opnam voor degene die mee wilde spelen. EBm. . Ze moeten van te voren eerst zelf bedenken welke van de rollen (Chris. Zodra er meerdere “Klaassen” in het spel aanwezig waren. AAm. Klaas. MJj. en niet meer zo snel op iemand af zal stappen. Chris: YTj. Hij zal waarschijnlijk ook een onzekere houding aannemen en erg terughoudend reageren.Wie speelde welke rol? .Wat voor invloed hadden die rollen op de situatie? De kinderen vinden het erg leuk om de rollenspellen te spelen. JBj. MTj gaf zelfs aan het heel moeilijk te vinden om met een Chris om te gaan. Er waren ook uitzonderingen. zodra er meer dan één Chris aanwezig was in het spel. 83 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. De andere leerlingen bekijken het rollenspel en analyseren aan het einde de situatie. Een opmerking van een leerling is: “ik word er een beetje somber van!”. We gaan bekijken wat dat voor gevolgen heeft op de situatie. dus wel heel leuk is om een keer te spelen. Ook viel het de leerlingen op dat. De leerlingen kunnen dit goed. als Chris eerst nee had gezegd. RBj. Klaas en meeloper te gaan staan. We bespreken de verschillende houdingen van de leerlingen. In het spel vond hij het moeilijk om zelf een Chris te spelen. meeloper of buitengesloten) ze spelen. De meeste leerlingen gaven aan dat zij zich het beste herkennen in Klaas. Opvallend is dat zowel RBj en YTj.

Afwachten: Stelt zich bescheiden op. Ook geef ik voorbeelden aan. Na de uitleg over de roos. Hoe ga je de mensen uitnodigen? . Voor het plaatsen van de kaartjes gebruiken ze termen uit de omschrijving van het segment. .Vanuit strijden: “Je moet op mijn feestje komen. probeert af te schrikken met een aanvallende houding. Op deze kaartjes staat een uitspraak van een leerling over een potje voetbal. vertrouwt op andere kinderen. andere kinderen kunnen overtuigen in hun belang. kan zich onafhankelijk opstellen. kan aangeven wat hij van een ander verlangt. Dit kunnen de leerlingen goed aangeven. Ik rol de grote roos uit op de grond en ga per segment langs wat deze inhoudt.Vanuit leiding en advies geven: “Wil je op mijn feestje komen”. kan zich kwetsbaar opstellen. Strijden: Is duidelijk over wat hem niet zint. kan initiatieven afwachten. . kan kritiek leveren gericht op de persoon. zodat de leerling daadwerkelijk met de uitspraak in het segment kan gaan staan. Zich terugtrekken: Is terughoudend. benadrukt positieve kanten van andere kinderen. meedenken en zoeken naar oplossingen. 84 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. kan teleurstelling laten merken. moedigt aan. anders ben je niet meer mijn vriend. zit bijvoorbeeld ook iets van zorgen. positieve houding. dit is één van de beste segmenten om het te regelen. maakt zich kwaad naar andere kinderen. goedbedoelde raad. "vraagt" om hulp en steun.” . Dit is de neutrale plek. Volgen: geeft anderen de ruimte. Achter de lesbeschrijving zijn de kaartjes en de A4 bladen opgenomen. . Leiden en advies geven: Organiseren en regelen voor andere kinderen.Bijlage 11: “Introductie Roos van Leary” In deze les introduceer ik de roos. Zorgen: Zorgzaam. maar niemand weet er nog vanaf. Op het bord staan de beschrijvingen uitgeschreven. trekt zich uit contacten terug. kan inbreng van anderen in twijfel brengen zonder zelf het heft in handen te nemen. doet wat de leiders of de meerderheid wil.” Ook de lichaamshouding is aanvallend. vertrouwt op zichzelf. kan naar kritiek luisteren. ik blijf afwachten en neem geen initiatief. kan zich afhankelijk opstellen. geeft soms steken onder water. Na deze oefening houden we korte rollenspellen. In het kaartje leiding geven. leeft zich in in andere kinderen. Er zaten soms overlappingen in de uitspraken. deel ik aan de leerlingen kaartjes uit. Hiervoor heb ik de kaartjes op A4 formaat afgedrukt. kijkt eerst de kat uit de boom.Vanuit afwachten: “Dit kan niet. is op zijn hoede.Je geeft een feestje voor je verjaardag. kan ontevredenheid uiten maar wel op bedekte wijze. Sommige kaartjes vonden de leerlingen moeilijk te plaatsen. Hieronder is deze beschrijving opgenomen. Protesteren: Vertrouwt niet zomaar. De leerlingen moeten de kaartjes bij het juiste segment plaatsen. Ik vraag een leerling om midden in de cirkel te gaan staan. het belang van de groep voor ogen. grenst af door te zwijgen. stelt eisen en grenzen aan kinderen. Winnen: Wijst op gemaakte fouten. durft competitie aan te gaan. houdt zich aan de regels. Bijvoorbeeld bij het kaartje voor volgen zegt AAj: “Hij geeft andere kinderen de ruimte om ook keeper te zijn”. kan van zich afbijten en zich verdedigen.

Na de rollenspelen spreken we de situaties en de reacties door met elkaar. dit is niet echt een passende reactie. Protesteren: MTj. De eerste leerling nodigt de ander uit vanuit segment leiding en advies geven. CVm. en iemand staat je uit te schelden. OHj. AAm. Winnen: TMj. MJj. komt er reactie vanuit de klas. leuk”. MHj. Opvallend is wel dat ze ook niet bij de andere segmenten gaat staan. zodra hij in dit segment gaat staan. ook een passende reactie. alleen wordt door de tweede leerling een reactie gegeven vanuit verschillende segmenten. Zorgen: NJm. EDj. . Ik begrijp de reactie van de andere kinderen. EBm. YTj. Afwachten: LRm.reactie vanuit volgen: “Ja. 85 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. je pen is afgepakt. In dit gesprek haal ik de roos meer naar de realiteit. is een passen reactie. JGm. Terugtrekken: AAj. De meeste leerlingen vinden terugtrekken helemaal niet bij AAj passen. RWj. . heb ik helemaal geen zin in!”.reactie vanuit zorgen: “Ja leuk.reactie vanuit strijden: “Nou eigenlijk niet. De groep zegt dat MLm er ook moet gaan staan. zij voelt zelf niet echt de noodzaak om erbij te gaan staan. zal ik dan wat ballonnen meenemen?”. Hijzelf heeft dit idee niet. . Volgen: LMj. Strijden: MBm.We houden deze oefening aan. .” Hieruit kwam de volgende indeling: Leiding en advies geven: CBj. Ik sluit af met de vraag: “Vanuit welk taartpunt reageer je in het dagelijks leven het meeste? Je mag in dat taartpunt gaan staan als je dat wilt. maar nu gaan tegelijkertijd twee leerlingen in de cirkel staan. AAj heeft namelijk juist heel veel moeite met terugtrekken en gaat vaak de confrontatie aan. Ik sluit de les af met de vraag of ze in de dagelijkse omgang met elkaar ook rekening willen houden met de roos. Ik benadruk hierbij dat je goed moet bedenken vanuit welke segmenten je gaat reageren. RBj. en misschien eens een keer vanuit een ander segment willen reageren dan ze gewend zijn. In een volgend rollenspel spelen we situaties uit zoals. JCm.

Hieronder is een foto van de grote Roos van Leary opgenomen. 86 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. .

En Piet kan wel op keep. Wat moet ik doen? Ja. Leuk hoor voetballen. Hij fluit vet vaak!!Nee hoor dat wil ik niet. . ik vind tikkertje leuker. Nou okee voetbal. Nou kom maar op!!Ik ga Hé jongens. maar Frits is echt niet de scheids.Ach ja voetbal…. dan ga ik wel op keep. die houdt alle ballen tegen! Voetballen. …. Okee. Maar als iemand anders wil. dan kan Frits de scheidsrechter zijn. dat is leuk. mag dat ook hoor. zullen we een echt winnen!!!Ik hou alle partijtje voetballen? ballen tegen!!!Kom op Als we nou 4 partijen team!!Ik verwacht wel dat maken? Dan kan iedereen jullie er 100% voor gaan meedoen! hoor!!! 87 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Hij is altijd zo goed met fluiten. Vind ik best.ik kijk eerst wel even hoe het gaat. goed idee..Hè voetbal.

zullen we een partijtje voetballen? Als we nou 4 partijen maken? Dan kan iedereen meedoen! 88 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.Hé jongens. .

Ja. En Piet kan wel op keep. . goed idee. Hij is altijd zo goed met fluiten. die houdt alle ballen tegen! 89 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. dan kan Frits de scheidsrechter zijn.

dat is leuk. Okee. 90 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. dan ga ik wel op keep. Maar als iemand anders wil. mag dat ook hoor.Voetballen. . Vind ik best.

.Leuk hoor voetballen. Wat moet ik doen? 91 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

. 92 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.ik kijk eerst wel even hoe het gaat.Ach ja voetbal….…. .

93 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. ik vind tikkertje leuker. .Hè voetbal.

. 94 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. maar Frits is echt niet de scheids.Nou okee voetbal. Hij fluit vet vaak!!Nee hoor dat wil ik niet.

Nou kom maar op!!Ik ga echt winnen!!!Ik hou alle ballen tegen!!!Kom op team!!Ik verwacht wel dat jullie er 100% voor gaan hoor!!! 95 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. .

2. 5. De voorgelegde situaties zijn gebaseerd op dagelijkse situaties: 1. Speler A staat aan de kant. . Speler A. B en c zijn samen tikkertje aan het spelen. verdeel ik over de zes groepen de verschillende situaties. 96 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. waarbij ze gebruik maken van geschikte segmenten. Opvallend is dat de leerlingen heel goed de juiste segmenten bij de situaties kunnen plaatsen. Iedereen leeft zich goed in. De leerlingen moeten raden vanuit welke segmenten er gespeeld wordt. en ziet speler A. en of deze combinaties handig zijn. Speler B vindt ze verschrikkelijk lelijk. en C blijven samen over. Aan het einde van een toneelstuk spreken ze de situatie goed door. Ze gebruiken deze informatie bij het volgende rollenspel. speler C ziet dit. Voor de eindopdracht van de les. Speler A en B zijn samen aan het winkelen. in zijn rol. eerst voor zichzelf vanuit welk segment ze gaan reageren. Ze kiezen geschikte combinaties uit. 3. De andere leerlingen kijken naar het toneelspel en reflecteren aan het einde op de situatie. Een situatie wordt meerdere keren door verschillende leerlingen en vanuit verschillende segmenten gespeeld.Bijlage 12: “Situaties uitspelen” De leerlingen worden opgedeeld in groepjes van zes leerlingen. Ze spelen deze uit stukjes uit voor de hele groep. Speler A. Speler A speelt vals. Ze bedenken voordat ze gaan spelen. speler B is aan het dansen. Twee leerlingen (A en B) hebben ruzie. Ze moeten een toneelstukje voorbereiden. Speler A snapt de som niet. De leerlingen zijn erg enthousiast over de voorgelegde situaties. 6. Daarna spelen ze de situatie uit. Hierdoor ontstaan er echt lijkende situaties. In elke situatie wordt het aantal spelers aangegeven. Er valt een beker melk om. 4. Speler A past een paar schoenen. Er is een feestje. Speler A en B werken samen aan een rekenopdracht. B.

AAm leefde zich goed in in haar rol. 97 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. maar tekenen niet zelf. . Hij wacht af en kijkt gewoon om zich heen. Er wordt wel heel veel gediscussieerd tussen MLm. Ze zorgen ervoor dat iedereen meedoet. Hij vraagt wat RBj wil gaan tekenen en spoort hem aan dit te doen. AAm is heel duidelijk aanwezig en probeert dingen te regelen. Aangezien het doel van de oefening het uitvoeren van het segment is. maar wil wel dat het allemaal op haar manier gebeurd. EBm zit een tijdje niets te doen. Dit past niet helemaal bij haar segment. Dit sterkt YTj in zijn rol. Ze blijven goed bij het segment. ze geeft aan dat ze zich verveelt en gaat uit zichzelf tekenen. grijp ik in. maar wacht nu goed af. Hij blijft zitten en doet niets. RMj ziet dit en gaat naar hem toe. Hij zegt tegen mij dat ze niet luisteren. Ik neem zijn plek in en doe het een keer voor. Alleen JBj heeft wat moeite met leiding nemen. Doordat hij meer de leiding neemt. OHj is alleen één op één met groepsgenoten bezig. Later neemt ze ook het initiatief om plakband te pakken als er een stukje tekening scheurt. en hij neemt veel meer de leiding. RWj is nog best een lieve strijder. Groep 2 JBj: Leiding en advies geven. gaan steeds meer leerlingen naar hem luisteren en komen er ook leerlingen naar hem toe voor hulp. en is er een mooie tekening uit gekomen. Hierdoor komt er schot in de zaak en YTj neemt iets meer de leiding op zich. MBm keurt alle ideeën af en zegt overal “nee” op. AAm en MBm. RBj zit stil op zijn plek en betrekt zichzelf er niet bij. Pas later in de oefening gaat hij wat meer strijden.Bijlage 13: “Groepstekening maken” Groep 1 YTj: Leiding en advies geven. maar wel bij haar als persoon. Hij helpt hem met zijn tekening. Maar zegt niets in de groep zelf. MJj: Protesteren JGm: Winnen RWj: Strijden EDj:Volgen EBm en RBj: Afwachten RMj: Zorgen DWj: Terugtrekken Iedereen in dit groepje leeft zich heel erg goed in in zijn rol. Ze was duidelijk aanwezig en heeft ervoor gezorgd dat haar idee werd uitgekozen. ik wijs hem op de plek waar hij zit. Aan het eind werken de groepsleden goed samen. YTj wacht nog steeds af en doet niets. Hij gaat dichterbij en neemt veel meer de leiding. Hij laat dit gedrag alleen zien op momenten dat er strijd nodig is. JBj en RMj zijn zo met hun rol bezig dat ze zelf helemaal niet tekenen. TMj is normaal heel aanwezig met groepsactiviteiten. Er gebeurt een hele tijd niets in dit groepje. Hij doet dit ook bij DWj. Ook OHj neemt een grotere rol in en zorgt ervoor dat TMj en LMj ook meedoen. MLm: Protesteren AAm: Winnen MBm: Strijden MHj:Volgen TMj: Afwachten OHj: Zorgen LMj: Terugtrekken YTj weet niet wat hij met zijn segment aan moet. Ik neem YTj apart en leg hem nog een keer uit wat er van hem verwacht wordt. Hij zit ver van het groepje en zegt niet veel.

Het groepje werkt heel rustig. MJj gaat op een gegeven moment op een stoel zitten in een boze. DWj leeft zich heel goed in in zijn rol. Hij is normaal heel erg aanwezig en maakt aan één stuk door grapjes. De andere leerlingen worden door CVm ook in de gaten gehouden. en iedereen heeft hier zijn aandeel in gehad. Ze geeft ook haar krijtjes niet af aan de ander. JGm laat met duidelijke blikken zien. In deze oefening heb ik aan de kinderen laten zien. Deze rollen werden door extroverte leerlingen gespeeld. winners en protesteerders uit groep 1 en vooral uit groep 3. 98 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Hij geeft zelf aan niet zo goed raad te weten met het segment zorgen. Deze oefening was een leerzame ervaring voor zowel de leerlingen als voor mijzelf. dat ze bepaald gedrag van een ander niet wil hebben. wat dit deed met de leerlingen. NJm: Protesteren OLj: Winnen JCm: Strijden LRm:Volgen CBj: Afwachten AAj: Zorgen MTj: Terugtrekken De leerlingen uit dit groepje leven zich allemaal heel sterk in in hun rol. gesloten houding. waren heel luidruchtig aanwezig. Deze rollen werden ingevuld door meer introverte leerlingen. DWj heel erg rustig en JGm heel erg goed voor zichzelf opkomend. maar gaan niet schreeuwen. CVm probeert deze ruzies te sussen en dit lukt haar ook. Sommige leerlingen vonden het heel erg moeilijk om vanuit hun segment te moeten spelen. Zij ruziën heel wat af en schreeuwen daar heel hard bij. De andere leerlingen geven echt alles. Ook OLj spoort ze aan om te werken. Vooral NJm. en JCm zijn erg aanwezig. omdat zij een totaal andere kant van zichzelf lieten zien. Algemene observatie De leerlingen vonden het erg leuk om deze oefening uit te voeren. Alleen AAj heeft moeite met het uitvoeren van zijn rol. De strijders. Het is heel mooi en leuk om te zien dat iedere leerling zijn segment weer anders invult. OLj. Groep 3 CVm: Leiding en advies geven. Als hij naar de wc moet. Ik vond het erg leuk om te zien. en protesteert in stilte. voornamelijk als deze tegenstrijdig was met hun voorkeurssegment. alleen doet hij dit een stuk minder aardig. Tijdens deze opdracht is hij heel erg stil en trekt hij zich goed terug. Dit groepje is goed met de opdracht bezig en laat de tekening ondergeschikt zijn aan het uitspelen van de segmenten. . en pakt bijvoorbeeld snel het doosje krijtjes voor een ander weg. dat je karakter heel erg meespeelt in de uitvoering van een segment. De leerlingen hebben de tekening afgekregen. Toch volgt er altijd wel weer een nieuwe ruzie op. In groep 2 waren deze leerlingen veel rustiger. Zij spoort ze aan om te tekenen en vraagt wat ze nodig hebben.MJj en JGm protester en winnen in stilte. Ze gebruiken hier heel goed hun lichaamstaal voor. De meeste leerlingen speelden heel goed hun segment uit. Hij laat hiermee duidelijk zien dat hij het er niet mee eens is. Ze houden zich aan hun rol. blijft hij zelfs op de gang in zijn rol. Ik heb bijvoorbeeld van JGm en DWj erg genoten.

Zich terugtrekken: Is terughoudend. Winnen: Wijst op gemaakte fouten. kan aangeven wat hij van een ander verlangt.Kaartjes segmenten Leiden en advies geven: Organiseren en regelen voor andere kinderen. meedenken en zoeken naar oplossingen. Protesteren: Vertrouwt niet zomaar. 99 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. grenst af door te zwijgen. positieve houding. trekt zich uit contacten terug. kan ontevredenheid uiten maar wel op bedekte wijze. kan inbreng van anderen in twijfel brengen zonder zelf het heft in handen te nemen. leeft zich in in andere kinderen in. maakt zich kwaad naar andere kinderen. benadrukt positieve kanten van andere kinderen. durft competitie aan te gaan. Zorgen: Zorgzaam. kan van zich afbijten en zich verdedigen. op. andere kinderen kunnen overtuigen in hun belang. moedigt aan. probeert af te schrikken met een aanvallende houding. geeft soms steken onder water. vertrouwt op andere kinderen. Afwachten: Stelt zich bescheiden Volgen: geeft anderen de ruimte. goedbedoelde raad. kan kritiek leveren gericht op de persoon. doet "vraagt" om hulp en steun. vertrouwt op zichzelf. Strijden: Is duidelijk over wat hem niet zint. . kijkt eerst de kat uit de boom. is op zijn hoede. kan zich onafhankelijk opstellen. kan zich kwetsbaar opstellen. kan initiatieven afwachten. stelt eisen en grenzen aan kinderen. kan wat de leiders of de meerderheid zich afhankelijk opstellen. willen. kan teleurstelling laten merken. kan naar kritiek luisteren. het belang van de groep voor ogen. houdt zich aan de regels.

en gaan zelf verder met hun opdracht. Hij vraagt de rest van zijn groepsgenoten om hulp. OHj probeert wat meer structuur hierin te krijgen en deelt het blad in vieren. hij gaat op zoek naar nieuwe tijdschriften en luistert niet meer naar OHj. RBj. RBj reageert afwijzend: “Hè nee!”. zegt RBj. Hij valt net zoals YTj (van groep 1) ook in zijn oude valkuil. Groep 1: YTj. Op dat moment legt OHj zijn systeem uit aan RBj. JBj protesteert hier tegen. OHj gaat verder met zijn werk. JBj. EBm. Er wordt heel positief gesproken naar elkaar. “Okee. EBm plakt alle gescheurde papiertjes op en de rest geeft aan. CVm.Bijlage 14: “Kleurencollage” De leerlingen krijgen de opdracht een kleurencollage te maken. Hij stelt het woord “geluk” voor. YTj laat eerst ter goedkeuring zijn plaatje zien aan EBm en scheurt hem dan pas uit. maar later gaat hij toch weer “klieren”. Ze moeten voor één kleur kiezen en scheuren deze kleur uit tijdschriften. Hij vindt het gezelliger als ze gewoon alles samen doen. zoekt grappige plaatjes uit in tijdschriften en houdt zich niet meer bezig met zijn taak. Dit werkt en RBj toont meer betrokkenheid bij het werk. Zij overlegt wel met de andere leerlingen over het totaalbeeld. De leerlingen uit deze groep passen goed het geleerde in de praktijk. maar komt niet verder dan “vrolijk” en “liefde”. RBj schrijft dit op en OHj geeft hem advies over de manier en de plek van opschrijven. De andere groepsgenoten laten hem. JBj en AAm komen hierover bij mij klagen en ik geef hen het advies om RBj vanuit een ander segment aan te spreken op zijn gedrag. Alle leerlingen uit deze groep scheuren de kleuren uit en plakken deze ook op het grote vel. Hij zegt tegen zijn groepsgenoten dat ze maar één vlak per persoon moeten vullen. en dit heeft als gevolg dat hij weer een tijdje meedoet. gaat grappige plaatjes opzoeken en is aan het “klieren” met andere leerlingen. zegt OHj. . Aangezien het onmogelijk is om alle leerlingen tegelijkertijd te observeren. OHj. die ze associëren met die kleur. “Blij”. Deze momenten heb ik hieronder per groep beschreven. en iedereen werkt verder rustig aan de opdracht. Toch kan hij zijn “streken” tijdens het werken niet helemaal laten. alleen loopt JBj tijdens de discussie weg. RBj gaat woorden in het roze tussen de gescheurde stukjes opschrijven (dit hoort bij de opdracht). Hij loopt weg van zijn werk. Ook moeten ze woorden erbij schrijven. Een andere kleur mag er niet op te zien zijn. MTj. dan doen we niet met kanten”. Toch gaat het halverwege dit groepje ook niet goed met RBj. Hij gaat rondlopen door de klas. De andere drie leerlingen zitten heel rustig in de tijdschriften naar de kleur groen te zoeken en scheuren deze uit. ze geven elkaar aanwijzingen en complimenten. OHj gaat hierop met JBj in discussie. Groep 2: AAm. RBj is ergens anders een stukje aan het uitscheuren en komt terug om zijn stukje aan OHj te geven. “Ja”. Je kan zien dat ze reageren vanuit verschillende segmenten. maar denkt ook zelf verder na. antwoordt AAm. OHj zegt dat hij dat hetzelfde vind als vrolijk. Ze werken vanuit de juiste segmenten samen en EBm heeft een soort natuurlijk leiderschap op zich genomen. Hij wordt hier wel op aangesproken door de rest van zijn groepsgenoten. Opvallend is dat YTj na een kwartier werken toch weer in zijn oude gedrag vervalt. 100 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. ben ik een tijdje bij een groepje gaan zitten. In het begin ging het heel goed in het groepje.

MJj heeft gekozen voor het segment zorgen door aan te geven dat het stukje ook wel weg mag. zegt RMj. dat is heel leuk!”. JCm zegt dat dit teveel tijd kost en vindt het geen goed plan. hoor dat doe ik”. maar dat dat niet helpt. Groep 5: MHj. Ook MJj reageert: “Ja. niet helemaal los kan laten. OLj vraagt ook aan JCm waar hij een stukje moet plakken en geeft dit aan JCm. zegt CBj. RMj. MJj: “Ja donker geel. JGm. “Ik schrijf ze wel mooi op”. CBj wil graag letters uitknippen i. maar CBj antwoord: “nee hoor. RWj ziet dit en zegt: “oh ja. en gaat dit meteen doen. wil je wel even wat gaan doen!”. Ze spreekt de andere groepsleden al snel aan op hun gedrag en OLj JGm volgen haar adviezen op. . RMj komt naar het groepje toegelopen en zegt tegen MJj: “Hé. geen oranje”. ik plak ook. Mede door dit soort communicatie verliep de samenwerking zonder conflicten en werd ongenoegen goed uitgesproken. Op dat moment komt RMj aan met een stukje dat overduidelijk oranje is. RWj zegt tegen hem: “Hé. RWj. JCm zegt hierop: “Ik weet niet hoor. Waarop LMj antwoordt: “Nou als jij er zo over 101 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Je kunt zien dat ze bewust bezig zijn met de segmenten. De samenwerking en interactie wordt als heel prettig ervaren blijkt uit het nagesprek. maar blijven wel positief. kijk dat kuikentje past goed bij het woord blij!”. RMj knipt een kuikentje uit. JCm reageert niet op dit antwoord en iedereen werkt weer rustig verder. MJj. dat groen moet er wel tussenuit hoor. Op een gegeven moment ziet RWj een stukje dat volgens hem de kleur oranje heeft. dan is dat stukje donkergeel”. dat is pas oranje. “Okee”. dan lachen we even en gaan weer aan het werk”. Alleen CBj spreekt haar tegen en komt voor zichzelf op. Ze zegt ook dat ze hem al meerdere malen daarop heeft aangesproken. maar als ik een leuk plaatje zie dan laat ik dat even zien aan OLj. JCm vraagt of ze serieus willen doen en ze doen dit meteen. Deze groep is rustig aan het werk. Hij zegt ja.v. OLj: “Oh okee”. Ze zijn de woorden aan het opschrijven. Groep 4: MLm. LMj. Zoals in dit geval bij het stukje donkergeel. MLm is de woorden aan het opschrijven.Groep 3: OLj. Dit groepje is heel doelbewust aan het werk. Vervolgens geven MJj en RMj plaatjes aan en MLm en RWj plakken deze op. wij hebben geel!. LRm. JGm plakt een stukje op en vraagt aan JCm of dit goed is. maar we kunnen het er nog wel uit halen hoor!”. maar JGm en ik zijn volgens mij de enige die plakken!”. JCm. CBj. MJj vraagt aan RWj of hij even een tijdje wil gaan lijmen. Daarop loopt MBm naar LMj toe en zegt: “Je bent helemaal niets aan het uitvoeren. Ze communiceren veel met elkaar.p. Opvallend in dit groepje is dat JCm een leiderspositie inneemt. Ook geven ze aan heel duidelijk vanuit bepaalde segmenten te hebben gereageerd. MBm. MJj antwoord: “Ja. zegt JCm. RWj vindt de soorten geel allemaal door elkaar erg leuk staan. MLm: “nee dat is donker geel. JCm aanvaart dit en hierdoor werken de leerlingen heel prettig samen verder. als RWj dit liever heeft. maar het strijden wat ze normaal veel doet. maar nog niet helemaal hun voorkeurssegment kunnen loslaten. opschrijven. MLm reageert hier bevestigend op. Als ik me bij dit groepje voeg. ja”. Hij zegt: “Is het de bedoeling dat er oranje tussen zit?”. vertelt LRm net aan haar groepsgenoten dat ze vind dat LMj niets doet. Er wordt rustig gewerkt en OLj en CBj zitten samen te lachten. “Ja.

Hij leest een artikel. ze zegt: “DWj. TMj geeft de suggestie om een ander segment te proberen. Ik weet dat EDj kleurenblind is. ik verwacht dat je wat meer plaatjes gaat uitscheuren en wat minder rondloopt”. Hij was weinig aanwezig bij het groepje en stond veel bij de tijdschriftentafel met andere kinderen te kletsen. die voornamelijk grapjes met iedereen aan het maken was. MHj geeft per woord een reactie. stelt hij voor. Iedereen moet één emotie bedenken om op te schrijven als woord. Hij krijgt de tijd om hierover na te denken. MBm loopt naar LMj toe en zegt: “Ik zag dat je het vervelend vond. Het groepje is al een lange tijd bezig. NJm gaat dit proberen en loopt op DWj af. Hij bladerde wel in de tijdschriften en een heel enkele keer kwam hij met een stukje rood naar het groepje terug. Hij heeft getracht het te camoufleren door te gaan vegen. In de confrontatie ging hij vaak de strijd aan of protesteerde hij. als ik me bij hen voeg om gericht te observeren. maar gaat meteen aan de slag met de tijdschriften en komt even later met de kleur paars aanlopen. vertelt hij tegen mij. NMj te helpen en kleuren voor andere groepjes uit te zoeken die hij wel herkende. maar zoekt niet naar de kleur paars. maar zit al een hele tijd in de tijdschriften te lezen. Het maakt MHj niet uit en hij zegt dat LRm dat wel mag kiezen. Hij is het niet eens met de suggesties. “Vanuit dat segment kun je eisen stellen”. LRm maakt uiteindelijk zelf de beslissingen en kleurt de woorden in. “En van NJm mogen er geen twee dezelfde stukjes op. De rest van de groep probeerde hem in het begin er bij te betrekken en aan het werk te zetten. Een ander groepje kwam erachter doordat hij dacht een bladzijde groen aan het groepje te geven. roept MHj. later gaven ze dit op. “waar wil je hem hebben op het papier?”. maar zou je alsjeblieft kleuren uit willen gaan scheuren? “Ja”. De groepsleden weten niet wat ze met deze reactie aan moeten.denkt. maar merkt op dat zo‟n zelfde stukje er al op zit. LRm helpt hem op weg door suggesties te geven. je kon namelijk merken dat LMj het niet prettig vond zoals hij werd aangesproken. Ze doet haar beklag tegen TMj dat DWj niets uitvoert. Niemand van de groepsleden merkt dit op. wat ze ook probeert. Hij is stil. Van te voren heb ik een aantal keren DWj langs zien lopen. In dit groepje viel LMj een beetje buiten de samenwerking. Hij gedroeg zich zoals altijd. maar was dit ten tijde van de opdracht helemaal vergeten. Op een gegeven moment verzint LRm “boos”. dus deze moet weg”. NJm is alle stukjes die worden aangeleverd aan het opplakken. wat ik zei. Dit was zijn aandeel aan het werk. Groep 6: AAj. Hierop overlegt LRm met MBm over de manier van inkleuren van de woorden. Op dat moment komt NJm naar mij toegelopen en zegt dat EDj de kleur paars niet ziet. TMj. “Is dit goed?”. dan doe ik vanaf nu ook helemaal niets”. zegt LMj. Zij pakt hem aan en plakt het stukje op. De groepsleden kiezen ervoor om om de beurt te plakken en de anderen zoeken en scheuren dan. EDj heeft tot dat moment helemaal niets gezegd. Het maakt MBm niet uit hoe ze worden ingekleurd. “dat is hem”. TMj komt met een stukje paars aanlopen. MHj vindt het lastig om een woord te bedenken. . “Ja!”. “Misschien winnen?”. alleen LMj reageerde niet echt anders. Ze werkten vooral samen met zijn drieën en accepteerden dat LMj weinig heeft toegevoegd. Ik geef de suggestie om LMj vanuit een ander segment aan te spreken dan ze al hebben gedaan. en liet geen andere segmenten zien dan afwachten en terugtrekken. NJm. of zegt er wat van. Dan vraagt LRm. Je merkte dat ze in de samenwerking met LMj wel probeerden om verschillende segmenten in te zetten. MHj luistert hiernaar. EDj. en LRm gaat door met andere suggesties. DWj. AAj zit ook in dit groepje. vraagt hij aan NJm. DWj zegt niets. 102 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

103 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. DWj en AAj gedragen zich zoals ze altijd doen. Ook DWj en AAj doen nu actief mee. hierdoor verdiept hij zich helemaal in een tijdschrift. Hij mag gaan plakken en de groepsleden geven de stukjes op de goede manier aan. Deze ontdekking leidt tot een omslag in het groepje. en hierdoor kwamen we erachter dat EDj deze opdracht helemaal niet kan uitoefenen. maar is hier wel wat bazig in. Hieronder is een foto van de kleurencollage opgenomen. EDj vertoont ook heel herkenbaar gedrag. TMj en NJm werken goed samen. DWj is grapjes aan het maken. EDj is door zijn kleurenblindheid de appellant geworden en de andere groepsleden ontfermen zich goed over hem. met de kleur paars naar boven. Hij kiest er voor om zich terug te trekken en af te wachten i. AAj is snel afgeleid en gek op lezen. en TMj geeft een goede suggestie aan NJm over het gebruik van de segmenten. .v.alleen was de hele bladzijde rood. en kan niet goed de rem vinden.p. In dit groepje neem NJm duidelijk de leiding. dat hij iemand vertelt over zijn kleurenblindheid en het feit dat hij de kleur paars niet kan herkennen. Alle leerlingen weten dat EDj kleurenblind is. Dit gedrag wordt wel geaccepteerd door de rest van de groep.

NJm MHj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ AAj MJj OLj EDj RBj YTj JBj NJm MHj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ OLj AAj MJj EDj RBj YTj JBj NJm MHj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ OLj AAj MJj EDj RBj YTj JBj NJm MHj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ OLj AAj MJj EDj RBj YTj JBj . Totaal neg. Totaal neg. 3 5 1 8 4 0 2 4 9 5 2 4 1 1 3 0 1 3 3 1 5 3 3 2 0 13 0 1 7 2 0 0 2 4 2 16 4 3 9 3 0 2 1 0 0 0 Eindmeting MLm 3 2 MBm 3 1 AAm CVm LRm EBm JGm DWj RWj JCm Totaal pos. 1 7 0 5 5 1 4 4 3 3 2 5 0 3 3 0 2 5 2 1 5 4 4 3 1 11 0 0 5 0 2 1 4 2 1 13 2 4 16 2 0 1 2 0 2 0 104 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. 5 4 2 4 4 0 3 4 4 1 3 5 2 3 3 1 3 4 5 0 3 3 5 3 0 2 0 1 13 0 0 0 3 4 3 16 2 2 11 2 0 1 3 0 0 3 Eindmeting MLm 3 1 MBm 2 4 AAm CVm LRm EBm JGm DWj RWj JCm Totaal pos. 1 4 4 5 6 1 5 5 3 1 2 4 1 5 3 0 1 2 3 1 2 6 5 8 1 2 1 1 13 1 0 0 5 6 1 12 1 8 7 0 1 1 0 0 0 1 Tabel werken Nulmeting MLm 2 1 MBm 2 3 AAm CVm LRm EBm JGm DWj RWj JCm Totaal pos.en eindmeting naast elkaar Het sociogram Tabel spelen Nulmeting MLm 2 1 MBm 2 5 AAm CVm LRm EBm JGm DWj RWj JCm Totaal pos.Bijlage 15: Nul. Totaal neg. Totaal neg.

16) 0 2 0 0 3 1 0 2 1 0 1 1 3 2 1 0 1 1 0 0 2 4 0 1 0 Relatie leraarleerling (max. 14) 4 1 1 3 4 0 2 3 1 0 5 4 2 2 4 0 3 0 2 0 1 1 2 0 3 Welbevinden (max. . 12) 0 1 0 0 1 0 0 4 0 0 2 2 0 0 1 1 1 0 0 0 0 0 1 0 3 Affiliatie (samenhang) (max. 56) 6 7 5 9 11 4 4 16 4 2 8 9 6 9 14 5 6 2 0 1 7 8 6 4 7 105 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. 56) 8 8 5 8 13 2 4 16 5 2 7 8 9 9 9 2 15 3 5 2 9 7 9 2 7 Eindmeting Naam JBj MBm MLm AAj RBj RWj CBj YTj LMj NJm AAm MJj JGm JCm TMj DWj EDj RMj OLj OHj MTj LRm EBm MHj CVm Organisatie in de klas (max. 12) 0 0 1 0 1 0 0 5 0 0 2 0 1 0 0 0 2 1 0 0 1 1 1 0 2 Affiliatie (samenhang) (max. 14) 1 5 0 4 2 0 2 3 2 0 1 2 1 3 3 1 1 0 0 0 4 1 2 1 2 Welbevinden (max. 16) 1 1 1 0 5 0 0 1 1 0 0 1 3 2 0 0 2 0 1 0 2 1 0 0 0 Relatie leraarleerling (max.De klimaatschaal Nulmeting Naam JBj MBm MLm AAj RBj RWj CBj YTj LMj NJm AAm MJj JGm JCm TMj DWj EDj RMj OLj OHj MTj LRm EBm MHj CVm Organisatie in de klas (max. 22) 4 6 3 5 6 2 2 8 4 2 6 3 5 5 5 2 7 2 2 2 5 5 6 2 4 Onderlinge leerlingrelaties (max. 22) 5 1 5 5 6 3 2 8 1 2 5 4 3 4 9 3 4 1 0 1 2 4 3 3 3 Onderlinge leerlingrelaties (max.

Rolkaarten Nulmeting Eindmeting

Gezagsdrager
10 10 8 6 4 2 0 EDj MLm RBj CBj RMj MBm CVm JCm CBj AAm

Gezagsdrager

8
6 4 2 0

EDj CVm

RWj JCm

RBj MLm

RMj MBm

TMj

Nulmeting

Eindmeting

Organisator
14 12 10 8 6 4 2 0 CBj TMj RWj EBm RBj NJm MBm OHj RMj 14 12 10 8 6 4 2 0 AAj RWj CBj RBj

Organisator

DWj RMj

JBj YTj

MHj AAm

MJj LRm

OLj MLm

OHj MBm

70

Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Nulmeting

Eindmeting

Sociaal werker
12 10 8 6 4 2 0 JCm NJm LRm MTj CBj JGm MLm JBj CVm MBm EDj 12 10 8 6 4 2 0 CBj JGm

Sociaal werker

MTj LRm

OLj MLm

CVm MBm

EBm NJm

JCm

Nulmeting

Eindmeting

Verkenner
8

Verkenner
8 6 4 2 0

6 4 2 0
JBj CVm MJj YTj TMj RWj MHj EBm RMj RBj OLj LMj MBm AAj OHj EDj MLm NJm AAm MTj

AAj OHj AAm

CBj RWj EBm

MTj RBj JGm

MHj RMj MLm

MJj TMj MBm

OLj YTj NJm

71

Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Nulmeting

Eindmeting

Volger
8 6 4 2 0 MJj TMj MTj LMj JGm LRm RMj CBj CVm EBm EDj 8 6 4

Volger

2
0 EDj OLj JCm JBj RWj JGm LMj RBj MBm MTj TMj NJm MHj YTj MJj EBm

Nulmeting

Eindmeting

Appellant
20 15 10 5 0 RWj JCm LMj TMj RBj LRm 20 15 10 5 0 AAj LMj

Appellant

OLj

OHj

TMj

JCm

LRm

72

Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Nulmeting Eindmeting Joker 25 20 15 10 5 25 20 15 10 5 Joker 0 CBj NJm DWj EBm RBj YTj 0 CBj DWj MHj RBj AAm Ebm 73 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. .

MLm. MTj. NJm. TMj. LMj. AAm. EDj. DWj. LMj. EBm. JGm. LRm. OLj. YTj. NJm. OHj. MJj. OLj. EDj. MBm. JGm. TMj. LRm. MJj. MHj. NJm en MLm. RMj. EBm. RWj. RWj. EDj. JCm. MTj. JGm. CVm. JBj. JCm. MHj. RMj. . CVm. RBj. RBj en RMj. RWj. MBm. TMj. LMj. MJj. RMj. OHj. MLm. MLm CBj. AAm. YTj. OHj. MTj. RMj. NJm. LMj. EDj. EBm. LRm. AAj. (CBj). OLj. MBm. DWj. AAj. DWj en CBj. EBm. MTj. AAm. OLj. DWj. LRm. MHj. JBj. JGm. CVm. LMj. NJm. JCm.Indeling volgens leerkrachten Nulmeting Rollen Gezagsdrager Sociaal werker Organisator Verkenner Volger Appellant Joker Indeling volgens mijzelf MHj CVm. MLm. RBj. MBm. MJj. CVm. TMj. YTj. JBj. JCm. 74 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Indeling volgens LIOstagiare CBj. AAj. LRm. AAj. Eindmeting Gezagsdrager Sociaal werker Organisator Verkenner Volger Appellant Joker Indeling volgens mijzelf CBj. JBj. YTj. AAm. Indeling volgens LIOstagiare CBj. RWj. LMj. RBj. OHj.

Bijlage 16: Tabellen sociogram eindmeting Sociogram spelen MLm MBm X 2 4 AAm CVm LRm EBm JGm JCm AAj CBJ DWj EDj JBj LMj MTj MHj MJj OLj OHj RWj RBj RMj TMj YTj AAm CVm EBm JCm JGm LRm MLm MBm NJm Totaal pos. Totaal neg. NJm DWj MHj RWj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ AAj OLj MJj EDj RBj YTj JBj . X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X 1 8 4 1 4 2 5 1 6 1 1 13 5 1 5 0 3 0 1 5 2 6 4 1 1 12 5 1 3 8 0 7 1 0 2 1 3 1 1 0 2 0 6 0 3 1 5 1 75 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X 1 3 7 1 0 11 5 0 5 0 1 5 4 0 4 2 3 1 3 4 2 2 5 1 0 13 3 2 3 4 0 16 2 2 5 0 2 1 1 2 5 0 4 2 3 2 4 0 76 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Totaal neg. NJm DWj MHj RWj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ AAj OLj MJj EDj RBj YTj JBj .Sociogram werken MLm MBm X 3 1 AAm CVm LRm EBm JGm JCm AAj CBJ DWj EDj JBj LMj MTj MHj MJj OLj OHj RWj RBj RMj TMj YTj AAm CVm EBm JCm JGm LRm MLm MBm NJm Totaal pos.

.Bijlage 17: Plattegrond Plattegrond kerstvakantie t/m voorjaarsvakantie NJm JGm MHj RBj OHj YTj EDj MTj CBj AAj RWj OLj JCm LRm EBm JBj MJj DWj LMj MLm CVm MBm AAm RMj TMj 77 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Plattegrond voorjaarsvakantie t/m meivakantie MLm JBj MBm RMj RBj AAj OLj LRm JCm CVm MJj LMj JGm AAm RWj MHj EBm TMj EDj OHj DWj CBj NJm YTj MTj 78 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. .

Bijlage 18 Puntenverdeling klimaatschaal
Puntenverdeling over de verschillende vragen. Vraag Aantal punten nulmeting (Max. 50 punten per vraag) 2 5 4 1 3 3 2 9 5 8 12 7 1 0 13 1 4 14 4 0 2 1 2 0 3 0 3 45 Aantal punten eindmeting (max. 50 punten per vraag) 3 3 12 4 3 4 5 8 3 8 10 2 1 1 9 4 9 10 4 2 2 14 7 0 1 0 3 28

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28

79

Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Bijlage 19: Tabel rollen
Sociaal werker Verkenner Organisator Volger Appellant Joker

Gezagsdrager Rollen

Welke leerlingen plaats je bij welke rol en waarom?

Waar plaats je jezelf en waarom?

116

Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Bijlage 20: Motivatie rolkaarten eindmeting
Naam MHj Gezagsdrager EDj: Hij heeft vaak goede ideeën, maar dat zegt hij dan tegen de organisator. Sociaal werker JCm: Want zij zorgt vaak voor anderen. Organisator CBj: Hij organiseert de dingen van de gezagsdrager. Verkenner De rest. Volger De rest en ikzelf: Omdat ik meestal andere kinderen volg. Appellant LRm: Zij heeft soms wat meer aandacht nodig. Joker CBj: Hij maakt grapjes op een goed moment. Ikzelf: Ik vind dat ikzelf ook soms wel leuke grapjes maak. DWj en CBj: Ze maken vaak goede grappen op de juiste plaats.

OLj

RWj: Hij is een goede leider.

NJm, MBm en MLm: Zij betrekken iedereen erbij.

JBj: Hij komt met een goed idee.

MLm.

MBm

MLm: Ze heeft altijd goede plannen.

CVm en JGm: Ze willen altijd iedereen helpen.

MLm

CBj en ikzelf: Iedereen luistert naar ons.

OLj en ikzelf: We willen altijd dat iedereen ergens aan meedoet. MLm: Ze zorgt

LRm en ikzelf: Als je een idee hebt, wil zij dat altijd wel goed organiseren. RMj: Hij wil graag dingen voor elkaar krijgen.

AAm: Ze heeft altijd wel iets om mee te nemen. De rest.

De rest van de klas want die willen ook wel vaak mee leuke dingen doen. Ikzelf: ze komen vaak met goede ideeën en die volg ik. De rest.

JCm en LRm: Ze zijn best vaak verdrietig en daarom vind ik ze een appellant.

De rest.

LRm
117

CBj: Hij heeft altijd

RBj: Hij weet

OHj: Hij doet

Iedereen is wel

LMj: Hij kan zich niet altijd goed betrekken bij de rest. Ook soms TMj. JCm: Omdat ze zichzelf niet vaak bij de groep betrekt. LMj: Hij is altijd stil. JCm en LMj: Ze

RBj: Hij maakt altijd leuke grapjes.

DWj: Hij maakt altijd leuke grapjes.

CBj en DWj:

Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Geen idee. TMj: Hij De rest. JCm: Ze heeft vaak hulp nodig DWj. CBj en RWj: Zij De rest. MLm: Zij helpt iemand altijd. OHj DWj LMj RWj en MBm: Zij hebben veel ideeën. Ikzelf: Als iemand verdrietig is. Ikzelf: Soms heb ik ook goede ideeën. De rest. CVm: Zij denkt vaak aan anderen. bedenkt altijd wel een leuk spel als ik bij hem speel. TMj. Sociaal werker er altijd voor dat iedereen iets kan doen. MJj:Hij heeft goede ideeën. Volger eens een volger. Ikzelf: ik sta altijd achter iemand. Ikzelf: Ik maak bijna altijd grapjes en andere vinden dat ook. OLj. JCM: Zij is soms erg verdrietig en moet dan even geholpen worden. Joker Ze maken soms hele leuke grapjes en DWj kijkt altijd zo grappig. en OHj: Zij hebben wat meer verzorging nodig. JCm: Ik vind haar altijd een beetje stil. RWj: Hij weet altijd wel iets leuks te verzinnen. DWj: Hij maakt vaak grapjes. Verkenner wat hij zelf wilt. Ikzelf: Volgens mij zorg ik ook altijd wel goed voor iemand. RMj CVm: Ze heeft vaak NJm: De zorgt hele goede ideeën. De rest. CBj en MHj: Ze zijn heel grappig. DWj: Hij maakt leuke grapjes 118 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. MBm: Zij zorgt voor anderen. CBj en ikzelf: Dit is typisch ons. MTj en CBj. vrolijk ik hem/haar op met mijn grapjes. . Appellant zitten altijd alleen. De rest. AAj. denken vooruit. MLm en CBj: Ze organiseren het plan goed. RWj CBj en TMj: Zij nemen altijd het initiatief om iets te organiseren. Organisator altijd leuke dingen te doen. DWj: Hij is de echte joker van de klas! Is er niet. heel vaak voor Ikzelf: ik organiseer veel CBj: Hij past ook dingen toe. CBj: Heeft vaak ideeën CBj: Hij is een aardig leider en het is prettig om naar hem te luisteren.Naam Gezagsdrager goede ideeën. JGm: Zij is altijd zorgzaam.

Ikzelf JCm: Ze is altijd DWj: Hij maakt ook: Ik volg wat heel stil. dingen. EBm: Zij neemt voor anderen wat mee. MLm: Zij is altijd heel behulpzaam. Joker op een goed moment. De rest. OLj en DWj en CBj: LMj: Zij doen Zij maken soms heel zielig. EBm. behalve JCm die doet het een beetje stil. LMj: Hij heeft veel moeite met dingen. EBm. LRm: Zij helpt altijd wel met dingen klaarzetten. dan neemt hij de bal mee. YTj: Als De rest. RBj en DWj: Zij zijn het grappigste van de klas. bijvoorbeeld bij de playbackshow. MTj. grapjes. goede grappen op het juiste moment. voor zichzelf grappige opkomen. Verkenner Volger Appellant met dingen. veel. soms kan ze wel grapjes op een eens verwend goed moment. CVm en LRm: Ze zien gelijk of er wat mis is met je. RBj. RWj: Hij neemt vaak de leiding. De rest. CBj: Hij kan alles goed regelen. JCm. EDj en ikzelf: JCm en AAj: Ze CBj en DWj: We wachten kunnen meestal Ze maken altijd eerst af wat er niet zo goed van die gaat gebeuren. grapjes. worden. CBj en YTj: Zij regelen eigenlijk best wel veel. iemand bijvoorbeeld op het pannaveldje wil voetballen. AAm LRm en NJm: Ze zorgen altijd voor anderen en ze nemen meestal voor anderen wat mee. . RMj en RWj: Zij zijn goede leiders en dat laten ze ook zien. maar altijd goede anderen zeggen.Naam Gezagsdrager Sociaal werker anderen. Organisator dingen. JBj CBj en DWj: Zij verzinnen veel dingen. CBj en JCm: MTj en CBj: Ik Die doen vaak zie hen vaak gezagsdragerachtige mensen helpen. JGm. NJm. EDj: Hij doet JCm: Zij is bijna CBj: Hij maakt bijna alles wat altijd alleen en altijd best wel iemand anders ze huilt best grappige zegt. YTj en MTj. maar hij heeft goede ideeën. MHj en MLm: Ze kunnen goede ideeën inbrengen. NJm EDj: Hij is best wel stil. CVm RWj: Hij is een goed leider. RMj: Hij zegt altijd wel wat we mee kunnen nemen. CBj: Hij heeft altijd wat goeds te vertellen. CBjen RMj: Zij vertellen wat mensen moeten doen op een rustige manier. MJj MBm. MHj. maar DWj wel wat flauwere dan CBj. 119 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. MLm: Zij zorgt goed voor iedereen. Ikzelf: ik ben echt een stille leider.

JGm. Vooral de rest Niemand. . maar niet alles. meestal ook op het idee om iets mee te nemen. Joker CBj: Hij maakt goede grappen op de goede momenten. JCm: Zij is altijd heel stil. CBj: Hij helpt altijd goed en hij helpt degene die hulp nodig heeft ook altijd positief te blijven. YTj. LRm en NJm: Ze komen voor de anderen kinderen op en zorgen dat iedereen meedoet. OLj. MBm en MJj: Ik hoor meestal van hun wat we gaan doen. LMj. EBm: 120 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. en JCm want ze kunnen goed luisteren en volgen de leiders goed.Naam Gezagsdrager Sociaal werker Organisator Verkenner EDj RMj: Hij is meestal de leider van een goed idee. MBm: Ze komt De rest. En ze regelen het ook goed TMj RMj: Hij is meestal de leider achter een goed idee. Volger Appellant Ikzelf: Ik doe wat anderen zeggen. MTj CVm en RWj: Zij zijn goede leiders. RWj. LRm: Zij is erg bezorgd en MBm: Ze organiseert meestal de feestjes. MBm. Ikzelf: Ik neem wel eens TMj. zegt DWj: Hij maakt altijd grappen op het goede moment. en OHj: ze die ik niet hebben vaak opgeschreven goede ideeën heb. NJm. MLm: Ze kan goed met andere kinderen opschieten en ze helpt vaak. RBj. EDj. MBm. TMj. JBj willen maken. MHj. MLm: Zij is erg aardig. Niemand. CBj: Hij kan goed dingen besluiten. maar het die ze bekend meest: MHj. Ikzelf: Ik kom niet vaak met een idee op de proppen en ik ga gewoon met de stroom mee. DWj: Hij maakt meestal goede grappen. AAj: Als hij wat zegt. LRm: Zij zegt altijd alles door aan OLj. OHj en RBj. MTj. RMj: Hij is erg duidelijk.

dan vertel ik dat verder. OHj: Deze kinderen willen graag iets meebrengen. LMj. Sociaal werker zorgzaam. De rest. De rest. wel met veel kinderen. Weet ik niet. YTj RMj: Hij neemt vaker het initiatief. TMj: Omdat ik dat MLm en CVm: RWj: Hij werkt merk op het plein Zij betrekken samen met TMj. DWj: Ik vind zijn grappen leuk. NJm. ideeën. dat anderen met hun de leiding. je minder en goede leider. Joker Zij is erg grappig. Verkenner het initiatief als dat niet gevraagd aan me is. maar vinden veel problemen. EDj. AAj: Hij doet JBj. . CVm en LRm: OHj. DWj: Hij maakt JCm 121 AAm: Ze heeft wel CBj: Hij is een JGm: Z doet Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. De rest en ikzelf: als iemand iets zegt. OLj. JCm: Zij wordt vaak buitengesloten. Volger Appellant iedereen altijd: Aàààrnèèè`. Dit verschilt een DWj: Hij maakt altijd leuke grapjes en geen flauwe! DWj en ikzelf: Veel kinderen moeten vaak om ons lachen. RWj hoor je veel vaker. MHj en ikzelf. CBj. DWj: Hij maakt hele leuke grapjes. JCm: Ze heeft veel hulp nodig. Niemand. JBj: Hij is erg serieus.Naam Gezagsdrager CBj RBj EBm Organisator iedereen. OLj. Ikzelf: Als iemand bijvoorbeeld zegt: “Laten we dit gaan doen!”. MJj. MBm en MLm: Zij zijn heel behulpzaam. maar dat is wel zielig. AAm. omdat deze en ikzelf: Deze meiden altijd kinderen voor je zorgen. RWj: Hij kan goed NJm: ze helpt CBj: Hij neemt leiding geven. RBj: Hij praat er vaak doorheen. MHj. RWj. EDj. NJm. MHj en YTj. AAj. JGm. AAm: Ze is leuk en lief. hebben vaak ideeën. MTj. MTj: Hij komt altijd met goede ideeën. en in de klas. CBj. MLm: Ze helpt CBj. LMj. MJj. JCm: Zij doet soms een beetje zielig. AAm. Ikzelf: altijd iedereen alleen TMj hoor Ik vind mijzelf een erbij. doe ik het meestal wel. TMj en EBj: Deze doen een beetje mee met de anderen. RMj.

maar heb ook iets wat ook nog anders kan. Appellant beetje. LMj: Hij is altijd heel stil en hij volgt andere kinderen. dus een stille leider. Soms ook geen leuke. DWj: Hij maakt echt altijd grapjes. Volger bijna altijd wat anderen willen. Joker veel en vaak grapjes. Organisator goede leider en organiseert vaak dingen. 122 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. maar hij heeft soms wel wat op te merken. EDj: Hij reageert bijna altijd als een volger. RWj: Hij weet goed wanneer hij iets moet doen als dat nodig is.Naam Gezagsdrager leuke ideetjes. JGm RBj: Hij wil wel leiden. het meeste meisjes. maar dan zegt hij soms niets. Sociaal werker andere kinderen vaak en is erg meelevend. CBj: Hij regelt altijd alles en zorgt ervoor dat het goed komt. En ikzelf: Ik vind dat ik anderen help. CBj en DWj: Ze maken bijna altijd leuke grappen. gaat hij bijna alles regelen. NJm: Ze probeert iedereen te helpen. JCm: Zij huilt altijd heel snel. Ikzelf: Ik doe gewoon met de rest van de groep mee. dan nemen we het mee. LRm: Zij zorgt ervoor dat niemand buitengesloten wordt. AAj CBj: Hij krijgt vaak de leiding. OHj: Als iemand een idee heeft. Weet ik niet. . MLm: Zij wil altijd zorgen dat iedereen erbij hoort. Verkenner wel mee. RWj en ikzelf: Als we iets hebben dat van pas kan komen. OLj: Hij geeft altijd anderen de ruimte. AAj: Hij huilt ook snel en wil vaak geholpen worden.

Hieronder is een uitgebreid observatieverslag van deze opdracht. Een heleboel leerlingen reageren: “CBj!”. TMj blijft in zijn buurt. Vervolgens gaat iedereen uiteen in kleine groepjes en ze nemen allemaal een flinke hand Kapla mee naar hun eigen plek. “Misschien kunnen we iedereen blokjes geven en daar dan wat mee maken”. Klas: “Ja. dus daarom gaat YTj door (In een later gesprek met CBj geeft hij aan niet goed te weten wat hij met deze opdracht aan moest. De groepjes zijn als volgt verdeeld (dit is natuurlijk gegaan en niet vooraf ingedeeld): JCm: Huisje en speeltuin. OHj. RWj geeft MTj meteen het woord. CBj en EDj: Villa. De leerlingen moeten gezamenlijk een dorp met Kapla staafjes bouwen. Hierop gaat hij het plan van het paleis uitleggen. leuk” en CBj maakt meteen plaats zodat ze erbij kunnen. EBm vraagt meteen of zij de boerderij mag gaan maken en pakt meteen Kapla. RWj loopt in het rond met zijn handen in zijn zakken. YTj: “Wie stemt er voor RWj?”. Heel weinig vingers. boerderij. Mtj steekt zijn vinger op. Niemand steekt zijn vinger op. MJj en MTj: Kerk (met kerkhof) en eenpersoonshuis. midden in het dorp en legt zijn idee uit aan RWj. RWj het is aan jou”. hij kijkt hierbij naar CBj. Hij heeft een idee voor een paleis voor de koning. AAm. RWj neemt het woord. loopt RWj naar het midden. OLj: Appartementengebouw. reageren een aantal leerlingen. 123 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. YTj: “Okee. TMj overlegt daarna wat hij met RWj zal gaan bouwen. MHj en YTj: Bunker annex dierenbeschermingshuisje. “Iemand anders kan hem dan beter leiden dan ik” is wat hij antwoordde). AAj: “En dan verdeel jij gewoon die verplichte dingen”. LRm. Hij gaat voor de klas staan en roept iedereen bij zich. Nadat TMj zijn idee aan RWj heeft uitgelegd. EBm. YTj: “Wie stemt er voor OHj. “Ja. RWj: “Als iedereen nou zijn eigen huisje bouwt?”. MBm en MLm: Herberg.Bijlage 21: “Observatieverslag “dorp bouwen” eindmeting. LRm steken hun vinger op. Anderen brengen ook nog ideeën in en weer anderen lopen op RWj af om toestemming te vragen iets te gaan bouwen. Aan een groepje dat daar dicht bij zit te bouwen. AAj. . OHj. aantal huizen en rondlopende mensen aanwezig zijn. Weer weinig vingers. Meer regels en afspraken worden niet afgesproken. Er gaan en heleboel vingers omhoog. Hij wil niet. het is RWj. In het dorp moet in ieder geval een kerk. Waarop dan YTj vraagt: “Wie stemt er voor MTj?”. NJm en DWj: Boerderij. CVm en JGm: Herberg annex huis voor de Koning. RMj en JBj: Appartementen met zwembaden. ja”. “Wie wil er een leider zijn?”. RWj. “Nee!”. De klas reageert met: “aaaahhhh”. TMj en RWj: Kasteel voor de Koning. Hij krijgt geen antwoord. Ytj neem het initiatief om eerst een leider te kiezen. YTj: “Voor wie moet ik nog meer stemmen?”. De leerlingen bouwen allemaal heel serieus aan het bouwwerk. YTj: “Wie stemt er voor AAj?”. AAj en LMj: Huis van een dierenverzamelaar. RMj roept nog tussendoor: “rolverdeling!” en ook MTj komt er tussendoor: “ik heb een idee!”. vraagt hij wat ze aan het bouwen zijn.

AAm zegt: “Ja. JCm verbouwt haar tweede bouwsel tot een speeltuin. RWj probeert de groep te vertellen dat er nog mensen door het dorp moeten lopen. RWj loopt weg. . Hij ziet die liggen bij RMj. CBj vraagt aan JCm of haar toren vastgemaakt mag worden aan hun bouwsel. we moeten nog poppetjes voor het rondlopen in het dorp”. Ze kijken naar hun bouwsel en gaan een ander plan maken om wel een goede kerk te bouwen. maar sommige mensen 124 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. De anderen vragen veel aan haar en ook toestemming als ze iets aan het plan willen veranderen. RWj reageert: “Nee. RWj kijkt ernaar maar zegt niets. maar de staafjes Kapla zijn op. Met CVm en hij vraagt of zij het huis voor de koning willen maken. want dan hebben we bijna geen gewone huisjes meer. AAj: “Ja. EBm loopt naar RWj toe en zegt: “De blokjes zijn op”. zo naast het paleis. Ook TMj bemoeit zich met dit voorstel. sorry!”. oh”. dat hun bouwsel af is. die. nu de blokjes op zijn. LMj een AAj kijken in het rond. ( Wat meer een kasteel is geworden) Rond het groepje van de boerderij wordt het wat onrustig. dit is een wip en dat is een glijbaan”. MJj en MTj lopen rond. die was van mij!”. JCm zegt: “Nee. MBm komt later haar beklag doen. alleen willen andere groepjes ook wat van die dieren. Hij vraagt aan haar waar zij ze voor nodig heeft. Sommige leerlingen besluiten. Hij vraagt of hij ze mag hebben voor het paleis. RWJ: “Ja. “Kijk. AAj antwoordt dat het een speeltuin is. Ze bouwen de kerk en hij is nog niet af. TMj pakt het bouwsel op en wil hem naar het andere bouwsel toe slepen. want er is toch al een boerderij. niet doen!”. Op dat moment haakt JCm in “Nee AAj. TMj: “Oh. die en die”. wij”. AAm komt weer haar beklag doen over de dieren bij RWj. Iedereen is ondertussen aan het bouwen. Er wordt in de klas gepraat over dat de blokjes op zijn. TMj overlegt met het groepje naast hem. DWj is tijdens het bouwen héél véél grapjes aan het maken. En wil de blokjes dichter naar zijn groepje schuiven. waarop AAj zegt: “Oh. DWj zit in deze groep en maakt grapjes met de dieren die hij vindt. In het groepje van de boerderij is EBm wel heel duidelijk de leider van het groepje. AAm roept door de groep: “Jongens. Zij hebben de meeste dieren verzameld. mag het niet. Niemand reageert en het lijkt zelfs alsof er niemand luistert. maar we hebben niet genoeg poppetjes”. RWj loopt rond en is op zoek naar blokjes die nog niet gebruikt worden. zegt JCm. Hier zijn ze het niet helemaal mee eens. er zijn niet genoeg poppetjes”. Ook RWj vindt dieren voor de boerderij en geeft ze af. JCm:”Nee. Er wordt door MLm en AAm en RWj gekeken naar de boerderij en gevraagd of ze niet wat dieren kunnen hebben voor het rondlopen. Op een gegeven moment vindt DWj een bouwsel wat iets verder staat en vraagt: “Is er ook iemand die deze blokjes gebruikt?”. Toch krijgen AAm en MBm wat dieren mee. RWj vraagt aan JCm wat haar tweede bouwsel is. “Ja”. Ze doen allemaal actief mee.MBm en MLm helpen de boerderijgroep zoeken naar dieren. RWj “Ja dat weet ik” en loopt mee naar de boerderij. Ze willen ze niet afgeven. De leerlingen in de groepjes werken samen en overleggen goed. RMj geeft er een paar af. TMj en OHj: “Jawel.

Uiteindelijk besluit de boerderijgroep toch nog wat dieren af te geven aan RWj. vervolgens gaat hij trommelen op het krat. AAm en MLm zijn klaar met bouwen en zitten aan de kant niets te doen. Oh nee. maar doet alsof ze heel verdrietig is. CBj loopt naar AAj toe. RWj deelt de dieren uit aan MTj en MJJ. . Hij vraagt AAj: “Van wie zijn die blokjes?”. CBj grijpt in en legt aan OHj uit wat de bedoeling was van TMj. Ze vertellen dit tegen RWj. TMj doet dit en draait zich om. dat is een wip en dat is een glijbaan”. DWj is weer naar JCm toegegaan en hij speelt dat hij een geit lanceert van de wip. Er wordt niet om gelachen en CBj vraagt of hij hem af kan doen. maar laat wel een kleine glimlach zien. CBj komt erachter dat ze nog een hele bouwsel in die tijd moeten opbouwen. Hij vraagt TMj om hulp. Ook AAj gaat meespelen. Hij probeert haar op te vrolijken (dit heeft hij mij later verteld) door net te doen alsof het diertje in de speeltuin aan het spelen is. Ook JCm is klaar met bouwen en staat alleen langs de kant.wonen op het platteland en hebben daar ook gewoon geitjes ofzo rondlopen. OHj wist niet dat TMj gevraagd was om te helpen. AAj: “Van JCm. Toch gaat TMj niet helpen en houdt vast aan de gedachte dat het 125 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. JCm probeert haar lach te onderdrukken. of een hond. Ze kijkt alsof ze heel verdrietig en “zielig” is. Soms maakt hij nog een opmerking naar een andere leerling over het bouwen. hij gaat spelen in het dorp. CBj gaat weer naar TMj toe en vraagt wederom om zijn hulp. JCm schermt zichzelf af en kijkt AAj en CBj niet aan. Hij kijkt rond met zijn armen over elkaar. DWj ziet JCm zitten en gaat met een diertje naar de speeltuin. maar doet niets. RWj gaat hier even bij zitten. Ze gaat zitten en neemt een hele “zielige” houding aan. Behalve DWj. CBj legt de situatie uit aan TMj. Toch wil hij nog niet helpen. maar ook ons (CBj en EDj). die naast de speeltuin van JCm zit. Dit wil TMj niet geven. Ik geef de leerlingen nog zeven minuten. DWj gaat verder in het dorp met spelen. YTj ziet dit en vraagt: “Wat heb je gebouwd?”. Dit doet hij. of een vis. Niemand besteed hier aandacht aan. JCm vindt het een leuk spelletje en gaat meespelen. YTj luistert en loopt daarna weg. Hij kijkt.” (Die ligt ook als dier bij de boerderij) OLj is klaar met bouwen en zit alleen aan de kant. die pakt daarop wat blokjes. JCm draait iets bij met haar lichaam en kijkt hoe DWj aan het spelen is. JCm laat haar speeltuin zien. dat is een beetje een grote vis. Ook CVm en JGm zijn klaar met bouwen en gaan aan de kant staan. AAj vindt een leeg krat en zet hem op zijn hoofd als hoed. CBj en OHj en EDj komen er niet uit met bouwen en breken hun bouwsel af om opnieuw te beginnen. EBm komt erachter dat AAj allemaal dieren in zijn huis heeft gezet die je niet ziet. Hij houdt er ook een paar zelf. De boerderijgroep is ook klaar en gaat aan de kant zitten. Dan mag hij wel helpen van OHj. Hij denkt dat TMj de blokken gaat afpakken en hij zegt dat TMj er vanaf moet blijven. Hierop zegt CBj: “Je doet hiermee niet alleen OHj pijn. TMj vraagt hem wat over hun bouwsel. MBm. DWj en AAj lopen weg.

LRm zegt tegen RWj dat ze het niet leuk vindt dat ze dieren moet weggeven van de boerderij. je hebt echt te veel dieren in je huis. anders had hij zijn dieren er niet uitgehaald. Ondertussen maken de meeste leerlingen nog een aanpassing aan hun bouwsel. AAj blijft nee zeggen. het dorp is af! N. RBj was niet aanwezig tijdens deze eindobservatie. “AAj. Hij eist van AAj dat hij zijn dieren eruit haalt. dat heb je expres gedaan!”. haal ze eruit!”. AAj is het hier niet mee eens en houdt hem tegen. RWj: “Als je nou alleen even het dak eraf haalt?”AAj stemt toe. Hierop gaat RWj naar AAj zijn bouwsel en probeert de dieren er uit te halen.B. nee het dak is drie lagen dik. CBj laat het gaan en gaat verder met bouwen. RWj probeert op allerlei manieren (verschillende segmenten) om de dieren eruit te krijgen. 126 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. terwijl een heleboel dieren niets staan te doen in het huisje van AAj. AAj weigert dit. AAj mag zijn dieren op het dak zetten.niet mocht van TMj. De tijd is om. . RWj: “oh. TMj gaat verder spelen met DWj.