Samen staan we sterk!

Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Door: Tetske Dammers Van der Helststraat 23 1816 CS Alkmaar E-mail:tetskedammers@gmail.com Studentnummer: 2113856 Begeleider: Nancy Helder Datum: mei 2009 Opleidingstraject: Master SEN, gespecialiseerde leraar te Amsterdam Praktijkwerkstuk in het kader van het Fontys opleidingscentrum voor speciale onderwijszorg Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg Fontys Hogescholen Tilburg

Synopsis
Achtergrond en onderzoeksvraag In mijn klas lijkt het alsof de leerlingen een vast rollenpatroon hebben ontwikkeld waarin de interactie en de gedragingen vast liggen. Ik merk ook dat er leerlingen in mijn klas last hebben van dit vaste patroon. Het lijkt een vicieuze cirkel waar we niet uitkomen. Deze situatie heeft alles te maken met de groepsdynamiek in mijn klas. Mijn klas is constant in beweging, toch lijken er een aantal constante factoren aanwezig te zijn. Heel veel invloed op het groepsproces kan ik niet meer hebben. De groep is al geruime tijd bij elkaar en heeft de eerste drie groepsvormingfasen al doorlopen. De rollen en doelen zijn bepaald. De interactie die hiermee gepaard gaat is duidelijk aanwezig en wordt niet altijd als positief ervaren. Deze situatie heeft geresulteerd in de volgende onderzoeksvraag: Welke invloed heeft het rollenpatroon op de interacties van de leerlingen onderling in mijn klas en hoe kan ik die beïnvloeden? Om deze vraag te beantwoorden heb ik deze vraag in deelvragen verdeeld, zodat ik gerichter onderzoek kan plegen. De deelvragen zijn als volgt: 1. Is mijn klas een neutrale, positieve of negatieve groep? 2. Welke rollen zijn er in mijn klas? En hoe worden die ingevuld door de leerlingen? 3. Hoe verloopt de interactie tussen de leerlingen onderling? 4. Welke interventies kan ik uitvoeren om invloed op het groepsproces te kunnen uitoefenen? Theorie Om als leerkracht meer invloed op deze dynamiek te kunnen uitoefenen, moet ik eerst meer weten over de theorie achter de ontwikkeling van een groep. Ik heb daarvoor de volgende vragen opgesteld: 1. Wat is een groep? Ik sluit mij aan bij de definitie van Hare (1976) Hij stelt dat er bij het ontstaan van een groep altijd sprake moet zijn van interactie. Daarnaast laat een groep naast het kenmerk interactie altijd 4 andere kenmerken zien: (Remmerswaal, 2008) 1. De leden delen één of enkele motieven of doelen, die richting geven aan de groep. 2. De leden ontwikkelen een reeks van normen, die grenzen aangeeft ten aanzien van de relaties tussen de groepsleden en ten aanzien van de groepsactiviteit. 3. Bij langdurende interactie kristalliseert een reeks rollen uit en gaat de nieuwe groep zich onderscheiden van andere groepen. 4. Er ontstaat een netwerk van interpersoonlijke attracties op basis van de sympathieën en antipathieën voor elkaar. 2. Hoe verloopt een groepsproces? Volgens Tuckman (Smith, 2005) doorloopt elke groep vijf fasen, in eigen tempo. De fasen zijn: forming, norming, storming, performing en adjouring. 3. Wat zijn de rollen in een groep? Voor de verdeling van rollen in een groep maken Remmerswaal (2008) en van Engelen (2007) allebei een eigen indeling van rollen in groepen. De indeling volgens van Remmerswaal (Remmerswaal, 2008) : De rollen in een groep zijn onder te verdelen in: 1. Taakrollen: van belang voor het uitvoeren van de groepstaak 2. Groepshandhaving- en groepsvormingsrollen (procesrollen): vooral gericht op het verbeteren van het sociaal-emotionele klimaat in de groep. 3. Disfunctionele rollen: die vooral bestaan uit zelfgericht gedrag, dat ingaat tegen constructieve participatie aan de groep. De indeling volgens Van Engelen (Engelen van, 2007):
2
Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Van Engelen maakt bij de rolverdeling een onderscheid in leidinggevende rollen en overige groepsleden. De leidinggevenden nemen vaak het initiatief, organiseren en bewaken de goede gang van zaken. Bij de overige groepsleden zien we verschillende rollen en taken. Van Engelen stelt dat de rolverdeling anders is ingedeeld bij een positieve groep dan bij een negatieve groep. 4. Hoe vindt de interactie in een groep plaats? Een van de meest bekende en goed toepasbare communicatiemodellen om interacties tussen groepsleden te beschrijven is de “Roos van Leary”. Leary gaat uit van de veronderstelling dat de reactie van iemand bepaald wordt door de daaraan voorafgaande opstelling, opmerking of handeling van de gesprekspartner. Methoden Om antwoord te krijgen op mijn onderzoeksvraag zal ik gebruik maken van kwalitatief onderzoek. Allereerst houd ik een nulmeting, aan het eind van het onderzoek houd ik dezelfde meting. Deze resultaten geven mij informatie over de invloed van de interventies. Voor de metingen maak ik gebruik van de volgende instrumenten: het sociogram, de klassenklimaatschaal, BOTS-vragenlijst, observaties en rolkaarten. Resultaten en uitvoering Uit deze verschillende analysen van de nulmeting kan ik opmerken dat deze klas duidelijk een klas is op weg naar een positieve groep. Er worden een aantal leerlingen naar voren geschoven voor bepaalde rollen, maar de rolverdeling in vooral de leiderschapsrollen zijn niet altijd aanwezig. Dit kan wijzen op een neutrale groep Hieruit is gebleken dat de interventies voornamelijk gericht moeten zijn op: - De ontwikkeling van nieuwe waarden en normen en positieve leiderschapsrollen, gezien de neutrale groep. - Roldoorbrekend gedrag voor individuele leerlingen, gezien de BOTS-vragenlijst. - De rumoerigheid van de klas, gezien de klimaatschaal. Door interventies op deze vlakken uit te voeren, probeer ik de groepsdynamiek positief te beïnvloeden, wel met inachtneming van een externe rol. Uit de resultaten van de eindmeting is gebleken dat er sprake is van een positieve verandering en dus beïnvloeding van de groepsdynamiek. Toch moet ik wel een kanttekening plaatsen. De groep had namelijk al bestaande positieve normen, hier heb ik geen wijzigingen in hoeven aanbrengen. Het “ophalen” van deze normen heeft wel positief gewerkt op de groep. Met mijn interventies heb ik mij alleen maar moeten richten op de interacties tussen de leerlingen en de rollen die in de groep gevormd zijn. Ik heb door het gebruik van deze aanpak de huidige situatie uitgebouwd en versterkt, waardoor de kinderen zich bewust werden welk effect hun gedrag kan hebben.. Het aanleren van de nieuwe vaardigheden, zoals het gebruik van de “Roos van Leary” m.b.t. de invulling van de verschillende rollen, hebben geleid tot de ontwikkeling van een positieve groep. Conclusie Terugkomend op mijn onderzoeksvraag, kan ik concluderen dat ik met mijn onderzoek heb aangetoond dat een leerkracht met een gerichte aanpak de groepsdynamiek positief kan versterken door uit te gaan van bestaande kwaliteiten en het aanleren van nieuwe vaardigheden.

3

Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Al mijn vrienden. De leerlingen uit groep 7. Ik ben trots op het onderzoek wat ik heb gemaakt. En voor het opvangen van al mijn emotionele “stressbuien”. 4 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. voor het doorlezen van mijn stukken en mij hierop feedback gaven. Natasja Vermeulen en Jetske Kaandorp wil ik bedanken voor het creëren van “ons veilige intervisiegroepje” en het doorlezen van mijn werk als “critical friend”. die mij vaak hele dagen niet heeft gezien doordat ik in de studeerkamer zat te werken. Bedankt allemaal! Met jullie hulp. Zij hebben heel goed meegewerkt aan dit onderzoek en feedback gegeven op de oefeningen die ik met ze heb uitgevoerd. En voor het doorlezen en het geven van feedback op mijn onderzoek. En natuurlijk niet te vergeten de eindeloze telefoongesprekken en e-mails om mij te steunen. terwijl hij tussendoor ook nog mijn werk als “critical friend” doorlas. Via deze weg wil ik ze graag bedanken voor hun steun. Mijn ouders Jan en Ria en zus Djoeke. Ook heeft ze zich ingezet om het onderzoek te beoordelen Mijn medestudenten Danne Noë. wanneer ik klaar ben met mijn studie. voor de ondersteuning. Mijn vriend Lonee.Erkentelijkheidpagina Dit onderzoek is mede tot stand gekomen met de hulp van een aantal mensen. feedback en support is het mij gelukt dit onderzoek af te ronden. Mijn studiebegeleider Nancy Helder. voor het laten inzien van nieuwe inzichten en het geven van zelfvertrouwen. die het geduld hebben gehad om alle leuke afspraken met mij een jaar te verplaatsen. Mijn collega‟s die mij de mogelijkheid hebben gegeven dit onderzoek uit te voeren op school en die mij altijd zelfvertrouwen gaven om door te gaan. . En gelukkig het huishouden op zich heeft genomen.

............................................................3 Onderzoeksmiddelen ........4.................6 Tot slot ... 4 Hoofdstuk 1: Inleiding ........................................ Blz.5 Observatie ..............3.......... Blz................. 7 Hoofdstuk 2: De situering ........................................................... 41 o 4...........................................................1 De aandachtspunten ..............5.... Blz.............1 Het sociogram ................................. 25 o 4................5..............4 Rollen in de klas ............2...............3 Het groepsproces ......8 Tot slot ....5........................................................5 Interactie ............................................. 39  4.................................1 De situering ........................................................................................................ Blz.3 De Roos van Leary ............. 45  4...................4 De uitvoering ........................... Blz.................................... 9 o 2........................................................................................... Blz.4.1 Normen stellen.. 21 o 3.......................... 8 o 2..4 Rolkaarten ............................................................5.....................2 Kwalitatief onderzoek ................... 2 Erkentelijkheidspagina ................................................................................................3 De klimaatschaal ................ Blz......3.............................. Blz........................................ Blz.......................4...................... Blz.... Blz........................................ Blz..... Blz... 24 Hoofdstuk 4: Datapresentatie en analyse ........................................... Blz..................................................................... Blz.. 39  4..................... Blz..................................................6 Algemene analyse ............ 44  4................ Blz.................................................................................................................................6 Maatschappelijke relevantie .................... 51 5 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Blz............2 Nulmeting ............... 27  4.................1 Privacy ......................................................................................................5 Eindmeting .............................................................................2...........2 Plan van aanpak ...... 11 o 2..................2................................................ Blz........................ 18 o 2.................................. Blz............................................................... 25 o 4........... 25  4.......2. Blz............................................... 19 o 2.................2............................ ...............................2 Een groep ......... Blz................................................ Blz..... Blz..Inhoudsopgave Synopsis ........... 37 o 4........... Blz................. Blz.. Blz......... Blz....... 37  4. Blz...................... 8 o 2........................................ 33  4............3 De interventies..7 Onderzoeksvraag .......... 44  4........................................................... Blz.......4 Tot slot ................. 20 Hoofdstuk 3: Het onderzoek . 50 o 4......... 25  4................................. 38  4............................ 20 o 2........2 BOTS-vragenlijst ........................4 Rolkaarten ..... Blz.......... 38 o 4......... 40  4..... 42  4.................2 BOTS-vragenlijst . 21 o 3.............................. Blz.................................. 31  4... Blz...................................... 22 o 3.....................................2.............................................. Blz..... Blz................................ 21 o 3............... 15 o 2...................................... Blz..................................... 38  4.......2 Positieve leiderschapsrollen ontwikkelen ........................................1Onderzoeksvraag en deelvragen......... 42  4...........1 Het sociogram ....... Blz..................................5....................... Blz..................... Blz...........3 De klimaatschaal .........5 Observatie .......................................................... Blz........................

.......... 116 o 20..................... “Groepstekening maken” ............. Blz.... Blz................. Blz..... Blz.................. 53 o 5......................... 57 o 2..3 Aanbevelingen ...................................................................... Blz................. 96 o 13..................................................................................................... 111 o 17........ 100 o 15........................................ 115 o 19................. Motivatie rollen nulmeting .....4 Terugblik ..................................................................................................................................... Blz... Blz........... Blz... 63 o 5........ Blz......................... ............................ 61 o 4.. 123 6 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas........................... Plattegronden van de klas .................... Blz. Blz........ Klimaatschaal .......................... Blz.............................................................. Tabel Rollen ..................................... Blz...................................................................... 55 Bijlagen ........................................... Blz....... Blz............... Rolkaarten .................. Blz.............. “Kleurencollage” ...... Blz............2 Eindconclusie ........ 117 o 21............................................................ “Situaties uitspelen” ......... 82 o 11....................... 79 o 9......................................................................... Tabellen sociogram eindmeting ............................. “Complimenten van een groep” ............. Blz............................................. 59 o 3........................... Blz............................ Blz................ Observatieverslag “toren bouwen” nulmeting ....................................................................................... 113 o 18................................................................ 52 o 5.. 54 Literatuurlijst ...... “Wie ben ik”...............Hoofdstuk 5: Eindconclusie ....... 70 o 6............................................. Nul........ Motivatie rollen eindmeting ....................................... Blz.............1 Deelvragen ...... Handelingsplan “waarschuwingskaartjes” ........................................ Puntenverdeling klimaatschaal ........................................ 104 o 16................... Tabellen sociogram nulmeting ....................... “Je mag niet meedoen” ... 80 o 10... 54 o 5..... Observatieverslag “dorp bouwen” eindmeting .......................... 84 o 12. “Letters en cijfers maken” ................. 52 o 5.......... Blz................ 56 o 1.................................. 77 o 8.................................. Blz......... Blz....................... Blz........... Blz.................................................................. “Introductie Roos van Leary” ............... 73 o 7...................en eindmeting naast elkaar ...... 97 o 14............................ Blz........ Blz............................................................

Ik heb dit onderzoek uitgevoerd op de school waar ik werkzaam ben. opdat een kind zich ten volle kan ontwikkelen. waardoor leerlingen elkaar niet altijd respecteren en serieus nemen in de reacties. Dit kan zijn uitwerking hebben op de omgang met elkaar. In de tijd dat ik werkzaam ben in het onderwijs heeft de “gedragskant” van leerlingen mij het meest geïnteresseerd. wat weer gevolgen heeft voor het groepsklimaat. In dit onderzoek ga ik op zoek naar de groepsdynamiek in mijn klas en hoe ik die kan beïnvloeden. 7 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Ik vind dat een goed pedagogisch leerklimaat een voorwaarde is. Dit is een reguliere school in Bergen. Ik ken de leerlingen goed en heb in deze tijd een goede band met de leerlingen opgebouwd. De titel staat voor de meerwaarde van een positieve groepsdynamiek in de klas. Het lijkt alsof we na de zomervakantie gewoon in de sfeer en de omgang met elkaar zijn doorgegaan. Toch valt mij ook iets op aan deze klas. We trachten een zo goed mogelijke verhouding te creëren tussen cognitieve vakken. Al met al is het een bruisende klas die met veel plezier naar school toe gaat. Het lijkt soms alsof sommige leerlingen “vastzitten” in een bepaald rollenpatroon.Hoofdstuk 1 Inleiding Voor u ligt mijn onderzoek. Humor is een belangrijk onderdeel in de dagelijkse omgang met elkaar. Dit onderzoek heb ik ontwikkeld in het kader van de opleiding Master SEN. waar we voor de vakantie waren gebleven. Omdat ik mij nog verder wil ontwikkelen en bekwamen op dit gebied. Zowel de kinderen uit de klas als ik houden van een gezellige. ontspannen sfeer. . De school werkt volgens het principe MIA onderwijs. “samen staan we sterk!”. In de bovenbouw wordt gewerkt met zelfstandig werk taken. en zich samen inzetten voor de ontwikkeling van een positieve groep. waar de kinderen zelf aangeven wat zij die dag gaan doen. heb ik besloten mijn onderziek te relateren aan dit onderwerp te houden. Ik geef dit schooljaar les aan groep 7. De school heeft een leerlingenpopulatie van 200 kinderen en de prognose is dat dit alleen maar toe zal nemen. die niet altijd een positieve uitwerking hebben op het groepsklimaat. MIA staat voor Meervoudige Intelligentie Adaptief. sociaalemotionele vorming en cultuur in de breedste zin van het woord. De titel “Samen staan we sterk!” staat symbool voor het onderzoek dat ik heb uitgevoerd. juist doordat ik de leerlingen nu voor het tweede jaar lesgeef. Maar ik merk dat de leerlingen bepaalde gedragingen en interacties laten zien. die ik vorig jaar ook al heb gehad in groep 6. gespecialiseerde leraar aan de Fontys hogeschool te Amsterdam. In de onderbouw wordt gewerkt door middel van een kiesbord. zodat er een nog beter pedagogisch leerklimaat ontstaat. waarin de kinderen elkaars eigenschappen en kwaliteiten accepteren. Ik geef hier voor het zesde jaar les en heb altijd in de bovenbouw gewerkt. Deze eerste waarnemingen hebben geleid tot het onderzoek dat voor u ligt.

komt regelmatig voor in mijn klas. terwijl ze dezelfde gedragingen vertonen. Hoe vindt de interactie in een groep plaats? 8 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Dit zullen andere leerkrachten herkennen vanuit hun eigen situatie.00 uur. . De groepsleden kijken op en moeten er hartelijk om lachen. Ik verdeel de klas in groepjes en volg de gebeurtenissen van één groepje. Ik merk ook dat er leerlingen in mijn klas last hebben van dit vaste patroon. De andere groepsleden kijken verstoord op en zuchten geërgerd. De meeste leerlingen uit deze groep zitten al 7 jaar bij elkaar in de klas. Laurens staat te kijken naar het groepje. Wat zijn de rollen in een groep? 4. Ik geef een rekeninstructie aan de klas. Dick komt meteen met een voorstel: Hij stelt voor om eerst maar eens de maten van de zwembaden op te meten. die bestaat uit 25 leerlingen. hartelijk gelachen wordt. toch lijkt er niet veel te veranderen. Kim pakt direct een stift om de gegevens die Pim doorgeeft meteen op het bord te schrijven. zodat ik dit kan vertellen aan mijn vrienden en ze geen ruzie meer hebben. doet hij dit. Pim komt erbij staan en zegt dat ze het niet goed doet. toch lijken er een aantal constante factoren aanwezig te zijn. Ik heb deze situaties regelmatig proberen te beïnvloeden. moet ik eerst meer weten over de theorie achter de ontwikkeling van een groep. Dick en Pim staan samen te overleggen wat ze moeten doen. die bijna op hetzelfde ogenblik een grap maakt. Ze vinden allebei dat ze het grootste zwembad hebben. Het lijkt alsof de leerlingen een vast rollenpatroon hebben ontwikkeld waarin de interactie en de gedragingen vast liggen. Wat is een groep? 2. Hoe verloopt een groepsproces? 3. Het groepje stemt hier meteen mee in.1 De situatie Ik geef les aan groep 7. Ralf gaat in het zwembadje zitten en doet net of hij verdrinkt. Ik geef deze leerlingen voor het tweede jaar les. De situatie die ik hierboven beschreven heb. Ik vraag de leerlingen het probleem voor mij op te lossen. Dit kan positieve. Kim pakt de bordliniaal om de zwembaden op te meten. Het lijkt een vicieuze cirkel waar we niet uitkomen. Om als leerkracht meer invloed op deze dynamiek te kunnen uitoefenen. terwijl er om „Denise‟. De groep gaat verder met meten als opeens Denise langs komt lopen met het zwembadje als hoed op. Mijn klas is constant in beweging. Ik vertel de leerlingen over 2 vrienden van mij die ruzie hebben. „Ralf‟ vindt het niet prettig zoals er op hem gereageerd wordt. waarvan 16 jongens en 9 meisjes in de leeftijd van 10 á 11 jaar. „Ralf‟ maakt een grapje en de leerlingen reageren erg negatief op hem. het moet anders. Deze situatie heeft alles te maken met de groepsdynamiek in mijn klas. Dit is goed te merken in bovenstaande situatie. Als Pim hem vraagt het tweede zwembadje te pakken. maar ook negatieve uitwerkingen hebben. Ik heb daarvoor de volgende vragen opgesteld: 1. De andere leerlingen geven daarentegen aan dat ze het gedrag van Ralf niet als prettig ervaren. Iedere klas laat een verschillende groepsdynamiek zien.Hoofdstuk 2 De situering Het is maandagochtend 9. Het valt mij op dat de leerlingen anders op elkaar reageren. Hij voert niets uit en kijkt alleen maar. Ralf kijk geïrriteerd en zegt: “wat kinderachtig!” (De namen uit de beschrijving zijn gefingeerd) §2. Hij pakt de liniaal over en gaat verder met meten.

Een groep kan omschreven worden als een verzameling individuen die op een bepaalde manier afhankelijk van elkaar zijn. (Remmerswaal. Een groep kan omschreven worden als een verzameling individuen die directe contacten met elkaar onderhouden. We kunnen pas van een groep spreken als de interacties tussen individuen door rolomschrijving en normen gestructureerd worden. Een groep kan gedefinieerd worden als een verzameling mensen die gezamenlijk een bepaald doel willen bereiken. Toch ligt het antwoord iets ingewikkelder. 4. 2. 2008. Mijn klas kan ik helemaal herkennen in deze omschrijving. namelijk de lesstof volgen. Bij langdurende interactie kristalliseert een reeks rollen uit en gaat de nieuwe groep zich onderscheiden van andere groepen. Een groep kan omschreven worden als een sociale eenheid die uit twee of meer personen bestaat die zichzelf als lid van een groep beschouwen. 1. 9 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. 47) De definitie van een groep is helder omschreven. 6. In het boek Groepsdynamica (Johnson & Johnson. De leden delen één of enkele motieven of doelen. lijkt heel gemakkelijk. De definities vind ik te summier omschreven. pp. 4. 7. dat is toch een groep. Mijn klas. 5. Volgens deze omschrijving is er geen sprake van een groep als er geen interactie plaatsvindt. 46. 3.§2. zowel verbaal als nonverbaal. Deze wederzijdse beïnvloeding vormt het belangrijkste kenmerk van een groep. 2006) worden er zeven verschillende definities gegeven. Individuen vormen alleen een groep als zij door een persoonlijke reden gemotiveerd worden een groep te vormen. Een groep kan gedefinieerd worden als een verzameling individuen waarvan de interacties door een aantal rollen en normen gestructureerd worden. Ik sluit mij aan bij de definitie van Hare (1976) Hij stelt dat er bij het ontstaan van een groep altijd sprake moet zijn van interactie. 3. In de zeven verschillende definities die de sociologen geven. Een groep kan omschreven worden als een verzameling individuen die elkaar beïnvloedt. . Volgens deze definitie kunnen we pas van een groep spreken als de betrokkenen zichzelf als een deel van een groep beschouwen. Er ontstaat een netwerk van interpersoonlijke attracties op basis van de sympathieën en antipathieën voor elkaar. die richting geven aan de groep. groep 7 om specifiek te zijn. Er vindt een constante interactie plaats in mijn klas. Een groep kan gedefinieerd worden als een verzameling individuen die. 2. die grenzen aangeeft ten aanzien van de relaties tussen de groepsleden en ten aanzien van de groepsactiviteit. De leerlingen hebben in ieder geval een gezamenlijk doel. De leden ontwikkelen een reeks van normen. Volgens deze definitie is er sprake van een groep als een bepaalde gebeurtenis niet alleen één individu maar ook de andere individuen beïnvloedt. zit allemaal een kern van waarheid. door zich te verenigen. een bepaalde persoonlijke behoefte tracht te bevredigen.2 Een groep Wat is een groep? Het beantwoorden van deze vraag. Daarnaast laat een groep naast het kenmerk interactie volgens van Hare (1976) altijd 4 andere kenmerken zien: 1.

denk aan de schoolregels. Als er in voldoende mate is voorzien aan de behoeften uit de eerste drie lagen kan de groep een bijdrage leveren in de behoeften uit de vierde laag. Bij de tweede laag is ook een rol weggelegd voor leeftijdsgenoten. Het is als leerkracht belangrijk om te weten dat deze behoeften niet altijd positief worden ingekleurd. Leerlingen die hier niet aan toe zijn oefenen geen invloed uit binnen de groep en vinden het al geweldig dat ze geaccepteerd worden. In een negatief klimaat wordt ook voldaan aan de behoefte zekerheid. Volgens van Engelen (Engelen van. De rollen die in een groep ontstaan zijn ook bij mijn klas aanwezig. In het vervullen van de eerste en tweede laag voorziet voornamelijk het gezin. Als groep sta je sterk. er zijn leerlingen die duidelijk vrienden zijn. Ook het laatste kenmerk is terug te vinden in mijn groep. Omdat deze normen veiligheid bieden zijn ze moeilijk te beïnvloeden als de groep eenmaal gevormd is. maar er zijn ook leerlingen die elkaar niet zo aardig vinden. Er is wel een duidelijk verschil tussen de normen die zijn opgelegd. Hierin kan een groep voorzien. Er zijn hele duidelijke attracties tussen de leerlingen. terwijl Ralf dit niet is. In een groep hoor je erbij. Je wilt niet voor gek staan en buitengesloten worden. Daarnaast is er zekerheid omdat de rollen vaststaan. Samen kunnen leerlingen komen tot creatieve prestaties. Een klas heeft invloed op het vervullen van de behoeften aan veiligheid.Daarnaast zijn er ook normen en grenzen ontwikkeld. Dit kun je terugzien in de situatiebeschrijving van de rekenles. De groep biedt zekerheid er zijn vaste normen. Ze willen gewaardeerd worden. je wilt gerespecteerd en geaccepteerd worden. maar de leerlingen weten wel waar ze aan toe zijn. Denise is duidelijk geaccepteerd als de grappenmaker. Het vormen en ontwikkelen van een groep is erg belangrijk in het onderwijs. Tenslotte is er de behoefte aan zelfrealisatie. Leerlingen kunnen elkaar helpen met bepaalde leerstof. 2007) vervult een groep behoeften uit de behoeftepiramide van Maslow (1954): Zelfrealisatie Waardering Sociale acceptatie Zekerheid/veiligheid Fysiologische behoeften De behoeftepiramide van Maslow (1954) Pas als er voldaan is aan een laag. Ze willen dat hun mening serieus wordt genomen. Het leren gaat het beste als een leerling zich vooral in de bovenste laag van de piramide bevindt. Kinderen willen ook invloed uitoefenen binnen een groep. In een 10 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. . komt de mens toe aan de volgende laag. weliswaar niet allemaal positief. Ook de derde laag wordt vooral door leeftijdsgenoten vervuld. Je eigen talenten ontwikkelen en verbreden. dit kan bijdragen aan zelfrealisatie. sociale acceptatie en waardering. je bent groepslid. en de normen die ze zelf bepaald hebben.

Hoe dit verloopt.negatieve groep is de rolverdeling ook bepaald. 2008): 1. . wordt bepaald door het groepsproces dat zij doorloopt. In de definitie en de behoeftepiramiden wordt duidelijk gemaakt wat een groep is. In het lineaire model wordt uitgegaan van de sociaal-emotionele aspecten in relatie tot de taken die uitgevoerd moeten worden. maar is wel voorspelbaar.3 Het groepsproces Hoe verloopt een groepsproces? Remmerswaal (Remmerswaal. leren zelfverwezenlijking. beantwoord ik in de volgende vraag. in eigen tempo. 2008) spreekt over drie modellen hoe groepen ontstaan: 1. Wat voor soort groep een klas is. Hij heeft dit model ontworpen in 1965 en gereviseerd in 1977. Coincident with testing in the interpersonal realm is the establishment of 11 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. dit heeft geen positieve uitwerking. 2007) (Gielis. De groepen worden samengesteld door de school. 2006) Lineair model Progressief Toekomst Leren sociale vaardigheden De groep Interpersoonlijk Groep Spiraalmodel Regressief Verleden Genezen persoonlijkheidsintegratie De groep Historisch Contextueel Polariteitenmodel Cyclisch Heden Groeien. Spiraalmodel 2. §2. In onderstaand figuur zijn de verschillende modellen schematisch weergegeven. Volgens Tuckman doorloopt elke groep vijf fasen. & Lap. Konig. Bij het polariteitenmodel gaat men ervan uit dat het groepsproces gebaseerd is op spanningen en conflicten die regelmatig terugkeren. Klassen in een school passen binnen deze definitie en zijn dus groepen. de andere modellen zijn meer geschikt voor therapeutische doeleinden. Forming “Groups initially concern themselves with orientation accomplished primarily through testing. Such testing serves to identify the boundaries of both interpersonal and task behaviors. (Linge van. Polariteitenmodel 3. Lineaire model Bij het spiraalmodel wordt de groepsvorming voornamelijk bepaald door de ervaringen uit het verleden van de verschillende groepsleden. Daarom kies ik ervoor het lineaire model verder uit te werken. Toch ontstaan deze groepen niet spontaan. Hieronder de gereviseerde versie (Engelen van. bewustwording Het individu Intrapersoonlijk Individueel en relationeel Groepsvoortgang Tijdsperspectief Groepsdoel door middel van Nadruk op: Observatiebasis Centraal procesaspect Overzicht van de drie besproken modellen voor groepsontwikkeling (Banet 1967) Het lineaire model is het meest gericht op het onderwijs. zodat het veiligheid biedt voor de leerlingen.

3. Ze bekijken wie de andere groepsleden zijn en hoe die zich gedragen. with concomitant emotional responding in the task sphere. De leerlingen gedragen zich heel rustig in deze fase. De klas wordt een negatieve groep waarin concurrentie en machtsstrijd de boventoon voeren. Deze outsiders lopen bij een negatieve hoofdgroep het risico de zondebok te worden.dependency relationships with leaders. 2005. De leiders van de groep bepalen deze normen. dit komt doordat de leerlingen als ze ouder worden de zomervakantie als minder intensief qua mentale en fysieke groei ervaren. p. De leerlingen nemen een afwachtende houding aan. personal opinions are expressed. 2005. soms proberen ze de mening van de meerderheid weer te geven en ook schrijven ze bewust hun eigen ideeën aan de groep voor. Leerlingen kiezen vaak voor de rol die het beste bij hen past. p. we have the stage of norming” (Smith. 3. later met meer nadruk. maar “van binnen” is het heel onrustig en ongemakkelijk voor de leerlingen. intimate. p. Dit leidt vaak tot conflicten. De doelen worden bepaald. 3) De normen van de groep worden vastgesteld in de derde fase. vaak is dat doel voor de groep positief. Ze vragen zich af wat er van hun verwacht wordt. De rolverdeling wordt in de stormingsfase vastgelegd. De grenzen in de groep worden duidelijk.” (Smith. other group members. Iedere subgroep kan zich hierbij zowel positief als negatief ontwikkelen. In de bovenbouw duurt de stormingfase heel kort. 3) Tijdens de stormingsfase is het heel onrustig in de klas. Storming “The second point in the sequence is characterized by conflict and polarization around interpersonal issues. and new roles are adopted. dit kunnen ook meerdere rollen tegelijk zijn. Ieder schooljaar doorlopen de leerlingen deze fase. Er is neiging naar negatieve normen. De groep pakt de situatie zoals voor de zomervakantie gemakkelijker op. 2005. new standards evolve. 2. Er ontwikkelen zich twee of drie subgroepen die ieder een eigen groepsproces ingaan. Er wordt kennis gemaakt met elkaar en met de leerkracht. De groep neigt naar positieve waarden en normen. It may be said that orientation. De klas is verdeeld in een hoofdgroep en enkele outsiders. Toch wil ieder kind in de groep ruimte om keuzes te maken. Het opnieuw verkennen van een bestaande groep is dan minder nodig. Eerst voorzichtig en aftastend. or pre-existing standards. Soms zijn deze leiders zich niet bewust van hun positie. testing and dependence constitute the group process of formin”. De hiërarchie in de klas begint geleidelijk zijn vorm aan te nemen. ondanks dat ze elkaar al kennen. (Smith. Dit kan zich in deze periode nog sterk afwisselen. Norming “Resistance is overcome in the third stage in which in-group feeling and cohesiveness develop. . dit doel 12 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. De klas wordt niet één groep. Er groeit een samenhangende. positief samenwerkende groep. de leerlingen gaan op zoek naar erkenning en proberen hun positie in de klas te verwerven. These behaviors serve as resistance to group influence and task requirements and may be labeled as storming. Afhankelijk van zijn behoeften zal het ene kind zich sterker profileren dan het andere. 2. De uitkomsten van de stormingsfase kunnen verschillend zijn: 1. 4. Thus. 3) In deze fase komt een nieuwe groep bij elkaar. In the task realm.

Dit komt omdat de groep meer aandacht moet schenken aan het leefklimaat. Problemen aanpakken Hoe gaat de groep om met problemen? Deze vijf kenmerken geven veel inzicht hoe de ongeschreven normen worden gehanteerd in de groep. the completion of tasks and reduction of dependency (Forsyth 1990: 77).en leerklimaat waarin de leerlingen productief zijn.particularly where the dissolution is unplanned (ibid. Some commentators have described this stage as 'mourning' given the loss that is sometimes felt by former participants. 4. Besluitvorming Hoe zit het met ieders inbreng als er een beslissing wordt genomen? e. p. Structural issues have been resolved. als het doel gezelligheid is. maar niet gunstig voor het leerklimaat. Performing is de langstdurende fase. Een negatieve groep daarentegen is veel minder bezig met het leerklimaat. This stage can be labeled as performing. Er heerst een constante machtstrijd tussen de leerlingen onderling. Gaat het in volledige harmonie of hebben een aantal leerlingen het voor het zeggen? Als je de vijf kenmerken apart van elkaar bekijkt. Samenwerken Is er sprake van samenwerking. Deze normen. Als de groep uit de vorige fasen als een positieve groep is gekomen. 3) In de uitvoerende fase worden de doelen die in de eerdere fasen zijn vastgesteld nagestreefd. Wederzijds respect In welke mate geven de groepsleden elkaar de kans om zichzelf te zijn. It entails the termination of roles.” (Smith. 3) 13 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. zowel positief als negatief zijn af te meten aan vijf groepskenmerken die gerelateerd zijn aan het leefklimaat: a. 2005. en in hoeverre voelen zij zich gedwongen zich anders te uiten en te gedragen dan ze zijn? c. Groepsverantwoordelijkheid In hoeverre voelen de groepsleden zich medeverantwoordelijk voor het wel en wee van de groep als geheel? b. and group energy is channeled into the task.: 88). Roles become flexible and functional.” (Smith. Denk aan gezellig door de les heen praten. kunnen ze verschillende inzichten geven. Performing “The group attains the fourth stage in which interpersonal structure becomes the tool of task activities. de leerlingen zijn veel minder productief.Adjouring “ Adjourning involves dissolution. Vanaf nu staan de normen van de groep vast en zijn de groepsnormen nauwelijks veranderbaar. . dan werken de leerlingen goed samen. hij duurt bijna het gehele schooljaar. is dat een positief doel. The process can be stressful . Naast het doel worden ook de normen en waarden van de groep vastgesteld. 2005. 5. and structure can now become supportive of task performance. p. conflicten worden snel opgelost en de doelen waaraan gewerkt wordt zijn positief. Als de relatie met de leerkracht ook positief is heerst er een prettig leef. waarbij ieders inbreng welkom is? Of wordt het klimaat bepaald door onderlinge concurrentie? d.hoeft niet altijd positief te zijn voor de leerkracht.

Hierdoor wordt de groep minder gezellig en is het afscheid makkelijker. De leerkracht kan d. Iedere leerling moet zich door de leerkracht geaccepteerd voelen en de leerkracht moet persoonlijke interesse tonen. Dit kan door een goede begeleiding tijdens de normingfase al zoveel mogelijk voor de stormingsfase plaats te laten vinden. (Gielis. 2008) Fase 1&2: Bij de start van de groep kan begeleiding doorslaggevend zijn.d. reünies e. a. (Engelen van. De leerlingen vinden het niet erg om afscheid van de groep te nemen. Ten slotte biedt hij veiligheid.a. De groepsleden tonen respect voor elkaar voor elkaars mening en karakter en zijn bereid naar elkaar te luisteren c. Dan is er een stevig fundament gelegd voor het groepsklimaat dat meestal stand kan houden 14 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Deze fase treedt op de basisschool alleen op de voorgrond aan het eind van groep 8. Suggesties hiervoor staan o. De leerkracht helpt de leerlingen veilig met elkaar kennis te maken van oppervlakkig naar diepgaand. Tegelijkertijd moet de leerkracht anticiperen op de norming. De leerlingen beschermen zichzelf tegen de teleurstelling van het uiteen gaan van de groep. De groep kan gaan “vitten”.v.Deze fase treedt op als het einde van de groep in zicht is. 2007) Door de begeleiding hebben de leerlingen een sfeer geproefd die berust op positieve normen. Dit betekent dat de leerlingen de positieve sfeer gaan relativeren. Beslissingen die de groep moet nemen komen aan zoveel mogelijk wensen van groepsleden tegemoet. Alleen in deze fase is het mogelijk een groep tot positieve normen te laten komen. Konig. Bij een negatieve groep wordt deze fase als bevrijdend gezien. begeleiding heel veel invloed uitoefenen op de verschillende fasen. Bovengenoemde fasen zijn beschreven zoals ze verlopen zonder begeleiding van een leerkracht. . situaties te scheppen waarin normen tot stand komen en positieve normen laten ervaren en de leerlingen hiervan bewust maken. Denk hierbij aan klassenfeesten. In de andere jaren weten de leerlingen dat ze elkaar na de zomervakantie weer zien. In dit geval bepaalt de groep vaak de uitkomst.m. De leerlingen organiseren veel activiteiten om het afscheid zoveel mogelijk uit te stellen. Deze begeleiding is gericht op een positief groepsklimaat wat kan leiden tot de aanvaarding van groepsregels die feitelijk de vijf groepskenmerken positief invullen en die samen garant staan voor een positief groepsklimaat. Een ander verschijnsel is het “klitten”. e. De laatste gedraging is de “normvervaging”. Dit kan leiden tot drie verschillende gedragingen. in “Grip op de groep”. De leerlingen houden zich niet meer aan de groepsregels en gaan minder respectvol met elkaar om. Allereerst is het belangrijk om de forming goed te faciliteren. & Lap. De groepsleden zijn bereid met elkaar samen te werken d. Problemen worden niet verdoezeld maar besproken Om deze begeleiding goed te faciliteren kun je veel begeleide oefeningen doen. De leerlingen ervaren de groep als positief en gaan niet graag uit elkaar. Dit kan hij doen door modelgedrag te vertonen. Bij een positieve groep kunnen er problemen ontstaan tijdens deze fase. De groepsleden voelen zich medeverantwoordelijk voor het functioneren van de eigen groep b. Omdat de groep toch uit elkaar gaat is het niet meer belangrijk om de groep gezellig te houden.

§2. gaat gepaard met “dit kunnen we dus van deze persoon verwachten” en dat gaat men dan ook écht verwachten.v. Voor mijn onderzoek betekent dit dat ik rekening moet houden met de normen en rollen zoals ze al vastgesteld staan. moet ik eerst meer weten over rollen in de klas. Belangrijk is hierbij dat deze begeleiding begint vanaf de eerste dag na de zomervakantie.Helpen de situatie realistisch onder ogen te zien . samenwerkingsopdrachten. Ik bespreek beide indelingen.Een gedenkteken te laten maken Door de begeleiding tijdens het groepsproces heeft de leerkracht meer invloed op het leer. Om meer inzicht in het rollenpatroon te verkrijgen.Terugblikken. en „Dick‟ is de leider van de groep. Fase 3: In deze fase is de taak van de leerkracht de leerlingen te helpen herinneren aan hun eigen groepsregels die zij eerder zelf bedacht en opgesteld hebben. Fase 5: Wat kan de leerkracht doen om de afsluiting positief te laten verlopen?: . p. klitten en vitten als ze aan de orde zijn . De eerste twee fasen kunnen alleen een succes vormen als de leerkracht tijdens deze fasen permanent aanwezig is. Fase 4: De begeleiding van deze fase doet de leerkracht door samen met de groep regelmatig het groepsklimaat nader te bekijken en te stimuleren. 83) Voor de verdeling van rollen in een groep maken Remmerswaal (2008) en van Engelen (2007) allebei een eigen indeling van rollen in groepen. . Ik vind deze indeling iets te beperkt. omdat Remmerswaal een heel uitgebreide indeling geeft en Van Engelen zijn rolverdeling alleen toegespitst heeft op een groep in de basisschool. Dit is het verwachtingpatroon dat in deze groep aan jou gekoppeld raakt en het is te omschrijven als je rol.Bewust maken van de verschijnselen normvervaging. Er kunnen onderhuids toch factoren spelen die andere normen inbrengen. Dit leidt tot de volgende vraag. hierdoor verliest de leerkracht namelijk het vertrouwen van de groep. Belangrijk hierbij is dat alleen de normen die de leerlingen zelf bedenken en/ of eigen maken stand houden. de groepsidentiteit te versterken en het bevorderen van onderlinge contacten.4 Rollen in de klas Welke rollen zijn er in een klas? “Al datgene wat men van je meemaakt en aan je ontdekt. Het is belangrijk dat de leerkracht zich niet teveel bemoeit met de rolverdeling. 1997.in de storming. Toch zijn niet alle rollen in mijn klas allemaal herkenbaar. In de situatieschets van de rekenles herken ik al een rolverdeling. Dit om niet alleen aan de laatste maand te denken .” (Lente van. „Denise‟ is duidelijk geaccepteerd als grappenmaker. Het stimuleren kan d.m. de groepsgeschiedenis laten herleven. 15 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.en leefklimaat in de klas.

verheldering geven). vertelt de regels als een besluit in contradictie is met de regels). nieuwe ideeën. meningen en voorstellen samenbrengen) samenvatten (samenvatten van inhoud en meningen. wil de beste in alles zijn). hoe zal een voorstel uitpakken). Van 16 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. geven van informatie( bieden van feiten. 2008) : De rollen in een groep zijn onder te verdelen in: 1. volgen (meegaan met groepsbesluiten. bemiddelen (harmoniseren. problemen anders aanpakken. kalmeren). Groepshandhaving. 2007): Van Engelen maakt bij de rolverdeling een onderscheid in leidinggevende rollen en overige groepsleden. analyseren van blokkades). Alle genoemde rollen zijn allemaal ook leiderschapsfuncties.als procesrollen: evalueren (groepsbesluiten toetsen aan procedures en regels. rivaliteit (altijd met anderen aan het wedijveren.v. .m. dat ingaat tegen constructieve participatie aan de groep. zoeken van informatie (verhelderende vragen) . warmte. Meerdere groepsleden kunnen tegelijkertijd dezelfde rol vervullen. Taakrollen: van belang voor het uitvoeren van de groepstaak 2. zelfbelijdenissen (vertelt altijd over eigen ervaringen wat niets te maken heeft met groepsdoel). consensus uitproberen (vraagt of er een algemene overeenstemming kan worden bereikt). demonstratief terugtrekken (ongeïnteresseerd of passief gedrag). zoeken van meningen(vragen aan anderen wat ze denken/voelen verheldering vragen). Disfunctionele rollen: agressief gedrag( eigen status proberen te vergroten door het bekritiseren van anderen vijandige positie innemend). dit is verdeeld naar de leiderschapsstijl. deuropener of wegbereider zijn(zorgt ervoor dat iedereen zijn zegje kan doen). betekenissen ontwikkelen. formuleren van de regels en procedures (deze kunnen gebruikt worden voor keuze van het gespreksonderwerp of evalueren van groepsbesluiten. humor. blokkeren (voortgang van de groep dwarsbomen). De indeling volgens Van Engelen (Engelen van. openlijk instemmen). De taakrollen zijn: initiatief en activiteit (voorspellen van oplossingen. De procesrollen zijn: aanmoedigen (vriendelijk. organiseren en bewaken de goede gang van zaken. d. onder woorden brengen van het groepsgevoel(samenvatten wat het gevoel is van de groep. luisterpubliek). 3. hoe staat het met het groepsdoel?). Zowel taak. de clown uithangen (niet serieus kunnen doen). De leidinggevenden nemen vaak het initiatief. sympathie zoeken (klagen en zielig doen om sympathie van andere groepsleden te verkrijgen). waardering uitspreken. erkenning zoeken (altijd op zoek naar aandacht). Disfunctionele rollen: die vooral bestaan uit zelfgericht gedrag.en groepsvormingsrollen (procesrollen): vooral gericht op het verbeteren van het sociaal-emotionele klimaat in de groep. verbinden aan eigen ervaringen. spanning verminderen (uitlaat vinden voor overheersende gevoelens bijv. stokpaardjes (alleen voorstellen inbrengen die hun eigen favoriete ideeën ondersteunen).De indeling volgens van Remmerswaal (Remmerswaal. anders ordenen van materiaal). problemen opnieuw definiëren. conclusie trekken). uitwerking (verhelderen. coördineren (aantonen van verbanden. suggesties. geven van een mening (uitspreken van mening over waardevolheid en niet zo zeer over inhoud). compromissen voorstellen). diagnosticeren (vaststellen van moeilijkheden. Bij de overige groepsleden zien we verschillende rollen en taken. beschrijven van (onbewuste) reacties). de groepsactiviteiten en eventuele weerstanden.

Dit maakt dat de macht van de organisator afhankelijk is van de loyaliteit van de volgers. Een gezagsdrager vormt de mening van de groep en bewaakt het groepsdoel. Organisator Een organisator regelt alles. De sociaal werker heeft gezag in de groep. Wat de gezagsdrager zegt of aangeeft wordt echter wel direct opgepakt door de rest van de groep. Ze bevinden zich in de hiërarchie net onder de organisator. Sociaal werker Diegene die deze rol vervult heeft vooral interesse in mensen en relaties. de sociaal werker komt met compromissen aan wanneer de groep er niet uitkomt. Hij bewaakt de sfeer in de groep en het welzijn van de groepsleden. Hij verdeelt taken en bewaakt of ze gedaan worden. Door zijn rol kan hij gevoelens van mededogen van de andere groepsleden oproepen. dan grijpt de gezagsdrager in. Hoewel het lijkt alsof de joker niet serieus wordt genomen. 3. hierdoor zijn de verkenners directe concurrenten van de organisatoren. Toch kan deze rol niet ontbreken in een groep. maar deze is niet bedreigend. Dit kan door een mentale of fysieke zwakte of handicap. . al is het niet het hoogste gezag. mits hij een bijdrage levert aan wat de groep. zorgt de joker er juist voor dat zaken niet te serieus worden en uit de hand lopen. 6. Hij geeft de directe leiding aan de andere groepsleden. Verkenner Verkenners nemen vaak initiatieven op het moment dat het duidelijk is wat de bedoeling is. Binnen de positieve groep kan er onderlinge concurrentie zijn. Je kunt de organisator duidelijk herkennen bij samenwerkingsopdrachten. via de gezagsdrager wil. Appellant De appellant is de laagste in de hiërarchie van de groep. 5. van verantwoordelijkheid voor de groep. De gezagsdrager kan niet gewoon zijn gang gaan. Hij zorgt voor een grote mate van relativering in de groep. Volger Volgers voeren de initiatieven van de andere groepsleden trouw uit. 2. kan de joker met een relativerende opmerking de groep 17 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Joker De rol van de joker is heel belangrijk. Een organisator behandelt hierdoor zijn volgers altijd goed.Engelen stelt dat de rolverdeling anders is ingedeeld bij een positieve groep dan bij een negatieve groep. Gezagsdrager Dit is vaak niet de opvallendste persoon in een klas. Bij conflicten grijpt de sociaal werker op een positieve wijze in. 7. De verschillen tussen de groepsleden worden geaccepteerd. Als een ander groepslid met een voorstel komt dat indruist tegen het groepsdoel. nemen de verkenners deze positie over. Als de organisator fouten maakt of wegvalt. Als er spanningen zijn in de groep. Ze zetten hun gezag in om de sfeer in de groep te bewaken en positief te houden. De positieve groep kent de volgende zeven rollen: Leidinggevenden 1. hij moet zich houden aan de gevestigde opvattingen binnen de groep. De organisator zorgt ervoor dat de hiërarchie binnen de groep in stand wordt gehouden. niet de haantje de voorste of degene met de grote mond. Hij appelleert aan gevoelens van zorgzaamheid en mededogen. Overige groepsleden 4.

In een negatieve groep is de hiërarchie erg sterk. De leerling die aan het begin van het jaar een grap maakt. er zijn continue aanvallen op zijn positie. Hoe deze interactie verloopt. De rolverdeling in een groep ontstaat in de formingsfase van het groepsproces. Hij creëert een gezamenlijke vijand door leerlingen uit de groep als slachtoffer van zijn negatieve doelen te maken. zullen zij niet het slachtoffer worden. intrigeren. Zolang dat gebeurt. Deze rollen ontstaan mede door de interactie van de groepsleden onderling. Intrigant Zij proberen onder de overige groepsleden (meelopers) voldoende aanhang te verwerven om een leidinggevende positie te verwerven. Zondebok De zondebok is diegene die constant wordt gepest. Hierdoor laat de sociaal werker het er regelmatig “bij zitten”. Gielis (Gielis. . De neutrale groep wil graag goed doen. 4. De middelen die gebruikt worden zijn negatief (roddelen. dit omdat er nog verschillende doelen aan de orde zijn. vooral als er conflicten uitbreken. Deze aanvallen komen van de intriganten.” (Oudenhoven van. Bij een neutrale groep is de rol van gezagsdrager nog wisselend. Zijn positie staat bloot aan concurrentie.5 Interactie Hoe vindt de interactie in groepen plaats? “Communicatie vindt niet in het luchtledige plaats. Dictator De dictator geniet geen natuurlijk gezag. De hiërarchie wisselt van week tot week en kan zich daardoor niet vastzetten. De nadruk ligt op de macht en minder op het vervullen van de verschillende rollen. krijgt vaak voor het hele jaar deze rol toebedeeld. omkoping). Hij stelt negatieve doelen en probeert daardoor de groep bijeen te houden en zo een soort saamhorigheid te creëren. Je kunt een neutrale groep het beste omschrijven als een groep die zijn nog weg zoekt in de hiërarchie en het stellen van doelen. 3. Overige groepsleden 2. 2008) vult deze onderverdeling nog aan met de neutrale groep. §2. pesten.laten lachen. p. Meeloper De meelopers wanen zich veilig zolang ze maar een intrigant en/of dictator ondersteunen. Het slachtoffer van de gezamenlijke vijand. de aard van de taak of de kenmerken van de groep. beantwoord ik in mijn volgende vraag. Rollen in een negatieve groep: Leidinggevenden 1. maar hun saamhorigheid komt niet echt van de grond. omdat er telkens verwarring heerst over de positie van de groepsleden. Ze zijn blij als hun leerkracht hen helpt. & Lap. De dictator moet constant op zijn hoede zijn. 28) 18 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Konig. 1998. Hij doorbreekt de regels en de hiërarchie. Deze groep komt het meest voor in het onderwijs. maar ondergaat de invloed van de eigenschappen van de groepsleden. Daarom moet ook hier de gezagsdrager met kracht zijn gezag doen gelden.

dat afgestemd is op hun eigen mogelijkheden.Een van de meest bekende en goed toepasbare communicatiemodellen om interacties tussen groepsleden te beschrijven is de “Roos van Leary”.samen sector en veel minder gedragingen uit de onder-tegen sector. boven.” (Franke. §2. Deze manier van interactie kan ingezet worden bij de verschillende rollen in de groep.gedrag roept onder-gedrag op) en symmetrisch (bijv. Vanaf 2011 wordt er in Nederland “passend onderwijs” ingevoerd. 2008) 19 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. dezelfde scholen bezoeken. ongeacht hun achtergrond. Iedere leerkracht heeft er mee te maken. Deze ontwikkeling is een eerste stap naar “Inclusief onderwijs”. De leerlingen moeten inschatten welke interactie past bij hun rol in een specifieke situatie. Dit betekent dat een rol met verschillende soorten gedragingen ingevuld kan worden. De organisatie inclusief scholen geeft de volgende definitie voor inclusief onderwijs: “Inclusief onderwijs betekent. Zo zal een gezagsdrager meer gedragingen laten zien uit de boven.6 Maatschappelijke relevantie Het belang van kennis van groepsdynamica is duidelijk naar voren gekomen in bovenstaande vragen. . Zie onderstaand figuur: Roos van Leary Deze roos laat zien welk gedragingen elkaar oproepen en hoe gedrag te beïnvloeden is. samen-gedrag roept samen-gedrag op) op elkaar kunnen reageren. . Als een andere leerling dan voornamelijk gedrag laat zien uit de onder-samen sector geeft hij hiermee duidelijk aan dat hij een volger is. dat alle leerlingen.samen en tegen voor samenwerkend tegenover tegenwerkend gedrag. Leary heeft nog een verdere indeling gemaakt. Leary gaat ervan uit dat mensen complementair (bijv. en de invloed van de groepsdynamiek wordt in de toekomst alleen maar meer van belang. De reacties van mensen zijn daarbij in te delen volgens twee tegenovergestelde lijnen (Itasc): . in heterogene groepen functioneren en het curriculum volgen. opmerking of handeling van de gesprekspartner. Leary gaat uit van de veronderstelling dat de reactie van iemand bepaald wordt door de daaraan voorafgaande opstelling. Het communicatiemodel van Leary heeft ook zijn invloed op het ontstaan van rollen.boven en onder voor leiden tegenover ondergeschikt gedrag.

Een school die leert dat in principe niemand wordt buitengesloten. 2005) §2.” (Visie. Het begeleiden van het groepsproces neemt dan een steeds grotere rol in. bereidt voor op een samenleving waarin niemand wordt buitengesloten. verantwoordelijkheid voor elkaar. Stichting Inclusief onderwijs zegt hier het volgende over: “De beste manier om dit in de praktijk te brengen is door de klas open te stellen voor leerlingen met een handicap. Heel veel invloed op het groepsproces kan ik niet meer hebben. In hoofdstuk drie zal ik nader ingaan op mijn onderzoeksvraag en de onderzoeksmethoden.7 Onderzoeksvraag De informatie uit dit hoofdstuk heeft mijn inzicht in de theorie over groepsdynamiek vergroot. Tolerantie. Als leerlingen geleerd hebben om elkaar in al hun verschillen te accepteren. Dit heeft de interesse naar mijn eigen klassensituatie alleen maar vergroot. De groep is al geruime tijd bij elkaar en heeft de eerste drie fasen al doorlopen. Leerlingen met een handicap profiteren daarnaast in cognitief en sociaal opzicht van hun omgeving met niet-gehandicapte leerlingen. . wordt op een duidelijke. De rollen en doelen zijn bepaald. De interactie die hiermee gepaard gaat is duidelijk aanwezig en wordt niet altijd als positief ervaren. is er ruimte voor iedereen binnen eenzelfde onderwijs. zo is inmiddels ruimschoots aangetoond. Het leren van deze waarden is het belangrijkste voordeel voor leerlingen zonder handicap. 20 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. hanteerbare manier in de dagelijkse praktijk gebracht.Dit betekent dat de diversiteit in de klassen alleen maar toeneemt. respect voor verschillen en de waarde daarvan. Deze situatie heeft geresulteerd in de volgende onderzoeksvraag: Welke invloed heeft het rollenpatroon op de interacties van de leerlingen onderling in mijn klas en hoe kan ik die beïnvloeden? §2.8 Tot slot In dit hoofdstuk heb ik duidelijk gemaakt wat groepsdynamica inhoudt en wat het kan betekenen voor het onderwijs.

. De verschillende gegevens die in mijn onderzoek naar voren komen. zijn geen op zich zelfstaande onderdelen. positieve of negatieve groep? 2. § 3. Ik ben er terdege van bewust dat de onderzoeksresultaten subjectief zullen zijn. Goede de. 21 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Hoe verloopt de interactie tussen de leerlingen onderling? 4. & Teunissen. neem ik deze mee in mijn datapresentatie en analyse. deze leg ik o. Gezamenlijk vormt de informatie een algeheel beeld. controleren zowel mijn duopartner als mijn LIO-stagiaire mijn onderzoeksgegevens. & Teunissen. De onderzoeksgegevens worden verkregen door directe waarneming. Kwalitatief onderzoek legt verbanden tussen alle facetten die meespelen bij een probleem. Voor het onderzoek maak ik voornamelijk gebruik van mijn eigen waarneming.Hoofdstuk 3 Het onderzoek In het vorige hoofdstuk is de theorie over groepsdynamica beschreven. p. Het onderzoek is subjectief en betekenisverlening. Is mijn klas een neutrale. In dit onderzoek betekent dit dat ik uitga van de dagelijkse activiteiten die ik met de leerlingen uitvoer. de onderzoeker is zelf het onderzoeksinstrument. Als zij een andere interpretatie van de resultaten hebben.” (Baarda.2 Kwalitatief onderzoek Om antwoord te krijgen op mijn onderzoeksvraag zal ik gebruik maken van kwalitatief onderzoek. De resultaten zullen gebaseerd zijn op mijn eigen interpretatie en aan de resultaten en situaties zal ik mijn eigen betekenis verlenen. 25) De reden dat ik kies voor kwalitatief onderzoek heeft te maken met de kenmerken van deze vorm: (Baarda. de Goede & Teunissen geven de volgende definitie over kwalitatief onderzoek: “Onderzoek waarbij je overwegend gebruik maakt van gegevens van kwalitatieve aard en dat als doel heeft onderzoeksproblemen in of van situaties. Welke rollen zijn er in mijn klas? En hoe worden die ingevuld door de leerlingen? 3. Dit vierde kenmerk is erg belangrijk voor de interpretatie van mijn onderzoek. De deelvragen zijn als volgt: 1. Welke interventies kan ik uitvoeren om invloed op het groepsproces te kunnen uitoefenen? § 3. 2000) Het onderzoek vindt plaats in alledaagse situaties. Baarda. 2000. vast in gestandaardiseerde instrumenten.a. gebeurtenissen en personen te beschrijven en te interpreteren. Goede de. zodat ik gerichter onderzoek kan plegen. maar zijn gebaseerd op mijn eigen interpretatie. Om het onderzoek meer betrouwbaarheid te geven. er wordt weinig gewerkt met gestandaardiseerde instrumenten.1 Onderzoeksvraag en deelvragen Mijn onderzoeksvraag luidt: Welke invloed heeft het rollenpatroon op de interacties van de leerlingen onderling in mijn klas en hoe kan ik die beïnvloeden? Om deze vraag te beantwoorden heb ik deze vraag in deelvragen verdeeld. In dit hoofdstuk zal ik beschrijven welke onderzoeksmethoden ik ga gebruiken om mijn onderzoeksvraag te beantwoorden.

Een observatieplan opstellen. Er is een integratie van dataverzameling en analyse Tijdens mijn onderzoek is er een samenspel tussen het verzamelen van gegevens en het interpreteren van deze resultaten. In deze situatie zullen de leerlingen zich als informant opstellen. Baarda. (Baarda. Hierdoor kunnen zij mij veel informatie geven over de klas als ik niet aanwezig ben. De tweede rol is de sleutelinformant. 1995) a. de situatie. De laatste rol is voor dit onderzoek voornamelijk van belang. Mijn LIO-stagiaire en duopartner zullen ten tijde van het onderzoek de rol van sleutelinformant kunnen innemen. Hij heeft een goed inzicht in de te onderzoeken situatie en geeft hierdoor veel informatie aan de onderzoeker. Voor de metingen maak ik gebruik van de volgende instrumenten: Het Sociogram Het sociogram is gebaseerd op de sociometrische methode van J.t. Dit wordt ook wel een cyclisch-iteratief proces genoemd. ook gebruik ik deze theorie op mijn onderzoeksresultaten te verklaren. 22 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Bij voorkeur 2 sociogrammen maken aan het begin b. Alkema en Tjerkstra geven een duidelijke werkwijze aan: (Alkema & Tjerkstra. Allereerst zal ik een nul-meting houden. 2000) Allereerst de informant. § 3. Na analyse van deze gegevens volgen er interventies en geef ik groepsbegeleiding. de uitkomst blijft subjectief en geeft alleen een beeld van deze klas. Hij kan als vertegenwoordiger van de groep worden gezien. de Goede & Teunissen spreken over drie rollen. Deze resultaten geven mij informatie over de invloed van de interventies.Ook controleer ik mijn gegevens bij de leerlingen uit de klas d.b.m. ook vraag ik een enkele keer hun mening over andere leerlingen. Deze deelnemer geeft informatie over zichzelf m. Afsluiten met nog een sociogram om te kijken of interventies zin hebben gehad. Aan het eind van het onderzoek houd ik dezelfde meting. . Kloppen de gegevens met wat we zien? Bijvoorbeeld: is de leerling ook echt geïsoleerd? c. Deze rol zullen de leerlingen uit de klas innemen. onderzoeksmethoden vraag ik naar hun mening. De theorie speelt een grote rol. Zij zijn op de hoogte van de theorie achter het onderzoek en kennen de klas goed. & Teunissen.v. deze deelnemer geeft informatie over personen of zaken buiten zichzelf.3 Onderzoeksmiddelen Eerder in dit hoofdstuk heb ik vermeld dat het doen van een nulmeting noodzakelijk is. De theorieën die ik ontwikkel vanuit dit onderzoek zullen gebaseerd zijn op de onderzoekssituatie zoals hij nu is en zal subjectief kunnen zijn. Het verzamelen van de gegevens en de analyse wisselen elkaar het hele onderzoek af. Deze aanpak sluit subjectiviteit niet uit. Kwalitatief onderzoek wordt op een theorie gebaseerd en/of verklaard vanuit theorie of is gericht op het ontwikkelen van theorie. De deelnemers aan kwalitatief onderzoek kunnen verschillende rollen hebben.L Moreno. De leerlingen geven voornamelijk informatie over zichzelf. Gerichte begeleiding om in de groep positief sociaal gedrag te stimuleren d. Het verschaft meer inzicht in de onderlinge relaties in een groep en de plaats van een kind in de klas. In het onderzoek dat ik uitvoer baseer ik mij op de theorie zoals beschreven in hoofdstuk 2. Tijdens deze aanpak is het belangrijk om constant naar de uitwerking van deze interventies te kijken. de respondent. zodat ik tijdig kan signaleren of de aanpak de juiste is. waardoor de beginsituatie van de groepsdynamiek vastgesteld wordt. Goede de.

leraar . De vragenlijst geeft informatie over de volgende onderwerpen: (Jeninga. In de bijlage (1) zijn de rolkaarten opgenomen. waarop per kaart een positieve groepsrol (Engelen van. De observaties zal ik beschrijven en bijvoegen in de bijlage. met wie werk je graag? en met wie werk je niet graag? De makers beweren het volgende over het sociogram: “Het resultaat is een overzichtelijk beeld van de relaties en interacties in de klas.de onderlinge leerlingrelaties . Op basis van de weergegeven patronen kan de leraar of groepsleider de groepsdynamiek beïnvloeden en over langere tijd zien of de invloed heeft gewerkt. Ik heb een kaartensysteem ontwikkeld. Een andere keer biedt zich een situatie aan. . ook dan zal ik observeren. Rolkaarten Met de voorgaande methodieken kan ik bekijken hoe de rollen zijn verdeeld over de groep. 2007) staat afgebeeld. 2006. Voor het invullen van het sociogram maak ik gebruik van de applicatie op het internet.de organisatie in de klas . In paragraaf 3. 2006) . p. 2006) Observaties De observaties vinden plaats in de alledaagse situaties. De geplande observaties neem ik op video. 23 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Soms zijn deze van te voren gepland en gericht op een bepaald onderwerp. (Verstegen & Lodewijks.affiliatie ( het zich tot elkaar aangetrokken voelen) Jeninga zegt het volgende over de klimaatschaal: “Deze vragenlijst biedt de mogelijkheid de leerlingen zelf aan het woord te laten en als leraar feedback te ontvangen op het eigen handelen. met wie speel je niet graag?. om thuis mijn bevindingen te controleren. In een individueel interview met de leerlingen geven de leerlingen aan welke rol ze bij welke klasgenoot vinden passen. Met behulp van subvragenlijsten wordt een totaaloverzicht in kaart gebracht van de sterkte en zwakte van de verschillende interactionele posities. Hierdoor kan ik de situatie terugkijken en vergroot dit de betrouwbaarheid van mijn observaties. Met wie speel je graag?.” (Onderwater.Ik sluit mij aan bij deze werkwijze. waarbij duidelijk het onderwerp van mijn onderzoek naar voren komt.2 heb ik aangegeven dat ik ook de mening van de leerlingen vraag. (Onderwater. In deze analyse wordt uitgegaan van een wisselwerking waarbij de kans bestaat dat interactionele cirkels zichzelf in stand houden. 89) BOTS-vragenlijst De BOTS (Boven-Onder-Tegen-Samen) vragenlijst is gerelateerd aan de Roos van Leary. (“blinde vlekken”) Ook is het mogelijk om met deze lijst bepaalde vermoedens die men heeft met betrekking tot gesignaleerde problemen te onderzoeken.” (Jeninga. BOTS analyseert de beheersing van de sociale vaardigheden. 2006) De klassenklimaatschaal De klassenklimaatschaal is een individuele vragenlijst om meer inzicht te krijgen in het klassenklimaat en de rol van de leerkracht.relatie leerlingen. 2006) In dit programma worden de leerlingen vier vragen gesteld. Tijdens het leggen van de kaartjes leggen ze de reden van hun keuzes aan mij uit.

4 Tot Slot De onderzoeksmethodologie verschaft mij informatie over de groepsdynamiek van de klas. 24 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Naar aanleiding van informatie uit de nulmeting kan ik bepalen welke manier van interventies ik moet toepassen. . In het volgende hoofdstuk presenteer ik de data en analyseer ik de gegevens.§ 3. Ik zal dan ook verder ingaan op de interventies die ik zal plegen.

Met wie werk je graag? 4. De code bestaat uit drie letters.1 Privacy Om de privacy van de leerlingen uit mijn klas te kunnen waarborgen. zowel positief als negatief. In mijn onderzoek wisselen onderzoek en analyse zich snel af. In dit hoofdstuk zal ik het onderzoeksproces beschrijven en de data presenteren. §4. §4. Deze meting gebruik ik om achteraf vast te kunnen stellen of de groepsdynamiek is veranderd. 5 4 2 4 4 0 3 4 4 1 3 5 2 3 3 1 3 4 5 0 3 3 5 3 0 2 0 1 13 0 0 0 3 4 3 16 2 2 11 2 0 1 3 0 0 3 25 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Een voorbeeld: PBj kan staan voor Pieter Bakker en is een jongen.2 Nulmeting Het doel van mijn onderzoek is om te achterhalen of ik de groepsdynamiek in mijn klas kan beïnvloeden. De eerste twee hoofdletters staan voor initialen van de leerlingen en derde letter staat voor het geslacht van de leerling. twee hoofdletters en een kleine letter. Om deze reden zal de datapresentatie en de analyse als een rode draad door elkaar lopen. Sociogram spelen MLm 2 1 MBm 2 5 AAm CVm LRm EBm JGm DWj RWj JCm Totaal pos. (Onderwater. NJm MHj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ AAj MJj OLj EDj RBj YTj JBj . Zij gaven antwoord op de vragen: 1.2. In onderstaande tabellen zijn alleen de gegevens opgenomen van hoe vaak de kinderen gekozen zijn. Met wie speel je niet graag? 3. j voor een jongen en m voor een meisje.Hoofdstuk 4 Datapresentatie en analyse In het vorige hoofdstuk is beschreven welke methodologie ik ga gebruiken om mijn onderzoeksvraag te beantwoorden. In de bijlage (2) is de uitgebreide tabel opgenomen. Hierdoor kan ik mijn bevindingen staven met objectieve onderzoeksmiddelen. neem ik aan het eind van mijn onderzoek weer af. Om dit vast te kunnen stellen.1 Het sociogram Ik ben de nulmeting begonnen met het afnemen van een sociogram. Met wie werk je niet graag? Uit deze vragen heb ik twee sociogrammen gemaakt met een tweedeling in werken en spelen. §4. heb ik de namen van de kinderen veranderd in codes. De instrumenten die voor deze meting gebruikt worden. 2006) De leerlingen hebben de vragen op de computer ingevuld. Met wie speel je graag? 2. Totaal neg. maak ik eerst een nulmeting.

Een aantal leerlingen vallen zowel bij spelen als bij werken duidelijk op. wordt JCm vaak “vergeten”. EBm en NJm halen een hogere score. Totaal neg. Hier is een groot verschil op te merken. DWj wordt vaak negatief gekozen bij werken. Alleen AAj. scoort hij veel positiever. Aangezien er in de klas meer jongens dan meisjes zijn. wat niet heel hoog is. Ze kunnen goed luisteren naar andere kinderen. NJm MHj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ OLj AAj MJj EDj RBj YTj JBj . EDj en MJj krijgen veel positieve keuzes bij het werken. Ze wordt door de andere meiden nog wel eens buitengesloten en ze zoekt uit zichzelf ook niet veel contact. Voor de meisjes is de score naar verhouding hoger dan bij de jongens. omdat de leerlingen voornamelijk voor hun eigen sekse kiezen. Zij is een wat teruggetrokken meisje. RBj en YTj zijn vaak “storend” aanwezig. Hij wordt snel boos en kan dan agressief reageren. 2006)vragenlijst in. Bij het sociogram werken zijn wel duidelijk twee leerlingen vaker gekozen dan de andere leerlingen. Er zijn inderdaad geen duidelijke populaire leerlingen aan te wijzen. RWj. De interactie naar deze jongens toe is vaak negatief geladen. maar is jong in zijn gedragingen. Hij is rustig in de klas. vul ik voor de meest opvallende kinderen de BOTS (Verstegen & Lodewijks. Een andere opvallende leerling is OLj. LMj wordt ook vaak negatief gekozen. en bij werken maar één keer. daarentegen bij werken. maar dit is om een andere reden. Met een score van vijf horen CBj. 3 5 1 8 4 0 2 4 9 5 2 4 1 1 3 0 1 3 3 1 5 3 3 2 0 13 0 1 7 2 0 0 2 4 2 16 4 3 9 3 0 2 1 0 0 0 Na analyse van deze tabellen vallen een aantal punten op. Deze score is vijf. Zij houden zich niet aan de afspraken en regels in de klas. De uitkomst van het sociogram sluit aan bij mijn eigen waarnemingen. OLj en JGm ook bij de leerlingen die vaker positief gekozen zijn. DWj valt niet op in het sociogram spelen. YTj en RBj vallen voornamelijk op. LMj. De score vijf keer negatief gekozen in het sociogram spelen voor MBm is erg hoog in vergelijking met de rest van de meisjes. hebben goede ideeën en vinden het niet erg als anderen deze uitvoeren. Hij is een echte grappenmaker en vindt het lastig om serieus te werken zonder afgeleid te worden. JCm valt op doordat zij in beide tabellen bijna niet gekozen wordt. is een score van vijf aanzienlijk hoger bij de meisjes dan bij de jongens.Sociogram werken MLm 2 1 MBm 2 3 AAm CVm LRm EBm JGm DWj RWj JCm Totaal pos. Als de meisjes groepjes maken. terwijl dit vaak niet zo is. doordat zij in beide tabellen vaak negatief gekozen worden. Ze wordt daarentegen ook niet vaak negatief gekozen. Er wordt heel gelijkmatig gekozen. Dit zijn rustige jongens die serieus met hun werk bezig zijn. 26 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Hij heeft vaak het idee dat anderen “het op hem gemunt hebben”. maar liefst vijf positieve keuzes. Dit is vrij regelmatig verdeeld. maar in het sociogram werken heeft hij dertien negatieve keuzes. Hij wordt maar één keer positief en drie keer negatief gekozen bij spelen. Om de waarnemingen uit het sociogram beter in kaart te brengen. JCm lijkt te zijn vergeten door de leerlingen tijdens het kiezen. Dit zijn EDj en MJj. Bij spelen heeft er niemand positief voor haar gekozen. In het sociogram spelen zijn geen duidelijke populaire kinderen. dat zichzelf vaak “zielig” vindt.

RBj laat een duidelijk tekort zien in het onder vlak. maar irriteren zich wel aan hem. maar ze kunnen hem wel eens negeren. YTj YTj laat een duidelijke exces zien op het vlak tegen. Hieronder zijn de grafieken opgenomen. Toch reageren de leerlingen op dit gedrag vrij neutraal. maar neemt juist initiatieven. . RBj RBj laat excessen zien in het boven-tegen vlak. Hij protesteert en strijdt vaak.2 BOTS-vragenlijst Dit onderzoek richt zich voornamelijk op de interacties tussen de leerlingen. Ook trekt hij zich niet vaak terug. Daarom heb ik alleen de BOTS vragenlijst kind-andere kinderen ingevuld. vooral de meisjes en ze reageren vaak geïrriteerd op hem. De andere leerlingen reageren voornamelijk neutraal op deze tekorten. alleen de handeling past niet bij de intentie. Hij laat daarentegen een tekort zien op onder vlak. Dit zorgt ervoor dat andere leerlingen het RBj moeilijk maken om voor anderen te zorgen. Hij volg niet vaak.2. Ze zoeken niet het aangename contact op van RBj. De meeste leerlingen zijn niet bang voor hem. Hij vindt het moeilijk om af te wachten en reageert vaak meteen. Veel kinderen zijn bang voor hem. die duidelijk aanwezig is bij deze jongen.§ 4. omdat hij vaak erg aanwezig is. onder de grafiek maak ik een korte analyse van de meest opvallende excessen en tekorten. Hij volgt niet vaak en trekt zich ook niet zo snel terug. 27 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Dit is juist een grote tegenstelling. Hij bedoelt het vaak goed. Daarentegen laat hij een waarschijnlijk exces zien in het zorgen voor anderen. Ze vergeten hem niet. In samenwerkingsopdrachten vinden ze het niet erg als RBj de leiding neemt. Hij strijdt veel en wil ook graag winnen. maar bepaalt zijn eigen weg.

Ze heeft duidelijk haar voorkeuren in de groep en laat dit aan de andere leerlingen merken. Ze vindt het wel moeilijk om te volgen. Hij zorgt niet vaak voor andere leerlingen. de andere keer vinden ze het zielig voor haar. hij is wat rigide hierin. Dit zorgt ervoor dat andere leerlingen soms bang voor hem zijn. als niet haar idee wordt uitgevoerd. Hij strijdt vaak. alleen als de leerkracht erbij is. De andere leerlingen vinden dit gedrag soms irritant. Soms weigert ze dan om verder samen te werken. JCm laat tekort actief zien dat ze voor andere zorgt. De andere leerlingen gaan er niet vanuit dat LMj snel zal instemmen. Ze voelt zich als dat gebeurt vaak alleen staan en protesteert dan in non-verbale communicatie. maar meestal laten ze hem juist met rust. Hij leidt niet vaak en geeft bijna nooit advies aan andere kinderen. Hij vindt het ook nog lastig om de groep te volgen. protesteert veel als het niet gaat zoals hij wil en hij kan niet tegen zijn verlies. Ze heeft wel haar eigen ideeën. Hij kan agressief reageren. Hij vindt het lastig om met conflicten om te gaan. ze accepteren het ook niet als LMj wel de leiding neemt. . Ze trekt zich vaak terug van de groep en plaatst zichzelf vaak buiten de groep. omdat ze weten dat hij dan weer rustig wordt. LMj laat tekorten zien op het samen vlak. het is altijd de schuld van de ander en regelmatig wordt “het zwart voor zijn ogen” en slaat en schopt hij om zich heen. Andere leerlingen proberen haar er wel bij te betrekken. JCm JCm heeft voornamelijk excessen in het onder vlak. 28 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Ze laat duidelijk met haar houding weten dat ze iets niet prettig vindt. maar in groepssituaties wordt JCm ook vaak vergeten. waardoor LMj denkt dat iedereen tegen hem is. Ze neemt zelf geen initiatieven richting de groep en wacht tot andere leerlingen naar haar toekomen.LMj LMj laat duidelijk excessen zien op het tegen vlak. Andere kinderen reageren geïrriteerd op hem. maar vindt het nog moeilijk om hier leiding in te nemen. maar blijft hier vaak wel in hangen.

DWj kan zich niet terugtrekken. EDj heeft een wat afwachtende houding. maar weet eigenlijk niet hoe hij dat in goede banen moet leiden. Hij laat een tekort zien op het tegen-boven vlak. 29 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Ze accepteren EDj zoals hij is. maar op sommige momenten irriteren ze zich eraan. De waarschijnlijke excessen bevinden zich in het onder vlak. en trekt zich ook wel terug in zijn eigen wereld. en ze luisteren naar hem als hij wat te zeggen heeft. heeft dit geen vervelende gevolgen.DWj DWj heeft geen duidelijk excessen. . de andere kant van de medaille is. Hij laat alleen een waarschijnlijk exces zien op het boven samen vlak. EDj is helemaal niet competitief ingesteld. Hij laat wel een duidelijk tekort zien in het onder-tegen vlak. Hij heeft veel ideeën en is aanwezig. Aangezien de andere leerlingen zich heel neutraal naar hem opstellen. De andere leerlingen vinden het voornamelijk vervelend tijdens het samenwerken. De andere leerlingen vinden dit aan de ene kant heel grappig. dat EDj het nog lastig vindt om voor zichzelf op te komen. EDj EDj laat ook geen duidelijk excessen zien. Hij is altijd aanwezig en bedenkt aan één stuk door grappen. Hij kan heerlijk zitten wegdromen. ook al neemt hij daar de tijd voor om over na te denken. terwijl hij naar buiten staart.

MBm laat verder geen tekorten zien. en zet de andere vaardigheden op de juiste momenten in. Andere leerlingen vermijden het contact als er samen gespeeld wordt en MBm zich bazig gedraagt. Hierin wordt duidelijk gemaakt waar aan gewerkt kan worden. MBm gaat nog wel eens de strijd aan en ze vindt het ook belangrijk om te winnen. Dit resulteert nog wel eens in bazig gedrag. Alleen op het tegen-boven vlak zijn waarschijnlijke excessen te zien. . Het analyseren van de BOTS vragenlijst geeft veel inzichten in de interactie tussen de leerlingen.MJj MJj laat een heel gelijkmatig beeld zien. 30 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Dit verklaart waarschijnlijk waarom de leerlingen zo graag met hem samenwerken. Andere leerlingen kunnen hier nog wel eens geïrriteerd op reageren en gaan dan de strijd aan met MBm. Hij heeft geen excessen en tekorten. In de beschrijving van de interventies die ik naar aanleiding van de nulmeting ga uitvoeren. kom ik hier op terug. Ze wil graag dat het gaat zoals ze zelf wil. Ze reageren dan ook vaak heel gepast op de reacties van MJj. MBm MBm laat ook een heel gelijkmatig beeld zien.

56) (max. Om te onderzoeken hoe de leerlingen over het pedagogisch leerklimaat denken. Dit betekent dat de leerlingen tevreden zijn over het groepsklimaat.3 De klimaatschaal De groepsdynamiek heeft niet alleen invloed op de interacties tussen de leerlingen onderling.§4. Vooral over de onderdelen onderlinge relaties en de relatie met de leerkracht zijn de leerlingen percentueel gezien het meest tevreden. Na analyse van de verschillende vragen. neem ik de klimaatschaal (Jeninga. onderlinge relaties. De leerlingen vullen een vragenlijst in van 28 vragen. 14) 4 1 1 3 4 0 2 3 1 0 5 4 2 2 4 0 3 0 2 0 1 1 2 0 3 8 8 5 8 13 2 4 16 5 2 7 8 9 9 9 2 15 3 5 2 9 7 9 2 7 Naam JBj MBm MLm AAj RBj RWj CBj YTj LMj NJm AAm MJj JGm JCm TMj DWj EDj RMj OLj OHj MTj LRm EBm MHj CVm Algemeen gezien zijn de scores erg laag. . des te beter is het groepsklimaat. 16) 1 1 1 0 5 0 0 1 1 0 0 1 3 2 0 0 2 0 1 0 2 1 0 0 0 Relatie leraarleerling (max. Organisatie in de klas (max. relatie leraar-leerling. 12) 0 0 1 0 1 0 0 5 0 0 2 0 1 0 0 0 2 1 0 0 1 1 1 0 2 Affiliatie Welbevinden (samenhang) (max. De klimaatschaal maakt een onderverdeling in organisatie in de klas. De kinderen zijn percentueel gezien het minst tevreden over het onderdeel organisatie en daarna het onderdeel affiliatie. In onderstaande tabel zijn de scores in deze onderdelen uitgesplitst. 31 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. en neem ik mee als aandachtspunt voor mijn onderzoek. In de bijlage (3) zijn deze vragen opgenomen. Hoe lager de score. maar definieert ook het groepsklimaat. kwamen de volgende vragen onder een 80% score. 2006) af. affiliatie (samenhang) en het algemene welbevinden. 22) 4 6 3 5 6 2 2 8 4 2 6 3 5 5 5 2 7 2 2 2 5 5 6 2 4 Onderlinge leerlingrelaties (max.2.

17. omdat we u aardig vinden!” Een score van 11 (max. (max. De leerlingen van onze klas gaan ook na schooltijd met elkaar om. 15. De vragen die waarop hij 2 punten behaalde zijn: 8. In onze klas zijn de leerlingen meestal goed bezig. 50) * Vraag 22. Een score van 13. (max. 7. De vragen waarbij hij 1 punt behaalde zijn: 1. 2007) 32 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. 10. 3. De vragen die waarop hij 2 punten behaalde zijn: 5. Opmerkelijk is dat alle drie deze leerlingen ook opvallend uit het sociogram naar voren kwamen. De vragen waarbij hij 1 punt behaalde zijn: 9.* Vraag 28. 18. YTj en EDj. Een leerling schreef er het volgende bij: “Maar dat doen we alleen. * Vraag 20. Dit zijn RBj. 50) * Vraag 18. 10. De vragen die waarop hij 2 punten behaalde zijn: 2. 12 en 28. Hij geeft in deze vragenlijst aan dat hij zelf de organisatie omtrent het werken juist niet prettig vind. Een score van 12 (max. * Vraag 24. Een score van 0 (max. 50) * Vraag 15. Als er in onze klas iets gedaan moet worden wil bijna niemand dat doen. * Vraag 26. Alle leerlingen antwoorden positief op deze vraag door te antwoorden met “Soms” of “Ja” op deze vraag. 11. 8. Voor en na schooltijd praten de leerlingen van onze klas vaak met elkaar. 15. Een score van 14. . Om hier meer duidelijkheid in te krijgen vraag ik de leerlingen naar hun mening over de rolverdeling in de klas. 12. YTj haalt voornamelijk hogere scores op de onderdelen organisatie in de klas. In de tabel vallen drie leerlingen met hun hogere scores erg op. relatie leraarleerling en het algemeen welbevinden. Volgens mij maken de leerlingen in deze klas vaak leuke grapjes over de leerkracht. EDj haalt alleen een hogere score op de onderdelen organisatie en het algemeen welbevinden. 27 en 28. Ik gebruik voor de rolkaarten de rollen die horen bij een positieve groep. Onze leerkracht heeft meestal een goede bui. Dit is een duidelijk kenmerk van een positieve groep. Een score van 45 (max. Er wordt in deze klas veel lawaai gemaakt tijdens de lessen. Een aantal leerlingen had bij deze opgave een opmerking geschreven. de score op de klimaatschaal past bij deze bevindingen. YTj en RBj kwamen naar voren als minst populair. RBj haalt duidelijk hoge scores op alle onderdelen. Ze wilden bij deze opgaven aangeven. 50) * Vraag 11. EDj kwam juist positief naar voren bij het werken. behalve op het onderdeel relatie leraarleerling. 10. (Engelen van. 50) * Vraag 14. 50) De volgende vragen scoorden een 100% score. De meeste leerlingen in onze klas vinden dat we een aardige leerkracht hebben. 21 en 25 (In de bijlage (3) is de vragenlijst opgenomen). 4. De vragen waarbij hij 1 punt behaalde zijn: 3. 15 en 21 (In de bijlage (3) is de vragenlijst opgenomen). 11en 28. dat ze dat juist heel positief vonden. Volgens mij zitten veel leerlingen in onze klas zich te vervelen. Naar aanleiding van de afname van de klimaatschaal kan ik opmerken dat er in de klas een positief pedagogisch klimaat heerst. 19 en 22 (In de bijlage (3) is de vragenlijst opgenomen).

33 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Tijdens het onderzoek hebben ze het plan bedacht om samen met de klas een film te gaan maken.4 Rolkaarten De leerlingen geven d. Dit plan kan mede van invloed zijn geweest op de uitslag. voornamelijk op de combinatie van deze twee jongens. . In de bijlage (4) is een tabel opgenomen van de motivaties. CBj is veel meer aanwezig en voert duidelijk het woord.§ 4. In onderstaande grafieken is per rol aangegeven hoeveel keer er voor een leerling gekozen is. de rolkaarten aan welke leerling ze bij de verschillende rollen plaatsen. Gezagsdrager 6 5 4 3 2 1 0 EDj MLm RBj CBj RMj MBm CVm JCm Organisator 8 7 6 5 4 3 2 1 0 CBj RWj RBj MBm RMj TMj EBm NJm OHj Als gezagsdrager wordt duidelijk EDj naar voren geschoven. dit voornamelijk in de combinatie met CBj als organisator. EDj bracht ideeën aan en was als stille leider aanwezig. Deze twee jongens zijn vrienden en kunnen goed samenwerken.v. Ze bedenken samen plannen en voeren die ook uit. In een één op één gesprek met de leerling geven de leerlingen hun keuze en de motivering hiervoor aan.m.2.

waar hij weer genoemd wordt. Vooral CBj wordt vaak genoemd. Opvallend is dat er voornamelijk veel meisjes als sociaal werker worden aangewezen. 34 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Ook is zij een aantal keer genoemd bij de rol als gezagsdrager. . Hij kwam ook al naar voren bij de leidersrollen. CBj. Sociaal werker 9 8 7 6 5 4 3 2 1 0 JCm LRm CBj MLm CVm EDj NJm MTj JGm JBj MBm MLm wordt duidelijk aangewezen als de sociaal werker. De leerlingen zien in haar een zorgzame leidersrol. Dit is ook te zien in de grafiek van sociaal werker.Opvallend is dat RBj ook hier weer duidelijk naar voren komt. maar wordt door andere leerlingen bij de verkennersrol geplaatst. Ze zorgt ervoor dat iedereen in de klas erbij betrokken wordt. RMj en MBm worden ook bij allebei de leidersrollen genoemd. Verkenner 9 8 7 6 5 4 3 2 1 0 JBj OLj YTj AAj MHj MLm RBj MTj MBm MJj EDj RWj AAm RMj CVm LMj TMj OHj EBm NJm Er werden in de gesprekken veel verschillende leerlingen als verkenner aangewezen. Duidelijk is dat RBj duidelijk initiatief laat zien aan de klas. Hij komt niet heel erg positief uit het sociogram. Dat de leerlingen hem in het leiderschapsrol plaatsen is overduidelijk. Het meest opvallend is RBj. maar hij wordt wel een aantal keer genoemd bij allebei de leidersrollen. Zij wordt aangemerkt als een leerling die altijd aan iedereen denkt.

.5 0 MJj MTj JGm RMj CVm EDj TMj LMj LRm CBj EBm In deze grafiek had ik bijna de hele klas kunnen plaatsen. Vooral MJj en MTj kwamen hierbij naar voren. waar vaker voor gezorgd moet worden dan anderen. 35 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. of er een leerling in de klas is.Volger 2.5 2 1. Toch gaven een aantal leerlingen duidelijk specifieke leerlingen aan bij deze rol. Dit maakt haar voor de leerlingen een duidelijke appellant. waar hij als meest gekozen leerling bij werken opviel.5 1 0. Iedereen moet wel eens getroost of verzorgd worden. MJj kwam ook al naar voren in het sociogram. Ik heb aan de leerlingen gevraagd. De meeste leerlingen gaven de rest van de klas op bij deze rolkaart. Deze bevindingen sluiten aan bij de uitslag van het sociogram en de BOTS-lijst. Met een duidelijke meerderheid kwam JCm naar voren. Dit zijn vrienden van elkaar en zijn rustig aanwezig in de klas. Appellant 16 14 12 10 8 6 4 2 0 RWj JCm LMj TMj RBj LRm Tijdens het bespreken heb ik van te voren aangegeven dat de rol van appellant verschillend wordt ingevuld. De leerlingen geven zelf aan dat JCm meer betrokken moet worden bij de klas dan andere leerlingen.

Ook bij deze rol wordt CBj weer aangewezen. OLj. YTj. RWj. RMj. JBj. TMj. JGm. AAj. MTj. LMj. JCm. EDj. MJj. en het moeilijk vindt om serieus te doen. 36 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. LRm. NJm. EBm. RMj. OHj. EBm. LRm. EDj. MLm CBj. AAj. De indeling van de kinderen is hierboven duidelijk beschreven. AAm. CVm. OHj. NJm. vinden DWj vaak te veel grapjes maakt op het verkeerde moment. Ook heb ik zelf een indeling gemaakt. Kinderen geven aan dat hij altijd hele leuke grapjes maakt. Ik heb mijn LIO-stagiaire ook gevraagd om een indeling te maken. De leerlingen zeggen over hem dat hij altijd precies de goede grappen op het juiste moment maakt. MHj. OLj. . JCm. MJj. Dit is waarschijnlijk ook de reden dat hij negatief gekozen wordt bij het werken in het sociogram.Joker 20 18 16 14 12 10 8 6 4 2 0 CBj NJm DWj EBm RBj YTj Voor de rol van joker wordt met een grote meerderheid gekozen voor DWj. MBm. MTj. TMj. LMj. Indeling volgens LIOstagiare CBj. LMj. YTj. De leerlingen die voor CBj kiezen. AAm. Hij wordt gezien als de clown van de klas. DWj. RBj. LRm. CVm. Rollen Gezagsdrager Sociaal werker Organisator Verkenner Volger Appellant Joker Indeling volgens mijzelf MHj CVm. MLm. RWj. JBj. RBj. MBm. JGm. DWj. In onderstaande tabel zijn deze indelingen af te lezen. waardoor het vervelend wordt.

door de meetlat over te nemen en vanuit deze positie aanwijzingen te geven. er wordt niet naar hem geluisterd. De leerlingen moesten gezamenlijk een toren van Kapla bouwen. zodra ze een staafje mogen neerleggen. 2008) Het is dus logisch dat de rollen bij ons anders worden ingevuld. als MLm zich ermee gaat bemoeien. Dit komt doordat iedere leerkracht zijn eigen invloed heeft op de groepsdynamiek van de klas. maar de meeste leerlingen zijn alleen heel aandachtig met de toren bezig. zodat ik gericht kon observeren. Dit zijn MHj. Als de leerlingen in de kring moeten wachten op hun beurt. Meer regels en afspraken werden niet afgesproken. RWj en TMj zijn een duidelijke combinatie. De toren moest precies 98 cm. MHj neemt in het begin veel initiatief en is degene die begint met het bouwen van de toren. doordat sommige leerlingen zich anders gedragen bij mijn LIO-stagiaire als bij mij. Ook ik merk dit tijdens de lessen. maar worden er niet op aangesproken. RBj en OHj. RBj neemt veel initiatief. § 4. hoog zijn en iedere leerling moest in ieder geval één steentje hebben neergelegd. verzinnen een liedje.2. MHj en TMj doorbreken de ongeschreven groepsregels door tussendoor staafjes neer te leggen. tikken ritmes met de staafjes. maar ze mogen elkaar ook op gedrag aanspreken. & Lap. Er wordt goed samengewerkt. In een neutrale groep zijn de rol van de 37 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Uit deze verschillende analysen kan ik opmerken dat deze klas duidelijk een klas is op weg naar een positieve groep. Er worden een aantal leerlingen naar voren geschoven voor bepaalde rollen. maar naar hem wordt niet geluisterd. Hij neemt de rol van verkenner op zich. kletsen met elkaar en verzinnen grapjes. MBm neemt het initiatief om de rij netjes te houden. (Gielis. RMj probeert de leidersrol op zich nemen.5 Observatie Voor een groot deel sluiten de bevindingen aan bij mijn waarnemingen. Zij houden de toren goed in de gaten en geven tussendoor ook aanwijzingen. Dit wordt geaccepteerd door de rest van de groep. Dit kan wijzen op een neutrale groep.2. maar de rolverdeling in vooral de leiderschapsrollen zijn niet altijd aanwezig. wordt er wel geluisterd. RMj. terwijl ze staan te wachten . Konig. voornamelijk over de vordering van de bouw en het maken van een plan. Na het lezen van het observatieverslag vallen er een aantal leerlingen en situaties op. Ik merk dat de leerlingen het moeilijk vinden om een duidelijk rolverdeling in de groep aan te brengen. TMj. Hij lijkt in deze situatie de rol van gezagshouder toebedeeld hebben gekregen. RBj neemt in het begin een soort neutrale leidersrol in. AAj neemt initiatieven. Ze maken een dansje. extra staafjes neerleggen.6 Algemene analyse In de vorige paragrafen zijn de onderdelen van de nulmeting apart besproken. AAj. Een aantal leerlingen zijn wel veel meer bezig met de toren. Om een nog duidelijker beeld te krijgen heb ik de klas een opdracht gegeven. maar heeft geen leidersrol. OHj neemt veel initiatieven. RWj. . 2008). Niemand gaat op zijn voorstellen in. er wordt niet naar haar geluisterd. § 4. Een aantal leerlingen valt ook individueel op. (Gielis. Van deze activiteiten zegt niemand iets. zijn ze voornamelijk andere activiteiten aan het doen. Allereerst wordt door de hele klas het blokje opleggen en de toren bouwen heel serieus genomen. Konig. Hij wordt in deze rol niet geaccepteerd door de groep. In de bijlage (5) is een uitgebreid observatieverslag opgenomen. Deze verschillen zijn af te leiden.In onze indelingen zijn zowel overlappingen als verschillen te zien. Zij volgen elkaar in hun acties. Het zijn allemaal jongens. & Lap.

heeft dit zijn weerslag op het onderzoek. Helaas is dit plan van aanpak niet doorgegaan. Allereerst is het idee. waardoor ik tijd heb gekregen voor mijn onderzoek in groep 7. Om mijn onderzoek niet geheel in het gedrang te laten komen. gezien de neutrale groep. wel met inachtneming van een externe rol.3. gezien de klimaatschaal. Belangrijk in de omgang met een neutrale groep is om de groep meer zichzelf te laten zijn.2 Plan van aanpak Het aanpakken van de aandachtspunten resulteert in een plan van aanpak. Hierdoor ben ik gevraagd om op maandag en dinsdag voor groep 8 te staan en tevens mijn LIO-stagiaire in groep 7 te begeleiden op deze dagen. dat ik op maandag en dinsdag kinderen individueel kan begeleiden en eventuele groepsopdrachten ga uitvoeren.De ontwikkeling van nieuwe waarden en normen en positieve leiderschapsrollen. Dit is mogelijk doordat mijn LIO-stagiaire deze dagen voor de groep staat. Om dit te stimuleren kan de leerkracht situaties scheppen waarin de leerlingen nieuwe. waardoor zij een positieve uitwerking hebben op de groep. zij moet geen functie in de groep ambiëren en normen en waarden opleggen.De rumoerigheid van de klas. neemt de leerkracht vaak deze rollen over. waardoor ik een paar extra ogen en handen heb om de kinderen te kunnen begeleiden. Ook moeten conflicten en botsingen worden opgelost. Het begeleiden van de individuele leerlingen is hierdoor voor een groot deel komen te vervallen. Konig. § 4. Op de woensdag ben ik vrij en kan ik mijn observaties en bevindingen documenteren. met daarbij steeds terugkomend op de nieuwe normen. Deze aandachtspunten zal ik meenemen in het bepalen van de interventies. (Gielis. vinden hun oorsprong in de aandachtspunten uit de nulmeting. Deze factor zal ik meenemen in mijn eindmeting en eindconclusie. Hieruit is gebleken dat de interventies voornamelijk gericht moeten zijn op: . aangezien ik dan zelf hele dagen voor de klas sta. & Lap. Belangrijk is dat de leerkracht zoveel mogelijk extern handelt. § 4. 2008) Deze handreikingen voor de omgang met een neutrale groep neem ik mee voor de interventies die ik ga uitvoeren. Tijdens de groepsopdrachten kan mijn LIO-stagiaire mede observeren.Roldoorbrekend gedrag voor individuele leerlingen. . heb ik tussen de voorjaarsvakantie en de meivakantie op de maandagen ruim een uur vervanging in groep 8 gekregen. Door interventies op deze vlakken uit te voeren. Doordat de situatie in de plan van aanpak aangepast is. Doordat deze rollen niet goed uit de verf komen. waardoor ik makkelijk uit de klas kan. gezamenlijke normen ontdekken.1 De aandachtspunten De interventies die ik ga uitvoeren. § 4. 38 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.gezagsdrager en de sociaal werker niet sterk ontwikkeld. . De leerkracht moet meer aandacht geven aan de verborgen gezagsdrager en sociaal werker. Op deze maandagen voer ik mijn groepsopdrachten uit. probeer ik de groepsdynamiek positief te beïnvloeden. .3 De interventies Uit de nulmeting is gebleken dat de klas een neutrale groep is. gezien de BOTS-vragenlijst. Dit leidt er alleen maar toe dat deze rollen steeds minder aan de orde komen.3. Een leerkracht in groep 8 ging met zwangerschapsverlof en er was geen geschikte vervanging voor haar te krijgen. De donderdag en vrijdag kan ik intensief gebruiken om de resultaten van de interventies te observeren.

. 2007) voor het vormen van een positieve groep.4 De uitvoering Er is veel geschreven over de vorming van groepen. wel maak ik gebruik van lessuggesties uit “Grip op de groep” (Engelen van. Opvallend is dat de leerlingen hele goede normen hebben gesteld. Op een groot vel staat in het midden het “Hoe gaan we met elkaar om?”. zodra de groep gevormd is. en hoe je die kan beïnvloeden. ze mogen alleen positief geformuleerde normen noemen. Het zijn positieve normen en iedereen is het hier mee eens. Na het stellen van een norm. Hier hadden ze hulp bij nodig. Ik heb in de literatuur weinig gevonden over de aanpak van de groepsdynamiek m. Ik begin de uitvoering met een kringactiviteit. Aan het eind van de activiteit moest iedereen op de achterkant zijn handtekening zetten als ze van plan zijn zich aan de normen te houden en het er mee eens zijn. In de vorige activiteit hebben ze als norm gesteld dat “we goed naar elkaar moeten 39 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. In onderstaand figuur is het web opgenomen.b. Alle kinderen waren erg enthousiast om hun handtekening te zetten.4. Ik heb daarom gekozen om de uitvoering te baseren op eigen bedachte lessen. De waarschuwingskaartjes Uit de klimaatschaal komt duidelijk naar voren dat de leerlingen het te lawaaierig vinden in de groep. heb ik namelijk aan alle kinderen toestemming gevraagd om deze op te schrijven. Hierdoor kan ik mijn interventies niet staven met bestaande literatuur hierover. De leerlingen definiëren deze stelling. § 4.1 Normen stellen Hoe gaan we met elkaar om? Het bepalen van de normen en waarden is één van de aandachtspunten. De leerlingen vonden het moeilijk om de normen positief te stellen.t. wat bij mij het geval is.§ 4. de rolverdeling.

De leerlingen spelen dit goed en in het nagesprek wordt duidelijk hoe dit moet gebeuren. Deze is in de bijlage (6) opgenomen. p. Voor de invoering van de kaartjes heb ik een groepshandelingsplan geschreven. . Voor het eerst op een nieuwe school De laatste activiteit om de normen te stellen is het rollenspel “voor het eerst op een nieuwe school” (Engelen van. zonder dat daarbij gepraat mag worden. Een eerste activiteit is het gezamenlijk “letters en cijfers maken” (Engelen van. p. Ook kunnen ze het in oefeningen laten zien.2 Positieve leiderschapsrollen ontwikkelen Letters en cijfers maken De volgende activiteiten zijn voornamelijk gericht op het ontwikkelen van positieve leidersrollen. De groepjes die een rode kaart boven hebben liggen. Ik heb ooit eens van een soortgelijk idee gehoord op een studiedag en een dergelijke variant schijnt bij “Taakspel” (Taakspel is ontwikkeld door de CED groep. § 4.luisteren”. moeten kijken hoe de andere groepjes de beloning uitvoeren. De leerlingen moeten gezamenlijk een letter vormen. Deze briefjes worden in de kring voorgelezen en de leerlingen moeten raden welke leerling omschreven wordt. 75). Hierdoor leren de leerlingen elkaar beter kennen en kunnen de kinderen inschatten of hun eigen beeld klopt met het idee dat de andere leerlingen van hen hebben. In het kort komt het werken met de waarschuwingskaartjes hierop neer: De klas wordt opgedeeld in de vijf tafelgroepjes. 2007. pakt de leerkracht een groene kaart van de stapel. In de bijlage (7) is een overzicht van de briefjes opgenomen en een lesbeschrijving. zodra dit buiten de normen valt zoals deze door de klas gesteld zijn. Uit deze activiteiten is gebleken dat de leerlingen positieve normen kunnen opstellen. 40 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. 79). Om tegemoet te komen aan deze norm. 76). De leerlingen schrijven op een briefje een omschrijving van hun karakter. p. Elk groepje krijgt 1 rode kaart met daarop 3 groene kaarten. Vooral CBj. De leerlingen spelen een aantal keer het rollenspel waarbij een leerling voor het eerst wordt ontvangen op school. Een uitwerking van de les is te vinden in de bijlage (8). Ook geven de leerlingen aan dat dit niet alleen voor nieuwe leerlingen geldt. De leerlingen stellen positieve normen op. Wie ben ik? Een vervolgactiviteit op “de normen bepalen”. Ieder blokuur beginnen de groepjes weer met een nieuwe stapel kaarten. Aan het eind van een blokuur wordt gekeken welke groepjes nog een groene kaart boven hebben liggen. Als een leerling uit een groepje ongewenst gedrag vertoont. Deze groepjes mogen meedoen aan de max. 2007. gebaseerd op het Amerikaanse programma: “The Good Behavior Game”) voor te komen. maar ook voor de omgang tussen de leerlingen onderling. is het spel “Wie ben ik” (Engelen van. MLm en NJm nemen hier vaak het voortouw in. 2007. In de dagelijkse omgang spreken de leerlingen elkaar vaker aan op het gedrag. voer ik waarschuwingskaartjes in. 5 minuten beloning die de kinderen zelf hebben verzonnen.4.

2007. Om dit duidelijk te maken heb ik de roos uit “De interactiewijzer” (Verstegen & Lodewijks.4.3 De roos van Leary Introductie roos van Leary In deze activiteit leg ik aan de kinderen uit. Ook tijdens de “gewone” lessen heeft het leiderschap een nare bijklank gekregen.(zie foto) Tijdens de introductie worden er ook rollenspellen gespeeld. waardoor die weer een gedraging vertoont. In de bijlage (9) is beschreven hoe het de groepjes verging. Ik vertel de kinderen dat je ook de leiding kan nemen zonder de baas te moeten spelen. 41 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Roos van Leary volgens de interactiewijzer Winnen Leiding en advies geven Zorgen Strijden Protesteren Volgen Zich terugtrekken Afwachten §4. pp. Ik leg uit dat er acht verschillende manieren gedragingen zijn. 37). Dit doe ik om de link naar de rollen in de klas te maken. Hierin wordt het verhaal verteld van Chris en Klaas. Je mag niet meedoen Deze activiteit is gebaseerd op een lessuggestie uit “Grip op de groep” (Engelen van. De bedoeling is dat ze in het groepje een complimentenblad gaan maken voor een ander groepje (Engelen van. Ik gebruik deze karakters om rollenspellen mee uit te spelen.Complimenten van een groep Tijdens deze activiteit moeten de leerlingen goed samenwerken om de opdracht te kunnen uitvoeren. In de bijlage (10) is een lesbeschrijving opgenomen. . Na het oefenen van activiteiten die centraal staan om positieve leiderschapsrollen. Voor een uitgebreide beschrijving van deze activiteit verwijs ik naar de bijlage (11). p. Ze moeten van te voren een plan van aanpak bedenken en een leider in het groepje aanwijzen. 2006) in het groot nagemaakt op een stuk zeil. merk ik op dat heel weinig leerlingen de leiding willen nemen bij activiteiten. De leerlingen geven aan de ze bang zijn dat ze te veel de baas spelen. ga ik gebruik maken van “De roos van Leary” zoals beschreven in “De interactiewijzer” (Verstegen & Lodewijks. zodat de leerlingen ook echt in een segment kunnen gaan staan. Om de leerlingen dit duidelijk te maken. dat gedrag altijd een reactie oproept bij de ander. 87). 36. 2006). 2007.

Sociogram spelen MLm 3 1 MBm 2 4 AAm CVm LRm EBm JGm DWj RWj JCm Totaal pos. In de bijlage (12) is de beschrijving van de les opgenomen. Hier komen ze tijdens het uitvoeren van de opdracht achter. en de interactieroos.5 Eindmeting Voor de eindmeting gebruik ik dezelfde instrumenten als bij de nulmeting.5. In de bijlage (16) is de uitgebreide tabel opgenomen. Groepstekening maken De leerlingen worden opgedeeld in drie groepen. In de bijlage (13) is te lezen hoe het de groepjes is vergaan en zijn de kaartjes van de segmenten opgenomen. De leerlingen worden in zes groepjes opgedeeld. Totaal neg. Ze moeten de “theorie” in de praktijk in gaan zetten. Dit doe ik zodat ik de gegevens goed met elkaar kan vergelijken. zoals ze zich tijdens de opdracht alleen maar mogen gedragen. In deze groepjes moeten ze een kleurencollage maken In de samenwerking en interactie met elkaar moeten ze rekening houden met de positieve rollen in een groep. § 4. In de bijlage (14) is de beschrijving van de uitvoering opgenomen. Kleurencollage Deze activiteit is de laatste opdracht voor dit onderzoek. NJm MHj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ MJj AAj OLj EDj RBj YTj JBj . In deze groepjes moeten ze gezamenlijk één grote tekening maken. 2006). zonder dat ze een gerichte opdracht mee krijgen. § 4. De uitslagen van de nulmeting en de eindmeting zijn in de bijlage (15) overzichtelijk naast elkaar opgenomen. In de groepjes krijgen ze per leerling een segment toebedeeld.Situaties uitspelen In de vorige activiteit is de interactieroos helemaal uitgelegd aan de kinderen. zowel positief al negatief. In de onderstaande tabellen zijn alleen de gegevens opgenomen van hoe vaak de kinderen gekozen zijn. De leerlingen weten van te voren niet welk segment de ander heeft. De kleurencollage is de laatste activiteit van de uitvoeringsfase. De leerlingen moeten in deze activiteit alle aangeboden handreikingen laten zien. 1 4 4 5 6 1 5 5 3 1 2 4 1 5 3 0 1 2 3 1 2 6 5 8 1 2 1 1 13 1 0 0 5 6 1 12 1 8 7 0 1 1 0 0 0 1 42 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Ze spelen situaties uit en bespreken de rollenspellen. Om te kijken of de interventies geleid hebben tot een verandering in de groepsdynamiek neem ik de eindmeting af. In deze activiteit gaan ze oefenen met de verschillende segmenten.1 Het sociogram Ik start de eindmeting met het afnemen van het sociogram (Onderwater.

maar is bij werken nog maar vijf keer negatief gekozen. RBj wordt bij beide onderdelen minder vaak negatief gekozen. zijn er een aantal punten nagenoeg onveranderd gebleven. LRm heeft meer de verzorgende kant van zich laten zien. Hierin zijn veranderingen aan te merken. mede doordat hij door zijn gedrag regelmatig een waarschuwingskaartje in moest leveren.Sociogram werken MLm 3 2 MBm 3 1 AAm CVm LRm EBm JGm DWj RWj JCm Totaal pos. Vooral AAj valt hierin op. RBj heeft een aantal keer goede feedback gehad over zijn leiderschap van zijn klasgenoten. Bij het sociogram werken kwamen bij de nulmeting EDj en MJj heel duidelijk positief naar voren. Ook JGm is meer naar voren gekomen. LMj en RBj opvallend naar voren bij beide onderdelen. en wilde graag de leiding op zich nemen. CBj is heel duidelijk naar voren gestapt tijdens het onderzoek. en zelfs één keer positief. maar helaas vaker negatief gekozen bij werken. en ze doen graag hun eigen zin. kinderen zien haar kwaliteiten in. Zij hebben regelmatig initiatief getoond en dit werd positief ontvangen. Er hebben meer leerlingen positief voor hen gekozen. In de nulmeting hoorde hij bij de populaire leerlingen. Dit is een duidelijke vooruitgang. Als laatst is er nog een heel duidelijk aanwijsbare reden voor verschuivingen. NJm MHj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ OLj AAj MJj EDj RBj YTj JBj . 1 7 0 5 5 1 4 4 3 3 2 5 0 3 3 0 2 5 2 1 5 4 4 3 1 11 0 0 5 0 2 1 4 2 1 13 2 4 16 2 0 1 2 0 2 0 Na een vergelijking van het sociogram uit de nulmeting met het sociogram uit de eindmeting. Bij de nulmeting kwamen YTj. maar vindt het heel lastig om zijn “rem” te vinden. Na de eerste meting zijn de leerlingen van plaats verwisseld in de klas. de leerlingen die nu in hun tafelgroepje zitten. Ze stellen veel eisen aan de andere leerlingen. JBj. in de eindmeting valt hij op doordat er juist acht keer negatief voor hem gekozen is. AAj is ten tijde van het onderzoek heel duidelijk naar de voorgrond getreden. LMj wordt nog steeds vaak negatief gekozen bij spelen. Er komen uit het sociogram spelen wederom geen duidelijk populaire kinderen naar voren. Totaal neg. YTj heeft heel veel moeite om zich te concentreren op zijn werk.a. 43 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. De leerlingen zijn nog positiever over hem gaan denken. RMj en LRm hebben van deze verschuiving geprofiteerd. In de bijlage (17) zijn de plattegronden van de klas opgenomen ten tijde van de eerste en tweede meting. Andere leerlingen irriteren zich hieraan. Zij nam een enkele keer de rol als sociaal werker over.v. Hieronder analyseer ik deze veranderingen. Hij heeft veel te vertellen. Vooral MJj heeft in populariteit moeten inleveren. en gaat vaak “klieren” Dit is tijdens het onderzoek niet veranderd. Wel zijn een aantal leerlingen minder populair geworden. Dit kan komen doordat JBj en RMj ten tijde van het onderzoek positiever naar voren zijn gekomen. Voor OHj en TMj hebben de leerlingen veel vaker negatief gekozen in de eindmeting dan bij de eerste afname. Allebei stellen ze zich in deze rol erg bazig op. OHj en TMj hebben tijdens het onderzoek veel initiatief genomen. CBj en JGm hebben hiervan geprofiteerd en zijn vaker positief gekozen. Je ziet dat leerlingen hun keuzes positief en negatief veranderen t. Voor YTj is minder vaak negatief gekozen bij spelen. Toch zijn er ook een aantal opvallende verschuivingen opgetreden.

In onderstaande tabel zijn de scores per onderdeel uitgesplitst.De veranderingen in het sociogram sluiten aan bij mijn bevindingen naar aanleiding van het onderzoek. 22) 5 1 5 5 6 3 2 8 1 2 5 4 3 4 9 3 4 1 0 1 2 4 3 3 3 Onderlinge leerlingrelaties (max. § 4.5. Hoe lager de score. Organisatie in de klas (max.5. . In de bijlage (3) is de vragenlijst opgenomen. dat er nog steeds geen duidelijke populaire leerlingen naar voren komen.3 De klimaatschaal Om te onderzoeken of de leerlingen anders zijn gaan denken over het groepsklimaat. De veranderingen zullen namelijk minimaal zijn. 2006) niet nogmaals in te vullen. Het tijdspad is te kort om een echte gedragsverandering te zien bij de leerlingen. 16) 0 2 0 0 3 1 0 2 1 0 1 1 3 2 1 0 1 1 0 0 2 4 0 1 0 Relatie leraarleerling (max. Toch vind ik het wel opvallend. doordat de keuzes voornamelijk nog steeds bij dezelfde sekse blijven. 56) (max. 14) 1 5 0 4 2 0 2 3 2 0 1 2 1 3 3 1 1 0 0 0 4 1 2 1 2 6 7 5 9 11 4 4 16 4 2 8 9 6 9 14 5 6 2 0 1 7 8 6 4 7 Naam JBj MBm MLm AAj RBj RWj CBj YTj LMj NJm AAm MJj JGm JCm TMj DWj EDj RMj OLj OHj MTj LRm EBm MHj CVm 44 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. 2006) af. des te beter is het groepsklimaat. Dit kan mede komen. 12) 0 1 0 0 1 0 0 4 0 0 2 2 0 0 1 1 1 0 0 0 0 0 1 0 3 Affiliatie Welbevinden (samenhang) (max. § 4. neem ik de klimaatschaal (Jeninga.2 BOTS-vragenlijst Ik heb er voor gekozen om de BOTS-vragenlijst (Verstegen & Lodewijks. Ook heb ik door de verandering in mijn werksituatie niet individueel met deze leerlingen kunnen werken.

2007) § 4. Deze is in de tweede meting gezakt tot een totaalscore van 6. Dit heeft ertoe geleid dat deze vraag bijna gehalveerd is in de score. (In de bijlage (18) is de puntenverdeling per vraag opgenomen. 50) als meest negatief gescoord naar voren. Een andere leerling die opvalt is TMj. De groep is niet anders over het groepsklimaat gaan denken.4 Rolkaarten De kinderen hebben al een keer gewerkt met de kaarten.Uit deze resultaten kun je opmaken dat de leerlingen nog steeds heel positief zijn over het groepsklimaat. Waarschijnlijk heeft deze verandering in interactie ervoor gezorgd dat hij negatiever over het groepsklimaat is gaan denken. In onderstaande grafieken is per rol aangegeven hoeveel keer er voor een leerling gekozen is. evenals een uitgebreide tabel met de motivatie van de leerlingen (20). hierdoor kan ik voor de rolkaarten weer de rollen voor een positieve groep gebruiken. 15. maar vullen de leerlingen een tabel in. . Na uitgebreide analyse zijn er wel degelijk veranderingen aan te wijzen. De leerlingen hebben het afnemen van een groene kaart. Bij de nulmeting kwam vraag 28: “Er wordt in deze klas veel lawaai gemaakt tijdens lessen” met een score van 45 (max. Ook dit heeft te maken met de waarschuwingskaartjes. Dit kan verklaard worden vanuit de theorie over groepsdynamica. 18.) Vraag 3: “Leerlingen krijgen in onze klas vaak straf” is van 4 naar 12 punten gestegen. EDj had in de eerste meting een opvallend hoge totaalscore. Hij gaat van een totaalscore 9 naar een score van 14 punten. Deze stijging valt samen met de uitslag uit het sociogram. Hierin werd hij vaker negatief gekozen als in de eerste meting. plaats ik de groep terug in de stormingsen normingsfase. Deze groep bevond zich voor de aanvang van het onderzoek in de performingsfase. in deze vragenlijst aangeduid als straf krijgen. Ook de anderen opvallende vragen. (Engelen van. Door deze uitslag heb ik de waarschuwingskaartjes ingevoerd. hierdoor neem ik deze niet af in een één op één gesprek. De vraag heeft nu nog maar een score van 28 punten.5. Hij vindt voornamelijk dat het onderdeel organisatie in de klas een stuk verbeterd is. Uit een vergelijking tussen de verschillende tabellen zijn geen hele grote verschillen op te maken. Vraag 23: “de leerlingen in onze klas maken veel ruzie met elkaar” is toegenomen van 2 naar 7 punten. Deze is in de bijlage (19) opgenomen. 45 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. en 11 zijn iets gezakt in hun puntenaantal. In deze fasen is het logisch dat er vaker conflicten optreden. 15. Doordat ik met mijn onderzoek aan de groepsdynamiek van de klas werk. Tot slot wil ik nog twee individuele leerlingen bespreken.

.Gezagsdrager 10 9 8 7 6 5 4 3 2 1 0 CBj EDj RWj RBj RMj TMj AAm CVm JCm MLm MBm Organisator 14 12 10 8 6 4 2 0 AAj RWj CBj RBj DWj RMj JBj YTj MHj AAm MJj LRm OLj MLm OHj MBm 46 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

verkenner en joker genoemd. goed kan luisteren. Ze geeft aan het niet prettig te vinden in de belangstelling te staan. Ook zijn manier van werken vinden de leerlingen positief. dat hij in ieder geval een leiderspositie inneemt. Hij heeft meerdere malen tijdens het onderzoek het leiderschap op zich genomen. CVm en JGm worden naar voren geschoven. RWj is ook naar voren geschoven bij de gezagsdrager. Hij wordt dan ook bij de sociaal werker. Ze vinden dat hij een goede leider is. maar ook NJm. en de leerlingen vinden dit goede eigenschappen in een leider van de klas. Dit kan een verklaring zijn voor de verschuivingen. Dit is mede gekomen doordat deze leerlingen meer als sociaal werker naar voren zijn gestapt. goede ideeën heeft en ook nog eens humoristisch is. omdat hij zorgzaam is. Zijn rol is steeds meer uitgekristalliseerd.Sociaal werker 12 10 8 6 4 2 0 CBj MTj OLj CVm EBm JCm JGm LRm MLm MBm NJm Het onderzoek heeft duidelijk zijn invloed gehad op de leiderschapsrollen. .v. LRm. de scheiding van haar ouders. Dit verneem ik uit de argumentatie die ze voor hun keuze geven. Ook is zij deze periode vaker de appellant geweest. Je ziet dat de leerlingen een duidelijk beeld hebben gekregen van de leiders van de groep. CBj heeft dit alles in zich. Bij de sociaal werker heeft nog steeds MLm een duidelijke voorkeur.m. De leerlingen zijn het erover eens. Wel vinden ze het nog lastig om een onderscheid te maken tussen de organisator en de gezagsdrager. MLm heeft juist ten tijde van het onderzoek een stap terug gedaan. maar ook als gezagsdrager. hierdoor trok ze zich wat meer terug in deze rol. CBj wordt duidelijk naar voren geschoven als organisator. 47 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. i.

Ook bij de volgers is de spreiding gelijkmatig verdeeld. Dit sluit aan bij mijn eigen bevindingen. Bij de eerste meting kwam RBj nog duidelijk naar voren. . EDj geeft zelf ook aan een volger te zijn. Toch heeft hij ook goede ideeën die hij vertelt aan andere leerlingen.Verkenner 6 5 4 3 2 1 0 AAj RMj CBj TMj MTj YTj MHj AAm MJj EBm OLj JGm OHj MLm RWj MBm RBj NJm Volger 7 6 5 4 3 2 1 0 EDj RBj JBj TMj LMj YTj MTj EBm MHj JCm MJj JGm OLj MBm RWj NJm Je ziet een grote spreiding over de verschillende leerlingen bij de verkennersrol. Er zijn veel leerlingen die initiatief tonen. nu is dit meer gelijkmatig verdeeld. Alleen EDj komt iets duidelijker naar voren. 48 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. deze rol is erg wisselend. dit waarderen de kinderen aan EDj.

de leerlingen geven aan dat hij meer aandacht nodig heeft en dus in deze rol past. Hij is het hier zelf mee eens. Haar gedrag is tijdens het onderzoek niet veranderd. Joker 25 20 15 10 5 0 CBj DWj MHj RBj AAm Ebm De rol van joker ligt nog steeds bij DWj. Hij is de clown van de klas en wordt als zodanig geaccepteerd. 49 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. en vindt het niet vervelend om deze rol op zich te nemen.Appellant 16 14 12 10 8 6 4 2 0 AAj LMj OLj OHj TMj JCm LRm JCm komt nog steeds als appellant naar voren. Nieuw bij deze rol is AAj. . Ook de interactie met de andere leerlingen is niet veranderd. dit wordt zeer gewaardeerd door de leerlingen. Hij gebruikt deze rol ook om anderen op te vrolijken.

DWj is duidelijk de joker van de klas. AAm. De leerlingen moeten gezamenlijk een dorp met Kapla staafjes bouwen. OHj. aantal huizen en rondlopende mensen aanwezig zijn. AAj. Dit kan mede komen. YTj. TMj. EBm. JBj. OLj. Hij is erg sterk in het toepassen van verschillende segmenten van de roos van Leary. CBj is als duidelijkst naar voren gekomen als gezagsdrager. Hij wil ook wel eens de rol als organisator. Indeling volgens LIOstagiare CBj. Volgens mijn LIO-stagiaire hebben er weinig verschuivingen plaats gevonden. JGm. “Ik leef voor grapjes”. Hij houdt de doelen van de klas in de gaten en heeft veel gezag binnen de groep. JBj. RMj. RMj. Ik bekijk een laatste keer of mijn bevindingen aansluiten bij het gedrag van de leerlingen. MBm. CVm. toch nemen RWj. LRm. De rol van organisator kan nog wel eens wisselen. NJm en MLm. EDj. OLj. Meer regels en afspraken worden niet afgesproken. LMj. Er zijn leerlingen die heel duidelijk gedrag vertonen dat past bij hun rol. RBj.De indeling van de kinderen is hierboven duidelijk beschreven. In het dorp moet in ieder geval een kerk. MJj. MLm. In de bijlage (21) is een uitgebreid observatieverslag opgenomen. YTj. MHj.5 Observatie Voor deze eindobservatie heb ik de klas een laatste opdracht gegeven. dit versterkt zijn rol als gezagsdrager. DWj. DWj en CBj. MJj. RBj en RMj. (CBj). boerderij. Gezagsdrager Sociaal werker Organisator Verkenner Volger Appellant Joker Indeling volgens mijzelf CBj. Ook hebben mijn LIOstagiaire en ik wederom een indeling gemaakt. In onderstaande tabel zijn deze indelingen af te lezen. JGm.5. CVm. NJm. sociaal werker en joker op zich nemen. LMj. NJm. MTj. is wat hij vaak zegt. Na het lezen van het observatieverslag is op te merken dat de leerlingen goed samenwerken. RBj en RMj hierin het voortouw. De verkenners zijn ook heel actief bezig in de groep. RWj. DWj is duidelijk de joker aan het spelen. Zijn rol is niet altijd even duidelijk afgebakend. EDj. Ik heb wel degelijk veranderingen gezien. JCm. doordat ik op mijn eigen dagen veel actiever aan het onderzoek heb gewerkt. EBm. Ze accepteren het leiderschap van RWj en stappen bewust op hem af. OHj. MHj. LRm. § 4. AAj. MLm. . JCm. AAm. RWj. LMj. 50 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. TMj. MTj. MBm. Ik heb hierdoor het gedrag van de leerlingen beter kunnen observeren. zij hebben goede ideeën en brengen die ook in.

Er zijn wel leerlingen die door dit gedrag JCm aandacht geven. 51 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Tijdens een conflict tussen OHj en TMj neemt CBj duidelijk zijn rol als gezagsdrager op. toch heeft hij geen invloed op het leiderschap. YTj neemt de rol als verkenner op zich door het organiseren van een leider. Ook geef ik aanbevelingen voor een eventueel vervolg op dit onderzoek. Ook MTj en EBm ondernemen acties vanuit deze rol. § 4. Er lijkt geen aanleiding duidelijke aanleiding te zijn voor dit gedrag. en waakt over de groepsnormen.6 Tot slot De bevindingen tijdens het uitvoeringsproces en de resultaten uit het eindonderzoek hebben mij veel informatie gegeven. TMj vormt een duidelijke duo met RWj.door in het dorp te spelen met de poppetjes en andere leerlingen hierin te betrekken. . JCm neemt halverwege de opdracht de rol aan van appellant. In het volgende hoofdstuk kom ik terug op deze bevindingen en beschrijf ik welke conclusies ik daarop baseer.

1 Deelvragen 1. zijn deze kenmerken goed terug te vinden. Is mijn klas een neutrale. De leerlingen vullen geheel op eigen wijze deze rollen in. Leerlingen die er buiten dreigen te vallen. De groep heeft zich steeds meer gevormd tot een positieve groep. Ook de joker en de appellant zijn uitgekristalliseerd. Bij de eindobservatie “Een dorp bouwen”. Naar aanleiding van de eindmeting is te zien dat de leerlingen een grote stap vooruit hebben gezet. 23): Kenmerken van een positieve groep: De leden zijn eensgezind en gemotiveerd om groepsdoelen te halen. De leerlingen hebben zich deze verschillende manieren van interactie nog niet eigen gemaakt. § 5. Groepsleden zijn bereid tot samenwerking. . 52 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Welke rollen zijn er in mijn klas? En hoe worden die ingevuld door de leerlingen? De rollen die horen bij een positieve groep worden allemaal ingevuld door de leerlingen. Vooral de verkenners nemen in de subgroepjes een leidinggevende rol aan. op weg naar een positieve groep. p. zoals beschreven door Van Engelen (Engelen van. Deze manier van invullen vindt voornamelijk zijn oorsprong in het karakter van het kind en heeft ook betrekking op de “Roos van Leary”. 3. maar kunnen in situaties wel teruggrijpen naar de aangeleerde segmenten. een dorp bouwen. Hoe verloopt de interactie tussen de leerlingen onderling? Je kunt merken dat de leerlingen veel baat hebben gehad aan het werken met de Roos van Leary. De leden tonen respect voor de mening en het karakter van een ander groepslid. Groepsleden voelen zich medeverantwoordelijk voor de eigen groep. positieve of negatieve groep? Uit de beginmeting is heel duidelijk naar voren gekomen dat mijn groep een neutrale groep was. die in de gehele groep door iemand anders wordt uitgeoefend. De leerlingen zijn heel gedreven om het gezamenlijke groepsdoel te behalen. De leerlingen nemen tijdens het werken in subgroepen vrij makkelijk een rol over. De meeste leerlingen zijn flexibel genoeg om hun rol in het subgroepje aan te passen. Dit leidt ik af uit de kenmerken van een positieve groep. en andere leerlingen het leuk vinden om ondertussen grapjes te maken. 2.Hoofdstuk 5 Eindconclusie Met het uitvoeren van dit onderzoek heb ik getracht antwoord te geven op de vraag: Welke invloed heeft het rollenpatroon op de interacties van de leerlingen onderling in mijn klas en hoe kan ik die beïnvloeden? Om deze vraag te beantwoorden. Ook accepteren de leerlingen dat sommige leerlingen liever alleen werken. worden weer bij de samenwerking betrokken. Vooral de leidinggevende rollen zijn beter bepaald. 2007. Hiervoor werken de leerlingen goed samen en waarderen ze de inbreng van een ander. heb ik in hoofdstuk 3 de onderzoeksvraag in deelvragen opgesplitst. waar ik bij de volgende deelvraag dieper op inga.

Door de groepsdynamiek aan te pakken. Welke interventies kan ik uitvoeren om invloed op het groepsproces te kunnen uitoefenen? Er zijn geen kant en klare interventies voor de aanpak van de groepsdynamiek. Hun gedrag sluit niet aan bij de groepsnormen zoals ze gesteld zijn. 59) Als ik van dit bovenstaande citaat uit was gegaan. De uiteindelijke interventies heb ik zelf verzonnen. maar kunnen dit niet accepteren.2 Eindconclusie In de literatuur wordt het volgende geschreven over het beïnvloeden van de groepsdynamiek: “Als de groep zich gevormd heeft (de performingsfase). Ik heb door het gebruik van deze aanpak de huidige situatie uitgebouwd en versterkt. YTj. hebben geleid tot de ontwikkeling van een positieve groep. zullen ze voor een gedeelte buiten de groep blijven staan.a. waardoor de kinderen zich bewust werden welk effect hun gedrag kan hebben. hier heb ik geen wijzigingen in hoeven aanbrengen. is het te laat. De groep had namelijk al bestaande positieve normen. zoals het gebruik van de “Roos van Leary” m. o. De groep probeert hun gedrag te respecteren. dit is pakweg de periode van de eerste vijf tot zeven weken van een schooljaar.t. Deze leerlingen hebben een individueel plan van aanpak nodig. RBj) zelf nog steeds deviant gedrag vertonen. p. gebaseerd op suggesties uit de literatuur. was mijn onderzoek gedoemd te mislukken. 4. Ik wilde proberen om wel degelijk invloed uit te oefenen. zijn gericht geweest op de aandachtspunten uit de nulmeting. De groepsnormen bieden veiligheid. LMj. Deze leerlingen hebben naar aanleiding van het onderzoek inderdaad meer aansluiting bij de groep gekregen. gebaseerd op de uitslag van de BOTS-vragenlijst (Verstegen & Lodewijks. De interventies die ik uitgevoerd heb. § 5. 2007. Toch moet ik wel een kanttekening plaatsen. zodra deze al gevormd is.b. Opvallend is dat de desbetreffende leerlingen (JCm. Dit had voornamelijk gevolgen voor een aantal leerlingen die buiten de groep kwam te staan. de invulling van de verschillende rollen..Ik ben dit onderzoek gestart omdat de interactie duidelijk aanwezig was in mijn klas. Het is mogelijk dat een andere aanpak meer effect kan hebben. kunnen deze leerlingen een nieuwe ingang vinden om aansluiting te maken bij de groep. Uit de resultaten van de eindmeting is gebleken dat dit is gelukt. 2006). Het aanleren van de nieuwe vaardigheden. Dan liggen de groepsnormen vast en zal de groep zich niet of moeilijk op andere gedachten laten brengen. In de eerste drie fases kan er door de leerkracht wel degelijk invloed uitgeoefend worden. maar dit is geheel aan de groep zelf te danken. 53 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Om de interventies te kunnen bepalen is het noodzakelijk om te weten waaraan er in de groep gewerkt moet worden. Het “ophalen” van deze normen heeft wel positief gewerkt op de groep. . Terugkomend op mijn onderzoeksvraag. “ (Engelen van. Met mijn interventies heb ik mij alleen maar hoeven richten op de interacties tussen de leerlingen en de rollen die in de groep gevormd zijn. kan ik concluderen dat ik met mijn onderzoek heb aangetoond dat een leerkracht met een gerichte aanpak de groepsdynamiek positief kan versterken door uit te gaan van bestaande kwaliteiten en het aanleren van nieuwe vaardigheden. Zolang deze leerlingen hun deviante gedrag niet veranderen. maar niet altijd als positief werd ervaren.

Als leerlingen gewend zijn om vanaf het begin van hun schoolloopbaan te werken aan een positief pedagogisch leerklimaat. 54 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. De klas vindt het erg prettig om te werken met rollenspellen. Ik werk voornamelijk in de bovenbouw. Voor de toekomst zou ik graag een andere aanpak zien. sta ik anders voor de klas.4 Terugblik Ik heb met veel plezier gewerkt aan dit onderzoek. Ook in dat jaar zullen de leerkrachten profijt hebben van de ontwikkelingen die zich hebben afgespeeld in de groep. Goed preventief handelen zou volgens mij zijn: Vanaf het begin (groep ½) moeten de leerkrachten zich bewust zijn van de ontwikkeling van de groepsdynamiek. heeft dit zijn uitwerking op de gehele schoolperiode. Ik ben in staat om hier in de toekomst mijn voordeel mee te doen. Ik kan spreken van een belangrijk onderzoek. Belangrijk is dat de leerlingen begeleid zullen worden in een goed verloop van deze fase. maar nog meer voor de ontwikkeling van mijzelf als gespecialiseerd leerkracht.3 Aanbevelingen Volgend jaar gaat deze klas naar groep 8 toe. Toch wil ik daarbij ook een aanbeveling maken naar de hele school. Een schoolafspraak over de aanpak en het vormen van de groep in het begin van het schooljaar zou hiervoor een uitkomst zijn. niet alleen voor de leerlingen uit mijn groep. rollen in de klas en de interactie tussen de leerlingen.§ 5. groepen beter begeleiden in hun proces en andere leerkrachten hier beter over adviseren. . § 5. Door de kennis en inzichten uit dit onderzoek. Gedrag in zijn algemeenheid heeft mij altijd al het meest geïnteresseerd. Door dit onderzoek heb ik mijn kennis over dit onderwerp gerelateerd aan groepsdynamica uitgebreid. deze manier van werken kan ingezet worden om de aanpak te continueren. Voorkomen is beter dan genezen! Aan het begin van het schooljaar ga ik in het vervolg veel aandacht geven aan het doorlopen van de verschillende fasen. Hierdoor kan ik preventief handelen. Ik kan gedrag van leerlingen beter verklaren. Belangrijk is dat de leerkrachten regelmatig stil staan bij de groepsnormen. In groep 8 zullen de leerlingen geconfronteerd worden met de “adjouringsfase”. gedrag bij kinderen is vaak al erg ingeslepen en moeilijk te veranderen.

K. Groeps (team) ontwikkelingsmodellen. Een nieuwe inleiding op theorie en praktijk.infed. Kwalitatief onderzoek. Baarn: Uitgeverij H. Opgeroepen op januari 2009. (2006. Grip op de groep. Groepsdynamica. van Inclusief onderwijs: http://www. (1995).sociogram. (2008). Opgeroepen op Januari 2009. Samenhang en spanningen in de klas. P. . & Lap. & Tjerkstra..org/thinkers/tuckman. Franke. Itasc. M. Praktische handleiding voor het opzetten en uitvoeren van kwalitatief onderzoek. H. & Lodewijks. Theorie en praktijk van het lesgeven in de basisschool.org.. van www. A. P. J. Houten: Stenfert Kroese. De groep. (2006). Professioneel omgaan met gedragsproblemen. Innoveren in de gezondheidszorg.V. P. Linge van. W. Onderwater. Analyse en aanpak van interactieproblemen in professionele opvoedingssituaties. Opgeroepen op januari 2009.inclusiefonderwijs. (2006). J. Maarssen: Elsevier gezondheidszorg. van Competentietest: http://www. (2008). (sd). Relaties binnen en tussen groepen. Baarn: Uitgeverij Bekadidact. D. (2008). Groepsdynamica..pdf Jeninga.) Amsterdam: Pearson Eduction. R.nl Oudenhoven van. Goede de. J. R. Vert.. Linge van. Konig. (1997). Opgeroepen op Januari 2009. Inclusieve scholen.php 55 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Theorie. Smith.Literatuurlijst Alkema. Houten: EPN. Engelen van. (2006). Nelissen B. Baarn: HBuitgevers. J.nl/ Gielis. Interactiewijzer. (2007). Visie.. Remmerswaal.inclusievescholen. (2000). (2006). F. W. Handboek groepsdynamica. & Johnson. Theorie en vaardigheden. R. Johnson. Geluk. 83).nl/visie. Itasc. De kunst met groepen te werken.. Utrecht: Het Spectrum. Baarda. Meer dan onderwijs. M. Lente van. Infed. D.com/trainotheek/ob/Leary. Opgeroepen op Januari 2009. (2005). (1998). E. R. praktijk en onderzoek. (p. M. . Groningen: Wolters-Noordhoff. van Sociogram: www. (H. J. Oktober). Assen : Van Gorcum. (2005). & Teunissen. Assen: Van Gorcum. van http://www.. In R. G.competentietest. Begeleiden van de groep.htm Verstegen.

..... Blz................................................................................. Klimaatschaal ............................ “Wie ben ik” ................ “Situaties uitspelen”............ 70 6................................. Tabellen sociogram nulmeting . Blz.......... 79 9.............................................. Blz...... Blz................... Blz................. ... Blz.............................. 59 3.............................................................. 61 4............................................................................................................... 104 16.......................... Nul......... Blz................................... 80 10................................................... Blz................................ “Introductie Roos van Leary” ..... Handelingsplan “waarschuwingskaartjes” ................................... Blz.........en eindmeting naast elkaar ...................................... Blz................... Blz............... Blz....................................... 97 14...................................... 57 2.............. Tabel Rollen .......................... 116 20............ 117 21................. Blz........ Tabellen sociogram eindmeting ....... 96 13.................................................................................. “Complimenten van een groep” ............................... 63 5.............. Plattegronden van de klas ......................................................... “Kleurencollage” ............ Rolkaarten .............................. Motivatie rollen eindmeting ............................................................................ 115 19... 73 7................. “Je mag niet meedoen” ............. Blz...................... 100 15............. 123 56 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.... 77 8.................. Blz............................... Blz............................. Blz...................................... 84 12.......................................... Observatieverslag “toren bouwen” nulmeting ... 113 18............ Blz......... 82 11............. Blz.............. 111 17................ “Letters en cijfers maken”....................................................... Puntenverdeling klimaatschaal ................................................................................................ Motivatie rollen nulmeting............ Blz....... Observatieverslag “dorp bouwen” eindmeting .................... “Groepstekening maken” ...............................................................................Bijlagen 1.................. Blz..................

Bijlage 1: Rolkaarten Gezagsdrager Sociaal werker Organisator Verkenner 57 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. .

Volger Appellant Joker 58 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. .

X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X 5 3 4 0 2 2 4 0 4 1 0 13 3 0 4 0 4 0 1 3 3 4 5 3 2 16 3 2 3 2 1 11 3 2 4 0 5 1 0 3 3 0 3 0 2 1 5 3 59 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. NJm DWj MHj RWj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ AAj OLj MJj EDj RBj YTj JBj .Bijlage 2: Tabellen sociogram nulmeting Sociogram spelen MLm MBm X 2 5 AAm CVm LRm EBm JGm JCm AAj CBJ DWj EDj JBj LMj MTj MHj MJj OLj OHj RWj RBj RMj TMj YTj AAm CVm EBm JCm JGm LRm MLm MBm NJm Totaal pos. Totaal neg.

NJm DWj MHj RWj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ AAj OLj MJj EDj RBj YTj JBj . X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X 3 2 5 0 1 13 8 0 4 1 0 7 2 2 4 0 9 0 5 2 2 4 4 2 1 16 1 4 3 3 0 9 1 3 3 0 3 2 1 1 5 0 3 0 2 1 3 0 60 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Totaal neg.Sociogram werken MLm MBm X 2 3 AAm CVm LRm EBm JGm JCm AAj CBJ DWj EDj JBj LMj MTj MHj MJj OLj OHj RWj RBj RMj TMj YTj AAm CVm EBm JCm JGm LRm MLm MBm NJm Totaal pos.

Vraag 1. . Volgens mij besteedt de leerkracht voldoende tijd aan alle leerlingen 7. Volgens mij weet de leerkracht wel wat de leerlingen willen 11. In onze klas moet je vaak wachten voordat de leerkracht je helpt 18. De leerlingen van onze klas gaan ook na schooltijd met elkaar om 15. Groep:……………………… Datum:……………………………………. De leerlingen in onze klas plagen en pesten vaak gemeen 20. Als een leerling aan klasgenoten om hulp vraagt dan zijn er genoeg die hem/haar willen helpen 10. 2.Bijlage 3: Klassenklimaatschaal Klimaatschaal Naam leerling:………………………………………………………………………. Ik vind dat de leerkracht weinig praten met de leerlingen in deze klas 14. Als er in onze klas iets gedaan moet worden wil bijna niemand dat doen 12. Ik vind dat de lessen bij de leerkracht wat rommelig verloopt 17. Ik denk dat de leerlingen in deze klas elkaar wel aardig vinden 22. Volgens mij duurt het lang voordat een leerling zich thuis voelt in deze klas 13. Leerlingen in de klas helpen elkaar vaak Ik vind dat we in de klas genoeg leuke dingen doen Leerlingen in onze klas krijgen vaak straf De leerkracht heeft vaak ruzie met iemand uit de klas De leerkracht wil graag weten of je ergens problemen mee hebt 6. Volgens mij zitten veel leerlingen in onze klas zich te vervelen 16. 5. Voor en na schooltijd praten de leerlingen van onze klas vaak met elkaar 21. 4. 3. Volgens mij maken de leerlingen in deze klas vaak leuke grapjes over de leerkracht 61 Antwoord: Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Volgens mij zijn er in onze klas maar weinig leerlingen echte vrienden van elkaar 8. De leerlingen zijn trots op onze klas 9. In onze klas zijn de leerlingen meestal goed bezig 19.

In deze klas zijn de meeste leerlingen goede vrienden van elkaar 28. . De leerlingen in onze klas maken veel ruzie met elkaar 24. In deze klas is de beurtverdeling tijdens de lessen goed: alle leerlingen krijgen regelmatig een opdracht 26. De meeste leerlingen in onze klas vinden dat we een aardige leerkracht hebben 27. Onze leerkracht heeft meestal een goede bui 25. Er wordt in deze klas veel lawaai gemaakt tijdens de lessen Ja Ja Ja Ja Ja Ja ? ? ? ? ? ? Nee Nee Nee Nee Nee Nee 62 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.23.

CVm: Zij is heel De rest. ruw. DWj is veel meer storend en dus niet geen joker. JCm: Zij moet vaak geholpen worden. Ook heeft ze bij knutselen heel veel ideeën. YTj. en CBj regelt RBj en MBm. Ze schreeuwt het niet door de klas. maar niet de moed om ze hardop te zeggen en te regelen. NJm: Zij is ontzettend grappig. MBm: Ik vind mijzelf ook hier bij passen. MLm 63 RBj: Iedereen CBj: Hij RMj: Hij regelt AAm: Zij heeft bijvoorbeeld met gym meer kleren mee. Sociaal werker JCm: Zorgt voor anderen. maar zeggen. . De rest. liedjesinbreng en het bedenken van filmpjes. het. MHj. heel goed wat ze bijvoorbeeld met uitlegt. maar vertelt de grapjes tegen de meiden. MHj. Appellant RWj: Is snel verdrietig. Volger De rest. Ze huilt sneller en heeft meer aandacht nodig. LMj en JCm: Ze DWj: Hij is Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Organisator Verkenner EDj heeft ideeën JBj. LRm: Zij helpt altijd andere kinderen. maar is laat het niet soms wel wat altijd zo merken. zodat iedereen dit kan dragen als je je gymkleren bent vergeten. OLj MLm: Heeft hele goede ideeën. Joker CBj: Hij maakt grapjes als het kan. Hij regelt Ik snap altijd wel veel. De rest. RWj: Bij activiteiten denkt hij er ook aan om spullen voor anderen mee te nemen. LRm: Kan RBj: Hij durft iemand goed het heel goed te helpen. maar zegt ze niet in het openbaar. MBm: ook hier vind ik mijzelf passen. CBj: Hij weet precies wanneer hij een grapje moet maken en wanneer niet. EDj. JCm: wordt vaak geplaagd.Bijlage 4: Motivatie rolkaarten nulmeting Naam MHj Gezagsdrager EDj: Heeft ideeën. MBm MLm: Zij heeft veel ideeën.

zou dat heel raar zijn. De rest. vraagt ze altijd hoe het met je is. JBj. DWj: Hij maakt heel veel grapjes. maar regelt het niet. MLm. ook als je iets niet snapt. AAj en MLm. dan luistert hij en vindt hij het goed dat je inbreng hebt. DWj: Roept er vaak doorheen. CBj: Hij helpt altijd andere mensen. LRm: Ik vind dat ik zelf ook initiatief neem. Sociaal werker probeert het leuk te huiden in de klas. ze mag niet altijd meedoen met de meiden. Is er niet in onze klas. MTj en JGm: Die doen eigenlijk altijd gewoon wat er gezegd wordt. CBj: Hij is op hele rare momenten heel 64 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Als iemand buiten gevallen is. Appellant betrekken zichzelf niet bij de groep en moeten er dus altijd bij betrokken worden. Joker duidelijk de grappenmaker. JCm: Zij zit eigenlijk altijd alleen. Als hij geen grapjes zou maken. De rest. CBj: Hij heeft hele goede ideeën. MHj: Luistert goed naar anderen. RWj: Ik weet eigenlijk niet waarom. CVm en EDj: Zij helpen je altijd. MLm: Ik vind het niet leuk als kinderen worden buitengesloten. Organisator veel dingen. Verkenner creatief en gezellig. een grapje. Hij maakt ze alleen niet altijd op de goede momenten. RWj RMj: Hij zegt veel dingen. juist op de momenten dat het heel spannend is. JCm: Zij is heel somber. Hij houdt er niet van als er ruzie is. MHj. maar zegt het niet altijd. CVm: Als je valt. maar blèrt ze niet door de klas. . Ze zijn ook veel stiller in de groep. OHj CBj: Hij weet veel. MJj. Als je inbreng hebt en het is een goede reden. DWj: Als we bijvoorbeeld een filmpje kijken. maar heeft wel heel goede ideeën. gaat hij altijd mee naar binnen om te helpen. OLj en AAj. TMj: Hij durft zijn eigen mening te geven. EBm en CBj: maken echt leuke grappen. Volger RBj: Hij praat veel door de klas.Naam LRm Gezagsdrager luistert naar hem. TMj: Hij regelt de ideeën van RMj. EBm: Zij doet wat ze zelf wilt. RBj. maakt hij.

Het leidt me alleen wel af dat ik altijd grapjes maak.Naam DWj Gezagsdrager MLm: Zij is een goede leider. Ze nemen iets mee als dat handig is. MTj en MJj: Ze zijn er het type voor. Is er niet. Joker grappig. Weet ik niet. DWj: Het wordt altijd tegen mij gezegd. schoolplein of bijvoorbeeld het maken van een film. voetballen. De rest. MBm: Ze leidt veel. zijn. Er wordt dan door 65 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. ze zijn heel zorgzaam. maar praat niet veel. maar ik weet niet zo goed wie. RWj: Verzint dingen voor een hele groep. MTj: Doordat we goede vrienden zijn. maar vertelt die aan anderen. Volger De rest. Verkenner CVm. LMj CBj: Past bij hem. Iedereen wil altijd wel naar haar luisteren. DWj: Hij maakt veel leuke grapjes. maar ze kan wel bazig doen. Sociaal werker EDj en CBj: Die zeggen altijd: “doe je ook mee?”. MLm: Zij staat altijd voor iedereen klaar. RMj CVm: Ze heeft goede ideeën. Is er niet. maar ze worden niet altijd grappig gevonden. MBm: Zij De rest. . RBj: Hij heeft RBj: Hij neemt goede ideeën. vaak een bal maar volgt ook mee naar school de ideeën van om te CVm op. MJj. Ze kunnen goed samen werken. Organisator MBm: MLm en MBm zijn goede vriendinnen. LMj: Hij zit bij mij in het RBj: Hij maakt veel grapjes. Appellant JCm: Zij is heel licht geraakt en moet vaak getroost worden. MJj JCm: Zij heeft veel ideeën. Er zijn ook nog anderen. maar zegt ze niet altijd. DWj: Hij maakt altijd grapjes. TMj: Bij het werken aan de verrijkingsbladen heeft hij altijd even een steuntje in de rug nodig. NJm: Zij zegt vaak: “doe je ook mee?”. hij is wat ruwer. maar ik verzint spelletjes weet niet zo voor op het goed wie. TMj: let ook goed op anderen. Als je valt vraagt ze of het met je gaat. CBj: heeft veel Ik weet dat ze er leuke ideeën.

EBm: Zij zegt TMj. RBj: Hij regelt dat iedereen goed mee kan doen. En ze zegt tegen de klas dat ze rustig met diegene moeten doen. DWj en CBj: Ze zijn grappig. ze zijn niet altijd grappig.Naam Gezagsdrager Sociaal werker Organisator is soms wat bazig. JCm: Ze is stil en EBm: Ze is niet Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. CBj: Hij heel leuke grapjes. MBm. MLm. CBj: Hij heeft RBj: Hij neemt altijd een bal mee om te kunnen voetballen. . EDj: Hij is stil. ze mag van de meiden niet altijd meedoen.MTj en veel door de klas MHj. MLm: Is veel met anderen bezig. DWj: Iedereen vindt hem grappig. DWj: Hij heeft vaak flauwe grapjes . denkt niet alleen aan zichzelf. JBj JBj: Ik heb ideeën. NJm 66 EDj: Hij is stil. Verkenner Volger Appellant groepje en is altijd heel verlegen. alleen CBj weet het beste zijn grappen te plaatsen. heen. maar wordt ook wel gepest. Anders neemt ze het zelf mee. maar heeft goede ideeën en zegt deze ook. De rest. De rest. NJm: Als iemand niet lekker is. blijft NJm bij diegene binnen. AAm EDj: Hij is heel serieus en dus luister je beter naar hem dan naar een grappenmaker. EBm: Zij regelt bijvoorbeeld met uitvoeringen dat iedereen kleding heeft. LMj wordt buitengesloten. LMj: Hij mag meedoen. De rest. Joker de kinderen zijn naam zeurderig geroepen. CBj: EDj vertelt zijn ideeën tegen CBj en die voert ze uit. maar een ander zegt het hardop. maar heeft wel goede ideeën. JGm: Ze is stil. JCm: Zij is stil en met buiten spelen zit ze vaak in een hoekje. JCm: Zij zit vaak alleen in een hoekje. Soms wil ze wel/ niet meedoen als we het vragen.

DWj: Hij maakt veel grapjes. Bijna iedereen. Joker altijd de grappenmaker. Niet één iemand. MLm: Ze is erg zorgzaam. LMj. MJj. RMj. laten we dat gaan doen” en dan regelt hij dat. Appellant mag wel verwend worden. JCm: Ze is erg stil. DWj en CBj: Zijn allebei grappig. Sociaal werker maar denkt aan iedereen. maar haar grapjes zijn wel om te lachen. TMj en YTj. DWj: Hij maakt veel leuke grapjes maak Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. . CBj MBm: Kan goed MLm en JBj: leiding geven. CBj: Hij heeft hele gepaste grapjes. zorgen dat mensen 67 RMj: Hij zegt vaak: “goed idee. behulpzaam en duidelijk. DWj:Hij maakt goede grappen op het goede moment. MBm. JCm: Ze is vaak verdrietig en wordt buitengesloten. De rest. nu minder. soms is dat irritant maar meestal goed. NJm: Zij praat meer over haar ideeën. Vroeger RBj. RBj. RBj. EBm. RWj. Is er niet. Is er niet. MBm. omdat RBj minder vervelend doet. MTj Is er niet. LRm. Niet iedereen zegt tegen haar: “kom mee”. Soms is het ook wisselend wie deze rol is.Naam Gezagsdrager maar heeft wel goede ideeën. Organisator ook zelf een eigen mening. behulpzaam. meestal een vriend van diegene die de ideeën bedenkt. zijn ideeën aan mij. EDj RMj: Hij komt MLm: Zij is vaak met ideeën. Is er niet. De rest. Volger CVm CBj: Het past bij MLm: Ze is erg hem. Het is nu minder. TMj RWj: Hij vertelt RMj en LMj. TMj: Hij speelt vaak met CBj en doet dan goed mee. De rest. Verkenner AAm. LRm: Zij denkt er altijd aan of iedereen mee kan doen. hij wil graag grappig zijn. JGm: Zij is dit soms ook wel een beetje.

maar DWj het grappigst. CBj: Als EDj een idee heeft. DWj: Hij is altijd grapjes aan het maken. JCm: Zij krijgt niet altijd aandacht. LRm: Ze is heel beleefd. MBm en MLm: Zij zorgen voor mensen en vinden dat ook leuk om te doen. vraagt zij altijd nog netjes: “Mag ik ook meedoen? Is er niet. veel. De rest. Hij is de clown van de klas. JCm: Ze is stil en DWj: Hij is durft niet veel te grappig en lacht vragen. Maar voor ons is het wel leuk. RMj: Hij bedenkt wat en dan wordt zijn idee overgenomen. Organisator Verkenner Volger Appellant RBj Ikzelf denk ik. Verschillend. RBj en AAj. De rest. De klas luistert wel naar hem. Wisselend. . CBj: Hij is ook grappig. hij denk er niet bij na. maar hij weet dat zelf niet.Naam Gezagsdrager Sociaal werker meedoen met alles. nemen initiatieven van de gezagsdrager over en proberen mee te helpen. JCm: Ze is stil en DWj: Hij heeft niet zo vrolijk. De rest. NJm en OHj: Zij De rest. veel humor. EBm YTj JCm EDj: Hij is de stille leider. LMj: Hij heeft vaak ruzie en dan moet ik hem helpen. dan vult CBj dit aan met zijn eigen ideeën en dan wordt het nog leuker. Ook ik ben het wel eens. CBj en DWj: Ze Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. NJm: Zij loopt met iedereen mee die pijn heeft. RBj. CBj: Hij kan goed dingen regelen. AAj 68 CBj: Hij krijgt NJm: Zij OHj: Als RWj: Hij neemt De rest. OHj en CBj: Er wordt vaak aandacht aan hun gegeven. Joker kan wel irritant zijn voor juf. MLm: Zij zorgt voor iedereen. Als er wordt gezegd dat iedereen mee mag doen. Is er niet. Ze wordt ook wel buitengesloten. YTj. DWj en YTj: Wij zijn grappig. JCm en EDj.

. Joker maken bijna altijd leuke grappen. Organisator iemand een idee heeft. maar ook niet leuke grapjes. RWj: Hij weet goed wanneer hij iets moet doen. DWj: Hij maakt altijd grapjes. LRm: Ze wil dat niemand buitengesloten wordt. 69 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Verkenner altijd iets mee wat van pas kan komen. Volger Appellant De rest JCm: De huilt altijd heel snel.Naam JGm Gezagsdrager vaak de leiding en heeft goede ideeën. maar is dat wel stil. MLm: Zij wil ervoor zorgen dat niemand buitengesloten wordt. dan gaat hij dat regelen. CBj: Hij regelt altijd alles en zorgt dat het goed komt. Sociaal werker probeert iedereen te helpen. RBj: Hij wil graag leiden.

zijn OLj en DWj. 70 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. alleen maar een ruimere kring. MHj. Toch weten de leerlingen wel wie er aan de beurt is. OHj assisteert bij het neerzetten en gaat daarna in de kring staan. JCm legt daarop volgend 2 blokjes neer. MHj kijkt nog even op de meetlat waar 98 cm zit en overlegt hierover met RBj. MBm roept na een tijdje: “Jongens!” en maakt met handgebaren duidelijk dat er een rij moet komen. en wacht ieder tot hij aan de beurt is. Toch gaat het neerleggen van de blokjes wel gewoon via de goede volgorde door. RWj. Daarna gaat hij ook in de rij staan. De leerlingen die na hem aan de beurt zijn doen dit ook. Niemand zegt hier wat van. De meeste leerlingen volgen deze aanwijzing op en er wordt een rij gemaakt. Hierop wordt niet gereageerd. CBj en AAm gaan nog door met bouwen. Dit gebeurt. . De volgende die aan de beurt zijn. De eerste uit de rij (NJm)gaat een blokje neerleggen en pakt daarna een nieuw blokje en gaat hiermee achterin de rij staan. AAj ziet dit en stelt voor aan de groep om allemaal 2 blokjes neer te leggen. Iedereen pakt een aantal blokjes uit de bak. OHj legt na een tijdje ook meerdere blokjes neer (meer als voorgaande leerlingen) en daar wordt hij door TMj op aangesproken. maar er ontstaat geen rij. Er gebeurt niets. als jullie nu iets naar achteren gaan?”. hallo. OHj roept nog wel door de groep: “let op schuin gaan!”. Ik grijp niet in en geef geen tips of begeleiding. De rest van de leerlingen die nog door zit te bouwen gaan ook in de rij staan. MBm roept door de groep: “Hé. De volgorde herpakt zich. allemaal in de rij!!”. De kring wordt weer iets kleiner en er ontstaat onduidelijkheid over wie er aan de beurt is. OLj. is dat alle leerlingen in ieder geval 1 staafje moeten hebben neergelegd. MHj en RBj beginnen met het neerleggen van de eerste blokjes. EDj. Op hetzelfde moment pakt RBj de meetlat en zet die naast de toren. Dan roept RWj: “Allemaal in een rij gaan staan!”. Niemand reageert op dit voorstel. Nu is de kring helemaal rond en er gebeurt niets. RWj kijkt naar mij en heeft niet in de gaten dat hij aan de beurt is. De andere kinderen kijken er naar. Maar nu roept ook MTj door de groep: “Waar is het einde van de rij?!”. AAm die achter RWj staat legt nu een blokje neer. MJj. In de kring pakken alle leerlingen alvast meer blokjes. De volgende leerlingen in de rij doen hetzelfde. De enige voorwaarde die gesteld wordt over de samenwerking. De rol van de leerkracht: De leerkracht is observator. RBj blijft de meetlat vasthouden die naast de toren staat.Bijlage 5: Observatieverslag “Toren bouwen” nulmeting Opdracht: De leerlingen moeten gezamenlijk een toren van kapla bouwen die precies 98 centimeter hoog moet zijn. RWj heeft dit door en legt daarop ook een blokje neer. RBj en JCm zitten op de grond in een klein kringetje de toren te bouwen. Zij leggen op hun beurt één blokje neer. waar is de rij?!”. De rij is lang en vormt langzaam een ruime kring om de toren heen. YTj legt meerdere blokjes tegelijk neer. Vooral de meisjes en YTj zitten buiten de kring te kletsen. Daarna legt AAm weer een blokje neer. Alleen MHj. waarop AAj reageert: “ja jongens. MLm zegt hierop terwijl ze een groepje kinderen aankijkt: “Jongens. OHj. Observatie OHj roept door de groep dat er een plan moet worden gemaakt.

MLm. Ze sluit weer aan in de kring. maar hij reageert niet op RWj. MTj. RMj zegt: “Nee jongens. Het kringetje wordt kleiner en meer kinderen staan nu buiten de kring. YTj en JGm staan buiten die kring. “er moet er nog eentje bij”. MLm zegt tegen de leerlingen dat ze meer naar achteren moeten en geleid de leerlingen met haar arm naar achteren. Ik vraag hierop aan RMj: “Is de toren precies 98 cm?. legt TMj weer een steentje neer. . De volgorde is nu niet helemaal duidelijk. AAj legt zijn steentjes neer en gaat weer terug naar zijn plek. De toren is klaar. De andere leerlingen proberen de toren ook te zien. De leerlingen dringen weer naar voren en er ontstaat weer een kleinere kring. 71 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. De leerlingen leggen de steentjes gewoon op volgorde van de kring neer. TMj vraagt aan mij of de toren klaar is. MHj ziet TMj steentjes tussendoor neerleggen en legt ook 1 blokje neer. waarop ze langs de toren loopt en haar blokjes neerlegt. AAj. In de kring staan RWj. JCm probeert ook in de kleine kring te komen en er ontstaat een wat grotere kring. Er is nu geen vaste volgorde meer.p. MBm en RMj blokjes aan het pakken zijn. MHj en DWj. TMj die ergens anders in de rij staat. omdat LRm. Er worden op dit moment helemaal geen steentjes neergelegd. * RBj merkt op dat RMj wel de leider wilde zijn. zegt RMj. RBj. stop!”. maar hij blijft wachten.Na 6 minuten is AAj aan de beurt en legt steentjes neer. die achter hem in de kring staat. maar dat niemand dit oppikte. * De leerlingen die tussendoor steentjes oplegden. NJm. gewoon een nette rij!. ziet dit en gaat ook blokjes neerleggen. niet zo dringen!” en loopt buiten de kring. aan de overkant van de kring. JGm pakt de meetlat aan. Zodra de toren bijna 98 cm hoog is ontstaat er opeens een kleinere kring om het bouwsel heen. TMj legt nog als enige. JCm. omdat toch niemand een steentje oplegde. blokjes neer. RWj volgt zijn voorbeeld. alleen vonden ze het niet prettig dat er opeens een kring ontstond i. RWj roept door de groep: “Jongens. Deze volgorde wordt opeens weer aangehouden door de leerlingen.v. MHj roept: “Hij is klaar!”. MBm roept vanaf een afstandje: “We zijn klaar!”. Door deze leerlingen worden een aantal blokjes in willekeurige volgorde neergelegd. er gebeurt niets. AAm. vanaf zijn eigen plek in de kring. Zij staan als een soort 2e rang. Hij vraagt aan haar of zij de meetlat over wil nemen. “Nee”. RMj ziet dit gebeuren en vraagt op zijn beurt weer aan JGm of hij de meetlat mag vast houden. JGm gaat akkoord en RMj neemt de meetlat over. EBm. MTj loopt uit de kring naar deze leerlingen toe. De kring wordt groter en EBm en NJm komen aanlopen. wat wel zo is. waarop TMj antwoordt: “Maar hij moet toch hoger”. LMj en AAm. Ondertussen ontstaat in de kring een gat. RWj. MHj roept: “Jongens. TMj wordt door RWj op zijn gedrag aangesproken. OHj. Na 8 minuten kijkt RBj acht zich en ziet JGm staan. DWj en AAj leggen er nog wat steentjes bij. gaven aan dat ze dit deden. Eigenlijk is RWj nu aan de beurt. OHj. De rest houdt de volgorde aan. LRm draait zich om en ziet het gat. AAj legt hem erbij. MHj. Alleen MLm. RBj. zegt tegen AAj dat hij nog niet aan de beurt is. een rij. legt een steentje neer. LMj. Daarop zegt DWj: “Hij is klaar!”. De 1e rang bestaat uit: AAj. MJj. De kinderen volgen en er ontstaat weer een grotere kring. Hij stopt wel met neerleggen. weer op een andere plek in de kring. volgt dit voorbeeld en legt ook blokjes neer. JBj. Informatie uit de nabespreking samen met de kinderen: * De leerlingen vonden het goed gaan. Als er op een gegeven moment niets wordt neergelegd. RMj.

Er was namelijk van te voren niets afgesproken en dat hadden ze wel prettig gevonden. omdat iedereen initiatieven nam. * RBj wilde zelf de leider niet zijn.* Een aantal leerlingen vonden in het begin RBj de leider. dus naar wie moet je dan luisteren? 72 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. * De meeste leerlingen vonden dat er eigenlijk helemaal geen leider was. hij was bang dat hij te bazig zou zijn. Het werd een beetje onduidelijk toen RMj zijn rol overnam. . * Een aantal leerlingen vonden het lastig om één iemand als leider te zien.

30-11.00 uur.Bijlage 6: Handelingsplan “waarschuwingskaartjes” De leerlingen zijn rumoerig tijdens de lessen. met maximaal 2 waarschuwingen van de leerkracht. te weten: 8.50. .De leerlingen wijzen elkaar op goed gedrag.De leerlingen kunnen hun vinger opsteken. te weten: 9. . Om de doelen te behalen. ook meedoen bij het behalen van de doelen. en op hun beurt wachten zodra ze wat willen zeggen/reageren.De leerlingen kunnen tijdens de zelfstandig werklessen rustig werken. Ook worden in deze tijden aan kleine groepjes instructie gegeven.30-10. Dan verdeel ik de klas in vijf groepen (dit zijn de groepjes zoals gevormd in de klassenopstelling). Dit betekent dat de klassikale lessen. Korte termijn doelen: . worden er tussendoelen bepaald. .De leerlingen kunnen per dagdeel (de dagen zijn in 3 stukken gedeeld) rustig (samen) werken. Aan het eind van de bloktijden kunnen de leerlingen een beloning van max. zodat andere leerlingen geen last van hen hebben. Fase 1: Allereerst werken we in twee bloktijden. . maar dat de leerlingen dit onderling ook doen. Als de klas een maand lang Beginsituatie Doelen Inhouden 73 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. waarin ik het modelgedrag laat zien.00. maak ik de kinderen zelf verantwoordelijk. Als de klas een week lang een 80% score haalt in het bereiken van de doelen.De leerlingen kunnen hun reactie uitstellen totdat zij de beurt krijgen. 10. Voor het behalen van de doelen. Ze reageren altijd. omdat deze tijden het makkelijkst zijn te behalen voor de kinderen. Als ze wat willen zeggen/reageren steken de leerlingen netjes hun vinger op. en niet alleen als leerkracht hoef te waarschuwen. 5 minuten verdienen. Dit zijn de tijden waarop de kinderen aan hun zelfstandig werkblad werken.50 en 13.15-15. Vooraf vindt er een gesprek plaats. met maximaal 2 waarschuwingen van de leerkracht. en kletsen graag met elkaar. Ik werk met een beloningssysteem. De moeilijkheid voor de leerlingen zal bij deze lessen voornamelijk zijn `het voor je beurt door de klas roepen`.00 en 10. op fluisterniveau. dat wil zeggen dat elk groepje minimaal 8 keer een beloning heeft verdiend. Per groepje zijn ze verantwoordelijk voor hun eigen gedrag en die van hun groepsgenoten.30-11. en waarschuwen elkaar wanneer er niet rustig gewerkt wordt. Lange termijn doelen: . heeft iemand anders er altijd nog een grap overheen. zonder dat de leerkracht hierbij hoeft te helpen. Ik kies voor deze eerste opzet.De leerlingen kunnen tijdens het samenwerken fluisteren. omdat deze groep daar erg gevoelig voor is.00-10. Dit doe ik om de betrokkenheid te vergroten. en daar graag nog wat harder voor wil werken. Nadat iemand een grapje maakt. . Fase 2: De bloktijden worden nu uitgebreid naar 3 delen. De leerlingen vinden zelf ook dat er teveel lawaai wordt gemaakt tijdens de lessen. worden de bloktijden uitgebreid.

De groepjes die een rode kaart boven hebben liggen. * Een blik vol met max.B. Als een leerling uit een groepje ongewenst gedrag vertoont. Het groepje daarentegen heeft hierdoor een eerlijke kans om de doelen te behalen. Ieder blokuur beginnen de groepjes weer met een nieuwe stapel kaarten. pakt de leerkracht een groene kaart van de stapel. De leerkracht houdt toezicht op de andere groepjes. dan kost dat het groepje weer een groene kaart. Aan het eind van een blokuur kijkt de leerkracht welke groepjes nog een groene kaart hebben liggen. *Per groepje 3 groene geplastificeerde kaarten en 1 rode geplastificeerde kaart. Mochten andere leerlingen hierop negatief reageren. Het origineel zou komen uit de methodieken van Taakspel. worden de waarschuwingskaarten verminderd.een 80% score haalt in het bereiken van de doelen. De klas wordt opgedeeld in vijf groepjes. dan krijgt deze leerling zijn eigen setje kaarten. Onderop ligt de rode kaart en daarbovenop liggen 3 groene kaarten. 5 minuten beloningen die de leerlingen van te voren zelf verzonnen hebben. Deze groepjes mogen meedoen met de beloning. Ik heb van deze methodiek gehoord op een studiedag. dan neemt de leerkracht zonder iets te zeggen een groene kaart van de stapel. en heb er mijn eigen draai aan gegeven. Methodieken Middelen Organisatie 74 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Deze groepjes mogen meedoen aan de max. De beloning wordt door de leerkracht uit het beloningenblik “gegrabbeld”. zodra de leerlingen ongewenst gedrag laten zien. niet-taakgericht gedrag of bijv. De groepjes voeren hun beloning uit. Aan het eind van een blokuur wordt gekeken welke groepjes nog een groene kaart boven hebben liggen. In een volgend handelingsplan kan gewerkt worden aan de lange termijndoelen. De leerlingen laten gewenst gedrag zien. waardoor er tegemoet gekomen wordt in zijn behoefte aan een langere leercurve. want ook dit is ongewenst gedrag. dat wil zeggen dat elk groepje minimaal 12 keer een beloning per week heeft verdiend. waardoor het groepje nooit tot bijna nooit aan zijn beloning toekomt. De leerkracht legt de kaarten aan het begin van een blokuur in de groepjes klaar. Voor het uitvoeren van het handelingsplan wordt er gebruik gemaakt van een waarschuwingen. Mocht een leerling heel veel moeite hebben om zich aan de afgesproken regels te houden. N. 5 minuten beloning die de kinderen zelf hebben verzonnen. hard praten. De leerkracht laat aan de desbetreffende leerling de kaart zien.en beloningssysteem. moeten kijken hoe de andere groepjes de beloning uitvoeren. . Elk groepje krijgt 1 rode kaart met daarop 3 groene kaarten. Hierdoor heeft de leerling meer waarschuwingen voor zichzelf.

AAj zei: “oh juf. 75 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Zo werd voor iedereen meteen duidelijk wat ik van hen verwacht. . Zoals gewoonlijk waren de leerlingen heel betrokken en vol moed om het plan te gaan uitvoeren.Heeft de methodiek de gewenste uitwerking gehad? . Na het gesprek en het bedenken van de beloningen is het kaartensysteem meteen van start gegaan. . ga je even naar de wc om een slokje water te drinken Nadat deze punten naar voren waren gekomen. Een aantal voorbeelden van de beloningen die ze bedachten: . Als aansluiting op het gesprek mochten de leerlingen beloningen bedenken die maximaal 5 minuten mogen duren.fluisteren als je samenwerkt .tekenen .met je taak bezig zijn en bijvoorbeeld niet je pen uit elkaar halen (dit fenomeen was vrij populair om te doen) . De leerlingen waren heel goed aan het werk en de beloning werd door iedereen gehaald. Dit deed ik om meteen duidelijk aan te geven wat ik onder gewenst gedrag versta. .Welke onderdelen werkten goed.Welke leerlingen vonden het gemakkelijk om de doelen te bereiken? Uitvoering van het plan Naar aanleiding van het afnemen van de klimaatschaal heb ik de uitslag met de kinderen besproken.dansen op een liedje . In dit eerste blokuur was ik heel streng. Ik vertelde dat ik hiervoor een plan heb bedacht.Evaluatie Na 2 maanden wordt het handelingsplan geëvalueerd. heb ik een groepje gevraagd het gewenste gedrag voor te doen. Bij de evaluatie wordt gelet op de volgende punten: . De kinderen konden mij dit goed vertellen.enz. Ik heb een aantal groene kaarten afgepakt.als je een loopje nodig hebt.moppen tappen .alleen door de klas lopen als je iets nodig hebt .In hoeverre zijn de doelen bereikt? Welke vaardigheden beheersen de leerlingen? . dat gaan we helemaal fiksen!!!!Dat komt goed!!!”.de polonaise lopen .filmpje kijken op het smartboard‟ . welke moeten volgende keer anders aangepakt worden. In dit gesprek heb ik het plan uitgelegd en de verwachtingen duidelijk gemaakt.communiceren via het blokje .achterstevoren op je stoel zitten . en ze werden heel enthousiast. Na uitleg van het kaartensysteem heb ik aan de leerlingen gevraagd wat gewenst gedrag precies inhoud.galgje spelen . waaronder één voor het reageren op het afpakken van een kaart. Ik heb de doelen van het plan aan de kinderen laten weten. De eerste keer ging uitstekend. Zij gaven ook in dit gesprek aan dat ze het heel lastig vonden om stil te werken.staan op je stoel .Welke leerlingen vonden het lastig om de doelen te bereiken? .

niet méér ongewenst gedrag laten zien. nu ze geen beloning meer kunnen verdienen. . Het zou kunnen zijn dat het die leerlingen niet meer uitmaakt. Er zijn ook momenten geweest waarop er rode kaarten boven kwamen te liggen.In de volgende blokuren haalden niet alle groepjes de beloning. Opvallend is dat de groepjes die een rode kaart boven hebben liggen. 76 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Er zijn nog geen kinderen die een eigen kaartensysteem hebben. toch is een enkele waarschuwing genoeg om weer gewenst gedrag te laten zien. Toch werkt dit systeem zo goed dat de leerlingen nog steeds heel gedreven zijn om de groene kaart te laten liggen.

gezellig. dus geen hobby‟s en uiterlijke kenmerken. MTj: Aardig Leuk Grappig Sportief Soms druk Niet snel boos Hou van muziek Vriendelijk MLm: Behulpzaam Aardig Soms wat snel boos Vaak mijn werk af Maak mij zorgen om iemand anders Hou van lol maken Ik vind het irritant als er iemand door de klas roept NJm: Gevoel voor mode Sportief Zorgzaam Gezellig Soms best wel lullig Vriendelijk 77 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. gek. . Maar ik ben ook wel sportief en muzikaal. sportief. soms streng en heeft altijd een luisterend oor. aardig. De leerlingen mogen raden welke leerkracht het is. zodat de andere kinderen kunnen raden. flexibel. Maar mijn zwakste punt is rekenen. ra wie is dit? De leerlingen weten meteen dat ik dit zelf ben. vergeetachtig.Bijlage 7: “Wie ben ik?” Ik vertel de kinderen dat ik een leerkracht van onze school ga omschrijven. bijna nooit chagrijnig. Ik omschrijf het volgende: Deze leerkracht is vrolijk. De leerlingen mogen alleen karaktereigenschappen opschrijven. druk. Ra. De leerlingen maakten de volgende kaartjes: MBm: Kan brutaal zijn Giechel veel Hou van grappen maken en klooien Val op jongens met bruin haar AAj: Sportief Flexibel Vergeetachtig Een beetje gek Aardig OHj: Sportief Aardig Soms chagrijnig Veel ideeën RBj: (doorgestreept: is als iemand tegen hem aardig is ook aardig) Schreeuwt soms door de klas Houdt van kattenkwaad Heeft soms ruzie Altijd een goed humeur YTj: Aardig Grappig Lief (soms) Vergeetachtig AAm: Druk Vrolijk Behulpzaam Vergeetachtig Aardig Gezellig Beetje gek Lief Nooit chagrijnig CVm: Lief Vrolijk Druk (buiten) Creatief Behulpzaam Aardig RMj: Sportief Kan boos zijn Soms een beetje fanatiek Behulpzaam Stil Gezellig Soms druk JGm: Vrolijk Behulpzaam Aardig Lief Sportief Rustig Gezellig Beetje bang soms CBj: Vrolijk Leergierig Humoristisch Spontaan Lui Sportief (als ik verlies) EBm: Sportief Aardig Grappig Lief Vriendelijk Gezellig Gek! OLj: Ik ben technisch en best wel ongeduldig. Ik geef de kinderen de opdracht een kaartje te maken over zichzelf en vertel hen dat ik die later in de kring ga voorlezen.

LMj: Aardig Erg stil Druk Oplettend Gek Behulpzaam Slim

EDj: Rustig Sportief Raar Teruggetrokken

RWj: Ik ben aardig, grappig, sportief, gezellig, ongeduldig, onrustig, slim, gek, toegankelijk, leuk. JCm: Soms verlegen Snel boos Vrolijk Sportief Stoer Niet snel bang

MHj: Slim Vrolijk Sportief

DWj: Gek Aardig Blij Maandagochtend gevoel Grappig Haat kappers

LRm: Behulpzaam Houdt van lachen en klooien Lief Gevoelig Sportief Valt op jongens met bruin haar

Als de kaartjes worden voorgelezen kunnen de leerlingen het snel van elkaar raden. Dit komt ook omdat ze goed kijken naar de reacties van de kinderen zodra er een kaartje wordt voorgelezen. De meeste leerlingen geven aan het eind van de les aan dat ze het lastig vonden om het kaartje te schrijven. Alleen OHj, CBj, YTj, RMj en LMj geven aan het niet lastig te vinden. Opvallend is dat de kaartjes veel overlappingen hebben. Ook werd door andere leerlingen tussendoor aangegeven dat ze eigenschappen misten op kaartjes die wel heel kenmerkend zijn voor de leerling. Een voorbeeld wordt gegeven over YTj. MBm geeft aan dat zij het woord „druk‟ mist op het kaartje. YTj geeft aan dat hij die inderdaad vergeten is, want hij vind het wel bij hem passen. Op de vraag; “hoe vind je het als je kaartje wordt voorgelezen?” komen de volgende antwoorden: AAm: “Niet zo erg, dacht al dat ze me kende.” AAj: “Raar, toen AAm haar kaartje werd voorgelezen dacht ik dat ik het zelf was, terwijl ik eigenlijk wist wat er op mijn kaartje stond.” MBm: “Genant, raar of eigenlijk alsof ik eigendunk had. Bang dat andere kinderen reageren met waarom zeg je dat? Hahaha.”. “Dit gebeurde gelukkig niet”. JCm: “Ik voelde er eigenlijk niets bij. Ik vond het neutraal.” LRm: “Raar, CVm haar beschrijving leek op die van mij.” MTj: “Grappig, maar ik werd wel helemaal rood!” RBj: “Ik voelde me onzeker.” De leerlingen vonden het een leuke activiteit om uit te voeren. Over het algemeen klopt het beeld dat ze van zichzelf hebben, met het beeld dat anderen van hen hebben. Er zijn kaartjes bij, waarop leerlingen zichzelf heel doeltreffend hebben omschreven zoals RBj, EDj, CBj JCm, RWj, NJm, MLm en OLj. Deze kinderen werden daardoor erg makkelijk geraden.

78

Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Bijlage 8: “Letters en cijfers maken”
Voor deze oefening deel ik de klas in drie groepen. Ik vraag de eerste groep naar voren en vertel hen dat zij gezamenlijk de letter A moeten vormen, maar dat ze er niet bij mogen praten. Voor de rest geef ik geen aanwijzingen of opdrachten AAj gaat meteen op de grond liggen. Andere kinderen wachten af en kijken wat er gebeurt. Ze communiceren met elkaar via handen en armen. Met hun armen beelden ze uit wat er moet gebeuren. Langzamerhand gaat iedereen op de grond liggen en wordt de letter A gevormd. In het nagesprek met de klas vraag ik aan de leerlingen wat er gebeurde. De leerlingen vertellen dat er eigenlijk twee groepjes ontstond, maar dat het uiteindelijk één groep werd. Dit gebeurde d.m.v. gebaren. Ook vraag ik aan de leerlingen of er een duidelijke leider was. Dit was niet echt het geval, alleen CBj en MJj namen een beetje de leiding. Ik vraag aan hen of het handig is om in dit geval een leider te hebben. De kinderen geven aan dat dit inderdaad handig is, omdat er dan één iemand aangeeft en de rest volgt. Met dit nagesprek in ogenschouw nemend, vraag ik de tweede groep naar voren te komen. Zij moeten eerst een leider aanwijzen. Iemand wijst OLj aan. Die wil liever niet, en RWj geeft aan de leider te willen zijn. Dit wordt geaccepteerd door de groep. Ze moeten de letter C maken. RWj legt de kinderen goed en buigt ze op de juiste manier. Hij doet met zijn eigen lichaam de bewegingen voor. Tot slot gaat hij ook zelf in de juiste vorm liggen. In het nagesprek komt heel duidelijk naar voren, dat de leerlingen het heel prettig vinden werken met een leider. RWj was wel wat ruw, maar ook heel duidelijk. Dat MTj ook initiatieven nam, werd als prettig ervaren. De derde groep moet het cijfer 8 vormen. De leerlingen wijzen MBm als leider aan. MBM wil dit wel, maar ziet ook dat OHj zijn vinger opsteekt. Daarop geeft MBm haar leidersschap over aan OHj. Hij loopt naar het bord en tekent hierop hoe hij de leerlingen wil hebben liggen. Hij tekent een digitale 8. De leerlingen zien dit en gaan meteen volgens het plaatje liggen. Ook OHj neemt op het laatst zijn plaats in. In het nagesprek wordt besproken dat het erg handig is dat OHj op het bord tekent. Hierdoor is in één oogopslag duidelijk wat de bedoeling is. De leerlingen “luisteren” goed naar de leider, waardoor het cijfer snel gevormd werd. Als laatste gaan de leerlingen een wedstrijdje tegen elkaar doen. De leerlingen gaan in dezelfde groepen uiteen en moeten gezamenlijk het woord KIP vormen. Allereerst moeten ze een leider kiezen. Het kiezen gaat heel sociaal. Zinnen als: “oh, als jij het wilt zijn, mag dat ook hoor” waren regelmatig te horen. De leerlingen moeten in deze eindopdracht de tips uit de nagesprekken meenemen in de uitvoering. Dit is duidelijk te merken, want er wordt duidelijk leiding gegeven en de leerlingen zijn heel snel klaar met de opdracht.

79

Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Bijlage 9: “Complimenten van een groep”
Groep 1: Bestaande uit AAj, AAm, RBj, TMj, JGm, EDj. AAm wil graag de leiding en praat dwars door iedereen heen. Ze luistert niet naar anderen en wil graag haar idee uitvoeren. Anderen hebben ook ideeën, maar daar wordt niet naar geluisterd. Het gevolg is dat AAm heel veel aan het woord is, maar dat de anderen haar niet als leider accepteren en dus niet luisteren. AAm probeert het wel democratisch op te lossen, maar dit lijkt niet te lukken. Na 15 min. is er nog niets gebeurd. Er komen kinderen uit het groepje klagen dat er niets gebeurt. Uiteindelijk besluit ik om te gaan helpen. Ik vraag aan AAm om goed te luisteren naar de andere leerlingen. Uiteindelijk komt RBj met een goed idee, waar iedereen het mee eens is. Na nog wat strubbelingen gaat het groepje aan de slag en tot het einde verliep het verder goed en uiteindelijk was iedereen tevreden. Groep 2: Bestaande uit MHj, EBm, CBj, NJm, YTj, MTj. Dit groepje begint met het kiezen van een leider. CBj wordt als leider aangewezen. Ze hebben bedacht welke taken er allemaal uitgevoerd moest worden en hebben van te voren de taken verdeeld. Iedereen bedacht mee met de complimenten en ondertussen waren ze hun eigen taak, zoals versieren, schrijven, plan voor het grote blad ontwerpen e.d. bezig. Van te voren wilde er graag twee verschillende leerlingen schrijven, NJm en EBm, maar dit werd goed opgelost doordat er voor één van de twee een andere taak werd bedacht. De leerlingen ervaren de samenwerking als positief en hebben prettig aan de taak gewerkt. Groep 3: Bestaande uit OHj, RWj, DWj, OLj, LRm, JBj, OLj, MLm. In dit groepje wil graag bijna iedereen de leider zijn. Ze zijn heel lang aan het discussiëren over dit punt. Ze komen er niet uit en gaan over op het spelletje “ienemiemut”. Hieruit wordt uiteindelijk JBj als leider aangewezen. Aangezien anderen ook de leider willen zijn, accepteren zij niet JBj als leider. Iedereen gaat zijn eigen gang en “doet maar wat”. YTj wordt aangesproken op het feit dat hij niet meedoet. YTj wil hierop wat zeggen, maar dit wordt niet meer gehoord. Hierdoor wordt YTj alleen maar meer gedemotiveerd, waardoor hij helemaal niets meer uitvoert. Uiteindelijk zijn de complimenten wel samen verzonnen, doordat men die hardop vertelde. Groep 4: Bestaande uit MBm, RMj, JCm, CVm, MJj, LMj. Dit groepje maakt van te voren geen afspraken, maar de samenwerking en rolverdeling verloopt wel heel natuurlijk. MBm neemt een leiderschapsrol op zich en voor de rest werkt iedereen goed mee. Iedereen schreef één compliment voor een leerling op en er waren een aantal kinderen die dit in het net gingen opschrijven en de anderen versierden het blad. De leerlingen beleven de samenwerking als prettig en doelgericht. Het ging heel gemakkelijk en er werd niet gediscussieerd.

80

Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

81 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.Hieronder is een foto van de complimentenbladen opgenomen. .

. dat was altijd leuk! Hij loopt snel naar beneden en roept naar zijn moeder: 'Mam. Ze spelen verstoppertje of zoiets.Bijlage 10: “Je mag niet meedoen” Ik begin de les met het voorlezen van het verhaal Klaas. 'Het gaat je geen reet aan hoe wij heten. Dat was leuk. Hij moet weer denken aan zijn vrienden uit zijn oude straat. Ze zijn van zijn leeftijd. Het lijkt wel of hij zich nog nooit zo rot heeft gevoeld. Klaas mist zijn vrienden.' Klaas weet even niet wat hij moet zeggen. je kent hier toch niemand?' Maar Klaas hoort het al niet meer. Ook bespreken we nog een vierde rol. Hij kijkt naar buiten. Met die vriendjes speelde hij altijd buiten: voetballen. Dan probeert hij het nog eens: 'Mag ik met jullie meespelen?' Chris kijkt Klaas onderzoekend aan. 83) Klaas Klaas vindt het spannend. ik ben Klaas! Ik ben hier net komen wonen. Klaas besluit dat hij naar buiten gaat en zal vragen of hij mee mag doen. buitenspelen. wegwezen!' Chris en de andere kinderen lopen hard weg. Chris. Hij heeft alle dozen uitgepakt en zijn nieuwe kamer helemaal ingericht. waar niemand hem kan zien. Zijn diso's staan op de bovenste plank van zijn nieuwe kast. Hij is echt heel onaardig. Klaas. Maar dan denkt hij aan zijn oude vrienden. ik ga buiten spelen! Hoe laat moet ik thuis zijn?' Zijn moeder antwoordt: 'Om half zes. moet hij huilen. Ik doe dit omdat bijvoorbeeld JCm vaak wordt buitengesloten. Er komen uit het verhaal drie rollen naar voren. Zij nemen het gedrag van anderen over. Hieronder staat het verhaal uitgeschreven. 'Hoi. ]ij hoort niet bij ons. Ik vraag aan de kinderen wie er 82 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. verstoppertje. Ik bespreek de rol van iemand die vaak wordt buitengesloten. Hij is met zijn ouders verhuisd naar een nieuwe stad. Ze hebben veel lol. Misschien mag hij niet meedoen of pesten ze hem. Zonder dat hij het wil. de jongen in het midden. Hij vindt het spannend. Maar hoezo. Wat voor types zijn Klaas. en ik wil aan de anderen laten zien wat dit voor effect heeft op een kind. Dan zegt Chris: 'Nee. Achter het schuurtje. 2007 p. rot op. en natuurlijk zaten ze vaak achter de computer! Dan had je contact met elkaar en kon je moppen doorsturen. Dikke tranen rollen over zijn wangen. De andere kinderen wachten af wat Chris zal zeggen. (Engelen. 0 ja. en de derde rol is de meeloper. cowboytje. de onaardige leider. In het nagesprek benoemen we de verschillende rollen in dit verhaal. Kom op jongens. Langzaam loopt hij naar zijn nieuwe achtertuin. Ze hadden ook altijd veel lol samen. Chris kijkt Klaas met een vies gezicht aan. hij heeft snel zijn jas aangedaan en rent naar buiten. Op de plank daaronder staat een foto van zijn oude klas. Buiten ziet Klaas de vijf kinderen staan die hij vanuit zijn nieuwe kamer had gezien. Zal hij buitenspelen? Hij ziet een paar kinderen lopen. Chris en de andere kinderen in het verhaal? Wat valt je op in het verhaal? De kinderen vinden vooral de houding van Chris niet goed. Ik ga hier morgen ook naar school. Wie zijn jullie?' Vier van de kinderen kijken nieuwsgierig naar Klaas en daarna naar Chris. Ze zullen vast op zijn nieuwe school zitten. Klaas krijgt een heel vervelend gevoel in zijn buik. de vrolijke. positief ingestelde jongen die aan anderen denkt. gaat hij zitten. Daar zou hij graag aan mee willen doen. Hoepel op. Al zijn vriendjes staan erop.

In het eindgesprek heb ik de rollen uit het spel naar de werkelijkheid gehaald en gevraagd in welke speler zij zich het beste herkennen. Ik vraag door over hun gevoel daarbij. MTj gaf zelfs aan het heel moeilijk te vinden om met een Chris om te gaan. Zodra er meerdere “Klaassen” in het spel aanwezig waren. Ze moeten van te voren eerst zelf bedenken welke van de rollen (Chris. JBj. Ik vraag hen om te gaan staan en de houding aan te nemen van iemand die vaak wordt buitengesloten.wel eens buitengesloten is geweest. Klaas. MJj. In het spel vond hij het moeilijk om zelf een Chris te spelen. We bespreken de verschillende houdingen van de leerlingen. Veel kinderen steken hun hand op.Wie speelde welke rol? . “Het voelt goed om voor iemand op te komen!”. CBj. We gaan bekijken wat dat voor gevolgen heeft op de situatie. De andere leerlingen bekijken het rollenspel en analyseren aan het einde de situatie. EBm. werd het veel vrolijker en leuker om samen te spelen. Je merkte ook dat Klaas het opnam voor degene die mee wilde spelen. Sommige leerlingen voelden dit als heel bedreigend. De leerlingen kunnen dit goed. meeloper of buitengesloten) ze spelen. zodra er meer dan één Chris aanwezig was in het spel. Chris: YTj. Ze geven aan dat diegene gedrag vertoont dat eigenlijk niet mag en niet goed is. Ze leven zich goed ik en kunnen de rollen goed neerzetten. negatief uit het sociogram komen en bij dit spel aangeven inderdaad “Chris gedrag” te vertonen. JCm. Een opmerking van een leerling is: “ik word er een beetje somber van!”. en niet meer zo snel op iemand af zal stappen.Wat voor invloed hadden die rollen op de situatie? De kinderen vinden het erg leuk om de rollenspellen te spelen. De meeste leerlingen gaven aan dat zij zich het beste herkennen in Klaas. Meeloper: EDj Tussen meeloper en Klaas in: LRm. Hoe gaat zo iemand zich dan gedragen? De kinderen denken dat diegene heel onzeker wordt. Soms Chris en soms Klaas: OHj. het vaak op vechten uitliep. Na dit gesprek deel ik de kinderen op in subgroepjes. . Ook viel het de leerlingen op dat. Klaas en meeloper te gaan staan. En bespreek wat de gevolgen kunnen zijn als je vaker wordt buitengesloten. Er waren ook uitzonderingen. 83 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Aan het eind geven de leerlingen aan dat ze het vooral heel leuk vonden om Chris te spelen. Dit sluit aan bij de punten die ikzelf waarneem. Hierna vraag ik de kinderen ook om als een Chris. NJm geeft aan dat ze het prettig vond om Klaas te spelen. Hij zal waarschijnlijk ook een onzekere houding aannemen en erg terughoudend reageren. Ze moeten de volgende vragen beantwoorden: . maar sommige vinden het geen prettige houding. dus wel heel leuk is om een keer te spelen. In deze groepen gaan de leerlingen rollenspellen spelen. Ze krijgen de opdracht om met drie leerlingen buiten te spelen en één leerling moet vragen of hij mee mag doen. CVm. als Chris eerst nee had gezegd. RBj. AAm. Opvallend is dat zowel RBj en YTj.

zodat de leerling daadwerkelijk met de uitspraak in het segment kan gaan staan. positieve houding.Vanuit strijden: “Je moet op mijn feestje komen. het belang van de groep voor ogen. moedigt aan.Vanuit leiding en advies geven: “Wil je op mijn feestje komen”. Strijden: Is duidelijk over wat hem niet zint. meedenken en zoeken naar oplossingen. is op zijn hoede. anders ben je niet meer mijn vriend. kan naar kritiek luisteren. houdt zich aan de regels. trekt zich uit contacten terug. Dit is de neutrale plek. Afwachten: Stelt zich bescheiden op. ik blijf afwachten en neem geen initiatief. maar niemand weet er nog vanaf. Op deze kaartjes staat een uitspraak van een leerling over een potje voetbal. kan ontevredenheid uiten maar wel op bedekte wijze. Hiervoor heb ik de kaartjes op A4 formaat afgedrukt. dit is één van de beste segmenten om het te regelen. vertrouwt op andere kinderen. zit bijvoorbeeld ook iets van zorgen. Zich terugtrekken: Is terughoudend. 84 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. durft competitie aan te gaan. Sommige kaartjes vonden de leerlingen moeilijk te plaatsen. Na deze oefening houden we korte rollenspellen. doet wat de leiders of de meerderheid wil. kan kritiek leveren gericht op de persoon. . Winnen: Wijst op gemaakte fouten. Zorgen: Zorgzaam. kan van zich afbijten en zich verdedigen. Ik rol de grote roos uit op de grond en ga per segment langs wat deze inhoudt. geeft soms steken onder water. Ook geef ik voorbeelden aan.” .Bijlage 11: “Introductie Roos van Leary” In deze les introduceer ik de roos. Protesteren: Vertrouwt niet zomaar. kan zich onafhankelijk opstellen. kan aangeven wat hij van een ander verlangt. leeft zich in in andere kinderen. benadrukt positieve kanten van andere kinderen. Hoe ga je de mensen uitnodigen? . vertrouwt op zichzelf. goedbedoelde raad.” Ook de lichaamshouding is aanvallend.Vanuit afwachten: “Dit kan niet. stelt eisen en grenzen aan kinderen. kan zich afhankelijk opstellen. kan zich kwetsbaar opstellen. . maakt zich kwaad naar andere kinderen. Volgen: geeft anderen de ruimte. Leiden en advies geven: Organiseren en regelen voor andere kinderen. In het kaartje leiding geven. De leerlingen moeten de kaartjes bij het juiste segment plaatsen. kan teleurstelling laten merken. deel ik aan de leerlingen kaartjes uit. andere kinderen kunnen overtuigen in hun belang. kijkt eerst de kat uit de boom. Ik vraag een leerling om midden in de cirkel te gaan staan. Achter de lesbeschrijving zijn de kaartjes en de A4 bladen opgenomen. Er zaten soms overlappingen in de uitspraken. Voor het plaatsen van de kaartjes gebruiken ze termen uit de omschrijving van het segment. probeert af te schrikken met een aanvallende houding. kan inbreng van anderen in twijfel brengen zonder zelf het heft in handen te nemen. kan initiatieven afwachten. Na de uitleg over de roos. Hieronder is deze beschrijving opgenomen. grenst af door te zwijgen. . Dit kunnen de leerlingen goed aangeven.Je geeft een feestje voor je verjaardag. "vraagt" om hulp en steun. Bijvoorbeeld bij het kaartje voor volgen zegt AAj: “Hij geeft andere kinderen de ruimte om ook keeper te zijn”. Op het bord staan de beschrijvingen uitgeschreven.

maar nu gaan tegelijkertijd twee leerlingen in de cirkel staan.” Hieruit kwam de volgende indeling: Leiding en advies geven: CBj. AAm.reactie vanuit zorgen: “Ja leuk. Ik sluit de les af met de vraag of ze in de dagelijkse omgang met elkaar ook rekening willen houden met de roos. ook een passende reactie. MJj. JGm. Na de rollenspelen spreken we de situaties en de reacties door met elkaar. Winnen: TMj. leuk”. 85 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. YTj. . In dit gesprek haal ik de roos meer naar de realiteit. . je pen is afgepakt. JCm. RBj. AAj heeft namelijk juist heel veel moeite met terugtrekken en gaat vaak de confrontatie aan. . MHj. EDj. RWj. Strijden: MBm. Zorgen: NJm. komt er reactie vanuit de klas. EBm. heb ik helemaal geen zin in!”. Hijzelf heeft dit idee niet.reactie vanuit strijden: “Nou eigenlijk niet. De groep zegt dat MLm er ook moet gaan staan. De meeste leerlingen vinden terugtrekken helemaal niet bij AAj passen.We houden deze oefening aan. alleen wordt door de tweede leerling een reactie gegeven vanuit verschillende segmenten.reactie vanuit volgen: “Ja. Afwachten: LRm. zodra hij in dit segment gaat staan. In een volgend rollenspel spelen we situaties uit zoals. OHj. Ik benadruk hierbij dat je goed moet bedenken vanuit welke segmenten je gaat reageren. De eerste leerling nodigt de ander uit vanuit segment leiding en advies geven. Terugtrekken: AAj. en iemand staat je uit te schelden. dit is niet echt een passende reactie. en misschien eens een keer vanuit een ander segment willen reageren dan ze gewend zijn. CVm. Ik begrijp de reactie van de andere kinderen. Protesteren: MTj. Volgen: LMj. . Ik sluit af met de vraag: “Vanuit welk taartpunt reageer je in het dagelijks leven het meeste? Je mag in dat taartpunt gaan staan als je dat wilt. is een passen reactie. Opvallend is wel dat ze ook niet bij de andere segmenten gaat staan. zal ik dan wat ballonnen meenemen?”. zij voelt zelf niet echt de noodzaak om erbij te gaan staan.

86 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. .Hieronder is een foto van de grote Roos van Leary opgenomen.

die houdt alle ballen tegen! Voetballen. Hij fluit vet vaak!!Nee hoor dat wil ik niet. …. goed idee. zullen we een echt winnen!!!Ik hou alle partijtje voetballen? ballen tegen!!!Kom op Als we nou 4 partijen team!!Ik verwacht wel dat maken? Dan kan iedereen jullie er 100% voor gaan meedoen! hoor!!! 87 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Nou kom maar op!!Ik ga Hé jongens. maar Frits is echt niet de scheids. dat is leuk. dan kan Frits de scheidsrechter zijn. Hij is altijd zo goed met fluiten.Hè voetbal. Leuk hoor voetballen. ik vind tikkertje leuker.. mag dat ook hoor. Okee. Wat moet ik doen? Ja. Nou okee voetbal. En Piet kan wel op keep. dan ga ik wel op keep. Maar als iemand anders wil. . Vind ik best.Ach ja voetbal….ik kijk eerst wel even hoe het gaat.

Hé jongens. . zullen we een partijtje voetballen? Als we nou 4 partijen maken? Dan kan iedereen meedoen! 88 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

dan kan Frits de scheidsrechter zijn. En Piet kan wel op keep. die houdt alle ballen tegen! 89 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Hij is altijd zo goed met fluiten. .Ja. goed idee.

dan ga ik wel op keep. 90 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. mag dat ook hoor. Okee. .Voetballen. Vind ik best. Maar als iemand anders wil. dat is leuk.

. Wat moet ik doen? 91 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.Leuk hoor voetballen.

92 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.….ik kijk eerst wel even hoe het gaat. .Ach ja voetbal…..

ik vind tikkertje leuker. .Hè voetbal. 93 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

maar Frits is echt niet de scheids. 94 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. .Nou okee voetbal. Hij fluit vet vaak!!Nee hoor dat wil ik niet.

Nou kom maar op!!Ik ga echt winnen!!!Ik hou alle ballen tegen!!!Kom op team!!Ik verwacht wel dat jullie er 100% voor gaan hoor!!! 95 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. .

Iedereen leeft zich goed in. Ze kiezen geschikte combinaties uit. 96 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Speler A snapt de som niet. Voor de eindopdracht van de les. Een situatie wordt meerdere keren door verschillende leerlingen en vanuit verschillende segmenten gespeeld. eerst voor zichzelf vanuit welk segment ze gaan reageren. Speler A en B werken samen aan een rekenopdracht. en C blijven samen over. B en c zijn samen tikkertje aan het spelen.Bijlage 12: “Situaties uitspelen” De leerlingen worden opgedeeld in groepjes van zes leerlingen. Speler A. 2. 6. Aan het einde van een toneelstuk spreken ze de situatie goed door. en ziet speler A. en of deze combinaties handig zijn. Speler A staat aan de kant. speler C ziet dit. Ze gebruiken deze informatie bij het volgende rollenspel. De leerlingen zijn erg enthousiast over de voorgelegde situaties. De voorgelegde situaties zijn gebaseerd op dagelijkse situaties: 1. waarbij ze gebruik maken van geschikte segmenten. Speler A speelt vals. speler B is aan het dansen. Ze spelen deze uit stukjes uit voor de hele groep. Twee leerlingen (A en B) hebben ruzie. De leerlingen moeten raden vanuit welke segmenten er gespeeld wordt. In elke situatie wordt het aantal spelers aangegeven. Ze moeten een toneelstukje voorbereiden. . Speler A past een paar schoenen. Speler A. verdeel ik over de zes groepen de verschillende situaties. in zijn rol. B. 4. Er valt een beker melk om. De andere leerlingen kijken naar het toneelspel en reflecteren aan het einde op de situatie. 3. 5. Daarna spelen ze de situatie uit. Speler B vindt ze verschrikkelijk lelijk. Speler A en B zijn samen aan het winkelen. Opvallend is dat de leerlingen heel goed de juiste segmenten bij de situaties kunnen plaatsen. Er is een feestje. Hierdoor ontstaan er echt lijkende situaties. Ze bedenken voordat ze gaan spelen.

en is er een mooie tekening uit gekomen. Hij gaat dichterbij en neemt veel meer de leiding. AAm en MBm. YTj wacht nog steeds af en doet niets. RMj ziet dit en gaat naar hem toe. ik wijs hem op de plek waar hij zit. Aan het eind werken de groepsleden goed samen. Hij wacht af en kijkt gewoon om zich heen. maar tekenen niet zelf. Er gebeurt een hele tijd niets in dit groepje. Ook OHj neemt een grotere rol in en zorgt ervoor dat TMj en LMj ook meedoen. Hij zit ver van het groepje en zegt niet veel. MLm: Protesteren AAm: Winnen MBm: Strijden MHj:Volgen TMj: Afwachten OHj: Zorgen LMj: Terugtrekken YTj weet niet wat hij met zijn segment aan moet. gaan steeds meer leerlingen naar hem luisteren en komen er ook leerlingen naar hem toe voor hulp. Er wordt wel heel veel gediscussieerd tussen MLm. Hij zegt tegen mij dat ze niet luisteren. Hij vraagt wat RBj wil gaan tekenen en spoort hem aan dit te doen. Maar zegt niets in de groep zelf. Ze blijven goed bij het segment. JBj en RMj zijn zo met hun rol bezig dat ze zelf helemaal niet tekenen. Ze zorgen ervoor dat iedereen meedoet. Ik neem YTj apart en leg hem nog een keer uit wat er van hem verwacht wordt. . RBj zit stil op zijn plek en betrekt zichzelf er niet bij. Groep 2 JBj: Leiding en advies geven. EBm zit een tijdje niets te doen. en hij neemt veel meer de leiding. maar wacht nu goed af. maar wel bij haar als persoon. Hij helpt hem met zijn tekening. Doordat hij meer de leiding neemt. Dit sterkt YTj in zijn rol.Bijlage 13: “Groepstekening maken” Groep 1 YTj: Leiding en advies geven. 97 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. MJj: Protesteren JGm: Winnen RWj: Strijden EDj:Volgen EBm en RBj: Afwachten RMj: Zorgen DWj: Terugtrekken Iedereen in dit groepje leeft zich heel erg goed in in zijn rol. Ze was duidelijk aanwezig en heeft ervoor gezorgd dat haar idee werd uitgekozen. AAm is heel duidelijk aanwezig en probeert dingen te regelen. Hij blijft zitten en doet niets. Ik neem zijn plek in en doe het een keer voor. Later neemt ze ook het initiatief om plakband te pakken als er een stukje tekening scheurt. Aangezien het doel van de oefening het uitvoeren van het segment is. RWj is nog best een lieve strijder. Hij doet dit ook bij DWj. Hierdoor komt er schot in de zaak en YTj neemt iets meer de leiding op zich. Hij laat dit gedrag alleen zien op momenten dat er strijd nodig is. ze geeft aan dat ze zich verveelt en gaat uit zichzelf tekenen. OHj is alleen één op één met groepsgenoten bezig. Dit past niet helemaal bij haar segment. Pas later in de oefening gaat hij wat meer strijden. MBm keurt alle ideeën af en zegt overal “nee” op. TMj is normaal heel aanwezig met groepsactiviteiten. AAm leefde zich goed in in haar rol. grijp ik in. maar wil wel dat het allemaal op haar manier gebeurd. Alleen JBj heeft wat moeite met leiding nemen.

Hij laat hiermee duidelijk zien dat hij het er niet mee eens is. De leerlingen hebben de tekening afgekregen. gesloten houding. DWj leeft zich heel goed in in zijn rol. De meeste leerlingen speelden heel goed hun segment uit. Sommige leerlingen vonden het heel erg moeilijk om vanuit hun segment te moeten spelen. . Tijdens deze opdracht is hij heel erg stil en trekt hij zich goed terug. De andere leerlingen worden door CVm ook in de gaten gehouden. DWj heel erg rustig en JGm heel erg goed voor zichzelf opkomend. alleen doet hij dit een stuk minder aardig. CVm probeert deze ruzies te sussen en dit lukt haar ook. Deze rollen werden door extroverte leerlingen gespeeld. Zij spoort ze aan om te tekenen en vraagt wat ze nodig hebben. maar gaan niet schreeuwen. 98 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Alleen AAj heeft moeite met het uitvoeren van zijn rol. en iedereen heeft hier zijn aandeel in gehad. Deze rollen werden ingevuld door meer introverte leerlingen. Ze gebruiken hier heel goed hun lichaamstaal voor. Ook OLj spoort ze aan om te werken. winners en protesteerders uit groep 1 en vooral uit groep 3. Ik heb bijvoorbeeld van JGm en DWj erg genoten. Als hij naar de wc moet. en JCm zijn erg aanwezig. dat ze bepaald gedrag van een ander niet wil hebben. en pakt bijvoorbeeld snel het doosje krijtjes voor een ander weg. Dit groepje is goed met de opdracht bezig en laat de tekening ondergeschikt zijn aan het uitspelen van de segmenten. Algemene observatie De leerlingen vonden het erg leuk om deze oefening uit te voeren. Deze oefening was een leerzame ervaring voor zowel de leerlingen als voor mijzelf. Het groepje werkt heel rustig. Ze geeft ook haar krijtjes niet af aan de ander. voornamelijk als deze tegenstrijdig was met hun voorkeurssegment. en protesteert in stilte. omdat zij een totaal andere kant van zichzelf lieten zien. blijft hij zelfs op de gang in zijn rol. Hij is normaal heel erg aanwezig en maakt aan één stuk door grapjes. dat je karakter heel erg meespeelt in de uitvoering van een segment. De andere leerlingen geven echt alles. waren heel luidruchtig aanwezig. De strijders. Vooral NJm. MJj gaat op een gegeven moment op een stoel zitten in een boze. JGm laat met duidelijke blikken zien. Zij ruziën heel wat af en schreeuwen daar heel hard bij. Ik vond het erg leuk om te zien. Ze houden zich aan hun rol. wat dit deed met de leerlingen. OLj.MJj en JGm protester en winnen in stilte. In groep 2 waren deze leerlingen veel rustiger. In deze oefening heb ik aan de kinderen laten zien. Het is heel mooi en leuk om te zien dat iedere leerling zijn segment weer anders invult. Toch volgt er altijd wel weer een nieuwe ruzie op. Groep 3 CVm: Leiding en advies geven. Hij geeft zelf aan niet zo goed raad te weten met het segment zorgen. NJm: Protesteren OLj: Winnen JCm: Strijden LRm:Volgen CBj: Afwachten AAj: Zorgen MTj: Terugtrekken De leerlingen uit dit groepje leven zich allemaal heel sterk in in hun rol.

leeft zich in in andere kinderen in. positieve houding. Winnen: Wijst op gemaakte fouten. is op zijn hoede. trekt zich uit contacten terug. kan van zich afbijten en zich verdedigen. houdt zich aan de regels. kan wat de leiders of de meerderheid zich afhankelijk opstellen. Afwachten: Stelt zich bescheiden Volgen: geeft anderen de ruimte. kan initiatieven afwachten. willen. kan zich onafhankelijk opstellen. kan teleurstelling laten merken. kijkt eerst de kat uit de boom. moedigt aan. kan ontevredenheid uiten maar wel op bedekte wijze. kan kritiek leveren gericht op de persoon. op. het belang van de groep voor ogen. doet "vraagt" om hulp en steun. andere kinderen kunnen overtuigen in hun belang. probeert af te schrikken met een aanvallende houding. benadrukt positieve kanten van andere kinderen. grenst af door te zwijgen. Zorgen: Zorgzaam. durft competitie aan te gaan. 99 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.Kaartjes segmenten Leiden en advies geven: Organiseren en regelen voor andere kinderen. kan inbreng van anderen in twijfel brengen zonder zelf het heft in handen te nemen. vertrouwt op zichzelf. meedenken en zoeken naar oplossingen. goedbedoelde raad. geeft soms steken onder water. kan zich kwetsbaar opstellen. stelt eisen en grenzen aan kinderen. kan aangeven wat hij van een ander verlangt. maakt zich kwaad naar andere kinderen. Protesteren: Vertrouwt niet zomaar. Zich terugtrekken: Is terughoudend. kan naar kritiek luisteren. vertrouwt op andere kinderen. Strijden: Is duidelijk over wat hem niet zint. .

ben ik een tijdje bij een groepje gaan zitten. Toch kan hij zijn “streken” tijdens het werken niet helemaal laten. en iedereen werkt verder rustig aan de opdracht. RBj schrijft dit op en OHj geeft hem advies over de manier en de plek van opschrijven. RBj reageert afwijzend: “Hè nee!”. maar komt niet verder dan “vrolijk” en “liefde”. Ze moeten voor één kleur kiezen en scheuren deze kleur uit tijdschriften. Groep 1: YTj. JBj. en gaan zelf verder met hun opdracht. Zij overlegt wel met de andere leerlingen over het totaalbeeld. Ook moeten ze woorden erbij schrijven. EBm. YTj laat eerst ter goedkeuring zijn plaatje zien aan EBm en scheurt hem dan pas uit. Hij zegt tegen zijn groepsgenoten dat ze maar één vlak per persoon moeten vullen. De leerlingen uit deze groep passen goed het geleerde in de praktijk. Hij valt net zoals YTj (van groep 1) ook in zijn oude valkuil. Hij loopt weg van zijn werk. hij gaat op zoek naar nieuwe tijdschriften en luistert niet meer naar OHj. zoekt grappige plaatjes uit in tijdschriften en houdt zich niet meer bezig met zijn taak. Er wordt heel positief gesproken naar elkaar. Een andere kleur mag er niet op te zien zijn. Hij vraagt de rest van zijn groepsgenoten om hulp. MTj. alleen loopt JBj tijdens de discussie weg. Aangezien het onmogelijk is om alle leerlingen tegelijkertijd te observeren. Groep 2: AAm. Ze werken vanuit de juiste segmenten samen en EBm heeft een soort natuurlijk leiderschap op zich genomen. EBm plakt alle gescheurde papiertjes op en de rest geeft aan. ze geven elkaar aanwijzingen en complimenten. maar denkt ook zelf verder na. JBj en AAm komen hierover bij mij klagen en ik geef hen het advies om RBj vanuit een ander segment aan te spreken op zijn gedrag. OHj probeert wat meer structuur hierin te krijgen en deelt het blad in vieren. Deze momenten heb ik hieronder per groep beschreven. 100 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. zegt RBj. Toch gaat het halverwege dit groepje ook niet goed met RBj. OHj gaat hierop met JBj in discussie. Je kan zien dat ze reageren vanuit verschillende segmenten. Dit werkt en RBj toont meer betrokkenheid bij het werk. die ze associëren met die kleur. JBj protesteert hier tegen. RBj gaat woorden in het roze tussen de gescheurde stukjes opschrijven (dit hoort bij de opdracht). maar later gaat hij toch weer “klieren”. Hij vindt het gezelliger als ze gewoon alles samen doen. Hij wordt hier wel op aangesproken door de rest van zijn groepsgenoten. antwoordt AAm. RBj. en dit heeft als gevolg dat hij weer een tijdje meedoet. “Ja”. zegt OHj. De andere drie leerlingen zitten heel rustig in de tijdschriften naar de kleur groen te zoeken en scheuren deze uit. Alle leerlingen uit deze groep scheuren de kleuren uit en plakken deze ook op het grote vel. OHj zegt dat hij dat hetzelfde vind als vrolijk. Op dat moment legt OHj zijn systeem uit aan RBj. OHj gaat verder met zijn werk. CVm. “Okee.Bijlage 14: “Kleurencollage” De leerlingen krijgen de opdracht een kleurencollage te maken. OHj. Hij gaat rondlopen door de klas. . dan doen we niet met kanten”. “Blij”. Hij stelt het woord “geluk” voor. RBj is ergens anders een stukje aan het uitscheuren en komt terug om zijn stukje aan OHj te geven. gaat grappige plaatjes opzoeken en is aan het “klieren” met andere leerlingen. Opvallend is dat YTj na een kwartier werken toch weer in zijn oude gedrag vervalt. De andere groepsgenoten laten hem. In het begin ging het heel goed in het groepje.

De samenwerking en interactie wordt als heel prettig ervaren blijkt uit het nagesprek. maar JGm en ik zijn volgens mij de enige die plakken!”. vertelt LRm net aan haar groepsgenoten dat ze vind dat LMj niets doet. JCm zegt hierop: “Ik weet niet hoor. Zoals in dit geval bij het stukje donkergeel. Deze groep is rustig aan het werk. maar het strijden wat ze normaal veel doet. . maar dat dat niet helpt. Er wordt rustig gewerkt en OLj en CBj zitten samen te lachten. RMj komt naar het groepje toegelopen en zegt tegen MJj: “Hé. MLm is de woorden aan het opschrijven. wil je wel even wat gaan doen!”. maar CBj antwoord: “nee hoor. MJj vraagt aan RWj of hij even een tijdje wil gaan lijmen. “Ik schrijf ze wel mooi op”. als RWj dit liever heeft. zegt CBj. Je kunt zien dat ze bewust bezig zijn met de segmenten. OLj vraagt ook aan JCm waar hij een stukje moet plakken en geeft dit aan JCm. Dit groepje is heel doelbewust aan het werk. MLm reageert hier bevestigend op.v. dan is dat stukje donkergeel”. Daarop loopt MBm naar LMj toe en zegt: “Je bent helemaal niets aan het uitvoeren.p. dat is heel leuk!”. Alleen CBj spreekt haar tegen en komt voor zichzelf op. maar blijven wel positief. RWj ziet dit en zegt: “oh ja. maar nog niet helemaal hun voorkeurssegment kunnen loslaten. JCm. Groep 5: MHj. Opvallend in dit groepje is dat JCm een leiderspositie inneemt. maar als ik een leuk plaatje zie dan laat ik dat even zien aan OLj. MJj antwoord: “Ja. hoor dat doe ik”. JGm. LMj. MJj: “Ja donker geel. JCm aanvaart dit en hierdoor werken de leerlingen heel prettig samen verder. RMj. dan lachen we even en gaan weer aan het werk”. en gaat dit meteen doen. Mede door dit soort communicatie verliep de samenwerking zonder conflicten en werd ongenoegen goed uitgesproken. Hij zegt ja. Ook MJj reageert: “Ja. Ze zegt ook dat ze hem al meerdere malen daarop heeft aangesproken. RWj zegt tegen hem: “Hé. CBj wil graag letters uitknippen i. Op een gegeven moment ziet RWj een stukje dat volgens hem de kleur oranje heeft. “Ja. maar we kunnen het er nog wel uit halen hoor!”. JGm plakt een stukje op en vraagt aan JCm of dit goed is. OLj: “Oh okee”. zegt JCm. dat is pas oranje. zegt RMj. MJj heeft gekozen voor het segment zorgen door aan te geven dat het stukje ook wel weg mag. Waarop LMj antwoordt: “Nou als jij er zo over 101 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. geen oranje”. Als ik me bij dit groepje voeg. Hij zegt: “Is het de bedoeling dat er oranje tussen zit?”. Groep 4: MLm. JCm reageert niet op dit antwoord en iedereen werkt weer rustig verder. niet helemaal los kan laten. kijk dat kuikentje past goed bij het woord blij!”. dat groen moet er wel tussenuit hoor. Op dat moment komt RMj aan met een stukje dat overduidelijk oranje is. JCm zegt dat dit teveel tijd kost en vindt het geen goed plan. MJj. RMj knipt een kuikentje uit. wij hebben geel!. opschrijven. ja”. LRm. MBm. ik plak ook. “Okee”. Ook geven ze aan heel duidelijk vanuit bepaalde segmenten te hebben gereageerd.Groep 3: OLj. Ze zijn de woorden aan het opschrijven. CBj. Ze communiceren veel met elkaar. MLm: “nee dat is donker geel. RWj. RWj vindt de soorten geel allemaal door elkaar erg leuk staan. Ze spreekt de andere groepsleden al snel aan op hun gedrag en OLj JGm volgen haar adviezen op. JCm vraagt of ze serieus willen doen en ze doen dit meteen. Vervolgens geven MJj en RMj plaatjes aan en MLm en RWj plakken deze op.

Ik geef de suggestie om LMj vanuit een ander segment aan te spreken dan ze al hebben gedaan. LRm maakt uiteindelijk zelf de beslissingen en kleurt de woorden in. MBm loopt naar LMj toe en zegt: “Ik zag dat je het vervelend vond. Van te voren heb ik een aantal keren DWj langs zien lopen. “En van NJm mogen er geen twee dezelfde stukjes op. De groepsleden weten niet wat ze met deze reactie aan moeten. MHj luistert hiernaar. MHj vindt het lastig om een woord te bedenken. Op een gegeven moment verzint LRm “boos”. Ze doet haar beklag tegen TMj dat DWj niets uitvoert. Het maakt MBm niet uit hoe ze worden ingekleurd. als ik me bij hen voeg om gericht te observeren. MHj geeft per woord een reactie. zegt LMj. “Vanuit dat segment kun je eisen stellen”. Hij heeft getracht het te camoufleren door te gaan vegen. “waar wil je hem hebben op het papier?”. of zegt er wat van. Hij krijgt de tijd om hierover na te denken. De rest van de groep probeerde hem in het begin er bij te betrekken en aan het werk te zetten. DWj zegt niets. LRm helpt hem op weg door suggesties te geven. maar zou je alsjeblieft kleuren uit willen gaan scheuren? “Ja”. “Misschien winnen?”. maar merkt op dat zo‟n zelfde stukje er al op zit. wat ze ook probeert. TMj geeft de suggestie om een ander segment te proberen. De groepsleden kiezen ervoor om om de beurt te plakken en de anderen zoeken en scheuren dan. Ik weet dat EDj kleurenblind is. EDj heeft tot dat moment helemaal niets gezegd. je kon namelijk merken dat LMj het niet prettig vond zoals hij werd aangesproken. Iedereen moet één emotie bedenken om op te schrijven als woord. “dat is hem”. dan doe ik vanaf nu ook helemaal niets”. maar was dit ten tijde van de opdracht helemaal vergeten. Hij gedroeg zich zoals altijd. maar zoekt niet naar de kleur paars. In de confrontatie ging hij vaak de strijd aan of protesteerde hij. Hij is het niet eens met de suggesties. Op dat moment komt NJm naar mij toegelopen en zegt dat EDj de kleur paars niet ziet. Hij was weinig aanwezig bij het groepje en stond veel bij de tijdschriftentafel met andere kinderen te kletsen. Hij leest een artikel. Ze werkten vooral samen met zijn drieën en accepteerden dat LMj weinig heeft toegevoegd. en LRm gaat door met andere suggesties. “Ja!”. “Is dit goed?”. 102 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.denkt. NJm gaat dit proberen en loopt op DWj af. die voornamelijk grapjes met iedereen aan het maken was. en liet geen andere segmenten zien dan afwachten en terugtrekken. vraagt hij aan NJm. vertelt hij tegen mij. Het maakt MHj niet uit en hij zegt dat LRm dat wel mag kiezen. Een ander groepje kwam erachter doordat hij dacht een bladzijde groen aan het groepje te geven. ik verwacht dat je wat meer plaatjes gaat uitscheuren en wat minder rondloopt”. Zij pakt hem aan en plakt het stukje op. dus deze moet weg”. alleen LMj reageerde niet echt anders. maar zit al een hele tijd in de tijdschriften te lezen. Het groepje is al een lange tijd bezig. maar gaat meteen aan de slag met de tijdschriften en komt even later met de kleur paars aanlopen. TMj. Dan vraagt LRm. roept MHj. NJm. Niemand van de groepsleden merkt dit op. . Groep 6: AAj. wat ik zei. ze zegt: “DWj. DWj. NMj te helpen en kleuren voor andere groepjes uit te zoeken die hij wel herkende. stelt hij voor. Dit was zijn aandeel aan het werk. NJm is alle stukjes die worden aangeleverd aan het opplakken. Je merkte dat ze in de samenwerking met LMj wel probeerden om verschillende segmenten in te zetten. EDj. Hierop overlegt LRm met MBm over de manier van inkleuren van de woorden. In dit groepje viel LMj een beetje buiten de samenwerking. TMj komt met een stukje paars aanlopen. later gaven ze dit op. Hij is stil. AAj zit ook in dit groepje. Hij bladerde wel in de tijdschriften en een heel enkele keer kwam hij met een stukje rood naar het groepje terug.

alleen was de hele bladzijde rood. maar is hier wel wat bazig in. Hij kiest er voor om zich terug te trekken en af te wachten i. Alle leerlingen weten dat EDj kleurenblind is. Ook DWj en AAj doen nu actief mee.v. 103 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. EDj is door zijn kleurenblindheid de appellant geworden en de andere groepsleden ontfermen zich goed over hem. en kan niet goed de rem vinden. Hieronder is een foto van de kleurencollage opgenomen. DWj is grapjes aan het maken. Dit gedrag wordt wel geaccepteerd door de rest van de groep. en hierdoor kwamen we erachter dat EDj deze opdracht helemaal niet kan uitoefenen. AAj is snel afgeleid en gek op lezen. DWj en AAj gedragen zich zoals ze altijd doen. Hij mag gaan plakken en de groepsleden geven de stukjes op de goede manier aan. hierdoor verdiept hij zich helemaal in een tijdschrift.p. EDj vertoont ook heel herkenbaar gedrag. en TMj geeft een goede suggestie aan NJm over het gebruik van de segmenten. dat hij iemand vertelt over zijn kleurenblindheid en het feit dat hij de kleur paars niet kan herkennen. In dit groepje neem NJm duidelijk de leiding. Deze ontdekking leidt tot een omslag in het groepje. . met de kleur paars naar boven. TMj en NJm werken goed samen.

Totaal neg. 1 4 4 5 6 1 5 5 3 1 2 4 1 5 3 0 1 2 3 1 2 6 5 8 1 2 1 1 13 1 0 0 5 6 1 12 1 8 7 0 1 1 0 0 0 1 Tabel werken Nulmeting MLm 2 1 MBm 2 3 AAm CVm LRm EBm JGm DWj RWj JCm Totaal pos.en eindmeting naast elkaar Het sociogram Tabel spelen Nulmeting MLm 2 1 MBm 2 5 AAm CVm LRm EBm JGm DWj RWj JCm Totaal pos. Totaal neg. 3 5 1 8 4 0 2 4 9 5 2 4 1 1 3 0 1 3 3 1 5 3 3 2 0 13 0 1 7 2 0 0 2 4 2 16 4 3 9 3 0 2 1 0 0 0 Eindmeting MLm 3 2 MBm 3 1 AAm CVm LRm EBm JGm DWj RWj JCm Totaal pos. Totaal neg. NJm MHj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ AAj MJj OLj EDj RBj YTj JBj NJm MHj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ OLj AAj MJj EDj RBj YTj JBj NJm MHj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ OLj AAj MJj EDj RBj YTj JBj NJm MHj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ OLj AAj MJj EDj RBj YTj JBj . Totaal neg. 5 4 2 4 4 0 3 4 4 1 3 5 2 3 3 1 3 4 5 0 3 3 5 3 0 2 0 1 13 0 0 0 3 4 3 16 2 2 11 2 0 1 3 0 0 3 Eindmeting MLm 3 1 MBm 2 4 AAm CVm LRm EBm JGm DWj RWj JCm Totaal pos.Bijlage 15: Nul. 1 7 0 5 5 1 4 4 3 3 2 5 0 3 3 0 2 5 2 1 5 4 4 3 1 11 0 0 5 0 2 1 4 2 1 13 2 4 16 2 0 1 2 0 2 0 104 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

12) 0 1 0 0 1 0 0 4 0 0 2 2 0 0 1 1 1 0 0 0 0 0 1 0 3 Affiliatie (samenhang) (max. 12) 0 0 1 0 1 0 0 5 0 0 2 0 1 0 0 0 2 1 0 0 1 1 1 0 2 Affiliatie (samenhang) (max. 22) 4 6 3 5 6 2 2 8 4 2 6 3 5 5 5 2 7 2 2 2 5 5 6 2 4 Onderlinge leerlingrelaties (max. 14) 4 1 1 3 4 0 2 3 1 0 5 4 2 2 4 0 3 0 2 0 1 1 2 0 3 Welbevinden (max. . 16) 0 2 0 0 3 1 0 2 1 0 1 1 3 2 1 0 1 1 0 0 2 4 0 1 0 Relatie leraarleerling (max. 14) 1 5 0 4 2 0 2 3 2 0 1 2 1 3 3 1 1 0 0 0 4 1 2 1 2 Welbevinden (max. 16) 1 1 1 0 5 0 0 1 1 0 0 1 3 2 0 0 2 0 1 0 2 1 0 0 0 Relatie leraarleerling (max. 56) 6 7 5 9 11 4 4 16 4 2 8 9 6 9 14 5 6 2 0 1 7 8 6 4 7 105 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.De klimaatschaal Nulmeting Naam JBj MBm MLm AAj RBj RWj CBj YTj LMj NJm AAm MJj JGm JCm TMj DWj EDj RMj OLj OHj MTj LRm EBm MHj CVm Organisatie in de klas (max. 56) 8 8 5 8 13 2 4 16 5 2 7 8 9 9 9 2 15 3 5 2 9 7 9 2 7 Eindmeting Naam JBj MBm MLm AAj RBj RWj CBj YTj LMj NJm AAm MJj JGm JCm TMj DWj EDj RMj OLj OHj MTj LRm EBm MHj CVm Organisatie in de klas (max. 22) 5 1 5 5 6 3 2 8 1 2 5 4 3 4 9 3 4 1 0 1 2 4 3 3 3 Onderlinge leerlingrelaties (max.

Rolkaarten Nulmeting Eindmeting

Gezagsdrager
10 10 8 6 4 2 0 EDj MLm RBj CBj RMj MBm CVm JCm CBj AAm

Gezagsdrager

8
6 4 2 0

EDj CVm

RWj JCm

RBj MLm

RMj MBm

TMj

Nulmeting

Eindmeting

Organisator
14 12 10 8 6 4 2 0 CBj TMj RWj EBm RBj NJm MBm OHj RMj 14 12 10 8 6 4 2 0 AAj RWj CBj RBj

Organisator

DWj RMj

JBj YTj

MHj AAm

MJj LRm

OLj MLm

OHj MBm

70

Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Nulmeting

Eindmeting

Sociaal werker
12 10 8 6 4 2 0 JCm NJm LRm MTj CBj JGm MLm JBj CVm MBm EDj 12 10 8 6 4 2 0 CBj JGm

Sociaal werker

MTj LRm

OLj MLm

CVm MBm

EBm NJm

JCm

Nulmeting

Eindmeting

Verkenner
8

Verkenner
8 6 4 2 0

6 4 2 0
JBj CVm MJj YTj TMj RWj MHj EBm RMj RBj OLj LMj MBm AAj OHj EDj MLm NJm AAm MTj

AAj OHj AAm

CBj RWj EBm

MTj RBj JGm

MHj RMj MLm

MJj TMj MBm

OLj YTj NJm

71

Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Nulmeting

Eindmeting

Volger
8 6 4 2 0 MJj TMj MTj LMj JGm LRm RMj CBj CVm EBm EDj 8 6 4

Volger

2
0 EDj OLj JCm JBj RWj JGm LMj RBj MBm MTj TMj NJm MHj YTj MJj EBm

Nulmeting

Eindmeting

Appellant
20 15 10 5 0 RWj JCm LMj TMj RBj LRm 20 15 10 5 0 AAj LMj

Appellant

OLj

OHj

TMj

JCm

LRm

72

Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Nulmeting Eindmeting Joker 25 20 15 10 5 25 20 15 10 5 Joker 0 CBj NJm DWj EBm RBj YTj 0 CBj DWj MHj RBj AAm Ebm 73 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. .

MJj. EBm. RBj en RMj. NJm. RBj. DWj en CBj. JCm. LMj. YTj. RBj. DWj. OLj. EDj. DWj. CVm. EDj. JGm. RWj. MBm. TMj. MTj. CVm. LMj. TMj. LMj. MBm. JCm. OLj. OHj. LMj. JBj. EBm. LRm. JGm. AAm. CVm. NJm. RWj. LRm. CVm. MTj. MJj. LRm. RBj. RWj. MHj. RWj. MLm. MHj. AAj. (CBj). LRm. OLj. LMj. LMj. MTj. MHj. MLm. AAj. Indeling volgens LIOstagiare CBj. RMj. NJm. MJj. JCm. RMj. YTj. NJm en MLm. MLm CBj. Eindmeting Gezagsdrager Sociaal werker Organisator Verkenner Volger Appellant Joker Indeling volgens mijzelf CBj. AAm. MJj. TMj. JBj.Indeling volgens leerkrachten Nulmeting Rollen Gezagsdrager Sociaal werker Organisator Verkenner Volger Appellant Joker Indeling volgens mijzelf MHj CVm. MTj. AAj. RMj. JBj. JGm. EDj. TMj. Indeling volgens LIOstagiare CBj. MLm. OHj. JCm. JBj. YTj. AAj. AAm. MBm. OLj. AAm. RMj. EBm. 74 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. EBm. JGm. DWj. OHj. NJm. YTj. OHj. MBm. LRm. . EDj.

Bijlage 16: Tabellen sociogram eindmeting Sociogram spelen MLm MBm X 2 4 AAm CVm LRm EBm JGm JCm AAj CBJ DWj EDj JBj LMj MTj MHj MJj OLj OHj RWj RBj RMj TMj YTj AAm CVm EBm JCm JGm LRm MLm MBm NJm Totaal pos. NJm DWj MHj RWj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ AAj OLj MJj EDj RBj YTj JBj . X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X 1 8 4 1 4 2 5 1 6 1 1 13 5 1 5 0 3 0 1 5 2 6 4 1 1 12 5 1 3 8 0 7 1 0 2 1 3 1 1 0 2 0 6 0 3 1 5 1 75 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Totaal neg.

Totaal neg. X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X 1 3 7 1 0 11 5 0 5 0 1 5 4 0 4 2 3 1 3 4 2 2 5 1 0 13 3 2 3 4 0 16 2 2 5 0 2 1 1 2 5 0 4 2 3 2 4 0 76 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.Sociogram werken MLm MBm X 3 1 AAm CVm LRm EBm JGm JCm AAj CBJ DWj EDj JBj LMj MTj MHj MJj OLj OHj RWj RBj RMj TMj YTj AAm CVm EBm JCm JGm LRm MLm MBm NJm Totaal pos. NJm DWj MHj RWj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ AAj OLj MJj EDj RBj YTj JBj .

Bijlage 17: Plattegrond Plattegrond kerstvakantie t/m voorjaarsvakantie NJm JGm MHj RBj OHj YTj EDj MTj CBj AAj RWj OLj JCm LRm EBm JBj MJj DWj LMj MLm CVm MBm AAm RMj TMj 77 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. .

Plattegrond voorjaarsvakantie t/m meivakantie MLm JBj MBm RMj RBj AAj OLj LRm JCm CVm MJj LMj JGm AAm RWj MHj EBm TMj EDj OHj DWj CBj NJm YTj MTj 78 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. .

Bijlage 18 Puntenverdeling klimaatschaal
Puntenverdeling over de verschillende vragen. Vraag Aantal punten nulmeting (Max. 50 punten per vraag) 2 5 4 1 3 3 2 9 5 8 12 7 1 0 13 1 4 14 4 0 2 1 2 0 3 0 3 45 Aantal punten eindmeting (max. 50 punten per vraag) 3 3 12 4 3 4 5 8 3 8 10 2 1 1 9 4 9 10 4 2 2 14 7 0 1 0 3 28

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28

79

Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Bijlage 19: Tabel rollen
Sociaal werker Verkenner Organisator Volger Appellant Joker

Gezagsdrager Rollen

Welke leerlingen plaats je bij welke rol en waarom?

Waar plaats je jezelf en waarom?

116

Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Bijlage 20: Motivatie rolkaarten eindmeting
Naam MHj Gezagsdrager EDj: Hij heeft vaak goede ideeën, maar dat zegt hij dan tegen de organisator. Sociaal werker JCm: Want zij zorgt vaak voor anderen. Organisator CBj: Hij organiseert de dingen van de gezagsdrager. Verkenner De rest. Volger De rest en ikzelf: Omdat ik meestal andere kinderen volg. Appellant LRm: Zij heeft soms wat meer aandacht nodig. Joker CBj: Hij maakt grapjes op een goed moment. Ikzelf: Ik vind dat ikzelf ook soms wel leuke grapjes maak. DWj en CBj: Ze maken vaak goede grappen op de juiste plaats.

OLj

RWj: Hij is een goede leider.

NJm, MBm en MLm: Zij betrekken iedereen erbij.

JBj: Hij komt met een goed idee.

MLm.

MBm

MLm: Ze heeft altijd goede plannen.

CVm en JGm: Ze willen altijd iedereen helpen.

MLm

CBj en ikzelf: Iedereen luistert naar ons.

OLj en ikzelf: We willen altijd dat iedereen ergens aan meedoet. MLm: Ze zorgt

LRm en ikzelf: Als je een idee hebt, wil zij dat altijd wel goed organiseren. RMj: Hij wil graag dingen voor elkaar krijgen.

AAm: Ze heeft altijd wel iets om mee te nemen. De rest.

De rest van de klas want die willen ook wel vaak mee leuke dingen doen. Ikzelf: ze komen vaak met goede ideeën en die volg ik. De rest.

JCm en LRm: Ze zijn best vaak verdrietig en daarom vind ik ze een appellant.

De rest.

LRm
117

CBj: Hij heeft altijd

RBj: Hij weet

OHj: Hij doet

Iedereen is wel

LMj: Hij kan zich niet altijd goed betrekken bij de rest. Ook soms TMj. JCm: Omdat ze zichzelf niet vaak bij de groep betrekt. LMj: Hij is altijd stil. JCm en LMj: Ze

RBj: Hij maakt altijd leuke grapjes.

DWj: Hij maakt altijd leuke grapjes.

CBj en DWj:

Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

TMj. RWj: Hij weet altijd wel iets leuks te verzinnen. Joker Ze maken soms hele leuke grapjes en DWj kijkt altijd zo grappig. DWj: Hij maakt leuke grapjes 118 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. DWj: Hij maakt vaak grapjes. Organisator altijd leuke dingen te doen. OLj. Geen idee. MLm: Zij helpt iemand altijd. Ikzelf: Soms heb ik ook goede ideeën. JCm: Ik vind haar altijd een beetje stil. en OHj: Zij hebben wat meer verzorging nodig. Ikzelf: Volgens mij zorg ik ook altijd wel goed voor iemand. Ikzelf: ik sta altijd achter iemand. TMj: Hij De rest. CBj en MHj: Ze zijn heel grappig. MLm en CBj: Ze organiseren het plan goed. RMj CVm: Ze heeft vaak NJm: De zorgt hele goede ideeën. CVm: Zij denkt vaak aan anderen. JCm: Ze heeft vaak hulp nodig DWj. CBj en ikzelf: Dit is typisch ons. De rest. MBm: Zij zorgt voor anderen. heel vaak voor Ikzelf: ik organiseer veel CBj: Hij past ook dingen toe. CBj: Heeft vaak ideeën CBj: Hij is een aardig leider en het is prettig om naar hem te luisteren. bedenkt altijd wel een leuk spel als ik bij hem speel. De rest. Volger eens een volger. MTj en CBj. Ikzelf: Als iemand verdrietig is. denken vooruit. Sociaal werker er altijd voor dat iedereen iets kan doen. JCM: Zij is soms erg verdrietig en moet dan even geholpen worden. CBj en RWj: Zij De rest. OHj DWj LMj RWj en MBm: Zij hebben veel ideeën. MJj:Hij heeft goede ideeën. DWj: Hij is de echte joker van de klas! Is er niet. JGm: Zij is altijd zorgzaam. De rest. Verkenner wat hij zelf wilt. .Naam Gezagsdrager goede ideeën. AAj. Appellant zitten altijd alleen. Ikzelf: Ik maak bijna altijd grapjes en andere vinden dat ook. RWj CBj en TMj: Zij nemen altijd het initiatief om iets te organiseren. vrolijk ik hem/haar op met mijn grapjes.

worden. soms kan ze wel grapjes op een eens verwend goed moment. CBj en YTj: Zij regelen eigenlijk best wel veel. RMj en RWj: Zij zijn goede leiders en dat laten ze ook zien. EBm. LMj: Hij heeft veel moeite met dingen. JBj CBj en DWj: Zij verzinnen veel dingen. EDj: Hij doet JCm: Zij is bijna CBj: Hij maakt bijna alles wat altijd alleen en altijd best wel iemand anders ze huilt best grappige zegt. veel. NJm EDj: Hij is best wel stil. MJj MBm. CBj en JCm: MTj en CBj: Ik Die doen vaak zie hen vaak gezagsdragerachtige mensen helpen. JGm. AAm LRm en NJm: Ze zorgen altijd voor anderen en ze nemen meestal voor anderen wat mee. grapjes. iemand bijvoorbeeld op het pannaveldje wil voetballen. CVm en LRm: Ze zien gelijk of er wat mis is met je. CBj: Hij heeft altijd wat goeds te vertellen. Ikzelf JCm: Ze is altijd DWj: Hij maakt ook: Ik volg wat heel stil. goede grappen op het juiste moment. behalve JCm die doet het een beetje stil. RBj en DWj: Zij zijn het grappigste van de klas. MTj. CBjen RMj: Zij vertellen wat mensen moeten doen op een rustige manier. 119 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. maar DWj wel wat flauwere dan CBj. maar altijd goede anderen zeggen. NJm. De rest.Naam Gezagsdrager Sociaal werker anderen. bijvoorbeeld bij de playbackshow. Joker op een goed moment. voor zichzelf grappige opkomen. LRm: Zij helpt altijd wel met dingen klaarzetten. OLj en DWj en CBj: LMj: Zij doen Zij maken soms heel zielig. RMj: Hij zegt altijd wel wat we mee kunnen nemen. MLm: Zij zorgt goed voor iedereen. MHj. EBm: Zij neemt voor anderen wat mee. JCm. CBj: Hij kan alles goed regelen. YTj en MTj. . YTj: Als De rest. Verkenner Volger Appellant met dingen. MHj en MLm: Ze kunnen goede ideeën inbrengen. dan neemt hij de bal mee. grapjes. RWj: Hij neemt vaak de leiding. EDj en ikzelf: JCm en AAj: Ze CBj en DWj: We wachten kunnen meestal Ze maken altijd eerst af wat er niet zo goed van die gaat gebeuren. MLm: Zij is altijd heel behulpzaam. RBj. maar hij heeft goede ideeën. De rest. CVm RWj: Hij is een goed leider. EBm. Ikzelf: ik ben echt een stille leider. Organisator dingen. dingen.

en JCm want ze kunnen goed luisteren en volgen de leiders goed. zegt DWj: Hij maakt altijd grappen op het goede moment. JGm. maar het die ze bekend meest: MHj. MTj. MBm. RWj. RBj. OHj en RBj. Joker CBj: Hij maakt goede grappen op de goede momenten. MHj. OLj. CBj: Hij kan goed dingen besluiten. LRm: Zij is erg bezorgd en MBm: Ze organiseert meestal de feestjes. En ze regelen het ook goed TMj RMj: Hij is meestal de leider achter een goed idee. Niemand. JCm: Zij is altijd heel stil. MLm: Ze kan goed met andere kinderen opschieten en ze helpt vaak. MLm: Zij is erg aardig. LRm: Zij zegt altijd alles door aan OLj. LMj. Ikzelf: Ik kom niet vaak met een idee op de proppen en ik ga gewoon met de stroom mee. Vooral de rest Niemand. EBm: 120 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. JBj willen maken. MBm en MJj: Ik hoor meestal van hun wat we gaan doen. YTj. AAj: Als hij wat zegt. EDj. MBm.Naam Gezagsdrager Sociaal werker Organisator Verkenner EDj RMj: Hij is meestal de leider van een goed idee. . CBj: Hij helpt altijd goed en hij helpt degene die hulp nodig heeft ook altijd positief te blijven. meestal ook op het idee om iets mee te nemen. LRm en NJm: Ze komen voor de anderen kinderen op en zorgen dat iedereen meedoet. DWj: Hij maakt meestal goede grappen. TMj. en OHj: ze die ik niet hebben vaak opgeschreven goede ideeën heb. RMj: Hij is erg duidelijk. MTj CVm en RWj: Zij zijn goede leiders. Ikzelf: Ik neem wel eens TMj. NJm. MBm: Ze komt De rest. maar niet alles. Volger Appellant Ikzelf: Ik doe wat anderen zeggen.

AAm. Dit verschilt een DWj: Hij maakt altijd leuke grapjes en geen flauwe! DWj en ikzelf: Veel kinderen moeten vaak om ons lachen. maar vinden veel problemen. Ikzelf: altijd iedereen alleen TMj hoor Ik vind mijzelf een erbij. RWj: Hij kan goed NJm: ze helpt CBj: Hij neemt leiding geven. LMj. Joker Zij is erg grappig. NJm. RMj. De rest en ikzelf: als iemand iets zegt. Weet ik niet. MJj. EDj. wel met veel kinderen. TMj: Omdat ik dat MLm en CVm: RWj: Hij werkt merk op het plein Zij betrekken samen met TMj. MJj. JCm: Zij doet soms een beetje zielig. De rest. Verkenner het initiatief als dat niet gevraagd aan me is. JCm: Zij wordt vaak buitengesloten. maar dat is wel zielig. RWj hoor je veel vaker.Naam Gezagsdrager CBj RBj EBm Organisator iedereen. RWj. CVm en LRm: OHj. AAm. dan vertel ik dat verder. Ikzelf: Als iemand bijvoorbeeld zegt: “Laten we dit gaan doen!”. De rest. EDj. OLj. MTj. Niemand. Volger Appellant iedereen altijd: Aàààrnèèè`. TMj en EBj: Deze doen een beetje mee met de anderen. LMj. CBj. AAm: Ze is leuk en lief. AAj: Hij doet JBj. MHj. OLj. JGm. dat anderen met hun de leiding. AAj. Sociaal werker zorgzaam. DWj: Hij maakt hele leuke grapjes. JBj: Hij is erg serieus. MHj en YTj. OHj: Deze kinderen willen graag iets meebrengen. MHj en ikzelf. CBj. . MLm: Ze helpt CBj. MTj: Hij komt altijd met goede ideeën. DWj: Hij maakt JCm 121 AAm: Ze heeft wel CBj: Hij is een JGm: Z doet Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. JCm: Ze heeft veel hulp nodig. MBm en MLm: Zij zijn heel behulpzaam. en in de klas. hebben vaak ideeën. YTj RMj: Hij neemt vaker het initiatief. DWj: Ik vind zijn grappen leuk. omdat deze en ikzelf: Deze meiden altijd kinderen voor je zorgen. je minder en goede leider. NJm. doe ik het meestal wel. RBj: Hij praat er vaak doorheen. ideeën.

LRm: Zij zorgt ervoor dat niemand buitengesloten wordt. Soms ook geen leuke. gaat hij bijna alles regelen. CBj en DWj: Ze maken bijna altijd leuke grappen. EDj: Hij reageert bijna altijd als een volger. OLj: Hij geeft altijd anderen de ruimte. AAj CBj: Hij krijgt vaak de leiding. NJm: Ze probeert iedereen te helpen. LMj: Hij is altijd heel stil en hij volgt andere kinderen. Organisator goede leider en organiseert vaak dingen. Joker veel en vaak grapjes. Sociaal werker andere kinderen vaak en is erg meelevend. CBj: Hij regelt altijd alles en zorgt ervoor dat het goed komt. AAj: Hij huilt ook snel en wil vaak geholpen worden. dus een stille leider. MLm: Zij wil altijd zorgen dat iedereen erbij hoort. . En ikzelf: Ik vind dat ik anderen help. Verkenner wel mee. JCm: Zij huilt altijd heel snel. maar hij heeft soms wel wat op te merken. RWj en ikzelf: Als we iets hebben dat van pas kan komen. Weet ik niet. maar heb ook iets wat ook nog anders kan. Ikzelf: Ik doe gewoon met de rest van de groep mee. JGm RBj: Hij wil wel leiden.Naam Gezagsdrager leuke ideetjes. RWj: Hij weet goed wanneer hij iets moet doen als dat nodig is. Volger bijna altijd wat anderen willen. DWj: Hij maakt echt altijd grapjes. 122 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. het meeste meisjes. dan nemen we het mee. Appellant beetje. OHj: Als iemand een idee heeft. maar dan zegt hij soms niets.

RWj geeft MTj meteen het woord. ja”. TMj overlegt daarna wat hij met RWj zal gaan bouwen. LRm steken hun vinger op. loopt RWj naar het midden. Er gaan en heleboel vingers omhoog. “Nee!”. AAj: “En dan verdeel jij gewoon die verplichte dingen”. De leerlingen bouwen allemaal heel serieus aan het bouwwerk. YTj: “Voor wie moet ik nog meer stemmen?”. dus daarom gaat YTj door (In een later gesprek met CBj geeft hij aan niet goed te weten wat hij met deze opdracht aan moest. Hieronder is een uitgebreid observatieverslag van deze opdracht. AAj en LMj: Huis van een dierenverzamelaar. AAj. Hij heeft een idee voor een paleis voor de koning. YTj: “Wie stemt er voor OHj. CVm en JGm: Herberg annex huis voor de Koning. EBm vraagt meteen of zij de boerderij mag gaan maken en pakt meteen Kapla. NJm en DWj: Boerderij. Een heleboel leerlingen reageren: “CBj!”. Hierop gaat hij het plan van het paleis uitleggen. YTj: “Wie stemt er voor RWj?”. MJj en MTj: Kerk (met kerkhof) en eenpersoonshuis. “Wie wil er een leider zijn?”. Niemand steekt zijn vinger op. boerderij. De leerlingen moeten gezamenlijk een dorp met Kapla staafjes bouwen. TMj en RWj: Kasteel voor de Koning. aantal huizen en rondlopende mensen aanwezig zijn. RWj het is aan jou”. EBm. “Ja. het is RWj. hij kijkt hierbij naar CBj. Weer weinig vingers. Hij gaat voor de klas staan en roept iedereen bij zich. LRm. TMj blijft in zijn buurt. Aan een groepje dat daar dicht bij zit te bouwen.Bijlage 21: “Observatieverslag “dorp bouwen” eindmeting. Hij wil niet. Heel weinig vingers. “Misschien kunnen we iedereen blokjes geven en daar dan wat mee maken”. vraagt hij wat ze aan het bouwen zijn. RMj en JBj: Appartementen met zwembaden. reageren een aantal leerlingen. OHj. Mtj steekt zijn vinger op. OHj. Ytj neem het initiatief om eerst een leider te kiezen. RWj: “Als iedereen nou zijn eigen huisje bouwt?”. De groepjes zijn als volgt verdeeld (dit is natuurlijk gegaan en niet vooraf ingedeeld): JCm: Huisje en speeltuin. “Iemand anders kan hem dan beter leiden dan ik” is wat hij antwoordde). Anderen brengen ook nog ideeën in en weer anderen lopen op RWj af om toestemming te vragen iets te gaan bouwen. RWj loopt in het rond met zijn handen in zijn zakken. leuk” en CBj maakt meteen plaats zodat ze erbij kunnen. Waarop dan YTj vraagt: “Wie stemt er voor MTj?”. Meer regels en afspraken worden niet afgesproken. MBm en MLm: Herberg. YTj: “Okee. RMj roept nog tussendoor: “rolverdeling!” en ook MTj komt er tussendoor: “ik heb een idee!”. RWj neemt het woord. De klas reageert met: “aaaahhhh”. Hij krijgt geen antwoord. CBj en EDj: Villa. In het dorp moet in ieder geval een kerk. RWj. Vervolgens gaat iedereen uiteen in kleine groepjes en ze nemen allemaal een flinke hand Kapla mee naar hun eigen plek. Nadat TMj zijn idee aan RWj heeft uitgelegd. Klas: “Ja. MHj en YTj: Bunker annex dierenbeschermingshuisje. YTj: “Wie stemt er voor AAj?”. midden in het dorp en legt zijn idee uit aan RWj. . 123 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. AAm. OLj: Appartementengebouw.

JCm verbouwt haar tweede bouwsel tot een speeltuin. “Kijk. want dan hebben we bijna geen gewone huisjes meer. TMj pakt het bouwsel op en wil hem naar het andere bouwsel toe slepen. maar de staafjes Kapla zijn op. Iedereen is ondertussen aan het bouwen. mag het niet. De anderen vragen veel aan haar en ook toestemming als ze iets aan het plan willen veranderen. Ze bouwen de kerk en hij is nog niet af. Ook TMj bemoeit zich met dit voorstel. In het groepje van de boerderij is EBm wel heel duidelijk de leider van het groepje. RWJ: “Ja. TMj en OHj: “Jawel. RWj kijkt ernaar maar zegt niets. Er wordt door MLm en AAm en RWj gekeken naar de boerderij en gevraagd of ze niet wat dieren kunnen hebben voor het rondlopen.MBm en MLm helpen de boerderijgroep zoeken naar dieren. niet doen!”. De leerlingen in de groepjes werken samen en overleggen goed. RWj “Ja dat weet ik” en loopt mee naar de boerderij. MBm komt later haar beklag doen. want er is toch al een boerderij. JCm zegt: “Nee. nu de blokjes op zijn. we moeten nog poppetjes voor het rondlopen in het dorp”. Ze willen ze niet afgeven. Hij vraagt of hij ze mag hebben voor het paleis. Op een gegeven moment vindt DWj een bouwsel wat iets verder staat en vraagt: “Is er ook iemand die deze blokjes gebruikt?”. MJj en MTj lopen rond. Er wordt in de klas gepraat over dat de blokjes op zijn. RWj vraagt aan JCm wat haar tweede bouwsel is. RMj geeft er een paar af. Ze doen allemaal actief mee. er zijn niet genoeg poppetjes”. TMj overlegt met het groepje naast hem. RWj probeert de groep te vertellen dat er nog mensen door het dorp moeten lopen. Zij hebben de meeste dieren verzameld. LMj een AAj kijken in het rond. Ze kijken naar hun bouwsel en gaan een ander plan maken om wel een goede kerk te bouwen. AAm komt weer haar beklag doen over de dieren bij RWj. RWj reageert: “Nee. DWj is tijdens het bouwen héél véél grapjes aan het maken. Niemand reageert en het lijkt zelfs alsof er niemand luistert. sorry!”. Ook RWj vindt dieren voor de boerderij en geeft ze af. CBj vraagt aan JCm of haar toren vastgemaakt mag worden aan hun bouwsel. die en die”. Sommige leerlingen besluiten. alleen willen andere groepjes ook wat van die dieren. oh”. maar we hebben niet genoeg poppetjes”. ( Wat meer een kasteel is geworden) Rond het groepje van de boerderij wordt het wat onrustig. JCm:”Nee. RWj loopt weg. DWj zit in deze groep en maakt grapjes met de dieren die hij vindt. . die. dat hun bouwsel af is. Hier zijn ze het niet helemaal mee eens. AAj: “Ja. “Ja”. wij”. TMj: “Oh. AAj antwoordt dat het een speeltuin is. Toch krijgen AAm en MBm wat dieren mee. Hij vraagt aan haar waar zij ze voor nodig heeft. Met CVm en hij vraagt of zij het huis voor de koning willen maken. zo naast het paleis. waarop AAj zegt: “Oh. maar sommige mensen 124 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. En wil de blokjes dichter naar zijn groepje schuiven. AAm roept door de groep: “Jongens. dit is een wip en dat is een glijbaan”. zegt JCm. Op dat moment haakt JCm in “Nee AAj. die was van mij!”. RWj loopt rond en is op zoek naar blokjes die nog niet gebruikt worden. Hij ziet die liggen bij RMj. AAm zegt: “Ja. EBm loopt naar RWj toe en zegt: “De blokjes zijn op”.

Toch wil hij nog niet helpen. hij gaat spelen in het dorp. OHj wist niet dat TMj gevraagd was om te helpen. RWj deelt de dieren uit aan MTj en MJJ. maar ook ons (CBj en EDj). Hij probeert haar op te vrolijken (dit heeft hij mij later verteld) door net te doen alsof het diertje in de speeltuin aan het spelen is. Ook JCm is klaar met bouwen en staat alleen langs de kant. YTj ziet dit en vraagt: “Wat heb je gebouwd?”. JCm laat haar speeltuin zien. JCm vindt het een leuk spelletje en gaat meespelen. CBj gaat weer naar TMj toe en vraagt wederom om zijn hulp. JCm probeert haar lach te onderdrukken. Ze gaat zitten en neemt een hele “zielige” houding aan. Toch gaat TMj niet helpen en houdt vast aan de gedachte dat het 125 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. MBm. TMj vraagt hem wat over hun bouwsel. DWj en AAj lopen weg. dat is een wip en dat is een glijbaan”. Hij kijkt. . Dit wil TMj niet geven. Hij houdt er ook een paar zelf. TMj doet dit en draait zich om. Hij vraagt TMj om hulp. JCm schermt zichzelf af en kijkt AAj en CBj niet aan. of een hond. Hierop zegt CBj: “Je doet hiermee niet alleen OHj pijn. Dan mag hij wel helpen van OHj.” (Die ligt ook als dier bij de boerderij) OLj is klaar met bouwen en zit alleen aan de kant. CBj en OHj en EDj komen er niet uit met bouwen en breken hun bouwsel af om opnieuw te beginnen. maar doet niets. Niemand besteed hier aandacht aan. JCm draait iets bij met haar lichaam en kijkt hoe DWj aan het spelen is. Ook CVm en JGm zijn klaar met bouwen en gaan aan de kant staan. Soms maakt hij nog een opmerking naar een andere leerling over het bouwen. Er wordt niet om gelachen en CBj vraagt of hij hem af kan doen. CBj komt erachter dat ze nog een hele bouwsel in die tijd moeten opbouwen. Ze vertellen dit tegen RWj. DWj gaat verder in het dorp met spelen. CBj loopt naar AAj toe. DWj is weer naar JCm toegegaan en hij speelt dat hij een geit lanceert van de wip. De boerderijgroep is ook klaar en gaat aan de kant zitten. DWj ziet JCm zitten en gaat met een diertje naar de speeltuin. Hij denkt dat TMj de blokken gaat afpakken en hij zegt dat TMj er vanaf moet blijven. die naast de speeltuin van JCm zit. dat is een beetje een grote vis. CBj legt de situatie uit aan TMj. YTj luistert en loopt daarna weg. Ik geef de leerlingen nog zeven minuten. AAj: “Van JCm. maar laat wel een kleine glimlach zien. of een vis. die pakt daarop wat blokjes. Dit doet hij. AAj vindt een leeg krat en zet hem op zijn hoofd als hoed. Ze kijkt alsof ze heel verdrietig en “zielig” is. maar doet alsof ze heel verdrietig is. Hij vraagt AAj: “Van wie zijn die blokjes?”. Hij kijkt rond met zijn armen over elkaar. CBj grijpt in en legt aan OHj uit wat de bedoeling was van TMj. RWj gaat hier even bij zitten.wonen op het platteland en hebben daar ook gewoon geitjes ofzo rondlopen. Ook AAj gaat meespelen. EBm komt erachter dat AAj allemaal dieren in zijn huis heeft gezet die je niet ziet. Behalve DWj. AAm en MLm zijn klaar met bouwen en zitten aan de kant niets te doen. vervolgens gaat hij trommelen op het krat. Oh nee. Uiteindelijk besluit de boerderijgroep toch nog wat dieren af te geven aan RWj.

Hierop gaat RWj naar AAj zijn bouwsel en probeert de dieren er uit te halen. “AAj. De tijd is om. haal ze eruit!”. RWj: “Als je nou alleen even het dak eraf haalt?”AAj stemt toe. RBj was niet aanwezig tijdens deze eindobservatie. AAj mag zijn dieren op het dak zetten. je hebt echt te veel dieren in je huis. AAj is het hier niet mee eens en houdt hem tegen. dat heb je expres gedaan!”.B. Hij eist van AAj dat hij zijn dieren eruit haalt. Ondertussen maken de meeste leerlingen nog een aanpassing aan hun bouwsel. CBj laat het gaan en gaat verder met bouwen. AAj weigert dit. terwijl een heleboel dieren niets staan te doen in het huisje van AAj. nee het dak is drie lagen dik.niet mocht van TMj. LRm zegt tegen RWj dat ze het niet leuk vindt dat ze dieren moet weggeven van de boerderij. RWj probeert op allerlei manieren (verschillende segmenten) om de dieren eruit te krijgen. RWj: “oh. AAj blijft nee zeggen. het dorp is af! N. anders had hij zijn dieren er niet uitgehaald. TMj gaat verder spelen met DWj. 126 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. .

Sign up to vote on this title
UsefulNot useful