Samen staan we sterk!

Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Door: Tetske Dammers Van der Helststraat 23 1816 CS Alkmaar E-mail:tetskedammers@gmail.com Studentnummer: 2113856 Begeleider: Nancy Helder Datum: mei 2009 Opleidingstraject: Master SEN, gespecialiseerde leraar te Amsterdam Praktijkwerkstuk in het kader van het Fontys opleidingscentrum voor speciale onderwijszorg Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg Fontys Hogescholen Tilburg

Synopsis
Achtergrond en onderzoeksvraag In mijn klas lijkt het alsof de leerlingen een vast rollenpatroon hebben ontwikkeld waarin de interactie en de gedragingen vast liggen. Ik merk ook dat er leerlingen in mijn klas last hebben van dit vaste patroon. Het lijkt een vicieuze cirkel waar we niet uitkomen. Deze situatie heeft alles te maken met de groepsdynamiek in mijn klas. Mijn klas is constant in beweging, toch lijken er een aantal constante factoren aanwezig te zijn. Heel veel invloed op het groepsproces kan ik niet meer hebben. De groep is al geruime tijd bij elkaar en heeft de eerste drie groepsvormingfasen al doorlopen. De rollen en doelen zijn bepaald. De interactie die hiermee gepaard gaat is duidelijk aanwezig en wordt niet altijd als positief ervaren. Deze situatie heeft geresulteerd in de volgende onderzoeksvraag: Welke invloed heeft het rollenpatroon op de interacties van de leerlingen onderling in mijn klas en hoe kan ik die beïnvloeden? Om deze vraag te beantwoorden heb ik deze vraag in deelvragen verdeeld, zodat ik gerichter onderzoek kan plegen. De deelvragen zijn als volgt: 1. Is mijn klas een neutrale, positieve of negatieve groep? 2. Welke rollen zijn er in mijn klas? En hoe worden die ingevuld door de leerlingen? 3. Hoe verloopt de interactie tussen de leerlingen onderling? 4. Welke interventies kan ik uitvoeren om invloed op het groepsproces te kunnen uitoefenen? Theorie Om als leerkracht meer invloed op deze dynamiek te kunnen uitoefenen, moet ik eerst meer weten over de theorie achter de ontwikkeling van een groep. Ik heb daarvoor de volgende vragen opgesteld: 1. Wat is een groep? Ik sluit mij aan bij de definitie van Hare (1976) Hij stelt dat er bij het ontstaan van een groep altijd sprake moet zijn van interactie. Daarnaast laat een groep naast het kenmerk interactie altijd 4 andere kenmerken zien: (Remmerswaal, 2008) 1. De leden delen één of enkele motieven of doelen, die richting geven aan de groep. 2. De leden ontwikkelen een reeks van normen, die grenzen aangeeft ten aanzien van de relaties tussen de groepsleden en ten aanzien van de groepsactiviteit. 3. Bij langdurende interactie kristalliseert een reeks rollen uit en gaat de nieuwe groep zich onderscheiden van andere groepen. 4. Er ontstaat een netwerk van interpersoonlijke attracties op basis van de sympathieën en antipathieën voor elkaar. 2. Hoe verloopt een groepsproces? Volgens Tuckman (Smith, 2005) doorloopt elke groep vijf fasen, in eigen tempo. De fasen zijn: forming, norming, storming, performing en adjouring. 3. Wat zijn de rollen in een groep? Voor de verdeling van rollen in een groep maken Remmerswaal (2008) en van Engelen (2007) allebei een eigen indeling van rollen in groepen. De indeling volgens van Remmerswaal (Remmerswaal, 2008) : De rollen in een groep zijn onder te verdelen in: 1. Taakrollen: van belang voor het uitvoeren van de groepstaak 2. Groepshandhaving- en groepsvormingsrollen (procesrollen): vooral gericht op het verbeteren van het sociaal-emotionele klimaat in de groep. 3. Disfunctionele rollen: die vooral bestaan uit zelfgericht gedrag, dat ingaat tegen constructieve participatie aan de groep. De indeling volgens Van Engelen (Engelen van, 2007):
2
Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Van Engelen maakt bij de rolverdeling een onderscheid in leidinggevende rollen en overige groepsleden. De leidinggevenden nemen vaak het initiatief, organiseren en bewaken de goede gang van zaken. Bij de overige groepsleden zien we verschillende rollen en taken. Van Engelen stelt dat de rolverdeling anders is ingedeeld bij een positieve groep dan bij een negatieve groep. 4. Hoe vindt de interactie in een groep plaats? Een van de meest bekende en goed toepasbare communicatiemodellen om interacties tussen groepsleden te beschrijven is de “Roos van Leary”. Leary gaat uit van de veronderstelling dat de reactie van iemand bepaald wordt door de daaraan voorafgaande opstelling, opmerking of handeling van de gesprekspartner. Methoden Om antwoord te krijgen op mijn onderzoeksvraag zal ik gebruik maken van kwalitatief onderzoek. Allereerst houd ik een nulmeting, aan het eind van het onderzoek houd ik dezelfde meting. Deze resultaten geven mij informatie over de invloed van de interventies. Voor de metingen maak ik gebruik van de volgende instrumenten: het sociogram, de klassenklimaatschaal, BOTS-vragenlijst, observaties en rolkaarten. Resultaten en uitvoering Uit deze verschillende analysen van de nulmeting kan ik opmerken dat deze klas duidelijk een klas is op weg naar een positieve groep. Er worden een aantal leerlingen naar voren geschoven voor bepaalde rollen, maar de rolverdeling in vooral de leiderschapsrollen zijn niet altijd aanwezig. Dit kan wijzen op een neutrale groep Hieruit is gebleken dat de interventies voornamelijk gericht moeten zijn op: - De ontwikkeling van nieuwe waarden en normen en positieve leiderschapsrollen, gezien de neutrale groep. - Roldoorbrekend gedrag voor individuele leerlingen, gezien de BOTS-vragenlijst. - De rumoerigheid van de klas, gezien de klimaatschaal. Door interventies op deze vlakken uit te voeren, probeer ik de groepsdynamiek positief te beïnvloeden, wel met inachtneming van een externe rol. Uit de resultaten van de eindmeting is gebleken dat er sprake is van een positieve verandering en dus beïnvloeding van de groepsdynamiek. Toch moet ik wel een kanttekening plaatsen. De groep had namelijk al bestaande positieve normen, hier heb ik geen wijzigingen in hoeven aanbrengen. Het “ophalen” van deze normen heeft wel positief gewerkt op de groep. Met mijn interventies heb ik mij alleen maar moeten richten op de interacties tussen de leerlingen en de rollen die in de groep gevormd zijn. Ik heb door het gebruik van deze aanpak de huidige situatie uitgebouwd en versterkt, waardoor de kinderen zich bewust werden welk effect hun gedrag kan hebben.. Het aanleren van de nieuwe vaardigheden, zoals het gebruik van de “Roos van Leary” m.b.t. de invulling van de verschillende rollen, hebben geleid tot de ontwikkeling van een positieve groep. Conclusie Terugkomend op mijn onderzoeksvraag, kan ik concluderen dat ik met mijn onderzoek heb aangetoond dat een leerkracht met een gerichte aanpak de groepsdynamiek positief kan versterken door uit te gaan van bestaande kwaliteiten en het aanleren van nieuwe vaardigheden.

3

Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Mijn studiebegeleider Nancy Helder. feedback en support is het mij gelukt dit onderzoek af te ronden. En voor het doorlezen en het geven van feedback op mijn onderzoek. En natuurlijk niet te vergeten de eindeloze telefoongesprekken en e-mails om mij te steunen. Zij hebben heel goed meegewerkt aan dit onderzoek en feedback gegeven op de oefeningen die ik met ze heb uitgevoerd. En gelukkig het huishouden op zich heeft genomen. 4 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Mijn collega‟s die mij de mogelijkheid hebben gegeven dit onderzoek uit te voeren op school en die mij altijd zelfvertrouwen gaven om door te gaan. Mijn vriend Lonee. Mijn ouders Jan en Ria en zus Djoeke. Via deze weg wil ik ze graag bedanken voor hun steun. terwijl hij tussendoor ook nog mijn werk als “critical friend” doorlas. . Natasja Vermeulen en Jetske Kaandorp wil ik bedanken voor het creëren van “ons veilige intervisiegroepje” en het doorlezen van mijn werk als “critical friend”. Al mijn vrienden. voor de ondersteuning. Ik ben trots op het onderzoek wat ik heb gemaakt. Ook heeft ze zich ingezet om het onderzoek te beoordelen Mijn medestudenten Danne Noë. De leerlingen uit groep 7. Bedankt allemaal! Met jullie hulp.Erkentelijkheidpagina Dit onderzoek is mede tot stand gekomen met de hulp van een aantal mensen. wanneer ik klaar ben met mijn studie. En voor het opvangen van al mijn emotionele “stressbuien”. voor het laten inzien van nieuwe inzichten en het geven van zelfvertrouwen. die mij vaak hele dagen niet heeft gezien doordat ik in de studeerkamer zat te werken. die het geduld hebben gehad om alle leuke afspraken met mij een jaar te verplaatsen. voor het doorlezen van mijn stukken en mij hierop feedback gaven.

............................................ 37 o 4........................................2.... 42  4...... 25  4...................2 Nulmeting ......... 40  4.......................... Blz................................ 38  4................ 37  4...................................................................4 Tot slot ... Blz..... Blz........ Blz.. 25 o 4..... Blz..........................................1 Privacy ................................................................................................................................................................2..1 Het sociogram .........8 Tot slot .... 9 o 2.. 25 o 4.............................. Blz....2 Plan van aanpak .........Inhoudsopgave Synopsis ......................... 19 o 2.....3...........................................3 Het groepsproces ...5...... 21 o 3...............3 De interventies........1 Het sociogram .......................................... Blz...............1Onderzoeksvraag en deelvragen........... Blz...................3 Onderzoeksmiddelen ................................4 Rolkaarten ... 38 o 4... Blz........................ Blz......................................................................... 21 o 3.....5................................... 38  4...........7 Onderzoeksvraag .......5 Observatie .................. 39  4.................... 50 o 4................................... Blz......5 Observatie ....................5 Eindmeting ........................... 33  4.................... 45  4.....2 BOTS-vragenlijst ....1 De aandachtspunten ... 44  4.......... Blz............................2..................... Blz..............................2 Positieve leiderschapsrollen ontwikkelen ..... 31  4.............4.............................4 Rolkaarten ....................................................................................4 Rollen in de klas ................ Blz.............................. Blz........................1 De situering .................4 De uitvoering ...............6 Maatschappelijke relevantie ................................... Blz....5...... Blz... .................. Blz.............................4........2..................................... Blz..................... 8 o 2................................ 44  4... 20 o 2........................................................... 22 o 3.............................. Blz.................... Blz....................... Blz.................................................................................................................. 51 5 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas... 27  4............................................ Blz......................... 21 o 3.......... Blz............ 15 o 2................................................5.......................................... Blz....... 18 o 2.................................2 BOTS-vragenlijst .... Blz...............................6 Algemene analyse .............................6 Tot slot ...................... Blz.................. 20 Hoofdstuk 3: Het onderzoek ........... 24 Hoofdstuk 4: Datapresentatie en analyse ....................... 42  4......................2....... Blz........3 De klimaatschaal . Blz........... 25  4.......................................................................... 11 o 2........................................................... 41 o 4.................................... Blz...................................... Blz..... Blz.. Blz.. 2 Erkentelijkheidspagina ......................................................1 Normen stellen.....................................................................2 Kwalitatief onderzoek ..... 39  4......................................................................................... Blz...3 De Roos van Leary ................................ Blz. Blz...............................2........................... Blz...2 Een groep ..4............................................................................ 4 Hoofdstuk 1: Inleiding ...........5 Interactie ......................................................... 7 Hoofdstuk 2: De situering ..3...... Blz...........................................................................3 De klimaatschaal ................................................ 8 o 2...............5.......... Blz..................................................................................................... Blz....

....... Handelingsplan “waarschuwingskaartjes” ............. 123 6 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas............................. Tabellen sociogram nulmeting ............................. Blz............................. 70 o 6.................... Tabellen sociogram eindmeting .................. Blz........ Blz............................................................. 79 o 9.................................. 56 o 1... “Groepstekening maken” .......... “Wie ben ik”........... “Complimenten van een groep” ............. Blz... 63 o 5....... Klimaatschaal ........................................ 52 o 5........................... Motivatie rollen nulmeting ................................... Blz....... 115 o 19........... 53 o 5............ Observatieverslag “dorp bouwen” eindmeting ....................................en eindmeting naast elkaar ............................................. Rolkaarten ............................ Blz.... 77 o 8...................... Blz......................................... Blz...................................... Blz............................. “Situaties uitspelen” ......................... 80 o 10..........2 Eindconclusie ....................... Blz.......... 104 o 16..........................................Hoofdstuk 5: Eindconclusie .............. Plattegronden van de klas ................................ Observatieverslag “toren bouwen” nulmeting ....................................... 113 o 18......... Blz.... Blz..................................................................... Blz................................................... Nul............................ 97 o 14............................ Blz.... Tabel Rollen .. “Kleurencollage” .......... 73 o 7................................................................... “Je mag niet meedoen” .... Blz....... 52 o 5........ Blz................................................... Blz............................... .........1 Deelvragen .. Blz.... Blz....................... 55 Bijlagen ................................... Blz........................................... Blz..................................................................................... 82 o 11......................................................... Blz...... 117 o 21.... 111 o 17................ 116 o 20........... 84 o 12.... Blz.................................... 54 Literatuurlijst .................... 57 o 2.......................3 Aanbevelingen .......................................... 96 o 13......................................................................................................................................... “Introductie Roos van Leary” .......................................4 Terugblik .................... 61 o 4.............. 54 o 5.................. 59 o 3.. 100 o 15.................................................. “Letters en cijfers maken” ................... Blz............................... Blz............... Puntenverdeling klimaatschaal ............... Blz...................................... Motivatie rollen eindmeting ............ Blz......... Blz..............

Het lijkt soms alsof sommige leerlingen “vastzitten” in een bepaald rollenpatroon. zodat er een nog beter pedagogisch leerklimaat ontstaat. Ik heb dit onderzoek uitgevoerd op de school waar ik werkzaam ben. waarin de kinderen elkaars eigenschappen en kwaliteiten accepteren. ontspannen sfeer. Dit kan zijn uitwerking hebben op de omgang met elkaar. “samen staan we sterk!”. Deze eerste waarnemingen hebben geleid tot het onderzoek dat voor u ligt. We trachten een zo goed mogelijke verhouding te creëren tussen cognitieve vakken. Humor is een belangrijk onderdeel in de dagelijkse omgang met elkaar. die niet altijd een positieve uitwerking hebben op het groepsklimaat. 7 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. De titel staat voor de meerwaarde van een positieve groepsdynamiek in de klas. In de tijd dat ik werkzaam ben in het onderwijs heeft de “gedragskant” van leerlingen mij het meest geïnteresseerd. waar de kinderen zelf aangeven wat zij die dag gaan doen. juist doordat ik de leerlingen nu voor het tweede jaar lesgeef. Al met al is het een bruisende klas die met veel plezier naar school toe gaat. Ik vind dat een goed pedagogisch leerklimaat een voorwaarde is. Omdat ik mij nog verder wil ontwikkelen en bekwamen op dit gebied. opdat een kind zich ten volle kan ontwikkelen. waardoor leerlingen elkaar niet altijd respecteren en serieus nemen in de reacties. Zowel de kinderen uit de klas als ik houden van een gezellige. Dit is een reguliere school in Bergen. Toch valt mij ook iets op aan deze klas. wat weer gevolgen heeft voor het groepsklimaat. Ik geef hier voor het zesde jaar les en heb altijd in de bovenbouw gewerkt. Dit onderzoek heb ik ontwikkeld in het kader van de opleiding Master SEN. Ik ken de leerlingen goed en heb in deze tijd een goede band met de leerlingen opgebouwd. Ik geef dit schooljaar les aan groep 7. die ik vorig jaar ook al heb gehad in groep 6. Het lijkt alsof we na de zomervakantie gewoon in de sfeer en de omgang met elkaar zijn doorgegaan. De titel “Samen staan we sterk!” staat symbool voor het onderzoek dat ik heb uitgevoerd. heb ik besloten mijn onderziek te relateren aan dit onderwerp te houden. en zich samen inzetten voor de ontwikkeling van een positieve groep. waar we voor de vakantie waren gebleven. Maar ik merk dat de leerlingen bepaalde gedragingen en interacties laten zien. In de bovenbouw wordt gewerkt met zelfstandig werk taken. In de onderbouw wordt gewerkt door middel van een kiesbord. . gespecialiseerde leraar aan de Fontys hogeschool te Amsterdam. De school heeft een leerlingenpopulatie van 200 kinderen en de prognose is dat dit alleen maar toe zal nemen. In dit onderzoek ga ik op zoek naar de groepsdynamiek in mijn klas en hoe ik die kan beïnvloeden.Hoofdstuk 1 Inleiding Voor u ligt mijn onderzoek. sociaalemotionele vorming en cultuur in de breedste zin van het woord. MIA staat voor Meervoudige Intelligentie Adaptief. De school werkt volgens het principe MIA onderwijs.

De situatie die ik hierboven beschreven heb. „Ralf‟ maakt een grapje en de leerlingen reageren erg negatief op hem. Het valt mij op dat de leerlingen anders op elkaar reageren. Ik heb daarvoor de volgende vragen opgesteld: 1. Dick en Pim staan samen te overleggen wat ze moeten doen.1 De situatie Ik geef les aan groep 7. hartelijk gelachen wordt. maar ook negatieve uitwerkingen hebben. Mijn klas is constant in beweging. moet ik eerst meer weten over de theorie achter de ontwikkeling van een groep. komt regelmatig voor in mijn klas. De andere groepsleden kijken verstoord op en zuchten geërgerd. Ik geef een rekeninstructie aan de klas. die bijna op hetzelfde ogenblik een grap maakt. Het groepje stemt hier meteen mee in. Het lijkt alsof de leerlingen een vast rollenpatroon hebben ontwikkeld waarin de interactie en de gedragingen vast liggen. Hoe vindt de interactie in een groep plaats? 8 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Wat zijn de rollen in een groep? 4. Ralf kijk geïrriteerd en zegt: “wat kinderachtig!” (De namen uit de beschrijving zijn gefingeerd) §2. terwijl ze dezelfde gedragingen vertonen. Deze situatie heeft alles te maken met de groepsdynamiek in mijn klas. Ik merk ook dat er leerlingen in mijn klas last hebben van dit vaste patroon. „Ralf‟ vindt het niet prettig zoals er op hem gereageerd wordt. Als Pim hem vraagt het tweede zwembadje te pakken. Ralf gaat in het zwembadje zitten en doet net of hij verdrinkt. Dit zullen andere leerkrachten herkennen vanuit hun eigen situatie. doet hij dit. Hij pakt de liniaal over en gaat verder met meten. Dick komt meteen met een voorstel: Hij stelt voor om eerst maar eens de maten van de zwembaden op te meten. Het lijkt een vicieuze cirkel waar we niet uitkomen. Dit kan positieve.Hoofdstuk 2 De situering Het is maandagochtend 9. De groepsleden kijken op en moeten er hartelijk om lachen. waarvan 16 jongens en 9 meisjes in de leeftijd van 10 á 11 jaar. . toch lijkt er niet veel te veranderen. De meeste leerlingen uit deze groep zitten al 7 jaar bij elkaar in de klas. Dit is goed te merken in bovenstaande situatie. Ik geef deze leerlingen voor het tweede jaar les. Laurens staat te kijken naar het groepje. Wat is een groep? 2. terwijl er om „Denise‟. zodat ik dit kan vertellen aan mijn vrienden en ze geen ruzie meer hebben. Ik heb deze situaties regelmatig proberen te beïnvloeden. De andere leerlingen geven daarentegen aan dat ze het gedrag van Ralf niet als prettig ervaren. toch lijken er een aantal constante factoren aanwezig te zijn. Pim komt erbij staan en zegt dat ze het niet goed doet. Om als leerkracht meer invloed op deze dynamiek te kunnen uitoefenen. De groep gaat verder met meten als opeens Denise langs komt lopen met het zwembadje als hoed op. Iedere klas laat een verschillende groepsdynamiek zien. Ik vertel de leerlingen over 2 vrienden van mij die ruzie hebben. Hoe verloopt een groepsproces? 3. Kim pakt direct een stift om de gegevens die Pim doorgeeft meteen op het bord te schrijven. Ik vraag de leerlingen het probleem voor mij op te lossen. Kim pakt de bordliniaal om de zwembaden op te meten. het moet anders. die bestaat uit 25 leerlingen. Hij voert niets uit en kijkt alleen maar. Ze vinden allebei dat ze het grootste zwembad hebben. Ik verdeel de klas in groepjes en volg de gebeurtenissen van één groepje.00 uur.

Toch ligt het antwoord iets ingewikkelder. Ik sluit mij aan bij de definitie van Hare (1976) Hij stelt dat er bij het ontstaan van een groep altijd sprake moet zijn van interactie. een bepaalde persoonlijke behoefte tracht te bevredigen. Volgens deze omschrijving is er geen sprake van een groep als er geen interactie plaatsvindt. Individuen vormen alleen een groep als zij door een persoonlijke reden gemotiveerd worden een groep te vormen. 2. 2008. In het boek Groepsdynamica (Johnson & Johnson. Mijn klas kan ik helemaal herkennen in deze omschrijving. 46. dat is toch een groep.2 Een groep Wat is een groep? Het beantwoorden van deze vraag. die grenzen aangeeft ten aanzien van de relaties tussen de groepsleden en ten aanzien van de groepsactiviteit. zowel verbaal als nonverbaal. 3. . 9 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. die richting geven aan de groep. namelijk de lesstof volgen. lijkt heel gemakkelijk. 2006) worden er zeven verschillende definities gegeven. Een groep kan gedefinieerd worden als een verzameling individuen waarvan de interacties door een aantal rollen en normen gestructureerd worden. groep 7 om specifiek te zijn. Een groep kan omschreven worden als een verzameling individuen die directe contacten met elkaar onderhouden. 47) De definitie van een groep is helder omschreven.§2. 3. In de zeven verschillende definities die de sociologen geven. Volgens deze definitie is er sprake van een groep als een bepaalde gebeurtenis niet alleen één individu maar ook de andere individuen beïnvloedt. zit allemaal een kern van waarheid. De leerlingen hebben in ieder geval een gezamenlijk doel. 1. pp. 4. Er ontstaat een netwerk van interpersoonlijke attracties op basis van de sympathieën en antipathieën voor elkaar. (Remmerswaal. De leden ontwikkelen een reeks van normen. Een groep kan omschreven worden als een sociale eenheid die uit twee of meer personen bestaat die zichzelf als lid van een groep beschouwen. 7. Daarnaast laat een groep naast het kenmerk interactie volgens van Hare (1976) altijd 4 andere kenmerken zien: 1. door zich te verenigen. Een groep kan omschreven worden als een verzameling individuen die op een bepaalde manier afhankelijk van elkaar zijn. Er vindt een constante interactie plaats in mijn klas. Deze wederzijdse beïnvloeding vormt het belangrijkste kenmerk van een groep. Een groep kan gedefinieerd worden als een verzameling individuen die. Een groep kan omschreven worden als een verzameling individuen die elkaar beïnvloedt. 4. We kunnen pas van een groep spreken als de interacties tussen individuen door rolomschrijving en normen gestructureerd worden. Mijn klas. 6. De definities vind ik te summier omschreven. De leden delen één of enkele motieven of doelen. Een groep kan gedefinieerd worden als een verzameling mensen die gezamenlijk een bepaald doel willen bereiken. 5. Volgens deze definitie kunnen we pas van een groep spreken als de betrokkenen zichzelf als een deel van een groep beschouwen. Bij langdurende interactie kristalliseert een reeks rollen uit en gaat de nieuwe groep zich onderscheiden van andere groepen. 2.

Er zijn hele duidelijke attracties tussen de leerlingen. Daarnaast is er zekerheid omdat de rollen vaststaan. Je eigen talenten ontwikkelen en verbreden. Het leren gaat het beste als een leerling zich vooral in de bovenste laag van de piramide bevindt. Je wilt niet voor gek staan en buitengesloten worden. Het vormen en ontwikkelen van een groep is erg belangrijk in het onderwijs. Omdat deze normen veiligheid bieden zijn ze moeilijk te beïnvloeden als de groep eenmaal gevormd is. Tenslotte is er de behoefte aan zelfrealisatie. sociale acceptatie en waardering. In een 10 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Leerlingen kunnen elkaar helpen met bepaalde leerstof. Kinderen willen ook invloed uitoefenen binnen een groep. In een groep hoor je erbij. je bent groepslid. 2007) vervult een groep behoeften uit de behoeftepiramide van Maslow (1954): Zelfrealisatie Waardering Sociale acceptatie Zekerheid/veiligheid Fysiologische behoeften De behoeftepiramide van Maslow (1954) Pas als er voldaan is aan een laag. Ze willen gewaardeerd worden. Volgens van Engelen (Engelen van. terwijl Ralf dit niet is. maar er zijn ook leerlingen die elkaar niet zo aardig vinden. Denise is duidelijk geaccepteerd als de grappenmaker. Het is als leerkracht belangrijk om te weten dat deze behoeften niet altijd positief worden ingekleurd. De rollen die in een groep ontstaan zijn ook bij mijn klas aanwezig. Er is wel een duidelijk verschil tussen de normen die zijn opgelegd. . Bij de tweede laag is ook een rol weggelegd voor leeftijdsgenoten.Daarnaast zijn er ook normen en grenzen ontwikkeld. weliswaar niet allemaal positief. Hierin kan een groep voorzien. De groep biedt zekerheid er zijn vaste normen. er zijn leerlingen die duidelijk vrienden zijn. en de normen die ze zelf bepaald hebben. komt de mens toe aan de volgende laag. In een negatief klimaat wordt ook voldaan aan de behoefte zekerheid. Samen kunnen leerlingen komen tot creatieve prestaties. denk aan de schoolregels. Ook het laatste kenmerk is terug te vinden in mijn groep. In het vervullen van de eerste en tweede laag voorziet voornamelijk het gezin. je wilt gerespecteerd en geaccepteerd worden. Een klas heeft invloed op het vervullen van de behoeften aan veiligheid. Leerlingen die hier niet aan toe zijn oefenen geen invloed uit binnen de groep en vinden het al geweldig dat ze geaccepteerd worden. Ook de derde laag wordt vooral door leeftijdsgenoten vervuld. dit kan bijdragen aan zelfrealisatie. Ze willen dat hun mening serieus wordt genomen. Dit kun je terugzien in de situatiebeschrijving van de rekenles. maar de leerlingen weten wel waar ze aan toe zijn. Als er in voldoende mate is voorzien aan de behoeften uit de eerste drie lagen kan de groep een bijdrage leveren in de behoeften uit de vierde laag. Als groep sta je sterk.

Such testing serves to identify the boundaries of both interpersonal and task behaviors. Konig. In onderstaand figuur zijn de verschillende modellen schematisch weergegeven. Lineaire model Bij het spiraalmodel wordt de groepsvorming voornamelijk bepaald door de ervaringen uit het verleden van de verschillende groepsleden. Spiraalmodel 2. Wat voor soort groep een klas is. Forming “Groups initially concern themselves with orientation accomplished primarily through testing. (Linge van. wordt bepaald door het groepsproces dat zij doorloopt.negatieve groep is de rolverdeling ook bepaald. Volgens Tuckman doorloopt elke groep vijf fasen. De groepen worden samengesteld door de school. Bij het polariteitenmodel gaat men ervan uit dat het groepsproces gebaseerd is op spanningen en conflicten die regelmatig terugkeren. Coincident with testing in the interpersonal realm is the establishment of 11 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. leren zelfverwezenlijking. 2006) Lineair model Progressief Toekomst Leren sociale vaardigheden De groep Interpersoonlijk Groep Spiraalmodel Regressief Verleden Genezen persoonlijkheidsintegratie De groep Historisch Contextueel Polariteitenmodel Cyclisch Heden Groeien. 2007) (Gielis. In het lineaire model wordt uitgegaan van de sociaal-emotionele aspecten in relatie tot de taken die uitgevoerd moeten worden. 2008): 1. bewustwording Het individu Intrapersoonlijk Individueel en relationeel Groepsvoortgang Tijdsperspectief Groepsdoel door middel van Nadruk op: Observatiebasis Centraal procesaspect Overzicht van de drie besproken modellen voor groepsontwikkeling (Banet 1967) Het lineaire model is het meest gericht op het onderwijs. 2008) spreekt over drie modellen hoe groepen ontstaan: 1. Klassen in een school passen binnen deze definitie en zijn dus groepen. §2. in eigen tempo. Hoe dit verloopt. Polariteitenmodel 3. & Lap. zodat het veiligheid biedt voor de leerlingen.3 Het groepsproces Hoe verloopt een groepsproces? Remmerswaal (Remmerswaal. In de definitie en de behoeftepiramiden wordt duidelijk gemaakt wat een groep is. de andere modellen zijn meer geschikt voor therapeutische doeleinden. Hij heeft dit model ontworpen in 1965 en gereviseerd in 1977. beantwoord ik in de volgende vraag. Hieronder de gereviseerde versie (Engelen van. maar is wel voorspelbaar. Daarom kies ik ervoor het lineaire model verder uit te werken. dit heeft geen positieve uitwerking. . Toch ontstaan deze groepen niet spontaan.

De hiërarchie in de klas begint geleidelijk zijn vorm aan te nemen. Er is neiging naar negatieve normen. new standards evolve. de leerlingen gaan op zoek naar erkenning en proberen hun positie in de klas te verwerven. positief samenwerkende groep. De groep pakt de situatie zoals voor de zomervakantie gemakkelijker op. It may be said that orientation. De klas wordt een negatieve groep waarin concurrentie en machtsstrijd de boventoon voeren. 2. 3) Tijdens de stormingsfase is het heel onrustig in de klas. 4. Toch wil ieder kind in de groep ruimte om keuzes te maken. . 3. we have the stage of norming” (Smith. In the task realm. 2005. Thus. or pre-existing standards. Er groeit een samenhangende. De uitkomsten van de stormingsfase kunnen verschillend zijn: 1. De leerlingen nemen een afwachtende houding aan. dit kunnen ook meerdere rollen tegelijk zijn. 3) In deze fase komt een nieuwe groep bij elkaar. ondanks dat ze elkaar al kennen.dependency relationships with leaders. Norming “Resistance is overcome in the third stage in which in-group feeling and cohesiveness develop. De grenzen in de groep worden duidelijk. Storming “The second point in the sequence is characterized by conflict and polarization around interpersonal issues. In de bovenbouw duurt de stormingfase heel kort. p. De doelen worden bepaald. soms proberen ze de mening van de meerderheid weer te geven en ook schrijven ze bewust hun eigen ideeën aan de groep voor. Ze vragen zich af wat er van hun verwacht wordt. 3. Soms zijn deze leiders zich niet bewust van hun positie. p. personal opinions are expressed. testing and dependence constitute the group process of formin”. Iedere subgroep kan zich hierbij zowel positief als negatief ontwikkelen. with concomitant emotional responding in the task sphere. vaak is dat doel voor de groep positief. De klas wordt niet één groep. Er ontwikkelen zich twee of drie subgroepen die ieder een eigen groepsproces ingaan. These behaviors serve as resistance to group influence and task requirements and may be labeled as storming. Dit leidt vaak tot conflicten. maar “van binnen” is het heel onrustig en ongemakkelijk voor de leerlingen. Ieder schooljaar doorlopen de leerlingen deze fase. later met meer nadruk. Leerlingen kiezen vaak voor de rol die het beste bij hen past. 2. Afhankelijk van zijn behoeften zal het ene kind zich sterker profileren dan het andere. dit doel 12 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Deze outsiders lopen bij een negatieve hoofdgroep het risico de zondebok te worden. 3) De normen van de groep worden vastgesteld in de derde fase. De klas is verdeeld in een hoofdgroep en enkele outsiders. 2005. De rolverdeling wordt in de stormingsfase vastgelegd. De leiders van de groep bepalen deze normen.” (Smith. dit komt doordat de leerlingen als ze ouder worden de zomervakantie als minder intensief qua mentale en fysieke groei ervaren. De leerlingen gedragen zich heel rustig in deze fase. and new roles are adopted. other group members. 2005. Eerst voorzichtig en aftastend. p. Dit kan zich in deze periode nog sterk afwisselen. Er wordt kennis gemaakt met elkaar en met de leerkracht. Ze bekijken wie de andere groepsleden zijn en hoe die zich gedragen. Het opnieuw verkennen van een bestaande groep is dan minder nodig. De groep neigt naar positieve waarden en normen. intimate. (Smith.

2005. Structural issues have been resolved. Gaat het in volledige harmonie of hebben een aantal leerlingen het voor het zeggen? Als je de vijf kenmerken apart van elkaar bekijkt. Roles become flexible and functional. waarbij ieders inbreng welkom is? Of wordt het klimaat bepaald door onderlinge concurrentie? d. dan werken de leerlingen goed samen. de leerlingen zijn veel minder productief.en leerklimaat waarin de leerlingen productief zijn. and group energy is channeled into the task. als het doel gezelligheid is. en in hoeverre voelen zij zich gedwongen zich anders te uiten en te gedragen dan ze zijn? c. Performing “The group attains the fourth stage in which interpersonal structure becomes the tool of task activities. maar niet gunstig voor het leerklimaat. Vanaf nu staan de normen van de groep vast en zijn de groepsnormen nauwelijks veranderbaar. 4. Naast het doel worden ook de normen en waarden van de groep vastgesteld.: 88). Dit komt omdat de groep meer aandacht moet schenken aan het leefklimaat. .hoeft niet altijd positief te zijn voor de leerkracht. Deze normen. Wederzijds respect In welke mate geven de groepsleden elkaar de kans om zichzelf te zijn. the completion of tasks and reduction of dependency (Forsyth 1990: 77).particularly where the dissolution is unplanned (ibid. Problemen aanpakken Hoe gaat de groep om met problemen? Deze vijf kenmerken geven veel inzicht hoe de ongeschreven normen worden gehanteerd in de groep.Adjouring “ Adjourning involves dissolution. hij duurt bijna het gehele schooljaar. Denk aan gezellig door de les heen praten. kunnen ze verschillende inzichten geven. Er heerst een constante machtstrijd tussen de leerlingen onderling. The process can be stressful . p. Groepsverantwoordelijkheid In hoeverre voelen de groepsleden zich medeverantwoordelijk voor het wel en wee van de groep als geheel? b. Besluitvorming Hoe zit het met ieders inbreng als er een beslissing wordt genomen? e. Een negatieve groep daarentegen is veel minder bezig met het leerklimaat. Samenwerken Is er sprake van samenwerking. and structure can now become supportive of task performance. This stage can be labeled as performing.” (Smith. 5. 3) 13 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. is dat een positief doel. Als de relatie met de leerkracht ook positief is heerst er een prettig leef. zowel positief als negatief zijn af te meten aan vijf groepskenmerken die gerelateerd zijn aan het leefklimaat: a. Performing is de langstdurende fase. conflicten worden snel opgelost en de doelen waaraan gewerkt wordt zijn positief. p. 3) In de uitvoerende fase worden de doelen die in de eerdere fasen zijn vastgesteld nagestreefd. Als de groep uit de vorige fasen als een positieve groep is gekomen.” (Smith. It entails the termination of roles. Some commentators have described this stage as 'mourning' given the loss that is sometimes felt by former participants. 2005.

Deze begeleiding is gericht op een positief groepsklimaat wat kan leiden tot de aanvaarding van groepsregels die feitelijk de vijf groepskenmerken positief invullen en die samen garant staan voor een positief groepsklimaat. (Engelen van. in “Grip op de groep”. Konig. . Hierdoor wordt de groep minder gezellig en is het afscheid makkelijker. Dit kan leiden tot drie verschillende gedragingen. & Lap. Bovengenoemde fasen zijn beschreven zoals ze verlopen zonder begeleiding van een leerkracht. Alleen in deze fase is het mogelijk een groep tot positieve normen te laten komen. De laatste gedraging is de “normvervaging”. De leerkracht helpt de leerlingen veilig met elkaar kennis te maken van oppervlakkig naar diepgaand. Dit betekent dat de leerlingen de positieve sfeer gaan relativeren. De leerlingen organiseren veel activiteiten om het afscheid zoveel mogelijk uit te stellen. De leerkracht kan d. Iedere leerling moet zich door de leerkracht geaccepteerd voelen en de leerkracht moet persoonlijke interesse tonen. Deze fase treedt op de basisschool alleen op de voorgrond aan het eind van groep 8. 2007) Door de begeleiding hebben de leerlingen een sfeer geproefd die berust op positieve normen. De groepsleden voelen zich medeverantwoordelijk voor het functioneren van de eigen groep b.m. (Gielis. De leerlingen vinden het niet erg om afscheid van de groep te nemen. De groepsleden zijn bereid met elkaar samen te werken d. De groepsleden tonen respect voor elkaar voor elkaars mening en karakter en zijn bereid naar elkaar te luisteren c. Bij een positieve groep kunnen er problemen ontstaan tijdens deze fase.v. Allereerst is het belangrijk om de forming goed te faciliteren. e.Deze fase treedt op als het einde van de groep in zicht is. In dit geval bepaalt de groep vaak de uitkomst. reünies e. In de andere jaren weten de leerlingen dat ze elkaar na de zomervakantie weer zien.d. Dit kan hij doen door modelgedrag te vertonen. 2008) Fase 1&2: Bij de start van de groep kan begeleiding doorslaggevend zijn. begeleiding heel veel invloed uitoefenen op de verschillende fasen. Bij een negatieve groep wordt deze fase als bevrijdend gezien. De groep kan gaan “vitten”. Omdat de groep toch uit elkaar gaat is het niet meer belangrijk om de groep gezellig te houden. Een ander verschijnsel is het “klitten”.a. a. De leerlingen beschermen zichzelf tegen de teleurstelling van het uiteen gaan van de groep. Tegelijkertijd moet de leerkracht anticiperen op de norming. situaties te scheppen waarin normen tot stand komen en positieve normen laten ervaren en de leerlingen hiervan bewust maken. Problemen worden niet verdoezeld maar besproken Om deze begeleiding goed te faciliteren kun je veel begeleide oefeningen doen. De leerlingen houden zich niet meer aan de groepsregels en gaan minder respectvol met elkaar om. Dan is er een stevig fundament gelegd voor het groepsklimaat dat meestal stand kan houden 14 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Suggesties hiervoor staan o. Beslissingen die de groep moet nemen komen aan zoveel mogelijk wensen van groepsleden tegemoet. Denk hierbij aan klassenfeesten. Ten slotte biedt hij veiligheid. Dit kan door een goede begeleiding tijdens de normingfase al zoveel mogelijk voor de stormingsfase plaats te laten vinden. De leerlingen ervaren de groep als positief en gaan niet graag uit elkaar.

15 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. 1997. Om meer inzicht in het rollenpatroon te verkrijgen. omdat Remmerswaal een heel uitgebreide indeling geeft en Van Engelen zijn rolverdeling alleen toegespitst heeft op een groep in de basisschool. Het is belangrijk dat de leerkracht zich niet teveel bemoeit met de rolverdeling. Ik vind deze indeling iets te beperkt. In de situatieschets van de rekenles herken ik al een rolverdeling. „Denise‟ is duidelijk geaccepteerd als grappenmaker. de groepsidentiteit te versterken en het bevorderen van onderlinge contacten. Ik bespreek beide indelingen. Dit is het verwachtingpatroon dat in deze groep aan jou gekoppeld raakt en het is te omschrijven als je rol. Belangrijk hierbij is dat alleen de normen die de leerlingen zelf bedenken en/ of eigen maken stand houden. klitten en vitten als ze aan de orde zijn . hierdoor verliest de leerkracht namelijk het vertrouwen van de groep. Dit om niet alleen aan de laatste maand te denken . . de groepsgeschiedenis laten herleven. Voor mijn onderzoek betekent dit dat ik rekening moet houden met de normen en rollen zoals ze al vastgesteld staan. Er kunnen onderhuids toch factoren spelen die andere normen inbrengen. Belangrijk is hierbij dat deze begeleiding begint vanaf de eerste dag na de zomervakantie. §2.Helpen de situatie realistisch onder ogen te zien . De eerste twee fasen kunnen alleen een succes vormen als de leerkracht tijdens deze fasen permanent aanwezig is.Terugblikken. Toch zijn niet alle rollen in mijn klas allemaal herkenbaar.v. moet ik eerst meer weten over rollen in de klas.Een gedenkteken te laten maken Door de begeleiding tijdens het groepsproces heeft de leerkracht meer invloed op het leer. Fase 3: In deze fase is de taak van de leerkracht de leerlingen te helpen herinneren aan hun eigen groepsregels die zij eerder zelf bedacht en opgesteld hebben.m. Dit leidt tot de volgende vraag. Fase 5: Wat kan de leerkracht doen om de afsluiting positief te laten verlopen?: . Fase 4: De begeleiding van deze fase doet de leerkracht door samen met de groep regelmatig het groepsklimaat nader te bekijken en te stimuleren.en leefklimaat in de klas. p. 83) Voor de verdeling van rollen in een groep maken Remmerswaal (2008) en van Engelen (2007) allebei een eigen indeling van rollen in groepen. Het stimuleren kan d. samenwerkingsopdrachten.Bewust maken van de verschijnselen normvervaging. gaat gepaard met “dit kunnen we dus van deze persoon verwachten” en dat gaat men dan ook écht verwachten.” (Lente van. en „Dick‟ is de leider van de groep.4 Rollen in de klas Welke rollen zijn er in een klas? “Al datgene wat men van je meemaakt en aan je ontdekt.in de storming.

volgen (meegaan met groepsbesluiten. compromissen voorstellen). problemen opnieuw definiëren. . nieuwe ideeën. meningen en voorstellen samenbrengen) samenvatten (samenvatten van inhoud en meningen. erkenning zoeken (altijd op zoek naar aandacht). coördineren (aantonen van verbanden. wil de beste in alles zijn). conclusie trekken). demonstratief terugtrekken (ongeïnteresseerd of passief gedrag).als procesrollen: evalueren (groepsbesluiten toetsen aan procedures en regels. Taakrollen: van belang voor het uitvoeren van de groepstaak 2. Meerdere groepsleden kunnen tegelijkertijd dezelfde rol vervullen. De taakrollen zijn: initiatief en activiteit (voorspellen van oplossingen. geven van informatie( bieden van feiten.De indeling volgens van Remmerswaal (Remmerswaal. dit is verdeeld naar de leiderschapsstijl. kalmeren). rivaliteit (altijd met anderen aan het wedijveren. betekenissen ontwikkelen. de clown uithangen (niet serieus kunnen doen). De leidinggevenden nemen vaak het initiatief. deuropener of wegbereider zijn(zorgt ervoor dat iedereen zijn zegje kan doen). formuleren van de regels en procedures (deze kunnen gebruikt worden voor keuze van het gespreksonderwerp of evalueren van groepsbesluiten. uitwerking (verhelderen. Bij de overige groepsleden zien we verschillende rollen en taken. Van 16 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Groepshandhaving. verbinden aan eigen ervaringen. diagnosticeren (vaststellen van moeilijkheden. dat ingaat tegen constructieve participatie aan de groep. hoe staat het met het groepsdoel?). warmte. openlijk instemmen). d. hoe zal een voorstel uitpakken). 3. spanning verminderen (uitlaat vinden voor overheersende gevoelens bijv. vertelt de regels als een besluit in contradictie is met de regels). consensus uitproberen (vraagt of er een algemene overeenstemming kan worden bereikt). De indeling volgens Van Engelen (Engelen van. luisterpubliek). anders ordenen van materiaal). suggesties. verheldering geven). waardering uitspreken. onder woorden brengen van het groepsgevoel(samenvatten wat het gevoel is van de groep. 2008) : De rollen in een groep zijn onder te verdelen in: 1. bemiddelen (harmoniseren. analyseren van blokkades). sympathie zoeken (klagen en zielig doen om sympathie van andere groepsleden te verkrijgen). humor. De procesrollen zijn: aanmoedigen (vriendelijk. Alle genoemde rollen zijn allemaal ook leiderschapsfuncties. Disfunctionele rollen: agressief gedrag( eigen status proberen te vergroten door het bekritiseren van anderen vijandige positie innemend). geven van een mening (uitspreken van mening over waardevolheid en niet zo zeer over inhoud). zoeken van meningen(vragen aan anderen wat ze denken/voelen verheldering vragen).v. zelfbelijdenissen (vertelt altijd over eigen ervaringen wat niets te maken heeft met groepsdoel).m. 2007): Van Engelen maakt bij de rolverdeling een onderscheid in leidinggevende rollen en overige groepsleden. zoeken van informatie (verhelderende vragen) . Disfunctionele rollen: die vooral bestaan uit zelfgericht gedrag. blokkeren (voortgang van de groep dwarsbomen). organiseren en bewaken de goede gang van zaken. beschrijven van (onbewuste) reacties). Zowel taak. stokpaardjes (alleen voorstellen inbrengen die hun eigen favoriete ideeën ondersteunen). de groepsactiviteiten en eventuele weerstanden.en groepsvormingsrollen (procesrollen): vooral gericht op het verbeteren van het sociaal-emotionele klimaat in de groep. problemen anders aanpakken.

Je kunt de organisator duidelijk herkennen bij samenwerkingsopdrachten. hij moet zich houden aan de gevestigde opvattingen binnen de groep. 2. De gezagsdrager kan niet gewoon zijn gang gaan. Organisator Een organisator regelt alles. Wat de gezagsdrager zegt of aangeeft wordt echter wel direct opgepakt door de rest van de groep. Door zijn rol kan hij gevoelens van mededogen van de andere groepsleden oproepen. maar deze is niet bedreigend. Hij zorgt voor een grote mate van relativering in de groep. De positieve groep kent de volgende zeven rollen: Leidinggevenden 1. zorgt de joker er juist voor dat zaken niet te serieus worden en uit de hand lopen. Hij bewaakt de sfeer in de groep en het welzijn van de groepsleden. Hij appelleert aan gevoelens van zorgzaamheid en mededogen. Een gezagsdrager vormt de mening van de groep en bewaakt het groepsdoel.Engelen stelt dat de rolverdeling anders is ingedeeld bij een positieve groep dan bij een negatieve groep. Appellant De appellant is de laagste in de hiërarchie van de groep. niet de haantje de voorste of degene met de grote mond. Verkenner Verkenners nemen vaak initiatieven op het moment dat het duidelijk is wat de bedoeling is. De organisator zorgt ervoor dat de hiërarchie binnen de groep in stand wordt gehouden. Dit kan door een mentale of fysieke zwakte of handicap. van verantwoordelijkheid voor de groep. Bij conflicten grijpt de sociaal werker op een positieve wijze in. Hij geeft de directe leiding aan de andere groepsleden. Een organisator behandelt hierdoor zijn volgers altijd goed. Joker De rol van de joker is heel belangrijk. 3. . via de gezagsdrager wil. Als de organisator fouten maakt of wegvalt. Sociaal werker Diegene die deze rol vervult heeft vooral interesse in mensen en relaties. Als er spanningen zijn in de groep. de sociaal werker komt met compromissen aan wanneer de groep er niet uitkomt. Binnen de positieve groep kan er onderlinge concurrentie zijn. 6. Volger Volgers voeren de initiatieven van de andere groepsleden trouw uit. Hij verdeelt taken en bewaakt of ze gedaan worden. dan grijpt de gezagsdrager in. Toch kan deze rol niet ontbreken in een groep. al is het niet het hoogste gezag. nemen de verkenners deze positie over. Ze bevinden zich in de hiërarchie net onder de organisator. Dit maakt dat de macht van de organisator afhankelijk is van de loyaliteit van de volgers. Ze zetten hun gezag in om de sfeer in de groep te bewaken en positief te houden. mits hij een bijdrage levert aan wat de groep. 7. Als een ander groepslid met een voorstel komt dat indruist tegen het groepsdoel. hierdoor zijn de verkenners directe concurrenten van de organisatoren. 5. Hoewel het lijkt alsof de joker niet serieus wordt genomen. Gezagsdrager Dit is vaak niet de opvallendste persoon in een klas. De sociaal werker heeft gezag in de groep. Overige groepsleden 4. De verschillen tussen de groepsleden worden geaccepteerd. kan de joker met een relativerende opmerking de groep 17 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

De middelen die gebruikt worden zijn negatief (roddelen. Hij doorbreekt de regels en de hiërarchie. 1998. Zijn positie staat bloot aan concurrentie. 3. krijgt vaak voor het hele jaar deze rol toebedeeld. 2008) vult deze onderverdeling nog aan met de neutrale groep. Hij stelt negatieve doelen en probeert daardoor de groep bijeen te houden en zo een soort saamhorigheid te creëren. Deze groep komt het meest voor in het onderwijs. Meeloper De meelopers wanen zich veilig zolang ze maar een intrigant en/of dictator ondersteunen. Deze aanvallen komen van de intriganten. intrigeren. vooral als er conflicten uitbreken. . 28) 18 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. maar ondergaat de invloed van de eigenschappen van de groepsleden.laten lachen. 4. omdat er telkens verwarring heerst over de positie van de groepsleden. De dictator moet constant op zijn hoede zijn. de aard van de taak of de kenmerken van de groep. dit omdat er nog verschillende doelen aan de orde zijn. Overige groepsleden 2. Rollen in een negatieve groep: Leidinggevenden 1. Konig. De hiërarchie wisselt van week tot week en kan zich daardoor niet vastzetten. Dictator De dictator geniet geen natuurlijk gezag. §2. Ze zijn blij als hun leerkracht hen helpt. Bij een neutrale groep is de rol van gezagsdrager nog wisselend. beantwoord ik in mijn volgende vraag. Hoe deze interactie verloopt. Zolang dat gebeurt. De rolverdeling in een groep ontstaat in de formingsfase van het groepsproces. Zondebok De zondebok is diegene die constant wordt gepest. Hierdoor laat de sociaal werker het er regelmatig “bij zitten”. De nadruk ligt op de macht en minder op het vervullen van de verschillende rollen. In een negatieve groep is de hiërarchie erg sterk. Daarom moet ook hier de gezagsdrager met kracht zijn gezag doen gelden. Je kunt een neutrale groep het beste omschrijven als een groep die zijn nog weg zoekt in de hiërarchie en het stellen van doelen. Het slachtoffer van de gezamenlijke vijand. maar hun saamhorigheid komt niet echt van de grond. & Lap. Gielis (Gielis. zullen zij niet het slachtoffer worden. Intrigant Zij proberen onder de overige groepsleden (meelopers) voldoende aanhang te verwerven om een leidinggevende positie te verwerven.” (Oudenhoven van. Hij creëert een gezamenlijke vijand door leerlingen uit de groep als slachtoffer van zijn negatieve doelen te maken. omkoping). p. De leerling die aan het begin van het jaar een grap maakt. Deze rollen ontstaan mede door de interactie van de groepsleden onderling. er zijn continue aanvallen op zijn positie.5 Interactie Hoe vindt de interactie in groepen plaats? “Communicatie vindt niet in het luchtledige plaats. pesten. De neutrale groep wil graag goed doen.

. Leary heeft nog een verdere indeling gemaakt.6 Maatschappelijke relevantie Het belang van kennis van groepsdynamica is duidelijk naar voren gekomen in bovenstaande vragen. De reacties van mensen zijn daarbij in te delen volgens twee tegenovergestelde lijnen (Itasc): . . dat afgestemd is op hun eigen mogelijkheden. Zo zal een gezagsdrager meer gedragingen laten zien uit de boven. De leerlingen moeten inschatten welke interactie past bij hun rol in een specifieke situatie.boven en onder voor leiden tegenover ondergeschikt gedrag. en de invloed van de groepsdynamiek wordt in de toekomst alleen maar meer van belang. §2. samen-gedrag roept samen-gedrag op) op elkaar kunnen reageren. Deze ontwikkeling is een eerste stap naar “Inclusief onderwijs”. Leary gaat uit van de veronderstelling dat de reactie van iemand bepaald wordt door de daaraan voorafgaande opstelling. opmerking of handeling van de gesprekspartner. Vanaf 2011 wordt er in Nederland “passend onderwijs” ingevoerd. Zie onderstaand figuur: Roos van Leary Deze roos laat zien welk gedragingen elkaar oproepen en hoe gedrag te beïnvloeden is. boven. dezelfde scholen bezoeken.Een van de meest bekende en goed toepasbare communicatiemodellen om interacties tussen groepsleden te beschrijven is de “Roos van Leary”. 2008) 19 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.samen en tegen voor samenwerkend tegenover tegenwerkend gedrag. Deze manier van interactie kan ingezet worden bij de verschillende rollen in de groep. Het communicatiemodel van Leary heeft ook zijn invloed op het ontstaan van rollen. in heterogene groepen functioneren en het curriculum volgen. Dit betekent dat een rol met verschillende soorten gedragingen ingevuld kan worden.” (Franke. ongeacht hun achtergrond. dat alle leerlingen. Iedere leerkracht heeft er mee te maken. Als een andere leerling dan voornamelijk gedrag laat zien uit de onder-samen sector geeft hij hiermee duidelijk aan dat hij een volger is. De organisatie inclusief scholen geeft de volgende definitie voor inclusief onderwijs: “Inclusief onderwijs betekent. Leary gaat ervan uit dat mensen complementair (bijv.samen sector en veel minder gedragingen uit de onder-tegen sector.gedrag roept onder-gedrag op) en symmetrisch (bijv.

respect voor verschillen en de waarde daarvan. Een school die leert dat in principe niemand wordt buitengesloten. Het begeleiden van het groepsproces neemt dan een steeds grotere rol in. Als leerlingen geleerd hebben om elkaar in al hun verschillen te accepteren.8 Tot slot In dit hoofdstuk heb ik duidelijk gemaakt wat groepsdynamica inhoudt en wat het kan betekenen voor het onderwijs. De interactie die hiermee gepaard gaat is duidelijk aanwezig en wordt niet altijd als positief ervaren.7 Onderzoeksvraag De informatie uit dit hoofdstuk heeft mijn inzicht in de theorie over groepsdynamiek vergroot. verantwoordelijkheid voor elkaar. 2005) §2. In hoofdstuk drie zal ik nader ingaan op mijn onderzoeksvraag en de onderzoeksmethoden. Tolerantie. Het leren van deze waarden is het belangrijkste voordeel voor leerlingen zonder handicap. 20 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. zo is inmiddels ruimschoots aangetoond. Leerlingen met een handicap profiteren daarnaast in cognitief en sociaal opzicht van hun omgeving met niet-gehandicapte leerlingen. is er ruimte voor iedereen binnen eenzelfde onderwijs. Heel veel invloed op het groepsproces kan ik niet meer hebben. .Dit betekent dat de diversiteit in de klassen alleen maar toeneemt. bereidt voor op een samenleving waarin niemand wordt buitengesloten. Deze situatie heeft geresulteerd in de volgende onderzoeksvraag: Welke invloed heeft het rollenpatroon op de interacties van de leerlingen onderling in mijn klas en hoe kan ik die beïnvloeden? §2. De rollen en doelen zijn bepaald. Stichting Inclusief onderwijs zegt hier het volgende over: “De beste manier om dit in de praktijk te brengen is door de klas open te stellen voor leerlingen met een handicap. hanteerbare manier in de dagelijkse praktijk gebracht. Dit heeft de interesse naar mijn eigen klassensituatie alleen maar vergroot. wordt op een duidelijke. De groep is al geruime tijd bij elkaar en heeft de eerste drie fasen al doorlopen.” (Visie.

er wordt weinig gewerkt met gestandaardiseerde instrumenten. Het onderzoek is subjectief en betekenisverlening. Ik ben er terdege van bewust dat de onderzoeksresultaten subjectief zullen zijn. 2000. Gezamenlijk vormt de informatie een algeheel beeld.” (Baarda. Hoe verloopt de interactie tussen de leerlingen onderling? 4. Is mijn klas een neutrale.Hoofdstuk 3 Het onderzoek In het vorige hoofdstuk is de theorie over groepsdynamica beschreven. & Teunissen. p.2 Kwalitatief onderzoek Om antwoord te krijgen op mijn onderzoeksvraag zal ik gebruik maken van kwalitatief onderzoek. zodat ik gerichter onderzoek kan plegen. Kwalitatief onderzoek legt verbanden tussen alle facetten die meespelen bij een probleem. positieve of negatieve groep? 2. vast in gestandaardiseerde instrumenten. In dit onderzoek betekent dit dat ik uitga van de dagelijkse activiteiten die ik met de leerlingen uitvoer. De resultaten zullen gebaseerd zijn op mijn eigen interpretatie en aan de resultaten en situaties zal ik mijn eigen betekenis verlenen. maar zijn gebaseerd op mijn eigen interpretatie. Om het onderzoek meer betrouwbaarheid te geven. 2000) Het onderzoek vindt plaats in alledaagse situaties. De verschillende gegevens die in mijn onderzoek naar voren komen. 25) De reden dat ik kies voor kwalitatief onderzoek heeft te maken met de kenmerken van deze vorm: (Baarda.1 Onderzoeksvraag en deelvragen Mijn onderzoeksvraag luidt: Welke invloed heeft het rollenpatroon op de interacties van de leerlingen onderling in mijn klas en hoe kan ik die beïnvloeden? Om deze vraag te beantwoorden heb ik deze vraag in deelvragen verdeeld. Goede de. Welke rollen zijn er in mijn klas? En hoe worden die ingevuld door de leerlingen? 3. Als zij een andere interpretatie van de resultaten hebben. gebeurtenissen en personen te beschrijven en te interpreteren. Baarda. zijn geen op zich zelfstaande onderdelen. . Dit vierde kenmerk is erg belangrijk voor de interpretatie van mijn onderzoek. § 3. Goede de.a. & Teunissen. Welke interventies kan ik uitvoeren om invloed op het groepsproces te kunnen uitoefenen? § 3. deze leg ik o. de onderzoeker is zelf het onderzoeksinstrument. Voor het onderzoek maak ik voornamelijk gebruik van mijn eigen waarneming. neem ik deze mee in mijn datapresentatie en analyse. De onderzoeksgegevens worden verkregen door directe waarneming. De deelvragen zijn als volgt: 1. controleren zowel mijn duopartner als mijn LIO-stagiaire mijn onderzoeksgegevens. 21 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. de Goede & Teunissen geven de volgende definitie over kwalitatief onderzoek: “Onderzoek waarbij je overwegend gebruik maakt van gegevens van kwalitatieve aard en dat als doel heeft onderzoeksproblemen in of van situaties. In dit hoofdstuk zal ik beschrijven welke onderzoeksmethoden ik ga gebruiken om mijn onderzoeksvraag te beantwoorden.

Bij voorkeur 2 sociogrammen maken aan het begin b. Allereerst zal ik een nul-meting houden.3 Onderzoeksmiddelen Eerder in dit hoofdstuk heb ik vermeld dat het doen van een nulmeting noodzakelijk is. 2000) Allereerst de informant.v. Deze resultaten geven mij informatie over de invloed van de interventies. De theorie speelt een grote rol. De laatste rol is voor dit onderzoek voornamelijk van belang. Tijdens deze aanpak is het belangrijk om constant naar de uitwerking van deze interventies te kijken. Kloppen de gegevens met wat we zien? Bijvoorbeeld: is de leerling ook echt geïsoleerd? c. onderzoeksmethoden vraag ik naar hun mening. Goede de. De theorieën die ik ontwikkel vanuit dit onderzoek zullen gebaseerd zijn op de onderzoekssituatie zoals hij nu is en zal subjectief kunnen zijn. ook vraag ik een enkele keer hun mening over andere leerlingen. In deze situatie zullen de leerlingen zich als informant opstellen. de situatie. Mijn LIO-stagiaire en duopartner zullen ten tijde van het onderzoek de rol van sleutelinformant kunnen innemen. De deelnemers aan kwalitatief onderzoek kunnen verschillende rollen hebben. In het onderzoek dat ik uitvoer baseer ik mij op de theorie zoals beschreven in hoofdstuk 2. 1995) a. Kwalitatief onderzoek wordt op een theorie gebaseerd en/of verklaard vanuit theorie of is gericht op het ontwikkelen van theorie. Er is een integratie van dataverzameling en analyse Tijdens mijn onderzoek is er een samenspel tussen het verzamelen van gegevens en het interpreteren van deze resultaten. Aan het eind van het onderzoek houd ik dezelfde meting. de respondent. Alkema en Tjerkstra geven een duidelijke werkwijze aan: (Alkema & Tjerkstra. Hij kan als vertegenwoordiger van de groep worden gezien. De leerlingen geven voornamelijk informatie over zichzelf. Voor de metingen maak ik gebruik van de volgende instrumenten: Het Sociogram Het sociogram is gebaseerd op de sociometrische methode van J. waardoor de beginsituatie van de groepsdynamiek vastgesteld wordt. Deze rol zullen de leerlingen uit de klas innemen. zodat ik tijdig kan signaleren of de aanpak de juiste is. Deze aanpak sluit subjectiviteit niet uit. Deze deelnemer geeft informatie over zichzelf m. (Baarda. 22 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Het verzamelen van de gegevens en de analyse wisselen elkaar het hele onderzoek af. § 3.m. Hierdoor kunnen zij mij veel informatie geven over de klas als ik niet aanwezig ben. deze deelnemer geeft informatie over personen of zaken buiten zichzelf. . De tweede rol is de sleutelinformant.t. Een observatieplan opstellen.b. Dit wordt ook wel een cyclisch-iteratief proces genoemd.L Moreno. Het verschaft meer inzicht in de onderlinge relaties in een groep en de plaats van een kind in de klas. Na analyse van deze gegevens volgen er interventies en geef ik groepsbegeleiding. & Teunissen. Baarda. de uitkomst blijft subjectief en geeft alleen een beeld van deze klas. Hij heeft een goed inzicht in de te onderzoeken situatie en geeft hierdoor veel informatie aan de onderzoeker. Afsluiten met nog een sociogram om te kijken of interventies zin hebben gehad. ook gebruik ik deze theorie op mijn onderzoeksresultaten te verklaren.Ook controleer ik mijn gegevens bij de leerlingen uit de klas d. Zij zijn op de hoogte van de theorie achter het onderzoek en kennen de klas goed. de Goede & Teunissen spreken over drie rollen. Gerichte begeleiding om in de groep positief sociaal gedrag te stimuleren d.

om thuis mijn bevindingen te controleren. 2006) Observaties De observaties vinden plaats in de alledaagse situaties. In deze analyse wordt uitgegaan van een wisselwerking waarbij de kans bestaat dat interactionele cirkels zichzelf in stand houden.2 heb ik aangegeven dat ik ook de mening van de leerlingen vraag. (Onderwater. Hierdoor kan ik de situatie terugkijken en vergroot dit de betrouwbaarheid van mijn observaties. De geplande observaties neem ik op video. met wie speel je niet graag?. 2006) In dit programma worden de leerlingen vier vragen gesteld. 2006. Ik heb een kaartensysteem ontwikkeld. Een andere keer biedt zich een situatie aan. ook dan zal ik observeren. In paragraaf 3. In de bijlage (1) zijn de rolkaarten opgenomen. Rolkaarten Met de voorgaande methodieken kan ik bekijken hoe de rollen zijn verdeeld over de groep.relatie leerlingen. Met wie speel je graag?. De vragenlijst geeft informatie over de volgende onderwerpen: (Jeninga. 2006) .de organisatie in de klas . 23 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Soms zijn deze van te voren gepland en gericht op een bepaald onderwerp.” (Onderwater. . (“blinde vlekken”) Ook is het mogelijk om met deze lijst bepaalde vermoedens die men heeft met betrekking tot gesignaleerde problemen te onderzoeken. Tijdens het leggen van de kaartjes leggen ze de reden van hun keuzes aan mij uit. Op basis van de weergegeven patronen kan de leraar of groepsleider de groepsdynamiek beïnvloeden en over langere tijd zien of de invloed heeft gewerkt.de onderlinge leerlingrelaties . Met behulp van subvragenlijsten wordt een totaaloverzicht in kaart gebracht van de sterkte en zwakte van de verschillende interactionele posities. In een individueel interview met de leerlingen geven de leerlingen aan welke rol ze bij welke klasgenoot vinden passen. waarop per kaart een positieve groepsrol (Engelen van. (Verstegen & Lodewijks. 2007) staat afgebeeld. waarbij duidelijk het onderwerp van mijn onderzoek naar voren komt.” (Jeninga.leraar . 89) BOTS-vragenlijst De BOTS (Boven-Onder-Tegen-Samen) vragenlijst is gerelateerd aan de Roos van Leary. Voor het invullen van het sociogram maak ik gebruik van de applicatie op het internet. 2006) De klassenklimaatschaal De klassenklimaatschaal is een individuele vragenlijst om meer inzicht te krijgen in het klassenklimaat en de rol van de leerkracht. BOTS analyseert de beheersing van de sociale vaardigheden.affiliatie ( het zich tot elkaar aangetrokken voelen) Jeninga zegt het volgende over de klimaatschaal: “Deze vragenlijst biedt de mogelijkheid de leerlingen zelf aan het woord te laten en als leraar feedback te ontvangen op het eigen handelen. met wie werk je graag? en met wie werk je niet graag? De makers beweren het volgende over het sociogram: “Het resultaat is een overzichtelijk beeld van de relaties en interacties in de klas. De observaties zal ik beschrijven en bijvoegen in de bijlage. p.Ik sluit mij aan bij deze werkwijze.

Ik zal dan ook verder ingaan op de interventies die ik zal plegen. . 24 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.§ 3. In het volgende hoofdstuk presenteer ik de data en analyseer ik de gegevens. Naar aanleiding van informatie uit de nulmeting kan ik bepalen welke manier van interventies ik moet toepassen.4 Tot Slot De onderzoeksmethodologie verschaft mij informatie over de groepsdynamiek van de klas.

In mijn onderzoek wisselen onderzoek en analyse zich snel af. Om deze reden zal de datapresentatie en de analyse als een rode draad door elkaar lopen. j voor een jongen en m voor een meisje. Met wie speel je niet graag? 3.2 Nulmeting Het doel van mijn onderzoek is om te achterhalen of ik de groepsdynamiek in mijn klas kan beïnvloeden. De code bestaat uit drie letters. neem ik aan het eind van mijn onderzoek weer af.1 Het sociogram Ik ben de nulmeting begonnen met het afnemen van een sociogram.2. Deze meting gebruik ik om achteraf vast te kunnen stellen of de groepsdynamiek is veranderd. Totaal neg. Om dit vast te kunnen stellen. Met wie werk je niet graag? Uit deze vragen heb ik twee sociogrammen gemaakt met een tweedeling in werken en spelen. Met wie speel je graag? 2. §4. 5 4 2 4 4 0 3 4 4 1 3 5 2 3 3 1 3 4 5 0 3 3 5 3 0 2 0 1 13 0 0 0 3 4 3 16 2 2 11 2 0 1 3 0 0 3 25 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. §4. Zij gaven antwoord op de vragen: 1. Sociogram spelen MLm 2 1 MBm 2 5 AAm CVm LRm EBm JGm DWj RWj JCm Totaal pos. §4. zowel positief als negatief. maak ik eerst een nulmeting.Hoofdstuk 4 Datapresentatie en analyse In het vorige hoofdstuk is beschreven welke methodologie ik ga gebruiken om mijn onderzoeksvraag te beantwoorden. De eerste twee hoofdletters staan voor initialen van de leerlingen en derde letter staat voor het geslacht van de leerling. twee hoofdletters en een kleine letter. (Onderwater. In de bijlage (2) is de uitgebreide tabel opgenomen. In onderstaande tabellen zijn alleen de gegevens opgenomen van hoe vaak de kinderen gekozen zijn. Een voorbeeld: PBj kan staan voor Pieter Bakker en is een jongen. NJm MHj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ AAj MJj OLj EDj RBj YTj JBj . De instrumenten die voor deze meting gebruikt worden. Hierdoor kan ik mijn bevindingen staven met objectieve onderzoeksmiddelen. 2006) De leerlingen hebben de vragen op de computer ingevuld.1 Privacy Om de privacy van de leerlingen uit mijn klas te kunnen waarborgen. heb ik de namen van de kinderen veranderd in codes. Met wie werk je graag? 4. In dit hoofdstuk zal ik het onderzoeksproces beschrijven en de data presenteren.

JCm lijkt te zijn vergeten door de leerlingen tijdens het kiezen. Aangezien er in de klas meer jongens dan meisjes zijn. Dit zijn rustige jongens die serieus met hun werk bezig zijn. Voor de meisjes is de score naar verhouding hoger dan bij de jongens.Sociogram werken MLm 2 1 MBm 2 3 AAm CVm LRm EBm JGm DWj RWj JCm Totaal pos. 26 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. YTj en RBj vallen voornamelijk op. Hier is een groot verschil op te merken. 2006)vragenlijst in. Er wordt heel gelijkmatig gekozen. Alleen AAj. NJm MHj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ OLj AAj MJj EDj RBj YTj JBj . maar is jong in zijn gedragingen. maar liefst vijf positieve keuzes. wat niet heel hoog is. is een score van vijf aanzienlijk hoger bij de meisjes dan bij de jongens. RWj. De score vijf keer negatief gekozen in het sociogram spelen voor MBm is erg hoog in vergelijking met de rest van de meisjes. en bij werken maar één keer. Om de waarnemingen uit het sociogram beter in kaart te brengen. Hij wordt snel boos en kan dan agressief reageren. omdat de leerlingen voornamelijk voor hun eigen sekse kiezen. Met een score van vijf horen CBj. terwijl dit vaak niet zo is. DWj valt niet op in het sociogram spelen. Hij wordt maar één keer positief en drie keer negatief gekozen bij spelen. De interactie naar deze jongens toe is vaak negatief geladen. Een andere opvallende leerling is OLj. Ze kunnen goed luisteren naar andere kinderen. Dit is vrij regelmatig verdeeld. maar in het sociogram werken heeft hij dertien negatieve keuzes. JCm valt op doordat zij in beide tabellen bijna niet gekozen wordt. Zij is een wat teruggetrokken meisje. Zij houden zich niet aan de afspraken en regels in de klas. vul ik voor de meest opvallende kinderen de BOTS (Verstegen & Lodewijks. Hij heeft vaak het idee dat anderen “het op hem gemunt hebben”. Er zijn inderdaad geen duidelijke populaire leerlingen aan te wijzen. Hij is rustig in de klas. RBj en YTj zijn vaak “storend” aanwezig. LMj wordt ook vaak negatief gekozen. Een aantal leerlingen vallen zowel bij spelen als bij werken duidelijk op. DWj wordt vaak negatief gekozen bij werken. 3 5 1 8 4 0 2 4 9 5 2 4 1 1 3 0 1 3 3 1 5 3 3 2 0 13 0 1 7 2 0 0 2 4 2 16 4 3 9 3 0 2 1 0 0 0 Na analyse van deze tabellen vallen een aantal punten op. Hij is een echte grappenmaker en vindt het lastig om serieus te werken zonder afgeleid te worden. De uitkomst van het sociogram sluit aan bij mijn eigen waarnemingen. scoort hij veel positiever. Als de meisjes groepjes maken. Ze wordt daarentegen ook niet vaak negatief gekozen. EBm en NJm halen een hogere score. Bij spelen heeft er niemand positief voor haar gekozen. OLj en JGm ook bij de leerlingen die vaker positief gekozen zijn. In het sociogram spelen zijn geen duidelijke populaire kinderen. Totaal neg. doordat zij in beide tabellen vaak negatief gekozen worden. maar dit is om een andere reden. dat zichzelf vaak “zielig” vindt. wordt JCm vaak “vergeten”. daarentegen bij werken. LMj. Ze wordt door de andere meiden nog wel eens buitengesloten en ze zoekt uit zichzelf ook niet veel contact. Bij het sociogram werken zijn wel duidelijk twee leerlingen vaker gekozen dan de andere leerlingen. Deze score is vijf. Dit zijn EDj en MJj. EDj en MJj krijgen veel positieve keuzes bij het werken. hebben goede ideeën en vinden het niet erg als anderen deze uitvoeren.

Veel kinderen zijn bang voor hem. maar ze kunnen hem wel eens negeren. onder de grafiek maak ik een korte analyse van de meest opvallende excessen en tekorten. maar irriteren zich wel aan hem. 27 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. . Ze zoeken niet het aangename contact op van RBj. Hij vindt het moeilijk om af te wachten en reageert vaak meteen. Daarom heb ik alleen de BOTS vragenlijst kind-andere kinderen ingevuld. In samenwerkingsopdrachten vinden ze het niet erg als RBj de leiding neemt. RBj RBj laat excessen zien in het boven-tegen vlak. RBj laat een duidelijk tekort zien in het onder vlak. Hij strijdt veel en wil ook graag winnen. Hij protesteert en strijdt vaak. Hij volg niet vaak. die duidelijk aanwezig is bij deze jongen. alleen de handeling past niet bij de intentie. Hij laat daarentegen een tekort zien op onder vlak. maar neemt juist initiatieven.§ 4. vooral de meisjes en ze reageren vaak geïrriteerd op hem. Dit zorgt ervoor dat andere leerlingen het RBj moeilijk maken om voor anderen te zorgen.2. Hieronder zijn de grafieken opgenomen. omdat hij vaak erg aanwezig is. Dit is juist een grote tegenstelling. Hij bedoelt het vaak goed. De andere leerlingen reageren voornamelijk neutraal op deze tekorten. Ook trekt hij zich niet vaak terug. YTj YTj laat een duidelijke exces zien op het vlak tegen. Toch reageren de leerlingen op dit gedrag vrij neutraal. De meeste leerlingen zijn niet bang voor hem. Hij volgt niet vaak en trekt zich ook niet zo snel terug. Daarentegen laat hij een waarschijnlijk exces zien in het zorgen voor anderen.2 BOTS-vragenlijst Dit onderzoek richt zich voornamelijk op de interacties tussen de leerlingen. Ze vergeten hem niet. maar bepaalt zijn eigen weg.

. hij is wat rigide hierin. Ze vindt het wel moeilijk om te volgen. Hij vindt het ook nog lastig om de groep te volgen. alleen als de leerkracht erbij is. maar blijft hier vaak wel in hangen. Ze laat duidelijk met haar houding weten dat ze iets niet prettig vindt. waardoor LMj denkt dat iedereen tegen hem is. JCm laat tekort actief zien dat ze voor andere zorgt. Ze voelt zich als dat gebeurt vaak alleen staan en protesteert dan in non-verbale communicatie. Andere leerlingen proberen haar er wel bij te betrekken. Hij kan agressief reageren. Ze trekt zich vaak terug van de groep en plaatst zichzelf vaak buiten de groep. Hij vindt het lastig om met conflicten om te gaan. Dit zorgt ervoor dat andere leerlingen soms bang voor hem zijn. De andere leerlingen gaan er niet vanuit dat LMj snel zal instemmen.LMj LMj laat duidelijk excessen zien op het tegen vlak. het is altijd de schuld van de ander en regelmatig wordt “het zwart voor zijn ogen” en slaat en schopt hij om zich heen. protesteert veel als het niet gaat zoals hij wil en hij kan niet tegen zijn verlies. Ze heeft wel haar eigen ideeën. de andere keer vinden ze het zielig voor haar. omdat ze weten dat hij dan weer rustig wordt. Ze heeft duidelijk haar voorkeuren in de groep en laat dit aan de andere leerlingen merken. Andere kinderen reageren geïrriteerd op hem. ze accepteren het ook niet als LMj wel de leiding neemt. Hij zorgt niet vaak voor andere leerlingen. Soms weigert ze dan om verder samen te werken. als niet haar idee wordt uitgevoerd. 28 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. maar vindt het nog moeilijk om hier leiding in te nemen. Ze neemt zelf geen initiatieven richting de groep en wacht tot andere leerlingen naar haar toekomen. maar meestal laten ze hem juist met rust. De andere leerlingen vinden dit gedrag soms irritant. JCm JCm heeft voornamelijk excessen in het onder vlak. maar in groepssituaties wordt JCm ook vaak vergeten. Hij strijdt vaak. Hij leidt niet vaak en geeft bijna nooit advies aan andere kinderen. LMj laat tekorten zien op het samen vlak.

Ze accepteren EDj zoals hij is. heeft dit geen vervelende gevolgen. en trekt zich ook wel terug in zijn eigen wereld. De waarschijnlijke excessen bevinden zich in het onder vlak. De andere leerlingen vinden het voornamelijk vervelend tijdens het samenwerken. en ze luisteren naar hem als hij wat te zeggen heeft. Hij laat een tekort zien op het tegen-boven vlak. Hij kan heerlijk zitten wegdromen. Hij heeft veel ideeën en is aanwezig. de andere kant van de medaille is. dat EDj het nog lastig vindt om voor zichzelf op te komen. maar weet eigenlijk niet hoe hij dat in goede banen moet leiden. Hij is altijd aanwezig en bedenkt aan één stuk door grappen. ook al neemt hij daar de tijd voor om over na te denken. Hij laat alleen een waarschijnlijk exces zien op het boven samen vlak. EDj is helemaal niet competitief ingesteld. . De andere leerlingen vinden dit aan de ene kant heel grappig. EDj heeft een wat afwachtende houding. 29 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. terwijl hij naar buiten staart.DWj DWj heeft geen duidelijk excessen. Aangezien de andere leerlingen zich heel neutraal naar hem opstellen. EDj EDj laat ook geen duidelijk excessen zien. DWj kan zich niet terugtrekken. Hij laat wel een duidelijk tekort zien in het onder-tegen vlak. maar op sommige momenten irriteren ze zich eraan.

Het analyseren van de BOTS vragenlijst geeft veel inzichten in de interactie tussen de leerlingen. en zet de andere vaardigheden op de juiste momenten in. Hij heeft geen excessen en tekorten. Dit resulteert nog wel eens in bazig gedrag. Dit verklaart waarschijnlijk waarom de leerlingen zo graag met hem samenwerken. Alleen op het tegen-boven vlak zijn waarschijnlijke excessen te zien. Andere leerlingen kunnen hier nog wel eens geïrriteerd op reageren en gaan dan de strijd aan met MBm. kom ik hier op terug. In de beschrijving van de interventies die ik naar aanleiding van de nulmeting ga uitvoeren. MBm laat verder geen tekorten zien. Andere leerlingen vermijden het contact als er samen gespeeld wordt en MBm zich bazig gedraagt. MBm MBm laat ook een heel gelijkmatig beeld zien. Hierin wordt duidelijk gemaakt waar aan gewerkt kan worden. .MJj MJj laat een heel gelijkmatig beeld zien. MBm gaat nog wel eens de strijd aan en ze vindt het ook belangrijk om te winnen. Ze wil graag dat het gaat zoals ze zelf wil. Ze reageren dan ook vaak heel gepast op de reacties van MJj. 30 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

2. De leerlingen vullen een vragenlijst in van 28 vragen. 22) 4 6 3 5 6 2 2 8 4 2 6 3 5 5 5 2 7 2 2 2 5 5 6 2 4 Onderlinge leerlingrelaties (max. 14) 4 1 1 3 4 0 2 3 1 0 5 4 2 2 4 0 3 0 2 0 1 1 2 0 3 8 8 5 8 13 2 4 16 5 2 7 8 9 9 9 2 15 3 5 2 9 7 9 2 7 Naam JBj MBm MLm AAj RBj RWj CBj YTj LMj NJm AAm MJj JGm JCm TMj DWj EDj RMj OLj OHj MTj LRm EBm MHj CVm Algemeen gezien zijn de scores erg laag. Dit betekent dat de leerlingen tevreden zijn over het groepsklimaat. 12) 0 0 1 0 1 0 0 5 0 0 2 0 1 0 0 0 2 1 0 0 1 1 1 0 2 Affiliatie Welbevinden (samenhang) (max. neem ik de klimaatschaal (Jeninga.§4. en neem ik mee als aandachtspunt voor mijn onderzoek. In de bijlage (3) zijn deze vragen opgenomen. affiliatie (samenhang) en het algemene welbevinden. 56) (max. maar definieert ook het groepsklimaat. des te beter is het groepsklimaat.3 De klimaatschaal De groepsdynamiek heeft niet alleen invloed op de interacties tussen de leerlingen onderling. 31 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. . onderlinge relaties. Organisatie in de klas (max. 2006) af. Om te onderzoeken hoe de leerlingen over het pedagogisch leerklimaat denken. De klimaatschaal maakt een onderverdeling in organisatie in de klas. 16) 1 1 1 0 5 0 0 1 1 0 0 1 3 2 0 0 2 0 1 0 2 1 0 0 0 Relatie leraarleerling (max. relatie leraar-leerling. Na analyse van de verschillende vragen. Vooral over de onderdelen onderlinge relaties en de relatie met de leerkracht zijn de leerlingen percentueel gezien het meest tevreden. kwamen de volgende vragen onder een 80% score. Hoe lager de score. In onderstaande tabel zijn de scores in deze onderdelen uitgesplitst. De kinderen zijn percentueel gezien het minst tevreden over het onderdeel organisatie en daarna het onderdeel affiliatie.

Een score van 14. Ik gebruik voor de rolkaarten de rollen die horen bij een positieve groep. 10. Volgens mij maken de leerlingen in deze klas vaak leuke grapjes over de leerkracht. 10. 50) * Vraag 18. In de tabel vallen drie leerlingen met hun hogere scores erg op. Een score van 13. 4. Ze wilden bij deze opgaven aangeven. Onze leerkracht heeft meestal een goede bui. 15. 21 en 25 (In de bijlage (3) is de vragenlijst opgenomen). (max. Hij geeft in deze vragenlijst aan dat hij zelf de organisatie omtrent het werken juist niet prettig vind. 17. * Vraag 26. Een score van 12 (max. RBj haalt duidelijk hoge scores op alle onderdelen. (Engelen van. 15. Er wordt in deze klas veel lawaai gemaakt tijdens de lessen. YTj en RBj kwamen naar voren als minst populair. 15 en 21 (In de bijlage (3) is de vragenlijst opgenomen). De leerlingen van onze klas gaan ook na schooltijd met elkaar om. De vragen waarbij hij 1 punt behaalde zijn: 9. 12. 50) * Vraag 14. Om hier meer duidelijkheid in te krijgen vraag ik de leerlingen naar hun mening over de rolverdeling in de klas. 50) * Vraag 22. de score op de klimaatschaal past bij deze bevindingen. Een leerling schreef er het volgende bij: “Maar dat doen we alleen. EDj kwam juist positief naar voren bij het werken. Voor en na schooltijd praten de leerlingen van onze klas vaak met elkaar. * Vraag 24. Als er in onze klas iets gedaan moet worden wil bijna niemand dat doen. De vragen waarbij hij 1 punt behaalde zijn: 1. De vragen waarbij hij 1 punt behaalde zijn: 3. Opmerkelijk is dat alle drie deze leerlingen ook opvallend uit het sociogram naar voren kwamen. Naar aanleiding van de afname van de klimaatschaal kan ik opmerken dat er in de klas een positief pedagogisch klimaat heerst. 11. 27 en 28. Dit zijn RBj. In onze klas zijn de leerlingen meestal goed bezig. behalve op het onderdeel relatie leraarleerling. omdat we u aardig vinden!” Een score van 11 (max. 19 en 22 (In de bijlage (3) is de vragenlijst opgenomen). 8. Een score van 0 (max. Volgens mij zitten veel leerlingen in onze klas zich te vervelen. dat ze dat juist heel positief vonden. 50) * Vraag 11. 12 en 28. 50) De volgende vragen scoorden een 100% score. Een score van 45 (max. 7. Een aantal leerlingen had bij deze opgave een opmerking geschreven. 50) * Vraag 15. Dit is een duidelijk kenmerk van een positieve groep. 18. De vragen die waarop hij 2 punten behaalde zijn: 5. De vragen die waarop hij 2 punten behaalde zijn: 2. De meeste leerlingen in onze klas vinden dat we een aardige leerkracht hebben. 11en 28. . 10. (max. YTj haalt voornamelijk hogere scores op de onderdelen organisatie in de klas. EDj haalt alleen een hogere score op de onderdelen organisatie en het algemeen welbevinden. 2007) 32 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. YTj en EDj. relatie leraarleerling en het algemeen welbevinden. * Vraag 20. Alle leerlingen antwoorden positief op deze vraag door te antwoorden met “Soms” of “Ja” op deze vraag.* Vraag 28. 3. De vragen die waarop hij 2 punten behaalde zijn: 8.

voornamelijk op de combinatie van deze twee jongens.4 Rolkaarten De leerlingen geven d. In de bijlage (4) is een tabel opgenomen van de motivaties. Ze bedenken samen plannen en voeren die ook uit.2. Gezagsdrager 6 5 4 3 2 1 0 EDj MLm RBj CBj RMj MBm CVm JCm Organisator 8 7 6 5 4 3 2 1 0 CBj RWj RBj MBm RMj TMj EBm NJm OHj Als gezagsdrager wordt duidelijk EDj naar voren geschoven.§ 4. dit voornamelijk in de combinatie met CBj als organisator. Deze twee jongens zijn vrienden en kunnen goed samenwerken.m. de rolkaarten aan welke leerling ze bij de verschillende rollen plaatsen. EDj bracht ideeën aan en was als stille leider aanwezig. 33 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Dit plan kan mede van invloed zijn geweest op de uitslag. In een één op één gesprek met de leerling geven de leerlingen hun keuze en de motivering hiervoor aan.v. . Tijdens het onderzoek hebben ze het plan bedacht om samen met de klas een film te gaan maken. CBj is veel meer aanwezig en voert duidelijk het woord. In onderstaande grafieken is per rol aangegeven hoeveel keer er voor een leerling gekozen is.

Hij komt niet heel erg positief uit het sociogram. CBj. Sociaal werker 9 8 7 6 5 4 3 2 1 0 JCm LRm CBj MLm CVm EDj NJm MTj JGm JBj MBm MLm wordt duidelijk aangewezen als de sociaal werker. Opvallend is dat er voornamelijk veel meisjes als sociaal werker worden aangewezen. RMj en MBm worden ook bij allebei de leidersrollen genoemd. Zij wordt aangemerkt als een leerling die altijd aan iedereen denkt. Dit is ook te zien in de grafiek van sociaal werker. Verkenner 9 8 7 6 5 4 3 2 1 0 JBj OLj YTj AAj MHj MLm RBj MTj MBm MJj EDj RWj AAm RMj CVm LMj TMj OHj EBm NJm Er werden in de gesprekken veel verschillende leerlingen als verkenner aangewezen. Ook is zij een aantal keer genoemd bij de rol als gezagsdrager. De leerlingen zien in haar een zorgzame leidersrol. maar hij wordt wel een aantal keer genoemd bij allebei de leidersrollen. Vooral CBj wordt vaak genoemd. Hij kwam ook al naar voren bij de leidersrollen. Het meest opvallend is RBj. Dat de leerlingen hem in het leiderschapsrol plaatsen is overduidelijk. Ze zorgt ervoor dat iedereen in de klas erbij betrokken wordt. . waar hij weer genoemd wordt.Opvallend is dat RBj ook hier weer duidelijk naar voren komt. maar wordt door andere leerlingen bij de verkennersrol geplaatst. 34 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Duidelijk is dat RBj duidelijk initiatief laat zien aan de klas.

De meeste leerlingen gaven de rest van de klas op bij deze rolkaart. . Dit zijn vrienden van elkaar en zijn rustig aanwezig in de klas. Vooral MJj en MTj kwamen hierbij naar voren.Volger 2. Appellant 16 14 12 10 8 6 4 2 0 RWj JCm LMj TMj RBj LRm Tijdens het bespreken heb ik van te voren aangegeven dat de rol van appellant verschillend wordt ingevuld. of er een leerling in de klas is. Dit maakt haar voor de leerlingen een duidelijke appellant. Ik heb aan de leerlingen gevraagd. Deze bevindingen sluiten aan bij de uitslag van het sociogram en de BOTS-lijst. waar hij als meest gekozen leerling bij werken opviel. Toch gaven een aantal leerlingen duidelijk specifieke leerlingen aan bij deze rol.5 1 0. waar vaker voor gezorgd moet worden dan anderen. Iedereen moet wel eens getroost of verzorgd worden.5 0 MJj MTj JGm RMj CVm EDj TMj LMj LRm CBj EBm In deze grafiek had ik bijna de hele klas kunnen plaatsen. MJj kwam ook al naar voren in het sociogram. Met een duidelijke meerderheid kwam JCm naar voren. 35 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.5 2 1. De leerlingen geven zelf aan dat JCm meer betrokken moet worden bij de klas dan andere leerlingen.

Joker 20 18 16 14 12 10 8 6 4 2 0 CBj NJm DWj EBm RBj YTj Voor de rol van joker wordt met een grote meerderheid gekozen voor DWj. LRm. AAj. MJj. MTj. TMj. RWj. LRm. 36 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. CVm. RBj. LRm. DWj. RBj. MHj. RMj. JCm. Ik heb mijn LIO-stagiaire ook gevraagd om een indeling te maken. . OLj. MBm. EBm. OHj. In onderstaande tabel zijn deze indelingen af te lezen. De leerlingen die voor CBj kiezen. DWj. EBm. AAj. LMj. NJm. AAm. MBm. TMj. YTj. OLj. NJm. RMj. JGm. De leerlingen zeggen over hem dat hij altijd precies de goede grappen op het juiste moment maakt. Dit is waarschijnlijk ook de reden dat hij negatief gekozen wordt bij het werken in het sociogram. JGm. MJj. JBj. EDj. YTj. RWj. MLm. MLm CBj. LMj. Hij wordt gezien als de clown van de klas. EDj. Rollen Gezagsdrager Sociaal werker Organisator Verkenner Volger Appellant Joker Indeling volgens mijzelf MHj CVm. JBj. en het moeilijk vindt om serieus te doen. JCm. Kinderen geven aan dat hij altijd hele leuke grapjes maakt. Indeling volgens LIOstagiare CBj. Ook bij deze rol wordt CBj weer aangewezen. De indeling van de kinderen is hierboven duidelijk beschreven. Ook heb ik zelf een indeling gemaakt. CVm. LMj. waardoor het vervelend wordt. OHj. AAm. MTj. vinden DWj vaak te veel grapjes maakt op het verkeerde moment.

RWj en TMj zijn een duidelijke combinatie. RMj. In de bijlage (5) is een uitgebreid observatieverslag opgenomen. 2008) Het is dus logisch dat de rollen bij ons anders worden ingevuld. maar worden er niet op aangesproken. maar ze mogen elkaar ook op gedrag aanspreken. OHj neemt veel initiatieven. maar de meeste leerlingen zijn alleen heel aandachtig met de toren bezig. AAj neemt initiatieven. maar heeft geen leidersrol. kletsen met elkaar en verzinnen grapjes. Om een nog duidelijker beeld te krijgen heb ik de klas een opdracht gegeven.2. als MLm zich ermee gaat bemoeien. RMj probeert de leidersrol op zich nemen. zodat ik gericht kon observeren. Hij lijkt in deze situatie de rol van gezagshouder toebedeeld hebben gekregen. (Gielis. Als de leerlingen in de kring moeten wachten op hun beurt. De leerlingen moesten gezamenlijk een toren van Kapla bouwen. terwijl ze staan te wachten . verzinnen een liedje. Dit wordt geaccepteerd door de rest van de groep. er wordt niet naar haar geluisterd. Niemand gaat op zijn voorstellen in. AAj. & Lap. Ze maken een dansje. Zij volgen elkaar in hun acties. In een neutrale groep zijn de rol van de 37 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. RWj. Allereerst wordt door de hele klas het blokje opleggen en de toren bouwen heel serieus genomen. wordt er wel geluisterd. 2008).5 Observatie Voor een groot deel sluiten de bevindingen aan bij mijn waarnemingen. Uit deze verschillende analysen kan ik opmerken dat deze klas duidelijk een klas is op weg naar een positieve groep. RBj neemt in het begin een soort neutrale leidersrol in. Zij houden de toren goed in de gaten en geven tussendoor ook aanwijzingen. Na het lezen van het observatieverslag vallen er een aantal leerlingen en situaties op. extra staafjes neerleggen. § 4. Er wordt goed samengewerkt. Ik merk dat de leerlingen het moeilijk vinden om een duidelijk rolverdeling in de groep aan te brengen. zodra ze een staafje mogen neerleggen. Meer regels en afspraken werden niet afgesproken. & Lap. tikken ritmes met de staafjes.6 Algemene analyse In de vorige paragrafen zijn de onderdelen van de nulmeting apart besproken. Een aantal leerlingen valt ook individueel op. Hij wordt in deze rol niet geaccepteerd door de groep. MBm neemt het initiatief om de rij netjes te houden. Het zijn allemaal jongens. Er worden een aantal leerlingen naar voren geschoven voor bepaalde rollen. Deze verschillen zijn af te leiden. TMj. Van deze activiteiten zegt niemand iets. Konig. Ook ik merk dit tijdens de lessen. Dit zijn MHj. maar naar hem wordt niet geluisterd.In onze indelingen zijn zowel overlappingen als verschillen te zien. voornamelijk over de vordering van de bouw en het maken van een plan. hoog zijn en iedere leerling moest in ieder geval één steentje hebben neergelegd. er wordt niet naar hem geluisterd. (Gielis. RBj en OHj. MHj en TMj doorbreken de ongeschreven groepsregels door tussendoor staafjes neer te leggen. Dit kan wijzen op een neutrale groep. Konig. maar de rolverdeling in vooral de leiderschapsrollen zijn niet altijd aanwezig. Een aantal leerlingen zijn wel veel meer bezig met de toren.2. Dit komt doordat iedere leerkracht zijn eigen invloed heeft op de groepsdynamiek van de klas. RBj neemt veel initiatief. . zijn ze voornamelijk andere activiteiten aan het doen. De toren moest precies 98 cm. § 4. Hij neemt de rol van verkenner op zich. MHj neemt in het begin veel initiatief en is degene die begint met het bouwen van de toren. door de meetlat over te nemen en vanuit deze positie aanwijzingen te geven. doordat sommige leerlingen zich anders gedragen bij mijn LIO-stagiaire als bij mij.

2008) Deze handreikingen voor de omgang met een neutrale groep neem ik mee voor de interventies die ik ga uitvoeren. Belangrijk is dat de leerkracht zoveel mogelijk extern handelt. § 4. Op de woensdag ben ik vrij en kan ik mijn observaties en bevindingen documenteren.3 De interventies Uit de nulmeting is gebleken dat de klas een neutrale groep is. Deze factor zal ik meenemen in mijn eindmeting en eindconclusie. heb ik tussen de voorjaarsvakantie en de meivakantie op de maandagen ruim een uur vervanging in groep 8 gekregen. waardoor zij een positieve uitwerking hebben op de groep.De ontwikkeling van nieuwe waarden en normen en positieve leiderschapsrollen. zij moet geen functie in de groep ambiëren en normen en waarden opleggen. Om dit te stimuleren kan de leerkracht situaties scheppen waarin de leerlingen nieuwe. § 4. vinden hun oorsprong in de aandachtspunten uit de nulmeting. wel met inachtneming van een externe rol. Dit is mogelijk doordat mijn LIO-stagiaire deze dagen voor de groep staat. Doordat de situatie in de plan van aanpak aangepast is. dat ik op maandag en dinsdag kinderen individueel kan begeleiden en eventuele groepsopdrachten ga uitvoeren.3. De donderdag en vrijdag kan ik intensief gebruiken om de resultaten van de interventies te observeren. De leerkracht moet meer aandacht geven aan de verborgen gezagsdrager en sociaal werker. waardoor ik tijd heb gekregen voor mijn onderzoek in groep 7. aangezien ik dan zelf hele dagen voor de klas sta. 38 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.2 Plan van aanpak Het aanpakken van de aandachtspunten resulteert in een plan van aanpak. . Konig. Deze aandachtspunten zal ik meenemen in het bepalen van de interventies. . & Lap. Door interventies op deze vlakken uit te voeren. Op deze maandagen voer ik mijn groepsopdrachten uit. Hierdoor ben ik gevraagd om op maandag en dinsdag voor groep 8 te staan en tevens mijn LIO-stagiaire in groep 7 te begeleiden op deze dagen. Ook moeten conflicten en botsingen worden opgelost. waardoor ik een paar extra ogen en handen heb om de kinderen te kunnen begeleiden.Roldoorbrekend gedrag voor individuele leerlingen. heeft dit zijn weerslag op het onderzoek. waardoor ik makkelijk uit de klas kan.De rumoerigheid van de klas. gezien de BOTS-vragenlijst. Helaas is dit plan van aanpak niet doorgegaan. Tijdens de groepsopdrachten kan mijn LIO-stagiaire mede observeren.3. . (Gielis. neemt de leerkracht vaak deze rollen over. Allereerst is het idee. probeer ik de groepsdynamiek positief te beïnvloeden.gezagsdrager en de sociaal werker niet sterk ontwikkeld. § 4. met daarbij steeds terugkomend op de nieuwe normen. Een leerkracht in groep 8 ging met zwangerschapsverlof en er was geen geschikte vervanging voor haar te krijgen. Om mijn onderzoek niet geheel in het gedrang te laten komen.1 De aandachtspunten De interventies die ik ga uitvoeren. Dit leidt er alleen maar toe dat deze rollen steeds minder aan de orde komen. Belangrijk in de omgang met een neutrale groep is om de groep meer zichzelf te laten zijn. gezien de klimaatschaal. Doordat deze rollen niet goed uit de verf komen. Het begeleiden van de individuele leerlingen is hierdoor voor een groot deel komen te vervallen. gezien de neutrale groep. Hieruit is gebleken dat de interventies voornamelijk gericht moeten zijn op: . gezamenlijke normen ontdekken.

en hoe je die kan beïnvloeden. De waarschuwingskaartjes Uit de klimaatschaal komt duidelijk naar voren dat de leerlingen het te lawaaierig vinden in de groep.§ 4. § 4. In de vorige activiteit hebben ze als norm gesteld dat “we goed naar elkaar moeten 39 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Opvallend is dat de leerlingen hele goede normen hebben gesteld. Ik heb in de literatuur weinig gevonden over de aanpak van de groepsdynamiek m. wel maak ik gebruik van lessuggesties uit “Grip op de groep” (Engelen van. 2007) voor het vormen van een positieve groep.b. Aan het eind van de activiteit moest iedereen op de achterkant zijn handtekening zetten als ze van plan zijn zich aan de normen te houden en het er mee eens zijn.t. . zodra de groep gevormd is.1 Normen stellen Hoe gaan we met elkaar om? Het bepalen van de normen en waarden is één van de aandachtspunten. Hier hadden ze hulp bij nodig. heb ik namelijk aan alle kinderen toestemming gevraagd om deze op te schrijven. wat bij mij het geval is. Ik heb daarom gekozen om de uitvoering te baseren op eigen bedachte lessen. In onderstaand figuur is het web opgenomen. Het zijn positieve normen en iedereen is het hier mee eens. De leerlingen vonden het moeilijk om de normen positief te stellen. ze mogen alleen positief geformuleerde normen noemen. Hierdoor kan ik mijn interventies niet staven met bestaande literatuur hierover.4. de rolverdeling. Alle kinderen waren erg enthousiast om hun handtekening te zetten. Ik begin de uitvoering met een kringactiviteit.4 De uitvoering Er is veel geschreven over de vorming van groepen. Op een groot vel staat in het midden het “Hoe gaan we met elkaar om?”. De leerlingen definiëren deze stelling. Na het stellen van een norm.

zodra dit buiten de normen valt zoals deze door de klas gesteld zijn. Vooral CBj. pakt de leerkracht een groene kaart van de stapel. moeten kijken hoe de andere groepjes de beloning uitvoeren. In het kort komt het werken met de waarschuwingskaartjes hierop neer: De klas wordt opgedeeld in de vijf tafelgroepjes. 2007. 5 minuten beloning die de kinderen zelf hebben verzonnen.2 Positieve leiderschapsrollen ontwikkelen Letters en cijfers maken De volgende activiteiten zijn voornamelijk gericht op het ontwikkelen van positieve leidersrollen. Deze is in de bijlage (6) opgenomen. zonder dat daarbij gepraat mag worden. maar ook voor de omgang tussen de leerlingen onderling.4. 75). Wie ben ik? Een vervolgactiviteit op “de normen bepalen”.luisteren”. 2007. Een uitwerking van de les is te vinden in de bijlage (8). Om tegemoet te komen aan deze norm. De groepjes die een rode kaart boven hebben liggen. is het spel “Wie ben ik” (Engelen van. MLm en NJm nemen hier vaak het voortouw in. De leerlingen moeten gezamenlijk een letter vormen. p. De leerlingen spelen een aantal keer het rollenspel waarbij een leerling voor het eerst wordt ontvangen op school. 76). gebaseerd op het Amerikaanse programma: “The Good Behavior Game”) voor te komen. Als een leerling uit een groepje ongewenst gedrag vertoont. De leerlingen stellen positieve normen op. . 40 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Voor de invoering van de kaartjes heb ik een groepshandelingsplan geschreven. Uit deze activiteiten is gebleken dat de leerlingen positieve normen kunnen opstellen. 79). § 4. Ieder blokuur beginnen de groepjes weer met een nieuwe stapel kaarten. Een eerste activiteit is het gezamenlijk “letters en cijfers maken” (Engelen van. 2007. In de bijlage (7) is een overzicht van de briefjes opgenomen en een lesbeschrijving. Ook kunnen ze het in oefeningen laten zien. Ook geven de leerlingen aan dat dit niet alleen voor nieuwe leerlingen geldt. voer ik waarschuwingskaartjes in. Deze briefjes worden in de kring voorgelezen en de leerlingen moeten raden welke leerling omschreven wordt. De leerlingen schrijven op een briefje een omschrijving van hun karakter. p. De leerlingen spelen dit goed en in het nagesprek wordt duidelijk hoe dit moet gebeuren. Hierdoor leren de leerlingen elkaar beter kennen en kunnen de kinderen inschatten of hun eigen beeld klopt met het idee dat de andere leerlingen van hen hebben. Ik heb ooit eens van een soortgelijk idee gehoord op een studiedag en een dergelijke variant schijnt bij “Taakspel” (Taakspel is ontwikkeld door de CED groep. Aan het eind van een blokuur wordt gekeken welke groepjes nog een groene kaart boven hebben liggen. p. Elk groepje krijgt 1 rode kaart met daarop 3 groene kaarten. Deze groepjes mogen meedoen aan de max. Voor het eerst op een nieuwe school De laatste activiteit om de normen te stellen is het rollenspel “voor het eerst op een nieuwe school” (Engelen van. In de dagelijkse omgang spreken de leerlingen elkaar vaker aan op het gedrag.

. 2007. In de bijlage (10) is een lesbeschrijving opgenomen. 2006) in het groot nagemaakt op een stuk zeil. Hierin wordt het verhaal verteld van Chris en Klaas. De leerlingen geven aan de ze bang zijn dat ze te veel de baas spelen. Ik vertel de kinderen dat je ook de leiding kan nemen zonder de baas te moeten spelen. pp. Om de leerlingen dit duidelijk te maken. 36. Na het oefenen van activiteiten die centraal staan om positieve leiderschapsrollen.(zie foto) Tijdens de introductie worden er ook rollenspellen gespeeld. Je mag niet meedoen Deze activiteit is gebaseerd op een lessuggestie uit “Grip op de groep” (Engelen van. De bedoeling is dat ze in het groepje een complimentenblad gaan maken voor een ander groepje (Engelen van. Ook tijdens de “gewone” lessen heeft het leiderschap een nare bijklank gekregen. merk ik op dat heel weinig leerlingen de leiding willen nemen bij activiteiten. dat gedrag altijd een reactie oproept bij de ander.3 De roos van Leary Introductie roos van Leary In deze activiteit leg ik aan de kinderen uit.Complimenten van een groep Tijdens deze activiteit moeten de leerlingen goed samenwerken om de opdracht te kunnen uitvoeren. Ze moeten van te voren een plan van aanpak bedenken en een leider in het groepje aanwijzen. p. Om dit duidelijk te maken heb ik de roos uit “De interactiewijzer” (Verstegen & Lodewijks. Voor een uitgebreide beschrijving van deze activiteit verwijs ik naar de bijlage (11). ga ik gebruik maken van “De roos van Leary” zoals beschreven in “De interactiewijzer” (Verstegen & Lodewijks. waardoor die weer een gedraging vertoont.4. Ik gebruik deze karakters om rollenspellen mee uit te spelen. 2007. In de bijlage (9) is beschreven hoe het de groepjes verging. Dit doe ik om de link naar de rollen in de klas te maken. zodat de leerlingen ook echt in een segment kunnen gaan staan. Roos van Leary volgens de interactiewijzer Winnen Leiding en advies geven Zorgen Strijden Protesteren Volgen Zich terugtrekken Afwachten §4. 2006). 37). Ik leg uit dat er acht verschillende manieren gedragingen zijn. 87). 41 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Om te kijken of de interventies geleid hebben tot een verandering in de groepsdynamiek neem ik de eindmeting af. zowel positief al negatief. 2006). In deze activiteit gaan ze oefenen met de verschillende segmenten. § 4. In de bijlage (16) is de uitgebreide tabel opgenomen.1 Het sociogram Ik start de eindmeting met het afnemen van het sociogram (Onderwater. In de bijlage (14) is de beschrijving van de uitvoering opgenomen. 1 4 4 5 6 1 5 5 3 1 2 4 1 5 3 0 1 2 3 1 2 6 5 8 1 2 1 1 13 1 0 0 5 6 1 12 1 8 7 0 1 1 0 0 0 1 42 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. zoals ze zich tijdens de opdracht alleen maar mogen gedragen. In de groepjes krijgen ze per leerling een segment toebedeeld. NJm MHj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ MJj AAj OLj EDj RBj YTj JBj . en de interactieroos. Sociogram spelen MLm 3 1 MBm 2 4 AAm CVm LRm EBm JGm DWj RWj JCm Totaal pos. In de bijlage (13) is te lezen hoe het de groepjes is vergaan en zijn de kaartjes van de segmenten opgenomen. zonder dat ze een gerichte opdracht mee krijgen. In de bijlage (12) is de beschrijving van de les opgenomen.5. Totaal neg. § 4.5 Eindmeting Voor de eindmeting gebruik ik dezelfde instrumenten als bij de nulmeting. In deze groepjes moeten ze gezamenlijk één grote tekening maken. In de onderstaande tabellen zijn alleen de gegevens opgenomen van hoe vaak de kinderen gekozen zijn.Situaties uitspelen In de vorige activiteit is de interactieroos helemaal uitgelegd aan de kinderen. Dit doe ik zodat ik de gegevens goed met elkaar kan vergelijken. In deze groepjes moeten ze een kleurencollage maken In de samenwerking en interactie met elkaar moeten ze rekening houden met de positieve rollen in een groep. De leerlingen worden in zes groepjes opgedeeld. De uitslagen van de nulmeting en de eindmeting zijn in de bijlage (15) overzichtelijk naast elkaar opgenomen. Ze moeten de “theorie” in de praktijk in gaan zetten. Ze spelen situaties uit en bespreken de rollenspellen. Groepstekening maken De leerlingen worden opgedeeld in drie groepen. Hier komen ze tijdens het uitvoeren van de opdracht achter. De kleurencollage is de laatste activiteit van de uitvoeringsfase. De leerlingen weten van te voren niet welk segment de ander heeft. Kleurencollage Deze activiteit is de laatste opdracht voor dit onderzoek. De leerlingen moeten in deze activiteit alle aangeboden handreikingen laten zien.

43 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Zij nam een enkele keer de rol als sociaal werker over. Er komen uit het sociogram spelen wederom geen duidelijk populaire kinderen naar voren. YTj heeft heel veel moeite om zich te concentreren op zijn werk. Hij heeft veel te vertellen. Hieronder analyseer ik deze veranderingen. Zij hebben regelmatig initiatief getoond en dit werd positief ontvangen. OHj en TMj hebben tijdens het onderzoek veel initiatief genomen. Allebei stellen ze zich in deze rol erg bazig op. Dit kan komen doordat JBj en RMj ten tijde van het onderzoek positiever naar voren zijn gekomen. LMj en RBj opvallend naar voren bij beide onderdelen. Je ziet dat leerlingen hun keuzes positief en negatief veranderen t. Voor YTj is minder vaak negatief gekozen bij spelen. Ook JGm is meer naar voren gekomen. de leerlingen die nu in hun tafelgroepje zitten. en gaat vaak “klieren” Dit is tijdens het onderzoek niet veranderd.Sociogram werken MLm 3 2 MBm 3 1 AAm CVm LRm EBm JGm DWj RWj JCm Totaal pos. 1 7 0 5 5 1 4 4 3 3 2 5 0 3 3 0 2 5 2 1 5 4 4 3 1 11 0 0 5 0 2 1 4 2 1 13 2 4 16 2 0 1 2 0 2 0 Na een vergelijking van het sociogram uit de nulmeting met het sociogram uit de eindmeting. Bij het sociogram werken kwamen bij de nulmeting EDj en MJj heel duidelijk positief naar voren. RBj heeft een aantal keer goede feedback gehad over zijn leiderschap van zijn klasgenoten. De leerlingen zijn nog positiever over hem gaan denken. CBj en JGm hebben hiervan geprofiteerd en zijn vaker positief gekozen. Wel zijn een aantal leerlingen minder populair geworden. Er hebben meer leerlingen positief voor hen gekozen. Dit is een duidelijke vooruitgang. Als laatst is er nog een heel duidelijk aanwijsbare reden voor verschuivingen. In de nulmeting hoorde hij bij de populaire leerlingen. RBj wordt bij beide onderdelen minder vaak negatief gekozen. mede doordat hij door zijn gedrag regelmatig een waarschuwingskaartje in moest leveren. en ze doen graag hun eigen zin. Voor OHj en TMj hebben de leerlingen veel vaker negatief gekozen in de eindmeting dan bij de eerste afname. Hierin zijn veranderingen aan te merken. maar is bij werken nog maar vijf keer negatief gekozen. CBj is heel duidelijk naar voren gestapt tijdens het onderzoek. LRm heeft meer de verzorgende kant van zich laten zien. JBj. Andere leerlingen irriteren zich hieraan. kinderen zien haar kwaliteiten in.a. maar vindt het heel lastig om zijn “rem” te vinden. RMj en LRm hebben van deze verschuiving geprofiteerd. AAj is ten tijde van het onderzoek heel duidelijk naar de voorgrond getreden. Na de eerste meting zijn de leerlingen van plaats verwisseld in de klas. in de eindmeting valt hij op doordat er juist acht keer negatief voor hem gekozen is. In de bijlage (17) zijn de plattegronden van de klas opgenomen ten tijde van de eerste en tweede meting. Vooral MJj heeft in populariteit moeten inleveren. NJm MHj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ OLj AAj MJj EDj RBj YTj JBj . maar helaas vaker negatief gekozen bij werken. Ze stellen veel eisen aan de andere leerlingen. en zelfs één keer positief. Toch zijn er ook een aantal opvallende verschuivingen opgetreden. Bij de nulmeting kwamen YTj. zijn er een aantal punten nagenoeg onveranderd gebleven. Vooral AAj valt hierin op. Totaal neg. en wilde graag de leiding op zich nemen.v. LMj wordt nog steeds vaak negatief gekozen bij spelen.

Ook heb ik door de verandering in mijn werksituatie niet individueel met deze leerlingen kunnen werken. § 4. 12) 0 1 0 0 1 0 0 4 0 0 2 2 0 0 1 1 1 0 0 0 0 0 1 0 3 Affiliatie Welbevinden (samenhang) (max. De veranderingen zullen namelijk minimaal zijn. 14) 1 5 0 4 2 0 2 3 2 0 1 2 1 3 3 1 1 0 0 0 4 1 2 1 2 6 7 5 9 11 4 4 16 4 2 8 9 6 9 14 5 6 2 0 1 7 8 6 4 7 Naam JBj MBm MLm AAj RBj RWj CBj YTj LMj NJm AAm MJj JGm JCm TMj DWj EDj RMj OLj OHj MTj LRm EBm MHj CVm 44 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. 2006) af. In onderstaande tabel zijn de scores per onderdeel uitgesplitst. 16) 0 2 0 0 3 1 0 2 1 0 1 1 3 2 1 0 1 1 0 0 2 4 0 1 0 Relatie leraarleerling (max. . dat er nog steeds geen duidelijke populaire leerlingen naar voren komen. Het tijdspad is te kort om een echte gedragsverandering te zien bij de leerlingen.De veranderingen in het sociogram sluiten aan bij mijn bevindingen naar aanleiding van het onderzoek. Organisatie in de klas (max. 22) 5 1 5 5 6 3 2 8 1 2 5 4 3 4 9 3 4 1 0 1 2 4 3 3 3 Onderlinge leerlingrelaties (max. Hoe lager de score.5. neem ik de klimaatschaal (Jeninga. des te beter is het groepsklimaat. Toch vind ik het wel opvallend. § 4.2 BOTS-vragenlijst Ik heb er voor gekozen om de BOTS-vragenlijst (Verstegen & Lodewijks. 2006) niet nogmaals in te vullen.5. In de bijlage (3) is de vragenlijst opgenomen. Dit kan mede komen. doordat de keuzes voornamelijk nog steeds bij dezelfde sekse blijven. 56) (max.3 De klimaatschaal Om te onderzoeken of de leerlingen anders zijn gaan denken over het groepsklimaat.

Deze is in de bijlage (19) opgenomen. Dit heeft ertoe geleid dat deze vraag bijna gehalveerd is in de score. (Engelen van. Tot slot wil ik nog twee individuele leerlingen bespreken. Hij vindt voornamelijk dat het onderdeel organisatie in de klas een stuk verbeterd is. Deze is in de tweede meting gezakt tot een totaalscore van 6. Vraag 23: “de leerlingen in onze klas maken veel ruzie met elkaar” is toegenomen van 2 naar 7 punten. Deze groep bevond zich voor de aanvang van het onderzoek in de performingsfase. Hierin werd hij vaker negatief gekozen als in de eerste meting.) Vraag 3: “Leerlingen krijgen in onze klas vaak straf” is van 4 naar 12 punten gestegen. De leerlingen hebben het afnemen van een groene kaart. De vraag heeft nu nog maar een score van 28 punten. en 11 zijn iets gezakt in hun puntenaantal. Door deze uitslag heb ik de waarschuwingskaartjes ingevoerd. . Uit een vergelijking tussen de verschillende tabellen zijn geen hele grote verschillen op te maken.Uit deze resultaten kun je opmaken dat de leerlingen nog steeds heel positief zijn over het groepsklimaat. Waarschijnlijk heeft deze verandering in interactie ervoor gezorgd dat hij negatiever over het groepsklimaat is gaan denken. maar vullen de leerlingen een tabel in. 50) als meest negatief gescoord naar voren. Ook dit heeft te maken met de waarschuwingskaartjes. in deze vragenlijst aangeduid als straf krijgen.4 Rolkaarten De kinderen hebben al een keer gewerkt met de kaarten. Doordat ik met mijn onderzoek aan de groepsdynamiek van de klas werk. Bij de nulmeting kwam vraag 28: “Er wordt in deze klas veel lawaai gemaakt tijdens lessen” met een score van 45 (max. 18. Een andere leerling die opvalt is TMj. hierdoor neem ik deze niet af in een één op één gesprek.5. In deze fasen is het logisch dat er vaker conflicten optreden. 45 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Dit kan verklaard worden vanuit de theorie over groepsdynamica. Na uitgebreide analyse zijn er wel degelijk veranderingen aan te wijzen. Ook de anderen opvallende vragen. hierdoor kan ik voor de rolkaarten weer de rollen voor een positieve groep gebruiken. EDj had in de eerste meting een opvallend hoge totaalscore. 15. (In de bijlage (18) is de puntenverdeling per vraag opgenomen. De groep is niet anders over het groepsklimaat gaan denken. In onderstaande grafieken is per rol aangegeven hoeveel keer er voor een leerling gekozen is. plaats ik de groep terug in de stormingsen normingsfase. 15. 2007) § 4. evenals een uitgebreide tabel met de motivatie van de leerlingen (20). Hij gaat van een totaalscore 9 naar een score van 14 punten. Deze stijging valt samen met de uitslag uit het sociogram.

Gezagsdrager 10 9 8 7 6 5 4 3 2 1 0 CBj EDj RWj RBj RMj TMj AAm CVm JCm MLm MBm Organisator 14 12 10 8 6 4 2 0 AAj RWj CBj RBj DWj RMj JBj YTj MHj AAm MJj LRm OLj MLm OHj MBm 46 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. .

Hij wordt dan ook bij de sociaal werker. maar ook NJm. hierdoor trok ze zich wat meer terug in deze rol. Dit verneem ik uit de argumentatie die ze voor hun keuze geven. Hij heeft meerdere malen tijdens het onderzoek het leiderschap op zich genomen. dat hij in ieder geval een leiderspositie inneemt. goed kan luisteren. Ze geeft aan het niet prettig te vinden in de belangstelling te staan. verkenner en joker genoemd. en de leerlingen vinden dit goede eigenschappen in een leider van de klas. RWj is ook naar voren geschoven bij de gezagsdrager. de scheiding van haar ouders. CBj wordt duidelijk naar voren geschoven als organisator.m. Bij de sociaal werker heeft nog steeds MLm een duidelijke voorkeur. goede ideeën heeft en ook nog eens humoristisch is.Sociaal werker 12 10 8 6 4 2 0 CBj MTj OLj CVm EBm JCm JGm LRm MLm MBm NJm Het onderzoek heeft duidelijk zijn invloed gehad op de leiderschapsrollen. Je ziet dat de leerlingen een duidelijk beeld hebben gekregen van de leiders van de groep. omdat hij zorgzaam is. LRm. CBj heeft dit alles in zich. MLm heeft juist ten tijde van het onderzoek een stap terug gedaan. Zijn rol is steeds meer uitgekristalliseerd. 47 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Ze vinden dat hij een goede leider is. Ook zijn manier van werken vinden de leerlingen positief.v. i. Dit kan een verklaring zijn voor de verschuivingen. Ook is zij deze periode vaker de appellant geweest. CVm en JGm worden naar voren geschoven. De leerlingen zijn het erover eens. Dit is mede gekomen doordat deze leerlingen meer als sociaal werker naar voren zijn gestapt. . maar ook als gezagsdrager. Wel vinden ze het nog lastig om een onderscheid te maken tussen de organisator en de gezagsdrager.

Ook bij de volgers is de spreiding gelijkmatig verdeeld. Bij de eerste meting kwam RBj nog duidelijk naar voren. 48 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Alleen EDj komt iets duidelijker naar voren. dit waarderen de kinderen aan EDj. Toch heeft hij ook goede ideeën die hij vertelt aan andere leerlingen. Er zijn veel leerlingen die initiatief tonen. .Verkenner 6 5 4 3 2 1 0 AAj RMj CBj TMj MTj YTj MHj AAm MJj EBm OLj JGm OHj MLm RWj MBm RBj NJm Volger 7 6 5 4 3 2 1 0 EDj RBj JBj TMj LMj YTj MTj EBm MHj JCm MJj JGm OLj MBm RWj NJm Je ziet een grote spreiding over de verschillende leerlingen bij de verkennersrol. Dit sluit aan bij mijn eigen bevindingen. nu is dit meer gelijkmatig verdeeld. EDj geeft zelf ook aan een volger te zijn. deze rol is erg wisselend.

Joker 25 20 15 10 5 0 CBj DWj MHj RBj AAm Ebm De rol van joker ligt nog steeds bij DWj. Nieuw bij deze rol is AAj. Hij gebruikt deze rol ook om anderen op te vrolijken. Hij is de clown van de klas en wordt als zodanig geaccepteerd. . Haar gedrag is tijdens het onderzoek niet veranderd. en vindt het niet vervelend om deze rol op zich te nemen. Ook de interactie met de andere leerlingen is niet veranderd. 49 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. de leerlingen geven aan dat hij meer aandacht nodig heeft en dus in deze rol past. dit wordt zeer gewaardeerd door de leerlingen.Appellant 16 14 12 10 8 6 4 2 0 AAj LMj OLj OHj TMj JCm LRm JCm komt nog steeds als appellant naar voren. Hij is het hier zelf mee eens.

JCm. doordat ik op mijn eigen dagen veel actiever aan het onderzoek heb gewerkt. NJm en MLm. MBm. aantal huizen en rondlopende mensen aanwezig zijn. Hij houdt de doelen van de klas in de gaten en heeft veel gezag binnen de groep. JBj. § 4. Zijn rol is niet altijd even duidelijk afgebakend. Er zijn leerlingen die heel duidelijk gedrag vertonen dat past bij hun rol. RBj en RMj hierin het voortouw. RWj. “Ik leef voor grapjes”. EBm. Ik bekijk een laatste keer of mijn bevindingen aansluiten bij het gedrag van de leerlingen. Hij is erg sterk in het toepassen van verschillende segmenten van de roos van Leary. NJm. MHj. In onderstaande tabel zijn deze indelingen af te lezen. LMj. EDj. LRm.5. OLj. AAj. EDj. MLm. JBj. MBm. Volgens mijn LIO-stagiaire hebben er weinig verschuivingen plaats gevonden. In het dorp moet in ieder geval een kerk. AAm. OHj. OHj.De indeling van de kinderen is hierboven duidelijk beschreven. TMj. DWj en CBj. MLm. Ik heb hierdoor het gedrag van de leerlingen beter kunnen observeren. toch nemen RWj. Ook hebben mijn LIOstagiaire en ik wederom een indeling gemaakt. boerderij. OLj. Ze accepteren het leiderschap van RWj en stappen bewust op hem af. Indeling volgens LIOstagiare CBj. YTj. DWj is duidelijk de joker aan het spelen. Gezagsdrager Sociaal werker Organisator Verkenner Volger Appellant Joker Indeling volgens mijzelf CBj. LRm. JCm. zij hebben goede ideeën en brengen die ook in. sociaal werker en joker op zich nemen. JGm. YTj. is wat hij vaak zegt. RMj. Na het lezen van het observatieverslag is op te merken dat de leerlingen goed samenwerken. LMj. MTj. JGm. EBm. Ik heb wel degelijk veranderingen gezien. CVm. CVm. De leerlingen moeten gezamenlijk een dorp met Kapla staafjes bouwen. RBj en RMj. Dit kan mede komen. DWj. NJm. (CBj). LMj. MJj. In de bijlage (21) is een uitgebreid observatieverslag opgenomen. RMj. AAj. MTj. Meer regels en afspraken worden niet afgesproken. De rol van organisator kan nog wel eens wisselen. CBj is als duidelijkst naar voren gekomen als gezagsdrager. DWj is duidelijk de joker van de klas. TMj. . dit versterkt zijn rol als gezagsdrager. MHj. MJj. RBj. RWj. Hij wil ook wel eens de rol als organisator. AAm.5 Observatie Voor deze eindobservatie heb ik de klas een laatste opdracht gegeven. 50 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. De verkenners zijn ook heel actief bezig in de groep.

JCm neemt halverwege de opdracht de rol aan van appellant. Er lijkt geen aanleiding duidelijke aanleiding te zijn voor dit gedrag. toch heeft hij geen invloed op het leiderschap. en waakt over de groepsnormen. 51 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Er zijn wel leerlingen die door dit gedrag JCm aandacht geven. § 4.6 Tot slot De bevindingen tijdens het uitvoeringsproces en de resultaten uit het eindonderzoek hebben mij veel informatie gegeven. TMj vormt een duidelijke duo met RWj. Ook geef ik aanbevelingen voor een eventueel vervolg op dit onderzoek.door in het dorp te spelen met de poppetjes en andere leerlingen hierin te betrekken. YTj neemt de rol als verkenner op zich door het organiseren van een leider. . In het volgende hoofdstuk kom ik terug op deze bevindingen en beschrijf ik welke conclusies ik daarop baseer. Ook MTj en EBm ondernemen acties vanuit deze rol. Tijdens een conflict tussen OHj en TMj neemt CBj duidelijk zijn rol als gezagsdrager op.

waar ik bij de volgende deelvraag dieper op inga. en andere leerlingen het leuk vinden om ondertussen grapjes te maken. Groepsleden voelen zich medeverantwoordelijk voor de eigen groep. . die in de gehele groep door iemand anders wordt uitgeoefend. Bij de eindobservatie “Een dorp bouwen”. op weg naar een positieve groep. worden weer bij de samenwerking betrokken. Vooral de leidinggevende rollen zijn beter bepaald. een dorp bouwen. 52 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. De leden tonen respect voor de mening en het karakter van een ander groepslid. 2007. p. Vooral de verkenners nemen in de subgroepjes een leidinggevende rol aan. Leerlingen die er buiten dreigen te vallen. zijn deze kenmerken goed terug te vinden.Hoofdstuk 5 Eindconclusie Met het uitvoeren van dit onderzoek heb ik getracht antwoord te geven op de vraag: Welke invloed heeft het rollenpatroon op de interacties van de leerlingen onderling in mijn klas en hoe kan ik die beïnvloeden? Om deze vraag te beantwoorden. maar kunnen in situaties wel teruggrijpen naar de aangeleerde segmenten. heb ik in hoofdstuk 3 de onderzoeksvraag in deelvragen opgesplitst.1 Deelvragen 1. Hiervoor werken de leerlingen goed samen en waarderen ze de inbreng van een ander. Ook accepteren de leerlingen dat sommige leerlingen liever alleen werken. Dit leidt ik af uit de kenmerken van een positieve groep. 23): Kenmerken van een positieve groep: De leden zijn eensgezind en gemotiveerd om groepsdoelen te halen. De leerlingen nemen tijdens het werken in subgroepen vrij makkelijk een rol over. De groep heeft zich steeds meer gevormd tot een positieve groep. De leerlingen vullen geheel op eigen wijze deze rollen in. De meeste leerlingen zijn flexibel genoeg om hun rol in het subgroepje aan te passen. Ook de joker en de appellant zijn uitgekristalliseerd. positieve of negatieve groep? Uit de beginmeting is heel duidelijk naar voren gekomen dat mijn groep een neutrale groep was. Deze manier van invullen vindt voornamelijk zijn oorsprong in het karakter van het kind en heeft ook betrekking op de “Roos van Leary”. Naar aanleiding van de eindmeting is te zien dat de leerlingen een grote stap vooruit hebben gezet. Is mijn klas een neutrale. § 5. Welke rollen zijn er in mijn klas? En hoe worden die ingevuld door de leerlingen? De rollen die horen bij een positieve groep worden allemaal ingevuld door de leerlingen. 3. Groepsleden zijn bereid tot samenwerking. Hoe verloopt de interactie tussen de leerlingen onderling? Je kunt merken dat de leerlingen veel baat hebben gehad aan het werken met de Roos van Leary. De leerlingen hebben zich deze verschillende manieren van interactie nog niet eigen gemaakt. De leerlingen zijn heel gedreven om het gezamenlijke groepsdoel te behalen. 2. zoals beschreven door Van Engelen (Engelen van.

. o. Toch moet ik wel een kanttekening plaatsen. maar dit is geheel aan de groep zelf te danken. LMj. In de eerste drie fases kan er door de leerkracht wel degelijk invloed uitgeoefend worden. gebaseerd op de uitslag van de BOTS-vragenlijst (Verstegen & Lodewijks. “ (Engelen van. De groepsnormen bieden veiligheid. de invulling van de verschillende rollen. Met mijn interventies heb ik mij alleen maar hoeven richten op de interacties tussen de leerlingen en de rollen die in de groep gevormd zijn. Dan liggen de groepsnormen vast en zal de groep zich niet of moeilijk op andere gedachten laten brengen. Ik heb door het gebruik van deze aanpak de huidige situatie uitgebouwd en versterkt. Uit de resultaten van de eindmeting is gebleken dat dit is gelukt. Dit had voornamelijk gevolgen voor een aantal leerlingen die buiten de groep kwam te staan. De interventies die ik uitgevoerd heb. waardoor de kinderen zich bewust werden welk effect hun gedrag kan hebben. was mijn onderzoek gedoemd te mislukken. 59) Als ik van dit bovenstaande citaat uit was gegaan. zullen ze voor een gedeelte buiten de groep blijven staan. Het is mogelijk dat een andere aanpak meer effect kan hebben. Terugkomend op mijn onderzoeksvraag. gebaseerd op suggesties uit de literatuur. RBj) zelf nog steeds deviant gedrag vertonen. 2007. De groep had namelijk al bestaande positieve normen. Het “ophalen” van deze normen heeft wel positief gewerkt op de groep. maar niet altijd als positief werd ervaren. Opvallend is dat de desbetreffende leerlingen (JCm.b.a. De uiteindelijke interventies heb ik zelf verzonnen. zijn gericht geweest op de aandachtspunten uit de nulmeting. kan ik concluderen dat ik met mijn onderzoek heb aangetoond dat een leerkracht met een gerichte aanpak de groepsdynamiek positief kan versterken door uit te gaan van bestaande kwaliteiten en het aanleren van nieuwe vaardigheden. YTj. Welke interventies kan ik uitvoeren om invloed op het groepsproces te kunnen uitoefenen? Er zijn geen kant en klare interventies voor de aanpak van de groepsdynamiek. 2006). . § 5. Ik wilde proberen om wel degelijk invloed uit te oefenen. kunnen deze leerlingen een nieuwe ingang vinden om aansluiting te maken bij de groep. 4. zoals het gebruik van de “Roos van Leary” m. is het te laat. Om de interventies te kunnen bepalen is het noodzakelijk om te weten waaraan er in de groep gewerkt moet worden. Door de groepsdynamiek aan te pakken. Het aanleren van de nieuwe vaardigheden. hier heb ik geen wijzigingen in hoeven aanbrengen. Deze leerlingen hebben naar aanleiding van het onderzoek inderdaad meer aansluiting bij de groep gekregen. De groep probeert hun gedrag te respecteren. Deze leerlingen hebben een individueel plan van aanpak nodig. maar kunnen dit niet accepteren. zodra deze al gevormd is. 53 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.t.2 Eindconclusie In de literatuur wordt het volgende geschreven over het beïnvloeden van de groepsdynamiek: “Als de groep zich gevormd heeft (de performingsfase).Ik ben dit onderzoek gestart omdat de interactie duidelijk aanwezig was in mijn klas. hebben geleid tot de ontwikkeling van een positieve groep. Zolang deze leerlingen hun deviante gedrag niet veranderen. Hun gedrag sluit niet aan bij de groepsnormen zoals ze gesteld zijn. dit is pakweg de periode van de eerste vijf tot zeven weken van een schooljaar. p.

heeft dit zijn uitwerking op de gehele schoolperiode. deze manier van werken kan ingezet worden om de aanpak te continueren. 54 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Ik werk voornamelijk in de bovenbouw. Voorkomen is beter dan genezen! Aan het begin van het schooljaar ga ik in het vervolg veel aandacht geven aan het doorlopen van de verschillende fasen. § 5. Toch wil ik daarbij ook een aanbeveling maken naar de hele school. Als leerlingen gewend zijn om vanaf het begin van hun schoolloopbaan te werken aan een positief pedagogisch leerklimaat.3 Aanbevelingen Volgend jaar gaat deze klas naar groep 8 toe. Ik ben in staat om hier in de toekomst mijn voordeel mee te doen. Belangrijk is dat de leerlingen begeleid zullen worden in een goed verloop van deze fase. Gedrag in zijn algemeenheid heeft mij altijd al het meest geïnteresseerd. In groep 8 zullen de leerlingen geconfronteerd worden met de “adjouringsfase”. Ik kan gedrag van leerlingen beter verklaren. groepen beter begeleiden in hun proces en andere leerkrachten hier beter over adviseren. Een schoolafspraak over de aanpak en het vormen van de groep in het begin van het schooljaar zou hiervoor een uitkomst zijn. Door dit onderzoek heb ik mijn kennis over dit onderwerp gerelateerd aan groepsdynamica uitgebreid. Goed preventief handelen zou volgens mij zijn: Vanaf het begin (groep ½) moeten de leerkrachten zich bewust zijn van de ontwikkeling van de groepsdynamiek. Voor de toekomst zou ik graag een andere aanpak zien. rollen in de klas en de interactie tussen de leerlingen. maar nog meer voor de ontwikkeling van mijzelf als gespecialiseerd leerkracht. sta ik anders voor de klas. Door de kennis en inzichten uit dit onderzoek. De klas vindt het erg prettig om te werken met rollenspellen.4 Terugblik Ik heb met veel plezier gewerkt aan dit onderzoek.§ 5. . gedrag bij kinderen is vaak al erg ingeslepen en moeilijk te veranderen. Belangrijk is dat de leerkrachten regelmatig stil staan bij de groepsnormen. Ook in dat jaar zullen de leerkrachten profijt hebben van de ontwikkelingen die zich hebben afgespeeld in de groep. Hierdoor kan ik preventief handelen. niet alleen voor de leerlingen uit mijn groep. Ik kan spreken van een belangrijk onderzoek.

Baarn: Uitgeverij H.pdf Jeninga. Opgeroepen op Januari 2009. Relaties binnen en tussen groepen. (2006). Samenhang en spanningen in de klas.nl/visie. (2008). De kunst met groepen te werken. (H. Infed.. Geluk. Konig. J. Houten: Stenfert Kroese. M. Een nieuwe inleiding op theorie en praktijk. van Competentietest: http://www.. Analyse en aanpak van interactieproblemen in professionele opvoedingssituaties. Opgeroepen op januari 2009. G. (1997). (p. M. J. praktijk en onderzoek. Inclusieve scholen. van Sociogram: www. In R.inclusiefonderwijs. . Groepsdynamica. Theorie.org. W. Theorie en praktijk van het lesgeven in de basisschool.php 55 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Baarn: Uitgeverij Bekadidact. Smith.org/thinkers/tuckman. R. D. (2008).. Assen : Van Gorcum. Vert.nl/ Gielis. Visie.V. Opgeroepen op januari 2009. (2007).) Amsterdam: Pearson Eduction. Onderwater. Handboek groepsdynamica. Oktober). & Tjerkstra. Baarn: HBuitgevers. van http://www. (2005). Groeps (team) ontwikkelingsmodellen. Kwalitatief onderzoek. Linge van. (1998). Nelissen B.nl Oudenhoven van.inclusievescholen. E. Linge van. H. Franke. P. (2006). Groningen: Wolters-Noordhoff. (sd). (2006. Grip op de groep.htm Verstegen. (2006). Utrecht: Het Spectrum. P. Maarssen: Elsevier gezondheidszorg. van Inclusief onderwijs: http://www. W. Meer dan onderwijs. D.Literatuurlijst Alkema. J. & Johnson. Johnson. Praktische handleiding voor het opzetten en uitvoeren van kwalitatief onderzoek. P. (1995). Groepsdynamica. (2006). K. Baarda. J. 83).sociogram. . Begeleiden van de groep. (2008). Itasc. F. & Lodewijks. (2000). R.infed. De groep... Itasc.com/trainotheek/ob/Leary. & Teunissen.. Opgeroepen op Januari 2009. M. Professioneel omgaan met gedragsproblemen. A. Lente van. Goede de. Assen: Van Gorcum. Houten: EPN. Interactiewijzer. Opgeroepen op Januari 2009. R. Innoveren in de gezondheidszorg. R. & Lap.competentietest. van www. Engelen van. Theorie en vaardigheden. Remmerswaal. (2005).. J.

.......................................... Blz.................................... Blz.............................. Tabellen sociogram eindmeting .... Blz....... “Complimenten van een groep” ...... Blz................................................... Blz. 70 6...................... 123 56 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas............................................... 100 15.................. 115 19.. Observatieverslag “toren bouwen” nulmeting ... 80 10.. Puntenverdeling klimaatschaal ............................................ 97 14........... Blz......................... 59 3.................................... Rolkaarten ......... 116 20....................................... Nul.... Motivatie rollen eindmeting ...................... Blz............... Blz.................................. Tabellen sociogram nulmeting .............. Motivatie rollen nulmeting................................. 113 18. “Groepstekening maken” ............... Plattegronden van de klas .............................. Blz..... “Je mag niet meedoen” ......... Blz.......................................... 77 8................................................................. Blz..... Handelingsplan “waarschuwingskaartjes” ............................................................................. Blz....... 79 9.......... Blz.. Observatieverslag “dorp bouwen” eindmeting .... 117 21................. 111 17............ 63 5.............................................................. “Kleurencollage” ................................................................ Blz................. “Letters en cijfers maken”.................. “Situaties uitspelen”........... Blz........................................ Tabel Rollen ...................................................................................................................... “Introductie Roos van Leary” ........................... 104 16.....Bijlagen 1................................................................................... Klimaatschaal ......................... 61 4..................................................... 82 11.. 73 7...... 84 12.... ..... Blz..... 96 13..........................en eindmeting naast elkaar . Blz........ Blz....................................... 57 2............ “Wie ben ik” ........................................................................ Blz.............................................. Blz..................................................................................................................................... Blz...............................................................................

.Bijlage 1: Rolkaarten Gezagsdrager Sociaal werker Organisator Verkenner 57 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Volger Appellant Joker 58 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. .

NJm DWj MHj RWj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ AAj OLj MJj EDj RBj YTj JBj .Bijlage 2: Tabellen sociogram nulmeting Sociogram spelen MLm MBm X 2 5 AAm CVm LRm EBm JGm JCm AAj CBJ DWj EDj JBj LMj MTj MHj MJj OLj OHj RWj RBj RMj TMj YTj AAm CVm EBm JCm JGm LRm MLm MBm NJm Totaal pos. X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X 5 3 4 0 2 2 4 0 4 1 0 13 3 0 4 0 4 0 1 3 3 4 5 3 2 16 3 2 3 2 1 11 3 2 4 0 5 1 0 3 3 0 3 0 2 1 5 3 59 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Totaal neg.

Totaal neg. NJm DWj MHj RWj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ AAj OLj MJj EDj RBj YTj JBj .Sociogram werken MLm MBm X 2 3 AAm CVm LRm EBm JGm JCm AAj CBJ DWj EDj JBj LMj MTj MHj MJj OLj OHj RWj RBj RMj TMj YTj AAm CVm EBm JCm JGm LRm MLm MBm NJm Totaal pos. X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X 3 2 5 0 1 13 8 0 4 1 0 7 2 2 4 0 9 0 5 2 2 4 4 2 1 16 1 4 3 3 0 9 1 3 3 0 3 2 1 1 5 0 3 0 2 1 3 0 60 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Volgens mij zitten veel leerlingen in onze klas zich te vervelen 16. In onze klas moet je vaak wachten voordat de leerkracht je helpt 18. 5. Als er in onze klas iets gedaan moet worden wil bijna niemand dat doen 12. Volgens mij zijn er in onze klas maar weinig leerlingen echte vrienden van elkaar 8. 3. De leerlingen zijn trots op onze klas 9. Als een leerling aan klasgenoten om hulp vraagt dan zijn er genoeg die hem/haar willen helpen 10. 4. Volgens mij besteedt de leerkracht voldoende tijd aan alle leerlingen 7. Vraag 1.Bijlage 3: Klassenklimaatschaal Klimaatschaal Naam leerling:………………………………………………………………………. Ik denk dat de leerlingen in deze klas elkaar wel aardig vinden 22. Ik vind dat de leerkracht weinig praten met de leerlingen in deze klas 14. Ik vind dat de lessen bij de leerkracht wat rommelig verloopt 17. Leerlingen in de klas helpen elkaar vaak Ik vind dat we in de klas genoeg leuke dingen doen Leerlingen in onze klas krijgen vaak straf De leerkracht heeft vaak ruzie met iemand uit de klas De leerkracht wil graag weten of je ergens problemen mee hebt 6. Volgens mij weet de leerkracht wel wat de leerlingen willen 11. De leerlingen in onze klas plagen en pesten vaak gemeen 20. Groep:……………………… Datum:……………………………………. 2. Volgens mij maken de leerlingen in deze klas vaak leuke grapjes over de leerkracht 61 Antwoord: Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. De leerlingen van onze klas gaan ook na schooltijd met elkaar om 15. Volgens mij duurt het lang voordat een leerling zich thuis voelt in deze klas 13. In onze klas zijn de leerlingen meestal goed bezig 19. . Voor en na schooltijd praten de leerlingen van onze klas vaak met elkaar 21.

Er wordt in deze klas veel lawaai gemaakt tijdens de lessen Ja Ja Ja Ja Ja Ja ? ? ? ? ? ? Nee Nee Nee Nee Nee Nee 62 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.23. De meeste leerlingen in onze klas vinden dat we een aardige leerkracht hebben 27. Onze leerkracht heeft meestal een goede bui 25. In deze klas zijn de meeste leerlingen goede vrienden van elkaar 28. . In deze klas is de beurtverdeling tijdens de lessen goed: alle leerlingen krijgen regelmatig een opdracht 26. De leerlingen in onze klas maken veel ruzie met elkaar 24.

heel goed wat ze bijvoorbeeld met uitlegt. De rest. EDj. LRm: Kan RBj: Hij durft iemand goed het heel goed te helpen. zodat iedereen dit kan dragen als je je gymkleren bent vergeten. JCm: wordt vaak geplaagd. MHj. CVm: Zij is heel De rest. Joker CBj: Hij maakt grapjes als het kan. . CBj: Hij weet precies wanneer hij een grapje moet maken en wanneer niet. MBm MLm: Zij heeft veel ideeën. MBm: ook hier vind ik mijzelf passen. Ook heeft ze bij knutselen heel veel ideeën. Sociaal werker JCm: Zorgt voor anderen.Bijlage 4: Motivatie rolkaarten nulmeting Naam MHj Gezagsdrager EDj: Heeft ideeën. maar is laat het niet soms wel wat altijd zo merken. MHj. LMj en JCm: Ze DWj: Hij is Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. JCm: Zij moet vaak geholpen worden. en CBj regelt RBj en MBm. maar zegt ze niet in het openbaar. De rest. liedjesinbreng en het bedenken van filmpjes. maar vertelt de grapjes tegen de meiden. Volger De rest. RWj: Bij activiteiten denkt hij er ook aan om spullen voor anderen mee te nemen. MLm 63 RBj: Iedereen CBj: Hij RMj: Hij regelt AAm: Zij heeft bijvoorbeeld met gym meer kleren mee. ruw. Hij regelt Ik snap altijd wel veel. LRm: Zij helpt altijd andere kinderen. maar niet de moed om ze hardop te zeggen en te regelen. Appellant RWj: Is snel verdrietig. het. OLj MLm: Heeft hele goede ideeën. maar zeggen. Organisator Verkenner EDj heeft ideeën JBj. NJm: Zij is ontzettend grappig. DWj is veel meer storend en dus niet geen joker. MBm: Ik vind mijzelf ook hier bij passen. Ze schreeuwt het niet door de klas. YTj. Ze huilt sneller en heeft meer aandacht nodig.

MHj: Luistert goed naar anderen. vraagt ze altijd hoe het met je is. CBj: Hij helpt altijd andere mensen. TMj: Hij durft zijn eigen mening te geven. LRm: Ik vind dat ik zelf ook initiatief neem. MLm: Ik vind het niet leuk als kinderen worden buitengesloten. RWj RMj: Hij zegt veel dingen. Sociaal werker probeert het leuk te huiden in de klas. CVm: Als je valt. De rest. maar zegt het niet altijd. juist op de momenten dat het heel spannend is. MLm. Is er niet in onze klas. De rest. EBm en CBj: maken echt leuke grappen. .Naam LRm Gezagsdrager luistert naar hem. DWj: Roept er vaak doorheen. RBj. AAj en MLm. JCm: Zij zit eigenlijk altijd alleen. CBj: Hij is op hele rare momenten heel 64 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Ze zijn ook veel stiller in de groep. maar regelt het niet. MJj. maakt hij. ze mag niet altijd meedoen met de meiden. Hij maakt ze alleen niet altijd op de goede momenten. CVm en EDj: Zij helpen je altijd. zou dat heel raar zijn. Volger RBj: Hij praat veel door de klas. een grapje. Verkenner creatief en gezellig. MHj. gaat hij altijd mee naar binnen om te helpen. Organisator veel dingen. DWj: Hij maakt heel veel grapjes. RWj: Ik weet eigenlijk niet waarom. EBm: Zij doet wat ze zelf wilt. MTj en JGm: Die doen eigenlijk altijd gewoon wat er gezegd wordt. TMj: Hij regelt de ideeën van RMj. CBj: Hij heeft hele goede ideeën. OHj CBj: Hij weet veel. Als iemand buiten gevallen is. JCm: Zij is heel somber. OLj en AAj. JBj. Als je inbreng hebt en het is een goede reden. Hij houdt er niet van als er ruzie is. maar heeft wel heel goede ideeën. Als hij geen grapjes zou maken. maar blèrt ze niet door de klas. ook als je iets niet snapt. DWj: Als we bijvoorbeeld een filmpje kijken. Joker duidelijk de grappenmaker. dan luistert hij en vindt hij het goed dat je inbreng hebt. Appellant betrekken zichzelf niet bij de groep en moeten er dus altijd bij betrokken worden.

ze zijn heel zorgzaam. DWj: Hij maakt altijd grapjes. NJm: Zij zegt vaak: “doe je ook mee?”. LMj: Hij zit bij mij in het RBj: Hij maakt veel grapjes. maar ze worden niet altijd grappig gevonden. Joker grappig. Weet ik niet. CBj: heeft veel Ik weet dat ze er leuke ideeën. Volger De rest. LMj CBj: Past bij hem. . TMj: let ook goed op anderen. schoolplein of bijvoorbeeld het maken van een film. DWj: Hij maakt veel leuke grapjes. MLm: Zij staat altijd voor iedereen klaar. vaak een bal maar volgt ook mee naar school de ideeën van om te CVm op. MBm: Ze leidt veel. zijn. RMj CVm: Ze heeft goede ideeën. RWj: Verzint dingen voor een hele groep. maar ik weet niet zo goed wie. Is er niet. Is er niet. MJj JCm: Zij heeft veel ideeën. voetballen. Als je valt vraagt ze of het met je gaat. maar ik verzint spelletjes weet niet zo voor op het goed wie. hij is wat ruwer. Appellant JCm: Zij is heel licht geraakt en moet vaak getroost worden. maar vertelt die aan anderen. Iedereen wil altijd wel naar haar luisteren. Het leidt me alleen wel af dat ik altijd grapjes maak. MBm: Zij De rest. TMj: Bij het werken aan de verrijkingsbladen heeft hij altijd even een steuntje in de rug nodig. Organisator MBm: MLm en MBm zijn goede vriendinnen. De rest. RBj: Hij heeft RBj: Hij neemt goede ideeën. maar ze kan wel bazig doen. Verkenner CVm. DWj: Het wordt altijd tegen mij gezegd. MTj en MJj: Ze zijn er het type voor. Ze nemen iets mee als dat handig is. Ze kunnen goed samen werken.Naam DWj Gezagsdrager MLm: Zij is een goede leider. MJj. Er zijn ook nog anderen. maar zegt ze niet altijd. Sociaal werker EDj en CBj: Die zeggen altijd: “doe je ook mee?”. Er wordt dan door 65 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. maar praat niet veel. MTj: Doordat we goede vrienden zijn.

DWj: Iedereen vindt hem grappig. blijft NJm bij diegene binnen. MLm: Is veel met anderen bezig. . Soms wil ze wel/ niet meedoen als we het vragen. ze mag van de meiden niet altijd meedoen. LMj wordt buitengesloten. alleen CBj weet het beste zijn grappen te plaatsen. Verkenner Volger Appellant groepje en is altijd heel verlegen. De rest. denkt niet alleen aan zichzelf. heen. JCm: Ze is stil en EBm: Ze is niet Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.MTj en veel door de klas MHj. maar wordt ook wel gepest. DWj: Hij heeft vaak flauwe grapjes . LMj: Hij mag meedoen. maar heeft wel goede ideeën. MBm. ze zijn niet altijd grappig. De rest. JCm: Zij is stil en met buiten spelen zit ze vaak in een hoekje. CBj: Hij heel leuke grapjes. Anders neemt ze het zelf mee. maar heeft goede ideeën en zegt deze ook. NJm: Als iemand niet lekker is. EDj: Hij is stil. CBj: EDj vertelt zijn ideeën tegen CBj en die voert ze uit. JCm: Zij zit vaak alleen in een hoekje. CBj: Hij heeft RBj: Hij neemt altijd een bal mee om te kunnen voetballen. Joker de kinderen zijn naam zeurderig geroepen. JBj JBj: Ik heb ideeën. EBm: Zij zegt TMj. AAm EDj: Hij is heel serieus en dus luister je beter naar hem dan naar een grappenmaker. EBm: Zij regelt bijvoorbeeld met uitvoeringen dat iedereen kleding heeft. DWj en CBj: Ze zijn grappig. MLm. En ze zegt tegen de klas dat ze rustig met diegene moeten doen. JGm: Ze is stil. NJm 66 EDj: Hij is stil. maar een ander zegt het hardop. De rest.Naam Gezagsdrager Sociaal werker Organisator is soms wat bazig. RBj: Hij regelt dat iedereen goed mee kan doen.

CBj MBm: Kan goed MLm en JBj: leiding geven. DWj: Hij maakt veel grapjes. De rest. . behulpzaam. DWj: Hij maakt veel leuke grapjes maak Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. JCm: Ze is vaak verdrietig en wordt buitengesloten. JCm: Ze is erg stil. Niet één iemand. Niet iedereen zegt tegen haar: “kom mee”. Verkenner AAm. Volger CVm CBj: Het past bij MLm: Ze is erg hem. MLm: Ze is erg zorgzaam. Joker altijd de grappenmaker. CBj: Hij heeft hele gepaste grapjes. De rest. RBj. hij wil graag grappig zijn. Is er niet. NJm: Zij praat meer over haar ideeën. Is er niet. EDj RMj: Hij komt MLm: Zij is vaak met ideeën. Bijna iedereen. zorgen dat mensen 67 RMj: Hij zegt vaak: “goed idee. Vroeger RBj. DWj:Hij maakt goede grappen op het goede moment. maar haar grapjes zijn wel om te lachen. RMj. Organisator ook zelf een eigen mening. behulpzaam en duidelijk. RBj. DWj en CBj: Zijn allebei grappig. MJj. omdat RBj minder vervelend doet. JGm: Zij is dit soms ook wel een beetje. LMj. LRm. EBm. soms is dat irritant maar meestal goed. meestal een vriend van diegene die de ideeën bedenkt. Het is nu minder. LRm: Zij denkt er altijd aan of iedereen mee kan doen. TMj RWj: Hij vertelt RMj en LMj. Appellant mag wel verwend worden. TMj en YTj. MBm. laten we dat gaan doen” en dan regelt hij dat. Is er niet. De rest. TMj: Hij speelt vaak met CBj en doet dan goed mee. zijn ideeën aan mij.Naam Gezagsdrager maar heeft wel goede ideeën. Sociaal werker maar denkt aan iedereen. MTj Is er niet. Soms is het ook wisselend wie deze rol is. MBm. nu minder. RWj.

CBj: Hij is ook grappig. YTj. NJm: Zij loopt met iedereen mee die pijn heeft. CBj: Hij kan goed dingen regelen. Ze wordt ook wel buitengesloten. DWj en YTj: Wij zijn grappig. De klas luistert wel naar hem. JCm en EDj. Is er niet. LMj: Hij heeft vaak ruzie en dan moet ik hem helpen. De rest. CBj: Als EDj een idee heeft. JCm: Zij krijgt niet altijd aandacht. Joker kan wel irritant zijn voor juf. NJm en OHj: Zij De rest. RMj: Hij bedenkt wat en dan wordt zijn idee overgenomen. RBj en AAj. MLm: Zij zorgt voor iedereen. maar DWj het grappigst. LRm: Ze is heel beleefd. RBj. dan vult CBj dit aan met zijn eigen ideeën en dan wordt het nog leuker. DWj: Hij is altijd grapjes aan het maken. Wisselend. EBm YTj JCm EDj: Hij is de stille leider. De rest. veel humor.Naam Gezagsdrager Sociaal werker meedoen met alles. . vraagt zij altijd nog netjes: “Mag ik ook meedoen? Is er niet. OHj en CBj: Er wordt vaak aandacht aan hun gegeven. hij denk er niet bij na. Verschillend. veel. MBm en MLm: Zij zorgen voor mensen en vinden dat ook leuk om te doen. Hij is de clown van de klas. Als er wordt gezegd dat iedereen mee mag doen. De rest. Ook ik ben het wel eens. Maar voor ons is het wel leuk. CBj en DWj: Ze Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Organisator Verkenner Volger Appellant RBj Ikzelf denk ik. nemen initiatieven van de gezagsdrager over en proberen mee te helpen. AAj 68 CBj: Hij krijgt NJm: Zij OHj: Als RWj: Hij neemt De rest. maar hij weet dat zelf niet. JCm: Ze is stil en DWj: Hij heeft niet zo vrolijk. JCm: Ze is stil en DWj: Hij is durft niet veel te grappig en lacht vragen.

maar ook niet leuke grapjes. RWj: Hij weet goed wanneer hij iets moet doen. RBj: Hij wil graag leiden. 69 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. maar is dat wel stil. Organisator iemand een idee heeft. . Sociaal werker probeert iedereen te helpen. LRm: Ze wil dat niemand buitengesloten wordt.Naam JGm Gezagsdrager vaak de leiding en heeft goede ideeën. DWj: Hij maakt altijd grapjes. CBj: Hij regelt altijd alles en zorgt dat het goed komt. Verkenner altijd iets mee wat van pas kan komen. Volger Appellant De rest JCm: De huilt altijd heel snel. dan gaat hij dat regelen. MLm: Zij wil ervoor zorgen dat niemand buitengesloten wordt. Joker maken bijna altijd leuke grappen.

Vooral de meisjes en YTj zitten buiten de kring te kletsen. RWj kijkt naar mij en heeft niet in de gaten dat hij aan de beurt is.Bijlage 5: Observatieverslag “Toren bouwen” nulmeting Opdracht: De leerlingen moeten gezamenlijk een toren van kapla bouwen die precies 98 centimeter hoog moet zijn. als jullie nu iets naar achteren gaan?”. Niemand zegt hier wat van. zijn OLj en DWj. CBj en AAm gaan nog door met bouwen. Ik grijp niet in en geef geen tips of begeleiding. De andere kinderen kijken er naar. RBj en JCm zitten op de grond in een klein kringetje de toren te bouwen. Zij leggen op hun beurt één blokje neer. MHj kijkt nog even op de meetlat waar 98 cm zit en overlegt hierover met RBj. Er gebeurt niets. Toch gaat het neerleggen van de blokjes wel gewoon via de goede volgorde door. Daarna gaat hij ook in de rij staan. Observatie OHj roept door de groep dat er een plan moet worden gemaakt. waar is de rij?!”. MBm roept na een tijdje: “Jongens!” en maakt met handgebaren duidelijk dat er een rij moet komen. De eerste uit de rij (NJm)gaat een blokje neerleggen en pakt daarna een nieuw blokje en gaat hiermee achterin de rij staan. hallo. Dit gebeurt. Op hetzelfde moment pakt RBj de meetlat en zet die naast de toren. Maar nu roept ook MTj door de groep: “Waar is het einde van de rij?!”. MJj. Hierop wordt niet gereageerd. De volgorde herpakt zich. Nu is de kring helemaal rond en er gebeurt niets. De meeste leerlingen volgen deze aanwijzing op en er wordt een rij gemaakt. RWj. OHj assisteert bij het neerzetten en gaat daarna in de kring staan. maar er ontstaat geen rij. en wacht ieder tot hij aan de beurt is. MHj. YTj legt meerdere blokjes tegelijk neer. . De volgende leerlingen in de rij doen hetzelfde. EDj. Toch weten de leerlingen wel wie er aan de beurt is. OHj roept nog wel door de groep: “let op schuin gaan!”. De leerlingen die na hem aan de beurt zijn doen dit ook. waarop AAj reageert: “ja jongens. AAj ziet dit en stelt voor aan de groep om allemaal 2 blokjes neer te leggen. OHj. De rest van de leerlingen die nog door zit te bouwen gaan ook in de rij staan. alleen maar een ruimere kring. RBj blijft de meetlat vasthouden die naast de toren staat. MLm zegt hierop terwijl ze een groepje kinderen aankijkt: “Jongens. De rij is lang en vormt langzaam een ruime kring om de toren heen. allemaal in de rij!!”. Alleen MHj. MBm roept door de groep: “Hé. De kring wordt weer iets kleiner en er ontstaat onduidelijkheid over wie er aan de beurt is. Daarna legt AAm weer een blokje neer. is dat alle leerlingen in ieder geval 1 staafje moeten hebben neergelegd. De rol van de leerkracht: De leerkracht is observator. Niemand reageert op dit voorstel. Dan roept RWj: “Allemaal in een rij gaan staan!”. De enige voorwaarde die gesteld wordt over de samenwerking. OLj. 70 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. De volgende die aan de beurt zijn. Iedereen pakt een aantal blokjes uit de bak. AAm die achter RWj staat legt nu een blokje neer. In de kring pakken alle leerlingen alvast meer blokjes. RWj heeft dit door en legt daarop ook een blokje neer. JCm legt daarop volgend 2 blokjes neer. MHj en RBj beginnen met het neerleggen van de eerste blokjes. OHj legt na een tijdje ook meerdere blokjes neer (meer als voorgaande leerlingen) en daar wordt hij door TMj op aangesproken.

MHj roept: “Hij is klaar!”. RMj zegt: “Nee jongens. De leerlingen dringen weer naar voren en er ontstaat weer een kleinere kring. JCm. TMj wordt door RWj op zijn gedrag aangesproken. JBj. MHj ziet TMj steentjes tussendoor neerleggen en legt ook 1 blokje neer.Na 6 minuten is AAj aan de beurt en legt steentjes neer. Ondertussen ontstaat in de kring een gat. MLm. YTj en JGm staan buiten die kring. MHj en DWj. zegt tegen AAj dat hij nog niet aan de beurt is. weer op een andere plek in de kring. Ik vraag hierop aan RMj: “Is de toren precies 98 cm?. RWj volgt zijn voorbeeld. wat wel zo is. omdat toch niemand een steentje oplegde. MBm roept vanaf een afstandje: “We zijn klaar!”. De toren is klaar. Daarop zegt DWj: “Hij is klaar!”. TMj die ergens anders in de rij staat. “Nee”. MHj roept: “Jongens. AAj. De 1e rang bestaat uit: AAj. er gebeurt niets. maar dat niemand dit oppikte. AAj legt zijn steentjes neer en gaat weer terug naar zijn plek. een rij. MLm zegt tegen de leerlingen dat ze meer naar achteren moeten en geleid de leerlingen met haar arm naar achteren. blokjes neer. Zodra de toren bijna 98 cm hoog is ontstaat er opeens een kleinere kring om het bouwsel heen. DWj en AAj leggen er nog wat steentjes bij. LMj en AAm. maar hij reageert niet op RWj. Informatie uit de nabespreking samen met de kinderen: * De leerlingen vonden het goed gaan.v. MTj. aan de overkant van de kring. legt een steentje neer. De kring wordt groter en EBm en NJm komen aanlopen. LRm draait zich om en ziet het gat. Door deze leerlingen worden een aantal blokjes in willekeurige volgorde neergelegd.p. omdat LRm. * De leerlingen die tussendoor steentjes oplegden. De leerlingen leggen de steentjes gewoon op volgorde van de kring neer. LMj. Het kringetje wordt kleiner en meer kinderen staan nu buiten de kring. RMj. gewoon een nette rij!. In de kring staan RWj. De kinderen volgen en er ontstaat weer een grotere kring. die achter hem in de kring staat. waarop ze langs de toren loopt en haar blokjes neerlegt. ziet dit en gaat ook blokjes neerleggen. OHj. gaven aan dat ze dit deden. stop!”. De andere leerlingen proberen de toren ook te zien. Alleen MLm. . volgt dit voorbeeld en legt ook blokjes neer. RBj. maar hij blijft wachten. alleen vonden ze het niet prettig dat er opeens een kring ontstond i. zegt RMj. JCm probeert ook in de kleine kring te komen en er ontstaat een wat grotere kring. Hij stopt wel met neerleggen. TMj vraagt aan mij of de toren klaar is. niet zo dringen!” en loopt buiten de kring. waarop TMj antwoordt: “Maar hij moet toch hoger”. Er is nu geen vaste volgorde meer. 71 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. De rest houdt de volgorde aan. “er moet er nog eentje bij”. RBj. Eigenlijk is RWj nu aan de beurt. MBm en RMj blokjes aan het pakken zijn. vanaf zijn eigen plek in de kring. JGm gaat akkoord en RMj neemt de meetlat over. AAm. AAj legt hem erbij. Deze volgorde wordt opeens weer aangehouden door de leerlingen. RWj roept door de groep: “Jongens. legt TMj weer een steentje neer. OHj. RWj. MJj. * RBj merkt op dat RMj wel de leider wilde zijn. RMj ziet dit gebeuren en vraagt op zijn beurt weer aan JGm of hij de meetlat mag vast houden. Na 8 minuten kijkt RBj acht zich en ziet JGm staan. Er worden op dit moment helemaal geen steentjes neergelegd. MHj. Hij vraagt aan haar of zij de meetlat over wil nemen. JGm pakt de meetlat aan. Ze sluit weer aan in de kring. MTj loopt uit de kring naar deze leerlingen toe. Als er op een gegeven moment niets wordt neergelegd. NJm. TMj legt nog als enige. De volgorde is nu niet helemaal duidelijk. Zij staan als een soort 2e rang. EBm.

* De meeste leerlingen vonden dat er eigenlijk helemaal geen leider was. omdat iedereen initiatieven nam. . * RBj wilde zelf de leider niet zijn. * Een aantal leerlingen vonden het lastig om één iemand als leider te zien. dus naar wie moet je dan luisteren? 72 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Er was namelijk van te voren niets afgesproken en dat hadden ze wel prettig gevonden. Het werd een beetje onduidelijk toen RMj zijn rol overnam. hij was bang dat hij te bazig zou zijn.* Een aantal leerlingen vonden in het begin RBj de leider.

omdat deze tijden het makkelijkst zijn te behalen voor de kinderen. waarin ik het modelgedrag laat zien. Ook worden in deze tijden aan kleine groepjes instructie gegeven. ook meedoen bij het behalen van de doelen. maak ik de kinderen zelf verantwoordelijk. Fase 2: De bloktijden worden nu uitgebreid naar 3 delen. omdat deze groep daar erg gevoelig voor is.00 uur. Dan verdeel ik de klas in vijf groepen (dit zijn de groepjes zoals gevormd in de klassenopstelling). Ik werk met een beloningssysteem. Fase 1: Allereerst werken we in twee bloktijden. Voor het behalen van de doelen. en op hun beurt wachten zodra ze wat willen zeggen/reageren. . . Lange termijn doelen: .30-10. heeft iemand anders er altijd nog een grap overheen. op fluisterniveau. . Aan het eind van de bloktijden kunnen de leerlingen een beloning van max. zodat andere leerlingen geen last van hen hebben. Om de doelen te behalen. met maximaal 2 waarschuwingen van de leerkracht.00-10. Ze reageren altijd.50 en 13. . te weten: 8. 10. De moeilijkheid voor de leerlingen zal bij deze lessen voornamelijk zijn `het voor je beurt door de klas roepen`.50. dat wil zeggen dat elk groepje minimaal 8 keer een beloning heeft verdiend. Ik kies voor deze eerste opzet. maar dat de leerlingen dit onderling ook doen. met maximaal 2 waarschuwingen van de leerkracht.30-11. worden de bloktijden uitgebreid.De leerlingen kunnen tijdens de zelfstandig werklessen rustig werken.De leerlingen kunnen hun reactie uitstellen totdat zij de beurt krijgen. Per groepje zijn ze verantwoordelijk voor hun eigen gedrag en die van hun groepsgenoten. Dit betekent dat de klassikale lessen.00. De leerlingen vinden zelf ook dat er teveel lawaai wordt gemaakt tijdens de lessen. te weten: 9. en kletsen graag met elkaar. Dit doe ik om de betrokkenheid te vergroten.De leerlingen kunnen per dagdeel (de dagen zijn in 3 stukken gedeeld) rustig (samen) werken. Dit zijn de tijden waarop de kinderen aan hun zelfstandig werkblad werken.De leerlingen kunnen hun vinger opsteken. en niet alleen als leerkracht hoef te waarschuwen. Nadat iemand een grapje maakt. en waarschuwen elkaar wanneer er niet rustig gewerkt wordt.De leerlingen kunnen tijdens het samenwerken fluisteren.30-11. . Als de klas een week lang een 80% score haalt in het bereiken van de doelen. zonder dat de leerkracht hierbij hoeft te helpen. Als ze wat willen zeggen/reageren steken de leerlingen netjes hun vinger op.15-15.00 en 10.De leerlingen wijzen elkaar op goed gedrag. worden er tussendoelen bepaald.Bijlage 6: Handelingsplan “waarschuwingskaartjes” De leerlingen zijn rumoerig tijdens de lessen. 5 minuten verdienen. en daar graag nog wat harder voor wil werken. Als de klas een maand lang Beginsituatie Doelen Inhouden 73 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Korte termijn doelen: . Vooraf vindt er een gesprek plaats.

Voor het uitvoeren van het handelingsplan wordt er gebruik gemaakt van een waarschuwingen. * Een blik vol met max.B. *Per groepje 3 groene geplastificeerde kaarten en 1 rode geplastificeerde kaart. moeten kijken hoe de andere groepjes de beloning uitvoeren. dan neemt de leerkracht zonder iets te zeggen een groene kaart van de stapel. Het origineel zou komen uit de methodieken van Taakspel. Methodieken Middelen Organisatie 74 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. De beloning wordt door de leerkracht uit het beloningenblik “gegrabbeld”. Elk groepje krijgt 1 rode kaart met daarop 3 groene kaarten.een 80% score haalt in het bereiken van de doelen. De leerlingen laten gewenst gedrag zien. Aan het eind van een blokuur wordt gekeken welke groepjes nog een groene kaart boven hebben liggen. 5 minuten beloning die de kinderen zelf hebben verzonnen. dat wil zeggen dat elk groepje minimaal 12 keer een beloning per week heeft verdiend. want ook dit is ongewenst gedrag. waardoor er tegemoet gekomen wordt in zijn behoefte aan een langere leercurve. waardoor het groepje nooit tot bijna nooit aan zijn beloning toekomt. De klas wordt opgedeeld in vijf groepjes. De leerkracht houdt toezicht op de andere groepjes. In een volgend handelingsplan kan gewerkt worden aan de lange termijndoelen. Deze groepjes mogen meedoen aan de max. Onderop ligt de rode kaart en daarbovenop liggen 3 groene kaarten. De groepjes die een rode kaart boven hebben liggen. Aan het eind van een blokuur kijkt de leerkracht welke groepjes nog een groene kaart hebben liggen. De leerkracht laat aan de desbetreffende leerling de kaart zien. Mocht een leerling heel veel moeite hebben om zich aan de afgesproken regels te houden. De leerkracht legt de kaarten aan het begin van een blokuur in de groepjes klaar. Ik heb van deze methodiek gehoord op een studiedag. pakt de leerkracht een groene kaart van de stapel. dan krijgt deze leerling zijn eigen setje kaarten. . Als een leerling uit een groepje ongewenst gedrag vertoont. hard praten. Hierdoor heeft de leerling meer waarschuwingen voor zichzelf. Ieder blokuur beginnen de groepjes weer met een nieuwe stapel kaarten. dan kost dat het groepje weer een groene kaart. Het groepje daarentegen heeft hierdoor een eerlijke kans om de doelen te behalen. 5 minuten beloningen die de leerlingen van te voren zelf verzonnen hebben. worden de waarschuwingskaarten verminderd. N. en heb er mijn eigen draai aan gegeven.en beloningssysteem. De groepjes voeren hun beloning uit. Deze groepjes mogen meedoen met de beloning. niet-taakgericht gedrag of bijv. Mochten andere leerlingen hierop negatief reageren. zodra de leerlingen ongewenst gedrag laten zien.

Zo werd voor iedereen meteen duidelijk wat ik van hen verwacht.Welke leerlingen vonden het gemakkelijk om de doelen te bereiken? Uitvoering van het plan Naar aanleiding van het afnemen van de klimaatschaal heb ik de uitslag met de kinderen besproken.staan op je stoel . In dit eerste blokuur was ik heel streng. . De eerste keer ging uitstekend.Evaluatie Na 2 maanden wordt het handelingsplan geëvalueerd. welke moeten volgende keer anders aangepakt worden. Ik heb een aantal groene kaarten afgepakt.tekenen . dat gaan we helemaal fiksen!!!!Dat komt goed!!!”.Welke leerlingen vonden het lastig om de doelen te bereiken? .als je een loopje nodig hebt.met je taak bezig zijn en bijvoorbeeld niet je pen uit elkaar halen (dit fenomeen was vrij populair om te doen) . heb ik een groepje gevraagd het gewenste gedrag voor te doen.In hoeverre zijn de doelen bereikt? Welke vaardigheden beheersen de leerlingen? . Zoals gewoonlijk waren de leerlingen heel betrokken en vol moed om het plan te gaan uitvoeren. . . Als aansluiting op het gesprek mochten de leerlingen beloningen bedenken die maximaal 5 minuten mogen duren. waaronder één voor het reageren op het afpakken van een kaart. ga je even naar de wc om een slokje water te drinken Nadat deze punten naar voren waren gekomen. Ik vertelde dat ik hiervoor een plan heb bedacht. en ze werden heel enthousiast.dansen op een liedje . Na uitleg van het kaartensysteem heb ik aan de leerlingen gevraagd wat gewenst gedrag precies inhoud. AAj zei: “oh juf.alleen door de klas lopen als je iets nodig hebt .fluisteren als je samenwerkt .enz.filmpje kijken op het smartboard‟ . Ik heb de doelen van het plan aan de kinderen laten weten. De kinderen konden mij dit goed vertellen. Zij gaven ook in dit gesprek aan dat ze het heel lastig vonden om stil te werken. 75 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.achterstevoren op je stoel zitten . Bij de evaluatie wordt gelet op de volgende punten: .communiceren via het blokje . Na het gesprek en het bedenken van de beloningen is het kaartensysteem meteen van start gegaan.galgje spelen . Dit deed ik om meteen duidelijk aan te geven wat ik onder gewenst gedrag versta. In dit gesprek heb ik het plan uitgelegd en de verwachtingen duidelijk gemaakt.Welke onderdelen werkten goed.moppen tappen .Heeft de methodiek de gewenste uitwerking gehad? .de polonaise lopen . De leerlingen waren heel goed aan het werk en de beloning werd door iedereen gehaald. Een aantal voorbeelden van de beloningen die ze bedachten: .

Opvallend is dat de groepjes die een rode kaart boven hebben liggen. nu ze geen beloning meer kunnen verdienen.In de volgende blokuren haalden niet alle groepjes de beloning. . Toch werkt dit systeem zo goed dat de leerlingen nog steeds heel gedreven zijn om de groene kaart te laten liggen. niet méér ongewenst gedrag laten zien. Er zijn ook momenten geweest waarop er rode kaarten boven kwamen te liggen. toch is een enkele waarschuwing genoeg om weer gewenst gedrag te laten zien. 76 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Het zou kunnen zijn dat het die leerlingen niet meer uitmaakt. Er zijn nog geen kinderen die een eigen kaartensysteem hebben.

flexibel. Ik geef de kinderen de opdracht een kaartje te maken over zichzelf en vertel hen dat ik die later in de kring ga voorlezen. Ik omschrijf het volgende: Deze leerkracht is vrolijk. Maar mijn zwakste punt is rekenen. druk. ra wie is dit? De leerlingen weten meteen dat ik dit zelf ben. gek. De leerlingen mogen raden welke leerkracht het is. bijna nooit chagrijnig. MTj: Aardig Leuk Grappig Sportief Soms druk Niet snel boos Hou van muziek Vriendelijk MLm: Behulpzaam Aardig Soms wat snel boos Vaak mijn werk af Maak mij zorgen om iemand anders Hou van lol maken Ik vind het irritant als er iemand door de klas roept NJm: Gevoel voor mode Sportief Zorgzaam Gezellig Soms best wel lullig Vriendelijk 77 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.Bijlage 7: “Wie ben ik?” Ik vertel de kinderen dat ik een leerkracht van onze school ga omschrijven. gezellig. Ra. aardig. De leerlingen mogen alleen karaktereigenschappen opschrijven. vergeetachtig. . Maar ik ben ook wel sportief en muzikaal. De leerlingen maakten de volgende kaartjes: MBm: Kan brutaal zijn Giechel veel Hou van grappen maken en klooien Val op jongens met bruin haar AAj: Sportief Flexibel Vergeetachtig Een beetje gek Aardig OHj: Sportief Aardig Soms chagrijnig Veel ideeën RBj: (doorgestreept: is als iemand tegen hem aardig is ook aardig) Schreeuwt soms door de klas Houdt van kattenkwaad Heeft soms ruzie Altijd een goed humeur YTj: Aardig Grappig Lief (soms) Vergeetachtig AAm: Druk Vrolijk Behulpzaam Vergeetachtig Aardig Gezellig Beetje gek Lief Nooit chagrijnig CVm: Lief Vrolijk Druk (buiten) Creatief Behulpzaam Aardig RMj: Sportief Kan boos zijn Soms een beetje fanatiek Behulpzaam Stil Gezellig Soms druk JGm: Vrolijk Behulpzaam Aardig Lief Sportief Rustig Gezellig Beetje bang soms CBj: Vrolijk Leergierig Humoristisch Spontaan Lui Sportief (als ik verlies) EBm: Sportief Aardig Grappig Lief Vriendelijk Gezellig Gek! OLj: Ik ben technisch en best wel ongeduldig. dus geen hobby‟s en uiterlijke kenmerken. zodat de andere kinderen kunnen raden. soms streng en heeft altijd een luisterend oor. sportief.

LMj: Aardig Erg stil Druk Oplettend Gek Behulpzaam Slim

EDj: Rustig Sportief Raar Teruggetrokken

RWj: Ik ben aardig, grappig, sportief, gezellig, ongeduldig, onrustig, slim, gek, toegankelijk, leuk. JCm: Soms verlegen Snel boos Vrolijk Sportief Stoer Niet snel bang

MHj: Slim Vrolijk Sportief

DWj: Gek Aardig Blij Maandagochtend gevoel Grappig Haat kappers

LRm: Behulpzaam Houdt van lachen en klooien Lief Gevoelig Sportief Valt op jongens met bruin haar

Als de kaartjes worden voorgelezen kunnen de leerlingen het snel van elkaar raden. Dit komt ook omdat ze goed kijken naar de reacties van de kinderen zodra er een kaartje wordt voorgelezen. De meeste leerlingen geven aan het eind van de les aan dat ze het lastig vonden om het kaartje te schrijven. Alleen OHj, CBj, YTj, RMj en LMj geven aan het niet lastig te vinden. Opvallend is dat de kaartjes veel overlappingen hebben. Ook werd door andere leerlingen tussendoor aangegeven dat ze eigenschappen misten op kaartjes die wel heel kenmerkend zijn voor de leerling. Een voorbeeld wordt gegeven over YTj. MBm geeft aan dat zij het woord „druk‟ mist op het kaartje. YTj geeft aan dat hij die inderdaad vergeten is, want hij vind het wel bij hem passen. Op de vraag; “hoe vind je het als je kaartje wordt voorgelezen?” komen de volgende antwoorden: AAm: “Niet zo erg, dacht al dat ze me kende.” AAj: “Raar, toen AAm haar kaartje werd voorgelezen dacht ik dat ik het zelf was, terwijl ik eigenlijk wist wat er op mijn kaartje stond.” MBm: “Genant, raar of eigenlijk alsof ik eigendunk had. Bang dat andere kinderen reageren met waarom zeg je dat? Hahaha.”. “Dit gebeurde gelukkig niet”. JCm: “Ik voelde er eigenlijk niets bij. Ik vond het neutraal.” LRm: “Raar, CVm haar beschrijving leek op die van mij.” MTj: “Grappig, maar ik werd wel helemaal rood!” RBj: “Ik voelde me onzeker.” De leerlingen vonden het een leuke activiteit om uit te voeren. Over het algemeen klopt het beeld dat ze van zichzelf hebben, met het beeld dat anderen van hen hebben. Er zijn kaartjes bij, waarop leerlingen zichzelf heel doeltreffend hebben omschreven zoals RBj, EDj, CBj JCm, RWj, NJm, MLm en OLj. Deze kinderen werden daardoor erg makkelijk geraden.

78

Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Bijlage 8: “Letters en cijfers maken”
Voor deze oefening deel ik de klas in drie groepen. Ik vraag de eerste groep naar voren en vertel hen dat zij gezamenlijk de letter A moeten vormen, maar dat ze er niet bij mogen praten. Voor de rest geef ik geen aanwijzingen of opdrachten AAj gaat meteen op de grond liggen. Andere kinderen wachten af en kijken wat er gebeurt. Ze communiceren met elkaar via handen en armen. Met hun armen beelden ze uit wat er moet gebeuren. Langzamerhand gaat iedereen op de grond liggen en wordt de letter A gevormd. In het nagesprek met de klas vraag ik aan de leerlingen wat er gebeurde. De leerlingen vertellen dat er eigenlijk twee groepjes ontstond, maar dat het uiteindelijk één groep werd. Dit gebeurde d.m.v. gebaren. Ook vraag ik aan de leerlingen of er een duidelijke leider was. Dit was niet echt het geval, alleen CBj en MJj namen een beetje de leiding. Ik vraag aan hen of het handig is om in dit geval een leider te hebben. De kinderen geven aan dat dit inderdaad handig is, omdat er dan één iemand aangeeft en de rest volgt. Met dit nagesprek in ogenschouw nemend, vraag ik de tweede groep naar voren te komen. Zij moeten eerst een leider aanwijzen. Iemand wijst OLj aan. Die wil liever niet, en RWj geeft aan de leider te willen zijn. Dit wordt geaccepteerd door de groep. Ze moeten de letter C maken. RWj legt de kinderen goed en buigt ze op de juiste manier. Hij doet met zijn eigen lichaam de bewegingen voor. Tot slot gaat hij ook zelf in de juiste vorm liggen. In het nagesprek komt heel duidelijk naar voren, dat de leerlingen het heel prettig vinden werken met een leider. RWj was wel wat ruw, maar ook heel duidelijk. Dat MTj ook initiatieven nam, werd als prettig ervaren. De derde groep moet het cijfer 8 vormen. De leerlingen wijzen MBm als leider aan. MBM wil dit wel, maar ziet ook dat OHj zijn vinger opsteekt. Daarop geeft MBm haar leidersschap over aan OHj. Hij loopt naar het bord en tekent hierop hoe hij de leerlingen wil hebben liggen. Hij tekent een digitale 8. De leerlingen zien dit en gaan meteen volgens het plaatje liggen. Ook OHj neemt op het laatst zijn plaats in. In het nagesprek wordt besproken dat het erg handig is dat OHj op het bord tekent. Hierdoor is in één oogopslag duidelijk wat de bedoeling is. De leerlingen “luisteren” goed naar de leider, waardoor het cijfer snel gevormd werd. Als laatste gaan de leerlingen een wedstrijdje tegen elkaar doen. De leerlingen gaan in dezelfde groepen uiteen en moeten gezamenlijk het woord KIP vormen. Allereerst moeten ze een leider kiezen. Het kiezen gaat heel sociaal. Zinnen als: “oh, als jij het wilt zijn, mag dat ook hoor” waren regelmatig te horen. De leerlingen moeten in deze eindopdracht de tips uit de nagesprekken meenemen in de uitvoering. Dit is duidelijk te merken, want er wordt duidelijk leiding gegeven en de leerlingen zijn heel snel klaar met de opdracht.

79

Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Bijlage 9: “Complimenten van een groep”
Groep 1: Bestaande uit AAj, AAm, RBj, TMj, JGm, EDj. AAm wil graag de leiding en praat dwars door iedereen heen. Ze luistert niet naar anderen en wil graag haar idee uitvoeren. Anderen hebben ook ideeën, maar daar wordt niet naar geluisterd. Het gevolg is dat AAm heel veel aan het woord is, maar dat de anderen haar niet als leider accepteren en dus niet luisteren. AAm probeert het wel democratisch op te lossen, maar dit lijkt niet te lukken. Na 15 min. is er nog niets gebeurd. Er komen kinderen uit het groepje klagen dat er niets gebeurt. Uiteindelijk besluit ik om te gaan helpen. Ik vraag aan AAm om goed te luisteren naar de andere leerlingen. Uiteindelijk komt RBj met een goed idee, waar iedereen het mee eens is. Na nog wat strubbelingen gaat het groepje aan de slag en tot het einde verliep het verder goed en uiteindelijk was iedereen tevreden. Groep 2: Bestaande uit MHj, EBm, CBj, NJm, YTj, MTj. Dit groepje begint met het kiezen van een leider. CBj wordt als leider aangewezen. Ze hebben bedacht welke taken er allemaal uitgevoerd moest worden en hebben van te voren de taken verdeeld. Iedereen bedacht mee met de complimenten en ondertussen waren ze hun eigen taak, zoals versieren, schrijven, plan voor het grote blad ontwerpen e.d. bezig. Van te voren wilde er graag twee verschillende leerlingen schrijven, NJm en EBm, maar dit werd goed opgelost doordat er voor één van de twee een andere taak werd bedacht. De leerlingen ervaren de samenwerking als positief en hebben prettig aan de taak gewerkt. Groep 3: Bestaande uit OHj, RWj, DWj, OLj, LRm, JBj, OLj, MLm. In dit groepje wil graag bijna iedereen de leider zijn. Ze zijn heel lang aan het discussiëren over dit punt. Ze komen er niet uit en gaan over op het spelletje “ienemiemut”. Hieruit wordt uiteindelijk JBj als leider aangewezen. Aangezien anderen ook de leider willen zijn, accepteren zij niet JBj als leider. Iedereen gaat zijn eigen gang en “doet maar wat”. YTj wordt aangesproken op het feit dat hij niet meedoet. YTj wil hierop wat zeggen, maar dit wordt niet meer gehoord. Hierdoor wordt YTj alleen maar meer gedemotiveerd, waardoor hij helemaal niets meer uitvoert. Uiteindelijk zijn de complimenten wel samen verzonnen, doordat men die hardop vertelde. Groep 4: Bestaande uit MBm, RMj, JCm, CVm, MJj, LMj. Dit groepje maakt van te voren geen afspraken, maar de samenwerking en rolverdeling verloopt wel heel natuurlijk. MBm neemt een leiderschapsrol op zich en voor de rest werkt iedereen goed mee. Iedereen schreef één compliment voor een leerling op en er waren een aantal kinderen die dit in het net gingen opschrijven en de anderen versierden het blad. De leerlingen beleven de samenwerking als prettig en doelgericht. Het ging heel gemakkelijk en er werd niet gediscussieerd.

80

Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Hieronder is een foto van de complimentenbladen opgenomen. . 81 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Langzaam loopt hij naar zijn nieuwe achtertuin. Daar zou hij graag aan mee willen doen. cowboytje. Zijn diso's staan op de bovenste plank van zijn nieuwe kast. Op de plank daaronder staat een foto van zijn oude klas. gaat hij zitten. Chris kijkt Klaas met een vies gezicht aan. In het nagesprek benoemen we de verschillende rollen in dit verhaal. Dan probeert hij het nog eens: 'Mag ik met jullie meespelen?' Chris kijkt Klaas onderzoekend aan. Zal hij buitenspelen? Hij ziet een paar kinderen lopen. Misschien mag hij niet meedoen of pesten ze hem. dat was altijd leuk! Hij loopt snel naar beneden en roept naar zijn moeder: 'Mam. Achter het schuurtje. Ook bespreken we nog een vierde rol. Ze hebben veel lol. Dan zegt Chris: 'Nee. de jongen in het midden. Hoepel op. en natuurlijk zaten ze vaak achter de computer! Dan had je contact met elkaar en kon je moppen doorsturen. ik ga buiten spelen! Hoe laat moet ik thuis zijn?' Zijn moeder antwoordt: 'Om half zes. Ze hadden ook altijd veel lol samen. moet hij huilen. Hij vindt het spannend. ik ben Klaas! Ik ben hier net komen wonen. Ik ga hier morgen ook naar school. Kom op jongens. Ze zullen vast op zijn nieuwe school zitten. Hij heeft alle dozen uitgepakt en zijn nieuwe kamer helemaal ingericht. en de derde rol is de meeloper. De andere kinderen wachten af wat Chris zal zeggen. 'Het gaat je geen reet aan hoe wij heten. Klaas mist zijn vrienden. 'Hoi. Ik doe dit omdat bijvoorbeeld JCm vaak wordt buitengesloten. Zij nemen het gedrag van anderen over. Hieronder staat het verhaal uitgeschreven. positief ingestelde jongen die aan anderen denkt. (Engelen. wegwezen!' Chris en de andere kinderen lopen hard weg. verstoppertje. Ze zijn van zijn leeftijd. Zonder dat hij het wil. Hij is met zijn ouders verhuisd naar een nieuwe stad. Klaas. Klaas besluit dat hij naar buiten gaat en zal vragen of hij mee mag doen. ]ij hoort niet bij ons. Dat was leuk. de onaardige leider. . buitenspelen. Al zijn vriendjes staan erop. Chris. Ik bespreek de rol van iemand die vaak wordt buitengesloten. Met die vriendjes speelde hij altijd buiten: voetballen. Hij moet weer denken aan zijn vrienden uit zijn oude straat. Wie zijn jullie?' Vier van de kinderen kijken nieuwsgierig naar Klaas en daarna naar Chris. Buiten ziet Klaas de vijf kinderen staan die hij vanuit zijn nieuwe kamer had gezien. Ik vraag aan de kinderen wie er 82 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.' Klaas weet even niet wat hij moet zeggen. Maar hoezo. Er komen uit het verhaal drie rollen naar voren. rot op. Dikke tranen rollen over zijn wangen. Hij kijkt naar buiten. waar niemand hem kan zien. Chris en de andere kinderen in het verhaal? Wat valt je op in het verhaal? De kinderen vinden vooral de houding van Chris niet goed. Hij is echt heel onaardig. 2007 p. Wat voor types zijn Klaas. de vrolijke. 83) Klaas Klaas vindt het spannend. Maar dan denkt hij aan zijn oude vrienden.Bijlage 10: “Je mag niet meedoen” Ik begin de les met het voorlezen van het verhaal Klaas. 0 ja. Ze spelen verstoppertje of zoiets. hij heeft snel zijn jas aangedaan en rent naar buiten. je kent hier toch niemand?' Maar Klaas hoort het al niet meer. Het lijkt wel of hij zich nog nooit zo rot heeft gevoeld. en ik wil aan de anderen laten zien wat dit voor effect heeft op een kind. Klaas krijgt een heel vervelend gevoel in zijn buik.

Hierna vraag ik de kinderen ook om als een Chris. EBm. NJm geeft aan dat ze het prettig vond om Klaas te spelen. AAm. Een opmerking van een leerling is: “ik word er een beetje somber van!”. Soms Chris en soms Klaas: OHj. JCm. meeloper of buitengesloten) ze spelen. We bespreken de verschillende houdingen van de leerlingen.Wat voor invloed hadden die rollen op de situatie? De kinderen vinden het erg leuk om de rollenspellen te spelen. zodra er meer dan één Chris aanwezig was in het spel. Ik vraag hen om te gaan staan en de houding aan te nemen van iemand die vaak wordt buitengesloten. MJj. Ze moeten de volgende vragen beantwoorden: . We gaan bekijken wat dat voor gevolgen heeft op de situatie. CBj. 83 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. JBj. Ook viel het de leerlingen op dat. het vaak op vechten uitliep. De meeste leerlingen gaven aan dat zij zich het beste herkennen in Klaas. werd het veel vrolijker en leuker om samen te spelen. Je merkte ook dat Klaas het opnam voor degene die mee wilde spelen. Na dit gesprek deel ik de kinderen op in subgroepjes. Dit sluit aan bij de punten die ikzelf waarneem. Ze geven aan dat diegene gedrag vertoont dat eigenlijk niet mag en niet goed is. dus wel heel leuk is om een keer te spelen. En bespreek wat de gevolgen kunnen zijn als je vaker wordt buitengesloten. Ze leven zich goed ik en kunnen de rollen goed neerzetten. maar sommige vinden het geen prettige houding. . Aan het eind geven de leerlingen aan dat ze het vooral heel leuk vonden om Chris te spelen. De leerlingen kunnen dit goed. Hoe gaat zo iemand zich dan gedragen? De kinderen denken dat diegene heel onzeker wordt. Klaas. MTj gaf zelfs aan het heel moeilijk te vinden om met een Chris om te gaan. Zodra er meerdere “Klaassen” in het spel aanwezig waren. Ik vraag door over hun gevoel daarbij. negatief uit het sociogram komen en bij dit spel aangeven inderdaad “Chris gedrag” te vertonen. Hij zal waarschijnlijk ook een onzekere houding aannemen en erg terughoudend reageren. In deze groepen gaan de leerlingen rollenspellen spelen. Meeloper: EDj Tussen meeloper en Klaas in: LRm. Sommige leerlingen voelden dit als heel bedreigend.Wie speelde welke rol? . Ze krijgen de opdracht om met drie leerlingen buiten te spelen en één leerling moet vragen of hij mee mag doen. RBj. In het spel vond hij het moeilijk om zelf een Chris te spelen. Chris: YTj. In het eindgesprek heb ik de rollen uit het spel naar de werkelijkheid gehaald en gevraagd in welke speler zij zich het beste herkennen. Ze moeten van te voren eerst zelf bedenken welke van de rollen (Chris.wel eens buitengesloten is geweest. “Het voelt goed om voor iemand op te komen!”. De andere leerlingen bekijken het rollenspel en analyseren aan het einde de situatie. Veel kinderen steken hun hand op. Klaas en meeloper te gaan staan. CVm. Er waren ook uitzonderingen. als Chris eerst nee had gezegd. Opvallend is dat zowel RBj en YTj. en niet meer zo snel op iemand af zal stappen.

Er zaten soms overlappingen in de uitspraken. kan zich kwetsbaar opstellen. anders ben je niet meer mijn vriend. In het kaartje leiding geven. durft competitie aan te gaan. dit is één van de beste segmenten om het te regelen. Winnen: Wijst op gemaakte fouten. benadrukt positieve kanten van andere kinderen. deel ik aan de leerlingen kaartjes uit. positieve houding. trekt zich uit contacten terug.” . kan inbreng van anderen in twijfel brengen zonder zelf het heft in handen te nemen. maakt zich kwaad naar andere kinderen. Afwachten: Stelt zich bescheiden op. geeft soms steken onder water. kan zich onafhankelijk opstellen. vertrouwt op zichzelf. "vraagt" om hulp en steun. Hiervoor heb ik de kaartjes op A4 formaat afgedrukt. De leerlingen moeten de kaartjes bij het juiste segment plaatsen. doet wat de leiders of de meerderheid wil. . Voor het plaatsen van de kaartjes gebruiken ze termen uit de omschrijving van het segment. Protesteren: Vertrouwt niet zomaar. kan van zich afbijten en zich verdedigen. Hoe ga je de mensen uitnodigen? . maar niemand weet er nog vanaf. moedigt aan. kan ontevredenheid uiten maar wel op bedekte wijze. kan kritiek leveren gericht op de persoon. Leiden en advies geven: Organiseren en regelen voor andere kinderen. Dit kunnen de leerlingen goed aangeven. goedbedoelde raad. . Op deze kaartjes staat een uitspraak van een leerling over een potje voetbal.Je geeft een feestje voor je verjaardag. Na deze oefening houden we korte rollenspellen. zodat de leerling daadwerkelijk met de uitspraak in het segment kan gaan staan. Volgen: geeft anderen de ruimte. leeft zich in in andere kinderen.Vanuit afwachten: “Dit kan niet. kijkt eerst de kat uit de boom. Ik vraag een leerling om midden in de cirkel te gaan staan. kan naar kritiek luisteren.Vanuit leiding en advies geven: “Wil je op mijn feestje komen”.Vanuit strijden: “Je moet op mijn feestje komen. zit bijvoorbeeld ook iets van zorgen. kan initiatieven afwachten. Zich terugtrekken: Is terughoudend. Ook geef ik voorbeelden aan. ik blijf afwachten en neem geen initiatief. Na de uitleg over de roos. meedenken en zoeken naar oplossingen. kan teleurstelling laten merken. Sommige kaartjes vonden de leerlingen moeilijk te plaatsen. Strijden: Is duidelijk over wat hem niet zint. Zorgen: Zorgzaam. grenst af door te zwijgen. Hieronder is deze beschrijving opgenomen. stelt eisen en grenzen aan kinderen. probeert af te schrikken met een aanvallende houding. Achter de lesbeschrijving zijn de kaartjes en de A4 bladen opgenomen. Bijvoorbeeld bij het kaartje voor volgen zegt AAj: “Hij geeft andere kinderen de ruimte om ook keeper te zijn”. is op zijn hoede.Bijlage 11: “Introductie Roos van Leary” In deze les introduceer ik de roos. andere kinderen kunnen overtuigen in hun belang. Dit is de neutrale plek. het belang van de groep voor ogen. kan zich afhankelijk opstellen. kan aangeven wat hij van een ander verlangt. vertrouwt op andere kinderen. Ik rol de grote roos uit op de grond en ga per segment langs wat deze inhoudt.” Ook de lichaamshouding is aanvallend. 84 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. houdt zich aan de regels. Op het bord staan de beschrijvingen uitgeschreven. .

Terugtrekken: AAj. dit is niet echt een passende reactie. OHj. . en iemand staat je uit te schelden. In dit gesprek haal ik de roos meer naar de realiteit. Strijden: MBm. Ik sluit af met de vraag: “Vanuit welk taartpunt reageer je in het dagelijks leven het meeste? Je mag in dat taartpunt gaan staan als je dat wilt. Ik begrijp de reactie van de andere kinderen. RWj. JGm. leuk”. MJj.reactie vanuit zorgen: “Ja leuk. YTj. JCm. AAj heeft namelijk juist heel veel moeite met terugtrekken en gaat vaak de confrontatie aan. maar nu gaan tegelijkertijd twee leerlingen in de cirkel staan. De groep zegt dat MLm er ook moet gaan staan.We houden deze oefening aan. 85 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. AAm. EDj. zij voelt zelf niet echt de noodzaak om erbij te gaan staan. RBj. . CVm. Protesteren: MTj. is een passen reactie.” Hieruit kwam de volgende indeling: Leiding en advies geven: CBj.reactie vanuit volgen: “Ja. zodra hij in dit segment gaat staan. . je pen is afgepakt. Afwachten: LRm. Volgen: LMj. De eerste leerling nodigt de ander uit vanuit segment leiding en advies geven. heb ik helemaal geen zin in!”. MHj. ook een passende reactie. Zorgen: NJm. komt er reactie vanuit de klas. zal ik dan wat ballonnen meenemen?”. Na de rollenspelen spreken we de situaties en de reacties door met elkaar. De meeste leerlingen vinden terugtrekken helemaal niet bij AAj passen. en misschien eens een keer vanuit een ander segment willen reageren dan ze gewend zijn. Opvallend is wel dat ze ook niet bij de andere segmenten gaat staan. EBm. Winnen: TMj. Ik benadruk hierbij dat je goed moet bedenken vanuit welke segmenten je gaat reageren. In een volgend rollenspel spelen we situaties uit zoals. alleen wordt door de tweede leerling een reactie gegeven vanuit verschillende segmenten. Ik sluit de les af met de vraag of ze in de dagelijkse omgang met elkaar ook rekening willen houden met de roos.reactie vanuit strijden: “Nou eigenlijk niet. Hijzelf heeft dit idee niet. .

86 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. .Hieronder is een foto van de grote Roos van Leary opgenomen.

goed idee. Wat moet ik doen? Ja. maar Frits is echt niet de scheids. Hij fluit vet vaak!!Nee hoor dat wil ik niet. mag dat ook hoor. Nou okee voetbal.. Nou kom maar op!!Ik ga Hé jongens. Okee.ik kijk eerst wel even hoe het gaat.Hè voetbal. Maar als iemand anders wil. …. dat is leuk.Ach ja voetbal…. En Piet kan wel op keep. ik vind tikkertje leuker. . dan kan Frits de scheidsrechter zijn. Hij is altijd zo goed met fluiten. zullen we een echt winnen!!!Ik hou alle partijtje voetballen? ballen tegen!!!Kom op Als we nou 4 partijen team!!Ik verwacht wel dat maken? Dan kan iedereen jullie er 100% voor gaan meedoen! hoor!!! 87 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Vind ik best. dan ga ik wel op keep. die houdt alle ballen tegen! Voetballen. Leuk hoor voetballen.

.Hé jongens. zullen we een partijtje voetballen? Als we nou 4 partijen maken? Dan kan iedereen meedoen! 88 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

. goed idee. En Piet kan wel op keep. die houdt alle ballen tegen! 89 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.Ja. dan kan Frits de scheidsrechter zijn. Hij is altijd zo goed met fluiten.

dat is leuk. Vind ik best. dan ga ik wel op keep.Voetballen. Maar als iemand anders wil. mag dat ook hoor. 90 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. . Okee.

. Wat moet ik doen? 91 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.Leuk hoor voetballen.

ik kijk eerst wel even hoe het gaat.. .Ach ja voetbal….…. 92 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

. ik vind tikkertje leuker.Hè voetbal. 93 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

94 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. . Hij fluit vet vaak!!Nee hoor dat wil ik niet.Nou okee voetbal. maar Frits is echt niet de scheids.

.Nou kom maar op!!Ik ga echt winnen!!!Ik hou alle ballen tegen!!!Kom op team!!Ik verwacht wel dat jullie er 100% voor gaan hoor!!! 95 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

3. De leerlingen zijn erg enthousiast over de voorgelegde situaties. Speler A en B werken samen aan een rekenopdracht. Speler A staat aan de kant. B en c zijn samen tikkertje aan het spelen. Daarna spelen ze de situatie uit. en of deze combinaties handig zijn. Er valt een beker melk om. Speler A speelt vals. Ze kiezen geschikte combinaties uit. 2. 6. Speler A. Speler A. Speler A past een paar schoenen. De voorgelegde situaties zijn gebaseerd op dagelijkse situaties: 1. en C blijven samen over. De leerlingen moeten raden vanuit welke segmenten er gespeeld wordt. Speler A snapt de som niet. 4. Ze moeten een toneelstukje voorbereiden. verdeel ik over de zes groepen de verschillende situaties. Voor de eindopdracht van de les. Twee leerlingen (A en B) hebben ruzie. Aan het einde van een toneelstuk spreken ze de situatie goed door. Speler A en B zijn samen aan het winkelen. Ze gebruiken deze informatie bij het volgende rollenspel. eerst voor zichzelf vanuit welk segment ze gaan reageren. Ze spelen deze uit stukjes uit voor de hele groep. Iedereen leeft zich goed in. speler B is aan het dansen. 96 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Opvallend is dat de leerlingen heel goed de juiste segmenten bij de situaties kunnen plaatsen. Er is een feestje. Ze bedenken voordat ze gaan spelen. Een situatie wordt meerdere keren door verschillende leerlingen en vanuit verschillende segmenten gespeeld. speler C ziet dit. . De andere leerlingen kijken naar het toneelspel en reflecteren aan het einde op de situatie. In elke situatie wordt het aantal spelers aangegeven. 5. Hierdoor ontstaan er echt lijkende situaties. in zijn rol. waarbij ze gebruik maken van geschikte segmenten.Bijlage 12: “Situaties uitspelen” De leerlingen worden opgedeeld in groepjes van zes leerlingen. en ziet speler A. Speler B vindt ze verschrikkelijk lelijk. B.

maar wil wel dat het allemaal op haar manier gebeurd. Hierdoor komt er schot in de zaak en YTj neemt iets meer de leiding op zich. Hij gaat dichterbij en neemt veel meer de leiding. AAm en MBm. RWj is nog best een lieve strijder. RMj ziet dit en gaat naar hem toe. Groep 2 JBj: Leiding en advies geven. Er gebeurt een hele tijd niets in dit groepje. Pas later in de oefening gaat hij wat meer strijden. Hij zegt tegen mij dat ze niet luisteren. TMj is normaal heel aanwezig met groepsactiviteiten. Dit past niet helemaal bij haar segment. Aan het eind werken de groepsleden goed samen. MJj: Protesteren JGm: Winnen RWj: Strijden EDj:Volgen EBm en RBj: Afwachten RMj: Zorgen DWj: Terugtrekken Iedereen in dit groepje leeft zich heel erg goed in in zijn rol. Later neemt ze ook het initiatief om plakband te pakken als er een stukje tekening scheurt. MLm: Protesteren AAm: Winnen MBm: Strijden MHj:Volgen TMj: Afwachten OHj: Zorgen LMj: Terugtrekken YTj weet niet wat hij met zijn segment aan moet. ze geeft aan dat ze zich verveelt en gaat uit zichzelf tekenen. MBm keurt alle ideeën af en zegt overal “nee” op. Hij zit ver van het groepje en zegt niet veel. Aangezien het doel van de oefening het uitvoeren van het segment is. Alleen JBj heeft wat moeite met leiding nemen. Dit sterkt YTj in zijn rol. ik wijs hem op de plek waar hij zit. Ze zorgen ervoor dat iedereen meedoet. en is er een mooie tekening uit gekomen. YTj wacht nog steeds af en doet niets. maar tekenen niet zelf. Hij doet dit ook bij DWj. Hij wacht af en kijkt gewoon om zich heen. RBj zit stil op zijn plek en betrekt zichzelf er niet bij. OHj is alleen één op één met groepsgenoten bezig. AAm is heel duidelijk aanwezig en probeert dingen te regelen. gaan steeds meer leerlingen naar hem luisteren en komen er ook leerlingen naar hem toe voor hulp. Doordat hij meer de leiding neemt. 97 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Ze was duidelijk aanwezig en heeft ervoor gezorgd dat haar idee werd uitgekozen. Ik neem YTj apart en leg hem nog een keer uit wat er van hem verwacht wordt. Hij blijft zitten en doet niets. Er wordt wel heel veel gediscussieerd tussen MLm. Ook OHj neemt een grotere rol in en zorgt ervoor dat TMj en LMj ook meedoen. maar wacht nu goed af. grijp ik in. EBm zit een tijdje niets te doen. Maar zegt niets in de groep zelf. JBj en RMj zijn zo met hun rol bezig dat ze zelf helemaal niet tekenen. AAm leefde zich goed in in haar rol. maar wel bij haar als persoon. Ze blijven goed bij het segment. Ik neem zijn plek in en doe het een keer voor. Hij laat dit gedrag alleen zien op momenten dat er strijd nodig is. Hij vraagt wat RBj wil gaan tekenen en spoort hem aan dit te doen. en hij neemt veel meer de leiding.Bijlage 13: “Groepstekening maken” Groep 1 YTj: Leiding en advies geven. . Hij helpt hem met zijn tekening.

OLj. en pakt bijvoorbeeld snel het doosje krijtjes voor een ander weg. Ze gebruiken hier heel goed hun lichaamstaal voor. Algemene observatie De leerlingen vonden het erg leuk om deze oefening uit te voeren. maar gaan niet schreeuwen. Het is heel mooi en leuk om te zien dat iedere leerling zijn segment weer anders invult. MJj gaat op een gegeven moment op een stoel zitten in een boze. Ze geeft ook haar krijtjes niet af aan de ander. Als hij naar de wc moet. dat je karakter heel erg meespeelt in de uitvoering van een segment. Zij ruziën heel wat af en schreeuwen daar heel hard bij.MJj en JGm protester en winnen in stilte. . Toch volgt er altijd wel weer een nieuwe ruzie op. blijft hij zelfs op de gang in zijn rol. In deze oefening heb ik aan de kinderen laten zien. De andere leerlingen geven echt alles. DWj leeft zich heel goed in in zijn rol. Vooral NJm. Hij laat hiermee duidelijk zien dat hij het er niet mee eens is. Tijdens deze opdracht is hij heel erg stil en trekt hij zich goed terug. en JCm zijn erg aanwezig. De leerlingen hebben de tekening afgekregen. Hij geeft zelf aan niet zo goed raad te weten met het segment zorgen. De strijders. Ze houden zich aan hun rol. In groep 2 waren deze leerlingen veel rustiger. Alleen AAj heeft moeite met het uitvoeren van zijn rol. JGm laat met duidelijke blikken zien. winners en protesteerders uit groep 1 en vooral uit groep 3. Ook OLj spoort ze aan om te werken. DWj heel erg rustig en JGm heel erg goed voor zichzelf opkomend. CVm probeert deze ruzies te sussen en dit lukt haar ook. NJm: Protesteren OLj: Winnen JCm: Strijden LRm:Volgen CBj: Afwachten AAj: Zorgen MTj: Terugtrekken De leerlingen uit dit groepje leven zich allemaal heel sterk in in hun rol. voornamelijk als deze tegenstrijdig was met hun voorkeurssegment. Deze rollen werden door extroverte leerlingen gespeeld. Ik vond het erg leuk om te zien. Deze rollen werden ingevuld door meer introverte leerlingen. gesloten houding. Deze oefening was een leerzame ervaring voor zowel de leerlingen als voor mijzelf. De meeste leerlingen speelden heel goed hun segment uit. waren heel luidruchtig aanwezig. Sommige leerlingen vonden het heel erg moeilijk om vanuit hun segment te moeten spelen. Dit groepje is goed met de opdracht bezig en laat de tekening ondergeschikt zijn aan het uitspelen van de segmenten. 98 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. wat dit deed met de leerlingen. dat ze bepaald gedrag van een ander niet wil hebben. omdat zij een totaal andere kant van zichzelf lieten zien. en iedereen heeft hier zijn aandeel in gehad. Het groepje werkt heel rustig. Zij spoort ze aan om te tekenen en vraagt wat ze nodig hebben. Hij is normaal heel erg aanwezig en maakt aan één stuk door grapjes. Ik heb bijvoorbeeld van JGm en DWj erg genoten. Groep 3 CVm: Leiding en advies geven. alleen doet hij dit een stuk minder aardig. De andere leerlingen worden door CVm ook in de gaten gehouden. en protesteert in stilte.

Kaartjes segmenten Leiden en advies geven: Organiseren en regelen voor andere kinderen. . kan van zich afbijten en zich verdedigen. kan ontevredenheid uiten maar wel op bedekte wijze. kan aangeven wat hij van een ander verlangt. moedigt aan. kan inbreng van anderen in twijfel brengen zonder zelf het heft in handen te nemen. andere kinderen kunnen overtuigen in hun belang. kan teleurstelling laten merken. willen. kan zich kwetsbaar opstellen. doet "vraagt" om hulp en steun. grenst af door te zwijgen. kijkt eerst de kat uit de boom. kan kritiek leveren gericht op de persoon. Strijden: Is duidelijk over wat hem niet zint. Zorgen: Zorgzaam. probeert af te schrikken met een aanvallende houding. vertrouwt op andere kinderen. kan initiatieven afwachten. maakt zich kwaad naar andere kinderen. Protesteren: Vertrouwt niet zomaar. Afwachten: Stelt zich bescheiden Volgen: geeft anderen de ruimte. trekt zich uit contacten terug. positieve houding. meedenken en zoeken naar oplossingen. vertrouwt op zichzelf. goedbedoelde raad. het belang van de groep voor ogen. 99 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. benadrukt positieve kanten van andere kinderen. leeft zich in in andere kinderen in. Zich terugtrekken: Is terughoudend. stelt eisen en grenzen aan kinderen. kan wat de leiders of de meerderheid zich afhankelijk opstellen. houdt zich aan de regels. geeft soms steken onder water. is op zijn hoede. kan zich onafhankelijk opstellen. durft competitie aan te gaan. kan naar kritiek luisteren. Winnen: Wijst op gemaakte fouten. op.

Er wordt heel positief gesproken naar elkaar. zegt RBj. Hij loopt weg van zijn werk. OHj. Hij vindt het gezelliger als ze gewoon alles samen doen. Een andere kleur mag er niet op te zien zijn. JBj. Hij vraagt de rest van zijn groepsgenoten om hulp. alleen loopt JBj tijdens de discussie weg. Je kan zien dat ze reageren vanuit verschillende segmenten. De andere groepsgenoten laten hem. De leerlingen uit deze groep passen goed het geleerde in de praktijk. Hij valt net zoals YTj (van groep 1) ook in zijn oude valkuil. OHj zegt dat hij dat hetzelfde vind als vrolijk. “Blij”. CVm. . Hij zegt tegen zijn groepsgenoten dat ze maar één vlak per persoon moeten vullen. In het begin ging het heel goed in het groepje. JBj en AAm komen hierover bij mij klagen en ik geef hen het advies om RBj vanuit een ander segment aan te spreken op zijn gedrag. Hij gaat rondlopen door de klas. die ze associëren met die kleur. Hij wordt hier wel op aangesproken door de rest van zijn groepsgenoten. OHj probeert wat meer structuur hierin te krijgen en deelt het blad in vieren. OHj gaat hierop met JBj in discussie. maar later gaat hij toch weer “klieren”. Zij overlegt wel met de andere leerlingen over het totaalbeeld. OHj gaat verder met zijn werk. Ze moeten voor één kleur kiezen en scheuren deze kleur uit tijdschriften. 100 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Ze werken vanuit de juiste segmenten samen en EBm heeft een soort natuurlijk leiderschap op zich genomen. RBj. ze geven elkaar aanwijzingen en complimenten. Hij stelt het woord “geluk” voor. maar denkt ook zelf verder na. Aangezien het onmogelijk is om alle leerlingen tegelijkertijd te observeren. EBm plakt alle gescheurde papiertjes op en de rest geeft aan. Op dat moment legt OHj zijn systeem uit aan RBj. en iedereen werkt verder rustig aan de opdracht. maar komt niet verder dan “vrolijk” en “liefde”. Dit werkt en RBj toont meer betrokkenheid bij het werk. RBj reageert afwijzend: “Hè nee!”. zegt OHj. Groep 2: AAm. zoekt grappige plaatjes uit in tijdschriften en houdt zich niet meer bezig met zijn taak.Bijlage 14: “Kleurencollage” De leerlingen krijgen de opdracht een kleurencollage te maken. RBj gaat woorden in het roze tussen de gescheurde stukjes opschrijven (dit hoort bij de opdracht). Deze momenten heb ik hieronder per groep beschreven. RBj schrijft dit op en OHj geeft hem advies over de manier en de plek van opschrijven. Opvallend is dat YTj na een kwartier werken toch weer in zijn oude gedrag vervalt. De andere drie leerlingen zitten heel rustig in de tijdschriften naar de kleur groen te zoeken en scheuren deze uit. Alle leerlingen uit deze groep scheuren de kleuren uit en plakken deze ook op het grote vel. Ook moeten ze woorden erbij schrijven. hij gaat op zoek naar nieuwe tijdschriften en luistert niet meer naar OHj. antwoordt AAm. en dit heeft als gevolg dat hij weer een tijdje meedoet. “Okee. “Ja”. YTj laat eerst ter goedkeuring zijn plaatje zien aan EBm en scheurt hem dan pas uit. gaat grappige plaatjes opzoeken en is aan het “klieren” met andere leerlingen. MTj. Toch gaat het halverwege dit groepje ook niet goed met RBj. EBm. RBj is ergens anders een stukje aan het uitscheuren en komt terug om zijn stukje aan OHj te geven. Toch kan hij zijn “streken” tijdens het werken niet helemaal laten. JBj protesteert hier tegen. Groep 1: YTj. en gaan zelf verder met hun opdracht. dan doen we niet met kanten”. ben ik een tijdje bij een groepje gaan zitten.

“Okee”. dan lachen we even en gaan weer aan het werk”. maar JGm en ik zijn volgens mij de enige die plakken!”. LRm. Waarop LMj antwoordt: “Nou als jij er zo over 101 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Dit groepje is heel doelbewust aan het werk. MBm. en gaat dit meteen doen. Groep 4: MLm. RWj. MLm: “nee dat is donker geel. OLj: “Oh okee”. CBj wil graag letters uitknippen i. Op dat moment komt RMj aan met een stukje dat overduidelijk oranje is. Ook geven ze aan heel duidelijk vanuit bepaalde segmenten te hebben gereageerd. JCm vraagt of ze serieus willen doen en ze doen dit meteen. zegt RMj. dan is dat stukje donkergeel”. opschrijven. JCm. Groep 5: MHj. “Ja. maar we kunnen het er nog wel uit halen hoor!”. MJj: “Ja donker geel. RMj knipt een kuikentje uit. dat groen moet er wel tussenuit hoor. geen oranje”. MJj. maar het strijden wat ze normaal veel doet.Groep 3: OLj. Ze communiceren veel met elkaar. Opvallend in dit groepje is dat JCm een leiderspositie inneemt. Er wordt rustig gewerkt en OLj en CBj zitten samen te lachten. De samenwerking en interactie wordt als heel prettig ervaren blijkt uit het nagesprek. Je kunt zien dat ze bewust bezig zijn met de segmenten. MJj vraagt aan RWj of hij even een tijdje wil gaan lijmen. LMj. Ze zegt ook dat ze hem al meerdere malen daarop heeft aangesproken. Daarop loopt MBm naar LMj toe en zegt: “Je bent helemaal niets aan het uitvoeren. JGm plakt een stukje op en vraagt aan JCm of dit goed is. Ze zijn de woorden aan het opschrijven. wil je wel even wat gaan doen!”. dat is pas oranje. Mede door dit soort communicatie verliep de samenwerking zonder conflicten en werd ongenoegen goed uitgesproken. . zegt CBj. RMj komt naar het groepje toegelopen en zegt tegen MJj: “Hé. CBj. Op een gegeven moment ziet RWj een stukje dat volgens hem de kleur oranje heeft. MJj antwoord: “Ja. Alleen CBj spreekt haar tegen en komt voor zichzelf op. maar dat dat niet helpt. JCm reageert niet op dit antwoord en iedereen werkt weer rustig verder. MJj heeft gekozen voor het segment zorgen door aan te geven dat het stukje ook wel weg mag. MLm reageert hier bevestigend op. Ze spreekt de andere groepsleden al snel aan op hun gedrag en OLj JGm volgen haar adviezen op. JGm. maar blijven wel positief. zegt JCm. Als ik me bij dit groepje voeg. RWj zegt tegen hem: “Hé. als RWj dit liever heeft. vertelt LRm net aan haar groepsgenoten dat ze vind dat LMj niets doet. Zoals in dit geval bij het stukje donkergeel. JCm aanvaart dit en hierdoor werken de leerlingen heel prettig samen verder. hoor dat doe ik”. JCm zegt dat dit teveel tijd kost en vindt het geen goed plan. MLm is de woorden aan het opschrijven. maar CBj antwoord: “nee hoor. Deze groep is rustig aan het werk. Ook MJj reageert: “Ja. maar nog niet helemaal hun voorkeurssegment kunnen loslaten. dat is heel leuk!”. wij hebben geel!.v. OLj vraagt ook aan JCm waar hij een stukje moet plakken en geeft dit aan JCm. Hij zegt ja. RMj. ik plak ook. Vervolgens geven MJj en RMj plaatjes aan en MLm en RWj plakken deze op.p. RWj ziet dit en zegt: “oh ja. Hij zegt: “Is het de bedoeling dat er oranje tussen zit?”. “Ik schrijf ze wel mooi op”. ja”. maar als ik een leuk plaatje zie dan laat ik dat even zien aan OLj. RWj vindt de soorten geel allemaal door elkaar erg leuk staan. niet helemaal los kan laten. JCm zegt hierop: “Ik weet niet hoor. kijk dat kuikentje past goed bij het woord blij!”.

stelt hij voor. NJm is alle stukjes die worden aangeleverd aan het opplakken. roept MHj. . “En van NJm mogen er geen twee dezelfde stukjes op. De groepsleden kiezen ervoor om om de beurt te plakken en de anderen zoeken en scheuren dan. Hij is stil. Iedereen moet één emotie bedenken om op te schrijven als woord. maar gaat meteen aan de slag met de tijdschriften en komt even later met de kleur paars aanlopen. MBm loopt naar LMj toe en zegt: “Ik zag dat je het vervelend vond. MHj luistert hiernaar. Hij is het niet eens met de suggesties. Niemand van de groepsleden merkt dit op. In dit groepje viel LMj een beetje buiten de samenwerking. Hij krijgt de tijd om hierover na te denken. DWj. NJm. Op dat moment komt NJm naar mij toegelopen en zegt dat EDj de kleur paars niet ziet. EDj. later gaven ze dit op. “Misschien winnen?”. LRm helpt hem op weg door suggesties te geven. Hij heeft getracht het te camoufleren door te gaan vegen. Een ander groepje kwam erachter doordat hij dacht een bladzijde groen aan het groepje te geven. “Is dit goed?”. “Vanuit dat segment kun je eisen stellen”. AAj zit ook in dit groepje. NJm gaat dit proberen en loopt op DWj af. Hij gedroeg zich zoals altijd. In de confrontatie ging hij vaak de strijd aan of protesteerde hij. Ik geef de suggestie om LMj vanuit een ander segment aan te spreken dan ze al hebben gedaan. maar zoekt niet naar de kleur paars. maar zou je alsjeblieft kleuren uit willen gaan scheuren? “Ja”. Hij was weinig aanwezig bij het groepje en stond veel bij de tijdschriftentafel met andere kinderen te kletsen. vraagt hij aan NJm. 102 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Van te voren heb ik een aantal keren DWj langs zien lopen. EDj heeft tot dat moment helemaal niets gezegd. en LRm gaat door met andere suggesties. ze zegt: “DWj. Hij bladerde wel in de tijdschriften en een heel enkele keer kwam hij met een stukje rood naar het groepje terug. vertelt hij tegen mij. MHj geeft per woord een reactie. of zegt er wat van. Groep 6: AAj. MHj vindt het lastig om een woord te bedenken. TMj komt met een stukje paars aanlopen. LRm maakt uiteindelijk zelf de beslissingen en kleurt de woorden in. DWj zegt niets. dus deze moet weg”. “Ja!”. Ik weet dat EDj kleurenblind is. Het maakt MHj niet uit en hij zegt dat LRm dat wel mag kiezen. Zij pakt hem aan en plakt het stukje op. Ze werkten vooral samen met zijn drieën en accepteerden dat LMj weinig heeft toegevoegd. Dan vraagt LRm. “waar wil je hem hebben op het papier?”. alleen LMj reageerde niet echt anders. maar zit al een hele tijd in de tijdschriften te lezen. Op een gegeven moment verzint LRm “boos”. als ik me bij hen voeg om gericht te observeren. en liet geen andere segmenten zien dan afwachten en terugtrekken. maar was dit ten tijde van de opdracht helemaal vergeten. wat ze ook probeert. NMj te helpen en kleuren voor andere groepjes uit te zoeken die hij wel herkende. zegt LMj. Je merkte dat ze in de samenwerking met LMj wel probeerden om verschillende segmenten in te zetten. Ze doet haar beklag tegen TMj dat DWj niets uitvoert. Hij leest een artikel. dan doe ik vanaf nu ook helemaal niets”. De groepsleden weten niet wat ze met deze reactie aan moeten. Hierop overlegt LRm met MBm over de manier van inkleuren van de woorden. die voornamelijk grapjes met iedereen aan het maken was. ik verwacht dat je wat meer plaatjes gaat uitscheuren en wat minder rondloopt”. Dit was zijn aandeel aan het werk. Het groepje is al een lange tijd bezig. TMj geeft de suggestie om een ander segment te proberen. wat ik zei. maar merkt op dat zo‟n zelfde stukje er al op zit. “dat is hem”. Het maakt MBm niet uit hoe ze worden ingekleurd.denkt. TMj. je kon namelijk merken dat LMj het niet prettig vond zoals hij werd aangesproken. De rest van de groep probeerde hem in het begin er bij te betrekken en aan het werk te zetten.

EDj is door zijn kleurenblindheid de appellant geworden en de andere groepsleden ontfermen zich goed over hem. en TMj geeft een goede suggestie aan NJm over het gebruik van de segmenten. In dit groepje neem NJm duidelijk de leiding. AAj is snel afgeleid en gek op lezen. TMj en NJm werken goed samen. en hierdoor kwamen we erachter dat EDj deze opdracht helemaal niet kan uitoefenen. Hij mag gaan plakken en de groepsleden geven de stukjes op de goede manier aan.p. Dit gedrag wordt wel geaccepteerd door de rest van de groep. DWj en AAj gedragen zich zoals ze altijd doen. met de kleur paars naar boven. maar is hier wel wat bazig in. en kan niet goed de rem vinden. Hij kiest er voor om zich terug te trekken en af te wachten i.v. dat hij iemand vertelt over zijn kleurenblindheid en het feit dat hij de kleur paars niet kan herkennen. DWj is grapjes aan het maken. hierdoor verdiept hij zich helemaal in een tijdschrift. Deze ontdekking leidt tot een omslag in het groepje. . Ook DWj en AAj doen nu actief mee. Hieronder is een foto van de kleurencollage opgenomen. EDj vertoont ook heel herkenbaar gedrag. 103 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Alle leerlingen weten dat EDj kleurenblind is.alleen was de hele bladzijde rood.

1 7 0 5 5 1 4 4 3 3 2 5 0 3 3 0 2 5 2 1 5 4 4 3 1 11 0 0 5 0 2 1 4 2 1 13 2 4 16 2 0 1 2 0 2 0 104 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Totaal neg. Totaal neg. Totaal neg. Totaal neg. 3 5 1 8 4 0 2 4 9 5 2 4 1 1 3 0 1 3 3 1 5 3 3 2 0 13 0 1 7 2 0 0 2 4 2 16 4 3 9 3 0 2 1 0 0 0 Eindmeting MLm 3 2 MBm 3 1 AAm CVm LRm EBm JGm DWj RWj JCm Totaal pos. 5 4 2 4 4 0 3 4 4 1 3 5 2 3 3 1 3 4 5 0 3 3 5 3 0 2 0 1 13 0 0 0 3 4 3 16 2 2 11 2 0 1 3 0 0 3 Eindmeting MLm 3 1 MBm 2 4 AAm CVm LRm EBm JGm DWj RWj JCm Totaal pos. NJm MHj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ AAj MJj OLj EDj RBj YTj JBj NJm MHj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ OLj AAj MJj EDj RBj YTj JBj NJm MHj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ OLj AAj MJj EDj RBj YTj JBj NJm MHj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ OLj AAj MJj EDj RBj YTj JBj . 1 4 4 5 6 1 5 5 3 1 2 4 1 5 3 0 1 2 3 1 2 6 5 8 1 2 1 1 13 1 0 0 5 6 1 12 1 8 7 0 1 1 0 0 0 1 Tabel werken Nulmeting MLm 2 1 MBm 2 3 AAm CVm LRm EBm JGm DWj RWj JCm Totaal pos.en eindmeting naast elkaar Het sociogram Tabel spelen Nulmeting MLm 2 1 MBm 2 5 AAm CVm LRm EBm JGm DWj RWj JCm Totaal pos.Bijlage 15: Nul.

14) 1 5 0 4 2 0 2 3 2 0 1 2 1 3 3 1 1 0 0 0 4 1 2 1 2 Welbevinden (max. 16) 0 2 0 0 3 1 0 2 1 0 1 1 3 2 1 0 1 1 0 0 2 4 0 1 0 Relatie leraarleerling (max. 14) 4 1 1 3 4 0 2 3 1 0 5 4 2 2 4 0 3 0 2 0 1 1 2 0 3 Welbevinden (max. 22) 4 6 3 5 6 2 2 8 4 2 6 3 5 5 5 2 7 2 2 2 5 5 6 2 4 Onderlinge leerlingrelaties (max. 56) 6 7 5 9 11 4 4 16 4 2 8 9 6 9 14 5 6 2 0 1 7 8 6 4 7 105 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. . 16) 1 1 1 0 5 0 0 1 1 0 0 1 3 2 0 0 2 0 1 0 2 1 0 0 0 Relatie leraarleerling (max. 22) 5 1 5 5 6 3 2 8 1 2 5 4 3 4 9 3 4 1 0 1 2 4 3 3 3 Onderlinge leerlingrelaties (max. 56) 8 8 5 8 13 2 4 16 5 2 7 8 9 9 9 2 15 3 5 2 9 7 9 2 7 Eindmeting Naam JBj MBm MLm AAj RBj RWj CBj YTj LMj NJm AAm MJj JGm JCm TMj DWj EDj RMj OLj OHj MTj LRm EBm MHj CVm Organisatie in de klas (max. 12) 0 1 0 0 1 0 0 4 0 0 2 2 0 0 1 1 1 0 0 0 0 0 1 0 3 Affiliatie (samenhang) (max. 12) 0 0 1 0 1 0 0 5 0 0 2 0 1 0 0 0 2 1 0 0 1 1 1 0 2 Affiliatie (samenhang) (max.De klimaatschaal Nulmeting Naam JBj MBm MLm AAj RBj RWj CBj YTj LMj NJm AAm MJj JGm JCm TMj DWj EDj RMj OLj OHj MTj LRm EBm MHj CVm Organisatie in de klas (max.

Rolkaarten Nulmeting Eindmeting

Gezagsdrager
10 10 8 6 4 2 0 EDj MLm RBj CBj RMj MBm CVm JCm CBj AAm

Gezagsdrager

8
6 4 2 0

EDj CVm

RWj JCm

RBj MLm

RMj MBm

TMj

Nulmeting

Eindmeting

Organisator
14 12 10 8 6 4 2 0 CBj TMj RWj EBm RBj NJm MBm OHj RMj 14 12 10 8 6 4 2 0 AAj RWj CBj RBj

Organisator

DWj RMj

JBj YTj

MHj AAm

MJj LRm

OLj MLm

OHj MBm

70

Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Nulmeting

Eindmeting

Sociaal werker
12 10 8 6 4 2 0 JCm NJm LRm MTj CBj JGm MLm JBj CVm MBm EDj 12 10 8 6 4 2 0 CBj JGm

Sociaal werker

MTj LRm

OLj MLm

CVm MBm

EBm NJm

JCm

Nulmeting

Eindmeting

Verkenner
8

Verkenner
8 6 4 2 0

6 4 2 0
JBj CVm MJj YTj TMj RWj MHj EBm RMj RBj OLj LMj MBm AAj OHj EDj MLm NJm AAm MTj

AAj OHj AAm

CBj RWj EBm

MTj RBj JGm

MHj RMj MLm

MJj TMj MBm

OLj YTj NJm

71

Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Nulmeting

Eindmeting

Volger
8 6 4 2 0 MJj TMj MTj LMj JGm LRm RMj CBj CVm EBm EDj 8 6 4

Volger

2
0 EDj OLj JCm JBj RWj JGm LMj RBj MBm MTj TMj NJm MHj YTj MJj EBm

Nulmeting

Eindmeting

Appellant
20 15 10 5 0 RWj JCm LMj TMj RBj LRm 20 15 10 5 0 AAj LMj

Appellant

OLj

OHj

TMj

JCm

LRm

72

Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Nulmeting Eindmeting Joker 25 20 15 10 5 25 20 15 10 5 Joker 0 CBj NJm DWj EBm RBj YTj 0 CBj DWj MHj RBj AAm Ebm 73 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. .

Indeling volgens LIOstagiare CBj. LRm. OLj. RMj. YTj. MLm. NJm. MBm. TMj. AAj. JBj. LRm. LMj. AAm. MTj. CVm. NJm. JGm. MBm. AAj. RMj. JCm. AAm. LMj. LRm. RWj. MHj.Indeling volgens leerkrachten Nulmeting Rollen Gezagsdrager Sociaal werker Organisator Verkenner Volger Appellant Joker Indeling volgens mijzelf MHj CVm. MTj. MLm. EDj. OLj. . MTj. 74 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. NJm. MLm CBj. RBj. AAj. LMj. CVm. AAm. JBj. YTj. DWj en CBj. MBm. MLm. LRm. OHj. EBm. RBj. JGm. RWj. OHj. MBm. YTj. JBj. Indeling volgens LIOstagiare CBj. CVm. TMj. JCm. MHj. NJm en MLm. RWj. Eindmeting Gezagsdrager Sociaal werker Organisator Verkenner Volger Appellant Joker Indeling volgens mijzelf CBj. RBj en RMj. DWj. (CBj). OLj. MJj. DWj. MJj. EBm. RMj. EBm. OHj. OLj. JCm. EDj. RWj. LMj. MHj. RBj. RMj. AAm. NJm. LMj. MJj. OHj. JGm. LRm. DWj. JGm. LMj. MJj. JCm. JBj. EDj. YTj. TMj. EBm. MTj. AAj. CVm. EDj. TMj.

Totaal neg.Bijlage 16: Tabellen sociogram eindmeting Sociogram spelen MLm MBm X 2 4 AAm CVm LRm EBm JGm JCm AAj CBJ DWj EDj JBj LMj MTj MHj MJj OLj OHj RWj RBj RMj TMj YTj AAm CVm EBm JCm JGm LRm MLm MBm NJm Totaal pos. X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X 1 8 4 1 4 2 5 1 6 1 1 13 5 1 5 0 3 0 1 5 2 6 4 1 1 12 5 1 3 8 0 7 1 0 2 1 3 1 1 0 2 0 6 0 3 1 5 1 75 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. NJm DWj MHj RWj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ AAj OLj MJj EDj RBj YTj JBj .

Totaal neg. X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X 1 3 7 1 0 11 5 0 5 0 1 5 4 0 4 2 3 1 3 4 2 2 5 1 0 13 3 2 3 4 0 16 2 2 5 0 2 1 1 2 5 0 4 2 3 2 4 0 76 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.Sociogram werken MLm MBm X 3 1 AAm CVm LRm EBm JGm JCm AAj CBJ DWj EDj JBj LMj MTj MHj MJj OLj OHj RWj RBj RMj TMj YTj AAm CVm EBm JCm JGm LRm MLm MBm NJm Totaal pos. NJm DWj MHj RWj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ AAj OLj MJj EDj RBj YTj JBj .

.Bijlage 17: Plattegrond Plattegrond kerstvakantie t/m voorjaarsvakantie NJm JGm MHj RBj OHj YTj EDj MTj CBj AAj RWj OLj JCm LRm EBm JBj MJj DWj LMj MLm CVm MBm AAm RMj TMj 77 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Plattegrond voorjaarsvakantie t/m meivakantie MLm JBj MBm RMj RBj AAj OLj LRm JCm CVm MJj LMj JGm AAm RWj MHj EBm TMj EDj OHj DWj CBj NJm YTj MTj 78 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. .

Bijlage 18 Puntenverdeling klimaatschaal
Puntenverdeling over de verschillende vragen. Vraag Aantal punten nulmeting (Max. 50 punten per vraag) 2 5 4 1 3 3 2 9 5 8 12 7 1 0 13 1 4 14 4 0 2 1 2 0 3 0 3 45 Aantal punten eindmeting (max. 50 punten per vraag) 3 3 12 4 3 4 5 8 3 8 10 2 1 1 9 4 9 10 4 2 2 14 7 0 1 0 3 28

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28

79

Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Bijlage 19: Tabel rollen
Sociaal werker Verkenner Organisator Volger Appellant Joker

Gezagsdrager Rollen

Welke leerlingen plaats je bij welke rol en waarom?

Waar plaats je jezelf en waarom?

116

Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Bijlage 20: Motivatie rolkaarten eindmeting
Naam MHj Gezagsdrager EDj: Hij heeft vaak goede ideeën, maar dat zegt hij dan tegen de organisator. Sociaal werker JCm: Want zij zorgt vaak voor anderen. Organisator CBj: Hij organiseert de dingen van de gezagsdrager. Verkenner De rest. Volger De rest en ikzelf: Omdat ik meestal andere kinderen volg. Appellant LRm: Zij heeft soms wat meer aandacht nodig. Joker CBj: Hij maakt grapjes op een goed moment. Ikzelf: Ik vind dat ikzelf ook soms wel leuke grapjes maak. DWj en CBj: Ze maken vaak goede grappen op de juiste plaats.

OLj

RWj: Hij is een goede leider.

NJm, MBm en MLm: Zij betrekken iedereen erbij.

JBj: Hij komt met een goed idee.

MLm.

MBm

MLm: Ze heeft altijd goede plannen.

CVm en JGm: Ze willen altijd iedereen helpen.

MLm

CBj en ikzelf: Iedereen luistert naar ons.

OLj en ikzelf: We willen altijd dat iedereen ergens aan meedoet. MLm: Ze zorgt

LRm en ikzelf: Als je een idee hebt, wil zij dat altijd wel goed organiseren. RMj: Hij wil graag dingen voor elkaar krijgen.

AAm: Ze heeft altijd wel iets om mee te nemen. De rest.

De rest van de klas want die willen ook wel vaak mee leuke dingen doen. Ikzelf: ze komen vaak met goede ideeën en die volg ik. De rest.

JCm en LRm: Ze zijn best vaak verdrietig en daarom vind ik ze een appellant.

De rest.

LRm
117

CBj: Hij heeft altijd

RBj: Hij weet

OHj: Hij doet

Iedereen is wel

LMj: Hij kan zich niet altijd goed betrekken bij de rest. Ook soms TMj. JCm: Omdat ze zichzelf niet vaak bij de groep betrekt. LMj: Hij is altijd stil. JCm en LMj: Ze

RBj: Hij maakt altijd leuke grapjes.

DWj: Hij maakt altijd leuke grapjes.

CBj en DWj:

Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

TMj: Hij De rest. De rest. RWj: Hij weet altijd wel iets leuks te verzinnen. JCM: Zij is soms erg verdrietig en moet dan even geholpen worden. Ikzelf: Volgens mij zorg ik ook altijd wel goed voor iemand. JCm: Ik vind haar altijd een beetje stil. DWj: Hij is de echte joker van de klas! Is er niet. CBj en MHj: Ze zijn heel grappig. Geen idee. De rest. MLm: Zij helpt iemand altijd. CBj: Heeft vaak ideeën CBj: Hij is een aardig leider en het is prettig om naar hem te luisteren. DWj: Hij maakt leuke grapjes 118 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. JGm: Zij is altijd zorgzaam. Joker Ze maken soms hele leuke grapjes en DWj kijkt altijd zo grappig. CVm: Zij denkt vaak aan anderen. heel vaak voor Ikzelf: ik organiseer veel CBj: Hij past ook dingen toe. en OHj: Zij hebben wat meer verzorging nodig. denken vooruit. vrolijk ik hem/haar op met mijn grapjes.Naam Gezagsdrager goede ideeën. RWj CBj en TMj: Zij nemen altijd het initiatief om iets te organiseren. Appellant zitten altijd alleen. MBm: Zij zorgt voor anderen. Verkenner wat hij zelf wilt. CBj en ikzelf: Dit is typisch ons. De rest. Ikzelf: Ik maak bijna altijd grapjes en andere vinden dat ook. JCm: Ze heeft vaak hulp nodig DWj. . MLm en CBj: Ze organiseren het plan goed. MTj en CBj. AAj. OLj. Volger eens een volger. Ikzelf: Als iemand verdrietig is. bedenkt altijd wel een leuk spel als ik bij hem speel. Organisator altijd leuke dingen te doen. MJj:Hij heeft goede ideeën. DWj: Hij maakt vaak grapjes. TMj. Ikzelf: Soms heb ik ook goede ideeën. CBj en RWj: Zij De rest. RMj CVm: Ze heeft vaak NJm: De zorgt hele goede ideeën. OHj DWj LMj RWj en MBm: Zij hebben veel ideeën. Sociaal werker er altijd voor dat iedereen iets kan doen. Ikzelf: ik sta altijd achter iemand.

RMj en RWj: Zij zijn goede leiders en dat laten ze ook zien. NJm. JCm. bijvoorbeeld bij de playbackshow. 119 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Organisator dingen. MTj. behalve JCm die doet het een beetje stil. Verkenner Volger Appellant met dingen. RWj: Hij neemt vaak de leiding.Naam Gezagsdrager Sociaal werker anderen. voor zichzelf grappige opkomen. worden. MLm: Zij zorgt goed voor iedereen. . EBm. MLm: Zij is altijd heel behulpzaam. OLj en DWj en CBj: LMj: Zij doen Zij maken soms heel zielig. grapjes. RBj. grapjes. CBj en JCm: MTj en CBj: Ik Die doen vaak zie hen vaak gezagsdragerachtige mensen helpen. De rest. MHj. Joker op een goed moment. EDj en ikzelf: JCm en AAj: Ze CBj en DWj: We wachten kunnen meestal Ze maken altijd eerst af wat er niet zo goed van die gaat gebeuren. CVm en LRm: Ze zien gelijk of er wat mis is met je. NJm EDj: Hij is best wel stil. RMj: Hij zegt altijd wel wat we mee kunnen nemen. maar hij heeft goede ideeën. Ikzelf JCm: Ze is altijd DWj: Hij maakt ook: Ik volg wat heel stil. EBm. AAm LRm en NJm: Ze zorgen altijd voor anderen en ze nemen meestal voor anderen wat mee. JBj CBj en DWj: Zij verzinnen veel dingen. CBj: Hij heeft altijd wat goeds te vertellen. maar DWj wel wat flauwere dan CBj. soms kan ze wel grapjes op een eens verwend goed moment. dan neemt hij de bal mee. RBj en DWj: Zij zijn het grappigste van de klas. dingen. MHj en MLm: Ze kunnen goede ideeën inbrengen. LRm: Zij helpt altijd wel met dingen klaarzetten. maar altijd goede anderen zeggen. JGm. EDj: Hij doet JCm: Zij is bijna CBj: Hij maakt bijna alles wat altijd alleen en altijd best wel iemand anders ze huilt best grappige zegt. LMj: Hij heeft veel moeite met dingen. MJj MBm. goede grappen op het juiste moment. CVm RWj: Hij is een goed leider. iemand bijvoorbeeld op het pannaveldje wil voetballen. CBjen RMj: Zij vertellen wat mensen moeten doen op een rustige manier. YTj en MTj. YTj: Als De rest. De rest. Ikzelf: ik ben echt een stille leider. CBj en YTj: Zij regelen eigenlijk best wel veel. EBm: Zij neemt voor anderen wat mee. veel. CBj: Hij kan alles goed regelen.

MBm: Ze komt De rest. AAj: Als hij wat zegt. CBj: Hij helpt altijd goed en hij helpt degene die hulp nodig heeft ook altijd positief te blijven. DWj: Hij maakt meestal goede grappen. Vooral de rest Niemand. NJm. TMj. MBm. RMj: Hij is erg duidelijk. LRm: Zij zegt altijd alles door aan OLj. MTj. meestal ook op het idee om iets mee te nemen. JCm: Zij is altijd heel stil. YTj. MTj CVm en RWj: Zij zijn goede leiders. JBj willen maken. Niemand. en JCm want ze kunnen goed luisteren en volgen de leiders goed.Naam Gezagsdrager Sociaal werker Organisator Verkenner EDj RMj: Hij is meestal de leider van een goed idee. Ikzelf: Ik neem wel eens TMj. LMj. CBj: Hij kan goed dingen besluiten. OHj en RBj. Ikzelf: Ik kom niet vaak met een idee op de proppen en ik ga gewoon met de stroom mee. OLj. En ze regelen het ook goed TMj RMj: Hij is meestal de leider achter een goed idee. EDj. en OHj: ze die ik niet hebben vaak opgeschreven goede ideeën heb. Joker CBj: Hij maakt goede grappen op de goede momenten. MLm: Zij is erg aardig. RWj. LRm: Zij is erg bezorgd en MBm: Ze organiseert meestal de feestjes. MHj. maar niet alles. MBm en MJj: Ik hoor meestal van hun wat we gaan doen. MBm. . maar het die ze bekend meest: MHj. EBm: 120 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. MLm: Ze kan goed met andere kinderen opschieten en ze helpt vaak. RBj. Volger Appellant Ikzelf: Ik doe wat anderen zeggen. zegt DWj: Hij maakt altijd grappen op het goede moment. LRm en NJm: Ze komen voor de anderen kinderen op en zorgen dat iedereen meedoet. JGm.

CBj. EDj. maar dat is wel zielig. JCm: Ze heeft veel hulp nodig. RBj: Hij praat er vaak doorheen. TMj en EBj: Deze doen een beetje mee met de anderen. CBj. MHj en ikzelf. JBj: Hij is erg serieus. Ikzelf: altijd iedereen alleen TMj hoor Ik vind mijzelf een erbij. MHj. doe ik het meestal wel. AAm. wel met veel kinderen. omdat deze en ikzelf: Deze meiden altijd kinderen voor je zorgen. Weet ik niet. De rest en ikzelf: als iemand iets zegt. NJm. dat anderen met hun de leiding. MJj. OLj. CVm en LRm: OHj. dan vertel ik dat verder. Verkenner het initiatief als dat niet gevraagd aan me is. EDj. MLm: Ze helpt CBj. NJm. RWj: Hij kan goed NJm: ze helpt CBj: Hij neemt leiding geven. TMj: Omdat ik dat MLm en CVm: RWj: Hij werkt merk op het plein Zij betrekken samen met TMj. . AAm: Ze is leuk en lief. MJj. OLj. je minder en goede leider. LMj. DWj: Hij maakt JCm 121 AAm: Ze heeft wel CBj: Hij is een JGm: Z doet Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. JCm: Zij wordt vaak buitengesloten. hebben vaak ideeën. RWj. DWj: Ik vind zijn grappen leuk. Sociaal werker zorgzaam. RWj hoor je veel vaker. MTj. AAm. MTj: Hij komt altijd met goede ideeën. en in de klas. De rest. MBm en MLm: Zij zijn heel behulpzaam. Volger Appellant iedereen altijd: Aàààrnèèè`. AAj. RMj. maar vinden veel problemen. JGm. DWj: Hij maakt hele leuke grapjes. Dit verschilt een DWj: Hij maakt altijd leuke grapjes en geen flauwe! DWj en ikzelf: Veel kinderen moeten vaak om ons lachen. ideeën.Naam Gezagsdrager CBj RBj EBm Organisator iedereen. MHj en YTj. Joker Zij is erg grappig. AAj: Hij doet JBj. LMj. Niemand. De rest. JCm: Zij doet soms een beetje zielig. YTj RMj: Hij neemt vaker het initiatief. Ikzelf: Als iemand bijvoorbeeld zegt: “Laten we dit gaan doen!”. OHj: Deze kinderen willen graag iets meebrengen.

AAj: Hij huilt ook snel en wil vaak geholpen worden. dus een stille leider. Organisator goede leider en organiseert vaak dingen. Weet ik niet. EDj: Hij reageert bijna altijd als een volger. JCm: Zij huilt altijd heel snel. LMj: Hij is altijd heel stil en hij volgt andere kinderen. OHj: Als iemand een idee heeft. Verkenner wel mee. LRm: Zij zorgt ervoor dat niemand buitengesloten wordt. NJm: Ze probeert iedereen te helpen.Naam Gezagsdrager leuke ideetjes. Sociaal werker andere kinderen vaak en is erg meelevend. Volger bijna altijd wat anderen willen. het meeste meisjes. RWj en ikzelf: Als we iets hebben dat van pas kan komen. maar hij heeft soms wel wat op te merken. Ikzelf: Ik doe gewoon met de rest van de groep mee. Soms ook geen leuke. maar heb ook iets wat ook nog anders kan. . Joker veel en vaak grapjes. dan nemen we het mee. CBj: Hij regelt altijd alles en zorgt ervoor dat het goed komt. MLm: Zij wil altijd zorgen dat iedereen erbij hoort. maar dan zegt hij soms niets. DWj: Hij maakt echt altijd grapjes. CBj en DWj: Ze maken bijna altijd leuke grappen. AAj CBj: Hij krijgt vaak de leiding. OLj: Hij geeft altijd anderen de ruimte. Appellant beetje. gaat hij bijna alles regelen. RWj: Hij weet goed wanneer hij iets moet doen als dat nodig is. JGm RBj: Hij wil wel leiden. En ikzelf: Ik vind dat ik anderen help. 122 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

YTj: “Wie stemt er voor OHj. midden in het dorp en legt zijn idee uit aan RWj. MJj en MTj: Kerk (met kerkhof) en eenpersoonshuis. LRm steken hun vinger op. MBm en MLm: Herberg. AAj. Hij heeft een idee voor een paleis voor de koning. . “Wie wil er een leider zijn?”. Klas: “Ja. het is RWj. RMj roept nog tussendoor: “rolverdeling!” en ook MTj komt er tussendoor: “ik heb een idee!”. dus daarom gaat YTj door (In een later gesprek met CBj geeft hij aan niet goed te weten wat hij met deze opdracht aan moest. De leerlingen bouwen allemaal heel serieus aan het bouwwerk. De leerlingen moeten gezamenlijk een dorp met Kapla staafjes bouwen. AAj: “En dan verdeel jij gewoon die verplichte dingen”. TMj overlegt daarna wat hij met RWj zal gaan bouwen. Mtj steekt zijn vinger op. boerderij. Hieronder is een uitgebreid observatieverslag van deze opdracht. vraagt hij wat ze aan het bouwen zijn. RWj. Hierop gaat hij het plan van het paleis uitleggen. YTj: “Okee. reageren een aantal leerlingen. Hij gaat voor de klas staan en roept iedereen bij zich. Vervolgens gaat iedereen uiteen in kleine groepjes en ze nemen allemaal een flinke hand Kapla mee naar hun eigen plek. RWj het is aan jou”. Waarop dan YTj vraagt: “Wie stemt er voor MTj?”. OLj: Appartementengebouw. CBj en EDj: Villa. RWj: “Als iedereen nou zijn eigen huisje bouwt?”. LRm. TMj en RWj: Kasteel voor de Koning. “Iemand anders kan hem dan beter leiden dan ik” is wat hij antwoordde). YTj: “Voor wie moet ik nog meer stemmen?”. TMj blijft in zijn buurt. De groepjes zijn als volgt verdeeld (dit is natuurlijk gegaan en niet vooraf ingedeeld): JCm: Huisje en speeltuin. YTj: “Wie stemt er voor RWj?”. RMj en JBj: Appartementen met zwembaden. leuk” en CBj maakt meteen plaats zodat ze erbij kunnen. “Ja. Meer regels en afspraken worden niet afgesproken. De klas reageert met: “aaaahhhh”. ja”. NJm en DWj: Boerderij. Anderen brengen ook nog ideeën in en weer anderen lopen op RWj af om toestemming te vragen iets te gaan bouwen. “Nee!”. EBm vraagt meteen of zij de boerderij mag gaan maken en pakt meteen Kapla. RWj geeft MTj meteen het woord. AAm. aantal huizen en rondlopende mensen aanwezig zijn. YTj: “Wie stemt er voor AAj?”. CVm en JGm: Herberg annex huis voor de Koning. “Misschien kunnen we iedereen blokjes geven en daar dan wat mee maken”. Nadat TMj zijn idee aan RWj heeft uitgelegd. 123 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Een heleboel leerlingen reageren: “CBj!”. EBm. Er gaan en heleboel vingers omhoog. AAj en LMj: Huis van een dierenverzamelaar. hij kijkt hierbij naar CBj. Niemand steekt zijn vinger op. MHj en YTj: Bunker annex dierenbeschermingshuisje. Ytj neem het initiatief om eerst een leider te kiezen. loopt RWj naar het midden. RWj neemt het woord. OHj. Weer weinig vingers. Aan een groepje dat daar dicht bij zit te bouwen. Hij wil niet. OHj. Hij krijgt geen antwoord.Bijlage 21: “Observatieverslag “dorp bouwen” eindmeting. Heel weinig vingers. RWj loopt in het rond met zijn handen in zijn zakken. In het dorp moet in ieder geval een kerk.

er zijn niet genoeg poppetjes”. Ze bouwen de kerk en hij is nog niet af. dit is een wip en dat is een glijbaan”. RWj reageert: “Nee. die was van mij!”. JCm verbouwt haar tweede bouwsel tot een speeltuin. we moeten nog poppetjes voor het rondlopen in het dorp”. Iedereen is ondertussen aan het bouwen. AAm komt weer haar beklag doen over de dieren bij RWj. die. En wil de blokjes dichter naar zijn groepje schuiven. dat hun bouwsel af is. JCm:”Nee. oh”. want dan hebben we bijna geen gewone huisjes meer. AAm roept door de groep: “Jongens. Sommige leerlingen besluiten. Niemand reageert en het lijkt zelfs alsof er niemand luistert. Ze kijken naar hun bouwsel en gaan een ander plan maken om wel een goede kerk te bouwen. RMj geeft er een paar af. In het groepje van de boerderij is EBm wel heel duidelijk de leider van het groepje. Hij vraagt of hij ze mag hebben voor het paleis. Ze doen allemaal actief mee. RWJ: “Ja. Met CVm en hij vraagt of zij het huis voor de koning willen maken. CBj vraagt aan JCm of haar toren vastgemaakt mag worden aan hun bouwsel. RWj “Ja dat weet ik” en loopt mee naar de boerderij. De anderen vragen veel aan haar en ook toestemming als ze iets aan het plan willen veranderen. alleen willen andere groepjes ook wat van die dieren. want er is toch al een boerderij. AAj antwoordt dat het een speeltuin is. nu de blokjes op zijn. Er wordt in de klas gepraat over dat de blokjes op zijn. RWj loopt rond en is op zoek naar blokjes die nog niet gebruikt worden. “Ja”. De leerlingen in de groepjes werken samen en overleggen goed. . die en die”. ( Wat meer een kasteel is geworden) Rond het groepje van de boerderij wordt het wat onrustig. Ze willen ze niet afgeven. Hij vraagt aan haar waar zij ze voor nodig heeft. zegt JCm. JCm zegt: “Nee. RWj vraagt aan JCm wat haar tweede bouwsel is. maar sommige mensen 124 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.MBm en MLm helpen de boerderijgroep zoeken naar dieren. mag het niet. TMj overlegt met het groepje naast hem. Toch krijgen AAm en MBm wat dieren mee. waarop AAj zegt: “Oh. TMj pakt het bouwsel op en wil hem naar het andere bouwsel toe slepen. LMj een AAj kijken in het rond. Er wordt door MLm en AAm en RWj gekeken naar de boerderij en gevraagd of ze niet wat dieren kunnen hebben voor het rondlopen. zo naast het paleis. TMj: “Oh. DWj zit in deze groep en maakt grapjes met de dieren die hij vindt. MBm komt later haar beklag doen. niet doen!”. MJj en MTj lopen rond. wij”. DWj is tijdens het bouwen héél véél grapjes aan het maken. maar de staafjes Kapla zijn op. Zij hebben de meeste dieren verzameld. Ook TMj bemoeit zich met dit voorstel. AAj: “Ja. Op een gegeven moment vindt DWj een bouwsel wat iets verder staat en vraagt: “Is er ook iemand die deze blokjes gebruikt?”. EBm loopt naar RWj toe en zegt: “De blokjes zijn op”. Ook RWj vindt dieren voor de boerderij en geeft ze af. AAm zegt: “Ja. Op dat moment haakt JCm in “Nee AAj. RWj loopt weg. RWj probeert de groep te vertellen dat er nog mensen door het dorp moeten lopen. sorry!”. Hij ziet die liggen bij RMj. maar we hebben niet genoeg poppetjes”. TMj en OHj: “Jawel. RWj kijkt ernaar maar zegt niets. Hier zijn ze het niet helemaal mee eens. “Kijk.

maar ook ons (CBj en EDj). Hij vraagt AAj: “Van wie zijn die blokjes?”. CBj legt de situatie uit aan TMj. TMj vraagt hem wat over hun bouwsel. Hij denkt dat TMj de blokken gaat afpakken en hij zegt dat TMj er vanaf moet blijven. Ze gaat zitten en neemt een hele “zielige” houding aan. AAj: “Van JCm. Hij kijkt. JCm probeert haar lach te onderdrukken. Ook AAj gaat meespelen. Ik geef de leerlingen nog zeven minuten. Uiteindelijk besluit de boerderijgroep toch nog wat dieren af te geven aan RWj. of een vis. YTj luistert en loopt daarna weg. DWj ziet JCm zitten en gaat met een diertje naar de speeltuin. Hij probeert haar op te vrolijken (dit heeft hij mij later verteld) door net te doen alsof het diertje in de speeltuin aan het spelen is. JCm schermt zichzelf af en kijkt AAj en CBj niet aan. DWj gaat verder in het dorp met spelen. Ze vertellen dit tegen RWj. Niemand besteed hier aandacht aan. Hij vraagt TMj om hulp. Dit wil TMj niet geven. CBj gaat weer naar TMj toe en vraagt wederom om zijn hulp. TMj doet dit en draait zich om. Hierop zegt CBj: “Je doet hiermee niet alleen OHj pijn. die naast de speeltuin van JCm zit. vervolgens gaat hij trommelen op het krat. JCm vindt het een leuk spelletje en gaat meespelen. DWj en AAj lopen weg. JCm laat haar speeltuin zien. Ze kijkt alsof ze heel verdrietig en “zielig” is. of een hond. maar doet niets. CBj grijpt in en legt aan OHj uit wat de bedoeling was van TMj. Dan mag hij wel helpen van OHj. YTj ziet dit en vraagt: “Wat heb je gebouwd?”. Ook JCm is klaar met bouwen en staat alleen langs de kant. maar doet alsof ze heel verdrietig is. die pakt daarop wat blokjes. maar laat wel een kleine glimlach zien. DWj is weer naar JCm toegegaan en hij speelt dat hij een geit lanceert van de wip. Soms maakt hij nog een opmerking naar een andere leerling over het bouwen.wonen op het platteland en hebben daar ook gewoon geitjes ofzo rondlopen. AAj vindt een leeg krat en zet hem op zijn hoofd als hoed. De boerderijgroep is ook klaar en gaat aan de kant zitten. Behalve DWj. Toch gaat TMj niet helpen en houdt vast aan de gedachte dat het 125 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. CBj loopt naar AAj toe. EBm komt erachter dat AAj allemaal dieren in zijn huis heeft gezet die je niet ziet.” (Die ligt ook als dier bij de boerderij) OLj is klaar met bouwen en zit alleen aan de kant. Hij kijkt rond met zijn armen over elkaar. JCm draait iets bij met haar lichaam en kijkt hoe DWj aan het spelen is. Ook CVm en JGm zijn klaar met bouwen en gaan aan de kant staan. dat is een beetje een grote vis. Hij houdt er ook een paar zelf. RWj deelt de dieren uit aan MTj en MJJ. MBm. OHj wist niet dat TMj gevraagd was om te helpen. CBj en OHj en EDj komen er niet uit met bouwen en breken hun bouwsel af om opnieuw te beginnen. RWj gaat hier even bij zitten. Dit doet hij. Oh nee. hij gaat spelen in het dorp. Toch wil hij nog niet helpen. AAm en MLm zijn klaar met bouwen en zitten aan de kant niets te doen. CBj komt erachter dat ze nog een hele bouwsel in die tijd moeten opbouwen. . dat is een wip en dat is een glijbaan”. Er wordt niet om gelachen en CBj vraagt of hij hem af kan doen.

terwijl een heleboel dieren niets staan te doen in het huisje van AAj. 126 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. AAj weigert dit. RBj was niet aanwezig tijdens deze eindobservatie. TMj gaat verder spelen met DWj. RWj: “oh. LRm zegt tegen RWj dat ze het niet leuk vindt dat ze dieren moet weggeven van de boerderij.niet mocht van TMj. Ondertussen maken de meeste leerlingen nog een aanpassing aan hun bouwsel. je hebt echt te veel dieren in je huis. het dorp is af! N. anders had hij zijn dieren er niet uitgehaald. De tijd is om. RWj: “Als je nou alleen even het dak eraf haalt?”AAj stemt toe. Hij eist van AAj dat hij zijn dieren eruit haalt.B. CBj laat het gaan en gaat verder met bouwen. . Hierop gaat RWj naar AAj zijn bouwsel en probeert de dieren er uit te halen. haal ze eruit!”. AAj is het hier niet mee eens en houdt hem tegen. nee het dak is drie lagen dik. dat heb je expres gedaan!”. AAj blijft nee zeggen. AAj mag zijn dieren op het dak zetten. RWj probeert op allerlei manieren (verschillende segmenten) om de dieren eruit te krijgen. “AAj.

Sign up to vote on this title
UsefulNot useful