Samen staan we sterk!

Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Door: Tetske Dammers Van der Helststraat 23 1816 CS Alkmaar E-mail:tetskedammers@gmail.com Studentnummer: 2113856 Begeleider: Nancy Helder Datum: mei 2009 Opleidingstraject: Master SEN, gespecialiseerde leraar te Amsterdam Praktijkwerkstuk in het kader van het Fontys opleidingscentrum voor speciale onderwijszorg Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg Fontys Hogescholen Tilburg

Synopsis
Achtergrond en onderzoeksvraag In mijn klas lijkt het alsof de leerlingen een vast rollenpatroon hebben ontwikkeld waarin de interactie en de gedragingen vast liggen. Ik merk ook dat er leerlingen in mijn klas last hebben van dit vaste patroon. Het lijkt een vicieuze cirkel waar we niet uitkomen. Deze situatie heeft alles te maken met de groepsdynamiek in mijn klas. Mijn klas is constant in beweging, toch lijken er een aantal constante factoren aanwezig te zijn. Heel veel invloed op het groepsproces kan ik niet meer hebben. De groep is al geruime tijd bij elkaar en heeft de eerste drie groepsvormingfasen al doorlopen. De rollen en doelen zijn bepaald. De interactie die hiermee gepaard gaat is duidelijk aanwezig en wordt niet altijd als positief ervaren. Deze situatie heeft geresulteerd in de volgende onderzoeksvraag: Welke invloed heeft het rollenpatroon op de interacties van de leerlingen onderling in mijn klas en hoe kan ik die beïnvloeden? Om deze vraag te beantwoorden heb ik deze vraag in deelvragen verdeeld, zodat ik gerichter onderzoek kan plegen. De deelvragen zijn als volgt: 1. Is mijn klas een neutrale, positieve of negatieve groep? 2. Welke rollen zijn er in mijn klas? En hoe worden die ingevuld door de leerlingen? 3. Hoe verloopt de interactie tussen de leerlingen onderling? 4. Welke interventies kan ik uitvoeren om invloed op het groepsproces te kunnen uitoefenen? Theorie Om als leerkracht meer invloed op deze dynamiek te kunnen uitoefenen, moet ik eerst meer weten over de theorie achter de ontwikkeling van een groep. Ik heb daarvoor de volgende vragen opgesteld: 1. Wat is een groep? Ik sluit mij aan bij de definitie van Hare (1976) Hij stelt dat er bij het ontstaan van een groep altijd sprake moet zijn van interactie. Daarnaast laat een groep naast het kenmerk interactie altijd 4 andere kenmerken zien: (Remmerswaal, 2008) 1. De leden delen één of enkele motieven of doelen, die richting geven aan de groep. 2. De leden ontwikkelen een reeks van normen, die grenzen aangeeft ten aanzien van de relaties tussen de groepsleden en ten aanzien van de groepsactiviteit. 3. Bij langdurende interactie kristalliseert een reeks rollen uit en gaat de nieuwe groep zich onderscheiden van andere groepen. 4. Er ontstaat een netwerk van interpersoonlijke attracties op basis van de sympathieën en antipathieën voor elkaar. 2. Hoe verloopt een groepsproces? Volgens Tuckman (Smith, 2005) doorloopt elke groep vijf fasen, in eigen tempo. De fasen zijn: forming, norming, storming, performing en adjouring. 3. Wat zijn de rollen in een groep? Voor de verdeling van rollen in een groep maken Remmerswaal (2008) en van Engelen (2007) allebei een eigen indeling van rollen in groepen. De indeling volgens van Remmerswaal (Remmerswaal, 2008) : De rollen in een groep zijn onder te verdelen in: 1. Taakrollen: van belang voor het uitvoeren van de groepstaak 2. Groepshandhaving- en groepsvormingsrollen (procesrollen): vooral gericht op het verbeteren van het sociaal-emotionele klimaat in de groep. 3. Disfunctionele rollen: die vooral bestaan uit zelfgericht gedrag, dat ingaat tegen constructieve participatie aan de groep. De indeling volgens Van Engelen (Engelen van, 2007):
2
Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Van Engelen maakt bij de rolverdeling een onderscheid in leidinggevende rollen en overige groepsleden. De leidinggevenden nemen vaak het initiatief, organiseren en bewaken de goede gang van zaken. Bij de overige groepsleden zien we verschillende rollen en taken. Van Engelen stelt dat de rolverdeling anders is ingedeeld bij een positieve groep dan bij een negatieve groep. 4. Hoe vindt de interactie in een groep plaats? Een van de meest bekende en goed toepasbare communicatiemodellen om interacties tussen groepsleden te beschrijven is de “Roos van Leary”. Leary gaat uit van de veronderstelling dat de reactie van iemand bepaald wordt door de daaraan voorafgaande opstelling, opmerking of handeling van de gesprekspartner. Methoden Om antwoord te krijgen op mijn onderzoeksvraag zal ik gebruik maken van kwalitatief onderzoek. Allereerst houd ik een nulmeting, aan het eind van het onderzoek houd ik dezelfde meting. Deze resultaten geven mij informatie over de invloed van de interventies. Voor de metingen maak ik gebruik van de volgende instrumenten: het sociogram, de klassenklimaatschaal, BOTS-vragenlijst, observaties en rolkaarten. Resultaten en uitvoering Uit deze verschillende analysen van de nulmeting kan ik opmerken dat deze klas duidelijk een klas is op weg naar een positieve groep. Er worden een aantal leerlingen naar voren geschoven voor bepaalde rollen, maar de rolverdeling in vooral de leiderschapsrollen zijn niet altijd aanwezig. Dit kan wijzen op een neutrale groep Hieruit is gebleken dat de interventies voornamelijk gericht moeten zijn op: - De ontwikkeling van nieuwe waarden en normen en positieve leiderschapsrollen, gezien de neutrale groep. - Roldoorbrekend gedrag voor individuele leerlingen, gezien de BOTS-vragenlijst. - De rumoerigheid van de klas, gezien de klimaatschaal. Door interventies op deze vlakken uit te voeren, probeer ik de groepsdynamiek positief te beïnvloeden, wel met inachtneming van een externe rol. Uit de resultaten van de eindmeting is gebleken dat er sprake is van een positieve verandering en dus beïnvloeding van de groepsdynamiek. Toch moet ik wel een kanttekening plaatsen. De groep had namelijk al bestaande positieve normen, hier heb ik geen wijzigingen in hoeven aanbrengen. Het “ophalen” van deze normen heeft wel positief gewerkt op de groep. Met mijn interventies heb ik mij alleen maar moeten richten op de interacties tussen de leerlingen en de rollen die in de groep gevormd zijn. Ik heb door het gebruik van deze aanpak de huidige situatie uitgebouwd en versterkt, waardoor de kinderen zich bewust werden welk effect hun gedrag kan hebben.. Het aanleren van de nieuwe vaardigheden, zoals het gebruik van de “Roos van Leary” m.b.t. de invulling van de verschillende rollen, hebben geleid tot de ontwikkeling van een positieve groep. Conclusie Terugkomend op mijn onderzoeksvraag, kan ik concluderen dat ik met mijn onderzoek heb aangetoond dat een leerkracht met een gerichte aanpak de groepsdynamiek positief kan versterken door uit te gaan van bestaande kwaliteiten en het aanleren van nieuwe vaardigheden.

3

Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

terwijl hij tussendoor ook nog mijn werk als “critical friend” doorlas. die het geduld hebben gehad om alle leuke afspraken met mij een jaar te verplaatsen. Mijn collega‟s die mij de mogelijkheid hebben gegeven dit onderzoek uit te voeren op school en die mij altijd zelfvertrouwen gaven om door te gaan. Natasja Vermeulen en Jetske Kaandorp wil ik bedanken voor het creëren van “ons veilige intervisiegroepje” en het doorlezen van mijn werk als “critical friend”. Via deze weg wil ik ze graag bedanken voor hun steun. die mij vaak hele dagen niet heeft gezien doordat ik in de studeerkamer zat te werken. Mijn studiebegeleider Nancy Helder. wanneer ik klaar ben met mijn studie. . En voor het opvangen van al mijn emotionele “stressbuien”. Zij hebben heel goed meegewerkt aan dit onderzoek en feedback gegeven op de oefeningen die ik met ze heb uitgevoerd. Mijn vriend Lonee. feedback en support is het mij gelukt dit onderzoek af te ronden.Erkentelijkheidpagina Dit onderzoek is mede tot stand gekomen met de hulp van een aantal mensen. Al mijn vrienden. voor de ondersteuning. De leerlingen uit groep 7. En gelukkig het huishouden op zich heeft genomen. Bedankt allemaal! Met jullie hulp. 4 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Ik ben trots op het onderzoek wat ik heb gemaakt. Mijn ouders Jan en Ria en zus Djoeke. Ook heeft ze zich ingezet om het onderzoek te beoordelen Mijn medestudenten Danne Noë. En natuurlijk niet te vergeten de eindeloze telefoongesprekken en e-mails om mij te steunen. En voor het doorlezen en het geven van feedback op mijn onderzoek. voor het doorlezen van mijn stukken en mij hierop feedback gaven. voor het laten inzien van nieuwe inzichten en het geven van zelfvertrouwen.

................. Blz................................... 25 o 4....................................3.................................4 Rolkaarten .......................... 21 o 3........................ Blz............................................................... 20 o 2............ Blz..3 Onderzoeksmiddelen ..................................... 38 o 4............2..................... Blz.............2 BOTS-vragenlijst .............. Blz................................... 45  4...................1 De aandachtspunten .................... 39  4........................... 51 5 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas...........4..............2 Positieve leiderschapsrollen ontwikkelen ............... 38  4.....................4............ ..........................3 Het groepsproces ... Blz.................................. Blz........... 9 o 2... 25  4.........................................................3 De klimaatschaal ..................... Blz........................... Blz................ Blz..................................... Blz......................... Blz...............2...................................................................... Blz.5................................. 39  4............................................................. Blz.....................................................................................................................Inhoudsopgave Synopsis ..................................................................................................................................................6 Maatschappelijke relevantie ................. 24 Hoofdstuk 4: Datapresentatie en analyse ..........3..................................... Blz...................1 Privacy ..............4 De uitvoering ........ Blz.............. Blz.... Blz...................... 4 Hoofdstuk 1: Inleiding ..... Blz.......................... 7 Hoofdstuk 2: De situering ............................. 21 o 3.......................................................... Blz........ 27  4. Blz............................................................................................................................. 20 Hoofdstuk 3: Het onderzoek ....................... 37 o 4..................................7 Onderzoeksvraag .......5 Eindmeting ................1Onderzoeksvraag en deelvragen...........................2.............3 De interventies.........................................................5 Observatie .............. 19 o 2..................... Blz....................... 15 o 2......... Blz...........3 De Roos van Leary ................................... 25 o 4.............................................. Blz....................5 Observatie ..................................................................8 Tot slot ....................................1 De situering .. Blz........................... 2 Erkentelijkheidspagina .6 Tot slot ....................... Blz...... Blz......................................... 50 o 4. Blz. 22 o 3..............5...................................... 42  4......... Blz....... 8 o 2...... 11 o 2...........2...............2......... 21 o 3........... Blz....................................... Blz.... 37  4........................................................... Blz..........2 Plan van aanpak ............. Blz..............4........1 Het sociogram ...... Blz..................5. 41 o 4............................. Blz.................1 Het sociogram ..5................................4 Rollen in de klas ... 38  4...........4 Tot slot .................. Blz...3 De klimaatschaal ..........................4 Rolkaarten .......................... Blz..1 Normen stellen......... 8 o 2...... 33  4.............................................................................................................................................2.5......................2 BOTS-vragenlijst ........ Blz........ 40  4..........2 Nulmeting ............................................................. Blz......................2 Kwalitatief onderzoek ............... 42  4.................................5 Interactie .............. Blz........................... 25  4.......................................................... 18 o 2...................................................... 31  4... 44  4.2 Een groep ..................................................6 Algemene analyse ................... 44  4.

............. 56 o 1... 100 o 15.................. 54 Literatuurlijst . Blz................4 Terugblik ...................................... Tabellen sociogram nulmeting ..... Blz................................. 55 Bijlagen ........................... 117 o 21......... 84 o 12...................................................... “Situaties uitspelen” ....................... Blz......... 96 o 13.. Blz...................................... Blz............... 57 o 2...................... Blz............................ Blz........... 77 o 8.........3 Aanbevelingen ................ Blz........................................................................................ Observatieverslag “dorp bouwen” eindmeting .............................. 59 o 3................................................................................................................................................................................... Blz........ Blz............... Blz. Plattegronden van de klas .... Blz.................. Blz.. 53 o 5. Blz.... 61 o 4........ Blz......................................................... 104 o 16..... 123 6 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas..................................... “Letters en cijfers maken” ............... “Wie ben ik”..... Rolkaarten .. 52 o 5........................................................................................... 97 o 14................................................................... Tabel Rollen ..................... “Je mag niet meedoen” .......................... 113 o 18............................................... ......................... Blz..................... Klimaatschaal .............................2 Eindconclusie ................. 79 o 9.. Blz..... 116 o 20................... 82 o 11............... “Kleurencollage” ...... 73 o 7..................................1 Deelvragen ........ Handelingsplan “waarschuwingskaartjes” ............... “Complimenten van een groep” ......... Blz................ 111 o 17............ Motivatie rollen nulmeting ........ 80 o 10.. 115 o 19.......... Puntenverdeling klimaatschaal ....................................... “Groepstekening maken” ...... 52 o 5.................................... Blz................................................... Blz............................................................................ “Introductie Roos van Leary” ......................................................................................... Blz....................... 70 o 6............................................................................................................................ Blz.................. Observatieverslag “toren bouwen” nulmeting .................................. Motivatie rollen eindmeting .................................. Blz........... Blz...............................en eindmeting naast elkaar ......Hoofdstuk 5: Eindconclusie .............................. Blz............................. Blz....... Blz.................... 54 o 5.... Blz................ 63 o 5........................... Tabellen sociogram eindmeting .... Nul..

en zich samen inzetten voor de ontwikkeling van een positieve groep. waar we voor de vakantie waren gebleven. Al met al is het een bruisende klas die met veel plezier naar school toe gaat. Ik ken de leerlingen goed en heb in deze tijd een goede band met de leerlingen opgebouwd. Toch valt mij ook iets op aan deze klas. Humor is een belangrijk onderdeel in de dagelijkse omgang met elkaar. Dit kan zijn uitwerking hebben op de omgang met elkaar. die niet altijd een positieve uitwerking hebben op het groepsklimaat. De school werkt volgens het principe MIA onderwijs. waardoor leerlingen elkaar niet altijd respecteren en serieus nemen in de reacties. juist doordat ik de leerlingen nu voor het tweede jaar lesgeef. Ik geef dit schooljaar les aan groep 7. sociaalemotionele vorming en cultuur in de breedste zin van het woord. De titel staat voor de meerwaarde van een positieve groepsdynamiek in de klas. In de tijd dat ik werkzaam ben in het onderwijs heeft de “gedragskant” van leerlingen mij het meest geïnteresseerd. Het lijkt alsof we na de zomervakantie gewoon in de sfeer en de omgang met elkaar zijn doorgegaan. waarin de kinderen elkaars eigenschappen en kwaliteiten accepteren. Omdat ik mij nog verder wil ontwikkelen en bekwamen op dit gebied. heb ik besloten mijn onderziek te relateren aan dit onderwerp te houden. die ik vorig jaar ook al heb gehad in groep 6. opdat een kind zich ten volle kan ontwikkelen. Ik vind dat een goed pedagogisch leerklimaat een voorwaarde is. waar de kinderen zelf aangeven wat zij die dag gaan doen. . Het lijkt soms alsof sommige leerlingen “vastzitten” in een bepaald rollenpatroon. De school heeft een leerlingenpopulatie van 200 kinderen en de prognose is dat dit alleen maar toe zal nemen. gespecialiseerde leraar aan de Fontys hogeschool te Amsterdam. wat weer gevolgen heeft voor het groepsklimaat. In de onderbouw wordt gewerkt door middel van een kiesbord. Maar ik merk dat de leerlingen bepaalde gedragingen en interacties laten zien. De titel “Samen staan we sterk!” staat symbool voor het onderzoek dat ik heb uitgevoerd. In de bovenbouw wordt gewerkt met zelfstandig werk taken. Dit is een reguliere school in Bergen. We trachten een zo goed mogelijke verhouding te creëren tussen cognitieve vakken. Dit onderzoek heb ik ontwikkeld in het kader van de opleiding Master SEN. 7 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Deze eerste waarnemingen hebben geleid tot het onderzoek dat voor u ligt. Ik heb dit onderzoek uitgevoerd op de school waar ik werkzaam ben.Hoofdstuk 1 Inleiding Voor u ligt mijn onderzoek. Ik geef hier voor het zesde jaar les en heb altijd in de bovenbouw gewerkt. zodat er een nog beter pedagogisch leerklimaat ontstaat. ontspannen sfeer. MIA staat voor Meervoudige Intelligentie Adaptief. Zowel de kinderen uit de klas als ik houden van een gezellige. “samen staan we sterk!”. In dit onderzoek ga ik op zoek naar de groepsdynamiek in mijn klas en hoe ik die kan beïnvloeden.

De groepsleden kijken op en moeten er hartelijk om lachen. Het lijkt alsof de leerlingen een vast rollenpatroon hebben ontwikkeld waarin de interactie en de gedragingen vast liggen. Kim pakt direct een stift om de gegevens die Pim doorgeeft meteen op het bord te schrijven. Dick en Pim staan samen te overleggen wat ze moeten doen. Ralf gaat in het zwembadje zitten en doet net of hij verdrinkt. Hij pakt de liniaal over en gaat verder met meten. zodat ik dit kan vertellen aan mijn vrienden en ze geen ruzie meer hebben. Het lijkt een vicieuze cirkel waar we niet uitkomen. Iedere klas laat een verschillende groepsdynamiek zien. De situatie die ik hierboven beschreven heb. hartelijk gelachen wordt.00 uur. Dit kan positieve. doet hij dit. die bestaat uit 25 leerlingen. „Ralf‟ maakt een grapje en de leerlingen reageren erg negatief op hem. Laurens staat te kijken naar het groepje. „Ralf‟ vindt het niet prettig zoals er op hem gereageerd wordt. De andere groepsleden kijken verstoord op en zuchten geërgerd. Hoe verloopt een groepsproces? 3. De andere leerlingen geven daarentegen aan dat ze het gedrag van Ralf niet als prettig ervaren. Pim komt erbij staan en zegt dat ze het niet goed doet. het moet anders. toch lijkt er niet veel te veranderen. Ralf kijk geïrriteerd en zegt: “wat kinderachtig!” (De namen uit de beschrijving zijn gefingeerd) §2. Ik merk ook dat er leerlingen in mijn klas last hebben van dit vaste patroon.Hoofdstuk 2 De situering Het is maandagochtend 9. Ze vinden allebei dat ze het grootste zwembad hebben. Hoe vindt de interactie in een groep plaats? 8 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.1 De situatie Ik geef les aan groep 7. Ik verdeel de klas in groepjes en volg de gebeurtenissen van één groepje. Deze situatie heeft alles te maken met de groepsdynamiek in mijn klas. terwijl ze dezelfde gedragingen vertonen. Het groepje stemt hier meteen mee in. Ik geef een rekeninstructie aan de klas. waarvan 16 jongens en 9 meisjes in de leeftijd van 10 á 11 jaar. Mijn klas is constant in beweging. De groep gaat verder met meten als opeens Denise langs komt lopen met het zwembadje als hoed op. De meeste leerlingen uit deze groep zitten al 7 jaar bij elkaar in de klas. Wat is een groep? 2. Hij voert niets uit en kijkt alleen maar. Ik geef deze leerlingen voor het tweede jaar les. Ik heb deze situaties regelmatig proberen te beïnvloeden. die bijna op hetzelfde ogenblik een grap maakt. . Om als leerkracht meer invloed op deze dynamiek te kunnen uitoefenen. Dick komt meteen met een voorstel: Hij stelt voor om eerst maar eens de maten van de zwembaden op te meten. Kim pakt de bordliniaal om de zwembaden op te meten. Ik vertel de leerlingen over 2 vrienden van mij die ruzie hebben. komt regelmatig voor in mijn klas. Dit is goed te merken in bovenstaande situatie. Wat zijn de rollen in een groep? 4. terwijl er om „Denise‟. Dit zullen andere leerkrachten herkennen vanuit hun eigen situatie. Ik vraag de leerlingen het probleem voor mij op te lossen. toch lijken er een aantal constante factoren aanwezig te zijn. Als Pim hem vraagt het tweede zwembadje te pakken. maar ook negatieve uitwerkingen hebben. Het valt mij op dat de leerlingen anders op elkaar reageren. moet ik eerst meer weten over de theorie achter de ontwikkeling van een groep. Ik heb daarvoor de volgende vragen opgesteld: 1.

Een groep kan gedefinieerd worden als een verzameling individuen waarvan de interacties door een aantal rollen en normen gestructureerd worden. (Remmerswaal. 46. Mijn klas kan ik helemaal herkennen in deze omschrijving. . De definities vind ik te summier omschreven. In het boek Groepsdynamica (Johnson & Johnson. 4. De leden ontwikkelen een reeks van normen. pp. 3. We kunnen pas van een groep spreken als de interacties tussen individuen door rolomschrijving en normen gestructureerd worden. 4. Een groep kan omschreven worden als een verzameling individuen die op een bepaalde manier afhankelijk van elkaar zijn. door zich te verenigen.§2. Toch ligt het antwoord iets ingewikkelder. die grenzen aangeeft ten aanzien van de relaties tussen de groepsleden en ten aanzien van de groepsactiviteit. Volgens deze definitie is er sprake van een groep als een bepaalde gebeurtenis niet alleen één individu maar ook de andere individuen beïnvloedt. Mijn klas. 2. Individuen vormen alleen een groep als zij door een persoonlijke reden gemotiveerd worden een groep te vormen. In de zeven verschillende definities die de sociologen geven. die richting geven aan de groep. 9 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. dat is toch een groep. namelijk de lesstof volgen. 2008. De leerlingen hebben in ieder geval een gezamenlijk doel. 6. Een groep kan omschreven worden als een verzameling individuen die elkaar beïnvloedt. Daarnaast laat een groep naast het kenmerk interactie volgens van Hare (1976) altijd 4 andere kenmerken zien: 1.2 Een groep Wat is een groep? Het beantwoorden van deze vraag. De leden delen één of enkele motieven of doelen. Ik sluit mij aan bij de definitie van Hare (1976) Hij stelt dat er bij het ontstaan van een groep altijd sprake moet zijn van interactie. Een groep kan gedefinieerd worden als een verzameling individuen die. lijkt heel gemakkelijk. 1. 7. Volgens deze definitie kunnen we pas van een groep spreken als de betrokkenen zichzelf als een deel van een groep beschouwen. zowel verbaal als nonverbaal. Bij langdurende interactie kristalliseert een reeks rollen uit en gaat de nieuwe groep zich onderscheiden van andere groepen. groep 7 om specifiek te zijn. een bepaalde persoonlijke behoefte tracht te bevredigen. 47) De definitie van een groep is helder omschreven. Een groep kan gedefinieerd worden als een verzameling mensen die gezamenlijk een bepaald doel willen bereiken. 2006) worden er zeven verschillende definities gegeven. Er ontstaat een netwerk van interpersoonlijke attracties op basis van de sympathieën en antipathieën voor elkaar. Deze wederzijdse beïnvloeding vormt het belangrijkste kenmerk van een groep. Een groep kan omschreven worden als een verzameling individuen die directe contacten met elkaar onderhouden. Er vindt een constante interactie plaats in mijn klas. 3. Volgens deze omschrijving is er geen sprake van een groep als er geen interactie plaatsvindt. zit allemaal een kern van waarheid. 2. 5. Een groep kan omschreven worden als een sociale eenheid die uit twee of meer personen bestaat die zichzelf als lid van een groep beschouwen.

Er zijn hele duidelijke attracties tussen de leerlingen. maar er zijn ook leerlingen die elkaar niet zo aardig vinden. Dit kun je terugzien in de situatiebeschrijving van de rekenles. Er is wel een duidelijk verschil tussen de normen die zijn opgelegd. Hierin kan een groep voorzien. Samen kunnen leerlingen komen tot creatieve prestaties. Denise is duidelijk geaccepteerd als de grappenmaker. Ook de derde laag wordt vooral door leeftijdsgenoten vervuld. sociale acceptatie en waardering. je bent groepslid. en de normen die ze zelf bepaald hebben. In het vervullen van de eerste en tweede laag voorziet voornamelijk het gezin. je wilt gerespecteerd en geaccepteerd worden. Omdat deze normen veiligheid bieden zijn ze moeilijk te beïnvloeden als de groep eenmaal gevormd is. Je eigen talenten ontwikkelen en verbreden. Het leren gaat het beste als een leerling zich vooral in de bovenste laag van de piramide bevindt. dit kan bijdragen aan zelfrealisatie. 2007) vervult een groep behoeften uit de behoeftepiramide van Maslow (1954): Zelfrealisatie Waardering Sociale acceptatie Zekerheid/veiligheid Fysiologische behoeften De behoeftepiramide van Maslow (1954) Pas als er voldaan is aan een laag. In een groep hoor je erbij. Ze willen dat hun mening serieus wordt genomen. Leerlingen die hier niet aan toe zijn oefenen geen invloed uit binnen de groep en vinden het al geweldig dat ze geaccepteerd worden. weliswaar niet allemaal positief.Daarnaast zijn er ook normen en grenzen ontwikkeld. maar de leerlingen weten wel waar ze aan toe zijn. Je wilt niet voor gek staan en buitengesloten worden. komt de mens toe aan de volgende laag. Een klas heeft invloed op het vervullen van de behoeften aan veiligheid. Ze willen gewaardeerd worden. Ook het laatste kenmerk is terug te vinden in mijn groep. terwijl Ralf dit niet is. Als er in voldoende mate is voorzien aan de behoeften uit de eerste drie lagen kan de groep een bijdrage leveren in de behoeften uit de vierde laag. De rollen die in een groep ontstaan zijn ook bij mijn klas aanwezig. . Bij de tweede laag is ook een rol weggelegd voor leeftijdsgenoten. Leerlingen kunnen elkaar helpen met bepaalde leerstof. Tenslotte is er de behoefte aan zelfrealisatie. Kinderen willen ook invloed uitoefenen binnen een groep. Het vormen en ontwikkelen van een groep is erg belangrijk in het onderwijs. In een negatief klimaat wordt ook voldaan aan de behoefte zekerheid. In een 10 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Volgens van Engelen (Engelen van. Het is als leerkracht belangrijk om te weten dat deze behoeften niet altijd positief worden ingekleurd. denk aan de schoolregels. Als groep sta je sterk. er zijn leerlingen die duidelijk vrienden zijn. Daarnaast is er zekerheid omdat de rollen vaststaan. De groep biedt zekerheid er zijn vaste normen.

(Linge van. Hieronder de gereviseerde versie (Engelen van. Konig. 2007) (Gielis. in eigen tempo. In het lineaire model wordt uitgegaan van de sociaal-emotionele aspecten in relatie tot de taken die uitgevoerd moeten worden.3 Het groepsproces Hoe verloopt een groepsproces? Remmerswaal (Remmerswaal. De groepen worden samengesteld door de school. wordt bepaald door het groepsproces dat zij doorloopt. & Lap. maar is wel voorspelbaar. Klassen in een school passen binnen deze definitie en zijn dus groepen. bewustwording Het individu Intrapersoonlijk Individueel en relationeel Groepsvoortgang Tijdsperspectief Groepsdoel door middel van Nadruk op: Observatiebasis Centraal procesaspect Overzicht van de drie besproken modellen voor groepsontwikkeling (Banet 1967) Het lineaire model is het meest gericht op het onderwijs. Hoe dit verloopt. beantwoord ik in de volgende vraag. 2008) spreekt over drie modellen hoe groepen ontstaan: 1. Wat voor soort groep een klas is. Spiraalmodel 2. In de definitie en de behoeftepiramiden wordt duidelijk gemaakt wat een groep is. Such testing serves to identify the boundaries of both interpersonal and task behaviors. . In onderstaand figuur zijn de verschillende modellen schematisch weergegeven. zodat het veiligheid biedt voor de leerlingen. Polariteitenmodel 3. leren zelfverwezenlijking. Bij het polariteitenmodel gaat men ervan uit dat het groepsproces gebaseerd is op spanningen en conflicten die regelmatig terugkeren. Volgens Tuckman doorloopt elke groep vijf fasen. Daarom kies ik ervoor het lineaire model verder uit te werken. Coincident with testing in the interpersonal realm is the establishment of 11 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.negatieve groep is de rolverdeling ook bepaald. Toch ontstaan deze groepen niet spontaan. Lineaire model Bij het spiraalmodel wordt de groepsvorming voornamelijk bepaald door de ervaringen uit het verleden van de verschillende groepsleden. 2006) Lineair model Progressief Toekomst Leren sociale vaardigheden De groep Interpersoonlijk Groep Spiraalmodel Regressief Verleden Genezen persoonlijkheidsintegratie De groep Historisch Contextueel Polariteitenmodel Cyclisch Heden Groeien. dit heeft geen positieve uitwerking. 2008): 1. §2. Hij heeft dit model ontworpen in 1965 en gereviseerd in 1977. Forming “Groups initially concern themselves with orientation accomplished primarily through testing. de andere modellen zijn meer geschikt voor therapeutische doeleinden.

Er ontwikkelen zich twee of drie subgroepen die ieder een eigen groepsproces ingaan. Deze outsiders lopen bij een negatieve hoofdgroep het risico de zondebok te worden. It may be said that orientation. de leerlingen gaan op zoek naar erkenning en proberen hun positie in de klas te verwerven. testing and dependence constitute the group process of formin”. positief samenwerkende groep. De klas is verdeeld in een hoofdgroep en enkele outsiders. In the task realm. De grenzen in de groep worden duidelijk. 2. Er groeit een samenhangende. De hiërarchie in de klas begint geleidelijk zijn vorm aan te nemen. personal opinions are expressed. and new roles are adopted. 3) In deze fase komt een nieuwe groep bij elkaar. 3. Ze vragen zich af wat er van hun verwacht wordt. 3) Tijdens de stormingsfase is het heel onrustig in de klas. (Smith. Ieder schooljaar doorlopen de leerlingen deze fase. other group members. Het opnieuw verkennen van een bestaande groep is dan minder nodig. dit doel 12 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. De leerlingen nemen een afwachtende houding aan. or pre-existing standards. soms proberen ze de mening van de meerderheid weer te geven en ook schrijven ze bewust hun eigen ideeën aan de groep voor. De uitkomsten van de stormingsfase kunnen verschillend zijn: 1. 4. Thus. Soms zijn deze leiders zich niet bewust van hun positie. Norming “Resistance is overcome in the third stage in which in-group feeling and cohesiveness develop. 3) De normen van de groep worden vastgesteld in de derde fase. Leerlingen kiezen vaak voor de rol die het beste bij hen past. vaak is dat doel voor de groep positief. p. 2005. De leerlingen gedragen zich heel rustig in deze fase. De klas wordt niet één groep. we have the stage of norming” (Smith. 3. Storming “The second point in the sequence is characterized by conflict and polarization around interpersonal issues. Dit kan zich in deze periode nog sterk afwisselen. Afhankelijk van zijn behoeften zal het ene kind zich sterker profileren dan het andere. . Er wordt kennis gemaakt met elkaar en met de leerkracht. new standards evolve. De leiders van de groep bepalen deze normen. maar “van binnen” is het heel onrustig en ongemakkelijk voor de leerlingen. Iedere subgroep kan zich hierbij zowel positief als negatief ontwikkelen. De rolverdeling wordt in de stormingsfase vastgelegd. with concomitant emotional responding in the task sphere.dependency relationships with leaders. De groep neigt naar positieve waarden en normen. 2. De klas wordt een negatieve groep waarin concurrentie en machtsstrijd de boventoon voeren. Er is neiging naar negatieve normen. dit komt doordat de leerlingen als ze ouder worden de zomervakantie als minder intensief qua mentale en fysieke groei ervaren. p. 2005. ondanks dat ze elkaar al kennen. Toch wil ieder kind in de groep ruimte om keuzes te maken. These behaviors serve as resistance to group influence and task requirements and may be labeled as storming. 2005. Dit leidt vaak tot conflicten. later met meer nadruk. intimate. De doelen worden bepaald. dit kunnen ook meerdere rollen tegelijk zijn. Ze bekijken wie de andere groepsleden zijn en hoe die zich gedragen. p. Eerst voorzichtig en aftastend. In de bovenbouw duurt de stormingfase heel kort. De groep pakt de situatie zoals voor de zomervakantie gemakkelijker op.” (Smith.

” (Smith.” (Smith. Als de relatie met de leerkracht ook positief is heerst er een prettig leef. Problemen aanpakken Hoe gaat de groep om met problemen? Deze vijf kenmerken geven veel inzicht hoe de ongeschreven normen worden gehanteerd in de groep. 3) 13 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. dan werken de leerlingen goed samen. Als de groep uit de vorige fasen als een positieve groep is gekomen. Performing “The group attains the fourth stage in which interpersonal structure becomes the tool of task activities. and group energy is channeled into the task. de leerlingen zijn veel minder productief.Adjouring “ Adjourning involves dissolution. This stage can be labeled as performing. 2005. Deze normen. kunnen ze verschillende inzichten geven. Denk aan gezellig door de les heen praten. 5. The process can be stressful . Groepsverantwoordelijkheid In hoeverre voelen de groepsleden zich medeverantwoordelijk voor het wel en wee van de groep als geheel? b. Performing is de langstdurende fase. Een negatieve groep daarentegen is veel minder bezig met het leerklimaat. zowel positief als negatief zijn af te meten aan vijf groepskenmerken die gerelateerd zijn aan het leefklimaat: a. 2005. the completion of tasks and reduction of dependency (Forsyth 1990: 77). and structure can now become supportive of task performance. is dat een positief doel. als het doel gezelligheid is. Naast het doel worden ook de normen en waarden van de groep vastgesteld.en leerklimaat waarin de leerlingen productief zijn. hij duurt bijna het gehele schooljaar. Roles become flexible and functional.particularly where the dissolution is unplanned (ibid. Gaat het in volledige harmonie of hebben een aantal leerlingen het voor het zeggen? Als je de vijf kenmerken apart van elkaar bekijkt. Wederzijds respect In welke mate geven de groepsleden elkaar de kans om zichzelf te zijn. maar niet gunstig voor het leerklimaat. It entails the termination of roles. Structural issues have been resolved. Vanaf nu staan de normen van de groep vast en zijn de groepsnormen nauwelijks veranderbaar. Er heerst een constante machtstrijd tussen de leerlingen onderling. p.: 88). Besluitvorming Hoe zit het met ieders inbreng als er een beslissing wordt genomen? e. 4. conflicten worden snel opgelost en de doelen waaraan gewerkt wordt zijn positief.hoeft niet altijd positief te zijn voor de leerkracht. waarbij ieders inbreng welkom is? Of wordt het klimaat bepaald door onderlinge concurrentie? d. 3) In de uitvoerende fase worden de doelen die in de eerdere fasen zijn vastgesteld nagestreefd. . Some commentators have described this stage as 'mourning' given the loss that is sometimes felt by former participants. Samenwerken Is er sprake van samenwerking. p. Dit komt omdat de groep meer aandacht moet schenken aan het leefklimaat. en in hoeverre voelen zij zich gedwongen zich anders te uiten en te gedragen dan ze zijn? c.

De groepsleden tonen respect voor elkaar voor elkaars mening en karakter en zijn bereid naar elkaar te luisteren c. & Lap. De laatste gedraging is de “normvervaging”.Deze fase treedt op als het einde van de groep in zicht is. 2007) Door de begeleiding hebben de leerlingen een sfeer geproefd die berust op positieve normen. Dit betekent dat de leerlingen de positieve sfeer gaan relativeren. De groepsleden voelen zich medeverantwoordelijk voor het functioneren van de eigen groep b.a. Bij een positieve groep kunnen er problemen ontstaan tijdens deze fase. In de andere jaren weten de leerlingen dat ze elkaar na de zomervakantie weer zien. reünies e. Dit kan hij doen door modelgedrag te vertonen. e. De groepsleden zijn bereid met elkaar samen te werken d. De leerlingen organiseren veel activiteiten om het afscheid zoveel mogelijk uit te stellen. (Engelen van. . De leerkracht helpt de leerlingen veilig met elkaar kennis te maken van oppervlakkig naar diepgaand. Ten slotte biedt hij veiligheid. Omdat de groep toch uit elkaar gaat is het niet meer belangrijk om de groep gezellig te houden. (Gielis. a.m. Hierdoor wordt de groep minder gezellig en is het afscheid makkelijker. Tegelijkertijd moet de leerkracht anticiperen op de norming. Denk hierbij aan klassenfeesten. Bij een negatieve groep wordt deze fase als bevrijdend gezien. De leerlingen beschermen zichzelf tegen de teleurstelling van het uiteen gaan van de groep.d. De leerlingen ervaren de groep als positief en gaan niet graag uit elkaar. in “Grip op de groep”. 2008) Fase 1&2: Bij de start van de groep kan begeleiding doorslaggevend zijn. Een ander verschijnsel is het “klitten”. Allereerst is het belangrijk om de forming goed te faciliteren. Iedere leerling moet zich door de leerkracht geaccepteerd voelen en de leerkracht moet persoonlijke interesse tonen.v. situaties te scheppen waarin normen tot stand komen en positieve normen laten ervaren en de leerlingen hiervan bewust maken. Deze begeleiding is gericht op een positief groepsklimaat wat kan leiden tot de aanvaarding van groepsregels die feitelijk de vijf groepskenmerken positief invullen en die samen garant staan voor een positief groepsklimaat. De leerkracht kan d. Dit kan leiden tot drie verschillende gedragingen. De groep kan gaan “vitten”. Suggesties hiervoor staan o. begeleiding heel veel invloed uitoefenen op de verschillende fasen. De leerlingen vinden het niet erg om afscheid van de groep te nemen. In dit geval bepaalt de groep vaak de uitkomst. Problemen worden niet verdoezeld maar besproken Om deze begeleiding goed te faciliteren kun je veel begeleide oefeningen doen. Beslissingen die de groep moet nemen komen aan zoveel mogelijk wensen van groepsleden tegemoet. Deze fase treedt op de basisschool alleen op de voorgrond aan het eind van groep 8. De leerlingen houden zich niet meer aan de groepsregels en gaan minder respectvol met elkaar om. Dan is er een stevig fundament gelegd voor het groepsklimaat dat meestal stand kan houden 14 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Bovengenoemde fasen zijn beschreven zoals ze verlopen zonder begeleiding van een leerkracht. Konig. Dit kan door een goede begeleiding tijdens de normingfase al zoveel mogelijk voor de stormingsfase plaats te laten vinden. Alleen in deze fase is het mogelijk een groep tot positieve normen te laten komen.

in de storming. Toch zijn niet alle rollen in mijn klas allemaal herkenbaar. 15 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.v.” (Lente van. Dit om niet alleen aan de laatste maand te denken . Belangrijk hierbij is dat alleen de normen die de leerlingen zelf bedenken en/ of eigen maken stand houden.en leefklimaat in de klas. „Denise‟ is duidelijk geaccepteerd als grappenmaker. moet ik eerst meer weten over rollen in de klas. de groepsgeschiedenis laten herleven.4 Rollen in de klas Welke rollen zijn er in een klas? “Al datgene wat men van je meemaakt en aan je ontdekt. samenwerkingsopdrachten. Om meer inzicht in het rollenpatroon te verkrijgen. Ik vind deze indeling iets te beperkt. hierdoor verliest de leerkracht namelijk het vertrouwen van de groep. p. Belangrijk is hierbij dat deze begeleiding begint vanaf de eerste dag na de zomervakantie. omdat Remmerswaal een heel uitgebreide indeling geeft en Van Engelen zijn rolverdeling alleen toegespitst heeft op een groep in de basisschool. 1997. Het is belangrijk dat de leerkracht zich niet teveel bemoeit met de rolverdeling. Dit leidt tot de volgende vraag. Ik bespreek beide indelingen. de groepsidentiteit te versterken en het bevorderen van onderlinge contacten.Terugblikken. Voor mijn onderzoek betekent dit dat ik rekening moet houden met de normen en rollen zoals ze al vastgesteld staan. en „Dick‟ is de leider van de groep.m. Fase 3: In deze fase is de taak van de leerkracht de leerlingen te helpen herinneren aan hun eigen groepsregels die zij eerder zelf bedacht en opgesteld hebben. De eerste twee fasen kunnen alleen een succes vormen als de leerkracht tijdens deze fasen permanent aanwezig is. 83) Voor de verdeling van rollen in een groep maken Remmerswaal (2008) en van Engelen (2007) allebei een eigen indeling van rollen in groepen. Dit is het verwachtingpatroon dat in deze groep aan jou gekoppeld raakt en het is te omschrijven als je rol. §2. .Een gedenkteken te laten maken Door de begeleiding tijdens het groepsproces heeft de leerkracht meer invloed op het leer.Helpen de situatie realistisch onder ogen te zien .Bewust maken van de verschijnselen normvervaging. In de situatieschets van de rekenles herken ik al een rolverdeling. Fase 5: Wat kan de leerkracht doen om de afsluiting positief te laten verlopen?: . Het stimuleren kan d. Fase 4: De begeleiding van deze fase doet de leerkracht door samen met de groep regelmatig het groepsklimaat nader te bekijken en te stimuleren. Er kunnen onderhuids toch factoren spelen die andere normen inbrengen. gaat gepaard met “dit kunnen we dus van deze persoon verwachten” en dat gaat men dan ook écht verwachten. klitten en vitten als ze aan de orde zijn .

anders ordenen van materiaal). Bij de overige groepsleden zien we verschillende rollen en taken. openlijk instemmen). zoeken van informatie (verhelderende vragen) . volgen (meegaan met groepsbesluiten. consensus uitproberen (vraagt of er een algemene overeenstemming kan worden bereikt). verheldering geven). coördineren (aantonen van verbanden. Disfunctionele rollen: agressief gedrag( eigen status proberen te vergroten door het bekritiseren van anderen vijandige positie innemend). stokpaardjes (alleen voorstellen inbrengen die hun eigen favoriete ideeën ondersteunen). verbinden aan eigen ervaringen. beschrijven van (onbewuste) reacties). dat ingaat tegen constructieve participatie aan de groep. zelfbelijdenissen (vertelt altijd over eigen ervaringen wat niets te maken heeft met groepsdoel). luisterpubliek).v. De taakrollen zijn: initiatief en activiteit (voorspellen van oplossingen. sympathie zoeken (klagen en zielig doen om sympathie van andere groepsleden te verkrijgen). suggesties. Taakrollen: van belang voor het uitvoeren van de groepstaak 2. onder woorden brengen van het groepsgevoel(samenvatten wat het gevoel is van de groep. kalmeren). zoeken van meningen(vragen aan anderen wat ze denken/voelen verheldering vragen). problemen opnieuw definiëren. Meerdere groepsleden kunnen tegelijkertijd dezelfde rol vervullen. demonstratief terugtrekken (ongeïnteresseerd of passief gedrag). diagnosticeren (vaststellen van moeilijkheden. spanning verminderen (uitlaat vinden voor overheersende gevoelens bijv.De indeling volgens van Remmerswaal (Remmerswaal. 2008) : De rollen in een groep zijn onder te verdelen in: 1. rivaliteit (altijd met anderen aan het wedijveren. meningen en voorstellen samenbrengen) samenvatten (samenvatten van inhoud en meningen. Groepshandhaving. conclusie trekken). dit is verdeeld naar de leiderschapsstijl. formuleren van de regels en procedures (deze kunnen gebruikt worden voor keuze van het gespreksonderwerp of evalueren van groepsbesluiten. De procesrollen zijn: aanmoedigen (vriendelijk. De leidinggevenden nemen vaak het initiatief. waardering uitspreken. 3. nieuwe ideeën. warmte. deuropener of wegbereider zijn(zorgt ervoor dat iedereen zijn zegje kan doen). bemiddelen (harmoniseren.m. compromissen voorstellen). problemen anders aanpakken. Disfunctionele rollen: die vooral bestaan uit zelfgericht gedrag. erkenning zoeken (altijd op zoek naar aandacht).en groepsvormingsrollen (procesrollen): vooral gericht op het verbeteren van het sociaal-emotionele klimaat in de groep. 2007): Van Engelen maakt bij de rolverdeling een onderscheid in leidinggevende rollen en overige groepsleden. vertelt de regels als een besluit in contradictie is met de regels). d. geven van een mening (uitspreken van mening over waardevolheid en niet zo zeer over inhoud). analyseren van blokkades). Van 16 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. geven van informatie( bieden van feiten. wil de beste in alles zijn). Zowel taak. Alle genoemde rollen zijn allemaal ook leiderschapsfuncties. . de clown uithangen (niet serieus kunnen doen).als procesrollen: evalueren (groepsbesluiten toetsen aan procedures en regels. blokkeren (voortgang van de groep dwarsbomen). humor. uitwerking (verhelderen. De indeling volgens Van Engelen (Engelen van. hoe zal een voorstel uitpakken). hoe staat het met het groepsdoel?). organiseren en bewaken de goede gang van zaken. de groepsactiviteiten en eventuele weerstanden. betekenissen ontwikkelen.

Overige groepsleden 4. Hij zorgt voor een grote mate van relativering in de groep. Sociaal werker Diegene die deze rol vervult heeft vooral interesse in mensen en relaties. Een organisator behandelt hierdoor zijn volgers altijd goed. Volger Volgers voeren de initiatieven van de andere groepsleden trouw uit. Dit kan door een mentale of fysieke zwakte of handicap.Engelen stelt dat de rolverdeling anders is ingedeeld bij een positieve groep dan bij een negatieve groep. kan de joker met een relativerende opmerking de groep 17 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Binnen de positieve groep kan er onderlinge concurrentie zijn. Ze bevinden zich in de hiërarchie net onder de organisator. Dit maakt dat de macht van de organisator afhankelijk is van de loyaliteit van de volgers. Hij appelleert aan gevoelens van zorgzaamheid en mededogen. al is het niet het hoogste gezag. Je kunt de organisator duidelijk herkennen bij samenwerkingsopdrachten. Bij conflicten grijpt de sociaal werker op een positieve wijze in. de sociaal werker komt met compromissen aan wanneer de groep er niet uitkomt. De gezagsdrager kan niet gewoon zijn gang gaan. Hij bewaakt de sfeer in de groep en het welzijn van de groepsleden. Verkenner Verkenners nemen vaak initiatieven op het moment dat het duidelijk is wat de bedoeling is. De sociaal werker heeft gezag in de groep. 6. Als de organisator fouten maakt of wegvalt. niet de haantje de voorste of degene met de grote mond. hij moet zich houden aan de gevestigde opvattingen binnen de groep. Gezagsdrager Dit is vaak niet de opvallendste persoon in een klas. Door zijn rol kan hij gevoelens van mededogen van de andere groepsleden oproepen. Appellant De appellant is de laagste in de hiërarchie van de groep. Hij geeft de directe leiding aan de andere groepsleden. mits hij een bijdrage levert aan wat de groep. 7. 2. De positieve groep kent de volgende zeven rollen: Leidinggevenden 1. Een gezagsdrager vormt de mening van de groep en bewaakt het groepsdoel. Hij verdeelt taken en bewaakt of ze gedaan worden. nemen de verkenners deze positie over. van verantwoordelijkheid voor de groep. via de gezagsdrager wil. Ze zetten hun gezag in om de sfeer in de groep te bewaken en positief te houden. Als er spanningen zijn in de groep. Wat de gezagsdrager zegt of aangeeft wordt echter wel direct opgepakt door de rest van de groep. Joker De rol van de joker is heel belangrijk. Toch kan deze rol niet ontbreken in een groep. Hoewel het lijkt alsof de joker niet serieus wordt genomen. dan grijpt de gezagsdrager in. maar deze is niet bedreigend. De organisator zorgt ervoor dat de hiërarchie binnen de groep in stand wordt gehouden. Als een ander groepslid met een voorstel komt dat indruist tegen het groepsdoel. zorgt de joker er juist voor dat zaken niet te serieus worden en uit de hand lopen. Organisator Een organisator regelt alles. hierdoor zijn de verkenners directe concurrenten van de organisatoren. 5. De verschillen tussen de groepsleden worden geaccepteerd. . 3.

§2. Ze zijn blij als hun leerkracht hen helpt. De middelen die gebruikt worden zijn negatief (roddelen. Rollen in een negatieve groep: Leidinggevenden 1. De nadruk ligt op de macht en minder op het vervullen van de verschillende rollen. In een negatieve groep is de hiërarchie erg sterk. pesten. De rolverdeling in een groep ontstaat in de formingsfase van het groepsproces. maar ondergaat de invloed van de eigenschappen van de groepsleden. omkoping). Overige groepsleden 2. De leerling die aan het begin van het jaar een grap maakt. Konig. Hij doorbreekt de regels en de hiërarchie. krijgt vaak voor het hele jaar deze rol toebedeeld. omdat er telkens verwarring heerst over de positie van de groepsleden.5 Interactie Hoe vindt de interactie in groepen plaats? “Communicatie vindt niet in het luchtledige plaats. maar hun saamhorigheid komt niet echt van de grond. Het slachtoffer van de gezamenlijke vijand. Meeloper De meelopers wanen zich veilig zolang ze maar een intrigant en/of dictator ondersteunen. Hij stelt negatieve doelen en probeert daardoor de groep bijeen te houden en zo een soort saamhorigheid te creëren. Zijn positie staat bloot aan concurrentie. Deze rollen ontstaan mede door de interactie van de groepsleden onderling. dit omdat er nog verschillende doelen aan de orde zijn. 1998. intrigeren. Deze aanvallen komen van de intriganten. . De dictator moet constant op zijn hoede zijn. p.” (Oudenhoven van. Daarom moet ook hier de gezagsdrager met kracht zijn gezag doen gelden. Dictator De dictator geniet geen natuurlijk gezag. Zolang dat gebeurt. vooral als er conflicten uitbreken. Hij creëert een gezamenlijke vijand door leerlingen uit de groep als slachtoffer van zijn negatieve doelen te maken. Hoe deze interactie verloopt.laten lachen. 28) 18 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Gielis (Gielis. Intrigant Zij proberen onder de overige groepsleden (meelopers) voldoende aanhang te verwerven om een leidinggevende positie te verwerven. Zondebok De zondebok is diegene die constant wordt gepest. De neutrale groep wil graag goed doen. 4. Bij een neutrale groep is de rol van gezagsdrager nog wisselend. Deze groep komt het meest voor in het onderwijs. beantwoord ik in mijn volgende vraag. De hiërarchie wisselt van week tot week en kan zich daardoor niet vastzetten. er zijn continue aanvallen op zijn positie. Hierdoor laat de sociaal werker het er regelmatig “bij zitten”. de aard van de taak of de kenmerken van de groep. zullen zij niet het slachtoffer worden. Je kunt een neutrale groep het beste omschrijven als een groep die zijn nog weg zoekt in de hiërarchie en het stellen van doelen. 3. & Lap. 2008) vult deze onderverdeling nog aan met de neutrale groep.

De leerlingen moeten inschatten welke interactie past bij hun rol in een specifieke situatie. en de invloed van de groepsdynamiek wordt in de toekomst alleen maar meer van belang. dat alle leerlingen.samen sector en veel minder gedragingen uit de onder-tegen sector.” (Franke. De organisatie inclusief scholen geeft de volgende definitie voor inclusief onderwijs: “Inclusief onderwijs betekent. in heterogene groepen functioneren en het curriculum volgen. opmerking of handeling van de gesprekspartner. samen-gedrag roept samen-gedrag op) op elkaar kunnen reageren. Iedere leerkracht heeft er mee te maken. Dit betekent dat een rol met verschillende soorten gedragingen ingevuld kan worden. Deze manier van interactie kan ingezet worden bij de verschillende rollen in de groep. Als een andere leerling dan voornamelijk gedrag laat zien uit de onder-samen sector geeft hij hiermee duidelijk aan dat hij een volger is.Een van de meest bekende en goed toepasbare communicatiemodellen om interacties tussen groepsleden te beschrijven is de “Roos van Leary”. 2008) 19 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Zie onderstaand figuur: Roos van Leary Deze roos laat zien welk gedragingen elkaar oproepen en hoe gedrag te beïnvloeden is. dat afgestemd is op hun eigen mogelijkheden.gedrag roept onder-gedrag op) en symmetrisch (bijv. dezelfde scholen bezoeken. Het communicatiemodel van Leary heeft ook zijn invloed op het ontstaan van rollen. §2. Leary gaat ervan uit dat mensen complementair (bijv. . Leary heeft nog een verdere indeling gemaakt. . Vanaf 2011 wordt er in Nederland “passend onderwijs” ingevoerd. boven.samen en tegen voor samenwerkend tegenover tegenwerkend gedrag. Deze ontwikkeling is een eerste stap naar “Inclusief onderwijs”. Leary gaat uit van de veronderstelling dat de reactie van iemand bepaald wordt door de daaraan voorafgaande opstelling. De reacties van mensen zijn daarbij in te delen volgens twee tegenovergestelde lijnen (Itasc): . ongeacht hun achtergrond.boven en onder voor leiden tegenover ondergeschikt gedrag. Zo zal een gezagsdrager meer gedragingen laten zien uit de boven.6 Maatschappelijke relevantie Het belang van kennis van groepsdynamica is duidelijk naar voren gekomen in bovenstaande vragen.

Tolerantie.7 Onderzoeksvraag De informatie uit dit hoofdstuk heeft mijn inzicht in de theorie over groepsdynamiek vergroot. . wordt op een duidelijke. De groep is al geruime tijd bij elkaar en heeft de eerste drie fasen al doorlopen. Stichting Inclusief onderwijs zegt hier het volgende over: “De beste manier om dit in de praktijk te brengen is door de klas open te stellen voor leerlingen met een handicap. verantwoordelijkheid voor elkaar. 2005) §2. Het begeleiden van het groepsproces neemt dan een steeds grotere rol in. zo is inmiddels ruimschoots aangetoond. Deze situatie heeft geresulteerd in de volgende onderzoeksvraag: Welke invloed heeft het rollenpatroon op de interacties van de leerlingen onderling in mijn klas en hoe kan ik die beïnvloeden? §2. De rollen en doelen zijn bepaald. respect voor verschillen en de waarde daarvan. is er ruimte voor iedereen binnen eenzelfde onderwijs. De interactie die hiermee gepaard gaat is duidelijk aanwezig en wordt niet altijd als positief ervaren.8 Tot slot In dit hoofdstuk heb ik duidelijk gemaakt wat groepsdynamica inhoudt en wat het kan betekenen voor het onderwijs. Leerlingen met een handicap profiteren daarnaast in cognitief en sociaal opzicht van hun omgeving met niet-gehandicapte leerlingen. bereidt voor op een samenleving waarin niemand wordt buitengesloten. Als leerlingen geleerd hebben om elkaar in al hun verschillen te accepteren. hanteerbare manier in de dagelijkse praktijk gebracht. Een school die leert dat in principe niemand wordt buitengesloten. 20 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. In hoofdstuk drie zal ik nader ingaan op mijn onderzoeksvraag en de onderzoeksmethoden.Dit betekent dat de diversiteit in de klassen alleen maar toeneemt. Het leren van deze waarden is het belangrijkste voordeel voor leerlingen zonder handicap. Heel veel invloed op het groepsproces kan ik niet meer hebben. Dit heeft de interesse naar mijn eigen klassensituatie alleen maar vergroot.” (Visie.

Het onderzoek is subjectief en betekenisverlening. 21 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. De resultaten zullen gebaseerd zijn op mijn eigen interpretatie en aan de resultaten en situaties zal ik mijn eigen betekenis verlenen. Om het onderzoek meer betrouwbaarheid te geven. De verschillende gegevens die in mijn onderzoek naar voren komen. & Teunissen. p. Voor het onderzoek maak ik voornamelijk gebruik van mijn eigen waarneming. Goede de. Welke rollen zijn er in mijn klas? En hoe worden die ingevuld door de leerlingen? 3. In dit onderzoek betekent dit dat ik uitga van de dagelijkse activiteiten die ik met de leerlingen uitvoer. zijn geen op zich zelfstaande onderdelen. zodat ik gerichter onderzoek kan plegen.1 Onderzoeksvraag en deelvragen Mijn onderzoeksvraag luidt: Welke invloed heeft het rollenpatroon op de interacties van de leerlingen onderling in mijn klas en hoe kan ik die beïnvloeden? Om deze vraag te beantwoorden heb ik deze vraag in deelvragen verdeeld.a.2 Kwalitatief onderzoek Om antwoord te krijgen op mijn onderzoeksvraag zal ik gebruik maken van kwalitatief onderzoek. de Goede & Teunissen geven de volgende definitie over kwalitatief onderzoek: “Onderzoek waarbij je overwegend gebruik maakt van gegevens van kwalitatieve aard en dat als doel heeft onderzoeksproblemen in of van situaties. gebeurtenissen en personen te beschrijven en te interpreteren. § 3. Goede de. de onderzoeker is zelf het onderzoeksinstrument. De deelvragen zijn als volgt: 1. vast in gestandaardiseerde instrumenten. De onderzoeksgegevens worden verkregen door directe waarneming. In dit hoofdstuk zal ik beschrijven welke onderzoeksmethoden ik ga gebruiken om mijn onderzoeksvraag te beantwoorden. & Teunissen. .Hoofdstuk 3 Het onderzoek In het vorige hoofdstuk is de theorie over groepsdynamica beschreven. 2000) Het onderzoek vindt plaats in alledaagse situaties. Hoe verloopt de interactie tussen de leerlingen onderling? 4. maar zijn gebaseerd op mijn eigen interpretatie. Kwalitatief onderzoek legt verbanden tussen alle facetten die meespelen bij een probleem. Dit vierde kenmerk is erg belangrijk voor de interpretatie van mijn onderzoek. er wordt weinig gewerkt met gestandaardiseerde instrumenten. neem ik deze mee in mijn datapresentatie en analyse. Welke interventies kan ik uitvoeren om invloed op het groepsproces te kunnen uitoefenen? § 3. Is mijn klas een neutrale. Als zij een andere interpretatie van de resultaten hebben. Baarda. 2000. positieve of negatieve groep? 2. controleren zowel mijn duopartner als mijn LIO-stagiaire mijn onderzoeksgegevens. Gezamenlijk vormt de informatie een algeheel beeld. 25) De reden dat ik kies voor kwalitatief onderzoek heeft te maken met de kenmerken van deze vorm: (Baarda. deze leg ik o. Ik ben er terdege van bewust dat de onderzoeksresultaten subjectief zullen zijn.” (Baarda.

onderzoeksmethoden vraag ik naar hun mening. Een observatieplan opstellen.t. Het verschaft meer inzicht in de onderlinge relaties in een groep en de plaats van een kind in de klas. (Baarda. Kwalitatief onderzoek wordt op een theorie gebaseerd en/of verklaard vanuit theorie of is gericht op het ontwikkelen van theorie. ook vraag ik een enkele keer hun mening over andere leerlingen. Zij zijn op de hoogte van de theorie achter het onderzoek en kennen de klas goed. Deze rol zullen de leerlingen uit de klas innemen. De theorie speelt een grote rol. 22 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. de situatie. Alkema en Tjerkstra geven een duidelijke werkwijze aan: (Alkema & Tjerkstra. Deze aanpak sluit subjectiviteit niet uit. Bij voorkeur 2 sociogrammen maken aan het begin b. 1995) a. & Teunissen.b. Er is een integratie van dataverzameling en analyse Tijdens mijn onderzoek is er een samenspel tussen het verzamelen van gegevens en het interpreteren van deze resultaten. Goede de. ook gebruik ik deze theorie op mijn onderzoeksresultaten te verklaren. waardoor de beginsituatie van de groepsdynamiek vastgesteld wordt. Na analyse van deze gegevens volgen er interventies en geef ik groepsbegeleiding. Afsluiten met nog een sociogram om te kijken of interventies zin hebben gehad. Allereerst zal ik een nul-meting houden. De theorieën die ik ontwikkel vanuit dit onderzoek zullen gebaseerd zijn op de onderzoekssituatie zoals hij nu is en zal subjectief kunnen zijn. . Hierdoor kunnen zij mij veel informatie geven over de klas als ik niet aanwezig ben. zodat ik tijdig kan signaleren of de aanpak de juiste is. Aan het eind van het onderzoek houd ik dezelfde meting. Gerichte begeleiding om in de groep positief sociaal gedrag te stimuleren d. De tweede rol is de sleutelinformant. de Goede & Teunissen spreken over drie rollen. In het onderzoek dat ik uitvoer baseer ik mij op de theorie zoals beschreven in hoofdstuk 2.v. Mijn LIO-stagiaire en duopartner zullen ten tijde van het onderzoek de rol van sleutelinformant kunnen innemen. Hij heeft een goed inzicht in de te onderzoeken situatie en geeft hierdoor veel informatie aan de onderzoeker. deze deelnemer geeft informatie over personen of zaken buiten zichzelf. § 3. De deelnemers aan kwalitatief onderzoek kunnen verschillende rollen hebben. In deze situatie zullen de leerlingen zich als informant opstellen. Deze deelnemer geeft informatie over zichzelf m. De leerlingen geven voornamelijk informatie over zichzelf.Ook controleer ik mijn gegevens bij de leerlingen uit de klas d. Kloppen de gegevens met wat we zien? Bijvoorbeeld: is de leerling ook echt geïsoleerd? c. Hij kan als vertegenwoordiger van de groep worden gezien.m. Tijdens deze aanpak is het belangrijk om constant naar de uitwerking van deze interventies te kijken. Dit wordt ook wel een cyclisch-iteratief proces genoemd.L Moreno.3 Onderzoeksmiddelen Eerder in dit hoofdstuk heb ik vermeld dat het doen van een nulmeting noodzakelijk is. De laatste rol is voor dit onderzoek voornamelijk van belang. de respondent. Het verzamelen van de gegevens en de analyse wisselen elkaar het hele onderzoek af. Baarda. Voor de metingen maak ik gebruik van de volgende instrumenten: Het Sociogram Het sociogram is gebaseerd op de sociometrische methode van J. de uitkomst blijft subjectief en geeft alleen een beeld van deze klas. 2000) Allereerst de informant. Deze resultaten geven mij informatie over de invloed van de interventies.

Op basis van de weergegeven patronen kan de leraar of groepsleider de groepsdynamiek beïnvloeden en over langere tijd zien of de invloed heeft gewerkt. Met behulp van subvragenlijsten wordt een totaaloverzicht in kaart gebracht van de sterkte en zwakte van de verschillende interactionele posities. om thuis mijn bevindingen te controleren.affiliatie ( het zich tot elkaar aangetrokken voelen) Jeninga zegt het volgende over de klimaatschaal: “Deze vragenlijst biedt de mogelijkheid de leerlingen zelf aan het woord te laten en als leraar feedback te ontvangen op het eigen handelen. De geplande observaties neem ik op video. (Verstegen & Lodewijks. ook dan zal ik observeren. met wie speel je niet graag?.leraar . 89) BOTS-vragenlijst De BOTS (Boven-Onder-Tegen-Samen) vragenlijst is gerelateerd aan de Roos van Leary. De vragenlijst geeft informatie over de volgende onderwerpen: (Jeninga. Hierdoor kan ik de situatie terugkijken en vergroot dit de betrouwbaarheid van mijn observaties. 2006.” (Onderwater.de organisatie in de klas . met wie werk je graag? en met wie werk je niet graag? De makers beweren het volgende over het sociogram: “Het resultaat is een overzichtelijk beeld van de relaties en interacties in de klas. (“blinde vlekken”) Ook is het mogelijk om met deze lijst bepaalde vermoedens die men heeft met betrekking tot gesignaleerde problemen te onderzoeken. Soms zijn deze van te voren gepland en gericht op een bepaald onderwerp.de onderlinge leerlingrelaties . 2006) . 23 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Voor het invullen van het sociogram maak ik gebruik van de applicatie op het internet. In de bijlage (1) zijn de rolkaarten opgenomen. waarbij duidelijk het onderwerp van mijn onderzoek naar voren komt. p. De observaties zal ik beschrijven en bijvoegen in de bijlage. Met wie speel je graag?.Ik sluit mij aan bij deze werkwijze. 2006) In dit programma worden de leerlingen vier vragen gesteld. In een individueel interview met de leerlingen geven de leerlingen aan welke rol ze bij welke klasgenoot vinden passen.relatie leerlingen.” (Jeninga. waarop per kaart een positieve groepsrol (Engelen van.2 heb ik aangegeven dat ik ook de mening van de leerlingen vraag. In paragraaf 3. Ik heb een kaartensysteem ontwikkeld. (Onderwater. Rolkaarten Met de voorgaande methodieken kan ik bekijken hoe de rollen zijn verdeeld over de groep. . Tijdens het leggen van de kaartjes leggen ze de reden van hun keuzes aan mij uit. BOTS analyseert de beheersing van de sociale vaardigheden. 2007) staat afgebeeld. 2006) De klassenklimaatschaal De klassenklimaatschaal is een individuele vragenlijst om meer inzicht te krijgen in het klassenklimaat en de rol van de leerkracht. Een andere keer biedt zich een situatie aan. In deze analyse wordt uitgegaan van een wisselwerking waarbij de kans bestaat dat interactionele cirkels zichzelf in stand houden. 2006) Observaties De observaties vinden plaats in de alledaagse situaties.

. 24 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.§ 3. Ik zal dan ook verder ingaan op de interventies die ik zal plegen. Naar aanleiding van informatie uit de nulmeting kan ik bepalen welke manier van interventies ik moet toepassen.4 Tot Slot De onderzoeksmethodologie verschaft mij informatie over de groepsdynamiek van de klas. In het volgende hoofdstuk presenteer ik de data en analyseer ik de gegevens.

In mijn onderzoek wisselen onderzoek en analyse zich snel af.2 Nulmeting Het doel van mijn onderzoek is om te achterhalen of ik de groepsdynamiek in mijn klas kan beïnvloeden. Om dit vast te kunnen stellen. twee hoofdletters en een kleine letter. Met wie speel je graag? 2. 5 4 2 4 4 0 3 4 4 1 3 5 2 3 3 1 3 4 5 0 3 3 5 3 0 2 0 1 13 0 0 0 3 4 3 16 2 2 11 2 0 1 3 0 0 3 25 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. j voor een jongen en m voor een meisje.2. Met wie speel je niet graag? 3. Om deze reden zal de datapresentatie en de analyse als een rode draad door elkaar lopen. In dit hoofdstuk zal ik het onderzoeksproces beschrijven en de data presenteren.1 Privacy Om de privacy van de leerlingen uit mijn klas te kunnen waarborgen. NJm MHj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ AAj MJj OLj EDj RBj YTj JBj . Zij gaven antwoord op de vragen: 1. §4. heb ik de namen van de kinderen veranderd in codes. De eerste twee hoofdletters staan voor initialen van de leerlingen en derde letter staat voor het geslacht van de leerling. Een voorbeeld: PBj kan staan voor Pieter Bakker en is een jongen.Hoofdstuk 4 Datapresentatie en analyse In het vorige hoofdstuk is beschreven welke methodologie ik ga gebruiken om mijn onderzoeksvraag te beantwoorden. maak ik eerst een nulmeting. §4. Sociogram spelen MLm 2 1 MBm 2 5 AAm CVm LRm EBm JGm DWj RWj JCm Totaal pos. De code bestaat uit drie letters. De instrumenten die voor deze meting gebruikt worden. §4. zowel positief als negatief. Totaal neg. Deze meting gebruik ik om achteraf vast te kunnen stellen of de groepsdynamiek is veranderd. (Onderwater. Met wie werk je niet graag? Uit deze vragen heb ik twee sociogrammen gemaakt met een tweedeling in werken en spelen. In de bijlage (2) is de uitgebreide tabel opgenomen. Hierdoor kan ik mijn bevindingen staven met objectieve onderzoeksmiddelen. In onderstaande tabellen zijn alleen de gegevens opgenomen van hoe vaak de kinderen gekozen zijn. 2006) De leerlingen hebben de vragen op de computer ingevuld. Met wie werk je graag? 4. neem ik aan het eind van mijn onderzoek weer af.1 Het sociogram Ik ben de nulmeting begonnen met het afnemen van een sociogram.

Dit is vrij regelmatig verdeeld. NJm MHj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ OLj AAj MJj EDj RBj YTj JBj . Zij houden zich niet aan de afspraken en regels in de klas. maar liefst vijf positieve keuzes. De interactie naar deze jongens toe is vaak negatief geladen. JCm valt op doordat zij in beide tabellen bijna niet gekozen wordt. JCm lijkt te zijn vergeten door de leerlingen tijdens het kiezen. DWj wordt vaak negatief gekozen bij werken. RWj. Hij wordt maar één keer positief en drie keer negatief gekozen bij spelen. Er zijn inderdaad geen duidelijke populaire leerlingen aan te wijzen. Ze kunnen goed luisteren naar andere kinderen. Hij is een echte grappenmaker en vindt het lastig om serieus te werken zonder afgeleid te worden. 26 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Totaal neg. vul ik voor de meest opvallende kinderen de BOTS (Verstegen & Lodewijks. Een andere opvallende leerling is OLj. omdat de leerlingen voornamelijk voor hun eigen sekse kiezen. Als de meisjes groepjes maken. Aangezien er in de klas meer jongens dan meisjes zijn. De score vijf keer negatief gekozen in het sociogram spelen voor MBm is erg hoog in vergelijking met de rest van de meisjes. Voor de meisjes is de score naar verhouding hoger dan bij de jongens. daarentegen bij werken. 2006)vragenlijst in. LMj wordt ook vaak negatief gekozen. Om de waarnemingen uit het sociogram beter in kaart te brengen.Sociogram werken MLm 2 1 MBm 2 3 AAm CVm LRm EBm JGm DWj RWj JCm Totaal pos. dat zichzelf vaak “zielig” vindt. DWj valt niet op in het sociogram spelen. is een score van vijf aanzienlijk hoger bij de meisjes dan bij de jongens. Hij heeft vaak het idee dat anderen “het op hem gemunt hebben”. 3 5 1 8 4 0 2 4 9 5 2 4 1 1 3 0 1 3 3 1 5 3 3 2 0 13 0 1 7 2 0 0 2 4 2 16 4 3 9 3 0 2 1 0 0 0 Na analyse van deze tabellen vallen een aantal punten op. Ze wordt door de andere meiden nog wel eens buitengesloten en ze zoekt uit zichzelf ook niet veel contact. De uitkomst van het sociogram sluit aan bij mijn eigen waarnemingen. RBj en YTj zijn vaak “storend” aanwezig. Ze wordt daarentegen ook niet vaak negatief gekozen. In het sociogram spelen zijn geen duidelijke populaire kinderen. maar dit is om een andere reden. terwijl dit vaak niet zo is. Hij is rustig in de klas. Met een score van vijf horen CBj. hebben goede ideeën en vinden het niet erg als anderen deze uitvoeren. Zij is een wat teruggetrokken meisje. en bij werken maar één keer. EBm en NJm halen een hogere score. OLj en JGm ook bij de leerlingen die vaker positief gekozen zijn. Hij wordt snel boos en kan dan agressief reageren. wat niet heel hoog is. wordt JCm vaak “vergeten”. LMj. Er wordt heel gelijkmatig gekozen. Deze score is vijf. Bij spelen heeft er niemand positief voor haar gekozen. Dit zijn rustige jongens die serieus met hun werk bezig zijn. scoort hij veel positiever. Alleen AAj. Een aantal leerlingen vallen zowel bij spelen als bij werken duidelijk op. doordat zij in beide tabellen vaak negatief gekozen worden. maar is jong in zijn gedragingen. Hier is een groot verschil op te merken. Dit zijn EDj en MJj. maar in het sociogram werken heeft hij dertien negatieve keuzes. Bij het sociogram werken zijn wel duidelijk twee leerlingen vaker gekozen dan de andere leerlingen. YTj en RBj vallen voornamelijk op. EDj en MJj krijgen veel positieve keuzes bij het werken.

Ze vergeten hem niet. vooral de meisjes en ze reageren vaak geïrriteerd op hem. RBj RBj laat excessen zien in het boven-tegen vlak. . Hij bedoelt het vaak goed. Ze zoeken niet het aangename contact op van RBj. omdat hij vaak erg aanwezig is.2 BOTS-vragenlijst Dit onderzoek richt zich voornamelijk op de interacties tussen de leerlingen. Hij protesteert en strijdt vaak. In samenwerkingsopdrachten vinden ze het niet erg als RBj de leiding neemt. maar neemt juist initiatieven.§ 4. RBj laat een duidelijk tekort zien in het onder vlak. Hij strijdt veel en wil ook graag winnen.2. 27 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. maar ze kunnen hem wel eens negeren. Hij vindt het moeilijk om af te wachten en reageert vaak meteen. De andere leerlingen reageren voornamelijk neutraal op deze tekorten. Dit zorgt ervoor dat andere leerlingen het RBj moeilijk maken om voor anderen te zorgen. Hij volg niet vaak. Veel kinderen zijn bang voor hem. Hieronder zijn de grafieken opgenomen. onder de grafiek maak ik een korte analyse van de meest opvallende excessen en tekorten. Daarom heb ik alleen de BOTS vragenlijst kind-andere kinderen ingevuld. Hij laat daarentegen een tekort zien op onder vlak. Daarentegen laat hij een waarschijnlijk exces zien in het zorgen voor anderen. die duidelijk aanwezig is bij deze jongen. Hij volgt niet vaak en trekt zich ook niet zo snel terug. YTj YTj laat een duidelijke exces zien op het vlak tegen. De meeste leerlingen zijn niet bang voor hem. Dit is juist een grote tegenstelling. maar irriteren zich wel aan hem. Toch reageren de leerlingen op dit gedrag vrij neutraal. maar bepaalt zijn eigen weg. alleen de handeling past niet bij de intentie. Ook trekt hij zich niet vaak terug.

Ze laat duidelijk met haar houding weten dat ze iets niet prettig vindt. 28 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. De andere leerlingen gaan er niet vanuit dat LMj snel zal instemmen. Ze vindt het wel moeilijk om te volgen. hij is wat rigide hierin. Ze heeft wel haar eigen ideeën. Ze heeft duidelijk haar voorkeuren in de groep en laat dit aan de andere leerlingen merken. Dit zorgt ervoor dat andere leerlingen soms bang voor hem zijn. Ze trekt zich vaak terug van de groep en plaatst zichzelf vaak buiten de groep. ze accepteren het ook niet als LMj wel de leiding neemt. als niet haar idee wordt uitgevoerd. maar meestal laten ze hem juist met rust. de andere keer vinden ze het zielig voor haar. JCm laat tekort actief zien dat ze voor andere zorgt. Andere kinderen reageren geïrriteerd op hem. maar blijft hier vaak wel in hangen. . LMj laat tekorten zien op het samen vlak. protesteert veel als het niet gaat zoals hij wil en hij kan niet tegen zijn verlies. omdat ze weten dat hij dan weer rustig wordt. het is altijd de schuld van de ander en regelmatig wordt “het zwart voor zijn ogen” en slaat en schopt hij om zich heen. waardoor LMj denkt dat iedereen tegen hem is. Andere leerlingen proberen haar er wel bij te betrekken. Hij vindt het ook nog lastig om de groep te volgen. JCm JCm heeft voornamelijk excessen in het onder vlak. Ze voelt zich als dat gebeurt vaak alleen staan en protesteert dan in non-verbale communicatie. Hij vindt het lastig om met conflicten om te gaan. Soms weigert ze dan om verder samen te werken. Hij zorgt niet vaak voor andere leerlingen. Hij strijdt vaak. alleen als de leerkracht erbij is. Hij leidt niet vaak en geeft bijna nooit advies aan andere kinderen. maar in groepssituaties wordt JCm ook vaak vergeten. De andere leerlingen vinden dit gedrag soms irritant.LMj LMj laat duidelijk excessen zien op het tegen vlak. Ze neemt zelf geen initiatieven richting de groep en wacht tot andere leerlingen naar haar toekomen. maar vindt het nog moeilijk om hier leiding in te nemen. Hij kan agressief reageren.

De andere leerlingen vinden dit aan de ene kant heel grappig. EDj heeft een wat afwachtende houding.DWj DWj heeft geen duidelijk excessen. EDj EDj laat ook geen duidelijk excessen zien. dat EDj het nog lastig vindt om voor zichzelf op te komen. heeft dit geen vervelende gevolgen. ook al neemt hij daar de tijd voor om over na te denken. en ze luisteren naar hem als hij wat te zeggen heeft. Hij is altijd aanwezig en bedenkt aan één stuk door grappen. Ze accepteren EDj zoals hij is. . maar weet eigenlijk niet hoe hij dat in goede banen moet leiden. maar op sommige momenten irriteren ze zich eraan. Aangezien de andere leerlingen zich heel neutraal naar hem opstellen. en trekt zich ook wel terug in zijn eigen wereld. terwijl hij naar buiten staart. Hij laat wel een duidelijk tekort zien in het onder-tegen vlak. De waarschijnlijke excessen bevinden zich in het onder vlak. Hij kan heerlijk zitten wegdromen. EDj is helemaal niet competitief ingesteld. de andere kant van de medaille is. Hij heeft veel ideeën en is aanwezig. 29 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Hij laat een tekort zien op het tegen-boven vlak. Hij laat alleen een waarschijnlijk exces zien op het boven samen vlak. DWj kan zich niet terugtrekken. De andere leerlingen vinden het voornamelijk vervelend tijdens het samenwerken.

MBm MBm laat ook een heel gelijkmatig beeld zien. Dit resulteert nog wel eens in bazig gedrag. Hierin wordt duidelijk gemaakt waar aan gewerkt kan worden. MBm gaat nog wel eens de strijd aan en ze vindt het ook belangrijk om te winnen. . Ze reageren dan ook vaak heel gepast op de reacties van MJj. In de beschrijving van de interventies die ik naar aanleiding van de nulmeting ga uitvoeren. Ze wil graag dat het gaat zoals ze zelf wil. Andere leerlingen vermijden het contact als er samen gespeeld wordt en MBm zich bazig gedraagt. kom ik hier op terug.MJj MJj laat een heel gelijkmatig beeld zien. Hij heeft geen excessen en tekorten. Andere leerlingen kunnen hier nog wel eens geïrriteerd op reageren en gaan dan de strijd aan met MBm. en zet de andere vaardigheden op de juiste momenten in. Alleen op het tegen-boven vlak zijn waarschijnlijke excessen te zien. Dit verklaart waarschijnlijk waarom de leerlingen zo graag met hem samenwerken. 30 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. MBm laat verder geen tekorten zien. Het analyseren van de BOTS vragenlijst geeft veel inzichten in de interactie tussen de leerlingen.

Dit betekent dat de leerlingen tevreden zijn over het groepsklimaat. maar definieert ook het groepsklimaat. .§4. kwamen de volgende vragen onder een 80% score. Hoe lager de score. Organisatie in de klas (max. neem ik de klimaatschaal (Jeninga. 12) 0 0 1 0 1 0 0 5 0 0 2 0 1 0 0 0 2 1 0 0 1 1 1 0 2 Affiliatie Welbevinden (samenhang) (max. onderlinge relaties. De kinderen zijn percentueel gezien het minst tevreden over het onderdeel organisatie en daarna het onderdeel affiliatie. des te beter is het groepsklimaat. De leerlingen vullen een vragenlijst in van 28 vragen. In onderstaande tabel zijn de scores in deze onderdelen uitgesplitst. In de bijlage (3) zijn deze vragen opgenomen. 56) (max. Na analyse van de verschillende vragen. en neem ik mee als aandachtspunt voor mijn onderzoek. 16) 1 1 1 0 5 0 0 1 1 0 0 1 3 2 0 0 2 0 1 0 2 1 0 0 0 Relatie leraarleerling (max. affiliatie (samenhang) en het algemene welbevinden. De klimaatschaal maakt een onderverdeling in organisatie in de klas. Om te onderzoeken hoe de leerlingen over het pedagogisch leerklimaat denken. Vooral over de onderdelen onderlinge relaties en de relatie met de leerkracht zijn de leerlingen percentueel gezien het meest tevreden. 22) 4 6 3 5 6 2 2 8 4 2 6 3 5 5 5 2 7 2 2 2 5 5 6 2 4 Onderlinge leerlingrelaties (max.2. 2006) af. relatie leraar-leerling. 14) 4 1 1 3 4 0 2 3 1 0 5 4 2 2 4 0 3 0 2 0 1 1 2 0 3 8 8 5 8 13 2 4 16 5 2 7 8 9 9 9 2 15 3 5 2 9 7 9 2 7 Naam JBj MBm MLm AAj RBj RWj CBj YTj LMj NJm AAm MJj JGm JCm TMj DWj EDj RMj OLj OHj MTj LRm EBm MHj CVm Algemeen gezien zijn de scores erg laag. 31 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.3 De klimaatschaal De groepsdynamiek heeft niet alleen invloed op de interacties tussen de leerlingen onderling.

De vragen waarbij hij 1 punt behaalde zijn: 9. 15 en 21 (In de bijlage (3) is de vragenlijst opgenomen). 50) * Vraag 18. YTj en EDj. 3. Een score van 45 (max. 12. Alle leerlingen antwoorden positief op deze vraag door te antwoorden met “Soms” of “Ja” op deze vraag. (max. 8. 11. de score op de klimaatschaal past bij deze bevindingen. 10. 12 en 28. 50) * Vraag 22. 15. Een score van 14. 50) * Vraag 15. dat ze dat juist heel positief vonden.* Vraag 28. 19 en 22 (In de bijlage (3) is de vragenlijst opgenomen). omdat we u aardig vinden!” Een score van 11 (max. Volgens mij maken de leerlingen in deze klas vaak leuke grapjes over de leerkracht. EDj kwam juist positief naar voren bij het werken. 17. . RBj haalt duidelijk hoge scores op alle onderdelen. 10. De leerlingen van onze klas gaan ook na schooltijd met elkaar om. 10. Een aantal leerlingen had bij deze opgave een opmerking geschreven. 4. 15. De vragen die waarop hij 2 punten behaalde zijn: 2. De vragen waarbij hij 1 punt behaalde zijn: 3. YTj haalt voornamelijk hogere scores op de onderdelen organisatie in de klas. Ik gebruik voor de rolkaarten de rollen die horen bij een positieve groep. Naar aanleiding van de afname van de klimaatschaal kan ik opmerken dat er in de klas een positief pedagogisch klimaat heerst. behalve op het onderdeel relatie leraarleerling. 27 en 28. YTj en RBj kwamen naar voren als minst populair. relatie leraarleerling en het algemeen welbevinden. * Vraag 24. * Vraag 20. Een score van 12 (max. Er wordt in deze klas veel lawaai gemaakt tijdens de lessen. 2007) 32 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Om hier meer duidelijkheid in te krijgen vraag ik de leerlingen naar hun mening over de rolverdeling in de klas. Een leerling schreef er het volgende bij: “Maar dat doen we alleen. In onze klas zijn de leerlingen meestal goed bezig. 21 en 25 (In de bijlage (3) is de vragenlijst opgenomen). 50) * Vraag 14. 11en 28. Een score van 13. 50) De volgende vragen scoorden een 100% score. Voor en na schooltijd praten de leerlingen van onze klas vaak met elkaar. Ze wilden bij deze opgaven aangeven. Dit zijn RBj. De vragen die waarop hij 2 punten behaalde zijn: 8. EDj haalt alleen een hogere score op de onderdelen organisatie en het algemeen welbevinden. Een score van 0 (max. Opmerkelijk is dat alle drie deze leerlingen ook opvallend uit het sociogram naar voren kwamen. 7. (max. De vragen die waarop hij 2 punten behaalde zijn: 5. Als er in onze klas iets gedaan moet worden wil bijna niemand dat doen. Dit is een duidelijk kenmerk van een positieve groep. 18. (Engelen van. In de tabel vallen drie leerlingen met hun hogere scores erg op. Hij geeft in deze vragenlijst aan dat hij zelf de organisatie omtrent het werken juist niet prettig vind. * Vraag 26. Onze leerkracht heeft meestal een goede bui. De vragen waarbij hij 1 punt behaalde zijn: 1. De meeste leerlingen in onze klas vinden dat we een aardige leerkracht hebben. 50) * Vraag 11. Volgens mij zitten veel leerlingen in onze klas zich te vervelen.

EDj bracht ideeën aan en was als stille leider aanwezig.2.v. In onderstaande grafieken is per rol aangegeven hoeveel keer er voor een leerling gekozen is. Gezagsdrager 6 5 4 3 2 1 0 EDj MLm RBj CBj RMj MBm CVm JCm Organisator 8 7 6 5 4 3 2 1 0 CBj RWj RBj MBm RMj TMj EBm NJm OHj Als gezagsdrager wordt duidelijk EDj naar voren geschoven. In een één op één gesprek met de leerling geven de leerlingen hun keuze en de motivering hiervoor aan. de rolkaarten aan welke leerling ze bij de verschillende rollen plaatsen.4 Rolkaarten De leerlingen geven d.m. In de bijlage (4) is een tabel opgenomen van de motivaties. Deze twee jongens zijn vrienden en kunnen goed samenwerken. . voornamelijk op de combinatie van deze twee jongens. Tijdens het onderzoek hebben ze het plan bedacht om samen met de klas een film te gaan maken.§ 4. CBj is veel meer aanwezig en voert duidelijk het woord. dit voornamelijk in de combinatie met CBj als organisator. Ze bedenken samen plannen en voeren die ook uit. Dit plan kan mede van invloed zijn geweest op de uitslag. 33 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Verkenner 9 8 7 6 5 4 3 2 1 0 JBj OLj YTj AAj MHj MLm RBj MTj MBm MJj EDj RWj AAm RMj CVm LMj TMj OHj EBm NJm Er werden in de gesprekken veel verschillende leerlingen als verkenner aangewezen. De leerlingen zien in haar een zorgzame leidersrol. Duidelijk is dat RBj duidelijk initiatief laat zien aan de klas. Het meest opvallend is RBj. RMj en MBm worden ook bij allebei de leidersrollen genoemd. Ze zorgt ervoor dat iedereen in de klas erbij betrokken wordt. maar hij wordt wel een aantal keer genoemd bij allebei de leidersrollen. . CBj. Dit is ook te zien in de grafiek van sociaal werker. Opvallend is dat er voornamelijk veel meisjes als sociaal werker worden aangewezen. Hij komt niet heel erg positief uit het sociogram. Zij wordt aangemerkt als een leerling die altijd aan iedereen denkt.Opvallend is dat RBj ook hier weer duidelijk naar voren komt. 34 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Vooral CBj wordt vaak genoemd. Dat de leerlingen hem in het leiderschapsrol plaatsen is overduidelijk. Hij kwam ook al naar voren bij de leidersrollen. Ook is zij een aantal keer genoemd bij de rol als gezagsdrager. maar wordt door andere leerlingen bij de verkennersrol geplaatst. Sociaal werker 9 8 7 6 5 4 3 2 1 0 JCm LRm CBj MLm CVm EDj NJm MTj JGm JBj MBm MLm wordt duidelijk aangewezen als de sociaal werker. waar hij weer genoemd wordt.

Dit maakt haar voor de leerlingen een duidelijke appellant. Deze bevindingen sluiten aan bij de uitslag van het sociogram en de BOTS-lijst. MJj kwam ook al naar voren in het sociogram. Ik heb aan de leerlingen gevraagd. Vooral MJj en MTj kwamen hierbij naar voren. .5 1 0.5 0 MJj MTj JGm RMj CVm EDj TMj LMj LRm CBj EBm In deze grafiek had ik bijna de hele klas kunnen plaatsen. 35 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. De leerlingen geven zelf aan dat JCm meer betrokken moet worden bij de klas dan andere leerlingen. De meeste leerlingen gaven de rest van de klas op bij deze rolkaart. Toch gaven een aantal leerlingen duidelijk specifieke leerlingen aan bij deze rol. of er een leerling in de klas is. waar hij als meest gekozen leerling bij werken opviel. Met een duidelijke meerderheid kwam JCm naar voren.5 2 1. Iedereen moet wel eens getroost of verzorgd worden. waar vaker voor gezorgd moet worden dan anderen. Dit zijn vrienden van elkaar en zijn rustig aanwezig in de klas. Appellant 16 14 12 10 8 6 4 2 0 RWj JCm LMj TMj RBj LRm Tijdens het bespreken heb ik van te voren aangegeven dat de rol van appellant verschillend wordt ingevuld.Volger 2.

YTj. MHj. MJj. LMj. CVm. NJm. Ook heb ik zelf een indeling gemaakt. JCm. YTj. MLm. LRm. 36 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. . MBm. LMj. TMj. Ik heb mijn LIO-stagiaire ook gevraagd om een indeling te maken. JCm. AAj. OLj. Dit is waarschijnlijk ook de reden dat hij negatief gekozen wordt bij het werken in het sociogram. JBj. LMj. OHj. waardoor het vervelend wordt. JGm. De indeling van de kinderen is hierboven duidelijk beschreven. en het moeilijk vindt om serieus te doen. Ook bij deze rol wordt CBj weer aangewezen. LRm.Joker 20 18 16 14 12 10 8 6 4 2 0 CBj NJm DWj EBm RBj YTj Voor de rol van joker wordt met een grote meerderheid gekozen voor DWj. OHj. In onderstaande tabel zijn deze indelingen af te lezen. Hij wordt gezien als de clown van de klas. DWj. TMj. LRm. RBj. MJj. RMj. De leerlingen die voor CBj kiezen. De leerlingen zeggen over hem dat hij altijd precies de goede grappen op het juiste moment maakt. AAj. RBj. DWj. CVm. MTj. RWj. MTj. NJm. vinden DWj vaak te veel grapjes maakt op het verkeerde moment. Kinderen geven aan dat hij altijd hele leuke grapjes maakt. AAm. EBm. EDj. EDj. RMj. MLm CBj. RWj. JGm. JBj. MBm. AAm. EBm. Rollen Gezagsdrager Sociaal werker Organisator Verkenner Volger Appellant Joker Indeling volgens mijzelf MHj CVm. Indeling volgens LIOstagiare CBj. OLj.

2. 2008) Het is dus logisch dat de rollen bij ons anders worden ingevuld. (Gielis.2. AAj neemt initiatieven. 2008). maar worden er niet op aangesproken. Konig. door de meetlat over te nemen en vanuit deze positie aanwijzingen te geven. Deze verschillen zijn af te leiden. tikken ritmes met de staafjes. voornamelijk over de vordering van de bouw en het maken van een plan.In onze indelingen zijn zowel overlappingen als verschillen te zien. maar de meeste leerlingen zijn alleen heel aandachtig met de toren bezig. zodat ik gericht kon observeren. Hij wordt in deze rol niet geaccepteerd door de groep. Dit zijn MHj.6 Algemene analyse In de vorige paragrafen zijn de onderdelen van de nulmeting apart besproken. hoog zijn en iedere leerling moest in ieder geval één steentje hebben neergelegd. Ik merk dat de leerlingen het moeilijk vinden om een duidelijk rolverdeling in de groep aan te brengen. Allereerst wordt door de hele klas het blokje opleggen en de toren bouwen heel serieus genomen. Zij volgen elkaar in hun acties. zodra ze een staafje mogen neerleggen. Niemand gaat op zijn voorstellen in. maar heeft geen leidersrol. In de bijlage (5) is een uitgebreid observatieverslag opgenomen. (Gielis. Dit wordt geaccepteerd door de rest van de groep. Er wordt goed samengewerkt. . als MLm zich ermee gaat bemoeien. Er worden een aantal leerlingen naar voren geschoven voor bepaalde rollen. maar ze mogen elkaar ook op gedrag aanspreken. Dit kan wijzen op een neutrale groep. Een aantal leerlingen valt ook individueel op. terwijl ze staan te wachten . Konig. Hij neemt de rol van verkenner op zich. Uit deze verschillende analysen kan ik opmerken dat deze klas duidelijk een klas is op weg naar een positieve groep. Hij lijkt in deze situatie de rol van gezagshouder toebedeeld hebben gekregen. Het zijn allemaal jongens. er wordt niet naar haar geluisterd. verzinnen een liedje. TMj. In een neutrale groep zijn de rol van de 37 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. kletsen met elkaar en verzinnen grapjes. OHj neemt veel initiatieven. RWj. er wordt niet naar hem geluisterd. RMj probeert de leidersrol op zich nemen. RBj neemt veel initiatief. maar naar hem wordt niet geluisterd. Een aantal leerlingen zijn wel veel meer bezig met de toren. wordt er wel geluisterd.5 Observatie Voor een groot deel sluiten de bevindingen aan bij mijn waarnemingen. & Lap. RBj neemt in het begin een soort neutrale leidersrol in. Om een nog duidelijker beeld te krijgen heb ik de klas een opdracht gegeven. MBm neemt het initiatief om de rij netjes te houden. MHj neemt in het begin veel initiatief en is degene die begint met het bouwen van de toren. § 4. RBj en OHj. zijn ze voornamelijk andere activiteiten aan het doen. § 4. Ze maken een dansje. & Lap. Als de leerlingen in de kring moeten wachten op hun beurt. extra staafjes neerleggen. Van deze activiteiten zegt niemand iets. Zij houden de toren goed in de gaten en geven tussendoor ook aanwijzingen. AAj. De toren moest precies 98 cm. maar de rolverdeling in vooral de leiderschapsrollen zijn niet altijd aanwezig. MHj en TMj doorbreken de ongeschreven groepsregels door tussendoor staafjes neer te leggen. Ook ik merk dit tijdens de lessen. De leerlingen moesten gezamenlijk een toren van Kapla bouwen. Na het lezen van het observatieverslag vallen er een aantal leerlingen en situaties op. doordat sommige leerlingen zich anders gedragen bij mijn LIO-stagiaire als bij mij. Meer regels en afspraken werden niet afgesproken. Dit komt doordat iedere leerkracht zijn eigen invloed heeft op de groepsdynamiek van de klas. RWj en TMj zijn een duidelijke combinatie. RMj.

waardoor zij een positieve uitwerking hebben op de groep. Belangrijk in de omgang met een neutrale groep is om de groep meer zichzelf te laten zijn. (Gielis. De leerkracht moet meer aandacht geven aan de verborgen gezagsdrager en sociaal werker. Dit is mogelijk doordat mijn LIO-stagiaire deze dagen voor de groep staat.Roldoorbrekend gedrag voor individuele leerlingen. Konig.De rumoerigheid van de klas. Hieruit is gebleken dat de interventies voornamelijk gericht moeten zijn op: . Deze factor zal ik meenemen in mijn eindmeting en eindconclusie. gezamenlijke normen ontdekken. wel met inachtneming van een externe rol. waardoor ik makkelijk uit de klas kan. Op de woensdag ben ik vrij en kan ik mijn observaties en bevindingen documenteren.1 De aandachtspunten De interventies die ik ga uitvoeren.3. Belangrijk is dat de leerkracht zoveel mogelijk extern handelt.2 Plan van aanpak Het aanpakken van de aandachtspunten resulteert in een plan van aanpak. heb ik tussen de voorjaarsvakantie en de meivakantie op de maandagen ruim een uur vervanging in groep 8 gekregen. met daarbij steeds terugkomend op de nieuwe normen. Een leerkracht in groep 8 ging met zwangerschapsverlof en er was geen geschikte vervanging voor haar te krijgen. waardoor ik een paar extra ogen en handen heb om de kinderen te kunnen begeleiden.3. . . aangezien ik dan zelf hele dagen voor de klas sta.De ontwikkeling van nieuwe waarden en normen en positieve leiderschapsrollen. gezien de neutrale groep. gezien de BOTS-vragenlijst. De donderdag en vrijdag kan ik intensief gebruiken om de resultaten van de interventies te observeren. waardoor ik tijd heb gekregen voor mijn onderzoek in groep 7.gezagsdrager en de sociaal werker niet sterk ontwikkeld. Tijdens de groepsopdrachten kan mijn LIO-stagiaire mede observeren. § 4. Om mijn onderzoek niet geheel in het gedrang te laten komen. dat ik op maandag en dinsdag kinderen individueel kan begeleiden en eventuele groepsopdrachten ga uitvoeren. . Allereerst is het idee. Hierdoor ben ik gevraagd om op maandag en dinsdag voor groep 8 te staan en tevens mijn LIO-stagiaire in groep 7 te begeleiden op deze dagen. § 4. probeer ik de groepsdynamiek positief te beïnvloeden. Dit leidt er alleen maar toe dat deze rollen steeds minder aan de orde komen. Doordat de situatie in de plan van aanpak aangepast is. vinden hun oorsprong in de aandachtspunten uit de nulmeting.3 De interventies Uit de nulmeting is gebleken dat de klas een neutrale groep is. Ook moeten conflicten en botsingen worden opgelost. neemt de leerkracht vaak deze rollen over. Door interventies op deze vlakken uit te voeren. heeft dit zijn weerslag op het onderzoek. § 4. Om dit te stimuleren kan de leerkracht situaties scheppen waarin de leerlingen nieuwe. Doordat deze rollen niet goed uit de verf komen. zij moet geen functie in de groep ambiëren en normen en waarden opleggen. & Lap. Deze aandachtspunten zal ik meenemen in het bepalen van de interventies. 38 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Op deze maandagen voer ik mijn groepsopdrachten uit. Het begeleiden van de individuele leerlingen is hierdoor voor een groot deel komen te vervallen. Helaas is dit plan van aanpak niet doorgegaan. gezien de klimaatschaal. 2008) Deze handreikingen voor de omgang met een neutrale groep neem ik mee voor de interventies die ik ga uitvoeren.

In de vorige activiteit hebben ze als norm gesteld dat “we goed naar elkaar moeten 39 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Opvallend is dat de leerlingen hele goede normen hebben gesteld. Ik heb daarom gekozen om de uitvoering te baseren op eigen bedachte lessen. Het zijn positieve normen en iedereen is het hier mee eens. en hoe je die kan beïnvloeden. Aan het eind van de activiteit moest iedereen op de achterkant zijn handtekening zetten als ze van plan zijn zich aan de normen te houden en het er mee eens zijn. De leerlingen vonden het moeilijk om de normen positief te stellen. wel maak ik gebruik van lessuggesties uit “Grip op de groep” (Engelen van. wat bij mij het geval is. Ik begin de uitvoering met een kringactiviteit.4 De uitvoering Er is veel geschreven over de vorming van groepen.§ 4.b. Alle kinderen waren erg enthousiast om hun handtekening te zetten. ze mogen alleen positief geformuleerde normen noemen. zodra de groep gevormd is. Na het stellen van een norm. Op een groot vel staat in het midden het “Hoe gaan we met elkaar om?”. 2007) voor het vormen van een positieve groep.4. . § 4.t. De leerlingen definiëren deze stelling. de rolverdeling.1 Normen stellen Hoe gaan we met elkaar om? Het bepalen van de normen en waarden is één van de aandachtspunten. Hier hadden ze hulp bij nodig. In onderstaand figuur is het web opgenomen. Hierdoor kan ik mijn interventies niet staven met bestaande literatuur hierover. De waarschuwingskaartjes Uit de klimaatschaal komt duidelijk naar voren dat de leerlingen het te lawaaierig vinden in de groep. Ik heb in de literatuur weinig gevonden over de aanpak van de groepsdynamiek m. heb ik namelijk aan alle kinderen toestemming gevraagd om deze op te schrijven.

gebaseerd op het Amerikaanse programma: “The Good Behavior Game”) voor te komen. zonder dat daarbij gepraat mag worden. p.luisteren”. pakt de leerkracht een groene kaart van de stapel. In het kort komt het werken met de waarschuwingskaartjes hierop neer: De klas wordt opgedeeld in de vijf tafelgroepjes. § 4. De leerlingen spelen een aantal keer het rollenspel waarbij een leerling voor het eerst wordt ontvangen op school. 75). Wie ben ik? Een vervolgactiviteit op “de normen bepalen”. De leerlingen schrijven op een briefje een omschrijving van hun karakter. is het spel “Wie ben ik” (Engelen van. Deze briefjes worden in de kring voorgelezen en de leerlingen moeten raden welke leerling omschreven wordt. voer ik waarschuwingskaartjes in. Ieder blokuur beginnen de groepjes weer met een nieuwe stapel kaarten. Ook geven de leerlingen aan dat dit niet alleen voor nieuwe leerlingen geldt. 76). Hierdoor leren de leerlingen elkaar beter kennen en kunnen de kinderen inschatten of hun eigen beeld klopt met het idee dat de andere leerlingen van hen hebben. De leerlingen spelen dit goed en in het nagesprek wordt duidelijk hoe dit moet gebeuren. maar ook voor de omgang tussen de leerlingen onderling. 2007. 40 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. De leerlingen stellen positieve normen op. Als een leerling uit een groepje ongewenst gedrag vertoont. p. Om tegemoet te komen aan deze norm. Uit deze activiteiten is gebleken dat de leerlingen positieve normen kunnen opstellen.4. Een uitwerking van de les is te vinden in de bijlage (8). Een eerste activiteit is het gezamenlijk “letters en cijfers maken” (Engelen van.2 Positieve leiderschapsrollen ontwikkelen Letters en cijfers maken De volgende activiteiten zijn voornamelijk gericht op het ontwikkelen van positieve leidersrollen. Voor de invoering van de kaartjes heb ik een groepshandelingsplan geschreven. In de dagelijkse omgang spreken de leerlingen elkaar vaker aan op het gedrag. In de bijlage (7) is een overzicht van de briefjes opgenomen en een lesbeschrijving. 2007. Deze is in de bijlage (6) opgenomen. De groepjes die een rode kaart boven hebben liggen. 5 minuten beloning die de kinderen zelf hebben verzonnen. Vooral CBj. De leerlingen moeten gezamenlijk een letter vormen. p. 2007. Aan het eind van een blokuur wordt gekeken welke groepjes nog een groene kaart boven hebben liggen. 79). MLm en NJm nemen hier vaak het voortouw in. Ook kunnen ze het in oefeningen laten zien. zodra dit buiten de normen valt zoals deze door de klas gesteld zijn. . Deze groepjes mogen meedoen aan de max. Voor het eerst op een nieuwe school De laatste activiteit om de normen te stellen is het rollenspel “voor het eerst op een nieuwe school” (Engelen van. Ik heb ooit eens van een soortgelijk idee gehoord op een studiedag en een dergelijke variant schijnt bij “Taakspel” (Taakspel is ontwikkeld door de CED groep. moeten kijken hoe de andere groepjes de beloning uitvoeren. Elk groepje krijgt 1 rode kaart met daarop 3 groene kaarten.

Na het oefenen van activiteiten die centraal staan om positieve leiderschapsrollen. 2007. Ook tijdens de “gewone” lessen heeft het leiderschap een nare bijklank gekregen. Ik leg uit dat er acht verschillende manieren gedragingen zijn. zodat de leerlingen ook echt in een segment kunnen gaan staan.4. 87). pp. Om dit duidelijk te maken heb ik de roos uit “De interactiewijzer” (Verstegen & Lodewijks. De leerlingen geven aan de ze bang zijn dat ze te veel de baas spelen. Roos van Leary volgens de interactiewijzer Winnen Leiding en advies geven Zorgen Strijden Protesteren Volgen Zich terugtrekken Afwachten §4. waardoor die weer een gedraging vertoont. 2006) in het groot nagemaakt op een stuk zeil. Hierin wordt het verhaal verteld van Chris en Klaas. ga ik gebruik maken van “De roos van Leary” zoals beschreven in “De interactiewijzer” (Verstegen & Lodewijks. In de bijlage (9) is beschreven hoe het de groepjes verging. Ik vertel de kinderen dat je ook de leiding kan nemen zonder de baas te moeten spelen. Dit doe ik om de link naar de rollen in de klas te maken. 37). p. In de bijlage (10) is een lesbeschrijving opgenomen. 2006). De bedoeling is dat ze in het groepje een complimentenblad gaan maken voor een ander groepje (Engelen van. 2007. Je mag niet meedoen Deze activiteit is gebaseerd op een lessuggestie uit “Grip op de groep” (Engelen van. Ik gebruik deze karakters om rollenspellen mee uit te spelen. 41 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. 36. Om de leerlingen dit duidelijk te maken.(zie foto) Tijdens de introductie worden er ook rollenspellen gespeeld. Ze moeten van te voren een plan van aanpak bedenken en een leider in het groepje aanwijzen.3 De roos van Leary Introductie roos van Leary In deze activiteit leg ik aan de kinderen uit. . Voor een uitgebreide beschrijving van deze activiteit verwijs ik naar de bijlage (11).Complimenten van een groep Tijdens deze activiteit moeten de leerlingen goed samenwerken om de opdracht te kunnen uitvoeren. dat gedrag altijd een reactie oproept bij de ander. merk ik op dat heel weinig leerlingen de leiding willen nemen bij activiteiten.

Groepstekening maken De leerlingen worden opgedeeld in drie groepen. NJm MHj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ MJj AAj OLj EDj RBj YTj JBj . 2006). De leerlingen weten van te voren niet welk segment de ander heeft. zonder dat ze een gerichte opdracht mee krijgen. In de onderstaande tabellen zijn alleen de gegevens opgenomen van hoe vaak de kinderen gekozen zijn. Kleurencollage Deze activiteit is de laatste opdracht voor dit onderzoek. § 4. Dit doe ik zodat ik de gegevens goed met elkaar kan vergelijken. In deze activiteit gaan ze oefenen met de verschillende segmenten. In de bijlage (12) is de beschrijving van de les opgenomen. In deze groepjes moeten ze een kleurencollage maken In de samenwerking en interactie met elkaar moeten ze rekening houden met de positieve rollen in een groep. De uitslagen van de nulmeting en de eindmeting zijn in de bijlage (15) overzichtelijk naast elkaar opgenomen. In de bijlage (16) is de uitgebreide tabel opgenomen. In de groepjes krijgen ze per leerling een segment toebedeeld. § 4. Om te kijken of de interventies geleid hebben tot een verandering in de groepsdynamiek neem ik de eindmeting af. Totaal neg. en de interactieroos. Sociogram spelen MLm 3 1 MBm 2 4 AAm CVm LRm EBm JGm DWj RWj JCm Totaal pos. 1 4 4 5 6 1 5 5 3 1 2 4 1 5 3 0 1 2 3 1 2 6 5 8 1 2 1 1 13 1 0 0 5 6 1 12 1 8 7 0 1 1 0 0 0 1 42 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. In deze groepjes moeten ze gezamenlijk één grote tekening maken. De kleurencollage is de laatste activiteit van de uitvoeringsfase.1 Het sociogram Ik start de eindmeting met het afnemen van het sociogram (Onderwater. Ze moeten de “theorie” in de praktijk in gaan zetten. De leerlingen worden in zes groepjes opgedeeld. zowel positief al negatief. In de bijlage (13) is te lezen hoe het de groepjes is vergaan en zijn de kaartjes van de segmenten opgenomen. Ze spelen situaties uit en bespreken de rollenspellen.5 Eindmeting Voor de eindmeting gebruik ik dezelfde instrumenten als bij de nulmeting. In de bijlage (14) is de beschrijving van de uitvoering opgenomen.Situaties uitspelen In de vorige activiteit is de interactieroos helemaal uitgelegd aan de kinderen.5. De leerlingen moeten in deze activiteit alle aangeboden handreikingen laten zien. Hier komen ze tijdens het uitvoeren van de opdracht achter. zoals ze zich tijdens de opdracht alleen maar mogen gedragen.

en ze doen graag hun eigen zin. Bij de nulmeting kwamen YTj. en wilde graag de leiding op zich nemen. Voor OHj en TMj hebben de leerlingen veel vaker negatief gekozen in de eindmeting dan bij de eerste afname. 1 7 0 5 5 1 4 4 3 3 2 5 0 3 3 0 2 5 2 1 5 4 4 3 1 11 0 0 5 0 2 1 4 2 1 13 2 4 16 2 0 1 2 0 2 0 Na een vergelijking van het sociogram uit de nulmeting met het sociogram uit de eindmeting. RBj heeft een aantal keer goede feedback gehad over zijn leiderschap van zijn klasgenoten. Je ziet dat leerlingen hun keuzes positief en negatief veranderen t. mede doordat hij door zijn gedrag regelmatig een waarschuwingskaartje in moest leveren. en gaat vaak “klieren” Dit is tijdens het onderzoek niet veranderd. maar is bij werken nog maar vijf keer negatief gekozen. NJm MHj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ OLj AAj MJj EDj RBj YTj JBj . JBj. CBj is heel duidelijk naar voren gestapt tijdens het onderzoek. Bij het sociogram werken kwamen bij de nulmeting EDj en MJj heel duidelijk positief naar voren. Als laatst is er nog een heel duidelijk aanwijsbare reden voor verschuivingen. en zelfs één keer positief. Totaal neg. LMj en RBj opvallend naar voren bij beide onderdelen. LRm heeft meer de verzorgende kant van zich laten zien. in de eindmeting valt hij op doordat er juist acht keer negatief voor hem gekozen is. Ze stellen veel eisen aan de andere leerlingen. Hierin zijn veranderingen aan te merken. zijn er een aantal punten nagenoeg onveranderd gebleven. Zij hebben regelmatig initiatief getoond en dit werd positief ontvangen. Dit is een duidelijke vooruitgang.v. RMj en LRm hebben van deze verschuiving geprofiteerd. Er komen uit het sociogram spelen wederom geen duidelijk populaire kinderen naar voren. Vooral AAj valt hierin op. Na de eerste meting zijn de leerlingen van plaats verwisseld in de klas.Sociogram werken MLm 3 2 MBm 3 1 AAm CVm LRm EBm JGm DWj RWj JCm Totaal pos. RBj wordt bij beide onderdelen minder vaak negatief gekozen. de leerlingen die nu in hun tafelgroepje zitten. LMj wordt nog steeds vaak negatief gekozen bij spelen. Vooral MJj heeft in populariteit moeten inleveren. Hij heeft veel te vertellen. Andere leerlingen irriteren zich hieraan. YTj heeft heel veel moeite om zich te concentreren op zijn werk. Wel zijn een aantal leerlingen minder populair geworden. Toch zijn er ook een aantal opvallende verschuivingen opgetreden. Dit kan komen doordat JBj en RMj ten tijde van het onderzoek positiever naar voren zijn gekomen. In de bijlage (17) zijn de plattegronden van de klas opgenomen ten tijde van de eerste en tweede meting. De leerlingen zijn nog positiever over hem gaan denken. Hieronder analyseer ik deze veranderingen.a. Ook JGm is meer naar voren gekomen. 43 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. In de nulmeting hoorde hij bij de populaire leerlingen. CBj en JGm hebben hiervan geprofiteerd en zijn vaker positief gekozen. Voor YTj is minder vaak negatief gekozen bij spelen. maar vindt het heel lastig om zijn “rem” te vinden. Zij nam een enkele keer de rol als sociaal werker over. kinderen zien haar kwaliteiten in. maar helaas vaker negatief gekozen bij werken. AAj is ten tijde van het onderzoek heel duidelijk naar de voorgrond getreden. Allebei stellen ze zich in deze rol erg bazig op. OHj en TMj hebben tijdens het onderzoek veel initiatief genomen. Er hebben meer leerlingen positief voor hen gekozen.

Ook heb ik door de verandering in mijn werksituatie niet individueel met deze leerlingen kunnen werken. 2006) af. Organisatie in de klas (max. § 4. 14) 1 5 0 4 2 0 2 3 2 0 1 2 1 3 3 1 1 0 0 0 4 1 2 1 2 6 7 5 9 11 4 4 16 4 2 8 9 6 9 14 5 6 2 0 1 7 8 6 4 7 Naam JBj MBm MLm AAj RBj RWj CBj YTj LMj NJm AAm MJj JGm JCm TMj DWj EDj RMj OLj OHj MTj LRm EBm MHj CVm 44 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Het tijdspad is te kort om een echte gedragsverandering te zien bij de leerlingen. 2006) niet nogmaals in te vullen. Toch vind ik het wel opvallend. des te beter is het groepsklimaat.5. Dit kan mede komen. 16) 0 2 0 0 3 1 0 2 1 0 1 1 3 2 1 0 1 1 0 0 2 4 0 1 0 Relatie leraarleerling (max. § 4. 12) 0 1 0 0 1 0 0 4 0 0 2 2 0 0 1 1 1 0 0 0 0 0 1 0 3 Affiliatie Welbevinden (samenhang) (max. De veranderingen zullen namelijk minimaal zijn.2 BOTS-vragenlijst Ik heb er voor gekozen om de BOTS-vragenlijst (Verstegen & Lodewijks. In de bijlage (3) is de vragenlijst opgenomen. doordat de keuzes voornamelijk nog steeds bij dezelfde sekse blijven.De veranderingen in het sociogram sluiten aan bij mijn bevindingen naar aanleiding van het onderzoek. Hoe lager de score.5. . 56) (max. In onderstaande tabel zijn de scores per onderdeel uitgesplitst. dat er nog steeds geen duidelijke populaire leerlingen naar voren komen. neem ik de klimaatschaal (Jeninga.3 De klimaatschaal Om te onderzoeken of de leerlingen anders zijn gaan denken over het groepsklimaat. 22) 5 1 5 5 6 3 2 8 1 2 5 4 3 4 9 3 4 1 0 1 2 4 3 3 3 Onderlinge leerlingrelaties (max.

Na uitgebreide analyse zijn er wel degelijk veranderingen aan te wijzen. In deze fasen is het logisch dat er vaker conflicten optreden. In onderstaande grafieken is per rol aangegeven hoeveel keer er voor een leerling gekozen is. 18. 45 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Doordat ik met mijn onderzoek aan de groepsdynamiek van de klas werk. Deze is in de bijlage (19) opgenomen.5. 15. Hierin werd hij vaker negatief gekozen als in de eerste meting. 15. 2007) § 4. Waarschijnlijk heeft deze verandering in interactie ervoor gezorgd dat hij negatiever over het groepsklimaat is gaan denken. Tot slot wil ik nog twee individuele leerlingen bespreken. Ook de anderen opvallende vragen. Hij vindt voornamelijk dat het onderdeel organisatie in de klas een stuk verbeterd is. Hij gaat van een totaalscore 9 naar een score van 14 punten. Door deze uitslag heb ik de waarschuwingskaartjes ingevoerd. in deze vragenlijst aangeduid als straf krijgen. maar vullen de leerlingen een tabel in. Dit heeft ertoe geleid dat deze vraag bijna gehalveerd is in de score. Vraag 23: “de leerlingen in onze klas maken veel ruzie met elkaar” is toegenomen van 2 naar 7 punten. Een andere leerling die opvalt is TMj.) Vraag 3: “Leerlingen krijgen in onze klas vaak straf” is van 4 naar 12 punten gestegen. De vraag heeft nu nog maar een score van 28 punten. (In de bijlage (18) is de puntenverdeling per vraag opgenomen. Uit een vergelijking tussen de verschillende tabellen zijn geen hele grote verschillen op te maken. 50) als meest negatief gescoord naar voren. plaats ik de groep terug in de stormingsen normingsfase. (Engelen van. .4 Rolkaarten De kinderen hebben al een keer gewerkt met de kaarten. evenals een uitgebreide tabel met de motivatie van de leerlingen (20). en 11 zijn iets gezakt in hun puntenaantal. Deze stijging valt samen met de uitslag uit het sociogram.Uit deze resultaten kun je opmaken dat de leerlingen nog steeds heel positief zijn over het groepsklimaat. Dit kan verklaard worden vanuit de theorie over groepsdynamica. EDj had in de eerste meting een opvallend hoge totaalscore. hierdoor neem ik deze niet af in een één op één gesprek. Ook dit heeft te maken met de waarschuwingskaartjes. De groep is niet anders over het groepsklimaat gaan denken. De leerlingen hebben het afnemen van een groene kaart. Deze groep bevond zich voor de aanvang van het onderzoek in de performingsfase. Bij de nulmeting kwam vraag 28: “Er wordt in deze klas veel lawaai gemaakt tijdens lessen” met een score van 45 (max. hierdoor kan ik voor de rolkaarten weer de rollen voor een positieve groep gebruiken. Deze is in de tweede meting gezakt tot een totaalscore van 6.

.Gezagsdrager 10 9 8 7 6 5 4 3 2 1 0 CBj EDj RWj RBj RMj TMj AAm CVm JCm MLm MBm Organisator 14 12 10 8 6 4 2 0 AAj RWj CBj RBj DWj RMj JBj YTj MHj AAm MJj LRm OLj MLm OHj MBm 46 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Dit verneem ik uit de argumentatie die ze voor hun keuze geven. Wel vinden ze het nog lastig om een onderscheid te maken tussen de organisator en de gezagsdrager.v. Hij heeft meerdere malen tijdens het onderzoek het leiderschap op zich genomen. omdat hij zorgzaam is. Dit is mede gekomen doordat deze leerlingen meer als sociaal werker naar voren zijn gestapt. Dit kan een verklaring zijn voor de verschuivingen. en de leerlingen vinden dit goede eigenschappen in een leider van de klas. Ook is zij deze periode vaker de appellant geweest. Zijn rol is steeds meer uitgekristalliseerd. maar ook NJm. CVm en JGm worden naar voren geschoven. CBj wordt duidelijk naar voren geschoven als organisator. Ze vinden dat hij een goede leider is. verkenner en joker genoemd. Bij de sociaal werker heeft nog steeds MLm een duidelijke voorkeur. MLm heeft juist ten tijde van het onderzoek een stap terug gedaan. de scheiding van haar ouders. Je ziet dat de leerlingen een duidelijk beeld hebben gekregen van de leiders van de groep.Sociaal werker 12 10 8 6 4 2 0 CBj MTj OLj CVm EBm JCm JGm LRm MLm MBm NJm Het onderzoek heeft duidelijk zijn invloed gehad op de leiderschapsrollen. 47 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. goed kan luisteren. RWj is ook naar voren geschoven bij de gezagsdrager. maar ook als gezagsdrager. De leerlingen zijn het erover eens.m. Hij wordt dan ook bij de sociaal werker. Ze geeft aan het niet prettig te vinden in de belangstelling te staan. CBj heeft dit alles in zich. Ook zijn manier van werken vinden de leerlingen positief. LRm. goede ideeën heeft en ook nog eens humoristisch is. . i. dat hij in ieder geval een leiderspositie inneemt. hierdoor trok ze zich wat meer terug in deze rol.

Alleen EDj komt iets duidelijker naar voren. . Bij de eerste meting kwam RBj nog duidelijk naar voren. Dit sluit aan bij mijn eigen bevindingen. EDj geeft zelf ook aan een volger te zijn.Verkenner 6 5 4 3 2 1 0 AAj RMj CBj TMj MTj YTj MHj AAm MJj EBm OLj JGm OHj MLm RWj MBm RBj NJm Volger 7 6 5 4 3 2 1 0 EDj RBj JBj TMj LMj YTj MTj EBm MHj JCm MJj JGm OLj MBm RWj NJm Je ziet een grote spreiding over de verschillende leerlingen bij de verkennersrol. Toch heeft hij ook goede ideeën die hij vertelt aan andere leerlingen. Ook bij de volgers is de spreiding gelijkmatig verdeeld. 48 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. deze rol is erg wisselend. dit waarderen de kinderen aan EDj. nu is dit meer gelijkmatig verdeeld. Er zijn veel leerlingen die initiatief tonen.

. Nieuw bij deze rol is AAj. de leerlingen geven aan dat hij meer aandacht nodig heeft en dus in deze rol past. Haar gedrag is tijdens het onderzoek niet veranderd. 49 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.Appellant 16 14 12 10 8 6 4 2 0 AAj LMj OLj OHj TMj JCm LRm JCm komt nog steeds als appellant naar voren. Hij is het hier zelf mee eens. Joker 25 20 15 10 5 0 CBj DWj MHj RBj AAm Ebm De rol van joker ligt nog steeds bij DWj. Hij is de clown van de klas en wordt als zodanig geaccepteerd. dit wordt zeer gewaardeerd door de leerlingen. Ook de interactie met de andere leerlingen is niet veranderd. en vindt het niet vervelend om deze rol op zich te nemen. Hij gebruikt deze rol ook om anderen op te vrolijken.

LRm. Na het lezen van het observatieverslag is op te merken dat de leerlingen goed samenwerken. LMj. CVm. Hij wil ook wel eens de rol als organisator. Ik bekijk een laatste keer of mijn bevindingen aansluiten bij het gedrag van de leerlingen. CVm. Hij is erg sterk in het toepassen van verschillende segmenten van de roos van Leary. toch nemen RWj. Ik heb wel degelijk veranderingen gezien. In onderstaande tabel zijn deze indelingen af te lezen. YTj. DWj is duidelijk de joker van de klas. Volgens mijn LIO-stagiaire hebben er weinig verschuivingen plaats gevonden. RBj en RMj. DWj is duidelijk de joker aan het spelen. Hij houdt de doelen van de klas in de gaten en heeft veel gezag binnen de groep. RMj. MHj. MHj. MBm. Ook hebben mijn LIOstagiaire en ik wederom een indeling gemaakt. EBm. zij hebben goede ideeën en brengen die ook in. In de bijlage (21) is een uitgebreid observatieverslag opgenomen. doordat ik op mijn eigen dagen veel actiever aan het onderzoek heb gewerkt. Er zijn leerlingen die heel duidelijk gedrag vertonen dat past bij hun rol. § 4. . JGm. OHj. OHj. boerderij.5. MLm. AAm. aantal huizen en rondlopende mensen aanwezig zijn. RBj. AAj. In het dorp moet in ieder geval een kerk. JCm. RWj. MBm. JBj. Zijn rol is niet altijd even duidelijk afgebakend. YTj. RMj. AAj. “Ik leef voor grapjes”.5 Observatie Voor deze eindobservatie heb ik de klas een laatste opdracht gegeven. CBj is als duidelijkst naar voren gekomen als gezagsdrager. Indeling volgens LIOstagiare CBj. OLj. AAm. MLm. MJj. Gezagsdrager Sociaal werker Organisator Verkenner Volger Appellant Joker Indeling volgens mijzelf CBj. is wat hij vaak zegt. MTj. LMj. JCm. MTj. Ik heb hierdoor het gedrag van de leerlingen beter kunnen observeren. De rol van organisator kan nog wel eens wisselen. LMj. TMj. NJm en MLm. EBm. DWj en CBj. MJj. Dit kan mede komen. De verkenners zijn ook heel actief bezig in de groep. JBj. EDj. LRm. EDj. TMj. NJm. NJm. DWj. De leerlingen moeten gezamenlijk een dorp met Kapla staafjes bouwen. Ze accepteren het leiderschap van RWj en stappen bewust op hem af. RBj en RMj hierin het voortouw. JGm. OLj. 50 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. dit versterkt zijn rol als gezagsdrager. sociaal werker en joker op zich nemen. (CBj). RWj.De indeling van de kinderen is hierboven duidelijk beschreven. Meer regels en afspraken worden niet afgesproken.

Ook geef ik aanbevelingen voor een eventueel vervolg op dit onderzoek. YTj neemt de rol als verkenner op zich door het organiseren van een leider. § 4. . 51 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. In het volgende hoofdstuk kom ik terug op deze bevindingen en beschrijf ik welke conclusies ik daarop baseer. JCm neemt halverwege de opdracht de rol aan van appellant. Er zijn wel leerlingen die door dit gedrag JCm aandacht geven.door in het dorp te spelen met de poppetjes en andere leerlingen hierin te betrekken. en waakt over de groepsnormen. toch heeft hij geen invloed op het leiderschap. TMj vormt een duidelijke duo met RWj. Ook MTj en EBm ondernemen acties vanuit deze rol. Er lijkt geen aanleiding duidelijke aanleiding te zijn voor dit gedrag. Tijdens een conflict tussen OHj en TMj neemt CBj duidelijk zijn rol als gezagsdrager op.6 Tot slot De bevindingen tijdens het uitvoeringsproces en de resultaten uit het eindonderzoek hebben mij veel informatie gegeven.

Welke rollen zijn er in mijn klas? En hoe worden die ingevuld door de leerlingen? De rollen die horen bij een positieve groep worden allemaal ingevuld door de leerlingen. De leden tonen respect voor de mening en het karakter van een ander groepslid. 3. Bij de eindobservatie “Een dorp bouwen”. op weg naar een positieve groep. waar ik bij de volgende deelvraag dieper op inga. Groepsleden voelen zich medeverantwoordelijk voor de eigen groep. 52 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. 2007. Dit leidt ik af uit de kenmerken van een positieve groep. . Vooral de verkenners nemen in de subgroepjes een leidinggevende rol aan. 23): Kenmerken van een positieve groep: De leden zijn eensgezind en gemotiveerd om groepsdoelen te halen. 2. zoals beschreven door Van Engelen (Engelen van. Hiervoor werken de leerlingen goed samen en waarderen ze de inbreng van een ander. § 5.1 Deelvragen 1. heb ik in hoofdstuk 3 de onderzoeksvraag in deelvragen opgesplitst. Groepsleden zijn bereid tot samenwerking. De leerlingen vullen geheel op eigen wijze deze rollen in. Is mijn klas een neutrale. die in de gehele groep door iemand anders wordt uitgeoefend. De meeste leerlingen zijn flexibel genoeg om hun rol in het subgroepje aan te passen. Deze manier van invullen vindt voornamelijk zijn oorsprong in het karakter van het kind en heeft ook betrekking op de “Roos van Leary”. p. De leerlingen nemen tijdens het werken in subgroepen vrij makkelijk een rol over. een dorp bouwen. Ook de joker en de appellant zijn uitgekristalliseerd. De leerlingen zijn heel gedreven om het gezamenlijke groepsdoel te behalen. en andere leerlingen het leuk vinden om ondertussen grapjes te maken. maar kunnen in situaties wel teruggrijpen naar de aangeleerde segmenten. worden weer bij de samenwerking betrokken. De leerlingen hebben zich deze verschillende manieren van interactie nog niet eigen gemaakt. positieve of negatieve groep? Uit de beginmeting is heel duidelijk naar voren gekomen dat mijn groep een neutrale groep was. Ook accepteren de leerlingen dat sommige leerlingen liever alleen werken. Hoe verloopt de interactie tussen de leerlingen onderling? Je kunt merken dat de leerlingen veel baat hebben gehad aan het werken met de Roos van Leary. Leerlingen die er buiten dreigen te vallen. Naar aanleiding van de eindmeting is te zien dat de leerlingen een grote stap vooruit hebben gezet. De groep heeft zich steeds meer gevormd tot een positieve groep. zijn deze kenmerken goed terug te vinden. Vooral de leidinggevende rollen zijn beter bepaald.Hoofdstuk 5 Eindconclusie Met het uitvoeren van dit onderzoek heb ik getracht antwoord te geven op de vraag: Welke invloed heeft het rollenpatroon op de interacties van de leerlingen onderling in mijn klas en hoe kan ik die beïnvloeden? Om deze vraag te beantwoorden.

2 Eindconclusie In de literatuur wordt het volgende geschreven over het beïnvloeden van de groepsdynamiek: “Als de groep zich gevormd heeft (de performingsfase). Het “ophalen” van deze normen heeft wel positief gewerkt op de groep. maar dit is geheel aan de groep zelf te danken. Dan liggen de groepsnormen vast en zal de groep zich niet of moeilijk op andere gedachten laten brengen.Ik ben dit onderzoek gestart omdat de interactie duidelijk aanwezig was in mijn klas. gebaseerd op de uitslag van de BOTS-vragenlijst (Verstegen & Lodewijks. kan ik concluderen dat ik met mijn onderzoek heb aangetoond dat een leerkracht met een gerichte aanpak de groepsdynamiek positief kan versterken door uit te gaan van bestaande kwaliteiten en het aanleren van nieuwe vaardigheden. Met mijn interventies heb ik mij alleen maar hoeven richten op de interacties tussen de leerlingen en de rollen die in de groep gevormd zijn. 2007. Om de interventies te kunnen bepalen is het noodzakelijk om te weten waaraan er in de groep gewerkt moet worden. De groep had namelijk al bestaande positieve normen. § 5.t. p. 59) Als ik van dit bovenstaande citaat uit was gegaan. De groep probeert hun gedrag te respecteren. de invulling van de verschillende rollen.. Toch moet ik wel een kanttekening plaatsen. Terugkomend op mijn onderzoeksvraag. . LMj. waardoor de kinderen zich bewust werden welk effect hun gedrag kan hebben. 2006). Deze leerlingen hebben naar aanleiding van het onderzoek inderdaad meer aansluiting bij de groep gekregen. “ (Engelen van. zodra deze al gevormd is. is het te laat. hier heb ik geen wijzigingen in hoeven aanbrengen. Het aanleren van de nieuwe vaardigheden. o.b. zullen ze voor een gedeelte buiten de groep blijven staan. Welke interventies kan ik uitvoeren om invloed op het groepsproces te kunnen uitoefenen? Er zijn geen kant en klare interventies voor de aanpak van de groepsdynamiek. was mijn onderzoek gedoemd te mislukken. RBj) zelf nog steeds deviant gedrag vertonen. De uiteindelijke interventies heb ik zelf verzonnen. zoals het gebruik van de “Roos van Leary” m.a. hebben geleid tot de ontwikkeling van een positieve groep. Hun gedrag sluit niet aan bij de groepsnormen zoals ze gesteld zijn. maar kunnen dit niet accepteren. maar niet altijd als positief werd ervaren. gebaseerd op suggesties uit de literatuur. In de eerste drie fases kan er door de leerkracht wel degelijk invloed uitgeoefend worden. 53 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Deze leerlingen hebben een individueel plan van aanpak nodig. zijn gericht geweest op de aandachtspunten uit de nulmeting. Het is mogelijk dat een andere aanpak meer effect kan hebben. YTj. Zolang deze leerlingen hun deviante gedrag niet veranderen. kunnen deze leerlingen een nieuwe ingang vinden om aansluiting te maken bij de groep. Ik heb door het gebruik van deze aanpak de huidige situatie uitgebouwd en versterkt. Ik wilde proberen om wel degelijk invloed uit te oefenen. Opvallend is dat de desbetreffende leerlingen (JCm. Uit de resultaten van de eindmeting is gebleken dat dit is gelukt. dit is pakweg de periode van de eerste vijf tot zeven weken van een schooljaar. De groepsnormen bieden veiligheid. De interventies die ik uitgevoerd heb. Dit had voornamelijk gevolgen voor een aantal leerlingen die buiten de groep kwam te staan. 4. Door de groepsdynamiek aan te pakken.

Ik kan gedrag van leerlingen beter verklaren. Belangrijk is dat de leerlingen begeleid zullen worden in een goed verloop van deze fase. groepen beter begeleiden in hun proces en andere leerkrachten hier beter over adviseren. Goed preventief handelen zou volgens mij zijn: Vanaf het begin (groep ½) moeten de leerkrachten zich bewust zijn van de ontwikkeling van de groepsdynamiek. gedrag bij kinderen is vaak al erg ingeslepen en moeilijk te veranderen. maar nog meer voor de ontwikkeling van mijzelf als gespecialiseerd leerkracht. . sta ik anders voor de klas. Ik werk voornamelijk in de bovenbouw. rollen in de klas en de interactie tussen de leerlingen. Als leerlingen gewend zijn om vanaf het begin van hun schoolloopbaan te werken aan een positief pedagogisch leerklimaat. Voor de toekomst zou ik graag een andere aanpak zien. § 5. Ik ben in staat om hier in de toekomst mijn voordeel mee te doen. Ik kan spreken van een belangrijk onderzoek.3 Aanbevelingen Volgend jaar gaat deze klas naar groep 8 toe. Gedrag in zijn algemeenheid heeft mij altijd al het meest geïnteresseerd. niet alleen voor de leerlingen uit mijn groep. De klas vindt het erg prettig om te werken met rollenspellen. Door de kennis en inzichten uit dit onderzoek. Belangrijk is dat de leerkrachten regelmatig stil staan bij de groepsnormen. In groep 8 zullen de leerlingen geconfronteerd worden met de “adjouringsfase”. Toch wil ik daarbij ook een aanbeveling maken naar de hele school. 54 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Ook in dat jaar zullen de leerkrachten profijt hebben van de ontwikkelingen die zich hebben afgespeeld in de groep. Voorkomen is beter dan genezen! Aan het begin van het schooljaar ga ik in het vervolg veel aandacht geven aan het doorlopen van de verschillende fasen. deze manier van werken kan ingezet worden om de aanpak te continueren.§ 5. heeft dit zijn uitwerking op de gehele schoolperiode. Door dit onderzoek heb ik mijn kennis over dit onderwerp gerelateerd aan groepsdynamica uitgebreid. Een schoolafspraak over de aanpak en het vormen van de groep in het begin van het schooljaar zou hiervoor een uitkomst zijn.4 Terugblik Ik heb met veel plezier gewerkt aan dit onderzoek. Hierdoor kan ik preventief handelen.

(2006).sociogram. Theorie en praktijk van het lesgeven in de basisschool. Konig. Handboek groepsdynamica. Opgeroepen op Januari 2009. R. Grip op de groep. Engelen van. (2006). (H. Houten: EPN.. Groepsdynamica. Groepsdynamica.Literatuurlijst Alkema. Baarda. & Lap. De groep. D. Utrecht: Het Spectrum. D.. Geluk. G. (2006). (2008). Opgeroepen op Januari 2009. (2007). Franke. & Lodewijks.. Linge van. J. Innoveren in de gezondheidszorg. W. Opgeroepen op Januari 2009.V.) Amsterdam: Pearson Eduction.. (2008). M. Een nieuwe inleiding op theorie en praktijk. R.nl/ Gielis. F. Houten: Stenfert Kroese.org. (2000). .. Lente van. Groeps (team) ontwikkelingsmodellen. (1995). (2005). K. & Teunissen. Itasc. Praktische handleiding voor het opzetten en uitvoeren van kwalitatief onderzoek. A. P. Theorie. Oktober). van Inclusief onderwijs: http://www. P. M. Opgeroepen op januari 2009. Meer dan onderwijs. van http://www. Theorie en vaardigheden. Baarn: HBuitgevers.htm Verstegen. .. P. Nelissen B. R. M. Inclusieve scholen. (sd). van Competentietest: http://www. Baarn: Uitgeverij H. Baarn: Uitgeverij Bekadidact.org/thinkers/tuckman. R. Relaties binnen en tussen groepen.com/trainotheek/ob/Leary. Vert.inclusiefonderwijs. Infed.inclusievescholen. praktijk en onderzoek. Maarssen: Elsevier gezondheidszorg. & Johnson. Itasc. (p. De kunst met groepen te werken. Visie. J.php 55 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Groningen: Wolters-Noordhoff. J. In R. 83). Samenhang en spanningen in de klas. van Sociogram: www. Kwalitatief onderzoek. Analyse en aanpak van interactieproblemen in professionele opvoedingssituaties.nl/visie. Professioneel omgaan met gedragsproblemen. (2006). (2006. J.. E. Assen : Van Gorcum. van www. Linge van. (2005). Begeleiden van de groep.nl Oudenhoven van.competentietest. H. & Tjerkstra. Opgeroepen op januari 2009. Johnson. J. Smith. W.infed. Interactiewijzer. Remmerswaal. (1997). Assen: Van Gorcum. (2008). Goede de.pdf Jeninga. Onderwater. (1998).

..................... 70 6.... Handelingsplan “waarschuwingskaartjes” ........................................ 117 21............................................................................. Blz............................................................... Blz............ 123 56 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Observatieverslag “dorp bouwen” eindmeting ................... Blz.. Klimaatschaal ....................... Blz......................... 84 12................................................................................. 115 19.......... 111 17... 59 3.... Blz............................ 80 10......................................................................................... Blz... Rolkaarten .... 77 8........... Plattegronden van de klas ........ “Groepstekening maken” ......... Blz......... Blz...................................... 79 9................................................................ 97 14...........Bijlagen 1.................................................... Tabellen sociogram nulmeting ...................... “Complimenten van een groep” ......................................... Motivatie rollen eindmeting ............................................................. “Letters en cijfers maken”......... “Kleurencollage” . Blz................... Tabellen sociogram eindmeting ............. 57 2......................................................................... Blz............. Blz.......... 73 7......... Puntenverdeling klimaatschaal ................................................................................ Observatieverslag “toren bouwen” nulmeting ...................................... Blz. “Introductie Roos van Leary” ................ “Je mag niet meedoen” ............. Motivatie rollen nulmeting.................... 116 20..................................................................................................... 113 18.................................. Tabel Rollen ........................... Blz.................... Blz...... Blz.............................................................. Blz.............................................. 63 5............... 96 13.......... “Situaties uitspelen”.......................... 61 4.. Blz................ Blz..... “Wie ben ik” ............... Blz............................en eindmeting naast elkaar .. Blz.. 104 16................................. 82 11................................ .... Nul................................................................................................... 100 15............................................................ Blz........................

.Bijlage 1: Rolkaarten Gezagsdrager Sociaal werker Organisator Verkenner 57 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Volger Appellant Joker 58 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. .

X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X 5 3 4 0 2 2 4 0 4 1 0 13 3 0 4 0 4 0 1 3 3 4 5 3 2 16 3 2 3 2 1 11 3 2 4 0 5 1 0 3 3 0 3 0 2 1 5 3 59 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Totaal neg. NJm DWj MHj RWj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ AAj OLj MJj EDj RBj YTj JBj .Bijlage 2: Tabellen sociogram nulmeting Sociogram spelen MLm MBm X 2 5 AAm CVm LRm EBm JGm JCm AAj CBJ DWj EDj JBj LMj MTj MHj MJj OLj OHj RWj RBj RMj TMj YTj AAm CVm EBm JCm JGm LRm MLm MBm NJm Totaal pos.

Totaal neg.Sociogram werken MLm MBm X 2 3 AAm CVm LRm EBm JGm JCm AAj CBJ DWj EDj JBj LMj MTj MHj MJj OLj OHj RWj RBj RMj TMj YTj AAm CVm EBm JCm JGm LRm MLm MBm NJm Totaal pos. X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X 3 2 5 0 1 13 8 0 4 1 0 7 2 2 4 0 9 0 5 2 2 4 4 2 1 16 1 4 3 3 0 9 1 3 3 0 3 2 1 1 5 0 3 0 2 1 3 0 60 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. NJm DWj MHj RWj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ AAj OLj MJj EDj RBj YTj JBj .

De leerlingen zijn trots op onze klas 9. Volgens mij maken de leerlingen in deze klas vaak leuke grapjes over de leerkracht 61 Antwoord: Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Voor en na schooltijd praten de leerlingen van onze klas vaak met elkaar 21. 5. Ik denk dat de leerlingen in deze klas elkaar wel aardig vinden 22. Volgens mij duurt het lang voordat een leerling zich thuis voelt in deze klas 13. Leerlingen in de klas helpen elkaar vaak Ik vind dat we in de klas genoeg leuke dingen doen Leerlingen in onze klas krijgen vaak straf De leerkracht heeft vaak ruzie met iemand uit de klas De leerkracht wil graag weten of je ergens problemen mee hebt 6. Groep:……………………… Datum:……………………………………. De leerlingen in onze klas plagen en pesten vaak gemeen 20.Bijlage 3: Klassenklimaatschaal Klimaatschaal Naam leerling:………………………………………………………………………. Als een leerling aan klasgenoten om hulp vraagt dan zijn er genoeg die hem/haar willen helpen 10. De leerlingen van onze klas gaan ook na schooltijd met elkaar om 15. 2. 3. Volgens mij besteedt de leerkracht voldoende tijd aan alle leerlingen 7. Volgens mij weet de leerkracht wel wat de leerlingen willen 11. Vraag 1. Ik vind dat de leerkracht weinig praten met de leerlingen in deze klas 14. 4. Volgens mij zijn er in onze klas maar weinig leerlingen echte vrienden van elkaar 8. . Volgens mij zitten veel leerlingen in onze klas zich te vervelen 16. In onze klas zijn de leerlingen meestal goed bezig 19. Als er in onze klas iets gedaan moet worden wil bijna niemand dat doen 12. In onze klas moet je vaak wachten voordat de leerkracht je helpt 18. Ik vind dat de lessen bij de leerkracht wat rommelig verloopt 17.

Er wordt in deze klas veel lawaai gemaakt tijdens de lessen Ja Ja Ja Ja Ja Ja ? ? ? ? ? ? Nee Nee Nee Nee Nee Nee 62 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Onze leerkracht heeft meestal een goede bui 25. . In deze klas zijn de meeste leerlingen goede vrienden van elkaar 28. De meeste leerlingen in onze klas vinden dat we een aardige leerkracht hebben 27. De leerlingen in onze klas maken veel ruzie met elkaar 24.23. In deze klas is de beurtverdeling tijdens de lessen goed: alle leerlingen krijgen regelmatig een opdracht 26.

Organisator Verkenner EDj heeft ideeën JBj. De rest. EDj. maar is laat het niet soms wel wat altijd zo merken. CBj: Hij weet precies wanneer hij een grapje moet maken en wanneer niet. MBm: ook hier vind ik mijzelf passen. maar niet de moed om ze hardop te zeggen en te regelen. CVm: Zij is heel De rest. maar zeggen.Bijlage 4: Motivatie rolkaarten nulmeting Naam MHj Gezagsdrager EDj: Heeft ideeën. Ze schreeuwt het niet door de klas. zodat iedereen dit kan dragen als je je gymkleren bent vergeten. ruw. maar zegt ze niet in het openbaar. Appellant RWj: Is snel verdrietig. Ze huilt sneller en heeft meer aandacht nodig. MBm: Ik vind mijzelf ook hier bij passen. MLm 63 RBj: Iedereen CBj: Hij RMj: Hij regelt AAm: Zij heeft bijvoorbeeld met gym meer kleren mee. LMj en JCm: Ze DWj: Hij is Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. MHj. Sociaal werker JCm: Zorgt voor anderen. LRm: Zij helpt altijd andere kinderen. JCm: Zij moet vaak geholpen worden. YTj. De rest. RWj: Bij activiteiten denkt hij er ook aan om spullen voor anderen mee te nemen. maar vertelt de grapjes tegen de meiden. het. MBm MLm: Zij heeft veel ideeën. OLj MLm: Heeft hele goede ideeën. Volger De rest. NJm: Zij is ontzettend grappig. JCm: wordt vaak geplaagd. liedjesinbreng en het bedenken van filmpjes. Joker CBj: Hij maakt grapjes als het kan. MHj. LRm: Kan RBj: Hij durft iemand goed het heel goed te helpen. en CBj regelt RBj en MBm. Hij regelt Ik snap altijd wel veel. . heel goed wat ze bijvoorbeeld met uitlegt. DWj is veel meer storend en dus niet geen joker. Ook heeft ze bij knutselen heel veel ideeën.

. CBj: Hij heeft hele goede ideeën. een grapje. Als je inbreng hebt en het is een goede reden. ook als je iets niet snapt. maar blèrt ze niet door de klas. RWj RMj: Hij zegt veel dingen. Ze zijn ook veel stiller in de groep. MHj. OLj en AAj. JCm: Zij zit eigenlijk altijd alleen. zou dat heel raar zijn. MLm. Is er niet in onze klas. TMj: Hij durft zijn eigen mening te geven. MTj en JGm: Die doen eigenlijk altijd gewoon wat er gezegd wordt. juist op de momenten dat het heel spannend is. ze mag niet altijd meedoen met de meiden. maar heeft wel heel goede ideeën. RBj. De rest. OHj CBj: Hij weet veel. maar regelt het niet. DWj: Roept er vaak doorheen. maakt hij. De rest. Volger RBj: Hij praat veel door de klas. gaat hij altijd mee naar binnen om te helpen. vraagt ze altijd hoe het met je is. CVm en EDj: Zij helpen je altijd.Naam LRm Gezagsdrager luistert naar hem. maar zegt het niet altijd. Organisator veel dingen. CBj: Hij helpt altijd andere mensen. DWj: Als we bijvoorbeeld een filmpje kijken. Als iemand buiten gevallen is. Sociaal werker probeert het leuk te huiden in de klas. Hij houdt er niet van als er ruzie is. LRm: Ik vind dat ik zelf ook initiatief neem. CVm: Als je valt. MJj. JBj. JCm: Zij is heel somber. Als hij geen grapjes zou maken. Hij maakt ze alleen niet altijd op de goede momenten. Joker duidelijk de grappenmaker. CBj: Hij is op hele rare momenten heel 64 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. EBm: Zij doet wat ze zelf wilt. DWj: Hij maakt heel veel grapjes. MLm: Ik vind het niet leuk als kinderen worden buitengesloten. Verkenner creatief en gezellig. MHj: Luistert goed naar anderen. Appellant betrekken zichzelf niet bij de groep en moeten er dus altijd bij betrokken worden. AAj en MLm. RWj: Ik weet eigenlijk niet waarom. EBm en CBj: maken echt leuke grappen. dan luistert hij en vindt hij het goed dat je inbreng hebt. TMj: Hij regelt de ideeën van RMj.

maar ik verzint spelletjes weet niet zo voor op het goed wie. schoolplein of bijvoorbeeld het maken van een film. MJj JCm: Zij heeft veel ideeën. MBm: Zij De rest. DWj: Hij maakt veel leuke grapjes. DWj: Hij maakt altijd grapjes. Er wordt dan door 65 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. zijn. Weet ik niet. Sociaal werker EDj en CBj: Die zeggen altijd: “doe je ook mee?”. Er zijn ook nog anderen. Iedereen wil altijd wel naar haar luisteren. LMj: Hij zit bij mij in het RBj: Hij maakt veel grapjes. NJm: Zij zegt vaak: “doe je ook mee?”. Ze nemen iets mee als dat handig is. maar ze kan wel bazig doen. . TMj: Bij het werken aan de verrijkingsbladen heeft hij altijd even een steuntje in de rug nodig.Naam DWj Gezagsdrager MLm: Zij is een goede leider. Als je valt vraagt ze of het met je gaat. MTj en MJj: Ze zijn er het type voor. ze zijn heel zorgzaam. RWj: Verzint dingen voor een hele groep. vaak een bal maar volgt ook mee naar school de ideeën van om te CVm op. LMj CBj: Past bij hem. maar zegt ze niet altijd. Is er niet. maar vertelt die aan anderen. voetballen. Ze kunnen goed samen werken. maar praat niet veel. MBm: Ze leidt veel. De rest. MJj. Organisator MBm: MLm en MBm zijn goede vriendinnen. hij is wat ruwer. Joker grappig. Het leidt me alleen wel af dat ik altijd grapjes maak. DWj: Het wordt altijd tegen mij gezegd. CBj: heeft veel Ik weet dat ze er leuke ideeën. Is er niet. TMj: let ook goed op anderen. MTj: Doordat we goede vrienden zijn. Volger De rest. MLm: Zij staat altijd voor iedereen klaar. Appellant JCm: Zij is heel licht geraakt en moet vaak getroost worden. maar ik weet niet zo goed wie. maar ze worden niet altijd grappig gevonden. RBj: Hij heeft RBj: Hij neemt goede ideeën. Verkenner CVm. RMj CVm: Ze heeft goede ideeën.

MTj en veel door de klas MHj. DWj: Hij heeft vaak flauwe grapjes . EDj: Hij is stil. De rest.Naam Gezagsdrager Sociaal werker Organisator is soms wat bazig. maar een ander zegt het hardop. RBj: Hij regelt dat iedereen goed mee kan doen. AAm EDj: Hij is heel serieus en dus luister je beter naar hem dan naar een grappenmaker. blijft NJm bij diegene binnen. JCm: Zij zit vaak alleen in een hoekje. De rest. maar heeft goede ideeën en zegt deze ook. ze mag van de meiden niet altijd meedoen. JCm: Zij is stil en met buiten spelen zit ze vaak in een hoekje. Anders neemt ze het zelf mee. JCm: Ze is stil en EBm: Ze is niet Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. EBm: Zij regelt bijvoorbeeld met uitvoeringen dat iedereen kleding heeft. EBm: Zij zegt TMj. maar wordt ook wel gepest. De rest. denkt niet alleen aan zichzelf. Soms wil ze wel/ niet meedoen als we het vragen. DWj en CBj: Ze zijn grappig. NJm: Als iemand niet lekker is. CBj: Hij heel leuke grapjes. MLm: Is veel met anderen bezig. JGm: Ze is stil. CBj: EDj vertelt zijn ideeën tegen CBj en die voert ze uit. NJm 66 EDj: Hij is stil. Joker de kinderen zijn naam zeurderig geroepen. LMj wordt buitengesloten. ze zijn niet altijd grappig. heen. alleen CBj weet het beste zijn grappen te plaatsen. Verkenner Volger Appellant groepje en is altijd heel verlegen. maar heeft wel goede ideeën. JBj JBj: Ik heb ideeën. En ze zegt tegen de klas dat ze rustig met diegene moeten doen. . LMj: Hij mag meedoen. CBj: Hij heeft RBj: Hij neemt altijd een bal mee om te kunnen voetballen. DWj: Iedereen vindt hem grappig. MBm. MLm.

maar haar grapjes zijn wel om te lachen. zorgen dat mensen 67 RMj: Hij zegt vaak: “goed idee. Is er niet. Joker altijd de grappenmaker. JCm: Ze is vaak verdrietig en wordt buitengesloten. MBm. Bijna iedereen. Sociaal werker maar denkt aan iedereen. De rest. soms is dat irritant maar meestal goed. zijn ideeën aan mij. De rest. DWj: Hij maakt veel leuke grapjes maak Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Niet iedereen zegt tegen haar: “kom mee”. CBj: Hij heeft hele gepaste grapjes. TMj en YTj. LRm. DWj:Hij maakt goede grappen op het goede moment. De rest. . Het is nu minder. Niet één iemand. DWj: Hij maakt veel grapjes. Vroeger RBj. Verkenner AAm. laten we dat gaan doen” en dan regelt hij dat. MLm: Ze is erg zorgzaam. omdat RBj minder vervelend doet. TMj: Hij speelt vaak met CBj en doet dan goed mee. behulpzaam. DWj en CBj: Zijn allebei grappig. Volger CVm CBj: Het past bij MLm: Ze is erg hem. EDj RMj: Hij komt MLm: Zij is vaak met ideeën. hij wil graag grappig zijn. nu minder. JCm: Ze is erg stil. TMj RWj: Hij vertelt RMj en LMj. Soms is het ook wisselend wie deze rol is. JGm: Zij is dit soms ook wel een beetje. EBm. CBj MBm: Kan goed MLm en JBj: leiding geven. MBm. MTj Is er niet. MJj. LMj. RBj. NJm: Zij praat meer over haar ideeën.Naam Gezagsdrager maar heeft wel goede ideeën. RMj. Organisator ook zelf een eigen mening. Is er niet. Is er niet. behulpzaam en duidelijk. RWj. RBj. meestal een vriend van diegene die de ideeën bedenkt. Appellant mag wel verwend worden. LRm: Zij denkt er altijd aan of iedereen mee kan doen.

Ook ik ben het wel eens. CBj: Hij kan goed dingen regelen. JCm: Ze is stil en DWj: Hij is durft niet veel te grappig en lacht vragen. AAj 68 CBj: Hij krijgt NJm: Zij OHj: Als RWj: Hij neemt De rest. LMj: Hij heeft vaak ruzie en dan moet ik hem helpen. veel. MLm: Zij zorgt voor iedereen. Verschillend.Naam Gezagsdrager Sociaal werker meedoen met alles. DWj en YTj: Wij zijn grappig. JCm: Ze is stil en DWj: Hij heeft niet zo vrolijk. hij denk er niet bij na. vraagt zij altijd nog netjes: “Mag ik ook meedoen? Is er niet. Organisator Verkenner Volger Appellant RBj Ikzelf denk ik. Hij is de clown van de klas. nemen initiatieven van de gezagsdrager over en proberen mee te helpen. maar DWj het grappigst. Als er wordt gezegd dat iedereen mee mag doen. De rest. CBj: Als EDj een idee heeft. Wisselend. Maar voor ons is het wel leuk. De klas luistert wel naar hem. MBm en MLm: Zij zorgen voor mensen en vinden dat ook leuk om te doen. dan vult CBj dit aan met zijn eigen ideeën en dan wordt het nog leuker. CBj: Hij is ook grappig. maar hij weet dat zelf niet. JCm en EDj. Joker kan wel irritant zijn voor juf. LRm: Ze is heel beleefd. RBj en AAj. De rest. JCm: Zij krijgt niet altijd aandacht. YTj. RMj: Hij bedenkt wat en dan wordt zijn idee overgenomen. DWj: Hij is altijd grapjes aan het maken. . De rest. NJm en OHj: Zij De rest. EBm YTj JCm EDj: Hij is de stille leider. veel humor. CBj en DWj: Ze Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. RBj. Ze wordt ook wel buitengesloten. OHj en CBj: Er wordt vaak aandacht aan hun gegeven. Is er niet. NJm: Zij loopt met iedereen mee die pijn heeft.

Volger Appellant De rest JCm: De huilt altijd heel snel. Organisator iemand een idee heeft. LRm: Ze wil dat niemand buitengesloten wordt. Joker maken bijna altijd leuke grappen. RWj: Hij weet goed wanneer hij iets moet doen. 69 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. maar is dat wel stil. DWj: Hij maakt altijd grapjes.Naam JGm Gezagsdrager vaak de leiding en heeft goede ideeën. Verkenner altijd iets mee wat van pas kan komen. . RBj: Hij wil graag leiden. CBj: Hij regelt altijd alles en zorgt dat het goed komt. Sociaal werker probeert iedereen te helpen. dan gaat hij dat regelen. MLm: Zij wil ervoor zorgen dat niemand buitengesloten wordt. maar ook niet leuke grapjes.

70 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. YTj legt meerdere blokjes tegelijk neer. OHj roept nog wel door de groep: “let op schuin gaan!”. Ik grijp niet in en geef geen tips of begeleiding. MBm roept na een tijdje: “Jongens!” en maakt met handgebaren duidelijk dat er een rij moet komen. hallo. Nu is de kring helemaal rond en er gebeurt niets. MBm roept door de groep: “Hé. RWj heeft dit door en legt daarop ook een blokje neer. Iedereen pakt een aantal blokjes uit de bak. maar er ontstaat geen rij. als jullie nu iets naar achteren gaan?”. Maar nu roept ook MTj door de groep: “Waar is het einde van de rij?!”. AAj ziet dit en stelt voor aan de groep om allemaal 2 blokjes neer te leggen. EDj. De enige voorwaarde die gesteld wordt over de samenwerking. De andere kinderen kijken er naar. De rij is lang en vormt langzaam een ruime kring om de toren heen. Alleen MHj. Toch gaat het neerleggen van de blokjes wel gewoon via de goede volgorde door. zijn OLj en DWj. De volgende die aan de beurt zijn. De rest van de leerlingen die nog door zit te bouwen gaan ook in de rij staan. Niemand reageert op dit voorstel. De kring wordt weer iets kleiner en er ontstaat onduidelijkheid over wie er aan de beurt is. MHj en RBj beginnen met het neerleggen van de eerste blokjes. De volgende leerlingen in de rij doen hetzelfde. alleen maar een ruimere kring. MHj. Daarna gaat hij ook in de rij staan. Zij leggen op hun beurt één blokje neer. allemaal in de rij!!”. Niemand zegt hier wat van. MHj kijkt nog even op de meetlat waar 98 cm zit en overlegt hierover met RBj. In de kring pakken alle leerlingen alvast meer blokjes. De leerlingen die na hem aan de beurt zijn doen dit ook. MLm zegt hierop terwijl ze een groepje kinderen aankijkt: “Jongens. RWj kijkt naar mij en heeft niet in de gaten dat hij aan de beurt is. Observatie OHj roept door de groep dat er een plan moet worden gemaakt. OLj. en wacht ieder tot hij aan de beurt is. AAm die achter RWj staat legt nu een blokje neer. RWj. waarop AAj reageert: “ja jongens. De eerste uit de rij (NJm)gaat een blokje neerleggen en pakt daarna een nieuw blokje en gaat hiermee achterin de rij staan.Bijlage 5: Observatieverslag “Toren bouwen” nulmeting Opdracht: De leerlingen moeten gezamenlijk een toren van kapla bouwen die precies 98 centimeter hoog moet zijn. Op hetzelfde moment pakt RBj de meetlat en zet die naast de toren. Er gebeurt niets. De volgorde herpakt zich. CBj en AAm gaan nog door met bouwen. OHj assisteert bij het neerzetten en gaat daarna in de kring staan. . OHj legt na een tijdje ook meerdere blokjes neer (meer als voorgaande leerlingen) en daar wordt hij door TMj op aangesproken. OHj. MJj. is dat alle leerlingen in ieder geval 1 staafje moeten hebben neergelegd. Toch weten de leerlingen wel wie er aan de beurt is. De rol van de leerkracht: De leerkracht is observator. De meeste leerlingen volgen deze aanwijzing op en er wordt een rij gemaakt. Daarna legt AAm weer een blokje neer. RBj en JCm zitten op de grond in een klein kringetje de toren te bouwen. JCm legt daarop volgend 2 blokjes neer. Hierop wordt niet gereageerd. waar is de rij?!”. Dan roept RWj: “Allemaal in een rij gaan staan!”. RBj blijft de meetlat vasthouden die naast de toren staat. Dit gebeurt. Vooral de meisjes en YTj zitten buiten de kring te kletsen.

Er worden op dit moment helemaal geen steentjes neergelegd. Door deze leerlingen worden een aantal blokjes in willekeurige volgorde neergelegd. er gebeurt niets. MLm zegt tegen de leerlingen dat ze meer naar achteren moeten en geleid de leerlingen met haar arm naar achteren. TMj wordt door RWj op zijn gedrag aangesproken. ziet dit en gaat ook blokjes neerleggen. JGm gaat akkoord en RMj neemt de meetlat over. NJm. Deze volgorde wordt opeens weer aangehouden door de leerlingen. maar hij blijft wachten. De toren is klaar. MHj ziet TMj steentjes tussendoor neerleggen en legt ook 1 blokje neer. gaven aan dat ze dit deden. * De leerlingen die tussendoor steentjes oplegden. AAm. TMj legt nog als enige. aan de overkant van de kring. volgt dit voorbeeld en legt ook blokjes neer. De kinderen volgen en er ontstaat weer een grotere kring. De leerlingen leggen de steentjes gewoon op volgorde van de kring neer. RWj volgt zijn voorbeeld. JCm probeert ook in de kleine kring te komen en er ontstaat een wat grotere kring. zegt tegen AAj dat hij nog niet aan de beurt is. MHj roept: “Jongens. weer op een andere plek in de kring. MLm. LMj en AAm. waarop ze langs de toren loopt en haar blokjes neerlegt. RBj. MHj. MHj en DWj. MJj. wat wel zo is. legt TMj weer een steentje neer. RBj. “Nee”. MBm en RMj blokjes aan het pakken zijn. YTj en JGm staan buiten die kring. LRm draait zich om en ziet het gat. stop!”. OHj. Er is nu geen vaste volgorde meer. omdat LRm. MBm roept vanaf een afstandje: “We zijn klaar!”.p. Zodra de toren bijna 98 cm hoog is ontstaat er opeens een kleinere kring om het bouwsel heen. waarop TMj antwoordt: “Maar hij moet toch hoger”. De 1e rang bestaat uit: AAj. RMj. In de kring staan RWj. . Ik vraag hierop aan RMj: “Is de toren precies 98 cm?. MTj loopt uit de kring naar deze leerlingen toe. omdat toch niemand een steentje oplegde. LMj. OHj. Hij vraagt aan haar of zij de meetlat over wil nemen. een rij. RWj. Ondertussen ontstaat in de kring een gat. Het kringetje wordt kleiner en meer kinderen staan nu buiten de kring. alleen vonden ze het niet prettig dat er opeens een kring ontstond i. Hij stopt wel met neerleggen. maar hij reageert niet op RWj. De rest houdt de volgorde aan. Daarop zegt DWj: “Hij is klaar!”. Als er op een gegeven moment niets wordt neergelegd. De volgorde is nu niet helemaal duidelijk. Alleen MLm. RWj roept door de groep: “Jongens. 71 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. * RBj merkt op dat RMj wel de leider wilde zijn. Informatie uit de nabespreking samen met de kinderen: * De leerlingen vonden het goed gaan. RMj ziet dit gebeuren en vraagt op zijn beurt weer aan JGm of hij de meetlat mag vast houden. Na 8 minuten kijkt RBj acht zich en ziet JGm staan. maar dat niemand dit oppikte. De andere leerlingen proberen de toren ook te zien. AAj legt zijn steentjes neer en gaat weer terug naar zijn plek. AAj legt hem erbij. gewoon een nette rij!. blokjes neer. EBm. Zij staan als een soort 2e rang. TMj vraagt aan mij of de toren klaar is. DWj en AAj leggen er nog wat steentjes bij. legt een steentje neer. TMj die ergens anders in de rij staat. MTj. vanaf zijn eigen plek in de kring. Eigenlijk is RWj nu aan de beurt. zegt RMj. De kring wordt groter en EBm en NJm komen aanlopen. De leerlingen dringen weer naar voren en er ontstaat weer een kleinere kring. AAj. JGm pakt de meetlat aan. RMj zegt: “Nee jongens. JBj. MHj roept: “Hij is klaar!”.Na 6 minuten is AAj aan de beurt en legt steentjes neer. die achter hem in de kring staat.v. JCm. Ze sluit weer aan in de kring. niet zo dringen!” en loopt buiten de kring. “er moet er nog eentje bij”.

* RBj wilde zelf de leider niet zijn. . dus naar wie moet je dan luisteren? 72 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Het werd een beetje onduidelijk toen RMj zijn rol overnam. * Een aantal leerlingen vonden het lastig om één iemand als leider te zien. Er was namelijk van te voren niets afgesproken en dat hadden ze wel prettig gevonden.* Een aantal leerlingen vonden in het begin RBj de leider. omdat iedereen initiatieven nam. hij was bang dat hij te bazig zou zijn. * De meeste leerlingen vonden dat er eigenlijk helemaal geen leider was.

en waarschuwen elkaar wanneer er niet rustig gewerkt wordt. .De leerlingen wijzen elkaar op goed gedrag. . Aan het eind van de bloktijden kunnen de leerlingen een beloning van max.50 en 13. en kletsen graag met elkaar. en niet alleen als leerkracht hoef te waarschuwen. Vooraf vindt er een gesprek plaats. Per groepje zijn ze verantwoordelijk voor hun eigen gedrag en die van hun groepsgenoten. Dan verdeel ik de klas in vijf groepen (dit zijn de groepjes zoals gevormd in de klassenopstelling). en op hun beurt wachten zodra ze wat willen zeggen/reageren. met maximaal 2 waarschuwingen van de leerkracht. Dit betekent dat de klassikale lessen. 10. .00-10. maak ik de kinderen zelf verantwoordelijk. Fase 1: Allereerst werken we in twee bloktijden. Fase 2: De bloktijden worden nu uitgebreid naar 3 delen. worden de bloktijden uitgebreid.15-15. De leerlingen vinden zelf ook dat er teveel lawaai wordt gemaakt tijdens de lessen. zodat andere leerlingen geen last van hen hebben.30-11.30-10. maar dat de leerlingen dit onderling ook doen. ook meedoen bij het behalen van de doelen.00 uur.50.00. Om de doelen te behalen.De leerlingen kunnen hun vinger opsteken.De leerlingen kunnen per dagdeel (de dagen zijn in 3 stukken gedeeld) rustig (samen) werken.30-11. Als de klas een maand lang Beginsituatie Doelen Inhouden 73 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. op fluisterniveau.00 en 10. Ook worden in deze tijden aan kleine groepjes instructie gegeven.De leerlingen kunnen tijdens de zelfstandig werklessen rustig werken.Bijlage 6: Handelingsplan “waarschuwingskaartjes” De leerlingen zijn rumoerig tijdens de lessen. worden er tussendoelen bepaald. Als de klas een week lang een 80% score haalt in het bereiken van de doelen. Korte termijn doelen: . Ik kies voor deze eerste opzet. Dit doe ik om de betrokkenheid te vergroten. De moeilijkheid voor de leerlingen zal bij deze lessen voornamelijk zijn `het voor je beurt door de klas roepen`. 5 minuten verdienen. . omdat deze tijden het makkelijkst zijn te behalen voor de kinderen. Ze reageren altijd. zonder dat de leerkracht hierbij hoeft te helpen. met maximaal 2 waarschuwingen van de leerkracht. dat wil zeggen dat elk groepje minimaal 8 keer een beloning heeft verdiend. te weten: 9. Lange termijn doelen: . omdat deze groep daar erg gevoelig voor is. . en daar graag nog wat harder voor wil werken. Dit zijn de tijden waarop de kinderen aan hun zelfstandig werkblad werken. Ik werk met een beloningssysteem. waarin ik het modelgedrag laat zien. Nadat iemand een grapje maakt.De leerlingen kunnen hun reactie uitstellen totdat zij de beurt krijgen. te weten: 8. heeft iemand anders er altijd nog een grap overheen. Voor het behalen van de doelen. Als ze wat willen zeggen/reageren steken de leerlingen netjes hun vinger op.De leerlingen kunnen tijdens het samenwerken fluisteren.

5 minuten beloningen die de leerlingen van te voren zelf verzonnen hebben. Hierdoor heeft de leerling meer waarschuwingen voor zichzelf. Aan het eind van een blokuur kijkt de leerkracht welke groepjes nog een groene kaart hebben liggen. De beloning wordt door de leerkracht uit het beloningenblik “gegrabbeld”. want ook dit is ongewenst gedrag. Mocht een leerling heel veel moeite hebben om zich aan de afgesproken regels te houden. De klas wordt opgedeeld in vijf groepjes. Het origineel zou komen uit de methodieken van Taakspel. dat wil zeggen dat elk groepje minimaal 12 keer een beloning per week heeft verdiend. Voor het uitvoeren van het handelingsplan wordt er gebruik gemaakt van een waarschuwingen. Als een leerling uit een groepje ongewenst gedrag vertoont.een 80% score haalt in het bereiken van de doelen. N. en heb er mijn eigen draai aan gegeven. Het groepje daarentegen heeft hierdoor een eerlijke kans om de doelen te behalen. De leerlingen laten gewenst gedrag zien. De leerkracht laat aan de desbetreffende leerling de kaart zien. Ik heb van deze methodiek gehoord op een studiedag. . De leerkracht houdt toezicht op de andere groepjes. niet-taakgericht gedrag of bijv. Onderop ligt de rode kaart en daarbovenop liggen 3 groene kaarten. pakt de leerkracht een groene kaart van de stapel. 5 minuten beloning die de kinderen zelf hebben verzonnen. De groepjes voeren hun beloning uit.B. Aan het eind van een blokuur wordt gekeken welke groepjes nog een groene kaart boven hebben liggen. worden de waarschuwingskaarten verminderd. Mochten andere leerlingen hierop negatief reageren. Ieder blokuur beginnen de groepjes weer met een nieuwe stapel kaarten. *Per groepje 3 groene geplastificeerde kaarten en 1 rode geplastificeerde kaart.en beloningssysteem. Deze groepjes mogen meedoen aan de max. hard praten. waardoor het groepje nooit tot bijna nooit aan zijn beloning toekomt. Deze groepjes mogen meedoen met de beloning. De groepjes die een rode kaart boven hebben liggen. Methodieken Middelen Organisatie 74 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. In een volgend handelingsplan kan gewerkt worden aan de lange termijndoelen. dan krijgt deze leerling zijn eigen setje kaarten. * Een blik vol met max. moeten kijken hoe de andere groepjes de beloning uitvoeren. dan kost dat het groepje weer een groene kaart. Elk groepje krijgt 1 rode kaart met daarop 3 groene kaarten. waardoor er tegemoet gekomen wordt in zijn behoefte aan een langere leercurve. De leerkracht legt de kaarten aan het begin van een blokuur in de groepjes klaar. zodra de leerlingen ongewenst gedrag laten zien. dan neemt de leerkracht zonder iets te zeggen een groene kaart van de stapel.

Na uitleg van het kaartensysteem heb ik aan de leerlingen gevraagd wat gewenst gedrag precies inhoud.Welke leerlingen vonden het gemakkelijk om de doelen te bereiken? Uitvoering van het plan Naar aanleiding van het afnemen van de klimaatschaal heb ik de uitslag met de kinderen besproken. De eerste keer ging uitstekend.communiceren via het blokje .als je een loopje nodig hebt.Welke onderdelen werkten goed. De leerlingen waren heel goed aan het werk en de beloning werd door iedereen gehaald. Ik heb een aantal groene kaarten afgepakt. In dit gesprek heb ik het plan uitgelegd en de verwachtingen duidelijk gemaakt. Na het gesprek en het bedenken van de beloningen is het kaartensysteem meteen van start gegaan. Zoals gewoonlijk waren de leerlingen heel betrokken en vol moed om het plan te gaan uitvoeren.galgje spelen . Ik vertelde dat ik hiervoor een plan heb bedacht. welke moeten volgende keer anders aangepakt worden. waaronder één voor het reageren op het afpakken van een kaart.tekenen .dansen op een liedje . ga je even naar de wc om een slokje water te drinken Nadat deze punten naar voren waren gekomen.alleen door de klas lopen als je iets nodig hebt . .Evaluatie Na 2 maanden wordt het handelingsplan geëvalueerd. Een aantal voorbeelden van de beloningen die ze bedachten: . Zo werd voor iedereen meteen duidelijk wat ik van hen verwacht. In dit eerste blokuur was ik heel streng. Ik heb de doelen van het plan aan de kinderen laten weten.enz. . Dit deed ik om meteen duidelijk aan te geven wat ik onder gewenst gedrag versta.achterstevoren op je stoel zitten . heb ik een groepje gevraagd het gewenste gedrag voor te doen.de polonaise lopen .Heeft de methodiek de gewenste uitwerking gehad? . . AAj zei: “oh juf. De kinderen konden mij dit goed vertellen.moppen tappen . 75 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.staan op je stoel .In hoeverre zijn de doelen bereikt? Welke vaardigheden beheersen de leerlingen? . Zij gaven ook in dit gesprek aan dat ze het heel lastig vonden om stil te werken.Welke leerlingen vonden het lastig om de doelen te bereiken? . Bij de evaluatie wordt gelet op de volgende punten: .met je taak bezig zijn en bijvoorbeeld niet je pen uit elkaar halen (dit fenomeen was vrij populair om te doen) .fluisteren als je samenwerkt . en ze werden heel enthousiast. Als aansluiting op het gesprek mochten de leerlingen beloningen bedenken die maximaal 5 minuten mogen duren. dat gaan we helemaal fiksen!!!!Dat komt goed!!!”.filmpje kijken op het smartboard‟ .

. nu ze geen beloning meer kunnen verdienen. niet méér ongewenst gedrag laten zien. Toch werkt dit systeem zo goed dat de leerlingen nog steeds heel gedreven zijn om de groene kaart te laten liggen. Er zijn ook momenten geweest waarop er rode kaarten boven kwamen te liggen. Er zijn nog geen kinderen die een eigen kaartensysteem hebben. Het zou kunnen zijn dat het die leerlingen niet meer uitmaakt. 76 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Opvallend is dat de groepjes die een rode kaart boven hebben liggen.In de volgende blokuren haalden niet alle groepjes de beloning. toch is een enkele waarschuwing genoeg om weer gewenst gedrag te laten zien.

soms streng en heeft altijd een luisterend oor. gek. zodat de andere kinderen kunnen raden. Ik geef de kinderen de opdracht een kaartje te maken over zichzelf en vertel hen dat ik die later in de kring ga voorlezen. De leerlingen mogen raden welke leerkracht het is. De leerlingen mogen alleen karaktereigenschappen opschrijven. Ra. gezellig. aardig. flexibel. ra wie is dit? De leerlingen weten meteen dat ik dit zelf ben. bijna nooit chagrijnig. De leerlingen maakten de volgende kaartjes: MBm: Kan brutaal zijn Giechel veel Hou van grappen maken en klooien Val op jongens met bruin haar AAj: Sportief Flexibel Vergeetachtig Een beetje gek Aardig OHj: Sportief Aardig Soms chagrijnig Veel ideeën RBj: (doorgestreept: is als iemand tegen hem aardig is ook aardig) Schreeuwt soms door de klas Houdt van kattenkwaad Heeft soms ruzie Altijd een goed humeur YTj: Aardig Grappig Lief (soms) Vergeetachtig AAm: Druk Vrolijk Behulpzaam Vergeetachtig Aardig Gezellig Beetje gek Lief Nooit chagrijnig CVm: Lief Vrolijk Druk (buiten) Creatief Behulpzaam Aardig RMj: Sportief Kan boos zijn Soms een beetje fanatiek Behulpzaam Stil Gezellig Soms druk JGm: Vrolijk Behulpzaam Aardig Lief Sportief Rustig Gezellig Beetje bang soms CBj: Vrolijk Leergierig Humoristisch Spontaan Lui Sportief (als ik verlies) EBm: Sportief Aardig Grappig Lief Vriendelijk Gezellig Gek! OLj: Ik ben technisch en best wel ongeduldig. sportief. vergeetachtig. . MTj: Aardig Leuk Grappig Sportief Soms druk Niet snel boos Hou van muziek Vriendelijk MLm: Behulpzaam Aardig Soms wat snel boos Vaak mijn werk af Maak mij zorgen om iemand anders Hou van lol maken Ik vind het irritant als er iemand door de klas roept NJm: Gevoel voor mode Sportief Zorgzaam Gezellig Soms best wel lullig Vriendelijk 77 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. dus geen hobby‟s en uiterlijke kenmerken. Maar mijn zwakste punt is rekenen.Bijlage 7: “Wie ben ik?” Ik vertel de kinderen dat ik een leerkracht van onze school ga omschrijven. druk. Ik omschrijf het volgende: Deze leerkracht is vrolijk. Maar ik ben ook wel sportief en muzikaal.

LMj: Aardig Erg stil Druk Oplettend Gek Behulpzaam Slim

EDj: Rustig Sportief Raar Teruggetrokken

RWj: Ik ben aardig, grappig, sportief, gezellig, ongeduldig, onrustig, slim, gek, toegankelijk, leuk. JCm: Soms verlegen Snel boos Vrolijk Sportief Stoer Niet snel bang

MHj: Slim Vrolijk Sportief

DWj: Gek Aardig Blij Maandagochtend gevoel Grappig Haat kappers

LRm: Behulpzaam Houdt van lachen en klooien Lief Gevoelig Sportief Valt op jongens met bruin haar

Als de kaartjes worden voorgelezen kunnen de leerlingen het snel van elkaar raden. Dit komt ook omdat ze goed kijken naar de reacties van de kinderen zodra er een kaartje wordt voorgelezen. De meeste leerlingen geven aan het eind van de les aan dat ze het lastig vonden om het kaartje te schrijven. Alleen OHj, CBj, YTj, RMj en LMj geven aan het niet lastig te vinden. Opvallend is dat de kaartjes veel overlappingen hebben. Ook werd door andere leerlingen tussendoor aangegeven dat ze eigenschappen misten op kaartjes die wel heel kenmerkend zijn voor de leerling. Een voorbeeld wordt gegeven over YTj. MBm geeft aan dat zij het woord „druk‟ mist op het kaartje. YTj geeft aan dat hij die inderdaad vergeten is, want hij vind het wel bij hem passen. Op de vraag; “hoe vind je het als je kaartje wordt voorgelezen?” komen de volgende antwoorden: AAm: “Niet zo erg, dacht al dat ze me kende.” AAj: “Raar, toen AAm haar kaartje werd voorgelezen dacht ik dat ik het zelf was, terwijl ik eigenlijk wist wat er op mijn kaartje stond.” MBm: “Genant, raar of eigenlijk alsof ik eigendunk had. Bang dat andere kinderen reageren met waarom zeg je dat? Hahaha.”. “Dit gebeurde gelukkig niet”. JCm: “Ik voelde er eigenlijk niets bij. Ik vond het neutraal.” LRm: “Raar, CVm haar beschrijving leek op die van mij.” MTj: “Grappig, maar ik werd wel helemaal rood!” RBj: “Ik voelde me onzeker.” De leerlingen vonden het een leuke activiteit om uit te voeren. Over het algemeen klopt het beeld dat ze van zichzelf hebben, met het beeld dat anderen van hen hebben. Er zijn kaartjes bij, waarop leerlingen zichzelf heel doeltreffend hebben omschreven zoals RBj, EDj, CBj JCm, RWj, NJm, MLm en OLj. Deze kinderen werden daardoor erg makkelijk geraden.

78

Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Bijlage 8: “Letters en cijfers maken”
Voor deze oefening deel ik de klas in drie groepen. Ik vraag de eerste groep naar voren en vertel hen dat zij gezamenlijk de letter A moeten vormen, maar dat ze er niet bij mogen praten. Voor de rest geef ik geen aanwijzingen of opdrachten AAj gaat meteen op de grond liggen. Andere kinderen wachten af en kijken wat er gebeurt. Ze communiceren met elkaar via handen en armen. Met hun armen beelden ze uit wat er moet gebeuren. Langzamerhand gaat iedereen op de grond liggen en wordt de letter A gevormd. In het nagesprek met de klas vraag ik aan de leerlingen wat er gebeurde. De leerlingen vertellen dat er eigenlijk twee groepjes ontstond, maar dat het uiteindelijk één groep werd. Dit gebeurde d.m.v. gebaren. Ook vraag ik aan de leerlingen of er een duidelijke leider was. Dit was niet echt het geval, alleen CBj en MJj namen een beetje de leiding. Ik vraag aan hen of het handig is om in dit geval een leider te hebben. De kinderen geven aan dat dit inderdaad handig is, omdat er dan één iemand aangeeft en de rest volgt. Met dit nagesprek in ogenschouw nemend, vraag ik de tweede groep naar voren te komen. Zij moeten eerst een leider aanwijzen. Iemand wijst OLj aan. Die wil liever niet, en RWj geeft aan de leider te willen zijn. Dit wordt geaccepteerd door de groep. Ze moeten de letter C maken. RWj legt de kinderen goed en buigt ze op de juiste manier. Hij doet met zijn eigen lichaam de bewegingen voor. Tot slot gaat hij ook zelf in de juiste vorm liggen. In het nagesprek komt heel duidelijk naar voren, dat de leerlingen het heel prettig vinden werken met een leider. RWj was wel wat ruw, maar ook heel duidelijk. Dat MTj ook initiatieven nam, werd als prettig ervaren. De derde groep moet het cijfer 8 vormen. De leerlingen wijzen MBm als leider aan. MBM wil dit wel, maar ziet ook dat OHj zijn vinger opsteekt. Daarop geeft MBm haar leidersschap over aan OHj. Hij loopt naar het bord en tekent hierop hoe hij de leerlingen wil hebben liggen. Hij tekent een digitale 8. De leerlingen zien dit en gaan meteen volgens het plaatje liggen. Ook OHj neemt op het laatst zijn plaats in. In het nagesprek wordt besproken dat het erg handig is dat OHj op het bord tekent. Hierdoor is in één oogopslag duidelijk wat de bedoeling is. De leerlingen “luisteren” goed naar de leider, waardoor het cijfer snel gevormd werd. Als laatste gaan de leerlingen een wedstrijdje tegen elkaar doen. De leerlingen gaan in dezelfde groepen uiteen en moeten gezamenlijk het woord KIP vormen. Allereerst moeten ze een leider kiezen. Het kiezen gaat heel sociaal. Zinnen als: “oh, als jij het wilt zijn, mag dat ook hoor” waren regelmatig te horen. De leerlingen moeten in deze eindopdracht de tips uit de nagesprekken meenemen in de uitvoering. Dit is duidelijk te merken, want er wordt duidelijk leiding gegeven en de leerlingen zijn heel snel klaar met de opdracht.

79

Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Bijlage 9: “Complimenten van een groep”
Groep 1: Bestaande uit AAj, AAm, RBj, TMj, JGm, EDj. AAm wil graag de leiding en praat dwars door iedereen heen. Ze luistert niet naar anderen en wil graag haar idee uitvoeren. Anderen hebben ook ideeën, maar daar wordt niet naar geluisterd. Het gevolg is dat AAm heel veel aan het woord is, maar dat de anderen haar niet als leider accepteren en dus niet luisteren. AAm probeert het wel democratisch op te lossen, maar dit lijkt niet te lukken. Na 15 min. is er nog niets gebeurd. Er komen kinderen uit het groepje klagen dat er niets gebeurt. Uiteindelijk besluit ik om te gaan helpen. Ik vraag aan AAm om goed te luisteren naar de andere leerlingen. Uiteindelijk komt RBj met een goed idee, waar iedereen het mee eens is. Na nog wat strubbelingen gaat het groepje aan de slag en tot het einde verliep het verder goed en uiteindelijk was iedereen tevreden. Groep 2: Bestaande uit MHj, EBm, CBj, NJm, YTj, MTj. Dit groepje begint met het kiezen van een leider. CBj wordt als leider aangewezen. Ze hebben bedacht welke taken er allemaal uitgevoerd moest worden en hebben van te voren de taken verdeeld. Iedereen bedacht mee met de complimenten en ondertussen waren ze hun eigen taak, zoals versieren, schrijven, plan voor het grote blad ontwerpen e.d. bezig. Van te voren wilde er graag twee verschillende leerlingen schrijven, NJm en EBm, maar dit werd goed opgelost doordat er voor één van de twee een andere taak werd bedacht. De leerlingen ervaren de samenwerking als positief en hebben prettig aan de taak gewerkt. Groep 3: Bestaande uit OHj, RWj, DWj, OLj, LRm, JBj, OLj, MLm. In dit groepje wil graag bijna iedereen de leider zijn. Ze zijn heel lang aan het discussiëren over dit punt. Ze komen er niet uit en gaan over op het spelletje “ienemiemut”. Hieruit wordt uiteindelijk JBj als leider aangewezen. Aangezien anderen ook de leider willen zijn, accepteren zij niet JBj als leider. Iedereen gaat zijn eigen gang en “doet maar wat”. YTj wordt aangesproken op het feit dat hij niet meedoet. YTj wil hierop wat zeggen, maar dit wordt niet meer gehoord. Hierdoor wordt YTj alleen maar meer gedemotiveerd, waardoor hij helemaal niets meer uitvoert. Uiteindelijk zijn de complimenten wel samen verzonnen, doordat men die hardop vertelde. Groep 4: Bestaande uit MBm, RMj, JCm, CVm, MJj, LMj. Dit groepje maakt van te voren geen afspraken, maar de samenwerking en rolverdeling verloopt wel heel natuurlijk. MBm neemt een leiderschapsrol op zich en voor de rest werkt iedereen goed mee. Iedereen schreef één compliment voor een leerling op en er waren een aantal kinderen die dit in het net gingen opschrijven en de anderen versierden het blad. De leerlingen beleven de samenwerking als prettig en doelgericht. Het ging heel gemakkelijk en er werd niet gediscussieerd.

80

Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Hieronder is een foto van de complimentenbladen opgenomen. . 81 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Ze zijn van zijn leeftijd. de jongen in het midden. buitenspelen. Zij nemen het gedrag van anderen over. Hij is echt heel onaardig. de onaardige leider. Hij moet weer denken aan zijn vrienden uit zijn oude straat. (Engelen. Ze spelen verstoppertje of zoiets. 0 ja. Hij vindt het spannend. Dat was leuk. Klaas. Zal hij buitenspelen? Hij ziet een paar kinderen lopen. Ze hebben veel lol. Kom op jongens. Chris kijkt Klaas met een vies gezicht aan.' Klaas weet even niet wat hij moet zeggen.Bijlage 10: “Je mag niet meedoen” Ik begin de les met het voorlezen van het verhaal Klaas. Hoepel op. Zonder dat hij het wil. Ik ga hier morgen ook naar school. positief ingestelde jongen die aan anderen denkt. Wie zijn jullie?' Vier van de kinderen kijken nieuwsgierig naar Klaas en daarna naar Chris. moet hij huilen. en natuurlijk zaten ze vaak achter de computer! Dan had je contact met elkaar en kon je moppen doorsturen. Dan probeert hij het nog eens: 'Mag ik met jullie meespelen?' Chris kijkt Klaas onderzoekend aan. Dan zegt Chris: 'Nee. Hij heeft alle dozen uitgepakt en zijn nieuwe kamer helemaal ingericht. Op de plank daaronder staat een foto van zijn oude klas. Met die vriendjes speelde hij altijd buiten: voetballen. Klaas mist zijn vrienden. Ook bespreken we nog een vierde rol. 'Hoi. Hij is met zijn ouders verhuisd naar een nieuwe stad. cowboytje. Het lijkt wel of hij zich nog nooit zo rot heeft gevoeld. Chris. je kent hier toch niemand?' Maar Klaas hoort het al niet meer. Ze zullen vast op zijn nieuwe school zitten. Daar zou hij graag aan mee willen doen. Al zijn vriendjes staan erop. rot op. de vrolijke. Achter het schuurtje. waar niemand hem kan zien. dat was altijd leuk! Hij loopt snel naar beneden en roept naar zijn moeder: 'Mam. De andere kinderen wachten af wat Chris zal zeggen. gaat hij zitten. en de derde rol is de meeloper. Er komen uit het verhaal drie rollen naar voren. verstoppertje. Zijn diso's staan op de bovenste plank van zijn nieuwe kast. 2007 p. Ik doe dit omdat bijvoorbeeld JCm vaak wordt buitengesloten. 'Het gaat je geen reet aan hoe wij heten. ik ben Klaas! Ik ben hier net komen wonen. 83) Klaas Klaas vindt het spannend. hij heeft snel zijn jas aangedaan en rent naar buiten. Klaas krijgt een heel vervelend gevoel in zijn buik. Ik bespreek de rol van iemand die vaak wordt buitengesloten. Buiten ziet Klaas de vijf kinderen staan die hij vanuit zijn nieuwe kamer had gezien. wegwezen!' Chris en de andere kinderen lopen hard weg. Maar dan denkt hij aan zijn oude vrienden. Ze hadden ook altijd veel lol samen. Hij kijkt naar buiten. . ]ij hoort niet bij ons. Wat voor types zijn Klaas. en ik wil aan de anderen laten zien wat dit voor effect heeft op een kind. Chris en de andere kinderen in het verhaal? Wat valt je op in het verhaal? De kinderen vinden vooral de houding van Chris niet goed. Klaas besluit dat hij naar buiten gaat en zal vragen of hij mee mag doen. Hieronder staat het verhaal uitgeschreven. Maar hoezo. Ik vraag aan de kinderen wie er 82 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Misschien mag hij niet meedoen of pesten ze hem. Langzaam loopt hij naar zijn nieuwe achtertuin. ik ga buiten spelen! Hoe laat moet ik thuis zijn?' Zijn moeder antwoordt: 'Om half zes. Dikke tranen rollen over zijn wangen. In het nagesprek benoemen we de verschillende rollen in dit verhaal.

In het spel vond hij het moeilijk om zelf een Chris te spelen. “Het voelt goed om voor iemand op te komen!”. Ze krijgen de opdracht om met drie leerlingen buiten te spelen en één leerling moet vragen of hij mee mag doen. De meeste leerlingen gaven aan dat zij zich het beste herkennen in Klaas. Een opmerking van een leerling is: “ik word er een beetje somber van!”. MTj gaf zelfs aan het heel moeilijk te vinden om met een Chris om te gaan. Ze geven aan dat diegene gedrag vertoont dat eigenlijk niet mag en niet goed is. CVm. Hij zal waarschijnlijk ook een onzekere houding aannemen en erg terughoudend reageren. Ook viel het de leerlingen op dat. Zodra er meerdere “Klaassen” in het spel aanwezig waren. De andere leerlingen bekijken het rollenspel en analyseren aan het einde de situatie. dus wel heel leuk is om een keer te spelen. Chris: YTj. Ze moeten de volgende vragen beantwoorden: . De leerlingen kunnen dit goed. 83 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. JBj. Soms Chris en soms Klaas: OHj. meeloper of buitengesloten) ze spelen. Veel kinderen steken hun hand op. Ik vraag hen om te gaan staan en de houding aan te nemen van iemand die vaak wordt buitengesloten. In deze groepen gaan de leerlingen rollenspellen spelen. en niet meer zo snel op iemand af zal stappen. We gaan bekijken wat dat voor gevolgen heeft op de situatie. Ze moeten van te voren eerst zelf bedenken welke van de rollen (Chris. JCm. Opvallend is dat zowel RBj en YTj. Ze leven zich goed ik en kunnen de rollen goed neerzetten. Ik vraag door over hun gevoel daarbij. Dit sluit aan bij de punten die ikzelf waarneem. CBj. We bespreken de verschillende houdingen van de leerlingen. Aan het eind geven de leerlingen aan dat ze het vooral heel leuk vonden om Chris te spelen.wel eens buitengesloten is geweest. MJj. Hierna vraag ik de kinderen ook om als een Chris. Sommige leerlingen voelden dit als heel bedreigend. EBm. als Chris eerst nee had gezegd. En bespreek wat de gevolgen kunnen zijn als je vaker wordt buitengesloten. RBj. negatief uit het sociogram komen en bij dit spel aangeven inderdaad “Chris gedrag” te vertonen. AAm. zodra er meer dan één Chris aanwezig was in het spel. Klaas en meeloper te gaan staan. het vaak op vechten uitliep.Wat voor invloed hadden die rollen op de situatie? De kinderen vinden het erg leuk om de rollenspellen te spelen. Er waren ook uitzonderingen. Klaas. werd het veel vrolijker en leuker om samen te spelen. Je merkte ook dat Klaas het opnam voor degene die mee wilde spelen. In het eindgesprek heb ik de rollen uit het spel naar de werkelijkheid gehaald en gevraagd in welke speler zij zich het beste herkennen. Na dit gesprek deel ik de kinderen op in subgroepjes. Meeloper: EDj Tussen meeloper en Klaas in: LRm. NJm geeft aan dat ze het prettig vond om Klaas te spelen. Hoe gaat zo iemand zich dan gedragen? De kinderen denken dat diegene heel onzeker wordt. maar sommige vinden het geen prettige houding. .Wie speelde welke rol? .

Bijvoorbeeld bij het kaartje voor volgen zegt AAj: “Hij geeft andere kinderen de ruimte om ook keeper te zijn”. probeert af te schrikken met een aanvallende houding. 84 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. ik blijf afwachten en neem geen initiatief. andere kinderen kunnen overtuigen in hun belang. is op zijn hoede. kan aangeven wat hij van een ander verlangt. durft competitie aan te gaan. kan inbreng van anderen in twijfel brengen zonder zelf het heft in handen te nemen.Vanuit leiding en advies geven: “Wil je op mijn feestje komen”. Op deze kaartjes staat een uitspraak van een leerling over een potje voetbal. Afwachten: Stelt zich bescheiden op. Protesteren: Vertrouwt niet zomaar. doet wat de leiders of de meerderheid wil. Hoe ga je de mensen uitnodigen? . kan initiatieven afwachten. vertrouwt op andere kinderen. kan zich onafhankelijk opstellen. Dit is de neutrale plek. De leerlingen moeten de kaartjes bij het juiste segment plaatsen.” . stelt eisen en grenzen aan kinderen.Je geeft een feestje voor je verjaardag. Zich terugtrekken: Is terughoudend. "vraagt" om hulp en steun. In het kaartje leiding geven. kan van zich afbijten en zich verdedigen. Na deze oefening houden we korte rollenspellen. leeft zich in in andere kinderen. trekt zich uit contacten terug. positieve houding. grenst af door te zwijgen. kan zich kwetsbaar opstellen. . maar niemand weet er nog vanaf.Vanuit strijden: “Je moet op mijn feestje komen. kijkt eerst de kat uit de boom. Achter de lesbeschrijving zijn de kaartjes en de A4 bladen opgenomen. deel ik aan de leerlingen kaartjes uit. dit is één van de beste segmenten om het te regelen. houdt zich aan de regels. anders ben je niet meer mijn vriend. meedenken en zoeken naar oplossingen. Sommige kaartjes vonden de leerlingen moeilijk te plaatsen. Ik vraag een leerling om midden in de cirkel te gaan staan. kan ontevredenheid uiten maar wel op bedekte wijze. Winnen: Wijst op gemaakte fouten.Vanuit afwachten: “Dit kan niet. zodat de leerling daadwerkelijk met de uitspraak in het segment kan gaan staan. kan naar kritiek luisteren. Na de uitleg over de roos. . geeft soms steken onder water. Leiden en advies geven: Organiseren en regelen voor andere kinderen. Op het bord staan de beschrijvingen uitgeschreven. Zorgen: Zorgzaam. kan kritiek leveren gericht op de persoon. Hieronder is deze beschrijving opgenomen.Bijlage 11: “Introductie Roos van Leary” In deze les introduceer ik de roos. Strijden: Is duidelijk over wat hem niet zint. vertrouwt op zichzelf. kan zich afhankelijk opstellen.” Ook de lichaamshouding is aanvallend. moedigt aan. het belang van de groep voor ogen. Hiervoor heb ik de kaartjes op A4 formaat afgedrukt. Ook geef ik voorbeelden aan. benadrukt positieve kanten van andere kinderen. Dit kunnen de leerlingen goed aangeven. zit bijvoorbeeld ook iets van zorgen. Ik rol de grote roos uit op de grond en ga per segment langs wat deze inhoudt. Voor het plaatsen van de kaartjes gebruiken ze termen uit de omschrijving van het segment. kan teleurstelling laten merken. Er zaten soms overlappingen in de uitspraken. maakt zich kwaad naar andere kinderen. goedbedoelde raad. Volgen: geeft anderen de ruimte. .

OHj. AAm. De groep zegt dat MLm er ook moet gaan staan. maar nu gaan tegelijkertijd twee leerlingen in de cirkel staan. heb ik helemaal geen zin in!”. De meeste leerlingen vinden terugtrekken helemaal niet bij AAj passen. 85 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. zodra hij in dit segment gaat staan. RWj. Volgen: LMj. dit is niet echt een passende reactie. Ik sluit af met de vraag: “Vanuit welk taartpunt reageer je in het dagelijks leven het meeste? Je mag in dat taartpunt gaan staan als je dat wilt. Hijzelf heeft dit idee niet.reactie vanuit strijden: “Nou eigenlijk niet. ook een passende reactie. . CVm. je pen is afgepakt. JGm. Ik benadruk hierbij dat je goed moet bedenken vanuit welke segmenten je gaat reageren. YTj. MHj. en misschien eens een keer vanuit een ander segment willen reageren dan ze gewend zijn. Afwachten: LRm. Terugtrekken: AAj. is een passen reactie. Strijden: MBm. leuk”. AAj heeft namelijk juist heel veel moeite met terugtrekken en gaat vaak de confrontatie aan. RBj. EDj. . Ik sluit de les af met de vraag of ze in de dagelijkse omgang met elkaar ook rekening willen houden met de roos. Protesteren: MTj. EBm. alleen wordt door de tweede leerling een reactie gegeven vanuit verschillende segmenten. In een volgend rollenspel spelen we situaties uit zoals. Winnen: TMj. en iemand staat je uit te schelden. Ik begrijp de reactie van de andere kinderen. . zal ik dan wat ballonnen meenemen?”.reactie vanuit zorgen: “Ja leuk. In dit gesprek haal ik de roos meer naar de realiteit.reactie vanuit volgen: “Ja.” Hieruit kwam de volgende indeling: Leiding en advies geven: CBj. zij voelt zelf niet echt de noodzaak om erbij te gaan staan. . JCm. Na de rollenspelen spreken we de situaties en de reacties door met elkaar. MJj. Opvallend is wel dat ze ook niet bij de andere segmenten gaat staan.We houden deze oefening aan. Zorgen: NJm. De eerste leerling nodigt de ander uit vanuit segment leiding en advies geven. komt er reactie vanuit de klas.

Hieronder is een foto van de grote Roos van Leary opgenomen. . 86 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

. dat is leuk. mag dat ook hoor. Hij is altijd zo goed met fluiten. Nou kom maar op!!Ik ga Hé jongens. goed idee. zullen we een echt winnen!!!Ik hou alle partijtje voetballen? ballen tegen!!!Kom op Als we nou 4 partijen team!!Ik verwacht wel dat maken? Dan kan iedereen jullie er 100% voor gaan meedoen! hoor!!! 87 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Leuk hoor voetballen. maar Frits is echt niet de scheids. Nou okee voetbal. Wat moet ik doen? Ja. Hij fluit vet vaak!!Nee hoor dat wil ik niet. En Piet kan wel op keep. ik vind tikkertje leuker. Okee. dan kan Frits de scheidsrechter zijn.Hè voetbal.Ach ja voetbal…. ….ik kijk eerst wel even hoe het gaat. dan ga ik wel op keep. Maar als iemand anders wil. die houdt alle ballen tegen! Voetballen. Vind ik best. .

. zullen we een partijtje voetballen? Als we nou 4 partijen maken? Dan kan iedereen meedoen! 88 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.Hé jongens.

En Piet kan wel op keep. . dan kan Frits de scheidsrechter zijn. die houdt alle ballen tegen! 89 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.Ja. Hij is altijd zo goed met fluiten. goed idee.

.Voetballen. mag dat ook hoor. 90 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Vind ik best. dat is leuk. dan ga ik wel op keep. Okee. Maar als iemand anders wil.

. Wat moet ik doen? 91 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.Leuk hoor voetballen.

92 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. ..….Ach ja voetbal….ik kijk eerst wel even hoe het gaat.

. 93 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. ik vind tikkertje leuker.Hè voetbal.

Nou okee voetbal. Hij fluit vet vaak!!Nee hoor dat wil ik niet. . maar Frits is echt niet de scheids. 94 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Nou kom maar op!!Ik ga echt winnen!!!Ik hou alle ballen tegen!!!Kom op team!!Ik verwacht wel dat jullie er 100% voor gaan hoor!!! 95 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. .

De voorgelegde situaties zijn gebaseerd op dagelijkse situaties: 1. In elke situatie wordt het aantal spelers aangegeven. B en c zijn samen tikkertje aan het spelen. waarbij ze gebruik maken van geschikte segmenten. Ze gebruiken deze informatie bij het volgende rollenspel. Twee leerlingen (A en B) hebben ruzie. en ziet speler A. Een situatie wordt meerdere keren door verschillende leerlingen en vanuit verschillende segmenten gespeeld. 2. in zijn rol. Ze moeten een toneelstukje voorbereiden. 5. De leerlingen zijn erg enthousiast over de voorgelegde situaties. Speler A en B werken samen aan een rekenopdracht. eerst voor zichzelf vanuit welk segment ze gaan reageren. speler C ziet dit. Speler A. 96 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.Bijlage 12: “Situaties uitspelen” De leerlingen worden opgedeeld in groepjes van zes leerlingen. 6. Opvallend is dat de leerlingen heel goed de juiste segmenten bij de situaties kunnen plaatsen. en of deze combinaties handig zijn. Ze kiezen geschikte combinaties uit. Hierdoor ontstaan er echt lijkende situaties. Voor de eindopdracht van de les. Speler A speelt vals. De leerlingen moeten raden vanuit welke segmenten er gespeeld wordt. 4. Iedereen leeft zich goed in. Er valt een beker melk om. Ze spelen deze uit stukjes uit voor de hele groep. Speler A en B zijn samen aan het winkelen. De andere leerlingen kijken naar het toneelspel en reflecteren aan het einde op de situatie. Daarna spelen ze de situatie uit. verdeel ik over de zes groepen de verschillende situaties. speler B is aan het dansen. 3. B. . en C blijven samen over. Er is een feestje. Speler B vindt ze verschrikkelijk lelijk. Ze bedenken voordat ze gaan spelen. Speler A. Aan het einde van een toneelstuk spreken ze de situatie goed door. Speler A snapt de som niet. Speler A staat aan de kant. Speler A past een paar schoenen.

RWj is nog best een lieve strijder. Ze was duidelijk aanwezig en heeft ervoor gezorgd dat haar idee werd uitgekozen. Er wordt wel heel veel gediscussieerd tussen MLm.Bijlage 13: “Groepstekening maken” Groep 1 YTj: Leiding en advies geven. Hij doet dit ook bij DWj. MLm: Protesteren AAm: Winnen MBm: Strijden MHj:Volgen TMj: Afwachten OHj: Zorgen LMj: Terugtrekken YTj weet niet wat hij met zijn segment aan moet. Hij blijft zitten en doet niets. EBm zit een tijdje niets te doen. RMj ziet dit en gaat naar hem toe. JBj en RMj zijn zo met hun rol bezig dat ze zelf helemaal niet tekenen. Hij zegt tegen mij dat ze niet luisteren. Aan het eind werken de groepsleden goed samen. Ze blijven goed bij het segment. Hij vraagt wat RBj wil gaan tekenen en spoort hem aan dit te doen. Dit past niet helemaal bij haar segment. AAm is heel duidelijk aanwezig en probeert dingen te regelen. Hij helpt hem met zijn tekening. ik wijs hem op de plek waar hij zit. grijp ik in. Hij gaat dichterbij en neemt veel meer de leiding. Ik neem zijn plek in en doe het een keer voor. Later neemt ze ook het initiatief om plakband te pakken als er een stukje tekening scheurt. OHj is alleen één op één met groepsgenoten bezig. maar wel bij haar als persoon. MJj: Protesteren JGm: Winnen RWj: Strijden EDj:Volgen EBm en RBj: Afwachten RMj: Zorgen DWj: Terugtrekken Iedereen in dit groepje leeft zich heel erg goed in in zijn rol. Pas later in de oefening gaat hij wat meer strijden. MBm keurt alle ideeën af en zegt overal “nee” op. ze geeft aan dat ze zich verveelt en gaat uit zichzelf tekenen. en hij neemt veel meer de leiding. maar tekenen niet zelf. Aangezien het doel van de oefening het uitvoeren van het segment is. Ik neem YTj apart en leg hem nog een keer uit wat er van hem verwacht wordt. Hij zit ver van het groepje en zegt niet veel. Groep 2 JBj: Leiding en advies geven. Ze zorgen ervoor dat iedereen meedoet. Doordat hij meer de leiding neemt. . Dit sterkt YTj in zijn rol. Hij wacht af en kijkt gewoon om zich heen. TMj is normaal heel aanwezig met groepsactiviteiten. Hierdoor komt er schot in de zaak en YTj neemt iets meer de leiding op zich. Hij laat dit gedrag alleen zien op momenten dat er strijd nodig is. Alleen JBj heeft wat moeite met leiding nemen. RBj zit stil op zijn plek en betrekt zichzelf er niet bij. YTj wacht nog steeds af en doet niets. Maar zegt niets in de groep zelf. maar wacht nu goed af. maar wil wel dat het allemaal op haar manier gebeurd. AAm leefde zich goed in in haar rol. 97 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Ook OHj neemt een grotere rol in en zorgt ervoor dat TMj en LMj ook meedoen. Er gebeurt een hele tijd niets in dit groepje. en is er een mooie tekening uit gekomen. gaan steeds meer leerlingen naar hem luisteren en komen er ook leerlingen naar hem toe voor hulp. AAm en MBm.

De andere leerlingen geven echt alles. Toch volgt er altijd wel weer een nieuwe ruzie op. gesloten houding. Hij laat hiermee duidelijk zien dat hij het er niet mee eens is. MJj gaat op een gegeven moment op een stoel zitten in een boze. De andere leerlingen worden door CVm ook in de gaten gehouden. De meeste leerlingen speelden heel goed hun segment uit. alleen doet hij dit een stuk minder aardig. en protesteert in stilte. Ze houden zich aan hun rol. Het is heel mooi en leuk om te zien dat iedere leerling zijn segment weer anders invult. De strijders. maar gaan niet schreeuwen. DWj heel erg rustig en JGm heel erg goed voor zichzelf opkomend. Hij is normaal heel erg aanwezig en maakt aan één stuk door grapjes. dat je karakter heel erg meespeelt in de uitvoering van een segment. Alleen AAj heeft moeite met het uitvoeren van zijn rol. Algemene observatie De leerlingen vonden het erg leuk om deze oefening uit te voeren. Hij geeft zelf aan niet zo goed raad te weten met het segment zorgen. Dit groepje is goed met de opdracht bezig en laat de tekening ondergeschikt zijn aan het uitspelen van de segmenten. OLj. Groep 3 CVm: Leiding en advies geven. De leerlingen hebben de tekening afgekregen. en iedereen heeft hier zijn aandeel in gehad. en JCm zijn erg aanwezig. NJm: Protesteren OLj: Winnen JCm: Strijden LRm:Volgen CBj: Afwachten AAj: Zorgen MTj: Terugtrekken De leerlingen uit dit groepje leven zich allemaal heel sterk in in hun rol. Het groepje werkt heel rustig. waren heel luidruchtig aanwezig. Zij spoort ze aan om te tekenen en vraagt wat ze nodig hebben. In deze oefening heb ik aan de kinderen laten zien. wat dit deed met de leerlingen.MJj en JGm protester en winnen in stilte. blijft hij zelfs op de gang in zijn rol. winners en protesteerders uit groep 1 en vooral uit groep 3. Tijdens deze opdracht is hij heel erg stil en trekt hij zich goed terug. dat ze bepaald gedrag van een ander niet wil hebben. CVm probeert deze ruzies te sussen en dit lukt haar ook. 98 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Ik heb bijvoorbeeld van JGm en DWj erg genoten. Ze gebruiken hier heel goed hun lichaamstaal voor. Vooral NJm. Sommige leerlingen vonden het heel erg moeilijk om vanuit hun segment te moeten spelen. Als hij naar de wc moet. Deze rollen werden door extroverte leerlingen gespeeld. Deze oefening was een leerzame ervaring voor zowel de leerlingen als voor mijzelf. omdat zij een totaal andere kant van zichzelf lieten zien. Deze rollen werden ingevuld door meer introverte leerlingen. Zij ruziën heel wat af en schreeuwen daar heel hard bij. DWj leeft zich heel goed in in zijn rol. In groep 2 waren deze leerlingen veel rustiger. Ze geeft ook haar krijtjes niet af aan de ander. voornamelijk als deze tegenstrijdig was met hun voorkeurssegment. Ik vond het erg leuk om te zien. JGm laat met duidelijke blikken zien. en pakt bijvoorbeeld snel het doosje krijtjes voor een ander weg. . Ook OLj spoort ze aan om te werken.

Zorgen: Zorgzaam. Protesteren: Vertrouwt niet zomaar. probeert af te schrikken met een aanvallende houding. Winnen: Wijst op gemaakte fouten. kan wat de leiders of de meerderheid zich afhankelijk opstellen. andere kinderen kunnen overtuigen in hun belang. positieve houding. houdt zich aan de regels. op. Afwachten: Stelt zich bescheiden Volgen: geeft anderen de ruimte. doet "vraagt" om hulp en steun. goedbedoelde raad. Zich terugtrekken: Is terughoudend. vertrouwt op andere kinderen. 99 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. kan van zich afbijten en zich verdedigen. kan zich onafhankelijk opstellen. kan zich kwetsbaar opstellen. het belang van de groep voor ogen. kan teleurstelling laten merken. benadrukt positieve kanten van andere kinderen. kan initiatieven afwachten. Strijden: Is duidelijk over wat hem niet zint. kan kritiek leveren gericht op de persoon.Kaartjes segmenten Leiden en advies geven: Organiseren en regelen voor andere kinderen. stelt eisen en grenzen aan kinderen. vertrouwt op zichzelf. kan ontevredenheid uiten maar wel op bedekte wijze. kan aangeven wat hij van een ander verlangt. . trekt zich uit contacten terug. kijkt eerst de kat uit de boom. kan inbreng van anderen in twijfel brengen zonder zelf het heft in handen te nemen. kan naar kritiek luisteren. is op zijn hoede. leeft zich in in andere kinderen in. meedenken en zoeken naar oplossingen. grenst af door te zwijgen. willen. maakt zich kwaad naar andere kinderen. moedigt aan. durft competitie aan te gaan. geeft soms steken onder water.

Hij valt net zoals YTj (van groep 1) ook in zijn oude valkuil. zegt OHj. Een andere kleur mag er niet op te zien zijn. zoekt grappige plaatjes uit in tijdschriften en houdt zich niet meer bezig met zijn taak.Bijlage 14: “Kleurencollage” De leerlingen krijgen de opdracht een kleurencollage te maken. “Blij”. alleen loopt JBj tijdens de discussie weg. In het begin ging het heel goed in het groepje. EBm. ben ik een tijdje bij een groepje gaan zitten. Ze moeten voor één kleur kiezen en scheuren deze kleur uit tijdschriften. RBj schrijft dit op en OHj geeft hem advies over de manier en de plek van opschrijven. Deze momenten heb ik hieronder per groep beschreven. RBj. JBj. OHj. RBj is ergens anders een stukje aan het uitscheuren en komt terug om zijn stukje aan OHj te geven. en gaan zelf verder met hun opdracht. Ook moeten ze woorden erbij schrijven. hij gaat op zoek naar nieuwe tijdschriften en luistert niet meer naar OHj. De andere drie leerlingen zitten heel rustig in de tijdschriften naar de kleur groen te zoeken en scheuren deze uit. Hij vindt het gezelliger als ze gewoon alles samen doen. Hij vraagt de rest van zijn groepsgenoten om hulp. EBm plakt alle gescheurde papiertjes op en de rest geeft aan. Opvallend is dat YTj na een kwartier werken toch weer in zijn oude gedrag vervalt. Aangezien het onmogelijk is om alle leerlingen tegelijkertijd te observeren. OHj gaat hierop met JBj in discussie. dan doen we niet met kanten”. Hij gaat rondlopen door de klas. Alle leerlingen uit deze groep scheuren de kleuren uit en plakken deze ook op het grote vel. “Ja”. RBj gaat woorden in het roze tussen de gescheurde stukjes opschrijven (dit hoort bij de opdracht). Hij wordt hier wel op aangesproken door de rest van zijn groepsgenoten. Op dat moment legt OHj zijn systeem uit aan RBj. maar komt niet verder dan “vrolijk” en “liefde”. Zij overlegt wel met de andere leerlingen over het totaalbeeld. Je kan zien dat ze reageren vanuit verschillende segmenten. De leerlingen uit deze groep passen goed het geleerde in de praktijk. OHj probeert wat meer structuur hierin te krijgen en deelt het blad in vieren. 100 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. JBj en AAm komen hierover bij mij klagen en ik geef hen het advies om RBj vanuit een ander segment aan te spreken op zijn gedrag. Ze werken vanuit de juiste segmenten samen en EBm heeft een soort natuurlijk leiderschap op zich genomen. . antwoordt AAm. “Okee. Hij stelt het woord “geluk” voor. Groep 1: YTj. CVm. YTj laat eerst ter goedkeuring zijn plaatje zien aan EBm en scheurt hem dan pas uit. MTj. en iedereen werkt verder rustig aan de opdracht. ze geven elkaar aanwijzingen en complimenten. OHj zegt dat hij dat hetzelfde vind als vrolijk. gaat grappige plaatjes opzoeken en is aan het “klieren” met andere leerlingen. De andere groepsgenoten laten hem. Toch kan hij zijn “streken” tijdens het werken niet helemaal laten. Dit werkt en RBj toont meer betrokkenheid bij het werk. OHj gaat verder met zijn werk. die ze associëren met die kleur. en dit heeft als gevolg dat hij weer een tijdje meedoet. Toch gaat het halverwege dit groepje ook niet goed met RBj. maar denkt ook zelf verder na. zegt RBj. RBj reageert afwijzend: “Hè nee!”. JBj protesteert hier tegen. Hij zegt tegen zijn groepsgenoten dat ze maar één vlak per persoon moeten vullen. maar later gaat hij toch weer “klieren”. Er wordt heel positief gesproken naar elkaar. Hij loopt weg van zijn werk. Groep 2: AAm.

Je kunt zien dat ze bewust bezig zijn met de segmenten. JGm. Mede door dit soort communicatie verliep de samenwerking zonder conflicten en werd ongenoegen goed uitgesproken. JCm zegt dat dit teveel tijd kost en vindt het geen goed plan. MLm: “nee dat is donker geel. zegt CBj. maar we kunnen het er nog wel uit halen hoor!”. Als ik me bij dit groepje voeg. OLj vraagt ook aan JCm waar hij een stukje moet plakken en geeft dit aan JCm. en gaat dit meteen doen. Waarop LMj antwoordt: “Nou als jij er zo over 101 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Deze groep is rustig aan het werk. dat is pas oranje. JGm plakt een stukje op en vraagt aan JCm of dit goed is. Op een gegeven moment ziet RWj een stukje dat volgens hem de kleur oranje heeft. maar blijven wel positief. Ze communiceren veel met elkaar. MLm is de woorden aan het opschrijven. RWj zegt tegen hem: “Hé. zegt RMj. MJj vraagt aan RWj of hij even een tijdje wil gaan lijmen. dat is heel leuk!”. RWj ziet dit en zegt: “oh ja. JCm reageert niet op dit antwoord en iedereen werkt weer rustig verder. Ze zijn de woorden aan het opschrijven. JCm aanvaart dit en hierdoor werken de leerlingen heel prettig samen verder. Hij zegt: “Is het de bedoeling dat er oranje tussen zit?”.Groep 3: OLj. RMj komt naar het groepje toegelopen en zegt tegen MJj: “Hé. zegt JCm. MLm reageert hier bevestigend op. MJj. dat groen moet er wel tussenuit hoor. Ook geven ze aan heel duidelijk vanuit bepaalde segmenten te hebben gereageerd. Dit groepje is heel doelbewust aan het werk. Daarop loopt MBm naar LMj toe en zegt: “Je bent helemaal niets aan het uitvoeren. niet helemaal los kan laten. Zoals in dit geval bij het stukje donkergeel. Er wordt rustig gewerkt en OLj en CBj zitten samen te lachten. maar CBj antwoord: “nee hoor. MJj: “Ja donker geel. Vervolgens geven MJj en RMj plaatjes aan en MLm en RWj plakken deze op. opschrijven. Op dat moment komt RMj aan met een stukje dat overduidelijk oranje is. De samenwerking en interactie wordt als heel prettig ervaren blijkt uit het nagesprek. kijk dat kuikentje past goed bij het woord blij!”. maar nog niet helemaal hun voorkeurssegment kunnen loslaten. RWj vindt de soorten geel allemaal door elkaar erg leuk staan. Groep 5: MHj. RMj knipt een kuikentje uit. RWj. RMj. wij hebben geel!.v. dan lachen we even en gaan weer aan het werk”. maar als ik een leuk plaatje zie dan laat ik dat even zien aan OLj. “Ik schrijf ze wel mooi op”. “Okee”. wil je wel even wat gaan doen!”. Ook MJj reageert: “Ja. CBj. maar JGm en ik zijn volgens mij de enige die plakken!”. JCm zegt hierop: “Ik weet niet hoor. CBj wil graag letters uitknippen i. “Ja. JCm. dan is dat stukje donkergeel”. vertelt LRm net aan haar groepsgenoten dat ze vind dat LMj niets doet. . LRm. Groep 4: MLm.p. Ze zegt ook dat ze hem al meerdere malen daarop heeft aangesproken. ja”. Alleen CBj spreekt haar tegen en komt voor zichzelf op. hoor dat doe ik”. geen oranje”. OLj: “Oh okee”. als RWj dit liever heeft. LMj. maar het strijden wat ze normaal veel doet. MJj antwoord: “Ja. ik plak ook. Ze spreekt de andere groepsleden al snel aan op hun gedrag en OLj JGm volgen haar adviezen op. MJj heeft gekozen voor het segment zorgen door aan te geven dat het stukje ook wel weg mag. maar dat dat niet helpt. MBm. Hij zegt ja. Opvallend in dit groepje is dat JCm een leiderspositie inneemt. JCm vraagt of ze serieus willen doen en ze doen dit meteen.

MHj vindt het lastig om een woord te bedenken. “Vanuit dat segment kun je eisen stellen”.denkt. Een ander groepje kwam erachter doordat hij dacht een bladzijde groen aan het groepje te geven. Hij krijgt de tijd om hierover na te denken. vertelt hij tegen mij. Hij is stil. Hij was weinig aanwezig bij het groepje en stond veel bij de tijdschriftentafel met andere kinderen te kletsen. Van te voren heb ik een aantal keren DWj langs zien lopen. Het maakt MHj niet uit en hij zegt dat LRm dat wel mag kiezen. De groepsleden weten niet wat ze met deze reactie aan moeten. Het groepje is al een lange tijd bezig. Op dat moment komt NJm naar mij toegelopen en zegt dat EDj de kleur paars niet ziet. maar merkt op dat zo‟n zelfde stukje er al op zit. TMj geeft de suggestie om een ander segment te proberen. In de confrontatie ging hij vaak de strijd aan of protesteerde hij. Ze werkten vooral samen met zijn drieën en accepteerden dat LMj weinig heeft toegevoegd. maar zou je alsjeblieft kleuren uit willen gaan scheuren? “Ja”. “Ja!”. Hij leest een artikel. Het maakt MBm niet uit hoe ze worden ingekleurd. . ze zegt: “DWj. dan doe ik vanaf nu ook helemaal niets”. Dit was zijn aandeel aan het werk. NJm gaat dit proberen en loopt op DWj af. Zij pakt hem aan en plakt het stukje op. ik verwacht dat je wat meer plaatjes gaat uitscheuren en wat minder rondloopt”. 102 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Op een gegeven moment verzint LRm “boos”. EDj. Groep 6: AAj. In dit groepje viel LMj een beetje buiten de samenwerking. Dan vraagt LRm. Je merkte dat ze in de samenwerking met LMj wel probeerden om verschillende segmenten in te zetten. Hij gedroeg zich zoals altijd. DWj zegt niets. NMj te helpen en kleuren voor andere groepjes uit te zoeken die hij wel herkende. alleen LMj reageerde niet echt anders. “dat is hem”. EDj heeft tot dat moment helemaal niets gezegd. Hierop overlegt LRm met MBm over de manier van inkleuren van de woorden. zegt LMj. “waar wil je hem hebben op het papier?”. MBm loopt naar LMj toe en zegt: “Ik zag dat je het vervelend vond. AAj zit ook in dit groepje. “Is dit goed?”. maar zit al een hele tijd in de tijdschriften te lezen. maar was dit ten tijde van de opdracht helemaal vergeten. die voornamelijk grapjes met iedereen aan het maken was. NJm. Niemand van de groepsleden merkt dit op. LRm helpt hem op weg door suggesties te geven. wat ik zei. later gaven ze dit op. MHj luistert hiernaar. dus deze moet weg”. NJm is alle stukjes die worden aangeleverd aan het opplakken. “En van NJm mogen er geen twee dezelfde stukjes op. Iedereen moet één emotie bedenken om op te schrijven als woord. maar gaat meteen aan de slag met de tijdschriften en komt even later met de kleur paars aanlopen. DWj. en LRm gaat door met andere suggesties. stelt hij voor. De rest van de groep probeerde hem in het begin er bij te betrekken en aan het werk te zetten. Ze doet haar beklag tegen TMj dat DWj niets uitvoert. “Misschien winnen?”. TMj. maar zoekt niet naar de kleur paars. Hij is het niet eens met de suggesties. LRm maakt uiteindelijk zelf de beslissingen en kleurt de woorden in. Hij heeft getracht het te camoufleren door te gaan vegen. TMj komt met een stukje paars aanlopen. vraagt hij aan NJm. Hij bladerde wel in de tijdschriften en een heel enkele keer kwam hij met een stukje rood naar het groepje terug. of zegt er wat van. je kon namelijk merken dat LMj het niet prettig vond zoals hij werd aangesproken. roept MHj. De groepsleden kiezen ervoor om om de beurt te plakken en de anderen zoeken en scheuren dan. als ik me bij hen voeg om gericht te observeren. en liet geen andere segmenten zien dan afwachten en terugtrekken. wat ze ook probeert. Ik geef de suggestie om LMj vanuit een ander segment aan te spreken dan ze al hebben gedaan. MHj geeft per woord een reactie. Ik weet dat EDj kleurenblind is.

Deze ontdekking leidt tot een omslag in het groepje. DWj is grapjes aan het maken. DWj en AAj gedragen zich zoals ze altijd doen. TMj en NJm werken goed samen.p. hierdoor verdiept hij zich helemaal in een tijdschrift. In dit groepje neem NJm duidelijk de leiding. . dat hij iemand vertelt over zijn kleurenblindheid en het feit dat hij de kleur paars niet kan herkennen. maar is hier wel wat bazig in. met de kleur paars naar boven. EDj is door zijn kleurenblindheid de appellant geworden en de andere groepsleden ontfermen zich goed over hem. AAj is snel afgeleid en gek op lezen. Hieronder is een foto van de kleurencollage opgenomen. Hij mag gaan plakken en de groepsleden geven de stukjes op de goede manier aan. Ook DWj en AAj doen nu actief mee. en kan niet goed de rem vinden. Dit gedrag wordt wel geaccepteerd door de rest van de groep.v. EDj vertoont ook heel herkenbaar gedrag. en hierdoor kwamen we erachter dat EDj deze opdracht helemaal niet kan uitoefenen. Hij kiest er voor om zich terug te trekken en af te wachten i. en TMj geeft een goede suggestie aan NJm over het gebruik van de segmenten. Alle leerlingen weten dat EDj kleurenblind is. 103 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.alleen was de hele bladzijde rood.

1 4 4 5 6 1 5 5 3 1 2 4 1 5 3 0 1 2 3 1 2 6 5 8 1 2 1 1 13 1 0 0 5 6 1 12 1 8 7 0 1 1 0 0 0 1 Tabel werken Nulmeting MLm 2 1 MBm 2 3 AAm CVm LRm EBm JGm DWj RWj JCm Totaal pos. 5 4 2 4 4 0 3 4 4 1 3 5 2 3 3 1 3 4 5 0 3 3 5 3 0 2 0 1 13 0 0 0 3 4 3 16 2 2 11 2 0 1 3 0 0 3 Eindmeting MLm 3 1 MBm 2 4 AAm CVm LRm EBm JGm DWj RWj JCm Totaal pos.Bijlage 15: Nul. Totaal neg. Totaal neg. NJm MHj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ AAj MJj OLj EDj RBj YTj JBj NJm MHj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ OLj AAj MJj EDj RBj YTj JBj NJm MHj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ OLj AAj MJj EDj RBj YTj JBj NJm MHj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ OLj AAj MJj EDj RBj YTj JBj . Totaal neg. 3 5 1 8 4 0 2 4 9 5 2 4 1 1 3 0 1 3 3 1 5 3 3 2 0 13 0 1 7 2 0 0 2 4 2 16 4 3 9 3 0 2 1 0 0 0 Eindmeting MLm 3 2 MBm 3 1 AAm CVm LRm EBm JGm DWj RWj JCm Totaal pos. 1 7 0 5 5 1 4 4 3 3 2 5 0 3 3 0 2 5 2 1 5 4 4 3 1 11 0 0 5 0 2 1 4 2 1 13 2 4 16 2 0 1 2 0 2 0 104 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.en eindmeting naast elkaar Het sociogram Tabel spelen Nulmeting MLm 2 1 MBm 2 5 AAm CVm LRm EBm JGm DWj RWj JCm Totaal pos. Totaal neg.

16) 1 1 1 0 5 0 0 1 1 0 0 1 3 2 0 0 2 0 1 0 2 1 0 0 0 Relatie leraarleerling (max. 22) 5 1 5 5 6 3 2 8 1 2 5 4 3 4 9 3 4 1 0 1 2 4 3 3 3 Onderlinge leerlingrelaties (max. 14) 4 1 1 3 4 0 2 3 1 0 5 4 2 2 4 0 3 0 2 0 1 1 2 0 3 Welbevinden (max. 56) 6 7 5 9 11 4 4 16 4 2 8 9 6 9 14 5 6 2 0 1 7 8 6 4 7 105 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. . 12) 0 0 1 0 1 0 0 5 0 0 2 0 1 0 0 0 2 1 0 0 1 1 1 0 2 Affiliatie (samenhang) (max. 22) 4 6 3 5 6 2 2 8 4 2 6 3 5 5 5 2 7 2 2 2 5 5 6 2 4 Onderlinge leerlingrelaties (max. 56) 8 8 5 8 13 2 4 16 5 2 7 8 9 9 9 2 15 3 5 2 9 7 9 2 7 Eindmeting Naam JBj MBm MLm AAj RBj RWj CBj YTj LMj NJm AAm MJj JGm JCm TMj DWj EDj RMj OLj OHj MTj LRm EBm MHj CVm Organisatie in de klas (max. 16) 0 2 0 0 3 1 0 2 1 0 1 1 3 2 1 0 1 1 0 0 2 4 0 1 0 Relatie leraarleerling (max.De klimaatschaal Nulmeting Naam JBj MBm MLm AAj RBj RWj CBj YTj LMj NJm AAm MJj JGm JCm TMj DWj EDj RMj OLj OHj MTj LRm EBm MHj CVm Organisatie in de klas (max. 14) 1 5 0 4 2 0 2 3 2 0 1 2 1 3 3 1 1 0 0 0 4 1 2 1 2 Welbevinden (max. 12) 0 1 0 0 1 0 0 4 0 0 2 2 0 0 1 1 1 0 0 0 0 0 1 0 3 Affiliatie (samenhang) (max.

Rolkaarten Nulmeting Eindmeting

Gezagsdrager
10 10 8 6 4 2 0 EDj MLm RBj CBj RMj MBm CVm JCm CBj AAm

Gezagsdrager

8
6 4 2 0

EDj CVm

RWj JCm

RBj MLm

RMj MBm

TMj

Nulmeting

Eindmeting

Organisator
14 12 10 8 6 4 2 0 CBj TMj RWj EBm RBj NJm MBm OHj RMj 14 12 10 8 6 4 2 0 AAj RWj CBj RBj

Organisator

DWj RMj

JBj YTj

MHj AAm

MJj LRm

OLj MLm

OHj MBm

70

Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Nulmeting

Eindmeting

Sociaal werker
12 10 8 6 4 2 0 JCm NJm LRm MTj CBj JGm MLm JBj CVm MBm EDj 12 10 8 6 4 2 0 CBj JGm

Sociaal werker

MTj LRm

OLj MLm

CVm MBm

EBm NJm

JCm

Nulmeting

Eindmeting

Verkenner
8

Verkenner
8 6 4 2 0

6 4 2 0
JBj CVm MJj YTj TMj RWj MHj EBm RMj RBj OLj LMj MBm AAj OHj EDj MLm NJm AAm MTj

AAj OHj AAm

CBj RWj EBm

MTj RBj JGm

MHj RMj MLm

MJj TMj MBm

OLj YTj NJm

71

Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Nulmeting

Eindmeting

Volger
8 6 4 2 0 MJj TMj MTj LMj JGm LRm RMj CBj CVm EBm EDj 8 6 4

Volger

2
0 EDj OLj JCm JBj RWj JGm LMj RBj MBm MTj TMj NJm MHj YTj MJj EBm

Nulmeting

Eindmeting

Appellant
20 15 10 5 0 RWj JCm LMj TMj RBj LRm 20 15 10 5 0 AAj LMj

Appellant

OLj

OHj

TMj

JCm

LRm

72

Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Nulmeting Eindmeting Joker 25 20 15 10 5 25 20 15 10 5 Joker 0 CBj NJm DWj EBm RBj YTj 0 CBj DWj MHj RBj AAm Ebm 73 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. .

TMj. NJm. RMj. YTj. LMj. AAm. MBm. EBm. RWj. MLm. MBm. JBj. LMj. JCm. JGm. NJm. OLj. Indeling volgens LIOstagiare CBj. JBj. LRm. RBj. TMj. MLm CBj. LMj. RWj. AAm. RWj. MTj. LRm. YTj. MBm. NJm en MLm. LMj. JGm. RWj. RMj. JBj. MJj. OLj. DWj. TMj. RBj. DWj. CVm. OLj. EBm. LRm. MTj. OHj. RBj en RMj. RMj. MHj. RMj. NJm. MBm. OHj.Indeling volgens leerkrachten Nulmeting Rollen Gezagsdrager Sociaal werker Organisator Verkenner Volger Appellant Joker Indeling volgens mijzelf MHj CVm. RBj. MTj. JCm. MJj. DWj. MHj. 74 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. EDj. YTj. AAm. CVm. LMj. NJm. JCm. AAj. JGm. MTj. EBm. JBj. OLj. CVm. MLm. JCm. MJj. AAj. AAj. LRm. Indeling volgens LIOstagiare CBj. (CBj). EDj. OHj. EDj. JGm. AAj. CVm. MLm. LRm. . EDj. LMj. MHj. TMj. Eindmeting Gezagsdrager Sociaal werker Organisator Verkenner Volger Appellant Joker Indeling volgens mijzelf CBj. YTj. EBm. DWj en CBj. MJj. AAm. OHj.

X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X 1 8 4 1 4 2 5 1 6 1 1 13 5 1 5 0 3 0 1 5 2 6 4 1 1 12 5 1 3 8 0 7 1 0 2 1 3 1 1 0 2 0 6 0 3 1 5 1 75 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.Bijlage 16: Tabellen sociogram eindmeting Sociogram spelen MLm MBm X 2 4 AAm CVm LRm EBm JGm JCm AAj CBJ DWj EDj JBj LMj MTj MHj MJj OLj OHj RWj RBj RMj TMj YTj AAm CVm EBm JCm JGm LRm MLm MBm NJm Totaal pos. NJm DWj MHj RWj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ AAj OLj MJj EDj RBj YTj JBj . Totaal neg.

NJm DWj MHj RWj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ AAj OLj MJj EDj RBj YTj JBj .Sociogram werken MLm MBm X 3 1 AAm CVm LRm EBm JGm JCm AAj CBJ DWj EDj JBj LMj MTj MHj MJj OLj OHj RWj RBj RMj TMj YTj AAm CVm EBm JCm JGm LRm MLm MBm NJm Totaal pos. X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X 1 3 7 1 0 11 5 0 5 0 1 5 4 0 4 2 3 1 3 4 2 2 5 1 0 13 3 2 3 4 0 16 2 2 5 0 2 1 1 2 5 0 4 2 3 2 4 0 76 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Totaal neg.

Bijlage 17: Plattegrond Plattegrond kerstvakantie t/m voorjaarsvakantie NJm JGm MHj RBj OHj YTj EDj MTj CBj AAj RWj OLj JCm LRm EBm JBj MJj DWj LMj MLm CVm MBm AAm RMj TMj 77 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. .

.Plattegrond voorjaarsvakantie t/m meivakantie MLm JBj MBm RMj RBj AAj OLj LRm JCm CVm MJj LMj JGm AAm RWj MHj EBm TMj EDj OHj DWj CBj NJm YTj MTj 78 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Bijlage 18 Puntenverdeling klimaatschaal
Puntenverdeling over de verschillende vragen. Vraag Aantal punten nulmeting (Max. 50 punten per vraag) 2 5 4 1 3 3 2 9 5 8 12 7 1 0 13 1 4 14 4 0 2 1 2 0 3 0 3 45 Aantal punten eindmeting (max. 50 punten per vraag) 3 3 12 4 3 4 5 8 3 8 10 2 1 1 9 4 9 10 4 2 2 14 7 0 1 0 3 28

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28

79

Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Bijlage 19: Tabel rollen
Sociaal werker Verkenner Organisator Volger Appellant Joker

Gezagsdrager Rollen

Welke leerlingen plaats je bij welke rol en waarom?

Waar plaats je jezelf en waarom?

116

Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Bijlage 20: Motivatie rolkaarten eindmeting
Naam MHj Gezagsdrager EDj: Hij heeft vaak goede ideeën, maar dat zegt hij dan tegen de organisator. Sociaal werker JCm: Want zij zorgt vaak voor anderen. Organisator CBj: Hij organiseert de dingen van de gezagsdrager. Verkenner De rest. Volger De rest en ikzelf: Omdat ik meestal andere kinderen volg. Appellant LRm: Zij heeft soms wat meer aandacht nodig. Joker CBj: Hij maakt grapjes op een goed moment. Ikzelf: Ik vind dat ikzelf ook soms wel leuke grapjes maak. DWj en CBj: Ze maken vaak goede grappen op de juiste plaats.

OLj

RWj: Hij is een goede leider.

NJm, MBm en MLm: Zij betrekken iedereen erbij.

JBj: Hij komt met een goed idee.

MLm.

MBm

MLm: Ze heeft altijd goede plannen.

CVm en JGm: Ze willen altijd iedereen helpen.

MLm

CBj en ikzelf: Iedereen luistert naar ons.

OLj en ikzelf: We willen altijd dat iedereen ergens aan meedoet. MLm: Ze zorgt

LRm en ikzelf: Als je een idee hebt, wil zij dat altijd wel goed organiseren. RMj: Hij wil graag dingen voor elkaar krijgen.

AAm: Ze heeft altijd wel iets om mee te nemen. De rest.

De rest van de klas want die willen ook wel vaak mee leuke dingen doen. Ikzelf: ze komen vaak met goede ideeën en die volg ik. De rest.

JCm en LRm: Ze zijn best vaak verdrietig en daarom vind ik ze een appellant.

De rest.

LRm
117

CBj: Hij heeft altijd

RBj: Hij weet

OHj: Hij doet

Iedereen is wel

LMj: Hij kan zich niet altijd goed betrekken bij de rest. Ook soms TMj. JCm: Omdat ze zichzelf niet vaak bij de groep betrekt. LMj: Hij is altijd stil. JCm en LMj: Ze

RBj: Hij maakt altijd leuke grapjes.

DWj: Hij maakt altijd leuke grapjes.

CBj en DWj:

Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

RMj CVm: Ze heeft vaak NJm: De zorgt hele goede ideeën. MLm: Zij helpt iemand altijd. OHj DWj LMj RWj en MBm: Zij hebben veel ideeën. Volger eens een volger. denken vooruit. RWj: Hij weet altijd wel iets leuks te verzinnen. bedenkt altijd wel een leuk spel als ik bij hem speel. CVm: Zij denkt vaak aan anderen. en OHj: Zij hebben wat meer verzorging nodig. OLj. Ikzelf: Soms heb ik ook goede ideeën. RWj CBj en TMj: Zij nemen altijd het initiatief om iets te organiseren. De rest. TMj: Hij De rest. Verkenner wat hij zelf wilt. Sociaal werker er altijd voor dat iedereen iets kan doen. JCm: Ze heeft vaak hulp nodig DWj. DWj: Hij is de echte joker van de klas! Is er niet. . JGm: Zij is altijd zorgzaam. JCm: Ik vind haar altijd een beetje stil. MBm: Zij zorgt voor anderen. heel vaak voor Ikzelf: ik organiseer veel CBj: Hij past ook dingen toe. MJj:Hij heeft goede ideeën. De rest. vrolijk ik hem/haar op met mijn grapjes. Ikzelf: Volgens mij zorg ik ook altijd wel goed voor iemand. MTj en CBj.Naam Gezagsdrager goede ideeën. JCM: Zij is soms erg verdrietig en moet dan even geholpen worden. AAj. CBj en MHj: Ze zijn heel grappig. MLm en CBj: Ze organiseren het plan goed. Ikzelf: Als iemand verdrietig is. Appellant zitten altijd alleen. Ikzelf: Ik maak bijna altijd grapjes en andere vinden dat ook. De rest. CBj en RWj: Zij De rest. DWj: Hij maakt vaak grapjes. Organisator altijd leuke dingen te doen. CBj en ikzelf: Dit is typisch ons. CBj: Heeft vaak ideeën CBj: Hij is een aardig leider en het is prettig om naar hem te luisteren. DWj: Hij maakt leuke grapjes 118 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Ikzelf: ik sta altijd achter iemand. Joker Ze maken soms hele leuke grapjes en DWj kijkt altijd zo grappig. Geen idee. TMj.

MLm: Zij zorgt goed voor iedereen. MHj. LRm: Zij helpt altijd wel met dingen klaarzetten. Verkenner Volger Appellant met dingen. maar hij heeft goede ideeën. RMj en RWj: Zij zijn goede leiders en dat laten ze ook zien. grapjes. grapjes. goede grappen op het juiste moment. CVm RWj: Hij is een goed leider. Ikzelf: ik ben echt een stille leider. AAm LRm en NJm: Ze zorgen altijd voor anderen en ze nemen meestal voor anderen wat mee. CBjen RMj: Zij vertellen wat mensen moeten doen op een rustige manier. CBj: Hij kan alles goed regelen. MHj en MLm: Ze kunnen goede ideeën inbrengen. JGm. CBj en JCm: MTj en CBj: Ik Die doen vaak zie hen vaak gezagsdragerachtige mensen helpen. NJm EDj: Hij is best wel stil. RMj: Hij zegt altijd wel wat we mee kunnen nemen. . NJm. RWj: Hij neemt vaak de leiding. JCm. EBm: Zij neemt voor anderen wat mee. veel. De rest. iemand bijvoorbeeld op het pannaveldje wil voetballen. CBj: Hij heeft altijd wat goeds te vertellen. CBj en YTj: Zij regelen eigenlijk best wel veel. MLm: Zij is altijd heel behulpzaam. Joker op een goed moment. voor zichzelf grappige opkomen. maar DWj wel wat flauwere dan CBj. bijvoorbeeld bij de playbackshow. JBj CBj en DWj: Zij verzinnen veel dingen. EDj: Hij doet JCm: Zij is bijna CBj: Hij maakt bijna alles wat altijd alleen en altijd best wel iemand anders ze huilt best grappige zegt. MJj MBm. LMj: Hij heeft veel moeite met dingen. YTj: Als De rest. 119 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.Naam Gezagsdrager Sociaal werker anderen. RBj. Ikzelf JCm: Ze is altijd DWj: Hij maakt ook: Ik volg wat heel stil. dingen. maar altijd goede anderen zeggen. worden. Organisator dingen. MTj. De rest. soms kan ze wel grapjes op een eens verwend goed moment. RBj en DWj: Zij zijn het grappigste van de klas. dan neemt hij de bal mee. EBm. CVm en LRm: Ze zien gelijk of er wat mis is met je. YTj en MTj. EDj en ikzelf: JCm en AAj: Ze CBj en DWj: We wachten kunnen meestal Ze maken altijd eerst af wat er niet zo goed van die gaat gebeuren. EBm. behalve JCm die doet het een beetje stil. OLj en DWj en CBj: LMj: Zij doen Zij maken soms heel zielig.

. MBm en MJj: Ik hoor meestal van hun wat we gaan doen. LRm: Zij is erg bezorgd en MBm: Ze organiseert meestal de feestjes. MLm: Zij is erg aardig. meestal ook op het idee om iets mee te nemen. MTj. maar het die ze bekend meest: MHj. OLj. LMj.Naam Gezagsdrager Sociaal werker Organisator Verkenner EDj RMj: Hij is meestal de leider van een goed idee. Vooral de rest Niemand. maar niet alles. en OHj: ze die ik niet hebben vaak opgeschreven goede ideeën heb. Niemand. MBm: Ze komt De rest. JGm. Ikzelf: Ik kom niet vaak met een idee op de proppen en ik ga gewoon met de stroom mee. Ikzelf: Ik neem wel eens TMj. JCm: Zij is altijd heel stil. YTj. RBj. CBj: Hij helpt altijd goed en hij helpt degene die hulp nodig heeft ook altijd positief te blijven. en JCm want ze kunnen goed luisteren en volgen de leiders goed. MHj. zegt DWj: Hij maakt altijd grappen op het goede moment. OHj en RBj. LRm en NJm: Ze komen voor de anderen kinderen op en zorgen dat iedereen meedoet. MTj CVm en RWj: Zij zijn goede leiders. RMj: Hij is erg duidelijk. Volger Appellant Ikzelf: Ik doe wat anderen zeggen. AAj: Als hij wat zegt. NJm. CBj: Hij kan goed dingen besluiten. EDj. LRm: Zij zegt altijd alles door aan OLj. RWj. MLm: Ze kan goed met andere kinderen opschieten en ze helpt vaak. En ze regelen het ook goed TMj RMj: Hij is meestal de leider achter een goed idee. TMj. DWj: Hij maakt meestal goede grappen. MBm. EBm: 120 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. JBj willen maken. MBm. Joker CBj: Hij maakt goede grappen op de goede momenten.

LMj. JCm: Zij wordt vaak buitengesloten. MTj. LMj. OLj. CVm en LRm: OHj. MLm: Ze helpt CBj. omdat deze en ikzelf: Deze meiden altijd kinderen voor je zorgen. Sociaal werker zorgzaam. RWj: Hij kan goed NJm: ze helpt CBj: Hij neemt leiding geven. AAm: Ze is leuk en lief. De rest en ikzelf: als iemand iets zegt. MTj: Hij komt altijd met goede ideeën. maar dat is wel zielig. DWj: Hij maakt hele leuke grapjes. Volger Appellant iedereen altijd: Aàààrnèèè`. DWj: Hij maakt JCm 121 AAm: Ze heeft wel CBj: Hij is een JGm: Z doet Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. NJm. JCm: Zij doet soms een beetje zielig. JCm: Ze heeft veel hulp nodig. AAj: Hij doet JBj. MHj en YTj. dat anderen met hun de leiding. TMj: Omdat ik dat MLm en CVm: RWj: Hij werkt merk op het plein Zij betrekken samen met TMj. Ikzelf: altijd iedereen alleen TMj hoor Ik vind mijzelf een erbij. EDj. AAm. doe ik het meestal wel. CBj. Ikzelf: Als iemand bijvoorbeeld zegt: “Laten we dit gaan doen!”. EDj. RBj: Hij praat er vaak doorheen. TMj en EBj: Deze doen een beetje mee met de anderen. Joker Zij is erg grappig. JBj: Hij is erg serieus. De rest. YTj RMj: Hij neemt vaker het initiatief. CBj. hebben vaak ideeën. dan vertel ik dat verder. MJj. OLj. en in de klas. MBm en MLm: Zij zijn heel behulpzaam. OHj: Deze kinderen willen graag iets meebrengen. wel met veel kinderen. . ideeën. AAj. Niemand. RMj. Dit verschilt een DWj: Hij maakt altijd leuke grapjes en geen flauwe! DWj en ikzelf: Veel kinderen moeten vaak om ons lachen. MHj. De rest. MJj. AAm. je minder en goede leider. MHj en ikzelf. RWj. NJm.Naam Gezagsdrager CBj RBj EBm Organisator iedereen. Verkenner het initiatief als dat niet gevraagd aan me is. JGm. maar vinden veel problemen. Weet ik niet. RWj hoor je veel vaker. DWj: Ik vind zijn grappen leuk.

JGm RBj: Hij wil wel leiden. . CBj en DWj: Ze maken bijna altijd leuke grappen. EDj: Hij reageert bijna altijd als een volger. LRm: Zij zorgt ervoor dat niemand buitengesloten wordt. Organisator goede leider en organiseert vaak dingen. Weet ik niet. En ikzelf: Ik vind dat ik anderen help. dan nemen we het mee. gaat hij bijna alles regelen. Soms ook geen leuke. DWj: Hij maakt echt altijd grapjes. het meeste meisjes. dus een stille leider. AAj: Hij huilt ook snel en wil vaak geholpen worden. AAj CBj: Hij krijgt vaak de leiding. maar dan zegt hij soms niets. CBj: Hij regelt altijd alles en zorgt ervoor dat het goed komt. MLm: Zij wil altijd zorgen dat iedereen erbij hoort. OHj: Als iemand een idee heeft. Verkenner wel mee. maar heb ook iets wat ook nog anders kan. Sociaal werker andere kinderen vaak en is erg meelevend. Volger bijna altijd wat anderen willen. RWj en ikzelf: Als we iets hebben dat van pas kan komen. OLj: Hij geeft altijd anderen de ruimte. Ikzelf: Ik doe gewoon met de rest van de groep mee. maar hij heeft soms wel wat op te merken. NJm: Ze probeert iedereen te helpen. RWj: Hij weet goed wanneer hij iets moet doen als dat nodig is.Naam Gezagsdrager leuke ideetjes. LMj: Hij is altijd heel stil en hij volgt andere kinderen. Appellant beetje. JCm: Zij huilt altijd heel snel. 122 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Joker veel en vaak grapjes.

Hij wil niet. RWj loopt in het rond met zijn handen in zijn zakken. Klas: “Ja. Ytj neem het initiatief om eerst een leider te kiezen. Aan een groepje dat daar dicht bij zit te bouwen. RMj roept nog tussendoor: “rolverdeling!” en ook MTj komt er tussendoor: “ik heb een idee!”. EBm vraagt meteen of zij de boerderij mag gaan maken en pakt meteen Kapla. Hieronder is een uitgebreid observatieverslag van deze opdracht. Een heleboel leerlingen reageren: “CBj!”. YTj: “Wie stemt er voor RWj?”. NJm en DWj: Boerderij. EBm. TMj en RWj: Kasteel voor de Koning. Anderen brengen ook nog ideeën in en weer anderen lopen op RWj af om toestemming te vragen iets te gaan bouwen. Nadat TMj zijn idee aan RWj heeft uitgelegd. AAj en LMj: Huis van een dierenverzamelaar. OHj. Meer regels en afspraken worden niet afgesproken. Heel weinig vingers. boerderij. Hierop gaat hij het plan van het paleis uitleggen. OHj. “Iemand anders kan hem dan beter leiden dan ik” is wat hij antwoordde). De leerlingen moeten gezamenlijk een dorp met Kapla staafjes bouwen. LRm. loopt RWj naar het midden. De leerlingen bouwen allemaal heel serieus aan het bouwwerk. RWj geeft MTj meteen het woord. YTj: “Voor wie moet ik nog meer stemmen?”. “Misschien kunnen we iedereen blokjes geven en daar dan wat mee maken”. MJj en MTj: Kerk (met kerkhof) en eenpersoonshuis. vraagt hij wat ze aan het bouwen zijn. het is RWj. TMj blijft in zijn buurt. RWj. AAj. AAj: “En dan verdeel jij gewoon die verplichte dingen”. Waarop dan YTj vraagt: “Wie stemt er voor MTj?”. ja”. Mtj steekt zijn vinger op. AAm. hij kijkt hierbij naar CBj. YTj: “Okee. YTj: “Wie stemt er voor AAj?”. “Wie wil er een leider zijn?”. De groepjes zijn als volgt verdeeld (dit is natuurlijk gegaan en niet vooraf ingedeeld): JCm: Huisje en speeltuin. TMj overlegt daarna wat hij met RWj zal gaan bouwen. Vervolgens gaat iedereen uiteen in kleine groepjes en ze nemen allemaal een flinke hand Kapla mee naar hun eigen plek. . CBj en EDj: Villa. De klas reageert met: “aaaahhhh”. reageren een aantal leerlingen. RMj en JBj: Appartementen met zwembaden. Weer weinig vingers.Bijlage 21: “Observatieverslag “dorp bouwen” eindmeting. RWj: “Als iedereen nou zijn eigen huisje bouwt?”. Hij gaat voor de klas staan en roept iedereen bij zich. 123 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. “Nee!”. Niemand steekt zijn vinger op. MBm en MLm: Herberg. CVm en JGm: Herberg annex huis voor de Koning. In het dorp moet in ieder geval een kerk. MHj en YTj: Bunker annex dierenbeschermingshuisje. Hij krijgt geen antwoord. RWj het is aan jou”. OLj: Appartementengebouw. leuk” en CBj maakt meteen plaats zodat ze erbij kunnen. RWj neemt het woord. aantal huizen en rondlopende mensen aanwezig zijn. midden in het dorp en legt zijn idee uit aan RWj. Hij heeft een idee voor een paleis voor de koning. YTj: “Wie stemt er voor OHj. Er gaan en heleboel vingers omhoog. “Ja. dus daarom gaat YTj door (In een later gesprek met CBj geeft hij aan niet goed te weten wat hij met deze opdracht aan moest. LRm steken hun vinger op.

RWj “Ja dat weet ik” en loopt mee naar de boerderij. EBm loopt naar RWj toe en zegt: “De blokjes zijn op”. Ze kijken naar hun bouwsel en gaan een ander plan maken om wel een goede kerk te bouwen. Ook RWj vindt dieren voor de boerderij en geeft ze af. MBm komt later haar beklag doen. want er is toch al een boerderij. TMj en OHj: “Jawel. Hier zijn ze het niet helemaal mee eens. dat hun bouwsel af is. Hij vraagt aan haar waar zij ze voor nodig heeft. LMj een AAj kijken in het rond. waarop AAj zegt: “Oh. RWJ: “Ja. sorry!”. Op een gegeven moment vindt DWj een bouwsel wat iets verder staat en vraagt: “Is er ook iemand die deze blokjes gebruikt?”. Zij hebben de meeste dieren verzameld. maar sommige mensen 124 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. . Er wordt door MLm en AAm en RWj gekeken naar de boerderij en gevraagd of ze niet wat dieren kunnen hebben voor het rondlopen. De anderen vragen veel aan haar en ook toestemming als ze iets aan het plan willen veranderen. In het groepje van de boerderij is EBm wel heel duidelijk de leider van het groepje. Hij vraagt of hij ze mag hebben voor het paleis. niet doen!”. RWj kijkt ernaar maar zegt niets. er zijn niet genoeg poppetjes”. Sommige leerlingen besluiten. RWj loopt weg.MBm en MLm helpen de boerderijgroep zoeken naar dieren. Met CVm en hij vraagt of zij het huis voor de koning willen maken. dit is een wip en dat is een glijbaan”. want dan hebben we bijna geen gewone huisjes meer. die en die”. Ze doen allemaal actief mee. RWj reageert: “Nee. CBj vraagt aan JCm of haar toren vastgemaakt mag worden aan hun bouwsel. AAm zegt: “Ja. Toch krijgen AAm en MBm wat dieren mee. “Kijk. maar we hebben niet genoeg poppetjes”. die. oh”. RWj loopt rond en is op zoek naar blokjes die nog niet gebruikt worden. Iedereen is ondertussen aan het bouwen. Op dat moment haakt JCm in “Nee AAj. die was van mij!”. TMj overlegt met het groepje naast hem. zo naast het paleis. Niemand reageert en het lijkt zelfs alsof er niemand luistert. TMj: “Oh. TMj pakt het bouwsel op en wil hem naar het andere bouwsel toe slepen. zegt JCm. DWj is tijdens het bouwen héél véél grapjes aan het maken. RWj probeert de groep te vertellen dat er nog mensen door het dorp moeten lopen. AAj antwoordt dat het een speeltuin is. De leerlingen in de groepjes werken samen en overleggen goed. MJj en MTj lopen rond. alleen willen andere groepjes ook wat van die dieren. En wil de blokjes dichter naar zijn groepje schuiven. nu de blokjes op zijn. JCm zegt: “Nee. Er wordt in de klas gepraat over dat de blokjes op zijn. Ze willen ze niet afgeven. RWj vraagt aan JCm wat haar tweede bouwsel is. JCm verbouwt haar tweede bouwsel tot een speeltuin. AAj: “Ja. Hij ziet die liggen bij RMj. wij”. we moeten nog poppetjes voor het rondlopen in het dorp”. DWj zit in deze groep en maakt grapjes met de dieren die hij vindt. mag het niet. JCm:”Nee. ( Wat meer een kasteel is geworden) Rond het groepje van de boerderij wordt het wat onrustig. “Ja”. AAm roept door de groep: “Jongens. Ook TMj bemoeit zich met dit voorstel. maar de staafjes Kapla zijn op. Ze bouwen de kerk en hij is nog niet af. RMj geeft er een paar af. AAm komt weer haar beklag doen over de dieren bij RWj.

MBm. JCm probeert haar lach te onderdrukken. Niemand besteed hier aandacht aan. dat is een wip en dat is een glijbaan”. Hij houdt er ook een paar zelf. Hij vraagt TMj om hulp. YTj ziet dit en vraagt: “Wat heb je gebouwd?”. TMj doet dit en draait zich om. Uiteindelijk besluit de boerderijgroep toch nog wat dieren af te geven aan RWj. Hij vraagt AAj: “Van wie zijn die blokjes?”. Hij kijkt. Dan mag hij wel helpen van OHj. AAj vindt een leeg krat en zet hem op zijn hoofd als hoed. Soms maakt hij nog een opmerking naar een andere leerling over het bouwen. Ook JCm is klaar met bouwen en staat alleen langs de kant. maar doet alsof ze heel verdrietig is. die pakt daarop wat blokjes. JCm laat haar speeltuin zien. of een vis. Toch gaat TMj niet helpen en houdt vast aan de gedachte dat het 125 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.wonen op het platteland en hebben daar ook gewoon geitjes ofzo rondlopen. DWj gaat verder in het dorp met spelen. RWj deelt de dieren uit aan MTj en MJJ. CBj legt de situatie uit aan TMj. . OHj wist niet dat TMj gevraagd was om te helpen. dat is een beetje een grote vis. JCm schermt zichzelf af en kijkt AAj en CBj niet aan.” (Die ligt ook als dier bij de boerderij) OLj is klaar met bouwen en zit alleen aan de kant. JCm draait iets bij met haar lichaam en kijkt hoe DWj aan het spelen is. CBj komt erachter dat ze nog een hele bouwsel in die tijd moeten opbouwen. Oh nee. CBj grijpt in en legt aan OHj uit wat de bedoeling was van TMj. Ze vertellen dit tegen RWj. DWj ziet JCm zitten en gaat met een diertje naar de speeltuin. Ook CVm en JGm zijn klaar met bouwen en gaan aan de kant staan. Ik geef de leerlingen nog zeven minuten. YTj luistert en loopt daarna weg. AAj: “Van JCm. TMj vraagt hem wat over hun bouwsel. Dit doet hij. DWj is weer naar JCm toegegaan en hij speelt dat hij een geit lanceert van de wip. De boerderijgroep is ook klaar en gaat aan de kant zitten. CBj gaat weer naar TMj toe en vraagt wederom om zijn hulp. vervolgens gaat hij trommelen op het krat. JCm vindt het een leuk spelletje en gaat meespelen. Hij denkt dat TMj de blokken gaat afpakken en hij zegt dat TMj er vanaf moet blijven. Dit wil TMj niet geven. Ze gaat zitten en neemt een hele “zielige” houding aan. EBm komt erachter dat AAj allemaal dieren in zijn huis heeft gezet die je niet ziet. Hij probeert haar op te vrolijken (dit heeft hij mij later verteld) door net te doen alsof het diertje in de speeltuin aan het spelen is. Behalve DWj. RWj gaat hier even bij zitten. Ze kijkt alsof ze heel verdrietig en “zielig” is. CBj loopt naar AAj toe. CBj en OHj en EDj komen er niet uit met bouwen en breken hun bouwsel af om opnieuw te beginnen. Er wordt niet om gelachen en CBj vraagt of hij hem af kan doen. of een hond. AAm en MLm zijn klaar met bouwen en zitten aan de kant niets te doen. Hierop zegt CBj: “Je doet hiermee niet alleen OHj pijn. DWj en AAj lopen weg. Toch wil hij nog niet helpen. maar laat wel een kleine glimlach zien. maar doet niets. Hij kijkt rond met zijn armen over elkaar. hij gaat spelen in het dorp. Ook AAj gaat meespelen. die naast de speeltuin van JCm zit. maar ook ons (CBj en EDj).

Hierop gaat RWj naar AAj zijn bouwsel en probeert de dieren er uit te halen.B. haal ze eruit!”. AAj mag zijn dieren op het dak zetten. . RWj probeert op allerlei manieren (verschillende segmenten) om de dieren eruit te krijgen. Ondertussen maken de meeste leerlingen nog een aanpassing aan hun bouwsel. AAj is het hier niet mee eens en houdt hem tegen. terwijl een heleboel dieren niets staan te doen in het huisje van AAj. Hij eist van AAj dat hij zijn dieren eruit haalt. RBj was niet aanwezig tijdens deze eindobservatie. AAj weigert dit. “AAj. 126 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. De tijd is om. je hebt echt te veel dieren in je huis. dat heb je expres gedaan!”. LRm zegt tegen RWj dat ze het niet leuk vindt dat ze dieren moet weggeven van de boerderij. CBj laat het gaan en gaat verder met bouwen. anders had hij zijn dieren er niet uitgehaald. TMj gaat verder spelen met DWj.niet mocht van TMj. nee het dak is drie lagen dik. het dorp is af! N. AAj blijft nee zeggen. RWj: “oh. RWj: “Als je nou alleen even het dak eraf haalt?”AAj stemt toe.

Sign up to vote on this title
UsefulNot useful