Samen staan we sterk!

Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Door: Tetske Dammers Van der Helststraat 23 1816 CS Alkmaar E-mail:tetskedammers@gmail.com Studentnummer: 2113856 Begeleider: Nancy Helder Datum: mei 2009 Opleidingstraject: Master SEN, gespecialiseerde leraar te Amsterdam Praktijkwerkstuk in het kader van het Fontys opleidingscentrum voor speciale onderwijszorg Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg Fontys Hogescholen Tilburg

Synopsis
Achtergrond en onderzoeksvraag In mijn klas lijkt het alsof de leerlingen een vast rollenpatroon hebben ontwikkeld waarin de interactie en de gedragingen vast liggen. Ik merk ook dat er leerlingen in mijn klas last hebben van dit vaste patroon. Het lijkt een vicieuze cirkel waar we niet uitkomen. Deze situatie heeft alles te maken met de groepsdynamiek in mijn klas. Mijn klas is constant in beweging, toch lijken er een aantal constante factoren aanwezig te zijn. Heel veel invloed op het groepsproces kan ik niet meer hebben. De groep is al geruime tijd bij elkaar en heeft de eerste drie groepsvormingfasen al doorlopen. De rollen en doelen zijn bepaald. De interactie die hiermee gepaard gaat is duidelijk aanwezig en wordt niet altijd als positief ervaren. Deze situatie heeft geresulteerd in de volgende onderzoeksvraag: Welke invloed heeft het rollenpatroon op de interacties van de leerlingen onderling in mijn klas en hoe kan ik die beïnvloeden? Om deze vraag te beantwoorden heb ik deze vraag in deelvragen verdeeld, zodat ik gerichter onderzoek kan plegen. De deelvragen zijn als volgt: 1. Is mijn klas een neutrale, positieve of negatieve groep? 2. Welke rollen zijn er in mijn klas? En hoe worden die ingevuld door de leerlingen? 3. Hoe verloopt de interactie tussen de leerlingen onderling? 4. Welke interventies kan ik uitvoeren om invloed op het groepsproces te kunnen uitoefenen? Theorie Om als leerkracht meer invloed op deze dynamiek te kunnen uitoefenen, moet ik eerst meer weten over de theorie achter de ontwikkeling van een groep. Ik heb daarvoor de volgende vragen opgesteld: 1. Wat is een groep? Ik sluit mij aan bij de definitie van Hare (1976) Hij stelt dat er bij het ontstaan van een groep altijd sprake moet zijn van interactie. Daarnaast laat een groep naast het kenmerk interactie altijd 4 andere kenmerken zien: (Remmerswaal, 2008) 1. De leden delen één of enkele motieven of doelen, die richting geven aan de groep. 2. De leden ontwikkelen een reeks van normen, die grenzen aangeeft ten aanzien van de relaties tussen de groepsleden en ten aanzien van de groepsactiviteit. 3. Bij langdurende interactie kristalliseert een reeks rollen uit en gaat de nieuwe groep zich onderscheiden van andere groepen. 4. Er ontstaat een netwerk van interpersoonlijke attracties op basis van de sympathieën en antipathieën voor elkaar. 2. Hoe verloopt een groepsproces? Volgens Tuckman (Smith, 2005) doorloopt elke groep vijf fasen, in eigen tempo. De fasen zijn: forming, norming, storming, performing en adjouring. 3. Wat zijn de rollen in een groep? Voor de verdeling van rollen in een groep maken Remmerswaal (2008) en van Engelen (2007) allebei een eigen indeling van rollen in groepen. De indeling volgens van Remmerswaal (Remmerswaal, 2008) : De rollen in een groep zijn onder te verdelen in: 1. Taakrollen: van belang voor het uitvoeren van de groepstaak 2. Groepshandhaving- en groepsvormingsrollen (procesrollen): vooral gericht op het verbeteren van het sociaal-emotionele klimaat in de groep. 3. Disfunctionele rollen: die vooral bestaan uit zelfgericht gedrag, dat ingaat tegen constructieve participatie aan de groep. De indeling volgens Van Engelen (Engelen van, 2007):
2
Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Van Engelen maakt bij de rolverdeling een onderscheid in leidinggevende rollen en overige groepsleden. De leidinggevenden nemen vaak het initiatief, organiseren en bewaken de goede gang van zaken. Bij de overige groepsleden zien we verschillende rollen en taken. Van Engelen stelt dat de rolverdeling anders is ingedeeld bij een positieve groep dan bij een negatieve groep. 4. Hoe vindt de interactie in een groep plaats? Een van de meest bekende en goed toepasbare communicatiemodellen om interacties tussen groepsleden te beschrijven is de “Roos van Leary”. Leary gaat uit van de veronderstelling dat de reactie van iemand bepaald wordt door de daaraan voorafgaande opstelling, opmerking of handeling van de gesprekspartner. Methoden Om antwoord te krijgen op mijn onderzoeksvraag zal ik gebruik maken van kwalitatief onderzoek. Allereerst houd ik een nulmeting, aan het eind van het onderzoek houd ik dezelfde meting. Deze resultaten geven mij informatie over de invloed van de interventies. Voor de metingen maak ik gebruik van de volgende instrumenten: het sociogram, de klassenklimaatschaal, BOTS-vragenlijst, observaties en rolkaarten. Resultaten en uitvoering Uit deze verschillende analysen van de nulmeting kan ik opmerken dat deze klas duidelijk een klas is op weg naar een positieve groep. Er worden een aantal leerlingen naar voren geschoven voor bepaalde rollen, maar de rolverdeling in vooral de leiderschapsrollen zijn niet altijd aanwezig. Dit kan wijzen op een neutrale groep Hieruit is gebleken dat de interventies voornamelijk gericht moeten zijn op: - De ontwikkeling van nieuwe waarden en normen en positieve leiderschapsrollen, gezien de neutrale groep. - Roldoorbrekend gedrag voor individuele leerlingen, gezien de BOTS-vragenlijst. - De rumoerigheid van de klas, gezien de klimaatschaal. Door interventies op deze vlakken uit te voeren, probeer ik de groepsdynamiek positief te beïnvloeden, wel met inachtneming van een externe rol. Uit de resultaten van de eindmeting is gebleken dat er sprake is van een positieve verandering en dus beïnvloeding van de groepsdynamiek. Toch moet ik wel een kanttekening plaatsen. De groep had namelijk al bestaande positieve normen, hier heb ik geen wijzigingen in hoeven aanbrengen. Het “ophalen” van deze normen heeft wel positief gewerkt op de groep. Met mijn interventies heb ik mij alleen maar moeten richten op de interacties tussen de leerlingen en de rollen die in de groep gevormd zijn. Ik heb door het gebruik van deze aanpak de huidige situatie uitgebouwd en versterkt, waardoor de kinderen zich bewust werden welk effect hun gedrag kan hebben.. Het aanleren van de nieuwe vaardigheden, zoals het gebruik van de “Roos van Leary” m.b.t. de invulling van de verschillende rollen, hebben geleid tot de ontwikkeling van een positieve groep. Conclusie Terugkomend op mijn onderzoeksvraag, kan ik concluderen dat ik met mijn onderzoek heb aangetoond dat een leerkracht met een gerichte aanpak de groepsdynamiek positief kan versterken door uit te gaan van bestaande kwaliteiten en het aanleren van nieuwe vaardigheden.

3

Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Zij hebben heel goed meegewerkt aan dit onderzoek en feedback gegeven op de oefeningen die ik met ze heb uitgevoerd. De leerlingen uit groep 7. wanneer ik klaar ben met mijn studie. Natasja Vermeulen en Jetske Kaandorp wil ik bedanken voor het creëren van “ons veilige intervisiegroepje” en het doorlezen van mijn werk als “critical friend”. voor de ondersteuning. Ook heeft ze zich ingezet om het onderzoek te beoordelen Mijn medestudenten Danne Noë. voor het laten inzien van nieuwe inzichten en het geven van zelfvertrouwen.Erkentelijkheidpagina Dit onderzoek is mede tot stand gekomen met de hulp van een aantal mensen. voor het doorlezen van mijn stukken en mij hierop feedback gaven. En natuurlijk niet te vergeten de eindeloze telefoongesprekken en e-mails om mij te steunen. die het geduld hebben gehad om alle leuke afspraken met mij een jaar te verplaatsen. feedback en support is het mij gelukt dit onderzoek af te ronden. En voor het doorlezen en het geven van feedback op mijn onderzoek. 4 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Al mijn vrienden. terwijl hij tussendoor ook nog mijn werk als “critical friend” doorlas. Mijn vriend Lonee. Via deze weg wil ik ze graag bedanken voor hun steun. . En voor het opvangen van al mijn emotionele “stressbuien”. Ik ben trots op het onderzoek wat ik heb gemaakt. die mij vaak hele dagen niet heeft gezien doordat ik in de studeerkamer zat te werken. Mijn collega‟s die mij de mogelijkheid hebben gegeven dit onderzoek uit te voeren op school en die mij altijd zelfvertrouwen gaven om door te gaan. Bedankt allemaal! Met jullie hulp. En gelukkig het huishouden op zich heeft genomen. Mijn ouders Jan en Ria en zus Djoeke. Mijn studiebegeleider Nancy Helder.

............................................................................................................ Blz........3 De klimaatschaal ..4...........................1 De aandachtspunten .......................... Blz.............................. Blz............. Blz.......1 Het sociogram .........4 Rollen in de klas ..... Blz.................................. Blz..............1 De situering ................................................................................................ 25  4.......................................................... 8 o 2.............5........5 Observatie ..2 BOTS-vragenlijst .................................................1 Het sociogram ....................2 Nulmeting ............................1Onderzoeksvraag en deelvragen....................... Blz.... Blz.........................4 Rolkaarten ..5 Interactie ............................................................................2 Een groep ......................... 11 o 2......2................. 39  4.................. Blz...............3............... 15 o 2............................................................... Blz..........6 Algemene analyse ... Blz............................................ 4 Hoofdstuk 1: Inleiding ............................. 7 Hoofdstuk 2: De situering ..3 De interventies................ 20 Hoofdstuk 3: Het onderzoek ..................................................3 De klimaatschaal ............................ 45  4............. Blz.......4........................................... 21 o 3.......................................... Blz................. Blz...............................................................2......... Blz.2 Plan van aanpak .......................... 25  4..............5.........................................................................................5................................... Blz.............................. Blz.......................................... 40  4.............................. Blz.... 38  4.. 44  4........3 De Roos van Leary ....................................................... 27  4......... 9 o 2............................................ Blz......................... ....... 38  4..............................................2.......... 50 o 4...............2 Positieve leiderschapsrollen ontwikkelen .........................6 Maatschappelijke relevantie ................................ Blz..... Blz...................3 Het groepsproces .....................4.............. 42  4............................................................................ 42  4...................... Blz...........................5 Observatie ..... Blz...............7 Onderzoeksvraag ......... 44  4.... Blz................ 51 5 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas............4 Tot slot .... Blz......2 BOTS-vragenlijst ..2................6 Tot slot .......................... Blz.......... 22 o 3......... Blz.............. 25 o 4.......................2.......5.... 37 o 4.. Blz........................ Blz. 38 o 4................................ 33  4........ Blz.....................2.................................................................................................... Blz..........5 Eindmeting ... Blz.....................4 Rolkaarten ... Blz................................................... 37  4......... 25 o 4. 31  4.. 19 o 2...................................... 8 o 2. Blz.................. 21 o 3............................3.. Blz.............................................................5.................................................4 De uitvoering ...... 21 o 3............................................ Blz.....................................Inhoudsopgave Synopsis ....................3 Onderzoeksmiddelen .............................................................................. 39  4. 41 o 4.................................................................. 18 o 2............................................... Blz...............1 Privacy ........... Blz................................. Blz.................8 Tot slot ...........................2 Kwalitatief onderzoek ....................................................1 Normen stellen...................... 20 o 2......... 24 Hoofdstuk 4: Datapresentatie en analyse ................................ 2 Erkentelijkheidspagina .............................. Blz..................................

...........................4 Terugblik .............................................................. 77 o 8............................... ........... Blz.... Nul........... “Complimenten van een groep” ............................. 57 o 2.... 54 Literatuurlijst ........................ Observatieverslag “toren bouwen” nulmeting ................................................... Blz............. Motivatie rollen eindmeting ........................... Blz............................ 123 6 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas............... “Kleurencollage” ..... “Wie ben ik”.......................................... “Introductie Roos van Leary” ................ Blz.................................................... 56 o 1............ Blz........................... 82 o 11............................................................................................... Blz........... Blz.....en eindmeting naast elkaar ... Blz....... “Situaties uitspelen” ...... Blz.............. Blz........................................................ 115 o 19..................................... 54 o 5........... 61 o 4....... 59 o 3.... Blz....................... Blz.................................................... 80 o 10...... 116 o 20......................... Klimaatschaal ............. Handelingsplan “waarschuwingskaartjes” ..................... Tabellen sociogram eindmeting .... 53 o 5..............................................Hoofdstuk 5: Eindconclusie ..................... Tabel Rollen ............... Blz.... 55 Bijlagen ...................................................... 104 o 16.................................................... Blz............................. Blz........2 Eindconclusie ...... 96 o 13.................. Blz.. 70 o 6...................................................................................................... Tabellen sociogram nulmeting . “Je mag niet meedoen” ...... Blz...................................................... 73 o 7........................ Blz.................... “Letters en cijfers maken” ........... Blz.. 52 o 5........... Blz......... Blz................................... Observatieverslag “dorp bouwen” eindmeting ........................1 Deelvragen ................................................... Blz..............3 Aanbevelingen ................ 84 o 12................................. “Groepstekening maken” ............... 100 o 15.............................................................. 113 o 18...... Motivatie rollen nulmeting .............. Blz. Rolkaarten ....................... 79 o 9..................... Puntenverdeling klimaatschaal ............................................................. Blz................................. 97 o 14..... 52 o 5............................................. Blz.. Blz......................... Blz........................................................................................................ 117 o 21. 111 o 17.......................................................................... Blz.. Plattegronden van de klas ......................... 63 o 5.............

De school werkt volgens het principe MIA onderwijs. wat weer gevolgen heeft voor het groepsklimaat. De school heeft een leerlingenpopulatie van 200 kinderen en de prognose is dat dit alleen maar toe zal nemen. die ik vorig jaar ook al heb gehad in groep 6. . Ik vind dat een goed pedagogisch leerklimaat een voorwaarde is. waarin de kinderen elkaars eigenschappen en kwaliteiten accepteren. Dit is een reguliere school in Bergen. Het lijkt soms alsof sommige leerlingen “vastzitten” in een bepaald rollenpatroon. juist doordat ik de leerlingen nu voor het tweede jaar lesgeef. Ik ken de leerlingen goed en heb in deze tijd een goede band met de leerlingen opgebouwd. heb ik besloten mijn onderziek te relateren aan dit onderwerp te houden. In dit onderzoek ga ik op zoek naar de groepsdynamiek in mijn klas en hoe ik die kan beïnvloeden. waar we voor de vakantie waren gebleven. Zowel de kinderen uit de klas als ik houden van een gezellige. Dit onderzoek heb ik ontwikkeld in het kader van de opleiding Master SEN. In de tijd dat ik werkzaam ben in het onderwijs heeft de “gedragskant” van leerlingen mij het meest geïnteresseerd. “samen staan we sterk!”. Ik heb dit onderzoek uitgevoerd op de school waar ik werkzaam ben. zodat er een nog beter pedagogisch leerklimaat ontstaat. en zich samen inzetten voor de ontwikkeling van een positieve groep. die niet altijd een positieve uitwerking hebben op het groepsklimaat. Omdat ik mij nog verder wil ontwikkelen en bekwamen op dit gebied. ontspannen sfeer. Deze eerste waarnemingen hebben geleid tot het onderzoek dat voor u ligt. 7 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. In de onderbouw wordt gewerkt door middel van een kiesbord.Hoofdstuk 1 Inleiding Voor u ligt mijn onderzoek. De titel staat voor de meerwaarde van een positieve groepsdynamiek in de klas. opdat een kind zich ten volle kan ontwikkelen. waar de kinderen zelf aangeven wat zij die dag gaan doen. Dit kan zijn uitwerking hebben op de omgang met elkaar. MIA staat voor Meervoudige Intelligentie Adaptief. Humor is een belangrijk onderdeel in de dagelijkse omgang met elkaar. Ik geef hier voor het zesde jaar les en heb altijd in de bovenbouw gewerkt. Het lijkt alsof we na de zomervakantie gewoon in de sfeer en de omgang met elkaar zijn doorgegaan. In de bovenbouw wordt gewerkt met zelfstandig werk taken. Toch valt mij ook iets op aan deze klas. Ik geef dit schooljaar les aan groep 7. sociaalemotionele vorming en cultuur in de breedste zin van het woord. gespecialiseerde leraar aan de Fontys hogeschool te Amsterdam. Maar ik merk dat de leerlingen bepaalde gedragingen en interacties laten zien. waardoor leerlingen elkaar niet altijd respecteren en serieus nemen in de reacties. We trachten een zo goed mogelijke verhouding te creëren tussen cognitieve vakken. Al met al is het een bruisende klas die met veel plezier naar school toe gaat. De titel “Samen staan we sterk!” staat symbool voor het onderzoek dat ik heb uitgevoerd.

Het valt mij op dat de leerlingen anders op elkaar reageren. De groep gaat verder met meten als opeens Denise langs komt lopen met het zwembadje als hoed op. De groepsleden kijken op en moeten er hartelijk om lachen. Ralf gaat in het zwembadje zitten en doet net of hij verdrinkt. terwijl ze dezelfde gedragingen vertonen. Kim pakt direct een stift om de gegevens die Pim doorgeeft meteen op het bord te schrijven. Dit zullen andere leerkrachten herkennen vanuit hun eigen situatie. Wat zijn de rollen in een groep? 4. Iedere klas laat een verschillende groepsdynamiek zien. Wat is een groep? 2. Kim pakt de bordliniaal om de zwembaden op te meten. Om als leerkracht meer invloed op deze dynamiek te kunnen uitoefenen. Hij voert niets uit en kijkt alleen maar. Ik vertel de leerlingen over 2 vrienden van mij die ruzie hebben. Dick en Pim staan samen te overleggen wat ze moeten doen. De meeste leerlingen uit deze groep zitten al 7 jaar bij elkaar in de klas. . Ik geef een rekeninstructie aan de klas. Ik geef deze leerlingen voor het tweede jaar les. hartelijk gelachen wordt. maar ook negatieve uitwerkingen hebben. Dit kan positieve. Ik heb deze situaties regelmatig proberen te beïnvloeden. Ik vraag de leerlingen het probleem voor mij op te lossen. Het groepje stemt hier meteen mee in. Ze vinden allebei dat ze het grootste zwembad hebben. „Ralf‟ vindt het niet prettig zoals er op hem gereageerd wordt. De situatie die ik hierboven beschreven heb. toch lijken er een aantal constante factoren aanwezig te zijn. die bestaat uit 25 leerlingen. Pim komt erbij staan en zegt dat ze het niet goed doet. waarvan 16 jongens en 9 meisjes in de leeftijd van 10 á 11 jaar. Deze situatie heeft alles te maken met de groepsdynamiek in mijn klas. Als Pim hem vraagt het tweede zwembadje te pakken. Mijn klas is constant in beweging. Ik heb daarvoor de volgende vragen opgesteld: 1. Dit is goed te merken in bovenstaande situatie. doet hij dit. Hoe vindt de interactie in een groep plaats? 8 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.00 uur. komt regelmatig voor in mijn klas. Dick komt meteen met een voorstel: Hij stelt voor om eerst maar eens de maten van de zwembaden op te meten. Laurens staat te kijken naar het groepje. De andere leerlingen geven daarentegen aan dat ze het gedrag van Ralf niet als prettig ervaren. Hoe verloopt een groepsproces? 3. De andere groepsleden kijken verstoord op en zuchten geërgerd. moet ik eerst meer weten over de theorie achter de ontwikkeling van een groep. Ik verdeel de klas in groepjes en volg de gebeurtenissen van één groepje. toch lijkt er niet veel te veranderen. Ralf kijk geïrriteerd en zegt: “wat kinderachtig!” (De namen uit de beschrijving zijn gefingeerd) §2. Het lijkt alsof de leerlingen een vast rollenpatroon hebben ontwikkeld waarin de interactie en de gedragingen vast liggen.Hoofdstuk 2 De situering Het is maandagochtend 9.1 De situatie Ik geef les aan groep 7. het moet anders. terwijl er om „Denise‟. zodat ik dit kan vertellen aan mijn vrienden en ze geen ruzie meer hebben. „Ralf‟ maakt een grapje en de leerlingen reageren erg negatief op hem. Hij pakt de liniaal over en gaat verder met meten. Het lijkt een vicieuze cirkel waar we niet uitkomen. die bijna op hetzelfde ogenblik een grap maakt. Ik merk ook dat er leerlingen in mijn klas last hebben van dit vaste patroon.

3. die richting geven aan de groep. Een groep kan omschreven worden als een verzameling individuen die op een bepaalde manier afhankelijk van elkaar zijn. Een groep kan gedefinieerd worden als een verzameling mensen die gezamenlijk een bepaald doel willen bereiken. Ik sluit mij aan bij de definitie van Hare (1976) Hij stelt dat er bij het ontstaan van een groep altijd sprake moet zijn van interactie. Toch ligt het antwoord iets ingewikkelder. zit allemaal een kern van waarheid. dat is toch een groep. door zich te verenigen. 2. Daarnaast laat een groep naast het kenmerk interactie volgens van Hare (1976) altijd 4 andere kenmerken zien: 1. In het boek Groepsdynamica (Johnson & Johnson. een bepaalde persoonlijke behoefte tracht te bevredigen. 47) De definitie van een groep is helder omschreven. Er ontstaat een netwerk van interpersoonlijke attracties op basis van de sympathieën en antipathieën voor elkaar. 2. Bij langdurende interactie kristalliseert een reeks rollen uit en gaat de nieuwe groep zich onderscheiden van andere groepen. 5. die grenzen aangeeft ten aanzien van de relaties tussen de groepsleden en ten aanzien van de groepsactiviteit. zowel verbaal als nonverbaal. 46. Een groep kan omschreven worden als een verzameling individuen die directe contacten met elkaar onderhouden. We kunnen pas van een groep spreken als de interacties tussen individuen door rolomschrijving en normen gestructureerd worden. Een groep kan omschreven worden als een sociale eenheid die uit twee of meer personen bestaat die zichzelf als lid van een groep beschouwen. Deze wederzijdse beïnvloeding vormt het belangrijkste kenmerk van een groep. 7. 9 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Mijn klas kan ik helemaal herkennen in deze omschrijving. Mijn klas. 2008. Een groep kan gedefinieerd worden als een verzameling individuen waarvan de interacties door een aantal rollen en normen gestructureerd worden. In de zeven verschillende definities die de sociologen geven. 6. De definities vind ik te summier omschreven. Volgens deze omschrijving is er geen sprake van een groep als er geen interactie plaatsvindt.2 Een groep Wat is een groep? Het beantwoorden van deze vraag. De leden delen één of enkele motieven of doelen. pp. namelijk de lesstof volgen. lijkt heel gemakkelijk. groep 7 om specifiek te zijn. De leden ontwikkelen een reeks van normen. Individuen vormen alleen een groep als zij door een persoonlijke reden gemotiveerd worden een groep te vormen. 1. Een groep kan gedefinieerd worden als een verzameling individuen die. Er vindt een constante interactie plaats in mijn klas. Volgens deze definitie is er sprake van een groep als een bepaalde gebeurtenis niet alleen één individu maar ook de andere individuen beïnvloedt. (Remmerswaal. Volgens deze definitie kunnen we pas van een groep spreken als de betrokkenen zichzelf als een deel van een groep beschouwen. De leerlingen hebben in ieder geval een gezamenlijk doel. 3. 4. Een groep kan omschreven worden als een verzameling individuen die elkaar beïnvloedt. 2006) worden er zeven verschillende definities gegeven.§2. 4. .

denk aan de schoolregels. Het is als leerkracht belangrijk om te weten dat deze behoeften niet altijd positief worden ingekleurd. dit kan bijdragen aan zelfrealisatie. Omdat deze normen veiligheid bieden zijn ze moeilijk te beïnvloeden als de groep eenmaal gevormd is. In een groep hoor je erbij. Hierin kan een groep voorzien. Dit kun je terugzien in de situatiebeschrijving van de rekenles. In een 10 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. In het vervullen van de eerste en tweede laag voorziet voornamelijk het gezin. Leerlingen die hier niet aan toe zijn oefenen geen invloed uit binnen de groep en vinden het al geweldig dat ze geaccepteerd worden. Een klas heeft invloed op het vervullen van de behoeften aan veiligheid. je bent groepslid. weliswaar niet allemaal positief. De groep biedt zekerheid er zijn vaste normen. maar er zijn ook leerlingen die elkaar niet zo aardig vinden. Je wilt niet voor gek staan en buitengesloten worden. sociale acceptatie en waardering. je wilt gerespecteerd en geaccepteerd worden. De rollen die in een groep ontstaan zijn ook bij mijn klas aanwezig. Daarnaast is er zekerheid omdat de rollen vaststaan. er zijn leerlingen die duidelijk vrienden zijn. Als groep sta je sterk. Ook de derde laag wordt vooral door leeftijdsgenoten vervuld. Bij de tweede laag is ook een rol weggelegd voor leeftijdsgenoten. Volgens van Engelen (Engelen van. komt de mens toe aan de volgende laag. Als er in voldoende mate is voorzien aan de behoeften uit de eerste drie lagen kan de groep een bijdrage leveren in de behoeften uit de vierde laag. Het vormen en ontwikkelen van een groep is erg belangrijk in het onderwijs. Kinderen willen ook invloed uitoefenen binnen een groep. . en de normen die ze zelf bepaald hebben. terwijl Ralf dit niet is. Samen kunnen leerlingen komen tot creatieve prestaties. Het leren gaat het beste als een leerling zich vooral in de bovenste laag van de piramide bevindt. Tenslotte is er de behoefte aan zelfrealisatie. Leerlingen kunnen elkaar helpen met bepaalde leerstof. 2007) vervult een groep behoeften uit de behoeftepiramide van Maslow (1954): Zelfrealisatie Waardering Sociale acceptatie Zekerheid/veiligheid Fysiologische behoeften De behoeftepiramide van Maslow (1954) Pas als er voldaan is aan een laag. Ze willen dat hun mening serieus wordt genomen. Je eigen talenten ontwikkelen en verbreden. Ze willen gewaardeerd worden. In een negatief klimaat wordt ook voldaan aan de behoefte zekerheid. Er zijn hele duidelijke attracties tussen de leerlingen. Ook het laatste kenmerk is terug te vinden in mijn groep.Daarnaast zijn er ook normen en grenzen ontwikkeld. Er is wel een duidelijk verschil tussen de normen die zijn opgelegd. maar de leerlingen weten wel waar ze aan toe zijn. Denise is duidelijk geaccepteerd als de grappenmaker.

bewustwording Het individu Intrapersoonlijk Individueel en relationeel Groepsvoortgang Tijdsperspectief Groepsdoel door middel van Nadruk op: Observatiebasis Centraal procesaspect Overzicht van de drie besproken modellen voor groepsontwikkeling (Banet 1967) Het lineaire model is het meest gericht op het onderwijs. De groepen worden samengesteld door de school. Toch ontstaan deze groepen niet spontaan. de andere modellen zijn meer geschikt voor therapeutische doeleinden. In de definitie en de behoeftepiramiden wordt duidelijk gemaakt wat een groep is. Spiraalmodel 2.3 Het groepsproces Hoe verloopt een groepsproces? Remmerswaal (Remmerswaal. 2008): 1. zodat het veiligheid biedt voor de leerlingen. in eigen tempo. In het lineaire model wordt uitgegaan van de sociaal-emotionele aspecten in relatie tot de taken die uitgevoerd moeten worden.negatieve groep is de rolverdeling ook bepaald. In onderstaand figuur zijn de verschillende modellen schematisch weergegeven. Volgens Tuckman doorloopt elke groep vijf fasen. & Lap. Coincident with testing in the interpersonal realm is the establishment of 11 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Daarom kies ik ervoor het lineaire model verder uit te werken. Konig. 2008) spreekt over drie modellen hoe groepen ontstaan: 1. Polariteitenmodel 3. §2. Such testing serves to identify the boundaries of both interpersonal and task behaviors. Hoe dit verloopt. 2006) Lineair model Progressief Toekomst Leren sociale vaardigheden De groep Interpersoonlijk Groep Spiraalmodel Regressief Verleden Genezen persoonlijkheidsintegratie De groep Historisch Contextueel Polariteitenmodel Cyclisch Heden Groeien. Wat voor soort groep een klas is. Klassen in een school passen binnen deze definitie en zijn dus groepen. . Forming “Groups initially concern themselves with orientation accomplished primarily through testing. Hij heeft dit model ontworpen in 1965 en gereviseerd in 1977. 2007) (Gielis. dit heeft geen positieve uitwerking. beantwoord ik in de volgende vraag. maar is wel voorspelbaar. leren zelfverwezenlijking. Hieronder de gereviseerde versie (Engelen van. (Linge van. wordt bepaald door het groepsproces dat zij doorloopt. Lineaire model Bij het spiraalmodel wordt de groepsvorming voornamelijk bepaald door de ervaringen uit het verleden van de verschillende groepsleden. Bij het polariteitenmodel gaat men ervan uit dat het groepsproces gebaseerd is op spanningen en conflicten die regelmatig terugkeren.

2. De leerlingen nemen een afwachtende houding aan. De klas wordt niet één groep. and new roles are adopted. p. Er is neiging naar negatieve normen. Dit kan zich in deze periode nog sterk afwisselen. p. we have the stage of norming” (Smith. Er wordt kennis gemaakt met elkaar en met de leerkracht. 3) De normen van de groep worden vastgesteld in de derde fase. 2005. 3) Tijdens de stormingsfase is het heel onrustig in de klas. Afhankelijk van zijn behoeften zal het ene kind zich sterker profileren dan het andere. ondanks dat ze elkaar al kennen. Dit leidt vaak tot conflicten. Storming “The second point in the sequence is characterized by conflict and polarization around interpersonal issues. dit doel 12 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Ze bekijken wie de andere groepsleden zijn en hoe die zich gedragen. De uitkomsten van de stormingsfase kunnen verschillend zijn: 1. with concomitant emotional responding in the task sphere. 2005. testing and dependence constitute the group process of formin”. Het opnieuw verkennen van een bestaande groep is dan minder nodig. . De groep pakt de situatie zoals voor de zomervakantie gemakkelijker op. dit komt doordat de leerlingen als ze ouder worden de zomervakantie als minder intensief qua mentale en fysieke groei ervaren. Norming “Resistance is overcome in the third stage in which in-group feeling and cohesiveness develop. De klas wordt een negatieve groep waarin concurrentie en machtsstrijd de boventoon voeren. or pre-existing standards. Thus. other group members.” (Smith. Er ontwikkelen zich twee of drie subgroepen die ieder een eigen groepsproces ingaan. De groep neigt naar positieve waarden en normen. Eerst voorzichtig en aftastend. De leiders van de groep bepalen deze normen. 3. De grenzen in de groep worden duidelijk. later met meer nadruk. 2005. de leerlingen gaan op zoek naar erkenning en proberen hun positie in de klas te verwerven. De rolverdeling wordt in de stormingsfase vastgelegd. (Smith. Er groeit een samenhangende. vaak is dat doel voor de groep positief. soms proberen ze de mening van de meerderheid weer te geven en ook schrijven ze bewust hun eigen ideeën aan de groep voor. 4. These behaviors serve as resistance to group influence and task requirements and may be labeled as storming. 3) In deze fase komt een nieuwe groep bij elkaar. 2. In de bovenbouw duurt de stormingfase heel kort. De hiërarchie in de klas begint geleidelijk zijn vorm aan te nemen. De doelen worden bepaald. Leerlingen kiezen vaak voor de rol die het beste bij hen past. personal opinions are expressed. De klas is verdeeld in een hoofdgroep en enkele outsiders. positief samenwerkende groep. De leerlingen gedragen zich heel rustig in deze fase. It may be said that orientation. new standards evolve. dit kunnen ook meerdere rollen tegelijk zijn. Ze vragen zich af wat er van hun verwacht wordt. Ieder schooljaar doorlopen de leerlingen deze fase. Soms zijn deze leiders zich niet bewust van hun positie. maar “van binnen” is het heel onrustig en ongemakkelijk voor de leerlingen. p. Iedere subgroep kan zich hierbij zowel positief als negatief ontwikkelen. 3.dependency relationships with leaders. intimate. Deze outsiders lopen bij een negatieve hoofdgroep het risico de zondebok te worden. Toch wil ieder kind in de groep ruimte om keuzes te maken. In the task realm.

dan werken de leerlingen goed samen.en leerklimaat waarin de leerlingen productief zijn. p. Denk aan gezellig door de les heen praten. Some commentators have described this stage as 'mourning' given the loss that is sometimes felt by former participants. and structure can now become supportive of task performance. Gaat het in volledige harmonie of hebben een aantal leerlingen het voor het zeggen? Als je de vijf kenmerken apart van elkaar bekijkt. Dit komt omdat de groep meer aandacht moet schenken aan het leefklimaat. zowel positief als negatief zijn af te meten aan vijf groepskenmerken die gerelateerd zijn aan het leefklimaat: a. the completion of tasks and reduction of dependency (Forsyth 1990: 77). Performing is de langstdurende fase. and group energy is channeled into the task. . Als de relatie met de leerkracht ook positief is heerst er een prettig leef. kunnen ze verschillende inzichten geven.: 88). Deze normen. de leerlingen zijn veel minder productief. Besluitvorming Hoe zit het met ieders inbreng als er een beslissing wordt genomen? e.Adjouring “ Adjourning involves dissolution. Groepsverantwoordelijkheid In hoeverre voelen de groepsleden zich medeverantwoordelijk voor het wel en wee van de groep als geheel? b. Roles become flexible and functional. 2005. Als de groep uit de vorige fasen als een positieve groep is gekomen. Performing “The group attains the fourth stage in which interpersonal structure becomes the tool of task activities. Vanaf nu staan de normen van de groep vast en zijn de groepsnormen nauwelijks veranderbaar. Samenwerken Is er sprake van samenwerking. Problemen aanpakken Hoe gaat de groep om met problemen? Deze vijf kenmerken geven veel inzicht hoe de ongeschreven normen worden gehanteerd in de groep.” (Smith. Wederzijds respect In welke mate geven de groepsleden elkaar de kans om zichzelf te zijn. en in hoeverre voelen zij zich gedwongen zich anders te uiten en te gedragen dan ze zijn? c. maar niet gunstig voor het leerklimaat. 2005. p. 3) In de uitvoerende fase worden de doelen die in de eerdere fasen zijn vastgesteld nagestreefd. als het doel gezelligheid is. hij duurt bijna het gehele schooljaar. 5. conflicten worden snel opgelost en de doelen waaraan gewerkt wordt zijn positief. It entails the termination of roles. Er heerst een constante machtstrijd tussen de leerlingen onderling. 3) 13 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. waarbij ieders inbreng welkom is? Of wordt het klimaat bepaald door onderlinge concurrentie? d.hoeft niet altijd positief te zijn voor de leerkracht. The process can be stressful .” (Smith. Naast het doel worden ook de normen en waarden van de groep vastgesteld. This stage can be labeled as performing. Een negatieve groep daarentegen is veel minder bezig met het leerklimaat.particularly where the dissolution is unplanned (ibid. is dat een positief doel. 4. Structural issues have been resolved.

Dan is er een stevig fundament gelegd voor het groepsklimaat dat meestal stand kan houden 14 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. e. De leerlingen ervaren de groep als positief en gaan niet graag uit elkaar. De leerkracht kan d.v. Beslissingen die de groep moet nemen komen aan zoveel mogelijk wensen van groepsleden tegemoet. Omdat de groep toch uit elkaar gaat is het niet meer belangrijk om de groep gezellig te houden. Hierdoor wordt de groep minder gezellig en is het afscheid makkelijker. De groepsleden voelen zich medeverantwoordelijk voor het functioneren van de eigen groep b. Dit betekent dat de leerlingen de positieve sfeer gaan relativeren. situaties te scheppen waarin normen tot stand komen en positieve normen laten ervaren en de leerlingen hiervan bewust maken. Bovengenoemde fasen zijn beschreven zoals ze verlopen zonder begeleiding van een leerkracht. De leerlingen beschermen zichzelf tegen de teleurstelling van het uiteen gaan van de groep. Bij een negatieve groep wordt deze fase als bevrijdend gezien. Deze begeleiding is gericht op een positief groepsklimaat wat kan leiden tot de aanvaarding van groepsregels die feitelijk de vijf groepskenmerken positief invullen en die samen garant staan voor een positief groepsklimaat. De leerlingen organiseren veel activiteiten om het afscheid zoveel mogelijk uit te stellen. reünies e.Deze fase treedt op als het einde van de groep in zicht is. & Lap. 2007) Door de begeleiding hebben de leerlingen een sfeer geproefd die berust op positieve normen. De groepsleden tonen respect voor elkaar voor elkaars mening en karakter en zijn bereid naar elkaar te luisteren c. (Gielis.a. De leerkracht helpt de leerlingen veilig met elkaar kennis te maken van oppervlakkig naar diepgaand. a. Iedere leerling moet zich door de leerkracht geaccepteerd voelen en de leerkracht moet persoonlijke interesse tonen. Suggesties hiervoor staan o. Dit kan leiden tot drie verschillende gedragingen. Bij een positieve groep kunnen er problemen ontstaan tijdens deze fase. De laatste gedraging is de “normvervaging”. De leerlingen houden zich niet meer aan de groepsregels en gaan minder respectvol met elkaar om. begeleiding heel veel invloed uitoefenen op de verschillende fasen. . Dit kan door een goede begeleiding tijdens de normingfase al zoveel mogelijk voor de stormingsfase plaats te laten vinden. De groep kan gaan “vitten”. Alleen in deze fase is het mogelijk een groep tot positieve normen te laten komen. Problemen worden niet verdoezeld maar besproken Om deze begeleiding goed te faciliteren kun je veel begeleide oefeningen doen. Allereerst is het belangrijk om de forming goed te faciliteren. De groepsleden zijn bereid met elkaar samen te werken d. Dit kan hij doen door modelgedrag te vertonen. Konig.d. In de andere jaren weten de leerlingen dat ze elkaar na de zomervakantie weer zien. Ten slotte biedt hij veiligheid.m. 2008) Fase 1&2: Bij de start van de groep kan begeleiding doorslaggevend zijn. In dit geval bepaalt de groep vaak de uitkomst. Denk hierbij aan klassenfeesten. (Engelen van. Deze fase treedt op de basisschool alleen op de voorgrond aan het eind van groep 8. Een ander verschijnsel is het “klitten”. De leerlingen vinden het niet erg om afscheid van de groep te nemen. in “Grip op de groep”. Tegelijkertijd moet de leerkracht anticiperen op de norming.

Fase 5: Wat kan de leerkracht doen om de afsluiting positief te laten verlopen?: . de groepsgeschiedenis laten herleven. omdat Remmerswaal een heel uitgebreide indeling geeft en Van Engelen zijn rolverdeling alleen toegespitst heeft op een groep in de basisschool.Helpen de situatie realistisch onder ogen te zien . Ik bespreek beide indelingen. moet ik eerst meer weten over rollen in de klas.in de storming. . Belangrijk is hierbij dat deze begeleiding begint vanaf de eerste dag na de zomervakantie. „Denise‟ is duidelijk geaccepteerd als grappenmaker. Toch zijn niet alle rollen in mijn klas allemaal herkenbaar. Ik vind deze indeling iets te beperkt. Het stimuleren kan d. Belangrijk hierbij is dat alleen de normen die de leerlingen zelf bedenken en/ of eigen maken stand houden. Er kunnen onderhuids toch factoren spelen die andere normen inbrengen. Voor mijn onderzoek betekent dit dat ik rekening moet houden met de normen en rollen zoals ze al vastgesteld staan.en leefklimaat in de klas. Fase 4: De begeleiding van deze fase doet de leerkracht door samen met de groep regelmatig het groepsklimaat nader te bekijken en te stimuleren.v.Terugblikken. 15 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. samenwerkingsopdrachten.Een gedenkteken te laten maken Door de begeleiding tijdens het groepsproces heeft de leerkracht meer invloed op het leer. In de situatieschets van de rekenles herken ik al een rolverdeling. Fase 3: In deze fase is de taak van de leerkracht de leerlingen te helpen herinneren aan hun eigen groepsregels die zij eerder zelf bedacht en opgesteld hebben. §2.Bewust maken van de verschijnselen normvervaging. De eerste twee fasen kunnen alleen een succes vormen als de leerkracht tijdens deze fasen permanent aanwezig is. hierdoor verliest de leerkracht namelijk het vertrouwen van de groep. Dit leidt tot de volgende vraag. 83) Voor de verdeling van rollen in een groep maken Remmerswaal (2008) en van Engelen (2007) allebei een eigen indeling van rollen in groepen. Dit is het verwachtingpatroon dat in deze groep aan jou gekoppeld raakt en het is te omschrijven als je rol. de groepsidentiteit te versterken en het bevorderen van onderlinge contacten. Om meer inzicht in het rollenpatroon te verkrijgen. gaat gepaard met “dit kunnen we dus van deze persoon verwachten” en dat gaat men dan ook écht verwachten. Het is belangrijk dat de leerkracht zich niet teveel bemoeit met de rolverdeling.” (Lente van. klitten en vitten als ze aan de orde zijn . Dit om niet alleen aan de laatste maand te denken . 1997. p.4 Rollen in de klas Welke rollen zijn er in een klas? “Al datgene wat men van je meemaakt en aan je ontdekt.m. en „Dick‟ is de leider van de groep.

organiseren en bewaken de goede gang van zaken. onder woorden brengen van het groepsgevoel(samenvatten wat het gevoel is van de groep. kalmeren). De taakrollen zijn: initiatief en activiteit (voorspellen van oplossingen. De indeling volgens Van Engelen (Engelen van. meningen en voorstellen samenbrengen) samenvatten (samenvatten van inhoud en meningen. bemiddelen (harmoniseren. Groepshandhaving. volgen (meegaan met groepsbesluiten. beschrijven van (onbewuste) reacties). wil de beste in alles zijn). verheldering geven). Disfunctionele rollen: die vooral bestaan uit zelfgericht gedrag. 2008) : De rollen in een groep zijn onder te verdelen in: 1. uitwerking (verhelderen. betekenissen ontwikkelen. zoeken van meningen(vragen aan anderen wat ze denken/voelen verheldering vragen). de groepsactiviteiten en eventuele weerstanden. 3. nieuwe ideeën. Meerdere groepsleden kunnen tegelijkertijd dezelfde rol vervullen. vertelt de regels als een besluit in contradictie is met de regels). deuropener of wegbereider zijn(zorgt ervoor dat iedereen zijn zegje kan doen). stokpaardjes (alleen voorstellen inbrengen die hun eigen favoriete ideeën ondersteunen). warmte. De leidinggevenden nemen vaak het initiatief. Taakrollen: van belang voor het uitvoeren van de groepstaak 2. blokkeren (voortgang van de groep dwarsbomen). Van 16 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. erkenning zoeken (altijd op zoek naar aandacht). dit is verdeeld naar de leiderschapsstijl. De procesrollen zijn: aanmoedigen (vriendelijk. suggesties. hoe staat het met het groepsdoel?). openlijk instemmen). Disfunctionele rollen: agressief gedrag( eigen status proberen te vergroten door het bekritiseren van anderen vijandige positie innemend). verbinden aan eigen ervaringen. waardering uitspreken. compromissen voorstellen). hoe zal een voorstel uitpakken). Zowel taak. dat ingaat tegen constructieve participatie aan de groep. conclusie trekken). geven van een mening (uitspreken van mening over waardevolheid en niet zo zeer over inhoud). problemen anders aanpakken. diagnosticeren (vaststellen van moeilijkheden. consensus uitproberen (vraagt of er een algemene overeenstemming kan worden bereikt). de clown uithangen (niet serieus kunnen doen). luisterpubliek). Alle genoemde rollen zijn allemaal ook leiderschapsfuncties. humor. .m. anders ordenen van materiaal). problemen opnieuw definiëren. demonstratief terugtrekken (ongeïnteresseerd of passief gedrag). formuleren van de regels en procedures (deze kunnen gebruikt worden voor keuze van het gespreksonderwerp of evalueren van groepsbesluiten. sympathie zoeken (klagen en zielig doen om sympathie van andere groepsleden te verkrijgen).De indeling volgens van Remmerswaal (Remmerswaal. analyseren van blokkades).en groepsvormingsrollen (procesrollen): vooral gericht op het verbeteren van het sociaal-emotionele klimaat in de groep. d. geven van informatie( bieden van feiten.als procesrollen: evalueren (groepsbesluiten toetsen aan procedures en regels. 2007): Van Engelen maakt bij de rolverdeling een onderscheid in leidinggevende rollen en overige groepsleden. rivaliteit (altijd met anderen aan het wedijveren. zoeken van informatie (verhelderende vragen) .v. Bij de overige groepsleden zien we verschillende rollen en taken. coördineren (aantonen van verbanden. spanning verminderen (uitlaat vinden voor overheersende gevoelens bijv. zelfbelijdenissen (vertelt altijd over eigen ervaringen wat niets te maken heeft met groepsdoel).

Hij zorgt voor een grote mate van relativering in de groep. 5. Organisator Een organisator regelt alles. Dit maakt dat de macht van de organisator afhankelijk is van de loyaliteit van de volgers. Je kunt de organisator duidelijk herkennen bij samenwerkingsopdrachten. Als de organisator fouten maakt of wegvalt. 7. 2. Overige groepsleden 4. De organisator zorgt ervoor dat de hiërarchie binnen de groep in stand wordt gehouden. Binnen de positieve groep kan er onderlinge concurrentie zijn. Toch kan deze rol niet ontbreken in een groep. via de gezagsdrager wil. Ze bevinden zich in de hiërarchie net onder de organisator. De positieve groep kent de volgende zeven rollen: Leidinggevenden 1. niet de haantje de voorste of degene met de grote mond. kan de joker met een relativerende opmerking de groep 17 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Verkenner Verkenners nemen vaak initiatieven op het moment dat het duidelijk is wat de bedoeling is. nemen de verkenners deze positie over. hierdoor zijn de verkenners directe concurrenten van de organisatoren. Hij geeft de directe leiding aan de andere groepsleden. Hij appelleert aan gevoelens van zorgzaamheid en mededogen. maar deze is niet bedreigend. Bij conflicten grijpt de sociaal werker op een positieve wijze in. Hij verdeelt taken en bewaakt of ze gedaan worden. De gezagsdrager kan niet gewoon zijn gang gaan. Dit kan door een mentale of fysieke zwakte of handicap. zorgt de joker er juist voor dat zaken niet te serieus worden en uit de hand lopen. . Joker De rol van de joker is heel belangrijk. mits hij een bijdrage levert aan wat de groep. Als een ander groepslid met een voorstel komt dat indruist tegen het groepsdoel. Ze zetten hun gezag in om de sfeer in de groep te bewaken en positief te houden. al is het niet het hoogste gezag. Appellant De appellant is de laagste in de hiërarchie van de groep. 3. Volger Volgers voeren de initiatieven van de andere groepsleden trouw uit. Sociaal werker Diegene die deze rol vervult heeft vooral interesse in mensen en relaties.Engelen stelt dat de rolverdeling anders is ingedeeld bij een positieve groep dan bij een negatieve groep. Door zijn rol kan hij gevoelens van mededogen van de andere groepsleden oproepen. Wat de gezagsdrager zegt of aangeeft wordt echter wel direct opgepakt door de rest van de groep. dan grijpt de gezagsdrager in. Gezagsdrager Dit is vaak niet de opvallendste persoon in een klas. De verschillen tussen de groepsleden worden geaccepteerd. Hoewel het lijkt alsof de joker niet serieus wordt genomen. Een organisator behandelt hierdoor zijn volgers altijd goed. 6. Een gezagsdrager vormt de mening van de groep en bewaakt het groepsdoel. de sociaal werker komt met compromissen aan wanneer de groep er niet uitkomt. van verantwoordelijkheid voor de groep. De sociaal werker heeft gezag in de groep. Als er spanningen zijn in de groep. Hij bewaakt de sfeer in de groep en het welzijn van de groepsleden. hij moet zich houden aan de gevestigde opvattingen binnen de groep.

De rolverdeling in een groep ontstaat in de formingsfase van het groepsproces. pesten. Hij stelt negatieve doelen en probeert daardoor de groep bijeen te houden en zo een soort saamhorigheid te creëren. beantwoord ik in mijn volgende vraag. vooral als er conflicten uitbreken. Rollen in een negatieve groep: Leidinggevenden 1. maar ondergaat de invloed van de eigenschappen van de groepsleden. & Lap. Het slachtoffer van de gezamenlijke vijand. p. Meeloper De meelopers wanen zich veilig zolang ze maar een intrigant en/of dictator ondersteunen. In een negatieve groep is de hiërarchie erg sterk. 4. De hiërarchie wisselt van week tot week en kan zich daardoor niet vastzetten. De dictator moet constant op zijn hoede zijn.” (Oudenhoven van. Deze rollen ontstaan mede door de interactie van de groepsleden onderling. Deze aanvallen komen van de intriganten. krijgt vaak voor het hele jaar deze rol toebedeeld. De leerling die aan het begin van het jaar een grap maakt. maar hun saamhorigheid komt niet echt van de grond. omdat er telkens verwarring heerst over de positie van de groepsleden. De middelen die gebruikt worden zijn negatief (roddelen. dit omdat er nog verschillende doelen aan de orde zijn. Hij creëert een gezamenlijke vijand door leerlingen uit de groep als slachtoffer van zijn negatieve doelen te maken. zullen zij niet het slachtoffer worden. De nadruk ligt op de macht en minder op het vervullen van de verschillende rollen. Gielis (Gielis. Daarom moet ook hier de gezagsdrager met kracht zijn gezag doen gelden. Zondebok De zondebok is diegene die constant wordt gepest. Hij doorbreekt de regels en de hiërarchie. Konig. 2008) vult deze onderverdeling nog aan met de neutrale groep. Ze zijn blij als hun leerkracht hen helpt.laten lachen. Zolang dat gebeurt.5 Interactie Hoe vindt de interactie in groepen plaats? “Communicatie vindt niet in het luchtledige plaats. . De neutrale groep wil graag goed doen. Je kunt een neutrale groep het beste omschrijven als een groep die zijn nog weg zoekt in de hiërarchie en het stellen van doelen. §2. Bij een neutrale groep is de rol van gezagsdrager nog wisselend. er zijn continue aanvallen op zijn positie. 3. 1998. Overige groepsleden 2. de aard van de taak of de kenmerken van de groep. 28) 18 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Dictator De dictator geniet geen natuurlijk gezag. Zijn positie staat bloot aan concurrentie. omkoping). Intrigant Zij proberen onder de overige groepsleden (meelopers) voldoende aanhang te verwerven om een leidinggevende positie te verwerven. Deze groep komt het meest voor in het onderwijs. Hierdoor laat de sociaal werker het er regelmatig “bij zitten”. intrigeren. Hoe deze interactie verloopt.

Iedere leerkracht heeft er mee te maken. in heterogene groepen functioneren en het curriculum volgen.samen en tegen voor samenwerkend tegenover tegenwerkend gedrag. .gedrag roept onder-gedrag op) en symmetrisch (bijv. en de invloed van de groepsdynamiek wordt in de toekomst alleen maar meer van belang. dezelfde scholen bezoeken. Het communicatiemodel van Leary heeft ook zijn invloed op het ontstaan van rollen. Deze manier van interactie kan ingezet worden bij de verschillende rollen in de groep. §2. Deze ontwikkeling is een eerste stap naar “Inclusief onderwijs”.samen sector en veel minder gedragingen uit de onder-tegen sector.boven en onder voor leiden tegenover ondergeschikt gedrag. Leary gaat uit van de veronderstelling dat de reactie van iemand bepaald wordt door de daaraan voorafgaande opstelling.6 Maatschappelijke relevantie Het belang van kennis van groepsdynamica is duidelijk naar voren gekomen in bovenstaande vragen. dat alle leerlingen. Zo zal een gezagsdrager meer gedragingen laten zien uit de boven. Leary heeft nog een verdere indeling gemaakt. Dit betekent dat een rol met verschillende soorten gedragingen ingevuld kan worden.” (Franke. . ongeacht hun achtergrond. De reacties van mensen zijn daarbij in te delen volgens twee tegenovergestelde lijnen (Itasc): . dat afgestemd is op hun eigen mogelijkheden. Leary gaat ervan uit dat mensen complementair (bijv. opmerking of handeling van de gesprekspartner. De leerlingen moeten inschatten welke interactie past bij hun rol in een specifieke situatie. De organisatie inclusief scholen geeft de volgende definitie voor inclusief onderwijs: “Inclusief onderwijs betekent.Een van de meest bekende en goed toepasbare communicatiemodellen om interacties tussen groepsleden te beschrijven is de “Roos van Leary”. Vanaf 2011 wordt er in Nederland “passend onderwijs” ingevoerd. Als een andere leerling dan voornamelijk gedrag laat zien uit de onder-samen sector geeft hij hiermee duidelijk aan dat hij een volger is. samen-gedrag roept samen-gedrag op) op elkaar kunnen reageren. 2008) 19 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Zie onderstaand figuur: Roos van Leary Deze roos laat zien welk gedragingen elkaar oproepen en hoe gedrag te beïnvloeden is. boven.

2005) §2. . wordt op een duidelijke. verantwoordelijkheid voor elkaar. Als leerlingen geleerd hebben om elkaar in al hun verschillen te accepteren. 20 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.Dit betekent dat de diversiteit in de klassen alleen maar toeneemt. Deze situatie heeft geresulteerd in de volgende onderzoeksvraag: Welke invloed heeft het rollenpatroon op de interacties van de leerlingen onderling in mijn klas en hoe kan ik die beïnvloeden? §2. Tolerantie. De groep is al geruime tijd bij elkaar en heeft de eerste drie fasen al doorlopen. respect voor verschillen en de waarde daarvan. bereidt voor op een samenleving waarin niemand wordt buitengesloten. De interactie die hiermee gepaard gaat is duidelijk aanwezig en wordt niet altijd als positief ervaren. zo is inmiddels ruimschoots aangetoond.8 Tot slot In dit hoofdstuk heb ik duidelijk gemaakt wat groepsdynamica inhoudt en wat het kan betekenen voor het onderwijs. Dit heeft de interesse naar mijn eigen klassensituatie alleen maar vergroot. Heel veel invloed op het groepsproces kan ik niet meer hebben. Het begeleiden van het groepsproces neemt dan een steeds grotere rol in. Leerlingen met een handicap profiteren daarnaast in cognitief en sociaal opzicht van hun omgeving met niet-gehandicapte leerlingen. is er ruimte voor iedereen binnen eenzelfde onderwijs. In hoofdstuk drie zal ik nader ingaan op mijn onderzoeksvraag en de onderzoeksmethoden. Een school die leert dat in principe niemand wordt buitengesloten.” (Visie. De rollen en doelen zijn bepaald. hanteerbare manier in de dagelijkse praktijk gebracht.7 Onderzoeksvraag De informatie uit dit hoofdstuk heeft mijn inzicht in de theorie over groepsdynamiek vergroot. Stichting Inclusief onderwijs zegt hier het volgende over: “De beste manier om dit in de praktijk te brengen is door de klas open te stellen voor leerlingen met een handicap. Het leren van deze waarden is het belangrijkste voordeel voor leerlingen zonder handicap.

De deelvragen zijn als volgt: 1. Dit vierde kenmerk is erg belangrijk voor de interpretatie van mijn onderzoek. vast in gestandaardiseerde instrumenten. De resultaten zullen gebaseerd zijn op mijn eigen interpretatie en aan de resultaten en situaties zal ik mijn eigen betekenis verlenen. gebeurtenissen en personen te beschrijven en te interpreteren. In dit onderzoek betekent dit dat ik uitga van de dagelijkse activiteiten die ik met de leerlingen uitvoer. Gezamenlijk vormt de informatie een algeheel beeld. zijn geen op zich zelfstaande onderdelen. § 3. Hoe verloopt de interactie tussen de leerlingen onderling? 4. Het onderzoek is subjectief en betekenisverlening. De verschillende gegevens die in mijn onderzoek naar voren komen. Welke rollen zijn er in mijn klas? En hoe worden die ingevuld door de leerlingen? 3. 2000) Het onderzoek vindt plaats in alledaagse situaties.Hoofdstuk 3 Het onderzoek In het vorige hoofdstuk is de theorie over groepsdynamica beschreven. & Teunissen. Baarda. zodat ik gerichter onderzoek kan plegen.a. 21 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. 2000. positieve of negatieve groep? 2. Ik ben er terdege van bewust dat de onderzoeksresultaten subjectief zullen zijn. & Teunissen. p. . Als zij een andere interpretatie van de resultaten hebben. er wordt weinig gewerkt met gestandaardiseerde instrumenten. Goede de.2 Kwalitatief onderzoek Om antwoord te krijgen op mijn onderzoeksvraag zal ik gebruik maken van kwalitatief onderzoek. 25) De reden dat ik kies voor kwalitatief onderzoek heeft te maken met de kenmerken van deze vorm: (Baarda. Om het onderzoek meer betrouwbaarheid te geven. de Goede & Teunissen geven de volgende definitie over kwalitatief onderzoek: “Onderzoek waarbij je overwegend gebruik maakt van gegevens van kwalitatieve aard en dat als doel heeft onderzoeksproblemen in of van situaties. Kwalitatief onderzoek legt verbanden tussen alle facetten die meespelen bij een probleem. Goede de. deze leg ik o.1 Onderzoeksvraag en deelvragen Mijn onderzoeksvraag luidt: Welke invloed heeft het rollenpatroon op de interacties van de leerlingen onderling in mijn klas en hoe kan ik die beïnvloeden? Om deze vraag te beantwoorden heb ik deze vraag in deelvragen verdeeld. neem ik deze mee in mijn datapresentatie en analyse. maar zijn gebaseerd op mijn eigen interpretatie. de onderzoeker is zelf het onderzoeksinstrument. Voor het onderzoek maak ik voornamelijk gebruik van mijn eigen waarneming. Welke interventies kan ik uitvoeren om invloed op het groepsproces te kunnen uitoefenen? § 3. Is mijn klas een neutrale. In dit hoofdstuk zal ik beschrijven welke onderzoeksmethoden ik ga gebruiken om mijn onderzoeksvraag te beantwoorden. De onderzoeksgegevens worden verkregen door directe waarneming.” (Baarda. controleren zowel mijn duopartner als mijn LIO-stagiaire mijn onderzoeksgegevens.

Er is een integratie van dataverzameling en analyse Tijdens mijn onderzoek is er een samenspel tussen het verzamelen van gegevens en het interpreteren van deze resultaten. Deze deelnemer geeft informatie over zichzelf m. Zij zijn op de hoogte van de theorie achter het onderzoek en kennen de klas goed. Mijn LIO-stagiaire en duopartner zullen ten tijde van het onderzoek de rol van sleutelinformant kunnen innemen. Het verschaft meer inzicht in de onderlinge relaties in een groep en de plaats van een kind in de klas. de Goede & Teunissen spreken over drie rollen. Alkema en Tjerkstra geven een duidelijke werkwijze aan: (Alkema & Tjerkstra.3 Onderzoeksmiddelen Eerder in dit hoofdstuk heb ik vermeld dat het doen van een nulmeting noodzakelijk is. De leerlingen geven voornamelijk informatie over zichzelf.L Moreno. De laatste rol is voor dit onderzoek voornamelijk van belang. (Baarda. In het onderzoek dat ik uitvoer baseer ik mij op de theorie zoals beschreven in hoofdstuk 2. Gerichte begeleiding om in de groep positief sociaal gedrag te stimuleren d. onderzoeksmethoden vraag ik naar hun mening. de situatie. zodat ik tijdig kan signaleren of de aanpak de juiste is. De theorieën die ik ontwikkel vanuit dit onderzoek zullen gebaseerd zijn op de onderzoekssituatie zoals hij nu is en zal subjectief kunnen zijn. de uitkomst blijft subjectief en geeft alleen een beeld van deze klas. ook gebruik ik deze theorie op mijn onderzoeksresultaten te verklaren.v. Hij kan als vertegenwoordiger van de groep worden gezien. De theorie speelt een grote rol. ook vraag ik een enkele keer hun mening over andere leerlingen. Goede de. Allereerst zal ik een nul-meting houden. Het verzamelen van de gegevens en de analyse wisselen elkaar het hele onderzoek af. Baarda. Afsluiten met nog een sociogram om te kijken of interventies zin hebben gehad. Deze resultaten geven mij informatie over de invloed van de interventies. Dit wordt ook wel een cyclisch-iteratief proces genoemd. Hij heeft een goed inzicht in de te onderzoeken situatie en geeft hierdoor veel informatie aan de onderzoeker.Ook controleer ik mijn gegevens bij de leerlingen uit de klas d. 1995) a.m. Een observatieplan opstellen. De deelnemers aan kwalitatief onderzoek kunnen verschillende rollen hebben. § 3. 2000) Allereerst de informant. Kloppen de gegevens met wat we zien? Bijvoorbeeld: is de leerling ook echt geïsoleerd? c.t. & Teunissen.b. Aan het eind van het onderzoek houd ik dezelfde meting. waardoor de beginsituatie van de groepsdynamiek vastgesteld wordt. Na analyse van deze gegevens volgen er interventies en geef ik groepsbegeleiding. Hierdoor kunnen zij mij veel informatie geven over de klas als ik niet aanwezig ben. Deze rol zullen de leerlingen uit de klas innemen. Kwalitatief onderzoek wordt op een theorie gebaseerd en/of verklaard vanuit theorie of is gericht op het ontwikkelen van theorie. Bij voorkeur 2 sociogrammen maken aan het begin b. Voor de metingen maak ik gebruik van de volgende instrumenten: Het Sociogram Het sociogram is gebaseerd op de sociometrische methode van J. Tijdens deze aanpak is het belangrijk om constant naar de uitwerking van deze interventies te kijken. . In deze situatie zullen de leerlingen zich als informant opstellen. 22 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. de respondent. Deze aanpak sluit subjectiviteit niet uit. deze deelnemer geeft informatie over personen of zaken buiten zichzelf. De tweede rol is de sleutelinformant.

(Onderwater. (“blinde vlekken”) Ook is het mogelijk om met deze lijst bepaalde vermoedens die men heeft met betrekking tot gesignaleerde problemen te onderzoeken.de onderlinge leerlingrelaties . In deze analyse wordt uitgegaan van een wisselwerking waarbij de kans bestaat dat interactionele cirkels zichzelf in stand houden. (Verstegen & Lodewijks. Hierdoor kan ik de situatie terugkijken en vergroot dit de betrouwbaarheid van mijn observaties. Met behulp van subvragenlijsten wordt een totaaloverzicht in kaart gebracht van de sterkte en zwakte van de verschillende interactionele posities. met wie speel je niet graag?. 89) BOTS-vragenlijst De BOTS (Boven-Onder-Tegen-Samen) vragenlijst is gerelateerd aan de Roos van Leary. De vragenlijst geeft informatie over de volgende onderwerpen: (Jeninga. De geplande observaties neem ik op video.relatie leerlingen. waarop per kaart een positieve groepsrol (Engelen van. 23 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. p. Een andere keer biedt zich een situatie aan.” (Jeninga. om thuis mijn bevindingen te controleren. Soms zijn deze van te voren gepland en gericht op een bepaald onderwerp. De observaties zal ik beschrijven en bijvoegen in de bijlage. . 2007) staat afgebeeld. Rolkaarten Met de voorgaande methodieken kan ik bekijken hoe de rollen zijn verdeeld over de groep. ook dan zal ik observeren. met wie werk je graag? en met wie werk je niet graag? De makers beweren het volgende over het sociogram: “Het resultaat is een overzichtelijk beeld van de relaties en interacties in de klas. 2006) . Tijdens het leggen van de kaartjes leggen ze de reden van hun keuzes aan mij uit.leraar . BOTS analyseert de beheersing van de sociale vaardigheden. Met wie speel je graag?. Op basis van de weergegeven patronen kan de leraar of groepsleider de groepsdynamiek beïnvloeden en over langere tijd zien of de invloed heeft gewerkt. 2006. 2006) Observaties De observaties vinden plaats in de alledaagse situaties. waarbij duidelijk het onderwerp van mijn onderzoek naar voren komt. In een individueel interview met de leerlingen geven de leerlingen aan welke rol ze bij welke klasgenoot vinden passen.de organisatie in de klas . 2006) In dit programma worden de leerlingen vier vragen gesteld. Voor het invullen van het sociogram maak ik gebruik van de applicatie op het internet. In paragraaf 3. 2006) De klassenklimaatschaal De klassenklimaatschaal is een individuele vragenlijst om meer inzicht te krijgen in het klassenklimaat en de rol van de leerkracht. In de bijlage (1) zijn de rolkaarten opgenomen.affiliatie ( het zich tot elkaar aangetrokken voelen) Jeninga zegt het volgende over de klimaatschaal: “Deze vragenlijst biedt de mogelijkheid de leerlingen zelf aan het woord te laten en als leraar feedback te ontvangen op het eigen handelen.Ik sluit mij aan bij deze werkwijze. Ik heb een kaartensysteem ontwikkeld.2 heb ik aangegeven dat ik ook de mening van de leerlingen vraag.” (Onderwater.

4 Tot Slot De onderzoeksmethodologie verschaft mij informatie over de groepsdynamiek van de klas. . Naar aanleiding van informatie uit de nulmeting kan ik bepalen welke manier van interventies ik moet toepassen. Ik zal dan ook verder ingaan op de interventies die ik zal plegen. 24 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. In het volgende hoofdstuk presenteer ik de data en analyseer ik de gegevens.§ 3.

Met wie speel je graag? 2. De eerste twee hoofdletters staan voor initialen van de leerlingen en derde letter staat voor het geslacht van de leerling. Deze meting gebruik ik om achteraf vast te kunnen stellen of de groepsdynamiek is veranderd.1 Privacy Om de privacy van de leerlingen uit mijn klas te kunnen waarborgen. Sociogram spelen MLm 2 1 MBm 2 5 AAm CVm LRm EBm JGm DWj RWj JCm Totaal pos. maak ik eerst een nulmeting. Zij gaven antwoord op de vragen: 1. j voor een jongen en m voor een meisje. Met wie werk je niet graag? Uit deze vragen heb ik twee sociogrammen gemaakt met een tweedeling in werken en spelen. Met wie speel je niet graag? 3. 5 4 2 4 4 0 3 4 4 1 3 5 2 3 3 1 3 4 5 0 3 3 5 3 0 2 0 1 13 0 0 0 3 4 3 16 2 2 11 2 0 1 3 0 0 3 25 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. De instrumenten die voor deze meting gebruikt worden.Hoofdstuk 4 Datapresentatie en analyse In het vorige hoofdstuk is beschreven welke methodologie ik ga gebruiken om mijn onderzoeksvraag te beantwoorden. Met wie werk je graag? 4. 2006) De leerlingen hebben de vragen op de computer ingevuld. De code bestaat uit drie letters. heb ik de namen van de kinderen veranderd in codes. §4. Hierdoor kan ik mijn bevindingen staven met objectieve onderzoeksmiddelen.1 Het sociogram Ik ben de nulmeting begonnen met het afnemen van een sociogram. §4. zowel positief als negatief. twee hoofdletters en een kleine letter. Een voorbeeld: PBj kan staan voor Pieter Bakker en is een jongen. Om dit vast te kunnen stellen. In de bijlage (2) is de uitgebreide tabel opgenomen. Totaal neg. In dit hoofdstuk zal ik het onderzoeksproces beschrijven en de data presenteren. In onderstaande tabellen zijn alleen de gegevens opgenomen van hoe vaak de kinderen gekozen zijn.2. Om deze reden zal de datapresentatie en de analyse als een rode draad door elkaar lopen. §4. neem ik aan het eind van mijn onderzoek weer af. In mijn onderzoek wisselen onderzoek en analyse zich snel af.2 Nulmeting Het doel van mijn onderzoek is om te achterhalen of ik de groepsdynamiek in mijn klas kan beïnvloeden. (Onderwater. NJm MHj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ AAj MJj OLj EDj RBj YTj JBj .

maar liefst vijf positieve keuzes. hebben goede ideeën en vinden het niet erg als anderen deze uitvoeren. In het sociogram spelen zijn geen duidelijke populaire kinderen. Ze kunnen goed luisteren naar andere kinderen. Met een score van vijf horen CBj. doordat zij in beide tabellen vaak negatief gekozen worden. Zij is een wat teruggetrokken meisje. LMj wordt ook vaak negatief gekozen. Deze score is vijf. 2006)vragenlijst in. RBj en YTj zijn vaak “storend” aanwezig. Ze wordt daarentegen ook niet vaak negatief gekozen. De score vijf keer negatief gekozen in het sociogram spelen voor MBm is erg hoog in vergelijking met de rest van de meisjes. Hij wordt snel boos en kan dan agressief reageren. DWj wordt vaak negatief gekozen bij werken. Hij heeft vaak het idee dat anderen “het op hem gemunt hebben”. Voor de meisjes is de score naar verhouding hoger dan bij de jongens. EBm en NJm halen een hogere score. Dit is vrij regelmatig verdeeld. maar dit is om een andere reden. De uitkomst van het sociogram sluit aan bij mijn eigen waarnemingen. Een andere opvallende leerling is OLj. vul ik voor de meest opvallende kinderen de BOTS (Verstegen & Lodewijks. Aangezien er in de klas meer jongens dan meisjes zijn. Alleen AAj. Er wordt heel gelijkmatig gekozen. Als de meisjes groepjes maken. wat niet heel hoog is. Dit zijn EDj en MJj. maar in het sociogram werken heeft hij dertien negatieve keuzes. JCm lijkt te zijn vergeten door de leerlingen tijdens het kiezen. EDj en MJj krijgen veel positieve keuzes bij het werken. Bij spelen heeft er niemand positief voor haar gekozen. maar is jong in zijn gedragingen. LMj. daarentegen bij werken.Sociogram werken MLm 2 1 MBm 2 3 AAm CVm LRm EBm JGm DWj RWj JCm Totaal pos. Hij is een echte grappenmaker en vindt het lastig om serieus te werken zonder afgeleid te worden. JCm valt op doordat zij in beide tabellen bijna niet gekozen wordt. De interactie naar deze jongens toe is vaak negatief geladen. Hij is rustig in de klas. 26 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Om de waarnemingen uit het sociogram beter in kaart te brengen. wordt JCm vaak “vergeten”. scoort hij veel positiever. DWj valt niet op in het sociogram spelen. Hier is een groot verschil op te merken. terwijl dit vaak niet zo is. Bij het sociogram werken zijn wel duidelijk twee leerlingen vaker gekozen dan de andere leerlingen. is een score van vijf aanzienlijk hoger bij de meisjes dan bij de jongens. Een aantal leerlingen vallen zowel bij spelen als bij werken duidelijk op. Zij houden zich niet aan de afspraken en regels in de klas. en bij werken maar één keer. YTj en RBj vallen voornamelijk op. omdat de leerlingen voornamelijk voor hun eigen sekse kiezen. NJm MHj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ OLj AAj MJj EDj RBj YTj JBj . Hij wordt maar één keer positief en drie keer negatief gekozen bij spelen. Totaal neg. Ze wordt door de andere meiden nog wel eens buitengesloten en ze zoekt uit zichzelf ook niet veel contact. OLj en JGm ook bij de leerlingen die vaker positief gekozen zijn. dat zichzelf vaak “zielig” vindt. Er zijn inderdaad geen duidelijke populaire leerlingen aan te wijzen. 3 5 1 8 4 0 2 4 9 5 2 4 1 1 3 0 1 3 3 1 5 3 3 2 0 13 0 1 7 2 0 0 2 4 2 16 4 3 9 3 0 2 1 0 0 0 Na analyse van deze tabellen vallen een aantal punten op. Dit zijn rustige jongens die serieus met hun werk bezig zijn. RWj.

Veel kinderen zijn bang voor hem. vooral de meisjes en ze reageren vaak geïrriteerd op hem. Ook trekt hij zich niet vaak terug. Hij volg niet vaak. Hij volgt niet vaak en trekt zich ook niet zo snel terug. Ze vergeten hem niet. maar bepaalt zijn eigen weg. YTj YTj laat een duidelijke exces zien op het vlak tegen. De andere leerlingen reageren voornamelijk neutraal op deze tekorten. Hieronder zijn de grafieken opgenomen. Daarentegen laat hij een waarschijnlijk exces zien in het zorgen voor anderen. RBj RBj laat excessen zien in het boven-tegen vlak. Dit is juist een grote tegenstelling. maar irriteren zich wel aan hem.2 BOTS-vragenlijst Dit onderzoek richt zich voornamelijk op de interacties tussen de leerlingen. die duidelijk aanwezig is bij deze jongen. Hij bedoelt het vaak goed. RBj laat een duidelijk tekort zien in het onder vlak. Hij protesteert en strijdt vaak. maar ze kunnen hem wel eens negeren. In samenwerkingsopdrachten vinden ze het niet erg als RBj de leiding neemt. . Toch reageren de leerlingen op dit gedrag vrij neutraal. Dit zorgt ervoor dat andere leerlingen het RBj moeilijk maken om voor anderen te zorgen. Hij laat daarentegen een tekort zien op onder vlak. maar neemt juist initiatieven.§ 4. 27 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Ze zoeken niet het aangename contact op van RBj. Hij strijdt veel en wil ook graag winnen. De meeste leerlingen zijn niet bang voor hem.2. omdat hij vaak erg aanwezig is. Daarom heb ik alleen de BOTS vragenlijst kind-andere kinderen ingevuld. alleen de handeling past niet bij de intentie. Hij vindt het moeilijk om af te wachten en reageert vaak meteen. onder de grafiek maak ik een korte analyse van de meest opvallende excessen en tekorten.

Hij leidt niet vaak en geeft bijna nooit advies aan andere kinderen. als niet haar idee wordt uitgevoerd. alleen als de leerkracht erbij is. Soms weigert ze dan om verder samen te werken. Hij zorgt niet vaak voor andere leerlingen. Ze trekt zich vaak terug van de groep en plaatst zichzelf vaak buiten de groep. . Andere kinderen reageren geïrriteerd op hem. Andere leerlingen proberen haar er wel bij te betrekken. maar blijft hier vaak wel in hangen. Ze vindt het wel moeilijk om te volgen. Ze heeft wel haar eigen ideeën. ze accepteren het ook niet als LMj wel de leiding neemt. Hij vindt het lastig om met conflicten om te gaan. Hij strijdt vaak. JCm laat tekort actief zien dat ze voor andere zorgt. Ze voelt zich als dat gebeurt vaak alleen staan en protesteert dan in non-verbale communicatie. De andere leerlingen vinden dit gedrag soms irritant. maar in groepssituaties wordt JCm ook vaak vergeten. het is altijd de schuld van de ander en regelmatig wordt “het zwart voor zijn ogen” en slaat en schopt hij om zich heen. de andere keer vinden ze het zielig voor haar. Hij kan agressief reageren. Ze laat duidelijk met haar houding weten dat ze iets niet prettig vindt. 28 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. hij is wat rigide hierin.LMj LMj laat duidelijk excessen zien op het tegen vlak. Hij vindt het ook nog lastig om de groep te volgen. maar meestal laten ze hem juist met rust. waardoor LMj denkt dat iedereen tegen hem is. Ze heeft duidelijk haar voorkeuren in de groep en laat dit aan de andere leerlingen merken. De andere leerlingen gaan er niet vanuit dat LMj snel zal instemmen. omdat ze weten dat hij dan weer rustig wordt. maar vindt het nog moeilijk om hier leiding in te nemen. Dit zorgt ervoor dat andere leerlingen soms bang voor hem zijn. JCm JCm heeft voornamelijk excessen in het onder vlak. Ze neemt zelf geen initiatieven richting de groep en wacht tot andere leerlingen naar haar toekomen. protesteert veel als het niet gaat zoals hij wil en hij kan niet tegen zijn verlies. LMj laat tekorten zien op het samen vlak.

29 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. heeft dit geen vervelende gevolgen. dat EDj het nog lastig vindt om voor zichzelf op te komen. De andere leerlingen vinden het voornamelijk vervelend tijdens het samenwerken. Hij heeft veel ideeën en is aanwezig.DWj DWj heeft geen duidelijk excessen. Hij laat een tekort zien op het tegen-boven vlak. en ze luisteren naar hem als hij wat te zeggen heeft. maar op sommige momenten irriteren ze zich eraan. De andere leerlingen vinden dit aan de ene kant heel grappig. De waarschijnlijke excessen bevinden zich in het onder vlak. Hij laat alleen een waarschijnlijk exces zien op het boven samen vlak. EDj heeft een wat afwachtende houding. maar weet eigenlijk niet hoe hij dat in goede banen moet leiden. de andere kant van de medaille is. Hij is altijd aanwezig en bedenkt aan één stuk door grappen. Ze accepteren EDj zoals hij is. Hij kan heerlijk zitten wegdromen. EDj EDj laat ook geen duidelijk excessen zien. DWj kan zich niet terugtrekken. ook al neemt hij daar de tijd voor om over na te denken. . terwijl hij naar buiten staart. Aangezien de andere leerlingen zich heel neutraal naar hem opstellen. EDj is helemaal niet competitief ingesteld. Hij laat wel een duidelijk tekort zien in het onder-tegen vlak. en trekt zich ook wel terug in zijn eigen wereld.

. kom ik hier op terug. Andere leerlingen kunnen hier nog wel eens geïrriteerd op reageren en gaan dan de strijd aan met MBm. Hij heeft geen excessen en tekorten.MJj MJj laat een heel gelijkmatig beeld zien. MBm gaat nog wel eens de strijd aan en ze vindt het ook belangrijk om te winnen. 30 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. In de beschrijving van de interventies die ik naar aanleiding van de nulmeting ga uitvoeren. Dit resulteert nog wel eens in bazig gedrag. Andere leerlingen vermijden het contact als er samen gespeeld wordt en MBm zich bazig gedraagt. MBm laat verder geen tekorten zien. en zet de andere vaardigheden op de juiste momenten in. Alleen op het tegen-boven vlak zijn waarschijnlijke excessen te zien. MBm MBm laat ook een heel gelijkmatig beeld zien. Ze wil graag dat het gaat zoals ze zelf wil. Het analyseren van de BOTS vragenlijst geeft veel inzichten in de interactie tussen de leerlingen. Hierin wordt duidelijk gemaakt waar aan gewerkt kan worden. Ze reageren dan ook vaak heel gepast op de reacties van MJj. Dit verklaart waarschijnlijk waarom de leerlingen zo graag met hem samenwerken.

Vooral over de onderdelen onderlinge relaties en de relatie met de leerkracht zijn de leerlingen percentueel gezien het meest tevreden. Om te onderzoeken hoe de leerlingen over het pedagogisch leerklimaat denken. Dit betekent dat de leerlingen tevreden zijn over het groepsklimaat. Hoe lager de score. onderlinge relaties. 22) 4 6 3 5 6 2 2 8 4 2 6 3 5 5 5 2 7 2 2 2 5 5 6 2 4 Onderlinge leerlingrelaties (max. des te beter is het groepsklimaat. .3 De klimaatschaal De groepsdynamiek heeft niet alleen invloed op de interacties tussen de leerlingen onderling. Organisatie in de klas (max.2. 56) (max. maar definieert ook het groepsklimaat. De klimaatschaal maakt een onderverdeling in organisatie in de klas. De kinderen zijn percentueel gezien het minst tevreden over het onderdeel organisatie en daarna het onderdeel affiliatie. kwamen de volgende vragen onder een 80% score. 16) 1 1 1 0 5 0 0 1 1 0 0 1 3 2 0 0 2 0 1 0 2 1 0 0 0 Relatie leraarleerling (max. De leerlingen vullen een vragenlijst in van 28 vragen. In onderstaande tabel zijn de scores in deze onderdelen uitgesplitst. In de bijlage (3) zijn deze vragen opgenomen. relatie leraar-leerling.§4. en neem ik mee als aandachtspunt voor mijn onderzoek. 31 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. 2006) af. affiliatie (samenhang) en het algemene welbevinden. neem ik de klimaatschaal (Jeninga. Na analyse van de verschillende vragen. 14) 4 1 1 3 4 0 2 3 1 0 5 4 2 2 4 0 3 0 2 0 1 1 2 0 3 8 8 5 8 13 2 4 16 5 2 7 8 9 9 9 2 15 3 5 2 9 7 9 2 7 Naam JBj MBm MLm AAj RBj RWj CBj YTj LMj NJm AAm MJj JGm JCm TMj DWj EDj RMj OLj OHj MTj LRm EBm MHj CVm Algemeen gezien zijn de scores erg laag. 12) 0 0 1 0 1 0 0 5 0 0 2 0 1 0 0 0 2 1 0 0 1 1 1 0 2 Affiliatie Welbevinden (samenhang) (max.

27 en 28. 50) * Vraag 18. Alle leerlingen antwoorden positief op deze vraag door te antwoorden met “Soms” of “Ja” op deze vraag. In onze klas zijn de leerlingen meestal goed bezig. 21 en 25 (In de bijlage (3) is de vragenlijst opgenomen). de score op de klimaatschaal past bij deze bevindingen. 10. 19 en 22 (In de bijlage (3) is de vragenlijst opgenomen). 2007) 32 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. 4. Dit is een duidelijk kenmerk van een positieve groep. Als er in onze klas iets gedaan moet worden wil bijna niemand dat doen. Een score van 45 (max. 15 en 21 (In de bijlage (3) is de vragenlijst opgenomen). 15. relatie leraarleerling en het algemeen welbevinden. Dit zijn RBj. De vragen waarbij hij 1 punt behaalde zijn: 9. 50) * Vraag 11. * Vraag 26. In de tabel vallen drie leerlingen met hun hogere scores erg op. 10. RBj haalt duidelijk hoge scores op alle onderdelen. YTj haalt voornamelijk hogere scores op de onderdelen organisatie in de klas. YTj en EDj. behalve op het onderdeel relatie leraarleerling.* Vraag 28. 10. De vragen die waarop hij 2 punten behaalde zijn: 2. 12 en 28. 50) De volgende vragen scoorden een 100% score. EDj haalt alleen een hogere score op de onderdelen organisatie en het algemeen welbevinden. Er wordt in deze klas veel lawaai gemaakt tijdens de lessen. dat ze dat juist heel positief vonden. De leerlingen van onze klas gaan ook na schooltijd met elkaar om. 8. Ik gebruik voor de rolkaarten de rollen die horen bij een positieve groep. 50) * Vraag 15. Volgens mij maken de leerlingen in deze klas vaak leuke grapjes over de leerkracht. Een leerling schreef er het volgende bij: “Maar dat doen we alleen. Voor en na schooltijd praten de leerlingen van onze klas vaak met elkaar. YTj en RBj kwamen naar voren als minst populair. * Vraag 24. Om hier meer duidelijkheid in te krijgen vraag ik de leerlingen naar hun mening over de rolverdeling in de klas. Naar aanleiding van de afname van de klimaatschaal kan ik opmerken dat er in de klas een positief pedagogisch klimaat heerst. 17. De meeste leerlingen in onze klas vinden dat we een aardige leerkracht hebben. 50) * Vraag 22. Een score van 0 (max. * Vraag 20. Een score van 14. 12. EDj kwam juist positief naar voren bij het werken. Onze leerkracht heeft meestal een goede bui. 7. (Engelen van. 15. Volgens mij zitten veel leerlingen in onze klas zich te vervelen. (max. Ze wilden bij deze opgaven aangeven. 11. omdat we u aardig vinden!” Een score van 11 (max. De vragen waarbij hij 1 punt behaalde zijn: 3. Opmerkelijk is dat alle drie deze leerlingen ook opvallend uit het sociogram naar voren kwamen. . Hij geeft in deze vragenlijst aan dat hij zelf de organisatie omtrent het werken juist niet prettig vind. 50) * Vraag 14. De vragen waarbij hij 1 punt behaalde zijn: 1. (max. 3. 11en 28. Een score van 12 (max. De vragen die waarop hij 2 punten behaalde zijn: 5. Een score van 13. Een aantal leerlingen had bij deze opgave een opmerking geschreven. De vragen die waarop hij 2 punten behaalde zijn: 8. 18.

dit voornamelijk in de combinatie met CBj als organisator.2.4 Rolkaarten De leerlingen geven d. .§ 4.m. Dit plan kan mede van invloed zijn geweest op de uitslag. EDj bracht ideeën aan en was als stille leider aanwezig. Deze twee jongens zijn vrienden en kunnen goed samenwerken. de rolkaarten aan welke leerling ze bij de verschillende rollen plaatsen. CBj is veel meer aanwezig en voert duidelijk het woord. In onderstaande grafieken is per rol aangegeven hoeveel keer er voor een leerling gekozen is. voornamelijk op de combinatie van deze twee jongens. Ze bedenken samen plannen en voeren die ook uit. 33 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. In de bijlage (4) is een tabel opgenomen van de motivaties. Gezagsdrager 6 5 4 3 2 1 0 EDj MLm RBj CBj RMj MBm CVm JCm Organisator 8 7 6 5 4 3 2 1 0 CBj RWj RBj MBm RMj TMj EBm NJm OHj Als gezagsdrager wordt duidelijk EDj naar voren geschoven. In een één op één gesprek met de leerling geven de leerlingen hun keuze en de motivering hiervoor aan.v. Tijdens het onderzoek hebben ze het plan bedacht om samen met de klas een film te gaan maken.

CBj.Opvallend is dat RBj ook hier weer duidelijk naar voren komt. RMj en MBm worden ook bij allebei de leidersrollen genoemd. 34 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Opvallend is dat er voornamelijk veel meisjes als sociaal werker worden aangewezen. waar hij weer genoemd wordt. Zij wordt aangemerkt als een leerling die altijd aan iedereen denkt. maar hij wordt wel een aantal keer genoemd bij allebei de leidersrollen. Duidelijk is dat RBj duidelijk initiatief laat zien aan de klas. Verkenner 9 8 7 6 5 4 3 2 1 0 JBj OLj YTj AAj MHj MLm RBj MTj MBm MJj EDj RWj AAm RMj CVm LMj TMj OHj EBm NJm Er werden in de gesprekken veel verschillende leerlingen als verkenner aangewezen. maar wordt door andere leerlingen bij de verkennersrol geplaatst. Ze zorgt ervoor dat iedereen in de klas erbij betrokken wordt. De leerlingen zien in haar een zorgzame leidersrol. Vooral CBj wordt vaak genoemd. Hij komt niet heel erg positief uit het sociogram. Dat de leerlingen hem in het leiderschapsrol plaatsen is overduidelijk. Ook is zij een aantal keer genoemd bij de rol als gezagsdrager. . Hij kwam ook al naar voren bij de leidersrollen. Dit is ook te zien in de grafiek van sociaal werker. Het meest opvallend is RBj. Sociaal werker 9 8 7 6 5 4 3 2 1 0 JCm LRm CBj MLm CVm EDj NJm MTj JGm JBj MBm MLm wordt duidelijk aangewezen als de sociaal werker.

Met een duidelijke meerderheid kwam JCm naar voren. De meeste leerlingen gaven de rest van de klas op bij deze rolkaart. MJj kwam ook al naar voren in het sociogram. waar vaker voor gezorgd moet worden dan anderen. 35 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.5 1 0. Deze bevindingen sluiten aan bij de uitslag van het sociogram en de BOTS-lijst. waar hij als meest gekozen leerling bij werken opviel. Dit zijn vrienden van elkaar en zijn rustig aanwezig in de klas. Appellant 16 14 12 10 8 6 4 2 0 RWj JCm LMj TMj RBj LRm Tijdens het bespreken heb ik van te voren aangegeven dat de rol van appellant verschillend wordt ingevuld. . De leerlingen geven zelf aan dat JCm meer betrokken moet worden bij de klas dan andere leerlingen. Ik heb aan de leerlingen gevraagd. of er een leerling in de klas is. Vooral MJj en MTj kwamen hierbij naar voren.5 2 1.Volger 2.5 0 MJj MTj JGm RMj CVm EDj TMj LMj LRm CBj EBm In deze grafiek had ik bijna de hele klas kunnen plaatsen. Iedereen moet wel eens getroost of verzorgd worden. Dit maakt haar voor de leerlingen een duidelijke appellant. Toch gaven een aantal leerlingen duidelijk specifieke leerlingen aan bij deze rol.

AAj. Ook bij deze rol wordt CBj weer aangewezen. EDj. MBm. De leerlingen zeggen over hem dat hij altijd precies de goede grappen op het juiste moment maakt. LMj. Indeling volgens LIOstagiare CBj. JBj. LRm.Joker 20 18 16 14 12 10 8 6 4 2 0 CBj NJm DWj EBm RBj YTj Voor de rol van joker wordt met een grote meerderheid gekozen voor DWj. JCm. MJj. CVm. EBm. OLj. MLm CBj. NJm. AAj. en het moeilijk vindt om serieus te doen. AAm. RBj. RWj. LMj. JCm. Ik heb mijn LIO-stagiaire ook gevraagd om een indeling te maken. JGm. DWj. LRm. NJm. OLj. Ook heb ik zelf een indeling gemaakt. YTj. vinden DWj vaak te veel grapjes maakt op het verkeerde moment. . MJj. De indeling van de kinderen is hierboven duidelijk beschreven. JGm. OHj. waardoor het vervelend wordt. MLm. RMj. TMj. RWj. RBj. Kinderen geven aan dat hij altijd hele leuke grapjes maakt. Dit is waarschijnlijk ook de reden dat hij negatief gekozen wordt bij het werken in het sociogram. AAm. MHj. CVm. Hij wordt gezien als de clown van de klas. YTj. In onderstaande tabel zijn deze indelingen af te lezen. MBm. LRm. DWj. MTj. Rollen Gezagsdrager Sociaal werker Organisator Verkenner Volger Appellant Joker Indeling volgens mijzelf MHj CVm. OHj. RMj. TMj. EBm. 36 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. EDj. LMj. MTj. De leerlingen die voor CBj kiezen. JBj.

Er wordt goed samengewerkt. Allereerst wordt door de hele klas het blokje opleggen en de toren bouwen heel serieus genomen.5 Observatie Voor een groot deel sluiten de bevindingen aan bij mijn waarnemingen. De leerlingen moesten gezamenlijk een toren van Kapla bouwen. voornamelijk over de vordering van de bouw en het maken van een plan. § 4. Dit wordt geaccepteerd door de rest van de groep. Hij wordt in deze rol niet geaccepteerd door de groep. maar worden er niet op aangesproken. RMj. zodat ik gericht kon observeren. zijn ze voornamelijk andere activiteiten aan het doen. kletsen met elkaar en verzinnen grapjes. & Lap. Na het lezen van het observatieverslag vallen er een aantal leerlingen en situaties op. RBj en OHj. Dit komt doordat iedere leerkracht zijn eigen invloed heeft op de groepsdynamiek van de klas. AAj neemt initiatieven. Hij lijkt in deze situatie de rol van gezagshouder toebedeeld hebben gekregen. Als de leerlingen in de kring moeten wachten op hun beurt. Deze verschillen zijn af te leiden. & Lap. AAj. . MBm neemt het initiatief om de rij netjes te houden. Hij neemt de rol van verkenner op zich. Zij volgen elkaar in hun acties. Om een nog duidelijker beeld te krijgen heb ik de klas een opdracht gegeven. RBj neemt veel initiatief. In een neutrale groep zijn de rol van de 37 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Een aantal leerlingen valt ook individueel op. De toren moest precies 98 cm. In de bijlage (5) is een uitgebreid observatieverslag opgenomen. Dit zijn MHj. Meer regels en afspraken werden niet afgesproken. maar heeft geen leidersrol. RWj. doordat sommige leerlingen zich anders gedragen bij mijn LIO-stagiaire als bij mij. wordt er wel geluisterd. RBj neemt in het begin een soort neutrale leidersrol in. Ik merk dat de leerlingen het moeilijk vinden om een duidelijk rolverdeling in de groep aan te brengen. Het zijn allemaal jongens. hoog zijn en iedere leerling moest in ieder geval één steentje hebben neergelegd. extra staafjes neerleggen. terwijl ze staan te wachten . Konig. maar ze mogen elkaar ook op gedrag aanspreken. Ze maken een dansje. Niemand gaat op zijn voorstellen in. MHj neemt in het begin veel initiatief en is degene die begint met het bouwen van de toren.6 Algemene analyse In de vorige paragrafen zijn de onderdelen van de nulmeting apart besproken. maar de meeste leerlingen zijn alleen heel aandachtig met de toren bezig. § 4. maar de rolverdeling in vooral de leiderschapsrollen zijn niet altijd aanwezig. TMj. RMj probeert de leidersrol op zich nemen. Er worden een aantal leerlingen naar voren geschoven voor bepaalde rollen. Konig. MHj en TMj doorbreken de ongeschreven groepsregels door tussendoor staafjes neer te leggen. Van deze activiteiten zegt niemand iets. Dit kan wijzen op een neutrale groep. (Gielis. zodra ze een staafje mogen neerleggen. OHj neemt veel initiatieven. maar naar hem wordt niet geluisterd. tikken ritmes met de staafjes. als MLm zich ermee gaat bemoeien. Een aantal leerlingen zijn wel veel meer bezig met de toren. 2008). verzinnen een liedje. Zij houden de toren goed in de gaten en geven tussendoor ook aanwijzingen. door de meetlat over te nemen en vanuit deze positie aanwijzingen te geven. 2008) Het is dus logisch dat de rollen bij ons anders worden ingevuld. er wordt niet naar haar geluisterd.2.In onze indelingen zijn zowel overlappingen als verschillen te zien. Ook ik merk dit tijdens de lessen. RWj en TMj zijn een duidelijke combinatie. Uit deze verschillende analysen kan ik opmerken dat deze klas duidelijk een klas is op weg naar een positieve groep.2. er wordt niet naar hem geluisterd. (Gielis.

waardoor ik tijd heb gekregen voor mijn onderzoek in groep 7.1 De aandachtspunten De interventies die ik ga uitvoeren.3 De interventies Uit de nulmeting is gebleken dat de klas een neutrale groep is. Deze aandachtspunten zal ik meenemen in het bepalen van de interventies. dat ik op maandag en dinsdag kinderen individueel kan begeleiden en eventuele groepsopdrachten ga uitvoeren. Deze factor zal ik meenemen in mijn eindmeting en eindconclusie.3.De rumoerigheid van de klas. 2008) Deze handreikingen voor de omgang met een neutrale groep neem ik mee voor de interventies die ik ga uitvoeren. De leerkracht moet meer aandacht geven aan de verborgen gezagsdrager en sociaal werker. De donderdag en vrijdag kan ik intensief gebruiken om de resultaten van de interventies te observeren. § 4. Door interventies op deze vlakken uit te voeren. Een leerkracht in groep 8 ging met zwangerschapsverlof en er was geen geschikte vervanging voor haar te krijgen. waardoor zij een positieve uitwerking hebben op de groep. zij moet geen functie in de groep ambiëren en normen en waarden opleggen. gezamenlijke normen ontdekken.gezagsdrager en de sociaal werker niet sterk ontwikkeld. Konig. probeer ik de groepsdynamiek positief te beïnvloeden. Doordat deze rollen niet goed uit de verf komen. Op deze maandagen voer ik mijn groepsopdrachten uit. Belangrijk is dat de leerkracht zoveel mogelijk extern handelt.3. § 4. 38 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Om mijn onderzoek niet geheel in het gedrang te laten komen. gezien de BOTS-vragenlijst. . Allereerst is het idee. Het begeleiden van de individuele leerlingen is hierdoor voor een groot deel komen te vervallen. heeft dit zijn weerslag op het onderzoek. Doordat de situatie in de plan van aanpak aangepast is. Tijdens de groepsopdrachten kan mijn LIO-stagiaire mede observeren. heb ik tussen de voorjaarsvakantie en de meivakantie op de maandagen ruim een uur vervanging in groep 8 gekregen. Om dit te stimuleren kan de leerkracht situaties scheppen waarin de leerlingen nieuwe. Op de woensdag ben ik vrij en kan ik mijn observaties en bevindingen documenteren. wel met inachtneming van een externe rol. Dit leidt er alleen maar toe dat deze rollen steeds minder aan de orde komen. neemt de leerkracht vaak deze rollen over. Ook moeten conflicten en botsingen worden opgelost. Hierdoor ben ik gevraagd om op maandag en dinsdag voor groep 8 te staan en tevens mijn LIO-stagiaire in groep 7 te begeleiden op deze dagen. & Lap.Roldoorbrekend gedrag voor individuele leerlingen. gezien de neutrale groep. aangezien ik dan zelf hele dagen voor de klas sta.2 Plan van aanpak Het aanpakken van de aandachtspunten resulteert in een plan van aanpak. Belangrijk in de omgang met een neutrale groep is om de groep meer zichzelf te laten zijn. Hieruit is gebleken dat de interventies voornamelijk gericht moeten zijn op: . .De ontwikkeling van nieuwe waarden en normen en positieve leiderschapsrollen. vinden hun oorsprong in de aandachtspunten uit de nulmeting. . waardoor ik een paar extra ogen en handen heb om de kinderen te kunnen begeleiden. § 4. waardoor ik makkelijk uit de klas kan. Dit is mogelijk doordat mijn LIO-stagiaire deze dagen voor de groep staat. gezien de klimaatschaal. (Gielis. Helaas is dit plan van aanpak niet doorgegaan. met daarbij steeds terugkomend op de nieuwe normen.

Hierdoor kan ik mijn interventies niet staven met bestaande literatuur hierover. Alle kinderen waren erg enthousiast om hun handtekening te zetten. wel maak ik gebruik van lessuggesties uit “Grip op de groep” (Engelen van. In onderstaand figuur is het web opgenomen. In de vorige activiteit hebben ze als norm gesteld dat “we goed naar elkaar moeten 39 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Ik heb daarom gekozen om de uitvoering te baseren op eigen bedachte lessen. . De leerlingen definiëren deze stelling. zodra de groep gevormd is. de rolverdeling. § 4. De leerlingen vonden het moeilijk om de normen positief te stellen. Hier hadden ze hulp bij nodig. ze mogen alleen positief geformuleerde normen noemen. Na het stellen van een norm. en hoe je die kan beïnvloeden.t. Op een groot vel staat in het midden het “Hoe gaan we met elkaar om?”. 2007) voor het vormen van een positieve groep. heb ik namelijk aan alle kinderen toestemming gevraagd om deze op te schrijven.b. Ik heb in de literatuur weinig gevonden over de aanpak van de groepsdynamiek m. De waarschuwingskaartjes Uit de klimaatschaal komt duidelijk naar voren dat de leerlingen het te lawaaierig vinden in de groep. Het zijn positieve normen en iedereen is het hier mee eens.4. Aan het eind van de activiteit moest iedereen op de achterkant zijn handtekening zetten als ze van plan zijn zich aan de normen te houden en het er mee eens zijn. Ik begin de uitvoering met een kringactiviteit.4 De uitvoering Er is veel geschreven over de vorming van groepen. Opvallend is dat de leerlingen hele goede normen hebben gesteld.§ 4. wat bij mij het geval is.1 Normen stellen Hoe gaan we met elkaar om? Het bepalen van de normen en waarden is één van de aandachtspunten.

2007. De leerlingen schrijven op een briefje een omschrijving van hun karakter. Wie ben ik? Een vervolgactiviteit op “de normen bepalen”. Deze briefjes worden in de kring voorgelezen en de leerlingen moeten raden welke leerling omschreven wordt.luisteren”. Ieder blokuur beginnen de groepjes weer met een nieuwe stapel kaarten. . 76). zodra dit buiten de normen valt zoals deze door de klas gesteld zijn. Ook geven de leerlingen aan dat dit niet alleen voor nieuwe leerlingen geldt. Deze is in de bijlage (6) opgenomen. 2007. moeten kijken hoe de andere groepjes de beloning uitvoeren. 2007. Voor het eerst op een nieuwe school De laatste activiteit om de normen te stellen is het rollenspel “voor het eerst op een nieuwe school” (Engelen van. Aan het eind van een blokuur wordt gekeken welke groepjes nog een groene kaart boven hebben liggen. 79). Elk groepje krijgt 1 rode kaart met daarop 3 groene kaarten. voer ik waarschuwingskaartjes in. MLm en NJm nemen hier vaak het voortouw in. 5 minuten beloning die de kinderen zelf hebben verzonnen. Een uitwerking van de les is te vinden in de bijlage (8). Voor de invoering van de kaartjes heb ik een groepshandelingsplan geschreven. p. p. De leerlingen spelen dit goed en in het nagesprek wordt duidelijk hoe dit moet gebeuren. 75). In de dagelijkse omgang spreken de leerlingen elkaar vaker aan op het gedrag. zonder dat daarbij gepraat mag worden. Ook kunnen ze het in oefeningen laten zien. Uit deze activiteiten is gebleken dat de leerlingen positieve normen kunnen opstellen. 40 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. In de bijlage (7) is een overzicht van de briefjes opgenomen en een lesbeschrijving.4. § 4. pakt de leerkracht een groene kaart van de stapel. Als een leerling uit een groepje ongewenst gedrag vertoont. In het kort komt het werken met de waarschuwingskaartjes hierop neer: De klas wordt opgedeeld in de vijf tafelgroepjes.2 Positieve leiderschapsrollen ontwikkelen Letters en cijfers maken De volgende activiteiten zijn voornamelijk gericht op het ontwikkelen van positieve leidersrollen. Vooral CBj. Ik heb ooit eens van een soortgelijk idee gehoord op een studiedag en een dergelijke variant schijnt bij “Taakspel” (Taakspel is ontwikkeld door de CED groep. De leerlingen spelen een aantal keer het rollenspel waarbij een leerling voor het eerst wordt ontvangen op school. is het spel “Wie ben ik” (Engelen van. Hierdoor leren de leerlingen elkaar beter kennen en kunnen de kinderen inschatten of hun eigen beeld klopt met het idee dat de andere leerlingen van hen hebben. De leerlingen stellen positieve normen op. maar ook voor de omgang tussen de leerlingen onderling. Een eerste activiteit is het gezamenlijk “letters en cijfers maken” (Engelen van. Deze groepjes mogen meedoen aan de max. p. De leerlingen moeten gezamenlijk een letter vormen. De groepjes die een rode kaart boven hebben liggen. gebaseerd op het Amerikaanse programma: “The Good Behavior Game”) voor te komen. Om tegemoet te komen aan deze norm.

37). 2007. 2006) in het groot nagemaakt op een stuk zeil. Hierin wordt het verhaal verteld van Chris en Klaas. waardoor die weer een gedraging vertoont.4. Ik gebruik deze karakters om rollenspellen mee uit te spelen. 87). Om de leerlingen dit duidelijk te maken. Ook tijdens de “gewone” lessen heeft het leiderschap een nare bijklank gekregen. Ze moeten van te voren een plan van aanpak bedenken en een leider in het groepje aanwijzen. Roos van Leary volgens de interactiewijzer Winnen Leiding en advies geven Zorgen Strijden Protesteren Volgen Zich terugtrekken Afwachten §4. ga ik gebruik maken van “De roos van Leary” zoals beschreven in “De interactiewijzer” (Verstegen & Lodewijks. 2006).Complimenten van een groep Tijdens deze activiteit moeten de leerlingen goed samenwerken om de opdracht te kunnen uitvoeren. Dit doe ik om de link naar de rollen in de klas te maken. Ik vertel de kinderen dat je ook de leiding kan nemen zonder de baas te moeten spelen. . In de bijlage (10) is een lesbeschrijving opgenomen. De bedoeling is dat ze in het groepje een complimentenblad gaan maken voor een ander groepje (Engelen van. p. Om dit duidelijk te maken heb ik de roos uit “De interactiewijzer” (Verstegen & Lodewijks. 41 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.3 De roos van Leary Introductie roos van Leary In deze activiteit leg ik aan de kinderen uit. Na het oefenen van activiteiten die centraal staan om positieve leiderschapsrollen. In de bijlage (9) is beschreven hoe het de groepjes verging. 2007. Ik leg uit dat er acht verschillende manieren gedragingen zijn.(zie foto) Tijdens de introductie worden er ook rollenspellen gespeeld. 36. De leerlingen geven aan de ze bang zijn dat ze te veel de baas spelen. pp. zodat de leerlingen ook echt in een segment kunnen gaan staan. Je mag niet meedoen Deze activiteit is gebaseerd op een lessuggestie uit “Grip op de groep” (Engelen van. dat gedrag altijd een reactie oproept bij de ander. merk ik op dat heel weinig leerlingen de leiding willen nemen bij activiteiten. Voor een uitgebreide beschrijving van deze activiteit verwijs ik naar de bijlage (11).

en de interactieroos. zowel positief al negatief.5. In de groepjes krijgen ze per leerling een segment toebedeeld. Om te kijken of de interventies geleid hebben tot een verandering in de groepsdynamiek neem ik de eindmeting af. § 4. De kleurencollage is de laatste activiteit van de uitvoeringsfase. Totaal neg. In de bijlage (14) is de beschrijving van de uitvoering opgenomen. § 4.1 Het sociogram Ik start de eindmeting met het afnemen van het sociogram (Onderwater. De leerlingen moeten in deze activiteit alle aangeboden handreikingen laten zien. Ze moeten de “theorie” in de praktijk in gaan zetten. In de bijlage (16) is de uitgebreide tabel opgenomen. Dit doe ik zodat ik de gegevens goed met elkaar kan vergelijken. De leerlingen weten van te voren niet welk segment de ander heeft. Hier komen ze tijdens het uitvoeren van de opdracht achter. Ze spelen situaties uit en bespreken de rollenspellen. De leerlingen worden in zes groepjes opgedeeld. De uitslagen van de nulmeting en de eindmeting zijn in de bijlage (15) overzichtelijk naast elkaar opgenomen. In deze groepjes moeten ze een kleurencollage maken In de samenwerking en interactie met elkaar moeten ze rekening houden met de positieve rollen in een groep. 2006). In de bijlage (13) is te lezen hoe het de groepjes is vergaan en zijn de kaartjes van de segmenten opgenomen. zoals ze zich tijdens de opdracht alleen maar mogen gedragen. In deze activiteit gaan ze oefenen met de verschillende segmenten.Situaties uitspelen In de vorige activiteit is de interactieroos helemaal uitgelegd aan de kinderen. In de onderstaande tabellen zijn alleen de gegevens opgenomen van hoe vaak de kinderen gekozen zijn. 1 4 4 5 6 1 5 5 3 1 2 4 1 5 3 0 1 2 3 1 2 6 5 8 1 2 1 1 13 1 0 0 5 6 1 12 1 8 7 0 1 1 0 0 0 1 42 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Groepstekening maken De leerlingen worden opgedeeld in drie groepen. Sociogram spelen MLm 3 1 MBm 2 4 AAm CVm LRm EBm JGm DWj RWj JCm Totaal pos. In deze groepjes moeten ze gezamenlijk één grote tekening maken. Kleurencollage Deze activiteit is de laatste opdracht voor dit onderzoek. zonder dat ze een gerichte opdracht mee krijgen. In de bijlage (12) is de beschrijving van de les opgenomen. NJm MHj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ MJj AAj OLj EDj RBj YTj JBj .5 Eindmeting Voor de eindmeting gebruik ik dezelfde instrumenten als bij de nulmeting.

Hieronder analyseer ik deze veranderingen. Er hebben meer leerlingen positief voor hen gekozen. 43 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. en gaat vaak “klieren” Dit is tijdens het onderzoek niet veranderd. Bij het sociogram werken kwamen bij de nulmeting EDj en MJj heel duidelijk positief naar voren. Dit is een duidelijke vooruitgang. Je ziet dat leerlingen hun keuzes positief en negatief veranderen t. kinderen zien haar kwaliteiten in. Zij hebben regelmatig initiatief getoond en dit werd positief ontvangen. in de eindmeting valt hij op doordat er juist acht keer negatief voor hem gekozen is. NJm MHj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ OLj AAj MJj EDj RBj YTj JBj . CBj en JGm hebben hiervan geprofiteerd en zijn vaker positief gekozen. Als laatst is er nog een heel duidelijk aanwijsbare reden voor verschuivingen. JBj. de leerlingen die nu in hun tafelgroepje zitten.Sociogram werken MLm 3 2 MBm 3 1 AAm CVm LRm EBm JGm DWj RWj JCm Totaal pos. Vooral MJj heeft in populariteit moeten inleveren. Totaal neg. Hierin zijn veranderingen aan te merken. LMj en RBj opvallend naar voren bij beide onderdelen. Voor YTj is minder vaak negatief gekozen bij spelen. YTj heeft heel veel moeite om zich te concentreren op zijn werk. Hij heeft veel te vertellen. De leerlingen zijn nog positiever over hem gaan denken. Toch zijn er ook een aantal opvallende verschuivingen opgetreden. 1 7 0 5 5 1 4 4 3 3 2 5 0 3 3 0 2 5 2 1 5 4 4 3 1 11 0 0 5 0 2 1 4 2 1 13 2 4 16 2 0 1 2 0 2 0 Na een vergelijking van het sociogram uit de nulmeting met het sociogram uit de eindmeting. maar vindt het heel lastig om zijn “rem” te vinden. In de bijlage (17) zijn de plattegronden van de klas opgenomen ten tijde van de eerste en tweede meting. maar helaas vaker negatief gekozen bij werken.a. en wilde graag de leiding op zich nemen. Wel zijn een aantal leerlingen minder populair geworden. Andere leerlingen irriteren zich hieraan. maar is bij werken nog maar vijf keer negatief gekozen. mede doordat hij door zijn gedrag regelmatig een waarschuwingskaartje in moest leveren. RBj heeft een aantal keer goede feedback gehad over zijn leiderschap van zijn klasgenoten. Bij de nulmeting kwamen YTj. LMj wordt nog steeds vaak negatief gekozen bij spelen. OHj en TMj hebben tijdens het onderzoek veel initiatief genomen. Ook JGm is meer naar voren gekomen. AAj is ten tijde van het onderzoek heel duidelijk naar de voorgrond getreden. en zelfs één keer positief. RMj en LRm hebben van deze verschuiving geprofiteerd. Zij nam een enkele keer de rol als sociaal werker over. Na de eerste meting zijn de leerlingen van plaats verwisseld in de klas. CBj is heel duidelijk naar voren gestapt tijdens het onderzoek. Vooral AAj valt hierin op. en ze doen graag hun eigen zin. zijn er een aantal punten nagenoeg onveranderd gebleven. RBj wordt bij beide onderdelen minder vaak negatief gekozen. Er komen uit het sociogram spelen wederom geen duidelijk populaire kinderen naar voren. Allebei stellen ze zich in deze rol erg bazig op. Voor OHj en TMj hebben de leerlingen veel vaker negatief gekozen in de eindmeting dan bij de eerste afname. Dit kan komen doordat JBj en RMj ten tijde van het onderzoek positiever naar voren zijn gekomen. Ze stellen veel eisen aan de andere leerlingen.v. In de nulmeting hoorde hij bij de populaire leerlingen. LRm heeft meer de verzorgende kant van zich laten zien.

Organisatie in de klas (max. 16) 0 2 0 0 3 1 0 2 1 0 1 1 3 2 1 0 1 1 0 0 2 4 0 1 0 Relatie leraarleerling (max. doordat de keuzes voornamelijk nog steeds bij dezelfde sekse blijven.5. § 4.2 BOTS-vragenlijst Ik heb er voor gekozen om de BOTS-vragenlijst (Verstegen & Lodewijks.De veranderingen in het sociogram sluiten aan bij mijn bevindingen naar aanleiding van het onderzoek. 14) 1 5 0 4 2 0 2 3 2 0 1 2 1 3 3 1 1 0 0 0 4 1 2 1 2 6 7 5 9 11 4 4 16 4 2 8 9 6 9 14 5 6 2 0 1 7 8 6 4 7 Naam JBj MBm MLm AAj RBj RWj CBj YTj LMj NJm AAm MJj JGm JCm TMj DWj EDj RMj OLj OHj MTj LRm EBm MHj CVm 44 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. 56) (max. 2006) niet nogmaals in te vullen. neem ik de klimaatschaal (Jeninga. De veranderingen zullen namelijk minimaal zijn.3 De klimaatschaal Om te onderzoeken of de leerlingen anders zijn gaan denken over het groepsklimaat. 12) 0 1 0 0 1 0 0 4 0 0 2 2 0 0 1 1 1 0 0 0 0 0 1 0 3 Affiliatie Welbevinden (samenhang) (max.5. . In de bijlage (3) is de vragenlijst opgenomen. In onderstaande tabel zijn de scores per onderdeel uitgesplitst. Hoe lager de score. Dit kan mede komen. Het tijdspad is te kort om een echte gedragsverandering te zien bij de leerlingen. dat er nog steeds geen duidelijke populaire leerlingen naar voren komen. 2006) af. Toch vind ik het wel opvallend. 22) 5 1 5 5 6 3 2 8 1 2 5 4 3 4 9 3 4 1 0 1 2 4 3 3 3 Onderlinge leerlingrelaties (max. des te beter is het groepsklimaat. § 4. Ook heb ik door de verandering in mijn werksituatie niet individueel met deze leerlingen kunnen werken.

Door deze uitslag heb ik de waarschuwingskaartjes ingevoerd.Uit deze resultaten kun je opmaken dat de leerlingen nog steeds heel positief zijn over het groepsklimaat. . Dit kan verklaard worden vanuit de theorie over groepsdynamica. 45 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. plaats ik de groep terug in de stormingsen normingsfase. en 11 zijn iets gezakt in hun puntenaantal. 18. Vraag 23: “de leerlingen in onze klas maken veel ruzie met elkaar” is toegenomen van 2 naar 7 punten. Hierin werd hij vaker negatief gekozen als in de eerste meting. In onderstaande grafieken is per rol aangegeven hoeveel keer er voor een leerling gekozen is. 15.5. Bij de nulmeting kwam vraag 28: “Er wordt in deze klas veel lawaai gemaakt tijdens lessen” met een score van 45 (max. De leerlingen hebben het afnemen van een groene kaart. (Engelen van. Waarschijnlijk heeft deze verandering in interactie ervoor gezorgd dat hij negatiever over het groepsklimaat is gaan denken. evenals een uitgebreide tabel met de motivatie van de leerlingen (20). De vraag heeft nu nog maar een score van 28 punten. Deze is in de tweede meting gezakt tot een totaalscore van 6. Uit een vergelijking tussen de verschillende tabellen zijn geen hele grote verschillen op te maken. hierdoor neem ik deze niet af in een één op één gesprek.) Vraag 3: “Leerlingen krijgen in onze klas vaak straf” is van 4 naar 12 punten gestegen. maar vullen de leerlingen een tabel in. Dit heeft ertoe geleid dat deze vraag bijna gehalveerd is in de score. Hij gaat van een totaalscore 9 naar een score van 14 punten. Doordat ik met mijn onderzoek aan de groepsdynamiek van de klas werk. 15. De groep is niet anders over het groepsklimaat gaan denken. In deze fasen is het logisch dat er vaker conflicten optreden. Ook de anderen opvallende vragen. 2007) § 4. Na uitgebreide analyse zijn er wel degelijk veranderingen aan te wijzen. Hij vindt voornamelijk dat het onderdeel organisatie in de klas een stuk verbeterd is. 50) als meest negatief gescoord naar voren. in deze vragenlijst aangeduid als straf krijgen. Ook dit heeft te maken met de waarschuwingskaartjes. (In de bijlage (18) is de puntenverdeling per vraag opgenomen. Deze groep bevond zich voor de aanvang van het onderzoek in de performingsfase. hierdoor kan ik voor de rolkaarten weer de rollen voor een positieve groep gebruiken. Deze is in de bijlage (19) opgenomen. Deze stijging valt samen met de uitslag uit het sociogram. EDj had in de eerste meting een opvallend hoge totaalscore. Tot slot wil ik nog twee individuele leerlingen bespreken. Een andere leerling die opvalt is TMj.4 Rolkaarten De kinderen hebben al een keer gewerkt met de kaarten.

Gezagsdrager 10 9 8 7 6 5 4 3 2 1 0 CBj EDj RWj RBj RMj TMj AAm CVm JCm MLm MBm Organisator 14 12 10 8 6 4 2 0 AAj RWj CBj RBj DWj RMj JBj YTj MHj AAm MJj LRm OLj MLm OHj MBm 46 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. .

dat hij in ieder geval een leiderspositie inneemt. RWj is ook naar voren geschoven bij de gezagsdrager. De leerlingen zijn het erover eens. hierdoor trok ze zich wat meer terug in deze rol. . goed kan luisteren.Sociaal werker 12 10 8 6 4 2 0 CBj MTj OLj CVm EBm JCm JGm LRm MLm MBm NJm Het onderzoek heeft duidelijk zijn invloed gehad op de leiderschapsrollen. 47 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.v. Zijn rol is steeds meer uitgekristalliseerd. i. Hij heeft meerdere malen tijdens het onderzoek het leiderschap op zich genomen. de scheiding van haar ouders. Ook zijn manier van werken vinden de leerlingen positief. Ook is zij deze periode vaker de appellant geweest. CBj heeft dit alles in zich. Wel vinden ze het nog lastig om een onderscheid te maken tussen de organisator en de gezagsdrager. Ze geeft aan het niet prettig te vinden in de belangstelling te staan. Bij de sociaal werker heeft nog steeds MLm een duidelijke voorkeur. LRm. Dit verneem ik uit de argumentatie die ze voor hun keuze geven. omdat hij zorgzaam is. verkenner en joker genoemd. goede ideeën heeft en ook nog eens humoristisch is. CVm en JGm worden naar voren geschoven. maar ook NJm. CBj wordt duidelijk naar voren geschoven als organisator. Dit kan een verklaring zijn voor de verschuivingen. Je ziet dat de leerlingen een duidelijk beeld hebben gekregen van de leiders van de groep. maar ook als gezagsdrager. en de leerlingen vinden dit goede eigenschappen in een leider van de klas. MLm heeft juist ten tijde van het onderzoek een stap terug gedaan. Ze vinden dat hij een goede leider is.m. Dit is mede gekomen doordat deze leerlingen meer als sociaal werker naar voren zijn gestapt. Hij wordt dan ook bij de sociaal werker.

Ook bij de volgers is de spreiding gelijkmatig verdeeld. . Dit sluit aan bij mijn eigen bevindingen. Alleen EDj komt iets duidelijker naar voren. Toch heeft hij ook goede ideeën die hij vertelt aan andere leerlingen. nu is dit meer gelijkmatig verdeeld.Verkenner 6 5 4 3 2 1 0 AAj RMj CBj TMj MTj YTj MHj AAm MJj EBm OLj JGm OHj MLm RWj MBm RBj NJm Volger 7 6 5 4 3 2 1 0 EDj RBj JBj TMj LMj YTj MTj EBm MHj JCm MJj JGm OLj MBm RWj NJm Je ziet een grote spreiding over de verschillende leerlingen bij de verkennersrol. 48 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. deze rol is erg wisselend. Bij de eerste meting kwam RBj nog duidelijk naar voren. dit waarderen de kinderen aan EDj. EDj geeft zelf ook aan een volger te zijn. Er zijn veel leerlingen die initiatief tonen.

Hij is de clown van de klas en wordt als zodanig geaccepteerd. . 49 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. dit wordt zeer gewaardeerd door de leerlingen. Hij gebruikt deze rol ook om anderen op te vrolijken. Nieuw bij deze rol is AAj. Joker 25 20 15 10 5 0 CBj DWj MHj RBj AAm Ebm De rol van joker ligt nog steeds bij DWj.Appellant 16 14 12 10 8 6 4 2 0 AAj LMj OLj OHj TMj JCm LRm JCm komt nog steeds als appellant naar voren. Hij is het hier zelf mee eens. de leerlingen geven aan dat hij meer aandacht nodig heeft en dus in deze rol past. Haar gedrag is tijdens het onderzoek niet veranderd. en vindt het niet vervelend om deze rol op zich te nemen. Ook de interactie met de andere leerlingen is niet veranderd.

DWj. (CBj). EBm. AAj. sociaal werker en joker op zich nemen. MTj. RMj. NJm en MLm. MHj. MLm. AAm. RBj en RMj hierin het voortouw. OHj. JCm. “Ik leef voor grapjes”. is wat hij vaak zegt. De leerlingen moeten gezamenlijk een dorp met Kapla staafjes bouwen. RBj en RMj. RBj. DWj is duidelijk de joker van de klas. DWj en CBj. OLj. JCm. YTj. Ik bekijk een laatste keer of mijn bevindingen aansluiten bij het gedrag van de leerlingen. De rol van organisator kan nog wel eens wisselen. NJm. MBm. MTj. CBj is als duidelijkst naar voren gekomen als gezagsdrager. Ik heb hierdoor het gedrag van de leerlingen beter kunnen observeren. zij hebben goede ideeën en brengen die ook in. toch nemen RWj. JGm. aantal huizen en rondlopende mensen aanwezig zijn. CVm. Meer regels en afspraken worden niet afgesproken. 50 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. In onderstaande tabel zijn deze indelingen af te lezen. doordat ik op mijn eigen dagen veel actiever aan het onderzoek heb gewerkt. DWj is duidelijk de joker aan het spelen. CVm. De verkenners zijn ook heel actief bezig in de groep. boerderij. YTj. JBj. Gezagsdrager Sociaal werker Organisator Verkenner Volger Appellant Joker Indeling volgens mijzelf CBj. RWj. JGm.5 Observatie Voor deze eindobservatie heb ik de klas een laatste opdracht gegeven. MLm. AAj. Er zijn leerlingen die heel duidelijk gedrag vertonen dat past bij hun rol. RWj. LRm. OHj. Hij wil ook wel eens de rol als organisator. NJm. Volgens mijn LIO-stagiaire hebben er weinig verschuivingen plaats gevonden. LMj. MHj. In de bijlage (21) is een uitgebreid observatieverslag opgenomen. JBj. MBm. EDj. Ook hebben mijn LIOstagiaire en ik wederom een indeling gemaakt. Na het lezen van het observatieverslag is op te merken dat de leerlingen goed samenwerken. § 4. . Dit kan mede komen. Zijn rol is niet altijd even duidelijk afgebakend. LMj. EDj.De indeling van de kinderen is hierboven duidelijk beschreven. TMj. MJj. Ze accepteren het leiderschap van RWj en stappen bewust op hem af. EBm. AAm. RMj. Hij is erg sterk in het toepassen van verschillende segmenten van de roos van Leary. LMj. Hij houdt de doelen van de klas in de gaten en heeft veel gezag binnen de groep. LRm.5. Ik heb wel degelijk veranderingen gezien. In het dorp moet in ieder geval een kerk. OLj. Indeling volgens LIOstagiare CBj. TMj. dit versterkt zijn rol als gezagsdrager. MJj.

. toch heeft hij geen invloed op het leiderschap. Ook MTj en EBm ondernemen acties vanuit deze rol. TMj vormt een duidelijke duo met RWj. 51 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. JCm neemt halverwege de opdracht de rol aan van appellant. en waakt over de groepsnormen. YTj neemt de rol als verkenner op zich door het organiseren van een leider. Er zijn wel leerlingen die door dit gedrag JCm aandacht geven.6 Tot slot De bevindingen tijdens het uitvoeringsproces en de resultaten uit het eindonderzoek hebben mij veel informatie gegeven. In het volgende hoofdstuk kom ik terug op deze bevindingen en beschrijf ik welke conclusies ik daarop baseer.door in het dorp te spelen met de poppetjes en andere leerlingen hierin te betrekken. Ook geef ik aanbevelingen voor een eventueel vervolg op dit onderzoek. § 4. Er lijkt geen aanleiding duidelijke aanleiding te zijn voor dit gedrag. Tijdens een conflict tussen OHj en TMj neemt CBj duidelijk zijn rol als gezagsdrager op.

heb ik in hoofdstuk 3 de onderzoeksvraag in deelvragen opgesplitst. Dit leidt ik af uit de kenmerken van een positieve groep. De meeste leerlingen zijn flexibel genoeg om hun rol in het subgroepje aan te passen. Is mijn klas een neutrale. 2. maar kunnen in situaties wel teruggrijpen naar de aangeleerde segmenten. Naar aanleiding van de eindmeting is te zien dat de leerlingen een grote stap vooruit hebben gezet.1 Deelvragen 1. De leerlingen zijn heel gedreven om het gezamenlijke groepsdoel te behalen. De groep heeft zich steeds meer gevormd tot een positieve groep. op weg naar een positieve groep. Welke rollen zijn er in mijn klas? En hoe worden die ingevuld door de leerlingen? De rollen die horen bij een positieve groep worden allemaal ingevuld door de leerlingen. De leerlingen hebben zich deze verschillende manieren van interactie nog niet eigen gemaakt. Bij de eindobservatie “Een dorp bouwen”. De leerlingen vullen geheel op eigen wijze deze rollen in. die in de gehele groep door iemand anders wordt uitgeoefend. § 5. waar ik bij de volgende deelvraag dieper op inga. Vooral de verkenners nemen in de subgroepjes een leidinggevende rol aan. Hiervoor werken de leerlingen goed samen en waarderen ze de inbreng van een ander. Ook accepteren de leerlingen dat sommige leerlingen liever alleen werken. Vooral de leidinggevende rollen zijn beter bepaald. Groepsleden zijn bereid tot samenwerking. worden weer bij de samenwerking betrokken. zoals beschreven door Van Engelen (Engelen van. 2007.Hoofdstuk 5 Eindconclusie Met het uitvoeren van dit onderzoek heb ik getracht antwoord te geven op de vraag: Welke invloed heeft het rollenpatroon op de interacties van de leerlingen onderling in mijn klas en hoe kan ik die beïnvloeden? Om deze vraag te beantwoorden. zijn deze kenmerken goed terug te vinden. . Hoe verloopt de interactie tussen de leerlingen onderling? Je kunt merken dat de leerlingen veel baat hebben gehad aan het werken met de Roos van Leary. 23): Kenmerken van een positieve groep: De leden zijn eensgezind en gemotiveerd om groepsdoelen te halen. De leerlingen nemen tijdens het werken in subgroepen vrij makkelijk een rol over. Leerlingen die er buiten dreigen te vallen. een dorp bouwen. Groepsleden voelen zich medeverantwoordelijk voor de eigen groep. positieve of negatieve groep? Uit de beginmeting is heel duidelijk naar voren gekomen dat mijn groep een neutrale groep was. 52 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. De leden tonen respect voor de mening en het karakter van een ander groepslid. 3. Deze manier van invullen vindt voornamelijk zijn oorsprong in het karakter van het kind en heeft ook betrekking op de “Roos van Leary”. en andere leerlingen het leuk vinden om ondertussen grapjes te maken. Ook de joker en de appellant zijn uitgekristalliseerd. p.

o. Deze leerlingen hebben naar aanleiding van het onderzoek inderdaad meer aansluiting bij de groep gekregen. maar niet altijd als positief werd ervaren. Het is mogelijk dat een andere aanpak meer effect kan hebben. RBj) zelf nog steeds deviant gedrag vertonen. Zolang deze leerlingen hun deviante gedrag niet veranderen. maar dit is geheel aan de groep zelf te danken. gebaseerd op suggesties uit de literatuur. dit is pakweg de periode van de eerste vijf tot zeven weken van een schooljaar. kunnen deze leerlingen een nieuwe ingang vinden om aansluiting te maken bij de groep. 59) Als ik van dit bovenstaande citaat uit was gegaan. p. is het te laat. De interventies die ik uitgevoerd heb. . Hun gedrag sluit niet aan bij de groepsnormen zoals ze gesteld zijn. De groepsnormen bieden veiligheid. “ (Engelen van. De groep had namelijk al bestaande positieve normen. 2007. gebaseerd op de uitslag van de BOTS-vragenlijst (Verstegen & Lodewijks. Dit had voornamelijk gevolgen voor een aantal leerlingen die buiten de groep kwam te staan. Dan liggen de groepsnormen vast en zal de groep zich niet of moeilijk op andere gedachten laten brengen.b.t. Toch moet ik wel een kanttekening plaatsen. 4. hier heb ik geen wijzigingen in hoeven aanbrengen. kan ik concluderen dat ik met mijn onderzoek heb aangetoond dat een leerkracht met een gerichte aanpak de groepsdynamiek positief kan versterken door uit te gaan van bestaande kwaliteiten en het aanleren van nieuwe vaardigheden. Om de interventies te kunnen bepalen is het noodzakelijk om te weten waaraan er in de groep gewerkt moet worden. Terugkomend op mijn onderzoeksvraag. zullen ze voor een gedeelte buiten de groep blijven staan. Het aanleren van de nieuwe vaardigheden.a. Ik wilde proberen om wel degelijk invloed uit te oefenen. Door de groepsdynamiek aan te pakken. 53 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. de invulling van de verschillende rollen. Deze leerlingen hebben een individueel plan van aanpak nodig. zodra deze al gevormd is. Uit de resultaten van de eindmeting is gebleken dat dit is gelukt. was mijn onderzoek gedoemd te mislukken. De groep probeert hun gedrag te respecteren. Ik heb door het gebruik van deze aanpak de huidige situatie uitgebouwd en versterkt. Het “ophalen” van deze normen heeft wel positief gewerkt op de groep. zoals het gebruik van de “Roos van Leary” m. YTj. LMj. maar kunnen dit niet accepteren.Ik ben dit onderzoek gestart omdat de interactie duidelijk aanwezig was in mijn klas. zijn gericht geweest op de aandachtspunten uit de nulmeting.. Opvallend is dat de desbetreffende leerlingen (JCm. waardoor de kinderen zich bewust werden welk effect hun gedrag kan hebben. 2006). hebben geleid tot de ontwikkeling van een positieve groep.2 Eindconclusie In de literatuur wordt het volgende geschreven over het beïnvloeden van de groepsdynamiek: “Als de groep zich gevormd heeft (de performingsfase). Welke interventies kan ik uitvoeren om invloed op het groepsproces te kunnen uitoefenen? Er zijn geen kant en klare interventies voor de aanpak van de groepsdynamiek. In de eerste drie fases kan er door de leerkracht wel degelijk invloed uitgeoefend worden. De uiteindelijke interventies heb ik zelf verzonnen. § 5. Met mijn interventies heb ik mij alleen maar hoeven richten op de interacties tussen de leerlingen en de rollen die in de groep gevormd zijn.

Toch wil ik daarbij ook een aanbeveling maken naar de hele school. 54 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. § 5. De klas vindt het erg prettig om te werken met rollenspellen. Ik kan gedrag van leerlingen beter verklaren. niet alleen voor de leerlingen uit mijn groep. deze manier van werken kan ingezet worden om de aanpak te continueren.4 Terugblik Ik heb met veel plezier gewerkt aan dit onderzoek. Ik ben in staat om hier in de toekomst mijn voordeel mee te doen. . Hierdoor kan ik preventief handelen. Gedrag in zijn algemeenheid heeft mij altijd al het meest geïnteresseerd.3 Aanbevelingen Volgend jaar gaat deze klas naar groep 8 toe. Voorkomen is beter dan genezen! Aan het begin van het schooljaar ga ik in het vervolg veel aandacht geven aan het doorlopen van de verschillende fasen. Voor de toekomst zou ik graag een andere aanpak zien. Goed preventief handelen zou volgens mij zijn: Vanaf het begin (groep ½) moeten de leerkrachten zich bewust zijn van de ontwikkeling van de groepsdynamiek. Ik werk voornamelijk in de bovenbouw. Belangrijk is dat de leerkrachten regelmatig stil staan bij de groepsnormen. Belangrijk is dat de leerlingen begeleid zullen worden in een goed verloop van deze fase. rollen in de klas en de interactie tussen de leerlingen. heeft dit zijn uitwerking op de gehele schoolperiode. Door dit onderzoek heb ik mijn kennis over dit onderwerp gerelateerd aan groepsdynamica uitgebreid. In groep 8 zullen de leerlingen geconfronteerd worden met de “adjouringsfase”. Ik kan spreken van een belangrijk onderzoek. Als leerlingen gewend zijn om vanaf het begin van hun schoolloopbaan te werken aan een positief pedagogisch leerklimaat.§ 5. groepen beter begeleiden in hun proces en andere leerkrachten hier beter over adviseren. Een schoolafspraak over de aanpak en het vormen van de groep in het begin van het schooljaar zou hiervoor een uitkomst zijn. sta ik anders voor de klas. Door de kennis en inzichten uit dit onderzoek. Ook in dat jaar zullen de leerkrachten profijt hebben van de ontwikkelingen die zich hebben afgespeeld in de groep. maar nog meer voor de ontwikkeling van mijzelf als gespecialiseerd leerkracht. gedrag bij kinderen is vaak al erg ingeslepen en moeilijk te veranderen.

(2005). Groepsdynamica. R. D. De kunst met groepen te werken. Itasc. W. (1995). Itasc. P.. A. H.. (2006).org/thinkers/tuckman. R. (2006). van Sociogram: www. Een nieuwe inleiding op theorie en praktijk. Assen: Van Gorcum. Nelissen B.Literatuurlijst Alkema. praktijk en onderzoek. Theorie en vaardigheden. Relaties binnen en tussen groepen.inclusievescholen. Smith. Linge van. Remmerswaal. In R. R. E. Infed. Geluk. (2006. (p. Opgeroepen op Januari 2009. Houten: Stenfert Kroese. M. (2006). Kwalitatief onderzoek.nl Oudenhoven van. & Johnson.inclusiefonderwijs. Goede de. Handboek groepsdynamica. 83). & Teunissen. van Competentietest: http://www. J. Franke. Baarn: HBuitgevers.pdf Jeninga.php 55 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. . G. Houten: EPN. (sd). Opgeroepen op Januari 2009. F. (2007). Maarssen: Elsevier gezondheidszorg. Inclusieve scholen. Baarda. D. Analyse en aanpak van interactieproblemen in professionele opvoedingssituaties. Oktober). Assen : Van Gorcum. P. Johnson. P.) Amsterdam: Pearson Eduction. van http://www. (2008).. & Lap. Opgeroepen op Januari 2009. (H..sociogram.nl/visie. Lente van.nl/ Gielis. M. Praktische handleiding voor het opzetten en uitvoeren van kwalitatief onderzoek.. . Theorie. (2008). Visie. & Lodewijks. J. & Tjerkstra. Onderwater. Grip op de groep. (2006). Baarn: Uitgeverij Bekadidact. van Inclusief onderwijs: http://www. Groepsdynamica. Baarn: Uitgeverij H. W.V. Meer dan onderwijs. Groningen: Wolters-Noordhoff.infed. Samenhang en spanningen in de klas. (2008). Interactiewijzer. Opgeroepen op januari 2009. Professioneel omgaan met gedragsproblemen.competentietest. Opgeroepen op januari 2009. van www.org. J. J. M. (1997). Begeleiden van de groep.. (2000). (1998). De groep. K. Engelen van. Innoveren in de gezondheidszorg..htm Verstegen. Vert. Konig. (2005). R. Utrecht: Het Spectrum. Groeps (team) ontwikkelingsmodellen. J.com/trainotheek/ob/Leary. Theorie en praktijk van het lesgeven in de basisschool. Linge van.

........... Blz............. “Je mag niet meedoen” ........ 113 18................ 97 14....... 115 19..................................... “Complimenten van een groep” .. Blz.......................................................................................... Blz.......... Blz................. 73 7.............. “Introductie Roos van Leary” ................................................................. Blz.................. Blz......................................................................... “Wie ben ik” ............................................................... Puntenverdeling klimaatschaal ..................... Observatieverslag “dorp bouwen” eindmeting ...................... Blz....................... Blz........ “Groepstekening maken” ................................ 70 6..................................................................................... 100 15.... “Letters en cijfers maken”. “Kleurencollage” ........ Blz..................................................................................... 111 17..... 80 10.....................en eindmeting naast elkaar .......... Blz.................................................................................. Tabellen sociogram nulmeting ......................... Handelingsplan “waarschuwingskaartjes” ...................................... Blz...................................... Nul.......... 96 13....... Blz....................................................... Blz.............................................. Motivatie rollen eindmeting .................................... Observatieverslag “toren bouwen” nulmeting ..... 117 21.. 57 2.. Tabellen sociogram eindmeting .... Motivatie rollen nulmeting.... Blz....... Blz............................. “Situaties uitspelen”... Blz......................................... Blz... Rolkaarten ... Blz.......................................... 104 16.................. Blz........ 116 20. Blz.......... 82 11................. 123 56 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas...................................................... Blz................................................................................................................................................................................................... 61 4............................................... Tabel Rollen ............................................................ 77 8.......................................... 63 5.........Bijlagen 1.. ... 59 3........ Klimaatschaal ....................... Plattegronden van de klas ........... 79 9...................................... 84 12......................

.Bijlage 1: Rolkaarten Gezagsdrager Sociaal werker Organisator Verkenner 57 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Volger Appellant Joker 58 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. .

Bijlage 2: Tabellen sociogram nulmeting Sociogram spelen MLm MBm X 2 5 AAm CVm LRm EBm JGm JCm AAj CBJ DWj EDj JBj LMj MTj MHj MJj OLj OHj RWj RBj RMj TMj YTj AAm CVm EBm JCm JGm LRm MLm MBm NJm Totaal pos. X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X 5 3 4 0 2 2 4 0 4 1 0 13 3 0 4 0 4 0 1 3 3 4 5 3 2 16 3 2 3 2 1 11 3 2 4 0 5 1 0 3 3 0 3 0 2 1 5 3 59 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Totaal neg. NJm DWj MHj RWj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ AAj OLj MJj EDj RBj YTj JBj .

X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X 3 2 5 0 1 13 8 0 4 1 0 7 2 2 4 0 9 0 5 2 2 4 4 2 1 16 1 4 3 3 0 9 1 3 3 0 3 2 1 1 5 0 3 0 2 1 3 0 60 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. NJm DWj MHj RWj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ AAj OLj MJj EDj RBj YTj JBj . Totaal neg.Sociogram werken MLm MBm X 2 3 AAm CVm LRm EBm JGm JCm AAj CBJ DWj EDj JBj LMj MTj MHj MJj OLj OHj RWj RBj RMj TMj YTj AAm CVm EBm JCm JGm LRm MLm MBm NJm Totaal pos.

Bijlage 3: Klassenklimaatschaal Klimaatschaal Naam leerling:………………………………………………………………………. De leerlingen van onze klas gaan ook na schooltijd met elkaar om 15. Leerlingen in de klas helpen elkaar vaak Ik vind dat we in de klas genoeg leuke dingen doen Leerlingen in onze klas krijgen vaak straf De leerkracht heeft vaak ruzie met iemand uit de klas De leerkracht wil graag weten of je ergens problemen mee hebt 6. Volgens mij zitten veel leerlingen in onze klas zich te vervelen 16. Ik vind dat de leerkracht weinig praten met de leerlingen in deze klas 14. Als een leerling aan klasgenoten om hulp vraagt dan zijn er genoeg die hem/haar willen helpen 10. Als er in onze klas iets gedaan moet worden wil bijna niemand dat doen 12. In onze klas moet je vaak wachten voordat de leerkracht je helpt 18. De leerlingen in onze klas plagen en pesten vaak gemeen 20. 2. Vraag 1. Volgens mij weet de leerkracht wel wat de leerlingen willen 11. Groep:……………………… Datum:……………………………………. 3. Voor en na schooltijd praten de leerlingen van onze klas vaak met elkaar 21. Volgens mij besteedt de leerkracht voldoende tijd aan alle leerlingen 7. In onze klas zijn de leerlingen meestal goed bezig 19. 5. De leerlingen zijn trots op onze klas 9. Ik vind dat de lessen bij de leerkracht wat rommelig verloopt 17. Volgens mij maken de leerlingen in deze klas vaak leuke grapjes over de leerkracht 61 Antwoord: Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Ik denk dat de leerlingen in deze klas elkaar wel aardig vinden 22. . Volgens mij duurt het lang voordat een leerling zich thuis voelt in deze klas 13. Volgens mij zijn er in onze klas maar weinig leerlingen echte vrienden van elkaar 8. 4.

In deze klas is de beurtverdeling tijdens de lessen goed: alle leerlingen krijgen regelmatig een opdracht 26. In deze klas zijn de meeste leerlingen goede vrienden van elkaar 28. .23. De leerlingen in onze klas maken veel ruzie met elkaar 24. De meeste leerlingen in onze klas vinden dat we een aardige leerkracht hebben 27. Er wordt in deze klas veel lawaai gemaakt tijdens de lessen Ja Ja Ja Ja Ja Ja ? ? ? ? ? ? Nee Nee Nee Nee Nee Nee 62 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Onze leerkracht heeft meestal een goede bui 25.

JCm: Zij moet vaak geholpen worden. Ze schreeuwt het niet door de klas. De rest. Ze huilt sneller en heeft meer aandacht nodig. De rest. maar vertelt de grapjes tegen de meiden. maar zeggen. MBm: Ik vind mijzelf ook hier bij passen. LRm: Kan RBj: Hij durft iemand goed het heel goed te helpen. Hij regelt Ik snap altijd wel veel. YTj. Joker CBj: Hij maakt grapjes als het kan. heel goed wat ze bijvoorbeeld met uitlegt. ruw. het. MLm 63 RBj: Iedereen CBj: Hij RMj: Hij regelt AAm: Zij heeft bijvoorbeeld met gym meer kleren mee. maar zegt ze niet in het openbaar. . MHj. LRm: Zij helpt altijd andere kinderen. MBm: ook hier vind ik mijzelf passen. RWj: Bij activiteiten denkt hij er ook aan om spullen voor anderen mee te nemen. OLj MLm: Heeft hele goede ideeën. en CBj regelt RBj en MBm. Volger De rest. EDj. MHj. JCm: wordt vaak geplaagd. Ook heeft ze bij knutselen heel veel ideeën. MBm MLm: Zij heeft veel ideeën. maar niet de moed om ze hardop te zeggen en te regelen. DWj is veel meer storend en dus niet geen joker. NJm: Zij is ontzettend grappig. Sociaal werker JCm: Zorgt voor anderen.Bijlage 4: Motivatie rolkaarten nulmeting Naam MHj Gezagsdrager EDj: Heeft ideeën. CVm: Zij is heel De rest. zodat iedereen dit kan dragen als je je gymkleren bent vergeten. CBj: Hij weet precies wanneer hij een grapje moet maken en wanneer niet. Appellant RWj: Is snel verdrietig. LMj en JCm: Ze DWj: Hij is Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Organisator Verkenner EDj heeft ideeën JBj. liedjesinbreng en het bedenken van filmpjes. maar is laat het niet soms wel wat altijd zo merken.

Is er niet in onze klas. CVm en EDj: Zij helpen je altijd. DWj: Roept er vaak doorheen. CBj: Hij helpt altijd andere mensen. JCm: Zij zit eigenlijk altijd alleen. een grapje. MTj en JGm: Die doen eigenlijk altijd gewoon wat er gezegd wordt. CVm: Als je valt. Hij maakt ze alleen niet altijd op de goede momenten. TMj: Hij durft zijn eigen mening te geven. zou dat heel raar zijn. gaat hij altijd mee naar binnen om te helpen. OHj CBj: Hij weet veel. EBm en CBj: maken echt leuke grappen. AAj en MLm. RWj: Ik weet eigenlijk niet waarom. maakt hij. RBj. De rest. MLm. JBj. TMj: Hij regelt de ideeën van RMj. vraagt ze altijd hoe het met je is. maar zegt het niet altijd. DWj: Hij maakt heel veel grapjes. MJj. maar regelt het niet. Volger RBj: Hij praat veel door de klas. Hij houdt er niet van als er ruzie is. DWj: Als we bijvoorbeeld een filmpje kijken. Als je inbreng hebt en het is een goede reden. OLj en AAj. De rest. Sociaal werker probeert het leuk te huiden in de klas. Appellant betrekken zichzelf niet bij de groep en moeten er dus altijd bij betrokken worden. Joker duidelijk de grappenmaker. CBj: Hij is op hele rare momenten heel 64 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. MLm: Ik vind het niet leuk als kinderen worden buitengesloten. RWj RMj: Hij zegt veel dingen. Als iemand buiten gevallen is. Organisator veel dingen. juist op de momenten dat het heel spannend is. MHj: Luistert goed naar anderen. CBj: Hij heeft hele goede ideeën. maar heeft wel heel goede ideeën. ze mag niet altijd meedoen met de meiden.Naam LRm Gezagsdrager luistert naar hem. MHj. Als hij geen grapjes zou maken. ook als je iets niet snapt. Ze zijn ook veel stiller in de groep. . Verkenner creatief en gezellig. JCm: Zij is heel somber. maar blèrt ze niet door de klas. LRm: Ik vind dat ik zelf ook initiatief neem. EBm: Zij doet wat ze zelf wilt. dan luistert hij en vindt hij het goed dat je inbreng hebt.

maar praat niet veel. MTj: Doordat we goede vrienden zijn. maar ze kan wel bazig doen. RWj: Verzint dingen voor een hele groep. Weet ik niet. CBj: heeft veel Ik weet dat ze er leuke ideeën. maar zegt ze niet altijd. LMj CBj: Past bij hem. schoolplein of bijvoorbeeld het maken van een film. MTj en MJj: Ze zijn er het type voor. vaak een bal maar volgt ook mee naar school de ideeën van om te CVm op. Is er niet. MBm: Zij De rest. zijn. DWj: Het wordt altijd tegen mij gezegd. NJm: Zij zegt vaak: “doe je ook mee?”. Er zijn ook nog anderen. MJj JCm: Zij heeft veel ideeën. MBm: Ze leidt veel. Er wordt dan door 65 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. MJj. maar vertelt die aan anderen. Joker grappig. LMj: Hij zit bij mij in het RBj: Hij maakt veel grapjes. Als je valt vraagt ze of het met je gaat. hij is wat ruwer. voetballen. maar ze worden niet altijd grappig gevonden. Het leidt me alleen wel af dat ik altijd grapjes maak. Appellant JCm: Zij is heel licht geraakt en moet vaak getroost worden. RBj: Hij heeft RBj: Hij neemt goede ideeën. TMj: let ook goed op anderen. De rest. Sociaal werker EDj en CBj: Die zeggen altijd: “doe je ook mee?”. Ze nemen iets mee als dat handig is. MLm: Zij staat altijd voor iedereen klaar. Verkenner CVm. RMj CVm: Ze heeft goede ideeën. Is er niet. maar ik verzint spelletjes weet niet zo voor op het goed wie. Volger De rest. TMj: Bij het werken aan de verrijkingsbladen heeft hij altijd even een steuntje in de rug nodig. Ze kunnen goed samen werken. DWj: Hij maakt veel leuke grapjes.Naam DWj Gezagsdrager MLm: Zij is een goede leider. Iedereen wil altijd wel naar haar luisteren. . maar ik weet niet zo goed wie. Organisator MBm: MLm en MBm zijn goede vriendinnen. ze zijn heel zorgzaam. DWj: Hij maakt altijd grapjes.

EBm: Zij regelt bijvoorbeeld met uitvoeringen dat iedereen kleding heeft. Verkenner Volger Appellant groepje en is altijd heel verlegen. LMj: Hij mag meedoen. maar heeft wel goede ideeën.Naam Gezagsdrager Sociaal werker Organisator is soms wat bazig. RBj: Hij regelt dat iedereen goed mee kan doen. alleen CBj weet het beste zijn grappen te plaatsen. En ze zegt tegen de klas dat ze rustig met diegene moeten doen. DWj en CBj: Ze zijn grappig. AAm EDj: Hij is heel serieus en dus luister je beter naar hem dan naar een grappenmaker. Soms wil ze wel/ niet meedoen als we het vragen. NJm 66 EDj: Hij is stil. MBm. Anders neemt ze het zelf mee. De rest. NJm: Als iemand niet lekker is. denkt niet alleen aan zichzelf. DWj: Hij heeft vaak flauwe grapjes . MLm: Is veel met anderen bezig. CBj: Hij heeft RBj: Hij neemt altijd een bal mee om te kunnen voetballen. CBj: EDj vertelt zijn ideeën tegen CBj en die voert ze uit. CBj: Hij heel leuke grapjes. LMj wordt buitengesloten. EDj: Hij is stil. DWj: Iedereen vindt hem grappig. heen. De rest. JGm: Ze is stil. . JBj JBj: Ik heb ideeën. JCm: Zij zit vaak alleen in een hoekje. ze mag van de meiden niet altijd meedoen. MLm. ze zijn niet altijd grappig. Joker de kinderen zijn naam zeurderig geroepen. JCm: Zij is stil en met buiten spelen zit ze vaak in een hoekje.MTj en veel door de klas MHj. maar een ander zegt het hardop. blijft NJm bij diegene binnen. maar wordt ook wel gepest. JCm: Ze is stil en EBm: Ze is niet Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. EBm: Zij zegt TMj. De rest. maar heeft goede ideeën en zegt deze ook.

JCm: Ze is vaak verdrietig en wordt buitengesloten. JGm: Zij is dit soms ook wel een beetje. Verkenner AAm. Niet iedereen zegt tegen haar: “kom mee”. Niet één iemand. EDj RMj: Hij komt MLm: Zij is vaak met ideeën. Appellant mag wel verwend worden. RBj. Volger CVm CBj: Het past bij MLm: Ze is erg hem. CBj: Hij heeft hele gepaste grapjes. LMj. MTj Is er niet. DWj:Hij maakt goede grappen op het goede moment. maar haar grapjes zijn wel om te lachen. Bijna iedereen. De rest. hij wil graag grappig zijn. De rest. behulpzaam. zijn ideeën aan mij. behulpzaam en duidelijk. DWj en CBj: Zijn allebei grappig. Sociaal werker maar denkt aan iedereen. MBm. MJj.Naam Gezagsdrager maar heeft wel goede ideeën. TMj: Hij speelt vaak met CBj en doet dan goed mee. DWj: Hij maakt veel grapjes. RWj. CBj MBm: Kan goed MLm en JBj: leiding geven. LRm. meestal een vriend van diegene die de ideeën bedenkt. nu minder. De rest. . Joker altijd de grappenmaker. Het is nu minder. RMj. Vroeger RBj. laten we dat gaan doen” en dan regelt hij dat. Is er niet. omdat RBj minder vervelend doet. DWj: Hij maakt veel leuke grapjes maak Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Organisator ook zelf een eigen mening. LRm: Zij denkt er altijd aan of iedereen mee kan doen. MLm: Ze is erg zorgzaam. soms is dat irritant maar meestal goed. Is er niet. NJm: Zij praat meer over haar ideeën. zorgen dat mensen 67 RMj: Hij zegt vaak: “goed idee. RBj. TMj en YTj. TMj RWj: Hij vertelt RMj en LMj. Is er niet. EBm. JCm: Ze is erg stil. MBm. Soms is het ook wisselend wie deze rol is.

Organisator Verkenner Volger Appellant RBj Ikzelf denk ik. OHj en CBj: Er wordt vaak aandacht aan hun gegeven. dan vult CBj dit aan met zijn eigen ideeën en dan wordt het nog leuker. .Naam Gezagsdrager Sociaal werker meedoen met alles. CBj: Als EDj een idee heeft. NJm en OHj: Zij De rest. CBj: Hij is ook grappig. De rest. EBm YTj JCm EDj: Hij is de stille leider. Verschillend. Hij is de clown van de klas. AAj 68 CBj: Hij krijgt NJm: Zij OHj: Als RWj: Hij neemt De rest. De rest. Maar voor ons is het wel leuk. maar hij weet dat zelf niet. JCm: Ze is stil en DWj: Hij heeft niet zo vrolijk. DWj: Hij is altijd grapjes aan het maken. JCm: Ze is stil en DWj: Hij is durft niet veel te grappig en lacht vragen. Is er niet. De klas luistert wel naar hem. JCm: Zij krijgt niet altijd aandacht. RBj en AAj. MLm: Zij zorgt voor iedereen. RMj: Hij bedenkt wat en dan wordt zijn idee overgenomen. NJm: Zij loopt met iedereen mee die pijn heeft. RBj. Als er wordt gezegd dat iedereen mee mag doen. LRm: Ze is heel beleefd. maar DWj het grappigst. nemen initiatieven van de gezagsdrager over en proberen mee te helpen. LMj: Hij heeft vaak ruzie en dan moet ik hem helpen. YTj. veel. JCm en EDj. MBm en MLm: Zij zorgen voor mensen en vinden dat ook leuk om te doen. veel humor. Ook ik ben het wel eens. De rest. DWj en YTj: Wij zijn grappig. CBj en DWj: Ze Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Wisselend. vraagt zij altijd nog netjes: “Mag ik ook meedoen? Is er niet. Ze wordt ook wel buitengesloten. hij denk er niet bij na. CBj: Hij kan goed dingen regelen. Joker kan wel irritant zijn voor juf.

CBj: Hij regelt altijd alles en zorgt dat het goed komt. Sociaal werker probeert iedereen te helpen. Verkenner altijd iets mee wat van pas kan komen. maar is dat wel stil. Volger Appellant De rest JCm: De huilt altijd heel snel. LRm: Ze wil dat niemand buitengesloten wordt. RWj: Hij weet goed wanneer hij iets moet doen. maar ook niet leuke grapjes. MLm: Zij wil ervoor zorgen dat niemand buitengesloten wordt. RBj: Hij wil graag leiden. Organisator iemand een idee heeft. Joker maken bijna altijd leuke grappen. DWj: Hij maakt altijd grapjes.Naam JGm Gezagsdrager vaak de leiding en heeft goede ideeën. 69 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. dan gaat hij dat regelen. .

AAj ziet dit en stelt voor aan de groep om allemaal 2 blokjes neer te leggen. De volgorde herpakt zich. Ik grijp niet in en geef geen tips of begeleiding. OLj. Op hetzelfde moment pakt RBj de meetlat en zet die naast de toren. MBm roept door de groep: “Hé. Vooral de meisjes en YTj zitten buiten de kring te kletsen. allemaal in de rij!!”. MHj en RBj beginnen met het neerleggen van de eerste blokjes. Observatie OHj roept door de groep dat er een plan moet worden gemaakt. De enige voorwaarde die gesteld wordt over de samenwerking. MHj kijkt nog even op de meetlat waar 98 cm zit en overlegt hierover met RBj. OHj. OHj assisteert bij het neerzetten en gaat daarna in de kring staan. . Toch gaat het neerleggen van de blokjes wel gewoon via de goede volgorde door. De rij is lang en vormt langzaam een ruime kring om de toren heen. De rol van de leerkracht: De leerkracht is observator. AAm die achter RWj staat legt nu een blokje neer. De andere kinderen kijken er naar. Dit gebeurt. Alleen MHj.Bijlage 5: Observatieverslag “Toren bouwen” nulmeting Opdracht: De leerlingen moeten gezamenlijk een toren van kapla bouwen die precies 98 centimeter hoog moet zijn. RWj kijkt naar mij en heeft niet in de gaten dat hij aan de beurt is. MHj. MBm roept na een tijdje: “Jongens!” en maakt met handgebaren duidelijk dat er een rij moet komen. RBj en JCm zitten op de grond in een klein kringetje de toren te bouwen. YTj legt meerdere blokjes tegelijk neer. Niemand reageert op dit voorstel. De kring wordt weer iets kleiner en er ontstaat onduidelijkheid over wie er aan de beurt is. De rest van de leerlingen die nog door zit te bouwen gaan ook in de rij staan. OHj roept nog wel door de groep: “let op schuin gaan!”. De volgende die aan de beurt zijn. RBj blijft de meetlat vasthouden die naast de toren staat. alleen maar een ruimere kring. Maar nu roept ook MTj door de groep: “Waar is het einde van de rij?!”. Hierop wordt niet gereageerd. OHj legt na een tijdje ook meerdere blokjes neer (meer als voorgaande leerlingen) en daar wordt hij door TMj op aangesproken. hallo. 70 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. waarop AAj reageert: “ja jongens. JCm legt daarop volgend 2 blokjes neer. De eerste uit de rij (NJm)gaat een blokje neerleggen en pakt daarna een nieuw blokje en gaat hiermee achterin de rij staan. Dan roept RWj: “Allemaal in een rij gaan staan!”. Niemand zegt hier wat van. De leerlingen die na hem aan de beurt zijn doen dit ook. Toch weten de leerlingen wel wie er aan de beurt is. Nu is de kring helemaal rond en er gebeurt niets. Daarna gaat hij ook in de rij staan. MJj. als jullie nu iets naar achteren gaan?”. EDj. is dat alle leerlingen in ieder geval 1 staafje moeten hebben neergelegd. Er gebeurt niets. Zij leggen op hun beurt één blokje neer. en wacht ieder tot hij aan de beurt is. De meeste leerlingen volgen deze aanwijzing op en er wordt een rij gemaakt. CBj en AAm gaan nog door met bouwen. Daarna legt AAm weer een blokje neer. De volgende leerlingen in de rij doen hetzelfde. zijn OLj en DWj. RWj heeft dit door en legt daarop ook een blokje neer. maar er ontstaat geen rij. MLm zegt hierop terwijl ze een groepje kinderen aankijkt: “Jongens. waar is de rij?!”. Iedereen pakt een aantal blokjes uit de bak. RWj. In de kring pakken alle leerlingen alvast meer blokjes.

TMj legt nog als enige. Het kringetje wordt kleiner en meer kinderen staan nu buiten de kring. RMj ziet dit gebeuren en vraagt op zijn beurt weer aan JGm of hij de meetlat mag vast houden. omdat toch niemand een steentje oplegde. zegt RMj. AAj. JCm. RBj. RWj. niet zo dringen!” en loopt buiten de kring. TMj wordt door RWj op zijn gedrag aangesproken. gaven aan dat ze dit deden. RWj roept door de groep: “Jongens. OHj. vanaf zijn eigen plek in de kring. * RBj merkt op dat RMj wel de leider wilde zijn. RBj. er gebeurt niets. MLm. AAm. Alleen MLm. maar hij blijft wachten. JGm gaat akkoord en RMj neemt de meetlat over. De kring wordt groter en EBm en NJm komen aanlopen. MLm zegt tegen de leerlingen dat ze meer naar achteren moeten en geleid de leerlingen met haar arm naar achteren. De volgorde is nu niet helemaal duidelijk. “Nee”. maar hij reageert niet op RWj. RWj volgt zijn voorbeeld. wat wel zo is.Na 6 minuten is AAj aan de beurt en legt steentjes neer. legt een steentje neer. weer op een andere plek in de kring. MHj. De rest houdt de volgorde aan.p. TMj die ergens anders in de rij staat. YTj en JGm staan buiten die kring. gewoon een nette rij!. MTj. Er is nu geen vaste volgorde meer. LMj. blokjes neer. LMj en AAm. JCm probeert ook in de kleine kring te komen en er ontstaat een wat grotere kring. Eigenlijk is RWj nu aan de beurt. NJm. ziet dit en gaat ook blokjes neerleggen. RMj zegt: “Nee jongens. Informatie uit de nabespreking samen met de kinderen: * De leerlingen vonden het goed gaan. MHj en DWj. een rij. 71 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. JGm pakt de meetlat aan. maar dat niemand dit oppikte. De leerlingen dringen weer naar voren en er ontstaat weer een kleinere kring. alleen vonden ze het niet prettig dat er opeens een kring ontstond i. Hij vraagt aan haar of zij de meetlat over wil nemen. Ze sluit weer aan in de kring. * De leerlingen die tussendoor steentjes oplegden. DWj en AAj leggen er nog wat steentjes bij. JBj. . zegt tegen AAj dat hij nog niet aan de beurt is. MHj roept: “Jongens. De toren is klaar. OHj. Ik vraag hierop aan RMj: “Is de toren precies 98 cm?. Door deze leerlingen worden een aantal blokjes in willekeurige volgorde neergelegd. Daarop zegt DWj: “Hij is klaar!”. Als er op een gegeven moment niets wordt neergelegd. MJj. “er moet er nog eentje bij”. aan de overkant van de kring. De andere leerlingen proberen de toren ook te zien. MHj ziet TMj steentjes tussendoor neerleggen en legt ook 1 blokje neer. TMj vraagt aan mij of de toren klaar is. Er worden op dit moment helemaal geen steentjes neergelegd. AAj legt zijn steentjes neer en gaat weer terug naar zijn plek. RMj. De kinderen volgen en er ontstaat weer een grotere kring. EBm. Zij staan als een soort 2e rang. Zodra de toren bijna 98 cm hoog is ontstaat er opeens een kleinere kring om het bouwsel heen. LRm draait zich om en ziet het gat. De leerlingen leggen de steentjes gewoon op volgorde van de kring neer.v. stop!”. Deze volgorde wordt opeens weer aangehouden door de leerlingen. Na 8 minuten kijkt RBj acht zich en ziet JGm staan. MBm roept vanaf een afstandje: “We zijn klaar!”. MTj loopt uit de kring naar deze leerlingen toe. waarop ze langs de toren loopt en haar blokjes neerlegt. waarop TMj antwoordt: “Maar hij moet toch hoger”. legt TMj weer een steentje neer. MBm en RMj blokjes aan het pakken zijn. Hij stopt wel met neerleggen. die achter hem in de kring staat. MHj roept: “Hij is klaar!”. AAj legt hem erbij. In de kring staan RWj. omdat LRm. volgt dit voorbeeld en legt ook blokjes neer. Ondertussen ontstaat in de kring een gat. De 1e rang bestaat uit: AAj.

. dus naar wie moet je dan luisteren? 72 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. * Een aantal leerlingen vonden het lastig om één iemand als leider te zien. * RBj wilde zelf de leider niet zijn.* Een aantal leerlingen vonden in het begin RBj de leider. Er was namelijk van te voren niets afgesproken en dat hadden ze wel prettig gevonden. hij was bang dat hij te bazig zou zijn. omdat iedereen initiatieven nam. * De meeste leerlingen vonden dat er eigenlijk helemaal geen leider was. Het werd een beetje onduidelijk toen RMj zijn rol overnam.

zodat andere leerlingen geen last van hen hebben. Fase 2: De bloktijden worden nu uitgebreid naar 3 delen.50 en 13.Bijlage 6: Handelingsplan “waarschuwingskaartjes” De leerlingen zijn rumoerig tijdens de lessen. Vooraf vindt er een gesprek plaats.00 en 10.15-15.De leerlingen wijzen elkaar op goed gedrag. met maximaal 2 waarschuwingen van de leerkracht. worden de bloktijden uitgebreid.00 uur. waarin ik het modelgedrag laat zien. Korte termijn doelen: . Om de doelen te behalen.De leerlingen kunnen tijdens het samenwerken fluisteren. De moeilijkheid voor de leerlingen zal bij deze lessen voornamelijk zijn `het voor je beurt door de klas roepen`. Ik kies voor deze eerste opzet. Als de klas een week lang een 80% score haalt in het bereiken van de doelen. Ook worden in deze tijden aan kleine groepjes instructie gegeven.30-11. Per groepje zijn ze verantwoordelijk voor hun eigen gedrag en die van hun groepsgenoten.De leerlingen kunnen hun reactie uitstellen totdat zij de beurt krijgen. Lange termijn doelen: . omdat deze groep daar erg gevoelig voor is. en op hun beurt wachten zodra ze wat willen zeggen/reageren. Aan het eind van de bloktijden kunnen de leerlingen een beloning van max. . met maximaal 2 waarschuwingen van de leerkracht. Als de klas een maand lang Beginsituatie Doelen Inhouden 73 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Dit doe ik om de betrokkenheid te vergroten.00-10. en niet alleen als leerkracht hoef te waarschuwen.De leerlingen kunnen tijdens de zelfstandig werklessen rustig werken.De leerlingen kunnen hun vinger opsteken. Voor het behalen van de doelen. Ik werk met een beloningssysteem. ook meedoen bij het behalen van de doelen.50. te weten: 8. Dit zijn de tijden waarop de kinderen aan hun zelfstandig werkblad werken.30-10. omdat deze tijden het makkelijkst zijn te behalen voor de kinderen. maar dat de leerlingen dit onderling ook doen. Dit betekent dat de klassikale lessen. en kletsen graag met elkaar.00. heeft iemand anders er altijd nog een grap overheen. . . Ze reageren altijd. dat wil zeggen dat elk groepje minimaal 8 keer een beloning heeft verdiend. op fluisterniveau. Als ze wat willen zeggen/reageren steken de leerlingen netjes hun vinger op. . 10. Dan verdeel ik de klas in vijf groepen (dit zijn de groepjes zoals gevormd in de klassenopstelling). te weten: 9. maak ik de kinderen zelf verantwoordelijk.30-11. .De leerlingen kunnen per dagdeel (de dagen zijn in 3 stukken gedeeld) rustig (samen) werken. zonder dat de leerkracht hierbij hoeft te helpen. De leerlingen vinden zelf ook dat er teveel lawaai wordt gemaakt tijdens de lessen. worden er tussendoelen bepaald. en daar graag nog wat harder voor wil werken. Nadat iemand een grapje maakt. 5 minuten verdienen. en waarschuwen elkaar wanneer er niet rustig gewerkt wordt. Fase 1: Allereerst werken we in twee bloktijden.

waardoor het groepje nooit tot bijna nooit aan zijn beloning toekomt. N. waardoor er tegemoet gekomen wordt in zijn behoefte aan een langere leercurve. De beloning wordt door de leerkracht uit het beloningenblik “gegrabbeld”. Als een leerling uit een groepje ongewenst gedrag vertoont. Ik heb van deze methodiek gehoord op een studiedag. Deze groepjes mogen meedoen aan de max. Onderop ligt de rode kaart en daarbovenop liggen 3 groene kaarten. De klas wordt opgedeeld in vijf groepjes. dan kost dat het groepje weer een groene kaart.een 80% score haalt in het bereiken van de doelen. Voor het uitvoeren van het handelingsplan wordt er gebruik gemaakt van een waarschuwingen. De leerkracht houdt toezicht op de andere groepjes. moeten kijken hoe de andere groepjes de beloning uitvoeren. dan neemt de leerkracht zonder iets te zeggen een groene kaart van de stapel.en beloningssysteem. Het groepje daarentegen heeft hierdoor een eerlijke kans om de doelen te behalen. De leerlingen laten gewenst gedrag zien. Aan het eind van een blokuur wordt gekeken welke groepjes nog een groene kaart boven hebben liggen. Mochten andere leerlingen hierop negatief reageren. want ook dit is ongewenst gedrag. De leerkracht laat aan de desbetreffende leerling de kaart zien. Elk groepje krijgt 1 rode kaart met daarop 3 groene kaarten. Methodieken Middelen Organisatie 74 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.B. Deze groepjes mogen meedoen met de beloning. * Een blik vol met max. Ieder blokuur beginnen de groepjes weer met een nieuwe stapel kaarten. Mocht een leerling heel veel moeite hebben om zich aan de afgesproken regels te houden. 5 minuten beloningen die de leerlingen van te voren zelf verzonnen hebben. dat wil zeggen dat elk groepje minimaal 12 keer een beloning per week heeft verdiend. 5 minuten beloning die de kinderen zelf hebben verzonnen. hard praten. De groepjes die een rode kaart boven hebben liggen. zodra de leerlingen ongewenst gedrag laten zien. Het origineel zou komen uit de methodieken van Taakspel. niet-taakgericht gedrag of bijv. dan krijgt deze leerling zijn eigen setje kaarten. *Per groepje 3 groene geplastificeerde kaarten en 1 rode geplastificeerde kaart. De groepjes voeren hun beloning uit. worden de waarschuwingskaarten verminderd. Hierdoor heeft de leerling meer waarschuwingen voor zichzelf. De leerkracht legt de kaarten aan het begin van een blokuur in de groepjes klaar. Aan het eind van een blokuur kijkt de leerkracht welke groepjes nog een groene kaart hebben liggen. In een volgend handelingsplan kan gewerkt worden aan de lange termijndoelen. pakt de leerkracht een groene kaart van de stapel. en heb er mijn eigen draai aan gegeven. .

AAj zei: “oh juf. Na uitleg van het kaartensysteem heb ik aan de leerlingen gevraagd wat gewenst gedrag precies inhoud. De leerlingen waren heel goed aan het werk en de beloning werd door iedereen gehaald. Een aantal voorbeelden van de beloningen die ze bedachten: .moppen tappen .fluisteren als je samenwerkt . Dit deed ik om meteen duidelijk aan te geven wat ik onder gewenst gedrag versta. . Zij gaven ook in dit gesprek aan dat ze het heel lastig vonden om stil te werken. Zo werd voor iedereen meteen duidelijk wat ik van hen verwacht. ga je even naar de wc om een slokje water te drinken Nadat deze punten naar voren waren gekomen. De kinderen konden mij dit goed vertellen.Welke leerlingen vonden het lastig om de doelen te bereiken? .Welke onderdelen werkten goed.alleen door de klas lopen als je iets nodig hebt .Evaluatie Na 2 maanden wordt het handelingsplan geëvalueerd.In hoeverre zijn de doelen bereikt? Welke vaardigheden beheersen de leerlingen? .enz.tekenen .Heeft de methodiek de gewenste uitwerking gehad? . Bij de evaluatie wordt gelet op de volgende punten: . Na het gesprek en het bedenken van de beloningen is het kaartensysteem meteen van start gegaan.dansen op een liedje . . In dit eerste blokuur was ik heel streng.met je taak bezig zijn en bijvoorbeeld niet je pen uit elkaar halen (dit fenomeen was vrij populair om te doen) .galgje spelen .staan op je stoel . heb ik een groepje gevraagd het gewenste gedrag voor te doen. waaronder één voor het reageren op het afpakken van een kaart.achterstevoren op je stoel zitten . en ze werden heel enthousiast.als je een loopje nodig hebt. De eerste keer ging uitstekend.filmpje kijken op het smartboard‟ . In dit gesprek heb ik het plan uitgelegd en de verwachtingen duidelijk gemaakt.communiceren via het blokje . Als aansluiting op het gesprek mochten de leerlingen beloningen bedenken die maximaal 5 minuten mogen duren. welke moeten volgende keer anders aangepakt worden. Ik heb de doelen van het plan aan de kinderen laten weten. Ik heb een aantal groene kaarten afgepakt. dat gaan we helemaal fiksen!!!!Dat komt goed!!!”.de polonaise lopen . Ik vertelde dat ik hiervoor een plan heb bedacht. Zoals gewoonlijk waren de leerlingen heel betrokken en vol moed om het plan te gaan uitvoeren. 75 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. .Welke leerlingen vonden het gemakkelijk om de doelen te bereiken? Uitvoering van het plan Naar aanleiding van het afnemen van de klimaatschaal heb ik de uitslag met de kinderen besproken.

In de volgende blokuren haalden niet alle groepjes de beloning. 76 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. nu ze geen beloning meer kunnen verdienen. Toch werkt dit systeem zo goed dat de leerlingen nog steeds heel gedreven zijn om de groene kaart te laten liggen. Het zou kunnen zijn dat het die leerlingen niet meer uitmaakt. Er zijn ook momenten geweest waarop er rode kaarten boven kwamen te liggen. Opvallend is dat de groepjes die een rode kaart boven hebben liggen. . Er zijn nog geen kinderen die een eigen kaartensysteem hebben. toch is een enkele waarschuwing genoeg om weer gewenst gedrag te laten zien. niet méér ongewenst gedrag laten zien.

vergeetachtig. . sportief. zodat de andere kinderen kunnen raden. Ra. gek. dus geen hobby‟s en uiterlijke kenmerken. De leerlingen mogen raden welke leerkracht het is. druk. De leerlingen maakten de volgende kaartjes: MBm: Kan brutaal zijn Giechel veel Hou van grappen maken en klooien Val op jongens met bruin haar AAj: Sportief Flexibel Vergeetachtig Een beetje gek Aardig OHj: Sportief Aardig Soms chagrijnig Veel ideeën RBj: (doorgestreept: is als iemand tegen hem aardig is ook aardig) Schreeuwt soms door de klas Houdt van kattenkwaad Heeft soms ruzie Altijd een goed humeur YTj: Aardig Grappig Lief (soms) Vergeetachtig AAm: Druk Vrolijk Behulpzaam Vergeetachtig Aardig Gezellig Beetje gek Lief Nooit chagrijnig CVm: Lief Vrolijk Druk (buiten) Creatief Behulpzaam Aardig RMj: Sportief Kan boos zijn Soms een beetje fanatiek Behulpzaam Stil Gezellig Soms druk JGm: Vrolijk Behulpzaam Aardig Lief Sportief Rustig Gezellig Beetje bang soms CBj: Vrolijk Leergierig Humoristisch Spontaan Lui Sportief (als ik verlies) EBm: Sportief Aardig Grappig Lief Vriendelijk Gezellig Gek! OLj: Ik ben technisch en best wel ongeduldig. soms streng en heeft altijd een luisterend oor. Maar ik ben ook wel sportief en muzikaal.Bijlage 7: “Wie ben ik?” Ik vertel de kinderen dat ik een leerkracht van onze school ga omschrijven. ra wie is dit? De leerlingen weten meteen dat ik dit zelf ben. aardig. bijna nooit chagrijnig. De leerlingen mogen alleen karaktereigenschappen opschrijven. Ik omschrijf het volgende: Deze leerkracht is vrolijk. Ik geef de kinderen de opdracht een kaartje te maken over zichzelf en vertel hen dat ik die later in de kring ga voorlezen. MTj: Aardig Leuk Grappig Sportief Soms druk Niet snel boos Hou van muziek Vriendelijk MLm: Behulpzaam Aardig Soms wat snel boos Vaak mijn werk af Maak mij zorgen om iemand anders Hou van lol maken Ik vind het irritant als er iemand door de klas roept NJm: Gevoel voor mode Sportief Zorgzaam Gezellig Soms best wel lullig Vriendelijk 77 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. flexibel. Maar mijn zwakste punt is rekenen. gezellig.

LMj: Aardig Erg stil Druk Oplettend Gek Behulpzaam Slim

EDj: Rustig Sportief Raar Teruggetrokken

RWj: Ik ben aardig, grappig, sportief, gezellig, ongeduldig, onrustig, slim, gek, toegankelijk, leuk. JCm: Soms verlegen Snel boos Vrolijk Sportief Stoer Niet snel bang

MHj: Slim Vrolijk Sportief

DWj: Gek Aardig Blij Maandagochtend gevoel Grappig Haat kappers

LRm: Behulpzaam Houdt van lachen en klooien Lief Gevoelig Sportief Valt op jongens met bruin haar

Als de kaartjes worden voorgelezen kunnen de leerlingen het snel van elkaar raden. Dit komt ook omdat ze goed kijken naar de reacties van de kinderen zodra er een kaartje wordt voorgelezen. De meeste leerlingen geven aan het eind van de les aan dat ze het lastig vonden om het kaartje te schrijven. Alleen OHj, CBj, YTj, RMj en LMj geven aan het niet lastig te vinden. Opvallend is dat de kaartjes veel overlappingen hebben. Ook werd door andere leerlingen tussendoor aangegeven dat ze eigenschappen misten op kaartjes die wel heel kenmerkend zijn voor de leerling. Een voorbeeld wordt gegeven over YTj. MBm geeft aan dat zij het woord „druk‟ mist op het kaartje. YTj geeft aan dat hij die inderdaad vergeten is, want hij vind het wel bij hem passen. Op de vraag; “hoe vind je het als je kaartje wordt voorgelezen?” komen de volgende antwoorden: AAm: “Niet zo erg, dacht al dat ze me kende.” AAj: “Raar, toen AAm haar kaartje werd voorgelezen dacht ik dat ik het zelf was, terwijl ik eigenlijk wist wat er op mijn kaartje stond.” MBm: “Genant, raar of eigenlijk alsof ik eigendunk had. Bang dat andere kinderen reageren met waarom zeg je dat? Hahaha.”. “Dit gebeurde gelukkig niet”. JCm: “Ik voelde er eigenlijk niets bij. Ik vond het neutraal.” LRm: “Raar, CVm haar beschrijving leek op die van mij.” MTj: “Grappig, maar ik werd wel helemaal rood!” RBj: “Ik voelde me onzeker.” De leerlingen vonden het een leuke activiteit om uit te voeren. Over het algemeen klopt het beeld dat ze van zichzelf hebben, met het beeld dat anderen van hen hebben. Er zijn kaartjes bij, waarop leerlingen zichzelf heel doeltreffend hebben omschreven zoals RBj, EDj, CBj JCm, RWj, NJm, MLm en OLj. Deze kinderen werden daardoor erg makkelijk geraden.

78

Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Bijlage 8: “Letters en cijfers maken”
Voor deze oefening deel ik de klas in drie groepen. Ik vraag de eerste groep naar voren en vertel hen dat zij gezamenlijk de letter A moeten vormen, maar dat ze er niet bij mogen praten. Voor de rest geef ik geen aanwijzingen of opdrachten AAj gaat meteen op de grond liggen. Andere kinderen wachten af en kijken wat er gebeurt. Ze communiceren met elkaar via handen en armen. Met hun armen beelden ze uit wat er moet gebeuren. Langzamerhand gaat iedereen op de grond liggen en wordt de letter A gevormd. In het nagesprek met de klas vraag ik aan de leerlingen wat er gebeurde. De leerlingen vertellen dat er eigenlijk twee groepjes ontstond, maar dat het uiteindelijk één groep werd. Dit gebeurde d.m.v. gebaren. Ook vraag ik aan de leerlingen of er een duidelijke leider was. Dit was niet echt het geval, alleen CBj en MJj namen een beetje de leiding. Ik vraag aan hen of het handig is om in dit geval een leider te hebben. De kinderen geven aan dat dit inderdaad handig is, omdat er dan één iemand aangeeft en de rest volgt. Met dit nagesprek in ogenschouw nemend, vraag ik de tweede groep naar voren te komen. Zij moeten eerst een leider aanwijzen. Iemand wijst OLj aan. Die wil liever niet, en RWj geeft aan de leider te willen zijn. Dit wordt geaccepteerd door de groep. Ze moeten de letter C maken. RWj legt de kinderen goed en buigt ze op de juiste manier. Hij doet met zijn eigen lichaam de bewegingen voor. Tot slot gaat hij ook zelf in de juiste vorm liggen. In het nagesprek komt heel duidelijk naar voren, dat de leerlingen het heel prettig vinden werken met een leider. RWj was wel wat ruw, maar ook heel duidelijk. Dat MTj ook initiatieven nam, werd als prettig ervaren. De derde groep moet het cijfer 8 vormen. De leerlingen wijzen MBm als leider aan. MBM wil dit wel, maar ziet ook dat OHj zijn vinger opsteekt. Daarop geeft MBm haar leidersschap over aan OHj. Hij loopt naar het bord en tekent hierop hoe hij de leerlingen wil hebben liggen. Hij tekent een digitale 8. De leerlingen zien dit en gaan meteen volgens het plaatje liggen. Ook OHj neemt op het laatst zijn plaats in. In het nagesprek wordt besproken dat het erg handig is dat OHj op het bord tekent. Hierdoor is in één oogopslag duidelijk wat de bedoeling is. De leerlingen “luisteren” goed naar de leider, waardoor het cijfer snel gevormd werd. Als laatste gaan de leerlingen een wedstrijdje tegen elkaar doen. De leerlingen gaan in dezelfde groepen uiteen en moeten gezamenlijk het woord KIP vormen. Allereerst moeten ze een leider kiezen. Het kiezen gaat heel sociaal. Zinnen als: “oh, als jij het wilt zijn, mag dat ook hoor” waren regelmatig te horen. De leerlingen moeten in deze eindopdracht de tips uit de nagesprekken meenemen in de uitvoering. Dit is duidelijk te merken, want er wordt duidelijk leiding gegeven en de leerlingen zijn heel snel klaar met de opdracht.

79

Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Bijlage 9: “Complimenten van een groep”
Groep 1: Bestaande uit AAj, AAm, RBj, TMj, JGm, EDj. AAm wil graag de leiding en praat dwars door iedereen heen. Ze luistert niet naar anderen en wil graag haar idee uitvoeren. Anderen hebben ook ideeën, maar daar wordt niet naar geluisterd. Het gevolg is dat AAm heel veel aan het woord is, maar dat de anderen haar niet als leider accepteren en dus niet luisteren. AAm probeert het wel democratisch op te lossen, maar dit lijkt niet te lukken. Na 15 min. is er nog niets gebeurd. Er komen kinderen uit het groepje klagen dat er niets gebeurt. Uiteindelijk besluit ik om te gaan helpen. Ik vraag aan AAm om goed te luisteren naar de andere leerlingen. Uiteindelijk komt RBj met een goed idee, waar iedereen het mee eens is. Na nog wat strubbelingen gaat het groepje aan de slag en tot het einde verliep het verder goed en uiteindelijk was iedereen tevreden. Groep 2: Bestaande uit MHj, EBm, CBj, NJm, YTj, MTj. Dit groepje begint met het kiezen van een leider. CBj wordt als leider aangewezen. Ze hebben bedacht welke taken er allemaal uitgevoerd moest worden en hebben van te voren de taken verdeeld. Iedereen bedacht mee met de complimenten en ondertussen waren ze hun eigen taak, zoals versieren, schrijven, plan voor het grote blad ontwerpen e.d. bezig. Van te voren wilde er graag twee verschillende leerlingen schrijven, NJm en EBm, maar dit werd goed opgelost doordat er voor één van de twee een andere taak werd bedacht. De leerlingen ervaren de samenwerking als positief en hebben prettig aan de taak gewerkt. Groep 3: Bestaande uit OHj, RWj, DWj, OLj, LRm, JBj, OLj, MLm. In dit groepje wil graag bijna iedereen de leider zijn. Ze zijn heel lang aan het discussiëren over dit punt. Ze komen er niet uit en gaan over op het spelletje “ienemiemut”. Hieruit wordt uiteindelijk JBj als leider aangewezen. Aangezien anderen ook de leider willen zijn, accepteren zij niet JBj als leider. Iedereen gaat zijn eigen gang en “doet maar wat”. YTj wordt aangesproken op het feit dat hij niet meedoet. YTj wil hierop wat zeggen, maar dit wordt niet meer gehoord. Hierdoor wordt YTj alleen maar meer gedemotiveerd, waardoor hij helemaal niets meer uitvoert. Uiteindelijk zijn de complimenten wel samen verzonnen, doordat men die hardop vertelde. Groep 4: Bestaande uit MBm, RMj, JCm, CVm, MJj, LMj. Dit groepje maakt van te voren geen afspraken, maar de samenwerking en rolverdeling verloopt wel heel natuurlijk. MBm neemt een leiderschapsrol op zich en voor de rest werkt iedereen goed mee. Iedereen schreef één compliment voor een leerling op en er waren een aantal kinderen die dit in het net gingen opschrijven en de anderen versierden het blad. De leerlingen beleven de samenwerking als prettig en doelgericht. Het ging heel gemakkelijk en er werd niet gediscussieerd.

80

Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

81 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.Hieronder is een foto van de complimentenbladen opgenomen. .

Hieronder staat het verhaal uitgeschreven. Chris. Op de plank daaronder staat een foto van zijn oude klas. verstoppertje. Hij is echt heel onaardig. Zijn diso's staan op de bovenste plank van zijn nieuwe kast.Bijlage 10: “Je mag niet meedoen” Ik begin de les met het voorlezen van het verhaal Klaas. Dikke tranen rollen over zijn wangen. Hij heeft alle dozen uitgepakt en zijn nieuwe kamer helemaal ingericht. Ik doe dit omdat bijvoorbeeld JCm vaak wordt buitengesloten. en natuurlijk zaten ze vaak achter de computer! Dan had je contact met elkaar en kon je moppen doorsturen. Ik ga hier morgen ook naar school. Chris en de andere kinderen in het verhaal? Wat valt je op in het verhaal? De kinderen vinden vooral de houding van Chris niet goed.' Klaas weet even niet wat hij moet zeggen. 83) Klaas Klaas vindt het spannend. Langzaam loopt hij naar zijn nieuwe achtertuin. je kent hier toch niemand?' Maar Klaas hoort het al niet meer. Klaas besluit dat hij naar buiten gaat en zal vragen of hij mee mag doen. 0 ja. De andere kinderen wachten af wat Chris zal zeggen. ik ben Klaas! Ik ben hier net komen wonen. en de derde rol is de meeloper. waar niemand hem kan zien. ]ij hoort niet bij ons. Met die vriendjes speelde hij altijd buiten: voetballen. Buiten ziet Klaas de vijf kinderen staan die hij vanuit zijn nieuwe kamer had gezien. Al zijn vriendjes staan erop. Dat was leuk. Ze zullen vast op zijn nieuwe school zitten. Dan probeert hij het nog eens: 'Mag ik met jullie meespelen?' Chris kijkt Klaas onderzoekend aan. Misschien mag hij niet meedoen of pesten ze hem. Zij nemen het gedrag van anderen over. Hij is met zijn ouders verhuisd naar een nieuwe stad. Ze hadden ook altijd veel lol samen. Hij kijkt naar buiten. . Zonder dat hij het wil. ik ga buiten spelen! Hoe laat moet ik thuis zijn?' Zijn moeder antwoordt: 'Om half zes. en ik wil aan de anderen laten zien wat dit voor effect heeft op een kind. Klaas krijgt een heel vervelend gevoel in zijn buik. 'Het gaat je geen reet aan hoe wij heten. Wie zijn jullie?' Vier van de kinderen kijken nieuwsgierig naar Klaas en daarna naar Chris. Daar zou hij graag aan mee willen doen. Ook bespreken we nog een vierde rol. (Engelen. Kom op jongens. cowboytje. In het nagesprek benoemen we de verschillende rollen in dit verhaal. Dan zegt Chris: 'Nee. Hij moet weer denken aan zijn vrienden uit zijn oude straat. Ik vraag aan de kinderen wie er 82 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. de jongen in het midden. Chris kijkt Klaas met een vies gezicht aan. 'Hoi. Zal hij buitenspelen? Hij ziet een paar kinderen lopen. wegwezen!' Chris en de andere kinderen lopen hard weg. Achter het schuurtje. dat was altijd leuk! Hij loopt snel naar beneden en roept naar zijn moeder: 'Mam. de onaardige leider. Ik bespreek de rol van iemand die vaak wordt buitengesloten. Het lijkt wel of hij zich nog nooit zo rot heeft gevoeld. de vrolijke. positief ingestelde jongen die aan anderen denkt. rot op. Klaas mist zijn vrienden. gaat hij zitten. Ze hebben veel lol. Ze zijn van zijn leeftijd. Klaas. Er komen uit het verhaal drie rollen naar voren. Hoepel op. Maar dan denkt hij aan zijn oude vrienden. buitenspelen. Hij vindt het spannend. Ze spelen verstoppertje of zoiets. moet hij huilen. 2007 p. Maar hoezo. Wat voor types zijn Klaas. hij heeft snel zijn jas aangedaan en rent naar buiten.

Sommige leerlingen voelden dit als heel bedreigend. maar sommige vinden het geen prettige houding. Dit sluit aan bij de punten die ikzelf waarneem. en niet meer zo snel op iemand af zal stappen. Ze moeten de volgende vragen beantwoorden: . CVm. Je merkte ook dat Klaas het opnam voor degene die mee wilde spelen. Er waren ook uitzonderingen.Wat voor invloed hadden die rollen op de situatie? De kinderen vinden het erg leuk om de rollenspellen te spelen. De andere leerlingen bekijken het rollenspel en analyseren aan het einde de situatie. het vaak op vechten uitliep. MJj. Ook viel het de leerlingen op dat. JBj. AAm. Klaas en meeloper te gaan staan. Soms Chris en soms Klaas: OHj. Zodra er meerdere “Klaassen” in het spel aanwezig waren. JCm. zodra er meer dan één Chris aanwezig was in het spel. Hierna vraag ik de kinderen ook om als een Chris. Ze moeten van te voren eerst zelf bedenken welke van de rollen (Chris. Opvallend is dat zowel RBj en YTj. Klaas.wel eens buitengesloten is geweest. Ze leven zich goed ik en kunnen de rollen goed neerzetten. Een opmerking van een leerling is: “ik word er een beetje somber van!”. Veel kinderen steken hun hand op. De leerlingen kunnen dit goed. Hoe gaat zo iemand zich dan gedragen? De kinderen denken dat diegene heel onzeker wordt. Aan het eind geven de leerlingen aan dat ze het vooral heel leuk vonden om Chris te spelen. . 83 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. We gaan bekijken wat dat voor gevolgen heeft op de situatie.Wie speelde welke rol? . Ik vraag door over hun gevoel daarbij. “Het voelt goed om voor iemand op te komen!”. In deze groepen gaan de leerlingen rollenspellen spelen. Meeloper: EDj Tussen meeloper en Klaas in: LRm. Ze geven aan dat diegene gedrag vertoont dat eigenlijk niet mag en niet goed is. We bespreken de verschillende houdingen van de leerlingen. NJm geeft aan dat ze het prettig vond om Klaas te spelen. CBj. Ik vraag hen om te gaan staan en de houding aan te nemen van iemand die vaak wordt buitengesloten. negatief uit het sociogram komen en bij dit spel aangeven inderdaad “Chris gedrag” te vertonen. De meeste leerlingen gaven aan dat zij zich het beste herkennen in Klaas. En bespreek wat de gevolgen kunnen zijn als je vaker wordt buitengesloten. Hij zal waarschijnlijk ook een onzekere houding aannemen en erg terughoudend reageren. EBm. meeloper of buitengesloten) ze spelen. werd het veel vrolijker en leuker om samen te spelen. Ze krijgen de opdracht om met drie leerlingen buiten te spelen en één leerling moet vragen of hij mee mag doen. dus wel heel leuk is om een keer te spelen. Na dit gesprek deel ik de kinderen op in subgroepjes. Chris: YTj. In het spel vond hij het moeilijk om zelf een Chris te spelen. RBj. MTj gaf zelfs aan het heel moeilijk te vinden om met een Chris om te gaan. In het eindgesprek heb ik de rollen uit het spel naar de werkelijkheid gehaald en gevraagd in welke speler zij zich het beste herkennen. als Chris eerst nee had gezegd.

Vanuit leiding en advies geven: “Wil je op mijn feestje komen”. 84 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. grenst af door te zwijgen. kan inbreng van anderen in twijfel brengen zonder zelf het heft in handen te nemen. Na deze oefening houden we korte rollenspellen. Ook geef ik voorbeelden aan. kan naar kritiek luisteren.Vanuit strijden: “Je moet op mijn feestje komen. kan teleurstelling laten merken. maar niemand weet er nog vanaf. positieve houding. Sommige kaartjes vonden de leerlingen moeilijk te plaatsen. zodat de leerling daadwerkelijk met de uitspraak in het segment kan gaan staan.Je geeft een feestje voor je verjaardag. leeft zich in in andere kinderen. Hieronder is deze beschrijving opgenomen. Voor het plaatsen van de kaartjes gebruiken ze termen uit de omschrijving van het segment. Zorgen: Zorgzaam. kan zich onafhankelijk opstellen. meedenken en zoeken naar oplossingen. kan initiatieven afwachten. moedigt aan. Hiervoor heb ik de kaartjes op A4 formaat afgedrukt. Hoe ga je de mensen uitnodigen? . houdt zich aan de regels. doet wat de leiders of de meerderheid wil. het belang van de groep voor ogen.” . Winnen: Wijst op gemaakte fouten. Ik rol de grote roos uit op de grond en ga per segment langs wat deze inhoudt.” Ook de lichaamshouding is aanvallend. andere kinderen kunnen overtuigen in hun belang. Achter de lesbeschrijving zijn de kaartjes en de A4 bladen opgenomen. Afwachten: Stelt zich bescheiden op. kan zich afhankelijk opstellen. goedbedoelde raad. kan kritiek leveren gericht op de persoon. ik blijf afwachten en neem geen initiatief. stelt eisen en grenzen aan kinderen. vertrouwt op andere kinderen. is op zijn hoede. dit is één van de beste segmenten om het te regelen. vertrouwt op zichzelf. Na de uitleg over de roos. kan aangeven wat hij van een ander verlangt. Leiden en advies geven: Organiseren en regelen voor andere kinderen. Volgen: geeft anderen de ruimte. probeert af te schrikken met een aanvallende houding. In het kaartje leiding geven. Strijden: Is duidelijk over wat hem niet zint.Bijlage 11: “Introductie Roos van Leary” In deze les introduceer ik de roos. Dit is de neutrale plek. "vraagt" om hulp en steun. Zich terugtrekken: Is terughoudend. Er zaten soms overlappingen in de uitspraken. Op deze kaartjes staat een uitspraak van een leerling over een potje voetbal.Vanuit afwachten: “Dit kan niet. durft competitie aan te gaan. anders ben je niet meer mijn vriend. zit bijvoorbeeld ook iets van zorgen. De leerlingen moeten de kaartjes bij het juiste segment plaatsen. . Bijvoorbeeld bij het kaartje voor volgen zegt AAj: “Hij geeft andere kinderen de ruimte om ook keeper te zijn”. maakt zich kwaad naar andere kinderen. kan van zich afbijten en zich verdedigen. geeft soms steken onder water. kan zich kwetsbaar opstellen. Op het bord staan de beschrijvingen uitgeschreven. Dit kunnen de leerlingen goed aangeven. . benadrukt positieve kanten van andere kinderen. Protesteren: Vertrouwt niet zomaar. . Ik vraag een leerling om midden in de cirkel te gaan staan. kijkt eerst de kat uit de boom. deel ik aan de leerlingen kaartjes uit. trekt zich uit contacten terug. kan ontevredenheid uiten maar wel op bedekte wijze.

. YTj. zodra hij in dit segment gaat staan. De meeste leerlingen vinden terugtrekken helemaal niet bij AAj passen. 85 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. AAm. ook een passende reactie. Terugtrekken: AAj.reactie vanuit zorgen: “Ja leuk. alleen wordt door de tweede leerling een reactie gegeven vanuit verschillende segmenten. MHj. . EDj. MJj. Ik sluit af met de vraag: “Vanuit welk taartpunt reageer je in het dagelijks leven het meeste? Je mag in dat taartpunt gaan staan als je dat wilt. dit is niet echt een passende reactie. AAj heeft namelijk juist heel veel moeite met terugtrekken en gaat vaak de confrontatie aan. Strijden: MBm. zij voelt zelf niet echt de noodzaak om erbij te gaan staan. komt er reactie vanuit de klas. leuk”. RWj. De eerste leerling nodigt de ander uit vanuit segment leiding en advies geven. Opvallend is wel dat ze ook niet bij de andere segmenten gaat staan. zal ik dan wat ballonnen meenemen?”. en misschien eens een keer vanuit een ander segment willen reageren dan ze gewend zijn. Volgen: LMj. Hijzelf heeft dit idee niet. heb ik helemaal geen zin in!”. De groep zegt dat MLm er ook moet gaan staan. Ik benadruk hierbij dat je goed moet bedenken vanuit welke segmenten je gaat reageren. is een passen reactie. In een volgend rollenspel spelen we situaties uit zoals. maar nu gaan tegelijkertijd twee leerlingen in de cirkel staan. Winnen: TMj. EBm.reactie vanuit strijden: “Nou eigenlijk niet. je pen is afgepakt. en iemand staat je uit te schelden.We houden deze oefening aan. RBj. CVm. . JCm. JGm. Zorgen: NJm. Afwachten: LRm. Na de rollenspelen spreken we de situaties en de reacties door met elkaar. OHj. Protesteren: MTj. Ik sluit de les af met de vraag of ze in de dagelijkse omgang met elkaar ook rekening willen houden met de roos. In dit gesprek haal ik de roos meer naar de realiteit.reactie vanuit volgen: “Ja. Ik begrijp de reactie van de andere kinderen. .” Hieruit kwam de volgende indeling: Leiding en advies geven: CBj.

Hieronder is een foto van de grote Roos van Leary opgenomen. 86 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. .

ik kijk eerst wel even hoe het gaat. Maar als iemand anders wil. Leuk hoor voetballen. Hij fluit vet vaak!!Nee hoor dat wil ik niet.Hè voetbal. zullen we een echt winnen!!!Ik hou alle partijtje voetballen? ballen tegen!!!Kom op Als we nou 4 partijen team!!Ik verwacht wel dat maken? Dan kan iedereen jullie er 100% voor gaan meedoen! hoor!!! 87 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. die houdt alle ballen tegen! Voetballen. Hij is altijd zo goed met fluiten. maar Frits is echt niet de scheids. Nou okee voetbal. goed idee. Okee. En Piet kan wel op keep. Vind ik best.. …. dan ga ik wel op keep. .Ach ja voetbal…. mag dat ook hoor. dan kan Frits de scheidsrechter zijn. Wat moet ik doen? Ja. ik vind tikkertje leuker. dat is leuk. Nou kom maar op!!Ik ga Hé jongens.

. zullen we een partijtje voetballen? Als we nou 4 partijen maken? Dan kan iedereen meedoen! 88 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.Hé jongens.

die houdt alle ballen tegen! 89 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.Ja. . dan kan Frits de scheidsrechter zijn. goed idee. En Piet kan wel op keep. Hij is altijd zo goed met fluiten.

Voetballen. dan ga ik wel op keep. Vind ik best. dat is leuk. Maar als iemand anders wil. 90 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Okee. . mag dat ook hoor.

. Wat moet ik doen? 91 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.Leuk hoor voetballen.

ik kijk eerst wel even hoe het gaat.Ach ja voetbal…..…. 92 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. .

93 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. ik vind tikkertje leuker. .Hè voetbal.

Hij fluit vet vaak!!Nee hoor dat wil ik niet. maar Frits is echt niet de scheids. 94 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. .Nou okee voetbal.

.Nou kom maar op!!Ik ga echt winnen!!!Ik hou alle ballen tegen!!!Kom op team!!Ik verwacht wel dat jullie er 100% voor gaan hoor!!! 95 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Een situatie wordt meerdere keren door verschillende leerlingen en vanuit verschillende segmenten gespeeld. Voor de eindopdracht van de les. waarbij ze gebruik maken van geschikte segmenten. Ze moeten een toneelstukje voorbereiden. 5. Speler A past een paar schoenen. B en c zijn samen tikkertje aan het spelen. en C blijven samen over. Speler A. B. De voorgelegde situaties zijn gebaseerd op dagelijkse situaties: 1. 2. speler C ziet dit. Opvallend is dat de leerlingen heel goed de juiste segmenten bij de situaties kunnen plaatsen. en ziet speler A. 4. 3. Speler B vindt ze verschrikkelijk lelijk. verdeel ik over de zes groepen de verschillende situaties. Speler A en B werken samen aan een rekenopdracht. eerst voor zichzelf vanuit welk segment ze gaan reageren. De andere leerlingen kijken naar het toneelspel en reflecteren aan het einde op de situatie. Iedereen leeft zich goed in. Ze kiezen geschikte combinaties uit. Speler A speelt vals. Aan het einde van een toneelstuk spreken ze de situatie goed door. De leerlingen moeten raden vanuit welke segmenten er gespeeld wordt. Daarna spelen ze de situatie uit.Bijlage 12: “Situaties uitspelen” De leerlingen worden opgedeeld in groepjes van zes leerlingen. Hierdoor ontstaan er echt lijkende situaties. Twee leerlingen (A en B) hebben ruzie. 96 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. in zijn rol. Speler A en B zijn samen aan het winkelen. Speler A staat aan de kant. Ze gebruiken deze informatie bij het volgende rollenspel. . In elke situatie wordt het aantal spelers aangegeven. Ze spelen deze uit stukjes uit voor de hele groep. Ze bedenken voordat ze gaan spelen. De leerlingen zijn erg enthousiast over de voorgelegde situaties. Er valt een beker melk om. speler B is aan het dansen. 6. Er is een feestje. Speler A snapt de som niet. Speler A. en of deze combinaties handig zijn.

en is er een mooie tekening uit gekomen. Er gebeurt een hele tijd niets in dit groepje. maar wacht nu goed af. Doordat hij meer de leiding neemt. Ze was duidelijk aanwezig en heeft ervoor gezorgd dat haar idee werd uitgekozen. MLm: Protesteren AAm: Winnen MBm: Strijden MHj:Volgen TMj: Afwachten OHj: Zorgen LMj: Terugtrekken YTj weet niet wat hij met zijn segment aan moet. MJj: Protesteren JGm: Winnen RWj: Strijden EDj:Volgen EBm en RBj: Afwachten RMj: Zorgen DWj: Terugtrekken Iedereen in dit groepje leeft zich heel erg goed in in zijn rol. Alleen JBj heeft wat moeite met leiding nemen. Ik neem zijn plek in en doe het een keer voor. ik wijs hem op de plek waar hij zit. Groep 2 JBj: Leiding en advies geven. Pas later in de oefening gaat hij wat meer strijden. Ze zorgen ervoor dat iedereen meedoet. YTj wacht nog steeds af en doet niets. Hij vraagt wat RBj wil gaan tekenen en spoort hem aan dit te doen. 97 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. MBm keurt alle ideeën af en zegt overal “nee” op. Ik neem YTj apart en leg hem nog een keer uit wat er van hem verwacht wordt. Hij doet dit ook bij DWj. RBj zit stil op zijn plek en betrekt zichzelf er niet bij. maar tekenen niet zelf. en hij neemt veel meer de leiding. maar wil wel dat het allemaal op haar manier gebeurd. gaan steeds meer leerlingen naar hem luisteren en komen er ook leerlingen naar hem toe voor hulp. Hij gaat dichterbij en neemt veel meer de leiding. Dit past niet helemaal bij haar segment. Later neemt ze ook het initiatief om plakband te pakken als er een stukje tekening scheurt. Hierdoor komt er schot in de zaak en YTj neemt iets meer de leiding op zich. ze geeft aan dat ze zich verveelt en gaat uit zichzelf tekenen. . Hij zegt tegen mij dat ze niet luisteren. Aan het eind werken de groepsleden goed samen.Bijlage 13: “Groepstekening maken” Groep 1 YTj: Leiding en advies geven. Ze blijven goed bij het segment. EBm zit een tijdje niets te doen. Hij blijft zitten en doet niets. Hij helpt hem met zijn tekening. JBj en RMj zijn zo met hun rol bezig dat ze zelf helemaal niet tekenen. Hij laat dit gedrag alleen zien op momenten dat er strijd nodig is. maar wel bij haar als persoon. Hij zit ver van het groepje en zegt niet veel. Maar zegt niets in de groep zelf. Dit sterkt YTj in zijn rol. TMj is normaal heel aanwezig met groepsactiviteiten. RWj is nog best een lieve strijder. RMj ziet dit en gaat naar hem toe. AAm en MBm. AAm leefde zich goed in in haar rol. OHj is alleen één op één met groepsgenoten bezig. Er wordt wel heel veel gediscussieerd tussen MLm. Hij wacht af en kijkt gewoon om zich heen. grijp ik in. Aangezien het doel van de oefening het uitvoeren van het segment is. AAm is heel duidelijk aanwezig en probeert dingen te regelen. Ook OHj neemt een grotere rol in en zorgt ervoor dat TMj en LMj ook meedoen.

Ze geeft ook haar krijtjes niet af aan de ander. De andere leerlingen worden door CVm ook in de gaten gehouden. De strijders. OLj. De leerlingen hebben de tekening afgekregen. Sommige leerlingen vonden het heel erg moeilijk om vanuit hun segment te moeten spelen. In groep 2 waren deze leerlingen veel rustiger. alleen doet hij dit een stuk minder aardig. Ze houden zich aan hun rol. dat je karakter heel erg meespeelt in de uitvoering van een segment. De meeste leerlingen speelden heel goed hun segment uit. Deze rollen werden ingevuld door meer introverte leerlingen. Vooral NJm. Algemene observatie De leerlingen vonden het erg leuk om deze oefening uit te voeren. MJj gaat op een gegeven moment op een stoel zitten in een boze. winners en protesteerders uit groep 1 en vooral uit groep 3. en JCm zijn erg aanwezig. Hij geeft zelf aan niet zo goed raad te weten met het segment zorgen. . gesloten houding.MJj en JGm protester en winnen in stilte. De andere leerlingen geven echt alles. DWj heel erg rustig en JGm heel erg goed voor zichzelf opkomend. Ik heb bijvoorbeeld van JGm en DWj erg genoten. maar gaan niet schreeuwen. voornamelijk als deze tegenstrijdig was met hun voorkeurssegment. Groep 3 CVm: Leiding en advies geven. NJm: Protesteren OLj: Winnen JCm: Strijden LRm:Volgen CBj: Afwachten AAj: Zorgen MTj: Terugtrekken De leerlingen uit dit groepje leven zich allemaal heel sterk in in hun rol. Ook OLj spoort ze aan om te werken. In deze oefening heb ik aan de kinderen laten zien. omdat zij een totaal andere kant van zichzelf lieten zien. Ze gebruiken hier heel goed hun lichaamstaal voor. Tijdens deze opdracht is hij heel erg stil en trekt hij zich goed terug. waren heel luidruchtig aanwezig. en pakt bijvoorbeeld snel het doosje krijtjes voor een ander weg. CVm probeert deze ruzies te sussen en dit lukt haar ook. wat dit deed met de leerlingen. JGm laat met duidelijke blikken zien. Hij is normaal heel erg aanwezig en maakt aan één stuk door grapjes. Toch volgt er altijd wel weer een nieuwe ruzie op. 98 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. blijft hij zelfs op de gang in zijn rol. en iedereen heeft hier zijn aandeel in gehad. en protesteert in stilte. Het groepje werkt heel rustig. Ik vond het erg leuk om te zien. Als hij naar de wc moet. Zij ruziën heel wat af en schreeuwen daar heel hard bij. Het is heel mooi en leuk om te zien dat iedere leerling zijn segment weer anders invult. Alleen AAj heeft moeite met het uitvoeren van zijn rol. DWj leeft zich heel goed in in zijn rol. Deze rollen werden door extroverte leerlingen gespeeld. Zij spoort ze aan om te tekenen en vraagt wat ze nodig hebben. Deze oefening was een leerzame ervaring voor zowel de leerlingen als voor mijzelf. dat ze bepaald gedrag van een ander niet wil hebben. Hij laat hiermee duidelijk zien dat hij het er niet mee eens is. Dit groepje is goed met de opdracht bezig en laat de tekening ondergeschikt zijn aan het uitspelen van de segmenten.

is op zijn hoede. andere kinderen kunnen overtuigen in hun belang. Strijden: Is duidelijk over wat hem niet zint. het belang van de groep voor ogen. benadrukt positieve kanten van andere kinderen. houdt zich aan de regels. probeert af te schrikken met een aanvallende houding. kijkt eerst de kat uit de boom. kan ontevredenheid uiten maar wel op bedekte wijze. 99 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. leeft zich in in andere kinderen in.Kaartjes segmenten Leiden en advies geven: Organiseren en regelen voor andere kinderen. vertrouwt op andere kinderen. kan zich onafhankelijk opstellen. willen. moedigt aan. goedbedoelde raad. op. kan initiatieven afwachten. Afwachten: Stelt zich bescheiden Volgen: geeft anderen de ruimte. kan teleurstelling laten merken. durft competitie aan te gaan. grenst af door te zwijgen. kan zich kwetsbaar opstellen. kan naar kritiek luisteren. Zorgen: Zorgzaam. stelt eisen en grenzen aan kinderen. kan kritiek leveren gericht op de persoon. positieve houding. Protesteren: Vertrouwt niet zomaar. kan van zich afbijten en zich verdedigen. Winnen: Wijst op gemaakte fouten. kan wat de leiders of de meerderheid zich afhankelijk opstellen. meedenken en zoeken naar oplossingen. . maakt zich kwaad naar andere kinderen. Zich terugtrekken: Is terughoudend. trekt zich uit contacten terug. kan aangeven wat hij van een ander verlangt. kan inbreng van anderen in twijfel brengen zonder zelf het heft in handen te nemen. geeft soms steken onder water. doet "vraagt" om hulp en steun. vertrouwt op zichzelf.

De andere groepsgenoten laten hem. Ze moeten voor één kleur kiezen en scheuren deze kleur uit tijdschriften.Bijlage 14: “Kleurencollage” De leerlingen krijgen de opdracht een kleurencollage te maken. Hij valt net zoals YTj (van groep 1) ook in zijn oude valkuil. Dit werkt en RBj toont meer betrokkenheid bij het werk. maar komt niet verder dan “vrolijk” en “liefde”. “Okee. Groep 1: YTj. Hij gaat rondlopen door de klas. Aangezien het onmogelijk is om alle leerlingen tegelijkertijd te observeren. Hij vindt het gezelliger als ze gewoon alles samen doen. Ze werken vanuit de juiste segmenten samen en EBm heeft een soort natuurlijk leiderschap op zich genomen. OHj gaat hierop met JBj in discussie. Je kan zien dat ze reageren vanuit verschillende segmenten. “Ja”. EBm. Opvallend is dat YTj na een kwartier werken toch weer in zijn oude gedrag vervalt. JBj en AAm komen hierover bij mij klagen en ik geef hen het advies om RBj vanuit een ander segment aan te spreken op zijn gedrag. OHj. In het begin ging het heel goed in het groepje. Hij vraagt de rest van zijn groepsgenoten om hulp. zoekt grappige plaatjes uit in tijdschriften en houdt zich niet meer bezig met zijn taak. Een andere kleur mag er niet op te zien zijn. zegt OHj. en iedereen werkt verder rustig aan de opdracht. Ook moeten ze woorden erbij schrijven. en gaan zelf verder met hun opdracht. Hij zegt tegen zijn groepsgenoten dat ze maar één vlak per persoon moeten vullen. JBj protesteert hier tegen. Hij wordt hier wel op aangesproken door de rest van zijn groepsgenoten. 100 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Hij stelt het woord “geluk” voor. die ze associëren met die kleur. hij gaat op zoek naar nieuwe tijdschriften en luistert niet meer naar OHj. De leerlingen uit deze groep passen goed het geleerde in de praktijk. Toch gaat het halverwege dit groepje ook niet goed met RBj. Toch kan hij zijn “streken” tijdens het werken niet helemaal laten. Alle leerlingen uit deze groep scheuren de kleuren uit en plakken deze ook op het grote vel. antwoordt AAm. maar denkt ook zelf verder na. en dit heeft als gevolg dat hij weer een tijdje meedoet. OHj gaat verder met zijn werk. RBj reageert afwijzend: “Hè nee!”. OHj probeert wat meer structuur hierin te krijgen en deelt het blad in vieren. gaat grappige plaatjes opzoeken en is aan het “klieren” met andere leerlingen. ze geven elkaar aanwijzingen en complimenten. ben ik een tijdje bij een groepje gaan zitten. RBj schrijft dit op en OHj geeft hem advies over de manier en de plek van opschrijven. Hij loopt weg van zijn werk. Deze momenten heb ik hieronder per groep beschreven. De andere drie leerlingen zitten heel rustig in de tijdschriften naar de kleur groen te zoeken en scheuren deze uit. RBj is ergens anders een stukje aan het uitscheuren en komt terug om zijn stukje aan OHj te geven. dan doen we niet met kanten”. zegt RBj. MTj. Groep 2: AAm. maar later gaat hij toch weer “klieren”. Op dat moment legt OHj zijn systeem uit aan RBj. “Blij”. CVm. OHj zegt dat hij dat hetzelfde vind als vrolijk. Zij overlegt wel met de andere leerlingen over het totaalbeeld. EBm plakt alle gescheurde papiertjes op en de rest geeft aan. alleen loopt JBj tijdens de discussie weg. RBj. YTj laat eerst ter goedkeuring zijn plaatje zien aan EBm en scheurt hem dan pas uit. RBj gaat woorden in het roze tussen de gescheurde stukjes opschrijven (dit hoort bij de opdracht). JBj. Er wordt heel positief gesproken naar elkaar. .

ja”. RMj knipt een kuikentje uit. kijk dat kuikentje past goed bij het woord blij!”. MLm: “nee dat is donker geel. RWj ziet dit en zegt: “oh ja. niet helemaal los kan laten. dat is pas oranje. Alleen CBj spreekt haar tegen en komt voor zichzelf op. dan is dat stukje donkergeel”. en gaat dit meteen doen. MJj: “Ja donker geel. MJj heeft gekozen voor het segment zorgen door aan te geven dat het stukje ook wel weg mag. Ook geven ze aan heel duidelijk vanuit bepaalde segmenten te hebben gereageerd. JCm vraagt of ze serieus willen doen en ze doen dit meteen. “Ja. JGm. Ze communiceren veel met elkaar. OLj: “Oh okee”.p. wil je wel even wat gaan doen!”. Hij zegt: “Is het de bedoeling dat er oranje tussen zit?”. “Ik schrijf ze wel mooi op”. Ook MJj reageert: “Ja. maar blijven wel positief.Groep 3: OLj. Je kunt zien dat ze bewust bezig zijn met de segmenten. dan lachen we even en gaan weer aan het werk”. MLm reageert hier bevestigend op. zegt CBj. maar het strijden wat ze normaal veel doet. Waarop LMj antwoordt: “Nou als jij er zo over 101 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Deze groep is rustig aan het werk. LMj.v. maar nog niet helemaal hun voorkeurssegment kunnen loslaten. maar als ik een leuk plaatje zie dan laat ik dat even zien aan OLj. Er wordt rustig gewerkt en OLj en CBj zitten samen te lachten. dat groen moet er wel tussenuit hoor. maar CBj antwoord: “nee hoor. Ze zegt ook dat ze hem al meerdere malen daarop heeft aangesproken. RMj komt naar het groepje toegelopen en zegt tegen MJj: “Hé. JCm zegt dat dit teveel tijd kost en vindt het geen goed plan. ik plak ook. als RWj dit liever heeft. maar we kunnen het er nog wel uit halen hoor!”. Groep 4: MLm. zegt RMj. vertelt LRm net aan haar groepsgenoten dat ze vind dat LMj niets doet. JCm aanvaart dit en hierdoor werken de leerlingen heel prettig samen verder. MJj vraagt aan RWj of hij even een tijdje wil gaan lijmen. dat is heel leuk!”. CBj. . Daarop loopt MBm naar LMj toe en zegt: “Je bent helemaal niets aan het uitvoeren. Ze zijn de woorden aan het opschrijven. Ze spreekt de andere groepsleden al snel aan op hun gedrag en OLj JGm volgen haar adviezen op. Opvallend in dit groepje is dat JCm een leiderspositie inneemt. geen oranje”. Groep 5: MHj. MLm is de woorden aan het opschrijven. maar JGm en ik zijn volgens mij de enige die plakken!”. wij hebben geel!. OLj vraagt ook aan JCm waar hij een stukje moet plakken en geeft dit aan JCm. JCm zegt hierop: “Ik weet niet hoor. “Okee”. Dit groepje is heel doelbewust aan het werk. MJj. MBm. Op dat moment komt RMj aan met een stukje dat overduidelijk oranje is. RWj. opschrijven. RMj. LRm. Hij zegt ja. maar dat dat niet helpt. Zoals in dit geval bij het stukje donkergeel. De samenwerking en interactie wordt als heel prettig ervaren blijkt uit het nagesprek. hoor dat doe ik”. RWj zegt tegen hem: “Hé. Mede door dit soort communicatie verliep de samenwerking zonder conflicten en werd ongenoegen goed uitgesproken. Als ik me bij dit groepje voeg. RWj vindt de soorten geel allemaal door elkaar erg leuk staan. CBj wil graag letters uitknippen i. JGm plakt een stukje op en vraagt aan JCm of dit goed is. zegt JCm. Op een gegeven moment ziet RWj een stukje dat volgens hem de kleur oranje heeft. MJj antwoord: “Ja. JCm reageert niet op dit antwoord en iedereen werkt weer rustig verder. JCm. Vervolgens geven MJj en RMj plaatjes aan en MLm en RWj plakken deze op.

Op een gegeven moment verzint LRm “boos”. EDj. NMj te helpen en kleuren voor andere groepjes uit te zoeken die hij wel herkende. maar zit al een hele tijd in de tijdschriften te lezen. maar gaat meteen aan de slag met de tijdschriften en komt even later met de kleur paars aanlopen. wat ze ook probeert. MHj geeft per woord een reactie. “En van NJm mogen er geen twee dezelfde stukjes op. Je merkte dat ze in de samenwerking met LMj wel probeerden om verschillende segmenten in te zetten. Het maakt MBm niet uit hoe ze worden ingekleurd. LRm helpt hem op weg door suggesties te geven. dus deze moet weg”. NJm is alle stukjes die worden aangeleverd aan het opplakken. Hij gedroeg zich zoals altijd. MBm loopt naar LMj toe en zegt: “Ik zag dat je het vervelend vond. Op dat moment komt NJm naar mij toegelopen en zegt dat EDj de kleur paars niet ziet. NJm. “Is dit goed?”. MHj vindt het lastig om een woord te bedenken. EDj heeft tot dat moment helemaal niets gezegd. Hij leest een artikel. Hierop overlegt LRm met MBm over de manier van inkleuren van de woorden. AAj zit ook in dit groepje. Hij was weinig aanwezig bij het groepje en stond veel bij de tijdschriftentafel met andere kinderen te kletsen. ze zegt: “DWj. alleen LMj reageerde niet echt anders. MHj luistert hiernaar. Een ander groepje kwam erachter doordat hij dacht een bladzijde groen aan het groepje te geven. maar was dit ten tijde van de opdracht helemaal vergeten. Hij is stil. en LRm gaat door met andere suggesties. Ze doet haar beklag tegen TMj dat DWj niets uitvoert. vraagt hij aan NJm. Hij heeft getracht het te camoufleren door te gaan vegen. Hij is het niet eens met de suggesties. maar merkt op dat zo‟n zelfde stukje er al op zit. DWj zegt niets. Zij pakt hem aan en plakt het stukje op. wat ik zei. . Dan vraagt LRm. “dat is hem”.denkt. NJm gaat dit proberen en loopt op DWj af. De rest van de groep probeerde hem in het begin er bij te betrekken en aan het werk te zetten. Dit was zijn aandeel aan het werk. De groepsleden kiezen ervoor om om de beurt te plakken en de anderen zoeken en scheuren dan. vertelt hij tegen mij. TMj. Het maakt MHj niet uit en hij zegt dat LRm dat wel mag kiezen. die voornamelijk grapjes met iedereen aan het maken was. Het groepje is al een lange tijd bezig. De groepsleden weten niet wat ze met deze reactie aan moeten. In de confrontatie ging hij vaak de strijd aan of protesteerde hij. roept MHj. Hij krijgt de tijd om hierover na te denken. Ze werkten vooral samen met zijn drieën en accepteerden dat LMj weinig heeft toegevoegd. “waar wil je hem hebben op het papier?”. later gaven ze dit op. “Vanuit dat segment kun je eisen stellen”. Ik weet dat EDj kleurenblind is. als ik me bij hen voeg om gericht te observeren. maar zoekt niet naar de kleur paars. 102 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. maar zou je alsjeblieft kleuren uit willen gaan scheuren? “Ja”. en liet geen andere segmenten zien dan afwachten en terugtrekken. Ik geef de suggestie om LMj vanuit een ander segment aan te spreken dan ze al hebben gedaan. Niemand van de groepsleden merkt dit op. ik verwacht dat je wat meer plaatjes gaat uitscheuren en wat minder rondloopt”. je kon namelijk merken dat LMj het niet prettig vond zoals hij werd aangesproken. TMj komt met een stukje paars aanlopen. “Misschien winnen?”. Iedereen moet één emotie bedenken om op te schrijven als woord. DWj. In dit groepje viel LMj een beetje buiten de samenwerking. TMj geeft de suggestie om een ander segment te proberen. “Ja!”. Van te voren heb ik een aantal keren DWj langs zien lopen. LRm maakt uiteindelijk zelf de beslissingen en kleurt de woorden in. Hij bladerde wel in de tijdschriften en een heel enkele keer kwam hij met een stukje rood naar het groepje terug. Groep 6: AAj. stelt hij voor. zegt LMj. of zegt er wat van. dan doe ik vanaf nu ook helemaal niets”.

hierdoor verdiept hij zich helemaal in een tijdschrift.p.v. en kan niet goed de rem vinden. Hij kiest er voor om zich terug te trekken en af te wachten i. Hieronder is een foto van de kleurencollage opgenomen. EDj vertoont ook heel herkenbaar gedrag. en TMj geeft een goede suggestie aan NJm over het gebruik van de segmenten. Ook DWj en AAj doen nu actief mee. Deze ontdekking leidt tot een omslag in het groepje. TMj en NJm werken goed samen. en hierdoor kwamen we erachter dat EDj deze opdracht helemaal niet kan uitoefenen. 103 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. dat hij iemand vertelt over zijn kleurenblindheid en het feit dat hij de kleur paars niet kan herkennen. EDj is door zijn kleurenblindheid de appellant geworden en de andere groepsleden ontfermen zich goed over hem. AAj is snel afgeleid en gek op lezen. Hij mag gaan plakken en de groepsleden geven de stukjes op de goede manier aan. . Alle leerlingen weten dat EDj kleurenblind is.alleen was de hele bladzijde rood. met de kleur paars naar boven. DWj is grapjes aan het maken. Dit gedrag wordt wel geaccepteerd door de rest van de groep. maar is hier wel wat bazig in. In dit groepje neem NJm duidelijk de leiding. DWj en AAj gedragen zich zoals ze altijd doen.

en eindmeting naast elkaar Het sociogram Tabel spelen Nulmeting MLm 2 1 MBm 2 5 AAm CVm LRm EBm JGm DWj RWj JCm Totaal pos. 3 5 1 8 4 0 2 4 9 5 2 4 1 1 3 0 1 3 3 1 5 3 3 2 0 13 0 1 7 2 0 0 2 4 2 16 4 3 9 3 0 2 1 0 0 0 Eindmeting MLm 3 2 MBm 3 1 AAm CVm LRm EBm JGm DWj RWj JCm Totaal pos. Totaal neg. 5 4 2 4 4 0 3 4 4 1 3 5 2 3 3 1 3 4 5 0 3 3 5 3 0 2 0 1 13 0 0 0 3 4 3 16 2 2 11 2 0 1 3 0 0 3 Eindmeting MLm 3 1 MBm 2 4 AAm CVm LRm EBm JGm DWj RWj JCm Totaal pos. Totaal neg.Bijlage 15: Nul. 1 4 4 5 6 1 5 5 3 1 2 4 1 5 3 0 1 2 3 1 2 6 5 8 1 2 1 1 13 1 0 0 5 6 1 12 1 8 7 0 1 1 0 0 0 1 Tabel werken Nulmeting MLm 2 1 MBm 2 3 AAm CVm LRm EBm JGm DWj RWj JCm Totaal pos. NJm MHj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ AAj MJj OLj EDj RBj YTj JBj NJm MHj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ OLj AAj MJj EDj RBj YTj JBj NJm MHj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ OLj AAj MJj EDj RBj YTj JBj NJm MHj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ OLj AAj MJj EDj RBj YTj JBj . Totaal neg. Totaal neg. 1 7 0 5 5 1 4 4 3 3 2 5 0 3 3 0 2 5 2 1 5 4 4 3 1 11 0 0 5 0 2 1 4 2 1 13 2 4 16 2 0 1 2 0 2 0 104 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

16) 1 1 1 0 5 0 0 1 1 0 0 1 3 2 0 0 2 0 1 0 2 1 0 0 0 Relatie leraarleerling (max. 14) 1 5 0 4 2 0 2 3 2 0 1 2 1 3 3 1 1 0 0 0 4 1 2 1 2 Welbevinden (max. 14) 4 1 1 3 4 0 2 3 1 0 5 4 2 2 4 0 3 0 2 0 1 1 2 0 3 Welbevinden (max. 56) 8 8 5 8 13 2 4 16 5 2 7 8 9 9 9 2 15 3 5 2 9 7 9 2 7 Eindmeting Naam JBj MBm MLm AAj RBj RWj CBj YTj LMj NJm AAm MJj JGm JCm TMj DWj EDj RMj OLj OHj MTj LRm EBm MHj CVm Organisatie in de klas (max. 12) 0 0 1 0 1 0 0 5 0 0 2 0 1 0 0 0 2 1 0 0 1 1 1 0 2 Affiliatie (samenhang) (max.De klimaatschaal Nulmeting Naam JBj MBm MLm AAj RBj RWj CBj YTj LMj NJm AAm MJj JGm JCm TMj DWj EDj RMj OLj OHj MTj LRm EBm MHj CVm Organisatie in de klas (max. . 12) 0 1 0 0 1 0 0 4 0 0 2 2 0 0 1 1 1 0 0 0 0 0 1 0 3 Affiliatie (samenhang) (max. 22) 5 1 5 5 6 3 2 8 1 2 5 4 3 4 9 3 4 1 0 1 2 4 3 3 3 Onderlinge leerlingrelaties (max. 16) 0 2 0 0 3 1 0 2 1 0 1 1 3 2 1 0 1 1 0 0 2 4 0 1 0 Relatie leraarleerling (max. 56) 6 7 5 9 11 4 4 16 4 2 8 9 6 9 14 5 6 2 0 1 7 8 6 4 7 105 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. 22) 4 6 3 5 6 2 2 8 4 2 6 3 5 5 5 2 7 2 2 2 5 5 6 2 4 Onderlinge leerlingrelaties (max.

Rolkaarten Nulmeting Eindmeting

Gezagsdrager
10 10 8 6 4 2 0 EDj MLm RBj CBj RMj MBm CVm JCm CBj AAm

Gezagsdrager

8
6 4 2 0

EDj CVm

RWj JCm

RBj MLm

RMj MBm

TMj

Nulmeting

Eindmeting

Organisator
14 12 10 8 6 4 2 0 CBj TMj RWj EBm RBj NJm MBm OHj RMj 14 12 10 8 6 4 2 0 AAj RWj CBj RBj

Organisator

DWj RMj

JBj YTj

MHj AAm

MJj LRm

OLj MLm

OHj MBm

70

Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Nulmeting

Eindmeting

Sociaal werker
12 10 8 6 4 2 0 JCm NJm LRm MTj CBj JGm MLm JBj CVm MBm EDj 12 10 8 6 4 2 0 CBj JGm

Sociaal werker

MTj LRm

OLj MLm

CVm MBm

EBm NJm

JCm

Nulmeting

Eindmeting

Verkenner
8

Verkenner
8 6 4 2 0

6 4 2 0
JBj CVm MJj YTj TMj RWj MHj EBm RMj RBj OLj LMj MBm AAj OHj EDj MLm NJm AAm MTj

AAj OHj AAm

CBj RWj EBm

MTj RBj JGm

MHj RMj MLm

MJj TMj MBm

OLj YTj NJm

71

Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Nulmeting

Eindmeting

Volger
8 6 4 2 0 MJj TMj MTj LMj JGm LRm RMj CBj CVm EBm EDj 8 6 4

Volger

2
0 EDj OLj JCm JBj RWj JGm LMj RBj MBm MTj TMj NJm MHj YTj MJj EBm

Nulmeting

Eindmeting

Appellant
20 15 10 5 0 RWj JCm LMj TMj RBj LRm 20 15 10 5 0 AAj LMj

Appellant

OLj

OHj

TMj

JCm

LRm

72

Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

.Nulmeting Eindmeting Joker 25 20 15 10 5 25 20 15 10 5 Joker 0 CBj NJm DWj EBm RBj YTj 0 CBj DWj MHj RBj AAm Ebm 73 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

MHj. OHj. JBj. TMj. MLm. RMj. AAj. NJm en MLm. AAj. EBm. YTj. MJj. MHj. MHj. MBm. JBj. CVm. MJj. AAj. EDj. MTj. LMj. MBm. NJm. LMj. EBm. DWj en CBj. RBj. RMj. JGm. AAm. RWj. EDj. LMj. YTj. MBm. RBj en RMj. MLm. MTj. MTj. EBm. CVm. JGm. DWj. JGm. JCm. OLj. Indeling volgens LIOstagiare CBj. LRm. NJm. AAj. DWj. RWj. OHj. NJm. (CBj). YTj. LRm. . RWj. LMj. JCm. MJj. RWj.Indeling volgens leerkrachten Nulmeting Rollen Gezagsdrager Sociaal werker Organisator Verkenner Volger Appellant Joker Indeling volgens mijzelf MHj CVm. MBm. CVm. LRm. EDj. OLj. JBj. MJj. DWj. RMj. JBj. AAm. OLj. LRm. RBj. 74 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. LMj. LRm. MTj. EBm. JCm. Indeling volgens LIOstagiare CBj. OLj. Eindmeting Gezagsdrager Sociaal werker Organisator Verkenner Volger Appellant Joker Indeling volgens mijzelf CBj. JCm. RMj. AAm. TMj. AAm. MLm CBj. LMj. YTj. OHj. EDj. CVm. OHj. TMj. JGm. RBj. MLm. TMj. NJm.

X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X 1 8 4 1 4 2 5 1 6 1 1 13 5 1 5 0 3 0 1 5 2 6 4 1 1 12 5 1 3 8 0 7 1 0 2 1 3 1 1 0 2 0 6 0 3 1 5 1 75 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. NJm DWj MHj RWj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ AAj OLj MJj EDj RBj YTj JBj .Bijlage 16: Tabellen sociogram eindmeting Sociogram spelen MLm MBm X 2 4 AAm CVm LRm EBm JGm JCm AAj CBJ DWj EDj JBj LMj MTj MHj MJj OLj OHj RWj RBj RMj TMj YTj AAm CVm EBm JCm JGm LRm MLm MBm NJm Totaal pos. Totaal neg.

X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X 1 3 7 1 0 11 5 0 5 0 1 5 4 0 4 2 3 1 3 4 2 2 5 1 0 13 3 2 3 4 0 16 2 2 5 0 2 1 1 2 5 0 4 2 3 2 4 0 76 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Totaal neg. NJm DWj MHj RWj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ AAj OLj MJj EDj RBj YTj JBj .Sociogram werken MLm MBm X 3 1 AAm CVm LRm EBm JGm JCm AAj CBJ DWj EDj JBj LMj MTj MHj MJj OLj OHj RWj RBj RMj TMj YTj AAm CVm EBm JCm JGm LRm MLm MBm NJm Totaal pos.

Bijlage 17: Plattegrond Plattegrond kerstvakantie t/m voorjaarsvakantie NJm JGm MHj RBj OHj YTj EDj MTj CBj AAj RWj OLj JCm LRm EBm JBj MJj DWj LMj MLm CVm MBm AAm RMj TMj 77 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. .

.Plattegrond voorjaarsvakantie t/m meivakantie MLm JBj MBm RMj RBj AAj OLj LRm JCm CVm MJj LMj JGm AAm RWj MHj EBm TMj EDj OHj DWj CBj NJm YTj MTj 78 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Bijlage 18 Puntenverdeling klimaatschaal
Puntenverdeling over de verschillende vragen. Vraag Aantal punten nulmeting (Max. 50 punten per vraag) 2 5 4 1 3 3 2 9 5 8 12 7 1 0 13 1 4 14 4 0 2 1 2 0 3 0 3 45 Aantal punten eindmeting (max. 50 punten per vraag) 3 3 12 4 3 4 5 8 3 8 10 2 1 1 9 4 9 10 4 2 2 14 7 0 1 0 3 28

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28

79

Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Bijlage 19: Tabel rollen
Sociaal werker Verkenner Organisator Volger Appellant Joker

Gezagsdrager Rollen

Welke leerlingen plaats je bij welke rol en waarom?

Waar plaats je jezelf en waarom?

116

Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Bijlage 20: Motivatie rolkaarten eindmeting
Naam MHj Gezagsdrager EDj: Hij heeft vaak goede ideeën, maar dat zegt hij dan tegen de organisator. Sociaal werker JCm: Want zij zorgt vaak voor anderen. Organisator CBj: Hij organiseert de dingen van de gezagsdrager. Verkenner De rest. Volger De rest en ikzelf: Omdat ik meestal andere kinderen volg. Appellant LRm: Zij heeft soms wat meer aandacht nodig. Joker CBj: Hij maakt grapjes op een goed moment. Ikzelf: Ik vind dat ikzelf ook soms wel leuke grapjes maak. DWj en CBj: Ze maken vaak goede grappen op de juiste plaats.

OLj

RWj: Hij is een goede leider.

NJm, MBm en MLm: Zij betrekken iedereen erbij.

JBj: Hij komt met een goed idee.

MLm.

MBm

MLm: Ze heeft altijd goede plannen.

CVm en JGm: Ze willen altijd iedereen helpen.

MLm

CBj en ikzelf: Iedereen luistert naar ons.

OLj en ikzelf: We willen altijd dat iedereen ergens aan meedoet. MLm: Ze zorgt

LRm en ikzelf: Als je een idee hebt, wil zij dat altijd wel goed organiseren. RMj: Hij wil graag dingen voor elkaar krijgen.

AAm: Ze heeft altijd wel iets om mee te nemen. De rest.

De rest van de klas want die willen ook wel vaak mee leuke dingen doen. Ikzelf: ze komen vaak met goede ideeën en die volg ik. De rest.

JCm en LRm: Ze zijn best vaak verdrietig en daarom vind ik ze een appellant.

De rest.

LRm
117

CBj: Hij heeft altijd

RBj: Hij weet

OHj: Hij doet

Iedereen is wel

LMj: Hij kan zich niet altijd goed betrekken bij de rest. Ook soms TMj. JCm: Omdat ze zichzelf niet vaak bij de groep betrekt. LMj: Hij is altijd stil. JCm en LMj: Ze

RBj: Hij maakt altijd leuke grapjes.

DWj: Hij maakt altijd leuke grapjes.

CBj en DWj:

Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Verkenner wat hij zelf wilt. DWj: Hij maakt leuke grapjes 118 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. MLm en CBj: Ze organiseren het plan goed. Ikzelf: Ik maak bijna altijd grapjes en andere vinden dat ook. TMj. AAj. CBj en RWj: Zij De rest. RMj CVm: Ze heeft vaak NJm: De zorgt hele goede ideeën. Sociaal werker er altijd voor dat iedereen iets kan doen. CBj en MHj: Ze zijn heel grappig. De rest. CVm: Zij denkt vaak aan anderen. Ikzelf: ik sta altijd achter iemand. TMj: Hij De rest. Geen idee. bedenkt altijd wel een leuk spel als ik bij hem speel. Joker Ze maken soms hele leuke grapjes en DWj kijkt altijd zo grappig. Organisator altijd leuke dingen te doen. CBj en ikzelf: Dit is typisch ons. . RWj: Hij weet altijd wel iets leuks te verzinnen. JCm: Ik vind haar altijd een beetje stil. heel vaak voor Ikzelf: ik organiseer veel CBj: Hij past ook dingen toe. De rest. MJj:Hij heeft goede ideeën. JCm: Ze heeft vaak hulp nodig DWj. DWj: Hij maakt vaak grapjes. JGm: Zij is altijd zorgzaam. CBj: Heeft vaak ideeën CBj: Hij is een aardig leider en het is prettig om naar hem te luisteren. MBm: Zij zorgt voor anderen. Ikzelf: Als iemand verdrietig is. Appellant zitten altijd alleen. MTj en CBj. Ikzelf: Soms heb ik ook goede ideeën. De rest. JCM: Zij is soms erg verdrietig en moet dan even geholpen worden. OLj. OHj DWj LMj RWj en MBm: Zij hebben veel ideeën. denken vooruit. Volger eens een volger. MLm: Zij helpt iemand altijd. RWj CBj en TMj: Zij nemen altijd het initiatief om iets te organiseren. Ikzelf: Volgens mij zorg ik ook altijd wel goed voor iemand. en OHj: Zij hebben wat meer verzorging nodig.Naam Gezagsdrager goede ideeën. DWj: Hij is de echte joker van de klas! Is er niet. vrolijk ik hem/haar op met mijn grapjes.

MHj en MLm: Ze kunnen goede ideeën inbrengen. behalve JCm die doet het een beetje stil. CVm en LRm: Ze zien gelijk of er wat mis is met je. iemand bijvoorbeeld op het pannaveldje wil voetballen. JBj CBj en DWj: Zij verzinnen veel dingen. 119 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. RMj en RWj: Zij zijn goede leiders en dat laten ze ook zien. CBj en JCm: MTj en CBj: Ik Die doen vaak zie hen vaak gezagsdragerachtige mensen helpen. maar hij heeft goede ideeën. maar altijd goede anderen zeggen. EBm. MJj MBm. CBj: Hij heeft altijd wat goeds te vertellen. veel. dan neemt hij de bal mee. worden. Ikzelf: ik ben echt een stille leider. grapjes. Organisator dingen. CBjen RMj: Zij vertellen wat mensen moeten doen op een rustige manier. soms kan ze wel grapjes op een eens verwend goed moment. grapjes. De rest. RBj. NJm. bijvoorbeeld bij de playbackshow. EDj: Hij doet JCm: Zij is bijna CBj: Hij maakt bijna alles wat altijd alleen en altijd best wel iemand anders ze huilt best grappige zegt. dingen. AAm LRm en NJm: Ze zorgen altijd voor anderen en ze nemen meestal voor anderen wat mee. maar DWj wel wat flauwere dan CBj. MHj. JGm. LRm: Zij helpt altijd wel met dingen klaarzetten. MLm: Zij is altijd heel behulpzaam. YTj: Als De rest. Joker op een goed moment. MTj. NJm EDj: Hij is best wel stil. EBm: Zij neemt voor anderen wat mee. MLm: Zij zorgt goed voor iedereen. RMj: Hij zegt altijd wel wat we mee kunnen nemen. CVm RWj: Hij is een goed leider. goede grappen op het juiste moment. voor zichzelf grappige opkomen.Naam Gezagsdrager Sociaal werker anderen. Verkenner Volger Appellant met dingen. EDj en ikzelf: JCm en AAj: Ze CBj en DWj: We wachten kunnen meestal Ze maken altijd eerst af wat er niet zo goed van die gaat gebeuren. YTj en MTj. RWj: Hij neemt vaak de leiding. LMj: Hij heeft veel moeite met dingen. Ikzelf JCm: Ze is altijd DWj: Hij maakt ook: Ik volg wat heel stil. EBm. JCm. CBj: Hij kan alles goed regelen. OLj en DWj en CBj: LMj: Zij doen Zij maken soms heel zielig. De rest. CBj en YTj: Zij regelen eigenlijk best wel veel. RBj en DWj: Zij zijn het grappigste van de klas. .

LMj. MBm en MJj: Ik hoor meestal van hun wat we gaan doen. NJm. MTj. JGm. MLm: Zij is erg aardig. JCm: Zij is altijd heel stil. Vooral de rest Niemand. CBj: Hij helpt altijd goed en hij helpt degene die hulp nodig heeft ook altijd positief te blijven. maar het die ze bekend meest: MHj. MTj CVm en RWj: Zij zijn goede leiders. Ikzelf: Ik kom niet vaak met een idee op de proppen en ik ga gewoon met de stroom mee. Volger Appellant Ikzelf: Ik doe wat anderen zeggen. MBm: Ze komt De rest. maar niet alles. Ikzelf: Ik neem wel eens TMj. AAj: Als hij wat zegt. JBj willen maken. EDj. en JCm want ze kunnen goed luisteren en volgen de leiders goed. LRm: Zij is erg bezorgd en MBm: Ze organiseert meestal de feestjes. OLj. LRm: Zij zegt altijd alles door aan OLj. MBm. Joker CBj: Hij maakt goede grappen op de goede momenten. MHj. meestal ook op het idee om iets mee te nemen. MLm: Ze kan goed met andere kinderen opschieten en ze helpt vaak. RMj: Hij is erg duidelijk. MBm. YTj. EBm: 120 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. DWj: Hij maakt meestal goede grappen. zegt DWj: Hij maakt altijd grappen op het goede moment. en OHj: ze die ik niet hebben vaak opgeschreven goede ideeën heb. . RWj. RBj. Niemand.Naam Gezagsdrager Sociaal werker Organisator Verkenner EDj RMj: Hij is meestal de leider van een goed idee. CBj: Hij kan goed dingen besluiten. TMj. OHj en RBj. En ze regelen het ook goed TMj RMj: Hij is meestal de leider achter een goed idee. LRm en NJm: Ze komen voor de anderen kinderen op en zorgen dat iedereen meedoet.

RMj. EDj. Ikzelf: altijd iedereen alleen TMj hoor Ik vind mijzelf een erbij. MBm en MLm: Zij zijn heel behulpzaam. wel met veel kinderen. OLj. omdat deze en ikzelf: Deze meiden altijd kinderen voor je zorgen. OLj. JCm: Zij wordt vaak buitengesloten. JCm: Ze heeft veel hulp nodig. LMj. De rest en ikzelf: als iemand iets zegt. MLm: Ze helpt CBj. LMj. JBj: Hij is erg serieus. JGm. MJj. MHj en ikzelf. RWj: Hij kan goed NJm: ze helpt CBj: Hij neemt leiding geven. Dit verschilt een DWj: Hij maakt altijd leuke grapjes en geen flauwe! DWj en ikzelf: Veel kinderen moeten vaak om ons lachen. OHj: Deze kinderen willen graag iets meebrengen. ideeën. en in de klas. RWj. AAm. DWj: Hij maakt JCm 121 AAm: Ze heeft wel CBj: Hij is een JGm: Z doet Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. YTj RMj: Hij neemt vaker het initiatief. MHj. Verkenner het initiatief als dat niet gevraagd aan me is. maar vinden veel problemen. hebben vaak ideeën.Naam Gezagsdrager CBj RBj EBm Organisator iedereen. TMj: Omdat ik dat MLm en CVm: RWj: Hij werkt merk op het plein Zij betrekken samen met TMj. DWj: Ik vind zijn grappen leuk. AAm: Ze is leuk en lief. doe ik het meestal wel. AAm. RBj: Hij praat er vaak doorheen. NJm. EDj. Joker Zij is erg grappig. dat anderen met hun de leiding. MJj. dan vertel ik dat verder. je minder en goede leider. CBj. CBj. AAj. maar dat is wel zielig. RWj hoor je veel vaker. CVm en LRm: OHj. Sociaal werker zorgzaam. MHj en YTj. MTj. AAj: Hij doet JBj. Niemand. MTj: Hij komt altijd met goede ideeën. TMj en EBj: Deze doen een beetje mee met de anderen. De rest. JCm: Zij doet soms een beetje zielig. Ikzelf: Als iemand bijvoorbeeld zegt: “Laten we dit gaan doen!”. . Volger Appellant iedereen altijd: Aàààrnèèè`. DWj: Hij maakt hele leuke grapjes. De rest. Weet ik niet. NJm.

MLm: Zij wil altijd zorgen dat iedereen erbij hoort. AAj CBj: Hij krijgt vaak de leiding. LMj: Hij is altijd heel stil en hij volgt andere kinderen. Ikzelf: Ik doe gewoon met de rest van de groep mee. EDj: Hij reageert bijna altijd als een volger. maar heb ook iets wat ook nog anders kan. . JCm: Zij huilt altijd heel snel. Weet ik niet. JGm RBj: Hij wil wel leiden. En ikzelf: Ik vind dat ik anderen help. dan nemen we het mee. het meeste meisjes. maar dan zegt hij soms niets. RWj en ikzelf: Als we iets hebben dat van pas kan komen. Volger bijna altijd wat anderen willen. OHj: Als iemand een idee heeft. Verkenner wel mee. AAj: Hij huilt ook snel en wil vaak geholpen worden. gaat hij bijna alles regelen. 122 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. maar hij heeft soms wel wat op te merken. Appellant beetje. Organisator goede leider en organiseert vaak dingen.Naam Gezagsdrager leuke ideetjes. OLj: Hij geeft altijd anderen de ruimte. Joker veel en vaak grapjes. Sociaal werker andere kinderen vaak en is erg meelevend. NJm: Ze probeert iedereen te helpen. RWj: Hij weet goed wanneer hij iets moet doen als dat nodig is. LRm: Zij zorgt ervoor dat niemand buitengesloten wordt. Soms ook geen leuke. DWj: Hij maakt echt altijd grapjes. CBj en DWj: Ze maken bijna altijd leuke grappen. CBj: Hij regelt altijd alles en zorgt ervoor dat het goed komt. dus een stille leider.

Er gaan en heleboel vingers omhoog. Hij gaat voor de klas staan en roept iedereen bij zich. NJm en DWj: Boerderij. Hij krijgt geen antwoord. “Misschien kunnen we iedereen blokjes geven en daar dan wat mee maken”. RWj loopt in het rond met zijn handen in zijn zakken. reageren een aantal leerlingen. Klas: “Ja. MBm en MLm: Herberg. 123 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. De klas reageert met: “aaaahhhh”.Bijlage 21: “Observatieverslag “dorp bouwen” eindmeting. YTj: “Wie stemt er voor RWj?”. RMj roept nog tussendoor: “rolverdeling!” en ook MTj komt er tussendoor: “ik heb een idee!”. CBj en EDj: Villa. Ytj neem het initiatief om eerst een leider te kiezen. loopt RWj naar het midden. Nadat TMj zijn idee aan RWj heeft uitgelegd. OHj. AAj. In het dorp moet in ieder geval een kerk. RWj geeft MTj meteen het woord. Niemand steekt zijn vinger op. YTj: “Voor wie moet ik nog meer stemmen?”. RWj: “Als iedereen nou zijn eigen huisje bouwt?”. het is RWj. AAj: “En dan verdeel jij gewoon die verplichte dingen”. De leerlingen bouwen allemaal heel serieus aan het bouwwerk. AAj en LMj: Huis van een dierenverzamelaar. TMj en RWj: Kasteel voor de Koning. LRm. Hij heeft een idee voor een paleis voor de koning. dus daarom gaat YTj door (In een later gesprek met CBj geeft hij aan niet goed te weten wat hij met deze opdracht aan moest. . OHj. “Iemand anders kan hem dan beter leiden dan ik” is wat hij antwoordde). AAm. EBm. YTj: “Wie stemt er voor OHj. Hierop gaat hij het plan van het paleis uitleggen. LRm steken hun vinger op. MHj en YTj: Bunker annex dierenbeschermingshuisje. Heel weinig vingers. aantal huizen en rondlopende mensen aanwezig zijn. Hij wil niet. ja”. Meer regels en afspraken worden niet afgesproken. TMj blijft in zijn buurt. RWj het is aan jou”. OLj: Appartementengebouw. De leerlingen moeten gezamenlijk een dorp met Kapla staafjes bouwen. RMj en JBj: Appartementen met zwembaden. YTj: “Okee. vraagt hij wat ze aan het bouwen zijn. De groepjes zijn als volgt verdeeld (dit is natuurlijk gegaan en niet vooraf ingedeeld): JCm: Huisje en speeltuin. TMj overlegt daarna wat hij met RWj zal gaan bouwen. Weer weinig vingers. hij kijkt hierbij naar CBj. Vervolgens gaat iedereen uiteen in kleine groepjes en ze nemen allemaal een flinke hand Kapla mee naar hun eigen plek. Een heleboel leerlingen reageren: “CBj!”. “Wie wil er een leider zijn?”. EBm vraagt meteen of zij de boerderij mag gaan maken en pakt meteen Kapla. Hieronder is een uitgebreid observatieverslag van deze opdracht. “Nee!”. MJj en MTj: Kerk (met kerkhof) en eenpersoonshuis. leuk” en CBj maakt meteen plaats zodat ze erbij kunnen. Waarop dan YTj vraagt: “Wie stemt er voor MTj?”. Aan een groepje dat daar dicht bij zit te bouwen. YTj: “Wie stemt er voor AAj?”. Mtj steekt zijn vinger op. boerderij. RWj neemt het woord. “Ja. RWj. midden in het dorp en legt zijn idee uit aan RWj. Anderen brengen ook nog ideeën in en weer anderen lopen op RWj af om toestemming te vragen iets te gaan bouwen. CVm en JGm: Herberg annex huis voor de Koning.

Niemand reageert en het lijkt zelfs alsof er niemand luistert. TMj pakt het bouwsel op en wil hem naar het andere bouwsel toe slepen. RWj “Ja dat weet ik” en loopt mee naar de boerderij. die was van mij!”. TMj: “Oh. Ook TMj bemoeit zich met dit voorstel. AAj: “Ja. RWj loopt weg. De anderen vragen veel aan haar en ook toestemming als ze iets aan het plan willen veranderen. Iedereen is ondertussen aan het bouwen. Ze willen ze niet afgeven. Ook RWj vindt dieren voor de boerderij en geeft ze af. niet doen!”. TMj en OHj: “Jawel. MBm komt later haar beklag doen. AAj antwoordt dat het een speeltuin is. waarop AAj zegt: “Oh. RMj geeft er een paar af.MBm en MLm helpen de boerderijgroep zoeken naar dieren. JCm verbouwt haar tweede bouwsel tot een speeltuin. RWJ: “Ja. RWj vraagt aan JCm wat haar tweede bouwsel is. JCm:”Nee. sorry!”. alleen willen andere groepjes ook wat van die dieren. maar we hebben niet genoeg poppetjes”. Op een gegeven moment vindt DWj een bouwsel wat iets verder staat en vraagt: “Is er ook iemand die deze blokjes gebruikt?”. DWj is tijdens het bouwen héél véél grapjes aan het maken. AAm roept door de groep: “Jongens. De leerlingen in de groepjes werken samen en overleggen goed. Ze doen allemaal actief mee. “Kijk. Zij hebben de meeste dieren verzameld. maar de staafjes Kapla zijn op. AAm komt weer haar beklag doen over de dieren bij RWj. Ze kijken naar hun bouwsel en gaan een ander plan maken om wel een goede kerk te bouwen. LMj een AAj kijken in het rond. Hij vraagt of hij ze mag hebben voor het paleis. RWj kijkt ernaar maar zegt niets. JCm zegt: “Nee. want er is toch al een boerderij. Er wordt in de klas gepraat over dat de blokjes op zijn. ( Wat meer een kasteel is geworden) Rond het groepje van de boerderij wordt het wat onrustig. Ze bouwen de kerk en hij is nog niet af. mag het niet. nu de blokjes op zijn. zegt JCm. zo naast het paleis. die. maar sommige mensen 124 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Op dat moment haakt JCm in “Nee AAj. CBj vraagt aan JCm of haar toren vastgemaakt mag worden aan hun bouwsel. wij”. Sommige leerlingen besluiten. Hij vraagt aan haar waar zij ze voor nodig heeft. die en die”. RWj loopt rond en is op zoek naar blokjes die nog niet gebruikt worden. Er wordt door MLm en AAm en RWj gekeken naar de boerderij en gevraagd of ze niet wat dieren kunnen hebben voor het rondlopen. AAm zegt: “Ja. In het groepje van de boerderij is EBm wel heel duidelijk de leider van het groepje. TMj overlegt met het groepje naast hem. Hier zijn ze het niet helemaal mee eens. dat hun bouwsel af is. “Ja”. DWj zit in deze groep en maakt grapjes met de dieren die hij vindt. Hij ziet die liggen bij RMj. En wil de blokjes dichter naar zijn groepje schuiven. dit is een wip en dat is een glijbaan”. EBm loopt naar RWj toe en zegt: “De blokjes zijn op”. Toch krijgen AAm en MBm wat dieren mee. we moeten nog poppetjes voor het rondlopen in het dorp”. MJj en MTj lopen rond. want dan hebben we bijna geen gewone huisjes meer. Met CVm en hij vraagt of zij het huis voor de koning willen maken. oh”. RWj probeert de groep te vertellen dat er nog mensen door het dorp moeten lopen. . er zijn niet genoeg poppetjes”. RWj reageert: “Nee.

maar doet alsof ze heel verdrietig is. Uiteindelijk besluit de boerderijgroep toch nog wat dieren af te geven aan RWj. Ze kijkt alsof ze heel verdrietig en “zielig” is. CBj loopt naar AAj toe. CBj legt de situatie uit aan TMj. DWj ziet JCm zitten en gaat met een diertje naar de speeltuin. Soms maakt hij nog een opmerking naar een andere leerling over het bouwen. Ook CVm en JGm zijn klaar met bouwen en gaan aan de kant staan. . YTj ziet dit en vraagt: “Wat heb je gebouwd?”. CBj en OHj en EDj komen er niet uit met bouwen en breken hun bouwsel af om opnieuw te beginnen. Dan mag hij wel helpen van OHj.” (Die ligt ook als dier bij de boerderij) OLj is klaar met bouwen en zit alleen aan de kant. Hij vraagt AAj: “Van wie zijn die blokjes?”. Hij probeert haar op te vrolijken (dit heeft hij mij later verteld) door net te doen alsof het diertje in de speeltuin aan het spelen is. JCm probeert haar lach te onderdrukken. vervolgens gaat hij trommelen op het krat. Er wordt niet om gelachen en CBj vraagt of hij hem af kan doen. EBm komt erachter dat AAj allemaal dieren in zijn huis heeft gezet die je niet ziet. AAm en MLm zijn klaar met bouwen en zitten aan de kant niets te doen. Ook AAj gaat meespelen. MBm. die naast de speeltuin van JCm zit. Hij denkt dat TMj de blokken gaat afpakken en hij zegt dat TMj er vanaf moet blijven. JCm vindt het een leuk spelletje en gaat meespelen. JCm laat haar speeltuin zien. die pakt daarop wat blokjes. DWj gaat verder in het dorp met spelen. Hij kijkt rond met zijn armen over elkaar. Hij vraagt TMj om hulp. RWj deelt de dieren uit aan MTj en MJJ. Ze gaat zitten en neemt een hele “zielige” houding aan. Dit doet hij. AAj vindt een leeg krat en zet hem op zijn hoofd als hoed. Hij kijkt. YTj luistert en loopt daarna weg. AAj: “Van JCm. OHj wist niet dat TMj gevraagd was om te helpen. of een vis. JCm draait iets bij met haar lichaam en kijkt hoe DWj aan het spelen is. Behalve DWj. Toch gaat TMj niet helpen en houdt vast aan de gedachte dat het 125 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. hij gaat spelen in het dorp. RWj gaat hier even bij zitten. Ze vertellen dit tegen RWj. dat is een beetje een grote vis. CBj grijpt in en legt aan OHj uit wat de bedoeling was van TMj. dat is een wip en dat is een glijbaan”.wonen op het platteland en hebben daar ook gewoon geitjes ofzo rondlopen. Dit wil TMj niet geven. DWj is weer naar JCm toegegaan en hij speelt dat hij een geit lanceert van de wip. Niemand besteed hier aandacht aan. maar doet niets. De boerderijgroep is ook klaar en gaat aan de kant zitten. Ook JCm is klaar met bouwen en staat alleen langs de kant. CBj komt erachter dat ze nog een hele bouwsel in die tijd moeten opbouwen. of een hond. Hierop zegt CBj: “Je doet hiermee niet alleen OHj pijn. CBj gaat weer naar TMj toe en vraagt wederom om zijn hulp. TMj vraagt hem wat over hun bouwsel. JCm schermt zichzelf af en kijkt AAj en CBj niet aan. DWj en AAj lopen weg. maar ook ons (CBj en EDj). TMj doet dit en draait zich om. Toch wil hij nog niet helpen. Hij houdt er ook een paar zelf. Ik geef de leerlingen nog zeven minuten. maar laat wel een kleine glimlach zien. Oh nee.

Hierop gaat RWj naar AAj zijn bouwsel en probeert de dieren er uit te halen. AAj weigert dit. dat heb je expres gedaan!”. Hij eist van AAj dat hij zijn dieren eruit haalt. nee het dak is drie lagen dik. haal ze eruit!”.B.niet mocht van TMj. AAj is het hier niet mee eens en houdt hem tegen. De tijd is om. AAj blijft nee zeggen. LRm zegt tegen RWj dat ze het niet leuk vindt dat ze dieren moet weggeven van de boerderij. CBj laat het gaan en gaat verder met bouwen. RBj was niet aanwezig tijdens deze eindobservatie. het dorp is af! N. je hebt echt te veel dieren in je huis. terwijl een heleboel dieren niets staan te doen in het huisje van AAj. RWj probeert op allerlei manieren (verschillende segmenten) om de dieren eruit te krijgen. RWj: “oh. “AAj. Ondertussen maken de meeste leerlingen nog een aanpassing aan hun bouwsel. . TMj gaat verder spelen met DWj. RWj: “Als je nou alleen even het dak eraf haalt?”AAj stemt toe. 126 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. anders had hij zijn dieren er niet uitgehaald. AAj mag zijn dieren op het dak zetten.

Sign up to vote on this title
UsefulNot useful