P. 1
Onderzoek naar groepsdynamiek

Onderzoek naar groepsdynamiek

|Views: 3,129|Likes:
Published by motormuisje

More info:

Published by: motormuisje on Nov 11, 2010
Copyright:Attribution Non-commercial

Availability:

Read on Scribd mobile: iPhone, iPad and Android.
download as PDF, TXT or read online from Scribd
See more
See less

11/11/2010

pdf

text

original

Samen staan we sterk!

Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Door: Tetske Dammers Van der Helststraat 23 1816 CS Alkmaar E-mail:tetskedammers@gmail.com Studentnummer: 2113856 Begeleider: Nancy Helder Datum: mei 2009 Opleidingstraject: Master SEN, gespecialiseerde leraar te Amsterdam Praktijkwerkstuk in het kader van het Fontys opleidingscentrum voor speciale onderwijszorg Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg Fontys Hogescholen Tilburg

Synopsis
Achtergrond en onderzoeksvraag In mijn klas lijkt het alsof de leerlingen een vast rollenpatroon hebben ontwikkeld waarin de interactie en de gedragingen vast liggen. Ik merk ook dat er leerlingen in mijn klas last hebben van dit vaste patroon. Het lijkt een vicieuze cirkel waar we niet uitkomen. Deze situatie heeft alles te maken met de groepsdynamiek in mijn klas. Mijn klas is constant in beweging, toch lijken er een aantal constante factoren aanwezig te zijn. Heel veel invloed op het groepsproces kan ik niet meer hebben. De groep is al geruime tijd bij elkaar en heeft de eerste drie groepsvormingfasen al doorlopen. De rollen en doelen zijn bepaald. De interactie die hiermee gepaard gaat is duidelijk aanwezig en wordt niet altijd als positief ervaren. Deze situatie heeft geresulteerd in de volgende onderzoeksvraag: Welke invloed heeft het rollenpatroon op de interacties van de leerlingen onderling in mijn klas en hoe kan ik die beïnvloeden? Om deze vraag te beantwoorden heb ik deze vraag in deelvragen verdeeld, zodat ik gerichter onderzoek kan plegen. De deelvragen zijn als volgt: 1. Is mijn klas een neutrale, positieve of negatieve groep? 2. Welke rollen zijn er in mijn klas? En hoe worden die ingevuld door de leerlingen? 3. Hoe verloopt de interactie tussen de leerlingen onderling? 4. Welke interventies kan ik uitvoeren om invloed op het groepsproces te kunnen uitoefenen? Theorie Om als leerkracht meer invloed op deze dynamiek te kunnen uitoefenen, moet ik eerst meer weten over de theorie achter de ontwikkeling van een groep. Ik heb daarvoor de volgende vragen opgesteld: 1. Wat is een groep? Ik sluit mij aan bij de definitie van Hare (1976) Hij stelt dat er bij het ontstaan van een groep altijd sprake moet zijn van interactie. Daarnaast laat een groep naast het kenmerk interactie altijd 4 andere kenmerken zien: (Remmerswaal, 2008) 1. De leden delen één of enkele motieven of doelen, die richting geven aan de groep. 2. De leden ontwikkelen een reeks van normen, die grenzen aangeeft ten aanzien van de relaties tussen de groepsleden en ten aanzien van de groepsactiviteit. 3. Bij langdurende interactie kristalliseert een reeks rollen uit en gaat de nieuwe groep zich onderscheiden van andere groepen. 4. Er ontstaat een netwerk van interpersoonlijke attracties op basis van de sympathieën en antipathieën voor elkaar. 2. Hoe verloopt een groepsproces? Volgens Tuckman (Smith, 2005) doorloopt elke groep vijf fasen, in eigen tempo. De fasen zijn: forming, norming, storming, performing en adjouring. 3. Wat zijn de rollen in een groep? Voor de verdeling van rollen in een groep maken Remmerswaal (2008) en van Engelen (2007) allebei een eigen indeling van rollen in groepen. De indeling volgens van Remmerswaal (Remmerswaal, 2008) : De rollen in een groep zijn onder te verdelen in: 1. Taakrollen: van belang voor het uitvoeren van de groepstaak 2. Groepshandhaving- en groepsvormingsrollen (procesrollen): vooral gericht op het verbeteren van het sociaal-emotionele klimaat in de groep. 3. Disfunctionele rollen: die vooral bestaan uit zelfgericht gedrag, dat ingaat tegen constructieve participatie aan de groep. De indeling volgens Van Engelen (Engelen van, 2007):
2
Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Van Engelen maakt bij de rolverdeling een onderscheid in leidinggevende rollen en overige groepsleden. De leidinggevenden nemen vaak het initiatief, organiseren en bewaken de goede gang van zaken. Bij de overige groepsleden zien we verschillende rollen en taken. Van Engelen stelt dat de rolverdeling anders is ingedeeld bij een positieve groep dan bij een negatieve groep. 4. Hoe vindt de interactie in een groep plaats? Een van de meest bekende en goed toepasbare communicatiemodellen om interacties tussen groepsleden te beschrijven is de “Roos van Leary”. Leary gaat uit van de veronderstelling dat de reactie van iemand bepaald wordt door de daaraan voorafgaande opstelling, opmerking of handeling van de gesprekspartner. Methoden Om antwoord te krijgen op mijn onderzoeksvraag zal ik gebruik maken van kwalitatief onderzoek. Allereerst houd ik een nulmeting, aan het eind van het onderzoek houd ik dezelfde meting. Deze resultaten geven mij informatie over de invloed van de interventies. Voor de metingen maak ik gebruik van de volgende instrumenten: het sociogram, de klassenklimaatschaal, BOTS-vragenlijst, observaties en rolkaarten. Resultaten en uitvoering Uit deze verschillende analysen van de nulmeting kan ik opmerken dat deze klas duidelijk een klas is op weg naar een positieve groep. Er worden een aantal leerlingen naar voren geschoven voor bepaalde rollen, maar de rolverdeling in vooral de leiderschapsrollen zijn niet altijd aanwezig. Dit kan wijzen op een neutrale groep Hieruit is gebleken dat de interventies voornamelijk gericht moeten zijn op: - De ontwikkeling van nieuwe waarden en normen en positieve leiderschapsrollen, gezien de neutrale groep. - Roldoorbrekend gedrag voor individuele leerlingen, gezien de BOTS-vragenlijst. - De rumoerigheid van de klas, gezien de klimaatschaal. Door interventies op deze vlakken uit te voeren, probeer ik de groepsdynamiek positief te beïnvloeden, wel met inachtneming van een externe rol. Uit de resultaten van de eindmeting is gebleken dat er sprake is van een positieve verandering en dus beïnvloeding van de groepsdynamiek. Toch moet ik wel een kanttekening plaatsen. De groep had namelijk al bestaande positieve normen, hier heb ik geen wijzigingen in hoeven aanbrengen. Het “ophalen” van deze normen heeft wel positief gewerkt op de groep. Met mijn interventies heb ik mij alleen maar moeten richten op de interacties tussen de leerlingen en de rollen die in de groep gevormd zijn. Ik heb door het gebruik van deze aanpak de huidige situatie uitgebouwd en versterkt, waardoor de kinderen zich bewust werden welk effect hun gedrag kan hebben.. Het aanleren van de nieuwe vaardigheden, zoals het gebruik van de “Roos van Leary” m.b.t. de invulling van de verschillende rollen, hebben geleid tot de ontwikkeling van een positieve groep. Conclusie Terugkomend op mijn onderzoeksvraag, kan ik concluderen dat ik met mijn onderzoek heb aangetoond dat een leerkracht met een gerichte aanpak de groepsdynamiek positief kan versterken door uit te gaan van bestaande kwaliteiten en het aanleren van nieuwe vaardigheden.

3

Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

. En natuurlijk niet te vergeten de eindeloze telefoongesprekken en e-mails om mij te steunen. Mijn studiebegeleider Nancy Helder. die mij vaak hele dagen niet heeft gezien doordat ik in de studeerkamer zat te werken. De leerlingen uit groep 7. En voor het doorlezen en het geven van feedback op mijn onderzoek. Natasja Vermeulen en Jetske Kaandorp wil ik bedanken voor het creëren van “ons veilige intervisiegroepje” en het doorlezen van mijn werk als “critical friend”. voor het laten inzien van nieuwe inzichten en het geven van zelfvertrouwen. En voor het opvangen van al mijn emotionele “stressbuien”. Zij hebben heel goed meegewerkt aan dit onderzoek en feedback gegeven op de oefeningen die ik met ze heb uitgevoerd. die het geduld hebben gehad om alle leuke afspraken met mij een jaar te verplaatsen. Ik ben trots op het onderzoek wat ik heb gemaakt. wanneer ik klaar ben met mijn studie. Mijn vriend Lonee. Mijn collega‟s die mij de mogelijkheid hebben gegeven dit onderzoek uit te voeren op school en die mij altijd zelfvertrouwen gaven om door te gaan. 4 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. voor het doorlezen van mijn stukken en mij hierop feedback gaven. feedback en support is het mij gelukt dit onderzoek af te ronden. voor de ondersteuning. Ook heeft ze zich ingezet om het onderzoek te beoordelen Mijn medestudenten Danne Noë. En gelukkig het huishouden op zich heeft genomen. Bedankt allemaal! Met jullie hulp. Al mijn vrienden.Erkentelijkheidpagina Dit onderzoek is mede tot stand gekomen met de hulp van een aantal mensen. terwijl hij tussendoor ook nog mijn werk als “critical friend” doorlas. Via deze weg wil ik ze graag bedanken voor hun steun. Mijn ouders Jan en Ria en zus Djoeke.

... Blz..................2.................... 38 o 4................................................3 De klimaatschaal ............7 Onderzoeksvraag ..........................1 Het sociogram ................................................ Blz................................................................................................. Blz...... Blz........................ .................................................. Blz...........3 De interventies.................................3 Onderzoeksmiddelen .........................................5.......... Blz....... Blz............................4. Blz.................................................8 Tot slot ................ Blz....................2...........6 Tot slot ..............................1 Het sociogram .......2 BOTS-vragenlijst ...............................................1 De situering ......... Blz........................... Blz.........................................2........... Blz..........................................................2.............2...... 8 o 2.............................................. 42  4............ Blz................................... Blz. 24 Hoofdstuk 4: Datapresentatie en analyse .. 39  4......................................................... Blz.............. 44  4... 9 o 2........ 2 Erkentelijkheidspagina ................................................................ 45  4......................................... 39  4. 25  4................................................................................................. 15 o 2.....5................ Blz................. 41 o 4...... 4 Hoofdstuk 1: Inleiding ............ 21 o 3...... Blz...... 20 o 2. 33  4................................................................. Blz.. 20 Hoofdstuk 3: Het onderzoek .............................................2 Kwalitatief onderzoek .......... Blz................. Blz.......................1 Privacy .................2 Positieve leiderschapsrollen ontwikkelen ............4 Rolkaarten ..4......... Blz.......................................... Blz............2 Nulmeting ................1 De aandachtspunten ..........5 Observatie ...........Inhoudsopgave Synopsis ....................................................... Blz...........4 Rolkaarten .............1 Normen stellen..........2 Een groep ................... Blz................... 25 o 4.........3... Blz..............3....... 25  4............................................................. 7 Hoofdstuk 2: De situering ................ 11 o 2............. 21 o 3.................... Blz.. Blz.6 Maatschappelijke relevantie ................... Blz.......................................................................... 31  4............ Blz........4 Rollen in de klas ... 51 5 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas............................................................................................................................5................................................................................3 De klimaatschaal ................ 27  4..... 19 o 2........... 37  4... 37 o 4...............2 Plan van aanpak ....4 Tot slot ...............................2....1Onderzoeksvraag en deelvragen............................. Blz.5 Interactie ............... Blz............4 De uitvoering ............................................. Blz..........3 Het groepsproces .....................4...... 44  4..... Blz.. Blz....................5 Observatie ..................................... 38  4................... Blz........... 40  4...... Blz...........................................................................................................................................2 BOTS-vragenlijst ........................... Blz.. Blz........5 Eindmeting ............................................ 22 o 3......................... 21 o 3........ 42  4....................5.........................................................................3 De Roos van Leary .. Blz............................ 18 o 2.............. 50 o 4........... 8 o 2.................................... 25 o 4.............................................................................................6 Algemene analyse ........................................................................................................................... 38  4. Blz............5.............................................

84 o 12.................................................................... Blz.... “Kleurencollage” .. 111 o 17....... 80 o 10..................................................... 104 o 16......................................................................... Blz..en eindmeting naast elkaar .........................................4 Terugblik ....................................... Blz.......... Tabellen sociogram eindmeting ............................... Blz............ “Situaties uitspelen” ............. Blz...............................Hoofdstuk 5: Eindconclusie ......................................... Blz.......... 56 o 1.............. Blz...................................... Blz.... 115 o 19.. 57 o 2............... 54 o 5......... “Complimenten van een groep” .................................................... Tabel Rollen ........ Blz............................... 79 o 9. 117 o 21..... 53 o 5..2 Eindconclusie .... Blz.................. 59 o 3.......... Blz................................... “Letters en cijfers maken” ..................................... 70 o 6............ Blz....3 Aanbevelingen ................ Blz......................................................................... Plattegronden van de klas .................................................... Blz................................. Blz...................................................... 77 o 8.......... 100 o 15......................... Blz.............. .. Blz.... 96 o 13. Handelingsplan “waarschuwingskaartjes” ......................... Blz...... “Introductie Roos van Leary” ....... Tabellen sociogram nulmeting ................. Blz.................................................. 52 o 5.................................................................. 55 Bijlagen ............. “Groepstekening maken” .. 61 o 4..... Blz.............. Blz....................... 54 Literatuurlijst ........................................................ Motivatie rollen eindmeting ............................................................................. 73 o 7................................. Klimaatschaal .................................... Blz........... 82 o 11..1 Deelvragen ............................ Blz.......... Nul........... Blz. “Je mag niet meedoen” ................................... Rolkaarten ............................................. Blz....... Blz........ Puntenverdeling klimaatschaal ...... Blz......................................................................................... 63 o 5................................ Motivatie rollen nulmeting .................................................. 123 6 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas............................................................................ 113 o 18........................................ 97 o 14............. 116 o 20......................................................... Observatieverslag “dorp bouwen” eindmeting . Observatieverslag “toren bouwen” nulmeting ....... 52 o 5.... Blz.................................................................. “Wie ben ik”........................................

Ik geef hier voor het zesde jaar les en heb altijd in de bovenbouw gewerkt. opdat een kind zich ten volle kan ontwikkelen. Ik vind dat een goed pedagogisch leerklimaat een voorwaarde is. In de tijd dat ik werkzaam ben in het onderwijs heeft de “gedragskant” van leerlingen mij het meest geïnteresseerd. Ik heb dit onderzoek uitgevoerd op de school waar ik werkzaam ben. In de bovenbouw wordt gewerkt met zelfstandig werk taken. Dit onderzoek heb ik ontwikkeld in het kader van de opleiding Master SEN. De titel staat voor de meerwaarde van een positieve groepsdynamiek in de klas. In dit onderzoek ga ik op zoek naar de groepsdynamiek in mijn klas en hoe ik die kan beïnvloeden. 7 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Dit is een reguliere school in Bergen. die niet altijd een positieve uitwerking hebben op het groepsklimaat. ontspannen sfeer. die ik vorig jaar ook al heb gehad in groep 6. “samen staan we sterk!”. De titel “Samen staan we sterk!” staat symbool voor het onderzoek dat ik heb uitgevoerd. en zich samen inzetten voor de ontwikkeling van een positieve groep. Maar ik merk dat de leerlingen bepaalde gedragingen en interacties laten zien. waar de kinderen zelf aangeven wat zij die dag gaan doen. waar we voor de vakantie waren gebleven. Toch valt mij ook iets op aan deze klas. Het lijkt alsof we na de zomervakantie gewoon in de sfeer en de omgang met elkaar zijn doorgegaan. Ik geef dit schooljaar les aan groep 7. Humor is een belangrijk onderdeel in de dagelijkse omgang met elkaar. MIA staat voor Meervoudige Intelligentie Adaptief. Zowel de kinderen uit de klas als ik houden van een gezellige. Het lijkt soms alsof sommige leerlingen “vastzitten” in een bepaald rollenpatroon. We trachten een zo goed mogelijke verhouding te creëren tussen cognitieve vakken. wat weer gevolgen heeft voor het groepsklimaat. Dit kan zijn uitwerking hebben op de omgang met elkaar. heb ik besloten mijn onderziek te relateren aan dit onderwerp te houden. In de onderbouw wordt gewerkt door middel van een kiesbord. . Ik ken de leerlingen goed en heb in deze tijd een goede band met de leerlingen opgebouwd. De school heeft een leerlingenpopulatie van 200 kinderen en de prognose is dat dit alleen maar toe zal nemen. zodat er een nog beter pedagogisch leerklimaat ontstaat. De school werkt volgens het principe MIA onderwijs. sociaalemotionele vorming en cultuur in de breedste zin van het woord. juist doordat ik de leerlingen nu voor het tweede jaar lesgeef. Al met al is het een bruisende klas die met veel plezier naar school toe gaat. waardoor leerlingen elkaar niet altijd respecteren en serieus nemen in de reacties. Omdat ik mij nog verder wil ontwikkelen en bekwamen op dit gebied. waarin de kinderen elkaars eigenschappen en kwaliteiten accepteren. Deze eerste waarnemingen hebben geleid tot het onderzoek dat voor u ligt. gespecialiseerde leraar aan de Fontys hogeschool te Amsterdam.Hoofdstuk 1 Inleiding Voor u ligt mijn onderzoek.

Wat zijn de rollen in een groep? 4. Iedere klas laat een verschillende groepsdynamiek zien. Hij voert niets uit en kijkt alleen maar.1 De situatie Ik geef les aan groep 7. hartelijk gelachen wordt. waarvan 16 jongens en 9 meisjes in de leeftijd van 10 á 11 jaar. Het groepje stemt hier meteen mee in. Ik merk ook dat er leerlingen in mijn klas last hebben van dit vaste patroon. Pim komt erbij staan en zegt dat ze het niet goed doet. Ik vraag de leerlingen het probleem voor mij op te lossen. Ik heb deze situaties regelmatig proberen te beïnvloeden. De situatie die ik hierboven beschreven heb. De groepsleden kijken op en moeten er hartelijk om lachen. Ik vertel de leerlingen over 2 vrienden van mij die ruzie hebben. toch lijkt er niet veel te veranderen. De groep gaat verder met meten als opeens Denise langs komt lopen met het zwembadje als hoed op. Dick en Pim staan samen te overleggen wat ze moeten doen. moet ik eerst meer weten over de theorie achter de ontwikkeling van een groep. Hoe verloopt een groepsproces? 3. Ik geef deze leerlingen voor het tweede jaar les. Dick komt meteen met een voorstel: Hij stelt voor om eerst maar eens de maten van de zwembaden op te meten. het moet anders. maar ook negatieve uitwerkingen hebben. doet hij dit. Het lijkt alsof de leerlingen een vast rollenpatroon hebben ontwikkeld waarin de interactie en de gedragingen vast liggen. komt regelmatig voor in mijn klas. De andere groepsleden kijken verstoord op en zuchten geërgerd.00 uur. Ik heb daarvoor de volgende vragen opgesteld: 1. Kim pakt direct een stift om de gegevens die Pim doorgeeft meteen op het bord te schrijven. Wat is een groep? 2. die bijna op hetzelfde ogenblik een grap maakt. Het valt mij op dat de leerlingen anders op elkaar reageren. Laurens staat te kijken naar het groepje. Ze vinden allebei dat ze het grootste zwembad hebben. Dit is goed te merken in bovenstaande situatie. Ik verdeel de klas in groepjes en volg de gebeurtenissen van één groepje. Ralf kijk geïrriteerd en zegt: “wat kinderachtig!” (De namen uit de beschrijving zijn gefingeerd) §2. Mijn klas is constant in beweging. die bestaat uit 25 leerlingen. Ik geef een rekeninstructie aan de klas. Als Pim hem vraagt het tweede zwembadje te pakken. zodat ik dit kan vertellen aan mijn vrienden en ze geen ruzie meer hebben. De meeste leerlingen uit deze groep zitten al 7 jaar bij elkaar in de klas.Hoofdstuk 2 De situering Het is maandagochtend 9. . Ralf gaat in het zwembadje zitten en doet net of hij verdrinkt. „Ralf‟ vindt het niet prettig zoals er op hem gereageerd wordt. De andere leerlingen geven daarentegen aan dat ze het gedrag van Ralf niet als prettig ervaren. Hij pakt de liniaal over en gaat verder met meten. Kim pakt de bordliniaal om de zwembaden op te meten. Dit kan positieve. Om als leerkracht meer invloed op deze dynamiek te kunnen uitoefenen. Hoe vindt de interactie in een groep plaats? 8 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. „Ralf‟ maakt een grapje en de leerlingen reageren erg negatief op hem. Deze situatie heeft alles te maken met de groepsdynamiek in mijn klas. toch lijken er een aantal constante factoren aanwezig te zijn. Het lijkt een vicieuze cirkel waar we niet uitkomen. terwijl ze dezelfde gedragingen vertonen. Dit zullen andere leerkrachten herkennen vanuit hun eigen situatie. terwijl er om „Denise‟.

2. Er vindt een constante interactie plaats in mijn klas. Mijn klas. 3. In het boek Groepsdynamica (Johnson & Johnson. (Remmerswaal. We kunnen pas van een groep spreken als de interacties tussen individuen door rolomschrijving en normen gestructureerd worden. 2008. Een groep kan omschreven worden als een verzameling individuen die op een bepaalde manier afhankelijk van elkaar zijn. Toch ligt het antwoord iets ingewikkelder. 5. Een groep kan omschreven worden als een verzameling individuen die directe contacten met elkaar onderhouden. groep 7 om specifiek te zijn. 4. Ik sluit mij aan bij de definitie van Hare (1976) Hij stelt dat er bij het ontstaan van een groep altijd sprake moet zijn van interactie.2 Een groep Wat is een groep? Het beantwoorden van deze vraag. De leden ontwikkelen een reeks van normen. Individuen vormen alleen een groep als zij door een persoonlijke reden gemotiveerd worden een groep te vormen. Volgens deze definitie is er sprake van een groep als een bepaalde gebeurtenis niet alleen één individu maar ook de andere individuen beïnvloedt. door zich te verenigen. Bij langdurende interactie kristalliseert een reeks rollen uit en gaat de nieuwe groep zich onderscheiden van andere groepen. Er ontstaat een netwerk van interpersoonlijke attracties op basis van de sympathieën en antipathieën voor elkaar. 4. De leerlingen hebben in ieder geval een gezamenlijk doel. die richting geven aan de groep. dat is toch een groep. . 1. 2. In de zeven verschillende definities die de sociologen geven. Deze wederzijdse beïnvloeding vormt het belangrijkste kenmerk van een groep. namelijk de lesstof volgen. lijkt heel gemakkelijk. Een groep kan omschreven worden als een sociale eenheid die uit twee of meer personen bestaat die zichzelf als lid van een groep beschouwen. Volgens deze omschrijving is er geen sprake van een groep als er geen interactie plaatsvindt. De leden delen één of enkele motieven of doelen. Een groep kan gedefinieerd worden als een verzameling individuen waarvan de interacties door een aantal rollen en normen gestructureerd worden. De definities vind ik te summier omschreven. 3. Een groep kan gedefinieerd worden als een verzameling mensen die gezamenlijk een bepaald doel willen bereiken. die grenzen aangeeft ten aanzien van de relaties tussen de groepsleden en ten aanzien van de groepsactiviteit. Volgens deze definitie kunnen we pas van een groep spreken als de betrokkenen zichzelf als een deel van een groep beschouwen. zowel verbaal als nonverbaal. 7. 9 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. 47) De definitie van een groep is helder omschreven.§2. Mijn klas kan ik helemaal herkennen in deze omschrijving. 6. pp. 2006) worden er zeven verschillende definities gegeven. Daarnaast laat een groep naast het kenmerk interactie volgens van Hare (1976) altijd 4 andere kenmerken zien: 1. Een groep kan omschreven worden als een verzameling individuen die elkaar beïnvloedt. 46. zit allemaal een kern van waarheid. Een groep kan gedefinieerd worden als een verzameling individuen die. een bepaalde persoonlijke behoefte tracht te bevredigen.

terwijl Ralf dit niet is. 2007) vervult een groep behoeften uit de behoeftepiramide van Maslow (1954): Zelfrealisatie Waardering Sociale acceptatie Zekerheid/veiligheid Fysiologische behoeften De behoeftepiramide van Maslow (1954) Pas als er voldaan is aan een laag. Leerlingen die hier niet aan toe zijn oefenen geen invloed uit binnen de groep en vinden het al geweldig dat ze geaccepteerd worden. Denise is duidelijk geaccepteerd als de grappenmaker. In het vervullen van de eerste en tweede laag voorziet voornamelijk het gezin. en de normen die ze zelf bepaald hebben. denk aan de schoolregels. je wilt gerespecteerd en geaccepteerd worden. Een klas heeft invloed op het vervullen van de behoeften aan veiligheid. . Samen kunnen leerlingen komen tot creatieve prestaties. Als groep sta je sterk. In een groep hoor je erbij. je bent groepslid. Het vormen en ontwikkelen van een groep is erg belangrijk in het onderwijs. Volgens van Engelen (Engelen van. Leerlingen kunnen elkaar helpen met bepaalde leerstof. Kinderen willen ook invloed uitoefenen binnen een groep. maar de leerlingen weten wel waar ze aan toe zijn. De groep biedt zekerheid er zijn vaste normen. Daarnaast is er zekerheid omdat de rollen vaststaan. In een 10 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.Daarnaast zijn er ook normen en grenzen ontwikkeld. komt de mens toe aan de volgende laag. Ook het laatste kenmerk is terug te vinden in mijn groep. Je eigen talenten ontwikkelen en verbreden. Ze willen gewaardeerd worden. Het leren gaat het beste als een leerling zich vooral in de bovenste laag van de piramide bevindt. Ook de derde laag wordt vooral door leeftijdsgenoten vervuld. Hierin kan een groep voorzien. Dit kun je terugzien in de situatiebeschrijving van de rekenles. Omdat deze normen veiligheid bieden zijn ze moeilijk te beïnvloeden als de groep eenmaal gevormd is. er zijn leerlingen die duidelijk vrienden zijn. Als er in voldoende mate is voorzien aan de behoeften uit de eerste drie lagen kan de groep een bijdrage leveren in de behoeften uit de vierde laag. De rollen die in een groep ontstaan zijn ook bij mijn klas aanwezig. sociale acceptatie en waardering. Er is wel een duidelijk verschil tussen de normen die zijn opgelegd. Ze willen dat hun mening serieus wordt genomen. Tenslotte is er de behoefte aan zelfrealisatie. Het is als leerkracht belangrijk om te weten dat deze behoeften niet altijd positief worden ingekleurd. Je wilt niet voor gek staan en buitengesloten worden. dit kan bijdragen aan zelfrealisatie. Er zijn hele duidelijke attracties tussen de leerlingen. In een negatief klimaat wordt ook voldaan aan de behoefte zekerheid. maar er zijn ook leerlingen die elkaar niet zo aardig vinden. weliswaar niet allemaal positief. Bij de tweede laag is ook een rol weggelegd voor leeftijdsgenoten.

Lineaire model Bij het spiraalmodel wordt de groepsvorming voornamelijk bepaald door de ervaringen uit het verleden van de verschillende groepsleden. de andere modellen zijn meer geschikt voor therapeutische doeleinden. In de definitie en de behoeftepiramiden wordt duidelijk gemaakt wat een groep is. beantwoord ik in de volgende vraag. wordt bepaald door het groepsproces dat zij doorloopt. Konig. in eigen tempo. Hij heeft dit model ontworpen in 1965 en gereviseerd in 1977. Klassen in een school passen binnen deze definitie en zijn dus groepen. Spiraalmodel 2. . Hoe dit verloopt. De groepen worden samengesteld door de school. §2. Coincident with testing in the interpersonal realm is the establishment of 11 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. dit heeft geen positieve uitwerking. bewustwording Het individu Intrapersoonlijk Individueel en relationeel Groepsvoortgang Tijdsperspectief Groepsdoel door middel van Nadruk op: Observatiebasis Centraal procesaspect Overzicht van de drie besproken modellen voor groepsontwikkeling (Banet 1967) Het lineaire model is het meest gericht op het onderwijs. In onderstaand figuur zijn de verschillende modellen schematisch weergegeven. 2008) spreekt over drie modellen hoe groepen ontstaan: 1. 2008): 1. Wat voor soort groep een klas is. & Lap. Volgens Tuckman doorloopt elke groep vijf fasen. 2007) (Gielis. Bij het polariteitenmodel gaat men ervan uit dat het groepsproces gebaseerd is op spanningen en conflicten die regelmatig terugkeren. Hieronder de gereviseerde versie (Engelen van. Such testing serves to identify the boundaries of both interpersonal and task behaviors. In het lineaire model wordt uitgegaan van de sociaal-emotionele aspecten in relatie tot de taken die uitgevoerd moeten worden.negatieve groep is de rolverdeling ook bepaald. Polariteitenmodel 3. maar is wel voorspelbaar. 2006) Lineair model Progressief Toekomst Leren sociale vaardigheden De groep Interpersoonlijk Groep Spiraalmodel Regressief Verleden Genezen persoonlijkheidsintegratie De groep Historisch Contextueel Polariteitenmodel Cyclisch Heden Groeien. (Linge van. leren zelfverwezenlijking. zodat het veiligheid biedt voor de leerlingen. Daarom kies ik ervoor het lineaire model verder uit te werken. Forming “Groups initially concern themselves with orientation accomplished primarily through testing.3 Het groepsproces Hoe verloopt een groepsproces? Remmerswaal (Remmerswaal. Toch ontstaan deze groepen niet spontaan.

Eerst voorzichtig en aftastend. Leerlingen kiezen vaak voor de rol die het beste bij hen past. . Dit kan zich in deze periode nog sterk afwisselen. De leerlingen gedragen zich heel rustig in deze fase. De hiërarchie in de klas begint geleidelijk zijn vorm aan te nemen.” (Smith. In the task realm. Iedere subgroep kan zich hierbij zowel positief als negatief ontwikkelen. ondanks dat ze elkaar al kennen. Er groeit een samenhangende. 3) De normen van de groep worden vastgesteld in de derde fase. De rolverdeling wordt in de stormingsfase vastgelegd. Ieder schooljaar doorlopen de leerlingen deze fase. It may be said that orientation. soms proberen ze de mening van de meerderheid weer te geven en ook schrijven ze bewust hun eigen ideeën aan de groep voor. De groep pakt de situatie zoals voor de zomervakantie gemakkelijker op. (Smith. De klas wordt een negatieve groep waarin concurrentie en machtsstrijd de boventoon voeren. Ze bekijken wie de andere groepsleden zijn en hoe die zich gedragen. intimate. De klas wordt niet één groep. Het opnieuw verkennen van een bestaande groep is dan minder nodig. Dit leidt vaak tot conflicten. we have the stage of norming” (Smith. 2005. Deze outsiders lopen bij een negatieve hoofdgroep het risico de zondebok te worden. Storming “The second point in the sequence is characterized by conflict and polarization around interpersonal issues. de leerlingen gaan op zoek naar erkenning en proberen hun positie in de klas te verwerven. 3) Tijdens de stormingsfase is het heel onrustig in de klas. 3) In deze fase komt een nieuwe groep bij elkaar. In de bovenbouw duurt de stormingfase heel kort. 2005. De groep neigt naar positieve waarden en normen. These behaviors serve as resistance to group influence and task requirements and may be labeled as storming. De grenzen in de groep worden duidelijk. 2. 3. dit kunnen ook meerdere rollen tegelijk zijn. Er ontwikkelen zich twee of drie subgroepen die ieder een eigen groepsproces ingaan. De leerlingen nemen een afwachtende houding aan. and new roles are adopted. or pre-existing standards.dependency relationships with leaders. p. Er wordt kennis gemaakt met elkaar en met de leerkracht. Soms zijn deze leiders zich niet bewust van hun positie. later met meer nadruk. new standards evolve. dit komt doordat de leerlingen als ze ouder worden de zomervakantie als minder intensief qua mentale en fysieke groei ervaren. vaak is dat doel voor de groep positief. Thus. 4. Er is neiging naar negatieve normen. De leiders van de groep bepalen deze normen. with concomitant emotional responding in the task sphere. other group members. testing and dependence constitute the group process of formin”. Norming “Resistance is overcome in the third stage in which in-group feeling and cohesiveness develop. p. De uitkomsten van de stormingsfase kunnen verschillend zijn: 1. maar “van binnen” is het heel onrustig en ongemakkelijk voor de leerlingen. p. 2005. dit doel 12 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. 2. Afhankelijk van zijn behoeften zal het ene kind zich sterker profileren dan het andere. 3. De klas is verdeeld in een hoofdgroep en enkele outsiders. personal opinions are expressed. De doelen worden bepaald. positief samenwerkende groep. Toch wil ieder kind in de groep ruimte om keuzes te maken. Ze vragen zich af wat er van hun verwacht wordt.

p. Some commentators have described this stage as 'mourning' given the loss that is sometimes felt by former participants. . kunnen ze verschillende inzichten geven. Denk aan gezellig door de les heen praten. hij duurt bijna het gehele schooljaar. Een negatieve groep daarentegen is veel minder bezig met het leerklimaat.: 88). Als de relatie met de leerkracht ook positief is heerst er een prettig leef. 3) 13 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. and structure can now become supportive of task performance. Roles become flexible and functional. 3) In de uitvoerende fase worden de doelen die in de eerdere fasen zijn vastgesteld nagestreefd. Deze normen. p. maar niet gunstig voor het leerklimaat.” (Smith. and group energy is channeled into the task. Performing “The group attains the fourth stage in which interpersonal structure becomes the tool of task activities. Er heerst een constante machtstrijd tussen de leerlingen onderling. dan werken de leerlingen goed samen. The process can be stressful . Naast het doel worden ook de normen en waarden van de groep vastgesteld. 4. zowel positief als negatief zijn af te meten aan vijf groepskenmerken die gerelateerd zijn aan het leefklimaat: a. Als de groep uit de vorige fasen als een positieve groep is gekomen. Besluitvorming Hoe zit het met ieders inbreng als er een beslissing wordt genomen? e. Samenwerken Is er sprake van samenwerking. Groepsverantwoordelijkheid In hoeverre voelen de groepsleden zich medeverantwoordelijk voor het wel en wee van de groep als geheel? b. Dit komt omdat de groep meer aandacht moet schenken aan het leefklimaat. conflicten worden snel opgelost en de doelen waaraan gewerkt wordt zijn positief. the completion of tasks and reduction of dependency (Forsyth 1990: 77).” (Smith. Gaat het in volledige harmonie of hebben een aantal leerlingen het voor het zeggen? Als je de vijf kenmerken apart van elkaar bekijkt.hoeft niet altijd positief te zijn voor de leerkracht. 2005. en in hoeverre voelen zij zich gedwongen zich anders te uiten en te gedragen dan ze zijn? c. 5. This stage can be labeled as performing. is dat een positief doel. waarbij ieders inbreng welkom is? Of wordt het klimaat bepaald door onderlinge concurrentie? d. Problemen aanpakken Hoe gaat de groep om met problemen? Deze vijf kenmerken geven veel inzicht hoe de ongeschreven normen worden gehanteerd in de groep. 2005. Wederzijds respect In welke mate geven de groepsleden elkaar de kans om zichzelf te zijn.Adjouring “ Adjourning involves dissolution. Performing is de langstdurende fase. It entails the termination of roles.particularly where the dissolution is unplanned (ibid. de leerlingen zijn veel minder productief.en leerklimaat waarin de leerlingen productief zijn. Vanaf nu staan de normen van de groep vast en zijn de groepsnormen nauwelijks veranderbaar. als het doel gezelligheid is. Structural issues have been resolved.

Omdat de groep toch uit elkaar gaat is het niet meer belangrijk om de groep gezellig te houden. De laatste gedraging is de “normvervaging”. De leerlingen organiseren veel activiteiten om het afscheid zoveel mogelijk uit te stellen. Alleen in deze fase is het mogelijk een groep tot positieve normen te laten komen.Deze fase treedt op als het einde van de groep in zicht is.d. Suggesties hiervoor staan o. De leerkracht kan d. Dit kan leiden tot drie verschillende gedragingen. Ten slotte biedt hij veiligheid. De leerlingen vinden het niet erg om afscheid van de groep te nemen. Problemen worden niet verdoezeld maar besproken Om deze begeleiding goed te faciliteren kun je veel begeleide oefeningen doen. Deze begeleiding is gericht op een positief groepsklimaat wat kan leiden tot de aanvaarding van groepsregels die feitelijk de vijf groepskenmerken positief invullen en die samen garant staan voor een positief groepsklimaat. Bij een positieve groep kunnen er problemen ontstaan tijdens deze fase. begeleiding heel veel invloed uitoefenen op de verschillende fasen. Een ander verschijnsel is het “klitten”. Deze fase treedt op de basisschool alleen op de voorgrond aan het eind van groep 8. De leerlingen beschermen zichzelf tegen de teleurstelling van het uiteen gaan van de groep. De groepsleden voelen zich medeverantwoordelijk voor het functioneren van de eigen groep b. Bij een negatieve groep wordt deze fase als bevrijdend gezien. situaties te scheppen waarin normen tot stand komen en positieve normen laten ervaren en de leerlingen hiervan bewust maken. De leerlingen houden zich niet meer aan de groepsregels en gaan minder respectvol met elkaar om. De leerkracht helpt de leerlingen veilig met elkaar kennis te maken van oppervlakkig naar diepgaand. (Gielis. Dit kan door een goede begeleiding tijdens de normingfase al zoveel mogelijk voor de stormingsfase plaats te laten vinden. De groepsleden zijn bereid met elkaar samen te werken d. Dan is er een stevig fundament gelegd voor het groepsklimaat dat meestal stand kan houden 14 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.a. In de andere jaren weten de leerlingen dat ze elkaar na de zomervakantie weer zien. & Lap. a. 2008) Fase 1&2: Bij de start van de groep kan begeleiding doorslaggevend zijn. (Engelen van. Hierdoor wordt de groep minder gezellig en is het afscheid makkelijker. De groepsleden tonen respect voor elkaar voor elkaars mening en karakter en zijn bereid naar elkaar te luisteren c. Konig. In dit geval bepaalt de groep vaak de uitkomst. Denk hierbij aan klassenfeesten. reünies e. Allereerst is het belangrijk om de forming goed te faciliteren. Beslissingen die de groep moet nemen komen aan zoveel mogelijk wensen van groepsleden tegemoet. in “Grip op de groep”. 2007) Door de begeleiding hebben de leerlingen een sfeer geproefd die berust op positieve normen.m. De leerlingen ervaren de groep als positief en gaan niet graag uit elkaar. Iedere leerling moet zich door de leerkracht geaccepteerd voelen en de leerkracht moet persoonlijke interesse tonen. De groep kan gaan “vitten”. Dit betekent dat de leerlingen de positieve sfeer gaan relativeren. e. Bovengenoemde fasen zijn beschreven zoals ze verlopen zonder begeleiding van een leerkracht. Tegelijkertijd moet de leerkracht anticiperen op de norming. Dit kan hij doen door modelgedrag te vertonen. .v.

Ik vind deze indeling iets te beperkt. §2. . hierdoor verliest de leerkracht namelijk het vertrouwen van de groep. 83) Voor de verdeling van rollen in een groep maken Remmerswaal (2008) en van Engelen (2007) allebei een eigen indeling van rollen in groepen. 15 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.Bewust maken van de verschijnselen normvervaging. gaat gepaard met “dit kunnen we dus van deze persoon verwachten” en dat gaat men dan ook écht verwachten. Voor mijn onderzoek betekent dit dat ik rekening moet houden met de normen en rollen zoals ze al vastgesteld staan.Terugblikken.” (Lente van. klitten en vitten als ze aan de orde zijn . Fase 5: Wat kan de leerkracht doen om de afsluiting positief te laten verlopen?: . de groepsidentiteit te versterken en het bevorderen van onderlinge contacten. Het is belangrijk dat de leerkracht zich niet teveel bemoeit met de rolverdeling. de groepsgeschiedenis laten herleven.m. Het stimuleren kan d. samenwerkingsopdrachten. Dit leidt tot de volgende vraag. en „Dick‟ is de leider van de groep. Belangrijk is hierbij dat deze begeleiding begint vanaf de eerste dag na de zomervakantie. moet ik eerst meer weten over rollen in de klas. Er kunnen onderhuids toch factoren spelen die andere normen inbrengen. Belangrijk hierbij is dat alleen de normen die de leerlingen zelf bedenken en/ of eigen maken stand houden. In de situatieschets van de rekenles herken ik al een rolverdeling. 1997. omdat Remmerswaal een heel uitgebreide indeling geeft en Van Engelen zijn rolverdeling alleen toegespitst heeft op een groep in de basisschool.en leefklimaat in de klas.Helpen de situatie realistisch onder ogen te zien .v. Toch zijn niet alle rollen in mijn klas allemaal herkenbaar.Een gedenkteken te laten maken Door de begeleiding tijdens het groepsproces heeft de leerkracht meer invloed op het leer. „Denise‟ is duidelijk geaccepteerd als grappenmaker. Fase 3: In deze fase is de taak van de leerkracht de leerlingen te helpen herinneren aan hun eigen groepsregels die zij eerder zelf bedacht en opgesteld hebben. p. Fase 4: De begeleiding van deze fase doet de leerkracht door samen met de groep regelmatig het groepsklimaat nader te bekijken en te stimuleren.in de storming.4 Rollen in de klas Welke rollen zijn er in een klas? “Al datgene wat men van je meemaakt en aan je ontdekt. Dit om niet alleen aan de laatste maand te denken . Dit is het verwachtingpatroon dat in deze groep aan jou gekoppeld raakt en het is te omschrijven als je rol. Ik bespreek beide indelingen. De eerste twee fasen kunnen alleen een succes vormen als de leerkracht tijdens deze fasen permanent aanwezig is. Om meer inzicht in het rollenpatroon te verkrijgen.

De indeling volgens Van Engelen (Engelen van.v. hoe staat het met het groepsdoel?). Disfunctionele rollen: agressief gedrag( eigen status proberen te vergroten door het bekritiseren van anderen vijandige positie innemend). spanning verminderen (uitlaat vinden voor overheersende gevoelens bijv. waardering uitspreken. Van 16 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.en groepsvormingsrollen (procesrollen): vooral gericht op het verbeteren van het sociaal-emotionele klimaat in de groep. betekenissen ontwikkelen. formuleren van de regels en procedures (deze kunnen gebruikt worden voor keuze van het gespreksonderwerp of evalueren van groepsbesluiten. verbinden aan eigen ervaringen. problemen opnieuw definiëren. de groepsactiviteiten en eventuele weerstanden. compromissen voorstellen). Zowel taak. Meerdere groepsleden kunnen tegelijkertijd dezelfde rol vervullen. coördineren (aantonen van verbanden. stokpaardjes (alleen voorstellen inbrengen die hun eigen favoriete ideeën ondersteunen). 3.als procesrollen: evalueren (groepsbesluiten toetsen aan procedures en regels. De taakrollen zijn: initiatief en activiteit (voorspellen van oplossingen. warmte. deuropener of wegbereider zijn(zorgt ervoor dat iedereen zijn zegje kan doen). meningen en voorstellen samenbrengen) samenvatten (samenvatten van inhoud en meningen. zelfbelijdenissen (vertelt altijd over eigen ervaringen wat niets te maken heeft met groepsdoel). Groepshandhaving. blokkeren (voortgang van de groep dwarsbomen).m. zoeken van informatie (verhelderende vragen) . 2008) : De rollen in een groep zijn onder te verdelen in: 1. diagnosticeren (vaststellen van moeilijkheden. analyseren van blokkades). openlijk instemmen). De procesrollen zijn: aanmoedigen (vriendelijk. conclusie trekken). verheldering geven). De leidinggevenden nemen vaak het initiatief. uitwerking (verhelderen. Disfunctionele rollen: die vooral bestaan uit zelfgericht gedrag. 2007): Van Engelen maakt bij de rolverdeling een onderscheid in leidinggevende rollen en overige groepsleden. hoe zal een voorstel uitpakken). dit is verdeeld naar de leiderschapsstijl. suggesties. consensus uitproberen (vraagt of er een algemene overeenstemming kan worden bereikt). de clown uithangen (niet serieus kunnen doen). vertelt de regels als een besluit in contradictie is met de regels). kalmeren). humor. d. onder woorden brengen van het groepsgevoel(samenvatten wat het gevoel is van de groep. dat ingaat tegen constructieve participatie aan de groep. geven van een mening (uitspreken van mening over waardevolheid en niet zo zeer over inhoud). Bij de overige groepsleden zien we verschillende rollen en taken. . luisterpubliek). sympathie zoeken (klagen en zielig doen om sympathie van andere groepsleden te verkrijgen). wil de beste in alles zijn). nieuwe ideeën. zoeken van meningen(vragen aan anderen wat ze denken/voelen verheldering vragen). problemen anders aanpakken. rivaliteit (altijd met anderen aan het wedijveren. volgen (meegaan met groepsbesluiten. beschrijven van (onbewuste) reacties). erkenning zoeken (altijd op zoek naar aandacht). organiseren en bewaken de goede gang van zaken. geven van informatie( bieden van feiten. Taakrollen: van belang voor het uitvoeren van de groepstaak 2. anders ordenen van materiaal).De indeling volgens van Remmerswaal (Remmerswaal. bemiddelen (harmoniseren. demonstratief terugtrekken (ongeïnteresseerd of passief gedrag). Alle genoemde rollen zijn allemaal ook leiderschapsfuncties.

Appellant De appellant is de laagste in de hiërarchie van de groep. hierdoor zijn de verkenners directe concurrenten van de organisatoren. Hoewel het lijkt alsof de joker niet serieus wordt genomen. dan grijpt de gezagsdrager in. Hij verdeelt taken en bewaakt of ze gedaan worden. nemen de verkenners deze positie over. 3. zorgt de joker er juist voor dat zaken niet te serieus worden en uit de hand lopen. kan de joker met een relativerende opmerking de groep 17 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Als de organisator fouten maakt of wegvalt. .Engelen stelt dat de rolverdeling anders is ingedeeld bij een positieve groep dan bij een negatieve groep. Hij bewaakt de sfeer in de groep en het welzijn van de groepsleden. De verschillen tussen de groepsleden worden geaccepteerd. Ze bevinden zich in de hiërarchie net onder de organisator. Je kunt de organisator duidelijk herkennen bij samenwerkingsopdrachten. niet de haantje de voorste of degene met de grote mond. Wat de gezagsdrager zegt of aangeeft wordt echter wel direct opgepakt door de rest van de groep. Als er spanningen zijn in de groep. Binnen de positieve groep kan er onderlinge concurrentie zijn. Door zijn rol kan hij gevoelens van mededogen van de andere groepsleden oproepen. de sociaal werker komt met compromissen aan wanneer de groep er niet uitkomt. Als een ander groepslid met een voorstel komt dat indruist tegen het groepsdoel. van verantwoordelijkheid voor de groep. 7. Hij appelleert aan gevoelens van zorgzaamheid en mededogen. Volger Volgers voeren de initiatieven van de andere groepsleden trouw uit. Een gezagsdrager vormt de mening van de groep en bewaakt het groepsdoel. Dit kan door een mentale of fysieke zwakte of handicap. 5. De organisator zorgt ervoor dat de hiërarchie binnen de groep in stand wordt gehouden. al is het niet het hoogste gezag. Ze zetten hun gezag in om de sfeer in de groep te bewaken en positief te houden. Een organisator behandelt hierdoor zijn volgers altijd goed. Gezagsdrager Dit is vaak niet de opvallendste persoon in een klas. De sociaal werker heeft gezag in de groep. Joker De rol van de joker is heel belangrijk. Bij conflicten grijpt de sociaal werker op een positieve wijze in. Sociaal werker Diegene die deze rol vervult heeft vooral interesse in mensen en relaties. mits hij een bijdrage levert aan wat de groep. De gezagsdrager kan niet gewoon zijn gang gaan. Overige groepsleden 4. hij moet zich houden aan de gevestigde opvattingen binnen de groep. Dit maakt dat de macht van de organisator afhankelijk is van de loyaliteit van de volgers. Hij geeft de directe leiding aan de andere groepsleden. via de gezagsdrager wil. 2. 6. De positieve groep kent de volgende zeven rollen: Leidinggevenden 1. maar deze is niet bedreigend. Verkenner Verkenners nemen vaak initiatieven op het moment dat het duidelijk is wat de bedoeling is. Hij zorgt voor een grote mate van relativering in de groep. Toch kan deze rol niet ontbreken in een groep. Organisator Een organisator regelt alles.

Konig. 1998. Het slachtoffer van de gezamenlijke vijand. 2008) vult deze onderverdeling nog aan met de neutrale groep. De neutrale groep wil graag goed doen. & Lap. zullen zij niet het slachtoffer worden. Zijn positie staat bloot aan concurrentie. dit omdat er nog verschillende doelen aan de orde zijn. De hiërarchie wisselt van week tot week en kan zich daardoor niet vastzetten. De leerling die aan het begin van het jaar een grap maakt. Rollen in een negatieve groep: Leidinggevenden 1. Ze zijn blij als hun leerkracht hen helpt. er zijn continue aanvallen op zijn positie. Hij doorbreekt de regels en de hiërarchie. Meeloper De meelopers wanen zich veilig zolang ze maar een intrigant en/of dictator ondersteunen. Deze aanvallen komen van de intriganten. Intrigant Zij proberen onder de overige groepsleden (meelopers) voldoende aanhang te verwerven om een leidinggevende positie te verwerven.” (Oudenhoven van. In een negatieve groep is de hiërarchie erg sterk.5 Interactie Hoe vindt de interactie in groepen plaats? “Communicatie vindt niet in het luchtledige plaats. De rolverdeling in een groep ontstaat in de formingsfase van het groepsproces. Overige groepsleden 2. De dictator moet constant op zijn hoede zijn. Daarom moet ook hier de gezagsdrager met kracht zijn gezag doen gelden. 4. De middelen die gebruikt worden zijn negatief (roddelen. Deze rollen ontstaan mede door de interactie van de groepsleden onderling. krijgt vaak voor het hele jaar deze rol toebedeeld. Dictator De dictator geniet geen natuurlijk gezag. Deze groep komt het meest voor in het onderwijs. Gielis (Gielis. Hij stelt negatieve doelen en probeert daardoor de groep bijeen te houden en zo een soort saamhorigheid te creëren. Je kunt een neutrale groep het beste omschrijven als een groep die zijn nog weg zoekt in de hiërarchie en het stellen van doelen. Zondebok De zondebok is diegene die constant wordt gepest. beantwoord ik in mijn volgende vraag. §2.laten lachen. maar ondergaat de invloed van de eigenschappen van de groepsleden. . De nadruk ligt op de macht en minder op het vervullen van de verschillende rollen. omkoping). Hij creëert een gezamenlijke vijand door leerlingen uit de groep als slachtoffer van zijn negatieve doelen te maken. omdat er telkens verwarring heerst over de positie van de groepsleden. Hierdoor laat de sociaal werker het er regelmatig “bij zitten”. pesten. 28) 18 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. vooral als er conflicten uitbreken. de aard van de taak of de kenmerken van de groep. Bij een neutrale groep is de rol van gezagsdrager nog wisselend. intrigeren. maar hun saamhorigheid komt niet echt van de grond. Hoe deze interactie verloopt. Zolang dat gebeurt. 3. p.

dat afgestemd is op hun eigen mogelijkheden. De organisatie inclusief scholen geeft de volgende definitie voor inclusief onderwijs: “Inclusief onderwijs betekent. Leary gaat ervan uit dat mensen complementair (bijv. Als een andere leerling dan voornamelijk gedrag laat zien uit de onder-samen sector geeft hij hiermee duidelijk aan dat hij een volger is. Vanaf 2011 wordt er in Nederland “passend onderwijs” ingevoerd. dat alle leerlingen. Dit betekent dat een rol met verschillende soorten gedragingen ingevuld kan worden. Deze ontwikkeling is een eerste stap naar “Inclusief onderwijs”. dezelfde scholen bezoeken. . §2. Het communicatiemodel van Leary heeft ook zijn invloed op het ontstaan van rollen. boven.boven en onder voor leiden tegenover ondergeschikt gedrag. opmerking of handeling van de gesprekspartner. De leerlingen moeten inschatten welke interactie past bij hun rol in een specifieke situatie. en de invloed van de groepsdynamiek wordt in de toekomst alleen maar meer van belang. . samen-gedrag roept samen-gedrag op) op elkaar kunnen reageren.6 Maatschappelijke relevantie Het belang van kennis van groepsdynamica is duidelijk naar voren gekomen in bovenstaande vragen. Deze manier van interactie kan ingezet worden bij de verschillende rollen in de groep.samen sector en veel minder gedragingen uit de onder-tegen sector. De reacties van mensen zijn daarbij in te delen volgens twee tegenovergestelde lijnen (Itasc): .gedrag roept onder-gedrag op) en symmetrisch (bijv. Leary heeft nog een verdere indeling gemaakt. 2008) 19 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. ongeacht hun achtergrond. in heterogene groepen functioneren en het curriculum volgen.Een van de meest bekende en goed toepasbare communicatiemodellen om interacties tussen groepsleden te beschrijven is de “Roos van Leary”.” (Franke. Leary gaat uit van de veronderstelling dat de reactie van iemand bepaald wordt door de daaraan voorafgaande opstelling. Iedere leerkracht heeft er mee te maken. Zo zal een gezagsdrager meer gedragingen laten zien uit de boven.samen en tegen voor samenwerkend tegenover tegenwerkend gedrag. Zie onderstaand figuur: Roos van Leary Deze roos laat zien welk gedragingen elkaar oproepen en hoe gedrag te beïnvloeden is.

7 Onderzoeksvraag De informatie uit dit hoofdstuk heeft mijn inzicht in de theorie over groepsdynamiek vergroot. 2005) §2. Het leren van deze waarden is het belangrijkste voordeel voor leerlingen zonder handicap. De rollen en doelen zijn bepaald. zo is inmiddels ruimschoots aangetoond.Dit betekent dat de diversiteit in de klassen alleen maar toeneemt. is er ruimte voor iedereen binnen eenzelfde onderwijs. Leerlingen met een handicap profiteren daarnaast in cognitief en sociaal opzicht van hun omgeving met niet-gehandicapte leerlingen. respect voor verschillen en de waarde daarvan. verantwoordelijkheid voor elkaar. Deze situatie heeft geresulteerd in de volgende onderzoeksvraag: Welke invloed heeft het rollenpatroon op de interacties van de leerlingen onderling in mijn klas en hoe kan ik die beïnvloeden? §2. In hoofdstuk drie zal ik nader ingaan op mijn onderzoeksvraag en de onderzoeksmethoden. Dit heeft de interesse naar mijn eigen klassensituatie alleen maar vergroot. Als leerlingen geleerd hebben om elkaar in al hun verschillen te accepteren. De interactie die hiermee gepaard gaat is duidelijk aanwezig en wordt niet altijd als positief ervaren. 20 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Tolerantie. bereidt voor op een samenleving waarin niemand wordt buitengesloten.” (Visie. Het begeleiden van het groepsproces neemt dan een steeds grotere rol in. . Heel veel invloed op het groepsproces kan ik niet meer hebben. hanteerbare manier in de dagelijkse praktijk gebracht. Een school die leert dat in principe niemand wordt buitengesloten.8 Tot slot In dit hoofdstuk heb ik duidelijk gemaakt wat groepsdynamica inhoudt en wat het kan betekenen voor het onderwijs. Stichting Inclusief onderwijs zegt hier het volgende over: “De beste manier om dit in de praktijk te brengen is door de klas open te stellen voor leerlingen met een handicap. De groep is al geruime tijd bij elkaar en heeft de eerste drie fasen al doorlopen. wordt op een duidelijke.

Welke rollen zijn er in mijn klas? En hoe worden die ingevuld door de leerlingen? 3. Ik ben er terdege van bewust dat de onderzoeksresultaten subjectief zullen zijn. deze leg ik o. positieve of negatieve groep? 2. Kwalitatief onderzoek legt verbanden tussen alle facetten die meespelen bij een probleem. Om het onderzoek meer betrouwbaarheid te geven.a. Als zij een andere interpretatie van de resultaten hebben. 2000. zodat ik gerichter onderzoek kan plegen. Het onderzoek is subjectief en betekenisverlening. 25) De reden dat ik kies voor kwalitatief onderzoek heeft te maken met de kenmerken van deze vorm: (Baarda. Is mijn klas een neutrale. p. Voor het onderzoek maak ik voornamelijk gebruik van mijn eigen waarneming. § 3. De resultaten zullen gebaseerd zijn op mijn eigen interpretatie en aan de resultaten en situaties zal ik mijn eigen betekenis verlenen. & Teunissen. maar zijn gebaseerd op mijn eigen interpretatie. controleren zowel mijn duopartner als mijn LIO-stagiaire mijn onderzoeksgegevens. Dit vierde kenmerk is erg belangrijk voor de interpretatie van mijn onderzoek. Hoe verloopt de interactie tussen de leerlingen onderling? 4. & Teunissen. Gezamenlijk vormt de informatie een algeheel beeld. In dit onderzoek betekent dit dat ik uitga van de dagelijkse activiteiten die ik met de leerlingen uitvoer.2 Kwalitatief onderzoek Om antwoord te krijgen op mijn onderzoeksvraag zal ik gebruik maken van kwalitatief onderzoek. De verschillende gegevens die in mijn onderzoek naar voren komen.Hoofdstuk 3 Het onderzoek In het vorige hoofdstuk is de theorie over groepsdynamica beschreven.” (Baarda. Welke interventies kan ik uitvoeren om invloed op het groepsproces te kunnen uitoefenen? § 3. vast in gestandaardiseerde instrumenten. gebeurtenissen en personen te beschrijven en te interpreteren. 2000) Het onderzoek vindt plaats in alledaagse situaties.1 Onderzoeksvraag en deelvragen Mijn onderzoeksvraag luidt: Welke invloed heeft het rollenpatroon op de interacties van de leerlingen onderling in mijn klas en hoe kan ik die beïnvloeden? Om deze vraag te beantwoorden heb ik deze vraag in deelvragen verdeeld. Baarda. de onderzoeker is zelf het onderzoeksinstrument. 21 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. . Goede de. Goede de. er wordt weinig gewerkt met gestandaardiseerde instrumenten. neem ik deze mee in mijn datapresentatie en analyse. De deelvragen zijn als volgt: 1. zijn geen op zich zelfstaande onderdelen. De onderzoeksgegevens worden verkregen door directe waarneming. In dit hoofdstuk zal ik beschrijven welke onderzoeksmethoden ik ga gebruiken om mijn onderzoeksvraag te beantwoorden. de Goede & Teunissen geven de volgende definitie over kwalitatief onderzoek: “Onderzoek waarbij je overwegend gebruik maakt van gegevens van kwalitatieve aard en dat als doel heeft onderzoeksproblemen in of van situaties.

Deze deelnemer geeft informatie over zichzelf m. Goede de.b. de respondent. Het verschaft meer inzicht in de onderlinge relaties in een groep en de plaats van een kind in de klas. ook gebruik ik deze theorie op mijn onderzoeksresultaten te verklaren. waardoor de beginsituatie van de groepsdynamiek vastgesteld wordt. 2000) Allereerst de informant. Afsluiten met nog een sociogram om te kijken of interventies zin hebben gehad. Zij zijn op de hoogte van de theorie achter het onderzoek en kennen de klas goed. & Teunissen.t.L Moreno.v. Voor de metingen maak ik gebruik van de volgende instrumenten: Het Sociogram Het sociogram is gebaseerd op de sociometrische methode van J. Dit wordt ook wel een cyclisch-iteratief proces genoemd. de uitkomst blijft subjectief en geeft alleen een beeld van deze klas. Een observatieplan opstellen. de Goede & Teunissen spreken over drie rollen. De laatste rol is voor dit onderzoek voornamelijk van belang. Tijdens deze aanpak is het belangrijk om constant naar de uitwerking van deze interventies te kijken. Na analyse van deze gegevens volgen er interventies en geef ik groepsbegeleiding. Kwalitatief onderzoek wordt op een theorie gebaseerd en/of verklaard vanuit theorie of is gericht op het ontwikkelen van theorie. Hij heeft een goed inzicht in de te onderzoeken situatie en geeft hierdoor veel informatie aan de onderzoeker. 1995) a. Mijn LIO-stagiaire en duopartner zullen ten tijde van het onderzoek de rol van sleutelinformant kunnen innemen. Deze resultaten geven mij informatie over de invloed van de interventies. Deze aanpak sluit subjectiviteit niet uit. 22 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Alkema en Tjerkstra geven een duidelijke werkwijze aan: (Alkema & Tjerkstra. Allereerst zal ik een nul-meting houden. deze deelnemer geeft informatie over personen of zaken buiten zichzelf. . In deze situatie zullen de leerlingen zich als informant opstellen. de situatie. Hij kan als vertegenwoordiger van de groep worden gezien. Baarda. (Baarda. onderzoeksmethoden vraag ik naar hun mening. Deze rol zullen de leerlingen uit de klas innemen. De leerlingen geven voornamelijk informatie over zichzelf. ook vraag ik een enkele keer hun mening over andere leerlingen.Ook controleer ik mijn gegevens bij de leerlingen uit de klas d. Gerichte begeleiding om in de groep positief sociaal gedrag te stimuleren d. Er is een integratie van dataverzameling en analyse Tijdens mijn onderzoek is er een samenspel tussen het verzamelen van gegevens en het interpreteren van deze resultaten. Aan het eind van het onderzoek houd ik dezelfde meting. De tweede rol is de sleutelinformant. De theorie speelt een grote rol. De theorieën die ik ontwikkel vanuit dit onderzoek zullen gebaseerd zijn op de onderzoekssituatie zoals hij nu is en zal subjectief kunnen zijn. Bij voorkeur 2 sociogrammen maken aan het begin b. In het onderzoek dat ik uitvoer baseer ik mij op de theorie zoals beschreven in hoofdstuk 2. Hierdoor kunnen zij mij veel informatie geven over de klas als ik niet aanwezig ben. § 3.m. De deelnemers aan kwalitatief onderzoek kunnen verschillende rollen hebben. Kloppen de gegevens met wat we zien? Bijvoorbeeld: is de leerling ook echt geïsoleerd? c. zodat ik tijdig kan signaleren of de aanpak de juiste is. Het verzamelen van de gegevens en de analyse wisselen elkaar het hele onderzoek af.3 Onderzoeksmiddelen Eerder in dit hoofdstuk heb ik vermeld dat het doen van een nulmeting noodzakelijk is.

Met wie speel je graag?. met wie speel je niet graag?. ook dan zal ik observeren. (Onderwater.leraar . . De geplande observaties neem ik op video. Tijdens het leggen van de kaartjes leggen ze de reden van hun keuzes aan mij uit. Voor het invullen van het sociogram maak ik gebruik van de applicatie op het internet. De vragenlijst geeft informatie over de volgende onderwerpen: (Jeninga. Op basis van de weergegeven patronen kan de leraar of groepsleider de groepsdynamiek beïnvloeden en over langere tijd zien of de invloed heeft gewerkt. (“blinde vlekken”) Ook is het mogelijk om met deze lijst bepaalde vermoedens die men heeft met betrekking tot gesignaleerde problemen te onderzoeken. Met behulp van subvragenlijsten wordt een totaaloverzicht in kaart gebracht van de sterkte en zwakte van de verschillende interactionele posities. (Verstegen & Lodewijks.de organisatie in de klas . In de bijlage (1) zijn de rolkaarten opgenomen. In paragraaf 3. In een individueel interview met de leerlingen geven de leerlingen aan welke rol ze bij welke klasgenoot vinden passen.de onderlinge leerlingrelaties . 2006. BOTS analyseert de beheersing van de sociale vaardigheden.Ik sluit mij aan bij deze werkwijze. 2006) De klassenklimaatschaal De klassenklimaatschaal is een individuele vragenlijst om meer inzicht te krijgen in het klassenklimaat en de rol van de leerkracht. met wie werk je graag? en met wie werk je niet graag? De makers beweren het volgende over het sociogram: “Het resultaat is een overzichtelijk beeld van de relaties en interacties in de klas. 89) BOTS-vragenlijst De BOTS (Boven-Onder-Tegen-Samen) vragenlijst is gerelateerd aan de Roos van Leary. In deze analyse wordt uitgegaan van een wisselwerking waarbij de kans bestaat dat interactionele cirkels zichzelf in stand houden. Ik heb een kaartensysteem ontwikkeld.” (Jeninga. Soms zijn deze van te voren gepland en gericht op een bepaald onderwerp. 2006) Observaties De observaties vinden plaats in de alledaagse situaties.2 heb ik aangegeven dat ik ook de mening van de leerlingen vraag. De observaties zal ik beschrijven en bijvoegen in de bijlage. 2007) staat afgebeeld. waarop per kaart een positieve groepsrol (Engelen van.” (Onderwater. om thuis mijn bevindingen te controleren. Een andere keer biedt zich een situatie aan. 23 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.relatie leerlingen.affiliatie ( het zich tot elkaar aangetrokken voelen) Jeninga zegt het volgende over de klimaatschaal: “Deze vragenlijst biedt de mogelijkheid de leerlingen zelf aan het woord te laten en als leraar feedback te ontvangen op het eigen handelen. 2006) In dit programma worden de leerlingen vier vragen gesteld. 2006) . waarbij duidelijk het onderwerp van mijn onderzoek naar voren komt. Hierdoor kan ik de situatie terugkijken en vergroot dit de betrouwbaarheid van mijn observaties. p. Rolkaarten Met de voorgaande methodieken kan ik bekijken hoe de rollen zijn verdeeld over de groep.

Naar aanleiding van informatie uit de nulmeting kan ik bepalen welke manier van interventies ik moet toepassen. In het volgende hoofdstuk presenteer ik de data en analyseer ik de gegevens. 24 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Ik zal dan ook verder ingaan op de interventies die ik zal plegen. .4 Tot Slot De onderzoeksmethodologie verschaft mij informatie over de groepsdynamiek van de klas.§ 3.

§4. §4. Een voorbeeld: PBj kan staan voor Pieter Bakker en is een jongen. In dit hoofdstuk zal ik het onderzoeksproces beschrijven en de data presenteren. De instrumenten die voor deze meting gebruikt worden. Deze meting gebruik ik om achteraf vast te kunnen stellen of de groepsdynamiek is veranderd.1 Het sociogram Ik ben de nulmeting begonnen met het afnemen van een sociogram. Om dit vast te kunnen stellen. Zij gaven antwoord op de vragen: 1. In de bijlage (2) is de uitgebreide tabel opgenomen. maak ik eerst een nulmeting. zowel positief als negatief. heb ik de namen van de kinderen veranderd in codes.2 Nulmeting Het doel van mijn onderzoek is om te achterhalen of ik de groepsdynamiek in mijn klas kan beïnvloeden. Met wie speel je niet graag? 3.Hoofdstuk 4 Datapresentatie en analyse In het vorige hoofdstuk is beschreven welke methodologie ik ga gebruiken om mijn onderzoeksvraag te beantwoorden. neem ik aan het eind van mijn onderzoek weer af. In mijn onderzoek wisselen onderzoek en analyse zich snel af. §4. De code bestaat uit drie letters. j voor een jongen en m voor een meisje. 2006) De leerlingen hebben de vragen op de computer ingevuld. In onderstaande tabellen zijn alleen de gegevens opgenomen van hoe vaak de kinderen gekozen zijn. Om deze reden zal de datapresentatie en de analyse als een rode draad door elkaar lopen. (Onderwater. Met wie werk je niet graag? Uit deze vragen heb ik twee sociogrammen gemaakt met een tweedeling in werken en spelen. Met wie werk je graag? 4. NJm MHj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ AAj MJj OLj EDj RBj YTj JBj .1 Privacy Om de privacy van de leerlingen uit mijn klas te kunnen waarborgen.2. 5 4 2 4 4 0 3 4 4 1 3 5 2 3 3 1 3 4 5 0 3 3 5 3 0 2 0 1 13 0 0 0 3 4 3 16 2 2 11 2 0 1 3 0 0 3 25 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Sociogram spelen MLm 2 1 MBm 2 5 AAm CVm LRm EBm JGm DWj RWj JCm Totaal pos. Met wie speel je graag? 2. Hierdoor kan ik mijn bevindingen staven met objectieve onderzoeksmiddelen. Totaal neg. twee hoofdletters en een kleine letter. De eerste twee hoofdletters staan voor initialen van de leerlingen en derde letter staat voor het geslacht van de leerling.

DWj wordt vaak negatief gekozen bij werken. JCm valt op doordat zij in beide tabellen bijna niet gekozen wordt. Dit is vrij regelmatig verdeeld. Een andere opvallende leerling is OLj. Zij is een wat teruggetrokken meisje. terwijl dit vaak niet zo is. hebben goede ideeën en vinden het niet erg als anderen deze uitvoeren. maar in het sociogram werken heeft hij dertien negatieve keuzes. daarentegen bij werken. Hij heeft vaak het idee dat anderen “het op hem gemunt hebben”. Met een score van vijf horen CBj. is een score van vijf aanzienlijk hoger bij de meisjes dan bij de jongens. Hij is rustig in de klas. YTj en RBj vallen voornamelijk op. Bij spelen heeft er niemand positief voor haar gekozen. NJm MHj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ OLj AAj MJj EDj RBj YTj JBj . Deze score is vijf. DWj valt niet op in het sociogram spelen. maar dit is om een andere reden. Aangezien er in de klas meer jongens dan meisjes zijn. scoort hij veel positiever. Voor de meisjes is de score naar verhouding hoger dan bij de jongens. 2006)vragenlijst in. maar is jong in zijn gedragingen. Om de waarnemingen uit het sociogram beter in kaart te brengen. dat zichzelf vaak “zielig” vindt. Ze wordt daarentegen ook niet vaak negatief gekozen. wordt JCm vaak “vergeten”. omdat de leerlingen voornamelijk voor hun eigen sekse kiezen. en bij werken maar één keer. 26 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. EBm en NJm halen een hogere score. Ze wordt door de andere meiden nog wel eens buitengesloten en ze zoekt uit zichzelf ook niet veel contact. vul ik voor de meest opvallende kinderen de BOTS (Verstegen & Lodewijks. RWj. JCm lijkt te zijn vergeten door de leerlingen tijdens het kiezen. De score vijf keer negatief gekozen in het sociogram spelen voor MBm is erg hoog in vergelijking met de rest van de meisjes. Zij houden zich niet aan de afspraken en regels in de klas. Een aantal leerlingen vallen zowel bij spelen als bij werken duidelijk op. Hij wordt maar één keer positief en drie keer negatief gekozen bij spelen. In het sociogram spelen zijn geen duidelijke populaire kinderen. Hier is een groot verschil op te merken. Hij wordt snel boos en kan dan agressief reageren. Bij het sociogram werken zijn wel duidelijk twee leerlingen vaker gekozen dan de andere leerlingen. doordat zij in beide tabellen vaak negatief gekozen worden. LMj wordt ook vaak negatief gekozen. EDj en MJj krijgen veel positieve keuzes bij het werken. De interactie naar deze jongens toe is vaak negatief geladen. Dit zijn EDj en MJj. Alleen AAj. Er wordt heel gelijkmatig gekozen. Ze kunnen goed luisteren naar andere kinderen. Totaal neg. wat niet heel hoog is. Hij is een echte grappenmaker en vindt het lastig om serieus te werken zonder afgeleid te worden. OLj en JGm ook bij de leerlingen die vaker positief gekozen zijn. RBj en YTj zijn vaak “storend” aanwezig. Er zijn inderdaad geen duidelijke populaire leerlingen aan te wijzen.Sociogram werken MLm 2 1 MBm 2 3 AAm CVm LRm EBm JGm DWj RWj JCm Totaal pos. De uitkomst van het sociogram sluit aan bij mijn eigen waarnemingen. LMj. Dit zijn rustige jongens die serieus met hun werk bezig zijn. Als de meisjes groepjes maken. 3 5 1 8 4 0 2 4 9 5 2 4 1 1 3 0 1 3 3 1 5 3 3 2 0 13 0 1 7 2 0 0 2 4 2 16 4 3 9 3 0 2 1 0 0 0 Na analyse van deze tabellen vallen een aantal punten op. maar liefst vijf positieve keuzes.

Dit is juist een grote tegenstelling. Hij strijdt veel en wil ook graag winnen. maar neemt juist initiatieven. Hij protesteert en strijdt vaak. Hij bedoelt het vaak goed. Hij laat daarentegen een tekort zien op onder vlak. Ook trekt hij zich niet vaak terug. De meeste leerlingen zijn niet bang voor hem. Ze vergeten hem niet. Veel kinderen zijn bang voor hem. onder de grafiek maak ik een korte analyse van de meest opvallende excessen en tekorten. Hij vindt het moeilijk om af te wachten en reageert vaak meteen. Hij volgt niet vaak en trekt zich ook niet zo snel terug. maar irriteren zich wel aan hem. omdat hij vaak erg aanwezig is.2 BOTS-vragenlijst Dit onderzoek richt zich voornamelijk op de interacties tussen de leerlingen. maar ze kunnen hem wel eens negeren. . Dit zorgt ervoor dat andere leerlingen het RBj moeilijk maken om voor anderen te zorgen.2. 27 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Hieronder zijn de grafieken opgenomen. alleen de handeling past niet bij de intentie. Ze zoeken niet het aangename contact op van RBj. die duidelijk aanwezig is bij deze jongen. Daarentegen laat hij een waarschijnlijk exces zien in het zorgen voor anderen. Hij volg niet vaak. De andere leerlingen reageren voornamelijk neutraal op deze tekorten. In samenwerkingsopdrachten vinden ze het niet erg als RBj de leiding neemt. Toch reageren de leerlingen op dit gedrag vrij neutraal. YTj YTj laat een duidelijke exces zien op het vlak tegen.§ 4. vooral de meisjes en ze reageren vaak geïrriteerd op hem. maar bepaalt zijn eigen weg. Daarom heb ik alleen de BOTS vragenlijst kind-andere kinderen ingevuld. RBj laat een duidelijk tekort zien in het onder vlak. RBj RBj laat excessen zien in het boven-tegen vlak.

28 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. JCm laat tekort actief zien dat ze voor andere zorgt. Andere leerlingen proberen haar er wel bij te betrekken. JCm JCm heeft voornamelijk excessen in het onder vlak. De andere leerlingen vinden dit gedrag soms irritant. . maar in groepssituaties wordt JCm ook vaak vergeten. Ze heeft wel haar eigen ideeën. als niet haar idee wordt uitgevoerd. Hij strijdt vaak. het is altijd de schuld van de ander en regelmatig wordt “het zwart voor zijn ogen” en slaat en schopt hij om zich heen. LMj laat tekorten zien op het samen vlak. Dit zorgt ervoor dat andere leerlingen soms bang voor hem zijn. maar vindt het nog moeilijk om hier leiding in te nemen. maar blijft hier vaak wel in hangen. Soms weigert ze dan om verder samen te werken. waardoor LMj denkt dat iedereen tegen hem is. Ze laat duidelijk met haar houding weten dat ze iets niet prettig vindt. Ze vindt het wel moeilijk om te volgen. Hij zorgt niet vaak voor andere leerlingen. protesteert veel als het niet gaat zoals hij wil en hij kan niet tegen zijn verlies. Hij kan agressief reageren. Ze voelt zich als dat gebeurt vaak alleen staan en protesteert dan in non-verbale communicatie. de andere keer vinden ze het zielig voor haar. omdat ze weten dat hij dan weer rustig wordt. Hij vindt het lastig om met conflicten om te gaan. hij is wat rigide hierin. Ze trekt zich vaak terug van de groep en plaatst zichzelf vaak buiten de groep. Hij leidt niet vaak en geeft bijna nooit advies aan andere kinderen. Andere kinderen reageren geïrriteerd op hem. De andere leerlingen gaan er niet vanuit dat LMj snel zal instemmen. maar meestal laten ze hem juist met rust. Hij vindt het ook nog lastig om de groep te volgen. alleen als de leerkracht erbij is. ze accepteren het ook niet als LMj wel de leiding neemt. Ze neemt zelf geen initiatieven richting de groep en wacht tot andere leerlingen naar haar toekomen.LMj LMj laat duidelijk excessen zien op het tegen vlak. Ze heeft duidelijk haar voorkeuren in de groep en laat dit aan de andere leerlingen merken.

Hij laat alleen een waarschijnlijk exces zien op het boven samen vlak. terwijl hij naar buiten staart. Hij laat een tekort zien op het tegen-boven vlak. Hij laat wel een duidelijk tekort zien in het onder-tegen vlak. 29 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.DWj DWj heeft geen duidelijk excessen. en ze luisteren naar hem als hij wat te zeggen heeft. maar weet eigenlijk niet hoe hij dat in goede banen moet leiden. ook al neemt hij daar de tijd voor om over na te denken. Hij heeft veel ideeën en is aanwezig. Ze accepteren EDj zoals hij is. EDj heeft een wat afwachtende houding. dat EDj het nog lastig vindt om voor zichzelf op te komen. De andere leerlingen vinden dit aan de ene kant heel grappig. en trekt zich ook wel terug in zijn eigen wereld. EDj is helemaal niet competitief ingesteld. Hij kan heerlijk zitten wegdromen. de andere kant van de medaille is. Hij is altijd aanwezig en bedenkt aan één stuk door grappen. DWj kan zich niet terugtrekken. heeft dit geen vervelende gevolgen. maar op sommige momenten irriteren ze zich eraan. Aangezien de andere leerlingen zich heel neutraal naar hem opstellen. . De andere leerlingen vinden het voornamelijk vervelend tijdens het samenwerken. EDj EDj laat ook geen duidelijk excessen zien. De waarschijnlijke excessen bevinden zich in het onder vlak.

MBm MBm laat ook een heel gelijkmatig beeld zien.MJj MJj laat een heel gelijkmatig beeld zien. MBm laat verder geen tekorten zien. Ze reageren dan ook vaak heel gepast op de reacties van MJj. Het analyseren van de BOTS vragenlijst geeft veel inzichten in de interactie tussen de leerlingen. Ze wil graag dat het gaat zoals ze zelf wil. MBm gaat nog wel eens de strijd aan en ze vindt het ook belangrijk om te winnen. In de beschrijving van de interventies die ik naar aanleiding van de nulmeting ga uitvoeren. Andere leerlingen kunnen hier nog wel eens geïrriteerd op reageren en gaan dan de strijd aan met MBm. kom ik hier op terug. en zet de andere vaardigheden op de juiste momenten in. . Hierin wordt duidelijk gemaakt waar aan gewerkt kan worden. Alleen op het tegen-boven vlak zijn waarschijnlijke excessen te zien. Andere leerlingen vermijden het contact als er samen gespeeld wordt en MBm zich bazig gedraagt. 30 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Dit resulteert nog wel eens in bazig gedrag. Hij heeft geen excessen en tekorten. Dit verklaart waarschijnlijk waarom de leerlingen zo graag met hem samenwerken.

neem ik de klimaatschaal (Jeninga. 56) (max. onderlinge relaties. maar definieert ook het groepsklimaat. In onderstaande tabel zijn de scores in deze onderdelen uitgesplitst. relatie leraar-leerling.§4. affiliatie (samenhang) en het algemene welbevinden. Vooral over de onderdelen onderlinge relaties en de relatie met de leerkracht zijn de leerlingen percentueel gezien het meest tevreden.3 De klimaatschaal De groepsdynamiek heeft niet alleen invloed op de interacties tussen de leerlingen onderling. 2006) af. 22) 4 6 3 5 6 2 2 8 4 2 6 3 5 5 5 2 7 2 2 2 5 5 6 2 4 Onderlinge leerlingrelaties (max. . en neem ik mee als aandachtspunt voor mijn onderzoek. Om te onderzoeken hoe de leerlingen over het pedagogisch leerklimaat denken. 12) 0 0 1 0 1 0 0 5 0 0 2 0 1 0 0 0 2 1 0 0 1 1 1 0 2 Affiliatie Welbevinden (samenhang) (max. kwamen de volgende vragen onder een 80% score. Dit betekent dat de leerlingen tevreden zijn over het groepsklimaat. De leerlingen vullen een vragenlijst in van 28 vragen. 31 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. 16) 1 1 1 0 5 0 0 1 1 0 0 1 3 2 0 0 2 0 1 0 2 1 0 0 0 Relatie leraarleerling (max. 14) 4 1 1 3 4 0 2 3 1 0 5 4 2 2 4 0 3 0 2 0 1 1 2 0 3 8 8 5 8 13 2 4 16 5 2 7 8 9 9 9 2 15 3 5 2 9 7 9 2 7 Naam JBj MBm MLm AAj RBj RWj CBj YTj LMj NJm AAm MJj JGm JCm TMj DWj EDj RMj OLj OHj MTj LRm EBm MHj CVm Algemeen gezien zijn de scores erg laag. De klimaatschaal maakt een onderverdeling in organisatie in de klas. In de bijlage (3) zijn deze vragen opgenomen.2. Na analyse van de verschillende vragen. Hoe lager de score. Organisatie in de klas (max. des te beter is het groepsklimaat. De kinderen zijn percentueel gezien het minst tevreden over het onderdeel organisatie en daarna het onderdeel affiliatie.

Een score van 45 (max. 50) * Vraag 14. YTj haalt voornamelijk hogere scores op de onderdelen organisatie in de klas. Dit zijn RBj. 12 en 28. Naar aanleiding van de afname van de klimaatschaal kan ik opmerken dat er in de klas een positief pedagogisch klimaat heerst. De vragen waarbij hij 1 punt behaalde zijn: 9. Alle leerlingen antwoorden positief op deze vraag door te antwoorden met “Soms” of “Ja” op deze vraag. 11en 28. EDj kwam juist positief naar voren bij het werken. De vragen die waarop hij 2 punten behaalde zijn: 2. Als er in onze klas iets gedaan moet worden wil bijna niemand dat doen. 3. Er wordt in deze klas veel lawaai gemaakt tijdens de lessen. Een score van 12 (max. 15. . de score op de klimaatschaal past bij deze bevindingen. (Engelen van. 50) De volgende vragen scoorden een 100% score. 11. Ze wilden bij deze opgaven aangeven. Voor en na schooltijd praten de leerlingen van onze klas vaak met elkaar. Volgens mij maken de leerlingen in deze klas vaak leuke grapjes over de leerkracht. YTj en RBj kwamen naar voren als minst populair. Opmerkelijk is dat alle drie deze leerlingen ook opvallend uit het sociogram naar voren kwamen. 50) * Vraag 22. RBj haalt duidelijk hoge scores op alle onderdelen. In de tabel vallen drie leerlingen met hun hogere scores erg op. De meeste leerlingen in onze klas vinden dat we een aardige leerkracht hebben. 21 en 25 (In de bijlage (3) is de vragenlijst opgenomen). * Vraag 20. 12. Een score van 0 (max. De vragen waarbij hij 1 punt behaalde zijn: 3. Ik gebruik voor de rolkaarten de rollen die horen bij een positieve groep. relatie leraarleerling en het algemeen welbevinden. 17. (max. 18. 10. Onze leerkracht heeft meestal een goede bui. De leerlingen van onze klas gaan ook na schooltijd met elkaar om. Een leerling schreef er het volgende bij: “Maar dat doen we alleen. (max. Om hier meer duidelijkheid in te krijgen vraag ik de leerlingen naar hun mening over de rolverdeling in de klas. dat ze dat juist heel positief vonden. Hij geeft in deze vragenlijst aan dat hij zelf de organisatie omtrent het werken juist niet prettig vind.* Vraag 28. 50) * Vraag 11. 27 en 28. Dit is een duidelijk kenmerk van een positieve groep. EDj haalt alleen een hogere score op de onderdelen organisatie en het algemeen welbevinden. De vragen waarbij hij 1 punt behaalde zijn: 1. 4. 2007) 32 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Volgens mij zitten veel leerlingen in onze klas zich te vervelen. 19 en 22 (In de bijlage (3) is de vragenlijst opgenomen). 7. Een score van 14. In onze klas zijn de leerlingen meestal goed bezig. Een score van 13. Een aantal leerlingen had bij deze opgave een opmerking geschreven. 50) * Vraag 18. * Vraag 26. behalve op het onderdeel relatie leraarleerling. * Vraag 24. YTj en EDj. 15. 10. De vragen die waarop hij 2 punten behaalde zijn: 8. 50) * Vraag 15. De vragen die waarop hij 2 punten behaalde zijn: 5. 8. omdat we u aardig vinden!” Een score van 11 (max. 15 en 21 (In de bijlage (3) is de vragenlijst opgenomen). 10.

.2. Dit plan kan mede van invloed zijn geweest op de uitslag.v. Ze bedenken samen plannen en voeren die ook uit. de rolkaarten aan welke leerling ze bij de verschillende rollen plaatsen. In de bijlage (4) is een tabel opgenomen van de motivaties. dit voornamelijk in de combinatie met CBj als organisator.4 Rolkaarten De leerlingen geven d.§ 4. CBj is veel meer aanwezig en voert duidelijk het woord. Deze twee jongens zijn vrienden en kunnen goed samenwerken. Tijdens het onderzoek hebben ze het plan bedacht om samen met de klas een film te gaan maken. EDj bracht ideeën aan en was als stille leider aanwezig.m. In een één op één gesprek met de leerling geven de leerlingen hun keuze en de motivering hiervoor aan. Gezagsdrager 6 5 4 3 2 1 0 EDj MLm RBj CBj RMj MBm CVm JCm Organisator 8 7 6 5 4 3 2 1 0 CBj RWj RBj MBm RMj TMj EBm NJm OHj Als gezagsdrager wordt duidelijk EDj naar voren geschoven. 33 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. In onderstaande grafieken is per rol aangegeven hoeveel keer er voor een leerling gekozen is. voornamelijk op de combinatie van deze twee jongens.

Opvallend is dat RBj ook hier weer duidelijk naar voren komt. maar wordt door andere leerlingen bij de verkennersrol geplaatst. Hij kwam ook al naar voren bij de leidersrollen. Verkenner 9 8 7 6 5 4 3 2 1 0 JBj OLj YTj AAj MHj MLm RBj MTj MBm MJj EDj RWj AAm RMj CVm LMj TMj OHj EBm NJm Er werden in de gesprekken veel verschillende leerlingen als verkenner aangewezen. Opvallend is dat er voornamelijk veel meisjes als sociaal werker worden aangewezen. Sociaal werker 9 8 7 6 5 4 3 2 1 0 JCm LRm CBj MLm CVm EDj NJm MTj JGm JBj MBm MLm wordt duidelijk aangewezen als de sociaal werker. RMj en MBm worden ook bij allebei de leidersrollen genoemd. Duidelijk is dat RBj duidelijk initiatief laat zien aan de klas. Hij komt niet heel erg positief uit het sociogram. Dit is ook te zien in de grafiek van sociaal werker. . Dat de leerlingen hem in het leiderschapsrol plaatsen is overduidelijk. 34 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. CBj. Ook is zij een aantal keer genoemd bij de rol als gezagsdrager. De leerlingen zien in haar een zorgzame leidersrol. maar hij wordt wel een aantal keer genoemd bij allebei de leidersrollen. waar hij weer genoemd wordt. Het meest opvallend is RBj. Zij wordt aangemerkt als een leerling die altijd aan iedereen denkt. Vooral CBj wordt vaak genoemd. Ze zorgt ervoor dat iedereen in de klas erbij betrokken wordt.

of er een leerling in de klas is. Met een duidelijke meerderheid kwam JCm naar voren.5 1 0.Volger 2. Dit zijn vrienden van elkaar en zijn rustig aanwezig in de klas. 35 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. MJj kwam ook al naar voren in het sociogram. De meeste leerlingen gaven de rest van de klas op bij deze rolkaart. Vooral MJj en MTj kwamen hierbij naar voren. waar hij als meest gekozen leerling bij werken opviel. Ik heb aan de leerlingen gevraagd. . Iedereen moet wel eens getroost of verzorgd worden.5 2 1. Toch gaven een aantal leerlingen duidelijk specifieke leerlingen aan bij deze rol. Appellant 16 14 12 10 8 6 4 2 0 RWj JCm LMj TMj RBj LRm Tijdens het bespreken heb ik van te voren aangegeven dat de rol van appellant verschillend wordt ingevuld. Dit maakt haar voor de leerlingen een duidelijke appellant.5 0 MJj MTj JGm RMj CVm EDj TMj LMj LRm CBj EBm In deze grafiek had ik bijna de hele klas kunnen plaatsen. Deze bevindingen sluiten aan bij de uitslag van het sociogram en de BOTS-lijst. waar vaker voor gezorgd moet worden dan anderen. De leerlingen geven zelf aan dat JCm meer betrokken moet worden bij de klas dan andere leerlingen.

AAj. Indeling volgens LIOstagiare CBj. MTj. . MJj. JGm. RBj. AAm. Hij wordt gezien als de clown van de klas. TMj. OHj.Joker 20 18 16 14 12 10 8 6 4 2 0 CBj NJm DWj EBm RBj YTj Voor de rol van joker wordt met een grote meerderheid gekozen voor DWj. 36 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. MLm. JGm. AAm. TMj. CVm. RWj. LMj. JBj. NJm. EBm. MJj. JCm. YTj. Ook heb ik zelf een indeling gemaakt. Ik heb mijn LIO-stagiaire ook gevraagd om een indeling te maken. DWj. De leerlingen zeggen over hem dat hij altijd precies de goede grappen op het juiste moment maakt. NJm. YTj. MTj. en het moeilijk vindt om serieus te doen. JBj. In onderstaande tabel zijn deze indelingen af te lezen. waardoor het vervelend wordt. LMj. CVm. RMj. JCm. RBj. MHj. Rollen Gezagsdrager Sociaal werker Organisator Verkenner Volger Appellant Joker Indeling volgens mijzelf MHj CVm. LRm. AAj. Kinderen geven aan dat hij altijd hele leuke grapjes maakt. EBm. MBm. vinden DWj vaak te veel grapjes maakt op het verkeerde moment. MLm CBj. LRm. OLj. LMj. Dit is waarschijnlijk ook de reden dat hij negatief gekozen wordt bij het werken in het sociogram. OLj. EDj. MBm. OHj. Ook bij deze rol wordt CBj weer aangewezen. EDj. De leerlingen die voor CBj kiezen. RWj. LRm. DWj. RMj. De indeling van de kinderen is hierboven duidelijk beschreven.

Om een nog duidelijker beeld te krijgen heb ik de klas een opdracht gegeven. Ook ik merk dit tijdens de lessen. Een aantal leerlingen zijn wel veel meer bezig met de toren. Hij lijkt in deze situatie de rol van gezagshouder toebedeeld hebben gekregen. RBj en OHj. extra staafjes neerleggen. AAj. Dit wordt geaccepteerd door de rest van de groep. MHj neemt in het begin veel initiatief en is degene die begint met het bouwen van de toren. RBj neemt veel initiatief. Hij wordt in deze rol niet geaccepteerd door de groep. RMj probeert de leidersrol op zich nemen. Er wordt goed samengewerkt. zijn ze voornamelijk andere activiteiten aan het doen. Konig. maar de meeste leerlingen zijn alleen heel aandachtig met de toren bezig. Zij houden de toren goed in de gaten en geven tussendoor ook aanwijzingen. (Gielis. wordt er wel geluisterd. er wordt niet naar haar geluisterd. & Lap. maar worden er niet op aangesproken. Uit deze verschillende analysen kan ik opmerken dat deze klas duidelijk een klas is op weg naar een positieve groep. Een aantal leerlingen valt ook individueel op. RBj neemt in het begin een soort neutrale leidersrol in. kletsen met elkaar en verzinnen grapjes. Het zijn allemaal jongens. maar ze mogen elkaar ook op gedrag aanspreken. Dit kan wijzen op een neutrale groep. Er worden een aantal leerlingen naar voren geschoven voor bepaalde rollen. er wordt niet naar hem geluisterd. doordat sommige leerlingen zich anders gedragen bij mijn LIO-stagiaire als bij mij. Deze verschillen zijn af te leiden. RWj. 2008). door de meetlat over te nemen en vanuit deze positie aanwijzingen te geven. Ze maken een dansje.2. terwijl ze staan te wachten . RWj en TMj zijn een duidelijke combinatie. De toren moest precies 98 cm.6 Algemene analyse In de vorige paragrafen zijn de onderdelen van de nulmeting apart besproken.2. & Lap. (Gielis. verzinnen een liedje. AAj neemt initiatieven. Allereerst wordt door de hele klas het blokje opleggen en de toren bouwen heel serieus genomen. De leerlingen moesten gezamenlijk een toren van Kapla bouwen. tikken ritmes met de staafjes. Als de leerlingen in de kring moeten wachten op hun beurt. als MLm zich ermee gaat bemoeien. OHj neemt veel initiatieven. Meer regels en afspraken werden niet afgesproken.5 Observatie Voor een groot deel sluiten de bevindingen aan bij mijn waarnemingen. zodra ze een staafje mogen neerleggen. maar de rolverdeling in vooral de leiderschapsrollen zijn niet altijd aanwezig. maar heeft geen leidersrol. maar naar hem wordt niet geluisterd. Zij volgen elkaar in hun acties. RMj. MBm neemt het initiatief om de rij netjes te houden. Dit komt doordat iedere leerkracht zijn eigen invloed heeft op de groepsdynamiek van de klas. MHj en TMj doorbreken de ongeschreven groepsregels door tussendoor staafjes neer te leggen. In een neutrale groep zijn de rol van de 37 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. zodat ik gericht kon observeren. § 4. Dit zijn MHj. TMj. § 4. Konig. Ik merk dat de leerlingen het moeilijk vinden om een duidelijk rolverdeling in de groep aan te brengen. 2008) Het is dus logisch dat de rollen bij ons anders worden ingevuld. hoog zijn en iedere leerling moest in ieder geval één steentje hebben neergelegd. Na het lezen van het observatieverslag vallen er een aantal leerlingen en situaties op. Hij neemt de rol van verkenner op zich. voornamelijk over de vordering van de bouw en het maken van een plan. In de bijlage (5) is een uitgebreid observatieverslag opgenomen. Niemand gaat op zijn voorstellen in. Van deze activiteiten zegt niemand iets.In onze indelingen zijn zowel overlappingen als verschillen te zien. .

Doordat deze rollen niet goed uit de verf komen. De donderdag en vrijdag kan ik intensief gebruiken om de resultaten van de interventies te observeren. waardoor ik een paar extra ogen en handen heb om de kinderen te kunnen begeleiden. Deze aandachtspunten zal ik meenemen in het bepalen van de interventies. gezien de BOTS-vragenlijst.Roldoorbrekend gedrag voor individuele leerlingen. probeer ik de groepsdynamiek positief te beïnvloeden. Belangrijk is dat de leerkracht zoveel mogelijk extern handelt. 38 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.De ontwikkeling van nieuwe waarden en normen en positieve leiderschapsrollen. De leerkracht moet meer aandacht geven aan de verborgen gezagsdrager en sociaal werker. § 4. wel met inachtneming van een externe rol. Op deze maandagen voer ik mijn groepsopdrachten uit. waardoor ik makkelijk uit de klas kan. . Belangrijk in de omgang met een neutrale groep is om de groep meer zichzelf te laten zijn. Om dit te stimuleren kan de leerkracht situaties scheppen waarin de leerlingen nieuwe. zij moet geen functie in de groep ambiëren en normen en waarden opleggen. & Lap.3 De interventies Uit de nulmeting is gebleken dat de klas een neutrale groep is. waardoor zij een positieve uitwerking hebben op de groep. heb ik tussen de voorjaarsvakantie en de meivakantie op de maandagen ruim een uur vervanging in groep 8 gekregen. Het begeleiden van de individuele leerlingen is hierdoor voor een groot deel komen te vervallen. neemt de leerkracht vaak deze rollen over. § 4. aangezien ik dan zelf hele dagen voor de klas sta.3. gezien de klimaatschaal. 2008) Deze handreikingen voor de omgang met een neutrale groep neem ik mee voor de interventies die ik ga uitvoeren. dat ik op maandag en dinsdag kinderen individueel kan begeleiden en eventuele groepsopdrachten ga uitvoeren.3. Hieruit is gebleken dat de interventies voornamelijk gericht moeten zijn op: . vinden hun oorsprong in de aandachtspunten uit de nulmeting. Tijdens de groepsopdrachten kan mijn LIO-stagiaire mede observeren. . gezien de neutrale groep. Deze factor zal ik meenemen in mijn eindmeting en eindconclusie. waardoor ik tijd heb gekregen voor mijn onderzoek in groep 7. Dit is mogelijk doordat mijn LIO-stagiaire deze dagen voor de groep staat. Op de woensdag ben ik vrij en kan ik mijn observaties en bevindingen documenteren.De rumoerigheid van de klas. met daarbij steeds terugkomend op de nieuwe normen. Konig. . Dit leidt er alleen maar toe dat deze rollen steeds minder aan de orde komen. Allereerst is het idee. (Gielis. Hierdoor ben ik gevraagd om op maandag en dinsdag voor groep 8 te staan en tevens mijn LIO-stagiaire in groep 7 te begeleiden op deze dagen. Doordat de situatie in de plan van aanpak aangepast is.2 Plan van aanpak Het aanpakken van de aandachtspunten resulteert in een plan van aanpak. Een leerkracht in groep 8 ging met zwangerschapsverlof en er was geen geschikte vervanging voor haar te krijgen.1 De aandachtspunten De interventies die ik ga uitvoeren. Door interventies op deze vlakken uit te voeren. gezamenlijke normen ontdekken. Helaas is dit plan van aanpak niet doorgegaan. heeft dit zijn weerslag op het onderzoek. § 4. Om mijn onderzoek niet geheel in het gedrang te laten komen. Ook moeten conflicten en botsingen worden opgelost.gezagsdrager en de sociaal werker niet sterk ontwikkeld.

4.§ 4. ze mogen alleen positief geformuleerde normen noemen. de rolverdeling. Ik heb daarom gekozen om de uitvoering te baseren op eigen bedachte lessen. In onderstaand figuur is het web opgenomen.4 De uitvoering Er is veel geschreven over de vorming van groepen. . Na het stellen van een norm. In de vorige activiteit hebben ze als norm gesteld dat “we goed naar elkaar moeten 39 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. en hoe je die kan beïnvloeden. De leerlingen definiëren deze stelling.t. De waarschuwingskaartjes Uit de klimaatschaal komt duidelijk naar voren dat de leerlingen het te lawaaierig vinden in de groep.1 Normen stellen Hoe gaan we met elkaar om? Het bepalen van de normen en waarden is één van de aandachtspunten. § 4. zodra de groep gevormd is. heb ik namelijk aan alle kinderen toestemming gevraagd om deze op te schrijven. Het zijn positieve normen en iedereen is het hier mee eens. wel maak ik gebruik van lessuggesties uit “Grip op de groep” (Engelen van. Hier hadden ze hulp bij nodig.b. Aan het eind van de activiteit moest iedereen op de achterkant zijn handtekening zetten als ze van plan zijn zich aan de normen te houden en het er mee eens zijn. wat bij mij het geval is. Ik begin de uitvoering met een kringactiviteit. Hierdoor kan ik mijn interventies niet staven met bestaande literatuur hierover. Opvallend is dat de leerlingen hele goede normen hebben gesteld. Ik heb in de literatuur weinig gevonden over de aanpak van de groepsdynamiek m. Alle kinderen waren erg enthousiast om hun handtekening te zetten. 2007) voor het vormen van een positieve groep. Op een groot vel staat in het midden het “Hoe gaan we met elkaar om?”. De leerlingen vonden het moeilijk om de normen positief te stellen.

p. 40 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. De leerlingen moeten gezamenlijk een letter vormen. Voor het eerst op een nieuwe school De laatste activiteit om de normen te stellen is het rollenspel “voor het eerst op een nieuwe school” (Engelen van. Ook geven de leerlingen aan dat dit niet alleen voor nieuwe leerlingen geldt. Voor de invoering van de kaartjes heb ik een groepshandelingsplan geschreven. moeten kijken hoe de andere groepjes de beloning uitvoeren. Vooral CBj. Ook kunnen ze het in oefeningen laten zien. De leerlingen spelen dit goed en in het nagesprek wordt duidelijk hoe dit moet gebeuren. In de bijlage (7) is een overzicht van de briefjes opgenomen en een lesbeschrijving.4. Ieder blokuur beginnen de groepjes weer met een nieuwe stapel kaarten. zodra dit buiten de normen valt zoals deze door de klas gesteld zijn. 76). 2007. 75). gebaseerd op het Amerikaanse programma: “The Good Behavior Game”) voor te komen. § 4. De leerlingen spelen een aantal keer het rollenspel waarbij een leerling voor het eerst wordt ontvangen op school. Uit deze activiteiten is gebleken dat de leerlingen positieve normen kunnen opstellen. 5 minuten beloning die de kinderen zelf hebben verzonnen. Als een leerling uit een groepje ongewenst gedrag vertoont. Deze groepjes mogen meedoen aan de max. Hierdoor leren de leerlingen elkaar beter kennen en kunnen de kinderen inschatten of hun eigen beeld klopt met het idee dat de andere leerlingen van hen hebben. Ik heb ooit eens van een soortgelijk idee gehoord op een studiedag en een dergelijke variant schijnt bij “Taakspel” (Taakspel is ontwikkeld door de CED groep. De leerlingen stellen positieve normen op. p. MLm en NJm nemen hier vaak het voortouw in. maar ook voor de omgang tussen de leerlingen onderling. . In het kort komt het werken met de waarschuwingskaartjes hierop neer: De klas wordt opgedeeld in de vijf tafelgroepjes. De leerlingen schrijven op een briefje een omschrijving van hun karakter. De groepjes die een rode kaart boven hebben liggen. Een eerste activiteit is het gezamenlijk “letters en cijfers maken” (Engelen van.2 Positieve leiderschapsrollen ontwikkelen Letters en cijfers maken De volgende activiteiten zijn voornamelijk gericht op het ontwikkelen van positieve leidersrollen.luisteren”. Wie ben ik? Een vervolgactiviteit op “de normen bepalen”. p. Om tegemoet te komen aan deze norm. voer ik waarschuwingskaartjes in. 2007. In de dagelijkse omgang spreken de leerlingen elkaar vaker aan op het gedrag. Deze briefjes worden in de kring voorgelezen en de leerlingen moeten raden welke leerling omschreven wordt. Deze is in de bijlage (6) opgenomen. is het spel “Wie ben ik” (Engelen van. zonder dat daarbij gepraat mag worden. pakt de leerkracht een groene kaart van de stapel. 2007. Elk groepje krijgt 1 rode kaart met daarop 3 groene kaarten. Aan het eind van een blokuur wordt gekeken welke groepjes nog een groene kaart boven hebben liggen. 79). Een uitwerking van de les is te vinden in de bijlage (8).

Roos van Leary volgens de interactiewijzer Winnen Leiding en advies geven Zorgen Strijden Protesteren Volgen Zich terugtrekken Afwachten §4. Ik leg uit dat er acht verschillende manieren gedragingen zijn.(zie foto) Tijdens de introductie worden er ook rollenspellen gespeeld. Om de leerlingen dit duidelijk te maken. p. dat gedrag altijd een reactie oproept bij de ander. Ik vertel de kinderen dat je ook de leiding kan nemen zonder de baas te moeten spelen. merk ik op dat heel weinig leerlingen de leiding willen nemen bij activiteiten. ga ik gebruik maken van “De roos van Leary” zoals beschreven in “De interactiewijzer” (Verstegen & Lodewijks.Complimenten van een groep Tijdens deze activiteit moeten de leerlingen goed samenwerken om de opdracht te kunnen uitvoeren. Na het oefenen van activiteiten die centraal staan om positieve leiderschapsrollen. Voor een uitgebreide beschrijving van deze activiteit verwijs ik naar de bijlage (11). 2007. waardoor die weer een gedraging vertoont. Om dit duidelijk te maken heb ik de roos uit “De interactiewijzer” (Verstegen & Lodewijks. 2006) in het groot nagemaakt op een stuk zeil. Ze moeten van te voren een plan van aanpak bedenken en een leider in het groepje aanwijzen. Dit doe ik om de link naar de rollen in de klas te maken. In de bijlage (9) is beschreven hoe het de groepjes verging. Ik gebruik deze karakters om rollenspellen mee uit te spelen.4. De bedoeling is dat ze in het groepje een complimentenblad gaan maken voor een ander groepje (Engelen van. pp. . 37).3 De roos van Leary Introductie roos van Leary In deze activiteit leg ik aan de kinderen uit. Ook tijdens de “gewone” lessen heeft het leiderschap een nare bijklank gekregen. 41 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. 36. 2006). 87). 2007. zodat de leerlingen ook echt in een segment kunnen gaan staan. De leerlingen geven aan de ze bang zijn dat ze te veel de baas spelen. In de bijlage (10) is een lesbeschrijving opgenomen. Je mag niet meedoen Deze activiteit is gebaseerd op een lessuggestie uit “Grip op de groep” (Engelen van. Hierin wordt het verhaal verteld van Chris en Klaas.

Sociogram spelen MLm 3 1 MBm 2 4 AAm CVm LRm EBm JGm DWj RWj JCm Totaal pos. zoals ze zich tijdens de opdracht alleen maar mogen gedragen. § 4. Totaal neg. Ze spelen situaties uit en bespreken de rollenspellen. § 4. Groepstekening maken De leerlingen worden opgedeeld in drie groepen.Situaties uitspelen In de vorige activiteit is de interactieroos helemaal uitgelegd aan de kinderen. zonder dat ze een gerichte opdracht mee krijgen.1 Het sociogram Ik start de eindmeting met het afnemen van het sociogram (Onderwater. Ze moeten de “theorie” in de praktijk in gaan zetten. In de bijlage (14) is de beschrijving van de uitvoering opgenomen. In de groepjes krijgen ze per leerling een segment toebedeeld. In deze activiteit gaan ze oefenen met de verschillende segmenten. Hier komen ze tijdens het uitvoeren van de opdracht achter. Dit doe ik zodat ik de gegevens goed met elkaar kan vergelijken. Kleurencollage Deze activiteit is de laatste opdracht voor dit onderzoek. In de bijlage (13) is te lezen hoe het de groepjes is vergaan en zijn de kaartjes van de segmenten opgenomen.5. De leerlingen weten van te voren niet welk segment de ander heeft. 2006). In deze groepjes moeten ze een kleurencollage maken In de samenwerking en interactie met elkaar moeten ze rekening houden met de positieve rollen in een groep. In de bijlage (16) is de uitgebreide tabel opgenomen. 1 4 4 5 6 1 5 5 3 1 2 4 1 5 3 0 1 2 3 1 2 6 5 8 1 2 1 1 13 1 0 0 5 6 1 12 1 8 7 0 1 1 0 0 0 1 42 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. De leerlingen worden in zes groepjes opgedeeld. In deze groepjes moeten ze gezamenlijk één grote tekening maken. In de onderstaande tabellen zijn alleen de gegevens opgenomen van hoe vaak de kinderen gekozen zijn. In de bijlage (12) is de beschrijving van de les opgenomen. De leerlingen moeten in deze activiteit alle aangeboden handreikingen laten zien. zowel positief al negatief. De uitslagen van de nulmeting en de eindmeting zijn in de bijlage (15) overzichtelijk naast elkaar opgenomen. Om te kijken of de interventies geleid hebben tot een verandering in de groepsdynamiek neem ik de eindmeting af. en de interactieroos. De kleurencollage is de laatste activiteit van de uitvoeringsfase.5 Eindmeting Voor de eindmeting gebruik ik dezelfde instrumenten als bij de nulmeting. NJm MHj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ MJj AAj OLj EDj RBj YTj JBj .

Bij het sociogram werken kwamen bij de nulmeting EDj en MJj heel duidelijk positief naar voren. en wilde graag de leiding op zich nemen. LRm heeft meer de verzorgende kant van zich laten zien. RBj wordt bij beide onderdelen minder vaak negatief gekozen. RBj heeft een aantal keer goede feedback gehad over zijn leiderschap van zijn klasgenoten. Zij hebben regelmatig initiatief getoond en dit werd positief ontvangen. Totaal neg. Dit is een duidelijke vooruitgang. Dit kan komen doordat JBj en RMj ten tijde van het onderzoek positiever naar voren zijn gekomen. maar is bij werken nog maar vijf keer negatief gekozen.Sociogram werken MLm 3 2 MBm 3 1 AAm CVm LRm EBm JGm DWj RWj JCm Totaal pos. NJm MHj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ OLj AAj MJj EDj RBj YTj JBj . Ze stellen veel eisen aan de andere leerlingen. Bij de nulmeting kwamen YTj. LMj en RBj opvallend naar voren bij beide onderdelen. Allebei stellen ze zich in deze rol erg bazig op. Vooral AAj valt hierin op. JBj. zijn er een aantal punten nagenoeg onveranderd gebleven. in de eindmeting valt hij op doordat er juist acht keer negatief voor hem gekozen is.a. AAj is ten tijde van het onderzoek heel duidelijk naar de voorgrond getreden. Er komen uit het sociogram spelen wederom geen duidelijk populaire kinderen naar voren. Er hebben meer leerlingen positief voor hen gekozen. OHj en TMj hebben tijdens het onderzoek veel initiatief genomen. Na de eerste meting zijn de leerlingen van plaats verwisseld in de klas. 1 7 0 5 5 1 4 4 3 3 2 5 0 3 3 0 2 5 2 1 5 4 4 3 1 11 0 0 5 0 2 1 4 2 1 13 2 4 16 2 0 1 2 0 2 0 Na een vergelijking van het sociogram uit de nulmeting met het sociogram uit de eindmeting. Ook JGm is meer naar voren gekomen. Je ziet dat leerlingen hun keuzes positief en negatief veranderen t. de leerlingen die nu in hun tafelgroepje zitten. maar vindt het heel lastig om zijn “rem” te vinden. De leerlingen zijn nog positiever over hem gaan denken. en zelfs één keer positief. Voor OHj en TMj hebben de leerlingen veel vaker negatief gekozen in de eindmeting dan bij de eerste afname. Hierin zijn veranderingen aan te merken. Andere leerlingen irriteren zich hieraan. Wel zijn een aantal leerlingen minder populair geworden. Zij nam een enkele keer de rol als sociaal werker over. RMj en LRm hebben van deze verschuiving geprofiteerd. In de nulmeting hoorde hij bij de populaire leerlingen. In de bijlage (17) zijn de plattegronden van de klas opgenomen ten tijde van de eerste en tweede meting. CBj is heel duidelijk naar voren gestapt tijdens het onderzoek. Voor YTj is minder vaak negatief gekozen bij spelen. Hieronder analyseer ik deze veranderingen. Vooral MJj heeft in populariteit moeten inleveren. 43 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Toch zijn er ook een aantal opvallende verschuivingen opgetreden. maar helaas vaker negatief gekozen bij werken. YTj heeft heel veel moeite om zich te concentreren op zijn werk. kinderen zien haar kwaliteiten in. en gaat vaak “klieren” Dit is tijdens het onderzoek niet veranderd. Als laatst is er nog een heel duidelijk aanwijsbare reden voor verschuivingen. mede doordat hij door zijn gedrag regelmatig een waarschuwingskaartje in moest leveren. Hij heeft veel te vertellen.v. LMj wordt nog steeds vaak negatief gekozen bij spelen. en ze doen graag hun eigen zin. CBj en JGm hebben hiervan geprofiteerd en zijn vaker positief gekozen.

14) 1 5 0 4 2 0 2 3 2 0 1 2 1 3 3 1 1 0 0 0 4 1 2 1 2 6 7 5 9 11 4 4 16 4 2 8 9 6 9 14 5 6 2 0 1 7 8 6 4 7 Naam JBj MBm MLm AAj RBj RWj CBj YTj LMj NJm AAm MJj JGm JCm TMj DWj EDj RMj OLj OHj MTj LRm EBm MHj CVm 44 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. In de bijlage (3) is de vragenlijst opgenomen. doordat de keuzes voornamelijk nog steeds bij dezelfde sekse blijven.5. De veranderingen zullen namelijk minimaal zijn.3 De klimaatschaal Om te onderzoeken of de leerlingen anders zijn gaan denken over het groepsklimaat.5. Ook heb ik door de verandering in mijn werksituatie niet individueel met deze leerlingen kunnen werken. Het tijdspad is te kort om een echte gedragsverandering te zien bij de leerlingen. dat er nog steeds geen duidelijke populaire leerlingen naar voren komen. 22) 5 1 5 5 6 3 2 8 1 2 5 4 3 4 9 3 4 1 0 1 2 4 3 3 3 Onderlinge leerlingrelaties (max. Dit kan mede komen. 56) (max. . 12) 0 1 0 0 1 0 0 4 0 0 2 2 0 0 1 1 1 0 0 0 0 0 1 0 3 Affiliatie Welbevinden (samenhang) (max. Toch vind ik het wel opvallend. neem ik de klimaatschaal (Jeninga. Hoe lager de score.De veranderingen in het sociogram sluiten aan bij mijn bevindingen naar aanleiding van het onderzoek. 2006) niet nogmaals in te vullen. § 4. 16) 0 2 0 0 3 1 0 2 1 0 1 1 3 2 1 0 1 1 0 0 2 4 0 1 0 Relatie leraarleerling (max. § 4. des te beter is het groepsklimaat.2 BOTS-vragenlijst Ik heb er voor gekozen om de BOTS-vragenlijst (Verstegen & Lodewijks. 2006) af. Organisatie in de klas (max. In onderstaande tabel zijn de scores per onderdeel uitgesplitst.

Een andere leerling die opvalt is TMj. EDj had in de eerste meting een opvallend hoge totaalscore.) Vraag 3: “Leerlingen krijgen in onze klas vaak straf” is van 4 naar 12 punten gestegen. Doordat ik met mijn onderzoek aan de groepsdynamiek van de klas werk. Hij gaat van een totaalscore 9 naar een score van 14 punten. Uit een vergelijking tussen de verschillende tabellen zijn geen hele grote verschillen op te maken. Ook dit heeft te maken met de waarschuwingskaartjes. Deze stijging valt samen met de uitslag uit het sociogram. hierdoor neem ik deze niet af in een één op één gesprek. maar vullen de leerlingen een tabel in. De vraag heeft nu nog maar een score van 28 punten. Hierin werd hij vaker negatief gekozen als in de eerste meting.Uit deze resultaten kun je opmaken dat de leerlingen nog steeds heel positief zijn over het groepsklimaat.4 Rolkaarten De kinderen hebben al een keer gewerkt met de kaarten. 18. Na uitgebreide analyse zijn er wel degelijk veranderingen aan te wijzen. Deze is in de tweede meting gezakt tot een totaalscore van 6. Hij vindt voornamelijk dat het onderdeel organisatie in de klas een stuk verbeterd is. plaats ik de groep terug in de stormingsen normingsfase. Dit kan verklaard worden vanuit de theorie over groepsdynamica. In deze fasen is het logisch dat er vaker conflicten optreden. Dit heeft ertoe geleid dat deze vraag bijna gehalveerd is in de score. (In de bijlage (18) is de puntenverdeling per vraag opgenomen. Ook de anderen opvallende vragen. hierdoor kan ik voor de rolkaarten weer de rollen voor een positieve groep gebruiken. 45 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. evenals een uitgebreide tabel met de motivatie van de leerlingen (20). . De groep is niet anders over het groepsklimaat gaan denken. 15. 50) als meest negatief gescoord naar voren. (Engelen van. Bij de nulmeting kwam vraag 28: “Er wordt in deze klas veel lawaai gemaakt tijdens lessen” met een score van 45 (max. Deze groep bevond zich voor de aanvang van het onderzoek in de performingsfase. en 11 zijn iets gezakt in hun puntenaantal. Tot slot wil ik nog twee individuele leerlingen bespreken. 15. Vraag 23: “de leerlingen in onze klas maken veel ruzie met elkaar” is toegenomen van 2 naar 7 punten. Deze is in de bijlage (19) opgenomen. Door deze uitslag heb ik de waarschuwingskaartjes ingevoerd. 2007) § 4. In onderstaande grafieken is per rol aangegeven hoeveel keer er voor een leerling gekozen is. in deze vragenlijst aangeduid als straf krijgen. De leerlingen hebben het afnemen van een groene kaart. Waarschijnlijk heeft deze verandering in interactie ervoor gezorgd dat hij negatiever over het groepsklimaat is gaan denken.5.

Gezagsdrager 10 9 8 7 6 5 4 3 2 1 0 CBj EDj RWj RBj RMj TMj AAm CVm JCm MLm MBm Organisator 14 12 10 8 6 4 2 0 AAj RWj CBj RBj DWj RMj JBj YTj MHj AAm MJj LRm OLj MLm OHj MBm 46 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. .

omdat hij zorgzaam is. goede ideeën heeft en ook nog eens humoristisch is. De leerlingen zijn het erover eens. Je ziet dat de leerlingen een duidelijk beeld hebben gekregen van de leiders van de groep. 47 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Dit kan een verklaring zijn voor de verschuivingen.Sociaal werker 12 10 8 6 4 2 0 CBj MTj OLj CVm EBm JCm JGm LRm MLm MBm NJm Het onderzoek heeft duidelijk zijn invloed gehad op de leiderschapsrollen. Hij heeft meerdere malen tijdens het onderzoek het leiderschap op zich genomen. de scheiding van haar ouders. Ook zijn manier van werken vinden de leerlingen positief. CBj heeft dit alles in zich. Wel vinden ze het nog lastig om een onderscheid te maken tussen de organisator en de gezagsdrager. LRm. Dit is mede gekomen doordat deze leerlingen meer als sociaal werker naar voren zijn gestapt. goed kan luisteren. en de leerlingen vinden dit goede eigenschappen in een leider van de klas. Ze geeft aan het niet prettig te vinden in de belangstelling te staan. Bij de sociaal werker heeft nog steeds MLm een duidelijke voorkeur. Ze vinden dat hij een goede leider is. maar ook NJm. i. dat hij in ieder geval een leiderspositie inneemt. MLm heeft juist ten tijde van het onderzoek een stap terug gedaan. verkenner en joker genoemd. hierdoor trok ze zich wat meer terug in deze rol. Zijn rol is steeds meer uitgekristalliseerd. CBj wordt duidelijk naar voren geschoven als organisator. Ook is zij deze periode vaker de appellant geweest. RWj is ook naar voren geschoven bij de gezagsdrager.v. maar ook als gezagsdrager. . CVm en JGm worden naar voren geschoven. Dit verneem ik uit de argumentatie die ze voor hun keuze geven.m. Hij wordt dan ook bij de sociaal werker.

Alleen EDj komt iets duidelijker naar voren. nu is dit meer gelijkmatig verdeeld. Dit sluit aan bij mijn eigen bevindingen. dit waarderen de kinderen aan EDj.Verkenner 6 5 4 3 2 1 0 AAj RMj CBj TMj MTj YTj MHj AAm MJj EBm OLj JGm OHj MLm RWj MBm RBj NJm Volger 7 6 5 4 3 2 1 0 EDj RBj JBj TMj LMj YTj MTj EBm MHj JCm MJj JGm OLj MBm RWj NJm Je ziet een grote spreiding over de verschillende leerlingen bij de verkennersrol. Ook bij de volgers is de spreiding gelijkmatig verdeeld. EDj geeft zelf ook aan een volger te zijn. Er zijn veel leerlingen die initiatief tonen. deze rol is erg wisselend. Bij de eerste meting kwam RBj nog duidelijk naar voren. . Toch heeft hij ook goede ideeën die hij vertelt aan andere leerlingen. 48 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

en vindt het niet vervelend om deze rol op zich te nemen. Hij is de clown van de klas en wordt als zodanig geaccepteerd. dit wordt zeer gewaardeerd door de leerlingen. Nieuw bij deze rol is AAj. Hij gebruikt deze rol ook om anderen op te vrolijken. 49 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Hij is het hier zelf mee eens. de leerlingen geven aan dat hij meer aandacht nodig heeft en dus in deze rol past. . Joker 25 20 15 10 5 0 CBj DWj MHj RBj AAm Ebm De rol van joker ligt nog steeds bij DWj.Appellant 16 14 12 10 8 6 4 2 0 AAj LMj OLj OHj TMj JCm LRm JCm komt nog steeds als appellant naar voren. Haar gedrag is tijdens het onderzoek niet veranderd. Ook de interactie met de andere leerlingen is niet veranderd.

AAj. MHj. AAm. RBj. NJm. § 4. EBm. Meer regels en afspraken worden niet afgesproken. dit versterkt zijn rol als gezagsdrager. Gezagsdrager Sociaal werker Organisator Verkenner Volger Appellant Joker Indeling volgens mijzelf CBj. 50 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. MJj. MTj. doordat ik op mijn eigen dagen veel actiever aan het onderzoek heb gewerkt. In de bijlage (21) is een uitgebreid observatieverslag opgenomen. CBj is als duidelijkst naar voren gekomen als gezagsdrager. OHj. De leerlingen moeten gezamenlijk een dorp met Kapla staafjes bouwen. LMj. Ik heb hierdoor het gedrag van de leerlingen beter kunnen observeren. MHj. DWj en CBj. AAm. Ik heb wel degelijk veranderingen gezien. LMj. YTj.De indeling van de kinderen is hierboven duidelijk beschreven. Hij is erg sterk in het toepassen van verschillende segmenten van de roos van Leary. Ze accepteren het leiderschap van RWj en stappen bewust op hem af. Volgens mijn LIO-stagiaire hebben er weinig verschuivingen plaats gevonden. is wat hij vaak zegt. MBm. LRm. aantal huizen en rondlopende mensen aanwezig zijn. RWj. MLm. JGm. OLj. OLj. Dit kan mede komen. toch nemen RWj. JCm. RBj en RMj. CVm. CVm. EDj. Na het lezen van het observatieverslag is op te merken dat de leerlingen goed samenwerken. LMj. De verkenners zijn ook heel actief bezig in de groep. TMj. “Ik leef voor grapjes”. De rol van organisator kan nog wel eens wisselen. MLm. JBj. MTj. (CBj). Hij wil ook wel eens de rol als organisator. Ik bekijk een laatste keer of mijn bevindingen aansluiten bij het gedrag van de leerlingen. LRm. Zijn rol is niet altijd even duidelijk afgebakend. In het dorp moet in ieder geval een kerk. OHj. RMj. zij hebben goede ideeën en brengen die ook in. MJj. JBj. YTj. RBj en RMj hierin het voortouw.5. DWj is duidelijk de joker aan het spelen. RWj. NJm. Er zijn leerlingen die heel duidelijk gedrag vertonen dat past bij hun rol. DWj. Ook hebben mijn LIOstagiaire en ik wederom een indeling gemaakt. In onderstaande tabel zijn deze indelingen af te lezen. EDj. Indeling volgens LIOstagiare CBj. EBm. Hij houdt de doelen van de klas in de gaten en heeft veel gezag binnen de groep. AAj. DWj is duidelijk de joker van de klas. TMj. . MBm.5 Observatie Voor deze eindobservatie heb ik de klas een laatste opdracht gegeven. boerderij. JCm. JGm. NJm en MLm. RMj. sociaal werker en joker op zich nemen.

en waakt over de groepsnormen. Er zijn wel leerlingen die door dit gedrag JCm aandacht geven.6 Tot slot De bevindingen tijdens het uitvoeringsproces en de resultaten uit het eindonderzoek hebben mij veel informatie gegeven. Tijdens een conflict tussen OHj en TMj neemt CBj duidelijk zijn rol als gezagsdrager op. 51 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. YTj neemt de rol als verkenner op zich door het organiseren van een leider.door in het dorp te spelen met de poppetjes en andere leerlingen hierin te betrekken. In het volgende hoofdstuk kom ik terug op deze bevindingen en beschrijf ik welke conclusies ik daarop baseer. toch heeft hij geen invloed op het leiderschap. . Ook geef ik aanbevelingen voor een eventueel vervolg op dit onderzoek. JCm neemt halverwege de opdracht de rol aan van appellant. Er lijkt geen aanleiding duidelijke aanleiding te zijn voor dit gedrag. § 4. TMj vormt een duidelijke duo met RWj. Ook MTj en EBm ondernemen acties vanuit deze rol.

Vooral de verkenners nemen in de subgroepjes een leidinggevende rol aan. 3. waar ik bij de volgende deelvraag dieper op inga. 2. De leerlingen nemen tijdens het werken in subgroepen vrij makkelijk een rol over. Naar aanleiding van de eindmeting is te zien dat de leerlingen een grote stap vooruit hebben gezet. worden weer bij de samenwerking betrokken. § 5. Dit leidt ik af uit de kenmerken van een positieve groep. Vooral de leidinggevende rollen zijn beter bepaald. Welke rollen zijn er in mijn klas? En hoe worden die ingevuld door de leerlingen? De rollen die horen bij een positieve groep worden allemaal ingevuld door de leerlingen. Ook de joker en de appellant zijn uitgekristalliseerd. Is mijn klas een neutrale. .1 Deelvragen 1. De leerlingen vullen geheel op eigen wijze deze rollen in. positieve of negatieve groep? Uit de beginmeting is heel duidelijk naar voren gekomen dat mijn groep een neutrale groep was. die in de gehele groep door iemand anders wordt uitgeoefend. p. maar kunnen in situaties wel teruggrijpen naar de aangeleerde segmenten. 2007. zijn deze kenmerken goed terug te vinden. 52 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Bij de eindobservatie “Een dorp bouwen”. en andere leerlingen het leuk vinden om ondertussen grapjes te maken. Hoe verloopt de interactie tussen de leerlingen onderling? Je kunt merken dat de leerlingen veel baat hebben gehad aan het werken met de Roos van Leary. Groepsleden voelen zich medeverantwoordelijk voor de eigen groep. zoals beschreven door Van Engelen (Engelen van. Groepsleden zijn bereid tot samenwerking. De meeste leerlingen zijn flexibel genoeg om hun rol in het subgroepje aan te passen.Hoofdstuk 5 Eindconclusie Met het uitvoeren van dit onderzoek heb ik getracht antwoord te geven op de vraag: Welke invloed heeft het rollenpatroon op de interacties van de leerlingen onderling in mijn klas en hoe kan ik die beïnvloeden? Om deze vraag te beantwoorden. Ook accepteren de leerlingen dat sommige leerlingen liever alleen werken. Hiervoor werken de leerlingen goed samen en waarderen ze de inbreng van een ander. De leerlingen zijn heel gedreven om het gezamenlijke groepsdoel te behalen. heb ik in hoofdstuk 3 de onderzoeksvraag in deelvragen opgesplitst. Deze manier van invullen vindt voornamelijk zijn oorsprong in het karakter van het kind en heeft ook betrekking op de “Roos van Leary”. De groep heeft zich steeds meer gevormd tot een positieve groep. op weg naar een positieve groep. een dorp bouwen. De leden tonen respect voor de mening en het karakter van een ander groepslid. 23): Kenmerken van een positieve groep: De leden zijn eensgezind en gemotiveerd om groepsdoelen te halen. Leerlingen die er buiten dreigen te vallen. De leerlingen hebben zich deze verschillende manieren van interactie nog niet eigen gemaakt.

Hun gedrag sluit niet aan bij de groepsnormen zoals ze gesteld zijn. zoals het gebruik van de “Roos van Leary” m. kunnen deze leerlingen een nieuwe ingang vinden om aansluiting te maken bij de groep.2 Eindconclusie In de literatuur wordt het volgende geschreven over het beïnvloeden van de groepsdynamiek: “Als de groep zich gevormd heeft (de performingsfase). Het “ophalen” van deze normen heeft wel positief gewerkt op de groep. § 5. 53 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. De groep had namelijk al bestaande positieve normen. gebaseerd op suggesties uit de literatuur. was mijn onderzoek gedoemd te mislukken. 2007. waardoor de kinderen zich bewust werden welk effect hun gedrag kan hebben. Opvallend is dat de desbetreffende leerlingen (JCm. . Het aanleren van de nieuwe vaardigheden. hier heb ik geen wijzigingen in hoeven aanbrengen.t. Dit had voornamelijk gevolgen voor een aantal leerlingen die buiten de groep kwam te staan. Uit de resultaten van de eindmeting is gebleken dat dit is gelukt.b. Deze leerlingen hebben naar aanleiding van het onderzoek inderdaad meer aansluiting bij de groep gekregen.a. Toch moet ik wel een kanttekening plaatsen. is het te laat. Ik wilde proberen om wel degelijk invloed uit te oefenen. Zolang deze leerlingen hun deviante gedrag niet veranderen. Om de interventies te kunnen bepalen is het noodzakelijk om te weten waaraan er in de groep gewerkt moet worden. LMj. de invulling van de verschillende rollen. Ik heb door het gebruik van deze aanpak de huidige situatie uitgebouwd en versterkt. Dan liggen de groepsnormen vast en zal de groep zich niet of moeilijk op andere gedachten laten brengen. zullen ze voor een gedeelte buiten de groep blijven staan. 4. kan ik concluderen dat ik met mijn onderzoek heb aangetoond dat een leerkracht met een gerichte aanpak de groepsdynamiek positief kan versterken door uit te gaan van bestaande kwaliteiten en het aanleren van nieuwe vaardigheden. o. Met mijn interventies heb ik mij alleen maar hoeven richten op de interacties tussen de leerlingen en de rollen die in de groep gevormd zijn. Door de groepsdynamiek aan te pakken. maar niet altijd als positief werd ervaren. De interventies die ik uitgevoerd heb. dit is pakweg de periode van de eerste vijf tot zeven weken van een schooljaar. Deze leerlingen hebben een individueel plan van aanpak nodig. zodra deze al gevormd is.Ik ben dit onderzoek gestart omdat de interactie duidelijk aanwezig was in mijn klas. De uiteindelijke interventies heb ik zelf verzonnen. De groep probeert hun gedrag te respecteren. maar kunnen dit niet accepteren. In de eerste drie fases kan er door de leerkracht wel degelijk invloed uitgeoefend worden. gebaseerd op de uitslag van de BOTS-vragenlijst (Verstegen & Lodewijks. YTj. De groepsnormen bieden veiligheid. Welke interventies kan ik uitvoeren om invloed op het groepsproces te kunnen uitoefenen? Er zijn geen kant en klare interventies voor de aanpak van de groepsdynamiek. Het is mogelijk dat een andere aanpak meer effect kan hebben. RBj) zelf nog steeds deviant gedrag vertonen. “ (Engelen van. zijn gericht geweest op de aandachtspunten uit de nulmeting. Terugkomend op mijn onderzoeksvraag. maar dit is geheel aan de groep zelf te danken. hebben geleid tot de ontwikkeling van een positieve groep. p. 59) Als ik van dit bovenstaande citaat uit was gegaan.. 2006).

§ 5.§ 5. Belangrijk is dat de leerkrachten regelmatig stil staan bij de groepsnormen. . gedrag bij kinderen is vaak al erg ingeslepen en moeilijk te veranderen. Ik ben in staat om hier in de toekomst mijn voordeel mee te doen. Ik werk voornamelijk in de bovenbouw. groepen beter begeleiden in hun proces en andere leerkrachten hier beter over adviseren. rollen in de klas en de interactie tussen de leerlingen. niet alleen voor de leerlingen uit mijn groep. maar nog meer voor de ontwikkeling van mijzelf als gespecialiseerd leerkracht. In groep 8 zullen de leerlingen geconfronteerd worden met de “adjouringsfase”. 54 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Als leerlingen gewend zijn om vanaf het begin van hun schoolloopbaan te werken aan een positief pedagogisch leerklimaat.4 Terugblik Ik heb met veel plezier gewerkt aan dit onderzoek. Hierdoor kan ik preventief handelen. Door de kennis en inzichten uit dit onderzoek. Ook in dat jaar zullen de leerkrachten profijt hebben van de ontwikkelingen die zich hebben afgespeeld in de groep. Ik kan spreken van een belangrijk onderzoek. Door dit onderzoek heb ik mijn kennis over dit onderwerp gerelateerd aan groepsdynamica uitgebreid. sta ik anders voor de klas. Belangrijk is dat de leerlingen begeleid zullen worden in een goed verloop van deze fase. Toch wil ik daarbij ook een aanbeveling maken naar de hele school.3 Aanbevelingen Volgend jaar gaat deze klas naar groep 8 toe. Voorkomen is beter dan genezen! Aan het begin van het schooljaar ga ik in het vervolg veel aandacht geven aan het doorlopen van de verschillende fasen. deze manier van werken kan ingezet worden om de aanpak te continueren. Gedrag in zijn algemeenheid heeft mij altijd al het meest geïnteresseerd. Goed preventief handelen zou volgens mij zijn: Vanaf het begin (groep ½) moeten de leerkrachten zich bewust zijn van de ontwikkeling van de groepsdynamiek. Voor de toekomst zou ik graag een andere aanpak zien. heeft dit zijn uitwerking op de gehele schoolperiode. De klas vindt het erg prettig om te werken met rollenspellen. Een schoolafspraak over de aanpak en het vormen van de groep in het begin van het schooljaar zou hiervoor een uitkomst zijn. Ik kan gedrag van leerlingen beter verklaren.

(2007). (2005). Opgeroepen op Januari 2009.Literatuurlijst Alkema. G. Konig. (1998).inclusievescholen. Groningen: Wolters-Noordhoff. Grip op de groep. In R. Groeps (team) ontwikkelingsmodellen. K.org/thinkers/tuckman. van Sociogram: www. Begeleiden van de groep.nl Oudenhoven van. Innoveren in de gezondheidszorg.nl/visie. Interactiewijzer. R. & Lodewijks. & Tjerkstra. Baarn: HBuitgevers. Inclusieve scholen. Itasc. 83).competentietest. D. A. Visie. . Handboek groepsdynamica. Linge van. Utrecht: Het Spectrum. (2008).inclusiefonderwijs.. Theorie. De groep. Kwalitatief onderzoek. Smith.pdf Jeninga.sociogram. Remmerswaal. Geluk. Baarda. W.V. Groepsdynamica. Opgeroepen op Januari 2009. Meer dan onderwijs. J. Assen : Van Gorcum. Vert. De kunst met groepen te werken. H.com/trainotheek/ob/Leary. (2006). Nelissen B. van Inclusief onderwijs: http://www... (2006). Een nieuwe inleiding op theorie en praktijk. (2008).php 55 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. (1995). van http://www. M.nl/ Gielis. R. M. Assen: Van Gorcum. Maarssen: Elsevier gezondheidszorg. E. Infed. Opgeroepen op januari 2009. van www. (2005). D. Houten: EPN. Linge van. W. Relaties binnen en tussen groepen.. R. Houten: Stenfert Kroese.htm Verstegen. J. & Lap. P. & Johnson. (2000). Opgeroepen op Januari 2009. F.) Amsterdam: Pearson Eduction. Theorie en praktijk van het lesgeven in de basisschool. & Teunissen. (2006). Opgeroepen op januari 2009. Baarn: Uitgeverij H. Samenhang en spanningen in de klas. Analyse en aanpak van interactieproblemen in professionele opvoedingssituaties. . praktijk en onderzoek. Praktische handleiding voor het opzetten en uitvoeren van kwalitatief onderzoek. Professioneel omgaan met gedragsproblemen. Oktober). Johnson. Franke. Goede de. J. M.. Groepsdynamica. (H.infed. J.. Lente van.. Baarn: Uitgeverij Bekadidact. J. Onderwater. (1997). Theorie en vaardigheden. (2008).org. Engelen van. (p. (2006). (sd). (2006. R. P. van Competentietest: http://www. Itasc. P.

............en eindmeting naast elkaar ....... Blz................................ 59 3....................................... Tabellen sociogram nulmeting ................................................... Blz........ Blz... Nul............................................... Blz...................................................................................................... 113 18.............................................. 61 4................................. Blz..................... Blz................................................................. Blz................... Blz.... 84 12........................... Observatieverslag “dorp bouwen” eindmeting .......... “Kleurencollage” ........... 111 17...................................................................................................... .. 123 56 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas..................... Blz................................................ 96 13........................................... 57 2.............. “Situaties uitspelen”. “Letters en cijfers maken”........ Tabel Rollen ........... Tabellen sociogram eindmeting ....................................... Blz....... “Wie ben ik” .......................................................................... Observatieverslag “toren bouwen” nulmeting .... 97 14................................................................. Blz....... 70 6.......................... “Complimenten van een groep” ................ Blz.... 115 19................................... Blz...... Blz.............................................. “Je mag niet meedoen” ............................................... “Introductie Roos van Leary” ................................. 79 9.. Motivatie rollen nulmeting......... Blz.................................................... 116 20........ Rolkaarten .............................. Blz................................... 80 10...... 100 15..... Blz..................... Klimaatschaal .............................. Handelingsplan “waarschuwingskaartjes” ................ Blz. Puntenverdeling klimaatschaal .............................................................. Plattegronden van de klas .....Bijlagen 1....................................... 63 5..................................... Blz.................... 73 7.................... Blz......... Blz............................... Motivatie rollen eindmeting ............................ 77 8................................... 82 11.................................................. 117 21.............................. “Groepstekening maken” . 104 16.........................................

Bijlage 1: Rolkaarten Gezagsdrager Sociaal werker Organisator Verkenner 57 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. .

.Volger Appellant Joker 58 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

NJm DWj MHj RWj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ AAj OLj MJj EDj RBj YTj JBj . Totaal neg.Bijlage 2: Tabellen sociogram nulmeting Sociogram spelen MLm MBm X 2 5 AAm CVm LRm EBm JGm JCm AAj CBJ DWj EDj JBj LMj MTj MHj MJj OLj OHj RWj RBj RMj TMj YTj AAm CVm EBm JCm JGm LRm MLm MBm NJm Totaal pos. X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X 5 3 4 0 2 2 4 0 4 1 0 13 3 0 4 0 4 0 1 3 3 4 5 3 2 16 3 2 3 2 1 11 3 2 4 0 5 1 0 3 3 0 3 0 2 1 5 3 59 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Totaal neg. NJm DWj MHj RWj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ AAj OLj MJj EDj RBj YTj JBj .Sociogram werken MLm MBm X 2 3 AAm CVm LRm EBm JGm JCm AAj CBJ DWj EDj JBj LMj MTj MHj MJj OLj OHj RWj RBj RMj TMj YTj AAm CVm EBm JCm JGm LRm MLm MBm NJm Totaal pos. X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X 3 2 5 0 1 13 8 0 4 1 0 7 2 2 4 0 9 0 5 2 2 4 4 2 1 16 1 4 3 3 0 9 1 3 3 0 3 2 1 1 5 0 3 0 2 1 3 0 60 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Volgens mij duurt het lang voordat een leerling zich thuis voelt in deze klas 13. Volgens mij weet de leerkracht wel wat de leerlingen willen 11. Ik denk dat de leerlingen in deze klas elkaar wel aardig vinden 22. Leerlingen in de klas helpen elkaar vaak Ik vind dat we in de klas genoeg leuke dingen doen Leerlingen in onze klas krijgen vaak straf De leerkracht heeft vaak ruzie met iemand uit de klas De leerkracht wil graag weten of je ergens problemen mee hebt 6. Als een leerling aan klasgenoten om hulp vraagt dan zijn er genoeg die hem/haar willen helpen 10. 3. Ik vind dat de leerkracht weinig praten met de leerlingen in deze klas 14. Als er in onze klas iets gedaan moet worden wil bijna niemand dat doen 12. . 5.Bijlage 3: Klassenklimaatschaal Klimaatschaal Naam leerling:………………………………………………………………………. In onze klas zijn de leerlingen meestal goed bezig 19. Groep:……………………… Datum:……………………………………. De leerlingen van onze klas gaan ook na schooltijd met elkaar om 15. Volgens mij besteedt de leerkracht voldoende tijd aan alle leerlingen 7. Volgens mij zitten veel leerlingen in onze klas zich te vervelen 16. De leerlingen zijn trots op onze klas 9. Vraag 1. Volgens mij zijn er in onze klas maar weinig leerlingen echte vrienden van elkaar 8. 2. In onze klas moet je vaak wachten voordat de leerkracht je helpt 18. De leerlingen in onze klas plagen en pesten vaak gemeen 20. 4. Voor en na schooltijd praten de leerlingen van onze klas vaak met elkaar 21. Volgens mij maken de leerlingen in deze klas vaak leuke grapjes over de leerkracht 61 Antwoord: Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Ik vind dat de lessen bij de leerkracht wat rommelig verloopt 17.

De leerlingen in onze klas maken veel ruzie met elkaar 24.23. In deze klas is de beurtverdeling tijdens de lessen goed: alle leerlingen krijgen regelmatig een opdracht 26. . In deze klas zijn de meeste leerlingen goede vrienden van elkaar 28. De meeste leerlingen in onze klas vinden dat we een aardige leerkracht hebben 27. Onze leerkracht heeft meestal een goede bui 25. Er wordt in deze klas veel lawaai gemaakt tijdens de lessen Ja Ja Ja Ja Ja Ja ? ? ? ? ? ? Nee Nee Nee Nee Nee Nee 62 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

YTj. liedjesinbreng en het bedenken van filmpjes. CBj: Hij weet precies wanneer hij een grapje moet maken en wanneer niet. maar zeggen. EDj.Bijlage 4: Motivatie rolkaarten nulmeting Naam MHj Gezagsdrager EDj: Heeft ideeën. De rest. DWj is veel meer storend en dus niet geen joker. Appellant RWj: Is snel verdrietig. Ze schreeuwt het niet door de klas. Ook heeft ze bij knutselen heel veel ideeën. maar zegt ze niet in het openbaar. ruw. Sociaal werker JCm: Zorgt voor anderen. het. LRm: Kan RBj: Hij durft iemand goed het heel goed te helpen. MHj. MBm: ook hier vind ik mijzelf passen. CVm: Zij is heel De rest. MLm 63 RBj: Iedereen CBj: Hij RMj: Hij regelt AAm: Zij heeft bijvoorbeeld met gym meer kleren mee. heel goed wat ze bijvoorbeeld met uitlegt. NJm: Zij is ontzettend grappig. Ze huilt sneller en heeft meer aandacht nodig. zodat iedereen dit kan dragen als je je gymkleren bent vergeten. MHj. Hij regelt Ik snap altijd wel veel. OLj MLm: Heeft hele goede ideeën. maar is laat het niet soms wel wat altijd zo merken. RWj: Bij activiteiten denkt hij er ook aan om spullen voor anderen mee te nemen. LMj en JCm: Ze DWj: Hij is Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. JCm: wordt vaak geplaagd. Joker CBj: Hij maakt grapjes als het kan. MBm: Ik vind mijzelf ook hier bij passen. De rest. JCm: Zij moet vaak geholpen worden. maar vertelt de grapjes tegen de meiden. Volger De rest. en CBj regelt RBj en MBm. Organisator Verkenner EDj heeft ideeën JBj. LRm: Zij helpt altijd andere kinderen. . MBm MLm: Zij heeft veel ideeën. maar niet de moed om ze hardop te zeggen en te regelen.

Volger RBj: Hij praat veel door de klas. TMj: Hij regelt de ideeën van RMj. Hij maakt ze alleen niet altijd op de goede momenten. Organisator veel dingen. TMj: Hij durft zijn eigen mening te geven. De rest. . maar heeft wel heel goede ideeën. maakt hij. CBj: Hij is op hele rare momenten heel 64 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Is er niet in onze klas. OLj en AAj. MLm. Als je inbreng hebt en het is een goede reden. Hij houdt er niet van als er ruzie is. De rest. AAj en MLm. maar blèrt ze niet door de klas. MJj. Sociaal werker probeert het leuk te huiden in de klas. RBj. OHj CBj: Hij weet veel. JBj. gaat hij altijd mee naar binnen om te helpen. CVm en EDj: Zij helpen je altijd. CVm: Als je valt. vraagt ze altijd hoe het met je is. een grapje. Als iemand buiten gevallen is. Verkenner creatief en gezellig. Appellant betrekken zichzelf niet bij de groep en moeten er dus altijd bij betrokken worden. CBj: Hij heeft hele goede ideeën. LRm: Ik vind dat ik zelf ook initiatief neem. RWj RMj: Hij zegt veel dingen. maar zegt het niet altijd. MLm: Ik vind het niet leuk als kinderen worden buitengesloten. MHj. MHj: Luistert goed naar anderen. dan luistert hij en vindt hij het goed dat je inbreng hebt.Naam LRm Gezagsdrager luistert naar hem. Joker duidelijk de grappenmaker. EBm: Zij doet wat ze zelf wilt. maar regelt het niet. Ze zijn ook veel stiller in de groep. CBj: Hij helpt altijd andere mensen. DWj: Hij maakt heel veel grapjes. juist op de momenten dat het heel spannend is. JCm: Zij zit eigenlijk altijd alleen. MTj en JGm: Die doen eigenlijk altijd gewoon wat er gezegd wordt. RWj: Ik weet eigenlijk niet waarom. DWj: Als we bijvoorbeeld een filmpje kijken. ze mag niet altijd meedoen met de meiden. Als hij geen grapjes zou maken. DWj: Roept er vaak doorheen. zou dat heel raar zijn. ook als je iets niet snapt. JCm: Zij is heel somber. EBm en CBj: maken echt leuke grappen.

Naam DWj Gezagsdrager MLm: Zij is een goede leider. TMj: let ook goed op anderen. MJj JCm: Zij heeft veel ideeën. maar ze kan wel bazig doen. RMj CVm: Ze heeft goede ideeën. maar zegt ze niet altijd. Er zijn ook nog anderen. RBj: Hij heeft RBj: Hij neemt goede ideeën. Joker grappig. MTj en MJj: Ze zijn er het type voor. Organisator MBm: MLm en MBm zijn goede vriendinnen. Als je valt vraagt ze of het met je gaat. maar ik weet niet zo goed wie. Appellant JCm: Zij is heel licht geraakt en moet vaak getroost worden. Is er niet. MBm: Ze leidt veel. maar vertelt die aan anderen. Is er niet. LMj CBj: Past bij hem. TMj: Bij het werken aan de verrijkingsbladen heeft hij altijd even een steuntje in de rug nodig. . schoolplein of bijvoorbeeld het maken van een film. MLm: Zij staat altijd voor iedereen klaar. DWj: Hij maakt altijd grapjes. Weet ik niet. maar praat niet veel. LMj: Hij zit bij mij in het RBj: Hij maakt veel grapjes. Ze nemen iets mee als dat handig is. vaak een bal maar volgt ook mee naar school de ideeën van om te CVm op. RWj: Verzint dingen voor een hele groep. zijn. De rest. hij is wat ruwer. MBm: Zij De rest. CBj: heeft veel Ik weet dat ze er leuke ideeën. Ze kunnen goed samen werken. DWj: Het wordt altijd tegen mij gezegd. MTj: Doordat we goede vrienden zijn. Verkenner CVm. Het leidt me alleen wel af dat ik altijd grapjes maak. Volger De rest. MJj. maar ik verzint spelletjes weet niet zo voor op het goed wie. NJm: Zij zegt vaak: “doe je ook mee?”. Er wordt dan door 65 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Iedereen wil altijd wel naar haar luisteren. maar ze worden niet altijd grappig gevonden. ze zijn heel zorgzaam. Sociaal werker EDj en CBj: Die zeggen altijd: “doe je ook mee?”. DWj: Hij maakt veel leuke grapjes. voetballen.

EBm: Zij regelt bijvoorbeeld met uitvoeringen dat iedereen kleding heeft. CBj: Hij heeft RBj: Hij neemt altijd een bal mee om te kunnen voetballen. DWj: Hij heeft vaak flauwe grapjes . JCm: Zij zit vaak alleen in een hoekje. De rest. EDj: Hij is stil. ze zijn niet altijd grappig. LMj wordt buitengesloten. alleen CBj weet het beste zijn grappen te plaatsen. maar heeft goede ideeën en zegt deze ook. heen. maar heeft wel goede ideeën. Anders neemt ze het zelf mee. blijft NJm bij diegene binnen. NJm 66 EDj: Hij is stil.MTj en veel door de klas MHj. MBm. JCm: Zij is stil en met buiten spelen zit ze vaak in een hoekje. Verkenner Volger Appellant groepje en is altijd heel verlegen. NJm: Als iemand niet lekker is. LMj: Hij mag meedoen. En ze zegt tegen de klas dat ze rustig met diegene moeten doen. MLm: Is veel met anderen bezig. AAm EDj: Hij is heel serieus en dus luister je beter naar hem dan naar een grappenmaker. maar wordt ook wel gepest. denkt niet alleen aan zichzelf. RBj: Hij regelt dat iedereen goed mee kan doen.Naam Gezagsdrager Sociaal werker Organisator is soms wat bazig. Soms wil ze wel/ niet meedoen als we het vragen. De rest. EBm: Zij zegt TMj. JCm: Ze is stil en EBm: Ze is niet Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. . DWj en CBj: Ze zijn grappig. JBj JBj: Ik heb ideeën. CBj: EDj vertelt zijn ideeën tegen CBj en die voert ze uit. De rest. Joker de kinderen zijn naam zeurderig geroepen. CBj: Hij heel leuke grapjes. maar een ander zegt het hardop. ze mag van de meiden niet altijd meedoen. JGm: Ze is stil. MLm. DWj: Iedereen vindt hem grappig.

Vroeger RBj. Bijna iedereen. Is er niet. LRm: Zij denkt er altijd aan of iedereen mee kan doen. nu minder. . omdat RBj minder vervelend doet. Volger CVm CBj: Het past bij MLm: Ze is erg hem. maar haar grapjes zijn wel om te lachen. Niet iedereen zegt tegen haar: “kom mee”. NJm: Zij praat meer over haar ideeën. MLm: Ze is erg zorgzaam. RBj. Organisator ook zelf een eigen mening. JGm: Zij is dit soms ook wel een beetje. Verkenner AAm. TMj: Hij speelt vaak met CBj en doet dan goed mee. Appellant mag wel verwend worden. TMj RWj: Hij vertelt RMj en LMj. LMj. DWj en CBj: Zijn allebei grappig. MBm. laten we dat gaan doen” en dan regelt hij dat. Sociaal werker maar denkt aan iedereen. JCm: Ze is vaak verdrietig en wordt buitengesloten. Soms is het ook wisselend wie deze rol is. Is er niet. DWj: Hij maakt veel grapjes. RWj. CBj: Hij heeft hele gepaste grapjes.Naam Gezagsdrager maar heeft wel goede ideeën. EBm. De rest. JCm: Ze is erg stil. Is er niet. MJj. MBm. Het is nu minder. meestal een vriend van diegene die de ideeën bedenkt. De rest. De rest. Niet één iemand. Joker altijd de grappenmaker. LRm. RMj. CBj MBm: Kan goed MLm en JBj: leiding geven. EDj RMj: Hij komt MLm: Zij is vaak met ideeën. MTj Is er niet. behulpzaam. TMj en YTj. hij wil graag grappig zijn. zorgen dat mensen 67 RMj: Hij zegt vaak: “goed idee. zijn ideeën aan mij. RBj. DWj:Hij maakt goede grappen op het goede moment. soms is dat irritant maar meestal goed. DWj: Hij maakt veel leuke grapjes maak Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. behulpzaam en duidelijk.

Maar voor ons is het wel leuk. . Als er wordt gezegd dat iedereen mee mag doen. maar DWj het grappigst. De rest. MLm: Zij zorgt voor iedereen. JCm en EDj. LRm: Ze is heel beleefd. MBm en MLm: Zij zorgen voor mensen en vinden dat ook leuk om te doen. RMj: Hij bedenkt wat en dan wordt zijn idee overgenomen. CBj en DWj: Ze Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. JCm: Zij krijgt niet altijd aandacht. Wisselend. Hij is de clown van de klas. CBj: Hij is ook grappig. EBm YTj JCm EDj: Hij is de stille leider. De rest. Ze wordt ook wel buitengesloten. hij denk er niet bij na. De klas luistert wel naar hem. De rest. dan vult CBj dit aan met zijn eigen ideeën en dan wordt het nog leuker. maar hij weet dat zelf niet. veel. JCm: Ze is stil en DWj: Hij is durft niet veel te grappig en lacht vragen. Ook ik ben het wel eens. DWj en YTj: Wij zijn grappig. CBj: Als EDj een idee heeft. LMj: Hij heeft vaak ruzie en dan moet ik hem helpen. RBj. YTj. veel humor. vraagt zij altijd nog netjes: “Mag ik ook meedoen? Is er niet. Joker kan wel irritant zijn voor juf. Is er niet. DWj: Hij is altijd grapjes aan het maken. NJm en OHj: Zij De rest. AAj 68 CBj: Hij krijgt NJm: Zij OHj: Als RWj: Hij neemt De rest. JCm: Ze is stil en DWj: Hij heeft niet zo vrolijk. NJm: Zij loopt met iedereen mee die pijn heeft. CBj: Hij kan goed dingen regelen.Naam Gezagsdrager Sociaal werker meedoen met alles. nemen initiatieven van de gezagsdrager over en proberen mee te helpen. RBj en AAj. Organisator Verkenner Volger Appellant RBj Ikzelf denk ik. Verschillend. OHj en CBj: Er wordt vaak aandacht aan hun gegeven.

Naam JGm Gezagsdrager vaak de leiding en heeft goede ideeën. dan gaat hij dat regelen. DWj: Hij maakt altijd grapjes. Organisator iemand een idee heeft. LRm: Ze wil dat niemand buitengesloten wordt. . Sociaal werker probeert iedereen te helpen. RBj: Hij wil graag leiden. CBj: Hij regelt altijd alles en zorgt dat het goed komt. Volger Appellant De rest JCm: De huilt altijd heel snel. RWj: Hij weet goed wanneer hij iets moet doen. maar ook niet leuke grapjes. Verkenner altijd iets mee wat van pas kan komen. MLm: Zij wil ervoor zorgen dat niemand buitengesloten wordt. 69 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. maar is dat wel stil. Joker maken bijna altijd leuke grappen.

OHj legt na een tijdje ook meerdere blokjes neer (meer als voorgaande leerlingen) en daar wordt hij door TMj op aangesproken. AAm die achter RWj staat legt nu een blokje neer. alleen maar een ruimere kring. RWj. De volgende die aan de beurt zijn. Dit gebeurt. Dan roept RWj: “Allemaal in een rij gaan staan!”. De leerlingen die na hem aan de beurt zijn doen dit ook. Zij leggen op hun beurt één blokje neer. Op hetzelfde moment pakt RBj de meetlat en zet die naast de toren. MHj. RBj blijft de meetlat vasthouden die naast de toren staat. MLm zegt hierop terwijl ze een groepje kinderen aankijkt: “Jongens. In de kring pakken alle leerlingen alvast meer blokjes. maar er ontstaat geen rij. De kring wordt weer iets kleiner en er ontstaat onduidelijkheid over wie er aan de beurt is. RWj kijkt naar mij en heeft niet in de gaten dat hij aan de beurt is. als jullie nu iets naar achteren gaan?”. Nu is de kring helemaal rond en er gebeurt niets. AAj ziet dit en stelt voor aan de groep om allemaal 2 blokjes neer te leggen. RWj heeft dit door en legt daarop ook een blokje neer. De rij is lang en vormt langzaam een ruime kring om de toren heen. De andere kinderen kijken er naar. Daarna gaat hij ook in de rij staan.Bijlage 5: Observatieverslag “Toren bouwen” nulmeting Opdracht: De leerlingen moeten gezamenlijk een toren van kapla bouwen die precies 98 centimeter hoog moet zijn. Niemand zegt hier wat van. waar is de rij?!”. Daarna legt AAm weer een blokje neer. Maar nu roept ook MTj door de groep: “Waar is het einde van de rij?!”. De volgorde herpakt zich. OHj. . Observatie OHj roept door de groep dat er een plan moet worden gemaakt. Toch gaat het neerleggen van de blokjes wel gewoon via de goede volgorde door. MJj. De volgende leerlingen in de rij doen hetzelfde. Vooral de meisjes en YTj zitten buiten de kring te kletsen. waarop AAj reageert: “ja jongens. Alleen MHj. CBj en AAm gaan nog door met bouwen. De eerste uit de rij (NJm)gaat een blokje neerleggen en pakt daarna een nieuw blokje en gaat hiermee achterin de rij staan. RBj en JCm zitten op de grond in een klein kringetje de toren te bouwen. Hierop wordt niet gereageerd. JCm legt daarop volgend 2 blokjes neer. Er gebeurt niets. De rest van de leerlingen die nog door zit te bouwen gaan ook in de rij staan. MHj kijkt nog even op de meetlat waar 98 cm zit en overlegt hierover met RBj. MHj en RBj beginnen met het neerleggen van de eerste blokjes. allemaal in de rij!!”. EDj. 70 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. zijn OLj en DWj. Toch weten de leerlingen wel wie er aan de beurt is. OHj roept nog wel door de groep: “let op schuin gaan!”. MBm roept door de groep: “Hé. MBm roept na een tijdje: “Jongens!” en maakt met handgebaren duidelijk dat er een rij moet komen. De rol van de leerkracht: De leerkracht is observator. De meeste leerlingen volgen deze aanwijzing op en er wordt een rij gemaakt. YTj legt meerdere blokjes tegelijk neer. Ik grijp niet in en geef geen tips of begeleiding. is dat alle leerlingen in ieder geval 1 staafje moeten hebben neergelegd. OLj. OHj assisteert bij het neerzetten en gaat daarna in de kring staan. Iedereen pakt een aantal blokjes uit de bak. De enige voorwaarde die gesteld wordt over de samenwerking. hallo. Niemand reageert op dit voorstel. en wacht ieder tot hij aan de beurt is.

De leerlingen leggen de steentjes gewoon op volgorde van de kring neer. Eigenlijk is RWj nu aan de beurt. omdat LRm. MBm roept vanaf een afstandje: “We zijn klaar!”. LMj. omdat toch niemand een steentje oplegde. In de kring staan RWj. er gebeurt niets. zegt tegen AAj dat hij nog niet aan de beurt is. Na 8 minuten kijkt RBj acht zich en ziet JGm staan. maar hij reageert niet op RWj. RWj roept door de groep: “Jongens. MHj. MTj. TMj die ergens anders in de rij staat. AAm. De andere leerlingen proberen de toren ook te zien.v. maar dat niemand dit oppikte. De kring wordt groter en EBm en NJm komen aanlopen. AAj legt hem erbij. MHj en DWj.p. Ondertussen ontstaat in de kring een gat. De toren is klaar. De kinderen volgen en er ontstaat weer een grotere kring. aan de overkant van de kring. volgt dit voorbeeld en legt ook blokjes neer. niet zo dringen!” en loopt buiten de kring. RMj ziet dit gebeuren en vraagt op zijn beurt weer aan JGm of hij de meetlat mag vast houden. gewoon een nette rij!. Ik vraag hierop aan RMj: “Is de toren precies 98 cm?. YTj en JGm staan buiten die kring. Er worden op dit moment helemaal geen steentjes neergelegd. Door deze leerlingen worden een aantal blokjes in willekeurige volgorde neergelegd. Er is nu geen vaste volgorde meer. vanaf zijn eigen plek in de kring. MBm en RMj blokjes aan het pakken zijn. EBm. MHj roept: “Jongens. TMj wordt door RWj op zijn gedrag aangesproken. RBj. Als er op een gegeven moment niets wordt neergelegd. Deze volgorde wordt opeens weer aangehouden door de leerlingen. ziet dit en gaat ook blokjes neerleggen. * RBj merkt op dat RMj wel de leider wilde zijn. DWj en AAj leggen er nog wat steentjes bij. MTj loopt uit de kring naar deze leerlingen toe. Zij staan als een soort 2e rang. De 1e rang bestaat uit: AAj. Hij vraagt aan haar of zij de meetlat over wil nemen. wat wel zo is. NJm. blokjes neer. AAj. MHj roept: “Hij is klaar!”.Na 6 minuten is AAj aan de beurt en legt steentjes neer. RMj. Ze sluit weer aan in de kring. gaven aan dat ze dit deden. maar hij blijft wachten. “er moet er nog eentje bij”. De rest houdt de volgorde aan. Het kringetje wordt kleiner en meer kinderen staan nu buiten de kring. OHj. 71 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Alleen MLm. * De leerlingen die tussendoor steentjes oplegden. MJj. alleen vonden ze het niet prettig dat er opeens een kring ontstond i. legt een steentje neer. “Nee”. Informatie uit de nabespreking samen met de kinderen: * De leerlingen vonden het goed gaan. JGm gaat akkoord en RMj neemt de meetlat over. RMj zegt: “Nee jongens. een rij. RWj. JBj. zegt RMj. TMj legt nog als enige. waarop TMj antwoordt: “Maar hij moet toch hoger”. stop!”. legt TMj weer een steentje neer. Hij stopt wel met neerleggen. Zodra de toren bijna 98 cm hoog is ontstaat er opeens een kleinere kring om het bouwsel heen. RWj volgt zijn voorbeeld. . De leerlingen dringen weer naar voren en er ontstaat weer een kleinere kring. MHj ziet TMj steentjes tussendoor neerleggen en legt ook 1 blokje neer. LMj en AAm. OHj. Daarop zegt DWj: “Hij is klaar!”. waarop ze langs de toren loopt en haar blokjes neerlegt. die achter hem in de kring staat. JCm. MLm zegt tegen de leerlingen dat ze meer naar achteren moeten en geleid de leerlingen met haar arm naar achteren. AAj legt zijn steentjes neer en gaat weer terug naar zijn plek. TMj vraagt aan mij of de toren klaar is. JCm probeert ook in de kleine kring te komen en er ontstaat een wat grotere kring. JGm pakt de meetlat aan. weer op een andere plek in de kring. LRm draait zich om en ziet het gat. RBj. De volgorde is nu niet helemaal duidelijk. MLm.

hij was bang dat hij te bazig zou zijn. omdat iedereen initiatieven nam. Het werd een beetje onduidelijk toen RMj zijn rol overnam.* Een aantal leerlingen vonden in het begin RBj de leider. * De meeste leerlingen vonden dat er eigenlijk helemaal geen leider was. . * Een aantal leerlingen vonden het lastig om één iemand als leider te zien. Er was namelijk van te voren niets afgesproken en dat hadden ze wel prettig gevonden. * RBj wilde zelf de leider niet zijn. dus naar wie moet je dan luisteren? 72 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

en waarschuwen elkaar wanneer er niet rustig gewerkt wordt.De leerlingen wijzen elkaar op goed gedrag. worden er tussendoelen bepaald.00. ook meedoen bij het behalen van de doelen. en niet alleen als leerkracht hoef te waarschuwen.00 en 10.De leerlingen kunnen hun vinger opsteken. Aan het eind van de bloktijden kunnen de leerlingen een beloning van max. Ik kies voor deze eerste opzet. Voor het behalen van de doelen. Ook worden in deze tijden aan kleine groepjes instructie gegeven. op fluisterniveau.De leerlingen kunnen per dagdeel (de dagen zijn in 3 stukken gedeeld) rustig (samen) werken.De leerlingen kunnen hun reactie uitstellen totdat zij de beurt krijgen.Bijlage 6: Handelingsplan “waarschuwingskaartjes” De leerlingen zijn rumoerig tijdens de lessen. en op hun beurt wachten zodra ze wat willen zeggen/reageren.De leerlingen kunnen tijdens het samenwerken fluisteren. 10. omdat deze groep daar erg gevoelig voor is. dat wil zeggen dat elk groepje minimaal 8 keer een beloning heeft verdiend. .50.30-10.De leerlingen kunnen tijdens de zelfstandig werklessen rustig werken. Als de klas een maand lang Beginsituatie Doelen Inhouden 73 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. 5 minuten verdienen. omdat deze tijden het makkelijkst zijn te behalen voor de kinderen. Fase 2: De bloktijden worden nu uitgebreid naar 3 delen. De moeilijkheid voor de leerlingen zal bij deze lessen voornamelijk zijn `het voor je beurt door de klas roepen`. Per groepje zijn ze verantwoordelijk voor hun eigen gedrag en die van hun groepsgenoten. Dan verdeel ik de klas in vijf groepen (dit zijn de groepjes zoals gevormd in de klassenopstelling). . te weten: 8. . Als ze wat willen zeggen/reageren steken de leerlingen netjes hun vinger op. Als de klas een week lang een 80% score haalt in het bereiken van de doelen. . Om de doelen te behalen.00-10. Ze reageren altijd. Dit betekent dat de klassikale lessen. zodat andere leerlingen geen last van hen hebben.00 uur. Lange termijn doelen: . maar dat de leerlingen dit onderling ook doen. te weten: 9. .30-11.30-11. zonder dat de leerkracht hierbij hoeft te helpen. Dit doe ik om de betrokkenheid te vergroten. Korte termijn doelen: . en daar graag nog wat harder voor wil werken. De leerlingen vinden zelf ook dat er teveel lawaai wordt gemaakt tijdens de lessen. maak ik de kinderen zelf verantwoordelijk. heeft iemand anders er altijd nog een grap overheen. Dit zijn de tijden waarop de kinderen aan hun zelfstandig werkblad werken.50 en 13. Ik werk met een beloningssysteem. met maximaal 2 waarschuwingen van de leerkracht. met maximaal 2 waarschuwingen van de leerkracht. waarin ik het modelgedrag laat zien. Vooraf vindt er een gesprek plaats. worden de bloktijden uitgebreid. en kletsen graag met elkaar. Fase 1: Allereerst werken we in twee bloktijden. Nadat iemand een grapje maakt.15-15.

worden de waarschuwingskaarten verminderd. Methodieken Middelen Organisatie 74 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. De leerkracht houdt toezicht op de andere groepjes. Als een leerling uit een groepje ongewenst gedrag vertoont. * Een blik vol met max. De leerlingen laten gewenst gedrag zien.B. De groepjes voeren hun beloning uit. dan kost dat het groepje weer een groene kaart. Elk groepje krijgt 1 rode kaart met daarop 3 groene kaarten. De beloning wordt door de leerkracht uit het beloningenblik “gegrabbeld”. pakt de leerkracht een groene kaart van de stapel. moeten kijken hoe de andere groepjes de beloning uitvoeren. Ieder blokuur beginnen de groepjes weer met een nieuwe stapel kaarten. Onderop ligt de rode kaart en daarbovenop liggen 3 groene kaarten. Het origineel zou komen uit de methodieken van Taakspel. De leerkracht legt de kaarten aan het begin van een blokuur in de groepjes klaar. Ik heb van deze methodiek gehoord op een studiedag. hard praten. De groepjes die een rode kaart boven hebben liggen.en beloningssysteem. waardoor het groepje nooit tot bijna nooit aan zijn beloning toekomt. *Per groepje 3 groene geplastificeerde kaarten en 1 rode geplastificeerde kaart. De klas wordt opgedeeld in vijf groepjes. Het groepje daarentegen heeft hierdoor een eerlijke kans om de doelen te behalen. dan neemt de leerkracht zonder iets te zeggen een groene kaart van de stapel. dan krijgt deze leerling zijn eigen setje kaarten. Mochten andere leerlingen hierop negatief reageren. dat wil zeggen dat elk groepje minimaal 12 keer een beloning per week heeft verdiend. . 5 minuten beloning die de kinderen zelf hebben verzonnen. De leerkracht laat aan de desbetreffende leerling de kaart zien. Mocht een leerling heel veel moeite hebben om zich aan de afgesproken regels te houden. zodra de leerlingen ongewenst gedrag laten zien. Deze groepjes mogen meedoen aan de max. 5 minuten beloningen die de leerlingen van te voren zelf verzonnen hebben. Aan het eind van een blokuur wordt gekeken welke groepjes nog een groene kaart boven hebben liggen. niet-taakgericht gedrag of bijv. Hierdoor heeft de leerling meer waarschuwingen voor zichzelf.een 80% score haalt in het bereiken van de doelen. N. In een volgend handelingsplan kan gewerkt worden aan de lange termijndoelen. Voor het uitvoeren van het handelingsplan wordt er gebruik gemaakt van een waarschuwingen. Aan het eind van een blokuur kijkt de leerkracht welke groepjes nog een groene kaart hebben liggen. waardoor er tegemoet gekomen wordt in zijn behoefte aan een langere leercurve. Deze groepjes mogen meedoen met de beloning. en heb er mijn eigen draai aan gegeven. want ook dit is ongewenst gedrag.

Ik heb een aantal groene kaarten afgepakt. Zo werd voor iedereen meteen duidelijk wat ik van hen verwacht. heb ik een groepje gevraagd het gewenste gedrag voor te doen. Ik heb de doelen van het plan aan de kinderen laten weten. . In dit gesprek heb ik het plan uitgelegd en de verwachtingen duidelijk gemaakt. dat gaan we helemaal fiksen!!!!Dat komt goed!!!”. Een aantal voorbeelden van de beloningen die ze bedachten: . welke moeten volgende keer anders aangepakt worden. Na het gesprek en het bedenken van de beloningen is het kaartensysteem meteen van start gegaan. De eerste keer ging uitstekend. Dit deed ik om meteen duidelijk aan te geven wat ik onder gewenst gedrag versta. Zij gaven ook in dit gesprek aan dat ze het heel lastig vonden om stil te werken. .galgje spelen . Ik vertelde dat ik hiervoor een plan heb bedacht.moppen tappen . Na uitleg van het kaartensysteem heb ik aan de leerlingen gevraagd wat gewenst gedrag precies inhoud.met je taak bezig zijn en bijvoorbeeld niet je pen uit elkaar halen (dit fenomeen was vrij populair om te doen) . In dit eerste blokuur was ik heel streng.fluisteren als je samenwerkt .dansen op een liedje .communiceren via het blokje . De leerlingen waren heel goed aan het werk en de beloning werd door iedereen gehaald.achterstevoren op je stoel zitten .Welke leerlingen vonden het lastig om de doelen te bereiken? .enz.als je een loopje nodig hebt.Evaluatie Na 2 maanden wordt het handelingsplan geëvalueerd.Welke onderdelen werkten goed. Zoals gewoonlijk waren de leerlingen heel betrokken en vol moed om het plan te gaan uitvoeren. Als aansluiting op het gesprek mochten de leerlingen beloningen bedenken die maximaal 5 minuten mogen duren. De kinderen konden mij dit goed vertellen.Heeft de methodiek de gewenste uitwerking gehad? .tekenen . 75 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.alleen door de klas lopen als je iets nodig hebt .staan op je stoel . Bij de evaluatie wordt gelet op de volgende punten: . waaronder één voor het reageren op het afpakken van een kaart. AAj zei: “oh juf.Welke leerlingen vonden het gemakkelijk om de doelen te bereiken? Uitvoering van het plan Naar aanleiding van het afnemen van de klimaatschaal heb ik de uitslag met de kinderen besproken. . ga je even naar de wc om een slokje water te drinken Nadat deze punten naar voren waren gekomen.filmpje kijken op het smartboard‟ .In hoeverre zijn de doelen bereikt? Welke vaardigheden beheersen de leerlingen? .de polonaise lopen . en ze werden heel enthousiast.

Toch werkt dit systeem zo goed dat de leerlingen nog steeds heel gedreven zijn om de groene kaart te laten liggen. Er zijn ook momenten geweest waarop er rode kaarten boven kwamen te liggen. Opvallend is dat de groepjes die een rode kaart boven hebben liggen. 76 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. niet méér ongewenst gedrag laten zien. toch is een enkele waarschuwing genoeg om weer gewenst gedrag te laten zien.In de volgende blokuren haalden niet alle groepjes de beloning. . nu ze geen beloning meer kunnen verdienen. Er zijn nog geen kinderen die een eigen kaartensysteem hebben. Het zou kunnen zijn dat het die leerlingen niet meer uitmaakt.

ra wie is dit? De leerlingen weten meteen dat ik dit zelf ben. aardig. Maar mijn zwakste punt is rekenen. Ra. gek. MTj: Aardig Leuk Grappig Sportief Soms druk Niet snel boos Hou van muziek Vriendelijk MLm: Behulpzaam Aardig Soms wat snel boos Vaak mijn werk af Maak mij zorgen om iemand anders Hou van lol maken Ik vind het irritant als er iemand door de klas roept NJm: Gevoel voor mode Sportief Zorgzaam Gezellig Soms best wel lullig Vriendelijk 77 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Ik geef de kinderen de opdracht een kaartje te maken over zichzelf en vertel hen dat ik die later in de kring ga voorlezen. De leerlingen maakten de volgende kaartjes: MBm: Kan brutaal zijn Giechel veel Hou van grappen maken en klooien Val op jongens met bruin haar AAj: Sportief Flexibel Vergeetachtig Een beetje gek Aardig OHj: Sportief Aardig Soms chagrijnig Veel ideeën RBj: (doorgestreept: is als iemand tegen hem aardig is ook aardig) Schreeuwt soms door de klas Houdt van kattenkwaad Heeft soms ruzie Altijd een goed humeur YTj: Aardig Grappig Lief (soms) Vergeetachtig AAm: Druk Vrolijk Behulpzaam Vergeetachtig Aardig Gezellig Beetje gek Lief Nooit chagrijnig CVm: Lief Vrolijk Druk (buiten) Creatief Behulpzaam Aardig RMj: Sportief Kan boos zijn Soms een beetje fanatiek Behulpzaam Stil Gezellig Soms druk JGm: Vrolijk Behulpzaam Aardig Lief Sportief Rustig Gezellig Beetje bang soms CBj: Vrolijk Leergierig Humoristisch Spontaan Lui Sportief (als ik verlies) EBm: Sportief Aardig Grappig Lief Vriendelijk Gezellig Gek! OLj: Ik ben technisch en best wel ongeduldig. De leerlingen mogen raden welke leerkracht het is. Maar ik ben ook wel sportief en muzikaal. flexibel. sportief. De leerlingen mogen alleen karaktereigenschappen opschrijven. dus geen hobby‟s en uiterlijke kenmerken. vergeetachtig. gezellig.Bijlage 7: “Wie ben ik?” Ik vertel de kinderen dat ik een leerkracht van onze school ga omschrijven. . soms streng en heeft altijd een luisterend oor. druk. zodat de andere kinderen kunnen raden. bijna nooit chagrijnig. Ik omschrijf het volgende: Deze leerkracht is vrolijk.

LMj: Aardig Erg stil Druk Oplettend Gek Behulpzaam Slim

EDj: Rustig Sportief Raar Teruggetrokken

RWj: Ik ben aardig, grappig, sportief, gezellig, ongeduldig, onrustig, slim, gek, toegankelijk, leuk. JCm: Soms verlegen Snel boos Vrolijk Sportief Stoer Niet snel bang

MHj: Slim Vrolijk Sportief

DWj: Gek Aardig Blij Maandagochtend gevoel Grappig Haat kappers

LRm: Behulpzaam Houdt van lachen en klooien Lief Gevoelig Sportief Valt op jongens met bruin haar

Als de kaartjes worden voorgelezen kunnen de leerlingen het snel van elkaar raden. Dit komt ook omdat ze goed kijken naar de reacties van de kinderen zodra er een kaartje wordt voorgelezen. De meeste leerlingen geven aan het eind van de les aan dat ze het lastig vonden om het kaartje te schrijven. Alleen OHj, CBj, YTj, RMj en LMj geven aan het niet lastig te vinden. Opvallend is dat de kaartjes veel overlappingen hebben. Ook werd door andere leerlingen tussendoor aangegeven dat ze eigenschappen misten op kaartjes die wel heel kenmerkend zijn voor de leerling. Een voorbeeld wordt gegeven over YTj. MBm geeft aan dat zij het woord „druk‟ mist op het kaartje. YTj geeft aan dat hij die inderdaad vergeten is, want hij vind het wel bij hem passen. Op de vraag; “hoe vind je het als je kaartje wordt voorgelezen?” komen de volgende antwoorden: AAm: “Niet zo erg, dacht al dat ze me kende.” AAj: “Raar, toen AAm haar kaartje werd voorgelezen dacht ik dat ik het zelf was, terwijl ik eigenlijk wist wat er op mijn kaartje stond.” MBm: “Genant, raar of eigenlijk alsof ik eigendunk had. Bang dat andere kinderen reageren met waarom zeg je dat? Hahaha.”. “Dit gebeurde gelukkig niet”. JCm: “Ik voelde er eigenlijk niets bij. Ik vond het neutraal.” LRm: “Raar, CVm haar beschrijving leek op die van mij.” MTj: “Grappig, maar ik werd wel helemaal rood!” RBj: “Ik voelde me onzeker.” De leerlingen vonden het een leuke activiteit om uit te voeren. Over het algemeen klopt het beeld dat ze van zichzelf hebben, met het beeld dat anderen van hen hebben. Er zijn kaartjes bij, waarop leerlingen zichzelf heel doeltreffend hebben omschreven zoals RBj, EDj, CBj JCm, RWj, NJm, MLm en OLj. Deze kinderen werden daardoor erg makkelijk geraden.

78

Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Bijlage 8: “Letters en cijfers maken”
Voor deze oefening deel ik de klas in drie groepen. Ik vraag de eerste groep naar voren en vertel hen dat zij gezamenlijk de letter A moeten vormen, maar dat ze er niet bij mogen praten. Voor de rest geef ik geen aanwijzingen of opdrachten AAj gaat meteen op de grond liggen. Andere kinderen wachten af en kijken wat er gebeurt. Ze communiceren met elkaar via handen en armen. Met hun armen beelden ze uit wat er moet gebeuren. Langzamerhand gaat iedereen op de grond liggen en wordt de letter A gevormd. In het nagesprek met de klas vraag ik aan de leerlingen wat er gebeurde. De leerlingen vertellen dat er eigenlijk twee groepjes ontstond, maar dat het uiteindelijk één groep werd. Dit gebeurde d.m.v. gebaren. Ook vraag ik aan de leerlingen of er een duidelijke leider was. Dit was niet echt het geval, alleen CBj en MJj namen een beetje de leiding. Ik vraag aan hen of het handig is om in dit geval een leider te hebben. De kinderen geven aan dat dit inderdaad handig is, omdat er dan één iemand aangeeft en de rest volgt. Met dit nagesprek in ogenschouw nemend, vraag ik de tweede groep naar voren te komen. Zij moeten eerst een leider aanwijzen. Iemand wijst OLj aan. Die wil liever niet, en RWj geeft aan de leider te willen zijn. Dit wordt geaccepteerd door de groep. Ze moeten de letter C maken. RWj legt de kinderen goed en buigt ze op de juiste manier. Hij doet met zijn eigen lichaam de bewegingen voor. Tot slot gaat hij ook zelf in de juiste vorm liggen. In het nagesprek komt heel duidelijk naar voren, dat de leerlingen het heel prettig vinden werken met een leider. RWj was wel wat ruw, maar ook heel duidelijk. Dat MTj ook initiatieven nam, werd als prettig ervaren. De derde groep moet het cijfer 8 vormen. De leerlingen wijzen MBm als leider aan. MBM wil dit wel, maar ziet ook dat OHj zijn vinger opsteekt. Daarop geeft MBm haar leidersschap over aan OHj. Hij loopt naar het bord en tekent hierop hoe hij de leerlingen wil hebben liggen. Hij tekent een digitale 8. De leerlingen zien dit en gaan meteen volgens het plaatje liggen. Ook OHj neemt op het laatst zijn plaats in. In het nagesprek wordt besproken dat het erg handig is dat OHj op het bord tekent. Hierdoor is in één oogopslag duidelijk wat de bedoeling is. De leerlingen “luisteren” goed naar de leider, waardoor het cijfer snel gevormd werd. Als laatste gaan de leerlingen een wedstrijdje tegen elkaar doen. De leerlingen gaan in dezelfde groepen uiteen en moeten gezamenlijk het woord KIP vormen. Allereerst moeten ze een leider kiezen. Het kiezen gaat heel sociaal. Zinnen als: “oh, als jij het wilt zijn, mag dat ook hoor” waren regelmatig te horen. De leerlingen moeten in deze eindopdracht de tips uit de nagesprekken meenemen in de uitvoering. Dit is duidelijk te merken, want er wordt duidelijk leiding gegeven en de leerlingen zijn heel snel klaar met de opdracht.

79

Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Bijlage 9: “Complimenten van een groep”
Groep 1: Bestaande uit AAj, AAm, RBj, TMj, JGm, EDj. AAm wil graag de leiding en praat dwars door iedereen heen. Ze luistert niet naar anderen en wil graag haar idee uitvoeren. Anderen hebben ook ideeën, maar daar wordt niet naar geluisterd. Het gevolg is dat AAm heel veel aan het woord is, maar dat de anderen haar niet als leider accepteren en dus niet luisteren. AAm probeert het wel democratisch op te lossen, maar dit lijkt niet te lukken. Na 15 min. is er nog niets gebeurd. Er komen kinderen uit het groepje klagen dat er niets gebeurt. Uiteindelijk besluit ik om te gaan helpen. Ik vraag aan AAm om goed te luisteren naar de andere leerlingen. Uiteindelijk komt RBj met een goed idee, waar iedereen het mee eens is. Na nog wat strubbelingen gaat het groepje aan de slag en tot het einde verliep het verder goed en uiteindelijk was iedereen tevreden. Groep 2: Bestaande uit MHj, EBm, CBj, NJm, YTj, MTj. Dit groepje begint met het kiezen van een leider. CBj wordt als leider aangewezen. Ze hebben bedacht welke taken er allemaal uitgevoerd moest worden en hebben van te voren de taken verdeeld. Iedereen bedacht mee met de complimenten en ondertussen waren ze hun eigen taak, zoals versieren, schrijven, plan voor het grote blad ontwerpen e.d. bezig. Van te voren wilde er graag twee verschillende leerlingen schrijven, NJm en EBm, maar dit werd goed opgelost doordat er voor één van de twee een andere taak werd bedacht. De leerlingen ervaren de samenwerking als positief en hebben prettig aan de taak gewerkt. Groep 3: Bestaande uit OHj, RWj, DWj, OLj, LRm, JBj, OLj, MLm. In dit groepje wil graag bijna iedereen de leider zijn. Ze zijn heel lang aan het discussiëren over dit punt. Ze komen er niet uit en gaan over op het spelletje “ienemiemut”. Hieruit wordt uiteindelijk JBj als leider aangewezen. Aangezien anderen ook de leider willen zijn, accepteren zij niet JBj als leider. Iedereen gaat zijn eigen gang en “doet maar wat”. YTj wordt aangesproken op het feit dat hij niet meedoet. YTj wil hierop wat zeggen, maar dit wordt niet meer gehoord. Hierdoor wordt YTj alleen maar meer gedemotiveerd, waardoor hij helemaal niets meer uitvoert. Uiteindelijk zijn de complimenten wel samen verzonnen, doordat men die hardop vertelde. Groep 4: Bestaande uit MBm, RMj, JCm, CVm, MJj, LMj. Dit groepje maakt van te voren geen afspraken, maar de samenwerking en rolverdeling verloopt wel heel natuurlijk. MBm neemt een leiderschapsrol op zich en voor de rest werkt iedereen goed mee. Iedereen schreef één compliment voor een leerling op en er waren een aantal kinderen die dit in het net gingen opschrijven en de anderen versierden het blad. De leerlingen beleven de samenwerking als prettig en doelgericht. Het ging heel gemakkelijk en er werd niet gediscussieerd.

80

Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

. 81 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.Hieronder is een foto van de complimentenbladen opgenomen.

Hoepel op. Chris kijkt Klaas met een vies gezicht aan. Klaas mist zijn vrienden. waar niemand hem kan zien. Maar hoezo. 'Het gaat je geen reet aan hoe wij heten. Ik bespreek de rol van iemand die vaak wordt buitengesloten. Misschien mag hij niet meedoen of pesten ze hem. Kom op jongens. Ze hadden ook altijd veel lol samen. Ik doe dit omdat bijvoorbeeld JCm vaak wordt buitengesloten. Ze zijn van zijn leeftijd. . ]ij hoort niet bij ons. De andere kinderen wachten af wat Chris zal zeggen. ik ga buiten spelen! Hoe laat moet ik thuis zijn?' Zijn moeder antwoordt: 'Om half zes. verstoppertje. Chris en de andere kinderen in het verhaal? Wat valt je op in het verhaal? De kinderen vinden vooral de houding van Chris niet goed. Ze zullen vast op zijn nieuwe school zitten. wegwezen!' Chris en de andere kinderen lopen hard weg. 0 ja. en de derde rol is de meeloper. Ik ga hier morgen ook naar school. 2007 p. rot op. cowboytje. Langzaam loopt hij naar zijn nieuwe achtertuin. Buiten ziet Klaas de vijf kinderen staan die hij vanuit zijn nieuwe kamer had gezien. Dan zegt Chris: 'Nee. Chris. Zij nemen het gedrag van anderen over. Al zijn vriendjes staan erop. positief ingestelde jongen die aan anderen denkt. Er komen uit het verhaal drie rollen naar voren. Het lijkt wel of hij zich nog nooit zo rot heeft gevoeld. ik ben Klaas! Ik ben hier net komen wonen. Wat voor types zijn Klaas. de vrolijke. Hij is echt heel onaardig. Hij is met zijn ouders verhuisd naar een nieuwe stad. Met die vriendjes speelde hij altijd buiten: voetballen. buitenspelen. en natuurlijk zaten ze vaak achter de computer! Dan had je contact met elkaar en kon je moppen doorsturen.Bijlage 10: “Je mag niet meedoen” Ik begin de les met het voorlezen van het verhaal Klaas. Zal hij buitenspelen? Hij ziet een paar kinderen lopen. Hij vindt het spannend. 83) Klaas Klaas vindt het spannend. Hij heeft alle dozen uitgepakt en zijn nieuwe kamer helemaal ingericht. Zonder dat hij het wil. Hij kijkt naar buiten. Zijn diso's staan op de bovenste plank van zijn nieuwe kast. dat was altijd leuk! Hij loopt snel naar beneden en roept naar zijn moeder: 'Mam. de onaardige leider. Ik vraag aan de kinderen wie er 82 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. gaat hij zitten. Ook bespreken we nog een vierde rol. Klaas krijgt een heel vervelend gevoel in zijn buik. hij heeft snel zijn jas aangedaan en rent naar buiten. de jongen in het midden. je kent hier toch niemand?' Maar Klaas hoort het al niet meer. Dan probeert hij het nog eens: 'Mag ik met jullie meespelen?' Chris kijkt Klaas onderzoekend aan. Ze hebben veel lol. Achter het schuurtje. Daar zou hij graag aan mee willen doen. Ze spelen verstoppertje of zoiets.' Klaas weet even niet wat hij moet zeggen. Klaas besluit dat hij naar buiten gaat en zal vragen of hij mee mag doen. Op de plank daaronder staat een foto van zijn oude klas. In het nagesprek benoemen we de verschillende rollen in dit verhaal. Wie zijn jullie?' Vier van de kinderen kijken nieuwsgierig naar Klaas en daarna naar Chris. Klaas. Dikke tranen rollen over zijn wangen. Hij moet weer denken aan zijn vrienden uit zijn oude straat. 'Hoi. Dat was leuk. Hieronder staat het verhaal uitgeschreven. en ik wil aan de anderen laten zien wat dit voor effect heeft op een kind. moet hij huilen. Maar dan denkt hij aan zijn oude vrienden. (Engelen.

MTj gaf zelfs aan het heel moeilijk te vinden om met een Chris om te gaan. en niet meer zo snel op iemand af zal stappen. Hij zal waarschijnlijk ook een onzekere houding aannemen en erg terughoudend reageren. Hoe gaat zo iemand zich dan gedragen? De kinderen denken dat diegene heel onzeker wordt. “Het voelt goed om voor iemand op te komen!”. In deze groepen gaan de leerlingen rollenspellen spelen. Klaas en meeloper te gaan staan. RBj. zodra er meer dan één Chris aanwezig was in het spel. maar sommige vinden het geen prettige houding. Zodra er meerdere “Klaassen” in het spel aanwezig waren. dus wel heel leuk is om een keer te spelen. Ze moeten de volgende vragen beantwoorden: . En bespreek wat de gevolgen kunnen zijn als je vaker wordt buitengesloten. negatief uit het sociogram komen en bij dit spel aangeven inderdaad “Chris gedrag” te vertonen. Veel kinderen steken hun hand op.wel eens buitengesloten is geweest. Opvallend is dat zowel RBj en YTj. De meeste leerlingen gaven aan dat zij zich het beste herkennen in Klaas. Sommige leerlingen voelden dit als heel bedreigend. . Ik vraag hen om te gaan staan en de houding aan te nemen van iemand die vaak wordt buitengesloten. Soms Chris en soms Klaas: OHj. als Chris eerst nee had gezegd. Na dit gesprek deel ik de kinderen op in subgroepjes. Je merkte ook dat Klaas het opnam voor degene die mee wilde spelen. Ze moeten van te voren eerst zelf bedenken welke van de rollen (Chris. Hierna vraag ik de kinderen ook om als een Chris. Ze krijgen de opdracht om met drie leerlingen buiten te spelen en één leerling moet vragen of hij mee mag doen. Ook viel het de leerlingen op dat. EBm.Wat voor invloed hadden die rollen op de situatie? De kinderen vinden het erg leuk om de rollenspellen te spelen. Er waren ook uitzonderingen. Een opmerking van een leerling is: “ik word er een beetje somber van!”. Ze geven aan dat diegene gedrag vertoont dat eigenlijk niet mag en niet goed is. NJm geeft aan dat ze het prettig vond om Klaas te spelen. MJj. De leerlingen kunnen dit goed. Dit sluit aan bij de punten die ikzelf waarneem. Ik vraag door over hun gevoel daarbij. We gaan bekijken wat dat voor gevolgen heeft op de situatie. JBj. CVm. 83 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. CBj. In het eindgesprek heb ik de rollen uit het spel naar de werkelijkheid gehaald en gevraagd in welke speler zij zich het beste herkennen. JCm. Klaas.Wie speelde welke rol? . werd het veel vrolijker en leuker om samen te spelen. Aan het eind geven de leerlingen aan dat ze het vooral heel leuk vonden om Chris te spelen. het vaak op vechten uitliep. AAm. De andere leerlingen bekijken het rollenspel en analyseren aan het einde de situatie. Ze leven zich goed ik en kunnen de rollen goed neerzetten. We bespreken de verschillende houdingen van de leerlingen. In het spel vond hij het moeilijk om zelf een Chris te spelen. Chris: YTj. Meeloper: EDj Tussen meeloper en Klaas in: LRm. meeloper of buitengesloten) ze spelen.

kan ontevredenheid uiten maar wel op bedekte wijze. vertrouwt op zichzelf. Er zaten soms overlappingen in de uitspraken. Hiervoor heb ik de kaartjes op A4 formaat afgedrukt. vertrouwt op andere kinderen. moedigt aan. kan naar kritiek luisteren. zodat de leerling daadwerkelijk met de uitspraak in het segment kan gaan staan. . Protesteren: Vertrouwt niet zomaar. In het kaartje leiding geven. Winnen: Wijst op gemaakte fouten. kan zich afhankelijk opstellen. Na deze oefening houden we korte rollenspellen. . houdt zich aan de regels. kan van zich afbijten en zich verdedigen. 84 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Bijvoorbeeld bij het kaartje voor volgen zegt AAj: “Hij geeft andere kinderen de ruimte om ook keeper te zijn”. geeft soms steken onder water. kan aangeven wat hij van een ander verlangt. Zich terugtrekken: Is terughoudend. probeert af te schrikken met een aanvallende houding. kan zich kwetsbaar opstellen.Vanuit leiding en advies geven: “Wil je op mijn feestje komen”. maar niemand weet er nog vanaf. meedenken en zoeken naar oplossingen. dit is één van de beste segmenten om het te regelen. Voor het plaatsen van de kaartjes gebruiken ze termen uit de omschrijving van het segment. trekt zich uit contacten terug. zit bijvoorbeeld ook iets van zorgen. Ook geef ik voorbeelden aan. het belang van de groep voor ogen.Vanuit strijden: “Je moet op mijn feestje komen. stelt eisen en grenzen aan kinderen.Bijlage 11: “Introductie Roos van Leary” In deze les introduceer ik de roos.Vanuit afwachten: “Dit kan niet. grenst af door te zwijgen. maakt zich kwaad naar andere kinderen.Je geeft een feestje voor je verjaardag. kan initiatieven afwachten. Achter de lesbeschrijving zijn de kaartjes en de A4 bladen opgenomen.” Ook de lichaamshouding is aanvallend. Hoe ga je de mensen uitnodigen? . Afwachten: Stelt zich bescheiden op. doet wat de leiders of de meerderheid wil. Leiden en advies geven: Organiseren en regelen voor andere kinderen. Na de uitleg over de roos. Zorgen: Zorgzaam. kan kritiek leveren gericht op de persoon. Op het bord staan de beschrijvingen uitgeschreven. is op zijn hoede. Strijden: Is duidelijk over wat hem niet zint. . Dit kunnen de leerlingen goed aangeven. De leerlingen moeten de kaartjes bij het juiste segment plaatsen. "vraagt" om hulp en steun. Hieronder is deze beschrijving opgenomen. positieve houding. kan teleurstelling laten merken. kan inbreng van anderen in twijfel brengen zonder zelf het heft in handen te nemen. andere kinderen kunnen overtuigen in hun belang. leeft zich in in andere kinderen.” . Sommige kaartjes vonden de leerlingen moeilijk te plaatsen. Op deze kaartjes staat een uitspraak van een leerling over een potje voetbal. anders ben je niet meer mijn vriend. durft competitie aan te gaan. Volgen: geeft anderen de ruimte. deel ik aan de leerlingen kaartjes uit. kan zich onafhankelijk opstellen. benadrukt positieve kanten van andere kinderen. Ik vraag een leerling om midden in de cirkel te gaan staan. ik blijf afwachten en neem geen initiatief. goedbedoelde raad. Ik rol de grote roos uit op de grond en ga per segment langs wat deze inhoudt. Dit is de neutrale plek. kijkt eerst de kat uit de boom.

Volgen: LMj. Ik benadruk hierbij dat je goed moet bedenken vanuit welke segmenten je gaat reageren. is een passen reactie. YTj. In dit gesprek haal ik de roos meer naar de realiteit. Strijden: MBm. zodra hij in dit segment gaat staan. zij voelt zelf niet echt de noodzaak om erbij te gaan staan. je pen is afgepakt. dit is niet echt een passende reactie. RBj. zal ik dan wat ballonnen meenemen?”. . en misschien eens een keer vanuit een ander segment willen reageren dan ze gewend zijn.reactie vanuit zorgen: “Ja leuk. AAm. 85 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. CVm. De groep zegt dat MLm er ook moet gaan staan. maar nu gaan tegelijkertijd twee leerlingen in de cirkel staan. MHj. EBm. Afwachten: LRm.” Hieruit kwam de volgende indeling: Leiding en advies geven: CBj. JCm. Ik begrijp de reactie van de andere kinderen. Protesteren: MTj. Ik sluit de les af met de vraag of ze in de dagelijkse omgang met elkaar ook rekening willen houden met de roos. Terugtrekken: AAj. De meeste leerlingen vinden terugtrekken helemaal niet bij AAj passen. leuk”. . heb ik helemaal geen zin in!”.We houden deze oefening aan. en iemand staat je uit te schelden. OHj. ook een passende reactie. . Zorgen: NJm. Ik sluit af met de vraag: “Vanuit welk taartpunt reageer je in het dagelijks leven het meeste? Je mag in dat taartpunt gaan staan als je dat wilt. Hijzelf heeft dit idee niet. Opvallend is wel dat ze ook niet bij de andere segmenten gaat staan.reactie vanuit volgen: “Ja. RWj. komt er reactie vanuit de klas. In een volgend rollenspel spelen we situaties uit zoals. Winnen: TMj. alleen wordt door de tweede leerling een reactie gegeven vanuit verschillende segmenten. AAj heeft namelijk juist heel veel moeite met terugtrekken en gaat vaak de confrontatie aan. EDj.reactie vanuit strijden: “Nou eigenlijk niet. MJj. JGm. . Na de rollenspelen spreken we de situaties en de reacties door met elkaar. De eerste leerling nodigt de ander uit vanuit segment leiding en advies geven.

. 86 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.Hieronder is een foto van de grote Roos van Leary opgenomen.

goed idee. Hij fluit vet vaak!!Nee hoor dat wil ik niet. En Piet kan wel op keep. zullen we een echt winnen!!!Ik hou alle partijtje voetballen? ballen tegen!!!Kom op Als we nou 4 partijen team!!Ik verwacht wel dat maken? Dan kan iedereen jullie er 100% voor gaan meedoen! hoor!!! 87 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. dan kan Frits de scheidsrechter zijn. dan ga ik wel op keep. Maar als iemand anders wil. maar Frits is echt niet de scheids. Okee. Leuk hoor voetballen. Hij is altijd zo goed met fluiten. mag dat ook hoor. Vind ik best. die houdt alle ballen tegen! Voetballen. . Nou kom maar op!!Ik ga Hé jongens. ik vind tikkertje leuker. Nou okee voetbal.ik kijk eerst wel even hoe het gaat. dat is leuk. Wat moet ik doen? Ja. ….Ach ja voetbal….Hè voetbal..

.Hé jongens. zullen we een partijtje voetballen? Als we nou 4 partijen maken? Dan kan iedereen meedoen! 88 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Ja. En Piet kan wel op keep. Hij is altijd zo goed met fluiten. dan kan Frits de scheidsrechter zijn. die houdt alle ballen tegen! 89 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. goed idee. .

dat is leuk. Maar als iemand anders wil.Voetballen. . mag dat ook hoor. dan ga ik wel op keep. Vind ik best. 90 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Okee.

Leuk hoor voetballen. Wat moet ik doen? 91 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. .

.Ach ja voetbal….…. . 92 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.ik kijk eerst wel even hoe het gaat.

93 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. ik vind tikkertje leuker. .Hè voetbal.

94 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.Nou okee voetbal. . maar Frits is echt niet de scheids. Hij fluit vet vaak!!Nee hoor dat wil ik niet.

.Nou kom maar op!!Ik ga echt winnen!!!Ik hou alle ballen tegen!!!Kom op team!!Ik verwacht wel dat jullie er 100% voor gaan hoor!!! 95 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

. en ziet speler A. Er is een feestje. De andere leerlingen kijken naar het toneelspel en reflecteren aan het einde op de situatie. De leerlingen zijn erg enthousiast over de voorgelegde situaties. Speler A past een paar schoenen. eerst voor zichzelf vanuit welk segment ze gaan reageren. Ze gebruiken deze informatie bij het volgende rollenspel. Iedereen leeft zich goed in. Voor de eindopdracht van de les. Speler A speelt vals. 5. 3. Speler A en B zijn samen aan het winkelen. Hierdoor ontstaan er echt lijkende situaties. Twee leerlingen (A en B) hebben ruzie. De leerlingen moeten raden vanuit welke segmenten er gespeeld wordt. Ze bedenken voordat ze gaan spelen. Speler A en B werken samen aan een rekenopdracht. Er valt een beker melk om. speler C ziet dit. 6. verdeel ik over de zes groepen de verschillende situaties. 2. Speler B vindt ze verschrikkelijk lelijk. Een situatie wordt meerdere keren door verschillende leerlingen en vanuit verschillende segmenten gespeeld. Ze spelen deze uit stukjes uit voor de hele groep. B en c zijn samen tikkertje aan het spelen. Speler A staat aan de kant. In elke situatie wordt het aantal spelers aangegeven. Daarna spelen ze de situatie uit. B. De voorgelegde situaties zijn gebaseerd op dagelijkse situaties: 1. Ze kiezen geschikte combinaties uit. Speler A snapt de som niet. 96 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. in zijn rol. Speler A. Opvallend is dat de leerlingen heel goed de juiste segmenten bij de situaties kunnen plaatsen. Aan het einde van een toneelstuk spreken ze de situatie goed door. 4.Bijlage 12: “Situaties uitspelen” De leerlingen worden opgedeeld in groepjes van zes leerlingen. en C blijven samen over. waarbij ze gebruik maken van geschikte segmenten. Speler A. speler B is aan het dansen. en of deze combinaties handig zijn. Ze moeten een toneelstukje voorbereiden.

Hij vraagt wat RBj wil gaan tekenen en spoort hem aan dit te doen. RMj ziet dit en gaat naar hem toe. . Ze blijven goed bij het segment. Hij laat dit gedrag alleen zien op momenten dat er strijd nodig is. AAm leefde zich goed in in haar rol.Bijlage 13: “Groepstekening maken” Groep 1 YTj: Leiding en advies geven. Ook OHj neemt een grotere rol in en zorgt ervoor dat TMj en LMj ook meedoen. Hij gaat dichterbij en neemt veel meer de leiding. Aangezien het doel van de oefening het uitvoeren van het segment is. maar wacht nu goed af. Maar zegt niets in de groep zelf. Hij wacht af en kijkt gewoon om zich heen. Doordat hij meer de leiding neemt. Er gebeurt een hele tijd niets in dit groepje. YTj wacht nog steeds af en doet niets. gaan steeds meer leerlingen naar hem luisteren en komen er ook leerlingen naar hem toe voor hulp. MBm keurt alle ideeën af en zegt overal “nee” op. 97 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Hij doet dit ook bij DWj. Groep 2 JBj: Leiding en advies geven. Ik neem YTj apart en leg hem nog een keer uit wat er van hem verwacht wordt. OHj is alleen één op één met groepsgenoten bezig. Hierdoor komt er schot in de zaak en YTj neemt iets meer de leiding op zich. Hij blijft zitten en doet niets. maar tekenen niet zelf. Ze was duidelijk aanwezig en heeft ervoor gezorgd dat haar idee werd uitgekozen. AAm is heel duidelijk aanwezig en probeert dingen te regelen. Later neemt ze ook het initiatief om plakband te pakken als er een stukje tekening scheurt. Ze zorgen ervoor dat iedereen meedoet. TMj is normaal heel aanwezig met groepsactiviteiten. Dit sterkt YTj in zijn rol. grijp ik in. en is er een mooie tekening uit gekomen. JBj en RMj zijn zo met hun rol bezig dat ze zelf helemaal niet tekenen. MLm: Protesteren AAm: Winnen MBm: Strijden MHj:Volgen TMj: Afwachten OHj: Zorgen LMj: Terugtrekken YTj weet niet wat hij met zijn segment aan moet. Hij zit ver van het groepje en zegt niet veel. MJj: Protesteren JGm: Winnen RWj: Strijden EDj:Volgen EBm en RBj: Afwachten RMj: Zorgen DWj: Terugtrekken Iedereen in dit groepje leeft zich heel erg goed in in zijn rol. EBm zit een tijdje niets te doen. Aan het eind werken de groepsleden goed samen. Er wordt wel heel veel gediscussieerd tussen MLm. Pas later in de oefening gaat hij wat meer strijden. Ik neem zijn plek in en doe het een keer voor. ze geeft aan dat ze zich verveelt en gaat uit zichzelf tekenen. Hij helpt hem met zijn tekening. RWj is nog best een lieve strijder. maar wil wel dat het allemaal op haar manier gebeurd. AAm en MBm. RBj zit stil op zijn plek en betrekt zichzelf er niet bij. ik wijs hem op de plek waar hij zit. en hij neemt veel meer de leiding. maar wel bij haar als persoon. Hij zegt tegen mij dat ze niet luisteren. Alleen JBj heeft wat moeite met leiding nemen. Dit past niet helemaal bij haar segment.

Als hij naar de wc moet. wat dit deed met de leerlingen. DWj leeft zich heel goed in in zijn rol. waren heel luidruchtig aanwezig. Dit groepje is goed met de opdracht bezig en laat de tekening ondergeschikt zijn aan het uitspelen van de segmenten. maar gaan niet schreeuwen. dat ze bepaald gedrag van een ander niet wil hebben. Zij ruziën heel wat af en schreeuwen daar heel hard bij. CVm probeert deze ruzies te sussen en dit lukt haar ook. Het is heel mooi en leuk om te zien dat iedere leerling zijn segment weer anders invult. en JCm zijn erg aanwezig. Tijdens deze opdracht is hij heel erg stil en trekt hij zich goed terug. Alleen AAj heeft moeite met het uitvoeren van zijn rol. Het groepje werkt heel rustig. Hij is normaal heel erg aanwezig en maakt aan één stuk door grapjes. De strijders. Algemene observatie De leerlingen vonden het erg leuk om deze oefening uit te voeren. OLj.MJj en JGm protester en winnen in stilte. Ik vond het erg leuk om te zien. Deze rollen werden door extroverte leerlingen gespeeld. . Ze gebruiken hier heel goed hun lichaamstaal voor. De meeste leerlingen speelden heel goed hun segment uit. In deze oefening heb ik aan de kinderen laten zien. voornamelijk als deze tegenstrijdig was met hun voorkeurssegment. en protesteert in stilte. alleen doet hij dit een stuk minder aardig. NJm: Protesteren OLj: Winnen JCm: Strijden LRm:Volgen CBj: Afwachten AAj: Zorgen MTj: Terugtrekken De leerlingen uit dit groepje leven zich allemaal heel sterk in in hun rol. In groep 2 waren deze leerlingen veel rustiger. Deze rollen werden ingevuld door meer introverte leerlingen. Toch volgt er altijd wel weer een nieuwe ruzie op. Ook OLj spoort ze aan om te werken. Hij geeft zelf aan niet zo goed raad te weten met het segment zorgen. Deze oefening was een leerzame ervaring voor zowel de leerlingen als voor mijzelf. Sommige leerlingen vonden het heel erg moeilijk om vanuit hun segment te moeten spelen. blijft hij zelfs op de gang in zijn rol. Ze geeft ook haar krijtjes niet af aan de ander. MJj gaat op een gegeven moment op een stoel zitten in een boze. dat je karakter heel erg meespeelt in de uitvoering van een segment. en pakt bijvoorbeeld snel het doosje krijtjes voor een ander weg. winners en protesteerders uit groep 1 en vooral uit groep 3. Hij laat hiermee duidelijk zien dat hij het er niet mee eens is. Vooral NJm. DWj heel erg rustig en JGm heel erg goed voor zichzelf opkomend. omdat zij een totaal andere kant van zichzelf lieten zien. Groep 3 CVm: Leiding en advies geven. De andere leerlingen geven echt alles. en iedereen heeft hier zijn aandeel in gehad. De leerlingen hebben de tekening afgekregen. Zij spoort ze aan om te tekenen en vraagt wat ze nodig hebben. 98 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Ze houden zich aan hun rol. Ik heb bijvoorbeeld van JGm en DWj erg genoten. gesloten houding. JGm laat met duidelijke blikken zien. De andere leerlingen worden door CVm ook in de gaten gehouden.

willen. kan teleurstelling laten merken. Afwachten: Stelt zich bescheiden Volgen: geeft anderen de ruimte. kan zich kwetsbaar opstellen. vertrouwt op zichzelf. goedbedoelde raad. probeert af te schrikken met een aanvallende houding. moedigt aan. stelt eisen en grenzen aan kinderen. Zich terugtrekken: Is terughoudend. vertrouwt op andere kinderen. andere kinderen kunnen overtuigen in hun belang. kan van zich afbijten en zich verdedigen. geeft soms steken onder water. is op zijn hoede. meedenken en zoeken naar oplossingen. kan initiatieven afwachten. Protesteren: Vertrouwt niet zomaar. kan wat de leiders of de meerderheid zich afhankelijk opstellen. houdt zich aan de regels. leeft zich in in andere kinderen in. trekt zich uit contacten terug. positieve houding. Strijden: Is duidelijk over wat hem niet zint. het belang van de groep voor ogen. grenst af door te zwijgen. . Winnen: Wijst op gemaakte fouten. benadrukt positieve kanten van andere kinderen. op. maakt zich kwaad naar andere kinderen. Zorgen: Zorgzaam. durft competitie aan te gaan. kan aangeven wat hij van een ander verlangt. kan kritiek leveren gericht op de persoon. kijkt eerst de kat uit de boom. 99 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. kan zich onafhankelijk opstellen. kan naar kritiek luisteren.Kaartjes segmenten Leiden en advies geven: Organiseren en regelen voor andere kinderen. kan ontevredenheid uiten maar wel op bedekte wijze. doet "vraagt" om hulp en steun. kan inbreng van anderen in twijfel brengen zonder zelf het heft in handen te nemen.

De leerlingen uit deze groep passen goed het geleerde in de praktijk. OHj zegt dat hij dat hetzelfde vind als vrolijk. maar later gaat hij toch weer “klieren”. Ook moeten ze woorden erbij schrijven. EBm plakt alle gescheurde papiertjes op en de rest geeft aan. RBj reageert afwijzend: “Hè nee!”. Aangezien het onmogelijk is om alle leerlingen tegelijkertijd te observeren. Toch gaat het halverwege dit groepje ook niet goed met RBj. Toch kan hij zijn “streken” tijdens het werken niet helemaal laten. ben ik een tijdje bij een groepje gaan zitten. OHj gaat verder met zijn werk. RBj schrijft dit op en OHj geeft hem advies over de manier en de plek van opschrijven. Op dat moment legt OHj zijn systeem uit aan RBj. OHj probeert wat meer structuur hierin te krijgen en deelt het blad in vieren. gaat grappige plaatjes opzoeken en is aan het “klieren” met andere leerlingen. Alle leerlingen uit deze groep scheuren de kleuren uit en plakken deze ook op het grote vel. dan doen we niet met kanten”. Hij stelt het woord “geluk” voor. CVm. Hij wordt hier wel op aangesproken door de rest van zijn groepsgenoten. hij gaat op zoek naar nieuwe tijdschriften en luistert niet meer naar OHj. Hij valt net zoals YTj (van groep 1) ook in zijn oude valkuil. RBj gaat woorden in het roze tussen de gescheurde stukjes opschrijven (dit hoort bij de opdracht). Hij vindt het gezelliger als ze gewoon alles samen doen. OHj gaat hierop met JBj in discussie. Je kan zien dat ze reageren vanuit verschillende segmenten. “Blij”.Bijlage 14: “Kleurencollage” De leerlingen krijgen de opdracht een kleurencollage te maken. JBj protesteert hier tegen. Deze momenten heb ik hieronder per groep beschreven. alleen loopt JBj tijdens de discussie weg. 100 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Er wordt heel positief gesproken naar elkaar. Een andere kleur mag er niet op te zien zijn. maar denkt ook zelf verder na. antwoordt AAm. OHj. zegt OHj. ze geven elkaar aanwijzingen en complimenten. en gaan zelf verder met hun opdracht. De andere groepsgenoten laten hem. JBj en AAm komen hierover bij mij klagen en ik geef hen het advies om RBj vanuit een ander segment aan te spreken op zijn gedrag. RBj. “Ja”. Groep 1: YTj. Zij overlegt wel met de andere leerlingen over het totaalbeeld. en dit heeft als gevolg dat hij weer een tijdje meedoet. Opvallend is dat YTj na een kwartier werken toch weer in zijn oude gedrag vervalt. YTj laat eerst ter goedkeuring zijn plaatje zien aan EBm en scheurt hem dan pas uit. Ze werken vanuit de juiste segmenten samen en EBm heeft een soort natuurlijk leiderschap op zich genomen. EBm. In het begin ging het heel goed in het groepje. die ze associëren met die kleur. zegt RBj. Groep 2: AAm. . De andere drie leerlingen zitten heel rustig in de tijdschriften naar de kleur groen te zoeken en scheuren deze uit. maar komt niet verder dan “vrolijk” en “liefde”. Hij vraagt de rest van zijn groepsgenoten om hulp. zoekt grappige plaatjes uit in tijdschriften en houdt zich niet meer bezig met zijn taak. Hij gaat rondlopen door de klas. Ze moeten voor één kleur kiezen en scheuren deze kleur uit tijdschriften. Hij loopt weg van zijn werk. MTj. RBj is ergens anders een stukje aan het uitscheuren en komt terug om zijn stukje aan OHj te geven. Hij zegt tegen zijn groepsgenoten dat ze maar één vlak per persoon moeten vullen. Dit werkt en RBj toont meer betrokkenheid bij het werk. JBj. en iedereen werkt verder rustig aan de opdracht. “Okee.

maar JGm en ik zijn volgens mij de enige die plakken!”. CBj. Alleen CBj spreekt haar tegen en komt voor zichzelf op. MLm: “nee dat is donker geel. CBj wil graag letters uitknippen i. Vervolgens geven MJj en RMj plaatjes aan en MLm en RWj plakken deze op. geen oranje”. JCm reageert niet op dit antwoord en iedereen werkt weer rustig verder. RWj. JCm vraagt of ze serieus willen doen en ze doen dit meteen. De samenwerking en interactie wordt als heel prettig ervaren blijkt uit het nagesprek. RWj ziet dit en zegt: “oh ja. JCm zegt dat dit teveel tijd kost en vindt het geen goed plan. Groep 5: MHj. OLj: “Oh okee”. opschrijven. MJj. RWj vindt de soorten geel allemaal door elkaar erg leuk staan. Op dat moment komt RMj aan met een stukje dat overduidelijk oranje is. “Ik schrijf ze wel mooi op”. Ze zijn de woorden aan het opschrijven. MLm reageert hier bevestigend op. MLm is de woorden aan het opschrijven.v. OLj vraagt ook aan JCm waar hij een stukje moet plakken en geeft dit aan JCm. JGm. Ook geven ze aan heel duidelijk vanuit bepaalde segmenten te hebben gereageerd. Hij zegt: “Is het de bedoeling dat er oranje tussen zit?”. Waarop LMj antwoordt: “Nou als jij er zo over 101 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. MBm. maar blijven wel positief. Opvallend in dit groepje is dat JCm een leiderspositie inneemt.p. Daarop loopt MBm naar LMj toe en zegt: “Je bent helemaal niets aan het uitvoeren. maar als ik een leuk plaatje zie dan laat ik dat even zien aan OLj. zegt RMj. MJj: “Ja donker geel. JCm zegt hierop: “Ik weet niet hoor. Ze zegt ook dat ze hem al meerdere malen daarop heeft aangesproken. Deze groep is rustig aan het werk. RMj knipt een kuikentje uit. wij hebben geel!. als RWj dit liever heeft. vertelt LRm net aan haar groepsgenoten dat ze vind dat LMj niets doet. maar dat dat niet helpt. dat groen moet er wel tussenuit hoor. niet helemaal los kan laten. RWj zegt tegen hem: “Hé. ja”. RMj komt naar het groepje toegelopen en zegt tegen MJj: “Hé. Ze spreekt de andere groepsleden al snel aan op hun gedrag en OLj JGm volgen haar adviezen op. . hoor dat doe ik”. kijk dat kuikentje past goed bij het woord blij!”. Op een gegeven moment ziet RWj een stukje dat volgens hem de kleur oranje heeft. dat is pas oranje. “Okee”. zegt JCm. JGm plakt een stukje op en vraagt aan JCm of dit goed is.Groep 3: OLj. Zoals in dit geval bij het stukje donkergeel. Je kunt zien dat ze bewust bezig zijn met de segmenten. Ze communiceren veel met elkaar. MJj vraagt aan RWj of hij even een tijdje wil gaan lijmen. Mede door dit soort communicatie verliep de samenwerking zonder conflicten en werd ongenoegen goed uitgesproken. zegt CBj. LMj. MJj heeft gekozen voor het segment zorgen door aan te geven dat het stukje ook wel weg mag. MJj antwoord: “Ja. maar nog niet helemaal hun voorkeurssegment kunnen loslaten. RMj. Ook MJj reageert: “Ja. maar het strijden wat ze normaal veel doet. Als ik me bij dit groepje voeg. dat is heel leuk!”. wil je wel even wat gaan doen!”. Er wordt rustig gewerkt en OLj en CBj zitten samen te lachten. LRm. Hij zegt ja. Groep 4: MLm. maar we kunnen het er nog wel uit halen hoor!”. maar CBj antwoord: “nee hoor. Dit groepje is heel doelbewust aan het werk. ik plak ook. en gaat dit meteen doen. “Ja. dan lachen we even en gaan weer aan het werk”. dan is dat stukje donkergeel”. JCm. JCm aanvaart dit en hierdoor werken de leerlingen heel prettig samen verder.

TMj komt met een stukje paars aanlopen. “Is dit goed?”. Op dat moment komt NJm naar mij toegelopen en zegt dat EDj de kleur paars niet ziet. DWj. . maar zit al een hele tijd in de tijdschriften te lezen. Ze doet haar beklag tegen TMj dat DWj niets uitvoert. Van te voren heb ik een aantal keren DWj langs zien lopen. Hierop overlegt LRm met MBm over de manier van inkleuren van de woorden. Hij is stil. NJm. “waar wil je hem hebben op het papier?”. Hij bladerde wel in de tijdschriften en een heel enkele keer kwam hij met een stukje rood naar het groepje terug. Hij leest een artikel. MHj vindt het lastig om een woord te bedenken. Hij is het niet eens met de suggesties. De rest van de groep probeerde hem in het begin er bij te betrekken en aan het werk te zetten. MHj geeft per woord een reactie. Dit was zijn aandeel aan het werk. De groepsleden kiezen ervoor om om de beurt te plakken en de anderen zoeken en scheuren dan. wat ik zei. die voornamelijk grapjes met iedereen aan het maken was. In de confrontatie ging hij vaak de strijd aan of protesteerde hij. NMj te helpen en kleuren voor andere groepjes uit te zoeken die hij wel herkende. alleen LMj reageerde niet echt anders. ze zegt: “DWj. NJm gaat dit proberen en loopt op DWj af. zegt LMj. dan doe ik vanaf nu ook helemaal niets”. Het maakt MBm niet uit hoe ze worden ingekleurd. Ik geef de suggestie om LMj vanuit een ander segment aan te spreken dan ze al hebben gedaan. 102 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. stelt hij voor. maar zoekt niet naar de kleur paars. Dan vraagt LRm. later gaven ze dit op. en liet geen andere segmenten zien dan afwachten en terugtrekken. De groepsleden weten niet wat ze met deze reactie aan moeten. Hij heeft getracht het te camoufleren door te gaan vegen. vraagt hij aan NJm. TMj geeft de suggestie om een ander segment te proberen.denkt. EDj heeft tot dat moment helemaal niets gezegd. ik verwacht dat je wat meer plaatjes gaat uitscheuren en wat minder rondloopt”. Niemand van de groepsleden merkt dit op. “Misschien winnen?”. “En van NJm mogen er geen twee dezelfde stukjes op. als ik me bij hen voeg om gericht te observeren. vertelt hij tegen mij. en LRm gaat door met andere suggesties. Je merkte dat ze in de samenwerking met LMj wel probeerden om verschillende segmenten in te zetten. Hij gedroeg zich zoals altijd. of zegt er wat van. NJm is alle stukjes die worden aangeleverd aan het opplakken. maar was dit ten tijde van de opdracht helemaal vergeten. dus deze moet weg”. Op een gegeven moment verzint LRm “boos”. maar zou je alsjeblieft kleuren uit willen gaan scheuren? “Ja”. “Ja!”. EDj. Ze werkten vooral samen met zijn drieën en accepteerden dat LMj weinig heeft toegevoegd. Groep 6: AAj. maar merkt op dat zo‟n zelfde stukje er al op zit. Ik weet dat EDj kleurenblind is. maar gaat meteen aan de slag met de tijdschriften en komt even later met de kleur paars aanlopen. “Vanuit dat segment kun je eisen stellen”. MBm loopt naar LMj toe en zegt: “Ik zag dat je het vervelend vond. Het groepje is al een lange tijd bezig. “dat is hem”. Het maakt MHj niet uit en hij zegt dat LRm dat wel mag kiezen. Hij krijgt de tijd om hierover na te denken. In dit groepje viel LMj een beetje buiten de samenwerking. wat ze ook probeert. TMj. MHj luistert hiernaar. AAj zit ook in dit groepje. LRm helpt hem op weg door suggesties te geven. je kon namelijk merken dat LMj het niet prettig vond zoals hij werd aangesproken. Iedereen moet één emotie bedenken om op te schrijven als woord. DWj zegt niets. roept MHj. Zij pakt hem aan en plakt het stukje op. LRm maakt uiteindelijk zelf de beslissingen en kleurt de woorden in. Een ander groepje kwam erachter doordat hij dacht een bladzijde groen aan het groepje te geven. Hij was weinig aanwezig bij het groepje en stond veel bij de tijdschriftentafel met andere kinderen te kletsen.

AAj is snel afgeleid en gek op lezen. met de kleur paars naar boven.v. Hij mag gaan plakken en de groepsleden geven de stukjes op de goede manier aan. EDj vertoont ook heel herkenbaar gedrag. Hij kiest er voor om zich terug te trekken en af te wachten i. . Dit gedrag wordt wel geaccepteerd door de rest van de groep. TMj en NJm werken goed samen. 103 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Ook DWj en AAj doen nu actief mee. Deze ontdekking leidt tot een omslag in het groepje. Hieronder is een foto van de kleurencollage opgenomen. dat hij iemand vertelt over zijn kleurenblindheid en het feit dat hij de kleur paars niet kan herkennen. maar is hier wel wat bazig in. In dit groepje neem NJm duidelijk de leiding. en kan niet goed de rem vinden. EDj is door zijn kleurenblindheid de appellant geworden en de andere groepsleden ontfermen zich goed over hem. Alle leerlingen weten dat EDj kleurenblind is. DWj en AAj gedragen zich zoals ze altijd doen. hierdoor verdiept hij zich helemaal in een tijdschrift. en hierdoor kwamen we erachter dat EDj deze opdracht helemaal niet kan uitoefenen.alleen was de hele bladzijde rood. en TMj geeft een goede suggestie aan NJm over het gebruik van de segmenten. DWj is grapjes aan het maken.p.

Totaal neg. 3 5 1 8 4 0 2 4 9 5 2 4 1 1 3 0 1 3 3 1 5 3 3 2 0 13 0 1 7 2 0 0 2 4 2 16 4 3 9 3 0 2 1 0 0 0 Eindmeting MLm 3 2 MBm 3 1 AAm CVm LRm EBm JGm DWj RWj JCm Totaal pos. Totaal neg. 1 4 4 5 6 1 5 5 3 1 2 4 1 5 3 0 1 2 3 1 2 6 5 8 1 2 1 1 13 1 0 0 5 6 1 12 1 8 7 0 1 1 0 0 0 1 Tabel werken Nulmeting MLm 2 1 MBm 2 3 AAm CVm LRm EBm JGm DWj RWj JCm Totaal pos. 5 4 2 4 4 0 3 4 4 1 3 5 2 3 3 1 3 4 5 0 3 3 5 3 0 2 0 1 13 0 0 0 3 4 3 16 2 2 11 2 0 1 3 0 0 3 Eindmeting MLm 3 1 MBm 2 4 AAm CVm LRm EBm JGm DWj RWj JCm Totaal pos.Bijlage 15: Nul.en eindmeting naast elkaar Het sociogram Tabel spelen Nulmeting MLm 2 1 MBm 2 5 AAm CVm LRm EBm JGm DWj RWj JCm Totaal pos. Totaal neg. NJm MHj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ AAj MJj OLj EDj RBj YTj JBj NJm MHj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ OLj AAj MJj EDj RBj YTj JBj NJm MHj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ OLj AAj MJj EDj RBj YTj JBj NJm MHj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ OLj AAj MJj EDj RBj YTj JBj . 1 7 0 5 5 1 4 4 3 3 2 5 0 3 3 0 2 5 2 1 5 4 4 3 1 11 0 0 5 0 2 1 4 2 1 13 2 4 16 2 0 1 2 0 2 0 104 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Totaal neg.

12) 0 0 1 0 1 0 0 5 0 0 2 0 1 0 0 0 2 1 0 0 1 1 1 0 2 Affiliatie (samenhang) (max. 16) 0 2 0 0 3 1 0 2 1 0 1 1 3 2 1 0 1 1 0 0 2 4 0 1 0 Relatie leraarleerling (max. 12) 0 1 0 0 1 0 0 4 0 0 2 2 0 0 1 1 1 0 0 0 0 0 1 0 3 Affiliatie (samenhang) (max. 16) 1 1 1 0 5 0 0 1 1 0 0 1 3 2 0 0 2 0 1 0 2 1 0 0 0 Relatie leraarleerling (max. 22) 4 6 3 5 6 2 2 8 4 2 6 3 5 5 5 2 7 2 2 2 5 5 6 2 4 Onderlinge leerlingrelaties (max. 22) 5 1 5 5 6 3 2 8 1 2 5 4 3 4 9 3 4 1 0 1 2 4 3 3 3 Onderlinge leerlingrelaties (max.De klimaatschaal Nulmeting Naam JBj MBm MLm AAj RBj RWj CBj YTj LMj NJm AAm MJj JGm JCm TMj DWj EDj RMj OLj OHj MTj LRm EBm MHj CVm Organisatie in de klas (max. 14) 4 1 1 3 4 0 2 3 1 0 5 4 2 2 4 0 3 0 2 0 1 1 2 0 3 Welbevinden (max. 14) 1 5 0 4 2 0 2 3 2 0 1 2 1 3 3 1 1 0 0 0 4 1 2 1 2 Welbevinden (max. 56) 6 7 5 9 11 4 4 16 4 2 8 9 6 9 14 5 6 2 0 1 7 8 6 4 7 105 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. . 56) 8 8 5 8 13 2 4 16 5 2 7 8 9 9 9 2 15 3 5 2 9 7 9 2 7 Eindmeting Naam JBj MBm MLm AAj RBj RWj CBj YTj LMj NJm AAm MJj JGm JCm TMj DWj EDj RMj OLj OHj MTj LRm EBm MHj CVm Organisatie in de klas (max.

Rolkaarten Nulmeting Eindmeting

Gezagsdrager
10 10 8 6 4 2 0 EDj MLm RBj CBj RMj MBm CVm JCm CBj AAm

Gezagsdrager

8
6 4 2 0

EDj CVm

RWj JCm

RBj MLm

RMj MBm

TMj

Nulmeting

Eindmeting

Organisator
14 12 10 8 6 4 2 0 CBj TMj RWj EBm RBj NJm MBm OHj RMj 14 12 10 8 6 4 2 0 AAj RWj CBj RBj

Organisator

DWj RMj

JBj YTj

MHj AAm

MJj LRm

OLj MLm

OHj MBm

70

Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Nulmeting

Eindmeting

Sociaal werker
12 10 8 6 4 2 0 JCm NJm LRm MTj CBj JGm MLm JBj CVm MBm EDj 12 10 8 6 4 2 0 CBj JGm

Sociaal werker

MTj LRm

OLj MLm

CVm MBm

EBm NJm

JCm

Nulmeting

Eindmeting

Verkenner
8

Verkenner
8 6 4 2 0

6 4 2 0
JBj CVm MJj YTj TMj RWj MHj EBm RMj RBj OLj LMj MBm AAj OHj EDj MLm NJm AAm MTj

AAj OHj AAm

CBj RWj EBm

MTj RBj JGm

MHj RMj MLm

MJj TMj MBm

OLj YTj NJm

71

Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Nulmeting

Eindmeting

Volger
8 6 4 2 0 MJj TMj MTj LMj JGm LRm RMj CBj CVm EBm EDj 8 6 4

Volger

2
0 EDj OLj JCm JBj RWj JGm LMj RBj MBm MTj TMj NJm MHj YTj MJj EBm

Nulmeting

Eindmeting

Appellant
20 15 10 5 0 RWj JCm LMj TMj RBj LRm 20 15 10 5 0 AAj LMj

Appellant

OLj

OHj

TMj

JCm

LRm

72

Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

.Nulmeting Eindmeting Joker 25 20 15 10 5 25 20 15 10 5 Joker 0 CBj NJm DWj EBm RBj YTj 0 CBj DWj MHj RBj AAm Ebm 73 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

MBm. EBm. MJj. EDj. (CBj). RBj. LMj. MLm CBj. RMj. LRm. RMj. EBm. YTj. JGm. DWj. MLm. CVm. JCm. JGm. RBj. OHj. AAm. MBm. AAm. JGm. LRm. AAj. MJj. AAm. Indeling volgens LIOstagiare CBj. MTj. RWj. CVm. MLm. MTj. OLj. LRm. MTj. LMj. TMj. RMj. MHj. NJm. LMj. MJj. CVm. 74 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. MLm. RBj en RMj. NJm. AAm. DWj. AAj. Indeling volgens LIOstagiare CBj. JBj. Eindmeting Gezagsdrager Sociaal werker Organisator Verkenner Volger Appellant Joker Indeling volgens mijzelf CBj. JBj. MTj. YTj. . LRm. NJm en MLm. LRm. OLj. TMj. OHj. AAj. TMj. MHj. EDj. CVm. NJm. TMj. OLj. MBm. OHj. JCm. OHj. YTj. JGm. RWj. DWj en CBj. NJm. LMj. RBj. LMj. LMj. DWj. AAj. RWj. RMj. EBm. JCm. OLj. JBj. YTj.Indeling volgens leerkrachten Nulmeting Rollen Gezagsdrager Sociaal werker Organisator Verkenner Volger Appellant Joker Indeling volgens mijzelf MHj CVm. EDj. EDj. MHj. MBm. JBj. JCm. RWj. MJj. EBm.

Totaal neg.Bijlage 16: Tabellen sociogram eindmeting Sociogram spelen MLm MBm X 2 4 AAm CVm LRm EBm JGm JCm AAj CBJ DWj EDj JBj LMj MTj MHj MJj OLj OHj RWj RBj RMj TMj YTj AAm CVm EBm JCm JGm LRm MLm MBm NJm Totaal pos. NJm DWj MHj RWj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ AAj OLj MJj EDj RBj YTj JBj . X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X 1 8 4 1 4 2 5 1 6 1 1 13 5 1 5 0 3 0 1 5 2 6 4 1 1 12 5 1 3 8 0 7 1 0 2 1 3 1 1 0 2 0 6 0 3 1 5 1 75 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X 1 3 7 1 0 11 5 0 5 0 1 5 4 0 4 2 3 1 3 4 2 2 5 1 0 13 3 2 3 4 0 16 2 2 5 0 2 1 1 2 5 0 4 2 3 2 4 0 76 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.Sociogram werken MLm MBm X 3 1 AAm CVm LRm EBm JGm JCm AAj CBJ DWj EDj JBj LMj MTj MHj MJj OLj OHj RWj RBj RMj TMj YTj AAm CVm EBm JCm JGm LRm MLm MBm NJm Totaal pos. NJm DWj MHj RWj RMj LMj MTj TMj OHj CBJ AAj OLj MJj EDj RBj YTj JBj . Totaal neg.

Bijlage 17: Plattegrond Plattegrond kerstvakantie t/m voorjaarsvakantie NJm JGm MHj RBj OHj YTj EDj MTj CBj AAj RWj OLj JCm LRm EBm JBj MJj DWj LMj MLm CVm MBm AAm RMj TMj 77 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. .

.Plattegrond voorjaarsvakantie t/m meivakantie MLm JBj MBm RMj RBj AAj OLj LRm JCm CVm MJj LMj JGm AAm RWj MHj EBm TMj EDj OHj DWj CBj NJm YTj MTj 78 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Bijlage 18 Puntenverdeling klimaatschaal
Puntenverdeling over de verschillende vragen. Vraag Aantal punten nulmeting (Max. 50 punten per vraag) 2 5 4 1 3 3 2 9 5 8 12 7 1 0 13 1 4 14 4 0 2 1 2 0 3 0 3 45 Aantal punten eindmeting (max. 50 punten per vraag) 3 3 12 4 3 4 5 8 3 8 10 2 1 1 9 4 9 10 4 2 2 14 7 0 1 0 3 28

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28

79

Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Bijlage 19: Tabel rollen
Sociaal werker Verkenner Organisator Volger Appellant Joker

Gezagsdrager Rollen

Welke leerlingen plaats je bij welke rol en waarom?

Waar plaats je jezelf en waarom?

116

Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Bijlage 20: Motivatie rolkaarten eindmeting
Naam MHj Gezagsdrager EDj: Hij heeft vaak goede ideeën, maar dat zegt hij dan tegen de organisator. Sociaal werker JCm: Want zij zorgt vaak voor anderen. Organisator CBj: Hij organiseert de dingen van de gezagsdrager. Verkenner De rest. Volger De rest en ikzelf: Omdat ik meestal andere kinderen volg. Appellant LRm: Zij heeft soms wat meer aandacht nodig. Joker CBj: Hij maakt grapjes op een goed moment. Ikzelf: Ik vind dat ikzelf ook soms wel leuke grapjes maak. DWj en CBj: Ze maken vaak goede grappen op de juiste plaats.

OLj

RWj: Hij is een goede leider.

NJm, MBm en MLm: Zij betrekken iedereen erbij.

JBj: Hij komt met een goed idee.

MLm.

MBm

MLm: Ze heeft altijd goede plannen.

CVm en JGm: Ze willen altijd iedereen helpen.

MLm

CBj en ikzelf: Iedereen luistert naar ons.

OLj en ikzelf: We willen altijd dat iedereen ergens aan meedoet. MLm: Ze zorgt

LRm en ikzelf: Als je een idee hebt, wil zij dat altijd wel goed organiseren. RMj: Hij wil graag dingen voor elkaar krijgen.

AAm: Ze heeft altijd wel iets om mee te nemen. De rest.

De rest van de klas want die willen ook wel vaak mee leuke dingen doen. Ikzelf: ze komen vaak met goede ideeën en die volg ik. De rest.

JCm en LRm: Ze zijn best vaak verdrietig en daarom vind ik ze een appellant.

De rest.

LRm
117

CBj: Hij heeft altijd

RBj: Hij weet

OHj: Hij doet

Iedereen is wel

LMj: Hij kan zich niet altijd goed betrekken bij de rest. Ook soms TMj. JCm: Omdat ze zichzelf niet vaak bij de groep betrekt. LMj: Hij is altijd stil. JCm en LMj: Ze

RBj: Hij maakt altijd leuke grapjes.

DWj: Hij maakt altijd leuke grapjes.

CBj en DWj:

Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas.

Ikzelf: Soms heb ik ook goede ideeën. en OHj: Zij hebben wat meer verzorging nodig. denken vooruit. Appellant zitten altijd alleen. CBj en MHj: Ze zijn heel grappig.Naam Gezagsdrager goede ideeën. De rest. DWj: Hij maakt leuke grapjes 118 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. TMj: Hij De rest. JGm: Zij is altijd zorgzaam. RMj CVm: Ze heeft vaak NJm: De zorgt hele goede ideeën. Ikzelf: Als iemand verdrietig is. OLj. MJj:Hij heeft goede ideeën. Organisator altijd leuke dingen te doen. DWj: Hij maakt vaak grapjes. OHj DWj LMj RWj en MBm: Zij hebben veel ideeën. RWj: Hij weet altijd wel iets leuks te verzinnen. De rest. MTj en CBj. JCM: Zij is soms erg verdrietig en moet dan even geholpen worden. Volger eens een volger. MLm en CBj: Ze organiseren het plan goed. CBj en ikzelf: Dit is typisch ons. De rest. Sociaal werker er altijd voor dat iedereen iets kan doen. RWj CBj en TMj: Zij nemen altijd het initiatief om iets te organiseren. Ikzelf: Volgens mij zorg ik ook altijd wel goed voor iemand. AAj. CVm: Zij denkt vaak aan anderen. Ikzelf: ik sta altijd achter iemand. Verkenner wat hij zelf wilt. Geen idee. MBm: Zij zorgt voor anderen. JCm: Ze heeft vaak hulp nodig DWj. TMj. MLm: Zij helpt iemand altijd. heel vaak voor Ikzelf: ik organiseer veel CBj: Hij past ook dingen toe. CBj: Heeft vaak ideeën CBj: Hij is een aardig leider en het is prettig om naar hem te luisteren. DWj: Hij is de echte joker van de klas! Is er niet. . CBj en RWj: Zij De rest. bedenkt altijd wel een leuk spel als ik bij hem speel. Joker Ze maken soms hele leuke grapjes en DWj kijkt altijd zo grappig. vrolijk ik hem/haar op met mijn grapjes. JCm: Ik vind haar altijd een beetje stil. Ikzelf: Ik maak bijna altijd grapjes en andere vinden dat ook.

maar hij heeft goede ideeën. RBj en DWj: Zij zijn het grappigste van de klas. MLm: Zij zorgt goed voor iedereen. grapjes. MLm: Zij is altijd heel behulpzaam. Ikzelf: ik ben echt een stille leider. RBj. 119 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. RWj: Hij neemt vaak de leiding.Naam Gezagsdrager Sociaal werker anderen. maar altijd goede anderen zeggen. MHj en MLm: Ze kunnen goede ideeën inbrengen. CVm en LRm: Ze zien gelijk of er wat mis is met je. iemand bijvoorbeeld op het pannaveldje wil voetballen. EBm. EBm. Organisator dingen. CBjen RMj: Zij vertellen wat mensen moeten doen op een rustige manier. voor zichzelf grappige opkomen. CBj en JCm: MTj en CBj: Ik Die doen vaak zie hen vaak gezagsdragerachtige mensen helpen. JGm. CBj: Hij kan alles goed regelen. maar DWj wel wat flauwere dan CBj. OLj en DWj en CBj: LMj: Zij doen Zij maken soms heel zielig. EDj en ikzelf: JCm en AAj: Ze CBj en DWj: We wachten kunnen meestal Ze maken altijd eerst af wat er niet zo goed van die gaat gebeuren. dingen. AAm LRm en NJm: Ze zorgen altijd voor anderen en ze nemen meestal voor anderen wat mee. CBj en YTj: Zij regelen eigenlijk best wel veel. grapjes. NJm. dan neemt hij de bal mee. CVm RWj: Hij is een goed leider. MJj MBm. goede grappen op het juiste moment. EDj: Hij doet JCm: Zij is bijna CBj: Hij maakt bijna alles wat altijd alleen en altijd best wel iemand anders ze huilt best grappige zegt. EBm: Zij neemt voor anderen wat mee. Ikzelf JCm: Ze is altijd DWj: Hij maakt ook: Ik volg wat heel stil. Joker op een goed moment. worden. De rest. De rest. MHj. veel. NJm EDj: Hij is best wel stil. JCm. Verkenner Volger Appellant met dingen. LRm: Zij helpt altijd wel met dingen klaarzetten. JBj CBj en DWj: Zij verzinnen veel dingen. bijvoorbeeld bij de playbackshow. soms kan ze wel grapjes op een eens verwend goed moment. LMj: Hij heeft veel moeite met dingen. . RMj: Hij zegt altijd wel wat we mee kunnen nemen. behalve JCm die doet het een beetje stil. YTj: Als De rest. RMj en RWj: Zij zijn goede leiders en dat laten ze ook zien. YTj en MTj. MTj. CBj: Hij heeft altijd wat goeds te vertellen.

CBj: Hij helpt altijd goed en hij helpt degene die hulp nodig heeft ook altijd positief te blijven. MBm. zegt DWj: Hij maakt altijd grappen op het goede moment. DWj: Hij maakt meestal goede grappen. MBm: Ze komt De rest. OLj. meestal ook op het idee om iets mee te nemen. JGm. JBj willen maken. RBj. LRm: Zij is erg bezorgd en MBm: Ze organiseert meestal de feestjes. MBm. NJm. AAj: Als hij wat zegt. RWj. MBm en MJj: Ik hoor meestal van hun wat we gaan doen. TMj. Ikzelf: Ik neem wel eens TMj. MHj. EBm: 120 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. MTj. Ikzelf: Ik kom niet vaak met een idee op de proppen en ik ga gewoon met de stroom mee. JCm: Zij is altijd heel stil. Joker CBj: Hij maakt goede grappen op de goede momenten. maar het die ze bekend meest: MHj. MLm: Zij is erg aardig. . Niemand. LRm: Zij zegt altijd alles door aan OLj. en JCm want ze kunnen goed luisteren en volgen de leiders goed. EDj. LMj. MLm: Ze kan goed met andere kinderen opschieten en ze helpt vaak. YTj. Volger Appellant Ikzelf: Ik doe wat anderen zeggen. OHj en RBj.Naam Gezagsdrager Sociaal werker Organisator Verkenner EDj RMj: Hij is meestal de leider van een goed idee. LRm en NJm: Ze komen voor de anderen kinderen op en zorgen dat iedereen meedoet. maar niet alles. MTj CVm en RWj: Zij zijn goede leiders. CBj: Hij kan goed dingen besluiten. Vooral de rest Niemand. En ze regelen het ook goed TMj RMj: Hij is meestal de leider achter een goed idee. RMj: Hij is erg duidelijk. en OHj: ze die ik niet hebben vaak opgeschreven goede ideeën heb.

ideeën. OHj: Deze kinderen willen graag iets meebrengen. hebben vaak ideeën. maar vinden veel problemen. LMj. Ikzelf: Als iemand bijvoorbeeld zegt: “Laten we dit gaan doen!”. dan vertel ik dat verder. RMj. MJj. CBj. AAj. Niemand. De rest en ikzelf: als iemand iets zegt. MHj. YTj RMj: Hij neemt vaker het initiatief. JCm: Zij wordt vaak buitengesloten.Naam Gezagsdrager CBj RBj EBm Organisator iedereen. Ikzelf: altijd iedereen alleen TMj hoor Ik vind mijzelf een erbij. AAm: Ze is leuk en lief. DWj: Ik vind zijn grappen leuk. MTj. Dit verschilt een DWj: Hij maakt altijd leuke grapjes en geen flauwe! DWj en ikzelf: Veel kinderen moeten vaak om ons lachen. JGm. RBj: Hij praat er vaak doorheen. Sociaal werker zorgzaam. De rest. MBm en MLm: Zij zijn heel behulpzaam. CBj. De rest. RWj hoor je veel vaker. OLj. je minder en goede leider. NJm. MHj en YTj. DWj: Hij maakt JCm 121 AAm: Ze heeft wel CBj: Hij is een JGm: Z doet Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. CVm en LRm: OHj. . Verkenner het initiatief als dat niet gevraagd aan me is. doe ik het meestal wel. NJm. MJj. LMj. JCm: Zij doet soms een beetje zielig. AAj: Hij doet JBj. Joker Zij is erg grappig. maar dat is wel zielig. MTj: Hij komt altijd met goede ideeën. DWj: Hij maakt hele leuke grapjes. RWj. dat anderen met hun de leiding. omdat deze en ikzelf: Deze meiden altijd kinderen voor je zorgen. TMj en EBj: Deze doen een beetje mee met de anderen. en in de klas. TMj: Omdat ik dat MLm en CVm: RWj: Hij werkt merk op het plein Zij betrekken samen met TMj. RWj: Hij kan goed NJm: ze helpt CBj: Hij neemt leiding geven. OLj. EDj. EDj. MHj en ikzelf. Volger Appellant iedereen altijd: Aàààrnèèè`. JCm: Ze heeft veel hulp nodig. AAm. wel met veel kinderen. AAm. JBj: Hij is erg serieus. Weet ik niet. MLm: Ze helpt CBj.

Sociaal werker andere kinderen vaak en is erg meelevend. gaat hij bijna alles regelen. Verkenner wel mee. DWj: Hij maakt echt altijd grapjes. RWj en ikzelf: Als we iets hebben dat van pas kan komen. JGm RBj: Hij wil wel leiden. En ikzelf: Ik vind dat ik anderen help. AAj: Hij huilt ook snel en wil vaak geholpen worden. NJm: Ze probeert iedereen te helpen. CBj: Hij regelt altijd alles en zorgt ervoor dat het goed komt. Appellant beetje. . AAj CBj: Hij krijgt vaak de leiding. maar hij heeft soms wel wat op te merken. Weet ik niet. maar heb ook iets wat ook nog anders kan. dan nemen we het mee. Joker veel en vaak grapjes. EDj: Hij reageert bijna altijd als een volger. dus een stille leider. MLm: Zij wil altijd zorgen dat iedereen erbij hoort. Soms ook geen leuke. Ikzelf: Ik doe gewoon met de rest van de groep mee. LRm: Zij zorgt ervoor dat niemand buitengesloten wordt. Volger bijna altijd wat anderen willen.Naam Gezagsdrager leuke ideetjes. JCm: Zij huilt altijd heel snel. 122 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. CBj en DWj: Ze maken bijna altijd leuke grappen. RWj: Hij weet goed wanneer hij iets moet doen als dat nodig is. OHj: Als iemand een idee heeft. OLj: Hij geeft altijd anderen de ruimte. Organisator goede leider en organiseert vaak dingen. maar dan zegt hij soms niets. het meeste meisjes. LMj: Hij is altijd heel stil en hij volgt andere kinderen.

Vervolgens gaat iedereen uiteen in kleine groepjes en ze nemen allemaal een flinke hand Kapla mee naar hun eigen plek. “Wie wil er een leider zijn?”.Bijlage 21: “Observatieverslag “dorp bouwen” eindmeting. Klas: “Ja. “Ja. AAj. AAj: “En dan verdeel jij gewoon die verplichte dingen”. RWj loopt in het rond met zijn handen in zijn zakken. 123 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. LRm steken hun vinger op. Hij krijgt geen antwoord. YTj: “Wie stemt er voor OHj. Er gaan en heleboel vingers omhoog. LRm. RMj roept nog tussendoor: “rolverdeling!” en ook MTj komt er tussendoor: “ik heb een idee!”. YTj: “Wie stemt er voor AAj?”. NJm en DWj: Boerderij. Hierop gaat hij het plan van het paleis uitleggen. Hij gaat voor de klas staan en roept iedereen bij zich. Ytj neem het initiatief om eerst een leider te kiezen. De groepjes zijn als volgt verdeeld (dit is natuurlijk gegaan en niet vooraf ingedeeld): JCm: Huisje en speeltuin. EBm vraagt meteen of zij de boerderij mag gaan maken en pakt meteen Kapla. Mtj steekt zijn vinger op. Een heleboel leerlingen reageren: “CBj!”. MBm en MLm: Herberg. TMj overlegt daarna wat hij met RWj zal gaan bouwen. Nadat TMj zijn idee aan RWj heeft uitgelegd. YTj: “Okee. CVm en JGm: Herberg annex huis voor de Koning. aantal huizen en rondlopende mensen aanwezig zijn. YTj: “Voor wie moet ik nog meer stemmen?”. Aan een groepje dat daar dicht bij zit te bouwen. MJj en MTj: Kerk (met kerkhof) en eenpersoonshuis. dus daarom gaat YTj door (In een later gesprek met CBj geeft hij aan niet goed te weten wat hij met deze opdracht aan moest. hij kijkt hierbij naar CBj. In het dorp moet in ieder geval een kerk. Anderen brengen ook nog ideeën in en weer anderen lopen op RWj af om toestemming te vragen iets te gaan bouwen. Meer regels en afspraken worden niet afgesproken. boerderij. loopt RWj naar het midden. AAm. De leerlingen bouwen allemaal heel serieus aan het bouwwerk. Weer weinig vingers. De leerlingen moeten gezamenlijk een dorp met Kapla staafjes bouwen. vraagt hij wat ze aan het bouwen zijn. “Nee!”. RWj. RMj en JBj: Appartementen met zwembaden. RWj neemt het woord. RWj: “Als iedereen nou zijn eigen huisje bouwt?”. midden in het dorp en legt zijn idee uit aan RWj. “Misschien kunnen we iedereen blokjes geven en daar dan wat mee maken”. MHj en YTj: Bunker annex dierenbeschermingshuisje. . “Iemand anders kan hem dan beter leiden dan ik” is wat hij antwoordde). EBm. het is RWj. CBj en EDj: Villa. OHj. RWj geeft MTj meteen het woord. ja”. OHj. leuk” en CBj maakt meteen plaats zodat ze erbij kunnen. OLj: Appartementengebouw. Heel weinig vingers. Hij heeft een idee voor een paleis voor de koning. TMj blijft in zijn buurt. Hieronder is een uitgebreid observatieverslag van deze opdracht. Waarop dan YTj vraagt: “Wie stemt er voor MTj?”. RWj het is aan jou”. reageren een aantal leerlingen. De klas reageert met: “aaaahhhh”. YTj: “Wie stemt er voor RWj?”. Hij wil niet. TMj en RWj: Kasteel voor de Koning. Niemand steekt zijn vinger op. AAj en LMj: Huis van een dierenverzamelaar.

MBm en MLm helpen de boerderijgroep zoeken naar dieren. RWj probeert de groep te vertellen dat er nog mensen door het dorp moeten lopen. Ze willen ze niet afgeven. “Ja”. mag het niet. waarop AAj zegt: “Oh. Iedereen is ondertussen aan het bouwen. RWJ: “Ja. RMj geeft er een paar af. DWj zit in deze groep en maakt grapjes met de dieren die hij vindt. CBj vraagt aan JCm of haar toren vastgemaakt mag worden aan hun bouwsel. RWj “Ja dat weet ik” en loopt mee naar de boerderij. Zij hebben de meeste dieren verzameld. EBm loopt naar RWj toe en zegt: “De blokjes zijn op”. Hij vraagt of hij ze mag hebben voor het paleis. RWj reageert: “Nee. Hij ziet die liggen bij RMj. LMj een AAj kijken in het rond. er zijn niet genoeg poppetjes”. maar we hebben niet genoeg poppetjes”. die. JCm:”Nee. maar sommige mensen 124 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. Ze kijken naar hun bouwsel en gaan een ander plan maken om wel een goede kerk te bouwen. JCm zegt: “Nee. AAj: “Ja. Toch krijgen AAm en MBm wat dieren mee. we moeten nog poppetjes voor het rondlopen in het dorp”. zo naast het paleis. AAm roept door de groep: “Jongens. Hier zijn ze het niet helemaal mee eens. AAm zegt: “Ja. RWj kijkt ernaar maar zegt niets. Ze doen allemaal actief mee. DWj is tijdens het bouwen héél véél grapjes aan het maken. TMj: “Oh. Ook TMj bemoeit zich met dit voorstel. RWj loopt weg. TMj en OHj: “Jawel. niet doen!”. want dan hebben we bijna geen gewone huisjes meer. De leerlingen in de groepjes werken samen en overleggen goed. TMj overlegt met het groepje naast hem. alleen willen andere groepjes ook wat van die dieren. Hij vraagt aan haar waar zij ze voor nodig heeft. wij”. “Kijk. Ook RWj vindt dieren voor de boerderij en geeft ze af. De anderen vragen veel aan haar en ook toestemming als ze iets aan het plan willen veranderen. die en die”. Er wordt door MLm en AAm en RWj gekeken naar de boerderij en gevraagd of ze niet wat dieren kunnen hebben voor het rondlopen. MBm komt later haar beklag doen. Er wordt in de klas gepraat over dat de blokjes op zijn. AAj antwoordt dat het een speeltuin is. dat hun bouwsel af is. want er is toch al een boerderij. En wil de blokjes dichter naar zijn groepje schuiven. maar de staafjes Kapla zijn op. Sommige leerlingen besluiten. RWj vraagt aan JCm wat haar tweede bouwsel is. nu de blokjes op zijn. MJj en MTj lopen rond. oh”. TMj pakt het bouwsel op en wil hem naar het andere bouwsel toe slepen. sorry!”. ( Wat meer een kasteel is geworden) Rond het groepje van de boerderij wordt het wat onrustig. dit is een wip en dat is een glijbaan”. zegt JCm. Op dat moment haakt JCm in “Nee AAj. . Op een gegeven moment vindt DWj een bouwsel wat iets verder staat en vraagt: “Is er ook iemand die deze blokjes gebruikt?”. RWj loopt rond en is op zoek naar blokjes die nog niet gebruikt worden. In het groepje van de boerderij is EBm wel heel duidelijk de leider van het groepje. die was van mij!”. JCm verbouwt haar tweede bouwsel tot een speeltuin. AAm komt weer haar beklag doen over de dieren bij RWj. Ze bouwen de kerk en hij is nog niet af. Niemand reageert en het lijkt zelfs alsof er niemand luistert. Met CVm en hij vraagt of zij het huis voor de koning willen maken.

Ze kijkt alsof ze heel verdrietig en “zielig” is. Soms maakt hij nog een opmerking naar een andere leerling over het bouwen. hij gaat spelen in het dorp. RWj deelt de dieren uit aan MTj en MJJ. JCm laat haar speeltuin zien.” (Die ligt ook als dier bij de boerderij) OLj is klaar met bouwen en zit alleen aan de kant. Ook AAj gaat meespelen. Hij probeert haar op te vrolijken (dit heeft hij mij later verteld) door net te doen alsof het diertje in de speeltuin aan het spelen is. JCm draait iets bij met haar lichaam en kijkt hoe DWj aan het spelen is. maar ook ons (CBj en EDj). YTj luistert en loopt daarna weg. Toch wil hij nog niet helpen. AAj vindt een leeg krat en zet hem op zijn hoofd als hoed. Hij denkt dat TMj de blokken gaat afpakken en hij zegt dat TMj er vanaf moet blijven. RWj gaat hier even bij zitten. Ook CVm en JGm zijn klaar met bouwen en gaan aan de kant staan. Hij houdt er ook een paar zelf. AAm en MLm zijn klaar met bouwen en zitten aan de kant niets te doen. JCm schermt zichzelf af en kijkt AAj en CBj niet aan. Toch gaat TMj niet helpen en houdt vast aan de gedachte dat het 125 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. dat is een wip en dat is een glijbaan”. CBj legt de situatie uit aan TMj. Dit doet hij. OHj wist niet dat TMj gevraagd was om te helpen. De boerderijgroep is ook klaar en gaat aan de kant zitten. Er wordt niet om gelachen en CBj vraagt of hij hem af kan doen. maar doet niets. Hij vraagt AAj: “Van wie zijn die blokjes?”. CBj komt erachter dat ze nog een hele bouwsel in die tijd moeten opbouwen. DWj gaat verder in het dorp met spelen. EBm komt erachter dat AAj allemaal dieren in zijn huis heeft gezet die je niet ziet.wonen op het platteland en hebben daar ook gewoon geitjes ofzo rondlopen. vervolgens gaat hij trommelen op het krat. JCm probeert haar lach te onderdrukken. Oh nee. Hierop zegt CBj: “Je doet hiermee niet alleen OHj pijn. YTj ziet dit en vraagt: “Wat heb je gebouwd?”. Dit wil TMj niet geven. CBj gaat weer naar TMj toe en vraagt wederom om zijn hulp. Ik geef de leerlingen nog zeven minuten. Uiteindelijk besluit de boerderijgroep toch nog wat dieren af te geven aan RWj. DWj en AAj lopen weg. DWj ziet JCm zitten en gaat met een diertje naar de speeltuin. TMj vraagt hem wat over hun bouwsel. Hij vraagt TMj om hulp. Dan mag hij wel helpen van OHj. Ze vertellen dit tegen RWj. of een hond. Niemand besteed hier aandacht aan. Hij kijkt. MBm. . dat is een beetje een grote vis. die pakt daarop wat blokjes. Hij kijkt rond met zijn armen over elkaar. maar laat wel een kleine glimlach zien. of een vis. maar doet alsof ze heel verdrietig is. TMj doet dit en draait zich om. DWj is weer naar JCm toegegaan en hij speelt dat hij een geit lanceert van de wip. AAj: “Van JCm. die naast de speeltuin van JCm zit. CBj en OHj en EDj komen er niet uit met bouwen en breken hun bouwsel af om opnieuw te beginnen. Ook JCm is klaar met bouwen en staat alleen langs de kant. CBj loopt naar AAj toe. JCm vindt het een leuk spelletje en gaat meespelen. CBj grijpt in en legt aan OHj uit wat de bedoeling was van TMj. Ze gaat zitten en neemt een hele “zielige” houding aan. Behalve DWj.

.niet mocht van TMj. LRm zegt tegen RWj dat ze het niet leuk vindt dat ze dieren moet weggeven van de boerderij. RWj: “oh. “AAj. RWj probeert op allerlei manieren (verschillende segmenten) om de dieren eruit te krijgen. RWj: “Als je nou alleen even het dak eraf haalt?”AAj stemt toe. AAj weigert dit. Ondertussen maken de meeste leerlingen nog een aanpassing aan hun bouwsel. haal ze eruit!”. AAj is het hier niet mee eens en houdt hem tegen. TMj gaat verder spelen met DWj. nee het dak is drie lagen dik. CBj laat het gaan en gaat verder met bouwen. RBj was niet aanwezig tijdens deze eindobservatie. terwijl een heleboel dieren niets staan te doen in het huisje van AAj. Hierop gaat RWj naar AAj zijn bouwsel en probeert de dieren er uit te halen.B. het dorp is af! N. dat heb je expres gedaan!”. AAj mag zijn dieren op het dak zetten. anders had hij zijn dieren er niet uitgehaald. 126 Samen staan we sterk! Een onderzoek over de beïnvloeding van de groepsdynamiek in een klas. AAj blijft nee zeggen. De tijd is om. Hij eist van AAj dat hij zijn dieren eruit haalt. je hebt echt te veel dieren in je huis.

You're Reading a Free Preview

Download
scribd
/*********** DO NOT ALTER ANYTHING BELOW THIS LINE ! ************/ var s_code=s.t();if(s_code)document.write(s_code)//-->