ART.

esT
MAgAzine oveR geëngAgeeRde kunsT

Colofon
Hoofdredactie Marianne Boshoven, Annelies Waterlander, Caroline Langendoen Eindredactie Hidde Remmerswaal, Daan de Geus, Rosanne Sies Vormgeving Noëlle Meijer, Laura Tuinstra, Natasja de Vries, Marieke van der Heide, Kim Seignette en Fleur van den Bosch Conservatoren Lisa Matulessya, Sander Schipper, Devika Sluisdom, Tara Pauli Vernissage Nancy Stevens, Marijn Brok, Kees Dorresteijn, Pim Brassien PR Hüsniye Yildiz, Joe van Burik, Remy Gieling

vooRwooRd
Vraag aan tien mensen wat kunst is en je krijgt van alle tien een ander antwoord.Voor de één is iets pas kunst als het een plek in het museum heeft gekregen, terwijl een ander een straatartiest ook een volwaardig kunstenaar vindt. Vraag aan diezelfde tien mensen wat geëngageerde kunst is en het valt stil… Vraagstukken rondom ‘kunst’ roepen doorgaans meer vragen op dan antwoorden. Er is grofweg sprake van ‘engagement’ wanneer de kunstenaar jou met zijn werk een andere kijk op de samenleving wil geven. Maar wie beslist uiteindelijk wat kunst is? Jij! Wie beslist of er sprake is van een boodschap, van maatschappelijke betrokkenheid? Jij! In deze uitgave van ART.est, die bij de tentoonstelling Art of Message hoort, zijn wij niet uitsluitend jouw gids bij de tentoonstelling, maar ook door de wereld van de geëngageerde kunst. In dit tijdschrift maak je kennis met veertien kunstenaars die allemaal op hun eigen manier betrokken zijn bij de wereld om hen heen. Ze maken geen kunst om de kunst, maar kunst met een boodschap. Ze hebben een doel. Ze leveren kritiek op de samenleving; willen onze ogen openen of onze leefomgeving mooier maken. “Het doet af aan mijn werk als mensen het louter beoordelen als kunst”, vertelt fotograaf Robin Utrecht in één van de verhalen die u kunt lezen. Zijn collega Raymond Rutting kijkt daar heel anders tegenaan: “Als iemand mijn foto zo mooi vindt dat ze deze aan de muur willen hangen, dan is dat voor mij genoeg om te zeggen dat het kunst is.” Veel leesplezier! De redactie

Docenten Annelies Pauw, Michiel Smis, Lucia Nankoe, Brian Maston en Arie de Jongh Met dank aan Emmy Gostelie, Marleen Ozgur, Aad van der Meer, Mona van den Berg, Paul Lagrouw, Piet den Blanken, Mariska Kerpel, Domenique Karl Himmelsbach, Üdo Braehler, Abdel Farahi, Marije van Bork, Henk Verhagen, Klaas Schotanus en Mike Roelofs

MessAge

ARTof

Kijk voor de kunstblog van de redactie Kunst en Cultuur op: http://www.schoolvoorjournalistiek.com/kunst/

2

Engagement

3

Ik kan ontzettend boos worden omdat mensen nooit even stilstaan bij wat er in de wereld gebeurt. Dat de aarde gewoon verkloot wordt zonder er over na te denken.

Het grootste privilege van de autonome kunstenaar is dat hij of zij geheel vrij is in de beeldvorming van maatschappelijke kwesties. Enkel zijn eigen censuur is hier een barriere.

Engagement is in mijn werk niet mijn vertrekpunt, maar als kijker kun je er wel een mooie boodschap uithalen.

Ik wil met mijn foto’s meer zeggen dan het realiseren van een esthetisch mooi beeld. Engagement voel ik bij mensen die aan de rand van de samenleving staan, een groep die veelal wordt buitengesloten.

Het engagement van een kunstenaar is voor mij de mogelijkheid om te zeggen wat je wil.

inhoud
Engagement betekent dat ik me betrokken voel bij wat ik documenteer, maar ik ben verslaggever en geen propagandist.

46
Emmy Gostelie, 49 jaar Schilder
Marleen Ozgur, 25 jaar Beeldend kunstenaar

18

28
Aad van der Meer, 34 jaar Schilder

60
Mona van den Berg, 42 jaar Fotograaf Paul Lagrouw, 40 jaar Beeldend kunstenaar

50
Piet den Blanken, 59 jaar Fotograaf

40

Dit nummer van ART.est hoort bij de tentoonstelling ‘Art of Message’, gemaakt en georganiseerd door de redactie Kunst en Cultuur 2010. De geëngageerde kunstenaren die hun werk tentoonstellen komen in dit boekje aan bod. Aan iedere kunstenaar zijn er verschillende producties gewijd zowel aan hun werk, als hun persoon. Zie:www.schoolvoorjournalistiek.com/kunst

12
Mariska Kerpel, 19 jaar Fotografe Mensen laten weten hoe de wereld er door mijn ogen uitziet, dat is engagement. Daarmee is het natuurlijk onmogelijk om objectief te blijven, je geeft altijd je mening mee.

22
Domenique Karl Himmelsbach, 27 jaar Beeldend kunstenaar Engagement is net als het aangaan van een huwelijk.

34
Üdo Braehler, leeftijd: “Dat zeg ik liever niet”, schilder Het engagement van een kunstenaar is voor mij ondergeschikt aan wat een ander in het werk ziet. Abdel Farahi, 44 jaar Schilder

38

56
Marije van Bork, 28 jaar, Klaas Schotanus, 27 jaar & Henk Verhagen, 28 jaar Urban Designers

6
Mike Roelofs, 29 jaar Fotograaf

Ik ben geen journalist, maar een fotograaf die nadenkt over het verhaal dat hij wil vertellen. Goede fotografie is niets zonder een goede inhoud.

Ik vind engagement belangrijk, maar voel niet de behoefte om engagement in mijn werk te tonen.

Marije: Ik ben niet maatschappijkritisch, ik wil onze leefomgeving gewoon mooier en prettiger maken. Klaas: De openbare ruimte is een plek waar mensen zich kunnen identificeren. Daarom staat de mens bij mij centraal. Henk: We proberen iets te doen voor de mensen die hier leven, wonen en werken. We willen dingen in positieve zin veranderen.

4

5

Alles in heT Teken vAn
Een oude man, grote ogen in een diepgegroefd gezicht. Bedenkelijk kijkt hij de lezer aan. Alsof hij vanuit het boek dwars door je heen kijkt. Grauwe achtergronden en gehavende muren vertellen net als de gezichten een verhaal. Mike Roelofs wil het verhaal van deze Roma aan ons vertellen door middel van zijn fotoboek Resilience. Door Laura Tuinstra
Meer dan 2.4 miljoen Roma wonen in schrijnende omstandigheden in Roemenie, één van de lidstaten van de Europese Unie. Deze minderheid kan geen werk vinden in hun land, zo wordt hun situatie niet beter. Te vaak worden zij gezien als groep, en niet als individuele mensen. “Het is tijd dat we de Roma leren kennen – niet als groep, maar als de individuen die zij zijn,” aldus Roelofs in zijn persbericht voor zijn boek. Met grote vierkante foto’s en veel witte pagina’s probeert Roelofs het verhaal van de Roma te vertellen. “De echte Roma krijgen de kans niet om hun eigen verhaal te vertellen, nu kan dat wel.” Portretreeksen worden afgewisseld met het grauwe landschap waarin de Roma wonen. Donkere kleuren overheersen in de meeste foto’s. Weinig glimlachen, maar wel mooie grote ogen die je door het papier heen raken. Naast de indrukwekkende foto’s staan lange en korte interviews met Roma, maar ook met rijkere Roemenen. Soms vindt het tweetal een krachtig citaat al meer dan genoeg om een situatie of statement duidelijk te maken, op andere pagina’s worden volledige verhalen gedeeld van de Roma of Roemenen. Bijvoorbeeld de foto’s van Gheorge Faghiura die met zijn moeder aan het werk is. Samen lopen zij door afgelegen gebouwen op zoek naar staal. Hij hakt het staal uit het beton, wat zijn moeder vervolgens verzamelt om het te verkopen aan een staalhandelaar. Het portret van Gheorge is afschrikwekkend. Bijna een stilleven. Afgebroken gebouwen, misschien ook wel niet afgebouwd, dienen als achtergrond. Een brandende kartonnen doos, plassen vuil water, overal afval, zijn werkhandschoenen en gereedschap in zijn handen. Op de pagina ervoor staat zijn verhaal dat het tegenovergestelde laat zien van wat mensen denken van Roma. ‘People say gypsies are lazy and they don’t want to work, but if I could find work, why would I be here looking for scrap?’ Gelukkig laten Roelofs en Jol niet alleen de Roma aan het woord, dan zou dit boek een betoog worden over de situatie. Ook de Roemenen komen aan bod. Zij vertellen hun verhaal over de Roma en hun levensstijl.

veeRkRAChT
‘Do you think we wouldn’t work if we had jobs? Of course we would! The people who don’t believe that have enough food to eat.’ - Gheorge Faghiura

en een printer, al deze details laten zien dat dit geen Roma is. Dit is Florin Hajnal, een Roemeen die de plek van de Roma in de samenleving wil veranderen. “I’m trying to change the image of the Roma and education is key.” Er is geen voorwoord nodig om dit boek in te leiden, zo vonden de fotograaf en antropologe. Jammer, want er zullen een hoop lezers verloren gaan zolang ze niet weten waar het boek precies over gaat. Als leek is het fijn om het project uitgelegd te krijgen. Je valt midden in een verhaal, waarschijnlijk al bevooroordeeld door de vele negatieve media-aandacht die de Roma hebben gehad. Pas op pagina 9 kom je tekst tegen, een verhaal over Puti Domokos. Dit verhaal is tekenend voor de levenswijze van de Roma, hierdoor weet de lezer wat hem te wachten staat in de rest van het boek. Dit stukje tekst kan worden gezien als een kleine inleiding. Met alleen de foto’s van de serie was het verhaal wat Roelofs en Jol willen vertellen niet duidelijk geworden. Zonder tekst zou deze portrettenreeks één van de velen zijn, het zielige verhaal van mensen die in armoede leven. Nu worden persoonlijke

if i Could find woRk, why would i be heRe looking foR sCRAp?
In 2008 is de fotograaf alleen naar Roemenië vertrokken om een portrettenserie te maken, hiermee heeft hij de Zilveren Camera gewonnen. In de twee jaren die volgden is hij vier keer terug gegaan samen met antropologe en goede vriendin Fanny Jol. Samen wilden zij de leefomstandigheden van de Roma vastleggen met foto’s en interviews. Dit heeft geleid tot een exclusieve tentoonstelling van vier dagen en een fotoboek in combinatie met tekst van Fanny Jol.

Deze Roemenen laten een andere kant van het verhaal zien. Zo behoudt het duo een journalistieke objectiviteit met dit project. Ook de rijkere Roemenen hebben zo hun opvattingen over de Roma in hun land. “The gypsies are lazy, they don’t want to work. They’re parasites! The European Union says that Romania has to solve the gypsy problem in the next ten yeras. I say to the EU, You take them for one year, just one year, and then let’s talk again!” – Daniel Constan-

tin De Roemenen en Roma zijn goed uit elkaar te houden. Niet alleen vanwege hun verhalen en standpunten, maar de foto’s laten ook een duidelijk verschil zien. Witte muren, grote planten op een rij bij de ramen. Een comfortabele stoel in de lange gang laat het lijken op een wachtkamer. Op de foto ernaast zie je een goed geklede man op een bureaustoel zitten. Een kaal kantoor met een zwart bureau, een computer

6

7

verhalen verteld, standpunten duidelijk gemaakt en beide kanten belicht. De presentatie van het boek is praktisch en tegelijkertijd kunst. Met je vingers zijn de verschillende hoofdletters ‘R’ goed te voelen. De twee letters, eentje strak en statig en de ander rond en zacht, lopen in elkaar over. Twee werelden overlappen elkaar. Het boek zelf is hard, maar toch ook buigzaam zoals ook de definitie Resilience aanduidt. Het laat de veerkracht van de mensen zien die in het boek te zien zijn. Of de achterliggende gedachten van het boek duidelijk zijn voor iemand die nog niets over het project weet. Ik word in ieder geval erg enthousiast van het geheel. De indrukwekkende foto’s en mooie teksten, inclusief de kleine details, laten het hele boek in het teken van veerkracht staan.

“goede
Het romantische beeld van de Indianen in Canada en de zigeuners in Roemenië is dankzij de 29-jarige fotograaf Mike Roelofs definitief van de baan. Met zijn fotodocumentaires laat hij met esthetische beelden de werkelijke omstandigheden zien van deze etnische minderheden. Zijn nieuwste project over de Romazigeuners heeft geresulteerd in het fotoboek Resilience, wat veerkracht betekent. Door Noelle Meijer

foTogRAfie is nieTs zondeR een goede inhoud”

‘My goal is that in this country there will be at least ten mayors who are Roma.’ - Florin Hajnal

‘If the factory opened tomorrow I wouldn’t hesitate to start working there again’ - Vasile Bosou

Roelofs begon met het maken van fotodocumentaires na een rondreis van een half jaar in Canada. Hij was daarvoor erg gecharmeerd van het romantische idee van Indianen, en is daar naar op zoek gegaan. Tijdens zijn reis kwam Roelofs erachter dat de Indianen meer zwervers in reservaten zijn. “Hoe is het mogelijk dat de regering zo’n rijke cultuur, die wij anders vinden, zo wegpropt in een reservaat? Dat was zo’n openbaring, daar wilde ik echt wat met fotografie gaan doen.” Uiteindelijk is hij afgestudeerd aan de fotoacademie met het project The Canadian Native.

Mike Roelofs praat over zijn nieuwe fotoserie van de Roma alsof hij gisteren uit Roemenië is terug gekomen. “Het was een grote homp emoties”, vertelt hij. De Romazigeuners integreren niet met het normale Roemeense volk, leven van vuilinsbelten en pakken wat ze kunnen pakken. “We begrijpen hoe de media en publiek naar de Roma kijken, maar als je nu even de moeite zou nemen om naast die mensen te zitten en met ze te gaan praten zoals wij hebben gedaan, dan zie je ook een andere kant. Ze worden niet als mens gezien als ze een baantje zoeken.“ Het fascineert Roelofs dat mensen op anderhalf uur vliegen van

Nederland honger lijden. “Ik hoop dat er door deze documentatie meer ‘awareness’ komt.”

Hij heeft de Roma als nieuw project gekozen toen de snapshots van een mediator van de Roma, de vader van een goede vriend, hem

8

9

‘ik ben gewoon een foTogRAAf die nAdenkT oveR heT veRhAAl wAT hij wil veRTellen’

raakten. “Iets moet mij hoe dan ook aangrijpen om het te kunnen fotograferen. Dat is essentieel, anders kan ik er niet met huid en haar induiken.” Door het winnen van de wedstrijd Road to Glory van fotodocumentaireplatform Fotodok kreeg hij subsidie voor zijn project. Volgens Roelofs hoort engagement bij zijn werk. “Ik merk aan mezelf dat ik geen journalist, schrijver, onderzoeker of antropoloog ben; ik ben gewoon een fotograaf die nadenkt over het verhaal dat hij wil vertellen. Voor mijn gevoel is het een mooie serie in een bepaald dorpje die een leek vertellen over hoe de Roma wonen.” Hij ziet zichzelf eigenlijk nog meer als documentairemaker, omdat hij hier enkel kiest voor het medium fotografie. Hij had dit ook kunnen filmen. Volgens Roelofs werkt een journalist veel sneller, richt zich alleen op actualiteit en werkt niet zo lang aan een verhaal.

‘Resilience: the adaptive capacity to rebound from pressure through flexibility and perseverance.’

neer hij wilde zonder een gesprek af te moeten breken. Zijn portretten zijn typerend voor de fotograaf. Voor hem staat dit inhoudelijk veel dichter bij de mens. “Hoe iemand in de lens kijkt, dat heeft een bepaald gewicht. Het ligt er ook aan wat voor fotograaf je bent, want er zijn ook fotografen die graag afstand bewaren, dat zie je dan ook in de foto. Dat is meer laten zien hoe iets eruit ziet. Ik wil juist ook echte emotie vangen en dichtbij komen. Geen enkele etnische minderheid vindt het leuk als je ze gaat fotograferen, behalve als je het slim aanpakt en je aansluit bij iemand die ze vertrouwen of een goede tolk regelt.” Roelofs heeft een voorliefde voor het fotograferen van oudere mensen. “Ik ben van de ouwe mannetjes.” Lachend denkt hij terug aan een van de geportretteerde mannen, ‘zijn grote vriend Vasile’. “Oudere mensen

hebben een bepaalde houding en blik. Hun gerimpeldheid, het licht valt daar anders op. Misschien vind ik het daarom leuk om oudere mensen te fotograferen, dat heeft gewoon een andere lading en daar ga ik heel respectvol mee om.” Roelofs heeft een nuchtere kijk op engagement. “Goede fotografie is niets zonder goede inhoud.” Hij zegt het verhaal op te zoeken als mens. Hij hoopt dit werk vooral als opstapje te gebruiken om een naam op te bouwen. Vol enthousiasme denkt hij terug aan de positieve reacties en de drukbezochte lancering van zijn boek, in de oude fabriek van Eindhoven in september dit jaar. “Ik lanceer dit werk voor het verhaal, maar ook voor mij als fotograaf. Ik wil het ook aan de kenners laten zien.” Het liefst wordt Roelofs normaal betaald voor inhoudelijke documentaires. “Want”, zo besluit hij, “het is een dure wereld en het blijft een freelancebestaan.”

De documentairemaker is zich ervan bewust dat deze fotoserie zijn eigen interpretatie van de waarheid is: “De waarheid vind ik een heel zwaar woord, want ieder heeft een andere waarheid. Ik zoek het romantische beeld niet; ik zoek eerder de grens op waardoor het bijna pijnlijk is om naar te kijken, maar wel eerlijk. Ik had veel extremere foto’s kunnen maken om mensen te

shockeren.” Het teamwerk met antropologe Fanny Jol voor het Resilience-project pakte ideaal uit voor beiden. Het Roma-issue was voor Roeloefs te breed om alleen aan te pakken. Sociologen buigen zich al jaren over de integratie van de Roma en Roelofs vond dat hij dit onderwerp daarom niet zomaar kon gaan fotograferen. “Dat lukt gewoon niet,

dan vind ik het prettig te werken met een deskundige op dat gebied.” Voordat Jol en Roelofs naar Roemenië vertrokken hebben ze voor het concept Resilience gekozen, zodat ze wisten waar ze naar zochten: mensen die iets van hun leven proberen te maken en ervoor vechten. De antropologe richtte zich op de interviews. Dat zorgde ervoor dat Roelofs kon fotograferen wan-

10

11

lellebel
“Deze serie heb ik gemaakt als eindopdracht van het eerste jaar van mijn opleiding. Het was de bedoeling een subcultuur vast te leggen waar je niet bekend mee bent. Travestie was toen het eerste onderwerp dat in me opkwam. De interesse voor bijzondere levensstijlen heb ik altijd gehad. Ik ben erg nieuwsgierig naar andere mensen en de manier waarop zij hun leven invullen. Mijn camera is een prachtig vrijkaartje om die wereld te betreden. De foto’s zijn gemaakt in de bekendste travestietenbar van Nederland: ‘De Lellebel’. De eerste vijf weken heb ik besteed aan het langzaam leren kennen van de travestieten. Ik wilde eerst vertrouwd raken met de mannen voordat ik daar met mijn fototoestel verscheen. De geportretteerde travestiet ‘Miss Sugi La-Ri’ viel mij direct op door zijn uitbundige verschijning. Na alle drag queens daar te hebben gefotografeerd, heb ik hem benaderd en gevraagd of ik hem mocht portretteren. Hij reageerde meteen positief. Als klein jongetje droeg Sugi al vaak vrouwenkleren. Op zijn veertiende begon hij

Vanuit de kerk krijgt Mariska Kerpel vanaf jongs af aan mee dat er op bepaalde subculturen een taboe rust. Door op zoek te gaan naar de werkelijkheid van travestie, verzet zij zich tegen de vooroordelen die er heersen over dit onderwerp. Haar serie is een ontdekkingstocht waarin ze het publiek meeneemt op verkenning en een kijkje gunt in werelden die voor sommigen anders altijd verborgen zouden blijven. Door Lisa Matulessya
zich echt te kleden als drag queen. In het dagelijks leven gaat Sugi gewoon door als man, maar met optredens en feestjes is hij travestiet. Daarnaast staat hij elke vrijdag achter de bar in De Lellebel. Door zich als vrouw te verkleden, denk ik dat Sugi echt een andere persoonlijkheid aanneemt. Het is voor hem een manier om zich in een bepaalde rol te kunnen uiten zonder dat mensen dat linken aan hem als persoon. Tijdens het omkleden zie je hem echt transformeren naar zijn alter ego. Daar neemt hij wel even de tijd voor, het duurt meestal wel drie uur. Toen het fotoboek eindelijk klaar was, heb ik het naar Sugi toegebracht in De Lellebel. Hij reageerde erg enthousiast op de foto’s. Hij heeft het boek het hele café rond laten gaan. Het voelde voor mij erg bijzonder dat hij toen bekende dat hij het moeilijk vond om zijn kwetsbare kant te laten zien. Ondanks die kwetsbaarheid mocht ik hem toch fotograferen. Dat komt denk ik omdat ik echt oprecht in hem geïnteresseerd ben. Ik wil hem niet alleen gebruiken voor mijn foto’s.

‘Sugi La-Ri begint aan zijn transformatie van een hij naar een zij’

Het contact met Sugi probeer ik nu nog steeds zo veel mogelijk in stand te houden. We spreken elkaar regelmatig en als we elkaar zien geven we elkaar ook gewoon drie kussen. Maar ik heb nooit het gevoel gehad dat we te persoonlijk worden. Hij kan als Miss Sugi bijvoorbeeld erg dominant zijn. Taboe Zelf kom ik uit een gereformeerde familie en ga naar de kerk. Homoseksualiteit en travestie zijn daar nog steeds een taboe. Daardoor ben ik nieuwsgierig geworden naar culturen met zo’n label. Ik merk dat ik me tegen de taboes aan het verzetten ben. Voor mij is het een soort ontdekkingstocht naar de vraag waarom zulke onderwerpen nog steeds worden ontkend. Het mooie aan fotografie is dat ik werelden kan laten zien die de kijker anders nooit zou zien. Ik geef het publiek een kijkje in iemand anders leven. Daarmee wil ik dat bijvoorbeeld zo’n travestietengroep als normaal gezien wordt en niet als taboe. Het zijn geen monsters, ze kleden zich alleen graag op hun eigen manier. Ze voelen zich

gewoon zo vrij, dat ze zich zo kunnen uiten op de wijze die zij willen. Dat vind ik erg mooi. Streven Het is voor mij belangrijk om de werkelijkheid te laten zien. Onbekende levenstijlen weergeven. Mijn moeder gaat tegenwoordig bijvoorbeeld zelfs mee naar De Lelle-

bel, omdat ze de mensen zo vreselijk leuk vindt. Daarnaast onderzoek ik zelf wat ik van mensen vind en neem ik niet zomaar vooroordelen van anderen over. Dat is voor mij engagement. Vanuit mijn ogen de mensen laten weten hoe zo’n wereld eruit ziet. Daarmee is het natuurlijk onmogelijk om objectief te blijven, je geeft altijd je mening mee.

Manier van leven Fotografie is eigenlijk een manier van leven voor mij. Het laat me nooit los. Ik denk ook altijd in kaders. Eenmaal fotograaf, altijd fotograaf. Ik zou niet zonder kunnen. Ik zie het als een soort roeping. Als ik blind zou worden, zou dat ook het ergste zijn wat me zou kunnen overkomen. Fotograferen doe ik met mijn gevoel. Je mag

12

13

nooit een foto maken alleen maar om hem te kunnen verkopen. Daarom zou ik ook nooit iets vastleggen wat tegen mijn gevoel in zou gaan. In de toekomst zou ik graag de wereld over willen zwerven. Ik hoef geen vaste thuisbasis te hebben. Gewoon lekker fotograferen wat en waar ik wil. Als ik het dan heb gezien, reis ik weer verder naar de volgende plaats. Broodjes ham of kaas, het maakt me niks uit. als ik maar kan eten. Van de fotografie hoef ik echt niet rijk te worden. Als ik er maar van kan leven en rondtrekken. Als ik daarbij ook nog een keer in het Foam kom te hangen is het natuurlijk helemaal geweldig.”

TRAvesTie

veRRAAdT ziCh dooR subTiele AAnwijzingen
Sugi La-Ri

Er bevindt zich een grensgebied tussen fotografie als commercieel werk en fotografie als journalistiek medium. Daar tussenin vinden we fotografie als kunst, vaak neigend naar één van de twee bovengenoemde functies. Mariska Kerpel wil met haar serie ‘Lellebel’ laten zien wat er zo bijzonder is aan de travestie. Toch noemt ze de reeks geen journalistiek, noch is deze commercieel bedoeld, maar ze verbeeldt met haar foto’s wel mooi hoe een man zich in een achteraf gelegen kamertje omtovert tot vrouw. Door Joe van Burik

De 42-jarige Sugi La-Ri komt op het eerste gezicht over als een doodgewone man met een duidelijk aanwezige Aziatische achtergrond. Al jong had hij de behoefte om zich als een vrouw te kleden, stelt Kerpel. Nu, als volwassen man, krijgt hij elke vrijdagavond de kans om die behoefte te bevredigen als ‘barvrouw’ in de Amsterdamse travestietenbar De Lellebel. De nadruk in Kerpel’s fotoreeks ligt op zijn transformatie, voorafgaand aan zijn bardienst. ‘Uitgebreid’ is een understatement wat de transformatie van Sugi La-Ri betreft. De eerste van de twee geselecteerde foto’s laat het begin van het drie uur durende proces zien. Opvallend is vooral de verhouding man/vrouw in deze eerste plaat: alleen de eerste streep make-up op de linkerhelft van het gezicht verraadt dat hij zichzelf ogenschijnlijk cosmetisch van geslacht gaat veranderen. Het penseel in zijn linkerhand geeft aan dat het proces nog gaande is, evenals de make-up-artikelen op het tafeltje voor hem. Let ook op de goudkleurige handtas, hier nog op de achtergrond te zien.

De sigaret in de andere hand speelt op het eerste gezicht geen rol van betekenis, maar is in werkelijkheid een weerspiegeling van de mate waarin het transformatieproces gevorderd is. In haar toelichting beschrijft Kerpel namelijk de manier waarop Sugi La-

Ri de sigaret vasthoudt: in het hier weergegeven stadium nog tussen wijs- en middelvinger met een vlakke hand, maar naarmate hij meer make-up heeft aangebracht rookt hij de sigaret op een meer vrouwelijke manier, met verder uitgestrekte vingers.

14

15

In de tweede geselecteerde foto is de man/ vrouw-verhouding omgekeerd. Waar Sugi La-Ri op de eerste foto nog duidelijk een man met beginnende vrouwelijke trekjes is, is hij op deze tweede afbeelding meer een zij. De make-up is nagenoeg klaar, maar is zo overdreven dat deze het concept van vrouwelijkheid bijna voorbij streeft – een soort superrealisme, binnen de kunst van de make-up welteverstaan. Een ander teken van dit superrealisme in Sugi La-Ri’s uiterlijk vinden we terug in de overduidelijk valse borsten. Iets subtieler zijn de kleine klemmetjes in de enorme blonde pruik, die in ieder geval aangeven dat het haar nep is. Bij de eerste indruk zal menig toeschouwer van deze foto zich al realiseren met niet zomaar een vrouw te maken te hebben: een gevolg van meerdere

subtiele aanwijzingen dat we hier met een cosmetische transformatie te maken hebben. Hoewel deze foto’s een aardig objectief beeld geven van hoe een travestiet zich transformeert, is Lellebel geen journalistieke fotoserie, noch is de reeks gemaakt met een commercieel doel. Zowel aan het begin als aan het einde van het proces zijn er subtiele aanwijzingen die verraden dat de toeschouwer aanvankelijk te maken heeft met een man die zichzelf in een vrouw verandert, en later met een vrouw die slechts bestaat als een cosmetische laag over de oorspronkelijke man. Deze verandering is een kunst op zich, die door de foto’s op een even elegante als informerende manier wordt weergegeven. Ook dat is een kunst op zich.

‘Na drie uur in de makeup is dit het resultaat.’

16

17

psyChologie vAn (on)behAARde vRouwenbenen
Dikke zwarte haren op vrouwenbenen zijn niet aantrekkelijk. De haren roepen doorgaans afkeer op. Slanke, gladgeschoren benen en poezelige voetjes doen dat niet. Die vinden ‘wij’ als maatschappij wel aantrekkelijk. Als de twee beelden worden samengevoegd in benen die half geschoren zijn, levert dat een vervreemdend effect op dat net zo apart is als de rest van Marleen Ozgür’s beeldende werk. Door Hidde Remmerswaal
Met Under My Legs toont Ozgür, in wiens andere werk ook vaak feministische en maatschappijkritische boodschappen lijken te zitten, waar de werkelijkheid wringt met het ideaalbeeld. Mede door haar achtergrond in de cognitieve psychologie gaat Ozgür bewust om met dit soort beeldvorming, en de manier waarop de media deze beïnvloedt. Het kunstwerk Under My Legs is een dik opengeslagen boek dat met de kaft naar boven ligt. Daarop staan twee vrouwenbenen, deels zwaar behaard. De gladgeschoren kuiten en voeten rusten op een zacht kussen. Op het eerste gezicht lijkt de boodschap duidelijk: don’t judge a book by it’s cover. Maar ook die cover levert tegenstrijdigheden op. Zijn de benen aantrekkelijk omdat ze gladgeschoren zijn en eruit zien zoals de maatschappij verlangt? Mooi verzorgd en glad? Of zijn ze harig en ‘lelijk, zoals vrouwenbenen van nature nu eenmaal zijn? Ozgür geeft met dit werk op een aparte manier vorm aan vragen waar veel vrouwen dagelijks mee worstelen: Hoe presenteer ik mezelf? Welke uitstraling wil ik hebben? In hoeverre conformeer ik me aan wat van me wordt verwacht? Om zacht op het kussen van de maatschappij te staan, om zonder problemen te leven, zijn ongeschoren benen makkelijk. Met behaarde benen plaats je jezelf buiten de maatschappij. En dat is dan alleen nog maar het uiterlijk, waar mensen keihard op worden afgerekend. Onder de kaft zit namelijk ook nog een boek, ook nog een ander mens. Maar de kaft trekt de aandacht weg van de inhoud. In het werk van Ozgür is de kaft te klein voor het boek, dat nu ondersteboven en open op een hoog wit blok ligt. Als het boek open is, past de kaft. Als het gesloten moet worden, gaat het wringen. Dan past de te kleine kaft niet en zal het boek open blijven. De tweestrijd tussen behaard en onbehaard zorgt ervoor dat de persoon geen sluiting kan vinden. Dit hele werk wordt van de buitenwereld afgesloten door een simpele doek die als een soort tent over het boek en de sokkel heen hangt. Van buiten is de doek zwart en ondoorzichtig. Als toeschouwer is het onmogelijk om de tweestrijd onder het doek te zien, maar hij is er wel. Met Under My Legs levert Ozgür een werk af dat niet één, twee, drie te ontcijferen is door de toeschouwer. Het werk lijkt in eerste instantie simpel en van een duidelijke boodschap voorzien, maar hoe dieper je in het kunstwerk gaat graven, hoe meer verschillende facetten en nuances de boodschap krijgt. Een mooie uiting van haar psychologische achtergrond.

18

19

ART is MAgiC MAgiC is ART
‘Kunst hoeft niet vanuit een idee te komen’ Daarmee bedoelt Marleen dat haar beeld meestal vanuit een onbewuste intuïtieve werkwijze tot stand komt. Hannie van Rijn: “Dat hoeft niet altijd, dus ik ben het met haar eens. Je kan beginnen met wat los gekladder en gaandeweg een kunstwerk zien ontstaan zonder erbij na te denken.” Hester Pilz: “Daar ben ik het wel mee eens. Veel kunst komt uit intuïtie of speelsheid, al is er altijd een wisselwerking tussen toeval en idee. Persoonlijk vind ik het mooi als het er tussenin ligt en de kunstenaar het allebei een plaats kan geven.” Henri Titselaar: “Kunst heeft te maken met persoonlijke, artistieke intenties. Het gaat geheel onbewust. Kosmisch, biologisch, psychologisch, dat zijn allemaal factoren. Kunst KAN dus zelfs niet eens uit een idee komen, want een idee is onderbewust al gemaakt.”

Marleen Özgur is studente aan de Hogeschool voor de Kunsten en beginnend professioneel kunstenares. Zijn andere kunstenaars het eens met de uitspraken en gedachtes die Marleen heeft over de kunst? Daar komt u in dit artikel achter. De kunstenaars die hun mening geven zijn: -Hannie van Rijn. Schilder en tevens eigenaar van galerie ‘PopulusArt’. -Hester Pilz. Ze is beeldhouwster en geeft workshops in atelier ‘de 7de hemel’. -Henri Titselaar. Hij is 92, al ruim zeventig jaar schilder en nog altijd actief. Door Sander Schipper

Linksboven: Hannie van Rijn; Linksonder: Henry Titselaar; Rechts: Hester Pilz

‘Met juiste (beeldhouw)regels kan materiaal zich vormen tot iets bijzonders’ Hiermee zegt Marleen dat als je bepaalde (beeldhouw)regels toepast, je de stofuitdrukking van een materiaal totaal kan veranderen. Hannie van Rijn: “Daar ben ik het niet mee eens. Iets blijft hetzelfde, ongeacht de regels die je toepast. Klei is bijvoorbeeld klei en blijft ook klei.” Hester Pilz: “Ja, daar ben ik het mee eens. Maar dan vind ik wel dat je de regels zelf moet ontdekken. Dat ze persoonlijk zijn, geen regels die je op school leert. Het materiaal kan dan veranderen omdat je het met een andere betekenis laadt.” Henri Titselaar: “Materiaal speelt een hele grote rol en met bepaalde regels verandert het inderdaad. Als je verf op een doek smeert en je ziet opeens een schilderij ontstaan, dan verandert het materiaal in iets bijzonders.”

‘Art is magic, magic is art’ Eigenlijk een quote van schrijver Alan Moore, waarmee hij wil zeggen dat het beeld en het woord middelen zijn waarmee de menselijke geest te manipuleren is. Hannie van Rijn: “Daar ben ik het helemaal mee eens. Het is soms verbazingwekkend wat er met een werk kan gebeuren. Je begint met iets, en er komt vervolgens iets heel anders uit dan je dacht. Dat is dan wel magisch te noemen.” Hester Pilz: “Het is een beetje een vage kreet, maar ik kan me er wel in vinden. Je kan het creatieve-proces niet sturen, het is meer alsof je zelf bestuurd wordt.” Henri Titselaar: “Kunst is heel bijzonder. Het kan iemand diep raken en ik kan het weten, aangezien ik al zeventig jaar schilder. Omdat iemand volledig betoverd kan raken door kunst, is het inderdaad magie te noemen. “

‘Elk persoonlijk issue is een weerspiegeling van een maatschappelijk issue. Dat wil niet zeggen dat elke kunstenaar die een issue in zijn werk toont geëngageerd is’ Volgens Marleen kan je weliswaar een issue in je werk tonen, maar is het daardoor nog niet geëngageerd. Het ligt aan de kunstenaar of die vanuit engagement zijn werk heeft gemaakt en of mensen zich ermee kunnen identificeren. Hannie van Rijn: “Nee, dat gaat te ver. De één ziet wat in kunst, anderen zien er totaal niets in. Het is nou eenmaal niet voor iedereen herkenbaar wat een kunstenaar met zijn werk bedoelt. Het lijkt me lastig om te zeggen wie wel of niet geëngageerd is.” Hester Pilz: “Alles is relevant, maar daardoor niet automatisch geëngageerd. Ook hierbij is intuïtie belangrijk. Het maakt kunst onvoorspelbaar. Ik ben van mening dat kunst onverwacht geëngageerd kan zijn en je dan onderbewust verbonden bent met anderen.” Henri Titselaar: “Elk kunstwerk kan een boodschap vertellen, die dan weer een maatschappelijke boodschap is. Je kan ieder kunstwerk zodoende geëngageerd noemen. Als de kunstenaar dat terugbrengt in het werk, waardoor het publiek zich ermee kan identificeren, hebben we te maken met geëngageerde kunst en een geëngageerde kunstenaar.”

‘Het is mogelijk kunst ENKEL vanuit een formalistisch oogpunt te bekijken’ Het formele aspect van een kunstwerk, hoe iets eruit ziet zonder de boodschap, is hetgeen wat Marleen het meeste raakt. Hierdoor kan het concept soms niet eens aankomen. ‘Begrip’ van het werk blijft bij Marleen uit, aangezien ze al op een formeel niveau geraakt is. Hannie van Rijn: “Ja, je vindt kunst namelijk mooi of niet, maar ik kan me niet voorstellen dat je enkel vanuit een formalistisch oogpunt zou willen kijken. Dat is niet logisch.”

Hester Pilz: “Dat is mogelijk, maar je kijkt ook naar de vorm, de beeldhouwstijl en zelfs op een biologische wijze. Eigenlijk denk ik dat je vanuit allerlei verschillende standpunten kijkt en grafisch kijken is één van de vele mogelijkheden is. Zelf ben ik kritisch op mijn eigen werk om ervan te leren, en kijk ik op allerlei manieren naar.” Henri Titselaar: “Ja, dat kan. Zelf doe ik er niet aan en het is ook een beetje raar om dat zo te doen, maar eenieder doet wat hij zelf wil.”

20

21

“ik wil de weReld veRbeTeRen!”
Domenique Karl Himmelsbach de Vries wist al snel wat hij wilde worden toen hij nog klein was. Op 6-jarige leeftijd maakte hij een appel van papier-maché. Geëngageerd of niet, de creatieve geest zat er in ieder geval al vroeg in. Door Devika Sluisdom
In 1983, in een kraakpand in Amsterdam, werd Domenique geboren. Samen met zijn ouders en vijf jaar jongere broertje verhuisde hij toen hij zes was naar een woon- en werkgemeenschap in Esloo. Daarna woonde de familie lange tijd in het kleine dorp Noordwolde in Friesland. De creatieve geest was volop aanwezig in het gezin. De moeder van Domenique studeerde een jaar aan het Rietveld College en zijn vader heeft lange tijd gezeefdrukt, wat natuurlijk de nodige invloed op de kunstenaar heeft gehad; het nest waarin hij opgroeide heeft hem gedeeltelijk gevormd tot wie hij nu is. Stephan de Vries, het jongere broertje van Domenique, omschrijft hem als een humoristische rationalist: “kritisch, vaak stug, maar hij heeft in alle opzichten het beste met de wereld voor”. Domenique, voluit Domenique Karl Himmelsbach de Vries, maakt geëngageerde kunst. Volgens hem is er veel mis in de wereld en het is zijn doel om creatief te reageren op de maatschappelijke problematiek. Om zich te onderscheiden van anderen maakt hij niet alleen unieke kunst, maar is ook zijn naam een belangrijk kenmerk. Zijn vader draagt de naam De Vries, zijn moeder heet Karl en zijn grootouders uit Duitsland heten Himmelsbach. “Ik dacht: De Vries is veel te saai’. Ik wil me onderscheiden van anderen. Het is een goede PR-strategie om een lange naam te kiezen, en ik hou ook wel van Duits en van statigheid. De naam Himmelsbach is een mooie verwijzing naar mijn achtergrond.” De inspiratie voor zijn werken haalt Domenique vaak uit de gedachtewisselingen die hij met vrienden en kennissen heeft over maatschappelijke problemen. “In deze gesprekken heb ik het over de dagelijkse problemen die spelen binnen de maatschappij. De media spelen daar een grote rol in.” De inspiratiebronnen van Domenique zijn dan ook uit het leven gegrepen. Stephan de Vries, die volgend jaar aan de Kunstacademie in Antwerpen gaat studeren, is van mening dat het werk van zijn broer veelal positief wordt ontvangen. “Natuurlijk zijn ook er mensen die hem zien als een aandachttrekker en al het andere wat een kunstenaar fout maakt, maar wat ik leuk vind aan zijn werk, is dat hij als het ware op onderzoek gaat en mensen bij zijn kunstwerken betrekt. Op het eerste gezicht moet je meestal om zijn werk lachen. Als je er daarna over nadenkt en de boodschap doorgrondt (of denkt te doorgronden) dan zie je dat het een diepere betekenis heeft. Het is vaak een mengeling van een provocatie en een absurde creatieve leus.” Zo is het spandoek: Lekker niks doen, Betaald niks doen, een goed voorbeeld van een kunstwerk waarin Domenique met deze absurde leus zijn boodschap probeert te uiten. “Er heerst een beeld dat kunstenaars niks doen en alleen maar van hun subsidie profiteren.” Domenique geeft op deze manier meer van zijn ideeën vorm via teksten op spandoeken,videokunst en

Domenique Karl Himmelsbach de Vries

affiches: “Als ik het idee heb dat iets relevant is, verwerk ik het in een kunstwerk. Zo kan ik mij creatief verhouden met mijn omgeving.” Door de jaren heen heeft De Vries vele werken gemaakt met een diepere betekenis. Zo ook het werk Ik ben begaan, met jullie ellende. Toen hij op de Kunsstacademie in Zwolle studeerde maakte hij dit kunstwerk, wat later één van zijn hoogtepunten bleek. Hij maakte het om te laten zien dat hij vanuit zijn atelier een toeschouwer is die zich bekommert om de rest van de wereld. Door een groot spandoek voor een billboard van verzekeraar Achmea te plakken, wilde hij de wereld toeschreeuwen: ‘Ik ben begaan met jullie ellende!’ “Daarnaast wilde ik mijn compassie aan de wereld tonen”, zegt Domenique over het spandoek. De actie was niet specifiek tegen de verzekeraar gericht, maar tegen de overdaad aan reclame die mensen gemerkt en ongemerkt onder ogen krijgen. “De media-aandacht die ik hierna kreeg was natuurlijk geweldig, maar daarna heb ik een tijdje niks gedaan. Omdat ik altijd een statement wil maken met mijn werk, had ik het gevoel dat ik met dit kunstwerk al een bepaald hoogtepunt had bereikt en niet verder kon komen. Ik wilde teveel en blokkeerde daardoor. Ik wilde de wereld in mijn eentje veranderen en verbeteren. En dat kan niet.”

22

23

“engAgeMenT is Als een huwelijk”
geëngAgeeRde kunsT in heT leven vAn doMenique kARl hiMMelsbACh de vRies
Engagement is de belangrijkste drijfveer in het werk van Domenique Karl Himmelsbach de Vries. “Geëngageerd zijn is als het aangaan van een huwelijk. Het is een verbintenis, en ik betrokken bij en verbonden met de mens”, verklaart De Vries, die in 2009 is afgestudeerd aan de Christelijke Academie voor Beeldende Kunsten in Zwolle. Door Tara Pauli

Domenique wil dat mensen ‘out of the box’ denken. Hij vindt dat teveel instituten en organisaties vanaf een afstand naar de samenleving kijken en de mensen zodoende niet goed kunnen helpen. De 27-jarige Domenique hekelt die instelling. Hij wil praktisch bezig zijn en zoekt daarom contact met de samenleving. Ideeën voor zijn werk doet Domenique op door naar de maatschappij te kijken. Toen er een beëdiging voor soldaten plaatsvond in Zwolle, heeft Domenique met vrienden een houten pantserwagen gemaakt die de spot drijft met echte zware pantserwagens. Door middel van een luidspreker sprak hij zijn kritiek uit. Hij wilde protesteren tegen de beëdiging, die volgens hem veel weg had van een propagandamiddag voor het leger.

Vanwege de angst voor meer protesten ging de beëdiging toen niet door, terwijl de politie de ‘pantserwagen’ de hele middag heeft gevolgd. Domenique, die een paar jaar geleden het gezicht van Osama Bin Laden heeft nagespoten als kunstwerk (foto rechts) en dit her en der in Zwolle heeft opgehangen om te provoceren, heeft zich onlangs laten inspireren door het asielzoekersdebat. Hij wil binnenkort ruim twaalfhonderd stickers en honderden zadelhoezen met de tekst ‘Asielzoekers zijn ok’ verspreiden in de grote steden van Nederland. Begin september verscheen er een artikel in het NRC Handelsblad met de titel ‘Kunst is nog niet in actie tegen Wilders’. Op een

paar uitzonderingen na lijken Nederlandse kunstenaars inderdaad weinig bezig te zijn met de spraakmakende politicus. Domenique is, samen met Jonas Staal, één van deze uitzonderingen. Jonas Staal maakte bermmonumenten van Wilders: een klein altaar met bloemen, knuffels, kaarsen en een foto van Wilders aan de boom alsof hij er verongelukt is. De Vries werkt een stuk subtieler, zoals in het NRC-artikel te lezen valt: Kunstenaar Domenique Karl Himmelsbach de Vries stemde op Wilders en maakte een YouTube-filmpje van deze gebeurtenis. Voor de camera zegt hij: “Ik voel me pas verantwoordelijk als ik de slechtste kies. Als ik hem kies en hij komt aan de macht, voel ik spijt. Dan voel ik me verantwoordelijk.”

24

25

Het spandoek ‘Ik ben begaan met jullie ellende’ langs de snelweg om te protesteren tegen de overdaad aan reclame.

doMenique: “ik voel Me soMs MeeR voRMgeveR dAn kunsTenAAR

Met deze actie probeert Domenique Wilders van binnenuit te bestrijden. De kunstenaar heeft niet het idee dat je als burger invloed hebt op de politiek, dus zijn enige oplossing is ‘een omgekeerde actie’. Om op iemand te stemmen waarvoor hij iets voelt, en in dit geval zijn dat zijn negatieve gevoelens voor Wilders. “Ik ben niet zo’n afzetter”, verduidelijkt Domenique. “Ik voel me soms ook meer vormgever dan kunstenaar. Ik geef mijn ideeën vorm en ben creatief bezig. Jonas gebruikt zijn werk als middel om een statement te maken. Daarvoor gebruikt hij provocaties om in de media terecht te komen. Op deze manier verspreidt hij zijn woord en dat vind ik erg sterk van hem.” Domenique vindt het goed om de vrijheid

te verkennen en om een ethiek op te zetten, om te kijken hoever je kunt gaan. De 27-jarige kunstenaar heeft zelf geen affectie met extreme voorwerpen. Hij is het niet eens met bijvoorbeeld Tinkerbell, die haar eigen kat wurgde om er een tas van te maken. “Ik ga niet over toestemming, mensen moeten zelf weten wat ze doen. Als er urgentie is een duidelijk en sterk statement te maken, dan moet je vooral doen wat je niet laten kan, maar je moet de gevolgen goed inzien. Voor mij ligt de grens daar waar het nut van een actie niet meer opweegt tegen de persoonlijke consequenties.” Kunstenares Jackie Bacon is vorig jaar afgestudeerd aan de Rietveld Academie in Amsterdam. Zij heeft haar scriptie geschreven over geëngageerde kunst en is

bekend met het werk van Domenique. “Het is een geëngageerde kunstenaar die werkt vanuit de kleine, ogenschijnlijk onbelangrijke zaken die ons in het dagelijks leven bezighouden.” Een wat radicaler werk van Domenique is daarentegen de tekst ‘Ik ben begaan met jullie ellende’. Deze staat op een spandoek dat langs de snelweg hangt om te protesteren tegen de overdaad aan reclame. De boodschap komt volgens Jackie aan bij elke automobilist die de tekst leest. Het doet denken aan een kunstwerk van Renzo Martens, de video Enjoy Poverty over kansloos Afrika, waar Martens de bevolking wijst op het feit dat er in zo’n dertig jaar niets veranderd is en dat ook niet zal gebeuren. “Het is een tenenkrommende

provocatie. Domenique werkt veel met tekst. Woordspelingen in knipperend neonlicht uitgevoerd, zoals Kop Op! Hij pakt problemen aan met humor, soms zelfs ironie. Het zijn, zoals hij zelf zegt, visuele schouderklopjes voor de grijze massa. Volgens Domenique is er een gebrek aan fantasie in de wereld. “Mensen zijn heel erg op zoek naar iets dat nodig is. Iedereen heeft zijn eigen vorm van betrokkenheid. Momenteel zijn we weinig geëngageerd vergeleken met de jaren tachtig. Alles is bereikbaar via het internet of staat onder invloed van de media. De romantiek van het fantaseren gaat zo verloren.” Domenique hoopt daarom door zijn geëngageerde kunst mensen te helpen en zijn steentje bij te dragen aan de maatschappij.

26

27

“engAgeMenT is
kunsTenAAR AAd vAn deR MeeR oveR zijn
Na een technische opleiding besloot Aad van der Meer naar de kunstacademie te gaan om voor handvaardigheid docent te leren. Schilderen vond hij niks, maar tijdens zijn studie verloor de 34-jarige Van der Meer zijn hart toch langzamerhand aan de schilderkunst. Zelf beschrijft hij dit moment als een soort oerbron die open is geklapt, waardoor hij niet meer is opgehouden met kunst te maken. Van der Meer is nu zo’n twaalf jaar aan het schilderen, hard op weg om een grote kunstenaar te worden. Door Natasja de Vries

nieT Mijn veRTRekpunT”
weRk en geëngAgeeRde kunsT
Selfportrait - zelfportret Aad van der Meer

wij die voelen en niet zoals ze zijn.” Wat betekent geëngageerde kunst voor jou? “Dat vind ik moeilijk. Ik heb eigenlijk niet zoveel met die term. Ik vind dat het woord ‘engagement’ een beperking met zich meebrengt. De kunstenaar krijgt een label opgeplakt en daar houd ik niet zo van. Als ik het toch zou moeten definiëren, dan denk ik dat geëngageerde kunst een duidelijke boodschap heeft. Neem bijvoorbeeld de schilderijen van de Duitse schilder Anselm Kiefer, daar zitten allerlei politieke elementen in verweven. Het is zeer geëngageerd, maar ik vind het een clichématige manier van werken. Voor mij schuilt de boodschap van een schilderij meer onder de oppervlakte.” In veel van je schilderijen zien we orangoetans terugkomen. Waar komt deze fascinatie vandaan? “Het is begonnen met een schilderij dat ik heb gemaakt: The Old Philosopher. Ik wilde graag een keer een filosoof schilderen en had een klassieke compositie overgenomen van het schilderij De Oosterling, waarvan lange tijd gedacht werd dat het door Rembrandt is geschilderd. Het idee om een apengezicht in het werk te schilderen kwam eigenlijk

uit het niets. In mijn latere werk had het schilderen van orang-oetans niets meer met toevalligheid te maken en ben ik min of meer geobsedeerd geraakt door deze bijzondere wezens.” Je schildert nu orang-oetans vanuit een ander perspectief ? “Ja. Tijdens mijn onderzoek ben ik erachter gekomen dat orang-oetans de filosofen van de jungle zijn. Dan besef je dat apen net als mensen een eigen cultuur hebben en eigenlijk heel dicht bij de mens staan. Het is naar mijn idee zelfs de betere versie van de mens. Orang-oetans bezitten een puurheid die wij lang geleden verloren hebben. Met mijn werk probeer ik de schoonheid en puurheid van deze schepsels te laten zien. Het zou zonde zijn als deze verloren gaan.” Schuilt daarin jouw ‘engagement’? “In die zin zet ik kunst wel als wapen in en kan mijn werk als geëngageerd worden beschouwd. Maar ik laat mijn schilderijen graag open voor interpretatie. Als toeschouwer kun je er een mooie boodschap uithalen, maar dat hoeft niet. Engagement is dus niet mijn vertrekpunt, al hoop ik wel dat ik mensen met mijn werk kan dwingen over het schilderij na te denken en, net als Bacon en Van Gogh, vooral te laten voelen.”

Wat maak je zoal voor kunst? “De kunst die ik maak is een reflectie van wat er in mijn hoofd ronddwaalt. Ik filter dat en voeg het samen tot een schilderij.” Waar komen die ronddwalende beelden vandaan? “Ik heb veel inspiratie opgedaan tijdens mijn reizen door Zuidoost-Azië. Daarnaast bezoek ik regelmatig musea, lees veel boeken en verzamel ik fotomateriaal van internet. Ook scheur ik beelden uit tijdschriften of benader ik bijvoorbeeld een fotograaf om zijn materiaal als inspiratie te gebruiken. Dat is meestal geen probleem.” Je doet dus veel inspiratie op door middel van fotomateriaal? “Dat klopt. Het is een houvast voor het schilderen. Ik bekijk soms wel tweeduizend

foto’s per avond. Dan zoek ik uit wat ik aardig vind en maak ik mijn selectie.” Dan ben je dus op zoek naar een bepaald beeld? “Ik heb altijd wel een bepaald idee van het type schilderij dat ik wil maken. Ik zet iets op, laat het werk drogen en kijk er vervolgens naar. Op dat moment begint het hele proces. Ik maak geen schetsen. Wat ik niet wil, is dat het schilderij een kopie wordt van de schets, dan is voor mij de levendigheid eruit. Ik zit liever nergens aan vast. Ik begin ergens, maar laat het ook zo weer los.” Even terug in de tijd: schilderen vond je niks, nu al twaalf jaar kunstenaar. Waar komt die ommekeer vandaan? “Op de kunstacademie moest ik natuurlijk

schilderen. Ik kon het helemaal niet, maar juist daarom werd het een obsessie voor me. Ik wist dat ik eerst door een hel moest gaan om het te leren, ook al zou ik er uiteindelijk wel uit komen.” Heb je een favoriete schilder? “Ik heb er een aantal: klassieke oude meesters als Rembrandt, Caravaggio en Van Gogh, maar ook Francis Bacon. Hij is voor mij de grootste kunstenaar van de tweede helft van de twintigste eeuw. Bacon ontwikkelde zijn eigen schildertechniek, los van de academische manier van schilderen. Dit maakt zijn werk intens en bijzonder. Techniek wordt een onderdeel van het schilderen, maar schilderen gaat niet over techniek. Bacon dwong zijn publiek zo om te voelen. Van Gogh was daar ook heel erg mee bezig. Hij schilderde de dingen zoals

28

29

de oosTeRling in een nieuw jAsje
Wat ooit als toeval begon, groeide uit tot een obsessie. Kunstenaar Aad van der Meer is gegrepen door orang-oetans omdat ze, net als de mens, onderdeel van het universum uitmaken. In zijn serie Orangutan spelen deze intelligente dieren dan ook overduidelijk de hoofdrol. Door Kim Seignette
Van der Meer wilde altijd al een oude filosoof schilderen. Hij nam De Oosterling als uitgangspunt, een schilderij waarvan jaren werd gedacht dat het door Rembrandt is gemaakt. Van der Meer wilde er iets bijzonders mee doen en besloot in plaats van een mensengezicht, het hoofd van een orang-oetan te schilderen. Echte Rembrandt-kenners zullen vreemd opkijken bij Van der Meers The Old Philosopher. De klassieke compositie en de oosterse tulband, verrijkt met een blauwe ketting, komen sterk overeen met De Oosterling. De felrode fluwelen jas die de orang-oetan op het schilderij draagt, trekt de aandacht van de kijker. Maar het meest opvallend is het afgebeelde hoofd van de orang-oetan dat onder de grote tulband vandaan komt. Het schilderij is geheel tegen de verwachtingen in en geeft de kijker een verrassend beeld. De menselijke trekjes die Van der Meer aan het hoofd van de orang-oetan heeft gegeven, maken het werk bijzonder, terwijl ook de droevige gezichtsuitdrukking van de orang-oetan het schilderij iets menselijks geeft. Het is dan ook niet vreemd om op de plek van het gezicht van de filosoof, een orang-oetan te zien. moderne tijd’ is. In tegenstelling tot de schilder van De Oosterling, lijkt het of Van der Meer zich minder goed geconcentreerd heeft op een spannend lichtspel. De Oosterling is opgebouwd uit donkere kleuren waarin licht een belangrijke rol speelt en als men The Old Philosopher er naast zou hangen, zou het werk van Van der Meer vlak en mat overkomen. De minder prominente rol van het licht stoort verder niet. Het past zelfs wel bij de sombere gezichtsuitdrukking van de orang-oetan en er is genoeg anders te zien. The Old Philosopher is als het ware de grondlegger van Van der Meers serie Orangutan, waarin orang-oetans op allerlei creatieve manieren worden afgebeeld. Van der Meer maakte zelfs een zelfportret in de vorm van een orang-oetan. In zijn tentoonstelling ’30 Seconds’, die vorig jaar te zien was in het HollandThe Old Philosopher De Oosterling

eChTe ReMbRAndT-kenneRs zullen vReeMd opkijken bij vAn deR MeeRs The old philosopheR.
Van der Meer combineert in The Old Philosopher een realistisch beeld met een abstract beeld. De donkere, abstracte achtergrond wordt onderbroken door fel paarse vierkante blokken en daarnaast wordt de aandacht van de kijker onmiddellijk getrokken door een wit vlak naast het hoofd van de orang-oetan. In dit witte vlak staat het logo van Google, een kenmerk waaruit blijkt dat Van der Meer een ‘kind van de

American Hotel in Amsterdam waar ook de orang-oetan serie werd geëxposeerd, wilde Van der Meer bereiken dat zijn kijkers hun aandacht langer dan de gemiddelde negen

seconden bij het werk vasthielden, want dat is volgens hem dé manier om een werk als The Old Philosopher, goed te kunnen begrijpen.

30

 

31

Thuis bij vAn deR MeeR

Thuis bij Aad van der Meer. Momenteel is hij bezig met een nieuwe serie schilderijen, waarin geen apen, maar mensen een grote rol spelen. Zowel in zijn huis als in zijn werk zijn veel Aziatische invloeden terug te vinden. Foto’s Natasja de Vries

32

33

“ik denk nog sTeeds
Veertien jaar geleden verruilde Üdo Braehler het ondernemerschap om zich op zijn schilderkunst te richten. Hij verkocht zijn reclamebureaus in Amsterdam en Berlijn en startte een opleiding aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht. Braehler maakt werk dat zich enerzijds kenmerkt door kleurrijke abstractie en anderzijds door religieuze thema’s aan te spreken. Dat de van oorsprong Duitse Braehler geen doorsnee kunstenaar is, wordt al snel duidelijk. Van disharmonische elementen tot zijn afkeer van het subsidiesysteem: “De kunstsubsidies moeten volledig op de schop!” Door Remy Ludo Gieling

Als een MARkeTeeR”
Üdo Breahler in zijn atelier Foto: Remy Ludo Gieling

“In mijn werk zitten elementen van pijn. Het herinnert je eraan dat je leeft. Bij mijn werk uit pijn zich in disharmonie. Disharmonie schudt mensen wakker. Je moet het vergelijken met een muziekstuk, daar zitten altijd disharmonische elementen in. Muziek die alleen harmonieus is, is dodelijk saai. Het is zo weinig uitdagend of spannend. Disharmonie maakt het interessant, maar geeft soms ook pijn. Je moet dit koesteren, het hoort bij het leven.” “De reclamewereld, waarin ik jarenlang heb gewerkt, is het tegenovergestelde van pijn. Je wilt juist harmonie scheppen: de ultieme verleiding is de belofte van harmonie. Neem bijvoorbeeld zweet: dat ruikt niet lekker dus dat is disharmonie, maar als je Axe gebruikt dan ruik je weer lekker en álle vrouwen vallen voor je. Dat is de ultieme harmonie, allemaal bullshit natuurlijk,

maar het is wel de belofte. Men zegt vaak dat je aan mijn werk ziet dat ik uit de reclamewereld kom. Het is een synergie van harmonie en disharmonie. Mijn werk is erg dominant. Je moet het niet te dicht hangen bij teer werk, dat tere werk legt het dan af.” “Veertien jaar geleden ben ik naar de Hogeschool van de Kunsten in Utrecht gegaan. In het begin van de opleiding heb ik veel aan mijzelf moeten veranderen. Ik was het bedrijfsleven gewend, en daar moet je alle risico’s uitsluiten. Onverwachte dingen zijn niet welkom. Ik ben een controlefreak, dus alles moest perfect zijn. Dat moet je met schilderen niet doen. Je moet het loslaten. Je moet het toeval toelaten. Je moet luisteren naar het schilderij. En je moet vooral niet je wil opleggen, dan wordt het niks. De academie was niet wat ik ervan verwacht had. Je wordt heel goed begeleid in het proces

van creatief denken, maar er gaat te weinig aandacht naar de techniek. Ik heb nooit geleerd hoe ik een menselijk lichaam moet tekenen, hoe ik een doek op een frame moet spannen of zelfs simpele dingen als kleurenleer. Dat was wel een gemis.” “Er is momenteel veel discussie gaande over het korten van subsidies. In tegenstelling tot veel andere kunstenaars kijk ik erg kritisch naar het geven van kunstsubsidies. Er worden naar mijn mening veel te veel subsidies gegeven, in elk geval op de verkeerde plek. Er is zoveel geld gemoeid met vage commissies en stichtingen, daar mag de stofkam wel een keer doorheen. Subsidies zijn ook slecht voor kunstenaars. De mensen die ze geven zijn vooral ambtenaren en die denken uitsluitend mainstream. Het werk moet binnen de culturele context passen, cultureel correct zijn. Is het dat niet, dan krijg je

moeilijk subsidie.” “Ik ben niet bang voor het korten van subsidies. Wat dat betreft denk ik nog steeds als marketeer, dat zal waarschijnlijk nooit meer veranderen. Ik vind dat er meer subsidies mogen komen om de particuliere sector uit te bouwen: subsidies op het kopen van kunst. Daar stimuleer je de markt mee. In het buitenland gebeurt dit al, en vaak met succes. Ik spreek natuurlijk ook met andere kunstenaars over dit onderwerp, dan wordt mijn mening niet in dank afgenomen. Die zijn daar niet blij mee. Ze zijn bang dat als ze kunst voor de publieke sector gaan maken, ze een hoer van de markt worden. Ik denk dat dit nooit zal gebeuren. Wanneer je jezelf laat leiden door anderen, is het einde snel in zicht. Je moet jezelf blijven om bestaansrecht te hebben, anders lig je er zo uit.”

34

35

bRAehleR bAlAnCeeRT Religie en dishARMonie
Üdo bRAehleR zoekT MeT zijn weRk nAAR de wAARde vAn heT geloof
Met zijn drieluik Kruisiging brengt Üdo Braehler een eerbetoon aan schilder Rogier van der Weyden, maar ook aan het geloof. Hoewel de kerk in zijn ogen weinig goed kan doen, is Braehler geïnspireerd door de diepe gevoelens die religieuze kunst vroeger opriep: ‘Het is jammer dat wij dat niet meer zo ervaren, want het geloof kan ook nu van grote waarde zijn.’ Door Daan de Geus
Braehler, die in Duitsland is geboren en na de Tweede Wereldoorlog naar Nederland kwam, was tot midden jaren negentig een succesvolle reclame-man, maar nam afscheid van dit wereldje om zijn hervonden passie voor kunst nieuw leven in te blazen. Zijn werk valt grofweg in twee categoriën te verdelen: religieus en niet-religieus. Tijdens de expositie ‘Art of Message’ wordt zijn werk Kruisiging gepresenteerd. Bent u religieus opgevoed? “Ik ben christelijk opgevoed, maar op een vrijzinnige manier. Mijn moeder was zeer gelovig en is dat altijd gebleven. Ikzelf had eigenlijk niet zoveel met religie en ben nog steeds geen fan van de kerk. Ik geloof op mijn eigen manier.” Wat voor rol speelt religie vandaag de dag in uw leven? “Ik geloof in God, maar niet in een man met een grijze baard die op een wolk zit en naar beneden kijkt. Ik denk dat er ‘iets’ is dat ons allen bindt en boven ons uitstijgt. “ Hoe kijkt u dan tegen het geloof aan zoals dat vorm gegeven wordt door de kerk? “Het geloof wordt op een erbarmelijke wijze verteld door de kerk, maar met de religie an sich is niets mis. In tegendeel zelfs.” Kunt u dat toelichten? “Vanuit een marketing-perspectief gezien is het christendom een vrijwel perfect ‘product’, mits het goed gebruikt en op de juiste manier aan de man gebracht wordt. Ik heb het dan overigens niet over de verpakking, maar over de betekenis en boodschap.” En wat is deze boodschap? “Ik wil dit graag illustreren met een voorbeeld. Je zou de Bijbel eens moeten lezen en het woord ‘God’ overal vervangen door het woord ‘leven’. Ik heb dit gedaan, en het levert een heel ander andere vertelling op, namelijk dat het leven op zich ‘goddelijk’ is. Misschien is dat wel de boodschap. Ik geloof dat, dus voor mij is het zo.” Bent u dan niet blind voor de werkelijkheid? “Natuurlijk gebeuren er slechte dingen en lijden mensen pijn, maar dat moet je koesteren. Het hoort bij het leven, dat is een inzicht dat ik heb verkregen nadat mijn zoon veel te vroeg om het leven kwam door een ongeluk. Pijn, hoe verscheurend ook, herinnert je er aan dat je leeft. Er kan namelijk niet alleen harmonie zijn, je moet disharmonie op de koop toe nemen. Het is nodig. Het schudt je wakker en stelt je in staat zaken in een ander licht te zien. Mensen

Het kunstwerk Kruisiging

veel gevoelens had bij het geloof. Wij zijn dat helaas kwijtgeraakt.” Hoe ervaart de moderne mens dit dan? “Het engagement en de gevoelens van Van der Weyden kom je, als het christelijke symbolen aangaat, niet meer tegen. Volgens mij komt dit omdat de verhalen clichés geworden zijn. Ze hebben geen relatie meer tot de problemen van de moderne tijd. Dat wil zeggen, die hebben ze wel, maar ze worden niet op de juiste manier ‘vertaald’ en zo zie je wederom dat het christendom de mensen niet langer bereikt.” Is dit werk een poging een dergelijk verhaal op een juiste manier aan de man te brengen? “Ja. Ik heb het originele werk in de huidige tijd geplaatst omdat ik vind dat er veel thema’s in zitten die behandeld zouden moeten worden door de kerk.” Welke thema’s zijn dat? “Geweld en seks, maar ook oorlog. Dit zijn onderwerpen die een raakvlak met het evangelie hebben en dus op één of andere manier aan bod zouden moeten komen. Natuurlijk kun je er op zondag ontzettend clichématig over leuteren in de kerk, maar je kan ook kijken wat je er op een andere manier in het dagelijks leven mee kan doen, zonder de clichés en platitudes die er in de kerk omheen zweven. Het geloof kan namelijk nu nog van grote waarde zijn.”

streven naar harmonie, maar zonder chaos is het bestaan saai en leef je in een luchtbel. Met mijn kunst wil ik die luchtbel doorprikken en mensen aan het denken zetten. Ik wil de disharmonie en chaos laten doorschemeren.” Uw werk Kruisiging maakt deel uit van onze expositie. Kunt u hier meer over

vertellen? “Het is geïnspireerd op een drieluik van Rogier van der Weyden. Hij heeft de kruisiging ook geschilderd en ik was getroffen door de betrokkenheid en geëngageerdheid van zijn werk. Toen ik daar over nadacht, besefte ik me dat het eigenlijk prachtig is dat je in die tijd - het origineel komt uit de vijftiende eeuw - zo geëngageerd en religieus was, zo-

36

37

“ik wil Mensen lATen genieTen vAn iedeRe dAg die ze hebben”
Op 20-jarige leeftijd verliet Abdel Farahi zijn geboorteland Marokko om te gaan reizen. Het enige dat hij meenam was zijn rugzak en zijn herinneringen. Hij reisde door Europa en kwam in Nederland zijn vrouw tegen, waar de schilder zich settlede. Door Hüsniye Yildez

“ik ben veRslAAfd AAn kunsT, Als ik nieT sChildeR voel ik Me nieT goed”
kunstenaars ook erg zweverig. Kijk, ik ben iemand die met beide benen op de grond staat. Ik hoef niet uren over een doek te lullen. Misschien ben ik dan iemand die kort van stof is, maar ik ben liever productief bezig.” Die aanvaring zorgde ervoor dat hij zijn eigen weg koos, een diploma is immers geen garantie voor succes, bedacht hij zich. Zijn werk werd in verschillende steden in europa tentoongesteld. Farahi’s werk spat van het doek met de felle kleuren die hij gebruikt. Het zijn vooral landschappen en huizen die hij schildert, hoewel er ook een periode is geweest dat hij alleen maar mensen schilderde. De felle kleuren omarmen je bij de eerste blik die je op de doeken werpt, de schilder geeft de kijker meteen een warm gevoel van binnen. Het zijn geen perfecte vormen, maar dat wil hij ook niet. De huizen smelten samen in een geheel, het doet soms denken aan een kasteel. In ieder geval een plaats waar het gezellig is. Je zou zo je koffer willen pakken en vertrekken. Naast de gezellige kleuren vraag je je ook af wat er daarbinnen gebeurt, je nieuwsgierigheid vraagt je om te fantaseren. Een plek waar je al je zorgen naast je neer kan leggen en de dagelijkse sleur je niet treft. Het is haast onmogelijk om te denken dat de wereldproblematiek op deze doeken bestaat. Misschien een plek waar je niet hoeft te presteren, maar gewoon er zijn! In Farahi’s atelier waan je je in een kleurendoolhof, met talloze schilderijen die je in hun warme armen willen sluiten. Tegenwoordig bestaat er lichttherapie voor mensen die last hebben van een winterdipje. Het is een stuk effectiever om je mee te laten voeren door de vrolijkheid van Farahi’s schilderijen. Die winterdip verdwijnt dan als sneeuw voor de zon!“Mijn werk is een combinatie van de werkelijkheid die ik zie, en van mijn fantasie. Ik probeer Marokko zo mooi mogelijk te schilderen, misschien nog mooier dan het in mijn herinneringen is. Toen ik mijn land verliet besefte ik niet wat voor een drastische beslissing ik genomen had. Ik heb twintig jaar van mijn leven achter me gelaten, inclusief mijn familie en vrienden. Dat was erg shocking voor ze. Mijn moeder zegt altijd: ”Ik breng mijn kinderen ter wereld, voed ze op en een ander geniet van ze.” “Als kunstenaar ga je door verschillende fasen, ik wil mezelf niet in een hokje duwen. Ik vind geëngageerdheid wel belangrijk, maar voel niet zo zeer de behoefte om dat in mijn werk te tonen. Na 11 september zag je dat een heleboel kunstenaars het in hun werk verwerkten, ik wil niet met die stroom meegaan. Natuurlijk vind ik het ook vreselijk wat er gebeurd is, alle ellende die dagelijks in de wereld plaats vindt. Maar ik toon mijn betrokkenheid liever door geld te doneren. Geef mij maar positiviteit en vrolijkheid. Ik wil mensen met mijn doeken laten genieten van elke dag die ze hebben.”

De 44-jarige Farahi, die inmiddels zelf vader is van een zoon en een dochter, komt uit een groot gezin met zeven kinderen. Het gezin had altijd veel te maken met kunst, dat kon ook niet anders met een moeder die schilderde. Daarnaast was zijn oom leraar op een kunstacademie. “Van hem kreeg ik heel veel begeleiding. Verder schildert mijn oudere broer ook, ik zag hem als mijn voorbeeld. Dali vind ik ook geweldig, maar ik heb mijn eigen stijl ontwikkeld door de jaren heen.” De feeling voor kunst is de schilder dus met de paplepel ingegoten. Als kind was hij al erg creatief met het maken van zijn eigen speelgoed, voor hem geen kant-en-klaar speelgoed. Hij maakte liever zelf zijn eigen auto’s en vrachtwagens, tot het goed genoeg was voor zijn smaak.

De kunstenaar heeft achttien jaar als jeugdhulpverlener gewerkt. Tegenwoordig is hij werkzaam als adviseur bij een woningcorporatie. “Ik heb financieel niks te klagen, ik kan alles kopen wat ik wil. Maar geld alleen is niet voldoende voor mij. Ik ben verslaafd aan kunst, als ik niet schilder voel ik me niet goed. Dat is goed, het is een soort bevestiging dat ik het nodig heb. Kunst laat je niet los, ik vind dat je als kunstenaar geboren wordt, en niet een kunstenaar wordt.” Voordat Farahi maatschappelijk werker werd, wilde hij naar de kunstacademie gaan. Maar het ging al fout tijdens het intakegesprek. “Het staat me nog goed bij dat de docent zei dat ze me zouden kneden tot kunstenaar. Ik zei dat ik dat al was, dat stond ze tegen. Verder vond ik de

38

39

TRAnen in heT duisTeR
foTogRAAf pieT den blAnken lAAT de essenTie vAn heT veRhAAl zien
Een vrouw zit tegen een boom, ze lijkt te glimlachen, met haar hand wrijft ze tegen haar voorhoofd. Ze lijkt ergens over na te denken. Dit is niet zomaar een jonge vrouw tegen een boom. Het is Ivania, een prostituee met vijf kinderen, afkomstig uit Managua, Nicaragua. Documentairefotograaf Piet den Blanken ontmoette haar en legde haar leven vast. Dit werd uit eindelijk de fotoserie Mama is ziek, met portretten van Ivania tijdens haar leven, ziekte en sterven. Piet den Blanken kwam heel dichtbij en door zijn portretten begin je vanzelf van haar te houden. Door Marianne Boshoven

De fotograaf is naar eigen zeggen een ‘verhalenverteller’. Zijn fotografie is doordrongen van politiek engagement. Door zijn verhalen stelt hij problemen aan de kaak, laat hij ze zien. Hij vindt het belangrijk dat mensen een foto tegen de achtergrond van het bijbehorende verhaal bekijken. Ze moeten geen willekeurige foto uit een serie als een kunstwerk aan de muur hangen omdat ze het een mooie foto vinden. De serie Mama is ziek is het sterkst wanneer je het bijbehorende verhaal weet. In 1997 fotografeerde Piet prostituees in Managua, de hoofdstad van Nicaragua. Ivania Brooks was daar een van en met haar bouwde hij een speciale band op. Met haar vijf kinderen en haar moeder woonde ze in een klein huis, in één ruimte. De toestand was schrijnend. Piet mocht ook bij haar

thuis fotograferen en leerde haar zo steeds beter kennen en kwam na verloop van tijd ook nog steeds op bezoek. Na een aantal jaar kwamen niet Ivania maar haar kinderen Den Blanken van het vliegveld ophalen. Den Blanken vroeg waar hun moeder was, “mama is ziek”, antwoordden ze. Bij het volgende bezoek was ze overleden. Piet wilde haar verhaal graag vertellen en verborg zijn emoties achter de camera. “In eerste instantie ben ik alleen maar bezig om het onderwerp er zo sterk mogelijk op te krijgen. Soms zie ik dan foto’s terug in de donkere kamer en dan raakt het me. En dat is maar goed ook, anders zou ik erg hard zijn.” Den Blanken weet het klaar te spelen hen op zulke mooie momenten vast te leggen, dat het een erg emotionele serie is gewor-

den. Een voorbeeld is de ‘gezinsfoto’, enigszins aan het begin van de serie. Ivania heeft haar jongste kind aan de borst en haar hand onder de kin van haar oudste dochter. Het lijkt of ze er voor wil zorgen dat het meisje een goede houding heeft voor op de foto. Dit doet denken aan een moeder die nog net even de chocopasta van je gezicht afpoetste voor je naar school moest. Op een later moment in de serie wordt duidelijk dat Ivania ziek is. De liefde voor haar kinderen wordt beantwoord in de liefde van de oudste zoon voor zijn moeder. Hij verzorgt haar, geeft haar te eten en wast haar. Den Blanken documenteert deze intieme band tussen moeder en zoon. Ook na haar dood heeft Piet nog contact met de kinderen van Ivania. De kracht van het werk van Piet den Blanken ligt ook in zijn zwart-witfotografie. Dit

Ivania met haar moeder (rechts) en haar kinderen

is een bewuste keuze van Den Blanken, want zo blijft de essentie van de foto in tact. “De kleuren zouden alleen maar afleiden van het werkelijke verhaal en het maakt foto’s nog dramatischer”. Daar heeft hij gelijk in. Bij de laatste foto’s – de kinderen zitten bij het graf van hun moeder – zou kleur afleiden van waar het werkelijk om gaat. Naast zwart-wit maakt Piet ook gebruik van doordrukken en tegenhouden om bepaalde personen meer naar voren te halen in zijn foto’s.

Het werk van Den Blanken is één en al engagement. Hij sluit een onderwerp in zijn hart en probeert daar een zo goed mogelijk verhaal van te maken. Niet om de wereld te verbeteren: “Ik ben geen actievoerder.” Een passend citaat, volgens Den Blanken, van schrijver Walter van den Broeck: “Ik weet net zo zeker dat ik de wereld verbeter zoals ik zeker weet dat het niveau van de zee stijgt als ik er een emmer water ingooi.”

De zieke Ivania

40

41

foTojouRnAlisTiek op
Musea en kunstgaleries zijn steeds meer geïnteresseerd in fotojournalistiek en documentairefotografie. De realiteit van oorlog, ellende, pijn en crisis is veranderd in hoogstaande kunst. Door Caroline Langendoen

de gRens

Musea en kunstkopers hebben veel invloed op de waarde en maatstaven van kunst. Voor de niet-kunstkenners en critici hangt kunst in het museum. Kunstcritici en filosofen zoals Arthur Danto (geboren 1924) waren al bezig met het beoordelen van kunst en bedenken van kunsttheorieën, wat de discussie over kunst een eeuw oud maakt. Het woord kunst brengt verwarring met zich mee, het woord kent vele betekenissen, wat het nog moeilijker maakt om te beoordelen of bepaalden werken wel tot de kunst behoren. De fotojournalistiek is een van de journalistieke en fotografische takken waar de scheidslijn tussen kunst en het overbrengen van een boodschap heel dun is. Zender- boodschap- ontvanger Journalistiek en kunst zijn terug te brengen naar het schema van zender – boodschap – ontvanger. Het doel van de zender in de journalistiek, namelijk de boodschap overbrengen aan de ontvanger, is te vergelijken

met het doel van de kunst om de menselijke zintuigen en geest te prikkelen, door originaliteit en schoonheid. De foto van James Nachtwey van Ground Zero is esthetisch, hij maakt indruk en laat ons even denken over wat we nou echt zien. Je zou kunnen zeggen dat het kunst is. Maar de foto is ook journalistiek, het is een actuele gebeurtenis die afwijkt van het normale. Het is journalistiek, het is kunst, het is fotojournalistiek. De kunst De meningen zijn verdeeld of fotojournalistiek als kunst gezien kan worden. Vooral onder fotojournalisten zelf speelt deze discussie. Robin Utrecht is fotojournalist en werkt in opdracht van verschillende kranten en tijdschriften. Hij vindt dat het verschil tussen fotojournalistiek en kunst zit in de aanvankelijke reden dat het werk gemaakt wordt. Hij maakt onderscheid tussen het te redigeren object voor kunstfotografie en het object zoals het is in de fotojournalistiek. “Als fotojournalist ben ik gebonden

aan wat in de journalistiek wordt genoemd ‘the deceiving moment’. Dit betekent dat ik soms maar een paar seconden heb om de gebeurtenis vast te leggen. Als fotograaf met een kunstachtergrond probeer ik zoveel mogelijk mijn onderwerp vanuit een originele hoek te benaderen. Dit betekent niet dat mijn werk kunst is. Want dat is niet mijn verhaal”, vertelt Utrecht. Het verhaal dat de fotojournalist wil vertellen voldoet aan andere criteria zoals actualiteit, problemen en moet functioneel zijn als illustratie bij een verhaal. Volgens Utrecht kan door miscommunicatie tussen boodschapper en ontvanger één foto op twee verschillende manieren geïnterpreteerd worden. Raymond Rutting, fotojournalist en oprichter van The Art of News Foundation, vindt dat fotojournalistiek absoluut wel als kunst beschouwd kan worden. Rutting vindt de lijn tussen fotojournalistiek en kunst dun en deze lijn wordt dan ook niet in alle gevallen overschreden. Waar Utrecht een onFotojournalistiek of kunst? Ground Zero van James Nachtwey

derscheid maakt tussen het wel en niet te redigeren object dat hij fotografeert, vindt Rutting juist dat elk object dat hij gaat fotograferen te redigeren is. “Voordat ik mijn opdracht uitvoer bedenk ik een plan om het

onderwerp te benaderen, dit is ook een manier van redigeren”, aldus Rutting. Bij het redigeren van het te fotograferen onderwerp geeft Rutting een overeenkomst met fotojournalistiek en dat wat door Utrecht

wel als kunst wordt beschouwd. Voor Rutting is het uiten van zijn emoties in zijn fotografische werk ook een belangrijk argument waarom fotojournalistiek kunst kan zijn. Rutting: “In mijn fotografie zie je mijn

42

43

‘ik ben doCuMenTAiRefoTogRAAf. MAAR Als Mensen Mijn weRk Als kunsT beooRdelen vind ik dAT pRiMA’

buigend kijken naar fotojournalistiek. Ze hebben het over even een plaatje schieten”, zegt Rutting. Voor hem kan fotojournalistiek kunst zijn. “Als de foto die waarde heeft, hij zo wordt geapprecieerd en de fotograaf zijn emoties laat zien, ja dan is het kunst en niet een even geschoten plaatje.” Andere podia Piet den Blanken, autonoom documentairefotograaf, vertelt dat mensen bij het zien van zijn foto’s soms vinden dat het kunst is. “Ik ben geen kunstenaar”, zegt Den Blanken zelfverzekerd. “Ik ben documentairefotograaf. Maar als mensen mijn werk als kunst beoordelen vind ik dat prima.” Piet den Blanken is sinds 1987 documentairefotograaf. In zijn jongere jaren verkocht hij de meeste van zijn foto’s aan de krant. Tegenwoordig

wordt zijn werk veel tentoongesteld in musea en galeries. Maar hij zegt: “Mijn foto is pas af als hij in de krant staat, niet als hij in het museum aan de muur hangt.” Op de dagbladen wordt meer en meer gewerkt met freelancers. De fotoredactie was een van de eerste plekken waar op bezuinigd werd binnen de kranten. Nu moeten ook persbureaus zoals ANP bezuinigen op fotografen. Het is de tijd van de freelanc fotojournalist. Met de komst van de digitale camera werd de concurrentie binnen de fotojournalistiek groter. Dit betekent, dat fotojournalisten die vroeger hun werk kwijt konden bij de kranten op zoek moeten gaan naar andere podia om hun werk te laten zien. Musea en kunstgaleries bieden hier de ruimte voor. “Het doet af aan mijn werk als mensen het

louter beoordelen als kunst”, vindt Robin Utrecht. “De waarde van mijn journalistieke werk is er dan af.” Volgens Utrecht zal de grens tussen journalistiek en kunst zich blijven verleggen. “Het is niet erg dat de fotojournalistiek verandert. Als dit niet zou gebeuren zouden kranten, tijdschriften en het vak oersaai worden”, zegt Utrecht. Misschien zijn fotojournalisten over tien jaar wel kunstenaars. Fotojournalistiek wordt door de ontvanger als kunst beschouwd als de boodschap, of de foto emotie bij hem opwekt. Het kan zijn dat de ontvanger de foto plaatst in het kader van de kunst, gewaardeerd op esthetische waarde. De fotojournalist gaat op pad om een mooie foto te schieten niet om kunst te maken. Raymond Rutting: “Er zijn fotojournalisten, die als kunst kunnen fotograferen.”

James Nachtwey

emoties terug.” In de kunst is het vaak zo dat de kunstenaar vanuit zijn emoties een kunstwerk creëert en op die manier uiting geeft aan zijn gevoelens die hij wil delen met zijn publiek. “Heb ik een slechte dag dan maak ik ook

geen goede foto’s, mijn beste werk komt voort uit een emotioneel goede dag”, aldus Rutting. Belangrijk voor Rutting is ook wat de kijker ervaart. “Wil iemand mijn foto aan de muur hangen, dan is het kunst”, aldus Rutting.

Rutting richtte in 2005 The Art of News Foundation op. Een organisatie met als doel fotografische fondsen te werven voor ontwikkelingswerk en fotojournalistiek uit te dragen als kunstvorm. “De stichting heb ik opgericht omdat ik vind dat mensen neer-

44

45

duidelijkheid is vAlkuil in
engAgeMenT boven subTiliTeiT
Het kunstwerk Burma

weRk eMMy gosTelie
Het kunstwerk Pacific Trash Vortex

Een boot, een voetbal, een badeendje, een waterpistool: een berg troep. Een ‘vuilnisdraaikolk’ noemt kunstenaar Emmy Gostelie de achtergrond van haar werk Pacific Trash Vortex. Door Pim Brassien
In het midden van het schilderij kijkt een meeuw je aan met een blik die bijna niet te weerstaan is. Hij zegt: “Red me!” Onderaan is de titel er in duidelijk bloedrood op geschreven, terwijl de olie vanaf de bovenkant komt binnendrijven. De boodschap die Gostelie wil overbrengen is na een korte aanblik overduidelijk: ze reageert op de toenemende vervuiling van de oceaan. Reageren doet Gostelie in bijna al haar werken: ze wil een reflectie schilderen van de gebeurtenissen uit de dagelijkse nieuwsstroom. “De roofzucht van de mens heeft de aarde tot zijn prooi gemaakt, en dit wil ik uit de vaart van het vergetene redden, vastleggen en vasthouden.” Gostelie zit tegen het journalistieke aan door bijvoorbeeld enkele cijfers in haar Than Shwe en tenslotte de cijfers die verwijzen naar het aantal verdwenen en gestorven mensen. Storm + regime = extra veel leed. De boodschap spat er vanaf. De duidelijkheid is ook gelijk de valkuil van het werk van Gostelie. Doordat de boodschap binnen enkele seconden duidelijk is, vervelen de kunstwerken vrij snel. Daarnaast is ook de subtiele journalistieke inslag, zoals de sterftecijfers, te mager. Het is echter aan de andere kant wel een manier om grote, nare, gebeurtenissen op een toegankelijke manier vast te leggen. De werken zijn immers op speelse en toegankelijke wijze geschilderd. Het is een nobel streven, maar de gelaagdheid ontbreekt. Dan kan de meeuw nog zo aandoenlijk kijken, maar helaas.

werk te gebruiken en leest de nationale en internationale nieuwssites dagelijks grondig door om zo op onderwerpen te komen. Klimaatverandering, walvissenjacht, droogte in Afrika: het is slechts een greep uit de thema’s die ze behandelt.

De kunstenares verzamelt een groot aantal artikelen, maakt vele aantekeningen en creëert uiteindelijk een schets. Deze werkt ze daarna uit op canvas met oliepastel, oliekrijt, oilpaintstick en inkt. Het eindresultaat is over de hele linie van haar werk

een zeer concrete vorm van geëngageerde kunst. Voor de toeschouwer wordt er weinig aan de verbeelding overgelaten. Dat laatste is ook het geval bij Burma, het tweede werk waarmee Gostelie exposeert. De stijl die ze bij het vorige werk - Pacific

Trash Vortex - heeft gebruikt, is te herkennen. Overduidelijk is het onderwerp, in rode letters: Burma. Het wordt ondersteund door enkele details, zoals een storm op de achtergrond, eten en drinken met een kruis erdoorheen, de serieus kijkende generaal

46

47

“ik vind Mijn doeken behooRlijk hefTig”
Kleurrijke schilderijen over nieuws dat haar raakt. Vooral dierenleed en rampen spelen een rol op de doeken van Emmy Gostelie, want ze wil dat mensen langer stil staan bij wat er in de wereld gebeurt. Als geëngageerd schilder heeft ze het echter lastig. Een schilderij met een zware boodschap verkoopt namelijk niet makkelijk. Door Kees Dorresteijn
Foto: Sjaak Ramakers

Het atelier van de Utrechtse kunstenaar Emmy Gostelie (49) bevindt zich op de zolder van haar huis. Een kleine kamer die bezet wordt door een groot aantal doeken tegen de muur en een kamerhoge archiefkast vol informatiedossiers. Voordat Gostelie echter in het atelier aan een nieuw schilderij begint, slaat ze eerst de krant open. “Als ik geraakt word door een bericht in de krant, ga ik mij eerst inlezen. Ik verzamel veel artikelen en foto’s om zo een eigen beeld te vormen. Tijdens het lezen van de artikelen ontstaat het schilderij. Het samenstellen van zo’n informatiedossier maakt mijn schilderijen erg arbeidsintensief. Daarom schilder ik er niet veel.” Gostelie legt de vaak dikke dossiers nooit bij de schilderijen. “Ik vind dat de doeken op zich moeten staan. Ze zijn duidelijk genoeg.”

Gostelie laat zich vooral inspireren door nieuws over rampen en dierenleed. Door die betrokkenheid zijn schilderijen ontstaan als Mines of Death, Global Warming en Black Sea Polution. Met haar werk zet ze zich af tegen de vluchtigheid van het nieuws. “Ik kan ontzettend boos worden omdat mensen nooit even stil staan bij wat er in de wereld gebeurt. Dat de aarde gewoon verkloot wordt zonder er over na te denken. Daarom schilder ik er over.” De dossiers resulteren uiteindelijk in twaalf schilderijen per jaar, waarvan er na een strenge persoonlijke keuring vaak maar acht overblijven. Meer kan Gostelie er niet maken, omdat ze ook nog drie dagen per week ‘gewoon’ werk heeft. “Nadat ik van de kunstacademie kwam, realiseerde ik me dat er geen geld mee te verdienen viel.

Daarom ben ik gaan werken. Er was een periode waarin ik alleen in mijn atelier heb gewerkt, maar ik merkte dat je dan erg buiten de maatschappij komt te staan. Ik was blij toen ik weer een baan had en weer onder de mensen kwam.” Werken is dus nodig omdat ze van haar kunst niet kan leven. Gostelie verkoopt maar twee schilderijen per jaar, vooral omdat ze er naar eigen mening te weinig moeite voor doet. “Kunstenaars die het maken, zijn er dag en nacht mee in touw. Ze zijn fanatiek bezig met exposeren en het aan de man brengen van hun werk. Je moet, zo heb ik ingezien, daar heel veel tijd aan besteden en erg talentvol voor zijn. Ik heb er weinig tijd voor en ben niet erg talentvol.” De meeste van haar schilderijen verkoopt Gostelie aan vrienden, contacten van kennissen en aan de Kunstuitleen. Dat Goste-

lie’s doeken als ‘heftig’ en ‘confronterend’ bestempeld worden, is ook een reden voor de beperkte verkoop. “Dat hoorde ik laatst nog van een potentiële koper. Die vertelde dat ze graag een schilderij van een zeehond wilde hebben, maar niet met een boodschap erop.” Ondanks de vaak zware boodschap schildert de kunstenaar vooral met felle en ‘vrolijke’ kleuren. “Ik probeer altijd zo te schilderen dat de kijker niet denkt: ‘wat een afschuwelijke propaganda afbeelding’. Daarom schilder ik vaak lieve dieren met een daaraan verbonden boodschap. Toch vind ik sommige doeken nog steeds behoorlijk heftig.” “Ik wil mensen prikkelen om naar het schilderij te kijken en er langer over na te denken. Als mensen zich van het doek afwenden, komt de boodschap niet over. Wie

langer blijft kijken, ziet het verhaal en het detail van het doek. Er moet meer in het schilderij te zien zijn dan alleen maar de boodschap.” Toch weegt die boodschap zwaar mee voor een verkoop. Volgens Gostelie wil men liever een schilderij van een dier op zich. Haar populairste schilderij is daarom een doek waar het Duitse baby-ijsbeertje Knut op een steen staat, met onderaan een balk met daarop in lichte letters geschreven ‘global warming’. “Veel mensen willen dat doek hebben omdat er een leuk ijsbeertje op staat. Doordat hij veel bekeken wordt, zien ze de boodschap die er op staat, dus misschien is het wel een kleine concessie om mijn werk wat commerciëler te maken.”

Ondanks de concessie heeft Gostelie nog steeds 140 doeken in de opslag staan. Het is een collectie die het nieuws van de afgelopen twintig jaar weergeeft. Begonnen met een schilderij van een brand in de Utrechtse Wittenvrouwenstraat uit 1990 en daarna uitgegroeid tot een collectie van doeken van rampen van over de hele wereld. “Af en toe denk ik er zelfs over mijn oudere werk in de verkoop te doen.” Dat haar werk niet goed verkoopt vindt Gostelie niet erg. Ze heeft het schilderen nooit als beroep gezien, maar als iets vanzelfsprekends wat ze altijd heeft gedaan. Haar geëngageerde stijl zal ze daarom niet veranderen. “Ik maak gewoon wat ik wil. Vrijblijvende kunst vind ik niks. Ik heb nooit zomaar een ‘leuk’ doek gemaakt omdat de kleuren zo mooi zijn.”

48

49

“ik zie kunsT Als een MAnieR oM Mezelf Te uiTen”
Een gesprek met de Rotterdamse beeldend kunstenaar Paul Lagrouw. Op zijn werkplek Le Marez in Rijksoord hebben we het met Lagrouw onder meer over geëngageerde kunst, homokunst en zijn inspiratie voor zijn bronzen kunstwerken. Door Nancy Stevens
gankelijkheid en de menselijke molen die van alles verzint om zichzelf op te hemelen, terwijl we eigenlijk maar zo’n klein onderdeel van alles zijn. Dat ligt erg dicht bij mijn belevingswereld. Ik vind bijvoorbeeld het beeld de Family Lamp heel erg mooi.” Hoe kwam je op het idee voor True Love Is Deaf? “Dat was ineens een plaatje wat ik in mijn hoofd kreeg en ik dacht: Dat is wel een beeld waar ik iets mee los kan maken.” Was dat ook je doel, iets losmaken? “Ja. Ik krijg een idee, en dan ga ik afwegen: Vind ik het leuk om te maken? Wil ik er iets mee vertellen? En is het niet raar om twee mannen met een erectie te maken? Het is ook een persoonlijk proces, zeker in de homoacceptatie. Als ik mezelf geëmancipeerd en tolerant vind op veel vlakken, dan zou het eigenlijk geen probleem voor mij moeten zijn. Gedurende het maken van het beeld dacht ik het soms wel van: Hmm,
Paul Lagrouw

Family Lamp van Joep van Lieshout

patie mee wil werken. Het museum heeft een coming out dag georganiseerd, ik denk dat het goed is als ik daar met mijn beeld mijn statement benadruk.” Zie jij jezelf als een geëngageerd kunstenaar? “Nee. Ik maak geëngageerde kunst, maar ik zie mezelf als iemand die het nodig vindt om via een beeld, lied of tekst zichzelf te uiten. Het komt voort uit wie ik ben, uit mijn achtergrond en hoe ik dingen zie. Ik neem dat op en dat krijg ik terug via een beeld of een lied. En dat geef ik weer terug aan waar het vandaan komt.” Heb je alweer een volgend idee? “Ik ben op het moment nog bezig met het onderwerp economie. Ik gebruik als symbool gebouwen, hoge kantoorachtige dingen en die wil ik gebruiken om hun invloed op ons als individu en als maatschappij te laten zien. De economie heeft een grote invloed op ons die niet altijd positief is, ook al wordt die ons wel voorgespiegeld als positief. Ik wil de nevenkant naar voren trekken en belichten.”

Wanneer heb je je eerste kunstwerk gemaakt, en wat was dat? “Dat was bij Anton Hoornweg, waar ik stage liep. Als vergoeding van de stage was er een onderdeel dat ik zelf een beeldje mocht gieten. Toen heb ik twee armpjes in bedelhouding gemaakt, Begging Hands. Toen dacht ik: Nou, dit is een kunstwerk.’” Wat voor boodschap had dat kunstwerk? “Als ik het nu bekijk, is het mijn visie op de fragiliteit van ons bestaan en van een individueel bestaan. Het ene moment kan je alles hebben en alles zijn, en het andere mo-

ment kan het 180 graden gekeerd zijn.” Was je toen ook al bezig met engagement? “Nee, maar wat me altijd wel aanspreekt in kunst, met name in muziek, is de mogelijkheid om te zeggen wat je wil. Je hebt de vrijheidom zonder beperkingen te zien wat er is.” Waar haal je de inspiratie vandaan om kunst te maken? “Uit alles wat er om me heen gebeurt. Een kunstenaar die mij inspireert is Joep van Lieshout. Vooral zijn onderwerpen van ver-

wat gaan mensen denken dat ik dit maak, hoe gaan mensen mij zien?” Je beeld ‘True Love is Deaf’ is verwijderd uit je expositie in het Gemeentemuseum van Hellevoetsluis, omdat het als te schokkend werd ervaren. Wat zegt dit over de hedendaagse maatschappij? “Het zegt in ieder geval dat we niet zo geemancipeerd zijn als we vaak doen voorkomen, of denken te zijn. De gedachte dat we dat zijn is een oprechte gedachte, daar ben ik absoluut van overtuigd. Alleen als we er mee geconfronteerd worden dan is het lastig.”

Word je door de publiciteit rond jouw beeld in de homokunsthoek gedrukt? “Nee, eigenlijk was ik daar wel bang voor, maar het is tot op heden absoluut niet gebeurd.” Je bent wel gevraagd door de galerie MooiMan, een galerie voor herenkunst in Groningen. “ Ja, ook zij pakken dat natuurlijk op. Dan moet ik wel zeggen dat ik me er niet aan wil vastleggen, want ik ben niet iemand die homokunst maakt. Maar ik wil wel een statement maken dat ik homoseksualiteit accepteer en aan de acceptatie en emanci-

50

51

pAul lAgRouw oveR...
Sooreh Hera’s Adam en Ewald uit de serie Zevendedagse geliefde “Als je Moslim bent is het erg pijnlijk. Maar een kunstenaar krijgt een idee en die persoon vindt dat hij dat moet kunnen zeggen of uiten. Hij of zij doet dat, en wie is iemand om te zeggen dat zoiets niet mag of kan. En als je er dan wat van wil zeggen, verdiep je dan in waarom iemand iets doet, in plaats van puur te oordelen omdat iets in een boek staat. Boeken zijn eeuwen geleden geschreven in een heel ander tijdsbeeld en besef dan wanneer Mohammed en/of Jezus nu zouden leven. Dus ik zeg: lekker doen, en ik vind dat een grappig beeld.” Jonas Staal’s herdenkingsmonument voor Geert Wilders “Het feit dat het zoveel stof op doet waaien maakt het een kunstwerk. Eigenlijk is het meer een statement dan een kunstwerk. Wilders is natuurlijk iemand die zich op dezelfde manier bedient om zijn statement te maken. Wilders verklaart mensen voor gek of anders zonder dat het een reële realiteit is. Niet alle moslims hebben een bom op hun rug.” De grenzen van kunst “Ik denk niet dat je te ver kunt gaan. Als een beeld je persoonlijk raakt, bijvoorbeeld als je mijn ouders op een onfatsoenlijke manier neer zou zetten, raakt dat mij direct. Dan zou ik vanuit persoonlijke emotie daarop reageren. Maar vanuit het grote geheel gekeken moet ook dat kunnen. Als iemand behoefte heeft zich daar op die manier te uiten, dan is dat zo. Ik heb mijn eigen gedachte over mijn ouders, dus die moet ik koesteren. Het heeft geen zin om iemand te straffen omdat hij daar een andere mening over heeft.”

TRue love is deAf
Paul Lagrouw zet zichzelf met het beeld True Love is Deaf goed op de kaart. Twee uur na de opening van zijn expositie in het gemeentemuseum van Hellevoetsluis moest hij zijn werk weghalen. Het beeld van twee verliefde en opgewonden mannen was simpel gezegd te schokkend. Volgens de gemeente was het beeld ongepast, met name voor gezinnen met jonge kinderen. De betekenis van de opgewonden piemels ging aan de kinderen voorbij, en ouders hadden moeite met de uitleg. Struikelen mensen in deze tijd nog over homoseksualiteit? Misschien niet, maar een zichtbare piemel is blijkbaar nog steeds een taboe. En dat terwijl erecties alledaagse kost zijn. Voor sommigen van ons dan. Door Marijn Brok

Sooreh Hera’s Adam en Ewald uit de serie Zevendedagse geliefde

Jonas Staal’s herdenkingsmonument voor Geert Wilders

Het bronzen beeld straalt een krachtige boodschap uit. Twee mannen staan hand in hand naast elkaar, een gelukzalige glimlach straalt van de eenvoudig getekende gezichten. Het kniehoge beeld oogt eenvoudig met zijn ruwe, bronskleurig oppervlak. De twee opvallende erecties passen goed in het plaatje, want ze leggen de nadruk op de twee dolverliefde mannen. De kern van het beeld dat Lagrouw wil benadrukken is de liefde tussen twee zielen. Omdat de aandacht van het publiek sterk op de erecties wordt bevestigd, wordt een belangrijk detail gemist. Beide mannen missen hun gehoor, en dat is de oorzaak van hun grote geluk. Ze zijn doof voor al het commentaar dat men levert op hun seksualiteit. Lagrouw beschouwt zichzelf niet als geëngageerd kunstenaar, maar wil met zijn beelden wel iets losmaken bij het publiek en hen aan het denken zetten. Met elk van

zijn bronzen beelden verkent Lagrouw een ander onderwerp, waar hij zijn visie op kan loslaten. Lagrouws beeld Monoloq draait bijvoorbeeld om de slechte gedachten van een mens, die uiteindelijk weer worden omgezet in goede gedachten. Maar hij maakt ook esthetische beelden, zoals de vervanger van True Love Is Deaf in Hellevoetsluis: Three Penguins On An Icefloe. True Love Is Deaf heeft een duidelijke boodschap, maar is voor Lagrouw zelf ook een verkenning van zijn eigen grenzen. Zo stelt hij zichzelf de vraag of hij een beeld kan maken over homoseksualiteit. Met het beeld wil hij aangeven hoe geëmancipeerd hij is, en dat hij homoseksualiteit respecteert. Lagrouw is zelf geen homo. Daarmee krijgt het beeld extra waarde. Om een beeld als True Love Is Deaf te maken hoef je niet op mannen te vallen. Lagrouw geeft aan dat hij het moeilijk tijdens het creatieproces. Als beginnend beelden kunstenaar is het voor

hem toch belangrijk hoe het publiek hem ziet. True Love Is Deaf drukt meteen een stempel op het werk van Lagrouw. Hij moedigt homoseksualiteit niet aan, maar beeldt zijn eigen respect uit. Hij wil zijn kijk op de samenleving delen met anderen, maar houdt het publiek tevens een spiegel voor. Want wat vindt de toeschouwer tenslotte zelf van het werk? Kan de toeschouwer het onderwerp waarderen, of zijn de erecties toch te grafisch? Het is opmerkelijk dat sommige toeschouwers moeite hebben met opgewonden piemels. De boodschap van het beeld zou zonder de erecties immers minder duidelijk zijn. Dat zou de lading van het kunstwerk wegnemen, wat jammer is. Het is begrijpelijk dat mensen struikelen over dit kunstwerk. Maar Lagrouw heeft iets prachtigs gemaakt. Het gaat niet om liefde tussen twee mannen, maar om liefde tussen twee mensen. Iets mooiers bestaat niet.

52

53

vAn gouden idee nAAR
Paul is alweer begonnen aan een nieuw kunstwerk. Voor hem is het elke keer weer een proces. Dit geldt ook voor het beeld Mindflower. Paul vertelt dat tijdens het maken van een beeld zijn ideeën constant veranderen. ‘Gedurende het pro-ces speel ik met de elementen die het beeld gaan vormen, en terwijl die stapjes dichter bij het eindresultaat komen, gebeuren er ook onverwachte dingen waarover je weer een beslissing moet nemen. Soms is het leuk, als het allemaal makkelijk gaat. Maar soms moet je concessies doen, als iets net niet gaat. Dan zou ik liever hebben gehad dat het in een keer goed was gegaan. Bijvoorbeeld dat ik het anders had aangepakt.’ Nu is Paul bezig met het afwerken van zijn beeld. We nemen een kijkje hoe dat in zijn werk gaat. Door Marijn Brok (tekst) en Nancy Stevens (foto’s) Twee identieke hoofden, maar toch zijn ze heel verschillend. Links zie je de mal, die Paul gebruikt voor het gipsmodel. Rechts zie je het resultaat. De grijze vlakken zijn het gips, die hij er af kan halen, maar dit keer laat zitten.

bRonzen beeld
Met een kwastje brengt Paul een kleurenmengsel aan op zijn beeld. De gasvlam versnelt het kleurproces. Als het beeld is afgewerkt, geeft Paul het beeld een kleur. Dat heet patineren, een proces waarbij het brons in aanraking komt met een mengsel en gaat oxideren. Voor een groene kleur gebruikt hij een mengsel van salpeterzuur en water. Als hij een bruin beeldje wil hebben, mixt hij ijzeroxide met water. En dit is het eindresultaat. Een mooi stukje vakmanschap!

Vaak is een beeld te groot om in een mal te maken. Dan moet Paul meerdere mallen gebruiken om zijn beeld in elkaar te zetten. Door te lassen maakt hij alle onderdelen aan elkaar vast. Met een slijptol haalt Paul het overtollig gips van zijn beeld. Hij kan ook zwaarder geschut gebruiken, zoals een schuurmachine. Voor het preciezere werk gebruikt hij schuurpapier.

Een bronzen beeld, dat giet je niet zomaar. Voor zijn beelden gebruikt Paul Lagrouw de methode ciré-perdue, ofwel de methode van verloren was. Met deze manier van werken kan hij zeer realistische beelden maken. Om zo’n beeld te maken, moet Lagrouw eerst een wasmodel maken. Daarna kan hij een gipsmodel ervan maken, waarin hij later het brons giet. Als dat eenmaal is uitgehard, haalt Paul het gips eraf. Dan begint het proces van afwerking en kleuren.

54

55

Wie zijn HIK?
In december 2007 richtten Klaas Schotanus (27) en Henk Verhagen (28) HIK Ontwerp op. Schotanus en Verhagen kenden elkaar van hun opleiding aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht. In juni 2008 sloot ook oud-klasgenoot Marije van Bork (28) zich bij HIK aan. HIK staat voor Heldere Innovatieve Kunsten. Het drietal kunstenaars wil dan ook zoveel mogelijkheldere en innovatieve kunsten in de openbare ruimte maken. Naar eigen zeggen zitten ze vol met ideeen als het om de openbare ruimte gaat. Bij hun projecten in de openbare ruimte maken ze graag gebruik van de input van gebruikers van die ruimte. De HIK-ontwerpers hebben inmiddels twee ateliers in de wijk Overvecht en werken aan projecten door heel Nederland. Naast hun eigen werk als kunstenaars willen zij een schakel zijn om opdrachtgevers die projecten in de openbare ruimte op willen zetten, in contact te brengen met geschikte freelance kunstenaars. Door deze functie kunnen ze een breed scala van kunstdisciplines aanbieden.

“nieT Alleen MAAR kunsT”
geveldoeken in oveRveChT zoRgen vooR beTRokkenheid in de buuRT
Hoe maak je een grauwe, grijze betonnen wijk als het Utrechtse Overvecht leuker? En nog belangrijker: hoe betrek je de bewoners daarbij? De kunstenaars van HIK-ontwerpers stelden zichzelf die vraag en kwamen met een antwoord. Reusachtige geveldoeken, opgehangen aan de grote flats, tot stand gekomen met medewerking van zo veel mogelijk bewoners. Door Rosanne Sies

vlnr: Urban designers Marije van Bork, Klaas Schotanus & Henk Verhagen

Sinds juni dit jaar prijken er vier geveldoeken op de flats aan de Dorbeendreef en de Haarlemmerhoutdreef. De doeken komen voort uit een project dat ontstaan is in de scriptietijd van HIK-kunstenaar Klaas Schotanus. “Overvecht is door de manier van bouwen een anonieme wijk, waar je door alle op elkaar lijkende betonnen flats makkelijk kunt verdwalen. Ik zocht tijdens mijn studie al naar manieren om een soort herkenningspunten, zogenaamde landmarks, in de buurt aan te brengen, zodat de buurt meer identiteit kreeg. De gevels van de dertig meter hoge flats leenden zich daar prima voor.” Samen met de andere HIK-ontwerpers

Henk Verhagen en Marije van Bork realiseerde hij de eerste geveldoeken in de wijk. Maar HIK zou HIK niet zijn als ze de buurtbewoners er niet bij betrokken. Schotanus: “We vroegen bewoners van de flats foto’s te maken van plekken die zij mooi vonden. Deze werden uitvergroot en op doeken aan de gevels gehangen. Al snel bleek dat aan te slaan en kregen we meer en meer aanvragen voor geveldoeken in andere straten van Overvecht.” Roy Stekelenburg, medewerker bij welzijnsorganisatie Cumulus was één van die aanvragers. “De flats aan de Dorbeendreef en de Haarlemmerhoutdreef moesten worden gerenoveerd. Om iets voor de buurt

‘Buurtbewoners konden hun stem uitbrengen op hun favoriete afbeelding. Uiteindelijk werden vier van de twaalf afbeeldingen gekozen en als geveldoek gebruikt.’

te doen, leek het me leuk om ook van die geveldoeken aan onze flats te hangen. Ik heb contact opgenomen met HIK en zij zijn toen aan de slag gegaan.”Ook bij dit project betrokken de HIK-ontwerpers weer allerlei partijen om een zo goed mogelijk resultaat te kunnen bereiken. De bewonerscommissies van beide dreven werden ingeschakeld

56

57

om mee te denken over een ontwerp voor de geveldoeken. Hennie de Vries (33), lid van de bewonerscommissie Dorbeendreef: “We wonen in een buurt waar alle straatnamen zijn ontleend uit het boek ‘Camera Obscura’ van Nicolaas Beets. Toevallig had ik een uitgave van dat boek thuis liggen, waarin mooie illustraties stonden. Het leek ons als bewoners erg leuk om een geveldoek te hebben dat een link had met onze buurt, daar zijn de HIK-ontwerpers toen verder mee gegaan. Volgens Mieke Boeschoten, coördinator leefbaarheidsbudget en financiën bij de gemeente Utrecht, is juist die samenwerking met de bewoners zo belangrijk. “De gemeente heeft geld voor bewonersinitiatieven. Om subsidie aan een project te kunnen toekennen is het voor ons echter belangrijk dat iets niet ‘alleen maar’ kunst is. Wij vinden het belangrijk dat er ook bewonersparticipatie bij komt kijken, dat mensen echt betrokken worden bij wat er in hun woonomgeving gaat gebeuren. Dat is bij het geveldoekenproject van HIK duidelijk het geval en daarom hebben wij hier ook geld voor vrijgemaakt. Dat gaat om ongeveer 10.000 euro per doek.” De manier waarop de HIK-ontwerpers de bewoners bij het proces betrokken, is volgens Gerard van Leusden (75) van de bewonerscommissie Dorbeendreef, erg succesvol geweest. “Nadat de mensen van HIK verschillende illustraties uit het Camera Obscuraboek hadden bewerkt tot ontwerpen voor geveldoeken, hebben wij als bewonerscommissie twaalf ontwerpen geselecteerd. Daar mochten alle bewoners van

de 234 woningen vervolgens op stemmen, via een stembiljet dat door de HIK-ontwerpers werd verspreid. Ook organiseerden ze bijeenkomsten in de portieken, waardoor niemand de plannen voor de geveldoeken meer kon ontgaan. Uiteindelijk heeft meer dan vijftig procent van de bewoners hun stem uitgebracht, dat is veel meer dan ik van te voren had verwacht.” Ook Hennie de Vries is positief verrast door de betrokkenheid van alle bewoners. “Er zijn hier meer mensen bij betrokken geweest dan bij onze jaarlijkse buurtbarbecue, dat wil wel wat zeggen.”Volgens de HIK-ontwerpers ging dat echter niet zonder slag of stoot. Marije van Bork: “In het begin was het best moeilijk om de mensen te bereiken. Er zijn natuurlijk altijd een paar

enthousiastelingen die mee willen doen, maar wij wilden graag iedereen bij ons project betrekken en de sociale cohesie in een buurt vergroten. Toen hebben we besloten om echt naar de mensen toe te gaan. We organiseerden feestjes voor hun deur en maakten het project op die manier heel persoonlijk. Door de mensen te ontmoeten en ze concrete dingen aan te bieden raken ze meer betrokken. We merkten dat ze vooral heel erg verrast en blij waren dat wij iets moois voor hun leefomgeving gingen maken.” Dat moois werden uiteindelijk de vier populairste afbeeldingen, uitgewerkt tot geveldoeken. De werken ‘De Zee’en ‘De Waterkant’ kwamen op de flat aan de Dorbeendreef te hangen en ‘De Haarlemmer‘Klaas en Marije van HIK Ontwerp overleggen met buurtbewoners over de plannen voor de geveldoeken.’

hout’ en ‘De Appelboom’ werden aan de Haarlemmerhoutflat bevestigd. Roy Stekelenburg: “Er zijn bijna alleen enthousiaste reacties op de doeken gekomen, er is slechts één bewoner die er minder blij mee is, maar dat kan natuurlijk altijd gebeuren. Door de goede communicatie met bewoners is het een heel leuk project geworden, waar bijna iedereen zich in kan vinden. Daarnaast is het erg leuk dat mensen uit de buurt elkaar

beter hebben leren kennen door de doeken. Ze maken een praatje over de kunstwerken en komen op die manier met elkaar in contact. Dat zal deze herfst misschien nog wel meer worden, als de doeken echt helemaal onthuld worden. Nu staan er namelijk vanuit sommige hoeken nog bomen met een flink bladerdak voor, maar als die blaadjes eenmaal gevallen zijn zullen de werken he-

lemaal in volle glorie te bewonderen zijn.” Bij de HIK-ontwerpers blijven de aanvragen voor geveldoeken ondertussen nog steeds binnenkomen. “We zijn nu ook bezig met andere steden zoals Den Haag. In Overvecht is het ons gelukt om de bewoners echt betrokken te maken en is iedereen nu wel op de hoogte van ons werk. Het is voor ons een uitdaging om dat ook in andere steden te bereiken.”

‘Het geveldoek ‘De Zee’ uit de Camera Obscura serie wordt feestelijk onthuld.’ ‘De Appelboom, een van de geveldoeken aan de Haarlemmerhoutdreef.’

58

59

“ik houd vAn de weRkelijke
Keuzes maken is verbonden met het leven. Iedereen is genoodzaakt dagelijks keuzes te maken, hoe groot of klein dan ook. In dit interview werd Mona van den Berg uitgedaagd te kiezen. Ook voor haar bleek dat niet eenvoudig te zijn. Door Marieke van der Heide

weeRgAve”
Zwart-wit of kleur? “Ik kan eigenlijk niet kiezen. De keuze van zwart-wit of kleur ligt aan het onderwerp. Bij het ene onderwerp past kleur beter, bij het andere zwart-wit. Zo kies ik bijvoorbeeld bij portretten vaak voor zwart-wit. De foto wordt op die manier zo sober mogelijk en dat is ook wat ik wil bereiken. Je wordt zo min mogelijk afgeleid van de essentie van de foto”. Analoog of digitaal? “Analoog. De intensiteit van de kleuren is veel mooier bij analoge fotografie. Ook merk ik dat ik zelf meer op gevoel fotografeer als ik analoog schiet. Om die reden is mijn vrije werk altijd analoog. Voor mijn opdrachten schiet ik vaak wel digitaal. Dit is makkelijker en ik kan de foto’s terugkijken”. De Erwin Olaf van nu of van vroeger? “Ik houd helemaal niet van het werk van Erwin Olaf. Met geënsceneerde fotografie heb ik niet zoveel. Zijn serie van mensen met het syndroom van Down vond ik wel erg mooi. Dus als ik moet kiezen, kies ik voor het werk van vroeger”. Documentaire- of kunstfotografie? “Wat denk je zelf? Natuurlijk documentairefotografie. Ik houd van een werkelijke weergave. Het is niet dat ik kunstfotografie niet mooi vind, maar het raakt me minder. Ik wil de werkelijkheid zien”. Geïmproviseerd of uitgedacht? “Als ik in opdracht fotografeer is het geïmproviseerd. Ik ben erg intuïtief en dat zie je ook terug in mijn werk. Van te voren heb ik het beeld niet in mijn hoofd. Dat zie ik wel als ik er mee bezig ben. Mijn vrije werk is meer uitgedacht. Daar heb ik ook langer de tijd voor, dus dan kun je er ook meer over nadenken”. Goed gejat of slecht verzonnen? “Goed gejat. Volgens mij kun je bijna nooit een uniek product maken. Ik heb ook mijn inspiratiebronnen en die inspireren mij door bijvoorbeeld hun manier van fotograferen. Misschien kun je het geen jatten noemen, maar borduur je meer voort op zijn of haar idee.” Nationaal of internationaal? “Het heeft allebei iets. Natuurlijk werk ik graag internationaal, maar daar zijn de mogelijkheden niet altijd toe. Het buitenland fascineert me wel, het is toch specialer dan je eigen land. Maar ik heb daarnaast wel geleerd dat er in Nederland ook genoeg interessante onderwerpen te vinden zijn.” Schilderkunst of fotografie? “Natuurlijk kies ik voor fotografie. Zoals ik al eerder zei: ik houd van een werkelijke weergave. Met portretten kan een schilder dat misschien ook bereiken, maar ik geloof toch dat je in de schilderkunst meer kan sjoemelen. Oneffenheden zijn net iets makkelijker weg te halen”. Europalaan of AZC Utrecht? “Daar kan ik echt niet tussen kiezen. Allebei de series hebben een andere invalshoek. De Europalaan was voor mij persoonlijk veel intenser, omdat ik langer contact had met die vrouwen. Het project duurde opzichzelf ook langer. Het AZC was meer geensceneerd, maar daarom zeker niet minder interessant en leuk om te maken”. Vrij werk of opdrachten? “Ook hier kan ik niet tussen kiezen. Met mijn vrije werk kan ik meer mijn eigen stempel er op drukken. Ik ben vrij geëngageerd en dat kan ik beter kwijt in mijn vrije werk. Maar daarnaast vind ik bij opdrachten het vluchtige contact weer erg interessant. In een korte tijd ben je heel intens met iemand bezig; bijvoorbeeld bij een portret. Het heeft allebei zijn charmes”. Verkopen of zelf houden? “Verkopen. Ik wil iets neerzetten met mijn fotografie, maar dan moet ik het wel uit kunnen dragen. Mijn opdrachten worden gepubliceerd in bijvoorbeeld de krant, maar mijn vrije werk komt in boekvorm uit. Op die manier kan ik mijn boodschap ook de wereld in sturen”.

60

61

seRie oveR ‘dAMes vAn
idee AChTeR seRie dooR één beeld onTkRAChT
Eind 2009 rondde Mona van den Berg haar project ‘Europalaan’ succesvol af. De Europalaan is een van de meest bekende tippelzones van Utrecht. Van den Berg wil met deze serie laten zien dat prostituees meer zijn dan alleen ‘dames van plezier’. “Het zijn stuk voor stuk unieke vrouwen met een eigen verhaal. Ik wil de beeldvorming rondom de prostituee een andere invalshoek geven, door ze als mens neer te zetten en niet als vrouw op de tippelzone”. Door Fleur van den Bosch
Één foto uit de serie springt direct in het oog. De rest van de reeks laat vrouwen zien tijdens hun alledaagse bezigheden: een werkt haar make-up bij, de ander zit achter de computer en een derde aait haar hond. Deze foto’s steken schril af tegen het beeld waarop een vrouw gefotografeerd is terwijl zij haar werk doet. Deze laat namelijk een man achterover leunend op de bestuurdersstoel van zijn auto zien. Naast hem knielt een vrouw. Haar hoofd bevindt zich tussen zijn benen. Het lijkt alsof de fotograaf een blik werpt over de schouder van de man vanaf de achterbank. Een gedeelte van zijn gezicht is nog zichtbaar. Het spreekt boekdelen. Van de vrouw zie je slechts de achterkant van het hoofd. Terwijl Van den Berg zegt de vrouw achter de prostituee te willen laten zien, toont deze foto het tegenovergestelde. Hier is juist de prostituee die werkt te zien en benadrukt. De foto laat een intiem moment zien, waardoor de kijker hem als schokkend kan ervaren.Om welke reden heeft Van den Berg ervoor gekozen deze foto bij de serie te voegen? Zou ze ermee willen laten zien dat het een onderdeel is van het leven van deze vrouwen? De serie zou tenslotte nietszeggend zijn als deze kant van de prostituee niet getoond werd. Toch is de foto enigszins in strijd met de boodschap van de fotograaf. Ook op een subtielere wijze had Van den Berg de kijker duidelijk kunnen maken wat het leven van een prostituee inhoudt. Ondanks de keuze van het onderwerp is het goed voor te stellen dat de foto je op technisch gebied aanspreekt. Van den Berg heeft de grimmige sfeer duidelijk in beeld weten te brengen. Door het contrast tussen de zachte lichtinval en de donkere omgeving creëert ze direct een nachtelijke sfeer. Ook de compositie werkt goed. Door de hoek die de fotograaf gekozen heeft krijgt de kijker het idee dat hij gluurt in het privéleven van de afgebeelde personen. De foto is technisch gezien sterk. Daarentegen is de boodschap die de fotograaf aan deze serie mee wil geven niet terug te vinden. Terwijl Van den Berg probeert een onderwerp van een andere kant te laten zien, ontkracht ze haar eigen idee met deze foto. Het was niet noodzakelijk dit beeld te gebruiken: op een subtielere wijze was de boodschap ook duidelijk geweest.

plezieR’ TeChnisCh

62

63

Sign up to vote on this title
UsefulNot useful