P. 1
Sociologie en de Moderne Samenleving

Sociologie en de Moderne Samenleving

|Views: 118|Likes:
Published by verleiding

More info:

Published by: verleiding on Sep 13, 2011
Copyright:Attribution Non-commercial

Availability:

Read on Scribd mobile: iPhone, iPad and Android.
download as PDF, TXT or read online from Scribd
See more
See less

01/16/2013

pdf

text

original

1 Sociologie en de moderne samenleving 1 sociologie: eerste kennismaking

vele terreinen: arbeid-economie-onderwijs- huwelijk-seksualititeit-politiek enz. Sociologen maken gebruik van verschillende denkkaders, theorieën en invalshoek en hanteren verschillende werkwijzen

Hoofdvragen van de sociologie:
1. 2. 3. orde of cohesievraagstuk: wat houdt de samenleving bijeen, hoe komt orde tot stand ongelijkheidsvraagstuk: hoe worden schaarse zaken/voorrechten verdeeld, welke gevolgen heeft dit voor de onderlinge verhoudingen tussen groepen in de samenleving Identiteitsvraagstuk: hoe beïnvloeden maatschappelijke verhoudingen het zelfbeeld en het zelfbesef (identiteit) van groepen en individuen

2. Modernisering
Overgang van traditionele standensamenleving naar moderne samenleving Modernisering: technische veranderingen, verstedelijking, wetenschapsontwikkeling - ontstaan van moderne staten met staatsbureaucratieën. - Sociale voorzieningen ⇒ onderwijs – gezondheid- sociale zekerheid Terugdringen van de betekenis van godsdienst - - Opkomst van verzakelijkte relaties tussen mensen door geldeconomie - Verwerving van meer individuele zelfstandigheid – keuzevrijheid Staat/natievorming – bureaucratisering – democratisering – secularisering – rationalisatie-individualisering Problemen met het moderniseringsbegrip : - het laat zich gebruiken voor zeer uiteenlopende, soms tegenstrijdige interpretaties - sterke ideologische associatie met geloof in de vooruitgang

2.1 Modernisering in sociologisch perspectief
Sociologie: wetenschap die het samenleven van mensen in grotere/kleinere sociale verbanden bestudeert Goudsblom: studie van de manieren waarop mensen de problemen van het samenleven kunnen oplossen - sociale problemen: armoede, criminaliteit, machtsmisbruik, werkloosheid, enz. instituties: regels en bijpassende arrangementen: wie hoort bij wie, wie is de baas, wie doet wat en - wie krijgt wat
Complex van geschreven en ongeschreven regels die het gedrag van mensen en hun onderlinge relaties rond een bepaald facet van het sociale leven reguleren Modernisering kan vanuit sociologisch perspectief beschouwd worden als het maatschappelijk veranderingsproces waarbij instituties tot stand zijn gekomen die kenmerkend zijn voor de moderne samenleving 1. de opkomst van nationale staten: nieuwe sociale en politieke instellingen. Bv. parlementaire democratie, moderne staatsbureaucratie, sociale voorzieningen. 2. opkomst van de markteconomie, gebaseerd op geld en streven naar kapitaalsaccumulatie; grondslag voor industrieel productiesysteem en arbeidsbestel 3. verbreiding van verstedelijkt samenlevingspatroon, scheiding tussen publieke en private sfeer 4. afbrokkeling van traditionele religieuze wereldbeeld, opkomst van een seculier cultuur met belangrijke plaats voor de wetenschap Samenleving: banden tussen burgers binnen een staat → staat is het juridisch- organisatorisch kader. Modernisering verwijst ten 1ste naar lange termijn veranderingsproces → macrosociologisch perspectief – wel invloed op persoonlijke leefwereld

2.2 Hoofddimensie van het moderniseringsproces: differentiatie, commodificatie en rationalisatie
differentiatie: splitsing van een oorspronkelijke homogeen geheel in delen met een eigen karakter, samenstelling en functie ⇒ taakdifferentiatie; toewijzing van specifieke taken en functies/arbeidsverdeling ⇒ systeemdifferentiatie: verzelfstandiging en aan aparte sociale structuren koppeling van voorheen binnen een samenleving gecombineerde functies. Bv. het ontstaan van organisaties als scholen en ziekenhuizen. - Commodificatie (marx): menselijke activiteiten en de resultaten daarvan worden meer dan voorheen afgemeten aan het geld dat ze opbrengen. - Rationalisatie (Weber-Simmel): ordening en systematisering van de werkelijkheid om deze voorspelbaar en beheersbaar te maken. Denken en handelen wordt steeds meer onderworpen aan berekening – beredenering en beheersing - Secularisering: vermindering van belang van religieuze factoren in maatschappelijk leven - Opkomst van moderne wetenschappen ( niet meer gericht op bevestiging van kerkelijke dogma’s)
-

2.3 Modernisering en de toekomst van de moderne samenleving
Besef van schaduwzijden van de wetenschappelijke en technische vooruitgang - nationale staat verliest souvereiniteit door internationalisering - crisisverschijnselen in verzorgingsstaat - grootstad lijkt functie als centrum van maatschappelijke dynamiek te verliezen Dit alles leidt tot de Postmoderne Samenleving

3 Sociologie, samenlevingsproblemen en hoofdvragen
Hoofdvragen sociologie ( orde – ongelijkheid – identiteit) vertonen duidelijke verwantschap met samenlevingsproblemen

4 Cohesie, identiteit, ongelijkheid en de Amsterdamse brommerkoeriers
microwereld ( brommerkoeriers) kan niet los staan van macrowereld en bredere samenlevingsverbanden

4.1Sociale cohesie en structuur
Microwereld met onderlinge relaties die via tamelijk vaste patronen verliepen, en eigen regels Hechtheid van onderlinge banden blijkt uit bestaand gewoonten, conformeren van nieuwkomers Sociale structuur: betrekkelijk duurzame en geordende relaties tussen onderdelen van samenlevingsverband waardoor deze aan elkaar gebonden zijn tot één samenlevingsverband Sociale positie: plaats die wordt ingenomen in een veld van sociale interacties Sociale rol: verwachtingen en voorschriften behorend bij een bepaalde positie Internalisering: het zich eigen maken van regels zodat ze niet meer als van buitenaf komend beschouwd worden Sociale controle: methoden die men gebruikt om elkaar aan de regels te laten houden dmv bv spot, informele afkeuring, straf dwangmaatregelen Cohesie: door saamhorigheidsbesef en onderlinge afhankelijkheid Sociaal systeem: alle onderdelen van het samenlevingsverband zijn functioneel met elkaar verbonden Functiebegrip: uitwerking van een sociaal verschijnsel op andere sociale verschijnselen

4.2 Identiteit en cultuur
Identiteit (Frijhoff) wijze waarop een groep zichzelf ziet en waarop anderen die groep als uniek onderscheiden → zelfbeeld van de groep → beeld dat de buitenstaanders op de groep projecteren, vaak met stereotype trekjes Persoonlijke identiteit nauw verbonden met collectieve identiteit Collectieve identiteit: ook veel gemeenschappelijk met andere subculturen Cultuur: het geheel van veronderstellingen, opvattingen, waarden en normen en de materiele uitdrukking ervan die in samenleving/groep gedeeld en overgeleverd worden.

Kern van Cultuur: basisveronderstellingen over menselijke natuur en het universum
Immaterieel: Waarden: keuze van groep/samenleving mbt doeleinden of gedragspatronen die zij nastrevenswaardig vinden Normen: waarden vertaald in concrete gedragsregels en voorschriften → geboden-verboden Materieel: Gebouwen, taal, voeding, kunst gebruiksvoorwerpen → kunnen iets zeggen over normen en waarden

4.3 Sociale ongelijkheid en macht
Sociale ongelijkheid: verschillen tussen individuen en groepen die tot gevolg hebben gunstiger-ongunstiger levensomstandigheden Door: ongelijke verdeling van zaken die als waardevol beschouwd worden bv inkomen, sociaal prestige en macht, kennis ongelijke verdeling van rechten en plichten Objectief: ongelijke levensomstandigheden Subjectief : sociale hiërarchie Sociale mobiliteit: doorstroming tussen verschillende niveau’s van sociale hiërarchie
Onderzoek welke sociale processen en mechanismen ongelijkheden voortbrengen/ongedaan maken Machtsbegrip: vermogen van personen/groepen om gedrag van anderen te beïnvloeden Machtsbronnen: productiemiddelen, kennis, ideologie Ongelijkheid door sociaal prestige – prestigehiërarchie ( ook verschil ♀ en ♂ )

4.4 Relatieve autonomie en sociale verandering
Relatieve autonomie ( van sociale verschijnselen of samenlevingsverbanden) eigen rollen – posities – normen/waarden – taal – gewoonten, regels en rituelen Sociale verandering: veranderingen in structuur en cultuur van een samenlevingsverband Tussen micro en macroniveau bestaan talrijke relaties

Ontwikkeling sociologie door grote maatschappelijke en ideologische veranderingen 18e en 19e eeuw Later opsplitsing economie, geografie, politicologie en sociologie

5 Hoofdvragen van de sociologie en het proces van modernisering
5.1 Het vraagstuk van de sociale cohesie
Bij alle veranderingen zorg over sociale desintegratie - uiteenvallen van de samenleving, verscheurd door conflicten bv. revoluties – klasseconflicten agv groeiende sociale ongelijkheid individualiseringsproces: verandering van sociale relaties, meer zelfstandigheid en keuzevrijheid. - ( verzwakking van traditionele familie-gemeenschap – religieuze banden) verdwijnen van solidariteit

5.2 het vraagstuk van sociale ongelijkheid
Wat houdt de samenleving bijeen - wederzijdse afhankelijkheid - dwang - gedeelde normen/waarden en het daarmee verbonden saamhorigheidsbesef Sociale stratificatie: samenleving opgebouwd uit afgebakende sociale lagen. Sociale mobiliteit meer binnen dan tussen de sociale lagen

2 tegengesteld visies op de aard van de sociale ongelijkheid
Theorie van de industriële prestatiemaatschappij Samenleving met posities gebaseerd op prestaties→ maakt de samenleving meer open → de juiste persoon komt op de juiste plaats terecht Theorie van de klassenmaatschappij ( openheid van de samenlevingsillusie) Nieuwe scheidslijnen, niet formeel op afkomst – geboorterecht , wel ‘sociaal erfelijk’. Prestaties tellen minder dan bezit van hulpbronnen als bezit, geld, opleiding en connecties

5.3 Het vraagstuk der identiteit
Identiteit – identiteitscrisis: door snelle, complexe, verwarrende veranderingen in de samenleving Vroeger identiteit obv familie – stand. Nu: Nationalisme: identiteit obv nationaliteit Proletariërs: identiteit obv gemeenschappelijke ondergeschikte positie in moderne arbeidsbestel Individualiseringsonderzoek→ welke invloed hebben verandering op zelfbeeld

Hoofdstuk 2 Van standenmaatschappij naar moderne samenleving
1 De standenmaatschappij ( 1500 – 1800)
Stand: sociale groepering met formeel juridisch erkende status met eigen voorrechten/plichten Ascription: maatschappelijke positie in hoge mate bepaald door geboorte; sociale mobiliteit bijna onmogelijk

Adel ⇔ boeren: sterk verbonden door wederzijdse afhankelijkheid. Adel → bescherming. Boeren → voedsel Geestelijken waren de dragers van de kennis

1.1 1.1

een agrarische samenleving

Bevolking woonde op platteland, werkte in de landbouw. Inkomen uit bezit van land en werk op het land

1.2 Het feodaal stelsel
Sociale ongelijkheid door het wel of niet bezitten van grond Koning had formeel de macht, gaf grond aan leenheren in ruil voor trouw-steun bv. in geval van oorlog. Boer bewerkte het land in ruil voor bescherming

1.3 De macht van de kerk
Maatschappelijke orde was door God gegeven → dus onaantastbaar Kerk – absoluut gezag op het hele terrein van het geestelijke inclusief de moraal → invloed op het alledaagse leven – beeld van samenleving was statisch Collectiviteit had voorrang op individu, sociale verband bepaalde de identiteit Taak van de wetenschap was beperkt : telkens opnieuw bevestigen van kerkelijke dogma’s . Wetenschap was niet gebaseerd op het gebruik van rede, logica en empirische bewijsvoering

1.4 Tekenen van verandering in de standensamenleving
• • • •

• 2 2

Commercialisering van landbouw – introductie van plattelandsnijverheid- langzaam loswerken van agrarische basis – meer afhankelijkheid van nijverheid/handel. Urbanisering: ontstaan van nieuwe steden – permanente handelscentra-onregelmatige/onzekere relatie tot de feodale wereld Gilden: aan banden leggen van onderlinge concurrentie→ ontstaan van 3e stand : de burgerij Proces van statenvorming: vestiging van gewelds en belastingmonopolie over grotere gebieden met rechtsregels ⇒ hierdoor ontstond infrastructuur die verdere economische ontwikkeling mogelijk maakte Centralisatie: vorst kreeg bij streven naar centralisatie steun van de burgerij, die steun van de vorst nodig had bij het streven naar onafhankelijkheid van de adel en de geestelijken De moderne samenleving in wording

3 3 Sociale veranderingen op korte termijn: de revoluties
Aantal samenhangende ontwikkelingen die elkaar beïnvloed hebben – wisselwerking Revoluties: zowel plotselinge (agressieve) als langdurige (vreedzame) omwentelingen

3.1 3.1

De opkomst van het kapitalisme en de industriële revolutie

Kapitalisme: productie van goederen / diensten te ruilen tegen geld. Begin bij verhandeling van agrarische producten in steden. Industriële revolutie ( 1760-1900) omwenteling op economisch en sociaal gebied door ontwikkeling van een ander productieproces, niet langer afhankelijk van energie van mens en dier, maar van stoomkracht ( later gas/electriciteit) door: - Technologische vernieuwingen - Verworvenheden van de zich ontwikkelende natuurwetenschap Ontstaan van moderne industrie: ondernemingsgewijze productie in fabrieken met arbeiders om voor de markt te produceren: Arbeid vaak opgesplitst in kleine onderdelen. Toename van productiviteit – lage prijzenongeschoolde arbeiders

Explosieve bevolkingstoename: mogelijk door:
stijging in de productiviteit in de landbouw mede door agrarische revolutie meer productie met minder arbeidskracht → meer arbeiders voor industrie→ massale trek naar de stad → verlies van solidariteit- stijging van individuele kansen in de maatschappij. Ascription maakte plaats voor achievement.

3.2 3.2
-

De opkomt van de democratie en de Franse revolutie

De verlichting: onvrede met de standenmaatschappij en het absolutisme Rechten van de mens: 1789 Parijs, de bestorming van de Bastille → verlies van privileges van de adel → wetten voor iedereen geldig Betrokkenheid van grotere groepen bij de politieke besluitvorming

4 4 Sociale veranderingen op lange termijn 4.1Functionele differentiatie: splitsing van een oorspronkelijk homogeen geheel in delen
met een eigen karakter en samenstelling en met een eigen functie tov dat geheel → personen, groepen, instituties en structuur Taakdifferentiatie: arbeidsverdeling bv. man-vrouw of boeren-handelaren-bakkers - - Systeemdifferentiatie: verzelfstandiging/differentiatie van structuren en instituties De kerk speelde een centrale rol → later zelfstandig onderwijs, gezondheidszorg, gezagshandhaving - Integratie; door steeds verfijndere maatschappelijk taak en functie verdeling steeds groter onderlinge afhankelijkheid. Personen/ groepen werden opgenomen in steeds groter sociale verbanden Economische – politieke of culturele integratie, naar geland de aard van de verbondenheid Integratieniveau’s: lokaal – nationaal – internationaal Door functionele differentiatie geleidelijke ondergraving van de stabiele, weinig complexe standenmaatschappij

4.2 Commodificatie: gedaanteverandering van menselijke activiteiten en de resultaten daarvan oiv economische processen (geldelijke waarde) Ruilwaarde – marktwerking
Vanaf de 17e eeuw institutionalisering van geld ( unificatie van monetaire stelsel, kredietsystemen, financieringen van ondernemingen) Geld wordt een universeel ruilmiddel Commodificatie: mechanismen en ontwikkelingen die steeds meer aspecten van het menselijk bestaan voorwerp maken van marktruil en de gevolgen hiervan voor de relaties tussen mensen. Verzakelijking van verhouding werkgever-werknemer: geld, arbeidscontract enz.

4.3 Rationalisatie
Ordenen en systematisering van de werkelijkheid om deze voorspelbaar en beheersbaar te maken. Denken en handelen wordt steeds meer onderworpen aan berekening, beredenering en beheersing Vertrouwen op verstand ipv tradities en dogma’s Secularisering: vermindering van het belang van religieuze factoren voor het maatschappelijk leven. Proces van rationalisatie is het gevolg van een langdurende ontwikkeling Bureaucratisering; ontwikkeling van formele regels en op beheersing gericht organisatiestructuren. Toenemende individualisering

5 De visie van Alexis de Toqueville op modernisering: kritisch commentaar
Belangrijkste kenmerk van de democratische samenleving: tendens in de richting van groter gelijkheid Schaduwzijden volgens Toqueville: - geïsoleerd leven van mensen - te veel waarde aan materiële bevrediging - gespannen relatie tussen gelijkheid en vrijheid ⇒ gevaar voor tirannie van de meerderheid ⇒ drang tot centralisatie (= aantasting van de individuele vrijheid) Oplossing volgens Toqueville:

- 1 Het gewijzigde denken over de samenleving in de 18e eeuw gewijzigd denken: proces sterk beïnvloed door • Renaissance ( onttovering 15e-16e eeuw): aandacht voor empirie. gedwongen samenleven in afhankelijkheid gaat tegen het eigenlijke . staat functioneerde binnen een maatschappij ( mengen met sociale relaties en instituties) 2e stap: geloof in de wetenschap als middel om kennis te verwerven over de samenleving 3e stap: taak van wetenschap ⇒ achterhalen van wetmatigheden van de samenleving. ongepland proces. Menselijke samenleving is het product van menselijk handelen binnen gegeven omstandigheden. oplossing van sociale problemen dmv actie gebaseerd op kritisch onderzoek. Maar brengt ook ongelijkheid mee. calculatie • Verlichting ( 17e-18e eeuw) opruimen van duister bijgeloof en vooroordeel. Onderscheiding van staat en samenleving. Kritiek op de contracttheorie: Samenleving is wel het resultaat van menselijk handelen maar niet van doelbewust handelen gericht op het creëren van de samenleving Ferguson: sociale verschijnselen zijn het gevolg van menselijk handelen niet van menselijk ontwerp. maatschappelijke rijkdom wordt daardoor vergroot – extra productie. sociaal. Samenleving: contract tussen vrije mensen. cultuur Verschillende typen van samenlevingen: republiek – despotisme – monarchie Ideale samenlevingsmodel is afhankelijk van specifiek constellatie van fysiek-sociale factoren. Zijn vergelijkende aanpak is opmerkelijk Jean-Jaques Rousseau: sociale filosofie is sterk doortrokken van maatschappijkritiek Mens is in zijn huidige levensomstandigheden vervreemd van de oorspronkelijk natuurtoestand De sociale werkelijkheid is maakbaar. Breuk met traditie – poging daarvoor iets nieuws in de plaats te zetten 1ste stap in gewijzigd denken : ontdekking van een sociale werkelijkheid. 1. Verworven inzichten gebruiken voor maatschappelijke verandering – verbetering ⇒ maakbare samenleving 1. Arbeidsverdeling is noodzakelijk gevolg van menselijke natuur. Min of meer wetmatige samenhang tussen sociale verschijnselen. Later herziening.Vorming van intermediaire organisaties – maatschappelijk middenveld Toqueville heeft oog voor zowel positieve als negatieve kanten van modernisering Hoofdstuk 3 Het ontstaan van de maatschappijwetenschappen Ontwikkeling van sociologie door 2 waarneembare processen . zintuiglijke waarneembare werkelijkheid • Reformatie (16e eeuw) nadruk op individu en zijn mogelijkheden Calvinisme ⇒ rationele zelfbeheersing. Adam Smith: toont maatschappelijke kracht van het menselijke egoïsme → liberalisme Ferguson: ontstaan van burgerlijke samenleving is spontaan. discipline.2 De Franse filosofen Rationele kennis is superieur aan onwetendheid.1De schotse moraalfilosofen Schotse verlichting – economisch. historisch. Verschillende soorten samenlevingen door verschillende omstandigheden → fysiek.vele verandering met grote invloed op het alledaagse leven andere wijze van denken over de samenleving . Radicaal modern Belang van schotse moraalfilosofen → weerwerk op heersende sociale denken gebaseerd op de contracttheorie van Hobbes: om constante bedreiging en onveiligheid in te perken moeten mensen een deel van hun gezag afstaan aan een centraal gezag. psychologisch. Streven naar verbetering van de eigen situatie – fundamentele menselijke drijfveer Sociale verschijnselen vloeien (onbedoeld ) hieruit voort. niet door gebed of vertrouwen Invloed van verlichtingsdenken Montesquieu: vroegste voorbeeld van maatschappij theorie. spaarzaamheid. filosofisch. religieuze onderwerpen.

Sociale vraagstuk: woon-leef-werk omstandigheden. 2 groepen: productieven: direct of indirect betrokken bij de productie onproductieven: bv koningen. Positieve stadium: verschijnselen verklaren door andere verschijnselen. Quetelet (moraalstatisticus) – normaalverdeling . geen heerschappij meer over mensen. indeling op beginsel van afnemende algemeenheid en toenemende ingewikkeldheid: Wiskunde-astronomie-fysica-chemie-biologie-sociologie . Nieuwe synthese van menselijke kennis → theoretische wetenschap van samenleving was een eerste vereiste hiervoor. Heden is het stadium van ontwikkelingsproces van de samenleving → basis voor het evolutionisme Grenzen tussen stadia gevormd door opmerkelijke vooruitgang in kennis Groei van kennis stimuleert economische. Bij verschillen tussen mensen zegeviert het recht van de sterkste→ alleenheerschappij in absolutistische staat met onmondige onderdanen Rousseau⇒ samenleving waar natuurlijke verbondenheid tussen mensen bestaat. praktijkgerichte wereldbeschouwing. Verbetering van maatschappij door orde en vooruitgang. Zoeken naar relaties . voortvloeiend uit de algemene wil ( volonté général) ⇒ dit is meer dan de wil van alle mensen samen. kunnen zonder bezwaar gemist worden: zijn echter de bovenste laag van de standenmaatschappij Nieuwe samenleving is gebaseerd op wetenschap en industrie. Wet van drie stadia biedt de basis voor rangorde van wetenschappen.3 Het sociaal onderzoek Systematische verzameling en bewerking van gegevens over de samenleving 18e –19e eeuw: toenemend belang van empirisch onderzoek mbt samenleving door: . armoede. later verwetenschappelijking Maatschappelijk leven blijkt orde te vertonen..wezen in. geleid door bekwamen op dat gebied. Voor iedereen geldende normatieve principes voortvloeiend uit gemeenschappelijke belangen. sterfte Informatie om publieke opinie te beïnvloeden en effectief maatregelen te kunnen nemen Eerst alleen gegevensverzameling voor staat en kerk. overwinning van het bijgeloof → bijgeloof is de grootste belemmering van wetenschapsontwikkeling Vermogen zichzelf en zijn levenssituatie te verbeteren is ongelimiteerd 1. Sociaal contract: onderwerping aan regels afgeleid uit algemeen belang Verschill Hobbes – Rousseau: staatsmacht (dwang) ⇔ algemene wil Conflict ⇔ consensus ( Comte en Durkheim – conflict ( Spencer en Marx) Condorcet → natuurwetenschappelijk geörienteerd maatschappijtheorie Theorie van de onvermijdelijke vooruitgang van het mensdom.1 Saint – Simon: industrialisme – nieuw tijdperk.2 Comte: uitwerking van SS ideeën tot een consistent en omvattend systeem Hoe kan een verscheurde maatschappij weer op orde gebracht worden. Sociaal onderzoek: onderzoek van feiten in de samenleving kan bijdragen tot het begrijpen van die samenleving 2 De predisciplinaire maatschappijwetenschap in de 19e eeuw Predisciplinair: sociologie nog niet gevestigd als discipline met eigen specifieke arrangementen 2. Wet van drie stadia: ontwikkeling van menselijk denken verloopt via 3 stadia . Hervorming en vooruitgang moeten geleidelijk bewerkstelligd worden ( geen revoluties) - 2. bisschoppen. alleen nog bestuur over zaken Prestatieprincipe: gelijkheid kan niet bestaan Meritocratie: positie in samenleving obv capaciteiten – prestaties Positivisme: filosofie gebaseerd op waarneembare feiten – sterk geloof in de vooruitgang van de mensheid in de richting van een positieve.theologisch stadium → verklaring voor verschijnselen in bovennatuurlijke krachten .tussen verschijnselen en die proberen te formuleren in weten. technologische en culturele ontwikkeling. nieuwe sociale orde. ministers.metafysische stadium → vervanging van bovennatuurlijke verklaringen door abstracte begrippen zodat ziel/rede als verklaringsgrond overblijft. Theorieën kunnen onderbouwd worden met empirische gegevens.toenemende complexiteit van de samenleving – noodzaak voor overheid om te beschikken over betrouwbare informatie dmv empirisch sociaal onderzoek. Verlies van dwangkarakter.

orde) complementaire processen die samen de sociologie vormen.stadia) mbt maatschappelijke vooruitgang ( sociale dynamica: bestudeert de grondslagen van de sociale . nadruk op noodzaak morele consensus B S ⇒ sterk individualistisch ingesteld. verplichte sociale samenwerking industriële maatschappij: meer complex en structureel gedifferentieerd. individu is de belangrijkste sociale eenheid. sociale ongelijkheid door verschil in prestaties - Verschillen Britse en Franse variant theorie industriële samenleving Integratie – samenhang F: SS/C ⇒ onderkenning van het gevaar van desintegratie. Later kreeg Comtes ideaal van maatschappelijke orde en integratie religieuze trekken 2. opgebouwd uit individuen. Samenhang door toenemende afhankelijkheid agv differentieatie F: actieve rol voor de staat. dominantie van centrale . gevarieerde onafhankelijke instituties en geloofsovertuigingen. Staat heeft een dienstverlenende functie De samenleving als systeem én als aggregaat van individuen. Differentiatie: toename van structuur → toename differentiatie – toenemende integratie militaire maatschappij : geen complexe functionele differentiatie. is meer dan de som van deze individuen di in tegenstelling tot de verlichtingsdenkers: deze zoeken oplossingen inde elementen van de menselijke natuur en stellen het individu centraal.Sociale wereld. laissez-faire principe . Westerse samenleving bevind zich in de overgangsfase naar het positieve stadium. Sociologie (Comte) ⇒ doorgronden en formuleren van wetten die de sociale werkelijkheid beheersen mbt maatschappelijke orde ( sociale statica: gedetailleerde uitwerking van de wet van de drie . De overgang gaat gepaard met veel strijd en verwarring. deze moet ingrijpen in het sociale en economische leven B: passieve rol voor staat. natuurlijke selectie - 2.3 Spencer Evolutionisme: samenlevingen en maatschappelijke instituties ontwikkelen zich vanuit eenvoudige naar steeds omgewikkelder vormen – survival of the fittest. samenwerking tussen het geheel en de delen Spencer is tegen ingrijpen van staat in economisch en sociaal leven ( laissez-faire) Combinatie ‘laissez-faire’ in economie met evolutionistische theorie over sociale ongelijkheid. Proces van maatschappelijke veranderingen en reorganisatie moet gestuurd en begeleid worden door sociologen Comte: grondslag van iedere maatschappelijke orde ligt in een gemeenschappelijk stelsel van opvattingen en ideeën.4 De theorie van de industriële samenleving 1e aankondiging van een nieuw type samenleving. voertuigen van vooruitgang meritocratie: posities obv capaciteiten en prestaties open karakter van samenleving. gebaseerd op wetenschap en techniek.staat en een rigide statushiërarchie. Contract en vrij markt gelden als reguleringsmechanismen.

centraal staat de verhouding tussen 2 antagonistische klassen. Communisme: productiemiddelen zijn eigendom van iedereen. vervreemding arbeider – arbeidsproces. politiek en cultuur Dominante klasse levert dus ook dominante ideeën Vals bewustzijn: arbeiders zijn zich niet bewust van mensonwaardige situatie→ noodzaak voor ontwikkeling van klassebewustzijn. berustend op economische basis. werkt door in alle instituties.Materialisme ⇔ idealisme (hegel) →(ontwikkeling van geest )concrete feiten en materiële omstandigheden ⇔ ideaal of idee Dialectische methode ( manier van analyseren van de loop van de geschiedenis) . geen vervreemding Filosofische uitgangpunten in de visie van Marx . Arbeid is plicht 3.Historisch materialisme : voortgang van geschiedenis → ontwikkeling warbij concrete maatschappelijke verhoudingen zich wijzingen oiv veranderingen in productieverhoudingen. Marx: motor van maatschappelijke verandering ligt in spanningsverhouding tussen produktiekrachten ( deze ontwikkelen zich) en produktieverhoudingen ( deze verstarren) Spanningsverhouding → economisch proces van accumulatie en concentratie van kapitaal gevolgd door crises en Verelendung van het proletariaat.Dialectiek→ elke situatie roept zijn eigen tegenkrachten op. hij wordt daarmee ook een vreemde voor zichzelf. . Scheiding – concurrentie 4. Vervreemding op verschillende niveau’s 1. Het kapitalisme eindigt door proletarische opstand → in eigen hand nemen van productiemiddelen. waarna een nieuwe situatie ontstaat waarin deze tegenstellingen zijn opgeheven Onderscheid dialectische en positivistische methode: DM: diepere samenhang tussen de verschijnselen PM: vaststelling van waarneembare feiten .Simon → revolutionaire actie: scherpe kritiek op bestaande maatschappelijke verhoudingen Engelse economen → ideeën basis voor arbeidswaardeleer Ideeën van Marx hebben een praktische en politieke doelstelling Kapitalistische samenleving is voorbijgaande fase. neerslag in instituties als recht. het wel/niet bezitten van productiemiddelen Arbeidswaardeleer: uitbuiting als toeëigening van de meerwaarde⇒ polarisatie van klassen Vervreemding: arbeid is iets wat de arbeider niet toebehoort. Materiële. vervreemding arbeider – produkt. bezitters ⇔ bezitlozen Voorbeelden voor Marx: Engels → sociale vraagstuk Hegel – Feuerbach → dialectiek en materialisme Saint. ondergaand aan economische tegenstrijdigheden en sociale conflicten 2 Marx visie op de moderne samenleving Klassentegenstelling tussen kapitalist en proletariër. vervreemding mens – medemensen. Produktie voor de markt 2.Hoofdstuk 4 Marx en de kapitalistische samenleving 1 Marx als criticus van zijn tijd Marx visie afwijkend van de theorie van de industriële samenleving. vervreemding arbeider van zichzelf Klassentegenstelling beperkt zich niet tot economie. Arbeider staat als vreemde to zijn eigen arbeid. economische basis bepaalt de maatschappelijke bovenbouw > geheel van idealen en ideeën. Produktiekrachten en produktieverhoudingen worden samen produktiewijze genoemd. godsdienst.

gemanipuleerd worden ! ! zinloosheid: eigen daden hebben geen relatie met iets ! ! isolement: eigen waarden / motivaties staan geheel los van de maatschappij ! ! zelfvervreemding.1De toekomstige ontwikkeling van het kapitalisme Arbeidswaardeleer is niet uitgekomen: arbeidskracht is niet langer de enige winstproducerende factor. daden hebben geen enkele waarden Vervreemding het geringst in drukkerij en procesindustrie. beperking van eigen concept door technologische determinatie .arbeidstijdverkorting .stijgende lonen .sociale voorzieningen – opkomst van de verzorgingsstaat . blijft bestaan • arbeid die geen ontwikkeling van vakbekwaamheid toelaat • onbeheersbaarheid • gebrek aan inzicht in productieproces • geringe mate van verbondenheid met het product van de arbeid Gebrek aan beheersbaarheid en controle spelen een grote rol bij het ontstaan van stress Tegenwoordig discussie rond kwaliteit en humanisering van de arbeid Blauner: vervreemding: 4 dimensies: ! ! machteloosheid: geen invloed hebben.3 Marx en de huidige sociologische agenda 3.verschuiving naar dienstverlening . hoewel minder extreem.3 Vervreemding of mensonwaardige arbeid Kritiek op Blauner: vereenvoudiging van betekenis van vervreemding door conceptualisatie in subjectieve termen..verwetenschappelijking van productie Klassenprincipe. machines en organisatie doen dat ook Uitspraken over accumulatie en concentratie van kapitaal kloppen wel.verbetering van arbeids en levenssituatie van arbeiders . huidige samenleving is minder ‘harde’ kapitalistische samenleving door sociale en politieke strijd Wel is de kloof tussen Noord en Zuid groter geworden 3.meer onderwijskansen Uitblijven van voorspelde tweedeling door sterke uitbreiding van nieuwe middengroepen toenemende omvang en bureaucratisering .2 Hardnekkige ongelijkheid Nu : Pluriforme klassenverhoudingen en verdergaande sociale nivellering . het grootst in auto en textielindustrie 3.

inwerking van het klimaat op het temperament . verdeling van taken: ! ! kan leiden tot veel nastreven van eigenbelang → afbreuk van solidariteit ! ! ongelijke kansen door ‘afgedwongen’ (onterechte) arbeidsverdeling – minder cohesie Organische solidariteit moet altijd ingebed zijn in normatief kader dat grondslag vindt in collectief bewustzijn. Mechanisch → automatisch produkt van grote gelijkheid • Nieuw: door differentiatie en specialisatie van functies. komt voort uit het feit dat mensen op elkaar lijken door geringe mate van arbeidsverdeling. losstaand van individuen en oefenen op individuele mensen een dwingende werking uit.1Mechanische solidariteit Oude bronnen van sociale solidariteit worden vervangen door nieuwe • oude: mechanische solidariteit.2 Durkheims zelfmoordtheorie Fluctuaties in zelfmoordcijfers niet te verklaren door: .Hoofdstuk 5 Maatschappijvisies in de klassieke academische sociologie Emile Durkheim Uitgangspunt bij de bestudering van de ontwikkeling van feodalisme naar kapitalisme: Sociale cohesie: wat hield/houdt de mensen bijeen⇒ solidariteit .het behoren tot bepaalde geloofsgenootschappen ( protestantisme ⇑ ) burgerlijke stand ( ongehuwden ⇑ ) .1 Zelfmoord als maatschappelijk probleem 2.in moderne samenlevingen worden oude sociale bindmiddelen steeds onwerkzamer .factor ras . 2 Zelfmoord 2.. hoe lager het zelfmoordcijfer • Altruistische zelfmoord: gedrevenheid tot zelfmoord door verstikkende sociale culturen • Egoistische zelfmoord: gedrevenheid tot zelfmoord door verminderde sociale cohesie Er is ook verband met de mate van regulering Anomie: als binnen een samenleving geldende normen niet goed in iemands persoonlijkheid zijn verankerd • Fatalistische zelfmoord: bij te sterke regulering • Anomische zelfmoord: bij afname regulering en toename anomie Zelfmoordcijfer ⇒ goede maatstaf voor maatschappelijk welbevinden . maar oncontroleerbare.kosmische invloeden .welke nieuwe andersoortige bindmiddelen passen beter bij nieuwe sterk gedifferentieerde samenlevingen 1. Het zelfmoordcijfer is een sociaal feit. Collectief bewustzijn → basis voor sociale samenhang.economische condities ( snelle veranderingen zowel in opwaartse als neerwaartse richting) Durkheim: sociale feiten vormen een eigen werkelijkheid.imitatietheorie Wel is er verband met: . kenmerk van een collectiviteit Hoe steviger de sociale cohesie.. meer onafhankelijkheid → individualisering Organische solidariteit: samenbinding door complementariteit van steeds gespecialiseerder taken Organische solidariteit kan cohesie bevorderen ook als de mechanische solidariteit vermindert Anomische arbeidsverdeling: ver voortschrijdende.

Innovatie: ( meestal crimineel of afwijkend genoemd) doelen blijven aanhangen. winst/verlies.2. Veel sociologen denken dat men in de meest recente verschijnselen.Ritualisme: middelen blijven aanvaarden. gesymboliseerd door bepaalde plant of dier → totem In elke maatschappij is er onderscheid tussen: . diffuse kracht → mana Bron van deze kracht is volgens Durkheim de samenleving zelf 3.Profane sfeer – zakelijk / economisch handelen.. als gevolg van functionele differentiatie proces.Terugtrekking: gedesillusioneerd het geloof in doelen en middelen verliezen .2 Onderzoek naar het Australisch totemisme Durkheim deed zelf geen onderzoek in Australie Clan: verwante groep mensen niet zozeer door bloedbanden.) kunnen als samenbind element gaan werken Cognitieve functies > op diffuse en ondoorzichtige wijze helpen bij de orientatie van sociale ruimte Durkheim: cognitieve functies overdragen aan beter toegeruste wetenschappen > sociologie Wetenschap schiet tekort bij de versterking van sociale cohesie.Sacrale sfeer – oneconomisch handelen → gemotiveerd door vrees en eerbied Gevoelens en gedragingen to sacrale voorwerpen vormen de essentie van het verschijnsel religie Durkheim gaat uit van de echtheid van de godsdienstige beleving ( geen zinsbegoocheling).3 De anomietheorie van Merton Anomie (Merton) : niet echte normloosheid maar spanning die ontstaat als veel mensen ambities koesteren die ze niet kunnen verwezenlijken Conformisme: ondanks teleurstellingen zowel in doelen als middelen blijven geloven . 3. de meest uitgekristaliseerde vorm onderzoekt. In de totem aanbidt de gelovige een anonieme.De Durkheimiaanse inspiratie Centraal probleem: sociale cohesie in moderne samenlevingen > later uitgewerkt in het Amerikaans functionalisme en functioneel structuralisme Functionalisme: sociologische stroming die het functioneren van de samenleving als systeem wil verklaren. nadruk op functies die samenleving ontwikkelt om te kunnen voortbestaan D’’s nadruk op consensus is het duidelijkst herkenbaar in het werk van Parsons → Structureel functionalisme: grote betekenis cultureel systeem van inspirerende en motiverende waarden .3 Functies van religie • Versterking van sociale cohesie Durkheim: in moderne samenlevingen zullen godsdiensten in verval raken/uitsterven Nieuwe sociale vormen zullen zich ontwikkelen die dezelfde functies vervullen als de religies collectieve hevige emoties ( bv over politie-sport enz. hiervoor moeten nieuwe sociale vormen worden ontwikkeld • 4. wel door gemeenschapsgevoel. onpersoonlijke.1 De studie van het verschijnsel godsdienst Durkheim: alle essentiele elementen van het godsdienstige denken en leven moet kunnen worden teruggevonden in de meest primitieve religies Bezwaar tegen sociaal evolutionistische redenering → uiteenlopende ontwikkeling mogelijk op verschillende plaatsen. nieuwe middelen proberen .Rebellie: afwijzing van doelen en middelen ⇒ nieuwe ervoor in de plaats stellen Middenklasse ⇒ ritualisme Onderste lagen ⇒ innovatie Verbinding van anomietheorie met sociale ongelijkheid→ crimineel/afwijkend gedrag is een sociaal verschijnsel 3 Godsdienst 3. doelen uit het hoofd zetten . streven naar de hoogste opbrengst .

. begrijpen van subjectieve zin van handelingen Sociaal handelen classificeren in 4 categorieen obv type motivatie • doelrationeel handelen – welbewust. krachtig gevoel van onderlinge saamhorigheid . strengere voorschriften voor musici.Kurwille: weloverwogen. Soortgelijke ontwikkelingen in architectuur of schilderkunst.rationele gezag: obv regels en wetten . emotionele neutraliteit Kalberg: 4 typen rationaliteit in Webers werk: Praktische rationaliteit: zo goed mogelijke behartiging van eigen belangen Theoretische rationaliteit: op abstracte manier nadenken over handelingen.2 In de politiek de drie vormen van gezag Onttovering van het koningschap: beperking van macht. vastgelegd in de grondwet Driedeling van bases van legitieme macht → kans dat iemand zij wil kan doorzetten binnen een sociale betrekking wordt pas gezag als ondergeschikte dit als legitiem erkennen op 3 gronden . doelgericht.2 Weber → Sociologie als wetenschap van het sociaal handelen Socioloog probeert de drijfveren van mensen te doorgronden. behartiging van eigenbelang 1. berekenende keuze om samen te werken om bepaalde doelen te bereiken Overheerst in Gesellschaft verbanden → sterke economische bindingen. vooruitdenken.Wesenwille : vanuit het diepste sociale wezen van de mens oprijzende wil om met anderen samen te gaan. Typische westerse vorm van rationaliteit waarbij algemeen geldende wetten/regels worden gebruikt. eea ten koste van de spontaniteit. 2 De verbreiding van de rationaliseringstendens in het maatschappelijke leven 2.1 Tonnies : Gemeinschaft und Gesellschaft Tonnies: sociale verbanden zijn de uitkomst van de menselijke wil tot samengaan. systematisering.Hoofdstuk 6 Maatschappijvisies in de klassiek academische sociologie: Max Weber 1 rationalisatie bij Weber: begripsbepaling Weber: inzicht in ontwikkeling van moderne maatschappij door ontwikkeling te interpreteren als een proces van rationalisering: steeds sterkere motivatie van het menselijk handelen door berekenende doelgerichtheid 1. Domineert in Gemeinschaft verbanden → sterke affectieve bindingen.1 In de kunst Nauwkeuriger notatie van muzieknoten. 2. gewoonten en gebruiken Deze indeling leidt tot zijn conceptualisering van de ontwikkeling van samenlevingen naar het moderne westerse type →steeds meer doelrationeel handelen ⇒ entzauberung Doelrationaliteit: calculerende instelling.traditionele gezag obv tradities . zonder dat dat tot daden hoeft te leiden Substantiële rationaliteit : verbindingen tussen handelingen en waardenstelsels Formele rationaliteit: het op een berekenende wijze afstemmen van de middelen op het gestelde doel. rationeel gedrag • waarderationeel handelen – rationeel gedrag betrokken op een bepaalde waarde of norm • affectief handelen – onbeheerst. gemotiveerd door emoties handelen • traditioneel handelen – handelen geleid door tradities.

werkt soms dehumaniserend .3 Bureaucratisering Opkomst van bureaucratie is onlosmakelijk verbonden met de opkomst van het rationeel legaal gezag Bureaucratie – organisatievorm die zich.Predestinatieleer: gods besluit over menselijke is onbekend en onbeïnvloedbaar. in gevoelsmatig opzicht. kan ontwikkelen Coordinatie van handelingen van doelrationeel handelende mensen Bureaucratie als ideaaltype: . heroische kracht Ideaaltypische driedeling.- - charismatisch gezag: obv geloof in buitengewone toewijding. niet arbeiders hebben de productiemiddelen in handen Wirtschaftsethos: belangrijk aspect van kapitalisme – passende geesteshouding. door niemand beheerste dynamiek .geen aandacht voor het bovennatuurlijke → toename van natuurwetenschappelijk onderzoek .bureaucratische functionaris moet onpersoonlijke regels toepassen – geen uitzondering . neutraal gedrag . Wereldlijk succes wijst op uitverkorenheid → zekerheid op zieleheil → dus hard werken. Rationaliseringsproces: ongestuurd sociaal proces met eigen. Winststreven gecombineerd met ascetische levensstijl. stelsel gebaseerd op rationele bedrijfsvoering Verschil Weber – Marx Weber: essentie kapitalisme is de tendens tot rationalisatie van de productie Marx: essentie kapitalisme → ondernemers. Kapitalisme is een systeem van economisch rationeel handelen. Weber: protestantisme heeft het kapitalisme niet veroorzaakt.duidelijk afgegrensde competentiesfeer – aanstelling op grond van bekwaamheden nauwgezette vastgelegde handelingsvoorschriften . standen en partijen.zakelijk. Protestantisme . wordt zelden in de pure vorm aangetroffen Duidelijk verband tussen 3 gezagsvormen en 4 typen sociaal handelen Weber: geleidelijke ontwikkeling van gezag gebaseerd op charisma en traditie naar rationeel-legaal 2. overal in de samenleving waar rationaliseringstendensen worden waargenomen.hierarchische ordening van functies .inefficiente functionering agv strakke procedures en rigide taakverdeling Feitelijke bureaucratische instellingen wijken in veel opzichten af van ideaaltypische karakteriseringen van Weber 3 Oorsprong van rationalisatie: de protestantse ethiek en de geest van het kapitalisme Moderne variant van het kapitalisme: Weber ⇒ burgerlijke – bedrijven kapitalisme . heiligheid.het werken zonder uitzonderingen kan leiden tot slechte behandeling van individuele gevallen.Bureaucratie werkt dus zakelijk. streven naar bestendige winst door rationeel geleide economische expansie Ascese: onthouding ondanks het streven naar winst Ontstaan van kapitalistische geest: Weber → bepaalde interpretatie van protestantisme heeft bepaalde motivaties in werking gezet die het ontstaan van kapitalistische geest gestimuleerd hebben. er was een soort wisselwerking ⇒ Wahlverwantschaft: affiniteit tussen elementen protestantse ethiek en kapitalistische ethos 4 klassen. doelmatig. berekenbaar en sluit willekeur uit Kritiek op bureaucratie: .ondernemingen opgezet om zoveel mogelijk winst te maken dmv rationele bedrijfsvoering→ telkens opnieuw winst → rentabiliteit In het kapitalisme wordt de productie gerationaliseerd.

keuze voor levensstijl en esthetische voorkeuren Economisch kapitaal: inkomen en bezit Sociaal kapitaal : sociaal netwerk 5Ambivalentie in Webers sociologie Webers werk: geen afgeronde theorie.Klassen: verbonden met de economische sfeer. laag met soortgelijke economische positie 2 deling -Marx: behoren tot klasse is afhankelijk van het al dan niet bezitten van productiemiddelen) meer klassen – Weber: groep die op grond van positie in economische leven verschillen naar levenskansen Leden van een klasse zijn zich meestal niet bewust van verbondenheid Standen: wel een zekere verbondenheid – gelijkheid op basis van eer – status → vaak gemanifesteerd in een bepaalde levensstijl → sociale sluiting Partijen: goed georganiseerde politieke formaties: hier is het rationaliseringsproces verder voortgeschreden Incongruenties: frictie tussen bv standenonderscheid en klassenonderscheid bv door snel opkomende klassen agv stormachtige economische ontwikkelingen Driedimensionaal model van sociale stratificatie: posities op 3 onafhankelijke assen: klasse-status-macht. overdaad aan belangwekkende sociologische inzichten met soms onderliggende spanning Methodologisch individualisme: streven om elke sociologische uitspraak te herleiden tot handelingen van individuele mensen Interesse in macrosociale verbanden→ niet altijd herkenning van individuele handelingen • • - Sociologie ⇔ liberaal denken – hoge waarde aan autonomie van het individu Beoordeling moderniseringsproces met nadruk op rationalisering Prijzen van de rechtvaardigheid van de rationeel – legale gezagsuitoefening Tegenover: de ontmenselijkende werking van gerationaliseerde overheidsbureaucratieen - . Pierre Bordieu: sociale ongelijkheid uitgelegd mbv meerdere dimensies Cultureel kapitaal: schoolse kennis.

→ teleurstelling over vervreemdende en dehumaniserende aspecten van de moderniteit → drijvende kracht achter de ontwikkelingen: proces van rationalisering Verschillen Simmel – Weber Weber: ontwikkelingen op macro-niveau . Simmel: doorwerking in leven van mensen en hun relaties Weber : grote maatschappelijke processen –opkomst moderne kapitalistische onderneming en bureaucratische organisaties Simmel: tevens belangstelling voor de manier waarop macrosociale veranderingen doorwerkingen in verhoudingen tussen en binnen mensen Wisselwerking tussen macro en micro niveau Weber: uiterlijke contouren van de modernisering. mensen komen losser van kleine lokale sociale groepen Verontrustende consequenties Objectieve cultuur verdringt de individuele cultuur Objectieve cultuur → culturele voortbrengselen vormen een soort zelfstandig universum → vervreemdend – vijandig Individuele cultuur → voortbrengselen waarvan men denkt dat men ze zelf gemaakt heeft.1 Geld en de toenemende rationalisering Rationalisering leidt tot monetarisering van menselijke betrekkingen. . vermogen tot abstract redeneren.1 de rol van het geheim geheimen en structuren van de banden die mensen met elkaar hebben.2 Het geheim en de visie op de moderne Door functionele differentiatie en specialisatie meer anonimiteit → meer geheimen → meer individualisering Goffman: sociaal leven is een rollenspel met ‘’backstage’’ met zijn geheimen 3 De filosofie van het geld 3. Ontwikkeling van geldeconomie→ onttovering – prostitutie als dieptepunt → verandering in relaties tussen mensen 3. kennis van geheimen is een bron van macht.Hoofdstuk 7 Maatschappijvisie in de klassiek academische sociologie : Georg Simmel 1 De sociologie van Simmel Overeenkomsten Simmel – Weber Ambivalente houding to hooggeïndustrialiseerde westerse samenleving . Simmel: binnenwerk Sociologie moet zich onderscheiden door de manier van kijken: sociologische zienswijze → oorsprong van sociologische verschijnselen zoeken in de interacties tussen mensen. Hoe intiemer de relatie hoe minder geheimen 2. berekenende mathematische stijl van denken wordt hoog gewaardeerd . 2 Het geheim 2. Intellectuele prestatie.2 De gevolgen van de geldeconomie Door geld beoordelen mensen elkaar steeds minder op persoonlijke eigenschappen. verdere ontwikkeling van rationalisering wordt mogelijk door algemener wordend geldgebruik Omgang met geld vergt: rekenvaardigheid. maar het heeft ook bevrijdende elementen.

doelverwezenlijking: samenstellende delen moeten zich ondergeschikt maken aan collectieve doelen – politiek systeem • Integratie: stabiele duidelijke relatie handhaven tussen samenstellende delen ter voorkoming van verstoringen → solidariteit – samenlevingsverbanden • Latency functie → Patroonhandhaving: Programmeren/motiveren van personen zodat zij ingeschakeld kunnen worden in het sociale systeem om het waardensysteem van de samenleving te handhaven – gezin-onderwijs-welzijn-gezondheidszorg 2 Commodificatie of de heerschappij van de markt 2.1 Differentiatie en modernisering Door modernisering steeds meer differentiatie: toenemende scheiding en verzelfstandiging van verschillende eenheden of onderdelen van de sociale structuur. Structurele scheiding van eenheden volgens hun functionele bijdrage aan de samenleving Taakdifferentiatie: toegenomen variatie en specialisatie in taken Systeemdifferentiatie: structurele scheiding en verzelfstandiging van maatschappelijke domeinen 1. verval van gedeelde normen en waarden Opvulling van sociale leegte door bv sacrale rituelen of vrijwillige associatie Marx: integratie binnen de kapitalistische samenleving is een zaak van dwang en autoriteit Weber: staatsmacht→ integrerende kracht in de legitimiteit van de rechtsorde 1. complexere samenleving met groter wederzijdse afhankelijkheid Utilitaisten: sociale cohesie agv door de markt gekanaliseerd eigenbelang Sociologen: anomie door differentiatie. later ontbinding en verval van standen Spencer / Durkheim: differentiatie mechanisme is oorzaak van verlies aan sociale cohesie→ probleem van maatschappelijke integratie. Ontwikkeling van complexe typologie van vormen der menselijke betrekkingen Aandacht voor interacties tussen mensen. met tevens homogene verbondenheid in de samenleving. wil het overleven. In de moderne samenleving contracten: geheel van bindende afspraken tussen vrije individuen ! ! loonarbeid: centrale rol op het economische toneel ! ! opkomst van een wareneconomie ! ! Deze instituties kwamen tot stand binnen nieuwe institutionele ruimte: de markt→ niet nieuw maar nieuw was wel dat de betekenis ervan zich uitbreidde tot ver buiten de grenzen van de lokale economie Een en ander had grote doorwerking op de samenleving in de vorm van Commodificatie: steeds meer aspecten van het menselijk bestaan worden tot voorwerp van marktruil .2 Differentiatie en sociale cohesie Vroeger: standsgebonden vorm van functionele differentiatie. microrelaties Hoofdstuk 8 Modernisering in sociologisch perspectief 1.3 De differentiatiethese in de sociale wetenschap Parsons→ paradigm of evolutionary change – veranderingstheorie Elk systeem.Door voortschrijdende geldeconomie → uitbreiding van objectieve cultuur 4De invloed van Simmel Formele sociologie van Simmel wordt uitgewerkt / voortgezet door Leopold van Wiese. moet differentiëren in een aantal subsystemen die elk een andere functie vervullen → 4 functionele vereisten en de daaraan verbonden subsystemen • Adaptatie functie: aanpassen aan zijn externe omgeving – economisch systeem • Goalattainment.1 De commodificatiethese en modernisering gemaakt → eigenlijk gaat het om de overgang van de feodale economie naar het 19e eeuwse kapitalisme en de maatschappelijke gevolgen van deze ontwikkeling Ontwikkeling van een aantal nieuwe instituties: ! ! notie van vervreembaar prive-eigendom (koop-verkoop) ! ! opkomst van het contract: in standensamenleving levenslange / overerfbare sociale rechten en verplichtingen.

niet meer afkomst→ meritocratische visie Marx-Weber toonden aan dat ook binnen de productieve klassen krachten werkzaam zijn die leiden tot maatschappelijke ongelijkheid Moderne maatschappij was gesegmenteerd volgens lijnen geënt op kapitalistische en productieverhoudingen Marx-Weber: meningsverschil over werking/invloed marktkrachten op verhouding in samenleving Marx: klassebegrip op grond van bezit van productiemiddelen – proletariaat > arbeidskracht Weber: sociale ongelijkheid gebaseerd op economisch dimensies → meerdere bronnen gebruikt als basis van klassenonderscheid ( bv diploma’s) 4 ‘Socialklassen’ → arbeiders –kleine burgerij. intellectuelen – bezittende klasse Weber: verbinding sociale klassen met gedeelde levensstijl .opkomst geldeconomie/ marktverhoudingen veroorzaakt nieuwe distributie van levenskansen Commodificatie heeft vooral gevolgen voor ongelijke verdeling van bezit. heeft vooral betrekking op nieuw denk-gedrags model dat het handelen van mensen beinvloedt Brubaker: bundeling van Webers opvattingen over rationalisatie in 3 thema’s ! ! Toenemende belang van kennis en wetenschap in de samenleving ! ! Steeds grotere anonimiteit. technici.Frankfurter Schule: veel aandacht voor gevolgen commodificatie voor cultuur en ideologie van de moderne samenleving Hoe bepalen marktkrachten de machtsverhoudingen en de klassenvorming en wat is de weerslag daarvan op verschillende aspecten van het sociale en culturele leven - 3 Rationalisatie of vrijheid in een ijzeren kroon 3.- - toenemende sociale en functionele arbeidsverdeling groepering van grote aantallen mensen in sociaal en politiek handelende klassen 2. Saint-Simon: moderne maatschappij was in essentie een prestatiemaatschappij. enz. kennis.vervreemding Marx rekent op “Sprung in de Freiheit”: Simmel ziet vooral de tragiek van het machteloze individu t. Simmel – overheersing is vastgeworteld in de moderne samenleving Commodificatie en opkomst kapitalisme werken door in: Sociale conflicttheorie→ voortbestaan sociale ongelijkheid en de daaruit voortvloeiende belangenconflicten . gebaseerd op economische tegenstelling 2.status – prestige Marx: ‘ klasse an sich’ (puur verzameling van mensen in eenzelfde klasse)ontwikkelt zich tot ‘klasse fur sich’ ( niet alleen dezelfde economische positie maar ze zijn zich ook bewust van die gemeenschappelijke positie) → collectief bewustzijn.3 De commodificatiethese in de sociale wetenschap Een van de meest ingrijpende consequenties van commodificatie betreft factor arbeid Arbeidswaardetheorie (Marx) niet alleen producten van arbeid werden gemaakt tot koopwaar ook de arbeid zelf → dit leidt tot relaties gekenmerkt door uitbuiting.2 Commodificatie en ongelijkheid Maatschappijvisie: commodificatiethese verwijst naar problematiek van sociale ongelijkheid .differentiatieprocessen trokken scheidslijnen op basis van arbeidsverdeling tussen verschillende posities en rollen . de onontkoombare greep van de objectieve cultuur Marx – tijdelijkheid . waarbij enkel de functionele bijdrage aan de economie van belang diende te zijn. relaties worden steeds onpersoonlijker ! ! Toenemende controle / beheersing van de natuur en ook van de sociale wereld . inkomen.o.1 Rationalisatiethese en modernisering Onderscheid rationalisatie ⇔ differentiatie – commodificatie Rationalisatie heeft veel sterker te maken met de handelende actoren in een sociaal systeem.beambten.

het verschil tussen rationeel en niet-rationeel gedrag is gradueel.2 Rationalisatie en het identiteitsvraagstuk Door opkomst van moderne samenleving grondige verandering verhouding individu/maatschappij . Om sociaal handelen te verklaren is het niet voldoende om te wijzen op statistische samenhang van het gedrag.3.Sociologie dient zijn vertrekpunten te zoeken bij handelende individuen .betekent ook toenemende noodzaak om keuzen te maken Rationalisatie → mogelijkheden voor verregaande individualisering → grotere anonimiteit in een geordende. cultureel ondoorzichtelijke wereld Lossere samenhang collectieve en persoonlijke identiteit. gezagsrelaties en gemeenschapsverbanden Rationalisatie vormt belangrijke drijfkracht achter individualiseringsproces Individualiseringsprocess. . twee facetten.differentiatie → individualisering Durkheims visie op samenhang moderne samenleving nauw verbonden met zijn ideeën over verhouding collectief bewustzijn – persoonlijke identiteit Sociale cohesie alleen mogelijk obv gedeelde collectieve identiteit Nauwe aansluiting en interactie collectieve en persoonlijke identiteit Weber: rationalisatie doorbreekt traditionele overtuigingen. meer accent op autonomie van het individu 3.Achterhalen van de betekenis die individuen aan hun gedrag toekennen Gedrag van mensen berust op interpretaties van de werkelijkheid. men moet ook de betekenis voor de handelende persoon kunnen begrijpen Twee belangrijke methodologische uitgangspunten afgeleid van Webers opvattingen .rationalisatie → gedragsdimensie .3 De rationalistiethese in de sociale wetenschap ! ! • • ! rationalisatie drijfkracht achter opkomst moderne westerse samenleving ! grote invloed op ontwikkeling van de sociologie Historisch – sociologische traditie voortbouwend op Webers pogingen de grote transformaties van de moderne westerse samenleving te begrijpen Interpretatieve sociologie voortbouwend op het actorperspectief verbonden met het begrip rationalisatie – microniveau Sociaal handelen gaat altijd met zingeving gepaard.commodificatie → vervreemding en de gevolgen daarvan voor het bewustzijn en persoonlijke ontwikkeling . Sociologen bestuderen alledaagse sinteractie en communicatieprocessen en de consequenties voor de ontwikkeling van der persoonlijke identiteit 4 Besluit .meer keuzevrijheid .

3 Processen niet altijd evengoed te scheiden. Geweldsmonopolie is het belangrijkste definiërende kenmerk van de staat Elias: stad wordt tevens gekenmerkt door een belastingsmonopolie. gecentreerd rond de vorst • .Sociologen kenmerken de modernisering van de westerse samenleving aan de hand van differentiatie. Veranderingen bekeken vanuit differentiatie zijn te verbinden met problemen van sociale orde en cohesie Commodificatie – maatschappelijke ongelijkheid Rationalisatie – identiteitsvraagstuk Hoofdstuk 9 Politieke modernisering en de natiestaat 1 Statenvorming.relatief onafhankelijke burgerij → door concurrentie een dynamische economisch ontwikkeling .1 1. rationalisatie en commodificatie. militaire. ze grijpen op elkaar in. Ontwikkeling van sterke. differentiatie tussen overheersende en overheerste klassen 1. Door vorming van grotere politieke eenheden → grotere veiligheid – zekerheid voor burgers Vorming van een labiel – dynamisch netwerk van afhankelijk – concurrerende staten die elkaar opstuwden in technologische. culturele vernieuwingen 1.1 Staat : een begripsomschrijving Weber → staat: een territoriaal omlijnde menselijke samenleving.politieke fragmentatie is een verklaring voor economische – militaire expansie.concurrentie binnen en tussen politieke eenheden als motor voor expansie. belastingen en wetten Staten in het vroegmoderne Europa meest dynastische staten.2 Statenvorming in Europa vanaf 1500 Waarom werd Europa een wereldmacht: . politieke modernisering in Europa Eerste staten ontstonden in vruchtbare gebieden waar landbouwproductie een hoge bevolkingsdichtheid en arbeidsverdeling mogelijk maakte Vroege statenvorming ging gepaard met verscherping van sociale ongelijkheid. economische.3 Politieke modernisering Ontwikkelingen in staatregimes die bijdragen tot grotere interne en externe effectiviteit → is niet altijd vooruitgang – bij tegelijke invoering in verschillende staten geen machtswinst → niet altijd consensus – interne effectiviteit is niet altijd voor alle groepen een wenselijk effect → politieke vernieuwingen vaak reacties op onbedoelde (interne-externe) ontwikkelingen • Aantal in elkaar grijpende en met elkaar samenhangende ontwikkelingen kenmerkend voor de geschiedenis van de westerse staten na de middeleeuwen → centralisering – juridisering – bureaucratisering – natievorming – democratisering Ontwikkeling voortkomend uit het streven naar vergroting van interne-externe effectiviteit → deze hadden niet altijd de beoogde effecten Ontwikkeling van een afzonderlijke staat kan niet begrepen worden zonder de ontwikkeling van andere staten erbij te betrekken → statenvorming • 2Centralisering van de staatsmacht Middeleeuwen: sterke politieke fragmentatie – vanaf 1300 machtsaccumulatie – centralisatie → door monopolie mechanisme Machtscentralisatie : mede mogelijke door overgang naar geldeconomieën en de daarmee samenhangende uitbreiding van de handel • veranderingen in militaire techniek → buskruit Moderne staten : nauwkeurig / vast omgrensde gebieden met sterk en stabiel geweldsmonopolie door omvangrijke – permanente legermacht en men ongedeelde souvereiniteit Centralisatie binnen staten: landelijke rechtsspraak. met gebruik van fysiek geweld door organisatie die op basis hiervan bestuurt. Geweld – belasting → dubbelmonopolie onverbrekelijk met elkaar verbonden 1.

hoeft niet altijd nadelig te zijn → sociale voorzieningen. Symbolen van nationale eenheid → volkslied – vlag. ook ter legitimering daarvan Weber → 3 vormen van gezag Traditioneel gezag Rationeel/legaal gezag : machtsuitoefening berustend op en in overeenstemming met nauwkeurig omschreven wetten die volgens bepaalde procedures tot stand gekomen zijn. Taken en bevoegdheden waren niet scherp afgebakend In de moderne bureaucratieën (va 1800) raakt het ambt zijn persoonsgebonden karakter kwijt Nauwkeurig omschreven taken – aanstellingen obv deskundigheid – zonder willekeur – geconcentreerd Bureaucratisch staatsapparaat heefteen uniformerend effect. uniformer. macht uitgeoefend obv geweldsmonopolie. sekse. Na WOII weer dominantie van liberaal nationalisme 6 Democratisering Proces van vermindering van ongelijkheid in politieke rechten Drie deelontwikkelingen: • toenemende wettelijke gelijkheid ongeacht godsdienst.Juridisering Belangrijker worden van wetten in de uitoefening van de staatsmacht → die werd centraler. Centralisering. welvaartsgroei en democratisering in het westen va Europa → nationalisme met een liberaal karakter In oost en midden Europa – romantische en militante vormen van etnisch nationalisme. afkomst . verankerd in rechtsstelsel Expansie van staatsbureaucratie van 1850 → na WOII in Nederland de ‘verzorgingsstaat’→ sterke toename van de werkgelegenheid in de overheidssector en toename overheidsbestedingen. politieke en culturele moderniseringsprocessen door commercialisering. voorspelbaarder en meer gereguleerd Wetten dienen niet alleen als instrument van macht.etnisch nationalisme – natie → bloed (geboorte) en ras → racisme Door vroege staatsvorming. bestuur volgens expliciete regels. deze werkten natievorming in de hand • ontwikkeling op cultureel en communicatief gebied → nationale pers • dominante homogene nationale cultuur: tijd-taal-etiquette Onderwijs > aardrijkskunde-geschiedenis → bijdrage aan nationale identiteit.Privé monopolie van de vorst maakt langzamerhand plaats voor publiek monopolie Centralisering ging gepaard met: tendens verontpersoonlijking van de staatsmacht en verband met juridisering en bureaucratisering 3.staatsnationalisme – natie → burgers van een staat .cultuurnationalisme – natie in termen van gemeenschappelijke cultuur . juridisering en bureaucratisering zijn op te vatten als aspecten van de verdichten van afhankelijkheidsbetrekkingen binnen staatsverband 5 Natievorming Naties: samenlevingen waarvan de leden beseffen als politieke en culturele gemeenschap bij elkaar te horen Natievorming ondenkbaar zonder: • economische. infrastructuur ( wegen en dijken) Traditionele staatsapparaat had geen rationeel – legale legitimering. industrialisering en schaalvergroting ontsluiting van lokale markten • centralisering.feestdagen – monumenten Nationalisme: . hedendaags politiek gezag • Charismatisch gezag 17-18e eeuw kenmerk voor politieke modernisering: verschuiving van traditioneel naar rationeel Rationeel/legaal stelsel → burgerrechten gerespecteerd door de overheid • • 4 Bureaucratisering ( Vorming en uitbreiding van een modern ambtenarenapparaat) Staatsdwang. juridisering en bureaucratisering.

meer dwingende werking van internationale afspraken Vorming en versterking van internationale en supranationale organisaties →VN-IMF-EEG Versterking van ontfunctionalisering van nationale staat Nog geen europastaatvorming en euronationalisme Internationalisering en mondialisering roepen nationalistische tegenacties op .het ontstaan van een parlementair stelsel uitbreiding van het actief en passief kiesrecht – eerst alleen hoger mannen → ontstaan van moderne politieke partijen Elitetheorie: iedere complexe maatschappij is onvermijdelijk verdeeld in een heersende elite en een daaraan ondergeschikte massa IJzeren wet van de oligarchie: iedere grote organisatie wordt geleid en beheerst door een kleine groep • • 6. circulatie van informatie. over economiegodsdienst - - Verschillende verklaringen sluiten elkaar niet uit. uitbreiding tussenmenselijke bindingen over de grenzen heen. Barrington Moor→ aandacht voor veranderde verhoudingen op het platteland Toqueville: democratiseringstendens → consequentie van centralisering van staatsmacht ⇒ verlies van macht van lokalen Toqueville: politieke democratisering is deel van groter proces van maatschappelijke egalisering Lipset: sterk positief verband tussen welvaartsniveau en politieke democratie Welvaartsgroei – als gevolg van industrialisering – voorwaarde voor democratisering Verdeeldheid binnen de politieke elite is voorwaarde voor democratisering bv. soms raakpunten. Versnelling door mobiliteit. geld en goederen Autonoom binnenlands beleid steeds minder effectief. 7Internationalisering Internationalisering: uitvloeisel van eeuwenlang proces. Concurrentie tussen staten → motor van modernisering → industriële groei → bureaucratisering Democratie als legitimeringsmiddel om overheidsmaatregelen aanvaard te krijgen. hebben alle betrekking op ontwikkelingen binnen afzonderlijke staten.1 Verklaringen voor het ontstaan van de parlementaire democratische staatsvorm Otto Hintze → kiemen van de westerse democratie liggen al in de feodale verhoudingen besloten Deze verhoudingen waren functie van sterke politieke fragmentatie gekenmerkt door 2 zijdige machtsrelatie Opkomst van invloedrijke – omvangrijke stedelijke burgerij is noodzakelijke voorwaarde voor democratisering.

1 Taylor: scientific management – wetenschappelijke bedrijfsvoering Aandacht naar modernisering van de organisatie van het arbeidsproces Principe van standaardisering toegepast op factor arbeid → perfecte afstemming van onderdelen van de organisatie op elkaar. fabriekssysteem en loonarbeid Industrialisatie: verandering in productietechniek verandering in productieorganisatie → introductie en verbreiding fabriekssysteem → samengaan van arbeidsverdeling en mechanisatie Marx: fabriekssysteem berust op algemene verbreiding van loonarbeid→vergroting van bereik van arbeidsmarkt → deregulering van arbeidsmarkt → opheffing van ‘coalitieverbod’.Industrialisatie. Als eerst is arbeidsanalyse nodig – exacte kennis van het arbeidsproces Planning department moet daarmee een gestroomlijnde productieorganisatie ontwerpen Ook moet deze zich bezighouden met planning – voorbereiding van dagelijkse werk en controle op voortgang en resultaat van de productie Scheiding doorvoeren tussen denken en doen Standaardisering wordt bereikt door: het geven van gedetailleerde werkvoorschriften . mensen hebben een eigen wil→ oplossing: .opsplitsing en vereenvoudiging van taken Daardoor wordt de vervangbaarheid van individuele arbeiders groter.Hoofdstuk 10 De opkomst van het moderne arbeidsbestel 1 Het moderne arbeidsbestel Laisse-faire kapitalisme (Marx) – hand in hand gaan van ongebreidelde concurrentie. er is echter verschil tussen mensen en machines. nadrukkelijk scheiding wonen-werken. daar wacht een grote beschavende taak. uitbuitingen en staatsonthouding Georganiseerd kapitalisme (Weber-Durkheim) opkomst van grootbedrijf. ontwikkelde zich een ideologie met grote nadruk op vrouw-man verschillen → natuurlijke bestemming van de vrouw ligt in huishouden en gezin Vrouwen kan men echter een lager loon betalen → geliefd als fabrieksarbeider In Engelse katoenindustrie 31% ♀ en 25% ♂.. Huishouden verliest functie productie-eenheid Comte→ vrouwen verwijzen naar gezin. Fabriekssysteem. eerste stappen naar staatsinterventie en vorming van vakbonden 2. rationalisering Rationalisatie: systematische pogingen van fabrikanten om de organisatie te stroomlijnen en een uitgekiend beloningssysteem te ontwerpen 3. In de eerste fase verandert de arbeidsverdeling al wel maar volgt nog niet zo scherp de scheidslijn tussen betaalde en zorgarbeid. • • 3 Veranderingen in de arbeidsorganisatie. later aandrang ♀ om uit betaalde arbeid terug te trekken. Waar burgerij economische en politieke macht verwierf.

Deze afdelingen namen in grootte en betekenis toe – groei van het witteboordenwerk Ook rationalisatie van de hoofdarbeid → polarisatie in routinewerk en specialisme - Friedman: strategie van responsible autonomy: grote mate van zelfstandigheid voor goed opgeleide werknemers → in de hoop op verantwoordelijk gedrag Zorgvuldige selectie van vaktechnisch competente werknemers met loyaliteit gelokt door de garantie van werkzekerheid en het vooruitzicht op promotie. waardering (Hawthorne experiment) ! ! Extreem doorgevoerde arbeidsverdeling en standaardisatie heeft nadelige gevolgen: voor werknemers → gevoelens van machteloosheid.“ “ “ door arbeiders met een ander vak exclusiviteitsprincipe Later industrie of bedrijfsvakbonden Organisatie op grond van het principe van inclusiviteit –zoveel mogelijk arbeiders uit eenzelfde bedrijfstak Massaorganisatie die . Sociologische kritiek op Taylor ! Taylor heeft weinig oog voor sociale behoeften zoals erkenning. zinloosheid en zelfvervreemding .ontstaan van management hiërarchie en gespecialiseerde stafafdeling. resulterend in hoge mate van beheersing van het arbeidsgedrag ! 3.voor arbeidsverhoudingen binnen het bedrijf → wantrouwen jegens werknemers Rationaliseringsproces → kenmerkend daarvoor → planmatig streven naar vergroting van de efficiency mbv methoden gericht op kwantificering.verbod op het verrichten van eigen vakarbeiderstaken door ongeschoolden .1 De opkomst van de moderne vakbeweging Eerste vakbonden opgericht door drukkers.3 Verspreiding van het nieuwe organisatiemodel Moderne industriële arbeidsorganisatie: productiesysteem → technisch gekenmerkt door ver doorgevoerde mechanisatie organisatorisch door ver doorgevoerde horizontale en verticale arbeidsdeling strategie van autonomie destructie: zo volledig mogelijke beheersing van het gedrag van arbeiders door het vrijwel elimineren van de autonomie .planning – voorbereiding van de productie .2 De bijdrage van Ford – lopende band principe Spectaculaire winst in productiviteit – probleem ongekend hoog personeelsverloop Bonus voor geselecteerde geschikte arbeiders – binding dmv loonsverhoging en baanzekerheid Fordisme: sociaal economisch stelsel waarbij koppeling tussen massaproductie en massaconsumptie wordt gegarandeerd via sterke vakbonden.systeem van direct. Model voor organisaties met veel hooggeschoolde vakspecialisten 4. sigarenmaker en timmerlieden → gericht op het beschermen van het eigen stukje arbeidsmarkt door: .rol van vakarbeider wordt sterk teruggedrongen door de ‘geoefende’ arbeider In Duitsland werd de traditionele rol van de vakarbeider minder ver teruggedrongen Taylors en Fords principes hadden ook consequenties voor andere werkzaamheden: . ‘Professionele bureaucratie’: combinatie van elementen uit het professionele denken (autonomie en verantwoordelijkheid) met elementen uit het bureaucratiemodel ( afbakening van taak. levenslange aanstelling en carrièremogelijkheden).beloningssystemen ontwerpen die een prikkel vormen voor een optimale prestatie Hierachter gaat een uiterst wantrouwend en eenzijdig economisch mensbeeld schuil..De collectivisering en institutionalisering van de arbeidsverhoudingen Arbeidscontract: verplichting arbeid te leveren tegen geldelijke vergoeding Tegenstrijdige belangen → zo weinig mogelijk loon ⇔ zo veel mogelijk vrijheid → spanningsvolle relatie Overgang van individuele naar collectieve arbeidsverhoudingen 4.. persoonlijk toezicht . vergroten van de voorspelbaarheid van het arbeidsproces. sociale zekerheid en een ‘Keynesiaans’ macro-economisch beleid gericht op koopkrachtbehoud 3.

- .! ! ! door middel van het stakingsmiddel werkgevers onder druk kan zetten ! politieke druk op de overheid om inkomens en arbeidsbeschermende maatregelen te nemen.Ontbureaucratiseren van organisaties → afplatting van de organisatie → delegeren van bevoegdheden naar de werkvloer → verzelfstandigen van afdelingen . vroeger summum van efficiëntie.Ontstaan van zgn interne arbeidsmarkten – vergroting van de werkzekerheid . 1900: mannelijke kostwinners en huisvrouwen Organisatie en regulering van de arbeidsmarkt → toename van barrières voor gehuwde vrouwen Patriarchaal arbeidsbestel – centrale plaats voor mannelijke voltijds werkende kostwinner 6 Op weg naar een postmodern arbeidsbestel Tayloristische organisatiemodel. centraal geleide organisatie met professionele staf en financiele reserves ( stakingskas) 4.bescherming van zwakke groepen ( kinderen en vrouwen) . tijdelijke contracten en uitzendarbeid Arbeidsverhoudingen worden geïndividualiseerd en geflexibiliseerd. nieuwe taak en functie structuren: → samenvoegen van uitgesplitste taken → uitvoerend werk combineren met controle en planning → vergroting van autonomie .Toenemende bemoeienis van overheid met arbeidsmarkt → maatregelen die arbeidsaanbod op arbeidsmarkt enige bescherming bieden . Daarvoor is nodig : hechte.2De integratie van de vakbeweging in het arbeidsbestel Opbouw van vakbonden was voor werkgevers in eerste instantie een bedreiging.steun – bijstandsregeling / werkloosheidsverzekering → openbare arbeidsbemiddeling Huishoudideologie(vrouwen horen thuis) opkomst van ca. nu log bureaucratisch en inefficiënt Zoeken naar nieuwe organisatieprincipes: Andere manier van werken aan de voet van de organisatie.Flexibiliseren van personeelsinzet → roulatie over functies → meer deeltijdarbeid. later werden ze zakenpartners Verbetering van arbeidsvoorwaarden prioriteit boven arbeidstaakbeheersing Door het sluiten van compromissen garantie van arbeidsvrede Arbeidsverhoudingen krijgen steeds meer een geïnstitutioneerd karakter → symptomatisch voor toenemende overheidsbemoeiing met arbeidsverhoudingen Verdergaande centrale regulering van arbeidsverhoudingen → compromis tussen arbeid en kapitaal Vakbeweging: van oppositionele sociale beweging tot pijler van moderne arbeidsbestel: Neo-corporatisme of overlegeconomie 5 Arbeidsmarkt: organisatie en regulering Op arbeidsmarkt – proces van institutionalisering – organisatie – regulering .

Technologische ontwikkelingen – automatiserings en informatiseringsproces Sociaal-culturele ontwikkelingen → stijgend opleidingsniveau.groei van overheidsactiviteiten – onderwijs en gezondheidszorg Industriële werkgelegenheid werd overvleugeld door dienstensector Marx: middenklasse zou niet bestand zijn tegen polariserende krachten van kapitalistische economie: Er ontstonden echter nieuwe beroepsgroepen die wel in loondienst waren maar hun positie verschilde sociaal aanzienlijk van ‘echte’ arbeiders. Ook veranderingen in hoogste regionen van arbeidsbestel – nieuwe toplaag managers en hooggeschoolde vakspecialisten → Managerial revolution→ ! ! toenemende spreiding van kapitaalbezit over grote groep aandeelhouders ! ! toenemende complexiteit van managementactiviteiten. en arbeidsverhoudingen → invloed op de verdeling van schaarse goederen.groei van de commerciële dienstensector .. doorzettingsvermogen.in moderne open samenleving – hoge intergeneratiemobiliteit . trend van internalisering /externalisering > uitwisseling Veranderingsprocessen kunnen in verband gebracht worden met andere veranderingen in de hedendaagse samenleving bv.schaalvergroting en bureaucratisering van arbeidsorganisatie en daardoor toename van management en stafactiviteiten toenemende verwetenschappelijking van productie en gebruik van geavanceerde technologie .2. emancipatieprocesn.Arbeidsmarkt wordt gedereguleerd en geflexibiliseerd. Door differentiatieproces.ontstaan van complexe beroepenstructuur Van Heek: enorme toename functies op middelbaar en hoger niveau als gevolg van: . afzwakken van economische en sociale scheidslijnen Sociale ongelijkheid ongelijke verdeling van schaarse en hooggewaardeerde zaken ongelijke waardering en behandeling van personen en groepen op grond van hun maatschappelijke positie en levensstijl Sociale stratificatie: opbouw van de samenleving uit omvangrijker maatschappelijke lagen waartussen een ongelijkheidsverhouding bestaat en waarvan het lidmaatschap althans ten dele erfelijk is - 2 Veranderingen in het arbeidsbestel Na WOII amerikaanse sociologen: moderne industriële maatschappij is bezig oude klassentegenstellingen te overwinnen Veranderingen in de beroepenstructuur. met: verschuivingen in de economie → toename van internationale concurrentie en het belangrijker worden van flexibiliteit. kwaliteit en klantgerichte productie. arbeidsmarkt. zelfdiscipline Diploma’s: middel van beroepsgroepen op concurrentiepositie te verstevigen – selectiemechanisme – diplomainflatie Koppeling onderwijs – arbeidsmarkt → belangrijke consequentie voor sociale mobiliteit Inter en intrageneratiemobiliteit. Veranderingen in allocatieprocessen Meritocratisch ideaal kreeg de eerste helft van deze eeuw nieuwe inhoud door verbreding van het onderwijs Hoge waarde van AVO-diploma’s > duidt op persoonlijkheidseigenschappen als intelligentie. individualisering Politiek-ideologische ontwikkeling: opkomst van het neo-liberale denken door de ineenstorting van de communistische regimes in Oost-Europa Hoofdstuk 11 Sociale ongelijkheid en het moderne arbeidsbestel 1 Ongelijkheid als sociologisch thema Ontwikkeling van het moderne arbeidsbestel → veranderingen in: arbeidsorganisatie. leidde tot taakverdeling. specialisatie en professionalisering 2.

grote landbouwers en middelbare technici middelgrote oude/nieuwe middenstand.Bij allocatie naast opleiding ook rol voor andere criteria bv sekse – etnische afkomst . ongeschoolde arbeiders. Multidimensionele modellen van sociale ongelijkheid: sociale-economische status wordt bepaald door meerdere kenmerken Statusdiscrepanties zijn in de moderne samenleving een veelvoorkomend verschijnsel . 3. lage beambten ongeoefende arbeiders Kritiek op beroepsprestige stratificatie Wat zegt beroepsprestige nu over sociale ongelijkheid – dit heeft ook te maken met verdeling van schaarse goederen als inkomen en macht. ‘midden’ ambtenaren. 5. kantoorbedienden en lagere employes geoefende arbeiders.2.In onderwijsprocessen die leiden tot bestendiging van sociale ongelijkheid 4. hoge ambtenaren Hoge werknemers. 4 Pogingen tot herwaardering van het klassebegrip Grote reserves tegenbeeld van alsmaar vervagende scheidslijnen: Op arbeidsmarkt / organisatie blijven oude scheidslijnen in gewijzigde vorm voortbestaan en . Vrije – academische beroepen. 2.secundair segment met lage mate van werkzekerheid Beeldvorming van werkgevers geeft de doorslag – vicieuze cirkel – eenmaal in het secundaire segment > negatief beeld > niet naar primair segment - . hoofdambtenaren.3 De integratie van de arbeidersklasse Theorie over de verburgerlijking van de arbeidersklasse: arbeiders nemen gedrag – waarden en normen over die voorheen kenmerkend waren voor de middengroep oiv toenemende welvaart en veranderingen in woonwerksituatie ! ! door economische groei → toename van welvaart. directeuren kleine ondernemingen. 4. kleine landbouwers. MO-leraren.ontstaan ook nieuwe scheidslijnen . 6. middelgrote landbouwers en middelemployes kleine-nieuwe middenstand.door toename van mobiliteit . grotere consumptiemogelijkheden ! ! veranderingen in werksituatie – meer witte boordenwerk ! ! veranderingen in woonsituatie > toenemende geografische mobiliteit – uiteenvallen arbeiderswijken Arbeiders nemen in toenemende mate sociale contactpatronen en denkbeelden van de middengroepen over Arbeiderscultuur lijkt te verdwijnen – individualistische instelling 3 Nieuwe voorstellen over sociale ongelijkheid Beroepsprestigestratificatie (van Heek): niet meer klassen centraal maar beroepen Sociaal aanzien niet langer meer gebaseerd op geboorte of opvoeding maar op beroep Van Heek: beroepsprestige is de sleutel tot de sociale stratificatie Beroepsprestigeladder 1. directeuren van grote ondernemingen. hierdoor zijn individuen moeilijker eenduidig maatschappelijk te plaatsen.veranderingen in functies of beroepen Samenleving niet langer discontinu en gesloten.1 segmentering van de arbeidsmarkt Theorie van de dubbele arbeidsmarkt primair segment met grote mate van werkzekerheid → heeft te maken met proces van internalisering .

afscherming van hogere functies Horizontale of beroepensegregatie: bepaalde sekse oververtegenwoordigd in bepaalde beroepen Genderverschillen: sekseverschillen die niet tot biologische verschillen te herleiden zijn maar veeleer sociaal en cultureel geconstrueerd zijn Veel verschillen in arbeidsbestel zijn gendered. grote rol van gebrekkige taalbeheersing Sociaal milieu is van invloed op eindniveau in onderwijs mede door cultureel kapitaal → .en werksituatie Marktsituatie: bron en hoogte van inkomen economische zekerheid mogelijkheden tot verbetering van de economische positie positie die deze categorieën innemen binnen de organisatorische gezagsverhoudingen mate van autonomie bij het uitoefenen van taken Werksituatie: Goldthorpe: beroepen als uitgangspunt → niet sociaal aanzien maar werkgelegenheidsverhouding Van Heek: positie van beroepsgroepen op prestigeschaal Goldthorpe: positie in geheel van machts – en afhankelijkheids relaties op de arbeidsmarkt en in de arbeidsorganisatie Klasse is in eerste instantie een economische categorie Verschil met dichotomie klassenmodel van Marx → aan de bovenkant niet de traditionele kapitalistenklassen → nieuwe bovenlaag met topmanagers en specialisten met Golthorpes klassenindeling → gedifferentieerd beeld van economische verschillen binnen de werkende bevolking Bevestiging van de conclusie dat ondanks toenemende mobiliteit de scheidslijnen tussen klassen hun invloed behouden.beïnvloedt de beslissingen van ouders en kinderen over het (vroegtijdig) beëindigen van de opleidingen Dit lijkt de reproductiethese te bevestigen maar: ! ! schoolprestatie hebben een steeds grotere invloed op uiteindelijke schoolsucces ! ! invloed van een tekort tijdsperspectief van het onderzoek → op lange termijn neemt het reproductie.effect af Nog steeds grenzen aan intergeneratiemobiliteit door scheidslijnen arbeidsbestel – onderwijs 4. .beïnvloedt de schoolprestaties .Scheidslijn tussen primair en secundair loopt dwars door traditionele scheiding tussen hoofd. Achterstand al in de eerste jaren van onderwijs.beïnvloedt het oordeel van leerkrachten over leerlingen .en handenarbeid Ook grens tussen bovenste/onderste deel primair segment gekoppeld aan hogere diploma’s 4.3 Ongelijkheid in het onderwijs Meritocratie: maatschappelijke posities op grond van gevolgd onderwijs Reproductiethese: onderwijs dient bij tot het instandhouden van sociale ongelijkheid Talentenproject: onderzoek of talenten van kinderen uit lagere milieus wel tot volledige ontplooiïng kunnen komen in het onderwijs. 4.4 Een nieuwe variant van het klassebegrip Goldthorpe → klasse : beroepscategorieën met overeenkomstige markt.2 Seksesegregatie Vanaf 60er jaren toenemende arbeidsparticipatie van vrouwen Seksesegregatie: concentratie van bv vrouwen in bepaalde functies Verticale of functiesegregatie.

2 Ontwikkelingslogica. Ziektewet. AOW (1957). Invaliditeit en ouderdom.onopgeloste arbeidsproblemen zowel structureel als conjunctureel van aard . volledige werkgelegenheid. Bijstand en WAO Fase 3: 1945-1970 - . WOI-1940 bescheiden doelgroepenuitbreiding 4 verbredingen: niet alleen gevaarlijke maar alle industriële loonarbeid. loontrekkers in overheidsdienst. Armenwet Fase 2: ca. niet van meer openheid Klasse – levenskansen → bestaan van klassen niet te ontkennen Klasse – levensstijlen → klassen niet meer dezelfde betekenis Samenhang tussen sociaal-culturele verschillen en sociaal-economische verschillen veel losser als gevolg van voortschrijdende proces van individualisering Hoofdstuk 12 De verzorgingsstaat: ontstaan en ontwikkeling Nederlandse samenleving: verzorgingsstaat – bescherming van burgers door netwerk van sociale voorzieningen en instellingen tegen de gevolgen van bestaansrisico’s als bv ziekte en werkloosheid 1 De dubbele inhoud van der verzorgingsstaat Dubbel maatschappelijk probleem ligt ten grondslag aan het ontstaan van verzorgingsstaten .nieuwe problemen verbonden met industrialisering en urbanisering Thoenes: verzorgingsstaat→ maatschappijvorm gekenmerkt door democratisch systeem van overheidszorg – garant van collectief welzijn van onderdanen → herverdelingsapparaat 2Ideaaltypische fasering – ontwikkelingslogica 2 stijlen: • Bismarckiaans – wetgeving tegen armoede • Sociale wetgeving bedoeld om industriearbeiders los te weken van het opkomende socialisme door hen sociaal te integreren in de burgerlijke samenleving Beveridge model – spreiding van welvaart Stelsel van Labour om alle britse onderdanen te laten delen in basale welvaart Genese van verzorgingsstaat vanuit startsituatie volgens proces in 4 fasen ! ! startsituatie: industrialisatie is nog maar nauwelijks begonnen Armoedeperspectief: e ! ! 1 fase: ziekte ongevallen en invaliditeit aangrijpingspunten van sociale wetgeving. 2. ! Werkloosheid is cruciaal risico. onbetaalbaarheid dreigt.Goldthorpe: mobiliteit is toegenomen. kleine zelfstandigen en tenslotte algemene volksverzekeringen Verdieping en verbreding van sociale verzekeringswetgeving tot sociale zekerheid Uitbannen van gebrek – waarborg van algemeen welzijn Hoofdrol voor staat → introductie van Keynisiaans model van overheidsinterventie in economie zonder aantasting van de kapitalistische basis van de vrije markt Economisch beleid gericht op geleide loonpolitie. echter alleen arbeidsbemiddeling e ! 2 fase : doelgroepverbreding→ ook voor niet industriële loonarbeiders en nietloondienstwerkers Welvaartspreidingsperspectief e ! ! 3 fase: generalisering en verdieping van sociale regelingen → vangnet en waardevast maken e ! ! 4 fase: stelsel onder druk van structurele crisis agv groeiend volume. maar verschil tussen klassen niet verkleind Toename van mobiliteit is het gevolg van structurele verschuivingen. prijsbeheersing Werkloosheidwet (1952). toegespitst op Nederland Industrialisering in Nederland verliep traag Fase 1 : 1900-1914 Ongevallenwet.

armenzorg en sociale wetgeving In standensamenleving was sociale ongelijkheid vanzelfsprekend – afhankelijke van familie Utilitarisme: als ieder streeft naar maximaliseren van eigen lust en minimalisering van onlust ontstaat vanzelf ‘grootste geluk voor de massa’.2 4. ‘Self help’is het enige probate middel om armoede af te schudden Sociale kwestie: economisch en sociaal achterblijven van mensen Systeem van armenzorg .3. vooral ook verspreiding van goede zeden en het aanleren van fatsoensnormen Maatschappelijk werk. Vrije competitie bevordert maatschappelijke vooruitgang.1 Verworvenheid van sociale strijd Deel van arbeidsbeweging → opzetten eigen collectieve initiatieven en het afdwingen van collectieve verzekeringen en sociale wetgeving Verzorgingsstaat: 2 gezichtspunten ! ! ! resultaat van langlopend proces dankzij ‘politiek en syndicaal links’ ! recent fenomeen: dankzij politieke groeperingen die van ’45-’70 de verstatelijkte zorg voor zwakkeren gestalte hebben gegeven 3.consumptie en productie) brachten welvaartsstijging. school.5 Bureaucratisch – bestuurlijke competentie Analyse van verzorgingsstaat vanuit organisatorisch en beheersmatig perspectief Verzorgingsstaat→ gigantisch administatief. economisch-technisch beheers. individualiteit en socialiteit 4.en uitvoeringsapparaat : bv.1 4.CPB – WRR – ABP 4 Het grondslagen debat: waarom je broeders hoeder Hoe verhouden zich individu en samenleving. Raad van Arbeid – ziekenfonds.steun bieden tegen ondervoeding en ziekte – voldoening voor de gever .speeltuinverenigingen → leveranciers van maatschappelijke integratie in burgerlijke culturen 3. arbeidsethos en gezondheidssituatie van oudere werknemers en WAOpraktijk → ongunstiger houding werkenden en niet werkenden 3 Verschillende recente optieken op de verzorgingsstaat 3. ‘Gewone’ fase in economische groei Ontstaan van Keynisiaans bestuurde markteconomie met overheid als reguleerder → om inzinking van de economische conjunctuur tegen te gaan door tijdelijke vraagondersteunende maatregelen – koopkrachtbescherming – koopkrachtondersteuning Keynisianisme en Fordisme ( massa. kinderbescherming.1 ‘Self help’. vermijden van zoveel mogelijk verlies → realisatie van eigenbelang → strategisch gedrag 3.Fase 4 : Economische crisis (1973 –1978) → snelstijgende overheidsschulden Sinds 70er jaren wijzigingen in arbeidsparticipatie.door hulp → onderdanigheid Socialisme : tegen afgedwongen nederigheid 4.2 Succesvol burgerlijk beschavingsoffensief Volksverheffing vanaf 1900 nastrevenswaardig: niet alleen materiële lotsverbetering. Overheid als herverdelingsmachinerie door forse economische groei en progressief belastingstelsel Sociale zekerheid vervult cruciale economische rol als stabilisator van koopkracht 3.4 Zorg en staat: het sociale als ‘rational choice’ Rational choice: neiging tot het nastreven zo groot mogelijke winst.2 Opkomst en afbrokkeling van solidariteit Solidariteitsbegrip van 70er jaren: Verantwoordelijke samenleving → eigen en famiale verantwoordelijkheid Geen belastingverhoging maar reductie van het uitkeringsniveau .

bv laïcering: verlies van invloed van kerk op onderwijs Verzuiling: tegenreactie van ‘kerken’ om te proberen invloed te behouden / herwinnen Privatisering – persoonlijke beleving → mate van kerksheid – sterke daling → veroudering van kerksen → kerkelijkheid ( behoren tot godsdienst) hoger dan kerksheid . niet elke religie is een godsdienst 3. door waarden als rechtvaardigheid.1 Twee visies op secularisatie: privatisering en differentiatie Secularisatie resulteert in privatisering van godsdienst / religie (Weber) Godsdiensten / religies geven antwoorden op algemene levens. In een samenleving die in meerdere doelrationeel georganiseerde domeinen uiteenvalt verliezen godsdienst/religie hun sociale en culturele invloed → Weber – zinverlies Secularisatie kenmerkende ontwikkeling: scheiding tussen kerk en staat . tussen waarden of doeleinden van verschillende domeinen bestaan gespannen verhoudingen.Secularisatie: de tanende sociale en culturele invloed van godsdienst en religie.uitbouw van onderwijs los van de kerk Luhmann: functionele differentiatie en secularisatie → 2 zijden van hetzelfde proces Godsdienst is religie.verzelfstandiging wetenschapsbeoefening tegenover kerks leergezag en dogma’s . Door voortschrijdende doelrationalisatie: gevaar voor vrijheidsverlies .. In de moderne samenleving geen plaats voor overkoepelende wereldbeelden → deze omvatten overtuigingen die kunnen gleden binnen alle maatschappelijke domeinen.en zinvragen Luhmann: godsdienstig – religieus subsysteem → vervulling van specifieke functie → het organiseren van ultieme zingevingen in een geseculariseerde omgeving – in premoderne samenleving meerdere functies bv gezin – onderwijs Functionele differentiatie subsysteem met eigen functie en doelrationaliteit 3.zinverlies: crisis in de menselijke omgang met ultieme levenswaarden..2 Van secularisatie tot ‘bricolage’ Gevolgen van proces van functionele differentiatie voor zingevingssystemen Gedaalde invloed van godsdienst/religie op algemeen maatschappelijk niveau. technologische en maatschappelijke ontwikkelingen Verzorgingsstaat gaat uit van laag werkloosheidsniveau Sociaal-psychologische dimensie: twijfel aan werkwilligheid werklozen leidde tot roep om verlaging van uitkeringen en teruggrijpen naar oude controlevormen Opnieuw het solidariteitsvraagstuk: voor wie en hoeveel en waarom? Nieuwe sociale kwestie: te veel bezuinigingen → sociale onrust → aantasting van sociale cohesie → maatschappelijke instabiliteit Toekomst verzorgingsstaat: eerder reconstructie dan ontmanteling Hoofdstuk 13 Rationalisatie van de leefwereld (1): secularisatie en kolonisatie 2 2 Weber: het proces van doelrationalisatie Rationalisatie van ondernemingen: streven naar meer efficiëntie – soms ongewenste neveneffecten – proberen deze te voorkomen Weber: rationeel afwegen van waarde of doel. 3. In de westerse samenleving overheerst doelrationaliteit boven waardenrationaliteit.5 Noodzaak van reconstructie Door economische crisis en economische herstructurering ook herstructurering van sociale verzekeringen Door toelatingseisen EMU → verplicht terugdringen van begrotingstekort en staatschuld Betaalbaarheidproblemen samenhangend met cruciale economische. kenmerkt het doelrationeel handelen en processen van doelrationalisatie Waardenrationele handelen > verabsolutering van doel –verontachtzaming van neveneffecten bv. broederlijkheid > vaak irrationeel genoemd. middelen en neveneffecten.

bv abstracte principes als gelijkheid – solidariteit Habermas differentiatie van vorm en inhoud → concrete inhoudelijk welomschreven gedragsregels maken plaats voor algemene formele principes.Binnen verzuilde organisatie vaak spanningen tussen doel. 4. CH veronderstelt altijd een context van gedeelde opvattingen Habermas: in moderne samenleving kan men steeds minder op gemeenschappelijke vanzelfsprekendheden terugvallen.verwijzen op normatieve legitimiteit naar de sociale wereld ! Communicatief handelen bezit een eigen soort van redelijkheid → communicatie rationaliteit Fundamentele spelregel : het onderling uitwisselen van goede redenenen heeft alleen zin als het in het teken staat van : dwangloze dwang van het betere argument Communicatief handelen ligt altijd ingebed in een concrete leefwereld → een geheel van impliciete vanzelfsprekendheden.en waardenrationaliteit. Meer algemene humanistische visie op mens en samenleving Meer aandacht aan kwaliteit van geboden dienstverlening .3.- 4.ingrijpende scheiding binnen alledaagse leefwereld van grote groepen Later was er ook sprake van socialistische zuil – meer algemene betekenis Vorming organisatorisch netwerk op grond godsdienst. Habermas rationalisatie van de leefwereld – fundamentele aanvulling van Webers nadruk op doelrationalisatie Habermas beklemtoont het ontstaan van 2 autonome subsystemen van doelrationeel handelen – politiek en economie – beide domeinen verzelfstandigen zich → ontkoppeling systeem / leefwereld In economisch en politiek systeem zorgen ‘geld’ respectievelijk ‘macht ‘ voor handelingscoördinatie Habermas (itt Weber): rationalisatie is niet perse negatief – men hoeft niet meer te zoeken naar een met argumenten onderbouwde consensus. maar er blijven nog steeds bepaalde dingen waar ieder het over eens.functioneel gedifferentieerde samenleving.betreffen de objectieve wereld – feitelijke realiteit .uitspraken zijn objectief waar – normatief legitiem . wederzijds begrip om zo uit te komen op overeenstemming mbt globale handelingssituatie en de gevolgen daarvan voor de individuele handelingsplannen. Dit kan ook te ver gaan als markt en staat hun systeemgrenzen voortdurend uitbreiden en zich te veel met leefwereld van mensen gaan bemoeien → kolonisatie van de leefwereld Opkomst van calculerende burger minder gevolg van normverval-egoïsme. meer door overheidsbeleid uitgelokt → sociale voorzieningen . Dubbele betekenis begeleiding door allerlei godsdienstige organisaties van individuen van wieg tot graf . Van rationalisatie naar kolonisatie van de leefwereld.Veralgemenisering / generalisering van uitgedragen overtuigingen en waarden.ideologie ( politieke partijen) Verzuiling: proces van de-differentiatie binnen de context van een moderne.. levensbeschouwing . De visie van Habermas op rationaliteit en rationalisatie Habermas vertrekt vanuit klassiek sociologische vraag: hoe is sociale orde mogelijk? ! strategisch handelen: in omgang met elkaar proberen hun individuele strevingen zo efficiënt mogelijk door te zetten ! ! communicatief handelen: gericht op onderlinge verstandhouding. Communicatief handelen is verbonden met geldigheidsaanspraken . Algemeen motief voor verzuiling → verzet tegen seculariserende samenleving Ontzuiling: samenwerking – organisaties verschillende zuilen .. Verzuiling: gedeeltelijke de-differentiatie op godsdienstige/religieuze basis Verzuiling: vorming van aparte bevolkingsgroepen met eigen netwerken op verschillende maatschappelijke domeinen. Leefwereld is rationeler als handelingscoördinatie steeds afhankelijker wordt van rationeel beargumenteerde overeenstemming tussen de deelnemers ( communicatieve rationaliteit) Steeds minder vanzelfsprekendheden zoals normen/waarden van godsdienst of traditionele overtuigingen Rationalisatie van de leefwereld is synoniem met het vervluchtigen van communicatieblokkades → meer ruimte in het communicatieve handelen..→ godsdienstige bricolage: vorming van eigen normen afwijkend van kerkelijke normen 3.

4. strategisch handelen komt ook voor • Te sterke rationalisatie van de leefwereld → daar ook stereotypen Habermas verdienste: belangrijke poging om Webers ideeën over samenhang tussen moderniteit en rationalisatie te actualiseren.en doel rationalisatie Habermas: tegenstelling tussen communicatieve en strategische rationalisatie • • • Weber: publieke –private sfeer . gedragsregels in theaters – musea Tendens tot toenemende arbeidsdeling en economische verafhankelijking in moderne maatschappijen leidden tot affect. In arbeidssfeer was men afhankelijk van beoordeling chef → interdependentie Ook interdependentie buiten de economische sfeer. Verklaringen voor het civilisatieproces Wording van beschaafde mens hangt samen met de wording van een nieuw type samenleving Na 1800 beschaving bij bredere bevolkingslagen Na 1500 werden de grote hoven het voornaamste draagvlak van het vroegmoderne civilisatieproces → hoofse rationaliteit obv sociale concurrentie op de hoven Distinctiestrijd → hoven werden steeds beschaafder. deze voor te blijven.3 Van beschavingsoffensieven naar informalisering Uitbreiding van civilisatieproces: bv. om zich te onderscheiden van de imiterende burgerij. Heilszekerheid was absolute waarde – streven naar deugdzaamheid en vermijden van zonde → spaarzaamheid – kapitaalsaccumulatie → doorbraak moderne kapitalisme Rationalisatie van het praktisch handelen of de individuele levensstijl. Weber: onderscheid tussen waarde. stemmingen en neigingen 1.tafel gewoonten. ----.Habermas: systeem – leefwereld Hoofdstuk 14 Rationalisatie van de leefwereld (2) : civilisatie en normalisatie 1 het West-Europese civilisatieproces van 1500 tot heden Waardenrationalisatie lag aan de basis van het proces van doelrationalisatie in economische sfeer. meer omvattende controle – groter aantal domeinen onderwerp van zelfbewaking 2.en drift controle → bv door fabrieksregelementen of dreiging met ontslag .Elias’diagnose van het civilisatieproces Vanaf 1500 steeds restrictiever worden van de voorschriften – eet. lichamelijk Meer zelfbeheersing op het vlak van lichamelijkheid en gevoelsleven → drift en affectcontrole → civilisatie (Elias) vanaf ca 1800 stabilisatie Navolging van voorschriften werd steeds meer individuele opdracht ipv sociaal motief Verschuiving van Fremdzwang naar Selbstzwang – toenemende internalisering Civilisatieproces(Elias) 1. maar grotendeels onbewust-automatisch 1.3 Visies op Rationalisering : Weber en Habermas Kritiek op Habermas: te sterk op de spits drijven van tegenstelling systeem en leefwereld uitsluiting van communicatief handelen binnen bedrijven Te sterke overheersing van communicatief handelen in leefwereld.2. Zelfbeheersing: afdemping van driften.1. in het alledaagse leven Dwang tot zelfdwang → deels bewust. geleidelijke doorbraak van een meer stabiel patroon van lichaams en affectcontrole Meer methodische ‘ik-regulering’(zelfbeheersing –emoties) 1.

levensduur.maatschappelijk lichaam → maatregelen voor doelmatig beheer van voortplanting.a. geboorte.Biomacht volgens Foucault: de doorbraak van nieuwe vorm van machtsuitoefening – belichaamt door het gevangeniswezen als disciplinaire macht → biomacht Soevereine macht → doodstraf --. 1900 → versoepeling van de normen binnen beschaafde bevolkingsgroepen.naar onderhandelings huishouding Onderhandelingen impliceert ook meer zelfbeheersing Va 80er jaren weer enige formalisering 2 De normalisatie van de alledaagse leefwereld 2. De Swaan → verschuiving van bevels. wonen.erkenning zorgde voor grotere cliëntele -werkgelegenheid 3 Van normalisatie tot elektrificatie van de leefwereld – 20e eeuwse ontwikkelingen 3.1 Gezondheids.ontwikkeling van machtsprocedures om menselijk lichaam te temmen → disciplines . huwelijk en sexualiteit → door politiek – overheid gevoerd beleid – zuigelingenzorg.gezondheidsoffensieven – niet alleen medicalisatie ook bv stadssaneringen. onderwijswetten → door private organisatie – filantropische verenigingen vaak verzuild • Familialisatie van volkslagen > volksvrouwen moesten kinderen en echtgenoten (her)opvoeden • Sanering van publieke en private ruimten > gescheiden slaapkamers. Leven van burgers wordt object van beheersing en controle Stijgende invloed van kennisberoepen of wetenschappelijk onderbouwde kundes bv geneeskunde Systematische observatie van grote groepen mbv disciplines als hiërarchisch toezicht Rationalisatie van machtsuitoefening en verwetenschappelijking gingen in meerdere domeinen samen Normalisatie – pogingen om het . spaar en arbeidzaamheid Alles in teken van Fremdzwang Van ca. gezondheid en huisvesting → biopolitiek .Beschavingsoffensieven: bewuste pogingen bv van fabrieksdirecteuren om mensen uit lagere sociale milieus meer zelfbeheersing bij te brengen – door onderwijs.Biomacht → zo rationeel mogelijke beheersen van individuele / maatschappelijke leven Foucault : verbreiding van 2 hoofdvormen . ! ! 60-70er jaren informalisering: meer ruimte voor verbaal uiten van gevoelens in persoonlijke contacten ! ! grote seksuele handelingsvrijheid.ziekenzorg → bijbrengen van orde. Gezondheidsoffensieven en gezinspolitiek va 19e eeuw werd ook het alledaagse leven voorwerp van normaliserende interventies . was-toiletruimte → aandacht op gehuwde vrouw – sterk ‘gendered’ → medici en andere deskundigen namen vaak het voortouw . netheid. huisvesting inz. volksontwikkeling Armen.2. Regels van godsdienst – tradities maken plaats voor wetenschappelijk onderbouwde bepalingen 2. sterfte. echte blijvend binnen het kader van geciviliseerd standaardgedrag.disciplinaire straf – om afwijkend gedrag te corrigeren .onderzoek voor volhardende afwijkers → dossiers over individuele gevallen disciplinering → vorm van doelrationalisatie in het domein van machtsverhoudingen Grote groepen mensen laten doen wat men wil → o.gezinspolitiek – interventie bij opvoeding.1.en psy-cultuur na WOII Feitelijke medicalisatie van het alledaagse leven nam vooral na WOII sterk toe .verhoging van eigen maatschappelijk aanzien en invloed van eigen beroepen . publiek hygiëne .menselijk handelen dichtbij het normaal geachte gedragstype te brengen. ter verhoging van productie – winst Biopolitiek van de bevolking – initiatieven in gezondheidszorg.. tolerantie tegenover áfwijkende’vormen van seksualiteit ! ! kleinere sociale afstand Wolters: processen informalisering hangen nauw samen met wijzigingen in de machtsbalans tussen gevestigden en buitenstaanders → deze kregen meer macht ten nadele van gevestigde gropen.

2 De rationalisatie van het huishouden Elektrificatie van het huishouden – verlichting van fysieke last van het huishoudelijke werk. normen en waarden.slechte hygiëne → epidemieën Politiek → laissez-faire. huisvesting en arbeid Stedenbouwkundige reconstructie (parijs) tbv verbeterde verkeerscirculatie.. in de stad ontstaan.en waardenrationalisatie Hoofdstuk 15 Modernisering en de stedelijke kwestie 1Sociologie en de stad Bevolkingsconcentratie met toenemende verscheidenheid in activiteiten.Naleving van (para) medische adviezen gaat voor normaal door – internalisatie → maar mensen streven ook naar vermijding van reëel lichamelijk lijden Proto. cosmopolitisme en innovatief gedrag → sociale laboratoria Stad is pluriform samenlevingsverband → ontstaan van nieuwe subculturen • Sociale cohesie in milieu gekenmerkt door dynamiek. wel filantropische hulpverlening. stadsmuren → fysiek afscheiding van het platteland.. verscheidenheid en vluchtigheid • Moderne steden worden verdeeld door sociale ongelijkheid.. eigen belastingsstelsel.esthetische verfraaiïng Stedenbouwkundige aanpak → uitdrukking van het voortschrijdende rationaliseringsproces - 3 Empirisch onderzoek naar stedelijke problemen Pleidooien voor hervormingen obv sociaal onderzoek: snellere verspreiding epidemieën in arbeiderswijken .krediet) ! ! eerste conflicten in gedaante van moderne klassenstrijd Kapitalisme. eigen gekozen stadbestuur. Door rationalisatie van het hh meer tijd voor emotioneel beheer van het gezin Verwevenheid van rationalisatie met machtsprocessen . werd uiteindelijk te groot en verbonden met de staat Stedelijke explosie 2 – ledig: groei van stedelijke populatie immigratie van voormalige plattelandbewoners → agv gebrek aan levensmogelijkheden op het platteland → belofte van welvaart in de grote steden Bedreigende kanten van stedelijke explosie armoede en erbarmelijke leefomstandigheden . Politiek zelfstandige handelssteden waren een essentiële factor bij de ontwikkeling van de modernisering ! ! opbloei nijverheid en ambachten ! ! nieuwe politieke economisch instituties ! ! ontwikkeling van nieuwe vormen van economische rationaliteit (boekhouden.ongeëvenaarde vrijheid van de stedelingen → opbouwen eigen beschaving. levensstijlen en bevordering van sociale dynamiek. opheffen hygiënische misstanden verdeling van arbeiderswijken in quartiers → beter bereikbaar voor politie bij opstanden . niet minder aantal uren door stijgende culturele eisen. epidemieën kennen geen grenzen en bedreiging van politieke stabiliteit Door aanhoudende wantoestanden steeds sterkere overheidsbemoeienis Interventies op het gebied van gezondheid.professionalisering – vereenvoudigde versie van professionale kennis van het grote publiek Bijzondere vorm van waardenrationalisatie – het doel – goede gezondheid – resulteert in een meer methodische levensstijl – gezond eten – meer bewegen Vanaf 60er jaren opkomst van geestelijke gezondheidszorg voor grotere groepen Vorming van ‘psy-cultuur’ door direct therapeutisch contact en info via media Omgang met psy-adviezen vergt zelfbeheersing → verdere rationalisatie van het alledaagse leven Ecologisering van gedragsstandaarden – milieuvriendelijke levensstijl 3.Rationalisatie eist een zekere relativering van het onderscheid tussen doel.van de moderne stad Stadsontwikkeling in West-Europa in sociaal en cultureel opzicht uniek omdat: . deels uit altruïsme en deels vanuit eigen belang. klassenstrijd en belangtegenstellingen • Persoonlijke en collectieve identiteiten van de stedelingen 2 De ontwikkeling .

.relaties met gevoelsmatige basis → tradities en plaatsbesef → Gemeinschaft . Verschillen West-Europese steden en steden elders: WE steden niet alleen algemeen geldende economische en politieke kenmerken maar ook vorming van stadsgemeenschap in sociaal. - Wel historische waarde: aandacht voor stad als çontainer van problemen’ aandacht voor ‘cultuur van de armoede’ → bepaalde groepen worden definitief kansarm en komen in situatie waarin geen perspectief op verbetering van de sociale positie meer bestaat → structurele armoede . Verschil hoogstens gradueel en temporeel • Die Stad – Max Weber ( historisch – sociologisch van aard) Kenmerkend voor steden in het algemeen – economische markt gereguleerd binnen kader van sociaal politieke instituties.religieus: christendom gekenmerkt door sterk individualistische grondslag .Meeste studies uit vorige eeuw en begin deze eeuw → gebrek aan methodische.politiek-militair: pas opkomst van centraal politie-militair ( dus onderdrukkend ) gezag ná de opkomst van autonome stedelijke gemeenschappen Stedelijke samenleving bepaald door combinatie van economische emancipatie en gezamenlijke lotsverbondenheid.relaties met overheersende instrumentel component → Gesellschaft → bereiken van doelen Tönnis: onvermijdelijke en algemene overgang van Gemeinschaft naar Gesellschaft relaties – dichotome model voor plaateland-stad. niet altijd feitelijke waarheden ontbreken van richtinggevend theoretisch kader (door weerzin tegen theoretici) . systematische en theoretische diepgang. vooral ook veranderen ervan Chicago-school: bevrijding van sociologie uit knellende banden met welzijnswerk en de overwegend door predikanten gedomineerde ‘reform-movement’ → deze lieten de sociologie te veel leunen op common-sense interpretaties van de sociale werkelijkheid R.Tekortkomingen van Mayhews onderzoekingen ( in sloppenwijken Londen): vergankelijkheid van het gebruikte medium (krant) niet voldoende zorgvuldigheid bij het verzamelen van gegevens – fouten in statistische berekeningen. Dominantie over Amerikaanse sociologen door WASP(white anglo saxon protestants) Niet alleen bestudering van samenleving. Deze cultuur is weinig gevoelig voor economische fluctuaties Nederlandse situatie is niet verglijkbaar met VS: sociale polarisatie wordt gedempt door stelsel van sociale voorzieningen - 4 De stad: symbool van de moderne tijd Stad-platteland: centrale tegenstelling inde sociale werkelijkheid Klassieke theorieën over overgang van traditioneel-rurale naar de moderne-urbane samenleving • Gemeinschaft en Gesellschaft – Tönnies Sociale banden: . Er bestaat echter geen uniforme stedelijke levenswijze – er komen ook andere dan Gesellschaft-relaties voor in steden.cultureel opzicht: burgers in stad vormen samen een politieke gemeenschap Verklaring voor het ontstaan van stedelijke autonomie: .homogene wijken – vormen samen mozaiek sociale werelden Bevolkingssortering dient ( volgens Chicago-sociologen) ongehinderd te verlopen - . Samengaan van individuele vrijheid en gemeenschapszin Kritiek van Weber op moderne stad: individu en stedelijke gemeenschap zijn van elkaar vervreemd Weber: er kan wel gestreefd worden naar combinatie Gesellschaft en Gemeinschaft Beide theorieën hebben een gebrek aan empirische precisie 5 Desintegratie en sociale orde van de moderne stad.Park 4 hoofdthema’s in onderzoek: stadsplan / lokale organisatie economische organisatie / morele orde secundaire relaties en sociale controle temperament \ stedelijke organisatie Verbindende schakel tussen deze onderwerpen → sociale ecologie: leer die relatie tussen fysieke omgeving en sociale verschijnselen centraal stelt Elke stadwijk heeft eigen ‘couleur locale’.

Burgess: in moderne stad verschillende zones: stadscentrum met cirkelvormig daaromheen transition zone/woonkazernes – working men’s houses / residential zones – lager middenklasse – commuterszone /hoger employes Afwijkingen zijn het gevolg van ‘storende’ factoren bv overheidsingrijpen . geen autonome eenheden Stad: geen politieke functie – geen ideologische functie – geen productieve economisch functie – wel consumptieve functie → reproductie van arbeidskracht Reproductiefunctie eist voorzieningen op sociaal.verschuiving zwaartepunt sociologie naar Oostkust > Colombia – Harvard .veranderende externe omstandigheden: → schaalvergroting → overname van taken door centrale overheid > minder belangstelling voor stedelijke problemen ! 6 De nieuwe stadssociologie: stad en staat 2 uitgangspunten van Chicago-school: . later verder naar buiten → proces van successie ! ! ! Chicago-school: kritiek → te veel aandacht voor desintegrerende werking van het stedelijk milieu – onvoldoende oog voor nieuwe vormen van sociale organisatie Chicago-school: grote stad leidt weliswaar tot erosie van traditionele instituties maar vormt ook de voedingsbodem voor nieuwe cultuurpatronen en sociale organisatievormen Tekortkomingen Chicago-school: ! te weinig wetenschappelijke en praktisch bruikbare inzichten leven voor de dynamiek van stedelijke processen ! ! pogingen om stad als zowel fysieke structuur als sociaal verschijnsel in ecologische termen zijn blijven steken ! ! theoretisch referentiekader van Park was eenzijdig. kennis van woningmarktmogelijkheden > grote ongelijkheid Kritiek op Rex-Moore: te beperkt blikveld – lokale woningmarkt Castell: stedelijke processen bestuderen met primair aandacht voor achterliggende structuren Steden als expressie van meer omvattende maatschappelijke systemen. te weinig aan politieke-culturele factoren ! ! Onderzoeken precisie – tekort aan reikwijdte en systematiek Einde aan dominante positie van Chicago-school door: . medisch.Economische factoren → ordenend principe van mensen – activiteit in stedelijke ruimten E. te veel aandacht aan onderlinge economische competentie tussen stedelijke groeperingen.stedelijke processen als resultaat van economisch handelende individuen New-Urban sociology: referentiekader in verzorgingsstaat Studie van relaties tussen stedelijke en statelijke instituties Rex-Moore: studie positie etnische minderheden in Birmingham nav rassenrellen Conflict-sociologisch referentiekader: stedelijke samenleving resultaat conflicten tussen tegenstrijdige belangen Huisvestingsklasse: centrale stedelijke proces → strijd om gebruik van schaarse huisvesting Huisvesting op basis van zowel economisch als etnische status. educatief vlak Stad: plaats van collectieve consumptie .stad bestuderen als zelfstandige eenheid . topografische eigenschappen Ecologisch model: ! beeld van sociale gelaagdheid van stedelijke samenleving ! waar sociaal ongelijke groepen te situeren zijn ! welke processen daarachter werkzaam zijn Burgess: stedelijke groei → continue centrifugale beweging Nieuwkomers eerst in transition zone.

Itt Wirth Wirth: geen sociale verbanden met sterke samenhang. . maar tot versterking van diverse gemeenschapsbanden Levensvatbaarheid van subculturen afhankelijk van voldoende omvangrijk ‘kritische massa’ adepten • Lyn Lofland: steden als samenstellingen van ‘sociaal psychologische domeinen → prive domein : intieme.ontstaan van typische woon. Te structuralistische benadering van de stad → stedelijke verschijnselen verklaren. persoonlijke betrekkingen tussen leden → parochiale domein – netwerken gelokaliseerd binnen buurten / wijken → publieke domein – gebieden waar men overwegend met vreemde geconfronteerd wordt Steden wijken af door grote diversiteit en complexiteit van deze domeinen. zonder inbreng van de handelende actoren.en werk gebieden heterogeniteit → relativering van eigen cultuur → instabiliteit.Conflicten gaan over diverse vormen van collectieve consumptie Tekortkomingen Castell: abstracte karakter van theorie → belemmering bij operationalisatie tbv concreet onderzoek kritiek van Castell op actorbenadering Chicago-school naar ander kant doorgeslagen. onzekerheid.plaatsgebondenheid – stedelijke / plattelands cultuur 2 Een stedelijke cultuur er levenswijze? Wirth→ stad: grote. hechte onderlinge bindingen. allerlei sociale veranderingen. loyaliteit. Stedelijke cultuur gekenmerkt door heterogeniteit Kritiek: steden niet één bepaald type cultuur maar plekken van ‘georganiseerde complexiteit’ Herbert Gans: onderzoek italiaanse migranten in sloppenwijk Boston – overheersend hechte bindingen → deze (naar binnen gekeerde blik) kunnen disfunctioneel zijn op het reageren in turbulente omgevingen Lewis/Gans: stedelijke levenswijzen kunnen ook op platteland voorkomen en omgekeerd Steden : niet hermetisch afgesloten systemen – verbonden met bredere maatschappelijke ontwikkelingen Twee sociologen die geprobeerd hebben de traditie van Wirth nieuw leven in te blazen: • Claude Fisher – subculturele theorie Kernvariabelen van Wirth zijn wel degelijk van invloed op sociale relatiepatronen maar ze leiden niet tot groeiende individualisering. maar ook wat kan zijn – cultuur → dynamisch . maar ook door elkaar heen lopend.betrokken op sociale figuraties → wisselwerking sociaal – cultureel . niet alleen naast elkaar voorkomend. dichte en permanente vestiging van sociaal heterogene individuen Karakter van stedelijke cultuur af te leiden uit: • • • omvang –toevallige. oppervlakkige en functionele ontmoetingen – personen in elkaar geïnteresseerd als middel om bepaalde doeleinden te bereiken → doelrationaliteit Bevolkingsdichtheid – scheiding van sociale functies en van uiteenlopende bevolkingsgroepen . éénvormige cultuur Lewis: Tepotzlán → sociale tegenstellingen. conflicten. en alles wat mensen nastrevenswaardig vinden → geheel van waarden. normen en betekenissen tussen alles wat is. verhoogde sociale mobiliteit en verruiming van individuele keuzemogelijkheden Invloed van de stad op de levenswijze → ontwikkeling van nieuwe gedragspatronen en omgangsvormen Kritiek op Wirth’s ideaaltypische beschrijving van de stad: twijfel over opvatting van stedelijke cultuur als ‘holistische’ eenheid Redfield: Tepotzlán – geïsoleerde gemeenschap met geringe mobiliteit en beperkte arbeidsverdeling. en verwantschap eea. gemeenschappelijk levenswijze. Mexico-city→ allerlei vormen van solidariteit. niet uit structurele gegevenheden preoccupatie voor economische factoren – onderbelichting van politieke en culturele factoren Hoofdstuk 16 Moderniteit en stedelijke identiteit 1 Stad en cultuur Cultuur: geheel aan betekenissen waarmee men de werkelijkheid tracht te ordenen. minder statisch.

→ in de loop van de modernisering sterke verschuiving naar levensstijlen betrokken op privedomein → beschavingsoffensief om onderlaag bevolking huiselijkheid bij te brengen. feesten en rituelen 4 Stedelijke identiteit : eenheid en verscheidenheid Fragmentering van stedelijke ruimte: steden opgebouwd uit meerdere deelidentiteiten Hoge concentraties van etnische minderheden organiseren aparte culturele entiteiten → ontstaan van multiculturele leefwereld Rationalisering van stedelijke identiteit: modernisering stedelijke identiteit ontstaat niet spontaan en vanzelfsprekend maar doelbewust en met het oog op het bereiken van bepaalde effecten gecreëerd Stadspromotie / city marketing leiden.Stedelingen vinden hun weg in openbare ruimtes door: → op uiteenlopende wijzen privatiseren / kolonisering van publieke ruimten bv. ‘Wereld van vreemdelingen’ wordt later gebied met enclaves met vertrouwd karakter . later opleving consumptieve en recreatieve activiteit ! ! Stedelijke cultuur als domein van menselijke zelfprofilering Gereserveerde opstelling van stedelingen jegens anderen samen met het streven naar zelfprofilering Mode: middel om te experimenteren met / vormgeven aan eigen identiteit Aspect van tijdelijke stedelijke cultuur → verhoogde dynamiek→ 2 krachten: imitatiedrang en distinctiestreven ! ! Stad als brandpunt van consumptieve en recreatieve activiteiten → zelfprofilering dmv consumptief gedrag Esthetisering → neiging om alles vanuit perspectief van goede smaak te beoordelen Nauwe samenhang met enscenering → neiging om alledaagse werkelijkheid ondergeschikt te maken aan spektakel.komst van allochtonen → toegenomen veelvormigheid van stedelijke cultuuruitingen → toegenomen veelvormigheid van consumptieve en recreatieve activiteiten: alledaagse leven niet meer alleen productie maar ook consumptie Tegenstelling Wirth: stedelijke alledaagsheid bepaald door verscheidenheid.Lyn Lofland – onderzoek naar gedragingen in openbare ruimten. .groeiende pluriformiteit huishoudens/leefvormen agv individualiseringstendensen . verloedering en criminaliteit Trend in de richting van cocoonen. al dan niet bewuste beïnvloeding van anderen . Hierdoor kan ook sterke hang naar excentriek gedrag ontstaan – ontsnappen aan verveeld bestaan Omgangsvormen → hang naar reserve en individualiteit – bescherming tegen teveel contacten Oorzaken van deze gedragingen en omgangsvormen → steden als bakermat van moderne geldeconomie Geld heeft een nivellerende en rationaliserende invloed op de cultuur → rationalisering van het alledaagse leven Simmel: zoeken naar verbanden tussen ogenschijnlijk tegenstrijdige ontwikkelingen. tot Rank-Xerox cities. Anonimiteit – belangrijkste kenmerk van stedelijke cultuur.Tegengestelde ontwikkeling – stedelijke leefwereld wordt veelvormiger – groei van complexiteit en gelaagdheid van stedelijke alledaagsheid als gevolg van : → demografische factoren: .3 Paradoxen van stedelijkheid Claude Badelaire: kenmerkend voor steden → verandering → ontwikkeling van nieuwe publieke gedragsvormen en omgangsvormen. veelvormigheid en complexiteit - . kopieën Samenhang processen van fragmentering en rationalisering rationalisering van stedelijke identiteit gaat gepaard met toenemende tendens tot culturele homogenisering – steden gaan steeds meer op elkaar lijken. Door verbieden van vrije-tijds activiteiten waarbij massavorming optreed Door verschuiving van publiek naar prive domein verlies van stedelijkheid Zijderveld: voortschrijdende modernisering – ontwikkeling steden tot ‘abstracte ruimten’ Mijden van publieke ruimten vanwege vandalisme. door imitatie. Boulevards – ontstaan van nieuwe massaculturen Simmel: stedeling – kenmerkend blasé gedrag → functioneel → door voortdurende confrontatie met veel wisselende indrukken kan psychische overbelasting ontstaan. door toeëigening van cafe’s en dansgelegenheden door bepaalde groepen → symbolische toeëigening van stedelijke openbaarheid bv door graffitti Paradoxale relatie tussen prive/publiek domein in kaart brengen .

financiële dimensie → groter beroep uit uitkeringen . morele karakter sociale bindingen en sociale oorzaken afwijkende gedragingen Functionalisme → op consensus gerichte benadering paste goed in het sociale klimaat van beheerste modernisering ( snelle economische wederopbouw met behoud van .overlegeconomie * door → letterlijk en figuurlijk meer bewegingsvrijheid voor individuen → individualistische levenshouding → minder saamhorigheid en sociale controle Verzorgingstaat: ! stimuleert individualiseringsprocessen – door bestaanszekerheid minder afhankelijk ! uitholling individualiseringsproces .maatschappelijke stabiliteit .ideologische concurrentiestrijd met communistische wereld Vanaf 60er jaren weer conflictmodel → benadering met centrale plaats van grote maatschappelijke tegenstellingen en de daaruit voortvloeiende sociale conflicten ( misschien door afbrokkeling eensgezindheid wederopbouwperiode?) . sociale ongelijkheid en identiteit in de moderne samenleving 1 Opnieuw: het vraagstuk van de sociale cohesie Klassieke sociologen: bedreiging sociale cohesie op 2 manieren: • grote maatschappelijke tegenstellingen ( kapitaalbezitters en arbeiders) • voortschrijdende differentiatieprocessen en de daardoor opgeroepen middelpuntvliedende kracht→ uit elkaar groeien van afzonderlijke delen van samenleving en verlies van bindende krachten van waarden en normen → moreel vacuüm voor individuen 1.anonimiteit .verzakelijking .Stedelijke cultuur bevat tal van gemeenschappelijke elementen maar wordt op actieve wijze door individuen en groepen weergegeven Processen van identiteitsconstructie zijn niet los te zien van ogenschijnlijk tegenstrijdige processen van mondialisering en lokalisering Hoofdstuk 17 Cohesie. 2. Deze stroming grijpt terug op Durkheim < centrale betekenis waardennormen. dit blijkt uit de opkomst van het functionalisme. autonomie van werknemers als basis voor normatieve binding van werknemers met organisatie – ontstaan saamhorigheidsbesef Moderniseringsprocessen niet altijd op gespannen voet met hechte sociale relatie Ook zwakkere sociale banden kunnen de sociale cohesie bevorderen ! ! 1.1 Samenhang bedreigd? 1.2Sociologische benaderingen van het cohesievraagstuk Grotere populariteit van harmoniemodel(consensus) door afname maatschappelijke tegenstellingen. 20ste eeuw afname van maatschappelijke tegenstellingen toename van middelpuntvliedende kracht die solidariteit binnen samenleving bedreigd * door → proces van statenvorming – integratiemechanismen als politieke/sociale rechten – onderwijs → opkomst van verzorgingsstaat → collectivisering en institutionalisering van arbeidsverhoudingen .meer mogelijkheden tot ontwikkeling van hechte banden met gelijk gezinden → ontwikkeling van pluriforme / multiculturele samenleving → gevaar voor nieuwe sociale tegenstellingen Moderne arbeidsorganisatie: • tayloristisch organisatiemodel: sociale cohesie berust op materiële prikkels en dwang. werkt wantrouwen in de hand – versterkt de neiging tot eigenbelang • organisatiemodel met meerwaarde aan belang van goede intermenselijke verhoudingen inhoudelijk volwaardig / aantrekkelijk werk.morele dimensie > door calculerende mentaliteit bedreiging voor de solidariteit Stad: probleem van sociale cohesie doet zich hier voor in uitvergrote/gecondenseerde vorm .

1Sociale ongelijkheid in verandering Sociale ongelijkheid heeft distributieve en relationele kant • distributief → betrekking op verdeling van maatschappelijk hooggewaardeerde zaken. inkomen.hernieuwde belangstelling voor marxistisch gedachtengoed ontstaan niet-marxistische conflictsociologie van Dahrendorf → deelt met marxisme overtuiging dat conflicten en belangentegenstellingen bron van maatschappelijke verandering vormen .) Derde sociologische benadering cohesievraagstuk – Habermas: theorie van communicatieve handelen.afwezigheid overeenstemming normen en waarden . echter tamelijk rigide functie-beroepen segregatie Etnische ongelijkheid: verschillen geworteld in hardnekkige cultureel verankerde voorstellingen over typische eigenschappen/gewoonten blanken-zwarten enz. culturele bagage Marxistische variant conflictsociologie – onderscheid kapitaal – arbeid Niet-Marxistische variant → onderkenning van belang van middengroepen. → deze werken door in de arbeidsmarkt.) maar op bezit van of onderworpenheid aan gezag (maatsch. moderne maatschappij wordt steeds meer gedomineerd door burgerlijke middengroepen Ongelijkheid naar sekse: moderne arbeidsbestel .2 Sociologische benaderingen van het ongelijkheidsvraagstuk • • • • Functionalistische theorie: sociale ongelijkheid ivm arbeidsverdeling Kenmerkend voor moderne samenleving: ver doorgevoerde differentiatie Sociale ongelijkheid functionele noodzaak. verwerfbaar inkomen en sociaal prestige → afname van ongelijkheid in verdeling van inkomens – flinke toename middengroepen.kostwinnersideologie→ tegenwoordig toenemende vrouwenparticipatie. Toenemende wederzijdse afhankelijkheid werkgevers-werknemers. Proces van politieke democratisering heeft geleid tot geleidelijke uitbreiding van burgerrechten Scheidslijnen maatschappelijke verhoudingen zijn minder ondoordringbaar dan vroeger. sociale contacten. Meer graduele opbouw en meer acceptatie van maatschappelijke ongelijkheid ! Ontstaan van nieuwe scheidslijnen door voortschrijdende commodificatieproces. nodig om samenleving goed te laten functioneren. Functionalisme berust op consensusmodel Sociale ongelijkheid berustend op machtsverschillen. Moderne samenleving → klassemaatschappij 2. kleinere verschillen in onderwijsdeelname • relatief → maatschappelijke en afhankelijkheidsrelaties tussen mensen waar binnen verdeling komt. 2. Sociale en ruimtelijke segregatieprocessen → sociale segregatie minder uitgesproken . hoe mensen in alledaagse leven overeenstemming brengen als basis van samenhandelen. Bv.deze overeenstemming is afspiegeling dominante positie van sommige groepering → verschil met marxisme: Dahrendorf voerde de maatschappelijke conflicten niet terug op de tegenstelling kapitaal – arbeid (econ. sociale mobiliteit toegenomen Klassenstructuur → aanzienlijk complexer. Opnieuw het vraagstuk van de sociale ongelijkheid ! ! ! Ongelijkheid op basis van sociale afkomst maakt plaats voor ongelijkheid obv prestatie. → Regulering klassenconflicten dmv verzorgingsstaat/arbeidsbestel → terug dringen van sociale ongelijkheid ( Weber) → sporen van klassenverschil zichtbaar op sociaal gedrag. politieke overtuiging samenhang tussen economische en sociaal-culturele verschillen losser . - Consensus – conflict modellen : richten zich op macroniveau van de samenleving Habermas gaat het ook om het omgekeerde – wat houdt samenleving op microniveau bij elkaar Ook aandacht voor symbolisch interactionisme → nadruk op feit dat gemeenschappelijk handelen vraagt om gemeenschappelijke definitie van de situatie 2. verschillende mate van beschikken over hulpbronnen als bezit. culturele voorkeuren.

2 componenten voor het ‘Self’ : * me : het beeld dat de buitenwereld op de persoon projecteert * I : de actieve. Groeiende heterogeniteit → risico tot fragmentatie van identiteiten → uiteenvallen in deelidentiteiten. Genderbenadering – tonen hoe beroepen/functies gemodelleerd worden oiv cultureel verankerde verschillen ♂en♀. handelingsgerichte component die de identiteitsontwikkeling stuurt Symbolisch interactionisme : losser wordende band collectieve en persoonlijke identiteit Kritiek op functionalisme: te deterministische beeld ven relatie individu en maatschappij Kritiek op symbolisch interactionisme: te voluntaristische kijk op maatschappelijke verhoudingen – te grote speelruimte voor het individu Hoe verenigen we de essentiële stelling dat het menselijk gedrag bepaald wordt door sociale structuren en door in de cultuur vastgelegde denkkaders en gedragsmodellen ( structure) met de stelling dat al die structurele en culturele arrangementen het product zijn van handelende individuen ( agency) .vorming natiestaat – nieuwe nationale identiteiten . Kenmerkend voor verhouding individu – maatschappij in moderne samenleving → proces van individualisering ! ! meer keuzevrijheid – autonomie ! ! toenemende afhankelijkheid van markt – bureaucratie en de daarin belichaamde denk – gedragsmodellen 3. jong en oud 3 3 Opnieuw: het probleem van de identiteit 3. In functionalisme vallen collectieve en persoonlijke identiteit grotendeels samen.stedelijke ontwikkeling – stedelijke identiteit Afzwakking klassebewustzijn door integratie arbeiders in burgerlijke cultuur.• Sociale ongelijkheid – genderbegrip. toenemende sociale mobiliteit. auto-/allochtonen. Constructionistische benadering. zelfbewustzijn en gedrag Niet-Marxistisch conflictsociologie: tegenstrijdige belangen machthebbers / onderworpenen en rolverwachtingen bepalen het gedrag en de identiteit van personen Interpretatieve traditie in de sociologie: sociale werkelijkheid beschouwen als uitkomst van interactie en communicatieprocessen tussen handelende individuen → symbolisch interactionisme: centrale plaats voor proces van betekenisgeving: mensen handelen op grond van eigen interpretatie van de werkelijkheid Mead: ‘Self’ komt tot ontwikkeling in voortdurend interactieproces tussen individu en ‘significante anderen’ in zijn omgeving. verdwijnen arbeiderswijken. verschil geconstrueerd Ongelijkheid berustend op culturele beelden van verschillen ♂ en ♀.arbeidsbestel – ontstaan van klassebesef arbeiders en vrije beroepen . Marx conflictsociologie: posities van mensen in kapitalistische productieverhoudingen en de daarmee verbonden antagonistische belangen. bepalen denkbeelden.1 Collectieve en persoonlijke identiteit in beweging CI > modernisering leidt tot verzwakken van oude collectieve identiteiten sterke impulsen voor opbouw nieuwe collectieve identiteiten Nieuwe collectieve identiteiten door .2 Sociale benaderingen van het identiteitsvraagstuk Verschillende theoretisch – sociologische benaderingen van het identiteitsprobleem functionalisme – sociale rol – rolverwachtingen dmv socialisatieprocessen internalisatie van verwachtingen. opkomst massacultuur Differentiatieprocessen leiden ertoe dat mensen zich in steeds meer sociale kringen bewegen Toenemende mobiliteit en individualisering → persoonlijke identiteit is veranderlijk geworden.

omdat samenleving volledig open systemen zijn waarvan de ontwikkeling geheel niet vastligt. Vloeiende lijnen en geleidelijke overgangen 3. 3. De prognose onvoorwaardelijke prognose : duidelijke uitspraak over toekomstige toestand zonder voorwaarden voorwaardelijke prognose : als-dan formule. Marxisten menen uit verwachte toekomst strenge richtlijnen voor politiek handelen te distilleren Popper denkt dat er een open maatschappij is die voortdurend verandert. Marxisten: samenleving niet volledig open.4 Kritiek op stadiadenken. deze is nu tanende) Dialectisch model → uitgesproken vooruitgangsmodel Nadruk op : samenlevingen gaan gebukt onder interne tegenstellingen en tegenstrijdigheden dit tot uitbarsting moeten leiden ( revolutionair – Marx) Marxistische ontwikkelingsproces .1 Het cyclische model – gebaseerd op een organisch wereldbeeld Opkomst.antithese – oppositie opgeroepen door heersende klasse .3 Het evolutionaire model .2 Het dialectische model ( had grote invloed. niet gebaseerd op tegenstelling. Deze mening heeft een dominante positie.Hoofdstuk 18 Sociologie en de toekomst 1 Toekomst denken in de sociologie • • Prognose : alle varianten van voorspellend onderzoek Utopie: meer bepaald door wensbeeld Scenario / toekomstontwerp: tussenpositie prognose en utopie Empirisch toekomstonderzoek 2. zowel naar tijd als naar maatschappelijk bereik. Vrijwel altijd gekenmerkt dor pessimistische toekomstvisie van onontkoombaar verval Sorokin: culturen verdwijnen niet geheel. Ook allemaal in het teken van vooruitgang.these – iedere maatschappij kent zijn heersende klasse . kwalitatief ander maatschappijtype voort Geschiedenis bestaat uit afgeronde perioden die ieder een duidelijke breuk met elkaar hebben 3. maar de richting is onbekend Fundamenteel punt in sociologie: relatie (sociale)wetenschap en politiek – huidige praktijk voor deze relatie lijkt te wijzen in de richting van een zekere vervlechting . staat in teken van geleidelijke vooruitgang Geschiedenis ingedeeld in stadia. Voorspelling komt alleen uit als aan bepaalde voorwaarden is voldaan Horkheimer en Popper → in sociale wetenschappen is het mogelijk voorwaardelijke voorspellingen te doen Horkheimer : bedoeling van sociale wetenschappen → overgang maken van voorwaardelijke naar onvoorwaardelijke voorspelling ( op alle gebieden) Popper: overstap naar onvoorwaardelijke voorspelling op zeer bescheiden schaal. belangrijke onderdelen schuiven over in een volgende periode waar ze eventueel weer tot bloei komen Cyclische toekomstmodel heeft minste invloed gehad in sociologie 3.synthese – uit botsing these – antithese komt een nieuw. ontwikkelingen ingebed in zekere historische wetmatigheden Teruggang van ‘maakbaarheidsgeloof’ deels gevolg van maatschappelijk – politieke ontwikkelingen bv ondergang van het communisme. bloei en verval van samenlevingen en culturen. deel aan ontwikkelingen binnen de wetenschappen bv opkomst van het postmodernisme en de chaostheorie Belangrijkste functie van voorwaardelijke prognoses: vroegtijdige signalering van te verwachten ontwikkelingen ( early warnings) 3 Historische toekomstmodellen Polak: groot aantal historische toekomstmodellen: deze hebben gemeenschappelijk da geschiedenis in historische perioden/stadia worden ingedeeld en een bepaalde rangorde hebben. conflict-strijd.

ze leiden tot productiviteitsverhoging. 5 Scenario’s of maatschappijontwerpen – constructieve / ontwerpsociologie • • • ontwikkeling van prognosetechnieken verhoogde niet de betrouwbaarheid van de voorspellingen → toevlucht zoeken tot scenario’s : deze voorspellen niet Prognoses kunnen de burger passief maken.2 Functies en gebruik van scenario’s 5 functies op continuüm te plaatsen van normatief/geëngageerd tot zakelijk/pragmatisch • Constructief-emancipatorisch : Scenario als instrument voor het bevorderen van de ‘zichzelf besturende maatschappij’ → maakbaarheid van de samenleving • Appèlfunctie: in welke mate is het legitiem dat een scenario zijn eigen realisering propageert.4. Utopisch niet wensdroomachting. Scenario bevat: • kern van scenario – ontwerp van de toekomst → streefbeeld • basisanalyse – beschrijving van huidige situatie • streefpad ( stiefkind van ontwerpsociologie) hoe van hier naar daar 5. van mogelijke en wenselijke toekomstige toestanden en van reeksen gebeurtenissen die daartoe leiden. Zij vonden massale strijd en revolutie vereiste van omvorming tot socialistische maatschappij • utopie als constructieve maatschappijkritiek Mannheim: constructieve maatschappijkritiek: niet de intentie maar in welke mate utopische denkbeelden werkelijkheid zijn geworden → relatie utopie – empirische werkelijkheid Marcuse: relatie utopie-empirie minder antithetisch dan veelal gedacht. Toekomstgericht denken is een essentiëel onderdeel van de zelfreflectie moderne samenleving. 2 elementen in moderne utopische romans: → wensbeeld van een andere en betere maatschappij ( of het tegendeel antiutopie) → maatschappijkritiek utopische romans kunnen fungeren als bron van inspiratie voor wetenschappers • utopie als voorwetenschappelijke manier van denken Spanning tussen wetenschap en utopie in stroming: ‘utopisch socialisme’ Socialisme: pretentie zowel wetenschappelijk al gericht op een betere toekomst te zijn Utopisch socialisme: verbinding tussen industriële revolutie en eigen toekomstbeeld Saint-Simon : inspireerde tijdgenoten. Scenario’s als hulpmiddel om barrières in denken te doorbreken Exploratie en verduidelijking van keuzemogelijkheden Aangeven van consequenties van een beslissing . wetenschap/technologie drijvende krachten achter vooruitgang Wetenschappelijk socialisme: (Marx-Engels)veroordeling van geloof in ‘goede voorbeeld’ en het morel appèl van veel utopische socialisten als Owens. maar bevat een empirische kern 4.1 Wat is een scenario: beschrijving huidige toestand van samenleving. Voorspellende uitspraken kunnen het maatschappelijke proces beïnvloeden ( SFP) • • • Benadrukken van de sociale verbeeldingskracht Afremming van maatschappelijke veranderingsproces door te weinig ontwikkeld menselijke verbeeldingskracht. Mars-Engels noemden dit een verwerpelijke vorm van socialisme. Hij benadrukt dat sociale maatregelen ook in het belang van werkgevers zijn.4 De Utopie Scherp onderscheid nodig tussen utopie als object sociologisch onderzoek en utopische sociologie Utopische sociologie belangrijk → invloed van utopisch denken op de aanpak van een toekomstige sociologie In utopisch denken 3 varianten: • de utopische roman – grote bloeiperiode in Renaissance → mens als bouwer van een nieuw geordende en anders ingerichte wereld. Modellen van utopisch realisme Giddens: geschiedenis is niet doelgericht. Moderne burger wil zelf het leven vormgeven 60-70er jaren overspannen verwachtingen over de maakbaarheid van de maatschappij 5. ‘Bedachte’ toekomst kan werkelijkheid worden door deze te propageren.

Images of the world in 2000 → John Galtung ( 11 landen ’67-’70) Dit onderzoek moet in zijn historische context geplaatst worden.1 Varianten van empirisch toekomstonderzoek Verbindingen tussen empirisch onderzoek en toekomstonderzoek .type economische / ideologische systeem – kapitalisme/socialisme . 3 criteria bij vergelijking .Levenscycluseffect → jong-postmaterialistisch. Inglehart heeft materialistisch behoeften onderverdeeld → Materialistische behoeften → behoeften gericht op levensonderhoud en veiligheid → Postmaterialistische behoeften → sociale en ontplooiïngs behoeften.niveau van technische-economische ontwikkeling – mate van industrialisering . Wel over eigen toekomst. afwijzing van levenscyclustheorie → we groeien naar een postmaterialistischer maatschappij.6 Empirisch onderzoek mbt de toekomst Empirische sociologie wil speculatieve. esthetische en intellectueel Jongeren zijn significant post-materialistischer dan ouderen → leeftijd belangrijkste variabele .) minder toekomstbesef dan in lager ontwikkelde landen Mensen actief in verleden zijn juist ook actief in heden → geen dromers Toekomst bewustzijn correspondeert met behoefte aan verandering – verbetering - - Plaats en rol van de wetenschap en technologie Verwetenschappelijking → belangrijkste aspect van modernisering Houding tov wetenschap onderscheid tussen verwachting en wens → wetenschappelijk wereldbeeld sterk doorgedrongen in alle lagen. Minder ontwikkeld – wetenschapsoptimisme • ! ! - houding tegenover ontwikkeling van de eigen maatschappij Hoog ontwikkeld tech. – niet begeleid door toenemend optimisme→ ontwikkelingsvermoeidheid Lager ontwikkeld omgekeerd. niet toetsbare uitspraken vermijden 6. The Silent Revolution – Inglehart – één van de meest opzienbarende/controversiële sociologische studies: Grootschalig internationaal empirisch onderzoek echter itt Galtung gebaseerd op een theorie: ! Culturele omslag – ommekeer op terrein van waarden – behoeften en opvatting van mensen . Galton – nadruk op ( internationale) vergelijking → Verschillen tussen landen groter dan die tussen groepen binnen landen./econ. In communistische landen hoger ontwikkeld toekomstbesef dan in niet-communistische In hoogontwikkelde (tech/econ. grotere weerstand bij hoger niveau techn/econ ontwikkeling. hoe oudere hoe materialistischer . Culturele veranderingen hebben een eigen dynamiek ! Stille revolutie – vrijwel onzichtbaar langzaam proces.theorie van de vormende jaren→ waardenpatroon wordt gevormd in adolescentie Probleem Inglehart → geen longitudinaal onderzoek → geen uitspraak Oplossing → verrichten internationaal vergelijkend onderzoek Engeland-Duitsland > bewijs voor theorie van de vormende jaren. . dat echter wel een radicale verandering van de westerse cultuur tot gevolg heeft Westerse samenlevingen zullen een overgang doormaken van huidige op burgerlijke materialistische waarden steunende cultuur naar een postmaterialistische cultuur – theoretisch ondersteuning afgeleid van behoeftenhiërarchie van Maslow. hoge verwachtingen over toekomstige resultaten van wetenschap en techniek → Weerstand tegen verdere verwetenschappelijking.mate en soort van militaire gebondenheid - - Of en in hoeverre is de toekomst een levende dimensie Weinig gedachten over toekomst eigen land – wereld.→ Wetenschapspessimisme.Toekomst als projectiescherm: empirisch onderzoek naar wat mensen van toekomst verwachten Relatie tussen toekomstverwachtingen en feitelijke gebeurtenissen is complex - - Historisch analogie en comparatieve prognose • Historische analogie: ongelijktijdige vergelijking tussen samenlevingen en culturen Comparatieve prognose: verwachting dat toekomstige ontwikkelingen enigszins voorspeld kunnen worden Empirisch getoetste theorieën die ook uitspraken doen over toekomstige situaties Bv.

Kater van de ‘bereikte utopie’. Deze studie kan gezien worden als voorwaardelijke prognose → voorwaarde is economische zekerheid Hoofdstuk 19 De komst van de post-maatschappijen Studies over postmaatschappijen: .Postseculiere maatschappij – verdwijnen van de godsdienst Laatste decennia ontstaat twijfel → herlevend fundamentalisme → opkomst van nieuwe vormen .sterke nadruk op bepaalde aspecten van veranderingsproces .Postindustriële maatschappij: productieproces als maatschappelijk spilbeginsel .: het postcommunistische tijdperk Tot 1989 2 levensvatbare.1 Het einde van de geschiedenis Bell-Fukuyama → dialectische opvatting van het historische ontwikkelingsproces Universele geschiedenis. bv inzet en engagement . ze zouden in verzorgingsstaat naar elkaar toe groeien→ compromis. 3 De triomf van het Westen.zekere voldoening: de posthistorische maatschappij is in veel opzichten een goede . wetenschap en zingeving . Goede maatschappij is bedreiging voor de ontwikkeling van de mens.Postnatiestaat: bedreiging van het belang van de natiestaat als hét integrerende politiek en maatschappelijk referentiekader door internationalisering .Postmaterialisme Niet alle postmaatschappijen zijn al werkelijkheid. Fukuyama: duidelijke overwinning voor de liberale democratie → tot stilstandkomen van het historische proces dat gebaseerd was op ideologische conflicten. bepaalde ontwikkelingslijn.Nieuwe studie 1990 . Bell: in de wereld van het ‘bleke compromis’ is geen ruimte meer voor passie en engagement om de wereld te verbeteren. maar met schokken. in stadia in te delen. Op basis van inzicht in historische bewegingswetten kan men voorspellingen doen.Postmodernisme – visie op veranderingen in de wereld van kunst-cultuur.Postcommunisme – ineenstorting van communistische systeem. nu bewezen door longitudinaal – cohort onderzoek. Conflict is de motor van de geschiedenis Bell: liberalisme en socialisme uitgeput. tegenstrijdige elkaar uitsluitende ideologieën: Kapitalisme ⇔ socialisme/communisme 3. de meest dramatische en revolutionaire verandering van de afgelopen decennia . Geschiedenis beweegt zich niet geleidelijk voort.Postverspillingsmaatschappij: gespannen verhouding tussen economische groei en begrensde capaciteit van de aarde • Bovenbouwperspectief – nadruk op cultuur. Verwijst naar maatschappelijke veranderingen die duiden op een ommekeer in het moderniseringsproces .suggestie van een soort omkeringsproces 2 Visies op de toekomstige samenleving • onderbouwperspectief – nadruk op politiek en economie . ze zijn in wording. echter niet het einde van alle conflicten Bell/Fukuyama beide een zekere ambivalentie bij de waardering van dit nieuwe tijdperk . Hypothese nog steeds geldig. Daarmee zou de ideologische tegenstelling als motor van de geschiedenis verdwijnen Convergentiehypothese. Fukuyama ook somber over de toekomst → verlies van enige ideologisch strijd. vooruitgang.

marxisme en socialisme niet. ecologische beweging en New-Age Fukuyama hecht vanuit het vooruitgangsgeloof weinig betekenis aan de herleving van nationalistische en fundamentalistische-religieuze ideologieën. stalinisme (autoritaire vorm van marxisme) is verslagen.4 Postcommunisme als postmodernisme Voor postmodernisten is de val van het communisme feitelijk het einde van de moderniteit.liberale ( minimale) bv. In 1989 heeft niet de democratie maar het kapitalistische systeem gewonnen. Er was een overgang van staatskapitalisme naar een mondiaal geïntegreerd kapitalisme.2 Kritiek op Fukuyama • Wie heeft er gewonnen? 3 componenten aan winnaar.(maakbare samenleving. maar hedonistische behoeften Callinicos: nadruk op kapitalistisch productiesysteem Bauman: nadruk op consumptieve behoeften van de mens .sociaal democratische Volgens Esping-Andersen is presteren sociaal-democratische verzorgingsstaten beter dan liberale Fukuyama is ongevoelig voor nieuw opkomende ideologieën bv.3 Het Marxisme: nodiger dan ooit? Callinicos: pleidooi voor marxisme.3. Markt .economische ( kapitalistische markteconomie) Offe – Habermas: grote tegenstellingen tussen democratie ( gelijkheid) en kapitalisme (prestatie) Offe: verzorgingsstaat heeft verzoening geschapen tussen deze tegenstrijdige principes Levert de combinatie van deze 3 componenten de beste van alle mogelijke maatschappijen op? Esping – Andersen → 3 varianten van verzorgingsstaten: . Gezien de hardnekkigheid hiervan valt aan dat vooruitgangsoptimisme wel wat af te dwingen Is de overwinning van de liberale democratie en de markteconomie wel zo goed voor de wereld? Aziatische landen zijn wel liberaal in economisch opzicht maar niet in maatschappelijk of politiek. Amerika en GB → Fukuyama . eis tot grotere consumptievrijheid Einde communisme → niet verlichtingswaarden-idealen. maar alles met concentratie en centralisatie van economische macht bij multinationals 3. de nieuwe sociale bewegingen : vredesbeweging. rationele ordening van de samenleving.corporatistische . Fukuyama liberale democratie. maar ook ‘pest voor de rest’ Winst en Vooruitgang voor de één (VS) betekent verlies en achteruitgang voor de ander (L-Am) • • • • 3.Ideologische ( het liberalisme) . deze zouden tijdelijk zijn.econ. ‘reëel bestaand kapitalisme’ heeft niets te maken met liberaal kapitalisme. vertrouwen op wetenschap/techniek Bauman: Postmodernisme: communisme is ideaaltypische vervolmaking van de moderniteit Verzet tegen communisme = verzet tegen beperking individuele keuzevrijheid.politieke ( democratie) . Fukuyama’s toekomstbeeld misschien ‘best for the west’.

proefnemingen en ad-hoc aanpassingen . modellen. maar deze verschilt wel fundamenteel van de agrarische • Bell stelt te nadrukkelijk het primaat van de economie en te weinig oog voor cultuur ( als Marx).2De nieuwe kenniselite Postindustriële maatschappij: meest kenmerkende niet toenemende welvaart maar toenemende belang van wetenschappelijke kennis en de gevolgen daarvan voor beroepenstructuur en sociale verhoudingen Bell(r)evolutionair ontwikkelingsmodel van bepaalde elkaar opvolgende stadia: . verdienste nauw gelieerd aan opleiding Kritiek op Bell niet duidelijk wat hij precies bedoelt met nieuw elite → machtselite of intellectuele elite Tourraine: technocraten en bureaucraten vormen de nieuwe machtselite→ optreden van nieuwe klassentegenstellingen Gorz voorziet maatschappelijke driedeling: aristocratie van goedbetaalde vaste werknemers.komende postindustriële maatschappij → diensten – tertiaire/kwartaire sector. Richt zich op verleden en gezond verstand .cultuur – geregeerd door ontplooiïng van het individu Bell voorziet groeiende spanning tussen economie en cultuur in de toekomst Economie groot geworden door arbeidzaamheid. ieder door een ander principe geregeerd.1 Het einde van schaarste en gebrek? Kahn/Wiener: postschaarstemaatschappij → zoveel overvloed dat werk en efficiëntie betekenis verloren schijnen te hebben.politiek – geregeerd door gelijkheid voor wet.economie – geregeerd door functionele rationaliteit – efficiëntie . en uitstel van behoeftenbevrediging. Nieuwe cultuur is gebaseerd op hedonistische levensstijl met nadruk op ontplooiïng Bell: nadruk op belangrijke wordende rol wetenschap-technologie → verschuiving in beroepenstructuur en sociale stratificatie > nieuwe elites – nieuwe sociale tegenstellingen • . Stelt onderbouw boven bovenbouw In later werk genuanceerder toekomstbeeld. Kent toekomstoriëntering met centrale plaats voor prognoses. niet alleen verschillen maar ook tegenstrijdig: . groeiende groep werklozen en daartussenin meerderheid voor wie arbeid geen zinvolle bezigheid meer is In toekomst wordt arbeid voor de meerderheid enkel een middel om inkomen te verwerven • Bells concept van dienstensamenleving Is het juist te spreken van een verschuiving van industriële naar dienstensector? In feite is er sprake van expansie van beide. soberheid. wel een grotere plaats voor cultuur Maatschappij bestaat uit 3 domeinen. kansen en rechten . Richt zich op ervaringsleer. systeemanalyse en abstracte theorie Voornaamste basis van de postindustriële maatschappij in universiteiten → nieuwe elite – kennis elite PIM is een meritocratie. belangrijkste verschuiving is die van langbouw naar industrie en diensten • Bell acht de overgang van industriële naar postindustriële fase van vergelijkbaar revolutionair gehalte als die van agrarisch naar industriëel Postindustriële maatschappij verschilt niet kwalitatief van de industriële.Hoofdstuk 20 De toekomst vanuit het onderbouwperspectief 1.1 1. Verwende-decadente generatie bedreiging van middle-class → begin van (moreel) verval 1.industriële maatschappij → machinale goederenproductie – secundaire sector.pre-industriële maatschappij → gedomineerd door landbouw-primaire sector.

Fragmentatie en instabiliteit tgv verzet van antisysteembewegingen Uiteindelijke zal het kapitalisme ineenstorten Gilpin: monocausaal denker – mondialiseringsproces als product van politieke factoren en een permissive global order.2 Wereld of geen wereld: de postnatiestaat 2.Toenemende integratie in de vorm van een universele wereldomvattende kapitalistische economie . Proces van kapitalistisch mondialisering kent interne contradicties: .1De natiestaat en de sociologische aanpak In sociologie samenleving vaak synoniem met natiestaat. Het heeft in eerste instantie betrekking op vermindering van de invloed van lokale omstandigheden op iemands leven. sneller en grotere gevolgen voor individuen op andere gedeelten van de aarde.mondiale militaire orde . Ontwikkeling van veelvuldig sociale verbanden en interdependenties boven niveau natiestaat Consequentie daarvan → gebeurtenissen hebben vaker. echter cultuur is de grote afwezige Mondialiseringsprces kent een interne dynamiek te beschouwen als dialectisch proces vol interne tegenstellingen en tegenstrijdigheden .2Wat is mondialisering Moderne communicatietechnologie heeft de wereld doen inkrimpen.systeem van natiestaten Giddens probeert synthese van verschillende opvattingen over mondialisering te bewerkstelligen.mondiale kapitalistische economie . binnen een nationale context te isoleren Giddens: mondialisering is een veel fundamenteler proces dan enkel een toenemende interdependentie tussen natiestaten. Voor mondiale orde is één dominante staat noodzakelijk (bv VS) Giddens: multicausaal denker – mondialiseringspreces – 4 dimensie die interacteren: .internationale arbeidsdeling .tegenstelling homogenisering en differentiatie → mondialisering leidt tot bepaalde vormen van uniformiteit –consumptie –stedenbouw(Mcdonalds) → mondialisering leidt tot meer differentiatie – mogelijke door technologische ontwikkelingen en . Hij is ook dialecticus → universeel wordend kapitalisme roept verzet op in de vorm van antisysteembewegingen bv. nationalistisch en socialistische bewegingen.3Mondialisering als sociologisch vraagstuk Wallerstein: monocausaal denker → mondialiseringsproces → het universeel en qua reikwijdte mondiaal worden van het kapitalistische systeem. Op hoger abstractieniveau: fundamentele verandering van tijd en ruimte in het sociale leven → toenemende reikwijdte van tijd en plaats ( time-space distanciation) 2. ecologische. Het wordt steeds minder zinvol sociale verschijnselen. Proces van mondialisering heeft consequenties voor de betekenis en het functioneren van de natiestaat →ontfunctionalisering van de staat Nieuw is de vergelijkende of comparatieve sociologie: vergelijkingen van gelijksoortige verschijnselen in verschillende natiestaten → eerste stap naar mondialisering Mondialisering dient echter primair begrepen te worden als transnationalisering 2.

WHO. info en rijkdom 2 typen van mondiale organisatie: . Kapitalistische wereldmaatschappij → centrale rol voor economie . mondiaal systeem van natiestaten nog een weinig stabiel systeem met conflicten en onzekerheden Wereldbeschaving → cultuur centraal Perlmutter: wereldorde met gedeelde waarden. dat hoeft nog niet te leiden tot groeiende interdependenties Op wereldniveau nog steeds anarchie.- - verruiming van de macht Spanning tussen universalisme en particularisme. vooral op gebied van waarden → universalisme: denken dat bepaalde cultuuruitingen gelden voor alle samenleving → particularisme: denken dat cultuuruitingen aan specifiek maatschappijen gebonden zijn Mondialisering heeft geleid tot verspreiding/acceptatie van een universeel waardensysteem Universele waarden zijn echter in feite een weerspiegeling van een liberaal-individualistisch Waardenpatroon en hun verspreiding het gevolg van de westerse hegemonie tegenstrijdigheid concentratie versus netwerkvorming → mondialisering bevordert proces van concentratie van macht. FAO en Unesco - - - - Hoofdstuk 21 De toekomst vanuit het onderbouwperspectief De postverspillingsmaatschappij . Toegroeien naar één open marktsysteem met hoge mate van zelfregulering. Secundaire rol voor politiek (G7). Belangrijkste actoren zijn transnationale ondernemingen.open netwerk: er is onderlinge verbondenheid maar model kent noch centrum noch periferie. zijn steeds meer onomkeerbaar geworden Onomkeerbaarheid van mondialisering en mondiale beschaving is controversieel: → naast oecomenisering – opkomend fundamentalisme → opkomend nationalisme Perlmutter denkt dat deze tegenkrachten het grote historische proces niet zullen verstoren\ Mondiale beschaving zal volgens hem wel een pluralistisch karakter vertonen Mondialisering is niet hetzelfde als ‘verwestersing’ Mondiale politieke orde centraal Vrijwel niemand gelooft nog in mondiale orde met een sterke wereldregering 2 varianten van scenario’s die zich tussen mondiale orden en natiestaatsystemen bevinden: → Regionalistisch scenario met zwaartepunt voor de politiek bij de regio’s bv EU realistisch compromis tussen status quo van natiestaten en wereldregering → functionalistische scenario: wereldproblemen proberen op te lossen dmv functionele wereldorganisaties bv Veiligheidsraad. zich sneller ontwikkeld.4 Scenario’s voor een wereldmaatschappij simpelste scenario → wereldmaatschappij geprojecteerd in verlengde van natiestaat. Interne conflicten niet door economie⇔ecologie. Oftewel een soort verzorgingsstaat op wereldniveau → hoogst onwaarschijnlijk omdat maatschappelijke en politieke verschillen nog veel te groot zijn. kennis. maar dan concurrentie tussen ondernemingen die allen monopolieposities nastreven Conglomeraat van natiestaten . zijn groter geworden in schaal en in bewustzijn.klassiek model van de piramide of het spinnenweb – in centrum geconcentreerde macht . Toegesneden op mondiale sociale bewegingen - 2. processen en structuren. kapitaal⇔arbeid of tussen regio’s. Op groot aantal terreinen groeiende mondiale interdependenties bv: → transnationale ondernemingen → internationalisering van het hoger onderwijs → oecomenisering → mondiaal ecologisch bewustzijn De vele vormen van mondiale interdependenties hebben zich verdiept. wel toenemende relaties op mondiaal niveau.politiek centraal Gilpin: natiestaten zijn altijd belangrijkste actoren op wereldtoneel geweest Werkelijke machtsbasis nog steeds bij natiestaten.

minder ecologische bezorgdheid →Nieuwe modellen zijn dan ook minder normatief Verschil 70-90 van behoefte tot veranderen van de wereld naar uitsluiten het verkennen van de toekomst In Scanning the future wordt de tegenstelling economisch groei – ecologisch evenwicht ontkend → economische groei is nodig voor de ecologie 4 scenario’s voor de wereld economie: ! ! Global schift – verschuiving van centrum wereldeconomie naar landen rond de Grote Oceaan ! ! European Renaissance – grote bloei van (west) Europa ! ! Global Crisis – algehele achteruitgang van de wereldeconomie ! ! Balance Growth – bloeiende geïntegreerde wereldeconomie op weg naar duurzaam ecologisch systeem BGF is ecologisch het meest vriendelijk. WRR heeft krachtig stelling genomen tegen duurzaamheid als categorisch imperatief 5 De risicomaatschappij Beck: wil zich bezighouden met een toekomst die vorm begint te krijgen en zich afzet tegen een nog altijd dominant verleden Het gaat primair om een empirisch gefundeerde toekomstgerichte maatschappijtheorie Evolutionair drie-stadia model van sociale verandering voormoderniteit – valt grotendeels samen met industriële maatschappij eenvoudige moderniteit reflexieve moderniteit – valt samen met risicomaatschappij. - . minder bevlogenheid. terwijl de economische discussie ging over de verkleining van de welvaartskloof arm-rijk 3 De nieuwe golf wereldmodellen Na magere jaren 80 in de 90er jaren weer herleving van ontwikkeling van wereldmodellen Scanning the future (CPB) gekenmerkt door meer optimisme. Invulling van het begrip was vaag en open. redelijke economische groei. Duurzame ontwikkeling → erkenning van groeibehoefte van de arme landen Duurzaamheid → (welvaarts)verdeling niet alleen zaak van bestaande wereldbevolking. met name de economische en industriële ontwikkeling discussie over nieuwe internationale economische orde. enz. ook betekenis voor toekomstige generatie Hengel: over duurzaamheid kan niet onderhandeld worden SER: doelstellingen voor sociaal-economisch beleid: volledige werkgelegenheid. redelijke inkomensverdeling. bij groei economie meer financiële ruimte voor milieuschoonmaak Visie spanning economie/ecologie is tegenwoordig een minderheidsstandpunt Omslag waarschijnlijk door jarenlang durende hoge werkloosheid 4 Het model van de duurzame samenleving Our Common Future van commissie-Brundtland – discussie over ecologische problematiek → pleidooi voor houdbaarheid. geminimaliseerd. boven de 5 voor SE-beleid. spanning tussen welvaartsgroei en welvaartsverdeling ecologische discussie over de wenselijkheid van verminderde economische groei. met ook de meeste economisch groei Koppeling economie-ecologie . gedramatiseerd of gekanaliseerd worden In risicomaatschappij streven om ‘onbedoelde neveneffecten van menselijk handelen’ te doorzien en beheersbaar te maken. Mensen laten zich niet langer blindelings leiden door moderniseringsproces. Ze worden zich bewust van de schaduwzijden Inhoud van de risicomaatschappij: essentie valt samen te vatten met het asprincipe van de industriële maatschappij gevormd door distribution of goods and bads Hoe kunnen risico’s en gevaren inherent aan het moderniseringsproces voorkomen. Nieuwe doelstelling → handhaven van ecologisch evenwicht is van hogere orde.2 De wereldmodellen uit de jaren zeventig • • • ecologische problematiek → problematische kanten van het moderniseringsproces.

Beck: risico → systematische manier om te gaan met gevaren / onzekerheden die door het modernisering/mondialiseringsproces zelf veroorzaakt worden → gevaar komt dus niet meer ‘van buiten’ maar van ‘binnenuit’( uit zichzelf) Sociaal kenmerk van risico’s → niet zozeer gevaren in verleden maar om geprojecteerde gevaren in de toekomst. ! ! Behoeden: mens moet zich voegen naar strakke ecologische verantwoorde gedragspatronen met sober leefpatroon → verandering productie en consumptiepatroon. Pessimisme. Uitspraken over gevaren/risico’s omvatten altijd een theoretisch en een normatieve component Overeenkomsten Beck – Bell → centrale rol wetenschap en technologie Verschil: Beck → succes van wetenschap/technologie heeft huidige gevaarlijke situatie bepaald Bell→ algemeen positief over rol wetenschap/technologie Beck→ 3 scenario’s voor toekomst ( vooral interesse in de rol van de politiek) • 1.Terug naar de industriële maatschappij. Gevaar dat dramatiek van milieuproblematiek op achtergrond verdwijnt.Wie worden door risico’s het meest getroffen . Centrale vraag→hoe sterk/kwetsbaar is de natuur.Differentiële politiek → ontgrenzing van de politiek Uitbreiding en wettelijke bescherming van de mogelijkheden voor wat betreft subpolitiek. minder bevlogen en optimistischer.dominant scenario in politiek en wetenschap ‘Business as usual’met wat ecologische correcties Afzien van publieke controle op techn/econ ontwikkelingen • 2. WRR → nieuwe optiek die milieuproblematiek in het hart van de politieke discussie moet brengen. het zou innovaties afremmen Volledige controle op techn/econ ontwikkeling • 3. Hoge consumptie – aanpassen productiewijze ! ! sparen : duidelijke verandering vooral op terrein van consumptie – rechtvaardiger verdeling.en cultuurgebonden natuurbeelden. het gaat om zeer tijds. Milieuvraagstuk kan nu een onderdeel vormen van een vrije maatschappelijke en politieke discussie. ! 7 Samenvatting – 3 grote controversen Tegenstelling wereldmodellen 70-90 er jaren. democratisering van de technisch-economische ontwikkeling Democratisering om greep te krijgen op de wetenschappelijke – technologische ontwikkeling Beck→ dit kan niet en het is ook niet wenselijk → aantastig vrijheid van wetenschappelijk en technologisch onderzoek. welke risico’s wil men nemen WRR ontwikkelde 4 handelingsperspectieven gebaseerd op 2 centrale vragen: • • kan het huidige consumptiepatroon op dit hoge niveau gehandhaafd blijven dient de bestaande productiewijze allen aangepast worden of is een duidelijke verandering noodzaak ! benutten: bewust aanbrengen van ingrijpende maatregelen tbv van het milieu als ongewenst of onmogelijk gezien. wordt die aan de maatschappelijke en politieke discussie onttrokken Milieugebruiksruimte zou de maximaal toelaatbare schade aan het milieu tastbaar en meetbaar kunnen maken. normatieve geladenheid en bevlogenheid ⇔ zakelijkheid. Daarvoor zijn sterke en onafhankelijke gerechtshoven en media nodig Uitbreiding en institutionaliseren mogelijkheden van zelfcontrole en zelfkritiek van alle beroepsgroepen Essentie van systemen centrumloze subpolitiek in institutionalisering van de interne controle en het interne debat 6 De WRR over ‘duurzame risico’s Door te stellen dat over duurzaamheid niet onderhandeld kan worden.Wie heeft de ‘definitiemacht’ om te bepalen hoe groot die gevaren/risico’s zijn. Lage consumptie – aanpassen productiewijze ! ! beheren: ontwikkelen van nieuwe productiewijzen om milieu te ontzien – consumptie hoog. Maatschappij moet zich voegen naar de ruimte Harde kwaliteitseisen voor ecosystemen bestaan volgens WRR niet. Winst van dit WRR-rapport → discussie over milieu los uit technocratisch isolement en ontdaan van het dwingende karakter. Voor sociologie 2 belangrijke vragen . Risico. Door ecologische problematiek → risicomaatschappij → andersoortige interpretatie van sociale ongelijkheid en andersoortige politiek ( differentiële politiek) Duurzaamheid – duurzame ontwikkeling →het al of niet dwingende karakter van de ecologische problematiek .

Erlebnisgesellschaft → bevrediging van hoger behoeften (Maslow) → spirituele ervaringen Post-seculier maatschappij → sterk geïndividualiseerde en weinig geïnstitutionaliseerde vorm van spiritualiteit en religiositeit → religieuze ‘bricolage’.Hoofdstuk 22 De toekomst van het bovenbouwperspectief 1. Het tegenovergesteld:‘goeroe-isme’ Heropleving van spirituele/religieuze toegesneden op behoefte van hedendaagse mens en heeft daarom toekomstwaarde . zonder plaats voor vragen naar de uiteindelijke zin van het bestaan. hiërarchisch. kenmerkend voor moderniseringsproces Kerkelijken : leden van een godsdienstige gemeenschap Kerksen: leden met actief gedrag in de vorm van regelmatige kerkgang 1993 : Nederland meest geseculariseerde land van Europa – 60% > dit schept onzekerheid in proces van culturele vernieuwing. authentieke en directe religieuze beleving van leden. feminisme of milieu Is dat een voorbode van mogelijke postseculier maatschappij Schulze: 2 soorten duidingspogingen van toekomstgerichte sociologie: Endvisionen en Anfangsbeschreibungen Schulze: Anfangsbeschreibung echter zonder ‘post’ maar nieuw → Erlebnisgesellschaft gekenmerkt door: ‘innenorientierte Lebensauffassungen’ wat zich onder invloed hiervan gemeenschappelijk ontwikkelt Deze cultuursociologie is sterk subjectgericht → centraal: ‘het goede leven’. Westerse cultuur steeds meer humanistisch.2 Reacties op het secularisatieproces – heimwee naar het preseculiere • Secularisatie leidt bij sommigen tot toekomstshock en behoeft terug te keren tot oudere en zekere waarden → fundamentalistische stromingen bv neo-conservatieve en traditionele in RK en PG kerk → Moral-majority beweging – aanhangers middenklassen. reciprociteit en horizontaliteit → hoeft nog geen democratisch relaties in te houden 3e model ( niet van Swaan) Quakermodel: alle leden hebben directe relatie met het goddelijkke. empirisch en pragmatisch Secularisatie als belangrijkste culturele ontwikkeling. piramidaal model met lijnen uitsluitend van boven naar beneden.4Modellen van religieuze gemeenschappen Nieuwe religiositeit → onbemiddelde verbondenheidservaring De Swaan: • Papale/ episcopale model: bv RK. 1.2 1. boeren en middenstand Omhelzing van secularisatie door kerken om bijvel op modern-seculier wijze te interpreteren: sociaal religieus • 1. primaat bij paus-bisschop.1Modernisering en secularisatie Kahn/Wiener: trend van ME tot 1970 → toenemend werelds of seculier karakter. men heeft geen voorbeeld Keerzijde secularisatieproces: toenemende kille maatschappij. Wel bevrijding van knellende banden van kerkelijke structuren en dogma’s 1.3 De nieuwe spiritualiteit en de Erlebnisgesellschaft Nieuwe spiritualiteit → reactie op secularisatie → heeft meestal betrekking op immarent proces van directe en onbemiddelde verbondenheidservaring met het kosmische en het mystieke bv New-Age. geen reciprociteit • • Congregationele model: bv gereformeerd. mogelijk gemaakt door hogere welvaart. predikant als bemiddelaar tussen God en mens. nadruk op autonomie.

sterk geloof in vrij spel van maatschappelijke krachten . levensstijl is nieuwe basis van sociale stratificatie . veelkleurigheid.Traditionele maatschappij: lage score voor zowel control als consensus . Tolerantie. malaise.Van gelijkheid naar ongelijkheid-diversiteit (mogelijk door nieuw oneindige consumptiemogelijheden) . verwerpelijk als toekomstideaal Dissensus moet nagestreefd worden: sterk vergroting pluriformiteit en verscheidenheid Het ‘maakbaarheidsideaal’is passé.Gematigde of affirmatieve modernisten ( Baumann) > forse kritiek.1 Ontstaan en kenmerken van het postmodernisme Postmodernisme: olievlekverschijnsel → culturele stroming met oorsprong in de kunstwereld. Postmoderne tijdperk is fragmentatie.2. zinloosheid. heterogeniteit.4 Kritische kanttekeningen Leidt postmodernisme tot wetenschappelijk en cultureel nihilisme? . Wereld gekenmerkt door pluralisme. veelheid. negatief en somber wereldbeeld.2 De postmoderne toestand en een postmoderne sociologie Baumann: kritiek op Habermas’ ‘Projekt der Moderne’: te veel gericht op scheppen maatschappelijke orde→ weinig ruimte voor spontaniteit en chaotische creativiteit Baumann: onderscheid tussen noodzaak ontwikkeling van sociologie van het postmoderne en pm sociologie SVPM: sociologie die probeert te begrijpen wat een PM maatschappij inhoudt Sociologie moet zich transformeren en postmodern worden → volstrekt andere accenten aanleggen . minder gericht op vormen maatschappelijke structuren. laag niveau van consensus .normatieve redenen: opvattingen doen onrecht aan menselijke vrijheid.radicale of ‘sceptische’modernisten ( Baudrilland) → pessimistisch.Liberaal-kapitalistische maatschappij (VS) redelijke mate van consensus. ‘Control’ en ‘consensus’ zijn uitingen van typisch modernistisch denken.Communistische maatschappij: hoge mate van control. 2. maar optimistischer en hoopvoller beeld → individuele vrijheid en ontplooiïng > vorm van vooruitgang Postmodernist > bescheiden politiek engagement. Postmodernen > cultuurrelativistisch standpunt → dit kan tot nihilisme leiden . erkenning van verschillen Debat over multiculturele samenleving: beheerst door controverse universalisme en relativisme.Van productie naar consumptie . meer op individueel/kleinschalig handelen.empirische redenen: dergelijke opvattingen zijn niet meer te rijmen met de postmoderne wereld . Kenmerkend voor postmoderne kunst: • speels herintroduceren en mengen van historische stijlen • met duidelijke voorkeur voor eclectisme ( streven om verschillende stijlen tot iets nieuws te versmelten) • verwerpen van onderscheid ‘high en low culture Postmodernisme in de filosofie: filofische postmodernisme – reactie/kritiek op modernisme moderne denken is een vorm van totaaldenken ( gevaar voor totalitair denken). desintegratie. vervolgens uitgebreid naar andere terreinen. organisatorische en politieke vermogen om maatschappij in een richting te sturen • consensus: breed maatschappelijk draagvlak over richting die maatschappij uit moet gaan . diversiteit en openheid.Laat honderd bloemen bloeien: het postmodernisme 2. verwerpen van . pluriformiteit.3 De ‘actieve maatschappij’ van utopie naar antiutopie Postmodernisten: consensus over ‘goede maatschappij’bestaat niet meer Etzioni: ‘actieve maatschappij’gebaseerd op 2 principes: • control : technische.Actieve maatschappij: hoge mate van zowel control als consensus : toekomstmuziek Utopie van de actieve samenleving is volgens postmodernisten omgeslagen in antiutopie.Van maatschappelijke orde naar maatschappelijk orde als schadelijk concept voor vrijheid/ontplooiïng Postmoderne sociologie moet andere begrippen gebruiken om de maatschappij te analyseren 2. ook in normatieve zin 2. geringe control. verval waarden en chaos .iedere sociale theorie van enigszins omvattende aard omdat deze simplistisch en terroristisch zou zijn → ‘war on totality’ Postmoderne denken verwerpt alle denkvormen die proberen samenhang en eenheid aan te brengen in huidige samenleving en cultuur om : .

You're Reading a Free Preview

Download
scribd
/*********** DO NOT ALTER ANYTHING BELOW THIS LINE ! ************/ var s_code=s.t();if(s_code)document.write(s_code)//-->