P. 1
kamus melayu belanda

kamus melayu belanda

|Views: 1,470|Likes:
Published by Eef Bkl

More info:

Published by: Eef Bkl on Nov 20, 2011
Copyright:Attribution Non-commercial

Availability:

Read on Scribd mobile: iPhone, iPad and Android.
download as TXT, PDF, TXT or read online from Scribd
See more
See less

04/24/2012

pdf

text

original

PRACTISCII " MALEISCH-HOLLANDSCH EN HOLLANDSCII-MALEISCH IIANIJWOORIJEOEK NB BENEVENS EEN »KORT BEGRIP DER MALEISCHE WOORDVORMING EN SPRAAKLEER" DOOR

L. TH. MAYER. DERDE DRUK. AMSTERDAM SCHELTEMA & HOLKEMA'S BOEKHANDEL SEMARAN G SOERABAIA-'s-GRAVENHAGE - G. C. T. VAN DORP & Co. VO0RBERICHT. Bij de bewerking van dezen tweeden druk is er naar gestreefd, niet alleen, om do in dit woordenboek nog ontbrekende termen zooveel mogelijk aan to vullen, maar daarin ook die verbeteringen aan to brengen, die ons wenschelijk voorkwamen. Do beperkte omvang, die dit woordenboek behouden moest, maakte het echter niet mogelijk er bijv. nog meer voorbeelden voor het gebruik van enkele woorden in op to nemen. Bij het gebruik van het Hollandsch-Maleische gedeelte zal het daarom wenschelijk zijn ook hot Maleisch-Hollandsche deel to raadplegen, wanneer men omtrent het een of ander woord in onzekerheid verkeert. Waar noodig is ook achter de woorden (in het Maleisch Hollandsche en zijn daartoe do volgende verkortingen gebruikt, als Amb. = A mbonsch. Atj. = Atjehsch. Ar. = Arabisch. Bandj. = Bandjarmasinsch. Bat. = Bataviaasch Chin. = Chineesch. Eng. = Engelsch. Fr. = Fransch Har. = Haroekoesch. Overigens wordt beleefd naar verwezen. gedeelte) de herkomst opgogeven Holl. = Hollandsch. Jav. -- Javaansch. Mol. = Maleisch der Molukken. Perz. = Perzisch. Pont. = Pontianaksch. Port. = Portugeesch. Sap. = Saparoeaasch. Sk. = Sanskrit. Soend. = Soendaasch. het voorbericht op den eersten druk L. TH. MAYER. ME ESTER- CORNELIS, November 1906. VOORBERICHT OP DEN EERSTEN DRUK. Op uitdrukkelijk verlangen van de Uitgevers is bij do samenstelling van dit boekje er naar gestreefd, om daarin niet moor to geven dan hot gewone Maleisch, dat de hoofden en beschaafde inlanders

op Java spreken en schrtjven. Men zoeke hierin dus niet uitsluitend zuiver Riousch of Djohorsch Maleisch, want nevens de echt Maleische woorden en vormen komen er ook Javaansche en Soendasche, alsmede dialectisch Bataviasche on andere uitdrukkingen in voor. Ook is hot Hollandsch-Maleische gedeelte met hot oog op den beperkten omvang, then dit boekje hebben mocht, voor zoover doenlijk bekort, door er alleen de meest gebruikelijke woorden in op to nemen. Bij hot niet vinden van eenig woord zal de gebruiker dus de synoniemen daarvan moeten zoeken. Wat de plantennamen betreft, doze ziju ontleend aan FILET'S Plantkundig Woordenboek. Dat dit boekje moge beantwoorden aan hot doel, waarvoor hot is samengesteld ! 's-RAGE, Mei 1895. L. TH. MAYER. KORT BEGRIP DER MALEISCHE WOORDVORMING EN SPRAAKLEER. Alphabet. Hot Maleisch kent 18 medeklinkers en 5 klinkers. Uitspraak. Do meeste medeklinkers worden als de onze uitgesproken, enkele eenigszins anders, als de g = g bijv. in hot Fransche garCon; h : aan het begin van een woord meest niet, aan het eind van een woord hoorbaar; tusschen twee verschillende klinkers valt zij geheel weg, tusschen twee gelijke klinkers is zij echter duidelijk hoorbaar, evenals in vreemde woorden ; k : als sluitletter dikwijls niet hoorbaar; p en t aan het eind van een woord meer als b en d, dus zacht; s : altijd scherp. Twee naast elkander staande medeklinkers kunnen niet samen worden uitgesproken; daartusschen hoort men altijd min of meer duidelijk een e. De medeklinkers djim, tja, nga en nja, die wij door dj, tj, ng en nj teruggeven, zijn enkelvoudige medeklinkers, zoodat de voor de transcriptie daarvan gebruikte letters niet mogen worden gescheiden. De klinkers zijn, a, e, i, o, oe en worden uitgesproken a ais onze a, doch iets korter, in enkele streken ook als o of a en als o of e ; e als onze e en 6; e als stomme e; i als onze ie, nooit zoo kort als onze i bijv. in tik. VIII o als onze oo en O; oe als onze oe. Do klank e wordt meest in de voorlaatste of de derde lettergreep van achteren gehoord. Voorts bestaan de tweekianken ai als e of ei en au als au of o uitgesproken. Woordvorming. De meeste stamwoorden in hot Maleisch zijn tweelettergrepig; de eenlettergrepige worden gewoonlijk door voorvooging van do klanken a, e, 1 of oe tweelettergrepig gemaakt. De eigenlijk gezogde woordvorming geschiedt door a. voorvoegsels ; b. tusschenvoegsels ; c. achtervoegsels ; d. verdubbeling van hot grondwoord en e. samenstelling, waarover nader. Klemtoon. De klemtoon, die zeer zwak is, valt gewoonljjk op de voor-

laatste lettergreep, en, als doze stom is, op de laatste, zelfs al heeft hot woord eon achtervoegsel. Vormveranderingen. Vormveranderingen als verbuiging en vervoeging kent hot Maleisch niet. Een en hetzelfde woord kan zoowel eon substantief als eon adjectief of werkwoord enz. zijn, al naar gelang van den zin, waarin hot voorkomt. Zoo kan bijv. sakit zoowel ziekte, als ziek en ziek zijn, beteekenen, enz. De voorvoegsels (praeflxen). Doze zijn 1. me, steeds gevolgd door eon neusklank, behalve wanneer hot grondwoord begint met eon 1, r, j, w; dient ter uitdrukking van den actieven vorm van alle werkwoorden in hot Maleisch ; en geeft in hot algemeen eon handeling to kennen, waarbij dat, wat door hot grondwoord beteekend wordt, to pas komt, als a. is hot grondwoord do naam van eon werktuig, enz., dan beteekent hot werkwoord iets met dat werktuig enz. doen, bijv.: mematjoei, membedil, mend jaring, mengoentji, enz. b. geeft hot grondwoord eon hoedanigheid of eigenschap aan, dan beteekent hot werkwoord, dat hot subject die hoedanigheid enz. heeft, zich voordoet als door hot grondwoord is aangogeven, bijv.: merapoeh, meranting, menggombala, enz., en c. is hot grondwoord plaats- of richting-aanduidend, dan beteeIx kent het werkwoord, zich in die richting, naar die plaats bewegen, bijv.: mendarat, merantau, mengoelon, mengiri, enz. 2. pe of per, tot vorming van substantieven, die wij in het Hollandsch aangeven door den infinitief als substantief; meestal dienende als de determinatieven van andere substantieven en dan beteekenende het middel enz., waarmede een handeling geschiedt, en tot vorming der noemers van breuken, als : pemboeroe, pendjaga, pemidjet, perboeroe, perampat, enz. Met hot aanhechtsel an geeft zulk een substantief aan a. de plaats, de oorzaak, de tijd, het middel eener handeling, bij v.: perlindoengan, perhiasaan, persinggahan, enz. b. plaatsnamen, die aanduiden waar to vinden is enz., wat door het grondwoord wordt beteekend, bijv.: perapian, pergelangan, enz., en c. een rang, stand of collectie, bijv.: perdaraan, pertoenan, enz. Als verkorting van para dient dit voorvoegsel pe of per ook om een meervoud of verzameling aan to duiden, bijv.: permanteri, perpatih, enz. De aldus gevormde woorden kunnen ook den actieven werkwoordsvorm met het praefix me, dan tot mom vervormd, aannemen en worden dan transitieve werkwoorden, die beteekenen a. dat hot subject hot object maakt tot dat, wat hot grondwoord aanduidt, wanneer dit grondwoord een substantief is, bijv.: memperisteriken, mempergoendik, enz. b. dat hot object door de working van hett subject de eigenschap krijgt, enz., die door hot grondwoord wordt aangegeven, bijv.: memperbaik, memperbanjak, enz. terwijl c. do beteekenis van hot werkwoord dikwijls daardoor niet verandert, maar hot voorvoegsel per of pe alleen dient om er een sierlijken vorm aan to geven, bijv.: mempereboet = mereboet, memperhimpoen = menghimpoen, enz. 3. ka dient a. tot vorming van de substantieven kahendak en kakasih, de eenigen in hot Maleisch, die dit voorvoegsel hebben;

b. tot vorming van rangschikkende en verzamelende telw oorden, al dan niet voorafgegaan door hot betrekkelijk voornaamwoord fang, naar gelang dat hot telwoord bijwoordelijk dan wel bijvoegelijk gebruikt wordt, bijv.: kadoewa, kalima, enz. x c. tot vorming van bijwoorden van plaats en voorzetsels, die een richting ergens heen aanwijzen, bijv. kasitoe, kasana, enz. d. in verbinding met het achtervoegsel an A. tot vorming van substantieven, die beteekenen 1. de benaming van het object der handeling, bijv.: kapertjajaa.n, kadoedoekan, enz. 2. een infinitief als substantief gebruikt, bijv.: kadatengan, kaberkatan, enz. 3. de plaats, waar iets of iemand is, woont, bijv.: kademangan, kajangan, enz. en 4. een substantief met ons achtervoegsel heid, dom of te, bij v.: kamoeliaan, kabesaran, enz. B. tot vorming van hat passief der werkwoorden (met de beteekenis van een passief deelwoord), waardoor wordt gezegd, dat hat object verkeert in den toestand, door hat grondwoord aangegoven, bijv.: kapanasan, kabakaran, enz. Van transitieve werkwoorden afgeleid kan daze passieve vorm in onze taal dikwijls worden teruggegeven door hat achtervoegsel baar of lijk, of door den infinitief met hat voorzetsel te, bijv.: kalihatan, enz. N.B. Nu en dan hoort en ziet men ook een passief gebruiken met ka alleen, zonder hat achtervoegsel an, bijv.: katabok, kapoekoel, enz., doch dit is geen zuiver Maleische vorm, daar een dergelijk passief in hat Maleisch met hat praefix di bestaat. 4. tar: dient tot vorming van werkwoordsvormen, met de beteekenis: a. van hat passief deelwoord, bijv.: terikat, tertjitak, enz. b. dat hat object kan ondergaan of hat subject kan verrichten, wat door hat grondwoord wordt aangegeven, bijv.: terangkat, terdjalan, enz. c. van iets toevalligs, iets onvoorziens, bijv.: t5rsepit, terboeka, enz. d. dat hat subject onwillekeurig, bij ongeluk, bij toeval, enz. de handeling verricht, die in hat grondwoord opgesloten ligt, bijv.: teringat, terdoedoek, enz. e. van een superlatief, bijv.: teramat, terlebih, enz. on f. van woorden, die eon gemoedsaandoening, enz. aangeven, bijv.: terkedjoet, enz. 5. bar: dient tot vorming van intransitieve werkwoorden en adjectieven met de beteekenis XI a. dat het subject doet of zijn beroep maakt van hetgeen door het grondwoord wordt uitgedrukt, wanneer dit een verbale stam is, bij v.: bertikam, b®rtemoe, enz. b. dat het subject tengevolge van een handeling in den toestand komt, then het grondwoord aangeeft, bijv.: berdjemoer, berlindoeng, enz. c. dat het subject heeft of k~ijgt wat het grondwoort zegt, bijv.: b®ranak, berlaki, enz. d. dat het subject een intransitieve handeling verricht, waaraan het grondwoord ten grondslag ligt, bijv.: bekerdja, bermalem, enz. e. dat het subject is of zich gedraagt als wat door het grondwoord wort dt aangegeven, bij v.: berkoeli, berboe-

djang, enz. en f. dat het subject de hoedanigheid krijgt, die door het grondwoord, dat dan een adjectief is, wordt beteekend, bijv.: berbanjak, bersetia, enz. Met het achtervoegsel kan of ken vormen deze afleidingen ook werkwoorden met causatieve beteekenis, bijv.: berlandjoetken, enz. Dit voorvoegsel ber dient ook tot vorming van verzamelende telwoorden, waarbij het grondwoord dikwijls ook verdubbeld wordt, bijv.: bhrdoewa, enz. 6. di (alleen bij transitieve werkwoorden) dient tot vorming van het zuiver passief met dezelfde beteekenis als in het Hollandsch, bijv.: di pikoel, di bawa, enz. Wordt het handelend subject genoemd dan komt er gewoonlijk het woordje oleh voor, evenals in het Hollandsch door, bijv.: di bawa oleh anakkoe, enz. Bij woorden die een ongeluk, enz. beteek enen, wordt di wel eens vervangen door kena, bijv.: di tipoe = kena tipoe, enz. 7. koe (ook akoe, hamba, sahaja, patik, enz. en in het meervoud kami, kita, akoe s®kalian, enz.). geplaatst voor den onveranderden stam van het werkwoord, dient ter aangeving van het subjectief passief van den eersten persoon, bijv.: koelihat, koekirim, enz. 8. kau (ook angkau, engkau, toean, toeanhamba, toeankoe, enz. en in het meervoud kamoe, enz.) dient evenals koe ter aanduiding van het subjectief passief, doch van den tweeden persoon, bijv.: kaulihat, enz. XII 9. sa dient tot vorming van a. telwoorden en breuken, bijv.: sapoeloeh, sabelas, satengah, saparo, enz. b. bijwoorden, dikwijls met verdubbeling van het grondwoord en achtervoeging van nja, bijv.: sasoenggoehnja, sabolehbolehnja, enz. Dit sa heeft ook de beteekenis van met, gansch, geheel, gelijk als, enz., bijv.: sagoenoeng, saroepa, enz. Tusschenvoegsels (infixen). Deze zijn m, r, 1, en gems, en vormnn toestandswoorden met de beteekenis van frequentatieven,' bijv. gemoeloeng, kerenjoet, selidik, gemerintjing, enz. Achtervoegsels (suffixen). Deze zijn 1. i. vormt in het algemeen werkwoorden, die beteekenen eon handeling, die tot direct object heeft de persoon, de plaats, enz. waar, waarin, waarop, waarnaar die handeling gescbiedt. a. Als het werkwoord zender dit suffix die persoon, enz. reeds tot object heeft, dient dit suffix alleen om de betrekking tusschen subject en object nauwer to maken, bijv.: menjoerat, men j oerati, enz. b. Is de stam intransitief, dan wordt het werkwoord door i transitief, bijv.: menaiki van naik, melaloel van Woe, enz. c. Bij werkwoorden, van niet-verbale st,ammen afgeleid, beteekent dit suffix, dat het subject aan het object geeft, enz. wat door het grondwoord wordt aangeduid, bijv.: menamai van nama, menempati van tempat, enz. Het suffix i wordt dikwijls ook in de plaats van het suffix kan gebruikt, en kan oak met het praefix per samengaan, doch alleen sierlijkheidshalve of om meer nadruk aan to geven, zonder verandering van de beteekenis van het werkwoord, bijv.: melepasi - melepasken, memperbanjaki = memperbanjakken, enz. 2. kan (of ken), scheidbaar en niet-scheidbaar dient tot vorming van werkwoorden met de beteekenis

a. (wanneer het grondwoord de naam is van een voorwerp) dat het subjet dat voorwerp gebruikt, enz. om de handeling to verrichten, bijv.: membehasaken van behasa, memarangken van parang, mengoeroengken van koeroeng, memendjaraken van pendjara, enz. b. (wanneer het grondwoord een beweging aangeeft), dat het subject het object in die beweging doet deelen, bUv.: melariken van lari, enz. XIII c. van eon handeling voor, ten behoove van, enz. eon persoon of zaak, die dan genoemd wordt, bijv.: membikinken, mentjehariken, enz., en d. dat hot subject maakt, dat hot object wordt, doet, enz. wat het grondwoord zegt, bijv.: mendjatohken van djatoh, menidoerken van tidoer, enz. Een transitief werkwoord met hot causatief achtervoegsel kan, geeft to kennen, dat hot object gegeven wordt, om er mode to doen, wat hot grondwoord zegt, bijv.: membawaken, enz. Dit suffix kan ook samengaan met hot praefix per, doch daardoor wordt de beteekenis van hot werkwoord niet veranderd ; dit bijgovoegde per dient dan alleen tot versiering, bijv.: membit jaraken = memperbitj araken, enz. 3. nja, dient a. als bezittelijk voornaamwoord van den derden persoon of ook als lidwoord, bijv.: koedanja = zijn (haar) paard, ook = hot paard, enz. b. (met of zonder oleh) tot vorming van hot subjectief passief van den derden persoon, waarbij hot grondwoord hot voorvoegsel di krijgt, bijv.: diperboewatnja, di ambil olehnja, enz. 4. an tot vorming van afgeleide substantieven a. met de beteekenis van eon infinitief als substantief gebruikt, bijv.: ikatan, atoeran, enz. b. (dikwijls met verdubbeling van hot grondwoord) met een collectieve beteekenis, bijv.: laoetan, tanem-taneman, kajoe-kajoean, enz. c. (dikwerf made met verdubbeling van hot grondwoord) een gelijkenis, gelijkheid aan, enz. aangevende, bijv.: ramboet, ramboetan, - baris, barisan, enz. d. benamingen beteekenende van zaken, enz., die do eigenschap hebben, vertoonen, etc., welke door hot grondwoord wordt aangegeven, bijv.: manis, manisan, enz. Dit achtervoegsel an dient ook tot vorming van bijvoegelike naamwoorden (afgeleid van namen van kleuren met verdubbeling van hot grondwoord) en kan samengaan met de voorvoegsels pe of per, ka (zie aldaar) en bar, bijv.: hitem-hitsman, perboewatan, kakoewatan, berlari-larian, enz. Verdubbeling van het grondwoord. Hierdoor wordt een veelvoudigheid van handeling of een meervoud aangegeven ; ook de XIV meeste bijwoordelijke uitdrukkingen worden op die wijze gevormd, bijv.: berkata-kata, djalan-djalan, soenggoeh-soenggoeh, enz. Deze verdubbeling of herhaling van hat grondwoord kan met hat achtervoegsel an ook een gelijkenis aangeven met hetgeen door hot grondwoord wordt bedoeld, bijv.: anak-anak-an, roemahroemah-an, enz. Samenstelling. Hiervan bestaan twee vormen, nl.: a. waarbij hat bepalende woord voor hat hoofdwoord komt, meest aan vreemde talen (hat Sanskrit voornamelijk) ont-

leend, bijv.: soeka-tjita, doeka-tjita, enz., en b. waarbij hat omgekeerde plaats heeft (de meest gewone vorm), bijv.: papan-tjatjoer, anak-ajam, djoeroe-koentji, enz. Door daze nevenstelling worden meest benamingen van boomen, planten, vruchten, bloemen, vogels, visschen, bergen, rivieren, enz., aismede figuurlijke benamingen gevormd, als pohon k®pala (njioer), boewah djamboe, kembang seroeni, boeroeng gelatik, ikan goerameh, goenoeng Gede, kadi Antj ol, enz. Ook dient de samen- of nevenstelling ter aanduiding der betrekking, die in hat Hollandsch door den genitief of door middel van hat voorzetsel van wordt aangegeven, bijv.: pintoe roemah, gelang perak, enz. Werkwoorden. Behalve do betrekkelijk weinige werkwoorden, die hun onveranderden stam behouden, zooals : doedoek, bangoen, tidoer, dating, pergi, enz., nemen alle Maleische werkwoorden in den actieven vorm hat voorvoegsel me met den correspondeerenden tusschengevoegden neusklank, wanneer hat grondwoord niet met een 1, r, j of w aanvangt, bijv.: mengambil, membeli, enz., maar melarang, meratjoen, mejatimken, mewartaken, enz. (Zie verder de voorvoegsels me, pe of per, tar, bar en de achtervoegsels i en kan hiervoren). Koppelwoorden. In hat Maleisch gebruikt men voor ons : zijn (bestaan) : ada. hebben : ada, verbonden met bagi, akan, pada. worden: djadi, mendjadi, ook nalk, masoek. heeten : bernama. schijnen : roepanja, al of niet verbonden met seperti. blijven: djoea, sahadja. Reflexieve werkwoorden. Daze worden gevormd met diri als object, xV verbonden met koe, moe, of nja tot dirikoe, dirimoe, dirinja al naar gelang dat de eerste, tweede of derde persoon bedoeld wordt, en beteekenen een handeling, die op bet subject zelf terugslaat. Reciproque werkwoorden. Deze werkwoorden, die eene handeling over en weder aangeven, worden gevormd a. door achter den grondvorm van hot woord den workwoordsvorm met me of ber to voegen, bijv.: tangkis-menangkis, temoe-bertemoe, enz. b. door achter bet met ber verbonden grondwoord, dat dikwerf ook verdubbeld wordt, bet suffix an to plaatsen, bijv: bertangkis-tangkisan, bersambat-sambatan, enz. Deze werkwoorden geven dikwijls oak een herhaling of veelvuldigheid der handeling to kennen, bijv.: bertjotjoran, enz. Ti jden van hot werkwoord. De tegenwoordige tijd wordt aangegeven met behuip der hulpwoorden ada, Magi, tengah, sekarang, enz. Do verleden tijd met soedah en telah en Do toekomende tijd met hendak, akan, maoe, nanti, kelak. Wijzen van het werkwoord. Do gebiedende wijs a. der intransitieve werkwoorden heeft den vorm van bet werkwoord met me of ber (tenzij dat bet die voorvoegsels niet aanneemt) verbonden met bet nadrukswoordje lah, dat er achter wordt geplaatst. Bij dozen vorm moot de derde persoon, van wien gesproken wordt, altijd genoemd worden. b. der transitieve werkwoorden wordt gevormd door kau (ook angkau, engkau, enz.) to plaatsen voor den onver-

anderden vorm van hot stamwoord, dat bij een bepaald bevel enz. ook bet praefix me kan behouden. Wil men zich beleefd uitdrukken, dan gebruikt men daarbij apalah kiranja, silakanlah, enz. Ook barang, moega-moega, haroes, biar, balk, mari, tjoba, enz. dienen dikwijls als hulpwoorden bij dozen vorm van het werkwoord. Wanneer hierbij pergi wordt gebruikt, staan zoowel dit als hot daaropvolgend werkwoord in de gebiedende wijs. Do verbiedende wijs wordt gevormd met djangan, djanganlah, enz. en soms met hot werkwoord in bet passief met di, wanneer de nadruk op hot verbod wordt gelegd. XVI Zelfstandige naamwoorden. Behalve de stamwoorden, die niet van anderen zijn afgeleld, als bijv.: roemah, poetera, anak, kambing, koeda, enz., heeft men in hat Maleisch ook substantieven, die gevormd zijn met ka, an en ka en an. (Zie daze voor- en achtervoegsels). Geslacht. Geslachten kent hot substantief niet; alleen hat natuurlijk geslacht voor levende wezens wordt wel eens uitgedrukt door laki-laki, lelaki of djantan - mannelijk, en perampoean, isteri, b®tina = vrouwelijk. Getal. Tusschen hat enkel- en meervoud der Maleische woorden bestaat geen verschil, doch dikwijis wordt ter aangeving van hat enkelvoud sa, sa'ekor, enz. en van hat meervoud segala, sekalian, semoea, enz. gebezigd. Ook wordt hat meervoud niet zelden uitgedrukt door verdubbeling van hat grondwoord, al dan niet verbonden met segala, enz. Bijvoegelljke naamwoorden. Zijn of stamwoorden, als : balk, enz. of afgeleide vormen met de achtervoegsels an, wan, man dan wel met hat voorvoegsel bar, bijv.: poetih-poetihan, boedak-boedakan, setiawan, hartawan, boediman, enz. Hot adjectief staat in hat Maleisch gewoonlijk achter hat substantief, behalve wanneer hat een adjectief van hoeveelheid is, of wanneer de voile nadruk daarop vallen moat, bijv-: koeda bagoes, makanan enak, perboewatan balk, enz., lima orang, sekalian orang, banjak orang, enz. Trappen van vergelijking. De trappen van vergelijking worden gevorm d als volgt de positief met sama, sama dengan of sa, de comparatief door eenvoudige opsomming der vergeleken wordende zaken en toekenning der hoedanigheid aan dat voorwerp, dat die hoedanigheid in do hoogste mate vertoont of bezit ; ook met dari, dari pads, lebih, lebih lagi, enz. de superlatief met tar, t®rialoe, terlampau, amat, sangat, maha, sekali, enz. Voornaamwoorden. Daze worden onderscheiden in a. persoonlijke, d. i. 1. voor den eersten persoon akoe (verkort koe), dakoe (na do woorden akan of dengan), saja, hamba, hambatoean, oeloen, patik, awak, beta, goewa, enz. in hat enkelvoud en kami, kita, akoe sekalian, enz. in hat meervoud. 2. voor den tweeden persoon : angkau (verkort kau), engkau, XVII dikau, toean, toeanhamba, toeankoe, jang dipertoean, j amtoean, padoeka, s6ripadoeka, datoek, loe, kowe, enz. in het enkelvoud en kamoe, kau orang, loe'orang enz. in het meervoud, en 3. voor den derden persoon : ia, dia, dianja, nja (achter een passief) zoowel in het enkel- als in het meervoud, en marika itoe, diaorang, enz. in het meervoud.

b. onbepaalde, d. z. men = orang. iemand = sa'orang. niemand = tiada sa'orang (siapa). wie ook = barang sa'orang, barang, siapa, siapa djoega. ieder = sasa'orang, masing-masing, tiap-tiap. iets = sasoeatoe, barang sasoeatoe, apa, apa-apa. niets = tiada apa-apa, tiada barang sasoeatoe. c. wederkeerende, d. z. zich = diri met koe, moe of nja, al naar gelang dat de eerste, tweede of derde persoon bedoeld wordt, en sendiri. elkander = satoe sama lain, sama sendirinja. zelf = sendiri. d. bezittelijke, d. z. voor den eersten persoon akoe, koe. voor den tweeden persoon kamoe, moe. voor den derden persoon ia, nja; ook verbonden met ampoenja of poenja, doch dan direct gevolgd door den naam van het bezeten wordend voorwerp. e. aanwijzende, d. z. van zaken : ini, itoe (meest achter het substantief geplaatst) en met djoega de beteekenis hebbende van dezelfde", van hoedanigheid : begin, begitoe, demikian. Deze woorden krijgen, wanneer zij als praedicaten voorkomen, gewoonlijk ook het aanhechtsel lah. f. vragende, d. z. van personen of zaken : apa, mama, siapa. van hoedanigheid : betapa, bagaimana. van hoeveelheid: berapa. g. betrekkeli jke, d. z. jang en nan, welke altijd aan het begin van een relatieven zin staan, ofschoon zij soms ook weggelaten kunnen worden. Deze voornaamwoorden dienen soms ook als bepalende X VIII lidwoorden, en worden ook (althans jang) niet zelden gebruikt als voegwoorden. Telwoorden. Deze kan men onderscheiden in hoofdtelwoorden en ranggetallen. De hoofdtelwoorden van 1 tot 9 zijn : satoe, doewa, tiga, ampat (empat), lima, anem (enem), toedjoeh, delapan, sambilan (sambilan). van 11 tot 19: worden gevormd door voor hat woordje betas do hoofdtelwoorden 1 (dat sa wordt) tot 9 to plaatsen. van 21 tot 29: worden, evenals die van 11 tot 19 gevormd doch met hat woordje likoer. die getallen van de tientallige schaal uitmaken door tien = poeloeh honderd = ratoes duizend = riboe tienduizend = poeloeh riboe of laksa honderdduizend = ratoes riboe of keti millioen = joeta to verbinden met sa en do overige hoofdtelwoorden, on die getallen boven 30 uitdrukken door achter hat getal van hat tientallig stelsel do andere op voren aangegeven wijze gevormde telwoorden to voegen.

Bij hat tellen van levende wezens of andere voorwerpen worden dikwerf ook zoogenaamde classificeerende hulpwoorden gebruikt, die zijn o. a.: voor menschen orang voor dieren ekor voor levenlooze voorwerpen boewah, potong, panggal voor boomen batang voor ronde, kleine voorwerpen, enz. bootir, bidji, boekoe voor dunne, platte voorwerpen helai voor brieven poetjoek enz. Voor uitdrukkingen, als anderhalf, derdehalf, enz., wordt gebruikt tengah verbonden met hat hoofdtelwoord, dat hat cijfer aangeeft, waarvan de helft moat worden genomen, bijv. derdehalf = tiga tengah, d. i. hat derde (getal, enz.) half. De ranggetallen worden govormd met de voorvoegsels ka, al dan niet voorafgegaan door jang, bar, per en sa. (Zie daze voorvoegsels hiervoren). Voor de helft, half, zegt men in hat Maleisch satengah, XIX sab6lah, saparo; voor eerste Nvordt p6rtama gebezigd en voor alle bestaat de uitdrukking samoea, samoeanja. Voorts worden de vermenigvuldigingen aangegeven met kali, ganda, lapis, lipat, oak kian, do deelingen door bagi, bagian. Bijwoorden. Deze zij Jn: 6f stamwoordelijk, als: amat, sangat, b6lom, pe'rnah, enz. 6f gevormd door verdubbeling van het grondwoord, als: tibatiba, moela-moela, enz. 6f samenstellingen van een, dikwijls ook verdubbeld grondwoord met het voorvoegsel sa en het achtervoegsel nja, bijv.: sasoenggoehnja, sakoewat-koewatnja, enz. Ook wordt daaraan niet zelden de uitgang lah of pon toegevoegd, waardoor men dan bijwoorden van nadruk krijgt. Voorzetsels. De meest gebruikelijke zijn: di, ka, dari, pada, kapada, dari pada, akan, oleh, d6ngan, d6mi, hingga, kar6na, oentoek, enz. Voegwoorden. De meest gebruikelijke zijn: dan, atau, kalau, djikalau, t6tapi, akan t6tapi, maka, adapon, soepaja, enz. Tusschenwerpsels. Van deze woorden of uitdrukkingen bestaan in het Maleisch betrekkelijk weinige, als: hai, ja, adoeh, wah, ajo, tjis, ambol, tobat, enz. Ten slotte zij nog opgemerkt, dat vragen in het Maleisch meest worden gedaan met gebruikmaking als suffixen van de hulpwoordjes kah (bij nadruk in de vraag) en tah (uitsluitend achter apa en mana). Ook heeft men nog enkele woordjes die veel voor nal-nen of titels worden gebezigd, als: Sang voor namen van goden of vorsten en in fabels, enz. ook voor nainen van dieren; Si voor eigennamen van personen, die men familiaar kent; Dang (als titel) voor namen van vrouwen van rang, enz. en in fabels voor namen van visschen, en Hang voor namen van mannen en hoofden (eig. titel van hoofden in Malakka). Aala (Ar.), familie, geslacht, dynastie, ook : hoog, verheven. Ab (Ar.), (ook Tjepoe, Tjepoek) (Jav.), gesloten blikken of tinn en

bus of busje, zooals o. a. bij de verpakking van opium gebruikt worden. Aba, gloeien van hitte, het beet hebben. Aba (Ar.), (meervoud) voorvaderen, voorouders, enz., (enkelvoud) vader (in verbindingen Aboe bijv. Aboe-Bakar = de vader van Bakar, etc.) -- Mengabaken, iemand vader noemen, met aba betitelen, enz. Aba-aba (ook Abah-abah) (Jav.), tuig, huisraad, materialen, gereedschappen. Abad (Ar.), eeuw, eeuwigheid, in de toekomst voortduren, zonder eind, enz. ; Pada abad ini, in deze eeuw, in onzen tijd, enz. Abadi (Ar.), in de toekomst, eeuwig. Abadiat (Ar.), eeuwigheid. Abah, richting van iets, dat zich voortbeweegt ; Mengabah, zich voortbewegen, ook een richting aan iets geven ; Mengabahken, iets in een bepaalde richting doen gaan, enz. Abang(verkort ook Bang), l.oudere broeder of zuster (ook gebruikt als beleefdheidstitel tegenover anderen); 2. rood (eig. jav.) bijv. Belerang-abang, zwavel-arsenik ; 3. ook Abang-abang of Abangan, dakgoot, dakpijp tot MALEISCH-HOLLANDSCH. afvoer van water, enz. ; Mengabangken, iemand met abang aanspreken, als zoodanig beschouwen, behandelen, enz. Abdjad (Ar.), wijze van voorstelling en uitdrukking van het oude arab. alphabet en van de getallen tot 1000 door middel van de 28 letters van dat alphabet; gemeenlijk gebruikt voor : alphabet ; Dengan pengatoeran abdjad, alphabetisch. Abloer, zi a Boeloer. Abilah (Pers.), de kinderpokken, de echte pokken ; Abilah peringgi, ook Patek (Jav.), de spaansche pokken; Sakit abilah, de pokziekte, de pokken hebben. (Verg. Tjatjar, Toemboeh en Patek). Aboe, asch, ook stof (verg. Deboe) ; Tempat-aboe, aschbakje. Zie ook onder Aba. Aboek, stof, fijne meelachtige zelfstandigheid, molm, enz. ; Aboek

gergadji, zaagsel; Koewe aboek, een soort gebak. (Verg. ook Boeboek). Aboer, verkwisting, verkwistende aard ; Mengaboer en Mengaboerken, verkwisten, iets verkwisten ; Aboeran, verkwistend, verkwisting; Pengaboeran, id.; Pengaboer, verkwister; Orang pengaboeran (of - aboeran), iemand die alles verkwist. Achir (Ar.), einde, het laatste uiter st e, achterste, enz. ; Achirn j a, 1 2 ACHI. het einde, ten slotte ; Achir taoen, het einde van het jaar; Achirdjaman (of - zaman), einde des tijds, het laatste der dagen; Achir-napas (of nafas), de laatste ademtocht ; Mengachir, achteraan, to laat komen ; Mengachirken, als de laatsto doen komen, geheel achteraan stellen ; Pengachir, achterblijver, laatst aangekomene, de laatste; Achir-achirnja, ten laatste, ten slotte, eindolijk. Achirat (Acheirat) (Ar.), de andere wereld, het toekomstig leven, het hiernamaals (in tegenstelling van Doenia, de tegenwoordige wereld, deze wereld, enz.); Doenia-acheirat, het heden on het hiernamaals. Ada, zijn, bestaan, wezen, zich bevinden, aanwezig, voorhanden zijn, het zijn, het bestaan, het aanwezig zijn, enz.; Ada (in verbinding met pada, bagi of akan), hebben, bezitten, bijv. Radja itoepoen ada baginja saprang anak perampoean terlaloe elok parasnja = de worst had een zeer schoone dochter; Adanja (meest aan het slot van brieven, enz. en voorafgegaan door Demikianlah); zoodanig is het wezen er van, zoo is het; Mengada of Mengadaken, het aanzijn geven, voortbrongen, scheppen, tot stand brengen, maken, doen zijn, berokkenen, enz. bijv. Jang ada ditiadakannja; j ang tiada diadakann j a = wat is, doet hij to niet, wat niet is, doet hij zijn; Mengada-ada allerlei zotte dingen to voorschijn brengen, die niet to pas komen;

zich een ongepast air aanmatigen, enz. ; Ka-adann of Keadaan, wezen, bestaan, zijn, toestand, gesteldheid, aanzijn, enz. Adab (Ar.), beschaafd, minzaam, hoffelijkheid, welgemanierd, beADAP. schaafdheid, wellevendheid, welgemanierdheid, beschaafd zijn, goede manieren hebben, zich welopgevoed voordoen, hoffelijk zijn, enz.; Dengan adab, met hoffelijkheid, minzaam, op beschaafde wijze, enz.; Balik adab, ongemanierd, onbeschoft, onwelvoeglijk, ongepast, onfatsoenlijk, grof, enz. Adang (en Mengadang), wachten op iets, afwachten, in hinderlaag liggen, belagen, enz., ook hinderlaag, plaats van afwachting, enz. ; Pengadang, belager; degeen, die in hinderlaag ligt; belaging, afwachting; Peradangan, hinderlaag; de plaats, waar men iets of iemand afwacht, enz.; Adangadang, Kadang, Kadang-kadang of Terkadang, soms, bij wijlen, nu en dan, of en toe, enz. Adap(ookAdep,HadapenHadep), met het front, de voorzijde, het gezicht naar iets toegekeerd ; Mengadap of Mengadap, zich voor lets bevinden, iets voor zich hebben ; tegenover iets staan, voor iets komen, zijn opwachting maken voor, ook zich bezighouden met iets, enz.; Mengadep matahari mati, met hot gezicht staan naar de plaats, waar de zon ondergaat, dus naar het Westen gekeerd; Beradap moeka, van aangezicht tot aangezicht, enz. ; Adapan, wat men voor zich heeft, ook voorzijde, aanstaande, verloofde, enz. ; Kaadapan, voorzijde, voor, naar voren; Pengadapan, voorzijde, front, plaats, waar men voor iemand verschijnt, audientiezaal, enz. ; Pengadapan roemah, de voorzijde, het front van een huffs; Nasi-adap-adap, rijstkegel met schijfjes eieren enz. gegarneerd, die bij feesten voor den persoon, to wiens eere het feest gegeven wordt, geplaatst wordt; Beradap, ADAP.

tegenwoordig, aanwezig zijn; Beradap-adapan, tegenover elkander staan. Adapoen, en, voorts, wijders, nu, wat betreft, enz. (diem tot verbinding van een zin met een vorigen, waarin iets voorkomt, dat in dozen zin nader verklaard of toegelicht wordt).~ Adas (ook Adas pedes), venkel; Adas mania, anijs ; Minj ak adas, anijs-olie; Adas-poelasari, alyxia stellata, een geneeskrachtig kruid, waarvan de bast een aromatisch hars bevat. Adat (ook Hadat) (Ar.), gewoonte, gebruik, voorvaderlijk gebruik, wet op oude zeden en gebruiken gegrond, gewoonterecht, usance, vastgestelde boete, ook aard, geaardheid, temperament, enz., manier, manieren; Adat doeloe, Adat doeloe kala, ook Adat lama, oude gewoonte, ouder gewoonte, oud gebruik, naar oud gebruik, ouderwetsch, enz.; Adat 1embaga, vaste usance, geijkte gewoonte, enz. ; Adat negeri, 's lands wijs; Adat doenia, 's werelds loop; Adat-istiadat, krachtens usance; Adat perbehasaan, spraakgebruik, -- Adat poesaka, erfelijke gewoonte, Beradat of Taoe adat, weten hoe het behoort, wat do gewoonte is of meebrengt, beschaafd, enz.; Beradat, ook hot met het voorgeschreven ceremonieel verschijnen (van een vorst); Tiada taoe adat, linksch, onbesch aafd, ongemanierd, onbeschoft; Teradat, wat eenmaal als usance is aangenomen, getolereerd; Me1anggar adat, tegen de gewoonten indruischen, tegen de gebruiken zondigen, het gebruik, de voorvaderlijke instellingen schenden, enz.; Mengadatken, tot gewoonte maken, als gewoonte eerbiedigen, zich iets als gewoonte ADJA. 3 eigen maken ; Membawa adat, fatsoenlijke uitdrukking voor, do regels, de menses hebben; Adatnja, het is de gewoonte, gewoonlijk, zijn gewoonte, geaardheid, enz. is. Adawat (Ar.), vijandschap. Adik (Adis - verkort Dik, dis,

ook wel Ade), jongere broeder of zuster (familiair in het algemeen tegenover jongeren gebruikt, ook noemt do man zijne vrouw dikwijls zoo) ; Beradik, jongere broeders of zusters hebben, met jongere broeders of zusters in do wereld zijn, -- ook iemand als jongere brooder of zuster beschouwen, aannemen, enz. = Mengadikken, ieman d met Adik betitelen, Adik noemen, tot Adik aannemen, als zoodanig beschouwen, behandelen, erkennen, enz.; Adik lelaki, jongere brooder, broertje; Adik perampoean, jongere zuster. Adil (Ar.), rechtvaardig, doende wat recht is, ook billijk, rechtvaardig; Ka-adilan, (ook Adilat Ar.) rechtvaardigheid; Mengadilken, iemand re,-,ht doen wedervaren, ook rechtspreken, beslissen, uitmaken, enz. ; Pengadilan, rechtspraak, uitspraak, ook rechtbank, gerecht, enz. Adinda = Adik, (hoffelijker uitdrukking, en meer gebruikelijk in de eerbiedige of hoffelijke spreekwijze, ook in brieven). Adipati, heer (titel van javaansche hooggeplaatste ambtenaren). Adjafb (Ar.), wonderbaar, verwondering wekkend, wonderlijk, wonder, enz.; Terlaloe amat adjafb kakajaan Allah taala = Buitengewoon vreenld zijn de wonderdaden van Allah, den Hoogverhevene. Adjak en Mengadjak, aanmoedigen, aansporen, opwekken tot, uitnoodigen tot, voorslaan, aan4 ADJA. hitsen, verzoeken, overhalen tot; Pengadjak, de aanmoediger, uitnoodiger, verleider, ook de aanmoediging, enz. Adjal (Ar.), vastgestelde tijd, stervensuur, vastgestelde termijn, bepaalde termijn, bepaalde tijd van iemands levensduur, bepaalde tijd van iemands uiteinde of overlijden, do vooruitbepaalde dood ; Sampe ad j aln j a, zijn (stervens-)tijd is gekomen, zijn laatste uur heeft geslagen ; Be1om sampe adjalnja, zijn tijd is nog niet daar, zijn stervensuur heeft nog niet geslagen. Adjam (Ar.), Perzie. Adjan, drukken, person, drukking,

persing (bij ontlasting of bevalling). Zie Eden-Ngeden. Adjar, kluizenaar, godvruchtige eremiet of priester, heilige, boedaleeraar, ook Adjar-adjar. Adjar, leeren, onderwijs, onderricht, enz. (in het algemeen), Beradjar of Beladjar, leerende zijn, leeren, studeel en, onderwijs ontvangen, onderwezen worden, in de leer zijn, enz. ; Mengadjar, leeren, onderwijs geven, onderrichten, ook vermanen, kastijden, bestraffen ; Mengadjari, iemand leeren, onderwijzen, onderrichten, vermanen, bestraffen, kastijden; Mengadjarken, iemand iets leeren, onderwijzen, enz., ook icts laten leeren, iemand ergens in de leer doen, iets aan iemand leeren of doen gevoelen, vatten, begrijpen, enz.; Adjaran, wat onderwezen of geleerd wordt, les, wat iemand geleerd heeft, ontvangen onderwijs, ook leerling, degeen, die onderwezen wordt- of is; Peladjar ook Peradjar, leerling, degeen, die onderwijs krijgt, in de leer is, enz.; Peladjaran, wat onderwezen of geleerd wordt of moot worden, les, ook schooltijd, ADJI. tijd, gedurende welken men onderwijs geniet; Pengadjar, onderwijzer, degeen, die onderwijs geeft, leeraar; Pengadjaran, onderwijs, les, vermaning, berisping, straf; ook plaats, waar onderwijs gegoven wordt, school; Peladjaran, leer, watgeleerd, onderwezen wordt; Keras adjarnja, hij is strong bij hot onderwijzen; Deras adjarnja, hij is vlug in hot leeren ; Beladjar menoelis,leeren schrijven; Mengadjar kanak-anak, Kinderen leeren, onderwijzen ; Mengadjari sa'orang bebrapa ilmoe, iemand in verschillende vakken onderwijs geven, enz. ; Mengadjarken soeatoe ilmoe kapada sa'orang, aan iemand eon wetenschap leeren ; Koerang-adjar, onbeleefd, onbeschoft, brutaal, zonder vormen, driest, ongemanierd, lomp, onbeschaafd. Adji (= Adi), voortreffelijk, uit-

muntend (veelal in betitelingen van vorstelijke personen, en dergelijken, als Rama-adji, voortreffelijke vader). Adji, eon geheim tooverformulier of liever eon geheele klasse of soort van geheime tooverformulieron. Adji, leer, leerstelling (voorn. uit den Qoran on andere heilige Kitab's); Mengadji, leeren lezen (van godsdienstige werken, en meestal hardop), leeren (inzonderheid de godsdienstinstellingen, enz.), schoolgaan, onderwijs genieten, studeeren (bij eon goeroe of op eon priesterschool). Zie verder Hadji; Pengadjian, wat geleerd of gelezen wordt, ook plaats waar geleerd of onderwezen wordt. Adji-adji, raadslieden, ministers, enz. Adjidan (of Adjoedan), adjudant, ADJO. benaming van ondergeschikte politie-ambtenaren in de residentie Batavia. Adjoeng, orde, rangschikking ; Mengadjoeng in orde schikken, in slagorde stellen, ordenen, regelen ; Mengadj oengken : i ets (bijv. een leger) in slagorde stellen, tot den aanval gereed maken. Adjoer, zich zelven bedriegen, ook versterken, sterken, aanmoedigen; voorts : (Jav.) uit elkander, tot gruis, vergruisd, enz. (Lie Antj oer). Adjok, nabootsing, naaping; Mengadjok (ook Mengadjoki, mengadjokken), iemand nadoen, nabootsen, naapen, (voornamelijk met de bedoeling om hem to bespotten of bespottelijk to maken), ook napraten, nabauwen, bespotten; Pengadjok, nabootser, naaper, ook (Pengadjokan) nabootsing, naaping, bespotting, enz. Adoe, (hoffelijk) slapen, rusten, overlijden, slaap, rust, dood; Beradoe, slapen, enz.; Beradoe dengan, slapen bij, met, enz. ; Mangkat beradoe, overlijden, sferven, rusten bij of ingaan tot zijne voorvaderen (van vorstelijke personen); Peradoean, slaap,

rust, rustplaats. Adoe, klacht, bezwaar, bekiag; Mengadoe, kiagen, een klacht inbrengen, zich beklagen, ook klikken, verklikken; Mengadoei, iemand aanklagen, verkiagen, verklikken; Mengadoeken, eene klacht inbrengen, iets tot klacht doen strekken, over iets kiagen, eene zaak, enz., verklikken ; Adoean of Peradoean, klacht, wat tot klacht is ingebracht; Beradoe of Beradoean, elkander over en weder aanklagen, eene klacht wederzijds in to brengen hebben,procedeeren, enz. AEON. 5 Adoe, ophitsing, aanzetting, aanhitsing, ook botsing, carambolage, enz. Beradoe, tegen elkander in botsing komen, caramboleeren, tegen elkander vechten, enz. ; Mengadoe, tegen elkander ophitsen, laten vechten, ~strijden, loopen, enz. ; bijv. Mengadoe koeda, paarden laten racen, tegen elkander om het hardst laten loopen; Mengadoe andjing dengan babi oetan, honden tegen wilde varkens laten vechten, enz.; Mengadoeken, iets tot het voorwerp doen dienen, dat men in het strijdperk brengt, enz. ; Pengadoe, de persoon, die laat vechten, - ook het gevecht ; Peradoean, gevecht, strijd, wat of wie daartoe gebruikt wordt, enz. ; ook plaats, waar zulks geschiedt ; Peradoean koeda, race, races, wedrennen, ook renbaan enz. Adoeh (verkort doeh), ach ! wee! wee mij 1 ai, au, och ! (uitroep bij pijn, verdriet, enz.) Mengadoeh, weeklagen; Pengadoeh, weeklacht, (ook Pengadoehan), weeklager, enz. ; Adoehai (samentrekking van Adoeh en Hai) = adoeh, doch sterker. Adoek (Bat. Jav.), roeren, omroeren, fig. oak in beroering brengen, agiteeren, Mengadoek, het onderste boven gooien, door elkander halen, ook fig. iets in de war brengen, enz.; Tjampoeradoek, alles door elkander, verward, ook een soort zuur van allerlei groenten gemaakt. Adoen, net, netjes, keurig; Bera-

doen, keurig opgescliikt, net gekleed, enz. zijn; Mengadoen, keurig net opschikken; Adoenan, wat keurig en net opgeschikt is; Pengadoen, de persoon, die gewoon is, zich net en keurig op to schikken; ook opschikking. Adon (Jav.), mengsel, gemengd, 6 ADZA. deeg ; Mengadon of mengadoni, tot deeg mengen, ondereenmengen ; fig. ook tot een mensch vormen; Adonan, mongsel, deeg, beslag; Pengadon, monger of mengster (van deeg) ; Pengadonan, deeg, beslag, mengsel, vorming (tot mensch), ook voorwerp, waarin hot mengen geschiedt. Adzab (Ar.), = Siksa, straf, ellende. Adzan (Ar.), openbare uitroeping (inzonderheid van hot uur des gebods), oproeping tot hot gebed, aankondiging van hot uur des gebeds; Mengadzanken, in hot openbaar uitroepen of aankondigen (voorn. hot uur des gebeds). Aflat (Ar.), welvaren, welstand, gezondheid, heil, gezond, welvarend. Sihhat wa'1-aflat, gezondheid en welstand (veel als wensch gebruikt in brieven). Aga (ook Agak), pralerig, ijdel, ook : Mengaga; overwegen, beproeven, probeeren, beleefd eon bevel geven; uitnoodigen om iets to doen ; Mengagaken dirt, zich zeif verheffen, pralen op zijne eigen deugden, enz. Agah, brutale blik, strakke blik; Mengagah, iemand van nabij, strak, uitdagond aankijken, Ber. agahan, elkander strak, uitdagend aankijken, (bujv. van vechtende hanen). Agahari, middelmatig, gematigd, hot midden houdend; Panas agahari, matige hitte ; Harga agahari, middelmatige prijs. Agak, dreigende houding; Mengagak, dreigen, een dreigende houding aannemen; Mengagakken, met iets (een wapen, enz.) dreigen ; Agak, agak-agakan, ook opgeblazen (van verwaandheid), verwaand, fatterig, enz. Agak, gissing ; Mengagak, gisson, radon; Agaknja of agak-

AGOE. agak, naar gissing, vermoedelijk, denkelijk, bij gissing enz.; Mengagak-agak, gissen, berekenen, berekening maken, taxeeren. Agama, (ook Oegama of Igama), geloof, godsdienst,religie; Agama mesehi of Agama kristen, Christelijke godsdienst; Agama Islam of - selam, Mohammedanisme, Mohammedaansch ge. loof ; Agama boeda, Boedisme, ook Brahmaisme, en hot Heidendom ; Agama hindoe, Hi nd o eisme; Sa'agama, van hetzelfdo geloof, enz. ; Orang sa'agama of Sa'agama, geloofsgenoot, enz. Agar, mits, als maar; Agar soepaia, opdat, ten einde. Agar-agar, Plocaria candidia, eon soort eetbaar zeewier, gelatine, vischlijm. Agas (ook Agas-agas), kleine lastige vliegjes, die vooral tegen den avond in groote groepen rondvliegen, en dikwijls pun in de oogen veroorzaken (verg. ook Rengat). Agel (Jav.), bast van den Waroeboom, waarvan garen of touw gemaakt wordt; Tali-agel, dergelijk touw, touw van agel. Agem (Jav.), zooveel als tusschen don duim en den middelsten vinger kan worden vastgehouden ; maat voor een bos padi, gras enz. Agoeng (Jav.), groot, voornaamste ; Tiang agoeng, de groote mast; Lajar agoeng, hot groote zeil; Orang Agoeng of Agoeng-agoeng, de grooten, do n otabel en. (Dit woord komt dikwijls voor in titelaturen; Ratoe agoeng, in sommige streken do titel van de eerste gemalin van den vorst, enz.). Agoes, (verk. van Bagoes) komt alleen in titels voor; Mas-agoes, titel van mindere adellijken of beambten, die den Radenstitel AHAD. niet mogen dragen, dock toch niet tot het yolk behooren, (meestal zoolang zij minderjarig of ongetrouwd zijn, daar zij anders eenvoudig Mas worden genoemd).

Ahad (ook Hari ahad), de eerste dag der week, Zondag; Malem Ahad, Zaterdag-avond of nacht, of de avond of nacht van Zaterdag op Zondag (omdat de inlander rekent, dat de dag aanvangt to 6 uur 's avonds, dus btj den zonsondergang op den vorigen). Ahli, yolk, familie, lid, medelid van een gezin; Ahli negeri, burger, burgers; Ahli divan of Ahli mahkamah, lid van een raad. Ahli, bekwaam, bedreven, enz. ; Ahli'oelnoedjoem, sterrewichelaar, astroloog ; Ahli'oelibadat, do orthodoxen of godsdienstigen, die trouw hunne godsdienstplichten vervullen, zich trouw aan de voorschriften daarvan houden, goad op de hoogte daarvan zijn, enz. Ahmak (Ar.), d waas, gek. Ajah, vader (beleefder dan Bap&'), in het algemeen gebruikt tegenover iederen bloedverwant die hooger in graad staat, niet uitsluitend tegenover vorstelijke personen; Ajah soedara, oom of vaders of moeders brooder; Ajah toea, vaders of moeders oudere of oudste broeder; Ajah moeda, vaders of moeders jongere of jongste broader; Ajah boengsoe, Ajah ketjil, vaders of moeders jongste broader; Ajah tengah of Ajah alang, vaders of moeders middelste broeder; Ajah toenggal, eenige broader van vader of moeder; Ajah mentoea ~of -- mertoea, schoonvader; Berajah, in hat bezit zijn van ajah's, ook : zich ajah noemen tegenover AJAM. 7 eon jongeren aangesprokene; Mengajahken, iemand ajah noemen, als zoodanig erkennen, aannemen, behandelen, beschouwen, enz. ; A j ah-anda, beleefde betiteling(vader, vorstelijkevader, enz.) in brieven van minderen tegenovergrootenofouderen, enz. Ajak, zeef voor droge waren; Mengajak, zeven, door een zeef schudden, ook : aanslaan (van een zeil) en met hat achterste of achterdeel schudden, heen en weder slingeren (van mensch of

. geschikt voor hat braadspit. toevallen vallende ziekte.dier bij het gaan. Ajam kebiri. 8 AJAN. ook een soort blik. melk . regenwater. Ajer soemoer. Aer). Ajam hoen. thee (drank). Pengajakan. leghen of hen met kuikens. Ajakan. Ajam moetiara. Ajer bekoe ook Ajer batoe. hoen zonder staart of zonder lange staartveeren. drinkwater. put. zeef. Ajamajam. . hoenders. hat zeven. soort strandlooper. bronwater. of ook. Ajam katik of --bate. Ajam dedara. Ajer kopi of -kahwa. Ajam biang. Ajan (ook Ajan-ajan). koffie (drank) . Ajeroed jan. of Ajer perigi. wat gezeefd is. parelhoen. kapoen . de vallende ziekte hebben. --panggangan (van jonge hanen ook Lantjoer).Ajer soember.). zog.Ajer soesoe. bevro- . duizeling. Ajam lelaki of -djantan ook Djago (Jay. waarop hat dier voortdurend schommelt. boschhoen. Anakaj am. enz. Ajer madoe. Ajanajanan. waarvan de vrij korte staartveeren benedenwaarts gekruld zijn. Ajakajak. honig. rivierwater. water vocht. Ajer kali of -soengel. Ajer (ook Ajar. Ajam biroega. ook die zijn achterste beweegt. nat. door duizelingen geplaagd . zeewater. kuiken . degeen. ook honigwater. gestold.). eon spin op hooge pooten. Ajam wlanda. Ajer goela. Ajer minoem of Ajer kala. ijzerblik. haan. blood uit een versche wond : Ajer teh. ook Babon (Jav. water. A. boschhaan of boschkip. hen. dwerghoen of Bantam . badwater. Ajer mandi. Ajer laoet. de handeling van bet zeven. Ajam betina of --perampoean. die zeeft. A jam kriting of -walik. suikerwater. krielhoen met bovenwaarts gekrulde veeren Ajam boentoeng of toekoeng. zeefsel. kip. halfwassen hoen. enz. ziftsel . kalkoen . Ajan.jamajaman. ook glans. waterhoen. Pengajak. -oetan of -alas (Jav. slachtkip.). waas.).

Ajer setaman. wel. dat AJOE. Ajer anta of -antah. Ajer wianda. traan . het water. Ajer angst. Ajer dingin of adem. Batang ajar. Ajer kan dji.). limoensap. zout water. brak.). Ajer diam. Ajer rasa of Rasa. ook sterke drank. enz. oppervlak van hot water. warm.Berboeang-boeang . ook wel: kolk. vlietend. ijs. riviertje. water (met bloemen uit een tuin).Ajar teboe. Ajer tawar. Mata ajar. koud. vloeibaar verguldsel. urine. levend water (ook Ar jer hidoep) . geboorte-feesten. waterspiegel . kwikzilver. Boeang ajer (ook Qadla hadjat (Ar. zoet water: Ajerpasang. zeepsop. odour. Poeser ajer. springtij. vloeibaar zilver (voor hot verzilveren. Ajer mas. Ajer keras. water. Ajer mawar. Ajer seni of -kentjing. Ajer asin. kalkwater. afgeschept of afgegoten wordt en min of moor slijmig is. bron. Memboeang ajer. enz. Ajer deras of --berdjalan. ziltig water. stroomend. sterkwater. Ajer soeroet of toeroen . lauw water.Ajermoeka. eb of laag. de glans. zeewater. Ajer wangi. Anak ajar. gebruikt tot badwater bij plechtige gelegenheden.ren. Ajer mata. Ajer saboen.: naik of-besar. stijfs el -water. beekje. Ajer perak. foelie voor hot soldeeren. Ajer kapoer. stilstaand water. draaikolk. zijrivier. uitdrukking van hot gelaat. water voor do reiniging voor hot gebed . Ajer garem. zeepwater. frisch water. als huwelijks-. water. Seltzerwater of in hot algemeen mineraalwater. zwangerschaps-. Ajer samba j ang of --moetlak. hoogwater. versteend water.. rivier . besar (ketjil) een ~groote (kleine) behoeftedoen. suikerrietsap. bij hot koken van rijst in een pot. Ajer timah. pekel. Ajer makroeh. aan zijne natuurlijke behoeften voldoen. vloed. dat niet geschikt is voor de reiniging van hot lichaam. kokend water. kolk. Moeka ajer. Ajer panas. ook warme bron . Ajer djeroek. . rozewater.

A joeta (of joeta). Berajoen kaki of Berajoen.) = zout water. aan. slecht yolk helpen. voor. met de voeten of beenen schommelen. tot. eensgezind. luieren. volwassen. dysenterie. millioen. beleid. wat men aan slecht yolk verstrekt. middel. Ajoem.a. iemand foppen. lieftallig. enz. kom ! kom aan ! wel aan. jegens. ten behoove van. Ajer masing tinggi = vloed. slingering . Akan (of aken). aangaande. vol streken (zijn). goon raad moor weten .ajer. Mengajoen. Mengakali. lief.of mati akalnja. met betrekking tot. wieg. been en weder bewegen (van iets. Ajat. list. verschaft. . wonderteeken. schoon. huwbaar. mondig. listig.zie ook Aman). zerk. been en weder slingeren. buikloop hebben. beetnemen. enz. over. raad. een middel weten to vinden tot. Akal. wat betreft. ten opzichte van. enz. invallende gedachte. verstand.joen kaki. Poetoes.! voort ! marsch ! enz.Ajoe (Jav. Akal mendateng. noodige voorzien. van hot AJOE. nopens. Ajoen. schommel of wat als zoodanig dient of gebruikt wordt. tot den leeftijd der puberteit gekomen. Ajat. Qoranvers.. enz.ook good fortuin. ook op listige wijze iets gedaan zien to krijgen of to verkrijgen. op alles raad weten. de zee. om. betreffende. slinksche middelen aanwenden. ingeving . een dolce far niente genieten . Main (bermain) akal. hulp verleenen. met slecht yolk heulen. (Dit voorzetsel drukt in bet algemeen . dat hangt). Ajer masing pendek = eb . Ajer masing (Amb. Kaki ajer = eon bron of we]. Akalbalig (of akilbaleg). dat men beraamt. mooi. vers. Ajoeman.). mal. bevriend (met slecht yolk) . naar. midden in zee (? . aanminnig (van vrouwen). schommelen. bedriegen. Berakal. Ajo. streek. . zeewater. buis met korte tot boven do ellebogen reikende armen (nauwsluitend) . Ajoenan. door list iets ontnemen. ook graf steen. kunstgreep. Mengajoem. -. wiegen.

Akoean. groot. enz. Akbar (Ar. veel als lijfsieraden gebruikt. een zeegewas. Akoe. 9 slag. edoch. wortelen. bekennen. vaardigheid. enz. vlug. iets als bet zijne erkennen . Mengakoei. van wien iets gezegd of aan wien iets toegeschreven wordt. evenwel. i. tegenover eon ander akoe bezigen. .). bekentonis. . iets als hot zijne erkennon. knap. Akas. eene richting ergens been uit en komt bij zijn menigvuldig gebruik in zeer verschillende beteekenissen voor. erkennen als iets. Berakar. (ook Hoeroef) letter. zich toeeigenen. 1eri pers. bewering. enz. Allahoe akbar ! God is groot ! Akik (Ar. zich tot iets verbinden.). . belijden. Pengakoe. (na de woorden akan en dengan ook dakoe). v. ik (pers.). gauw. erkenning. verklaring. wat door iemand als bet zijne erkend wordt. Mengakan. knapheid. kruipplant. voornw. trachten naar. grassoort met welriekende wortels. wortels hebben. d. Akan tetapi of Tetapi. vaardig. Pengakoean. Mengakoeken. handig. borg blijven. ook het bekennen. zich zelven aanwijzen als do persoon. waarvan ringen. wortelschieten. bewering. grondALAH. ook : van zich zelven sprekende Akoe gebruiken (beter Ber-akoe). zelf als hulpwoord (voor bet werkwoord) tot vorming van hot futurum) . Akar wangi.) . erkentenis. beweren. verbintenis.of klimplant. Andropogon muricatus. bekenner. agaat. geworteld zijn. voor iets uitgeven. vlugheid. oorsprong. beginsel . belijdenis. bet erkennen. doch. instaan voor. maar. gemaakt worden. Akar bahar. belijder. d. verklaring. wortel. handigheid. ook naam van een schelp. meest zwart van kle ur. belijdenis. streven naar. Mengakoe. enz. letterteeken. ook doen bekennen of erkennen. ik zeggen.een beweging. Aksara (Sk. slinger. iets beweren. ergens lang en vast gevestigd zijn. verheven . Akar. beweerder.

). dwars. Mengalahi. iets bemachtigen. vermeesteren. bemachtigen. wereld. over10 ALAI.). de tijd. vrede zij over u 1 waarop gewoonlijk geantwoord wordt met: Wa alaikoem salam : en over u zij vrede ! Alam (Ar. eeuw. vaandel. bet onderspit delven. Alamat-oelhajat. Assalam alaikoem of Salamalaikoem.. bUy.vrede over hem! Alaihi allanat. veel ALI. boom. zal ik komen. Mengalangken lajar. over hem. beletsel . (ook Palang) .). verliezen. veldteeken. al wat daarin to vinden is. Alamat perang. veroveren . iets dwars zetten of leggen . kenteeken. gebint. voorzien van een merk. iets of iemand ten onder brengen. Alahan. veroveren. verhindering. dwarsliggend.Alah. Alang-alang. enz. adres. overwonnen worden. vloek over hem! Alaikoem (Ar. kenmerk. Beralamat. overwinning. Alaihi assalam. Alamat soerat. verovering. Peralangan. scherp gras. overwinnen. beletsel. Alamat kitab. onderdoen. afleggen . Alangan. over u. gebezigd tot het dekken van woningen. Alamat (Ar. enz. als er goon verhindering is. ook verhindering. bintbalk. die in de breedte van het gebouw ligt. een balk als hint opstellen . adres van een brief. de schepselen. overwinnaar. ten onderbrengen. titel van een book. Alang.). Mengalahken. nederlaag. vaandel. Imperata arundinacea. sluitboom. (gewone groet). ook het yolk. Feralhan. innemen. winnen. dijk.ook: ontoe- . doen bukken. van een adres. enz. lang. van een merk voorzien. hot zeil dwarsscheeps zetten. of zijn. heelal. adresseeren . -. Mengalamatken. sala dateng. Alaihi (Ar. Mengalangken. Djikaloe tiada ada alangan. teeken van leven. bewijs. eon geschenk bij een brief gezonden. lage zandof modderbank aan de monding van een rivier. Pengalah.

gewapende bends nomadische dajaks. vestiging. iemand onder de oogen komen. ballast. onderstel. middelmatig. op eene onbeschaamde of ongepaste wijze liggen. werpen. Astur ginjeng. langzaam. onderlaag der lading. ook Aleh. met een slinger. ook aanleiding. Berdjalan alap santoen. gewapende bende. Mengalasken. van een onderlaag voorzien. bekleeden.). (Jav. Alap-Mengalap. ook een aan eon touw gebonden steen enz. Ali (mengali). Alas peraoe of Alas moeatan. Pengalas. grondvester. voetstuk.of Alap-alap. slingeALIB.reikend.). slinger. Alas roemab. Microhierax fringillarius etc. ren. met afgemeten schreden gaan (van vrouwen).). een kleine soort valk (Astur trivirgatus. onvoldoende. Alap (of Alab). nga as. inzamelon. Alas. Alap. Alib (Jav. slingeren. grondslag. Algodja (Port. Ali-ali. grondlegger. verzetten. voering. bedaard. over een tak etc. bet na bet verstrijken (in de Vorstenlanden) van eon huurcontract nog to veld staande . been slingeren. Alatan. voeren. wenden. wapening. reden. onderlaag. rijkssieraden. dekkleed. gereedschap. gedurig voor iemand heen drentelen. lets een onderlaag geven. Pengalasan. Alas kaki. swat tot onderlaag dient. uitrusting. fundament. fundeering. Alar-Mengalar. om then naar zich toe to kunnen trekken. do fondanienten van een huffs. Alasan. afstooten of afknijpen. (of Legodjo). grondvesting. rijksinsignien. Mengali-ah. voetbankje.). Alat perang. keeren. ongemanierd. vruchten plukken. eon roofvogel. werktuig. grondlegging. langzaam. Alat keracljaan. oorlogstuig. ring. oorlogsmateriaal . beul. (zie Kepalang). Alat. lets tot onderlaag doen dienen. bosch . scherprechter. ook rroondve en of rondventer. krijgstoerusting. Alatan orang kalis. Astur sapi.

ook jonkman. ook do schadevergoeding. voor iets staan. enz. veranderen g. 11 slag. Pengalihan. Aling. beramen. wijzigen. beschut. God is groot! Alhamdoe'llilahi. ook wat om iets been geslagen wordt. van plaats veranderen. a. ontwerpen. donderALOE. van plaats. God (der Mohammedanen). beschutting. = di-alingalingi). verhuizen. (z. Alif of Alip (Jav. veranderen. verplaatsing. omranding. bedekking. geleerde. verandering van plaats. Mengalit. Oelama). door iets wat er voor staat aan bet oog onttrokken. bedekt. Jav. God. Alit. Alang). zooals een touw om een tol . wenkbrauw. Alih (of Aleh). beraming. iets bedekknn. keeren. Gode zij lof ! . verplaatsen. gedekt. voor of ton behoove van iemand of iets veranderen. verandering van plaats . fig. verplaatsen. Kaalingan (Bat. dondersteen. verzetten. van plaats doen veranderen. ook schijnheilig. Alingan. (verg. (gekleurde) rand om iets been. vrijgezel. schijnheilige. omwinding. en penis. Mengalingalingi. de geprezene en verhevene. keeren enz. Alim. bedekking. Pengalitan. beschutten. verplaatsing. Allah soebhanahoe wa ta'ala. Alif. inslaande bliksem. Alintar (ook Halilintar). Peralihan. die de nieuwe huurder den vorigen daarvoor betalen moet.gewas. beschermen. v. wenden. bet zich verplaatsen. verhuizing. verzetten. een touw of koord om iets winden . ontwerper. . naam der eerste letter van bet Arab. ontwerp. godgeleerde. alphabet. zoodat bet niet to zien is. beschutting. Beralih. iemand do hand boven het hoofd houden. een (gekleurde) rand om iets maken. Allah. ontwerp . richting. beletsel. -. Alis (zie ook Kening). enz. enz. Pengalit. veranderen . draaien (van den wind). wiizlgmg.) naam van bet eerste jaar van een windoe of cyclus van 8 j aren. Mengalihken. geleerd. Mengalih. Allahoe akbar.

ambt. fijne manieren. bij God (bij bet doen van een eed) .). rijststamper. glazenkast. Aloer. kleine lage kast.nauw. God. officier. uitgestrekt. open vlakte of plein (meest voor 12 ALOE. macht over iets. welopgevoed. Alperes (Port. Almari makanan. Aimari katj a of -g®las. scherpzinnig. richting. Alpa. Amal. M®ngaloen of Beraloen. beheerschen. getrokken (van een geweerloop. nauw vaarwater. achteloos. Er is geen God dan Allah (begin van het geloofsformulier der Mohammedanen) . dun. besturen. Bangsa aloes. Sa-aloean. zorgeloos . bet voorste deel of gedeelte van iets (inzonderheid van eon vaartuig) voorsteven. fijn. La ilaha illa Allah. Demi Allah en Billahi. gegroefd. Aloes (ook Haloes). Aloen-aloen (Jav. do Allerhoogste. ook voorhoede. groef. oflbedaeht. Mengalpaken. ook buffet. . boekenkas t . gevoord (zijn). voorganger. yore. voorlooper. geslepen. geul. Almari pakean. Aloe (Jav. heerschappij. slim. hoekkastje. bedaard. vaanderig.). enz. hangkast . Aloean. zachtmoedig.~bediening. voorschip. Aloer ajar (ook Aloeran). gids. in den naam van God. subtiel. defining.Bismillah. Beraloer. geesten . voorwant.~gebied. enz. alien in dezelfde richting. zachte aard. Aloen. Adat aloes. gleuf.). vergeetachtig. -vergeten. Almari(gewoonlijkLemari)(Port. enz. beekje. smal vaarwater. gewest. geul. woningen van inlandsche grooten). in lange golven langzaam aanrollen (van het water). kreekje.). Mengamalken. welgemanierd. ook buffet. teeder. otenskast. Almari gantoeng. spits. en fig. kast. Allah ta'ala. ook fatsoenlijk. kleerkast. zacht van aard. zacht van aard.). deinen. enz. van eene richting. Almari kodok. nalatig. . Almari boekoe. iets achteloos behandelen. gang (in een geweerloop). Temberang aloean.

Memgambang. bedreiging. doek ter bedekking van den boezem (der vrouwen) . kaaimuur. in zijne vaart belemmerd door to veal tuig. Pengamatan. Ambalan. bovenmate. beschoeiing. Ambar. vertrouweling. aandachtige beschouwer. ook vertrouwde. ook verbod . Ambang di bawah. ook geregeld aangelegde terrassen (in hot gebergte). processie . toevertrouwd good. Pengambang. zeer ongemeen. ook degeen. kaai. benedendorpel (van een dour of venster) . enz. Mengamalken. vorrichting. enz. dreigement. iets goods doen.). iets tot een good work aanwenden. zwak (van do stem). Mengamang of mengamang-amang. nauwkeurige beschouwing. Ambar koening of Batoe ambar. ook topzwaar (van iemand die dronken is.) en dorpel. bedreiger. amber. singel (van een zadel). een Gode welgevalJig work. Gode welgovallig work doen. Besar amat. Ambang (van een vaartuig). bovendorpel. in processie.).). Mengamat-amati. in vaart doen verminderen. . Ambang di atas. wat de vaart belemmert.Amal. zeer. Amang. bijzonder. bijv. ook flauw van snlaak (van tabak). ook verbod. vertrouwen. (ook Amban. good opnemen. (zie ook Kambang). handelwijze. in colonnes oprukken. tegenhoudt. geordende troop menschen. barnsteen. ook verbieden. Amat. Ambin of Emban).. Ambar. Pengamat AMBE. vredig (van een land.) (Mol: mal) ook een bron of wel midden in zoo ? Amanat (Ar. Ambal-ambalan (Jav. iota in zijne vaart belemmeren. al to. een good. Pengamang. schooling. anibergeur. loopen. grootelijks. met aandacht beschouwen. work. Berboeat amal. met oplettendheid gadeslaan. Ambalambalan. Ambaroe (of Ambaro). daad. Amben (Jay. Ambal. colonne. to groot. bedreigen . Arran = rustig. die verbiedt. enz.

verkeerde opvatting.. uit zijn humeur zijn. luur. mopperen.doek. Amboel. inzinken. nemen. etc. enz. over en weder iemand (door aanhuwelijking).) afstuiten. Amboeng. Ambet (Jav. terugspringen (bijv. ontleening. etc. een naam aannemen. enz. Ambinan.) pruttelen.). een kind.. opvatten. om visch to vangen. buikband .). Salah ambil of . ontleenen. Mengambil. het hart winnen. doorzakken. weder opduiken. Berambilambilan.. enz. riem. verzonken.ambilan. aanhalen . enz. die aldus iets op den rug draagt. Ambles (Jav. Pengambin. Ambil. Pengambil. degeen. Pengambinan. Mengamboel. verzakken. Mengam- . waarmede lasten op den rug gedragen worden . ook gereedschap. veerkrachtig. enz. ontstemd .vischtuig. aannemen. van een elastieken bal. bijv. ook (Bat. wegnemen. wat genomen wordt. enz. buikriem. gereedschap. misverstand . wegnemen. Memgamban of mengambin. als zijn kind erkennen . doorgezakt (in modder. rustbank. opvatting. iets door middel van eon over den schouder geslagen doek etc. nemen. die neemt. wat aldus gedragen wordt. een luier aandoen. in de familie nemen. band. bijv.) in een doek op de heup dragon . Amben (Jav. wat tot hot op die wijze dragon van hot een of ander gebruikt wordt. adopteeren. een kind met een luier kleeden. enz. Ambenan. een kind aannemen.. (van twee familien). v AMBE. slaapstede. wegnemen. Ambilan. Mengambil anak. op den rug dragon. iets voor iemand halen. ook iets (een kind. soort van pakmand. halen. bank. gordel.).: Pengambil-ikan. om iets to nemen. Perambinan. Mengambil nama. Mengambeti en mengambetken. ook pruttelig. Mengambilken. een ransel. luier. verzakt.). halen. aanhaling. verheven zitplaats. ontleent. sluier. Mengambil ati.

amen! Amin tsoemma amin ! amen. deserteeren. geblaas. verlegen. blaasbalg. bezaaien. enz. zoenen. Amis (Jav. . beveihebber. ook zoen. Mengamboeng. Amin. blaasgereedschap. Mengamboeri. bestrooierl. Pengemboes. ruiken. een verwoeden aanval doen. verstrooid zijn.). 13 zich versproiden. (ook Hemboes) zich wegpakken. Mengamboes. ja. Amok. hoofd. blaasbalg. AMOK. heen en weder slingeren of geslingerd worden. moord in arren moede. borstwering. vies riekend. titel der Chaliven. woede. naar alle richtingen verspreid. (bijv. een-mansvracht . kisting. zooals de lucht van visch. iets in een riem over den schouder dragon. de persoon. Bat. rafelig. Amboeng (Jav. Amboes. enz. kist. die blaast. Amir..). wind maken (met een blaasbalg bijv. Amboi. opperhoofd. enz. . snel uit elkander ga an. zaaiein. Amboer. Amboesan of Emboesan. we]. onsterk. geblaas. Amboeran. kus (op zijn inlandsch) . ook (Mengemboes) blazen. vischlucht. zich verstrooien.. Amboengan. kijk. Mengamok. ach. aanblazen. enz.zernij.boeng in zulk een mand dragen. Ambon-ambon. die verspreidt. degeon.). enz. Amboeramboer. een geweer). Pengamboer. Amir-al (of -il) moe'minin. (uitroep) o.). enz. Penamboer. zijn vaderland. ook de plaatsnaam Ambon of Amboina.). verstikt (van linnen enz. Pengemboesan. versleten. schanskorf. ra. verbazend! Ambon.Bat. drijven. opperhoofd (de heer) der geloovigen.. verlaten. Amo (of Amoh) (Jav. wegloopen. bloedlucht. Beramboeran. strooien. kast. (nogmaals) amen! (meest aan hot eind van brievon of adressen). (bij v. op de golven). wat verspoeid wordt. enz. kisting. in razende woede alles overhoop loopen of stoken (ook van dieren). hagels (om to schieten) . Mengamboer. het blazon. uit elkander gaan. aanblazlng.verspreid. bloed.

wat ondersteund wordt. viertal . zijn beheer hebben. Mengamok kapal. Beramokamok-an. dat amok maakt. vier in getal zijn. Perempatan. moor. onderANAK. zwavelkleurig. eon schip afloopen. bezitting. galblaas. hot amok-maken. veertien . ook met zijn vieren iets doen. . Ampatbelas. ook alle vier (meest echter met nja er achter). enz. gal. Zie verder Hampir. Perempat. dichtbij. ook zwavelkleur. overblijfsel. enz. Pengamok. bijna. vierduizend . Ampas. neerslag. Ampat ratoes riboe. lever. Mengampoe. afval.amok maken. drab. Perapatan. vierhonderd. enz.. die als snoeperei gegeten kunnen worden. Ampat riboe. enz. Ampat laksa. onder elkander woedend moorden. in groepen of hoopen van vier. Kaempat. maag van vogels. v Ampat (of Empat). enz. Ampatpoeloeh. eetbare klei. de vierde zijn . veertig. koffiedik. in vieren gedeeld.steunon. vierde deel. Ampedal. de (hot) vierde.ondersteunen.. enz. met zijn vieren. afval der koffie. met de handen ondersteunen. Ampas teboe. nabij. Berempat. voogdij. bezinksel. Ampela = Ampedal. eigendom. de persoon die. Ampoe.. Ampir (ook Hampir). Ampo (of Ampoh). of Ampat-poeloeh riboe. of hot dier. Mengempat. vier millioen. Ampas kopi. op do handen dragon. Ampedas. Berempatan. vierde. vierhonderd duizend. kleine platte stukjes in de zon gedroogde of gebrande klei. Ampedoe. Ampat joeta. beheeren. eetbare aarde. uitgeperst of uitgekauwd suikerriet. vier. veertig duizend . Perampat of Perapat. 14 AMPA. in woede moorden.. uitkauwsel. enz. moor.. kruisweg. . Ampatratoes. ook do schillen van door pulpers gehaalde koffleboonen.

Ampoet (ook Hampoet). enz. koningin. enz. voornw. vergifrenis schenken. sultane. ondersteuning. den bijslaap of coitus uitoefenen. wat ondersteund wordt of moot worden. administrateur. Ampoean. enz. Pengampoe. keurslijf. dat ondersteunt behoort to worden . Bat. iemand vergeven. beheering. gratie. kleedingstuk om de borsten omhoog to houden .. watervloed overstrooming. die ondersteunt. de voogdij uitoefent. Ampoen.) zijn. do eerste vrouw van den vorst. overstroomen. kwijtschelden. lid.)]. Ampoenja. onder water duiken. een platte uitdrukking voor paren. Anak perampoean. waarnemen. Tots hebben. termiet. Ampoeh (of Ampoh). met troebel water bedekt . onwillig. enz.ook bezit. begenadigen . jong van dieren en ANAK. ophouden. planten.. _kind. ook weigeren. beheerder. enz. Mengampoeken. er van. ook water drinken uit een tuit of kraan door den straal in den mond op to vangen . opdragen.) ondersteunen. de borsten (met de handen of door middel van een corset. zondvloed. hot voorwerp. . met water bedekt staan. Mengampoenken. Ampohan. Anak angkat (ook Anak ambil. Mengampoh. bezitten. enz. Tengkoe ampoean. onderdeel van een geheel. Mempoenja. Zie ook Ampo hiervoren. onder voogdij stellen of geven. ook een titel. hot beheer voert. Anak laki-laki of 1e1aki (Bat. (bez.. Anak betina. enz. voogd. zoon. kind of jong van het mannelijk geslacht.besturen. Anak djantan. witte mier. steun. iets vergeven. dochter . enz. inboorling.. vergoving. bezitting. Perampoean. hebben. bezorgen. bezitten Mempoenjaf. M engampoe soesoe. . weigerend. vergiffenis. . regent. zijn eigendom noemen. vrouw. kind of jong van het vrouwelijk geslacht.). gedeelte interest. Anak. enz. Mengampoen en Mengampoeni. omhoog houden. genade. Pengampoe soesoe. corset. donker van kleur. Anai-anai [ook Rajap (Jav.

de Benjamin. sport van een ladder. de doosjes van een beteldoos. id. Anak peraoe. spaak . ook bemanning (eener prauw. Anak haram. hebben slaapplanken. ook Anak dapet. Bat.poengoetan. wees. Anakbini. Anak djebah. teen. Anak tangga. pleegkind.).).kalf. wettig kind. Anak piatoe.) . veulen. sleutel. De soldatennl. toon. onderhoorige. Anak poengoet of . jonge plant. getrouwden gebruiken meestal do ruimte daaronder om er den nacht door to brengen en voorzien de plank dan .Anak poengoet) aangenomen. de huig. Anak ajerkentjing. Anak tiri. enz. ook Anak betoel. vinger. Anak soesoean. een in de kazerne geboren soldatenkind (N. laatste. Anak tangan. Anak lemboe of Anak sapi. maagd. Anak ajam. Anak kolong (Bat. geadopteerd kind. Anak poengoet). kindje. Anak kaki. Anak boengsoe of Anak pemANAK. echt. Anak soendel. Anak lidah. pupil. Anak djadah. onecht. eersteling. wichtje. Anak toenggal. Anak genta. Anak soeloeng of Anak pembarep (Jav. opvarende. Anak dara. hoerekind. Anak koeda. Anak mas. een in huis geboren kind van slaven of bedienden. dat door den huisheer of meester onder zijne bescherming enz. klepel eener klok.. hot middelste kind van een oneven aantal kinderen .Anakpoehoen. klein kind. Anak piara (ook Anak ambil. eenigste kind. inlander. soldatenterm). zoogkind. Anak halal. Anak penengah. Bat. jongste kind. Anak djanetra of -roda. oudste kind. onwettig kind. vrouw en kinderen. kinderen en kindskinderen . kuiken . gezin . ook een aangenomen beschermkind . matroos. stief kind. weeskind. die op pooten rusten .B. Anak gampang. ook zuigeling . Anak tjoetjoe. (doch plat). is gonomen. Anak boewah. Anak negeri of Anak benoea inboorling. 15 bontot Jav. huwbaar meisje. vondeling . Anak ketjil. Anak koentji.

zes. enz. zestal. sche vrouw. kind van een vreemden vader bij eene inlandsche (tot de inboorlingen behoorende) moeder. ook Anakanakan). tot kind aannemen. ook interest. . Beranam. Diperanak. . tot kind hebben. ook pop. baring. enz. Anak-anak. bijv. i. Anak boekit.of afkomst aan to duiden. . wat op een kind gelijkt. Anak Betawi. geboren. behandelen. Ana'anda. enz. ook. do (of eon der) ouders met hunne (zijne. baarmoeder (ook Tempat. Anak Man.als scheldwoord ook gebruikt in den zin van hoerekind. pijl. een kind baren. zijrivier. kind van een Europeaan bij eone inland16 ANAM. zes in getal. van ouder tot kind. baren. geboren zijn. enz. Peranakan. Anak-daroe. kind van een Chinees bij eon inlandsche vrouw. heuvel. inlandschkind. als anderszins) . Anak soengei. Indo. Peranakan wlanda.. bruid (zoowel maagd. Anakan. kind van den vorst. kind van een vorstelijk of voornaam persoon. Anakanda baginda. interest opbrengen.van een rondom hangend gordijn. Anak-anda. prins. geboortig. enz. enz. met zijn zessen. hare) kinderen. prinses. rente. bijv. aan to geven. als kind voortbrengen. met kind of kinderen. ook Sinjo.of Kandoengperanakan). enz. bevalling. . K6-anem. maar ook kleine visch. pop. al s weduwe) . Aaam (Anem of nem en Enem). van een kind bevallen. en om een her. (in de beleefde of eerbiedige spreekwijze). ook met zijn zessen iets doen. beschouwen. ook di beranakken. (van een kapitaal) rendeeren. Anakda. d. ter wergild brengen. Anak panah. bevallen. van Batavia herkomstig. niet alleen jongen van visschen. beeldje. kinderen. tje . (voor pop enz. Anak radja. Menganakken. Beranak. Anakberanak. Peranakan-tjina. rente geven. kleine berg. Memperanak. voorts wordt Anak oak gebezigd om iets kleins. zijtak. geboren worden . ook Baba.

vlecht. Andam.). gebeurlijkheid. hindernis : Andang of Mengandang. verondersteld dat. regelen. aannemen. Andangan. bij hoopen of groepen van zes . rangschikking. enz. alle zes. geloof. ra. beletten. iemand zijn zin geven. onverwachts. ondersteld geval. beletsel Berandangan. Kaboeng (Soend : Kawoeng) of Paloeloek]. bij ANDJ. de zesde. vlechtwork. zes aan zes. vlechten. net samenvoegen. Andaman ramboet. Mengandam soerai of -ramboet.. bijaldion. Mengandak. enz. Beraneman. kappen . regal. . Penganjam. ook Aren (Jav. Anaman of Anjaman.of kloswerk maken.ten zesde. Pengandam ramboet. opmaken. opgemaakt. enz. in evenredigheid brengen. Bat. Peranem. doen ophouden . Mengandaiken. pand. Me.). Mengandam. de Arenga Saccharifera of Aren-palm. kapper. hat haar opmaken. Andang-andang. Anem-anem. Andelan. verhindering. brandfakkel. verhinderen. hat zesde enz. de persoon. tooien. ook Toewak). wat netjes samengevoegd. is. enz.veronderstellen. Pengandam. onvoorziens.als mogelijk stellen. enz. Andal (gewoonlijk Andal). volgen. goedschiks toestaan. opschikken. vertrouwen. Andai (of Andei). zesde. geloof waardig. toorts. ook wijze van vlechten. enz. . die samenvoegt. Andang. . mogelijkheid. Menganam. vertrouwd. reven. geval dat. borgsteiling. vlechting. Andainja. Sa'andainja of Sandainja. mogelijk geval. vlechter. verkregen wordt. ngandelken (Andelin. waarvan de palmwijn (Nira of Legen. zesde deel.). Andaman. opschikking. Mengenem. Andak. in orde brengen. enz. reef in een zeal. ordelijke sarnenvoeging. de zesde zijn (van een aantal kinderen. ook eigenzinnig. ook beletsel. verondersteld geval. Anam (ook Anjam). kapsel. Anau [of Enau. Ka'enem-anem. rangschikken. vlechtwerk. ook alle zes . ordenen.

Andjing. Andja. wijken. (ook Tai-laler).) rnerkpaaltje. wilde hond..Andawali. ANDJ. ook van de voorkinderen onderling van een weduwnaar en een weduwe. of op de huid. de plaats ruimen. gij. enz. ironisch gebruikt van personen. Andjing tanah. Andja-pajoeng. teef.).of hof pond. pers. Andika. voornw. schuif van een zonnescherm. Andjir. zich verwijderen. bond: ook als scheldwoord. Koetoe andjjing. reu. ook kloppen. wacht. . waak-. (ook Poeki-andjingof Namnam). van den Zen pers. rekel. Andjing-andjing. Andjal-Mengandjal. Andjing ajer. Andjing rimba of -oetan. vloo. anker. ook (Jav. terugspringen van elastieke voorwerpen. Cissus papillosa. van zijn plaats wijken. en = Badoeri. eetbare vruchten. gevraagd of ongevraagd. val. And jak (of Mengadjak). een soort jakhals of indische wolf. ook een stelling van wijd gevlochten bamboo (op pooten) om er iets op to dragen. Andjar. naam van een zoetwatervisch. kleine moederv11 kken op hat gelaat. jachthond. Andjing perboeroean. vaireep (scheepsterm). die met elkander trouwen). vijg. vertoonen (evenals het insect om of naar hot licht vliegt). waarvan de fijngewreven biaderen als pap op hot hoofd van jonge kinderen wordt gelegd om den haargroei to bevorderen. mouches. hondeluis. otter. u. Soedara andjing. (Calotropis gigantea) een heester. Andjang (of Andjang andjang).een boom (Cynometra cauliflora) met frischsmakende. van plaats veranderen. ook =Andjing tanah. die zich op alle feesten. stief brooders en -zusters (kinderen van eene moeder doch verschillende vaders. veenmol . Andang-andang (Jav. een slingerplant. Andjing djaga. ook bewegen. schudden (van den foetus). Andjing perampoean of -betina. Andjing lelaki of -djantan.

enz. bijv. to ver. do touwen. Mengandjoeng. in een doek of aan touwen enz. ANEK. een zieken arm in een doek. waaraan iets (bijv. Mengandjoeri. die gebruikt worden. voorop gaan. spits.Andjoeng-andjoeng. iets zeggen. hoofd.) voorop gaan. een vlieger) in de hoogte houden. Calodracon-Jacquinii. 17 verheven zitplaats op den achtersteven van een vaartuig (voor den gezagvoerder of roerganger) . ook Mengandjoerken. . enz. to ver gegaan. van een huffs buiten do rooilijn. voorbarig. Aneka. kleine stokjes. voordat men er goed bij gedacht heeft of zonder aan de gevolgen to denken." verscheiden.) en Alok-aloki (Bat. Mengandoek. . van een zandbank of landtong in zee. aan to geven. heffen. Kandoet). Ketelandjoeran. of hot gezegde terug to kunnen nemen. buiten iets uitkomen. Een plant met geneeskrachtige eigenschappen en schoon gekleurde bladeren. to veel zeggen. dit laatste moor van menschen) aanmoedigen. dragen. aansporen (bijv. MALEISCH-HOLLANDSCH. zich voor anderen bevinden. enz. om de grenzen of de richting van een aan to leggen weg. . ophitsen. Pengandjoer.baak. Tali-andoeh. verg.). een sloop aan touwen in de davids. zich verpraten. voorhoede. een sloop) hangt of waaraan de riemen van een boot bevestigd zijn. enz. terras. gewoonlijk Telandjoer. to ver gegaan. bijv. uitsteken (bijv. die voorop gaat. soort van opkamer ter zijde van een huffs met een hoogeren vloer dan hot hoofdgebouw : . ook (Andjoerin (Bat. baken. enz. om behoorlijk of goedschiks terug to kunnen keeren. iets hangend dragen. van hanen. Andong. Ketelandjoer. tot een gevecht) aanhitsen. Andjoer-Mengandjoer. lets vooruit steken. Andoeh (ook Andoek. do voorhoede uitmaken. enz. als sierplant ook veel op begraafplaatsen aangeplant. veelsoortig. steken enz. Andjoeng. Terandjoer. iets (bijv.

). Anggerek betoel of --boner. steunpunt. angan berangga. lauw. oordeel. . of wenken met de hand. enz. verder : legerplaats. algemeene benaming voor Orchidaeen : Anggerekand jing. Soend. (en garde) en tijdelijke zitof rustplaats. Anggaran. formule. Angat-koekoe. (ook Anggerek lama of lema). een buiging maken. Angel (Jav. Hangat)warm. . al waarop men rekent of steunt. warmte. steunpunt. Cymbidium ova- . berekening. oordeelen. getakt. basis. Anggar. meten. zoo dat men door den nagel heen de warmte voelt. enz. meening. Anggal.of Mend. Anggap. Dendrobium purpureum. bijv.ook de gevechtspositie bij het schermen. vaste regel. niet gemakkelijk to voldoen. nl. punt van uitgang. Angat (ook Anget. enz. berekening. veranderlijk.allerlei . licht geladen (van een voertuig). ANGG. buiig van humeur. Mengangetken. ontevreden. berekenen. Angga (gewoonlijk Engga). Anggerek. opwarmen. heet. warm maken. allerhande soorten. buiging. neen. tak . enz. basis. Phajus Blumei en parasiet. verwarmen . Menganggar. lastig. bij uitnoodigingen. als teeken van ontkenning. een hert met getakt gewei. R oesa. in allerlei. Epidendrum caninum . moeiljjk. Angga-angga. Cymbidium bicolor of cuspidatum. lauwwarm. Berangga. begrooten. rekenen of steunen op iets. Menganggap. aardorchidae. verhit. niets. zooals bij ons tot een dans. Anggerek kasian ook Anggerek poetih ketjil. niet. Aneka-werna. 2 18 ANGA. Bat. hitte. Anggerek djamboe ook Anggerek kesoemba. . oordeel. neen schudden met het hoofd. Angga. enz. lauw-warm. kamp to velde. enz. beoordeelen. rekenen. tot bijwoning van een feest. meening.

Anggoer asem. Penganggoer. Plocoglottis javanica. luiaard. lanterfanten. Microstylis Rhudii. Anggoet. schrijven. . Peranggoeran. die afgesneden is om geplant to worden. Anggoer of Anggoeran. wijnstok. verbinding. Hysteria veratrifolia. Phajus callosus (aardorchidae). rijgen. roode wijn . rijgsel. Anggerek warna. aanrijgen.). gerek poetih besar. Menganggoet. Anggit. zonder work. Anggok = Anggoet. samenvoeging. leeglooper. Anggoer poef. Menganggoer. Anggerek ketjil. enz. Renanthera arachnitis. op de horens . ANGG. enz. (van een vaartuig of schip). spannen. (bijv. Anggoer. niets doen. Anggoer (Jav. samengevoegd. Grammatophylluxn speciosum en Vanda lissochiloides. champagne. een vers of gedicht maken. Dendrobium angulatum en Cleisostoma spathulatum (parasieten) en Cypripedium javanicum (aardorchidae) . . Anggo. Vanilla albida (parasiet). ook Anggok. Pohon anggoer. druif. dansen. Plathantera Susannae (aardorchidae) en Epidendrum tuberosum (aardorchidae). Anggerek ketonggeng. wijn . een vel over een trom). M®nganggol. Anggoer merah. stekken. Menganggoer. tak of twijg. . wat geregen. een verhaal opstellen.tum . druivenrank. Phalaenopsis amabilis . lanterfanter. gemaakt is. de maker. Ang. Penganggit. zoete wijn. een tak of twijg afsnijden en planten. Anggerek tanah. Anggerek ringgit. Boeah anggoer. in de hoogte steken (van een voorovergebogen hoofd of den boeg van een schip). enz. ledig. de rijger. Anggitan. ook een book. stampen. en Vanda furva. ledigheid. knikken . Anggerek kringsing. luieren. lediggang. enz. Anggerek Palembang. (bijv. dekriet op een dak). Anggerek oetan. leegloopen. stek . Menganggit. Memanggoet. ledig zitten. Anggoer manis. knik . rijnwijn. opwippen.

Angin-koelon of -barat. aan de working van den wind en de lucht blootgesteld .of regenwolken. Angin for of -. ook een parasytische plant (Cassyta filiformis) met geneeskrachtige eigenschappen .nemen. fig. Angin eikor doejoeng of angin taoen baroe tjina. wind waardoor de brassen stijf getrokken worden. Teranggol-anggol. Tai angin. windstreek. gerucht . in den wind. de wolk waaruit de wind zal waaien . wind. storm. ook luchtgesteldheid. Angin toeroetan of sorong boeritan. lucht. damp. met den kop achterover slaan . Angin moesim. Anggota. 19 velwind . Angin kelamboe toenggal of menoenggal. daaraan blootgesteld zijn.) . Angin kentj eng kelat. zin. Pokok angin. volzin. Angin tofan. los gerucht. wind die van terzijde komt (op schepen. Chabar. zuidenwind. overblijfsel van wind. B®rangin. Anggota perkataan. de eerste noordenwinden na den westmoesson. w erANGK. aan den wind. westenwind : Angin toekoes. doorstaande sterke noordenwind zonder regen . wind van achteren . Angin haloean. een luchtje scheppen. lid. noordenwind . enz. passaatwind. oorsprong van den wind. zich daaraan blootstellen. wind. orkaan . beuzeltaal.oetara. tegenwind . Angin sakal (of -salah). Angin-kidoel of --selatan. Mata-angin. deel (lid) van een gezegde. landof bergwind . Angin oelekan of poeseran. luchten. Menganginken. hangen. Angin timbaroeang. Angin. die echter niet aanhouden . de tocht of lucht blootstellen. oostenwind. Angin wetan of -timoer. praatjes. Anign riboet.of kabarangin. Angin laoet. doorstaande stijve noordenwind. ledemaat (van het lichaam) . zeewind . tocht. wind van voren. (van een schip) op zijn ankers rijden. beurtelings opwippen en zakken. enz. Ka-anginan. Angin darat of --pagoenoengan. tocht of lucht hebben.

voornw. van den 2en pers.b6radoe. Angkadoea. ovorlijden. verheffen tot een waardigheid. op reis gaan.). dikau en kau). rekenen en denken. die de vrouwen dragon om hare beenbekleeding vast to houden. -in de hoogte brengen. den invloed daarvan ondergaan hebben . reisgezelschap.of herhalingsteeken . sterven (van vorstelijke personages) . steken (van een wood. die he luchtruim of den hemel bewonen. expeditie. ophemelen. aan2 0 ANGK. Berangkap-angkapan of beranggap-anggapan. optocht. opbeuren. buikband vane linnen. Angkasa of Akasa. Mangkat en Mangkat . Angkatan. jou. inlandsch orkest van uit bamboo vervaardigde muziekinstrumen- . Mengangkat tangan. cijfer. genomen kind. reis. het verdubbelings. pers. teeken. draagbaar.) . Angkeloeng (Soend.). u jij. Bat. Angkat. opnemen in een familie. marsch. merk. enz. ook beurtelings. voor elkander een bulging maken. Angkatan perang. ergens heengaan. getalmerk. van merken voorzien. met engkau bejegenen. roemen. aanhefl'en (van een gezang). adopteeren . Angkin (Bat. Angka. Sangka). tot de vaderen opgaan. ook cijferen. Mengangkat anak.en Ma'angkat. deftige bulging. ook -afn emen. bij beurten. ook een vergezicht op een begroeid terrein en de zielen der afges torven en. opheffen. de lucht . leger. peinzen. het luchtruim. gerecht dat opgedischt wordt. lusthuisje. prijzen. Balai peranginan. tutoijeeren. oplichten. vertrekken. aangenomen vader en moeder. de handen ophefon. spijzen opdragen of opdisschen. Mengangkat. tot kind aannemen.geworden. optillen. zijde of andere stof. Angkau (ook Engkau. nommeren. zich op weg begeven. vloot.: gij. nummer. Anak angkat. Berangkat. Bapa. lekker maken. Mengengkau_ (ook ~Berengkau). zich voorstellen (verg. Mengangka. Angkap of Anggap. koepel.

steken. met eon knijpertje of tangetje aanvatten. overwulfde gang. wat opgenomen en weggedragen is. weide. beter. Mengangoesken. . verzengd. trekken (van eon zweer). verkoold. Bat. Mengangonken. transporteeren. die hot vee weiden.). ergens laten weiden . Anglo (Chin. Mengangkoet. gapen. verergeren.). wordt of moot worden . trotsch. Bat. Angot (Bat. vuurpot. dieren weiden. Angkoep. Angoes (ook Hangoes).). hover maar. knijpertje. geschroeid. opnieuw en in ergere mate terugkomen. brand. hot noodige voor hot maken van eon nest bijeenbrengen. eon brandend. iets met de einden zoodanig bijeenbrengen. besturen. kruier.). Angkoeh. Pengangkoet. Pangonan. degeen. Tongtong angoes. overbrengen . komfoor. . weideplaats. verbrand. Angon. Angkoes. die transporteert. weiden. tangetje.ten. liever bij voorkeur willen. ANGS. erg. enz. iets laten aanbranden. erger worden. jongens of meisjes. met molentjes . Angkot. Mengangkoet sarang. Mengangkoep. Angoep (of Angop) (Jav. paviljoen. weider. Jav. dwaas. lastdrager.) .). Roemah angoes. test. open en dicht gaan (van den mond van eon sterven den visch bijv. mennen. hoogmoedig. Mengangon (Jav. liever. kornak. prieel. op de weide brengen. ook gek. ook die instrumenten zelf. Angkoet. Anak angon of Toekang angon. enz.). Mengangkoes. hooghartig. Angoer (Jav. verbrand huis. (van eon ziekte). aangebrand. brandsignaal (op den Tongtong). eon olifant drijven. Mengangkoepken. half ontloken knopje. Angot-angotan. geeuwen. opnemen en wegbrengen. Angloeng(Chin. Angkoetan. dat daardoor eon soort knijper of tang gevormd wordt. enz. koepel.

verdrukken. Angsang (Bat. Penganiaja. tyran. enz. veel als sierplant in tuinen voorkomend. die pas aangekomen is. Penganian. onderdrukking. vreemdeling. gunst.langzaam. geweld. onrecht. mishandeling. onderdrukker. verdrukking. mindering van schuld. Ani (ook Ani ani). Pterocarpus indicus. Anoeg®raha (ook Noegeraha). waarmede de padi aar voor aar gesneden of geplukt wordt. . enz.N. Aniaja (Sk. enz. verdrukker. geschenk uit toegenegenheid .. vereeren. voortrukken. nieuw. padi-snijmes. mishandeld. Angsoer (ook ansoer). enz. Anjam. enz. onschuldig gestraft of verdrukt. kieuw van eon visch. Angsana. gunstbewijs. onrechtma tige. mishandelen. Ani-ani. onrechtvaardig behandeld.van tijd tot tijd vlagen van krankzinnigheid hebben. de hear N. tranig. Mengani. iets als gunstbewijs geven. Orang anjar. garstig. Menganoeg®rahken. onrecht aandoon.). mesje.voetje voor voetje vooruitgaan. paiement. Soend. Pavetta indica. nieuweling. schering (bij het weven). Menganoegerahi of Menganoegerahai. loopen. verminderen .). vieze vischsmaak of -lucht. enz. begiftigen met iets. traansmaak. ondordrukken. de ketting scheren (bij hot weven) . eon boom met fraai en stork hout. onbillijke handelwijze of behandeling. zie onder Anam. vorderen (van schulden). zeker iets. Mengangsoer. onrechtmatig behandelen.). Anoe. zeker iemand. Angsoka. Angsoeran langzame vooruitgang. AN GS. Anjir (van den reuk of smaak van iets). begunstigen. heester. M®nganiaja. met molentjes loopen. Toean Anoe. Teraniaja. wat in mindering eener schuld betaald wordt. kettingscheerder. Anjar (Jav. ter aanduiding van iets onbepaalds. stark. iets dat men niet kan of wil noemen. onrechtvaardig behandelen. garstigheid.

rolrond stuk hout ter lengte van een arm. garen spinnen. geheel. brak water.). ook Mengentek). rijststamper. Antara. bezending. vrijwillige bemiddelaar. enz. Tembako anteb. Mengantara. Perantara. Menganteh. 21 Antak. Batoe anting. Antar-antar. naar beneden hangen. onder. Antan. alle. Anak anteb. zware steen aan een . tusschen. heel. als bemiddelaar optreden. mortier. hat geheel. stil. of M®nganter. niet dreinig (van kinderen). Antaran. Anteh (ook Anti of Antih). in zulk een mand dragon. tusschenruimte. onder d e menschen. stampen. Antang. Antep~ (Bat. stamper (van een vijzel.Anta (ook Antah). benoemde of aangewezen scheidsman. zoet. Antar-antaran. ook met een stamper fijn maken. pijnlijk trekken (van een etterbuil. (ook Antab of Anteb). een zwaar kind. steken. Samantara. tusschen. tusschen beiden komen. enz.) -. wat gezonden of aangekoden wordt. Jav. stampen(van eon schip). huppelen (van een paard).Cabah (zie dit woord). rijststamper. compact. wichtig. afhangen. zware tabak. bij hat weven in gebruik . A jer anta. zoolang als. ziltig. ook stamper. brak. Anting.). Antar.Mengantar. geschenken aanbieden of zenden (voornameltjk van bruidsgeschenken). een soort belasting. Mengantang. In verbinding met Boejoet (zie dit woord) tot Boejoet-antah (Bandjerm. Pada antara manoesia. bemiddeling. enz. Perantaraan. Antam. zou tachtig . een soort mand. ANTI. paren (zie verder Hantam). ook geschenk. Pada antara. Hantar). heiblok. in den tusschentijd. aanzetter .). bruidsgeschenk (verg. terwijl. alles. gansch. Antero (Port. Mengantak. Menganting. ook laadstok. Pengantara. zwaar.achter-achterkleinkind. Antah y. tusschentijd. onder. Antang.

vaak. bij of met eene vrouw slapen. voorgebergte. Antjoer. enz. smelten. Berantoe. dutterig. enz. landtong in zee. een boozen geest in zijn dienst hebben. slaap. Pengantoek. Antjak. vergruisd. Pengantjam. kleine vierkante of rondo horde van bamboo.Mengantjam. hetzij op hot water drijvende. Mengantoel. Mengantoek. broken. heen en weder. opgelost. beslapen. slaapkop. met jets dreigen. Antiaris toxicaria. gebroken in kleine stukjes. Antoek.22 ANTJ. waarop offers aan geesten aangeboden worden. . zich ontbinden. jets (een wapen. door een boozen geest bezeten zijn (ook Kena antoe). in alle richtingen slingeren. bedreiger.bedreiging.). Antjar (ook Pohon-oepas). ontbonden. enz. booze geest die zich onder allerlei vormen voordoet. vergiettest. in alle richtingen goslingerd. bedreigen.of bedreigingsmiddel bezigen. Antoel. aan flarden. gesmolten.. Pinggan antj ak. verbrijzeld worden. oorbel. vischschotel met gaten . Mengantjamken. dreigen (ook xnengantjam-antjam).). Mengantjoek. kaap. Oentang-anting. als dreig. ook wel een klein vlotje van pisang-stammen. verbrijzeld.ook bamboezen roosterwerk op staken als droogplaats of -rak . Antool (Bat.. slaap hebben. Memboeang antjak. Antjam. Mengantjami. Koentangkanting. slaperig zijn. oorhanger. bedreiging. de beruchte indische giftboom waarvan hat doodelijk pijlvergif verkregen wordt. enz. Antoe (ook Hantoe). Anting-anting. aan een boom gehangen. dreiger. oplossen. aan gruis. zulk een antjak in eene rivier laten drijven. APAB. Antjoek. bengelen . aan gruis vallen. den bijslaap uitoefenen. spook. ook slaapmiddel. verteerd (van spijs). Pengantjaman. hetzij aan den oever eener rivier. anker om dit naar beneden to trekken. of kaatsen (van een veer- . terugspringen.

ingebeelde gek.). hoeveel? Siapa (ook Sapa). met den angel steken. vun zig (zijn). Apa. eigendommen. Hendaklah toean kiran ja (of apalah kiranja) bgrsahabat dengan hamba. Mengapa. wat dan nog. enz. ondersteuning. Antoep (Jav. Antoelan. Aoer (ook Aur). Bat. ook naam eener groote bamboesoort. APAK.. enz. al wat. achtergebleven. toen. en buitendien. wat wilt gij. al wat men heeft. jets doen zijn. als. als toen. Barang apa hat een of an der . Aoes of Aos). Mantoep of mengantoep. Mengantoen. Diapaken itoe. van belang zijn. wanneer. met jets wat doen. wat ? Hoe? Welk ? (dient ook tot het aangeven van een wensch). . al wat. muf heid. duf. kwast. wat nog meer? Hoeveel to meer of to minder nog. Tiada apa. gaarkeuken. watt. Apa-apa. goederen. lets to beteekenen hebben. Apalah (meest verbonden met Kiran j a tot Apalah kiran j a). Toekang aoer. enz. jets aanraken.. achterlaten. Apakala. steunp unt. wat moat daarmede gedaan worden ? Mengapai. (dient ook als hulpwoord bij vragen de zinnen) . welk. niets . . verkooper. enz. muf. Segala apa. hetgeen. dorstig zijn. dorst hebben.ook : achter. angel van een bij. wat nog. wie ? Maoe apa. moge het U gelieven. wat is er van uw (zijn) verlangen ? enz. Apalagi.) ook Haoer. wanneer. men doet mU toch niets. tegen jets aanstooten. al wat.krachtig lichaam) . Berapa. jets. Apabila. van welk belang ? waarom ? Mengapaken. gekookte eetwaren. . Mengantok. al wat er is. klaargemaakt eten . enz. met jets behandelen . bezittingen. toen. Antoen (Bat. Apak (of apgk). . Aoer (Soend. rondventer van gereed gemaakte. bovendien.). bijv. dorstig. Antok. Tiada djoega diapaken akoe. dorst. enz. vriendschap met mij to sluiten. voorts.

Api-api (Jav. oliepers. Apioen mateng. minoem. glimworm en (ook Ka joe api-api). pers. tusschen hen in klemmen of knellen. . person. op het vuur zetten. 23 tusschen twee voorwerpen. Kajoe api. gepers. Makan-. klem. bereide opium. gloeiend zijn. Boenga. aansteken. Tali api. glimmen . Kapal api. Pak apioen. lont . Apoeng. opsteken. spoortrein. de bruidsjonkers en -meisjes. wat geperst wordt. vonk. Pengapit. voorgoven. Mgngapit.). opium . vulkaan . een kleine boom. persing. die goed brandhout levert. enz. vuursteen. enz. Apik. tusschen tweevoorwerpenpersen. Apioen mentah. vuur. vuurwerk. zindelijk. klemming.of mgngisep apioen (ook n j gret) (Jav. dat . vuurtouw. vuur vatten. persing. gedrang. Berapi.. (van twee voorwerpen) links en rechts van een ander staan. opiumpacht. kieschkeurig. Apit of Boelan Apit. lovenloos voorwerp. inlandsche poffertjes. geklemd.). vastgezet of zitten. zich interesseeren voor iets. Mengapikgn. pers.of Kembang api. opium schuiven. stoomschip. brandend. locomotief. Apit. brandhout. aan weerszijden van iets. dit in het midden nemen. Apitan. ARA. voorwenden. rein. Apit-apitan. vurig. wie of wat perst . anders spreken of doen dan men denkt of bedoelt. die aan beide zijden van bruid en bruidegom geplaatst worden . iicht. ook Dzoelkafdah. ook vuurvlieg. opiumpachter. lucifer. ook : een vingergreep (bijv. en een soort damspel. Batoe api. ruwe opium. kamervuurwerk. Api. net. opium rooken. huichelen. een snuifje). werktuig om to persen of knellen. Kgreta api. Goenoeng api. belangstellen in iets. verlicht zijn. Mgngapikkgn. Apitan minjak. kiesch. kwanswijs. Apit-apit. Avicennia officinalis.Apam (of apem). drukpers. veinzen. de elfde maand van het Mohammedaansche jaar. ophitsen . Apioen.

een teugel aandoen. Apoes (Jav. .. Mengarah. Bat. arabier. Mengarak. onbebouwd 2 4 ARAB. Arak. Bat. koers. zijn hoop op iets stellen. Orang arab. optocht. Bat. arabisch paard. dobber. Terapoengapoeng. zijne verwachting op iets gronden. enz. (ook Arak-arakan). terrein.). iemand met iets bedriegen. doe] (ook Ara) vijgeboom Boeah arah. arakstokerij. Mengarahken. iets in eene richting brengen. uitgewischt. Aram. afschaffen. (ook Aram-aram). uitvegen. Pengarak-angin. strekking. bedrog. in statigen optocht rondvoeren. niet meer bestaand. ook zich iets ten doel stellen. verwachting. enz. leidsel. kwijtschelden. arak. vijg. iemand bedriegen. . bladeren takken enz. verdelgen.van een dobber voorzien. iets als dobber gebruiken.). arabier. als zoodanig op het water drijven . opheffen. afschaffen. statig voorbijdrij vende wolken. ook richting. hoop. Mgngapoengken. teugel. uitdelgen. onbebouwde vlakte. Ara-ara (Jav. die gebezigd worden om een lek in een dam of .zich als zoodanig voordoen. arabische vrouw . fopperij . weggevaagd. uitwisschen. enz. naar iets streven. Perarakan. vernietigen. enz ). Aral. weg. Mengapoesken. (van arbeiders) aan het werk stellen. Mengapoes. beteugelen. Koeda arab. verdelgd. Mengapoeng. Arab. MengapoesiofMengapoeskgn. foppen. arabisch. streek. dobberen (van een vaartuig. Mengapoesken. beletsel. statige optocht of rondgang (meestal bij bruiloften). streven. een sterke drank . verhindering. Mengapoes. Arak. aan iets een richting geven of aanwijzen. enz. opheffen. statige rondgang. al wat daarbij open. vernietigen. iets verdelgen. Mengapoesi. wildernis. Apoes. kwijtschelden. bedriegen. Arah.verdwenen. kwijtgescholden. Perarakan. lift wordt medegevoerd en vertoond.op het water drijft.). Apoes (Jav. foppen.

Aria. stroomversnelling in een rivier. vervolgens. goed onderwezen. wil. vieren. waarvan de palmwijn enz. grasmes. welriekend. oplegsel. Arga (ook Harga of Rega). ebbenhout. Mengargaken. van waarde. wijders. Soend. met zulk een mes gras enz. Perarangan ook Pengarengan. tenger.scherpzinnig (meervoud Arifin). Arkian (ook Arkian). Kajoe arang. verstandig. een net met een zoom van rotting.). ook de nageboorte of placenta. iemand in het oog houden. ook voor (in do plaats van) iemand anders grassnijden.leiding etc. prijs. verkregen wordt. hopen. Aren. ook hooge ladder of stelling (zooals bij het bouwen) . do onderbuik. verlangen. de liezen en de navel zelf . sikkelvormig snijmes. welopgevoed. Aris. Aroeng (van de leest). . (gewoonlijk in samenstelling met maka tot Arkian maka). aangezette zoom. dat some aan verdienstelijke inlandsche hoofden wordt verleend (Jav. Bat. Arit (Jav. Mengaram. Arga mati. gedeelte van den buik tusschen den navel. bepaalde prijs. enz. Areng batoe. Berharga. ook een adellijk ambtspredicaat. kolenbranderU Aras (Tamiang en Perlak). de navelstreng. Taliari-ari. hoop. Tali-aris. Ari ook = Adik. Arenga saccharifera. Arif. beoogen. geurig. waarde hebben. Djaring berarisken rotan.). steenkool. grassnijden. de suikerpalm. houtskool. Mengarit.). voorts. to stoppen. controleeren. neerhal en. (scheepsterm).slank. geleerd. Nat los ! los. snijden. den prijs van iets bepalen. Arep (zie ook Harep). wensch. zijne handelingen nagaan. Mengaritken. waarde. wenschen. Aroem (Jav. Arang (ook Areng). enz. ARON. enz. Soend. willen. prijs op iets stellen. Ari (ook Ari-ari). stootkant.en de schaamdeelen. met zulk een mes voor een paard enz. touw langs den rand van een zeil genaaid. wijs. daarna. vaste.

beeld. behoorlijk. Berasa. beteekenis. een bevattelijk. op iets hopen. de achtste maand van hat Mohammedaansche jaar. koesan halen en onder begieting met een weinig kokend water omroeren. ook de beeldjes. den zin van iets vatten. halfARSJ. een schrander mensch . die op de Chineesche graven geplaatst worden. $aban of Roewah). die veal weet. Artal (of Etal). of Pengaronan de bak. vatten. Mengasaken. moeten. Berarti. naar iets verlangen. Mengasa. Sa'erti. waarin de graven en begraafplaatsen worden schoongemaakt.). Artin ja. de z in van iets. . al iemands bezittingen . van Allah). strooming. Artja (Sk. de beteekenis. Aroengaroengan. halfgaar gekookte rijst . behooren. Asabat. Pengaron. geel smeersel. Asa. begrijpen. Arta poesaka. (zie ook Haroes). Aron.begrip. have on goed. gegoed. gelijk van zin. Tiada berarti. Arti (dok Erti). waden. Arta benda. geleerd mensch. meening. verlangen. goederen. rijk zijn. . stroom. wel to verstaan . met hoop vervuld. waarin hat omroeren geschiedt. troon (inz. erfgoederen. onzin. met beteekenis. Arsj (Ar.ook geoorloofd. iron. Mengerti. verstaan . Mengaron of Mengaroni. doorwaden. bezittingen. afgodsbeeld (voornamelijk sit den Hindoetijd). van dezelfdo beteekenis. Artawan. Arta (ook Harta). verlangen . Orang arti of --mengarti. hoop. verdiend loon krijgen. Aroes. ook : verdiend loon.). een beteekenis hebben . geel orpiment. rijkdom. en ze daarna in de Koekoesan verder gaar to stoomen . Mengaroeng.beduidenis. Aronan. aldus behandelde halfgare rijst .(ook ramping) . zin. Arwah (ook Sjaban. verstandig. geld. goederen. goed. zonder beteekenis . geest. enz. doorwaadbare plaats. schatten. de maand der vereering der zielen der afgestorvenen. spier. hopen. gaar gekookte rijst uit de Koe.

(Tamarindus indica) . Dialium indum. waim. onder voorwaarde dat. gelukkig. wasem. Asian (Bat. rookvat. Moeka asem.) of Asihan). Asem d jaws of Asem mania. stoomschip. met iets zuurs inwrijven. achtermid2 6 ASIA. aan rook blootstellen. oorsprong. een gerecht van ingelegde visch. . namiddag. Mengasap. volstoppen. aanstampen.). al wat zuur smaakt . . Kereta-asep. Asal (Ar. spoortrein. Mengasah gigi. stoommachine . geslacht. Mengasam. Berasap. met tamarinds zuurgemaakte groente (soap) als bijgerecht bij de rijst. Perasepan. Sajoer asem. herkomst. norsch gezicht. Berasal. ook naam vary verscheidene zure of zoetzure vruchten dragende boomen. slijpsteen. aanzetten. visch) . van goede of komst zijn. scherp maken. ook beschaven. damp. stoom. of komst. slijpen. 2 5 wrijfsteen. dag. (ook Atzal). Asar (Ar. ook masem). de tanden afslijpen of vijien. Asem d jaws of -Ke randji. Asap (asep). verdringen. ongeveer half vier a vier uur. verdrukken. van adel zijn. wetten. aanzetten op een ASAR. -berekor). rookhuis. rook. enz. zuurachtig. enz. adel. ook mits. smook. . Pesawat-asep. enz. locomotief. Waktoe asar. tot een oud adellijk geslacht behooren. waaronder de bekende Tamarinds. Batoe pengasah. polijsten . stuursch. rookkam er. als maar niet. fig. zoo maar. Pengasak. aanzien. (ook Atsar). afstamming. komeet. enz. Asem-aseman. als maar. grond. Kakal-asep. rooken. ook Asem kerandji. grondslag.Asah. afkomst. (bijv. Bintang berasep~ (ook Bintang berkotek. een zuur. Bekasem. Mengasah. stamper. berooken. rooken.). enz. rook geven. beginsel. in den rook houden. enz.. Asal-oesoel. herkomst. laadstok. Mengasak. tijd voor hot middaggebed. . zuur. Asam (of asem. stam. rookpan. Asak.

) bond (als scheldwoord). die niet helpt. Obat tiada asian. Tiada asian tinggal di Bogor. met . Mengasta. vreemd land. Asoed. enz. bont maken.gunstig werkend. Makanan tiada asian. zoutachtig. niet tot iets beh oorend . bekiadden. de god der liefde. stork verlangen. afzonderen. oppasser. zout van smaak (ook masin). Berasin. Asin. Pengasoeh. Asjik (Ar. kwaadstokerij. pekelen. als vreemd beschouwen. Mengasoetken. iemand zwart maken. begeerig. Inangpengasoeh. ook zwart.). waken. Asoetan. kwaadstoker. medicijn. Mengasin of mengasinken. doordat zij ziek worden of spoedig dood gaan. Asoed). verzorgster. wat ingezouten is.). afgezonderd. zegenrijk. afzonderlijk. opruierij (verg. zich afzonderen. ook : van adel. voedster. herkomst (zie ook Asal). Asing. verzorgster. oorspY onkelijk. zout bevatten. vreemdsoortig. ergens kunnen aarden. eten.. Asin-asinan. goon honden er op na kunnen houden. ook zich ergens good bevinden. in den pekel zetten. ATAS. Asli. inmaken . oppassen. met zout bedekt. opruien. in het zout leggen. niet gel ukkig zijn met honden. vreemdeling. Ka'asmaran. Mengasoeh (ook mengasoh). Hadjar'oelasoed. verliefd. Asoe (Jav. Asoeh. Mengasingken. vreemd. zout. ziltig. Asoet. Tiada asian miara andjing. zwart. to Buitenzorg niet kunnen aarden. de lengte van den top van den middelvinger tot aan hot elleboogsgewricht. ook liefde. vleeschelijke liefde. Orang asing. Negeri asing.). over (eon klein kind bijv. boot. zwart. inzouten. de zwarte steen. Asta (ook Hasta) elleboogslengte. ook verliefd. verzorgen. ander. Pengasoet. afkomst.. dol verliefd. dat slecht bekomt . voedster (van vorstelijke kinderen). kindermeid enz. Asmara (Sk.Mengasingken dirt. brak. kwaadstoken. uitheemsch. Mengasoet. opruier. zwartmakerij.

onderling om do overhand strijden. boodschappen. op den berg. of. gebrande dakpannen. voor mij. ook. ook ter verantwoording van. do landen boven den wind.zichverheffen.mausoleum . Atap (of atop). boven. zie Artal. in de hoogte vliegen. eon dak geven. verheffen.en andere bladeren . enz. dak. ook do daartoe gebezigde. boveneinde. die daartoe behooren. verkllkken. boven op . Mengatjah. stoop. God beware! God vergeve me! God help me l enz. Mengatas. balkon. Beratasatasan. oetawa). ten lasts van. Atau (ook atawa. die gom geeft welke in de inlandsche geneeskunde dient. en. treft. kirai-. bovenkant. Atjang. dekking. ook voorgevel. Negeri (of Tanah) di atas angin. Astana (Sk. Atap batoe (ook gendeng of genteng). pui. Astaka. opheffen. vorstelijk verblijf. Atas sala. boven. voor mijne rekening. Atjah.die maat meten. enz. enz. om later to veranderen. naam van eon boom. boven den wind. Atas.). ook grafstede van vorstelijke of heiligverklaarde personen. van eon dak voorzien.to loevert. Di atas goenoeng. aan stokjes bevestigde alang-alang-. aanbrengen. Teratas. wat mij beATAU. Atjang-atjang. alien. . (uitroep van v erbazing). nipah. in hot gebergte.elkander een vlieg trachten of to vangen. Mengatasken. hof. kleine platte plankjes van bepaalden vorm tot dakbedekking. Mengatap of mengatapken. Astag'fir'oellah (of Astaga'flrlah 1). hof houding. in do hoogte doen gaan. bovenste. (gaan). Atal. Isi astana. (gaan). . to mijnen opzichte. (iets anders to doen). to loevert. naar boven brengen. uitmeten. bij . front en tijdelijke troon bij eon kroning. Atas angin of di atas angin. hoogst. ook. aangaat. Di atas. ook leien . in schijn iets doen. allerhoogst . op mijne verantwoording. bovenop. naar boven streven. Atap papan (of sirap). . dek. paleis.

Mengatjarken. Atjara. Mengatjaraken. gezwind. dikwerf. Bind in iets stekend. in een ander lichaam kan varen).de hand. Mengatoeng. Atjoem. Mengatjapi. vergelijken. procureur. Atjoean. iets geheel. iemand heimelijk tegen een ander opstoken. bij geval. 27 tot een e zaak maken. naar geloofd wordt. een landstreek door hat water eon er rivier). Atjapkali. vervolgen.. er in toestemmen dat iets gebeurt . mogelijk. uitspraak doen. ziel (van een doode. vlug. visch in hat zuur. bespoedigen. model. onder water geloopen. kletsen. Mengatjoem. vaak.). Pengatjara. meermalen. van aile markten thuis zijn. onzin praten. Atjar. met den vinger dreigen (ook met een wapen. enz. ook overstroomd. overstroomen (bijv. (zoowel van groenten als van vleesch of visch) . rechtsdag. doen gebeuren. geleuter. zal hat zoo zijn ? is hat zoo? is 't goad zoo? Mengatjiken. Mengatjap of mengatjapatjap. in rechten betrekken. vurig (zooals hat loopen van een haan om een kip in to halen). Atji. rechtszaak.voorts : veal. Mengatjapken. praal (zie Oepatjara) . Atjo (Bat. --. geklets. die. (op het water) . bezig zijn met atjar to maken. Atjap. versnellen. iemand in rechten betrekken. pleitbezorger. Atjoe. advocaat. ingelegd zuur. ook : staatsie. Hari atjara. een proves aandoen. berechten. Atjar-ikan. tot aan hat. aanhitsen. pleidooi. iets in zuur inmaken. Mengatjo. Mengatjoe of mengatjoeatjoe. in proces gooien. wellicht. Mengatjara. kwestie. verbitterd maken. dikwijls. zaniken. ATOE. Mengatjarai. onwijs babbelon. Atoeng. dreigen. Atma. geding. tot aan hat eind ergens insteken . tegen elkander houden om to vergelijken . gemengd zuur van ailerlei groenten .). enz. Atjar tjampoer-adoek. (van een vlinder) fladderen. Mengatjar. zaak. gezanik .

BABA. in orde brengen. Mengawan. rangschikken. ook (Awar-awar). persoon. ingezetenen . bevolking. enz. Mengatoer hoeroef. taxeeren . Zen of 3en pets.). enz. Awal moela. volgorde. met do hand wuiven (bijv. Awal (Ar. Awang. Ficus septica. Berawak. in geregelde orde staan. om iemand to roepen). hem in den 3en persoon aanspreken. scharing. bemand zijn. k ereltj e. een boom. Berawan. letterzetten. enz. scheepsromp. wankelen. waardeeren. Mengawai. aan dit awak toegevoegd). zooals hat behoort. in gelid. knaapj e. (meestal wordt hierbjj ter aanduiding van den ten. (een spel) opzetten. Dengan atoeran. Awak peraoe. getuigenis. ordelijk. bereddering. in do hoogte gaan. regaling . steurkrab. Awak. Atoer. wankelmoedig zijn . yolk. enz. . Awang-awang. naar de wolken. ordenen.verklaring. lichaam. Oedang-atoeng. wuiven . firmament. makk er. waarvan de fijngekorven bladeren met opium vermengd . ook verklaren. Awai. bemanning. Awar. aarzelen. wolk. beredderen. in onzekerheid verkeeren. overzenden.dobberen (van menschen). . Awak negeri. d. schatten. -koe. Awar-awar. (mengatoerkenofmengatoeri) Beratoer. Atoeran. bevolking. welvoegelijk. van den beginne af. i. of n ja. regeling. de eon na of naast den ander. regelen. epidemie. 2 8 AWAI. betamelijk. rangschikking. ook jegens een ander awak zeggen. regel. ook bemanning van hot schip. rangschikking. -moe. ook vriend. uitspansel. scharen. begin. oorsprong. ook voordracht. Awan. bewolkt zijn. lofwerk. in rangschikking. aanvang. opzetting. Mengatoer. of van zich zelf tegenover hem awak bezigen. orde. yolk. hemel. krullen in letters. geregeld. algemeen heerschende ziekte. . j ongetj e. aanbieden.

schors. een bosch enz. mengawasin of awasin (Bat. voorzichtig. duurzaam.). wijd (van een opening). lang jong blijven. hoofdstuk. en die geneeskundige eigenschappen heeft. Soend. Babakan asem.).). die niet bewozen zijn. Babad-Ambadad (Jav. afstammeling van een chineeschen vader en een inlandsche moeder. ook: geval. hot onkruid enz. Topeng bakakan. Jang awas! Voorzichtig. rooien. Dalem perkara ini ada does bab. inboorling van Chineesche afkomst. door dit weg to kappen of to snijden . ook kroniek. Babal (Jav. Babakan (Bat. geschiedenis. nauwlettend gadeslaan. scherpziend. jang tiada terang.) = Djimat (zie aldaar). categoric.comedian ton. van onkruid zuiveren. de wond gaapt.). boekpens (van een dier). de pens.). scherp toezien. bedrijf. bast. uitmuntend. wegkappen.). poort. spel (van rondgaande muzikanten. gapend(van eonwond). Soend. stuk. ook benaming van gegoede(?) inlanders to Batavia.). Babak. in dit geding zijn twee zaken. Ambabadi of ambabati. jonge. Azza (Ar. schors. stork aankijken. B. good bekijken. enz. Babad (Jay. ook scherp zien. Azza wa djalla. let good op ! Kijk good uit! Awet (Jav. bast van den tamarindeboom. Loekanja babang. uitstekend. lang van duur.bij wijze van tabak gerookt worden. rondreizende inlandsche straat. Mengawasken. geschiedkundig geschrlft uit den ouden tijd. oplettend.).). BABA. do boomen daarin vellen. voorzichtigheid. voorzichtig handelen. oplettend zijn. niet spoedig op of versleten. ook een erf enz. Azimat (Ar. de groote en machtige(vannAllah gesproken). zaak. scherp toekijken. het is (was) een gapende wond . Bab(Ar. Bat. Bat. Baba (ook Babah). dour. artikel. Awas. Awet moeda. lang good blijvend. pas ge- . oplettendheid. Awas. enz. Bat. Babang. enz.

wikkelen. Lidah badak. oorsprong. vallende ziekte. een zeil bijzetten. Babi doej oeng of Doejoeng. Babit. Sababat. een heester. varkensvleesch . Babi panggang. volwassen kip. do lepra in hot eerste stadium. Badak gadjah. Bat. hoorn van eon rhinoceros .) . uit elkander gedreven (van een leger). Bintang babi. plat. klokhen. veel aangekweekt voor do cochenilleccultuur.vormde vrucht van den nangka. Babi tanah. op elkander gelijken. Baboer (zie ook Lamoer). zwijn . ook de jonge nog niet harde schaal eener jonge kokosnoot. een paar. eenhoornige rhinoceros. Badam took Sakit Badam of Penjakit badam). uitgesproid. meid. Babar (Jav.. . door stroom en wind afdrijven (van con vaartuig). voortschieten. wild zwijn. do bovalling. Babi oetan. hen. aardvarken (sus vittatus) . varken. blindelings to work gaan. roode plekken op hot lichaam. een span (zie ook Babad). slecht van gezicht. Membabar (ook membeber). Baboe (Jav. Badak kerbau. Membabi boeta.). beginkapitaal. dienstmeid. Babi roesa hertzwijn . zoogster. min. aan flarden scheuren (van een zeil). uitspreiden. Baboe soesoe of Baboe tetek. doen als een blind zwijn. ook (Perz. Babas. de planeet Venus. tweehoornige BADJ. logkip.). op hooter daad betrapt worden.). d. Badak. ook begin. opuntia cochinillifera. Daging babi. ontrollen. sp eenvarken. enz. iemand of iets in eene zaak halen. gebraden speenvarken . (bij hot spel) kapitaal. Babat. enz. enz. Membabit. Tjoela badak. Babon (Jav. 2 9 rhinoceros. enz. Bat. kindermoid. i. Babi panggangan. Kebabaran. ontrold. Babar (ook Beber). Sawan-babi. hot geboren worden daarvan bij de bevalling. geplet. een paar vormen. betrekken. Bat. Babi. rhinoceros. ook hot to voorschijn komen van een kind. zeekalf of zeevarken .

Bgrboeat kabad jikan. (zie aldaar). een kort dolkm es met een snede. Kabadjikan. Gelang bad jang. welzijn. radon. chysopogon aciculatus. een zeer lastig gras. Membadjak. pad der deugd. Bad joe ajah. pondspondsgewijs bijdragen (bijv. een soort kiel. een vest met korte mouwen . ploegijzerbeen. eekhoorn. geheel gesloten nauwsluitende badjoe. vermoeden. deugd. dwerg. (ook Badjag. enz. Kabadj ikan negeri. Perampok di laoet). armen en beenen. kleedingstuk tot dekking van hot bovenlijf. keg. Badjoebelah dada. gedeelte van hot lichaam zonder hoofd. ploegen. Badjoe. idem. Badan. romp. tot betaling der kosten van een openbaar gebouw. Bat. Bad j oe takwa. Badjak (Jav. een soort van borstrok . een soort geest. enz. Badjing (Jav. Tiang badjak. op de borst open . een gesloten vest zonder mouwen . Badjak. (Zie verder Weloekoe). Bad joe pokok.). 3 0 BADJ. wig. ploeg. Badjang. Badjik = Balk. ploegijzer . Bade (ook Badik of Bade-bade).). Bade. jak of kort gesloten jasje. Bad joe meskat. hot welzijn. ploegschaar. gissen. omdat de zaadpluizen er van zich aan de kleederen vastzetten. lichaam. zeeroover. n auwsluitend buis. Membadjak. to zamen bijeenbrengen. een vorm hebben. dat tot op de heupen reikt. met een geplooiden of gevouwen halskraag . welvaren. idem. zeeroof plegen. Badati (Har. Bat. Badjoe serodja. weldaad. strijkbord aan een ploeg . wel doen. een lange badjoe met aan . een armband van garen ter bezwering van vorenbedoelden geest. Badjoe raja'. hot ploegen . Bgrbadan. Badji.amandel.). kabouter. ploegstaart. Gandar badjak. Djalan kabadjikan. Badjoe koeroeng. welvaren van hot land.). een lichaam. Soengkal badjak. Mata badjak. aardrnannetje. veronderstellen. Badjang-badjang. ook (bij timmerlieden) zwaluwstaart en stelten .

Berbadjoe. soort. in soorten . naar verkiezing met iets doen wat men wil. iets row schetsen. omtrek. tijdelijk gebouw. Badjoe papas. wijze. Bagan. die aan hot achterhoofd en bij de ooren gedragen worden bij vertooningen van den Wajang-orang. iets naar willekeur behandelen. BAGO. Bagai. hoedanig. borstplaat. koekjes van sagoe met kanari. enz. sabagai poekoel. voorts.). bovenkleed. clown. grof gebouwd. ruwe schets. Memoekoel. Badjoe rante.). buikgordel (zie Bedong). zich tijdelijk ergens bovinden. ontwerp.de poison nauwsluitende armen (vrouwendracht). Badjoe kadjari. Membagan. Bad j oe dalem. ook kaaiman. duchtig. aard. halte.). gespierd. Badjoel (Jav.of uitzetten of of bakenen. nar. flanellen of wollen buffs. eerwaardig. Berbagan. Sabagal poela. komiek (in de inlandsche schouwspelen). op bivouac zijn . ming van vorstelijke en heilige asceten. malienkolder. Berbagal. ook de metalen vleugelvormige versierselen. als.). Membagaiken. grappenmaker. gelijk als. verschillende. enz. (van den wind) stork. een lange badjoe met lange wij de mouwen . bloemstengel van de cocosnoot. onderdeel. Badong (Jav. allerlei. platte grond.) (ook Banjol). of van sagoe alleen bereid. de omtrekken van iets af. achtbaar. bona. Bagaimana. verscheidene. Badjoe besi. Badoet (Jav. Bagawan (Jav. bivouac. duchtig. een badjoe aanhebben. heilige. onderbuis. zooals. gestadig. zooals hot behoort. op welke wijze. allerhande. jong van een kaaiman. ter dege. Bagaibagal. evenals. ringkraag. . Bagea (Mol. alligator. ter dege afrossen. rustplaats. potsenmaker. kiasse. Sabagai. . Bagal. ook buikband. harnas. zoo ook. wijders. Badjoe loear. Bagas. aanbiddelijk. ontwerpen. enz. robust.

verdeeling. Berbahagi. .). Sakit bagoes of Babagoesan. een mooi huis. deeling. verfraaien. ten andere. deel. fraai. een boom. gevaar. Perampoean bagoes. zus en zoo. zoo. aldus. deelen (onder elkander). Bahagian. aanminnig. die in hot gewone leven alleen aan een regeerenden worst gegeven wordt. deeler. voorts. Bagini-bagitoe. hell. lieftallig. verdeeld zijn. alle lof zij (voor. Bat. gever. Bahagia (ook Bagia). ook de pokken. schoonheid. Membagoesken. Membahagi. Roemah bagoes. gelukkig. Pembahagi. deelen. mazelen. . zoo. op doze wijze. wijders . schoon. verdeelen. van welks bast stork touw wordt geslagen. Bagitoe. op die wijze . anderdeels. wat door deelingverkregen wordt. nood. Perbahagian. lief. ongeluk. deel. onderdeel. Adakah bagimoe bapa? Hebt gij een vader? (Zie verder : Bahagi). verdeeld . Sabahagi lagi. zijne (hare) gelukzaligheid. onderdeel. portioneerde lengte (van menschen en dieren). ik heb twee brooders (zusters) . Berbagoesan. een titel. Segala poedji bagi Allah. mooi voordoen . Bahagian tanah. Bahagian pamerentahan. en dus overeenkomt met ons Zijne (Hare) Majesteit". (bij hot kaartspel) geven . een schoone. mooi. van buitengewone maar geproBAGO. aan) God. ook -ajoe (Jav. Bagoer (ook Djagoer) (Jav. Bagoe. gedeelte van een land afdeeling. departenlent. ten nutte van. ministerie.).Bagi. muilezel. enz.). Bagoes. mooi maken. Bahaja. dus. bestuursafdeeling. ten gebruike van . Ada bagikoe doea soedara. Terbahagi. voor. gedeelte. mooi maken. zoo handelende. geluk. lieftalligheid. Bahagi (ook Bagi). Bagral (Ar. dus. mooi opgeschikt. Bagini. lieftallige vrouw. dus doende. Gnetum gnemon. Sire". aldus. zich opdirken. enz. Baginda. fraaiheid.

fatsoenltjk uitdrukken. ongeluk. zich behoorlijk. taal met vreemden tongval. beschaafdheid. ook toon. gemengde. vertalen . klinken. waarlijk. Orang baroe.chaafd. spreekwoord. schuit enz. Bahasa tjampoer-baoer. nieuweling. nieuweling. Dengan sabahoowanja. de stem. schoon. nagalm. langzaam eten.Akar) . Bahoewa (ook Bahwa). Memberi bahaja. Bahasa sahari-hari. 31 groote rivier. nagalmen. Perbahasa ook Perbahasaan spreekwijze. Bahara (ook Bahari). gevaarlijk. goede manieren kennen. . nieuw jaar . geraas-. be. geweld maken . hoftaal . gevaar veroorzaken. dat. gekuischte taal . Taoen baroe. gevaarlijk zijn. dagelijksche omgangstaal . inderdaad. schreeuwen. onlangs .(ook Mara bahaja) . ja zeker. Melangkah bahasa. enz.. nieuw. wezenlijk. (zie. in gevaar brengen.. stem. echo. schoonheid. Bahasa katjoekan. Bahar. manier. volmaakt. geraas . Berbahana. enz. overbrengen. zeker. Baharoe (ook Baroe). Bahar. uitdrukking. Berbahaja. zoo is het. Bahasa aloes. voorwaar. verheffen. Bahtera. herkauwen. Bahkan (ook Behkan). spraak. moor. woord. Membahasaken. baar. pas. klank. hebben. BALK. vaartuig. Bahasa dalem.z. in eene taal uitdrukken. weerklink-en. Mengamboerken bahana. versch. Membaham. ja. een zeogewas. gillen. taal. volmaaktheid. Bahasa. geluid. in gevaar zijn. kaak. Baham (ook Ba'am). Bahla (of bahala). zooeven. ter dege. (zie ook Poendak). Bahoe. tegen den goeden Loon handelen. een groote pigs water. beschaafde. Akar bahar. enz. gezegde. ook uitmunten in schoonheid enz. Bahana.. Taoe bahasa. zee. (van menschen) kauwen met gesloten mond (van koeien enz). conventioneele taal. kies van verstand. schouder.

alle van d e natuurlijke familie der Amarantaceae en eenjarige gewassen. enz. Bajem ekor koetjing. -denzelfden leeftijd. enz. hetzij mensch 32 BAIT. let wel op. good.. voorzichtig ! Membalki. balk setae. Bajem toer. gaaf.~Membangi. hoe good ook. braaf. Balt'oelmal. deugdzaam. Bajak. herstellen. goad doen. Membaikken. . . ook maar. slag.). Dengan balk. huis . die meerendeels eetbare bladeren geven. repareeren. Amarantus paniculatus. Terbajang. (ook Bajang-bajang). duurzaam. do schatkist.zijn. deugdelijk. hetzij . de moskeekas. weldoen.Balk. Berbajang. Balk orang. soort.Bajem sajoer. Bajam (ook Bajem.) = vergunning verleenen. onevenredig dik van lichaam (bijv. goedschiks. -slag. goedschiks. pas good op. Balt'oelharam. hotzij duivel. hot met iemand weder goad maken. wel. sets verbeteren. deugdzaam. verlof geven. Cladostachys frutescps . (Zie verder Kebajan). spinasieachtige plantensoort . . van eon hoog zwangere vrouw). welvarend. Amarantus retroflexes. van dozelfde soort. schaduw. Bajem merah. hot heilige huis. Amarantus spinosus : Bajem besar. zich opdirken. de tempel to Mekka . Chenopodium filicifolium . Sabaik-baik of sabaik-balknja zpo good mogelijk. Amarantusmelancholicus. Membajangken. of Amb. verbeteren. . . Bajem selasi. schaduw werpen op sets. Amarantus oleraceus. Bajang. schaduwbeeld. Bajem doers. . degelijk.. groote ~groene papegaai. hetzij. ook iemand good doen. Celosia cristata. Baja. toestaan. ook minzaam mensch. Bait (Ar. in orde. Bajem betoel. als onduidelijk beeld to voorschijn komen. -maken. repareeren. (zie ook Benar). Bajan. gezond. Orang balk. Sabaja. enz. aan den dag komen. Kasi balk (Sap. schim. een good. beschaduwen. enz. Balk-balk.

voldoening. betaling. wicht.. do materialen voor eon huis. doch niet bepaald bedorven (van spijzen bijv. enz. wat iets moot worden. Bakal roemah. betaalmiddel.). ras. z. waarvan sets moat worden geBAKA. betaling . oorsprong. i. stormwind. Membajariook Membajarken. klein kind. (wanneer doze moor dan eene vrouw heeft). erfelijke ziekte. enz. enz. beschaduwen. betaler. ruwe stof of grondstof. zijne schuld betalen . Baji (Jav. Membajar. Chineesche inkt. made-echtgenoote. ook voor anderen betalen. Memboeang baka. geslacht. sterven. Baka. ook van smaak veranderd. . Bak (Chin. d. ook do benaming der verhouding tusschen do verschillende vrouwen van eon man. zijne of komst verraden .). schaduw op sets laten vallen.g. wind.op sets schaduw werpen. door handelingen etc. Penjakit baka. Bakal. Bajar. Bajoeh (ook Wajoeh). Mamba jar kaoel. onrein. Bajat (Membajat) padi op hot kweekbed zaaien. vormd. betalen. enz.. Oost-Indische inkt in verharden vorm. zuigeling. voldoen. enz. eene gelofte vervullen. erfelijke aard.. Baka' (Ar. duurzaam. gemaakt. Mamba j ar ~oetang. onsmakelijk. kanegeri jang baka'. ook wat men op reis. Pembajaran.). mede-vrouw. klierziekte. zijne of komst verloochenen . sets BAKA. om haren man to ontvangen. Pembajar. uit hot land der vergankelijkheid teruggaali naar hot land der eeuwigheid bestendigheid). eeuwig. stam. Maroe). vervullen. aan velen uitbetalen. Poelang ~dari negeri. Bajoe (Sk. of komst. ook : hot aanstaan- . beurt. aflossing. zware wind.). medeneemt (ook Bgkgl) . Menimboelken baka. pas geboren kind.). jang fans. vervulling. eenigszins bedorven door to lang liggen. bestendig. volbrengen . (verg. ook een Chineesch spel.

enz. Bakat angin. ik zal naar Semarang gaan). Membakar. Kabakaran. die zullen trouwen . evenals een andere soort. fig. branding. Bakar. die Crinum bankanum genoemd is. Bakiak (Bat. hartzeer aandoen. Bakat ketoemboehan. do verloofden. presenteerblad. 3 3 deksel . ijzer heet maken. Mgmbakalken.). die bestemd is. verkooper of koopvrouw. houten klompen (indische). Membakar besi. Akoe bakal pergi ka Sgmarang. Bakoeng. den ruwen vorm van iets nemen. jaloersch maken. Voorts Pancratium zeylanicum met eon zeer verg-If tigen bol.de huis. schade lijden door brand. blaken. (Jav. Pgrampoean bald. Baki (Holl. eene vrouw. Ba at. en Bakoeng ajar. ophitsen. volgepropt. ook maken. Bakal. Membakal.). korf met of zonder BALA. Bakal radja. voorteeken. brandstichten. bakje. mand. onstuimig. eon sierplant met geneeskrachtige eigenschappen. die do waren in hot groot verkoopt aan wederverkoopers in hot klein. voorbode van den naderenden of opstekenden wind. (Membakar hati). gebakken steen. Kajoe bakar. tot iets bestemmen . branden. hot branden. en vol. Bakal kawin. Baker. brandhout . Bat. do vermoedeltjke troonopvolger. ook voorspellend voorkomen van iets. botsende golven.). een brandend (of afgeebrand) huis. Crinum asiaticum. Bakal di gantoeng. de voorteekenen der kinderpokken. ook aanblazen. voorbode. Batoe bakar. zullen (wordt gebruikt tot het aangeven van het futurum. Chamaecladon augustifolium. bUjv. ook brand. die niet moor menstrueert. . een waterplant met wormdrij vende eigen- . ook (Jav. onder hot koken gestremde of geschifte melk. -veroorzaken. metselsteen. Roemah terbakar. aangeven. bakken.). gehangen to worden. ook hot ophouden der menses bij vrouwen van zekeren leeftijd. Bakoel.

vereering. enz. iets in to brengen hebben tegen. aandoening der longen . dienst. Balai. wederstreven. ook : beproeving. Bgrboeat bakti. Bat. Balas (ook Bales). Bala tentera. ziekelijke opzetting.. wit. betwisten. de vorstelijke gehoorzaal.. lusthuisje. met onverschilligheid behandelen. wedren. kommer. vergelding.). verheven bolrond. Balang. Amben). Bakti (Sk. Balai (Membalai). de stinkende sprinkhaan. rustbank (verg. Balai (ook Bale en Bale-bale). litteekens van striemen op 't lijf hebben. enz. . Balangan (ook Balapan). tijdelijk logis voor vreemdelingen. Membalesi. Bakoep. striemen op zijn lichaam hebben. Balang sangit. met MALEISCH-HOLLANDSCH.schappen.). aanbidding. eerbied. ongeluk. krijgsmacht. leger. 3 34 BALA. vergoeden.vergelden. sprinkhaan . bank. Bala seni. die aan de voorgalerij van hot paleis verbonden is. beantwoorden. Membala of Bala. enz. race. witte vlekken aan handen en voeten. eerbied. danspartij. enz. hulde. koepel. albinokleurig.). belooning. Balai pgranginan. yolk.. enz. lager. Balah (Mgmbalah). vergelding. antwoord. gezwollen. waar de vorst zich in het openbaar vertoont. iemand vergelden. dans. bezoeken. Berbalan of Berbalan-balan. bezoeking. Bala (Holl. Bgrbakti. dienst. ongemak. vergoedi ng. Bala (Sk ). onheil. teruggeeft. open gebouw. ook opene vergaderzaal. beloonen. hulde betoonen. striemen overdekt.. eerbetoon. wat men terug doet. laten begaan. Balai-roeng. Bala. Balan (Jav. terug doen. tering. Balesan. Stenocoris varicornis. vereeren. Membales. enz. dienstbetoon. Membalal) beproeven. opgezet. beantwoorden. Balar (Penjakit balar). dansen (als Europeanen doen). zwelling. hulde bewijzen. beloonen. de Albinoziekte. striem .

enz. onzinnig. hanekam. nagelaten echtgenoot. een tot de familie der Cannaceae behoorende plant. knook. een plant. Baloer. bedrog. zware stem. hat onderst boven gekeerd. zware bastoon. d. terugkeeren. verbinden. rugzijde. verdraaien. ook Jav. Baloewerti (Port. BAMB. beenderen en (ook Djengger-ajam). ook heen en wader gaan. omgedraaid . belooner. omkeeren. verband. Kebalik. enz. boom. balk. windsel. Baliloe. alle hoop is verloren. verraad. . Baloeng.). kristal. Balok (Roll. Terbalik. Barn (of Baam). . tot den leeftijd der puberteit. Baloe. nu zus. dwaas. Terbolak-balik.). draaierij. wat omwonden. Balila. Patah kemoedi dengan bamnja. rijp. Bamban (ook Bambang). Balig (Ar. omgekeerd. zich omkeeren. Bolak-balik. kam van eon haan. dwarsbalk op Indische vaartuigen. Akalbalek of Akil-balig). hat tegenovergestelde. terug. draaien enz. ook straf. omwinden. ook zwelling. dan zoo. mondig. Balik. keerzijde. achtergebleven. weduwe of weduwnaar. enz. zoowel aan den mast als aan hat roer. meerderjarig. windsel. Membalik. bolwerk. enz. bedriegerij. omgekeerd. ook zwelling der oogen (door hat huilen) . ook eon kind in slaap sussen (Membamken) . verband. enz. ook : fopperuj. ongelooide huid. inwikkelen. .) been. ook zwellnn (der oogen) . Baloet. in de zon gedroogd vleesch. hat omgekeerde. Pembaloet. verbonden. hals over kop tuimelen.). omwikkeling. veel gebruikt voor hat maken van . bergkristal. wenden. (ook Akal-balig. enz. Baloetan. hat tegendeel. huwbaar. . i. enz. zwelling door een slag of striem . vergelder. hat roer en zijn dwarsbalk zijn gebroken.Pembales. volwassen. Poeter-balik. ingewikkeld is... Membaloet. zijne woorden verdraaien. des onderscheids gekomen. Maranta dichotoma. tuchtiging.

ventrea-terre laten loopen. Sjah-bandar. vlag.Bandang (Jav. hoofd der kooplieden. Bambusa apus. Bamboo gading. Bamboo boeloe id jo. een zeevisch (ook Bandeng) . . Gigantochloa robusta. Gigantochloa atter. Bamboo BAMI. item. Schyzostachyum Blumei . Melocanna viridis . enz. spek. Bamboo boeloe koening.). Membandang. ook Bamboo tali. Bambusa elegantissima. een visch. ook Bamboo ater. Bamboo toetoel. Van doze tot de natuurlijke familie der Graminaee behoorende nuttige planten maakt de inlander zoowel zijn huis. Bambusa nigro-ciliata en Bambusa aspera of Gigantochloa aspera. wimpel. Bamboo woeloeng. als allerlei gereedschappen. vergroot (van de maan) . Melocanna Zollingerii. Bambusa vulgaris var. Bamboo boeloe akar Melocanna gracilis . kreeften. Bambusa serpentina. Bamboo ampel. Bamboo kerisik.). Bandang.matten. hard wegloopen . Bandar. degeen die de bank houdt en de kaarten uitdeelt. hat met elkander eons zijn en heimelijk verkeeren van twee minnenden. ook. havenmeester. voor huiselijk of dagelijksch gebruik. Bamboo doeri. Membandangken. Schyzostachyum durio . Bamboo djawa. en gro enten.). plat en breed. laten rennen. Bamboo andong. Bambusa vulgaris. havenkantoor. ook (bij hot kaartspel). Bumbusa fera. Melocanna brachyclada. haven. Perbandaran. Arundinaria glaucescens. enz. eon Chin eesch gerecht van eon soort macaronis of vermicelli (mi) met varkensvleesch. Bambangan. havenplaats. Bamboo oeler. korfjes en mandjes. Bamboo-riot. vaandel. Bandera (Port. Bamboo bitoeng of -betoeng. Bami (Chin. Bambang. Bamboo seritkoeda. maculata . hollen. Bamboo apoes. bankier. Bat. garnalen. Bamboo tjina. hoofd eener havenplaats. op hol slaan. Bamboo. Bambusa verticillata.

Berbandjar. Banding. ruw. enz. slinger. stank .. verstopping. lets dat gebruikt wordt. overstroomen. obstructie. een sluiting met geweld openen. grootspreken. haastig. gedoornde vork. hardhoorig. hooge schoft . enz. ook eelt of gezwel aan de schouders tengevolge van h et vale dragen. Jav. boeleerster. Bangar. door eene overstrooming overvallen. onverwijld. roodgeverfd kleed. lofwerk. enz. ook : razen. op eon rij. Bandering. iets met een slinger gooien. rood. bespoedigen. overstrooming. enz. Membandingken. Bangal. hooge rug. blufferig. gelid. hangende wieg. fatterig. voorts: Membanderek. eenig .) . een warme drank. in gelid staan. enz. Bandok (ook Bondok). enz. vergelijken . met een slinger werpen. tegen over elkander stellen. 3 5 weerga. onaangename reuk. Ka'in bang. ook : streng. ook boel. BANG. forceeren. onvergelijkelijk. tieren. eon gelid vormen. Membangatken. aan to houden). Zie ook Sangat. Membanding. ram. pronkzuchtig. rij.Oostindisch-doof(verg. bereid met gember. Bandot. Bandji (ook Bandii-bandji). om er iets in of aan to hangen. hoererij . ook : ondeugend. enz. Bangga (Bat.Banderek (Bat. enz. leven maker. Membandering. stinkend. ook franje. Bandil. schommel.). uit de oevers treden (van eon rivier. pendant. evenbeeld. Bangat (ook Bangkt).. bok.). Bandjar. bluf- . wat met iets vergeleken kan worden. Band jir (Jav. twee voorwerpen met elkander vergelijken. Bengal). gaffelvormig instrument. Bang (= abang). roosterwerk. koppig. Tiada bandingnja. vanghaak (wapen der gardoewachters. echtbreuk. enz. onzuiver van smaak of reuk. verhaasten. Bandoel (ook Bandoelan). enz. om dieven.). hangmat. spoedig. eene rij. Milt. Kabandjiran..

Membangkitken. Membangoenroemah. uitkomst. of Port. Bangoen. Bangkoe kaki. Bangoen. ook ophalen. opstaan. enz. Bangkong. kreng. enz. Bangkawara. oude zaken oprakelen. zich oprichten. oude koeien uit do sloot halen. dood lichaam. Ban?koedoe (Bengkoedoe of Mengkoedoe). opstaan. opkomen. Membangkitken. niezen. oak: vorm. fatsoen. dakspar. maken. Bangkit. wordt ook in de inlandsche keuken gebruikt. enz. een groote pad. halsstarrige. een stad stichten. Banglok (Chin. oprijzen. bouworde.).). verstokt. Zingiber cassumanar: een overblijvende plant met goneeskrachtige eigenschappen .Membangoen negeri. (een scheldwoord).. Membangoen. uit wiens bast en wortels een roode kleurstof wordt getrokken . bank. iemand aan bewozen diensten of weldaden herinneren . enz. Bangkoewang. Bangle (ook Banglat). voorhouden.opstaan. Membangkitken perkara jang lama. Bangkoe (Roll. ook iets vormen.. zich oprichten. bouwen . enz.fen. een boom. voetebank. Bangkai (ook Bangke). Mem- . opstaan. enz. Membangkit. gestalts. verwijten. verwijting. een vaartuig op stapel zetten. doen oprtjzen. Bangkit. heeft ook geneeskrachtige eigenschappen. Morinda citrifolia. bloedgeld. bluf. verstokte (zondaar). Ipomoea mamm osa : eon slingerplant met eetbare knollen. Membangkit. Malt). een pad. rustbank. Membangoen peraoe. 36 BANG. zich verheffen . koppig. zich boven de kim verheffen. bewezen dienst of weldaden verwijten. (verg. een huffs bouwen. vischkaar. halsstarrig. verwijt. inrichten. grootspraak. dat bb wijze van schadeloosstelling voor eon vermoorde betaald wordt. dakrib. voetebankje. Bangkawan (ook (Bengkarah). een groote kikvorsch. lijk. Bangkes (ook Bebangkes of Bebangkis).

Berbangsing. van een aanzienlijk geslacht. . enz.). enz. schuilen kunnen. hoeveelheid. wagenloods. gedaante. Bangsa semoet. onverbiedeltjk. Europeaan. fluit. schelm. stout. Bangsal. borstlap. reiger. kaalkoppige ooievaar. Sabanjakbanjaknja. of voor iemand opstaan. een Chinees. Bangoenan. enz. de familie der mieren behoorende. Bangsawan (ook Berbangsa). Bangsal kareta. in hoeveelheid van. smeerlap. op een fluit blazon. veelvuldig. als eene soort beschouwen. dwarsfluit. Bangsa. boef. een dak op sti jlen of jukken. tot eene soort rekenen.Bangsa tj ina. Javaan of inlander. hardhoorend. (van een kind). tot hot geslacht. geslacht. door hot dooden van eon wandluis). natie. Bangol. Banjak. iemand wekken. Bangseng. ooievaar. zooveel als. snoet. vieze reuk. torentje. die wachten moeten. familie . Bango tongtong. yolk. menigte. stam. do fluit bespelen. enz. om naar hot een of ander to kijken. spitsboef. gespuis. gauwdief. enz. bangoeni. Bango. soort. schavuit. aantal. wakker maken. booswicht. veal. vagebondeeren. Bangsat. Sabanjak. marabout. ook gebouw. lucht (veroorzaakt bijv. de zwartgevlekte. snuit. evenveel. schobbejak. met of zonder bewanding. wakker maken . inlandsche bamboezen fluit. waaronder rijtuigen. . een loods. Membangoenken. ook . Membangsaken. als eon vagebond leven.BANG. voor hot een of ander. van eene aanzionlijke familie. Banian. op zijn meest. in den adel verheffen. vorm. schurk.. postuur. stank. eerloos mensch. canaille. enz. talrijk. stand. Bangoes. blanke. ook wandluis. -d j awa. enz. vagebond. Bangor (Bat. Membangsat. ondeugend. ongehoorzaam. loods. enz. Bangsing (ook Bangsi). van adel. van goede of komst. Bangsa koelit poetih. BANI. ook iemand wekken. enz. enz.

enz. kussen. waarin roestend ijzer gedurende eon pear weken wordt gedompeld. Banjol = Badoet. zwartsel voor de tanden (hat water der cocosnoten. eene ondiepte. enz. . veelh eid. stijfhoofdigheid. overbrenger van 's vorsten bevelen. dooden. twisten. door bijvoeging vermeerderen. stootkussen. Binatang bantaian. wet op eon kussen gelijkt of als zoodanig dienst doet. eon gedeeltelijk zichtbare zandbank. Psmbantai. stootkussen tangs hat boord van sloepen. geschil. eene ziekte in Karen voortgang stuiten. Ban jak (Jay. Bantal.. bezweren. enz.. ook meerderheid. enz. adjudant. Membantar. kussen of klos. eene ziekte coupeeren. veal maken. heraut. slachtvee. laagte in zee (bijv. redetwisten. waarop bijv. enz. hat aantal van jets vergrooten enz. enz.). Bantal penjangga. Bantai. slachter. Banjon (ookBanjoe en Bebanjon). elkander tegenspreken. rolkussen. M®mbantahi. enz. slachten. tegenspreken. stager. iemand tegenspreken. hoofdkussen. redetwist. Membantahken. . Bantalan. Bantal kapala.. vleesch van geslacht vee. tegenspreven. tegenspreken. weerstreyen. lets als kussen gebruiken. Membantal. tegenspraak. enz. . Bantara (of Bentara). Banter. 37 eon rijtuig rusten. Membanjakken. ruzie met elkander hebben. onderlaag. Membantai. neerslaan. in niets toegeven.. en dat met looizuurhoudende schillen van vruchten eon zwarte inkt geeft). Bantal gosling. ruzie met elkander hebben. gaps (zie ook Gangsa). eon gevaar of wenden.zooveel mogelijk. vermeerderen. ook met zijn velen jets doen. Berbantah (ook Bantah-bentoh). Membantah (ook Membentoh). to veal. Kabanjakan. . Memban jaki. enz. de veeren van BANT.). twisten. Bantah. wederstreving. (over de een of andere zaak). Banter.

mengsel. bakkebaarden. gestuit. Banting. ook dof van kleur. geur of lucht van zich afgoven. Bantjoeh.). Bantoet. gecoupeord. Tjambang baoek ook Bewok. Bantoe. gear en ongaar door elkander. praten. Pembantoe. bijv. eon kleine kikvorsch. M®mbanting. schatting. niet . wilds stier (zie Seladang en Djawi). eon plant met wortel en al uit den grond rukkon. verhinderen (Membantjangl. geur. contributie. mengsel. bijstaan. lucht. contributie heffen. enz. vol (van den hats onder de kin. helper. Bantjoehan. neersmijten. vermengen. babbelen.). geurig. helper . geurig rieken of stinken.neergooien. van eon span paarden). Membantji. op den grond smakken. reuk. enz. Banteng (Jay. Bat. enz. enz. verschalen (van wijn. enz. hermaphrodiet. puisten) niet tot algehoole rijpheid gekomen. Bantjoet. huip verleenen. helpen. bijstand. steunen . (van ziekten. door. Bantjet. halfsleetsch.Bantat (ook Bantoet of Bantet). keuvelen. hot ~wilde rund. eon oppervlakte van 500 0 rijnlandsche rooden of ± 7096 0 meters. eon luchtjo hebben. Pembantoean. springer. boomkikvorsch. tweeslachtig. niet wel doorbakken. Baoe. Bantjl (Jay. kouten.. door eon beard. eon jongen boom. Bantjang. Bantji. 38 BANT. mislukken. met elkander mengen.) ook (als gemeen. laag scheldwoord) hoerekind. enz. (van gebak.). enz. vorschoten. kwee (Orang bantji). Membantoen. ook : ongelijk van grootte (bijv. onder. Membantoe. Baoek. ook beletten. Baoe. Banting of Terbanting. huip.kwakken. niet voleindigd. schatting. Baoek ook Bawoek. mislukt. niet hear goheele verloop hebben. Membantjoeh. vermenging. Bantoen. Berbaoe of Bebaoe. niet good gerezen. bijv. ook verschaald.). die onder de kin samenkomen . huip. smijten.

kleeding. zoo wet. moorasbosch. Bapang. dingon. Bapa boengsoe. komfoor. Barang. moeraszwijn. ongewoons. Perbara. brabbeltaal. Sebarang (ook Sembarang). Barah. Perkata~n t. j ampoer baoer. Barang siapa. goedoren. Barang.. jongsto idom. . wordt ook gebruikt om eon wenschende wijs uit to drukken. wet ook. test. eon sterkriekende manggasoort. Membaoer. moerassig bosch. jets. borstplaat. Bapa gods.. Bapa tjiiik. enz. waren. wie ook. Bare. jets ongemeens. Barangkali (ook Barangkala). dat . kwaadaardig ontstoken BABA. bagage. Barang ape. dooreonhaspelen. wie ook. al dergolijkon. Bapa tini ook Bapa koewalon.).hot aanzien van nieuwheid of frischheid vertoonend. pleat met hot landswapon dat de politieen justitiebeambton dragon. enz. Barang dagangan. zweor. stoof. Baoer. glooionde kool of asch . gomengd. alledaags ch. vermengd . wet ook. al wet. oudste brooder van vader of moedor . bijv. goederen. Babi baran. Barang ampat bidji. vormengen. Tj ampoerbaoer. al wie. mongon. Topeng Barang. Barang. vader (in hot algemeen ook gebruikt tegenover moor bedaagde mannelijke personen. zoo wet. goedhartig. Barang-barang. bezorgd worden .n. die langs do straten hunne kunsten vertoonen tegen eene kleine betaling. Barang sabagainja. enz.A. ten zeerste vermengd. . ook : Mangifera foetida (anders Batjang). eenig. koopwaar. inlandsche comodianten. gowoon. ding. Tandak Barang. ontsteking. waponplaat.~ onvers chillig wet . . Bapa ketjil. dikwtjls verkort tot Pa'). Bapa'. Baran. bloedzweer.: Barang di sampaiken soerat ini kapada toean . stiefvader. . Boekan sebarang. koopwaar. ongeveor vier stuks. dooreengohaspeld. ook : 't is al wel. Bapa toewa. have en good. good. moge doze brief aan den hear A. Bare-bare (Bat.

Baring.of Sakit bares). greep . melaatschheid.. zoo net. 't is mogelijk dat. Membarlngken. liggend rusten. geaderd. West half Noord. West half Zuid. gemarmerd. roijaal. rechtwost. ook exercitie en benaming van een klankteeken . oxerceeren. . neerliggen. Barat di kini d jaroem panel jang. ligplaats. Bat. enz. Berbaring. Noordwest: Barat daja. enz. Barat di kanan d jaroem pandak (pendek). mogolijk. ader zooals in mariner. Barat di kanan d jaroem panel jang. Bares (Jay. . hit teeken voor de a. West ten Noorden. . Barat di kiri d jaroem pandak (pendek). west. neerliggen. Bans di atas (ook Fatah). enz. Barat tepat. Bank. enz. verband. zware westenwind. . Bans di depan (ook Dlamma). zoo juist. tegeiijkertijd.). in gelid stag. Bans. to zamen. rij. Membarmg. Baroet. ook openhartig.). op hot oogenblik.. waarschijnlijk. Bans mati (ook Djezma of Soekoen).). windsel. gelid. neerliggen. Pembaringan.). West ten Zuiden . . Baroes--Kapoer baroes. Berbarik. zoo even. Barat. eon oogenblik geleden. hot westen (ook Koelon) (Jay. to ruste liggen . Barat beret laoet. Soend. Zuidwest. Bares (ook Penjakit. dat. zwaar wader. West-Noordwest . v BARE. liggen. zwachtel. Baroe (ook Bahroe) zie Baharoe. kamfer. rustplaats. Baroesan (Bat. Barisan. hit teeken voor de o en oe. a. misschien. eon bui uit hot westen. Bat. Berbaris. reeks krijgsvolk. Membaris. eene rij vormen. hit teeken voor de i en e. pas. wellicht. gezamenlijk. hit teeken tar aanduiding dat een medeklinker gain klinker heeft. Barat laoet. Bans di bawah (ook Kesra). geregelde troop krijgsvolk.op welkon tijd ook. liggende zijn. eene reeks. nieuwelings. dus sluitmedeklinker is van eon woord of letter. Baring (Jay.

extra. die uit hare schaamdeelen stinkt. vochtig . metselsteen. opgeld nemen. baksteen. omwinden. of druipnat loopen . Baroet gantoeng (ook Oto). disconto. Perampoean basi. omzwachtelen. aarzeling. Membasahken. Batang . ondertro uw. rat. eene vrouw. (Pembasoeh). ziekelijke zwelling. pen. Baroh.). vochtig maker. waarin eten wordt opgedischt en muf. ook met natte kleederen. Zie Bahasa. de roos (ziekte). hooggelegen droge grond. garstig. tot bederf overgaand. Bata lilin. dessert. eon kook was. plunderer. Pembasoeh-moeloet.ook eon eed of liggen. boomstam. goor. Membaroet. order water dompeion.band om den bulk der kinderen . Basoempa (Mol. Batang poehoen. Batak. enz. Barongan (Jay. aarzelend. tengevolge emir ziekte . Basi. wasschen . ondertrouwen . enz. Basal. enz. Basoehan. stain. Zie Soempah. die bij feestelijke optochten op straat worden vertoond. rabat. onaangenaam riekend. rooven. eon verband om jets liggen. Membatali. enz. wat gewasschen moot worden of tot wasschen diem. Base. tegel. groote pop. naam van eon volksstam in Sumatra.. rat goad. ziekelijk. die van den hals tot aan den gordel reikt . verijdeld. Basal api. gebakken vloersteen. Membasik®n. wat bestemd is om rat gemaakt to worden. opgeld. enz.. niet doorgaan. ook schotel. stronk. Basal. enz. eon borstlap. BATA. in bet algemeen eon platte langwerpige klomp. al wat men boven de mast neemt. enz. mondwassching. verijdelen. -. Bata-bate. droge grond aan den voet van eon berg of heuvel. Bata. bleak. eon schuitje of blok tin . vergeefs. disconto berekenen. Batal. Bata timah. Bat.). gistend. Batang. Membatalken. duf. Basoeh (Membasoeh). 8 9 Basah. doer mislukken. mislukt. rat. aarzelen. Basahan.

voorlezon . radon. enz. door to veal vocht doodgegaan (van planten). dergelijke teekeningen op lijnwaad brengen of lijnwaad. oprechtelijk. Batja. pals . enz. Batara (ook Batari) Doerga. arts. Pembatjaan. drassig (van den grond). Membatesi. verklaren. lezen. winst. Batjln. van eon grensscheiding voorzien. steep. voordeel. zoowel van buitenv als van binnen. eon onaangoname mislijke lucht afgevend. Batara Wlsnoe. enz. uitleggen. viesriekend. Batara. enz. Membatjaken. Membatas.ajar. klip. titel van eon Maleier. stroom. lozen. grens. Loewarbatin. eon raadsel oplossen. rivier. gebakken steep. al to pat. barnsteen. enz. bergsteen. Batas-betas. Batang leper. Batang (Jay.). wet gelezen wordt. Membatik. de god Wisnoe. Batoe. gebeente van den schedel BAVCTA. scheiding. Batoe amber. Membatja. Membatang. vochtig. gekleurde teekenmg op hjnwaad. Sajn batik of Batikan. ook eon stinkend lijk. Batik. Bath. Membatesin (Bat. ook opzeggen. begrenzen. Batoe kapa* la. near rotte visch stinkend.). inwendig. gebeente. Bati (Jay. gelezen kunnen worden. ook wUze van lezen. Batoe bate. schaal. Batin. de godin Doerga. teekening. eon houten. verborgen . verwaterd. uitlegging. oprecht. titel voor godheden. stinken. eon grensscheiding waken. opgehoogd tuinbed . riviersteen. amber. Batoe datjln. hersenpan. verwen. bakje. Batas (ook Bates on Wates). minder den Orang-kaja. Batoe perak. zilvererts . gewicht. 40 BATA. op die wijze (uit de hand) beschilderd kleed. innerlijk.meer den Penghoeloe. merkpaal. onaangenaam rieken. metselsteen.).. Mimbatang. verklaring. ook binnenste. na voorafgaande beschildering met was. ge- . Batjak (ook Batjek). kreng. rolsteen. leesbaar. Terbatja. geraamte bekleeden. leesles.. kom.

bijv. Batoe toelis. Membawa. Pembawaa n. reciteeren. gemarmerde steep. Batoe timboel. slijpsteen . zwarte toetssteen . Membawa tiidoer. Batoek. Batoe timbangan. enz. de harde schaal eener cocosnoot.enz. Bawa (ook Bawak). onderaan. Sapala batoe. ondereind. enz. als eon steep zijn. hoest. voordragen. Membawah. zich overwonnen verklaren. hoesten. brengen. Membawalari. zich onderwerpen. medenemen. Batoe oedji. vracht.. enz. voorhoofd. Membatoe. waarop specerijen enz. wet gebracht. Dibawahangin. . Arengbatoe. gewichten van eon weegschaal . puimsteen. brenger. beneden.benedeneind. aanbrengen. Batoe asah of Batoe gosok. ondergeschikte lastdrager. sours ook to vertalen door gaan.r voor (bij) mij (to) brengen (lett.). onder. rif. met lets op den loop gaan. zich onder de hoede. drager. aan lij. . wrijfsteen. bij zich hebben of dragon. onder. ook fundeeringy fondament (van eon huffs. droge hoest. enz. wordt of moot worden. Batoe pasir. naar beneden . klontjes. medebrengen. beneden. Kabawah.. Bawa ka jah diakoe (Bandj. enz. wet gebracht is. vuursteen . aangebracht. zap dsteen . is.). enz. Dibawah. klapperdop. . schaken. naar onder. ijzererts. koraalrif . steenkool. Batoe djoebin. lei.of kandijsuiker. fijngemalen worden door middel van eon stamen rol . Batoer (Jay. kruier. tennghoest. medegebracht. bediende. ook verharden enz. Batoe api. Batoe besi. Batoek. Batoek kermg. etc. Batoe berani. brengen bij mij). vracht.onder iemand staan. Goela batoe. kameread (Temen). magnoet. op don loop brengen. stijfkop. Bawah. Batoe karang.wicht van eon unster. Pembawa. dracht. Bawaan. Batok. onder den wind . de macht van iemand stellen (ook Membawah dini en Mem- . gaan slapen.).. . graniet. vierkante vloertegel. Batoe giling. BAWA. ondergeschikt. omlaag. . steep worden.

. Bebas. look. d. verbonden is. enz. die pas komt kijken. leerling. omwindsel. Bawas (Pout. .). windsel. vrijstellen. niet gemeerd. Bombayui. eon jonge krekel. omgorden. enz. enz. = wildernis. zonder merkbare verandering of vermindering van omvang van de schouders tot aan den gordel. Bawang. windsel. gewone witte ui. ontheffen van jets. Membawahken. enz. vrij. naar beneden hangen . wat omwonden. vrijgesteld. 41 niet onder hot gezag der radja's staande bevolking. onnoozele. verbinden. Tali-bawat. ook als gebieder over jets bevelen. eon plane zeevisch. enz. bevrijden. afdrijven. vrjj maken. omwinden. vrije burgers. Bawang timoer. ui. domoor. overhellen. Bawang benggala of Bawang bombay. rond van postuur. Bawat. enz.. i. Djangkerik bawangan. Membebas of membabas. ten onder brengen. Bawang merah. Bebas dari pads pembajaran bea. verstikt in modder. ook gestikt. enz.g. wat daartoe diem. Orang bebal. onderwerpen. .. Pajoeng bawat. enz. niet verplicht tot. wat om jets geslagen of gewonden wordt. Bebal.). knoflook. bot. overwinnen. verband. . enz. ontheven van jets. aambeien. Bebek.bawahken diri) . z. . bekrompen. enz. ruigte. Membebet.. bras. Bebetan. met den stroom meedrijven (van eon vaartuig) . in vrijheid. praal.. als band of riem gebruiken. iemand. verband. vorstelijke staatsie-zonneseherm. dom. groote witte ui. Membebasken. binden om jets been. vrijgesteld van belasting-betaling. (van eon vaartuig) los. Bawasir. onnoozel . . botterik. enz. enz. Bebat (ook Bebet). stomkop. onbevattelijk. Orang babas (Amb. Bawat. Bawang poetih. -BEDA. Anakbawang. Pembebet of Pembebetan. gewone roods ui Bawang besar. Bawal. die pas harm krijgt. nieuweling . staatsie.

enz. (bijv. gescheurd.Bebekin (Bat. 42 BEDA. opredderen. gebroken. Bebena (Bat.bepoederen. open. blanketten.. smeersel.). Beda. lostornen. Boeboek). enz. jets of iemand lokken on vervolgens vermoorden. enz. enz. openleggen (van eon stuk linnen bijv. anders . verschil. onderscheid. onderscheid waken. in orde schikken. bekalken. witkalk. gescheurd. wat gebruikt wordt.). enz. poeder. ter dege raken. eon kamer. onderscheiden. anders zijn. enz. om in to smeren. verschil. anders zijn. onder water. . enz. uitstrooien (van zaadkorrels enz. Kamar bedeng.tot poeder of gruis stampen. . Pembedakan. Bedak. Bedah (Jay. Bebas (Membebes). enz. Belebekin.). Membeda. dompelen.). verschillend behandelen. etc. ook strooien. uitzondering. Membedaken. Membedak. Bedal (Membedal). enz. alles in huffs schoonmaken en op de behoorlijke plaatsen zetten. enz. of als smeersel. enz. Berbeda. Bebek. opensnijden. moerbei. moerbezieboom. doorgebroken (van een dam buy. ook op hol slaan of gaan (van een paard). duwen (met den kop of hot hoofd) ook Belebek. blankets el. opengesneden. ook Beberin) uitspreiden. . Beber (Membeber. tot or verstikking op volgt. ranselen. vorschillend zijn.) ook schoonmaak houden.). Bebek. Bebesaran.). . openscheuren. onderscheid. send. . rangschikken. ook fijnstampen. verschillend.) of Membebekken. enz. anders handelen. ordenen. ook poederdoos. op hot stadhuis to . (verg. een planken brits. losgetornd. op de bestemde plaats terugleggen. witten. slaan. Membedel. Perbedaan.). enz. . van meubilair. die aan den muur eener kamer bevestigd is. beredderen. onder water enz. uitzonderen . houden. B®deng (Bat. waarin zulk eon brits staat. anders. Bedel (Bat. verschillen. besmeren. met jets insmeren. Membedakken. poeder gebruiken. serviezen.

uitgeholde boomstam. verhard. Bedoel (Jay. waarover eon vol gespannen is. verstokt.) (of Bedjad). enz. inpakken. ook varken. Soend. (ook als scheldnaam). op eene eenzame plaats aanranden. eon gevoel van volheidhebben. bedoein. achtbaar. eon wijze. waarin men jets kan doen of plaatsen. straatroof plegen. dock abusiveltjk aangeduid door Bidoewanda of Bedoewanda). veldbewoner. zich verstokt. Bedjana. benauwddrukkend gevoel op de maag hebben. vuren. struikroover. versleten. enz. ook beu. enz. vuurwapen. titel van vorstelijke. varken. op jets schieten.Batavia de kamer. hetztj in vereeniging met anderen). B®gah (ook Wegah).). ook benaming van eon volksstam in Bantam. Bedil. eerwaardig. de groote moskeetrom. enz. windsel. berooven (hetzij alleen. straatroover.. verstokt zijn.). genoeg hebben van jets. Bedoeng (of Bedong). Begap. Bedoewi (of Badoei). enz. ook zanger. robust. Membedong. inbakeren. bak. zwijn . woestijnbewoner. Begar. luier. ook benauwd door dikte. (in geschriften dikwijls. Bedoewanda. Membedil. heilige kluizenaars. schietgeweer . Bedoewan. iemand op straat. zwijn. Membegal. vacs. afgejakkerd. beu zijn. roover. in eon luier of doek inwikkelen. enz. trom. niet zacht of malsch kunnen worden. kropgezwel (ook Gondong). afgebeuld. lijfbediende. Begawan (Sk. zat. eon ziener. doek. niet zacht of malsch willen worden. ook jagen. enz. aanbiddelijk. ordonnans. dik. verhard toonen. enz. krop. lijfwachter. Begolk. omslagdoek waarin men eon klein kind wikkelt met de armpjes tegen hot lijf en de beentjes gestrekt. Bedjat (Bat. Begal (Jay. zangeres. waarin arrestanten voorloopig in arrest worden gehouden. enz. geweer. enz. Membegar.. genet. BO~loek. afgetakeld. vat.). dansmeid BEJA.

gemeen zijn. onderdeel. gewezen vrouw. enz. Beita (Mol. verscheidenheid van woorden. Bejo. BEJO. koppen. spoor. Bekas. Bek (Roll. Bekas makanan. mij. Menarik beta. cijnsbaar waken. Behagi (ook Bagi). ik. die van de rijst bij hot stam- . ridderorde voor mood. Bekas di pakai. ook koppenzetter. Membehagi. enz. ridderlijk . enz. blood aftappen . Behadoer (ook Bahadoer). jets belasten. moot. gemeen. Bekam. Zie Bakal. eon dapper man. geven. en gewezen. onbetamelijk . Membeka. van jets cijns. gedeelte. inkomende en uitgaande rechten. belasting. wijk. deelen. Pabejan of Perbeja . Pembekam. naam van een zeer leerzamen vogel. spoor van een voet of poot. koppen zetten. kop. Zie onder Asam.) (of Beta). wet men op refs medeneemt. Bekatoel. enz.. rest. hat fijne gruis of de stof. accijns. Bekas isteri. verdeelen (bij hot kaarten). Bekasem. tol. deel. belasting. gewezen echtgenoote. woordenrijk. lasting heffen. Zie Bahagi. enz. wet overgebleven is. Bintang behadoeri. Bekabe ka. litteeken van eon wond . indruksel. ook overblijfsel. leeftocht. enz.of Eulabes religiosa. . be. Behadoeri (ook Bahadoeri).(als scheldwoord). Bekandjar. heldhaftig. onkiesch. pleats wear tol geheven wordt. cijns. Beka. pacht heffen . onkiesch. indruk van jets herds of scherps op de huid. wijkmeester. klagen. Bekas kaki.).n. accijns. pacht. enz. Gracula. enz. heldhaftig. Bekas looks. . Beja. restant. Membekam. re chten. moedig. held. blijkbaar reeds gebruikt. iemand belasting doen betalen. recht. cijns. Bekal (ook Beke1). Membejaken. restant] es van hat eten. douanenkantoor. tolkantoor. onbetamelijk zijn in handelingen en uitdrukkingen. . gerechtigheid. krijgshaftig. moedig. op jets belasting leggen. klikken.

stuk. splijter. spleet. dims dood wreken. ook v erdedigen. dekken. klieven. helpen. enz.. zich ten offer brengen voor eon doode. kant. in dew bros springen. kant. (Chin. Sabelah. Membela. ook naast. zich ten offer brengen. helft. Badjoe belch dada. . vergelden. barsten. stollen. enz. ook hulp. kloof. splijten. Bekoekoeng (Jay. . Beko (of Bebeko). ook zijde. Zie Adj ar. chineesch suikergoed in vorschillende vormen. van voren op de borst open. enz.. (meestal) eon deken van kleine driehoekige of vierkante stukjes divers gekleurd on gebloemd linnen. Petjah belch. bevroren. Ajar bekoe. gestold. in twee stukken. kooi.een zoenoffer eischen. Belad jar. genoegdoening. enz. doorbreken. zoenoffer door den dood in to gaan. wedervergelding. enz. ook werktuig om to splijten. 4 3 Bekoe. buffs of jak. beschermen.). beschermen. Pembelahan. verdedigen .. val voor wilds dieren. breekbaar good. genoegdoening gevon. zooals de Chineezen voor hun Tapaikong.. hot splijten. verdodiging. bescherming. enz. root. kloof. enz. pap of brij. . enz. gemaakt . snoeperij voor kinderen. bevriezen. Membelah. kloving. eon zijde. knielen. een zoenoffer brengen. om ze to vangen en gevangen to houden. enz. Membelaken. Belch katoepat. v BELA.pen afvalt (eigenlijk hot meest voedzame gedeolte der rijst-korrels) . root. Saboen bake (Bat. Bekoei. spleet. Pembelah. enz. . nevens. Belch. Mints bela. gebarsten. splijting. helft. ook iemand bijstaan. can de eene zijde. hard worden. enz. vergelding. barst.). in twee stukken snijden. daarvan gemaakt.). ijs . Bola. aangrenzend. Boeboer bekatoel. Belahan.. hard geworden. Membekoe. enz. gewone gels waschzeep. klover. gespleten. Membajar bale.

bekennen. van achteren. iemand voorbij gaan. alle. vraatzuchtig. Belakang. Membelahak. bout. achterste. ook gulzigheid. ken. sprinkhaan. waarzegger. Belalai a. de achterhoede uitmaken. Belalai gadjah. Toelang belakang. ook sterrenwichelaar. Belak. ook lel. Belalang (zie ook Balang). enz. door gardoewachters en dergelijken aangestoken en onderhouden wordt. achteraan komen. Berbelak. . bijgebouw. achternakomer.enz. met den rug naar jets gekeerd zitten. zwaaien (van eon zwaard). . louter. Belalang ~daoen. achter. ook wijd openstaand (der oogen bij iijken bljv. enz. Belakin (of Belanglkin). schrokkig. road. Membelalak. alleen. eon wit stipje. bout (van het haar van dieren.Belahak. smeulen d vuurtje. achterdeel. gezonden zoutwatervisch. gulzigaard. Belaka. achterblijver.jam wlanda. gulzig. rug. trillen. schrok. olifantenslurf. vraatzucht. met viammen . Pembelakang. Belajam.) . onvermengd..) (of Beleman). tromp. Roemah belakang. gevlekt. om zich to warmen.). ook allegaar. Membelakang. gevlamd zijn (van hout enz. 44 BELA. achterzijde. . ruggegraat. routelen kuchen. Belalai. rond voor jets uitkomen. naam van eon smakelijv BELA. enkel. echt. enz. rochelen. Belanak. enz. achterhujs. lel van eon kalkoenschen haan. allemaal. smeulen van vuur onder asch. enz. Belalang ranting. dat op koude avonden of in koude nachten.). eon spat in den oogappel. slurf. enz. achterstelion. achterstaan. M~mbelakangken. gevlamd. verlengde snujt. de wandelende tak Belaman (Jay. den rug naar jets toe keeren. vraat. koolteer. hot wandelend blad . Belalak. zulk een vuurtje. en oprecht. wijd openstaan. met de handberoeron. Belalah (ook Bilala).

enz. aan een geweer. Belanga. bekostigen. -. . Belantan. Membelaoe. kosten. . groote.). tractement toekennen. Belantik. gevlekt. vlek. Koeda belang. enz. met eon korten knuppel afrossen. grootbosch tusschen bewoonde streken. enz. soldij. Berbelandja of Membeland j a. Belang. de kosten van jets. Belantara. ondiepe. plaats waar hout gekapt wordt. giftige slang. ook blauw maken. zware knuppel. enz. tractement. de uitgaven voor jets betalen. B®landong (Jay. die in commissiegoederen handelt. hmulus (zie Mimi). ook bezoldigen. dagelijksche uitgaven doen. iemand. inkoopingen doen. korte. de stekelrog. Beland j a. houtkapper. Membelantani. vertering. ook in het algemeen europeesch. dagelijksche uitgaven. Pedang eikor belangkas. Belaoe. springveer. loon geven. Membelandjai. speldegeld.. bout. met . Belangkas. Belanda (ook Welanda on O1landa). uitgestrekt. inkoopen. Memb®landjaken. eon snort albino-ziekte (zie Balan). weekgeld. holiandsch. marktgeld. enz. Membelandaken. houtaankap. tot loon maken. blauw worden. Europeaan. bontheld. Belandongan. loon. Belantik (Jay. tot dagelijksche uitgaven bestemmen. ook tot eon Hollander of Europeaan maken. uitgestrekte vlakten en bosschen. eon zwart en wit ~gevlekte. ook huwelijksgift. blauw. als soldij of tractement gebruiken. uitgaaf. blauwe kleur. eon gevlekt paard . aarden pot zonder ooren of pooten. enz. Padang-belantara. huishoudgeld.enz. eon driekantige degen. verbonden v BELA. met bajonetvormigen staart. laps. ook commissiehandelaar. om wilds dieren to dooden. Sakit belang. knuppelen. Hollander. wegen enz. in hot hollandsch overzetten.die veel in strandvijvers aangekweekt wordt. Oe1er belang.). blauwsel.

4 5 van eon huffs. medelijden. twaalf. Belaskasihan. Belati. enz. Belesan). Belarak (ook Berarak) (Jay. gevonden worden. krengen. Zie Glatik. om met de getallen van 1 tot en met 9 de getallen van 11 tot en met 19 to vormen. ook (= Betjek) modderig. zeventien. kleverig. waartegen de planken. ransel . hot bekende wapen waarmede Madoereezen amok maken. Membelasah. krioelen. overal rondloopen on allerlei onbetamelijke of onbehoorlijke dingen doen (zooals kleine kinderen).gunstige meewarigheid. gapend (van den mond). druipoogen. zooals in lijken. wordt ook gebruikt. wijd open (van de oogen). vuile zeere oogen (hebben) ook = Betjek. Belatjan. Belengket(Bat. Membelatjani. Belat. openrijten. sembilanbelas. Belay. (bijv. latrines enz. Belasah. open maken. enz. afranselen. tigabelas. klevend. eon kort eenigszins gebogen mss. gespijkerd wordt. Tall belati. toedjoebelas. gezouten kleine garnaaltjes of vischjes . made. (van de oogen of den mond met de handen). europeesch. negentien. europeesch touw . fuik. Belatoeng. een yak slaag geven. Belatik (ook Belantik of Dje1atik).of bamboezen bewanding V BELT. slikkerig . slaag. enz.blauwsel behandelen. gunstig medelijden . Kere). . openen.). ook scherm of voorhang van dunne lange stokjes bamboo (verg. europeesch maaksel. Bolas. bij eon gerecht belatjan voegen.). Bolas. Belebas. Belek. dertien. opensnijden. Belek (ook Bales. afrossen. elf.: sabelas. enz. bijv.of eenigen anderen palm. deernis . Belati of Piso belati. Belok. ook de roads van de kam van hat inlandsche weeftoestel. den buik van eon visch). fijngestampt en tot balletjes gevormde. doeabelas. Membelek. regal. droog afgevallen bled van den cocos.

y . aan jets vast zittend. Kabelet. schouderblad. Belimbing tjina. 4 6 BELLl de oogen opzettelijk openspalken. ook doen dieneii tot hot koopen. bloeiend. Belila.Welirang). Pembeli. drang. vastgehecht. Dapania racemosa. zure en zuurzoete vruchten . grenzen. Belikoe. PetJahan. wet to koop is. Belibis (ook Me1iwis) (Jaw. Averrhoa carambola. koopwaar. roods zwavel. kleine wilds send. baling). alien. Wangnja dibelikannja badjoe. buy. vastzitten. frisch. kleven. porcelain. jeugd. Belie. Bell.). Belimbing besi. Capura zollingoriana.Averrhoa balimbi. zwavel. enz. (van den buik). onheil. of bundeltje (inzonderheid van den . gestreept (van eon koningstijger). scherpe kromming. aankoopen. Beliloe. koopen. Belingkas. enz. enz. ramp. stork opgezet. onzinnig.). ook scherven van glas. ongeluk. Baling. Belimbing paft. naam van eon boom met eetbare. verglaasd aardewerk. (eig.). beproeving. in de eerste jeugd. Belerang abang. Membeli. Membeliakken. scherpe bocht in een rivier. dwaas. boomkikvorsch. geplakt. verraad. . porcelain. zwavel-arsenik. Behak. jets koopen. plakken. (ook . aandrang. bezoeking. Belenting. hot niet meer of langer kunnen inhouden. Moeda belie. Belimbing boeloe of -boelat. Mi heeft hot geld gebruikt. Belikat. jeugdig. Beliah. (Zie Lekat). wet gekocht is . oom or eon badjoe voor to koopen. Belimbing. Belerang (Bat. enz. grenzend. taling. Belerang. Belentoeng.plakkend. nood (om eon natuurlijke behoefte to voldoen) . Behbelian. verbonden. voor eon ander jets koopen. Membeliken. enz. enz. opzettelijk opengespalkt (van de oogen) . hechten. tot barstens toe opgeblazen. zeer jong. klein bosje. Belt (Bat. kooper.

). Beloenggoe.. Membe1it. om jets wikkelen. Beloek (of Belok). in boeien geslagen . een anderen weg inslaan. omkeeren.) = vljver. rammelon. enz. pakhuis. eon booster met aromatische bladeren (Conyza indica) veal voor levende hagen gebruikt. schuur. magazijn. inlandsche pudding. Beloeloek (Jav. v BELO. Beloedar (of Beloeder). roods vlekken op ~ hat lijf (na eon bad) .. groote baar of golf. jets omwinden. handboei. Membelok. fig. enz. Beloedak (ook Bedoedalk of Widoedak). Beloe-beloe. Beloeboer. ook aarzelen. to kloppen. draaien. niet goad wear van gezicht (ten ~gevolg~e van de kinderpokken). de spaan. Berbeloenggoe. jong bosch. snateren. bet een of ander om jets winden. Beloembang boenga lepang. om jets winden. terugkrabbelen. --. . omwinden. zware defining. Beloe. om hat weefsel aan to zetten.Toeba-wortel) . enz. omwindsol. Beloembang (ook Geloembang of Gelombang). enz. Beloekar. . enz.). groote rijstschuur. Beloembang ook (Jay. --binden. Beloedroe. tot kleine bosjes of bundeltjes binden. voetboel. kluisteren. eon snort grof gebak. fluweel. waterkom voor visschen (op erven. Membeloenggoe. Beloentas. Song bout. (Cocos nucifera). kronkel. die bij bet weven gebruikt wordt. boeien. Belira (ook Welira) (Jay. Belit.). (Borassus flabelliformis) en van den cocospalm. ongeloojde huid. onbereide. kluister. loeven.of lontar-palm . Beloelang. Membelingkas. Membelitken. jets omkronkelen. vischvjjver. de indische adder met roodgevlekten kop. wonden. Be1oe-belai. sane beweging zijwaarts waken.kronkelen (zooals een slang) enz. eksteroog. boei. jonge pasgevormde vrucht van den Kaboeng. kreupelhout. ook salt. in boeien slaan. geboeid zijn. golven met witte koppen . bocht. half blind.

Bench. Pembeloet. overtreksel. verraad plegen . eon valies. Belwag. . zoolang nog niet. Bembaran. Sabelom of Sabelomnja. jets verraden. nog niet. Beloet. dat nog niet gebruikt kan worden. Membeloet. gouddraad .vertoond.Beloet. aal. Betjek) . Membembam. Benang. wassend water. overtrek. jneenkronkelen. onder water steken. tegenover iemand verraad plegen. Mangifera laurina. ook plaats of v BEL 0. Belok. eon jong paard. Be1ok. verraad . epidemie. eon mangga-soon met sterkriekende vruchten . ook ineengekronkeld (als eon slang) . ook Koeda belo). pioniersdienst ~(bij militairen). Membelok. die periodiek afvalt. vlood. garen. in glooiende of heote asch gear maken. Bona.). aan de hand dragon (bijv. verrader. hoogtij. nog nooit gezien. snort van draagstoel. Be1om. Membembet. Membeloeti.. nimmer nog. Be1om taoe (ook Belom biases). enz.slikkerig(zle Belok.). nog nooit. -r. hot slujten in bet blok. verraden. nooit gebeurd. Belongsong (Jay. eon jong paard. jemand jets verraden.). enz. Bembet. Pembelokan. ook de huid van slangen. Membenam. Belo (Jay. ook eon spijker indrijven totdat do kop niet moor zichtbaar is. poffen. Membeloetken. getijgolf. enz. goon regel. enz. (eon strafwerktuig). met de voeten in hot blok sluiten. kamer waar iemand in hot blok gesloten wordt. dread . Benam. enz. jets onder asch steken. Benang emas. begraven. zak waarin jets bewaard wordt. ook moddeng. plaag. Bembam (ook Bembem of Kabembem). Benang poe- . (om to poffen). veulen. ook iemand bij de ooren voorttrekken. blok. Be1om pernah. Membeloet. enz. dat nog nestharen heeft. veldwacht. paling. blok . om jets been kronkelen. Beloet (ook Weloet). ziekte.

rijksbestuurder. yak van eon bouwland. good maken. Bends. enz. heer. enz. behoorlijk. omroeporsbekken . Toembak benderang. zaak. wit garen. Bends. wezenlijk. Bendjoet (Jay. gebiedster..). . Bendahara. enz. echt.). . . sajet. Ma ta-bends. hear of pluim aan eon piek of laps tot versiering. werkelijk. Bat.schatbewaarder. Bat. Berbenda. bull. enz. Benang boeloe of Benang wol. grof bindgaren. menstrueeren. recht. zwelling. enz. begrensde akker. good.meester. Bender tjemar kain. in goeden doen. Harts-bends. stopgaren. enz. Memoekoel bends. enz. ter dogs. deugdelijk. degelijk. rijk zijn. in hot gelijk stellon. juist. enz. gegoed. bobbol. ding (ook voor de schaamdeelen). zeilgaren. Terang benderang. waar.). enz. in waarheid. garen om to stoppen. voor waar houden. Membenarken. have. scoot. . ook stork. Dengan sabenarn ja. oprecht. magazijnmeester. eon kleine sloes op twee wielen. degelijk. aldus versierde staatsielans . zwart garen. Bends. butt. in orde brengon. bull. schitterend (van licht) . gebieder. koopwaren. Benang soetera. goederen. ook herstellen. enz. Balk). Bendjol (Jay. Perbendaharaan. Benang item. Benang kasar. good. Bendahara. de menses hebben . in ernst. met dijkjes enz. hoofd der magazijnen. afgedijkt void. schatbewaarder . gezwol. schatkist. Benar (ook Betoel. in waarheid. vetbuil. Benderang. hel. schitterend verlicht.). Benang tisi of tires. waarachtig. gelijk geven.meesteres. bezittingen. Benderang.tih. . Benang lajar. schatkamer. u BEND. nest of droog. gezwel (tengevolge van eon slag. blear. eigendommen. wezenlijk. titel van den eersten staatsdienaar. zwelling. lets. val. Bendara (Jay. bekken. billijk. 47 waar maken. naaizijde. inderdaad. Bendang. op hot bekken slaan.

nijdig. eon work staken. kapmes. dam. enz. zich ingebeeld toonen. ook kwaad zijn. asthma. Membenggol. . zwijgend. sloof. Bendoeng. aamechtig. Bengang. . gezwollen. dam. enz. enz. overmatig verzadigd. 1emand aan-. laatdunkend. Bengek. Bat. stilt ook = Bengap. woede. ijdel. Jigger (bouwkunde). ook stout. BenV 4 8 BENG. krijgen. toorn. knobbelig zijn . boos. door eon dijk tegenhouden (van water). . Bendoel. Membenggalbenggol. onnatuurlijk dik (van hat aangezicht). $ebengisan. gezwel. Benggol. bij de ooren trekken. syphylis. ook venusziekte. Membengah.). . hard ijn. Bengal. Membengkalaaken. enz. gedempt (van eon klank). benauwd van verzadiging. aan asthma lijdend. gapend. hard. kort aangebonden. dijk. enz. dijk. tegen elkander . ingebeeld. enz. enz. knobbels krsjgon. enz. zwelling. doengan of Pembendoengan. boosaardig. Benggol-benggil. strong. ook = Bekelai of BerkelaI. wreedheid. Bengis. vochtig. wijd open (van den mond). overal knobbels hebben. Bengkalal. enz. hardvochtigheid. eon dijk leggen. opgezet. gezwollen. enz. Membengis. twisten. zwelling. onvoltooid (van eon work). Bengap. niet spraakzaam. opgeblazen. Bengah. hard. knobbel. waterschutting. ongehoorig. gestaakt. BengkaJang. vol knobbels zitten. enz. strenghoid. zijn wrevel toonen. Bengkak. vschten. enz. ook laten vschten. bolt. stijfkop. opgezet.Bendo (Jay. strong. vertoonen. met zich zelf ingenomen. afdammen. kortademig. ijdel zijn.). Benggol (Jay. . wrevelig. onvoltooid laten. vertoonen. korzelig. gramschap. niet good adorn kunnen halen. koppig. aan alle kanten knobbels hebben. ook roovorhoofdman. waterkeering. wreed. trots op zich zelven zijn. Bengbeng (Membengbeng). kwaadheM. overal knobbelig. Bendoe. Membendoeng.

). Bengkakbengkok of Bengkang-bengkong. enz. smederij (ijzer. omgobogen. verbluft. land door een yolk bewoond. zijn. schreeuwen. enz. Bengkel (Holl.Ajar boning.. dat to zacht gekookt is). Membengok. sprakeloos van verbazing. muf. mismoedig. ook . Bengoe (ook Baoe bongos). ook (Jay. sufferig. duf. buikband. kregelig. enz. schrijnwerkers. onophoudelijk gillen. enz. herhaaldelijk. vunzig. mismoedig. holder. lange smallo reap katoen of linnen. frisch gelaat. geschreeuw. silk. die in verscheidene windingen om de heupen en den bulk geslagen on s tevig aangezet wordt (bjj vrouwen vooral na bevallingen) om verzakkingen. Boning. Moeka boning. holder water. roepen. korzelig.) schreeuwen. absent van geest. slikkerig.enz. enz. good -. modderig. gillen . groot vastland. ook Belok.). Membengkok. . krom. Bengoel. wereiddeel. holder. Benoea. Bengong. verbaasd. winkel. krom worden . constructie-winkel. Membengkokken. voortdurend.aanhitsen. enz. BEND.). kleverig (van jets. licht geraakt. en gegil. to voorkomen. Benjek. buikgordel. doorzichtig.. gezwollen (van de oogon door hot vole schreien of Waken). krom on verdraaid. Bengok (zie Bengap). Bengokbengok of Membengok-bengok.. enz. uitgeslagen. schoon . ook gedachteloos kijken. ook : neerslachtig. enz. onaangenaam vochtig riekend. Bengkeng. timmerlieden. om hulp roepen. enz. spoedig boos. . enz. werkplaats voor smoden. v BEND. transparant. krom ma1 en. in allerlei bochten gebogen. gebogen. molder. (van schimmel bijv. versuft. Bengkoeng. papporig. opvliegend van aard. beslagen. etc. Bangkok (ook Bengkong).

Pembentrjanaan. toesnauwen. bosje. dijk. Sabentar-bentar. ineengedrongen van postuur. J BERA.berokkenen. fort. een oogenblik. elk oogenblik. Membentjanaken. Bentjah (ook Rentjah). veenachtig . Bentang. arglist. op hat oogenblik. even. landzaat. bed aandoen. op nieuw ziek geworden na aan de before hand to zijn geweest. Bentan. beleedigen . . Bentet. uitspannen. smaad. . ineengroeien tot een bosje. spleet.). enz.). enz. Tanah bentjah. aanhooging of regelmatige ophooging van aarde. moerassige grond. strak uitspreiden. Benoedam.). bedrieger. Pembentjana. ineengedrongen. telkens. Bentang (ook Pentang). glas. enz. drassig.. Membantang ook Mementang. oogenblikkelijk. vesting. moerassig.). nog een oogenblikje. laster. enz. Sabentar lagi. drassige. genegenheid. tot bederf overgegaan (van visch). beleediging. Jay. toesnauwen. nog een kleine wij l . bedorven.lasteraar. enz. bed. enz. belasteren. bedrog. in bosjes bijeenbrengen. (ook Sestet). ook : kort. laster. eventjes.groote stad. Berboewat bentjana. 49 smaad. bedrog. blaam. Bents. Orang benoea. bedrog plegen. gespleten. Bentar. . (in harde voorwerpen als porcelain. redoute. Bentjana. samengepakt. Bentet (Bat. MALEISCH-HOLLANDSCH. Bentak. afsnauwen. barst. smaden. beleediging. Bentek (ook Bonto) (Bat. ingestort. lasteren. snauw. Membentel. enz. kwellen. Membentak. bosje pads. (gewoonlijk met sa of se verbonden tot) Sabentar. oogenblik. ineengewrongen. scheur. bedriegen. schans. ook : borstwering. gebarsten. . veengrond. hoofdstad. enz. spannen. snauwen. verzwering aan het bovenlijf. Bentel (Jay. dadelijk. toesnauwing . (Zie ook Kamboe).

Kabentoer. beschaamd . verliefd. met geweld onder water of in den modder dompelen. meteoor. diarrhea h ebben.Bentji. vuurbol. stooten. 4 u 50 BERA. kakken. tegen jets aanloopen. aanloopen. niet versch ~meer (van visch buy. tegen jets stooten. onvoltooid. enz. gostaakt. enz. Memberaki. of keer. enz. halfafgedaan. jets of iemand hateljjk vinden. zijn gevoeg doen. bepoepen. Bentoer. op lets poepen. lets uitschijten. Berabai. Membentoer. . stoat. ook haat. Berabi.) . vurige wensch. verliefd zijn. tegenzin . enz.. schaamrood. yerlegen. afgesloofd. Berak. hatelijk. Memberak.). Berberak-berak. rood worden van schaamte of verlegenheid. Spaansche ruiters (versperrings mi d d el). beminnen. enz. bekakken. verzot zijn op. opgezet. beschijten. zich afsloven. buikloop hebben. stork verlangen naar. buigzaam zijn. dikwerf near achteren moeten . . enz. druk in de weor zijn. duwen en zoo doen stikken. Berak.). enz. stork verlangen. Bera moeka. aangeloopen. Pemberahi. poepen. verzuipen. ook minnaar. yerliefde.. . haten. (door ziekte) gezwollen.. Bera. verkiappen. vuur of licht gepaard gaande natuurverschijnselenj waarin de islander meest slechte of kwade voorteekons ziet. enz. Brahmaan. Berad j ak. een zaak aanbrengen. een of keer van jets of iemand hebben. hat hatelijke. moo zijn. schijten. man uit de hoofdcaste der undoes. Bepada (Bandj. natuurlijk vuur. Barahi (ook Birahi). -. Memberakken.gestooten. tegen jets aangekomen. ook boschijten enz. aan een groote natuurlijke behoefte voldoen. 00k: (jets buigzaams) buigen. Beradja (ook Berada) (Bat. carambole. Berahmana. Membentji. Membarahi. buigen. in hat aigemeen alle met vlammen.

enz.Berakah. Besi berani. divers gekleurd. enz. magneet. hoe lang? Berapa kali. van eon 1~ind verlost worden. dapper. (of Berangasan). vreeswekkend van voorkomen. heidhaftig. als over den grond gestrooid. wet is de prijs ? Hoeveel kost hat? Berapa lagi. . ken en Tersiar). een moedige. Berandal (Jay. moedig maken. Beberapa manoesia. roover (in troepen uitgaande om to rooven). Berani. enz. mood. kloekheid. Orang berani. dapperheid. enz. brutale.kloek. Bergs. Berapa ban jak. brutaal. Kaberanian. in wanorde door elkander liggen.). Berangsang. Tiada berapa of tiada saberapa. zwavel-arsenik. eon warboel uitmakend. opvliegend. hoeveel.Anak. Berangas (Jay. . verstrooid. zooveel als. opwekken. menig. hoevele malen ? Beberapa. woest in drift. hoe ook. niet noemenswaard. enz. . enz. hoeveel ook. hoevele menschen. ontbolsterde rijst. dapperheid. bemoedlgen. moedig. hoezeer ook. vermetel. trouwen. brutaliteit. Berapa. walk eon menigte. ook elke snort graan of diergelijke kleine . hoeveel nog ? Berapa lama. eon aantal. mood inspreken. enz. driftig.). durven. stout. Zie . niet bijzonder. menage. . menigte. Memberaniken. stout. een dappere. als de regenboog bijv. fraai.. vermetel.aansporen. een kind tar wergild brengen. doldriftig. onversaagd. muiteling. niet veal. vermetelheid. aanhitsen. enz. vermetele. ook woest. enz. Beranak. mood. Bat. vrijpostigheid. hoeveel ? Berapa harga. in hat huwlijk treden. magneetijzer. Berangan (ook Warangan).). bevallen.. enz. opstandeling. enz. Berarakan. Berantakan (Bat. aanmoedigen. rattekruid. durfal. vrijpostig. Berantak. enz. driest. een held. zio Berantakan. Beralat. (ook Berarav BERD. huwon. durfal. overal verspreid. ongeduldig. enz. opwinden. afwisselend.

. brandewijn. (bijv. koperen slagbekken. die bij feesten gestrooid wordt. belangrijkheid. Berdaroh. (zie dit woord). brandy. btj hoog zwangere vrouwen). enz. Berdoes. niet versch. gewicht. veel ruimte beslaan. met kurkuma peel gekieurde rust. kraken. Berem (of Beram). Berdantong.). bekken. Berdantjing. Berengosan. Berek. enz. ontbolsterde. bakkebaard of knevel. dwarslat of dwarshout ter verbinding van nevens elkander geplaatste lichamen. zwaarte. ook to zwaar. bezwarend. van grooten omvang. moeilijkheid. onder v BERD. tot bederf overgegaan (van visch).).. van jonge komkommers). gewicht. Beremban. veel plants innemen. zich bezwaard gevoelen. smakken. Beret. kraken (van den vloer of van schoenen. ruig behaard. voile baard. Berengos (Jay. Bergs koening of Bergs koenjit. belangrijk. bedorven. dik en vooruitstekend van den buik (bijv. enz. niet in staat to dragon. Berengga. zie Bentek en Berak. Berendi. hot eten. breed. Berengbereng. tusschen de tanden. moeilukheid. verkregen door gisting van Tap! of Tape. ook hot bezinksel daarvan. cognac. on bezwaard.). to mooilijk (om to dragon) enz. ontdaan wordt. die na droging voor hot gebruik. hard (om to verdragen). van de harde schil waarin zij bevat_ is. enz. (bijv. Keberatan. bijv. to hard. Berdarek. een bedwelmende drank. Berdatik. drukkend. klinken. zwaar gebaard. . (van zand enz.vrucht. bijv. zwaarte.. eon dour) met geweld dichtgooien. enz. kraken (van onrijpe of ongare groenten. moeielijk. lets. wichtig. zooals palissaden. behoorende tot de Chineesche muziekinstrumenten. rinkelen. zwaar. wijd. van de hoornschil ontdane koffieboontjes. belangrukheid. Bergs kopi of Kopi bergs. enz.

Member!. hinderhjk gebabbel. oud. Berija. Memberita. opredderen.). Berisik. zuiveren. Memberitai. kennisgeven. die veel op pleinen enz. geschaafd (van hot gezicht. ranselen. een hart onder den riem steken. eene ziekte.. helderheid. geven. opvolgen. Beringin (ook Waringln of Weringin en Beraksa). (iemand) slaan. een kind doen besnijden . ook (Bersihin) (Bat. vergunnen. enz. zuiverheid.). veroorloven. afhankelijk zijn. net. inwilligen. toelaten. berichten. Tangs een muur). mare. eon pak slang geven. Beni (Bat. in orde. oud-gediende. gerangschikt. enz. Tangs jets heenschuiven (bijv.iets . gave.). ransel. gever. ook iemand mood inspreken. kennisgave. toestaan. rapporteeren. Indische vijgenboom. Bergantoeng. gekrabd. melden. zich stork aan iemand aansluiten. gift. ~helder. gehoorzamen. ook gave. klap. rein. Member!. Berhala. Urostigma benjaminum : de bekende z. hem stork aanhangen. behoorlijk rangschikken. Membersihken. iemand jets berichten. u BERK. zuiver. Ben.~ good geordend. zindelijk . schenker. afgod. beredderen. schoonheld. geregeld. geschenk. Pemberian. schoon. slang. nieuws. schoonmaken. afgodsbeeld.. enz. gedruisch. schenken.). enz. geschenk . gift. Beresih (of Bersih). toegeven. Kabersihan. Berita. klaar.). verleenen. hechten.Bores (Bat. ook van jets of iemand afhangen. niet vuil. in hot vel zichtbaar zijn). Memberesken. om zijn schaduw aangeplant wordt. in orde schikken. geschramd. 51 Bergisai (of Bergisir). verwennen. benchten. Pemberi. Beret (ook Baret). ook regelen (van zaken enz. tij ding. Member! taoe. volgen.g. enz. inwilliging. bericht. enz. kennis geven. Memberi at!. mededeelen. Berida. schenking. geruisch. waarop scheurtjes enz. leven. Ben-Ben.

Memberkati. Berobol (Jay. ook wat na eon ofl'ermaaltijd door de aanzittenden. zooals de karbouwen. ergens onder schuilgaan. Berkas. Berkoetek (of Berketok). verslag. an brandhout. Berkapati. zijn toilet maken. in grooten getale ergens uitkomen. bundel. enz. zegen. bos. Berkasan. Berkat. waarvan dit woord eon klanknabootsing is. in den modder rondwentelen. schuilen.). eon dergelijk geschenk medenemen. proces-verbaal. Berlindoeng. sluimeren. berichtgevi~ng. bemerken. zich dekken. overvloed. . aanwas. eon schuilplaats zoeken. garve samenbinden (buy. haatdragend zijn. nakomen. openbare afkondiging. zich beschutten. als eon geschenk voor hunne thuisgobleven familieleden van hot maal wordt medegenomen . voor de zijnen modegeven. schoof. met de handen in hat water slaan on daardoor geluiden voortbrengen. gelukzaligheid. ook iemand beschutten. vermeerdering. Memberl at. Soerat pemberltaan. rapport . voor hem gaan staan.).als tijding of nieuwszenden.. ook verordening. ordonnantie.). Memberkas. Bermani (of Mata gelap). ttjdelijke verduistering (der oogen). enz. Berkatjimpoeng (of Berkatjimploeng). ploeg voor hoog- . mededeelen. schriftelijk verslag. enz. in grooten getale vorvallen. berichtgever. schoof. Berkasem. mededeeling van eon tijding. opmerken. Pemberitaan.zegenen.wraak koesteren. garve. ook iemand berkat. van badenden. geluk. kakeion van hennen. hot schemeren. zijn woord houden. enz. tot eon bos. Pemberita. Berkiring. gewaar worden. bundel. Berkalab. v 52 BERK. zegen aanbrengen. zich aankleeden. Beroedjoel (Jay. Lie verder Lindoeng. Berkoko.

Berong. ook Berselo). Bersimpa (of Bersimpoh). Berpasih (ook Berpasih langkah). gewone mast. werf. to Batavia ook hot gevangenhuis.). (voornamelijk van hot aangezicht). hot lichaam met klelne bobbeltjes~ bezet hebben. zitten met de beenen onder hot lijf gekruisd. Berontak. (klanknabootsing) van Chineesch vuurwerk : tegelijk knallen. steigeren. maar schuins naar achteren gebogen. zitten met de beenen niet gekruisd onder hot lijf. dat or staat. Bersigap.levendig. Berondong. do Indische bruins beer. verheugd. ook eon geanimeerd feast vieren. enz. Beroentoesan. kluitig. klein gezwelletje . de eerste zijn.gelegen terreinen. ook in kiuiten. bamboezen cylindervormige omheining om boompjes tegen beschadiging to beveiligen. Beroewang (00k Biroewang). scheef. Bersin. niet vlak. niezen (zie Bangkes). luidruchtig. ook spartelen. afgaan (van eon rits). bij hot koopen van rijst. djah). enz. Beroek (Jay. kippevel hebben. ook zich met geweld verzetten. Berontos (of Beroentoes). omhoog springen. Beroend j ah (of Beroend j ah-oenv BERS. zooals de inlanders doen. . zich trachten los to rukken. allerlei bokkesprongen daartoe maken (zie : Beroendjah). Berongkolan. Berombong (ook Beroemboeng on Seroemboeng). schermen.vroolijk.). met bobbels of kn obbels. bobbel. vooraan zijn.). kunn ends bevatten 4 a 5 katti's rijst. enz. allerlei bokkesprongen maken. boonen. Beroeroeng. eon mast van den dop sonar cocosnoot. vooral in MiddenJava. ergens tegen aanstooten. ruig van vel. anderen jets afsnoepen.blijde. Bersila (Jay. ook kokers van bamboezen rasterwerk voor hot maken van dammen. knobbel.. Berok (ook Berop) (Holl. spartelen.

groot worden. kartets. zaadvloed. ook eon aanzienl jke. iemand besan noemen. enz.enz. Besi. koppig. . hoog ambt. Beser poetih-poetihan. dik. magneet. adellijke. rijksinsignien.M mbesarken. yillen. verheffen. granaat. Membesar on Membesari. Kepala besar of Besar kapala. gewichtig. ijzer . Orang besar. ijzerblik. ook (Tanda kabesaran). notabele. Karat besi. witte vloed. grootheid. Hati besar. ijzervijlsel. hoogmoedig. Besan. staafijzer . ijzerroest. omvangrijk. in hot dagelijksche leven moor bepaaldelijk gebruikt voor Beser kentjing =onwillekeurigeurineloozing. plaatijzer. trotsch. zwaar. Besi poetih.groeien.. enz. groot. Besansabantal. Besar. magneotijzer. Bersintau. ook durum.ook onophoudelijke of veelvuldige loozing. wier voorkinderen met elkander getrouwd zijn . waardigheid. stijfhoofdig (hot eerste ook : eon groot hoofd) . aanzienlijk. idem van man en vrouw. Kebesaran. benaming die de wederzijdsche oudors van getrouwde kinderen elkander geven. achtbaarheid. Beset (ook Keset on Membeset). Tai besi. Membesan. zonder nadenken alles uit lappen. Besi berani. ook gescheurd. de huid afstroopen scheren.v BERS. iemand van hoogen rang . Peloeroe besi lanv BETA.). macht. Besi batang. van hoogen rang . onwillekeurige vloeiing uit de geslachtsdeelen. Ajer besar. groot waken.enz. gedachteloos zijn. granaatkartets. aanzien. 53 tai. Berbesanan. geschaafd (van de huid. hoog water. trots. elkanders kinderen samen laten trouwen . blik. hoogmoed. een groot mensch. Beser maul. vergrooten. Beser. in aanzien doen toenemen. Besi lantai.

Besoek kapan kapan. enz. wie of wat schaaft of zuivort. Tiada betah tinggal di Betawi. later. Membesokken. Esoek). niet to Batavia . M mbetahken. eon ei. ook wat gezuiverd is van alliage . . eon snort vest dat onder andere kleed eren gedragen wordt. ook stork zijn. volleerd. Bataviaasch. lange smalle zandbank . zooals. Betah (Jay. ook metalen van de alliage zuiveren. enz. in staat zijn. opengegaan. ook bestand zijn tegen.). eon knevel dragon (zie Soemit). Betapa (ook Boewat apa). --afV 54 BETA. hot to Batavia niet kunnen uithouden. welopgevoed. trachten to wennen aan. (sours ook gebruikt voor vrouw. u. Pembesoet. schaafsel. Betawi. Bestari. (bijv. van eon zak).). . gespleten of gebroken. (bijv. or niet kunnen aarden. morgen ochtend . hofmeester. eon borstrok. geleerd. Mal. Membetak. den volgenden dag. vrouwelijk mensch). robust. morgen.). ergens aarden. Besoemit (Pontian. Besoek pagi. om wat to doen ? Waarvoor ? Waartoe ? Waarom ? Wat ? Hoe? Hoedanig ? Tot welk einde ? Zoodanig. gehard zijn. hot kunnen uithouden. Betak. uitgebreide kundigheden bezitten. behoorlijk op bergen. Djoeroe betak. schaven. Betas. Besoet. Biting. afval. enz. afschaven.). nog onbepaald wanneer . enz. trachten vol to houden. stork van gestel. rif. den volgenden dag. ook volharden in of met. onbepaalden tijd uitstellen (verg. haar. ook -= Betah. in orde houden . enz. Besoetan. Besoek (Jay. tot morgen.Beskat (ook Baskat). hot bevalt mij (hem. Membesoet. schaaf . Betina. zuiveringsmiddel.). opengescheurd. gesprongen. (van eon naad. dat uitgebroed is). tegen lets bestand. talentvol. losgetornd. hot wijfje van alle levende dieren. Batavia. (of Besok). uit to houden. beredderen. ook later . Betak. zoo.

Biaja. Bambusa aspera of Gigantochloa aspera. Berbetoelan. oprecht. Kabetoelan. waar. enz. kuit. niet in orde. regenwater. toevallig . juist. modderpoel. in orde. regelen . juist.).). verwijfd. hot gedeelte van hot lichaam tusschen de knie en den enkel . oprecht van harte . levensonderhoud. iemand onderhouden of den kost given. moeder. Betoewas. Minibetoelken. Bia-bia).. Membetoeli. ventre a-torte gaan (van eon vluchteling bijv. kantioljewerk. ten koste loggers. Boewah betis of Djantoeng betis. Sabetoelnja. loon. Betjokok. rukken. vergelding. ruiggebaard.). kost. de grootste snort Bamboo. verteren.). Biada. recht makers. indordaad. Bewok (Jay. in waarheid. Betit. vertering. (gew. pool. Membetot. vertering makers. verbeteren. Betjoes. ook valsche kneep. enz. .eigenlijk. in d e richting zijn van . Bia. behaard. vrouw. scheenbeen . uitgaven. waarbij de hand eenigszins gedraaid en met eon ruk BIBI. wezonlijk. hit is werkelijk zoo. ook op lets mikken . overeenkomen met. Betoel. Bat. Bambusa nigro-ciliata. ook achterkleinkind. teruggehaald wordt.in zoo of aan de monding van rivieren. herhaaldelijk rukken. valsch knijpon . corrigeeren. Hati betoel. hard loopen. ruk. Betot (Jay. moederdier. Mimbiajaken. waarachtig. dat is bljjven staan (op straat). recht. in orde brengen. gebaard. Membitit (Bat. Betoel dl atas koeping. Membetoti. uitgaven doers . to goeder ure: van pas. uitgaven.Enggabetjoes. slikkerig. Biang (Jay. enz. Betjek. Betoeng (ook Petoeng). Toelang betis.. echt. juist boven hot nor. modderig. plas. juist van pas. repareeren. besteden. corrigeeren. lets in orde brengen. eon snort kleine krokodil. repareeren.). Betis. good. vrouwelijk. Membiaja.niet good.

enz. wulpsch. Membiasaken. eon legkip of hen met kuikens . (Verg. aan zijn lot overlaten. trachten to krij en door paring of kruising. Biawak(ook Minjawak). toelaten. Biasa. Bianglala.)). Mimbiawak. winners. dat reeds gejongd of eieren gelegd heeft . zaad nemen of halen. ervaren. gewoon aan. hangende lip. do rand van eon glas . zoom. overlaten. gewennen. Menjebarbibit. ook gill. lippenpomade. A. Bibit. boord van eon vaartuig. Min jak bibir. geoefend. rand van hot oog. Biar. jongere zuster BIBI. Membibit. met de vingertoppen jets aanpakkon. Biang djari kaki of Djimpol kaki. er zich niet mode bemoeien. omgebogen rand. ook gebruikt in hot algemeen tegenover eenigszins bejaarde vrouwen van minderen rang. van vader of moeder . Kabiasaan. duim (van de hand) .Merah bibir. duim (van den voet) . Wida- . zaaien. zaad. Bat. tame. hit zij. boord of karat.) of Babon (Jay. ook: opdat. Biang. als eon leguaan zijn of doers. Biang djari tangan of Biang daridja. last maar. ook jonge tar overplanting bestemde plantjes. gewoonte. eene gewoonte afwennen. Bibi (Jay. Bibir peraoe. laat hot zijn. knijpen. .bedrevenheid. laten. groote toon. gedoogen. Bibir. ook afstarrmelingen van dieren enz. op den bulk langs den grond voortkruipen. goedkeuren. ervaring. aanwensel. hot rood der lippen. Bibir djoeweh of Bibir doble. Bibir mats. enz. hysterisch (voornamelijk van vrouwen). laten begaan. alles goedvinden. ook Djempol tangan. dikke. regenboog. Tjoebit). lip. enz. bedreven. gewoonte. Biarlah. (ook : Mengambil bibit). gewen d zijn aan. Membiar of Mimbiarken.wijfje van dieren. eon gewoonte van jets waken.jam biang [ook : Bikang (Soend. Bibir galas.leguaan. enz.). Menghilangken biasa. Bidadari (ook Bidyadari. dulden. Membibit.

uitspreiden. vlechtwerk van bamboo voor bewandingen. spannen . enz. Bidai (ook Bide) (Soend. uit wier zaden olio wordt gewonnen. eon gebroken arm) en striemen op jets maken. hemelnimf. uitspannen.dari). zaad. verstandig. g. kundig. bodroven. netelzucht (eeno ziekte). vrouwelijke luchtgeest.). klein vaartuig met scherpen boeg. on eon spalk. Bidang. vroedvrouw. pit. Pembidangan of Pemidangan. Bidara poetih. wijshoid. Bidoer. waartusschen jets gekneld wordt. Bidji. knap. Membldangken. uitgespannen. BIKO. Sesamum indicum. afsluiten. Bidara.. ook breed (van de borst bijv. enz. 55 met geneeskrachtige eigenschappen (Zizyphus jujuba). Minjakbidjen.met bidaibesehieten. pitten hebben. Zizyphus j uj uba. boom behoorende tot de natuurlijke familie der Rhamneao. enz. enz. raam. van rijst. Bid jeh. Diospyros heterophylla . blokj e of schuitj e tin. schranderheid. wijs. Euricoma longifolia. Bidji mats. die niet geheel gaar is).n). met pitten. Bldjaksana (Sk. graankorrel. bokwaamheid. schrander. Zizyphus rufula. Pembidang. ook dicht naast elkander zichtbaro striemen op hot lijf. eon plant. korrelig (bijv. Bidara. pit van eon nangkavrucht. apsarase. s©samolre. ook Bidoer of Bidoeran. ook eenhoid (bij tellingen). bekwaam. ook doorzichtig vlechtwerk van dunne rotting of bamboo voor voorhangen. on z. . Bidara goenoeng. enz. nimf. Bidar. korrel. Membidai. Bidara ketjil. ook : (Kabidjaksanaa. Bidara laoet. borduurraam. geschikt. Bidji nangka. uitgespreid. Bidara t jina. ervaren. tinerts.) . ook naam van eon visch. Bantamsche matten . Bidara part. Bidjen (of Widjen). ook : spalken (bijv. verstand. Berbidji of Berbidji-bidji. Zizyphus Horsfieldii . oogappel. stuk.). Strychnos nux vomica . angel.

berichten. Bulk. katoog. Bidoeri (Badoeri of Widoeri). etc. maaksel. opsommen. Bilalang.. Bigar (Jav. Membilangken. . (dient ook als hulptelwoord = ons stuk" ). Bilas. doen. Bikoe-bikoe. op eon punt gevestigd zijn. ook : Calotropis gigantea. enz. Membilis. landsch ~gebak. Bikin.). stork zien. berekenen. onverschillig wanneer. voor iemand jets optellen. toen. enz. getand. schrok. enz. slokop. Bika (of Bebika). Membilang. vra. Bilas. met water nader sctioonwasschen. eon snort in. vertellen. Bilangan. wanneer. rollen (van de oogen). maken. berekening. wijd opengesperd. Bilang. Bile. edelgosteente. ook zeggen. vreetzak. berispen. gespleten stuk. iemand jets onder hot oog brengen. enz. enz. enz. enz. gezegde . ook gezegde. leven dig. work met bochten of in en uitspringende hoeken. telling. . karat. groene opaal . berekenen. vroolijk. Bllala. mededeelon. enz. (van paarden). spoelen. bezwalken. Apabila of Bila ape. wet tijd. kamer.~ieder. eon snort govlekte opaal . leepoogen. getal. druipend (van de oogen) . bamboo . wanneer. onheil. Membilas (ook Membilasken). Bikoe. voor iemand jets maken. Bidoeri pandan. ongeluk. vertrek. gesch ulpt. Membikinken. verhalen. ook bamboevlechtwerk voor bewandingen. afspoelen. ook jets aan iemand zeggen. enz. ten tijde dat. Bills.Bidoeri. wat men doet . enz. Membikin. wanneer? Bila mane. overspoelen. Mata bilas. tellen. tijd. to eeniger tijd.of bloem5 BILA. . rekenen. som. Bilah. Bilahi. vervaard igen .at. eon heester met scherp melksap. optellen. Barang bile. lustig. let. Bikinan of Pembikinan. Bidoeri boelan. enz. ook woord. staren.. ook ontstoken. Perbikinan. uitspoeion. elk. laste- .

enz. wankelmoedig. niet weten. verstrooid. Membingoengken. enz. . ongelukkig maken. MembiBINT. vrouw en kinderen. dat iemand niet weet wet hij doen moot. getrouwde vrouw. zoon All bin Abdoellah. ongeluk. man en vrouw. wijfje (van eon dier) . vrouw. Membinasaken. striem.ren. Bangkok). bleaker. . Kabinasaan. Bingot (ook Bengot en Ben jot. verwoesting. doen wankelen. bij God! (in eeden). oorpijn. enz. vernielen. iemand in de war brengen. boost (ook ale scheldwoord). Bat.). door den news spreken. verteederd (van hot gemoed). nara. Binatang. grimmig (als eenkat). verongelukt. maken. Bingit.totvrouw. waschman. Membimbangken. belasteren. lakenbereider. iemand den mantel vegen. tot wijfje nemen. ongerust maken. verward. All. Binara. ongerust. iemand verbijsteren. nijdig. Binatoe (ook Menatoe of Toekang basoeh). Bin. Menabengot. bezorgd. vernietigen. enz. Laki bins. verlangend. doen twijfelen. huisgezin (van den man) . bezorgd. to gronde gericht. kwtjnend (door eon verlies of eon stork verlangen near jets. huwen. Binges. verteederen . vergaan. to gronde richten. scheef worden. Anak bini. vernield.~ook : aandoen. jets of iemand ongeluk aanbrengen. enz. niet vierkant. Bingoeng. Billahi. vernietiging. verwoest. besluiteloos. vernietigen. Bindeng (Jay. gezin. niet recht. eon vrouw nemen (van eon man). hebben. enz. verg. trouwen. verbijsterd. Biloer. . echtgenoote (van den man). zoon van Abdoellah. to gronde richten.). Bingai. scheef. verliefd. in twijfel. in de war. Bini. enz. Bimbang. paren (van eon mannelijk dier). verwardheid. enz. wet to doen. de waarheid zeggen. Berbini. dier. Membinasa. ook aangedaan.M mbiniken. Binasa.

Berbiola of Main Moles. 5 7 en direct aan eon ander a comptant overdoen. viool . krabben op die wijze gevangen . Bintang bahadoeri. Biola (Port.). gedecoreerd zijn.). klein gezwel. vol gaten als in eon zeef (bijv. Bintang bidoek of Bintang djoeng. fuik of mand. de ochtendster. Bira. Bintikbintik. vlekje. Berbintangan. Bintang berkibar of Bintang berider. de Pleiaden. dwaalster. star. Bintoel. verschietende star. ook verharding van de tepel eener aankomende maagd. van eon desk) waardoor men de sterren kan zien. Membintoer. hot Zevengesternte. Berbintang.Bintang. koekoes of Bintang kemoekoes en Bintang berekor. hot sterrenbeeld de Maagd. ridderorde. enz. Bintan bereikor of Bintang berasep. klein zweertj e. Bintang pagi of Bintang timoer. Bintang oetara. gevlekt. Bintit. Bintang sore of Bintang barest. Bintang majang. Membira (Bat. vaste star. eon viool bespelen. Bintil. Bintang tetap. eereteeken. Orion. Bintang berkotek. Bintik. fuiken of manden voor de kreeftenvangst uitzetten. ook ridderorde. komeet. sproeten. Bintang al nasj. de avondster. ook jets op vendu- . Kepiting bintoer. Berbintik.) Bintoer. ook strontj e of gezwelletje aan eon der oogleden . zomervlekjes. Bintiten of Bintitan zulk eon gezwelletje aan eon der oogleden hebben. hott sterrenbeeld de wagon. Bintang kale. om kreeften of krabben to vangen . Bintang kartika. ook Bintang BINT. de poolstor. eereteeken . stip. jets op eons openbareveiling op crediet koopen BISI. op eon viool strijken. kleine vlekjes of stippeltjes vertoonen. hot sterrenbeeld de Groote Beer. Bintang beralih. staartster. puistje of gezwelletje (ten gevolge van eon muggebeet. hot sterrenbeeld de Schorpioen . Bintang al djoebar. vlek.

blauw maken. bedreven. doen alsof men alles kan of west. stoma Membisoe. hemelsblauw. pen. enz. (Zie ook Deslng).). boschhoen. kundigheden. verdooven door gerommel in de ooren. ook verstand. de praktijk gaat boven de theories Bisa-bisaan. als eon stomme doen. zws. (bijv. Bisa (Jay. d. Biros laoet of Biros ajar laoet. rumoer. Rising. Membiroeken. zeeblauw. enz. in den naam van God (begin van eon gebed. ook Terperet-peret. Biros.. boschhaan. enz. in elkander gepakt. bekwaam-heid. venijn. enz. Bini (of Bin-bin). vergiftig. gift. kunde. iemand jets influisteren.). Membisik. Birit. enz. Berbiaik 8 BISI. Bisoe (Jay. fluisteren.. venijnig zijn. Kabisaan. enz. blauw worden .). Alah bisa oleh biases. Biroega (ook Ajam biroega). vergift. Bisik. enz.). Membisikken. met elkander fluisteren . kunnen. venijnig. de billen : Terbiritbirit of Terberet-beret. blauw verwen . fluisterend spreken. ook : jets kunstmatig plooien. lawaai. zwagerin. vergiftig. krom gebogen. eigenwijs zijn. Biras. verstandig.. blauw. ook buitengewoon veal haast hebben. of Bisik-bisik. nijpend. Membiroe. eigenzinnig. Bismillah. bij hoogen nood. kennis verliest hot tegen oefening of ervaring. enz.kunde. kundig. kennis. kunstmatige plooi. Membising. Membiroeken. geplooid. Bisa. sterken aandrang tot eon natuurlijke behoefte. boschkip. bekwaam. in staat zijn. blauwi sel. pijnlijk. gerommel in de ooren hoorend.tie laten verkoopen en zelf opkoo. Biros langit. . Berbisa. bekwaamheid. Biroeang (zie Beroewang). bedrevenheid. Bengaleesch schaap. vrouws brooder of brooders vrouw. in jets kunstmatige plooien leggen. (Zie Haroe). de Maleische beer. Membisoe- . heimelijk spreken.ger. verdoofd. enz. Biroebiroe. de romp. schaap. den buik vasthouden. blauwe kleur. i. Haroebiroe. kennis. ter zijde.

raadpleging. gesprek. van hetzelfde gevoelen. pagan doewa biti. stadhuis. sprekende zijn. enz. zweer. corpus delicti. Pembitjaraan. enz. Bisoel nanah of -mengangkoet nanah. Apa bitjaramoe. spreken. . loos. kloppende.). Pembitjara. hope. Sabitjara. dommekracht. advies.). voorstellen. voorstel. verhandeling. raadhuis. onderhandeling. van dozelfde mooning. uitmaken. met elkander spreken. kleine. enz. Tanda bits. Bisoel selinop. Gedong bitjara. Membitjaraken. Masoek bitjara. ook in zich zelven spreken. redeneering.ken din. bewijs in rechten . over jets spreken. steenpuist. enz. gebruikt wordt voor do sesate). beraming van middelen.. steenpuist aan eon scheenbeen. enz. vurigo on pijnlijke~puistjes. enz. BOER. mooning. met otter gevulde zweer. . puist. Perbitjara. pennetje. enz. Bisoel lade.. procureur. bespreken. Membitjara. . advoeaat. enz. eon zaak in rechten gooien. Bltjara. Biti wordt ook gebruikt bij hot tellers van platte lange voorwerpen. a. Berbitjara. negenoog. verhandeld wordt. handelen. behandeling. Biting (Jay. de daad der overweging. .n. zich stow houden. raad. speetje. or is goon raad moor voor to schaffen. Tiada terbitjarakan lagi. hot bespreken.. onderscheidend kenmerk. ook plelten . wolken raad geeft (schaft) gij ? Bitjoe (ook Dongkrak. eon proces beginners. gebouw. rechtspreken. enz. bospreking. beschouwing. spreken. beraadslagen. overwogen. lets overwegen. wat besproken. Bisoel (ook Bingsoel). wat staat ons to doen. Biti. Bisoel mate sembilan. behandelin g eener zaak. redeneeren. Apa bitjara kite. gezegde. bloedzweer. twee (stuks) planken. (zooals o... voordracht. hot overwegen. bloedvin. enz. eon voordracht houden. overweging. beschouwing. die spreekt. waarin recht wordt gesproken. bij v. Holl. . pleitbezorger. bespreking.

-voeteuvel . ook poeder. Bobok. vischfuik. Boeboe. plaatsen. verward. booten. jets ergens uithalen door eene opening in de bewaarplaats to makers of de bestaande opening to verwijden.opdoen. enz. gesteldheid eener vrouw.Boba. enz. boorkovertje. domoor. leggen. enz. stof enz. iemand in verlegenheid brengen zoodat hij niet weet wat to doen. er in laten loopen. Bodo of Bodoh. kleine snort tor.). opnieuw zwanger is. enz.nd foppen. Boeboel. Boeboeng. Boeboeh. zoodat or eon opening of gat door ontstaat (bUy. ergens indoors. doorgezakt. Memboeboeh pelana. die na de bevalling. voornamelijk aan de onderzijde der voeten (ook aan de handen). zonder wedor gemenstrueerd to hebben. kullen. domkop. domheid. (buy. enz. Bodjot. -. ook Memboewat bodoh. enz. onkundig. eene verzwering. pok. pokken. fuik. Membobok (Jay. onwetend. onkunde. (van fijn touw of gal-on.. opzadelon. eon dom mensch. Boeboel. stellen .). 59 boeboeh tapak tangan. eon domkop noemen. zetten.bijdoen.. Keboeboengang. ook hot . zijno handteekening stellen . de top of nok van eon dak. zich voor den domme houden. dom. Memboeboeh tjap. in dien toestand gebracht. Boeboengan. eon zegel of stempel op lets zetten. wormpje. in elkander gedraaid.). herstellen. Boeboek. Bobos.). van eon vloer). bot. botterik . als eon stommoling bohandelen. enz. Orang bodo. jokken.: geld uit eon bamboesen of blikken spaarpot. Mem= bodoken. enz. die nokbedekking ze1f. Bobab. molm on fijngostampt good (als koffie. Boeboeng (ook Woewoeng) (Jay. enz. Memboeboeh. . waaraan do nokbedekking bevestigd is. Memboeboel. nok. kalander. dat in bout of bamboo knaagt. enz. de stok. BOED. stow. -. Api api bodo. ook ioma. ook netten verstollen. bedriegen.). onwetendheid. Bat. MemBOER. niet slim. stommerik.

jongen. . uitpuilend. inlandsche draaibank (ook Boeboetan) . enz. (van onkruid bijv. Boedi (Sk. papieren. Boedjal. enz.). meld. enz. als eon kind. Memboeboet. Berboedi. verstandelijk vermogen. Perboed jangan. Boeboet (Talc boeboet of Boeboetan). to voorschijn tredend (van den navel. draaion. enz. val. Boedak. verstand. jongen. Boeboet. vertrek of logis voor de boedj anga. jonge. weldaad. kindsch. dienstmeld. de ongetrouwde jongolieden. uitstekend. verplichting aan iemand hebben . ook plukken (van de veeron van gevogolte. dionstmaagd. jong kind. grootmoedig .). Boeboeng (of Boemboeng). Boeboet. verstandig. hot leven van eon celibatair lijden. dat den mast vasthoudt. en mooning. enz. streek . dienstknecht. stag. bediende. wijs. dienen. ook arglist. Koentjoeng).). uitrukken. water. staat van eon boedjang. Oetang boedi. meld. Boedjang. . Boeboer. pap. Balk boedi. Boediman (Sk. enz. waarin jets bowaard moot worden (btjv. eon j ong dier van h et mannelijk geslacht . verplichting . (verg. ongehuwde staat. Berboed jang of Memboedjang.). Menanggoengboedi orang. wijshoid. bediende (mannelijk of vrouwelijk). uit den grond trokken. Memboeboet. op de draaibank maken.vlokje haar.). enz. dat men bij kinderen om de kruin van hot hoofd laat staan. ongehuwde man. Memboedjang. meisje. knaap. bijv. brij. als celibatair leven. dik touw. schuld voor eon weldaad. kinderachtig. verstandig. slavin . bewerken. ook in hot algemeen celibatair. verstandig. celibatair zijn.). kundig geleerd. met verstand begaafd. ook de jongelingschap. met verstand begaafd (alleen van menschen).Memboedjangken. koker. Keboedakboedakan. ongetrouwd zijn (in doze beteekenis ook wel v an vrouwen gezegd). als jongen of als meld dienen. slaaf. wijs zijn. Boedjang. celibaat. uittrekken. edel.

60 BOED. naar hot westen 11ggen. hot derde geslacht in de opgaande of nederdalende lime. lief kozen. wijs. enz.. bepraten . enz. toevallig. ook ten rechter tijd. . Memboedjoer. geleerde.iemand als dienstknecht of als dienstmaagd hebben. Boedoegen of Boedoegan. Boedjang dalem. recht. Boejoet.. aanhaling. Boejoeng. haveloos. overhalen. de vederen of harm verliezen. rechtuit. overgrootouders of achterkleinkinderen . vleien. . vloeien (van papier). vloeipapier. haveloos gekleed gaan. enz. vl ei erij. zonder de gewoiie kleederen. Boed joek. die binnenshuis werkt. Berboegil. mannelijke bediende. in de lengte uitgestrekt zijn of liggen. spiernaakt . kleine garden of metaIen pot. ergste grand van melaatschheid. veder. evenwijdig aan. geletterd. Telandjang boo it poedelnaakt. in de richting van hot westen uitgestrekt zijn. Boegineesch. kundig. Boeginees. verspreid zijn of worden. in de lengte uitgestrekt. Boedoek (of Bodok). stillen. enz. naakt. -vllegen. schurftig. to goeder ure. flikflo oierij. liefkozing. Memboed j ook. enz. geleerd. gevlei. ook de onwillekeurige . Boedjangga. in eon bepaalde richting liggen. enz. bedient. binnenjongen. Boejar. overhal©r. kaal (van dieren). ruien . flikflooien. Boedjoer(ook en veelalMoedjoer). aanhalen. Kertas boejar. naakt loopen. tot bedaron brengen. . zich verspreiden..beprater. nemen. Boegil. to gelegener tijd. overhaling. -gaan. haarloos. Boedoeg.. geletterde. ook uit elkander vallen. zich in de lengte uitstrekken. in de richting van. Moedjoer ka koelon of Moedjoer mengoelon. recht op jets aan. Pemboedjoekan. door schurft geplaagd. enz. Boegil. enz. enz. vederloos. enz. Pemboedjoek. sieraden of wapens zijn (van menschen). schrander. schurft . wijze. gevloi. urn. urnvormige pot. Memboegil (van dieren). enz. zonder de gewone kleeding (van menschen)..of haarloos worden. vleier.

niet ik bon (was) hot. ook breedte.. enz. siddering. Boekan akoe. Boekit. -4open doen. ook Beboejoetan. bewerken. Boekat. degeen die openbaart. Memboeka. Boekan moedah pakerdjaan itoe. hot is goon doen. Boekit anak of Anak boekit. openbaren. d. Memboekakan. beginners. enz. Memboeka tops. geenszins . +en wen aanleggen. ontnemen. Memboeka rasia. bewerken . zich all eon heuvel voordoen. ontginnen. Boekan. . afnemen. open. enz. niet. Memboekit. BOEK. ongemeen. de vasten openen. goon. tengevolge van eon gelofte.. Terboeka. Memboeka pintos. enz. verboden. uit elkander nemen. op touw zetten. den grond ontginnen. open. bloot. hot niet zijn. Boekan-boekan. Memboeka kedai. ontdekken. onwillekeurige beBOEK. breed.. Boekan-boekan bagoesnja.) Boeka. Boekan boewatan. aanvangen. . Memboeka poeasa. bijzonder. eon geheim openbaren. enz. zeer uitermate.. vreemd. Memboeka ~negeri. openen. hot is buitengewoon schoon. all door andero redenen . Keboejoetan. openbaar. middellijn. weging. ondernemer. Memboeka djalan. ongeoorloofd. Pemboeka. Boejoet-antah = kinderen van achterkleinkinderen (Bandj. . enz. openbaar. zoowel van ouderdom. enz. eindigen . troebel (van water). een winkel opzetten . eon stad stichten . jets open naken. van hot lichaam. den hoed afnemen . enz. Memboeka tanah. hot is goon gemakkelijk work . wijdte.. voor remand jets openen. banen (ook iiguurl jk). . niet zijn wat door hot woord waarop hot slant wordt uitgedrukt . heuveltje. de dour openen. i. hoogte. enz. en verbod. wijd. enz. geopend. ontginnen. kleine berg. berg . Zie Boetek. Memboel af. heuvel.siddering van hot lichaam ten gevolge van den vergevorderden ouderdom.

nieuwe maan. enz. in den maneschijn wandelen. Boelang.ook-_book. Boelan baaroe. Boelan-boelan. (verg. enz. . wat op eon maan gelijkt.). laatste kwartier.) = hot bij h et sluiten van een huurcontract (in de Vorstenlanden) aan den verhuurder (eigenaar of apanagehouder) der gronden to schenken douceur bij wijze van huldebltjk. eon maan of manen hebben. eon albino. maan. korrel. enz. schietschijf. ineengedrongen. Poetoes boelan. . kwast. wit. Boelan ketjil of Boelan toewa. Boelan timboel. geleding van hot suikerriet. afnemende maan. . C elap boelan of Boelan g®iap. KeboelaBOEL. troebel. . knobbel. de eerste dagen der nieuwe maan. Boekoe (Holl. maandelijksch. Boekoe tjatetan. Boelanan. Boekoe. ook bij maneschijn visch vangen. (zooals onze aarde of Saturnus). eerste kwartier. de menses krtjgen . per maand. een kluwen garen. kakkerlak. maanziekte . maandelijks. bij de maand. Orang boelai. met aarde vermengd (van water). samengodraaid haar. notitieboekje. Kerbo boelai. donkere maan. witteling. Boelai (of Boele). enz. maand. (van jets dat kunstmatig tot korrels gevormd is. voetgewricht. Boekit-likat. haarwrong. Boelan. Boekoe goedang. Boekoe tangan. menses. polsgewricht . knoest. laatste kwartier. oak Balar).akit boelan. Boekoe kaki of Boekoe lali. pakhuisboek . onnatuurlijk wit van huidskleur. ookschijf. ook Anak boelan. Berboelan-boelan. C arem saboekoe. gewricht. Berboelan. 61 nan of Pen. zooals buskruit. geleding. Boekoer.enz. witharige karbouw. ook maandstonden. maandenlang duren. (zie aldaar) voorts (Jay. hot geheel ophouden der menses bij bejaarde vrouwen. korrel. een korrel zout. Boekti = Biti. samengedraaide doek. Memboelan. Dateng boelan of dapet boelan. Benang saboekoe. Boekoe teboe. kort. Boelan poernama. enkel. voile maan .).

Boemboeng. Memboelat. lager van hot wild. bamboezen koker om water to balers of to bewa- . Boemboe. rond worden. hang. gaaf. uitgehongerd. Boelat pepeh. pen. Boeli pengentjingan. eenvoudig. omwikkelen (om to vechten) . enz. de vuist omwinden.). Boeloekan (Bat. Berboela. dons. samendraaien. enz. enz. Boeli of Boeli-boeli. Memboelatken. met een bindsel omwinden. . Boeloe babi. road. Memboelang kapala. ook voltallig maken. waarin jagers zich verschuilen. kok er. Boelat telor. luchtpijp. geeuwhonger. gevederd. Boeloeh = Bamboo. porceleinen of aardeii kruikj e of urntj e met dikken bulk. borstels van eon varken. platrond (als eon muntstuk) . gerd. bol. ellips . Boeloe kapas. pennon van eon stekolvarkon . slokdarm. verhon. en alleen. dons. eirond .oenhoofddoek gebruiken. Boemboen. enz. cylindrisch . Boelat torak. pisblaas. enz. ook groot (van de oogen). Boemantara. ook eon but van twijgon enz. (vergelijk ook Koera-koera). groote oogen opzetten. behaard. Memboelang tangan. enz. Memboelang. enz. ook Boeloeh leper. waarin jets bewaard wordt. aanbinden. kruiderijen tar bereiding van spijzen of medicijnen. Oeler boeloe. borstel. zonder moor. beschimmeld. wol van eon schaap. Boelat pandjangof--boedjoer.. enz. rugs. wol. om lets winden of bindsn. kippeveeren. haar (behalve hot menschelijke hoofdhaar). Boeloe ajam.. Boelat. de aardbol. (zie aldaar). Boeloer (Jay.). Kaboeloeran. bladerloos. eon landschildpad. specerijen. dienende tot bewaring van olien of reukmiddelen. kinderloos. elliptisch. heel. Boeloe landak. 62 BOEL. hot luchtruim. Boeloer. bolrond. Boeloe. ook kaal. Boeloe kambing.bindsel . drogerijen. . Boelat boemi. veder. rond maken. enz..

kunstbloemen. ook de grond. de oorspronkelijke bewoners van eon land. om dit gedaan to krijgen. Memboengaken. eenBOEN. eon tak met bloemen . ornament. Boenga-boengaan. figuur. Boenboenan (ook Eniboen-boenan). interest. inboorling. pop (speelgoed). Boenga sekoentoem of sekoentjoep. ook toovermiddel. enz. ook geld togen rents uitzetten. rond. Boenga mekar of --terboeka. met bloemen versierd. borstal. vochtig. of van eon jongen boom. Boenga sekaki. lofwerk. op rents zetten. mist kunnende afgaan (van eon geweer). (van eon jongeling) nog mist met vrouwen in aanraking geweost . tot bloei brengen. Orang boemi. blossom. de fontanel. vuurwerk.ren. om iemand stom to maken. Boenga satangkai. Mendjalanken boenga. bouquet. interest trekken. schuier. Boemi poetera. oak eon kapitaal rentegevend maken. hot midden der hersenpan. voudige bloom. zioEmboen. rents. interest op interest laten of genieten. tegen rents uitleenen. van de spraak to berooven. Boengkem (Bat. bloemen hebben. aardbol. Boenga. niet kunnonde ontvlammen. (van vruchten) de eorste van hot seizoen. zulk eon toovermiddel aanwenden. eon geweer niet to doers . bloemen dragon. bloemknop. Memboengkem. de aarde. eon enkele bloom. Boenga asa. Boeneka (of Boneka). ook boender.). gemaakte bloemen. goon goluid kunnendegeven. enz. eon ontloken bloom. Makan boenga. ongerept. laten bloeien.zwijgendzijn. atom. bloeien. enz. nog in den oorspronkelijken. Boengar. Boemi. Berboenga. (van eon maagd) nog onaangeroerd. Boers (ook Emboen). bloom. eersten staat. Boenga sakarang of saroempoen. Boenga api. Boendar (ook Boender of Boenter). eon bloemruiker. de bodem .

pakket. verstoppen. doen geluid geven. langwerpig rond. geluid. Boentak (of Boentak). ook de persoon. Boeni of 'oeni (Jay. ineengedrongen : ook naam van eon visch met ronden opgeblazen buik. ook naam van eon grooten boom (Antidesma bunias) met eetbare vruchten. Memboengkoes. hot dooden. galmen. Pemboengkoes. Boengkoesan. die inpakt. dooden. enz. wegstoppen. . Berboenji. die dat middel aanwendt. Mamboenoeh. Boenoeh. Boen ji. eon jonge cocosnoot tar grootte van eon vuist. ook pakmiddel. kort. jongste. Pemboengkem. ombrengen.). waaruit de olio reeds gehaald is (veal als most gobruikt). degeen die doodt. bundel. enz. inwikkelen. omhulsel. doorhalen. ook muziek. in hot geheim. Memboenji. Pemboenoeh. Boengsoe (ook Bontot. enz. BOEN. heimelijk bewaren. moordenaar. inpakken. tar dood brengen. enz.). verhelen. verduisteren. Pembontot) (Jay. enveloppe. klank. laatstgeborene. muziekinstrument. middel daartoe. . hot laatst geboren kind.~ klinken. geluid geven. pak. verborgen. doen klinken. helen. Boengsil. . Boengkil (Jay. steelsgewijs. Boengsel. enz. heimelijk. . . wegstoppen. verduisteren. inhoud . Pamboenoehan. Boenglon. ook uitdooven (van vuur). den inhoud van jets voorlezen . vermoorden. Memboenjiken.afgaan. pakket. Semboeni. ovaal. moord. Manjamboenikan. kameleon. luiden. enz. enveloppe. jets verbergen. Boemi (ook Boenji) Memboeni. pak. kook van de roster van olieboonen. omhulsel. ook onbewegelijk staren van de oogen (vann eon doode). wat geluid geeft.. knoop in eon zakdoek. geluidgevend. kam van eon weeftoestel. schrappen (van schrift). enz. Boentang.). Boentar. verschuilen. do kogelvisch.. Boen jian of Boen j i-boon jian. Boengkoes. bawl. verscholen. galm. verborgen. enz.

achterdeel. Boeritan. inpakken. najagen. enz. Boenting sarat of Boenting palandoek. Samboerit. Mamboeroe. achterste. paederastie drijven. titel van eon regent. met eon staart. den vijand met kogels. niet open. achtervolgen. eon hond met eon kortgekapten staart. Boentelan. dicht. . bevruchten.). wat ingepakt is. Boepati (Jay. vorsteening. Boental. stompje. (bijv. Boentat. afgesloten . inlandsch hoofdambtenaar. zwanger.elliptisch. Boeroe. 6 3 eeren toch niet geheel ophoudt. zwangerschap. Mamboera. Boentat. stuit. Boenting. achterste. Boentoer. gestaart. bezwangeren. verstopt. Boeritajam. verstopt. zwangerschap . Mamboerit. enz. na- .. paederastie. ) pak. vervolgen. dat aan hot gevest bevestigd is . die dood loopt. Boentoet. waarbij hot menstruBOER.plegen. zwanger maken.ndjing boentoeng. volgegeten. steenhard.) Boerak. jagen. versteend. pokdalig.). oververzadigd. rijst (met of zonder cocosmelk) in pisang-bladeren tott langwerpige platte koeken gewikkeld en gaargestoomd. Boentoet paraoe. enz. pakket. staart . achtersteven . stuit van eon kip . pakket. bevrucht. Boers. Boentoet padang. pak. gaand. Mamboentingken. Memboentel. door de pokken geschonden. achtersteven. enz. Boentoeng. gesloten. eon wag. van tabak).knoop (in eon zakdoek enz. enz. .). A. eon bijennest met vuur. Djalan boentoe. Barboentoet. bestoken (bijv. dicht.een staart hebben of dragon. ook zwanger zijn van jets. pakken. Boeras. Boerik (Jay. ring onder eon krisgevest. Boenting bantang. Boentoe (Jay. zat. uit elkander. bezet. onderste deal van eon sabel. enz. uiteen. achtereind. ook verstrooid. stuit. Boerit. los. Boentoel. verminkt. afgekapt.

rot. schuimend. schuim. Boeroedsj (Ar. vogel (ook gebruikt voor hot mannelUk schaamdeol). vuil. slecht yolk. Memboesa. enz. vesting. Boeroek. gedroste gevangene. enz. Boeroeng lajang. vogelvrij verklaarde. enz. enz. Boeroek. Boesik (Jay. in haast. . sterkte. loon. Boeroeng onta. enz. 64 BOER. Boeroeng dewata of Boeroeng sopan. verwelkt. slot. ook (Boeroedsj asmani). Berboesik. enz. hot sterrenbeeld de Leeuw. Berboesa. . rijstdiefje. jachtgereedschap . haast maken. Andjing pamboeroe. Boeroeng gelatik. kruier. wie nazet. . schubbig. zwaluw. jachtwild.. Boeroeng. schuimen. verdorren.jachthond. .loopen. wat of wie nagezet wordt. gevogelte. deserteur.). vervolging. Boeroean. gespuis. met haast. jaagt. Pemboeroe. Onggas). als daglooner werken. Boesa. ook nagemaakte of opgezette vogels. versleten. aanzetten.). bespoedigen. struisvogel. (verg..). . Barboeroe. dagwerker.Boeroeboeroe. jacht. vergaan. vervolgen. Beboeron (Jay. Boeroeng dare. musch . . nazetting.). schubbig. jachtwild. schub.. bouwvallig. de dierenriem. waarop jacht wordt gemaakt. Berboeroeh. vrjj als de dieren in hot wild. aandrijven. schurftig zijn. Boeroeng-boeroeng of Boeroengan. daglooner. in dagloon werken. Boeroes. haveloos. Memboeroehken. zich haasten. vogelvrij. enz. Orang boeroek. paradijsvogel . dagloon. schurftig.). Pekakas pemboeroe. Boeron (Jay. enz. verdroogd. Boeroek (Jay. enz. verdord. enz. verwelken. jets in dagloon doen bewerken. duff. verrot. betaling per dag of per tank. Boeroeng gored ja. wild. oud. havelooze. haastig.op jachtzijn. casuaris. Boeroehan. Pemboeroean. lastdrager. jagen. rot. stinkend. vervallen. Boeroedsj'oel'asad. leelijk. eons ziekte hebben waardoor men hot aanzien krijgt van geschubd to zijn door de velletjes die op hot lichaam zitten.

ook pokpuiston .rond lichaam.vruchten. onedel. Kapala boetoe. Boeta. Boetoe (Bat. hot mannelijk schaamdeol . Boeroeng. bol. de moron. Boeta (Sk. titan. vrucht. Memboetek. eon slechte reputatie. een laagheid.). Nama boesoek. Boesoet.bedorven. ooft. blind met verlies van bet oog. onzuiver. een geBOEW..korrel. Boetek. enz.. onbesuisd. bult. enz. hook. troebel drabbig makon. Boetjoe. ook laag. zonder dat hot oog geschonden is . blindheid . Boewah poenggoeng. ook hot kleine boogvormige instrument. aardhoop. in hot algemeen elko zieke?ijke zwelling van den bulk. Boetatoeli. keutel. ook eons zaak in de war schoppen. onbedachtzaam. verward. termietenterp. Boetir. ook niet klaar. Boewah serah. zich blind yoordoen. ook de oogen sluiten. enz. BoewahBOEW. met aarddeelen vormengd (van water). groin.). Boewah-boewah aer. enz. Perboewatan boesoek. slapen. lets opzettelijk niet willen zien. zoodat daaruit moeilijk hot waar en onwaar to onderscheiden zijn. molshoop. de testiculi. gemeen. niet duidelijk. penis. onrein. niet holder. morsig. bil . enz.vorsche vruchten in soorten.. Boewah tjatoer. kindorpokken . uitstekondo punt. waterzucht. smerig. Boeta larangan. . moons daad. knop. blind houden. Boewah peter. Boewah. reus. Memboetekken of Memboetekin (Bat. enz. (van eon zaak) . slapen gaan. dobbelsteen . bultje.. Boewah pareh. Boewahboewah. Boewah pantat. de eikel (ook als scheldwoord gebruikt). Memboeta. bong. onoverlegd. drabbig. blind.). dat gebruikt wordt om kapas (katoen of boomwol) to rafelen en to zuiveren. boewah kering. godroogde vruch ten. Boeta petjah. de stukken van hot schaakspel.bollotje. mierennest. blinds. Boesoer. troebel. blind.

verbannen. BoHO. Boewana (Sk. Memboewak. Pemboewangan. weggooien. verkwistend.). die op kosten van anderen leeft. krokodil. . wild. zijn bah oefte doen. de dysenteric hebben. Boewar. plaats waarheen iemand verbannen. zich verslingeren. Boewangan.). om. Boewas. eon kind to vondeling leggen. zijne oogen over jets laten gaan. kaaiman. opborrelen. vijf van jets aftrekken . van eon schroef). Boewak. enz.naar achteren gaan. grimmig. Aloe barbadensis. dobbelen. iemand. wereld. Memboewang sial. jets aan de geesten ten offer brengon terweringvan ongeluk. niet zuinig. 'amboewang. leeglooper. enz. een heesterachttg gowas. ook hot verwerpen. wie werpt. enz. weiden. royaal. ook zich verdrinken . enz. bent. verstooten. afdanken.. blood afgaan. zooals een hanglamp.vruchten op water. Berboewah. 65 verwijdert. Boewal.opwellen. schommelen. Memboewang anak. eon hangmat. verscheurend. enz. zich met slecht yolk afgeven. (van een vloeistof door de working bijv. alligator. vorwijderd wordt. enz.enz. banneling. dat veal in tuinen wordt geplant. (van kokend water buy. Boewang.borrelen. Memboewat. wegwerpen. Boewai. Mamboewang. wegdoen.. verwijderen. enz. woest. Mamboewang dirt. Boewaja. enz. goedgeefsch. barmen. enz. om to.). Memboewang. jets dat vrij hangt. Boewaian. enz. wet of wie weggeworpen. vruchtgeven. ook aftrekken. vorwerpen. enz.Memboewang lima. ook ironisch of als scheldnaam. verminderen. met dobbeisteenen werpen. voor. ook in dikke wolken opstijgen~(van rook). tot.Mamboewang dadoe. afschaffen. Boewat (Bat. vruchtdragen. vrijhangen. (ook Berboewang) ajar darah.Memboewal.. wordt. boosaardig. enz. verworpeling. Lidah boewaja. Mamboewang mate. . opborrelen. MALEISCH-HOLLANDSCH.). Memboewang ajar.

: Membohong. schuimen. ook wet tot hot maken van hot een of an der diem. enz. . met schuim zijn. geur. enz. enz. foppen. hot achterste voren . verlegen. voor5 66 BOJA. maker. Perboewatan. maaksel. schaamte.. Memboga. verrichtten. enz.. schuimend. ten einde.. van verlegen tabak). verrichting. enz. Berboeweh. hiernaar is Buitenzorg door de inlanders Bogor genoemd. iemand beliegon. Pemboewatan. confuus. maken.). droog. leligen. schuim. Berboewat balk. van de onderste ribbon tot aan de heupen . vertrekken. vervaardiging. omgokeerd. van eon afgekapten Aren-boom . enz. Memboewat badjoe. Bogor (Soend. dader. Bojak. ook heup. enz. enz. (ook Bebokong). Boga. Boga (Bat. enz. leugentaal. beschaamd gemaakt. Membohongken. daad. enz. beschaamd. Memboewat negari. enz. tronk. moor den voldoende. een stad stichten. onwaarheid. verhuizen. liegen. saai. verlustiging. Bobong. jets gebruiken voor. enz. droog. Boewah of Boewih. ook met veal boweging loopen. dij en bil. in verlegenheid gebracht. weldaden bewijzen. hot land vorlaten. to maken. verlegenheid. . Bokong. enz. . ook overvloed. totdat hij niet moor ken. handeling. iemand spijs en drank voorzetten en dwingen er van to gebruiken. bezig zijn met lets to doen. maaksel . verrichting. onwaar. verlegen. liegen. bezig zijn to liegen . Memboewat. eon ba. enz. Kabogean. Membokongken. Pemboewat. vermaak. Boewatan..).ten behoove van. vervaardigen. hot onderste gedeelte van den rug. enz. Bojong (Jay. bezijden de waarheid. daad.).. Bokong.en smakeloos (bijv.djoe naaien. Berbohong. met de schouders heen on wader draaien. oververzadiging. doen. op refs gaan met familie. heengaan. ook bejokkon. Berboewat. good doen. onwaarheid spreken.

vol gaten. hol. met bulten. doorboron. opgezet. doorgebroken. zio Balik. knoest. Bonggol (of Bongkol). eon bultige uitwas voordoen. door jets heen sluipen. onmogeiijk. matras.). Mmbolong. uitgehold.. ook zwart-. lets uithollen. van eon gezwel) . door jets heen gedrongen. of Port. afgebrokkeld. Bolor. naar vormogen. brok. voor zooveol doenlijk. versterking. uitwas. Bola (11011. oprollen. Bolot. in staat zijn. .. . gebroken. bultig. kunnen. bultzak. bij machte zijn. enz. moeder (hoffolijk. Kamar. Bol (of ebol). Bolsak (loll. hot kan niet. knoesten vormen of krijgen. Membondjol. uitwassen. Bondjor. eon linie. donkorblauw waken. . Bongkah. gezwollen. jets of iemand den rug toekeeren. Bondjol.keeren. wormpje in vruchten. Bokor. enz. enz. samenvouwen. bl ok. Bonds. Bolos. enz. inpakken. Boleh.donkerblauw. gezwol. heen broken. bal. scherp uitstekend. enz. omkeeren. boron. inwikkelen. knobbel. biljartbal. beloefd). doorboord. biljartzaal. versterkt kampemont. scherp uitsteken. vormogen. enz. anus. zooveel mogelijk. door jets BONG. bult. mogen. doorboren. enz. windsel. Membolot. ook zwart. (bijv. carat. luur. eon slagordo verbreken. hot mag niet. Bolak-(Bolak-balik). stork gezwollen (van hot aangezicht). enz. zitten.of Roemah bola.: biljartkamer. motalen kom zonder voet.). enz. zoodat de oogen nauwlijks to zien zijn. Bokop. tusschen lets doorgeslopen : Membolos. uithollen. enz. ook met den rug naar lets toe staan. enz. Membonggol. Bolong. gesprongen. eind van den endeldarm. Tiada boleh. Saboleh of Saboleh-boleh. knoesten. societeit. Membolongken. kogelrond. etc. geretrancheerd kamp. ook bulten. eon gat in lets waken. knoestig. zich als eon knoest. Berbonggol. eig..

ook alles doorzoeken en nazien. ook Bongkang. uit elkander. etc. opgeblazen. Membongkok. ongemanierd. Membongkar. enz. oerYoop gehaald. to voorschijn halon. lichten . enz. ook werktuig dat daartoe gebruikt is of wordt. lam. ontwortelen. gapend (van eon wond). trotsch. van eon muur). enz.Bongkak. wiens wortels bij hot omvallen de aarde daaromheen doorbreken of scheuren). om or in to kunnen komen . vlegelachtigheid~ ongemanierdheid. lomp. gat. of broken. voorover gebogen gaan. wijd uit elkander (van vingers die niot bijeen to brongon zijn). eon huffs hot onderste boven halen. dom.). enz. . of broker. voorover gebogen. of braak . Membongkar djangkar of --sane. toegang verschaft. (bijv. enz. enz. Bongkar (Jay. vlegelachtig. lompheid. overhoop liggend. hot onderste boven gekeerd is. Bongkang. Membongkar roemah. onderste deel van eon stam. gekromd gaan.. Bongkaran.. Bongol (Bat. uit elkander halen. enz. zich door uitgraving. onbevattelijk. bultenaar. gebocheld zijn of loopen. Bongkar. wat op. eon boom. sullig. sul. uit hot verband rukken.of afgehaald. omgevallen met verbreking der bevestiging. als eon bultenaar doen. Membongkak. bot. omvallen. gekromd. Pembongkar. loopen. hot anker ophalen. (bijv.). lomp. opgeblazen. enz. toegang tot jets verleenen. doorzocht. bij eon huiszoeking). enz. enz. degeen. (buy. dief die zich door uitof doorgraving. bochel. ongemanierd. Orang bongkok. enz. voor dood -neerliggen. onbeschoft. hot onderste boven keeren. afgekapto boomstam. onbeschoft zijn of handelon. in den muur of jets anders maken. overhoop halen. stronk. enz. doorbr-eking. ophaion. vlegelachtig. hot onderste boven halen. Bongkot (Jay. ook eon BONG. bewegingloos-. botterik. enz. Bongkok. gebocheld. gebochelde. die overhoop haalt. ook inbreker. .).

vervelend zijn. werkloon tot eon geheel samengevat. aanminnig. Boron. enz.. Boedak). enz. Memboseni. loon voor eon in zijn geheel aangenomen work. verspillend. geheel. alles. welriekend smeersel voor hot lichaam . en gros opkoopen. afkeer van jets hebben. ook eon work aannemen. Membotjorken. waarvan de peulen en zaden gegeten w orden. bottelen. Botak. in eons. los. zuchtig. Beli borong. verspillen. Memborong.).Memborongken. Oepah borong.). gezwel. verkwistend. tot eon geheel.. dat lekt . Botjah (Jay. (klanknaboot- . enz. in hot geheel. jets vervelend vinden.). voetangel. alles uitflappend. jongen. (Psophocarpus tetragonobus). vervelen. Borang. moede van jets. lek. Berboreh. lief. iemand vervelen. Brebet (of Berebet). fig. pokdalig. die in hot gras verborgen worden. tot een geheel BROB. enz. innemend.). in hot groot. papporig. en gros.). zacht (van lichamen die vast en hard moeten zijn). (bijv. Botjor. Boson (Jay. die alles uitkraamt) . 67 samenvatten. Roemah botjor. Borong. Boreh (ook Beboreh) (Jay. Memborehken. enz. ook losgaan. enz.. jets of iemand met boreh insmeren. dat om jets gewonden is). beu. ook losgegaan. geheel overlaten. van eon touw.). een huffs. kaalhoofdig. afkeer wekken.Membotolken. royaal. dit smeersel gebruiken . enz. Membosenken. bevallig (van golaat). vervelen.bottel. kaal. ook eon sun. lek maken. lieftallig. in een flesch doen.flesch. enz. knaap. (van eon mond. besmeren. Memboros.Bonjor (ook Bonjok) (Bat. verpachten.iets bij aanneming. enz. . . den geheelen voorraad opkoopen. Botol. kaalhoofd. door pokken geschonden. klier. smeersel. gerplant. Bopeng (Jay. alles to gelijk. enz. bij den hoop. kleine jongen (verg. Boto (Bat. Botor. tegenzin wekken. aantrekkelijk. bijeen. aangepunte bamboestokjes. enz. verkwisten.inhet openbaarverkoopen. enz. enz.

hat besnijden. tijding. enz. Mengchatan. Chatam (Ar. scheepsvolk. inborst. opvolger. ook hat geschapene. opvarende. kennisgave. bezegelen. Chalikat (ook Chilka.. menschen en dieren. Berchabar. telegram. enz. enz.). Chalifat. eenzaamheid. Membrobot. kennis dragen. enz. knallen. vertellen.). die door stutten geschraagd wordt. aangeboren karakter. zegel.).schepeling. Brobot (of Berobot). Chalasji (Perz. algemeen verspreid nieuws. de schepping. afzondering. dat doorgebroken wordt of bij verbranding springt. knappen.). besneden zijn. Batoe chars. waarvan de herkomst niet bekend is. Mengchatamken. enz. nieuws. Chatan (ook Chitanah) (Ar. cachet. Brobol. enz. knallond. knetteren van hout of bamboo. beeindigen. verzegelen. Choelki) (Ar. mededeeling. hot geluid maken van jets dat scheurt. de tweede . plaatsbekleeder (inzonderheid van Mohammed). einde. laatste van een reeks of geslacht . Apa chabar. eenzaam. zegeiring.). enz. zegelen. ten einde brengen (bijv. geaderde steep. wat nieuws ? Hoe staat hat er mee? Hoe is hat? Tiada chabar aken dirinja. Chabar (Ar.kennis hebben. buiten kennis zijn. besnijding. harde steep . (ook Ketib). Chamis. de schepselen. . tent. hat lawn uit den Qoran. Chaimah (Ar. natuurlijke eigenschap. . zie Berobol.. Chabar angin. heerscher. matrons. Mengchabarken. enz. Choeloek. scheuren.zeeman.). Chatib(Ar. mededeelen. geruch t . enz. geen bewustzijn van zich zelven hebben. berichten. gescheurd. hat aangeborene.). 68 CRAB. kalif. Berchitauah. hut. bericht. mariner.. melden. ook een verhaal doen enz. Chabar kawat.sing van jets dat scheurt of gescheurd wordt). hear.). verhalen. algemeen gerucht. besnijden . Donderdag.). elke ronde mooning. Membrebet. Chaiwat (Ar. Chars (Pert. knappend. bewusteloos liggen.).

ongerustheid . iemand dienen. ongerust maken omtrent iets. DANA.Kawatir). voorstelling. schrift. ook vroolijk zingers. jets tot eon book maken.. enz.. Klingalees. hat dienaar zijn. buitenlandsche koopman. Choeloe' (of Koeloek) (Ar. journaal. hat ontslag geven aan eene vrouw op haar verzoek . enz. verraad. eon touw om jets slaan. enz. C. dienen. in dienst zijn. Mengchawatirken. hat dienen. hat Vrijdaggebed in de moskee.beambte bij een moskee. Dagang. uitheemsche. DABO. Choeloed (Ar. bezorgdheid. bezorgd maken. catalogiseeren. enz. Mendaftar. Chianat (Ar.). bedrog.. vreemde.). die belast is met het opzeggen van de Choetbat. gedachte. CROT. Daftar (Ar. een Mohammedaan uit Hindostan. eeuwig leven. zegening van Mohammed en diens nakomelingen en aanbeveling van den regeerenden vorst. beduchtheid. schending van hat vertrouwen.(Koewatir. een Hindoe-Mohammedaan. ook reden geven tot ongerustheid. enz. Mengchidmatken. lijst. ontrouw. ingeving omtrent iets hobben of krijgen.). eon cahier jnbinden. Chidmat (Ar. of redevoering van den preekstoel tot lof van God. rol. enz. Chotbat (of Choetbat) (Ar.).. book.). inval. eeuwigheid. 6 9 D. ook vrees omtrent lets koesteren.). ook kwade gedachten. Mendaftarken.). Zie Chatib hierboven. cahier. enz. zich iets voorstellen. echtscheiding met wederzijdsch goedvinden. paradijs. rnventariseeren. zich bevreesd. Chodjah (of Kodja) (Pert. vrees.). door diensten eeren. hande- . Chawatir(Ar. inventaris.). bedienen. Berchidmat. dadel. Chorma (of Korma) (Pert. de lijst van jets opmaken. een inval. ingeving.

handelsartikelen. vleesch en blood. plotseling komen. Mendagoe. van hetzelfde vleesch. Daboeng. van. handelen. . Berdahak. horn. borst. ook de borsten ontblooten . dorst. koopwaren. dorstig zijn. Dahaga.laar . jets in alle haast doers. de borst bieden tegen jets. handel. versmachtend van dorst . enz. gehem. ook hevige braking . hout (van boomers). Nama daging. Mendahagi. in haast afgedaan moot worden. kin.. dorst hebben. rochel. centrum eener slagorde . remand toehemmen. enz. Berdada-dadaan. koophandel. vleezig. Daham (ook Dehem). Dada. enz. verhandelen. Dahagi. Berdagang. tandvijl . Mendaboeng. ook hot spel. vleesch hebben. eon dergelijke kiap geven. handel drijven. jets dat plotseling opkomt. (Deboes of Gedeboes). versmachten van dorst. enz. geboorte-. Dagangan ook Barang dagangan. bloedverwant. laten vijlen. onvoorzien geval. ook klap met de vlakke hand op de kin. om de wond daarna door toovermiddelen to genezen .. ook bloedverwant. kwalsteren. Mendagangk®n. Dagoe. waarmede men zichzelven of anderen doorsteekt. zich afsloven.. Samboetan dagangan. kuchen. borst aan borst. Berdaging. men. de tanden vijlen. gokuch. Dahak ook = Tahak. de bevelen van hooger hand tegenstreven tegenwerken. fluim. kuch .of aanrukken. Daboes (Ar. dat met dit voorwerp gedreven wordt. eon puntig ijzer met grooten kn op. . jets tot eon voorwerp van handel maken. famjlienaam. enz. Mendaham. (zoowel van dieren als van vruchten). Mendada. Sadaging. hot vijlen der tanden. vleesch.). . doer als eon vreemde koopman. bloedverwantschap. bloedverwant. goederen in commissie. (zie ook Aoes). Dagingdarah. verkoopen. Perdagangan. klaar maken. tegen jets op. zie aldaar. enz. man tegen man vechten. Berdahaga. Dahak. Dadak. kwalster . Mendadak. Daging.

fopperij. huip-. Baratbarat-daja West-Zuidwest . Daja. pannekoek. door gehem aanroepen. struif. jets to kennen geven. Zuid-Zuidwest.enz. eon spel met dobbelsteenen voorzien van eon pin. dobbeist. Brmain dadoe. uitvlucht. Pendaja. juffer. dobbelen. spijs gebruiken.en andere plantsoonen veel als schaduwboom aangoplant wordt. Dadar. ook eten. vrees. kunstgreep. Mendadoe. roeien. bedriegerij. oplichten . aan eon touw binders. (ook Pendajang of Pendajangan). .Mendajaken. nat.een. aankonlen d meisj e. fam. eten. Mendajoeng. riem. Zuidwest . mm. om den tuin leiden. Mendadar. verslagenheid. drie windstreken tusschen Zuid en West aan to geven . spijs. ejerstruif. roeiriem. spijs tot zich nemen. met dobbelsteenen werpen . 70 DANA. list. dienstdoende jonge maagd aan hot hof. ontsteltenis. redmiddelen . waarom zij draaien (veel in de kazerno door ml. die in kofhe. met dobbelsteenen spelen . hulpmiddel. foppen. oplichten. roeispaan. eon omelet bakken. bedotten. bedrieger. ook hevig braknn. Dajah (ook Ajah). diem ook om in verbinding met Barat of Salatan. Dadoe. groot. schrik. Dadoe poeter. dik touw. enz. Dahasat (Ar. bohoorendo tot de Erjthrinae.). omelet. eon eierstruif maken. zoogster. Dadoeng. der Papilionaceae. verbazing. soldaten gespeeld).. foppen. Daja. op jets aandachtig maken. enz. oplichterij. bedriegen. ook vroolijk gezang : Mendadoeng. vastleggen. . verschalken. hofjuffer. dat nog niet gemenstrueerd heeft. Perdajaan. Dadap. bedotting. Dakar (Ar. ook Berdajaken en Memperdajaken. Barat daja. enz. Tipoe-daja.. ook lichtrood. bedrog. bedotten. eon boom. ook to voorschijn komen van de maan (Mendadari). Salatan daja. bedrog. Da jang. enz. (ook Dahsat of Dahsjat). bedriegerij. lichtrood worden. bedrog. lets met .). Dajoeng. Daja oepaia.

binnen. wajang-vertooner . vuile afscheiding den huid. Dajoh (Jay. d. smerig (van de huid). enz. die niets ziet in de echtbreuk door zijne vrouw gepleegd. overmoedig. . Di dalem. enz. vermetel. de echtbreuk zijner vrouw verdragen. voornamelijk gegrond op den Qoran. Padaleman. Dajoes of Dajoets (Ar.). to bast nomen. binnenste. argument. Berdaki. huidvuil. dekt. L. DALI. van binnen . diepzinnig. Punica granatum. enz. argument. binnenwaarts . bezoeker . mij. paleis. i. Daksina (ook Daksjina) (Sk. de kuil in het graf.-de .). kleinhandelaar. Mendajoes. Dakoe. eene visits maken. enz. aanwijzing. zijne krachten overschattend. uitvlucht gebruiken. Mendalihken. voorwendsel . plank. wanneer hot woord wordt voorafgegaan door dengan. hoofsch. hoftaal.). Dalih (of Daleh). Berdalang of Mendalang. (wij ziging van akoe. uitvlucht. . Dalam (of dalem). Dalil (Ar. Berdajoh. marskramer. de wajang vertooner . honen. enz. innerlijk. ook vorstelijk verblijf . Berdalih. Kadalem. makelaar. bewijs. naar binnen (gaan). zich van uitvluchten bedienen . enz. voortbewegen. enz. Dalang. jets tot. leiding. Zuid. Bahasa dalem. ook diepzinnige taal. brutaal. bewijsgrond. vuil. be. dat aan de huid vastkleeft. die de lahad. binnen.. gast. Daka. huidsmeer. hoffelijk. ik. Dalima. Dalal.eon roeiriem in hot water voortstuwen. r chting. betoog. waarin een doode wordt geplaatst. Dakar. vuil. zich daardoor later bespotten. als eon tyran regeeren. enz.). enz. als voorwendsel. akan of een werkwoord met den causatief uitgang kan). ook naar welgevallen. toog. diep. Dalalah. Daki. ook venduafslager. iemand. bij iemand als gast komen. Zuiden. oogluikend toelaten. vorstelijk verbltjf. binnen in.

in vrede. bevrediging. in goede verstandhouding met elkander leven. slecht. ook toorts. De voornaamste soorten zijn : Dalima-poetih. lamp. Damar. Damar mate koetjing. afspraak.). licht. Punica granatum. hot met elkander over lets eens zijn. tot overeenstemming komen.: Mendamar. Rmph. verzoenen. Delima merah. . slechte rosier of zeiler (van vaartuigen). hars inzamolen. Berdamai. . goede verstandhouding . vrede maken. Mendamar. den Burseraceae en Abietineae. Damar (Soend. fam.w. van.granaatappel. vrede. padistroo. den schedel tot op de hersenen doorsplijten. fakkel van hars. granatum. Damai (ook Dame of Dami). enz. fore mgrs.). halmen den pads nadat de aan gesneden is. plaats den inzameling. Damps. beeindiging van een twist. Punica granatum. niet frisch meer. twee partijen verzoenen. enz. enz. met elkander een overeenkomst sluiten. beursch. elkander good verstaan. Damai. doorschijnende hars van den Dammara albs. albescens. met witte bloemen on pitten . hot met elkander eens zijn over de uitoefening van den coitus . sluiten. enz. Pendamaran. bevredigen.. dauwworm. die tot de hersens doordringt. Daloe (Bat. nachtlicht. Delima item. hars. ook hars leveren (van een boom). en naam van verscheidene boomsoorten behoorende tot de pat. (ook de boom). van. die verschillende soorten waarde hebbende harsen leveren . verzoening. Dami. enz. met roods bloemen en pitten . Perdamaian. met donkerpaarse bloemen. ringworm. M®ndamaiken. vredestichting. vredestichter. Pendamai. Punica PALO. Mendamai. wanneer doze laatste nog maagd is. vrede met elkander doen sluiten. overeenkomst. enz. een afspraak maken. een schedeiwond toebrengen. overrijp. Damar. ook (van man en vro . langzaam door hot water gaand. en zulks toestaat).

gereedmaken. bestendig in de nabijheid van jets of iemand. opschikken. troop. tegen elkander in loopen. vorsiering. Danawa (Sk. diem. blijven. gestrand. ook verheven zitplaats.met. reus. liefdadig. versieren.verfraaien. stilstaand water van eenige uitgestrektheid. aanzien. moor.nevens. (Bandjerm. enz. demon. dorpel (van eon dour) die eenigszins boven den vloer uitsteekt. Dandang (ook Dangdang). op hot strand zetten. schuren. bijv. verzoeven. en : op den wal liggend. weldadig. 71 Dampak. enz. dat diem om de in eon koekoesan.PANG. waarin hot water gekookt wordt. juk (voor draag. Dampar. Mendamping. naderen. effen. Terdampar of Kadampar. op den wal geworpen. . nabij blijven.ook. ook een blinds bij de hand of aan eon stok leiden . in de nabijheid van jets of iemand zijn. Dang.). tegen den wal opgeworpen. Dana (Sk.= de verschillende familieleden. en. nabij komen. versiering. enz. overvol. min of meer urnvormige. wat tot verfr aaiing. viak.of trekdieren). op hot strand gezet of gedreven. enz.) . groote. enz. voltooien. Danau (of Danoel. mejuffrouw. enz. ook de laatste hand aan jets leggen. elkander verdringen. tooien. Mendandan (ook Berdandan). Dang : ook gebruikt ter aanduiding van eon verzameling. hooge koperen pot. Dan. pool. tegen den wal aangedreven. aanbonzen. doen stranden.elkander tegen hot lijf loopen. watervlakte. .). dus als collectief voorvoegsel. reisvaardig maken. gedrang. mevrouw. weldaad. Berdamping. (zie dit woord) boven de opening geplaatste rijst gaar to stoomen. Memdampak. aaneengesloten. Danam. tool. sa-pa- . titan.vol. enz. vastzittend (van vaartuigen enz. nabij zijnd. bank. titel voor eon vrouw van 72 PANG. Dandan.enz.tevens. Mendamparken. Dandanan. Damping. aangespoeld. opschik.) : dang-sanak .

ondiep. ongelukkig. Danoer. degeen die krijgt enz. naar jets of iemand gaan. ook : hot kan niot. enz. . krijgen. nijdig. ontdekt. enz. in zijne macht bekomen. betrappen. eon slecht. gevorxlon.jgbaar. verzanding. gebladerd zijn. hot is noodzakelijk. diep ongelukkig. enz. bovinden. Sial dangkal. Dangak. Dangoe (Jay. bladeren hebben. oor- . ookkunnen. Baroe menda. uitvinding. met bladeren. gevlekt. enz Mendapatken. stinkend lijkvocht.). ook verkri. gevangen. zich als bladeren voordoen. ondervinden.Tiada dapat. Pendapet. . Hati dangkal. houden. enz. bank. hot moot. Mendangkap.pat.. gevoelloos hart. naloopen. verkrigen. gevat. blad. onnatuurlijk hard. hooren. Poor hot eorst jets to weten komen.dang-sanak = al de familieleden. Dangkalan. bedorven. gevoelen. stengel van de bloemkolf van den arenpalm en kokosboom. hot tegendeel is niet mogelijk. . . omvat houden (van vechtenden). (Mendangkar). krijgen. enz. enz. bevinding. enz. enz. Dangkoeng. vinden. ook: oprollen. gedeeltelijk versteend en daardoor oneetbaar (van vruchten). DARA. (van de huid door eon ziekte). ondervinden. ontvangen. Dapat (of Dapet). hot is buiten twijfel . to spreken krijgen. loofa Berdaoen. met de kin op jets leunende strak Poor zich nit staren. Pendapetan (ook Pendapet). ook elkander omvatten. Mendangak. wreed. verkromming der gewrichten (eon snort van lepra?).ondiepte. uitvinden. nazetten. iemand ontmoeten. Danjoe (ook Belarak). Dangok. Dangkal. vervlgen. blad vormen of krijgen. eon droog cocosblad. Mendaoen. hot hoofd achterover buigen. verkrijgen. bevinden. verkleurd. niet verkregen. Mendapat. zien.verzand. Dangkar. to krijgen. vinden. . Daoen (of Daon). Tiada dapat tads of Ta' dapet tads. Mendangok. mooning. Kedapatan. Dangkap.

koers zetten. moeite geven . Anak dare. Berdarat. aan wal gaan. Darah. binnenloopen. pisang. bloeden. huwbare maagd . Toeroen kadarat. land. zoQveel doenlijk. . de bloedvloeiing bij de geboorte van een kind. van hetzelfde vleesch en bloed. enz. over land gaan. Dara. ook over land reizen. verblijf. haard. hardop lezen. Sadapat-dapat. maagd. enz. Darah pengiring boedak. Sadapat. Dar (Ar. enz. hetzelfde bloed. enz.) . Berdarah. bijv. aan wal gaan. studeeren. . duff. vleesch en bloed. oever. lezen. blood. voel DARA. ook bloedverwant. oak zich Poor jets inspannen. reizen. land. debar- . naar best vermogen. enz. wie niets ontziet. enz. volbloedig zijn. Dar-assalam.). oever. maagdom. Sadarah. Darat. bobbed. zij is haar maagdom kwijt. keuken. meerpaal . lieden uit ddn huffs. bloedverwant. vaste grond. bloedverwant . huffs des vredes. Daradjah. blood hebben of krijgen. bamboo. gewest. . leeren. en pan van eon vuursteengeweer. jonge dochter. van een. . enz. enz. uitstoelen. jonge dochter. ook stool (van planten. Mendaras. land. woning. .. enz. Dapoer. zooveel mogelijk. landen. binnenland. Orang sadapoer. jonge dieren van hot vrouwelijk goslacht . bobbed zijn. oven. . ook jonge spruit van eon plant. Dares. ook blood hebben. gewone of boschduif. doorlezen. Pendarat. middel van verbinding met. do maagdelijke staat der gezamenlijke maagden. of Mendapoer. Mendarat. wal. vastlegging aan den wal. Berdapoer. Perdaraan. enz. (van planten) stoeion vormen. . Boeroeng dare. kookplaats.deel. enz. een haven enz. bloedrijk zijn. Mendarah. Dagingdarah. near den wal koersen. enz. wat verkregen wordt. Daratan. eon gezin (die van dezelfde keuken gebruik waken). Dedara. kombuis. wal. Tiang pendarat. hang daran ja. land des vredes. eon aankomend meisje. naar vermogen. stookplaats.

in sleds van to leeren. hoofdomwindsel. Dardji.keeren (ook Pergi ka darat. saluut van 101 schoten. door. geluid van een vuurwapen . breed pad. jets als liefdegift. Darmaga (of Dermaga). bevloeren. bedelmonnik. zich over iemand to beklagen hebben. Dani mane. een tulband gebruiken. enz. Dani pada nzengadji is bermafn-main sahadja. jets als tulband gebruiken. jets tot vloer gebruiken. stroom. Das. komen. door. Dare (of Darai). (gewoonlijk Penasaran). Dastar (of Destar). Darmawan. Mendarmaken. dat komt er van. van. gekleed gaan . aard. 7 3 das. Lebih dari. van wear? Dani pada. Darjah. zeehoofd. mild. aankomen. . mild. aan jets een vloer geven. kleermaker. enz. gebeuren. kennis. aanwenden. ook omdat. Dan. enz. oceaan. maken. komst. Derma (Sk.. schot. zie Derma. Darmawan. arriveeren. den.) (ook Derma). tulband . Dasar. Roemah dasar papan. . of komstig van. een huffs met planken vloer . Mendasarken. van. geschieden. uit. Dasar berangasan. zee. Berdastar. enz. van af. impotent. barmhartig. vloer. of komstig van . karakter. in stede van.). teleurgesteld zijn. . gaat hij maar spelen. aalmoes. liefdegift. groote rivier. kaaimuur. enz. aalmoes geven . . nafk ka darat). Batoe dasar vloersteen . met een tulband loopen. Hbrmat seratoes satoe DATJ. gemetselde vloer. meer den. milddadig. vloer van steenen . jets tegen iemand hebben. langwerpige hoofddoek. grondverf. Datang (of Dateng). grond. liefdadig. goedertieren. Dana. Dasar batoe. Pendasaran. enz. bodem. arms geestelijke of monnik. enz. Berdateng. driftig van aard. natuurlijke eigenschap. snijder. tot onderligger maken. jets onder het een of ander leggen. Mendastar. Darwis j (Pert. ten gevolge van. wetenschap. kunde. grondkleur.

ongedekt zijn. stuiven.naderen. eischen. Datoe (of Dato'). zegen. gelijk in krachten. met stof overdokt zijn. voorspoed. Mendatar. Deboeh. enz. reus. Datar. aanspraak maken op jets. rechtza4ak. Iang di da'wa of Iang kena da'wa. stof . dichterbijkomen. iemand opzoeken. Penda'wa of Iang ampoenja da'wa. bes. Tanah datar. gelijk .). Dawai. ook bezorgen. bezoeken.tegen elkanderopwegen. Pendebah. Deboe. jets laten komen. iemand in rechten beschuldigen. Datjin (of Datjinan). eon schotel) . mg Mendebar. in hot algemoen gebruikt tegenover zeer oude lieden en hoofden.). eon dour) ongedekt. rechtsvordering. geluk. viakiand. Debar. kloAp~ van hot hart . (bijv. Berdeboeh. enz. effen. . openstaan. aanspraak . dagvaarden. bezocht . bestellen. eischen. vlakte . popeling. rechtsgeding. met jets voor den dag komen. vlak. inkt (ook Ajer dawat). unster. grootvader. Dati (Sap. slachten.. fidei commix. overvallen. balans. doorloopen. afloopen. Mendedah. Pendebar. onvervreemdbaar familie-erfgrond. Debah. Dawat (Ar. Berdeboe. ontbieden. popelen. grootje. Dattja(Daitya). titan. (bijv. gedaagde. vordering. enz. 7 4 DAT 0. ijzerschimmel (paard). betichten. grootmoeder. weegstok. Menda'wa. een vijand) . Selamet dateng. demon. Dawoek. kloppen (van hot hart). klopping (van hot hart). metaaldraad. enz. ponden of 621/2 kilogr. open.). inktkoker (ook Tempat dawat). aangrijpen. Daulat (Ar. ook een gewicht van 125 Amst. in rechten vorderon. (bijv. slachten. Mendatangi. overvallen. eisch. Dedak. beschuldigen.). Mendebah. . beschuldigde. welkom. Kadatengan. hell. Da'wa (ook Dakwa) (Ar. schimmel. een vlakte. slager. Mendatengken. toetreden. bij iemand of jets komen.

smerig. Mendekoes. stil liggend. . reusa. enz. vuil. eon snort zwaluw. groot. Dedak (of Dedak). droesem (ook Dedegan of Degdegan).). dichtbij. vooraan. Dekil. dichtbij zijn . nedergehurkt .chtig (van eon mensch). Mendekam. op de leer liggen. een. eertijds. onregelmatige troepen vormen. jets vervroogen. enz. voorheen . nederhurken. Dekat (of Deket). met elkander wedijveren (om de eerste plaats. van good. knetteren (als van vuurwerk). Mendekatken. in vroeger tijd. vroeger. ook aanhoudend manors. Dehoeloe (ook Dahoeloe of Doebe). voor iemand uitgaan. gereed om eon sprong to doers. enz. nabij. ongeregelde troepen bevinden. voorop stellen . Berdedal. Mendehoeloe. (van wilds dieren). rang. iemand voorgaan. hot eorst of eerder aan lets beginners. Mendehoeloeken. op de leer liggend. enz. iemand voortrekken. robust. Dedas. nabijbrongen. zemelen. dat steeds gebruikt on niet gewasschen wordt). Mendehoeloel. Mendekati. onregelmatige troop (menschen of dieren) . oudtijds. koppig. de voorkeur geven. Dekoes. . liggend op jets boron. vroeger of eerder handelen. aan hot hoofd. ook kruipend of hurkend naar jets toe gaan. Mendekat. Dekam. vorig. zich in onregelmatige. moor. eon . eon aanroeping niet beantwoorden. (bijv. tegen iemand schreeuwen of gillen. voorop. zich vooraan. voorheen. voor. naderbij komen. voorop stellen. Degil.. enz. Dedak (of Boeroeng Dedali). Berdahoeloe-dahoeloean. na.Dedai. afval. Berdekat. bokruipen. eorst. enz. enz. Dehoeloe kale. voorgaan. aan hot hoofd. in de nabijheid . bezinksel. Debrar. benaderen . Mendekemi. stil op den grond liggen. v DEKO. Mendedas. naderen. blazon. dichterbij halen. vooruitstreven. jets naderen. iemand voorbijgaan.

niet good droog. aanzien . Kedemangan. sissend geluid voortbrengon (zooals eon kat).). Dekok. laten rollen . intermitteerende koorts. Demek (Bat. op zieke lichaamsdeelen warmo geneesmiddelen. Mendelokin. district. kUken. de achtste zijn. boombast tot near dunne platen uitgeslagen. koorts. vluchten enz. typhus. nat. Demamkapialoe of Demam di kapala. vermiljoen. titel van eon districtshoofd (in West-Java). koude koorts. Delima. zooals eon hen. ook (van eon kind) stout. vochtig. brutaal. Dekoet. papier uit boombast bereid. enz. de oogen onophoudelijk open sporran. acht aan acht. Demam (of D emem). iemand voortdurend. Berdelapanan. door eon klokkend of kirrend geluid lokken (Mendekoet). Mendeliki. ook eon heester (Bixa orellana. Demang (Soend. acht. wild. Delap.). Delapan. leggen. Mendemah. Delapan-delapan. met zijn achten. Delik. stork aankijken. Demam oerat of Demam didalem. onbeschaamd. . klam (van waschgoed bijv. tegen iemand groote oogen opzetten. ondeugend. eon dergelijk geluid maken. waarvan de naden eon Orleans-gale of -roode verfstof geven. Demam dingin of Demam gigil. Delokin. der Bixaceae). Berdelapan. ook districtshoofdsw oning. staroogen. zich verstoppen. pappen.blazend. ). V DELA. Delok (Jay. Demah. die hare kuikens roept. de oogen wijd open zetten. deuk. koortsig. zien. L. heete koorts.). ingodeukt. Mendelik. koorts hebben (ook Sakit demam). enz. zie Dalima. f xeeren. Mendeloki. Delinggam (of Delinggem). onverbiddelijk. Demam koera. Deloewang (Jay. Mendelapan. .bij hoopenofgroepen van acht.). Mendelak-mendelik. fam. acht in aantal (zijn) . acht bij acht. binnenkoorts. enz. ook verschuilen. menle. ook Demam toelang.

Mendempok.). lawaaimakend (van hot geluid van bekkens bijv. Demi Allah. . bij God! Demi dilihatnja. gedrang. bevestigd aan jets. toen hij hot zag.). zitten. opeengehoopt. of Berdempok. Mendempet. op hot tijdstip. enz. van jets houden. Deminggoe(Port.. naast eikander gaan loopen. ook : bij (in eeden) . beminnen. gebroken rijstkorrels. zich vast tegen jets aandrukken. opeendringen. jets knellen. hol (van eon geluid bijv. aan elkander vastgehecht . aan elkander vastzitten. enz. Hari deminggoe. Dempok.). Saorang demi saorang. Demikian. wag. Mendempet. week. . ten tjjde. zoo. Zondag. do eon voor of na den ander. Dempang. Dempet. work om naden dicht to stoppen. Demoekoet. op die wijze. schel. jets lusten.). vastzittend. stopverf. Dempoel. Demi. Zondag. naden met stopverf of work dichtmaken. enz. vastgehecht. lief j e. enz. op dezelfde wijze. eon week. staan. enz. goon notitie van jets of iemand nemen.(ookMinggoe). enz. aan zijn lot overlaten. zoodanig. Satoe deminggoe. iemand of jets met rust laten. Mendempetken. aldus. liefhebben. toen. . insgelijks. tegen elkander vast aandrukken. Demikian djoega. Demenan. Deminin (ook Deminken) (Bat. aan elkander hechten.V DEMP. eon voor eon. schelklinkend. opeenhooping. Dempet. 75 Demon (Jay. dus. Berdempet. opeengepakt. rakelings aansluitend tegen jets. in eon ledige ruimte). opeenhoopen. pad (door groote dieren gevormd of door groote die- . Dempir. gekneld. Denai. vastzittend tusschen twee voorwerpen (Kadempet). laten begaan. lief. dicht naast of aan elkander. Mendempoel. iemand mogen lijden. dicht v 7 6 DENA.

in de zon of boven vuur drogen. vleesch aldus bereiden. beboeten. Dengan. naar jets hooren. vergezeld van. Dendoe. Denda mats. Dendang (ook Dengdeng).of ondergaan). een deuntje opdreunen. enz. met boats straffen . alleenig. twijfel . enz.ren gewoonlijk gevolgd). ook de breeds oppervlakte vertoonen (van de maan bij hot op. aan jets twijfelen. Berdendang. laag zitbankje. wie of wat hoort. toevallig gehoord. ~aanhooren. Mendendam birahi. doodstraf. . Dendang. Dengan perentah. eon geheim of inwendig verlangen. gehoord. aanhooren. Dengan tiada. Denda. Denak. vernomen . met. Dengan sapertinja. kortbeenig. kort van beenen bij eon gewoon bovenlijf.Mendondang). ook en gewoonlijk Dingklik. voorzien van. wrevel. Mendendam. Mendendoe. Pendengaran. wrok. v DEPA. Dengan saorang din. dun en lang. Dendang (of Dendang). haat. Spaansche vlieg. luisteren. geheim verlangen. enz. enz. vernomen. Dendam (of Dendem). boats. in zijn eentje. lappen gekruid en gedroogd vleesch . (ook Menengar). verborgen verlangen (ook in kwaden zin). jets betwijfelen. Dengar. naar behooren . hooren. Mendengarken. voetbankje. Terdengar. Pendengar.). in twijfel trekken. Mendendang. alleen. hot gehoorde. Sadengeran. gerucht. ook haat. dun van vleosch (van vruchten). straf. weennoedig zijn. Dengkel. heimwee hebben. wat gehoord of vernomen wordt. (ook Dondang. in lappen snijden. wrok koesteren. Mendenda. heimelijk liefde voor iemand koesteren. hoorbaar zijn. . dwergachtig. op last.zingen. Mendendeng. lang en mager (van mensehen of kinderen). Mendengar. Dengkelik (Jay. zonder. hot gehoor. inwendig in liefde naar iemand verlangen.

op de knieen rusten of liggen.iemandkruiv DEPL. stark. wangunst. Mendenjoet. Mendepang. Menderas. enz. .. de afstand tusschen de toppen der middelvingers van de horizontaal in eene lijn uitgestrekte armen . enz. gekromd of gebogen (bijv. gebrom . Denjoet.). ook drijver. zich achter een openstaande deurverschuilen. viug handelen. enz. gonsen. bij of met vadems meten. Dera. Mendengki. gesnor. knielen. kastanj ebruin. Menderasken. Berdengkoel of Mendengkoel. ziekelijk. Dengkol. brommen.afgunst. kastijden. van armen of beenen). spreken. gesnik. Menders. enz. leeren. Depa. ras. nijdig zijn op iemand. aanminnig. Dengoeng. schokken. zie Hadepan bij Hadap. Pendengki. snuiven. Mendepa. de lucht schielijk door den news blazon. vademen. Deragem (Jay. snel.). knorren (van varkens). die hot aas ingeslikt heeft). Mendengkeng. Dengoes. tuchtigen. Mendeplek. ingedeukt (van den rug) zoodat de borst vooruitsteekt. iemand benijden.wangunstig. Deplek. Mendengoes. snel. aanzetter. Dengki. snikken.trekking.schok.. drijfmiddel. sigen. Berdengoeng of Mendengoeng. eon brommend geluid voortbrengen. geknor . mollig.). donkerbruin (van de kleur van een paard). ook met uitgestrekte armen voor eene opening gaan staan. een pak slang geven. met de borst vooruit en den rug ingedeukt loopen. van een visch. enz. vlug. nijdigaard. Depan. Dengkoel(Jav. onnatuurlijk. trekken met eon schok (bujv. gezwind. loopen. enz.nijdig. Pen- . hij verdient geld als water. veranellen.ruk. Penderas. snorren.knie(ookLoetoet).Dengkeng. D ras redjelninja. lief. vadem. poezelig. lezen. gegons. gesnuif. Depang.spiertrekking. pisdrijvend middel. Denok (Jay. rukken. geeselen. lieftallig. Deras.

drempel. tuiten. Derek (Bat. opeengehoopt. die Kota genoemd worden. tijdstip. hij.) (ook Doesoen). verdringen. in een rij. enz. suizen (van de ooren). stroop. gesuis. in een gelid naast elkander stellen. Hindoe-godheid. Berdesing of Mendesing. Derni. Menderep (Jay. in huffs. op. i.. Di. enz. inlandsch dorp.Mendering. door jets heen. 77 gen.). Berdia of Mendiaken. ook iemand fusileeren. padisnijden tegen een bepaald deal van het gesnedene in natura als loon. op de tafel. Dering(ook Derang). gehucht. tusschen jets door dringen. d. salvo. Menderel. Menderang. D sak (of Desek). Di stns media. to zamen. aanspreken. Mendesek. voorvoegsel tot vorming van hat zuiver passief der Maleische werkwoorden. zich dringend een wag banen. naast elkander in een rij. . een salvo geven. enz. Derep. rinkelen. Derawa (of Goela derawa). Berdesek. eene bewoonde plants op hat platte land. i. enz. zie Darma.. gehangen (worden). in den 3en persoon. di gantoeng. rinkinken. gelid . rij. stroopsuiker. to huffs . d. dicht bij elkander. Berderek. gelid staan . ook als benaming van hooggeboren vrouwen van vorstelijken bloede.dorpel(vaneen deur). ook als voorzetsel : in. Derma. Dewi (Sk. gelederenvuur.). bijv. leeftijd. Di roemah. stroomversnelling in een rivier. enz. Dews (Sk. Menderekk en of Berderekken. ook fluiten (van den wind). zjj. opeengedrongen staan.derasan. Derel. een schel klinkend geluid voortbrengen. opeengedrongen. buiten de steden of hoofdplaatsen. Dewasa `Sk. Desa (Jay. getuit. godheid. ook dicht op elkander. tijd. Dewata (Sk. godin. Desing. iemand met din. vlek. Dia. (ook Djawata) Dewa. hat.).).). drinDIRT. enz. te.). peletonsvuur.

meerschuim. Dikir (Ar. Dida. Didihlaoet. 7 8 DIDA. eene plants bewonen. ook laatste rustplaats. stil. Dina (Sk. hosts of schadQvergoeding voor een beganen moord. zie ook Dempet.Sedikit-Sedikit. licht ophebben. die moord met geld. Diang. siertje. verblijfplaats. inlandsch lampje. Mendidik. (Dzikir). Darahkoe mendidi. vingerhoed. Kadiaman. van den 2en persoon : gij. Didik. opvoeden. beetje.). doen zwijgen. enz.).. gesloten. jou. zwijgen. zwijgend. Berdiam stil zijn. Dian. Berdian. bloedprijs. Mendiang. Mendiat. zoetjes aan.. Sedikit. ik. iemand. Didi (of Didih) schuim. ook ergens wonen. eon weinig. zingen. enz. ellendig. u. Mendiamkent.Godzingendloven. oak eenvoudig jets zingend verhalen. eon bloedprijs voor eon beganen moord betalen. met een licht of lantaarn loopen. nietreel.). verzoenen. Berdikir. enz. zorgen voor lets of iemand. Dikau (= Engkau of Angkau). mij. dag . Didal. koken.. behoeftig. nachtlicht. zwijger. iemand niet aanspreken. Diam. zie Haoer-biros. den lof van God vermelden. weinigje. bloedgeld. Berdidi of Mendidi. Dimpit. Dint (Ar. opkweeken. schuimen. enz. enz. gevestigd zijn. greintje.Diakoe (Band]. licht. . verblijven. aan elkander vastzittend (van de oogleden bij zieke oogen). Dikit. Berdiang. vlammend vuur. Dina hari. Mendiami. die niet veal zegt. bij vlammend vuur verwarmen. beetje. ook kaars (him). mijn blood kookt. . bjj beetjes. zieden (van water). tijd van na middernacht tot hot krieken van den dag. Dina (Jay.. enz. langzaam aan. enz. ergens verblijven. zich niet verroeren. ook spons. pers. koesteren. zich stil houden. licht aan steken. ook laten begaan. zich niet roerend. voornw.). jij. Pendiam. woonplaats. enz. Mendikir. zich bij vlammend vuur warmen.). arm. lets of iemand grootbrengen.

enz. . wand. bruiken. oprichten. register van ontvangsten en uitgaven. lichaam. Diwan tanah India Nederland. laag on ellendig.). de Staten-generaal. gepeupel. berg. ambtelijk. van koude bibberen. aanvatting. 1k. alleen. ook eon vrouw beslapen. opgericht zijn. Diwan (Pert. Hina-dine. lets of iemand tot dinding strekken. in 't algemeen gemunt metaal. gouden count ter waarde van ongeveer eon dukaat. individu. aanvatten. dikwijls ook gebruikt voor den Zen persoon . lets als dinding ge. overeind staan . zijn (hear) persoon. verkoelen. Dinding. uitoefenen. mijn persoon. geld. van eon dinding voor zien zijn. Berdiri. .. gebergte. opstellen. tribunaal.Mendjabat. hanteeren. uitoefening. die staat . ook Sendiri. ook verkouden zijn. enz. zijlieden . Diner. scherm. lets koud laten worden. ambt. enz. Mendinginken. gijlieden . gespuis. bewanding. manshoogte. zelf. laag en ellendig yolk. schutsel.goring. Dirikoe. Pendirian. eigen. behandelen. uw persoon. enz. persoon. staan. koude vatten. waarnemen. borstwering. bouwen. Dingin. Pendjabatan. . een ambt vervullen. DJAD. Dirimoe. Diwann hibab. eon dinding maken. bediening. Diwan segala wakil orang banjak. enz. enz. enz. wear komt gij (gijlieden) van dean? Saorang din. behandeling. Djabat. enz. Dingklik. de persoon zelf. ook Memperdiriken. Kadinginan. Raad van State. Mendindingi. zie Dingkelik. hot. Mendinding. de rekenkamer. ook album. achter eon dinding zich opstellen. raadsvergadering.beslaping. read van Ned.. koude. doen staan.waarneming. Diwan kerad j aan. hij. Djabal (Ar.). beschot. koud.. vorstelijk hof. ambtshalve. enz.. muur. elkander de hand geven. zij. waarnemen. afschutting. gerechtshof. de hoogte van iemand. gij. zeer koud. Djabatan. kil. Mendiriken. Indie. Dini dari mane datang. bevestigen. Dirinja. Din.

Djaboeng. Mendjadiken.. bijbehoorend land. iemand. in gelederen . -. nut. rondreis. gebeuren. Mend jaboeng. Djadi of Mendjadi. rondventen. Djadja. vastmaken. Mendjadja.ook de tastzin. voortbrengen. geboren. doorreizen. eon onwettig geborene. bereizen. Haram-d jadah. worden. degeen die rondreist. rondventen enz. geslaagd. gewest. reeks. enz. gebeurtenis. borer. of hankelijke streek. Djadjahan. gebeurd. aanstellen. eon wettig. rij. hij is mandoor. -opzichter . lijmen. Mendjadjaken. met koopgoederen rondgaan. onderhoorigheid. Ia d j adi mandor. geborene. enz. scheppen. benoemen. ook eon snort gebak. doorreizen. Lamm. geitje. vastlijmen. goDJAD. Djadam. wording. en Aloe abyssinica. in eon gewest. Aloe socotrima.. maken. Pendjadjah. echt kind . fan aannemen. ook hot bereizen. geschieden.). Djadah. ontstaan. vastzetten. slagen. met eon marskraam loopen. d o orgaan. hot teeken van hot sterrenbeeld de Steenbok. lets al rondgaande verkoopen. in eon rij staan. ontstaan. land rondreizen. onz. . enz. enz. doer worden. eon land in alle richtingen bereizen. Pendjadah. in rijen. streek. achter elkander of naast elkander in eon rij staand . Djadjah. doorgegaan. eon .. middel ter bereiking van zeker doel. eon in de inlandsche geneeskunde veel gebruikte gomhars van eon bitters Aloe-snort. ook : bokje. kind.). gelid.. Berdjadjaran. de kunst om zoo lets to doer. . lijm . ook zijn. Berdjadjar. ook streek die veel bereisd wordt. Djadi. Lamm. enz. hoerekind. Djadah (Ar. Mendjadjar. Djadja. Kedjadian. DC. Dzadah). gelukken. telen. doorreis. enz. geschied.Aloe ofucinalis Forsk. Djadian of Djadi-djadian. ontstaan. voortgang doer hebben. doel . die de gedaante van hot eon of tinder dier. geworden. Halal-djadah. -Aloe rubescens. bij v. (eig. Djadjar. enz. Mendjadjah.

waar de wacht wordt gehouden. waken.). Dj ad j aroh hakakil. Djagal (Jay. op zijn hoods zijn. wachten.. Mendjadjat.Bat. in rijen. waken. onkunde. nabootsen. nadoen. namaken. Berdjaga-djaga of Berdjaga-djagaan dag en nacht feestvieren. wachthuisje. I. ook hot waken. van eon kanon. . den Gramineae. verkooper van vleesch in hot klein . slager. nagemaakt . de wacht houden . Pedjagalan.).). slachtonij. zorgen voor.). onecht. Djagabela. ook verkoopplaats van hot vleesch (in hot groot). de wergild. en benaming van eon to Batavia (bij de algemeene pakhuizon) liggend groot kanon nit den tijd der 0. onwotend. slachter. Djahal on Djahala. bedienen. enz. Djadjei. maag d . gelederen opstellen. Compagnie. Djadjat. L. hot heelal (ook Djagad). Kedjagaan. behartigen. Pend jags. 7 9 rij. Djagat (Sk. naaping. enz. Perdjagaan. de openbare scherprechter. Djago (Jay. Djagoer. jags. Dj ad jaroh (Mol. onwetendheid. nabootsing. lichamelijk buitengewoon ontwikkeld. Pendjagaan. M n djadjarken. wakker zijn.DJAG. hoog en zwaar van postuur. de wacht houden. wachten. bewaken. wachtplaats. slachtplaats. Zea mat's.of staartstuk 80 DJAH. die naar 's lands gebruik eons per jaar gedurende een maand bij den radja moeten worked. fam. waarvan op Java en in den Indischen Archipel verscheidene varieteiten geteeld worden. j ong meisj e. enz. enz. Djagoeng. wokken. bewaker. acht geven op. waarschuwen . gelid. in rijen plaatsen. de jonge meisjes. haan. wakker maker. feestviering . slapeloosheid door to veel waken. Djaga. Nat. fijn van vol. oppassen. wakker blijven om feest to vieren . de bekende Turksche tarwe. ook achter. Mendjagaken. enz. wafer. hot bewaken. reeks vormen . dom. enz. Mend. die de wacht houdt. .

Djahit (of Djait). naaister. enz. wat genaaid is of moot worden. Pend jahitan. werkmand. Pond jahat. to gronde goricht. Djahe. ook vorvloeking. iemand valsch behandelen. laatdunkend. onheil. Pen jakit djahat. domoor.). in eon kwaad blaadje stellen. DJAL. benaming van gewapende on bereden inlandsche politiedienaren. Jood. boosdoener. verdoemohng. bruidsbed. enz. kwaad. hel. boos. Djahil (of Djail). ongehuwde j onge man. niets weten.Djahalis. overwinning. tailleur. halfvolwassen jongeling.. Mend jaharken. Mendjahilken. welslagen. bemiddeld. gemeen valsch. verkondigen. Mendjahatken. eon kwaadaardige.enz. Toekang djahit of Toekang mend jahit. diepe put. enz. hot naaien. boosdoener. in hot ongeluk storten. . aankomendo j ongen. openbaar . naaier. Djahat. in hot geniep kwaad doen. rijk. botterik. Djahar. misgunstig. Pend jahit. goods uitslag.). slaapmuts voor bruid on bruidegom. iemand kwaad doen. bevoorrecht. goconfijte gembor. Djahitan. naaiwerk . booswicht. thans reeds afgeschaft. openbaren. enz. naaien. kwaadaardig. in zijn nopjes zijn. onwetond. gember (plant on wortol) . geniepig valsch. leelijk. naaiwork. bot. ook publieke vrouw (Perampoean djahat) . naaister. gemeen. kleermaker. Kadjahatan.wangunstig. leelijko ziekte . Mendjahit. Djaja (Sk. gelukkig. boosheid. verwensching. dom. . Djaka (ook Djedjaka). ook naaimand. valschelijk eon koopje gevon. booswicht. enz. kleermaker. Djajangsekar. . Djahanam (of Djahennem) (Ar. Joodsch.middel om iemandkwaadte doen. Djahoedi. gelukkige afloop. Orang djahat. hot kwaad. . ook valsch. naaisel. laag. Djajang. verdoemde. slecht. kleeren maken. slechtheid. enz. gegood. gemeen van aard. zoge. Manisan djahe. ook verdoemd.

enz. baker. aalmoes tot zuivering. eon vrouwelijke bediende met wie de hear dos huizes in geheime. Perdjalanan. Djakat (of Dzakat) (Ar. spiegel . L. Mendjala.). ook dienen. gang. fam.. enz. ongeoorloofde betrekking staat. reap. Djaka of Pedjaka. horloge. zich voortbowegen. op refs zijn. network. Djala-djala. Djamak (Bat. enz. gang. aan den gang brengen. handolwijs. werpnet.Mend jalani. Djamahan. voor den kost dienen. our. voortbeweging.vrijwillige (?) bijdrage of gift in padi (of geld) bij of na den rijstoogst aan den penghoeloe der desa gegeven of aangeboden. enz. D jalan. Djaloer. Mendjamah. hanespoor. den geheelen wag langs. gewoonte. ook drinkglas. darmnet. Djam. begaan. duidelijk. over iets gaan of loopen. ook : Coix Lacrifina.ook celibatair . refs. j uiste tijd. y-. aard. die als kanoe gebruikt wordt. verscheidene uren duren. in beweging zijn. glinsterend. Berd jamd jaman. even met de hand of de vingers aanraken . schuitje. bewegen. onder wag zijn. tweeds . uren lang.). Djali. de ondergang der wereld. Djamadjoedja. pad. Djala. klok. gaande zijn. enz. voor zieken en zwakken worden gebruikt. met eon werpnet visschen.. gestreept. loopende. Djaloe (Jay. bestaande in eon bij de wet voorgeschreven deal van iemands good. handel en ~wandel. Mendjalan. klaar. Berdjalan. wag. loopen. spoor van een haan. gaan. eon wag afleggen. yore . kanoe. netvlies . Berdjaloer. ook iets doen. ook streep (als bijv. . op de Amerikaansche vlag). uitgeholde boomstam. marcheeren. Sadjalan-d jalan. waarvan de rijpe zaden veal tot voeding DJAL. zuivei heid eener zaak.. gepolijst. Mend jalanken. ook : juist op tijd. bewandelen. nat. refs. ten uitvoer brengen. enz. Djamah.). der Gramineae. in dienst zijn. handel en wandel.zuivering.

pot. ook de met franjes MALEISCH-HOLLANDSCH. Djambak. hersenpan. enz. en geneeskrachtige eigenschappon . secreet.. Boenga sadjambak. aarden watervat. fam. franjes. Djambatan koeroeng. eon bos uien. fam. Djambakbawang. Rmph. DJAM. vleugelvormig ac e hoofds e siersel. Jambosa. naar jets grijpen. Djamala. bos. nl. nat. aarden vacs. panache. enz. der Myrtaceaeboom met eetbare vruchten on good stork hoot. gepast. bokkeneel. bloompot. rukken . met . brug. de bast wordt in de inlandsche geneeskundo tegon diarrhoea gebruikt. Djambatan angkatan. nat. geoorloofd. jets of iemand bij de harm. Djamtang (Jay. Djambang of Djambangan. naar zich toe trekken. eon in vole verscheidenheden voorkomende boom met lokkere en gezonde vruchten. enz . met eon ruk jets optrekken. dat links en rechts tar hoogte van of aan de ooren bevestigd en door eep voorhoofdsplaat bijeengehouden wordt. zich bespottelijk aanstellen. van hot voorhoofd tot de kruin. trekken. enz. waarvan drie soorten bestaan.). eon ruiker. gewoon. voorste deel van hat hoofd. een mal figuur maken. gedoeltelijk verschuif bare brug. Djamal.Ked jamal ook Kedjamalan. 81 versierde zitplaats voor bruid en bruidegom. schipbrug. niet to verwonderen. handvol . privaat. Mendjambak. Djambelang Syzygium jambolanum Rxb. iemand aan de harm trekken . Djambak boeloe. yonder. duiker. Djamban. Djambatan of Djambatan.). de harm uitrukken. bestekamer. enz. Jambosa albs of Jambosa aquaea. Mendjambet. een bos. der Myrtacoae. Djambatan sarong. Djamboe-ajar. kakhuis. Djamboe. Djadjamban. kuip. Djaman (Ar. tijdstip. eon vederbos. Djambat ruk. Batoe djamala. gemetselde bak. schodel. eon handvol bloemen.natuur. vlonder . bij de kuif vatten. ophaalbrug. tijd.

. ook Koeping tikoes. groeit .. champignon. of Auricularia Sambuci. L. kuif. die in India gevonden worden behooren : Djamoer barat. beide soorten veal op dood hout of nieuw ontgonnen gronden gevonden . zweetdroppel. gastheer. Mendjamoeken. onthaal . Bark. Exidia purpurascens Jungh. gastmaal. aangenaam verfrisschendevruchten. waarvan drie soorten. bij droppels zweeten. partij. Mart. Djamoertroetjoek en Djamoer boelan. Psidium guajava. Djamboemon. met witte. veal in pas bewerkte tuinen voorkomend. enz. met saprijke. j et. nl. Berd j amboel. als gast behoorlijk ontvangen. die veal in soepen of andere spijzen gebruikt wordt. 6 82 DJAM. handstoffertje van vederen. maal. panache. kippen). Djamdjam. L. iemand op jets onthalen. paddestoel. tranen storten. Djamboel.. Djamoertom. der Anacardiaceae.~gastmaal. Jambosa vulgaris Dc. Djamoer koeping of Djamoer tikoes. nat. Djamoer.lichtgroene. jets aanwenden om iemand to trakteeren. een bekende zwamsoort. enz. rnuizenoor. zwam.Exidia auriculae judge. Pend jamoe. haarvlok om of op de kruin (bij kleine kinderon). fam. die op de na de indigobereiding weggeworpen in digostengels enz. Djamboe aj ermawar. gast. eon kuif hebben (bijv. banket. enz. traan . Djamoe. bos van vederen. traktatie. Mendjamoe of Mendjamoef. met i eurige vruchten. iemand onthalen. schimmel. -. met vole kleine pitten. feast. onthaal. Djamboe-bol. Perd jamoean. Jambosa domestics Rmph. Djamoean. Tot de eetbare paddestoelen. Djamboe bidj of Djamboe kloetoek. trakteeren . Anacardium occidental e. Berdjamd jan. rose en donkorpaarse vruchten. witte en lichtrose vruchten . pluim. met geneeskrachtige eigenschappen. een pluim dragon. droppel (uit jets to voorschijn komend).

enz.of Memegang d j andji. zich aan eene belofte. ongebonden. Lycoperdon giganteum. Djampi. of Lycoperdon kakavu. . venster. termijn. eon gemaakte of spraak of overeenkomst houden. schnftelijke overeenkomst. ook geneesmiddel. . toezeggen. ook over eon ziek DJAN. Djangak. enz.hoerachtig. eene belofte verbreken. twee zwamsoorten. toezegging. zijne belofte vervullen.. contract. belofte. Perd jandjian. verbintenis.. zijn bepaalde levenstijd was daar. overeenkomen. L. los van zeden. weduwe . Polyporus sanguineus. eon contract broken. en Djamoer merah of Djamoer-brama. verdrag. lichaam of eon deal daarvan uitspreken. afspreken. bedingen. overeenkomst. Djandji. afspraak. raam. enz. achtergebleven echtgenoot na hat afsterven of na echtscheiding van den man of de vrouw. liederlijk. Menjampaiken. liederlijk enz. beloven. Soedah sampai djandjinja. Soerat perdjandjian. losbandig handelen. contract. weduwnaar. Djanda. zijn laatste uur heeft geslagen . hot gegeven woord schenden. Mendjangak. verbond. Batsch. eene overeenkomst niet nakomon. weduwnaar. levon lijden. weduwe. verbintenis. overeenkomst. boding. losbandig. ontuchtig. pijnlijk gevoel in de maag tengevolge van hot to veal gebruiken van zoetigheden. Djanda laki-laki. Djampi (of Djampe). belofte. niet gostand doen. Mendjampeken. Mengobahken d jand j i. Minta d j and j i sepoeloeh hari.). die in de inlandsche geneeskunde veel worden aangewend. enz. enz..Djamoer-impes. vervaldag. boding. Djanda perampoean. eon ongebonden. ook maagpijn. tooverformulier. eon tooverformulier of gebed over eon geneesmiddel. . bepaalde tijd. zich verbinden. waarover zulk een formulier of gebed is uitgesproken. Berd j and ji of Mendjandji.. eon termijn of uitstel van tien dagen vragen . of spraak. schietgebed. Djandela (Port. Lev.

anker. h if springende over jets heenstappn. bast. Mengadoe DJAR. Djanggar. veel als snoeperjj of toespijs bij de rijst gegeten. afmeting. enz.). hot ank er laten vallen. stag. kam van een haan. Djankang. Djanganan (Jay. Djangkerik. beoordeeling. trade. Djangan takoet. met de kin op jets rusten. den bast ontdoen. ook beoordeelen. minachting. Mendjangkah. Memboewang d jangkar. enz. (gebruikt tar uitdrukking van den vetatief). laat staan mij. gazette tijd. kin. (van een vaartuig) met den voorsteven op hot strand zitten Djangka. voorstuk of voorsteven van eon vaartuig.). gissen. afmeten. (verg. afpassen. Djangkah. trod. model. hats. uitmeten. iemand honed. loopen met de beenen wijd uit elkaar. Djangkar (Jay. een mengsel van verschillende gekookte groenten met een speciaal daarvoor gemaakte sambel. Mend jangat. Mendjangkang (of MekangI ang). Djangan tiada. Djangan lari. gissing. Djanggoet. krekel . met minachting behandelen. DJAN. enz. Batoe djangat. Djangankan. villen . ook hoop. keisteen.. opperhuid. passon.Djangan. passer. bapanja sendiri poem tiada di takoeti. Dj angankan sahaia. spreek niet van. wel verre van. hot moat. wijdbeens. Mendjangka. hanekam. afmeten. nek. wijdbeens loopen. Mendjanggoet.zelfs zijn eigen vader ontziet hij niet. Bat.~ Saoeh). ankeren . woes niet bang. vol. 83 . Mendjangkar. . wijd open. bepaling van de lengte van jets.). van hat vol. doe hot niet. met den passer of met stappen. Mend j angkangken. ook tegen jets stooten of drukken. last af. stag. (ook en veelal) Djengger). (de lengte van jets). laat staan. loop niet wag. Djangat. ook voorbeeld. jets wU d openen. Djangga (Jay. hot moat volstrekt .

hoog. eon stad doorzoeken. Aaron . enz. goochelen. Djara.). Mend j antoer. nat. op eon afstand houden. D jantoer. enz. Djangkit. roof. Djantoek. enz. verre. tooveren.djangkerik. eon huffs. van verre. boron. Djaraktjina. scheiden. Dani djaoeh. de eetbare eindkolf van den pisaz gbloesem. enz. . lang. uit elkander doers gaan. zich op eon afstand houden . gescheiden. dock meestal voor mannelijke dieren) . bespringen. . krekels laten vechten (eon geliefd tijdverdrijf der inl~nders). straal van een cirkel. laat in den nacht . handboor. Djantoeng. mann etj e (van alle levende wezens. raderwerk. op een afstand. op een afstand van elkander. Djarak. Mendjara. houtboor. buitmaken of verklaren wat van zijne gading is. Berdjaoeh. hartedief. (van eon ziekte). laat. verwijderen. met vooruitspringend voorhoofd). Djaoeh malem. Berd jantan. besmettelijk zijn. schuw . wegbrengen. ver. Djantera. dor Euphorbiaceae. Djangkoengan. dekken. Mendjarah. met eon boor organs eon gaatje in maken. stelten. Iatropha multifida : meest voor levende hagen gebruikt . Penjakit djangkit. zich mededeelen. rad. drilboor. wiel. spinnewiel. hartelief. hart. Mendjantani. bezweren. vertellen. Djangkoeng (Jay. besmette ziekte. boor. (van vrouwelijke dieren) eon mannetje hebben. de bekende castorolieplant. Djaoeh. Bat. Mendjaoehken. verwijderd. afstand. ook buit. wegleggen. afstand. berooven. L. hoog van postuur. fam. enz. D jantan. Djarah. wild. Djantoeng-ati. vooruitstekend (van hot voorhoofd). 84 DJAR. hartvormig. (van mannelijke dieren). Djarak. Mendjarak. plundered. enz. Berdjarak. Ricinus communis. tusschenruimte. Mendjangkit. op eon afstand blijven. enz. ook zingend vertellen. overslaan (van vuur).

Djarak minjak, Ricinus rugosus Miq. evenals de twee genoemde soorten vruchten gevend, waarvan olio (meest lampolie) bereid wordt. Djaram, verkoelend uitwendig geneesmiddel voor hot hoofd; llMendjaram, hot hoofd met water natmaken, batten, daarop eon verkoelend papje, compres of ander middel plaatsen, loggers, enz. Djarang, wijd uiteen, los geweven, doorzichtig, ijl, schaarsch, zeld zaam, dun, raar, zelden, ijiheid, doorzichtigheid, zeldzaamheid, enz.; Djarang-djarang, zelden, of en toe, flu en dan; gain djarang, los geweven, doorzichtige grove, wijdmazige stof : Mendjarangken, jets los, wijd nit een maken ; in jets openingen of tusschenruimten maken; maken, dat jets doorzichtig wordt, zelden voorkomt, enz. Djaras, boa, bundel; Mendjaras, jets tot een boa, bundel of tros vereenigen, bijeenbinden, enz. Djarei, geneesmiddel, ook moede zijn, moelte, verdriet; Sakit djarei. doodziek. Djaram (Jay. Bat.), gozwollen, otter of vuil houdend, enz.; Mendjarem, (van eon wond, enz.) nog niet geheol gonezen, nog gezwollen, vuil bevattend, enz. ; en daardoor pijnlijk stekend. Djari, (ook Daridji of Djaridji), vinger; Djari tangan of Anak d jars, vinger; Djari kaki, teen ; Iboe ~d j ari tangan, Iboe d jars of D empol tangan, duim; Djari teloendjoek of -toendjoek, DJAT. wijsvinger; Djari mats, Djari antoe of Djari tengab, middelvinger; Djari mania, ringvinger; Djari kalingking of Kalingking, pink. Djariah,dienstmeisje,dienstmaagd, dienstmeid. Djaring, net om jets to vangon, sleepvischnet, groot staand net, om vogels, wild, enz. to vangon; Mendjaring, met eon net vangen, visschen, jagen, enz.; Djaring dawai, network of gags van metaaldraad. Djaro, bamboelatten, die bestemd zijn om naast elkander in eon

raam gevlochten to worden tot een beschot, enz.; Pager djaro, eon beschot, wand, afsluiting, enz. op die wijze gemaakt; Djaro, (Soend.), ook benaming van dorpshoofden in West-Java. Djaroem, naald, priem, els, wijzer (van eon horloge, compas, enz.), naald van eon buks, puntig ijzer, enz.; Djaroem pandjang, de lange wijzer van hot compas ; Djaroem pandak, de korte wijzer van hot compas; Dsjaroem aloes of Djaroem mendjait, naainaal d ; Djaroem kasar, grove naald, rijgnaald; Djaroem keras, dommekracht; Djaroem lajar, naald om zeilen enz. to naaien; Djaroem tjoetjoek, borduurnaald ; Mend jaroem, er kale grijze harm krijgen, beginners grijs to worden; Djaroeman, koppelaar, koppelaarster. Djas (Roll.), jas, buffs, frak, enz. D jasa, dienst, verdienstelijk work (tegenover meerderen) ; Wang d jasa, pensioen. Djasad, lichaam, lichamolijk, persoon (van menschen, enz.). Djati, snort, kiasse, geslacht, geboorte, echt, waar, zuiver, onvervalscht, eigenlijk, zuiverheid, echthoid, enz. ; Sad jati, in waarheid, wezenlijk, waar, waarlijk, inderDJAT. daad, enz. ; Melajoe djati, zuiver Maleisch ; Djati, ook de naam van den bekenden Indischen teak. boom, Tectona grandis, L. nat. fam. der Verbenaceae, die eon der beste en duurzaamste houtsoorten levert. D jatoh, val, wat valt, gebourtenis, strekking eener handeling, verhouding, enz. ; Mend jatoh, vallen, bankroet slaan, failliet raken, zich laten vallen, vervallen, voorvallen, neerkomen op, to staan komen op, zich bepalen tot enz. ; Mendjatohken, laten vallen, omverwerpen, eon oordeel of vonnis vellen, eon ambt opdragen, enz. ; Djatoh sakit, ziek worden ; Apakah(of Pegimanakah) djatohn ja dengan kamoe; in welke verhouding staat hij (zij) tot u? D j awa, Javaans ch; Tanah d j awa, Java ; Poelau djawa, hot eiland Java ; Orang djawa, Javaan, in

't algemeon ook inlan der. Djawab (Ar.). antwoord; Mendjawab, antwoordon, beantwoorden, to woord staan, ten antwoord geven. Djawat, (verg. Djabat), handeling, daad, wat aangevat wordt, enz. ; Mendjawat, behandelen, uitoefenen, waarnomen, aangrijpen, aanvatten, toezicht uitoefenen, enz. ; Djawatan, ambt, beroep, bediening, betrekking, post, enz., ook stoat, gevolg, geleide (van eon vorst) ; Pendjawat, ambtenaax, dienaar; Pendjawat santapan, hofmeester (bij eon vorst) ; Pendjawat poewan, drager van de sirihdoos. D j awl (ook Lemboe, saps, sampi), rund, rundvee, ook bonaming voor hot wijf je van hot wilde rund, Bos sundaicus ; ook Javaansch, Polynesisch, tot de landstaal behoorend, Maleisch, enz. ; Mendjawiken, in de landstaal, in hot Maleisch overbrenv DJEH. 85 gon, vertalen, overzetten, enz. Djawil, Mendjawil, met de vingers aanraken, met de vingers beroeren, in hot voorbijgaan jets met de vingers grijpen, vatten, afrukken enz. Djebah, van onderen breed on vol (van eon golaat) ; Mendjebah, van onderen brood on 'vol zijn (van hot aangezicht.) Djebah (ook Djebah, vogelknip, kooi om vogels to lokkon, enz. ; Mend.j bak, met zulk eon kooi vogels vangon, zulk eon knip uitzetten. Djebat, civet, civetlucht, muskus ; Minjak djebat, odour of olio, waarin muskus gemengd is. D jading, (Jay.) gemetselde kuip, bak, badkuip ; ook naar boven gekruld, opgewip t (van do bovenlip.). Djedjak, trod, stag, voetstap, trap, stomp; Mendjed jak, treden, betreden, den voet op lets zetten, met den voet trappen, met de vuist stompen. Djedjal, vol, opeengehoopt, opeengedrongen, enz.; Mendjedjal, vol. stoppen (bijv. eon matras met wol, eon kind met eten), vullen,

stoppen, dichtstoppen (van eon lek bijv.), breouwen, kalfaten, enz., oak iomand jets in de hand stoppen, enz.; Djedjelin (Bat.) Mend,jedjal, eon kind volstoppen met eten, enz. Djedjer, rij, reeks, gelid, op eon rij, in eon gelid, achter of naast elkander in eon rij, enz. ; Berdjedjer, op eon rij staan, eon gelid vorrnen, enz. ; Mendjedjer, zich in rijen opstellen, in rijen gaan staan, ook op r jen zetten, rangeeren, enz. (Verg. Djadjar.) Djegong (Jay. Bat.), ingedeukt, gat, diepte, verzakking, inzakking, bergplaats op vaartuigen voor touwwerk, enz., zeilkooi, kabelgat. Djehennam zio Djahanam. V $6 DJEL. Djeladeri, zee, oceaan. Djelaga, zwartsel, fijn root. Djelai (ook, en meestal Djeli), scherp, doordringend, ook guitig (van de oogen). Djelamoet, Mendjelamoet, zonder ophoudon doorpraten, kallen, snateren, enz. (als eon gek). Djelanak, Mendjelanak, onder water zwemmen, zich kruipond voortbewegen. Djelang, Mend jelang, wachten, op jets wachten, verwachten, zijn opwachting bij iemand maken. Djelantah (Jay.), gebruikte olio, olio waarin reeds hot eon of ander gebakken of gebraden is. Djeleh, (Jay.), van jets walgen, mislijk zijn, moor dan genoeg hebben, of keerig, vies zijn, tegenzin in jets of iemand hebben, enz. Djelek, leelijk, gemeen, ongepast. Djelema (Sk.), incarnatie, menschwording, mensch ; Mend jelema, incarneeren, menschworden, zich in eon mensch veranderen (van goden). Djelimpat, Mendjelimpat stil en viug eon zijweg inslaan. Djeloed jeer, met grove steken naaien, rijgen. D j eloem, Mend jeloem, hot lichasm of eon deel daarvan (behalve hot hoofd) in hot water dompelen. Djeloentoeng (ook Tjatjar ajar), waterpokken. Djeloepak (Jay.), (of Tjeloepak),

inlandsch lampje, kleine aarden schotel daartoe dienende, ook de geheele toestel met voetstuk. Djelodjoh, gulzig, vraatzuchtig. Djemawa, Mendjemawa, ook Mend j emawaken, zich ongeroepen, ongevraagd met jets bemoeien, zich in jets mengen, enz. Djembar (Jay.), wijd, ruim. Djember(zie Tjemer), vuil, smerig. Djemboeng, groote kom, schotol pot. V DJEN. D jemboet, haar op den venush euvel. Djemeroed of Dzamroed (Ar.) smaragd. Djemoe, goon neiging, trek of lust tot jets gevoelen, hebben, beu zijn van lets, zat, moede van jets zijn, genoeg hebben, of keer, togenzin hebben, van jets walgen, enz. Djemoer, Mendjemoer, in de zon drogen, aan de zonnehitte blootstellen, enz. ; Berdjemoer, zich in de zon koesteron. Djempana, staatsie-draagstoel, draagkoets. Djemparing, phi, pijl en bong, werpspies, ook pijltje uit eon blaasroer; M ndrjemparing, met pijlen schioten, pijlen door eon blaasroer blazon, enz. Djempo (of Djempo), (Jay.) oud, zwak, niet moor kunnen werken, enz. Djempoet (ook Djoempoet), tusschen de punten van duim on voorsten of eon anderen vinger opgenomen, zooveel als men op die wijze op kan nemen, ook ontleend aan ; Mend joempoet, op vorenbeschreven wijze opnemen, enz., ook ontleenen aan. Djempol, duim (ook Djempol tangan) ; Djempol kaki, groote teen of teen. Djenang (of Djeneng), steun, stut, post van eon dour, enz., stijl in eon beschot of wand, ook eon snort gebak. Dj endela (Port.), venster, raam. Djenderal (Hell.), genoraal. Djendol, bult,~ zwelling, opgezwollon ; Berd j endol, met bulten~ zwellen enz. Djenga of Djengak (Bat.), verlo-

gen, beschaamd, veriegen zijn, op zijn news kijken, enz. Djengat, achterover liggend; Mend j engat, achterover liggen, naar boven geopend, opgelicht zijn, enz. DJEN. Djengkk, Mendjengek, iemand uitjouwen, bespotten, enz. Djengge (Chin.), aangekleede pop, beeld of kinderen, die bij hot Chineesehe lantaarnfeest in optocht worden rondgedragen. Djengger, zie Djanggar. Djengot, baard. Djengit, Mendjengit, grijnzen, de tanden toonen, laten zien. Djengkal, span, afstand tusschen de toppen van den uitgestrekten dujm en pink, of middelvinger ; Mendjengkal, met spannen meten, ook zich met spannen of sprongen voortbewegen (zooals zekere rugs). Djengkan, met eon been opgelicht; Mendjenkang, met de beenen in de lucht vallen, zitten, enz., hinken, op verschillende wijzen op eon been gaan, ook (van eon lijk) gekromd met de beenen en armen stiff naar boven gebogen, enz.; Kedjengkang met eon been in de lucht achter- of voorover gevallen, vallen, enz. Djengkol, verdrietig zijn, verdriet hebben, hot hart vol hebben, zich verbijten, enz. Djengkelit, Mendjengkelit, teals over kop, hot onderste boven, met hot hoofd naar beneden tuimelon, enz. Djengkeng, stiff (zooals eon lijk, enz.) ; Berdjengkeng, stiff zijn, worden, enz. (bij stuipen, bijv.). Dj ngkerik (meestal Djangkerik), krekel, huiskrekel. Djengkeroet (ook Mengkeroet), verward, door elkander gegroeid, (van boomwortels), ook gerimpeld, vol rimpels, verweikt, verlept, verflenst, enz., verschrompeld. Djengking, gebogen of gebukt, zoo dat hot hoofd lager of op dezelfde hoogte komt to liggen als hot achterdeel ; Mendjengking, zijn achterste in de hoogte v DJER. 87

steken on hot hoofd voorover buigen, in die houding staan, enz. Djengkir (of Djoengkir), Men djengkir, uitsteken, vooruitsteken, vooruit.pringen (met hot achterdeel in de hoogte). Djengkol, Pithecolobium bigeminum, Mrt. nat. fam. der Mimoseae, boom, wiens stork en onaangenaam riekende zaden gaarne gegeten worden. Djengok, Mendjengok, met uitgerekten teals naar lets ktjkon. Djengol, Mendjengo1, (ook Mentjongol), met hot voorste gedeelte uit eene opening to voorschijn komen, hot hoofd nit eon opening steken, enz. (bijv. van eon slang, die haar kop uit haar hol steekt. D jenoe (of Toeba), Pongamia volubilis, Z. on M. nat. fam. der Papilionaceae, eon slingerplant, wier stengels en wortels veel gebruikt worden, om visschen to bedwelmen en zoo gemakkelijk to vangen. Mendjenoe of Mentoeba, vischvangen met toeba. Djentik, knip met duim en eon der vin ors, sprong van eon vloo, enz. ; Mend j entilk, met duim on vinger knippen, vatton, ook springen (van eon vloo). Djenti, Mendjentil, met den vinger tegen lets knippen, met den a gs den duim vooruitgestooten vinger tegen lets slann, tikken, knippen, onz.~Zie Djentik. Djepit, Mendjepit, knellen,nijpen, toeknijpen, omkneld houden, enz., Djepitan of Pendjepitan, klem, knip, nijptang. Djera, afgeschrikt door tegenspoed ; Mendjeraken afschrikken. Djerabai, in flarden (bijv. eon zeil). Djerah, in overvloed voorkomen, algemeen voorkomen, heerschen, enz.; Pen jakit d jerah, epidemie. Djerahab, plat op den grond, plat voorover, met uitgestrekte armen v 88 DJER. voorover vallen, enz.; ook vallen, bankroet slaan, failleeren, enz. Djerahan, (Pout), onderhoorige, onderhoorigheid. Djerait, Mend jerait, zich aan jets vasthechten (zooals eon slinger-

plant aan eon muur buy.). Djeram, snelle afloop van water van zekere hoogte, waterval, stroomversnelling. Djerambah, plants in eon Maleisch huffs, waar de potten met waschwater staan; op Java ook hot middonvertrek en de opgehoogde vloer in eon pendapa enz. Djerambai, in menigte los neerhangen (van luchtwortels,~ enz.) Dj erambang (ook Api d j erambang), dwaallicht. Djerami, platte vezelachtige banden of draden om de pitten van den nangka, enz. Djerang, Mendjerang, vloeistof fen op hetvuur zetten,om to koken. Djerangkang, met de beenen en armen in de lucht op den rug liggend, vallend, enz. ; Mend jerangkang, op die wijzo liggen, vallen, enz. Djerangkong, eon spook, dat zich meestal in de gedaante van eon mageren zwarten hond voordoet. Djerat (meest Djirat of Djiret), strik, strop, knoop, bindsel, lus; Mend j erat, strikken, in eon strlk, of lus vangen, vastknoopen, vastbinden, enz. Djerawat (ook Djeriawat), klein puistje, z.g. liefdepuistje op hot gelaat, Djerawat batoe, klein steenpuistje. Djerba, Mendjerba, eon vaartuig aan lij doon overhellen. Djeredjak (ook Radjek), dunne houten of latten, stutten, tusschenstijltjes, enz. waartegen eon bewanding gespijkerd of bevestigd wordt. Djerekit, klein, kort, gedrongen, dwergachtig. v DJER. Djerenlpak,Mencjerempak,zich onverwacht tegenover elkander bevinden (bU hot omslaan van eon hook, buy.). Djereng (Bat.), school, loensch, ook uitgespreid, enz. ; Mend jereng, school, loensch kijken, zien, enz., ook lets (bijv, eon stuk linnen) uitspreiden on tegen hot licht houden, enz. Djerit, schreeuw, gil; Mendjerit, schreeuwen, gillen ; M nd jeritdjerit, aanhoudend, herhaalde-

lijk schreeuwen, gillen enz. ; Pend jerit, geschreovw, gegil, ook sc;hreeuwer, schreouwleelijk. Djernih, holder, zuiver, klaar, rein, doorschijnend. Djeroeboeng, eon boven hot dek uitstekende roof of afdakje op inlandsche vaartuigen; Mendjeroeboeng, van zulk eon roof voorzien zijn, ook op eon hoop liggen, eon hoop vormen (van lading b jv.) in eon hoop verzameld zijn (bijv. van bijen). Djeroedjoe, Dalivaria obracteate, Juss. nat. fam. der Acantaceae, eon moerasplant, wier wortels bij beri-beri on vergiftige wonden worden aangewend (uitwendog) on b j buikp,jn (inwendig). Djeroek, algemoene benaming voor de tot de nat. fam. der Aurantiaceae behoorende citroen-, oranjeappel- en pompelmoessoorten, waarvan de meest bekenden zijn, o.a. Djeroek asem, Citrus medics, L., die de gewone citroen geeft; Djeroek bali, Citrus decumana, L. de pompelmoesboom ; Djeroek banten, Citrus aurantium, L. var. microcarpa, die de bekende kleine vorscheidenheid van sinaasappelen geeft; Djeroek limoh of limau, Citrus limonellus, Hassk. var. amblycarpa, die veal bij sambel wordt gebruikt ; Djeroek mania, Citrus macracantha, Hassk. de bekende zoete v DJER. citroensoort ; Djeroek nipis of --tipis, Citrus limonellus, Hassk. var. ox;ycarpa, de bekende lemmetjes; Djeroekpoeroet, Citrus papeda, Hassk, wier bladeren eon aangenamen geur hebben ; Djeroek tangan, Citrus sarcodactylis, Sbld. met zonderling gevormde vruchten, enz. eroem, Mend j eroem, op den bulk liggen (zooals paarden of honden met de pooten min of moor gestrekt en bij elkander, of als eon tijger, die op de loer ligt). Djeroemat, Mendjeroemat, met de naald stoppen. eroemoes, Mend j eroemoes (Bat.), met hot aangezicht voorover vallen ; Kad jeroemoes, met hot aangezicht voorover gevallen.

Djerongkong, op handen en voeten l o op end ; Mend j erongkong, op handen en voeten loopen. Djiad, geweld, dwang; Mendjiad, geweld aandoen, dwingen. Djib (Eng.), kluiver, kluiverzeil. Djibah, op vole plaatsen voorhanden ; BBrdjibah, algemeen verkrijgbaar (van koopwaren). Djidar, liniaal, lijn, streep. Djidat, voorhoofd. Djid ji, vies, vies van jets, van lets walgend ; Mendjidjii, mendjidjiken ; lets verfoeien, vies van lets zijn, van lets walgen, of keer hebben, enz. Djigoer, koffiedik. Djika, Djikalau, Djikaloe, als, indien, wanneer, zoo, bijaldien, ingeval, voor hot geval dat, gesteld dat, al is, ware hot; Djika begitoe sekalipoen, al is hot ook zoo, enz. Djila-djila, de hartzak, hot perjcordium. Djilat, lik ; Mendjilat likken, aflikken, enz. Djilid, band, deel (van eon book) ; Mendjilid, inbinden. Djimat (Ar.), talisman, amulet, tooDJIN. 8 9 vervoorbehoedmiddel, enz. ookk zuinig, spaarzaam, huishoudelijk ; Mendjimatkn, spaarzaam met jets zijn, bezuinigen. Djin (Ar.), genius, gees,, daemon. Djina (Ar.), ontucht, overspel, echtbreuk, hoererij ; Berd jina, zich aan ontucht, hoererij, overspel schuldig maken. D jinak, mak, tam, gedwee, volgzaam, getemd, gemeenzaam, gezellig ; Berdjinak, tam, mak, gemeenzaam, volgzaam, gezelligzijn, enz., ook zich op zijn gemak gevoelen ; Mendjinakken, tam maken, temmen ; Mend jmaki, eon dier door voortdurend erg dagelijksch bezoek enz. aan zich wennen, gewend maken, enz. Djinaka, kluchtig, geestig, boertig, grappig ; Mendjinaka, zich kluchtig, enz. voordoen, grappen maken ; darter, aardig zijn, enz. Djindjang, Blank, lang (van den hals), zwanenhals, enz., ook bestuurder, opperste (van goesten), geestenbezweerder, enz. Djindjit (Bat.), Berdjindjit, Men-

djindjit, op de teenen loopen, om niet gehoord to worden. D jingga, oranje, oranjerood, oranj ekleurig, enz. Djinggang, dun, Blank (om hott middenlijf ), fijn van taille. ingke, Berd j ingke, Mend j ingke (Bat.), op de teenen zachtjess loopen. Djingkir, lang uitsteken, vooruit. springen, vooruitsteken. ingkoe, Berd j ingkoe, Mendjingkoe, de hand uitsteken. Djin kerak, Berdjingkerak, Mendjingkerak, huppelen, springen, bokkensprongen maken, hinken. Djingkong, hok, , ook aardluis. Djinis, (gewoonltjk Djenis), geslacht, stam, snort, genus, slag ; Djinis perampoean, vrouwelijk geslacht ; Berdjinis, in soorten '90 DJIN. voorkomen, enz. ; Roepa roepa djinis, veelsoortig, allerlei snort; Bad jinis, van een soon, van eon geslacht, enz. Djinten of Djinten, Carum carvi, L. net. fam. der Umbelliferae ; de gewone karwei of kummel in den handel ; Djinten poetih, Cuminum Cyminum, L. hot komijnzaad; Djinten item, Nigella sativa, L. de zwarte kummel. Doze drie aromatische zaden vindt men in alle inlandsche apotheken. Djiret, zie Djerat. Djiroes, Mendjiroes; zacht besproeien, besprenkelen, begieten. Djisim (Ar.), lichaam, substantie, ook lijk, kreng. Djitak, Mendjitak, met de knokkels van de hand jemand op hot hoofd slaan. Djiwa (Sk)., leven, ziel, ook fig. als woord van liefkozing, bijv. Djiwakoe, mijn leven, mijn ziel, mijn liefje, enz. .Djiwit, Mndjiwit (Bat.), knijpen, eon kneep geven. Djobong~ (Bat.), hoer, straathoor, slot ; Berdjobong, als eon hoer, enz. leven, handelen, enz. ; Mendjobong, zich met straathoeren afgeven, enz. Djodo, geluk, lot, gelukkig (vooral in liefdezaken), ook pear, koppel, wederga;Soedahdjodonjabegitoe, hot is eenmaal ztjn geluk, zijn

lot; Katemoe d jodon ja de persoon vinden die eon geschikte wederhelft mag heeton, met wie men eon pear ken vormen; Berdjodo, geluk hebben, gelukkig zijn. Djoebah (Ar.), lang opperkleed, tabbaard. Djoebin(Jav.), vierkante vloersteen, vloertegel. Djoeboer (of Doeboer), ears, achterste, anus. Djoedas, Judas, valschaard, stokebrand, lasteraar, valsch, valsch van aard, enz. DJOE. Djoedi, dobbelspel, hazardspel ; Mendjoedi of Berdjoedi, met dobbelsteenen spelen, dobbelen, grof spelen; Mendjoediken, met jets dobbelen, jets verdobbelen ; Pendjoedi, dobbelaar, speler ; Perdjoedian, dobbelplaats, ook hot dobbelen. Djoedja, Mendjoedja of Mendjoedjah, den grond pollen, zie Doega. Djoedjai, Mendjoedjai, op eon afstand bestoken (met kogels, pijlon, enz.) Djoedjoel, wet boven de oppervlakte van jets uitsteekt, wet boven of buiten jets uitsteekt, paalstaketsel, palissade, heiwerk, enz. boven water, enz ; Mendjoedjoel, boven jets uitsteekn, verheven zijn, enz. Djoedjoeng, Mendjoedjoeng, eon kind inbakeren, in doeken winden. Djoedjoer, bruidschat, geld dataan de ouders der bruid betaald wordt. D j oed joet, ruk ; Mend joed, joet, trekken, rukken (zooals eon visch aan de lijn, enz.), met rukken near zich toe trachton tehalen,enz. Djoega (ook Djoewa), ook, insgolijks, eveneens, zelfs, zeker, toch, evenwel, alleen, juist, slechts, enz. D joekang, Mend, joekang omverwerpen, omvergeworpen worden, omslaan, omvallen, omgestooten worden. Djoekoeng (Jay.), bootjo, kanoe, klein vaartuig, van voron on achteren geltjk gevorm j. Djoekoet (Soend.), gras, grassoort, ook allerlei toespijs bij de rijst. Djoelai, uiteinde, punt van eon tak of twijg.

Djoelang, Mendjoelang, zich boven jets opheffen, verb effen,schrijlings op de schouders van iemand zitton, enz., ook jets op den nek dragon, enz. Djoelai, lengte; Sadjoelat kapal, DJOE. de lengte van een schip, scheepslengte, enz. Djoeli (11011.), Juli. Djoelig (Jay.), stout, ondeugend, gemeen, valsch. Djoelik, peperhuis van bladeren, enz. om bloemen, enz. or in to bewaren; Mendjoelik, bloemen in eon peperhuisjo doen, dragon, enz. Djoeling, loensch, school; Mendjoeling, school zien; Mendjoelingi, iomand school aankijken. Djoeloeng, tegen hot invallen van den avond of tegen hot aanbreken van den dag geboren (worden), ook begin, eersteling, de spitse nebbe van eon vaartuig, enz. Djoeloeng-d j oeloeng, eon snort zeevisch met puntigen bek. Djoeloer, Mend joeloer,recht voorof achteruit steken, met hot hoofd vooruitschuiven, enz. ; Mendjoeloer lidah, de tong uitsteken. Djoemaat, bijeenkomst, vereenigin g (in de moskee); ook gemeente. Malka masing-masing dengan d j ema ,tn j a toeroenlah, en ieder ging met zijn gemeenteleden (gezellen van dezelfde gemeente) aan wal ; Hari Djoemaat, dag der bijeenkomst (in de moskee), Vrijdag; Malem Djoemaat, de nacht van Donderdag op Vrijdag, Donderdagavond, Donderdagnacht. Djoemadil'achir, de zesde maand van hot Mohammedaansche jaar. Djoemadil'awal, de vijfde maand van hot Mohammedaansche jaar. Djoemantara, firmament, hemel. Djoemlah, som, geheel, optelling, ook zin, volzin, zinsnede; Mendjoemlah, eene optelling maken; Mend j oemlahken, optellen, de som van eenige getallen zoeken, opsommen, enz. Djoempa-Berdjoempa, elkander ontmoeten, tegenkomen, aantrefDJOE. 91

fen, ook bezoeken on thuis vinden, Mend joempa, jets ontmoeten, tegenkomen, aantreffen, ondervinden. Djoemplang (Jay. Bat.) (of Djompelang), aan eon kant scheef, lager dan aan de andere zijde, wip, schommel; Djompelangan, wip, schommel; Berdjomplang, aan de eene zijde scheef, lager zijn, hot evenwicht vorliezen, schommelen; Mendjompelang, schommelen, mop eon wip zitten. Djoemperit (Jay.), met hot hoofd voorover tusschen de beenen, in eon hook gedoken; Berdjoemperit, Mendjoemprit, met hot hoofd voorover tusschen de boonon doorkijken, aldus een luchtsprong maken, hals over kop vallen, enz. Djoempoet zie Djempoet. Djoen ~Jav.), groote, nauwhalzige aarden waterpot, kan, lampetkan, waterkaraf, ook (vulgair) bijslaap, bespringing; Pandjoenan, pottebakker, maker van djoens, plaats waar doze potten gebakken worden, ook hoerehok, bordeel. Djoendjoeng - Mendjoendjoeng, op of boven hot hoofd brengen. zetten, dragon, eerbied of hulde bewijzen, ook ophemelen, in de hoogto heffen, enz. Djoeng, eon chineesch vaartuig, jonk, ook eon vlaktemaat van verschillende uitgestrektheid. D j oengit, Mend joengit, naar b o ven gekruld, opgewipt (van de bovenlip. Djoengoer,(ookTjoengoer), vooruitstekendo snuit, snoet, mond, ook snob, voorsteven, enz. Djoera, buiging, reverentie, plichtplegmg ; Mend j oera, eon buiging, reverentie maken. Djoeragan, gezagvoerder,schipper, ook bass, rneester, heer, gebieder, chef. 92 WOE. Djoeran, buigzame lange stole, hengeiroede, veerkrachtige staf, enz., ook toevoegsel, toebehooren. Djoerang, opening, kreek, doorgang, kloof, bergkloof, ravijn, enz., oak totebel (vischtuig). Djoering (Jay. Bat.), schijf, (bijv. van eon d j eroek of manggis).

Dj oerit, oorlog, Prad joerit, krijgsman, soldaat, ook benaming van gewapende politiesoldaten. Djoeroe, wie over lets gesteld, wien jets als ambt opgedragen is, enz., ook de staken in eon pager of homing, die doze rechtstandig houden ; Djoeroe-toeliss, schrijver, klerk; Djoeroebasa, of -bahasa, tolk; Djoeroemoedi, stuurman, ook roerganger; Djoeroekoentji, sleutelbewaarder, portier; Djoeroe tinggi, aan wien hot toezicht over de zielen, enz. is opgedragen, bootsman, enz. Djoeroes, streep, rechte ltjn, rechtuit, ook wijie, pons, oogenblik; Mendjoeroes, iemand in eon rechte lijn voorttrekken, voortsleepen, organs heen koersen, eene richting volgen, recht op eon doel afgaan, ook eon straal water op jets laten vallen, enz.; Sadjoeroes, eon oogenblik, in eon oogenblik, even, eventjes. Djoeroeh, stroop. Djoesta ook Doesta, leugen, onwaarheid, onwaar, niet waar, leugenachtig, enz.; Mendjoesta of Berdjoesta, liegen,~ eon onwaarheid vertellen ; Mend joestaken, iemand beliegen, eene onwaarheid vertellen, enz. Djoeta (of Joeta), millioen; Berdjoeta, bij miliioenen, ult millioenen bestaan, enz. Djoewa, zie Djoega. Djoewab, zie Djawab. Djoewadah, mondbehoeften, provisie, levensmiddelen, ook zeker gebak van rijstenleel. DJOH. Djoewal, Mendjoewal, lets verkoopen, ook van eon naam, enz. misbruik maken; Mendjoewal name orang, van iemands naam misbruik maken, ter verkrijging van hot eon of ander doe!; Djoeal bell, koopon en wader verkoopen, kleinhandel drijven; Djoewalan, wat verkocht, to koop aangeboden wordt, koopwaren, enz. ; Berdjoewalan, warm to koop aanbieden, verkoopen, koophandel drijven ; Mendjoewalken, iets~voor iemand verkoopen, enz.; Berdjoeal, van hot verkoopen eon bedrijf maken,

bijv. Berdjoeal koeda paardenhandolaar zijn ; tegenover Mendjoeal koeda, (eon enkelen keen) eon paard of paarden verkoopen. Dj oewawoet(beterDjawawoet), Panicum italicum, L. hot bekende panikkoorn, walks fljnkorrelige zaden zeer smakelijk en voedzaam zijn, dock meest aan kooivogels wordt gegeven. Djoewet (ook Djambelang), Syzygium jambolanum, Rab, middelmatige boom met eetbare vruchten en eon good timmerhout. Djoewita, bekoorlijk, lief, lieflijk, (als vocatief of lief koozingswoord ), ook schat, angel, dot, liefje, enz. ; Tall djoewita, z jden snoer. Djoez (Ar.), gedeelte, hoofdstuk, afdeeling (inzonderheid van den Qoran, die in 30 djoez is vordeeld.) Djodjok (Jay.) geschud, schudding, schudden, ook draven (van eon paard). Djogan, vloer, opgehoogde vloer, plaveisel, ook draagstoel, draagkoets en staatsieteeken. Djoged (Jay.), daps, dansmeid; Mendjoged, op de inlandsche wtjze dansen, enz. Djohar, Cassia florida, Vahi, nat. fam. der Papilionaceae, boom, die veal als schaduwboom fangs de DJOH. wegen aangepla,nt wordt en een snort wit ijzerhout, dat voor bouwwerk ge~chikt is, levert. Djohari (of Djauhari), juwelier, ook ervaren, kundig, bedreven, wezenlijk, natuurlijk, kloek. Djolok (of Tjolok), Mendjolok, Mentjolok, Menjolok, met jets longs (bijv. een vinger, een stok, enz.), naar of in jets steken, jets ergens uit- of afsteken, enz. D j and jot, Mend j and j ot, van jets, dot in elkander verward zit (zooals bijv. gekorven tabak), een deal, viok, greep, enz. wegnemen, uittrekken. D j ongkar, D j ongkar-d jangkir, ook D j ongkang-d jangking, verward, door elkander in alle richtingen uitsteken (bijv. van een hoop houtwerken,die niet opgestapeld, moor dooreen gegooid zijn). Djongkat, in een stomperi hoek omhoog stekend (zooals bijv. de

penis in erectie); Berdjongkat, in die positie komen, enz. D jongkok (Jay.), op de hurken zitten, hurken. Djongkong, schuit, kanoe, schuitje van tin of ijzer, ook zeker gebak, en sours gebruikt = Djongkok. Djongos (loll.), jongen, bediende, huisbediende. D jorok (of D j orog) (Jav.Bat.), vuil, smerig, niet zindelijk, telkens een groote behoefte moeten doen of doen, enz., ook scoot, duw, enz.; Mend j orokken, D jorokin, iemand een duw geven, zoodat hij vooruitschuift, enz. Djotos, stomp, duw met de vuist, vuistslag ; Mend jotos ; met de vuist slaan, stompen ; Mend jotosken, Mendjotosin, iemand vuistslagen toedienen, enz. Dlaif (Ar.), zwak, broos. Dlamma (Ar.), hat Arab. klinkerteeken tar aanduiding van den o- of oeklank. Doa (Ar.), gebed, schietgebed, zeDOER. 93 genwensch, aanroeping, afsmeeking van goad of kwaad, ook formulier bij of over eon geneesmiddel gepreveld; Mendoaken, eon gebed voor iemand doen, opzenden, eon zegenwensch voor hem uiten, ook eon formulier of schietgebed over een toe to dienen medicijn iiitspreken, zulk eon gebed over een zieke proveion, enz. Doang (Bat.), enkel, alleen, slechts, mats anders don. Doberak (Bat.), defect, met gaten, bouwvallig, vervallen, enz. ; Mendoberak, jets (eon homing, enz.) doorbreken, intrappen, uit elkander halen, verbreken, enz. Doberak, Mendoberek of Mendoberak, op hol slaan, aan den haal goon, enz. (van eon paard met eon voertuig bijv. achter zich). Doble (Jay. Bat.), (van de lippen) breed, dik, omgekrui d. Dobol, door en door hol, doorboord, met gaten, ook verzakking van de baarmoeder. Dodol, een snort gebak. Dodor, niet passend, to groot, to wijd (van eon kleedingstuk) ; Mendodor, Mendodoran, to wijd zijn, als eon zak aan hot

lijf zitten (van kleedingstukken.) Dodot (Jay.), long en breed beenkleed dot bij zekere gelegenheden op bepaalde wijze gedragen wordt. Doeboer, zie Djoeboer. Doeda (Jay.), weduwnaar. Doedoek, (sours Mendoedoek), zitten, gezeten zijn, wonen, gevestigd zijn, zich ophouden, eon rang bekleeden; Mendoedoeki, ergens op zitten, - gevestigd zijn, -- wonen, bewonen ; Mendoedoekken, iemand uithuwelijken, gevestigd doen zijn, ergens plaatsen, enz. ; Hedoedoekan, zitplaats, woonplaats, rang, ambt, betrekking. 9 4 D OED. Doedoel, dot, ook hengel, die met hot aas (meest een kikvorsch) schokkend over hot water heenbewogen wordt ; Mendoedoel, eon dot in den mond brengen, ook op bovenbedoelde wijze visschen, hengelen. Doega, peillood, ook gedachten, vermoeden, enz. ; Mendoeg'a, pollen, met hot peillood meten ; fig. ook doorgronden, denken, vermoeden, enz. Doegal, misselijk. Doegang, Mendoegang, met eon touw vastbinden, vastzetten, beletten eon andere richting to nemen (zooals eon boom, die gekapt wordt en in een bepaalde richting moot vallen). Doejoen-Berdoejoen, achter elkander aankomen (van schepen in een haven b v.). Doejoeng, zeekoo ; Ajer mate doejoeng, tranen van eon zeekoe, eon toovermiddel om wederliefde to wekken. Doek (Jay.), (ook Id,joek (Soend.), of indjoek), de harige vezels van den axenpalm ; Tall doek, touw, daarvan gemaakt. Doeka, verdriet, smart, kwelling, gemoedsaandoening, met smart, hood, droefheid, enz. ; Doeka tjita, verdriet, smart, droefheid, enz. Doekana, wellustig, wulpsch, onzedelijk, ontuchtig, enz. Doekoe, Lansium domesticum, Jack. hat. fam. der Meliaceae, hooge boom met lekkereo en gezonde vruchten, en good timmer-

hout leverende. Doekoeh (Jay.), gehucht, nedorzetting, buurt, hofstede. Doekoen,inlandsch geneeskundige, zoowel man als vrouw ; Doekoeh beranak, ook Doekoeh bail, vroedvrouw: Doekoeng, Mendoekoeng, levende wezens op den arm of op den rug dragon. DOER. Doelang, houten presenteerblad, ook de w jze waarop hot eten in den mond van eon jong kind gestopt wordt ; Doelang-doelang, mars, zaling ; Mendoelang, eon kind to eten geven, door hot 't eten in den mond to stoppen. Doelang (Bandjerm.), mijnput, uil graving voor hot zoeken naar erts, enz. ; Mendoelang, uitgraven, ontginnen (om naar ertsen to zoeken) ; Mendoelangi, lets uitgraven, - ontginnen, enz. ; Pendoelangan, mijn, uitgraving, ontginning (van een mijn). Doelapan, zie Delapan. Doeli, stof ; Doeli toewankoe, hot stof der voeten van mijn gebieder ; Kabawah doeli, onder hot stof der voeten (van den vorst). Doengkoel, benedenwaarts gebogen, krom on naar beneden hangen (van de horens van eon buffet, enz.). Doenia (Ar.), wereld, hot wereldsche, hot tegenwoordige,schatten, rijkdommen, enz. Doega, wierook ; Berdoepa, zich zelven bewierooken, in den rook van doepa zitten ; Mendoepa, bewierooken, lets met doepa berooken, enz. ; Perdoepaan, wierookvat. Doerdjana, slecht, gemeen, laag, boos, bedorvon, verdorven, onedel (van aard), booswicht, boosdoener, slecht mensch, enz. Doeren (ook Doerian), Durio zibethinus, L. hat. fam. der Sterculiaceae, hooge boom met lekkere dock stork riekende vruchten. Doerhaka (Sk.) (of Doeraka), ongehoorzaam, ontrouw, wederspannig, afvallig, zondig, ongehoorzaamh eid, zonde, enz. ; Berboewat doerhaka of Mendoerhaka, wederspannig, ongehoorzaam, enz. zijn, eon zonde begaan ;

Pendoerhaka, wederspanneling, ongehoorzame, zondaar, enz. DOER. Doers, doom, st.ekel, graat ; Berdoeri, gedoornd zijn, stekels, hebben, vol graters. Doerias, gebloemd fijn neteldoek. Doeriat, rang, trap, graad. Doesin (Holl.), dozijn (ook Loesin). Doesin (Bat.), (of Doesi), Mendoesin, wakker worden, ontwaken, slaapdronken opstaan of wakker worden. Doesoen, dorp, gehucht, ook dorpsch, boersch; Perdoesoenan hot platte land. Doesoen of Doesong (Mol. Dial.), tuin, boschtuin, tuin in 't bosch, (vergel. Kintal). Doesta (ook Djoesta), valsch, niet waar, onwaar, leugenachtig, leugen, onwaarheid, enz. ; Mendoesta, ook Berdoesta, ears leugen vertellen, liegen ; Mendoestai, iemand beliegen, ook foppen, bedriegen, enz. ; Mendoestaken, jets voor valsch verklaren, logenstraffen, enz. ; Pendoesta, leugenaar. Doeta, bode, afgezant. Doewa, twee; Berdoewa, met zijn tweeen (zijn) ; Mendoewa, de tweeds zijn, ook jets met zijn tweeen doers; Doewa-doewa, beiden, alle twee, ook twee aan twee; Kedoewa, tweeds, de (hat) tweeds, ten tweeds, enz. ; Doewabelas, twaalf ; Doewa poeloeh, twintig; Doewa ratoes, twee. honderd; Doewa riboe, twee dujzend; Doewa lakes, twintig dujzend; Doewa keti, twee honderd dujzend ; Doewa joeta, twee millioen. Doewai (meest Ipar of Ipar doewai), zwager. Doewit (Ho!!.), dust, geld. Dogol, plat (van hat hoofd), plathoofdig, ook bot. Dojan, belust op, verlangend naar, lusten, van jets houden, naar jets verlangen, belust zijn op jets. Dojong, scheefstaand, bouwvallig, DOSA. 95~ enz. (van eon huffs, enz.); Berdojong. Mendojong, scheef-

staan, hellen; Mendojongken, over jets hears hellen (btjv, van eon scheef staanden boom overeen huffs). Doktor, dokter, geneesheer. Dom, naald ; Pandoman of Pedoman, compas. Doman, aandeel in jets; Tiada,. doman of -- kadoman, gears aandeel in of van jets krijgen. Domoel, snujt, snoet. Domba, schaap. Dompet, lederen taschje, geldtaschje, portemonnaje, sirjhzakje, ports-cigares, enz. Dondong, Mendondong, wegdragen, wegbrengen. Dong (Fr. Bat.), dan, toch; .Apes dong, west dan, west is hot dan ? Dongak, naar boven opgelicht; Mendongak, met hat hoofd achterover naar boven ktjken. Dongeng, fabel, vertelling, legende, enz.; Mendongeng, een sprookje, fabel, legende, enz., verhalen (gewoonlijk half zingende). Dongkang, pad, groote kikvorsch. Dongkel, koevoet, werktuig om jets uit den grond to stooten, enz. ook sets, dat in den grond zit er met een koevoet enz. uithalen, uitdrukken, uitwippen, enz. Dongkerak, dommekracht; Mendongkerak, met een domme kracht optillen, jets uit zijn verband rukken, enz. (ook Dongkerek Mendongkerek). Dongkol, misvormd, krom, enz. ook sptjt, wroeging, enz.; Mendongkol, spijt hebben, zich ergeren, zich verkroppen van ergernis, enz. Dorong, stoot, duw, douw ; Mendorong, voortduwen, voortschuiven, vooruitstooten, ook jets dat in beweging is en stil moat staan, togenhouden, enz. Doses (Sk.), zonde, misdrijf, misdaad, ~6 DROB. overtreding, schuld ; Berdosa, zondigen, schuld hebben, eon misdrijf plegen, enz. ; Apatah dosan,,ja, wat is toch zijn (haar) misdrijf ? Drobos, door eon homing, hang, hog, enz. sluipen, kruipen, binnendringen (ook Mendrobos). Dzaib (Ar.), gebrek, ondeugd. Ebek, zeil voor eon dour of raam

mooi. naapen. pijnlijk trekken (van eon gezwel. enz. pareeren. geschikt voor of tot. Gode lof zingen. sierlijk. in hot lemmer van eon Keris). afwenden. (met woorden of gebaren). fraai. diem ook als hulpwoord bij de telling van dieren . regelmatige tusschenruimte. bocht. eon klep (aan eon tournooizadel) on platte. moedertje. steken. afweren. schoon. spellen van eon woord. Ed ja. getallen. Emak (ook mak of ma). eon paard. Berdzikir. enz.). schoonheid. lief. moeder. ventje. Ebet. (om hem to bespotten). Elok parasn ja.. kiekendief. Eloek (Jay. Dzoelkaidah. M ngelak. pons. Elak.. Mengelakken. afmeten. de elfde maand van hot Mohammedaansche jaarr ten. bevallig van aangezicht . Dzikir (Ar. . . dwaas. Mengebet. jongetje. spellen.tot beschutting tegen zon of regen. enz. ontwijken (van eon houw). Soend. Sa'eikor koeda.). bespotten beschimpen. spelling. Elok. Ed jaan of Pengedjaan. Kaelokan. enz.ek. Elang. enz.). staart. loven. enz. gek. jets met de el meten. zingen. Menged ja. van bamboo enz. in eon reeks van dingen (tijd. Elo. Menged. lief. stiefmoeder . toeroep tot eon klein jongetje. Elat tiga hari. iemand nabauwen. uitmeten. uiteinde. ook Boelan besar of Boelan had ji.). met de el uitmev EMBA. ook in eon draf voortloopen. Mengeloin. telkens op den vierden dag.). bevallig. eon lofzang op God aanheffen. punt. schoon. Ma'tiri. tusschenruimte van tijd.). gevlochten stokpaarden. uitwijken. (gewoonlijk Amsterdamsche el). enz. el. Edan (Jay. de laatste (twaalfde) maand van hot Mohammedaansche jaar. enz. om de vier dagen. Eikor (of Ekor). enz. Mengelo. kromming bijv. 31st (ook Let). enz. Ebeng (Bat. Edjek. Mengeloken. Dzoelhidjah. enz. dienende bij zekere vertooningen.

enz. enz. Emas. oudste kind. onwillig zijn. Emas lantjoeng. enz. gedegen goud. op water drijvende of liggende. Embek. ook op den arm dragon. Teremboen. ook (dock moostal Amben). jets in eon doek. Mengemasi. aanblazen. Emas oerai.). enz. -. Mengemboenken. waarin jets gedragen wordt. ook schaap. huwelijksgift . en deuk. slaan met eon lang enveerkrachtigvoorwerp.. Embet. begroeid moeras. Mengemboes. Embek. in den dauw zitten. doek. dauw. luchtstroom daardoor veroorzaakt . Emboesan. met gras. blaten. enz. goud.). verzakt zijn. opgezet (van den buik). Ember (11011. ook E. in den dauw zetten. (van eon vloer). moerassig veen. ook als liefkozingswoord. ook (met goud) omkoopen. enz. eon kind. begroeide grond.).~ kindermeid. valsch goud . ook winderig. Emboen. enz. enz.kindermeid. Mengemboen. aan den dauw blootgesteld. v grootbrengt. Emas poetih of Emas kodok. EMBE.Ma'soesoe of Ma'tetek. met eon rottingstok). Embat. eerstgeborene. zoogmoeder. ook dauwen. doek. Anak emas. riem. Emas masak. blazen. Mengemban. aan den dauw blootstellen. Emboen. (bijv. enz. stofgoud . gordel. . verzakking. zeil. dunne laag begroeide grond op eon moerassigen bodem.. ook (dock meest Boeng). van slangen.). slaan of klapperen (van de zeilen). die niet to begaan is. . Mengembek. plating . geit. geblaas (bijv. gelijk ons "schat" enz . vergulden. enz. geblaat. enz. Emas kawin. Mengembat. Emboeng (Soend. oudere brooder. voorhang (voor eon dour. benauwd door die opzetting. niet willen. dat men in huffs noemt en v Emban. ook ingedeukt. emmer. gouden.ook dienstdoen als . enz. wit goud.

noemd) . moeder. Empat keti. verpakking.geblaas. enz. dijk. barricade. versperring. vischvijver. Empat poeloeh hari. Empap. . uitgegraven kom. Mengempang. dam. enz. viertal. enz. Berempat. onstuimig. kwart. veertig dagen. barricadeoren. eon rivier versporren. enz. neersmakken. Empat joeta.. blaasbalg. al le vier. veertien. halfrijpe padi of rijst. enz. Empang. afsluiting. Empang. met geweld tegen den grond smijten. met zijn vierdn zijn . Mengempar. Empangan. dringend naar iets verlangen (bijv. Perempangan. Mengempat. Mengempap. Empar. vier aan vier . v EMPO. ook op die wijze bereido kleine koek- . de vierde zijn. enz. Mengempat-poeloehhari. bjj groepen van vier . Empat riboe. Empat (of Ampat). enz. vierhonderd. waarin visch geteeld of gehouden wordt. vast tegen elkander drukken. vleesch in eon vat. barricade. veertig. Emping. (zoo wordt de sedekah of hot offermaal op den veertigsten dag na iemands overlijden ook go. Embok. die na poffing en ontbolstering plat geslagen of gestampt wordt. Keempat-empat. Empat-empat. enz.. Empik. Mengempas. Mengempik. Perempat. vier. eon offermaal als boven op den 40en dag aanrichten. Empat v laksa. enz. vierde deel. Empar. Empatbelas. vierde. wat versperd is. maken. Berempatan. van eon zuigeling naar de borst). vijver. iets dicht opeen pakken. Empatpoeloeh. vierhonderd duizend. enz. Empat ratoes. (zooals bijv. 9 7 son en met eon gewicht bezwaren. veertigduizond . versperring. eene versperring. ook (Empok) oudere zuster (als aanspraakwoord). stroom of wind). vierduizend.). op elkander plaatMALEISCH-HOLLANDSCH. vier millioen. eon weg. dwars of drijven (van eon vaartuig door ~.

fraai. jets fraai. achten.. Empoes. hem vleien. de zesde zijn. uitwis. Empoel. Enam-enam. zesde deel . voor fraai. melig.). zes in getal zijn. uitstekend. schoon. aango. Mengenakken. v Empoek. Berenam. schoon. ook lekkerheid. Perenam.~ schen. Mengempos (Bat. Enal. Empos. kostbaar. zestal . malsch. enz. Mengempoel. bijna op dezelfde plaats zich bewegon 7 v 98 EMPO. uitvegen. enz. smakelijk. bezienswaardig. vruchten plukken door ze van den steel of to draaien. enz. Endal. met zijn zessen. zacht. om eon plaats heen draaien. kruimig. lekker. enz. Empos. Mengempos. kostbaar. (ook Enem. Empong. heerlijk. zeldzaam. enz. prop op eon lading kruit. zonder echter vooruit to komen (zooals eon schip bij zwaren tegenwind) enz.. Anem of Nem). enz. zich voor jets interesseeren. Mengenam. Endah. naam. aangenaam van smack. Ikan saempong. doen rijpen. zes. zoodje .enz. Endak. ook eon school visch. Enam. Keenam-enam. mooi. die veel bij de rijst of als snoeperij gegeten worden. houden. eon zoodje visch. vermolmd (van hout. induwen. alle zes. visch. in- . halfrijpe of onrijpe vruchten door begraving onder den grond of door blootstelling aan vuurhitte den schijn van rijpheid geven. enz. ook koekjes van gekookte on daarna fijngestampte garnalen. enz. Enak. rijp maken. om jets geven. v zesde. kleine hoeveelheid. to niet doen. pleizierig. schoon. interessant.). Mengendal. vergaan. enz. hot jemand naar den zin maken. Mengempoes. Mengendahken. jets of jemand lekker maken.jes van vruchten van don Manindjo. zes aan mazes .

waarvan men niet Entak. V ENTE. weigeren. slinken (van jets dat gerezen is. naar binnen slaan (van ziokten). boron. den nacht buiten's huffs doorbrengen. enz. hengsel.vrouwelijkeboeteling. Engket. enz. bezinken. enz. vocatief tot kleine meisjes. stooten.J steken enz. trekken.non. Endjal. enz. Mengendap. (van eon vaartuig) tegen den grond stooten. Mengentengken.). geheel en al. al 1 es. zich laten valion. neerzakken. Endap. eon dolk in eon lichaam.). eventjes oplichten. enz. Engsel (loll. Mengendong (Jav. met eon rukje aan jots trekken. licht maken. 1k west hot niet. End j ak. Mengendjoet. zie Ind jak.) Endjoet. klein meisje. eon kind schrijlings over de heup dragon en met den arm steunen. . bij eon publieke vrouw). ook trekken. niet zwaar vorlicht. niets. zie Angkau. eon klein rukje aan jets doen. (bijv. neon. (ook Mendak of Mendek) van troebele vochten.stooten. Engkat-engket. Endoek.. Antero). op jets neerploffen. Endang. Entah. (van een zweer). al. Endong. (woordje. om zich to verschuilen. nietbezwaard. Engklek (ook Sengklek). instoppen. . licht. ik kan niet zeggen. Enteiro (Port.). pijnlijk . Engga (Bat. hot piepond geluid dat eon doorbuigende draagstok onder hot loopon van den drager maakt. scharnier.. gebruikt bij antwoorden omtrent taken enz.r (bijv. niet bezwaren. zakken. Engkau. (bijv. verlichten. Mengentak. geheel. enz. lets (bijv. zooals deeg. niet.) (of Anteiro. met kracht in jets steken. Mengengget. vruchten. . Mengend jal. gras in eon mand).). neerslaan. enz. Enteng. weigerend. weigoring. Mengengklek. enz.. kleiner worden (van eon vlarn). Enggan. die men plukken wil) met eon hack naar zich toehalen. Engget. bukken.

l. eieren later uitbroeden. ENTJ. kundig. ervaren. opschuiven. taschje of kokertje van mat.). benuttigon. work.) (gewoonlijk Paham). enz.). zwart . ook voorteeken.v zeker is). Bererak. Entjang. om jets geven. notitie van jets nemen . enz. op eieren zitten. mijnheer. enz. . . Erak. Mengeramken. (ook Pekir). enz. belang. Entjok. Eram. rechtsgeleerde. broaden. enz. mejuffrouw. Entjok. ik west niet wie. zwart. bedelmonnik. Berfafdah. doorstekon. enz. benutten. enz. om eene zaak enz.). Memboeka faal. 9 9 gedoken to zitten. enz. voordeel. Fakih (Ar...). bedrijfsbelasting . met geweld op jets trapper. jets geven. enz. Erang. tjtol voor Maloiers uit den fatsoenlijken stand. zich met jets bemoejon. Epok (ook Epok-epok).). Entjer. eieren tar uitbroeding order eene hen leggen.of vlechtwerk for bewaring van tabak. Paedah) (Ar. daad.). op eieren later zitten. afscheid nemen. jicht. Padjek faal. enz. Fahani (Ar.. vortreden. bekwaam. voordeel aanbrengend. enz. Fadloeli (Ar. MemfaIdahken. donkerblauw. dwingen ineenFaal (Ar. rheumatjek. zjch in jets bekwamen. Mengerang. Mengerak. ook knielen (van kameelen. donkergokleurd. God west wie. hemelgewelf. plaats maker. vain belang. dun vloeibaar (van vloeistoffen. dun. Menlfahamken. doodsteken. schejden. bedreven. enz. nuttig.). voorteekens raadplegen. jneengedoken zitten. (gewoonlijk Perdoeli). enz. nut. tot jets djenen. zich met jets bemoejen. Fakir (Ar. Mengentjang. to knielen. Memfadloeliken. treden. hear. ook mevrouw. Falak (Ar. jets aanloeren. zie Berak. Fafdah (of Faedah. aantrokken. stiff van laden. Entah siapa. zich eene zaak enz. Mengeram. Entjik. sterrenFATW.

Fatsal (Ar.worden.).. morgen. hoofdstuk.) (ook Pihak). eenmaal. gel aat . Fans' (Ar. Perziaan.) of Fardloe. noodzakelijkhoid. uitspraak van eon rechtsgeleerde. enz. artikel. de vrouwolijke scheede. de aarde. vergankelijk. enz. zie Arti. denken. gedachte. Memfikir. Frank. Fatah (Ar. steonen. gelaatkunde. sterrenkunde. Erang. overpeinzing. nadenken. steunon. Esoek loess. plicht. Berfikir. afzonderlijk gedeelte van jets. overden king. overmorgen. Fikir (Ar. Negeri fang fans. . noodzakelijk. de volgende dag. scheiding. kreunen (van pun). spleet. overpeinzing.) (of Parsi). Fatwa (Ar. Faranggi (of Feringgi) (Ar. eon of keer van jets. kermen.). zwak. onz. Frankisch. heilzame leering. Mengerang. ook Perbe. ook ochtend. zijde kant . peinzen. gedachte. Erti.).vanweerszijden. paragraaf. of keerig. Mem$kirken. Ilmoe falak. later. bet teeken voor den klank a. Farisi (Ar. peinZen. .).). morgen ochtend.). morgen. vroegte. hot land der vergankeltjkheid. over jets denken. meerv. Ewa. meening . enz. ook later. physiognomic. Firasat. Memikir. broos. hot mannelijk of vrouwelijk schaamdeel. Memiklrken. of dealing. Esoek (of Besoek). Kadoewaflhak.). .Kaesoekan hari. kloof. Europeaan. Faradja (Ar. Foeroedj). ontleding. Ilmoe $rasat. Fardl (Ar. enz.. uitspraak of meev F. hemel . fling van een geleerde of heilig persoon. overdenken. Europeesch. Perzisch. enz. 100 FEST. feest. to eeniger tijd. Fihak (Ar. Esoek hari. overlegging. to eeniger tijd. Festa (ook Pesta). tegenzin in jets hebben. astronomic. Fikiran. goede raad. den volgenden dag.

valsche beschuldiging. Gada-gads. lasteren. ook lasteraar. Forma (Mol. eon last geven.). een bevel uitGADJ. B. Gaboeng. knots. Foekoer (Ar. eon mss enz.). voos. bevelen. Fitnah (Ar. Mem$tnahken. paradijs. belast. eon bekende boom met zeer week en veerkrachtig hout. oven. Gaboes (of Kajoe gaboes). bevel.). Forma sagoe. Gabas. enz. Alstonia scholaris.) (of Pitrah). belasteren. enz . vaardigen. Br. tot bossen binder. fornuis. Gaba (of Gabah) (Jay. dus als aanzetriem.ing in rijst of geld na de vasten (voor hot einde or van eigenlijk) aan den dorpspriester to betalen. bos nipah-bladeren of rotting . Gada.Firdaus (Ar. als vlechtwerk voor dakbedekking. diep peinzend . Fitrah (Ar. Firman (Ar. een gebod bekend maken. . windwijzer op den top van een mast. enz. op gaboes aanzetten. in diep nadenken verzonken. niet fijn. zonder korrels (van rijst bij v. Mal.) (ook Pekoer). faster. slordig afgewerkt. Gaboeg (Jay. enz. ook last op blUven. Terfoekoer of Terpekoer. Forma kapor. lasterbrok . in diep nadenken verzonken.). kinderloos.). onvruchtbaar (zoowel van planten als van menschen en dieren). rotting enz. tobben. . Bergadang. Gadang. kwaadsprekerij. dat gebruikt wordt om snijdende voorwerpen als messen enz. zich vermoeien. gelasten.). bladeren van den sagoe-palm. kalkoven . Gaba-gabs (Mol. valsche aantijging. verkondigen. Gaboes. losse rijstkorrels in den dop of bolster. Menggaboengi. vorm .). Menggaboeng. gebod (van God). flat. last. fam. ook de naam van eon gezonde en smakelijke zoetwatervisch. to slijpen. Menggaboes.). der Apocyneae. in gedachten. grof. knuppel. Bat. of kondigen. a. enz. vorm voor sagoekoeken. enz.

). pandeling. M~nggagau. ivoor. Menggagahi. Gadogado. forceer en. in opschudding komen. Menggade. ah mina. Gagap (ofMenggagap). Gahar. dapper . peuzelen. de bij de rijst behoorende toespijs alleen eten (zonder rijst) . moedig. lets met kracht. Gagoe. een snoeperij van diverse gekookte groenten met speciaal daarvoor bereide sambel. . Bergadoeh. opschudding. pand. PBrgadoehan. Menggahar. Soerat gads. hakkelend spreken. Gads (of Gadai). Menggadeken. Gadji. Gadean. nat. Gad. elpenbeen . . Gadaah. enz. . Gagah-berani. Penggadean of P®gadean. stamelen. plagen. maagd. ook fier. heft. leven maken. rondtasten. Gado (Jay. GAD 0. Menggadoehken. spanten. geweldig. lets moedig aanvatten. sterk. Orang tergade. enz. Gadis. zich over jets ongerust maken. doorzetten. verpanden. traktement. lawaai maken.waken. . jets verpanden. tieren. Gadoeh. kraal. Gagau (ook Gogo). storm. onderpand. lombard. enz. ook in pand nemen . gage. met geweld doen. pandgoederen . ook zich met kracht tegen lets verzetten. steel (van een blad bijv. . walvisch. met de handed naar jets zoeken. wat in pand gegeven wordt. slagtand van een olifant. Gagah. fier en dapper. jong meisje. tasten.. enz. greep. in opschudding brengen. opschudding. iemand jets in pand geven. Gading-gading. hard schuren. Gagang. pandbrief . loon. dapporheid. olifant . lawaai. stow. stotteren. kromhouten. verontrusten. ook handvat. opschudding verwekken. enz. enz. pandjeshuis. Bl.). der Dioscoreae. pandhuis. Gading. dock dikwerf gevaarhjk zijn. rumoer. tasten. enz. leven. slingerplant wier vergiftige knoiwortels gegeten worded. snoepen. Gadoeng. hindered. Dioscorea hirsuta. pand. lawaai. enz. fam. Gagak.

spinrag. Inocarpus edulis. Gajoet. taai (van eterij. der Aquilarineae. Menggaft of Menggaet. die een weiriekende hays en olie geeft. Gaitan. poetsen. Galagasi (Bat. Gajal. enz. van vorstelijken bloede. aan jets hangen. stevig. nat. ook de spin zelf. die van een hank voorzien is. Menggajoet. Kajoe Garoe). fam. gom. weerhaak. Gaja. zooals de Aquilaria Agallocha Roxb. . die bet ware Aloehout levert. zwaar in 't hoofd (door to weinig slaap). die bet bests Aloehout en de bests hays levert. zooals de Excoecaria Agallocha. fam.) Gajam. diet vast op de beenen (van eon beschonkene). hack. manier. rhytmus. GALA. enz. beddehaak.) (of Gajam). gemaakte toon of stem. Menggajaken. Gahi (ook Gaja). Gajoeng.. tot de nat. of haakvormig eindigt..wrijven. Gajam (Jay. hooge boom met eetbare vruchten. kracht. sterkte.. L. zwevend hangen (zooals een hanglamp bijv. met een gemaakte stem voprdragen. enz. jets diets maken. behoorende tot de nat. Gala-gala. herkauwen. voorwerp of middel om water enz. van vorstelijke of komst. enz. Galtan klamboe. trekken. to scheppen. enz. schepper. naar zich toehalen. -. Gala. mengsel van hays en kalk om naden to dichten. Menggajem of Menggajemi.). Gaharoe (ook Garoe. der Hernandiaceae.gemaakte gang.. Gait. ook een stok. der Papillionaceae. Gajang. m elodie.verscheidenehoutsoorten met welriekend bout en hays. bedrog . L. zooals de Aloexylonagallochum Lour. veerkrachtig.gedwongen. Gahara.en tot de nat. ook fopperu. fam. ook bars. enz. stopverf.). als voren bedoeld. 101 der Euphorbiaceae. enz... sterk. lets door middel van een stok enz. fam. spijzen. gordijnhaak. vrij. die veel in den handel voorkomen. Gaja ook Gahi. draad van een spin. jets op gemaakte wijze. hack. ook iemand foppen. waggelend.

Menggamah. omstuwen. worstelend vechten. zware doming. stoeien. uitgraven. jets in zijn geheelen samenhang. Galak. mode of to stooten. ook kuil. van eon haan van eon geweer). enz. bijtend. Galgal. stut. Gala.). verbluft. delven. enz. lange stok (om or lets aan to hangen. waarop rijst enz. waarop jets. omgeven. loopgraaf. omringen. enz. aanhitsen. wat uitgegraven is. verbouwereerd.~ geplaatst wordt. Galoe. van hot begin tot hot eind vertellen. . iemand vrees aanjagen. vurig. confuus. Goelet). bevreesd maken. ophitsen. dat men niet met den grond of jets anders in aanraking wenscht to brengen. bang. verloopen (van eon schroef). ook in ddne richting golven. Gaman. Menggaloe. GAMP. Galah (ook Gala). rain of moor getroubleerd zijn. scheepshaak. enz. . Menggaloet. happig (van dieren). eenigszins. (bijv. of en toe krankzinnig. . van eon vorst door zijn gevolg. niet stroef (bijv. onderlaag van balken enz. Meng galakken. Galuan of Peng galian. eon voorwerp door zulk eon onderlaag steunen. omsingelen. Galoet (ook G loot. los. ook dadelijk aanvallend. Galir. netelroos (ook Bidoer).). gemakkelijk gaand. enz. geteeld wordt. waggelend (van eon tand. Menggalang. worstelen. met molentjes loopen. enz. gaan. woest. wild. dijkje ter afscheiding der verschillende vakken gronds. Galoer. boom.). enz. enz. woest. gat. Galengan (Jay.Galagata. verbaasd.). Galang. M nggaloer. graven. verband. C amah. Bergaloet. Menggali. ook golven die in ddne richting gaan.. aanvuren. fel. gretig. enz. steun. samenhang van 't begin tot 't eind. enz. of or jets 102 GALA. wild maken.

Penggambar. portret. ook met eon lederen his aan de voorzijde.). waarvan verschillende soorten bestaan. teekening. schilderij . teekenen. Menggambar. gemakkelijk achten. ook licht opnemen. ook Sandjata). zak. zonder moeite. (of Gegaman. buidel. in teekening. opnemer. iemand eon teeken goven.) (of t emparan). portret van eon mensch. teekening. Gambang. door hem even met den top van eon vinger of met de hand aan to raken. toewenken. enz. beeltenis. gemakkeli jk. nat. uit wier bladeren de bij hot betelkauwen onmisbare gambar (eon snort Catechu) getrokken wordt.. iemand wenken. eenig work licht. Gambar sorot. (ambelok (Jay. photographic. Peta). der Rubiaceae. houten klompen of sandalen met eon knop. kinderen op den rug van iemand). Gamboeh. Gamelan (Jay.Gaman (Jay. Gambar. Menggamit.~zonderbezwaar (to doen. Gamut. beeld. enz. ook de aan dien daps deelnemende dansers en danseressen. . beeld. gemakkelijk maken. waarschuwen. ken. (ook Toekang Gambar.). verlichten enz. photograaf enz. niet bezwarend. enz. . of beelden. Uncaria gambir Roxb. enz.). stel muziekinstrumenten. etc.) (of G mbelok). MenggampangGAMP. wapen. ook teekenaar. inlandsch muziekinstrument bestaande uit platte staven hout of metaal. Menggambelok. Gambar (Jay. Gampang. of beelden. (verg. hot teekenen. Gambar orang. Gamparan (Soend. of beeldsel. Menggampang ook Gemampang. Bat.). als eon zak ergens aanhangen (zooals bijv.. kaart der wereld . jets licht opvatten. licht. enz. eon soont van daps. portretteeren. enz. enz. eon slingerplant. enz. vormende eon Javaansch of inlandsch orkest. Gambar doenia. in kaart brengen. schilder. Bat. ook glas op eon langwerpigen bak. beeld. fam.

Gangs. Bouea gandaria Bl. Gander. enz. belooning. eon sloop enz. piek. door ze eon weinig uit de scheede to trekken). Ganding.). vergelding. dorp. C andaria. steun. hucht. woest. der Anacardiaceae. ook naast of aan elkander liggend. bong. wild. ook trekken. stiff aanhalen. Gandaroekem. Gandjaran (Jay. enz. . go. . aan jets plaatsen enz. samenbinden. aan elkander binden. Menggand jerk. GANG.) jets dat ergens tusschengestoken. die meestal kort afgesneden worden . geur. cooker. op sleeptouw nemen. eon snort hays. 103 G{andjal (ook Gindjal of Gandjel). Menggandeng of Mengganding. enz. . voorhoofdsversiersel van eon braid. rook. boom met fraai stork hoot en de bekende meest in zout ingemaak to vruchten. Gand j al. zonder spreken van iemand wegloopen. enz. hot eon of ander tusschen. nalezen van na den grooten oogst op hot void nog achtergebleven aren. evenbeeld. Gandik. onder. Menggand jai. voortvarend. alles aanvallend (van wilde dieren). ook veelvoud tweevoud. Gandewa. eon versierde voorhoofdsband. fangs zijde sleepon. Gand jerk. (of (hand j el. lastig.). Gandeng. veel bij hot soldeeren gebruikt. rusteloos. ook onderlaag. om hot vast to zetten. nat.Gampoeng. ians. Gandjoer. Ganal. Binatang gangs. stut. Ganden (Jay. vroolijk. omgewikkeld wordt. wild dier.) = Kampoeng. lezen. Gand jil. verbinden. enz. reiszak. Gandang. opgewekt. de nioren. precies als. onstuimig. Gampoeng (Atj. lam. j uist als. enz.. Menggampoeng. verscheurend wild dier. groote hamer.Mengganding. oneven. verschuiven (van wapens bijv.

onder jets doorgraven. plagen. . verwisselen. enz. enz. ondergraving. elkander afwisselend enz. opvolger. on gaps.Gandoe. klokkenmetaal. enz. enz. buy. Ponden). opening door ondergraving ge104 GANG. Ganggang. overplanten.). smal straatje. verplaatsen. aardkrekel. gelijk. Gangsa. tot vervanger. gewoonlijk 1/8 a /1O pikoel (van 125 A. L. inhoudsmaat voor droge waren. tol (speeltuig). Menggangsir. ook een geel-koperen presenteer11ad. lets tot schadevergoeding. in de plaats van jets anders stellen. zengen of to doen drogen . lastig vallen.). schadevergoeding. om eon weinig to schroeien.). gest old. Gandoem. vast geworden . tarwe (Triticum vulgare. Menggandoeng. buiten boord en in hot water. Menggangsa. gang. waarmede men speelt. Gantang. Ganti. bij.). bettrtelings. storm. v~rvangen. uitgraven. Menggantiken. opening in den grond . effen. maakt. Gangsing (Jay. ondergraven (zooals dieven eon muur. effen. messing. Gangsir (Jay. steeg. eon snort zwarte boonen. doen strekken. ergens met de hand aan komen. om hot schommelen to beletten. nat. Gang (11011. diem . Menggantang. enz. enz. Gandoeng. lam. enz. Goela gaming. bij beurten. overbrengen. wat tar vervanging. lastig maken. plat. Mengganti. zich met jets bemoeien. sours ook minder metende. vergoeding geven. Gangsa. (ook Gangsingan). effenen. gestol- . Bat. ook hol. Gangsoer. met eon gantang meten. over of tegen vuur houden. Menggangsoer. Mengganggoe. hangen van boomen of fasten aan weerskanten van eon schuit enz. zich bij eon vuur warmen. our organs in of uit to komen. Ganting (Bat. Ganggoe.). Berganti-ganti of G anti-berganti. Berganggang. gelijk maken. vergoeden . der (ramineae). jGangsiran. enz.

Gapoera. Menggarls. enz. in eon grot) . huwelijk tusschen kinderen. krab. verdaagd. . G. zout. v erdagen. hangende gehouden. eg . vlug. Gantjang. rijdier van den god wishnoe. of hangen . zwaar. good kunnen mikken. lijnen trekken. heftig. kras. ook schrapen. enz. die na tot eon dikke pap to zijn gekookt. wier samenleving als man en vrouw vanwege hunne jeugdigheid tot nader uitgesteld wordt of is. poort. d. enz. Menggantoeng. Gapa (Bat. Gaoeng. krauwen. Tergantoeng. ook zwaar bassen. grimmig. wat gehangen moot worden.). hangend. opstuivend van aard. ook met jets doen wat or aan of or mode gedaan moot worden . met de nagels bewerken. bij- . Bergantoeng. krabben. opbruisend. Garoek. vol (van eon geluid). Garau. weerklinken. croquant.z. hoofdpoort. Gantoeng. . nl. droogt. kraal. Menggantoengken. Gaok (Bat. schrap. of hankelijk van . enz. Garis. Menggaroe. hangen. blaffen (van honden). ruw. hoofdingang van eon gebouw. enz. Garoeda.w. uitgesteld huwlijk. hangende zijn. haastig. eon hol geluid geven. hol geluid. uitgesteld. wild. diep.). knappend. Menggaoeng. enz. eon mythische vogel. Menggaremi. inzouten. tot eon lenige vaste massa op. norsch. uitstellen. kerf. Garam (of Garem). Menggaroek. echo (b jy. Menggaram. hard gebakken of gebraden. Gantoengan. strepen of krassen in of op jets maken. wear galm. streep. woost.weergalmen. ook galg . good kunnen raken (van iemand die knikkert). basstem. Garang. keukenzout. Garoe. SI. onafgedaan. lijn . ook good droog.de suiker. eggen. met de eg bewerken. ook of hangen van. suiker. galm. Garing. kurk droog.). Kawin gantoeng (Jay. ophangen. met zout inwrijven.. enz.

geil. met kracht op jets werken. beambte. draai en in een hellenden stand (zooals bijv. manziek (van eon vrouw). waarvan de bladeren tot dakbedekking. Gede. Gasap. Gasir. ook wulpsch.).eenschrapen (van eon woekeraar). Geber-geberan. Gedabir. groot. jets tar dege doen. braak. een tol doet). gereedschap. GATA. fam. . Zie Gangair. Gedang. braak plegen. ritsig. hard wrijven.). klanknabootsing van het geluid. eon aandrang tot wellust. ook Menggedibleg of Menggedeblag). Menggasir. vork. ook : lei van een haan of kalkoenschen haan. L. ranselen (met een stuk hoot. neersmakken (Menggedebloeg. iemand toesnauwen. dekkleed. Nasal.). hot ultschreeuwen van pun of schrik. jets doen. groot. enz. dat eon groot. neerploffen. Gawai. hooge palm. Bat. zie Gangsing. werktuig. inbraak. Gebar. Corypha umbracilifera. Gatak. Menggaroeng. Garoeng. gebezigd worden. verrichten.wulpschheid gevoelen. ook portiere. stork belust. ondergraving . Garpoe (Bat.. stork verlangend (naar den coitus). jeuk hebben. nat. wellustig. Gasang. Gatal (of Gatel) jeuk. Menggasak. wapperen. zwaar lichaam bij het vallen veroorzaakt. oneven. Gebos (Bat. loshangen. ondergraving. tochtig (van eon vrouwelijk dier). Geboek (Jay. voornaam. slaan. zie Kasap. der Palmae. enz. enz. Geber. ambtenaar. Gedebloeg of Gedeboeg. row een standje maken. Gebang. Gasiran. bengelen. afsnauwen. enz. enz. Pegawai. tafelvork. raken. voorhang. Gasak. Gasing. de gemaakte opening. sprei. braak. enz. wellustig zijn. geil. aanzienlijk. kleed voor een deur.heen en weder slingeren.) (of Geboeg). gewapper (van eon vlag). hoeden.

schavuit. Gedek (of Gedeg). Pergelangan.). Gegar. 105 land op iemand hebben. Gedebong (Jay. armband. de plaats aan hot lichaam. Geladir. beknorren. der Gramineae. Gelakak (ook Ngakak) (Bat. schoof. vreten. in de vuist houden. waarin de voor het gebruik medegenomen sirih-pruimen gewikkeld worden.enz. wentelen. bakeren. Gegaman. dreunen. (Bat. t edeng (Jay.). in eon luier wikkelen. in opschudding zijn. dek (van eon schip). trillen. iemand eon flunk standje schoppen. balk. zoldering. boef. hot v GELA. Gedogan (Jay. bos.opschudding. rib. (ook Bedong). L. oneerbaarmensch.). Gelagah. (ook Gedebog of Gedebok en Gedebongan). die aan eon ketting wordt. steenen gebouw. vuist. Gelang. Gelagar.). Geladak. armring.besloten ruimte. Gegares (Bat. enk©1ring. de gesloten hand. fam.). berispen. waaraan eon ring of band gedragen wordt. in de voile hand nemen. pisangstam.) haten. ook Gegerin (Bat. Gedong. schudden (van een stoomboot bijv. bosje padi of ulen van 5 tot 10 katties gewicht. vierkant lapje. poll-. zie Gaman. hoog rietachtig gras.of voetgewricht. razen. schateren (van lachen). enz. zolder. Gegam (of Genggam).). enz. Saccharum spontaneum. tieren. lawaai maken. luier waarin eon klein kind gebakerd wordt . zeker spel met scherpe werktuigen. . ring. voortgetrokken). eon of keer van jets hebben. of hot lichaamsdeel. slijm.). nat.zich onwillig heen enweder bewegen. Menggegam.ontuchtige. (zooals eon onwillige hond. stalling (voor paarden). Geger. Menggedong. hand. Gelalar. Gedeboes.Gedeboeng. Gelanggang. ook (als scheldwoord) gladakker.

nit elkander stuiven. los hangen.. Gelaran.) (ook Gelanu 106 GELA. onvoegzaam neerliggen. drinkglas . Gelar. waarop de planken bevestigd worden. enz. Menggelar. bengelen. eerenaam. verduisteren. Galas. licht goad. Menggeletakken.. blaas. verdonkeremanen. nitspreiden. (van eon mat) . opzetten. lets. in blazon opborrelen. niet veal waard.). Gelemboeng. titel. opborreling. enz. zwelling. krom trekken (van houtwerken. Gelap. klappertanden. aardewerk. Gelatoek. strijdperk. de bruine kringen om de tepels. Gelebar. enz. Menggelar. vloerbalk. zwellen (van den bulk). losgaan. enz. Menggeletak. Gelantoeng (Bat.duistermaken. vliegen. enz. glas. Barang gelap. opzetting (van den bulk). Gelar.kampplaats. enz. . na of btj hun besnijdenis . neerleggen. enz. Gelatik. onordelijk neerhggend. Menggelemboeng. ook eon kind enz.donker. loslaten. mat. smokkelwaar. enz. (van pleisterwerk. lets onordelijk laten liggen. Galas aboe (een scheidwoord). enz. spreiden. slingerend hangen. Gelegar. verspreid. duister. waarvan de herkomst niet bewezen kan worden. Gelanggang soesoe. v GEL 0. Gelekak. jets. dat uitgespreid wordt. naam die aan kinderen van grooten gegeven wordt. Geletak.). losspringen. onordelijk ergens gedeponeerd zijn. duisternis. een eerenaam. Menggelantoeng. op den rug zonder verdere zorg neerleggen. Gelebaran. tits]. Geledang. geven. waterbel. onverschillig. donkey. stijf (van de armen of beenen) van vermoeienis. enz. enz. bibberen. Menggelapken.. Menggeleding. ting). Geleding. lel (b U gevogelte). bintbalk onder den vloer. ligger. rtjstdiefje.

klos. glijden. bedekt. Gelongsor). Gelintiir. enz. enz. Geloedoeg. klosj esgaren . Geloegoet. aandrang tot lachen hebben . Menggelisah. stork naar jets verlangen. bibberen. Geli (Bat. eon afkeer van jets hebben. winden. Geloegoer.Gelgel (ook gelgelan) (Jay.). rol. waarop jets draad. Gelasar. Geli-gels.). ro]. hooge golf. uitrekken (als eon slang. rolletje..slap neerhangen (van wangen bijv. die gevangen of gekneld wordt). zich niet op zijn gemak gevoelen. donderen. Geliang (ook Geliat. een gevoel van kitteling hebben. voorwerp. . sidderen. rillen. ~ enz.). klapperen. haspel. golf. rol.of touwvormigs gewonden wordt.ook eon gevoel van kitteling. hook Selintjir. Menggelindoeng. Gelisah. Geloemang. smeerd. stark beven. enz. Benang gelindoeng. onrustig zijn (ook in den slaap).). wat met de hand tot eon balletje of rolletje is gerold. waarop jets rust of ligt. met vuil bestreken. Gelindoeng.). heen en weder slaan of slingeren(zooals van een vlag enz. Geloeng. uitghjden. bibberen (van de koorts. Gelimbir (of Gelember). Gelibar. die niet tegen kittelingen kan. spool. Bat. woolen. Gelitik. haar- . enz. jemand. defining. Gelloet). v GELD. heen en weder wentelen (van iemand die den slaap niet kan vatten). -. Gelangsir. Gelintir. een klein balletje. baar. bundel. voren. bos. nieren. zich krommen. van alle kanten be. goon kitteling kunnen verdragen. garen of touw om een klos. ook die van alles vies is. fladderen. rommelend dof g®luid. enz. (in den loop van een geweer bijv. wapperen. donder. vies van jets zijn.) ook lange balken. schroefgangen. enz. Geloembang. heen en weder schuiven. Penggelian. rillen (van koude). .

lust. elkander omstrengeld houden. driftig. vroolijk. papperig. 107 Gameresik (ook Gamarisik. enz. ook jets order de kleederen dragen. schuddende zijn. Gemar (of Games). Gemantar (of Gemetar. slap. Gemeretjik). vruchten met een harden dop.wrong. niet vast. Gambira. ni}dig. zooals de kokosnoot. vet. vergramd. afschilferen(van pleisterwerk. dik. beursch. . Gamboer (of Gambor). lijvig. glinsteren. vonkelen. enz. humusrijk (van den grond). schuifelend. dreun. dof. Galotak (ook Kelotok). ritselend. Gemoek. Gamal (Jay. (bijv. begeerte. dat een bult daarin zichtbaar is. Geloet (Bergeloet). rinkinken. in een bos of bundel houden. melen (van glaswerk bijv. opgewonden. tot een rol. tot een bos samenbinden. ram. enz. enz. wratachtige uitwas aan den wortel of stam van een boom. enz. echo. langs jets afglijden. maken. Gemar. t amarantjang (ook Gemerantjing). Menggalotak. glijden. koperen bekken. Gemar. enz. vet. lustig. sidderen. strijdlustig.ook afvallen. enz. worstelen. voos. verlangend. Menggeloeng. verheugd . bundel. Kagamaran.enz. van grof zand. kletteren. Galoengsoer.) Gema. Gambreng.).). zoodanig. beven. gretig. enz. schurend geluid voortbrengen. wanneer men or op loopt. kwaadaardig. hol geluid. Gemilang. los. gezet (van menschen en dieren). ook : vurig (van een paard) enz. ook hearth (van de stem). flikkeren. van dien dop ontdoen. Gmtar). waarin een pruim steekt). schitteren. . glinsteren. flonkeren. met onstuimigheid behandelen. jets in de gesloten hand. Gambol. ook onstuimig.) Gemerlap. vet. een knarsend. een ruling krijgen (van afkeer. begeerig.) V GEND. wrong samenvoegen. opgezet (van de wang bijv. rillen.

bulderend. met molentjes loopen. Genie (of Genih). vol. enz. ook de z. enz. jets volvoeren. . dat uit een dijk enz. koningin der witte mieren. binder. enz. Genggam. inlandsche trom. afgescheurd. Gendi (of Kandi). trom. heel. slagtand van eon olifant. met zich voortsleuren. Gempal. Bat. ook aan elkander verbinden. plakken. koket. palmboomen. enz. simpel. dik en neerhangend (van den buik). Gendang. voltallig maken . Menggenapken. larven van wormen of kevers. ten erode brengen.welig. dikbuikig. Menggenapi. Gempa. smear. voltallig. in de hand. Gendoet. daverend (van een geluid). jets op de heup. dicht aan elkander zitten. . Ganap. enz. Gendong. handvol. Gendon (Jay. Genderang. enz. de gesloten hand. op sleeptouw nemen. groote flesch. enz. van harm). Gendang (ook Kandang). enz. gekleefd. verliefd van aard. gek. wat of hoeveel daarin vastgehouden kan worden. in kluiten. kluitvormig. Mata genii. aan elkander geplakt. in de gesloten hand of vuist houden. enz. Genderang perang. reuzel. aardbeving. welgedaan. Gendang. (van een stuk aarde.g. krankzinnig. valt). zitten of gevonden worden. even (van een getal). trom. een muzlek-instrument behoorende tot den Gamelan. Gempoel. (zie Gandeng). (bijv. enz. geheel. enz. oorlogstrom. jets voltallig maken. Genii. enz. Gendoel. Gempita (of Goempita). trommel .). (van planten). Gander. waterkruik (meest van aarde). ook afgebrokkeld. ook dwaas.sleuren. nuffig. bijv. Gempal. in eon doek ter zijde van hot lichaam dragon. Menggendong. Bargempel. kleven. rond (van hat lichaam). Soend. die in rotting. V 108 GEND. ook vet. Menggenggam. vuist. fatterig. Manggendeng.

monsterachtig. ingedrukt. Tergentoes). Menggepengken.). zwart on wit geverfd bijv. iemand door woorden. enz. Menggera. Gerah (Bat. groef. jets plat slaan. stooten. aan eene zijde ingedeukt. Gera. V V GERE. jets klevengs. jets met do toppen der vingers afnemen. gedaan. van bij en). Menggepoek (Jay. haar lonkjes geeft.). iemand. snort van kleine garnalen. platgeslagen. enz. draaien. Begentel. ergens tegen aankomen (bijv. .guitige oogen. waarop goslagen word!. eon warm. verward uitkammen (met de vingers bijv. aan jets blijven hangen of klevon (bijv. jets tusschen de vingers tot eon balletje enz. platgedrukt. ingedrukt (bijv. Gentel.afgedaan.am). Genteng (ook Gendong).). Gentjer. enz. ook viug. waarin hot litteeken van eon diepe wond is). gegroefd (bijv. Gentajangan (Bat. drukkend warm gevoel hebben. plat. Geraham (ook Baham of Baam). afplukken. van eon arm. gevlekt. balletje. waarom heen eon touwtje stevig gewonden is. Genta. ten einde. eon vinger. Gepeng. Geragas-Menggeragas. Genting. ale eon bloedzuiger aan hot licha. Gentang (Poet. ingedeukt. moot. rap. tot gruis slaan. Gentas. Gentala. Roemah genteng. Gentoes. platslaan.). Menggentas.. kink.. zoodat daarin eon groef to zien is). Gentat. Menggentel. met hot hoofd. Gepoek. hues met pannen gedekt. aan kleine stukjes. jets dat tusschen de vingers tot eon balletje gedraaid wordt. enz.). dakpan. Geragan. verbazend groot. plat waken. naar alle kanten zich versproiden (bijv. herhaaldelijk. bel. druk. vrees aanjagen. Menggentoes. dun. op. pil. die graag mooie meisjos ziet. dikwijls. zwermen. metalen bekken. naar binnen loopend.

enz. in woedo ontstokon.drankenzetje. zaag . Menggerakken. enz. iemand plagen in zijne bezigheden. enz.kruik. Geretak. Menggergadji angin.tries. doorboorde. i. Geridik. zagen . nijdig zijn. zon sverduistering. hot geweten. jets bewegen. mopperen. verschrikken. ©nz. mompelen. schrik of vrees aanjagen (door hem ruw aan to spreken. #lonkeren. verroeren. Menggeretak. Gergelet. Geretap. zich verroeren . v GERE. Geratgerat. Tahi gergadji. to berge rijzen. kras. Gerat (ook Geret).). Geredja (Port. Gerhana matahari. beweging. betasten. zich ergeren. alles aanraken.karaf. d. Geremang. Gerhana (of Grahana). bevoelen. met de handen overal aankomen. vergraifld. Geriak. gescheurde randen. enz. enz. Menggeridik (Jay. knarsend gelu d. bevoelen. maaneclips. eclips . Gerak hati. Gerak.). enz. Geretjok-Menggeretjok (Bat. kerk. schrap. Gerajang. verwoed. Gerendeng. Bergerak. rondvoelen.tasten. . wrok hebben. al tastend rondzoeken. enz. Gerhana boelan. Gergad ji. iemand doen schrikken. .. Menggergad j i. laveeren . rondgrijpen. lastig vallen bij zijn work. zich bewegen. Geretan api. zich niet moor kunnen beheerschen. Menggerepe (Bat. Geram. in opschudding brengen. enz. lastig zijn. overeind staan (van de harm).). enz. lucifer. krielen. den wind zagen. wemelen. knarsetanden. in beweging. .). de handen niet stil kunnen houden. onduidelijk en boos praten. ook niet stil kunnen zitten. rondtasten. Menggerajang.). jets doen bewegen. zaagsel. Menggerak. betasten. Gerepes. zich verbijten. met uitgerafelde. glinsteren (van sterren. Menggerendeng. zwavelstok. schitteren. Geregeten. met de handen overal aankomen. Gerepe.).

een scheef gezicht trekken enz. rommelen (van de maag). glinsteren. ook Oedjan of Hoedjan ritjik-ritjik. holte. Goring.) ook : weggaan. enz. polijsten. opschuiven. vliegenkast. wijd open staan. enz. van eon . motregenen. (bij hot eten van echt zure dingen bijv. Geser. Menggeroes. rommelen. bol relen. rondo slijpsteen. Geser (of Giser). gedurjg jets willen doen. loopen. Geringsing. bijv. Geroes. vrachtkar. ook groote op wielen staande kist. Menggesa. geschaard. krank. enz. opborrelen. Gerodok. open. woedend. enz.maar alles moeten aanraken. 109 Gerisik. motregen. GETA. wtjd open van een wond (buy. oneffen. zich verwijderen. groot gat. wetten. Geroedoek. ritselen eon ritselend geluid maken. enz. etenskist of -kast. Gerigis. ook hot gerommel van den donder. Menggerisik. ongesteld. op eon ronden slijpsteen aanzetten. Grinding. opborreling van water (bijv. schitteren. trillen (van de zenuwen). overhaasten. Gerlap. Gesa. glad schuren. mager.). trekken. mondharp. Menggerinda. verschuiven. flikkeren. Gerling. Gerimis. glad maken. Mal. hol. ook fijn maken. Gerowak (Bat. Gerobak (of Gerobag). uitgeteerd (door ziekte) ziek. met scherpe punten. vermagerd. (Mol. kruiwagen. open zijn. Menggerowak. van hot lemmet van een oud en bedorven mes). wanneer men eon flesch onder water houdt). (buy. enz.). overhaast. op zijde schuiven. door water of modder baggeren. haastig. enz. Menggerobok. open scheuren. Gerohong (of Geronggong). Geronjot. Gerinda. Gerodak. enz. uitgemergeid. voortbrengen. . met gaten. met rollende oogen rondki ken. rammelen. fijn wrijven. Gerobok. kar. enz. ongeduldig. op jets aandringen.).

plantenlijm. malen. zoom. broos. Gesoe.). Getah pertjah guttapercha. Gilir. bijten. oprollen. Menggl jet. Penggilingan aj er. Getar. lijm. waschplank met richels. kerven. insn$jding. tanden hebben. bourtolings. Gemetar of Goemetar. Bergila-gilaan. zich als eon gek voordoen. eon kras in jets maken. hays-. Menggilap. Gilang. trillen.110 GEMS. sulkerrietmolen. Gilesan. verzot op lets. blinken. to person. ook overrtjden. waarop men medicijnen enz. machine om jets fijn to malen..). gekheid maken. met de tanden vasthouden. van tijd tot tijd gek zijn.. Bergilang. tjes loopen. door eon rol halvn. Menggigit. niet gemakkelijk to naderen. enz. Gigit. Menggiles. zinneloos. polijsten. gom-. Getet. blinkered. Bergs j et. plat.. moot. aflos- . enz. enz. bang (bijv. hays. enz. om beurten. van wild). kerf. wrang.. Bergetah. sidderen. v . . schuren. blinkered maken. Giliran. gomakkelijk brekend. getand zijn. op jets bijten. Gila. waterscheprad. Bergigi.fijn wrijven. enz. beven. Getas. vonkolen. blinkered. fijnwrijven. Menggiling. om water ult eon rivier. Gigs. insnijden. schuddon. dol. op eon hoogergelegen terrein to brengen. stork op jets aandringen. trillen. Penggihngan teboe. Menggigl. ook suikerfabriek .. watorrad. acre de kim zichtbaar worden (van eon vaartuig).. Gilap. enz. wrijfsteen met rol. Gila-gilaan. fijnmalen. lijm-houdend. Getek (Jay. schuw. enz. gom. ook sand. wegjagen (zie Oesir). tiling. Penggilingan. breekbaar. Gi1es. enz. flonkeren. Gesit (Bat. beven. Bergilir. Gi j et. beurt. in jets bijten. drukken. glinsteren.school visschen. kleverig. bevreesd. fijn wrijft of maalt . niet tam. enz. -poetsen. enz. beurt. enz. Menggilang. . Getir. sidderen. harstig (van smack). . ook dwaas. beet. krankzinnig. vlot. enz. Getah. Bathe giling.. rollen. grenslijn. tand. molen. met molen. glinsterend. gek.

nier. mij. enz. opwarmen. Gobak. ringbaard. remand GODO. Gobet. berg. op zijdeschuiven. Gisi (Bat. Menggoda. ook (van mannen die moor vrouwen hebben). mijn. Gisiau (Chin.). opschuiven. zie Geser. vroolijk maken. koken.). Girang. eene vrouw de beurt geven. slacht en.). plaaggeest..). met de knokkels der hand tikken. enz. boksen.. gestreopte stof. dr jven. vreugde. blijdschap. Mt nggesel). de nieren. Menggiring. enz. enz. smidshamer. schijfjes snijden. Gisir. blijdschap. verheugen.. op zijn Chineesch boksen.). groote cooker. enz. (ook Gesel. bedroefd (van gemoed). plagen. dikke platte kook. door hot coos heen en weder to trekken. Menggiliri. vervangen. blijde. tiring. Kagirangan. verleiding. Gindjel. blijde maken. Godok (of Godog). verheugd.). plaag. Goebah (of Gobah). twee-dust-. GOEA. in dunne plakjes. Gingser (of Gingsir). twee on eon halve centstuk. Gobar. zijne beurt hebben. ijven. geruit. aansporen. Globang.). Penggoda. Goda. Mengging ser. warm maken. . plaag. enz. Girl (Sk. gestreept. donkey (van wolken). Djitak). opbeuren. gekarteld gouddraad. baard. eon drijf jacht houden. schuiven. bezoeking .sing. als de Chineezen vechton. enz. Chin. ook tegen jets aan schuren. Goea (Chin. Godot (Bat. Ginggang. Godeg (of Godek) (Jay. door bij haar to komen en to verblijven. verschuiven. enz. aaneenverbonden bloemen. ik. verleider. Glut (Bat. enz. snijden. enz. bezoeken. . verzoeker. opjagen. slaan (verg. Godam. vooruitdr. (zie Gand j al). slinger of tros van in elkander gestoken en aldus aan elkander verbonden . Menggiranken.

). ontijdig doen afvallen. Goela pasir. enz. suikerwater. wachthuisje. in de war. elkander omarmen. . Goedji. (meestal met kleine wimpels aan stokken in de hand of dergelijke kenteekens). Goedang. verbouwereord zijn. melkerij.). Goeboek (av. enz. siroop. ontvallen.bloemen. . personen. voorrijders. onbevattelijk. schurft. ruwe stroopsuiker. kalf of jong van eon buffel . stork gekruide toespijs bij de rijst.. naam eener met GOEN. dom. Goelat (of Goelet).). Goelai (of Goole). enz. Goegoer. Goebloek (of Gebleg). verward. keukenstroop. om er onder to schuilen. suiker. Goedig. kleine tijdelijke mooning. hot vuil aan de pudenda. magazijn. Goela teboe. verkregen door koking van van den kokospalm getapten palmwijn. Goelang of G oelang-goelang (Jay. provisiekamer. voorraadschuur. Goedigan. spint (van hot hout). Goeladjawa. omstrengelen. domoor. Goebernadoer of Goebernoer (11011. klontjessuiker . tot eon lijvige massa opgekookte en in dunne stokjes gestolde suiker . enz. Goela kelapa. bruins door koking van pahnwijn verkregen suiker. gouverneur. suikerrietsuiker . Javaansche suiker . gejaagd. die eon met govolg rijdend hoofd voorafgaan. rnelkinri chtin g.). pakhuis. Goelali. Goena area = Goena d j awa. niet weten moat to doen. afvallen. Goena. Tahi goedel. enz. suiker in zandvorm. worstelen. schurffig zijn. melkhuis. uitslag. Goela tjeng. schurftig. suiker . ontijdig ter wereld komen . enz. onnoozel. eon abortus bewerken. Ajer goela. gewone gekristalliseerde suiker . Goela batoe. Goegoep. Goedel (Jay. Menggoegoerken. ook (in de rekenkunde) deelen. klein huisje. Goebal. huiduitslag. 111 of van vleesch bereide. de schurft hebben.

snort van vlas. Menggoeling.~ Goenem. omkrullen. enz. Goemilang. in elkander gerold (bijv. eon rijpaard. berg. oprollen. Bergoenem (Jay. enz. eon rol maken . Goendah.~nuttig. zich oprollen.enz. gladgeschoren. Goendal. verkregen door waking van den bast van Boehmeria nivea. merk.). dat men bij hot tellen van iets maakt. beraadslagen. deugd. bijwijf. ook inlandsche of Chineesche huishoudster (van eon Europeaan). enz. nuttig. met elkander praten. ook toovermiddel (Goena-goena) . wentelen. donderend. lawaai. doen rollen. Goe- . Goendoe.. goods eigenschap. kerfjo. elkander omvatten on tegen den grond trachten to smakken.pita. rollen. gebruiken. ook zich op den grond wentelen. Goena. twijfelmoedig. kaal. bijzit. schitterend. knikkor van hoorn of ivoor of van de hardo pitten van zekere vruchton. tot iets strekken. Goendik (Jay. Goeni. enz. leven. nat. . van nut zijn. kortharig. Goenoeng. nut hebben. aanwenden. enz. ten nutte maken. touw. Goempita. rollen. pak van opgerold good. rolkussen. Bergoena. enz. schitterend. Gosling. Bergoeling. Goemilap. kaalhoofdig. Menggoeloeng.. van dit vlas worden zakken. Goemoel (van vochtenden). gotier.). fam. blinkend. Goemoeroeh. zie Gempal. zie Gem. glad van aanzien. op zijde gooien. blinkend. nuttigheid.iets wentelen. rol. Goendoel. enz.. moat opgerold is . enz. Bantal gos ling. Goenawan. geraas. bergketen. Gegoe loengan. Menggoeiingken. voortrollen . ook : de geleider of verzorger van 112 GOEN. Gaud. Mempergoenaken. rollen. rol. dor Urticaceae . nut. gemaakt. rollen . van vechtenden). Goempal. weifelend.. wankelend. enz. Goeloengan. Goeloeng. dat men gehuurd heeft.

niet puntig uitloopen (van vaartuigen). Goeroeh. enz. Goetjel (Jay. Goerda. haast. enz. onderwijzer. of knippen. (ook Gom). kan. euvel opnemen. afgeknot. zie Goea. halfdonker. meester. croquant. kruik. lekker. ravotten. uitspoelen (den mond. aaien. meester. die als afzonderlijke bandjes dienst doen. spreuk. ook gaffelzeil. gekscheren. Goentjang (of Gontjang) Menggoentjang. bovenlandsch. enz. gedruisch. stoeien. knippen. Goerem. ovorhaast.of onderlijfsband voor kleine kinderen (ook voor vrouwen. Goesar. Bergoerau. Goerindam. Goeni. boerten. die pas bevallen GOMB. overhaasting. vetsmakend. school gaan. verglaasde pot. spruw bij zeer jonge kinderen zichtbaar aan de dik beslagen tong. Goewa. Bat. niet holder. haarlok. Goentoeng (ook Boentoeng). Gogok. Goepoeh. leermeester. slip. spelonk. vulkaan . groote haast. hol. benevold. . vocht in de keel opvangen en zoo drinken. schudden. spelen. Goewam. Goeati. voorzien van strookon. Goeri. Menggoerah. gebergte. bij eon goeroe in de leer zijn. boos worden over lets. Goerah. euvel duiden. zwaar gerommel. lekkersmakend. geraas. schaar (om to knippen) . stork heen on wader bewegen. tandvleesch. Bergoeroe. stomp. gekheid maken.noeng api. duister. grot. gouvernement. zijn). smakelijk. hear. sollon. Goepernemen.). enz. ook hoog. Goerita. Goetji. eon flesch. zie Garoeda. Goerau. dondor. Menggoenting. lets kwalijk nemen. breed bulk. Goentji. Goenting. haastig.). l eeraar (inzonderheid van den godsdienst). enz. Menggogok. spreukgedicht. spoelon. enz. Goeroe. Goewah (beter Goeha). in hot gebergte gelegen. Pegoenoengan.

verglaasde aarden pot. Gong. op een hoop bij elkander zijn. schommeling. Gombang. blaffen. vod. . klompen vormen. wrijven. kuif. enz. Gombeng. Gondok (ook Gondong. vleien. Golot. krassen. vee hoedon.lMenggonggong.). zie Gondok . schommelen. rollen. Menggonjel. 113 . behoorende tot de inlandsche muziekinstrumenten. jets of iemand de keel afsnijden.veehoeder. klomp. enz. garen of touw. oprollen. Gondongan. kras. Gonjeh. groot koperen bekken met een knop in hot midden. baal. Menggonjel. Gombak (Jay. enz.ookGonjel. kerven. Menggorok. enz. Go1ik-Menggohk. wegdragen. maken. Gombok. rondwentelen (bijv. inpakken. bewegen. kropgezwel. Gondong. Gondong. bepraton. braden. Bergojang. Gombal. verwijden. Gonggong.Menggombala. hoop. een puist of gezwel) drukken. borende in jets. pak. de bof (Gondongan). COMP. Menggoris. kapmes. lets draaien. eon vogel aan hot spit). in alle haast opwinden. trossen. Menggoreng. op lets bijten. Menggosok. M nggolot. schudding. vlok. Gombala. Menggombok. iemand lekker maken. baksel. kauwen. rist. Goris. bakken. Menggombeng. Bergomplok. boeIHADJ. versleten good. risten.M nggonjeh. naar de weide drijven. Menggondong. Golok. schudden. strepen enz. wegvoeren. kerf. haar op hot hoofd.. zich zacht heen en wader bewegen. (van iemand zonder tanden of van een zuigeling).herder. enz. schram. Gomplok. krop. Gosok.Gojang. lijn. een gat maken. Gorging. Gorok. Menggojang. braadsel. enz.. ook zacht op lets (bijv. streep. tros. ook wegpakken. eene opening wijder maken. lompen. pakket . gezwel aan den hats. in beweging brengen.

Penghabisan. to ruim. enz. Hadji. Grombong of Grombongan (Bat. Grafb. H.). een eind aan jets maken. Naik hadji. bezigheden hebben. behoefte. aangebrand. opmaken. alles. Hadits (Ar. niets moor over. gedaan. afgeloopen. Bergotjo. bedevaartganger naar Mekka. koraalrif. poetsen. ter bedevaart gaan naar Mekka. ook rif. Habis (of Abis). Hadap (of Adep). stompen . to wijd. voorneinens zijn. opgebruikt. wat gedragen wordt. al. niet moor voorhanden. ten einde. geschroeid. Menggotjo. nieuwtj e nieuws. enz. op. Hadjat (Ar. enz. verbruiken. beeindigd. Berhadjat. iemand bij zijn kleod vasthouden (zooals eon kind kan doen) en a. nieuw. einde. Menggotong. MALEISCH-HOLLANDS CH.). Grembeng of Grembengin (Bat. . die goederen (artikelen) warm or vreemd (niet to krijgen). Hadj (Ar. enz.non. die niet diep onder water ligt. afdoen.anhoudend om jets vragen. slijpen. door wr jven schoonmaken. ook voornemen. zie Adep. Gosong. verbrand. Gotongan. aan eon behoefte voldoen. enz. wetten. zandplaat. de bedevaart naar Mekka.). vuist. boksen.). met de vuist vechten. musch. ook draagmiddel.). noodzakelijkheid.) : Ada saorang datang daripada graib. voor of in de plaats van eon . or kwam iemand uit den vreemde. dragon . vracht. verborgon. afvegen. geschenk. breede klip. enz. vreemd. Hadapan (of Hadepan) zie Adep. Hadiah (Ar.). Gotong.. Menghabisken. ten einde brengen. Boeroeng geredja. Gotjo. Menghadjlken. vuistslag. ook: orgens niet to krijgen (van goederen bijv. Gredja (zie Geredja). verbruikt. met de vuist slaan. afgedaan. beeindigen. noodzaak. Barangbarang itoe graiblah disitoe. geheel en al. to groot (van kleederen). zandbank. Gosong. verschrooid. in dienst zijn. schuren.

). . Halal (Ar. Hakikat (Ar. dier. Menghalalken. recht.). aanwezig. Hairan (Ar. echt. enz. Hak (Ar. staat. verwonderd.).gebouw). geoorloofd.). enz. tegenwoordig. voorplein. bliksemstraal. rechtmatig bezit. zwak (van een . enz. . geslepen. waterhoos. knecht. wonderlijk. voorhoede. vergiftige duizendpoot. die daartoe niet in de gelegenheid was. ook welopgevoed.) (of Heran). fijn. I Samba. overledene. dun. geval. erkend . ook richting. flauw van smack. dienaar. Halipan. welgemanierd. wet iemand rechtens toekomt. veroorloven. enz. open plain (voor een.). Haiwani (Ar. Perhambaan. koers. schenking bij leven.). bijwonen. bliksemschicht. Anak halal. voorsteven. Menghadlirken. waarheid. de bedevaart near Mekka maken of het geld daarvoor besteden. wettig kind. dienstbaarheid. vee.).. Haibat (Ar. to voorschijn brengen. Berhadlir. beast. Hadlirat (Ar. majesteit. gesteldheid van jets. voorhof. verbazing wekken. Hakim (Ar. bliksemflits. rechter. toestand.).8 114 HADL. verwondering. wonder. Haibah (Ar. wettigen. verbazen. de geestenwereld. jets fijn maken.). voorste deal. polijsten. fatsoenlijk. in hat rechtmatig bezit van jets stellen. voorhanden. teeder. Halimboeboe. voorstuk. tegenwoordig doen zijn. geesten. ontzagwekkend. echt.zonder smack. Bangsa haloes. Halaman. hoos. Hadlir (Ar. wettig. Halilintar. Haloes (of Aloes).). slavernij. Hal (Ar. ook gebruikt voor : jk. omstandigheid. zaak. Menghaloesken. Hambar(of Ambar). verbazingwekkend. enz. geweldig. tegenwoordigheid. magistraat.). Menghairanken. enz. HAMZ. Haloewan. tegenwoordigheid. tegenwoordig zijn. dierlijk. Haiwan (Ar. windhaos.

verspreiden. Hambaro. Menghamilken. zaaien. uitvegen. Sobat-handai. Menghampar. Menghampoesken.stem).. mild zijn. Hamper. weggeveegd. zie Emboss. Hamil. Hamboes of Hemboes. bezwangeren. Hampas. ook op jets gelijken. Menghamparken tangan. Meng hamparken. zich op jets storten. dood. dicht bij zijn. Hampelas. uitvegen. zwangerschap . doen naderen. Handai (of Ande). ook jemand uitnoodigen to zijnent can to komen. enz. Menghampirken. uitspreiden. zie Ampelas. Handai-taulan. Hamza (Ar. Hampedal. de handen uitspreiden. Hampoes. enz. drijven. alleen. op jets springen. Menghamboer. . Menghampiri. wel in de pleats van een sluitletter k to treden. uit elkander gaan. zwanger. uiteen. den v HAND. enz. lauwheet. zie Ampedal. Hampedoe. slechts. z. maar. zie Amis. makker. zwanger zijn. wegvegen. zich in de breedte en lengte uitbreiden. . zwanger maken. zich verspreiden. vriend. schrappen. wag. enz. ten ware. Hamis. houten beschoeiing. enz. Menghampir.. Hamper. hat bekende teeken dat diem om den medeklinker alif to vervangen en van de wau en ya klinkers to maken. jets nabij komen. uitgedaan. Hanjoet. behalve. ook zwanger zijn van. nader brengen. d. jets dooden. zje Ampedoe. bijna. Menghampoes. Hangat (Hanget of Angst). uit elkander jagen. enz. zie Anjoet. w. ook gooien. kaaimuur. nabij. enz.. tenzij. dicht bij. lauw. schrappen. uitdoen.). vrienden en makkers.. jets uitspreiden. enz. zie Ampas. Hanja. uitgespreid. kameraad. naderen.. hoot (door vuur). enz. Menghamboerken. Hamboer.

vunzig. aan gruis slaan. Berharga. hoop verwachting. van lijken op eon slagveld).). Hantaran. op jets hopen. lang uitgestrekt l~ggen (bijv.) gebruiken om to slaan. stuk. jets stuk makers. Mengharamken. Hot bijgevoegde dida diem tot versterking den uitdrukking en heeft dezolfde waarde als amat. enz. Harap (of Harep). enz. hoop koesteren. de voeten) . . herhaaldelijk slaan. ook vervloeken. uit zijn verba. verteerd . . muf. bezending (verg.bruidsgeschenk. verboden. Hantoe zie Antoe. eon hoogen prijs hebben. 3antjoer. Anak harem of Harem dzadah. . suiker in water) doen oplossen. enz. ranselen.nd. hoerekind . ook jets (bijv. den prijs van lets bepalen. enz. duf riekend. Haoer-biros = Haroe-biros. enz. op lets bouwen. heilig verklaren. N. geleiden. Harem (Ar. ook opgelost. Menghantarken. Menghantjoerken. heilig. reikhalzend near lets of iemand verlangen. Harga (ook Arga of Rega). . Haoer-biros-dida (Bandjerm. enz. erg plagen. B. een rammeling toedienen. 115 wet ongeoorloofd.~beuken op jets. Terhantar. aan stukken. . jets op prijs stellen. lets verbieden.Hantam (of Hantemt). van waarde. Hapek (of Apek). verwachten. . volgens de HATI. met kracht slaan. enz. hopen. vergruisd. ontbonden. Menghargaken.). in onrust brengen. Hantar (zie ook Antar). verbr jzeld. gewijd. (zie dit woord) . slaan. escorteeren. iemand of lets doen begeleiden.). Antar-antaran).verontrusten. geheel in rep en roer. in beroering. aan flarden. enz. enz. good raken. ook jets langzaam near voren brengen (bijv. lets (een stok enz. Pengharepan. waarde. Menghantemken. prijs. M nghantemi. (Mengharep) Mengharep-harp.. enz. Menghantem(Bat. met jets slaan. geleide. onecht kind. in flarden scheuren.

productief maken. Haste. aangedaan. toegen egenheld winnen . opbrengst. spell en. Hedjrah (Ar. Hawa nafsoe of -. Hati beset of Besar hati. behoorlijk. beginnende met hot tijdstip der vlucht van Mohammed. Hari-hari. Haroe. temperatuur. Sahari.). nu. klimaat. doen voortbrengen. Hate (Ar. dag. . productief zijn. Sampai 116 HATS. beroering. succes. enz. moedeloos .). ook geoorloofd. Saharian of Sahari-harian. voorts. voorzichtig. of Sabers hari. de Arabische telling. Heroes. Haroebiroe. wijders. Menghedja. aanmoedigen. de tljd van zonsopgang tot zonsondergang. Ketjil hati. enz. onrust. opschudding. zooals hot behoort. ook neiging. ook lucht. hooghartig. stroom. kwalijk nemend. geurig. Mengambil hats.).. zie Artal. tijger. Hartal. lust. en. lever. berglucht. zie Arta. hot inwendige. zin. iemand toegeven. welriekend. begeerte. enz. gedurende eon ganschen dag. Memperhatiken. spelling. enz. beroeren. hardvochtig. binnenste. Hantjoer hats. daarna. enz. geroerd. opstand. near hoogen strevend. Haroem (of Aroem). dims. hot tijdsverloop van eon geh eelen dag. een hart hebben.napsoe.~bergklimaat. . (ook Hash of Ash). zie Asta. odour.). Member hats. Harimau (ook Rimau). hats. hoogmoedig. maag. Sahari-hari. Hatihati. hart. verontrusten . voordeel. near behooren. product. Hedja. Harts. toen. drift. eon dag. strooming. enz. ook belasting. moedig zijn . Hawa pagoenoengan. jets ter harts nemen. iemands hart. enz. ook belasting van jets heffen. Hatsil (Ar. Hawa (Ar. geur. Berhati. Menghatsilken. (meest verbonden met Make tot Hata make). enz. Hati (ook Ati). elken dag. gomood. kleinmoedig. dagelijks. Berhatsil. met voorzichtigheid behandelen. aroma.Hari. . hartstocht. op zekeren dag . Hati ketjil.

enz. de bovenhand hebben. jets ledig maken. ploisterplaats. holder. bedoeling. Menghempaken waktoe. Menghendaki. klaarzetten . rust-. klaar gazette spijs en drank. vertoevon. kommervol. Hempa. enz. doen ophouden. blad. Helai. HIKM. willen. enz. Hempet. walgen van jets. Honing. zie Idam. voortsleuren. Himat). doer uitscheiden. spijs of drank opdisschen. Hidoep. trekken.). boven zijn. uitscheiden. den tijd verbouzolon. opgaan (van de zon) . mooted. begeeren. bedoelen. bladeron. Hidangan. ijdel maken . jets willen. verlangen. doen stilstaan. Hewa. dringen. holder worden. als papier. noodzakelUk zijn. Menghela.Hela. klaar. Menghening. HI ndak.). zie Iba. verlangen. platte voorwerpen. ijdel. wenschen. blijven staan. Kahidoepan. Hidang.. enz. Perhentian. enz. Memperhentiken. Menghempaken. Hidjau (of Idjo). ook van hot hart) . Hiboer. treurig. ledig. levend (van planten en dieren). winnen. enz. enz. wachten. voorttrekken. halts. ongerust. leven. Hemat. zie Iboer. hot leven. bedrukt. Henti. begeeren. wil. sleuren. (dit woord wordt als hulpwoord gebruikt bij hot tellen van dunne. Berhenti. vel. doorschijnend (van vlooistoffen. begeerte. Hiboek (of Iboek). Hentimoen (meest Timoen of Ketimoen). jets met zorg behandelen (vergel. enz. bezorgdheid . Hidam. Kahendak. Menghidang. stjlstaan. levenson- . Menghematken. boven op jets liggen. Menghempet. komkommer. wonsch. groan. enz. zie Idoeng. Hiba. Hidoeng. versch (van vloesch. . rusten. enz. jets verachten. verlangen. duwen. inspanning (van den goost). ook tegen jets aandrukken.

berekenend. Menghimpoenken. Orang bindoe. zoodat. tooien.enz.derhoud. doen leven. overleg. plebs. Menghlmpoen. ergens op zitten. verfraaien. Hilam (of Hilam-hilam). wetenschap..jat. oplettend. geleerdheid. jets geheel afdoen. in hot leven laten. jets versieren. godheid. grens. kunde. Rajat. Hilir. Hikmat (Ar. berekening. bijeenbrengen.geschiedenis.).verhaal. Menghikajatken. onschikkon. vortelling. flauw zichtbaar. wondervermogen. Menghidoepi. HILA.gissing. Hindoe. Hindi. Indisch. enz. zorgvuldig. Hind. in hot loven laten.). India. haaj.. zelfs. doen. zie Ilir. Hl jas. Himat of Himmat (Ar. eon geschiedenjs vertellen . of betalen. geheel afgedaan. enz. enz.of Orang hina dine. hot loven geven. hat gemeen. Sahingga. Voor-India. geheel of betaald. bijeenkomen. Menghtjasi. eon verhaal doen. verzamelen. verzameling. vereenigen. kennis. vergaderen . Hikajat(Ar.Menghimatken. vereeniging. verlevendigen. zorg. onduidelijk. met overleg. bijeenbrengen. vereenigen. opsmukken. gering yolk. Hindoesch . Hingga. Berhimpoen. Berhika. zuinig. ergens op neerstrijken (van vogels. . die vliegen). Menghidoepken. van jets eon verhaal maken. min. armoedig. Himpoen. Hilang.zich ergens neerzetten.vorsieren. Hinggap.Menghtjas. gemeene. tot dat. alles. . geheime kunst. geheel. Menghikmatken. vergadering. vergaderen.toolen. tot aan. vorsiering. Perhimpoenan. tool. wijsbegeerte. verfraaien. gering. . opschik.enz. jets met overleg enz. lags handeling. toovermiddel. enz.). Hl joe. tot dat. gemeen. tot. tot aan. Perboewatan jang hina. Menghimpasken. Himpas (of Impas). gemeen. Hijang (of Hjang). . Hindoe.Berhinggap. laag. Hina. zie hang. Perhijasan. nevelig. betooveren. bijeenroepen. verzamelen.

hoek . kreeft . regen bij enkele droppels . 117 groote ongerustheid verkeeren. Hisap. gewoonte. enz. Hitoeng. Hoedang galah. laster. ook aschregen . wet. Hoedjoeng tanah. verwarring. enz. zie Iris. hagel . ieman d lasteren. Hoedjan deras. Hoed joeng mate. Hoed jan rintik-rintik. Menghoeboengken. jets ten lasts leggen . zeekreeft. bespieden. rechterlijke uitspraak. Hoedjan panas. aaneengevoegd. Menghoekoem. Menghintip. Hoedang loeboek. er jets aan toevoegen. straf. kaap. Moesim Hoed jan. Berhiroe-hare in onrust. uiterste punt. begluren.). Hoedang barong-sai (Bat. Menghoedjat.verbinden. regenmoesson. de buitenhoek van hat oog. ook bewijs. uiteinde . enz. Menghoedjatken. in HOEK. Hiroe-hare. zie Isap. Menghoedjani. verbonden . gluren. gewone garnaal. aaneenlasschen. verlengstuk. Hoedjnn aboe. Menghintai. gelascht. Hiris. Haskoeman. Hoedjat. bestuur. Hoekoem (Ar.Menghoeboengi.Hintai (of Intai). opper ag.regenbij zonneschijn. lastering. Hoedang karang. Hoedjnn (of Oedjan). garnaal. . wolkbreuk . Hoedjat. groote zeegarnaal .). opschudding. regentijd. in den regen brengen. aanhechtsel. Hitam. homard (Fr. groote zeekreeft. Hoeboeng. lasteren. Chin. Hoedjan aboe of Gerimis. Menghoedjanken. Hoedjnn batoe. loeren op jets. onrust. enz. hechten . door sane kleine opening kjjken. belasteren . zie Itoeng. straf . stortregen.). . rechtstitel. Hoedjoeng (of Oedjoeng). wettelijke installing. Hoedang pantjet.. Hoeboengan. zie Item. belasteren. regen . samenvoegen. rivierkreeft. ook : regal. beloeren. landpunt. Hoedang (of Oedang). ontroering. beregenen . Hintip (of Intip). motregen . vonnis. -laten staan.

bovenland. droog rijstveld op hot gebergte. voorafgaan.). Hoeras. bosch. Hoeloe. Hoeloebangsa. geregeld geordend. Hoekoem Islam. Hoen (Chin.aanreiken.Berhoetang. overste. Babi hoetan. hoofd. wilde.onbeschaafde. hoekoemken (ook Mendjatohken hoekoem). Orang-hoetan. voorste. klaar. heft . grasp.). Hoembalang. legerhoofd. geldschuld. Hoema (Soend. Meng118 NOEL. Hoeroe-hare. Hoeloe kapala. Hoetan (of Oetan). Mohammedaanseh recht. hoofd. geraas. Hoeram.boschhoen.). schuld. spits. Moesoehn j a berhoembalangan. Hoekoem kisas. begin. oorsprong eenerrivier. ook benaming voor de bekende apensoort .krijgsoverste. Hoembar (of Oembar) (Jay. getier. zich aan hot hoofd stellen. de vijanden tuimelden door elkander.verplichting. beweging. Ajam hoetan. kleine kinderen. een vonnis velion. overgeven. in orde.boschmensch. overreiken.straffen. zie ook : Oeloer. straffen . geesels traf . toereiken. met water hesprenkelen. oorspronkelijke stain. letter. gevest. enz. uitspraak doen. wild zwijn.voorvechter. Hoeloe hate. weiden. in vrijheid laten loopen (van vee.). Menghoeras. . maagholte. Hoeroef (Ar. Menghoeloer. verduisterd zijn. opschudding. Hoemba. (gewicht) = 1/10 thail. Hoeloer. Hoenoes. de spits vormen. letterteeken. schelden. los. wild . Hoeloebalang. Kapoetoesan hoekoem. enz. Hoekoem siasat. beroering. NORM.vonnis. woud. Hoeroes (of Oeroes). wildernis. Hoetang (of Oetang). Hoekoem mats. vrij. zie Oenoes. hoofdstam.). kruin . tuimelen . lawaai. verduisteren. uitspraak doen . doodstraf . Menghoeloeken. dat na eon a twee beplantingen verlaten en break gelaten wordt. rechterlijke uitspraak.

ook iemand eer bewijzen. eer. Hormat (Ar. Iboe negeri. reputatie. godsdienst.schuld hebben. Berhormat. hoofdstad.. zie Oewit. bewogen. schuidvordering. God. Hij. jets als bewijs van achting of eerbied aanwenden. Menghormati of Members hormat. geeerd zijn. eeredienst. voor jets interesseeren. eerbewijs. zich aan jets gelegen laten liggen. enz. Horas. Hoewa (Ar.). zinspeling. iemand jets als bewijs van achting. ontroerd. eerbewijs. achten. eereteeken. IBA. in sere stag. bedoeling.).ontroering. huldigen. jots verzorgen. jets aan iemand leenen. voorbeeld. jets met zorg behandelen. Hokah. ook ongehoorzaam. eeren. Iboe. eer bewijzen. wet geheiligd is en niet geschonden mag worden . eer hebben. Iba. . . Iblis (Ar. enz. Mengoetangi of Members hoetang. enz. weemoed. enz. religie. iemand crediot verleenen. achting toedragen . aandoening. enz. Honar. Menghormatken. eerbied. tabakspijp. Mengoetangken. Tanda kahormatan. gelijkenis. verklaring.). eer. Hopen (of Open) (Jay. weemoedig. Kahormatan. eerbied. Hoewap. aanbieden. vader en moeder. Iboek. zie Hiboek. tijdstip. op jets lotten. eeren.). op crediet geven. de duivel. godsdienstig zijn. eereteeken. godsvereering. eerbiedigen .. zie Oewap. Mengibaratken. ook geeerd zijn. voor jets zorg dragon. duivel. eerbewijs. Hoewit. en lichaam. jets tot voorbeeld. enz. ook eer bewijzen .). Iboe bapa. verschuldigd zijn. Terhormat. weigerend. Ibadat (Ar. gelijkenis. uitlegging. nemen. weigeren. Hoetang-pihoetang. debet en credit . Ibarat (Ar. goods naam. achting. enz. trouw zijn godsdienstplichten vervullen. zich met jets bemoeien.). uur. zorgvol. waarbij eon waterbak om den rook door water to laten gaan. zie Onar. Beribadat. Pihoetang. moeder .

de oorzaak zijn van bet ontstaan van jets. enz. troost. Idah (Ar. vrije wil. stark naar jets verlangen. rondgaan. Idjoek (Soend.). enz. een keuze doen. dwaalster. Iddah (Ar. kringloop. van plaats veranderen. Iboeran. waarvan touwwerk enz. met. ook jets omringen. schepping. Idap. daardoor minnehandel aanknoopen. rondgang. Mengichtiarken. langdurig doen lijden. de borstelige vezels van den aren-palm. enz . sukkelen. langdurige ziekte. our jets lijden. vertroosting.. Idjad. IGAL. een lead lenigen. en die ook veal voor dakbedekking wor- . stark op jets belust zijn.chronischlijden. rondgang. enz. 119 Idar (of Ider). vrije keuze. die sours naar allerlei zaken kunnen verlangen). omsingeling.. verandering van plaats. Mengidah. troost. kwijnen. vertroosten. Bintang beridar. ronddrentelen. Ichtiar (Ar. enz. toestemming. rondtrekking. trooster. our jets been loopen.waarin of gedurende welken een weduwe (bestorven of onbestorven) niet hertrouwen. zulk een geschenk aanbieden. (of Iddat). geschenk (van een vrouw aan een man) tot aanknooping van minnehandel . vertrooster. Mengidap. in de rondte gaan. Idjab (Ar. ook heiblok . rondtrekken. enz. Id jo. periodiek op dezelfde plaats'terugkeeren. . processie. gaan vleeschelijke gemeenschap met een man hebben mag. grooten trek in jets hebben. Pengiboer. enz. Mengidar.). omsingelen. Mengidam. planeet. enz. groan. wordt gemaakt. Idapan. rondloopen. (buy. wentelen. ronddraaien. enz. insluiting. jets rond laten gaan. van zwangere vrouwen. sukkelen . Mengiboer.). langdurig lijden.. Peridapan. troosten.Iboer. enz.. enz.). Mengidapken. Peridaran. rondloopen. uitvinding.) (ook Indjoek of Doek). de tijd.Mengidarken. omwenteling.. lang over. rondreizen. vrij handelen. Mengidari. omloopen. Idam.

.den gebruikt. opvolgen. navolgen. staI. Pengikatan.de Mohammedaansche bedevaartskleeding. (sours ook vooj vleesch). daar. fier. onderhoorig zijn. bewilliging. hat. praten. voorschot op nog to veld staand gewas . de nachtmerrie hebben.. veroorloven. logplankje. omgeving. inbinden. banvloek. enz. Berikatken. Mengid jon. rib. 120 IGAU. Memboewang ikan-ikan. samenvoegen. Ikan. vatten. verbinden. hij. vastbinden. Memberi idzin of Mengidzinken.. aaneengevoegd. ook de tijd. bos. to weten. Ikoet. verband. Mengikat.enz.. enz. onwettig. omwalling.gordelband. omwallen. ronddansen. verboden. Ija.verbinden. ja. Idoeng. bindsel. bewilligen. gedurende walker die kleeding gedragen wordt en verscheidene verbodsbepalingen behooren in acht teworden genomen. logger. Ikat. Ihram (Ar. omringd is.visch. Igau (of Igo). ronddraaien (met den staart uitgespreid). Ija. Mengigau. enz. iemand met ija aanspreken. Igal (of Igel). met jets binden. zij. . enz. gehoorzamen. tig rondstappen. bundel. omdijkt. enz. Mengigal.). . in jets vatten of zetten. -. enz. Idzin (Ar.buikband. Mengikoet. Mengikatken. krul. Minta idzin. samenvoegen. Ikan-ikan. enz. pronkerig rondloopen (zooals bijv. hardop droomen. volger. omdijken. news. omwallen. zij. in den slaap ijlen. enz. enz. BeriJa. golvend. verlof vragen. gevat. Idjon (Jay. op nog to veld staand gewas geld geven. binden. behooren . inwilliging. angstig. vloek. enz. Ija itoe. hij. slaapwandelen. binden. in jets vatten. omdijken.). namelijk. een kalkoensche haan kan doen). Ikal. krullend. verlof.). achternagaan.verlof geven. in navolging van . jawel. vastbinden. toestemming. welja. hat. dat is. Ikat pinggang. Iga. navolging. waarin of waarmede jets gebonden.

Ilea. bevestiging. uitvegen. bevestigen. watertanden. . Imam (Ar. door wrjjving fijn maken. vertrouwen in God. gedachteloos. tot voorbeeld n amen. kennis. Ikram (Ar. Mengilir. (of Himat).). stroomafwaarts gaan. afzakken. volger.). I1ir. INAN. enz. herhaaldelijk. ook verliezen. eeren. Berikoetikoet. geestelijke voorganger bij den openbaren godsdienst. nabootsing . Inang. enz. achter elkander. met overleg. verloren. enz. Mengimboh. nabootser. gevoelen. . karakter. geloof. nadoen. her. toestemmen. enz. zijne bezinning verliezen.tot. wel. zoek brengen.verliezen. nabootser. kundigheden. Ilir. salivee~ren. (verg. met de voeten malen. benedenloop eener rivier. Imat (Ar. fijn trappen. enz. toestemming. zorgvuldig. waaier van gevlochten bamboo. enz. wegmaken. salivatie. afvaren. trappen. zie Kilam. kwijlen. door een plotselingen schrik enz. beoordeeling. vrouwelijke volgeling. enz. gevolg. Menghilangken. Giles).). eon toegift bij jets doen. godsvereering. Mengiles. eerbewtjs. Imboh (Jay. ook tooverspreuk. enz. wag. de daaraan gelegen streak benedenstrooms. good. vermist zijn of worden. tar dege. navolging. Pengikoet. (of Imboeh). Pengikoetan.). nabootsing. ook keukenwaaier. volger. priester. belijden. Ikrar (Ar. gehoorzaming. wetenschap. train. flap. ook inborst. doen verdwijnen.). toegift boven de mast. Mengiler. stoat.). oplettend. ear. Imam (Ar.). hat gewicht of hot getal. treden. tooverformulier. zoek maken. ear bewijzen.. I1am. eon rivier enz. godsdienstbelij denis. opvolgend. Ilmoe (Ar. Ikoetan. Perikoet of Pelikoet. jets als toegift bij jets geven. Mengimbohken. opINAP. voorbeeld. . hang.

passter, maid van een vorstelijk kind. map (of Inep), Menginap, overnachten, organs den nacht doorbrengen, overblijven, nachtverblijf houden; Menginapken, iemand nachtverblijf verleenen, jets eon nacht laten staan, enz. Indang, Mengindang, wannen, heen en wader schudden in een wan. Indarang, op eene zijde liggen. Indik, Mengindik, hurkend op jets loeren, naar jets toegaan, om plotseling op to springen en to grijpen. hiding, Menginding, op jets loeren, wachten, stil op de loer liggen, stil naar jets luisteren. Indja (Samoan indja), stuipen (bij een kind). Indjak, Mengindjak, treden, nedertreden, trappen, op jets trappen, vertrappen, met de voeten stampen. Indjap, trechtervormige ingang in een fuik. Indjil, evangelic, hat Evangelic. Indjin (ook Indjen), as van eon wiel, ook machjne. Indoeng, lichameltjke moeder. Inga-inga, afgetrokken, distrait, onnoozel rondstarend. Ingar, geraas, lawaai, misbaar; Mengingar, razen, tieren, lawaai maken; Mengingarken, tegen jemand razen, tieren, uitvaren, enz., jets ruchtbaar maken, aan de groote klok hangen, enz. Ingat (of Ingot), denken, zich bewust zijn, bowustheid hebben, zich herinneren, op jets letten, aandachtig zijn, voorzichtig, op zijn hoede zijn ; Mengingat, aan jets denken, zich jets herinneren, onthouden, enz. ; Mengingatken, iemand jets herinneren, op lets attent maken, tot voorzichtigheid aanmanen, enz. ook jets onder hot oog brengen; Ingatan, TRAM. 121 herinnering, enz. vermaning, ook denkbeeld, ~gedachte, oordeel, mooning; Peringatan, herinnering, aandacht, geheugen, aanteekening, iota, enz.; Tanda Peringatan, gedachtenis, souvenir. Inggeris, Engelsch, Engelschman. Inggoe, asa foetida, duivelsdrek,

ook de wijnruit (Ruts graveolens, L.). Ingin, begeeren, wenschen; Mengingin, belust zijn op jets, stork naar jets verlangen, jets begeeren ; Kainginan, Peringinan, wensch, begeerte, belustheid. Ingoes, snot, slum uit den news; Ingoesan, verkouden zijn, den droes hebben. Iii, doze, dit, bier, nu, thans, momentelijk, tegenwoordig, enz. Inja (Bandj.), = ianja, hij, zij, hot, hun, haar. Insja' (Ar.), indien hij gewild heeft. Insja'-Allah ~(Ar.), zoo God moil. Intan (of Inten), diamant. Intik, vlek, spikkel, sproet, puistje. Intil, Mengintil, iemand enz. overal volgen, achterna loopen. Intip, zie Hintip ; ook aanbaksel van rijst. Intit, Mengintit, verstoppen, verbergen, achterbaks houden. Intjar, drilboor ; Mengintjar, met eon drilboor bewerken, boron, enz. Intjar (Bat.) (of Intjer), Mengintjar, mikken, op jets mikken, doelen, enz. Intjoet, scheef, kreupel, mark (van gestalte, enz.), verkeerd (van de uitspraak); Mengintjoet, scheef-, mank-, kreupel gaan, woorden verkeerd uitspreken (ook Mengintjoeti). Ipar (ook Iper), zwager, zwagerin; Periparan, zwagerschap. Iram, verkleurd, van kleur veranderd (van hot gelaat uit verlegenheid, enz.), beschaamd, verlegen, confuus ; Kairaman, schaamte, verlegenheid. 122 IRAS. Iras, uit een stuk, niet gelascht of aaneengevoegd (bijv. eon ijzeren stijl, enz.) ; Mengiras, uit een stuk maken, in een stuk doorloopen, tegelijkertijd jets afdoen, enz. Iran, Mengirau, zich met jets bemoeien, zich voor jets interesseeren, notitie van jets nemen, enz. In, Mengiri, jets wenschen to bezitten, to hebben, to krijgen, wat eon ander reeds heeft, - jets benijden. ?rig (ook Ink) (Jay.), zeef, groote zeef, om gewasschen of gekookte groenten enz. to laden uitdruipen.

Ink, Mengirik, trappen op jets, jets met geweld (door or op to trappen bijv)., door jets heen person of duwen, padi van de aren losmaken door or op to treden, enz. Iring, Mengiring, volgen, begeleiden, vergezellen, ook achter elkander gaan, evenwijdig aan jets loopen, enz., - ook zijde, flank; Iringan, gevolg, begeleiding; Pengiring, volgeling, begeleider; Pengiringan,begeleiding,gevolg, stoet, aanhang; Beriring, achter elkander, jn colonne marcheerend, enz. Iris, afgesneden stuk, schijf ; Me. ngiris, in schijf jes snijden, kerven (van tabak), ontleden (van gevogelte), voorsnijden ; Irisan, wat in schijf jes of stukken gesneden is, die schijven of stukjes zelf, enz. Iroep, Mengiroep (Bat. Soend.), slorpen, opslorpen. Iroes, spaan, houten kooklepel. Isap, Mengisap, zuigen, inzuigen, opzuigen, ujtzuigen, rooken, schuiven, aantrekken (van ijchamen onderling) ; Isapan, wat gezogen, gerookt, geschoven wordt, enz. ; Perisapan, rook-, schuifgereedschap. Iseng, uit verveling jets ter hand ISTI. nemen, doen, enz. ; Iseng-iseng, tot tijdverdrijf zjch met lets amuseeren, enz. Isi, inhoud, vulsel, wat in jets zit of besloten is, gevuld, enz.; Isi negeri, de bewoners eener stad, de gemeente; Isi peroet, ingewanden; Isi roemah, gezin, de gezamenlijke huisgenooten, de bewoners van eon huffs; Isi soerat, de inhoud van eon geschrift ; Isi bedil, de lading van eon geweer; Berisi, vol, gevuld zijn, jets in-houden, bevatten; Mengisi, vulion, laden. Isin (Jay.), beschaamd, schaamte, beschaamd, bloo, bescheiden zijn ; Mengisin-isin, ook Mengisinken, iemand beschaamd maken, enz. Isit, tandvleesch. Isja (Ar.), begin van den nacht, hot tijdstip na zonsondergang, waarop hot avondgebed moot worden

opgezegd. Isjarat (Ar.), gebaar, wenk, teeken; Mengiaiaratken, wenken, door teekens of gebaren jets to kennon geven, enz. Islam(Agama Islam) (Ar.),Mohammedaansch geloof; Orang Islam, Mohammedaan. Isnen (Ar.1, (of Senen), Hari Isnen, de tweede dag (der week), Maandag. Iso, darmen, voornamelijk de kleine darmen waarvan senate enzz gemaakt wordt. Isteri, vrouw, echtgenoote,gemalin, vrouwelijk; Beristeri, gehuwd zijn, eon vrouw hebben, eon vrouw nemen, met eon vrouw gaan trouwen; Mengisteriken, Memperisteriken, eon- vrouw tot zijne echtgenoote maken, tot vrouw nemen; Anak isteri, vrouw(en) on kinderen, huisgezin. Istiadat (Ar.), gewoonte, gebruik Istimewa, voornamelijk, inzonder-. heid, bijzonderlijk, in hot bijzonISTI. der, to moor, zooveol to moor, des to orgor, enz. Istirahat (Ar.), rusten, rustnemon ; Beristirahat,non.actief zijn,geen betrekkingvervullen,rustondezijn. Item (of Item), zwart, donkey van kleur, zwarte, donkere kleur ; Item legam, pikzwart; Itam moeda,donkerblauwzwart; Itam manis,liefelijkbruin; Mengitam, zwart worden; Mengit,amken, zwart maken, zwart verven, enz. ; Itam itaman of Semoe item, zwartachtig, naar hot zwarte zweemonde. Itik, oend. Itil, kittelaar, clitoris (van hot vrouwelijk schaamdoel) ; Itil-itilan, de huig (van de tong). Ja, (uitroep, moestal van aandoening of verbazing) 0, ach, hoe ! Jahoedi, Jood, Joodsch ; Orang jahoedi, Jood. Jaji (Jay.), jongere bloedverwant, jongere brooder of zuster. Jakin(Ar.), ernst, ernstig,overtuigd, overtuiging, oprecht, oprechtheid; Mejakmken, jets ernstig opnemen, met overtuiging opvatten, in alle oprechtheid behandelen. Ja,koet (Ar.), hyacinth, robijn, topaas, saffier, chrysolieth, enz.

Jang, die, dat, wi0, wolke, dewelke, walk, hetwelk, waarvan, ook gebruikt als voegwoord dat on sores als bepalend lidwoord de" of hot". Jani = Ja ini, die, doze, dezelfde. Jatim (Ar.), Woes; Mejatimken, iemand tot eon woes maken, als zoodanig behandelen. JOGIJ. 123 Itoe, die, dat; I.a itoe, dat is, namelijk, to weten, enz. ; Karena itoe, om die radon, daarom ; Itoepon, dat namelijk, dock, mits; Itoelah, die, dat, daarom, juist daarom. Itoeng, Mengitoeng, tellen, natal len, rekenen, berekenen, afrekenen, achten, in aanmerking nomen, enz ; Beritoengan, met elkander afrekonen, over en wader de rekening opmaken ; Itoengan, wat geteld is, de uitkomst, hot resultant van hot tellen, rekenen, enz. ; Peritoengan, telling, rekening, berekening, afrekening ; Ilmoe peritoengan, rekonkunde, cijferkunde, enz. Itsnain, zie Isnen (Ar.). Jaum (Ar.), dag; Jaumoe'lalha, de dag der offoranden, nl. de 300 van d0 maand Dzoelhidjah, waarop men tar gedachtenis aan Abraham eon schaap slacht. Jod jana (ook Oedjana of Joedjana), zoover als men zien kan, de afstand waarop men eon voorwerp nog kan onderscheiden, gezichtsverte. Joenanoe, yolk der Grieken (voor Constantijn). Joesir, (van eon vlieger) losgesch0urd van hot touw en in de lucht met den wind medegevoerd, zwevend, schootgaand, enz. Joeta (Sk.) (of Djoeta), millioen; Sajoeta, eon millioen Jogija (ook Jogja, Sajoeg.a), behoorlijk, betamolijk, gepast, naar behooron, zooals hot behoo-rt, hot is betamelijk dat, enz. J. 124 KA. KAFI. S. Ka (of Ke), na ar, tot, diem ook tot vorming van hot passief en van verbaalnaamwoorden enz.

met hot achtervoeg,sel an. Ka' of Kak (Chin.), lijm (in bladen). Kaabah (Ar.), de heiligo tompel in Mekka. Kaadaan, zie Ada. Kabadjikan, goedheid, deugd, weldaad, goede daad, welvaren, voorspoed. Kabaja, lang jak met lange mouwen en van voren geheel open. Sabajan (of Keba jan), bode, ordonnans, ondergeschikt politiebeambte; Nenek kebajan (aan Mal. hoven), opzichteres over de vrouwen en jonge meisjes, meest eon vertrouwde vrouwelijke bediende van den vorst, enz. Kabar, zie Chabar. Kabir, groot, meerderjarig, oud, machtig. Kabir, Mengabir, eon drijvend voorwerp met eon stok, pagaai, enz. naar zich toe helm. I aboel (Ar.), welgovallig, welgevallen, toestemming,i nstemming, enz. ; Mngaboelken, goedkeuren, goedvinden, bewilligen, aannemen, toestemmen, inwilligen, enz. Kaboeli, Nasi kaboeli, r~jst met vleesch, visch, eieren, specerijen en andere ingredienten toebereid. Kaboeng, hoofddoek, hoofdomwindsel van wit goad, ook eon lengtemaat van 1'/$ vadem; Mengaboeng, zulk eon hoofddoek dragon, met eon kaboeng meten. Kaboeng (Soend.) (of Kawoeng, v ook Enau en Lontar), Borassus flabelliformis, L. nat fam. der Palmae, hooge palmboom, waarvan de bladeren dikwi jls voor papier gebruikt worden, en de palmwijn zoeto suiker oplevert. Kaboepaten (Jay.), regentschap, ook regentswoning, wat door eon boepati beheerd, bewoond wordt, enz. Saboer (ook Lamoer), niet good van gezicht, niet goad kunnen

zien, niet duideljjk ziend, dof, nevelig (van de oogen). Kaboes, flauw zichtbaar, nevelachtig. Kaboet, novel, nevelachtig, mist, mistig, onduidelijk to zien, flauw zichtbaar, niet to onderscheiden, donkey, duister; Kelam kaboet, ook Kalang kaboet, stikdonker, ook verward, door elkander, niet uit elkander to ondersch eiden, enz. Kadal, gras- of tuinhagedis. Sadang, bloedverwant, familieleden van hetzelfde blood. Sadang, wtjlo, pons; Kadangkadang, ook Terkadang, b j wijlen, sours, somtijds, flu en dan, of en toe, bij tusschenpoozon, eon enkelen keen, enz. Kadar, zie Kedar. Kad fang, matten van lange pandan- of bengkoewang-bladeren, ook dek, overtrek, vol (papier) enz. Kadji = Adji on Hadji, zie aldaar. Kadli (Ar.), rechter. Kadoeng, geschied, niet to veranderen; Kadoengan biasa, gewoonte is eon tweede natuur, niet to veranderen. Kadoet, grof matwerk voor zakken, zeilen, enz. Kaedanan (Jay., Soend., Bat.), gek, verzot, dol zijn op. Kafr (Ar.), ongeloovige, niet-mohammedaan, kaffer. KAGA. Kaga (Bat.) (ook Engga), neon, niet. Kaget, schrik, schrikken, ook verstomd, verbaasd, verbluft zijn, staan, enz. ; Mengagetken, doen schrikken, verschrikken, aan hot schrikken maken, enz. Kah, aanhechtsel, dienende om eon vragenden zin to vormen. Kahar, kar zonder veeren, vrachtkar ; Kahar pir, kar met veeren, op veeren. Kahendak, zie Hendak. Kahwa (Ar.), kofne. Kail, hack, vischhaak, vischtuig ; Tall kail, hengelsnoer, lijn om to visschen; Djoeran trail, Kajoe trail, hengelstok; Mengail, hengelen, visschen met eon hengel; Pengail, hengelaar; Perahoe pengail, hengelaarsbootje of -- schuitje.

Kain, doek, geweven stof, lijnwaad, geweven katoen, onderlijfskleed (waarvan de uiteinden aan elkander genaaid zijn, ook Saroeng genaamd) ; Kain pand j ang, zulk eon kleed, dock langer on waarvan de uiteinden niet aan elkander bevestigd zijn; Kain batik, uit de hand beteekende en geverfde kleedjes; Kain t Japan, geverfde kleedjes, waarop do figiiren machinaal zijn aangebracht; Kain kotor, de menstruatie ; Berkain, eon train aanhebben, enz. ; Berkam kotor, menstrueeren, de regels hebben. Kais, Mengais, krabben, krabbelen (zooals bijv. de kippen doen) scharrelen, bijeenschrapen. Kait, (ook Gait), hack, haak aan eon steel, scheepshaak ; Mengait of Menggait, met eon haak grijpen, vatten, naar zich toe balm, door middel van eon haak vasthouden, aanhaken, aanklampen, enteren, ook haken, blijvenhaken, enz. ; Tergait, aan jets blij van haken, vastgehaakt zijn, enz. KAKE. 125 Kaga, a s, zooals, gelijk, evenals, gelijkvormig aan, alsof, enz. Kaga, rijk, gegoed, bemiddeld ; Orang kaja, eon rijke, rijk monsch, ook titel van hoofden ; Kakaj 'aan, rijkdom, rijkdommen, schatten; Kakarjaan Allah, de wonderdaden Gods; Mengajaken, rijk maken, verrijken. Kajah (Bandj.) bij, aan. Kajangan, (of Kah jangan), go. denverbltjf, de hemel der goden, enz. (Verg. Hjang). Kajap (of Kajab), gevaarlijke huiduitslag. Kajau, zwaard of kapmes der koppesnellers; (ook Mandau); Mengajau, koppensnellen, met eon ka,jau iemand hot hoofd afslaan, enz. ; - Menga jau, ook naar jets steken, dat onder water ligt en niet zichtbaar is. Kajoe, hout, houtgewas, boom, balk, enz., ook stuk good (dat om eon plankje gewonden is) ; veal gebruikt in verbinding met benamingen van vole houtsoorten, bijv.; Kajoe mania, kaneel, zoethout, enz.; Kajoe bakar, brandhout.

Kajoeh, riem, roeiriem, pagaai; Mengajoeh, roeien, pagaaien, met eon roei- of schepriem roeien ; Mengajoehken, eon vaartuig door roeien vooruitbrengen, enz. Kajoman, beschaduwd, onder schaduw. Kaka (ook Kakak, Kakang), oudere brooder of zuster; Kakanda, hetzelfde in hoflijken stijl en tegenover vorstelijke personages. Kakak, geschater, gesnater, gekakel ; Mengakak, schateren, hot uitschateren van lachen, snateren, kakelen, enz. Kakanda, zie Kaka. Kakang, zie Kaka. Kakatoea, nijptang; Boeroeng kakatoea, kakatoe. Kake (Jav.,Soend.,Bat.) (of Kakak, 126 KAKI. ook Aki, Kaki), grootvader, oud man, vadertje. Kaki, voet, been, poot, klauw, voetstuk, fondament, ook oen mast van ± 32 c.M.; Berkaki, met voeten, enz., voeten enz. hebben, op eon fondament rusten; Mengaki, met den voet uitmeten; Kaki kanan,rechtervoet, -been, -poot, enz.; Kaki kin, linker. voet, -been, enz. ; Kaki goenoeng, voet van eon berg; Binatang berkaki ampat, viervoetig dier. Kakoe, stiff, verstijfd, hard, taai, onbuigzaam, ook : lomp, linksch, enz., hardvochtig, niet minzaam, enz. Kakoes (loll.), kakhuis, latrine. Kala, tijd; tijdstip; Ada kale, or zijn tijden, somwijlen, somtijds; Dahoeloe kale, oudtijds; eer. tij ds ; .A.pa kala, ]Dana kale, Kala apa, Kala mane, op welk en tij d, wann eer ; Sedia kale, eertijds, in vroeger tijd; Barang kale, onverschillig wanneer, enz.; Tatkala, toen, ten tijde eat, wanneer, tijdens. Kala of Kala djengking, schorpioen. Kala, strik, valstrik ; Mengala, strikken zetten, met strikken vangen. Kalah (of Kala), verlies, verliezen (zoowel bij hot spel ale in eon gevecht); Mengalah, onderdoen, de verliezende parttj zijn, voor

eon ander de plaats ruimen, aan eon ander geven, wat men eigenlijk voor zich zelf behouden kan, enz. Kalahi, Berkalahi, vechten, plukharen, twisten, in onmin leven met, enz. Kalakian (meest verbonden met maka), voorts, vervolgens, wijders, verder. Kalakoean, zie Lakoe. Kalam (Ar.), pen, schrijfpen, pen KALI. gemaakt van de harde nerven van hot doek of de harige vezels van den aren-palm; ook woord, gezegde, en hot vuil eat bij hot smelten van goud to voorschijn komt. Kalama,ja, eon snort duizendpoot, die stork phosphoriseert, z.g. oorwurm. Kalamari (of Kalamaxen, ook Kemaren), gisteren ; Kalamaren doeloe, eergisteren. Kalang, niet vleezig (van vruchten), rand, versiersol, randversiering (zooals in sommige schrifturen), smalle dijkjes of paadjes langs rijstvelden, ook op eene helling halen, trekken, enz. (Mengalang) ; Kalangan, helling, werf, dok. Kalap, do], krankzinnig, niet moor weten wat men doet. Kalas, strop, waardoor een roeiriem gehaald on vastgehouden wordt. Kalasi, matrons. Kalau (of Kaloe), zie Djikalau, Kalau-kalau, als maar niet, zoo sours, wellicht, indien, ingeval, hot zou kunnen eat, enz. Kaldai (of Kalde), ezel (dier). Kaldoe, bouillon, vleeschnat. Kaleng, blik, blikken, van blik; Barang kaleng, blikken voorwerpen, enz. ; Toekang kaleng, blikslager. Kalenger, in flauwte vallen, hot bewustzijn verliezen, buiten kennis zijn, enz. Kali, rivier. Kali, maal, keer, refs ; Sekali, eenmaal, eons; Sekali-kali, eons, eenmaal, zeer, volstrekt; Sekalian, in eons, in zijn gehoel, heelemaal, alles to zamen, alles, allegaar, enz.

Kalik : Kalik-kalik dalem bad foe, hot achter de moues hebben, niot oprecht zijn. Kalimaja, zie Kalamaja. KALI. Kalimat (Sk.), woord, gezegde, spreuk, formulier, tooverformulier, enz. Kalimbadja (ook Bianglala), regenboog. Kalis, niet blinkend, zonder glens, dof, vuil, met een laag vuil bedekt (van metalen, glas, enz.) ; Orang kalis, nomadische Dajaks (Borneo's Westerafdeeling). Kaliwara (Jay., Soen., Bat.), heimwee, melancholia, heimwee hebben, melancholisch zijn, ziek door stark verlangen of door droefheid, enz. Kaloear, zie Loear. Kaloek, bocht, kromming, kromme lijn, krul, gebogen lijn, enz. Kaloeng, halsband, haisketen, collier; Berkaloeng of Berkaloengan, een halsband, enz. aanhebben ; Mengaloengken, iemand of jets een halsband omdoen, enz. Kaloet, onverstaanbare klanken voortbrengen (van een stervende); ook lever maker, lawaai, gedruisch, goner, rumoer. Kalong, de vliegende herd, een snort vleermuizen. Kamar, kamer ; Kamar bola, biljartzaal, societeit; Kamar mandi, badkamer; Kamar tikoes (zie ook : Roemah tikoes), cal (voorn. in een gevangenis). Kamar (Ar.), mean, ook gordel, sjerp. Kambang, drijven, bovendrijven, zweven, zich zwevend bovenhou. den (zooals gieren, enz. door hat strak uitspreiden hunnervleugels). Kambi, ream (van een dour, enz.), raamwerk, enz. Kambing, gait, schaap; Kambing djawa, gait ; Kambing wlanda, Kambing bin-bin, schaap ; Kambing kibas, schaap met dikken vetstaart. (Verg. Domba). Kamboe, wader ingestort, wader instorten (van een zieke die beKAND. 127 terende was), (zie ook Bentan). Kamedja (Port.), hemd; Kamedja

dalem, onderhemd; Kamedja panes, flanellen of wollen hemd. Kami, wij (met uitsluiting van den aangesproken persoon), sours ook : ik. Kamitetep, aardvloo. Kamoe, gij, gijlieden. Kamoes (Ar.) (Kitab kamoes), woordenboek. Kampak, biji, groote biji, ook roovers, die in gewapende benden hun slag slaan ; Mengampak, vellen, omhakken, met de biji bewerken, ook in benden rooven, plunderer, enz. Kampil, zak, tar bewaring van 't een of ardor, geldzak. Kampit, klein zakje van matwerk, geldzak, enz. Kampoeng, buurt, wijk, dorp, gehucht, bewoonde plek, enz. ; Berkampoeng, in een buurt wonen, verzameld zijn, enz., eon dorp enz, vormen, stichten; Mengampoengken, bijeenbrengen, verzamelen, enz. Kampret, vleermuis. Kanak-kanak, klein kind, kindje. Kanan, rechts, rechtsch, rechter; Sabelah kanan, aan de rechterzijde, rechts ; Tangan kanan, rechterhand ; Menganan, rechts gaan, aan den rechterkant gaan, enz.; Mengananken, rechts later liggen, ook near- rechts overbrengen, enz., rechts aanhouden. Kanda = Kakanda, zie Kaka. Kandang, hok, stal, kraal, insluitin g ; Mengandang, in een hok, stal, kraal, enz. doer; Mengandangken, jets in een hok, stal, kraal, lijst, ream, enz. plaatsen, jets eene ruimte tot stal, enz. geven. Kandara (of Kendara), rijden op of zitten in jets dat zich voortbeweegt; Kendaraan, rijdier, rijtuig, voertuig, wagon, enz. 128 KAND. Kandas, aan den gron d geraakt, gestrand, ook op eon onderlaag liggen (bijv. van jets dat men door wil kappen op eon stuk hout, enz.); Mengandasken, eon vaartuig, schip op den wal zetten, doen stranden, op eon rif of klip doen stooten, enz. Kand jar, Berkand jar, trappelen van ongeduld, ook klikken, ver-

klikken, overbrengen. Kandji, rijstwater, lijmerig afkooksel van rijst, dun, vloeibaar stijfsel; MQ ngandji, kleederen enz. daarmede st jven. Kandoel, bocht; Mengandoel, in bochten opbinden. Kandoeng, zak enz. waarjn jets gedragen woodt; Mengandoeng, lets dragon in eon zak of doek, enz., ook bevatten, inhovden; Mengandoeng anak, zwangor zijn van eon kind, eon kind in den moedersehoot dragon. Kandoeri of Kendoeri, jaarlijksch ofrermaal voor afgestorvenen. Kandoet, Mengandoet, jets in den schoot verborgen dragon, jets in den schoot verborgen, enz. Kang, groote kuip, waterbak, ook toom, breidel, teugel, on verkorting van Kakang (zie Kaka). Kangen, reikhalzend naar iemand verlangen ; reikhalzend verlangen, iemand to zien, enz. Kangkang, wijd uit elkander; Mengangkang of Mekangkang, wijdbeons loopen, staan, zitten, de beenen wijd uir elkander zetten, enz. ; Kelangkang, dQ ruimte tusschen de dijen. Kangkoeng,Ipomaea reptans,Poir. Nat. fam. der Convolvulaceae, eon waterplant,dio veel gegetonwordt. Kanoen (Ar.), regol, voorschrift, wet; Hoekoem kanoen, wettel jke bepalingen. Kantang, (van eon riviermonding, eon zeostraat, enz.), droog bij laag water. KAPA. Kantjana (Jay.) (of Kentjana), goud, gouden. Kantjil, dwerghert, dwergree, klein gazelletjo, (ook Pelandoek). Kantjing, knoop, grendel, klink, sluitmg; Mengantjing, knoopen, grondelen, sluiten, dichtdoen, enz.; Roemah kantjing, knoopsgat. Kantjoet, kleed, doek, enz. dat gedeeltelijk om den gordel en verder tusschen de beenen door gedragen wordt ; stondenlap ; Mengantjoet, hot beonkleed tusschen de beenen door halen, enz. ; Berkantjoet, ook Kantj oetan of Berkant, j oetan, met zulk eon kleed tusschen de boo-

non, met eon stondenlap loopen, enz. Kantong, zak, jaszak, broekzak, losse zak, beurs, suspensoir, enz. Kantor, kantoor, bureau, enz. Kaoek (Bat.) (of Kaok), goschreeuw, tooroep, toeroepen, toeschreeuwen;Kaoekin, iemand toeroepen, toeschreeuwen, enz. Kaoel, (Ar.), woord, plochtig woord, overeenkomst, gelofte; Berkaoel of Mengaoel, eon gelofte doen, zijn woord geven, beloven; Membajar kaoel, eene gelofte vervullen,aan eon geloftevoldoen,onz. Kaoem (Ar.), yolk, familie, vorwanten, ook benaming voor eon ondergeschikt dienaar der moskee, of eon ondergeschikt dorpsgeesteljjke. Kaoes (of Kaos), kous, sok. Kaoet, Mengaoet, bijeenschrapen, bijeenhalen, bijeenrapen, bijeentrekken, enz. (btjv. van geld met de beide armen). Kaoets (Ar.), schoen. Kap, eon touw vastmaken, ook kap, rijtuigkap, enz. Kapa (of Kapa-kapa), los verplaatsbaar dek of schut tegen hot inslaan der golven, (op eon vaartuig), meost van licht materiaal gemaakt, KAPA. Kapak (= Kampak), bijl, aks. Kapal, schip, ook : eelt; Kapal api, Kapal asp, stoomschip, stoomboot ; Kapal lajar, zeilschip ; Kapal prang, oorlogsschip ; Kapal dagang, koopvaardijschip ; Kapalan, eelt, vereelt, likdoren. Kapala, hoofd, kop, boveneind, hot voornaamste, knop, opperhoofd, aanvoerder, woordvoerder, leider, enz.; Mengepalaf, zich aan hot hoofd stellen, aanvoeren, leiden, in eene vergadering voorzitten, enz.; Kapala peraoe, voorste deel, voorsteven van eon schuit; Kapala kain, hoofd, anders beteekend deel van eon kleed; Kapala soerat, hoofd van eon brief; Kapala koeda, hoofd van eon paard, paardekop ; Kapala batoe, stiff kop, stiff hoofdig, koppig; Kapala-soa (Amb. Mal.), negorij(of kampong)hoofd, ondergeschikt aan den radja der negorij.

Kapalang, ontoereikend, onvoldoende, niet genoeg, gedeeltelijk, ten halve, ook verhinderd, belet, enz. ; Kapalangan, verhinderd, belet, gestuit, opgehouden, enz. Kapan, wanneer, als, immers; Kapan hari, onlangs, kortelings, verleden, laatst; Kapan tadi katanja begitoe, en zooeven heeft hij zoo gezegd, dat heeft hij immers zooeven nog gezegd, enz. Kapang, dobberen (van eon vaartuig door windstilte). Kapangan (Bat.), verduistering, eclips, verduisterd. Kapar, wanordelijk door elkander liggend, uit elkander geworpen; Mengapar, wanordelijk door of uit elkander gooien, werpen, enz. Kaparat (Ar.), ongeloovige, (als scheldwoord ook) ellendeling, beroerdeling, nietswaardige, schavuit. Kapan, katoen, katoenplant, GosMALEISCH-HOLLANDSCH. KAPO. 129 sypium indicum, Lam. nat. fam. der Malvaceae; van doze katoenplanten bestaan verscheidene varieteiten, die min of moor goede katoen of wol geven. Kaper (of Keper), nachtvlindertje, uiltj e. Kapi, hijschblok. Kapialoe, zwaarte, koorts in hot hoofd, typheuse koorts, typhus; Kapialoe njaman, geelzucht (ook : Sakit koening). Kapir (Ar.), zie Ka$r. Kapiran, teleurgesteld, teleurstelling ondervinden, verergerd, van kwaad tot erger vervallen, bedorven, verknoeid, verloren, enz. Kapit, helper, dienstdoende begeleider, adjudant. Kapitan, kapitein, gezagvoerder (op eon vaartuig). Kapoe of Kapoe-kapoe, eon watorplant, snort van vrij grootbladig kroos, dat veol in vischvijvers, moron, enz. voorkomt. Kapoek, boomwol, van den randoe- of kapoek-boom (Eriodendrum anfractuosum, D. C. nat. fam. der Sterculiaceae), meest gebruikt tot vulling van kussens en matrassen. Kapoelaga, cardamom (Amomum

cardamomum, L. nat. fam. der Zingiberaceae). Kapoer, kalk, kalkachtig; Kapoer tohor, Kapoer tembok, metselkalk, grove kalk; Kapoer sirih, fijne gebluschte kalk, die bij hot sirih-kauwen gebruikt wordt; Kapoer manta of mentah, ongebluschte kalk ; Kapoer mats, gebluschte, ook onbruikbare kalk; Kapoer wlanda, krijt; Kapoer baroes, kamfer (kalkachtige stof van Barns) ; Mengapoer, kalken, bekalken, witten, met kalk bestrijken; Pakapoeran, kalkbranderij, ook doosje waarin kalk bewaard wordt, kalkpotje in eon sirihdoos, enz. 9 130 KAPO. Kapok, afgeleerd (bijv. van eon kind, dat met vuur speelt en zich leelijk brandt), genoeg hebben, genoeg krtjgen van jets, er zich niet moor aan wagon, enz., leergeld betalen, enz. Karah, aanzetsel (buy, van kalk achter de tanden), vlekken (op bladeren, enz.); Sebatangkarah, iemand die alleen op de wergild is, goon familie heeft. Karam, (van vaartuigen) zinken, verongelukken, vergaan, schipbreuk lijden, (van schrift), ineen loopen, vloeion, ook verderf, in hot verderf raken, enz.; Mngaramken, doen verongelukken, laten zinken, in 't verderf storten. Karamat(Ar.), heilig, wonderdadig, met wonderkracht bedeeld (van eon persoon, gebouw, enz.), heilige plek, heilig graf, graf van eon heilige, enz. Karana of Karana (Sk.), oorzaak, reden, omdat, want, uithoofdo van, tar wille van, voor, dewijl, aangezien, naardien, vermits, enz. ; Karena Allah, om Gods wil, tar wille van God; Karana itoe, daarom, om die reden, enz. Karang, koraal, koraalrif, klip in zee, koraalbank, ook steenachtig aanzetsel; Berkarang, met riffen, met eon steenachtig aanzetsel, enz., eon steenachtig aanzetsel hebben, krijgen, vormen, enz. ; Boenga karang, koraalbloemen; Karang boenga, spons; Pen jakit karang, d e steep, hot

graveel, ook venusziekte. Karang, Mengarang, samonstelion, opstellen, in geschrift stelion, componeeren, eon work enz. schrijven, enz.; Karangan, samenstelling, opstel, geschrift, enz. Karang (Jay.), wat gereed is gemaakt, bewerkt, bestemd, afgopaald, enz. is, om iota to ontvangen, tot lets to dienen,enz.; Karangan, KARP. de piaats onder eon padischuur, die tot bergplaats van brandhout, enz. diem; Pekarangan, erf. Karap, weverskam, kam van hot weefgetouw. Karat, roost; Berkarat, roestig, verroest, verroest zijn. Karbau, (Kerbau, Kebo), buffet, karbouw. Karembong (Soend.), sluier voor vrouwen, vrouwensluier. Karat, guttapercha, gomelastiek, ook naam van den boom (Urostigma Karat en Urostigma elasticum, Miq.); Getah-karat, gom van dozen boom, gomelastiek. Kareta, wagon, rijtuig, enz. ; Berkareta, in eon wagon rijdon, met eon wagon gaan, enz. Karl, kerry, eon gerecht bij de rijst, ook overblijfsel, overschot. Karoean, vast, vastgesteld, zeker, bepaald, duidelijk, enz. Karoeng, zak, grove zak van matwerk, goni enz., ook grof doek, zakkengoed, enz. baal, eon zak, vol, enz. Karoenia(Sk.),gunst,genado,gunstbewijs, gonadegift: geschenk, enz.; Mengaroeniai, iemand begunstigen, begiftigen, eon gunst, go. nade bewijzen, enz. ; Mengaroeniaken, iemand jets als gunst bewijzen, geven, enz. Karoet, verward, in verwarring, door elkander, ongeregeld, ook gevlekt, met krassen of vlekken, pokdalig; Mengaroet, jets slordig doen, afdoen, enz. (bijv. naaiwerk), wartaal spreken, onzin uitkramen, enz. Karpai, patroontasch. Karpati, groote luis, hondeluis, dierenluis. Karpek (of Karepek, Kerpek), mand, reismand, enz. met eon deksel dat or bijna geheol over

hoop sluit. Karpoes, slaapmuts, ook ezelshoofd van eon mast, on goKARS. pleisterde nok van een huffs. Karsik (of Karisik), grof zand, fijn grim, ook de droge bladeren van den pisang. Kartas (Ar.) (of Kertas), papier ; Oewang kartas, papiergeld, bankpapier. Kasa, gags, fijn mousseline. Kasau, smeersel om de huid schoon en fijn to waken ; Mengasai, dit smeersel gebruiken. Kasap, ruig, ruw. Kasar, grof, ruw, onbeschaafd, lomp, ongemanierd, enz. Kasau (of Kaso), rib, dakrib, spanrib, lat, spanlat ; Kasau m lintang, ook rang, panlat, dwarslat, waaraan de dakbedekking wordt bevestigd, enz. Kasi (Mengasi) (Bat.), geven, afstaan, toestaan, inwilligen, bewilligen, toestemmen, enz. Kasih, toegenegenheid, liefde, iemand genegen zijn, liefhebben, beminnen, mogen lijden, van iemand houden, enz. ; Kasihan, toegenegenheid, enz., ook: deernis, medelijden, enz.; Pengasih, mjnnaar, ook toovermiddel, om iemands toegenegenheid, enz. to winnen; Kekasih, beminde, geliefde ; Mengasihi, iemand liefhebben. beminnen, enz., ook iemand begnnstigen,voortrekken; Tarima kasih, dankbaar, dankbaarheid, dank ; Menerima kasih, danken, dankzeggen, dankbaar zijn ; Mengasihani, Mengasihanken, zich over iemand ontfermen, medelijden met iemand hebben, enz. ; Bolas kasihan, deernis, medelijden, enz. Kasip (of Kasap) (Jav.), afgeloopen, op, over den tijd, to last. Kasoer, bultzak, matras, gevulde zitting. Kasoet, Chineesche schoon of pantoffel. Chineesche slof, ook hoefijzer, wielband. Kasoewari, casuaris. KATJ. 131 Kastoeri, muskus. Kata, woord, uitgesproken woord,

gezegde, enz. ; Kata-kata, gezegden, praatjes ; Berkata of Berkata-kata, spreken, zeggen, praten, redeneeren, enz., ook : uitschelden, schimpen, uitmaken, enz ; Mengataken, jets zeggen, uiten, jets van hat eon of ander zeggen, iemand jets onder hat oog brengen, berispen, beschimpen, van iemand jets zeggen, op iemand jets aanmerken, van iemand jets vertellen; Mengata-ngataf, iemand uitschelden, beschimpen, allerlei gemeenheden toevoegen, bepraten, bespreken, enz. Katak, kikvorsch. Kate,, kort, laag, klein, dwergachtig ; Orang kate, een mensch met korte beenen, dwerg; Ajam kate, dwerghoen, Bantamsch hoen. Katek (of Kateak), oksel. Katel (Jay.), aardspin, een snort tarantula. Katela, aardvrucht, eetbare knol, eetbare wortel, een snort aardappel ; hiervan bestaan vale soorten. Kati, gewicht van 11/4 Amst. pond. Katil, bank, sofa, rustbank, ledikant. Katir, vlerken, of aan stokken bevestigde en met een schuit verbonden, aan weerszijden daarvan op hat water drijvende boomen, enz. om haar voor omslaan to behoeden ; Peraoe katir, vlerkprauw. Katja, glas, spiegel; Katja mate, bril; Berkatja, zich spiegelen, in eon spiegel kijken, enz. ; Katja, ook bladzijde van een book, enz. Kat~ak, fier, trotsch, prachtig, heerlijk, levendig, opgewekt, flunk, ook kabbeling van water (bijv. door hat bestaan van een rif); Mengatjak, jets met den voet, met de punt van den voet op 132 KATJ. zijde slingeren, schoppen, enz. Katjang, naam van ~ele soorten van peulgewassen, boon, erwt, peulvrucht, aardaker, enz. ; Katjang bogor, Voandzeia subterranea, Thrs, met gezochte, ondor den grond groeiende zaden; Katjang boentjis, Phaseolus vulgaris, L. de gewone boonen ; Katja,ng djogo, Phaseolus radia-

tus, L. de Indische bruins boonon; Katjang idjo, Phaseolus Hernandesii, Savi en Phaseolus Xuaregii, Zucc. met kleine groans zaadjes; Katjang pandjang, Vigna sinensis, Savi, met lange, rondo peulen; Katjang tanah, Arachis hypogaea, L. de bekende aardakertjes of z.g. apeboontjos, enz. Katjapoeri, middelstuk, middendeel van jets (bijv. van eon huffs, dat aan alle kanten bijgebouwen, enz. heeft), kapiteel van eon kolom of stijl. Katjau (of Katjo), Mengatjau, dooreen roeren, door elkander mengen, door elkander smijten, in de war brengen, enz., ook kletsen, allerlei zottighedon vertellen, als eon gek praten, don mend goon oogenblik stil hebben, verward spreken, enz. Katji (Kain katji), fijn gebleekt wit katoen, shirting. Katjip, schaar om betelnoten door to knippen, betelschaar, ook knijper, nijptang. Katjir, zie Kotjar. Katjoe, catechu, ook (Jay.) : eon mast bij hat koopen van linnengood, enz., = aan do breedte van hot good. Katjoek, vroemd, raar, linksch, enz., met eon vreemden tongval (van de uitspraak) ; Bahasa katjoekan, de taal met eon vreemden tongval. Katjoeng (Jay.), knaap, knaapje, jongen, jongotje, ventje, enz. V KEBA. Katoeng, dobberen, drijven. Katoep, dicht, gesloten, toe, toegedaan, dichtgemaakt; Mengatoep, dicht doen, toe doen, sluiten, dichtmaken, enz. Katok, zie Ketok (Jay.), ook korte brook. Kau, zie A.ngkau. Kawa, kofe; Kawa-kawa, spin. Kawah, groote ijzeren pan, ook krater van eon vulkaan. Kawal, bewaker, wacht. Kawan, makker, metgezel, volgeling, bediende, bends, troop, hoop, ploeg, kudde, school, enz. Kawang (of Tengkawang), Hopea, Rxb. spec. div. hoogo, hars-

rijke boomen, die de bekende Din j ak-kawang of Kawang olio leveren. Kawat, metaaldraad; Kawat besi, ijzerdraad; Kawat tembaga, koperdraad; Soerat kawat, telegram. Kawin, huwelijk, paring, huwen, trouwen, eon huwelijk sluiten, zich in hot huwelijk verbinden, enz., paren (van dieren) ; Mas kawin, bruidsschat aan de bruid ; Berkawin, trouwen, getrouwd zijn, enz. ook : (van menschen) den coitus uitoefenen, (van dieren) paren ; Mengawinken, doen trouwen, uithuwelijken, in den echt verbinden. Kawoel (Spend.), zwam (van den aren- of sagueer-palm). Kawoeng (Spend.), de aren-palm, (zieAren),ook hot blad daarvan,dat toebereid tot dekblad van inlandsche sigaretten wordt gebruikt. Kebabal (of Babal) (Jay.), jonge nangka-vrucht. Keba,j an, zie Kaba, jan. Kebak, vol, gevuld. Kebam, loodkleurig. Kebar, waaier, om eon vuurtje aan to wakkeren ; Mengebar, met zulk eon waaier eon vuur aanmakon. V KEBA. Kebas, min of meer verdoofd,~ook schudding, uitschudding ; Meng®bas, uitschudden, schuddend reinigen, uitstoffen, enz. Kebat, uitkloppen, uitslaan, enz. ook : ontwikkelen. Kebek, onordelijk onder elkander, opeengedrongen, vol, overvol, enz. Keben, bamboezen dons, dons van gevlochten bamboe, mend. Keben (Keben-kebes), iets met de vingers uit elkander halen, van elkander trekken, uitpluizen, enz. Kebet, bled, vel (papier, enz.). Kebiri, ~gelubd, ontmand, gesneden; Mengebiri, lubben, ontmannen, snijden; Ajam k®biri, kapoen. Kebit (ook Tjatoet), tangetje om de harm van den beard, enz. nit to trekken. Kebo, zie Karbau. Keboer, Mengeboer, door omroeren troebel maken (van vochten,

Kedep (Kedep kedep). alleen. de oogen sluiten. beplant erf. stiff.. vol en been. die als eon man is en doet. Mengedjar. naar gelang van. manwijf. de ledematen uitrekken. versttjfd (van . ook de muskieten uit de gordijnen van een ledikant verjagen door er met eon bezem. die zich als een vrouw kleedt. Kedangkang (ook : Kedongkong) beugel over den trekker van eon geweer. steak. een tuin aanleggen. ~winkel.. bedekt. Keboet. nazetten. . knip met het oog.). noodlot. afstofren. enz. tuinieren. K®bon. voorbeschikking. heen en weder to zwaaien.). oogenblik . Kedjap. Berked jap of Ked japkedjap.. kraam.knipoogen. vegen. hof. slechts. Mengedangken. recht uitgestrekt . Soya hispida Monch. recht uitstrekken. Berkedai. Zie ook: Kedjap. Sakedar. alleen maar. enz. slapen. vervolgen. enz. Kedep. Kedang. een vrouw. vermogen. K®di. Kedjat. goedsluitend. Mengeboet. macht. zich branden (bij het eten of drinken van heete spijzen of dranken). enz. geen reten vertoonend. de bekende Indische soya-boontjes. Seder (of Kadar) (Ar. waarde. Mengebon. waardeering. Kedengkik. Kedjang. openen. eon winkel houden. Kedele. enz. Ked jar. enz. mast. hoeveelheid. enz. naar evenredigheid van. enz. hoogachting. enz. schatting. Kedai.. eon oogenblikje.waarin bezinksel is). stalletje. popelen. scoffer. vellen (van eon pick. knipoogen. Kedjai. enz. bedekken. tot den uitersten graad vermagerd. Kedjam. tuin. plantage . ook een man. beV KEVJ. uitkloppen. Keder. enz. 133 schikking. Kebos (of Keboes). gesloten (van de oogen). boomgaard. dicht (van eon weefsel). de oogen open en dicht doen. Sakedjap. krampachtig stiff (van eon arm of been).

wasem . Pe- . eeuwig. eon schok door het lichaam voelen. uitscheppen. stuiptrekken. aan hot schrikken brengen. draaikolk. enz. enz. ook kolk. ook : stiff. enkele soorten hebben eetbare vruchten. verschrikken. omroeren. (Jay. uit elkander. omwerken. op de een a of andere plek van hot lichaam (meestal aan de oogen). enz. zenuwtrillingen voelen. on de Evia borbonica. enz. Mengedjiken. gebit. Mengkedoes. uitmaken. enz. zooals de Evia amara Comm. open. Kedjen. van gaargekookte rUst). stiff. dampen. Mengekar. Terkedjoet.eon lichaamsdeel). steil (van hear). iemand doen schrikken. voortdurend. wasemen (bijv. zie aldaar. Kedongdong. eon hoogo boom. Kedok. Soend. damp. Kedjoet. enz. holte. plooi. openen (van de vrouwelijko schaamdeelen buy. (door eon plotselingen schrik). Kedjoe. Kedjoera (of Ked jora). onvergankeltjk. . uitgravon. ploegijzer. Kedoetan. gemeen. stang. Bat. nit elkander halon. masker. Kekar.). Lam. hartklopping krijgen. Mengedjoetken. Kedjoer. schok van hot lichaam. houten wig. Bintang ked joera. zenuwtrekking. Kedoes. trekken (der zenuwen). stuiptrekking. fam. bit. enz. walm. bestendig. drukking op de maag voelen. v 134 KEDO. votive. bijna goon adorn kunnen halen (van voortdurend lachen buy. keen. (zie Kekel). veol in omheiningen aangeplant . Kedoet = Kedjoet. der Spondiaceae.). ook : rimpel. Kekal. duurzaam. Kedjer. ploegschaar. de morgenster. nlet opeengohoopt.). laag. schrikken. Kedoeng. uithalen. Kedjer-kedjer. onbuigzaam. nat. slecht. voor slecht. Kedji. Kekang. Mengedoek.. zenuwtrekking. Kedoek. enz. diepte in eon rivierbed. ook wig. niet aaneensluitend.

). Kelamboe djendela. Boewah Keland j er. bij donkere maan visschen. onder eon mantel.deksel. met jets dekken. twisten. verstikken. grijs. ook stikken. met de armenr u KELA. to eeniger tijd. die in eon kookpot wordt geplaatst. schudden van hot lachen. Kelabet. faro. kliergezwel . enz. Ngekepi. zoo met eon. vischvangen met netten. plukharen. Kelamboe tempat tidoer. omklemmen en zoo dekken. Lablab vulgaris. bokshoornzaad. het erg benauwd hebben. paar. twist. vechten. Mengelam. Kelam. droesem. fenegriek. Keland j er. bedgordon . gordijn. Kelam kaboet. Kekara. duisternis. Kelagepan. kli er . Kekep(Jav. enz. plaatsen en zoo dekken. duizendpoot. gevlochten bamboezen raam of zeef. mannetjo en wijfje. bedgordij deurgordijn. grijsachtig.. stikdonker. voorhang. aanstonds. Kelahi. (van eon hen hare kuikens) onder de viougels nomen. Savi. Berkelahi. der Ariodeae) waarvan de wortelknollen en de jonge bladeren gegeten worden. moor. nat. op hot punt zijn van to stikken. aschkleurig. krakeelen.). aschkleur. man en vrouw. Kelak. enz. instrument om de vrouweljjke schaamdeelen to openen. venstergordijn. dek. grauw. Kelamin. Keladak. fam. gevecht. strijden. bezinksel. enz. gezin. Keladi. nat. daardoor ook ten laatste eon pijnltjke drukking op de maag voelen. gaar to koken zonder dit in directe aanraking met hot water to brengen. eon Colocasiasoort (Colocasia antiquorum Schtt. strijd.ngekar. Keke1 (Bat. enz. donkere maan . eons. donkey. Kelabang. enz.der Papilionaceae. duister. Kelan- . deken.slingerplant met eetbare vruchten. om hetgoon daarop gelegd wordt. KQlamboe. Kelakat. moederspiegel. Kelaboe. familie. weldra. naar den adem zoeken. pikdonker.

kruis. idem. Cocos nucifera. Kelapa poejoe. met droge bast . regia. enz. . half rijp . waarvan hot water bij schudding hoorbaar is. ook de vrucht. drooglijn. aan kileron lijden. enz. non. touw. 133 jenever-kist. L. eburnea . var. droograam. waarvan hot vleesch brijachtig of klonterig is ~(veel als lekkernjj gebruikt) . Kelapa gontjang. (scheepsterm). Kelangkang. testiculi. jonge cocosnoot met vleesch in zijn eerste vorming .. Kelapa tjoengkilan. yore. met week vleesch . De voornaamste soorten van dozen bekenden en nuttigen palm zijn Kelapa bali. Kelapa poean of Kelapa dimakan boelan. var.). var. .je. den schoot vieren : Menarik kelat. idem. Kelapir (of Kelaper). good to drogen wordt gehangen . maxima . fang toenggal. der Palmas. Kelder of Kerder : (Mol. Cocos nucifera. Cocos nucifera. vorm in jets trekken.d. Kelapa toeba. enz. Kelapa telinga kambing. Kelar. Mengelantang. waarop KELA. toestol. Cocos nucifera. idem. bras. var. Kelapa bergigi balang. klieren hebben. pumila. Mal. viridis . enz. idem. Mengelar. Cocos nucifera.). Nat. var. Ke1at. Kelapa hidjau. eon eenige cocosnoot aan den koif zittend (als toovermiddel to gebruiken). Kelaps rad. albs. Cocos nuclfera. uitspannen. kerven. kerf. waarvan de voet zwart begint to worden . Kelapa koetai. Kelapa idjo.jeran. Kelapa koening.. schoot. enz. span. idem. var. KELI. den schoot aanhalen. ook : idem-flesch. idem. de zaadballen. good rijp . Kelapa (00k: Njioer). waarop eon natte huid ter droging wordt uitgespannen. de ruimte tusschen de dijen. Cocos nucifera. raam. de cocospalm. Kelantang (Jay. jets op eon raam of kruis uitspannen om to drogen. Mengoeloerken kelat. Kelapa gading. lam. idem. Kelapa ingoesan.

opgezet. 136 KELI. gezwolien. lemboengan. onop- . Babel. schelletje. houwer. (op eon piano. Ke. Kelip. Mengelek. konijn.). Kelempingan. zie Koeliling. (ook Kelintingan). rinkelbel. Kalewang. ook tokkelen. van ter zijde kijken. (zie ook Kemboeng). vrucliten van den Kfor-boom (Moringa polygons. eon zoom aan eon kleed zetten. die veel als grooms worden gebruikt. enz. opgeblazen. DC. luchthoudend. Keliling. pink. Kelindan (of Kelinden). de blaas. drijfriem.). vergaan. Orang keling. onder den oksel wrijven. Kelenaoemoer. Keling. enz. Kelingking. Bat. spartelen. Kelenengan (Jay. Kelip kelip. nat. Kelek. de kust van Coromandel. enz. hot knippen van de oogen. leest. zinken. Kelinting. enz. zie Kalenger. Kelilip (Kelilipan). Keleboet. clitoris. blaas . Mengelim. enz. ook hags. (als eon garnaal op 't droge. blaas. Kelemping.) wrijven (om hem tot vechten aan to sporen). klokje. hot knipoogen. inlandsch zwaard. vonk. oksel . glinsteren vanes de oogen. zoomen. Klingalees. muziek maken op koperen slaginstrumenten. Kelembak. rhabarber. smalls zoom aan eon kleed .). Kelenger. Keletikan. Kelintji. verongelukken (van eon vaartuig). Keletik (of Keletek). omslaan. Kelim. lang hakmes. zoom. (van eon vlam buy. roos. koord zonder eind tot hot drijven van eon spinnewiel. flikkeren.. enz. in de oogen krijgen. naaien. vorm. kittelaar. glinsterlng . Kelemboeng. onder de vleugels (van eon haan bijv.). kleme glazen blaasbellen (kinderspeelgoed). lam. Kelentit. slap. Keleh (Mengeleh).).Keleboe (Jay. ook jets onder den arm op de heup dragon. ook hot flonkeron. zijwaarts kijken. drijf koord. bel. schilfers op 'thoofd. der Moringeae). slap neerhangend (vanes de borsten eener vrouw). Kelentang. stof.

stow. marskramer. Keloeng. Rwd. enz. der Artocarpeae. btj scholen. eon bocht hebben. de broodboom. eon bocht maken. ombuigen. rondgaand koopman. slentoren. Kelisar (of Kelisal). met rammelaars enz. zich achter jets verbergen. enz. beurtelings flikkeren on donkey zijn (zooals bij eon vuurvlieg). zucht. zich buigen. font. enz. Keloempoek. enz. Ke1ir (Jay.opeengehoopt. do vrucht van den Poetjoeng(Pangium edule. Keloeh. Kelit. Mengeloeng. levon maken. Keloepoer (Keloepoeran). Keloeroek. enz. Kelontong. scherm bij wajangvertooningen.) KEMB. kromtrekken. Berkelit. diep ademhalen. Mengeloek of Mengkeloek. Berkeloempoek. Nat. zuchten. kromming (van buigzame voorworpen als rotting. verzameling. enz. mat. enz. btj troepen of groepen. stuiptrekken (bijv. Keloe. opeengehoopt zijn.opeenhooping. fam. vereeniging. dwaling.houdelijk openen on sluiten (der oogen). spartelen. die door eon eekhoorn. kraaien (van eon haan). rammelaar. Ke= lontangan. enz. zich buigen. vloermat.) .). buiging. van eon geslachte kip). Kelontang. om hot dier beter to kunnen beheerschen . Kelongkong. die door den news van eon bufrel of rund gehaald wordt. rammelaar. Mengeloeh. enz. rammolen. Keloewih Artocarpus incisa. Keloek. bocht. Keliroe (Jay. uitgehold is. L. ook ledig rondloopen. in de war. Berkeloek. kromming. drentelen. vergissing. die zijne komst door zulk eon rammelaar . enz . verkeerd. voetmat (waarop men de voeten afveegt). de nog zachte dop van eon cocosnoot. bocht.). ook ring. gekraai. die voel in toesptjzon bij de rijst gebruikt wordt. Keloewek. ook Chineesche rondyonter. .

hooge boom. span. vervolgens. opgezet. zie Komball. tweeling. Kemis (Hari~k mis) (Ar. Nat. dubbel. enz. zich openen. zi a Men j an. beslissend oogenblik. Aleurites triloba Frst. fam. gebloemd zijn . opgeblazen. crisis. enz.). Nat. Ikan L KEMB. wader. wachtor. enz. Kembar. daarna. der Euphorbiaceao. uitspreiden. Kemaroek. vaak naar eten verlangen. Donderdag. Kemoedi. hongerig. dwaallichtjes. fa. Ma1em kemis. (of Kemben).lang kleed dat over de borst gedragen wordt. Kemeh. zusters kind. kemboeng. kolf (van eon geweer). koperen waschkom. Kemit. beschouwd als geesten. urine . DC.aankondigt. Mengembang. Kemeloet. wiens vruchten (zie Kelentang) en bladeren veel gegeten worden. koperen vingerkom. Kemamang (of Kemang). Kembali. Moringa polygons. Kemban (Jay. gezwollen (van de buik). geopend. aan elkander gelijk zijn en b j elkandor behooren (van twee of moor taken). om or den boezem mode to bedekken. (zooals dikes jls met pas herstolde zieken hot geval is). . bloom. woonsdagnacht. Mengemam. middelmatige boom. Ke1or. Berkembang. Kemam.m. eon snort gewildo zeevisch. Berkemeh. ook open. Kemoedian. roor (van eon vaartuig). Kemanakan. Kemen jan. wachtvolk. die de wolbekende in vole spijzen gebruikt wordende noten geeft. voortdurend hongerig zijn. openen. de nacht van woensdag op Donderdag. uitgospreid . urjneeron. bloemen dragon.smal. dook der vrouwen. Kembang (ook Boenga).). Kemiri. der Moringeae. Kemboeng. Kembok (of Kobokan). waarin de vingers bij hot eten gewasschen wordon. jets in den gosloten mond houdon.

enz.. staartpeper. afrosson. iemand met jets aanraken. Mengenaken. van iemand die goon tanden moor heeft). aandoen. kruipen. getroffen. fam. Mengemoet. treffen. eon blaas. Kena. de blaas. ingevallen. Kemoening. . Kempelang (Bat. later. Kemol (Kemol-kemol).. Kempoeng. Berkemoel. aangedaan.. Kempis. en kennen. Berkemoeroep. enz. der Piperaceae. . of handig waken. op en neergaan (bijv. Kempes. enz. Roxb. bekend zijn met. Kemoet. Kemoer-kemoer. enz. bedriegen. Kemoel. ledig. Miq. gotroffen.. Kemoeroep (of Kemoereb). aan lets zuigen. met eon stuk hout. Kempoengan. middelmatige boom met geurige bloemen en goad hout. omhebben. kennen. zuiging. dek. ook iemand lets ontfutsolen. van de kaken bij hot eten). buiton adorn zijn. Kemoelan.. Nat. Mengenal. Nat. passend. van de borsten eener vrouw. deken. enz. mogen. enz. herkennen. ook zich openen on wader sluiten (zooals (bijv. enz. raken. Berkemoer. slaan. geraakt. enz. Cubeba offlcinalis. van iemand. enz.). enz. lets in don mond houden. voorover op den bulk liggend.een fluitend geluid doen hooren (bijv. treffen. die hard geloopen hoeft). de onderbuik. Mengenalken. enz. plat (bijv. voorts. Berkempis-kempis. mogelijk . enz. herkennen. doen . cubebe. ook. geslonken. op den bulk liggen.. J KENA. dekkleed. Murray a sumatrana. iemand door lets doen raken. fam. Kemoer. Kemoekoes. na.liggen. enz. Men anal. 137 Mengempiang. eon deken gebruiken. raken.naderhand. den mond spoelen. enz. iemand jets aandoen. Kenal. ranselen. door den duivel bezeten.. juist. kennen. ingevallen (van de wangen buy.). (of Kemplang). der Aurantiaceao. treffen. de aars van eon kip). Terkena. enz.

enz. iemand of lets herkennen . trens. A jam kenantan. der +A. Kenalan. trom. Kenanga. . v 138 KENA. last staan dat. Terkenangken. Kendali doers. minnares. Kenapa. geheel wit. gebit. der Burseraceae. persoonlijk.. waartoe. ztj hot ook. nat. zich dan overspel schuldig maken. kennis maken. kennismaking. Kendaga. toom.nga odorate. eon witte haan met witte pooten. effen. goedkeuren . Berkenan. instemming. enz. behagen. met iemand van eon andere kunne geheimen omgang hebben. in hot midden buigbaar go. fam. . den arm. houten kistje. Berkenalan. goedkeuring . Kenantan. Kendiri. Kenan. ilk. buikriem. behagen. herinnering. Kendati (Bat. hooge boom met gezochte. goedkeuring.). valies.).kennen. bekonde. inlandsch gebit voorzien van scherpe stekels of punten. geheimen omgang heeft. . buikband. leidsel. Pengenalan. persoon. kleerenmand. zich doen kennen. bijv. fam. enz. enz. Cana. welbehagen scheppen. in jets behagen s cheppen. hoeleerster. met de bekende amandelachtige vruchten. Kenang. Kenari. verlangen . Kendali katiip. bit. Berkendak. Zie vender Sendiri. herkennen. L. zich herinneren. boel. enz.nonaceae. enz. . Kendi. welgevallen. kennis . Kendit (Jay. Kndali. waarvoor. enz. enz. ofschoon. Berkenan. hooge boom. Tall kendali. welgevallen. minnehandel drijven. enz. minnaar. Mengenali. Terkenang. Canarium commune. herkenning. welriekende bloemen. jets goedvinden. Kendang. met wien men eon ongeoorloofden. gewoon. good vinden. Kendak (Jay. welbehagen. nat. Maleische trom. Mengenanken. ook : moot. lets goedkeuren.). in druksel (in eenig lichaamsdeel. al is hot ook. bit. zelf. teugel. aarden waterkruik. alleen. waarom.

op den rug liggen met eon been uitgestrekt on hot andere opgetrokken. zie Ketara. in erectie zijn (van hot mannelijk lid). . los. niet gespannen. Berkengkang. ook eon gevoel hebben alsof men krimpt. ook een poot oplichten (als eon hond bij hot urineeren). . jong meisje. Mengengkeng. wenkbrauw. vol. Kakenjangan. Kanji. enz. teeder van gestol. zat zijn van iota . dik. langzaam laten gaan. gevoelig voor koude. Kening. Berkenjam. sets in eon doek of zak dragon. Mengendorken. Mengentalken. Kengkeng. ook de positie van eon hond. Kengkang. kleverig. Mengengkang. brijig maken. schel blaffen. zie Kental. aardappel. overvol. staan. verzadigd. vieren. Mengen j oat. dik. op lets zuigen. Kendorin.). verzadigen. moor dan genoeg hebben. Kenong. licht vatbaar voor ziekte. enz. bijv. keffen. gestold. Kentara. enz. enz. Kenta. zuigen. Mengendoeng. Kendor. ook kauwen. traag. plakkerig. verkleumen. Kendjar (ook Ngatjeng). slap. Kenjam. ontspannen. kleinzeerig. Kental. Mengenjangken. niet bij de hand. ontbinden. Kendoeng. oververzadigd. gekef. wat voor hot kauwen bestemd is.waaromheen eon touw stevig gebonden is geweest). lijmig. niet dun. maagd. eon koperen slaginstrument behoorende bij den gam~lan. gebonden. enz. doen stollen. met de lippen smakken (bijv. b j hot proeven van wijn. genoeg doen krijgen of hebben. niet vloeibaar. KENT. Sirih sakenja (of Sirih satampin). Ken joet. Kantal (of Kental). langzaam. en eon als eon band rondloopende vlam in hot hout eener krisscheede. eon klaargemaakte betelpruim. Kenjang. Kenjat. slap (los) maken. genoeg hebben. die bij hot urineeren eon poot optilt. Kentang. enz. niet vlug. enz.

stevig bevostigd. Mengepang. Mengentel. bij groote vrees. aaneengeschakeld. stevig. onwillekeurig pissen (buy.Kental. wet in eon vuist gesloten. enz. comptant. . Berkentjing. jets of iemand bepissen . Berkentoet. gespannen. ook afschilforon. Kentjing. verhaasten. de hand tot eon vuist samentrekken. stij f aanh aion. jets tot eon kluit. eon wind later. good vastmakon. Kepang. wind. vastzitten (zooals parende honden). kluit. Terkentjing-kentjing. enz. Kepal (of Kepe1). Kepe (of Kepek). Pengentjingan. Kentjeng. vlechtwerk van bamboo. veost. vuist. Mengentoetken. de vuist order den news houden. aan elkanenz. knoden. hard. aanwakkeren. vlechten (van hear). stork . iemand de vuist toonen. Mengepalken. enz. stijfgespannen. enz. klont. Mengentjang. Mengepel. plukkon. aan de borst zitten Kentet (ook Kantet). ook pissen. Kentjang (ook Kentjeng). stevig binden. onophoudeltjk zuigen.). ook strong optreden en maken. V KENT. ook strong zijn. ook Chineesche drilboor. enz. dat jets vlug afgedaan wordt. iemand aansporen om jets viug of to doen. enz. groote ijzeren of koperen kookpan. pis. (van eon kind). eon veest. stiff. urine. enz. wateren. der verbonden. de gesloten hand. strong optreden. jets bespoedigen. strong op jets aandringen . . Kentjeng (Jay. jets in de vujst houden. pisblaas. uit elkander halen. jemand beveesten. blaas. enz. vlecht. v KEPO. klont. gokneed wordt. bal. enz.) . wateren. urineeren. ook vlechtwerk maken van reopen bamboo. enz. enz. in hevigheid toenemen (van den wind). stijfaangehaald. strak. enz. Mengentjingi. enz. 139 . in schilfers afbladeren. Kentoet. Mengentj angken.

trek.. enz. . naar jets verlangen. gefrommeld. do billen riot afwasschen na hot doen eener groote behoefte. als eon rookkolom omhoog stijgen. 140 KEPO. jets order den arm tegon hot lijf gedrukt dragon. Mengepet. mop. KKepiting. halve cent. belegeren . omsingeling. enz. door schuddon van zich af- . geld. jets vlak bij jets vastleggen. (van iemand. Mengepilken. in kolommen opstijgend (van rook). enz. be. Kepengin (of Kepingin). reef of nicht. dicht.tegen remand aan sprenkelen.Kepek (Soend. enz. gekiomd tusschen den arm on hot lijf. Pangepoengan. Mengepoel. Kepoel. aan jets later rakon. Kepit (ook Kempit). omsingelen. dobbelspel. enz. ook slag met de vlakke hand of met jets plats. lets van zich afschudden. . ep ek. Kepoeng. Mengepretken.). insluiting. samengeploojd (van den mond). insluiten. eon mop geven. moron (van vaartuigen). zich aan hazardspolen overgoven. Kepi1. broersof zusterskind. zonder zich daarn a to wassch en) . zij aan zij. met jets plats slaan. enz. behoefte gevoelen naar. in dichto kolommen opstijgen. dobbelpartij. krab. order den arm gedragen. enz. in elkander gedraaid.. rookkolom. uitgegleden.iets sprenkelen. enz. reismand of dons van de schutbladoron van eon palmsoort en van bamboo en rotting gemaakt. lust zijn op. Mengepret. Kepot. die eon groote behoefte doet. enz. enz. zoetwaterkrab. van zich afschudden. Keping (Mol. dik opeengepakt. Kepleset. Mengempit. Kepet. omringen. vuil.). belegering. ook met de vlakke hand slaan. enz. enz.. aansluiten. center. dichtbij brongen. Mengeplek. omgeven. Keponakan. . . zie Pleset.. vlak bij of tegen lets aan. enz. Kepeng. halve ~duit. Mengepoeng. Kepret. enz. Mal. kring om lets heen. omsjngoling. lust in jets hobben. enz. dobbelen. enz.

hot hoofd met bog schoonwasschen. schanskorf. met stevige. gevecht. Mengerasi. inlandsch oorhanger. gevlochten wand.). Mengerasken. veal work van jets maken. Kerak. telkens. komfoor. . Mengerah.~ strong.). korst (van rijst in eon pan). ook twist. (van ondergeschikten tot bet verrichten van eenig work). . enz. dit door schudding wag doet). geheimschrijver. alle krachten tot jets aanwendon. gotwist. do harde schutbiaderen aan sommige planten of boomen. baron reinigen met bog. dicht aaneen.goojen.. Keraboe. Mengerahken. jets vast. goweld aandoon. vuil. dwingen. vechten. schr. aap. .). enz. eenigszins van elkander staande tralies afgeschoten ruimte. ook aanzetsel. ook vuil. schrijver of boekhouder. kleine rolsteenen. lets met alle kracht aanvatten. enz. enz. iemand strong behandelen. enz. enz. vaak. enz. Kerakap. herhaaldelijk. dikwijls. die nit bet water komt. korf. enz. roost. zijn. stork. vast. oorknop.houden. grind. Keras. enz. twisten. Kerang. oproepen. eon snort kleine krab met range pooten. enz. twist zoeken . hok. oproeping. Chin. Hoekoeman kerakal. aanbaksel. jeer. . enz. enz. eon aanbaksel aanbrandsel hebben. test. Berkerak. enz. dicht op elkander. hecht inaken. roestig. verzamelen. Kera (ook Mon jet). kooi. enz. Kerangkeng. Kerap(of Kerep). bi jeenroepen. . ten arbeidstelling aan de publieke werken (waaronder ook hot verzamelen en aanbrengen van grind. (meest gebruikt voor bestrating. vast aan lets. Kerandjang. twisten. (voor gevangenen. KERE. Keramas. Kerakal. de. dikwerf. hevig. pakmand. straf. (zooals eon bond bijv. geweldig. politiestraf. ook strong zijn. enz. wilde dieren. enz. Kerani. stevig. schelpdier. Kerangkang. hard. Kerak. oorbel. Koran (of Karen). mossel.

of kant. dat lets gedaan wordt. Mengerem. waken. verrichting. bediei1ing. Kerak. load. afsnijden. schilfers op hat hoofd hebben. Keremi. Keremekian. eon snort van doorzichtig scherm vormen. enz. feestviering. Pakerdjaan. hijschblok. afgesneden.ergens kunnen aarden. ten uitvoer brengen. katrol. mand. Keremian. arbeiden. broaden.. snede. optrekken. enz. bet er kunnen uithouden. deer. bearbeiden. enz. handeling. roos. work. Kerem. work. in stukken verdeelen. arbeid. Kere. Karat. Keredong. ook met stronghold optreden. Kereng. handeling.met geweld lets bevorderen. . roos. aarsmaden. aan jets werken. dienst. enz. Kerawang. open snij. enz. ontzag inboezemend.broedend. . veal gebruikt voor woningen in de plaats van zeilen. enz. Kerempoeng. ook: pijnlijke zenuwtrekking. ambt. Kerasan (Jav. door ingewandswormen geplaagd zijn.en naaldwerk. Keremeki. Kerawit. zich opzijn gemak gevoelen. arbeiden. reismand. schilfers op hot hoofd. bedrijf. kleine ingewandswormen. Kerd. kervon. lets verrichten.streng van uiterlijk. aan lets bezig zijn. feast. op jets zittend. valies. arbeid. hot knappen der vingers bij hot trekken daaraan. Kere- . a. Kerepek. werken. stuk. bezigheid. strong. (ook Betah).). ruw. enz. Kerenjoet. Kerepot. kerf. doen werken. Mengerat. zie Kerodong. feestvieren. Mengerek. ingewandswormen hebben.. in dienst zijn. enz. met een katrol ophijschen. Mengerdjaken. V V KERE. bebroeden. brok. aarswormen. norsch. taker. Bekerdja. aan hot work zetten.. ongemakkelijk. voorhang van dunne bamboolatjes die evenwijdig aan elkander verbonden. jets doen. a jour bewerkt. knarsen van de tanden. de onderbuik tar hoogte van de blaas.

kleine keisteenen. uitgedroogd. Mengeringi. de moron. opeonhooping. enz. wasem. Kering. Kekeringan. . Keriting. Birang keringet. bedekken. Kerintjing. zwavelstok. onz. droog geloopen. Keringet. Kerikan. in menigte bijeen. Keripoet. Ramboet keriting. de Indische dolk. radeeren. uitwaseming. in trossen. in groepen bijeen zijn. Mengerling. Kerip. gekruld haar. Keripik. Keroeboeng. kroeshaar. mode hond (uitslag). enzz die als toespijs bij de rijst of als snoeperij gegeten worden. dunne. 141 Kerintjing). (van hot haar). Kerakal). hard over jets strijken. opeengehoopt. (verg. kroesharig . hot water of laten loopen. enz.schelletjes. . Kereta. krassend geluid. knagen. Kerindjal. uitwasemon. vruchten aan eon boom). enz. zie Kerinting. of krabben. droogmaken. in krull en. Kerik. gekras. geknars. enz. rondo schijf jes van fijngestampte visch. afschrappen. Mengerik. Mengerik. (verg. dor. droogleggen. Kerintil.). vol rimpels Keris(Jav. enz. enz.. in menigte naar jets toe gaan. zweet. Kerinting (ook Kelinting on V KERO.. garnalen. . zijwaarts kijken. Mengeroeboengi. lucifer. Keret. Kent.. verdroogd. samenstroomen. enz. platte.Kerintingan. Mengeroeboeng. zweeten. de vingers laten knappen. eon lonk toewerpen. Kerling. enz. transpiratie. even tai zijde. Berkeringet. Keretan api. zie Kareta. geknaag . schrapsel. knabbelen aan jets (van muizen. gekruld. . vruchten.). gerimpeld. enz. of krabsel. lonken. knappend. in bossen. krassend geluid.potin. Geret). lets in menigte omringen. neerhangen (bijv.Soend. Kerikil. droog. Mengeringken. belletjes. drogen. gekroosd. krabben.

loensch. Kerong. ook de onderste bladeron der tabaksplant . groote veeluis. Mengerojok (Jay. zooals vole ml. Keroh.(zooals eon zwerm bijen op eon vrucht. ratelen (van kleine vallende of geschud wordende voorwerpen. bedriegelijk van aard. slokdarm. rimpel .iemand aanpakken. met den voet tegen . enz. zie Karoean. enz. Keroepoek.). Kerokot (ook (slang). gemeen. ritselend. afkrabben. valsch. Keroet. fronsen. Keroeboet. enz. koperen potvormig slaginstrumenten met knop. Kesandoeng. uitsnijding.). gerimpeld. schuifelen. Kerosang (Atj.aangeloopen. enz. Mal. gestruikeld. Kerpati. Mengerok. . enz. kraaien (van eon haan). enz. inkrimpen.). bijv. KerotJok. van eon lapel. rekkend geluid voortbrengen. Kerok. postelein.~ook eon krabbend geluid. krabben. Zie ook Kerojok.of runderhuiden. . Keroeng. schelletjes. iemand met zijn velen. hondeluis. hagels). Kerongkong (ook Rongkong. ook guitaar. Kerojok.. kletteren. lastig vallen. Kesak. hinderen. ritselen. holte. aanvallen. Mengerosok. roskammen. zicht. aanvatten. 142 KERO. Keroewan. toespijs bij de rijst (als Keripik). vrouwen dragon).. Kesa1. jets a anpakken. in menigte met ztjn velen op jets aanvallen. Keromong. scheef van go. Kerontjong. op~ zijde schuiven. Keroejoek. Mengeroet. zie Kese1. rinkelbel. ook gemaakt van in dunne korte reepj es gesneden buffet. Kerosok. schuifelend goluid. met zijn volen op jets aanvall en. guitaarspel. roskam. tegen lets met den voet gestooten.opKchikken. Berkeroet. Mengesak. gekraai. enz. Kerongkongan en Tenggorokan). gotingel op eon guitaar. ook eon trekkend. enz). borstspeld (in den vorm van eon tak. rimpelen. vol rimpels zijn. Keroeboetin.opschuiven. uitholling (bijv. slinksch.

zich orgeren. enz. door schrik bevangen (b jv. hot land hebben. Ketar (Mengetar). doen blijken. erg schnkken.). afstooten. eon klem beetle. blijken. drinknap. rillen. van do opperhuid ontdoen. Keti (Sk. schrijfteeken voor den i-klank. door V KETI. jets moods. Kesot. van zich of knippen. ook eon halve duit of halve cent. Ketela. Keteng. honderdduizend. Zie Sandoeng. met do schaaf bewerken. der Compositae. bij beetjes. die nog niet good loopen kunnen. ruw. zie Katela. Lour. hot vol afstroopen. afgemat. bloom (ook in figuurlijken zin). nijdig maken. schuddon. stroef. lam. ook beker.jets aanloopen. enz. beven. Ketan. ruig. schaven. villen. Ketik. ook Mengesot (Jay. over jets heon struikelen. hot zien van jets spookachtigs. Kesoemba.). stroopen. Keset (ook Beset). schuiven (op zijn derriere. Berkesot. (bijv..). gebleken. openbaren. Carthamus tinctonus. die eon roods verfstof levert. oksel. ook krabbe. Nat. ketel. Kesiap (Kesiapan). Ketel. enz. sidderen. iemand hot land opjagen. enz. enz. aan den dag gekomen. Ketara. Kesel. kreeft . aan den dag brengen.). duidelijk. derdduizendtal. schaaf. enz. Kesat. der Gramineae. voortschuiven op den grond enz. niet glad. Keskoel.). zichtbaar. enz. Mengeselken. bij kleine hoeveelheden (verkoopen. met den . duidel ijk maken. Mengetik. Ketam. Mengetam. ergeren. Mengetaraken. hon. L. lam.). enz. middelmatige boom. waarvan verscheidene varietoiton bestaan. otensbakje. zooals kinderen doen. eon aan kleefstof rijke rijstsoort. blijkbaar. vermoeid. Keteak. Kesoema (of Koesoema) (Sk. zat zijn. laten zien. Oryza glutinosa. Ketengan. hot Arab. zich vervelen. Mengeset.. Nat.). Kesrah (of Kesra) (Ar.

behalve. fam. Keting. enz. ook naam van een vruchtboom. der Solanaceae. angstig . moeilijk. Ketjapi. kleingeld. bot vangen. ztjn. Mengetjap. Ketimoen. nat. kleiner maken.). uitgezonderd. geergerd zijn. Ketjambah. geknipt). kwaad. Ketil.. verlegen. enz. instrument (met eon knop). lastig. klein. bevreesd. verkleinen.duim en eon der vingers. nudig. . zuur. Ketjap. een koopje snappen. enz. kleinmoedig. sofa. augurk. beschaamd. inlandsche sofa. Ketip. K®tjiwa (Jay. amethyst. oogknip. teleurgesteld. min of moor tans of wrang (vergel. gesmak.). geraakt. verlegen. ergeren. pasmunt . enz. Ketjoet (Jay. een smakkend geluid maken. goring. Ketoek. Ketjil. eon plant in Indie. veryelend. ook wrang. huisje. ook Datura alba Nees. Hati ketjil. beschaamd. harp. luit. onder hot eten smakken. uitzonderen. Mengetjilken. . Mengetjoewaliken. -. beangst. smakkend geluid. met de oogen knippen. Ketjil hats. A. ongerust maken. orgernis aanbrengen. uitgeloopen kiem van erwten of boonen. Roemah ketjil. komkommer. be- . Ketjap. welbekend om hare bedwelmende eigenschappen. boven den hiel tot aan de kuit. knipoogen. ook gezegde. gedeelte van hot been V KETI. een klein kind . K®tjoewali. enz. Ketjoeboeng.). Oerat keting.).ook een dubbeltje (Jay. jets kwalijk nemen. met jets een uitzondering maken. gefopt zun. langwijlig (van eon fijn work bijv. ook bang. beangst.). Ketir (of Ketar). Mengetip. Ketjele (Bat. Mengetjilken hats. die na samengebracht to zijn. enz. verminderen. behoudens. enz.nak ketjil. Getir). teleurgesteld. koperen potvormig slag. Oewang ketjil. Achillespees. tenzij . zich in zijne verwachting bedrogen zien. ook heel fijn met de~nagels knijpen. tegen jets aan worden. klein huffs. reduceeren .

fladderen. Kewan (Mol. eon doek. Kidoel (Jay.hoorende bij den gam®lan. tikken. enz. Ketoemboehan. hemelstreek. Doewa loan. Kewat. bosch . klapwieken. Kewan. (ook Selatan). de pokken. liedje. Ketoembar. stomp. hot Zuiden. wapperen (van vl aggen). roe. eon bezem). heen en weder zwaaien. zooveel . kleine schilfers of roos op hot h oofd. reebok. enz. kiop. tik. tweemaal zooveel . zoodanig . geplaatst). Kibar. Mol.). Mengibas. Kijan. hoe- . ook kwispelstaarten. KIJA. Kapalakewan. snibbig. dus. den mond good kunren roeren. 143 Ketoel (Jay. Kiblat (Ar. waarheen de geloovigen zich bij hot bidden richten moeten. met de knokkels van de hand op jets slaan. de opstanding.. Berapa loan. gegeven of bepaalde grootheid. Ketok. met jets (buy. Kidang (of Kidjang). Sakian. zuideltjk. Zuid. kakelen van eon kip. bij de hand. Ketoepat. diet. vadertje. waarin de heilige tempel to Mekka gelegen is. rust in van kokosbladeren gevlochten zakjes gaargekookt. ook door kramp samengetrokken (van pezen. boost. ook van leeraren van priesterscholen en van godsdienstonderwijzers.).). Berkibar. (voornamelijk) de streek. zijde. zweven (van vogels). oudje. enz. streek. bot. op jets kloppen. Ketoembe. deuntje. gekakel (van een kip) . Kiai. gezan g. Kijamat (Ar. Berketok-lretok. kant. Kibar. ook hot laatste oordeel. took de dooden worden in hot graf met hot gelaat daarheen gencht.). titel voor bejaarde on hooggeeerde mannen. korianderzaad. dusdanig.). opziener over de bosschen. kinderziekte. met jets tegen jets slaan. zang. Kidoeng. boschwaohter. de verwoesting der wereld. hoeveel malen hot gegevene.). Mengetok. 144 KIJA. slag.

ook: (van eon vaartuig). vijlen. flikkeren. de rollen oener suikerrietpers. Berkilat. Kilang.). gedegen goud. Mengikir. schelp.). smal. (ook Mengilik). vrek. bliksemen.). Kiong (of Keong). niet op zijn gemak. gekakel (van eon hoop). peuteren. om hot water op to pompon of naar eon hooger gelegen terrain op to voeKIRI. met jets kittelen. analogie. Kintjir. waterrad. eon gereed gemaakte betelpruim. Mas kimpal. span. Kijok (of Keok) (Soend.veel malen. viii. glanzen. knop. kwispelstaarten. eon bloemknop). enz. kakelen. Mal. eon groote schelp. stiff. scheprad. flikkering. bliksem. afvijlen. enz. blinkered. gierigheid. Kijas (Ar. schelpdier. met eon vijl bewerken . Kilik. brijachtige zoete sans bij sommige gebakken. Kima. erf. dikke. massief . blinken. . ron. Mengipai-ngipai. enz. gedwongen. vrekkig. Kilik koeping. jets in eon holte duwen en ronddraaien. geschreeuw. Kintal.). gierigaard. Kikoek. bloemknop. schraapzuchtig. ook : garenwinder. smalbuikig. enz. half gesloten. vergelijking. (zooals bijv. Orang kikir. eon weinig open of geopend en puntig eindigend. de afstand tusschen de toppen van den uitgestrekten duim en pink. betelpruimen. gedegen. glimmered. . Kintja. Menginang. in hot oor peuteren (met eon veertje. enz. blinken. goud in klompen of staven. haspel Kintjoep. woonerf (Mol.).). Kikir. Kilat. Kilan (Jay. boersch. weerlicht. Kinang(Jav. holte. glinsteren. conclusie. Mengi jok. linksch. glimmon. Kilap. enz. Kipal. schitteren. ook : gierig. Kimpal. enz. met lets in eon opening. ook hot uitgepersto suikerrietsap. Bat. Mengkilap. zinspeling. weerschijn. weerlichten.

enz. ~linkerzijde. links opgaan. ook jets aan iemand medegeven. Mengirimi. Kirim (Mengirim. in tie rondte draaien. doen). begrooting.schudden van de veeren (zooals kippen. berekenen. Kira-kira. vermeenen. links plaatsen links opstellen. rillon. Kin. links. tar linkerzij de . ook hot to berge rijzen der haren. Berkirim). ook eon netje ter bewaring van een of ander. ijzen. van mooning zijn. Kirabat. enz. gissen. ook klapwieken. snelle op en neergaande beweging . Mengirik of Mengkirik. met eon waaier jets bewaaien. links aanhoudon. Kira.). Mengiri. berekening. verzenden. met overleg. gevlochten mandje. gissing. ook met mate. Bantamsche matten. schuivend opschikken. Sebelah kin. sturen . links schuiven. mooning. Mengirap. linksch. enz. van gewasschen good bij hot ophangen). zenden .denkelijk.). Kink (Jay.uitschudden. enz. enz. ook eon palmsoort. linker. afschuw. links uitwijk en. uitslaan (bijv. eilieve. zich schuivend verplaatsen. . Kipsau (ook Kipsiau) (Chin. Kiranja. van eon of ander jets denken. Mengiprat. eon gevlekte komkommersoort. achten. Kiriman. met eon waaier waaien. gissing.). Mengiraken. eon waaier gebruiken. zittend voortschuiven . vermoedelijk.. Mengirimken. sprenkelen. enz. links. iet besprenkelen. enz. zich verbeelden. overleggen. berekenen. Kisa.naar gissing. Mengiriken. Kiprat. Kisar (of Kiser). doen toekomen.of kofflepot. Kiraf. iemand jets zenden.. jong hondje. Berkisar. waaier . . denken. Mengipratken. enz. meenen. enz.Kipas.g. toch. waarvan de bladnerven gebruikt worden tot hot vervaardigen van de z. aarden thee. Kirap. jets van zich afschudden. besprenkelen . jets aan iemand zenden. nabestaanden. wat gezonden wordt. vermoeden. kleine hond.. jets snel op en peer bewegen. Mengipas. kippevel krijgen (van vrees.

klein weinigj e. enz. in vlammen uitslaan. den tijd hebben. verschrompeld. Mengobok. Klontong. kru impj e. traliowerk. viiigorglas. d e Koran. ook in brieven). 145 Kiting. tralies. brand. twintig stuks. gekreukt. geschrift (inzonderheid van godsdienstigen aard) . fijn wrijven. rozijnen. MALEISCH-HOLLANDSCH. wrijf. vermalen. weinigje.. Sakloemit. of branden. ook stain.of schuurpaal (veer dieren op de weide. waar eon splinter of is. beschadigd. Kismis. (van dieren). Mengisil. enz. door water gaan. om een as. eon middelpunt draaien . Kitab (Ar. schuren. draaien. waden. ook ik (wanneer de spreker zich hooger stelt dan de aangesprokone.). ook krorngetrokken (van de vingers door jicht. enz. enz. malen. draaien. enz. Kita. volksstam. Kobok. zich togen dien paal aanwrijven. enz. doen wentelen.).). convenieeren. Kobes. in de gelegenheid zijn of de gelegenheid hebben tot. rasterwerk. Mengitarken. Kober (Jay. enz. Kodi. KUEB. de kittelaar. Kloemit. clitoris. jets omdraaien. . Kiontang (of Kelontang. branden. hot book bij uitnemondh ei d. snees. krenten. in eon melon of met eon molensteen. Alkitab. wasschon. gekreukeld. Klentit. in lichto laaie. beetje. partij. tralie. die in de rondte draait. Kisikisi. ronddraaien. enz. zie Kelontong. book. waschkom. wentelen. ook zich verplaatsen. Kisoet. een bitter kl ein beetje. Kisi. Kisil of Kisilan. twintigtal. vogelverschrikker. wij (met insluiting van den aangesproken persoon). Klengteng. Sitar (of Kiter).Mengisar. Chineesche tempel.) . Berkitar. enz. spiji. hekwerk.verbranden.. Kobokan. spit. Kobar (Kobaran).. ook in water spoelen. ook Kelontangan). . de vogels van de velden to jagen. gerimpeld. roede. voorwerp om door goklep.

ruin. sterkmaken. dien men over hot hoofd of om hot lichaam draagt om dit to beschermen. to paard.Mengoewat-ngoewatken. al zijn krachten tot jets aanwenden. roode hond. Koebis. kikkor. borstwering.Kod ja. zoowel pers. woonplaats der Kod ja's. Koe. macht. zijn best doen. scherm. Koeda djantan. Ber- . hot is noodig. afgekapt. Koeboer (Ar. nagemaakt paard. graf. Koedjoet. enz. van den ten persoon. Mengoedjoet. maken. kikvorsch. hobbelpaard. vor10 146 KOEB. almacht. stomp. Koeda-koeda. krachtig. Koeat. Koeda isteri. aarden wal. enz. Mengoedoeng. verschansing. om jets heen aanleggen.). kruik. Koeboe. erg jeukende huiduitslag. koolgroente. Pakod jan. kruk. Mengoeboerken. paard . hengst.. in eon graf neerleggen. enz. Koeda-koedaan. bescherming. Koeda. Koeda laki-laki. begraafplaats . schansingen. Koedoeng. enz. hecht. Pakoeboeran. als bez. voornw. iemand begraven. begraafplaats. noodzakelijk dat. stut. Klingalees. Koeda perampoean. Koed j a. kruik j e. schurft. ook spruit (aan eon dak) waarop de nokbalk rust. ook eon doek enz. rijden. Kodrat (Ar. enz. Mengoewatken. Berkoeda. worgon (de straf voor oversp©lige vrouwen). vast. met alle kracht jets doen. vobrnw. hot moot. enz. Mengoeboei. jets met aarden wallen of verschansingen insluiten. hot behoort.. Klingaloesch. stevig. Moorsch. schans. met al zijn vermogen jots doen.. dekhengst . verkorting van Akoe. verminkt van de lodema ten (zie ook Koetoeng).. to paard zitten. Koedis. Bengalees. stork. enz. ). gesneden hengst. begraven. enz. Kodok. verminken. keel. wijk of buurt. Koeda lelaki. Moor. Koedoe (Jay. schraag. enz. padde. solied.versterken. Bengaloesch . merrier Koeda kebiri.). .

Koekoesan. Berkoekoek. Lantah). lets dekken. beschermen.Bat. uitdampen. Koelah. ook zich under de bescherming stellen van iemand. enz.). kromgotrokkon. gokir. met de als eon hark omgebogen vingers tot zich halen. Koel (of Ko1) (Ho1. enz. koken. eon hoofddoek vastgesteven in den vorm van eon kool. gokraai. Roh'oelkoedoes. krabben. bloed- . in bescherming nemen. waarin de rUst in eon dandang wordt gaargestoomd. stoom .koedoeng. bedekken. enz. Mengoekoer. ook dek. walmen. mos. stevig. aan of door eon kram bevestigen. in bescherming nemen. Koekoeh. nagel klauw.. ook vuil aan de tanden. schimmel. de heiligo G eest . wasom. lets heiligen. Koedoes. Berkoekoer. kirren. bodekking. dokkleed. mak. Mengoekoes. oog. kraaien. gesluierd gaan.enz. Mengoekoehken.. heilig. kram.. Boengkoes koel. uitwasemen. Koelat. Koekoek. als heilig beschouwen. walm. deksel. nachtuil. Koekoer. kom.)kool. . Koekoe. Koekoep. Mengoekoet. enz. . stork. hecht. ook beschermen. Koekoek-beloek. iemand eon sluier over hot hoofd slaan. damp. vast. Berkoekoe. ook zich krabben . stijven in lets. KOEL.ook tam. Koelawarga (ook Koelawangsa) (Sk. versterken. enz. dampen. trochtervormig mandje. kuikens bijv. distilleeren. ook klauw. samengetrokken (van de armen of vingers) . Mengoekoepi. nagels hebben. heilig verklaren. in stoom gaarkoken. Koekoes. Mengoedoesken. jets over hot hoofd of hot lichaam dr gen bij wijze van sluier. maagschap. stork maken.).Mengoedoengi.. aanslibbing aan de monding van rivieren. enz. enz. Berkoekoer. volgzaam (van jonge diertjes. uil. vij vor. gometselde waterbak. Koekoet (ook Kokot. van klauwen voorzien. familie. krabber. ook bijeenschrapen. enz. of krabben. zwam.

Koempal (of Goempal). Koenang-koenang. uitspoelen. omgeven. Koembah. enz. spoelen. Mengoeli. sjouwerdiensten doen. enz. Koemis.Anak koempi. verzameling. ook sik. schil. vel. taaie zelfstandigheid. die nog niet besneden zijn. daglooner. enz. enz. sjouwer. . omhulsel. om jets heen gaan. Tiling. ook : som. Koemoer. Berkoeli. omkleedsel. verzameld.overgrootvader. bijeenkomst. in den omtrek . . Berkoeloep.. 147 . enz.. wasschen. de voorhuid. schors. Mengoembah. to zamen brengen. ook : groote for (ook Koewangwoeng). rondgaan . bijeenbrengen. zich verzamelen. verzameld. leder. gorgelen. Tempat koempoelan. (ook Pakoem-poelan). het praeputium. jets omtrekken. enz. plechtig bezoek. Koembang. bijeen komen. Berkoempoel. glimworm. Koeloep. vergaderzaal. Koempoelan of Pakoempoelan. eerbied. kluit. voorhuid. van een voorhuid voorzien. het westen. ook iemand den mantel vegen. westelijk. klonter. Mengoelilingi. omsingelen. vergadering.. vergaderen. enz. samengedrukte hoeveel. dop. achterkleinkind. in de rondto. Koempoel. Koelit. Koeliling. hommel. enz. vergaderd zijn. vergaderen. nog niet besneden zijn. bast. Koeli. als daglooner werken. rondom. Koelit chatan. bijeen .). Koendjoeng. Koeloep. bekleedsel.overgrootmoeder . huid. held eener zachte.vergaderplaats. Koempi(Bat. Mengoempoelken. omtrek.: ook bereide huid. bijeen zijn.iemand of KOEP. BerkoeKOEL. praeputium . snor. lederwerk. . knevel. verzamelen. den mond spoelen. opeenhoopen. west. Berkoemoer. ook als liefkoozingsw oord voor jongens. insluiten. de vuurvlieg. Koelon (ook Barat).Mengoend joengi.verwanten.

Koenjoeng (Koenjoeng-koenjoeng). knop. met een sleutel dichtmaken. . Koentjoep (of Kintjoep). zie Koenjit. Koentjoeng. opzetting van de milt. geel. sluicing. ook den sleutel in een slot steken. Koeping (ook Telinga). pellen.). 148 KOEP. Koepang (Mol. Anak-koentji. Koenjoek. L. Koepas. eensklaps. Koeningan. Koepe. van een zweer). geld. kapel. Anak koenjit. Koepoe o oepoe-koepoe. gesloten. een looper die op alle sloten past. op eens. lichi geel . de hoofdknol dezer plant . Koentji. de lies. ook de wreef van den voet. Sakit koera. schildpad.onverwachts. enz. Koentji maling. geel koper. Iboe koenjit. Koera. Mengoepe. slot. rond. vljnder. ook vlok of bosje haar. miltaandoening. losmaken. Koentoel. slot. schillen. Sirikauwsel. Mengoentji. onvoorziens.) (ook Koprak. enz. Koening moeda. Koenjit. Poetih koening (van de huidskleur).landschildpad. afschilferen. stomp. sleutel. ook : reiger. plukken. kuif. donkey geel.). Koeprak (Jay. de bast of schors van lets afnemen. der Zingiberaceae). enz. sluiten. Boeboeng). Koenir. Koening toewa. zoowel om to sluiten als om to openen. kurkuma. Nat. dat aan het hoofd van kleine kinderen gelaten wordt. plotseling. Koening. ter hoogte van de fontenel (verg. geelzucht. Koenjah. enz. klepmachine. milt . aapje. blankgeelachtig. kleine aap. ontdoen. enz. fam.jets een plechtig bezoek brengen. to verdrijven. bloemknop. Koprakan). de schilfers of roofjes enz. klenper. Koera-koera. oor. jonge aap. ontbolsteren. Iboe koentji. geelachtig blank. de huid. op slot doen. om vogels enz. bladknop.Sakit koening. Koentji papa. (Curcuma Tonga. of halen (bijv. van de schil. Mengoepas. de bijwortels. samengeplooid (van bloemknoppen.

in de war brengen. w jl. verminderen. . ook uithoozen. enz. toen. Koernia (Sk. offerande.uitgeteerd. . in wanorde verspreid. gevangenis. hok. ringworm. lijkbaar.Koerai. ontoereikend. to kort. Koetjar (Koetjar-katrjir). melaatschheid. tijdens.. Don. zie Karoenia. lepra. minder. Nat. kleinigheden wegnemen. Mengoerangi. enz. 5 a 6 vellen of 20 a 24 bladzijden. Mengoetil. ook kleinigheid. eon ergo graad van syphilis. enz. vlammen (in mariner of hout). noodlijdend.). eig. kajuit. hot halfcilindervormig bamboezen geraamte dat over hot lijk wordt geplaatst en waarover hot lijkkleed wordt geworpen . fam. troop. verwarren. gebrek hebben aan lets. in de war. afnemen (bijv. Koerban (Ar. enz. Koesoet. der Liliaceae). onderlijf. Koeroengan. eon snort uien of proi (Allium uliginosum. minder worden. kooi. van eon lijdende). Mengoeras. niet genoeg. oogenblik. . to kort. gebrek. to min. offer. Koeroeng. Koeroeng batang. zetel. Mengoesoetken. aderen. verminderen..). Koesir. gebrekkig. enz. Koetjai. smoezen. verwijderen on den bak tegelijkertijd schoonmaken. enz. mager. Koetika. hok. Koesta. to weinig. Koerang. eon snort corset. kapen. Koeroes. stool. Koersi. uit elkander geworpen. koetsier. in eon kooi. hok gevangenis plaatsen. carat. Koetil. enz. enz. Koeskoes. geheim gesprek. ten tijde. Mengoeroengken. gefluister. ook KOEW. kooi. jets verminderen. enz. ontbreken. iemand to kort doen. minder worden. Mengoeskoes. Koerap. hot water uit eon bak. kortmouwige borstrok. Koeras. afnemen. Kakoerangan. katern.schraal. Mengoerangken. fluisteren. besloten ruimto. terw jl. Koetang. jets zacht besprokon. tijd. verward. ontbrekend. tijdstip.

afgeknot. Koewatir (Ar. kat. Koetjoep. enz. Mengoetjoepi. deuk. wandluis. gekort (van eon brook bij v. Mengoewasani. Koewali. Pantat koewali. gaponde wonde. volmacht geven. Mengoetoeki. Berkoewasa. stomp (van eon arm.Koetjing. Koewaja. Mengoewasaken. enz. Anak koewalon. monding eener rivier. uitholling. enz. zwartsel. 1emand vervloeken. iemand kussen.. Koewak. eon vloek uitsprekon . vergrooting der milt. in staat tot. diepe scheur. Koetoe and jing. macht. enz. volmacht. bodem van eon pan. beangst. stiefmoeder. stork. bevreesd. ook hot daaraan zittende root. gevolmachtigde. in . sans. onrustig zijn. aarden of ijzoron kookKOEW. pandeksel. galzucht. langgerekt geluid. vervloeken. Koetoe lemboe. gerekt geluid voortbrengen. vrees. Ma'-koewalon. gezag. Koetjir (ook Koentjir.). Koetoek. Mengoewak. Koewawa (Jay. kus. gevloekt. zoen . machtigen. enz. sop (van eon gerecht). gekwaak. Mengoetoek. kwaken. krachtig. mij t . zonder mouwen (van eon jak. zoenen. luis. uitgehold. Zie verder Koeat. staart. kracht.. Bapakoewalon. diep ingevreten. Koewalon (Jay. vermogen.). lange haarvlecht der Chineezen. enz. Koetoe. Toetoep koewali of Kekeb. . stiefvader. vloek. Boentoet). tiok. vervloekt . vervloeking. Koewasa. enz. kussen. afgekapt. Koewat. zoenen.). pan . pat. ook dikwijls.). Koetoeng. runderluis. gezaghebbend. macht hebben . enz. Koetoe boesoek. Koewala. bij machte. afgehouwen. enz. dikwerf. gezag over jets uitoefenen . vloeken. ongerust. stief-. vloo . diep. enz. ook diepe wonde. eon diep. Koewab. onrust.). stief kind. angst.). Mengoetjoep.

touw of band. regenboog. vijver. eon snort van gesuikerd moos. onderaardsche gang. wader. die in eon gleuf.). Kolot (Sound. eon bank.). scheur. bekwaam. waterkom. datin de kazerne geboren is. enz. Kolak. teruggekeerd. Anaktangsi. inlandsch vaartuig met binnenwaarts gebogen voor. Kolek. terug doen gaan. enz. Mengombaliken. Tall kolor.. zwerven. Kolong. Pengombaraan.. kever. kunnende bevatten 27 tot 30 picots van 125 A. met suiker gestoofde vruchten. Kolam. scheuren. eon mangga-snort met sterkriekende vruchten. ronddolen . Koewi. vergelden enz. eon soldatenkind in 't algemeen. in tegenstelling van Anak soldadoe.). Komendoer (of Koemendoer). Koewe. Koeweni. en diem om dien vast aan hot ljjf to binden. Anak kolong wordt ook als scheldwoord gebezigd in den zin van eon . dolen. smeltkroes. KONG. gleuf. Chineesche trekpleister. opnieuw. (zie ook Koembang). commandeur. gescheurd. omzwerving. tor. stork genoeg tot. waarvan confituur wordt gemaakt. gewicht. Kojo (Chin. teruggeven. Kojan. Lour. dat niet in de kazerne geboren word. commodore.staat. sleuf of zoom (bijv. van eon brook) loopt. eon huffs. Kojak. Koewoeng (Jav. enz. enz.in ontucht geboren kind". bejaard. Kombali. ledige ruimte under lets (bijv. Mengojak. . . enz. Kombara (Mengombara). terugzenden. uitholling. ronddoling. wedorkeerig jets bewijzen. Anak kolong (kazerneterm) soldatenkind. vruchten van den area-palm. 149 ook : mijn. (ook Bianglala). teruggekomen. Kolang-kaling. Kolor.on achterstoven. gebak. enz. snoeperij. inhoudsmaat.. Mengifera foetida. kook. en btjzonderlijk eon. hommel.). oud. terug. Kombang.

). maatschappij. bij kleine stukjes schillen. verbond . iemand eon strong verhoor doen ondergaan. als genoodigde eon feast bijwonen. van jets kleine stukjes afrukken. Kopi. (ook Sekongkel) (11011.-I. aftrekken. slap hangend. . Kopjah. hot laatste scheutje wegnemen. Korang. zie : Koenang. enz. koffleboom. ook de bij de West-indische bereiding der versche vruchten achterblijvende schillen. zetel van zulk eon coinpagnieschap. aan eene oorziekte lijden. Kontal-kantil. Kondangan. pagnieschap.. de heilige schrift der' Mohammedanen. Kopjor. (van ooren) . (van de borsten eener vrouw). schoffelen. met papperig vleesch. Kopok. contant. routs. schoffel. gebouw. comptant.). Mengompes. roof jes. de 0. koffievrucht. . eon strong onderzoek instellen. de regeering. Kontan. Kompeni. Kongkel. de testiculi. enz. Koredan. nat. konkelen. compagnie. schilfers van eon wond aftrekken. Konang. (Bat. koffieboon. de koran. Kored. cnz. (van enkele vruchten). eon vrueht enz. Kontol. impotent. corn150 KONT. eon geheinie afspraak met elkander maken. ook de geheele penis. koffleboom. Roemah kongsi.kofffie.Ampas kopi.Koming. vennootschap.inwendig zacht van vleesch. waardoor hot vuil or steeds uitloopt. vereeniging. cornpagnio. hot laatste boetje. de ballen. Kopek. druiperig. koffledik. Koran (Ar. samenspannen. ongevuld. ook (Msngopek). kalotje. klein in zijn snort. Boewah kopi. bengelen. enz. pet.). enz. hot gouvernement. Kompes. hangend slingeren. strong ondervragen. naar eon feast toe gaan. ook hermaphrodiet. wieden.). vischmand. Poehoen kopi. druipooren hebben. Kongsi (Chin. Kopokan. hot geheele mannelijke schaamdeel. heen en weder schommelen.

. Kotjok. Koreng. (bijv. oorpeutertje. enz ). LABA. Korek. (in den loop van een geweer. jou. ook schudding (van eon vocht).). g j.. schroefgang. Sots.schurft. (zie ook Koersi). Koterek (11011. Kwartoe. . KWAR. Roemah kosong. schakel van eon metalen buikband. een ledig huffs. gewone zitstoel. enz. stool. smerig. ledig. uitgehold. Korsi doedoek. Mengorek. lade. Sotak. opengebroken. zonder inhoud. Mengosongken. Kosong. postelein. enz. doorgebroken. door zweren enz. Mai. uitholling. door muron of andere versterkingen omgeven plaats. Mengotjak. zinledige beuzelpraat. oorlepeltje. negorij. . Korsi. Kowe (Jar. kurketrekker. krabben. terras (van rijstvelden). om to wassehen. mijngang. burcht. dons. dadel. enz. wroeten . Omong kosong. enz. net lets scherps of puntigs uithalen. vuil. . eon mijn graven. yak. onreinheid. jij. korrelige zelf standigheden (als rijst. Krokot. Korengan. Kotjak. Kosta. Korek koeping. lets ledig maken. enz. trotsch. vesting. iemand uit de krijgsmanscaste.) met de hand in hot water rondroeren. schudden. ook yak. Mengorok. lange ligstoel. water in een flesch). enz. zonder zin . stad. morsig . je. bluffend. Mengotjok.). Kosak (Kosak-kasik).). Pakerd jaan kwartoe (Mol. Kowak. fort. onrein. zweren. ontruimen. Korma (of Choerma) (Ar. huiduitslag. enz.). Mengosek. zie Koewak. luierstoel.geplaagd. Korsi males. Korsi gojang. hebben. schudden. verwaand. dapper veelvermogend. peuteren. Keatria (Sk. versterkte plaats. snoevend zijn. u. drek. Kosen. wipstoel. Kosek. zie Koesta. zweer. Kotor. vuil.Krestantje. Kotoran. graven. enz.). veel praats hebben. heerendienst ten behoove van den radja. telkens van plaats veranderen. Korok. enz.

Ladang. kalebas. enz. 151 Laba. (van eon kleed. hoeveel to moor.. Laba-labs. enz. rij. M1 lad joeken. scherts. nog steeds. afranselen.). enz. besmeren. Lagi. nedergelaten. ruimte tusschen twee evenwijdige lijnen. vaart of gang in jets brengen.L. kt ren vertoonen. LAKI. Melafalken. Laboer. bovendien. manoeuvre. met jets bestrijken. Lad joer. zingend voordragen. ook lijnblad. ter wergild . en. Melaboer (Jay. Laboeh. gewin. Berlaboeh. manoeuvreeren. . melodie. ranselen. Lada. vermengd met water. afstroomende lava uit eon krater. Laga. wijders. haven. spinneweb. om jets geven. air . afhangend. snel vooruitgaan. voordeel . to voorschijn komen. Melahirken. Lagos. Lafal (Ar. openlijk. Laboe. enz) . enz. viug.pa lagi. ankerplaats. tegen elkander stooton. mss. work van jets maken. Berlaba. Labir(Ar. zich vlug vooruitbewegen . daarbij. Lading (Jav. Laberak. voorts. gordijn. spin . uitspreken. Lagonder. Melabaken. nog. winstgevend . overstrooming. enz. Ladenin (Bat. Ladoe. Ladek. of jakkeren. ten anker liggen. op muziek zetten. Ladjoe. hiervan bestaan verscheidene soorten.). ongaar. uitwendig . ook gekscheren. bouwveld zonder kunstmatige bevloeiing. kuur. Laberang. winstgevend maken. alleen de buiten~ijdo gaar. A. zangwijs. winst. woord. reeds. snel doen vooruitgaan.). ankeren. pompom. M lagoeken. vechten. geboren worden. zelfs. meer. dragonder. uitspraak .). enz.). scheepswant. notitie van jets nemen.). Berlaga. Melaberak (Jay. baan. vooruit. kortswijl . Pelaboehan. veinzen. kolom (van eon bladzijde). peper. enz. ook. gekheid maken. snel. Sarang labalaba. neerhangend. productief. afrossen.

in gebruik zijn.). betamelijk. met een mannetje paren . dommelen. . reizen to water. iemand tot man hebben . enz. laag bij den grond of op hot water . ook sluimeren. mannetje van eon vrouwolijk dier. gehuwd man. behoorlijk. enz. laten dekken (van eon vrouwelijk dier) . verwelkt. enz. ter zijde staan. handel on wandel. met jets wegzeilen. gevlieg . go- . zich gedragen. afzonderen. enz. passend. zeilen. behulpzaam zijn. Melajarken. verlept. gedragingen. Lakoe. Laki. Berlakoe. enz. ook in zwang zijn.iemand helpen. to voorschijn brengen. Laik. Lajar. Lajoe. ook man. gedrag. Lajap. bedienen . ook gangbaar zijn. Mclajang. Berlainan. jets zeilende vervoeren. doen zeilen. man. Melajap. uitzonderen. geschikt. Lajangan. Laki-laki of Lelaki. vliegen. aftrek hebben. doen paren. enz. verscbillend . ander. in den smack zijn. gehuwd zijn. met eon man trouwen (van een vrouw). bedienen. anders zijn. openbaren. Belajar. vlieger.enz. nitvaren. vorstelijk lijk. Lajang.. aftrek hebben. door den wind medegevoerd worden. verflenst. behalve. handel en wandel. gang. handelwijs. lijk. Orang lakilaki of Orang lelaki. onderscheiden zijn van. 152 LAKQ. gezweef. Beriaki. laag over den grond of hot water strijken (van vogels). verschillon. uitgezonderd. anders. Tingkah-lakoe. Laki bins of Laki isteri. een man hebben of krijgen.. echtgenoot. waardig. gebeuren. baron. onder zeil gaan. enz. gepast. gewild zijn.brengen. loop. mannelijk. mannelijk persoon. Lain. zeilende zijn. man en vrouw. veranderen. een mannetje hebben (van vrouwelijke dieren). ook dichtvallen (van de oogen van ieman l die slaap hoop) . Melainken. uithuwen (van eon meisje. zeil. Berlakiken. Melajan.. zweven. Lajan. al hot doen en laten van iemand.).. Memperlakiken of Melakiken. Melajani. enz. Lajon (Jay.

lang geleden. versche of gekookte groenten. enz. lang van duur. daarna. waarna.). vertragen. . de huisvlieg . stuk.voorb j brengen. Berlambat. lengte van tijd.. Lakon (Jay. langzaam. verdagen. eon eind can jets waken. zijde. vervolgens. sproet. langzaam afdoen. Tahi lalat. ook eon snort van Chineesche vermicelli . slaperig.enz. vroeger. Lalat (ook Laler). enz.gelijk. van hot water bij eon overstrooming). huwelijksaanvraag. Lalai. Salamanja. verspreid. over lets heen gaan. voorbeeld. enz. Lalab. oud. toen. ook passeeren. of wijken. vergeetachtig.wild zijn. oudtijds.). evenals. zich verspreiden (bijv. onoplettend. traag zijn. altijd. duur van tijd. Melaksanaken. uitstellen. tienduizendtal. Melambatken. enz. Lamaran. overschrijden. overtreden.). invoeren. vorig. enz. Melamar (Jay. . eertijds. zijn gedachten niet bij elkander hebben. die men bij de rijst eet. veel tijd eischend. Melampar. vlootvoogd. talmend. Laksa (Sk. dr~alen. bezwijmd. Melakoeken. Laksamana. enz. Lamboeng. lang. Lambat. uit den weg gaan. langdurig. bedrijf of episode uit de Mythologie. heengaan. . LAND. voorbijvoeren. op de lange bean schuiven. viieg. tienduizend. immer. langdurig. onverschillig. onachtzaam. laat. enz. zorgeloos. Salaksa. voorbij.ook handwerk. Wajang-. voorbijgaan. lets voorbijgaan. doen. lang aanhouden. uitvoeren.die ten tooneele wordt opgevoerd. ook in eenig handwerk bedreven zijn. voortgaan. enz. Lampar. in praktijk brengen. ten uitvoer brengen. Lama.. Lampang. uit elkander . over. in zwang brengen. talmen.enz. Laloe. gepasseerd. jets verwijderen. van toepassing zijn. . eon tijdelijk voor gasten gebouwd logis. van kracht zijn. admiraal. Melaloei. . enz. Laksana. ten huwelijk vragen. gelijkenis. verloopen (van tijd). vergelijken. Lamer. flank (van hot lichaam of eon vaartuig). traag. Melaloeken.

de grens van jets overschrijden. -. weerbarstig. over den tijd . verder gaan. Lampoe tembok of Lampoe teplok. steun.loopen enz. op jets aanloopen. Landesan. .aanloopen. Lampoe gantoeng. Melandasken. uitspansel. lang.. enz. gerekt. Melangit. gerekt. voorbij. hanglamp . ook aanbeeld. ook verhemelte . jets overtreden. Lampit (Jay. ook aanvallen.. . bedehuis. . onderlaag . weerspannig. Landasan. to ver gaan. over jets heenstappen. lang van duur. over den bepaalden tijd. onwillig. ook jets (wetten.caramboleeren. rekken.. verlengen (van hot leven bijv. hemelwaarts stijgen. rekken. Melandjoetken. mat. ploegijzer. Langkah. lang maken. zitmat (meest van rotting). Landjam. Langgar. lamp . verlengd. luier. enz. overtreden. stappen. Kaland joeran. verdergaand. to laat. Melandas. op eon onderlaag plaatsen. langdurig. in do hoogto stijgen. enz. Lampin. tegen jets doen stooten. enz. ook (eon vaartuig) op hot land zetten. to ver gegaan. ook tegen jets zondigen. pas. stekelvarken. Melampau. hemel .Lampau. Landjoer.. Melangkahken. tegen jets handelen. Langit. tegon jets aanstooten.). enz. LAND. to bovengaand. trod. enz. Langgana. Langitan. eenmaal geschied.). stut. schrijden. Ml landjoerken. niet meer to veranderen. Melanggarken.. onderlaag. Landak. . hemel van eon ledikant. Melangkah. langdurig. enz. Langgar (Jay. eon aanval doen. to ver gaan . bidkapel (zie Soerau).. staande lamp . Landas (kf Landes). enz. Katelandjoer.1 overschrijden. -. zie : Landas.). lets tot onderlaag geven . muurlamp. Lampoe. Lampoe doedoek. Lang (Boeroeng lang) kiekendief. stag. kouter. enz. enz. eon snort valk. schrede. Melanggar. Landjoet.

bijv. . fijn.). voltallig. Lantjar.). Melangkapken. Lantar (Lantaran). doorzetten (van jets dat begonnen is). enz. aanpunten. Lantar. van hot noodige voorzien. vermengd met bijstof- . drijvend huffs. Pelantak. van hot noodige voorzien. ook eon groote spin. der Meliaceae. laadstok.) Laming. recht toe recht aan. reden. dat beplant is. regelrecht door. aanzetton . huffs op eon vlot. Lantera. terstond. draperje. vlot. Lantjoeng. van hot noodigo voorzien.Langkap. Melantik. 153 Langoe. laadstok . enz. voltallig. schel. LANT. Lantjang (Jay. Melantak. scherpgepunt. Lantak. scherp eindigend. voltallig. nat. enz. daarop. Melantjipken. Lantja. om reden. Lansium domesticum. compleet maken. openlijk instalboron. inhuldigen (van eon vorst. enz. Lantik. tango vingers hebben. inslaan. Langsoeng. portiere. voorbarig. op eon ladang. instampen. ook heiblok. indrijven. jets ujtrusten. Lantai. Jack. daarna. ton gevolge van. Lantjip (of Lintjip). viug. puntig. rechtdoor. recht op jets aanhouden. op jets afgaan. rad (in hot spreken. tenger. muffe. voorhang. onverwijid. Blank. hot ontbrekende aanvullen. enz. Langeing. oorzaak. vlot. Lantar. ook eon vlothuis. enz. enz. ook (van geluiden). brutaal handelen. Berlangkap. Langkau. compleet zjjn . snel in bewegin'. duffe lucht van jets. fam. eon snort van groote boot. duf. boom met lekkere vruchten. eon punt aan jets maken. dadelijk. Langsep (of Langsat). compleet. open pink op eon void. Terlantar. Melaantasken. spits. vervolgens. lantaarn. middel. Langsai (of Langee). durven. onmiddellijk. plat op den rug liggen. muf. gordijn. vloer van eon op paten staand h uls. uitgerust.

Lantoet. drentelen. Laoetan. rondkuieren. Melantoer. restauratie waar gekookte eetwaren verkocht worden . Melapis. enz. Kapal laoet. Mati kelaparan. enz. hongersnood.. Lapau kedai (waroeng). Melapi of Mengelapi. langzaam. wartaal. babbelen. winkel . Lantoer. honger lijdon. doek. w jd. stofdoek. idem. verhongerd zijn . Laoek. zee . in tegenstelling van de kustschepen. bekleedsel. onderligger. open vlakte. kletsen. vaatdoek. Lapau d jags moeda. naar zee. voeren. be. Tembelek lantoeng. Lapoek. schimmel. laag.) . slenteren. met eon doek af. met eon doek over jets heengaan. open. doordringond (van stank. eon geluid enz. Bola kelaparan. ruim. hongerig zijn. Lantoeng. honger. kaam. van den honger sterven. scherp. govoerd zijn . Koewe lapis. onderlaag. zeewind . wat onder jets geplaatst wordt. Kalaoet. enz. wat ni et vlug vordert. Lapar. ml. dock ongekookte eetwaren. Lapau nasi. onzin spreken. zeeschip. lap. Lapis. Berlapis. to gast gaan. deelen laagsgewijs op elkander geplaatst zijn. vrij. veering. kippendrek. . waarvan de bestandLAT. Melantjong. plain. enz. Lapik. Lap. Laoet.) ook min of moor puntig. enz. pierewaaien. 154 LANT. honger hebben. allerlei toespijzon bij de rijst. in lagen liggend. ook uitspuiten van vocht (buy. kleeden . enz. enz. . Kelaparan. Angin laoet. den hongerdood sterven . uit een pup. langdurig. schip veer de groote vaart. Lantjong. ook : Laoek paoek. ook bij iemand eon visits maken. wandelen. Lapang. oceaan . halfwassen hoen. Lantjoer (Jav). stinkende kippendrek. zeewaarts . Tanah lapang. Indische spekkoek.fen (van goud.on schoonvegen.

verboden waar. op den derden LATA. lets op stok brengen. zij hot ook met eenig verlies (van hot eon of ander) dat naar geloofd wordt. goeden aftrek hebben. met eon tusschentijd van twee dagen. enz. Later (Jay. trekken of draaien op eon draaibank . gemakkolijk kan maken. Pelarikan. op zijn anker drijven (van eon vaartuig). loopen. lUnen trekken. (van een anker) langs den grond slepen en er niet in vast- . Pelarian. open grond. lager. Lasjkar. Melariken. wegvoeren. vliegende witte mier. Penglaris. ook de wallen om eon stad. elarangken.). rij . om de drie dagen. verbod. matrons. effen plain. soldaat. Laron. Laroet. lets verbieden . erf.) . Lapis (Jay. Lat. smokkolwaar. slippen (van eon anker). Larat. hoen en wader hard loopen. opgohoogd jaagpad. hot op eon dag 't eerst vordiendo geld door den verkoop. Melarik. over den tijd. Lari-larian.). enz. den verkoop der andere warm en artikelon. verboden zaak . dag na dien. lijn. streep. to last. last. Larangan. wegloopen. hard met lets wegloopen. . Lat doewa hari. langzaam vooruitgaan. verloopen. afdrijven. verbieden . (ook Pelataran). scheepsvolk. . Berlari of Berlari-lari. Melarang. tusschenruimte (van tijd. enz. enz. hardloopen . waardoor men alles nadoet. good verkoopbaar zijn (van koopwaren) . gewild. hordes aan eon huffs. draaibank. pleats voor of achter een huffs. v luchten. Latjak. enz. wat verboden is. enz. afdwalen. schaken. Lank. Lat (of Let). Lari. ontvoeren. good van de hand gaan. door water medegevoerd worden. die men bij zich heeft. wet anderen doen of zeggen. drossen . hardloopen. Barang larangan. zenuwachtige toestand. waarop men spreekt.Larrang. Late (of Latah) (Jay.). banket (van eon vesting). enz.

laadje. zich tegen jets verzetten. omsmelten (van metalen). over. Lawar (of Lelawar). restant. vonk. verbreeden. . tegenstand bieden. Soend. vledermuis. Ledos. meer nemen. groot. palmwijn (ook . enz. enz. Legen (Jay.. stof. verzet. enz. Terlebih. gewoonlijk gevierd als hat inlandsch nieuwjaar. wijd. breeder maken. yak. zeer. Soend. tegenstander. ongelukkig.).). iernand nit deelneming bezoeken .). Lawe (Jay.). straatvuil. Melebihv LEKI. ruimte. dichte regen. . gerecht bij de rijsttafel. feast bij hat einde der groote vasten. breedte. mislukt. in duizend stukken. misfortuinlijk. enz. vermeerderen. Melebarken. in strijd met. zich verhefren boven. ook aan gruis. enz. zich verweren. voldoening smaken. meer geven. Lebaran (Jay. Lawa (of Lelawa). lade. 155 ken. ook spinneweb. Lebe (Jay.).grijpen. dicht bijeen. spin. zich op zijn gemak gevoelen. Lawang (Jay. stofje. gesmolten. ruim. barsten (van eon zwaar gevulden zak). enz. grof. Latji. smelten. ruim. Lebang. Melawan. Leboe (of Deboe). dorpspriester. enz. oed j an lebat. Lebih. een condoleance-bezoek bij iemand afleggen. hoog zwanger. vuur. wijd. Meledos. Lawa4awa. Lebar. Lebat. meer. verruimd (van gemoed). vergrooten. Lawan. Leboer. op hat punt van to bevallen. to veal. open poort. vernield. Lawang seketeng. openspringen. tegenpartii. spinrag en cocon van eon spin. tegenweer bieden. opgeruiYnd zijn. deur. Latjoer. dicht. Lega. gemaakt van kleine stukjes vleesch of gehakt met reboeng.. uitermate. Lawat. lekker zijn. dik opeon.). mededinger. Latoe (Jay. overschot. breed. Ml lawat. inlandsch garen. Melawati kamatian. enz. Meleboer.

vol deuken. get. Berlekok of Lekak-lekok. deuken komen. Lekar (of Leker). binnen kort. dra. slap. moo. opengewerkt mandje. enz. vendutie. hol. wag. haastig. indrukking. ingezonken. schielijk. zie Lekok.. Melekat. spoed maken. Lekah. mat. oneffen . kieverig. waarop gotten of pannen geplaatst worden. spoed. dat van den arenpalm getapt wordt en waarvan door koking de bekende bruin© inlandsche suiker wordt verkregen. gaten. oogholte . ingedeukt. holle oogen . enz. gedeukt. openbare veiling . enz. doen kleven. enz. Lelap. hats. laagte tusschen hoogten ingesloten. deuk. Lekat. plakkerig. Lekoe. Melekokken. openbare verkooping. vermoeid. op of aan jets blijven kleven. scherprechter. Legodjo. beul. enz. in hat openbarr verkoopen. Melekoe. enz. Leher. kleven. Lekit (of Legit).. taai. Lelah. Lelang. gedeukt. zich openen. kuil. ingedeukt. opening. Melekatken.. indeuken. Lekoeng. Mata lekok. zonder bewustheid zijn. scheuren. maken dat in jets kuilen. Lekok. bespoedigen. vallei. Lekok mate.Toewakl. Melelangken. enz. kuilon. eerlang. verzakt. eon veal gegeten wordende . spleet. Melelang. scheur. vendutie houden. vlug. in diepen sleep. verdwenen. afgemat. tivanneer zij van hat vuur worden afgenomen. . Legok. holte. op jets plakken. v 156 LEKO. induwen. haast achter jets zetten. Melekah. verhaasten. snel. spoedig. hol. hot zoete sap. verzakking. plakken. gauw. jets op vendutie verkoopen. met den elleboog op jets rusten. Lele. openscheuren. nog kleverig. deuk. haast. hol (van de oogen). Lekas. ingezonken deal. splijten. aanplakken. Melekasken.

enz. gooien.. Lemak. Lemari boekoe. bled . enz. slap. Lemoesir (of Lemoengsir). lief. Kalemahan. Tali tiga lembar.. gestikt. enz. drie strengen touw. kast met glasruiten. kleerkast. oorspronkelijk. Lemboeng. zwakheid. Lemari pakean. ook verstikt. oorspronkelijke vorm.~koe. malsch. draa. krachteloos. zacht en aangenaam van smack. Lempar. kiem. enz. zwakte. smijten. Melemparken. Lamas (of Lames). glazen kast. enz. Kertas does lembar. talk. Lemari galas. buigzaam. smakelijk. feeder. Melempari.visch. afgewerkt. Lembang. vloeien. impotent. Lembek. gesmoord. hoog riot. model. boekenkast. welbespraakt. etenskast. gestolde was. minzaam. Lembaga. lenig. Lemah. zachtzinnig. enz. machtig. wegwerpen. Lemang (of Lemeng). Meleleh. vermindering van krachten. opgeblazen zijn. afgemat. enz. smear. rijst of ketan (kleefrijst) in eon bamboezen koker gear gepoft. eerste begin van jets. zich als eon blaas vertoonen. lekker van smack. bias. ook vel. bewerpen. machteloos. slap. Lames. zwellen. machteloos. Lemari makanan. Melemboeng. die in modderige wateren voorkomt. good kunnen spreken. enz. Lamas). op den grond werpen. vet. (verg. ook weekhartig. zwak. flauw. strong. reuzel. Melempar. rund.). goon kracht hebben. werpen. Melemboetken.. buigzaam. afgemat. zacht. langzaam vloeibaar maken. week. twee vellen papier. zwak. Melemahken. Lemaar. gedwee. Lemboet. jets . Lemari (Port. veerkrachtig. zacht. Lemboe. opblazen. langzaam doen vloeien (bijv. LENG. enz. gemoedelijk.. kast.d. type.). langzaam vloeien . zwak. verteederen. week. niet stark. vet. Melelehken. de nieren. slap. verzwakken . meegaand. Leleh (of Lele). op..

iomand bij wien men geregeld koopt. rechtstreeks . ook abonne.k. kleven. verdwenen. bocht.iemand enz. in eon bocht zijn. bij waterpokken). Lengkoewas. Melengket. zonder bochten maken. kneedbaar. eon plant waarvan de wortelknollen zoowel in de inlandsche keuken als in de geneeskunde gebruikt worden (ook Laos). faro. met minachting hot gezicht van lets of iemand afwenden. tusschen de vingers doorschieten. . zwaaiende. Lengket. slum. de armen slingeren. omgebogen is. enz. Lengkoeng. enz. huigen. . enz. Lenggang. Lender. Melentjit.vaste leverancier. gewelfd. Melempengken. Lengkeng. eon blaar vormen (bijv. vrij zijn. Lenggok. Lenting. der Zingiberaceae. Lempeng. nat. onder hot loopen met de armen slingeren.: Melengkoeng. rechtuit. Lengkap. eerepoort. fluim. enz. faro. goon work hebben. heen en wader buigende beweging. ledige tijd.zichhechtenaan. bulging. Lengan. Lenjap. verdwijnen. platte dunne laag. aanleggen. Lempeng. Pelengkoeng of Pelengkoengan. pak inlandsche taba. slingerende beweging V LEND. recht maken. -glippen. de armen vooren achterwaarts zwaaien. plakken. gebogen. nat. die meest gedroogd worden gebruikt. zie : Langkap. uit hot gezicht verdwijnen. Carob. der Sapindaceae. enz. rond gebogen. recht. van de armen. wat gebogen. Sw. Lenggang. blaasjes vormen. Berlenggang of Melenggang.kleverig. vacantie. Nephelium Litchi. Lengganan (of Langganan). Lengos. zacht. klei. rust. kleverig. boom met zoete vruchten. Lentjit. arm. werpen. enz. Melenting.naar. kromtrekken. enz. loom. moues (van eon kleed). rechtdoor. slijmig. Lempoeng. gooien. Alpinia galanga. plak. Melengos.

tusschenruimte. dat men in den mond heeft. V LETO. vijzel. losmaken. waterig (van eon wood. barsten. Letjak. barst.) . doorweekt (van natten grond). Lepeh. scheuren. Leper. Berlepot. Lep of Lip. gekn eusd (van de huid). Lepoe. pleister (van kalk. enz. Meletis. ontslagen. rijstblok. vrij. roomier. uit gooien. enz. el8vetamboer. geschaafd. op den grond neerzetten.). sprenkelen (van vochten). losgemaakt. plooi. vlak. Meletjek.. in klapperbiaderen go. 157 voorbij. Lepas. bijv : Tamboerlep of Lep-tamboer. kieverig. mat.. rauw. Lesoeng. Meletjet. van eon brandwond). smerig. losgelaten. snoeperij van ketan. tusschentijd. Letjek. ondiep. Letjat. Ddelepoe. modderig. Melepasken. stuk gaan. vrij laten loopen. ook (en Meletakken). lusteloos. niet glad (van waschgoed bijv. enz. enz. waarin lets gepakt wordt). over. Letis. enz. Letjer (of Letjer). gekookte rijst). gevouwen (als papier. verkreukt. loslaten. lets. Lepat (of Lepet). uit springen (bijv. Melepehken. Let. uitglippen. bepleisteren. geschramd. Melepa. Meletak. eon gevoel van zwakheid hebben. Letak. scheur. besprenkelen. plat (van eon bord. fijn wrijven. Lesoe. gekreukt. lusteloos zijn. nat. in vrijheid stellen. Letjat. viii maken. bemodderd. slikkerig. plakkerig.). in vrijheid. Lepot.-uitspringen (bijv. Lepa. blaren vertoonen (bijv. springen. glibbong. dl8ve.). slap. loom. flauw. lets op den grond leggen. niet gebondon. van eon glibberige . Letjeh. fijn maken (bijv. losbinden. niet vastgemaakt. Letjek. vouw. enz. spiegelglad. los. van glibberige pitjes). enz. or uit stooten. met kreuken en vouwen. zich afgemat gevoelen. wikkeld. ook verfrommeld. Letjat. pleisteren. bevuild.

steerbakkerij. in 't gezicht. Lilin masak. Liana idoeng. oog van eon naald. de (hot) . vetkaars. naar iemand zien. Berlima. enz. aanzien. leemachtig. Melilitken. was. enz. ontploffen. springen. Liana d. bekijken. enz. Kalihatan. voor iemand in de toekomst zien. gat. nerf van eon klapperblad . Meletoep. . Liana. Anak lidah. Kalima. Penglihatan. Lidah timbangan. winding om lets heen. de huig. iemand voorspellen. zien. om lets heen slingeren. ongekookte was. Letos. Melihati. taai. de naald eener weegschaal. vijftal .. Letoek. Tanah hat. Lilin mentah. Melilit. Lilit. 158 LETO. neusgat . lets om lets heen winden. Mclihatki n. draaibas. ontploffen. lijm. opening. enz. kaars. .. Lilin. kijken. opnemen. eon slingerplant enz. dof knappen. enz. de evenaar. inzicht. kloppen. hetgeen gezien is. Letoep. -omzien. vhf. klein koperen of bronzen kanon. zichtbaar. -. Lidi. Sapoe lids. met eon plof openspringen.barsten. gezuiverde was. Lihat. (als eon slang. bezem van doze nerven gemaakt. --kijken. ook hot uitgesneden deel eener . ook voorspellen. enz.pit. nis .). Lijo (Chin. enz. tong (visch).). . Lim. zie Leleh. Lidah. Melihat. oog. enz. Ikan lidah. die tusschen de vingers vastgehouden wordt). tong. slinger.barsten. gezien. pottebakkerij. loom. onzuivere. Lila. elastisch . met zijn vijven zijn. Meletos. dat in de gleuf der nevenpiank past. hot gezicht. plank. Lima. List.aroem. enz. -lezen. to voorschijn komen. bezien. waskaars. inlandsch kanon van klein kaliber. kronkelen. ook groote garden pot. suet eon dof geluid openspringen.. -slingeren. Lilih. bekijken. Meletoek. LING.

enz. Perlindoengan. Lingsir (Jay. hots in eon kom enz.). beschutten.. lets of iemand beschermen. die veel in spijzen en in waschwater gebruikt worden. pyramidevormig. gedekt. topzwaar. gebruikt voor woekeraar. Melimbang. Lintang. dwars liggen. Djeroek limau.vijfde. hot neigen of dalen der zon na den middag. Limpas. koevoet. Limau. enz. met water omroeren om daardoor hot vuil to verwijderen. zie : Ngiloe. verborgen. zich onder bescherming stellen van . bloedzuiger. Limpau. Linggam. Roemah limasan. overschaduwen. Melimpauwi. kleine snort paling. enz. Melindoeng. Limas. Lintah. Berlindoeng. de (hot) vijfde zijn. Linggis. waar men schuilt. tusschen 2 en 3I /2 uur na den middag. ook rood. phallus. beschermd. enz. var. dwars in den weg zijn of liggen. mode kleur. Limboeng. amblycarpa. Limbang. ook fig. dat den smack van sambel verhoogt. beschermen. overdwars. kleine boom met geurige bladeren. Linoe. Citrus limonelles Hassk. enz. om hot to ontwijken. Waktoe LIMO. enz. breekijzer. lets omtrekken. can eon kant zwaarder dan can de andore. Melindoengken. Melima. de lever. Melintangi. zich beschutten. om hot to ontwijken . ook cal. Lindoeng. limoen. buiten de oevers treden (van eon rivier). dwars. bedekt. zich verbergt. ten vijfde. kleine overstrooming door to zwaren regen on hot niet vlug genoeg afloopen van hot water. iemand . beschermen. in de breedte. schuilen. terwijl de vruchten citroensap leveren. Limps (of Limpah). gemakkelijk kantelend. blasts. lingsir. bedekken. besehut. om hots heen loopen. bescherming zoeken onder of bij. Melimpau. Citroen. Melintang. Melindoengi. beschutten. afzetter. huffs met vier schuins afloopende dakvlakken.

modderig. Litjin. woning van een hooggeplaatst persoon. Meliwati. aarsgat. Melipoet. Loba. enz. papperig (van vruchten. Lodeh (Jay. spuug. zijdelings kijken. Lobang roman. der Bixacea. L. aftroggelen. enz. nat. hol. ook effen.. dubber zijn. gevouwen. oog van een naald. overvol zijn. jets voorbijgaan.). lonk. inhalig. troost. voor bij. Chineesche opkooper van en handelaar in oud roost. gevouwen. speeksel. L. Loe (Chin. zijdelingsche blik .. Loa (Chin. & M. slikkerig. dubber. Lobang pantat. lonken. enz. jou. Lipoer. neusgat . vertroosting. boom met LOEM. enz. Lodoh. uw. Lobang. Lobang djaroem. toevouwen. porie. glibberig. voorbijvaren. katoenen. ook smelten van metalen. Flacourtia rukam. der Druciferae. enz. 159 zuurzoete vruchten.). Link. voorbjjstreven.). zijdelings een blik werpen. vouw. groove mand. . enz. Loderok. dwars plaatsen. nat. ook doorboren. Linting. kwijl. range witte snort radijs. jij. factory. over jets heen liggen. enz. Melintangken. behelzen.. omvatten.dwarsboemen. Tjina boa. die een lekkere gelei geven. fam. begeerigheid. hoofdkantoor. bedekken. als bijgerecht bij de rijst. papperig. Loedah. Lipat (of Lipet). Liwat (zie ook Laioe). gij. overloopen (van een to vol gevuld glas bijv. Lobilobi. gat. overtreffen. doorboord. omgeven. enz. bevatten. porous. Melipoeti. . groove. kuil. enz. Melirik. of garen lampepit. Lodji. Loeber.). holte. als rood. enz. over. begeerig. vol gaten. Lobak. Raphanus caudatus. overkoken. glad. inhaligheid. Melobaken. je. een snort sajoer (inlandsche groentesoep).). lets dwars leggen. jets omvatten. loge. Lipoet. jets begeeren. fam. versterkt gebouw. Berlipat. vouwen. Mehpat. Lobang idoeng.bedorven. Berlobang. beursch.

Meloemoerken. gewond. rijstschuur.). vijzel. wier bedekt. wedstrijd.). Loempang batoe. de kiel van eon schip. kroos. Berloemoer. r 160 LOEM. bevuilen. enz. Meloekai. desnoods. Loekoe (Jay. wonden toebrengen. wedrennen . Loemoer. eon gevaarlijke outstoking daarvan veroorzaken. beschimmeld. scherpe haartjes of vezeltjes aan de schutbladen van hot bamboes-riot.). op jets of iemand spuwen. Loempoeh (Jay. wier. enz. enz. met vuil bedekt zijn. Loenas.met elkander om hot hardst jets doen (loopen. sub. kwetsen. Loeka. bespuwen. Loempoer.Berloedah of Meloedah. bij gebrek aan beter of moor. met vuil besmeren. voorloopig voldoende. Meloemoer. gekwetst. beri-beri. Loemboeng. bevuild. enz. poeder. schimmel . Meioeloet. enz. vuil. met mos.n. verlamd. wedijver. Penjakit loempoeh. wedijver. Loemoet. lam. modder. die in slokdarm of maag opgenomen on vastgezet. Memperloematken. Loeloer. met grove steken naaien. Berloemba-loembaan. . Loempang. Berloemoet. tot poeder wrijvan. kwijlen . mos. rijden. Loeloet. steenen vijzel. lets op jets smeren. wond. vuil~ zijn. tot poeder fijn maken. berloemoetan. door wrijving. kwetsuur . Perloembaa. besmeerd. Meloekaken. rijgen. Ikan loembaloemba.). door vocht uitgeslagen. hot haasje (van slachtdieren). Meloedahi. voornamelijk de beenon). Loegoet. Loedjoer (ook Djeloedjoer). wedren. . de fijne. sl(jk. Loemba. bruinvisch. hot vuil van de huid verwjjderen. kroos. (van leden. spuwen. wedijveren. vuil maken. fij n as poeder. Meloekoe ploegen. loemoetan. poedervormig. Meloedjoer. verwonden. enz. rUstblok. wedstrijd. ploeg. lamheld der beenen. Loemajan (Jay. Loemat.

Loeroeh. op de knie rusten. sponning. uitgestrekt (van de beenen) buy. Loetar. zich niet moor herinneren. verlossen. straat. doen ontkomen. Berloetoet. ook brutaal. Loemoer (Bat. doorschioten. vergeten zijn. Peloetar. werpen. enz. ook hoofd. oprecht (van gemoed). bevrijden. de beenen uitstrekken. Loewak. Loendjoer (of Londjor). Beloendjoer of Meloendjoer. den derden dag. Loerik.). aanmatigend zijn. een zwarte sap. [ook :~Hari loess). overmorgen. Loetjoe (Jay. ontschoten. gestreept (van kleur). eon snort bunsing of das. verkleuren. vergeten.ook quitte. aardig. roods papegaai. rijpe vruchten). omhoog streven. Loetoeng. meest blauw of blauwwit gekieurde inlandsche stof.mis. Loess. Loepa. ontschieten. naar lets werpen. ontglippen. doorglijden. Loeri (of Noeri). ontkomen. Loerah. verkeken. enz. doen mislukken. werpmiddel.bevrijd. ontglipt. tusschon de vingers doorgeglipt. kniolen. Meloepoetken. machine om to werpen. de kni e .). mislukt. ontsnapt. guitig. Loendjak Meloendjak ook Ngaloendjak. worptuig. de verf loslaten. Meloepaken. slinger. geheel afbetaald (van schuld. lets boworpen . omhoog springen. ontglipt. met de beenen uitgestrekt zitten. LOEW. koddig. blij d e. weg. groef. grappig. met lets werpen. enz. Loetoet. lets ergens heen werpen. bij hot zitten) . enz. Loepoet (Jay. zich vorhoovaardigen. Loeroes. Meloetar. lets vergeten. onder hot zitten enz.verlost. onttrekken aan. -gooien . .vrij. sterko geweven. dorpshoofd. enz. kluchtig.). doen vergeten. recht.). enz. verschioton (van stoffen). Loetjoet. ontglijden. op zijn tijd afvallen (van oude bladoren. niet moor to binnen kunnen brengen. Loeroeng. Meloetari. Meloetarken. zonder bochten. lets gooien.

uitbreiden. spits eindigend. uitgenomen. over jets heen springen. Melonggarken. springen. Mebompat of Berlompat. metalen. Lombot (Mob. enz. naar buiten brengen. naar buiten.). gapen (van een wond). voor den dag balm. naar buiten komen. vergrooten. to voorschijn brengen. Meloewasken. Loleng. wijd. wijd. Lograt. los. DI loewar. Mengeloewarken. -brengen. Meloewap. dictionnaire. loszitten. verwijden. uitgestrekt. Lobos. Mal. afhalen. loszittend. Meloewek. een mengsel van geel koper en zink. ook een koekvorm. Logam. Loewek. ruim. tegemoet gaan . Capsicum annuum. Londjong. Mengeloewari. wijd maken. Melompati of Mebompatken. LOEW Loewas. door hot eten in den mond to duwen. naar buiten gaan. messing. Loloh. losser . zwollen. ook uit dienst gaan. u~itgestrektheid. nit. doodaf. der Solaneae. verwijden.uitgestrektheld. los. papieren lantaarn. . Lonzbok (Jay. van eon ring aan den vinger). den dienst verlaten . bedaard. een sprong maken. klokkenmetaal. metaal. uitgezondord. Lojang. groot. Lompat. Melobosken.) (ook Tjabe). flat. fam. ook (van vlammen) hoog uitslaan. stil. uitwendig. buitenwaarts. sprong . na den middag. afnemen. fang en smal emdigend. rustig. buiten. losmaken enz. enz. een kind voeren. uiten. Spaansche peper. gisten. de tijd voor hot middaggebed. zeggen. waarvan vole soorten bestaan. tegemoet trokken . nitkomen. enz. afgemat. huppelen . uitgaan. ruim. afgegleden (bijv.ruimte. L. jets overspringen. Longgar. uittrekken. rijzen. Kaloewasan. enz. open zijn. doodmoe. woordenboek. Loewap. behalves Haloewar.Loewang. ook duur (van tijd).. wijder maken. windstilte. buiten. Loewar. open. Lohor. to wijd. breed. scherp toeloopend.

stang. noordelijk.). Loreng. loslaten. Lopak-bopak. den. springen. noord. de gestreepte tijgor. Longkah. Matjan lorek. opengoreten. Mebontor. Lontjeng. Lotjot. ook dienende tot bewaring van betelpruimen.). Lontar. hot noorden. bel. publieke vrouw. hangklok. afschilferen. MALEISCH-HOLLANDSCH. afgevallon (van tanden. hoer. L. Melontjat. enz. enz. (bijv. Borassus flabelliformis. hot voodsel met gulzigheid opnemen. afzakken. met de beide voeten tegelijk van den grond. gestreept . MAIN. vreten. van boombast. zie : Lontjeng. Lorod. hot schuifelen van een slang. die in een bus. glijdend afvallen. pendule. Lor (Jay. koningstijger. Lopis (Koewe bopis). ten floor. in jets op en neer gaan (van den stang eener pomp bijv. enz. naar beneden komen. eene vrouw beslapen. schel. om die to kunnen gobruiken. enz. ook voor den coitus uitoefenen. opspringen. Melorod. Lontor..maken. Loteng. ook in . enz.). van eon LOTJ. Lorek (Jay. zoldering. enz. Lotjok. zich laten afglijden. Losin (Roll.) (ook Oetara). Lotjok ook : eon busje net stamper. losgelaten. straathoer. waarin ouden van dagen de sirihpruim fijnstampen. Lontjat.). Longsor. los. zi e : Lorek. afvallen (bijv. vulg. opgelegd hout aan meubels. Berbontjat. eon hooge palm. zeker gebak van ketan. op en neer kan gaan . Ma' (of Emak). twaalftal.). opengescheurd. enz. Mebotjok.enz. Lonte (Jay. 161 balk bangs een helling. Lotjeng. 11 162 MA'. klok. M. moeder. zolder.). enz. los. vliering. sprong. ergens afglijden.). tabakskokertje van matwerk. glijden. enz. Melongsor. de huid. in de lengte afglijden. dozijn.

Rub. iemand die op hot bureau van den eon of anderen ambtenaar als boning werkt. hot tijd- .. ook audientie. dronkaard. bedwelmd door bloedlucht. Madjikan (Soend. Maroe). Mage1. . half gaar. enz. Madjelis (Ar. Pemabokan. vooruitbrengen. zich verontschuldigen. A j er madoe. onvruchtbaar.'t algemeen gebruikt tegenover bejaarde vrouwen. op 't punt van to gisten (van vloeistoffen).). tegen jets optrekken. vooruit. voorwaarts. Aegle marmelos. Madjoe. school. dronken. bereide opium . Madja. godsdienstschool. enz. der Aurantiaceae. Memad joeken. amfioenkit . mode. ook overrijp (van vruchten). Maboer (Jay. honig. zeeziek. inlandsch volgeling. Madjir. wegvliegen. echtgen oote (verg. Mabok. honigwater. iemand die verslaafd is aan hot gebruik van opium. Roemah madat. enz. Mints maaf. vooruitkomen.). vooruitgaan. Madat (of Tjandoe). wegloopen. doen vooruitgaan. opium schuiven. Machloek (Ar. audientiezaal. dronken zijn. vergadering. (ook Pemadatan).). Madoe. raad. half rijp. .bloedverlies. vergiffenis . Memabokken. ongeschikt voor de voortteling. vergeving. dock in hot vooruitzicht van to eeniger tijd aan eene vaste betrekking geholpen to worden. zeeziekte .f (Ar. faro. hear. Magrib (Ar. work (om to breeuwen).). dronken maken. enz. ook medeechtgenoot. bedwelmen .).). Minoem madat. hooge boom met eetbare vruchten.). bags. medeminnaar. opvliegen. enz. Pemadat of Pemadatan. enz. hear. hot Weston. . op stokgaan. Mabok laoet. Maa. Mabok darah. bedwelmd. flauw. Magang (Jay. stokkerig. hot zien van blood.). die diem zonder loon. zoet. medeminnares . chef.) (of Makdoem). college. enz. Machdoem (Ar. nat. Mad joem. Madrasah (Ar. schepsel. opiumschuiver.

. zich vermaken. dobbelen. schim. Maha dews. ook speelgoed. Bermaln mats. . enz. Maha moelia. met jets spelen. dikwijls door den superlatief-uitgang worden teruggegeven). daarom. schijn. aanzienlijk. Mahap. Maha soetji. weerschijn. reinst. duur. lijk. kaarten. Barang mahal. gekscheren. jets doen. enz. . hot avondgebed (even na zonsondergang). spelen . zooals uit de hier aangegevon voorbeelden blijkt. Bermam bodo. best. in hooge mate. groot. om die reden. speeltuig. kaartspelen. Bermain. enz. zeldzaam. veel van bloemtrossen der palmen hebbende pluimen. Maka. iemand voor den gek houden.). zeer. uitstokend. op jets spelen. voor zijn genoegen. enz. bloemtros van palmen. de hooge god. Sembajang magrib. bij uitstek rein. gekheid maken. elkander lonkjes geven. . enz. waarom . dure waar. de Allerhoogste . glinstering. toelonken. niet goedkoop. ook gekheid maken. Maka itoe. ook benaming van zekere snort voor de vischvangst op zee gobruikte inlandsche vaartuigen . de twee of vier aan stokken bevestigde. zich doze houden . (Dit maha wordt alleen in samenstellingen gebruikt en kan. spelen. Siwah. MALT. ook schijn. zich voor zijn genoegen met iota bozig houden. Malt (Ar. daarom. Iang maha tinggi. gezichtsbedrog. menschelijk lijk. enz. Mahal. uitmuntend. hoog. Maja. zoo. tusschen licht en donkey . enz. dat. Main gila. d e All erhe iligste. zoodat. Main. Main kartoe. boerten. Permaman. zie : Maaf (Ar. zeer rein. Majang. die bij bruiloftsoptochten voor in den stoet gedragen worden. Iang maha soetji. . avondschemering. Makanja. Maha. spel. de groote god.stip waarop de zon onder de westerkim duikt. lets bespelen. enz. ook moeilijk to krijgen.. hoog in prijs.. Kembar majang. enz. edelst. vermaak. en. toen.).

zoo. enz. uitmaken voor al wat leelijk is. beteekenis. schelden. enz. Zondagavond. to moor. Makam.). zin. pakken (van raderen). enz. dringen. was. eterij.). Makan darah. overnachten. nacht . de avond (nacht) van Zondag op Maandag. kro on . nuttigen. Mal. Tempat makanan. Maktoeb (Termaktoeb) (Ar. overslaan (van vuur bij eon brand enz. wat meer is. bijten (van vissehen). eten. avond. enz. beschimpen. spijs. opslurpen. des to moor.). Tempo makan.. etensbak.). . Maki (of Maki-maki). Makanan. vorm. model. 163 stevig e eter. trekken (van pleisters.). MA LA. uitschelden. naam van een snort visch. enz. enz. voeding . des to moor. Memalemken. ook eon nacht lang opblijven . Malem Senen. etenstijd. schimpen. bedoeling. doelwit. graf. mal. vatten. enz. hoe langer hoe grooter. geschreven. hoe . zich uitbreiden. (ook : Malahan). verblijfplaats. Maki (Mol. enz. hoe .). indringen. voedsel. loon trekken . bijv. slaan (bij hot damspel. Makota. Makan gad ji. zooveel to meer. Malah. Malaikat (Ar. zetel. eten. zooveel to meer. Makota rad j a. vreten. rooken. des to eer.). Toekang makan. engel. oogmerk. Makin lama. ook van nacht.dientengevolge. etensuur. des to eer.. Bermalem. gedurende eon nacht . Malam (of Malem). Makan. Mal (of Emal). gebruiken. eon nacht over laten blijven. eon nacht overblijven. diep in den grond dringen (van boomwortels) . den afgeloopen nacht. snijden (van scherpe voorwerpen). doel. . etensdrager. hoe. Makan of Memakan ook invreten (van een avond. de tijd na zonsondergang tot zonsopkomst. Semalem eon nacht. zich opvreten van ergernis . zooveel to eer. . enz.). invreten. vreetzak . Malam (Jay. Zondagnacht. Maksoed (Ar. Makan nasi. makin b®sar..). geest... Makin (ook Mangkin). rijst eten . koningskroon.

Malih. hat handwork van een dief uitoefenen. Koentji maling. vadsig. niet gebloemd.) Males (of Males).laten staan. in den wag staan. beschaamd. Kamaleman. anders worden. niet gedamasceerd. beschaamd maken. Memaling. enz. ook schaamdeel. verlegen. Maling.Kajoemalang. glad (van wapens. Maleman. lusteloos. gedaante enz. Memalangi. ook verhinderen. geen lust hebben om jets to doen.. jets to schande maken. dwarshout. tegenspoed. Oentoeng malang. schande ..diefstal plegen. 25en. 23en. Percales. publiceeren. . ook verflenst. verlegenheid. schande. veranderen. 164 MALA. Pintos maling.beschamen. Malang. Maligai. effen. Kamaloean. tot schande strekken van. openbaar. enz. vochtig klam. bij voortduring. ongeluk . dwars in den weg. geen opgewektheid gevoelen tot.). . bekend maken. luiaard. enz. ook : malah (zie aldaar. schaamte. door den nacht overvallen (worden). looper. Malela. openbaren. niet actief. bekend zijn met jets . steeds. zich schamen. (gedurende de vasten) eon nacht (gewoonlijk van den 21en. geheimo dour. Memaloeken. enz. achterd our. Mema'loemlken. beschaamdheid. Maloe.stelen.). . dwars. to laat op den avond. dief (ook Pentjoeri). een dief worden. blootleggen. vorstel jke mooning. Malay.enz. dievensleutel. enz. beschaamd. zich over jets of iemand schamen. verandoren. van kleur. Memaloei.). 27en en 29en der vastenmaand) vieren door op to blijven en to illumineeren. lui. beschaamd zijn. enz. dwarsboom. verwelkt. traag. dwarsboomen. Malem (Jay..enz. bekend. alsmede offers aan de goden to brengen. voortdurend. beletten. als een dief doen. vorstelijk verblijf. kennis geven. paleis. Ma'loem (Ar. verlegen zijn. loom. . dwarsliggen.

een bad nemen. gecrepeerd. Mamak. baden. MAND. oom of tame. minaret. wear van dean. Iang mans. bruid. wear ook . baden. BI.beteekenis. Di mane. wear. verstoppen. aangaan. stoppen.). waarheen. op walks wijze. toren (bij eon moskee. enz. Memampetken. dichtgestopt. Mal. dichtstoppen. hoe is hot mogelijk. eon kort bezoek brengen. waarheen ook .). verstopt. dicht. der Artocarpeae. Manarah. ook vergiftig. aankomen. gestorven. vermogen. drijvende zijn.bevolkt. Roemah mama. Mampir. Mandi. zijn.). enz. kapot. van wear. verrekt. Dimanamana. Kamana. gegoed. hoe ook. enz. enz .Manara of Menara (Mol. welvarond. Ma'moer (Ar. Mamanda. Mandapa (of Pendapa) (Jav. wel k huffs. Memandiken. hooge boom met zuurzoete vruchten. hoe. Mampet. bij machte zijn. Manarah. fam. bloeden. walks.Mamah. in zijn blood baden. vermogend zijn. net. Mampoe. Ma'na (of Makna) (Ar. wear. bemiddeld. bewoond. Mambos. . open gebouw. Bagimani. op hat water liggen. overal. wie. wear near toe. kunnen. hoe. enz. voor en aan woningen van inlandsche hoofden. Mandalika. geheel met blood bedekt zijn. dood. Mana boleh. bovendrijven. enz. ter boven komen. Bermandi. zich baden. Mampilai. stinken. kauwen.) (of Mahmoer). Dani mane. Bagimana djoega. wear tar plaatse. bij iemand aanloopen.volkrijk. bedoeling. Mana. wet. hoe ken hot. wet. geest. uit hat waMAND.). Artocarpus rigida. vorstelijke oom of tame.) gereedschap. walk . Mampoes (vuig. laten . zin. enz. bruidegom. baden. in staat. vast in elkander gestampt. fjjnkauwen. Mambang (ook Kemambang). Bermandi darah of mandi darah. badende. hoe hot ook uitvalle. voornamelijk vischtuig. . gevaarlijk. aanwippen. Kamana-mane. hot doel niet missend. drijven. enz.

gratissima. Mangga-kaer. Mangga wangi. Bl. opensperren. Mangifera laurina. MANT. Mandjat. Mangifera indica. Mangga sengir. overlijden (van vorstelijke personen) . Telor. var. der Clusiaceae. B1. (van vruchten en spijzen). L. L.baden. Mangga bembem of Kabembem.Mangifera indica. ook overrijp. mollis. (bijv. tot de Nat. ontslapen.. moor dan gaar. mandoor. de om zijne lekkere vruchten bekende. Mangap. Mangga oedang. gezonde vruchten. den mend openhouden. enz. microcarpa. .). Mangga daging. El. . Manggis (of Manggistan). . Mangifera indica. L. zwellen. var. var.. B1. sterven. . Bl. Mandor. sterkwerkend. Kawini. Manggoet. Mangifera laurina.. Grtn. Bl. Nat. doodelijk (van een wapen. Mangga. gevaarlijk. Mangifera laurina. Mangifera indica. zie : Pandjat.var..Kalapa. De voornaamste soorten zijn : Mangga batjang. middelmatige boom met heerlijke. (inlandsch) opzichter over werkvolk. Mangga dodol. fare. Mangga benggala. enz. Mangkak. enz. fam. doeltreffend (van eon geneesmiddel.. Mangga kalapa. vergiftig. venijnig. Mangifera foetida. overlijden.. var. Bl. do steel der bloom. Zie verder : Angkat. Mandjoer. var. compressa. Sangir. overmoedig.en vruchttrossen van palmsoorten.opengesperd houden. Bi. opengesperd. een bad geven. L.. Mangifera indica. var. var. enz ). doers baden. van een kind). zie : Makin. Mangkat. Mangkat beradoe. dodol. gapend. Garcinia mangostana. uitdijen. Mangga-kawini. Mangifera foetida. Mangga-telor. ook knikkebollen. Mangifera foetida. der Anacardiaceae behoorende boom. Mangifera laurina. Mangkin. var. Kayer. var. Manggar. enz. Mangifera. 165 knikken van ouden van dagen.knikken (ten teeken van bevestiging). die in vole vorscheidenheden algemeen voorkomt en aangeplant wordt. (in 't algemeen) open. BI.

ongelukkig makers (Bandj. enz. sperms. Mantra. minzaam. eerste minister. Mangos. wat zoet maakt.de mensch. confituren. zaad schieten. als gij verklaart. dat ik de slang-slang in brand hob gestoken. enz. veelsoortig.). hengelen. raadsheer. Pemanis. njawa poemj. tooverspreuk. ook titel voor bepaalde mlandsche ambtenaren van~minderen rang . (bijv. aanminnig. zest. Mantega. robijn. mensch. voorkomend. innemend. minister-president. vriendelijk. van allerlei kleur en snort.Mangkok. enz.a tempat seloekoet dan dini dimangsa. Manisan. Manoesia(Sk. mishandelen. Manikam. ook wat lieftalligheid bijzet. Perdana manteri. veelkleurig. Mantjawerna.). boter. achter lets trachten to komen. hat dikke schutblad van den bloemkolf der palmen.). kop. zie : Moesim. Mantjing. hem lief. lief. Manik (Manik-manik of Manimani). (ook van smack). lief. oenda membakar lalang. in droef gepeins verzonken. naar lets vorschen. in hot ongeluk storten. Memantjar mani. 166 MANT. tooverformulier. bevallig. Mani. Manl4ri. edelsteen. dan zal ik uwe woning in vlammen doers opgaan en zult gij in hot ongeluk worden gestort. met den hengel visschen. kopje. zie : Pantat. Mania. M®mangsa. Mangos (Termangoe-mangos).). Mangos (Jay. bevall ig. aanvallig . karbonkol. lieftallig. zacht. eon wijze van bereiding van visch. minister. Mantjoeng. tegenover iemand een lief gezicht zetten. spits uitloopend. enz. Memanisken. zeker vischgerecht. aanvallig maakt. (ook in fig. Mangoet (Jay. zoetigheid. . zin gebruikt). kieine kraaltjes van allerlei kleur. kom. menschelijk (dierlijk) zaad. kommetje. Mantat. . minzaam behandelen. puntig. Djikalau njawa memboeka moeloet.

ongeluk. Martil. zij. beschimmeld. mortier. gevaar. Maoeng. kanon . (van een overledene gesproken).. kom hier. Mantok (of Mantoek). komaan. ztjlieden. Mar (of Emar). Marga. willen. Mara. riekend. Masa. Marl. enz. tegemoet komen. gouden.van een neus). Mara bahaja. seizoen. onheil. MASK. duf.). muf. Mardjan. kaam. met schimmel of kaam bedekt. . ook noodzakelijk zijn. goud. cooker. Mapag. hat dreigt to regenen. ik wil naar huffs gaan. herwaarts. bloedkoraal. Maroe (Jay. Marika (Marika itoe). ambt. Mariam kodok. volksstam. vochtig. Marhoem (Ar. verguld. Maoengan. hierheen. enz. toch niet. niet versch. kanonskogel . welaan ! Mariam. hat mocht wat. Maoe oedjan. mede-echtgenoote. beknorren. Maoe ta' mane. enz. hat zou wat. enz. genegen zijn. bedorven. toornig. . feestelijk inhalen. (ook Emas). enz. begeeren. . stil heengaan. made-echtgenoot. her. tijd. stain. boos zijn op iemand. metalen buikband der vrouwen. een ondergeschikt Mohammedaansch geestelijke. kom. ook zou hat. enz. moeten geschieden. enz.). nijdig. betrekking. enz. Mantoe. Kasana kemari. Marbot (Ar.en derwaarts. bediening. onaangenaam. herwaarts komen. Maoe. hat wil (zal) regenen. weggaan. naar huffs gaan. terug gaan. Martabat (Ar. Mas. lead. zaliger. hamer. Saiamaoe poelang. yolk. schoonzoon of schoondochter. boos. iemand een standje maken. den wil hebben tot. wil. toornen. tijdperk. toorn.). kwaadheid. ook : schimmel. kwaad. Mani (Kemari). Boewah marlam. tegen wil en dank. wijlen..).tegemoet gaan. March. verlangen. Memarahi.

zich als soldaat laten inlijven . strak. Mohammedaansche kerk. enz. induwen. MASO. Masks (Masks poen).). ook eon klein gewicht voor kostbare zaken. Masak-masak. eon haven.). ook koken. klaar. Mata ajar.. enz. Masoek soldadoe. vraagstuk. last staan dat. bekommerd. vermaard. gaar makes.. nog. ingaan. instoppen. windstreek . enz. rijst koken. vizierkorrel van eon geweer. Mata angin. de oogen van eon schaar. enz. jets binnen krijgen. bekornmerd zijn. kokerellen. Masdjid (Ar. enz. Mats. . behooren tot. overgaan tot hot Mohammedaansch geloof. zich ongerust maken over. ieder. alh newel. zelfs al. moskee. Memasoekken.). Asem). zout. . binnengaan. gereed. (ook Termasjhoer). ofschoon. beroemd (zijn). ook verzuurd. tijdelijke zinsverbijstering . Mata-djaring. Masjhoer (Ar. enz. Masih. beslommering. Mats-hari. Mata gelap. een iegelijk. door den duivel bezeten. opium. Kamasoekan. ongerust zijn. Masing-masing. Mata-ikan kloine puistjes met witte puntjes. Masak nasi. allerlei gerechten klaar maken. reeds binnen komen . Masoek pelaboehan. Matahari masoek. zuur. hoewel. . bron. in huffs gaan . ondergaan (van hemellichamen) . Masoek kadalem roemah. Mats bedil. binnenkomen. Mata-goenting.) (ook Mesigit). Masjgroel (Ar. Masoek. alom bekend. zoutachtig. vervuld van. Masalat (Ar. Maram (of Masem. Masoek Islam. ieder of zonderlijk. elk afzonderlijk. Masih (en Asin). mass van een net.. enz. rijp. en stroef. elk. ziltig. oog. zuur zijn. enz. nog steeds. enz.Masak. overgaan tot. als goud. wel . soldaat worden. binnentreden. gaar. enz. doordrongen van jets. boos (van hat gezicht). Kamasoekan setae. de zon gaat onder . lets ergens indoen. de zon .

gaarkoken. rijp laten worden. zachte oogen . vaststellen (van eon prijs). Orang mats. hnas ampat balsa matoe. enz Matjam (of Matjem). de enkel . do dood. roos (de bloom). model. enz. Matjan toetoel. rijp .loreng. stil liggen. Matahari mats. katoog . overloden.streek van eon compass Mats soesoe. de zwarte tijger. scherpe. ondergeschikt politiebeambte. tijger. de zon gaat onder .. Mematiken. kwast in hout . zonnestraal. vorm.goud van 14 karaat. Matahari masoek (toeroen). de derde maand van hot Mohammedaansche jaar. gaarstoomen. . Matahari. 0011 doode . Sinai' matahari. eon klok). Mats-mata. ook een soon hays. Maut (Ar. Matting. Matahari hidoep. Pokok mawar of Poehoen mawar. de zon . soon. Boenga mawar.). blusschen (eon lamp. bril .). de gestreepte koningstijger . Tjermin mats of Katja mate. Tjahaja matahari. Panes MEGA. nip maken. roos. Sorot matahari. Mauloed (Ar. de gevlekte tijger. dooden. karaat. zoo genaamd naar Mohammeds geboortefeest. Ajar mate. dood. proof.jan lorek of --. traan. Mata tadjem. scherpziende oogen . een vuur). zonnehitte .spion. eon edelgesteente. de zon komt op . . onbeweeglijk. Harga mati. Mati. Mats kaki. hot Oosten. uit. tepel . (of Rabi' oelawal). Matjan (zie ook : Harimau). hot westen . in 't algemeen alle dieren behoorende tot de tijgerfamilie. gear. Matakoetjing. Mata padoman. 167 matahari. panzer . gestorven. zonneglans . hot doodsuur. Mawar. Terang matahari zonnelicht. stil laten staan (bijv. sterven. enz. steal. Matjan koembang. Matahari nafk (terbit). geeindigd. overlijden.Mats-kajoe. dood gaan. rozestruik. zeker goudgewicht. dood. de naaste prijs. Mats mania. doodmaken. Matoe. monster. Mat. Mematengken.

wakende den nacht doorbrengen. Bahasa melajoe. de Indische jasmun. doen uitzetten. pierewaaien. enz.splijten. in de lengte uitrekken. Mekoer. Med j a. Maleier . nalatig. hot Maleisch . L. gebrek lijdend. door on door. afgejakkerd. de Maleischo thal. speeltafel . op hetgeen can zijne zorg is toevertrouwd. Memelarken.). Molar. enz. zich openen. . recht door heen. Megan (ook Mekar). armoedig. . Melantas. walk. zwellen (van deeg).). uitloopen. passen enz. uitzetten. onder eon to zwaren last bezwijken. treffend. niet behoorlijk letten. opkamen. enz. wakker zijn. Medan. onverschillig. Med ja main.gebarsten. de Maleische landen. ook rondzwerven. niet uitgaan.Medja maken. enz.. rondo tafel . enz. Megrek (Jay. openbarsten. wakende zijn. der Jasmineae. diet slapen. rijzen. Djamboe mawar. Maleisch . open pleats. Melek. de oogen open hebben.gespleten. enz. frappant gelijkend (van eon portret bijv. uitdijen. plain. opengaan. etenstafel . zie : Lain. tafel . Med ja pe$agi. vlakte. Melekab. v 168 MEGA. Melainken. behoeftig. Maleier. fam. hokvast. Mega. Melarat. lantorfanten. afgebeuld tzijn). hokkon. to huffs zitton. uitgaan. gebrek lijden. enz. uitrekken. enz. Melarken. Melati. enz.rozestruik . enz. Med j a boender. Orang melajoe.). Medja toeiia.Ajar mawar. opblijven. barsten. Tanah melajoe. niet in staat zijn vender to gaan. zwellen . onoplettend. vierkante tafel. slenteren. zie onder : Djamboe. opengaan. Zie : Lantas. Jasminum Sambac. aren. Melantjong. dolen. openspringen. Meleng. gezwollen. uitgezet. M®la joe. Min jak mawar. armoede. Melek. schrijftafel. zich ontsluiten (van bloemen. Nat. enz. rozenolie . rozewat er .

Memageri. enz. zie : Paloe. werpen gooien. Memateri. van ouds.. of jets werpen.ineengekronkeld liggen (als eon slang). zie : Palang. zie : Paksa.). uitspreiden. niet geefsch. Memandjat. Memandjangken. zie : Pakoe. tusschen de voegen door kan sijpelen. zie : Pangs. ontrollen (ook Membeber). zoo behoort hot. zie : Patjak. ook juist. informeeren. zie : Pandang. Melit. niet good sluitend (van eon vloer bijv. aitijd. zie : Padam. Mematjak. natuurlijk. Memakoe. Memandang. Memang niat nja begitoe.Melee. zie : Pasang. M®lingker. van nature. zoodat vocht enz. Memadamken. niet good dicht. Memalang. van zelf sprekend. MEMB. Memasang. alles haarfijn willen woten. Memahat. zie : Patjoel. Mematjoel. Memanggil. Mematoet. Memanggang. zie : Pahat. M®mbalang. enz. Membalangi. eon kleine snort wilde eend. enz. naar iemand v MEMB. zie : Pagoet. Memba. Memangkoe. zie : Pateri. zie : Pada. Memang. Mematahken. hot is zeker zoo. hij was dit ook juist van plan. bij voorbaat. moor dan spaarzaam zijn. zie : Pangkoe. zie : Pager. zie : Patoek. nauwkeurig naar jets vragen. al vast.jar. zie : Panggang. Memaloe. zie : Panggil. zie: Pandjang. remand of jets . enz. uit den acrd der zaak voortvloeiend. Memaksa. Memarang. zie : Bajar. spreiden. Membabar. zeker. slingeren. M®liwis (Jay.. zie : Parang. Memagoet. taling. van zelf. Memadaken. zie : Patch. . zie : Pandjat. eon kind ten wereld brengen. (Bat. enz. Memang begitoe.). ook : niet mild. zie : Patoet. zoa behoort hot. gierig. Memanasi. ook baron. Mematoek.). vrekkig.

zie : Perintah. zie : Bekal. ook uitmaken. uitvegen. zie : Binasa. Memegang. zie : Bales. Membehasaken. zie : Perang. Memetjahken. zie : Beja. enz. Membinasaken. zie : Bawah. zie : Pegang. zie : Bawa. Memboenoeh. zie : Bedoeng. zie : Bebat. Memid j et. zie Batal. moordenaar. Membelandjaken. dooden. Memikir. zie : Beli. Memendam. Membetoelken. Membehagiken. Memedi (Jay. met jets werpen. zie : Berkat. Membongkar. Memeriksai. Membenarken. Membangoeni. . Membawa.zie: Belandja. zie : Pikat. zie : Baring. Memikat. zie : Petik. enz. Membedaki. doorhalen (van schrift). zie : Pelihara. Membedoeng. zie : Bangkit. zie : Behagi. zie : Betoel.zie : Boenoeh. Membawah. Membasoeh. Memeloek. Memendekken. zie : Berita. zie : Belch. jets naar jemand of jets toegoojen. zie : Penoeh. v MEMP. Memenoehl. Membatja. Memikoel. Membatalken. Memboengkem. Memetjoet. zie : Pikoel. Membelah. zie : Benar. Membebat. Membalikken. Membalangken. Membekalken. zie : Behasa.geest. zie : Balik. zie : Petjoet. Memerangi. zie : Ben. zie : Basoeh. Memeniran. zie : Periksa. doodslaan. zie : Menir.moorden. uitblazen (van vuur of licht). Memberita. zie : Pikir. Memberi. Memeliharaken.geestverschijning. doodmaken. zie : Pendek. zie : Bangoen. zie : Pidj et. Memberkat. Membejaken. zie: Petjah. vermoorden. schrappen. zie : Bongkar.bewerpen. zie : Bedak. Membangkit. 169 Memerintah. zie : Pendam.. Memetik. zie : Boengkem. Membeli. spook. Membales. bewerpen. spookver schijning. Pemboenoeh.). zie : Peloek. Membaringken. zie : Batja.

zie : Tambah. zie : Tagih.in dienst nemen. Menakar. iemand tot dienaar. Memindj am. gelijkenis hebben met. zie : Pinang. Memper (Jay. bevallen van. Memotong. 1Vlemperolih. zie : Potong. Menalak. Menambahken. Memperdengarken(zie: Dengar). gelijken op. zie : Pind j am. zie : Ampedal. zie : Takoet. zie : Tadah. Memoesar. (verkorting van Mena. Memoetar. zie : Pipis. zie dit woord). zie : Poenja. Memoewasken. Memperhinggaken(zie:Hingga). Menaboer.). zie : Tahi. Menakoetken. Mempoenjai. . zie : Poetih. zie : Ampelam. zie : Pints. Menagih. zie : Poedji. zie : Pisah. Meminang. Memperbanjakken(zie: Banjak)r vermenigvuldigen. zie : Poed ja. als grens aannemen. veer hebben van. zie : Poesing. zie : Talak. bediende aannemen. zie : Taboeh. zie : Pindah. Memoedj a. enz. gissing. zie : Pohon. zie : Poelang. Menaboeh. zie : Olih. Menahan. Memohon. Memoetoes. oorzaak. zie : Taban. Mempelas. zie : Taboer. Memperhambaken(zie: Hamba). zie : Taker. Memoetihken. Memisah. zie : Poekoel. iemand (een vrouw) tot bijzit nemen. Memmdahken.aanstellen. Memoengoet. reden. Men. Memoedji. zie : Poesar. Memperanakken. bepalen. Mempelam. (zie : Anak)r ook : ter wereld brengen. Menzpedal. enz. zie : Poetoes. Menadah. Menahi. Memoesingken. tot grens stellen. Memipis. doen hooren. Memoelangken. zie : Ampelas. Meminta. v 170 ZEMP. zie : Poengoet. zie : Poewas. Memoekoel. Mempergoendikken (zie : Goendik). zie : Poetar. zie : Pilih.Memilih. Mena.

zie : Djait. zie : Tambak. Mendjak (Samendjak). winst. bezinken. teeken van overwinn ing. bedwelmd(zijn). aan jets geljjk zijn. zie : Tangan. Menampak. zie : Tampak. Mendehoeloei. Menawar. gereedschap. Mendelik. Mendekok. hert. zie : Tangkap. zie : Tandang. zie : Tanggal. zie : Tank. Mendadak (Jay. zie: Tanggoeh.Menambak.enandoe. Menandai. Menarik. Mendamai. wet gewonnen is. bleeker. Menara of Menarah (Mol. zie : Tending. Menari. Menanggoehken. Menamoe. zie : Tamoe. winst. Menantoe. werktuig. sedert. overwinning. zie : Tawar. Menanggoeng. Mendjadi. schoonzoon of schoondochter. op jets gelijken.). zie : Tapis. drab. zie : Tamboen. zie : Dadak. overwinnen.). MENE. thuis zitten koekeloeren. Menanggalken. zie : D jadi. ook zich gekromd to slapen leggen. Menangani. Menandang. Mal. zie : Tandoe. Menandoer. Menanding. waschman. zie : Tandak. zie : Tanggok. Mendjangan (Jay. de oogen wijd openzetten. overwinning. zie : Tangkis. zie : Tandoer. zie : Tangan. klaarzetten. . zie : Tan. zie : Tanggoeng. Menanak. groote oogen opzetten. staroogen. ziO: Tangis. Menangkis. winnon. Menatoe. zie ook : Tatoe. Menaroh. jets in alle haast doen. zie : Tanda. Menambang. Menang. Menangis. Mendem (Jay.).). bezopen.Zie ook: PendOm. dronken. (00k: Roesa). enz. bezinksel. Menapis. klaarmaken. Mendjait. M. zie : Dehoeloe. zie : Tandoek. Menandak. Kamenangan. zie : Tarok. zie : Tambang. Menamboenken. Menangas. zie : Tanak. Menangkap. Menandoek. Mendap. Menanggok.

zie : Adjak. zie : Tempel. zie : Tembok. zie : Adang. zie : Adore. Mendjerit. zie : Teradjang. Mendjengat. zie : Tebas. Mengadjar. zie : Terima. regenachtig (van de lucht). wol k. zie : Tegah. zie : Ad j ok. Meneboes. Menendang. Menerap. zie : Tentoe. zie : Tendang. Menerka. Menenoen. zie : Kaft. zie : Tentang. zie : Tengah. zie : Tegoeh. Menegahken. Mengait. Menerima. Mengadaken.opwaarts gericht. Menedoehi. zie : Tedoeh. Menegoehken. Mnenoeng. zie : Djaroem.achterwaarts. ook opengaan (van hot deksel van een kist. zie : Tebah. Mengadoe. zie : Teroes. Menerad jang. zie : Terang. Meneraboeng. Menepok. Menentoeken. bewolkt. . Meneroesi. Mengadjak. Menebas.). Menebah. zie : Telan. achterover buigen. zie : Tempoeh. achterover liggen. Menembok. Mengadjoki. zie : Kafl. opwaarts openslaan. Mengail. zie : Tegor. zie : Adj i. Menempoeh. betrokken.Mendjaroemi. Menetas. Menetapi. Mengadoni. Mendoeng (Jay. Menelan. zie : Tenoeng. zie : Adoe. Menembak. Menebang. MOnempel. zie : Tekan. zie : Adjar. u v MENE. Menerangken.). zie : Teraboeng. bijv. zie : Terbang. zie : Tepoeng. Menengah. zie : Kaboer. Menengar. Mengaboerken. zie : Terka. MOnekan. zie : Ada. Mengadang. Menegor. zie : Teboes. Menepoeng. zie : Tetas. achterover slaan. zie : Tetap. zie : Tepok. Menepi. zie : Djerit. zie : Terbit. Menerbitken. zie : Tenoen. zie : Trap. zie : Tepi. zie : Tembak. zie : Tebang. zie : Dengar. Menentang. Mengad j i. Menerbangken. enz.

zie : Anoegeraha. zie : Ajer. zie : Mangap. zie : Anggoer. zie : Amboel. zie : Kandoet. zie : Apoes. Mengajoeh. zie : Ambil. Menganginken. Mengantoek. hoe komt hot. zie : Kate. zie : Apa. 171 Mengampoe. zie : Kampoeng. zie Aroeng en Karoeng. Mengapalaken. zie : Alap. Mengambang. Mengataken. Mengantara. Mengangkat. zie : Asoeh. Mengalpaken. zie : Karoenia. Mengakak. Mengangkoet. zie : Kajoeh. zie : Kasih. zie : Kantjing. zie : Amboel. zie : Alih. zie : Kangkang. Mengapoesken. Mengantjing. zie : Kajau. zie : Anteh of Antih. slaperig zijn. Mengampoeni. zie : Antoek. wet is or de reden van. zie : Arak. Mengangkang. u MEND. zie : Alah. Mengarang. Mengajau. zie : Antara. Mengasihi. Mengap. Mengampoengken. Mengamoek. Mengantih. zie : Akoe. Mengalih. Mengajaken. Mengasoeh. zie : Amat. zie : Alas. Mengganggoer.Mengajak. Mengalas. zie : Antjoek. waarom. Mengakoe. zie : Kapala. zie : Ampoen. Mengamboel. zie : Karang. zie :. zie : Kapoer. zie : Angin. zie : Kaja. zie : Kambang en Ambang. Mengalap. Ajak. Mengarak. zie : Aron. Mengapa. zie : Angkoet. zie : Kandoeng. Mengaroeniaken. enz. Mengambil. zie : Kakak. enz. Mengamat. Menganoegerahaken. Mengapoer. . zie : Asah. Mengalah. Mengamboel. zie : Anlpoe. zie : Angkat. Mengasah. Mengaroeng. zie : Amook. zie : Alpa. Mengandoet. Mengania j a~ zie : Aniaj a. Mengapaken. slaap hebben. Mengajoen. Mengandoeng. zie : A j oen. Mengaron. Mengantjoek. amati. Mengajeri.

drukken. Mengemoet. stil thuis blijven. zie :~Kepoeng. zie : Kelek. near den adorn snakk en. zie : Entak. Menggehmenggeh). in eon kamer blijven. Mengerdjaken. person (bij de ontlasting of bij eon bevelling).Mengatas. Mengetam. zie : Atas. Mengedan. zie : Kawin. pijnlijk trekken. v 172 MENG. zie : Ketam. zie : Kerd ja.). Mengebas. enz. zie : Kna. zie : Art!. zie : Eret. . zie : Kena1. Mengetjilken. Mengenalken. trekken. (van eon zieke).Art!. zie : Kerak --om jets vechten (van honden). Mengeh. Mengerat. zie : Emboen. zie : Atoer. benauwd. zie : Kelelk. zie : Kebas. Mengerasken. Mengeringken. zie :Emboen. zie : Kentjing. Mengeleh. zie : Kenjoet. Mengentak. zie : Kerat. zie : Kepit. werken (van eon etterbuil. Mengepoeng. Mengepit. Mengendahken. Mengeroeboeng. zie : Kering. zie : Keras. Mengemboenken. v Mengemasi. Mengeret. Mengelek. zie : Keroeboeng. v Mengemboes. Mengelek. de kamer houden. M ngentjingi. zie: Endah. Mengekah. hijgen. Mengertlken. Mengepi. Mengawinken. buiten adorn zijn (00k: Menggeh. zie :~Ketjil. zie : . zie : Keleh. zie : Emoet en Kemoet. Mengenjoet. Mengerti. Mengenaken. Mengatoer. zie' : Kekah. niet uitgaan. Mengerak. zie : Emas.

zie : Ikat. bevel en ten uitvoer brengen. Mengkoedoe. zie : Kipas. zie : Koeli. zie : Igau. op of in den schoot dragon. zie : Koekoes. zie : Oebar. Mengidar. Mamengkoet perentah. Mengigal. zie : Oedjar. Mengikir. -fig. beginners te rijpen (van vruchten). ook benaming voor zekere slagorde. zie : Ilir en Kilir. Mengipas. Mengitoeng. Mengoedoengi. Mengiroep. Mengiring. Mengisap. dat niet wel is. zie : Isi. Mengo ekoer. zie : Ketok. ook : belast zijn met enz. zie : Obah. zie : Oelas. (Bandjerm. Mengidjabken. zie : Kikir. Mengoekoes. zie : Kira. die eon roods kleurstof geeft. Mengkara. zie : Ija. enz. zie : Oekoep. Earn. Mengigau. Mengobah. kreeft. Mengikoet. Mengirak n. Mengkoet of Mamengkoet (Verg. Mengkal (of Mengkel). Mengikat. . zie : Iring. de uitvoerder zijn van bevelen. zie : Igal. zie : Iroep. Mengoekoep. Mengoeli. zie : Oekir. (van eon dior. Mengilir. den kop (hot hoofd) laten hangers. Mengiri.Memangkoe). zie : Oedoet. Morinda citrifolia. nat. Mengisl. Mengoebar. Mengijaken. Mengoekir. Mengidzmken. zie : Idjab. (ook Sangkoedoe of Koedoe). Mengoedjar. Menglndjak. nog niet geheel rijp. u MENG. zie : Itoeng. Mengobati. enz. enz. zie : Obat. Mengoelas. zie : Oed ji. half rijp . zie : Oekoer. Mengmgatken zie : Ingat. zie : Ikoet. zie : Koedoeng. hot sterrenbeeld de Kreeft. zie : Idzin. L. Mengoedoet. Mengoedji..). zie : Ini en Kin. der Rubiaceae. Pangkoe -. middelmatige boom. zie : Isap.~zie : Indjak. Mengkeroek. zie Idar.Mengetok.).

scheefgeplaatst. Mengoesap. zie : Koetil. Mengotorken. Mengopahken. scheef. Mengoempil. zie : Koetjoep. zie : Oepama. Mengoentji. Gnetum gnemon. Mengolok-olok. zie : Tindas. Mengoeloer.jaken. zie : Oemboek. zie : Oeroet. zie : Koesoet. zie : Koerang. Nat. zie : Oempil. zie : Oend j ook. Mengoetil. Mengoembah. Mengoerangken. zie : Oesir. Mengot). Mengoembaliken. zie : Oental. Mengoerai. Menimboen. zie : Kotor. Mengoentai. zie : Koepas. Menimba. Mengoeroeng. Menimpa. zie : Oeloer. Menindik. Mengoempoelken. zie : Oesaha. Mengoepa.ja. zie : Koembah. zie : Oetjap. Mengoesahaken. Mengoendoerken. zie : Tired j au . zie : Timpa. Mengotj ok . schuin. zie : Kotj ok. zie : Oendoer. zie : Oendang. Mengoera-oera. zie : Oepa. zie : Koetoek. Mengoewasani. zie : Oerai. . zie : Kombali. zie : Oesap. zie: Koentji. zie : Olok. zie : Koewasa. Mengoemboelk. Fam. zie : Korek.Mengoelilingi. op zijde. Mengoeroet. L. der Gnetaceae. zie : Oetoes. Mengoerap. Mengorek. zie : Oerap. een middelmatige boom. Mengoendang. Mengoesir. Mengoeroes. Mengoetoes. V MENG. Mengoetjoepi. zie : Koenjah. zie : Oeroes. Mengojak. Menindas.zieKoenlpoel-. zie : Timbang. Menindih. Menind j au. Mengok (ook: Mengor. zie : Timber. Menimbang. Mengoend j ook . Mengoenjah. Mengoepamaken. zie : Ojak en Kojak. zie : Oera. zie : Oentoek. Menimboelken. zie : Tindik. Mengoesoetken. Mengoetjap. zie : Koeliling. ook Menindjo of Melindjo. Mengoetoeki. enz. zie : Tindih. Mengoepas. zie : Timboen. zie : Opah. Mengoesoeng. Mengoentoekken. zie : Timboel. zie : Oeroeng en Koeroeng. zie : Oesoeng.

zie : Tired joe. zie : T j aboet. Menjampaiken. Menjan. Men jalamatken.. Men j ampoernaken. zie : Sadia. der Verbenaceae(?) eon kleine heester met kleine. zie : Samak. Menjambat. zie : Titis. zie : Salamat. zie : Same. zie : Sampai. zie : Sampoerna. ook vermengen. en neusbloeding pleats heeft (ook Mimisan). Menjamar. rijstgruis . zie : Sambat. . V MEND. Menind j oe. Meniran. zie : Sabit. zie : Samboet. net. Menjamboet. Menjalahken. een ziekte in den news. Menjahoet. enz. Menjajoer. Menitahken. zie : Titik.walks bladeren en vruchten veal gegeten worden. Menjadiaken. fam. vuurvatten. Men j aboet. Men j aksiken. benzoe. Callicarpa cans. zie : Sajang. Menjajangken. zie : Sajoer. zie : Tinggal. Men j abit. veal gebruikt in de inlandsche geneeskunde tegen vrouwenziekten . zie : Samboeng. met benzoe bewierooken. aansteken. zie : Salin. Menit. vlammen. Menjala (of Menjalah). enz. zie : Sangga. Meninggiken. Memeniran. Menjalaken. Memenjanken. zie : Sahoet. doen ontvlammen. zie : Salah. L. zie : Saksi. M en j awaken. Menjangga. fijnkorrelige. Menitir. ook afgaan (van vuurwerk. Menir. fijnkorrelige zaden. Menjangka. Men j akar. zie : Samar. minuut. gebroken rust. ontvlammen. wierook . waarbij hat neusvlies(?) dikwijis kleine bobbeltjes vertoont. aanmaken (van vuur). zie : Sangka. zie : Titah. Menjamak. Menjanggoepi.) . zie : Sanggoep. zie : Tinggi. zie : T j akar. Menjamboeng. opvlammen. 173 Meninggal. zie : Titir. Menitir. Menitik. V 174 MEND. Menjalin.

Men jebar.zie : Soempit. zie : Semboer. zie : Sipat. zie : Selesai. Men joker. zie : Tjoekoer. zie : Soekar. M®n joembang. Men jaroengi. zie: Serampang. zie : Simpan. Men jelam. zie : Selimpat. zie : Seboet. Menjenderken. zie : Sendal. zie : Serah. Men jindir. zie : Sentak. zie : Tj eker. Menjerahken. zie : Sedoeh. zie : Sembah. zie : Soelam. Menjemboeniken. Menjapa. Men j apoe. Menjingkir. zie : Sembajang. vloeien (van eon wond). Meniarapken. Menjesakken. zie : Soempah. Men jelimpet.Menjangsaraken. zie : Sesak. ook D jepit. Menjikat. zie : Sembeleh. zie : Selidik. Menjipat. zie : Soenat. zie : Boeni en Semboeni. zie : Sasar. zie : Slram. vocht afgeven. zie : Sengget. zie : Sender. Men jimpan. Menjisik. zie : Sesal. zie : Sapoe. Menjembajangi. zie : Sawah. Menjoempit. zie Se berang. Men j cram. . zie : Sigera. V MEND. zie : Sepoeh. zie : Sisik. Menjoekoer. Menjasarken. Menjisir. Menjengget.). Menjoempah. Menjemboehken. Menjendal. zie: Semboeh. zie : Soeloeh. zie : Sapa. Menjembeleh. zie : Saroeng. Menjewa. zie : Sikat. . aldoor vochtig zijn. zie : Sepit. zie : Sisir. zie : Sindir. Men j edoeh. Menjoenat. Men j epit. zie : Sewa. Men j elesaiken. Mend eboet. Menjembah. Men j oebit. zie : Tj oebit. zie : Sangsara. zie : Soembang. zie : Siksa. zie : Sebar. zie : Selam. zie : Tiarap. M njerampang. Men j eberang. Menjoelam. Men j e1idik. Menjepoeh. zie : Singklr. Menjenje (Bat. Menjentak. ]den j esal. Menjiksa. Menjoekarken. Men joeloehi. Menjemboer. Men jawah. Ml n jigeraken.

zie : Soerat. Men joesahken. Mentimoen. zie : Toempah. zie : Tjoetik. zie : Toedjoe. Menoetoep. buikloop hebben. Menonton. Mentang (Bat. zie : Toenggoe. zie : Toeloeng. Mnoeras. zie : Toempang. Mentjoerat. Menoedjoe. Menjoesoel. zie : Toeras. zie : Tonton. zie : Toendoeng. Menoelis. Men joewap. Menoekang. Menjoetik. zie : Toengging. Menoetoek. Menoemboek. Menjoesoer. zie : Ketimoen. Menoeba. aan diarrhea lijden. zie : Toeba. Menoesoek. zie : Soewap. zie : Soeroeh. zie: Soga. zie : Soesah. zie : Tolih. Menjoga. Menoempoek. zie: Pentja. Menolih. zie : Toend joek. onrijp. zie : Toentoen. Menoed jah. Mentjil. Menoempahken. Menoenggang. zie : Toekang. bal. Menjowek. zie : Toempoek. zie : Pentjil. Menjogok. dunne afgang. Menoeroenken. Menoedoeh. al is hat ook. Menoengging. Menjoetji. knop. van blood . rauw. Menjoeroeh. Mentega. zie : Toenggang. uitgutsen. Menoewang. Mentjeret. Menoer. Menjoso. zie : Toewang. Menoeloeng. nog niet bereid. v MEND.M n j oerat. Menoentoen. zie : Toetoek. Menoembak. Menoempang. zie : Sowek. zie : Toedoeh. Mentja. dun afgaan. zie : Soesoer. zie : Soesoel. zie : Toed j ah. zie : Toeroen. Menoekar. zie : Toesoek. zie : Soetji. Menoendoeng. zie : Toelis.). M®ntah. terwiji. Menoeroet. zie Mantega. roset. zie : Sorong. buikloop. zie : Tjoetji. is hat omdat. ongaar. Menoend joek. zie : Sogok. met een straal uitstroomen (bijv. zie : Toetoep. ook eon snort witte steep. Menoenggoe. zie : Soso. ongekookt. zie : Toekar. Men jorong. zie : Toemboek. zie : Toembak. zie : Toeroet. Men joetjiken.

enz. schoonmoeder. MILI. de oogen sluiten. Mentoewa isteri. rood verven. pauw . uitglippen. Merinjo. Mentoewa. Meroewap. eon (op ondernemingon of landerijen) met de nachtwaak belaste persoon. M®riang (Jay. gebruikt om de Karen to wasschen. glijden. dampen. enz. koortsig. rood. Meriap. --vallen. enz. bog. ook eon ondergeschikt inlandsch politiebeambte. Merem. zie : Riap. schout. eon koortsig gevoel over zich hebben. vermiljoenrood. Memerahi. Merdoe.). uit de rechte ljjn gaan. huisdujf (ook : Boeroeng dare of Derpati). schoonvader. koortsachtig. de koorts voelen opkomen. scheef staan. roodbruin . Merah.uit een odor). de oogen luiken (00k in fig. vuurroad. stroo. zie : Peres. zie Mariam. gewone duff. rook. 175 Merengoet.onwel zijn. naar alle kanten uitslaan. Merah betoel. . Mares. inspoctour vary politie. koortsig zijn. donkerrood. enz. Ajer merang. zich vestigen. ook langzaam aan rood worden. wasemen. duff. Merapati. een schuine richting nemen. Merang (Jay. eon zuur gezicht zetten. een ontevreden gezicht toonen. neerstrijken. met gesloten oogen. enz. Merah moeda. schuin gaan. Meritja (of Lada). Merah toewa. lichtrood. paper. ook ergens zijn verblijf houden. schoonouders. zacht. gedroogde halmen van de rijstaren.). lief (van een stem). zin). Meriam. -liggen. schoonmoeder. enz. zie : Peres. schoonvader.). Mentoewa laki-laki. (as vogels). Mentjok. zich verspreiden (van damp. dooier van eon ei. afglijden: glippen. op een tak zitten. Merosot. Merck. Boentoet merak. zuur zien. getrokkon uit gobrande rijstaarhalmen. Mares. uitglijden. Mentjong (of Mentjeng). oranjerood . Merah telor. auwestaart. karmozijnrood.

de kansel.de preekstool. enz.vuilik. eon vuil kind. Minjak mawar. hot is noodzakelijk. hat hoogste gedeelte van jets. de andere week. verplicht zijn.). Minjak.). . droomen. Mingkin. eon slordig kind. slordig. olio. Mimpi.).) stroomafwaarts 176 MIMI. enz. Milir. Mesti. noodzakelijk zijn.enz. een volgende week. Mewek (Bat. woken lang (duren. zie : Moertja.. droom .Zondag. vet. over jets droomen. Meski. Mimi. top. sloddervos. olio geporst uit aardakers.~(Zie ook : Memeniran onder Menir). Berminggoe. zeewaarts gaan. rozonolie. Minjak ikan. hagel.ganzenhagel. Mestmja begitoe. petroleum. glimlachen. gaan. de stekelrog (verg. Mesoem. glimlach.). Minbar (of Mimbar) (Ar. in bozit nemen. enz. eon neusbloeding hebben. den mond plooien of vertrekken (van iomand die op 't punt stoat van to schroien). Minjak tanah. Bat. Bermimpi. eigendomsrecht. hot moot. kruin. kokosolie. Hak kamilikan. M®rtjon (Jay. hot moot. voordeel. Minjak kalapa. Belangkas).). Mertoewa. Minantoe. punt. Lain minggoe. Mimic. Bermimpiken of Mengimpiken. (Jay. Minjak katjang. ook Mengimpi.. enz. Tanah mesir. zie : Mentoewa. pruilen. voetzoeker. vuurwerk. Minfaat (Ar.) . Anak mesoem. Saminggoe. Minatoe. enz.). vuil. Mesigit (Ar.Mertja. enz. jets in eigendom bezitten. nut. moeten. Mesir (Ar. eon week. Memiliki. graf paaltje. . zie : Menantoe. zie : Masks. niet netjes. odour. eon rivier afvaron. zie : Mangkin.). jachthagel. Meson (Ar. Minjak wangi. hot spreekgostoelte in eon moskee. Minggoe (Hari minggoe). schroot. zie : Menatoe. Milik. Mesem. klapper. 1Mertjoe. Egypte. zie Masd jid. smoer. musschonhagel. hot behoort zoo. zekerlijk. zeker. eigendom . Mimisan.

lets drinken. vorzook. bez. gebl uiken. bode.. de jongstge- . gecrepeerd.traan. Mirah. moot oproepon. wij n drinken. uitslaan. naar jets sollicitoeren. Modin (Ar. enz. waarmede men eon zaak begint. omhoog waaion (van vlammen). voornw van den Zen pers. Miskin. enz. uitmakon. eon drank innemen. drankenzetjo. verkorting van Kamoe.uitschelden. onderkoning. enz. Modar (Soend. iemand uitschelden. schuin afloopend. Bini moods. verzoeken. 00k: stuurman. handolskapitaal. neof. jougdig. gestorven. Minoem obat. schuin. Moebal. schuiven. loods.). Soedara misan). Moe'alim (Ar. Radja moeda. omloopen. Minoem. Tempat minoeman. . licht (van kleur). jong. reuzel. kapitaal. boginkapitaal. rookon. Mints-mints. Moebeng (Jay. Misoeh(Jav.of schapenvet . behoeftig. bedrijfskapitaal. draaien. geiten. Moe. 1 evertraan . vorheven. leeraar. dood. iemand bedrijfskapitaal verstrekken.). naar een kant neigen. drinken. enz. overhellen.). meostor. arm. broers. nicht. schuin afloopen. karat. Misoehi of Memisoehi. karbonkol. hellend. bidden om jets. opium gebruiken. enz. rondgaan.of zusters-kind. bedelen . eon ondergeschikt geestelijke aan eon moskee verbondon. zie verder Pints. ook kroonprins . onrijp (van vruchten). armoedig.). MOED. fonds. Miring. medicijn (drankjo) innemen. Minoeman drank. verrekt. sollicitatio. Minoem anggoer.). inleg. Moe'ala (Ar. hoofdsom.). Permintaan. rob jn. Misan (ook : Misanan. . Minjak babi. enz. enz. Mints. schelden. die de geloovigen tot hot gobod. Minoem madat. Memodalken. Modda. subliem. van twee vrouwen (echtgenooten) de jongstgenomone. wat gedronkon wordt. hellen. Modal. Minjak kambing of gi. om jets heen loopen. vragen.

aanvankelijk. plaatsen. enz. een lief. Moedik. radon. bewoner. moge hot gebeuren. ook gelukkig zijn (in hat spel bijv. ingezetene. Bermoela. Memoedahken.). Memoedjoerken. voorzijde. aangenaam. Moekim. geringschatten. meeloopen (van hat geluk. aanvankelijk. overspeelster. kerspel. Moekah. enz. . vergemakkelijken . echtbreuk. Moega (of Moega-moega). Moehoen. voor.). Di moeka. enz. voor. daarom. toegevend zijn . Moedah. buitenzijde. wonend. Moekadas (Ar. gemeente. geheiligd. aangezicht. ook : gemakkelijk waken. om to beginrnen. gelaat. heilig. MOED. inwoner. kan hot zijn. eon begin hebben.). ten eerste. Moedjoer.beginnen. vestiging. oppervlakte. niot moeilijk. enz. boeleerster. gelaatsuitdrukking. waterspiegel. van aangezicht tot aangezicht. huichelen. overspeler. woonplaats. vooraan. Ajer moeka. overspel bedrij yen. zoo mogolijk. aanioiding. begin. verblijfplaats. onder vier oogen. boel. Memboewat moeka. enz. Moeka mania. hat blad eener tafel. moge (bij wensehen). Bermoekah. zich aan echtbreuk schuldig maken. enz. Moeka dengan moeka. jets licht opnomen. . oorzaak. Moeka medja. Moela. oppervlakte van h et water. gezicht. toegeven. vooraan. aanvangen.trouwde. eon rivier opvaren. Moeka ajar. iemand lekker maken . Sabermoela. in ears bepaalde richting recht uitgestrekt. rechtuit.). . waarom. licht. lets in een bepaalde richting recht uitstrekken. Moeharram (Ar. een lief gezicht toonen. zie : Pohon. in den beginne. gevestigd. gemakkelijk achten. de eerste maand van hat Mohammedaansche jaar. enz. zoo mogelijk. overspel. Moeka. Memberi moeka. naar hooger gelogon streken gaan.. eerst. ook: van lieverlede. aantrekkeIijk gezicht. enz. Moedah-moedahan. gemakkelijk. oorsprong.

klein en lief. enz. op en near gaan. zich terugtrekken. uitrekbaar. aanvangen. Loentoer). aanzienlijk. roemrijk. hoogachten. Memoeliaken. Kamoeliaan. meineedig zijn. Moendar-mandir. mull. vomeeren. verheerlijken. roering. zich kunnen verlengen. . begin. eerbewijs. pun.). mond. ear. die veal liefs kan zeggen. zie Poengoet. doorluchtig. kruipend naderen. heen en wader gaan. luisterrijk. uitrokken. ontkennen. Moenggoek. Permoelaan. enz. eon belofte broken. Moengil. eerbewijzen . jets of iemand bekruipen. aanminnig. heerlijk. bloedspuwing. Moeloet bedil. Moeloer. in een hurkende of gekromde houding naar jets toe gaan. lets beginners. Moentah darah. braaksel . Moeloet mauls. verheven. enz. om to stolen. v uilb ek . heuvel. enz. Memoentahken. MOEN. Moendoek-moendoek of Mendek-mendek. eon mond. luister. monding. kramp (in den bulk). opening. 177 begin met jets maken. Obat moentah. ook van kleur verschieten (van geverfde stoffen. braken. . verg. bloedspuwen . elastisch. edel. Ngeberoek). enz. verheerlijking. Moengkir. afvallig zijn. uitbraken. koliek (hebben). Memoelai of Moelaf. enz. in de eerste plaats (meest aan hat begin van eon verhaal) . Moeloet kotor. Moenggahin (van een j ong meisj e) naar de woning van harm beminde overloopen (verg. opening van een geweerloop. Moeloed. eon MALEISCH-HOLLANDSCH.. zie Mauloed (Ar. dotterig. lijke roering. loochenon. Moengoet. overgeven. uitspuwen. Moeloet. Moelas (of Moeles). 12 178 MOEN.ten eerste. Moelia. enz. geeerd . heen en wader loopen. bek. . aanhooging. gat.van jets niet moor willen weten enz. Moentah. braakmiddel .

moesson. Mozes. pruttelen. kwaad-. de droge moesson . leerling. buiten kennis. treurig. neerslachtig. donkey (van den dag).. Moeroep (of Moeroeb). discipel. uitslaan (van vlammen). zwaarmoedig. Moesim panes. meegaand. enz. Moertad (Ar. grootmoedig. gul. bepaalde tjjd voor jets. Moesim pantjaroba. Moerid. niet duur.). de regentijd . de profeet Mozes. Mooring-mooring. toornig. Moesa (Nabs Moesa). carry). (van hat Eng. ook read (lichaam). enz. mild. Moentji. vrouw die voor een man een bedgenoote zoekt enz. mededeelzaam. de kentering. brommen. afvailig worden of zijn. civetkat. droef geestig. somber. enz.). Moentji kari.). een snort wilde kat. woede. mildheid. tlauw vallen. ontevreden zijn. Moeram. goedkoop. een anderen godsdienst omhelzen. triest. grommen. Memoerahken. goedgeefsch. Moesang djebat. afvallige. toorn. renegaat. in zwijm. bedroefd. Moerka. de tijd der veranderlijke winders. boos zijn. enz. laag in prijs. enz. Moesim boewahMONG. jaargetijde. milddadig. Moesjawarat (Ar. Moesim. ook vuurrood. vlammen. guihartigheid. Moeroeng. droevig. overlegging. opvlammen. die aan inlandsche of Chineesche huishoudsters van Europeanen gegeven wordt. goedheid. Kamoeraban. enz. Moert ja. enz. zonder glens. seizoen.Moentjerat. over jets . droevig (van hat gelaat). in flauwte. de tijd waarin de rust gesneden wordt. koppelaarster. waarin vela en allerlei vruchten to krijgen zijn . Memoesjawaratk en. spatters (van vochten door drukking.. Moesim motong path. de vruchtentijd. beraadslaging. de oogsttijd van de rijst. benaming. Moesang (of Moensang). boosheid. Moerah. bezwijmd. boewah. uit zijn humour zijn. bezwijmen. Moesim oed jars. iemand verteederen.

Monjet. ook wan de borsten) : rond. parelschelp. lief. Roemah monjet. Moewat. steenachtige zelfstandigheid uit hat lichaam van menschen of dieren en nit pl amen of komstig. Moetlara. kegelvormig. poezelig.). alvorens zij tot den hemel worden toegelaten. slaperig. Momo (of Momok). gezwollen. vijandig zijn. boel. enz. enz. vijand. bevallig. onwaarschijnlijk. . inhouden. 179 zend. aanvallig. in vijandschap levers met. spits toeloopend. Molar (Bat. diarrhea. vooruitstekend. Mojang. aanminnig. (verg. ondenkbaar. uitmonding eener rivier. op lets. mooi. allerlief'st. teals vijand behandelen. enz. schildwachthuisje. die de dooden in de graven ondervragen. aap . buikloop hebben. iemand dienen. waterige stoelgang. snuitvormig. Mondok.ls vijand beschouwen. tegenstander. gevuld. Moewatan.beraadslagen. onmoge]ijk. Seteroe). voorouders. ook : slat. Moesoeh. Moewara. paarlemoer (ook Endoeng moetiara). Moestika. gemeen vrouwspersoon. klein en lief. Memoesoeh. hoot Nakir). onbestaanbaar. mollig. Montok. Bermoesoehan. straath oar. lading. bevatten. Molek. Moestardi. dun afgaan. pare]. opkomend. dunne afgang. Ketjil molek. schilderhuisje. Momong (Jay.hoe is hat.). in jets laden. Koelit moetiara. mogelijk ! hat ken niet ! enz. vracht. een der twee doodsengelen (de andere MONJ. Mongkar (of Moengkar). grootvader. -. haven. passers. spits.). reede. Moestahil (Ar. bezoarsteen. Molor. op iemand (een kind. spook.). Montjong. letters. geladen zijn met.. rijVAMP. bedienen. riviermond. Nene-mojang. minnares. Montjor. iemand a. dotterig. zie Pondok. om to stolen. bijzit. loslijvig zijn. slapen. absurd. mosterd. Memoewatken.

nu. Menarik nafas. oplaten. ongeluk. Menaiki.). eon snort pot of pan met eon of twee handvatsels. vuil is. inademen . N. naar boven gaan. stijgen. lust. Nadi. Morong. west onrein. aan wal gaan . L. Nafk kapal. groote aal. (of Napsoe). draak.). Na. paling. Naik toeroen. naar de hoogte gaan. Muzelmansch. Naik koeda. ongelukkig voorteeken. koning worden.). lust hebben in. enz. zuchten.Montor. Menafkken. profeet. . Naik. ademen. op en neder gaan. ademhalen . adorn. enz. Hawa-nafsoe. tegenspoed. ook Djoeragan). Naga. op on of klimmen . Nachoda ~Perz. to paard rijden. Nahas. Menafk. Menafas of Bernafas. grofdoek.voertuig. naar boven gaan. . fam. eon snort huiduitsiag in den vorm van kleine bobbeltjes of puistj es. scheep gaan . Nafk di darat. doen stijgen. (of Nakoda. gezagvoerder van eon handelsvaartuig. Nafsoe (Ar. ademhaling. onrein. hartstocht. slavi n. Naik pangkat. Nadjis (Ar. lust on begeerte.). op lets zitten.). fraaie boom met ijzersterk hout en aangenaam riekende bloemen. Moslim (Ar. in prijs stijgen. Menafasken. Muzelman. promotie maken . opklimmen. rijdier. Moses. nest.hartstochtelijk begeeren. Nabi (Ar. Nafb. pols. vuil. op lets stijgen. Mesua ferrea. Mohammedaansch. (of Napas). Kanafkan. Mowa. plaatsvervanger. klimmen. zeih doek. Bernafsoe. rijzen . ziet go wel ! (uitroep). zwaar ademhalen.vaartuig. .). op lets gaan. enz. aan boord. titel van den geestel jke. Mohammedaan. stijgen. Naik radja. die de function van eon penghoeloe waarneemt. rijdt. der Clusiaceae. hooge. drift. enz. begeerte. waarop men zit. polsader. Motes (Ka'in motes). enz. . ook bevordering maken.onheil aanbrengend. opgaan. Nafas (Ar. Nagasari. Naik harga. morsig. enz.

Mengangkoet nanah. baldadig. Napsoe. Naraka (Sk. nest. lam. eon naam geven . Namnam. in de schaduw staan. Kanakalan. Nasi hwet. beschutting. L. naar lets noemen.stoutheid. van naam. Naoeng. Nampin. eieren. waarvan men in India verscheidene varieteiten kept. nog eon oogenblik. L. heeten. lommer. die veel gegeten worden. Menamaken. otter.Nakal. C. zich onder lommer begeven. stouterd. naam. (rust met kleine vischjes. ook van dozen boom bestaan veal varieteiten. zie : Nafsoe. zie : Tampin. Bernaoeng. fraaie boom met mooi en stork hout on aangenaam smakende vruchten . enz. spoedig. Isi naraka. straks. noemen. Nandjak. Annanassa sativa. otter vormen (van eon zweer). Nasi. Bernanti en Menanti. eon naam hebben. geheeten zijn . den Papilionacea. titel. zie aldaar. moedwilligheid. de bekende Ananas. (rijst zonder koekoesan in eon pot gekookt) . L. zie Tandjak. 180 NAMP. met otter zijn . zie : Tampak. wachten. der Bromeliaceae. net. blijven wachten. enz. benaming. Nampik. opwachten. net. afwachten. Nanah. op jets of iemand wachten. de hei . hooge. stoute. Ternama. ondeugend zijn. Nasi oelam. hooge boom met zuurzoote vruchten. over de verschillende rustbereidingen als Nasi koekoesan. verdoemden. (in eon koekoesan gaargestoomde rust). organs beschutting zoeken. Bernama. enz. schaduw. ondeugend. stout. baldadigheid. fam. helbewoners. Menantlken. stout zijn. Kemangi-blade- . lam. Nanas.. beroemd. Nanti.ynometra caeliflora. Nan = Iang. Napes. titulatuur. Nampak. Nangka.). zie : Nafas. Artocarpus integrifolia. Menamai. Bernanah. befaamd. etteren. zie : Tampik. ondeugd. oiideugende streken. Names. gekookte rust. der Artocarpeae.

Nentiasa. stad. Natar. Kerstdag. hoofdplaats. Ngeberoek. Negeri. in erectie komen (van hat mannelijk lid). hoofdstad. zetel des rijks . bluffer. schaterond lachen. zie : Mengedan. vlak. medeburger. zie : Negeri. gewest. Nata (Sk. Mengangoet. Mengeboel. enz.). bas. open. Ngeden. zwetsen. Pengeboel. Nasi goerih. enz. zie : Senantiasa. Ngatjeng. grootje. zwetser. hoofdstad. Mengejong-ngejong. bluffen. vlakke grond. ook open staan. Ngejong. voorouders. v NGEL. zie de bestaande kookboeken. Moenggahin. Ngakak. landgenoot. read.). Ngangoet. hoofdplaats. wijd open. ingeborenen. beschermen. zie : Negeri. (rust met bouillon en kip. enz. hear. rijk. land. Nazarener. stadgenoot. schatoren. Anak negerl. verg. Nasihat (Ar. (rust met vet en vleesch. grootmoeder. bandeeren. hardop lachen. burgers. (met kurkumasap goelgekleurde rust) . Natal. Nasrani (Orang nasrani). Negara. Nenek (verkort Nek). enz. iota of iemand beschaduwen. Nganga. Christen. oude vrouw. openhouden. ook: rooken. beschutten. Ngajoebken.ren.) . Negeri. landzaten . staan. de hear. Sang nata. vorst. Menganga. bodem eener nvier. overloopen van eon minnaar near hot huffs zijner geliefde). grootspreker. den mond opensperren. Pedoedoek negeri. Hari natal. veel praats hebben. versuft zitten mijmeren. Ngeboel.). Nenek-mojang. wjjd geopend zijn. opengesperd. Ngajoeb Ngajoebi. ook den mond bewegen alsof men lets kauwt (zooals bu oude lieden gozien wordt). . Iboe negeri. effen. enz. Nasi kaboeli. waarop iota staat.). Nasi koening. de vorst. staat. toepassing of moraal van eon verhaal.ingezetenen. sullen. vermaning.

hot voornemen hebben . Ngeram. Ngibing (Spend. Ngorok. op jets zitten. ijselijk. uitbroeden. inzonderheid bespeler van inlandsche muziekinstrumenten. stroef. Meniaga. Niaga. plan. 181 ken. Mengeramken.). wriemelen. lets benjjden. Mengeriap. pijnlijk aangedaan. een wensch koesteren. stork naar jets verlangen. voornemen. hoofdpjjn hebben. blijven zitten. Berniaga. Berniat. bedroefd. enz. wensch. vreesaanjagend. Ngiri. Meniatl JAM. ook : ach terblijven.). ook aardvloo. van plan zijn. enz. handel. ijzen. Ngeres. grieselig.mauwen van eon kat. jets bebroeden.). enz. Mengiri. mot. Ngeri. stofferig op hot gevoel. ook inlandsch muzikant. zich in hot lichaam verzamelen (van ziektestoffen) . ook eon onaangenaam tintelend gevoel in de ledematen. huwelijkssluiting. koopwaron. Ngenget. hu- . kippevel krigen. naar den adorn snakken. benauwd zijn. Nikah (Ar. Niat. han dal. enz. jaloersch zijn om lets. zulk eon gevoel hebben.. lets in zijn schild voeren. Ngengap. Mengeram. dat men eon ander ziet krijgen. broaden. eon zwaar. Barang perniagaan. Mengibing. drukkend gev NGEN. handeldrijven. huiveringwekkend. dansen (met eon dansmeid). bang worden. krielen krioelen. en: langzaam afnemen. eggig. tot den gamelan behoorende . hulveren. Ngeloe. Ngiloe. Perniagaan. doeling. in myriaden door elkander loopen (zooals groote hoopen mieren. watertanden. ook aangedaan. zoor (van de tanden bij hot eton van lets scherpzuurs bijv. koophandel. Ngeriap. voel in hot hoofd hebben. Mengiler. uitteren. koophandel . Ngiler. Mengorok. handelen . getroffen.). sn ork en. be. zanderig.

hot trouwen voor den priester. naam. gemak. Menjalaken. Nila. blauw. L. zonder twijfel. aanblazen. aange182 NJAM. ook dikwijls terug to geven door ons bepalend lidwoord. in hot huwelijk bevestigen. walks bladeren veal tot dakbedekking gebruikt worden. lekker. gewis. doen ontvlammen. ook tame. L.. fam. met iemand trouwen. ongegiste of ongekookte palmwijn. Njamploeng. indigoblauw. Calophyllum. stellig. Njanja. Menis taken. --inzegenen. der Clusiaceae. Nja. van den 3en pers. Nimat (Ar. jets bakken of . iemand tot vrouw nomen . Menikahi. hooge boom met prachtig mooii en stark hoot. smadelijk behandelen. nat. Wurmb. fam. trouwen. (van den priester) trouwen.). ook : benaming voor de huishoudster. zekerlijk. Njamoek. zaligheid. enz. Nistjaja. nat. (inlandsche of Chineesche). ook : doen trouwen. smaad. enz. Menikah. gom. Menjanja. Menikahken. weelde. (als achtervoegsel gebruikt). ontvlammen. van eon Europeaan. lekker. heerlijk. faro. verguizing . hun. mug. vlammen. Kelemboengan n j all. Nipa fruticans. der Papiljonaceae. uithuwelijken. frisch. vlam. Nipah. Nira (of Legen). kleverig. de moeraspalm. nat. vlammend . echtvereeniging. bez. er van. voornw. aansteken. met eon vlam bronden. donkerblauw. heerlijkheid. Toewak). hot huwelijk sluiten. haar. in hot huwelijk treden . zijn. vast. galblaas. Indigofera tinctoria.welijk. muskiet. gal. Nj ala. Njai. Nista. moeder.) (of Nikmat). der Pandaneae. gezond. (verg. ongetwijfeld. jnophyllum. kleven (van verf. zeker. verguizen. Nj all. Bern j ala of Men jala. opgewekt (van gevoel). aangenaam. indigo (kleurstof en plant). iemand. Njangket. Njaman.

licht. duidelijk doen blijken. enz. vuil. Njanjian of Pernjanjian. waarzeggen uit den stand der sterren. vooruitstekend zijn. schelklinkend. holder.). smet . Nj arang. ziel. Zie verder : Kelapa. gebleken. lied. bevlekt. scherp~ (van geluiden). Njonjong (ook Nonong). Kanjataan. (de profeet Noach). Njata. vast. bekend maken.chl' oelnoedjoem. Njedar. luid. Memboeka noedjoem. klaar. deep (van den slaap). Noach. Nosc.pruilen. blijkbaar. Noegeraha. zie : Sarang. zeef. bewijzen. Njiroe (of Niroe). de sterren raadplegen . uitleggen. blijken . voor iemand lets zingen. M®lihat noedjoem. sterven. . Njanji. Menjanjiken. Noer (Ar. iernands lot uit de sterren lezen. Njonjah. Menjelap. ook bijv. ook iemand of lets bezingen . rijstwan. zang. Boewah njioer. duidelijk waken. openbaar. Menjanji. schril. sterrenwichelaar . den geest geven. blijk. vlek. de cocospaim. Ilmoe noedjoem. A. de stem verhe n. Menjonjong. gevlekt. Menjataken. bijv. bekend. aantoonen.braden in zijn eigen vet (zonder olio). jemand jets voorzingen. de bovenlip vooruitsteken (zooals sommige dieren bij het ruiken doon). zingen . adorn . Menjari eken soewara. waar. zangstuk. Njioer (of Kalapa). leven. openbaren. duidelijk.. benaming voor gehuwde Europeesche of Chineesche vrouwen. ook : schel. Njaring. cocosnoot. walgelijk zoet. Noah (of Nabi Noeh). zie : Tjelap en Selap. Noedjoem (Ar. gezang. sterrenwichelarij. Men j arang. vooruitstekend (van hat voorhoofd. Bernoda. duidelijk. . hot al of niet bestaan van jets. Njelap. Njawa.). mevrouw. ook een nauwkeurig onderzoek instellen naar hat al of niet waar zijn. voorspellen. sterren .). bewijs. verklaren. Noda. zje : Anoegeraha. Poetoes njawa.

middel tegen ingewandswormen . kijken. Obat gosok. geneesmiddel. eiland. Noesa. veranderen. enz. cijfer. kut. Nono (Bat. Nokta. OBAH.. Obah. zoodat de kin bjjna op de knieen rust. ook : bewegen . ook beweging. stip.Noeri (Boeroeng noon). Mengobati. Berobat. voorbeeld model. enz. met de beenen naar boven gebogen zitten.. Nonah. wijvigen. enz. medicijn. geneesdrankje. Berobah. medicijn geven (van eon geneesheer). anders maken. hurkend zitten. copie. rechtdoor loopen zonder our of links en rechts to kijken. . manuscript (waaruit wordt overgeschreven. iemand behandelen. gif. Obat pasang. anders geworden. veranderd. kruit. ook zich bewegen.). hurken. 183 O. benaming van ongehuwde dochters van een Europeaan of Chinees (sours ook van inlandsche hoofden en andero vreemde oosterlingen). zich onder behandelirlg van eon geneesheer stellen.). ook lets bewegen. nummer. Mengobah. naar eon best. enz. zich veranderen. . tittel. verandering in jets brengen. Menonton. ®bat (ook Penawar). lets als geneesmiddel toedienen. wormpoeder. geneesmiddelen toedienen.). om jets to weeg to brengen. jets veranderen. bewegen.). Nonong. . Mengobatken. enz. toovermiddel. tegengif. Nonton (Jay. jongejuffrouw. de roode papegaai. Roemah . ook middel. enz. lets in beweging brengen. in beweging komen . eon optocht. of Noktah (Ar. enz. Obat nninoem. vrouwelijk schaamdeel. wrijfmiddel. origjneol. Noschat (Ar. Verg.. geneesmiddelen gebruiken. anders worden. enz. naar eon schouwspel kijken. kruit. Mengobahken. nommer. buskruit .). Nomor. punt. verandering. eon vertooning bij wonen. ook : Njonjong. OEDI.). jets tot medicijn geven. vlek. enz. Obat tjatjing. Nongkrong (Bat.

zwetser. Oebi dangder. hot firmament. Dioscorea sativa. toorts. openrollen (van opgerold doek. Oebi djendral. M®ngobori. (Jay. Janipha Manihot. Oebi d j awa. Dioscorea alata.obat. Mengobong. verlichten. grijs haar hebben. kring. veer praats hebben.ook: franje (evenals de pooten eener kwal). losrollen. om lets rondloopen. ook fig. bovenloop eener ri vier. in brand steken. hot luchtruim. met eon fakkel. krijgertje spelen. Convolvulaceae en Euphorbiaceae. Batatas edulis . enz.). met eon fakkel. zie : Hoeboeng. Toekang obrol. vierkante vloersteen. Mengobrol. grijs haar. rinb Oar Mengoeber achtervolgen vervolgen. open. ring om jets heen. de daaraan gelegen hoogere . inzonderheid voor die van planten behoorende tot de nat. . en Coleus tuberoses. ook vierkant. zwetsen. opjagen. fakkel. omtrek. enz. Oebanan. ophitserjj. Oedang. kwal. apotheek. fam. verbranden. Oebi. Mengoebengi. Oedik (Soend. enz. de cassava . opstokerij. Solanum tuberosum L. ~naloopen. snoeven. naar lets rondzoeken. bijv. Dioscorianeae. Oeban. zwets . uitgespreid .).). enz. Oedara (Sk. zie : Hoedang. grijs worden. ook : (een boom) gen. onzin uitkramen. opstoken. Oeber-oeberan. de lucht. losmaken. Obor. Obong. elkander naloopen. . rondgang.). Mengobor. enz. ook kruithuis. Oeboer-oeboer. iemand ophitsen. ruitvormig. Oeboeng. de atmospheer. Oebar. branden. Oebi lilin. go. Oebi tjina. Solanaceae. Oebi-ollanda of Kentang. los. kletsen. enz.). Obrol (Jay. praats. flambouw. algemeene benaming voor aardvruchten en knollen. enz. hot uitspansel. kletskous. Van doze vruchten en planten bestaan vole soorten. om lets heen loopen. snoever. .zeekwal. Oebeng. geklets. Oebin (ook Djoebin). Mengoebar. vloertegel.

Oedjan. hot toetsen. de bekende vergiftige. Oedjar. Oeler belang. . Batoe oed ji. graveerwerk. Oekiran. deroodkoppige adder. uitsnijden. ook raps . Mengoekoertanah. rooken. OELO. Oe1er bidoedak.). Oelar (of Oe1er). enz. bewierooken . berooking met wierook. Oe1er daoen. graveeren. toetssteen. graveur. Mengoekir. schuiver. schuiven . zeggen. proof. vechthanen tegen elkander ophitsen.). Moedik. Mengoekoep. landen gaan. Oekoepan. vertellen. Pengoekir. do pof- . telkens. zie : Wood joed. Mengoelang. iemand door middel van wapens. Oedji. enz. wierook. Mengoegoet. bewijs . pijp (tabak in eon pup). lengtemaat. uitbeitelen. opium. enz. Oekoeran. zie : Oedji. enz. ook afmeting. dikwijls. zie : Hoedjan. afmeten . naar de boven184 OEDJ. om jets to doen. zie : Hoedjoeng. resultant der meting. spreken. steep. die goon vast verblijf hebben. Oekir. Oedjah. slang.streken. wijze. gezegde. metaal. ook die van de eene vrouw naar de andere loopen. enz. enz. Oelama (Ar. geleerde. Oedjoeng. een rivier opvaren. was gezegd words.de bovenlanden. mast. meten. toetsen. (van figuren in hout. . Oeler saws. Pngoedoet. Oeler doemoeng. Mengoedja. Oedja. met wierook berooken. sigaar. herhaaldelijk hetzelfde doen. Mengoedji. sigarette. mast. Oed joed. Mengoedjar. zwart en wit gekleurde slang. bang maken. rooker. lengtemaat . Mengoedoet. wierookvat. Oedoet (Jay. Oegoet. was gerookt words. beproeven. ode groene boomslang. enz. herhaaldolijk. landmeten. Oeget-oeget (Jay. naar hot gebergte opgaan. de python. muskietenlarf. enz.). Mengoekoer.) . Oekoer. ook schimpnaam voor personen. in snijden. Oelang. snijwerk. Oekoep.

. rondzwerven. wat aan vracht of passage betaald wordt. langzaam omroeren. Mengoembas. zie Hoeloe. wegwerpen.) (of Oe1eg). Oelit. OELO. Oelasan. sprei. vrachtrijder. ankerkluis. gekookt in klappermelk. dek. enz. snel weg- . enz. enz. sprei.) Oe1ek (Jav.). elastisch. Mengoemban. rugs . ik. Oembas. Oelet (of Woelet). Oembalan. door liefkoozingen tot bedaren brengen. met eon kurketrekker uithalen. Oe1er tanah. losschroeven. vrachtgeld. fijn wrljven. hij. enz. vracht. Mengoeloer. lief koozing. jets tot bedekking. Mengoelir. Oe1er keket. bedekken . spiraal. slingeren. liefkoozen. werptuig. wegslingeren. aanwenden. wormstekig (van vruchten). worm. zij. schroefdraad. schroeven. Mengoelasken. passagegeld. bekleedsel. kurketrekker. de harige rugs . de kiekendief. Oelekan. Mengoeli. Oeli. stamper om jets fijn to wrijven. Oelat. groene. omhulsel. enz. Mengoelit. Mengoembara. lepel om jets om to roeren. gooien. Oeloep. onderdaan. Oemban. stinger. . dienaar. made. beddelaken. enz. lets door wrijving fijn maken. Oe1er boeloe. jets omroeren. sloop. aflaten (van een touw. bekleeden. enz. sprei. Beroelat. bekleedsel. Oelas (of Oeles). loslaten. schroef .). roeren. rugs. eon kurketrekker in eon kurk draaien. Oembara. omhulsel. Oeloeng-oeloeng. aaien. gehoornde rugs. bedekking.. vol wormen (van wonden. Oeloe. deeg. Mengoelek. sloop. wij. enz. de zwarte adder. Oeloer. enz. sloop. deken. moeilijk to broken. gebruiken. was omgeroerd. vastschroeven. ook hot werktuig dat daartoe gebezigd words. fijngewreven is. larf . Oelir. taai. Oeloen. eon snort valk.adder. vieren. knedon. Mengoelas. Oembal (Jay. Oelat boeloe. bekleedsel. eon snoeperij van deeg. vrachtschip. eon groote.omhullen.

. enz. ook. vaandel. voortdrtjven. zich bewegen. voortbewegen. dobberen (van een vaartuig). iemands naam bekladden. ook oud zijn.loopen. wrik. Oemi. OENG. palmist. wortel. Oemboet (Soend. persoonlijk. zich schullhouden. Oemboel (Jay. (zie : Oempet) Oempet (Jay. geheim. roepen. achterbaks houden. Oenap. Oempat. bedaagd zijn. gepubliceerd . Mengoempat. wegjagen. Oempil. of kondigen. doen omroepen. enz.). iemand die noch lezen. bron. acs. onnbieden. levenstijd. alleen. het deel waarmede jets ergens aan of in zit. Oemplek. Oendang. publiceeren. levensduur. den leeftijd hebben van. reglement . newt. Mengoempil. Mengoembasken. Mengoendak. opborreling. Mengoempeti. verordening. achterbaks. wet. kwaadspreken. pagaaien. Oempak. onverzeld. Beroemoer. noch schrijven kan. roeien. ordonnantie.geheimhouden. enz. lokaas. kwaadsprekerij. enz. zich verbergen.Mengoempet.). inviteeren. oemboel-oemboel (Jay. . wrikken. ter algemeene kennis brengen. Koendangan. uitvaardigen. Oempan (of Empan). Kitab oendang-oendang. zonder geleide. het hart in de kroon der palmen. vaantje. afgekondigd regeeringsbesluit. publicatie. voetstuk. leeftijd.). . stil.vlag aan een stack of stok. Oembi. met een hef boom oplichten. Mengoendangken. uitgeroepen. wet. ver zameling van wetten en bepalingen. zie : Toemplek. Mengoendang. Oendang oendang.zichverschuilen. Oemoer (Ar.). jets verbergen. als genoodigde op . wetboek. ouderdom. maar toch niet van plaatss veranderen. of Kondangan. 18 5 Oendak. leven. achterklap. geroepen. laten komen} ook uitnoodigen. Mengoempetken. ook voeder.). hef boom. lokspijs. zich verschuilen.

krom. zich door woorden doen verstaan. eons spoor volgen. jets door middel van eon hefbootn oplichten. Mengoenkil. zie : Woengoe. Mengoenoet.mierenleeuw. jets in woorden to kennon geven. jets aanbieden. naar den adorn snakken. . ook jets als huldeblijk aanbieden. Mengoend j oeng. -. deinzen. Mengoenap. Mengoendjoek. Oendjoek. verheerlijking . oendjoek. wip.uitdrukken.). aangeven. wijken. spoor. retireeren. Oengap. zie : Hoenoes. zich verwijderen. Mengoendoer of Moendoer. hetzelfde. drilboor. Oengkil. spreken. gebukt. enz . (oaken . aanbieding van jets. den kniekus brengen als bewijs van eerbied. weggaan . iemand hulde. vereering. . slap neerhangen. heengaan. vereeren. aanbieden. jets even van den grond enz. verheerlijken. Mengoendjoekken. wipplank. Oendar. Oenggal. Oengkoelin (Bat. Oengoe. v OEPE. slingeren. beieren. eer bewijzen. jets overhandigen. overhandigen . eenig. terugslaan. Oentai. Oengkit-oengkitan. enz. zie : Toendjoek. . jets overreiken. enz. optillen. terugtrekken.). Oenoes. 186 OENG. Oenoet. achterwaarts . -opwippen . zie : Toenggal. Oengkap. Oengkit. Mengoentai. Oendoer-oendoer. bengelen. Mengoendjoengi. Oengkoel. Mengoendoerken doen wijken. die benauwd is.eon feest komen. aftrekken. Mengoendjoengken. Mengoengkit. Oengkoet of Oengkoet-oengkoet. to woord staan . overreiken. eer bewijzen. enz. langzaam loopen (door ouderdom). Mengoengkap. eon. achteruitgaan. iemand. enz. tevreden stellen. den mond open en dicht maken om adem to halen (als eon visch op het droge. Oendoer. opheffen. Oendjoeng.

. enz. richten. verticaal hangen . pillen draaien. bevoordeolen (ook Mengoentoengi). winst waken .). aandeel. Mengoepak. belooning. . ook inslikken. Denting-oenting. hulpmiddel. voorbeeld. Beroentoeng. Mengoenting. ---betalen. parabel. Denting. uitvluchten bedienen. beloonnn. ongeluk. gelijk als. pjl. vizier. Oentjoeng malang (ook Tjilaka).). Mengoepah. betalon voor geleverd work. Mengoentoengken. Oepah (of Opah). waterpas. Oepak. balletje . deelen. donna. hangen. vizierkorrel. schietlood. jets als loon of belooning geven. Da ja-oepaja. lotsbeschikking. doe!. toebedeelen. voordeel. . . kans. loon geven. Mengoepahken. Oepama (Sk. wins(. ophitsen. aanmanen. mikken. opsl okken. Mengoentil. redmidden. reiszak. gelijkenis. voorspoed. Oentoeng. lot. geluk. in hey lood hangen. waterpassen. wet tot jets diem of bestemd is. voordeel aanbrengen. Oentjang. Oepak (of Opak). veal als snoeperjj gebruikt. hot or op wagon. necessaire. enz. Oepaja. iemand boloonen. slingerend. aansporen. platte droge meelkoek. bast. enz. list. zich van allerlei middelen. Oentil. enz. bijvoorbeeld. listen.. Oen(oeng djahat. loon. slingeren. betaling voor godaan of geleverd work. bescheren. Mengoepajaken. Oentoeng oentoengan. fortuin. schade. Oentoek. klein. ook voor. Oentjoei (of Oentjoewe) (Chin. eon aandeel geven. aansteken.. geluk hebben. hangend . reistasch. voordeel hebben.Oental. stellen. uitvluchten. opstoken. jets als redmiddel. werkloon. enz. Mengoental. middel. enz. gebruiken. hulpmiddel enz. gelukkig zijn. Oentoeng balk. Chineesche tabakspijp. beschikken. voordeel. aanblazen (van voor). bengelen (van kleine voorwerpen). allerlei huip-. op good geluk af. stoken. noodlot. tegenspoed. . ten behoove van enz. enz. Mengoentoekken. geluk.

vergelijking. vezel. pracht. ontbinden.. ader. met water sprenkelen. enz. ruien.. grommen. praal.enz. los later hanger (van hot haar. Oepas. Mengoeraiken. ontbonden. . bij jets vergelijken. de halsslagader. ook spreekwoord. ook strooisel van geraspt kokosvleesch op spijzen. politieagent. met jets vergelijken. Mengoerak of Moerak. Mengoera-oera. go ale bewijs van onderdanigheid. enz. Oeras. smeersel. plantaardig vergif. slagador . schatting. Peroepamaan. aan jets gelijkstellen. vergif. Oera. pees. Mengoerap. gezang.).). Oerak. kroonsieraden. met aarde bedekken . cijns. ook oppasser. Oerat pemboenoeh of Oerat leher. lied. eon deuntje zinger. Teroera-oera. los zijn. Oeroeg. Oepatjara (Sk. draad. sikje op de bovenlip in de holte order den news. . Mengoeroeg. (verg. losgebonden. dienstbetoon. . ontvellen. wijd en zijd verspreid . Oerat. verplichte bijdraOEPI. verplichte belasting. open. veal dienende tot hot maken van Kepek's (zie dit woord). Mengoerae. aanaarding . losknoopen. mopperon. pruttelen. zinger.). zalf. gelijkenis. losdragen. Oeringoering. Mengoepamai en Mengoepamaken. spier. enz. uit elkander gehaald. los. Hidoep. Mengoeroegi. Oerat nadi. losmaken. zenuw. rib (van eon blad) . de bladscheede van den pinangpalm en enkele andere palmen. rijkssieraden.. ook geraspt kokosvleesch op jets strooien. staatsie. jets ten voorbeeld stellen. boos zijn. smeren. Jay. besprenkelen (verg. Oaring. enz. enz. Koeras). vervellen. politiebeambte. ---bestrijken. aanaarden. polsader. met zalf insmeren. eerbewijs. verspreid . Oeraoera. bijv.). Oerap. aardhoop. enz. losgewikkeld. d eun . Mooring). Oerai. Oerip (Jay. Oepeti (SkJ. loshangend .. Mengoerai. Oepih(Jav. besmeren. loshangen.

in orde. . vlijt. in eon on dezelfde richting. landbouw. enz. enz. --aanaarden. purgeermiddel. Peroesahaa. aan jets worker. purgatie.. arbeiden. enz. ophoogen. moeite. van twee stukken hout tegen elkander. enz. ordering. zie : Woeroeng. jets maken. behandelen. jets met hot eon of ander inwrijven. laxans. wat iemand op zich neemt to regelen. met de harden drukkend over een lichaamsdeel heenwrij van. hot middelpunt van eon draaikolk. Mengoesapken. . oeroes. ook : lijnen trekken. zich beijveren. in orde brengen. ook kras. regaling. Peroesahaan tanah. schetsen. work. aan jets arbeiden. enz. inspanning. besmeren. enz. -behandelen. ordenen.oeroes-oeroes. met jets aanaarden. Oesaha (Sk ). middelpunt waarom jets draait of gedraaid is. insmeren. masseeren. Oeseroeseran. noodig zijn . streep.jets met aarde bedekken. ordenen. streeling. jets regelen.. . arbeid. . insnijding. . bedekken. Oeser. 187 oeroes. Oesah. geregeld.. Beroesaha. moeite doer voor jets. Mengoesahaken. enz. noodig. . hat is niet noodig. eon bedrijf uitoefenen. streek met do hand over jets heen. work van jets maken. Oesap. moeite.. hot behoeft niet. enz. Mengoeroet. enz. meestal alleen gebruikt in: Tiada oesah. Mengoesap. bedrijf. over jets heen wrijven. Mengv oESE. ook haarwrong of haar- . bedrijf. arbeid. hard wrijven (ook buy. enz. inspanning. Oesar. Tra'oesah. bohartigen. regelen. lets op hot eon of ander smeren. zich toeleggen Op. voor iemand jets regelen. inwrijven. in gelijke richting. ook wat tot de bemoeienis van iemand behoort. kostwinning . Oeroeng. work. om vuur to maken). Mengoeroesken. enz. enz. enz. streelen. Mengoesar.n. onnoodig. enz. grondbewerking. Mengoeroegken. jets doer . nagaan. enz. wrijven. Oeroesan. Mengoeroesi. langs . Oeroet. --in orde maken. Mengoesaha..

kwellen. Mengoesik. leeftijd.). Oetjap. --vervoeren. spraakvermogen. zendeling. hersenen (ook in fig. ingewanden. oudere brooder of zuster van vader of moeder. aanzienlijkst. oom of tame van vader of moeder. Barmen. najagen. Mengoesir (Jav. zin). -loopen. hot Noorden. Mengoesoeng. verjagen. zeggen. Oetang. bcde. snoor.wegdragen . haarkuiltje (op hot lichaam van paarden. al tastend voortgaan. uitspreken. woud. ook eon insect. Oesoes. ouderdom. afgezant. best. Mengoetja-oetja. uitspraak. Mengoetjap. enz. Oesir. count. Mengoetja-oetjain.vervolgen. kruin op eon menschelijk hoofd. gezegde. oom of oudtante. levensduur. Mengoetja. Oewak (of Oewa). Zie : Hoetan. Oetar-oetar. naloopen. overlast aandoen. . spreken. eon hond op jets of iemand aanhitsen. oom of tame. enz. .). enz. woord. bosch. Noord. geld. zich met anderen bemoelen. -. Oetara. ook eon geldswaarde van 10 duiten of 81/9 cent. enz. Oewang (of Wang). draagstoel. tros.).188 OESI. zeer good. Oetan. iemand met eon tending bolasten . koord. Oesoeugan. Mengoetoes. Oesoeng. wildernis. opzeggen.). zie : Woetoeh (Jay. draagtoostel. plagen. Oetja (Bat. zie : Oeban. enz. Oesik. verdrijven. draagbaar. Oetoesan. met zijn velen transporteeren. Oetoes. Oetama. Oesoed (of Oesoet). Oewan. Oetas. Pengoetjap. klein rond schild.achternazetten. lijn. voortreffelijk. gezant. Oesia (Sk. muntstuk. spreker. krul. Oetoe. enz. tasten.). enz. zie : Hoetang. on hunne respoctieve echtgenooten. Oetak. voelen. uitmuntend. Noordelijk (ook : Lor). wegjagen. hindoren. Mengoesoed. ook: oud OLAH. eon gezantschap tendon.

wachtgeld. waggelen (van de tanden). enz. draaikolk. tegen iota option enz. uitwaseming. berolak. Oleh sebab. --draaien. ook: de derriere heen on weder bewegen. goon zin hebben iota to doen. niet willen. algemeen bekend maken. stoom. traktement. lots. goudgeld . publiceeren. Oewang perak. -bewegen. Olak ajar. Oewap. warreling. Oleh karena. Bat. Mengogah. goon lust. (ookWangdjasa).algemeen bekend. . ook : slingerplant. draaien. Oewang petjah. o n reden. Mengoewek. Oewek.). warrelen. ook geeuwon.wasem.pensioen. dampen. uit. krachtens. aan heeten damp. om hot los to maken of to krijgen. Bat in den grond vast zit heen on weder schudden. zie : Akar. Ogah. enz. Oewang belandja. gesteidheid. allerlei kuren OLAK. non-activiteitstraktement. wasemen. Oewar. gage. stoom blootstellen. Mengoewap. op allerlei wijzen handelen. damp. manier van doen. ook : geeuw. draaiing. Angin. Oewang boeta. zilvergeld . omdat. ook : geld voor dagolijksche uitgaven.ien . eon draaiende beweging geven. huishoudgeld. iemand door toovermiddelen in extase. Oewang tembaga. om reden.). pasmunt .. Mengolak. kopergold. dwarrelwind. Olah. Mengogel. Ogel (Ogel-ogel). in de rondte draa. Oleh. ronddraaiing . geestvervoering brengen. Ojod (Jay. Mengoewarken. ook spijzen gereedmaken. uit kracht van.walm. of kunsten verkoopen. kokhalzen. enz. Mengogam. enz.publiek. heen on weder schudden. enz. Mengoewapi. gapen . Mengoewapken. aange- . door. Mengolah. . tengevolge van. enz.. koken. liaan. openbaar. Ogam. enz. eon geluid maken alsof men braken wil of braakt. Oga (of wegah) (Jay.Oewang mas. omdat. Olak (of Oelek). ronddraaien. windhoos . heen on weder wiebelen. kwispelen (van eon hond). wervelvind.

babbelen. voor-dengek-houderij . jets met den vinger op jets strijken. Mengoles.. Omong. jets of iemand bespreken. een snort van gebak in den . verwaand. verwerven. Berombak. tegen elkander in klotsende golO TTA.voor een ander jets verwerven. Mengomongomong. bespotten. Mengomong. onaangenaamheden. in handers krijgen . golven. Ombakmemetjah. Ombak bersaboeng. behalen. tandeloos. eene zaak in de war brengen.zien . brekers . enz. door hat op de knieen to wiegelen. enz. golvende zijn. praten. fatterig. Ombak m®mboenga 1epang. voor den gek houden. -smeren. ruzie. Ompong. pedant. last. blufferig. Olok. Olok). Oling. iemand in moeilijkheden brengen. krijgen. . enz. bekomen.erlanging. Mengoling-oling. een praatjemaken. zie : T jomel.. (vergel.Mengomongken. verkrijgen. gezegde . gepraat. M1 ngonar. Oles. Perolehan. enz. Mengolok-o1ok. verwerving. -gedaan krijgen. defining . golven met wine koppen . onaangenaamheden bezorgen. rank (van vaartuigen). jets verkrijgen. verkrijgen. over jets spreken. enz. trotsch. Boleh. iemand uitjouwen. Mengolit. Omel. jets met den vingerr bestrijken. Mengonari. golf. baar. Memperoleh. keuvelen.brekende golven. spreken . was gekregen of verkregen words. een kind sussen. gesprek. mogen. Onar. -besmeren. Ombak. uitjouwerij. ook hat slingeren (van een schip of prauw). Beroleh. koopje. moeite. iemand lets bezorgen. Onde. -doers krijgen. Memperolehken.enz. teleurstelling. Out. verwarring in hat een of ander . 189 Yen . hears en wader schommelen (van vaartuigen). enz. in golvende beweging komen. -in slaap brengen. Oleng. kunnen. bereiken .verkrijging. erlangen. Mengolesi. enz.een gesprek voeren. Olo-olo. spot.

alleen. kameel . Berontak. geschud.vorm van balletjes. Mengorak. iemand. Orakarik. geheel alleen. De opvolging der nederdalende graders is : le graad Anak (kind). een groot mensch. Dengan saorang din. Opas. -door elkander gooier. een tepel. Onggas. schudding. kosten. onkosten. nieuweling. Zie : Oepih. Boeroeng onta. yolk. ook onderhoorige. mensch. capriolen makers.los to rukken. lieden. opspringen. Ontak. men. de menigte. menschen. de groote hoop. schudden (buy. Opah. Opor. . eon tak om er de bloemen of vruchten of to later vallen) . Berongkos. Oneng (of Oneng-oneng). aanzienlijke.). Opih. enz. Mengongkos. persoon. 190 OPAH. Mengorak-arik. de goringe man. dwerg.. ook : de kleine man. verkorting van Bapa. kluisgat voor hat ankertouw. onkosten veroorzaken. trekken. -medebrengen . Onjot (of Enjot). 3e graad Tjitji of Boejoet. vogel. nieuw aangekomeno. Orang. gevuld gevogelte. aan jets (een touw. Mengonjot. struis. Mengopor. enz. 4e graad Pioet (kind van een achterkleinkind). hooggeplaatst persoon. bediende. Orang baro9. zie : Oepas. schudden. 2e graad Tj oetjoe of Poetoe (kleinkind). ook casuaris. een klein mensch. (achterkleinkind). zie : Oepah. Orang ketjil. bokkesprongen makers. voor jets of iemand onkosten doers. Orang banjak. hot yolk. kind in den 5den graad. alles door elkander schudden. Mengongkosken. op zijn eentje. . Orak. ook : groote.). eon mensch. volwassen persoon. Orang besar. gevogelte (meestal eon send) met vulsel toebereidon. enz. enz. gefarceerd. enz. gevogelte. -. ten koste leggen. eon persoon. Ongkos (Holi. struisvogel. Ongkak. baar. individu. Saorang. in wanorde door elkander werpen. kleinkind van een achterkleinkind. zich trachten los to werken. Onta. enz. Pa' (of Pak).

doer bedaren. weerga. . -. vast in stouwen . eon Afrikaan. iedereen. evenredig. eon insect. uitdoover. l jkstellen aan. Orang perampoean. vrouw . dat aan den hals en om hot middel met bandjes bevestigd wordt. vast instampen (buy. uit. hot lioveheersbeestje. eon rijke. pop standbeeld. eon zwarte. Orang koelit hitam. --dragon. ter. gegoedo.dient verder om eon collectief meervoud uit to drukken . man . ook titel van sommige Maleische hoofden . Orong-orong. wilds. tot . Pada. Barang saorang. Pamadam. blusscher. uitdoover. Orang oetan. domper. vast inpakken. blusscher. PADI.Orang koelit poetih. Kapada. ook : benaming van eon groote apensoort. priester. Oteng. vast ingeduwd. eon iegelijk. void. stiller . Padan. zulk eon borstiap aanhebben. hot publiek . aan. wat op eon mensch gelijkt. bluschmiddel.vader. eon vlakte tusschen bowoonde streken. eon boschmensch. eon blanke. Orang kaja. predikant. orgel. naar. Dani pads. opgehouden. Padam. open vlakte Padang belantara. enz. de eon of ander. Padat (of Padet). Memadaken. eon arms. Oto. gelijke. uitmaken. vast ingestopt. Beroto. Padsri. borstiap voor kleine kinderen in den vorm van eon driehoek met afgeknotten top. Memadat. wie ook (ook Sasaorang) . op. behoeftige. enz.een Europeaan. geestelijke. passend. b j. pastoor. Padang. gelijk. om. zich go. uitgedoofd. doer ophouden. vergelijken. Orang-orangan. bemiddelde. christengeestelijke. Orang miskin. Memadamken. in overeenstemming brengen. aan. van. de veenmol. partuur. . bedaard. plein. aarde). tot bedaren gekomen. Memadatken. Orang laki-laki of --lelaki. uitgebluscht. Orgol. missionaris. enz. . ook gelijk. vastgestouwd .

Padjit j eras. hek. Padjek pentjaharian. Padjek (Jay. dageraad. schutting. haag van levende planten.landrente. Padjar (Ar. een omheining enz. er op uit to spreiden en to drogen. patentbelasting. enz. om jets maken. muur. Pager ploepoeh. Memageri. waarvan vole varieteiten bestaan . Padjang (of Poewadai). belasting~ op rij. Oryza praecox. Padjek tembako. Pager batoe. Pager hidoep. omwalling. Padjek kapala. enz. paardenbelasting. palissadeering. bewanding van platgeslagen bamboo. Padi ketan of Ketan. Padi tipar. ook Patjang. Padjek koeda. enz. . bewanding . cijns. Pager PAJO. Pager (of Pager). door vergelijking keuren. Padjek roemah. een spoedig rijpende snort. maken. PADJ. belasting. der Gramineae. de kleefrijst. Pad jek harts bends. schoeisel. schoen. L. Oryza glutinosa. Padjek boemi of Padjek tanah. nagaan of twee taken of voorwerpen bij elkander passen. pacht. een omheining. huistaks. elms op de tabak. ochtendschemering.). vergelijken. (zie a.). Memadoe. Lour. Pad jak. fam. Memager. van ineengevlochten bamboelatten.Padi. troop voor bruid en bruidegom. omheining. Padoeka. personeele belasting. Lour. licht. Seri padoeka of Padoeka. de lotus. bedrijfsbelasting.en voertuigen. verlicht. schutting. een veel in hot gebergte op de hellingen aangeplante snort. Pager betek. haag. (of Padjek). hoofdgeld. om visch. Padjek kendaraan. Oryza sativa. horde. L. verponding. steenen mu ur. Padma.ldaar). aan elkander sluiten. enz. enz. voet. steenen omwalling. 191 besi. Padoe. Oryza montana. Utel voor vorstelijke en hooggeplaatste personen. ijzeren hekwerk . de gewone op sawahs aangeplant wordende rijst. rat. P.

erkenning daarvan. stork. parapluie. verdienste. enz. waarmede men in voile zee vischt. ook iemand beschutten. zie : Popes. 's morgens vroeg.ofregenschenn boven hot hoofd houden. gebruiken. gestadig. aankleeden.Tay. beschermen. afgebeuld zijn. onveranderd. loeka pajah. Memakai. iemand eon zonne. morgen. beitelen. in de vroegte. zwaar to dragon. zegen. bitter van smack. Pahala. doodelijk ziek zijn. hoofdpachter. grif van de hand gaan. groot net. held. Paha. Toelang papa. beitel.Pagi ochtend. Pajah. jets doon gebruiken. Pagon (Jay. enz. Memakaiken. Kapala pale. bijten (van slangen). amfioenpacht . remand kicedon.). gewild zijn.of regenscherm loopon. goeden aftrek hebben. zonnescherm. legeraanvoerder. go machtigde van den pachter. dragon. Memajoeken. verdienstelijke handeling. regenscherm. Pahat. zwaar. Memajoengi. zich kleeden met. scherm. groot. afgetobd. dapper. Pak apioen. Pajoeng. uitbeitelen. enz. prijshalen. zwaar lijden. sleepnet. afgetobd. Pagi-pagi. Ko~wasa pak. Pakai (of Pake). Pahalawan. ochtendstond. Pajoe (.. Paham. 192 PAK. 's ochtends. pikken (van vogels). voorvechter. afgebeuld. van de hand zetten. Pals. pacht . omdoen. Memahat. met den beitel bewerken. dijbeen. Peraoe majang eon vaax tuig dat bij doze visscherij gebruikt wordt. Pajang of Majang. in moeilijkheden verkeeren. jets can den man brengen. Memagoet. zie : Fahaxn (Ar. -lets aan- . moeiltjk. bout. Berpajoeng. zwaar gowond. in den ochtend. parasol. dijbeen. enz. enz. enz. Pagoet. voortdurend.). met eon zonne. Pak. aanvoerder. aandoen.. afgemat. Pangkal pahat heup. dij.). in boscherming nemen. verkoopen. Bat. Pahit (of Paft). pachter . -jets aandoen. gedurig. aanhebben. hetzelfde gebleven.

. sluitPANA. Berpaling. draaien. bruikbaar. Memalingken. naar de andere zijde gekeerd . der Polypodiaceao). naden met work dichtstoppen . Pakaian. voor alle varensoorten (ook Pakis). overeenstemming . draadnagel. ook geweldenaar. Pakoe. breeuwsel. M makal. spijker. zalf. muskaatnoot. dichtspijkeren. paal. jets dragon. of 1506. naar de tegenovergestelde zijde wenden. enz. Pemakal. Pakoe adji. van hetzelfde govoelen. afstand van 400 R. Berpakaian met jets gekleed gaan. keeren.. keeren. kern. breeuwer. onnut. dracht.trekken. den toegang tot lets versperren. enz. enz. enz. Palet. foolie. Paling. Palang. enz. Pakat (of Pekat) (Ar. Pakaa. in gebruik. lippenzalf. fam. . Memalet.94 meters. boomvaron (Polypodium simile L. Tiada terpakai. kleeding. gewelddadig tot jets brengen . van dozelde mooning. Boewah pale. Memalang. moeilijkheid ondervinclen. nuttig. breeuwen. lets met eon palang afsluiten. fam. Memaling. met den vinger op jets smeren.). enz. work. Pala. dwingen. geweld plogen. dwangarbeid. geweld. Palet bibir. beletsol. Memalangi.. Houtt. der Myristiceao. Pakoe. Pakai. oensgezind. zalf enz. notemuskaatolie. spijkeren. nat. enz. lippenpomade . dwarsboomen. met een palang sluiten. de notemuskaatboom. Bidji pale. Sapakat. tegonwerken. nagel. niet to gebruiken. dwang. wat gebruikt wordt. Pemaksa. M makoe.. zich naar de tegenovergestelde zijde wenden. dwang. enz. nat. work. enz. Pal.. vernagelen. Myristica fragrans. boom. Kapalangan. Minjak pale. enz. door lets verhindord zijn. dwarsboom. boom. Memaksa. Boengaof Kembang pale. roedon. noodzaken. Terpakai. pit. jets aanhebben. breeuwsel. Paling diont ook .. Pakerdjaan paksa. collectief benaming. smear. de eigenlijke neat.

AnakPanah. hitte. enz. enz. Memalsoe. namaken.zonnewarmte. bijv. oploopend. Panakawan (Jay. Kapanasan. eon snort huidziekte. boos maken. maker. Panasaran. iemand als de oorzaak beschouwen van zijn ongeluk. Panas. gemeen behandelen. Memalis.). Pamit (of Pamitan)(Jav. bong. Memanasi.). gedamasceord : Memamor. vervalschen. met pijl en bong schieten. door to groote hitte geplaagd. opwarmen. afscheid.beuken. Memanas. spijt. Memanah. afschieten. Pamor. nagemaakt. verhitten.hameren. iemand warm. waarmede men slaat. ook gebruikt bij hot aanspreken van bejaarde inlanders uit den geringen stand. jemand valsch. damasceoron. boogschieten. enz. min of moor lichte vlekken op de huid. Memaloe. verhit. enz. niot echt. jots vervalschen. verhit zijn. paleis. geneesmiddel. boven hot vuur zetten. ook valsch van aard . opstoken. ook : driftig. hoot. oom. Memaisoeken. Palls. zonnegloed. volgeling. eon pijl organs op PANG. . hot warm hebben. boos kijken. heete koorts. Berpamor. medicijn. Paloe. lijfknecht. knuppelen. warm maken. teleurstelling. Demam pangs. ergeren. warmte. geergerd . ook : boosziend. bediende. ook zich in den zonnegloed koesteren. Memanasken. Palsoe. enz. . met eon stole of knuppel. enz. grootst. hot grootst. Panah. eon piji uit den bong schieten. zich voor eon ander uitgeven. valsch. . in de zon loopen. Panau (of Panoe). pijl . Panawar. driftig maken. Panas matahari. Memanahken. jets tegen iemand hebben. afschoidnemen. damasceersel. ook pijl. hamer. in hot algemeen alle langwerpige en zware voorwerpen.slaan. Paling besar. enz. driftig. Paman. toornig. jongere brooder van vader of moeder. warm. ophitsen.ter uitdrukking van den superlatief.

ter wille van. der Pandaneao. godgeleerde. beschouwen. kluizenaar. Cibotium djambianum Hassk. zich klimnzend in de hoogte heffen. ook medebespeler van inlandsche muziekinstrumonten. Panel j ang. tooneelspeler. ook heilige. Memandang. den geheolen d ag . PANG. zich verlongen. aanzien. MALEISCH-HOLLANDSCH. der Polypodiaceae en Cibotium glaucescens. Pandjar (of Pandjer). bordeel. bedreven. naar boven gaan. aankijken. eon lange tong hebben.). good workman. cylinder . hoerohok. waarover door eon doekoen eon tooverformulier of gebed is uitgesproken en dat als geneesmiddel wordt toegediend. voorschot. Pandjang boelet. hot hoofd van eon troop rondreizende danseressen. Memandjangken. Panawar djambi. langwijlig . Pandita. Pandai. middelmatige boom met zeer welriekende bladeren en bloemen. gezichtsverte. water. --varensoorten. veel als bloodstelpend middel gebruikt worden. fam. Roemah pandjang. nat. Memandjat. Sapandjang djalan. bekwaam. 'andan. diefachtig zijn . afstand van hot gezicht. fam. Tangan pandjang. . . lan ge vingers hebben. Lidah pandjang. Kaulf. Pemandangan. handgeld. . van kwaadspreken houden . Oemoer pandjang. lang maken. Pandjat. geleerde.Berpandjang. langs de geheeie lengte van don weg . beklimmen. kijkj e. uitgestrekt . Memandjang. Pandanus odoratissimus L. cylindrisch. zich in de lengte uitstrekken. lang worden .ook met hot oog op. Pemandang. enz. Tot doze familie van planten behooren vole soorten. Pandang.Awjer panawar. lang leven. ui tzicht. Sapand jang hari. verlengen. knap. predikant.enz. smid. enz. wier harige aanhangsels aan den stronk. hot bekijken. nat. lan g. klimmen. enz. . hooge ouderdom . 193 beschouwing. dominee. Pandjak (Jay.

. roosters. iemand eon rang toekenn en. Pangkal poehoen. . voet van eon boom . enz. Panggangan. is. aan drang. Memanggal. Pangkal idoeng. . rondo houten bak. brok.~ . . wat geroost. houwen. vlag. enz. Panel j i of Panel ji-panel ji. bediening. begin. Pangkeng (Bat. waardigheid. boven vuur houden. Panggil. om daarna weder in den Koekoesan toruggestort to worden (ook Pengaron). aan hot spit braden. heup. Panggal. .tot jets benoemen. Pandoman of Padoman. franje. verdieping. verhoogde vloer. de vorsteltjke waardigheid . Panggang. Panganan (Jay. Pandjatan. geroost . een hoogeren rang krijgen. eon hoogte.met eon ambt begiftigen. Memanggang. banier. enz. afgehouwen stuk. Panggoel. kamer. rang. titel van vorstelijke personages. noemen. roepen.). Pangkal paha. op palen. aanroepen. standaard. Pangkat. die men beklimt. enz. 13 194 PANG. enz. promotie makers. enz. verheven wachthuis. zie : Do egg. ook : terras. hot begin van hot jaar. versnapering. een huisje enz. roosteren. Pandoega.). enz. de binnenhoek van hot oog. stellage. Pangkal tahoen. gedeelte dat hot dichtst bij den. Nafk pangkat.eon hoogte opgaan. de wortel van den news. cornpas. begin. ook rooster. stelling. slaapkamer. slaapvertrek. grins. --kappen. enz. --verdeelen. Pangkalan. Pangkal tangan. ook wimpel. snoeporij. Pane. graad. geroep. Pangkal. waarin de half gaargestoomde rUst omgoroerd wordt. Panggoeng. trap. Pangkat radja. ontbieden. uitnoodigen. Members pangkat. . in stukken hakken. handgewricht . eterij. Memanggil. hot dikke deel eener dij .oorsprong is. boven hot vuur gebraden. begin. Pangkal mate. Pangeran.

die als adviseurs zijn toegevoegd aan inlandsche rechtbanken. . vloot~ voogd. spijker . voerder. spier. Pantjalima. . vijf . Memantekken.hoofdpriester aan eon moskee. ook : mu. betamelijk. enz. Panglima. zich deftig houden. deftig. dieet houden.Pangkoe. ook fraai makers. enz. glooiend. zich netjes kleeden.). Berpantes. hot beheer over jets voeren. jets ergens aan vastsp jkeren. als bijv. ook : handig. enz. zeestrand. Pangsa.. --voordoen. Paroet). Pantangan. nagel. opdirken. (vergel. zich menageeren. eon pen of spijker orgeris in slaan. . Pantas (of Pants). -houden. Panoe. Berpantang. zie : Panau. derriere. spijkeren . hoofd. -houden. hot zeepaardje. zacht hellend. waarin sommige vruchten. de sinaasappel. Memantes. Pangkoer. klapperrasp zooals die op Sumatra gebruikt wordt. Pantat.skel. eon vrouw beslapen. Memantek. Pangling (Jav. strand. good staand. ontzegd. Pantek. de billen. Pantja (Sk. Pangoeloe (of Panghoeloe). enz. verfraaien. enz. verboden. (vulgair). schoot . den coitus uitoefenen. den schijn aannemen van deftig enz. oever. nagelen. . Pantang. krijgsbevelhebber. to zijn. stuk of deel.. fondament. dunne Chineesche zijde. pen. vaardig. Pangsi. ook middel ter voorkoming of gene zing van impotentie.). iemand niet herkennen. .als heel beschaafd voordoen. Pangoer. Memangkoe. vlug . behoorlijk. wat als niet good verboden is. verdeeld zijn. vernagelon. bodem. jets of iemand op den schoot nemen. zich onthouden van. bestuurder. Pantai (ook Tepi). achterste. wat verboden is. ook . -dragon. ook de met dien rang bekleede geestelijken. aanPANT. Mantat of Memantat. enz. Memantang. jets als schadeljjk verbieden . onderste deel. enz.

brandstapel. Pantoen. jets (bijv. puntdicht. enz. uitspuiten. Paoet. in een puntige slip eindigen. enz. Pantjoeng (of Pantjong). de hoofdnerf van palmbladeren. uitspreiden. Memantjar. . in armoedige omstandigheden verkeerend. verarmen. punt. zinnen. van zekere hoogte in eon straal neervalt. slip. -vastgezet. de vijf PANT. Pantjoeran. zingend opzeggen. PARA. ellendig. armoedig. enz. pikken. stralen. armoede. Pantjadria. Pantjoer. zie : Laoek. met lets puntigs raken. Papa. Pantjing. enz. enz. verarming. waarin de winders uit alle hookers waaien. Pantjar. zulk eon gedicht.). Mantjing of Memantjing. -vastgeklemd. behoeftig. Memapaken. enz.. dat vloeit . . ears vlaggestok op een huffs) op jets plaatsen. doers uitspuiten. enz. Paoek. -naar zich toetrekken.wichelarij . uithooren. op jets geplant. enz. Berpaoet. trekker (van eon geweer). Pantja robs. kentering. met kracht aanvatten. ook een sleep hebben.. enz. zin : uitvisschen. Pemaoet. aan lets vastzitten. water dat ult een goof of leiding enz. jets good vasthouden. Memantoen. Papah (Jay. Pantjaka. Panes (Ikan panes). Pantjak (of Pantjek). gedicht. --naar zich toehalen. arm makers. M®mantjarken. fontein. de steel. met den hengel visschen. 195 Kapapaan. zich aan jets vastklemmen. walvisch. ellende. Pantjar (of Pandjer). arm. -bevestigd. . Memaoet. Mantjoer of Memantjoer.. ook in fig. versa Berpantoen. enz. spits. -gestoken. Memantjak. verarmd. vischhaak . hengel. doers spuiten. zulk een gedicht. aan lets vastzittend. hack. enz. waken. . straal van lets. spuiten. hengelen. Memantjoeng. straal. met kracht in eon straal organs uitspuiten . penwortel.

Mapan. . effen. brad. Papak (of Papag). Memarang. kroesharige inboorling van Nieuw-Guinea en omstreken. tegemoet gaan . waar jets ligt. Param (of Parem). Memaramken. ook hot brad.Papak. enz. Memarani. Memaparken. Parang-kajau. enz waarop geschreven moat worden . latwerk. 196 PARA. eon planken huffs. vijfde deal. enz. Roemah pagan. . kappen. geneeskrachtig smeersel . Memarangken. gedeelte. gelijk. Mapagi. Parang. jets vlak makers. de ledematen met parem besmeren. Papah. gebeurt.). rak. de ministers. tot hot toe- . zich orgens opstellen.vlak makers. horde. dit woord diem ook om eon collectief meervoud to vormen . eon rijtuig) tegemoet zenden. schaakbord .. vlak . Babel.. om or jets op to drogen.koppensneller (Bandj. Para lima. iemand doers afhalen. hakken . -plaatsen.) . plank. gelijk. Para manteri.. Para-para. . wat vlak en plat is. Memapakken. enz. eon kapmes. houwer waarmede koppen worden gesneld. enz. vijfde . doers plaats nemen.tegemoet reizen . Mapanken. -ook plaats. effenen. kapmes. van oneffenheden ontdoen. lets of iemand orgens plaatsen. bord. Papar. iemand of jets tegemoet gaan. de gezamenlijke ministers. eon verzachtend. remand afhalen. near iemand of jets toe gaan. plat makers. iemand eon ander of jets (bijv. enz. enz. schrijf bord. Memapagken. iemand met zulk een smeersel insmeren. Papoewa. deal. stalling van latwerk. vlak . enz. gelijk makers. enz. geeffend. deal. enz. -inhalers. islet eon kapmes houwen. hakmes. effen. stationneeren. iemand tegemoet gaan. Paran. Para. vlak makers. droograk van latten. lel. Papah tjatjoer.. enz. de oneffenheden van lets wegnemen. Mapag (Jay. richting. enz. Papah toelis. lets effenen. Roemah papak. een huffs met eon plat dak . Memapar of Mapar. houwer. enz. plat. --doers inhalers.

. Memasang kartoe. Memasang meriam. dreggen. gelijk . effenen. enz. Paroe (of Peparoe). raspen. aangezicht. loopgraaf. gracht. wet bij elkander behoort. glad maken.die hunne opwachting bij den regent wenschen to maken. netten spannen.). o ok Paroedan). pikken. Paroeh. Paro (Jav. afsteken. de helft. gegleufd . eon kanon afschieten . gelijk maken.). ook vloed. -aansteken. pear. enz. spannen. Berparit. houwen. op eon kaart inzetten. good toeluisteren. span. enz. Memasang karate. biding. in tweeen deelon. gelijk strijken. Elok parasnja. getij de. Paring batoeng. Pani (Ikan pan). gegraven kanaal. enz. gleuf. met eon kapmes.~ hear (zijn) gelaat is schoon . gelaat. gedeeltelijk. Pasang. Maro. b egroefd. Memasangken. enz. aanmaken. Mmasang koeping. whet is vloed. marktplaats (zie : Pekan). hot water west.). eon lamp opsteken. Pring. half. Pasar (Jay. gedeelte.brengon van eon houw bezigen. Pant. Saparo. Memarit. voor iemand inzetten. open huffs of loods. eon rijtuig inspannen . koppol. Pasang. inzetten. . iemand strikken spannon of zetten. Memaroet. rasp. bek (van eon vogel). markt. met eon drag ophalen. Memaras. jets als inzet neerleggen. Ajer pasang. Paseban (Jay. Masang of Memasang. Paring (Bandj. Memasang lam. long. uitzetton. voor regentswoningen wear zij.). enz. eon gedeelte. do rog. weerga. effen. bijzetten. mijngang. poe. ook Paroeparoe. de ooren spitsen. aanspannon. enz. deelen. ook : drag. hot wassen van hot water. helft. ring. hier moeten . enz. enz. Maroeh of Memaroeh. Memasang djaPATA. vlak. -uitzettenstrikken zetten. bamboo . bamboo b~toeng. Pares.. ook glad. onder elkander verdeelen (door twee personen). Paroet (of Paroed. aansteken. hot jay. groef. wachten tot zij geroepen worden . sloot.

Patch majang. Patil. waarin gevangenen worden gesloten. waschtobbe. blok. Memasoeng. door parsing enz. vast. de Spaansche pokken . wandelen. Patiman. gowis. om er jets aan to hangen. pen. Tanah pasisir. bende. Patek. natuurlijk golvend (van haar). Pasoe (of Paso). geknakt. gewone.laag. met den stekel verwonden. breken (van harde lange voorwerpen). menigte. verglaasde garden of porseleinen pot met deksel. Orang pasisir. landen can de kust. strand. groote vijl.verdieping. Pasoeng. Pasmen. stekel (van eon visch. Pasoek (of Pasoekan). kustbewoner. ook de onderwereld. Patch (Jay. Dit woord diem ook om eon . zetmeel. . Goela pasir. soldeeren. essence. zand. vast op jets rekenen. ook Mesti).gewest. slaaf. Pasts (of Pests. Pasiar. enz. kuststreek. afgePATA. Pasisir. dienaar. houten pen. Mematil. enz. Pating. bloom. passement. enz. Pasir. Patik.). -af knotten. --knakken. van binnen korrelig zijn (van hot vleesch van enkele vruchten. gekristalliseerde witte suiker. eon toertje to paard of per rijtuig maken. knot. zanderig zijn. Materi of Memateri. toeren.) . enz. gebroken. Pateri. hat fijnste deal van jets.op Java titel van den inlandschen ambtenaar. Patala(Sk. Pati (Jay.). vaststellen. Patar. Mematahken. Patekan. ik. zeker. (ook Pantek). in rang volgende op den regent. jets broken. stellig. jets soldeeren. Mestiken. Berpasir.). troop. kuieren. -af breken. verkregen. groote kom.ook de administratief gestrafte inlandsche ambtenaren gedurende hun straftijd verblijven.. kust. zandbank . bijv. enz.. corps. iemand in hot blok sluiten. soldeersel. of Memestiken. de hel. de Salak). titel van eon eersten minister of rijksbestierder. Patch. de pokken hebben. tobbe.

Mematjoeli. . eon vennootschap sluiten. Mematoek. die springend op zijn proof afgaat. on jets regelen. met den hak werken. eon verloofde hebben. voor elkander bestemmen. Mematjak. eon regaling voor jets maken. ook bijten (van slangen). aan to geven . aandeel in jets. voor jets geschikt zijn. Pating bertereak. verg. engagement. enz. enz. Patjang (Patjangan) (Jay. Berpatoeng of Berpatoengan. voegzaam. Patoek. ook PEVA. schorpe snavel. verloof den. Patjoel (Jay. wat voor elkander bestemd is. Patoet.. iemand eon aandeel in jets geven. zich voegzaam kleeden. . gepast. ---bewerken. samen handelen. Mematjar. Mematoetken. 197 pap van de bladeren van deze planten. fam. beeld. verloven. Patjak.Pepatjangan. benaming van planten behoorende tot de nat. Patjat (of Patjet). ook : deal.meervoudige handeling. Patoeng. hak. waarvan vole vorschejdenheden bestaan. verloofd zijn. geschikt. gillen.. Lythrarieae en Aurantiaceae. ook : verloving. de inlandsche hak voor de grondbewerking. met don hak den grond bewerken . zich netjes voordoen.. kleine bloedzuiger. behoorljjk. jets in overeenstemming brengen met. Berpatoet. standbeeld. -doen harmonieeren. puntige bek (van vogels) . pikken (van vogels). pop. M matjangken. Mematjoelken. Pagoet. passend. al s vennoot opnemen. ook eon vaartuig op stapel zetten. ordenen. enz. Mematjoel. de nagels met die pap roodverven. ook bij jets passend. algemeen en door elkander schreeuwen. --passend maken. voor gezamenljjke rekening jets doen. betamelijk. enz. geengageerden. der Balsamineae. als belegsel op de nagels om doze rood to verven. Patjar. Patjar. ovoreenkomstig enz. den grond met den hak omwerken. jets aan hot spit braden.). enz.). enz. Mematoengken.

aanhouden. Pegang. scherp. enz. ergeren. rechte Babel. enz. enz.. Memegang parentah. steken. enz. Pegal (of Pegel). waarnemen. .). in de hand hebben. aanvatten. paal. vervelen. kromme Babel. enz. Peda (Ikan peda). Bermain pedang.). mooi maken. degen . menschelijk (dierltjk) zaad. kar. Pedal (ook Penjet).opschikken. met labels enz. zie: Beja. hat bestuur voeren. wind.vechten. Pedih (of Perih). een Babel enz.. vuur. paaltje. onder zich hebben of houden. voorteeken. plat. dat tot merkteeken of om or jets aan vast to leggen diem. prikkelend. Turksche Babel. . beteekenis van een droom. Patrem (Jay. Pedang bengkok. Pedang. verstijfd. stark van smack. Pawaka (Sk. besturen. Pebejan. Memegangken. Pedjoe. zeer doen. vasthouden. platgedrukt. degen .). houden. baloorig. ingezouten visch. afgemat. Megalken. (Sk. een scherp woord. schermen. Pawana. stark. bijtend. baloorig waken. enz.. Memegang.. zaad. met een Babel. Patok (Jay. wanneer men or j mover op giet). zie ook Patoek. v 198 PEDA. raps. iemand jets laten vasthouden. Memedangken. moo. Babel. hat bestuur in handen . heat. enz. tegenhouden. Pedati. in of met de hand houden. Pedah. ook wrevelig.). enz. -gezegde.versieren. Memedang. houwer. Pedang loeroes. iemand jets in de hand geven. Makanan pedal. slaan. gebruiken om een houw toe to brengen . enz. garstig. Pedal (of Pedes). enz. zoutevisch. enz. besturen. vrachtkar. schrijnen. stack. (van een snijwond bijv. stark gepeperd eten. met een degen stooten . kleine dolk (wapen der vrouwen). Pedar. bijten. heat. scram. Perkataan pedal. zwaard.

palankijn. zie : Fihak. flesch. bouwvallig. bestuurt. enz. om er in feast to vieren. Pehak. Pekasem.hebben . tijdelijke loods. zie : Adjar. hot onderste boven rollen. drijver. rotting. Peladjaran. dofklinkend v(van metalen). erf. Peladjar. Pe1er. allerlei. Pejot. enz. tosticuli. beambte. -. lijmig. ook : niet good hoorbaar. moat men houdt. boei. Pekah. beul. Megat. Melesat. stopflesch Pelesat. Pekat (Bandj. gekreukt. Memegat. een snort gestreepte zijden stof. niet goad kunnen hooren. ook gereedschap. stamelen (zooals kleine kinderen). bottel. karakter. Pelampang. be ambten can eon moskee verbonden. Pelampoeng. . natuurlijke geaardheid. defect. brijig. Pelebagai. stark. de specht. Pegawai main. Pelangi. hot onderste boven. Pekerti. enz. Pelandoek. met eon vaart wegvliegen. oud. onduidelijk spreken. card. plaats voor of achter eon mooning. letten. organs afwachten en den doorgang be. speeltuig. Pelatoek. Pelangki. Pegangan. Pekat. natuur. speelgoed. Pegat. u . -. ook gerimpeld. eon snort dwerghert. gedeeltelijk gebroken. zie : Bekasem. zie : Pega1. landsdienaar. -weggestooten worden. ook eon palankij nvormige draagstoel. Pegawai masd jid.). scherprechter. waar niets op groeit. beheert. Pekatoel. (bijv. Pegawai. Pelataran. de ballen. Pelanting. half omgevallen. Pogo (ook Pelo). enz. Terpelanting. Pales. Pege1.vallen. enz. ambtenaar. zie : Adjar. V V PELF. Jobber. Pekoeng. inborst. kanker. zie : Bekatoel. Pelebaja (of Pelembaja). dik. iemand den wag afsnijden.wegspringen.

gedraaid. bewaren . enz. Peletjoek. zweet. omarmen. Peloek (of Pelok). verzorging. Pe1ih. onvermogen. Peloeh (Jay.). treurig gestemd. zorg. weggeslingerd. behoeden. to maken . lamp. Pe1i (Jay. enz. Pelmtir.zelfkant (aan eon kleed. de lever. Pelipis. gevlekt. Kajoe pelet. gewrongen. schuifzoom. Pelihara (ook Piara).PELF. in de armen knellen. enz. Palo.). enz. Peloeh.aan zij n wil onderwerpen. . uitgegleden. gevlamd hout . onderhoud. omhelzen. verzorging. in elkander draaien. Peloepoeh (Jay. vlek. Terpelesat. lmpotentie.. nachtlamp. gevlekt. Peloe. bewogen. 199 arming . kweeken. Meleset. uitglijden. Terpeletj oak. dien men met den voet wegschopt) . zoom. Sakit ~peloeh. aangedaan. glijden. Memelihara en Memeliharaken. en toovermiddel. vogellijm. de slaap van hot hoofd.). inlandsche lamp met pit. Pelipit. ook : kleefmiddel. enz. bamboezen kokertjo. Memelet. enz. vogels. bewaring. bewaken. platgeslagen . ook rand. jets onderhouden. hot mannelijk schaamdeel. draaien. door middel van lijnl vangen. impotent . opkweeking. omhelzing. Mehntir. verzorgen. Peleset. Deleting. enz. bewaring. Terpelesat. omv PEND. met de armen omvatten. . m eegaand enz. afglijden. opvoeding.). verstuikt. zie : Pogo. onderhouden. -gekneld houden. Pemeliharaan. ook : iemand door toovermiddelen tot zich laten komen. verzwikt. wringen. enz.). houden. opkweeken. houden. hot evenwicht verliezen.enz. verdikte wazem of damp. de penis. die zich op jets afzet . lijm. zweeten. behooding. om iemand gedwee. Pelet. Pelita (Jay. Berpeloeh. opvoeden. een bal. fokkerij. Memeloek.

Pe1oeroe best lantai. gehoor. leer. metalen plaat aan een buikgordel . (of Padjangan). Pe1oeroe bolang-baling. Peloeroe api(zie ook : Perijoek). ook: Memend jaraken. Peloeroe (of Pelor). kerker. kwalijkriekend.bamboo voor bewandingen. Pembawa zie : Bawa. granaat. dikwijls ook geheel uit metalen platen bestaande. huffs voor publieke vrouwen. bruidsbed. wat als ongeoorloofd en onheilaanbrengend verboden is. kerkeren. Pengakoe. borduurraam. gevangen zetten. bekrompen (van verstand) . Pendek. in den grond begraven. schrijfpen. Pemali (Soend. gevangenis . . Pengadjaran. ongeoorloofd. werpspies. kartets . in de gevangenis stoppen. pen. good spreekt. gordelband. Pengadjar.). (Jay. de voorste. zie : Panawar. Memend j ara. onderwijzer. enz. Pemad jangan (Jay. hot eerste kind. onder verbod liggend. onder den grond stoppen.). iemand die voor een ander borg staat. v 200 PEND. Pendjara. Pemidangan. verboden.). bewaarplaats. bong. Memendem. kogel. van rijst. Tall pending buikband. hoerehok. Pena. Penawar. muf-. bekorten.). bespoedigen. bruidsvertrek. Pengak. meester.). Pendok (Jay. bom. zie : Akoe. verkorten. zie verder Dengar. -verbergen. metalen omhulsel of overtrek van een Keris-scheede. niet hoog. Pendahan of Pendawan. kort. niet lang. zie : Ad jar. zie : Pandapa. onderwijs. Pending. zie : Belok. Penengeran.duf . vloeren enz. Pembarep (Jay.kettingkogel. Pembelokan. Pendapa. hot geleerde. kort maken. Memendekken. Pendem. Pendjoenan. leeraar. Pendaringan. bordeel. zie : Adjar.. de eerstgeborene.

bent. vuilnismandje. ook snibbig. Peniti. ongesteldheid. terwijl. in menigte organs vereenigd . een ljcht gevoel in hot hoofd. Memenoehi.. enz. ziekte. Pental. vischvijver. aan de beide einden strak trekken. door een geheimzinnige macht beschermd. gelukkig. tijdig. ook Penjet (Bat. bits. preutsch. Terpental. wegslingeren .). PE PA. hot goad treffen. ook : toevallig. spannen. ook tik met den tegen den duim aangedrukten en plotseling vooruitgeschoven vinger . bijvullen. Penjoe. ook : paar. klein plat mandje tar verwijdering van afval en ander vuil. een ruimte geheel ~bezetten. zie : Pengoeloe. Pengempang (of Empang). wat gespannen is. speld. Pontes (Jay. Memental. jets aanvullen. een geweer met dubbelen loop. bruidspaar. Bantal peniti. Bedil penganten. bloemknop . . Pengoeloe. speldekussen. bruid. haarspeld enz. Memenoehken. de punt der borst. vruchtknop. kwaal. zeeschildpad. . duizelig. Pentil kembang. duizelig zijn. platgedrukt. weggeslingerd. gevuld. bloemknop. tepel. Pengaroe. ook volmaken. Pentil. jets breed en strak openleggen (bijv. gespannen. Penjakit. niet op hot mondje gevallen. Pentil soesoe of Pentil tetek. bintbalk. stalmandje. good kunnen praten. Pengeret. vruchtkn op . Pengki (of Poengki). zie : Pangoeloe.). knop. bij elkander hoorend. tegelijkertijd. ook : borstspeld. gevuld doen zijn. door een duizeling overvallen worden. Penjek. met een smak op een afstand neergegooid. bruidegom.. jets vullen. P nosh. enz. vischkom. Penoodjoe. enz. Pentil boewah. Pening. Pentang. geplet. vullen. Mementang. vijver. van eon huid die nog nat is on gedroogd nioet worden). punt. enz. welbespraakt. vol.Penganten. . zie : Sakit. enz. Penghoeloe. enz. slingeren. juist van pas.

der Cucurbitaceae. P®poedjoe. nat. Pentjet.). met een knuppel of knots slaan. knuppelen . Pentjalang (Peraoe pent] alang). Pentjong. Meper. Pentoeng. Pentjok. jets als knuppel gebruiken om to slaan. waarvan de vruchten veel worden gegeten. fam. eon Maleische daps. jets waarmede men de derriere na de outlasting afveegt. Mementjet. zie : Pills (Jay. ook eon kruisboot. de derriere na de outlasting met jets afvegen. overdreven nauwgezet. Pentjak (of Pentja). scheef staan.ook : afdrijven (van een vaartuig). dien daps uitvoeren.). scheef. geheel en al. Pepak (Jav.). knijpen. middelmatige boom met lekkere.volledig (zijn). Mementoengken. eon snoeperij of gerecht van diverse groenten. knippen. (Jay. met den vinger op de vorenbedoelde wiize tikken. Carica papaya. schuin . knuppel. doen) . ook : hot dwars afdrijven van een vaartuig. knellen. visch of vleesch in een blad gewikkeld en zoo gaar geroosterd. gezonde vruchten. Peper. hot vrouwelijk schaamdeel (vulgair). knots . fam. nat. Pentjing. knellen. der Papayaceae. visch of vleesch aldus toebereiden. lets tegen jets anders aan knikkeren. Momordica charantia. kieschkeurig. (00k: Pepesan). jets of iemand tegen jets aandrukken. L. mentoeng.Mementil. Pope (of Pepek). Meper. v PEPA. of door over jets heen to schuren schoonmaken (zooals de honden bijv. waarbij de dansers met lange stokken en andere wapens gewapend zijn. enz. Mementilken. Pepaja. Pepare. L. een slingerplant. . van de rechte richting afwljken. M mentjak of Mentjak. Peper.voltallig. Mentjong. alles bij elkander. een groot handelsvaartuig. enz. snort krijgsdans. Me. de baarmoeder. Pepilis.ook : knikkeren.

vrouwelijk. Peranti meloekoe. (ook : Paribasa). oorlogstuig. nauw (van eon schroef bijv. wijfje van eon dies . Prang sabil. bladgoud. etc. zilveren. Ilmoe perang. Perawan. Perahoe (00k: Prahoe of Peraoe). hot noodige voor hot ploegen. Perada. uitwringen . ploeggereedschap. moeilijk gaand. Perang. Peranakan. hoer. om to gebruiken . gelijkenis. Kapal perang. slag leveren. zilver in dunne bladen. keukengereedschap. jnlandsch vaartuig. de heilige oorlog. enz. P®rat (of Pert). . ook wrang. oorlog. eon natte kafn uitwringen. Aj er perbana. wat benoodigd is of wordt. huisduif. meubilair . zie : Anak. Perampoean djahat. Perabot. enz. toestel. de blaas.Pepoeroes. P®rapatan. kruisweg. Peperangan. (of Perpati ook : Derpati on Merpati). melken. Perbana (of Peraani). oorlog voeren. oorlogsschip . slag . viersprong. eon compleet stel van jets (bij v. wat men noodig heeft. uitpersen.of Perkakas peperangan. spreekwoord. v PERG. hot melksap nit hot geraspte vleesch eener kokosnoot person. hot punt waar twee wegen elkander snijden. Perapati. strijden. spreekwijze. Perabot dapoer. Mores kelapa. publieke vrouw. zie ook : Poeroes. krijgskunde : Alat. Mores. Perak. Peras (of Pores). kleederen. huisraad. Berperang. zilver. Perbehasa. gereedschap. ook slagveld. Perampoean. prauw. Mores soesoe. oorlog. vechten. in de moor).). duff. veldslag. gereedschap. doodtij. Perabot roemah. maagd (ook Anak dara). voorbeeld. bladzilver: verguld. ook. werktuig. gevech t. verguldsel. 201 -van den strijd. Mores kafn basah. Perangkat (ook Peranggo). tooneel van den oorlog. vrouw. Peranti. klatergoud. maagdom. stroef.

Pergi. granaat. . zie : Prat. Pemerentahan. Perigi.P®rdoeli. Pores. eigenschap . Perideran. onderzoeken. enz. bestuur. spreken. gen tot. bron:wel.. gebeuren. navraag doen. regelaar. keuvelen over jets. jets onderzoeken. gaan. jets tot hot onderwerp van een gesprek maken.). staat. last. eene kleine . enz. Memeriksai. Perhinggaan. Perhambaan. Peri. Merentah. Perijaji. zich begeven naar. eon verordening uitvaardigen. Zie : Idar. enz. gebod. Berperi. . enz. jets bevelen. gebeurtenis. rondwenteling. heen en wader gaan. Peri. be v elgever . Peri joek. verguld.gegravenput. uitgaan. Pergol. trant. zie : Pedih. zie : Hamba. bevel. ook : Peperiksaan. . onderzoek. . Peringgi. beleefde uitdrukking voor: ik west hat niet. regelen. put. Peristiwa. hat gebeurde sans. Perth. omwenteling. heengaan. Memeriken of Memperiken. zie : Hingga. aanvraag .. enz. urnvormige. lastgeven. voorschrift. omstandigheden. besturen. naar jets onderzoek. inlandsch landsdienaar. . de gesteldheid saner zaak. zie : Fadloeli (Ar. weggaan. ambtenaar. enz. Perijoek apt. Memerentahken. enz. onderzoek. Berpergian. dikbuikige aarden of metalen kookpot . bestuurder. in 't algemeen Europeaan. Peri hal. Pert. wijze. Memeriksa. Pent (of Emprit). zich vervoeV 202 FERG. bevelen. regeering. gesteldheid. last tot jets geven. toestand. Pemerentah. Pemeriksaan. heen en wader trekken. hier en daar heengaan. enz. born. uitloopen. enz. manier. verordening. zie : Peras. bestuursmaatregel. hot bestuur over jets voeren. enz. Frank. een onderzoek instellen . Sakali peristiwa. Pergt-datang. Periksa. Perentah. nimf. Koerang periksa.

ooit. tapijtwerk. niet voorbarig. enz. Belom pernah. Perkakas roemah. ook Pelan-pelan. bedaard. een dapper man.snort rijstvogel.). enz. van jets eene zaak maken. Memperkara of Memerkara. enz. enz. juweel. zacht. ook plaats. timmermansgereedschap . Perkakas toekang ka joe. benoodigdheden . Perkara besar. kloek. die nom of tame genoemd wordt) . Perkakas (ook Pekakas of Bekakas en Perabot). noodzakelijk.. nog nooit. nooit. graad .). Kaperloean. Perkoetoet. hat noodig. een om zijn dapperheid beroemd man. . tortel. Perlahan of Perlahan-lahan. bedaard. Pernah (Jay. edelgesteente. enz.. Perlak. --moeite geven. . niet to vlug. een groote. enz. in een zaak gewikkeld zijn . hat noodzakelijke. moedig. Berperkera. Permadani. nufng. in den graad. enz. . Merioeken of Memerloeken. iemand voor hat gerecht dagen. Permata.. geding hebben. Pernah kaponakan. verplicht. zachtjes aan. Perkakas perang. punt. enz. iemand of jets plaatsen. in eene zaak wikkelen. met geduld. werktuig. enz. de verhouding staan van neef of nicht to zijn (van iemand. enz. hoog noodig. Permaisoeri (Sk. immer. onderwerp. torteld uif. geval. lets noodzakelijk achten. blufferig. oorlogstuig. enz.. Memperlahanken. tapijt. een zaak. iemand eene zaak aandoen. verhouding.gereedschap. Zie verder : Pardloe. belangrijke zaak. zich voor jets beij veren. nimmer (ook : Tiada pernah) . Perloe. koket. Perlente (Bat.). zaak.langzaam aan. zich jets als noodzakelijk ten plicht maken. dapper . Perkara. FERN. noodig. Mempernahken. verlakt. enz. Peritoengan. huisraad. vorstin. omstandigheld. Orang perkasa. langzaam doen gaan. een voornaam punt (van behandeling). zie : Itoeng. eon plaats aanwijzen.langzaam. Perkasa.

pat. vertrouwd zijn of worden. Sakit peroet. Pertjoema.jets tar harte . groote boom. Peroet.. ook : vennoot. gratis. ontbieden. klokkenmetaal. om to beginners. zie : Oepama. ra aan een mast. enz. ook Perseroan. Memesan. Peroepamaan. Pesagi. voor gezamenlijke rekening lets doen. messing. buikpijn. vierkant . Perolehan. geloof. Hassk. zie : Oleh. eerste. in de eerste plaats. een vennootschap aangaan. iemand lets aanbevelen. levert. deelgenoot. Isonandra gutta. Bersero). Peroenggoe. enz. Peroesahaan. enz. onderbuik. zwanger ztjn. last. titel van sommi ge Maleische hoofden. fam. . koliek in den bulk. Pertja. voor niets. nutteloos. een kruidje-roar-me-niet. Persero (beter. vertrouweling. ook : bestellen.. Peroewan. vertrouwen..iets aan iemand toevertrouwen. V PERO. enz. Berdoedoek peroet. 203 geven. aanbeveling. ontbieden. Peroengoes. vertrouwen. cadeau. enz. driftig van aard. Persil. der Sapotaceae. ingewanden. to vergeefs. ook : bestellen. zie : Oesaha. licht geraakt. Berpesan.Perniagaan. ten eerste. Memesani. Pertjaja. gelasten. . Pesan of Pesen. opdracht. Isi peroet. enz. perceel. vertrouwd. precept. aandeelhouder. Medj a pesagi. bulk. ook ingewanden. Pertama. Kapertjajaan. ten honderd. Ps~rsen. gelooven. geschenk. als laatste wil to kennen y PETE. om niets. vertrouwen . vergeefs. en percent. opdragen. Perwatin. een vierkante tafel. zie : Niaga.Mertjajaken. die de bekende Getahpertja. enz. aanbevelen. boodschap. rentecijfer. opvliegend. wat een stervende als zijn laatste wil to kennen geeft. de (hat) eerste. geloof.

jets of beelden. Parkia afrjcana. .ontbieden. Pesok (of Pesok).. Pesanggerahan (Jay. enz. zeestrand. tijdelijk logjes. ook : voor iemand lets bestellen. Memetaken. stoommachine. bestelling. enz. teekening. ook : jets bestellen.). koffer. L. enz. gewis. vunzig. ongetwijfeld. Pesisir. afgeschoten gedeelte in hat ruim van een vaartuig. Petasan (of Merton). Pests. afgesloten stuk van een bouwveld. Pesing. ingedeukt. de bekende sterkriekende vruchten of boonen. lets laten komen. der Mjmoseae. bal. teekenen. voetzoekers. voor reizende ambtenaren. medegeven. Pesek. enz. Memetik. Peti oewang. enz. plat (van den neus). duister. naar urine stin kend.in kaart brengen. logies. Pete. Pesawat. tuinbed. Petang. streng. vol deuken of gaten. Petak. enz. Petak (Bermain petak). partij. afplukken. in een koperen pan). . kaart. Memesanken. enz. Petel. logeergebouw. Pete. krijgertj e spelen. ketting. koord. -. tokkelen op eon snaar. ie is plukken. donkey. feast. werktuig. bed. Pets. Berpesok. halve dust of halve cent. klappers. yak. schilderij. kist. strand. dissel. pleisterplaats. door dijkjes enz. nest. enz. stelaig. ingedeukt. jets in teekening. of beelden. zeker. die veel bij de rijst gegeten wordt. jets schilderen. Petik. ook ontleenen can.portret. drijfriem. plukken. Petarangan. jets teekenen. hooge boom. iemand een opdracht. vuurwerk. enz.. Pests. fam. ook : de achternamiddag tegen hat dalen der zon. kust. voor kippers. machine. Memeta.drukken. Peser. pislucht. duisternis. of beelding. avond. pat. enz. een holte of deuk in jets (bijv. geldkist. met v 204 PETE.

Petoewah. onderwerping. . .of broken. panel. vertreden. Memidjak. Petopan. Petjomberan (Bat. op jets trap. Soesoe petjah. Memetjahken. ook breuk (in de rekenkunde). jets broken. inslaande bliksem. Pidit. Petjok. Petoeroes (Pout. opengebroken. onderpand. masseeren. met de zweep of karwats slaan.Patir. bedorven. Petjoet. ult zijne betrekking afgezet. dicht aaneengesloten. teeken. Memetjoet. (van eon puist. enz. dobbelhuis. blijk (van overeenstemming. in stukken en brokken. ontslagen. Petjahan. ook de kam. .) . met de zweep klappen. wordt gezonden en teruggebracht moot worden. pool. enz. hoofd van eon post. de vuilnishoek achter de keuken of hot badhuis.). enz. modderpoel. speelhuis.handelsbeambte. karwats. Berpetok of BerpetokPILI. enz. eon toespijs bj} de rijst. gebarsten. ratelende donderslag. M mid jet. afzetten. stuk. gedeukt. -ontzet. Petjat. petok. Memetjah. visch. Petis. lei (van eon haan). ontslaan. pen. Petjah belch. jets. Petjel. Zie: Top. dat als teeken. zweepen. doorbreken. Zie : Pesok. gebroken. op jets loopen. gezaghebber. Pidjak. Petok. Memetjatken. op jets treden.. Petong.of vleesch-extract op inlandsche wijze bereid. waar al hot waschwater enz. enz. gedrang. panel enz. met de vingers of voile hand drukken en kneden. enz. --verbreken. op bijzondere wijze toebereide kip of visch. Pidjet (ook Pid j it).. enz. kakelen. Peal. Barang petjah belch breekbare waar. enz. geschifte melk.bovennatuurl jkemacht door ascese verkregen. Petjah.). stuk maken. Zie: Toewah. kapot. in wordt gegoten of geworpen. (van eon hen).). zweep. wat gebroken is.).factoor. . uit eon ambt ontzetten. Petor (Port.

drinkbeker. ~kooi met eon lokvogel or in. Piloewang. Memindahken. beker. Pekat. uitzoeken. eon sausgerecht bij de rijst. Memindang. ook : rotting (vergel. droes. Ptjagem (Jay.). geneeskrachtigof verzachtend smeersel op hot voorhoofd. Memilih. kip. wat gekozen wordt. Pemilih. de droes hebben.). eon dito gerecht. der Palmas. kiezen. eene keuze doen. Pindang ketjap. aanzoek. gevrij (van eon jongeling bijv. overbrengen. Pilih. Meminang. Pikoel. door eene jonge maagd to vel zoeken voor hem eon betelpruim klaar to maken). . jets over den schouder dragon. Pinang. Berpindah. Pindah. Memikoel. lam. kip of vleesch . Pilihan. de betelpalm. draagstok. Pijala. aanzoek doen om de hand van eon meisje. zie : Fikir. ook : Indisch gewicht van 125 Amst. verkouden zijn. Pikat. Pills. Memimpin. Pijatoe. vrijerij. windstilte.). stilts. Pijoet of (Pejot). keuze. verhuizen. belasting. Pi1eg. waarbij sofa wordt gebruikt.. enz. (Ar. draagvracht voor eon man. ponden of 100 Katies.). van plaats veranderen. Areca catechu. Piker. enz. uitkiezen. visch. drinkglas. Pikoelan. besluit van aanstelling. verwrongen. vogels vangen door middel van eon lokvogel (Bandj. Pihak. op eene andere plaats zetten. of vleesch met eon waterige pikante sans toebereid. scheef. kelk. zich verplaai son. bij de hand leiden. Pimpin. nat. eon meisje ten huwelijk vragen. keus. L. Pindang. ook eon kieschkeurige. Memikat.Pidjetan. Pinang. iemand leiden. zonder familiebetrekkingen. ook (van dieren). verplaatsen. ouderloos. zie : Fihak (Ar. visch. bokaal. zje : Lansat (of Langsip).). alleen op de wereld. verdraaid. PILO. ook in eon andere taal overzetten. welks rijpe noten bij hot sirih-kauwen gebruikt worden. verkouden. wee kiest.

Pindjam (of Pindjem). Pingit (Jay. slim zijn. Pints. zoekust. Pinggir kali. bedelen . (ook Tjeredik. enz. Bisa). tweernen. in loon geven. Soerat permintaan. mank. Pinggir laoet. Pinggir mod j a. mank . geleerd. vraag. gordel. bezwijmen. samengedraaid . bedroven. Memintal.. middel. enz. machine daartoe. in flauwte. 205 eon huwbaar meisje. op zijde zetten. flauw vallen. enz. bode. bangs den kant doen gaan. verzoeken. enz. enz. rand eener tafel. gesponnen. buikband. never. Memindjamken. kant. (bijv. slim. enz.aldus toebereiden. bekwaam. bezwij md. van iemand jets vragen. enz. verzoek. geslepen zijn. Pingsan. iemand den pas afsnijden. aan den kant van jets zetten. tafelbord. van iemand leenen . enz. verzoekschrift. den weg snijdon door eon rechte lljn to nemen. in elkander godraaid. Ikat pinggang. Pints ang.knap. Permintaan. in elkander draaion. Pinggan (Jay. to loon. Pinter. bidden. in huffs houden. rivioruever. Mints-mints. enz. . bord. Minggir of Meminggir op ztj gaan. van PIPA. rek est. Pinggir perahoe. bangs den kant gaan .). Pemintal. Memintasi. zie : Pinter. --plaatsen. Memintal. spinnon. boord van eon vaartuig. ook groote kom. dat in huffs moot blijven en niet vrij uit mag gaan) . Memindjam. boord. Memintaf. Pintal. spinnewiel. buiten kennis zijn. smeeken. rand. . schotel. geleend. den korsten weg nemen . getwijnd. Meminggirken. aan iemand leenen. slues. voor iemand jets vragen . zoom. hot geleende. opgesloten. Pintal. verzoek. bezwij ming. kreupel. Boewah pinggang. herhaaldelijk vragen. iemand opgesloten. vraag. flauwte. Pinggang. spinrokken. bode. middenlijf. -in been vragen. buikriem. Memintaken. Memingit. getwoernd. kust. om jots vragen. . bij de hand. de lendenen. Mints of Meminta. de nieren . Pinggir. Pintar.). strand.

Pisang rad j aseri. voordeur. Piso boewah-boewah. scheiden. paardebrems . ingang. afzonderen. blinds. eon paard met zulk eon vlek. tabakspijp. Pisah. tiles. ook blad. kleinkind van eon kleinkind.).loopen. okshoofd. officier van justitie. enz. Pintos aj er. Pipitan. fiskaal. lintworm. schoteltje. Pioet. enz. Memisah. eon diep bord. Pitena. koord. Pitak. der Musaceae. Tjatjing pits. katjang. Pits. afzonderen. Pips. plat. Memisahken. opening waar jets door heen kan gaan. poort. lint. Piring.). Piring tjeper. Piso belati. Pista. achterdeur. Pipis (Jav. ook vat. gewoon vlak bord. witte vlek aan bet voorhoofd van paarden. P1. olio uit kokosnopen. Pipisan. scheermes. waarvan de voornaamste soorten zjjn Pisang radja. deurblad. . bord. de banaan. tafelmes. Pioetang. van elkander scheiden. uitgang. enz. person. of --rad jasereh. behoorende tot de Nat. pup. pennemes : Piso pen joekoer. ook : Piso raoet. ook : scheiden. sang soesoe. Piskal. zie : Fitnah (Ar. 206 PIPI. Pintos maling. zich afzonderen. dessertme . verborgen dour. Wang. lintworm. Piring dalem. op eon steep fin Wrijven. enz. schuldvordering. Pintos. klein krom mes . achterdeur. Pisang. Piso penjoenat. sluis. band. enz. Koeda pitak. Pisopenna. (zie ook : Pinggan). zich afscheiden. Pintos depan. Piso. enz. fam. enz. dour. mesje voor de besnijdenis. wrijfsteen met rol. voorpoort. ook Tjatjing pits. zie : Pests. Pintos belakang. Pipih. oliepers. enz. gewoon tafelbord. Zie : Oneng. . Pipi. zie : Oetang. ook horzel. mes. Pisang mss. Tjatjing pipih. Pisang kepok. Pisang ambon. vensterblad. soepbord . kreupel zijn. inschuld.. Memipis. Piso medja. Memipit. Pipit.

klop geven. warrelen. offeren. hoofdpijn hebben. kut. iomand jets toewenschen. Pandanus moschatus POEL.een draaierig gevoel in hot hoofd hebben. enz. eon Chinoesch dobbelspel. Poedji-poedjian. slot van eon goweer. Memoelangken. Pitjak (Jay. vrouwelijk schaamdeel. prijzen. de Indische patrijs. Memoekoel. Pitjoe.). Poejoeh. . prijs. eon snort van kwartel. bout (van eon geslacht dier). terugbezorgen. terugkeeren tot. offer aan de goden. Memoedja. wederkeeren tot. Poelang. enz. pat. klomp (bijv. . ook ophemelen. fam. Poedak. terug. e!astisch (van gaargekookte rijst).. enz. teruggaan. ranselen. terugbrengen. bestormen. kleine count. Poejoe. deegachtig. vorg. lof. Poekoel. Poedji. (of Pitjek). Poelan (of Poelen).. weder worden als in eon vorig tijdperk. slann. zegen. naar huffs gaan. Poejeng(Jav. Poedja (of Poed jaan). ook geheel blind. ronddraaien. wederom. loven. kloppen. ook vorslaan.visschen. enz. Memoed jiken. weer. in de hoogte heffen. werktuig waarmede geslagen wordt.of sleepnet. bovendien. der Pandaneae. Po (of To-po). Rmph. Poesing. Poelang ka rahmat Allah. Pitjis. enz. enz. enz. Poejoeh gonggong of -gonggong. met zulk eon net visch vangen. van goud).). dubbeltje. min of moor kleverig of slijmerig. t oruggeven.). Poekal. loftuiting: Memoed ji. eon pandan-snort met stork geurendo bloemen.. vleien. tot eon klomp versmelten.Pitera. Angin poejoe. vleitaal. zie : Fitrah (Ar. slag. . ook de persoon die slant. count. Poekat. terugzenden. Memoekal. insgeltjks. wervolwind. aan den oog blind.duizelig. windhoos. enz. opnieuw. den goden eon offer brengen. loftuitingen. tot eon klomp waken. enz. Memoekat. groot trek. Poela. ook. terugkeeren. Poekang. Pemoekoel. tot de barm- . beoorlogen. . Poeki.

glad schaven. met lijm enz. in den vorigen staat terugbrengen. beurs. eiland. enz. vogels. legerhoofd. eon geneeskrachtige slingerplant. eon tiental. Berpoeloehpoeloeh. slapen. waarvan de vruchten zeer gezocht zijn. Pemoeloet of Poeloetan. kleefstof.. balletjes draaien. Nephelium lappaceum. Poelih. grande. tiental . L. omdraaien. eon ramboetansoort. enz. tiende . i. enz. . eon spiraal ran jets vormen. inslapen. enz. hartigheid Gods teruggaan. Poelas. Poelasan (of Kapoelasan). omdraaien. geldtaschje. ook door hot bijgeioof verboden. sterven. herstellen. Poenggawa. Poeloeh. Poelas. schoon op.zakje. der Apocyneae. tien . enz. pillen draaien. Poeloeng. fam. schouderblad. in vasten slaap. Poendak. ook groote. enz. tot piilen. enz. Saperpoeloeh. besmeren (om bijv. in elkander draaien. gom. Poeloet. R. schouder. enz. p11. Memoeloeng. hersteld. balletje . lets met lijm. geldbeurs. Memoehhken. MePOEN. Sapoeloeh. Memoelir. Poelasarl. niet moor to gebruiken. nat.vast slapen. vogels to vangen). eon schroefdraad in lets maken. der Sapindaceae. tot den vorigen staat teruggekeerd (zijn) . bovenste deal van den rug. lijmstokje. fam. jets glad wrijven. hoofd. getweernd. eon tiende deal. in elkander gedraaid.tasch. Poenah. nat. klevenge zelfstandigheid . Poelau (of Poelo).wier bast (altijd met venkel of adas) veal in geneesmiddelen wordt gebruikt. lijm. bevelhebber. Memoeloet. lets op den schouder hoog op den rug dragon. Memoelas. Poelir. op. Poendi of Poendi-poendi. 207 moendak. tweernen. Alyxia stellata. glad . enz. d. bij tientallen.POEL. & S. gedraaid. ook : geschroefd (van den loop van eon geweer) . geheel wag.. vast in slaap. gekronkeld. ook wringen. vangen.

eigendom. bezitting. doode scam. kruin. ook iemands hoofd . nemen. zulk eon pap gebruiken . enz. over 208 POEP. eind van eon sigaar. bloedverwant in den eersten graad in de zijl inie. zulk eon butt hebben. eigenaar van lets zijn. tronk. waaier. enz. lets bezitten. Poenja (of Ampoenja). eon machinaal bewogen wordende waaier. enz. van den grond oprapen. hoogste punt van jets Poentjak goenoeng. of op de fontanel . stomp. Poepoe. eigenaar zijn van. butt. opnemen. Memoepoekken. graad van bloedverwantschap in de zijlinie . lets hebben. Poenggoeng. lets tot zulk eon pap aanwenden. Poentoeng roko. vuilnis. ondiep. Anak poengoet. bergtop . enz. in bezit hebben. enz. niet scherp.). pap of smeersel. vandaar ook de naam Soendel oolong (ook bekend onder den naam Soendel malem). bot. spits uitloopen. voile neef of nicht. uiteinde van jets. Poentjak roemah. Poenggoer. op hot voorgedeelte van hot hoofd. plat.hooggeplaatst staatsdienaar. dikke opeenhooping van vleesch op hot schouderblad of in den nek . Memoengoet. Poenoek (Jay. Memoentjak. Memoepoek. Poentoel (ook Toempoel). brooders. plukken. adopteeren. top. Mempoenjai. . gebl even stuk. Poengka. Anak sepoepoe. nok van eon huffs . inzamelen. Berpoenoek. geadopteerd kind. hot dikke achter. eon spook in de gedaante eener schoone vrouw zonder schaamdeelen of hover met eon doorboring tar plaatse daarvan. Poengki.of stalmandje. eon aangenomen. Poentoeng. enz. hangende of liggende waaier. hebben. enz. Poepoek. machine om wind of tocht to maken. . afnemen. in eon punt eindigen. eindje. neef of nicht. Poengoet. bezit.. bezitten. aannemen. derriere. Poentianak. Kapoenjaan.of zusterskind. stompje. Sepoepoe. Poentjak.of ondereind van lets.

Poera. begin. Poepoet. huichelen. Poeroes. door draaiing ontstaan of gevormd.of poeseran ajar. Poesar (of Poesar). Poepoes. Hak poesaka. Poepoer. de kruin van palmon. bijv. ronddraaien. Bedak. Poer ba-kale. Poerba (Sk. Poesing. jets haastig doen. enz. kolk. Poesat (ook Poesar).met zulk eon pap beleggen of in hot algemeen lets nats of nattigs daarop leggen. vol . binnenstad. goveinsd. (van geld. . navel. den schUn aannemen van. . navel. om eon as wentelen. geheel en al op. enz. poeder (voor hot gelaat). smeersel. eertijds. enz. . enz. enz. familiestuk. en waardoor de verbinding geschiedt. in . veinzen. enz. oorspronkelijk. . hot hoofd compresses. burcht. in vroeger tijd. enz. draaikolk . blanketsel. erfgoed. duizelig. erfstuk. uit gekheid. oorsprong. gejaagd zijn. Memoesar. past. vroeger. enz. erfenis. de kruin. middelpunt. POET.. Poesaka. Boelan poernama. Poera-poera. enz. voile mean. Adat poesaka. ook (vulgair) de penis. do jongste bladeren (van andere planten). Barang poesaka. enz. overgeerfde gewoonten en gebruiken. Poesar. binnenste deal van eon paleis. Poernama. Poera. wind. spie of pen aan eon balk. in overoude tijden. erfrecht. nalatenschap. verg. ook : gejaagd. enz. verbruikt. draaierig. erfgoederen . geblaas. overgeerfde gewoonten. Moepoet. de spiraalvormige draaiing der harm op hot hoofd . erfstuk. wet van ouder op kind overgaat. enz. gekheid maken. vorstelijk verblijf.) ook de top. in de rondte of in eon spiraallijn ronddraaien . Angin poesar. ook gekheid. windhoos. oudtijds.). die in een opening in eon anderen balk enz. get of kuil. voorgeven. wervelwind. Poesar kapala. haastig. enz. hot uiterlijk van jets aannemen.

. Poetar (of Poeter). staarPoetjoek. punt. in de rondte draaien. (ook Memoetoesi) . fam. .). ook allerlei beslommeringen. den geest geven. prinses. zuiver. enz. Permowit maken. gebroken. doen wentelen. Rwdt. gedraaid. ook uitvluchten to beat semen. Memoetar. Memoetoesken. . -®-p PONT. lion. Poetera (Sk. Poesoet. opdraaien. grins of prinses.. wit. Poewadai (of: Poewade). lancet. hoofdpijn bezorgen door hem to hinderen. verzoeken. bleek. bezweringsformulier. enz. Poesing kapala. in tweeen (van touw. ook iemand duizelig maken. smeekpalm. . de stam van de Areca. blank. enz. muizennissen. top. omdraaien. haspel. Poetoes. els. Poetjat (of Poetjet). . rekest. kruin. enz. aanvraag . enz. Poeteran kemoedi. enz. priem. -beslissen. ook : afgedaan. draaiend. POET. enz. geeindigd. enz..Pokang. Poetera (Sk. enz. overgebleven eind. teloos (van gevogelte).). Berpoetarbalik. sterven. 209 Poetih. uiteinde. planten. afscheid nemen. ronddraaien. Memoesingken. afsnijden. pat. ronddraaien. wichelboek. hooge boom. opwinden. bl eeken. den. jonge spruit. stuurrad. gebroken. Poetjoeng. of broken. ook : eon zaak afdoen. ook : benaming van zeker meelgebak. ook : om lets heen dentelen. kleinkind (ook : Tjoetjoe). Poesaa. bloom. Poetoe. bout van eon geslacht dier. Pangium edule. Poetoeng.de rondte draaien. Poetjang. der Pangiaceae.~rad. vorstelijk kind. beeindigd. Poeteran.. honan. holder. enz. Miq. enz. waarvan de zaden als Keloewak in vole spijzen gebruikt worden. duizeligheid. verzoekschrift. enz. witten. ver.). schrift. afgeknot. vragen. hoofdpijn. . enz. doen draaien. flets van kleur. draaien in zij ne verklaringen. bode. stomp. draaien. pat. Pokeng (00k: Toekoeng). Poestaka. afmaken. enz. bleekt. vorstin. BermoMemoetih of Memoetihken. enz. machine on1 lets to doen draaien. zijno woorden verdraaien. windas. troop. afgebroken. Piperomia javanica. verzoek. teeder uiteinde van Poko.Soerat permohonan. Poetoes njawa.

Poles. effen. Mongpongi. plant. politoeren. ergens logoeren. ondereind of onderste deel van jets. . Pohon (of Poehoen). Polisi.boom (maar speciaal die hout levert). peul. hoofdzaak. genoeg geven. Kelapa poewan. enz. Kain poling. -overblijven. strepen op lijnwaden. begin. ook : klisteer. oorzaak. Verg. Polpol. ondereind van eon stam of stengel. der Piperaceae... enz. peulen. Pills. do vasten. voldaan zijn. brandspuit.zitplaats voor bruid en bruidegom. begin. boontjes (ook: Katjang polong). grondslag. Memondokken. tijdelijk verblijf houden. genoeg hebben aan jets. policie. bidMALEISCH-HOLLANDSCH.bijten. glad. Polos. scam. Pon (of Poen). doorboron. bevredigen. de 9e maand van hot Mohammedaansche jaar. Poleng (Jav.Soend. grondslag.Bat. enz. verzadigd. Poewasa. enz. jets of iemand tijdelijk ondor dak helpen. peulvrucht. inleg. Memongpong. boom. olio daaruit verkregen. ook : oorsprong. .verzoek. ter belegging van hot voorhoofd of de slapen. Pokok. tevreden gesteld.logies.). nu. enz. Pohon kajoe. ook : klonterig.enz. Pongkol (of Pongkot). polijsten. afwisselend van kleur. kapitaal. . Pongpong. tevreden stollen. fam. Minjak poko. Pompa. Pondok. pomp. Poewas. de vastenmaand (Ramadlan of Ramadan). enz. spuit.Mongpong. grondwoord.. hut. eon gat in jets (bijv. eon kokosnoot met klonterig vleesch. ook. Mondok of Memondok. Pohon (of Poehoen). smeekon. in eon kokosnoot) maken. gestreept . oorsprong. eon snort pepermuntplant. iemand logeeren. gestreept good. Memohon. plant. enz. Memoles. doorboord. Memoewasken. Pontang. enz. bode. Boelan poewasa.tijdelijk verblijf. boom. Poewan. zelfs. de Mohammedaansche vasten . pap van fijngemalen bladeren. inzet. Polong. enz. enz. verzadigen. kwispeldoor.

Potong. Port. enz.. luier.lens. nat. Potol. afgesneden of afgenomen stuk of deel. enz. . Daon prasman. fam. fam. Prameswari. as. verbruikt. inlandsch soldaat. kinderdoek. Memotong. doorsnijden. RADJ.regelmatig afwisselend gekleurd. enz. eerste. geheel op. lets van lets of trekken. vork. zie aldaar. vorst. port. der Acanthaceae. Popokan of Pokpokan. Prasman. eon kapmes waarvan de scheede op 14 210 POPO. enz. Memotongken.). straatarm. op. eon snort spook. verward door en uit elkander geslagen (van eon leger bijv. verspeeld. dapper. moedig. kolf (van eon geweer. enz. rijkskanselier. verminderen. en Protol. portwijn. Pradana. enz. Golok pontang. -. enz. Pradjoerit. . der Compositae. van lets of houden. en Gendarussa vulgaris.Eupatorium aijapanna. al zijn geld bij hot spel of door speculatie verliezen. stuk. Vent. Fransch. Prawira. minister-president. Pradana manteri. afgesneden. wagonas. geregelde afstanden met zilver is beslagen. Potol. ook Poetoeng.straatarm maken.afnemen. zie : Perabot. voornamelijk gewapende politiesoldaten. doorgesneden.. Noess nat. kloek.platzak. zie : Permaisoeri. Prabot. . geschenk.). ook aftrekken. Praboe. Popok. milddadig. slachten. luur. kelen. Poros (ook : Poeroes). gevlekt. Porak (Porak-parik). Popor. gift. Porok. edelmoedig. enz. die in de inlandsche geneeskunde veol worden gebruikt.. iemand al zijn geld doen verliezen. Franschman. heldhaftig. eerste minister. slachten. beido geneeskrachtige kruiden. Memotolken. voor iemand legs snijden. snijden. afsnijden. . soldaat. ook voornaamste. -platzak maken.

gerecht . arend.onderkoning. Rabana. enz. enz. . chiromantie. enz. enz. koningschap. betasten. Radja wall. zie : Perijaji (Jay. de titel van de rijksbestuurders van Soerakarta en Djogjakarta. vierschaar. Raba (Mol. omgaand gerecht. . Protol. enz.. tonder.). witte vloed. tasten. enz. Radon (Jay. ook : vorstinr koningin. -erkennen. enz. ook in hot algemeen titel of benaniing voor inlanders van adellijke geboorte (op Java). kaal worden. --hoofd. streeling. Radja poetih. enz. R. vorstelijk. iemand als vorst behandelen. gescheurd. omgaand rechter. Radjah. ook van regenten in de gouvernementslanden op Java. zwam. . afvallen (van de haren of vederen). adellijke titol op Java.. koninklijke waardigheid. adelaar. den schijn aannemen van eon vorst to zijn. kaal door hot uitvallen van de haren of vederen. most. . ook asch. koninklijk. nitgescheurd (bijv. Rada. Rabit. voorspellingen gedaan worden . tondel. bevoeling. Mal. Radjamoeda. ruien. ook : koninkrijk. syphilis. Rabi'(Ar. Heer(van God of tot God). rechtbank. hot strijken met de hand over jets heen. Meradjaken. betasting. de lijnen op de handpalmen.. uit wier richting. RADJ. Rad. Raboek. enz. Radja singe.huldigen. kaal. Meradja.Priaji. Radon-Adipati. Meraba.). Rad sambang. . Karad j aan. raad.). zich als eon vorst voordoen. chancre. met de hand over lets heenstrijken. enz. eenigszins. eon oorlel). ook: kroonprins. wat --ook terug to geven door ons achtervoegsel: aehtig. ook als vorst heerschen.. eon weinig. enz. op good geluk. voornaamste. Raba.. Radja. meststof.). de kunst om uit de lijnen der hand iemands lot to voorspellen. iemand als vorst aanstellen. regeeren. zonder haar of veder. koning. enz. vorst. enz. Mrotoli. Meradjal. tamboerijn. Ilmoe radjab. ingescheurd. . in rang hooger dan de Toemenggoeng's.

genadig.). manier. Hari raja. Meradjoet.. Rahat. Meradjoek. netten maken. RAKS. barmhartig. . verheffen.witte mieren.). Djalanraja. mondholte . zich kruipend. heerlijk. Merajaken. --langzaam voortbewegon. Rahim (Ar. groot. kaak. overal hoen kruipen. vieren. zie : Deradjat. breien. keelholte. Merajapi. gril. air. feestvieren. Rajap (Jav. naarstig. . enz. Rahang.). Rahib (Ar. lets groot maken. bekruipen. Radjawali. Merajap (als de witte mieren). ijver. kruipen. of vootbalspol. enz.). ijverig.(ook:Rasia. Radjoek. monnik. ook : wijze (in de muziek). mededoogen. Raja. eon geheim bewaren. grof en doorzichtig of a jour gevlochten mend. eon groote dag. geheimenis. zakje of boursje van network. kakebeen. arboidzaamheid. luim. Ragang. enz. zie : Radja. Toelang rahang. -schenden. zie : Regang. Rahmat (Ar. Ragoem. kleur. feestdag. in verwarring. wijze. schroef. zie : Radja. Ragi. Raga. spinnowiel. werkzaam (zijn) . enz. verward. werkzaamheid. -bekend maken. eon geheim openbaren. Meradjinken din. Ragoe. barmhartig. Radjoet. Memboeka rahasia. feostelijk herdonken. tint. mopperen. geheim. beteutord. haken. Radjat. kruipen d insect. knoopen. Menjimpan rahasia. voorname weg. kuur.). genade. zich beijveren. Radjin. gist in lets doen. gist : Meragi. grootmoedig. mededoogend. Rahman (Ar. bon of korf. ontevreden zijn. ontferming. grootsch. ook de baarmoeder. voornaam. pruilen. network. Ragam. met gist mengen. groote. Roesia). ook bal van katoen of rotan voor hot Sepak-raga. op lets kruipen. enz. vlijtig. arpeidzaam. Keradjinan. bankschroef. 211 Rahasia(Sk. vlijt. -eerbiedigen.Radjasiuga. melodie. aan zijn ontevredenheid lucht geven. barmhartigheid.). ook drijfwiel.

jets parfumeeren. vlot. enz. voorspelling van iemands lot door hot lezen en berekenen van allerlei teekens. odour. met de handen kneden. Raksi. kneden.). span . samenbinden. gegoed zijn (van menschen). Min jak rak1 si. reus. hat breed hebben. Merakit. hard aanvatten (bijv. kruipend. Rama-adji. Rambat. welriekend . titan.ookBoelanPoewaea. broaden. tot hot maken van eon vlot aanwenden. -drukken. Rambak. Koeda sarakit. Ram. de vastenmaand. ook : krauwen. enz.enz. (van kleino insecten). enz. ook steeds thuis zitten. tot eon vlot samenbinden. Me212 RAM. vraatzuchtig. drijvend huffs. op alarm zitten. enz. . gulzig. zie : Poewasa. ook : wet aan elkander gebonden wordt. horoskoop. Ramas (of Rames). vorstelijke vader. Rakit. op eon vlot zitten of varen. Ram (of Eram). vader. . onderdaan. wet bij elkander behoort. welrieken d maken. Membilang ramal. door vaste berekeningen uit bestaande wichelboeken iemands toekomst voorspellen. de 9e maand van hot Mohammedaansche jaar. zich verspreiden. raksi. parfum. geparfumeerd. huffs op eon vlot. hot yolk. venster. slingerend zich . enz Merakitken. Ramai. Rajat (Ar. vermengde olio. (verg. welriekend gemaakte olio. met odour enz. Anal-anal). genaamd. -uitgespreid (van planten). Ramal. zie : Rame. eon span paarden. Rakoes. bemiddeld. zijn lot voorspellen (ook : Memboeka ramal). raam. Merambak. van iemands gezicht). Raksasa (Sk. daemon. enz. zijn plaats niet verlaten. Meramas. Roemah rakit. Ramadlan. aan elkander binden. Rama. in de breedte uitgebreid. aan elkander vast maken.). Mengeram. iemands horoskoop trekken. --verbreiden (van planters). yolk. hat er good van nemen (van menschen).

nustbank. hang. Rampok (of Rampog). in benden op roof uitgaan. heester.uitbreidend. Rampas. enz. Rame-rams. Rampasan. der Urticaceae. hoofdhaar. enz. Merambat. B®rame-ramean. naar alle kanten uitbreiden. Beramboet. met zijn velen. Bat. Bl. ook vlechtwerk. ook wat geconfisqueerd is. Randjang (Soend. enz. buitmaken. der Sapindacea e. venlevendigen. Merameken. eon feast. enz. DC. dun van middel. haar op hot lichaam. nat. Randa (of Djanda). lustig. buit. slag. met zijn velen. zich onder of met elkander amuseeren. ledikant. lustig. haar. zich verspreiden. -kapen . fam. Rameh (of Rami). mengsel . RANG. .vrooltjk. Boehmeria nivea Gaud. Nephelium mutabile. geanimeerd maken.of slingerplant tegen jets op laten klimmen. roof. in talrijk gezelschap. Merampas. behaard (zijn).wakker. enz. in beslag nemen. rooverhoofdman. Merampok. waarvan hot Rameh-vlas of Goni verkregen wordt. . ook van insecten) . Rampok of Perampok. Ramboet. Boenga rampai. staartharen. Ramboetan. Rampai (ook : Ramps). enz. eon klim. roover. Merambatken. . met zijn velen. weduwe (zoowel bestorven ais onbestorven). mengsel van allerlei bloemen overgoten met welriekende olio. Rame (of: Ram:ai). Randoe (of Pohon kapoek).). Ramping. vrijbuiter... Eriodendrum anfractuosum. schoon van~leest. boom met lekkero vruchten. Rand jau (of Randjoe). enz. rank. fam. rooven. opvroolijken. druk. manen. op jets of iemand aanvallen. tegen of langs jets opkruipen (van slingerplanten of planters met rankers. kaper. tenger. Kapala rampok. met geweld afnemen. ontnemen. talrijk. ook volkrijk. vroolijk maken. voetangels. levendig. verbeurd verklaren.rooven. nat. doorgaans van aangepunte en gebrande bamboo (ook Borang).

enz.). -oogsten. op handen en voeten loopen. Rangkoem. bijeenbinden. met de beide handen of armen opnemen. klein wachthuisje op hooge stijlen to midden der rijstvelden. . . -inzamelen. Merangkep. Ranggah. den Sterculiaceae. Roesa berangga of Mendjangan Rangga. (boomwol) levert. onvermoeid . . RANT. bos. samenbinden. Meranggah. hart met een gewei. Merangket. Rangkap (of Rangkap). boom. Rangket. twee zaken tegelijk doen. Soend. zie : Rangkoem . verbinden. paar. Merangkang. enz. Rangga. met een karwats. dubbel zijn. een kleine Goeboek op hooge stijlen en met verheven vloer.krat. Verg. ook afperking van een terrain door staketsel. hoeveelheid die men in eons nemen of opnemen kan . samenvatten. 213 . Rangkoep. enz. stok. dubbel. ranselen. zich overwerken. afrossen. (ook : Merangkoep).). enz. Berangkep. Rangkepan. ook aaneongesloten kvan wenkbrauwen). getakt. Rangga (Jay. voering. afranselen. zie : Rangkang. enz. fam. wat tot dubbele diem. Merangga onvermoeid bezig zijn. twee of meer ambten tegelijk waarnemen. groote van stevige fatten gemaakte kooi (voor wilds dieren). RANG.: Rangkap. wat samengebonden of sarnenvereenigd eon geheel uitmaakt . Ranggon (Jay. kruipen. alle vruehten plukken. samenvoegen. een paar vormen. ambtstitel van ondorgchikte Javaansche hoofden in de Vorstenlanden. Merangkai.nat. Rangga. enz Rangke (of Rangkai). rietslagen geven. Merangkoem. . gewei .werkon. Rangkang. Rangkang (of Serangkeng). Rangkak. tros. Meranggaken din. die de Kapoek.

enz. in de ketting sluiten. eon boom enz. zooveel als men in de aaneengesloten handen kan vatten .Rangkoet zie : Angkoet . Merantjak. aan eon ketting vastgelegd. halsketting. moor of rivier . ketenen. langs de kust varen. -opschrijven. Rants orlodji. Meranteken. twijgje. Meranting. spichtig worden. ketting. Badjoe rants. geketend. Merangkang. enz. snoeien. op rantsoen stellen. Ransoem. toppen. Merantjanaken. Rantjana. goed enz. iemands eigendom. Ranoe (of Danau). Orang rants of Perantean.. bij zijn eigen goed inpakken en medenemen (wetend of onwetend). rantsoen. Meraoep. enz. mand of korf tot barging van eetwaren of keukengereedschap. Rantang. gaan. ook spichtig . -in schrift stellen. kwartier voor kettinggangers.collier. landstreek. enz. hot vleesch. Raoep.keten. meer. Raoeng. Perantean of Roemah perantean. lets schriftelijk opstellen. enz. Rantjak. dat aan de binnenzijde der ribbon tusschen dozen en de vetlaag om de Barmen enz. hot geschrevene . Rants (of Rantai). Ranting. 214 RAGE. ook : or spichtig uitzien. kettingganger . kluisteren. eon bepaalde portie geven. driftig. kuststreek langs een zee. takje zoilder bladeren. en : snoeien. zit. plas. Rants mas. Rangkang. op iemand aanvliegen. snoeien . de bladeren verliezen (van boomen of takken).. Berante. Merantjakken. . weeklagen. malienkolder . met de beide aaneen- . portie. streak. horlogeketting . . iemand in drift attaqueeren. opvliegend. enz. Meransoem. slagersterm).. Merangkoet. Merantau. kaal worden. Meraoeng. kettingkwartier. aftoppen. ketens dragen . schriftelijk opstel. Rantoenan (Bat. gekluisterd. enz. gouden keten . Rantau. waterplas. ook kraal voor wilds dieren. uitgestrekte kust. hard huilen.

aaneengesloten. netj es. Raron (Jay. effen. Merarak. Merasaken. over alles en allen gelijk gaan. verteerd. jets proeven. Rasa. enz. Rasa (ook : Ajar rasa). Rarak. Rasa. Rapat. afgevallen kokosblad. enz.).). enz. geordend.) . Rarak (ook : Rerak of Rerek). Meratai. dicht maken.Allah.Merapatken. voelen. hooge boom met kleino vruchten. . gezant. gevoelen. alles op zijn behoorlijke plaats. Berasa. enz. vast. eon bindsel starker car halen. handelen. Rapi (Bat. hot gevoel. Rapoeh. doen sluiten. Bat daarvoor gebruikt wordt. klein mes. gerecht. enz. fam. brokkelig. good gesloten. Merasal gevoelen. gelijk verdeeld. proeven . kruimig. Rat.) (of Laron). mooning. Bl. ook : hot aangezicht wasschen. glad. good bijeenvoegen. . enz. opinie. overal. smack. Mohammad rasoel . nat. kwikzilver. kruimelig. gevoelen. Mengeratken. rechtscollege. der Sapindaceae.enz. gewaarwording. Mengerat. die veel in de plaats van zeep voor hot wasschen van good. stevig. dicht aan elkander. de smack. Liquidambar altingi a RAWA. enz. enz. zie : Rahasia. Piso raoet. vast. ook : raadsvergadering. plat. afvallen en verstrooid liggen (van bladeren enz. good laten sluiten. met eon mes de scherpe kanten van jets wegnemen . gebruikt worden. hooge boom net good timmerhout. nat. enz. jets ondervinden. gevoel. . ondervinden. geljj- . ook eon smack hebben . gelijk. breekbaar. Mohammed (is) de gezant Gods. Rata. afgezant.. Meraoet. Perasaan.gesloten handen jets opnemen of opscheppen. gevoelen. Raoet. Rasia. vermolmd. vlak. der Hamamelideae. DC. jets doen gevoelen. mooning. civetkat. stevig binden . vliegende witte mier. dicht. Berarak of Belarak. Rasoel (Ar. fam. Rasamala. enz. broos. Sapindus rarak. gelijkelijk.

zondor ophouden . weekiagen. Ratjikan. M ratjau ook : Mengatjau of Mengatjo. enz. Break. ongerust. rouwklacht .. Meratai sanegeri. voortdurend. effenen. jets in orde houden. Rawan. Meratjoen ook Meratjoeni. omvervallen. veizorgen. fijngesneden. omvallen.. gelijk maken. Ratna. neerstorten. enz. Meratib. behandelen. angstig. jets of iemand bekwalsteren. kwalsteren. kwalster. vergiftlgen. . enz. Meratjlkken. verplegen. Ratoe. eon honderdtal. wartaal spreken. omgevallen. enz. enz. orde. (van hot gemoed). Saratoes. Ratoes. oppassing. Merawati. vorstin. -bespuwen. enz. enz. Ratap. hon derdtal . jnlandsche tweesnarige viool. Merawanken. . Rebah. . enz. edelgesteente. onderhouden. Ratjau. overal heengaan. ingredienten enz. doen omvervallen. jets oppassen. zorg. Merebahken. Reale. Reba. vellen. vergif toedienen. voor jets zorg dragen. in de lengte uitgestrekt doen liggen. in de lengte uitgestrekt liggend. bij honderden. Rebah. effen maken. in de lengte op den grond liggend. aandoen RA WA. Rawa.. enz. treurig stemmen. bezorgd. ijlen. jammeren. heel hot land door bezoeken. Ratio. groote plas stilstaand water. Rawat.kelijk bedeelen. in de lengte uitgestrekt liggen. moeras. ook : gelijkelijk verdeelen. -gereedmaken . Meratap. fluim. pool.. vergeven. Rat oen. Ratjik. gekorven is. gekorven Meratjik. angstig maken. wat fijngesneden. liggen. enz. Rebah-rebah. voor hot eon of ander fijnsnijden. -befluimen. Mereakken. . bezorgd maken. kerven . de formula van de geloofsbelijdenis opzeggen. bijv. vorst. Merataken. zie : Rebah. doen nedervallen. zon der ophouden jets doen. vergif . Beratoes-ratoes 01 Beratoesan. fijnsnijden. enz. juweel. honderd . fluimen . .

borduurraam. naam van de 7e maand van hot Mohammedaansche jaar. levensonderhoud. nooddruft. schielijk grijpen. Mereboeng. schraal (van boomers). waartusschen jets strak gespannen is.strak spanners.Woensdag. liggend uitrusten.. Reges. Rebo (Ar.). zijn fortuin stroomt snel toe. uitspannen. wordt.). enz.levensbehoeften. Chin. vuil. Rebana. Redjoek. Reja.) (Hari Rebo). handtrom. 215 eon grabbelpartij plaats heeft (ook : Tjioko. ook streak. tamboerijn. Regang. Mereboes. ook benaming van zeker goudgewicht. trachten eon ander voor to zijn. sleepzaknet. enz. Reboesan. strak aangetrokken. Mereboet. en grabbelpartij. Mere- . met zijn velars om jets vechten.op zijn gemak liggen. reaal. raam. Reboet. van reboeng gemaakt. Sajoer reboeng.). wat in water gekookt is. Redjekinja deras. zie : Harga. Reka. hij verdient geld a]s water. Redjeki (of Rezeki) (Ar. . twistappel. twisters. hot voorwerp waarom gevochten enz. enz. jonge spruitjes vormen (van bamboo) . Dinsdagavond (-nacht). Meregang. enz. middel. in water koken. met geweld afnemen. dagelijksch brood. ontrukken. fortuin.. rekken . huppelen (van vogels bijv. Redjab (of Red. uitvlucht. zonder bladeren. jonge bamboespruit . enz.). Reboes. Redi (Har. stiff gespannen. tin. verzinsel. de avond (nacht) van Dinsdag op Woensdag. Reboetan. kaal. smerig. Atjar reboeng..geluk. maatregel. voorwaarts en in de hoogte springen. Redjasa (of Timah). of Sap. enz. Meredjoek. naam van eon Chineesch feast waarbij zulk REMB. Reboeng. zuur van reboeng. Peregangan of Ragangan. Raga. Raged (Jay.).jeb). waterige toespijs hij de rijst. Malem Rebo. ook met elkander om jets vechten. enz.

enz. halfduister. beraadslagen. Meremboegken. Merempoeh. Zie 00k: Tempoeh. rezen (van do harm). afgewerkt. barston. Remen (Jav. met de handen kneden. in gruis. beminde. gedroogde medicinale kruiden. 216 REMB. opengesprongen . vermorzelen. nitzweeten. ook : in 't geheim mjnnehandel drijven.beraadslaging.gebarsten.Beremboeg.raad. kruipen. Remboeg(Jav. stuk maken. Remeng (Remeng-remeng). Rempoh. ingewikkelder worden. iemand radon.ka. vermorzeld. lief hebben. Rempon (boter : Roempon). zie : A. schemering. broken.raadgeving. Remadja. Rempah (of Rempah-rempah). Remat (of Remet). bijna huwbaar (van eon jongeling of meisje) . vochtig zijn. kunstig samenstellen. Rembet. verzinnen. behagen in jots scheppen. verbrijzelen.) (of Demon). verbrijzeld.. afgetobd. met iemand overleggen. beminnen. enz. overeind. Remoek.geliefdo. Rembes. specerijen. Rempoeh.overleg. oponspringen (van vruchten. behangen midden in vischrijke . enz. Remang. Rempeloe. enz. afgejakkerd. Merekah. op van vermoeidheid. aan hot rijpen (van vruchten). zie : Ramas en Remat. Meremoekken. enz. staketsel of palm met twijgon. enz. Rempelas. -raadgoven. enz.). jets uitdenken. Rebah (zie ook: Lekah). nat zijn. to barge go. afgemat. Zie : Ramas. Remad j a-poeteri.) telkens uitgebreider. Remes.). vergruisd. Merembet. bijna nip (ook Mengkel). dat bijna huwbaar is. halfrijp. drogerijen. de gal. doorzijgen. enz.. . voortkruipen (van slingerplanten). galblaas. ook : (van eon zaak buy. waar men veal van houdt. zich met geweld ergons doorheon eon wog banen. sijpelen. enz. veal van jets houd en. eon m eisja van 14 a 15 j aren. naar alle kanten grijpen. zich naar alle kanten uitbreiden. Remenan. .mpelas. enz. lievelingskost.

Merendang. eon rivier enz. op hot water laten drij. stekende pijn. hooge boom. fruiten. enz. Rang (Jay. Moesim rendang. gebarsten. gebarsten. nat. zie : Rages.. in hat water gedompeld zitten. Rendam. verlagen. enz. ook naam van eon snort heel kleine vliegen (00k: Rengit of Rengat geheeten). lets in eenig vocht laten staan weaken. zeer vergiftig melksap bevat. onderdanig. hot jaargetijde. barst... ook in fig.kantwerk. onderdanigheid. verwijden. Karendahan. Renda. regenseizoen. Berendam. in vet of olio bakken. baksel in vet of olio. enz. Tanah rendah. laag. Gluta benghas. Memberenangi. gescheurd (van harde voorwerpen). Renang. zin : verwijderd. panlat. lags streak. gespleten. in eon nvier enz. jets zwemmend meevoeren.). enz.. in hot water zitten. enz. nederigheid. ook met jets wogzwemmen. bescheidenheid . enz. Rendang. bekoeld. zwemmen. bladerrijk. jets laten zwemmen. speldowerk. naar lets toe zwemmen. waarvan hot hout veal voor meubels gebruikt wordt. zwemmen . . vervreemd. van. enz. der Anacardiaceae. ook kramp. spleet. dienende om de visch daarheen to lokken on zoo gemakkelijk to vvangen. vernederen. Memberenangken. enz. ootmoedig. RENG. Rengas (ook : Rangas). Rengas. Merendam.kant. Merenggangken. Rendang (of Rendeng). lager maken. vol bladeren. met eon ruimte or tusschen. bescheiden. enz. wijder maken. L. Rengges. Berenang.wateren. waarin de boomen zoo zijn. van elkander aftrekken. Rengat. (van boomen). lesser maken. Merendahken. zwemmend oversteken. bezwemmon. wijd uit elkander. dock eon scherp. nedorig. lags grond. eon zitbad nemen. .. fam. eon snort kleine witte mieren. gespleten. enz. koel . Renggang. snijding. Rendah.

Merengo et. enz. croquant. (van een zieke. Rengoes. enz. orgens binnendringen. Rentjana. tegen of op jets stooten (van een vaartuig). Root of Reat-rent (Jay. Mererokken. drukte. half defect. barsch.). drukte maken. enz. (ook van RIDL. pruttelen. opgenomen worden. Rentak (of Rentek). --brokkelen. Merentak of Merentek.fwenden. ordelijke. 217 vochten) indringen.Rengit. enz. bouwvallig. enz. iemand van terzijde bekijken. een snort dolkmes. hot druk hebben. Merengoetken. Repeh. Merepeh. . norsch. stuursch zijn. tegen iemand een stuursch. ook bibberen. oud en scheef. stuursch. ontevreden gezicht zetten. eon stuursch. v RENG. Repot. norsch. norsch (zijn). gebak). knappend. beven. --opstellen. behoorlijk schikken. enz. gezicht zetten. van terzijde Zion. versehe komkommers). enz. zie : Rengat. krom on wager door oudordom of ziekte. enz. Rengoet. doordringen. Rerot. mopperen. niet veerkrachtig. barsch. ook den blik van hem a. broos (zooals bijv. Merentjana. samenstellen. licht brekend. Bat. taai. Resap (of Resep). Rentjong. enz. pruilen. iemands woorden op zichzelf toepassen. kreunen. . -loopen. broos. Rengkeh. in eon lange rij achter elkander gaan. zich eon gezegde aantrekken. behandelen. Renjah. met de handen in stukjes broken. Mererot. Meresanken. Repak (of Repas). enz. Meresap. Mererok of Melerok. --kijken. Rerok. aan eon leant schuin of puntig toeloopend. iemand barsch. behoorlijke schikking of samenstelling. Merengoes. Meresan. heen en weder wiegelend van ouderdom. op instorten staand. norsch. (buy. Resan.).

zwaar bosch. Meretek. enz. zie : Ratna. enz. gebarsten. Rimba. eon duizendtal. goedkeuren.springen. heilige kluizenaar. Lestroeng).Resemi. ook bjjslaap. Rezeki. Real. Beriboe-riboe. enz. in kleine druppels vallen. Ri jas. keuring. spiijten . Meretjoep. op den schoot houden. woeker. Meretjik. ook : geraas (van eon groote in beweging zijnde menigte). ook: woekeren. Meridlaken.). in menigte uitbotten. Riboet. in massa opspringen (van kleine visschen bijv. los laten hangen. Meretak (uok: Meletak). bij duizendtallen. Riam. . Meriboetken. schoot. zie : Harimau. Retjik. loshangen (van hat haar bijv. zie : Redjeki. kameraad.). Retna. duizend. woekerrente innen. stormwind. woud. Retek. jets of iemand in de war brengen. (of Karldlaan). de lijnen in do handpalmen. Retja. makker. duizendtal . beeld. spatten. Riboe. Retak tangan. MerJjapken. ook : (Merewang). goed218 RIJAP. tweede natuur. verward. enz. Rimau. Riak. aan jets zijne goedkeuring hechten. manier. in de war. spat. barst. gunst. verbouwereerd. storm. Beriboean. toestemming. Restoeng (ook Restroeng. spronkelen. afgodsbeeld. Retjoep. enz. Rewang. gieren (van eon vaartuig). stormen . enz. Ri jap. ook : pop. zie : Hi jas. Angin riboet. helper. heilige. -sturen. ook : woekerrente. syphilitische verzwering in of aan den news. stroomversnelling in eon nvier. (van gras. knetteren (van gebakken zout. bij duizenden. met jets tevreden zijn. Meriboet.). zie : Reale. Meriba.barsten. tevredenheid. Ridla (Ar. Sariboe. Zie ook : Ritjik. . storm. Beriboe. orkaan . Riba (of: Ribaa n). of eon met water in aanraking geweest zijnde lampepit). Merijap. toestemmen. Retak. wijze.). beteuterd.

kreunen. licht. Rindoe. vlak. regen dje ROEA. -rijksdaalder. Berintik. kreunend jammeren (van pijn. Rink. in kleiner volume teruggebracht. leven. wijziging in jets brengen. in of op orde gebracht. met een dissel bewerken. ook beweging. Ringgit boeroeng. de Amerikaansche dollar. Merinti. anders maken. verljchten. Riwa jat.. enz. anders worden. Ringgit mas. njet zwaar. leven maken. wtjzigen. verlicht (van ziekte enz. licht maken. beknopt. zich bewegen. Merobah. in beweging bren- . stark verlangen naar jets of remand. woehg. rejkhalzend verlangen. reikhalzen. veranderen. verhaal. oed jan rintik-rintik. Spaansche mat. dissel. Rindoe dendam. levendig. korte inhoud van jets. heimwee. ook : netjes aan kant genet.Rimbas. Rintik.). . ook : bewegen. bekorten. zie : Rerok. stip. enz. zie ook Bisik. Robah. leven maken. Berobah. Risik. geregeld. dollar. terugbrengen. gewijzigd. smachten naar jets of iemand. inkervingen aan den rand van jets. enz. bekort. Ringgit. M1 ringik. spikkel. . Marimbas. spat. zucht naar jets. -bekappen. veranderd. aanhoudend op huilenden toon om jets vragen (zooals sonsmige kieine kinderen kunnen doen). enz. Rinti. Meringanken. met enkele fijne druppels valt. luidruchtig zijn. ook : jets licht opnemen. bewegen. enz. Ringkesan. samentrekking. Berisik. goudstuk tar grootte van een dollar. luidruchtig ztjn. motregen. beknopt maken. enz. Ringan. gespikkeld. samengetrokken. stark. veranderen. enz. Rioeh. Merobahken. zaniken. luidruchtig. vlekje.). Meringkas.. stenen. Ringkas (of Ringkes). verandering. dreinen. Merioeh. weemoed. Ringik. tot een kleiner volume enz.

gescheurd. Merodok. Merobok. zie : Keroeboeng. Roedjoek. fonder de inlanders) rijst. Merod ja. zitten. Robok. d. opborrelen en tevens een klokkend geluid voort brengen (zooals een onder water gehouden ledige flesch). uit sane opening plotseling of met kracht vooruitschieten (bijv. ROEA. Rod jol (Jay. ruim. -ook spank (van eon wiel). scheuren. tot een tuiltje. -zetten. Roeba. een kind bij de geboorte. een Rijnlandsche roads. ook in een op wielen rustend voertuig rijden. hot omvallen. tralie (in eon raam. doen omvallen. ook : op jets vallen. enz. Roeboeng. met eon puntigen stok. Roda. omvallen. mast van 12 voeten lengte. bouquet. enz. Merobek. invallen. enz. naar jets steken. bloemen aaneenvoegen. wijd. zoete Spaansc.. enz. enz. hot gedeelte tusschen twee geledingen (bid . enz. Roeang. Roeboeh.gen. fooi. van de bamboo. vellen. overgoten met eon hoots. bestaande uit eon mengsel van rijpe of onrijpe vruchten enz. de dagelijksche hoofdspijs. eon gobding suikerriet. snoeperij.he pepersaus. of hot or is. wielen hebben. straat. rad. verscheuren.. Roe. om hot to krijgen of om to voelen. zooveel als tusschen twee geledingen daarvan gelegen is. Roedjah. Robek. Rodok. tuil. wiel . met eon rang en puntig voorwerp in jets (een boschje. op wielen.). Petak). ruikertje van aaneengebonden of gestoken bloemen. d.). sane wand. Beroda. uit eeno opening schielijk to voorschijn komen. enz. om wat daarin verborgen is er uit to drij van. stuk scheuren. met wielen. i. enz. in overeenstemming . Roedji. Roeas. kreupelhout.). instorten. Meroeboehken.). i. enz. enz. Roea.omvervallen . Teboe saroeas. ook: ruim van eon vaartuig (verg. enz. Merod jol. Roeboehan. steken of poken. Roda. Roedjah.~. omvervallen. Meroedjah.).

Roemah tikoes. Roejoeng. -gedong.. --batoe. huffs. mooning. eon hubs gedekt met atap (zie dit woord) . weezeninrichting. (verg. Roemah papak. Roemah setan. hot good met elkander kunnen vinden. Roemah monjet. hoerehok . de vij f pilaren van den Mohammedaanschen godsdienst. gevestigd zijn. families Isi roemah. vrijmotselaarsloge. kwast. meegaand. Roemah bola. Roemahkoening of Roemah panel j ang. de gezamenlijke bewoners van eon huffs. voornamelijk in eon gevangenis. logement. socioteit . de stain. Roegi (en Karoegian). (zie ook : Kamar tikoes) en schildwachthuisje. Roekoen. Roemah kantjing. Roemah gendeng. schade lijden. Roemah tangga. nadeel. enz. Roemah. Roembai (of Roembe). Roemah miskin. ook : overeenstemming. verlies .--verlies doen lijden. Byzantium. eon hubs met eon plat dak. armenhuis. krankzinnigengesticht. Roekoen islam.zijn. knoopsgat . verzorgingsgesticht. gezin. op jets verliezen . cel. Turkije. Roemah tembok. onteeren(van eon vrouw of meisje). Roed book) . iemand schade berokkenen. Beroemah. schildwachthuisje. Karoegian. welgezind. tijdelijk ziekenverblijf. Griekenland. schade. . eon steenen gebouw. steunpilaar. de fijne haartjes op den nek on hot lichaam. Meroegiken. hot harde hout van palmboomen. eon huffs met pannen gedekt : Roemah atap. eon huffs op neuten ROEN. eon huffs met planken bewandingen. Meroegoel. enz. enz. huishouding. Roemah tempo. Roemah papan. bordeel. 219 Roemah makan. wonen . Roegoel. dons. Roemah gila. Mal. -benadeelen. ziekenzaal van licht materiaal opgetrokken. enz. Roemah kantjin(g) (Mol. nadeel hebben. Roema.) eon hubs met houten geraamte en gabs-gabs-bewanding . Room. Roemah kolong. schenden. overeenstemming. hotel . eon huffs hebben.

eon gulden koper.aannemen. afval van eon geslacht dier. grassntjder. ook : Roentoekan. Roentoehan. . schuin tegen elkander oploopend. eon touw) dot opgebonden of gorold behoort to zijn. sleepen. Beroepa. afvallen. eon gulden zilver. 100 nude duiten of 8. Roend joeng. kegelvormig. ke gelvormig zijn. or ouwelijk uitzien. Saroepiah tembaga. Meroendjah. rijstaar. ook vallen. invallen. gestalts. 100 Ned. pyramids. hot voorkomen. ook : onkruid . neerhangend versiersel aan jets. Roempoen. slordig neerhangen. bijv. jets maken. ook : aftrekken.). Roengkoek. struik. Saroepiah perak. allorlei. eon vorm enz. steigeren.). Roepan ja. verg. grasleverancior. (van planten. gulden. gras. Roempoet kering. . grasverkooper. vorm. de twee vlakken van eon vol papier. d. de bamboo. uiterlijk. de vorm. keel. j. als de ingewanden.franje. gedaante. veal van eon oud mannetje hebben. Meroend joeng. enz. Roepa. afvallen (van ringen bijv.. Roepiah. Roentoeh.: de afzondorlijke korrels van eon . Roendjah. Rontog. enz. enz. ropij . enz.3'J$ cent. (als eon stapel kogels. 220 ROEN. stool. or van js . Roengkoep. enz. Meroepaken. bijv. d. enz. afglippen. centen. Roepa-roepa.omhoog loopend. afglijdon. allerhande . enz. wijze of manier van doen. de gedaante. van jets (bijv. dot gevouwen is. Roempoet. de voorpooten opheffen (van eon paard. enz. Toekang roempoet. hoof. hebben. aar. Roeroet. afstrijken (door jets met de hand vast to houden en doze daarover heen to trekken. gokromd. . enz. Roentai (of Roenti). snort. naar hot schijnt.). enz. enz. die uitstoelen als de rijstplant. als bijv. schijn. Roenggai (of Roengge).). goven. enz. i. gedroogd gras. uiterlijk voorkomen. enz. enz. den vorm. ineengedoken. instorten. .

in struikgewas enz.aar). zie : Roeas. geschonden. Roh (Ar.). gehavend. uitslag in den vorm van kleine puistjes. enz. edelhert. enz. Merogol (Bat. enz. Roh'oelkoedoes. ook : onteerd (van eon meisje). strootje. de heilige geest. beschadigen. (00k: . in eon bears). sigaar. onteeren. ziel. geraas. eon offer aan de geesten aanbieden. Roesa berangga. Roewas.). Roesoeh. Meroesoehken. bedorven. geest. to gronde richten. brengen. broken.). lawaai.in of door jets heen tasten (buy. voor of in hot belong van iemand zulk eon offer. Rogol. raken. . broken. door lawaai enz. zie : Roeang. onttooveren. tieren. zich vorbreiden.gedaan to krijgen. hinderen. (van vuur. Roko manilla. Meroesakken. enz. onteeren. onverschillig of de bijslaap al don niet uitgeoefend wordt). . Sjaban of Saban). levee maken. levee. in haar ledikant to gaan liggen. Roewah (Ar. enz. van eon vroedmeester om eon kind voor deli dog to halen). Rogo.Arwah. Meroewah. de 88 maand van hot Mohammedaansche jaar waarin de graven schoon worden gemaakt . toenomen. Roewang. Meroewat. geweld. Roko. met de hand naar jets. enz. Meroewak. Merogo. eon Manilla-si- . bedorven. hart met gewei. to gronde gericht. tastend zoeken. sigarette. dot in hot water. om hot eon of ander. vernield.). getier. stuk zijn. beschadigd ROKO. eon vrouw ofmeisje onteeren (door bijv. vernielen. Roewat. Roesa hort. razen. aanroepen. ook : eon offermaal aanrichten ter sere van de zielen der afgestorvenen. in opschudding brengen. Roewak. Babi roesa. Meroewatken. bedorven. stukmaken. verborgen is. hertzwijn. zich uitbreiden. Roesak. --den arm in jets stoken om wat to grijpen (bijv. opschudding. toeroepen. Roewam. in opschudding zijn. (ook : Meroeroet). beschadigd.

Saben (Ar. oude gescheurde lap. boa (vruchten. Ronjok. 221 Ronggeng. Roko wangi. met jets SAFE. sigaar . sloopen. Roko kiobot. Rongsok.). gedaante.lankmoedigheid.~ Rongkong. Rompang-ramping. omvergehaald. enz. eon dag. Scat (Ar. luchtpijp. voorkomen. enz. enz. vorm. lankmoedig. afgebroken. van dezelfde gedaante. ook : bijna geheel tandeloos. verkreukeld (van iota dat hard on stiff was of moot zijn). eon ganschen dag. verfrommeld. anders maken. enz. Rontak. tijdstip. veranderen. (ook : Kerongkong Kerongkongan. geschaard. Ronda.) . Sa. Roman. geduldig.). heel. dansmeid. . heel eon dag. Menjabarken. Merombak. geheel. Roko kawoeng. slap. geduld oefenon. enz. geduldig zijn. eon van gedaante. Rombeng. ook in 't algemeen. enz. welks tabak vermengd is met eon weinig benzoe. gansch. sleutels. met schaarden. wachtvolk dat in de rondte gaat. nachtwacht. verg. zacht.overal geschaard. stuk. rondo. geduld hebben. Berompjok of Merompjok. geschaurd. aan flarden. Rerongkong).: Roepa. idem gemaakt van hot dekblad van de djagoengvrucht . of broken. vod.ROMA.). gear. zie : Rosok. uiterlijk. veranderd . hot geprepareerde bled van den arecapalm . in trossen hangen. Rombengan. aan flarden. Rompang. Saroepa. ook : hot achtorgedeelte van den rug van vogels. Saber(Ar. strottenhoofd. slokdarm. oneffen (van eon gebit) . voorvoegsel met de beteekenis : eon. . strootje met dek van kawoeng. Rompjok. Berontak. in lappen . gesloopt. omverhalen. Sahari. uit elkandor nemen. Rombak. Merontak. houding. tros. enz. wijzigen. patrouille.geduld. strootje. oogenblik. zie : Roewah on Saben.

enz.. roggebrood. Toekang rots. Perang sabil. striemen. oude lappen. Saben hari. weg. glippen. enz. Rosot. Roti kismis. klaar aan den dag komen. Sabit. ontglippen. elf. en veer. Merorot of Melorot. iedere keer. Roti item. pleats. oud. Rontog. -waar men over wordt genet. zoggen. enz. afglijden. duidelijk. elkon dag. zich laten afglijden. elk . slag met een lang voorwerp. Saberang. Rosok (Rosokan). Menjaberangken. afvallen (van heron. rottingriet. vod. . jets of iemand near den overwal overzetten. veerschuit.houwen. geduld hebben. dagelijks. de overkant. ook: duidelijk. uitvallon (van tanden). afgeleefd. schuit. van de overzijde. Bersabda. Ros. Merosot. oversteken. met jets langs slaan. Saboek. afzakken (van eon brook bijv. pout. Roti mania. Saben. Roti. Rotan. -. spreken. afglijden. enz. enz. waadbare plek in een rivier.. broodbakker. enz. Perahoe penjaberangan. zoet brood. krentebrood . ook wadde. zie : Roeas. (van eon rivior. sikkel.).naar den overkant s. klaar. Menjabet. Menjabit.) overwalsch. enz.).allerlei bokkesprongen maken. 222 SAGE. geduldig op jets wachten.). zich verzetten. striem. telkenmale. enz. de overwal. Sabot. Sabelah. de heilige oorlog. ook : met een sabel kappen. telkens.). do overzijde. enz. gezegde. -geduld oefenen. enz. Sabelas. enz. vervallen. waarmede men over wordt genet. zie : Belch. niet bruikbaar moor. . enz. Menjaberang. brood. . . bevelen. met een sikkel snijden. zweepen. Penjaberangan. Rorot. stei geren. ook. linnen of katoenen den wel zijden band om den gordel. waar men oversteekt. rotting. woord. Sabil (Ar. Sabda (Ar. tegenstribbelen. oud afgelegd good enz. vruchten.

eon dunno laag metaal op jets brengen . Me. Sadiakala (of Sedekala). harigo of vezelige bast van een kokosnoot (ook : Saboek of Samboek). vroeger. op schotels enz. enz. . Men j ad jiken. klaar genet. meal. disch. zich gereed houden . Sabtoe (of: Saptoe). klaar. gerechten.Menjaboen. Saboen (Ar. welvaren. Sadji. enz. vrede. gordelband. Sadoer. gereed. Menjaboengken. . Bersaboeng. gereed gemaakt . de 2e maand van hot Mohammedaansche .). dunno laag metaal op hot eon of ander aangebracht . njadji. vechten als hanen door tegen elkander in to vliegen. niet goad uit elkander to onderkennen. klaar zetten. enz. een gordelband aanhebben. lets gereed waken. tegen elkander laten botsen. Sadoer was. Malem saptoe. Sadja. plaatsen en gereedmaken. ook twee voorwerpen tegen elkander slaan. Menjadoer. om ze op to disschen . gerechten enz.. Hari Saptoe. enz. Bersaboek. verguldsel. rust. Saboeng.).zeepen. d e avond (nacht) van Vrijdag op Zaterdag. eertjjds. maaltijd. bereid . tegen elkander laten vechten. enz. Tersediaken. Safer (of Sapar) (Ar. Menjediaken.sjerp. disschen. Sadjian. bestemd voor . Men jaboer. gereed om opgedischt to worden . Menjaboeng. Vrijdagavond (-nacht). Zaterdag. enz. wet opgedischt wordt. --op tafel brengen. SAGO. Bersedia. voorspoed. bereiden. buikband . Tersedia. Sadia (of: Sedla). met zeep wasschen. enz. ook : jets voor hot een of ander bestemmen. Sadjahtera. Sadoer. zeep. inzeepen. vechthaan . klaargezet voor. oudtijds. op. enz. zie : Sahadja.~ vechten. zich klaar waken. gewemel. Saboet. door elkander wemelend . gerecht. spijs. veilig. de zevende dag der week . zich onder een wemelende meni to mengen. rustig.

toewan. mijnheer! ook: slaaf. willons. mijnheer ! Ja. hot bekende meet uit den sagoe-palm. slechts. K. echt. op jets antwoord geven. len (bijv. Saris (0. wil. antwoord. ook voor hot wegen van edele metalen. bij hat zingen). Sagon. enz. eigenlijk voor nakomehngen van Mohammed. Menjahoetken. antwoorden. paardejongen staljongen. SAH. eenvoudig. enz. (ook: Sobat). vriend.). vol. ik. Menjahoet. een slingerplant.). TJw dienaar. der Papilionaceae.). versnapering veal hebbende van gebakken sagoe.jaar. De kleine pitjes worden gebruikt o.). zie : Sahaja. titel voor fatsoenlijke Arabieren. fam. de sagoe. om dit tegen to houden of voor vallen to behoeden. Sair. schuin of hellend gehoudon. hear. die veel in de inlandsche geneeskunde gebruikt wordt. zeker. antwoord geven. Sahib (Ar. ook een stok of stut tegen jets plaatsen. Sahadja. antwoorden . enz. alleen. bijv. just. enkel. Saga. Saing. Sagoe (of Sago). geveld. Saja. Abrus praecatorius. Said (Ar.. rech t. a. opzettelijk (zie : Sengadja). mijnheer ! Tot uw dienst.). ook : voornemen. gaaf. Bersahabat. Bersaing. Samba sahajanja banjak. Bersahoet-sahoetan. in eon antwoord als Sahaja. enz. Men jagang. Sahoer. samen varen (van schepen). Sahabat (Ar. (in de vastenmaand) eten voor hot aanbreken van den dag. zonder gebreken. Sahaja (gewooniijk samengetrokken tot Saja). Saja'(of Sajak). zie : Sjair (Ar. jets be. (of Sajid). v. elkander over en wader antwoord geven (bijv. ook terug to geven door ja. L. wederwoord . Sah (Ar.). Sagang. net. . ook in 't algemeen meal. vriendschap sluiten. meester. hear. Sum). een geweer. Sahoet. geldig. hij (zij) heeft (hebben) vole dienaren on slaven. eon vrouwendracht . bevriend zijn.

ziekelijk. bestaande uit eon stijfgeplooiden saroeng. nu. enz.. Penjakit.. sympathie. getuigen hebben .. deernjs. Menjaksii. Zie : Kali. Sajap. epidemie. door. Bersajap. iota bijwonen. vlougels hebben. vierk.). Sakoe. als toespijs bij de rijst. Menjaksi.g. genegenheid. het is (zeer) jammer. Sajoeran.joer. 223 gaan zijn met jets. optreden. medelijden. enz. Sakalian (of Sekalian). enz.. iemand pijnigen. zak (in eenjas of brook. thans. enz. vieugel.). Menja. kwaal. pun. hoofdpijn . enz. Salkit-sakitan. ook : als getuige omtrent jets sane verklaring afleggen. eon snort van waterige inlandsche soap. Sajoer. uithoofde van. orgernis. taken. niet met eon jaquet maar met eon Kabaja. Menjakiti. pun hebben. alle. . zonde vinden. beSAKT. ziek waken. groenten. gevleugeld (zijn). enz. omdat. ziek. jnlandsche Christenen).(voornamelijk onder de z.. ongesteldheid. Sajang. ongesteld zijn. iota door getuigen bewijzen. kwaal. dat hot paard dood is. Sakit kapala. pijnlijk aangedaan. getuige. toebereide groente. Saking (Jay. ongesteld. enz. . -aanwenden. op dit moment. moeskruiden. Penjakit sampar. Saksi.). als getuige dienen. Sajoer-majoer. alien. persoonlijk bij de eon of andere gebeurtenis tegenwoordig zijn. waarvan de mou wen aan de poison vastgeknoopt zijn. ziekte. enz. ook jets jammer vinden. -jets bevestigen of ont- . ziek zijn. allerlei soorten groenten. jets ontzien . Sakelat (of Sangkelat)(Ar. ziekte. enz. Sakit hati. martelen. Men jaksiken. hartzeer. jets door getuigen laten bevestigen. ailes. enz. Sakarang (of Sekarang). Bersaksi. tegenwoordig. die als eon rok gedragen wordt. Sajang sekali koeda itoe mati. enz. ook allerlei plantaardige toespijzen. groenten enzz tot vorenbedoelde toespijs klaarmaken. dikes jls ziek. Sakit.

onz. eon offermaal voor hot hail. der Palmas. font. zich aan eon misslag schuldig gemaakt hebben. lets vorwijten. niets mankeerend. eon lags palmsoort met zoetwrange vruchten.kennen. bovonnatuurlijke macht.: Selametan. heiligheid. Salai. gezondheid. dwaling. voorspoed.). enz. en over u zij vrede! Salamat (of Selamet).. elkander groeten . enz.).enz. Bersalaman. schuldig verklaren. enz. Bersalahan. (Ar. enz. Salem alaikoem of Assalam alaikoem. enz. . behouden. zich aan eon overtreding enz. not. enz.. vergrijp. . den vredegroet brengen. Kasaksian. enz. SAMA. Salem (Ar.schuld. enz. ook gozond. misslag. . met wondermacht begaafd zijn. 00k: niet bij elkander passend. van elkander verschillend. wondermacht. welvaren. zie : Sale. iemand de schuld van lets geven. groeten. . heilig. --ontwijken. vergissing. Salah. voor. enz. Menjelametken. Zalacca edulis Rwdt. in hot ongelijk stellen. Salak. hell. schuld. Menjalahken. Sakti (Sk.. Members salam..). vrede. in hot belong van. van iemand (geven. iemand beschuldigen. misslag. Men j alahi.. die veel gegeten worden. dot beantwoordt wordt met) Wa alaikoem salam. . enz. enz. ongodeerd. hot mis hebben. niet voegen of passen bij. verkeerd handelen.etc. lam. misdaad. geluk. vredegroet. ook verschillen met. eon heiloffer. Kasalahan.). schuldig maken. schuld hebben. boven224 SALA. hell. op iemand de schuld gooien. doen misses. misdrijf. natuurlijke macht hebben. pareeren. verkeerd. enz. aanrichten. ook : eon slag of houw. lout. eon lout begaan hebben. ten behoove van iemand of lets eon offermaal . mis. niet passen bij. ook : zich verzetten tegen. Kasaktian. . enz. machtig. getuigenis. ondorscheiden zijn van. vrede zij over u (hot gewone begroetingsformulier.

enz. enz. enz. aan jets gelijkmaken. ook in de kraam komen (van vrouwen). Menjamak. Menjamal. -in overeenstemming zijn. . Salang. wel doen varen. ook : overzetting. Sale. met. Menjamaken. jets gelijk zijn. Samak. . aan reepjes gesneden en in de zon gedroogde rilpe pisang (eon snoeperij).. goot. Kaselametan. aan een kruis nagelen. enz.. looisel. to zamon. in de zon of boven hot vuur gedroogd . looien. gelijk behandelen. Salat (Ar. . Soling (Bat. gebeden. Salang. Men j alan . verandering van kleeding. met jets of iemand overeenstemmen. kruis. . Bersama-same. Bersalin.samen. Salib (Ar. vertaling. enz. verwisselen of veranderen van kleederen. elkander slaan. over en wader. elkander . to zamen met. Saber of Saloeran. enz. --gelijkstellen. hetzelfde. Soma. Toekang samak. vortalen. iemand krissen. buffs tot afvoer van water. Soling poekoel. Salawatan. -aan de goden enz.). gelijk. enz. gebeden opzeggen. iemand kruisigen. --gelijk achten. vervangon. Salinan of Persalinan. alles over een kam scheren. geluk.). waterloiding.). run. tegolijk.). baron .. eenerloi. met eon keris dooden door hem tusschen de schouderbladen to doorsteken.). Menjalin. enz. kruishout . Mensalibken of M n j alibken. leerlooier. aan SAMA. Pisang sale. mandje voor eetwaren. even als. enz. welvaren. wisselkleederen.>. over en wader. dakgoot. leder bereiden. voorspoed. Salin (Bandj. Salawat (Ar. enz. van meester veranderen . grond afstaan aan hot gouvernement. enz.~ bevallen. behouden.aanrichten. overbrengen. verwisselen (van kleeding. ook iemand gelukkig of zalig maken. M zij alinkan tanah kapada goebernemen. enz. eveneens. offeren. overgieten. gebed. . Salin. overschrijven. gezondhoid.

rondgaande beweging. enz. Samar. onderwijl. lets naar hot een of ander gooien. enz.). enz. door den duivel bezeten. . plotseling ongesteld worden. Penjakit sambang. enz. intusschen. vermommen. weeklagen. eon toeval krijgen. enz. Sambal goreng. Menjambit. Sambilan ratoes. jets of iemand onkenbaar maken. negen . vermomd zijn.). Bat. draaiing. weeklagen. hosts. jammeren. en aaneenlasschen.. draaierigheid. naar lets werpen. vermomd. een stork gekruide toespijs.OLLAI DSCB. negen honderd. fijngewreven Spaansche peper met eon pear anders bijmengselen . Rad sambang. verMALEISCH-H. Zie : Antara. niet good to onderscheiden. omgaand gerecht. geweeklaag. eon snort van vallende ziekte. terwijl. verborgen. treffen (van den bliksem). Sambal oeleg. Sambang. . waarvan de bestanddeelen met elkander gofruit worden. Menjamber. ook met jets buigzaams dean. negentig . gelijktljdig met jets anders doen.Samantara. Menjambitken. Menjamarken. storks toespijs bij de rijst. enz. hulpgeroep . lets in molls vaart grijpen. duizeligheid. om hulp roepen. Sambilan (of Sambilan). waarvan de Spaansche peper eon der hoofdbestanddeelen is . 225 hinden . enz. Men j ambat.. Menjamar. niet duidelijk. . omgaand rechter. als de sambal. SAMP. enz. meest stork gekruide toespijzen bij de rijst. tegelijkertijd. Sambet. Sambilan poeloeb. Sambil. werpen. wore. onkenbaar zijn. Sambal-sambalan. Sambal (of Sambal). enz. enz. op eon proof vallen). Sambit (Bat. Bersambat of Bersambatan. gejammer. Sambar (of Samber). enz. allerlei. door booze geesten geplaagd of ziekgemaakt. naar jets gooien . jets tegelijkertijd. snol op lets aanvliegen of of komen om hot to grijpen (zooals roofvogels bijv. Sambet (Jav. (Kasambet).

genoegzaam. bij. een so ort vrij . heel en al. vernissen. verlakken. .).. Sampai mat!.. . Menjamboengi. inlandsch verlak of vernis. hot geheel. gekomen tot. genoeg.). op eenzame plaatsen straatof struikroof plegen .. Penjamoen. tot. jets bewerpen met. zijn stervensuur heeft geslagen. Menjampang. lasschen. zoodat.. Sampai patch tangannja. voldoende. Sampar. gelascht. Menjamboeng. aan iemand bezorgen. . Sampal hat!. -aanzetten. aangezet. op hot land. Samoewa (of Semoewa). nog niet voldoende. toerelkend. totdat hij den arm brak.gro o t e inlandsche vaartuigen. zoo zelfs dat. tot jets komen. Samoan. Samboet. tot of bij iemand brengen. alien. enz. ken. hot hart hebben tot. tot aan. enz. Sampang. Bersamboetan. aan. enz. . zie : Saboet (Jay. beleefde ontvangst. ails. nog niet genoeg. aan jets voldoen. Sampai (of Sampe). -in ontvangst nemen. tot de dood (er op volgt. Menjampai15 2. alles. enz. enz. afval. jets aan jets anders verbinden. pest. Below sampal. Samboeng. verbonden. jots beleefd aannemen.) . 11Menjampalken perdjandjiannja.aanvullen. beleefd ontvangsn. jets met hot een of ander verlengen. in overeenstemming zijn met. ook pagaaien (van een roeier. Sampai djandjinja. --las schen. jets aan iemand doen toekomen. Menjamoen. verlengd .26 SAMP. aanzetten. struikroover. Samboetan. enz. Sampab (Jay. Samboek. ontvangst. daaraan voldoen. verlengen. Menjamboengken. Menjamboet. zijne belofte gestand doen. een gast inhalen. enz. vervolgen. enz. enz. die op de voorplecht eener schuit zit). epidemie (onder menschen en vee). iemands verhaal enz. recipieeren.. hardvochtig zijn .enz.. Sampan. allerlei droog en ander vuil. enz. ook jets vervullen.

Sampoerna. enz. maag. insluiten. lets met hot een of ander overtrekken. hangen. karat. voltoolen. Sampok. Sandang. iemand gaan of h al en. --aan eon band of bandelier han- . daar. ter zijde. aanwippen.). ginds . bedekken. (of Sap!). runderslachterij. Sanak soedara. Menjamping. van een overtrek. Di camping. bloedverwant. ook een Saroeng. zonder gebreken. aan jets. Bersampoel. Dan sana. lets over jets heen. aan den karat van . onderlijfskleed. enveloppe . volmaking. sloop. ginds . Sampiran. waaraan een en ander gehangen ken worden. lets omhangen. kap of helm (waarmede sommige dieren en kinderen geboren worden). -aanstooten. Anak sampi. langss den karat gaan. volkomenheid. aldaar. Menjampirken. daarheen. speciaal belast met de zorg voor de runderen zijns meesters.. Toekang sapi. ginds van dean. volmaakt. Menjampoernaken. toedekken.stelling enz. Toekangmotong sampislager. bout van een geslacht dier. Sampi potongan. enz. aankeeren. van ter zijde. bloedverwanten. jaar. ophangen. zijde. verg. ter zijde. Kasampoernaan. rund.Sampi (Jay. van daar. enz. bandelier. enz. (of Ampirin). koemelk. Menjampok. koe. rund dat voor de slachterij bestennd is. voltooid. slachtos. Sane.). om hem of to halen. Sampirin (Bat. volmaken. kalf. volledig. van een overtrek voorzien. Simpang. stier. os . iemand aangaan.bediende. Sanak.). volmaaktheid. Soesoe sampi. familiebetrekkingen. voorzien zijn Menjampoelken. Sampi keblri. SAND. draagband over den schouder. enz. enz. nabestaande. Pamotongan sap!. enz. schouderriem. Sanat (Jay. Samping. near ginds toe. Sampir. Di sana. beenbedekking. slachten van runderen. bi. daar. kapstok. Menjandang. Sampoel. Sampil. Sampi laki-laki. tegen jets aanioopen. Kasana. overtrek.

Kasandoeng.). Sang. enz. aangebrand. aannemen jets to doen. --aanraken. Sander (of Sender). Pakaian. aderlaten. tegenhouden. Zie : Pakai. erg.. niet vast op de beenen. waartegen geleun d wordt. Sandoeng. aan jets blijven haken. ook een hoeveelheid van 5 gedeng's padi (rijst) . . naast. met den voet stooten. uitermate. voor jets instaan. enz. stut. eon insect. enz. ook Banget en Amat) zeer. Bersender. dat bij drukking. enz. stutten.lets doenleunen. Menjandoeng. vermoeden. eon scherp onaangenaam riekend. veronderstelling. Sandang (Jay.. naast lets liggen. aannemen. mooning. drager. leunen. Bersanding. enz. eon zwaard. SAND. tegen jets stooten. met den voet tegen jets stooten.). een ridderorde. Sangat (of Sanget.. Sandoeng. lussen in een rijtuig. verden- . Sanggerah. over jets gestruikeld zijn of struikelen. aandurven. Menjandarken. durum doen. opgebonden haarwrong.gend dragon (bijv. viak naast. Pesandaran. kleeding.ook : (van eon paard enz. enz. jets op zich nemen. branderig-riekend. om er de armen in to steken en zoo gemakkelijker to kunnen zitten . Sandoengan. enz. enz. Sangga wedi of Sangga-oedi. Sangga. bij de hand liggend. Sanggoep. bijv. wat belet. vocht afscheidt. Sangit.instaanvoor. titel voor eon godheid of doorluchtig persoon.) dikwijls struikelend.enz. (Sandangan).Menjanggoepi.leuning(van eon stool. bijzondere wijze van haardracht der inlandsche vrouwen. dat jets valt. Menjangga. enz. Sangka. enz. Sanding. met de handen ophouden. ergens tegen aan zetten . in fabels ook gebruikt voor namen van dieren.).. geleund . Sanggoel. jets op zich nemen. Walang sangit. de trapper van een weeftoestel. argwaan. stijgbeugel. steun. geleund zijn . steunen.

bode. Sangket. Saniri-negeri. ook ring om een houten voorwerp om hot splijten to beletten. enz. Sangkal.kooi. loeftocht. lijden. enz. verloochenen. -hangen. Saniri tanah. vermoeden veronderstellen. beletten. enz. niet bekennen. bed. verdenken. enz. gehaakt. tegengaan. met eon bal (testikel). al wat men op refs noodig heeft en medeneemt. tegenwerken. erlz. reisvoorraad. jets ontkennen. Menjangkalken. gedachto. Sanglir (Jay. Kasangkoet. Oetoesan saniri..king. . --aan eon haak hangen. hakend. Sangketan kelaxnboe.). jets e1 gens aan laten haken.) . gordijnhaak. Sangkar. ook belemmering. enz. Menjangkal.. Kasangsang.doenlijden. loochenen. Menjang saraken.. vastgehaakt. aan jets blijven hangen of haken. bajonet. Menjangketken. ook : weren. marteling. enz. ergens aan blijven haken. vastzittond. hank . -haken. Menjangkoetken. raadsvergadering van hoof den (11101. 227 nen.). Sangkoer. ieman d kwellen. enz. belet. (van eon paard. boddehaak. aan eon hank bevestigen. Sangkoet. verhinderen.). Sangsang. hetzelfde. Sangsara. raad van de verzamelde hoofden eener geheele landstreek. verhinderd. vastgehaakt. enz. -ergens aan vasthaken. meenen. kwelling. jets ergens aan vasthaken. tegenhouden. beletsel. niet erkenSANT. enz. mondvoorraad op rein. Sangoe. beletten. pijnigen. enz. Sangkak.martelen. ook : haperen. ontkennen. haak. Menjangsang. piagen. Menjangkak.: Sang koetan. enz. blijven steken. plaag. beletsel. deur- . enz. aan lets vastzittend. enz. Sangketan. ergens aan vastgehaakt zijn.. steel of handvat van werktuigen (als dissels. Saniri. Menjangka. Tersangkoet. enz. raad van negory-hoofden. . verhindering. i11a1.

doek.). keukenbezem van rijststroo. Toekang sepatoe. Menjapih. Sapoetangan zie : Sapoe. laars. de helft. Santan (of Santen). afstoffen. dreg. ook : iemand met eon stok enz. afvegen. half. sappeur. enz. eon deel van jets. Menjapoet. heengaan. Sapoe merang. Sapoe-tangan of Setangan. handdoek. als. op zijn derriere slaan. boning eener Mohammedaansche priesterschool. schoenmaker. hoofddoek . bezem. wie. enz. Sapoet. nest. Sapoe lids. enz. Anak sapihan. als ware hot. snelstroomend. spenon. bottine. . 228 SANT. Sapoedoek. enz. . overeenkomstig. Saoeh. de stof van jets afnemen. iemand vragen wie hij is. gelijk als. hoofddoek. eon gespeend kind. hot uitgeperste sap van geraspt kokosvleesch. anker. evenals. duister. enz. geeselen. ook vroom. Sarang boeroeng. zooals. Saoedara. Sapi. zie : Sanzpi (Jay. stomp. Sapir.). driftig. . bezem of garde van de harde ribbon van palmbladeren. uitstoffen. vlug. . onstuimig. Menjantak. afwisschen. gedeeltelijk. om zoo to zeggen. Sapih (Jay. Sarang. enz. stompen. heftig. enz. bij voorbeeld. enz. snel. apoe.. zie : Soedara. zakdoek. schoen. . kokosmelk. gelijk. bedekken (van wolken). iemand vriondelijk aanspreken. Sapatoe (of Sepatoe). garde. vuistslag. M njapa. kwast .waarder bij zulk eon raad. Santak. Setangan kapala. stooten met de vuist. over jets heen strijken. Saperti. bedekt. scheiden. enz. bezem van de harige vezels van eon area-palm . Sapa (of Siapa). met eon bezem. (of Separo). veger. Sapoe. wie is daar ? Saparo (Jay. Sapada (of Siapa ada). SARO. vegen. Santer. Santeri. Men.).

fam. Boenting carat. scheede van eon sabel. gefiltreerd. aan jets deelnemen. fiitreer. --van een saroeng voorzien. Sarangan. enz. niet passend. kussensloop . sloop. (Castanea argontea. gonesteld zjjn. Sarsar (of Sarsaran). Saroeng pedang. jets in eon saroeng steken. Men. handschoen . Saroeng kerosi. enz. zie : Ratoes. doorgezogen. door baton zijgen. --aanhebben. den Cupuliferae). Saroe (Jav. voor : vrouw. Sari. mierennest. mmn of meer getroubleerd. (Pout. daarvan voorzien zijn. hoes. bloom. Menjaroeng. eon nest waken. hoes over do rugleuning van eon stool. A j er saringan. hoog zwangor. ongepast. zijn volle dracht of lading hobbend. Saroeng bantal. Saratoes. medeplichtig aan. Men jarang. huiduitslag (vooral bij kloine kinderen). zwaar beladen. Bl. de essence. eon saroeng hebben. welks einden aan elkander genaaid zijn (ook Kafn saroeng) . schelklinkend. eon saroeng aantrekken. enz. de Indische kastanjeboom en --vrucht. enz. ook fig. filtreeren. overtrek. meisje. eon nest hebben. Nat. onbetamelijk. muziekinstrument behoorende tot den gamelan en bestaande uit platte metalen staven. enz.).jwring. ook hot bekende onderlijfskleed. Saroeng. Menjaroengken. leelijk. Sarat. dwaas.). gefiltreerd water. vol geladen. leksteen. Sarekat.). SARO. zich ergens vestigen. enz. zot. scheede. . huisje van jets. Saroeng tangan. jets tot saroeng aanwenden. hulsel. Saring (ook Njaringl. omhulsel. -eon saroeng aandoen.vogelnest. die op een hollen bak rusten. hot fijne van jets. ergens verblijven. Sarap. Bersaroeng. Bersarang. Saron (Jay. koker. Saring. Saringan. nestelen. filter. Sarang semoet.

verdwaling. Sasatan of Kasasatan. een (onverschillig walk) van alien. bewaterbaar rijstveld . Koeweh satoe. getrouwheid . dier. Satija. Satijawan. beast. Menaroh sasie. Sawan tjeleng of Sawan babi. beperkende bepaling (eig : een krans van bladeren om boomen in bosschen of negorijaanplantingen. Bersaudagar. Kasasar of Kesasar. schietschijf. Sawah (Jay. boek. ten teeken. (Sk. handelen. eon persoon : Salah satoe. dwaling. Sasar. Sasie (Sap. enz. grof vlechtwerk van bamboelatten. Sastrawan. zulk een verbod opheffen. een (verk.) letter. Sasat (of Sesat). Mergasatwa. een v SEBA. heilig boek. iemand die in geheline wetenschappen bedreven is. beast. Saudagar. zoolang de Sasie aan de boomen bevestigd is).). een sawah bebouwen. zie : Seteroe. beplanten. ook vlot van bamboe. getrouw.Sasak. koophandel drijven. van de vruchten to plukken (gedurende eenigen tijd. verdwaald. wild dier. Satroe. in de war. trouw. Sato. verdwalen (vergel. groothandelaar . dier . rijstveld van water voorzien. doen verdwalen . van Soewatoe. epilepsie. Menjasatken. Memboeka sasie. de goede richting missend . verward. uitvaardigen .). koopman. wild dier. dat hat verboden is. verdwaald. geletterde. Saorang voor Satoe orang.). . Sasat). wichelaar. doel. duizeligheid. aan speetjes gestoken. M njawah. Sastra (Sk. ook : niet wel bij her hoofd. (Jay. wicheiboek. en Har. astroloog. dikwijls nog verkort tot Sa) . nl. schijf. Sawan. enz. stuipen (bij kinderen) . Sate (of Sesate). gebraden of geroosterd vleesch. 229 mensch. Satwa. zulk een verbod op jets leggen. een snort droog gebak.) verbod. Satoe. verdwalen .

). enz. ook jets als oorzaak opgeven. cocon eener spin. faro. Sebar. om reden. in stukjes uit elkander trekken. Menjebit. Mimusops kauki. rooven. over iei s 2 3 o SERA. tot oorzaak hebben. rafel. roetafzetsel. . misfortuinlijk.). enz. Sinapis alba. beweegmiddel. Sawi (of Sesawi). . enz. klein afgoscheurd stuk. L. (van water. Menjebak. drijfmiddel. heen stroomen. Menjebar. tar norzake van. band aan hat juk van eon ploeg. hot zaaien. tot reden. met eon snelle beweging jets van iemand afnemen.. drijfrad. veer. jets ergens op zaaien. Menjebabken. stukje. niet kunnen slagen in hetgeen men wenscht to krijgon. fam. Menjeberot (Jay. L. -loopend jets wvegkapon. Bersebab. door toedoen van.). ~uitspreiding. overvol. ook : spinneweb. oorzaak. --ergens op uitstrooien. Achras sapota. zie : Saberang. tengevolge van. der Sapotaceae. ultstrooiing . enz. der Cruciferae. devol. zaaien. stoommachine . met lekkere zoete vruchten (sapodilla-pruimen of West-indische mispels). uitzaaiing. Sebab.Sawang. Sawo manilla. . Pesawat asp. enz. Sebak. Seberang. middel-. Sawo. drijfriem. tar wille van. enz. wegens. Sebelah. boor. de witte mosterdplant. Dendeng sebit. jets op den loop brengen. overvloeiend. kapen. groote boom met prachtig hout en eetbarevruchten. machine om jets in beweging to brengen.). uitstrooien . Sebit. bestaande uit in kleine stukjes . ongelukkig. veroorzaken. Sawat of Pesawat. enz. tar bevestiging daarvan aan of op den nek van hot trekdier. uitrafelen. . om. hot gezaaide. Sebal (of Sebe1) (Jay. Pesawat djantera. reden. eon gorecht. omdat. enz. in kleine stukjes scheuren. L. drijfwiel. enz. Sebaran. aanleiding zijn tot. Sawet (Jay. --tot oorzaak maken van. Seberot. Nat. enz.. Menjebarken. enz. zie : Belch. Nat. aanleiding geven tot.

. spijt. als offer aanbieden. to alien tijde. L. Seboetan. fam. ook : middelmatig. enz. enz. ook waarschuwen. Sedang. uitspreken. enz. Men j edari of Men j edarken. gewoonte van oudsher. aalmoozen. Terseboet. hartzoer . weemoedig. vermelden.. juist van pas. der Amaryllideae. enz.. Adat Sedekala. meldon. niet to klein. al den tijd. juist greet genoog. prononciatie. aangodaan. ook : voor of ten behoove van jemand eon offermaal aanrichten. vermeld . aangenamen smack can jets geven.. nude gewoonte. enz. vermelding. lekker. op ~iets wijzen. jets uiten. uiton. (ook : Menjedar) . niet to veel. eon lekkeren. juist good van grootto. tot bewustzijn komen. Men jeboet. iemand tot bewustzijn brengen. genoegolijk. jets vermelden. om de goden . dewijl. V sEDo.de juiste mast hebbend. enz. Menjeboetken. droovig gestemd zijn. enz. enz. precies good. ook : middelmatig ~groot. hot juiste middon houdend . in olio of boter gebakken. smakelijk. gift. Nat. Sedep malem (ook : Soendel malem). Sedang besarnja. . Seder. zich van jots bowust zijn. ook offerrnaal. geven. juist good.geseheurd vleesch. dear. Sedap (of Sedep).). Sedih. lets noemen. unstig to stemmen. leodwezen. bij allo belangrijke gobeurtenissen in hot ~leven gegeven . vermelding . van jets melding waken. jets ten offer brengen. altijd. Seboet. noemen . Sedekala. doen bijkomon. Sedekah (Ar. terwijl. ultspraak. juist. . Menjedapken. jets als aalmoes. niet to greet. steeds. Polyanthes tuborosa. offerande can de goden. Sederhana. bewustzijn hebben. eon snort van witte lelie met stork riekende bloemen. Men j edekahken. bedroefd. treurig. aangenaam voor do zintuigen (behalve hot gezicht). immer. . uitgesprokon wordt. enz. jets uitspre ken. wet geuit. enz. enz. niet to weinig . wolriekend.

. veger. al. Ampat pesagi of Pesagi. Sehaja. koelte. Menjedoe teh. Segala roepa. afstoffen. . schoonwrijven.(hebben). onaangenaam gestemd. frisch. versch. Sedoet. Seka. naarmate dat. (ook : Kikir). Sedot. vierzijdig. Sedjoek. verkoolend. een trek doers aan een sigaar. geheel. enz. zie : Sahaja. aangedaan. all erlei. Segar (of Seger). alle soorten. met kokend. Sedjak (ook : Sendjak. inhalig. Sekaker. langzaam can. inademing van den rook bij h et rooken. zie : Sadi ja. Menjeka of Seka. Sedoe.. eon weinig. eon beetje. enz. of (gewoonlijk) Persegi of Pesagi. zjjden of kanten hebben . gezond. Segi. Mesehatken. krachtig. thee zetten. gansch. Sedikit. sinds. verfrisschen. alle. schoonmaken. Sekadar (of Sekedar). gierig. hoot water begieten. scoffer. gansch . Menjedot. waarmede men stoft of afveegt. zie : Sahadja. Bersegi. gezond. alle. enz. Segala. sedort. kleinigheid. Sehat (Ar. vierkant. gezond makers. Sekalian. koude. afvegen. oceaan. zee. btj beetjes. enz. verkwikt. verfrisschend. Sehadja. verkwikken. van dien tijd af. Sedija. trek aan een sigaar. niet mild. verdrietig. ook met eon lap of de hand enz. enz. beetje. zijde. over jets heenstrijken. stoflap.). Menjegarken. gezondheid . enz. weinig. vierhoekig. apes. Zie : Kedar. hot koud hebben. kant. Semendjak). Kasedjoekan. welig. allegaar.. Sedikit-Sedikit.Segara. besproeien . v SEDO. kou vatten. lustig. koud goworden. koud. uit zijn humour. geheel. verkleumd zijn. . al. ten j edoe. keel. bij hot rooken den rook inademen. frisch. opg ewekt. enz.

houtmot. zie : Sela. Kapala sekola.). (verg. compagnieschap. om to zien wat or onder of achter is. schoolgaand kind leerling eener school. . Seladeri. maak dat jewegkomt. een kind steeds v SELA. Zie onder : Klan. Orang selam. Sekarang. gedurig. . enz. vruchten nip makers. Seksek. eon gordijn. opschorten (eon kleed). knoeien. maatschappjj. Selaloe. maat. Sekoetoe. opwerpen. doelgenootschap. enz. Selada. steeds door. school . Sekolah (of Sekolo). aldus. enz. in dozen tijd. ruimte. enz. Sekep. Menjekep. op zijde schuiven (bijv. Selah. door ze to broeien of onder den grond to stoppers. enz. naam van een gamelan. Selak. op 't oogenblik. selderij. kaf. iemand als compagnon helpers. Sela.Sekam. enz. zadel. enz. schrob je weg. oplichten. Seladang. scheer je weg. poffen. . Perse koetoewan. onophoudelijk. enz. Selam. Selaka. naar jets duiken (ook : Seloeloep). voortdurend. houtkevertje. . Mohammedaan. konkelen. Mohammedaansch. helen. de lies. inlander. 231 binnenshuis houden. Sekerobi. bolsters van gepeldo rijst. salads. Djawi). enz. enz. knevelen. Sekijan. Sekongkel (of Sekongkol). wat door broeiing rijp is gemaakt. Sekepan. zilver (ook : Perak). Selam (Men jelam). MenjekoetoeI. zooveel. tegenwoordig. duiken. zoodanig. nu. ook een kind in de armen gesloten houden. om hot tegen koude to beveiligen. Sekeroep. tusschenruimte tusschen twee voorwerpen. enz. Sekati (Jay. schroef.). compagnon lid. handlanger . Sela. hoofd eener school. wilds stier. Anak sekola. Sela paha. gestadig. deelgenoot. Menjelak.

van eon huffs dat op invallen staat). bezorgd maken. gebruikt worden. etc. L. bevreesd.. ook de ruimte tusschen de dijen. Maandag avond (-nacht). ook eon bonaming voor Singapoera. Selawe (Jay. Angin selatan. iemand bang. schouderband waaraan jets (bijv. dekvlies. Menjelat. heester met geneeskrachtige eigenschappen on waarvan de slijmige zaadjes veel met siroop. nat. onbegrensd. Seleboe. Selangka. ook tusschen twee v oorwerpen lets invoegen.). straat. Selang. ook : bedekt.Dinsdag. netvlies (bijv. zuid. afwisselend work verrichten. Selangkang (of Selangkangan). Selatan. selen. eon sabel) gedragen wordt. Belendang (Jay. enz. enz.). Selasi. fam. terwiji. (00k: Kidoel).een soortgamelan. Men jelang. slof. bandolier. Selempang (Jav.). zuidelijk.Seiama. Malem selasa. heel bedekt met (stof bijv. de liezen. bezorgd.). smal schouderdoek.). Selasa(Hari selasa) (Ar. vreezen. de avond (nacht) van Maandag op Dinsdag. our de hersens). tusschentijd. der Labiatae. V . tusschenpoos. bang. slordig. galerij aan eon hues met eon lageren vloer dan hot middenhuis. Selempang. Selasar. vijf on twintig. lang. ongerust. Menjelempangken. zonder grenzen. enz. sours ook diem. dan wel als borstkleod. Slat. sleutelbeen. our or jets in to dragon.). zie : Sela. Seleder. zeestraat. hot Zuiden. enz. ook ruimte van tijd. ook : jets niet vertrouwen . zijn. ongorust. zuidenwind. . enz. gevaar meebrengen. Selendro(Jav. lioderlijk. enz. Selapoet. Ocimum bacilicum. de eons bezigheid met de andere afwisV 282 SELA. zeeengte. huge sjaal die over den schouder gedragen wordt. zie : Lama. go. ongerust. gevaarlijk zijn (bijv. door eon straat varon.

(of Selese. zoeken.). met eon deken of mantel dekken. bewaard wordt. beslecht. eon slip per maken. zich dekken. . Slit. nauwkeurig onderzoeken. Selisik. eon stuk vleesch tusschen de tanden). eon spoor naar jets werpen. Berselimoetan. M njelimpet. uitgemaakt. Menjeloembat. lichte iaaie. naar luizen zoeken on de veeren glad strijken. geschikt. Selimpet. Menjeloekoet. veref onen. Selesai. Seloeloep. ontwarren. Soling. mantel deken. (ook Selepi). geklemd tusschen twee voorwerpen (bijv. spoor. . beddedeken:Berselimoet. in orde brengon. Menjeligi. schikken. korte werpspies. bijzit. onder eon deken liggen. Selidik. huge brook. brook. ook : luizen. metalen doosje of busje dat men bij zich draagt en waarin tabak enz.SELO. v SELO. eon keris tusschen den gordelband on hot lijf). dek. Selimoet. zie : Sidik. Seloear. enz. uitpluizen. klaar. zie: Se1am (Men jelam). Seligi. groote brand waarb j de vlammen hoog uitslaan . Seloekoet (Bandj.). in lichte laaie staan (doen staan). beslechten. ook sigarenkoker of beteldoosje van gevlochten matwerk. vereffend. (van vogols). eon dekkleed of mantel gebruiken. Selepa (Soend. ook : Selesih). enz. en dion verstuiken. bijwljf. Menjelesaiken. dekkleed. met den voet uitglijden. Menjelit. Sehr. Menjelidik. tusschen twee voorwerpen geklemd zitten (bijv. den voet vorzwikken. stillotjes weggaan. afdoen. Seloembat. enz. zich heimelijk verwijderen. zie : Slang. Selioe (Kaselioe). uitmakon. enz. bedekken. . afgedaan. aangepunt stuk bout of metaal tot bet schillen van eon kokosnoot. Men jelisik. in vlammen opgaan(doen opgaan). outward. in orde. met eon spoor werpen. verzwikt. Men j elimoetken lets of iemand toedekken. (ook : Seroewal en Tjelana).

zie : Seloear. wildornis. Seloewar. (ook : Saroeng oeler). wild. Men j embahken en Mempersembahken. Persemv SEMB. Daemonorops grandis Gruff. jets eerbiedig (van eon sembah vergezeld) zeggen. Semantara. fam. enz. geheel. Semangka. nat. alleen. eon groote en zees gezochte rottingsoort... 233 bahan.. eon sembah wordt gezegd. gebed. Selompret. Sembah (Jay. op bovenbedoelde wijze groeten.eon kokosnoot met zulk een voorwerp schillen. nat. rapporteeren. Selokan. sloot.enz. over eiken. bidden. ondertus schen. enz. eerbiedige groet door de tegen elkander aangedrukte handen tar hoogte van hot voorhoofd op to heffen met de duimen tegen den news aan . Menjembahjangken of Menjembajangi. melden. peperhujsjo. enz.). Soma-soma (of: Selesema). fam. de godheid aanbidden. enz.zieAntara. vereering.intusschen. huldigen . Semamboe. goot. ergens blijvon. Menjembahjang. Seloka. Menjelompret. der Palmae. op de trompet blazon. Semalk. enz. onderwijl. verblijven. Menjembah. aanbidden. waterleiding. Bersembahjang. Seloemoe. aanbieden. (00k: Belongsong). aangeboden. geschenk. ruigte. Citrullus edulis. slechts. de bekende groote watermeloen. Spach. Selongsong. voor jomand . dicht begroeid. zich ergens vestigen. bericht. hot geheele lichaam. verkoudheid. zich ergens bevinden.. enkel. Semajam. Semadja. gansch. Bersemajam. eon gebed uitspreken. Seloeroeh. Sembahjang (meestSemba jang). modedeeling. der Cucurbitaceae. vers. afgeworpen slangenhuid. omhulsel van jets. wat onder hot maken van. enz. modegedeeld. aanbidding der godheid. ruig. struikgewas. trompet. Se1oeroeh toeboeb.

Sembarangan. negen . Men jemboehken. negentig . zich v erborgen houden (ook : Menjemboeni) . Poir. zich verbergen. Pakerdjaan sem-ben. geurige bloemen. uitspuiten. zooals de inlanders doen). -meenemen. slachten. boom met schoone. Sembari (Bat. negen honderd. enz. tegelijkertijd jets (met jets anders) doen. genezen. Somber. Menjembat. nat. Semboeh. jets of iemand verbergen. spuwen. signal. Sembodja. ieder. sein. Semberani. fam. der Apocyneae. Semboep. eon mythisch. . gezond maken. Semboer. iemand een schuilplaats verleenen. bijwerk. Men j emboeniken. Semboejan. -pakken. verborgen. Sembat. Sembilan poeloeh. eon work. Semben (Jay. Bernjanji sembari berdjalan. als bijv. een heester met geneeskrachtige eigenschappen. dat men uit tijdverdrijf verricht. ten opzichte van jets of iemand onverschillig zijn. tijdvel drijf. Bersemboeni. enz. Menjemboer. onnatuurlijk vol. den strot doorsnijden. onverschillig walk of wie. Sembilan.weder gezon d . onverschillig zijn . teeken. Plumeria acutifolia. veal op begraafplaatsen aangeplant. onaangenaam trillend geluid. jets of iemand met onverschiliigheid behandelen. Sembarang. van eon gebarsten bekken. Sembilan. der Compositae. -verschuilen. bij eon lijk bidden. onzuiver. Semboeni (of Semboenji). Sembeleh. voorbijgaan lots snel grijpen. hersteld.). fam. bespuiten. Bl: net. Semboeng. v 234 sEMB. ratoes. spuiten. Menjembarangken. onder hot loopen (tegeljjk) zingen. elk. Men jembeleh. enz. wanneer men er op slaat. jets achterbaks houden. genezen. gevleugeld paard.bidden. bespuwen (met water of medicament. bol. tijdkorting. verschuilen. gezwollen (van een gelaat). Conyza macrophylla. onder hot.).

holle cylinder. Semporna. Semoe koening. enz. Zie : Moeka. Semoedra. afgebroken. open koker. Sen. kort blaaspijpje. enz. cent. spun. Sempat. Semoet. bekrompen. met list eon of ander tegen jets aanspuiten. den tijd tot jets hebben. jonge loten hebben. Sempok. Senak (of Senek). dock gedeeltelijk nog vastzittend (bijv.). boomknop. het slap+en der ledematen. schijn. zie : Samoewa. Semoewa. Menjemboerit. een gelen scl~ijn hebben. ook : -achtig . -aanstooten. op zijn gemak. enz. doen spuiten. die hangen blijft). aldoor. Semoetan of Kasemoetan. bedrog. mier. snaphaan. niet ruim. tevre den. gelegen komen. zie : Samoedra. convenieeren. Semoeka (of Samoeka). jonge loot.). met kracht uit jets spuiten . smal. Semi (Jay. vergenoegd. Sempal (Jay. mislijk gevoel in de maag (hebben) Senang (of Seneng). geschikte tijd. . uitbotten. pee derastie bedrijven. M n j emperotken.). altijd. jemand of jets bespuiten. ook uitspuiten. Men j emperot. in ht voorbijgaan tegen jets aankomen. Semprong. weinig ruimte aanbiedend. eng. lampeglas. Menjempok. geweer. rustig. enz.van een boomtak. gerust. benauwd. enz. sender van gelaat. zie : Sampoerna. jong takje. inspuiten. Semboerit.. Sempana. Sempit. eon drukkend. klisteer . Semperong SEND. . Semperot. Senantijasa. gelukaanbrengend. lampoe. Senapan. gezegend. jonge loten krtjgen. nauw. inwendige tmteling der ledematen. steeds. enz.. lavementspuit. min of meer geel. Bersemi. spuiten.wachtwoord. kalm. waarmede list vuur in de keuken wordt aangeblazen. Semoe (Jay. geelachtig. voortdurend. bespuiten. geknakt (zijn).

). met een geweer schieten. Menjendjata. opzettelijk voornemens zijn. lkzelf. Sendawa. ruk naar boven. Bersenggoek. plukken. M~anjengadja of Bersengadja. pijnlijk (van de ledematen). -met opzet doen. alleenig. enz. Senggot. salpeter. geleding. Maandag.Senapati (Jay. Sendjata. met eon ruk optrekken. stram. scheppen. alleen. (bijv. -bron. de tweede dag der week. enz. Sengget. Sender. ook met eon geweer schieten. eigen kind. (of Itsnam). ook geweer.). eigen. zie : Sengget. Sengadja. treurig. legerhoofd. wel. enz. plan .. knikkebollen. vuurwapen. Mend engkak. Saja sendiri. met eon iepel. natuurlijke waterkom om eon broil of wel. Sendal. stiff. jets dat hoog hangt. zie : Sander. enz. persoonlijk. met eon ruk naar boven halen. opzet. n SEND. jets opzettelijk doen. Hare Senen. met opzet. enz. vruchten van eon boom). Sendirian. wil. weemoedig. gewricht. (Sendjata bedil. Sendat. Sengal. Sendoe. --met eon hack. Anak sendiri.benauwd. Sendok. schepper ook troffel van een metselaar. legeraanvoerder. Menjendok. schieten. wapen. verstopt (zijn). (Senggetan soemoer). ook buskruit. al wat diem om to scheppen. . Sengget ook eon putwip. enz.beklemd. Send j ate api) . enz. jets of iemand tegen hot lijf loopen of stooten. potlepel. Senggol. aflichten. scharnler. zonder iemand and ers er bij. lepel. Menjendal. Menjengget. met een langen stok er of harem -afhaken. alleen. voornemen. Sends. Bersend j ate. Senen (Jay.bekneld. druk- . Sengkak. Menjenggol. eve aanraken. scheppen. Senggoek (of Senggoet). ruk in opwaartsche richting. zelf. Sendiri. Sendang. gewapend zijn. bedroefd. opzettelijk.

Sepatoe koelit. rust. Chineesch kerkhof. enz. trap met den voet of poot. rustig. gepast. gezouten visch. enz. vrede. in vrede zijn. wanneer men den SE PI. ongepast. Sengkelek. Menjentakken. zie ook Engkelek. enz. doen. Ikan sepat. hot tintelend gevoel in den arm bijv. voetbalspel. Ajer semi of Seni. fijn. bitter samentrekkend . plotseling eon duw opwaarts geven (bijv. . ook : schoen aan eon rijtuig. gedroogde. glimlachen (ook : Mesem). Sepatoe. pen of slaan. Seni.. Senjoem. Sengkel. wrang. ook : remand toesnauwen. Men j epak. -met een ruk wegtrekken. bottine. veiligheid. zoodat d'r niets mode gedaan kan worden. Sentil. veilig zl~n. lets wegrukken. Senoenoeh. Bersenjoem. met eon ruk trekken. gerust. enz. veilig. (van eon arm of been) gebrol en on or los of slap bij hangend.. enz. Senjar. achterwaarts of ter zijde . vrede. behoorlijk. enz. bits woord. ruk aan lets. schoen. urine. 235 olleboog ergens tegen stoot. uit~gekauwde betelpruim. Bersengkelan apa apa. vredig. Tiada senoenoeh. urineeren. stoffen . Sentak.kende. glimlach. Menjentak. rust..betamelijk. onbetamelijk. enz. S®ntiong. bits en grof aanspreken. . Sentiasa. lederen schoen. Bersentosa. us of lus aan de voeten bij hot beklimmen van boomen. trekken. zie : Djentil en Tjentil. rukken.. Berseni. Sengkelit. Santausa). Sasantosan. Sepatoe kafn. rustig zijn. Chineesche begraafplaats. die veer wordt ingevoerd. pis. zie : Senantijasa. infanterist 1° klas. Sentosa (of Sentausa. Sepah. toesnauwen. Sepandri. den bulk). dun. laars. ook : snauw. jets bijzonders uitvoeren. Sepat (of Sepet). betelkauwsel. op die wijze trap. ook : snauwen. Sepak-raga. enz. Sepah.

waarin men metaal dompelt om hat to harden. kippevel krijgen. Seraka (of Serakah). jets aan iemand overlaten. vergulden. Sepoet. terwiji. Serang. Men j erang. schor. bad. verzilveren. enz. zich samentrekken (door koude). Menjepoeh. overleveren.). Christen. ook benaming van een nachtvogel. metaal harden. schoenwinkel. Serbi (of Sereh). moeilijk to voldoen. . Spit. verlaten plaats. beddelaken. tangetje. stir.) werpen. (zie ook : Sempit). Men jerambahk n. Sepoeh (Jay. enz. toevertrouwen. Men j epic of Mend j epit. voorportaal. overgave. Toekang sepatoe. Sarah. Men j erampang. ook in 't algemeen met lets langwerpigs (een stuk hout. aantasten. Seram. aan goud of zilver een donkeren glans geven. bedaard. Pen j epoeh. ook verwoede aanval . sprei. wat als zoodanig diem. Sepon.schoen. . een welriekende grassoort veal in de inlandsche keuken en geneeskunde gebruikt. lastig.ja. Sera. in do Christelijke leer opnemen. Christen worden . enz. enz. Seperai. overvallen. Men j eraniken. kalm. Serampang. verlaten. Sepi. eon eenzame. ledig. overhandigen. hebzuchtig. -. staan. knijpen. gelijkgesteld worden aan. oud. enz. dof van kleur. aanvallen. inhalig. Serak. stuurman aan boord van eon inlandsch vaartuig. als Christen doopen. inlandsch Christen. Tempat sepi.ook epoed (op dienstbrieven. galerij.). schor zijn. Serambi. enz. Masoelk serani. met een tang grijpen. om to steken of to w erp en . 236 SEPO. eenzaam. stoop. met een Serampang steken of werpen. vergeleken worden met. Serani. knellen. overgeven. tevens. schoenmaker . Toko sepatoe. Menjerahken. tang. spons.~ Serambah. bestormen. een snort van vork of harpoon. heesch zijn. to barge rijzen (der haren).

Sereng (Serengan). i. rafels. door verschrikken plotse- . enz. Serenta (ook : Serta). Serba roemah. geemployeerd soldaat. tot poeder malen. Serbat. allerlei. enz. Menjerempet. afval. Seresah. allerlei.Serba. servet. Serenzpet. in 't geheim eon onderzoek naar jets instellen. vuil. moesleepen. iemand omtrent jets uithooren. rooken. enz. Serba djenis. al.). . bijv. Menjeret. infanterist der 18 kiasse. enz. kruimel. huisraad. die met bijzondere diensten is belast. misnoegd. zoodra. Serban (Ar. schoenpoetsen on dergelijk work moor. Serep (Jav. Serdadoe sepandri.bekendheid. Men j erboek. Serdadoe kampir. rakelings langs jets gaan. tulband. Menjerepin of Menjerepken. Sergah. Zie verder Serta. Menjeret. Seret (Jay. zie: Sjariat. meesleuren. trek aan eon sigaar of pijp . (b jv.kennis. eon. (ook : Destar en Sorban). held amfioen rooken. allerlei snort. achterna sleepen. sergeant. d. servetring. stof.enz. sleepen. poeder.). Gelang sorbet. inzonderv SERG. ook benaming voor een ondergeschikt politiebeambte. Seret. Serboek. compleet. eon snort kruidendrank. ook de vergulde strepen op de zonneschermen van inlandsche grooten en hoofden. boos. stof. benevens. Serdadoe (of Soldadoe). sorbet. in hot geheim of langs omwegen enz. vermalen. enz. Serbat. geheel. v SERE. geraad. gruis . enz. amfioen schuiven. -stampen. tevens. vertoord. met.). achter jets trachten to komen. soldaat. in hooge mate ontstemd (zijn). pulver. Serean. sleuren. sleep. Serengat. van eon vaartuig langs den never eener rivier.

eon toespijs bij de rijst. spruw. Sering (00k: Sering-Sering. ook : kleine inham of baai.ling doen stilstaan . Seri. eat. cylinder van gevlochten bamboo. glans. visch in zulk eon staketsel vangen. of om. groeno parkiet. onverwachts bij iemand komen (ook : PergokMergokken). stole. Serkoep. to vorrnen. eon dam enz. Berseroe. Seroetoe. Men jero. enz. glijden. Serijawan. fam. Seroet.). heerlijkheid. schepper. levee maken. middelmatige boom met zoete. met eon schepper ophalen. kleine. zie : Se1oear..). Sergap. schav en. to water laten (van eon schip. ook geplaatst voor vorstelijke namen en titels. luid (van eon geroep. dikwijls. fine haarkam (voornamelijk dienende om hot vuil enz. Sering-kali). bamboezen staketsel in zee om visch to vangen . kleefi ijst metbedoelde sans. Menjerod. kamp op. meermalen. Marika itoe menjergah kidjang. Serikaja. Menjeroet. Seroendeng. hard. jets laten afglijden. hard.). keer op keer. schaaf. SETA.. Seri.). Serit. enz. enz. dienende om pas geplante of jonge boomen tegen beschadiging to beveiligen. gevuld met groote steenen. lets scheppen.aldelijk. afglijden over lets zachts of glads. aanroepen. Serombong (Jay. Anona squamosa. herha. enz. sigaar. gezonde vruchten.. gelijk. iemand overvallen. dikwerf. Serindit. Sere. Serod. ook de naam van eon snort inlandsch gebaksaus. uit de haren to verwijderen). L. enz. enz. . Seroe. Serok. Ketan serikaja. fangs eon helling neerlaten. Menjeroe. scheurbuik. luister. Men j erodin of Men j erodken. derAnonaceae. Menjergap. gelijk op. die lieden hebben dwergherten in hunne vlucht gestuit (door ze aan 't schrikken to brengen. luid roepen. iemand luid reopen. Menjerok. 237 Seroewal. enz. enz.

zoodra. iemand tot vijand maken. persoonlijke vijand. Setangan. vrijmetselaarsloge. Menjerong. doen verdwalen. Menjertaf. artillerie. zich ergens onder verschuilen. doen vergezeld gaan. Sesat. Setiwel. van de rechte richting afwijken. gording. met. Setabelan setiloor berg-artillerie. doen berouw hebben. met lets samen doen. Constantinopel. iemand vijan dig zijn. stovel. overvol. wierook. samen met iemand zijn. --als eon vijand beschouwen. schuin gaan. Men j eteroei. benevens. Beserta. Zie verder : Sapoe. artillerie. berouw. eon vijand hebben. laars. scheef. met. geest. in hot nauw. scheef gaan. Satan. Setinggi. Menjesal. Seteng. Setamboel.vergezellen. benauwen. Setabelan. enz. Menjesap. Setae (of Sjaitan). enz. gedrongen. enz. zakdoek . geitouw. iemand vergezellen. Seta1. M n j esalken. nauw. orgens onder kruipen. doen spijten. mode. doek. puistje (strontje) aan hot oog.Menjerta. benevens. berouw gevoelen. Sesak (of Sesek). stal. eon slang onder eon hoop vuilnis). met eon ander in vijandschap leven . spook . Berseteroe. aan lets deelnemen. medegaan. beklemd. Sesal (of Sesel). -behandelen : Perseteroean. Setabelan setringan. schuin. Swap (of Sesep). Orang Setabelan. berouw aan den dag leggen. M1 njertaken. Menjesatken. (zooals bijv. enz. overvol maken. Mien jesakken.Serong. medegeven. v 238 SETA. duivel. benauwd maken. Setangan kapala. vijand. artillerist . hoofddoek. samendoen. eng. verdwalen . Seteroe. spijt hebben. bijvoegen enz. alle ruimten innemen. verdwaald. spijt. Setanggi (of Istanggi). vesting-artillerie . zie : Sat ja. void. vijandschap. Memperseteroeken. en. Setija. Roemah setae. . Serta. .

Sewer. enz. enz. enz. verhuurderij (van rijtuigen. vergadering. gespleten. wat toch ? Sia (of Sia-sia). straf. Sigera. enz. voorvoegsel voor eigennamen. onnut.) (of Sipat). doorsnuffelen. onaangenaamheden.. wie ? Barang siapa. ijdel. ruzie krijgen of maken. verhuren. ook : verspreid. enz. dag. ook : verhuring. holder. onderzoeken. Menjiar. siangan. huurpenningen. enz. enz. nauwkeurig onderzoeken. huishuur . to last op den dag. huur. huurrijtuig. door den dag overvallen. Menjelidik. geschil. Bersigera. de voegen van jets aanstrijken.Setolop. naspeuren. enz. dadelijk.). Setreng. kanon. snel. enz.en nacht. Apa si.). verpachten. haastig. eon echte ongeluksvogel. ook: halve dolt of halve cent (ook Poser). Roemah sews. spoedig. z ich haasten. Sial dangkal. Si Sidin. huurwagen. pacht. dag. I in all es. Persewaa n.. huren. Sifat (Ar. pachten. pachtgeld. Setorl. Bersetori. Sigar (Jav. lets met onverschilligheid behandelen. tegenspoed. stoof. gestoofd gerecht. Menjianjiaken. Sidik (00k: Selidik). Menjewaken. Sewer roemah. hoedanigheid. Slang malem. Sidang. Orang setrengan. of: bij eon vraag : toch .. eigenschap. Setop. stole. ongelukkig in ondernemingen.. in huur geven. Siar. daglicht. Slang. vlug. Ka. . zeer ongelukkig SIKS. verspreiden. die (de bedoelde) Sidin. tegenloopen. huurhuis . met onverschilligheid behandelen. Siapa.. stukrijder. al wie. wie ook. --als onnut beschouwen.. . enz. gezwind. strong (aan eon tuig voor eon rijtuig. lawaai.). Siasat. soldeeren. onverwijld. bijeenkomst (vooral in de moskee). Sial. vergoefs . lampestolp. . Menjia-njia. nauwkeurig onderzoek. lijfsdwang. in twee stukken. Kareta sews. ruzle. verpachting. Si. Menjidik. enz. Menjewa.

Sikoe. bewaren. Sikat ramboet. eon parasietplant. Simbar. Menjikati. ter zijde. Silat. welstand. welvarend.) (of Sehat). verblind (van de oogen door hot licht). . enz. opgeborgen. hooding. weggelegd. borstelen. Angin siliran. eon zacht windje. Menjigeraken. Siloeman. opleggen tot voorraad. martelen. postuur. keten. -borstelen. Dengan sigera. kammen. enz. lets kammen. winkelhaak. enz.schuieren. Simpan. zephyr.) Bersila. Sikoe-sikoe. met de beenen onder hot lijf gekruist zitten. kastijden. gestalts. onmiddellijk. getroffen. Menjikat. uitkammen. kastijding. nauwsluiten d buisj e. geesten die zich in allerlei vormen vertoonen. welvaren. M njilat. geslachtslijst. Sikaa. Simpanan. . Sikat. opgespaard. Sikap. schuler. waarbij zoowel handen als voeten dienst doen. afwijkend van de rechte richting. haarkam. pijniging. kromhouten in eon vaartuig. in voorraad hebben of houden. geslachtslinie. Menjimpang. Sikap (Badjoe sikep). bespoedigen. eon zijweg inslaan. Menjimpan. en dat bij hot gebruik ook daartegen wordt gehouden. enz. SILA.. met spoed. om eon vat). hoepel. (Jay. kam. Silau (of Silo). schemerend. Bersilat. zitten op do onder het lijf gekruiste beenen. serie. Menjiksaken. borstal. Silsilah. opbergen. . zacht (van wind) . hook. op zijde leggen. Sila. beugel. Silir. _ straffen. wet bewaard.spoed maken. volkomen gezond. geroerd. ook eon ijzeren wapentuig tar lengte van eon elleboog. elleboog. ring om lets heen (bijv. wegleggen. op zijn inlandsch vechten of schermen. dadelijk. pijnigen. Sihat (Ar. enz. in voorraad gehouden is. schoenborstel. Sloe. Simpai (of Simpe). bergen. op zijde gaan. band. aangedaan. Sikat sepatoe. Simpang. schuieren. straf.

opgeslagen. ergens aangaan.). iemand eon steek onder water geven. lets in hot verkeerde keelgat krijgen. Singkap. Simpoel. enz. Sindir. op iemand zinspelen. eon zakdoek). openslaan. aan eon kant zwaarder. vann eon gordijn.). jonge rijsthalmen. idoep. enz. Simpoel. chancre. Menjinggahken. straal. Menjindirken.van de rechte richting afwijken. (ook Sindiran). glossen op iemand maken. enz. Sinar terang. in rottend vuil. Bersinar. scheef staan. aanleggen. Singgang (Jay. lichtstraal.bij lets aanleggen. geopend (bijv. ergens tijdelijk komen of vertoeven. enz. enz. zinspeling. zonnostraal . iemand doen aangaan. wegschuivon. -eon zijweg doen inslaan. Singe. leeuw. openen. enz. enz. opgelicht. bespotting. M®njinggahi. .) (Sasimpatan).) (of Belatoeng). van sterren). schuifknoop. zich verslikken. niet loodrecht. Simpir. glinsteren. Singit. Persinggahan.zinspelen op. (bijv. -op zijde doen gaan. Sinar matahari.. van vogels die ziek zijn). bespo tten.. Singgasana. licht uitstraion. Bersinggah. Singgat (Jay. aanwippen. troop. enz.. hellend. Bersindir of Men jindir. dageraad. vaste knoop .enz. eon pleats aandoen.steken onder water geven. enz. stralen. knoop in lets (bijv. schijn . 239 Sinar. Menjingkap. haarwrong. weggeschoven. Simpat (Bat. de vleugels laten hangen (bijv. of uitspruiten. opzijde liggen. enz. Simpoel mats. verheven zitplaats. Radja singe. Singgah. lets oplichten. ook (bij hot afleggen van een verklaring. enz. flikkeren.. wormachtige larven van vliegen. SING. die na den oogst to voorschijn komen. syphilis. Menjimpangken. flonkeren. --verzoeken aan to komen. lets ter zijde brengen.. Menjmgkapken. ploisterplaats.) : van hot onderwerp afwijken.

gietemmer. Sipit. ook eon web maken (van spinnen). doodstil. richten. --besproeien . samenbinden. enz.). (om to zien wet or in of achter zit. Singkir. Tall sipat. verf voor de oogleden. streep. zich van jets bewust (zijn). Menjiram. gieten. straaltj a van hot eon of ander vocht. fijngespleten. Sipoet. slak. Sioeng. Siraman of Pan jiraman. timmermanslijn. slagtand. enz. enz. mossel. Sipat mate. richtsnoer. Sirap (Jay. jets sprenkelon. Sirat. hier tar plaatse.). bij ztjn verstand. Singke. bergen. opgebonden. Sirat. enz.enz. Men jirep. eon huffs met houten dakpa. eon bad nemen. regal. opbergen. in slaap to doen vallen of machteloos to maken . ook meten. Menjingkirken. aliekruik. Me- . Bersiram. den wel om or door to gaan.iets bosprenkelen. schelp. (Jay. Sini. aan kept zetten. jets over jets heen gieten. (van kleeding). breien. b j zinnen. --op jets gieten . enz. jets begieten. Singsat. nuchter (zijn). Sirap. 240 SING. bijgokomen (uit eon bezwijming.). afmeten. baden (door hot water over hot lijf to gieten) . sproeieu. stil. Menjirami. hier (00k: di sini). schietlood. begieten. Menjiramken. Menjiratken. uit den weg gaan. met hot eon of ander vocht sprenkelen.nnen godekt. lijn. enz. Menjirat. Sioeman. . volbloed Chinees. Roemah crap. houten dakpan. rochte richting. Siram. Sipat. zulk ~eon ~middel gebruiken . pas uit China aangekomen Chinees. ook : toovermiddel om al wat lovend is en in den omtrek gevonden wordt. in hat algemeen voor schelpdier. Menj ingkir. enz. op zijde zetten. knoopen. nauw aangehaald. Sipat gantoeng. rijgen. enz. niet wijd-open (van do oogen zooals die der Chineezen). Menjipat. opgeschort. besproeien. met eon lijn eon streep maken.). op zij d e gaan.

Menjisipken. ook met eon tabakspruim over de tanden of lippen wrijven. schubben. flat. dagvaarding . laten overschieten. resten. eon stuk gambir. enz. dagvaardon.). Sirih. Oewang sirih. Dani sitoe. betel kauwen. der Piperaceae. enz. Soerat site. exploit. de betelplant. Makan sirih. enz. Sisir. de schubben of krabben. voor hat gerecht dagen. overblijfsel. daar SIT 241 ter plaatse. Menjisip. tusschen twee voorwerpen gekneld zitten. Menjita. enz. zjjde. Menjisik. Sisip. rest. ook schubbig vuil op hot lichaam. uitkammen. Ka sitoe. Sitoe (Soend) (of Setoe). dear van dawn.. vastzitten. enz. bestaande uit twee a drie sirihbladeren. geschubd zijn. enz. Bersisik. waarmede de sirih-kauwen de tanden en lippen schoonmaakt. Pasisir. geld om betel to koopen. en eon pruim tabak. enz. schriftelijke dagvaarding. kammen. Den jisir. kliekje. Tempat sirih. jets voor eon ander. schubbig. tusschen twee voorwerpen gekneld. daarheen . beteldoos. jets ergens tusschen steken. afschubben. van dear. gevormd door . fam. overschot. schub. Chavica betle. kust. waarvan vale soorten bestaan. dagvaarden. middel in slaap doen vallen of machteloos maken. als voor hot weefgetouw.. strand.. daar ginds. flank. schilferig huiduitslag. Miq. Menjisaken. ook. schubben hebben.njirepken. Sisa. kom. Sita.. kamvormig onderdeel van eon tros pisangs. waarover wat gebluschte kalk gestreken is. kam (zoowel voor hot hoofd. restant. enz. klaargemaakte betelpruim. Sisi. eon stuk pinang noot. vischschub. en tabakspruim. Sirih masak. Sitoe (Dl sitoe). enz. fooi.klein meertje. knellen. tusschen twee voorwerpen in steken. Sisik. iemand door zulk eon SITQ. vijver. kant. enz.

lied.). der Palmae). Sjair. ook : Roewah of Arwah). Sjaban (Ar. lust (voornamelijk tot den bijslaap). wet diem of gebruikt wordt. argwaan wekken. Sjah. voorwaarde. wet. Sjariat. reglement. de 10e maand van hot Mohammedaansche jaar. inzonderheid voor afstammelingon van Mohammed's sahabat's. geslachtlijst. La ilaha ills Allah wa Mohammed rasoel Allah.). Sjahbandar. (van den harden dop eener kokosnoot. Sjart. doen betwijfelen. adellijke Arabische titol. godsdienstinstelling.). in 't algemeen. Menaroh Sjak. belijdenis. geslachtboom. zie : Setae.g. de zon. boding. twijfel. poezie. ook. Sjak.of Mendjadiken Sjak. Siwoer (Jay. Sjams. hot geloofsformulier der Mohammedanen . verder. op den lo waarvan hot z.). enz. hoofd der kooplieden. van hot Mohammedaansche jaar. om water enz. betwijfelen. ook voor den palm zelf gebruikt. instructie voor eenig ambt. de 8e maand. Sjarbat. to schepper. Sjaitan.) (of Saban. M ALEISOR-HOLLANDSCH. voorschrift. goddelijke wet. vrucht van den Lontarpalm (Borassus flabelliformis. Mengadaken--. worst. Sjaich (of Sech) (Ar. L. voorschrift. Sjahadat (Ar. enz. Nat. twijfel doen ontstaan. voorts. twijfel koesteren. argwaan hebben . Sjarif (of Sjerif).). Siwalan.de indijking van eon riviertje. argwaan. waterschepper. titel. Sjara (of Sjarat). Mendatengken. havenmeestor. Sjadjarah (of Sedjarah). dichter. adellijke Moh. fam. Sjahadan (Ar. gedicht. in- . or is goon god den Allah en Mohammed is zij n gezant. wet . begeerte. achtordocht.)(of Sahwat). enz. getuigenis. schepper. stamboom. zie : Serbat. Sjart djabatan. Sjahwat (Ar. Sjawai (of Sawai). blik. en. bepaling.

.. dageraad. Menjoebik. Soebang of Soebeng. Menjobek. zie : Saudagar. enz. buigen. zie Sahabat. ook : (in kwaden zin) r Goed zoo!" zeggen. kampong. Men joedahi. . al. eon splinter krijgen. welig. reeds. hoofd eener negorij. enz. ochtendgebed. Soedah.. . Soeboer. Soeboeh (Ar. ook graveeren. eon stukje van lets afscheuren. enz. Sodja (Bat. Soa (Amb. wanneer iemand bijv. goddank. welig groeiend. enz. enz . enz. als interjectie of toeroep (in goeden zin) ook : Dat do©t mu genoegen ! Gelukkig ! (in kwaden zin) : Je hebt je verdiende loon! Mengoetjap Sjoekoer. Soedah malem. genoeg. --afscheuren. Men j oeboerken. eon ongeluk. Mal. (ook: Keraboe). dankzegging. enz. lof zij God! Soebhanahoe. "Schadenfreude" over jets hebben. klein schourtje. bereids. aan een verzoek enz. Menjoedahken. enz. getroffen heeft. enz. Soebhana Allah (Ar. gezond aanzien geven. jets scheuren. van lets eon klein stukje afnemen. Sembahjang soeboeh. ingescheurd. eind aan . gedaan. lof zij Hem ! Soebik. dank. Soeban. (direct ondorgeschikt aan den radja).). hat is reeds avond (nacht) . jets beeindigen. groote oorknop der inlandsche vrouwen. klaar. gezond maken. darken.landsch nieuwjaar (bij hot erode der ti asten) gevierd wordt. enz. . Kasoeban of Kasoesoeban. Soedagar. splinter. een. kras. afgedaan. Sobat. . voltooid. Soedahlah. genoeg. frisch van aanzien. enz.). scheid er made uit. gezond. Sjoekoer (ook: Soekoer. enz. gescheurd. ochtendschemermg. bulging (voor de godheid) . Sokoer). laat hat genoeg zijn. eon bulging maker (zooals de Chineezen voor hunno godheden). voldoen. uit. dankzeggen. scheuren. 16 242 SOEB. een frisch. Sobek. Menjodja. negorij. Kapala-Soa.). beeindigd.). verwezenlijken.

eerbiedig nederbuigen. einde. a. els. horizontaal vooruitsteken. Soedi (ook : Bersoedi). Soedara. wat daartoe opgedischt wordt. borduren. langwerpig puntig voorwerp. Menjoedoek.). lapel. ten slotte. behagen. broader of zuster. waaraan o. willen. met een lapel scheppen. Tiada s oedi. prism. Menjoedoe. welwjllend. de stukjes vleesch voor de Sesate gestoken worden. . nederbuiging . enz. Soedoek. . vermaak. verheugd. pin. Kasoedahan. vreugde . blijde. zich vorwaardigen tot. Soedji. enz. borduurwerk. vreugde. schoffel. onthalen. Menjoedoer. jets afmaken. steekwapen. iemand op jets onthalen. behagen scheppen. afdoening.. Menjoedoerken. goedvinden. niet verkiezen to doen.. trakteeren q Menjoegoehken. zich gelukkig gevoelen. (zooals eenden. eerbiedige buiging. . Soegi landak. . enz. Soedoe. beeindiging. Soeka. Menjoegi. bltj zijn. Soegi gigi of Pesoegi. enz. Soegi. klein. tuig om to steken. Menjoed ji. ganzen. enz. verkiezen. Soedoer. jets afdoen. deugdzaam. schoffelen. genoegen nemen net. wensch.onthaal. enz. pen van een stekelvarken . Soedjana. ook puntig werkSOEK. tandenstoker. enz. snavel van een send. pennetje. enz. speetje. genoegen hebben. enz. Soegoeh(Jav. blijdschap. enz. onwillig. genegen zijn. een eerbiedige bulging maken (voornamel jk voor de godheid).. horizontaal vooruitstekend . enz. jets horizontaal vooruitsteken. enz. doen). Menjoegoeh. Bersoedjoed. enz. lepelen. peuteren. een lans). Soedara tin. . enz. enz. borduursel. met jets puntigs steken. Soedjoed. genoegen. ook in hat algemeen bloedverwant . niet genegen. . vellen (bijv. met zulk een voorwerp in jets steken.jets maken. gewillig zijn tot. enz. stiefbroeder of -zuster. Soedji (of Soedjen). geveld zijn .

geest. zin). Bersoeling. met een fakkei. fluit. -blazen. in lagen leggen. Soela. pleizier hebben. zich verlustigen. enz. verheugd. zie : Sjoekoer. . jets doen ontbranden (ook in fig. enz. enz. enz. ook: dat. Menjoelaken. Menjoekaken. Menjoeling. Soekar. naar jets zoeken. Soelam. bezorgen. ziel. op elkander gelegd. puntig uitloopsel van sommige planten. enz. fam. vreugde. enz. Soekma (Sk. enz. voet. vergenoegdheid. enz. iemand pleizier. gevoerd. Soekoer. Soelasi. been. in brand steken.).. bestanddeel. enz. of krijgen. borduurwerk . borduren (vergelijk : Soedji) Soelap (00k: Soenglap). bijlichten. der Artocarpeae). aangestoken pit om bij to lichten. aansteken. in het geheim nagaan. een graat in de keel hebben. ook : vujl . ook : Bermain soeling. zich amuseeren. enz. Soeling. -verheugen. moeilijk. onder het licht van een fakkei. zie : Selasi. Menjoelap. Soekoen. ook : bespieden.. Men j oelam. toorts.. waarvan men houdt. rank. enz. ook goochelarij . waarop misdadigers gespietst worden . -blijmaken enz. Soeloer. fakkei. ook : houden van. Menjoeloeh. pleizier maken. beminnen. geheime verspieder. . L. Men joeloehi. genoegen. (Artocarpus incisa.smaken... enz. op elkander leggen. spietspaal. zwaar. Soekak (Kasoekakan). Soekoe. vreugde. . nat. op de fluit spelen.debroodvrucht en-boom SOEI. tak (van een volksstam). enz. Menjoelet. spruit. Soeloeh. blij. enz. deal. Kasoekaran. bespionneeren. onderdeel. blijdschap.. op zulk een paal spietsen. Soelet. ljef hebben. moeilijke omstandigheden. enz. poot. ook spion. Kasoekaan. moeilijkheid. Bersoeka-soekaan. . . Soekatjita. lastig. enz. blijdschap. ook : goochelen.

enz. vloek. Soemoer. een gat enz. Soembang. kruipen.. ook bloedschande . ook : diep gat in den grond. krenkend voor het gevoel.vervloeking. vastzitten. enz. met jets dichtstoppen. geschenk.). Menjoempahken. door een vloek getroffen (worden). waterput. Soempe (of Soempai). sultan. enz. om dit dicht to maken. kaarsepit. wanstaltig.. Soempah. Soempel. Menjoeloer. beleedigend. waarmede men een gat. onwelvoegelijk. enz. vorst. (Zie: Simpai). als deelnemer of geinviteerde een geSOE I. Menjoembang. enz. bijdrage tot een feest . stoppen. lampepit. 243 schenk of bijdrage voor een feest enz. onzedelijk. dat van jets afgevallen. vervloeken . bewustzijn. bloedschande bedrjjven. ongepast. ook : schaarde. lout. hoepel (om een ton. beeediging. Soembing (of Sombeng). vervloekt (zijn) . Soeltan. ziel. -afgebrokkeld is. stukje. onwelluidend. ring. Persoempahan. enz. wat tot stop diem. Soemit (Pout. cadeau.en iemand vloeken. . Menjoempahi (ook Menjoempah). hazelip. zich kruipend voortbewegen. iemand een eed afnemen. ook lets door een eed bevestigen. stop. ranken. Kena soempah. opening enz. band. aanbieden. dichtstopt.enz. een eed doen. enz. . .. Ajer soemoer putwater. eed. enz. put. . Bibir soembing. jets in een gat enz. Soemboe. Soembingan. waardoor dit verstopt raakt. -vervloeken. stoppen . beeedigen. schaardig (zijn). Soemangat. iemand vervloeken. een gat enz..). enz. knevel. Soembang (Soembangan) (Jay. pit (voorr licht). enz.. ook (van het een of ander) : in eon gat enz. Menjoembang. Bersoempah en Men joempah. eedsafneming. jets slechts toewenschen. Menjoempel.. ook : vloeken. alleenheerscher. geschaard. Soempelan. Menjoempelken. levensgeest. snor.).

boeleerster. Soenggoeh. enz. enz. jets in alien ernst opvatten.) (Soesoehoenan). met eon blaasroer jagen. werkelijk. naar de rivier gaan. Soengkit (of Songkit). Soempit (Soempitan). Soempit. blaaspijp. Bersoengoet. fatterig. Soengar. Sasoenggoehnja. . zijn uiterste best doen . waarachtig. hoer. zijn uiterste best doen. lets versieren met allerlei schilderwerk. Soemsoem (of Soengsoem). zie onder: Sedap. Soenat. juist. inderdaad. Soengai (ook : Kali). zie : Soengkit.. enz. Soempet. een blaasroer. Soenggoehpon. uit een blaasroer blazon. Bersoenggoeh-soenggoeh. -aanpakken. zeker. Soendal (of Soendel). titel van den vorst van Soerakarta. zich aan ontucht overgeven (van eon vrouw). wezenlijk. hot bedrijf van hoer uitoefenen. Soenan (Jay. Soengkit. ook : Sempit.enz. versiering met schilderwerk. enz. in waarheid. kwasterig. ofschoon. (van eon man). ook : norsch. enz. werkelijk. hoereeren. ernstig opvatten.stop. Soempet. . hoewel. Anak soengai. Men j oenggoeh. Men j oengkit. borduren. Soengging. enz. in waarheid. Menjoenggoehi. knevel (van dieren). fatsoenlijke uitdrukking voor: zijn gevoeg doen. eon zuur gezicht . geschilderde figuren. zekerlijk. in ernst. enz. besnijdenis. eng. zich er geheel aan wijden. zich met hoeren afgeven. jets beschilderen. ontuchtige vrouw. Menjoengging. Menjoenatken. riviertje. wet is waar. merg. kogeltjes of pijltjes. ook : jets met ernst doen. nasal van hot koninkrijk der Nederlanden. nauw. publieke vrouw. niet ruim. 244 SOEN. besnijden. voelhoren. stuursch . borduurwerk . book : Pergi kasoengai. enz. Menjoendel. rivier. Soendel malem. Soengoet. zijn uiterste best voor jets doen. Bersoendel (ook : Menjoendel). Menjoempit.

Soerat. verduisterd. Soengsoem. . dikwijls dienende ook tot school. de hemel.overbrenger van brieven. enz. enz. kleine bidBOER kapel. jubelkreet. Soerat kiriman. bevel. loopen. Soengsang tegen hot beloop in. enz. enz. zulk een versiersel dragon. Soerak. manen (van eon leeuw.). hoofdstuk uit de Koran. versiersel achter hot oor of in hot haar op hot achterhoofd (bijv. zocht . hoofdhaar. onbewoond. Bersoentmg. eenzaam. Soerat perd land jian.brievenbesteller. Soeroeh. schriftelijk bewijs. somber. Menjoengsang. Soerah (Ar. schrijven : Mengarang soerat. enz. Soerat gads. zendbrief. manen (van een paard. pas. woest. brief. Soepaja. SOER. eenzame. geschrift. donkey. stil. opdat. Soeram (of Soerem). hot onderste boven. weinig be. jubelen. eon snort van groote poffertjes van rijstemeel. contract. kwitantie. Soerat konde. . Soerat pas. zonder glans. enz. Soenji.. om. Pen j oerat. enz. zie : Soemsoem. eon aan een pen gestoken bloom. reispas. morren. bedehuis. hot godenverblijf. Soerat tanda tangan. zendbrief. brievenpost. schrij ver . Soerat wasiat. eon brief schrijven. Soerabl (of Serabi). hot onderst boven hangen. mokken. verlaten plaats. op de handen loopen. tang. enz. Pasoeratan. eon geschrift opstellen: Menoells soerat. Soerat. duister. book. testament. . omgekeerd. Tempat soon ji. pandbriefje. bevelen. krijgsgeschreeuw. Soerau (ook: Langgar). last. enz. verlaten. boodschap.) .). losgedragen hoofdhaar(alleen vanvorsten). Soeri (Jay. Menjoeroeh. juichen. hoofdgeldbiljet (van Chineezen). Bersoenji. ten einde. enz.zetten. schriftelijke overeenkomst. ledig. Soeralaja (Jay. gejuich. gelasten. zich afzonderen. Bersoerak of Menjoerak. Soenting.). .). Menjoerat.). verlofpas.

Soesoek. Anak soesoe of -soeson. ebben(van water) zakken. ` OEW. last bezorgen. enz. Bersoesoen. Soetan.). vermindering. Soetji. verminderen. opstapelen. moeite. minder worden. zuigeling. bemoeilijken. Menjoesoer. op elkander gestapeld zijn of liggen. Soesoer (Jay. Menjoesoepken. Menjoesoet. zoogend kind. tangs jets gaan. zuigen. fuik. enz. zie : Soeltan. zijden stof. boezem. moeite. vischfuik. Menjoesoek. zoom (van een trust. achtervolgen. moeilijkheid. zijdeworm. borst (van een vrouw). afloopen. zie : Toesoek. zwaar. zijde. kust. jets ergens onder steken of schuiven (om hat to verbergen). ook iemand ergens hears zenden. Kasoesahan. hat ondergaan van zon of maan. met een fuik visschen. hat iemand moeilijk makers. met een boodschap belasten. Soesoet. rein. ook : zoogkind. afnemen. zoogen. Ajer soesoe. Soesoek. melk. ingehaald. verminderen. enz. niet vuil. Soesoep. zoogster. rand. de borst geven. Menjoesoet. zorg. Menjoesoet. achterna gaan. iemand verdrietig stemmen. Soesoet. moeite. verdriet. achteruitgaan. gezuiverd. Baboe soesoe of Baboe tats. enz.~ kuststreek.. afneming. last. eb.laten doen. stapel van op elkander geplaatste voorwerpen.). zorg. strook. ears kust volgen. Menjoesoe. &jars joesoen. min. Soesoen. in zorg enz. (om in to halen) . Menoesoep of Menjoesoep. Oelat soetera. uier. 245 bijv. Soeroep. Kasoesoel. Soesoe (ook : Tete). ergens onder of doorheen kruipen. enz. zuiver. heilig. verdriet. aan de borst zitten. sunken. main. schoon. tabakspruim. enz. Soesoer pantai. zitten. Soet®ra. Soeroet. gereinigd. lastig. moeilijk. Menjoesahken. ook melk. achterna loopen. Soesah. enz. last. Soesoer. .

vraagstukken opgeven. de bevelen (van eon vorst. enz. Bersoetji. enz. Bersoewara. gemaal . met de hand eten. enz. ook : hot eons zijn met eon ander. Soewita. Soewasa. vragen. Mempersoewatoeken. Kasoetjian. Soewam. kleedjes daarmede geverfd. Men joewarai.) opvolgen.. Sogok. eenig 246 SoEW. laten eten door hat telkens eon hap eten met de hand in den mond to stoppers. Mempersoewamiken. Menjoewapken. vragen doen. vraag. gescheurd. Soewir. spreken. Soewara. tot eon maken. lauw-warm. rein zijn. . eon van alien . Soewal. gemakkelijk. . stem. reinigen. Soewak. onbezet. -toeroepen. enz. Soewatoe (ook : Satoe) een . enz. geluid. enz. onverschillig welk. echtgenoot. Soewoeng. zie Soon j i. Zie ook : Tjoetji. gespleten. Soewap. Barang soewatoe. zuiveren . verlaten. hot (de) eon of ander. heiligen. enz. tot echtgenoot. enz. Persoetjian. afgescheurd. Soewami. beta. ledig. Soga. eon kind enz. toon. Bersoewal. Menjoewap. reinheid. bocht. Bersoewatoe. zuivering. heiliging.oprech t (van gemoed). rondo of roodbruine verf stof verkregen van den bast van eon plant. licht. telkens een hap eten met de hand in den mond brengen. onbewoond. enz. Kain soga. bijeenbrengen. dienen. Men jogok. enz. met eon lang voorwerp steken. inham. vraagstuk . baai. Bersoewamiken. alleen zijn. voeren (met de hand). heiligheid. Sasoewatoe. geluid geven. lauw. uitgeslagen stuk (uit jets). Bersoewita. mondvol. en z.. iemand aanspreken. Soewang. eenzaam. man. hap. tot man hebben . -peuteren. uithuwen (van eon meisje). aan een meisje iemand tot man geven. vereenigen. ding. spinsbek. . Menjoetjiken. zonder moeite. toespreken.

Sorok. Sorga (ook : Swarga of Soewarga) (Sk. Soeloeran). omkoopen. beleefd. gescheurd . ophitsen. marjnier. Songsong. Sokong. Sondol. geroemd. Menjompoh. achternamiddag. jets (bijv. iemand door geschenken enz. Sop.). Sompelak (Bat. soldaat. (00k: Soeloer. avond. schoren. Sore. stroompje.). Songsong (Jay. iemand in hot geheim jets geven. ambtenaren op Java. beroemd. borduurwerk. jets dat tegen jets aan gezet wordt om dit to steunen. Songket. met vole on groote scheuren (van linnen. enz. ingetogen. Menjongket. fatterig. enz. Solaiman. Soldadoe. tegen jets ingaan.. opgeblazen. met goud bestikken.. aan den rand beschadigd. ook : iemand aanzetten. gescheard. steun. met den kop. afgescheurd (van eon stuk uit jets) enz. eon snort van hoed zonder bol met eon klep. boekje. Menjokong. vermaard. staatsie of ambtszonnescherm der ml. Solor. verwaand. borduren. enz. stut. Salomo. soep. Soldadoe laoet. enz. zooals de Javanen veel dragon. berucht. zie : Serdadoe. befaamd. enz. tegen jets in. jets tegemoet gaan. vooravond. Sohor (Kesohor). hemel. doorweven.). Sontak gerowak. verblijf der gelukzaligen. gemanierd. zonnesch erm.). schoor. met de handen ophouden. ook jets op de handen dragon. sloot. Soso. bekend. Menjorok. Sopan. Sompek. om hem to winnen. Songkok (Jay. bescheiden. eon kind.). stutten. enz. slootje. afgebroken. Sompoh.enz. Sontak. afgebrokkeld. jets ergens . Menjondol. Men j ongsong. beschaafd. voor omvervallen to behoeden. enz.) (of Patijoeng). met neergebogen kop stooten (van buffels. Sombong. enz. enz. iemand in hetgeheim waarschuwen.) schrijlings dragon. steunen.

voorhang. met vooruitgestoken hats fangs den grond near jets toeschuiven om to bijten (zooals ganzen enz. groet. ook : geschenk. heilwensch. en omkoopen. toeschuiven.. omkoopsom. karakter. -doen bekend maken. Tabib. Sosok. enz.ook iemand (eon ambtenaar. Men joso. -. geneeskunde. heilgroet. Ilmoe tabib. Sorong. Tabik (of Tabe). ---wjt maken door stampen en verwuderjng van hot dunne vliesje dat om do korrels zit. doen). seen droom uitleggen. hot moot volstrekt. hot behoeft niet. Tabir. Sorongan. gegroet. niet. Sosol (of Sosor).). Tabaos (Sap. Mentabirken. waarmede op de trom of andere slaginstrumenten geslagen wordt . Men jorong. om iemand om to koopen . Menaboeh. van eon veerkrachtigen knop voorziene stok. de verheven God. enz. geneeskundige. to schujven. windharp in den vorm Ta' (verkoaring van Tiada). omgekocht zijn. natuurlijke geaardheid. --verkondigen. met trommelslag (op de Tifa) bekend maken. voortduwen. duw. . hot is onnoodig . Soso. duwen.ook uit to drukken door ons voorvoegsel on-. met zulk een fuik vischvangen. in den vorm van eon stole om visch to solo. de rust wit stampen. enz. Kena sorong. -een . Menjosol of Menjosor. Taboeh. enz.). dokter .onder schuiven of stooten. fuik zonder bodem. krujwagen. gordijn.. enz. dat gegeven wordt. voortschujven. Taala (Allah taala) (Ar. ---omroepen.) omkoopen door jn hot gehejm hot eon of ander geschenk onder zijne papieren. met zulk een stok op eon instrument slaan. Ta'oesah. de Allerhoogste. of Har. enz. Menjosok. : ook droomuitlegging .h korte. inborst. vangen in ondiep water. ook : voorstelle1n voorstellen doen. verklaring geven van een droom. woes gegroet. door den omgekochte jets jn de hand to duwen . Sowangan. Ta'dapat tiada. Kareta sorong.fiabiat.

scherp. wetten. Pendok di taboeri intan eon scheede (van een Keris. enz. spaargeld. leiding. enz. leiden. zoo pas. verlangen near jets. slijpen. Swarga. Taboeng (verg. . Menaboer. wet in zulk een koTAGI.troon. daareven.allerlei slaginstrumenten. enz. zaaisel. --bestrooien. spoor. nog niet fang geleden. hagel. -ook waning. 248 TAGI. puntig. enz. enz. ook een vlieger van zulk een geluidgevend instrument voorzien.: Boemboeng). scherpe kant.). ker bewaard wordt. Menjowek-njowek. scherpheid. Menadah en Menadahi. strooien. lust in jets. wet gezaaid is. Tafeir (Ar. (ook : Penamboer). . zaaien. kort geleden. Sowek (of Soewek). in jets opvangen. oplegsel van edelgesteente. lemand manors. op eon troop zitten. (hebben). enz. zeer belust zijn op lets. Taboehtaboehan. jets met. lancet. regeling. pas. op. verklaring (van den Koran). Tagih. suede.).vorsteltjke zetel.). gescheurd . groote trek. Menagih. . Tadjam (of Tadjem). kunstspoor (voor eon vechthaan). 247 van een bong aan vliegers bevestigd. Taboer. . zie : Sorga. besturen. jets bezaaien. Tadah. Tachta(Ar. papier. zooeven. vordering. Menaboeri. dicht met jets beleggen. jets opvangen .). zeer stark naar jets verlangen. Mentadbirken. om hot op to vangen. vlijm. ook schroot. zaaien. bestuur . Menadjemken. Penaboer. enz. T. Taboengan. ---hot eon of ander onder jets plaatsen of houden. gezeteld zijn.). Tadbir (Ar. scherp maken. Tadi.scheuren(bijv. bamboezen spaarpot . scherpen. Menadahken. enz. Katagihan. bezaaid met diamanten. enz. Tadji. lijnwaad.instrument bespelen . enz. Bertachta. Menjowek. koker van bamboo oln or jets in to bewaren. in flarden scheuren.

Tahi minjak. Mata of Hoen. als gowicht voor edele metalon wegende ± 0. en t Tall . enz.1 Tji = 10 Timbang. Bertahak. niet weten. . jets verduren. uithouden. uithouden. -. . ton. tegenhouden. . jets tegen jets aanhouden. Tagil (of Tegil). Tahi mate. beperken.jets vorderen. bergkloof. enz. L. stront. kuip. oorsmeer .1 Real = 4 Soekoe.Tahi angin. Tahoe (of Taoe). duurzaam zijn. poop. kennen. en onderverdeeld als volgt : 1 Tahil -. boeren. ook vat. Tahi geregadji. kunnen. kippendrek. verstand van jets hebben..0386 K. --uithouden. gewoon zijn. Tahi. Bertahan. oprisping. enz. onderverdeeld als volgt : 1 Tahil -. een boar laten. drab van olio. boar. een aan plantenslijm rijke plant. . die in de inlandsche geneeskundo veal tegen buikaandoeningen gebruikt wordt. ravijn. verduren. --. van jets bewust zijn. Tahi besi. . verhinderen. tegenhouden. Menahi. verdragen. onbesmet. vorstaan. uitwerpsel. Tahan. der Laurinae. waters. beteugelen . Menahan. -invorderen. volharden. enz.als gewicht voor opium wegende ± 0. jets als middel gebruiken. moedervlek. Tahi ajam. onzin. drek. reinigen. Tiada tahoe. afscheidsel. Mentahirken. sproet. Menahani. die overblijft na hat person der olio uit de boonen. enz. . om jets tegen to houden. en TAKR. roesten. enz.2 Real. --verdragen. ook ijdel geklap. in lets bedreven zijn. natuurlijke spoor van ears haan. beletten. Tahang.054 K.Cassytha filjformjs. enz. rein. verroesten. zuiveren. Menahanken.'/ 16 Kati = 111 s o Pikoel =10 Tji . bezinksel. Tahi koeping of Tahi telinga.1 Soekoe = 2 Tall. enz. verdragen. ook de stof.G. verduren. Tahil. . ijzerroest. met jets bekend zijn. -beletten. zaagsel . fam. hat vujl der oogen . nat. vuil. zuiver.3 Oewang. Tahak. Tahi lalat of ---laler. tegenhouden.G.. Tahi.

). verwaand. Menaksir. elk jaar. vereering. eon snort. kennis van jets hebben of dragon. schatting. . raadsbesluit . TAKE. . Menakoetken.nieuwjaar. jaren duren. dat in platte koeken verkocht wordt on in vole Chineesche schotels wordt gebruikt. wetenschap. van Chin. Bertahoen. Bertahoen-tahoen of Bertahoenan. Mentakdirken. jaren achtereen . enz. enz. -beschikking. almanak. bang zijn. Pengatahoean. laf. enz. enz. . vooruit bepalen. waarbij de man zijne vrouw eenvoudig een ontslagbriefje als zoodanig geeft en haar wegstuurt. schatten. bevreesd. wat driemalen mag gebeuren. met jets bekend zijn. enz. jaar. . Tahoen bahroe. ingebeeld. Takdir Allah. MOnakoeti. . Takoet. Sabers tahoen.jaarlijks. verjaren. bekend raken. eon jaar duren . de waarde. enz. meelgerecht. zonder dat de gescheiden vrouw eerst met een ander getrouwd moot zijn geweest. Takrim (Ar. eerbetoon. bekend zijn. taxeeren. Tahoen (of Taoon). bang. verjaardag. organs een jaar lang overbltjven. verwaandheid. kennis. verblijven. Katahoean.). jets laten zien. Gods raadsbeslujt. Mengatahoei lets waters. voorbeschikken. de wijze van echtscheiding. enz. van jets bepalen. om er bang voor to zijn. enz. . Takdir (Ar. . Taksiran. Taksir. gesnapt worden. den prijs. kennis geven. bekendheid met. bang. zijn voor jets.ook: niet gewoon . Tahoe. Menahoen. vrees aanjagen. . zoodat hij haar tweemalen terug kan nemen. Hari tahoen. jarenlang. ook r vreeswekkend. zooals na de derde wegzending bij eventueele hereeniging hot geval is. bevreesd. Taksir. Mengatahoeken of Members tahoe. vrees. angst. beschikking voorbeschikking. waardebepaling. gezien worden. enz. beangst. bangmaken. Takwim (Ar. enz. dagwijzer. taxatie. Talak (Ar. bloo.).). Takaboer. verbeelding.

Talam. Talang. reap. dat in eenig kleedingstuk. jets aan jets toovoegen. aangroeien. 249 ook : eon feast geven tar eere van hot verlaten der school (van eon kind). bjjvoebsel. Tambah. TAME. Taloek (Ar. Bertambah. Membatja talkin..). enz. een touw orn jets slaan. geeindigd. to vermeerderen. ronduit. lout voor hot aansteken van sigaren . enz. draad. om hot to vergrooten. of hankelijk maken. begin. eon slot daaraan maken. strong. Taloe. enz. Menamatken. ten onder brengen. Menambak. touw van de harige vezels van den arenpalm . genet is. eon cursus geheel doorloopen hebben. presenteerblad. praeludium. Menaloekken. lijn. enz. stuk. Menambal. enz. bedijken. 25 centstuk. vermeerderen. vermeerdering. ook : volleerd. Tambak (Jav. dok. Talkin(Ar. hot onderricht der dooden. opdammen. wat bij jets gevoegd moot worden.). toene-men. Tambahan. onderworpen. Tali sipatan. of hankelijk . beschoeiing van een rivieroever. Tali. bedijking. onderworpen. voorzeggen wat hij to antwoorden heeft wanneer de doodsengelen Moengkar en Na kir hem komen ondervragen. onderhoorig. beschoeien. Tall api. . jets met een touw vastbinden. enz. enz. openhartig. Menambahi.). band. Tall doek. kwartje. Tamat (Ar. Talon (Jay. ingedijkte vischvijver. wat bij jets komt. dijk. eon gescheurd of beschadigd . dam. aanvang. enz.).). koord. nadat hij in hot graf is neergelaten. in eon kleed enz. tooname. Talar. jets vermeerderen met jets. Menaliken. . touw. zeal. onbewimpeld. eon lap of stuk zetten. enz. dakgoot. einde (van eon geschrift). eon geschrift beeindigen. enz. Tambal (of Tambel). toevoegsel. lap. bijvoegsel. ook : zooveel to meet. timmermanslijn. vuurtouw. indijken. Menambahken.. eon overledene.

Tamboen. Kapala tambang. (van gepelde rijst) gekleurd. Penamboenan. titel of benaming waarmede men Klingaleezen aanspreekt. gelapt. Tambi. dus hog vrij is. . brutaal. yacht. enz. een lekkere zoetwatervisch. huurrijtuig. Menamboel. passagegeld voor hot overvaren. Kareta tambangan. overvaren. overvaargeld. goochelen. opgestapeld (zijn). met lappen. in hoopen (zijn) . vet. om . . enz. Tambang. lapwerk. ook : goochelarij. dat geen passagiers heeft. opstapehng. onder asch geroosterd. opstapelen. overvaren tegen betaling. Tamboeng. (ook : Tamboenan) . toespijs bij de thee. . Menambangi. enz. enz. Tambalan.vastleggen. onbeschoft. mijn . mijt. ook : stapel. Menambat. hoop. Tamboel. mijnworker . lappen. overbrengen. trommelsiager.kleed.. enz. aan eon touw vastleggen. enz. Tambat. goed in 't vleesch. Tambang. touwdraaien . hekserij. balddadigheden plegen. mijnwerk doen. dik. enz... Pertambatan. Bertamboen. hoofd eener mijn. Perahoe penambang of -tambangan. touw. enz. jets of jemand tegen betaling overzetten. ook hott gelapte deel. baidadig. yacht. wat tot vervoer van passagiers dient . enz. waarin men wordt overgebracht. enz. Menambang. ook vetmesten . jets verbinden. eon mijn graven. schuit. Menambang. brutaal. Menamboen. Tambang. 250 TAME. verband Tambera. enz. Tambangan. onbeschoft zijn.. niet wit. touwslaan. enz. Menambangken. Tamboel. ophoopen. aan jets vastbinden. . Menambang. enz. . enz. ook onder den grond gepoft. jongere broeder. mijnopzichter. ook : trom. Tambar. tooveren. vastbinden. overbrengen. . Menamboeng. Oewang tambangan. Anak tambang. Tamboer. tamboer. vermetel. enz.

pleister. erfenis. gaarbakken. jets bij handslag beloven. Menampal. van de hand wijzen. een visite maken. Tam'lik (Ar. weigeren. zien . de mazelen. Menamboesken. gelijk kappen.. . enz. enz. opvatting. enz. Vergel. Menamlikkan. enz.. effen gekapt. oorveeg. kunnen zien. rijstwannen. weigering. enz. verstellen. weg kappen. mep . . opvatten. Zie : Djamoe. gezien kunnen worden.). enz. beschouwing. vertoonen.). ook : zich goed voordoen. Tampah. Tamoe (of Tetamoe). enz. meenen. Salah tamps. zichtbaar zijn. toonen. enz. Tamalloek. wan. lap.rijp to worden . Tampak. jets onder asch roosteren. Tampar (ook : Tamper). oplappen. niet . enz. vruchten onder den grond laten rijpen. rijstwan. glad afgekapt. laten blijken. een levende haag) weg snijden. eeii pleister op jets zetten. TANA. wraken. iemand klappen geven. Tampah (Jay. Menampa. versmaden. gast. TPameng. Menampari. . wan. enz. enz. Tampal. om jets aan to nemen.: Tambal. enz. Menampik. welgemaakt. hetgeen op die wijze in eigendom wordt ontvangen of genomen . zoowel bij schenking all bij koop. rond. op bezoek gash. ook visite hebben. wat aan iemand in ejgendom (all zijn voile eigendom) wordt overgedragen. Menampi. Sakit tampeg. schenken. beschouwen. ertamoe. Tampers. Menampakken. Tampa. laten zien. Bertampar tangan. de mazelen hebben. visite. verkeerde opvatting. Menampak. klap. wannen. plat vlechtwerk met lagen rand. schoon van gestalte. een flunk voorkomen hebben. zin). Menampas. bezoek. lappen. dienende om to wannen. Tamps. gelijk gekapt. iemand jets in vollen eigendom afstaan. enz. Tampeg (of Tampek). enz. verwerpen. enz. slag met de vlakke hand. de oneffenheden van jets (bijv. Tampik. enz. schild (ook in fig. waarmede jets bedekt wordt. . zichtbaar.

grond. rijen. landtong. planten. allerlei planten. bebouwde grond. Tanah tinggi. rijst koken. Tanak. koken ... Djoeroe tanak. zandgrond. voorteeken. Tanda mats. jets als voorteeken beschouwen. enz . aandenken. ook : schriftelijk bewijs. Tandan (ook : Toendoen). peperhuis.). Menandak. aanplant. Menanak. Sirih satampin. Tanah m ngandjoer. land. leggen. aarde. landeTANA. enz. barn. Tanah hidoep. bewijs. gelijkenis. enz. van eon teeken voorzien. wordt. enz. ook : in of onder den grond begraven. een hen dteekening onder jets plaatsen. merken. gouvernements grond. landstreek. aardbodem. Tanah m. kok. .vergelijking. uitstekende punt in zee. Tampin. enz. teeken. Bertanda. kenteeken. Menamsilken. hooggelegen grond. eon teeken hebben.. Tanda. grond van particuliere bezitters. wet geplant. Menanam. verlaten grond. onbebouwde. ineen gedraaid all een peperhuisje. Tandak. Tanah merdika. Tamsil(Ar. ook dansmeid. pisang). Tanah lempoeng. souvenir. Menandal. merkteeken. eon tros van vruchten (bijv. van een teeken voorzien zijn. Bertandang of Menan- . een klaargemaakte Sirih-pruim. Tandang. . mark. in den grond zetten. enz. parabel. enz. . Tanaman. -streak. Tanah rendah. bezoek zonder bepaald doel. klei . schiereiland . inlandsche daps. vergelijken. enz. handteekening. enz. enz.Tanam-tanaman. klaar gemaakt. laaggelegen grond. particuliere grond. geschenk tot aandenken . enz. plantsoen. landsdomein.willen aannemen. pooten. . kwitantie. Tanam (of Tanem). begraven. plaatsen. (op zijn inlandsch) dansen. Tanah hat. Menandaken. Tanah paair. bodem. Pertanda. Tanda tangan (ook : Tapak tangan). Tanah goepermen. Tanah. beul.ati. s Creek . allegorische voorstelling. geteekend zijn.

enz. Menand j oeli. waarin eon lamp] e hangt. Mata tangan. Tending. . Tangan badjoe. net. Tend joeng. Tangan.steilte. lasso. hot handgewricht : Ta- . 251 van een strijd. Bertandoek. opwaarts. enz. tegenover elkander stellen. landtong. Tandjoe.dang. met de hoorns stooten. der Sapotaceae) met kleine welriekende bloemen. enz. hand. draagstoel. enz. Tandjakan. ook de naam van eon hoogen boom (Mimusops elengi. reizen. h ~lnstok aan een roar. Bertandoe. Tangan kin. een kaap omvaren. jets op de hoorns nemen. rechterhand. 252 TANG.aanhoogte. op bezoek gaan. voorwerpen met elkander vergelijken. uitstekende landpunt in zee. arm. bezoeken afleggen. ring aan eon muur. vergelijking. linkerarm . moues van eon badjoe. met eon rang onder dien van ears Serang. (inzonderheid van rijst). zich begeven near hat tooneel TANG.). . steigend. hoorn . met eon werpstrik vangen. Daridji tangan. wet tar vergelijking mast jets anders of tegenover jets anders gesteld of geplaatst wordt . onderofficier aan boord. zich tegenover jets stellen (om to vergelijken). enz. Iboe tang . omhooggaand. Tangan kanan. moues.draagpalankijn. Tandil. rechterarm . Menandoek. de duim . Bertanding. Tandjak. de vingers. lasseeren. in eon draagstoel zitten. linkerhand. hook. zonder bepaald doel. enz. met eon lasso werpen . Menanding on Menandingken. hoorns dragon. faro. -hebben. Tapak tangan. Menandjoeng. planten. steil opgaande wag. Tandoer (Jay. (sergeant). enz. Tandoe. Menandoer. eon weerga hebben . Tangan kemoedi. muurlamp. kaap. Tandoek. enz. werpstrik. Menand j oel. de palm van de hand (zie ook : Tanda) . L. Tandjoel. gehoornd (zijn). die veal gebruiktworden.

borg. als gehuwd persoon ergens gevestigd zijn. (van eon aantal kinderen bijv. jets uitstellen.verantwoordelijk zijn. Menanggalken. Tatangga of Tetangga. d. Zie ook Sagang.een warm-. enz. sport. losgaan.). hot geheele huffs. verbinden. huishouding . Menanggam. (Zie : Loekoe). Roemah tangga. lange vingers hebben. trede (van eon rijtuig) . jets op zich nemen. l jden. los. geveld houden. die naast elkander geplaatst worden) eon geregelde of regelmatige afdalende of opgaande rij vormend. Menanggoehken of Mempertanggoehken. tot later verdagen. Menangani. Menanggang. de hand aan jets slaan. met al wat daartoe behoort. Anak tangga.). huffs en trap. damp. ondergaan. i. stoombad. Tangas. loskomen. zwaluwstaart (eon houtverbinding). niet genoeg. borg staan. broeien. jets ultTANG. Menanggoeng. . . ten halve. weder to voorschjjn komen (van de maan). Tanggoeh. aan warmte of hitte blootstellen. Tanggang. geveld. Tanggala. yendragon. uitstel. diefachtig (zijn) . dragon. enz. dampbad. jets met de handen aanvatten. stellen. verschuiven. Tanggam. vellen. Menangas. dulden. regelmatig in hoogte verschillen als de treden van eon trap. warm bad. Tanggoeng (Jay.ontoereikend. zich borg stellen. met de hand behandelen. Bat. uitvallen (van eon tand bijv. met jets wachten. Tanggal. datum (00k: Tanggal boelan). enz. ladder. eon huishouden hebben. Tangga. dateeren. Beroemah-tangga. enz. buur. onvoldoende. Toeroen-tangga. voor jets instaan. dralen. eon datum op jets plaatsen. horizontaal. trod e . stoven.ngan pand jang. ploeg. met zwaluwstaarten aan elkander hechten. trap. bureii .of stoombad nemen of geven. Tanggoeng. borgschap. Bertanggoeh. enz. borgstelling. vooruitstekend .

kwik (in beweging of gang). pareering. Tangis. pakken. of wenden.. of wenden . visch met zulk eon mand of zeef vangen. enz. snel. afweren. enz. met een totebel visschen. talisman. tegen of op elkander doen sluiten. pareeren.). Menangkap of Menangkep.. bolvormige. verantwoordelijkheid. eon onheil. vatten.. zekerheid. Menangkoel. behoedmiddel.enz. Tangkoep (of Tangkeb). Menangkoepken. afslaan. enz. afweririg. ook dat. totebel. geween. Tangisan. Menanggoengken. iemand beweenen. groot kruisnet. parade. amulet. elkanders slagen enz. Tangkar. vlug. huilen. steel. borstbeen (van eon kalf. Tangkis. Tangkai. oppakken. Tangkoel. Tangkai kmbang. dienende als vergiettest. enz. borg. handvat . Menangkis.enz. Menangis. TANG. Tangkas. schermen. gevangen nemen. bijv. over en wader pareeren.. en wat als borgstelling. --voor jets verantwoordelijk stellen. bloemsteel. grijpen. borst. gehuil. weenen. vangen.iemand jets opdragen. stengel. geween. -wat als zekerheid dient. Menangisken. waarvoor men verantwoordelijk is.. Menangkisken. Menangisi. gehuil. eon slag enz. afslaan. die zich als borg stelt. Menangkoep of Bertangkoep. enz. gejammer. Tanggok. iemand doen huilen. ook : over jets of iemand weenen . gegeven wordt . (of Tangke). met jets pareeren. Tanggoengan. (ook : Penangkal) Menangkal. of zeef zonder deksel. en dikwijls ook gebruikt om visch to vangen . Penanggoeng. Tangkap. tegen of op elkander sluiten. tegen of op elkander sluitend . enz. . Bertangkis-tangkisan. --met jets belasten. ook: gijzelaar. krachteloos maken. door eon talisman afweren. enz. Tangkai. verplichting. Menanggok. a jour gevlochten mand. tranen storten.

iemand naar jets vragen. 253 Tapak. boete doen. informeeren. Tapir. bakoven. Menanjaf. Tarsi. onthouding. dieet houdon. naar jets vragen. landbouwbedrijf uitoefenen Orang tarsi. voetspoor. legerplaats. boetedoening. afzondering. teems. iemand ondervragen. kazerne. .Tanglong (ook : Loleng). papieren lantaren. Chin. Tapisan. Tapih (Jay. Tangsi (00k: Roemah tangsi). zulk ears kleed aanhebben. hot lange beenkleed der vrouwen . (Jay.. kroontje boven of op sommige vruchten (zooals de Manggis). Tantera (of Tantara). ook : de palm van de hand. . oven. Menanja. Tapak. handpalm.).asceet. weinig hellend. enz. ook indruksel daarvan of van de pooten van dieren. Pertapa. Bertapih. eon ascetisch levers leiden. Bales tantera. zich menageeren. Menapis. Tapoek. Tanger. Menanjaken. boetedoener. Tapelak. Tapi (of Tape). boats. kampement. verhooren. bijv. . informatics inwinnen . enz. tafellaken.). Tares. Tapes (Sk. landbouwer. dieet . kluizenaar. lager. zeven. kluis. plat. B®rtapa.). TARO. vraag . filter. iemand omtrent jets vragen doen. boetedoening. navraag doen. tramp. Tarang (Petarangan). Pertanteraaan. barak. eon vraag doen. tafelkleed. west tot hot doorzijgen gebezigd wordt. lager. Tan ja. Pakerdjaan tans. voetzool. mark. in afzondering levers. kluizenaar. effen. handteekening. gelijk. Pertapaan. eon snoeperij van gegiste rijst. Tapak tangan. zeef. legerscharen . landbouw. vragen. ook boete. filtreeren. zich van jets onthouden. doorzijgen.). woning van eon kluizenaar. omtrent hot eon of ander bij iemand informeeren. Bertarak. landbouwbedrijf. asceet. -ook: hat gefiltreerde. landbouw. bijna vlak (van eon desk. Bertan ja. enz. nest voor eon broedsehe of leggende kip.

wond. afdak. enz. fam. Taulan. aanhalen. ook : innen. spaander . Bertaroh of Bertarohan. jets in de holte der hand. plant (Indigofera tinctoria. inzetten. ook inzetten van edelgesteenten in goud. ten tijde. enz. L. opvangen. regel. Petaroh of Tarohan. regelmaat. houtkrul. Tarich mesehi. nat. enz. oogtand.. gillen. Tatal. Menarik boenga.). Taring. Tan. Menari. nest. Tatah. deponeeren. . bidsnoer.).. zetten. Tank. Tarich (Ar. hoofd. Tauge (Chin. vriend. zie : Tatang. bass. Taroeb (of Taroep). beitel . moor. schreeuwen. orde. renters trekken. Tating. leggen. invorderen. toen. pand. (zie : Loeka). enz. de indigo. Tartib. wanneer. enz. Tarima. Taroem (of Tom) (Jay. Tatal kelam. chef. met een beitel bewerken. Tasik. inleg. Menarik. stellen.). Bertareak. Tauke (Chin.). 254 TARO.Tareak.). naar zich toe trekken. beitelen. Menatah. Tatang (Menatang). neerleggen. kame- . zie : Terima. hard roepen. dansen. opzetten. fam. inzet. of in de tegen elkander aan gehouden handen dragon. Tasbih (Ar. jaartelling. der Papilionaceae). uitbouwsel aan eon huffs of Pendapa. ontkiemde Katjang idjo. Tatkala. tijdrekening. de Christelijke jaartelling. ook afzonderlijk gebouwtje van licht materiaal met eon plat desk tot tijdelijk gebruik. rozekrans. Menating.(zaadjes van Phaseolus radiatus L. bedrag der weddenschap. Menaroh. groote plas water.). tijdens. trekken. met iemand tegen een inzet wedden . binnenzee. plaatsen. Tarok. hoektand. die veel als groente gebruikt worden (ook Ketjambah genaamd). Tatoe (Jay. makker. der Papilionaceae). die de bekende indigo of Nila van den handel geeft. naar zich toe halen.

Tawon. talrijk (van eon menigte). scherm.. Men®bang. aanbieding. dicht. eon bod doen. Tawa (Tertawa of Tetawa). bieden. Moeka tebel. Penawaran of Tawaran. buit maken. bod. Tawakoel. op God vertrouwen.) . buit. r Menawarken. om jets lachen. enz. Tebangan. eeri schaamteloos mensch. schild. omkappen.).. enz. Tawon. betooveren. Menawari. dicht bijeen (van onkruid bijv. Menawar. madoe. doen lachen. laf. alum. enz. enz. eon klejne wesp. enz. wegkappen van klein bout. Tebeng. gezel.hut. lets to koop aanbieden . krachteloos. Menawaken. bij (insect). Teba1 (of Tebe1). eon groote. dorschen. gevangen nemen. vellen. sniakeloos. ook tegen een overeongokomen. bondgenoot. loon eenig work aannemen. Menebah. Menawan. lachen . to koop aanbieden. Tawar. enz. ook hardvochtig. ander flauw. onbeschaamd. iemand ontmoedigen . plat op jets slaan. Tawon kelantjeng. krijgsgevangene. Penawar. gevaarlijke snort wesp. door bet een of U TEB 0. afdingen Menawari.. mast. enz. wat . MenawaI. neerhouwen (van boomen. Tebas.raad. Tawar. Tebah. krachteloos maken (van vergift. enz.). met eon stok. ook : uitlachen. Tawon. ook aanbod. enz. wat gekapt op den grond ligt. geneesmiddel. als een plank. Tebang. sc. enz. iemand uitlachen. Tawon endas of Tawon gong.). smakeloos. tegengif. enz. die vrij goede was levert. (van smaak). eon onbeschaamd gelaat. Menawar. slag met jets langs of plats. flauw. dingen. bod. niet hartig. Menawarken. Tawas. dik (van platte voorwerpen. Menebas. dicht opeen. beuken. de honigbij . krachteloos maken. enz. struikgewas. aan bet lachen brengen.

beschutten. zie : Tagil. Tebing. suikerrietmolen. hard. Goela taboo. ook degeen die lost. Menebengken. zitten. Menegak. fabriek . enz. krachtig. Kebon teboe. enz. Teboe. overeind zetten. kloek.) (van eon Babel. beschermen. Penggilingan teboe.. stil. (van hot wader). ergens onder schuilen. schijn. achter eon scherm enz. talud. Peneboes. enz. enz. Tegi1. enz. moedig. of koopt. niet geschikt voor de natte rijstteelt. Panegar. losgeld. Peneboes of Teboesan. rechtop . glans. Tedja. enz. prijs waarvoor men lets of iemand vrijkoopt. Tegar.niet of slecht bewaterbaar. Tega1(ook : Tegalan).daartoe diem of als zoodanig beschouwd wordt. rechtop staan . dienen. Bertedoeh. bedaard. Menegah of Menjegah. loskoopen. enz. beschaduwen. never. zich oprichten. stork. Tedoeh. gespierd. suikerriet. bongo kant van jets. Bertebeng. Menedoehi.). Tegah (ook : T j egah). stiff. M1 nebok. eon klinkenden slag met do hand of de vuist geven. . enz. scherp of stork genoeg om ergens in to kunnen dringen. Tedas (Bat. losprijs. beschaduwd (van plaatsen). Tegar (Jay. suikerriettuin. weerhouden. flunk. suikernetsap. iemand tot scherm enz. schuilen. kalm. verhinderen. piqueur. onbuigzaam. to paard rijden. stevig. schittering. onder dak zijn . tegengaan. jets of iemand to kunnen snijden. Tebok. Meneboes. avondrood. enz. Tegap. to kunnen kwetsen. mmn of moor hoog gelegen bouwveld. Teboes. jets beschutten. lossen.). suiker uit suikerriet bereid . Tegak. enz. ook om hot paard to dresseeren. overein d. tegenhouden. beletten. lommerrijk. vrijkoopt. ook: onverschrokken. Ajar teboe. vrijkoopen . Menegakken. eon toertje to paard maken. suikeru TEBO. enz.

. gevouwen zijn. den hals toeknijpen. Rottb. zie :~Tombong. inslikken. hot achterdeel van hot verhemelte. ook : zich van eon stok tot steun bedienen. Menekek. Bertegoeh. Tekan (of Token). aanspreken. Tekap. L. slok . trekpot. Tekoekan. Kyllingia monocephala. enz. nat. TELA. drukken. Teki. vijver. vast. berispen. Telah. met zulk eon deksel of met do holle hand jets bedekken. moor. standvastig zijn. neerdrukken. . ook zich stevig can lets houden. Satelah. .. Tegor. Telampoeng. aandrukken. thee zetten. druk op jets . thee drinken. stork. Chin. toedekken. Tekak. toespreken. reeds. al. nadat. eon vouw maken. eon kleine grassoort. stok. bevestigen. thee (drank) . Tekoekoer. bereids . Menelan. enz. Menekoek. Meciekap. enz. jets hecht maken. Menekan. Token (Jav. `Telan. Teh. Tokek (Bat. slok. Teko. vouw. Masak teh. fam. duurzaam . kromming. . enz.Tegoeh. teug. stevig. wandelstok. jets vouwen.ook druk op jets . gevouwen. worgen. Menekoekken. iemand bij den nek of den hals pakkeri en neerdrukken. standvastig. Tekoek. hot orgaan van den smack. theepot.ook: aanmerking maken. zich stevig houden. de huig.. h outduif. Minoem teh. opslikken. vouw. doorslikken. kom. Tegok. bocht. enz. op lets drukken. der Cyperaceae). eon bocht maken. thee (zoowel de plant als hot blad).aanroepen. waarvan de wortelknolletjes veal gebruikt worden als medicament (Cyperus rotundus. hecht. enz. bocht. Ajer teh. enz. zie : Tokek. Telaga. Daoen teh. bolvormig deksel of kap over jets . -de smack.).Anaktekak.). put. -vormen . de theebladeren . 255 Menegoehken. enz. Tekak. 256 TELA. Menegor.toeroepen. Meneken.

metgezel. geheel ongekleed loopen. enz. naakt. kruk. ontblooten. jets veronachtzamen. niet nauwgezet. erg . golf. Telentang(ook: Tjelentang). baai. enz.). als vriend helpen. Bertelor. welmeonend. Bertelandjang. zorgvuldig. to ver. TEMB. enz. geduldig. oorlap. oorlel. enz. achterover op den rug leggen. vergezellen. ongedekt . ook : in gezelschap van. -zijn . Bertelentang. Teloend joek. enz. Teman.. enz. zijn plicht verzaken. Zie: Toendjoek. en: werkelijk. knie . naakt. kaviaar. enz.Telandjang. Telatah (Jay. nauwgezet. barrevoets. ongekleed. good warm. achterover op den rug liggend . eieren leggen. Telor assn. Meneledoerken.gezichtsuitdrukking. oprecht. Keteland joer. inham. de wijsvinger. bloot. Telatah. niet moor to verhelpen. zeeboezem. Teloet (zie : Loetoet). Menelandjangken. Teloek (of Telok). Koeping). zorgvuldigheid. kameraad (vergel. achterover op den rug liggen : Menelentangken. Teledoer (of Teledor). bevriend zijn. Kaki telandjang. makker.). Teman (of Teman) (Jay. ontbloot. jets ontblooten. deugdelijk. vriend. poedelnaakt. oor.). Telanc jang boelat-boelat. ook : Dj ari teloendjoek. Menemani. teeken. gezelschap houden. zorgvol. onverschillig. met onverschilligheid behandelen.naakt uitkleeden. . enz. zie : Tapak. iemand geheel ontkleeden. bloot. Tjoeping telinga. enz. Berteman. geduld bij eenig work. gezolten ei (meest van eenden) . plat neerleggen. onachtzaam. bloote voeten. spiernaakt. gezouten knit (van eon snort Indische elft). moedernaakt. knielen. nauwgezetheid. kenmerk. Telapak. Kawan) . erg. Telor. fielinga (verg. Daoen telinga. Telandjoer (Bat. enz. Telor teroaboek. Panes temen. . oorscholp. Berteloet. e1.. ook: goad. enz. kuit . to ver gegaan.

Berlijnsch zilver. in de zon gedroogd .warm . door en door. Menembelken. koperen. lapj e. regentstitel op Java. Tembako. gesausde gekorven rooktabak . tabaksblad . enz. een muur. hot punt waar jets. afvuren. Tembaga koening. v TEMB. bepleisteren. lets op jets plakken. Temboesan.). ook jets met klei enz. pleat. enz. steenen muur.). Pohon tembako. Tembaga. mollig. gekorven tabak. (zie ook : Timbil) . tabaksplant (Nicotiana tabacum. Menembok. zie : Teman. Tembako soesoer. bol. . kleven. Tembel. Temberang. Tembako lempengan. van muren. voorzien zijn . vastzitten. Tembam (of Tembem) (Bat. -doen kleven. Tembok. doorboord. Tembako roko. schieten. enz. uitkomt. met eon vuurwapen schieten. boven vuur gedroogd. Menembak. wet op jets is gelapt. Menembakken. beer. Temen. koper. dat geheel door een lichaam gedrongen is. eon kogel. Temenggoeng (Jay. Menemenken. Tembako garangan. tabak . Bertembok. proj ectiel. staand want op een vaartuig. Tembak. Menembel. uit eon geweer.angan. geplakt. plakken. dijk. Tembako rad. Tembako tongboe. goal koper. om jets heen bouwen. enz. Tembako pepean. enz. van koper. met alien ernst doen. eon schot lossen. gekorven tabak in pakjes van bepaalde afmeting . rooktabak voor sigaren of sigarotten. Tembaga poetih. sterke. geheel door jets heendringend. vuren. L. jets met oprechtheid. pruimtabak . ook good. enz. een muur. muur. Tembaga mesh. hat. enz. fam. rood koper. Daoen tembako. opzetten. gekorven tabak. (of Toemenggoeng). der Solanaceae). gekorven tabak. Temboes. gezwollen (van hot aangezicht). wal.

enz. Tempihng: oorveeg. van golven. nat. aan jets vastzitten. een plaats bezetten. Menempati. enz. met iemand een samenkomst hebben . aangetroffen. ergens geplaatst zijn. groote. plaats. Ternpat berhenti. plakken.. ergens wonen. Menempiling. Tempias. enz.Temoe. . nat. ook (bijv. Menempatken.. een geneeskrachtige knolpant. TEND. palen. geven. iemand tegemoet gaan. klap. Curcuma Zerumbet. fam. hot instuiven van den regen. Bertemoe. jets doen kleven. jets vinden. Menempelken. L. enz. een plaats gev en. ontmoet. elkander doen ontmoeten.enz. doen plakken. ook gevonden . Menempeli. Bertempat. der Zingiberaceae. een plaats innemen. der Zingiberaceae. in de inlandsche geneeskunde veal gebruikt. jets beplakken met. . enz. Temoe-koentji. termijn. L. . Temoelawak. waarvan de jonge wortels veal gegeten worden. . Nemoe of Menemoe. een klap. aantreffen . nat. tegenkomen. Katempatan barang gelap. enz. Tempo. fam. bruid en bruidegom) bij elkander brengen. een plaats innemen. larva van een mien. enz. belenden. enz. kleven. enz. Tempel (Menempel). Menemoeken. fam. Ketemoe. pleisterplaats . 257 blijfplaats. . Tempat toempah darah. ten tijde.geboorteplaats. Tempat. groote pot. Rxb. .. staartpeper (Cubeba ofhcinalis. tijd. in hot bezit bevonden worden van gestolen goed. Tempajan. lets ergens plaatsen. mop. aanplakken. bij of wasp.enz. op een plaats gevestigd zijn. enz. Kaempferia rotunda. Tempajak. om hem to ontmoeten. een geneeskrachtige knolplant. oord. verMALEISCH-HOLLANDSCH. Temoekoes (of Kemoekoes). plek. aan jets grenzen. martevaan. der Piperaceaej. Bertemoe dengan. iemand of lets ontmoeten. urnvormige. gevestigd zijn . wijdmondige pot. ontmoeten.

de schuld van jets krijgen. jets doon zinken. . enz. naar boven kijken. voor jets verantwoordelijk stellen.. Tengah. spuwbak. Tong (of Ting). to madden. Menenggelemken. Tengah hari. ook in hot algemeen lantaarn van wat ook gemaakt. Tenggelem. enz. centrum. trappen geven. godeelte. middelpunt. . Menengah. werpspies met ijzeren punt en w eerhaak. madden. knieschijf. Tempoeh (Jav. schoppen. de helft. ook : tent van eon ledekant. schadevergoeding moeten betalen.Tempo dehoeloe. Menempoehken. bestormen. aanvallen. Menendangi.middag. enz. in hot madden. laten zinken. iemand of jets schoppen. dang. stilstaand.. brutaal kijken. jets in hot madden plaatsen. schedel . enz. juist madden in. trappen. madden op den dag. Temporong. wagon. helft. tent. Menen1 258 TENG. Menempoeh. (van water). zinken . kwispedoor. middernacht : Di tengah. madden. -Menengadah. trap . Menengahken. herhaaldelijk schoppen. enz.vroeger.. uitstel vragen. naar hot madden schuiven. Katempoehan. Tengadah. half. enterhaak. de oogen opwaarts slaan. schop. Tempoeling. Tenggiling (of Terenggiling).enz. eon schop of trap geven.). verzonken. in hot madden. iemand de schuld van jets geven. aanval . groote papieren lantaarn. enz. Temporongkapala. hack. harde dop van eon kokosnoot. oorzaak van. naar hot madden gaan. zonnetent.Tengah malem. Tends. de oude tijd. zich in hot madden verplaatsen. onbewogen. naar hot madden schuiven. stil. Satengah. enz. to madden. Tempolong.schuld aan. kalm. enz. Tendang. Mints tempo. . Temporong loetoet. ten halve. enz. Tempoeh. de Javaansche mierenetor (eon schubdier). enz. eertijds. Tenang. harpoon.

juist. Menenoeng. bekkeneel.. naar jets of iemand gaan zien. Tenoenan. waarzegger. Tepat. in eon zak. in de goode streak. Tengkawang. enz. tot de Hopea-soorten (Nat. naar jets kijken. . Menengok. Petenoeng. Menenteng. Menentang. vlak tegenover jets geplaatst zijn. vaststelling. enz. Tengkoe (ook : Toewan koe). zien. aangaande. ten aanzien van. uitgemaakt. vast. dons van vlechtwerk. . Tepak. betreffendo. stellig op jets rekenon. ook: zeker.Tengik. weeftoostel. stellig. die hot onder den naam Minjaktengkawang of Tengkawangolie bekende plaiitenvet levert. enz. niet afwijkend. Tenong. Menepak. zekerheid. eon toegeworpen voorwerp.. voorspelling. enz. . bepaald. woven. tegenovergep aatst. bijv. Tepak. Katentoean. dienende tar bewaring van eotwaren.. Tentang. Tengkorak. jets in de hand (hangend) dragon. ziener. tegenover. hoogo. uitmaken. voorspellen. ranzig. doodshoofd.enz. . verzekeren. Tentoe. waarzeggen. enz. enz. Tenoeng. nopens. v TEPI. raps. Tenoek. zekerheid. omkijken. recht. onz. Tentang. ook wat geweven wordt of is. Menenoen. met de hand afweren. Menentoeken. Tenoen. bepaling. waarzegging. fam.recht uitkijken op. garstig. stork van reuk of smack (van olien en vetten). jets vaststellen. meevoeren. Maleische adellijko titel. moest dienende tot beteldoos. Tengok. enz. tooverij . enz. voorspellerij. enz. enz. (ook: Bertenoen). omzien. iemand bezoeken om to Zion hoe hij hot maakt. . enz. schedel. met betrekking tot. bezig zijn met woven. jets in de hand can eon touw. zeker. Menengokken. kleoderon. gevlochten mandon of doozen van diverse vormen on met deksels. bepalon. der Dipterocarpeao)behooronde boom. de tapir. enz.

brengen. Bertepi. met de vlakke hand klappen. duidelijk. Tera. eon slag geven. gaan. strand. voorzien. stempelen. . Terang. rivieroever. meet. Teradjoe (Jay. jets verlichten . Tepok. enz. klap. . opheldering. zie : Tiada. enz. doorschijnend. in de juiste richting gaan. Katerangan. op jets aanvliegen. omtrent jets inlichting geven. (zooals twee hanen tegen elkander. enz. Menera. . balm. enz. Tepi laoet. zie : Tepok. naar den kant. Menerangken. weegschaal. verklaring. -aanvallen. oever.ook Menged an. stempel. eig. inlichting vragen. zeestrand . recht op jets afgaan. balans. jets tot meet stampen. Menepi. voorzien (zijn) . . zegelen. jets omvorloopen. Tepi langit. zoom. . tegen jets aanloopen. drukken. boord. Meneran. de horizont. zoodat de veeren jn de rondte vliegen). enz. zoom. Menerang. jets opheldoren. oever. trekv TEPO.. kant. op jets aanvliegen.Menepat. holder. Terada. Menepoeng.. Bertepok tangan. Menepok. enz. enz. Tepi soengai. Perteraan. de naald daarvan. jets naar den kant. person. aanstuiven. roeien. enz. Meneraboeng. Menerangi. ook : ljcht. opheldering verzoeken.. enz. ken. hot stempelen. eon verwoeden aanval op jets doen. -invliegen. helderschijnend zijn . Teradjang. van eon rand. Teran. oever. de grens van den hemel. vermalen. enz. enz. slag met de vlakke hand. Mneradjang. lUst. enz. Tepoek. in de handen klappen. -instuiven. aanvallen. bij hot doen eener natuurlijke behoefte). ook jets van een rand. eon stempel op jets drukken.). grens. rand. enz. Menepiken. toeljchtjng. eon klap of slag met de vlakke hand geven. . Tepoeng. drukkerij. Tepi. schaalbalans. verklaren. zoom. klaar. enz. Teraboeng. meet maken. licht. drukken (bijv. lust enz.

schreeuwen. eon waterlelie. stiff aangehaald. bewerken. Teratai (of Terate). aanvleden. jets ter hand stellen. (Titricum vulgare. gillen . spannen. Menerbang. strak trekken. Wild. voortkomen. Terik. nat. . afwerpen. Menerdjoenken. enz. Menerbitken. L. Tepoeng terigoe. Berterejak. der Gramineae) . stevig. doen uitkomon. Terigoe tarwe. jets to voorschijn brengen. opstuiven (van stof).. Terbit. rust enz. stiff aanhalen.aannemen. enz. nat. Teri. . Terejak. zi ch van eene hoogte. ontstaan uit. ujtbreken. doen wegvliegen. Menerejakken. ontspringen. fam. rogge (Secalo coreale. hot hart (van hout). stevig binden. L.ook Gandoem). jn jets berusten.. 259 Terasi. Menerbangken.enz. . als kant bewerkt. stuiven. afstorton. met lets wegvliegen. smoorheet . enz. faro. Nelumbium speciosum. enz.Menerimaken. ook iemand luid roepen.. klemmend. voortsprui ten. fam. kleine (meest gedroogde) vischjes. Meneras. tamboerijn (zie : Rabana). zuivere korrel (van graan) onz. Terdjoen. enz. schreeu w. a jour bewerkt. ontvangen. jets good opnomen. alleen hot hart daarvan nemen. der Nelumbiacoae. Terima. loslaten (van vogels). Panas terik. iemand doen gillen. enz. . Terbang. Menerikken. rogge. wegvliegen. de kern. u TERI. enz. toeroepen. van jets afsmijten. toespijs bij de rijsttafel voornamelijk in Sambel gobrujkt. enz. jets vljegend meevoeren. Terawang (Terawangan). hout tot op hot hart bewerken. van jets afspringen. Menerima. . gil . oprjjzen. fijno garnalen of visch fijngestampt on daarna gedroogd.of t arwemeel. Tertian. wit stampen. nat. tevreden zijn. enz.Teras. enz. doen ontstaan. der Gramineae. strak gospannen of getrokken. -. doen ontvanu 260 TERI. opkomen. vliegen.

Menerkam. snort elft. geheel doorgedrongen. enz. Menerima kasih. doorboren.. enz.. Penerka. rechtdoor. faro. recht toe. der Solaneae. door. die verdenkt. iemand verdenken. met jets tevreden stellen. recht aan. waarvan de kuit gezouten in den handel gebracht en veal wordt gegeten. verdenking. doorgraven. rond voor de vuist. iemand van jets verdenken.ook met ietstevredenzijn. oprecht. door en door. door jets heen. Terka. ook voortzetting van lets. ook : beschuldigen. Penerkaan. eon zoutwatervisch. Teroes-terang. gissen. Teripang. v TETA. Sulphas cupri. jets to radon. zich dankbaar toonen. zich met eon vaart op jets werpen... . degeen. verdenken. vermoeden. recht uit. Teroesan. doorgaand. radon. enz. doordringen. sandaal.enz. zonder omwegen. enz. ook : houten klomp met eon knop die tusschen den grooten en tweeden teen wordt vastgeklemd. voortzetten. vermoeden. kanaal.. enz. enz. bespringen. waaronder Terong gelatik. darken. ronduit. kopervitriool. veal door Chineezen in den handel gebracht en gegeten. to vermoeden geyen. enz. Teroeboek. doorloopen. vermoeden. Terkam. doorboord. Teroes.gen. Tenma kasih. enz. regelrecht. enz. . Menerka. benaming van vole heesters behoorende tot de rat. enz. verdenking. doorgang. doorzenden.. jets door jets heen steken. ook : lets door later gaan (bijv. door jets heendringen. Teroesi (of Peroesi). doorgraving. . vervolgen. Meneroes.. dankbaar (zijn).zeeworm. Solanum pseudo-unda- . enz. enz. met eon vaart op jets springen. eon feast).zeebloedzuiger.. enz. Teroes-meneroes. Menerkaken. Terong. jets ten lasts logger. dank. Teroempah. bedanken. jets doorsteken. Meneroesken. zijn dank beturgen.enz. door en door. voortschikken. enz.

Tesmak (Jay. doorslaan. gebruiken. gast. Tetas. bril. lekstroop. Tertawa. leucocarpum . visits. . hakken. konijn. doorgehakt. maar. fixeeren. (of Tete). bedaard.tum. vast. t eloscoop . Tetek (Bat. houwen.echter. Solanum melongena. bevestiging: volharding. gebarsten. Tetamoe. Terong wianda. Tetapi. Menetek. enz. uier. slaan. Solanum undatum. Menteasken. slag met eon scherp wapen. groote. Zie : Tawa. sterrekijker. min. var. kijker. ~aan de borst zuigen. enz. -eon Babel enz.). Tetak.. enz. doen uitbroeden. Zie ook: Katjamata.. L. aandrukken. met eon kijker naar jets zien. doorgebroken. Zie Tampah. Tetampah. Menetakken. dicht ineendrukken. met eon Babel enz. samengedrukt. bevestigen. Total (of Tetel). druppel. platte mand met lager rand. Zie Tamoe. hags. dicht. naar jets houwen.. bestendig.: Menetapi of Menetapken. lachen.. toe to brengen. Teropong bintang. buffs. Terweloe (ook : Kaweloe) (Jay. Bl. mlcroscoop .). samengepakt. Meneropong. kalm. enz. keukenstroop. doen zuigen. compres. TETE. enz. doorgeslagen. Tetes (Jay. enz. standvastig. pijp. enz. . evenwel. Menetak. verrekijker.). enz. losgetornd . ook . rustig.. Mill. zuigen. hak. Teropong koetoe. openbreken. Baboe tetek. . drop. Terong gods. Menetal. aanblazen (bijv. wan. bezoek. Lycopersicum esculentum. dock. jets doorbreken. stevig. .). de borst geven. met eon buffs of pijp jets blazon. Menetekken. en: . rondo. stevig vastmaken. enz. Tetap.samenpersen. enz. samengeperst. enz. Katetapan. Teropong. Menetas. drukken. zoogster. enz.. doorbreken. vrouwenborst. uitbroeden (van eieren). zoogen. enz. Dam. . Terong pat. ook melasse. vuur). enz. v astheid. om eon houw. blaaspijp. houw.

zuil. niet. ten derde . op den buik leggen. vernietigen. ook een streng garen . Tiarap. enz. (liggen) (00k: Bertiarap. Tiap-tiap hari. vlaggemast. Pertiga of pertigaan (pertigan). laten liggen. enz. vlaggestok. Bertiga. bet moat volstrekt. in slaap brengen. to laat wakker worden. Petidoeran of Tempat tidoer. . dertig . doen liggen. ledekant. . enz. Tiba-tiba. stut. Tiada. maken. voorover op den buik gaan liggen. ook TIMA. ook : gebeuren . niet bestaan. enz. ook : as een mast (zijn). dubbel. mast. rusten. op jets liggen. enz. neen. derde deal. op den buik.ar. rust. over den tijd slapen. Katiga. drie aan drie. enz. Ta' dapet tiada.. de (hat) derde. eenskhaps. op een mast gelijken. enz. ergens aankomen. enz. pila. dertien . Meniarapken. dat jets er niet is. Tiba. Meniadaken. legerstede. ieder. paal. Tiga-tiga. rad kunnen spreken (ook : Pentes). Tikal (of Tike1). Tiang kapal. . slaap. drie honderd . Katidoeran.. slapen. Tiang bandera. enz. enz. enz.. 261 beslapen. op jets slapen. Tigapoeloeh. Tiang. eerie vrouw beslapen. niet. ook : beslapen zijn (van een vrouw). Tiga. Tiga ratoes. liggen. enz. Tiga betas. neen. elk.. voorover h ggend. alle drie . Tidoer. drie. jets van een mast voorzien. belanden.. telkens. enz. scheepsmast. gevouwen. hat moat. enz. Menidoeri. sussen. een mast (of masten) hebben. drietal. enz.welbespraakt. van een mast voorzien (zijn). ook : alle drie. goad en vlot. Tiara. Tiap (of Tiap-tiap). vast ingeslapen. elke dag. zie Tiada. niet zijn. Bertiang. derde. Menidoerken. Meniangken. slaapplaats. Tida (of Tidak).) Meniarap. buik (bepaaldelijk van een zwangere vrouw). . stijl. ook : eerie vrouw beslapen . met zijn drieen (zijn). plotseling. onverwachts..

schepemmer. enz. enz. ook : cal. Timah 262 TIMA. gasp. puimsteen. por. Tikoes. zink. wegen. iemand een bezoek brengen. wet tegen lets opweegt. rijst in eon gesloten pot gaar gestoomd. . Menimba. gasp aan een gordelband. door den pot in kokend water to plaatsen. om to zion hoe hij hot maakt. matras. enz. jets in eon pot stoven. tegenhanger. wassende. zink. muffs. fijne mat van in i eepjes gesn eden pandan-bladeren. Timbal. drijven. Timang (Jay. verrijzen. tegenhanger zijn. opkomen. Menimbal. Timah. unster. bovendrijven. Timber. Timbang. ook : overweging. lood. opkomende maan. Roemahtikoes. gewicht. fam. Timboel. uithoozen. net. Batoe timboel. Mengetim. ligmat.). tin. hoozen. to voorschijn komen. eon puntig voorwerp in jets steken. Timah sari. schildwachthuisje. mat. der Artocarpeae.) steken. enz. water putten. enz. met jets puntigs (een dolk. Menikamken. gaarstoomen. balans. Tikar. Tim. stooten. Tilik. wikken. . tin. en wet all tegenhanger tot hat behoud van hat evenwicht gebruikt wordt. stooten. Tikar rotan. Menikam. .(zie : Toekel). Menilik.). Timbh item. enz. Tilam. bekijken. Meniliki. Timbangan. stoot (met een puntig voorwerp). rottingmat.. de broodvrucht (boom). Nasi tim. enz. uit hat water boven komen drijven. Boelan timboel. weerga. putemmer. de opkomst der maan. bereide en voor hot rooken klaar gemaakte opium. Brtimbal. Tikar pandan. . Timboelnja boelan. Tike (Jay. bultzak. steek. Artocarpus incise. tegenwicht. enz. overwegen. vlotten. drijfsteen. enz.. . doodsteken. Tikam. aandachtig opnemen. hood. zitmat. zien. evenwicht. L. Menimbang. rat. schepper. putten. overhoopsteken. Timboel. een tegenhanger hebben. poetih. tegen lets opwegen. w eegschaal.

ondordrukken. enz. hear beslapen. stapel. Bertimboen timboen. enz. op elkander gehoopt. Menindik. aanhangig maken. jets met zijn gewicht bezwaren. zichtbaar. bewerpen. jets naar iemand of lets gooien.. Tindas (of Tinder). Timpoek. doen opkomen. enz. . drukken. hat Oosten. enz. jets drukken.). Timpak. weerga. de ooren) . op jets hot eon of ander voorwerp. Bertimpang. kroupol. (Cucumus sativus L. Menimpoeki.enz. to gaan staan. enz.. opgestapeld (zijn). door er op. enz. good bij lets passend. lets op lets laten vallen. neervallen... to berde. Timboen. op jets vallen. doen verschijnen. druk. verdrukken. Menimpa. (en fig. tar sprake brengen. Menimpoek. platdrukken. opgehoopt.Menimboelken. ophooping. doodknijpen (van ongedierte bijv. enz. Oost. ook (van eon dronkaard. Menindas. Timboel. enz. neerkomen. enz. werpen. enz. verdrukking. goad op den drank aanvallen. net. Menimpaken. door ze tusschen de nagels to verpletteren). dooddrukken. mank. op jets liggen. oostelijk. Tindik (Jay. werpen. zie : Tempo. Timpang. Menimpang. op jets liggen. bijv. komkonimer. eon span met jets' uitmakend. der Cucurbitaceae) . Timoen (of Ketimoen). iemand of lets begooien. Menindih. hiervan bestaan vole soorten. hinken. to voorschijn. Menmdihi. kreupel gaan (zijn). neerkomen. enz. enz. mijt. Menimpoekken. om dit laatste to drukken. liggen. Timpe. zoodat hot gedrukt wordt. Menindihken. mank. to Zion zjjn. hoop. enz. jets zachts en duns (bijv. vulgair) ook : op cone vrouw valTING. Tindih. ion. . of gewicht neerleggen. tegenhanger. met lets gooien. Timobr. (zie ook : Tampak).. Timpe. fam.): vole glaasjes naar binnen slaan. Timpal (00k: Timpalan). jets op jets anders plaatsen. zie : Tamboes.

ook hoogmoedig. bewonen. dek.doorboron. in de hoogte heffen. hoog. enz. Meningkap. vertrekken zonder mode tenemen. Tingkah-lakoe.en West. eon gaatje er in maken.kijkgat.. enz. woven. zie : Tindas on Tindih. enz. overbljjven. er zijn verbljjf in yestigen. inkt . eon soon droge snoeperij of droog gebak met Katjang-boontjes. . Bertingkah. verspieder. manier van zijn. wandluis. vel laten. ook : Tenteng). enz. enz. overlijden. . Tints. eon luik opennn. verblijven. ergens verblijf houden. verwaand. achterlaten. uit de hoogte. Tindjoe. manier van doen of zijn. om er door to kijken. Penmdjau.. TING.. enz. Tinggi (Jay. trotsch. desahoofd (voorna. jets in eon wan heen en weder schudden. sterven. boksen. verdieping. liggen blijven. Menind j au.opheffen. Tindis.melijk in Oost. papieren lantaarn. manier van doen en laten. Tinggal. hooggeplaatst. jets bespieden. terras. verheven..verhoogen. Meninggalken. Petinggi. naar boven openslaand luik of klep ten sluicing van eon opening.). Tind jau. enz.). gedragingen. Tingting (Chin. enz. spion. Tinggi. enz. bliven. enz.erlating den overlevenden) . Meninggiken.. Tingkah. op dezelfde plaats blijven.. Tingkap. Tingkat. enz. . lantaarn. in den steek laten. Meninting. met do vuist slaan of stooten. van eons hoogte naar jets uitzien. met gerekten hats naar lets uitkijken. nalaten. Meninggal. niet meevoeren.verheffen. achterblijven. doodgaan (met acht.) (of Tengteng. ook achterlaten. door eon luik of venster zien. ook: venster. Tempat tints. enz. ook : eon huffs. Tinting. onveranderd blijven. gedrag. ook : jets laten. niet voortzetten. enz. inktkok er. kuur. achter laten blijven. doen achterblijven.. dwaze inval. Menindjoe. bezetten. Ting (Chin. vuist. kuren hebben.enz.Java). bespieden.

. rafel.). blazon. spreken. stief kind. Ma-tiri. (van vloeistoffen). zijpelen. Menitiki. Bapa tin. 263 Tioep. enz. Bertitik. verdunnen. in bewaring geven. Tiroes. . fijnheid.. waaien. namaak. misleiding.. iemand bedriegen.Menitipken.). dunheid. lets bedruppelen. Bibir tipis. (door eon vorst). enz. namaken. Tirai (of Tire). niet dik. geblaas. enz. plaats waar nesters gevonden wordeii. fijn. Tins. gordijn. uitlekken. Menisi. enz. bedriegen. nauwkeurig. enz. nadoen. nabootsing. Titik. om de groote en kleine korrels van elkander to scheiden. Tin. dun. klein vlekje. enz. Titi. Tiras (Jay. Tipoe-daja. met stippels of kleine vlekjes.schuddend wannen van jets korreligs. Tiroe. enz. 264 TITL jets bij iemand deponeeren. enz. Menipisken. wegblazen. druppei. Meniris. (ook: Tiroean). misleiden. gevlekt. bevel. Menioep. bevelen. tie ook: Tenteng. bedrog plegen. spat. Tiram. oesterbank. enz. Titah. enz. bevelen. Menitip. eon scheur of gat in eon kleedingstuk stoppen. Penipoe. (bijv. TITI.. pluksel. Menitahken. enz. dun. dunne lippen. met eon tending belasten. Petiraman. punt. stippeltjes op jets maken. enz. eon vinger. listen en streken. voorhang. stoppen (met de naald). gegeduldig in hot work. stip. enz. smal dock niet puntig uitloopend. Menipoe. Bertitah.. op de trompet blazon. tendon.. lekken. van eon kin. (vary eon vorst) .). . enz. . dun. Menioep selompret. nabootsen. zich van listen bedienen. Tipis. Bertipoe. dunner maken. iemand eon last opdragen. bedrog. stiefvader. vorstelljk woord. Tisi (of Tisik). listig zijn. losgetornd draad nit stukjes linnen. Anak tin. Titip (Jav. stief-. enz. Tipoe. nauwgezet. dente. gepareld. nester. list. bij druppels ergens uitkomen. shpt. enz. stiefmoeder. Meniroe.

TJAM. onbeschaamd. brutaal. . fam. do gowone Spaansche peper. losbandig. enz. der Solaneae. Menjagak.. blufferig. onbeschoft. hot tegen eon ander afleggen. enz. Tjagak. pochend. schragen. ook:incarnatie. niets ontziend. nat. Tiwas. Mentjaboet. ook eon ongeluk krijgen. nat. druppel. Menitir. twijg. waarvan mode verscheidene soorten bestaan. alarm. stutten.en roof partijen) . drop.ook: zich incarneeren. trekken (bijv. Tjadas (Soend ). voor schietwapens). eon plant. Chavica offlcina.zie verder Tj amboek. rivierarm. windmolentjes op de velden om vogels en andere dieren to verschrikkon (ook : Kitiran). Titis. onzedelijk. Tjagak. stut. Titiran. schoren.Titir (Jay. eon tand. Capsicum annuum. ontblooten (eon wapen bijv. druppelen. enz. pawl. enz. stijl. uittrekkon. -. fam. rotsachtige grond. Menjagak.. snoevend. L. Bertjabang.rum. der Piperaceae. stout.).mensch worden.ook eon andere. (van eon godheid). vork. Tjaboek. de z. tak. ongeluk. uit den grond. enz. lange peper van den handel.). zijtak. verweerde rotsgrond. enz. hot hoogste stadium van melaatschheid. vermetel.g. hot onderspit delven. gotakt (zijn). dat tegen omvalion behoed moot worden. roekeloos. of waarin lets bevestigd is of vast zit. Miq. waarvan vole sooi ten bestaan. enz.. enz. Tj abang. yorkvormig wapen van gardoe-wachters . iemand met zulk eon vork to lijf gaan. alarm slaan. afdruppelen. Tjaboet. harde. (zie : Totes). diem. wat tut steun van lets. tak. Tjaboel. steunen. zijrivier. tegen- . . uitrukken. alarmsignaal op hot rijstblok (bij moord.mensch-ofvle_eschwording (van eon godheid) . moor in de inlandsche geneeskunde gebruikt wordende pepersoort. tegenspoed. voet of bok (bijv. Tjabe. Menitis. ook mergelgrond. gaffel. enz.).

flauw. titel van eon inlandsch hoofd. vermengd. grootpraten. om to schioten. Tjakar ajam. van hot boveneind beroofd. Tjaja (of Tjahaja). aannemen jets to doon. Bertjamboek. zich afgeven met. bakkebaard. Tjakar. krab met dew nagels. zweep. zie : Entjer. enz. enz. enz. dooreengehaald. kunnen. zie : Tjehaja. Tjampak. zich mengen in. assistent-wedana. jets op zich nemen. slagtand. Men jamboek. gezichteinder. krabbelen. Bertjampoer. deftig. Tjakera (Sk. ook : bluffen. or good uitziend. Tjampab. met eon zweep. jets of iemand met eon zweep enz. geknot.houden.) (of Tjakra). . enz. . Menjamboeki. smakken. enz. krabbelig slecht schrift. Tjamat (Soend. ook : eon schietwapen op eon schraag of bok enz. horizont. spies. Tjair. Tjakoep. ver- . (van spijzen bijv. Tjakap (of Tjakep). Menjampoer. dooreen. Tjampoer. Mentjakar of Men akar. hoektand. Tjampoeng. TJAM. Tjambang. Menjampakken. heolal. onwelluidend (van muzi ek enz.) onkiesch (van w oorden). ook : vaardig. durven. bereid zijn tot. Tjaling. mengen. afranselen. karwats. baard. rijzweep. slaan. krabben. plaatsen. . enz. zich bemoeien met. Tjamboek. aanhouden. laf van smack. van eon flunk voorkomen. hanepoot. kippepoot. omkrabbelen (zooals kippen buy. Bertjambang. klappen.. Ment jamboek. enz. karwats . Men jakoep. gemengd. met een zweep slaan. werpsch jf. werpspies . den grond met hunne pooten bewerken). klauw. to open. eon hoeveelheid padi van 200 bossen. enz. enz. enz. .). rondo schijf. enz. jets neersmij ten. gebaard. Tjaing. naar jets happen. afrossen. poot (van vogels en viervoetige dieren). handig. in staat zijn tot. Tjakerawala (of Tjakrawala). hemelgewelf. getopt. Bertjakap. kim..

aflegger. ook : de bestanddeelen van eon mengsel. Tjantang. tegen elkander aangedrukt. stoeien. lief. zie : Tjagak.. enz. bereiken. Tjanting (Jay. geheel vermengd. can elkander . Menjantoem. jets can eon touw vast leggen (bijy. krijgen. bevallig. eon paard). vormengen. T j angking. inhalen. Menjampoerken. Tjampoeran. Menjantjang. door or eon deal van de schors of bast van of to nemen on dit deal met cards to omwikkelen voor hot wortelschieten. vork. be. jets onder den arm dragon. mengsel. dooreenmengen. jets bij of met jets anders mengen. vorkvormig wapen van gardoewachters. Tjangkir. verward dooreen. Tjandoe. ruins nit den Hindoe-tijd.). tegen elkander aanbrengen. Menjandak. Tjandi. bereikt. . grij p en. ravotten. Tjantoem. enz. van eon tak van eon boom. Tjangkoe. . kommetje. achterhalen. Tjanggah. Tjanang. Tjampoer baoer. Tjanda (Bat. Hindoetempel. klein koperen busje met handvat en tuft. Menantjang. jets bij bekkenslag bekend maken.). kopje. ant (van eon boom enz. 265 Tjangkok. bereide opium. ingehaald gegrepen. kertje. Tjangkokan Tjangkok. Tjantik. dat bij hot batikken van kleedjes gebruikt wordt. net van voorkomen.) (Bertjandat. (van twee lichamen) elkander aanrakend. vermenging. enz. -ook dragon in de armen of handen. enz. Menjangkok. Mentjanang en Mentjanangken. twee lichamen. enz. een snort hak of patjoel (voor de grondbewerking. bestemd om afgesneden en op zichzelf geplant t e worden) . enz. Menj angking. jets orgens can vastbinden. gaffel. Tjandak (Jay. enz. omroepersbekken.mengen. aardig. TJAP. eon aflegger of ant maken. enz. enz.

vuile.. gebarsten. gescheurd . gemeene taal. moo. ook bijv. zegelen. Pengetjapan. aantal. stempelen. Mengetjapken. Tjap. Mentjarik. enz. Tjarang.. enz. prik. enz. glazemaker. Tjarita.). gebruik . steak met eon dun fijn voorwerp als eon naald. juffertje (insect). krassen. enz. zegel. op de wijze enz. bedrag. Pentjaroet. teekens. mode. drukken. Tjorak-tarik. bekladden met strepen. Tjara. desaschrijver. afdruksel. op jets eon zegel. . postzegel. 26f3 TJAP. drukken . jonge loten of takjes (bijv. in alle richtingen gekrast. ook Toedoeng). enz. ook : papier bedrukt met eon hoofd enz. der Engelschen. Tjatjah. Tjap soerat. Tjaroet. kras. Tjarik (Jay. Tjatjah (Jay. beprikken. gekrast. afgemat. naar jets grijpen.). zie : Tjehari. gezegeld papier. Tjapai. litteekens. haksel . olieverf. Tjara inggris. of drukpapier. Mentjapai.vastspelden. vull spreken. Mengetjap. fijngesneden stuk. breedgerande zonnehoed. vuilbek. enz. stempel. . drukletter . cachet. jets aanvatten. verven. tram. inlandsche. eon jonge nlangga met eon mes in fijne stukjes hakken. Tjapio (Chin. Mengetjat.). Menjatjah. onz. klerk. hoofddeksel. van de bamboo. tatoueeren. schrijver. vlekken (van pokken. (of Tjapil. gescheurd. streep. vermoeid. verf. iijn. Tjari. enz. druk . Hoeroef tjap. jets bedrukken . enz. scheuren. Kertas tjap. vee.Mentjaroet.).. stempel. vuilbekken. wijze. Tjarik. Tjat (of Tjet). hoed. Tjarpoe (of Tjaripoe). sandaal.). gemeene taal uitkramen. Tjapoek. drukkerij . zegel op eon brief. moede. vuile. zie : Tjeritera.). prikken. Tjape. op zijn Engelsch. cijfer (van zielen. enz. Tjaping (Soend.). enz. verf stof. manier. Tjapoeng.

voor iemand jets zoeken. lintworm (ook : Tjatjing pipih). Tjatjing pits. onderlijfskleed. na hot doen van eene natuurlijke behoefte zich wasschen. ineengedrongen.. enz. . Menjatjarken. de echte pokken. glans verspreiden. dwerg. kom. enz. Tj eboer. Tjawat (of Tjawet).Tay. enz. Tjehaja. schijnsel. opsporen. Mentjehari. Ketjeblos. graven. plof (in water) . Tjeblos (Jay. Mentjehak. broodwinning bedrijf. Tjegoek. glanzen.). Tjehari. Bat. Tjebol. kort. zulk eon smeersel gebruiken. zoeken. ook : haarstaart (van eon Chinees) : Tjatjing keroewit of --keremi. inenten . Papan tjatoer. glans. ploffen. Ketjeboer. licht. compres. Tjatoer. nat verkoelend smeersel op hot hoofd . Menjatjap. iemand of jets in hot water gooien. Mentjheari akal. eon onderlijfskleed op die wijze dragon. zich in hot water werpen. v TJEK. Tjebak. opening. in hot water plompen. Tjatjar ajar. kinderpokken. kommetje. naar eon middel tot hot . schaakbord . Menjeboerken.. Tjatjing. Pentjeharian. Bertjehaja. jets bedenken. aardworm. Menatjar. waardoor iemand of jets heenzakt .Tjatjap (. ingewandsworm. Mentjebok of Menjebok). schaakstukken. enz. enz. Tjawan. delven. de pokken. rogenworm. ook : hik. Tjatjar. Menjatjar. Tjawatan of Bertjawat. per ongeluk in hot water gevallen . du.). eon loopgraaf waken. opzoeken. dat tussch en de beenen doorgehaald wordt. slok. Mentjehariken. teug. Boewah tjatoer. pier. enz. inenten. kostwinning. plomp. wen. de hik hebben . navorschen . de waterpokken. Mentj eboer of Menjeboer. Tjebok. kopje. Tjatjar betoel. naar lets zoeken. in zulk eon opening geraakt. glinsteren. iemand met pokstof enz. (Tjegoekan). luister . schaakspel. aarsmaden .

een broek aandoen. nauwe opening. Tjelaka. blameeren. ellende. Mentjelanaken. doers.).. spaarpot in den vorm van een varken of wild zwijn. sparen. enz. enz. verderfelijk. in een spaarpot bewaren. met spleten.. Tjelah.). onvolmaaktheid. enz.) (ook : Babi oetan). Tjeleng (Jay. root. smet. -doers aantrekken. pjjnlijke inwendige steek. ongelukkig. een snort van inlandsehe either. eon nachtvogel aan wiens geschreeuw bijgeloovige beteekenis wordt gehecht. vlek. enz. onheilaanbrengend. met de hand omvatten. tegenspoed. enz. (00k: Seloear) .. rampzalig. kloof. iemand jets verwijten. ook de inhoud daarvan. font. iemand ongeluk aanbrengen. voor de oogleden. enz.). -ongelukkig makers. in hot alg.eon of ander zoeken. Tjelempoeng (Jay. omklemmen. . blauw katoenen broek voor stukrijders (artillerieterm). spleet. Tjeloep.). Tjekap. Menje- . iemand de keel toeknijpen. Tjelak. Mentjehari redjeki. enz. Mentjehap. Mentjelakaken. enz. enz. een broek aan hebben. levenson derhoud zoeken. Bertj ®lava. berispen. enz. Mentjeloep. Menjekot of Bertjekottjekot. gebrek. pijnlijk stokers. -trekken (van een zweer. Tjela. uitzien . Men j ekek. ramp. Bertjelah. Tjelengan (Jay. bjjv. Tj ekek. ongeluk. smaden.). geruit lijnwaad. Tjeki. worgen. broek. onheil. wild zwijn. Tjele (Bat. Menjelengi. nauwe tussehenruimte. verfctof (meestal zwart). blaam. . Tj elana bamboo.ongeluk veroorzaken. Tjelepoek. eon Chineesch kaartspel met v TJEK. Mentjela of Menjela. Mentj ekek. afkeuren. over jets berispen. lange tot gars de enkels reikende broek. Tjekot (Jay. Tj~lana. ook : berisping. de bekende kleine speelkaarten. spaarpot. Mentjelaken. bekladden.

onreinheid. Tj empaka gondok. indigo verven.. Berkain tjemar. valsche haarvlecht. beklad. hooge boom met haarachtige blaadjes. wat in indigo blauw is geverfd. ook de menstruatie.). . ook lijnwaad enz. in blauwsel. Michelia longifolia. vuiligheid. karwats. Tjemeti. Tjemar (of Tjemer). Mentjemarken. der Magnoliaceae (ook Kantil genaamd) hooge boom met welriekende bloomers. vies. enz. Tjelos. van dozen boom bestaan verseheidene varieteiten. morsig. onzuiver. Tjeloeroet (of Tjeroeroet). indompelen. veel van grof haar hebbende veeren. . Tjemboeroe. Tjemara. onderdompelen. hoen met fijne.. Tjempaka goenoeng. Kain tjemar. Tjeloepak (Jay. Mentjemari. 267 pen. jets under water duwen. zoodat hot water er nit spuit. Tj emer. nat. vlecht. u 268 TJEM. nit jets vallen waarin een gat is (b(v. Ajam tj~mara. lastige jeukerige huiduitslag (00k: Biang keringet). nat. Tjempak. enz. Tj empaka. onzedelijkheid. L. van geld uit een gescheurde beurs). inlandsch lampje zijnde een garden open reservoir met een pitje er in. Tjeloepan.. Michelia champaca. L. vojlmaken. bekladden. enz. sopv TJEM. in een met water gevuld gat trappers. de stinkrat. jaloersch. onzedelijke handeling. Forst. L. onzedelijk. achterdochtig (ook Tj emboeroean). en Casuarina nodiflora.ook: naam van den Casuarina equisetifolia. enz. der Casuarineae. fam. vuil. Taulama pumila. menstrueeren. naijverig. Andr. Mentjelos. Tjempaka poetih.loep. zweep. losse haarvlecht. rondo hond. onrein. ijverzuchtig. bevuilen. Michelia montana. bevuild. fam. zi e : Tjemar. enz. Katjemaran. L. eon vuile kam..

Tjengkaroek. muil. pat. pantoffel. snort van open haard op de voorplecht v TJER. verkoelende drank of snoeperij.). (Menjengkeram).). in hot water smjjten. de kruidnagel (-boom). zich verbazen. verbaasd. de sandelhout-boom. met de nagels vasthouden. tusschen of in de klauwen vatten.). walgelijk (van reuk). Caryophillus aromaticus. Tjempelek (of Keplek) (Jay. Tjengis. enz. de maan. Tertjengang-tjengang. krabbend va~stgrijpen. snort van kruis of muntspel.T jempedak. Tjendol. Tj engkolong. der Santalaceae. Tjengkeroeng.. L. paddestoel. Tjenderawasi (of Tjandrawasa). Katjemploeng. :Menj engkolong.). der Artocarpeae. Artocarpus polyphema. jonge kokosnoot. die hot kostbare weiriekende sandelhout levert. waarvan de schaal nog niet verhard is. Tjengkeram. L. van de boenen). in hot water ploffen. (hot voordek) van eon sampan of bidar. T j engkeran. de paradijsvogel. eon Nangka-snort met lekkere vruchten. Tjengkang. verstomd (staan to kijken). Menjemploeng. grijpen. M1 Djemploengken. Tjengang (Tertjengang). bijv. fam. slof. Pers. Tjemploeng. vies. in hot water springen. in hot water gevallen. Tj endana. wijd uit elkander (bijv. kook. ook : T jingkiran (Pout. Tjengkeh. pat. plof. kuiltje. Tjengkir (Jay. jets of houden. zich verwonderen. fam. holto (in de wang. pat.of stookplaats. schimmel. -af- . Santalum album. enz. snoeperij van gedroogde on daarna gebraden rijst met suiker. verbluft. Tjendera (of Tjandra). enz. zwam. fam. Tjendawan. der Myrtaceae. --inhouden. zwammige of paddestoelachtige uitwas. Tjenela.

die veal gebruikt worden. snugger. bladvormige rijstlepel van hout. Mentjeraiken. verwrongen.. der Euphorbiacea.) . scheiden. aars- . enz. enz. Tjepoek. Tjerah. met een straal uit lets komen (van vochten). gezwind. verdraaid. echtscheiden. ook : (in de rekenkunde). fam. Padi tj erai. behendig. voornamelijk om de rijst om to roeren. Tjerabah. Tjeremi (of Keremi). vlak. aftappen. Tjeper. ondiep (van schalen. made. Bertjerai. schrander. Tjerat. geschoidon. onzindelijk. . niet proper. der Gramineae. eon vroegrijpe rijstsoort.). kalfsoog. gewoon. spiegelei. plat. waarvan de aren meest ook niet zoo gevuld z jn als van de ardere soorten. bij de hand. enz. Tjerai (of Tjere). Tjeplok. platte. uitspuiten. Batoe tjeper. mismaakt (van eon arm bijv. Tjepet (of Tjepat). v TJER. waarin de verschillende ingredienten voor hot Sirih-kauwen bewaard worden. bij de hand. vlug. Tjepit. fam. slim. doorschijnend. Piring tjeper.doosje. Mentjerat. kraan. verstandig. -korten van eenig loon enz. inlandsche apotheek. uit elkander gegaan. nat. leap. Tjentong. gauw. (Moentjerat). pat. vuil. tuft. scheiden. vlek of kring op jets. platte steep. ondiep bord.. enz. busje of . Lour.trekken. zie : Djepit. Cicca nodiflora. Tjeremai (of Tjerme). Tjeraken (Jay. Oryzaa montana. niet netjes. of trekken. vaardig.). behoorendo bij eon beteldoos. versierd met opgeplakte figuren. van elkander gaan . holder. bak met vakjes waarin medicamenten zijn. krom. Tjeredik (of T jerdik). snel. Lam. Tjengkong (of Tjingkong). boom met zure vruchten. plat. keil. Te1or tjeplok. enz. van elkander doen gaan. slues. klaar.

zie : Tjeritera. met iemand kibbelen. Tjeretjak. enz. bedrog. Tjeripoe. plotseling uitkomend straaltje van lets.made. Tjerobo (Jay. Tai. van gazette koffle. doen (zijn). iemand lastig vallen. . mededeelen. enz. (bijy. .). enz. ook : leven maken. geschil. schade. diarrhea (hebben).). Mentjeritera. Mentj eriteraken. Chineesche glanzende roodbruine verf. oneenibheid. ook : spreken. klein. bril. Tjewer. vertelling. Tjerat (Jay. veal praats hebben. ondiep. Tjet. (of Tjermin). Tjerepelai. onbeschaamd. proeven. kleine ingewandswormen. Tjerat. vertellen. spiegel . geschiedenis. wezel. Tjerewet. gewone of huishagedis.. enz. enz. (Mentjerewet). Mentjerewetken. bedillen. een opiumgewicht = '/1o Thail. met de punt van de tong aanraken om to proeven. . in een spiegel kUken. Tjerita. onkiesch. geschil hebben.). ondiepte. onfatsoenlijk. opspelen. Tjet-to. Bertjidera. verhaal. donna ontlasting. Mentjeret. ook : bedrog plegen. zeggen . mededeeling. sandaal. TJIN. hat iemand lastig maken.. Tjidera.. ongemak. 269 Mentjeroboken. Tjitjak koebin of Tjitjak terbang. Tjeritera. enz. lets proeven. ketel. staketsel. zie : Tjat. Tjeroetoe. Mentjerobo. vertelsel. pokdalig.. onbeschaamd. Tjetjap (of Tjetjep). Mentjetjepi. lastig. zie : Seroetoe.. paalwerk. mopperig. dun. verhalen. Tjetjak (of Tjitjak. oogglas. Bertjeremm. enz. onfatsoenlijk bejegenen. iemand onkiesch. Tj eroetj oak. waterig. list. nadeel. enz. waadbare plants. Tjeremin. waterketel. onkiesch zijn. hier en daar op hat gelaat een litteeken van pokken hebben. hinderen. lets verhalen. moeilijk to vol. enz. wadde. de vliegende hagedis. vertellen. verdund. Tjetek. lorgnette. ook : pupil van hat oog. Mentjetjep. Tjeremin mate.

bezorgd. hakken. zijn wooed niet gestand doen. Tjirit. iemand schade. kussen. Tjintjau. enz. zoenen. ook roeren. Mentjioem. met liefde aan jets denken. keukenstroop. Tjidoek.. Tjinggai (of Djengge). Chineesch . bezorgd (zijn). enz. Bertjinta.enz. zorg. liefde. liefde. Tjindai (of Tjinde). Chineesch maskeradefeest. enz. enz. ongerust maken. Chineesche arak. fijnhakken. deelneming. Pertjintaan. kommer. gebloemde zijde. Chinees. gebrek. kus . Zie ook: Oetjoep (Mengoetjoep). jets jn zijn brook doen.metalen band. schakel.. lapel. Mentjintai. met een nap.. klein straaltje. Tjintjin. zorg. teleurstellen.worden rondgedragen. de hik hebben. scheppertje.). stroopsuiker. vrachtkar. Kepetjirit.). bezorgdheid. Tjikar (Jay.iemand teleurstellen. in stukken hakken. kommer. enz.schalm. gehakt. onwillekeurig. Tjiri (Jay. Tjioem. wat fijngehakt is. Tjintjangan. Kain tjindai. Menjioem.. iemand bedriegen. enz.. Tjinta. enz.. Tjintjang.. eon verkoelende zoete drank. Tjing of Goela tjing. omroeren. gebloemd. Mentjidoek of Menjidoek. scheppertje. opscheppen. Tjioe.. 270 TJIN. Tjikoetan.voor iemand lets opscheppen. frikkadel. gevlekt. jets of iemand lief hebben. genegenheid toedragen. over lets geschil hebben. scheppen.China Orangtjina. verlangen naar lets. bekommerd. zoen. Menjintjang.. Negeri tjina. Tjina.Chinees. waarbij verschillende onderwerpen voorstellende figuren enz. zich over jets bekommerd. belangstelling. enz. leksuiker. enz. lapel. stork naar lets verlangen. enz. Mentjintjang. Menjidoekken. enz.. nadeel berokkenen.ring. ruiken. oneenigheid krijgen. enz. toegenegenheid. wensch. lets opscheppen.enz. .zonder or jets tegen to kunnen doen. Mentjideraken.

lust. Pertjitakan. met den duim en eon der vingers. ook: gewaarwording. bij kleine hoeveelheden verspreid (bijv. Tjitak. ook benaming voor de muskietenlarve. cijns. vrouwelijk schaamdeel. storten.. voldoende maken. smart. enz. drukken. voorwerp. wensch. tol. azijn. bij kleine hoeveelheden storTJOE. smokkelen.). Menjoebit.voldoende. Mentjitak of Menjitak. druk. Tjoea. schatting. Menjoba.ook: genoeg hebben. Poeki. kerij. kneep. belasting enz. badhanddoek. pacht.. enz. genoeg zijn . jets probeeren. genoeg. opwipt. drukken. enz. . gebloemd katoen. 00k: voor jets voldoende zijn. . Tjoekai (of Tjoeke). begeeren. Tjoeka. Memoengoet t joekai. enz. boekdrukken. uitstorten. Doeka-tjita. jets of iemand op de proof stellen. genoegzaam. hot afdrukken. jets. afdrukken. tol. Verg. verlangen. overal verspreid. Mentjoebit. Penjitak. gevoel. ontduiken. opwippen. tusschen duim on vinger knellen. Mentjobai. Tjoekoep. belasting garen. recht heffen.. Mentjitjirken. belasting. proof. kommer. or ultpeuteren. kort badkleedje. jets voltallig. Tjoeki. vreugde. Mentjoba. druk. Katjitjiran. hot drukken. Tjoekin (Chin. greep. Tjoebit. van rijstkorrels Tangs eon weg) . bemiddeld zijn. Soeka-tjita. proeven. cijns. blijdschap. Melariken tjoekai. Tjoe. probeeren. waarmede men jets ergens uitpeutert. norm. enz. accijns. enz. Menjoekoepi. met belasting enz. verspreiden. Tjoekil (of Tjoengkil). stempel. enz. knippen. jets aanpassen. schatting innon. jets beproeven. sits. enz. verspreid raken . bij kleine hoeveelheden vallen. Tjitjir (of Tjetjer). zje : Tjioe. recht. toereikend. . op den loop gaan. dat ergens in bevestigd is of vastzit. in de hoogte heffen. Mentjoe kil (Menjoekil). beproeven.Tjita. ten. pacht. (om hot los to maken). droef held.

Tjoerang (of Djoerang). ook : busje of doosje. barbier. eon paal of mast past. Pentjoekoer. Tjoetji. Mentjoeri. M®njoetji. Mentjoetji. ravijn. Mentjoerat. reinigen. kloof. eon TJOE. Tjoelim. Tjoemik. helling. ook de opiumpijp zelf. slechts. . Mentjoerah. enz. enz. neerstortend water. storten. lel. valsch. Tjoema-Toema. Tjoerat. gratis. Tjoelik of Tjoelik-tjoelik. Pertjoema. scheermes. waterval. neusvleugel. schoonmaken (met water). Tjoerah. ook kosteloos. oneerljjk. den mantel . hellend vlak. enz. uitschudden . uitgieten. diefstal. enz. Tjoema. wasschen. uitstorten. oorlel . rhinoceroshoorn. die volgens hot bijgeloof kinderen de oogen uitsteekt.). iemand de huid volschelden. schoonwasschen. ijdel. Tjoeping. Tjoeping idoeng. Tjoekoer. op jets neergioten. Pentjoeri. . uitstorten.om jets to doen. tam. bergkloof. Menjoekoepken. Tjoetji (Mentjoetji) maid. Piso pentjoekoer. dolk. enz. Tjoela. geheimzinnig persoon of geest. Tjoela badak. neerstorten. enz. afscheren . stolen. scheren. . ultspuiten. hoorn of hoornachtig uitsteeksel midden op hot voorhoofd. Tjoeram.. dief . scheerder. diefstal plegen. mak. prism. alleen. enkel. hoeveelheid opium voor eon maal pijpen . hot gestolen0 . enz. Tjoeri-toeri steelsgewijs. Tjoemboe (Jay. Tjoepoe.. waarin bijv. jets voldoende doen zijn. niet eerlijk. aanhalig. stel er. Menjoekoer. vergeefs. steilte. knil.Mentjoekoer. afwasschon. enz. sikje of haartjes in hot kuiltje of gleufje van do onderlip. Mentjoerahken. Tjoeri. to vergeefs. glooiing. met eon straal ergens uitstroomen. Tjoerang. Tjoemi of Tjoemi-tjoemi. Pentjoerian. holte. enz. de inktvisch. Tjoeriga.

). chocolade.). holder (van hot woder. L. Menjolong. Tjolet (of Tjolek). Menjolet. nat. Tjoetjoe. straal . Mentjoetjoer. gutsen. met groote druppels. blang als tjomblang dienst doen. haarnaald . Mentjoetjoek. spits uitlooponde snob. stolen. Tjomel (Jay. kinderen en kindskinderen. om or jets aan vast to rijgen. enz. groote druppel. Tjoetjoep. of om or jets mode vast to steken . faro. Tjokelat. Anak-tjoeTJOM. nakomelingen. in eon straal ergens uitkomen (bijv. Tjoetjoer (of Tjotjor). pikken. nageslacht. met den vingertop over jets heonstrijken. ook : de cacaoboom (Theobroma cacao. Mentjolok. lets met den vingertop aanraken. kleinkind . haai. enz. die Chineesche dansen uitvoeren on meest ook in dionst zijn van Chineezen. zich van eon tjomblang bedienen . ook spitso snavel of bok (van vogels) . dansmeiden. . Tjolong. likjo met den top van eon vinger . met jets duns en puntigs steken. Tjoetjoer. Menjom272 TJOM. Tjolok. 271 tjoe. Tjokek. koppelaar. Tjoetjoek konde. gemopper. snuit (van sommige dieren). gepruttel. pen of speetje. bij ten. Tjoetjoek. slurpen.vegen. Tjokot (Soend. veeg. tusschenpersoon om eon samenkomst tusschen eon man en eon vrouw to bewerkstelligen . ook: steek in hot oog. Mentjoetjoep. vlieten. steken (van insecten). Men j okot. koppelaarster. ook zeker gebak. pitje of vlammotje om bij to lichton. der Buttneriacoae). Mentjokot. Tjomblang. Menjolok. iemand of jets in hot oog of do oogen steken. Mentjolet. uitschelden voor al wat leelijk is. ook : hard kussen. haarspeld. van blood). Bertj omblang.). Tjoetjoet. Tjoewatja. stroomen. zuigend zoenen.

Bertjomel.). Menjomelken. sehuitje met gaten of kuiltjes. Tjorak-tjorek. overeenkomend. enz. model. zie : Loehoer (Ar. Papan tjongkak. enz. losraken. doen overeenkomen. Bertjondong.plat aarden schaaltje. beklad. lief. afkeer . waarmede djt spel gespeeld wordt. enz. enz. Ber- . ook : met opgericht bovenlijf zitten. Mentjotjokken. doen galoppeeren. mopperen.kloppend. met lets overeenstemmen. overeenTOED. enz. zie : Lahir (Ar. uitkomen. galoppeeren (van een paard). Tjongok. naar jets hellen. mondstuk. Men j ongok. berouw. .). . Menjongkelang. ook : voorrijder . Menjorek. pruttelen. onregelmatige streep. overeenkomen. genegen zijn tot. Tjoplok. buffs. doen kloppen. afgevallen. nemen. los. een streep door jets halen . pijp. overhellen. omtrent jets dezelfde meening hebben. M®njonto. tot jets neigen.). enz. Tjorong asp. Tjonto. Tjongol. kras. Tjongkelang. ergens gedeeltelijk uitsteken. Tjongkah. enz. berispen. losgeraakt.. jets tot model. in galop ergens heen gain. met de punt jn de hoogte stekend. vorm. Tjongkak. Tjotjok. kraan. enz. uitpuilen.lawaai. hellen. (van een ketel. enz.). voorbeeld enz. tuft. waarin de sambel wordt fijngewreven. kloppend maken. jn galop rijden . monster. Bertjongkelang. Tloehoer. staal. met voorujtgestoken hals naar jets kijken. trechter. schoorsteen. . Tjowek(Jav. iemand beknorren. streep. afvallen. Menjomel. Menjongkelangken.. aardig. Tjondong. Tlahir. Tjorong.). ook : dienst doen als voorrijder. geheel vol strepen. galop. voorbeeld. Tjomil (of Tjoemil). Mentjorek. kloppen. Mentjongok. stemmen. enz. zeker spel . bevallig. Tobat (Ar. schoorsteenpijp. Mentjongol. Tjorek. Tjorot. uitvallen. uitgevallen. enz.

koers. zie : Toendjang (Jay. Toehfat (of Tauhfat) (Ar. doelen op. Katoedjoeh. ook : met een vaart tegen jets aanloopen. op jets mikken. kig. ten zevende. romp. B®rtoedoeng. Toeboeh. Toedoeng. berouw. oppervlak. hetzelfde oogmerk hebben.. eon van lichaam zijn.). fam. uitmuntend. ergens voortdurend blijven. Penoedoeh. enz. 8ersatoedjoe. naar jets richten. Toeba. enz. met zijnzevenen zijn). zich van een plaats niet verwijderen (bijv. zonnehoed. Menoedjoeken. grijpen. Menoedoengi. Toedjah. . zeventien . laag.bedekken. aanTOED. dezelfde bedoeling. Z.. plotseling op jets vallen.). met eon geweer enz. aanvatten. Menoebroek.). beschuldigen. Toedjoeh poeloeh. beschermen. aanwijzer. Menoedoeh.). . Menoedjoe. der Papilionaceae. Toehan Allah. een hoofdbedekking gebruiken. Pongamia volubilis. Toedoeh (Jay. plotseling aanvallen. Toehoer. bekeeren. beschutten. lijf. . zeventig .). enz. koerson op. Bertoedjoeh. van dezelfde meening zijn. jets ergens heen richten. uitstekend. Toebroek. afkeer van jets doen hebben. enz. wijzen. Toedjoeh. aanduiden. enz. & M. enz.. zevende.. enz. of keer hebben. koers zetten naar. eon van richting. bedoeling. enz. mikken op. beschuldigen. ~zeven.Mentobatken. ondiep. Toegoer (Jay. de godheid. enz. duel. waarvan de vergiftige wortels veal gebruikt worden om visschen to bedwelmen. enz. al wat tot bedekking diem. bij het waken bij een zieke. God. enz. hoed. ook : ergens onder schuilen. sluier. richting. de Heer. strekking. slingerplant.enz. vasthouden. zevental . . Toedjoeh belas. bedoeling. Satoedjoe. ook : toovermiddel . den bijslaap uitoefenen.. Bersatoeboeh. doen berouwen.tobat. Toedjoe.op. de (hat) zevende. aangever. lichaam. Toehan. de Heer God. op jets afgaan. zich vast voornemen jets nooit meer to doen. nat.

kiem. smid. graat. duw. Toekang mendjait. weren. Toekang mas. bedrevene in eenig handwerk. . been. Menoelak. voorbeeld. Toekang kajoe. vervangen. lets navolgen. grasverkooper. Toelang. TOEL. ook : ontkiemde katjang idjo. Toelang daoen. Toekang babi. ontkiemen. modiste. enz. lets tot voorbeeld nemen. afwijzen. goudsmid . ruggegraat . Toekang ajer. een voorbeeld aan lets nemen. lets tegen lets wisselen. enz. broodverkooper. timmerman.). knook.. naaister . ruilen. Menoekar (Bertoekar) tj intj in. kleermaker.Toekal (of Toekel). . dijbeen .geschil. schoenmaker. Katoelah. stoker. duwen. bags. enz. Toekang soesoe. Toelang paha. verwisselen. kraakbeen . enz. ruil. beenderen. verruilen.. Toekang api. metselaar. enz. ringen verwisselen als teeken van ondertrouw. Toekoelan.twist. kopie. broodbakker. verruilen. pak. Toekoel (Jay. Toekang roti. kiem. voortstooten. enz. jongeplant. ruilen. MALEISCH-HOLLANDSCH. Toekang sepatoe.). Menoekar. streng (van garen). geruild . van de hand wijzen. kippenverkooper . Menoekarken. grassnijder. bot. Toekang besi. gebeente. voorschrift. afduwen. wisselen. model. ongeluk als gevolg van een vloek. verkooper van varkensvleesch. Toelang belakang. nerf. Toekang. Toekar(Jav. Toelah. Toelak. melkverkooper. 273 met elkander twisten. Toekar. Toelang moeda. waterdrager. verwerpen. Toekang ajam. meikboer. spruit. ijzersmid. bladnerf.Bertoekar of Toekaran. van zich afstooten. opkomen (van planten). veel als groente gebruikt (Tokolan). enz. Toekang roedjak. roedjak-verkooper . door zulk een ongeluk getrofren. afweren. . steel. enz. stooten. uitspruiten.. Menoeladan. scoot. twist hebben. Toeladan. Toekang batoe. inwisselen. Toekang roempoet.

doof. lets beschrijvon. eon doove. beteekenen. Toeloeng. schrijven. Orang toeli. Djoeroe-toelis. pleitbezorger.teekenen. lang steekwapen. en een snort kankerachtig gezwel of z. schrap. steel van een roeiriem. waarop geschreven enz. gewend geraakt aan. bijv. is 274 TOEL. Pertoeloengan. Menoeloengken. klerk. lijn. echt. Boeta-toeli. kras. schrijf tafel. jets als huip aan iemand geven. op lets schrijven. opkomen. schrift. hulpverleening. aan de lever. schilderen. lei.. helpen. laps. helper. figuren op jets maken. schrijfbord. schrijven. gewoon aan.bladnerf. toovermiddel tot afwering van onheilen. Toelang dajoeng. advocaat. vischgraat. wild-vleesch in hot lichaam : Toemboeh toemboehan. Menoelari.. Batoe-toelis. bijstaan. de milt. enz. Toemboehan. Toelang ikan. Penoeloeng. Toeli. bijstand. Toembal (Jay. hula. besmetting. . aansteken .). luis. doof en blind. besmetten.g.. roekeloos (zijn) . Toelen (Jay. teekening. uitspruiten. Menoeloeng. Toemboeh. iemand met hot een of ander helpen. besmettelijk~ ztjn. teekenen. Papan-toelis. enz. . bijstaan. de pokken . beschilderen. onvermengd. Toema (Jay. huip verleenen. Toeman. enz. planten in hot algemeen.). . ontkiemen. onverschillig. Toelis. Menoeloengi.. hardhoorig. metende 6 X 6 X 6 of 216 Kub. vermetel. procureur. Menoelis. wordt. Toelar.). Penoeloeng bitjara. Toembak. Menoelarken. bijspringen. groeien (van planten) dag komen. besmet.. ook : een mast voor brandhout voornamelijk. enz. ook : inwendig abces. onvervalscht. woordvoerder voor een ander. doof held. om niets geven. voeten. afstaan. iemand helpen. Katoelaran. Menoelisi. Menoelar. enz. huip. verwend. Medja-toelis. Toemboehan of Katoemboehan. piek. enz. enz.

bij iemand logeeren. inkwartieren. vernietigen. doen storten. verzakt. rust. Menoempang. duw. op of tog en jets doen rusten. de persoon enz. inkwartiering. vernietigd . die tijdelijk aan de zorg enz. enz. stomp. van iemand wordt toevertrouwd. enz.. Toempas (of Toempes). Toempah. stoot. Menoempoe. uitroeien. . op jets doen steunen. Toempang. tijdelijk verblijven. groenten zoo toebereiden. op jets steunen. ook van een voornaam staatsdienaar. stooten. ook : stapels vormen. Maleische landen. Menoempangken. hoop. uitgezakt. stapel. verdelgen. Menoemis. mededoen. enz. . storten. Toemboeng. ook : tijdelijk verblijf. storten. ergens uitstorten (van vochten). beuken. bonzen. uitstorten. stompen. opstapelen. Menoempahken. -plaatsen. titel van een regent op Java. de kiem eener kokosnoot.. boven op jets liggen. duwen. voetbank. om mode to doen. Menoempas.Toemboek.. ook jets of iemand bij een ander tijdelijk deponeeren. enz. Toempoe (ook : Toemboenn). enz. en hier en daar in TOEM. logies. dat men in kokosnoten vindt. enz. op jets storten. jets boven op jets leggen. Menoempahi. Toempangan. vergieten. enz. sponsachtig lichaam. hot bolvormig. op jets drukken. stapel. Toemboeng (of Tombong). Toemboean kaki. Toemenggoeng. hoop. opeenhooping. uitgieten. Toemit. ophooping. enz. zich bij jets of iemand voegen. Menoempoeken. uitzakking.of steunpunt voor . op jets vallen (van vochten). verzakking (b jy. fijnstampen.. uitstorten. hiel. iemand of jets herhaaldelijk stompen geven. op jets beuken.. Menoemboeki. van de baarmoeder). verdelgd. steun. stampen. steunpunt. Menoemboek. groenten in olio gaargebraden of gestoofd. vervoegen enz. Menoempangi. Toemis. plengen. tijdelijk doen logeeren..

verloofde. eon verloofde hebben. afstompen.den voet. Teloendjoek of Djari teloendjoek.). buigen. ook : tegen jets aanloonen. Menoendjang. der Nymphaeaceae. schoren. nat. Menoendoekken. Toenang. zje : Toewan. stapel. vormen. Menoendoek. . jemand jets wijzen. stomp. verloofd. (Jay. to voorschijn. teeken van onderwerpjng. troop. enz. jets tegen jets aan zetten.). gebukt doen gaan. bot maken (van snijdende voorwerpen). TOEN.). Nymphaea lotus.. stutten. opeengedrongen groepen enz. hoopen. stut. -aanwijzen. Toempoek. ontstaan. met hot hoofd benedenwaarts gekeerd. Menoendjangi. fam. L. Bertoenas. wijzen. hoop. do waterlelie of lotus. aanwijzen. Menoenang. stomp. aan den TOEM. zich onderwerpen. Toendoeng. Bertoenangan. Toempoel (Bat. aandujden. Menoempoekken. verloving. gebukt. Menoenangken. doen bukken. neerbuigen. uitbotten. stapel. enz. knop. verloven (door de ouders) . wijsvinger. . Toenangan. steun. neerbuigen. ophoopen. Menoempoelken. op elkander stapelen.--toonen. Menoendjangken. engagement. opstapelen. enz. -laten zien. enz. vertoonen. Toendjoeng. onderwerpen ten onder brengen. Toen. toonen. geengageerd zijn. enz. naar beneden drukken. bot. . opeendringen. 275 Toempoekan. stutten.: Alamat toendoek. jets tegen jets laten leunen. zich verloven meet. groep. gebukt gaan. stapels. Toendoek. uitspruitsel. niet snijdend. Menoendoeng. Menoempoek. schoor. Bertoempoek. Bertoendoek. waarvan verschejdene soorten bestaan. Toenas. . -aantoonen. enz. Menoendjoekken. -plaatsen (tot stut of steun). jets steunen. laten zjen. Menoendjoek. Toendjang (Jay. schoren. enz. . enz. hoop. enz. Toendjoek. Jay. neergebogen. bukken. aantoonen. steunen.

enz. kruk. hot onderste boven gekeerd zijn. Menoenggang. stam zonder takken of kroon. jets of iemand zoodanig plaatsen. enz. Toenggoel. filtreeren. bij de hand of aan eon stok. weggejaagde. eischen. Toentoet. Toengging. bewaken. enz. door eon zeef halen. dan hot overige gedeelte van hot lichaam.. eon blinde. Toenei (of Toenai). . stut. Toenggang. toeven. wachter. volgen. Toenggal. bewaken. Toengkak. hot onderste boven. Toentoen. enz. jets of jemand op jets laten zitten. wachten. enz. Menoeras. Oewang toenai. Toeras. eenigst. leiden. Menoenggingken. omgekeerd. enz. enz. ook : de beschermengel of beschermgeest.). ritjdier. enz. bij jets waken. oppassen. Toenggangan. banneling. bewaker. met hot achterste in de hoogte liggen. stok. op jets zitten. eekhoorn. leiden. Menoentoet. ujtzetten. najagen. enz. steun . Menoengging. vorderen. die verondersteld wordt jets of iemand to bewaken. enz. Menoenggoef. oppasser. Toengkat kateak. dat zijn achterste hoogtr komt to staan. rijtuig. eenig. verwachten. Toepai. comptant . op jets wachten. . Menoentoen. Toengkat. Menoengganken. Menoenggoe. coinptant geld. Toenggoe. Toendoengan. .wogjagen. enz. stronk. doorzijgen. rijden. Toenggang. enz. enz. afvragen. waarop gozeten of gereden wordt. naar jets koersen. rijden. (vulg.. wandelstok.Menoenggang. Penoenggoe. 276 TOEN. (bijv. Menoenggangi. jets berijden. enz. op jets wachten. het achtereind in de hoogte heffen. de posjtie. jets opwachten. waardoor hot achtereind of achterste van jets in de hoogte wordt geheven. eon paard aan eon lijn. . eon. op of in jets zitten.. hiel. ook : Badjing. achterna. . . weren. bannen. enkel. oppassen. op jets passen. verbejden.) ook : eon vrouw beslapen . volgen.

Toeroenan. (van vloeistoffen). waarlangs men daalt. wat tot dekking van jets diem. Toetoek. met eon of ander op jets kloppen. Menoesoek. kloppen. doen beneden komen. enz. voorbeeld enz. doorboring.). Menoeroenken. nakomelingschap. eon dot. panter. mededoen. Menoeroet. gehoorzamen. dichtmaken. steek. om geplant to worden (zooals met vole schaduwboomen in koffie. gehoorzaam (zijn). nederdalende familielinie. ook : sluiten. enz. in opvolging van. . jets bedekken. Toetoep. enz. toedekken. Bertoeroettoeroet. indruksel. ter navolging. Menoeroeni. achterna volgen. deksel. doen dalen. toedekken. naar jets heen dalen. enz. enz. dichtmaken. stek.. vlek. Toerki. enz. enz. tot dekking strekken. volgen. enz.. nakomeling. Toeroen (. ondergaan. .enz. dalen. TOEW.). jets ergens in of doorsteken. ophitsen. moot. . opsluiten.en andere tuinen gedaan wordt). Menoetoep. . Toeroet. Toeroetan. smet. warm maken. in acht nemen. enz.. en : steken. of klimmen. dek. steken. Turksch. achter de tralies zetten. enz. met eon stomp voorwerp (eon vinger. enz. hameren. -aandrukken. . naar beneden gaan of komen. ook: gewillig. Toeroen. Menoetoepi. Menoetoel. in eon ru achter elkander. aanraken.). enz. Toesoek. afdalen. in navolging van. . helling naar boneden. enz. Matjan toetoel. Toetoel.Tay. dekknn. nederdalen. Turkije. kort stuk van eon boomtak. naar jets toe afklimmen. Satoeroet. Menoetoek. pijnlijk trekken (van eon zweer bijv.. van zich doen afstammen. jets tot hot be. enz. Tanah (negeri) toerki.de gevlekte tjjger. medegaan. naar beneden halen. afsluiten. navolgen. ook : afstammeling. plek. dekkleed. doorboren. Turk. Toeroen-toeroenan. bedekken. Menoetoepken.. Orang toerki. ook iemand opstoken. neerkomen. in de gevangenis.

Menolih. (alleen van eon vorstelijk personage). . Menoetoer. palmwijn. donkey van kleur.) inschenken. schoonouders. keuvelen. Toetoepan. eon oud mensch. babbelen. Soend. jets tot iemand zeggen. grooto soon hagedis. tot hoofd aanstellen. TOEW. der Asclepiadeae. ook: oudste. gekko. Pergularia odoratissima. Bertoetoer. Toetoep medja. Tofan. toeschouwen. enz. met hot eon of ander toedekken. ouders. naar jets kijken. waarop alarm. Tong.. enz. blok. Toewa. bijv. overgieten in jets (eon glas. enz. typhoon.. oud maken. kuip. slingerplant met geurige bloemen. tobbe. ton. bejaard. deksel. cycloon. Menonton. ook: gevangene. achterom kijken. gelukkig. enz. Toetoer. aam. gelukkig zjjn in ondernemingen. mevrouw. uitgieten.Toewankoe. mijnheer. fam. geluk. Tontonan. mevrouw de prinses. 277 enz. L. meester.enz. praten. schenken. Mentoewaken. enz . louteren. Menoewang. Tongkeng. orkaan. Meretoewa of Maratoewa. vat. wat bedekt. schouwspel. Tongtong. Nat. mijnheer. Toewang.). hem op jets attent maken. Emas toewa. die heer genoemd wordt (titel van eon regeerenden vorst).. versleten. Toewan poeteri. zijwaarts. ook : Legen (Jay. rijp.dekken van jets aanwenden. donkerrood. oud. enz..). voorspoed. Bertoewah.en andere signalers geslagen worden. gieten. enz.heer. schoonvader of schoonmoeder. enz. spreken. Tonton (Jay. voldragen. opgeslotene. uitgeholk blok. . Toewak. Tokek (of Tekek). . zie : Toemboeng. vormelooze klomp. Jang dipertoewan. ook : metalen zuiveren. Tolih. voorspoedig . tafelkleed. Toewah. fijn (oud) gouda Merah toewa. Tongkol. toekijken. hoofd eener negorij. Menoetoerken. WALA. Tombong. Menoetoeri. Orang toewa. voorspoed hebben. heer. Toewan.

gevolmachtigde. plichtmatig. Wadja. ijzeren braadpan (ook: Koewali wadja of Wadjan). ook : glans. ook : tooneelvertooning daarmede .). betamelijk. hoofddeksel van niet-inlandsch maaksel. maag. Tsalatsa (of Selasa) (Ar. dobbelen. Wa (Ar. Wadjib (Ar. Wafat (Ar. en. houten wajangpop. jets als verplichting opleggen enz.). mots. Wajang golek. Chineesch marionettenspel. Wajang orang. bulk. mister.vertooning enz. Wajang keroetjil. goddelijke open. verplichting. overlijden. getatoueerd zijn. stichting ten algemeenen none. . overladen. Totang tatoueersel . Wadoeng. Dinsdag. hoed. staal.pop van lever. wat als plicht op iemand rust. Toro(Bat. eon pur sang Hollander. plicht.). gestorven. dobbelspel . Wajangan.). waarmede vertooningen van tooneelen daaruit worden gegeven . Wakil (Ar. voorstellende personen nit den voortijd en de Hindoe-Javaansche mythologic. snoeperij van kleefrijst of Ketan in suiker gekookt. W. Wajang poppers van lever of hoot. groote bijl. baring. rdem als voren. dock plane poppers van hoot of lever . Totok welanda. Topi. mom. tooneelvertooning daarmede. Tsaldjoe (Ar. Topeng. Wajang potehi. Mewadjibken. Totok. vertegenwoordiger. pens. Wadoek (Jay. enz. deed. Wadjik. Wab joe (Jay. Bermain top. iemand jets ten plicht stellen.).een lange bijna tot aan de vooten reikende badjoe (voor mannelijke bedienden). zulk eon tooneelvertooning geven . masker.).).). Malem selasa. tooneelspel met gemaskerde acteurs.). do avond (nacht) van Maandag op Dinsdag. Betogang.). liefdadige instelling. behoorlijk.volbloed. Wakaf (Ar. sneeuw. Top.Wajang koelit. zulk eon tooneelvertooning door menschen uitgevoerd. plaatsvervanger. edit'. onvervalscht.

gerucht. mare . rattenkruit. vriend. iemand tot gemachtigde aanstellen. Negeri walanda. Wang (of Oewang). der. Warts. Warns (00k: Werna). tjjding. erfdeel. dapper. zwavel.Urostigma benjaminum. der Tiliaceae. tijd voor lets. WOER. vorm aan jets geven. agent. naaste beschermer. Ahliwaris.). Warisan.). Mewartaken. Wangi. nat. boom met lenig hout. fam. loopen. der Artocarpeae. kleur. ook: gedaante.). nieuws. fam. Mewakilken. Waris. winkeltje. de gezamenlijke erf genamen . Zie : Berani. Mewakili. enz. odour. hooge. voogd. Waroe. Hibiscus elatus. gezond. Warirang. eon snort Chineesch vaartuig.za akgelastigde. . Schoutenia ovata. Warisan. Warangan. tijdstip. Walikoekoen.ook eon waarde van 10 duiten of 8h/ ~ cent. iemand vertegenwoordigen. welriekend . gedaante. Holland. voor de voorgeschreven gebeden. Hollan278 WALA. durven. Van dozen boom bestaan verscheidene soorten. Waras. heen en weder (gaan. geurig. Korth. zich door iemand laten vortegeYiwoordigen. Wants (of Waris). Ajer wangi. iemand tijdelijk vervangen. reukwater. Hollandsch . uiu. Sw. Miq. enz. enz. grif van de hand gaan (van koopwaren) . der Malyaceae. jets maken. eon kleur. welvarend. gelukkig zijn met zijn handel. W slang (Jay. sprinkhaan. Walanda (of Wolanda).. erfenis. bericht.). boom met good hout. -. gelegenheid. vorm . Wangkang. fare. Warawiri. Wall (Ar. enz. Ml warnaken. vertrouwde vriend. Warlngin. . Waktoe (Ar. nat. Waroeng inlandsch kraampje. geld.). enz. nat. groote boom. Wani (Jay. moedig. ook de verschillende tijdstippon. Nederland. erfgenaam .

Zaman sekara'ng. Mewasiatken. Water. Wedana (Jay. heldhaftig. Weslah (Ar.). Wasiat (Ar. Dc.). Zakat (Ar. zuivering.: Pewarta berichtgever. testament.). Berwates..lets berichten. opdracht. Soerat wasiat.). Soend. vorm.) (of Djina). door jets begrenzen. enz. verplichte bijdrage aan den priester. aalmoes. schrift. lastgeving.grens. tijdperk. fam. de tegenwoordige tijd. ruchtbaar maken. ikan mowa. hot wezen. zijn testament maken . kwade vermoedens.Soend. dapper. . Wazir (Ar. laatste wilsbeschikking . aanbeveling . uiterste wil. Woedjoed. meedeelen. Werna. mislukken. 279 Zina (Ar. nat. niet doorgaan. Weloet (Jay. ook: Djemeroed. Woeli. hot vereenigingsteeken in hot Arab. Wasir (of Bawasir). Soend. Woengoe.groengekleurde edelsteen.overspel plegen. oostelijk.). begrensd zijn door. aambeien. eerste minister. hoesten. aal. hot bestaan.).grensscheiding. beloet. lindoeng. Z. A. vizier. Zoemroed (of Djamroed). Widjen.grenspaal . ook :Djaman) (Ar.) (of Djakat). Zaman (of Dzaman. eeuw. hot Oosten. de grenzen van jets aangeven. heester.). hoest. pencde. Aal. ZAKA. weloet. die de Sesam-olio (Minjak widjen). Woeroeng of Oeroeng(Jav. t jd. korenaar. goon gevolg hebben. paars. Watoek (Batoek).). Wira. overspel Berzina. m. Berwasiat. rijstaar. Sesamum indicum. Wetan (Jay. smaragd. door teekens enz. Oost. Wasangka. geeft. moedig. grenzen aan. ZOEM. Mewatesken. jets bij testament vermaken. achterdocht. districtshoofd.). der Sesameae. overspel bedrijven. gedaante. testament. zie : Warns. Bat. ten oosten. (Ar.

. kapada-. angoes (van de stof zelf). Aanbevelen (prijzen).. menjembah berhala. menggeh menggeh. sampai di. Aanbeveling. zie : Belang. kapada.. Aan. lager. tambakan. die bakt). pada-. Aanbesteden. Aanbelang. mengangoesken (van de persoon. Aalgeer. Aanaarden. bagai. v. zie : Aanbiddelijk. Yninta-minta. Aanaarding. o. Aanbeeld. tjerengkeng. mati dengan penjakit (sakit) .Iets tot aalmoes geven. serampang. mendermaken. zakat. lesoe. Gestorven aan een ziekte.. (opdragen). minta sedekah. mengoeroeg. Aanbiddelijk. sampai. Tot aan.bagi-. sedekah. m. dengan. v. Aan mijnheer. angoes.. kerak. Aanbidden. sama. sesak dada. Afgoden aanbidden. paron. v. Aanbiddenswaard. Verplichte of zuiverings aalmoes..bagai-. Aalmoezen vragen. di. enz. menjedekahken.. landesan. pada. sakit bengek. o. Aanbesteding. haroes di sembah. memborongken. boeboe beloet. dzakat. v. m. pemborongan pakerdjaan. v. Aamechtig. poedjian. bagi. hingga. Aan geld. Aamborstigheid. memberi derma. ook uitgedrukt door den transitief-uitgang i van werkwoorden.meminta-minta. sampai ka. Aambei. Aanbakken. lelangan pakerdjaan.. v. ka. menjembah soedjoed. o. Aamborstig. Aanbaksel. roeda oewang.. Aanbevelingsbrief. tong gede (besar). memoedji. landasan. djekat. sakit mengi. pendjoewalan pakerdjaan. roepa.. v.. tong. bawasir. pajah. poeroe sembilik. bengek. Aalmoes. Aalmoezen geven.memberi sedekah . penambak. wasir. letih-lesoe.sama-toewan. menjembah. mengi . patoet di sembah. o.. letih. minta derma. memborongken pakerdjaan. soerat poedjian.. di darat . menjerahken..Aalfuik. menambak.Aan wal. Aam.. oeroegan. derma. akan.

Zich aanbieden (van een gelegenheid). Aanbieden van geschenken. . menambat. menjoelang piala. pengoendjoek. Aanbieding. menawarken. Aanbieden (overreiken). mengikat. pengoendjoekan. merekah fadjar. pemberdirian. enz. Aanbieden. slang. mengidjabken . Aanbijten. ada 282 AANB. (komen). menggonggonggi. Aanbreken (van den dag). Aanbonzen. membentoer. v. fadjar. mengoeboeng. memboelang. (aan jets hechten). ketok. menjorong. memperdiriken. (af brokkelen). Tegen lets aanbonzen. bikin. o. menggigit. Aanbrengen. Te koop aanbieden.. Aanbidding. membentoer. Aanbieden. bikinan. m. dinahari. djandji. zie : Aanbakken. ada. V. penjembahan. berkandjang. angoes. niemoepoet. (aan een meerdere). mengikatken. (van den wind). m. ada peni hal. menerimaken. melanggar.. merekah. Aanbouw. membikin. mengoendjoekken. tawar. Aanblazen.. datang . kebentoes. persembahan. Een baker aanbieden. memboewat. m. mempersahadjaken din. bentoer. makan.. Aanbod. membawa. rembang. menjamboeng.. djalan. bersentoeh-sentoeh. Aanbotsen. (aaneenhechten). kebentoer. langgar. pemandangan. penjoelang. melanggar . mengetok. pemandang. orang jang menjembah. (voorstel). idjab. Tegen elkander aanbonzen. (ten verkoop).Aanbidden. menaliken. Aanblijven. Aanbouwen. Aanbranden. Aanblaffen. ring. mengemboes. meloewak.pembikinan. Aanblik. mengoendjoek. padjar. pemboewatan. kasi. Zich vrijwillig aanbieden. m. mempersembahken . tawaran.. menda- . sembah. penjoelangan. penjembah. poedji. tinggal. penglihatan. membentoer. m en ep o ek . om iemand om to koopen. menioep. (van geld tot een troop). kedjap mats.

Aandrang. Aandeel hebben in eene handelszaak. Het hart aandoen. menjedihken. kasi pakai. (veroorzaken). Eene plaats aandoen. (iemand -). samodal dengan. kabelet... menjakitken hati. . Aandeelhouder m. bawa menghadep menghadepken.tangken. Aandoen. mengampiri. pakai. .rasa. jang melemboetken hati. (aantrekken). sjarik. ketj ek. v. (doers aantrekken). mendatangken soesahnja.. mengenaken . kerdja. o.mengerasi.. (tot eene natuurlijke behoefte. mengadoeken perkara. Verdriet aandoen. menjampaiken. memba wa masoek. menjekoetoei. bertjampoer. tjita. soesah. doeka-tjita. berseroan.des gemoeds). bagian. memakai. mampir. V. (tot lets. merawanken hati.. (dringend verzoek). dengan mengingatken. mempersakiti . Aandeel. mengenaken. dengan ingatan. membikin soesah hat!. deel hebben in eene zaak. Aandoenlijk. girang hati. Aandoening van smart. behagian. mendoekatjitaken. jang merawanken hati. me makaiken. singgah-. ingin . (vennoot). resa. mendatangken . bersinggah kapada. jang melemasken hati. Aandieden. Aandragen. Aandoening van vreugde.perasaan hati. mempertjintaken. Aandaehtig. rawan. besero. Leed aandoen. bikin. memaksa. soekatjita. AanAAND .. meng adaken. tanda peringatan. soesah hati. m. saj oe . Geweld aandoen. jang menjedihken hati. menjoesahken hat!. bersekoetoe.menggagahi. tjampoer. Aandacht. Aandenken. sekoetoe. Aandoening. peringatan. mendjadiken soesahnja. zie: Brengen en Dragen. o. ingatan. belet. gerak hat!. persero. kepengin. masoek . (Eene zaak aanbrengen). menjoesahken. mendoekaken.

. bertoeroet-toeroetan. memeliharaken.v.berani melawan (jets-) berani meiakoeken. mengerah. mengadjak. (geestdrift). pemeliharaan. (tegen jets). beroelang-oelang meminta. zie : Erven. kasi tahoe. Aangaan (ergens-).himmat. Aanfokken. Aandurven. meminta-minta .). kasi mengerti. (razen. Aandrukken. mengerasken. memboedjoek. Aanduwen. Aaneen (verbonden). (doers vermenigvuldigen). Aandrlft (neiging). (achtereen). menilik.nafsoe. gerak hati. Aaneenvoegen. Aanfokking. mengentjangken. Aaneensluiten. pamiaraan. enz. Aanduiden.v. memberi tahoe. menjorongken. menghoeboengken. AANGr. menoendjoekken. terikat. terhoeboeng. roesoeh. (doers-). 283 bersinggah. menjamboeng. nepsoe. tieren). rapet. mempertemoeken. AAND. Bij iemand aangaan om to zien hoe hij het maakt. meniliki. perganggoean. toendjoek. menghempet. Aanerven. mengetj ek. merapetken. bergesa-gesa. mengikat. mengetahoeken. tilik. (van yolk tot eenig werk). mampir . menj orong. (tegen jets-) berdampar. Aandrijven. piara. Aandringen (aanhoudend verzoeken. tersamboeng. to verstaan geven).. bersamasama. memelihara. geger. (aanzetten. rapet . minta dengan berkandjangkandjang. memberi katerangan. minta dengan keras. singgah. merapetken. berani mendjalanken. menjesakken. menjataken. (viammen). menoendjoek. ook : ganggoe. beroelangoelang. zie : Drukken. aansporen). (te kennen. melengketken.perinintaan dengan keras. terdampar. memaksa. mendjantanken. berlengket. sorong. meroesoeh. menerangken. memperbanjakken.. mengertiken. gairat. menjambat. bertoeroet-toeroet.

Aangezicht. Aangenomen (geadopteerd). dakwa. poengoet. moeka. o. Aangri jpen.). moelai . pemberian tahoe. oleh karma. itoe boekan perkarakoe. (beginners). meringisi. akan. bilangan . tnembikin perdjandjian. kawin. Aangelegenheid. tegal. sedia.menjandangken. Dat gaat mu niet aan. sajoe. menangkep. bertambah. nikah . ash. (aanvallen). sedap. Aangaande. saoepama. Aangeboren (ingeschapen). balk lak oenja. tambah. mendjandji. Van aangezicht tot aangezicht. Zie verder : Groeien. kasi bertahoe. mengoeloer. berdjandji. Aangenaam.) . (overgenomen) . balk perinja. Een huweUjk aangaan. hal. hiba. menjerang. itoe ta'boleh. mengasiken. peni hal. pengadoean. mengamat-amati.v. pegang. Aangezien. memboewat perdjandjian . berhadep-hadepan. Een verbond enz. Aangeven (aanreiken).. peloe. da'wa.. per284 AANG.rrengoeloerken. sedih. (voor de zintuigen). Aangapen. Aangedaan. mengadoeken. Aangenomen. mememang.(oorspronkelijk). atas. sandainja. dat. paras . kasi.. Aangenaam van manieren. mengerenjit. karma. anak poengoet.(kennis geven. nimat of nikmat . mengenjoet. Aangroeien (toenemen). enz. enak. v. choelki. tentang. pemberitaan.pakai. memberi tahoe. Een aangenomen kind. sebab. adat ! j ang beharoe (baroe) . aangaan. itoe saja ta'ferdoeli. Aangifte (kennisgeving). sedang. Aanhaken. Dat gaat niet aan. angkat. ni enggaitken. perkara. siloe. selang. menggait. enz. mengoendjoekken. bertambah-tambah. manis (van woorden enz. anak angkat. dari. Aangrijnzen. . Aangorden. mengangai. Een aangenomen gewoonte. dari sebab. (klacht.menjala..).

(voortdurend). tergantoeng. dibadjat.pengiring. zie : Aanaarden. menoesoek-noesoek. mendengarken. daIrah ta'loek. AANK. berlekat. (goederen-). dada bersalin. pakai. mengeloes-aloes. oemat. (van een gezang). bersangkoet. berpakaian. v.memoengoet. (gedurig verzoeken). gelingen)..mengoepak. m. mengatjoem.mengasoet.mengambil. menjeboetken. permoelaan . lama. dada berhenti . gantoeng. bergantoeng. .. menggalakken. Aanhangsel. memakai. lets aanhebben. menghela . (eene zaak-). mernakaiken. merampas. Aanhangen (hangen). Aanhechten. melambatken.pengiringan. Aanhooren. iekat. memboedjoek. menerik.. Aanhoorigheid. below terpoetoes. mempertanggoehken . berlengket. Aanhang (secte). Aanhankeltjk. bertoeroet-toeroet. toeroet. menoesoek. (vol. Aanhoorig. mengaroe. di bawah. angkatan . dairah. Aanhebben.menangkep. Aanhef. berkandjang. tiada berganti. mengaroeken . menahan. lambat. (volharden). tambahan. menengarken. merampas. dengan tiada berkapoetoesan . menahan. (aaien).. beroelang-oelang. hoeboengan. menarik.memegang. bergantoeng kapada.Aanhalen (trekken). m. taloek. (niet afleggen.menghoeboengken. terlekat kapada. (near eene pleats koersen). menggantoeng : (kleven). dengan dada berhenti.). tiada menanggalken. mengoetja-oetjaken. o. Aanhitsen. van kleederen buy. Aanhouden (jets of iemand -). memakai . (inleiding). terbawah. menoedjoe . memetik. djadjahan. mengerat. permoelaan. (van dieren). menjeboet. below di poetoesken. Aanhoudend (achtereen). Aanhangig (van een zaak). (confisqueeren). menjamboeng. (citeeren). Clang duren). Aanhoogen. sentiasa. Ophoogen.

v. mendakwa. member tahoe. mendjabat. pewarta. moelai berkata.. mengchabarken.).). marl. (aan wal gaan). moelai bitjara. mengikat.). moelai mengomong. Aankomend (bijna volwassen). menjimpoelken. menoedoeh. Ergens aan komen (met de handen). Zich aankleeden. m. pegang. tiada mengapa.senantiasa. kasi pakai. Aankondigen. dateng. ajo. kasi tahoe. memeliharaken. Aanlasschen. marilah. beladjar. mengamat-amati. memasang bitjara. mendempokken. Aanklampen (aanvallen). singgah. Bij iemand aankomen (aan AANK. mema'loemken. mendakwa.pemberitaan. miara. tengok . dawa. menoentoet. mengadoeken. Aan "ken. (enteren).pechabaran. tra'ferdoeli . mengetok. remadja poeteri (van een meisje). menjamboeng. melihat. gaan). enz. memoelangken. tiba. pekerti. pengadoean. memakaiken. djatoh. menoekas. remadja. menjerang. enz. Aanleeren. lets op iemand laten aankomen (aan hem overlaten). anak dara. dakwa. Aankloppen. Stark aankijken. mampir .. piara. penoedoeh. berpakaian} berpakai. menoedoeh. menjampak. Aanlanden. (belanden). bersinggah. Aanklagen. sampai. naik ka darat. Aankomen. menegor. Komaan. . Aanleg (neiging. menanggoengken . remadja poetera (van een jongen). adjar. Aanknoopen (met een knoop vastmaken). (van kennis enz. membeli. v.. m. Valschelijk aanklagen. Aankoopen. melanggar.. Aanklacht. bell. Een aanklacht indienen. mengenaken pakaian . mengadoe. tiada djadi apa apa. Aankondiging. (een gesprek. menggait. Aankleeden. mewartaken. Aankweeken. Het komt er niet op aan. memegang .menepoek (pintoe). Aankoop. pembelian. memandang.

besar hati. merasai. tjerewet. membikin. timbangan. pasangan.). safakat. mengadjak. Aanleiding geven tot.). manis. Aanleggen (van een stad. ergens). mem- .. lantaran . sebab. enz. bermaksoed. (een verband. menjebabken. angkoeh. en z. bikinan. Veel en dikwijls aanmerkingen waken. melanggar. bersinggah. elok. (boeien. menjoeneh . manis. tjela. bermoeafakat. ingatan. persinggahan. menjengadjaken . menjalaken. menjehadjaken. soeroeh. memasang. (jets als doel nemen). merentjanaken . v. (bij iemand. penilikan. bagoes. Aanmoedigen. Aanlegplaats. (opmerking).boedi pekerti . mengatoer. memboeboeh . Gesehikte aanleiding (gelegenheid). tjonto . mengenaken. Aanlokkeujk. mengadjak. mentjaerken. memboewat. membikin entj er. Aanmanen (aanzetten). mengingat. menjoesoek. memboewat. Aanmerking waken. menagih. mengemenginken. membeloenggoe. enz. Aanloopen (stooten). mengingatken . perboewatan. dinah. permai. v. Aanmaken (vervaardigen). menjampoer.). elok. Zonder AANN. (ook : overweging). djadi sebab. Aanminnig. mampir.). Aanmengen. bersoentoeh. membetoeli. dengan tiada samena-mena . atoeran. menjampoerken. Aanleiding (oorzaak). poengah. mendja. Aanmerking (berisping). moela. membentoer. bikin. v. rnembentoes. menoedjoeken . Aanlengen. paksa jang balk. 285 eenige aanleiding. enz. kabentoer . (zie ook : aanlengen). memasang. (vuur-). Aanmatigend. olo-olo.. (mikken op). fikiran . menjela. (ontwerp. mengentjerken. mane. pohon. pentjelaan .diken. kabentoes. rentjana. (maven). (met opzet toeleggen). (uitvoering). (gemeene zaak waken). berani. tempat persinggahan. mengintjer. mentjela.. pengrasaan. merantai .

mengoepak. menggalakken.beraniken. (op zich nemen). sanggoep. Aanplakken. o. terirna. masoek .. menjerang. memberi hati. (voor waar houden). (aanvallen). menjamboet. ringan kepala. menanggoeng. tanem. Aannemen (in ontvangst nemen). Aanraden. (een godsdienst-). Aanplakbiljet. gampang di adjar. berkenalan. v. bersoentoeh. melanggar. menempelken. (veronderstellen). mentjetjap . berdjamoe. Aanporren (aansporen). boleh di pertjaja. bertemoe. enteng kapala. vaststellen). (met de punt van de tong om to proeven). merasa. (bevattelijk). Aanplanten. memoedji. (een wet-. menanem. kasi hati. soentoeh . melanggar. Aanprijzen. tjoba. menjanggoepi. kira. mendjamah. mengasoet. menemplekken.menjerang. Aanpakken. mentjoewit. menggambiraken. memegang. menangkep. mengoesik . (even met den vinger). memoengoet . memberi nasihat. (van een kind). menerima. Aanpassen. m. (een naam-). taneman. Aanranden.melanggar. mentjakep. menjoba. meraba. mendjabat . (een werk-). senggolan. melintjipken. boleh di terirna. Aanpunten. mengadjak : (ophitsen). m. pemborong. njangka. Aannemer (van een werk).berdjarldji. boleh di lakoeken . mendjawil. pertjaja . menentoeken.. soerat tempel..menjenggol. memakai nama . pelekat. menjoentoeh. menggamit. Met iemand in aanraking komen. meremboekken. mendjandji . Aanraken (met de hand). mentjoba. Aannemelijk. Aanplant.. me286 AANN. orang jang memborong pakerdjaan. merantjoeng. . (tegen iets stooten). menadjemken. memegang. soerat templekan. pendjamahan. Aanraking. mengangkat. memborong .

lahir. Aanroepen fluid toeroepen). Aanschnijving. soerat permintaan.menghidangken. memandang. kalihatan. menoelisken . menggoebah . menjoreki. menadjemken. (tot zich roepen). panggil. merapat. membitjaraken. soerat peringatan. (losjes naaien). mengoetas. soerat titah. menampil. menoesoek.menerimaken. Aanrennen.tlahir. menaadaken. Aanschnijven(noteeren). paras. membawa tjelaka. Aanrukken. AANS. Aanscherpen. menggosok. mengorda .. djeloedjoer. melihat. dateng bergoeling-goeling (van golven). menganggit. Aanschijn (voorkomen). membinasaken . menjeboet. (schrif'telijk bevelen). mendjeloedjoer. menoetjoek. memanggil . Aanrijgen (aan een snoer njgen). menjorek. menjoeratken. membawa makanan. soerat perentah. dateng. (gezicht). mengoendjoekken. menjelakaken. memberi perentah dengan soerat. Aanschrappen. mengasah.mengoeloengken. AanschouweUjk. o. (den naam van God). menandal. Aanraken.Iemand in zijn eer aanranden. Aanschroeven. lahir. ook : soerat pertanjaan. (van een schildwacht). loewar . (verwoestingen-). menjapa. Aanschouwen. mengirim soerat perentah. Aanrollen. moeka. (doers ontstaan). AANB..v. memoetar. tlahir. dateng dengan berlari-lari. Aanrichten (opdisschen). mengoeloerken. mengangkat makanan . mendjadiken . mengadaken kabinasaan. Aanroeren. (onheil-). menjempok. zie : Aanraken . wadjah. menjeroe . mendjadiken tjelaka. me- . menjeboet. (van iets spreken). dateng bergoeloenggoeloeng. mengoendjoek.roepa.

(eisch). mengadjak. . (recht). bertanggoeng. Aanspannen (van paarden voor een rijtuig). menghempetken. bitjara. menemplekken. Aanspreken (toespreken). (van een zeil). menpoenjai hak atas . menjalak. berapet. memakoeken. mengajak.moetarken. m. mendakwa.). ter verantwoording roepen). (in de belasting). memarahi..taksiran padjek.. melantak. (van roet. pertamtoean padjek. mendampar. Aanslaan (in de belasting). dakwa. (berispen). pertjakapan. merapet. berdamping. soerat tjoekai. Aanslagbiljet.taksiran boa. bersembah kapada.arah. memikoel tanggoengan. Doers aansluiten. memakoe. menghempet. mendatnparken. piagem. katanggoengan. sawang. sekeroep. enz. bergonggong. menempelken. berkata kapada. o. AANS. (op het strand werpen). bertitah kapada. soerat padjek. memasang.tjoekai. da' w a .menambatken. menanggoeng. Aanspijkeren. Aanslag (van roet. menjapa. soerat boa. melantakken . mendesek . menggeretakken : (de poren geven).memasang. enz. (zijn kapitaal aan- .. Aansprakelijk (zijn). (vastslaan). mengenaken padjek. enz. menegor. Aansluiten (dicht opeendringen). merakitken.). perkata~in. merapetken. (iemand in rechten aanspreken). Aa nspraak (toespraak). (iemand aanspreken. soelang.djelaga.v. mengatai. (van een worst). (booze toeleg) . Aanspoelen (aangespoeld worden). (van honden). Aansporen (aanzetten.makar. 287 (tot een vorst). Aanspraak hebben op. hak .). menjoolang. mengenaken boa. menetapken sekeroep. mematjoe. boa. Aanspraak makers op. terdampar . (van een bekendmaking). menegori.pengarah. menggonggong. rnnasihatken . mengentjengken sekeroep. mendakwa atas.

menjoemet. sedia. bakal.(tot gemachtigde). enz.. membakar. jang nanti datang. (bevallen. berdjalan dengan tjepat. makan modalnja. mengerat. minggoe jang akan datang ini. wording. zijn). berdjaga-djaga. De aanstaande week. a 288 AANS.berkenan. menoesoek. enz. mewakilken . menoelari . datang dengan berdjalan kaki. memadetken. rnelakoeken dini seperti. menjalaken . poera-poera. enz. mengasak. menoelari. penjakit sampar. mengamatamati.. (ontsteken). melantak. (zijn stag versnellen)r mentjepatken-. menjoekaken. minggoe di depan ini . -Aanstaan (van een deur. mengikat dengan peniti . mendjangkit. genoegen doers). mengenjak. soeka. menaroh api. mentjoetjoeh . makan pokoknja. ridla (vann den persoon). di moeka ini . menjoelat. (van de zaak). memboesoekken.. Aanstampen (van den grond). mengangkat. mendjadiken. (vast steken). Aanstaand (op handers zijnd). memboewat-boewat. jang ampir datang. (nog in aanmaak. menggelar. Aanstekelijk. Aansteken. Zich aanstellen als. memandang. menetapken. jang akan datang .n tot). melantakken.). (bederven). memperkenanken . terboeka sedikit. toenangan. Een aanstekelijke ziekte. sampar. nlelekasken djalan.berlangkap. djemah.bersedia. v. mendjadiken boesoek. penjakit menoelari. (besmetten). Aanstellen (benoemen). Aanstappen (loopend aankomen). melihati. (van een lading in een vuurwapen). Aanstaande (verloofde). salakoe seperti. di hadepan ini. . Aanstalte (aanstalten makers. Aanstaan. menganga.spreken). mendjangkit. memandangi. merenoeng. jang dekat. menoemboek. (in brand steken). Aanstaren. di depan ini. memasang.

o. meng. dj oemlah . m.. mengoesapken kapoer . Aanstonds. sjak. menoelisi. (ergernis). mengetjat. memaloeken. menjalaken.oepak. kabanjakan. Aangetast worden(door een ziekte). Aanstrijken (met kalk). bentoer. menggalakken api. menjoerati. menarohi tanda . menoesoeknoesoek. mendjangkit. boekoe toelis. Aanteekenen (merken). soerat gelaran. (een vuur). Iemands ear aantasten. membesarken. boekoe peringatan. Aantasten.Aanstoken (ophitsen). melanggar. menjiar . (van vuur. merembet . membentoer. melanggar kahormatan .). mendjilat.soerat peringatan. soentoeh soentoehan. menggeretken. soerat pangkat. tiada laik. piagem. Aanstoot geven. memberi sjak. memfitnahken. menoelak pintos. dengan kapoer.. menjoetoeh. De glazen aanstooten. mengadoe perbantahan. Aanteekenboek. menoesoek. Het hoofd tegen iets aanstooten. melantak. (een twist). menjapoe-. mengoepak api. angkatan . sabentar. (noteeren). mengasak . bilangan. menoemboekken kapala ka (di) . menjoerat di daftar. banjak. v. tiada patoet. memantik. menaroh tjat . mengadoe. menjenggol.. boekoe tjatetan.Aanstelling (benoeming). menggentoesken piala. zich verbreiden). kabentoer. mendjadiken perbantahan. menoelis di . soerat angkatan. kena. bentoes . menandai. menjampok.o. kabentoes. De lading van een vuurwapen aanstooten. membentoes. Een deur aanstooten. kelak. melaboer-. bertemoeken piala. (acts). meramaiken perbantahan . Aanstooten. Aanstoot (schok). menghembet. mengantok.. . Groot aantal.gelaran. mengetjat. sabentar lagi. (van voegen tusschen steenen enz. Aantal (hoeveelheid). menoelis. (met verf). menjikat AANV. menjerang . memberi maloe. (van een lucifer).

melanggar. perkiraan. Aanvaarden (ontvangen). (inzuigen). Aanteekening (om to onthouden). pegang. Aanvegen. menoekas.. enz. (trekken). menjerang. peringatan . bertjinta akan. menjapoe.. aantrekken. lagi datang. datang. was-oewas. (de regeering). Aantrekkelijk. De stouts schoenen aantrekken. pengamoekan. penjerboean. mengamoek. m.In aantocht zijn. bermoela. dapat. Aanvatten. sanak-soedara. memegang. zie : Aanlokkelijk Aantrekken (van kleederen. (aanmerking). menangkep. memakai . (eene refs). penggoda. memfadloeliken. meAANV AANZ. sjahwat . mengoendjoekken . menoendjoekken. Zich sane zaak enz. bertemoe. kira. koelawangsa .. 289 nerima. penerpaan. koelawarga.v. . menerpa. menoendjoek. Aanverwanten. menerangken. menjateti. (van de wederzi jdsche ouders van gehuwden onderling). penempoehan. Aanvechting. lagi berdjalan. (eene rein naar Mekka). pelanggaran . penjerangan. berbesanan. sahwat. enz. (met een sprong). (valschelijk--). menarik . menjataken. Aanval.). berdjoempa. besan. menjerboe. Aantocht. Aantoonen (wi jzen). Aanvallen. v. mendjabat. moela-moela. $rtama. mengoendjoek. mengisap. m. goda. Aanvaren (tegen elkander). (verwoede -). Aantreffen. pakai. menerkam. katemoe dengan . Aantijgen. mendapat. menempoeh.). menjamboet. melanggar. berketjil hati . berdjalan. sanak. menoedoeh. m. mendjeramah.(zinnelijke lust).. mendjabat. memberaniken din. kaum koelawarga . Aanvliegen (vliegend komen). m o el al. (duideli jk waken.. (des duivels). Aanvangen. menempoeh. Aanvankelijk. (vinden). Aanverwant.boekoe. naik hadji. herangkat. timbangan. berlajar. menjeregap.

(citeeren. Aanwezend. Aanwezen. (een lager. membawa. pasang. enz. m. pembawaan. membiasaken..).). pertambahan. penglima. (scherpen). mengasah. menomdoeh. menjamber .datang terbang. m.. kapala.). menoeding. perma'loeman . melanggar. Aanzeggen (kennis geven). (gerechtelijk-). perolihan. menoekasi. kaadaan. Aanwitten. pemasoekan. enz. menoedoehken . menerpa. menambahi.. mema'loemken . m. hadlir. (van hat water).soeroeh. (appliceeren). Aanvullen (hat ontbrekende). penghoeloe. menjeboet. gaboes. biasa. menoedoehi. pemberian tahoe. enz. pernnintaan. berpoepoet. (van . Aanwas. HOLLANDSCH-MALEISCH. tarnbah. mengepalaken. njita. Gerechtelijke aanzegging. permoehoenan. oentoeng. memoehoen. laba. Aanzegging. Aanvoer. m. v. mengepalai. Aanwennen. Aanwaaien. memenoehi.menoendjoekken. Aanwinst. menjoeroeh. menoekas. Aanvulling. melaboer. Aanvoeren (aanbrengen.mengadjak. m. Aanwrijven (iets ten lasts leggen). v. mengchabarken.. memberi tahoe. ajar pasang. menjapoe. menadjemken. berhadlir. djadi biasa.memoepoet. pahalawan. Aanzetriem. mengandjoer. gosok. mempergoenaken .. menoedingken. (van den wind). sits. minta. me. koelit pengasahan piso. tambahan. v. memakai. menjeboetken. Aanwenden (gebruiken). menoendjoek. ada. Aanzetten (aanvoegen).. kasi tahoe. (op iemand-). -meloemas dengan kapoer... melangkapken. menggosok. menggalakken. pakai. mengenaken. memberitaken. o. Aanvraag. meminta. Aanwtjzen. (valschelijk). menjamboeng . memasoekken . (aansporen). memakaiken. tambahan.. Aanvragen.men gipas. mengoepajaken. Aanvoerder. mendjangkepken.

bangsawan.. oerat. (van geboorte). (ader). permoehoenan .woeli.berasal. menglamar. manier). Aanzoek. menanoeng. Aap. De langarmige grijze aap. choeloek. majas. (van een knoop. Het aanzen geven. merenoeng. oewa-oewa . akin. dat : roepanja. (verzoek). melihatk~n.).. berharga. lahir kalihatan .mengadaken. Aanzien (aankjjken)..perangai. berdoedoek. o. majang. orang kaja. kera. mengamat-amati . Eon jonge aap. memboeka sedikit . (een deur). (van root. tjara monjet. boedi-pekerti. orang b~rkoewasa. tenting. monjet. m. bangsawan. meminta.pekerti. sangat.. De Gibbon-aap. oetama. mengamatamati .membeliak. angoes. Aanzien. enz. kalihatannja.(zeer belangrjjk). melihati. Aar (korenaar. m.). terhormat. orang besar. mernasang. (inborst). Aanzienlijke. (uiterlij k). menindjau.. koenjoek. In aanzien zijn. De zwarte aap. Aanzijn. . pengamat-amatan . orang moelia. berkerak . pemandangan. (wjjze. enz. Aard. dasar . penglamar. tampik. Do groote mensch-aap. kabilangan. roepa. to bias. roenggai. (huwelijks-).v.). enz. orang moelia . di hormatk~n. orang berasal. (van waarde).boelir.mendjadiken. Aapachtig. pining. mawas. m. memboeboeh. permintaan. orang-oetan. amat. koewasa . Met aandacht aanzien (beschouwen). meminang.. berkoewasa. lamaran . melariken. peri. doedoek. Iemand van aanzien orang besar. (de lading van een geweer. memendelikken.). Met groote oogen aanzien. enz. siamang . di bilangk~n .(eener zaak). loetoeng.. besar. o. Aanzienlijk. Aanzoek doers. Hot last zich aanzien. 19 290 AANZ. Ten aanzien van. moelia.peri hal. djalan. melantak . o. adat. m~mandang. (gezag). Aanzitten. kaadaan . kaja monjet.paarden). (hat zien). bersoelang. indah.

(Europeesche). v. Ter aarde vallen. Aardigheid. aloes. tanah . belanga.. bagoes. kentang. gojang tanah.). Een aardigheid verkoopen. AARD.. sanda. memba- . (inlandsche). berdjinaka. mendjatohken ka tanah. senang. van planters). tembekar.. Aardbeving. (lief). seperti tanah. Ter aarde werpen. enz. baring jang indah. kerasan. Aarden. kembili. lindoe. kaja tanah.bangsa petjah. Minzaam van aard. beling.. dani tanah. saroepa tanah. (van aarde). boemi . Verglaasd aardewerk. antoe tanah. djinaka. boemi. enz. Aardhoop.v. AARD. pining-mangkok . Eetbare aarde. koertjatji. Aardachtig. Aarden. elok. memboewang di tanah . membanjol. menoeroet perangainja. berperangai jang lemah lemboet. papal .. saperangai.pen. Aardappel. Onverglaasd aardewerk. girang. beradat aloes. Aardbol. bergirang hati. loetjoe. m. oeroegan tanah. m. tanah. peni hal .. djblita . (oppervlak). timboenan tanah. bangsa beling. toemboeh. m. senda. poendoeng. bagai . perabot tanah.. bengis . poentoek.gempa boemi.. boesoet.(grond).(aardboh. tanah tergojang. tertjampoer tanah.. banjolan . berasa senang. djatoh di tanah . tjantik. tanah ampo.). (tieren enz.boemi. m. Korzelig van aard. (snort). Aardgeest. bangsa koewali. Aarde. m. djinaka. (iemand-).(verrassing. tanah bergojang. Aardewerk.o. bersenang hati . boelat boemi. Aardbodem. m. ampo. v. membanting di tanah. moeka boemi. manic. mendjeroemoesken di tanah. rnenoeroet adatnja . Vroolijk van aard. oebi.voorwerp). manic.memerangaiken. gempa.bangsa petjahan. (zich op zi jn gemak gevoelen. (grappig). gemar.. Aardaker. (grip). Aardig. roepa. (overeenkomen met.

tjoekai. (kreng). v. Aas. Achillespees.salah. keroeron. adoeh. . memboewat perdjandjian. Aardworm. bangkai . o. goendah. Aardvrucht. doenia. minjak petroleum. Aardslak. empan. lindoe. dzoeboer. djandjian . bimbang. Aarsworm. goegoeran anak. Accoord. oerat keting. bimbang. katel. Aardsch goed. v. Aarzeling. betoel... Aardvloo.. Ach.salah mengerti.. tjotjok.. djaga. (overeenkomst). bei-salah. salah. keroewit... oempan. ah. ingat.doet. Abortus.. dzoeboer. minjak tanah. m. v. v. koetoe tanah. katjang tanah. lobang pantat. Acht slaan op. salah mengerti.m. pantat. soeka doenia. hang pantat.gempa boemi. Aardspin.. v. goegoeran. makanan ... v. Aarsgat. koetoe tanah. berdjandji.. (in bet kaartspel).salah tampa. Abuis hebben.. AGHT. Aardnoot. boemi. goempal tanah. in orde). gerak boemi. Abuis. Aardolie. Een accoord aangaan. mangsa... Aarzelen.. laba-laba tanah. doenia. memboewat perdjandjian... bea. ingat. kamitetep. o. sipoet tanah. Aardluis. bergoendah.o. bernafsoe doenia. obat pendjoeloek. tiada betoel. mengingatken . per.. Aardschgezind. kamitetep. Aardsch. keloeron. lapis tanah. v.. Middel om abortus to veroorzaken.. v.. o. Aardschok. Aardri jkskunde..(overeenkomen). bata-bata. takoet. v. m. pengingat. tjatjing keroewit. mengingat.. obat akan menggoegoerken anak. Acht (oplettendheid). doeboer. keremi. 291 Accordeeren(overeenstemmen) satoedjoe . v. v. Accijns. dari doenia. Accijnskantoor. Aardlaag. tjatjing gelang.. m. barang doenia. kabata-bataan. o. (goed. m. v. as. v. m. tjatjing. oebi. berdjandji. o. ilmoe boemi. pabean. doeboer. Aardkluit. balk. Aardrijk. minjak latoeng. Aars.

besar. di boentoet . tiada ferdoeli. menghormati. Achtbaar.tjemboeroe. di belakang. pintoe maling . djaooh. kaki belakang. menjimpen. v. sjak. Er steekt wat achter. kabelakang. ingat. tinggal. Achtenswaardig. Acht dagen. menjamaken. moehtasjam. Achtbaarheid. boerit. terhormat. di belakang. Achteraf'. koerang ferdoeli. Achterdochtig. Achterbaks 292 ACHT. delapan likoer. delapan hari. o. beriring. Achter lets zijn of komen. pantat. v. m. menjemboeniken. moeliawan.. Achterbuurt. Achter op een ru dier. tinggal di belakang. di balik. kamoeliaan. Achtbeenig. moelia. katinggalan. mengerti. di belakang. memberi hormat. (geheime deur). houden. di belakang. bagian di belakang. berdaja-oepaja. enz. patoet di hormati.haroes di indahken. men achterdeurtja hebben. mngira. kabelakangan. Van achter. Acht en twintig.mempermoeliaken..soedjana. bertoeroettoeroet. Achterdocht. mendapat. Achteloos. Achterdeur. Ten achter. ada rahasianja. was-oewas.. kampoeng belakang. berdaoen delapan. Acht (telwoord). mengindahken. doea poeloeh delapan. Achteraan btijven. Aehteraan. (meenen). semboeni. di boerit. koerang ati-ati.In acht nemen. Gelijk achten. Naar achter. Aehterbeen.. bersang- . Achterdeel. menjemboenjiken. katinggalan. o. Kwart over acht.). doelapan. Achtbladig. delapan.sangka. poewer.. paha belakang. pintoe belakang. kabelakangan . dari belakang. Achterblijven. mendjaga. Achter. belakang. kira. poekoel delapan laloe sapei ampat.. semboenji.. kabelakangan . Achterbout. lalai. v. bersjak. berkaki delapan.membilangken. sami nggoe . Achten (hoogschatten. Achter elkander. v. mengoepamaken. Aehterbaks. Achter op een vaartuig. paha.

kamar belakang. dengan tiada berhenti. dari belakang. dari belakang. tjemboeroean. boeritan. Achterna.o. Achterna loopen.. toetoep. Achtermast. males. belakang kapala. keredik. mengoesir. Achterkleinkind. Achteren (van).. Achtermiddag. (derriere). v. v. $lataran belakang. Achterlader.m. m.sembahjang asar. asar... Achterklap. sore. m. di belakang. v. lambat. senapan (menam) jang di isi dari belakang.-). Achtergebouw. (niet viug van verstand). Achtererf. kopak. senapan (meriam) ACHT. Achterhalen. Achterhoede. di achirnja. tjitjinda. Achtereen. mendiamken. Achterhals. Achterhoofd. anak soedara misan.. toeroet berdjalan di belakang. enz. zie : Achterdeef.pekarangan belakang. bodo.. ((later). Aehterkamer. snappen). o. dengan tiada berkapoetoesan. zie : Achterdeel. (verzwi jgen). m. o.. mengambat.. menjimpen .. menoesoel. soesoel. Achterdeef.leher belakang. kampoeng belakang . ketjil . pantat. boengkik. menjoesoel. zie : Achterhuis. bertoeroet-toeroetan.ka.. me. sebelah belakang. meninggalkeci .. senapan (meriam) bermoeloet di belakang. (in zijn werk). tiada pertjaja. lam bat. soedara kadoewa poepoe.. gebleg. Achterlaten. Achterom. menoesoel. Achterlijk. Achterkant. moebeng . bilik belakang. mendapati. berpesan. Achternicht.Achtermiddaggebed. roemah belakang.kabelakangan. (vinden. menjemboeniken. achir. m. tiang belakang.. m. enz. fitnah. boentoet bala. (een opdracht.. Aehterkwartier.tjitji. sembahjang sore.. Achterhuis. penoetoep. o..tengkok. di belakang . petang. belakang. kamoedian. o.o. menjoesoel. o. zie : Achter. Achtereinde. (in groei). berat kapala . tiang penjoeroeng. m. kebon belakang. mesan. Achterhouden..

menjemboeniken. (van bet hoofd) lenggak . (liggen) telentang.. Aehterwiel.. jang belakang sekali.zie:Achteruit.belom di bajar. Achteruitgaan. Achteruitsaan.(van schuld). Achterwege blijven. moendoer. roesak.. masih beroetang. o. melengkoengken ka belakang. (derriere).lama. (buigen) melioek.. Achtervolgen. Achterop. katinggalan oetang. Achterwege. menjepak. roegi. hoeboengan. katinggalan . di belakang. (niet gebeuren). mengambat. bertjelentang . pantat. Achterover. m. di belakang. m. boontan. kaki belakang. gerbang belakang.. Achteruit zetten.. katinggalan pakerdjaan. o. (van werk). Achteruitzetten. boeritan kapal. Achteruitgaan (van taken). mengoendoerken. oendoer. Achteruit. Achterstallig. (van een paard). zie : Achteruit. soeroet. Achterstuk. tinggal. ACHT Achtersteven.menjimpen.ka belakang.zie:Achterkamer. tambahan. terbalik. (vallen) djatoh telentang. Achterstand. boeritan pezaoe. katinggalan . . kabelakang. Achteruitdeinzen. tida djadi. menoesoel. di boeritan.. Achterste. boerit. Achteruitgaan. tiada sampai.. Achterschip. v. Achterpoot. o. (di boentoet. Achterwege houden. zie : Achteruit.. o. moendoer kabelakang. boeritan. Achterpoort. memboeroe. Achtervolgens. w o ero en g . Achtervoegsel. moendoer. sepak. zie : Achteruit. Achteruit loan. Achteruit treden. bertoeroet. tjelentang. mengoesir.o. dengan menoeroet. Achteruittreden. Achterwaarts. menjoesoel. toenggakan. zie : Achteruit. di belakang. jang kabelakang sekali . soengsang. Achteruitdeinzen. Het achterste voren. kabeiakang. roda belakang. (zitten) bersender. pintoe belakang. menjoengsang.m.

Adelaar. v.. soerat . m. perdelapanbelas. beloedak. soerat jang sah. kadelapanbelas... pamor. berasal. beroemoer delapan taoen. oeler beloedak. bangsawan. Van adel. Buiten adem zijn. Aehtmaal. Slagader. m. o. Achtzaam. Acts. berbangsa. enz. m. mangkat. Achtjarig. v. menarik napas. coati.. Achttien honderd vi4jf en negentig. menoegerahken (memberi) pangkat bangsawan. Adelltjk. menahan napas . o. jang kadelapanbelas. -delapan taoen lamanja. Ademhalen. Achting. membangsawanken. Adel. . delapan kali. Halsslagader. Ademen. Authentieke acts. oeler bedoedak. Den adem inhouden.. koerai. astakona. bernapas. De ADMI. poetoes napas. oerat berdenjoet. berasal. (in gesmeed ijzer. asal bangsawan. toeroenan besar.. berkaki delapan. napas. Achttiende. v. oerat darah. Den laatsten adem uitblazen. m. meninggal. zie : Ademen. Adelborst. bernafas. Adder. oerat. m. toeroenan asal. 293 (bet) achttiende. Achtste (deal).). boesoek. oerat pemboenoeh. lajar penjoeroeng. mangkat beradoe. memberi pangkat bangsawan. sariboe delapan ratoes sambilan poeloeh lima. lank.ati-ati.. delapanbelas. delapan lapis. m. bank. poetoes njawa.ingat-ingat. menggeh-menggeh . Adelen.pangkat bangsawan. Adem. Achtpootig. hormat.. Achttien.oerat nadi. Adelstand. Ten achtste. De (het) achtste zijn. m. (gewone ader)..jakin. nafas. Ader. radjawali.Achterzeil..m. bersegi delapan.. o. delapan kali. bangsawan. Aehtvoud.. menapas. In den adelstand verheffen.. papier. berek.). d j ongk er. kadelapan kalinja. (in warmer. memoeliaken. Achtkant. kadelapan. enz. lajar belakang. mendelapan . perdelapan. Adelijk..

bOrminta doa akan di loepoetkon dari pada bOhaja. pemberita.dari. Af (van af). o. Afbetaald. thrl~pas. pengawam .. menggambar. Afbeelden. (naar beneden). kapal laksaAdmiraalsvlag. m. terkadang. o. zie : Polsslag. Stroom af. naik goenoeng. r~mboek. poetoes.. mOlabrak.. kadangkala. Admiraalschap. mOnsiasatkOn..dari pada (gedaan) soedah. penoeloeng bitjara. pengapit. soedah djadi. Adresseeren.v. bitjara. 1~soe. Af en toe. menarohi tanda wates. m. pajah. p~mbOritaan. menjanggrah. koerang sedikit. menoelis gambarnja. kadang.. mOnjikat. alamat soerat. alamat. Advocaat. adjid an. djabatan (dara294 ADMI.panglima laoet. impas. l~mah. (van ears brief). toeroen. menjoentik oerat. loenas. l~tih. meroepaken. mOnjiksakOn. mombajar loenas. mOnjoesahkin. djat) laksamana. soerat pormoehoenan. toeroen goenoeng ... Adres. soerat pers~mbahan. Afboenen. Adjudant. m. Berg op en af.. Afborstelen. Af betalen. (afgemat). o. monoeroen . v. Aderlaten. memotaken. mOminta (mOmoehoen) bOrkat Allah. (verzoekschrift). v. kapit. bandera laksamana. memantik oerat. Advies. mOnjapoe. Admiraal. mOm- . (rnana. Van iets of zijn. mOnjiksa. hampir. menandai. boewah thmpoeroeng. pets. (de vrucht). gambar. menggambarken. mewatesi.. Aderslag. milir. p~ngatjara. sanggrah. boewah apokat. o. memboeka oerat... Af beelding. Admiraalschip. memeta. Af bakenen. mOngimpaskOn. (van gevaren). mOloenaskOn. mOnjeka. Afbeulen. m. adang-adang.(van erts in den grond). laksamana. satengah coati . Afbidden (Gods zegen). mOnjikat. Advertentie. membajar habis. karang. Bij hat kantje af. habis. mongalamatk~n. pemberi tahoe. l~pas.

rombak. de oranjeappel). mOnjOsatkOn. menitjil. mgmbikin bOndoengan. (van krtjgsvolk). emper.katoemboekan.v. (van hat gebergte naar de vlakte). mOmbawa toeroen.). milir. mOndjoewal akan di bongkar. pasoekan. bagian. Af breuk. mengilir. mOrombak.boendOr.. oendoer. pegangan. menjoedahken. (van een scbuld bij paiementen). kotak. membajar . habis di makan api. lets voor afbraak verkoopen.m. touw. roegi. membendoeng. Af brengen (naar beneden brengen). (takjes of bloemen). poetoes. Afdanken.). Afdalen. enz. mOnjimpangkOn . fatsal. mongoetil. petak. mOmbakar habis. gOntas. Afbreuk ljden. ook : habis. Af braak. Afdak. karoegian. mOlepasken. (van een onderzoek. pokiek.mOnoeroeni. angoes. Af breken (sloopen). distrik . mOmoetoeskOn. (een gesprek. mOnambakkin. sOngkoewap. AFRO. dapet roegi . behagian. Af breuk doers. mOmbongkar. memoetoesken. bisken.bongkaran. bongkar. mOnjasarkOn.. lemands rechten of breuk doers. mOmbalikkOn. Afdeeling. (yak.. (van een boek). mOnObat. (in brand steken). Af branden (door vuur verteerd worden). mOlanggar haknja orang.. (van den rechten wag). lade). habis tOrbakar. mOmisahkOn.kasi lOpas. mOnOrbis. menjelesaiken. mOngoendoerkon.moelangken.rombakan. mOngloewarknn. (in vruchten. menjoesoetken. hangoes. bab . pangsa. als bijv. mOnoeroenkOn. Afdeinzen. menghaAFDR. o. A. moendoer . bOrhOnti. mOroegikOn. mOmbOri lOpas. Afdeelen. toeroen. Doers afdeinzen. mOmbfndoengknn. pasoek. Afgebroken. membOhagi. (van een voornemen). patch.m. (in kleine stukj es). pOtjah. mOnggOntas .fdammen. Afdoen (van een werk). enz.v.

Afgaan (naar beneden gaan). (afdruksel van een spoor. Afgebrokkeld. melepasken. membajar habis. memboewang ajer.. menera. milir. peneraan. (de stof). Afdwalen. mengeringken. bersesat. tjeret. kasesat. mengesat. (van een ongeborenvruchtl. Afgang. patch.mengoerangi. meletoep. (van stempels). seka. berhamboeran. rompang. menjeka. Afgedaan. mmboeka. enz. Afdruipen.). tjap. m. medjen. (recht op lets). Afeischen.tjoeram. tjapan. toeroeAFRA. toeroen. (outlasting hebben).dengan sedikit-sedikit. mentjeret. toeroen. goegoer. sombeng. meminta dengan keras. menjimpangken. alas meriam.). rampoeng. berak. menetes. tjitak. soedah djadi. memboeboeh tjap. Afdrogen. soedah. m. Affuit. meminta dengan paksa. tahi. pergi kabelakang. membabas. alasan meriam. zie : Afdruipen.). 295 nan. verminderen).Afdruk. membajar loenas. koerang. menjapoe. o. menoedjoe. (van een prijs. poetoes. berboenji.menggoegoei ken. menjasarken. (van een scbuld geheel--). enz. kareta meriam. soedah habis. memetrai. Afduwen. . menjitak. nlengetjap. tjitakan. berak. swat. penjitakan. moeroes. boewang ajer. montjor. Dunne afgang. boleh koerang. menanggalken. boewang ajer darah. (van een schot). menggosok. Afgeknot. men era. Bloed-afgang. menoelak. Doen afdwalen. bekas.enz. (van kleedjes).(stoelgang).iringan. Afdruppelen. kesasar . menjitak. mengetjap. (van een voornemen. hanjoet. berak. mengesatken. . (afleggen van kleeren. berlinang-linang. (balling.enz. Afdrukken (van drukwerk). Afdrijven (met den stroom). teraan. menjesatken. mengilir . selesai. meloenasken. menoentoet..). impar. anjoet. boentoeng. meninggalken. bertitik.. laloe dari pada .

Afgodsbeeld. menggantj oe. Afgevaardigde. m. menjerahken. Afhouden (op zijde gaan). ontvangen). nendas. menebas. Afgunstig. menjengkolong. m.. melengket. (afstroopen).. miring. Zieh afgeven met. retja. geli . m. berdjinakan. mengaloe. (eenzaam). Afgezant. memotong. berdengki. patoeng. dengki. orang menjembah berhala. tjoeram. meloentoer. mengoepas. merampoengken. memoetoesken. Afgodendienaar. mengoendjoekken. lelah.. Afgrijzen (afkeer). tergantoeng. memberi.. menetak. sepi. di bawah. m. oetoesan. m. mereboet. djoerang. Afhankelijk. lesoe. menghabisken. penjembahan berhala. membeset. bertjampoer. kiriman. o. mengeset.. letih. lames. tjape. (near beneden halen).enjoedahi. mengakalken. berhala. Af haken. beset. ta'loek. loeboek. menjelesaiken. tjampoer. Afgelegen (ver). Afhandlg-maken. lelah djerih. memanggal. djaoeh. loentoer. menerimaken..). mendjangkit. o. Afgodendienst.. melepasken. satengah coati. membabat. Afhalen (inhalen. mapag. artja. Afgod. tjemboeroean. menjimpang. terlaloe toewa. (diepte der zee). ngeri. (van verf). Afgrond. pajah. (korten).. menoeroenken. Afhangen (neerhangen). meloekang (van gekleurd lijnwaad. me296 AFHA.. bersahabatan. v. toewa sekali. tjoeram. oetoesan. (van lets . Afgemat. soenji. memotong . mengambil. patoeng berhala. soeroehan. Afhandelen. soeroehan. memantjoeng. mendjempoet. Af gunst. Af hakken. enz. bergantoeng. letih-lesoe. bergantoeng kapada. m..Afgeleefd. dengki. m. (tjzing). berhadjat akan. di bawah perentah. Afhellen. kasi. toebir. Afgeven (overreiken).

memapak. Afkapen. membentji. mendjaoehken. (van werken). melergos (weren. Afkomst. diloepoetken dari . zie : Afhouwen. geli. menjelaken. Afklimmen. berasal.asal. moewal. memotong. segan. mendatengi. mematahken. menjebrot. Afknabbelen. djidji . (op iemand).toeroenan. (van iemand). toeroenan. menjela. Af komen (near bededen komen). m. melarangken.v. menggoenting. bentji. moendoer. mengoesir. menampoehi. bentji. Goed van lets afkomen. mendapetken. menahanken. moengkir . tiada mane terima. memotel. berbentji. Afknakken. Afkeuren (berispen). lepas dari.. Afknippen. memorot. afwenden). bermoewal. oendoer. toeroen. enz. menoeroeni. Afkeeren (zich--. berbangsa. mereboes. tiada soeka. koel.. Afkeerig zijn. Een of keer van lets hebben. menangkisken. Afkoken. loepoet dari. menegor. Afkoelen. mendinginken. (verwijderd houden). mengelaberak. memoeAFKO. Afkeer. Van voorname of komst. tiada menerima. pareeren).m enahan. bentji. toeroenan . merampas. (van lets bevrijd worden.). menampoeh. berbalik. berpaling. menjewa. Afkomeling. menoeroen. beroentoeng. menghampiri. memanggal. m. djemoe.terughouden). berdjemoe. (heat). djemoe dari. toeroen. memarani. mengoetil. menoelak. memepak. memotelken. djemoean. menetak. geli . Afhuren. bentji. bersegan. terlepas dari. Afhouwen. memaloe. menggentas. geli. Afkappen. menggerogoti. meng erat. menanak.m elarangk en. memasak. moewal.bangsa. (verwerpen). membentji. mengoetoengken. Afkloppen (afrossen). sews. mematahken.. Afkeerig. menjedjoekken. menghantem.

meninggalken. (omkoopen). tiwas . memboeka . teboesan) giliran pakerdjaan kompenian. Afkondigen. Aflaten (neerlaten). berhenti.(vanwoorden. asal. membajar diet. (van getuigenis). berkaoel.). mengoeloerken . memberi bangoen. asal. pohon. (van den rechten weg). meloepaken . mewartaken. (de doodstraf). (van verdriet. enz ). loepa.). enz. (van een lajk). (iemand van zijn werk). koewah. (sterven). seloeran. membongkar moewatan. meneboes. menoeroenken. mengoewar-oewar. toeroenan. pengli- . memandakken. Af koopen (loskoopen). (van water enz. Afkooksel. Afleiding. (doers verleeren). mengoendangken. meninggal. bangsaw an. Af korten (porter maken). o. Afkomstig. tjengkolong. mengadjar. memotong. menjaksiken. mematahken. (uitscheiden). Afleeren (vergeten). (van een bekentenis). bersoempah. memendekken. menghilangken tingkahnja. simpangan. Afleggen (van kleeding). (van een gewoonte. ajar masakan. menjasatken. Afleiden (van water). menjoempah .enz. lipoer. reboesan. (paneboes. menjorong. meringkasken. Afkoop. menj oesahken .). (onderdoen). berasal.Afkoop van heerendiensten. mengalirken. menjoedahi. menjoesoetken. coati.menoeroenken moewatan.. mengganggoe. bersaksi. menanggalken. asal. mengerdjaken malt. (afhouden van geld. menjasarken. (van een woord). mengapokken. paneboes. pokok. Afladen. berseroe-seroeken. menjimpangken. toeroen. (van een eed).besar. (afstamming). nark saksi.. mendjalani.). enz. teboesan. mengoewarken. mengakoe .). enz. (van een gelofte). berdjalan. (een weg. pembelian. AFLA. pembajaran. menobatken. merawatken malt. mengaoel. pembajaran. memberhentiken. v.

miring. mentjeriteraken. (plunderer). Afloopen. loentjoer. mentjapeken. zooals een schip van stapel). bikin coati . mengangkat. bergiliran. poetoes. ganti-berganti. mengintai. mengamoki. menggambarken. alir. Afleveren. mengganti. menandang. (van bet water). (geheel to voet afieggen). (verhalen). membehagi. (met een inhoudsmaat). mengintip. (van tranen). (eindigen). berkasoedahan. djoerang. Afmatten. soedah. merrYoelangken modal. (coos makers). (elkander). berkoeliling. tjoeram.. (teekenen). berhenti. berlinang-linang. nieloentjoer. rnendjilat. (uitmoorden). merampoengken. (verdeelen). iringan. melemasken. menoeroen . membawa masoek. menghabisken. menggambar. Afloeren. menjoedahi. Afmeten. pengalir. mematiken. memoetoeskerl. (afpassen). toeroenan.(einde). .poer hati. (meters). (van een kapitaal). mendjangka. (dalen). (malen). kasoedahan. menghabisken. memboenoehi. memberhentiken. meneboes. membajar. mendjarah . (schulden). melelahken. menoelis gambar.kasoedahan . mendjalani sampai soedah. Aflichten. 297 mengalir. berhamboeran . mengangkat toetoepnja. (van een klok). poetoesan. miring. bergantian. (serer zaak). melemahken. (helling). (uit den lombard). habis . berpoetoes. menggiling habis. poetoes. Afmaken. soeroet.m. mendjilati. (van tweet). penghabisan. (eb). hellend). (schuin. mengerdjaken habis. AFNE. melepasken dini dari pada. meloekis. (verzwakken). memboeka. (beeindigen). Afmalen. bergilir . Clangs een helling. (van water). Aflossen (vervangen). memboenoeh. menerimaken. mengoekoer. menjelesaiken. toeroen. melondjor. membehagiken . memoelangken pokok. menghabisken d jalan . berhenti. mengombaliken. Afloop. menjerahken. Zich van iets afmaken. (rondloopen in). (dooden). Aflikken. soeroet.

menghantem. mengetam. (over zee). Afrels. mengambil. Africhten. memaloemken. pangkat. (geven). meng- . melabrak. Afraden. mengalap. menghabisken peritoengan. (van de hued). toeroen. memoekoel. peninggal. mendjangkaken. meragoet. mewatesi. mengoewarken. mematoetken. menjentak. Afronden. menggasak. melepas. djadi koerang. memboenderken. Afrossen (ranselen). Afperken. membandingken. mengoepas. memboentarken. menjoesoet. bermohon.. (verminderen). membajar. angAfreizen. mengambil. Afnemen. Afscheid. (van bet water). zee: Afpalen. menasihatken. Afroepen. Afrekenen. mengoelilingi. Afpellen. memboewang. menjeroet. koerang. (betalen). Afschaffen. menjengkolong. memboewang koelitnja. Afscheiden. melarangken. mentjeraiken. memetik. membetoelken itoengan. menjeka. soeroet. berangkat. (aftrekken). mengangkat. menghantem. mendjadjahi. mints poelang. (nemen). (kat. kasi tabs. letjet. menjoempah. Afplukken. (een land). o.meletjetken.menaker. membatesi. member tabs. memboelatken. berkoerangan. menjendal. memaloe. mengesat. melepasken.. menjegahken. Afpersen. menganiaja. berlajar. menandat. (met een doek of vegen). Afrukken. memaloe. meroentas. membandingken itoengan. Afpassen. menggentas. memageri. merampas. labrak. Afschaven. Afranselen. meloenasken. Afpalen. menjampadani. 298 AFPA. memotong. kasi (memberi) lepas. (naar iets). melepasken. memberhentiken. mengoerangken. memoekoel. (afperken). mereboot. mengadjar. mengambil dengan paksa. (voor merkteekens de grenzen aangeven). v. memboeka. meniadaken. berdjalan. mendjangka. menggasak. (eon eed). melabrak. beroleh dengan paksa.

memisah. AFSt mengebas. memboewang koelitnja. mengerik. Afscheren. mengorakken. memaras. orates. menjisik. menggoenting. Afschuieren. menjidoek. Afschubben. robek. Afscheppen. Afschilderen (teekenen). mengirimken dengan peraoe (kapal). menjisiki. menjowek. memasang. v. menoelis. menjobek. mengorak. menggojang. memisahken.menggambar. memboenjiken.. enz. mengikis. menahanken. sobek. menjebelahken. merantjanaken. mengebasken. o. mengirap. (kleine stukjes van iets).. memboen- . (grens). (vruchten enz. pisahan . menjalin soerat. mengeboet. Afschudden (van zich schudden). afschieten. menendang. Afschoppen. menjendok. (van eon lijst). menakoetken. menjoekoer.). Afschrikken (bangmaken). bates. mentjeriteraken. Afschrift. asingken. membikin takoet. merobek. mendjeraken. mengoetil. Afschillen. membikin gambarnja. lemand beleefd afschepen. pentjeraian. menglepasken(mengloewarken) orang dengan kata gang manes. menoeroen soerat. melepasken. (van eon 'haag).. mengeboetken. menembak. Afschieten (van eon vuurwapen). mentjoekoer. mengirapken. membabat. soewek. menghapoesken.(verhalend). membitjaraken. van een boom. zee : Afscheiden. Afschetsen. Afschepen. takoet.AFSC. (van de schapen). memanahken . menjikat. Afschrik.mentj ere teraken. Afscheuren. Afschrijven. mendjaoehken. mengojak. memangkas.(verhalend). m. Een ruimte enz. (terughouden). mengeroek. menakoeti. memetaken. mengoepas. Afscheiding. menggambarken. mentjarik. (van eon pijl). Afschrappen. toeroenan (salinan) soerat. menahan.

. potong. mernotong poeser . menjorong kabawah. menetak. haiban. -sampai roesak . 1~ at.enggan. memalangi. enz. menoetoep . menggodot. Afschuimen. ngeri . (den hale). (van den neus). bentji. menoeroenken. menjakat . melepasken. (van hat voorwerp zelf) djadi roesak. membendoengi. melorodken. (ijzing). boesoek sekali. memageri. memboewang oentoek. (weigeren).). Afsloven. mengerat poesat.m.). mengoendoerken. menjegati. menjembeleh. mengempang. memotong. membendoeng. potongan. menendas. melelahken. enz. menjegat. Afschuweli jk. mengoentji . enz. geli. menjakat djalan . Afschuiven (naar beneden schuiven). (van straf).~uen naves gang) menjiat poesat. meragas. memotong. memakai sampai boeroek. mendindingi. menoelak. pengoerangan hoekoeman (siksa) . memantjoeng . tjengkolong.). memajahken. (van een wag). Afslijten. (van geld). (met eon dwarsboom). menangkisken. merentas. (van mouwen). (van prijs). (met een gespannen touw. menjengkang. Afsluiten. toeroen harga .penoelak . Afslaan (hat hoofd. (met eon versperring of vertakking). Afschuw. (haat). . mendjatohken harganja .(weigering).der. nl Afsna njenta~ Afsnijden. djadi boeroek. mengoetoengken . merompongken. tiada mane terima. menjapeken. mengeratken. (van kleederen de stof -). menjoesahken. (een rivier. v. mengeboetken. memalang. menjakat. (den vijand). (den prijs). Afschutten. Een zaak van zich afschuiven. (met een slot). remand den wag afsni jden.. Afslag. (afweren). mengebasken. merentangi . memotong leher. (van hot haar). menggorok . melorod. djadi loesoeh.

anak. mendjandji . b~rdiri djaoeh dari pads. Zich aan eon afspraak houden. zoover als hat oog reikt). Afstappen. Afstand (verte). merampal.terdj oen.(de hoop). meranting. merampal. titisan. Afspreken. larat. djandji. melompat dari atas. meevoeren door water). berasal. joedjana. p~nj~rahan. m~njerahk~n. Op een afstand. slang. m~l~pask~n . toeroen. mentjoetji. toeroenan. toeroent~moeroen. Afspringen (van boven). Afspraak bi j handsiag. memoetoesken pengharepan.enz. djarak. bertegoh-tegohan. menjoetji. borpant jar.: w~ rgaw'~ ). Afstammelingen. menggoenting. m~nj~rahk~n. Afspraak. (tusschenruimte). m~nj~langk~n . anak-tjoetjoe.. m~nitis. melaroetken. (van grond door water). Afstammen. m~njelang. Afstand doers van. memoetoesken asa. djaoeh.. Vast afspreken. makan. perdjandjian . s~rahan . Eon afspraak makan. (uitspoelen. menghilangken pengharepan . antara.~. merantjoeng. V. (van lets. menjampaiken perdjandjian . m~ninggalk~n . bard j andji. (met eon schaar). lit. asai. mendjandji . asal. Afstammeling. membawa. laroet. De zorgen afspoelen.. (verwijderd staan). m. meninggalk~n.. mengoembah .. djandji. menerdjoen. memangkas.. dari djaoeh. toeroen (van een on- . djandji. Y .. rnenenggelemken kasoesahan dalem minoeman. toeroenan. het afstaan). Van afstand tot afstand plaatsen. mengobahken perdjandjian. m. memangkas Afsnoeien. peranakan . m~mbiark~n. berdjandjian. meranting. Afstamming. dzoeriat. terbawa ajar. Eon afspraak verb reken. Afspoelen (reinigen). molepask~n.(takken van boomen.). menetapken perdjandjian . widjana . antaranja. pantjaran. berdjandji. (van hat gezicht. R Afstt. perdjandjian dengan bertampar tangan. berdjandjian. v.

coati. membeset. berlinang-linang. m~mbikin toempoel. (van palmwijn). m~nang. m~nd~hoeloeI. (ebben). m~mbiark~n. mengadjar. (weren). Afstammen. melorot.Zie verder: Storten. (benedenwaarts van een rivier. Afstraffen. mengamboel. menoelak. menoewang. soeroet . menjiksa. toeroen. Afstri jken (afvegen). menjang- . mengalir. menj eka . berhiliran . enz. (van vochten). m~mahat. menggeret. menjalin. (met een beitel). b~rlaman roepa. m~noelak. Afstooten. mendjarag. mengoeliti. m~ngalahk~n. Afstroomen. b~rb ed a . (plunderer). (de top. milir. memasang . berlaman warna . Afetuiten (terugstooten). AFTR. mengoepas. toempoel. mengilir . Afstoffen.). Aftappen (overgieten). wafat. bersinar. m~njeka.mengangkat kalangkapannja. Aftakelen (een schip.menjolet. (doers vallen). mmotong . menerdjoenken . Afstompen. b~rlajar . djaooh. meninggal. (met de hand). Afstralen. menjamoen. Iemand de loe f afsteken. terdjoen. berhamboeran.poe. pen der vingers ergens op). m~njikat. rnenjadap . enz. (een rivier). (van tweet). mengeset. mendjatohken. Afsteken (van wal). Afstorten (vallen). mentjolet. memantik. mnja. memberi pengadjaran. m~n~rdjoenk en. menggeretknn.derwerp). (ears lucifer). m~noempoelk~n.). m~noelak. Afsterven. mentjoerahken. (in kleuren). mengalirken ajernja . m~noelak. tiada mgmbitjaraken lagi. memantoel. (~erschillen) beda. Afstij gen. Afstroopen (villen). (van tranen). (bloed). (van een vuurwerk). menghoekoem. sentak .

(korrels van de aren). doeraka. menendang. (in water). djatoh. (sane rivier). membawa. Afwachten. oendoeran. Afvuren. menanja. djadi koeroes. Aftrappen. memetaken. Afvijlen. (hebben). menjeka. potongan. sisa. m. memasang. terdjoen. Aftrekken (rekenkunde) memotong. (terugtrekken). Afval (vuiinis). mendoeraka. Afteekenen. mengikirken. memantjoeng. tjengkolong. menjengkolong . (de huid enz. menjekai. doeraka. (ontrouw). oendoer. menoelis gambar. Aftoppen. Aftocht. Afvallig. menjedoeh. menendang poetoes. mengalir. djatoh kadjoengkel. menggambarken.. meninggalken. kotoran .. djatoh terbolak-batik. milir. riddat.gerah. menjentak. menggiles dengan kaki. Afvragen. memboenjiken. sampah. menoeroenken . . moendoer. mengilirken. mengirim. menembak. Afvaren (wegvaren). Afvaardigen. Aftuinen. Aftuimelen. (vermageren). v. (rest). Afvegen.ampas. menantiken. De hand van iemand aftrekken.). lakoe. seka. batik. meminta dengan keras. menoentoet. menggambar. menjojak. Afvoeren (vervoeren). m. mengoepas. angkatan kombali. goegoer. angkat. me nagih. melepasken. mengesat. loeroeh. membiarken. Aftrek. menjoeroeh. menanti. menjendal. potong. memageri. memaksa. tjengkolong. (met een ruk). mereboes.. Afvloeien. Afvorderen. djadi moertad. Aftrekking. menanjai. mengoekoes. masak. mengerat oerat. menjapoe. tiada merdoeliken. Afvallen (vallen). menerdjoenken . mengoeliti. mengikir. moertad. meAFT R ngopek. menjelidik. membeset. mengeset. berhoembalang. mengoetoes. (tangs een rivier). (ontrouw zijn). m.. berlajar. riddat.

menangkisken. berbalik. mengoentoengken. mentj ong. melemparken. membasoeh. gingser. meloentar. beralih . tiada ada.toenggoe. menjimpangken. bermandi. Afwerpen. mendatangken hash. membias. berselang. Afwentelen. melentjong.mentjoetji. berganti. bergantian. bersesat. menjabarken. menghempaken. Ieman. beds. menoelak. Afwisschen. menggoeloengken. (verschillen). menjegat. menoenggoe. fonder wag). Afwijzen. Afwerken (afmaken). menjapoe. meloentarken. menoenggoe dengan sabar. tiada hadlir. melengos . mendjaoehken. -baden). membelokken.d of wijzen. er- .). tiada mane terima. Afwezend. menrr11L b. meninggalken. (jets met geduld). menggantiken. mentjeng. Afwatere Afwegen. Afwenden (zich). melaloel. melempar. (van een wet. Afwijken. menoel ak . (om den andere-). menangkal.menoelak. Afweren. tiada berhadlir. menghabisken. (van een onhell). ALGA. menahanken. bertjidera. melanggar. zich afwasschen. menjimpang.mentjoetjiken. gingsoer . berbalik moeka. menjelimpang. (verschuiven). berbeda. membawa hash. menoekarken. de ge 44 bok. meloepaken. (verdwalen). menjeka. mandi. memboewang. merampoengken. mengengganken . menangkisken. meliwati. mendjatohken . berpaling. mengesat. tiada terima. mengadang.(zich afwasschen. menjoetji. menjelang. memalingken. djaoeh. menjoedahken. membahkken. enz. mema~. (voordeel). Afwisselen. berbalik mata. Afwasschen. (jets). menoekar. Afwennen. menggoelingken. kasasar . swat.

(met den stroom). b~rjai. Zicli afzonderen als kluizenaar. (een brief). enz. -~i uggosok. Afzonderen. Afzonderli jk. mendjaoehken. sendirisandiri...(uit een ambt). m. kagolian. o. tjangkok. m~noeroenk~n. Afzenden. m~nipoe. Agent. m~ngirimken. b~rlajar. Afzagen. boesoek sekali. menetes. Agurk in zuur. mem~tjatken. m~ngoetoengk~n. timoen tikoes. m~mp~rdajaken. berasing.). enz. rembes. ketirnoen ketj ul . Afzetsel. akik. wakil. m~ngoedoengk~n. membiarken. m~mb~ri (kasi) lepas. sendiri sehadja. Afzetter. m~ngg~rgadji. meninggalk~n. m~lihatk~n. (berooven). mengangkat p~lana. m~njoeroeh. .. menjimpan. zie : Mwezend. tiada merdoelik~n lagi. b~Afwr ~. toeroen. m~nggolik~n. menjeka. mombias. koewasa. Agio. Afzadelen. meminta dengan paksa . wakil moetlak..hken. m~ngoetoes. geloeloer. mentjzraikrn. o. mtngg~radji. mengloewarkpn. Veranderen.. milir. mengasingken. anjoet. Afzi jpelen. enz.). memboeka $lava. polmak. basi. (van boomers. djelek s~kali. m~ngakalk~n. Agurk. memboewang.. m~lorot. Afzweren (ears godsdienst. m~mbikin tjangkokan. Afzien (van iets). (leeren door zien). zie : Herroepen.. melepas. menjingkirken . jakoet. Afzetten (afnemen). berhiliran. mngirim. m. satoe-persatoe. Afzijn. m. enz. m. tjangkokan.. Afzakken (zakken). atj ar ketimoen.m~ngangkat. masing-masing. m~ngirim. mel~pask~n. Afzeilen. Agaat. m~motong. bertapa. menjamoen. m~ngangkat sela. Afzichtelijk. (van een arm.). sarf. memisa. b~ladjar dengan melihat. satoesatoe. akit. m~njangkok. (van boomers.). penipoe. Afzeggen.

Alarm. roesoeh. v. lagi. s~gala. belaka. Alle. semoeanja. hanja. ... disitoe. orang banjak. Aldus. (zonder bevloeiing). mengerdjaken hoerna. toekang tj~rewet.. antero. disana. (van levend water voorzien). menjawah . berladang. soedah. l~bih dehoeloe. o. sawwa.. telah. m. m. mengerdjaken ladang. (hoog in hat gebergte en tijdelijk). maskipoen.). memang. saben hari. orang tj~rewet.. hoerna. orang balar. dj oewa. s~moea. enz. poewalam. Al. Akkerbouw drijven (op matte velden). (van een uitgeholden boomstronk enz. sahari-harian. kepalang. k~ndati. di sin i. Albino. soenji. menggilaken. Alarmklok. kendati. v. gadoeh.Ajjuin.. mengnrdjaken sawah. semboejan. sehadja. oemoem. (onverzeld). tanah jang di tanemi. o. Het algemeen. aam. maski.memoekoel tongtong. Op hat alarmblok slaan. moetlak.. (op droge velden).pertanen. sambil . tipar. m. v. bendang.. serba. mengkirikken. lontjeng semboejan. segala. kabanjakan orang. sawah. tjoema. menegal. djikalau. (geheel). terlaloe. Alhoewel. sab~lomnja. sepi. gempar. Akkerbouw. kangerian. sakalian. semboejan.). pakerdjaan tanah. tongtong. k~ndatilah. menakoeti. amat. kentongan . Aleer. (slechts). Alhier. djikalau . Alledaagsch. Geheel en al. Alleen. s~kalian. Albast.. Akker. semoea. tiada enak . peroesahaan tanah.. (van uiterlijk. (reeds). (eenzaam). biar. tegal . d~mikian. Al te. sini. Alarmsein. kendatipoen. orang saboen. haroebiroe. o. (sein). b~gini. djikaloe.. hoeroehara. m. Albedil. Algemeen. ladang. teramat . ALBS. zie : Ui. genta semboejan. (zelfs). batoe poewalam. sekalipoen.pakerdjaan tani. Alarmblok. Aldaar. tanda karoesoehan.. Akelig (van gevoel). biasa.

Allerlei. jang banjak sendiri. kas~rnoeanja. roepa-roepa. Almacht. segala orang. p~rlahan-lahan.s~ndiri. ALTIJ.. terpisah. s~ndirian. Alleman. s~kaliannja. s~gala. (een gewone snort). (afgezonderd). b~rdj~nis-djenis. menoeroet alif-ba-to-nja. terlaloe manis. m. Allenthalve. bagai-bagai. kadir. harga coati. sa'orangdiri. jang pertama sendiri. s~kalian. b~sar s~ndiri. nanas w~landa. soedah. dengan sabar. di mana-mana. dari dzaman dehoeloe kala. s~p~rti. maha koewasa.. terlaloe tinggi. terlaloe banjak. s~moea sekali. maha koewasa. kajoe garoe. tjampoeran. aneka. (mengelmoes). Allerliefst. t~lah. Alphabet. b~rasing.. Alom. terlaloe b~sar. mahatinggi. Alreede. djikalau. o. s~moeanja. ta'dapat tiada. thrlaloe amat b~sar. terlebi h banjak. Aloehout. barang di mana. kabanjakan orang. k~ndirian. sedang. (volstrekt). Allegaar. kaloe.. kodrat. Allerwegen. s~dangkan . teram at bagoesnja. bagoes sekali. moedah-moedahan. t~rlaloe elok. thrbanjak.. Almachtig. d~hoeloe kala. di mana-mana. kadar. Allen. v. Als (gelijk). p~rtama-tama. Aloe. lama lama. Allereerst. (toen). Aloud. pelanp~lan. ta'ala. kas~moeanja. manis sekali. laksana. kendiri. sama s~kali. d~ngan p~ngatoeran abdjad. alif-ba-ta. Alleszins. maha soetji. abdjad. (indien). Allerhoogst. Allengs. (een kleine snort). Ahergrootst. orang banjak. 303 Allernaast. Allerheiligst. pada sebarang thmpat. s~kali-kali. s~barang orang. tat- . sekalian orang. m~noeroet hoeroefnja. Allicht. s~moea. kaja. di mana-mana. Allooi. Allermeest. Allegaartje. o. Alphabetisch. s~moea. aneka-w~rna. djika. lidah boeaja. (van een prijs). o. teramat indah. segala roepa.

t~rkadang-kadang. Alsdan. kajak aj a. semadja. Amalgams. pada mana itoe. djoega lagi. . terd~hoeloe. semoeanja. . o. Alweder. toekang. medja t~paikong. Alsnog. m. dan lagi.. djoega. s~karang djoega. b~gitoe. pertoekangan.. Alum. djadi. Chinoesch altaar. Amber. begitoe roepa.jn). dari itoe. masoek djabatan. Aluinachtig.o. Ambachtsgezel. pada sekarang mi.. poela. zie : Altijd. mans. pak~rdjaan. m. voortdurend. s~p~rti tawas.. maka itoe. lagi.. Altemet.mbachtsman. lagi. Altijddurend (bestendig). tatkala itoe. s~karang ini. o. ambar. s~lamanja. m.. v. lamoen djangan.. barangl ali. batoe tawas.. p~kerdjaan toekang. sekarang lagi. tawas. o. sabagai. b~gitoe djoega. (fi. batoe ambar. selaloe.). kaja. madzbah. Als het maar (nits). Een ambt aanvaarden. l~bih dhoeloe. s~p~rti. s~moea... lagi s~kali. m. kapandaian.. Alzoo. thrtjampoer tawas.kala. s~bab itoe. Als het maar niet. Altoos. boewah k~nari wlanda. oetoesan. o.A. (op de wijze van). t~men toekang. sabagai poela. s~lama. Een . barangdimana. Altijd (steeds. s~nantiasa. karma itoe. sabagai lagi. demikian. (dai. tanah tawas. tjampoeran. Aluinwater. poela. pada waktoe itoe. Aluinsteen. enz. barangkala. o. ~kal. Ambacht. sab~lomnja. sabagai . s~kalian.. panAmbassadeur. kaloe kaloe djangan. Alwaar. v. ajor tawas.Amandel. anal . m. djawatan. k~rdja. Altegader. Alsnu. Aluinaarde. sekarang. kawan toekang.. men ng. Aithans. kombali lagi. Alsmede. 304 ALTIJ.. Alvorens. Altaar. martabat. Alsof. s~d~kala. dimana. Ambt.djabatan. apabila .

Anderhalf.. Ambtshalve. Amfioen. m. let sahari. pak apioen. permata biroe. pemborongan apioen... Amen zeggen. melainken. tiada poenja pakOrdjaan. bdoedan... Andermaal. m. hanja. Amfloenkit.. djabatan. lam. pegawai. v. tengah doewa. mat~rai djabatan. (bereid). o. soesah hati. v. Uit een ambt ontslaan. Amfloenschuiver. sjoegroel. mengamini. pamadatan. m. mengoetjap amin. soesah. takoet.v. . Ananas.apioen. tiada memegang djabatan. v. Amfloenpachter. tjinta. memetjatk~n dari pads djabatan. satoe satengah. . makan madat. pgmadat. monjeret. Ambtgenoot. pakordjaan. Amulet.. Anders. Om den ander. pedoedan. djimat... (vuil in de ptjp). pertjintaan. priaji. Angst. thman pakerdjaan. Amethist. Amfloen schuiven.ambt waarnemen. lagipoen. Amfloenpijp. Ander. ANKE. pads lain kali. m. roam ah madat. v.t. melgpaskgn. Amen. berselang. Anderdaagsch. tike. kadoewa kalinja. toekang minoem madat. mengisep mada. sekali lagi. m~nganggoer. Angel. kelelet. sengat. boeloe madat. thman djabatan.. penangkal. amin. nanas.. Ambteloos. m~lakoek~n djabatan. minoem madat..o. Ambtsbezigheid. lain. Amfloenpacht. Ambtszegel.. p~ndjabat. madat. karma wadjibnja djabatan. lagi sekali. tambahan poela. menjengat. antoep : Met den angel steken. tjap djabatan. djitjeng. batoe ketjoeboeng.(onbereid). tjandoe. Anderdeels. o. kapala pak apioen. tiada m~lakoekbn pakerdjaan. m.kawandjabatan. lain roepa. m. mengantoep. berselang seling..Ambtenaar. tahi apioen.. v.

djawaban. Appelleeren. tjintjin saoeh (djangkar).. kajoe djangkar.. Ankeren.. Ten anker komen.. (op eon brief). Ankerring. boa $laboehan. Voor anker ri jden..). gangkat djangkar. Arabia. Arak. o. berlaboeh. daoen saoeh. (op eon brief). Ankerschacht. bidji adas manis. Antwoord.. m~njahoet. b~rlaboeh. orang arab.. b~rtahar .. Anker. s~limpat. Angstig van aard. v. o. Ankertouw. m. pengikat tembok.. batang saoeh. Ankerkluls. k~dai obat. v. arak. s~t~roe. Anijs.. (scheeps-anker). Apotheker. Het anker lichten. Arbeid. memboewang djangkar. berasa soesah hati. . penakoet. mints pa$riksaan dan p~rtimbangan pads hakim jang l~bih tinggi. Ankerspaak. p~roesahan.. kapals roemah obat.. o. sahoet. v. m. p~rarakan. toekang obat.. m~ndjawab. o. enz. m. djawab. m~mbal~si soerat. tall djangkar. Arabier. (Zie ook : Hooger beroep).. p~rmintaan pap~riksaan dan $rtimbangan pads hakim jang 1~bih tinggi. saoeh. Antagonist.. o. o. takoet. sahoetan. m. Angstvallig. roeba-roeba. (In appal gaan. m.. bertjinta. v. tall saoeh. adas manis. pembalgsan. tanah (n~g~ri) arab. m. Arakstokerij.Angstig. bersoesah. Antwoorden. bgrlaj ar . pengoengkil saoeh. roemah obat.. djangkar. p~ngarakan. masoek appal. Arabesk. Apotheek.. Ankerplaats. lampoeng djangkar. Zie : Angstig. Anker in eon muur. o.. Appal. m~mbal~s. Ankerboei. pnjahoetan. daoen djangkar. Ankerblad. oeloep. Ankeragegeld. k~rdja. menANKE.. v. oesaha. v. o.m. p~laboehan.

. Arm. Argwanend. m~larat. roewas sikoe. m. Arglist. soeka k~rdja. Aria. v. djatoh melarat . daja. djadi 20 306 ARMS. Arbeidsloon. Arm (steel).Arbeiden. b~k~rdja. De onderarm zonder de hand. toeloes hati. akal djahat. pokok pinang. tipoe. hoe. ook : tangan.. (zangstuk). l~ngan (tangan) kanan . miskin. orang miskin. Met de armen slingerend loopen. oepah k~rdja. m~mbikin. o. lagoe. o. Arglistig. simpangan soengai (kali). miskin. Archipel. orang papa. radjin. batoe loko. m~ng~rdjak~n. tipoe-daja. m~ngira.. (lichaamsdeel). radjawali. Arm (van een rivier).. Rechterarm. Arbeider. njanjian. pembajaran boelanan.. batang soengai. oepahan. b~rtipoe. Arend.idoeng mantjoeng. Arbeidzaam. menaroh sjak. (per maand). Aan HOLLANDSCH-MALEISCH. p~megangan. v. tj~redik. lengan.. menaroh sjak. gadji. Arduin. boewah pinang. berakal djahat. tiada ingatan djahat. Areca-palm. loe . o. poehoen pinang. Arendsoog... kapoelauan. l~ngan (tangan) kiri . bersOdak~p. mentj~hari makan. toekang. tangan . orangb~kgrdja. papa. (melodie). Arm . Linkerarm. De onderarm met de hand. Een arm mensch. m. 305 lets arbeiden. Arendsneus.. k~rdja. sjak. ragam. selempang. anak soengai. m. In de armen sluiten.berlenggang.m~lenggang.m. m~ntjOhari r~dj~ki. v.. pinang. sangka. m. ARM. b~roesaha. m~ngoesaha. Arm worden. bajaran kerdja. koeli. belandja boelanan.. kira . b~p~lok. Arm (behoeftig). perkoempoelan poelau-poelau. m~m~lok . menjangka.. Areca. orang m~larat. m. De armen op do beret kruisen. Argeloos. tiada m~naroh sjak. mats tadj~m. oepah. Argwaan koesteren. Argwaan.

. peti derma. warangan.. m. zie : Armband. Arsenaal..rmpijp. perhatian.. miskin. inden. leboe. Armbestuur. Artikel. m. orang (soldadoe) setabelan. zie: Arm. zie : Hulp.. sapameloek. anak soendel. m. gedong sendjata. Artseni j. berbaoe wangi. poesat. m. Aschkleur.. haws. As. fatsal. oewang derma. wangi. sasterawan. o. v.makan.. gelang pon toh. setabelan. perkara. Aschbak. Aschregen. Astroloog. toelang lengan. koersi bertangan. v. Artillerist. pontoh. o. roemah miskin. memapaken... Atmospheer. Artillerie. kamelaratan. loeloeh. mendjadiken melarat. Armoedig.. gedong slat paperangan. Atoom. aroem... Aschgrauw. ilmoe obat. koeman. Arts.. Attentie. zie : Helpers.. o. kelaboe. v. berbaoe aroem.. deboe. pertoeloengan. melarat. oedara. Armengeld. AZEN. Armenhuis. memelaratken. v. boeroek.. (voor den bovenarm). ingatan. Armenkas... Armstoel. koersi persenderan. pamerentahan atas orang miskin. v. v. anak haram. Assistentie. hina. o. m. hoedjan aboe. v.. Aromatisch. o. v. kapapaan. derma. ilmoe menjampoer obat. Armzalig. aroem. Arsenik. m. Armoede.. . Assisteeren.. dzarrah. Armband. Armvol. gelang. poeroes.. o. v. m. aboe. indjen. haram d j adah. haroem. tabib. as. m.. penawar. tjelaka.. roepa (warns) aboe. Artsenjjkunde. o. wangi.. zie ook : Arm.. haroem. o. doekoen welanda. Asch. tempat aboe. obat. Aroma. dokter. gedong perabot paperangan. m. kamiskinan. Armring. A. Aterling. mendjadiken papa.

Avondstond. (met korte mouwen) badjoe koetoeng. Authentieke acts. kain soef. (goad).. Avondrood. (zie ook : Boezem). sore.. . makan sore. oentoeng djahat. 30? A. sore. v. v. petang hari. mendengarken peroendjoekan. magrib. menerima peroendjoekan. Avontuurlljk. Avondster. memandang. m.. Avanceeren. Audientie. waktoe sandja. v. (wollen stof). Baaitje. batoe lazoewardi. m.. v.Azuursteen. sandja. waktoe samar moeka.. orang jang tiada poenja kerdja tentoe. mentjehari empan. Audientie verleenen. botol tjoeka. AZIJN. o.. madjoe. Avondgebed. sah. Avond. repet-repet. kaboes.. Avondschemering. waktoe sore.. sandja. makan malem... tjoeka . rambang-rambang.. Baai. mOnampil. remeng-remeng. B. v. Avondmaal. o. biroe langit. Het heilige avondmaal. bintang dzoe-harat. bintang babi. melihat.zuur. o. lazoewardi. mengingati. m. badjoe. (ge- .. sifat. perhadapan. malem.. biroe. Avontuur. bintang sore.. korban. o. melihatken. menjerai. o. mentjehari makan. Azen (op lets). Avonduur. oentoeng .. o. Avonturier. o.penglihatan. m. halal . oentoeng balk. makan malem. kam boeloe. Authentiek. soerat jang sah. petang. Attribuut. Azijnstel. Azijn. tempat tjoeka.. menampil kahadepan. terang. m. o. wrak. orang jang mentjehari oentoeng. zie : Agurk. (inlandsche). tjoeka djawa.. Zijn attentie op lets vestigen. petang.. santap malem. o.. Augurk. BAD. tedja. Azi jnfiesch. zie : Avondstond. santap malem. (slecht).. sembahjang magrib. Avondeten. v. penerimaan .

gendang. goendang . g~loembang . Baal. p~rgoenaan. kandoeng. djodang.heel dicht. v. oentoeng. djondang. b~rbadjoe. k~ndang. (lang. v. djalan raja.djenggot baoek.jk-). piss. Baatzucht. di lab~rak. djalan b~sar . tjatoet. Baardtangetje. (nieuweling). Een baaitje aan hebben. (bloot. pandai . sapandjang djalan.. p~poedjoe.). sag~ndang (-k~ndang. (groote golf). di poekoel. Op de lange baan schuiven. badjoe taro . lirang. faedah. Baan. Langs de baan.. v. aloen. Baarmoeder. Baardig. kandoeng p~ranakan. open)... spit angkoep. djalan : (van een hemellichaam). o. Heirbaan.djenggot. -goendang) kertas. v. m~landjoetk~n. goena. ladjoer. oowang kontan. toewan. angkoep. di b~ri. tanda.). (van geweven stoffen). Bask. Een baal gedroogde visch. ranting. p~rideran . enz. (weg). terang. baban. (van gedroogde visch). njata. kakikiran. b~rdjenggot. tiang tanda. b~toel. lerang. ramboet. gesloten). sakaroeng bras. Een baal rijst. Baard. tangga-tanggamajit . alleen met een openingvoor het hoofd). b~ban . gosong. Een baal papier. r~mbang. (li.. (draag-). .. (zandbank voor de monding van een rivier. beting boesoeng. m. (modderbank). mlambatk~n. lenjau.. oewang toenai.(stekel van visschen). Bass. doeri . p~ranakan. ramoes. dj~mpana. Baar. sab~ban ikan k~ring. totok. (staaf). Baar geld. o. k~na poekoel. kampil. djinarat. tot aan de enkels reikend. enz.. m~radja lela. ombak. orang btharoe (baroe). labs. toekang. badjoe takwa. tams. batang. tj ambang. (meester). p~rtoeloengan. gotongan. boengkoes.badj oe koeroeng. m~ngalahk~n hoekoem. (nauw sluitend). badjoe sik~pan. Op zijn baaltje krjjgen. boengkoesan. (nut). oesoengan. Den bass spelen. (van het koren. Bast (voordeel).m. gotongan majit. rahim. m~ngatas-atask~n din. karoeng.

o. mandi djinabat. (van hout als presenteerbiad). doelang. m.. menjepoehk~n. o. menjopoeh. orang tjeramah. (in blood). thl~san.koelah. Babbelen.kaIn mandi.(gemetseld). v.. Bak.. bgrtjortjoran darah. (drijvend). v. bilik p~rmandian.. Bader. roemah mandi. tangas. v. m~ngomong. balai kambang. toekang ngotjeh. (in tranen). o. toekang ngomong. bermandi... m~ngotjeh. omongan. b~rsiram . b~rmandi. (na een zaadstorting. b~leter. tangasan. mandi. sab~lah kirinja kapal . m~njiramken. orang b~leter. (iemand). Babbelarij. orang b~rbantjang-bantjang. barang-barang. (na eon bevelling). Baden (zich). Babbolkous.. m. m~mandikOn.roemah p~rmandian. kamar mandi.lobs. o. Badkamer. p~ngaron. Badwater. stoombad nemen. Bakboord. 308 BADE. siram. paso . paso p~rmandian. toekang ngomong. omong kosong. (na den 4Oen dag van het kraambed). m~nangas. tangas. mandi darah.waarin de rust wordt omgeroerd). talam. pane.. Een bad nemen. (gemetseld). Badstoof. tj~ramah. v. mate sangkoer... p~rmandian. b~rbantjang. koelam. Badkleed. (voor metalen). toekang ngotjeh. bgr~ndam (b~rtjotjoran) ajar mats. permandian ajar pangs. v. Babbelaar. g~dong p~rmandian. ajar p~rmandian. Babbelzucht. koelah . roemah p~rmandian di atas getek. b~rmandi ajar pangs. s~poeh. of na den coitus). mandi... v. toekang tjomel. Bagage. (van aardewerk). mandi wiladat. Bajonet. tjoekin. koelam. Een warm. permandian tangas. sangkoer. Badhuis. stoom-). (warm-. Metalen in hot bad zetten. m. mandi djoenoeb. b~rtoetoer. thmpat mandi. m.. Badkuip. orang mandi. (houten. ajar mandi. orang g~latak. o. mandi nifas . omong.. s~poehan.. Bad.kain basahan.

m.. b~rani . pests. m. p~niti b~sar. nakal. Bakkerij. asal. kab~ranian. koewali. Bakerspeld. balok. pi). (brutaal). Baiddadig (boosaardig). batoe bats. doekoen baji. Balddadigheden plegen.. Balk. p~nggorengan. djahat. boewah paler. wadjan. batang kajoe. thmpat (roemah) p~mbakaran roti (koewe-koewe).. o. membakar. zie : Beak. (in eon pan). timbangan p~rahoe.. raga. kanakalan. (unster). Bakken (3n eon oven). doekoen b~ranak. pests dangsa.. v. Bakpan. m. doekoen.. Bakkebaard. m~manggang. v. (biljart-.m. b~rboewat angkara. timbangan. nl~gOri (t~mpat) kadjadian. dapoer. Bal. Baker (vroedvrouw). n~g~ri (tempat) kalahiran. m. m. Balein... p~rbandingan itoengan.. gOlondong. oental. (voor eon snort kegelspel). kadjahatan. thmpat kaloewar. gorengan. mendadar.. m. kOrandjang. b~rboewat roesoeh. angkara . (testikel). bola. m. Baksteen. bats. gigi graham. r~ndangan. thmpat toempah darah.. Balans.tjambang. Belie. v. (balletje.). Balddadigheid. bakaran. Bakspier. b~rboewat kanakalan. isang ikan panes.. v. o. Ballasten. datjin. Ballast.. (stout). peler. v. Baliemand.. nakal... mOmoewatkOn toelak . alas moewatan. v. m~ri~ndang: (boven vuur). Bakker. Baktand. graham. (rekening). o. (bak). bakoel besar. naratja.(p~rahoe). (voetbal van rotting). Balkon.v. Bakmeester. paso. (in vet of olio).dapoer pembakaran. v. thradjoe. m. Bakoven. toekang roti.. Bakermat. (dansparti j)... Baken. .. Een eierstruif bakken. m~nggoreng. v. tamb~ng. batoe baker. toelak bars. Baksel. k~tai. BALL.. langkan.v. datjinan. djoeroe makanan.. enz.

309 dilan . o. (gebied). (rechtbank). . p~rmainan sepak raga. haibat. (modderbank). m. k~tjil hati. kantong paler. Bandolier. djilid. m~nj~diak~n. m. mahkamat. Barrier. karang . bandera. Band (bindmiddel). bang. enz. m~ratak~n. takoet. (lint). Balsam. toenggoel.p~ngikat. tali. m~mbikin... Banen. bale-bale. boesoeng. Balling. De barrier ontplooien. pemboewangan. m. pokok pisang. moering-moering. t~gar. s~lempang. min goesir. (met den voet).bars. . hoekoemat : In den ban doers.. v. tambatan. memboewang. haiban. (Europeesche). v. boewangan. (koraalbank). bale. Banaan.orang boewangan. minjak kasai.m. hoeboengan. marsh. tjintjin.. Ballingschap. m. slam. simpai. poehoen pisang. boewah pisang. Banaanboom. m~mperdirik~n. p~ri hal kaboewa= ngan. Bang. Bang makers. pengoetjilan.. m~r~ngoet. biting. ikat. Ban (uitsluiting). sepak raga. p~ntas. ikatan. Bangheid. (zandbank). p~nakoet. bangsat. sandang. pemboewangan. p~njamoen. menakoeti.katil. (angstverwekkend).. pits. Balzak (scrotum). v. p~nawar.). tiada enak hati. Bank (inlandsche). pandji-pandji. begal. pgrampok.. (geldinstelling). p~rentah.. (boekdeel). p~ngoesiran.kontol. Bandiet. m~ngembangk~n. masoeh. kantor oewang. orang pOmboewangan. pengaBARM. katakoetan. k~ras hati. m~ngoetjilken. pisang. takoet... Baisturig. Balspel.. koewatir. l~njau. minjak raksi. v. (hoepel). permaman k~tai . katatoekan. (troost. m. m~ngloewarken.. sakit hati. mengibarken. gosong.. v. bangkoe. (van aard). (touw). m. bale hoekoem. alamat. m. BALL. Baloorig.

Barbaar. djatoh. m. rOkah. t~ramat. Bedriegelijke bankbreuk. Baron (bevallen). (pandbriefje).. m~lekah. toekang m~megang pagadean. rahim. m~l~tak. m. Bankbil jet. Bankroetier. v. Barrevoets.. (erg). Bankbriefj e. m~ngoesir. zie : Bankbil jet. ambar koening. m. kasihan. Bar (onbebouwd. Barsten. m. orang b~ngis. roemah pegadean. saudagar jang soedah djatoh. Barbaarsch. b~rpoet~ra... petjah. Banneling. (veroorzaken). kering. rah310 BARN. Berg. b~rtelandjang kaki. v.(van leaning). Bark. o. zie : Bankbil j et. tangsi. mat. droog). retak. bongis. Banket (gastmaal). mendjadik~n. ran get. morekah... toekang tjoekoer.. sekotji b~sar. m. soerat bang. mengadak~n. v. amat. ook: soerat gade.. Bankers (hazardspel).. zie : Bankbreuk. hadjim. thrtaloe.. o. (koud).. Bankhouder. m noon= doeng. bangsal. moeflis. pnjoekoer. -jang moeflis.. m. l~tak. p~rdjamoean . tj ~lah. b~ngis. keel. b~lah. batoe ambar. -jang paljit. Barensnood. m.. b~rsalin.oewang kertas. Barbier.. b~ranak. dingin. orang kafir. v. djatoh paljit d~ngan tipoe. p~rahoe b~sar. o. Barnsteen. sedjoek. kapal dagang. o. tlalim. Barsch. toekang motong ramboet. m~ngasihani. mengloewark~n. mer~tak. m. p~rantean. (gebak). v... Bankroet. p~gadean. Bankbreuk. v. tandoes. b~rmaIn kartoe. Barak. r~ngat. orang tlalim. sakit b~ranak. babi k~biri. v. Barmhartig. m~mboewang. Banners. kasihan. Banknoot. Barkas. orang boewangan. b~rkaki tolandjang. Barmhartigheid betoonen.. zalim. m~ndjaoekh~n. m. Barmhartigheid... koewe-koewe. m- . Bartt. orang toendoengan. bOrmain top. bank~roet. sampan.

oentoeng. (overeenkomen met). soewara dal~m.. koelah.. bersantausa. mOndjadikin. (eener rivier). sahoet. b~rh~ntilah. soewara jang garau. o. mngoesahake n.. o. selekoh. Bedaagd. soedahlah. tempat tidoer. Beantwoording. takoet. pembalOsan. mendjatohken denda. v. Beangst.letek. bermandi darah. Basstem.mboewat. membenark~n. goena. melotos. membalesi. samboek. m. mengerdjaken. m~ngijak~n.anak k~ndak.. toewa. sopan. enz. santoen. tilam. ridla.. mengerdjaken. Beangstigen. senang. zie : Blaffen. mendenda. o. senang hati. Bedaard (rustig. (matras). berpatoetan.. satoedjoe dengan. (stil). diam. Bastion. Bataljon.. ads goenanja. meridlakon. mengchawatirk~n.m. beroemoer. tedoeh.m. Batist.). BEDS.dasar. mendjawab. kasoer. memberi hoekoeman denda. b~rgoena. m~ngamini.menggarap. ajem. m~mpertjintakin. Baste. v.v. nafiri. menjoesahken hati. Bebloed... membandingken.djawab. soesah hati. Bassin. Bearbeiden.. BattertJ. balesan. koelit. (langzaam . soedah. koeboe benteng. kain asahan. Beboeten. chawatir. Bed (ledekant). berloemoeran darah.pendjawab. o. koelam. o. Bastaard.. (van een kokosnoot). Beamen.anak ha ram. m~nakoeti. Bast. harem djadah. penjahoetan. Baton. Bassen. peradoean . Beantwoorden. saboet. mengoesahaken. bataljoen. menggarap.. meroepaken. v. (in een tuin). m.petak. p~gawai. men jahoeti. adak soend~l. djangat. b~rtjinta.. rentengan meriam. m~norima. petidoeran. Beambte. katakoetan. bolsak. sentausa. v. Bazuin. koewatir. Bate. Bebouwen. pasoekan.

berhenti. thrlindoeng . b~rsindir.. v. Bedelen. roemah sembahjang. Bedauwen. Bedekt (geheim). dasar. orang djaga. Bode. (armen-). Beddelaken. Bedelaar. m~ngloeboengi. m~ngoeroegk~n tanah . bidjaksana. (zelf bedanken). Bedding. (verbergen). orang mints-mints.. menjedekahken. perlahan-lahan. thrtoetoep . BEDS. Bedekking. tjantelan kelamboe. mints derma. toedoeng . Bedanken. In bedekte termen spreken. pintaan. melepasken. membilang terima kasih. toedoengan. t~rs~mboeni. orang mngiring. m~ngoeroegi. selimoet. g~redja. djadi tedoeh. Beddehaak. membehagiken . Bedachtzaam. (omhullen). (geleide). menoelak. v. langgar. loebir. toetoep. dengan kira-kira. Bedehuis. mints berhenti. m~lindoengi. g~lap . mints lepas. (beschut).. pelan-pelan. m~noedoengi .. memetjatken. (tot God). salinan tempat tidoer. m. m~nj~limoetk~n. djadi padam. periringan. seperai. memberi behagian. o. selimoet. Beddedeken. menahan hati. m~sigit. mints-mints. memboengkoes . v. $noetoepan. melepas. Bedaren (bedaard worden).. (weigeren). menj~loeboengi. (overdekken). toetoep tempat tidoer.aan). memberi lepas . ati-ati. mengengganken. memberi derma. (toegedekt). enggan. Beddegoed. mengemboenken. m~noetoepi .. mints s~d~kah. diam. sopan santoen. Bedeelen (een deal geven).. maloe. bersenang lagi. toetoepan. menjindir. o. sopan. kain selimoet. orang p~ngmng. Bedekken.permintaan. m. djadi diam. o... pints. Bedeesd. (afdanken). (beschermen). menerima kasih. m~nj~mboenik~n . v. . p~noedoengan. (met aarde). doe. permoehoenan . m~sdjid. tiada terima.

v. m mbinasak~n. karoesakan. orang tj~rewet. darwisj. m~mbendoengi. m~ndjalank~n. pendjagaan. kawan. Bedgordijn. djawatan. djaga. (bezwaar). m~nan~mk n. m~makai..). kawan b~radoe. kabinasaan. m~ntjid~rak~n. m. Bedevaartganger. Bedestond. Bediening. hamba.toekang tjomel. menambak.v.. Bedenken (overdenken). k nek.sakatidoeran. boedjang. djadi mMarat. Bedenking waken.Bedelmonnik. fakir. m~iajan. orang serakah. m. melawan. thm~n. Bedenkel jk.. m~ndjaga . m~ntj~hari oepaja. m. m~roesakk~n. ehadim. smpang .. penilikan. m~mbantahk~n. p~lajan. toengkat orang minta-mints. meng~rdjak~n.. m~mbikin boesoek. soekar. m. fikir. Bedenkelijk ziek. BEDO.enz.(naar Mekka). $ntj~la. Bedenking. (naar een andere plaats). enz. djaga. pglajanan. Ter bedevaart gaan.). m.. ingatan. Bediende.v. .djabatan. Bedelstaf.. pajah . boedak. Bedijken. enz.. o.tem~n tidoer.djadi miskin. m~mboesoekken. m~mfikirk~n. tirai p~tidoeran. sakit pajah. naik hadji. soesah. m~noetoepi d~ngan tanah. m~nimbang . m~ngoeroegi. melakoek~n.(beschadiging. Tot den bedelstaf geraken. k~lamboe tempat tidoer. djadi boesoek. 311 Bederven. pak rdjaan. m~nan m. m. Bedgenoot. o. Zich van lets bedienen. Bedienen. Bedevaart..hadj. djongos. (verderf). fikiran. kawan tidoer. pikiran. m~mikir. hadji. Bederf. m~ngoeroegk~n . tiada m~notjogi. m~ngira . m~ntjhari akal. Bedilal.). Bedelven (onder den grond). kaboesoekan. pelajan. b~rfikir. mengingatk~n. m~lajani. (huffs-). karoesakan. (een ambt). membikin roesak. (overwegen).m . m~ngingat. (middelen. m~nimboes.ziarah. waktoe s~mbahfang.. m~mb~ndoeng.bitjara. ingat. timbangan. (onder golven..

bangsat.v. Bedragen. m~njMiaken. p~ngamang. m~ngamang-amang. salah mgng~rti. memabokkon din.. biasa. g~lap. Bedoelen (voornemens ztjn). (benauwd. kiss. tjomel. Bedrinken (zich). Bedoeling.). b~rniat. d~ngan tipoe. Bedreiging. m~ngantjam-antjam. mi3nj~ngadjak~n. Bedotten. djoemlahnja. maksoed. Bedingen. b rmaksoed. bankjanja. (zin. mane . v.. Bedrjjf (werk). Bediegerig. m~ntj~la. Beding.tiada bisa kaloewar dari s~bab sakit.. pandai. Bedriegen. goenggoengnja. makna. goenggoengan. v.. k~rdja. Bedremmeld. tipoE. Bedrag. m~mperdajak~n. v. menipoe. djoemlah. m~nj~la. memp~rdajakgn . m~nipoe. bOrtjinta. . somber). Zich bedriegen.Bedillen. bingoeng. pi~nipoe. 312 BEDO. s~sak. Bedrijvig. Bedroefd.sakit. asal. m ngatoer.Onder boding dat. mane. m~mbikin p~rdjandijan. soeka k~rdja. enz. bilangan..sakitan. radjin. enz. salah kira. d~ngan djandji.perdjandjian. niat. soeka tjorewet. (naar lets streven). apok . bisa. m~nipoeI. mbngantjam. berdoeka-tjita.. Bedrieger: m. Bedompt (vunzig). Bedisselen (in orde brengen. memathngken. (van een tooneelvoorstelling). Bedreigen. Bedr&jven. (voornemen. m~ng~r djak&n. mahir. Bedreven. m~njahadjak~n. berboewat. m~ng~rti.p~ngantjam. Bedilziek. o. l~ngoeng. membodoken. Bedriege "k. b~rdjandji. soeka m~nj&a. lakon. p~k~rdjaan.. Bedriegerij. sakit. enz ). tjerewet. melainken. o.). (dead) p~rboewatan. mmaksoedk~n . tipoe daja. mnjomel. djandji. anti. minoem sampai mabok.

m~nahani. (zich zelven). Bedwang. m~maboki. anak soengai. Beduidenis. mnipoe. sangka. mOn doeka-tjitaken. anti. m~ng= gagahi . mi3masjgoelken. menahank~n. m~ndam. Bedruipen. (neersiachtig). Beduiden (verklaren. mnoendjoekken. artin ja.. poesing kepala. enz. Bedroeven.t~gah.v. (ten onder brengen)~ m~naloekk~n. koewatir.jt~mpat tidoer. Beeedigd. makna. p~rdajaan : (verraad). m~n~gahk~n. kal~nger.s~b~l. Bedwingen.. lags. m~ntjehari r~djeki s~ndiri. menjg dihk~n. --jang dengan di tanggoeng soempahnja. m~nitiki. soedah b~rsoempah (van een verklaring). sedih . takoet. m. o. eed afnemen). (temmen. Beeedigen (met eede bevestigen). rasa. p~radoean. p~rsmoean . Bedrukt... m~mperdajak~n. moeroeng. m~ng~naken . tipoe. soempah. v.soesah hati. memoej~ngk~n. menahan. Bedwelmen.). t~rs~ndoe. batang soe- . tahan . Bedstede. Bedsti jl. memaksa . Beducht. mem~rotjiki. BEEL.bisa hidoep d~ngan senang.iba. sendoe. (fopperij). Zie vender : Bedroefd. enz. Bedunken.pemaksa. In bedwang houden. katakoetan. o.. mendoekak~n. p~rlagaan . menjoempahi. Bedrog plegen. chawatir. (den. p~ngrasa. mnjataken. poesing. m~njoesahk~n hati. m~ndjinakken. $ning kapala. m~njoempah. kira. Bedrog. mema bokken. tipoe daja. moroesakk~n hati. s~moe. s~l~mpang. agak. Beek. (beteekenen). kitjau.. menahan. p~nmoe. m~njakitk~n hati. mabok.paksa. p~ndapOtan. m~ng~rtik~n. tiang tempat tidoer. potidoeran. borsoempah. Bedwelmd. moeram.). jang di sertak~n d~ngan soempah.. momoesingk~n kapala.o. m~maksa. v..

Beeld (geteekend). Beeldspraak. De groote Beer (bet gesternte). persembahan berhala. tanah peroempoetan. (gelijkenis). g~moek biroewang. bintang bidak. berdiri kaki satoe. betis . o. kaki . padang gombalaan. dap~t poesaka.. babi laki-laki.v.. haiwan oetan. m.. (drek). Beerput. m. orang menjembah berhala. artja. mewarisi. toelang. peroepamaan . memahat (monem pa) patoeng. m. kali ketjil. Beerenklauw.. (voorbeeld). Beerenhuid. (waterkeering). ketik . Beeldendienaar..o. ibarat. Op een been staan. berhala. m. djamban. (van eon sprinkhaan). orang-orangan. (schuld). toelisan. babi djantan. sokong tembok. binatang djinak. oetang . binatang.. toelisan.... Tamme dieren. aliran.). paha .ngai. (de Maleische). aloeran. o. Beerenvet. haiwan. o. Been(gebeente). enz.. Beeldig. boneka . v. Beast. Beeldendienst. m~nghimpoenk~n. (van bout). Beenvlies. meradjalela. (standbeeld.patah toelang. m~mp~rdirik~n . peroepamaan. banjak ibaratnja.. n~. bagoes. m. Beenbreuk. v. o. koelit biroewang. (licbaamsdeel).Vel en been. padang p~roempoetan. (afgods-). retja. Beeltenis. toekang(pandai) BEEL. s~lapoet toelang. gambar. kaki biroewang. elok.. Be®rven. tahi . patoeng. kaki kajoe. (mannetjes varken). b~roleh poesaka. patch kaki. Beer (muurstut). p~ta.. oepama. serombong : Op de been brengen. terbis. Den boost spelen of uithangen. soemoer kakoes.. fonder de knie). m~mbikin (m~mahat) patoeng. babi lblaki. toeladan. mempoesakal. Beeldrijk. Beemd. binatang liar. biroewang. n~~ngoempoelk~n. v. m~rgasatwa . gambar. Wilde dieren.. ibarat. koeroes-k~ring. Beeldhouwen. p~rmai. v. Beeldhouwen. (boven de knie).. roepa. .

masjhoer. sisa. BEGS.. m~nganoegerahi . kahgndak nafsoe. m~mbikin . memegang. wench). (begaan ztjn met). m~ngikoet. Begenadigen (beloonen). m~ng~rti. (naar sp~js of drank). k~na. k~pingin. sajang. (inhalig). lets beet hebben (in handen hebben). thrpegang . b~rkah~ndak. BJj kieine beetjes.. menjgrtai.Beestachtig. b~ringin. v. ketagihan. m~ngidam (naar lets verlangen). m~ngampoeni. Beetpakken. pergi ka.lnginan. k~pingin. kikir. b~rgemar akan. idam. elok. m~megang. Begeeren. ampoen. m~noedjoe. (zich naar huffs-). m~nipoe. idam Begeleiden (vergezellen). m~lagak~n. Beet (hap). Iemand beet hebben. k~pingin. b~rdjalan bersama-sama. m~maaf kin. (schenken). k pingin. katangkep. menganoegerahken. s~p~rti binatang.. Begeerig. poelang karoemah . gigit. t ~rmasj boar. 313 (begrijpen). b~rkah endak .(een meerdere . inginr ka. (laten--). Begeven (zich ergens been-). mengaroeniaken .sedikit. permair bagoes . Begaafd. b~rkasihan. t~rnama. mm~ beri. memb~ri. Befaamd. Begaan (betreden). pint~r. momperdajaken. kangen. patoet di k~pinginir haroes di ingink~n. b~ringin.Laatste beetjes. m~ndjalani. sjahwat. v. meliwatk~n . pandai. doerdjana. melangsoeng . (inhalig). menghanterken. mengasihani. (zich. rindoe. hawa-nafsoe. 314 BEGI. soewap. (zich op rein--).. m~ndiamken.t japlok. boediman. sedikit sedikat. kikir. langsoeng. kasar. loba . sjarak . . mfr ngahendakk~n . koredan . (bedrijven). m~mbiarken. (vergeven). b~ringin. Beetje. Begeorte (lust. b~rboewat.o.)r m~noeroet. Begeerlijk. m~ngah~ndaki. beran gkat . menangkep. mninggalk n . rindoe d~ndam.m~ngiring. (zinneljjke lust). hasrat. (gevangen). poelang. (van zwangere vrouwen). pertjaboelan.

pertama. sedekah koeboer. mendj~rami. vatten). v. mOloetari. silap.permoelaan.Begrijpelljk. menangkep. (grondslag). Begraafplaats. Begrafenis....Beginsel (stelregel). ongkos mengoeboerken. m~njirami. (verlaten). bersoewami. gampang mengerti. (van ears vrouw). v. Begrijpelijk makers. m~ninggalken . njata . masoek. masoek bilangan . terhingga. Begin(aanvang). pads. Begrafenismaal. mengintip . berwates. periringan majit. sedekah soertanah. berbates. meinperhinggaken. Begraven. menjedoeh. o. menjilapi. (van eon man). ken. nganoegerahi. . menerangBEHA. b~rbini. . pergi berlajar . penawaran.(met warm water).de). (met eon starkers straal). mengoeboerkvn. awal . Begrafenisstoet. o.(bevatten. enz. kawin. permoelaan. pangkal . Begrijpen (verstaan. (voorste deal. v. me. atoeran. . m. (van tar zi.djadi water. berist~ri . pengoeboer. m~ndiris . mongOrling.. melempari.). inhouden). roekoen. belandja mengoeboerken.. Begiftigen. pohon. Begrenzen (aan lets tot grens strekken).asal. Begoochelen. menawari. v. Begrensd. Eene vrouw begoochelen. kasi. menjilap. Begieten. Begoocheling. Ver- . memoelai.. mng~roeniai. (grondslag).. pokok . moela. menimpoeki. m~ng~roeniak~n. mengerti. (bevattelijk). moelai. silap mats. di watesi. termoewat. Begluren.menganoegerahken. hoeloe.op zee-). memb~ri. o. (eener vrouw). ringan kapala. nikah . In den beginne. Beginners.moela. moewat. berhingga.mewatesi. menanemken.Begrafeniskosten. pakoeboeran. melerokken.. menghintai. terang. (zich in hot huweli jk begeven). Begooien. pohon. m~njiram. menjataken. b~rlaki.

silakanlah . ichtisar. Hot behage U. kenan. dat iemand behagen schept. Behagen (genoegen). Behagen. menaksir. rasa. soeka.. berol eh labs. menganoegerahken. m~ndjawat. m~lakoek~n . soeka. memegang. kasih. seneng. Beha g1iJk. katjoewali. mengichtisarken. o. pengertian. Begroeten. menjoekai. lain dari. kira-kira. Begunstiging. o. lets behaagUjk vinden. bersalaman. pertoeloengan. . De overwinning behalen. menganoegerahi . menoeloengi. beroleh. salah tamps. mendapet. mengasihi. pendapetan . m~ndjabat sendjata. kasi tabe . sedap. m~ngobati . winst behalen. m~megang. (kort begrip van lets). akal. Behagen scheppen in.. enteng kepala. Een work behandelen. terang akal boedi. berkenan. mongaroeniaken. mengira-ngiraken. dapat. mendapet oentoeng . Iemand goad behandelen. berkenan pads. mengaroenial. nilaian. karoenia. karidlaan. menilai. m~ndjabat. m~ng~rdjak~n.anoegeraha. Een zaak behandelen. silakan.keerd begrijpen. ridla. m~lainken. berkenan akan. enak. insja'Allah. Begrooten. memberi salam. ringan kepala. lets tot eon kort begrip samentrekken meringkasken. taksiran. ringkasan . membitjaraken. Begrip (vermogen om to begrijpen). BEHA. Een zieke behandelen. berlakoe dengan balk (d~ngan sapatoetnja) pads sa'orang. Indian hat Gode behaagt. v. perkiraan. Begrooting. Eon zaak begunstigen. Elkander begroeten. Makers. mengalahken.. djikalau di ridlaken Allah. (meaning). seneng. De wapens behandelen. memperkenanken . salah mengerti.. Behalve. boedi. v. Een onderwerp behandelen. mOnang. memperkenanken. Behalen. Behandelen. Begunstigen. Vlug van begrip.

. pmegangan. mnempelk~n k~rtas boenga. Behangen. brisi. ingatingat.. p~meren tahan .. boewat. p~ngampoe. ati-atL Behoef. obat. Behartigen. hadjat. m~nggantoengi.. m. akin. (zorg). k~lamboe . pandai. memakai. akin goenanja. Behouden (beschermen). mengampoe. pam~rentah.. mem~rentahken m~nghoekoemk~n. m~nahank~n. o. p~merentah. Beheer (bestuur). boenjinja. jang dip~rtoewan . m~meliharak~n. k~rtas boenga aken di tempelk~n. Behelzen. hadjat. perentah. m~ndjaga. (bedwingen). m~m- liharak~n. o. pinthr. kalakoean. (papier). (bewindvoerder. pmegangan. Beheerder.. Beheeracher (vorat). Zijn behoef doen. p~ndj agaan. Beheeren. p~nangkal. m~m~liharak~n. Behendig (schrander. enz. (van eon brief). langsai. Ten behoove van.Behandeling. berak. b~rboenji. pem~liharaan.. ters~boet di dal~mnja. m~m~rintahken. Behoedmiddel. m~noeloengi. mngingatk~n. moewat. (verzorgen). m~noeloeng diri. m. enz. m~megang. Behelpen (zich). kadla. o.pegangan. o. kadla. m~megang . Beheerschen. tirai.). thrmoewat. m~mp~rdoelik~n.m~ndjaga. bidjaksana. BEHU. p~rboewatan. djimat. m~mp~rhatik~n. (vlug). 315 Behoedzaam. mmadak~n din. pantas. m~mboewang ajar.). v. Behangsel (draperie).. tj~pat. tjr~dik.

b~toel. d~ngan sajagjanja.s~lamat. Behuisd. memahati. m~megang. masoek. b~rh adj at. Behuwddochter. kam~laratan. Behouden. Behuwdmoeder.ipar. Niet behoeven. patoet. ta'oesah. kadoewa. doewa-doewanja. haroes. ipar p~rampoean. mane pakai . m~mjimpan.kapapaan. Behoudens. .Behoefte. Naar behooren. miskin. patoet. m~mbatjoki. kakoerangan.v. v... l aik . m~laink~n. b~roemah. menatahi. dengan mng~tjoewalik~n. koerang. btoe!. Behoeven (gebrek aan lets hebben). soeka m~noeloeng. ipar. patoet. melarat. (noodig hebben). enz. t~rloepoet dari pads mars-b~haja. (toebehooren aan). Behulp. p~rloe. kakoerangan. p~rtoeloengan. doewa-doewa. Behuwdvader. prbe m~niakai. kakoerangan. dengan s~lamat. kakoerangan.. haroes. Behoeftig.. lain dari pada. o. kaloepoetan tj~laka.). m. mnj~lam~tk~n.m.ampoenjanja. o.. s~lamat. poenjanja. d~ngan saharoesnja. tiada koerang apa-apa.. mantoe (m~nantoe) laki-laki. Behouden (bezitten). Behuwdzoon.kamiskinan. Behulpzaam.. Bebuwdzuster. (betamen). Behooren (moeten). (tot lets behooren). ipar lakilaki. Behouwen. m~m~liharak~n. papa. hadjat. Behoud (redding. mentoewa (m~rtoewa) laki-laki. d~ngan oepamanja. Behoorlijk. kadoewanja.. v. Beide. hanja. m~loepoetk~n dari pada mars-bthaja. Behoeftigheid. m~mpoenjai. thrmasoek. haroes . d~ngan sapatoetnja. 316 BEHU. Behuwdbroeder. (redden). k~tjoewali. tiada oesah ($rloe). mentoewa (mertoewa) p~rampoean. v.. mantoe (mbnantoe) p~rampoean. m. masoek bilangan. v. toeroet.

m~mbatj oki. moeloet. gouty. doewa matj~m. b~rkahendak. b~rthmoe. Bejaard. m~lawan. momerangi. Bekalken. mOnj~ranik~n. katemoe d~ngan. (spitse). (bedorven. enz. m~lakoek~n. m~mboeroei. toewa. m~nanti. tatah. m~ngislamkdn. Bekeeren. berdoewa. m~mboewat.. m~mboeroe. doewa dj~nis. pads kadoewa_ fihak. Beitel.pahat gating. b~rniat . Bejagen (streven naar). Tot een nieuwen godsdienst bekeeren. s~b~lah m~njebelah.). mentobatk~n. Beijveren (zich). Slecht bejegenen. menj~sal. (van andere dieren). enz. sajang. m. bermaksoed. tj~nges. Beiderlei. (na jagen). Beiden (wachten). mbnatahi. toentoean. gars beide zijden. m~nobatk~n. BEKIJ. tjarian. m~nj~lamken . m gnarah. m~noentoet. slangen. m~ngapoeri. Bekaaid. m~nantik~n. m. Tot den Mohammedaanschen godsdienst bekeeren. Bek. tjoetjoek. paroeh. m~moea- . (verlegen). m~njesalken. b~rlakoe atas. boesoek. m~ngapoer.Met zijn beiden. Tot het Christendom bekeeren. menjapoek~n kapoer. Bejag. Bekeerling. m~radjink~n din. (overkomen). Bekeerlingen makers. m~ngasihi. orang b~haroe masoek agama. m~njajangi. mengoesahakt n din.. m~ngh~ndaki. kadathngan . (behandelen). doewa roepa. Bekappen.). soedah ada oemoer. pahat batoe. (van vogels. soedah b~roemoer. Ronde gleufbeitel. Bejegenen (ontmoeten). Bejammeren. mentjahari. m~mahat. pahat. sabrang-menjabgrang.. m~mahati.. Beitelen. Goed bejegenen. o. djenga. m~ndapet. m~nemoek~n . roesak. maloe. m. m~nganiajal. masoek (m~masoehk~nj agama b~haroe. doewa bagai. djoengoer. tjoengoer. bbrnanti. orang moealaf.of steenbeitel. m~natah. pahat pengoekoe. beriakoe pads.. Bekampen.

ggmbreng. toelang kapala. m~njajangi. o. m~mberi tahoe. Bekentenis. pen oedoehan. pinggan tjoekoer . mwartak~n. talam. (diverse muziekinstrumenten). (Eene vrouw --)} bersetoeboeh dbngan sa'orang p~rampoean. oendang-oendang. (groote kom). Zie verder : berispen. m~ngakoe. pemberian tahoe. m~ngadoe. m~ndjatohken hoekoeman d~nda. m~mboesoekken. thngkoerak..soerat oendangoendang. njata. m~nd~nda. Met elkander bekend zijn. p~sakitan. Bekijven. m~nd~ndar. pengakoean. mbmandangi. kasi tahoe. ma'roef. b~rikrar. BEKK.. mengchabarkon. k~nong... Bekladden. v.. Beker. kOnal. m. Bekeuren. m~ngasihani. enema. p~njajangan. Beklagen. (omroepers-). Bekendmaking. Beklaagde. orang jang di toedoeh. Bekiag. (scheer-). dakwa. m~lihati. Bekken. m~ratapi . sakitan. m~makai. k~romong. m~njomelk~n. m~ntjanangk~n. m~ngenalkon . m~mberita. m~nengok. masjhoer. m~ngoetjap sjahadat. v. m~ngg~mbrengkon. memantat. m.soeratma'loemat. k~nalan. bbrk~nalan. katahoean. o. Bekende. m~masjhoerken. mangkok b~sar. t~rmasjhoer. ma'loem. m~mbawa iman. o. Zich beklagen. m. m~ngotork~n. bokor . p~ngadoehan. Bi j bekkenslag bekendmaken. ma'loemat. (bejammering). (schriftelajke). (klacht). gong. ikrar. Bekend waken. m~loemoerk~n. rahi .laf ken. mema'loemken. m~njoeki. piala.. m~ntlahirken. Bekijken. ikrar. (belijden van een geloof).. (presenteerblad). m~ntj~rnark~n. Bekennen. tjanang. menidoeri. . m~ndjadik~n moealaf. Bekkeneel. ketoek . p~mbbrita n. mnj~rantak~n. Bekend (gekend zijn). orang jang di dakwa. bonang.

saroeng. thrdj~pit. djadi sdjoek. overtrekken). m~n~kan. m~r~diki. m~ndj~pit. enz. goendah. djadi gantinj a. haroes di kasihani. m~nj~pit. Bekleedsel. naik. djadi balk. m~mbebatk~n . pendek. ters~lit . koewatir. BEKO. poelih. m~mb~ri djabatan. m~lakoek~n (m~ndjalank~n)pak~rdjaan. Bekomen (krijgen). m~makoe . m~madamk~n. b~rtjinta. (tusschen lets). soesah. (van een ziekte. lemands plaats ti j deUjk bekleeden. m~marahi. s~mboeh. Bekommerd. chawatir. m~njoesahk~n. Beklemmen. Beklinken (met spijkers. thrima. dap~t.). m~nggoendahk~n . m~megang djabatan. Bekleeden (aankleeden). b~roleh. m~mandj at. lapis. (wel bekomen van spijzen). m~ngganti.. naik. simpan. 317 soesah hati. (een ambt). m~ndjadik~n. Beknopt. masjgroel. m~nggegeri. b~batan. b~rtjinta. . enz. m~naiki. enz. mngrima . koewatir. Beknorren. m~netapk~n. o. m~lapisk~n. m~wakilk~n. oleh. ichtisar. (van de borst). (bezorgd). m~naik. m~wakil. m~ngalask~n. Beklauteren. m~ndapet. m~ng~nak~n pakaian . m~ng~roeniak~n djabatan . p~njaioetan. masjgroel. koelit. Bekommeren. padam : Laten bekoelen. m~ndingink~n. m~n~goehk~n. mYnakaik~n. o. (beschoeien). Bekoelen.).Beklagenswaard. m~ntj~rna. b~rtj~mas. s~sak .). mem$rtjintaken. saloetan. thrs~pit. soesah hati. m~norap. (van een verdrag. kasihan. s~sak dada.. m~n~gori. Beklemd (nauw). ringkas. m~ndjadik~n soesah hati. djadi dingin. m~njaloet. Beklimmen. m~njedjoekk~n. m~mandjat. Iemand met een ambt bekleeden. (voeren. haroes di sajangi. saroengan. chawatir. kadj~pit. djadi wakilnja. mnaiki.

m~ngoerangk~n b~landja (ongkos). memb~ri rawan. m~njakari. ngloewark~n b~landjanja.). v. m~ngoewatk~n. chawatir. patoet. m~mb~ri hisnat. b~rtjinta. Bekomst. (van de lust tot lets). p~rmai.. mng~nak~n makota. b~rsoesah hati. s~mpit.m~nawari. rahi. sir.m~rdoelik~n. soedah k~njang. Bekreunen (zich -. (verleiden). pandai. enz. k~njang.om). kakoerangan. mrahi. (geschikt). hobat. faham.m~nj~satken. paham. mgringkask~n. Bekrimpen (zich -). m~nd~m~nk~n. (van verstand). Bekrabben. soedah boson. memb~landjak~n. m~ngichtisark~n. bodo.f~rdoeli. Bekrachtigen. enz. Bekronen (met een kroon).Zich om lets bekommeren.hebben).memfahamk~n . Bekrompen (armoedig). m~nginginkOn. kabisaan. m~rahik~n. koewatir. (zijn -. djoawita. m~nghiasi dongan karangan boenga. mengindahk~n. dj~lita. merdoelik~n. birahi. kapandaian. boson. mengaisi. m~ntjakar. (met een prijs). v. m~ntjakari. m~ndatengi d~ngan s~mboeni . Bekoorlijk. m~mp~rahik~n. s~rana. Bekwaam. memb~ri tanda kahormatan. s~dap di pandang.. (nauw). m~mboedjoek. s~sak. kapint~ran. m~narik hati . pnawar. Bekomen. boentoe. Bekwamen (zich -). m~makaik~n makota. m~nggaroeki. f~rdoeli.b~ladjar. memendekk~n. manis. bagoes. m318 BEKR. koerang tjoekoep. elok. miskin. Bekwaamheid. v. m~mintas. berat kgpala. bisa. m~n~goehk~n.. Bekoring. Bekoren (betooveren. hina boedi. (bekransen). m~nghobatk~n. Bekruipen (een vi jand. k~tjil. m~ngoesahak~n diri. Bekostigen. m~nggrti . laik. mn~tapk~n. pint~r.). m~mbajar ongkosnja.

sampai. hina. Belanden. g~nta. enz. Belagen. Belasten (beladen). pergoenaan . (met zonden). akan dakoe. (nut) goena. Belabberd. m~nertawakOn. mengadangi.mengenaken padjek. patoet di tertawak~n (k~tawakon). haroes di sindirken. menanggoengk. (opdragen). Bel.din. m~ngadjark~n. besar. (bespotten). De bel luiden. kelintingan. Belangri jk. (zwaar beladen zijn). -itoe memang bisa (boleh) membawa oentoeng (goena besar) pads-moe (toewan). toeloes. Belacheljjk. kapalang. penting. v. mengadang. Beladen (zijn). lebat. tenggelem dalem oetang . mengoempat. Itoe memang bergoena (ada goenanja. Dit Is In uw eigen belang.. mengenaken boa. m~nggojang lontjeng. schel.). tiba. jang amat besar. oentoeng. moewat.n. (waterbel). memesanken. mengetawal. Dit werkwoord wordt meest teruggegeven door akan. djatoh. tiada ada goenanja . k~l~mboeng. memfitnahken. sarat. (met schulden).. jang amat bergoena. boesoek. hal besar. Wat mi j belangt. tj~laka. (Iemand -). memoewat. k~rontjong. (belasting opleggen). berpesan. Belangen . Belang. Van geen belang. tiada mentjehari oentoengnja sendiri. perkara besar. toeloes hati. (voordeel). menjoeroeh. BELA. tjir-tjir. datan g. memesan. Van groot belang. mengetawaken . memadjeki. moewat. menjindirken. djahat. (met lets ). mOmoewatkon . Belachen. menanggoeng doss. memadjekken. memoewati memoewatken . laba.-) pads angkau sendiri . termoewat. lontjeng. bergoena. o. (klok. menertawai. Belangeloos. penting. boekan kapalang. jang amat berpenting. menoedoehken dengan . mengenak)n tjoekai. g~l~mboeng. Belasteren. m~mboenjiken lontjeng. memoewati.

memaloeken. Belegeringsschans. Belegen (niet versch). enz. hormat. v. gadean. (op paarden). pesan. padj~k pak~rdjaan.. pengepoengan . menerap. zie : Beleg. en z. (op rijtuigen). beradab. m. memperhentiken kepoengan.padjek koeda. padjek penggaotan.). v. Beleenbank. Beleg. Beleggen (dekken met). Belegeren.tanggoengan. Beleedigen. boenga pasir. memb~ri oewang atas barang gadean . Belasting (opdracht. menghormatken.. (op vischvijvers). mengeroeniaken. Beleefdheid.tiada sabenarnja. v. v. member hormat. Beleenen (geld op pared geven). menggade. m~nerapken. Belegeringsgeschut. Het beleg opbreken.tahoe adat. bekleeden). padjek boemi . menoetoep. sopan.hormat. (personeele) BELA. tjoekai). Beleefd.. (op tabak). menandoeri.. member maloe. menghinaken. m~naroh. roemah gadean. v.adab. padjek. Belastingschuldige. menoetoepi. benteng. (op den grond). sopan. boa. tahoe adat. mengepoeng.). ook : boa p~ntjarian. me- .. Beleening. o. (geld op pared opnemen). menarohi. o. (patent). melepaskhn kopoengan. orang jang kena padjek (boa. Voorts kept men op Sumatra onder den naam boenga ook verschillende belastingen.. penggadean. als boenga kajoe. padjek karota.. memboeboehi. pegadean.pesanan. membentjanaken. padjek tanah. padjek pentjarian. bergade.. menggadeken. sopan-santoen. memegang barang gadean. Een beleefdheid bewijzen. v. Belegering. sopan-santoen. k o eb o e.bedrijfsbelasting. tjoekai. padjek pengempang. enz. boa tembako. (op het bedrtjf).(schatting. kepoengan. m~riam pengepoengan.. (met lets beleenen. padjek pentjarian. menganoegerahken. padjek kendaraan . toewa. padj~k harts b~nda.

tiada sempat. ridla. 319 enz. menahan. o. (sere weg-). (geloofs-). akal. menjesakken. (geld op rents zetten).. v. tahan. memperkenanken . menjoekarken. djikalau (toewan) soedi. m~ngintip.. tegah. Belet. tiada bisa terima. berdamping. (welgevallen). saloet. akal bitjara. o.masang. sjahadat. bidjaksana. (welgevallig zijn aan). Be "den. o. lapis. ridla. (bedekking). menjoesahi. memboewat. m. perhiasan. Bell jdenis.memalangi. gojang lontjeng. mendjalanken.silakanlah. Belet geven. enz. meng320 BELO. member soeka. (ram). In).. memalangi. mengakoe. Beletsel. kepala ketjoe. mendoestal. menjahoet. sangkoetan. tahoe. m~ngintai. berlengket.). menegahken. melihat. kepala keraman. soeka.). domba djantan jang di kaloengi gents. pengakoean. mao e . m~ngadang. pengadjak.silakan. mengambil hati.). anal. o. menganakken. soedi. berikrar. memboenjik~n lontjeng (g~nta). berwates. m~njoeloehi. menahanken.. v. pinggir. menarik lontjeng. menjaloet. soeka. Beletten. memasangi. Belending. . (een raad. Bellen. kpala berandal. menjoekaken hati. torap. kasoekaan. ikrar. berpinggir. toetoepan.. Belemmering. Believers (welgevallen vinden. Beleven. tiada sempat . (versiersel).. Belegsel. oedzoer. o. mendapet tahoe. menjempitk)n. anal. mendjoestaken.. mempersilaken . Belemmeren. saloetan. (met goud. bertempel. memboengaken. v. (hoofd van muiters. Beloeren. Beleid. karidlaan. menjoesahken. enz. d j ikalau (toewan) soeka. Belenden (aan lets grenzen).. rintangan. orates. berkenan. Belhamel. BELL. palangan. Als het u belieft. (bekentenis). Beliegen.. toetoep.

(vorm).. mOnantikrn . Eon belofte schenden. mOndjalani. Beloop. mOnOngarkOn. (loon geven). memasang koeping (tolinga). m~njampaik~n $rdjandjian. hartawan. mOndjandji. wasit. pOntjOlaan. Bemiddeld. anak (awak) p0rahoe (kapal). bOrdjoemlah. Bemiddelaar..tjela. (begaan). Beloonen (vergelden). mam- . (van eon vesting). pordjandjian.Belofte. mOndapOt tahoe. mOngoeboei. v. Bemantelen (met een mantel dekken). mOnjOlimoetkOn. menawoengi. djandji. pOrasaan. djoemlah. v. m~ngajomi. (van eon zwangere vrouw). enz. beringin. pembalesan. goenggoeng. soengsang. mengobahken perdjandjian. Bemanning. (bedekken). ingin. Beloven.. pOnglihatan. gandjaran. mOngoedoengi . mOrOboet. mOlangkap dOngan anak (awak) pOrahoe. inembales. kOna angin riboet. kaja. pOngantara..djoemlah. mOnoetoepi. bangoen. djalan. mOndOn garken. Belust (zjjn op). Bemannen. mOngidam. BENA. membalesken .. balesan. tOrbalik. rasa. mOnjOlimoeti. mOnoedoengi. Bemerken. kOpingin . bOrnadzar. pgri djalan. mongoepahi. (gang). mOninggalkOn. batoer.). mOmbadja. (door eon storm). kabalik. pahala. mOmbiarkOn. mOlihat. Beloopen (bedragen). soesoet.goenggoeng. menedoehi.. mOmboeboehi badja. o. Eon belofte houden. Belommeren. (een gelofte doers). oepah. (aanmerking). chalazi. pOrantara. mOmboeboehi gOmoek. m. naik sampai . (bedrag). tjomblang. mOraboeki. bOrkaoel. mantOroes. mOngaoel. mOrasa. Tegen hot beloop in. Bemerking. lets op zijn beloop laten. v. (voor eon huwe "k. memberi oepah. Beluisteren. mOngalahkOn. bOrdjandji. Bemachtigen. Belooning. v. Bemesten.

kOkasih . kOndak . . mOmpOrdamaikOn. soesah hati. orang sOliwing. soeka. mOloemoerkOn dOngan loempoer. Benauwd (eng). Beminnen. Eon beminde hebben. Elkande beminnen. kasoekaran. birahi. soesah. (in hot geheim). bOrtoenangan. toenangan. mOmbOri hati. mOnjoekai. m. sempit (van hart). soeka. tjoekoep. v..poe. mOnghiboerkOn. soesah sekali. sesak. menjesakken napas. pajah. BENA. mOnembok.. Bemorsen. mOwasiti. mOmbirahikOn. takoet. mengira-ngira. katakoetan. patoet (haroes) di kasihi. Benadeelen. mOngantarai. mOroegikOn. toekang bOrtjampoer dalOm segala pOrkara.. mOmaggri batoe. (in hot rekenen). nama... Bemiddeling. Bemost. pasoek. (verloofde). Beminnenswaardig. sesak. (verstikkend). bOrkasihkasihan. Benaderen (zich toeeigenen). v. merampas . Ben. fOrdoeli. mOmbOranikOn. Beminde. v. mOmagOri dOngan batoe. Benauwd zijn. Bende. Beminnelijk. v. Bemoeien (zich). mOngasihi. toeroet-toeroet. masoek. mOngotorkOn. mengitoeng dengan kira-kira. soekar. mOmfOrdoelikOn. mOmagori dOngan tembok. Benard. Benaming. bakoel. pOrdamaian. zie : Beminnelijk. pOrantaraan. mOntjOmOrkOn. bOrtjampoer.sesak dada.. mOngloemoerkOn. poenja barang. Bemuren. sesak. mOloempoeri. v. Bemodderen. (troop). manis. (van borst). Bemoedigen. mOmbawa karoegian. kawan. chawatir. soesah menarik napas. Bemiddelen. melemesken badan. bOrkOndakan. Bemoeial. mOroesakkOn. bOrloemoet. memgambil. (verliefd zJjn). mOnggambirakOn. penamaan. bOrloemoetan. bOrkOnan. koewatir.

hendak mengatahoei. kaboer. menggelar. Benoorden. pakoempoelan. dengan. Benoembaar. toempoean . Benevens.. (besluit van-). patoet) di beri pangkat. soekar. beserta. beserta dengan. bongkot. berdengki. disebelah oetara. Benoeming. soesah hati. Bengel. Bengelen. tepi jang di bawah. serta. Benoodigd. (klokje). mereboet. mendengkiken. mengambil. lamoer. pangkal.m. m. o. anak nakal. Benedenloop. (van een boom. menarik lontjeng. kepingin tahoe.(van een rivier). menamaken. memberi pangkat. (hot leven -). perhimpoenan. merampas . soesah. masjgroel. soeka tahoe. werzameling). memboenoeh. mengangkat. Benedenste. pinggir. (met een ambt begiftigen). BEPE. berhati dengki. Benepen. hilir. dengki. v. angkatan. enz.. Benemen (ontnemen). mentjemboeroei. jang di bawah sendiri. haroes. kelam kaboet . mentjemboeroeken.. oedjoeng jang di bawah.me- . (van de oogen). Naar beneden.pasoekan. Beneveld (van de lucht). menganoegerahken pangkat. soerat pangkat. menggojang lontjeng. di sebelah bor. zie verder : Nemen en Ontnemen. terkontal-kantil. lontjeng. tiada terang. 321 Benijden. soerat angkatan. (ondeugende jongen).zijn). m. Benoemen (een naam geven). mempergoenaken. perloe di pakai. misti di pakai. (slingeren). menamai. Benedenrand. bertjemboeroean. kaki. Benedeneind. kontal-kantil. HOLLANDSCH-MALEISCH. penamaan. pokok. kabawah. Beneden (onder). jang di bawah. ! Benuttigen. koerang. genta. redoep.. boleh (dapat. katoemboekan. Benieuwd (. perloe.). di bawah . memberi djabatan. gelaran . kasoekaran. bawah.

wates.. mengadji. (werkelijk). tentoe. m~nggala. melepa. m~l~ster. Beplanting. (gissen). Bepeinzen. Bepaald. (begrenzing). m~nampali. di sebelah timoer. pertimbangan.soerat oendang-oendang. memageri dengan kajoo. kira-kira. (mikken). bergoeroe. (schriftelijk). v. taneman. beladjar. Beperkt. m~njaloeti kapoer. mengagak-agak. mengira-ngirai. meloekoel. m~madoek en. berdjandji.. p~nanman. kirk~n. m~ng~ntjingi. Benzoe...makai. koerang boedi. . Beplanten.(vastgesteld). Beperken (omheinen).katentoean. Bepleiten. peladjaran. s~ndat. Beoogen (bedoelen). m~ngandaki. (van verstand). soenggoeh. membitjaral. sm~ntoeng. v. rnenentoeken. pengadjian. Bepissen. perentah. Bepoten. v.. merajoe. m~norap. Beoordeeling.). m~nimbang. Beoosten. m~nahani. mane. mengintjar. Bepekken. m~nggalal. tetep.berkahendak. menanggalaI. memi21 322 BEPE. Bepraten (door praten overhalen. m~nanomi. enz. mOngira-ngirai. timbangan. di sebelah wetan. (intoomen).). Bepalen (met palen afzetten). sOsak. Bepleisteren (met cement. (vaststellen). monempeli. pager. memerangi. enz. momboeboehken gala. Beploegen. mengoesahaken. kemenjan. m~masangi pager. Beoordeelen (een oordeel vellen over). m~ng~tir. nlenjan. pergoeroean. agak-agak. v. Beplakken. Beoefening. Bepaling. menoedjoe. berniat. pesti. bodo. g~bl~g. (bedingen). oesaha. menimbang. v. Beoorlogen. bermaksoed. Beoefenen. memboedjoek. m~mag~ri. soerat perentah. menghoekoemken. memfikirken. menanemi.

timbangan. menjeram. Berg. Bereizen. Beraad. m entj atj ahi. menghoekoemken. mengBERG.dengan soeka hati. In beraad staan.. menjobal. tjoekoep. berbitjara. kaki goenoeng. beroleh. menjoba. .poetjak (poentjak) goenoeng. mereka. (. dengan karidlaan. Bereids. menimbang. menjamak.(over lets praten). bermoeafakat. Berekenen. tenggang daja.zie: Bereidvaardig. menghoedjani. mentjoba. Berechten. Beredderen. gods. mengoeroesken. Beregenen. membitjaraken. Bereid (gereed). Beraadslagen. sampai . (leder -). Beraadslagen over lets. menjanggoepi. bimbang . mengitoeng. Bereidwillig. menimbang. Berde. bersedia.brengen). Bereidvaardig. goenoeng. penggodaan. Beramen. mane. ingatan. soedah.n. mendjoeroe. In beraad nemen. m enjediaken. sanggoep. Zijn doel bereiken. o. bitjara. menjeboetk. mengatoer. Vuurspuwende berg. (toetsen van goud. mengoepajaken. memegang. meliwati. Beproeven (probeeren). Te barge rijzen. mengoedji. telah. m. mengatoerkdn. fikiran . mengira-ngira. beroleh maksoed. dengan ridla. berdiri. tersedia. sedia. Beprikken (tatoueeren). memerentahken.). Voet van een berg. goenoeng api . memfikirken. merantjanakcn. membetoelken.zijn). soeka. (van goud. pengoedjian. pendapetan. membitjarakon. mendapat. membikin. Bereiden (gereedmaken).. pertjobaan. (verwerven). mane. momoesjawaratken.). enz. melangkapken. menghisabkkn. membitjaraken. ichtiarken. sanggoep. Bereiken (tot lets komen).. mendjalani. v. Top van een berg. T jd van beraad. dapet. boekit. membitjaraken. Beproeving. (Te -. tempo borfikir. bermoesjawarat. enz.

thrs~boet. m~nghardik. (behouden). Bergop. poetjak (poentjak) goenoeng. Bergengte. naik goenoeng..m~ngabarkcn. tj~lah goenoeng. mengendarai. pak~rdjaan. bersemboeni. Beroep. Berispelijk. djabatan.orang goenoeng.. Beroemd. Bergkloof. m~marahk~n. warta. orang pagoenoengan. Bergen (bewaren). menggoeloeng.m~ngchabark~n. habloer goenoeng. kinja. m~ntj~la. galian. Beroemen (zich -). lari. Bergbewoner. m~marahi. Berichten.. djoerang. pegoenoengan..Bergachtig.. djawatan. v.. m. minta chabar. p~mb~rian tahoe. semboeni. o. $mb~rita. tiada balk. fonder verwijting van genoten weldaden). Bergzout. Bergplaats. (ambt). m~ngchabark~n. m~mbangkit. m. m~wartak~n . Bergketen. menoeroenken. patoet di tjatjad.. oesaha. Bergpas. Bergwerk. o.. chabar. Bergkristal. pak~rdjaan . (van de zeilen). loerah.. m. k~soehoer. (bedrijf ). m~n~gor.. m. m~wartak~n. kabar. bergoenoeng goenoeng.. t~rnama. v. antoe goenoeng. meloepoetken. w. o. zie : Bergkloof. t~mpat simp~nan. m~m~gahk~n diri. m~nj~la. Bergartillerie.. setabelan setiloor. tjoeram. m~mb~ri tahoe. barisan goenoeng (boekit). BERG. Bericht vragen. berboekit-boekit. (hat lijf).. toeroen goenoeng. Een paard bertjden. Berispen. goenoeng (boekit) barisan. m~mb~rita. minggat. b~rkoeda. Bergtop. m~noenggangi. gar~m tanah. m~naiki. masjhoer.ng. Bergland. Bericht geven. tambang. tanah pagoenoengan. m~noenggangi koeda. o.. o. Berggeest. menjimpan. Berijden. zie : Bergkloof. Bericht. o. p~roesahaan . haroes di tj~1a. Bergaf. m~ngirimkabar. m~mb~sarken din. mnjatjad.m. kasitahoe. . naik koeda. limboengan.

sawan bangkai. m~rampasi. m~ngadakOn. mime appel.op). Beroepsbezigheid. tersimpen. b~rpindah bitjara. Berouwen. m~ngoekoepi. m~roesoehken. (met een ontploffing). lerang. Berucht. m~nangani. meletak. (ziekte). (gegrond ztjn op). permoehoenan. p~rmintaan timbangan l~bih tinggi. (in opschudding brengen). (omroeren). jang lebih tinggi. m~rampoki. Berooven. membadjaki. v. p~ntjarian.. v. o. (van het leven). (in een rots. Berouw hebben. m~njamoeni. m~ngotjak.. p~rmintaan pap~riksaan den pertimbangan pada hakim. boesoek. miskin s~kali. djinarat. p~k~rdjaan djabatan. m~ngharoe-biros. rengat. Beroeren(aanraken). belah.m~ndjamah. v. bertobat. Berouw. m~narik saksi. pindahan bitjara.. m~megang . djahat. Beroerte. m~larat. ada di. tj~Iaka. 323 kin. meretak. p~nghidoepan. menjesal. mengasoet. petjah. m~ngas~pi. merekah. m~mbawa. p~rmintaan. pitam babi. m~ndjarahi . djempana. Berokkenen. melekah. Berrie. weal. gotongan. Berusten (in bewaring zijn). p~ngoepa djiwa. meletos. Hooger beroep (zie : Appel). m~ngoeb~k. memelaratknn. thrbelah. m~n~landjangk~n. m~reboeti. lekah.. In hooger beroep gaan. Bersten. m~mbentjanak~n. m~mboenoeh . papa sang~t. Beruiken. p&tj ah . Leed berokkenen. mentjioemi menjioemi. retak. terpegang oleh . . Berooken. (in rechten).(kostwinning). Berooid. (van ells middelen). zie : Berouw.).. Beroepen (zich -. meraboeni. letak. rengat. oesoengan. m~njoesahk~n hati. thrnama kedji (boesoek). Beret. di simpen. enz. m~mbawa (rn mboewat) bentjana. Beroerd. (op zee). m~njaksiBES. rekah. v. tjelah. m~njbabk~n. (op weg). tobat. m~ndjadiken.

Bes. sopan. memaloeken. o.. menjeroet. roesak. v. sesoenoeh. (afhangen van). Beschansen. senoenoeh . Beschadigen. melem- . perlindoengan. Beschaamd maken. tahoe adat. memasah. (vertrouwen). (beleefd). orang perampoean toewa. Beschaad. pemeliharaan.. peroesakan. mengadjarken adat. soeroeh dateng. kabar. Bescheren (bestemmen ).. sopansantoen. danjang. Beschermgeest. dapet maloe. bergantoeng. Bescherming. membikin maloe. memeliharaken. membajangken. Beschaamd. anggoen. boedi behasa. mengajomi. menembaki. Beschamen. Beschadigd. pemberita. (antwoord). soemangat. melindoengken. Beschadiglng. menoeloengi. Beschieten (op jets schieten). karoesakan. karoesakan. Bescheiden (zedig). melindoengken. sahoet. mengadjarken sopansantoen. adab. katjiwa. nenek-nenek. (bericht). mengoeboei. meroesakken. mengadjar. mengetam. mentakdirken. roesak. pemberian tahoe. bidjak. chabar. memasahi. Besehermen. maloe. penjaoetan. membikin roesak. BESG. 324 BESG. m.. Beschaduwen. aloes. djawab. menjampoernaken boedinja. v. v. menawoengi. nenek. menentoeken. ml njeroeti. pertjaja. sopan santoen. (oude vrouw). Bescheiden (ontbieden). Beschaamd uitkomen. mempersilaken. mengetami. member maloe. Bescheid. menawoengi. Beschaven (met de schaaf bewerken). memanggil. bidjaksana. pendjawaban. Beschenken. djenga. mengoentoekken. membikin maloe. membedili. memaloeken. (door onderricht).berdiri atas .. membentengken. pertoeloengan. zie: Begiftigen. memberi maloe.

melihati.mbar. (lijnen trekken). menawoengi. tjerita. menjoerati. tjabar. Beschimpen (hoonen).(Laatstewjls--). memadangken. memberaki. memerentahken. memandang. berlapoek.. merantjanaken. Beschimmeld. menjoeratken. BeschiLjten..tken. mengatoer. perentah. (verhalen). (valsche). melihat. menjapoei tjat. Beschijnen. regelen). memeliharaken. melindoengken. v. Beschikken (ordenen. Beschouwen (bekijken). mengoeroesken. Beschrijving. Besehrijven. mentjeriteraken. (fijn. menggambari dengan tjat. menoedoeh. mengetjat dengan gambar. met $guren). tjeritera. (verhaal). menarohi tjat. Beschoeien. mengatoerken. dakwa . Besehilderen (grof). melaboeri tjat. (duidelijk maken). menoelisken . menjinarken. mender.pari peloeroe. memandang. mendjoeroeken. menjindiri. mengerdjaken. menjalahken. penoekas. (valschelijk). (besturen). Beschreien. Besehot. takoet. v. Beschutten. Beschuldiging. melakoeken. mabok. menoekas. djamoeran. menistaken. (beoordeelen). mensifa. menorap. mengamat-amati . memegang. mengira. mabe. dinding. (houden voor). mentjatjahi. memfikirken.tartib. rantjana. Beschuldigen. lohok. mengoeroengi. wasiat. menoekasi. mematoetken. pager. menimbang. memasangi ambaroe. o. yr. men oeloengi. memandangi. sifat: BESG. mengetjat. menedoehi.. penjoeratan .. menerangken. atoeran. . Besehonken. menoelisi dengan ga. Beschikking. membilang seperti. (verduidelijking). mendindingi. mendakwa. menangisi. melapisi. menggaris . (tatoueeren). menoeloesi. (van een beschot voorzien). melindoengi. menerangken . Beschroomd. karangan. penoedoeh.

ingatan. perampasan . mentakdirken. v. Beslechten. menghabisken. kapoetoesan hoekoem. Beslapen. memoetoesken. bimbang. kasoedahan. mengenaken besi koekoenja. Beslag. (een vrouw). (op goederen). (van meal). (aan ]coffers). mentjemarken. djangkit. Besmetteujk.(beslissen). firman. o . menjendi. (dof worden).(inwrbjven). perentah. goendah. menidoeri. Besluiten (omvatten). menjoedahken. (vuil makers).membelal. $ngrasa. mengadoni .. (aan een wiel). bekleedsel om jets leggen). penahanan. adonan . menjaloet. (aan vaten). termoewat . enz. mengerti . memperhentiken. mengewe. bersetoeboeh (ber djima) dengan saorang perampoean. memantat. menoelari . titah. berasa.menjendiken. Beslijken. sedar. penghabisan. menoenggangi.. meloemoerken. v. Beslissen.mengchatamken. berlapoek. (eindigen). (gevoelen). o. BESP. (eind). . (aan een paard). meletjahken. meloempoeri. 325 Besluit. mengampoet. mengotorken. mengabisken. tiada tahoe membikin apa. (van meal).. moewat. koewatir. bertempat . chawatir. mengotorken. men j apoe. menjelesaiken. memoetoesken. rasa. kapoetoesan. mengadon. (bepalen. hoeroe-hara. masjgroel. (een beslag. poetoesan. Beslaan (plaats innemen). merasa. memasangi besi koekoenja . Beslommering. menghabisken. Besmeren (bestrij ken). mendjabat. saloetan . (inn rechten). soeram. soesah. simpai . menentoeken. Beseffen (begrijpen). poesing kepala. (begrip). sampak . o. pengertian. mengikat. chatam..meiiidoeri. (van ears paard. bingoeng. (van goud). van de godheid). patam .). menggosokken . (bewustzijn). besi koekoenja. Beslissing. tamat. djadi soeram. men entoeken. Besef. perasaan . kapoetoesan . Besluiteloos. memasangi. memoetoesken . (van metaal aan stokken).besi roda.

monggosok. mem~rotjiki. soeloeh. Besnedene. di karat) koelepnja. Besnijden (der voorhuid). . mendjengkalken. Besmetting. Besnoeien (van boomers). penoelar. patoet di olok-olok.(van slaginstrumenten). patoet di ketawaken. (van eon strijkinstrument). Bespiegelen. orang terchatan. (van geld). patoet di sindirken. Bespoedigen. pendjangkitan. di kiat.. memasang. borkatja. Besmetten (van ziekten). rakitan. p~njoeloeh. m. memaras. mengenaken. memasangi. menjiat) koeloep . enz. v. meraoet. Bespieden. Bespeuren.Besmettelljke ziekte. toelar. mengerat (memboewang. menjigorakOn. mengintai. mendjangkit. menadjisken. mOnjipatken. (aansteking). (bezoedeling). mondengar. memotong . betjermin. (zich --). mgngatja. melihat di katja. Bespatter. m~ngintip. mengchatanken. m~njoeloeh. rn naboeh. Besnijdenis. mengoerangken. mengolok-olok. pasangan.. chatan.mpar. penjakit menoelari. Bespanning. menjoenati. mempermainken. menarol.). Bespieden. merakitken . menjoenatken. pendjengkalan.orang jang di soenat. Bespannen. (van eon snaarinstrument). mengetawaken.. mengoekir. soenat. (vuil makers). membangatken. mentjemarken. pentjemaran. menoelari . mats-mats. v. sampar . meranting.. v. main. Besparen. melampar. mombasoehi. m~l~kaskon. Bespelen.. mgm~tiki . Bespotten. m~maloe. mondapet tahoe. melihat. orang jang di potong (di boewang. Bespoelen (tegen lets aan spoelen). m~njip~rati. menjimpan. merantjoeng. (van bout. 326 BESP. mengotorken. Bespotteli jk. penjakit sa. (met de hand).m. memotong.

voordeel). Besprenkelen.. (verwant zi jn). Bespuwen. terlebih balk.. kebal. berani melakoeken : (van kracht zijn). mendiriskrn. lagi berbitjara. menjemboer. hidoep. menjiperati. v. (ondernemen). lagi beremboek. Bestaan. kaadaan. Bespraakt. aanwenden). Besteden (van geld). bitjara. bersanakan. BEST. bisa tahan. menjirami. menjemproti. memantjari. (nut. tempat. berfasihat. Bespringen (zich op lets werpen). menjeregap . Bestelen. o. (uit). Bestanddeel. menerkam. o. menikami. bahagian. bertjakap. mempergoenaken.pengoepa djiwa.. selamet.redjeki. bersanggoep. mendjantan. o. berdiri. Bestekamer. perhentian perang . Best. Bestand.. Bespronien. dzat. (voortreffeliljk).. dapet melawan. tahan. berani memboewat. ada. berlakoe. Bespreken. Besteken . menjirami. teroetama. (plaats). berkandjang . remboek . mentjoetjoeki. Bespuiten. bagian. In besprek zijn. menerpa. memboewang. (lever). penghidoepan. meloedahi. menoebroek. woedjoed. (hot zijn). terbaik.. balk sokall . menoesoeki.. memeretjiki.menjindirken. Besprengen. djamban. kakoes. berpesan. memakai. Bestaanbaar. (van tijd. daripada. mendirisi. o. (voortduren). (broodwinning). enz. pandai berkata-kata. zie : Besprengen. djadi. oentoeng. betah. ada. membitjaraken. bersoenggoeh-soenggoeh hati. berwoedjoed. memesan.). Bestek. o. . o. enz. boleh djadi. Besprek. mentjoerii. (dekken van paarden. Best. rantjana. (bestellen). membelandjaken.. djadi (terbikin) dari. Zijn best doer. Bestaan (ziLjn). moelia . meremboekken . (wapenstilstand). memakai. bisa bitjara.(plan). pentjarian. goena. Bestand.

. m~langgar.Bestellen (een bestelling doer). menjsdiaken .). meBEST ngetjap. (met kalk). Sestraffen. menjawoeri. adjaran. Besterven. mem~rangi. v. Bestemmen. menjapoe. m~ndjoedjai. Bestelling. djandji . maksoed. v. beladjar. Bestudeeren. hardik. (van een pan met boter. m~mbantahi. nasib. menjampaiken. pesbnan. meloeloeti. soeroeh memboewat. m~nj~rang. mints di kirimken . Sestraffing. m~njinark~n. lama. (Iastig vallen). Bestempelen (een naam geven). me ngapoeri. m~nghoekoem. Bestrij den (tegenstand bieden). Bestorven (van een weduwe. m~laboeri. mmetraik~n. m~lawan . m~nampoeh. mengatoerken. Bestieren. menentoeken. t~tap. m~noenggangi. Sestormen. memboeboehi. Bestralen. (regelen). (redetwisten). (beoorlogen). hoekoeman. oentoeng. tampil m~nj~rang . menjeboetken. m~nghardik. baka. zie : Sesturen. m~mboeboehi tjap. memerentahken . berpesan. mengapoer. mengatoer. Bestri}ken (besmeren). melengser. membawaken. mentakdirken. kandjang.m~nj~rang. m~naboeri. m~nj~r~gap. (bezorgen). s~nantiasa. m~ndaras. Bestemming. mengirimken. tiada b~robah. Bestrooien. k~kal. soeroeh membikin. m~mbantahk~n. menggosok. niat. (van de godheid). Bestraten. v. m~naiki. m~ndasark~n djalan d~ngan batoe. coati oleh karma. m~njapoeken. menghamboeri. mgnggosoki . Bestendig (duurzaam). (met eon stempel bedrukken). coati. mane. m~ngadjar. Best~jgen. coati dari s~bab. (lot). kahendak. kamatian. karar. (een viool -.m~langgar. enz. enz ).m~laboer.. (doel). bespelen). memesan. . awet. menamaken.. (standvastig). Bestoken. m~ngganggoe.

Beteekenen (een beteekenis hebben). pembajaran. patoet. v. Betasten. o. koewasa.. merabaI. Beteekenis. pamerentahan negeri. o. Comptant betalen. o. mengampoeken. Betamelijk. makna. tjerana. panths.. membales. Betaling. menimbang. Met koopwaren betalen. angsoeran. poewan. Bestuurder. pantes. pemerentahan.. 327 negeri. sakapoer sirih. boleh di bajar. (. (betaald zetten.. madjelis pam~rentahan.... pinang. Hoofd van gewesteUjk (plaatselijk) bestuur. v. tompat sirih. v. (te kennen geven). v.. boewah pinang. m. arti. Betelpruim. membajar . perentah. haroes. dengan sapatoetnja. Beteldoosdrager. (uitgekauwde --).. (onwettig -). v. memerentahken. pemerentah. lark. haroes. Beteldoos. mentjatjoe. o. memeliharaken. pame rentahan afdeeling . v. v. dapat di bajar. -karesidenan (afdeeling). sepah. pembajaran jang tiada sah. o. (wettig -). Bestuur. memberi tahoe dengan di sita. mengangsoer.. membajar kontan. artinja. Beteiblad. mendjoeroe. Een betelpruim . Gewestelijk bestuur. Betel. memegang. bajaran .. saadonan sirih. Betelnoot. pamerentahan karesidenan . dengan patoet. ada artinja. membajar toenai.Besturen. sajogjanja. mendjamahi. daoen sirih. menitjil. rapatPo pemerentahan. wadjib. penitjilan. laik. menimbangken. pembajaran . vergelden). kapala pamerentahan BETS.. In termijnen betalen. Bestuursvergadering. wadjib.. Betaalmiddel. sirih. pendjoeroe. semenggah. patoet. Plaatselijk bestuur. Betamen.in termtjnen). meraba-rabai. pembajaran jang sah. Betaalbaar. pendjawat poewan.. Betalen. m. dj orong.

m~njatak~n. (zie : Beter worden. m ngindjaki. Betrekken (in gebruik nemen). (bewandelen). (in eons zaak --). b~rtobat. 3eterschap. mtnawari. Beter. (verrukken). djadi balk. l~ngoeng. m. v. o. menahani. zie : Beteugelen. m~narik di hadepan hakim . 328 BETS. m~narik. Beteugelen.makers. m~nahan. tobat. ragoe. v. dalil. Beteuterd. mredoep.gebruiken.. dari. (moeram). menoedoeh. Zich beteren. m~ngg~lar. oendjoek. Betoonen. m~mbikin l~bih balk. mbngadoek~n. (vasttreden). Beteren. mong~naken mantra . Betreden (op jets treden). tanda. Betrappen. oendjoekan. m~ndja. Betooveren. m~ng~rdjak~n. djadi l~bih balk... mngindjak. Betooning. m~ndoedoeki. m~nandaken. m~nahankon. m ngobatk~n. Betitelen. m~ndjedjak. semboeh. Betovergrootouders. (in rechten). m~ndap~tkrn. (van een hen door een haan). mgn~rangk~n. m~n~rka. mentlahirk~n. pengoendjoekan. m~ngingatk~n. Betreffende. m~ngoendjoekken. mendakwa. melakoek~n. Betoogen. o. menggilak~n. m nggairatken. p~mb~rian kathrangan. waras. m~ndoeng. thrmangoe mangos. mngindahk n. $star worden. masoek. m~ngoesahak~n. Betoomen. m~nnasoekkan. Betichten. adapoen. m~njatak~n. onder Beter) . Betoog. tt~doeh. van de lucht). menjampoerk~n : (van bet gelaat). makan sirih. penjataan. Betrachten. . m~ndalilken. s ~mb o eh. lebih balk daripada. m~ndjalani. mojang. mendap~ti.lani. m~mbalkken.. . bingoeng. m~ndakwa. bitjara.. akan. Betoon. m~mbekak. m~ndjadik~n l~bih bask. m~ndjedjaki. Beter makers. m~ndjadi soeram BETW.

p~rhoeboengan. membantahi.) Hij was als baler in die zaak betrokken. BEU. (van bet gelaat). godam. m. pak~rdjaan.. bertjintak~n. door een toevallige omstandigheid). paloe. (rang). Beuken. orang bantahan. bertjampoer (bijv. m~nggotjo. m. Betwisten (tegenstand bieden). da1~m p~rkara itoe. Betweter. Betrouwen. (redetwisten). membilang thrima kasih . Batten. menjataken. m. t~rsangkoet. (scherprechter). katarik. p~risai. door een beklaagde als mededader aangewezen) HiJ word door den beklaagde in die zaak betrokken. ganden. m ~ratapi. (verband). soeram. m~mbasoehk n. Beul. m~mbilang. m~ndj~ramken. membenarken. m~njaksiknn... Betw$jfelen. m~nindjau. sanak soedara. Betrokken (zijn in eon zaak). is b~rtjampoer dalem hal itoe d~ngan m~mbeli barangnja . Betreuren. djawatan. seloekoeng. melawan . Dank betuigen. redoep. zie : Vertrouwen.. membantahken. m~nangisi . sanak. rn mbasahi. maka is katarik oleh jang didawa. mengoendjoekken . enz. Hij is onwetend in die zaak betrokken geworden.. m~noemboek. (faniilie--). bosen. t~doeh. (van de lucht). maka is t~rsangkoet dalem perkara itoe. p~rsanakan. menotjokknn. m. m~ndjeloemk~n. Beu. i Beukhamer. poepoe. moeram. djabatan. koelawarga. legodjo. kokot. (bijv. chalkat. pegangan. d~ngan tiada dikatahoeinja. bilang. (bijv. m~ndoeng. Betuigen.. (wreedaard). pelabaja . Toevertrouwen. Zijn instenlming betuigen. (ambt). m~ngataken. (sptjt hebben). m. v. martil besar. Inembasoehi. m~maloe.bergoendahr tiada pertjaja. Beukelaar.Betrekking. Beugel. memoekoel. menerima kasih. menj~sal. door helm. algodjo. pangkat. djgmoe.. moewal. b~rsaksi. tjintjin.goendah. i tameng. .

ganti-berganti. gampang (lekas) bladjar. meng~rdjak~n barang jang sia-sia. b~rganti-ganti. meradjoetken. bersalin. termoewat. m~ngerti. lodoh. hal berpoetera . Ontjjdige bevalling. Ontvangen. Optillen. manis. Beurs. Beuzelen. terang kepala. Bevattelijk. enteng k~pala. m~lajari. kagoegoeran. kadinginan. Beuling. v. omong kosong. t~rlaloe toewa. berk~nank~n . biasa b~rlajar. kaloeron. ganti-b~rganti. o. Ontijdig bevallen. m~masoekk~n di dal~m kantong (dompet. b~rpoet~ra . Beuzelwerk. (behagen scheppen in). pekerdjaan jang s~dikit goenanja. dompet.. radjoet. mem~liharak~n. sia-sia. m. Bevechten. kagoegoeran. b~risi. m~ndjalani. b~rboenji. m. kapanasan . m- . Bevaren zijn. b~rk~nan. karoeron.. b~rgilir. 329 poej~ng . (door koude).(door vrees). m~ngantongkbn.. bonjok. kaloeron. (baren). goegoer. hal bersalin. kantong. b~rganti ganti. dapat (boleh) di djalani (liwati) p~raoe (kapal). v. Bevallig. terang boedi. (begrijpen). Beurt. Beuzelachtig. (geknoopte of gebreide ---).. Beursch (van vruchten). meliwati. gilir. BEVI.poendi-poendi. giliran . Beuren. kantong oewang. Bevangen (bedwelmd). beranak. radjoet). moewat. v. Geld in een beurs doen. p~rmal. thrk~djoet.kandoeng . m~mperk~nanken . melawan. Bevatten (inhouden). (door schrik). k~rawang. m~lawani. bergilir. memoewat. tjantik. orang tlalim.orang b~ngis. memerangi. hal beranak. Beurtelings. Beuzelpraat. zie : Opnemen. sosis. Bevallen (behagen aan). Bevaren. Bevaarbaar. mabok. elok. biasa di laoet. Bevalling. katakoetan. Beveiligen. gampang mengerti. m~lipoet. (door de hitte)... Om beurten.

berfirman. (in het huwelijk).. memesanken. m~ntapk~n. o. Bevinden (aantreffen). m~nikahken. bLrtitah. (aanbevelen). sakedar halnja. gentar. k~dar: Naar bevind van taken. berdoedoek . memesan. patoet. derodok .). mngijak~n. (bekwaam). Beven. bersemajam. m~mbenarken. Zich ergens bevinden. mgndirisken. (ontheiligen). Bevochtigen. ads. m~ngoewatk~n . Beving. haroes. mentjemarken. b~rp~san. Bevind. Bevelhebber.. Zich beveiligen. perertah. Bevestigen (vastmaken). hoeloebalang. laik . enz. panghoeloe. sabda.njentausak~n. Bevel. goem~tar. soerat titah. m~merentah. enz. mengotorken. lindoe. kapala. wadjib.). menghadep. mengerti. m~m~rentahk~n . titah. Bevloeren. soerat $rentah. pendapetan. firman. o.sak~dar pendapetan halnja. Bevinding. memerentahi. memasangi dasar. pandai. bergempa. m~ngidjabk~n. Schriftelijk bevel. wan God. mendapeti. Zich tegenover lets bevinden. mendasarkrn. bisa. lindoe. (toestemmen). gojang. b~rsembo~ni. Bevoegd (recht hebbend). berasa. soeroeh . m~ndapet. Bevelen. (van de aarde). ketar. m~njoeroeh. g~ntar. gempa. b~rsabda. menghadepk~n . Bevlekken. (in een godsdienst). getar. v. g~tar. goem~ntar. soerat perentah. mnj~mboeniken. men~goehken. (van een worst. b~rgojang. m~njoenggoehken. p~ndap~tan.. gontjang. gemetar. Zich bevinden (gevoelen). melindoengi. v:. m. di bawah perm tahn j a . meloemoerken.. memegang (mempoenjai) hak. menadjisken. panglima. (van de aarde). membasahken. merasa. menj~rahken. 330 BEVI. Onder de bevelen staan van. b~rlindoeng. . Bevelschrift.

menangani. Bevri j d (los). membekoe. maloe . djadi bekoe. memboentingknn. (beschroomd). orang. mentjemarkgn. mendjadiken hairan. menghairanken. melepas.Bevoegdheid. memperdamaiken. banjak isi negerinja. jang misti trims oewangnja. membebasken . bersobatan. mendiamken. (vrede doers makers). takoet. (vrijstellen van).. mengheranken. v. Bevoordeelen. Bevrjjden (verlossen).mengerti. tjabar. merabai. mOntjepatken . menjoenggoehken. bersahabat. Bevriend.Bevolken. orang negeri. memadaken. mengeroeniaken. en z. terlepas. mengandoengken. v. membedaken. Bewaarheden. Bevroeden. meramaiken. Bevruchten. Bevolkt.Bevredigen (tevreden stellen). bepoet. Bevoorrechten. meloepoetken. meninggiken pangkatnja. . memoewati. Bevolking. BEWA. mengotorkin.). Bevreesd. memoewatken. orang isi negeri. hak. Bevuilen. (slaven). menarohi orang. Bevreesd . lepas. (uit de ketenen). mengoeraiken rantainja. . ma'moer. kapatoetan. menakoeti. isi negeri. menjampaikkn. . kira. menghamilken. rasa. menganoegerahken. . membikin kotor. mengira.oaken. berbekoe. Bevriezen. (den honger. menaikken-. mengoentoengken. katakoetan. mendamaiken. mendjamahi.. melepasken. Bevoelen. bersahabatan. ramai. mengisi dengan orang. Bevoordeelde (bij levensverzekering). (voldoen). (in rang). Bevorderen (verhaasten). penakoet. membangatken. melekasken.Bevrachten. memerdikaken. meloemoerken. merasa. menjenangken. Bevreemden. mengangkat. memoewasken.

menoenggoei. (overhalen). menangisi. tempat menaroh. mengerdjaken. Beweging. (veroorzaken). melindoengken. menjimpan. mengajoen. .. menggojangken. tempat simpenan. v. lantaran. haroe-biros. m~nitipk~n. memeliharaken. Bewallen. v. Bewerken. membasahk~n. (behoeden). mengharoebiroeknn. menggontjangknn. (van een geheim). Beweegreden. mengadaken.membenarken. dapat (boleh) di g~rakk~n. mengoewapk~n. Bewaken. m~rend~m. Bewaren (bergen). Bewaker. gerak hati. berdjoeloer. gerak . membikin. mengidari koeboe. menoeroet djalan. mengoesahaken. mentjenderoengken. memboedjoek. mereksa. (van hemellichamen). Beweren. Beweegbaar. Bewapenen. melangkapken dngan sendjata. s~bab. (opschudding). Beweenen. (waar makers). karma. m~nitip. Bewateren (besproeien). karoesoehan . mendjalani. p~rlindoengan. hoeroe-hara. (gemoeds-). bergerak.. beridar. mengoepak. (zich --). memeliharaken. Bewasemen. perideran. In bewaring geven... membentengi. menjataken. kemit. mengidar . mengaroeken. mendjagai. p~rsimp~nan. (opruien). v. mendjoeloer. (golvend). melindoengken. memberi sendjata. kawal. meng~ntjingi. m~narohk~n. orang djaga. Bewegen. (bepissen). mengataken. menoenggoe. (in beweging brengen). mngoewapi. pendjaga. mendjagai. (schommelend bewegen). Bewaarplaats. menjingkirken. (der hemellichamen). Bewandelen. mereka . moela. menggerakken. v. m. m~ngajeri. menaroh. mendjaga.. Bewaring. p~meliharaan. roesoeh. mengoeboei. penoenggoe. menangisken. BEWA. menanggoeng rahasia.

Genade bewijzen. (van de godheid). mengampoenken.. tanda biti. . menjataken.. v. menoetoep. melakoeken.. Het bewind hebben (voeren). mengoekoepi. soerat kenjataan. memerentahken. tanda.. tedoeh. Bewoner. menempati. Bewonen. anak negeri. di sebelah barat. Bewesten. Bewoners van een huffs. mendoeng. (acts). (inwoner). hairan. mentadbirken perentah. memberi rahmat. memberi (kasi) permisie. pemerentahan. Bewijsgrond. pendoedoek. orang boemi. Bewondering. meridlaken. kepala perentah. meloeloesken. Bewijs. teramat bagoesnja. disapoet awan. tanda boekti. BEWU.m. mengadiami. mendoedoeki. (in rechten). o. soerat tanda tangan. tadbir perentah. Bewierooken (met wierook berooken). mengerdjaken. menerangken. mendjadiken. Bewonderenswaardig. pedoedoek . o. mengaboelkln. adjaIb. soerat katorangan. m. menoendjoekken. Bewimpelen. pemerentah. mengampoeni.moedji. o. menjaksiken. menghormatk(n. Bewolkt. isi . Bewerkstelligen.mendjadiken.. Bewonderen. (oorspronkeli jke).. di sebelah koelon. melempari. mengindahken.. hairan dari. m. melangkapi dengan perkakas. heran. m. tergerak. memoeliaken. 331 kasaksian. haroes di indahken. mernbawa oedzoer. tanda boekti. (door getuigen). alamat. tanda biti. menjebabken. Bewogen (van het hart). Bewind. Bewijzen. menjampaiken. Bewerpen. Schrifteljjk bewijs. Bewilligen. melakoeken perentah.memoedji-moedji. kanjataan . Bewijsstuk (corpus delicti). soerat katerangan. meloentari. (loftuiting). memaaf ken . Bewindhebber. mengadaken. mengidzinken. (Eer bewljzen). hoedjat. Bewerktuigen.

veroveren). tiang p~njoeroeng. tiada sempat. penjeboetan. Bezegelen. berhati sabar.. Bezemmaker. memboeboehi tjap. mengambil. lajar penjoeroeng. menetapkOn. m. slap. kiriman. gagang s~sapoe. boenting. (bevestigen). berlajar sampai. memegang.. (een post). berdoedoek.. thrsampok. tali k~lat lajar p~njoeroeng. krankzinnig).. sapoe. (het druk hebben). s~sak dada. menaboeri. . Bezending. m~nempati . sopan. Bewoording. sopan-santoen. v. BEZO. banjak kerdja. Bewust. m~njakitken. Bewustzijn. sabar. apa. orang kamasoekan setan... m. djoenoen. bertempat. Zich van iets bewust zijn. tahoe. penjapo e . s~dar. kamasoekan setan. batang (kajoe) s~sapoe. Bezeilen. Bezadigd. zie : Bewustheid. moertja. Bewustheid. tahoe. (op de borst). (beplanten). Bezaan. (dol. s~sapoe. tiada tahoe apa 332 BEWU. s~nang. Bezaansbras. (gek). (wooden). sapoe lidi. Bezeten (van den dowel). toekang sesapoe. tiang di belakang. ma'loem. m... sesak. kalengar. (van de borstelige harem van den aren palm). madjnoen. orang terk~na . mendoedoeki. Bezaansmast... m. Bezetten (plaats innemen). (van den duivel). (met edelgesteenten) m~natahk~n. menaboeri.roemah. menj~bari. terk~na. b~rhati s~nang. (van de ribbetj es van palmbladeren).. m~loekai. ingat. Bezet. perkataan. soemangat. sapoe doek. melajari. v. mengatahoel. van een dier). pingsan. (zwanger. m. Bezetene. Bezemsteel. menarohi bala. Bewusteloos. v. m~ng~tjapk~n. Bezaaien. Bezem. menanemi. gila. o. (van een bezetting voorzien. menjakiti. Bezeeren. v. orang gila. tiada ingat. sedar. m. menarohi tjap.

di sisi. isi kota. Zich bezig houden met. ber= fikir.Bezetting. menggairatk~n. rnemiliki. Bezit. rnengingat. (op de borst). Bezigheid. kawal negeri. v. Bezijden. koemal. m. Bezinken. Bezichtigen. menjanji dari. goeliga. mentjehari. pengambilan. menjari. (in bezit name). BEZO. memandang. doedoek. Bezinksel. p~natahan. menonton. mengotork~n. (herinneren). kerdja. jang mempoenjaI (m emiliki). merrlriksai. di sebelah. Bezoedeld. m~lihat. mendeg. (bedenken). ampas. endap... toeroen. Bezigen. o. v. di pinggir. (met geestdrift). Bezingen. pakerdjaan. bohong. ampoenja. mengambil.. ingat. In het bezit zijn van. Bezitter. tiada betoel.. mengampoenjakmn. Bezoarsteen. Bezinnen (zoeken). Bezi jden de waarheid. mengingatken. Bezig (zijn). kapoenjaan. poenja. Bezielen (levend waken). pengalahan.. m. mempoenjal. membelandjaken. kotor. fikir. m~nggoenaken. memiliki. nadjis. m~ngoesahaken. Bezitting. memandang. menghidoepknn . mngerdjak~n. mempoenjai. (garnizoen). tjemar. Bezitten. melihat.. s~sak dada. mentj~marken. sesak. Bezoedelen. lagi (masih) bekerdja. mm~riksai. memikirken. mentahlilken. memakai. v.. (van geld). pengepoengan. oesaha.m~loemoerk~n. moestika. soldadoe jang di taroh di dalem kota . (God -). Bezien. endeg endeg. milik. mendap. m~ngoe- . milik. berdikir. di tepi . djoesta. memoedji-moedji. In bezit nemen. m~lihati. o. menggambiraken memb~ranik~n..

kaberatan. memberatken. Bezorgen (zorgen voor). berdosa. Bezwaar. teraniaja. menghimatk n. mengatoer. goda. m~mliharak~n. Bezondigen (zich --). m~mb~landja. Bezorgd. bertjinta. b~rkoendjoengan. m~ndapatk~n. menjimpan. berkoendjoengan. soesah. di seb~lah kidoel.Bezoek ontvangen. (regelen). gadji. kadatangan djamoe(tamoe.. Bezoek krijgen. Bezwangeren. m~ngoepahk~n. kasoesahan. (gereedmaken). Iemands naam bezoedelen. Bezoldiging. p~nggoda. berdjoempa. b~rdjoempa. Bezwaren (zwaar waken). m~nadjisk~n. menj~lengkark~n. (wrack Gods). kasoesahan. b~rsaba. p~rkoendjoengan. rr~lawati. soesah. (zenden). niaja. menga. mengoendjoengi. mengedjiken. bersoesah hati. m~ndapatk~n. Bezwaard. bajar. thtamoe. mampir. Bezuiden. t~rima (menerima) djamoe (tamoe. bertamoe.. 333 Bezwaarlijk. (visits). soesah. soesah. tetamoe) . m~mbajar. mengirim. v. Bezoek. herat. Bezoeking (beproeving). chawatir. menjmdiaken. (zich over lets bezwa- . BIGG.malk~n.m~ng~djiken. berdjamoe. Bezwalken (iemands naam). masjgroel. koewatir. p~mbajaran. Een bezoek brengen. p~rtjobaan. kaberatan. kena pembalesan. bertjinta.. berdjamoe. o. o. soekar. m~inbawa. Bezoldigen. memboesoekken nama orang. (bekommerd). menghamilken. mengandoengken. Bezuren. djamoe. di sebelah selatan. memfitnahken. b~rsaba. takoet. toelah. Bezwadderen. m~mberi gadji. tjoba. memberati. h rboewat dosa. memberatken.t~tarnoe). m~ndjagai. b~rtamoe. (overbrengen). (moeilijk waken). mendjimatkgn. memboentingken.. b~landja. v. Bezoeken. m~ngirimk~n. tamoe. Bezuinigen. mengoeroesken.

. di. tiba-tiba . b~ratoesan. sandainja. minta doa.mengadoeken hal. BIj elkander. mendada. Het hoofd bieden. Bij wi jze van spreken. kalenger. botol bir. (den duivel). Zijn biezen pakken. setan. djoerig. antoe. d~ngan. babi ketjil. bir. waktoe sembahjang.. o. memoehoen. d~mi Allah.. Bezwijken. Blj de hand. menderodok.. oepamanja. pingsan. menjoempah. mgndjaoehken (mengoesir) setan. lari. perangkepan bini (laki) doewa. Bierkruik. kalah. coati. Bij honderden. tiwas. menawar. Hommelbi j. Bier. welingi. melawan . keretjoet. Bies. bersoempah. goetji bir. gemetar.ren). perhidoepan dengan bini (laki) doewa. ampir . menoeloeng. m~mpoenjai doewit. v. berlinanglinang. Bij (nabs j). Bijaidien. tawar. moertja. o. gementar. berdoa. sampai . v. tawon. l~bah . Bezwijman. sakoenjoeng-koenjoeng. Honigblj. De biecht aheggen. Bibberen. pengakoean doss. kombang. koetjai. v. pads. bOrsama-sama. sembahjang. menoeloengi. Bietebouw. kapada. tawon madoe.. minggat. memboewang setan. Big. tempotempo. . memedi. (verzoeken om lets). bersembahjang. (tot). o.. berkata benar.mengadoe. Bjj wijlen. Tegenstand bieden. v. djikalau. BtJ geval. meninggal.. b~ratoes-ratoes. djika. 334 BIJ. Bidden (dingen). pinter. Bieslook. (voor telwoorden ook uitgedrukt door b r-) . siring-siring. s~r~gap. Bigamie. dokat. djatoh kalenger. melinang. v. thrkadangkadang. Bidden. Bij God. Biduur. djikalau kiranja. m... thrkadang. kaloe. Biecht. Bij kas. v. Bij (insect). o. radjin. Biggelen. De hand bieden. anak babi. Bierflesch. mengakoe dosa.. Bezweren (met eede bevestigen).. (aan).

menjampoer. menggiring djadi saperkoempoelan. p~ngadjaran alkitab'oelkoedoes. Bijbelleer. sama-sama. v.). tjepat. menjampoerknn. Bljbll jven (in hot gaan). ingat. menghimpoenken. (hulp).Bijbel. perbantoean. membawa . Blj de hand.kitab'oelkoedoes. (perhimpoenan. menjertaken. Bijeenroepen. (onthouden). alkitab'oelkoedoes orang m~sehi (n azaran i) . Bijeenbinden. (gift). Bijdraaien (van een schip). Bijeenkomen. B jdoen. menambah. al'koran. v. berkoempoel. Bl jdragen (toevoegen). m~noeroet. Dicht bijeen. Bij de handsch. (voorgeschreven . (toegeven. mendjoemlah. Bl jeendr jven. Bijeenkomst. kin. mengoempoel. bahi. menahanken din. Bijeen (semen). merangkai.. menjorong damai. Bi jeenstroomen. perkoempoelan.aan de priesters). v. Bi jeenblijven. Blj eenstaan. pinter. menj~rtai. menamBIJGE. enz. mengoempoelken. Bijbrengen (aanbrengen). (helpen). tjeredik. Bl jeenbrengen. . menambahken. menjwdarkln.berdiri bersama-sama. mengawanken. tiada meloepaken. mengerahken. jang sabelah kin. menoeloeng. m embelok. berhimpoen. memanisken kata.. pertoeloengan.. De bijbel der Christenen. alkitab. mengoempoelken. tinggal bersamasama. Bijeendoen. berkoempoel. (uit eon flauwte). memboewang djadi satoe toempoekan (timboenan). menambahken. d~ket satoe sama lain. menoeloenai. dzakat. menambahi p~mbajaran. De bi j bel der Mohammedanen. Bijeengooien. Bijbetalen. derma. m. rapat.. membantoe. menambahi. pemberian. mengiket djadi satoe. Bijdrage. Bijeentellen. bersama-sama. borsabar. tiada loepa.

Bijlage. roemah gandok. mrap~tkon. Btjrivier. kampak. lampiran. djalan simpangan.. m~nambahi. Bijnaam. menambahk~n. m. tiada katinggalan. m~njampoerknn.. Bijeenzljn. Bijenkoningin.). (spotnaam). menghoeboengken. zie : Bi. m~nj~rtai. o. antoep. Bijleggen (van een geschil).(nest). roemah tawon. B ijkomen (van een flauwte). koerang s~dikit. Bijgaand. kap~rtjajaan jang tiada b~toel. m~nghampirk~n. antoep tawon.. berkoempoel. Bijgenaamd. sarang tawon.. (bijdoen). nama timangan. Bijpad. toeroet. m~njampoer. roemah belakang. merapatken. Bijgebouw (van eon woonhuis). Bi jeenzitten. simpangan. B jkans.(gelijken). Bijhouden (in het gears. b~rs~dar.Bi jeenvoegen. m~nj~l~saik~n.. karoegian . (verliezen). Bijennest. menghimpoenken. Bijna. Bi jenangel.. Bljoogmerk. Bl jeenzamelen. Bljenzwerm. o. ada bersama-sama. Bijgelegen. m~njoesoel. mengoempoelken. sarang lebah. Bijschikken. niat jang thrs~mboenik~n.v. nama tambahan . Bijpassen. batang soengai. (inhalers). m. v. sengat lebah. m~nambahi. roegi. BIJGE. Bi jmengen. m~nambahkan. soerat p~rhoeboengan. kawan madoe. s~dar. doedoek berkoempoel. kapak. sialang. . v. Biji. hampir.. njaris. doedoek bersamasama. berhampiran. b~rg~lar. roemah samping. nama sindiran. di pesertaken. g~lar. b~rsoemangat . bersamasama. kali simpangan. enz.. mengoempoelken. berhimpoen. Bijgeloof. Bi jenkorf. o.. m.menjamboeng. v.jenkorf.. o. hampir. hampir. saroepa... v. deket. radja tawon. same roepa.

BILJ. (inbijten van scherpe vochten).). thrlaloe. o. 335 (op de lippen). p~rk~ndak~n. ampoetan . Bijvoegen. (zeldzaam). m nan m. . tambahan.. (onwettige). kaboer.. k~ndak . boeta ajam. p~das. maroe . Bljwi jlen. madoe. ada. amat.. (speciaal). (bij of met een ander worsen). m~ngoeboerk n . kadang-kadang. Bijweg. Tot bijwijf nemen. Bijslaap. djalan simpangan. m~nambahkon. siring. sang t.(scherp zuur vansmaak). m~ndampingk~n. terkadang. slangen). soerat perhoeboengan. (van vogels. enz. m~mbantoe. membabar. pada waktoe jang patoet. s~lir . b~rsatoeboehan.. menggigit . choesoes . m~nj~lir. boekan-kapalang . m~noempang. m~masang. Bljwijf. (tegenover de wettige vrouw). kerdja tambahan. o. Bijzonder (buitengemeen). (zeer). lampiran.. Bl jzit. hadlirat. (van spot. Eene vrouw als bijzit hebben. mbmagoet. menoeloengi. o. tadjemw Bljti jds. Bijten. p~rih. m~ng~ndaki. djarang . m~ng~ratk~n . m. b~rk~ndakan . m~ng~tap (menggigit) bibir. m~mp~rgoendikk~n. (ten opzichte van denn man). ampoet. masing-masing. (fraai).Bl jschuiven. Bljstaan. siang-siang. dzina. Bijziend. m matoek. bingoeng . Bijzijn. mbnghampirk~n. m~mp~rgoendik. amat sanget. m~nambahi. p~rtoeloengan. indah. m. (elk afzonderlljk). tempo-tempo. membantoei. Bjjwerk. m~ndoedoeki saroemah. p~dih.. p~mbantoean. Bljzetten (van een lijk).. (verwonderltjk). Bijster (verward).. m~noeloeng. b~rhadlir . goendik. boekan-boekan. (van zeilen. m~njorongk~n. s~ndirisendiri . Bijtend (scherp). istimewa. m~nj~lirken. v. m. b~rkendak. Bijwonen (tegenwoordig zljn). m~makan. Btjstand. Bijvoegsel. o. Een b: jzit hebben. thrlaloe.

o. (onaangediend ergens ). soerat.. mendjilid . Binnenloopen. dalem. (van een zak met een koord. enz. soerat ketjil. Binnenbrengen. memoendjoet. terkenang. demaln di dalem. o. memasoeki. Bindgaren. masoek. laik. (van een boekwerk).. tali.. boewah pantat. Binden (vastbinden). o. pantes. Van binnen en van buiten. s~gala p~ri hal ahoewal. poeri $daleman. mendjelen- . memperkenanken. Biljet. enz. Binnendringen. masoek moewara. Alle bljzonderheden (van een zaak. ingat. Binnenkruipen. masoek. Binnenkamer. Van binnen komen. m. masoek kadalem . pasak. v. o. meloeloesken.). masoek berangkang. kamar bola..(iets vreemds)> p~rkara jang garib . pintoe dalem (di sebelah dalem). v. Bil. Binnenhalen. (omwinden). bola. menaliken . Biljartkamer. masoek Binnenkoorts. mengikat . v. sebelah dalem. m. kadalem.. $ndjalin.. o. Binnenhof. membebat . di pelaboehan. medja p~rmainan bola. Bindrotting. Binnen (in).. bilik (kamar) dalem (di sebelah dalem). permainan bola...adjaib. dari dalem. Bil fart. v. Billtjken. o. Naar binnen gaan. v. o. di moewara. Biljartspel. hoeloe.. v. adil.. darat. pantat. Bl jzonderheid. Bil jartbal. tanah oedik (pegoenoengan). Binnengaats. 336 BILJ. sedar. Verbinden. Binnenkant. membawa masoek. memasoekken. Binnenland. loewar dalenn .. Bindtouw.. Zie verder : Samenbinden. membawa masoek (kadalem). oedik. rotan. Bills jk. Binnenkomen. garib.. v.. Biljarten. Binnendeur. masoek.. pelataran dalem (di sebelah dalem). benang kasar. tali pengikat. Te binnen schieten. kaloewar dari dalem . kaloewar. b~rmain bola.). di dalem. masoek . masoek koewala Binnengaan. patoet.

. pelajaran di soengai (kali).. njengoes. (hard inloopen). Blaasinstrument. v.. di dalem moeloet . Binnenzijde. simpangan ketjil. batin. pager tembok di sebelah dalem. o. pakerdjaan di daleln (sebelah dalem). m. (blaar). kasabelah dalem. v. legam. o. hats.. Bis. Blaasbalg. Binnenplaats.. o.. o. Binnenpad. v. bintil. Binnenwerk. moesang. Bittertje. sakit.. Binnenmuur. v.. boengan. v. paroe-paroe .. o.. inoeman pahit. Bisamkat. zie : Blad. pahit. pekentjingan. past.toeng. kekang.. kastoeri. Binnenweg. Binnenvaart. v. masoek dengan berlari-lari. (van den regen). jang di dalem sendiri . Binnenshuis. . mengoering-oering. lepoeh. masoek. Bits. pahit. m djalanan ketjil. dalem. tjelaka. (gemoed). djalan ketjil. mas woeroeng.. sopi pahit. di dalem negeri. Bit. Binnenstuiven. sebelah dalem.. pengemboesan. oempat. (drank). lepoeh. Bisamrat. Bitter. v. merenj eh. Binnensmonds. meremeh. Blaad j e. rnelemboeng. halaman) di sebelah dalem. tikoes.. v. Een blaar vormen. djebat. bengis. Bisam.. o. di dalem roemah. innenste. boenji-boenjian jang di tioep.. Binnenwaarts. (dierli jke). Blaar. sopi pahit. pedih. lags sekali. melepoeh. (faster). tadjem. poendi-poendi. ternpias . kang. Binnensmonds praten. (voor het gevoel). sedih. kelemBLAA. Binnentreden. di dalem kamar (bilik).. melari masoek. kendali.. Blaas. o. pelataran (natar. pahit sepat . doekatjita. tjela . BLAA. (pisblaas). m. o. Blaam. Bismuth. Binnenskamers. kastoeri. v. Binnenmands.. kadalem. fitnah. Bitter (van smack).

kabandjiran. m.. talam.. goendoel. papah . m~ngangoesken. Bladluis.. lumbar helai. (van een zaag).. v. m~nj~la. moeka. sjatar. Met ears blaasroer j agars (blazers). (van drift). poepoer. m~njalak. boreh. Bladwi jzer. poetj~t. (korte. s~Ynp~rong. tiada ada angin sama s~kali. (schenkblad). Bladsteel. o. Blaken (zengen). m~moepoeri. m~ngangoesk~n. Blanketten. v. Zich blanketten. Blameeren. BLEE. daoen . tangkai daoen.Blaaspijp. perada. (papier). Droog pisangblad. baki. memakai bldak (poepoer). mentj~la. memakaiken bedak . r~ndang. Droog. (uit de scheede). Bladgoud. b~rnjala. mlajoer. daoen. o. moeka soerat. v. Blaasroer. Huilend blaffen. m~nggonggong. o. Blakeren. . (bleak). Blaffen. m~ngganggang. b~dak. membakar. mengkilap. m~moepoerk~n. m~njoempit.. Bladerrijk. Bladstil.. kelopak. march sanget . Blaten. 337 naakt). Blank (wit. soempitan. (schutblad aan sommige planters). Blad. koetoe daoen. berboenji kaja kambing. berkilap. tiada berdaoen. (van palmen). mata g~rgadji. soetji. mengembek. (van hot vuur). k~l eang. poetih. (overstroomd). soempitan . om hot vuur cars to blazon). banjak daoennja. m~mb~daki. HOLLANDSCH-MALEISCH. m~mbaoeng. (bloot. mas p~rada. diam. Bladzijde. m~njala. o. b~larak.. dilipoeti ajar. k~risik. s~m$rong dapoer. rampak.. rein). m. telandjang. k~ping. (blinkered). Andere droge. Blanketsel. gagang daoen. (van een tafel). daftar isi kitab (boekoe). daoen keying. doelang. thrhoenoes . Bladerloos. afgevallen blad van den kokospaim. pagan. march. afgevallen bladeren.. berbedak. katja.

Licht blauw. minatoe. Blazers. Bleeken. mernoepoet. perang. soeka hati. biroe langit.. Bleak-rood. Hemelsblauw... Blijde (verheugd). poetih koening. biroe laoet . Blazoen. pembajaran rnenatoe.Ears blauwtje loopen. Bleekveld. Indigo-blauw. wang m~natoe. pandjipandji.o... Bli jde makers. v. b~rsoeka hati. Bleekgroen. Bleekrood. poetj~t.mengg~marken. toekang tjoetji... o. toekang tjelep.... tempatnja menatoe melakoeken pakerdjaannja. mom. merah moeda. (licht. mombironi. mendjemoer barang tjoetjian. Blauwverven. Bont en blauw. kapoetjt an. 22 338 BLEE. van kleuren). poetjat. In hot oor blazon. belaoe. nila. Bleak. biroe toewa. girang.tampikan. m. Bleekgeld.. menioep. belaoe. barang dj~moeran. o. koeda petak. binara.. Bleaker. thmpat p~ndjemoeran barang. toekang tjoetji. m~njoekak~nhati. biroe-lebam. bandera. biroean. leseh. (veldteeken).Blauw. soeka. Blauwe plek op 't lichaam door een stoot. v. Bleekgoed. bersoekaan. moeda. barang tjoetjian. enz. o. menatoe. g~mar. kandji biroe. lebam . warna koelit langsep. berbisik-bisik. biroe moeda. mengemboes. Blauwverven. Bleekgeel. petak. (grasveld). pembasoeh.. idjo moeda. Blauwsel. Blauwtje. Donkey blauw. soekatjita.tampik. m ~n ggiran gk fin. Blijdschap. tjelep. koening moeda. membisikken. v. Bleekheid. m. Bii jde ztjn. b~rgirang. v. di tampik. v. menjelep. mengetjet biroe (belaoe). biroeken. memoetihk~n. Bles.. merah moeda . biroe nila. poetjet. Bleekertj. . o.. Bleekster. o. tempat pendjemoeran barang. kasoekaan hati. toekang menatoe. biroe.

b~rnjata. tinggal b~rdiri. soeka hati. kaleng. Doers biijken. thtap. thrang. tinggal diem. panah petir. Bliksemstraai. kilat. achterlaten. berkandjang.. Biijmoedig. m~ngdjapk~n (m~ngedepken) mate . (bus enz.. ajan. semstraal.. dari kaleng. b~rh~nti. Biiksemen. koepi. thrnjata dari. kaleng. kar~m. ketara. thtap. Blijmare. Eon scherpe bilk. tanda.. kaleng . (van eon schip dat vergaan is). . Blijk. Blijvend. besi geledek. zie : Bilk. tinggal di roemah . ria. k~djap. tanda thrang. kabar jang mthnggirank~n. Bliksemfiits. mats tadj~m . menjataken. Bilk. Stil biijven. kilat poen b~rsaboengan (saboeng-m~njaboeng). kandjang.pandang.. Achter blijven. tinggal di b~lakang. v. njata. zie : Blijgeestig. njata. mnerangk~n. De bliksem schoot onophoudeujk door de lucht. Bhjjven. Blikken (van bilk). Staan blijven. Te huis blijven.. kagirangan. k~kal. m~lihat. kena kilat.g. m.jkens. tinggal. gelap. (oogopslag). lahir. s~nantiasa. m~ninggalk~n. kabar balk. di samb~r g~ledek. halilintar. m. ada kilat. tanda kathrangan. Bliksemschicht. Duidelijk biijk. m. borlthnti. m.. di sarnb~r gelap. Bi . salama-lamanja. male petir. Bitjkbaar. Blljgeestlg. b~rsoeka hati. m~noendjoekk~n.kag~maran. b~si poetih. Bliksemafieider. (zien). o. zie : Biiksemstraal. coati di p~$ran gars . BLIN. Biiksem. m~mandan. Door den bliksem getroffen.. t~rang. Laten blijven. geledek. alamat. van bilk). Biijken. (vertind ijzer). (van iemand die in den oorlog sneuvelt).$mandang. (met de oogen knippen). m. kedjap mata. dari b~si poetih. berkilat. besi penangkal kilat. m.

mengkilap.. darah b~koe. kilap.... bergilap. gilap. o. Blindeman. m. kaboetaan .soeka m~lihat darah. memperdajaken. Blindelings. goemirlap. o. Blindgeboren. Blind makers. m. boeta. gilang goemilang. dat na de geboorte wordt uitgestort. Kwaad blood zetten. soeka m~lihat darah. membodoken. Bloeddorstig. (fig. Van hetzelfde blood. p~ngamoekan. menjakiti hati. o.. orang g~b1~g. boeta dari kaloe~ war moela. Blindemannetne spelen. m. menoetoep mate dengan kain. darah p~ngiring boedak . b~rhati batoe. Blood. meng~rat oerat. o. kaIn penoetoep mate. m. m~njangg~rah . pemboenoehan orang banjak. Van edel blood. Geronnen blood. sadaging-darah .. Bloeddrijvend. b~rdengki. Biikwerk.. (leng.. darah .noempahken darah. Bloedbraken. Blood. Waterig blood. barang-barang kaBlind (niet kunnen zien).Biiksemvuur. bodo. m. B1oed aftappen. memboetak~n. Met bllndheid slaan. v. menaroh d~ndam (d~ngki).. Blikslagerswinkei.. m. Blikslager. mabok darah. darah entj er . (dom).. Blood vergieten. Blinkers. Bloedbad.. dengan boeta-toeli. mane (soeka) m. (vensterluik). papan djendela. Biinddoeken. Biinde. bermain babi boeta. darah k~nte1. memboetaken. api kilat. m~nd~ndamk~n. toedoeng tingkap. kabodoan. api geledek. papan tingkap. Bloeddorst. (sukkel). o. m~moentah (moentah-moentah) darah. bangsawan . gebleg. kedai (waroeng) toekang kaleng. toekang kaleng. zie : Blinds. orang boeta. (figuurlijk). m~loentoerk~n . Naar blood dorsten. boeta. di peranakken boeta. b~rkilap. boeta-toeli. orang bodo. Blindheid.). m~noempahk~n darah . Blinddoek. berd~ndam. BLIN. bodo. mane m~lihat darah . tj~m~rling.

b~rdarah. o. . De naaste bloedverwanten. b~rloemoeran darah. obat menahan darah. Bloedkoraal.. m.. v. Bloedhond. Bloedstelpend. sanak-soedara jang damping (deket). Bloedstorting.. penasak. Bloedschuldig. oerat darah. kaloewar darahnja. koelawarga.v. orang bengis. b~rdarah. hilang darah. Bloedspuwen. moentah darah.takoet m~lihat darah. Bloedvin. bisoel darah. menasak darah. m endiatken. darah toempah. Bloedkoek. Bloedschender. Bloedverlies. koelawarga. Bloeddrijvend middel.. bisoel. banjak darahnja. Bloedschuld.. sapoepoean. sanak-soedara. Bloedkleur.. boewang ajer darah. orang soeka melihat darah. menoempahken darah. o. m. memoentah (moentah-moentah) darah. Met eon bloedprijs verzoenen. mengamoek.. penjoembang.denda pemboenoehan orang. Bloedschuw. (voor lets boeten). m edj en. permoentahan darah... o. Bloedvergieten. De bloedverwanten. bangoen.. Bloedprijs... memboenoeh. kena m~mbajar.. darah kent l (bekoe). Bloedgeld.v. sanak.. menahan darah. Bloedgetuige. soembang .. Bloedvat. v. 339 Bloedloop. Bloedstelpend middel. merdjan. menjoembang. merah seperti darah. Bloedspuwing. m. v. orang bersoembang. oepah m~mboenoeh orang.warna(roepa) darah. obat (djamoe) l~loentoer. katempoehan. BLOE.. m. v. v. poealam. Bloedverwantschap. Bloedverwant. Bloeden. m~ng~moe darah.. Bloedschande. Bloedeloos. m. Bloedig. Bloedrijk. toempahan darah. persanakan. m. salah (borsalahan) memboenoeh orang.. sjahid. (bloeddorstig mensch). oetang darah. tiada ada darahnja. Bloedrood. v. Zie ook : Bloedprtjs. kena ganti. diat.darah . Bloedschande bedrijven. m.

Bloedvloeiing.. (van palmen). v. Nagemaakte bloom. boengaboengaan.staan van planten). bola kisas. (van een land). boenga (kembang) wangi .v. Bloedwraak nemen. berboenga . Bloedzweer. barah. Bloemblad. Bloeiti jd (van planters). ma'moer. daoen boenga (kembang).v.. kain tjemar.. v.. majang . m. membersihken darah. toempahan darah . (voorspoedig zijn). v. poespa.. petak boenga (kembang). pilihan . Bloedwateren.. (afzetter). kembang-kembangan. Welriekende bloom. memoentoet bola. penoentoet bola. ramai .. berkembang. soeh. Bloedwraak. waktoe besar koewasanja.). boenga (kembang) koentjoep . orang mengisap darah orang.. tepoeng aloes. darah pengiring boedak. soewang koekoe. Bloedwarm. m. Bloedzuiger. bertambahtambah baiknja. Opene bloom. Bloedwreker. ramai.Bloedvlag. Bloedwond. boenga asa. selamat. berkembang. boenga. (na de geboorte). m. (keur). ramai. Bloem. Bloedvlek.. (de maandeljjksche . berboenga. m. enz.). lintah. moesim berboenga(berkembang).(van een rijk. barik-barik . bendera merah. sedang koewatnja . menjoetji darah. v..m. sampoerna. Bloembed. boenga soesoen. membela kisas. bisoel. boenga (kembang).. (in hout). Bloei (in . o. Dubbele bloom. oembinja boenga . bisoel mengemoe darah. berkentjing (mengontjing) darah. ma'moer. mekar .. Enkelvoudige bloom.. berselamat. o. Aaneengeregen bloemen. pakembangan. boenga (kembang) soenting. Bloeien (van planters). kamoedaan. tepoeng. kembang. In den bloei des levens. Bloedzuiverend. 340 BLOE. bekas (tanda) darah. (van den handel). (van meel. pengisap darah orang .wen). loeka berdarah. Bloembol. enz. Gesloten bloom. m.. kaln kotor.der vroii. darah nifas.

. m. Bloemknop. m.. o. Bloemtuin. o..v... tepoengnja (deboenja) boenga (kembang). dagangan boenga (kembang).. m. Bloemenhandel. toekang boenga-boengaan (kembang-kembangan). banjak boenganja (kembangnja).. Bloemvaas. v. pendjoewalan boenga (kembang).. Bloemhof. toekang kebon jang menanem kembang. Bloemmeel.. m.(kembang). tempat boenga (kembang). m. orang nanem kembang. bakoel boengaboenga. Bloemlezing. Bloemengeur. Bloemist. Bloemstuk. pekembangan... haroemnja boenga (kembang). o. m. baoenja boenga (kembang). ook : tepoeng aloes. v. deboenja (tepoengnja) boenga (kembang). pek~mbangan. pigoera kembang. m.. boenga rampal. m. pemiaraan boenga (kembang).. Bloemrijk. v.. Bloemkweekerij. karangan boenga (kembang). Bloemkweeker. thmpat boenga . Bloemstofdraad.m. kebon kembang. pasar (pekan) boenga (kembang). koentjoep. Bloemkelk. keloepak. taman poespa. v. Bloemsteel. tangkai boenga (kembang). v. wanginja boenga BLOE.. karangan kembang. (kembang). o. taman poespa (boenga).kebon boenga (kembang). m.. petak boenga-boenga (pekembangan). Bloemenmand. Bloemtuiltje. Bloemstof. orang miara kembang.. bang). m.. sari. v. Bloempot. toekang kembang. gambar boenga. Bloemperk. m. koentoem. toekang kembang. Bloemenmaker... kebon boenga (kemBLOE. Bloemmarkt.... tempat kembang. Bloemkrans.

(enkel. orang koerang brani.). Blokkeeren. tjabar. (met schepen). . sengk~la. kerek. (van tin). (wachttoren). roemah ktam.). kerekan. o.. radjin mengoesahak~n dirinja dal~m pakerdjaan. tampang. djoea. enz. tjabar. telandjang. BOED. pasoeng. thrhoenoes. poentoen g. Bloemwerk. pasoengan.(k~mbang). orang tjabar. v. (takel). petak. (in een gevangenis ter kluistering van gevangenen). pengepoengan. k~mbang . pasoengan . land~san . tjoema. tiada memakai toetoep kepala. Blok.. (gevangenis). takoet. berbaring dengan telandjang. Blokken. kabar angin. goendoel. pair. p~nakoet. menjataken. bangoenan . Onder den blooten hemel. v. karangan boenga. boenga. m. soma : koening. thlandjang . koerang b~rani. tiada b~rh~nti bek rdja. kerek. pgmb~lokan. poet~ran kerekan. soma : poetih. (deel van een land of gebouw. di bawah langit. Bloodaard.. Blootleggen. Bloktin. o. kepala telandjang. roemah pasah . b~lok. enz. Blootshoofds. maloe. Blokkade. Blond (van haar). Bloot (naakt). (aan den poot van een dier). p~ndjara. m. p~nakoet. majang. van labels. oekiran. m~mboekak~n. menerangken. o. v. tidoer berthlandjang. thrtjaboet. (van een houthakker).. timah tampangan. ketelandjangan. (van palmen). lorak . lands. sahadja. sadja. Blokhuis. Bloode. 341 Blootheid. kerekan. bidoer.. (overgeschoten stuk hout).. maloe. o. Bloohartig. (van een schaaf ). takoet. Bloesem. Blokschtjf... slechts). (van de pisang). koeboe. $maloe.. d j anto en g. Blootliggen. boewi. mOmajiri. Een bloot gerucht. (uitgetrokken. mengopoeng. memgpat.

bermoeka merah. gelemboeng . bersipoewan moeka.. oetoesan. m. merah moeka. p0noelisan barang warisan. m. mengatjak. harta. pelenting. m. Bobbel.. Eene zaak den bodem inslaan.Blootstellen. memadjan. mbmOrentahken harts poesaka.. Bluts. m. pelengkoeng. telok. Bocht.. Bochtig. v. o. loenas. keloek. tanah . v. bawah. (nalatenschap). harta poesaka. v. berbera. penawaran. m. harta-benda. v. pegadean perahoe atau moewatannja. Blozen.. Boedelbeschrijving.. olo-olo. m. Blos. pOnjoeratan harts poesaka. pantat. seri. mematiken. (schip). (van verlegenheid. mOngoeroeskOn pOninggalan (warisan). Bluschmiddel. melengkoeng. sbrba roemah. porkakas roemah. (al de bezittingen).. perahoe. berbelikoe. Bode. Blusschen. m. berhati besar. (op het water).menggak-menggok. Bochel. Boedel. (aan den regen). bertjakap angin. Bodemerij. belikoe . Een boedel aanvaarden. bengkok.ngkoeng. (op het lichaam). barang-barang poe342 BOED. . mbnoelak harts poesaka.. maloe. kotjak. saka.. kapal. Bluf. memadamken. (inboedel). Een boedel beredderen. kamaloean. (aan de zon). berseri. lOpasan warisan. (inham). bengkak-bengkok. Een boedel verdeelen. m. mombOhagi harts poesaka. memanasken. memadjanken. pOnjoeratan barang-barang pOninggalan. kotjak. bengkak. berpipi merah.. membatalken. (van schaamte. harta peninggalan.. tjakap angin. loeboek. in kwaden zin).. bengkak. soeroehan. olo olo. bongkok. Een boedel verstooten. boetjoeh. menghoedjanken.. in goeden zin). Bluffers. m~nerima harts poesaka . o. tawaran. Boedelafstand. Bod. (in iets). Bodem. eloek. ponoelakan harta poesaka (warisan). pemadam.. melengkangmol.

lajar kOlewer. djilid kitab. (van een anker. Boef. djangkar (saoeh) haloewan. o. djilid . Boekbinden. lajar tjoetjoer. mOnjoeratkan.. mOngatoer djalannja pOrahoe (kapal). saloetan kitab. Boekband. mOlintangi haloewan. mOmbelokkOn. mOmasangi bOlOnggoe. m. (balk). m.Te boek stellen. Boei. o. Boekdeel. soerat. (bekoren). kajoe babewan. mOnoendakbn. o. tjoengoer.. soerat. Boekbeslag.tjoengoer.. mOrantaikOn. mOnOra kitab. o. pOnjitakan) boekoe . mOngOtjap boekoe. koeras. m. mOnoeliskOn. (kluister). Boeganker.. mOndjilid.. lampoeng. mOrawankOn hati. v. m0mbitjarak0n lain pOrkara. Boek.. bOrakal bangsat. bOrganti bitjara. mOndjait. pOrtOraan (p0ngOtjapan. mOriam haloewan. lajar sOmandera. pOlampoeng. kitab. maling.timboelan. BOEK. Dwars voor den boeg. tjoetjoer. Boegseeren.. mOlakoekOn p0rahoe (kapal). mOnoenda. djahat. toekang mOndjilid boekoe. Boegseerli jn.mOnjitak)boekoe. v. Het over een anderen boeg gooien.. o. o.. Boegspriet. Boekbinden. Boekdrukker. toekang mOndjait boekoe. djilid boekoe. Boeg. sOmandera. bakal mOndapbt. Boedelscheiding. tali pOndarat. m.... bangsat. haloewan. Boegsprietzeil. mOnjitak kitab. Boekdrukkerjj. djilid. mbmbol0nggoe. b0l0nggoe. pOmbahagian harts poesaka (warisan).. m.. porbOndaharaan harts poesaka. Boegstuk. mOmegang kOmoedi. enz. lets voor den boeg hebben.. v. pOntjoeri.mOntalifkOn.. Boegen. v. m. Den boeg wenden. Boefachtig.. Boeien (in boeien slaan).. v. Boekdrukken. mOnggilirken.Boedelkamer. (deal). (onderdeel van een werk).. (papier). toekang mOnOra(mOngOtjap. orang djahat. boekoe . (geschut). tali toenda.

p~ndjoewalan boekoe (kitab). Boekhandelaar. Boekhouden. orang tarsi. (oprisping). m~njikat. boendor.. banjak. tahak. (v. b~rkendak.v. ikal. m. (gears stadbewoner). m~mb~rsihk~n. m. mOndaftarkOn itoengan. mglakoek~n pakgrdjaan tanah. Boekerij. BOER..). toko boekoe. pOrniagaan (dagangan. orang doesoen. Boekhandel. Boekenminnaar. orang goenoeng.. pOrhimpoenan kitab. zie : Boekhandelaar.. m. Boender. orang jang soeka boekoe.. orang hoeloe . moekah. (ontuchtig mensch). pOrkoempoelan boekoe. Boekenkast. ilmoe mOnOra kitab (boekoe). sikat. Boeleerder (-star). m~nggosok.. ilmoe t0raan (tjitakan) boekoe (kitab). orang b~k~rdja tarsi .. bermoekah. m. m. soend~l. kdai p~ndjoewalan boekoe-boekoe. almari kitab. m~lakoek~n p~roesahaan . (haarkrul). Boekenkraam. Boer. m. m. Boekverkooping.. penjoerat (pnoelis) bilangan. m. Boenen. mOnjoerat (mOnoelis) di daftar....(kitab). b~rdzina. 1Omari boekoe. Boeren. m0masoekkOn di daftar. m. Boekhouder. (landman). Boel. v. m. Boekel. (menigte). v.. mOnjoerat di daftar sOgala pamasoekan dan pakOloewaran bOlandja (oowang). orang jang bOrdagang boekoe-boekoe. m. v. jang b~rdzina). 3oekverkooper. k0dai p0ndjoewalan boekoe. Boekdrukkunst. v. kabanjakan . sordawah. Boeken. sikat. orang m~ngoesahak~n tanah.. orang oedik. orang jang b~rk~ndakan (jang b~rmoekah. k~ndak. lelang boekoe (kitab). m~njeka. pOndjoewal boekoe. Boekwiekel. m~mboend~r.. pOndjoewalan) boekoe (kitab). Boeleeren..

m. ~bevredigen). Boeteling. tjara orang tan) (doesoen. tape. b~rgoerau. v. m~mbajar d~nda. dada . makanan orang tarsi. goerau. bertapa. m. m~mbaiki. goenoeng).. (borst). Boerenstand.. m~njoelami . m. orang b~rtobat.. (straf). (borsten saner vrouw). . pakaian orang tarsi. Boerenkinkel. bangoen. b~rtani. Boerenwerk. m. p~rmainan. m. m~mbela. m~lakoek~n . Boertig. berdjinaka.tanah. Boerenleven. orang b~radat kasar. b~hasa maling. Boert. d~nda . Boerenkost. p~k~rdjaan (pbroesaha~in) orang tan) (orang doesoen.. menoeladank~n. b~rmain. m~njoelam. kikoek. roemah orang tarsi. m.. sesal. k~na hoekoeman. (inham).. p~rtapa. m~mbikin. Boezem. m. orang goenoeng). m.. m~mbenarken . orang b~rtapa. sobat k~ras. m~roepaken. v. akal bangsat. chat. membela mati. pangkat orang tan). (herstellen). orang taps. Boeventaal. Boerendracht... m~rtani.. tobat. (berouw). (inboeten) . (in godsdienstige afzondering). Boetvaardige. m~moewask~n. orang padoesoenan. Boezemvriend.. kakoe. Boerten. (met hat levee). (voor bloedschuld).. m~rtapa. m. Boete. kena d~nda. melakoeken hoekoeman... v. djinaka. 343 Boersch.. o. v. Boetseeren. Boaters (straf krijgen). Boerenhuis. Boerenarbeid. soesoe. (in afzondering). b~rtapa . Boetedoening. Boete doers. pak~rdj aan ($roesahan) orang tarsi. perkoempoelan orang tarsi. v. b~rmaln gila. k~na siksa. m~mboeboel. v. kathmpoehan . b~rs~nda. BOK. telok. tape . Boevenstreek. p~nghidoepan (tj era) orang tan). p~ri hal orang tarsi. o. djinaka. tetek .. s~nda. orang g~bl~g (kikoek).. orang goenoeng. b~k~rdja tarsi. b~hasa orang djahat.

boender. samboek . (bal). . Bokkig. thrpoel. berdjotosan.. Bol. boelat. (schraag). Bolrond. zie : Bokachtig. oembi.. koerang adjar. badjoe pendek. (gebogen). bengkok. pelor api. saboet. (projectiel). girip. v. orang pandai (pinthr). mengoepas.. djotos.. m~mboewat salah. (knap mensch). s~mboeb.. boelat... bok. ook : pgrijoek api. bordjempalitan. (font). m~mbesark~n din. o. m. soembat. . menindjau. teb~l. kambing l~laki. salika. kambing laki-laki. (van seas bloem).sobat b~toel. s~mboeb . boentar. Bolvormig. Bokshoorn. k~labet. v. toetoep. gotjo. baloewarti. Boles. bola.. v.. kambing djantan. Bokshoornzaad. koeda koeda . monggotjo. berkotjakan. (op ears rtjtuig). Bogen (pochen). memboewang koelitnja. Bolster.. m. (stole). o. Boksen. Boezeroen. orang tiada tahoe adat. orang kakoe . piala. kasar. taulan b~nar. temb~m. m.. b~rgiripan. kaki kambing. t~mpat doedoeknja koesir.toedoeng. kotjak. (lompertl) orang koerang adjar.. benteng. boend~r . p~ndjotosan. koelit. boelat. koeboe. m~ndjotos. koelit kambing. bane bandot. djompalit . o. b~ngkak. salah . k~taloem. (mannetj esgeit). handai b~nar. tiada tahoe adat. m. v. Bokkenleer. boentar. m~ngatjak. Born. Bokaal. sekam. tandoek kambing. (van de kokosnoot). bane aring. Bolsteren. (van de rijst). Bokspoot.Een bole schieten. roepa boendor. gebleg. pangkoeh. Bokkensprong. 344 BOKA. tindjau. boewah boendor. kakoe. (stop in een vat). Bokkenlucht. kepala .. saboek. Bol (road). Bok. (hoofd). m.. melengkoeng .. Bolwerk. Bokkensprongen waken. Bokkenhaar. bandot . Bokachtig. oebi . dinding. (gezwollen). m~mboeka koelitnja. boelat. ramboet kambing. (dik). o. m. m. p~loeroe api.

o. soerat pesenan barang. mengeloewarken. door een slag). tegoeh. Boog. jang membawa chabar. temen. berita .. m. Bon. kawan. (gevlekt) . (verbond).. o. (gevoeg). Boast. (stuk). BOOG. toelang. p~rombakan djandji. terang. m~ngoesir. (vaartuig). m. chabar. panggal. potong. toemboek. perdjandjian. mengoesir. soerat bon. (van den troop) . lebam. mendjatohken . (schietboog). BOOR. p~rahoe poekat. lobang soempat. (idem door ziekte). biros-l~bam . m. m. Bomgat. meloepoeh. (been). Bombardeeren.. m. potongan besar. Bombardement. ringkas. penembakan dengan pelor (api). Bondgenoot. oetoesan. soeroehan. (boat en blauw). Boast. b~lar . biros. (bericht).. mel~pasken. bolang . Bondbreuk. membanting. boesoer. b~lang-bonteng. p'rahoe majang. $robahan perdjandjian. Den bona geven. mendampak. penembakan. membawa chabar (warts. kasi tahoe. v. (bontwerk). v. pesanan. (rinkelbom). Bonzen. m~noelak.. menoemboek. penjoeroeh. warts.. (last).. m. Bonk. warna warna . m~nembaki d ngan p~loeroe (api). mewartaken. mombentoerken .so empel . Bondgenootschap.. pantja warns. pemberita. beloelang jang ads boeloenja. (veelkleurlg). kabar. p~rdjandjian. mengchabarken. memb~ntoer. Boodschappen.. soeroehan. pewarta. member tahoe. hadjat. Boodschap. (op het lichaam. persekoetoean. koelit berboeloe.. berita). toendjang.. boewang ajer. Boodschappen.. m. . toemboek. o. Bond.. biros lebam. m~ngg~rakkon. lobang soemp~l. sakoetoe. hang soem$1. Bondig. (tegen den grond). kadla hadjat. Bops. p~rs~koetoean. r~bana . belang-bonteng. o.

pohon. (kromming). djoeroe k~bon. koelit kajoe... Boomers. Boomkikvorsch. in. tangga sokong.. b~rgalah. Boommerg. bengkokan. m. gandewa. Boom. koelit pohon. kajoe boedjoer. kantjing. djoeroe taman. tangga apitan. Boogschot. (ter afsluiting van een vaart). m. minjak kawang. gandau. Boogpees. BOOR. lengkoengan. Boommos.. pikoelan. pengantjing . $ngoengkil.. hatinja kajoe. Boomgaardenier. k~bon.. kodok bantjet. . Boomolie. o. Boomhof.. Boomhevel. mnoelak d~ngan galah. daoen pohon. djamoer. m. iboe panah. djombatan berlengkoeng... taman. Boomknoest. k~bon boewah-boewahan. (draagstok). tali boesar (boesoer). pemanahan. Boogbrug. m. b~r1~ngkoengan. batangan. Boomkweeker. toekang kebon. Boogschutter. Boogsgewijs. m~nggalahkon. o. 00k: panah. m. o.. Boomknop. sakat. daoen-daoen. Boomblad. toekang kbon. kantor pabean. lengkoeng . zie : Boomgaard.koentjoep.m. boom. batang. v.. pokok . Boomgaard. ~loeng. galah .. m. daoen. p~ngoesoeng. Met een bong schieten. ampoeloer. (van een wagon). m manah.m.. tali gandewa. pabean. v.boengkoel. p~manah. o. soldadoe .jang bergegaman panah.. p~nggandaran. (om eon schuit voort to bewegen). (tolkantoor). o. djoeroe tan~m pohon. palang. tahiangin. 345 Boomloot. tanman boewah-boewahan.. m... Boombast. Boomladder.boesar. v. (sluitboom). p~manah. katak pohon. m~njoeroeng d~ngan galah.. loemoet pohon.koetoem.. poehoen. jang m~nanem s~gala roepa pohon. boengkoel (bonggol) kajoe.. v. v. p~lengkoeng.

menoempangkOn. oelar pohon. tjawang. Boomschors. v. katjang kedele .. v.m. boor. katjang boontjis. enz. tangkai.. m. Boord (karat). o. menggait. Boomwachter. pendjaleran. akar pohon. v.. Boonenstaak. n1. Boomvaren. pelandjaran.... pinggir. (erwten). o. dahan.. koelat. tjabang. v. poenggoer. m. ponoeh s~kali. toendjang katjang.. bibir. katjang djoho. o. (aan een moues. djoeroe (penoenggoe) batangan. (aardnoten). . m... ponoeh sampai di pinggirnja (bibirnja). 346 BOOR. v. toeroen ka kapal (perahoe). katjang kapri! (bruine). raboek. kapoek.. tepi..pakoe. birai. djamoer pohon. m. pangkal. m~mangkalken. koelit katjang. Boordsel. Boor. m.. katjang. v. Boomwortel.Boomschender. penoenggoe kantor pabean. Boomzwam. sebir. Aan boord. tali ajer.. orang jang m~roesakk~n tan~man kajoe.melanggar. orang jang meranting pohon.. (verschansing van een vaartuig). birih. orang jang memotong tangkai-tangkainja p0hon. goerdi. bongkot. boewah pohon. (dunne. oelar daoen.. tjendawan. mOmoewatkgn. en o. m. Boomvrucht. djara. Boomslang.. birih. Boomsnoeier.pohon pakoe. katjang pandjang. batang kajoe. sobak. rebatang. lange snort).. toenggak. Aan boord klampen. di kapal (perahoe). Boonenschil. katjang tanah. Boomwol. . Boomwas. Boomtak. lilin pohon. Boomstronk. koelit kajoe.. (sojaboon). Boorden.. (gewone). rimbat . katjang tjina. m~ndjait pinggirnja. Boon (in hot algemeen).Aan boord nemen. toenggoel. orang jang merantjoeng pohon.katjang idjo. (van den suikerpaim).). Boomstam. katjang polong. Boordevol. ranting.v. m. v.. (groene).

(stout). menjoedji. marsh. kapista. tingkal. b~si p~nggirik. tambangan. besi goerdi. orang perahoe (kapal). o. o. o. setan. goesar. seroet b~sar. bangsat. behasa soendel (djobong. papan. Bordeeltaal. Bootsmansmaat.. kolek.... pelontean. Borax.. Borduren.. m. toekang kanan. Bootsmansfluit.. poerapoera marsh . Plat bord. m. djoeroe tinggi. Boos makers. orang berdosa. (de duivel). pendjahat.. o. sekotji. m. (goddeloos). memarahken.. orang djahat. (schotel). doerdjana. o. . djahat.. o. memoerkaken.Booze. serang. moerka. sjaitan. djobong).. (een slecht mensch). Bootsman.. . nakal. bisa. kadjahatan. Boosheid. perahoe. (naar den worm. enz. bengis. Booswicht. v. chalasi. Boosdoener. fasik. Zich boos houden. tandil. m. pinggan (piring) tjeper. bidoek. lonte). galak. orang djahat. (toorn). m. v. pendjahat. roemah djobong. kepala pelontean. piring. galak. para-para.bingkai. BURR. roemah pandjang. marsh.. Bordeelhouder. doerdjana. marsh. Boorschaaf. orang fasik.. djahat. amarah. meloekis. pelesit. Boos worden.). de grootte. o. roemah soendel. sampan. v. Boos (toornig). Bootstouw. anak perahoe (kapal). matroes. kertas kajoe. doerdjana. djoeroe (kbpala) roemah pandjang (soendOl. moerka. orang djahat. djoekoeng.. pendjemoeran piring. Boosaardig. toekang kin. piring dalem. moerka. m. (schrijf of speelbord). pinggan. menjoelam.. (slechtheid). Bord. m~ngambil goesar . tali sampan. awak perahoe (kapal).. Bordeel. pemidjar.. Bordpapier. pathri. v. Bordenrek. Boorijzer. (slecht).. k~rtas djilid. pendjahat. kadoerdjanaan. lonte. v. Bootsgezel. Diep bord. d~lap. Boot. m.

Borgen (koopen op credit). tanggoengan.pemidangan.. bergel~rnboengan. m. o. soelaman.. menembak sampai tenggelem. didih. djaka. taroena.pembidang. memberi oetang. Borrelflesch. v. botol minoeman. Borduursel. memikoel tanggoengan. g~lemboengan. penjoelaman. (boezem van een vrouw). (voor-bovenlijf ). Slap neerhangende borsten. pakerdjaan soelaman. dada tjekoeng.. (jonge man). mengeboer. Een scherp vooruitstekende borst. v. berdidih. (waarborg). De borst geven. dada lekok. Zich op de borst slaan. tanggoeng. Borg bl ven.. anak djedjaka. djadi hantar. membinasaken.(slok). penanggoeng. sandoeng lamoer. angkoeh . ~orrelen. loekisan. $noetoepan dada. kafil.. (van de vrouwen). menanggoengken. menggirik. Een ingedeukte borst. loekisan.satjegok sopi. beli (membeli) dengan beroetang.. mendj~moek~n . hantaran.. Borstbeen. toelang rawan. soedjian.(bel).. g~logok.Borduurpatroon. een schip in den grond boron. . Borst. Borduurwerk. soelaman. soesoe. m. Aan de borst drukken. member tanggoengan.. botol sopi. Borduurraam.. tetek. dada l~gok. Borgtocht. Borgstellen. zie: Borgstelling.. toelang dada. v. tjonto soelaman (soedjian). Borgstelling. kmban..o. soedjian. soesoe (tetek) kopek . m~napoek dada. Tegen de borst stuiten. Een hooge borst opzetten. (op crediet verkoopen). menjoesoei. BORR. o. m~meloek. v. Borers. moneteki. dada. dada ajam. Borstbedekking. orang moeda. merangkoel. Iemand in den grond borers. m~ndidih.. v. en m.sopi. m. andelan. djoewal (mendjoewal) dengan mengoetangken.gelemboeng. o. Borg. Borrel. o. tanggoengan. m~mb~ri soesoe(tetek). menanggoeng. Borreling. pengakoe. tjbgok.

. rimba raja. Boschhaan.. boengkoes. o.. v. rimba.memberkas.. o.m.m.. m.. kemb~n.. Borstel. Borstvin. Boschroover. Boschslang. v.Borstdoek. pen. (bundel). dajoeng.begal. Boschduivel. (knop). BOTE.. b~loekar. boeroeng tekoekoer.. dada. Boschnimf. membelingkas. kota.. Borstmiddel. (van een geslacht flier). m. ajam biroega. menggeloeng. kota mars. banjak oetannja.. v. mengikat-ikat. rimba-rimbaan. sakit dada. boeloe (ramboet) babi. dinding. (-hen). m.. beroepa oetan.. Boschbewoner. m. toekang m~mbikin sikat. bisoel di soesoe (tetek.. kepet dada. andjing oetan. alas. Borstspeld. antoe-oetan. (varkenshaar). sesak dada. toenas. menggedengken. m. baroet. m. v. Bosch. sakit (penjakit) dada.. gedeng.. b~rkas.. v. Borstharnas. Borstzweer.. . daging dada. oto..m. m.. oelgr oetan. penjamoen. ikat.. baroet dada. Borstelen. Boschkat. m. m. (schuier). apilan. 347 Borstwering. Borstkwaal. Bot. Bossen. menjikat. Borstlap.. Borstrok. v. koetjing oetan. v. Boschachtig.pendjaga oetan. orang jang hidoep di dalem oetan. o. v. andjing rimba. Borstgezwel. badjoe b~si. o. antoe-alas. sandoeng lamoer. koetang. boeroeng deroek.. Borstelmaker. v. hoetan-rimba. dahan. hoetan. boend~r. Boschduif. (alas)... o. obat sakit dada. v. Borststuk. m.. memboengkoes. Boschhond. o.. p~nitih badjoe.. Boschmensch. Borstziekte. (moerassig). Boschwachter. Bos. dada). v. (der vrouwen). m. isi rimba. oetan ketjil. koeboe.. sikat. m~mboender. baran .. Bosschage. goeloeng. Kreupelbosch. sakit b~ngkak di dada. toekang sikat. toek~l. oetan..

Boterschaal. doengoe. Boterkarn. toelang . Boterton. o. oewang toenai. Boud. Boterboer. (dom). toekang bikin dan djoewal mentega. dengan teroes-terang. kontan.. v.. Bougie. orang gebleg.. pena besi. orang bodo. m.. bodo. sendok mentega. Botanie... membentoer. pin ggan mentega. Boter bJj de visch. toenai. tong mentega. berpoetjoek. kaja mentega. botol. Boterham. membotolken. m. Botersaus. menoemboek mentega. bentoer. Boterachtig. m. Botsen. him.bersoentoeh. v. koerang tadjem . Boter makers (karnen). orang gebleg. soentoeh. Bottelari j. Ztjn hartstochten botvieren. toemboek. Bout. teroes-terang... saroepa mentega. mbmeewasken (menoeroetken. melanggar. pelawanan bitjara. mengoeloerken1 haws nafsoenja. him dian. Bottel. toempoel. mengisiken di botol. Botterik.rantjing.. Botweg. v. toekoel. en v. (nagel. Botmaken. gebleg. pakoe kantjing. kaldoe.. orang bodo. sementoeng.. membikin mentega. tjidera bitjara. m. kabentoer. sepen. Botervlootje. goedang.. teroes-terang. m. Bot (niet scherp). v. bertoenas. koentjoep.. Bottelen... v. v. toemboekan . v. tempat mentega.. Boterspaan. mentega . toekang sepen. Bottelier. dengan berani.. Botweg. Bouillon. sans mentega.v. koewah mentega. v. bebal. menoemboek. (in meaning).. Boterpot. dengan teroes-terang.. v. spijker). Botsing.. tong toemboekan mentega. v. Een bout in . v. v. m. Botten. toemboek. Boter. menoempoelken. ilmoe tanem-taneman. Botmuil. pakoe besar. berani. bentoes. roti dengan mentega. tempat mentega. pakoe. soentoehan. pasak. kabentoes. m. koetoem.. Bots. (knook). seperti mentega. 348 BOTE.

hati. Boven.. lagi poela.. loepoet dari. bertimboel. pintos diatas. o. tipar. ladang. Bovenal. pemboewat. dari atas . m. (rijstland)..m. ramoewan.. di kepala. laloe dari atas. bebek. memasak. toekang-toekang. meliwati atasnja. Bouwval. m emakoe dengan pakoe besar (kantjing) . bangoenan. ka-atas . petjahan. (aanbouw).. roesak.. v. m. Te boven gaan. melipoeti. hanjoet. enz. melindoengken. Bouwkosten. Van boven. pondok toekang-toekang bekerdja. sikap. Het onderste boven.belandja(ongkos). o. mernperdiriken . Naar boven. mas.. Bouwloods. pertjaja. memboewat. tanah peroesahaan. lembaga. m. meliwati. to boven zijn. kabalik. Bovendeur.. menjoengsang. Bouw. tjinta. m. tegal. perkakas memperdiriken roemah sabagainja. Bo