P. 1
VABI 114 Handbook

VABI 114 Handbook

|Views: 1,701|Likes:
Published by Ze Li

More info:

Published by: Ze Li on Mar 20, 2012
Copyright:Attribution Non-commercial

Availability:

Read on Scribd mobile: iPhone, iPad and Android.
download as PDF, TXT or read online from Scribd
See more
See less

10/17/2012

pdf

text

original

Sections

  • Gebouwsimulatieberekening VA114
  • Inleiding
  • Programmaschema
  • Begrippenlijst UO
  • Bouwlaag
  • Databank
  • Deelwand
  • Definities
  • Deur
  • Gebouwgeometrie
  • Gebouwinvoer
  • Hoofdwand
  • Pijltjestoetsen (op toetsenbord)
  • Project
  • Raam
  • Ruimte
  • Vertrek
  • Vrije deelwand
  • Zone
  • Functietoetsen
  • F1 (Help)
  • F2 (Overslaan schermen of ruimten/zones)
  • F3 (Terughalen)
  • F4 (Toevoegen)
  • F5 (Verwijderen)
  • F6 (Defaultwaarden)
  • F7 (Rekenen)
  • F8 (Niveau wijzigen)
  • F9 (Scherm ophalen)
  • F10 (Selecteren/Overzicht)
  • Invoermogelijkheden
  • Knoppen
  • Gebruik van invoerschermen
  • Invoerveld
  • Omschrijving
  • Selecteren van menu's en invoerschermen
  • Starten van het programma
  • Verwijzingsveld
  • Wijzigen van niveau
  • Scherm Productgegevens
  • Vabi Software BV
  • Adres
  • Overzicht programma's
  • Leidingnet
  • Warmteverlies
  • Koellast
  • Diverse rekentools
  • Luchtkanalen
  • Geluidwering gevels
  • Radiatorselectie
  • Verlichtingssterkte
  • Tapwater
  • Kabelnet NEN 1010
  • Kabelnet NEN 1010 verkorte versie
  • Behaaglijkheid
  • Geluid in luchtkanalen
  • Zwembadverwarming m.b.v. zonnecollectoren
  • Gebouwsimulatie
  • Zonneboiler
  • Koudebrug
  • Gasleiding
  • Hemelwater- & Vuilwaterafvoer
  • Energieprestatie woningen & utiliteitsgebouwen
  • Stooklijnen
  • Luchtbalans in gebouwen
  • H.E.N.K
  • Uitvoervisualisatie
  • Scherm Projecten
  • Andere programma’s starten
  • Importeren project
  • Nieuw project starten
  • Stoppen met het programma
  • Wegschrijven project
  • Wegschrijven project als
  • Wissen project
  • Inlezen project
  • Koppeling met tekenpakketten
  • Algemeen
  • Bestandsnamen
  • Deurenblok
  • Eisen aan de tekening
  • Gebogen wand
  • Hoogte
  • Hoogte bouwlaag
  • Koppelen van vertrek aan geplaatste geometrie
  • Laagnaam
  • Naam DXF-file
  • Noordpijl blok
  • Plaatsen van een geometrie
  • Ramen blok
  • Ramen en deuren
  • Ruimtenamen
  • Ruimtenummers
  • Schaal 1
  • Scherm dxf->uo
  • Scherm lagenbestand
  • Verticale offset
  • Voorbeeld projecten
  • Zoekstring tekeninglagen
  • Voorbeeld DXF-koppeling
  • • Selecteren tekeninglagen
  • Inlezen DXF-file
  • Overnemen deuren en ramen
  • Selecteren tekeninglagen
  • Scherm Gebouwinvoer
  • Navigatieknoppen
  • Passend zoom
  • Zoomgebied selecteren
  • Bouwlaag onder / boven
  • Vorige / volgende ruimte
  • Overzicht van ruimten in gebouw
  • 3D-weergave van bouwlaag
  • 3D-weergave van gebouw
  • Scherm Gebouwinvoer (niveau Gebouw)
  • Begane grond
  • Noordpijl
  • Scherm definities
  • Voorbeelden
  • Scherm Gebouwinvoer (niveau IWP-groep)
  • Knop legenda
  • Scherm Gebouwinvoer (niveau Lucht)
  • Scherm Gebouwinvoer (niveau LVK-apparaten)
  • Scherm Gebouwinvoer (niveau Rooster)
  • Scherm Gebouwinvoer (niveau Ruimte)
  • Algemeen principe
  • Scherm Ruimte-index
  • Knoppen zoomen / navigeren
  • Knoppen lijnen
  • Selecteren van lijnen
  • Selectiegebied van lijnen
  • Teken lijn
  • Veelhoek tekenen
  • Rechthoek tekenen
  • Ellips of ovaal tekenen
  • Cirkelboog tekenen
  • Offset serie lijnen
  • Vaste rechthoek tekenen (lengte x breedte)
  • Lijnen maken van ruimten
  • Selectie lijnen verwijderen
  • Knoppen ruimten
  • Ruimte selecteren
  • Ruimte van gesloten lijnen maken
  • Ruimte verplaatsen
  • Ruimte splitsen
  • 2D-weergave van ruimte
  • 3D-weergave van ruimte
  • Knoppen bouwlaag
  • Bouwlaag tussenvoegen
  • Bouwlaag verwijderen
  • Bouwlaag kopiëren
  • Knoppen instellingen
  • Instellingen
  • DXF-instellingen
  • Rechtermuisknop
  • Voorbeeld : geometrie van geplaatste ruimte wijzigen
  • Voorbeeld : ruimte invoeren via veelhoek tekenen
  • Voorbeeld : ruimte maken m.b.v. omliggende ruimten
  • Scherm Gebouwinvoer (niveau Vertrek)
  • Scherm Gebouwinvoer (niveau Wand, Vloer, Plafond)
  • Hoek van de wand
  • Vloeren en plafonds
  • Wanden
  • Knop 3D-weergave van ruimte
  • Scherm Wanden
  • Automatische wandkeuze op niveau 1
  • Automatische wandkeuze op niveau 2
  • Controle wandinvoer met wandoverzicht
  • Een vlak benoemen
  • Eigen wandkeuze vastleggen per vlak
  • Hoofd- en deelwanden
  • Invoeren daken en plafonds
  • Invoeren deur met vaste afmetingen
  • Invoeren meerdere ramen in één wand
  • Invoeren raam met percentage
  • Invoeren raam in een deur
  • Invoeren raamconstructie gegevens
  • Invoeren raamconstructie gegevens op niveau 1
  • Raamconstructie gegevens op niveau 2
  • Raamconstructie gegevens op niveau 3
  • Invoeren vloeren
  • Invoeren vrije deelwanden
  • Invoeren wandconstructie gegevens
  • Invoeren wandconstructie gegevens met Rc-waarde
  • Invoeren wandconstructie gegevens laag voor laag
  • Meer vlakken in één keer benoemen
  • Stappenplan wandtoewijzing
  • Verplaatsen deelwand
  • Verplaatsen vrije deelwand
  • Vervangen vrije deelwand
  • Verwijderen vrije deelwand
  • Verwijderen deelwand uit hoofdwand
  • Verwijderen eigen wandkeuze
  • Vlakken van een ruimte bepalen
  • Vrije deelwanden
  • Wijzigen wandkeuze
  • Scherm Gebouwinvoer (niveau Zone)
  • Scherm Absorptiecoefficienten
  • Scherm Adresgegevens
  • Scherm Afmetinggegevens
  • Breedte/hoogte
  • Lengte
  • Scherm Algemene gegevens
  • Aantal dagen
  • Extra daguitvoer
  • Jaarindeling
  • Klimaatfile
  • Extra maanduitvoer
  • Startdatum rekenperiode
  • Telperiode overschrijdingsuren
  • Beschaduwing : omliggende gebouwen
  • Beschaduwing : omliggende vertrekken
  • Beschaduwing : uitstekende geveldelen
  • Beschaduwing : verzonken ligging
  • Scherm Apparatuurgroep
  • Aantal
  • Convectief deel
  • Eenheid
  • Gebruiksperiode
  • Geïnstalleerd vermogen
  • Niveau buiten gebruiksperiode
  • Niveau tijdens gebruiksperiode
  • Voelbaar
  • Scherm Armatuurgroep
  • Afgezogen luchtdebiet per 100 W verlichting
  • Afzuiging
  • Convectief gedeelte
  • Inschakelen en uitschakelen
  • Percentage verlichting altijd aan
  • Positie armatuur
  • Schakelende verlichting
  • Scherm Bedrijfswijze
  • Scherm Conditiegegevens
  • Temperatuursetpoints koeling
  • Temperatuursetpoints verwarming
  • Scherm Criteria te openen ramen
  • Ramen blijven dicht t.g.v. algemene belemmeringen
  • Ramen blijven dicht als buitentemperatuur <
  • Raam 1 stand dichter als luchtsnelheid in vertrek >
  • Mogelijke raamstanden
  • Regeling van de raamstand
  • Verschil Tbuiten-Tbinnen >
  • Ramen (verder) open/dicht als vertrektemperatuur
  • Ramen (loefzijde) blijven dicht als windsnelheid >
  • Ramen (lijzijde) blijven dicht als windsnelheid >
  • Scherm Dagindeling
  • Uurvak
  • Scherm Dakkapel
  • Constructie dak
  • Constructie voorwand
  • Constructie zijwanden
  • Gemiddelde dakdikte
  • Gemiddelde wanddikte
  • Hoek dak t.o.v. horizontaal vlak
  • Hoek voorwand t.o.v. horizontal vlak
  • Scherm Gebouwgegevens
  • Criteria te openen ramen
  • Gebruiksperiode van gebouw
  • Infiltratie
  • Plaats
  • Schakelende zonwering
  • Schakelniveau zonwering
  • Scherm Gebouwzone
  • Gebouwfunctie
  • Installatie
  • Zones toekennen
  • Scherm Gegevens deelwand
  • Afmeting
  • Constructie
  • Nummer
  • Percentage
  • Soort
  • Te openen raamdeel
  • Uitstekende geveldelen
  • Scherm Gegevens hoofdwand
  • Grondsoort
  • Omgeving
  • Omkeren
  • Temperatuur
  • Scherm Gegevens hoofdwand/deelwand
  • Scherm Gegevens LVK-apparaat
  • Productnummer
  • Scherm Installatiegegevens
  • Invoer van de componenten
  • Distributie
  • Opwekking
  • Luchtbehandelingskast
  • Afgifte
  • Regelingen
  • Adiabatische koeling
  • Bedrijfswijze
  • Bij buitenluchttemperatuur
  • Decentrale koeling
  • Decentrale verwarming
  • Koelbatterij
  • Koelbron in 2e net
  • Knop koudeopwekkers
  • Luchtbevochtiger
  • Luchtontvochtiger
  • Mechanische luchtafvoer
  • Mechanische luchttoevoer
  • Mengsectie
  • Minimaal buitenluchtaandeel
  • Regeling lucht/comfort
  • RVmin
  • RVmax
  • Verwarmingsbatterij
  • Voorwaardelijke nachtventilatie
  • Voorwaardelijke nachtverwarming
  • Warmtebron in 2e net
  • Scherm IWP criteria
  • Apparaten
  • Armaturen
  • Personen
  • Type vertrek
  • Vertrekdefinitie
  • Scherm Jaarindeling
  • Scherm Koelbatterij
  • Luchttemperatuur ingang
  • Luchttemperatuur aan de uitgang
  • RV aan de ingang
  • RV aan de uitgang
  • Thermisch vermogen
  • Wateraanvoertemperatuur
  • Waterretourtemperatuur
  • Scherm Koudeopwekkers
  • Aanvoertemperatuur
  • Omgevingstemperatuur
  • Retourtemperatuur
  • Hoeveelheid
  • Scherm Luchtontvochtiger
  • Luchttemperatuur aan de ingang
  • Scherm Luchtuitwisseling
  • Toevoer/afvoer
  • Scherm Luchtuitwisselingsgroep
  • Infiltratie via kieren en naden
  • Natuurlijke ventilatie buiten gebruikswijze
  • Natuurlijke ventilatie tijdens gebruikswijze
  • Scherm Materiaalgegevens
  • Code
  • Lambda/R
  • Mu
  • Scherm Omgeving
  • Beschutting
  • Dakhoek
  • Dakhoogte
  • Gebouwbreedte
  • Gebouwdiepte
  • Ligging
  • Scherm Persoonsgroep
  • Activiteit
  • Clo-waarde (winter)
  • Clo-waarde (zomer)
  • Niveau buiten gebruikswijze
  • Niveau tijdens gebruikswijze
  • Vermogen
  • Scherm Productgegevens LVK-apparaat
  • Apparaat
  • Functie
  • Percentage convectie
  • Vermogen bij installatie in dagbedrijf
  • Scherm Projectomschrijving
  • Opdrachtgever
  • Projectnummer
  • Projectomschrijving
  • Technicus
  • Voorbeeld
  • Scherm Raamconstructies
  • Aantal lagen
  • ABSglas
  • ABSglas+zonw
  • CFglas
  • CFglas+zonw
  • Convectieweerstand
  • Dglas
  • Dglas+zonw
  • D-zonw
  • Doorstraling
  • Emissiecoëfficiënt
  • Glasnetwerk
  • LTAglas
  • LTAglas+zonw
  • Straling
  • Type zonwering
  • Uglas
  • Uglas+zonw
  • Ventilatiegeleiding
  • Zonweringnummer
  • ZTAglas
  • ZTAglas+zonw
  • Scherm Roostergegevens
  • Lucht wordt
  • Luchtdebiet tijdens dagbedrijf
  • Luchtdebiet tijdens nacht/weekendbedrijf (standby)
  • Luchtdebiet tijdens nachtkoeling/verwarming
  • Totaal inblaaslucht
  • Totaal afzuiging
  • Bij VAV-systeem : Minimum percentage van dagbedrijf
  • Scherm Stooklijnen
  • Buitentemperatuur
  • Gewenste temperatuur
  • Scherm Temperatuur setpoints
  • Bij dagbedrijf
  • Bij nacht/weekendbedrijf (standby)
  • Scherm Uitstekende geveldelen
  • Afstand raam tot luifel
  • Afstand raam tot uitstekend geveldeel links
  • Afstand raam tot uitstekend geveldeel rechts
  • Luifel
  • Raam naar binnen gelegen
  • Uitstekend geveldeel links (van binnen uit gezien)
  • Uitstekend geveldeel rechts (van binnen uit gezien)
  • Scherm Ventilatievoorzieningen
  • Scherm Ventilatorgegevens
  • codering
  • debietregeling
  • Leverancier
  • Luchtdebiet
  • Minimumstand
  • Opwarming
  • VAV regeling
  • Scherm Vertrekgegevens
  • Binnencondities bij VAV-systeem
  • Luchtuitwisseling met buiten
  • Verwarming
  • Scherm Verwarmingsbatterij
  • Scherm Voorwaardelijke nachtkoeling
  • Aanschakelen als Tbinnen >
  • Koeling d.m.v. buitenlucht
  • Koeling d.m.v. luchtkoeler
  • Tbinnen-Tbuiten
  • Tbuiten
  • Uitschakelen als Tbinnen <
  • Scherm Voorwaardelijke nachtverwarming
  • Aanschakeltemperatuur
  • Uitschakeltemperatuur
  • Scherm Wandconstructiegegevens
  • Absorptie
  • Bron voor verwarming/koeling in constructie
  • Dikte
  • Emissie
  • Laagnr
  • Massa
  • Rc-waarde
  • Scherm Wandcriteria
  • Andere zijde
  • Eigen ruimte
  • Helling wand
  • Hoek wand
  • Soort vertrekken
  • Wandnummer
  • Wandsoort
  • Scherm Warmteopwekkers
  • Scherm Weekindeling
  • Feestdag/vakantiedag
  • Scherm WTW Warmteterugwinning
  • Scherm Uitvoeren
  • Bouwlagen per pagina
  • Hele gebouw doorrekenen
  • Oppervlaktetemperaturen
  • Ring doorrekenen
  • Starten met pagina
  • Starten uitvoer
  • Uitvoer in
  • Keuze uitvoer
  • Uitvoer gaat naar
  • Uitleg uitvoerkolommen dag-, maand-, jaaroverzicht
  • Ventilatiestromen
  • Visualisatiegegevens
  • Weergave isometrisch
  • Scherm Meldingen
  • Arraygrootte
  • Font
  • Pagina
  • Knop PgDn
  • Knop Pgup
  • Pijltjestoetsen
  • Printen
  • Wijzigingen nieuwe versies VA114
  • Versie 2.00
  • Versie 2.10
  • Versie 2.11
  • Versie 2.12
  • Versie 2.13
  • Versie 2.14
  • Versie 2.14t
  • Versie 2.15
  • Versie 2.16
  • Versie 2.17b
  • Versie 2.18
  • Versie 2.19
  • Scherm Configuratie
  • Scherm Instellen kleuren
  • Achtergrond
  • Kleuren in programma's
  • Rasterlijnen
  • Scherm Instellen paden
  • Algemene bestanden
  • Huidige
  • Projectbestanden
  • Tijdelijke bestanden
  • Vabi
  • Werkbestanden
  • Scherm Instellen uitvoer
  • Bestanduitvoer naar
  • Uitvoer font
  • Fontgrootte
  • Melding pauze
  • Pagina marges
  • Snel scherm font
  • Uitvoer naar
  • Algemene werkwijze
  • Voorbeeld gebouwsimulatieberekening invoeren
  • Beschrijving voorbeeld gebouw
  • Invoer aan de hand van het Gebouwsimulatieprogramma
  • Invoeren Projectomschrijving
  • Invoeren Algemene gegevens
  • Invoeren Gebouwgegevens
  • Invoeren Ruimten
  • Invoeren Vertrekdefinities
  • Hoofdwanden van een ruimte bepalen
  • Automatische wandtoewijzing m.b.v. Wandcriteria
  • Eigen keuze
  • Automatisch toewijzen van wanden, vloer en plafond
  • Controle automatisch toegewezen wanden
  • Invoeren Zone en installatie
  • Berekening starten
  • Voorbeeldproject maken
  • Plattegrond van het gebouw inlezen vanuit een CAD-tekening
  • Voorbeeld installaties
  • Betonkernactivering

Handleiding VA114 Gebouwsimulatie

Maart 2006

1

Inhoudsopgave Gebouwsimulatieberekening VA114
Algemeen
Gebouwsimulatieberekening................................................................................... 15 inleiding ................................................................................................................. 15 programmaschema ............................................................................................... 16 Begrippenlijst UO ..................................................................................................... 17 inleiding ................................................................................................................. 17 bouwlaag ............................................................................................................... 18 databank ................................................................................................................ 18 deelwand ............................................................................................................... 18 definities ................................................................................................................ 18 deur........................................................................................................................ 18 gebouwgeometrie .................................................................................................. 19 gebouwinvoer ........................................................................................................ 19 hoofdwand ............................................................................................................. 19 IWP ........................................................................................................................ 19 LVK ........................................................................................................................ 19 pijltjestoetsen (op toetsenbord) ............................................................................. 19 project .................................................................................................................... 19 raam....................................................................................................................... 19 ruimte..................................................................................................................... 19 vertrek.................................................................................................................... 20 vrije deelwand........................................................................................................ 20 zone ....................................................................................................................... 20 Functietoetsen .......................................................................................................... 20 F1 (Help)................................................................................................................ 20 F2 (Overslaan schermen of ruimten/zones) .......................................................... 20 F3 (Terughalen)..................................................................................................... 20 F4 (Toevoegen) ..................................................................................................... 21 F5 (Verwijderen) .................................................................................................... 21 F6 (Defaultwaarden).............................................................................................. 21 F7 (Rekenen)......................................................................................................... 21 F8 (Niveau wijzigen) .............................................................................................. 21 F9 (Scherm ophalen)............................................................................................. 21 F10 (Selecteren/Overzicht) ................................................................................... 22 Invoermogelijkheden................................................................................................ 22 inleiding ................................................................................................................. 22 knoppen ................................................................................................................. 22 knop databank inlezen........................................................................................... 23 knop databank wegschrijven ................................................................................. 23 gebruik van invoerschermen ................................................................................. 24 invoerveld .............................................................................................................. 24 omschrijving........................................................................................................... 24 selecteren van menu's en invoerschermen........................................................... 24 starten van het programma ................................................................................... 25 verwijzingsveld ...................................................................................................... 25 wijzigen van niveau ............................................................................................... 25 Scherm Productgegevens ....................................................................................... 25 inleiding ................................................................................................................. 25 knop overzicht inlezen ........................................................................................... 26 knop selectie productgegevens............................................................................. 26 Vabi Software BV ...................................................................................................... 26 adres...................................................................................................................... 26 Overzicht programma's............................................................................................ 27 Leidingnet .............................................................................................................. 27 Warmteverlies........................................................................................................ 27 Koellast .................................................................................................................. 27 Diverse rekentools................................................................................................. 27

2

Luchtkanalen ......................................................................................................... 28 Geluidwering gevels .............................................................................................. 28 Radiatorselectie..................................................................................................... 28 Verlichtingssterkte ................................................................................................. 28 Tapwater................................................................................................................ 28 Kabelnet NEN 1010............................................................................................... 29 Kabelnet NEN 1010 verkorte versie ...................................................................... 29 Behaaglijkheid ....................................................................................................... 29 Geluid in luchtkanalen ........................................................................................... 29 Zwembadverwarming m.b.v. zonnecollectoren ..................................................... 29 Gebouwsimulatie ................................................................................................... 29 Zonneboiler............................................................................................................ 30 Koudebrug ............................................................................................................. 30 Gasleiding.............................................................................................................. 30 Hemelwater- & Vuilwaterafvoer ............................................................................. 30 Energieprestatie woningen & utiliteitsgebouwen................................................... 31 Stooklijnen ............................................................................................................. 31 Luchtbalans in gebouwen...................................................................................... 31 H.E.N.K.................................................................................................................. 31 Uitvoervisualisatie.................................................................................................. 31

Projecten
Scherm projecten ..................................................................................................... 32 inleiding ................................................................................................................. 32 andere programma’s starten ................................................................................. 32 importeren project.................................................................................................. 32 nieuw project starten ............................................................................................. 34 stoppen met het programma ................................................................................. 34 wegschrijven project .............................................................................................. 35 wegschrijven project als ........................................................................................ 35 wissen project........................................................................................................ 35 Inlezen project ..................................................................................................... 36 inleiding ............................................................................................................ 36 Koppeling met tekenpakketten .......................................................................... 37 inleiding ............................................................................................................ 37 algemeen ....................................................................................................... 37 bestandsnamen................................................................................................ 37 bouwlaag ....................................................................................................... 37 knop selecteren tekeninglagen ..................................................................... 37 knop verwerken DXF-file ............................................................................... 37 deurenblok ..................................................................................................... 38 eisen aan de tekening ................................................................................... 38 gebogen wand .................................................................................................. 38 hoogte ............................................................................................................ 39 hoogte bouwlaag ........................................................................................... 39 koppelen van vertrek aan geplaatste geometrie .............................................. 39 laagnaam ....................................................................................................... 39 naam DXF-file ............................................................................................... 40 noordpijl blok ................................................................................................. 40 plaatsen van een geometrie ............................................................................. 40 ramen blok ..................................................................................................... 40 ramen en deuren .............................................................................................. 40 ruimtenamen ................................................................................................. 41 ruimtenummers ................................................................................................ 41 schaal 1 ......................................................................................................... 41 scherm dxf->uo................................................................................................. 41 scherm lagenbestand ....................................................................................... 42 verticale offset ............................................................................................... 42 voorbeeld projecten.......................................................................................... 42 zoekstring tekeninglagen ............................................................................... 42

3

Voorbeeld DXF-koppeling .................................................................................. 43 inleiding ............................................................................................................ 43 inlezen DXF-file ................................................................................................ 43 overnemen ramen en deuren ........................................................................... 43 selecteren tekeninglagen ................................................................................. 43

Handleiding Gebouwinvoer
Scherm Gebouwinvoer ............................................................................................ 45 inleiding ................................................................................................................. 45 navigatieknoppen .................................................................................................. 46 inleiding ................................................................................................................. 46 zoomen .................................................................................................................. 46 passend zoom ....................................................................................................... 46 zoomgebied selecteren ......................................................................................... 46 bouwlaag onder / boven ........................................................................................ 46 vorige / volgende ruimte ........................................................................................ 46 overzicht van ruimten in gebouw........................................................................... 46 3D-weergave van bouwlaag.................................................................................. 46 3D-weergave van gebouw..................................................................................... 46 Scherm Gebouwinvoer (niveau Gebouw) .............................................................. 47 inleiding ................................................................................................................. 47 begane grond ..................................................................................................... 47 noordpijl .............................................................................................................. 47 scherm definities ................................................................................................. 47 Voorbeelden ......................................................................................................... 47 afstand opgeven tussen twee gebouwen ...................................................... 47 verwijderen van een gebouwdefinitie ............................................................ 48 werken met één gebouw ............................................................................... 48 werken met meerdere gebouwen .................................................................. 48 Scherm Gebouwinvoer (niveau IWP-groep) .......................................................... 48 inleiding ................................................................................................................. 48 knop legenda ...................................................................................................... 49 knop overzicht ....................................................................................................... 49 knop verplaatsen ................................................................................................... 49 scherm definities ................................................................................................. 49 Scherm Gebouwinvoer (niveau Lucht)................................................................... 50 inleiding ................................................................................................................. 50 knop legenda ...................................................................................................... 50 knop overzicht ....................................................................................................... 50 scherm definities ................................................................................................. 50 Scherm Gebouwinvoer (niveau LVK-app).............................................................. 51 inleiding ................................................................................................................. 51 knop legenda ...................................................................................................... 51 knop overzicht ....................................................................................................... 51 knop verplaatsen ................................................................................................... 51 scherm definities ................................................................................................. 51 Scherm Gebouwinvoer (niveau Rooster) ............................................................... 52 inleiding ................................................................................................................. 52 knop legenda ...................................................................................................... 52 knop overzicht ....................................................................................................... 52 scherm definities ................................................................................................. 52 Scherm Gebouwinvoer (niveau Ruimte) ................................................................ 53 inleiding ................................................................................................................. 53 algemeen principe ................................................................................................ 53 scherm ruimte-index ........................................................................................... 54 Knoppen zoomen en navigeren ......................................................................... 54 Knoppen lijnen..................................................................................................... 54 selecteren van lijnen ..................................................................................... 54 selectiegebied van lijnen .............................................................................. 54 teken lijn ....................................................................................................... 55

4

......................................................................................................................................................................... 61 ruimte invoeren via DXF-tekening ........................................ 92 5 .................................... 58 instellingen .................................................................................................................................................................................... 89 vorige / volgende wand .. 90 automatische wandkeuze op niveau 1 .................. 60 geometrie van geplaatste ruimte wijzigen .................................................................................................................................................................................................veelhoek tekenen .......................................... 57 bouwlaag kopiëren .. 56 Knoppen ruimten................................. 89 Voorbeelden ................................................................ 57 bouwlaag verwijderen ........... 56 ruimte selecteren ............................................................................................ 79 ruimte roteren en spiegelen ...................................................................................... 81 ruimte verwijderen ............................ 56 ruimte verplaatsen ....................................................................................................................................................................................................................................... 56 vaste rechthoek tekenen (lengte x breedte) ........ 90 scherm Wanden ................. Vloer...................................................................................................................................................................................... 90 controle wandinvoer met wandoverzicht .............................................................................................................................................. 59 Voorbeelden ................................................................................ 88 wanden ............................ 92 invoeren daken en plafonds .................... 56 ruimte van gesloten lijnen maken .............................................................................................................. 89 3D-weergave van ruimte ............................................. omliggende ruimten ................................................................................................................... 56 selectie lijnen verwijderen ................................................... 68 ruimte invoeren via veelhoek tekenen ...................................... Plafond) . 91 eigen wandkeuze vastleggen per vlak .................................................................................................................................................................................. 58 rechtermuisknop ................................... 88 vloeren en plafonds ............. 58 DXF-instellingen ....... 86 scherm definities ......................................... 86 knop legenda ........ 57 Knoppen bouwlaag ............................................................................. 66 ruimte invoeren via rechthoek tekenen ...................................................................................................................................... 55 cirkelboog tekenen .................................................................. 57 bouwlaag tussenvoegen .................................................. 74 ruimte kopieren van onderliggende bouwlaag ..................................................................... 57 ruimte splitsen ...................... 83 ruimte tegen elkaar plaatsen .... 58 Knoppen instellingen ................................................... 87 scherm definities . elkaar ............................................................................................................................................................................................................................................................. 91 hoofd............................................................................................................ 57 3D-weergave van ruimte ................................. 87 inleiding ........... 86 inleiding .................................................v.....................................................................................................................b.................................................. 57 2D-weergave van ruimte ........ 91 een vlak benoemen ...... 89 knop overzicht ...................................... 77 ruimte maken m......................................................................................o............v....................................................en deelwanden............... 76 ruimte laten inspringen t............................................................................................ 65 ruimte invoeren via offset van lijnen ............................................................................................................................................................................................................................................................................................................ 90 automatische wandkeuze op niveau 2 ..................................................................................................................................................................................... 84 Scherm Gebouwinvoer (niveau Vertrek) ................................................................................................. 60 ruimte invoeren via cirkel tekenen ..................................................................................................................... 55 ellips of ovaal tekenen ............................................................... 87 Scherm Gebouwinvoer (niveau Wand................................................................................ 71 ruimte kopieren .......................................................................... 55 offset serie lijnen ... 88 hoek van de wand ...... 89 knop legenda ..................................................................................................................................................................... 55 rechthoek tekenen .............................................. 56 lijnen maken van ruimten ................

invoeren deur met vaste afmetingen................................................................ 92 invoeren meerdere ramen in één wand ........................................................... 93 invoeren raam met percentage ........................................................................ 93 invoeren raam in een deur ............................................................................... 93 invoeren raamconstructie gegevens ................................................................ 94 invoeren raamconstructie gegevens op niveau 1............................................. 94 raamconstructie gegevens op niveau 2 ........................................................... 95 raamconstructie gegevens op niveau 3 ........................................................... 96 invoeren vloeren ............................................................................................... 96 invoeren vrije deelwanden................................................................................ 96 invoeren wandconstructie gegevens ................................................................ 97 invoeren wandconstructie gegevens met Rc-waarde ...................................... 97 invoeren wandconstructie gegevens laag voor laag ........................................ 97 meer vlakken in één keer benoemen ............................................................... 98 stappenplan wandtoewijzing ............................................................................ 98 verplaatsen deelwand ...................................................................................... 99 verplaatsen vrije deelwand............................................................................... 99 vervangen vrije deelwand................................................................................. 99 verwijderen vrije deelwand ............................................................................. 100 verwijderen deelwand uit hoofdwand ............................................................. 100 verwijderen eigen wandkeuze ........................................................................ 100 vlakken van een ruimte bepalen .................................................................... 100 vrije deelwanden ............................................................................................ 102 wijzigen wandkeuze ....................................................................................... 102 Scherm Gebouwinvoer (niveau Zone) .................................................................. 102 inleiding ............................................................................................................... 102 knop legenda .................................................................................................... 103 scherm definities ............................................................................................... 103

Invoeren
Scherm Absorptiecoefficienten ............................................................................ 104 inleiding ............................................................................................................... 104 overzicht .............................................................................................................. 104 Scherm Adresgegevens......................................................................................... 104 inleiding ............................................................................................................... 104 Scherm Afmetinggegevens ................................................................................... 104 inleiding ............................................................................................................... 104 breedte/hoogte ................................................................................................. 105 lengte ................................................................................................................ 105 Scherm Algemene gegevens................................................................................. 105 inleiding ............................................................................................................... 105 aantal dagen ..................................................................................................... 105 extra daguitvoer ................................................................................................ 105 jaarindeling ....................................................................................................... 105 klimaatfile .......................................................................................................... 105 extra maanduitvoer ........................................................................................... 105 overschrijdingsniveaus ..................................................................................... 106 startdatum rekenperiode .................................................................................. 106 telperiode overschrijdingsuren ......................................................................... 106 Beschaduwing ................................................................................................... 106 beschaduwing : omliggende gebouwen ...................................................... 106 beschaduwing : omliggende vertrekken ...................................................... 106 beschaduwing : uitstekende geveldelen ..................................................... 106 beschaduwing : verzonken ligging .............................................................. 107 Scherm Apparatuurgroep ...................................................................................... 107 inleiding ............................................................................................................... 107 aantal ................................................................................................................ 108 convectief deel .................................................................................................. 108 databank inlezen ................................................................................................. 108 eenheid ............................................................................................................. 108

6

gebruiksperiode ................................................................................................ 108 geïnstalleerd vermogen .................................................................................... 108 niveau buiten gebruiksperiode ......................................................................... 109 niveau tijdens gebruiksperiode ......................................................................... 109 voelbaar ............................................................................................................ 109 Scherm Armatuurgroep ......................................................................................... 109 inleiding ............................................................................................................... 109 aantal ................................................................................................................... 110 afgezogen luchtdebiet per 100 W verlichting ...................................................... 110 afzuiging .............................................................................................................. 110 convectief gedeelte.............................................................................................. 111 eenheid ................................................................................................................ 111 gebruiksperiode ................................................................................................... 111 geinstalleerd vermogen ....................................................................................... 111 in- en uitschakelen............................................................................................... 111 niveau buiten gebruiksperiode ............................................................................ 111 niveau tijdens gebruiksperiode............................................................................ 111 percentage verlichting altijd aan.......................................................................... 112 positie armatuur................................................................................................... 112 schakelende verlichting ....................................................................................... 112 Scherm Bedrijfswijze ............................................................................................. 113 inleiding ............................................................................................................... 113 Scherm Conditiegegevens .................................................................................... 113 inleiding ............................................................................................................... 113 temperatuursetpoints koeling ........................................................................... 113 temperatuursetpoints verwarming .................................................................... 113 Scherm Criteria te openen ramen ......................................................................... 113 inleiding ............................................................................................................... 113 ramen blijven dicht t.g.v. algemene belemmeringen ........................................ 114 ramen blijven dicht als buitentemperatuur < .................................................... 114 raam 1 stand dichter als luchtsnelheid in vertrek > .......................................... 114 mogelijke raamstanden .................................................................................... 114 regeling van de raamstand ............................................................................... 114 verschil Tbuiten-Tbinnen > ............................................................................... 115 ramen (verder) open/dicht als vertrektemperatuur ........................................... 115 ramen (loefzijde) blijven dicht als windsnelheid > ............................................ 115 ramen (lijzijde) blijven dicht als windsnelheid > ................................................ 115 Scherm Dagindeling ............................................................................................... 115 inleiding ............................................................................................................... 115 gebruiksperiode ................................................................................................ 115 uurvak ............................................................................................................... 115 Scherm Dakkapel.................................................................................................... 116 inleiding ............................................................................................................... 116 constructie dak ................................................................................................. 116 constructie voorwand ........................................................................................ 116 constructie zijwanden ....................................................................................... 116 gemiddelde dakdikte ......................................................................................... 116 gemiddelde wanddikte ...................................................................................... 116 hoek dak t.o.v. horizontaal vlak ........................................................................ 117 hoek voorwand t.o.v. horizontal vlak ................................................................ 117 Scherm Gebouwgegevens..................................................................................... 117 inleiding ............................................................................................................... 117 adres ................................................................................................................. 117 criteria te openen ramen .................................................................................. 117 gebruiksperiode van gebouw ........................................................................... 117 infiltratie ............................................................................................................ 118 plaats ................................................................................................................ 118 schakelende zonwering .................................................................................... 118 schakelniveau zonwering ............................................................................... 118 woning met GIW-garantie.................................................................................... 118

7

Scherm Gebouwzone ............................................................................................. 119 inleiding ............................................................................................................... 119 gebouwfunctie .................................................................................................. 119 installatie ........................................................................................................... 119 zones toekennen .............................................................................................. 120 Scherm Gegevens deelwand................................................................................. 120 inleiding ............................................................................................................... 120 afmeting ............................................................................................................ 120 C-omtrek ............................................................................................................ 121 constructie ........................................................................................................ 121 hoogte ............................................................................................................... 121 nummer ............................................................................................................ 121 omschrijving ...................................................................................................... 122 percentage ........................................................................................................ 122 soort .................................................................................................................. 122 te openen raamdeel .......................................................................................... 122 uitstekende geveldelen ..................................................................................... 122 Scherm Gegevens hoofdwand .............................................................................. 122 inleiding ............................................................................................................... 122 constructie ........................................................................................................ 123 grondsoort ........................................................................................................ 123 omgeving .......................................................................................................... 123 omkeren ............................................................................................................ 124 omschrijving ...................................................................................................... 124 soort .................................................................................................................. 124 temperatuur ...................................................................................................... 124 Scherm Gegevens hoofdwand/deelwand ............................................................ 125 inleiding ............................................................................................................... 125 knop overzicht ..................................................................................................... 125 knop overzicht ..................................................................................................... 125 knop toevoegen ................................................................................................... 125 knop toevoegen ................................................................................................... 125 knoppen vorige/volgende .................................................................................. 125 knoppen vorige/volgende .................................................................................. 125 Scherm Gegevens LVK-apparaat.......................................................................... 126 inleiding ............................................................................................................... 125 aantal ................................................................................................................ 126 productnummer ................................................................................................ 126 temperatuursetpoints koeling ........................................................................... 126 temperatuursetpoints verwarming .................................................................... 126 Scherm Installatiegegevens .................................................................................. 126 inleiding ............................................................................................................... 126 invoer van de componenten ........................................................................... 127 distributie ........................................................................................................ 127 opwekking....................................................................................................... 127 luchtbehandelingskast.................................................................................... 127 afgifte.............................................................................................................. 128 regelingen....................................................................................................... 128 adiabatische koeling ......................................................................................... 128 bedrijfswijze ...................................................................................................... 128 bij buitenluchttemperatuur ................................................................................ 128 decentrale koeling ............................................................................................ 128 decentrale verwarming ..................................................................................... 129 koelbatterij ........................................................................................................ 129 koelbron in 2e net .......................................................................................... 129 knop koudeopwekkers ...................................................................................... 130 luchtbevochtiger ............................................................................................... 130 luchtontvochtiger .............................................................................................. 130 mechanische luchtafvoer .................................................................................. 130 mechanische luchttoevoer ................................................................................ 130

8

mengsectie ....................................................................................................... 130 minimaal buitenluchtaandeel ............................................................................ 130 regeling lucht/comfort ....................................................................................... 131 RVmin ............................................................................................................... 131 RVmax .............................................................................................................. 131 stooklijnen ......................................................................................................... 131 verwarmingsbatterij .......................................................................................... 131 voorwaardelijke nachtventilatie ........................................................................ 131 voorwaardelijke nachtverwarming .................................................................... 132 warmtebron in 2e net ..................................................................................... 132 warmteopwekkers ............................................................................................. 132 WTW ................................................................................................................. 132 Scherm IWP criteria................................................................................................ 132 inleiding ............................................................................................................... 132 apparaten ......................................................................................................... 133 armaturen ......................................................................................................... 133 personen ........................................................................................................... 133 type vertrek ....................................................................................................... 133 vertrekdefinitie .................................................................................................. 133 Scherm Jaarindeling .............................................................................................. 133 inleiding ............................................................................................................... 133 Scherm Koelbatterij................................................................................................ 134 inleiding ............................................................................................................... 134 luchttemperatuur ingang ................................................................................... 134 luchttemperatuur aan de uitgang ...................................................................... 134 RV aan de ingang ............................................................................................. 134 RV aan de uitgang ............................................................................................ 135 thermisch vermogen ......................................................................................... 135 wateraanvoertemperatuur ................................................................................ 135 waterretourtemperatuur .................................................................................... 135 Scherm Koudeopwekkers...................................................................................... 135 inleiding ............................................................................................................... 135 aanvoertemperatuur ......................................................................................... 136 omgevingstemperatuur ..................................................................................... 136 retourtemperatuur ............................................................................................. 136 Scherm Luchthoeveelheid..................................................................................... 136 inleiding ............................................................................................................... 136 eenheid ............................................................................................................. 136 hoeveelheid ...................................................................................................... 136 Scherm Luchtontvochtiger.................................................................................... 137 inleiding ............................................................................................................... 137 luchttemperatuur aan de ingang ....................................................................... 137 luchttemperatuur aan de uitgang ...................................................................... 137 RV aan de ingang ............................................................................................. 137 RV aan de uitgang ............................................................................................ 137 thermisch vermogen ......................................................................................... 138 wateraanvoertemperatuur ................................................................................ 138 waterretourtemperatuur .................................................................................... 138 Scherm Luchtuitwisseling ..................................................................................... 138 inleiding ............................................................................................................... 138 toevoer/afvoer .................................................................................................. 138 eenheid ................................................................................................................ 139 Scherm Luchtuitwisselingsgroep ......................................................................... 139 inleiding ............................................................................................................... 139 infiltratie via kieren en naden ............................................................................ 139 natuurlijke ventilatie buiten gebruikswijze ........................................................ 139 natuurlijke ventilatie tijdens gebruikswijze ........................................................ 139 Scherm Materiaalgegevens ................................................................................... 140 inleiding ............................................................................................................... 140 code .................................................................................................................. 140

9

................................................. 141 dakhoogte ............................................................................................................................. 141 aantal ............................................................................................................................................................................ 147 voorbeeld .................................. 149 Dglas+zonw ................................................. 145 omgevingstemperatuur .................................................... 141 ligging .......... 141 dakhoek .................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................. 148 aantal lagen ..................................................... 149 ABSglas+zonw ............................................................................................................................................................ 150 10 ................................................. 145 wateraanvoertemperatuur ......................................... 141 Scherm Persoonsgroep .................................................................... 148 ABSglas ......................................................................................................................................................... 143 clo-waarde (winter) .............................................................................................................. 140 beschutting ................... 149 CFglas+zonw .................................................................................... 149 convectieweerstand ......................................... 144 eenheid ........................................................................................................................................................................................................................................................................................... 146 Scherm Projectomschrijving....................................... 143 clo-waarde (zomer) ........................................................................................................................................................................................................................................................ 140 Scherm Omgeving ............................................................................................................................................................................................. 145 percentage convectie ........................................................................... 145 inleiding ..................................... 147 inleiding ....................................................................................................lambda/R ........................................................................................... 149 Dglas .............................................................................. 144 Scherm Productgegevens LVK-apparaat....... 147 Scherm Raamconstructies ................................................................................................................................................................................................................................... 147 projectomschrijving ................................................................................................ 141 gebouwbreedte ................... 150 glasnetwerk ............................................................................................................................. 147 technicus .................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................. 148 inleiding ............... 150 doorstraling .................................................................................................................................................................................................................................................................................................................. 150 straling ................................................................................................................................ 140 rho ...................................... 150 emissiecoëfficiënt ........................................................ 147 opdrachtgever ................................................................................... 149 CFglas ................. 146 vermogen bij installatie in dagbedrijf ........ 144 voelbaar .......................................................................... 143 convectief deel .......................... 150 LTAglas+zonw ......................... 145 apparaat ......... 149 ABSzonw ... 150 LTAglas .............................................................................. 145 functie .............w..................... 146 waterretourtemperatuur ....................................................................... 144 niveau tijdens gebruikswijze ................................................................................................................................................................................................. 140 mu ................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................. 144 vermogen ................................................. 144 gebruiksperiode ................................................................. 140 s................... 143 activiteit ........... 150 Dzonw ..................................................... 141 inleiding ......................................................................................................... ................................................................. 141 gebouwdiepte ............................. 140 inleiding .................................................................... 144 niveau buiten gebruikswijze ......................... 146 vermogen bij installatie nacht/weekendbedrijf (standby) .......... 147 projectnummer ..........

.................................................................................................................................................................................................................... 156 Scherm Ventilatievoorzieningen .......................................................................................................................... 159 binnencondities bij VAV-systeem .............................................................................. 153 Scherm Stooklijnen ..................................................................................................................................................................... 156 uitstekend geveldeel rechts (van binnen uit gezien) ................................................................................................................................................................................ 154 inleiding . 151 zonweringnummer ............ 160 type vertrek .............. 157 leverancier .......................................... 158 VAV regeling ................................................... 159 inleiding .................................................... 156 luifel ................................................................................................................................................................. 154 Scherm Temperatuur setpoints . 157 debietregeling .................................................................................................................................... 158 opwarming ................................................................................................................................................................................................................................................................ 157 inleiding ........ 155 afstand raam tot luifel ...................................................... 154 buitentemperatuur .... 152 lucht wordt ................................................................................................................................................................................................................................................. 155 inleiding .......................................................................... 151 ZTAglas ........................................ 161 inleiding ...................................... 154 inleiding .......................................................................... 155 bij nacht/weekendbedrijf (standby) ........................................................................................................................................................................... 158 minimumstand ................................................................................................. 155 afstand raam tot uitstekend geveldeel links .......................................................................................... 152 ZTAglas+zonw ...... 153 totaal afzuiging ............................................................................................................................................ 158 luchtdebiet ..................................................... 155 Scherm Uitstekende geveldelen ....................................................... 160 verwarming ................................................... 154 gewenste temperatuur .............. 161 wateraanvoertemperatuur ............................ 153 luchtdebiet tijdens nacht/weekendbedrijf (standby) ....................................................................................................................................................................... 162 11 ................................................................................................................. 158 Scherm Vertrekgegevens ................................................................................................................................................................................................................................ 155 afstand raam tot uitstekend geveldeel rechts .................................................................................................................................................................................................type zonwering ........................................................................................................... 162 waterretourtemperatuur ................................ 159 gemiddelde plenumhoogte ................. 151 ventilatiegeleiding .... 151 Uglas ..................... 160 gemiddelde wanddikte .... 156 uitstekend geveldeel links (van binnen uit gezien) ............................... 152 inleiding ........................................................................................................................................................................................................................... 157 inleiding ........................................................................................................................................................................ 161 luchttemperatuur aan de uitgang ..................................................................................... 151 Uglas+zonw .................................................. 154 bij dagbedrijf .... 152 luchtdebiet tijdens dagbedrijf . 160 gemiddelde vloerdikte ........................................................................................................................................................................ 153 luchtdebiet tijdens nachtkoeling/verwarming . 161 thermisch vermogen ........................................................................................................................................... 152 Scherm Roostergegevens ................................................................. 157 codering ........................................................................................................................................................................................................................................................................ 156 raam naar binnen gelegen ................................. 157 Scherm Ventilatorgegevens ........................................................... 161 Scherm Verwarmingsbatterij.............................. 153 totaal inblaaslucht.................................................................................................................................................................................................... 161 luchttemperatuur aan de ingang ............................................................................................................. 160 luchtuitwisseling met buiten .... 153 bij VAV-systeem : minimum percentage van dagbedrijf ........................................................

.......... 165 inleiding ..................................................................................................................... 163 aanschakeltemperatuur ...................................................................................... 174 keuze uitvoer ............................................................................................................................................... jaaroverzicht ............................................... 168 wandsoort ..................................................................................................................................................................................................................................................................................... buitenlucht ........... 164 bron voor verwarming/koeling in constructie ....... 162 Tbinnen-Tbuiten ..................... 169 aanvoertemperatuur .........................................................v.................................. 174 uitvoer gaat naar .......................................................... 171 hele gebouw doorrekenen ........................................................................................................................................ 171 bouwlagen per pagina ...... 169 inleiding ..................................................................................................... 163 Scherm Voorwaardelijke nachtverwarming .... 169 Scherm Weekindeling ........................................................... 170 inleiding ...............................................m................................................................................................................................................................................................................................................................................................ 163 inleiding .......m....................... 163 Scherm Wandconstructiegegevens................................................. 167 wandnummer .................................... 174 12 ...................................................... 164 dikte ...... 171 inleiding .................................................................................................... 162 koeling d.............. 165 andere zijde ................... 164 absorptie .............................................................. 169 inleiding ........................................................................................................................ 170 Scherm WTW Warmteterugwinning......... 165 massa .................................................................. 169 omgevingstemperatuur ......... 165 emissie ................................................................................................................................................................ 171 ring doorrekenen .................. 169 feestdag/vakantiedag .............................................................. 167 soort vertrekken ................................................. 168 zone .....................................................................................................................v........... 162 koeling d...... 174 uitleg uitvoerkolommen dag-....................................................................................................................................................................................................................................................................................... 171 starten met pagina ................................. 165 laagnr ................................................................................................. 162 aanschakelen als Tbinnen > ............................... luchtkoeler ................................................... 163 uitschakelen als Tbinnen < ................................................ 170 Uitvoeren Scherm Uitvoeren ....................................................................................................................... 171 starten uitvoer ............................................................................................................................................................................................................Scherm Voorwaardelijke nachtkoeling ....................................................................................................................................................................... 172 uitvoer in ............................................... 163 uitschakeltemperatuur ......................................................................................................................................................................................... 166 hoek wand ........................................ 170 soort ........................................................................... 166 bouwlaag ................................................................................................................................................................................................................................. 165 Scherm Wandcriteria...................... 171 oppervlaktetemperaturen ....................................... 164 inleiding ........................................................................................................................... 164 aantal lagen ................................................................................... 166 eigen ruimte .......................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................... 170 maandag/dinsdag/woensdag/donderdag/vrijdag/zaterdag/zondag .............. 169 retourtemperatuur ............................... 168 Scherm Warmteopwekkers............................. 172 stooklijnen ................................................................................................................................................................................................ 162 inleiding .............................................................................................................. maand-.................... 163 Tbuiten .............................................................................................. 165 Rc-waarde ...... 166 helling wand ...............................................................................................................................

..... 185 bestanduitvoer naar........................................................................................................................................................................................................................................................................................................................... 178 Wijzigingen nieuwe versies VA114 ............................................................................................................................................................................................................................................... 180 versie 2................................................................................ 185 uitvoer font .................................................................................................................................................................................................................................. 184 Scherm Instellen paden .......................................................................................................................................... 182 versie 2.................................................................................... 178 printen .......................................................... 178 knop Pgup ................................ 185 Vabi...........................................13 .............................................ventilatiestromen ..................... 185 pagina marges............... 183 Configuratie Scherm Configuratie .... 184 algemene bestanden .......................15 ...............................................14 ................................. 186 inleiding .................................................................................................................................... 185 tijdelijke bestanden ............................................................................................................................................................................................................. 188 invoer aan de hand van Gebouwsimulatieprogramma......12 .................................................................................... 186 Voorbeeld gebouwsimulatieberekening invoeren .......................................... 177 visualisatiegegevens ......................................................................................... 178 inleiding .............................................................................................................................18 ....................................................... 180 versie 2........................................ 184 projectbestanden .......................... 184 Scherm Instellen kleuren .............................................................................................................................................. 177 font ................................................................................................................................ 184 inleiding ............................................... 184 inleiding .................. 181 versie 2............................................... 177 weergave isometrisch ................................................................... 186 snel scherm font ............... 184 inleiding ....................................... 184 kleuren in programma's ..... 185 werkbestanden .................... 182 versie 2...... 186 Gebruik programma Algemene werkwijze .................................................................................................................................................................................................... 182 versie 2.................................................................................................................. 184 rasterlijnen .......................................... 185 inleiding ..................................................................10 .. 184 huidige .............................................................................................................................................................................................00 ........................................................................................................................... 188 beschrijving voorbeeld gebouw ...... 178 pagina ............................................................................................................................................................................... 177 arraygrootte ........................... 177 inleiding ...................................................................................................................................................11 ..................... 178 versie 2....................................................................... 184 achtergrond ...................... 179 versie 2............14t .................................................. 181 versie 2........... 181 versie 2.................................................................................... 179 versie 2.......................................19 .............................................................................. 186 uitvoer naar..........................................................................................................................................................................................................................16 .................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................. 177 Scherm Meldingen.............................................................................................. 181 versie 2.................................................... 190 13 ........................17b ............................................................................ 178 pijltjestoetsen ............... 185 melding pauze ............... 178 knop PgDn .................................................................................................................................................. 189 invoeren Projectomschrijving ............................................................. 185 Scherm Instellen uitvoer. 185 fontgrootte ................................................................................................................................

............................................................................................... 204 Plattegrond van het gebouw inlezen vanuit een CAD-tekening .................................................................................... 212 14 ............ 193 hoofdwanden van een ruimte bepalen ................... 204 Voorbeeld installaties .................. 191 invoeren Vertrekdefinities .................................................................................................................................................................................. 201 plaatsen van ramen en deuren..............................................................v..... 204 Voorbeeldproject maken....................................en deelwanden ............................................................................................................................... 202 Invoeren Zone en installatie .... 205 betonkernactivering ............................................................ 190 invoeren Gebouwgegevens........................................... 191 invoeren Ruimten ...........................................................................................................................................................................b...........................................................................................................................................................invoeren Algemene gegevens... 203 berekening starten.................................... 197 controle automatisch toegewezen wanden .............................................. 196 automatische wandtoewijzing m.............................................................................................. 196 eigen keuze ............ wandcriteria ............................................................................................................... 201 toewijzen wanden via eigen keuze..................................... 205 inleiding .............................................. 195 hoofd........................................ vloer en plafond......................... 197 vrije deelwanden.................... 197 automatisch toewijzen van wanden..................................

en koudebehoefte in vertrekken. In het programma kunt u zelf de simulatieperiode opgeven. Het gebouwsimulatieprogramma is een meerkamermodel en neemt de interactie tussen de buurvertrekken mee.14 (figuur 1). De knooppunten die aan het oppervlak van een wand liggen hebben geen capaciteit. blz 5.Algemeen Gebouwsimulatieberekening VA114 Inleiding Het Gebouwsimulatie programma is een dynamisch model voor de berekening van temperaturen. klimaatplafond of betonkernactivering. zodat deze eventueel nog gewijzigd kan worden. een fancoil of inductie-unit 2 -of 4 pijps. 15 . Het programma is voorzien van een database met standaardwanden en een groot aantal databases met de verschillende glassoorten met hun specifieke eigenschappen. De vertrekmatrix bevat de stralings. Hierdoor ontstaat echter een grote matrix die op vele plaatsen leeg is. temperatuuroverschrijdingen.en convectieve uitwisseling tussen de oppervlaktelagen van de wanden en het luchtknooppunt binnen het vertrek.13 en 5. een vertrekmatrix en meerdere wandmatrices opgesteld. Een wandmatrix bevat de capaciteiten in een wand en de geleiding binnen die wand.J.J. Voor deze verdeling van de capaciteiten is gekozen op grond van de bevindingen binnen TNO-Bouw en op grond van het proefschrift van P. op verzoek kunnen ook klimaatgegevens van het jaar 1995 (warme zomer) of de klimaatgegevens van andere europese landen worden geleverd. Er kan gewerkt worden met een centrale luchtbehandelinginstallatie in combinatie met een lokale installatie. de warmte. Het werken met een vertrekmatrix en meerdere wandmatrices heeft als voordeel dat de benodigde geheugenruimte beperkt blijft. Hoen "Energy consumption and indoor environment in residences". De lokale installatie kan zijn een radiatorverwarming. Deze methode heeft als voordeel dat voor elk knooppunt en elke tijdstap de oplossing stabiel blijft. Model Het model is gebaseerd op Fourier vergelijkingen. Het programma wordt geleverd met de klimaatgegevens van het referentiejaar 1964-1965. Deze worden opgelost met een volledig impliciete eindige differentiemethode. In veel andere modellen wordt gewerkt met een grote matrix die het totale systeem van wanden en een luchtknooppunt in het vertrek bevat. In het model kunnen ook verschillende soorten klimaatinstallaties en hun regelingen worden gesimuleerd. In het model wordt ter berekening van alle temperaturen in een vertrek. de uren wanneer er overschrijdingen geteld moeten worden en de temperaturen waarboven deze overschrijdingen geteld moeten worden. De gekozen matrixoplosmethodiek is niet afhankelijk van de capaciteitverdeling.

Programmaschema 16 .

Natuurlijk heeft elk programma ook zijn specifieke invoergegevens en zijn er programma's met unieke invoergegevens die bij geen enkel ander programma gebruikt worden. breedte en diepte van een ruimte maar één maal te hoeven worden ingevoerd voor het rekenen met meerdere programma's. Het ligt voor de hand uitvoergegevens en invoergegevens van een project samen in één bestand onder te brengen en te zorgen dat deze bestanden goed en efficiënt beheerd worden. zonder alle invoergegevens opnieuw in te hoeven voeren. waardoor men snel op een ander programma kan overgaan. Dit wordt niet alleen een gebruikersvriendelijk invoermedium maar tevens een database waarin invoergegevens. Om de uitgangspunten voor de installatiegegevens voor een EPN-berekening vast te stellen zou men bijvoorbeeld kunnen beginnen met een warmteverliesberekening. Kan men met het leidingnetprogramma werken dan is de overstap naar de ander programma's zoals luchtkanalen. Het is tijdrovend om bij de berekening met een ander programma die gegevens weer opnieuw te moeten opgeven en vaak nog te moeten omrekenen. Ook kunnen berekeningsresultaten dienen als invoer voor andere programma's. De afmetingen van een ruimte voert men bijvoorbeeld in bij: een warmteverlies-. De ontwerper is vrij te kiezen met welk programma het eerst wordt gerekend. koellast. Voordelen Uniforme Omgeving voor gebouwprogramma’s De basis invoergegevens van gebouwprogramma's zijn doorgaans namelijk identiek.& vuilwaterafvioer eenvoudig. Hetzelfde geldt voor uitvoergegevens. gasleidng of hemel. Hierbij streeft men er naar alle basis invoergegevens voor alle applicaties die in een project gebruikt worden. Doordat de programma's werken binnen de Uniforme Omgeving.of EPN-berekening. Uniforme Omgeving. De 17 . Men kan dus veel efficiënter werken door te zorgen dat identieke gegevens zoals hoogte. Dat levert tijdwinst op en het beperkt de kans op invoerfouten. zijn deze ook beschikbaar voor de andere programma's. Voor een project werkt men dan met één set invoergegevens.Begrippenlijst UO Inleiding Enige jaren geleden begon Vabi met TNO op initiatief van VNI met de ontwikkeling van de zgn. Bovendien is die invoer in al deze programma's identiek. In principe is de invoer voor het leidingnetprogramma net als bij het luchtkanalenprogramma of het gasleidingprogramma. tapwater. Men gebruikt altijd het isometrisch scherm en kan van daaruit de andere schermen oproepen. de vraagstelling en presentatie van die gegevens verschillen toch onderling. Het maakt dus niet uit in welk van deze programma's men deze gegevens invoert. uitvoergegevens en ook productgegevens goed en eenvoudig beheersbaar worden opgeslagen. gebouwsimulatie. Voordelen Uniforme Omgeving voor distributieprogramma’s Het voordeel van de Uniforme Omgeving voor deze distributieprogramma’s is de gelijke methode van invoer. Daarna start men een EPN-berekening. De invoer van gebouwgegevens gebeurt zowel in het EPN-programma als in de programma's warmteverlies of koellast. zoveel mogelijk gelijk te maken. Werken met de Uniforme Omgeving in de praktijk In de praktijk betekent het werken met programma's binnen de Uniforme Omgeving dat men in het ontwerpproces eenvoudig van programma kan wisselen terwijl de basis invoergegevens vrijwel ongewijzigd kunnen blijven. In de loop van een project genereert men uitvoergegevens die men zal bewaren om in rapporten op te nemen.

vloer of plafond. wordt afhankelijk van het ingestelde niveau de betreffende ruimte. Men heeft ook een snelle toegang tot de invoerschermen. Hierin kan men dan direct eventueel veranderingen aanbrengen. Via de cntr-toets en de LMK worden deze toewijzingen weer ongedaan gemaakt. wand. Ook dan zijn de gegevens van vertrekken en wanden direct beschikbaar en hoeven in enkele schermen slechts enkele andere of aanvullende gegevens opgegeven te worden. Databank Door middel van databanken is het mogelijk gegevens van producten van fabrikanten over te nemen in de projecten van de Uniforme Omgeving. Veel van de invoerschermen van het warmteverliesprogramma treft men met enige wijzigingen weer aan bij het EPN-programma. wand. welke zich in een hoofdwand of een deelwand bevindt. Definities In het scherm Gebouwinvoer verschijnt op elk niveau een overzichtscherm met definities. Voor de EPNberekening hoeft men zich nu alleen te beperken tot het aanbrengen van een zone-indeling en het opgeven van installatiegegevens. Deur Zie deelwand. vertrek. De overige invoervelden die voor beide programma's gelden. Invoervelden voor het opgeven van de soort verwarming. plafonds of vloeren wordt dan tevens aangegeven of deze automatisch of via eigen keuze zijn geplaatst. zone. zijn al automatisch ingevuld. wanden. Daarvoor in de plaats staan invoervelden specifiek voor de EPNberekening om aan te geven of de gebruiksoppervlakken verwarmd. zone.gegevens van de vertrekken. oppervlakte meubilair en warmtetoeslag vinden we hier niet meer terug. Ook is het mogelijk eigen productgegevens op te slaan in eigen databanken. Even zo kan men na de EPN-berekening snel een koellastberekening maken. 18 . Bij wanden. Bouwlaag Verzameling ruimten waarvan het vloeroppervlak van aansluitende ruimten op gelijk niveau ligt. Een eenmaal gedefinieerde wand kan nu ook snel geplaatst worden. deelvlakken als ramen en deuren worden in het EPNprogramma automatisch ingelezen. Als men een regel uit dit overzicht selecteert. deur. Zo is het scherm waarin vertrekgegevens worden ingelezen bij de EPN-berekening vrijwel identiek aan dat van de warmteverliesberekening. vloer of plafond in het scherm Gebouwinvoer actief. Via de shift-toets en de LMK plaatst men de wand in het scherm Gebouwinvoer. winter ontwerpcondities. Dat geldt ook voor de deelwanden hierin. raam of ventilatievoorziening. vertrek. Deelwand Een deelwand is een wand. of gekoeld of bevochtigd worden en wat het daglichtpercentage is (voor de EPN-verlichtingsberekening). Bij dubbelklikken op een regel in het overzichtscherm of dubbelklikken in de ruimte wordt meteen het invoerscherm geopend dat hoort bij de aangeklikte ruimte.

Zie IWP-criteria. LVK Afkorting voor Lokale Verwarmings. dat een begrenzing vormt tussen twee ruimten of tussen een ruimte en buiten. IWP Interne Warmte Productie: armaturen. bijvoorbeeld radiatoren. Gebouwinvoer Grafisch scherm.en Koelapparaten.Gebouwgeometrie De gebouwgeometrie geeft het grondvlak waarbinnen zich de ruimten bevinden. Pijltjestoetsen (op toetsenbord) In het scherm Gebouwinvoer (Gebouwprogramma’s) en in het Isometrisch scherm (Stromingsprogramma’s) kan het gebouw of het leiding-/kanaalstelsel verschoven worden via de pijltjestoetsen op het toetsenbord. 19 . Hoofdwand Een vlak wandgedeelte.DIC Raam Zie deelwand. Een andere manier is om met de LMK op het gebouw of het leiding-/kanaalstelsel te klikken en deze LMK ingedrukt te houden totdat het gebouw of het leiding-/kanaalstelsel op de juiste plaats staat. Ruimte Een ruimte is een drie dimensionale opgave van een gesloten object. Zie LVKapparaten. personen en apparaten. Deze wordt gebruikt om de afmetingen van een gebouw of een vertrek op te geven. waarin ruimten en gebouwen worden geplaatst.PRJ en *. Een project bestaat uit twee bestanden met de extensies *. Project Een project bevat alle invoergegevens van alle Vabi-programma’s welke gebruik maken van de Uniforme Omgeving. Een hoofdwand kan deelwanden bevatten.

Het gevolg is dat de betreffende ruimte wel wordt berekend. De titel van het scherm komt tussen vierkante haakjes te staan. In het scherm Gebouwinvoer op het elk niveau is het mogelijk een ruimte op overslaan te zetten met F2. deur. Zone Gebouw of gedeelte van een gebouw. Deze optie geldt in het actuele programma.Vertrek Vertrekken worden gedefinieerd in het vertrekscherm. Vrije deelwand Een vrije deelwand is een wand. waaruit men de terug te halen records kan selecteren. Een vertrekdefinitie kan aan een ruimte worden toegekend. er verschijnen [ ] om de koptekst van het scherm. raam. F3 (Terughalen) Terughalen van eerder met F5 verwijderde records met gegevens.). Door middel van F2 kan het overslaan ook weer worden uitgezet. Functietoetsen F1 (Help) De handleiding met beschrijving van schermen en invoervelden verschijnt op het scherm. maar niet in de uitvoer komt. om zones op overslaan te zetten. zodat de eventueel al ingevoerde gegevens niet voor de berekening worden gebruikt (maar wel bewaard). Dit kan op twee manieren : • • staand in het betreffende scherm gebruikt men de F2-toets. toilet enz. Deze optie werkt ook op het niveau van zone. Dit scheelt veel papier (bijvoorbeeld in transmissie berekeningen alle onverwarmde ruimten met F2 op overslaan zetten. door in het ‘Overzicht ingevoerde ruimten’ via de pijltjestoetsen door dit overzicht heen te lopen en met F2 ruimten op overslaan te zetten. F2 (Overslaan schermen of ruimten/zones) De betreffende gegevens in het scherm worden (alleen in het huidige programma) overgeslagen. welke aan een wand is gekoppeld. Er verschijnt een overzicht van verwijderde records. 20 . zoals gang. dakkapel of ventilatievoorziening. dat voor de berekening van het energieverbruik voor verwarming en koeling als één geheel mag worden beschouwd.

Tevens kan bij de schermen. Wordt in dat scherm op F4 gedrukt. Dit kan door in het betreffende scherm de F5-toets te gebruiken. dan gaat dit door de F6-toets te gebruiken. dan wordt een nieuwe productdatabank gemaakt.F4 (Toevoegen) Toevoegen records Heeft in de verschillende schermen dezelfde functie als de knop toevoegen. Toevoegen eigen productdatabank De tweede functie is bij het wegschrijven van productdatabanken. verschijnen deze defaultwaarden. namelijk een nieuw record aanmaken in de database van de Uniforme Omgeving voor een volgende set gegevens. Defaultwaarden opslaan geldt niet voor een dik omkaderd invoerveld en teksten zoals de omschrijving. Dit heeft dezelfde functie als de knop F9 (Scherm ophalen) Achter elk dik omkaderd invoerveld bevindt zich een scherm. op niveau 2 en 3 zijn er meer invoergegevens. Op niveau 1 heeft het scherm weinig invoergegevens. zet dan het geometriescherm op niveau 3 en druk op F6. Heeft men in een scherm gegevens ingevoerd en wil men die gegevens in elk volgend scherm als defaultwaarden terugzien. F5 (Verwijderen) Het betreffende scherm met ingevoerde gegevens wordt verwijderd. F6 (Defaultwaarden) Men kan voor een heel scherm "eigen" defaultwaarden vastleggen. F8 (Niveau wijzigen) In sommige schermen kan het niveau worden veranderd. Elke keer nadat de knop toevoegen of F4 is gebruikt. dat via de F9-toets op te roepen is. die u kunt voorzien van een eigen naam. waarvoor dar van toepassing is ook het niveau van een scherm als default worden vastgelegd. Wil men in een project bijvoorbeeld altijd de geometrie starten op niveau 3 in plaats van op niveau 1. F7 (Rekenen) Met deze toets kan men op elke plaats in het programma een berekening starten. 21 . Elk nieuw geometriescherm is dan op niveau 3.

Hiermee verkleint men het invoerscherm tot minimale afmetingen. Hiermee kan men een lijst voorbij laten schuiven. Door op het vierkantje te klikken. In plaats van een knop aan te klikken kan men de <Alt> toets in combinatie met een letter gebruiken. Behandeld worden de typen invoervelden. databanken zijn op te roepen en gegevens naar eigen databanken zijn weg te schrijven. een icoon. In het scherm Gebouwinvoer heeft F10 de functie van overzicht. Knop in combinatie met een invoerveld. Hiermee vergroot men het invoerscherm tot maximale afmetingen. Dit wordt automatisch in het invoerveld ingevuld. verplaatst men per regel. Scroll bar. knoppen en functietoetsen. Op het niveau van Wand. verplaatst men per bladzijde. Invoermogelijkheden Inleiding Hier wordt beschreven hoe men gegevens invoert in de programma’s en hoe men de verschillende invoerschermen opent. het gehele scherm. zogenaamde 'combo-box' . kan men de 'vierkant' knop verplaatsen in het scherm en kan men snel op een andere plaats in het scherm komen (slepen). Knoppen Een knop dient om : • • • een invoerscherm te activeren een overzicht op te reopen een vraag met Ja of Nee te beantwoorden Een knop kan worden geactiveerd door het aanklikken met de muis.F10 (Selecteren/Overzicht) Heeft dezelfde functie als de knop selecteren voor de berekening selecteren van een zojuist ingelezen set gegevens. Wanneer men de muis aangeklikt houdt. Maximaliseer knop (rechtsboven in de meeste windows).en deelwanden van actieve ruimte zoals men die ook in de uitvoer krijgt. Sluiten van het betreffende invoerscherm. Met het programma wordt een toetsenbordsjabloon meegeleverd met aanduiding van de functies. Door op een pijltje te klikken. Close-knop (rechtsboven in de meeste windows). Door deze knop te activeren verschijnt een lijst waaruit men een gegeven voor het invoerveld kan selecteren. vloer en plafond verschijnen alle hoofd. • • • • Minimaliseer knop (rechtsboven in de meeste windows). Voorts wordt beschreven hoe het niveau van een invoerscherm is te wijzigingen. Het sjabloon is te gebruiken voor alle programma’s die binnen de Uniforme Omgeving werken. • 22 .

Zie Wijzigen van niveau bij invoergegevens. met gegevens. Deze knop verschijnt alleen als het scherm is opgeroepen vanuit een verwijzingsveld. Koppelen van de gegevens van het scherm aan het voorgaande scherm. of uit een databank geselecteerde gegevens naar een eigen databank. Als er nog geen eigen databank is. verschijnt er een extra scherm. Terugkeren naar het vorige scherm zonder het leggen van enige koppeling. Inlezen van de bij het programma geleverde of een eigen gemaakte databank met gegevens. Men keert terug naar het vorige scherm. kunnen de gegevens 23 .• wordt gebruikt om bij het invoeren van gegevens van niveau te Niveau knop veranderen van niveau 1 (weinig invoergegevens) naar niveau 2 of niveau 3 (veel invoergegevens). Sluiten van het scherm en terugkeren naar het vorige scherm. Een overzicht van de records opvragen. Een reeds gemaakte koppeling wordt niet ongedaan gemaakt. Plaatst het volgende record van de UO-database in het scherm.knop en de aangegeven achter Zoom. Deze knop verschijnt alleen als het scherm is opgeroepen vanuit een verwijzingsveld. of een eigen gemaakte databank. Men kan bij een dergelijke knop meerdere ventilatoren opgeven voor de betreffende zone. Door op deze knop te klikken verschijnt het scherm Overzicht productgegevens . door middel van het klikken op de OK knop. De afbeelding in een grafisch scherm is te vergroten of te verkleinen met respectievelijk de . De knop Selecteren en Annuleren zijn dan vervangen door deze knop Sluiten. Na het klikken op deze knop verschijnt er een menu waarin een eigen databank kan worden gekozen. Het percentage verkleining wordt • • Oproepen van een invoerscherm bijvoorbeeld Ventilatoren. Record toevoegen aan de UO-database. Wegschrijven van zelf ingevoerde gegevens. -knop. • • • • • • • • • Knop Inlezen van de bij het programma geleverde databank. In het programma kunnen gegevens door middel van de knop in een eigen databank worden opgenomen. Na het bevestigen van dit scherm. Deze knop verschijnt als het scherm niet is opgeroepen vanuit een verwijzingsveld. Hierin kan de naam van een nieuwe databank worden ingevoerd. vanuit het scherm Zonegegevens. Plaatst het vorige record van de UO-database in het scherm. Indien de betreffende databank nog nooit eerder is opgeroepen verschijnt het scherm Selectie productgegevens Knop Dit scherm kan worden geselecteerd in invoerschermen met de knop .

In het menu Eigen databanken toetst men op F4 (Toevoegen). Invoerveld In de invoervelden tikt men getallen of teksten. Men kan meteen tekst of getallen intypen in het invoerveld In de verdere programmadocumentatie worden beide methoden aangeduid met 'invoeren' Keuzeveld Na aanklikken van een keuzeveld volgt een lijst met keuzemogelijkheden.a. Gebruik van invoerschermen Er kunnen meerdere schermen over elkaar heen op het beeldscherm worden gezet. te klikken. De invoerschermen van de verschillende menu's kunnen op drie manieren worden geselecteerd door : • met de muis naar het gewenste item te gaan en dit aan te klikken 24 . Opgave van de naam van de nieuwe databank. type getallen of tekst in ga met de <Tab> toets of <Enter> toets naar het invoerveld. Men kan een scherm weer eenvoudig verlaten door op een scherm van een hoger niveau dat op het beeldscherm staat. hieruit kan men een mogelijkheid selecteren. na aanklikken volgt een lijst met keuzemogelijkheden verwijzingsveld met begeleidende teksten knoppen met teksten. de Selecteer-knop. Selecteren van menu's en invoerschermen Men kan in de menubalk een menu selecteren door met de muis het gewenste menu aan te klikken. opgebouwd uit: • • • • invoerveld met begeleidende teksten keuzeveld. Er zijn twee manieren om in het gewenste invoerveld getallen of tekst in te typen : • • ga met de muis naar het invoerveld en klik dit aan. de Sluiten-knop of de algemene Close-knop te activeren. Een invoerscherm is o. gaat men als volgt te werk: • • • Klik op de knop . Omschrijving Omschrijving van de invoergegevens van het desbreffende scherm. Een scherm wordt afgesloten door de Annuleer-knop. Als er al een eigen databank aanwezig is en men wil een nieuwe eigen databank toevoegen.in de databank worden opgenomen.

Door het aanklikken van een verwijzingsveld. maar kan men slechts rekenen met de gegevens die behoren bij niveau 1. Verwijzingsveld Een dik omlijnd invoerveld is een verwijzingsveld. dan blijven de gegevens van niveau 2 wel bewaard. Men kan dan kiezen uit : • • • Niveau 1 .• • met de cursortoets naar het gewenste item te gaan en dit te activeren door de <Enter> toets in te drukken de onderstreepte letter van het gewenste invoerscherm in te toetsen Met behulp van de muis of de cursortoetsen kan men snel door de verschillende menu's heenlopen en in verschillende invoerschermen komen. Wanneer in een dik omlijnd invoerveld een nul staat. uitgebreide invoer Niveau 3 . In dat geval of wanneer men voor de eerste keer vanuit een scherm een invoerscherm opent zijn de invoervelden daarin leeg (of gevuld met default waarden). De gegevens van dit invoerscherm koppelt men aan het eerste scherm door de knop Selecteren te gebruiken. Scherm Productgegevens Inleiding In dit scherm kunnen productgegevens worden geselecteerd voor het huidige project. eenvoudige invoer Niveau 2 . Gaat men bijvoorbeeld van niveau 2 terug naar niveau 1. Alle invoergegevens van niveau 1 zijn ook te gebruiken op niveau 2. Starten van het programma Een programma kan gestart worden door het activeren van de snelkoppeling naar het programma Vabimenu en vervolgens het gewenste programma te selecteren in het menu. Door middel van de spatiebalk worden de betreffende gegevens in het huidige project ingelezen. Wijzigen van niveau In enkele delen van het programma is het mogelijk een keuze te maken uit het niveau waarop men de gegevens invoert. 25 . [2] De invoergegevens die behoren bij niveau 2 worden aangegeven met dit teken. Het scherm Overzicht productgegevens blijft zichtbaar. [1] In de handleiding worden de invoergegevens die behoren bij niveau 1 aangegeven met dit teken. Het aan te klikken (of de F8-functietoets te niveau is te wijzigen door de niveau-icoon gebruiken). wil dat zeggen dat er nog geen invoerscherm aan gekoppeld is. verschijnt een nieuw invoerscherm. zeer uitgebreide invoer Reeds ingevoerde gegevens worden naar het hogere niveau meegenomen. Men kan dan direct nieuwe gegevens invoeren. In het dan verschijnende invoerscherm selecteert men het niveau en activeert men dit door de knop Omzetten niveau aan te klikken.

beperkt de kans op invoerfouten en sluit aan bij projectmatig werken. Tevens is in dit overzicht de datum van de warmteafgiftetabel aangegeven. Onder ‘Databank’ moet minimaal 1 fabrikaat worden aangevinkt om radiatoren te kunnen selecteren. Via de knop ‘Overzicht databanken’ kan een overzicht worden verkregen van alle fabrikaten en typen radiatoren welke in het programma zijn opgenomen. Rijksgebouwendienst etc. Dit bespaart tijd. Ruim 800 bedrijven en instellingen. Binnen een rubriek kunnen meerdere vakjes worden 'aangekruist'. bouwfysica en elektrotechniek. waar een selectie van alle productgegevens kan worden opgegeven. Men kan dus snel op een ander programma overgaan. die op dit moment in het Overzicht productgegevens staan. waaronder alle grote en middelgrote installatiebedrijven en adviesbureaus in Nederland. Uniforme Omgeving. Deerns. De Vabi-programma's werken binnen de zgn. zonder invoergegevens opnieuw in te hoeven voeren. Het programma vraagt nog een bevestiging. zodoende zijn zij verzekerd van gratis updates.nl De Vabi Software BV beschikt over een bibliotheek van circa 20 programma’s die worden toegepast in de werkgebieden installatietechniek. zoals Imtech. Tebodin. zijn aangesloten bij de Vabi.Knop Met deze knop kunnen alle gegevens. Door het aanklikken van het vakje achter een selectie-item geeft men aan dat men dit in de selectie wil betrekken. 26 . Vabi Software BV Adres Vabi Software BV Postbus 29 2600 AA Delft Kleveringweg 12 2616 LZ Delft Tel : 015-2574420 Fax : 015-2575910 E-mail: info@vabi.nl Internet: www. GTI. Knop Door middel van deze knop komt men in het scherm Selectie productgegevens. Dit houdt in dat bij haast alle in Nederland gerealiseerde grote projecten Vabi-programma’s worden gebruikt. in één keer worden ingelezen. Stork Worksphere.vabi. Alle bij de Vabi aangesloten gebruikers betalen voor de programma’s alleen een jaarlijks onderhoudsbedrag. Een belangrijk kenmerk hiervan is dat men voor een project de basis invoergegevens eenmaal invoert en dat vrijwel al deze gegevens voor alle programma’s zijn te gebruiken.

Berekening van de uurlijkse koellast van de vertrekken en van het gehele gebouw. Dimensionering van leidingdiameters.Het bureau van de Vabi zorgt voor de ontwikkeling van de programma’s. ramen. EPN. Databank met wandconstructies volgens NEN 5067 en een door de Vabi samengestelde databank. Gebouwsimulatie. Koppeling met CAD-programma’s via in te lezen DXF-files of STEPfiles. Koellast.en gramuren. Overzicht programma's Leidingnet Berekeningsmethode volgens ISSO-publicatie 18 (Leidingnetberekening). Gebouwsimulatie. Vabi gaat de komende tijd het werkterrein verder uitbreiden door ook de buitenlandse markt te betreden. voor de berekening van leidingverliezen Mollierdiagram Graad. De eerste stappen hiertoe hebben al geleid tot levering van pakketten aan een bedrijf in China! Verder zal Vabi hoe langer hoe meer de mogelijkheid bieden bestaande software uit te breiden met op maat gemaakte modules. Luchtbalans in gebouwen en Verlichtingssterkte. Koppeling met CAD-programma’s via in te lezen DXF-files of STEP-files. Diverse rekentools • • • • Leidingisolatie. organiseert cursussen en doet de administratie van het verhuur van de programma’s.en gramuren van het standaardjaar 1964-1965 Hygrische toets. Luchtbalans in gebouwen en Verlichtingssterkte. Koppeling met CAD-programma’s via in te lezen DXF-files of STEP-files. service aan de gebruikers. Koellast. constructies) zijn weer te gebruiken in andere gebouwprogramma’s zoals. eigen geveldelen en opstanden op het dak. vertrekhoogten tot 5 meter) en ISSO 57 (Utiliteitsgebouwen. Koellast Berekeningsmethode volgens de Koellastnorm NEN 5067. Warmteverlies Berekening volgens de ISSO 51 (Woningen en woongebouwen). voor de bepaling van de graad. de telefonische helpdesk. Ook kunnen nog oudere berekeningsmethoden gebruikt worden: ISSO 4 (1977 en 1992) en de NEN 5066. de instelstanden van de inregelafsluiters gebruik makend van een aantal leveranciersbestanden. bepaling van de grootste circuitdruk en van de inregeldrukken per apparaat incl. De gebouwgegevens (afmetingen vertrekken. Het internationaal hoog aangeschreven programma Gebouwsimulatie zal daarbij een belangrijke rol spelen. ramen. Rekening kan gehouden worden met beschaduwing van omliggende gebouwen. constructies) zijn weer te gebruiken in andere gebouwprogramma's zoals. om van een opgegeven constructie te bepalen of er vochtproblemen tussen de materiaallagen kunnen ontstaan 27 . Berekening van de maximale koellast en het tijdstip ervan. ISSO 53 (Utiliteitsgebouwen. EPN. De gebouwgegevens (afmetingen vertrekken. vertrekhoogten groter dan tot 5 meter) .

Verlichtingssterkte Berekening van de horizontale verlichtingssterkte voor willekeurig te plaatsen rekenvlakken die door een of meer armaturen worden verlicht. rond en ovaal) kunnen in een berekening worden meegenomen.Luchtkanalen Berekeningsmethode volgens ISSO-publicatie 17. rekenmethode I'. de prijs per radiator en de totaalprijs inclusief en exclusief de korting. Inlezen is mogelijk van de met Warmteverliesberekening berekende en door de radiatoren te leveren vermogens. ook kunnen gebouwen en schermen tussen de bronnen en de waarnemer ingevoerd worden. De resultaten bevatten de geselecteerde radiatoren.of cirkelopstelling of in elk willekeurig patroon te plaatsen. standaardmethode (klasse B)'. de afmetingen. In de uitvoer worden de verlichtingssterkten weergegeven door isoluxlijnen en in kleur of zwart/wit. Bepaling van de leidingdiameters en de totale circuitdruk. Onderscheid tussen : • • apparaten die werken volgens de de Q/n methode spoelkraaneenheden volgens de Q /n methode 4 28 . De resultaten van deze deelprogramma’s kunnen gebruikt worden in het programma: Geluidwering gevels. Opgave van maximaal 300 geluidsbronnen. Armatuurbestanden van verschillende fabrikanten met o. Bestanden met gegevens van fabrikaten worden meegeleverd.a. De ruimten kunnen zowel rechthoekig als willekeurig van vorm zijn. Industrielawaai gebaseerd op VROM publicatie 'Meten en rekenen van industrielawaai. Koppeling met CAD-programma’s via in te lezen DXF-files of STEP-files. Het programma kan gebruikt worden in combinatie met het programma Geluid in luchtkanalen. Koppeling met CAD-programma’s via in te lezen DXF-files of STEP-files. Invoergegevens zoals afmetingen van het vertrek zijn via de 'Uniforme Omgeving' uitwisselbaar met die van andere Vabi-programma's.en afzuiginstallaties. Tapwater Berekeningsmethode volgens NEN 1006. gebaseerd op de VROM publicatie 'Berekening van wegverkeergeluid. Radiatorselectie Selectie op basis van de goedkoopste radiator die het benodigde vermogen kan leveren bij opgave van maximale radiatorhoogte en -lengte. Berekening van toevoer. Geluidwering gevels Dit programma bestaat uit de deelprogramma’s : • • Wegverkeer. bepaling van de grootste circuitdruk en van de inregeldrukken en klepstanden per rooster. Meerder kanaalvormen (rechthoekig. Armaturen zijn in een rooster. waarbij een kleurenschaal de waarden van de verlichtingssterkten aangeeft. Dimensionering van kanaalafmetingen. gebaseerd op VROM publicatie 'Herziening rekenmethode geluids wering gevels' (1989). Grafische invoer is mogelijk. de polaire diagrammen wordenmee geleverd.

gewogen onder. De geluidsproductie van ventilatoren kan opgegeven of berekend worden. Twee behaaglijkheidsparameters kunnen in tien stappen worden gevarieerd tussen een onder. Zwembadverwarming m.en overschrijdingsuren en warmte. Gegevens uit Gebouwsimulatie kunnen worden ingelezen om te bepalen of in het berekende vertrek gedurende de simulatieperiode aan de behaaglijkheideisen wordt voldaan (gewogen overschrijdingsuren). Men kan ook een eigen database opstellen. lengte beveiliging. Voor elk kanaaldeel (geïsoleerd en ongeïsoleerd) en voor bochten. de spanningsval per kabel. waarna de optimale situatie wordt bepaald. Kabelnet NEN 1010 Berekeningsmethode volgens NEN 1010 'Veiligheidsbepalingen voor laagspanningsinstallaties 5e druk’. Voor onafgedekte collectoren zijn gegevens beschikbaar uit een database. Kabelnet NEN 1010 verkorte versie Verkorte versie van het programma Kabelnet 1010.b. Geluid in luchtkanalen Berekening van aantal dB dat in elke frequentieband gedempt moet worden om aan de geluidseis in het vertrek te voldoen. temperatuuroverschrijdingen. de totale stroomsterkte. Het programma kan alleen in combinatie met Luchtkanalen gebruikt worden. Er kan gerekend worden met afgedekte en onafgedekte collectoren. roosters etc.• • • apparaten met een continue verbruik brandslanghaspels nooddouches Voldoet aan de eisen gesteld door de Werkgroep Inspectie en Automatisering van VEWIN. zonnecollectoren Dimensionering en optimalisatie van zonnecollectorinstallaties voor verwarming van openluchtbaden. per dag of per week. aftakkingen. Bepaling van de doorsnede van de kabels en de grootste spanningsval over het hele net voor een kabelnet waarop een aantal apparaten en eindgroepen zijn aangesloten. Uitvoer van de berekende warmtestromen in de installatie is mogelijk per uur.en koudebehoeften in vertrekken. worden de eigen geluidsproductie en de geluidsdemping berekend.v. kortsluitstromen en de nulgeleider. Berekening van de stroomsterkte in elke kabel. Koppeling met CAD-programma’s via in te lezen DXF-files of STEP-files. waarmee één kabel berekend kan worden. Behaaglijkheid Berekening volgens behaaglijkheidtheorieën van Fanger en ISO 7730 voor stationaire situaties. Er is één invoerscherm en één uitvoerscherm. 29 . Gebouwsimulatie Dynamisch model voor de berekening van temperaturen.en bovengrens.

Hemelwater. Persriolen kunnen niet met dit 30 . Bij de bepaling van de capaciteit en de afmetingen van binnenrioleringsystemen worden de van de toepassing zijnde richtlijnen en normen NEN 3215 en NPR 3216 gevolgd voor alleen traditionele systemen (gedeeltelijk gevulde systemen). Gebouwsimulatie. Het programma berekent zowel opbrengst als kosten op basis van technische en financiële gegevens van de componentproducten. Na vaststelling van de dakoppervlakken en het gewenste afvoersysteem wordt het aantal afvoerpunten bepaald. Controleberekeningen van reeds bestaande of gedimensioneerde systemen zijn ook mogelijk. Invoer en uitvoer in grafische vorm en in tabelvorm is mogelijk. Zonneboiler Het programma is geschikt voor het ontwerpen van kleine en grote zonneboilers en is gebaseerd op de productgegevens van fabrikanten. Berekening van drukverliezen in aardgasleidingnetten. Koudebrug Bepaling van de temperatuurverdeling en de warmtestromen in een constructie. Vergelijking van offertes van verschillende fabrikanten.en hogedrukgasnetten. Koppeling met CAD-programma’s via in te lezen DXF-files of STEPfiles. Gasleiding Berekening van aardgasleidingen volgens NEN-1078 (GAVO). Ook optimalisatie van het systeemontwerp wordt ondersteund. Er wordt onderscheid gemaakt in de berekeningsmethode tussen lagedruk. Vermaasde gasnetten kunnen niet worden berekend. Koppeling met CAD-programma’s via in te lezen DXF-files of STEP-files. de leidingloop vastgesteld en worden de leidingdiameters berekend. Klimaatgegevens van het referentiejaar 1964-1965 en eventueel van het jaar 1994 (zeer warme zomer) of van andere Europese landen. Luchtbalans in gebouwen en Verlichtingssterkte. mogelijke resultaatgarantie en certificering van het zonneboilerontwerp in de toekomst. Opgave voor welk deel van het jaar de berekeningen moeten worden uitgevoerd. Simulatie van verschillende soorten klimaatinstallaties en hun regelingen.of driedimensionaal temperatuurveld waarbij de stralingsuitwisseling niet wordt meegenomen. Stationaire berekening met een twee. Het programma sluit aan bij de reguliere werkwijze van leveranciers en ook zijn verbanden gelegd met Europese normering.& Vuilwaterafvoer Bepaling van de capaciteit en de afmetingen van een hemelwaterafvoersysteem volgens de van de toepassing zijnde richtlijnen en normen NEN 3215 en NPR 3216 voor zowel traditionele systemen (gedeeltelijk gevulde systemen) als UV-systemen (volledig gevulde systemen). Koellast.Meerkamermodel met interactie tussen de buurvertrekken. Resultaat is een standaard offerte met uniforme presentatie van de systeemsamenstelling en een economische analyse. EPN. ramen. tijdens welke uren de overschrijdingen geteld moeten worden en boven welke temperaturen. Het programma maakt bij de berekening gebruik van de diameters van een aantal genormaliseerde leidingmaterialen. dus de keuze voor aanschaf van een zonneboilersysteem wordt zo vergemakkelijkt. Berekening van de invloed van schaduwgevende geveldelen en omliggende schaduwgevende gebouwen. constructies) zijn weer te gebruiken in andere gebouwprogramma's zoals. De berekening voldoet aan de tweedimensionale en driedimensionale berekeningsmethode van het Bouwbesluit 1992. De gebouwgegevens (afmetingen vertrekken.

programma berekend worden. Na het bepalen van het aantal afvoerpunten en de plaats daarvan.e.n.k. Ook berekent h. is een apart programma waarmee men de uitvoer bestanden van VA114 kan visualiseren. 31 .n.n. de energiebehoefte van een gebouw. Aan de hand van een zestal gebouwsimulatieberekeningen wordt bepaald wat energetisch gezien de optimale inblaastemperaturen zijn zodat gelijktijdig koelen en verwarmen van de lokale en centrale installatie voorkomen wordt. Stooklijnen Module voor de bepaling van energetische optimale stook-/ koellijnen van de centrale luchtbehandeling volgens ISSO 68.E. maakt een inschatting van de Energie Prestatie Coëfficiënt en geeft door optimalisatie de voorwaarden voor het meest energiezuinige ontwerp. H. de leidingloop vastgesteld en worden de leidingdiameters berekend. De voor de EPNberekening benodigde gebruiksoppervlakken en verliesoppervlakken bepaalt het programma uit de afmetingen van wanden en deelwanden. Energieprestatie woningen & utiliteitsgebouwen Bepaling van de Energieprestatie-coëfficiënt voor zowel woningen (NEN 5128).e. koellastberekening etc. Daardoor vergemakkelijkt h.K. Koppeling met CAD-programma’s via in te lezen DXF-files of STEP-files. de ontwerpvermogens van de verschillende installatieonderdelen en de in te kopen energie. Luchtbalans in gebouwen Hiermee kan men de infiltratie. utiliteitsgebouwen (NEN 2916) en voor gebouwen met beide functies. Koppeling met CADprogramma’s via in te lezen DXF-files of STEP-files.N.e. exploitatieberekeningen en kan men al heel vroeg de randvoorwaarden voor outsourcing en aanbestedingen in kaart brengen. wordt de belasting per afvoerpunt bepaald. Deze module kan alleen in combinatie met het programma gebouwsimulatie gebruikt worden. Dit programma wordt op dit moment als een apart programma gratis geleverd.en ventilatiestromen in een gebouw berekenen.k. Veelal wordt door middel van deze inblaastemperaturen ook een beter thermisch comfort bereikt. Op basis van de vroegst beschikbare gegevens berekent h. Het is zowel zelfstandig te gebruiken als in combinatie met andere Vabi-programma's binnen de Uniforme Omgeving. het primaire energiegebruik van het gebouw.k. Omdat veel invoergegevens zoals de gebouwgegevens ook gebruikt kunnen worden bij andere programma's kan men eenvoudig overstappen op een warmteverliesberekening. Uitvoervisualisatie Uitvoer visualisatie. maar zal op termijn ook geïntegreerd worden in de Uniforme Omgeving.

Andere programma’s starten Via de optie Andere Vabi programma’s kan naar een ander Vabi programma binnen de Uniforme Omgeving worden gegaan. zodat deze niet opnieuw moeten worden aangemaakt. Na het aanklikken van deze optie verschijnt de lijst met programma’s. Inlezen project. Het importeren heeft de volgende voordelen: • • • het kan altijd gebruikt worden (dus niet alleen aan het begin van project) er kan een gerichte keuze uit de definities gemaakt worden er kunnen definities uit meerdere projecten gehaald worden 32 . zie Uniforme Omgeving. Voor meer informatie over de werking van de programma’s. Zo kunnen bijvoorbeeld de Wandcriteria uit een ander project worden overgenomen. waarin men het gewenste programma kan selecteren. Dit geldt alleen voor de door uw bedrijf gehuurde programma’s welke gebruik maken van de Uniforme Omgeving en die ook daadwerkelijk op de PC zijn geinstalleerd.Scherm Projecten Projecten Inleiding In dit hoofdstuk worden alle handelingen besproken betreffende het projectbeheer. In dit scherm kunnen definities uit een ander project geïmporteerd worden. Importeren Project. Wegschrijven project als. Voorts wordt aangegeven hoe men een ander programma binnen de projecten en Uniforme Omgeving kan openen. Andere Vabi-programma’s en Stoppen met het programma. Wissen project. Er kan gekozen worden uit de volgende mogelijkheden : Nieuw project starten. De functionaliteit is te vergelijken met het gebruik van een voorbeeld project bij het starten van een nieuw project. Importeren project Het scherm Project importeren selecteert men in het menu Projecten. zoals het wegschrijven van projecten en het inlezen van projecten. Wegschrijven project.

Als dit is aangevinkt worden alleen definities zichtbaar die voor dit programma van belang zijn. • Als voor Ok wordt gekozen worden de geselecteerde definitie in het huidige project geïmporteerd. De optie ‘overschrijf bestaande definities’ kan worden aangevinkt om te voorkomen dat tijdens het importeren identieke definities worden aangemaakt. Bijvoorbeeld: de afmetingen voor VA104 worden niet zichtbaar gemaakt als VA101 een VA104-project importeert. en moet men met de hand een constructie aan de wand toewijzen. Het aantal reeds geselecteerde definities staat in haakjes erachter. Alleen de hier geselecteerde definities zullen worden geïmporteerd. Vervolgens moet worden aangevinkt of ‘alleen programma specifieke definities’ getoond moeten worden. worden de te importeren type definities in de lijst eronder zichtbaar gemaakt. 33 . tweede kolom : selectie lijst bestaat uit de knop selectie die het selectiescherm (zie Importeren Definitie Selectiescherm hieronder) opent voor de individuele selectie van de definities. Anders zou de constructieverwijzing op nul worden gezet. derde kolom : incl. zal deze worden overschreven met de gegevens van de wand in het te importeren project als deze ook ‘Buitenwand’ als omschrijving heeft. Als in het eigen project dus een wand met de omschrijving ‘Buitenwand’ is gemaakt. In de lijst met definities staan alle uit het geselecteerde project te importeren definities in drie kolommen : • • eerste kolom : definitie wordt gebruikt om aan te geven welke definities moeten worden geïmporteerd. Als deze projectnaam is geselecteerd. Via ‘importeren definitie selectiescherm’ worden alle aanwezige definities van een bepaald type zichtbaar gemaakt met eventueel wat extra informatie. Als men het scherm via Ok verlaat en er zijn definities geselecteerd dan wordt automatisch de 1e kolom in Project Importeren scherm aangevinkt. Bv een wanddefinitie bevat een verwijzing naar een constructie (waarvan de wand is gemaakt).In het scherm Project importeren moet een projectnaam worden opgegeven van een te importeren project. Als inclusief verwijzingen wordt geïmporteerd dan wordt ook deze constructie automatisch mee geïmporteerd. verwijzing bevat de selectie om aan te geven of de verwijzingen in de definitie ook geïmporteerd moeten worden. De omschrijving van definities wordt als herkenningsleutel gebruikt.

moeten deze eerst naar een projectbestand worden weggeschreven. kan het project alsnog worden weggeschreven. 34 . Deze bevestiging volgt alleen wanneer de gegevens zijn gewijzigd sinds: • • • de laatste keer dat een nieuw project is begonnen een project is weggeschreven een project is ingelezen Indien men de ingevoerde gegevens wil bewaren. Deze optie kan gebruikt worden voor het wissen van eerder ingevoerde gegevens. vraagt het programma een bevestiging of alle huidige invoergegevens verloren mogen gaan.PRJ uit de tijdelijke directory zoals aangegeven in het scherm Bestanden en de gegevens vervolgens weg te schrijven. Indien een onderhanden project niet is weggeschreven raken ook gegevens verloren van andere binnen het project gebruikte Vabi-programma's. Wanneer nog geen gegevens zijn weggeschreven verschijnt er de vraag : ‘Er zijn gegevens veranderd die niet in het project zijn opgeslagen. Wilt u de wijzigingen alsnog opslaan ?’ Stoppen met het programma De optie Stoppen met het programma selecteert men in het menu Projecten. Wanneer gegevens eventueel gewijzigd zijn. Als deze optie gekozen wordt.Nieuw project starten Nieuw project starten selecteert men in het menu Projecten. De mogelijkheden zijn : • • • Geen voorbeeld. Knop Terug Door Terug aan te klikken wordt het programma niet verlaten en wordt teruggekeerd naar het hoofdmenu van het programma. De invoergegevens van een project bevatten alle invoergegevens van alle Vabi-programma's welke gebruik maken van de Uniforme Omgeving. Na aanklikken van 'Stoppen met het programma' vraagt het programma of de gewijzigde gegevens nog moeten worden weggeschreven in een project. is er nog slechts één kans om het project terug te halen. Voor het wegschrijven van projectgegevens zie Wegschrijven project. Wordt echter Nieuw project starten nogmaals uitgevoerd. start met een leeg project Het standaard voorbeeld project Een ander project als voorbeeld Indien het project is weggeschreven en er zijn nadien geen invoergegevens meer gewijzigd in het betreffende project. Indien dit wordt bevestigd. Door OK aan te klikken wordt het programma verlaten en keert men terug naar waar het programma werd gestart. verschijnt het scherm Nieuw Project met de bovenstaande vragen niet. alvorens een nieuw project te starten of een ander project in te lezen. zonder het eerst weg te schrijven. dan zijn de projectgegevens definitief verloren. Hierin kan men aangeven of men reeds bestaande invoergegevens wel of niet wil inlezen. Indien het project toch gewist is. volgt het scherm : Importeren definitie gegevens. Het terughalen van gewiste projectgegevens kan door het inlezen van VABIOUD.

In het scherm Wegschrijven project als kunnen reeds ingevoerde gegevens onder een andere naam worden weggeschreven als UO project. Wissen project Indien een project wordt gewist. Standaard is het type 'PRJ' voor UO projecten. Door Annuleren aan te klikken wordt het project niet weggeschreven en wordt teruggekeerd naar het hoofdmenu van het programma. wordt het oude project overschreven.DIC) in de prullenbak gedeponeerd. één met de extensie . • • • Bestandsnaam Opslaan als type Knop Opslaan • Knop Binnen de Uniforme Omgeving worden door de Vabi programma's alle gegevens van één project weggeschreven in een projectbestand. waar het project wordt bewaard.DIC. Wegschrijven project als Het scherm Wegschrijven project als selecteert men in het menu Projecten. Onder het veld Opslaan in wordt een overzicht gegeven van aanwezige projecten.Wegschrijven project Het scherm Wegschrijven project selecteert men in het menu Projecten. waarvan de naam bij Bestandsnaam verschijnt. Als er Nee wordt gekozen.PRJ en één met de extensie . Als hier Ja wordt gekozen. Voor de beschrijving van de invoervelden en knoppen wordt verwezen naar Wegschrijven project. De benaming van de items in dit scherm is afhankelijk van het besturingssysteem.PRJ en . Wijziging extensie van de projectnaam. Door Opslaan aan te klikken wordt het project weggeschreven. kan er een andere projectnaam worden opgegeven. Uit dit overzicht kan een projectnaam geselecteerd worden. Hier kan de naam worden opgegeven van het te bewaren project. Het programma vraagt dan of het project mag worden overschreven. 35 . Standaard is dit de project directory. die in het scherm Paden instellen kan worden ingesteld. • Opslaan in Hier kan de map worden ingesteld. Dit kan van toepassing zijn wanneer men een project gaat invoeren dat voor een deel identiek is aan een reeds bestaand project. Na het wegschrijven keert men automatisch terug naar het hoofdmenu van het programma. Ook gebruikt men dit item wanneer men een voorbeeldproject inleest waarin een aantal standaardgegevens zijn opgeslagen en dit wegschrijft onder de naam van een nieuw project. Afwijkingen zijn daardoor mogelijk. worden de twee bestanden (. In het scherm Wegschrijven project kunnen de ingevoerde gegevens worden bewaard als UO project. dan geeft het programma een melding. Een project bestaat uit 2 bestanden. Is er een naam opgegeven of geselecteerd van een project dat al eerder is weggeschreven.

Keuze uit : Projecten Uniforme Omgeving. De benaming van de items in dit scherm is afhankelijk van het besturingssysteem. Binnen de Uniforme Omgeving worden door de Vabi programma's alle gegevens van één project weggeschreven in een projectbestand. verschijnen er andere extensies. Standaard is dit de project directory. Files volgens DXF tekening formaat. Een project bestaat uit 2 bestanden.STP • Bij het inlezen van DXF-files volgt na dit scherm nog een extra scherm.PRJ en één met de extensie . waarvan de naam bij Bestandsnaam verschijnt. Files volgens STEP-formaat aangemaakt met het programma VA108 Door Openen aan te klikken wordt het gekozen project ingelezen. Zoeken in : Hier kan de map worden ingesteld van waaruit een project kan worden ingelezen. Zie Koppeling met tekenpakketten. nadat een bevestiging is gegeven dat de huidige invoergegevens verloren mogen gaan. • Door Annuleren aan te klikken wordt het project niet ingelezen. Onder het veld Zoeken in wordt een overzicht gegeven van aanwezige projecten. Dit gebeurt wanneer de gegevens zijn gewijzigd sinds : • • • de laatste keer dat een nieuw project is begonnen een project is weggeschreven een project is ingelezen • *. Uit dit overzicht kan een project worden geselecteerd. waarin tekening gegevens worden gevraagd.DXF • G*. die in het scherm Paden instellen kan worden ingesteld. Standaard is het type 'PRJ' voor UO projecten.Inlezen project Inleiding Het scherm Inlezen project selecteert men in het menu Projecten. Wijziging extensie van de projectnaam. Door de knop aan te klikken. 36 . één met de extensie . In het scherm Inlezen project kan worden opgegeven welk bestand moet worden geopend. • • Bestandsnaam : Bestandstypen : Naam van het te openen project. Afwijkingen zijn daardoor mogelijk.PRJ • *.DIC.

Controleer dan de tekening aan de hand van de eisen zoals deze zijn weergegeven. wordt alleen de laatst opgegeven tekeninglaag op die bouwlaag ingelezen. er wordt aangegeven hoe de bestandsnaam moet worden samengesteld en hoe de verschillende lagen en blokken moeten worden gedefinieerd. Bestandsnamen De extensie van het bestand moet . Bouwlaag Het volgnummer van de in te lezen bouwlaag. waarop (een deel van) het gebouw is getekend. Zijn ook ramen en deuren ingelezen worden ook hiervan het aantal weergegeven. Wanneer het scherm projectgegevens leeg blijft of alleen de tekst van het voorbeeldproject wordt weergegeven. Stel dat er een kelder. Door het aanklikken van deze knop komt men in het scherm Lagenbestand. De daarop volgende bouwlagen dienen opvolgend genummerd te worden. begane grond en eerste verdieping worden ingelezen. is het inlezen niet gelukt. dan krijgt de kelder het volgnummer 0. In dit scherm wordt aangegeven dat het project is ingelezen in de UO. wordt het inlezen van de gegevens uit de DXF-file gestart. 37 . Knop Selecteren van de tekeninglagen. Ook ramen en deuren kunnen vanuit een DXF-bestand worden ingelezen. Er worden aanwijzingen gegeven voor de uitvoering van de CADtekening.Koppeling met tekenpakketten Inleiding In dit hoofdstuk wordt aangegeven hoe men gegevens uit een CAD-tekening kan inlezen in een VABI-programma. Knop Door op deze knop te klikken. Wordt voor meerdere tekeninglagen hetzelfde voolgnummer opgegeven. Hiervoor wordt het DXF-formaat gebruikt. Als alle gegevens zijn ingelezen. de begane grond het volgnummer 1 en de eerste verdieping het volgnummer 2. en wordt het aantal bouwlagen en ruimten weergegeven. Algemeen De meeste tekenpakketten bieden de mogelijkheid om een tekening in een ASCI-file op te slaan. Via de DXF-file wordt de lay-out van een gebouw (de plattegrond van alle aanwezige bouwlagen en de namen van de ruimten) overgebracht naar de Uniforme Omgeving (UO).DXF zijn. verschijnt het scherm Projectomschrijving. De onderste bouwlaag krijgt het volgnummer 0 (nul).

Hier moet dan een extra tussenwand (fictief) worden geplaatst.l. De namen van de ruimten mogen op dezelfde tekeninglaag staan als de bijbehorende ruimten. Voor het opgeven van teksten moet in AutoCad wel ‘single line text’ worden gebruikt. dat de gegevens over de deuren bevat. levert dit problemen op als een lijn halverwege een wand ‘stopt’. Het beginpunt van de naam moet binnen de bijbehorende ruimte liggen. De naam van de tekeninglaag mag niet langer zijn dan 15 karakters. zijn dat het programma hierop vastloopt. Dubbele lijnen moeten zoveel mogelijk worden voorkomen. welke later als fictieve wanden zijn op te geven. moet op een aparte tekeninglaag een enkellijnige tekening worden gemaakt. Deze gegevens zijn opgeslagen in. Een bouwlaag mag niet over meerdere tekeninglagen verdeeld zijn. De totale lengte van de naam mag de grenzen van de ruimte echter wel overschrijden. Lijnen waarvan het beginpunt gelijk is aan het eindpunt. Hierbij dient er rekening mee gehouden te worden dat het niet altijd zichtbaar is of de wanden goed aansluiten. Wanneer de lijnstukken in de DXF-file op coordinaten met hoge waarden worden gezet. kan dit worden opgelost. maar voor de berekening gaat dit niet goed. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden : 38 . aan het blok gekoppelde attributen. Lijnen welke geen functie hebben bij het maken van de ruimten moeten worden verwijderd. In deze situatie is het noodzakelijk alle lijnstukken van alle tekeninglagen (bouwlagen) te verplaatsen richting oorsprong. Het kan n. Wanneer lijnen over elkaar heen worden getekend. De naam van het deuren blok mag niet langer zijn dan 15 karakters. • • • • • • • Gebogen wand Hieronder wordt verstaan wanden. Wanneer maar 1 tussenwand wordt opgegeven en de betreffende ruimte aan zichzelf grenst. moet de tekening aan de volgende voorwaarden voldoen : • Van iedere bouwlaag. De lijnen.Deurenblok De naam van het blok. die overgebracht moet worden naar de UO. kan het zijn dat meerdere ruimten niet op de goede plaats en/of over elkaar heen worden gezet. Wanneer geen deuren zijn getekend of moeten worden ingelezen kan de invoer van dit veld achterwege gelaten worden. De DXF-file wordt wel ingelezen. moeten uit de tekening worden verwijderd. die getekend zijn als (een deel van) een cirkel of ellips of op een andere wijze van een bocht zijn voorzien. Wanneer deze langer is worden de gegevens van deze tekeninglaag niet ingelezen in de UO. moeten op elkaar aansluiten. Er dient voor gezorgd te worden dat de bouwlagen op de juiste wijze boven elkaar liggen. deze mogen ook op een aparte tekeninglaag worden opgegeven. die de wanden voorstellen. Een ruimte mag een andere ruimte niet geheel omsluiten. zodat na inlezen de afmetingen van een ruimte met hart op hart maten bekend is. Eisen aan de tekening Om de lay-out van het gebouw en de gegevens goed in te kunnen lezen vanuit de DXF-file. dus eigenlijk 1 punt. gaat de berekening niet altijd goed. Door het plaatsen van 2 extra tussenwanden. De lijnen worden in het midden van de wand gelegd.

Laat men hier de cirkelboog staan. Als bij Zoekstring tekeninglagen een of meer beginletters zijn ingevuld. De hoogte bovenkant vloer tot bovenkant bovenliggende vloer/dak. maar het reeds bestaande vertrek gekoppeld aan de ruimte. 39 . wordt geen nieuw record vertrekgegevens aangemaakt. Voor het inlezen van ramen en/of deuren moet dit veld worden opgegeven. De naam van de tekeninglaag mag niet langer zijn dan 15 karakters. Door met de muis in het veld naast Laagnaam te klikken. Dit attribuut moet zowel zijn opgegeven voor het ramen blok als voor het deuren blok. • Hoogte De naam van het attribuut. De naam van het attribuut hoogte mag niet langer zijn dan 15 karakters. zodat de gebogen wand meerdere ruimten omvat.5 m. verschijnt een lijst met namen van tekeninglagen. Als op de gebogen wand een of meerdere tussenwanden aansluiten. krijgt u alleen die laagnamen te zien. dan is de kans aanwezig dat de tussenwanden welke aansluiten op de cirkelboog niet worden meegenomen bij het bepalen van de ruimten. kan deze blijven staan. ‘Kantoor 2’ etc. dan wordt een standaard vertrekdefinitie aangemaakt en gekoppeld aan alle ruimten in het gebouw. Dit is de hoogte zoals deze in de Uniforme Omgeing bij de geometrie wordt opgegeven. nl. Hoogte bouwlaag De hoogte van de bouwlaag in mm. Voor elk vertrek met een andere omschrijving wordt dan een vertrek aangemaakt. dan kunnen deze worden gesplitst in ‘Kantoor 1’. die met die letters beginnen. De wand wordt tijdens het inlezen vervangen door rechte lijnstukken met een middelpuntshoek van 15 graden of een lengte van ongeveer 3. Er wordt bij de vertrekgegevens echter ook gecontroleerd op de omschrijving die is opgegeven. Koppelen van vertrek aan geplaatste geometrie Wanneer een project wordt ingelezen via DXF wordt altijd een vertrekdefinitie gekoppeld aan de ruimte. Laagnaam De naam van de tekeninglaag waarop (een deel van) het gebouw getekend is. wordt hiervoor maar één vertrek aangemaakt en wordt deze gekoppeld aan de verschillende ruimten. dat de hoogte van de deur of het raam bevat. waaruit de gewenste laagnaam gekozen kan worden.• Als de gebogen wand slechts één ruimte omvat. Hierbij dient men ter plaatse van de tussenwand steeds met een nieuw lijnstuk te beginnen. Wanneer dus in het DXF bestand meerdere ruimten bijvoorbeeld de omschrijving ‘Kantoor’ hebben (let op hoofd en kleine letters). Dit houdt dus in dat elke ruimte in het gebouw dezelfde vertrekgegevens heeft. Zijn er verschillende kantoren binnen het gebouw. wordt deze omschrijving in de vertrekgegevens gezet en deze vertrekgegevens worden gekoppeld aan de ruimte. dan moet deze wand bij het opzetten van de enkellijnige tekening worden omgezet in rechte lijnstukken. De inhoud van het attribuut moet zijn opgegeven in mm. Indien reeds een vertrek is aangemaakt met deze omschrijving. Zijn geen ruimtenamen in het DXF bestand opgegeven. Indien via het DXF bestand ruimtenamen worden opgegeven.

8 opgegeven (de y-factor blijft 1.0). Hierna kan het blok worden gedefinieerd. • 40 . Ramen en deuren Ramen en deuren kunnen via DXF worden ingelezen door in de tekening een ramen. Er dient op het volgende gelet te worden : • Ramen en deuren worden gedefinieerd door hiervoor op laag 0 (nul) een blok aan te maken.o. Noordpijl blok De naam van het blok dat in de tekening als noordpijlblok is gebruikt. Voor het inlezen van een DXF is deze invoer niet noodzakelijk.en deurenblok gelijk zijn opgegeven. kan dit tijdens het plaatsen via de x-factor worden opgegeven.80 m dan wordt voor de x-factor 0. de vloer). dat de gegevens over de ramen bevat. In het eerste attribuut kan de hoogte van de deur of raam worden opgegeven. Indien een geometrie van een ruimte meerdere malen voorkomt in het gebouw wordt hiervoor maar één geometrie aangemaakt en meerdere malen geplaatst.o. Het ‘insertionpoint’ of ‘aangrijpingspunt’ moet in het midden van de rechthoek worden opgegeven. De namen van de attributen moeten voor het ramen.v.of deurenblok dient voor het aangeven in welke wand het raam of de deur zit en wat de afmetingen van de deur of het raam zijn. Is het raam bijvoorbeeld 0. moet via het menu-item Inlezen project een nieuwe keuze worden gemaakt. De naam van het ramen blok mag niet langer zijn dan 15 karakters. Indien via de DXF file ook omschrijvingen van de ruimten worden opgegeven. aan het blok gekoppelde attributen. als de attributen als objecten worden geselecteerd. Het ramen. in het tweede de vertikale offset (hoogte van het raam of deur in de wand t. aan het blok toegevoegde attributen. Bij de definitie van het blok moeten zowel de rechthoek (lijnstukken). Ramen blok De naam van het blok. Hierna worden 2 attributen geplaatst bij voorkeur boven de rechthoek. Als een andere DXF-file moet worden gebruikt. Plaatsen van een geometrie Tijdens het inlezen van een DXF bestand wordt de geometrie van de ruimte geplaatst. Wanneer geen deuren zijn getekend of moeten worden ingelezen kan de invoer van dit veld achterwege gelaten worden. het noorden.v. worden deze omschrijvingen ook bij de geometrie ingevuld.Naam DXF-file Dit veld is al ingevuld met de naam van de in te lezen DXF-file en kan niet meer worden veranderd.en deurenblok aan te maken en te plaatsen. De rechthoek (lijnstukken) moet een lengte hebben van 1000 mm. Via twee. De breedte van het raam of de deur wordt doorgegeven via de x factor. De hoek waaronder het blok is geplaatst in de tekening geeft de draaiing aan van het gebouw t. Als voorbeeld kan een rechthoek worden getekend (4 lijnstukken) waarbij de lengte van het langste lijnstuk 1000 mm is. Als het raam of de deur een afwijkende breedte heeft. De ramen en deuren worden binnen de UO aangemaakt als vrije deelwanden en worden als zodanig geplaatst in de betreffende hoofdwand. kunnen de hoogte en de verticale offset (hoogte boven de vloer) worden doorgegeven. Deze gegevens zijn opgeslagen in.

Wanneer bijvoorbeeld bij de omschrijving van een ruimte in het DXF bestand de volgende tekst wordt opgegeven: ‘0. waarop de bouwlaag staat. Het aangrijpingspunt van het blok moet op de wand liggen. De naam van een attribuut mag maximaal 15 karakters lang zijn.• • • • De inhoud (figuur) van het blok speelt geen rol. Het is echter ook mogelijk de ruimtenummers via het DXF bestand door te geven. • Ruimtenamen De naam van de tekeninglaag waarop de namen van de ruimten staan. Bij de omschrijving voor de vertrekgegevens wordt weer gecontroleerd of deze reeds in het project is aangemaakt. Het blok wordt vervolgens in de juiste tekeninglaag (waar ook de lijnen zijn getekend) op de betreffende wand geplaatst. Schaal 1 Hier moet de schaal worden opgegeven. verschijnt en lijst met namen van tekeninglagen. De naam van een blok mag maximaal 15 karakters lang zijn en is vrij te kiezen. Dit kan dezelfde tekeninglaag zijn als degene. Hierbij wordt er dus vanuit gegaan dat dit punt zich in het midden van het raam of de deur bevindt. Door met de muis in het veld naast Ruimtenamen te klikken. Ruimtenummers Het programma maakt in eerste instantie zelf de nummers van de ruimten aan. of een aparte tekeninglaag. Bij schaal 1:1 wordt er vanuit gegaan dat de tekeneenheid in mm is. Scherm dxf->uo Dit werkt voor de volgende programma’s : • • • • • VA101 VA102 VA107 VA114 VA121 Warmteverlies Koellast Verlichtingssterkte Gebouwsimulatie Energie Prestatie Advisering 41 .01:Kantoor’. waaruit de gewenste laagnaam gekozen kan worden. Dit is via de knop Gegevens onder het niveau Geometrie in het scherm Isometrie te wijzigen in een zelf op te geven ruimte nummer van maximaal 5 karakters. wordt de tekst voor de ‘:’ als ruimtenummer gezien (max 5 karakters) en de tekst na de ‘:’ als omschrijving voor de vertrekgegevens. die met die letters beginnen. waarop het gebouw in het tekenpakket is getekend. De verschillende ruimten worden gesorteerd op dit nummer binnen de bouwlaag. In beide gevallen moet de betreffende naam hier ingevuld worden. mag geen spaties bevatten en kan vrij worden gekozen. krijgt u alleen die laagnamen te zien. De positie van een raam of deur in de wand (plaats van het aangrijpingspunt) wordt overgenomen in de UO. Als bij Zoekstring tekeninglagen een of meer beginletters zijn ingevuld.

d. Scherm lagenbestand Dit werkt voor de volgende programma’s : • • • • • • • VA101 VA102 VA107 VA114 VA121 VA122 VA126 Warmteverlies Koellast Verlichtingssterkte Gebouwsimulatie Energie Prestatie Advisering Energie Prestatie Normering Luchtbalans in gebouwen Het lagenbestand bevat alle laagnamen. Bij het weergeven van de aanwezige tekeninglagen worden alleen die laagnamen weergegeven. ‘Vergaderruimte’ etc. gebruikte lagen en blokken worden opgegeven. reeds worden ingevuld. Door nu deze omschrijving ook via het DXF bestand door te geven. Belangrijk is hierbij dat de omschrijving van de vertrekken uniek worden ingevuld zoals ‘Kantoor’.en deelwanden. ventilatie e. ‘Toilet’. waarbij alle vertrekgegevens zoals type vertrek. ‘Kantoor 2’. Verticale offset De naam van het attribuut. Zoekstring tekeninglagen In dit veld kunnen een aantal beginletters worden ingevuld van tekeninglagen. Voorbeeld projecten Indien gebruik gemaakt wordt van voorbeeldprojecten kunnen tevoren naast de wandcriteria. wanddikten. soort verwarming. 42 . De naam van het attribuut hoogte mag niet langer zijn dan 15 karakters. wand. Dit veld is alleen voor het verkleinen van het aantal tekeninglagen bij het selecteren en hoeft niet te worden ingevuld. wordt automatisch de juiste vertrekdefinitie aan de ruimte gekoppeld.en raamconstructies ook de nodige vertrekgegevens worden aangemaakt. Voor de bouwlagen worden hier tevens de namen van de tekeninglagen met de ruimtenamen opgenomen. Bij eisen aan de tekening kan men lezen waaraan een tekening moet voldoen.• • VA122 VA126 Energie Prestatie Normering Luchtbalans in gebouwen Voordat een DXF-file ingelezen kan worden. binnencondities. Dit attribuut moet zowel zijn opgegeven voor het ramen blok als voor het deuren blok. hoofd. ‘Gang’. in de tekening. moeten eerst enkele gegevens over de. Het invoerscherm wordt geopend door in het scherm Koppeling DXF -> UO op de knop Selecteren tekeninglagen te drukken. ‘Kantoor 3’. waarop zich de bouwlagen van een gebouw bevinden. waarin de hoogte van de deur of het raam boven de vloer is opgegeven. Voor het inlezen van ramen en/of deuren moet dit veld worden opgegeven. die met deze beginletters beginnen. De inhoud van het attribuut moet zijn opgegeven in mm.

Klik in het veld naast hoogte. met één bouwlaag per tekeninglaag. • • • • • • • • Klik in het veld naast deurenblok Kies uit de lijst met bloknamen de bloknaam van het deurenblok. Klik op de knop Verwerken DXF-file. Selecteren tekeninglagen In de tekening moeten de bouwlagen in een gebouw verdeeld zijn over meerdere tekeninglagen. waarin de in te lezen DXF-file staat. Geef het nummer van de bouwlaag op. Weet u het zeker?" Klik op de knop Ja. Kies uit de lijst met attribuutnamen de naam van het attribuut. Klik op de naam van de DXF-file. kunnen deze als volgt worden overgenomen in de UO. Overnemen deuren en ramen Als in de tekening ook ramen en/of deuren zijn aangegeven. Klik in het veld naast verticale offset Kies uit de lijst met attribuutnamen de naam van het attribuut.DXF Ga naar de directory. Klik in het veld naast ramenblok Kies uit de lijst met bloknamen de bloknaam van het ramenblok. Het scherm Lees project verschijnt met de mededeling "Alle invoergegevens gaan verloren. Tevens kunnen er nog gegevens over de ramen.Voorbeeld DXF-koppeling Inleiding • • • Inlezen DXF-file Overnemen deuren en ramen Selecteren tekeninglagen Inlezen DXF-file De DXF-file wordt gebruikt voor het overbrengen van de layout en enkele additionele gegevens van een gebouw naar de UO. deuren en de noordpijl worden overgebracht naar de UO. Selecteer het bestandstype *. • • • • • • • • • Klik in het menu Projecten op de optie Inlezen Project. Klik op de knop Openen. waarin de hoogte van de deur of raam is opgeslagen. Het scherm Koppeling DXF->UO voor <programma naam> verschijnt. De namen van deze tekeninglagen moeten opgegeven worden en daarbij moet aangegeven worden welke bouwlaag er op 43 . waarin de verticale offset is opgeslagen. Als de DXF-file is ingelezen verschijnt het scherm Projectgegevens. Selecteer de tekeningla(a)g(en) waarop de ruimten staan.

waarop een bouwlaag staat. Klik met de muis in het veld naast Laagnaam.In dit invoerscherm kan tevens worden aangegeven op welke tekeninglaag de namen van de ruimten staan en wat de hoogte van de bouwlaag is. Afsluiten opgeven namen tekeninglagen met : Klik met de muis op de knop Sluiten. waarop de betreffende ruimtenamen staan. Tik het nummer van de bouwlaag in. Herhaal de punten 2 t/m 7.staat. Kies uit de lijst met laagnamen de naam van de tekeninglaag.Indien meer dan één bouwlaag opgegeven moet worden dan : Klik met de muis op de knop Toevoegen. 44 . Kies uit de lijst met laagnamen de naam van de tekeninglaag. Als ook de namen van de ruimten doorgegeven moeten worden dan : Klik met de muis in het veld naast Ruimtenamen. • • • • • • • • • Klik met de muis op de knop Selecteren tekeninglagen.

Nieuwe definities verschijnen vanzelf in het definitiescherm. 45 .VA114.VA114. Ook kan men via een nog leeg definitiescherm op elk niveau een definitie invoeren. Dit doet men door een dubbelklik in het lege definitiescherm. Door hier op te klikken kunnen verschillende In de rechterhelft verschijnt het zogenaamde Definitiescherm. wandgegevens etc.) in het definitiescherm dan kan men ze toewijzen. In dit scherm verschijnt naast niveau de knop niveau’s worden ingesteld : • • • • • • • • • • • Gebouw Ruimte Zone Vertrek Wand Vloer Plafond LVK-app.VA121. ruimten. bij het niveau Vertrek het scherm Vertrekgegevens etc. Deze functies zijn : • • • het plaatsen / toewijzen van definities het controleren van geplaatste / toegewezen definities het verwijderen / loskoppelen van definities.VA102. zones etc) getoond. Dit invoerscherm wordt nu Gebouwinvoer genoemd.VA114. Afhankelijk van het niveau waarop de niveauknop is ingesteld (gebouw. Heeft men op deze wijze bijvoorbeeld het vertrekscherm geopend en een vertrek ingevuld. ruimte. Bij het niveau Gebouw is dat Gebouwgegevens. lijnen of veelhoeken een ruimte worden gemaakt. dan kan men een nieuwe vertrekdefinitie invoeren door in het scherm Vertrekgegevens op de knop Toevoegen te klikken zodat een leeg scherm Vertrekgegevens wordt geopend. (alleen VA101. Door deze handeling te herhalen kan men alle vertrekdefinities invoeren.VA126) Lucht(uitwisseling) (alleen VA101.VA106.VA122) . Het definitiescherm heeft 3 functies. Door de Control-toets ingedrukt te houden en met de [LMK] in de ruimte of op de wand te klikken kan de definitie worden verwijderd/losgekoppeld.VA107. In dit grafische scherm kan via punten. Staan de definities (vertrekgegevens.Handleiding Gebouwinvoer Scherm Gebouwinvoer Inleiding Vanaf 1 maart 2006 is de term Isometrisch invoerscherm verleden tijd.VA126) IWP-groep (VA101. zone etc) worden hier bijbehorende definities (gebouwen.VA114) Rooster (alleen VA101. Dit doet men door de Shift-toets ingedrukt te houden en met de linkermuisknop [LMK] in de ruimte of op de wand te klikken.

ontstaat een zoomgebied dat vergroot op het scherm wordt afgebeeld. Als in dit overzicht op een ruimte geklikt wordt. Zoom Vergroten of verkleinen van het gebouw in het scherm. vorige/volgende ruimte. 3D-weergave van bouwlaag Er verschijnt een 3D-afbeelding van de bouwlaag met alle ruimten. 3D-weergave gebouw. 3D-weergave van gebouw Er verschijnt een 3D-afbeelding van het hele gebouw. Zoomgebied selecteren Een zoomgebied worden geselecteerd door eerst op deze icoon te klikken. 3D-weergave bouwlaag. Door op de [LMK] te klikken. Overzicht van ruimten in gebouw Er verschijnt een overzicht van alle ingevoerde ruimten in het gebouw. Dit overzicht is op elk niveau op te vragen.Navigatieknoppen Inleiding Op elk niveau van het scherm Gebouwinvoer verschijnen zogenaamde navigatieknoppen. 46 . Men kan met de cursortoets door het overzicht navigeren en vervolgens met de F2-toets ruimten voor de berekening op overslaan zetten. overzicht ruimten. wordt deze ruimte actief.en begane grondvloervlakken zijn met een vinkje bij Dak en begane grond uit te zetten. passend zoom. Vorige / volgende ruimte Naar vorige of volgende ruimte. Bouwlaag onder / boven Naar vorige of volgende bouwlaag. Passend zoom Het gebouw wordt passend in het midden van het scherm geplaatst. bouwlaag onder/boven. zoals zoomen. de muis te verschuiven en nog een keer op de [LMK] te klikken. Dak.

ruimte en vertrek. Scherm definities Dit scherm wordt geopend in het scherm Gebouwinvoer. Ga naar niveau Ruimte teken één of meerdere hulplijnen (via RMK. Als het scherm Gebouwgegevens niet verschijnt. verschijnt een grafisch scherm. Onder deze gegevens staan diverse knoppen die één voor één worden verklaard. wordt de corresponderende regel in het betreffende definitiescherm actief. niveau Gebouw met LMK dubbelklikken in het scherm of op regel in definitiescherm. Hierin kan men dan direct eventuele veranderingen aanbrengen. teken het andere gebouw en maak een ruimte van de ingesloten lijnen 47 . via de knop Toevoegen verschijnt scherm Gebouwgegevens nr. In het scherm kan de noordpijl en het bouwlaagnummer van de begane grond worden opgegeven. De oriëntatie van het gehele bouwplan kan men hiermee eenvoudig wijzigen. Anderzijds. Andere gebouwen worden als rechthoek weergegeven. bouwlaag. Bij dubbel klikken op een regel in het definitiescherm wordt meteen het invoerscherm geopend dat hoort bij het aangeklikte gebouw. Als bv op bouwlaag 0 een kelder wordt ingevoerd en op bouwlaag 1 de begane grond vloer. Begane grond Hier wordt het nummer van de bouwlaag opgegeven. In de bovenste regel van Gebouwinvoer staan gegevens over gebouw. waarbij het niveau op Gebouw staat. Noordpijl Hoek voor verandering van de richting van de noordpijl. Voorbeelden Voorbeeld : afstand opgeven tussen twee gebouwen Aantal gebouwdefinities kunnen als volgt worden uitgebreid : • • • • • • via Invoeren naar scherm Gebouwinvoer. Tevens verschijnt het scherm Gebouwgegevens en het definitiescherm Gebouwdefinities. ziet men in het scherm Gebouwinvoer de ruimten welke in het gebouw zijn aangemaakt. Lengte en rotatie lijn) om het beginpunt van het andere gebouw vast te leggen. zone. waarop de begane grond-verdieping zich bevindt. wanneer men in het scherm Gebouwinvoer met de muis een gebouw actief maakt. Scherm gebouwgegevens nr. Er wordt een overzicht gegeven van alle ingevoerde gebouwdefinities. 2 selecteer in definitiescherm gebouwnummer 2. alleen de richting van de noordpijl rechtsboven het grafische scherm verandert. moet hier een ‘1’ worden opgegeven. moet in het definitiescherm dubbelgeklikt worden op het gewenste gebouw. Door een gebouw in dit scherm met de LMK actief te maken. 1 verschijnt.Scherm Gebouwinvoer (niveau Gebouw) Inleiding Als via Invoeren voor de eerste keer Gebouwinvoer wordt geselecteerd. De afbeelding van de plattegrond van het gebouw in het grafische scherm blijft onveranderd.

Voorbeeld : verwijderen van een gebouwdefinitie Een gebouwdefinitie kan alleen via F5 verwijderd worden in het scherm Gebouwgegevens, als in dit gebouw geen ruimten zijn geplaatst.

Voorbeeld : werken met één gebouw Als er slechts één gebouwdefinitie is opgegeven, behoren alle geplaatste ruimten automatisch tot deze gebouwdefinitie.

Voorbeeld : werken met meerdere gebouwen Aantal gebouwdefinities kunnen als volgt worden uitgebreid : • • • • • • via Invoeren naar scherm Gebouwinvoer, niveau Gebouw met LMK dubbelklikken in het scherm of op regel in definitiescherm. Scherm gebouwgegevens nr. 1 verschijnt. via de knop Toevoegen verschijnt scherm Gebouwgegevens nr. 2 selecteer in definitiescherm gebouwnummer 2 ga naar niveau Ruimte teken het andere gebouw en maak een ruimte van de ingesloten lijnen

In de bovenste balk verschijnen de gegevens van de getekende ruimte. Daarin moet ook staan dat gebouw 2 actief is.

Scherm Gebouwinvoer (niveau IWP-groep)
Inleiding Onder niveau IWP-groep (Interne Warmte Productie) kunnen meerdere groepen (armaturen, personen en apparaten) worden geplaatst in één ruimte. In het definitiescherm kan worden aangegeven welke groep (armaturen, personen, apparaten) moet worden geplaatst. Via het scherm IWP-criteria kunnen deze groepen automatisch worden geplaatst, maar dan kan er maximaal één groep worden geplaatst in een ruimte. Het scherm IWP-criteria is alleen te bereiken als het scherm Gebouwinvoer gesloten is. Via het definitiescherm kunnen de automatisch geplaatste groepen worden gecontroleerd en handmatig groepen worden geplaatst. Het controleren van een geplaatste groep gaat door met de LMK dubbel te klikken in een geplaatste groep, of door met de LMK dubbel te klikken op de definitie in het definitiescherm. Het plaatsen van groepen gaat door de Shift-toets ingedrukt te houden en met de LMK binnen de ruimte te klikken. Op de positie waar met de muis is geklikt binnen de ruimte wordt de groep geplaatst. Het verwijderen van geplaatste groepen gaat door de Control-toets ingedrukt te houden en met de LMK in de te verwijderen groep te klikken. Hierbij maakt het niet uit welke definitie in het definitiescherm actief is.

48

Knop legenda Via deze knop wordt een scherm geopend, waarin wordt uitgelegd wat de diverse vierkantjes en rondjes betekenen. Er verschijnen hier 4 mogelijkheden : • • • • Blauw vierkant met de letter a Grijs vierkant Blauw rondje met de letter v Grijs rondje : automatische keuze (via IWP-criteria). [actief] : automatische keuze (via IWP-criteria). [niet actief] : handmatig geplaatst. [actief] : handmatig geplaatst. [niet actief]

Knop Overzicht van alle ingevoerde IWP-groepen in de actieve ruimte. In dit overzicht staan gegevens van alle geplaatste IWP-groepen. Via de functietoets F10 verschijnt dit overzicht ook.

Knop Verplaatsen van een IWP-groep. Klik op de knop verplaatsen, klik met de LMK op de verplaatsen IWP-groep. Het icoontje beweegt nu over het scherm. Plaats de IWP-groep door nogmaals te klikken met de LMK. Door dubbel te klikken op het icoontje verschijnen de gegevens van de IWP-groep.

Scherm definities Dit scherm wordt geopend in het scherm Gebouwinvoer bij niveau IWP-groep. Er wordt een overzicht gegeven van alle ingevoerde IWP-groepen. Door in dit scherm met de muis een regel actief te maken, ziet men in het scherm Gebouwinvoer via een vierkantje met de letter a (automatisch geplaatst) of via een rondje met de letter v (handmatig geplaatst) de hiermee corresponderende IWP-groepen. Anderzijds, wanneer men in het scherm Gebouwinvoer met de muis een IWP-groep actief maakt, wordt de corresponderende regel in het betreffende overzichtscherm actief.

49

Scherm Gebouwinvoer (niveau Lucht)
Inleiding Hier wordt de luchtuitwisseling tussen ruimten en buiten en ruimten onderling opgegeven. De luchtuitwisseling tussen ruimten en buiten en ruimten onderling kan alleen worden aangegeven als zich hiertussen ramen, deuren, ventilatievoorzieningen of openingen bevinden. Tussen de ruimten kunnen de debieten worden opgegeven in beide richtingen. Voor de warmteverliesberekening wordt alleen gekeken naar de toevoer van lucht uit andere ruimten en/of buiten. Zie scherm Luchtuitwisseling.

Knop legenda ‘w’ in blauw rondje : ‘w’ in grijs rondje : ‘v’ in blauw rondje : ‘v’ in grijs rondje : ‘p’ in blauw rondje : ‘p’ in grijs rondje : de geselecteerde luchtuitwisselingsgroep in een wand is actief in definitiescherm. de luchtuitwisselingsgroep in een wand is niet actief. de geselecteerde luchtuitwisselingsgroep in een vloer is actief in definitiescherm. de luchtuitwisselingsgroep in een vloer is niet actief. de geselecteerde luchtuitwisselingsgroep in een plafond is actief in definitiescherm. de luchtuitwisselingsgroep in een plafond is niet actief.

Knop Overzicht van alle luchtuitwisselingen in de actieve ruimte. Per ruimte wordt vermeld het nummer en de omschrijving van de luchtuitwisseling, het ruimtenummer waarmee de lucht wordt uitgewisseld en waarin de opening zit.

Scherm definities Dit scherm wordt geopend in het scherm Gebouwinvoer. Er wordt een overzicht gegeven van alle ingevoerde luchtuitwisselingsgroepen. Er is interactie tussen dit definitiescherm en het scherm Gebouwinvoer. Wanneer men in het definitiescherm op een regel klikt wordt de betreffende luchtuitwisseling in het scherm Gebouwinvoer actief. Bij dubbel klikken met de LMK op een regel in het definitiescherm wordt meteen het invoerscherm geopend dat hoort bij de aangeklikte luchtuitwisseling. Hierin kan men dan direct eventueel veranderingen aanbrengen. Voor overzicht van symbolen, zie legenda.

50

Scherm Gebouwinvoer (niveau LVK-apparaten)
Inleiding De afkorting LVK-app. staat voor Lokale Verwarming/Koeling-apparaat. Hiermee worden in het algemeen radiatoren, convectoren, inductie-units en fancoilunits aangeduid. Het plaatsen van de LVK-apparaten (bv radiatoren) gebeurt door de shift-toets en de LMK in combinatie met het type uit het definitiescherm. Bij VA106 kan als type worden gekozen voor productdefinitie of selectiecriteria. In de andere programma’s is het type altijd een productdefinitie. Als dubbel geklikt wordt op de geplaatste LVK verschijnt het scherm Gegevens LVKapparaat.

Knop legenda blauwe streep : grijze streep : lvk-apparaat (niet actief, wel geselecteerd) lvk-apparaat (niet actief, niet geselecteerd)

blauwe streep met ‘v’ in blauw rondje : lvk-apparaat (actief in definitiescherm, geselecteerd) grijze streep met ‘v’ in blauw rondje : lvk-apparaat (actief in definitiescherm, niet geselecteerd)

Knop Overzicht van alle ingevoerde LVK-apparaten in de actieve ruimte. In het overzicht staan gegevens over fabrikaat, nummer, omschrijving en produktinformatie van het LVK-apparaat.

Knop Verplaatsen van een handmatig geplaatst LVK-apparaat door eerst met de linkermuisknop op het LVK-apparaat te klikken. Vervolgens beweegt het LVK-apparaat over het scherm, waarna het opnieuw geplaatst wordt door op de linkermuisknop te klikken.

Scherm definities Dit scherm wordt geopend in het scherm Gebouwinvoer bij niveau LVK-app. Er wordt een overzicht gegeven van alle ingevoerde LVK-producten. Door in dit scherm met de muis een regel actief te maken, ziet men in het scherm Gebouwinvoer het geselecteerde product verschijnen via een actief icoontje. Als dubbel geklikt wordt met de LMK op een regel in het definitiescherm of op de icoon in het scherm Gebouwinvoer verschijnen de producteigenschappen.

51

Knop legenda ‘v’ in blauw rondje :het geselecteerde rooster in de ruimte is actief in definitiescherm. Knop Overzicht van alle ingevoerde roosters in de actieve ruimte. omschrijving. grijs rondje : het rooster is niet actief. Wanneer men in het definitiescherm op een regel klikt wordt het betreffende rooster in het scherm Gebouwinvoer actief.Scherm Gebouwinvoer (niveau Rooster) Inleiding Onder niveau roosters kunnen meerdere roosters worden geplaatst in één ruimte. Er wordt een overzicht gegeven van alle ingevoerde roosters. of door met de LMK de definitie in het definitiescherm actief te maken. Knop Verplaatsen van een rooster door eerst met de LMK de knop te activeren en vervolgens het betreffende rooster aan te klikken. Bij de programma’s VA114. Het plaatsen van roosters gaat door de Shift-toets ingedrukt te houden en met de LMK binnen de ruimte te klikken. Dubbel klikken op een icoontje in het scherm Gebouwinvoer geeft hetzelfde resultaat. Het controleren van een geplaatst rooster gaat door met de LMK in een geplaatst rooster te klikken. Hierbij maakt het niet uit welke definitie in het definitiescherm actief is. VA121 en VA126 verschijnt het niveau Rooster altijd. Op de positie waar met de muis is geklikt binnen de ruimte wordt het rooster geplaatst. Door dubbel te klikken op het icoontje verschijnen de gegevens van het rooster. Het verwijderen van geplaatste roosters gaat door de Control-toets ingedrukt te houden en met de LMK in het te verwijderen rooster te klikken. Bij dubbel klikken met de LMK op een regel in het definitiescherm wordt meteen het invoerscherm geopend dat hoort bij het aangeklikte rooster. Hierin kan men dan direct eventueel veranderingen aanbrengen. In het scherm Roostergegevens worden gegevens opgegeven over luchtdebiet en/of de lucht wordt toegevoerd of afgevoerd. luchtdebiet en of de lucht wordt toegevoerd of afgevoerd. 52 . Hierin staan gegevens over nummer. Scherm definities Dit scherm wordt geopend in het scherm Gebouwinvoer. Er is interactie tussen dit definitiescherm en het scherm Gebouwinvoer.

selectiegebied van lijnen. In dit scherm staan een aantal iconen. die in 5 groepen kunnen worden ingedeeld : • • zoomen en navigeren. 53 . zone. vaste rechthoek tekenen (lengte x breedte). Na het maken van een ruimte worden de verschillende vertrekdefinities gekoppeld aan deze ruimten. De eerste 7 iconen (selecteren van lijnen. veelhoek tekenen. ellips of ovaal tekenen. ruimten bouwlaag instellingen • • • Algemeen principe In plaats van geometrieën opgeven via het definitiescherm worden nu in de nieuwe versie ruimten gemaakt met behulp van getekende lijnen. waarbij niveau Ruimte kan worden geselecteerd. teken lijn. waarna zij actief blijven totdat een ander icoon wordt aangeklikt. rechthoek tekenen. Dit gaat in twee eenvoudige stappen: 1. selectie lijnen verwijderen) moeten elke keer dat zij gebruikt worden opnieuw aangeklikt worden. waarna van de gesloten lijnen een ruimte kan worden gemaakt. lijnen maken van ruimten. 2. Deze iconen zijn in 2 soorten te onderscheiden. In figuur 4 is aangegeven welke icoontjes gebruikt worden voor het tekenen van hulplijnen en welke bedoeld zijn voor het aanmaken en manipuleren van ruimten. ruimte en vertrek. De laatste 4 iconen (offset serie lijnen. Een ruimte kan men verplaatsen of kopiëren en indien nodig wissen. Er verschijnt een grafisch scherm.Scherm Gebouwinvoer (niveau Ruimte) Inleiding Via Invoeren kan Gebouwinvoer worden geselecteerd. cirkelboog tekenen) moeten 1x aangeklikt worden. bouwlaag. Via dit niveau kunnen lijnen worden getekend. In de bovenste regel van Gebouwinvoer staan gegevens over gebouw. Ook kan de afbeelding worden vergoot of verkleind lijnen. Boven in het scherm bevinden zich groepen icoontjes. Hulplijnen tekenen zodat ruimten omsloten worden Ruimten maken van ingesloten vlakken Het tekenen van ruimten vindt plaats in het niveau Ruimten van het scherm Gebouwinvoer. Met deze iconen kan naar de verschillende ruimten en bouwlagen worden gesprongen.

54 . Knoppen lijnen Selecteren van lijnen Wanneer deze functie actief is. kan een lijn geselecteerd worden. Scherm Ruimte-index Dit scherm wordt geopend in het scherm Gebouwinvoer bij niveau Ruimte. Door in dit scherm met de muis een regel actief te maken. de muis te verschuiven en nog een keer op de [LMK] te klikken. Door op de [LMK] te klikken. ziet men in het scherm Gebouwinvoer de geselecteerde ruimte oplichten. De selectie kan ongedaan gemaakt worden door nogmaals op de lijn te klikken. Door dubbel te klikken op een geselecteerde hulplijn worden de gegevens (beginpunt. eindpunt. Alle hulplijnen binnen dit gebied worden geselecteerd. De andere niveaus zijn iet of nauwelijks veranderd. De hulplijn moet helemaal in het gebied passen. Knoppen zoomen / navigeren Deze knoppen worden in een apart hoofdstuk behandeld. Zie Navigatieknoppen. Selectiegebied van lijnen Hiermee kunnen meerdere hulplijnen tegelijk worden geselecteerd. omdat deze knoppen op elk niveau terugkomen. rotatie) van deze hulplijn zichtbaar. Er wordt een overzicht gegeven van alle ingevoerde ruimten. Deze ruimte is dan actief.Nadat alle benodigde ruimten zijn samengesteld kan het gebouw verder ingevoerd worden via de verschillende niveaus. Als dubbel geklikt wordt met de LMK op een regel in het scherm Ruimte-index of op de ruimte in het scherm Gebouwinvoer verschijnen de ruimteeigenschappen. anders blijft de hulplijn niet geselecteerd. lengte. ontstaat een selectiegebied.

‘lengte lijn’ en ‘lengte en rotatie lijn’. Vervolgens wordt vanaf het midden tussen deze 2 punten e een cirkel getekend. Het begin. Als via de [LMK] het 3 punt wordt geplaatst.en eindpunt kunnen met elkaar worden verbonden via de [RMK]. De lengte van de lijn is linksonder in het scherm zichtbaar en de muiscoördinaten zijn rechts onder in het scherm zichtbaar. Zie Rechtermuisknop. De lengte tussen de 2 laatste punten is linksonder in het scherm zichtbaar en de muiscoördinaten zijn rechts onder in het scherm zichtbaar. Vervolgens wordt vanaf het midden tussen e deze 2 punten een ellips of ovaal getekend. Het tekenen kan afgebroken met de escape-toets. optie Coördinaten (relatief/absoluut) worden opgegeven.Teken lijn Via de [LMK] wordt een beginpunt van een hulplijn getekend. De lengte van de zijden van de rechthoek zijn linksonder in het scherm zichtbaar en de muiscoördinaten zijn rechts onder in het scherm zichtbaar. Door op de [LMK] te klikken wordt een punt van de cirkel getekend. Zie Rechtermuisknop. Rechthoek tekenen Hiermee kan een rechthoek van 4 hulplijnen worden getekend door op de plaatsen te klikken waar een hoekpunt moet komen. dat via tot een ruimte kan worden gemaakt. Er ontstaat een gesloten vlak. Zie ook Rechtermuisknop. Als via de [LMK] het 3 punt wordt geplaatst. Zie Rechtermuisknop.en eindpunt kunnen met elkaar worden verbonden via de [RMK]. Het tekenen kan afgebroken met de escape-toets. Via de [RMK] kan een aantal opties worden gebruikt. De lengte van de lijn is linksonder in het scherm zichtbaar en de muiscoördinaten zijn rechts onder in het scherm zichtbaar. dat via tot een ruimte kan worden gemaakt. Er ontstaat een gesloten vlak. Via de [RMK] is ook numerieke invoer van punten mogelijk door middel van bijvoorbeeld coördinaten. Door op de [LMK] te klikken wordt een punt van de ellips getekend. Veelhoek tekenen Hiermee kan een veelhoek van hulplijnen worden getekend door op de plaatsen te klikken waar een hoekpunt moet komen. Door de muis te verplaatsen en nog een keer op de [LMK] te klikken ligt een zijde/segment van de cirkel vast. verschijnt een scherm waarbij moet worden ingevuld uit hoeveel segmenten de cirkel moet bestaan. Door de muis te verplaatsen en nog een keer op de [LMK] te klikken ontstaat een hulplijn. Als via de e [LMK] het 3 punt wordt geplaatst. Ellips of ovaal tekenen Hiermee kan een halve ellips worden getekend. verschijnt een scherm waarbij moet worden ingevuld uit hoeveel segmenten de ellips moet bestaan. Door de muis te verplaatsen en nog een keer op de [LMK] te klikken ligt een zijde/segment van de ellips/ovaal vast. Het begin. zoals ‘coordinaten’. De lengte en breedte van de rechthoek kan via de [RMK]. 55 . Cirkelboog tekenen Hiermee kan een cirkel worden getekend. De veelhoekwordt gesloten via de [RMK]. verschijnt een scherm waarbij moet worden ingevuld uit hoeveel segmenten de cirkel moet bestaan.

Dit geldt dan per programma. Door dubbel te klikken op de ruimte verschijnen de eigenschappen van de ruimte. Als op dit icoon is geklikt verschijnt de vraag onderin het scherm : Selecteer de lijn welk u wilt gebruiken voor de Offset lijnen. Bij het kopiëren wordt de zone en de vertrekdefinitie meegenomen. De actieve ruimte kan via de shift-toets en [LMK] worden gekopieerd en via control-toets en [LMK] worden verwijderd. Selectie lijnen verwijderen Door op dit icoontje te klikken verdwijnen alle geselecteerde hulplijnen. hoogte. hoogte. Zie Rechtermuisknop. waarmee de rechthoek op ander lijnen moet aansluiten. De ruimte moet worden gewist voordat deze opnieuw kan worden gebruikt. Knoppen ruimten Ruimte selecteren Hiermee kan een ruimte actief worden gemaakt. Door dubbel te klikken op de ruimte verschijnen de eigenschappen van de ruimte. Lijnen maken van ruimten Door een ruimte of meerdere ruimten te kopiëren naar een andere plaats in het scherm ontstaan nieuwe ruimten. verplaatst of verwijderd kan worden. Ruimtenummer. Bij de afstand kan bv de stramienmaat worden opgegeven. De richting van de te tekenen lijnen kan gewijzigd worden door op het ‘target’ te klikken. waarna de diverse punten met elkaar kunnen worden verbonden door op de [RMK] te klikken.Offset serie lijnen Hiermee kunnen een aantal lijnen parallel naast elkaar worden getekend. eventueel hellende wanden kunnen aangepast worden. Ruimte van gesloten lijnen maken Hiermee kan van een aantal gesloten lijnen een ruimte worden gemaakt. De ruimtelijst wordt gesorteerd op ruimtenummer en bouwlaag. omschrijving. waarna deze via de [RMK] gekopieerd. Door op dit icoontje te klikken worden van alle zijden van alle ruimten hulplijnen gemaakt. waarbij de onderlinge afstand hetzelfde is. Door op OK te klikken verschijnen het aantal opgegeven hulplijnen. Er kan een 2D en een 3D afbeelding opgevraagd worden. Vaste rechthoek tekenen (lengte x breedte) Hiermee kan een rechthoek van 4 hulplijnen met afmetingen (in meters) worden opgegeven. Echter hiervan zijn dan geen hulplijnen getekend. Tevens wordt de aangeklikte ruimte actief. eventueel hellende wanden kunnen aangepast worden. De rechthoek die ‘zweeft’ in het scherm kan worden geplaatst waarbij via de (RMK) het snappunt worden aangegeven. De omschrijving. Ook kan hier worden aangegeven of de ruimte moet worden overgeslagen in de berekening. 56 .

=). Met de [RMK] kan via Bepaal snappunt het aangrijpingspunt gekozen worden. Klik vervolgens op de gewenste ruimte. Daar wordt namelijk gecontroleerd op bouwlaag (>. Maak altijd eerst een backup van het project. Ruimte splitsen Hiermee kan een ruimte gesplitst worden in 2 ruimten. Alle bouwlagen daarboven worden één laag naar onderen verplaatst. Als de lijn is getekend verschijnt de waarschuwing of ‘de ruimte gesplitst moet worden in 2 ruimten’. indien ingevuld. Deze worden dan automatisch geplaatst. 3D-weergave van ruimte Er verschijnt een 3D-afbeelding van de ruimte. verschijnt de vraag ‘Welke bouwlaag wilt u tussenvoegen ?’. De vraag verschijnt : Teken mbv een lijn de te splitsen ruimte. Knoppen bouwlaag Bouwlaag tussenvoegen Als op deze knop wordt geklikt. 2D-weergave van ruimte Er verschijnt een 2D-afbeelding van de ruimte. Door op dit icoontje te klikken verschijnt links onderaan de vraag : Geef de ruimte aan welk u wilt splitsen. <. Dit kan via ‘Ja’ gerealiseerd worden. Er bestaat geen undo-functie. De ingevoerde bouwlaag krijgt het opgegeven bouwlaagnummer. 57 . Er bestaat geen undo-functie. Deze worden dan automatisch geplaatst.Ruimte verplaatsen Hiermee kan een ruimte worden verplaatst naar een andere positie in het gebouw. Dit heeft ook invloed op de gegevens die ingevuld zijn bij wandcriteria niveau 2. Dit heeft ook invloed op de gegevens die ingevuld zijn bij wandcriteria niveau 2. Maak altijd eerst een backup van het project. <. De ingevoerde bouwlaag wordt verwijderd na bevestiging. Alle bouwlagen daarboven worden één laag opgehoogd. Bouwlaag verwijderen Als op deze knop wordt geklikt. indien ingevuld. verschijnt de vraag ‘Welke bouwlaag wilt u verwijderen ?’. =). Daar wordt namelijk gecontroleerd op bouwlaag (>.

Het is belangrijk om deze voor het aanmaken van de ruimte te wijzigen. verspringt tijdens het tekenen de cursor vanzelf naar nabijgelegen hoekpunten van ruimten. Snappen op grid. Als dit wordt aangevinkt. verschijnt de melding ‘Kopieer ruimten op bouwlaag . Wanneer een DXF tekening is opgegeven als onderlegger kan via deze optie snappen op lijnen vanuit een dxf-file als ondergrond. roosters. waar de volgende gegevens kunnen worden opgegeven : • • • X-afstand voor het grid (advies : 1 m). zoals vertrekdefinities. Als via dxf een tekening als onderlegger is ingelezen kan deze hiermee aan. Knoppen instellingen Instellingen Als op deze knop wordt geklikt verschijnt het scherm Instellingen. Snappen op ruimte. Y-afstand voor het grid (advies : 1 m). kan een beginpunt van een lijn willekeurig worden geplaatst. De meeste functies kunnen ook via RMK aan. Snappen op lijn. Zie ook RMK. Zie ook RMK. Loodrecht. Snap-gevoeligheid (advies : 20 pixels). Als dit wordt aangevinkt zijn de horizontale en verticale lijnen zichtbaar.en uitgezet worden. zonenummers. Als dit wordt aangevinkt. Zie ook RMK. verspringt tijdens het tekenen de cursor vanzelf naar nabijgelegen lijnpunten. Zie ook RMK. Als dit wordt aangevinkt. Als dit wordt aangevinkt. Assenstelsel voorgrond. Zie ook RMK. Via RMK kan het snappen naar grid. Zie ook RMK. Snappen op DXF. verspringt tijdens het tekenen de cursor vanzelf naar nabijgelegen gridpunten. Elke nieuwe ruimte. luchthoeveelheden en IWP-groepen gekopieerd naar een nieuwe bouwlaag. gemaakt met .Bouwlaag kopiëren Als op deze knop wordt geklikt.’. lijnen. zodat de tekening hart-op-hart kan worden overgetekend. Hiermee wordt een bouwlaag met alle eigenschappen. zoals : 58 .. • • • • • • • • • • Natuurlijk zijn ook combinaties van deze opties mogelijk. Hierbij verschijnt een scherm. deuren. DXF-instellingen Het DXF-bestand kan als onderlegger worden gebruikt. Elk vierkantje is dan 1 meter lang. worden de op te geven lijnen evenwijdig aan het X/Y-assenstelsel geplaatst. terwijl het eindpunt altijd loodrecht op andere lijn (indien mogelijk) wordt geplaatst. wanden.. Kopieren kan alleen naar een lege bouwlaag. Als dit wordt aangevinkt. LVK-apparaten. verschijnt het assenstelsel altijd op de voorgrond in beeld. Bij een hoger aantal wordt sneller naar het snappunt gesprongen. waarbij DXF Instellingen kunnen worden opgegeven. Elk vierkantje is dan 1 meter lang. krijgt deze hoogte. naar bouwlaag . ramen. Standaard hoogte ruimte. DXF. Hier wordt de bruto hoogte van ruimten ingesteld. Loodrecht op lijn/ruimte. Als dit wordt aangevinkt. Grid zichtbaar. ruimten en/of DXF worden uitgezet.en uitgezet worden. Zie ook RMK.

Zie Instellingen . hoeveel lijnen de laag bevat en een vinkje waarmee de tekeninglaag aan en uit gezet kan worden. Wanneer het nulpunt van de DXF tekening niet overeenkomt met de Uniforme omgeveing kan hier een verticale verplaatsing worden opgegeven.of uitzetten. Aan. • • • • • • • • • • • • • • Snappen op grid. Bij het plaatsen of kopieren van een ruimte kan via de optie ‘spiegelen horizontaal’ de veelhoek worden gespiegeld. Bij verschillende tekenfuncties van hulplijnen kan via deze optie e numeriek een coördinaat worden opgegeven. Als via klikken de veelhoek worden gesloten. Via de kop bladeren kunt u een DXF tekening selecteren. Coördinaten. De handeling waar men op dat moment mee bezig is. Bij het plaatsen of kopieren van een ruimte kan via de optie ‘bepaal snappunt’ een punt van de veelhoek worden aangegeven. Spiegelen verticaal. Loodrecht op lijn/ruimte. Aan. Wanneer het nulpunt van de DXF tekening niet overeenkomt met de Uniforme omgeving kan hier een horizontale verplaatsing worden opgegeven. Roteren.of uitzetten.of uitzetten. Aan. (in m) Verschuiving Y-richting. Bij het plaatsen of kopieren van een ruimte kan via de optie ‘roteren’ de veelhoek worden geroteerd. Na het selecteren van de DXF tekening verschijnt een lijst van gevonden tekeninglagen. Spiegelen horizontaal. Per laag wordt het laagnummer aangegeven. Zie Instellingen Snappen op lijn. verschijnt een hulpscherm waarbij de volgende functies kunnen worden aangevinkt : • • Afbreken. Aan. Aan. wordt afgebroken. Zie Instellingen Snappen op ruimte. Lengte en rotatie lijn. Verschuiving X-richting. Als er meer lijnen zijn aangevinkt geeft het programma een melding en worden de eerste 10000 lijnen ingelezen. Grid. • • Rechtermuisknop Als in het grafisch scherm op de rechtermuisknop [RMK] wordt gedrukt.en eindpunt worden door een lijn verbonden. kan via deze optie een lengte en een rotatie (volgens vertoonde figuur) van een lijn worden opgegeven. Als een coördinaat is opgegeven. Bij het selecteren wordt de tekening ingelezen en de tekeninglagen weergegeven. welke moet aansluiten op een ander punt in de tekening. kan via deze optie een lengte van een lijn worden opgegeven. Begin. . de laagnaam. Lengte lijn. kan door deze optie aan te Veelhoek sluiten. een veelhoek wordt getekend. De richting van de hulplijn wordt bepaald door de positie van de muis.of uitzetten. .of uitzetten. . . Als een coördinaat is opgegeven.of uitzetten. Zie Instellingen Snappen op DXF. Er kunnen maximaal 10000 lijnen als achtergrond zichtbaar worder gemaakt. (in m) Overzicht lagen. Bij het plaatsen of kopieren van een ruimte kan via de optie ‘spiegelen verticaal’ de veelhoek worden gespiegeld. Zie Instellingen Loodrecht. 59 . Aan. De escape-toets heeft hetzelfde effect. Zie Instellingen . Aan. Zie Instellingen .• • DXF-bestand. Bepaal snappunt. Nadat het 1 punt van een lijn/veelhoek e kan bij het 2 punt worden opgegeven of dit punt absoluut of relatief wordt opgegeven.of uitzetten.

maakt hij hiervan een nieuwe ruimte. verschijnt een hulpscherm met de vraag : ‘Weet u zeker dat u deze ruimte wilt verwijderen ?’ Hier kan met ‘Ja’ of ‘Nee’ op geantwoord worden.en Vertrekgegevens zijn toegewezen. dan moeten deze opnieuw in de gewijzigde ruimte toegewezen worden. Klik voor de tweede keer met de linker muisknop in de rechter onderhoek. Ga via de [RMK] naar de optie ‘verwijderen’. Aan. Klik op het icoon (tekst ‘Passend zoom’ verschijnt).• • DXF.en/of zonegegevens bevat. Als de muis naar de rechter onderhoek gaat verschijnt een rode gestippelde rechthoek. Weet u zeker dat u deze ruimte wilt verwijderen?’ Klik op ‘Ja’. Dan moet op de ruimte worden geklikt. Klik op het icoon (tekst ‘Verwijder selectie lijnen’ verschijnt). • • • Voorbeelden Voorbeeld : geometrie van geplaatste ruimte wijzigen • • • • • Open het scherm Gebouwinvoer. Selecteer eerst een ruimte. dan verschijnt de melding ‘Ruimte <x> bevat o. Alle geselecteerde lijnen zijn verwijderd. • 60 . Zie Instellingen . Ga via de [RMK] naar de optie ‘verplaatsen’. Klik in het midden van de gewijzigde geometrie. worden rood. Nu kunt u de geometrie naar wens wijzigen. Kopiëren. Klik op het icoon (tekst ‘Lijnen maken van ruimte’ verschijnt). Links onder in het scherm verschijnt de melding : ‘Plaats de ruimte naar de gewenste positie’. Eigenschappen. Selecteer eerst een ruimte. Dit houdt in dat ze geselecteerd zijn. Klik op het icoon (tekst ‘Maak ruimte van gesloten lijnen’ verschijnt). De ruimte is verwijderd. • • • • • • • • Klik met de LMK 1 keer in de linker bovenhoek van het tekenscherm. Alle lijnen die in het tekenscherm binnen de gestippeld rechthoek lagen. Het muisicoon verandert in een hand. Dezelfde eigenschappen worden ook vertoond via dubbelklik op een ruimte. Als deze ruimte vertrek. Alle ruimten en lijnen komen volledig op het scherm. Verwijderen. Terwijl de ctrl-toets ingedrukt wordt gehouden. Via [RMK] kan eventueel nog het aangijpingspunt worden veranderd.a. Van de op dat moment geselecteerde ruimte worden de eigenschappen weergegeven. Plaats de nieuwe ruimte vervolgens in het gebouw. Ga via de [RMK] naar de optie ‘kopiëren’. Verplaatsen. die gewijzigd moet worden. Indien in de orginele ruimte Zone. Klik op het icoon (tekst ‘Ruimte selecteren’ verschijnt). Ga naar niveau ‘Ruimte’. Indien de ruimte zone en of vertekgegevens heeft. Links onder in het scherm verschijnt de melding : ‘Plaats de ruimte naar de gewenste positie’. Het programma maakt van de geplaatste ruimten hulplijnen. Klik op het icoon (tekst ‘Selectie gebied lijnen’ verschijnt). Indien de geometrie gesloten is. Selecteer eerst een ruimte.of uitzetten. verandert de muiscursor in een hand met een ‘-‘ teken ernaast. Plaats de nieuwe ruimte vervolgens in het gebouw. vertrek en/of zone gegevens.

Verplaats het scherm ‘Instellingen’ naar de gewenste positie (bijv. • • Open het scherm Gebouwinvoer. Vink ‘Snappen op grid’aan. Vink ‘Grid zichtbaar’ aan. Zet in het scherm ‘Instellingen’ de X-afstand en de Y-afstand op 1. Het scherm ‘Vaste afmeting’ verschijnt. • Klik op het icoon (tekst ‘Instellingen’ verschijnt). indien deze uitgevinkt staat. indien deze uitgevinkt staat. Het is aan te bevelen om het scherm ‘Instellingen’ als optiescherm open te houden op het bureaublad. Tijdens het tekenen zijn bepaalde functie’s als gereedschap/hulpmiddel nodig. rechter onderhoek van het bureaublad).000 m.Voorbeeld : ruimte invoeren via cirkel tekenen De hieronder afgebeelde ruimte wordt hier ingevoerd. terwijl u tekent. zodat deze instellingen direct actief en zichtbaar worden in het scherm Gebouwinvoer. zodat u deze makkelijk kunt bereiken. Klik op de knop ‘Toepassen’. • • • • • 61 . Klik op het icoon (tekst ‘Geef vaste rechthoek (lengte x breedte) op’ verschijnt). Ga naar niveau ‘Ruimte’.

3. 62 . Klik met de RMK in het scherm Gebouwinvoer.250 m. In het scherm Gebouwinvoer verschijnt een ‘bewegende’ rode rechthoek. Geef de Y-grootte op.800 m.• • • • Geef de X-grootte op. Klik op de knop ‘Ok’. Het context menu verschijnt. 2.

y-oorsprong. Klik op de knop ‘Ok’ waarmee teruggekeerd wordt in het scherm Gebouwinvoer. Selecteer deze door eenmaal met de LMK op de verticale lijn te klikken. met de LMK klikken. Zet in het scherm ‘Instellingen’ de Y-afstand op 1. • • • Klik met de muis op het rode punt links onder. Zodra de bewegende rode rechthoek op de x-. Hiermee wordt het snappunt naar links onder verplaatst. De geselecteerde lijn is uit de tekenscherm verwijderd. 63 . De rode cirkel om de punt geeft aan welk punt het snappunt is.• Selecteer de optie ‘Bepaal snappunt’. y-oorsprong snapt. Het scherm ‘Bepaal snappunt’ verschijnt. Klik op het icoon (tekst ‘Verwijder selectie lijnen’ verschijnt). De lijn wordt rood.400 m. Plaats de ‘bewegende’ rode rechthoek naar de x-. De rechthoek met vaste afmetingen ligt nu vast op de x-. • • • • Ga met de muis naar de rechter verticale lijn. y-oorsprong. Klik op het icoon (tekst ‘Selecteer lijnen’ verschijnt).

De cirkelboog wordt opgedeeld in 12 stukken.000. Klik met de LMK. Een nieuwe ruimte is ingevoerd. Het muisicoon Klik op het icoon verandert in een hand. Rechtsonder in het scherm verschijnt : positie X (m) 4. indien deze uitgevinkt staat. Ga met de muis precies tussen de twee ingevoerde punten staan en beweeg de muis iets naar rechts tot het eerste gridpunt. Ga met de muis naar het ‘open’ eindpunt van de onderste horizontale lijn. Voer hier 12 in en klik op de knop ‘Ok’. Een rode lijn verschijnt.• • • • Vink ‘Snappen op lijn’ aan. Klik op het icoon (tekst ‘Teken cirkelboog’ verschijnt). De cirkelboog snapt naar dit gridpunt. (tekst ‘Maak ruimte van gesloten lijnen’ verschijnt). zodat deze instellingen direct actief en zichtbaar worden in het scherm Gebouwinvoer. Klik op de knop ‘Toepassen’. Klik in het midden van de rechthoek met cirkelboog welk net gemaakt is. • • • • • • • In dit scherm moet aangegeven worden uit hoeveel segmenten de cirkelboog bestaat.400. Klik met de LMK. Zodra met de LMK geklikt wordt verschijnt een ‘vaste’ rode lijn. gaat het einde van de rode lijn snappen naar het eindpunt. Als de muis dicht bij het eindpunt komt. gaat het rode punt snappen naar het eindpunt. Ga met de muis naar het ‘open’ eindpunt van de bovenste horizontale lijn. 64 . Y (m) 1. Als de muis naar links of rechts beweegt wordt er een cirkelboog getekend vanuit de 2 ingevoerde punten. De cirkelboog ligt vast en het scherm ‘Segmenten’ verschijnt. Zodra de muis dicht bij het eindpunt komt. Klik met de LMK.

Het weergeven van de DXF als onderlegger in het tekenscherm kan per laag of meerdere lagen. Klik op de knop ‘Ok’. In het scherm ‘Instellingen’ of in het context menu kan de optie ‘Snappen op DXF’ aangezet worden. worden alle lagen met de daarbij horende gegevens ingelezen en in het tabel onder weergegeven. 65 . De lijn gegevens worden ingelezen. De verschuiving is ten opzicht van de x-. moeten deze lijnen overgetrokken worden. Het scherm ‘DXF Instellingen’ • Klik op de knop ‘Bladeren’ en selecteer het DXF bestand. (tekst ‘DXF Instellingen’ verschijnt).Voorbeeld : ruimte invoeren via DXF-tekening • • • Open het scherm Gebouwinvoer. Met de knoppen ‘Alles aanvinken’ en ‘Alles uitvinken’ kan respectievelijk alles zichtbaar of niks zichtbaar gemaakt worden. Pas op. Om een ruimte te maken van deze lijnen. y-oorsprong (0. Dit kunt aangegeven worden in het veld ‘Aan’. 0). Ga naar niveau ‘Ruimte’. In het veld ‘Lijnen’ wordt het aantal lijnen op de desbetreffende laag vermeld. zijn eigenlijk onderleggers. Klik op het icoon verschijnt. Een vinkje in het veld betekent dat de laag zichtbaar in het tekenscherm moet zijn. • • • • De DXF-lijnen die verschijnen. In de velden ‘Verschuiving X-richting’ en ‘Verschuiving Y-richting’ kan de verschuiving opgegeven worden. lijnen die niet aansluiten worden ook zo overgenomen en dat heeft gevolgen bij het maken van de ruimte. zodat de lijnen overgetrokken kunnen worden. Terug naar het tekenscherm. Dit kan deels (bij hoekpunten) verholpen worden door de optie ‘Snappen op lijn’ aan te zetten. Klik op het icoon (tekst ‘Passend zoom’ verschijnt). Nadat het DXF-bestand is geselecteerd. In het tekenscherm verschijnen de DXF lijnen van de lagen die geselecteerd zijn.

• Selecteer de optie ‘Snappen op grid’ als er nog geen vinkje voor staat.y-oorsprong (0. met de LMK klikken. Klik met de RMK in het scherm Gebouwinvoer. • • 66 . Zodra het bewegende rode punt op de oorsprong snapt. • • Ga met de muis naar de x-. dan niets doen. Het scherm ‘Lengte en rotatie lijn’ verschijnt. Klik op het icoon (tekst ‘Teken lijn’ verschijnt). Het eerste punt van de lijn ligt vast op de oorsprong. Klik met de RMK in het ‘Gebouwinvoer’ scherm. 0). Verlaat het context menu met de ‘Esc’toets. Selecteer de optie ‘Lengte en rotatie lijn’. Het context menu verschijnt. Staat er een vinkje voor ‘Snappen op grid’.Voorbeeld : ruimte invoeren via offset van lijnen • • • Open het scherm Gebouwinvoer. Ga naar niveau ‘Ruimte’. Het context menu verschijnt.

• • • • Geef het aantal lijnen op : 4 Geef de afstand (tussen deze lijnen) op : 3. Selecteer de optie ‘Snappen op lijn’ als er nog geen vinkje voor staat. Klik op de knop ‘Ok’. op de LMK klikken. dan niets doen.350 ten opzichte van elkaar naar linksonder geplaatst. Zodra het bewegende rode punt snapt.450 m Vul voor veld ‘Rotatie’ in : 125 graden Klik vervolgens op ‘Ok’ en de lijn wordt neergezet. Klik op het icoon (tekst ‘Offset serie lijnen’ verschijnt).• • • • Vul voor veld ‘Lengte’ in : 4. Klik op het icoon (tekst ‘Teken lijn’ verschijnt).350 m Klik met de muis op de rode ‘schietschijf’. (vinkje verdwijnt). Selecteer met de muis de lijn die net is ingevoerd. wordt ‘snappen op grid’ uitgezet. Hiermee wordt aangegeven in welke richting de lijnen moeten worden gekopieerd. Klik met de RMK in het ‘Gebouwinvoer’ scherm. Er worden 4 lijnen op een afstand van 3. Klik met de LMK en de nieuwe lijn is geplaatst. Staat er een vinkje voor ‘Snappen op lijn’. Deze verandert in een rode richtingspijl. • • • • • • • • Ga met de muis naar een hoekpunt van de eerste lijn. Ga naar de laatste lijn en klik met de LMK zodra de lijn snapt op het hoekpunt. In de statusbalk onderaan het scherm verschijnt de melding ‘Selecteer de lijn welk u wilt gebruiken voor de Offset lijnen’. met de LMK klikken. Het scherm ‘Offset lijnen’ verschijnt. Voor de optie ‘Snappen op grid’ staat een vinkje. U ziet nu 4 rechthoeken naast elkaar. Zorg dat de pijl naar linksonder wijst. Het context menu verschijnt. Ga met de muis naar het andere hoekpunt van de eerste lijn. Vervolgens met de muis naar de laatste lijn gaan (die met offsetlijnen zijn gemaakt) en op de rode lijn aan het hoekpunt van de laatste lijn snappen (haaks op de geplaatste lijnen). Klik met de RMK in het scherm Gebouwinvoer. Verlaat het context menu met de ‘Esc’toets. Door nogmaals deze optie te selecteren. Zodra het bewegende rode punt op het hoekpunt snapt. • • • 67 . Het context menu verschijnt.

• • (tekst ‘Maak ruimte van gesloten lijnen’ verschijnt). Klik in het midden van elk rechthoek. Het muisicoon Klik op het icoon verandert in een hand. Ga naar niveau ‘Ruimte’. Voorbeeld : ruimte invoeren via rechthoek tekenen • • • Open het scherm Gebouwinvoer. Klik op het icoon Het scherm ‘Vaste afmeting’ verschijnt. 68 . (tekst ‘Geef vaste rechthoek (lengte x breedte) op’ verschijnt). Er zijn 4 ruimten naast elkaar geplaatst.

• • • • Geef de X-grootte op. 69 . En het scherm ‘Bepaal snappunt’ verschijnt. bijv. Geef de Y-grootte op. Het context menu verschijnt.750 m. 3. 2. Klik met de RMK in het scherm Gebouwinvoer. bijv.250 m. • Selecteer de optie ‘Bepaal snappunt’. In het scherm Gebouwinvoer verschijnt een ‘bewegende’ rode rechthoek. Klik op de knop ‘Ok’.

Klik met de RMK in het scherm Gebouwinvoer. Zodra de bewegende rode rechthoek op de x-. Plaats de ‘bewegende’ rode rechthoek naar de x-. dan niets doen. met de LMK klikken. Klik in het midden van de rechthoek welke net geplaatst is. Staat er een vinkje voor ‘Snappen op grid’. y-oorsprong. y-oorsprong. U heeft een nieuwe ruimte ingevoerd m. Verlaat het context menu met de ‘Esc’toets. Hiermee verplaatst het snappunt naar links onder. een rechthoek. Terug in het scherm Gebouwinvoer. De rode cirkel om het punt geeft aan welk punt het snappunt is.• • • • Klik met de muis op het rode punt links onder. Klik op de knop ‘Ok’. Het context menu verschijnt. (tekst ‘Maak ruimte van gesloten lijnen’ verschijnt). De rechthoek met vaste afmetingen ligt nu vast op de x-. Selecteer de optie ‘Snappen op grid’ als er nog geen vinkje voor staat. Het muisicoon Klik op het icoon verandert in een hand.b. y-oorsprong snapt.v. • • • • 70 .

zodat deze gemakkelijk bereikt kan worden. • • Open het scherm Gebouwinvoer. • • 71 .000 m. (tekst ‘Instellingen’ verschijnt). Het scherm ‘Instellingen’ • Verplaats het scherm ‘Instellingen’ naar de gewenste positie (bijv.Voorbeeld : ruimte invoeren via veelhoek tekenen De hieronder afgebeelde ruimte wordt hier ingevoerd. Tijdens het tekenen zijn bepaalde functie’s als gereedschap/hulpmiddel nodig. In dit voorbeeld wordt de veelhoek rechtsom getekend (is niet noodzakelijk). terwijl getekend wordt. indien deze uitgevinkt staat. Het is aan te bevelen om het scherm ‘Instellingen’ als optiescherm open te houden op het bureaublad. rechter onderhoek van het bureaublad). Ga naar niveau ‘Ruimte’. Vink ‘Grid zichtbaar’ aan. • Klik op het icoon verschijnt. Zet in het scherm ‘Instellingen’ de X-afstand en de Y-afstand op 1.

lengte : 6. zodat deze instellingen direct actief en zichtbaar worden in het scherm ‘Gebouwinvoer’. Ga ten opzichte van het eerste punt 6 gridafstanden naar rechts.y-oorsprong. Klik op de knop ‘Toepassen’.000 en Y (m) 0.000. Klik met de LMK en het eerste punt wordt vastgezet op de x-. Dit bepaalt hoe groot de afstand is tussen de muispositie en de snappunt. Vergeet niet op de knop ‘Toepassen’ te klikken. Het scherm ‘Lengte en rotatie lijn’ verschijnt. Klik met de LMK. 0). maar dan moet de LMK goed ingedrukt gehouden worden. Het context menu verschijnt. Met de pijltjestoetsen kan het tekenscherm naar de gewenste positie verplaatst worden. gaat het rode punt snappen op de x-. 72 . • • • • Selecteer de optie ‘Lengte en rotatie lijn’.• • • • Vink ‘Snappen op grid’aan. indien deze uitgevinkt staat. terwijl de muis beweegt. Het tekenscherm verplaatst naar links. De snap gevoeligheid is in te stellen in het scherm ‘Instellingen’. En rechts onderin het scherm verschijnt : de positie X (m) 6. om de gewijzigde snap gevoeligheid in werking te stellen. Klik in het scherm Gebouwinvoer op het icoon (tekst ‘Teken veelhoek’ verschijnt). In de statusbalk onderin het scherm wordt de lengte van de rode lijn weergegeven (‘Teken veelhoek. De eerste lijn wordt neergezet. Klik met de RMK in het tekenscherm. Zodra de muis dicht bij de oorsprong komt. Ga met de muis naar de x-. • Druk op de pijltjestoets ‘->’.0000’). Dit kan ook met de muis. y-oorsprong.y-oorsprong (0.

De rode lijn moet loodrecht naar links gaan. Het scherm ‘Teken lijn eigenschappen’ verschijnt. 73 . Klik op de knop (tekst ‘Selecteer lijnen’ verschijnt). De derde lijn wordt neergezet. Het context menu verschijnt. Ga met de muis in het tekenscherm naar het laatst ingevoerde punt en beweeg naar links. Selecteer de optie ‘Lengte lijn’ en het scherm ‘Lengte lijn’ verschijnt. Selecteer de optie ‘Lengte en rotatie lijn’. Dubbelklik op de laatste lijn. Het context menu verschijnt. Klik met de RMK in het tekenscherm. • • • • • • • • • • • • • Vul voor veld ‘Lengte’ in : 5. Klik met de RMK in het tekenscherm.• • • • • • Vul voor veld ‘Lengte’ in : 4. De laatste lijn wordt neergezet. Het context menu verschijnt. Druk dan op de ‘Enter’-toets. Zet in het scherm ‘Instellingen’ het vinkje ‘Loodrecht’ uit en klik op de knop ‘Toepassen’.000 m Druk niet op de entertoets en klik ook niet op de knop ‘Ok’ of ‘Annuleren’. Zet in het scherm ‘Instellingen’ het vinkje ‘Loodrecht’ aan en klik op de knop ‘Toepassen’.160 m Vul voor veld ‘Rotatie’ in : 160 Klik vervolgens op ‘Ok’ en de vierde lijn wordt neergezet. Selecteer de optie ‘Veelhoek sluiten’.250 m Vul voor veld ‘Rotatie’ in : -45 (of 315 graden) Klik vervolgens op ‘Ok’ en de tweede lijn wordt neergezet. Klik met de RMK in het tekenscherm. Het scherm ‘Lengte en rotatie lijn’ verschijnt. Vul voor veld ‘Lengte’ in : 3.

In de omschrijving ziet u <kopie> voor de orginele omschrijving staan. rotatie en lengte van de lijn. In het tekenscherm verschijnen de rode contouren van de ruimte. Selecteer in het definitie scherm ‘Ruimte-index’ de ruimte die gekopieerd moet worden. Een nieuwe ruimte is ingevoerd m. Voorbeeld : ruimte kopieren In het scherm Gebouwinvoer kan op twee manieren een ruimte gekopieerd worden. 74 .185 m geeft als controle aan dat de veelhoek goed is ingevoerd. In het definitie scherm ‘Ruimte-index’ wordt de gekopieerde ruimte actief. Als een ruimte gekopieerd wordt van een ander bouwlaag of gebouw dan kan alleen methode 1 gebruikt worden. een veelhoek.In dit scherm ziet u de positie. Klik op het icoon (tekst ‘Ruimte selecteren’ verschijnt). • • Klik op het icoon (tekst ‘Maak ruimte van gesloten lijnen’ verschijnt). Als de shift-toets ingedrukt blijft. De lengte 2.De ruimte is geplaatst. Klik nogmaals met de LMK om de ruimte vast te zetten. Methode 1 : • • • • • • Open het scherm Gebouwinvoer. Klik in het midden van de veelhoek welk u net gemaakt heeft. Ga naar niveau ‘Ruimte’. Klik met de LMK 1 keer in het tekenscherm.b. Met de muis kan de ruimte naar de gewenste positie verplaatst worden. verandert de muiscursor in een hand met een ‘+‘ teken ernaast. Het muisicoon verandert in een hand.v.

Ga naar niveau ‘Ruimte’. Het context menu verschijnt. In het definitiescherm ‘Ruimteindex’ wordt de geselecteerde ruimte actief. 75 . Klik op het icoon (tekst ‘Ruimte selecteren’ verschijnt). moet de functie ‘snappen op ruimte’ aangezet worden. zoals spiegelen. snappunt bepalen. Ook de hoogte en eventueel opgegeven hellingen worden meegenomen. roteren. Methode 2 : • • • • • Open het scherm Gebouwinvoer. snappen op grid.Indien er zone en/of vertrek gegevens aan de orginele ruimte zijn gekoppeld dan worden deze ook aan de kopie toegekend. Selecteer de ruimte die u wilt kopieren met de LMK. Tijdens het verplaatsen van de ruimte kunnen via het context menu een aantal hulpfuncties gebruikt worden. lijn of ruimte. Als de te kopieren ruimte op de onderliggende bouwlaag moet aansluiten. Klik met de RMK in het scherm Gebouwinvoer.

Klik op het icoon (tekst ‘Ruimte selecteren’ verschijnt). In het tekenscherm verschijnen de rode contouren van de ruimte. De ruimte is geplaatst. Klik nogmaals met de LMK om de ruimte vast te zetten. Selecteer in het definitie scherm ‘Ruimte-index’ de ruimte van de onderliggende bouwlaag die gekopieerd moet worden. De ruimte is geplaatst. Klik met de LMK om de ruimte vast te zetten. • Voorbeeld : ruimte kopieren van onderliggende bouwlaag • • • • • • • Open het scherm Gebouwinvoer. Ga naar de bouwlaag waar de te kopieren ruimte moet komen. 76 . Ga naar niveau ‘Ruimte’. Met de muis kan de ruimte naar de gewenste positie verplaatst worden. Met de muis kan de ruimte naar de gewenste positie verplaatst worden. Terwijl de shift-toets ingedrukt wordt gehouden. In het tekenscherm verschijnt de rode contouren van de ruimte.• • Selecteer de optie ‘Kopieren’. Klik 1 keer met de LMK in het tekenscherm. verandert de muiscursor in een hand met een ‘+‘ teken ernaast.

elkaar In dit voorbeeld laten we zien hoe u een ruimte ten opzichte van de naastliggende ruimte kunt inspringen. • 77 .4m x 2. Het snappunt kan gewijzigd worden door met de RMK in het tekenscherm te klikken en in het context menu de optie ‘Bepaal snappunt’ te kiezen. Als de te kopieren ruimte op de onderliggende bouwlaag moet aansluiten moet de functie ‘snappen op ruimte’ aangezet worden. Voorbeeld : ruimte laten inspringen t. Ook de hoogte en eventueel opgegeven hellingen worden meegenomen. In de omschrijving verschijnt <kopie> voor de orginele omschrijving. Indien er zone en/of vertrek gegevens aan de orginele ruimte zijn gekoppeld dan worden deze ook aan de kopie toegekend.o. Zie ook Ruimte invoeren via rechthoek tekenen en Ruimten tegen elkaar plaatsen Klik met de RMK in het scherm Gebouwinvoer. Ga naar niveau ‘Ruimte’. Het context menu verschijnt. Uitgangsituatie: Eindsituatie: • • • Open het scherm Gebouwinvoer.v.In het definitie scherm ‘Ruimte-index’ wordt de gekopieerde ruimte actief. Maak twee ruimten met de afmeting 5.7m naast elkaar zoals de boven afgebeelde Uitgangsituatie.

000 m Vul voor veld ‘Y-positie’ in : -2. Verlaat het context menu met de ‘Esc’. Het eerste punt van de lijn ligt vast en zodra de muis beweegt verschijnt een rode bewegende lijn. Selecteer de optie ‘Coordinaten’.• Selecteer de optie ‘Snappen op ruimte’ als er nog geen vinkje voor staat. • • • • Vul voor veld ‘X-positie’ in : 0. • • Ga met de muis naar het hoekpunt rechtsboven van de linker ruimte (oftewel het punt linksboven van de rechter ruimte). Klik op het icoon (tekst ‘Teken lijn’ verschijnt). dan niets doen. Klik met de RMK in het scherm Gebouwinvoer.700 m 78 . Staat er een vinkje voor ‘Snappen op ruimte’. Het context menu verschijnt. Zodra het bewegende rode punt op dit punt snapt. Het scherm Coordinaten verschijnt.toets. met de LMK klikken.

dan niets doen. Selecteer de optie ‘Snappen op lijn’ als er nog geen vinkje voor staat. Klik met de RMK in het scherm Gebouwinvoer. Klik met de RMK in het scherm Gebouwinvoer. In dit voorbeeld willen we de lege ruimte midden in het gebouw als hal invoeren. Ga naar niveau ‘Ruimte’. U ziet een verticale lijn. (tekst ‘Ruimte verplaatsen’ verschijnt). De geselecteerde lijn is uit de tekenscherm verwijderd.a. Selecteer deze door eenmaal met de LMK op de verticale lijn te klikken. Het context menu verschijnt. De ruimte wordt neergezet.b. de verschuiving. met de LMK klikken.w. De x-. Zodra de bewegende rode contouren op dit eindpunt snapt. Het context menu verschijnt. De lijn wordt rood. Klik op het icoon (tekst ‘Verwijder selectie lijnen’ verschijnt). Klik vervolgens op ‘Ok’ en de lijn wordt neergezet. 79 . Voorbeeld : ruimte maken m. Ga met de muis naar de onderste eindpunt van de geplaatste verticale lijn.v. Dit houdt in dat het volgende punt ten opzichte van de laatst ingevoerde punt wordt geplaatst. Klik op het icoon (tekst ‘Selecteer lijnen’ verschijnt). In de statusbalk onderin Klik op het icoon het scherm verschijnt de boodschap ‘Ruimte verplaatsen’. • • • Open het scherm Gebouwinvoer. • • • • • • • • • Ga met de muis naar de verticale lijn. Verlaat het context menu met de ‘Esc’toets. Klik met de LMK op de rechter ruimte. omliggende ruimten De hieronder afgebeelde situatie wordt behandeld.• Zorg dat het vinkje ‘Relatief’ aan staat. y-posities’s is m. De ruimte verdwijnt en daarvoor in de plaats komen de bewegende rode contouren van de te verplaatsen ruimte. Staat er een vinkje voor ‘Snappen op lijn’.

Klik op het icoon (tekst ‘Maak ruimte van gesloten lijnen’ verschijnt). met de LMK klikken. Klik in het midden van de open ruimte in het gebouw. Het tweede punt van de lijn ligt vast en er wordt een lijn geplaatst. Zodra het bewegende rode lijnpunt op dit hoekpunt snapt. Verlaat het context menu met de ‘Esc’. De ruimte is gemaakt. • • • 80 . Zodra het bewegende rode punt op dit hoekpunt snapt. • • Ga met de muis naar ruimte A en beweeg de muis naar de rechter onderhoek van de ruimte. klikken met de LMK. Het eerste punt van de lijn ligt vast. Staat er een vinkje voor ‘Snappen op ruimte’. Klik op het icoon (tekst ‘Teken lijn’ verschijnt).toets. Het muisicoon verandert in een hand.• Selecteer de optie ‘Snappen op ruimte’ als er nog geen vinkje voor staat. Ga met de muis naar ruimte B en beweeg de muis naar de linker onderhoek van de ruimte. dan niets doen.

Klik met de RMK in het scherm Gebouwinvoer.Voorbeeld : ruimte roteren en spiegelen • • • • Open het scherm Gebouwinvoer. In het tekenscherm verschijnen de rode contouren van de ruimte. Het context menu verschijnt. • of • Selecteer met de LMK de te roteren/spiegelen ruimte in het tekenscherm. Klik met de LMK 1 keer in het tekenscherm. Ga naar niveau ‘Ruimte’. verandert de muiscursor in een hand met een ‘+‘ teken ernaast. Selecteer de te roteren/spiegelen ruimte in het definitiescherm ‘Ruimte-index’. Klik op het icoon (tekst ‘Ruimte selecteren’ verschijnt). • 81 . Klik vervolgens met de RMK in het tekenscherm en selecteer in het context menu de optie ‘Verplaatsen’. Terwijl de shift-toets ingedrukt gehouden blijft.

Het bereik van de rotatie is -359 t/m 359 graden.o. Klik met de LMK om de ruimte vast te zetten. 82 . • • • Vul hier de rotatie in. De ruimte wordt direct geroteerd. Klik vervolgens op ‘Ok’. Met de muis kan de ruimte naar de gewenste positie verplaatst worden. Tegen de klok in is de positive rotatie t. De ruimte wordt direct gespiegeld. Het scherm ‘Rotatie’ verschijnt. de x-as.• • Selecteer de optie ‘Spiegelen horizontaal’ of ‘Spiegelen verticaal’ om te spiegelen. Selecteer de optie ‘Roteren’.v. De ruimte is geplaatst.

Ga naar niveau ‘Ruimte’. In het definitiescherm ‘Ruimteindex’ wordt de geselecteerde ruimte actief. dan krijgt u de melding ‘Ruimte <x> bevat o. Selecteer de ruimte die u wilt verwijderen met de LMK.a. Klik op het icoon (tekst ‘Ruimte selecteren’ verschijnt). Weet u zeker dat u deze ruimte wilt verwijderen? Klik op de knop ‘Ja’. Ga naar niveau ‘Ruimte’. klikt u op de ruimte.en of vertrekgegevens heeft. Klik met de RMK in het scherm Gebouwinvoer. Terwijl u de ctrl-toets ingedrukt houdt (de muiscursor verandert in een hand met een ‘-‘ teken er naast). vertrek en/of zone gegevens. Klik op het icoon (tekst ‘Ruimte selecteren’ verschijnt). De ruimte is verwijderd. Het context menu verschijnt. Indien de ruimte zone. • Methode 2 : • • • • • Open het scherm Gebouwinvoer. Methode 1 : • • • Open het scherm Gebouwinvoer.Voorbeeld : ruimte verwijderen U kunt op twee manieren een geplaatste ruimte in het scherm ‘Gebouwinvoer’ verwijderen. die u wilt verwijderen. 83 .

Weet u zeker dat u deze ruimte wilt verwijderen?’ Klik op de knop ‘Ja’. Klik 1 keer met de LMK in het tekenscherm. Indien de ruimte zone en/of vertrekgegevens heeft. Klik op het icoon (tekst ‘Ruimte selecteren’ verschijnt). Terwijl de shift-toets ingedrukt wordt gehouden verandert de muiscursor in een hand met een ‘+‘ teken ernaast. In het tekenscherm verschijnt de rode contouren van de ruimte. • • 84 . Het context menu verschijnt. dan krijgt u de melding ‘Ruimte <x> bevat o.a. vertrek en/of zone gegevens. Klik met de RMK in het scherm Gebouwinvoer. Hiermee wordt de ruimte geselecteerd zowel in het tekenscherm als in het definitie scherm ‘Ruimteindex’. • • • • Open het scherm Gebouwinvoer. De ruimte is verwijderd. • Voorbeeld : ruimte tegen elkaar plaatsen In het onderstaande voorbeeld willen we de geplaatste ruimte kopieren en gespiegeld tegenaan plaatsen. Klik in het tekenscherm met de LMK de geplaatste ruimte aan. Ga naar niveau ‘Ruimte’.• Selecteer de optie ‘Verwijderen’.

• • 85 . Klik op de knop ‘Ok’. Het context menu verschijnt. De rode cirkel om het punt geeft aan welk punt het snappunt is. Het scherm ‘Bepaal snappunt’ verschijnt. Het context menu verschijnt. Hiermee wordt het snappunt naar rechts boven verplaatst.• • • Selecteer de optie ‘Spiegelen verticaal’. Klik weer met de RMK in het scherm Gebouwinvoer. De rode contouren van de ruimte worden verticaal gespiegeld. Klik weer met de RMK in het scherm Gebouwinvoer. • Klik met de muis op het rode punt rechts boven. Terug in het scherm Gebouwinvoer. Selecteer de optie ‘Bepaal snappunt’.

Een ‘*’ in een rood vierkantje betekent dat er nog geen vertrekdefinitie is toegewezen. De vertrekgegevens worden bewaard en kunnen later opnieuw worden gebruikt.toets. niveau Ruimte via de RMK de optie eigenschappen aan te klikken. Men kan het ruimtenummer ook wijzigen. hierbij maakt het niet uit welke definitie in het definitiescherm actief is. Ruimten zijn gedefinieerd door de geometrie. Dit verschijnt in het scherm Gebouwinvoer. Dit kan door in het scherm Gebouwinvoer. Elke ruimte krijgt automatisch een ruimtenummer toegewezen. Definities als wanden. roosters. Zodra de rode ‘bewegende’ ruimte snapt op de geplaatste ruimte. Een ruimte wordt echter alleen in de berekening meegenomen wanneer aan deze een vertrekdefinitie is toegewezen. Het toewijzen van een vertrekdefinitie gaat door de Shifttoets ingedrukt te houden en met de LMK binnen een ruimte te klikken. De gegevens van een vertrek worden ingevoerd in het scherm Vertrekgegevens. dan niets doen. etc kunnen pas worden toegewezen/geplaatst wanneer de vertrekdefinitie aan de ruimte is gekoppeld. De ruimte is geplaatst. Het controleren van een toegewezen vertrek gaat door met de LMK dubbel te klikken op de definitie in het definitiescherm of door met de LMK dubbel te klikken binnen de ruimte. Verlaat het context menu met de ‘Esc’. niveau Vertrek. Een standaard kantoorvertrek hoeft slechts éénmaal te worden gedefinieerd (vertrekdefinitie). Staat er een vinkje voor ‘Snappen op ruimte’. Als geen vertrekdefinitie is toegewezen aan een ruimte verschijnt in de ruimte een rode ‘*’. Knop legenda Een ‘v’ in de ruimte betekent dat de geselecteerde vertrekdefinitie in het definitiescherm is toegewezen. • Scherm Gebouwinvoer (niveau Vertrek) Inleiding In het programma wordt onderscheid gemaakt tussen ruimten en vertrekken. Vervolgens moet met de muis de rode ‘bewegende’ ruimte direct rechts naast de geplaatste ruimte geplaatst worden. 86 .• Selecteer de optie ‘Snappen op ruimte’ als er nog geen vinkje voor staat. De in het definitiescherm actieve definitie wordt aan de ruimte toegewezen. met de LMK klikken. mits wel alle ruimten zijn ingevoerd. Het loskoppelen van een toegewezen vertrek gaat met de LMK waarbij de Controltoets is ingedrukt. Zo kan men via een beperkt aantal vertrekdefinities een gebouw samenstellen.

Vanuit dit wandaanzicht-scherm kunnen de deelwanden ook worden verplaatst door met de LMK de deelwand te verslepen naar de gewenste positie. Hierna komt.en deelwanden herkent het programma meerdere hoofdwanden. of door met de LMK te klikken in het wandaanzichtscherm. vanuit het scherm Gebouwinvoer wordt alleen de geselecteerde hoofdwand actief gemaakt. Via de knop ‘Legenda’ wordt aangegeven hoe de hoofd. 87 . niveau Vertrek wordt het scherm Vertrek definities Er is interactie tussen dit definitiescherm en het scherm Gebouwinvoer. Een deelwand kan meerdere keren worden geplaatst waarbij wordt aangegeven hoeveel keren deze deelwand is geplaatst. Een hoofdwand kan alleen op deze manier als eigen keuze worden gewist. Het controleren van een toegewezen vertrek gaat door met de LMK dubbel te klikken op de definitie in het definitiescherm of door met de LMK dubbel te klikken binnen de ruimte. en niet de (eventueel) geplaatste deelwanden.en deelwanden gaat door de Control-toets ingedrukt te houden en met de LMK te klikken in de buurt van een wand (bij buitenwanden aan de binnenzijde) of in het wandaanzichtscherm.en deelwanden zijn geplaatst. Plafond) Inleiding Hoofdwanden kunnen grotendeels automatisch worden toegewezen door deze op te geven via het scherm wandcriteria. door met de LMK de definitie in het definitiescherm actief te maken of door met de LMK in het wandaanzichtscherm (onderdeel van het definitiescherm) op de (actieve) wand te klikken. Scherm Gebouwinvoer (niveau Wand. de automatische keuze naar voren. Dit scherm is alleen te bereiken als het scherm Gebouwinvoer is gesloten. De in het definitiescherm actieve hoofdwand wordt als eigen keuze aan de wand gekoppeld of de actieve deelwand wordt als (extra) vrije deelwand in de de wand geplaatst. Zijn in de ruimte hellende wanden opgegeven of ruimten met verschillende hoogten. kan een wand in het scherm Gebouwinvoer zijn onderverdeeld in meerdere hoofdwanden. Wanneer men in het definitiescherm op een regel klikt wordt de betreffende vertrekdefinitie in het scherm Gebouwinvoer actief.Scherm definities Via het scherm Gebouwinvoer. Via het definitiescherm kunnen de automatisch geplaatste wanden worden gecontroleerd en handmatig hoofd. in het scherm wandaanzicht is ook te zien hoe de deelwand is geplaatst. Het controleren van een toegewezen hoofdwand aan een wand in het scherm Gebouwinvoer gaat door met de LMK te klikken in de buurt van de desbetreffende wand (bij buitenwanden moet dit wel aan de binnenzijde gebeuren). Door de shift-toets ingedrukt te houden en met de LMK op een ruimte te klikken wordt de betreffende vertrekdefinitie aan een ruimte gekoppeld. Een met eigen keuze geplaatste hoofdwand gaat voor op de automatische keuze die is geplaatst via de aangemaakte wandcriteria. Het controleren van deelwanden kan alleen vanuit het definitiescherm of vanuit het wandaanzichtscherm. Deze vraag zal ook verschijnen wanneer er in het scherm Gebouwinvoer te ver is ingezoomd. Het verwijderen van toegewezen/geplaatste hoofd. wanneer deze is opgegeven.of deelwand die wordt verwijderd. Het plaatsen van hoofd.en deelwanden worden toegewezen/geplaatst. en wordt gevraagd de hoofdwand te selecteren waaraan de hoofdwand moet worden toegewezen of waarin de deelwand moet worden geplaatst. Vloer. Bij tussenwanden in het scherm Gebouwinvoer waar hellende wanden zijn opgegeven maak het dus verschil aan welke zijde van de wand wordt geklikt (ook te zien door het actief worden van de ruimte).en deelwanden gaat door de Shift-toets ingedrukt te houden en met de LMK in de buurt van een wand (bij buitenwanden aan de binnenzijde). Dit is in het scherm Gebouwinvoer niet zichtbaar. ook actief zijn in het definitiescherm. Bij het toewijzen van hoofd. Anders als bijvoorbeeld bij zones en vertrekken moet de hoofd.

Vloeren en plafonds Bij het toewijzen van vloeren en plafonds wordt de vloer of het plafond onderverdeeld in vloeren plafonddelen afhankelijk van het aantal aangrenzende ruimten.of plafondaanzicht scherm. Men maakt deze wand daar actief en plaatst deze dan in het scherm Gebouwinvoer door op de gewenste plaatsen met de LMK te klikken terwijl men de shifttoets ingedrukt houdt. Het controleren van een toegewezen hoofdwand aan een vloer. Bij wanden. Wanneer men in het definitiescherm op een regel klikt wordt de betreffende wand in het scherm Gebouwinvoer actief. Hoek van de wand Hoek van de wand in het platte vlak. vloeren en plafonds. Bij dubbel klikken met de LMK op een regel in het definitiescherm wordt meteen het invoerscherm geopend dat hoort bij de aangeklikte wand. Via de knop ‘Legenda’ wordt aangegeven hoe de hoofden deelwanden zijn geplaatst.en deelwanden gaat door de Shift-toets ingedrukt te houden en met de LMK te klikken binnen een vloer.of plafonddelen worden weergegeven met witte lijnen binnen de ruimte. Er is interactie tussen dit definitiescherm en het scherm Gebouwinvoer. Voor overzicht van symbolen. 88 . Een deelwand kan meerdere keren worden geplaatst waarbij wordt aangegeven hoeveel keren deze deelwand is geplaatst. De verschillende vloer. vloer of plafond. en niet de (eventueel) geplaatste deelwanden. Ook kunnen toewijzingen eenvoudig weer ongedaan gemaakt worden met de LMK in combinatie met de controltoets. Een eenmaal gedefinieerde wand kan nu ook snel geplaatst worden. Vanuit dit aanzichtscherm kunnen de deelwanden ook worden verplaatst door met de LMK de deelwand te verslepen naar de gewenste positie.of plafonddeel geplaatst. Het controleren van deelwanden kan alleen vanuit het definitiescherm of vanuit het vloer. plafonds en vloeren wordt tevens aangegeven of deze automatisch of door eigen keuze zijn geplaatst. Erwordt een overzicht gegeven van alle ingevoerde wanden. De definitie van de wand staat dan in het definitiescherm. of door met de LMK de definitie in het definitiescherm actief te maken.of plafonddeel gekoppeld of de actieve deelwand wordt als (extra) vrije deelwand in het vloer.of plafonddeel in het scherm Gebouwinvoer gaat door met de LMK binnen een vloer. Dat geldt ook voor de deelwanden hierin.Scherm definities Dit scherm wordt geopend in het scherm Gebouwinvoer.of plafonddeel. in het scherm vloer. Boven het grafische scherm staat de hoekverdeling aangegeven.of plafondaanzicht is ook te zien hoe de deelwand is geplaatst. vanuit het scherm Gebouwinvoer wordt alleen de geselecteerde hoofdwand actief gemaakt. Aan elk van deze vloeren plafonddelen kunnen hoofdwanden worden toegewezen of deelwanden worden geplaatst. De in het definitiescherm actieve hoofdwand wordt als eigen keuze aan het vloer. Een met eigen keuze geplaatste hoofdwand gaat voor op de automatische keuze die is geplaatst via de aangemaakte wandcriteria. Het plaatsen van hoofd.of plafonddeel te klikken. zie legenda. Hierin kan men dan direct eventueel veranderingen aanbrengen.

180=vloer) van de wand. hoek en helling (0=plafond/dak. Door op deze knop ‘Legenda’ te klikken verschijnt een overzicht van alle ingevoerde soorten hoofd. 90=rechte wand.en deelwanden gaat door de Controltoets ingedrukt te houden en met de LMK te klikken binnen het vloer. vloeren of plafonds per ruimte. vloer of plafond in het vertrek.of deelwand 89 . wandnummer waarin deelwand zit. De programma’s rekenen echter wel goed. oppervlakte van de wand. omschrijving.en deelwandnummer. Als de afmetingen van een vlak zijn aangepast wordt er achter het oppervlak een * weergegeven. Hier kan men wandgegevens opgeven. vloerdikte en plenumhoogte van het vertrek.of deelwand Met eigen keuze geplaatste hoofd. Dit gebeurt alleen als een deelwand niet goed in de hoofdwand past. 15-90=hellende wand. Anders als bijvoorbeeld bij zones en vertrekken moet de hoofd. Hierna komt. Knop legenda Als in het scherm Gebouwinvoer bij niveau voor Wand. In dit overzicht staan wandnummer. ook actief zijn in het definitiescherm. De verschillende symbolen en letters hebben de volgende betekenissen : Rechthoek Parallellogram Letter a Letter e Verticale wand (Hellingshoek = 90 graden). Knoppen vorige / volgende wand Naar vorige wand resp. omschrijving aangrenzend gebouw. wanneer deze is opgegeven.of deelwand die wordt verwijderd. In de grafische presentatie van een wand kan het voorkomen dat een deel van de deelwand buiten de getekende wand vakt. hoofd. de automatische keuze naar voren. vloer of plafond Hellende wand (Hellingshoek < 90 graden) Met automatische keuze (via wandcriteria) geplaatste hoofd. omdat geen juiste maten zijn opgegeven of er niet goed rekening is gehouden met wanddikte.Het verwijderen van toegewezen/geplaatste hoofd. soort vlak. Knop Overzicht van alle wanden. Vloer of Plafond is gekozen is de knop ‘Legenda’ zichtbaar.of plafonddeel. omschrijving van aangrenzende ruimte.en deelwanden. Knop 3D-weergave van ruimte Er verschijnt een 3D-afbeelding van de ruimte. Een hoofdwand kan alleen op deze manier als eigen keuze worden gewist. Wanden Als men in het scherm Gebouwinvoer met de LMK dubbel klikt op de betreffende wand verschijnt het scherm Gegevens hoofdwand. lengte en breedte/hoogte van de wand.

die betreffende hoofdwand hebben. (Wordt als default aangegeven). Selecteer door middel van de knop een Hoofdwand met constructie. Dus wil men een andere bouwlaag controleren dan zal men naar een andere bouwlaag moeten gaan. Klik op het veld Wandnr. • • • • • Selecteer in het menu Invoeren de optie Wandcriteria. Selecteer in het menu Wandsoort Buitenwand.en deelwanden gaat per bouwlaag. Niet correct geplaatste hoofd. Het volgende voorbeeld laat zien dat door gebruik van wandcriteria op niveau 2 het mogelijk is per bouwlaag verschillende wandkeuzes te maken. • Selecteer in het menu Invoeren de optie Wandcriteria. komt er v2 te staan. Een getal achter de letter geeft aan om hoeveel vrije deelwanden het gaat. Er is vanuit gegaan dat de ruimten reeds zijn ingevoerd. In het onderstaande voorbeeld wordt getoond hoe alle buitenwanden in één keer worden benoemd. Geef als omschrijving in het scherm Wandcriteria op: buitenwand. Automatische wandkeuze op niveau 2 Met de automatische wandkeuze is het onder andere mogelijk alle buitenwanden in één keer toe te wijzen. Symbool * Ook de kleur van de achtergrond van een rechthoek of parallellogram heeft een betekenis: Wit Grijs Rood Binnenwanden Buitenwanden Wanneer een rechthoek of parallellogram rood is gekleurd. Tevens krijgt het symbool een rode kleur.of deelwanden via automatische keuze. Als er bijvoorbeeld twee dezelfde ramen als vrije deelwand in een wand wordt geplaatst. De controle hoofd. In de volgende hoofdstukken wordt eerst een inleiding gegeven over de wanden en vervolgens wordt aangegeven hoe de wandeigenschappen worden vastgelegd. dan zullen alle vlakken die in het scherm Gebouwinvoer grenzen aan buiten.Letter v Vrije deelwand. Voorbeelden Scherm Wanden Voor de berekening zijn naast de afmetingen van de ruimten ook de eigenschappen van de wanden van belang. Automatische wandkeuze op niveau 1 Toewijzing van meerdere vlakken in één keer kan gebeuren door middel van het opstellen van wandcriteria. is de automatische wandkeuze niet correct. 90 . In een wandcriterium wordt vastgelegd in welke situaties een bepaalde hoofdwand moet worden toegepast. Maakt men bijvoorbeeld een wandcriterium voor buitenwanden en koppelt men hieraan een hoofdwand. om een Hoofdwand te selecteren. De uitzondering hierop zijn vlakken die door middel van een eigen keuze zijn vastgelegd.

. te selecteren. Uitgangspunt is dat de ruimten reeds zijn ingevoerd. Zorg ervoor dat de volgende invoervelden zijn aangekruist: • verwarmd • onverwarmd • buiten • • • • • • • • • De helling van de wand dient ingesteld te zijn als =90. niveau Wand. Vul in: 0. Klik op het eerste veld achter Bouwlaag. • Selecteer in het menu Invoeren de optie Gebouwinvoer 91 . Klik op de knop Vul een omschrijving in. Deze gaat controle via de knop Overzicht. Deze wordt 'Eigen keuze' genoemd. Na het inventariseren kan het scherm Overzicht wanden in ruimte worden verlaten met <ESC>. Sluit het scherm met de knop . Klik op Overzicht. Kies in het menu = Gelijk Een extra invoerveld achter Bouwlaag verschijnt. Eigen wandkeuze vastleggen per vlak De wandkeuze kan per vlak worden vastgelegd.• • • • • • Wijzig het niveau door de knop Zet de niveau keuze op 2. Een vlak benoemen Aan elk vlak is het mogelijk een hoofdwand te koppelen. Voeg voor opgave van de hogere bouwlagen een wandcriterium toe door de knop te activeren. In het onderstaand voorbeeld wordt getoond hoe de keuze vastgelegd kan worden. Herhaal de punten 2 tot en met 9. Controle wandinvoer met wandoverzicht Nog voor het rekenen is het handig de ingevoerde wandgegevens per ruimte te controleren. Vul in: 0. Klik op Wandnr. • • • • Open het scherm Gebouwinvoer. Klik op de te controleren ruimte. Kies in het menu: > Groter. en selecteer een Hoofdwand. Vloer of Plafond. Het scherm Gegevens wandcriteria verschijnt in uitgebreide vorm.

• • • Open het scherm Gebouwinvoer .• Zet het Niveau op Wand door middel van de knop . zoals de constructie. Plaats deze wand via combinatie shift-toets en LMK in de gewenste wand. Vul een omschrijving in. Deze lijn (= vlak) krijgt de gewenste wand toegewezen. Het plaatsen van een deur in een hoofdwand gaat als volgt: • • • • • • • • • • • • Ga via menu Invoeren naar Deelwanden Kies als soort Deur. Selecteer in het menu Invoeren de optie Gebouwinvoer Zet het Niveau op Wand door middel van de knop . • Hoofd. Van de actieve ruimte worden de wanden met zwarte lijnen aangegeven. bijvoorbeeld een raam in een deur. . Het scherm Afmeting gegevens verschijnt. Selecteer via de LMK een gewenste hoofdwand in het definitiescherm ‘Hoofd. worden vastgelegd in een hoofdwand. Selecteer in het definitiescherm de gewenste hoofdwand. dakkapellen en borstweringen. Selecteer bij afmeting ‘met echte afmetingen’. Open het scherm Wandconstructies via het veld constructie. Vul de lengte en breedte in. Selecteer de gegevens met de knop Sluit het scherm. Via de combinatie shift-toets en LMK kan op een lijn in de ruimte geklikt worden. Via de combinatie control-toets en LMK kan de toewijzing weer worden verbroken. Aan deze hoofdwanden kunnen ook deelwanden worden gekoppeld. Via de automatische of eigen keuze heeft elk vlak een hoofdwand. Deelwanden zijn ventilatieopeningen. Invoeren deur met vaste afmetingen Net als ramen worden deuren in de Uniforme omgeving beschouwd als deelwanden en maken deel uit van de hoofdwanden. Aan deze hoofdwand kan een deur gekoppeld worden.en deelwanden De wandeigenschappen. die onderdeel uitmaken van deze hoofdwand. Hellende daken worden net als wanden ingevoerd in het scherm Gebouwinvoer op niveau Wand. De actieve wand wordt met een witte lijn aangegeven. Het icoontje ‘e’ van ‘eigen keuze’ verschijnt. ramen.en deelwanden definities’. Klik op het veld achter Nummer. Invoeren daken en plafonds Het invoeren gaat op dezelfde wijze als het invoeren van wanden. deuren. niveau Plafond. Geef de eigenschappen van de deur op. 92 . Ook is het mogelijk deelwanden aan een deelwand te koppelen.

Vul een omschrijving in. Geef de eigenschappen van het raam op. Via de combinatie shift-toets en LMK kan op een lijn in de ruimte geklikt worden. Het plaatsen van een raam in een hoofdwand kan als volgt: • • • • • • • • • • • Ga via menu Invoeren naar Deelwanden Kies als soort Raam. Selecteer in het menu Invoeren de optie Gebouwinvoer Zet het Niveau op Wand door middel van de knop . Via de combinatie shift-toets en LMK kan op een lijn in de ruimte geklikt worden. Op deze lijn (= vlak) verschijnt de gewenste deelwand (icoontje ‘v’). Sluit het scherm.en deelwanden definities’. Via de automatische of eigen keuze heeft elk vlak een hoofdwand.en deelwanden definities’. Selecteer via de LMK een gewenste deelwand in het definitiescherm ‘Hoofd. of dat de ramen bijvoorbeeld in een deur (welke in een hoofdwand zit) zitten. Via de combinatie shift-toets en LMK kan op een lijn in de ruimte geklikt worden. Op deze lijn (= vlak) verschijnt de gewenste deelwand (icoontje ‘v’). Op deze lijn (= vlak) verschijnt de gewenste deelwand (icoontje ‘v’).en deelwanden definities’. Open het scherm Raamconstructies via het veld constructie. Invoeren raam in een deur Het invoeren van een raam (deelwand) in een deur (deelwand) is in de Uniforme Omgeving mogelijk. Invoeren raam met percentage Ramen worden in de Uniforme Omgeving beschouwd als deelwanden en maken deel uit van hoofdwanden. Via de combinatie control-toets en LMK kan de deelwand weer worden verwijderd. 93 . Vul in het percentage. die gebruikt worden in Wandcriteria. Via de combinatie control-toets en LMK kan de deelwand weer worden verwijderd. Deelwanden kunnen ook toegevoegd worden aan hoofdwanden.• Selecteer via de LMK een gewenste deelwand in het definitiescherm ‘Hoofd. Aan deze hoofdwand kan een raam gekoppeld worden. Selecteer bij afmeting ‘in percentage’. • • • Selecteer in het menu Invoeren de optie Gebouwinvoer Zet het Niveau op Wand door middel van de knop . etc in. Selecteer via de LMK een gewenste deelwand in het definitiescherm ‘Hoofd. Via de combinatie control-toets en LMK kan de deelwand weer worden verwijderd. die gebruikt worden in Wandcriteria. Deelwanden kunnen ook toegevoegd worden aan hoofdwanden. Invoeren meerdere ramen in één wand Hoofdwanden kunnen meerdere ramen bevatten. Het maakt hierbij uit of de ramen direct in de hoofdwand zitten. In onderstaand voorbeeld wordt behandeld hoe dit in zijn werk gaat.

Selecteer scherm ‘Afmetingen’. Stel het niveau in op 1. zie Raamconstructies. Vul de Omschrijving in. Vul een omschrijving in. Selecteer de deur waar het raam in moet komen door er met de LMK op te klikken. Geef de eigenschappen van het raam op en klik op Selecteren. terwijl als Soort staat aangegeven: Raam. • • • • • • • • Invoeren raamconstructie gegevens Aan de deelwanden van het soort Raam moeten glas-/raamconstructies met bijbehorende eigenschappen worden gekoppeld. Invoeren raamconstructie gegevens op niveau 1 Opgave van een glas-/raamconstructie gaat als volgt: • • • • • • Open het scherm Raamconstructies via het veld Constructies in het scherm Gegevens deelwand. Kies als soort Raam. Het scherm kent 3 niveaus. terwijl als Soort staat aangegeven: Raam. Geef de U-waarde op. Sluit scherm ‘Gegevens deelwand’.of buitenzonwering. Handgeschakeld of automatisch geschakeld. Open het scherm Raamconstructies via het veld constructie. Vul de Omschrijving in. Deze knop plaatst een deelwand in de deelwand. Vul gewenste afmetingen in. Door te klikken op de knop gekoppeld aan de deelwand. 94 . worden de ingevoerde constructiegegevens Voor het programma VA114 (gebouwsimulatieprogramma) worden meer gegevens gevraagd. • • • • • Open het scherm Raamconstructies via het veld Constructies in het scherm Gegevens deelwand. Stel het niveau in op 1. die op dat moment op het scherm staat. Geef de soort schakeling op.• • • • Ga via Invoeren naar Deelwanden. Keuze uit geen. binnen-. tussen. Geef het type zonwering op. Selecteer bij afmeting ‘met echte afmetingen’. Vul de overige programma afhankelijke velden in. Open het overzicht vrije deelwanden door op de knop Overzicht uit de bovenste rij te klikken. Voeg een deelwand toe met de knop uit de onderste rij (deelwand in). De schakelwaarden worden opgegeven in het scherm Gebouwgegevens.

ZTA.30). Als er voor een combinatie met zonwering is gekozen. D en LTA van het glas op (VA114 werkt met netto glasafmetingen). Als de glaseigenschappen in nivo 2 worden opgegeven.• Geef in nivo 1 respectievelijk de U. • • • • • 95 . terwijl als Soort staat aangegeven: Raam. Vul de Omschrijving in. De warmteweerstand tussen de twee lagen wordt gezien als één waarde. CF en LTA van het glas op (VA114 werkt met netto glasafmetingen). ZTA. Handgeschakeld of automatisch geschakeld. Als op het verwijzingsveld achter glasnetwerk wordt geklikt. binnenscreens. moeten ook de ABS en D worden ingevuld. verschijnt een netwerk. Ook hier geldt weer dat ABS + D + Reflectie = 1. Geef eventueel op waar de zonwering moet worden geplaatst (buiten. De aanname is dat de reflectie van beide glaslagen hetzelfde is. Geef respectievelijk de U. Stel het niveau in op 2.17 en ABS=0. dan kan de waarde van de absorptie worden afgeleid uit de volgende formule : ABS + D + Reflectie = 1. Door te klikken op de knop Selecteren worden de ingevoerde constructiegegevens gekoppeld aan de deelwand. De straling en convectie worden samengenomen in 1 convectiecoëfficiënt.. zoals verosol (D=0. dan kan de waarde van de absorptie worden afgeleid uit de volgende formule : ABS + D + Reflectie = 1. ZTA. De D en ABS zijn uiteraard sterk afhankelijk van het gekozen zonweringsproduct. buitenscreens (D=0. ABS. moet ook de U. tussen of binnenzonwering). maar de reflectie wel.23). Als op het verwijzingsveld achter glasnetwerk wordt geklikt. verschijnt een netwerk met zonwering.34). Vul het aantal glasvlakken in (aantal lagen). waarin alle waarden al zijn ingevuld. • Door te klikken op de knop gekoppeld aan de deelwand. Dit glasnetwerk kunt u selecteren. Als er voor een combinatie met zonwering is gekozen moeten de ABS en D van de zonwering worden opgegeven. Wanneer de absorptie niet bekend is.30 en ABS=0. Wanneer de absorptie niet bekend is.06 en ABS=0. Dit glasnetwerk kunt u Selecteren. Raamconstructie gegevens op niveau 2 De opgave van een glasconstructie op niveau 2 gaat als volgt: • • • • • • Open het scherm Raamconstructies via het veld Constructies in het scherm Gegevens deelwand. Dubbel glas met zonwering heeft 2 lagen. De schakelwaarden worden opgegeven in het scherm Gebouwgegevens. CF en LTA van het glas met zonwering worden opgegeven. waarin alle waarden al zijn ingevuld. De volgende waarden kunnen aangehouden worden : luxaflex (D=0. worden de ingevoerde constructiegegevens Het wijzigen van een raamconstructie kan ook direct via de optie Raamconstructies in het menu Invoeren. Het programma rekent bij de opgave van 2 lagen op basis van de productgegevens automatisch de CF uit. Als er zonwering is geplaatst de soort schakeling opgeven. maar de reflectie wel.

De schakelwaarden worden opgegeven in het scherm Gebouwgegevens. Absorptiewaarden. dan kan de waarde van de absorptie worden afgeleid uit de volgende formule : ABS + D + Reflectie = 1. maar nu in combinatie met zonwering. Vul het aantal glasvlakken in (aantal lagen). waarin de ingang zich bevindt. Raamconstructie gegevens op niveau 3 De opgave van een glasconstructie op niveau 3 gaat als volgt: • • • • • • Open het scherm Raamconstructiegegevens via het veld Constructies in het scherm Gegevens deelwand. Plaats deze wand via combinatie shift-toets en LMK in de gewenste wand. maar de reflectie wel. • • • Open het scherm Gebouwinvoer . Het icoontje ‘e’ van ‘eigen keuze’ verschijnt. Deze methode van automatisch bepalen werkt alleen voor 2 lagen. ZTA en CF worden berekend. In het volgende voorbeeld hebben alle buitengevels 50% glas.Het wijzigen van een raamconstructie kan ook direct via de optie Raamconstructies in het menu Invoeren. Doorlating (D). Handgeschakeld of automatisch geschakeld. Geef respectievelijk de Emissiecoëfficiënt (Ei). Stralingscoëfficiënten en Convectieve overdrachtscoëfficiënten van het glas op (VA114 werkt met netto glasafmetingen). Deze methode van automatisch bepalen werkt alleen voor niet spectraal selectieve systemen. niveau Vloer. Door te klikken op de knop Selecteren worden de ingevoerde constructiegegevens gekoppeld aan de deelwand. waarna de U. Geef eventueel op waar de zonwering moet worden geplaatst (buiten. Selecteer in het definitiescherm de gewenste hoofdwand. terwijl als Soort staat aangegeven: Raam. Invoeren vrije deelwanden Door middel van zogenaamde vrije deelwanden is het mogelijk om een willekeurige deelwand in een vlak te plaatsen. Beschreven wordt hoe zonder aan 96 . Als er zonwering is geplaatst de soort schakeling opgeven. Stel het niveau in op 3. Door te klikken op de knop Selecteren worden de ingevoerde constructiegegevens gekoppeld aan de deelwand. Vul de Omschrijving in. • • • • • Invoeren vloeren Het invoeren van vloeren gaat op dezelfde wijze als het invoeren van wanden. LTA. De enige uitzondering hierop vormt een stuk buitengevel. Dubbel glas met zonwering heeft 2 lagen. Als er voor een combinatie met zonwering is gekozen moet het bovenstaande nogmaals gebeuren. Wanneer de absorptie niet bekend is. tussen of binnenzonwering). Klik op de knop Berekenen.

Stel het niveau in op 2. gegevens in. Geef het Aantal lagen op. Plaats deze deelwand via combinatie shift-toets en LMK in de gewenste wand. er in deze buitengevel een andere deelwand wordt geplaatst. Voor het Koellast programma en het Gebouwsimulatie programma worden de wanden op niveau 2 opgegeven. programma afhankelijke. Vul de Omschrijving in. de emissiecoëfficiënten en bekleding in voor buiten en binnen. Invoeren wandconstructie gegevens met Rc-waarde Opgave van constructies door middel van Rc-waarden gaat als volgt: • • • • • • Open het scherm Wandconstructiegegevens via het veld Constructie in het scherm Gegevens hoofdwand of Gegevens deelwand. gebruik makende van vrije deelwanden. Eventueel kan bij deze programma's ook worden volstaan met de opgave van de Rc-waarde en de massa.en deelwanden moeten constructies met bijbehorende eigenschappen worden gekoppeld. 97 . Het icoontje ‘v’ van ‘vrije deelwand’ verschijnt. In het scherm wordt de ruimte gereserveerd voor de lagen. Om een materiaal uit het scherm Materiaalgegevens te selecteren. Door te klikken op de knop worden de ingevoerde constructiegegevens gekoppeld aan de hoofdwand of de deelwand. wordt de wand als een fictieve wand beschouwd. Invoeren wandconstructie gegevens laag voor laag Opgave van constructies met lagen gaat als volgt: • • • • • • Open het scherm Wandconstructiegegevens via het veld Constructie in het scherm Gegevens hoofdwand of Gegevens deelwand. niveau Wand Selecteer in het definitiescherm de gewenste deelwand. Geef de Rc-waarde op. Stel het niveau in op 1. Indien er geen constructie aan een wand gekoppeld wordt. Invoeren wandconstructie gegevens Aan de hoofd.de keuze van de hoofdwand iets te wijzigen. Vul de Omschrijving in. De Rc-waarde wordt dan berekend. Het scherm kent twee niveaus: op niveau 1 kan worden volstaan met het invoeren van de Rc-waarde en op niveau 2 kan een constructie laag voor laag worden opgegeven. Achter het veld Constructie staat dan fictief. Klik op het linker veld Laagnr. • • • Open het scherm Gebouwinvoer . Vul de overige. Vul de absorptiecoëfficiënten. Het wijzigen van een constructie kan ook direct via de optie Wandconstructies in het menu Invoeren.

Dit is mogelijk doordat de gebruiker kan vastleggen in welke situatie een bepaalde hoofdwand moet worden gekozen. Aangegeven wordt op welke wijze dit systematisch kan gebeuren. laag 9 (rechts op het scherm) is binnen • Vloer/plafond : laag 1 (links op het scherm) is boven. Vastgelegd is dan welke hoofdwand moet worden gekozen in een bepaalde situatie. Herhaal de punten 8 en 9 voor alle overgebleven lagen. laag 9 zit in de ruimte met het laagste ruimtenummer Door middel van de knop databank worden overgenomen. Het programma bepaalt vervolgens per vlak wat de situatie is en zoekt vervolgens op of de gebruiker voor deze situatie een hoofdwand heeft vastgelegd. De positie van de lagen is als volgt : • Buitenwand : laag 1 (links op het scherm) is buiten. Vul direct onder het betreffende veld Laagnr de dikte van de laag in. Het programma herkent onder andere de volgende situaties: • • • • • • • • • vlakken grenzend aan buiten vlakken tussen verwarmde vertrekken vlakken tussen onverwarmde vertrekken platte daken hellende daken tussenvloeren begane grond vloeren gebouwscheidende wanden/vloeren zonescheidende wanden/vloeren Eigen wandkeuze gaat altijd voor op automatische wandkeuze. Door er op te klikken kan men de materiaalgegevens selecteren. Vervolgens geeft de gebruiker eerst deze wandcriteria op. de dikte van de laag in. laag 9 (rechts op het scherm) is onder • Tussenwand : laag 1 zit in de ruimte met het hoogste ruimtenummer. worden de ingevoerde constructiegegevens Door te klikken op de knop gekoppeld aan de hoofdwand of de deelwand.• • • • • Vul direct onder het betreffende veld Laagnr. Dit wordt vastgelegd in een zogenaamd wandcriterium. kunnen standaard wanden uit de Meer vlakken in één keer benoemen Het programma biedt de mogelijkheid om meerdere vlakken in één keer te benoemen door middel van Automatische keuze. 98 . Om gebruik te kunnen maken van deze functie moet het scherm Gebouwinvoer uit staan. De gegevens van de overige lagen staan schuin onder of schuin boven de vorige laag. Stappenplan wandtoewijzing Na het invoeren van de ruimten moeten aan de vlakken van de ruimten hoofdwanden en deelwanden met constructies worden gekoppeld.

Het icoontje ‘v’ van ‘vrije deelwand’ verschijnt. begane grond vloer enz. De positie van de vrije deelwand kan op precies dezelfde manier worden veranderd als bij deelwanden. Het gemakkelijkste is om de vrije deelwand eerst te verwijderen en daarna een andere vrije deelwand opnieuw te plaatsen. • • • • • Open het scherm Gebouwinvoer. Dit kan worden voorkomen door de deelwand als vrije deelwand te plaatsen. Controleer per vertrek of de wanden. Verwijder de deelwand door via de combinatie controltoets en LMK op de te verwijderen deelwand te klikken. Het programma plaatst de deelwanden standaard in de linker beneden hoek. tussenwand. Als een deelwand in een hoofdwand via automatische wandcriteria is geplaatst en de positie van de deelwand wordt verplaatst. • 99 . Men kan in dat geval de ramen op de juiste positie plaatsen. • • Open het scherm Gebouwinvoer . niveau Wand. plat dak. Voor sommige programma's is de positie van ramen en deuren van belang. Houdt de LMK ingedrukt en beweeg de muis naar de gewenste positie. niveau Wand Klik met de LMK in het definitiescherm op de deelwand die vervangen moet worden. Voer voor afwijkende wanden een Eigen keuze in. Het verschil is echter dat het verplaatsen van een vrije deelwand geen invloed heeft op de positie van deze vrije deelwand in andere vlakken. Vervangen vrije deelwand Het kan voorkomen dat een vrije deelwand vervangen moet worden door een andere vrije deelwand. Verplaatsen deelwand De deelwanden maken deel uit van de hoofdwanden. Pas bij afwijkende deelwanden Vrije deelwanden toe.• • • • • • Stel wandcriteria op voor alle soorten wanden: buitenwand. hellend vlak. waarbij de ‘v’ de ‘vrije deelwand’ aangeeft. In het scherm Gebouwinvoer verschijnen de icoontjes ‘v’ in de hoofdwanden. gangwand. Open het scherm Gebouwinvoer. Leg de positie van de deelwand vast door de LMK los te laten. Selecteer de gewenste wand in een ruimte. Verplaatsen vrije deelwand Bij vrije deelwanden wordt per vlak opgegeven welke vrije deelwanden in het betreffende vlak zitten. Plaats de nieuwe deelwand via combinatie shift-toets en LMK in de gewenste wand. Klik met de LMK in het Wandaanzicht van het definitiescherm op het te verplaatsen wanddeel. kan het voorkomen dat deze deelwand in een ander vlak buiten dit vlak valt. Koppel aan elk wandcriterium een hoofdwand met constructie en de meest voorkomende deelwanden. tussenvloer. Rechts onder in het scherm staan de hoogte en de afstand tot de linker zijlijn vermeld. vloeren en plafonds goed zijn benoemd.

• • • • • • • Sluit het scherm Gebouwinvoer Ga via Invoeren naar Wandcriteria Selecteer via Overzicht de gewenste hoofdwand Klik in het scherm Gegevens wandcriteria op het verwijzingsveld achter wandnr. Verwijderen eigen wandkeuze Indien een wand is opgegeven door middel van een Eigen keuze en men besluit de eigen wandkeuze te laten vervallen en de automatische keuze te volgen. In het scherm Gebouwinvoer verschijnen de icoontjes ‘e’ in de hoofdwanden. Verwijderen deelwand uit hoofdwand Deelwanden.Verwijderen vrije deelwand • • Open het scherm Gebouwinvoer . Selecteer de te verwijderen deelwand. Toets <F5> om de deelwand te verwijderen.) op de knop Overzicht ‘Overzicht hoofdwand en deelwanden’ verschijnt. 100 . vloeren en plafonds. niveau Wand Klik met de LMK in het definitiescherm op de hoofdwand die vervangen moet worden. Het verwijderen van een deelwand uit een deelwand kan alleen als de deelwand niet als vrije deelwand in gebruik is. Klik in de onderste regel (deelwand in . Verwijder de hoofdwand door via de combinatie control-toets en LMK op de te verwijderen hoofdwand te klikken. Verwijder de deelwand door via de combinatie controltoets en LMK op de te verwijderen deelwand te klikken. Elk vlak grenst aan buiten of aan één andere ruimte. Vlakken van een ruimte bepalen Voor de wandtoewijzing is 'vlak' een belangrijk begrip. In het scherm Gebouwinvoer verschijnen de icoontjes ‘v’ in de hoofdwanden. dan gaat men als volgt te werk: • • Open het scherm Gebouwinvoer. een vloer en een plafond.. Een rechthoekige ruimte bestaat uit vier wanden. waarbij de ‘e’ de ‘eigen keuze’ aangeeft. Een ruimte bestaat uit vlakken: wanden. niveau Wand Klik met de LMK in het definitiescherm op de deelwand die vervangen moet worden. in totaal zes vlakken. die deel uit maken van een hoofdwand (via automatische wandcriteria) kunnen verwijderd worden. waarbij de ‘v’ de ‘vrije deelwand’ aangeeft. In een deelwand kan weer een andere deelwand zitten.

Indien twee ruimten tegen elkaar geplaatst zijn, wordt het raakvlak als een gemeenschappelijke wand gezien. Het vlak tussen twee ruimten wordt slechts éénmaal benoemd. In de plattegrond behoort vlak 3 aan beide ruimten toe. De hoogte van de ruimte speelt ook een rol. Twee naast elkaar geplaatste ruimten met verschillende hoogten leveren een gezamenlijk vlak op en een stukje vlak, dat daar boven uitsteekt en grenst aan buiten.

In zijaanzicht 1 is te zien hoe vlakken 2 en 3 ontstaan. Het is niet mogelijk een ruimte te maken, die meerdere bouwlagen omvat zoals een liftkoker. Bij de geometrie is de hoogte wel op te geven, maar het programma gaat hier mee om alsof de gehele liftkoker in één bouwlaag zit.

Door schuine daken ontstaan ook vlakken. Deze worden hetzelfde behandeld als wanden

101

Net als bij wanden ontstaan ook bij vloeren en plafonds vlakken, nu echter doordat ruimten boven elkaar geplaatst worden en elkaar gedeeltelijk overlappen. Vlak 2 ontstaat doordat de bovenste ruimte uitsteekt. Overigens worden tussenvloeren en tussenplafonds slechts éénmaal benoemd. Het maakt dus niet uit of er gekeken wordt naar het plafond of de vloer. Door het verplaatsen en aanpassen van de geometrie van een ruimte worden de afmetingen en plafonds ook aangepast.

Vrije deelwanden Elk vlak van een ruimte krijgt door automatische of eigen keuze een hoofdwand met bijbehorende deelwanden. Het is mogelijk om via automatische wandcriteria deelwanden aan een hoofdwand te koppelen, maar het is echter ook mogelijk om een deelwand direct te koppelen aan een vlak. De op deze wijze geplaatste deelwanden worden 'Vrije deelwanden' genoemd. Deelwanden van de hoofdwand vervallen indien er in een vlak ‘Vrije deelwanden’ zijn geplaatst. Samenvatting : • • • Per vlak zoekt het programma een wandcriterium welke het best voldoet in de situatie. Bij elk wandcriterium hoort een hoofdwand. Per vlak kan de gebruiker door middel van 'Eigen keuze' een hoofdwand selecteren. In de berekening gaat 'Eigen keuze' voor op 'Automatische keuze'. Per vlak kan de gebruiker 'Vrije deelwanden' plaatsen, waardoor de deelwanden van de hoofdwanden vervallen.

Wijzigen wandkeuze In de berekening heeft elk vlak de gegevens van een hoofdwand. Nu kan het zijn dat aan een vlak niet de juiste hoofdwand is toegekend. Het wijzigen van deze wandkeuze kan door via het scherm Gebouwinvoer , niveau Wand, Vloer of Plafond de gewenste wand te selecteren in het definitiescherm en deze vervolgens aan een vlak toe te kennen via de combinatie shift-toets en LMK.

Scherm Gebouwinvoer (niveau Zone)
Inleiding Voor de berekening moet men de plattegronden van de verschillende bouwlagen indelen in zones met bijbehorende bezettingsgraad en regeling van installatie. Dit doet men door de zone te koppelen aan de betreffende ruimten. Het toewijzen van een zone gaat door de Shifttoets ingedrukt te houden en met de LMK binnen een ruimte te klikken. De in het definitiescherm actieve definitie wordt aan de ruimte toegewezen. Het controleren van een toegewezen zone gaat door met de LMK dubbel te klikken op de definitie in het definitiescherm of door met de LMK dubbel te klikken op het icoontje in het scherm Gebouwinvoer. Het loskoppelen van een toegewezen zone gaat met de LMK waarbij de Controltoets is ingedrukt; hierbij maakt het niet uit welke definitie in het definitiescherm actief is. Als geen zonedefinitie is toegewezen aan een ruimte verschijnt in de ruimte een rode ‘*’.

102

Wil men een volgende zone definiëren, dan gebruikt men in het scherm Gebouwzone de knop Toevoegen en selecteert vervolgens deze zone. De ruimten die aan deze zone worden toegewezen krijgen in het scherm een andere kleur. Ruimten in een verschillende zone kunnen niet in één en dezelfde berekening worden doorgerekend.

Knop legenda Er verschijnt een ‘v’ in de ruimte(n) van het scherm Gebouwinvoer, waarbij de op dat moment geselecteerde zonedefinitie behoort. Als er een ‘*’ in een rood vierkantje verschijnt is er geen zonedefinitie toegekend aan de geselecteerde ruimte.

Scherm definities Dit scherm wordt geopend in het scherm Gebouwinvoer. Er wordt een overzicht gegeven van alle ingevoerde zones. Door een zone in dit scherm met de LMK actief te maken, ziet men in het scherm Gebouwinvoer in de hiermee corresponderende zone een rechthoekje met de letter v geplaatst worden. Anderzijds, wanneer men in het scherm Gebouwinvoer met de muis een zone actief maakt, wordt de corresponderende regel in het betreffende definitiescherm actief. Als men een regel actief maakt kunnen ruimten in het scherm Gebouwinvoer aan deze zone gekoppeld worden door op de gewenste plaatsen met de LMK te klikken terwijl men de shifttoets ingedrukt houdt. Ook kunnen toewijzingen eenvoudig weer ongedaan gemaakt worden de LMK in combinatie met de controltoets. Bij dubbel klikken op een regel in het definitiescherm wordt meteen het invoerscherm geopend dat hoort bij de aangeklikte zone. Hierin kan men dan direct eventuele veranderingen aanbrengen.

103

Invoeren
Scherm Absorptiecoefficienten
Inleiding De absorptiecoëfficiënt van de buitenwand is afhankelijk van de materiaalsoort en de kleur van de buitenwand.

Scherm Adresgegevens
Inleiding In dit scherm kunnen de naam, afdeling, persoon, adres, plaats, telefoon, fax, modem en postbus worden ingevuld.

Scherm Afmetinggegevens
Inleiding In dit scherm kunnen afmetingen van deelwanden opgegeven worden.

104

berekeningsperiode. Scherm Algemene gegevens Inleiding Dit scherm wordt geselecteerd in het menu Invoeren door Algemeen aan te klikken. Eerst moet de Jaarindeling worden opgegeven. 105 . Dit vakje krijgt een rode kleur. Het klimaatjaar wordt in de subdirectory \VABI_UO\KLIMAAT\ geplaatst. Extra maanduitvoer Hier worden de maanden opgegeven waarvan de maanduitvoer wordt gewenst. Aantal dagen Het aantal dagen dat berekend moet worden. daguitvoer. waarna dit item kan worden ingevuld. Daarbij moet ook een bestandje DBL??. Klimaatfile Hier wordt de klimaatfile opgegeven waarmee gerekend moet worden. maanduitvoer en diverse soorten beschaduwing gevraagd. Klimaatjaren die voor het VA114-DOS-programma zijn aangeschaft. Jaarindeling Openen van het scherm Jaarindeling. De gewenste dag wordt aangegeven door er met de muis op te klikken. Lengte Lengte [m] van de deelwand. Extra daguitvoer Hier wordt de data opgegeven waarvan u een daguitvoer wilt hebben. Dit bestand kan gratis aangevraagd worden bij de VABI. zijn ook in de UO-versie te gebruiken. waarin vakantie.Breedte/hoogte Breedte of hoogte [m] van de deelwand. Op verzoek kunnen ook klimaatgegevens van andere "de Bilt-jaren" (bv het jaar 1995 met heel warme zomer) en de klimaatgegevens van de zogenaamde TRY-jaren geleverd worden. Standaard wordt voor de zomerperiode met 154 dagen gerekend. overschrijdingsniveaus. Standaard worden de klimaatgegevens van 1964/1965 van de Bilt meegeleverd.114 worden aangemaakt (?? is jaartal). Er worden VA114-gegevens als telperiode. klimaatfile.en feestdagen kunnen worden opgegeven.

Dit kan de rekentijd enorm verkorten. 106 . kan hier Ja worden opgegeven. Voor gebouwsimulatie berekeningen wordt als startdag 27-4-64 aangehouden. waarop de berekening moet starten. Als er geen beschaduwing is. zijmuren. maand. Deze omliggende gebouwen moeten zijn ingevoerd in het scherm Gebouwinvoer (via toevoegen gebouw). (Dit moet het laatste weekend in oktober worden) Telperiode overschrijdingsuren Periode waarin overschrijdingsuren geteld moeten worden. Als er geen beschaduwing is. Als Ja wordt ingevuld rekent het programma uit of de omliggende vertrekken van het eigen gebouw schaduw veroorzaken op de te berekenen ruimte(n). wordt deze geteld bij het aantal temperatuuroverschrijdingen. terwijl de zonwering tussen 8-17 uur geschakeld wordt. Als er geen beschaduwing is. Dit kan de rekentijd enorm verkorten. Hierdoor kan bijvoorbeeld geteld worden tussen 8-12 en 13-17 uur.Overschrijdingsniveau’’s Wanneer de uurlijks berekende binnenluchttemperatuur boven de opgegeven temperaturen komt. Dit kan uurlijks worden opgegeven in het scherm Weekindeling. betonkolommen aanwezig zijn in de te berekenen ruimte(n). zet deze dan uit (Nee). kan hier Ja worden opgegeven. Er wordt rekening gehouden met een zomertijd. jaar). zet deze dan uit (Nee). Voor de overschrijdingsniveaus worden vaak de waarden 25 °C en 28 °C genomen. Dan rekent het programma met de waarden die zijn opgegeven in het scherm Uitstekende geveldelen. Beschaduwing : omliggende vertrekken Als de omliggende vertrekken van het gebouw beschaduwing geven op de te berekenen ruimte(n). Beschaduwing : uitstekende geveldelen Als er uitstekende geveldelen. zoals overstekken. zet deze dan uit (Nee). Beschaduwing : omliggende gebouwen Als hier Ja wordt ingevuld berekent het programma of omliggende gebouwen beschaduwing geven. Er is onderscheid gemaakt tussen de gebruiksperiode van het gebouw en de telperiode van overschrijdingsuren. Dit kan de rekentijd enorm verkorten. Startdatum rekenperiode Dit is de startdatum (dag. die loopt vanaf het laatste weekend in maart t/m het laatste weekend in september.

Het controleren van een geplaatste groep gaat door in het scherm Gebouwinvoer met de LMK dubbel te klikken op het icoontje in de ruimte.0. maar dan kan er maximaal één groep worden geplaatst in een ruimte.Beschaduwing : verzonken ligging Als een raam van de te berekenen ruimte(n) naar binnen is gelegen t. of door in het definitiescherm met de LMK dubbel te klikken op de gewenste regel (groep).o. Via het scherm IWP-criteria kunnen deze groepen automatisch worden geplaatst. Het plaatsen van groepen gaat door de shift-toets ingedrukt te houden en met de LMK binnen de ruimte te klikken. Als Ja wordt ingevuld rekent het programma met de waarde die is opgegeven bij ‘raam naar binnen gelegen’ in het scherm Uitstekende geveldelen. 2: uitgebreid 3: Het totaal energiejaarverbruik van de apparatuur kan hier worden opgegeven In het definitiescherm kan worden aangegeven welke groep apparaten moet worden geplaatst. Dit scherm is afhankelijk van het ingestelde niveau . Is ook deze niet opgegeven houdt het programma een periode aan van 5 dagen per week tussen 8-18 uur. de gevel kan hier Ja worden opgegeven. Bij VA114 wordt de gebruiksperiode van het gebouw aangehouden. die in het scherm Gebouwgegevens is opgegeven. Op de positie waar met de muis is geklikt binnen de ruimte wordt de groep geplaatst. Scherm Apparatuurgroep Inleiding Dit scherm wordt geselecteerd door : • • in het scherm IWP-criteria de knop Apparaten te activeren. Als er gekozen is voor ‘vermogen per m2’ dan kan de totale hoeveelheid per programma verschillen. in het scherm Gebouwinvoer (niveau IWP-groep) in het definitiescherm voor Apparaten te kiezen en vervolgens met de LMK dubbel te klikken op het icoontje in de ruimte. Het scherm IWP-criteria is alleen te bereiken als het scherm Gebouwinvoer gesloten is. Via het definitiescherm kunnen de automatisch geplaatste groepen worden gecontroleerd en handmatig groepen worden geplaatst. Het verwijderen van geplaatste groepen gaat door de control-toets ingedrukt te houden en met de LMK in de te verwijderen groep te klikken. Dit kan de rekentijd enorm verkorten. Hierbij maakt het niet uit welke definitie in het definitiescherm actief is. Bij andere programma’s : 8-18 uur. 107 . Als er geen periode wordt opgegeven houdt het programma de gebruiksperiode van het gebouw aan. Als er geen beschaduwing is. die betrekking hebben op de interne warmteproductie. omdat in bv VA102 met het netto vloeroppervlak gerekend wordt. convectiefactor is 1. • • • 1: eenvoudig. zet deze dan uit (Nee).v. • In dit scherm worden de apparaatgegevens opgegeven. in het scherm Gebouwinvoer (niveau IWP-groep) in het definitiescherm voor Apparaten te kiezen en vervolgens met de LMK dubbel te klikken op de gewenste regel in het definitiescherm.

Eenheid Opgave van de eenheid van het vermogen. Knop Door te klikken op de knop inlezen verschijnt een tabel met apparaten en de bijbehorende vermogens. dat de apparatuur aan staat. De vermogens voor PC’s en beeldschermen variëren per fabrikant. Gebruiksperiode Dit is een koppeling naar het scherm Weekindeling. Als er geen periode wordt opgegeven houdt het programma de gebruiksperiode van het gebouw aan. Hierdoor zijn de gegevens voor de weekindeling van VA102 en van VA114 niet uitwisselbaar. Houd rekening met het feit dat er bij VA102 maar één dag wordt opgegeven en bij VA114 meerdere dagen. In het scherm wordt de periode opgegeven. Is ook deze niet opgegeven houdt het programma een periode aan van 5 dagen per week tussen 8-18 uur. Het overige gedeelte is stralingswarmte. zie geinstalleerd vermogen. die in het scherm Gebouwgegevens is opgegeven. Convectief deel Het convectief gedeelte van de apparatuurwarmte (default : 100%). Het vermogen kan worden opgegeven als vermogen per vloeroppervlakte (W/m2) of totaal vermogen (Watt). Voor diverse vermogens per apparaat. Geïnstalleerd vermogen Geïnstalleerd vermogen aan apparatuur per m2 of totaal. Na selectie wordt het type apparaat achter omschrijving vermeld en het vermogen ingevuld achter geïnstalleerd vermogen per apparaat. De volgende vermogens kunnen aangehouden worden 108 .Aantal Opgave van het aantal apparaten indien bij eenheid gekozen is voor ‘vermogen in Watt’. Als gekozen is voor ‘vermogen in Watt’ wordt dit vermogen vermenigvuldigd met het aantal.

Voelbaar Percentage van het vermogen dat voelbaar is (default : 100%).8. Niveau tijdens gebruiksperiode Percentage van het totaal afgegeven vermogen tijdens de gebruiksperiode. maar dan kan er maximaal één groep worden geplaatst in een ruimte.Niveau buiten gebruiksperiode Percentage van het totaal afgegeven vermogen buiten de gebruiksperiode. Via het definitiescherm kunnen de automatisch geplaatste groepen worden gecontroleerd en handmatig groepen worden geplaatst. in het scherm Gebouwinvoer (niveau IWP-groep) in het definitiescherm voor Armaturen te kiezen en vervolgens met de LMK dubbel te klikken op het icoontje in de ruimte. die betrekking hebben op de interne warmteproductie. Het scherm IWPcriteria is alleen te bereiken als het scherm Gebouwinvoer gesloten is. Dit scherm is afhankelijk van het ingestelde niveau . Als er gekozen is voor vermogen/m² dan kan de totale hoeveelheid per programma verschillen. Op de positie waar met de muis is geklikt binnen de ruimte wordt de groep geplaatst. Het plaatsen van groepen gaat door de Shift-toets ingedrukt te houden en met de LMK binnen de ruimte te klikken. Het verwijderen van geplaatste groepen gaat door de Control-toets ingedrukt te houden en met de LMK in de te verwijderen groep te klikken. • In dit scherm worden de armatuurgegevens opgegeven. convectiefactor is 0. 2: uitgebreid • In het definitiescherm kan worden aangegeven welke groep armaturen moet worden geplaatst. Bij VA114 wordt de gebruiksperiode van het gebouw aangehouden. Het controleren van een geplaatste groep gaat door in het scherm Gebouwinvoer met de LMK dubbel te klikken op het icoontje in de ruimte. De rest is latente warmtebelasting. Hierbij maakt het niet uit welke definitie in het definitiescherm actief is. of door in het definitiescherm met de LMK dubbel te klikken op de gewenste regel (groep). Bij andere programma’s : 818 uur. in het scherm Gebouwinvoer (niveau IWP-groep) in het definitiescherm voor Armaturen te kiezen en vervolgens met de LMK dubbel te klikken op de gewenste regel in het definitiescherm. Via het scherm IWP-criteria kunnen deze groepen automatisch worden geplaatst. omdat in bv VA102 met het netto vloeroppervlak gerekend wordt. Scherm Armatuurgroep Inleiding Dit scherm wordt geselecteerd door : • • in het scherm IWP-criteria de knop Armaturen te activeren. geen afzuiging van verlichtingswarmte. 109 . • 1: eenvoudig.

72 cf=0. Keuze uit : • • • geen afzuiging plenumafzuiging ongeïsoleerd kanaal 110 . Afgezogen luchtdebiet per 100 W verlichting Dit invoerveld verschijnt niet in het scherm. Is ook deze niet opgegeven houdt het programma een periode aan van 5 dagen per week tussen 8-18 uur. klikstrip.76 cf=0.68 cf=0. pendel.80 Het gedeelte van het verlichtingsvermogen. hand cf=0. Deze soort afzuiging is in combinatie met de positie bepalend voor het gedeelte van de convectieve verlichtingswarmte dat afgezogen wordt. dat afgezogen wordt is afhankelijk van de Afzuiging en de Convectiefactor. Aantal Opgave van het aantal armaturen. stand. Het gedeelte van de verlichtingswarmte dat afgezogen wordt alleen berekend wanneer achter Afzuiging één van onderstaande mogelijkheden is ingevoerd : • • • plenum kanaal ongeïsoleerd kanaal geïsoleerd Het convectieve gedeelte wordt door het programma bepaald volgens de tabel uit de norm aan de hand van positie van armatuur en soort afzuiging : • • • • afgezogen inbouw opbouw onbekend. Deze reductiefactor wordt als volgt berekend : Afzuiging Wijze waarop de verlichtingsarmaturen worden afgezogen.Als er geen periode wordt opgegeven houdt het programma de gebruiksperiode van het gebouw aan. indien bij Eenheid gekozen is voor ‘vermogen in Watt’. die in het scherm Gebouwgegevens is opgegeven.

Niveau tijdens gebruiksperiode Percentage van het totaal afgegeven vermogen tijdens de Gebruiksperiode. Houd rekening met het feit dat er bij VA102 maar een dag wordt opgegeven en bij VA114 meerdere dagen. waarbij het laatste vermenigvuldigd wordt met het aantal. Als via de Uniforme Omgeving het programma VA107 Verlichtingssterkte gebruikt is. Geïnstalleerd vermogen Geïnstalleerd vermogen aan verlichting per m2. zie ‘schakelende verlichting’. Gebruiksperiode Periode dat de verlichting ingeschakeld is. Niveau buiten gebruiksperiode Percentage van het totaal afgegeven vermogen buiten de Gebruiksperiode.• geïsoleerd kanaal De combinatie betonkernactivering met plenumafzuiging is in het programma VA114 nog niet mogelijk. per armatuur of totaal. 111 . Convectief gedeelte Afhankelijk van de keuze van afzuiging wordt het convectief gedeelte hier vermeld (en kan niet gewijzigd worden). wordt het berekende vermogen hier zichtbaar. Als er geen periode wordt opgegeven houdt het programma de gebruiksperiode van het gebouw aan. Hierdoor zijn de gegevens voor de weekindeling van VA102 en van VA114 niet uitwisselbaar. Dit kan per uur worden opgegeven in het scherm Weekindeling. Eenheid Opgave van de eenheid van het vermogen. Met het programma VA107 wordt het geïnstalleerd vermogen van de verlichting bepaald. waarbij afmetingen van vertrekken direct beschikbaar zijn. Inschakelen en uitschakelen Als de verlichting ingeschakeld en ook weer uitgeschakeld kan worden moet opgegeven worden bij welke daglichtintensiteit (lux) het overige deel van de verlichting wordt ingeschakeld en boven welke daglichtintensiteit dit deel van de verlichting weer uitgaat. die in het scherm Gebouwgegevens is opgegeven. Oplossing : geef niet het totale verlichtingsvermogen op. Is ook deze niet opgegeven houdt het programma een periode aan van 5 dagen per week tussen 8-18 uur. Het vermogen kan worden opgegeven als vermogen per vloeroppervlak (W/m2) of als vermogen (Watt). Voor schakelwaarden. maar trek het afgezogen convectieve gedeelte van het totale verlichtingsvermogen af.

opslag ziekenhuizen.en uitschakelen. scholen. Deze positie is in combinatie met de soort afzuiging bepalend voor het gedeelte van de convectieve verlichtingswarmte dat afgezogen wordt. Positie armatuur Positie van de armaturen. Deze waarde ligt tussen de 0 (alles schakelend) en 100 (alles vast aan). Een gedeelte van de verlichting kan gedurende het gebruik van het gebouw altijd branden. terwijl de rest van de verlichting geschakeld wordt op basis van de daglichttoetreding. magazijnen. werkplaatsen (ruw werk). laboratoria. Hier kan worden opgegeven welk gedeelte van de verlichting altijd aan is. winkels woningen.Percentage verlichting altijd aan Wanneer bij Schakelende verlichting gekozen is voor de mogelijkheid alleen inschakelen of in. kantoren. werkplaatsen (fijn werk) tekenkamers 112 . Keuze uit : • • • • • • • onbekend inbouw opbouw pendel klikstrip staand hand Schakelende verlichting Er is keuze uit: • • • geen alleen inschakelen (blijft de rest van de dag branden) in.en uitschakelen Richtwaarden (volgens ISSO32) voor het schakelen van de verlichting zijn : • • • • 125 lux : 250 lux : 500 lux : 1000 lux : verkeersruimten. bejaardenhuizen. stalling. recreatieruimten.

Temperatuursetpoints koeling Door dit invoerveld te activeren komt men in het scherm Temperatuursetpoints koeling waarin de temperatuursetpoints voor de koeling in dagbedrijf en nachtbedrijf moeten worden opgegeven. algemene belemmeringen en de vertrektemperatuur waarbij de ramen open/dicht gaan. In dit voorbeeld moet dan onder ‘stand by’ van 0-24 uur worden opgegeven. ‘stand by’ is dus een voorwaarde voor de installatie om in bedrijf te komen.v. Het invoerveld Binnencondities in het scherm Vertrekgegevens. verlichtings. tussen 8 en 18 uur is het in dagbedrijf en tussen 18 en 24 uur staat de installatie weer ‘stand by’. Voor ‘opgave via gevelopeningen’ moeten meer gegevens worden opgegeven bij de criteria. Scherm Criteria te openen ramen Inleiding Als in het scherm Gebouwgegevens voor 'opgave via vertrekdefinitie' is gekozen moeten er slechts 2 criteria worden opgegeven. De criteria moeten tijdens en buiten 113 . In het grafische scherm naast de invoervelden worden de uurvakken 1 t/ 8 en 19 t/m 24 donkerrood en de uurvakken 9 t/m 18 lichtrood. waarna onder dagbedrijf van 818 uur worden ingevoerd. Ramen blijven dicht t. Voor de weekindeling van de bedrijfswijze bij VA114 moeten 2 soorten weekindelingen worden opgegeven. Allereerst moet worden opgegeven wanneer de installatie ‘stand by’ is en vervolgens moet aangegeven worden wanneer de installatie in dagbedrijf is.en geluidseisen van een vertrek. moet de installatie ook ‘stand by’ zijn. Het invoerveld Binnenconditie kelder in het scherm Gebouwgegevens. Dit wordt via de schermen Weekindeling en Dagindeling opgegeven. Voorbeeld : op een dag staat de installatie tussen 0 en 8 uur ‘stand by’.g. In dit scherm wordt de bedrijfsperiode voor een hele week vastgelegd. Temperatuursetpoints verwarming Door dit invoerveld te activeren komt men in het scherm Temperatuursetpoints verwarming waarin de temperatuursetpoints voor de verwarming in dagbedrijf en nachtbedrijf moeten worden opgegeven. In dit scherm geeft men gegevens op over de temperatuur-. Scherm Conditiegegevens Inleiding Dit scherm wordt geselecteerd door aanklikken van : • • • Het invoerveld Binnenconditie kruipruimte in het scherm Gebouwgegevens. Tijdens de uurvakken waarop de instalatie in dagbedrijf is.Scherm Bedrijfswijze Inleiding Dit scherm wordt geactiveerd door in het invoerscherm Installatiegegevens op het verwijzingsveld achter bedrijfswijze te klikken.

in een vertrek boven een bepaalde hoogte in het gebouw kunnen problemen met de wind optreden. algemene belemmeringen. Deze raamstand wordt tijdens de gebruiksperiode gehandhaafd totdat de gebruiksperiode verandert. Indien voor een vaste stand (dit is ook de optie : via vertrekdefinitie) wordt gekozen bekijkt het programma aan het begin van de gebruiksperiode aan de hand van de criteria of het raam open mag of dicht moet staan. Het programma bekijkt dan aan het begin van de gebruiksperiode aan de hand van de criteria of het raam open mag of dicht moet staan.v. Ramen blijven dicht als buitentemperatuur < Beneden een bepaalde buitenluchttemperatuur mogen de ramen niet geopend worden. (0.3 en 4 zijn tussengelegen standen. Boven deze luchtsnelheid gaat het raam 1 stand dichter.v. algemene belemmeringen Ramen blijven dicht t. Deze raamstand wordt tijdens de gebruiksperiode gehandhaafd totdat de gebruiksperiode verandert. Stand 1 is hierbij gesloten en stand 5 maximaal open. Ramen blijven dicht t. Deze raamstanden worden voor het gehele gebouw slechts 1 keer opgegeven. Indien voor een vaste stand wordt gekozen dient de raamstand opgegeven te worden. 114 .de Gebruiksperiode opgegeven worden. Voor zowel tijdens als buiten gebruiksperiode kan de belemmering worden opgegeven voor het openen van ramen. Algemene belemmeringen kunnen zijn : • • • • geluidshinder van buiten kan reden zijn om overdag de ramen gesloten te houden. het installatietype kan reden zijn om ramen niet te openen.4 betekent 40% open). Bovendien moeten bij deze keuze ook de gegevens bij Omgeving worden ingevuld. beveiliging tegen inbraak kan reden zijn om s-nachts de ramen gesloten te houden.4 m/s) Mogelijke raamstanden Bij de regeling van de raamstand zijn 5 standen te onderscheiden. (default 0. bv. als er mechanische onbalans is of als er lokaal of centraal koeling geïnstalleerd is.g.g. Regeling van de raamstand Het raam staat bij opening in een vaste stand of wordt geregeld. De openstanden 2. (default : 12 °C) Raam 1 stand dichter als luchtsnelheid in vertrek > De maximaal toegestane luchtsnelheid [m/s] in het vertrek.

Dit scherm is afhankelijk van het ingestelde niveau : • • 1: eenvoudig. Ramen (loefzijde) blijven dicht als windsnelheid > Boven een bepaalde windsnelheid mogen de ramen niet geopend worden. telperiode of bedrijfsperiode vastgelegd.Verschil Tbuiten-Tbinnen > Het temperatuursverschil (graden K) tussen buiten. Uurvak 1 is van 0 tot 1 uur. Door uurvakken 'aan te kruisen' wordt de periode vastgelegd. (default 6 m/s) Ramen (lijzijde) blijven dicht als windsnelheid > Boven een bepaalde windsnelheid mogen de ramen niet geopend worden. indien de wind op deze zijde van de gevel staat.en eindtijdstippen van de gebruiksperiode (uur). (default : 24 °C) Indien voor een vaste stand (dit is ook de optie : via vertrekdefinitie) wordt gekozen bekijkt het programma aan het begin van de gebruiksperiode aan de hand van de criteria of het raam open mag of dicht moet staan. Het is ook mogelijk verschillende perioden per dag vast te leggen. Deze raamstand wordt tijdens de gebruiksperiode gehandhaafd totdat de gebruiksperiode verandert. opgave van het begin en het einde van de periode 2: uitgebreid. indien de wind niet op deze zijde van de gevel staat. (default 8 m/s) Scherm Dagindeling Inleiding In dit scherm wordt voor een dag de gebruiksperiode. Door telkens een dagindeling te definieren en te selecteren wordt een indeling voor een gehele week opgebouwd.en binnentemperatuur waarboven het raam dicht gaat of waaronder het raam open blijft. 115 . Uurvak Uurvak dat binnen de periode valt. zowel tijdens als buiten de gebruiksperiode. uurvak 9 is van 8 tot 9 uur. zowel tijdens als buiten gebruiksperiode. Als voor ‘gedetailleerde opgave via gevelopeningen’ wordt gekozen moet de vertrektemperatuur worden opgegeven waarboven het raam verder open gaat en waaronder het raam verder dicht gaat. Ramen (verder) open/dicht als vertrektemperatuur Als voor 'opgave via vertrekdefinitie’ wordt gekozen moet de vertrektemperatuur worden opgegeven waarboven het raam opent en waaronder het raam dicht gaat. opgave per uurvak Gebruiksperiode Begin.

Gemiddelde dakdikte De gemiddelde dakdikte d1 van de dakkapel in meters (zie plaatje bij inleiding). Constructie voorwand De constructie van de voorwand wordt opgegeven via het scherm Wandconstructies. Bij de opgave van deelwanden in de voorwand wordt wel rekening gehouden met gemiddelde dakdikte en wanddikte. 116 . worden deze afmetingen aangepast. zijwanden en het dak. als de afmetingen van een raam te groot zijn opgegeven. m. Constructie dak De constructie van het dak wordt opgegeven via het scherm Wandconstructies. Verder wordt er gerekend met de bruto afmetingen van de dakkapel. In het scherm Gebouwinvoer geeft men onder niveau Wand in de betreffende (hellende) wand de afmetingen van het ‘gat’ in het dak op.w. de constructie voor de voorwand. In het scherm moeten gegevens van een dakkapel worden ingevoerd. Constructie zijwanden De constructie van de zijwanden wordt opgegeven via het scherm Wandconstructies. Bij berekening van de totale inhoud van de ruimte wordt de inhoud van de dakkapel niet meegenomen.en dakdikte. Gemiddelde wanddikte De gemiddelde wanddikte d1 van de dakkapel in meters (zie plaatje bij inleiding). zoals de hellingen de voorwand en het dak.Scherm Dakkapel Inleiding Men komt in dit scherm door via menu Invoeren op Dakkapellen te klikken of bij het invoeren van deelwanden bij soort te kiezen voor Dakkapel.a. en de gemiddelde wand.

Invoeritems die alleen van belang zijn voor woningbouw.Hoek dak t. Indien voor een vaste stand (dit is ook de optie : via vertrekdefinitie) wordt gekozen bekijkt het programma aan het begin van de gebruiksperiode aan de hand van de criteria of het raam open mag of dicht moet staan. 117 . utiliteitsbouw of combinatie worden in de handleiding respectievelijk aangegeven met de code [W]. Criteria te openen ramen Openen van het scherm Criteria te openen ramen. horizontaal vlak De hoek h2 (zie plaatje bij inleiding) is de hoek tussen het horizontale vlak en het dak van de dakkapel. Deze gebruiksperiode is van belang bij schakeling van verlichting en/of zonwering en bij te openen ramen.o. Gebruiksperiode van gebouw Openen van het scherm waarin voor maandag t/m zondag kan worden aangegeven wat de gebruiksperiode van het gebouw is.o.v. Dit is een eis van het Bouwbesluit. Het adres van het gebouw waarvoor de berekening wordt uitgevoerd. in het menu Invoeren voor Gebouwen te kiezen. [U] of [C]. Deze raamstand wordt tijdens de gebruiksperiode gehandhaafd totdat de gebruiksperiode verandert. Adres Het adres van het gebouw. horizontal vlak De hoek h1 (zie plaatje bij inleiding) is de hoek tussen het horizontale vlak en de voorwand van de dakkapel. in het scherm Gebouwinvoer op niveau Gebouw met de LMK dubbel klikken op een regel in het definitiescherm. Afhankelijk van de gebouwfunctie die men opgeeft. Hier worden de criteria opgegeven waarbij de ramen open of dicht moeten gaan.v. Het aantal invoervelden van dit scherm is afhankelijk van hetgeen er in dit scherm bij infiltratie is opgegeven. Scherm Gebouwgegevens Inleiding In dit scherm worden gegevens als adres en type gebouw verzameld. Hoek voorwand t. komt in de uitvoer. Dit scherm wordt geselecteerd door: • • • in het scherm Gebouwinvoer op niveau Gebouw met de LMK dubbel klikken op een gebouw. worden verder in het programma verschillende invoergegevens gevraagd.

kan de zonwering nooit schakelen. De hoeveelheid wordt opgegeven in het scherm Vertrekgegevens bij het invoerveld Luchtuitwisseling met buiten. Gedetailleerde opgave via gevelopeningen. deur. Als de schakelende zonwering omlaag moet blijven. Het behaaglijkheidsprogramma VA111 kan hieruit de overschrijdingsuren conform GIW/ISSO publicatie (2205) bepalen. Als Ja wordt ingevuld moeten de schakelniveaus bij automatische en handbediende systemen tijdens en buiten de gebruiksperiode worden opgegeven.Infiltratie De natuurlijke ventilatiestromen kunnen op 2 manieren opgegeven worden. windrichting. ventilatievoorziening). Als de schakelende zonwering omlaag moet blijven. verschijnt de knop Omgeving om gegevens van de ligging van het gebouw op te geven. 118 . De twee mogelijkheden zijn : • • Eenvoudige opgave via vertrekdefinitie. Indien de schakelende zonwering omhoog moet blijven (bv buiten de gebruiksperiode) moet bij het schakelniveau 2000 W/m2 worden ingevuld. Plaats Postcode en plaats van het gebouw. Deze waarden betreffen de totale hoeveelheid irradiantie (direct + diffuus + grondreflecties). kunnen hier de schakelniveaus bij handbediende en automatische systemen worden opgegeven.en stralingstemperaturen berekend. Als bij glasgegevens de eigenschappen voor zonwering op en neer worden ingevuld. Met behulp van het gebouwsimulatieprogramma VA114 worden de lucht. moet bij het schakelniveau 0 W/m2 worden ingevuld. moet bij het schakelniveau 0 W/m2 worden ingevuld. Woning met GIW-garantie {bmc TAB_114geel. temperatuurverschillen en de nog op te geven kier. De karakteristieken en het te openen deel worden opgegeven bij de deelwanden (raam. De ventilatiestromen worden berekend op basis van de windsnelheid. Deze waarden betreffen de totale hoeveelheid irradiantie (direct + diffuus + grondreflecties). maar bij schakelende zonwering wordt ‘nee’ ingevuld. Voor het schakelniveau wordt bij automatische systemen 250 Watt/m2 aangehouden en bij handbediende systemen wordt met 300 Watt/m2 gerekend. Indien de schakelende zonwering omhoog moet blijven (bv buiten de gebruiksperiode) moet bij het schakelniveau 2000 W/m2 worden ingevuld.bmp} Vanaf maart 2006 is de methodiek ‘woning met GIW-garantie’ volledig in de Vabiprogramma’s ingebouwd. Schakelende zonwering Opgave of er in het gebouw schakelende zonwering aanwezig is. Voor het schakelniveau wordt bij automatische systemen 250 Watt/m2 aangehouden en bij handbediende systemen wordt met 300 Watt/m2 gerekend.en naadkarakteristieken. Wanneer men voor deze optie kiest. Schakelniveau zonwering Als er in het gebouw schakelende zonwering aanwezig is.

5 van ISSO53 en tabel 3. ISSO53 en ISSO57 moet de gebouwfunctie worden ingevoerd. Tezamen met de gekozen bezettingsgraadklasse en het type vertrek worden de ventilatieeisen van de ruimten bepaald conform het Bouwbesluit. dan wordt die keuze hier vermeld en is niet meer te wijzigen. Als er al vermogens voor de interne warmtebelasting zijn ingevuld. Bij het maken van een berekening moet bij het scherm Uitvoeren het vinkje bij Oppervlaktetemperaturen worden aangezet. De resultaten worden dan door het behaaglijkheidsprogramma VA111 ingelezen en gebruikt voor die berekening. Deze is voor elke ruimtefunctie anders. Hierin geeft men gegevens op betreffende : • • • • • bedrijfswijze van de installatie wijze van regelen type ventilatie (toevoer. in het scherm Gebouwinvoer op niveau Zone dubbel te klikken met de LMK op een regel (=zone definitie) in het definitiescherm. Bij het doorrekenen van meerdere ruimten kan hier een conflict ontstaan. zie tabel 4.dan wel afvoerventilator) stooklijnen ventilatie in nachtstand Weliswaar kan men meerdere installaties definiëren. Scherm Gebouwzone Inleiding Men komt in dit scherm door : • • in het scherm Gebouwinvoer op niveau Zone dubbel te klikken met de LMK op een ruimte.Indien bij de VA114-berekening wordt aangegeven dat het om een GIW-berekening gaat. Installatie Door dit veld te activeren komt men in het scherm Installatiegegevens. Gebouwfunctie Keuze uit een aantal gebouwfuncties. worden deze genegeerd. Bij een combinatie van woning en utiliteitsgebouw moet deze wel worden opgegeven. Bij een verblijfsruimte is er keuze uit een woonkamer of keuken. In dit scherm en hieraan gekoppelde schermen worden de gebouwfunctie. Het nummer van de voor deze zone geselecteerde installatie komt in dit invoerveld. De juiste telperiode dient wel zelf te worden ingevuld. Voor VA101. wordt automatisch met de juiste interne warmtebelastingen gerekend afhankelijk van de ruimtefunctie. Bij de vertrekgegevens moet het juiste vertrektype worden ingevuld. de bezettingsgraadklasse en de installatiegegevens van die zones opgegeven. Heeft men bij gebouwfunctie in het scherm Gebouwgegevens al voor woning gekozen. Via dit scherm worden ruimten aan zones gekoppeld. Bij een verblijfsgebied is er keuze uit een werkkamer of slaapkamer.3 van ISSO57. doch één installatie kan slechts worden toegewezen aan één zone. 119 .

De huidige zone wordt dan toegekend aan de huidige ruimte in het scherm Gebouwinvoer. Indien de oppervlakte is aangepast. Een snellere manier om een zone aan een ruimte toe te kennen is door in dit scherm de knop Definities te activeren. 120 . Wordt bijvoorbeeld bij percentage 100% opgegeven. Wanneer men een percentage kleiner of gelijk aan 1 opgeeft. In de berekening wordt wel met het juiste oppervlak gerekend. percentage of hoogtebeperking. Kies een zonedefinitie. vloer. De afmetingen van de deelwanden zijn aan maxima gebonden. Scherm Gegevens deelwand Inleiding In dit scherm worden de deelvlakken van een hoofdwand opgegeven. worden deze ruimten ook toegekend aan de zone. De ruimte is nu aan de zone toegewezen. Deze maxima zijn de binnenmaten van een vertrek. • • Afmeting Voor het opgeven van de afmetingen van het deelvlak zijn er drie mogelijkheden: • • • met echte afmetingen in percentage met hoogtebeperking Afhankelijk van deze keuze komt men in de invoervelden nummer. De afmetingen zijn goed opgegeven. In dit scherm kan men zogenaamde Vrije Deelwanden invoeren. verschijnt in het F10-overzicht achter opp een *.5 %. maar als factor 0. Het scherm Overzicht zonedefinities verschijnt. Bij het invullen van de maten bij hoogtebeperking dient men op te letten dat de maatvoering correct is en dat in het eerste invoerveld de kleinste maat en in het tweede invoerveld de grootste maat wordt ingevuld. In de huidige versie is dit opgelost door met ‘percentages’ te werken. Het plaatsen van deelwanden in plafond/dak gaat niet goed in het programma.Zones toekennen Zones worden toegekend aan een ruimte door in dit scherm op de knop Selecteren te drukken.of plenumdikte.5 wordt niet geïnterpreteerd als 0.Bij hellende vlakken wordt bij hoogtebeperking gerekend langs de hellende wand. Dus 0.5. maar toch komt het deelvlak gedraaid in het dak/plafond terecht. Door nu andere ruimten aan te klikken die nog niet tot een zone behoren. wordt dit getal als factor gezien. houdt de Shift-toets ingedrukt en klik met de linkermuisknop op de huidige ruimte. Dit scherm verschijnt door : • in het scherm Gegevens hoofdwand te kiezen voor deelwand. een kleiner oppervlak voor de deelwand bepalen. Dit gebeurt door te klikken op de knop Toevoegen op de onderste rij knoppen die eindigt met deelwand in in het scherm Gebouwinvoer met de LMK dubbel te klikken op een regel met een deelwand via de menukolom Invoeren en vervolgens Deelwanden selecteren. dan zal het programma rekening houdend met opgegeven wand-.

C-omtrek [1977] Luchtdoorlatendheid [10-6 m3/m. Bij het deelvlak raam komt men in het scherm Raamconstructies. Naadverliezen : het verlies dat ontstaat door de ruimte tussen geveldelen die niet bedoeld zijn ten opzichte van elkaar te bewegen. dit kan in het eerste invoerveld achter Hoogte. waarin men de hoogte en breedte van de deelwand kan opgeven. Voor wand. Hoogte Kiest men bij afmeting 'met hoogtebeperking' dan zal men te maken hebben met een deelvlak dat zich over de gehele breedte van een hoofdwand uitstrekt.s. zoals een borstwering of een raam. Door dit aan te klikken komt men in het scherm Afmetingengegevens .Pa2/3] kieren en naden van ramen en deuren opgeven. deur of ventilatievoorziening komt men in het scherm Wandconstructiegegevens. 121 . anders dan door krimp. Kierverliezen : het verlies dat ontstaat door de ruimte tussen geveldelen die bedoeld zijn ten opzichte van elkaar te bewegen. Nummer Kiest men bij Afmeting 'met echte afmetingen' dan verschijnt dit invoerveld. etc.Als breedte wordt de breedte van de hoofdwand aangehouden. toevoegen. Bij een borstwering zal men doorgaans alleen de hoogte opgeven. selecteren. Er zijn de volgende mogelijkheden : • • • hoogte > x hoogte < x : deelwand van x tot vertrekhoogte-vloerdikte-plenumhoogte : deelwand van 0 tot x hoogte > x en < y : hoogte tussen x en y Bij hellende wanden wordt de hoogtebeperking gerekend langs de hellende wand. Constructie Bij het aanklikken van dit invoerveld komt men in een scherm voor opgave van de deelwand. zetting etc.

en deelwanden definities’ op een regel met een hoofdwand 122 . Deze opgegeven uitstekende geveldelen worden alleen meegenomen indien bij Algemene Gegevens voor ‘beschaduwing verzonken ligging’ of bij ‘beschaduwing uitstekende geveldelen’ Ja is opgegeven. Door het aanklikken verschijnt het scherm Uitstekende geveldelen. maar als factor 0. Deze omschrijving komt in de uitvoer. Wanneer men een percentage kleiner of gelijk aan 1 opgeeft. bijvoorbeeld in een deelwand deur kan een raam als deelwand geplaatst worden. Er wordt dan uitgegaan van het maximale hoofdvlak gecorrigeerd met gemiddelde wanddikte. Percentage Kiest men bij afmeting 'in percentage' dan geeft men in het invoerveld percentage het gedeelte dat het deelvlak uitmaakt van het hoofdvlak op. Keuze uit: • • • • • Wand Raam Deur Ventilatievoorziening (suskast. vloerdikte en plenumhoogte.5 Soort Soort deelwand. Scherm Gegevens hoofdwand Inleiding Dit scherm wordt geselecteerd door : • • In het scherm Gegevens wandcriteria te klikken op Wandnr In het scherm Gebouwinvoer met de LMK dubbel te klikken in het definitiescherm ‘Hoofd. wordt dit als een factor gezien.5 wordt niet geinterpreteerd als 0. Dus 0. Te openen raamdeel Deze vraag verschijnt als bij Gebouwgegevens de criteria te openen ramen worden opgegeven.5 %. De berekening houdt alleen rekening met hetgeen hier opgegeven (ja/nee) wordt. uitgedrukt in een percentage. Uitstekende geveldelen Opgave van de uitstekende geveldelen die beschaduwing geven op het raam.ventilatierooster) Dakkapel In een deelwand kan weer een andere deelwand worden opgegeven. als er bij Gebouwgegevens bij infiltratie voor ‘opgave via gevelopeningen’ wordt gekozen.Omschrijving Korte omschrijving van de deelwand.

Achter het veld constructie blijft dan fictief staan. Hier kan een keerzijde opgegeven worden afwijkend van wat in de isometrische tekening is gevonden. compleet met alle deelwanden. De mogelijkheid van een lambda van 300 wordt gebruikt om een temperatuur op de buitenkant van een wand te drukken. de wandkeuze wordt hierdoor niet beinvloed. droog zand. Er kan gekozen worden tussen heel droog zand.m²)) direct op grond (grondtemperatuur en grondsoort opgeven). De temperatuur in de kruipruimte moet worden opgegeven. Ook is het mogelijk om een lambda van 0 of van 300 te kiezen. zoals ramen en deuren. Indien er geen constructie aan een wand wordt gekoppeld. warmteoverdrachtscoëfficiënten etc. Grondsoort Als bij omgeving is gekozen voor ‘direct op grond’ kan hier de grondsoort worden opgegeven.5 W/(K.en deelwanden. wordt de wand als een fictieve wand beschouwd. nat zand en heel nat zand met de daarbij behorende lambda-waarden. Er moet dan ook een temperatuur (op 3 meter diepte) opgegeven worden. Keuze uit : • • • • • • T B I A C G tekening aanhouden buitenlucht identieke ruimte ander gebouw/woning. Dit heeft alleen effect op de berekening. worden toegevoegd aan hoofdwanden. de onderste rij is gereserveerd voor deelwanden.5 W/(K. Omgeving Situatie aan de keerzijde van de wand. De mogelijkheid is aanwezig om temperatuur op buitenkant wand te drukken via optie 6. Met de onderste rij knoppen kunnen deelwanden. Voor deelwand zie Gegevens deelwand. Ook kan er van een hoofdwand een overzicht worden opgevraagd waarin de opbouw van de hoofdwand staat. (alfa = 8. De bovenste rij is gereserveerd voor hoofdwanden.m²)) kruipruimte. Constructie Bij het aanklikken van dit invoerveld komt men in het scherm Wandconstructiegegevens waarin men de constructiegegevens van de deelwand kan opgeven zoals bouwfysische eigenschappen van de wandlagen. Hier wordt een temperatuur van 18 °C aangenomen. (alfa = 8. 123 .• • In het scherm Gebouwinvoer met de LMK dubbel te klikken op een wand in een ruimte Via de menukolom Invoeren en vervolgens Hoofdwanden selecteren In dit scherm kunnen wandgegevens worden opgegeven van hoofd. Met de bovenste rij knoppen is het mogelijk nieuwe hoofdwanden te maken en een overzicht op te vragen van alle bestaande hoofdwanden. Afwijkend van de overige schermen staan er in dit scherm twee rijen met knoppen. klei.

5 W/(K. wordt 22 gr. 124 . Omschrijving Korte omschrijving van de hoofdwand.5 W/(K. plafond en vloer met laag 1 (buiten) aan de bovenzijde een binnenwand met laag 1 (buiten) aan de zijde van de ruimte met het hoogste nummer.m²)) temperatuur opgeven / onverwarmde ruimte. Omkeren Dit is alleen van belang indien het een asymmetrische constructie betreft waarbij de bekleding aan de binnenzijde niet overeen komt met de bekleding aan de buitenzijde. (alfa = 8.C. Het programma plaatst een constructie als volgt: • • • een buitenwand met laag 1 (buiten) aan de buitenzijde een dak. Temperatuur Als bij het invoerveld omgeving is gekozen voor ‘kruipruimte’.m²)) ruimte condities. Deze omschrijving komt in de uitvoer.5 W/(K. De temperatuursetpoints opgeven voor verwarming/koeling en dag/nacht. krijgt de tussenwand een aangrenzende temperatuur van 20 °C. Als hier geen temperaturen zijn opgegeven. Wil men voor een wand hiervan afwijken dan kan dit door een van de andere codes op te geven. (alfa = 8. Soort Soort wand. Dus alleen deze plaatsing is met omkeren direct te wijzigen. De temperatuur in de kruipruimte moet worden opgegeven. ‘zelf temperatuur opgeven’ geeft men hier de temperatuur aan andere zijde van de wand op. ‘direct op grond’. Als de ruimte ernaast in een andere zone ligt. Voor een hoofdwand staat dit vast : Hoofdwand. Het programma rekent met het gemiddelde van de 2 dagsetpoints. Als de te berekenen ruimte aan een zone gekoppeld is en de ruimte ernaast ligt in dezelfde zone of is niet aan een zone gekoppeld. (alfa = 8. ( in uitvoer : omgeving=4 met T=20). dan ziet het programma de tussenwand als identieke wand (in uitvoer : omgeving=2).• • K R kelder. Als de aangrenzende ruimte in dezelfde zone ligt. aangehouden. ‘kelder’. maar niet verwarmd wordt krijgt die aangrenzende ruimte de temperatuur die opgegeven is bij binnencondities in het scherm Vertrekgegevens.m²)) • - In het geval 'T tekening aanhouden' wordt in de berekening de keerzijde uit het scherm Gebouwinvoer tekening gehaald.

zoals bijvoorbeeld een raam in een deur kan zitten. Als de hoofdwand of deelwand die in het scherm staat ook als automatisch geplaatste wand gebruikt wordt. dan kan men de gegevens van deze wanden via de eigen keuze of vrije deelwanden niet veranderen of verwijderen. Knop Voegt een hoofdwand toe aan het project.Voor hoofdwand zie scherm Gegevens hoofdwand . De ene rij is gereserveerd voor hoofdwanden. Knoppen (deelwand) Naar de volgende/vorige deelwand. Verder kunnen er met de rij 'deelwand'-knoppen deelwanden. behorend bij deze hoofdwand. de andere rij is gereserveerd voor deelwanden. Met de rij 'hoofdwand'-knoppen is het mogelijk nieuwe hoofdwanden te maken en een overzicht op te vragen van alle bestaande hoofdwanden.Scherm Gegevens hoofdwand/deelwand Inleiding In dit scherm kunnen wandgegevens worden opgegeven van hoofd. Ook kan er van een hoofdwand een overzicht worden opgevraagd waarin de opbouw van de hoofdwand staat. Afwijkend van de overige schermen staan er in dit scherm twee rijen met knoppen.en deelwanden. Dit is een extra beveiliging omdat automatisch te plaatsen wanden op heel veel plaatsen kunnen voorkomen. 125 . Knop Voegt een deelwand toe aan de wand die op dat moment op het scherm staat. zoals ramen en deuren worden toegevoegd aan hoofdwanden. compleet met alle deelwanden. Deelwanden kunnen dus ook in andere deelwanden zitten. Knop Lijst opvragen van de hoofdwand met bijbehorende deelwanden. Knop Lijst opvragen van alle hoofdwanden in het project.Voor deelwand zie scherm Gegevens deelwand. Knop (hoofdwand) Naar de volgende/vorige hoofdwand in het project.

Scherm Gegevens LVK-apparaat Inleiding Dit scherm wordt geselecteerd door in het scherm Gebouwinvoer op niveau LVK-app. In dit voorbeeld verzorgt het koelplafond de basis en de inductieunit vangt de pieken op. Indien er meerdere LVK-apparaten in de ruimte zijn opgegeven kan d. Bv Temperatuursetpoint van de vloerverwarming is 22. Er is gekozen voor de naam 'Lokale Verwarming. Aantal Het aantal LVK-apparaten met de in dit scherm ingevulde specificaties dat is geplaatst in de ruimte.en Koelapparaten' afgekort LVKapparaten.0 gr. 126 . Hier worden de specificaties van het LVK-apparaat opgegeven. verschijnt een scherm waarin de Temperatuursetpoints voor de verwarming moeten worden opgegeven. Scherm Installatiegegevens Inleiding In dit scherm worden gegevens over de installatie opgegeven. Productnummer Verwijst naar product in scherm Productgegevens LVK-apparaat. In dit voorbeeld verzorgt de vloerverwarming de basis en de radiator vangt de pieken op.9 gr. omdat dit scherm voorkomt in programma's waar verwarmingsapparaten worden geselecteerd en in programma's waar koelapparaten worden geselecteerd.m. setpoints de volgorde van in bedrijf komen worden geregeld door de setpoints 0.1 graad uit elkaar te zetten.1 gr.v.0 gr. Tevens moeten hier de temperatuursetpoints van de LVKapparaten worden opgegeven.C. die geplaatst zijn in de ruimte. In dit scherm worden de produktgegevens ingevuld van de LVK-apparaten.C. Temperatuursetpoints koeling Als op het verwijzingsveld wordt geklikt. Bv Temperatuursetpoint van het koelplafond is 23.C. Temperatuursetpoints verwarming Als op het verwijzingsveld wordt geklikt. dubbel te klikken met de LMK op een LVK-apparaat (bv radiator) in een ruimte van het scherm Gebouwinvoer. Men komt in dit scherm door : • in het scherm Gebouwinvoer op niveau zone dubbel te klikken met de LMK op een ruimte en vervolgens in het scherm Gebouwzone op het verwijzingsveld achter installatie te klikken. verschijnt een scherm waarin de Temperatuursetpoints voor de koeling moeten worden opgegeven. en van de radiator is 22.C. en van de inductieunit is 24.

Door te kiezen voor de koelbatterij wordt het plaatsen van een ontvochtiger ook mogelijk. In het geval van 1 vertrek : bij ventilator 100 m3/h. bij koelbatterij 1 kW en bij verwarmingsbatterij 0. Luchtbehandelingskast Als de mechanische toe en afvoer zijn opgegeven zijn er standaard de volgende componenten te kiezen : verwarmingsbatterij. Kies daarom bij het invoeren van de verschillende componenten voor één van de volgende mogelijkheden : • • Vul de componenten van een LBK in zoals deze in werkelijkheid zijn (detailleringfase) Alle gegevens relateren aan 1 vertrek. Als bijvoorbeeld voor de bovenstaande situatie een vertrek wordt doorgerekend dat 400 m3/h nodig heeft. koelbatterij. dan wordt het vermogen van de koelbatterij in dat geval : 400/100 * 1 kW of 400/ 20. mengsectie. Met het aanvinken van de toe..en verwarmingsbatterij terug of op. Afgifte.9 kW.000 m3/h. Invoervoorbeeld : Voor een hele LBK : bij de ventilator 20. 127 . op basis van de verhouding van de door de vertrekken benodigde ventilatie en de opgegeven ventilatie bij de toevoerventilator. Als een situatie wordt doorgerekend waarbij in de door te rekenen vertrekken een andere luchthoeveelheid gebruikt wordt (opgave via roosters bij de vertrekken) schaalt het programma de vermogens van de koel. adiabatische koeling. Opwekking. Om gebruik te kunnen maken van de mengsectie. Voor de verwarmingsbatterij geldt hetzelfde Distributie Dit betreft het luchtgedeelte.000 * 200 kW = 4 kW.• in het scherm Gebouwinvoer op niveau zone dubbel te klikken met de LMK op een regel (=zone definitie) in het definitiescherm en vervolgens in het scherm Gebouwzone op het verwijzingsveld achter installatie te klikken. warmteterugwinning. warmteterugwinning en adiabatische koeling dienen zowel een toevoer als afvoerventilator te zijn opgegeven. Door te kiezen voor de verwarmingsbatterij wordt bevochtigen ook mogelijk. LBK. Als er geen toevoerventilator is opgegeven is het ook niet mogelijk om de LBK componenten op te geven.of afvoerventilator wordt het ventilatie principe opgegeven. bij de koelbatterij 200 kW en bij de verwarmingsbatterij 180 kW. Het scherm Installatiegegevens is onderverdeeld in de volgende categorieën Distributie. Opwekking Afhankelijk van de gekozen componenten van de LBK of het afgifte principe kunnen hier de warmte en koude opwekkers worden opgegeven. Regeling Invoer van de componenten Het is belangrijk om de verhoudingen van de opgegeven vermogens van de centrale installatie goed in te voeren.

waaronder het buitenluchtaandeel verhoogd mag worden. Bij de decentrale koeling kan gekozen worden uit : • • • geen 2-pijpsfancoilunit 4-pijpsfancoilunit 128 . De manier die op dit moment in VA114 wordt toegepast is gebaseerd op koeling van de buitenlucht door bevochtiging. verschijnt dit invoerveld. In combinatie met decentrale verwarming zijn vele combinaties mogelijk.Afgifte Bij de afgifte kan gekozen worden voor het afgifte concept. RVmin kan alleen opgegeven worden als er een bevochtiger is. Adiabatische koeling kan op verschillende manieren worden gerealiseerd. Keuze uit : • • • geen buitenlucht retourlucht (nu nog niet mogelijk) Bedrijfswijze Hier wordt via een verwijzingsveld het scherm Bedrijfswijze opgeroepen. Decentrale koeling Hier kan worden opgegeven welke decentrale koeling wordt gebruikt in deze gebouwzone. Het regelvertrek is in dit geval het vertrek wat doorgerekend wordt. maar als bv bij decentrale koeling gekozen wordt voor een 4-pijpsfancoilunit. Deze lokale afgifte apparaten moeten bij de ruimten nog wel afzonderlijk worden opgegeven. RVmax kan alleen opgegeven worden als er een ontvochtiger is. De vochtregeling gebeurt aan de hand van de condities in het regelvertrek. de specificaties van een lokaal koelapparaat worden opgegeven en in een ruimte worden geplaatst. dan verschijnt ook bij de decentrale verwarming een 4pijpsfancoilunit. Het programma kan met recirculatielucht werken. De bedrijfswijze van de installatie wordt uurlijks voor een week opgegeven. Regelingen De regelmogelijkheden zijn afhankelijk van het gekozen installatieconcept. Met behulp van een warmtewisselaar wordt met de gekoelde verzadigde buitenlucht de toevoerlucht voor de luchtbehandeling voorgekoeld. Adiabatische koeling Met de optie adiabatische koeling is het mogelijk om berekeningen te doen waarbij gebruik gemaakt wordt van adiabatische koeling. Hier wordt de buitenluchttemparatuur opgegeven. Bij buitenluchttemperatuur Als bij mengsectie ‘ja’ is ingevuld. Onder de niveauknop kunnen via LVK-app.

de specificaties van een lokaal verwarmingsapparaat worden opgegeven en in een ruimte worden geplaatst. Het gaat hier om een specificatie van de koelbatterij. Als dat hier wordt opgegeven. Bij de decentrale verwarming kan gekozen worden uit : • • • • • • radiator 2-pijpsfancoilunit 4-pijpsfancoilunit 2-pijpsinductieunit 4-pijpsinductieunit mengen (dual duct) Koelbatterij Met een ‘vinkje’ wordt aangegeven of er een koelbatterij aanwezig is. Bij het scherm Wandconstructiegegevens moet de laag worden aangevinkt. plafond. De gegevens voor de koelbatterij moeten alleen worden ingevuld als er met geconditioneerde lucht moet worden ingeblazen. moeten ook bij het scherm LVK-app. gegevens ingevoerd worden. Voor oplossing. waarin deze bron zit. verschijnt er een verwijzingsveld waarbij een scherm kan worden opgeroepen waarin productgegevens over de koelbatterij worden gevraagd. e 129 . zie afzuiging. Onder de niveauknop kunnen via LVK-app. Als dit het geval is. Door te kiezen voor de koelbatterij wordt het plaatsen van een ontvochtiger ook mogelijk. Voor een nadere uitleg zie betonkernactivering.of wandkoeling aanwezig is. Koelbron in 2e net Het 2 net wordt in principe gebruikt om aan te geven of er vloer-. De combinatie betonkernactivering met plenumafzuiging is in het programma VA114 nog niet mogelijk. In combinatie met decentrale koeling zijn vele combinaties mogelijk.• • • • 2-pijpsinductieunit 4-pijpsinductieunit mengen (dual duct) lokale opwekking Decentrale verwarming Hier kan worden opgegeven welke decentrale verwarming wordt gebruikt in deze gebouwzone.

Luchtontvochtiger Alleen als een koelbatterij is opgegeven kan hier iets ingevuld worden. Minimaal buitenluchtaandeel Als bij mengsectie ‘ja’ is ingevuld. Het programma kan met recirculatielucht werken. Onderaan het scherm Installatiegegevens moet dan ook de maximale relatieve vochtigheid worden opgegeven. verschijnt dit invoerveld.Knop koudeopwekkers Hiermee wordt het scherm Koudeopwekkers opgeroepen. De ingeblazen luchthoeveelheid kan dan uiteraard uit een groter aandeel buitenlucht bestaan. moet de wateraanvoertemperatuur goed worden ingevuld. waaronder het buitenluchtaandeel verhoogd mag worden. verschijnen er onder ‘regeling’ 2 extra invoervelden. Het gaat hier om een specificatie van de koeler / ontvochtiger. Tevens moet de buitenluchttemparatuur worden opgegeven. Hier wordt het minimaal buitenluchtaandeel opgegeven (in percentage). Het minimaal buitenluchtaandeel onder een bepaalde buitenluchttemperatuur moet dan ingevuld worden. Luchtbevochtiger Alleen als een verwarmingsbatterij is opgegeven kan hier iets ingevuld worden. Mechanische luchttoevoer Met een ‘vinkje’ wordt aangegeven of er mechanische luchttoevoer aanwezig is. Mengsectie Hier kan ‘ja’ of ‘nee’ worden opgegeven. Als dit het geval is moet onderaan het scherm Installatiegegevens ook de minimale relatieve vochtigheid worden opgegeven. verschijnt er een verwijzingsveld waarbij een scherm kan worden opgeroepen waarin gegevens over de toevoerventilator worden gevraagd. Als dit het geval is. Als dit het geval is. Als ‘ja’ wordt ingevuld. waarin gegevens over de koelinstallatie voor deze zone (energiesector) kunnen worden ingevoerd. Als de gewenste stooklijnen moeten worden gerealiseerd. waarin productgegevens over de luchtontvochtiger worden gevraagd. Mechanische luchtafvoer Met een ‘vinkje’ wordt aangegeven of er mechanische luchtafvoer aanwezig is. Dan kan worden aangegeven of er een luchtbevochtiger aanwezig is. Dan kan via een ‘vinkje’ worden aangegeven of er een luchtontvochtiger aanwezig is. 130 . verschijnt er een verwijzingsveld waarbij het scherm Centrale luchtontvochtiger kan worden opgeroepen. Als dit het geval is. verschijnt er een verwijzingsveld waarbij een scherm kan worden opgeroepen waarin gegevens over de afvoerventilator worden gevraagd.

RVmin Indien is aangegeven dat er een luchtbevochtiger aanwezig is. koelen. De distributienetten die kunnen worden opgegeven zijn : • • • 1e net voor lokale afgifte apparaten zoals radiatoren en fancoilunits 2e net voor warmteafgifte in een constructie (bv. verschijnt er een verwijzingsveld waarbij een scherm kan worden opgeroepen waarin productgegevens over de verwarmingsbatterij worden gevraagd. Afhankelijk van het gekozen installatieconcept kunnen 2 stooklijnen voor de gewenste luchtinblaastemperatuur (dag. waarbij de nachtelijke koeling in werking treedt. De gegevens voor de verwarmingsbatterij moeten alleen worden ingevuld als er met geconditioneerde lucht moet worden ingeblazen. RVmax Indien is aangegeven dat er een luchtontvochtiger aanwezig is.of comforttemperatuur.Regeling lucht/comfort De installatie kan geregeld worden op de lucht. Hier worden de condities opgegeven. Voorwaardelijke nachtventilatie Als op dit verwijzingsveld wordt geklikt verschijnt het scherm Voorwaardelijke nachtkoeling. Het gaat hier om een specificatie van de verwarmingsbatterij. stralings. vloerverwarming) LBK-net voor de voeding van de luchtbehandelingskast Verwarmingsbatterij Met een ‘vinkje’ wordt aangegeven of er een verwarmingsbatterij aanwezig is. en 4 stooklijnen per distributienet (verwarmen.en standbybedrijf).en standbybedrijf) worden opgegeven. Deze geldt dan voor alle systemen. Als dit het geval is.of koelplafond. 131 . dag. Door te kiezen voor de verwarmingsbatterij wordt het plaatsen van een bevochtiger ook mogelijk. Stooklijnen In het scherm installatie kunnen meerdere stooklijnen worden opgegeven. moet hier de minimale relatieve vochtigheid opgegeven worden. moet hier de maximale relatieve vochtigheid opgegeven worden.

Als de gewenste stooklijnen moeten worden gerealiseerd. Als dat hier wordt opgegeven. zie afzuiging. etc) of in een ruimte waaraan een bepaalde vertrekdefinitie is gekoppeld. plafond. waarbij de nachtelijke verwarming in werking treedt voor de te berekenen ruimte. Er kan maximaal één groep (armaturen. In het scherm Gebouwinvoer kunnen groepen ook direct in een ruimte worden geplaatst via het definitiescherm. Warmtebron in 2e net Het 2 net wordt in principe gebruikt om aan te geven of er vloer-. dan gaan deze criteria voor op criteria opgegeven voor een vertrektype zoals ‘verblijfsruimte’. Verder is het mogelijk om zowel de IWP-criteria of een bepaalde groep voor een bepaald programma op overslaan te zetten. De combinatie betonkernactivering met plenumafzuiging is in het programma VA114 nog niet mogelijk. Hiermee kunnen ook meerdere groepen in één ruimte worden geplaatst. gegevens ingevoerd worden. moet de wateraanvoertemperatuur goed worden ingevuld. Bij het scherm Wandconstructiegegevens moet de laag worden aangevinkt. e Knop warmteopwekkers Hiermee wordt het scherm Warmteopwekkers opgeroepen. Als meerdere criteria worden opgegeven voor hetzelfde vertrektype of dezelfde vertrekdefinitie. Dit ‘handmatig’ plaatsen heeft voorrang op het ‘automatisch’ plaatsen. Dit gaat via het 132 . Hier worden de condities opgegeven. Voor een nadere uitleg zie betonkernactivering. ‘verkeersruimte’. dan wordt alleen de eerste criteria meegenomen en hebben de andere criteria geen functie. Voor oplossing. Via het scherm Gebouwinvoer.of wandverwarming aanwezig is. personen en apparaten) automatisch worden geplaatst in de ruimte en deze groepen worden in het scherm Gebouwinvoer weergegeven met de letter ‘a’. Zie WTW. waarin gegevens over de verwarmingsinstallatie voor deze zone (energiesector) kunnen worden ingevoerd. personen en apparaten (Interne Warmte Productie) automatisch geplaatst moeten worden in de ruimten. Scherm IWP criteria Inleiding In dit scherm kan worden opgegeven welke armaturen. ‘verkeersruimte’. Via het scherm IWP criteria worden groepen geplaatst in een ruimte van een bepaald type (‘verblijfsruimte’. moeten ook bij het scherm LVKapp. Het rendement is afhankelijk van het soort apparaat. waarin deze bron zit. niveau ‘IWP-groep’.Voorwaardelijke nachtverwarming Als op dit verwijzingsveld wordt geklikt verschijnt het scherm Voorwaardelijke nachtverwarming. Als deze IWP-criteria worden aangemaakt met een verwijzing naar een vertrekdefinitie (scherm vertrekgegevens). etc. bij handmatige plaatsing vervalt de automatische plaatsing. kan via het definitiescherm worden gecontroleerd welke groepen automatisch (via IWP-criteria) zijn geplaatst in de ruimten. WTW In VA114 kan een WarmteTerugWin-apparaat geplaatst worden.

Type vertrek Hier selecteert men het type vertrek waarin de op te geven armaturen. Er kan slechts één apparatuurgroep worden geselecteerd. Deze jaarindeling kunt u aanpassen. De vakantieperioden (V) zijn geel gekleurd. personen en/of apparaten geplaatst moeten worden. Scherm Jaarindeling Inleiding Als op dit verwijzingsveld geklikt wordt. waarna de dagen van het jaar worden getoond. verschijnt het geselecteerde klimaatjaar met alle dagen. Er kan slechts één armatuurgroep worden geselecteerd. In de titel van het invoerscherm en in het definitiescherm verschijnen ‘[ ]’ om aan te geven dat deze definitie voor het betreffende programma niet wordt meegenomen in de berekening. Niveau 2. paasvakantie. voorjaarsvakantie. Het heeft geen zin meerdere IWP-criteria aan te maken met verwijzingen naar dezelfde vertrek definitie. De eerste IWP-criteria wordt dan gebruikt bij de berekening. De feestdagen (F) hebben een blauwe kleur gekregen. IWP criteria met opgegeven vertrekdefinitie gaan voor op IWP criteria met opgegeven type vertrek. Gebruikelijk is om hier het jaar van de klimaatfile op te geven. personen en apparaten) worden gekoppeld. Deze geeft de dagen van het jaar aan. Er kan slechts één persoonsgroep worden geselecteerd. zomervakantie en herfstvakantie. personen en apparaten) worden gekoppeld. Via de IWP-criteria kan maximaal 1 groep (voor zowel armaturen. Het heeft geen zin om meerdere IWP-criteria aan te maken met verwijzingen naar hetzelfde type vertrek. De eerste IWP-criteria worden gebruikt bij de berekening. De weekends zijn vet omrand.betreffende invoerscherm met de functietoets F2. Vertrekdefinitie Hier kan een verwijzing worden opgegeven naar een vertrekdefinitie. Armaturen Openen van het scherm Armatuurgroep. In de ruimten waar deze vertrekdefinitie is gekoppeld. Apparaten Openen van het scherm Apparatuurgroep. Hierbij is uitgegaan van de standaard kerstvakantie. waarbij de weekends vet omrand zijn. Hier kan een jaartal worden opgegeven. worden de IWP groepen geplaatst. • 133 . Personen Openen van het scherm Persoonsgroep. en via de IWP-criteria kan maximaal 1 groep (voor zowel armaturen. Er zijn 3 niveaus : • Niveau 1.

omdat in het geval van ontvochtiging voor een groot deel het vermogen en daarmee de effectiviteit van de koelbatterij wordt bepaald. Dat kan door de opgave van schrikkeljaar (ja of nee). luchtaanvoertemperatuur en vochtcondities wordt de effectiviteit van de batterij bepaald. aanvoertemperaturen. welke in de uitvoer moeten komen. moet een ontvochtiger opgegeven worden met voldoende vermogen om zowel het voelbare als het latente deel weg te koelen. Het gaat hier dus om een specificatie van de koelbatterij. VA114 rekent met een luchtstooklijn. Uit het opgegeven thermisch vermogen dat afgegeven kan worden bij een bepaalde wateraanvoertemperatuur. Als men via Extra daguitvoer in dit scherm komt kunnen hier de dagen worden aangevinkt. De luchtaanvoertemperatuur is normaal de buitentemperatuur. Er ontstaat een ‘eigen’ jaar door op te geven of het een schrikkeljaar is en op welke dag 1 januari valt. • Niveau 3. Deze geeft de dagen van het jaar aan. De koelbatterij wordt geregeld op temperatuur. Hierdoor ontstaan ook andere vakantiedagen. kunt u vakantiedagen opgeven door op verschillende dagen te klikken. De jaarindeling kan ook hier aangepast worden. De werkelijke luchthoeveelheden (onder de opgegeven bedrijfsomstandigheden) worden gespecificeerd bij de toevoerventilator. (default : 45%) 134 . vochtgehalten) in staat het maximum thermisch vermogen te bepalen. Scherm Koelbatterij Inleiding In dit scherm kunnen de productgegevens van de koelbatterij opgegeven worden. De feestdagen (F) hebben een blauwe kleur gekregen. Ook kunnen de vakantiedagen uitgezet worden door het vinkje achter vakantiedagen uit te zetten. Als het vinkje uit is achter vakantiedagen kunt u de feestdagen aangeven door op verschillende dagen te klikken. de aanvoertemperaturen bij de stooklijnen voor water en lucht. of in geval van warmteterugwinning / recirculatie wordt dit door VA114 berekend. Dit wordt samen met de intrede temperatuur gebruikt om het luchtdebiet over de batterij te bepalen. normale of late pasen. Indien er op vocht geregeld moet worden. waarbij de weekends vet omrand zijn.zodat een ‘eigen’ jaar ontstaat. (default : 30 °C) Luchttemperatuur aan de uitgang Luchttemperatuur na de batterij waarbij het thermisch vermogen is bepaald. De vakantieperioden (V) zijn geel gekleurd. Als achter vakantiedagen het vinkje aanwezig is. door de opgave van op welke dag 1 januari valt en door de opgave van vroege. Als hierbij ontvochtigd moet worden om de gewenste temperatuur te bereiken zal dit ook gebeuren. (default : 10 °C) RV aan de ingang De vochtcondities aan de ingang zijn van belang voor de specificatie. Luchttemperatuur ingang Luchtaanvoertemperatuur waarbij het maximal thermisch vermogen is bepaald. Het rekenprogramma is dan ook onder andere condities (luchthoeveelheden. Indien de capaciteit van de batterij groot genoeg is zal er ook ontvochtiging optreden. De bijbehorende luchthoeveelheid moet bij de toevoerventilator worden opgegeven.

RV aan de uitgang De vochtcondities aan de uitgang zijn van belang voor de specificatie. omdat in het geval van ontvochtiging voor een groot deel het vermogen en daarmee de effectiviteit van de koelbatterij wordt bepaald. Het vermogen van de koudeopwekker wordt bepaald door het opgesteld vermogen van de LVK’s in de vertrekken die doorgerekend worden en de deelfractie die voor de koelbatterij in de LBK nodig is. (default : 90%) Thermisch vermogen Hier moet het totale thermische vermogen voor de hele zone worden opgegeven. Dit wordt gebruikt om het waterdebiet door de batterij te bepalen. De wateraanvoertemperatuur waar het programma mee rekent wordt bepaald door de waterstooklijn. In dit scherm worden gegevens van Koude-opwekkers opgegeven. Hier worden de gegevens van de koudeopwekker opgegeven. (default : 6 °C) Waterretourtemperatuur Waterretourtemperatuur waarbij het thermisch vermogen is bepaald. De deelfractie voor de koelbatterij wordt bepaald aan de hand van de deelfractie voor de ventilatie. luchttemperatuur en de relatieve vochtigheid aan de ingang en aan de uitgang.en afvoertemperatuur zijn van belang voor de debietbepaling. (default : 12 °C) Scherm Koudeopwekkers Inleiding Dit scherm wordt geselecteerd in het invoerscherm Installatie door de knop Koudeopwekkers te activeren. waterretourtemperatuur. Het gaat hier dus om het vermogen van de batterij zoals deze in de LBK geplaatst wordt. Dit totale vermogen wordt verdubbeld.g. De aan. Dit heeft als voordeel dat bij het berekenen van een ander vertrek uit dezelfde zone het vermogen van de koelbatterij niet aangepast hoeft te worden. Het moet in ieder geval kloppen met het debiet dat bij de toevoerventilator is opgegeven. Het thermisch vermogen wordt bepaald bij de op te geven wateraanvoertemperatuur. het opgeven van 99999 kW kan tot kleine onnauwkeurigheden leiden t. moet er voldoende vermogen (2 kW per 100 m3 lucht. het zeer grote debiet) aanwezig zijn. zodat er voldoende vermogen is om de LVK’s en de koelbatterij te voorzien. Bij een VA114berekening wordt via een deelfractie met de juiste ventilatiehoeveelheid (voor de door te rekenen vertrekken) gerekend. Wateraanvoertemperatuur Dit is de wateraanvoertemperatuur waarbij het thermisch vermogen is bepaald.De defaultwaarden voor wateraanvoer-.v. Indien het vermogen alleen wordt gebruikt om een inblaastemperatuur te realiseren. waterretourtemperatuur en luchtcondities kunnen dan ongewijzigd worden overgenomen. Het energiegebruik wordt berekend op basis van het hier op te geven opgesteld koelvermogen. 135 .

Door op de verwijzingsvelden te klikken komt men in het scherm Infiltratiehoeveelheid. Eenheid Hier kan de eenheid worden opgegeven voor de hoeveelheid. Voor natuurlijke ventilatie door te openen ramen zijn 136 . In het uitgebreide niveau kan met de windafhankelijkheid gerekend worden.). (default 6 gr.h) m /s/(m .Aanvoertemperatuur Dit is de aanvoertemperatuur.en naaddichting kan uitgegaan worden van een ventilatievoud van 0. Als hier op geklikt wordt verschijnt het scherm Luchtuitwisselingsgroep. Er moet dan een hoeveelheid worden opgegeven bij 0. Deze is dimensionerend en is dus niet de stooklijn waarmee gerekend wordt. Bij de inhoudsbepaling van een vertrek rekent het programma met de inwendige hoogte.C.gevel) m /s/(m . (default 12 gr. Hier kunnen voor een vertrek de hoeveelheden met de bijbehorende eenheid voor de infiltratie door kieren en naden en natuurlijke ventilatie door te openen ramen worden ingevuld. verschijnt in het scherm Vertrekgegevens het invoerveld ‘luchtuitwisseling met buiten’. 3 en 6 m/s.) Scherm Infiltratiehoeveelheid Inleiding Als in het scherm Gebouwgegevens bij infiltratie gekozen is voor de optie ‘opgave via vertrekdefinitie’. Het eenvoudige niveau vraagt de gemiddelde hoeveelheid met eenheid. Retourtemperatuur Dit is de retourtemperatuur. Er zijn 2 niveau’s te onderscheiden. Er kan gekozen worden uit : • • • • • • m /s m /h m /(m .h).vloer) m /s/(persoon) 3 3 2 3 2 3 3 3 3 Hoeveelheid De hoeveelheid infiltratie door kieren en naden en/of de natuurlijke ventilatie door te openen ramen. Bij gebouwen zonder extra maatregelen voor kier.h). Deze is dimensionerend en is dus niet de stooklijn waarmee gerekend wordt.C.2 m³/(m³.C. Bij maatregelen voor kier.) Omgevingstemperatuur Dit is de omgevingstemperatuur (default 20 gr.en naaddichting kan worden uitgegaan van 0.1 m³/(m³.

De koeler / ontvochtiger wordt geregeld op temperatuur en vocht. aanvoertemperaturen. Scherm Luchtontvochtiger Inleiding In dit scherm kunnen de productgegevens van de luchtontvochtiger opgegeven worden. Het rekenprogramma is dan ook onder andere condities (luchthoeveelheden. kan de hoeveelheid bij 0. VA114 rekent met een luchtstooklijn. (default : 90° C) 137 . (default : 10° C) RV aan de ingang De vochtcondities aan de ingang zijn van belang voor de specificatie. (default : 30° C) Luchttemperatuur aan de uitgang Lucht temperatuur na de batterij waarbij het thermisch vermogen is bepaald. wordt er gerekend met alleen de ontvochtigingbatterij. 3 en 6 m/s worden opgegeven. (default : 45%) RV aan de uitgang De vochtcondities aan de uitgang zijn van belang voor de specificatie. of in geval van warmteterugwinning / recirculatie wordt dit door VA114 berekend. De werkelijke luchthoeveelheden (onder de opgegeven bedrijfsomstandigheden) worden gespecificeerd bij de toevoerventilator. indien er wel ontvochtigd moet worden. omdat in het geval van ontvochtiging voor een groot deel het vermogen en daarmee de effectiviteit van de koelbatterij bepalen. Als de Luchtontvochtiger is aangevinkt. wordt er gerekend met alleen de koelbatterij. luchtaanvoertemperatuur en vochtcondities wordt de effectiviteit van de batterij bepaald. de aanvoertemperaturen bij de stooklijnen voor water en lucht. Als men kiest voor het uitgebreide niveau. Op dit moment is de werking van het model als volgt : indien er niet ontvochtigd hoeft te worden. omdat in het geval van ontvochtiging voor een groot deel het vermogen en daarmee de effectiviteit van de koelbatterij bepalen. maar er worden verder geen gegevens opgegeven. vochtgehalten) in staat het maximum thermisch vermogen te bepalen. Dit wordt samen met de intrede temperatuur gebruikt om het luchtdebiet over de batterij te bepalen. Uit het opgegeven thermisch vermogen dat afgegeven kan worden bij een bepaalde wateraanvoertemperatuur. Het gaat hier dus om een specificatie van de koeler / ontvochtiger. Luchttemperatuur aan de ingang Luchtaanvoertemperatuur waarbij het thermisch vermogen is bepaald.geen richtwaarden te geven. De luchtaanvoer temperatuur is normaal de buitentemperatuur. worden de specificaties van de koelbatterij aangehouden.

Het moet in ieder geval kloppen met het debiet dat bij de toevoerventilator is opgegeven. Dit wordt gebruikt om het waterdebiet door de batterij te bepalen. ventilatievoorzieningen of openingen (fictieve wanden)) kan de luchtuitwisseling hier worden opgegeven. deuren etc. Luchtdebiet dat tijdens dagbedrijf naar buiten wordt afgevoerd.Thermisch vermogen Hier moet het totale thermische vermogen voor de hele zone worden opgegeven. Het thermisch vermogen wordt bepaald bij de op te geven wateraanvoertemperatuur. Ook kan met de LMK dubbel geklikt worden op een icoontje in een ruimte. De luchtuitwisseling tussen 2 ruimten en/of buiten kan maar één keer worden opgegeven. (default : 12° C) Scherm Luchtuitwisseling Inleiding Dit scherm wordt geselecteerd in het scherm Gebouwinvoer door het niveau op Lucht te zetten en vervolgens met de LMK dubbel te klikken op een regel in het scherm Luchtuitwisseling definities. Dit heeft als voordeel dat bij het doorrekenen een ander vertrek uit dezelfde zone het vermogen van de koelbatterij niet aangepast hoeft te worden. de luchttemperatuur aan de ingang en aan de uitgang en de RV aan de ingang en aan de uitgang. (default : 6° C) Waterretourtemperatuur Waterretourtemperatuur waarbij het thermisch vermogen is bepaald. zijn opgegeven. afvoer naar buiten tijdens dagbedrijf. ook als er meerdere ramen. Het programma bepaalt tussen welke ruimten en/of buiten luchtuitwisseling plaats kan vinden. Luchtdebiet dat tijdens dagbedrijf van ruimte x wordt toegevoerd. toevoer van ruimte x tijdens dagbedrijf. Indien in een wand tussen ruimten wandopeningen zijn opgegeven (deuren. Luchtdebiet dat tijdens dagbedrijf van buiten wordt toegevoerd. Wateraanvoertemperatuur Wateraanvoertemperatuur waarbij het thermisch vermogen is bepaald. Bij een VA114 berekening wordt via een deelfractie met de juiste ventilatiehoeveelheid (voor de door te rekenen vertrekken) gerekend. De deelfractie voor de koelbatterij wordt bepaald aan de hand van de deelfractie voor de ventilatie. Het scherm luchtuitwisseling verschijnt. Het gaat hier dus om het vermogen van de batterij zoals deze in de LBK geplaatst wordt. waarmee toevoer en/of afvoer van en/of naar ruimten en/of buiten kan worden opgegeven. ramen. 138 . De wateraanvoertemperatuur waar het programma mee rekent wordt bepaald door de waterstooklijn. de waterretourtemperatuur. Deze luchtuitwisseling kan ook worden opgegeven voor wandopeningen naar buiten. Toevoer/afvoer De volgende velden dienen voor het opgeven van het luchtdebiet voor de bepaling van de luchtuitwisseling: • • • toevoer van buiten tijdens het dagbedrijf.

Door op het verwijzingsveld achter natuurlijke ventilatie door te openen ramen buiten gebruiksperiode te klikken kan in het scherm Natuurlijke ventilatiehoeveelheid de hoeveelheid worden opgegeven. Infiltratie via kieren en naden Als in het scherm Gebouwgegevens bij infiltratie/ventilatie voor opgave via vertrekdefinitie is gekozen. kan in het scherm Vertrekgegevens bij luchtuitwisseling met buiten een verwijzingsveld worden aangeklikt. kan in het scherm Vertrekgegevens bij luchtuitwisseling met buiten een verwijzingsveld worden aangeklikt.• afvoer naar ruimte x tijdens dagbedrijf. 139 . Die geldt dan voor alle gevels tezamen en niet voor die enkele gevel! Eenheid Eenheid in m³/s of m³/h. waarna het scherm Luchtuitwisselingsgroep verschijnt. Door op het verwijzingsveld achter ‘infiltratie via kieren en naden’ te klikken kan in het scherm Infiltratiehoeveelheid de hoeveelheid worden opgegeven. Bij uitwisseling met buitenlucht geldt: Wanneer er meerdere gevels in een ruimte aanwezig zijn. kan in het scherm Vertrekgegevens bij luchtuitwisseling met buiten een verwijzingsveld worden aangeklikt. Luchtdebiet dat tijdens dagbedrijf naar een ruimte x wordt afgevoerd. wordt in het scherm dat dan verschijnt. waarna het scherm Luchtuitwisselingsgroep verschijnt. Wanneer men met de LMK dubbel klikt op een icoontje. In dit scherm geeft men gegevens op over de ventilatieklasse en/of infiltratie/ventilatiehoeveelheden van een vertrek. wordt de luchtuitwisseling bij elke gevel op het scherm met een icoontje aangegeven. de luchtuitwisseling aangegeven. Natuurlijke ventilatie buiten gebruikswijze Als in het scherm Gebouwgegevens bij infiltratie/ventilatie voor opgave via vertrekdefinitie is gekozen. Natuurlijke ventilatie tijdens gebruikswijze Als in het scherm Gebouwgegevens bij infiltratie/ventilatie voor opgave via vertrekdefinitie is gekozen. Scherm Luchtuitwisselingsgroep Inleiding Dit scherm wordt geselecteerd door te klikken op het verwijzingsveld achter infiltratie/ventilatie of achter luchtuitwisseling met buiten in het scherm Vertrekgegevens. Door op het verwijzingsveld achter natuurlijke ventilatie door te openen ramen tijdens gebruiksperiode te klikken kan in het scherm Natuurlijke ventilatiehoeveelheid de hoeveelheid worden opgegeven. waarna het scherm Luchtuitwisselingsgroep verschijnt.

Soortelijke warmte in [J/kg. Voor een horizontale spouw wordt een warmteweerstand van 0.K] Scherm Omgeving Inleiding Dit scherm wordt geselecteerd door in het scherm Gebouwgegevens te klikken op de knop Omgeving.W. maar de warmteweerstand worden opgegeven.182 aangehouden. Dit wordt grafisch weergegeven. Door op de grafische weergave te klikken verschijnt het selectiescherm materiaalsoort. Mu Dampdiffusieweerstandscoëfficiënt. Rho Dichtheid (volumieke massa) in [kg/m3] S.Scherm Materiaalgegevens Inleiding Dit scherm wordt geselecteerd door in het scherm Wandconstructies op het verwijzingsveld achter laagnummer te klikken.K] van het materiaal. een verticale spouw krijgt een warmteweerstand van 0.169. 140 . Afhankelijk van ligging. beschutting en de verhouding breedte/diepte van het gebouw worden voor de verschillende oriëntaties de winddrukcoëfficiënten bepaald en toegepast in de berekening. In dat geval moet niet de lambda. Indien als materiaalsoort een spouw is opgegeven (code = lucht). Code De code geeft aan wat de materiaalsoort is. Lambda/R Warmtegeleidingscoëfficiënt in [W/m. De code is van belang als er voor een spouw wordt gekozen. dient hier de warmteweerstand te worden opgegeven in [m2 K/W].

Gebouwdiepte Diepte van het gebouw gezien vanuit de oriëntatie Zuid [m].Beschutting Keuze uit: • • • onbeschut normaal beschut Dakhoek De hoek van het dak wordt ook gebruikt voor het bepalen van de winddrukcoëfficiënt. Alleen van toepassing voor de verhouding 1:1 tot maximaal 1:3. Het programma maakt voor de bepaling van de winddrukcoëfficiënten onderscheid tussen gebouwen met een dakhelling kleiner dan 10° een da khelling tussen 10° en 30° en een . Gebouwbreedte Breedte van het gebouw gezien vanuit de oriëntatie Zuid [m]. Dit is belangrijk voor de berekening van winddrukcoëfficiënten. dakhelling groter dan 30° De dakhelling van een plat dak is 0° . Dakhoogte Hoogte van het gebouw is nodig om de windsnelheid op dakhoogte te berekenen. Dit is belangrijk voor de berekening van winddrukcoëfficiënten. geaccidenteerd terrein stadscentra Scherm Persoonsgroep Inleiding Dit scherm wordt geselecteerd door : • in het scherm IWP-criteria de knop Personen te activeren. . Ligging Keuze uit drie mogelijkheden: • • • vlak open terrein bossen. 141 . Alleen van toepassing voor de verhouding 1:1 tot maximaal 1:3.

voelbaar is 60%. of door in het definitiescherm met de LMK dubbel te klikken op de gewenste regel (groep). Het controleren van een geplaatste groep gaat door in het scherm Gebouwinvoer met de LMK dubbel te klikken op het icoontje in de ruimte. maar dan kan er maximaal één groep worden geplaatst in een ruimte. 142 . in het scherm Gebouwinvoer (niveau IWP-groep) in het definitiescherm voor Personen te kiezen en vervolgens met de LMK dubbel te klikken op het icoontje in de ruimte.7/0.2 Met en clo=0.9. Dit scherm is afhankelijk van het ingestelde niveau : • • 1: eenvoudig. Bij andere programma’s : 8-18 uur. Bij VA114 wordt de gebruiksperiode van het gebouw aangehouden. Het scherm IWP-criteria is alleen te bereiken als het scherm Gebouwinvoer gesloten is. Het plaatsen van groepen gaat door de shift-toets ingedrukt te houden en met de LMK binnen de ruimte te klikken. VA114 rekent dan met een model voor personen waarbij de verhouding voelbaar en latent afhankelijk is van de temperatuur (de temperatuur die gebruikt wordt is van het vorige uur). In niveau 2 kunnen de clo-waarden worden opgegeven. Als er geen periode wordt opgegeven houdt het programma de gebruiksperiode van het gebouw aan. De verhouding latent en voelbaar staat dan vast. omdat in bv VA102 met het netto vloeroppervlak gerekend wordt. Als er gekozen is voor ‘vermogen per m2’ dan kan de totale hoeveelheid per programma verschillen. 2: uitgebreid In het definitiescherm kan worden aangegeven welke groep personen moet worden geplaatst.2 Met en clo-waarde en verhouding voelbaar/latent kan opgegeven worden. Via het definitiescherm kunnen de automatisch geplaatste groepen worden gecontroleerd en handmatig groepen worden geplaatst. convectief is 50%.• in het scherm Gebouwinvoer (niveau IWP-groep) in het definitiescherm voor Personen te kiezen en vervolgens met de LMK dubbel te klikken op de gewenste regel in het definitiescherm. Het verwijderen van geplaatste groepen gaat door de control-toets ingedrukt te houden en met de LMK in de te verwijderen groep te klikken. Als bij niveau 1 wordt gekozen voor de optie W of W/m2 rekent VA114 conform ISSO32 met 1. In niveau 1 staat de clo-waarde vast op 0.5 Als wordt gekozen voor de optie ‘aantal personen’ rekent VA114 bij de PMV-bepaling met een metabolisme (met) die overeen komt met de gekozen activiteit. Als bij niveau 2 wordt gekozen voor de optie W of W/m2 rekent VA114 conform ISSO32 met 1. die in het scherm Gebouwgegevens is opgegeven. Hierbij maakt het niet uit welke definitie in het definitiescherm actief is.9.7 en 0. Via het scherm IWP-criteria kunnen deze groepen automatisch worden geplaatst. • In dit scherm worden gegevens over aantal personen en warmte-afgifte van personen opgegeven. Is ook deze niet opgegeven houdt het programma een periode aan van 5 dagen per week tussen 8-18 uur. De convectiefactor staat vast op 0. Op de positie waar met de muis is geklikt binnen de ruimte wordt de groep geplaatst.

74 Watt is. De bovenstaande tabel komt uit de Koellastnorm NEN5067 (blz. (default : 0. Als men wilt uitkomen op een voelbare warmteproductie van ca. 55-60 Watt.81) de voelbare warmteproductie bij 22 gr.C en een clo=0. Aantal Aantal personen aanwezig in het vertrek. Activiteit Hiermee wordt de aard van de werkzaamheden aangegeven.8 moet er voor ‘zittend schrijftafelwerk’ (M=130. met=1.C. is de voelbare warmteproductie slechts ca. Dit wordt gevraagd als bij eenheid gekozen is voor ‘aantal personen’.7) 143 . hoe meer vermogen de personen gaan afgeven. Hoe zwaarder de werkzaamheden. Clo-waarde (winter) Hier wordt de kledingweerstand (clo-waarde) van de personen in de winter opgegeven. (default : 0. Houdt rekening met het feit dat bij de keuze voor ‘rustend. Het metabolisme stijgt dan ook. 25 gr. Bij een hogere binnentemperatuur van bv.8 ca.27. 85 Watt per persoon (zie ISSO32 en ISSO8) bij een clo=0.9) Clo-waarde (zomer) Hier wordt de kledingweerstand (clo-waarde) van de personen in de zomer opgegeven. lichte kantoorwerkzaamheden’ (M=85 Watt en met=0.In nivo 2 kan gekozen worden voor een activiteit.24) worden gekozen (zie NEN5087). tabel 1 en 1a) en is vergelijkbaar met de tabel uit ISSO32 (tabel 6) en ISSO8 (tabel 14).

Als er geen periode wordt opgegeven houdt het programma de gebruiksperiode van het gebouw aan. In het scherm wordt de periode opgegeven dat de personen aanwezig en afwezig zijn. Keuze uit: • • • vermogen per oppervlakte totaal vermogen aantal personen Gebruiksperiode Dit is een koppeling naar het scherm Weekindeling. Alleen het voelbare vermogen verschijnt in de uitvoer. die in het scherm Gebouwgegevens is opgegeven. waarna het programma bepaalt hoeveel voelbaar / latent wordt afgegeven.Convectief deel Het convectieve deel van de personenwarmte. Niveau buiten gebruikswijze Percentage van het totaal afgegeven buiten de gebruiksperiode. Voelbaar Percentage van het vermogen dat voelbaar is (default : 60%). De rest is latente warmtebelasting. 144 . Het overige deel is stralingswarmte. Het voelbare deel moet ook worden opgegeven. De defaultwaarde voor het convectieve deel is 0.5 Eenheid Opgave van de eenheid van het vermogen. Is ook deze niet opgegeven houdt het programma een periode aan van 5 dagen per week tussen 8-18 uur. Vermogen Het totaal vermogen aan personen of het totaal vermogen aan personen per m2 (totaal = voelbaar + latent). Hierdoor zijn de gegevens voor de weekindeling van VA102 en van VA114 niet uitwisselbaar. Niveau tijdens gebruikswijze Percentage van het totaal afgegeven tijdens de gebruiksperiode. Houd rekening met het feit dat er bij VA102 maar een dag wordt opgegeven en bij VA114 meerdere dagen.

C. Percentage convectie Het percentage van de radiatorwarmte. Open daarvoor eerst het scherm met het LVK-apparaat. Als daarna bij de Installatiegegevens het 4-pijpssysteem gewijzigd wordt in een 2-pijpssysteem kan er een melding verschijnen over het koel. Bij de Installatiegegevens is bij decentrale koeling of verwarming een 4-pijpssysteem opgegeven en het LVK-apparaat is geselecteerd en geplaatst. 145 . Het programma VA114 rekent dan met 60% van het totaal vermogen. Van elk apparaat moeten de specificaties worden opgegeven. Als tijdens de berekening de omgevingstemperatuur anders is wordt deze hiervoor gecorrigeerd. Scherm Productgegevens LVK-apparaat Inleiding Dit scherm wordt geselecteerd door in het scherm Gebouwinvoer. Apparaat Standaard staat hier 'radiator'. met de LMK dubbel te klikken op een regel in het definitiescherm. Als daar meerdere apparaten zijn geselecteerd. Het scherm Productgegevens LVK-apparaat verschijnt. In nivo 2 is het voelbare deel afhankelijk van de binnentemperatuur. dat convectief aan de lucht wordt afgegeven. terwijl dat niet is opgegeven.of verwarmingsdeel. ‘koelen’ en ‘verwarmen en koelen’. De omgevingstemperatuur welke wordt toegepast volgens de Europese norm NEN EN 442 is 20 gr. Functie Standaard staat hier 'verwarming'. Hierna verschijnt de melding niet meer. Bij VA114 verschijnt hier het apparaat dat is gekozen bij decentrale koeling/verwarming in het scherm Installatiegegevens. niveau LVK-app.Als het vermogen in nivo 1 wordt opgegeven. Voor paneelradiatoren kunnen voor de percentages convectie de volgende richtwaarden worden aangehouden : Omgevingstemperatuur De omgevingstemperatuur waarbij het thermisch vermogen is bepaald. Bij VA114 kan hier een keuze worden gemaakt tussen ‘verwarmen’. houdt u er dan rekening mee. dat het voelbare deel 60% is. kan hier een keuze worden gemaakt tussen de diverse LVKapparaten.

De wateraanvoertemperatuur waar het programma mee rekent wordt bepaald door de waterstooklijn. De setpoints zijn dan voor verwarming – 99. De retourtemperatuur welke wordt toegepast volgens de Europese norm NEN EN 442 is 65 C.9 en voor koeling 999. Vermogen bij installatie nacht/weekendbedrijf (standby) Dit voelbaar vermogen is van toepassing voor inductieapparaten en geeft aan hoeveel vermogen er nog afgegeven kan worden als er geen lucht ingeblazen wordt (inductie). Waterretourtemperatuur De waterretourtemperatuur waarbij het thermisch vermogen is bepaald. Bij andere apparaten dan inductieunits is het vermogen tijdens nacht/weekendperiode gelijk aan het vermogen tijdens dagbedrijf. Dit is het vermogen dat het apparaat kan leveren tijdens dagbedrijf bij een bepaalde wateraanvoertemperatuur en omgevingstemperatuur.Wateraanvoertemperatuur De wateraanvoertemperatuur waarbij het thermisch vermogen is bepaald. Zie scherm Bedrijfswijze. Indien tijdens de berekening de temperaturen hiervan afwijken vindt er in het programma een correctie plaats voor de afwijkende condities. De aanvoertemperatuur welke wordt toegepast volgens de Europese norm NEN EN 442 is 75 C.9 146 . Vermogen bij installatie in dagbedrijf Opgave van het voelbaar vermogen van het afgifteapparaat volgens de productspecificaties. Dit wordt gebruikt om het waterdebiet door het apparaat te bepalen.

Klik met de muis op het veld achter opdrachtgever.Scherm Projectomschrijving Inleiding In dit hoofdstuk worden de invoerschermen Projectomschrijving.of werknummer komt op iedere pagina van de uitvoer. Men selecteert het in het menu Invoeren. • • • • • Klik in het menu Invoeren op de optie projectomschrijving. Klik op de knop selecteren. administratieve gegevens voor de berekening verzameld. Deze schermen komen in alle programma’s binnen de Uniforme Omgeving voor. Het scherm Adresgegevens opdrachtgever verschijnt. De adresgegevens worden nu aan het project gekoppeld. Opdrachtgever In gevolge het Bouwbesluit moet in de uitvoer van een berekening naam en adres van de opdrachtgever worden vermeld. Projectomschrijving Deze omschrijving (max. Voorbeeld In het scherm Projectomschrijving worden algemene project gegevens opgegeven. De hele omschrijving komt op het voorblad van de uitvoer en de eerste regel komt steeds op iedere pagina van de uitvoer. Geef de adresgegevens van de opdrachtgever op. Projectnummer Het project. Adresgegevens opdrachtgever en Adresgegevens leveranciers behandeld. 60 karakters) geldt voor het gehele project en komt in de uitvoer van elk programma dat binnen dit project (binnen uniforme omgeving) wordt gebruikt. De eerste regel komt op iedere pagina van de uitvoer. Technicus Naam van de technicus komt op iedere pagina van de uitvoer. In dit scherm worden de algemene. Het Bouwbesluit schrijft namelijk voor welke algemene gegevens op elke pagina van de uitvoer van rekenprogramma’s moeten worden vermeld. Het scherm Projectomschrijving is voor alle programma’s hetzelfde. 147 . Na aanklikken volgt het scherm Adresgegevens. Vul de projectgegevens in. Het bouwbesluit schrijft voor welke algemene gegevens op elke pagina van de uitvoer van rekenprogramma's vermeld moeten worden. De hele omschrijving komt op het voorblad van de uitvoer.

ZTA en CF. De glassystemen worden gedefinieerd aan de hand van productgegevens zoals deze door glas. LTA en CF van de combinatie bepaalt.34). Als voor een combinatie met zonwering wordt gekozen moet de ABS en D van de zonwering worden opgegeven. 316 (D=0. LTA. De LTA is van belang voor de schakeling van de verlichting. Bij de opgave op dit niveau mogen de ABS en de D worden ingevuld. zoals verosol met verschillende doekkwaliteiten : 312 (D=0.of zonweringsfabrikanten worden geleverd. rolluik. ZTA. ABS en D zijn van belang voor de bepaling van de energetische / thermische eigenschappen van het glassysteem. Voor glassystemen met 3 glaslagen kan het glasnetwerk niet automatisch bepaald worden. • buitenscreens (D=0.06 en ABS=0.30 en ABS=0. Alleen op dit niveau kan een klimaatraam opgegeven worden.17 en ABS=0. Vervolgens berekent het programma de U. Daarnaast moeten de glaseigenschappen U. Dit netwerk kan uiteraard wel via niveau 3 handmatig worden ingevuld. 148 .03 en ABS=0. waarbij bepaalde waarden in niveau 3 ‘nul’ zijn (zoals U. ABS. ZTA. 976 (D=0. De U-waarde.25).30). Dit is echter alleen mogelijk voor de combinatie van dubbel glas met binnen. Na opgave van het aantal lagen verschijnen de lagen op het scherm. Vanuit niveau 2 kan het glasnetwerk bepaald worden. Er zijn 3 niveaus : • Niveau 1 : opgave U. maar het programma VA114 rekent niet met deze waarden Niveau 2 : opgave van aantal lagen. De D en ABS zijn uiteraard sterk afhankelijk van het gekozen zonweringsproduct.25). D. ABS.of buitenzonwering. • Niveau 3 : Netwerkversie. De volgende algemene waarden kunnen aangehouden worden : • luxaflex (D=0. LTA en eventueel type zonwering. • De invoergegevens die specifiek vallen onder niveau 1 worden aangegeven met [1]. Ook hier kan het glasnetwerk worden bepaald. tussen. D en LTA worden opgegeven. die vallen onder niveau 2 worden aangegeven met [2] en die vallen onder niveau 3 met [3].. ZTA. ZTA. Gaat men vervolgens van niveau 2 terug naar niveau 1. wanneer de deelwand een raam is Door in het menu te kiezen voor Raamconstructie In dit scherm geeft men de eigenschappen op van een glas-/raamsysteem. Hier kan vanuit het verwijzingsveld ‘glasnetwerk’ het glasnetwerk worden opgeroepen.Scherm Raamconstructies Inleiding Dit scherm wordt geselecteerd door : • • Het invoerveld constructie aan te klikken in het scherm Gegevens deelwand.23) • binnenscreens. dan verschijnen deze waarden (‘nul’) niet op het scherm. Als men van niveau 3 naar niveau 2 terug gaat.21 en ABS=0. CF. ZTA. D of ABS). waarmee de CF kan worden bepaald. Aantal lagen Aantal glasvlakken in de raamconstructie exclusief zonwering. dan verschijnt deze ‘nul’ ook in niveau 2. waarna het programma de U. waarna u zelf alle coëfficiënten kunt invullen. gordijn en spouwen (maximaal 3). eventueel in combinatie met zonwering. Vervolgens kan via het verwijzingsveld na ‘glasnetwerk’ het glasnetwerk worden berekend.

ABS-zonw Het percentage van de opvallende zone-energie dat door de zonwering wordt geabsorbeerd. Buitenlandse benamingen zijn : absorptance (eng). ZTA. (in W/(m². Bij de opgave op niveau 1 mogen de ABS en de D worden ingevuld. Wanneer een zonwering aanwezig is : opgave voor zonwering omhoog en omlaag. zoals verosol (ABS=0. Dit is het gedeelte van de totale binnenkomende zonne-energie door het glas+zonwering dat via convectie direct aan de vertreklucht wordt afgegeven. absorption (du). De volgende algemene waarden kunnen aangehouden worden : luxaflex (ABS=0. Bij de opgave op niveau 1 mogen de ABS en de D worden ingevuld. binnenscreens.a. D en ABS. Het gedeelte van de direct doorgelaten zonne-energie of m.ABSglas Het gedeelte van de door het glas geabsorbeerde zonne-energie. ZTA. Buitenlandse benamingen zijn : direkte transmission (du). Dit is het gedeelte van de totale binnenkomende zonne-energie dat via convectie direct aan de vertreklucht wordt afgegeven.en zonweringsvlakken.en binnenkant en tussen de diverse glas. CFglas+zonw De convectieweerstand. De waarde wordt berekend uit de U. maar het programma VA114 rekent niet met deze waarden. maar het programma VA114 rekent niet met deze waarden. Bij de opgave op niveau 1 mogen de ABS en de D worden ingevuld. ABSglas+zonw Het gedeelte van de door het glas+zonwering geabsorbeerde zonne-energie.30).23). transmission directe (fr). CFglas De convectiefactor. maar het programma VA114 rekent niet met deze waarden. D= doorgelaten zonnestraling/de totale opvallende zonnestraling.K)) Dglas De directe energietransmissie. 149 .w.34). De waarde wordt berekend uit de U. absorption (fr). Convectieweerstand De convectieve overgangsweerstanden aan de buiten. buitenscreens (ABS=0. D en ABS.

K)). Zie Raamconstructie gegevens op niveau 3 LTAglas De lichttoetredingscoëfficiënt. D-zonw Het percentage van de opvallende zone-energie dat door de zonwering wordt doorgelaten. (in W/(m². zoals verosol (D=0. Deze coëfficiënt wordt gebruikt om het licht in het vertrek te bepalen en wordt gebruikt om de verlichting te schakelen.17). Buitenlandse benamingen zijn : light transmittance (eng).Dglas+zonw De directe energietransmissie. Doorstraling De doorstraling door zonwering.a. LTA=doorgelaten zichtbare zonnestraling/totale opvallende zichtbare zonnestraling. Glasnetwerk Als op dit verwijzingsveld wordt geklikt. Straling De stralingsweerstanden tussen de diverse glas.84 aan te houden.w. Het betreft hier de doorlating van het zichtbare gedeelte van de zonnestraling door het glas+zonwering. m. D= doorgelaten zonnestraling/de totale opvallende zonnestraling.a. Deze coëfficiënt wordt gebruikt om het licht in het vertrek te bepalen en wordt gebruikt om de verlichting te schakelen. De volgende algemene waarden kunnen aangehouden worden : luxaflex (D=0.K)) 150 . Emissiecoëfficiënt Emissiecoëfficiënt van het glas. Het is raadzaam om voor glas zonder coating 0.86 aangehouden worden. lichtdurchlassigkeit (du).a.en zonweringsvlakken.w. maar het programma VA114 rekent niet met deze waarden.of buitenzonwering is nul. (in W/(m². LTA=doorgelaten zichtbare zonnestraling/totale opvallende zichtbare zonnestraling.w. m. Bij de opgave op niveau 1 mogen de ABS en de D worden ingevuld.30). Het gedeelte van de direct doorgelaten zonne-energie door het glas+zonwering of m. verschijnt het glasnetwerk (niveau 3). Volgens ISSO32 kan hier 0.06). De waarde van de doorstraling bij binnen. binnenscreens. Het betreft hier de doorlating van het zichtbare gedeelte van de zonnestraling. LTAglas+zonw De lichttoetredingscoëfficiënt. buitenscreens (D=0. Wanneer een zonwering aanwezig is : opgave voor zonwering omhoog en omlaag. transmission lumiere (fr).

151 . Keuze uit : • • • • geen buiten tussen binnen Wanneer een zonwering aanwezig is : opgave voor zonwering omhoog en omlaag.m². Als de buitenzonwering (bv screens) dicht bij het buitenste glasvlak ligt : 50 Bij rolluiken (vrijwel geen ventilatie) : 25 Bij binnenzonwering : 32 • • • Zonweringnummer In niveau 2 kunt u een keuze maken uit : • • • • geen zonwering zonwering gordijn rolluik Na selectie wordt dit getekend in het beeldscherm. Hierbij is de temperatuur in die ruimte vrijwel gelijk aan de buitentemperatuur. (VA114 werkt met netto glasafmetingen).m². per tijdseenheid en per m² bij een temperatuursverschil binnen en buiten van een graad Kelvin. Uglas+zonw De warmtedoorgangscoëfficiënt van het glas+zonwering in W/K. Wanneer een zonwering aanwezig is : opgave voor zonwering omhoog en omlaag. Uglas De warmtedoorgangscoëfficiënt van het glas in W/K. Ventilatiegeleiding De ventilatiegeleiding bij zonweringsvlakken (in W/(m².Type zonwering Type zonwering. Als richtwaarden (volgens ISSO32) worden aangehouden : • Bij goed een goed geventileerde ruimte tussen buitenzonwering (bv uitvalscherm) en buitenste glasvlak : 200. De doorgang van de warmte in Watts. per tijdseenheid en per m² bij een temperatuursverschil binnen en buiten van een graad Kelvin. De doorgang van de warmte in Watt.K)).

niveau Rooster en vervolgens met de LMK dubbel te klikken op : • of • een regel in het definitiescherm ‘Rooster definities’ een icoontje in een ruimte Een rooster is via de invoervelden te definiëren en te plaatsen in de actieve ruimte door de knop Selecteren te gebruiken. gesamt-energie-durchlassigkeit (dui). Deze is gelijk aan de ZTA. Een eenmaal gedefinieerd rooster kan meerdere malen in een ruimte geplaatst worden en ook in andere ruimten. Dit is een productgegeven van een glassysteem en een maat voor de totale hoeveelheid zonne-energie die door het glassysteem wordt doorgelaten in de vorm van kortgolvige straling. In Amerikaanse normen wordt vaak gesproken over een g-coëfficiënt (solar gain). langgolvige straling en convectieve overdracht. Wanneer een zonwering aanwezig is : opgave voor zonwering omhoog en omlaag. (VA114 werkt met netto glasafmetingen). Buitenlandse benamingen zijn : solar radiant heat total transmission (eng).87 ZTAglas+zonw De zontoetredingsfactor van het glas+zonwering. Scherm Roostergegevens Inleiding Dit scherm wordt geselecteerd in het scherm Gebouwinvoer. deze SC is gelijk aan de ZTA / 0. De waarde ligt tussen 0 en 1.ZTAglas De zontoetredingsfactor van het glas. langgolvige straling en convectieve overdracht. Ook wordt een SC (Shading Coëfficiënt) genoemd. Lucht wordt Keuze uit : • • • toegevoerd afgevoerd via installatie afgevoerd naar buiten 152 . facteur solaire (fr). Dit is een productgegeven van een glassysteem en een maat voor de totale hoeveelheid zonne-energie die door het glassysteem wordt doorgelaten in de vorm van kortgolvige straling. De waarde ligt tussen 0 en 1.

Het betreft hier het primaire debiet (afkomstig van de LBK). Luchtdebiet tijdens nachtkoeling/verwarming Het luchtdebiet [m3/h] dat tijdens nacht/weekendkoeling of -verwarming (standby) wordt toegevoerd of afgevoerd.Luchtdebiet tijdens dagbedrijf Luchtdebiet van het rooster [m3/h]. Het betreft hier het primaire debiet (afkomstig van de LBK). Totaal inblaaslucht Hoeveelheid totale primaire lucht [m3/h] tijdens : • • • Dagbedrijf Nachtbedrijf Nachtkoeling/verwarming Het aandeel buitenlucht wordt opgegeven in het scherm Installatie bij ‘minimaal buitenluchtaandeel’. Het betreft hier het primaire debiet (afkomstig van de LBK). 153 . Als bij de Installatiegegevens gekozen is voor voorwaardelijke nachtventilatie. zal op centraal niveau in de mengsectie het aandeel verse lucht verhoogd worden. Luchtdebiet tijdens nacht/weekendbedrijf (standby) Het luchtdebiet [m3/h] dat tijdens nacht/weekendbedrijf (standby) wordt toegevoerd of afgevoerd. Dit is het luchtdebiet dat tijdens dagbedrijf wordt toegevoerd of afgevoerd. Indien voor de totale installatie het aandeel verse lucht onder het minimum debiet dreigt te komen. Totaal afzuiging Hoeveelheid totaal afzuiging [m3/h] tijdens: • • • Dagbedrijf Nachtbedrijf Nachtkoeling/verwarming Bij VAV-systeem : Minimum percentage van dagbedrijf Geeft aan hoeveel de VAV-box teruggeregeld kan worden ten opzichte van het bij Roosters opgegeven primaire debiet. moet hier ‘nul’ worden opgegeven en moet het debiet worden opgegeven bij ‘luchtdebiet tijdens nachtkoeling/verwarming’.

en nachtbedrijf opgegeven. vloerverwarming) LBK-net voor de voeding van de luchtbehandelingskast De opgegeven inblaastemperaturen worden opgegeven als functie van de buitenluchttemperatuur : • • Bij centrale luchtbehandelinginstallatie: opgave gewenste inblaastemperatuur. Bij decentrale koeling/verwarming : opgave gewenste wateraanvoertemperatuur. 154 . stralings.Scherm Stooklijnen Inleiding In het scherm installatie kunnen meerdere stooklijnen worden opgegeven. waarbij een buitentemperatuur van 0° C wordt gebruikt. Als er slechts 1 punt wordt opgegeven dan is de gewenste wateraanvoer. Als er geen temperatuursetpoints worden opgegeven bij het LVK-apparaat. Geef in dat geval voor de buitentemperatuur 0. verschijnt een foutmelding op het scherm. welke bij een opgegeven buitentemperatuur hoort. De distributienetten die kunnen worden opgegeven zijn : • • • 1e net voor lokale afgifte apparaten zoals radiatoren en fancoilunits 2e net voor warmteafgifte in een constructie (bv. dat de inblaas. waarna in het invoerveld ernaast een gewenste inblaastemperatuur/wateraanvoertemperatuur wordt opgegeven./ inblaastemperatuur bij alle buitentemperaturen gelijk. Als een stooklijn wordt opgegeven. Scherm Temperatuur setpoints Inleiding Hier worden de temperatuursetpoints voor dag. Buitentemperatuur Hier wordt een buitentemperatuur opgegeven. en 4 stooklijnen per distributienet (verwarmen. In dit scherm kan de gewenste temperatuur als functie van de buitenluchttemperatuur opgegeven worden.1° C op.of koelplafond.en standbybedrijf).en standbybedrijf) worden opgegeven.C. De inblaastemperatuur mag zowel afnemend als oplopend zijn. koelen. de buitentemperatuur mag alleen oplopend zijn. oplopend of een combinatie van deze twee zijn. dag. De stooklijn kan aflopend. Afhankelijk van het gekozen installatieconcept kunnen 2 stooklijnen voor de gewenste luchtinblaastemperatuur (dag.of wateraanvoertemperatuur niet tussen 0 en 0 ligt. Gewenste temperatuur Hier wordt een gewenste inblaastemperatuur/wateraanvoertemperatuur opgegeven. De stooklijn kan met maximaal 4 punten of minimaal 1 punt beschreven worden. De inblaastemperatuur heeft betrekking op de primaire lucht (na de LBK en ventilator en vóór een eventuele inductieunit). rekent VA114 met de volgende default-waarden : • verwarming bij dagbedrijf 20 gr.

Bij nacht/weekendbedrijf (standby) Dit is de temperatuur welke in de ruimte gehandhaafd moet worden tijdens nacht/weekendbedrijf. kan hier de afstand opgegeven worden. Als in het scherm Algemene gegevens ‘ja’ is ingevuld bij ‘verzonken ligging geveldelen’ moet in dit scherm alleen de afmeting bij ‘raam naar binnen gelegen’ worden opgegeven. Alle invoergegevens worden opgegeven van binnen uit het vertrek gezien. 155 . Hier moeten de afmetingen worden ingevuld voor de luifel of de uitstekende geveldelen links/rechts.C. Als tijdens nacht/weekendbedrijf geen koeling aanwezig is het temperatuursetpoint 999. Scherm Uitstekende geveldelen Inleiding Dit scherm wordt geselecteerd door het invoerveld Uitstekende geveldelen aan te klikken in het scherm Gegevens deelwand in hoofdwand. Afstand raam tot uitstekend geveldeel links Kortste afstand [m] tussen raam en uitstekend geveldeel links.• verwarming bij nacht/weekendbedrijf • koeling bij dagbedrijf • koeling bij nacht/weekendbedrijf 16 gr. j Afstand raam tot luifel Kortste afstand [m] tussen raam en luifel. moet in het scherm Algemene gegevens ‘ja’ ingevuld zijn bij voor ‘geveldelen van te berekenen vertrekken’. 999 gr.C. Indien er geen uitstekend geveldeel links aanwezig is. kan hier de afstand opgegeven worden vanaf de bovenkant van het raam tot de bovenkant van de zijwand. Als er geen luifel aanwezig is en een zijwand loopt verder door dan de bovenkant van het raam. Als tijdens nacht/weekendbedrijf geen verwarming aanwezig is het temperatuursetpoint –99.C. dat de luifel verder doorloopt.C. 24 gr.9 gr. Bij dagbedrijf Dit is de temperatuur welke in de ruimte gehandhaafd moet worden tijdens dagbedrijf.9 gr. maar de luifel loopt aan de linkerkant van het raam verder door.C. Als er gegevens over de luifel of de uitstekende geveldelen links/rechts moeten worden ingevuld.

Raam naar binnen gelegen Afstand [m] welke het raam naar binnen ligt. Indien er geen uitstekend geveldeel rechts aanwezig is. Luifel Afmeting [m] van de luifel loodrecht op de gevel.Afstand raam tot uitstekend geveldeel rechts Kortste afstand [m] tussen raam en uitstekend geveldeel rechts. Uitstekend geveldeel links (van binnen uit gezien) Afmeting van uitstekend geveldeel links (van binnenuit gezien) loodrecht op de gevel. maar de luifel loopt aan de rechterkant van het raam verder door. kan hier de afstand opgegeven worden. Uitstekend geveldeel rechts (van binnen uit gezien) Afmeting van het uitstekend geveldeel rechts (van binnenuit gezien) loodrecht op de gevel. dat de luifel verder doorloopt. 156 .

codering Unieke codering van de ventilator. Hier moet de manier van regelen nog opgegeven worden. Hier worden gegevens van een ventilator opgegeven. Debiet en regeling worden overgenomen van de toevoerventilator. Dit geldt ook als er via de roosters is aangegeven dat er meer of minder wordt afgevoerd dan toegevoerd. waaierschoepverstelling. Dit is een variabel volume systeem (VAV) met een continue regeling. Dit is een variabel volume systeem (VAV) met een continue regeling.en een afvoerventilator opgegeven.Scherm Ventilatievoorzieningen Inleiding Dit scherm wordt geselecteerd door: • • • het invoerveld constructie aan te klikken in het scherm Gegevens deelwand in hoofdwand. Hier worden de gegevens van een toevoer. wordt het luchtdebiet bepaald aan de hand van de opgegeven debieten bij de roosters. Smoorregeling. Scherm Ventilatorgegevens Inleiding Dit scherm wordt geselecteerd in het scherm Installatiegegevens door het veld Mechanische luchttoevoer of luchtafvoer te activeren. dit kan bijvoorbeeld een bestelcodering zijn. Indien er alleen afgezogen wordt. Bij de toevoerventilatoren moet de regeling worden ingevuld. Voor beide ventilatoren kan de opwarming worden opgegeven. Inlaatklepverstelling en Waaierschoepverstelling zijn variabel volume systemen (VAV) met een continue regeling. toerenregeling. Dit is een variabel volume systeem (VAV) met een continue regeling. debietregeling Keuze uit: • • • • • geen regeling. De eerste optie is voor de opgave van een constant volumen systeem (CAV). wanneer de deelwand een ventilatievoorziening is door in het menu te kiezen voor Ventilatievoorziening In dit scherm geeft men de eigenschappen op van een ventilatievoorziening. inlaatklepverstelling. 157 . Deze wordt gebruikt bij de opgave van een constant volume systeem (CAV) smoorregeling.

In het uitvoeroverzicht voor de installatie is de energie die met deze opwarming gepaard gaat te vinden als dissipatie-energie.b. In normale gevallen kan 1. Debiet in stap regelen: Als het debiet naar de vertrekken lager is dan het minimumdebiet dan wordt op de minimumstand overgeschakeld. VAV regeling Indien er gekozen is voor een VAV systeem bij de debietregeling wordt hier de wijze van regelen opgegeven.5 graad worden aangehouden. Bij een VA114 berekening wordt via een deelfractie met de juiste ventilatiehoeveelheid ( voor de door te rekenen vertrekken) gerekend. De ventilator schakelt naar deze stand indien de totale vraag door de vertrekken lager is de opgegeven fractie. De ventilator zit vanuit de vertrekken gezien voor de mengsectie en/of warmteterugwinning. Bij aanvoerventilatoren zit bij de regeling van de inblaastemperatuur het "meetpunt" van de luchttemperatuur achter de gehele LBK inclusief ventilator. Minimumstand Deze optie kan alleen ingevuld te worden indien er bij debietregeling is gekozen voor ‘toerenregeling’ en bij VAV-regeling voor ‘debiet in stap regelen’. Klikt men dit invoerveld aan. Opwarming Door wrijving van de ventilator en de kanalen en door de drukvereffening zal de ventilatielucht opwarmen. de EPN-berekening). • 158 . Als er gekozen is voor een VAV regeling moet in VA114 bij de Roostergegevens een minimum luchtdebiet per rooster worden opgegeven. Deze gegevens komen dan in de uitvoer. Dit onderscheid is gemaakt t. dan komt men in het scherm Adresgegevens leveranciers en kan men in dit scherm de naam en adres van de leverancier intikken. Bij afvoerventilatoren speelt de dissipatie-energie alleen een rol bij recirculatie of bij warmteterugwinning. Luchtdebiet Hier moet het totale luchtdebiet voor de hele zone worden opgegeven. Leverancier Leverancier van de ventilator. Alleen bij toerenregeling is er een keuze uit: • debiet continu regelen: De ventilatoren worden zo geregeld dat het luchtdebiet welke bij de centrale unit geconditioneerd wordt gelijk is aan de som van de benodigde luchtdebieten in de vertrekken.v. Bij toerenregeling moet de manier van regelen nog opgegeven worden. De totale opwarming is afhankelijk van de effectiviteit van de ventilator en de optredende drukken en luchtsnelheden. Dit heeft als voordeel dat bij de keuze om een ander vertrek door te rekenen met andere luchtinblaashoeveelheden het debiet bij de ventilator niet aangepast hoeft te worden.VA114 maakt geen onderscheid tussen de 3 bovengenoemde regelingen. In een aantal gevallen zal ook de koeling van ventilatormotor plaatsvinden via de ventilatielucht. het moet in ieder geval kloppen bij de gegevens die voor de componenten uit de Luchtbehandelingskast gelden.

reflectiecoëfficiënten van wanden en plafond etc. De toewijzing kan verbroken worden door met de LMK te klikken en de CONTROL toets ingedrukt te houden. niveau Vertrek met de LMK dubbel te klikken op een ruimte in het scherm Gebouwinvoer. Hier dient de gemiddelde vloerdikte te worden opgegeven. Bij de optie debiet in stap regelen schakelt de ventilator pas een stap terug als de vraag van de vertrekken onder een opgegeven waarde zakt. Men koppelt dit scherm aan de ruimten die aan deze`vertrekdefinitie voldoen door in het scherm Gebouwinvoer met de LMK op die ruimten te klikken terwijl men de SHIFT toets ingedrukt houdt. noodzakelijk. Het scherm Vertrekgegevens wordt geselecteerd door : • • • in het scherm Gebouwinvoer.Wanneer het debiet continu geregeld wordt past de ventilator zich ten alle tijde aan aan de vraag van de vertrekken. Scherm Vertrekgegevens Inleiding In dit scherm worden de Vertrekgegevens van de verschillende programma’s beschreven. niveau Vertrek met de lMK dubbel te klikken op een ruimte in het menu Invoeren voor Vertrekken te kiezen In dit scherm worden specifieke gegevens voor een vertrek ingevoerd zoals de wanddikte. Gemiddelde vloerdikte Om dezelfde reden als bij de gemiddelde wanddikte houdt het programma rekening met de vloer-op-vloer maten. vloerdikte. Gemiddelde plenumhoogte Voor een juiste omrekening naar de binnenmaat is opgave van de hoogte van het plenum. infiltratie / ventilatie. Binnencondities bij VAV-systeem Door het aanklikken van dit invoerveld komt men in het scherm Conditiegegevens om de temperatuursetpoints van dit vertrek bij een VAV-systeem op te geven en te selecteren voor de berekening. dat wil zeggen de afstand van de onderkant van het plenum tot de onderkant van de erboven liggende vloer. Hiermee wordt de vertrekdefinitie vastgelegd. 159 . De temperatuursetpoints bij het VAV-systeem moeten opgegeven worden in het scherm Vertrekgegevens bij ‘binnencondities’. Voor de berekening van ventilatiehoeveelheden wordt rekening gehouden met de inwendige hoogte. Voor de berekening van ventilatiehoeveelheden wordt rekening gehouden met de inwendige hoogte. Een standaard kantoorvertrek hoeft dus slechts eenmaal te worden gedefinieerd.

zodat het apparaat nooit in zal komen.9 gr. Is de wanddikte (nog) niet bekend dan kan men de default-waarde aanhouden. Koeling Opgave of het vertrek wel of niet gekoeld wordt. toegelaten stijging hiervan en vochtgehalte. De keuze van het soort vertrek in het tweede invoerveld is afhankelijk van hetgeen in het eerste veld gekozen is. wordt er een LVK-apparaat ingevoerd met een vermogen van 99999 Watt.en binnenmaten met behulp van de gemiddeld wanddikte. Type vertrek Er zijn twee invoervelden. VA121. Als hier ‘Ja’ wordt ingevuld en bij de Installatiegegevens wordt geen koeling opgegeven.Gemiddelde wanddikte In alle programma's die werken binnen de Uniforme Omgeving wordt in verband met uitwisselbaarheid van gegevens voor de vertrekafmetingen primair gewerkt met de 'hart op hart maten' of 'stramien-maten'. Voor een soort vertrek gelden bepaalde binnencondities zoals : binnentemperatuur in de zomer. gebouwfunctie en bezettingsgraadklasse de ventilatie-eisen volgens het Bouwbesluit gecontroleerd.Bij VA101. waar men gegevens invoert over ventilatievoorziening. Hiervan is af te wijken door het invoerveld binnencondities te gebruiken. Verder wordt dit invoerveld gebruikt voor de automatische wandtoewijzing en is tevens bedoeld als herkenning voor de gebruiker. De default temperatuursetpoints staan echter op 999.C. Luchtuitwisseling met buiten Als in het scherm Gebouwgegevens bij infiltratie wordt opgegeven ‘opgave via vertrekdefinitie’ verschijnt deze invoeroptie. Door het activeren van dit verwijzingsveld komt men in het scherm Luchtuitwisselingsgroep. VA122 en VA126 wordt aan de hand van het type vertrek. In de verschillende programma's worden die maten indien nodig omgerekend naar buiten.. verblijfsgebied etc. In het eerste veld selecteert men het type vertrek zoals gedefinieerd in het Bouwbesluit : verblijfsruimte. In het tweede invoerveld selecteert men het soort vertrek. Voor de omrekening van 'hart op hart maten' naar binnenmaten moet de gemiddelde wanddikte van het vertrek worden opgegeven. De keuze bestaat uit : • • • • • • • • • • Verblijfsruimte Verblijfsgebied Verkeersruimte Technische ruimte Algemene ruimte Toilet Badruimte Meterruimte Lift/liftkooi Serre 160 .

zodat het apparaat nooit in zal komen. Het gaat hier dus om het vermogen van de batterij zoals deze in de LBK geplaatst wordt. aanvoertemperaturen) in staat het maximum thermisch vermogen te bepalen. (default : 0° C) Luchttemperatuur aan de uitgang Luchttemperatuur na de batterij waarbij het thermisch vermogen is bepaald. De luchtaanvoertemperatuur is normaal de buitentemperatuur. VA114 rekent met een luchtstooklijn.• Overige ruimte Het programma VA114 doet niets met deze invoervelden.9 gr. De bijbehorende luchthoeveelheid moet bij de toevoerventilator worden opgegeven. Luchttemperatuur aan de ingang Luchtaanvoertemperatuur waarbij het maximal thermisch vermogen is bepaald. Het gaat hier dus om een specificatie van de verwarmingsbatterij. Dit heeft als voordeel dat bij het berekenen van een ander vertrek uit dezelfde zone het vermogen van de verwarmingsbatterij niet aangepast hoeft te worden. of in geval van warmteterugwinning / recirculatie wordt dit door VA114 berekend. De deelfractie voor de verwarmingsbatterij wordt bepaald aan de hand van de deelfractie voor de ventilatie. Als hier ‘Ja’ wordt ingevuld en bij de Installatiegegevens wordt geen verwarming opgegeven. Scherm Verwarmingsbatterij Inleiding In dit scherm kunnen de productgegevens van de verwarmingsbatterij opgegeven worden. Opgave in verband met de automatische wandselectie. Uit het opgegeven thermisch vermogen dat afgegeven kan worden bij een bepaalde wateraanvoertemperatuur en luchtaanvoertemperatuur wordt de effectiviteit van de batterij bepaald. De default temperatuursetpoints staan echter op –99. wordt er een LVK-apparaat ingevoerd met een vermogen van 99999 Watt. waterretourtemperatuur en de luchttemperatuur aan de ingang en aan de uitgang.. 161 . Het moet in ieder geval kloppen met het debiet dat bij de toevoerventilator is opgegeven.C. Het thermische vermogen wordt bepaald bij te op te geven wateraanvoertemperatuur. (default : 20° C) Thermisch vermogen Hier moet het totale thermische vermogen voor de hele zone worden opgegeven. Het rekenprogramma is dan ook onder andere condities (luchthoeveelheden. De werkelijke luchthoeveelheden (onder de opgegeven bedrijfsomstandigheden) worden gespecificeerd bij de toevoerventilator. Dit wordt samen met de intrede temperatuur gebruikt om het luchtdebiet over de batterij te bepalen. Verwarming Wel of geen verwarming in het vertrek. de aanvoertemperaturen bij de stooklijnen voor water en lucht. Bij een VA114berekening wordt via een deelfractie met de juiste ventilatiehoeveelheid (voor de door te rekenen vertrekken) gerekend.

v.m. Aanschakelen als Tbinnen > Voorwaardelijke nachtkoeling inschakelen boven een bepaalde ruimtetemperatuur in vertrek. Dit wordt gebruikt om het waterdebiet door de batterij te bepalen. inname van extra buitenlucht en/of door de centrale luchtkoeler. door de centrale luchtkoeler behandelde lucht.v.v.v. Voorwaardelijke nachtelijke koeling met ventilatielucht is alleen mogelijk als : • • er bij mechanische ventilatie een debiet voor nachtkoeling is opgegeven het debiet bij voorwaardelijke nachtkoeling groter is dan bij het debiet bij bedrijfswijze 2 De debieten worden opgegeven bij de roosters.Wateraanvoertemperatuur Wateraanvoertemperatuur waarbij het thermisch vermogen is bepaald.m. De wateraanvoertemperatuur waar het programma mee rekent wordt bepaald door de waterstooklijn. onbehandelde buitenlucht. Indien de vertrektemperatuur in de te berekenen ruimte lager wordt dan de aanschakeltemperatuur en het temperatuursverschil (binnen-buiten) is groter dan opgegeven treedt de nachtelijke koeling in werking.m. De centrale luchtbehandelingsinstallatie wordt voor de voorwaardelijke nachtelijke koeling geregeld op basis van condities in een van de vertrekken. (default : 90° C) Waterretourtemperatuur Waterretourtemperatuur waarbij het thermisch vermogen is bepaald. buitenlucht Voorwaardelijke nachtkoeling d. luchtkoeler Voorwaardelijke nachtkoeling d. De stooklijn voor de nacht wordt in dit geval ook gevolgd.v.C) Koeling d. (default : 70° C) Scherm Voorwaardelijke nachtkoeling Inleiding In dit scherm kunt u opgeven of de nachtelijke koeling geleverd wordt d.m. Er wordt dan overgeschakeld naar het debiet bij voorwaardelijke nachtkoeling. Deze moet dan wel opgegeven zijn. Koeling d.m. (default : 24 gr. 162 .

Uitschakeltemperatuur Dit is de ruimtetemperatuur waarbij de luchtverwarmer en ventilatoren uitgaan. Voorwaardelijke nachtelijke verwarming met ventilatielucht is alleen mogelijk als : • • • er een luchtverwarmer aanwezig is er bij mechanische ventilatie een debiet voor nachtverwarming is opgegeven het debiet bij voorwaardelijke nachtverwarming groter is dan bij het debiet bij bedrijfswijze 2 De debieten worden opgegeven bij de roosters. De stooklijn voor de nacht wordt aangehouden. Indien de vertrektemperatuur in de te berekenen ruimte lager wordt dan de aanschakeltemperatuur treedt de nachtelijke verwarming in werking. (default : 19 gr. (default : 3 K) Tbuiten Voorwaardelijke nachtkoeling mag alleen inkomen boven deze buitentemperatuur. Voor wat betreft de ruimtetemperatuur wordt steeds gekeken naar de temperatuur aan het eind van het vorige uur.Tbinnen-Tbuiten Voorwaardelijke nachtkoeling mag alleen inkomen indien het verschil tussen de ruimtetemperatuur en de buitenluchttemperatuur groter is dan een bepaald minimum.C) Uitschakelen als Tbinnen < Voorwaardelijke nachtkoeling uitschakelen onder een bepaalde ruimtetemperatuur in vertrek. 163 .C) Scherm Voorwaardelijke nachtverwarming Inleiding De centrale luchtbehandelingsinstallatie wordt voor de voorwaardelijke nachtelijke verwarming geregeld op basis van condities in een van de vertrekken. Aanschakeltemperatuur Dit is de ruimtetemperatuur waarbij de luchtverwarmer en ventilatoren inkomen. maar deze moet dan wel opgegeven zijn evenals de waterstooklijnen voor de nacht. (default : 12 gr. Er wordt dan overgeschakeld naar het debiet bij voorwaardelijke nachtverwarming.

met absorptie. moet de laag in 3 delen (diktes) worden opgegeven. Indien de bron zich in het midden van een constructielaag bevindt moeten de lagen in meerdere lagen opgesplitst worden. 164 . Er kan slechts 1 laag worden aangevinkt. Geef aan de oppervlakte geen dikke lagen op.en emissiecoëfficiënten Voor het koellastprogramma VA102 en het temperatuuroverschrijdings-programma VA114 is het aan te bevelen de wandconstructie laag voor laag (niveau 2) op te geven. klimaatplafond of vloerverwarming) in constructie is opgegeven. In het scherm Gegevens hoofdwand In het scherm Gegevens deelwand in hoofdwand Aantal lagen Hier wordt het aantal lagen opgegeven. Absorptie Absorptiecoëfficiënten aan binnen.of warmtebron (koelplafond. In de Uniforme Omgeving wordt nu per constructielaag 1 rekenknooppunt aangenomen. dan moet hier de laag aangegeven worden. Zie Overzicht absorptiecoëfficiënten. Als men meerdere knooppunten in een laag wil hebben. In VA114 mogen deuren uit slechts 1 laag bestaan. Wordt de constructie opgegeven door de Rc-waarde en de massa in te vullen (niveau 1). zal het programma hiervoor een constructie kiezen bestaande uit 3 lagen.en buitenzijde. Bv bij een betonwand van 35 cm kan het beste aan de buitenkant een laag van 5 cm worden opgegeven. Bron voor verwarming/koeling in constructie Als in het scherm Installatie in net 2 bij de decentrale koeling/verwarming een koel. vervolgens een laag van 10 cm. Bij meerdere ‘vinkjes’ kiest het programma de laag. De dikte van de constructie zal worden bepaald aan de hand van de opgegeven Rc-waarde en massa. te weten steen-isolatie-steen.bmp} : • • 1 : opgave van de Rc-waarde en/of massa 2 : opgave laag voor laag. resp. Bij de LVK-apparaten moeten de gegevens van de bron worden ingevuld. 20 cm. waar deze bron zit.Scherm Wandconstructiegegevens Inleiding Dit scherm wordt geselecteerd door het invoerveld Constructie aan te klikken in : • • of • door via de menubalk op Invoeren te klikken en vervolgens Wandconstructies te selecteren. Het scherm Wandconstructiegegevens heeft twee niveaus {bmc Niveau. waaruit de constructie bestaat (maximaal 9). In het scherm Wandconstructiegegevens worden wandconstructies opgegeven door middel van Rc-waarde en massa of door opgave van de verschillende constructielagen. die het dichtst bij de ruimte ligt. De bron bevindt zich. vanuit de te berekenen ruimte gezien. aan de binnenkant van de aangevinkte laag.

Emissie Emissiecoëfficiënten aan binnen. (default : 0. Het wandcriterium met de meeste punten wordt gebruikt voor de selectie van de wand. menu met wandsoorten • 2: uitgebreid. 165 . Rc-waarde Warmteweerstand van de wandconstructie in [m2K/W]. zie opmerking onder inleiding.Dikte De dikte van de laag van de constructie in meters. Het programma geeft elk item in de wandcriteria punten wanneer deze voldoet en strafpunten wanneer deze niet voldoet.9) Laagnr De materiaaleigenschappen van de verschillende lagen van de constructie geeft men op in het scherm Materiaalgegevens. zelf criteria opgeven De invoergegevens die specifiek vallen onder niveau 1 worden aangegeven met [1]. Scherm Wandcriteria Inleiding Als het scherm Gebouwinvoer gesloten is. Het programma herkent in de plattegrond in het grafische scherm om welk type wand het gaat en wijst aan de hand van de opgegeven wandcriteria de bijbehorende wandgegevens toe aan de wanden. Wandcriteria worden opgegeven om te voorkomen dat elke wand in het gebouw apart moet worden toegewezen.en buitenzijde. die vallen onder niveau 2 worden aangegeven met [2]. Het scherm Gegevens wandcriteria is afhankelijk van het ingestelde niveau : • 1: eenvoudig. Voor dikke wanden. kan dit scherm worden geselecteerd door in het menu Invoeren voor Wandcriteria te kiezen. Massa Massa van de wandconstructie in [kg/m2].

dit betekent dat de wand bij alle bouwlagen toegepast mag worden. In het geselecteerde vakje verschijnt een ‘vinkje’. Dit kan gewijzigd worden door in het scherm Gebouwinvoer. Eigen ruimte Situatie in de 'eigen' ruimte: • • • verwarmd onverwarmd begane grond vloer ('eigen' ruimte ligt op de begane grond) Door het vakje achter de betreffende situatie aan te klikken geeft men aan dat de wand toegepast mag worden bij die situatie. Klikt men geen enkel vakje aan dan mag de wand in alle situaties worden toegepast. Klikt men geen enkel vakje aan dan mag de wand in alle situaties worden toegepast. Nogmaals klikken en het ‘vinkje’ verdwijnt. Helling wand Hellingshoek(en) waarbij de wand mag worden toegepast bij de automatische plaatsing van wanden. In het geselecteerde vakje verschijnt een ‘vinkje’. de vloer van bouwlaag 2 en het plafond van bouwlaag 1 bedoeld. Voor Helling wand moet dan voor de vloer 180 graden en voor het plafond 0 graden worden ingevuld. niveau Gebouw achter het invoerveld Begane grond aan te geven welke bouwlaag de begane grond is. Voorbeeld: • • • 90 : verticale wand 0 : plafond of dak 180 : vloer 166 .De default instelling is vrij. Bij het isometrisch invoeren kunnen vertrekken in verschillende bouwlagen worden geplaatst. Bouwlaag Bouwlaag of bouwlagen waar een wand toegepast mag worden bij de automatische plaatsing van wanden. Bij tussenvloeren wordt.Andere zijde Situatie waaraan de wand mag grenzen: • • • • • buiten verwarmd onverwarmd ander gebouw andere zone Door het vakje achter de betreffende situatie aan te klikken geeft men aan dat de wand toegepast mag worden bij die situatie. wanneer hier bijvoorbeeld Bouwlaag=2 is ingevuld. Standaard is de begane grond vloer op bouwlaag 0. Nogmaals klikken en het ‘vinkje’ verdwijnt.Bij een opgave van bouwlaag van "> 3 en < 5" betekent dit dat dit wandcriterium geldt voor alle wanden die liggen tussen de 3e bouwlaag en de 5e bouwlaag. Bouwlaag 3 en 5 tellen dan mee.

Wanneer het gebouw niet gedraaid is en de noordpijl staat op 0. event. Dit kan dan worden gebruikt bij het bepalen of dit wandcriterium moet worden gebruikt. Hoek wand Hoek(en) waaronder de wand. enz. met een vaste waarde twee grenswaarden een vaste waarde twee vaste waarden Bij tussenvloeren moeten altijd twee vaste waarden worden ingevuld. Door het invoerveld aan te klikken verschijnen de volgende keuzemogelijkheden: • • • • vrij < kleiner of gelijk = gelijk > groter of gelijk Hiermee heeft men verschillende mogelijkheden: • • • • één grenswaarde. Met een hoek van "> 0 en < 45" wordt een wandcriterium bedoeld voor alle wanden die een hoek hebben tussen 0 en 45 graden.In de isometrische plattegrond kun je zien wat de hoek van de wand is. namelijk 0 en 180. een oostwand (verticaal van boven naar beneden) betekent een hoek van 90 graden. Dit zijn bestaande basisbegrippen in het Bouwbesluit. event. De gebruiker kan ze gebruiken om een bepaalde indeling te maken. Soort vertrekken In het vertrekscherm wordt aangegeven om wat voor soort vertrek het gaat. Deze hoek is onafhankelijk van gebouwdraaiing of noordpijl. Daar zijn plafond en vloer immers aan elkaar gekoppeld. met een vaste waarde twee grenswaarden een vaste waarde twee vaste waarden 167 . toegepast mag worden. dan betekent een noordwand (horizontaal van links naar rechts) een hoek van 0 graden. Achter dit item staan twee invoervelden waarmee men grenzen of vaste waarden kan opgeven. Daardoor hebben we het hier over de hoek en niet over de orientatie van de wand.Achter dit item staan twee invoervelden waarmee men grenzen of vaste waarden kan opgeven. Door het invoerveld aan te klikken verschijnen de volgende keuzemogelijkheden: • • • • vrij < kleiner of gelijk = gelijk > groter of gelijk Hiermee heeft men bij het instellen van de criteria voor de te plaatsen wanden verschillende mogelijkheden: • • • • één grenswaarde. waarbij 0 en 45 graden meetellen. bij de automatische plaatsing van wanden.

De default instelling is vrij. Door zo'n invoerveld aan te klikken verschijnen de volgende keuzemogelijkheden: • • • • vrij < kleiner of gelijk = gelijk > groter of gelijk Hiermee heeft men bij het instellen van de criteria voor de te plaatsen wanden verschillende mogelijkheden: • • • • één grenswaarde.Wandnummer Klikt men dit invoerveld aan dan komt men in het scherm Gegevens hoofdwand/deelwand. Wanneer eerst op niveau 1 een wandsoort is geselecteerd en vervolgens naar niveau 2 wordt overgegaan. dit betekent dat de wand in alle zones toegepast mag worden. bij de automatische plaatsing van wanden. verschijnen de standaard instellingen van deze wandsoort. event. Wandsoort Het programma heeft dit gegeven nodig om in het grafisch scherm te herkennen om wat voor wand het gaat en dan de betreffende wandsoort toe te wijzen. Keuze uit : • • • • • • • • • • Buitenwand Gangwand Tussenwand Plat dak Hellend dak Tussenvloer Beganegrond vloer Gebouwscheidende wand Gebouwscheidende vloer Zonescheidende wand Zone Zone of zones waarin een wand toegepast mag worden. waar men gegevens over de wand en eventuele deelwanden kan opgeven. Achter dit item/criterium staan twee invoervelden (gescheiden door het woord 'en') waarmee men grenzen of vaste waarden kan opgeven. met een vaste waarde twee grenswaarden een vaste waarde twee vaste waarden 168 . Bij het isometrisch invoeren kunnen vertrekken in verschillende zones worden geplaatst.

Voor de bedrijfswijze bij VA114 moeten 2 soorten weekindelingen worden opgegeven. Deze is dimensionerend en is dus niet de stooklijn waarmee gerekend wordt. zodat er voldoende vermogen is om de LVK’s en de verwarmingsbatterij te voorzien. Als de installatie ‘in dagbedrijf’ is.en afvoertemperatuur zijn van belang voor de debietbepaling. moet de installatie ook ‘stand by’ zijn. Omgevingstemperatuur Dit is de omgevingstemperatuur (default 20 gr.en retourtemperatuur wordt het debiet bepaald. Uit de aanvoer. Voorbeeld : op een dag staat de installatie tussen 0 en 8 uur ‘stand by’. 169 . De gebruikswijze van een gebouw wordt gebruikt voor de schakeling van de zonwering en verlichting en voor de te openen ramen.C. Deze is dimensionerend en is dus niet de stooklijn waarmee gerekend wordt. Indien er bij de afgifte met 15/17 of met 50/30 wordt gerekend dienen deze waarden ingevuld te worden.en retourtemperatuur wordt het debiet bepaald. Uit de aanvoer. Allereerst moet worden opgegeven wanneer de installatie ‘stand by’ is en vervolgens moet aangegeven worden wanneer de installatie ‘in dagbedrijf’ is. Het vermogen van de warmteopwekker wordt bepaald door het opgesteld vermogen van de LVK’s in de vertrekken die doorgerekend worden en de deelfractie die voor de verwarmingsbatterij in de LBK nodig is. Indien er bij de afgifte met 15/17 of met 50/30 wordt gerekend dienen deze waarden ingevuld te worden. Aanvoertemperatuur Dit is de aanvoertemperatuur. Scherm Weekindeling Inleiding In dit scherm en in het scherm Dagindeling wordt de gebruiksperiode. de bedrijfsperiode of de telperiode voor een hele week vastgelegd. Hier worden de gegevens van de warmteopwekker opgegeven. De aan. Retourtemperatuur Dit is de retourtemperatuur. tussen 8 en 18 uur is het in dagbedrijf en tussen 18 en 24 uur staat de installatie weer ‘stand by’. Standaardwaarden zijn 6/12 en 90/70.) van de ruimte waar het apparaat (ketel/koelmachine) staat opgesteld. Dit totale vermogen wordt verdubbeld. (In de toekomst wordt deze omgevingstemperatuur voor de rendementsbepaling gebruikt).Scherm Warmteopwekkers Inleiding Dit scherm wordt geselecteerd door in het scherm Installatiegegevens de knop Warmteopwekkers te activeren. Standaardwaarden zijn 6/12 en 90/70.

Scherm WTW Warmteterugwinning Indeling In dit scherm geeft men gegevens op over de warmteterugwinning.Onder ‘stand by’ moet dan ‘0-24’ worden ingevuld en onder ‘in dagbedrijf’ moet ‘8-18’ worden opgegeven. Afhankelijk van de keuze van het systeem wordt achter gebruikt rendement het rendement hiervan vermeld. Maandag/dinsdag/woensdag/donderdag/vrijdag/zaterdag/zondag Door dit invoerveld te activeren komt men in het scherm Dagindeling. Hierin geeft men aan hoe de periode over de dag verdeeld is. De periode wordt grafisch in dit scherm Weekindeling weergegeven. De waarde moet worden afgerond naar een veelvoud van 0. waarvoor een ander rendement geldt. Hierin geeft men aan hoe de periode over de dag verdeeld is. In het grafische scherm naast de invoervelden worden de uurvakken 1 t/m 8 en 19 t/m 24 donkerrood en de uurvakken 9 t/m 18 lichtrood.05. De periode wordt grafisch in dit scherm Weekindeling weergegeven. Bij overige kan men het rendement opgeven achter afwijkend rendement (men heeft dan wel een kwaliteitsverklaring nodig betreffende het gebruikte rendement). 170 . Er kunnen verschillende systemen worden opgegeven. Een overige waarde moet 'overlegd' worden voor gelijkwaardigheid. Feestdag/vakantiedag Welke feestdagen? Wanneer is de vakantie? Door dit invoerveld te activeren komt men in het scherm Dagindeling. Soort Soort warmteterugwinning.

Indien bij Koudeopwekkers gekozen is voor Koudeopslag en laden met luchtbehandelingskast.PMV. rekent het programma VA114 niet alleen de geselecteerde ruimte door. het gebruik van de schermen met berekeningsresultaten en het meldingenscherm met de foutmeldingen en waarschuwingen. De berekening wordt gestart door op de knop Starten uitvoer te klikken. Als deze optie uitstaat wordt alleen de geselecteerde ruimte doorgerekend. maar ook alle aangrenzende ruimten die hetzelfde zonenummer hebben. Bouwlagen per pagina Het aantal bouwlagen dat per pagina in de uitvoer komt. kan het rendement worden ingevuld. kan de uitvoer worden samengesteld en de berekening worden gestart. Er kan ook direct worden gestart met F7. Ring doorrekenen Als deze optie aangezet wordt. Hele gebouw doorrekenen Als deze optie aangezet wordt. worden de oppervlaktetemperaturen van de (deel)vlakken weggeschreven in UITVOER. kan hier de paginanummering van de uitvoer worden aangepast. rekent het programma VA114 alle ruimten door met het zonenummer (en de daarbij behorende installatie) van het geselecteerde vertrek. Door in het hoofdmenu Uitvoeren aan te klikken. Als een onderdeel van de uitvoer moet worden uitgeprint. 171 . Oppervlaktetemperaturen Als deze optie aangezet wordt. Deze uitvoerfile staat in de TEMP-directory. wordt er ook met een WTW gerekend (rendement = 0. Uitvoeren Scherm Uitvoeren Inleiding In dit hoofdstuk wordt het samenstellen van de uitvoer behandeld. mits het aantal te berekenen te vertrekken kleiner is dan 30.40) Als voor type ‘overige’ wordt gekozen. Starten met pagina De pagina’s van de uitvoer worden genummerd. In de huidige versie gaat dit niet zonder problemen. Er moet eerst in de invoervelden van ‘omschrijving’ worden geklikt en daarna in het invoerveld achter ‘rendement’. Als het aantal vertrekken groter is dan 30 wordt alleen het geselecteerde vertrek berekend.

Meldingen worden na de berekening getoond. Tijdens de berekening kunnen er meldingen op het scherm komen. • • • • Indien er nog geen berekening is gemaakt. Voorwaarden voor een stooklijnberekening : • • Het vermogen voor personenwarmte moet opgegeven worden Het vermogen van het LVK-apparaat moet voldoende groot zijn opgegeven om de warmte. (Er wordt lokaal met buitenlucht ingeblazen). die achter elkaar worden uitgevoerd.en koudebehoefte te dekken. Voor de theoretische onderbouwing wordt verwezen naar ISSO publikatie 69 "Optimale stook en koellijnen". kan het programma VA114 de ideale stooklijn voor de luchtinblaas berekenen. Deze berekeningen worden gebruikt voor de bepaling van de optimale inblaastemperaturen.Starten uitvoer Voor het genereren van de uitvoer kan op de knop Starten uitvoer worden geklikt. Een stooklijn berekening kan niet gecombineerd worden met een ring berekening • • Als tevens gebruik gemaakt wordt van de uitvoervisualisatie levert dit de volgende grafieken in de uitvoer op : 172 . Dit betekent dat het lokale vermogen op 99999 W gezet moet worden. Achtereenvolgens worden nog twee berekeningen gedaan met de optimale stooklijn en de opgegeven stooklijn om de energiebesparing zichtbaar te kunnen maken.en koelbatterijen opgegeven. Na de berekening gaat de uitvoer naar scherm of printer. Een stooklijnberekening bestaat uit een aantal verschillende VA114-berekeningen. Stooklijnen Als deze optie aangevinkt wordt. Bij de centrale installatie worden geen verwarmings. Om voldoende punten in het verwarmingsgebied te hebben moet een heel jaar doorgerekend worden. zal het programma het scherm Berekening openen en wordt in het kort de status van de berekening getoond.

De groene lijn is de optimale inblaastemperatuur als functie van de buitenluchttemperatuur : 173 .

Uitvoer gaat naar Standaard verschijnt de uitvoer op het scherm.en jaaroverzicht hetzelfde. Uitleg uitvoerkolommen dag-. wordt de totale uitvoer afgedrukt. De oplossing is om het invoerconcept te wijzigen of om het vinkje bij ‘stooklijnen’ uit te zetten. met getrokken lijnen voor IBM printerdefinities. leidt dit tot een foutmelding : ongedefinieerde fout (593). Uitvoer in Keuze uit: • • NEDERLANDS: uitvoer in het Nederlands IBM-SET: uitvoer in het Nederlands. In het maandoverzicht worden de doorgerekende dagen van die maand geprint en 174 .Als alle vinkjes worden aangezet en het invoerconcept is onjuist. Een aantal uitvoerkolommen zijn voor het dag-. maand-. In sommige gevallen kunnen hier meer keuzes staan. maand. jaaroverzicht Hier wordt uitgelegd wat de diverse uitvoerkolommen voorstellen en wat er mee gedaan kan worden. Door hier Printer te selecteren wordt de uitvoer direct naar de printer gestuurd. Keuze uitvoer Met deze groep invoervelden wordt de uitvoer samengesteld. Als alle vakjes achter de uitvoermogelijkheden leeg zijn.

totale zonnestraling op horizontaal vlak per m2. vloerverwarming. duidt dat op warme of koude vlakken. (gr. (gr.C) : binnentemp. • • inbl. vlak (W/m2) : buit. apparatuur en verlichting.bronnen int. indien gekozen wordt voor de optie ‘aantal personen’ bij de interne warmteproductie of tgv schakelende verlichting. In het jaaroverzicht worden de doorgerekende maanden geprint en getotaliseerd.wp. temp. gemiddelde inblaastemperatuur. Deze waarde kan fluctueren. Dit vermogen wordt afgegeven door een lokale unit (naverwarmer. verwarmingsenergie die waterzijdig in het apparaat afgegeven wordt en nodig is om een temperatuursetpoint te realiseren. Tcomfort = (Tlucht+Tstraling) / 2. etc. gem. Dit vermogen wordt afhankelijk van de situatie vertraagd aan het vertrek afgegeven. 175 .19 ontbreekt het convectieve deel).bronnen zoninstr. (gr. koelenergie die waterzijdig in het apparaat afgegeven wordt en nodig is om een temperatuursetpoint te realiseren. gemiddelde comforttemperatuur in vertrek. inductieunit. directe zonnewarmte die in het vertrek blijft (in versie 2. gemiddelde buitenluchttemperatuur (van klimaatfile). temp.getotaliseerd. plafondkoeling. verschil in warmte-inhoud tussen de lucht die het vertrek in gaat en de lucht die het vertrek uit gaat (systeemgrens ligt op de grens van het vertrek). comf. In het geval van vloerkoeling is dit dus het vermogen wat door de buizen aan de vloer wordt afgegeven. (gr. zoals fancoilunit. radiator.C) : uurvak. zoals fancoilunit. Als er een – verschijnt wordt er niet ingeblazen in dat uurvak. Dit vermogen wordt afhankelijk van de situatie vertraagd aan het vertrek afgegeven.C) : binnentemp. verschil in warmte-inhoud tussen de lucht die het vertrek in gaat en de lucht die het vertrek uit gaat (systeemgrens ligt op de grens van het vertrek). De uitvoerkolommen in het dagoverzicht • • • • • Uur : zon hor.voelbr.) : warmtelevering inblaas (Wh) : • warmtelevering lokaal (Wh) : • koudelevering inblaas (Wh) : • koudelevering lokaal (Wh) : • • andere wa. (Wh) : andere wa. lucht gem. (Wh):voelbare warmte geleverd door personen. etc). gemiddelde binnenluchttemperatuur in vertrek. In het geval van vloerverwarming is dit dus het vermogen wat door de buizen aan de vloer wordt afgegeven. gem.C. Als er verschillen met de luchttemperatuur ontstaan. ). inductieunit. gem. Dit vermogen wordt geleverd door een lokale unit (nakoeler.

verwarmingsvermogen dat nodig is om een inblaastemperatuur te realiseren. (gr.0 : T-overs.C. gemiddelde buitenluchttemperatuur (van klimaatfile). : vochtigheid inblaaslucht w-levering ontvocht. na beh. vochtgehalte na behandeling. voor beh. De uitvoerkolommen in het dagoverzicht van de centrale luchtbehandelingsinstallatie • • • • • uur : buitentemp.C): inbl.C) : T-overs. : De extra uitvoerkolommen in het maandoverzicht • • • • • dag : binnentemp.0 : dagnummer van de maand maximale binnenluchttemperatuur in vertrek op die dag minimale binnenluchttemperatuur in vertrek op die dag aantal overschrijdingen boven de 25 gr. (gr. koelvermogen dat nodig is om een inblaastemperatuur te realiseren. gem. door fans (Wh) : vocht. vochtgehalte voor behandeling (van klimaatfile). gemiddelde inblaastemperatuur. verschil in warmte-inhoud tussen de lucht die de installatie van buiten in gaat en de lucht die de installatie uit gaat naar buiten.C) : binnentemp. (g/kg) : vocht. (gr. gem.C. gemiddelde retourluchttemperatuur van installatie. • • warmtelevering door heater (Wh) : koudelevering van buiten (Wh) : • • • • • • • koudelevering door koeler (Wh) : diss.) : warmtelevering van buiten (Wh) : uurvak. verschil in warmte-inhoud tussen de lucht die de installatie van buiten in gaat en de lucht die de installatie uit gaat naar buiten.C. (g/kg) : vochtigheid inblaaslucht w-levering bevocht. lucht max. : vochtigheid inblaaslucht k-levering ontvocht.• zw (0=op) : aantal zonweringen dat neer is in het vertrek. in vertrek op die dag aantal overschrijdingen boven de 28 gr. (gr. (gr. 28. lucht min. temp.C) : retourtemp. energie afgegeven door ventilatoren. 25. gem. in vertrek op die dag 176 .

20 worden meldingen gegeven indien buiten de grenzen van onderstaande parameters wordt gegaan : • • • • • • • • • • • • maximaal aantal vertrekken maximaal aantal hoekpunten maximaal aantal vlakken maximaal aantal hoekpunten van vlak maximaal aantal constructies maximaal aantal lagen in constructie maximaal aantal knooppunten in constructie maximaal aantal matrices maximaal aantal verschillende orientaties vlakken maximaal aantal belemmeringen mbt beschaduwing maximaal aantal omliggende gebouwen mbt beschaduwing maximaal aantal werkplekken mbt comfort 30 15300 100 100 20 10 21 1500 30 1000 10 200 177 . moet deze optie aangezet worden. Scherm Meldingen Inleiding In het Meldingenscherm bekijkt men de foutmeldingen en waarschuwingen van de laatste berekening. verschijnt in de daguitvoer (opgeven via Extra Daguitvoer) ook een dagoverzicht van de ventilatiestromen in de ruimte. Dit scherm verschijnt na de berekening of na het selecteren van de optie Foutmeldingen in het menu Help.De extra uitvoerkolommen in het jaaroverzicht • mnd : maandnummer Ventilatiestromen Als deze optie aangezet wordt. Arraygrootte In het programma VA114 wordt met een vaste arraygrootte gewerkt. Met het visualisatieprogramma wordt van elke dag tijdens de rekenperiode een grafisch overzicht gemaakt. Visualisatiegegevens Als men gebruik wil maken van het via de CD meegeleverde visualisatieprogramma. Vanaf versie 2. Weergave isometrisch Als deze optie aan staat wordt het gebouw in de uitvoer isometrisch getoond. Hierdoor kan het voorkomen dat tijdens het berekenen arraygrenzen worden overschreden.

C. Knop PgDn Blader naar de vorige pagina. Printen De gehele of gedeeltelijke uitvoer kan door middel van deze knop naar de printer worden gestuurd. Wijzigingen nieuwe versies VA114 Inleiding Sinds 5 november 2002 wordt het programma VA114 ook in de Uniforme Omgeving geleverd. T. Bij elke wijziging wordt de BESTEST opnieuw uitgevoerd. De verschillen voor de doorgerekende projecten bedroegen niet meer dan 5 overschrijdingsuren of maximaal 0. 178 . Dit type wordt zowel voor het scherm als voor de printer gebruikt.o. Knop Pgup Blader naar de vorige pagina. voor een klein aantal uren. Zowel de DOS. Kies hiervoor een True Type lettertype. wordt voor het scherm een standaard lettertype gebruikt. koelplafonds. kan direct worden opgegeven waar naartoe gesprongen moet worden. Pijltjestoetsen Met de pijltjestoetsen kan men in een pagina omhoog en omlaag gaan en naar links en rechts. Er zijn een aantal nationale en internationale testen voor dit soort rekenprogrammatuur. de DOS-versie is de stralingsuitwisseling verbeterd zodat deze ook met niet-rechthoekige vertrekken overweg kan. Bij de overgang van DOS naar UO zijn ook een aantal vergelijkende berekeningen gedaan. etc). De basis rekenkern van beide versies zijn dan ook nagenoeg hetzelfde. Pagina Deze knop geeft het huidige pagina nummer weer. De rekenkern van VA114 is in principe hetzelfde gebleven.2 gr.Font Keuze van het lettertype voor de uitvoer naar scherm en printer.als de UO-versie voldoen aan beide testen.v. Internationaal is dit de Building Energy Simulation Test (BESTTEST). nationaal is dit de Energy Diagnose Referentie (EDR). Sinds 2002 zijn er wel een aantal uitbreidingen gedaan die alleen in de Uniforme Omgeving zijn opgenomen (betonkernactivering. Indien in het scherm Instellen uitvoer het item Snel scherm font is aangekruist. Indien er op geklikt wordt.

betonkernactivering.19 hebben voor een groot deel betrekking op de vertaling van de invoer uit de UO-schil naar de invoer van de rekenkern.of vertrekdefinitie te staan Invoer : • Invoeren van de raamgegevens ging niet altijd goed. De invoer voor de rekenschil wordt weergegeven in de invoer van de uitvoer. koel / klimaatplafonds Koelbatterijen. Indien er verschillen ontstonden waren deze altijd terug te voeren op verschillen in de invoer. beschaduwing door eigen geveldelen Voorbereiding voor Opwekkers (met een rendementcurve) Stooklijn optimalisatie (VA124) Uitbreiding afgifteprincipes. 179 . De wijzigingen/verbeteringen van de versie 2. Bronnen in constructie voor bv.10) 08-04-2003 Algemene veranderingen : • • • • Nieuw vabi logo bij opstarten van het programma en onder item 'info' (help) De geometrie van ruimten zijn losgekoppeld van de vertrekgegevens.10 Wijzigingen in VA114 (UO) (2. Regeling op vocht (met name ontvochtiging) Adiabatische koeling Warmteterugwinning Doorrekenen van een vertrek inclusief alle omliggende vertrekken Voor lokale afgifte-apparaten dient nu aanvoer. retour en vermogen bij omgevingscondities opgegeven te worden. het programma bepaald hierbij het uitwisselend oppervlak en effectiviteit Mogelijkheid voor grafische weergave daguitvoer • Versie 2. Indien deze bij een DOS-versie gelijk is aan die van de UO-versie moet dit ook leiden tot negenoeg dezelfde uitkomsten.Deze testen zijn ook door gebruikers uitgevoerd.00 t/m 2. (De meeste van deze verschillen zijn terug te voeren op verschillen met betrekking tot de interne warmte produktie). Versie 2. verwarmingsbatterijen met beperkte capaciteit. Hiermee kan men de geometrie van het gebouw bepalen of weghalen In de isometrie op niveau 'zone' en 'vertrek' komt achter de knop 'ontkoppelen' de omschrijving van de actieve zone. Belangrijkste uitbreidingen van de rekenfunctionaliteit zijn : • • • • • • • • • • • Gedetailleerde stralings uitwisseling voor willekeurige vormen Gedetailleerde zonverdeling.00) 05-11-2002 VA114 is nu opgenomen in de Uniforme Omgeving.00 Wijzigingen in VA114 (UO) (2. Deze geometrie is onder een apart niveau in het isometrisch scherm te plaatsen In de isometrie niveau 'gebouw' is knop geometrie toegevoegd.

30 MB produceren) Aanpassing uitvoer : diverse verduidelijkingen.g. afhankelijk van het nivo waarmee de warmteproductie door personen is opgegeven. altijd zonewering op.11) 07-07-2003 Berekening : • • • • • • • • • • Bron in constructie : zoeken van laag waar de bron in de constructie zit is verbeterd Bron in constructie : beperking maximale vermogen is verbeterd Verdeling van lvk's bij meerdere vertrekken ging niet altijd goed.12 Wijzigingen in VA114 (UO) (2.11 Wijzigingen in VA114 (UO) (2. overeenkomstig de dos-versie. • • • • • Versie 2.12) 11-07-2003 • Schakelende zonwering betekende altijd zonwering neer. 180 . lucht verwamingsbatterij kon niet onder de nul worden ingevoerd Berekening : • • • Inbouwen van diverse meldingen bij foutieve invoer Diverse aanpassingen voor de LVK's Aanpassingen voor de uitvoer Versie 2. Het percentage doorstraling van opvalende zon staat hierbij voorlopig vast op 90%. Verhouding voelbaar latent wordt door rekenprogramma zelf bepaald aan de hand van de binnentemperatuur. metabolisme en clo waarde. Bepaling plenumafzuiging is verbeterd. In deze versie is dit. Aanpassen beschaduwing door omliggende gebouwen zodat andere gebouwen ook tegen de gevel van het eigen gebouw gezet kunnen worden Te openen ramen in combinatie met ventilatiestromen door gevelopeningen kan weer worden opgegeven Schakeling zonwering is verbeterd. dit is opgelost Snelheidsverbetering door tijdelijk wegschrijven van deelresultaten (dit kan tijdelijke files van +/.v. vertreknaam doorgeven naar berekening Luchtstromen t. mechanische onbalans zijn verbeterd Meldingen vanuit berekening verbeterd Aanpassing van het rekenmodel : zonverdeling via raytracing methode Aanpassing van het rekenmodel : beschaduwing door geveldelen via raytracing methode Aanpassing van het rekenmodel : zon door binnenraam wordt ook meegenomen.• • Invoerveld te openen ramen was niet zichtbaar Temp. Er vindt geen absorbtie plaats in het binnenraam.

Let wel op dat met sommige vormen van vertrekken 8-vormige contouren kunnen ontstaan.13) 24-10-2003 • • • • • Extra controle op de doorberekening van glassystemen. Bepaling inwendige maten. Het programma keek niet naar de invoer. Indien nodig wordt het netwerk opnieuw uitgerekend. Het programma controleert hier niet op. Hierdoor kunnen ook andere vormen van vertrekken worden meegenomen.14t) 15-12-2003 • • • Vakantie en feestdagen stond de installatie altijd uit.14 Wijzigingen in VA114 (UO) (2. Dit is nu aangepast. De hoogte van de comfortkubus wordt nu op 0. • • Vereenvoudiging UO: • • • Invoer voor een groot deel ook in het engels Inlezen projecten met 3 opties: leeg. 181 .15) 05-03-2004 • Als er geen lokale unit was werd er toch een doorgerekend met een vermogen van 0 Watt. Nu wordt er geen unit meegenomen. Projectnaam in uitvoer aangepast. Indien geen temperaturen werden opgegeven werd s nachts soms tot 99 graden verwarmd. Melding dat deelvlakken net niet in een hoofdwand ligt is grotendeels opgelost.14t Wijzigingen in VA114 (UO) (2. voorbeeld of ander project Toewijzen en ontkoppelen van definities kan nu via een definitieschermpje Versie 2.Versie 2.14) 26-01-2004 • • Beschaduwing gebouwen en eigen gebouwdelen verbeterd Invoer polygone vormen van glas in dak via percentage Versie 2. verbeterd. De locatie van de comfortkubus is aangepast zodat deze in de vertrekken met andere vormen ook bijna altijd in het vertrek ligt.15 Wijzigingen in VA114 (UO) (2. Wanneer deelvlakken echt erbuiten vallen volgt nog steeds een melding. indien nodig. Bij percentage glas in horizontale vlakken wordt nu de contouren van de hoofdwand meegenomen. Versie 2.8 m boven de vloer gesitueerd. Zou dit niet het geval zijn dan rekent het programma niet. Ventilatiestromen via luchtuitwisseling tussen vertrekken werd in sommige gevallen niet juist bepaald.13 Wijzigingen in VA114 (UO) (2.

De laatst gebruikte projectfolder wordt tijdens het gebruik van het programma onthouden. bleek in 2. Berekening van meerdere (3) netten met afzonderlijk stooklijnen mogelijk. Lengte filenamen is verhoogd van 55 characters naar 250 characters. Bij het toevoegen of verwijderen van bouwlagen worden de eigen keuzes en vrije deelwanden nu wel mee verplaatst. • • Versie 2.• Door afwijkingen in de hoekpunten van enkele milimeters kon het voorkomen dat de berekening niet goed ging. Voorheen werd altijd de ingestelde projectfolder als basis gebruikt. • • • • • • • Versie 2.17 niet goed te gaan. ipv alleen de cursortoetsen. Programma specifiek : • Als men bij een nieuw project eerst de gebouw gegevens invoerde en vervolgens de isometrie opstartte. Het isometrische invoerscherm is ook te verschuiven met een ingedrukte muisknop.16 Wijzigingen in VA114 (UO) (2. Aanpassing in de detectie van een verandering in een project. Beschaduwing door eigen gebouwdelen andere vertrekken verbeterd.18) 28-05-2005 • • • Beschaduwing verzonken ligging aangepast.16) 05-06-2004 • Verminderen van meldingen over verkeerd geplaatste ramen Versie 2. Dit kwam doordat de helling van de vloer geen 180 graden meer was. waardoor er minder snel de vraag wordt gesteld om het project weg te schrijven bij afsluiten en inlezen. Voorbereid op koppeling met va111 voor uniforme omgeving.17b Wijzigingen in VA114 (UO) (2. 182 . Interne zonverdeling is verbeterd. Beschaduwing omliggende gebouwen verbeterd.16 en 2. Dakkapellen toegevoegd.17b) 22-12-2004 Algemene veranderingen : • • • • Bugfix : Het gelijktijdig gebruiken van meerdere UO programma's op een computer is niet meer mogelijk. Het programma kon dan geen vloer meer vinden en berekende de warmteuitstrling per m2 vloer verkeerd. Extra melding in berekening ingebouwd wanneer er geen VLOER is in vertrek. Dit is nu opgelost. maakte het programma een nieuw gebouw aan waardoor de geplaatste geometrieën niet in het eerste gebouw terecht kwam.18 Wijzigingen in VA114 (UO) (2. Driehoekige vormen van vertrekken ook mogelijk. Melding onbalans in centrale luchttoevoer verminderd.

In de overige gevallen wordt er teruggevallen op een gewone ringberekening. tm versie 2. Er kan gerekend worden met een zelf op te geven rendement bij WTW. Er kunnen nu maximaal 30 vertrekken in 1 keer doorgerekend worden (met dezelfde installatie). ipv alleen het voelbare deel) Als er in versie 2. Limiet staat nu op 100 vlakken per vertrek.18 hoger zijn. Karakterisering BKA verbeterd.19 versie aangepast.19 Wijzigingen in VA114 (UO) (2.• In de dagoverzichten staat nu de hoeveelheid zon die binnen blijft.19) 07-07-2005 • • Beschaduwing omliggende vetrekken eigen gebouw kon bij meerdere bouwlagen verschoven zijn. gaat nu ook goed bij lage vermogens (koelplafonds) Vermogens voor verwarmen en koelen bij bron in constructie zijn niet meer aan elkaar gekoppeld (er wordt wel een melding gegegeven indien de berekende debieten voor koelen en verwarmen niet hetzelfde zijn. Ventilatie lucht uitwisseling via niveau lucht is verbeterd. Interne warmteproductie opgegeven via personen is verbeterd (de Cconv werd te laag genomen (percentage op basis van totaal(voelbaar+latent).18 plenum afzuiging wordt opgegeven zonder plenum.16 stond hier de zon die binnenkomt (het verschil is de hoeveelheid zon die weer door een raam verdwijnt). Warmtebalans probleem bij binnen zonwering met ventilatiekoppeling van de spouw naar het vertrek opgelost. 183 . Hierdoor kan er een klein verschil in oppervlakten ontstaan. In versie 2. Indien het hele gebouw uit minder dan 30 vertrekken bestaat wordt dit in een keer doorgerekend (via ringberekening). Bij een ringberekening werd in sommige gevallen de beschaduwing door geveldelen van de door te rekenen vertrekken (anders dan het geselecteerde project) buiten beschouwing gelaten. volgt hier een melding van en wordt de warmteproductie aangepast op het nivo zonder plenum afzuiging. hierdoor kan de interne warmteproductie in 2. De berekening van oppervlakten van vloeren is verbeterd voor ruimten met grillige vormen. • • • • • • • • • • • • Versie 2. Melding punt in vlak kan niet meer voorkomen. Klimaatramen kunnen weer ingevoerd en doorgerekend worden.16 gebeurde dit niet. Dit is in de 2.

Als men geen rasterlijnen wil. Scherm Instellen paden Inleiding In dit scherm staan de paden die de Vabi Uniforme Omgeving programma's gebruiken. Gebruikers kunnen nu het ‘hinderlijke’ fel gele isometrisch scherm vervangen door een kleur. Scherm Instellen kleuren Inleiding Hier kunnen de kleuren van de rasterlijnen. inactief stelsel. Achtergrond De kleur van de achtergrond in het isometrisch scherm kunnen hier aangepast worden Kleuren in programma's De kleuren in de stromingsprogramma’s (leiding/kanaal. deuren. dakkapellen) kunnen hier worden aangepast.Configuratie Scherm Configuratie Inleiding Het scherm Configuratie selecteert men door in het scherm op Configuratie te klikken. ramen. Algemene bestanden Het programma maakt gebruik van data-bestanden. die door de gebruiker zijn aan te passen. gekoppelde apparaten) en in het wanden selectie scherm (wanden. achtergrond en diverse onderdelen van de programma’s worden ingesteld. kiest men voor de achtergrond en de rasterlijnen dezelfde kleur. Rasterlijnen De kleur van de rasterlijnen in het isometrisch scherm kunnen hier aangepast worden. Er is dan keuze uit Instellen uitvoer. Huidige Het huidige pad. ventilatieopeningen. retourstelsel. teksten/symbolen. 184 . waarin is opgestart (niet te wijzigen). Hier is het pad van de bestanden aangegeven (niet te wijzigen). die men zelf kan instellen. warmwaterleiding. Kleuren en Bestanden.

Hier is het pad van deze tijdelijke bestanden aangegeven (niet te wijzigen). waar de uitvoer moet worden opgeslagen. die werkbestanden bevat Hier is het pad van deze werkbestanden aangegeven (niet te wijzigen). Scherm Instellen uitvoer Inleiding Hiermee kunnen enkele instellingen worden veranderd die betrekking hebben op de uitvoer van het programma. Uitvoer font Hier kan het font (lettertype. Dit is bijvoorbeeld handig voor sommige lettertypes die standaard nogal smal of breed zijn. Deze directory wordt standaard weergegeven bij het inlezen en wegschrijven van projecten.Projectbestanden Hier kan het pad van de projectbestanden worden opgegeven. Werkbestanden Het programma slaat gegevens op in de UO-database. Melding pauze Tijdens de berekening van het programma kunnen er schermpjes met waarschuwingen opkomen die automatisch weer verdwijnen. Fontgrootte Hier kan de grootte van het gekozen lettertype vergroot of verkleind worden door het percentage te veranderen. Dit kan de duur van de berekening bij veel 185 . Bestanduitvoer naar Hier kan een bestand worden opgegeven. tekstgrootte) ingesteld worden. Vabi Hier is het pad aangegeven. waar de Vabi-UO-programma's geïnstalleerd zijn (niet te wijzigen). Tijdelijke bestanden Het programma maakt gebruik van tijdelijke bestanden.

Gawand. Hierbij is het belangrijk om te weten waar de massa (bv beton) zich bevindt. BG vloer). In het programma VA114 is de accumulatie van grote invloed op het resultaat. Klik via de menubalk op de optie Invoeren en daarna op Gebouwen. Klik in het menu Projecten op de optie Nieuw project (en vervolgens de optie standaard project) of op de optie Inlezen project. Dak. Klik via de menubalk op de optie Invoeren en daarna op Wandconstructies. Snel scherm font Afhankelijk van het font dat voor de uitvoer is geselecteerd. kan het voorkomen dat het scrollen van de uitvoer (op het scherm) traag verloopt. Bij Melding pauze kan het aantal seconden van deze pauze worden opgegeven. omdat hier de constructies laag voor laag moeten worden ingevuld. Syst. Tuvloer. Buwand. Er wordt dan een standaard font gebruikt.PRJ en een met de extensie . Sluit het scherm.en bovenmarge in [mm] voor de uitvoer naar printer. Door deze optie aan te zetten kan dit enigszins worden versneld. Voer alle wandconstructies een voor een in (bv. Gebruik programma Algemene werkwijze Inleiding Hieronder wordt de algemene werkwijze beschreven voor het maken van een TO-berekening. Vul de invoergegevens in en sluit het scherm. Een project bestaat uit 2 bestanden. De uitvoer van het programma zal standaard naar de printer worden gestuurd die hier geselecteerd is.DIC Het scherm Projectomschrijving verschijnt. een met de extensie . Nadat een programma is gekozen verschijnt een scherm met daarop de bedrijfsnaam en bovenin het scherm een menubalk.Vul de gegevens in. • • • Na het opstarten verschijnt een scherm met daarin alle Vabi-programma’s. Door 0 seconden in te voeren worden de schermpjes helemaal niet getoond. Klik via de menubalk op de optie Invoeren en vervolgens op Algemeen. die dus zal afwijken van het font op de printer. • • • • 186 . (Alle meldingen worden na de berekening alsnog in een lijst getoond!) Pagina marges Opgave van de linker. Voer de algemene gegevens in en sluit het scherm.wand. Uitvoer naar Hier staat een lijst met printers die onder Windows beschikbaar zijn. In nivo 1 wordt alleen de Rc-waarde en de massa van de constructie gevraagd.waarschuwingen aanzienlijk verlengen. Binnen de Uniforme Omgeving worden alle gegevens van een project weggeschreven in een projectbestand. Het is dus beter om de wandconstructies in niveau 2 in te voeren.

en plafondconstructies worden dan automatisch toegewezen. Ga naar niveauknop Vertrek en koppel de verschillende vertrekdefinities aan de ruimten via de shift-knop en LMK. Als voor kantoorruimten bv geldt dat voor de personen. Voeg de hoofdwanden toe met de daarbij behorende wandconstructies. Wandcriteria worden opgesteld. Als er een glas in combinatie met zonwering moet worden opgegeven. Tussenvloer. vloeren en plafonds hoofdwanden genoemd.zw. ventilatieopening of dakkapel. Voor uitleg zie Legenda. Voorbeelden staan bij raamconstructies. Automatisch toegewezen wanden kunnen worden overschreven door gebruik te maken van de zgn. Raam met bu. LTA en CF gevraagd. Deze deelwanden kunnen later als Vrije deelwanden in de diverse hoofdwanden worden geplaatst.zw. Raam zonder zonwering : 2 x 1. Eigen keuze. moet bij zonwering voor een type worden gekozen.• Klik via de menubalk op de optie Invoeren en daarna op Raamconstructies. Voeg de deelwanden (meestal alleen ramen en/of deuren) toe met de daarbij behorende raamconstructies en/of deurconstructies. deur. (bv. ZTA. Klik via de menubalk op de optie Invoeren en daarna op Deelwanden. optie Vertrekken kunnen de vertrekdefinities aangemaakt worden. BG Vloer). D. zoals schakeling zonwering. ABS. Alle ruimten hebben bepaalde afmetingen. Deze vertrekdefinities kunnen later gekoppeld worden aan de ruimten. vergaderzaal en een gang. Naast de wanden kunnen via Plafond en Vloer ook aanpassingen worden gedaan.1) Voor de berekening van de vertrekken zijn de eigenschappen van de wanden van belang. Klik via de menubalk op de optie Invoeren en daarna op Hoofdwanden.0 x 2. Dak. Hierna kan het scherm Vertrekgegevens gesloten worden. In niveau 1 worden alleen de U. vloer.5. Raam met bu. aan : Buitenwand. Via menubalk Invoeren. niveau Ruimte worden getekend. In het scherm Gebouwinvoer verschijnen diverse vierkantjes met symbolen. Eventuele uitzonderingen hierop kunnen in het scherm Gebouwinvoer via IWP-groepen worden ingevoerd. Het koppelen van wanden. Via het verwijzingsveld glasnetwerk wordt het glasnetwerk bepaald. Deur 1. 8. Wanden die uitzonderingen vormen op de automatisch geplaatste wanden (via wandcriteria). De algemeen geldende vermogens voor personen. vloeren en plafonds aan een ruimte kan door middel van Automatische keuze. Via het tweede verwijzingsveld achter glasnetwerk wordt het netwerk voor glas inclusief de zonwering bepaald. Deze ruimten moeten via het scherm Gebouwinvoer. Voor de opgave van een glasnetwerk moet men naar niveau 2.5. : 2 x 1. Gangwand. In dit niveau doet het programma VA114 nog niets met de ABS en de D. apparatuur en verlichting kunnen per vertrektype of per vertrekdefinitie worden ingevoerd via IWP-criteria. : 3 x 1. • • • • • • • • 187 . Tussenwand. Bij een eenvoudig kantoorgebouw is er bv een kantoor. De meest voorkomende wand-. zoals een wand. 15 en 12 W/m2 moet worden aangehouden kunnen deze vermogens bij de IWP-criteria worden ingevoerd. Dan verschijnen een aantal nieuwe invoervelden. In het programma worden wanden. Ga naar niveauknop Wand en controleer de automatisch geplaatste wanden via de wanddefinities. Deze waarden moeten bij de glasleverancier bekend zijn. raam. Vergeet niet de ventilatiegeleiding in te vullen. Hier zijn de ABS en D wel van belang om het glasnetwerk te bepalen. apparatuur en verlichting resp. Naast de hoofdwanden zijn er ook Deelwanden.5. Daartoe moeten de zgn. (maak via automatische keuze bv. ABS zonwering en D zonwering. kunnen aangepast worden door deze in het definitiescherm te selecteren en via de shift-knop en LMK aan de betreffende wanden te koppelen.

• • • • • • Natuurlijk zijn er meer mogelijkheden.nl . Als al deze gegevens zijn ingevoerd. verschijnt er een rondje in de ruimte. De ramen en deuren kunnen op de juiste positie geplaatst worden via het scherm met het wandaanzicht (boven het definitiescherm). Via de niveauknop Lucht kunnen eventuele luchtstromen tussen ruimten onderling of tussen een ruimte en ‘buiten’ worden opgegeven. Als hierop dubbel wordt geklikt verschijnt het scherm Gegevens LVK-apparaten. Voorbeeld gebouwsimulatieberekening invoeren Beschrijving voorbeeld gebouw De plattegrond van een bankgebouw is hieronder weergegeven. Vanuit de wandcriteria kan dan direct de wandconstructie worden ingevoerd. Via de niveauknop Zone kunnen de Installatiegegevens worden ingevoerd. Als er meer ruimten tot dezelfde zone behoren (hebben dus dezelfde installatie) kan deze zone in het definitiescherm geselecteerd worden en via de shift-knop en LMK aan de diverse ruimten gekoppeld worden. kan via de menubalk Uitvoeren en Starten Uitvoer de berekening worden gestart. via Producten. bg03 en bg05 zijn kantoorruimten. waarin het aantal en de setpoints nog moeten worden ingevuld.vabi. Een invoervoorbeeld staat ook op onze site www. kunnen productgegevens worden aangemaakt.• Ook de ramen en deuren kunne op deze manier in de diverse wanden geplaatst worden. Hierna verschijnt een rondje in de ruimte.bg02. Zo kunnen na het opgeven van de Gebouwgegevens eerst de Wandcriteria worden ingevoerd. zie Legenda. Handleidingen. De roosters kunnen na geselecteerd te zijn in het definitiescherm via de shift-knop en de LMK in de ruimten worden geplaatst.en/of retourroosters worden aangemaakt. Als er bij de Installatiegegevens bij decentrale koeling of verwarming een apparaat is opgegeven kunnen er in diverse ruimten LVK-apparaten worden geplaatst. 188 . Als er bij de Installatiegegevens mechanische luchttoevoer of -afvoer is opgegeven kunnen er in diverse ruimten roosters worden geplaatst. Gebouwinvoer en wandtoewijzing van Transmissieberekeningen. Nadat de productgegevens van het apparaat is geplaatst. Via de niveauknop LVK-app. ruimte bg06 de toiletgroep. ruimte bg04 is een vergaderruimte. ruimte bg08 de technische ruimte en ruimte bg07 is de bankhal met daarin een aantal bankbalies. Via de niveauknop Rooster kunnen toevoer. De ruimten bg01. Zo kunnen ook alle deelwanden met de diverse raamconstructies in een keer worden ingevoerd. Via de niveauknop IWP-groep kunnen eventuele uitzonderingen op de IWP-criteria worden opgegeven en in de ruimten worden geplaatst.

De inwendige hoogte van de ruimten is 2. De begane grondvloeren hebben 2 een Rc-waarde van 3.1 m K/W. In alle ruimten.4 m. In de buitenwand van de bankhal is dit 70% glas (incl.25 m K/W. de vloerdikte 20 cm en de dikte van het dak is 20 cm. De wanden tussen de toiletgroep en de overige ruimten zijn van kalkzandsteen. De Rc-waarde van de deur is 0. Een algemeen scherm verschijnt met daarop de bedrijfsnaam en bovenin het scherm een menu balk.0 2 2 m K/W. De hoogte bovenkant vloer tot bovenkant dak is 3.0 m bij 2.7 m. De gemiddelde wanddikte van de ruimten is 10 cm.2 W/m2 K. • Klik in het menu Projecten op de optie Nieuw project. op de technische ruimte en het toilet na. Dit geldt ook voor de technische ruimte. In de buitenwanden van de toiletgroep en technische ruimte is geen raam aanwezig. Tussen de bankhal en alle overige ruimten is een deur aanwezig. de Rc2 waarde van deze wanden is 0. Er verschijnt een scherm Importeren definitie gegevens met de keuzemogelijkheden : • Geen voorbeeld. is gebalanceerde ventilatie aanwezig.5 m K/W. In de buitenwanden van de kantoorruimten is 40% glas aanwezig.Het gebouw bestaat alleen uit de begane grondverdieping en heeft een plat dak.7 m een verlaagd plafond (thermisch gesloten). De tussenwanden zijn systeemwanden en hebben een Rc -waarde van 1. Er is op 2. 2 Invoer aan de hand van het Gebouwsimulatieprogramma • Start het programma Gebouwsimulatie. De U-waarde van het glas is 3. Het dak (verlaagd plafond) heeft een Rc-waarde van 3.10 m. start met leeg een project 189 . glazen toegangsdeur).0 m K/W. de afmeting van de deur is 2 1. Alle buitenwanden hebben een Rc-waarde van 2.1 m K/W.

Vul bij invoerveld Technicus je eigen naam in. verschijnt het scherm Nieuw Project met de bovenstaande vragen niet. Het Bouwbesluit schrijft voor welke gegevens op elke pagina van de uitvoer van rekenprogramma's vermeld moeten worden. Sluit het scherm • • • Invoeren Algemene gegevens De invoergegevens van het scherm Algemene gegevens worden niet uitgebreid behandeld. Wanneer nog geen gegevens zijn weggeschreven verschijnt er de vraag: 'Er zijn gegevens veranderd die niet in het project zijn opgeslagen. Wilt u de wijzigingen alsnog opslaan ?' • Klik nu op de knop Ja. Vul achtereenvolgens in : • • • • • De telperiode (meestal kantoortijden) De temperaturen. Klik op de knop Selecteren. Invoeren Projectomschrijving In het scherm Projectomschrijving worden gegevens over het project opgegeven. Het scherm Projectomschrijving verschijnt. of in het geval nog geen gegevens zijn weggeschreven: geef de naam van de nieuwe file op. Het scherm Adresgegevens opdrachtgevers verschijnt. ga dan naar stap 2. waarbij de overschrijdingsuren moeten worden geteld (default 25 en 28 graden) De klimaatfile (default het KNMI-jaar 1964) De startdatum (default : 27 april 1964) en het aantal rekendagen (default 154) Selecteer bij Jaarindeling het jaar 1964 190 . Verzin een naam en adres van de opdrachtgever en voer dit in. Klik met de muis op het veld achter Opdrachtgever.• • Het standaard voorbeeldproject Een ander project als voorbeeld Indien het project is weggeschreven en er zijn nadien geen invoergegevens meer gewijzigd in het betreffende project. en de eerste regel komt eveneens steeds op iedere pagina van de uitvoer. Schrijf de veranderde gegevens weg. 'Invoeren van plattegrond Bankgebouw’ Sla het invoerveld Projectnummer over. Omdat in het verwijzingsinvoerveld achter opdrachtgever een 0 staat wordt een leeg scherm geopend. De adresgegevens worden nu aan het project gekoppeld (er staat nu 1 achter Opdrachtgever). Vul de projectgegevens in. • • • Klik in het menu Invoeren op de optie Projectomschrijving of indien scherm Projectomschrijving al aanwezig is. De projectomschrijving komt op het voorblad van de uitvoer.

waarbij u kunt controleren of de stooklijnen het gewenste stramien volgen. klikt men op kopiëren 191 . Invoeren Ruimten Vervolgens worden nu de ruimten ingevoerd en geplaatst in het scherm Gebouwinvoer. bg02 en bg03 zijn identiek. In de uitvoer verschijnt dan een daguitvoer van 26 augustus. Sluit het scherm. Dit maakt voor VA114 overigens niet uit. Elke ruimte krijgt een uniek ruimtenummer. Invoeren Kantoorruimten bg01. Dit nummer is door de gebruiker aan te passen. Geef in het invoerveld gebouwfunctie aan dat het om een Utiliteitsgebouw gaat. Geef de Gebruikswijze van het gebouw op (meestal kantoortijden). bg02 en bg03 kunnen gekopieerd worden. Via het vertrek (hoeveelheden opgeven) of via gevelopeningen ( VA114 berekent de infiltratie) Als er te openen ramen zijn moeten de criteria opgegeven worden Geef voor het schakelniveau bij handbediende zonwering 300 W/m2 op en bij automatische zonwering 250 W/m2. Sla Extra maanduitvoer over Vul eventueel beschaduwing in • • Invoeren Gebouwgegevens • • • • • • • • Bij een nieuw project opent het scherm Gebouwinvoer automatisch op het niveau Gebouw met het scherm Gebouwgegevens Geef de Adresgegevens van het bankgebouw op. Geef bij infiltratie op op welke wijze u deze wilt opgeven. Scherm Vaste Afmeting opent Geef afmetingen op en sluit af met Ok Via kan van deze rechthoek een ruimte worden gemaakt De eerste regel in het scherm rechts Ruimte-index wordt gevuld De afmetingen van kantoren bg01.• Klik op Extra daguitvoer en klik vervolgens de warme dag 26 augustus aan. bg02. Klik met rechter muisknop op ruimte bg01 In het scherm dat zich dan opent. bg03 Er wordt gestart met ruimte 1 • • • • • • • • Zet het scherm Gebouwinvoer op niveau Ruimte Klik op .

• • Klik op de icoon Teken lijn en trek een verbindingslijn tussen de hoekpunten die de buitenwand van de bankhal vormen kan van de nu ontstane veelhoek een ruimte worden gemaakt. klikt het juiste snappunt aan en sluit dit scherm Plaats de ruimte bg02 Alle afmetingen worden opgegeven in hart op hart maten.4 meter) Klik op de button Sluiten. in de bankhal is een schuine wand aanwezig. pas de hoogte aan (3. Vul achter Omschrijving kantoor bg01 in. Het scherm Ruimte eigenschappen opent. maakt men 192 . Om de Via gegevens van de ingevoerde ruimten te controleren en te complementeren. • • • Voer op de zelfde wijze de ruimten bg05 (kantoor). De contour van de ruimte is zichtbaar. maakt men een ruimte actief (LMK) en vervolgens klikt men met de RMK er opent zich een scherm waarin men op het onderste item Eigenschappen klikt. sluit af met Ok Plaats de ruimte Via kan van deze rechthoek een ruimte worden gemaakt Om de gegevens van de ingevoerde ruimten te controleren en te complementeren. de hoogte is bovenkant vloer bovenkant bovenliggende vloer/dak. Alvorens deze te plaatsen. Vul achter Omschrijving Vergaderruimte bg04 in. klikt men met de rechter muisknop en in het scherm dat zich dan opent gaat men naar Bepaal snappunt. pas de hoogte aan (3. Bij de vertrekgegevens worden de gemiddelde wanddikte. bg06 (toiletgroep) en bg08 (technische ruimten) in. Het scherm Ruimte eigenschappen opent. • • Doe dezelfde handeling voor bg03 Om de gegevens van de ingevoerde ruimten te controleren en te complementeren.• • Vervolgens klikt men op Bepaal snappunt. Invoeren Bankhal bg07 Alle voorgaande vertrekken waren rechthoekig. Kies het snappunt. maakt men een ruimte actief (LMK) en vervolgens klikt men met de RMK er opent zich een scherm waarin men op het onderste item Eigenschappen klikt. vloerdikte en plenumhoogte opgegeven om ook de inwendige oppervlakken te kunnen bepalen.4 meter) Doe dit ook voor bg02 en bg03 Klik op de button Sluiten • • • Invoeren Vergaderruimte bg04 • • • • • • Klik op Scherm Vaste Afmeting opent Geef afmetingen op en sluit af met Ok.

Door op de <F6> toets te drukken worden deze waarden als default opgeslagen. Er wordt een scherm geopend waarin men op het onderste item Eigenschappen klikt. Dit is voor VA114 niet van belang. dit geeft aan dat er nog geen vertrekdefinitie aan gekoppeld is Maak ruimte bg01 actief. Het scherm Ruimte eigenschappen opent.1 m.5 m (de gemiddelde vloerdikte is de vloerdikte van de bovenliggende vloer of dak. Na het toevoegen van een nieuw record verschijnen in het scherm deze default-waarden. bg05) Start met vertrekdefinitie 1 te koppelen aan de ruimten bg01. • • • Geef als omschrijving Bankhal op Vul achter Omschrijving Bankhal bg07 in en pas de hoogte aan (3. vloerdikte en plenumhoogte zijn respectievelijk 0. Klik met de muis in het veld achter luchtuitwisseling met buiten. De gemiddelde wanddikte.een ruimte actief (LMK) en vervolgens klikt men met de RMK. bg03 en bg05) Vergaderruimte (ruimten bg04) Toiletgroep (ruimte bg06) Technische ruimte (ruimte bg08) Bankhal (ruimte bg07) Vertrekdefinitie 1 (ruimten bg01. bg02. In dit voorbeeld worden de volgende vertrekdefinities gemaakt : • • • • • Kantoor (ruimten bg01. • • • Geef bij verwarming en koeling in beide gevallen Ja op De Binnencondities moeten alleen opgegeven worden als er een VAV-systeem wordt gebruikt.2 m en 0. 0. Dubbel klik in het scherm Vertrekdefinities. in dit geval het dak). bg02. bg02. Het scherm Vertrekgegevens verschijnt Geef als omschrijving Kantoor op Maak voor type vertrek de keuze verblijfsruimte. Het scherm Luchtuitwisselinggroep verschijnt. • • • • • 193 . bg03. Er kunnen geen default-waarden worden opgeslagen voor verwijzingsvelden en tekstvelden.4 meter) Klik op de button Sluiten Invoeren Vertrekdefinities Vervolgens worden nu de vertrekdefinities ingevoerd en gekoppeld aan de geometrieën. In elke geplaatste geometrie staat nu een rood rechthoekje met sterretje. De gemiddelde wanddikte. bg03 en bg05 • Verander het Niveau in Vertrek. vloerdikte en plenumhoogte zijn voor alle vertrekken gelijk.

Dit betreft de vergaderruimte. wordt deze vertrekdefinitie ook aan de andere ruimten gekoppeld. Een koppeling van een vertrekdefinitie aan een ruimte kan men ongedaan maken via de control-toets en de LMK. zal deze geometrie niet mee worden genomen in de berekening en zal in omliggende ruimten als buitenlucht worden gezien. Door nu te klikken op de ruimten bg02. • • • Maak ruimte bg04 actief Dubbel klik in het scherm Vertrekdefinities. Als bij de Gebouwgegevens voor opgave via vertrekdefinitie is gekozen bij infiltratie 0. bg03 en bg05. Vertrekdefinitie 3 (toiletgroep bg06) Vervolgens wordt vertrekdefinitie 3 ingevuld. Bij Omschrijving en bij type vertrek wordt Vergaderruimte ingevuld.v. De luchtuitwisselinggroep wordt nu aan het vertrek gekoppeld. De invulling in het scherm Vertrekgegevens is voor een groot deel hetzelfde als bij de voorgaande vertrekdefinitie. Er zijn de volgende verschillen ten opzichte van de vorige vertrekdefinities: • • Geef bij Omschrijving op: Toiletgroep Kies bij Type vertrek voor toilet Vertrekdefinitie 4 (technische ruimte bg08) Vertrekdefinitie 4 betreft de technische ruimte. Vertrekdefinitie 2 (ruimten bg04) Vervolgens wordt vertrekdefinitie 2 ingevuld. Omdat er verschillen zijn in bezettingsgraad en ventilatie t. Het scherm Vertrekgegevens verschijnt. Men keert terug in het scherm Vertrekgegevens.o. de kantoren moet hiervoor een aparte vertrekdefinitie gemaakt worden. In het nu lege invoerscherm kunnen de nieuwe gegevens worden ingevoerd.• • • • • Omschrijving wordt overgenomen uit het scherm Vertrekgegevens.2 m3/(m3/h) invullen en evt. Als men vergeet een vertrekdefinitie te koppelen aan een geometrie. een hoeveelheid voor te openen ramen Klik op de button Selecteren. Dit betreft de toiletgroep. Er zijn de volgende verschillen ten opzichte van de vorige vertrekdefinities : • • Geef bij Omschrijving op: Technische ruimte Maak voor type vertrek de keuze technische ruimte 194 . Klik op de button Toevoegen. Sluit het scherm met de Sluiten Houdt de shift-toets ingedrukt en koppel vervolgens met de LMK deze Vertrekdefinitie aan de ruimte bg01 die actief is.

de volgende hoofdwanden: • • • wand 2 naar buiten gemeenschappelijke tussenwand 3 wand 9 naar buiten De hoofdwand tussen twee ruimten wordt slechts één maal benoemd. Een rechthoekige ruimte bestaat uit 4 wanden. 195 . zoals in Plattegrond 1 hierboven. een vloer en een plafond: 6 hoofdwanden. In bovenstaande plattegrond behoort hoofdwand 3 aan beide ruimten toe. ruimte bg07) Tenslotte wordt de vertrekdefinitie 5 betreffende de bankhal ingevuld. In Zijaanzicht 1 is te zien hoe hoofdwanden 2 en 3 ontstaan. De hoogte van de ruimte speelt ook een rol. Elke hoofdwand grenst aan buiten of aan een andere ruimte. Twee naast elkaar geplaatste ruimten met verschillende hoogten leveren een gezamenlijke hoofdwand op. • • Geef bij Omschrijving op: Bankhal Bij functie ruimte wordt gekozen voor andere ruimte Hoofdwanden van een ruimte bepalen Voor de wandtoewijzing is 'hoofdwand' een belangrijk begrip. en een stukje hoofdwand dat daar boven uitsteekt en grenst aan buiten. Indien twee ruimten tegen elkaar geplaatst zijn.Vertrekdefinitie 5 (bankhal. onderscheidt het programma waar de twee ruimten aan elkaar grenzen.

maar het programma gaat hier mee om als of de hele liftkoker in één bouwlaag zit. zoals een liftkoker. nu echter doordat ruimten boven elkaar geplaatst worden en gedeeltelijk overlappen. Men moet dus de liftkoker vertikaal opdelen en per bouwlaag een ruimte plaatsen met de hoogte van een bouwlaag en met een fictieve tussenvloer. Wandcriteria Het programma biedt de mogelijkheid om een hoofdwand automatisch te koppelen aan verschillende ruimten. zoals de constructie.b. Ook is het mogelijk weer deelwanden in een deelwand te plaatsen: bijvoorbeeld een raam in een deur. worden vastgelegd in een hoofdwand. Net als bij wanden ontstaan ook bij vloeren en plafonds hoofdwanden. Hoofd. In zo’n hoofdwand kunnen ook deelwanden zoals ramen en deuren worden opgenomen. dan is dat inclusief de deelwanden die in de hoofdwand zijn opgenomen. vloeren en plafonds ook aangepast. Automatische wandtoewijzing m. Een tussenvloer wordt éénmaal benoemd. vloer of plafond wat de situatie is en zoekt vervolgens in de door de gebruiker opgestelde wandcriteria of deze situatie daar 196 . In bovenstaand voorbeeld Zijaanzicht 2.v.Het is niet mogelijk een ruimte te maken die meer bouwlagen omvat. Verder is het mogelijk ook alleen ‘vrije’ deelwanden te plaatsen. Het programma bepaalt vervolgens per wand.en deelwanden De wandeigenschappen. Dit doet men in een zogenaamd wandcriterium. Bij het tekeken van de ruimte is de hoogte wel op te geven. wordt in de onderliggende ruimte gezien als plafond en in de beschouwde ruimte als vloer. Deze worden hetzelfde behandeld als de andere wanden. Door het verplaatsen en aanpassen van ruimte worden de afmetingen van wanden. Dit is mogelijk doordat de gebruiker kan vastleggen in welke situatie een bepaalde hoofdwand moet worden toegewezen. Wordt een hoofdwand in het gebouw toegepast. Hoofdwand 2 ontstaat doordat de bovenste ruimte uitsteekt. ontstaat verticale hoofdwand 2 en schuine hoofdwand 3. Door schuine daken ontstaan ook hoofdwanden.

tussenwand. Reeds in een hoofdwand opgenomen deelwanden vervallen wanneer er in een wand. zonescheidende wand. gebouwscheidende vloer. tussenwand. Een hoofdwand kan één of meerdere deelwanden bevatten. Eigen keuze Het is mogelijk een hoofdwand direct aan een wand. De hoofdwand die direct door middel van de ‘eigen keuze’ aan een wand. Deelwanden die opgenomen zijn in hoofdwanden kan men ook gebruiken als ‘Vrije deelwanden’. plat dak. Aan een wandcriterium is een hoofdwand gekoppeld. vloer of plafond is gekoppeld. gebouwscheidende wand. gaat voor een automatisch toegewezen hoofdwand. vloer of plafond. vloer of plafond krijgt door automatische of eigen keuze een hoofdwand met eventueel bijbehorende deelwanden toegewezen. worden meegenomen. hellend dak. vloer en plafond Er wordt gebruik gemaakt van automatische wandtoewijzing. gangwand (wanneer men onderscheid wil maken met tussenwand). tussenvloer (bij meerdere verdiepingen). Het programma kan aan de hand van de tekening de volgende situaties herkennen : Buitenwand. Automatisch toewijzen van wanden. Deelwanden opgenomen in een hoofdwand. Voor een gebouw moeten minimaal wandcriteria worden opgesteld van : Buitenwand. Aan de hoofd. 197 .is opgegeven. Vrije deelwanden Elke wand. De ‘eigen keuze’ kan dan gebruikt worden om op bepaalde plaatsen in het gebouw af te wijken van de automatisch geplaatste wand. Het programma plaatst dan zelf met behulp van de wandcriteria de hoofdwanden. Voor de automatische wandtoewijzing stelt men wandcriteria op.en deelwanden zijn weer constructies gekoppeld. vloer of plafond vlak 'Vrije deelwanden' worden geplaatst. zonescheidende wand. begane grond vloer. begane grond vloer. Het is echter ook mogelijk om een deelwand direct te plaatsen in een wand. De op deze wijze geplaatste deelwand wordt 'Vrije deelwand' genoemd. vloer of plafond te koppelen met de zogenaamde 'Eigen keuze'. tussenvloer. gangwand. dak.

Het scherm Gebouwinvoer wordt gesloten door op de knop rechtsboven in het isometrisch scherm te klikken. 4 gekoppeld is aan Wandcriteria nr. 1 Deze wand 'Buitenwand' wordt door het programma automatisch als buitenwand geplaatst. Het scherm met gegevens wandcriteria nr. Klik met de muis in het invoerveld achter constructie. Verander de omschrijving Default buitenwand in Binnenmuur. 1 verschijnt. Het programma komt altijd met een reeds ingevuld wandcriterium voor een Default buitenwand. Het scherm Wandconstructiegegevens verschijnt. Het scherm Gegevens hoofdwand nr 1 verschijnt en is reeds ingevuld voor de Default buitenwand. Vul de wandconstructie in nivo 2 in (uitgebreid nivo) • • • • • • 198 . 4 en dat hoofdwand nr. De optie Wandcriteria uit het menu Invoeren kan alleen gekozen worden nadat het scherm Gebouwinvoer is gesloten. Wandcriterium tussenwanden Begonnen wordt met de automatische toewijzing van de tussenwanden • • Sluit het scherm Gebouwinvoer door op de knop rechtsboven te klikken Kies in het menu Invoeren de optie Wandcriteria. Verander bij omschrijving Default buitenwand in Binnenmuur Kies bij wandsoort voor Tussenwand Klik in het veld achter wandnr. verander de omschrijving in Systeemwand.In het bovenstaande figuur is te zien dat Wandconstructie nr. 1 gekoppeld is aan Hoofdwand nr.

Achter het veld constructie staat de omschrijving van de constructie. Achter het veld Constructie staat de omschrijving van de constructie. Hiervan wordt afgeweken. Het scherm Wandconstructiegegevens verschijnt. Vul de wandconstructie in nivo 2 in (uitgebreid nivo) Klik vervolgens op de knop Selecteren. A: ander gebouw/woning. Klik nu op de knop Selecteren. Klik op de knop Toevoegen Deelwand (onderste regel). de omschrijving veranderen we in: buitenmuur geïsoleerd. Verander dit in Isolatieglas • • • • • • • • • 199 . in hoofdwand . De hoofdwand is nu gedefinieerd. etc.Het programma herkent in het isometrisch scherm hoe het gebouw is samengesteld. Geef op als omschrijving Buitenwand 40% glas Kies bij wandsoort voor Buitenwand Klik in het veld achter wandnr. welke ruimten aan elkaar grenzen en welke ruimten aan buiten grenzen. Het scherm Raamconstructies verschijnt. De constructie wordt niet omgekeerd toegepast. aan de hand van de isometrische tekening wordt de keerzijde temperatuur van de wand bepaald (buitenlucht). Bij omschrijving is Raam 40% glas overgenomen. Laat bij omgeving T (tekening aanhouden) staan. wanneer gekozen wordt voor bijvoorbeeld: B: buitenlucht.. G: direct op grond. De constructiegegevens worden nu aan de hoofdwand gekoppeld. Omschrijving Buitenwand 40% glas wordt van het vorige scherm meegenomen. De constructiegegevens worden nu aan de hoofdwand gekoppeld. De constructie wordt niet omgekeerd toegepast. verschijnt.). Geef bij soort aan dat de deelwand een raam is. Men keert terug in het scherm Wandcriteria. Klik met de muis in het invoerveld achter constructie. Laat bij omgeving T: tekening aanhouden staan.• Klik vervolgens op de knop Selecteren. • • • Wandcriterium buitenwanden • • • • • • Klik in het scherm Gegevens wandcriteria op de knop Toevoegen om een nieuw criterium aan te maken. Het is echter beter om altijd bij een begane grondvloer aan te geven waar deze aan grenst (kelder. C: kruipruimte. Wanneer bij de begane grondvloer toch wordt gekozen voor T (tekening aanhouden). Laat bij omkeren Nee staan. kiest het programma voor ‘vloer direct op grond’. Het scherm Gegevens hoofdwand verschijnt (nieuw record). houdt het programma de keerzijde temperatuur volgens de tekening aan. Laat bij omkeren Nee staan. Door T (tekening aanhouden) te laten staan. Het scherm Gegevens deelwand . Vul bij omschrijving Raam 40% glas in Klik met de muis in het invoerveld achter constructie. kruipruimte etc... Nu moet in deze hoofdwand een deelwand worden opgenomen.

Vul in het scherm Wandconstructiegegevens bij omschrijving in: begane grond vloer geïsoleerd en via nivo 2 de constructie lag voor laag Kies bij omgeving voor C (kruipruimte). Wandcriterium dak Wijs op dezelfde manier de dakgegevens toe. De raamconstructie wordt nu gekoppeld aan de deelwand. Door op de knop Overzicht deelwand (onderste regel) te klikken. Wandcriterium begane grond vloer Wijs op dezelfde manier zoals hierboven de begane grond gegevens toe. De F5 kan gebruikt worden om records te wissen. Men keert terug in het scherm Wandcriteria. Op deze wijze kan dus ook een deelwand uit een hoofdwand gewist worden. Vul bij het invoerveld percentage 40 % in. Aandachtspunten hierbij zijn : • • • Voeg een nieuw wandcriterium toe. Aandachtspunten hierbij zijn : • • • • • Voeg een nieuw wandcriterium toe. • • • • Klik nu op de knop Selecteren. Kies bij wandsoort voor Begane grondvloer Geef in het scherm Hoofdwandgegevens bij omschrijving op: geïsoleerde vloer. Kies bij wandsoort voor Plat dak Geef in het scherm Hoofdwandgegevens bij omschrijving op: dak. verschijnt er een overzicht van de hoofdwand met daarin opgenomen deelwanden.• • Vul de eigenschappen van het glas in Klik nu op de knop Selecteren. Achter het veld Constructie verschijnt de opgegeven omschrijving van de raamconstructie. Geef bij afmeting aan dat de deelwand in percentage van de hoofdwand wordt opgegeven. • Vul in het scherm Wandconstructiegegevens bij omschrijving in : dak geïsoleerd en vul de constructie in • • Kies bij omgeving voor T (Tekening aanhouden) Sluit scherm Wandcriteria 200 .

Echter de buitenwanden van de toiletgroep en de technische ruimte hebben geen ramen! Hierdoor zijn we genoodzaakt via de eigen keuze de automatisch geplaatste wanden met ramen te ‘overrulen’ met blinde buitenmuren. Ook kan men het invoerscherm van een wand snel openen en bekijken door op de betreffende het overzichtsscherm dubbel te klikken. In het bovenste scherm wordt een aanzicht geven van de actieve wand en in het onderste scherm een overzicht van de geplaatste wanden Wanneer men in dit scherm klikt op een regel met een hoofdwand (of een deelwand). • • • • • • • 201 . Niet correcte wanden worden weergegeven met een rood vierkantje met een *. de buitenwand met 40% glas. Klik op de knop Toevoegen. Laat bij omgeving T (tekening aanhouden) staan. dan wordt een overzicht gegeven van de geplaatste vloeren (idem bij niveau Plafond). aan de hand van de tekening wordt de keerzijde temperatuur van de wand bepaald. Geef als omschrijving Blinde buitenmuur op Klik met de muis in het invoerveld achter constructie. Het invoerscherm Gegevens hoofdwand verschijnt. worden deze in de plattegrond gemarkeerd door een vierkantje met een a (automatisch toegewezen). Toewijzen wanden van de technische ruimte en de toiletgroep Het programma heeft automatisch overal buitenwanden met ramen geplaatst. de begane grondvloer en het dak op de juiste plaats in het gebouw terecht zijn gekomen.Controle automatisch toegewezen wanden Er kan nu gecontroleerd worden of de gegevens van de systeemwand.en deelwanden definities (onder). De constructie wordt niet omgekeerd toegepast. Achter het veld constructie staat de omschrijving van de constructie. De constructiegegevens worden nu aan de hoofdwand gekoppeld. Het scherm Gebouwinvoer met de plattegrond van het gebouw verschijnt Kies bij Niveau voor wand In de rechterhelft van het scherm zijn geopend de schermen: Wand aanzicht (boven) en Hoofd. Anderzijds wanneer men klikt op een wand in de plattegrond wordt de desbetreffende regel in het scherm Hoofd. Dit kan als volgt gecontroleerd worden : • • Kies uit het menu Invoeren de optie Gebouwinvoer. Zet men het scherm Gebouwinvoer op niveau vloer.en deelwanden definities actief en laat zien waar deze wanden nog meer zijn geplaatst. Laat bij omkeren Nee staan. • Kies in het scherm Gebouwinvoer voor niveau Wand en maak een buitenwand van de toiletgroep actief door dubbel klik met de LMK. Het scherm Wandconstructiegegevens verschijnt Klik in het scherm Wandconstructiegegevens op de knop Overzicht en kies uit het overzicht de constructie van de eerder opgegeven buitenwand Klik vervolgens op de knop Selecteren. De hoofdwand is nu gedefinieerd.

en deelwanden definities. Zorg dat de betreffende regel in het overzichtsscherm actief is. Vul bij het invoerveld percentage 70 % in.b. vrije deelwand De buitenwand van de bankhal bevat 70% glas en wijkt af van de andere buitenwanden met 40% glas. Achter het veld Constructie verschijnt de opgegeven omschrijving van de constructie. De buitenwand in de bankhal kan met de optie eigen keuze worden geplaatst.h. De wand staat nu in Hoofd. toiletgroep en technische ruimte zijn deuren aanwezig met dezelfde afmetingen en Rc-waarden. • • • • • • • Kies onder Invoeren op Deelwanden. Geef bij afmeting aan dat de deelwand in percentage van de hoofdwand wordt opgegeven. Maak hierbij steeds gebruik van de gedefinieerde hoofdwand ‘blinde buitenmuur’. 202 . Klik nu op de knop Sluiten. Andere methode is. Klik nu op de knop Selecteren.v. Het scherm Raamconstructies verschijnt. Klik in het scherm Raamconstructies op de knop Overzicht en kies de eerder opgegeven eigenschappen van het isolatieglas.en deelwanden definities. Vloeren of plafonds/daken van de desbetreffende ruimte. die automatisch geplaatst zijn. De vrije deelwand. maar dan moet een hoofdwand met een deelwand (70% glas) worden gedefinieerd. Klik op Toevoegen Soort blijft raam Geef als omschrijving raam 70% op Klik met de muis in het invoerveld achter constructie. Met de knop Overzicht krijgt men afhankelijk van het ingestelde niveau een overzicht van de Wanden. eigen keuze de gegevens van de steenachtige binnenmuren • Plaatsen raam bankhal m. ‘vrije deelwanden’ In wanden tussen de bankhal en de kantoren. De raamconstructie wordt nu gekoppeld aan de deelwand.• • Klik nu op de knop Sluiten. Wijs op dezelfde wijze m. • • • • Plaatsen van deuren m. een raam als een vrije deelwand te plaatsen in de automatisch geplaatste hoofdwand. het raam. dan vervalt de oorspronkelijk in die hoofdwand opgenomen deelwand (raam 40%). Het invoerscherm Gegevens deelwand verschijnt. Houdt de Shift-toets ingedrukt en klik met de LMK.v. staat nu in het scherm Hoofd. Ga naar de wand waaraan men deze blinde muur wil koppelen.b. Maak deze regel actief en plaats het raam in de buitenwand van de Bankhal. Wijs nu de andere buitenmuur van de toiletgroep toe en de buitenwanden van de technische ruimte.b.

De omschrijving is overgenomen uit het voorgaande scherm Vul bij Rc-waarde 0.1 m2K/W in Bij bekleding binnen als bij bekleding buiten hoeft voor deuren niets opgegeven te worden. Vul bij omschrijving binnendeur in Klik met de muis in het invoerveld achter constructie. Achter het veld Constructie verschijnt de opgegeven omschrijving van de constructie. Geef bij afmeting aan dat de deelwand met echte afmetingen wordt opgegeven Klik in het invoerveld achter nummer. de deur. Het scherm Gebouwzone verschijnt. Geef respectievelijk bij lengte en breedte/hoogte 1. Klik nu op de knop Selecteren. Het invoerscherm Gegevens deelwand verschijnt. in het scherm Gegevens deelwand komen de opgegeven afmetingen te staan De vrije deelwand. • • Klik in het overzichtsscherm op de regel van de zojuiste ingevoerde vrije deelwand ‘deur’.10 m op Klik op de knop Selecteren. staat nu in het scherm Hoofd. De afmeting wordt aan de deelwand gekoppeld. Invoeren Zone en installatie • • • • • Zet het scherm Gebouwinvoer op het niveau Zone Dubbelklik in het scherm Zone definities.0 m en 2. Het scherm Wandconstructiegegevens verschijnt. De constructie wordt nu gekoppeld aan de deelwand. Zie installatievoorbeelden 203 . Houdt de shift-toets ingedrukt en klik met de LMK op de wand waar men de deur wil plaatsen. Geef als Omschrijving Bankgebouw op De Gebouwfunctie en de Bezettingsgraadklasse zijn voor VA114 onbelangrijk Klik op het verwijzingsveld achter installatie. Maak deze regel actief en plaats de deur via shift/LMK. Plaatsen van de overige deuren Voor het opnieuw plaatsen (dus nog een deur toevoegen in de wand) moet eerst in het definitiescherm deelwand deur actief gemaakt worden en dan kan shift-toets en LMK de deur aan een wand worden toegevoegd. Geef bij soort aan dat de deelwand een deur is. Het scherm Afmetinggegevens verschijnt.en deelwanden definities.• • • • • • • • • • • • • • Kies onder Invoeren op Deelwanden.

Teken de plattegrond. Dit voorbeeldbestand moet een vaste naam VRBLD.b.Berekening starten Er zijn nu voldoende gegevens ingevuld om een Koellastberekening te kunnen maken.. de berekening wordt gestart. Schrijf dit voorbeeldproject weg. Vul in de verschillende schermen de steeds terugkerende gegevens in. Zijn er wel fouten gemaakt. verschijnt de gehele uitvoer (inclusief de uitvoer van de invoer). en weggeschreven worden in de desbetreffende programma-directory. verschijnen de resultaten op het scherm..v. Als er voor een beperkte uitvoer wordt gekozen geef dan in dit scherm aan.PRJ hebben. • • • • • Ga eerst na welke gegevens bij elk project nagenoeg identiek zijn. De lijst met fouten is met de optie foutmeldingen uit het menu help opnieuw op te roepen. Klik nu op de knop Starten uitvoer. • • Klik in de menubalk op het menu Uitvoeren.. dan verschijnen deze na het rekenen op het scherm en worden in een lijst getoond bij de resultaten. de wandeigenschappen en de wandcriteria. enkellijnig in deze tekeninglaag Aandachtpunten bij opzetten van een CAD-tekening zijn : • lijnen van de vertrekken moeten goed aansluiten 204 . • • • Start het CAD-pakket Definieer in het CAD-pakket een nieuwe tekeninglaag en maak deze tekeninglaag actief. Het voorbeeldproject voor VA114 wordt dan VRBLD114. Het scherm Uitvoer verschijnt. in plaats van de optie Nieuw project. Als alle vertrekken moeten worden doorgerekend geef dat dan bij Ringberekening aan.PRJ en wordt weggeschreven in de programma-directory VA114. Plattegrond van het gebouw inlezen vanuit een CAD-tekening Naast het invoeren van de geometriën m. Voorbeeldproject maken Een aantal invoergegevens zijn in vrijwel alle projecten identiek. Door nogmaals in het vakje te klikken wordt een optie uitgezet en het v teken verdwijnt. Als geen uitvoeropties worden aangevinkt. dat automatisch door het programma ingelezen wordt bij het starten van een nieuw project en bij het inlezen van een DXF-file. wat er in de uitvoer moet verschijnen. Start een nieuw project. Zoals bijvoorbeeld de temperaturen in de vertrekken. Het is ook mogelijk om een voorbeeldbestand te maken. Als er een optie gekozen verschijnt er een v teken in het vakje. • Indien er geen fouten zijn gemaakt bij de invoer. VABI-programma’s is het ook mogelijk om de plattegrond in een CAD-pakket op te zetten en deze met een VABI-programma in te lezen. Lees bij elk project eerst het voorbeeld project in.

selecteer de tekeningla(a)g(en) waarop de ruimten staan. 70. niveau Zone naar scherm Gebouwzone. kijk of de plattegrond uit het CAD-pakket is overgenomen.DXF • ga naar de directory.v. geef het nummer of naam van de bouwlaag op. De defaultgegevens bij de Warmteopwekkers (90. Het scherm Gebouwinvoer verschijnt. Hieronder worden 5 installatievoorbeelden aangegeven : Voorbeeld 1 : Mechanische ventilatie met buitenlucht (geen decentrale koeling/verwarming) • • Omschrijving invoeren Verwijzingsvelden achter mechanische luchttoevoer en luchtafvoer aanklikken. Het scherm Koppeling DXF->UO voor <programma naam> verschijnt. de ventilator kan hier worden ingevoerd. Via het verwijzingsveld achter installatie verschijnt het scherm Installatie.g. bijvoorbeeld 0. Als er lucht mechanisch wordt afgevoerd moet er bij luchtafvoer ook een hoeveelheid worden ingevoerd. Bij de mechanische luchttoevoer moet de totale hoeveelheid toegevoerde lucht voor de gehele zone worden opgegeven. klik op de knop Verwerken DXF-file. Als de DXF-file is ingelezen verschijnt het scherm Projectgegevens klik in het menu Invoeren op de optie Gebouwinvoer. Voorbeeld installaties Inleiding Ga via het scherm Gebouwinvoer. • • • • • • klik op de naam van de DXF-file klik op de knop Openen. Voor VA114 behoeft de gebouwfunctie en bezettingsgraadklasse niet ingevoerd te worden.als afgevoerd moet hier dezelfde hoeveelheid als bij mechanische toevoer worden opgegeven (mechanische balans). waarin de in te lezen DXF-file staat In deze directory moet de gebruiker schrijfrechten hebben. omdat er in een tussenbestand wordt geschreven. Als er net zoveel lucht wordt toe.• voor elke bouwlaag moet een nieuwe tekeninglaag worden gedefinieerd • de bouwlagen moeten precies boven elkaar worden getekend • sla de tekening op in DXF-format • start het VABI-programma Koellast • klik in het menu Projecten op de optie Inlezen Project • selecteer het bestandstype *. Als er met een constant volume wordt geventileerd kan dit scherm gesloten worden. Ook de eventuele opwarming t. In het geval van een VAV-systeem moet bij de debietregeling voor een andere optie (dan ‘geen regeling’) gekozen worden. 20) kunnen geactiveerd worden door op de knop Warmteopwekkers te klikken en vervolgens op de knop Sluiten te • 205 .

omdat volgens het Bouwbesluit altijd een verwarmingsapparaat (bv een radiator) aanwezig moet zijn. Vervolgens bij het verwijzingsveld onder ‘waarvan dagbedrijf’ bij de Dagindeling ook 8-18 uur invullen. Als er alleen overdag wordt geventileerd van 8-18 uur moet bij maandag eerst het verwijzingsveld onder ‘installatie stand by’ worden aangeklikt en bij de Dagindeling van 8-18 uur worden ingevuld. ‘aanschakelen als Tbinnen >’ : 23. Als dit wel het geval is kunnen bij de Gegevens voorwaardelijke nachtventilatie de volgende gebruikelijke waarden worden ingevuld : ‘koeling dmv buitenlucht’ : ‘Ja’. Als ’s-nachts voorwaardelijk wordt geventileerd moet bij nachtbedrijf een nul worden ingevuld en bij nachtkoeling/verwarming de gewenste hoeveelheid. Vervolgens moet de Weekindeling geselecteerd worden. e e e e • • • • 206 . Als er alleen overdag mechanisch geventileerd wordt moet alleen de luchthoeveelheid in de ruimte bij dagbedrijf worden ingevuld. • Omdat met buitenlucht wordt ingeblazen behoeven de koel. ‘uitschakelen als Tbinnen <’ : 19. waarna het scherm Weekindeling verschijnt. waarna het rooster geplaatst kan worden in een ruimte. Bij de nachtelijke stooklijn niets invullen. ‘koeling dmv luchtkoeler’ : ‘Ja’. Vervolgens bij het verwijzingsveld onder ‘waarvan dagbedrijf’ bij de Dagindeling 8-18 uur invullen. ‘Tbinnen – Tbuiten >’ : 3. Bij decentrale verwarming ‘radiator’ (1 net) selecteren en ‘nee’ bij 2 net laten staan. Als in het weekend van 0-24 voorwaardelijk wordt geventileerd. In de geselecteerde ruimte verschijnt een rondje (met een ‘v’). Hierna scherm Gebouwzone selecteren. ‘uitschakelen als Tbuiten <’ 12. Bij de bedrijfswijze (deze kan meestal worden overgenomen uit een voorbeeld project) moet het verwijzingsveld aangeklikt worden. Vervolgens op het scherm Roostergegevens sluiten.C. In het scherm Rooster definities moet een regel (=roosterdefinitie) geselecteerd worden door er dubbel op te klikken met de LMK.en de verwarmingsbatterij niet aangevinkt te worden. Vervolgens dit scherm selecteren. verschijnt het scherm Roostergegevens. Op de vraag ‘Default gegevens gebruiken’ moet ‘Ja’ geantwoord worden. • • Bij de stooklijn voor het 1e net (water verwarming. moet bij zaterdag en zondag onder ‘installatie stand by’ bij de Dagindeling 0-24 uur worden opgegeven. Via het scherm Gebouwinvoer. niveau rooster en door met de LMK dubbel te klikken op een rooster in het scherm Rooster definities. worden ingevuld en bij Twater 90 gr. Bij dinsdag t/m vrijdag kan hetzelfde worden ingevuld.C. bij mengsectie ‘Nee’ en WTW hoeft niet aangevinkt te worden. Bij decentrale koeling ‘geen’ (1 net) en ‘nee’ (2 net) laten staan. De knop Warmteopwekkers verschijnt altijd. Als er ‘s-nachts niet voorwaardelijk wordt geventileerd hoeft bij voorwaardelijk nachtventilatie niets ingevuld te worden. Hierna moet het scherm Installatiegegevens geselecteerd worden. Regeling op luchttemperatuur laten staan. • • • Bij de voorwaardelijke nachtverwarming niets invullen. dag) kan bij Tbuiten 20 gr. Als er naast de mechanische ventilatie (tussen 8-18) ’s-nachts (tussen 0-8 en 18-24) voorwaardelijk wordt geventileerd moet bij maandag onder ‘installatie stand by’ bij de Dagindeling van 0-24 uur worden ingevuld. Bij adiabatische koeling ‘geen’ laten staan. Bij het invoerveld ‘lucht wordt’ moet ‘toegevoerd’ worden geselecteerd. Nu moeten de roosters geplaatst worden in de ruimte.klikken. Onder ‘waarvan dagbedrijf’ hoeft niets te worden ingevuld.

• Nu moet de radiator nog geplaatst worden in de ruimte. Omdat via een stooklijn wordt ingeblazen moeten de koel.C. worden ingevuld en bij Twater 90 gr. Bij adiabatische koeling ‘geen’ laten staan.en de verwarmingsbatterij aangevinkt worden. 20) kunnen geactiveerd worden door op de knop Koudeopwekkers te klikken en vervolgens op de knop Sluiten te klikken.C. dag) kan bij Tbuiten 20 gr. Sluit het scherm Productgegevens LVK-apparaat. Bij de nachtelijke stooklijn niets invullen. Regeling op luchttemperatuur laten staan. Via het scherm Gebouwinvoer. 70. worden ingevuld en bij Twater 6 gr. waarop met de LMK dubbel geklikt moet worden. het aantal en de temperatuursetpoints voor dag en nacht moeten worden ingevoerd. 20) kunnen geactiveerd worden door op de knop Warmteopwekkers te klikken en vervolgens op de knop Sluiten te klikken. 70. 90) aan de ingang en aan de uitgang. luchttemperatuur (30. Voer de specificaties in. zoals wateraanvoertemperatuur (bv. Vul ook de gegevens bij de Centrale verwarmingsbatterij (default 90.C. moet tevens een afvoerrooster in de geselecteerde ruimte worden geplaatst. en door met de LMK dubbel te klikken op een regel (=LVK-product) in het definitiescherm LVK Product definities verschijnt het scherm ‘Productgegevens LVK-apparaat’. e e e e • • • • • • • • • 207 . Vul bij de Centrale koelbatterij het vermogen in dat nodig is om de mechanisch toegevoerde lucht te koelen.Als ook mechanisch wordt afgevoerd. Als deze waarden gewijzigd worden vul dan wel normale specificaties in. 12). De defaultgegevens bij de Warmteopwekkers (90.C. -7. Er verschijnt een icoontje in de ruimte. 6). Dan verschijnt het scherm Gegevens LVK-apparaat. resp.C. 12. Selecteer de opgegeven radiator in het definitiescherm en wijs deze via de combinatie shift-toets en LMK toe aan de gewenste ruimte.C. Bij decentrale koeling ‘geen’ (1 net) en ‘nee’ (2 net) laten staan. bij mengsectie ‘Nee’ en WTW hoeft niet aangevinkt te worden.. Dit vermogen wordt afgegeven onder bepaalde omstandigheden. waterretourtemperatuur (bv. Op de vraag ‘Default gegevens gebruiken’ moet ‘Ja’ geantwoord worden. Bij de stooklijn voor het LBK-net (water verwarming. dag) kan bij Tbuiten 20 gr. Voorbeeld 2 : Mechanische ventilatie via stooklijn (geen decentrale koeling/verwarming) • • • Omschrijving invoeren Mechanische luchttoevoer en luchtafvoer aanklikken.C. Bij Luchtbevochtiger niets invullen. niveau LVK-app. De Luchtontvochtiger niet aanvinken.De knop Warmteopwekkers verschijnt altijd. Bij de stooklijn voor het LBK-net (water koeling. Bij de nachtelijke stooklijn niets invullen. omdat volgens het Bouwbesluit altijd een verwarmingsapparaat (bv een radiator) aanwezig moet zijn. en een omgevingstemperatuur van 20 gr. De defaultgegevens bij de Koudeopwekkers (6. resp. Op de vraag ‘Default gegevens gebruiken’ moet ‘Ja’ geantwoord worden. Bij decentrale verwarming ‘geen’ (1 net) selecteren en ‘nee’ bij 2 net laten staan. Vul de productgegevens in van de (fictieve) radiator. een vermogen van 0 Watt bij een aanvoerwatertemperatuur van 90 gr. Voor de bedrijfswijze zie het eerste voorbeeld. een retourwatertemperatuur van 70 gr. 20) in. Sluit vervolgens dit scherm. zoals die door de fabrikant worden opgegeven. Hier staat het productnummer van de radiator in. 10) en RV (45.

Selecteer de opgegeven fancoilunit in het definitiescherm en wijs deze via de combinatie shift-toets en LMK toe aan de gewenste ruimte. • Voorbeeld 3 : Decentrale koeling(2p-fancoil) en decentrale verwarming(radiator) • • • Omschrijving invoeren. 60. dag) moet de wateraanvoertemperatuur van de 2-pijpsfancoilunit worden ingevuld (Tbuiten=20. Dan verschijnt het scherm Gegevens LVK-apparaat. Sluit het scherm Productgegevens LVK-apparaat.C. zoals een redelijk vermogen bij installatie in dagbedrijf. Bij decentrale verwarming ‘radiatoren’ (1 net) selecteren en ‘nee’ (2 net) laten staan. Regeling op luchttemperatuur laten staan.C. Bij de stooklijn voor het 1 net (water verwarming. Voer vervolgens op de radiator in door met de LMK dubbel te klikken op een regel (=LVK-product) in het definitiescherm LVK Product definities. 17.Vul eerst de productgegevens in van de 2pijpsfancoilunit.). Bij de nachtelijke stooklijn niets invullen als het apparaat ’s-nachts uit staat. De knop Koudeopwekkers verschijnt nog niet. Door op de knop Koudeopwekkers te klikken kunnen de gegevens bij Koudeopwekkers (15. Via het scherm Gebouwinvoer.C. Bij decentrale koeling ‘2p-fancoil’ (1 net) selecteren en ‘nee’ (2 net) laten staan. Mechanische luchttoevoer en luchtafvoer niet aanvinken. Voer normale specificaties in. Er verschijnt een icoontje in de ruimte. Voor de voorwaardelijke nachtventilatie en het plaatsen van roosters en LVK-apparaten zie het eerste voorbeeld. Bij de nachtelijke stooklijn niets invullen als het apparaat ’s-nachts uit staat. e e e e e e • • • • • • • • • 208 . moet worden ingeblazen. worden ingevuld en bij Tlucht 18 gr.C. 20) ingevuld worden. Twater=15 gr. niveau LVK-app. Twater=80 gr. Voor de bedrijfswijze zie het eerste voorbeeld.C. behoeven er ook geen LVK-apparaten geplaatst te worden. waarop met de LMK dubbel geklikt moet worden. in. dag) kan bij Tbuiten 20 gr. 20) ingevuld worden. Vul bij aanvoerwatertemperatuur 15 gr. kan via Toevoegen de productgegevens van de radiator worden opgegeven.C. Door op de knop Warmteopwekkers te klikken kunnen de gegevens bij Warmteopwekkers (80. Als er bij decentrale koeling/verwarming niets is opgegeven.C. Sluit vervolgens dit scherm. Bij de stooklijn voor het 1 net (water koeling. Nu moeten de 2-pijpsfancoilunit en de radiator nog geplaatst worden in de ruimte. bij retourwatertemperatuur 17 gr. De 2-pijpsfancoilunit heeft een watertraject van 15/17 en de radiator een watertraject van 80/60. en door met de LMK dubbel te klikken op een regel (=LVK-product) in het definitiescherm LVK Product definities verschijnt het scherm ‘Productgegevens LVK-apparaat’. Ook een andere (geleidende) stooklijn is mogelijk. Als het scherm ‘Productgegevens LVK-apparaat’ verschijnt.). Sluit het scherm en wijs deze via de combinatie shift-toets en LMK toe aan de gewenste ruimte. Hier staat het productnummer van de fancoilunit in. als er overdag constant met 18 gr. en bij omgevingstemperatuur 20 gr. het aantal en de temperatuursetpoints voor dag en nacht moeten worden ingevoerd. Zie verder voorbeeld 2.C. dag) moet de wateraanvoertemperatuur van de radiator worden ingevuld (Tbuiten=20.• Bij de stooklijn (lucht.

. Sluit vervolgens dit scherm. Sluit het scherm Productgegevens LVK-apparaat. Dan verschijnt het scherm Gegevens LVK-apparaat. moeten deze twee LVKapparaten in één apparaat verenigd worden. Bij de stooklijn voor het 1 net (water verwarming. 29. Door op de knop Warmteopwekkers te klikken kunnen de gegevens bij Warmteopwekkers (35. Bij de wandconstructies kan ook maar 1 laag aangevinkt worden in of de vloer of het plafond.C.). Kies bij apparaat voor bron in constructie en bij functie voor verwarmen en koelen. • • • Omschrijving invoeren.C. het aantal en de temperatuursetpoints (verwarming en koeling) voor dag en nacht moeten worden ingevoerd.C.C. in. Vul de gegevens in voor vloerverwarming (1 kolom) en plafondkoeling e (2 kolom). Bij decentrale verwarming kan ‘geen’ niet geselecteerd worden. niveau LVK-app. dag) moet de wateraanvoertemperatuur van de plafondkoeling worden ingevuld (Tbuiten=20. Er verschijnt een icoontje in de ruimte. De knop Koudeopwekkers verschijnt nog niet. bij retourwatertemperatuur 21 gr. Regeling op luchttemperatuur laten staan. en door met de LMK dubbel te klikken op een regel (=LVK-product) in het definitiescherm LVK Product definities verschijnt het scherm ‘Productgegevens e LVK-apparaat’.C. de vloerverwarming en de plafondkoeling nog geplaatst worden in de ruimte. Voor de bedrijfswijze zie het eerste voorbeeld. een retourwatertemperatuur van 33 gr. Bij de stooklijn voor het 2 net (water koeling.C. 22) ingevuld worden. Aangezien er in het programma nog niet gerekend kan worden met apart vloerverwarming en apart plafondkoeling. dag) moet de wateraanvoertemperatuur van de radiator worden ingevuld (Tbuiten=20.Voorbeeld 4 : Decentrale koeling/verwarming (betonkernactivering : plafondkoeling/ vloerverwarming) Zie ook betonkernactivering.C. Twater=35 gr. Hier staat het productnummer van de bron in. dag) moet de wateraanvoertemperatuur van de vloerverwarming worden ingevuld (Tbuiten=20. e e e e e • • • • • • • • • 209 . Vul bij het koeldeel bij de aanvoerwatertemperatuur 19 gr. Nu moeten de (fictieve) radiator. Bij de nachtelijke stooklijn niets invullen als het apparaat ’s-nachts uit staat.). Bij de nachtelijke stooklijn niets invullen als de radiator ’s-nachts uit staat.C. 20) ingevuld worden. Selecteer de opgegeven bron in het definitiescherm en wijs deze via de combinatie shift-toets en LMK toe aan de gewenste ruimte. De plafondkoeling heeft een watertraject van 19/21 en de vloerverwarming een watertraject van 35/29. in. 21. en bij omgevingstemperatuur 22 gr. en een omgevingstemperatuur van 20 gr. Bij decentrale koeling ‘geen’ (1 net) selecteren en ‘ja’ (2 net) opgeven. waarop met de LMK dubbel geklikt moet worden. Mechanische luchttoevoer en luchtafvoer niet aanvinken. Via het scherm Gebouwinvoer. Door op de knop Koudeopwekkers te klikken kunnen de gegevens bij Koudeopwekkers (19. Voer de specificaties in. Kies voor ‘radiatoren’ e e (1 net) en voor ‘ja’ in het 2 net. Bij de stooklijn voor het 2 net (water verwarming. Twater=19 gr.C. Bij de nachtelijke stooklijn niets invullen als het apparaat ’s-nachts uit staat. Twater=80 gr. Bij het verwarmingsdeel een aanvoerwatertemperatuur van 35 gr.).

2p-fancoilunit. bij mengsectie ‘Nee’ en WTW hoeft niet aangevinkt te worden. Vul ook de gegevens bij de Centrale verwarmingsbatterij (35. radiator.Omdat het programma de effectiviteit en het debiet van het koeldeel bepaald aan de hand van de gegevens die zijn ingevuld bij het verwarmingssysteem. Omdat niet alle opties met de verschillende aanvoer/retourtemperaturen opgegeven kunnen worden. De inblaastemperatuur van 18 gr. Vul bij de Centrale koelbatterij het vermogen in dat nodig is om de mechanisch toegevoerde lucht te koelen.C. vloerverwarming en plafondkoeling Zie ook betonkernactivering. • • • • • Mechanische luchttoevoer en luchtafvoer aanvinken en gegevens invoeren. moet in elk geval gehaald worden.C. 20) ingevuld worden. De vloerverwaming en de plafondkoeling moeten het voornaamste deel verzorgen.C. -7. luchttemperatuur (30. Koel. resp. De Luchtontvochtiger niet aanvinken. zoals wateraanvoertemperatuur (17 gr. Voor het decentrale verwarmingsdeel levert de vloerverwarming het grootste aandeel. dus hier moet de stooklijn van de vloerverwarming worden opgegeven. Door op de knop Warmteopwekkers te klikken kunnen de gegevens bij Warmteopwekkers (35.C. 90) aan de ingang en aan de uitgang. Dit is om het debiet gelijk te houden aan dat van het koeldeel) Voer vervolgens de radiator in volgens voorbeeld 1. e e e e • • • • • 210 . de 2pfancoilunit 9/15 en de radiator 90/70. Bij decentrale verwarming ‘radiator’ selecteren (1 net) en ‘ja’ (2 net) opgeven. 10) en RV (45. Regeling op luchttemperatuur laten staan. Dit vermogen wordt afgegeven onder bepaalde omstandigheden. Bij decentrale koeling ‘2-pijpsinductieunit’ (1 net) selecteren en ‘ja’ (2 net) opgeven. 19. 29. Bij adiabatische koeling ‘geen’ laten staan. de vloerverwarming 35/29.). resp. 20) in. Bij Luchtbevochtiger niets invullen. 22) ingevuld worden. 29. naverwarmen. • Omschrijving invoeren.C. Voor de bedrijfswijze zie het eerste voorbeeld. Zie 2e voorbeeld. waterretourtemperatuur (19 gr. Voor wat betreft het decentrale koelgedeelte heeft de plafondkoeling een groter aandeel dan de 2pijpsinductieunit. De plafondkoeling heeft een watertraject van 17/19. waarna de fancoilunit en de radiator de ruimte moeten nakoelen. Voorbeeld 5 : Combinatie mechanische ventilatie via stooklijn. Door op de knop Koudeopwekkers te klikken kunnen de gegevens bij Koudeopwekkers (17. Als dit gebeurt. moeten sommige temperaturen aangepast worden.en verwarmingsbatterij aanvinken. is de retourwatertemperatuur (33 gr. verschijnt ook de knop Koudeopwekkers.) aangepast. ingeblazen. Daarom is het beter om de stooklijn van de plafondkoeling aan te houden. resp. Mechanisch wordt er lucht van 18 gr.).

Bij de stooklijn voor het LBK-net (water. Zie voorbeeld 1. dag) kan bij Tbuiten 20 gr.0 gr. dag) moet de wateraanvoertemperatuur van het koeldeel van de fancoilunit worden ingevuld (Tbuiten=20.C. de 2-pijpsinductieunit en de radiator nog geplaatst worden in de ruimte.). worden ingevuld en bij Twater 6 gr. als er overdag constant met 18 gr. Als het scherm ‘Productgegevens LVKapparaat’ verschijnt. Twater=12 gr.C. kan via Toevoegen de productgegevens van de fancoilunit worden opgegeven.C. Bij de stooklijn voor het 2 net (water koeling.C. Twater=17 gr. Bij de stooklijn voor het LBK-net (water. Twater=35 gr. Ook een andere (geleidende) stooklijn is mogelijk. moet worden ingeblazen. Bij de nachtelijke stooklijn niets invullen als het apparaat ’s-nachts uit staat. dag).C.C. Bij de nachtelijke stooklijn niets invullen. Bij de stooklijn (lucht. kan via Toevoegen de productgegevens van de radiator worden opgegeven. e e e e • • • • • • • • • • • • • • • • 211 . Bij de stooklijn voor het 1 net (water verwarming.C.). (lucht. dag) kan bij Tbuiten 20 gr.C.0 gr.C. de plafondkoeling.C.C. Bij de nachtelijke stooklijn niets invullen.).1 gr. Tsetpoint inductieunit (dag) = 24. dag) moet de wateraanvoertemperatuur van de plafondkoeling worden ingevuld (Tbuiten=20. Bij de nachtelijke stooklijn niets invullen als het apparaat ’s-nachts uit staat. Omdat de vloerverwarming en de plafondkoeling de basis moeten zijn moeten de temperatuursetpoints als volgt opgegeven worden : Tsetpoint plafondkoeling (dag) = 24.en koelbron zie voorbeeld 4. Twater=50 gr.).C. Tsetpoint radiator (dag) = 21. Bij de stooklijn voor het 2 net (water verwarming. (lucht. Voer de radiator in door met de LMK dubbel te klikken op een regel (=LVK-product) in het definitiescherm LVK Product definities. dag) moet de wateraanvoertemperatuur van het verwarmingsdeel van de fancoilunit worden ingevuld (Tbuiten=20.C. Tsetpoint vloerverwarming (dag) = 22.C.• Bij de stooklijn voor het 1 net (water koeling. Bij de nachtelijke stooklijn niets invullen als het apparaat ’s-nachts uit staat. dag). worden ingevuld en bij Tlucht 18 gr. Zie voorbeeld 2.C. Voer de 2pijps-fancoilunit in door met de LMK dubbel te klikken op een regel (=LVKproduct) in het definitiescherm LVK Product definities. dag) kan bij Tbuiten 20 gr. koeling. verwarming. worden ingevuld en bij Twater 80 gr.9 gr. Bij de nachtelijke stooklijn niets invullen als het apparaat ’s-nachts uit staat. Als het scherm ‘Productgegevens LVK-apparaat’ verschijnt. Sluit het scherm en wijs deze via de combinatie shift-toets en LMK toe aan de gewenste ruimte. Sluit het scherm en wijs deze via de combinatie shift-toets en LMK toe aan de gewenste ruimte. Nu moeten de vloerverwarming. dag) moet de wateraanvoertemperatuur van de vloerverwarming worden ingevuld (Tbuiten=20. Voor de invoer van de warmte. Voor de voorwaardelijke nachtventilatie en het plaatsen van roosters zie het eerste voorbeeld.

Het maximaal vermogen wat afgegeven kan worden wordt bepaald aan de hand van het oppervlak. Om de afgifte van warmte en koude via een wandconstructie te kunnen gebruiken moeten er op 3 verschillende plaatsen gegevens worden ingevoerd. In dit geval 1 deel uit het primaire circuit (waarvan de aanvoertemperatuur de temperatuur is die bij de zone wordt opgegeven) en 2 delen uit het LVK-circuit. Indien de bron zich in het midden van een constructielaag bevindt moeten de lagen in meerdere lagen opgesplitst worden.en omgevingstemperatuur.) aangepast. vanuit de te berekenen ruimte gezien. Bij de installatiegegevens moet het gebruik van een 2 net voor de koelbron of e warmtebron worden opgegeven en de stooklijnen voor het 2 net Bij LVK-appa moet een bron in constructie (vermogen. Het bijmengen gebeurt op basis van de opgegeven dT bij de opwekker (ZONE) en de opgegeven DT bij de bron in constructie (LVK). De bron bevindt zich. In normale gevallen (waarbij de emissie van de vloer of plafond is 0.0 – EFFs) Vinfactor (Heff) wordt als volgt bepaald : Heff = (Hinw) / (Hc + Hr + Hinw). e • • Na het invoeren van deze gegevens gebeurt het volgende in de berekening : Voor het 2 net wordt gewerkt met de bij de LVK opgegeven aanvoer. de overdrachtscoëfficiënten (convectie en straling inclusief emissiecoëfficiënt). retour. Hierdoor wordt de vloer gevoed met een mengtemperatuur.Omdat het programma de effectiviteit en het debiet van het koeldeel bepaald aan de hand van de gegevens die zijn ingevuld bij het verwarmingssysteem. retour en setpoints) worden opgegeven. Dit is om het debiet gelijk te houden aan dat van het koeldeel) Betonkernactivering Onder betonkernactivering verstaat men ook vloerverwarming en vloerkoeling. dT opwekker = (12-6) = 6 en dT LVK-apparaat = (20-18) = 2. aanvoer. • Bij wandconstructies (in nivo 2) moet een constructielaag worden aangevinkt.C. moet bij de opwekker en bij de LVK dezelfde dT worden opgegeven (er wordt dan niet bijgemengd).dT1/4) [W/m2] e 212 .9) is Heff 0. de aanvoer-. bv de vloer. De temperatuur die bij de stooklijn wordt opgegeven gaat dan ook de vloer in. aan de binnenkant van de aangevinkte laag. waterretour. dan wordt op basis van verhouding dT bijgemengd. waar de bron zich bevindt. Om zeker te zijn van de aanvoertemperatuur (bv 18 C).75 De effectiviteit van het systeem Eff wordt als volgt bepaald : dT1 = Taanv – Tret dT2 = Taanv – Tomg Eff = dT1/ dT2 qmax = 0. Hinw staat vast op 25 W/m2K. e Er wordt bijgemengd uit het 1 net op basis van de temperatuur die bij de stooklijnen wordt opgegeven. De specificaties van de bron in constructie wordt opgegeven door vermogen.en omgevingstemperatuur. Het maximale vermogen wordt als volgt afgeschat : Qmax = Oppervlakte * Vinfactor * Overdracht * (Taanv – Tret) / Ln(1. is de retourwatertemperatuur (33 gr.en retourtemperatuur. Als bv. wateraanvoer-. die wel eens lager kan zijn dan wat in eerste instantie gedacht wordt.75 * 8 * dT1 / Ln (1.

waarbij een wand een vloer of plafond in tweeën deelt. 2. verschijnt een mededeling in het meldingscherm. vloer. Een eventuele automatische keuze wordt aangegeven bij de uitvoer van de invoer. kan slechts één van de vlakken gebruikt worden voor een bron in constructie. plafond. wanden. Indien er vertrekken onder en boven het doorgerekende vertrek staan. 3. Indien er meerdere wanden met bron in constructie zijn opgegeven kiest het programma er zelf een. (volgorde van keuze : 1. Wanneer de betonkernactivering zowel bij dag als bij nachtbedrijf gebruikt wordt moeten er twee vermogens ingevuld worden (bij lucht door unit en vermogen nat convectie) Indien er zowel gekoeld als verwarmd wordt. 213 . wordt de effectiviteit en het debiet gebruikt die voor het verwarmingssysteem zijn bepaald. Als het vermogen wordt aangepast.Indien het opgegeven vermogen meer is dan via bovenstaande formule bepaald is wordt het vermogen door het rekenprogramma beperkt. De beperking is op dit moment dat er slechts met één bron in constructie per vertrek kan worden gewerkt.

You're Reading a Free Preview

Download
scribd
/*********** DO NOT ALTER ANYTHING BELOW THIS LINE ! ************/ var s_code=s.t();if(s_code)document.write(s_code)//-->