P. 1
De 6 geheimen van financieel succes - Thierry Debels

De 6 geheimen van financieel succes - Thierry Debels

|Views: 1,319|Likes:
Published by Thierry Debels
Een van de lievelingsboeken van Jo De Poorter.
Een van de lievelingsboeken van Jo De Poorter.

More info:

Published by: Thierry Debels on May 04, 2012
Copyright:Attribution Non-commercial

Availability:

Read on Scribd mobile: iPhone, iPad and Android.
download as PDF, TXT or read online from Scribd
See more
See less

01/26/2013

pdf

text

original

Leg de volgende tijdschrifen eens naast elkaar: Miljonair, Quote, How
to spend it (de maandelijkse luxebijlage van The Financial Times) en
BesteDingen (de bijlage van De Tijd). Er is één opvallende gelijkenis: de
talrijke advertenties voor luxeproducten.

Eigenlijk is dat best ironisch, want uit het onderzoek van Stanley en
Danko blijkt onder meer dat miljonairs maar een zeer beperkt bedrag
willen uitgeven aan gebruiksvoorwerpen. Aan een horloge bijvoor-
beeld spenderen ze hooguit 500 dollar. De advertenties in de boven-
staande bladen prijzen uurwerken aan die minstens het tienvoudige
kosten: Breitling, Piaget, Christiaan van der Klaauw, IWC.

Wellicht gaat het hier om een staaltje van lifestyle marketing. In de jaren
zeventig was de Stanford University de eerste om mensen in te delen
in functie van hun verlangens of aspiraties, en niet op basis van wat ze
werkelijk zijn met parameters zoals geslacht of leefijd. Het gevolg is
uiteraard een hele revolutie in de marketingbenadering van dergelijke
mensen.

27

Bladen zoals Miljonair worden dan ook gekocht door mensen die zelf
geen miljonair zijn, maar wel opkijken naar deze groep. De jaarlijkse
editie van Forbes Billionaires – met de rangschikking van de rijkste
mensen ter wereld – is telkens een enorme bestseller. Dezelfde redene-
ring kan je trouwens doortrekken naar bijeenkomsten zoals de Miljo-
nair Fair in Amsterdam waar onder meer exclusieve auto’s, jachten en
zelfs vliegtuigen te koop worden aangeboden. Ondanks de vrij hoge
toegangsprijs komen daar elk jaar tienduizenden bezoekers (nieuws-
gierigen, kijklustigen,…) op af, waarvan de overgrote meerderheid on-
getwijfeld zelf geen euromiljonair is – maar er wel van droomt het ooit
te worden. Een mooi staaltje van lifestyle marketing dus.

De echte euromiljonairs zullen zich waarschijnlijk niet eens vertonen
op dergelijke patserige beurzen, en daar zijn verschillende redenen
voor. Indien ze al een peperdure auto of een jacht zouden willen ko-
pen, hebben ze daar die Miljonair Fair echt niet voor nodig. Bovendien
hebben ze er alle belang bij om een low proÞle aan te nemen: in deze
gevaarlijke wereld kan je maar beter niet uitbazuinen dat je een ßink
vermogen op de bank hebt staan.

Heel wat mensen begrijpen ook niet dat dergelijke (en de meeste an-
dere) tijdschrifen niet echt leven van de verkoop van hun oplage; de
echte inkomsten komen van de advertenties. En dat brengt ons bij een
heikel punt: lezersonderzoek. Volgens Maxwell McCombs doen kran-
ten en tijdschrifen regelmatig onderzoek naar hun lezers om meer te
weten te komen over hun professionele bezigheden en vooral hun be-
stedingsniveau. “Zelfs bij kranten die heel veel met lezersonderzoek
bezig zijn, komen de resultaten nooit terecht bij de nieuwsredacteurs.
Die zouden er, eigenwijs als ze zijn, toch geen rekening mee houden,”
zo vertelt McCombs aan De Tijd.

McCombs is trouwens de vader van de agenda seting theorie. Die stelt
dat de media niet alleen bepalen welke onderwerpen gebracht wor-
den, maar ook hoe erover gedacht moet worden en welke de moge-
lijke oplossingen zijn. Iemand die wellicht instemmend knikt als hij dit
leest, is de socioloog Mark Elchardus. Hij beweert immers dat mensen
niet echt vrij zijn, omdat ze gestuurd en gemanipuleerd worden door
de media.

Als freelance journalist voor diverse bladen kan ik deze stelling alleen
maar bevestigen. Regelmatig stel ik onderwerpen voor om er een artikel
over te schrijven, maar sommige daarvan worden steevast geweigerd.
Zo schreef ik ooit een artikel over een beleggingsfonds van een grote
bank. Ik vond dat de fondsbeheerder enkele blunders had gemaakt die
de beleggers erg veel geld hadden gekost. Geen enkel tijdschrif wilde
zich hieraan verbranden. Als we weten dat diezelfde bank advertenties

28

plaatst in de tijdschrifen waarin het bewuste artikel had kunnen ver-
schijnen, valt het niet moeilijk te achterhalen waarom dit onderwerp
niet aangesneden kon worden.

Bovendien verschijnt in kranten en tijdschrifen heel wat rommel. Le-
zers hebben een te romantisch beeld van de media: ze denken bijvoor-
beeld dat de gedrukte informatie overeenstemt met de werkelijkheid.
In een Belgisch maandblad verscheen onder de titel ‘Zo word je rijk’
een artikel met ‘tien verhelderende voorbeelden’. Een van die voorbeel-
den luidde dat je erop los mag consumeren. Volgens de redacteur “blijf
rijkdom rijmen met consumptie.” Dat is prietpraat, zoals we reeds heb-
ben aangetoond.

Een onderwerp dat in de media bijvoorbeeld zelden of nooit wordt
aangesneden, is het verband tussen de explosie van rijkdom en de toe-
nemende Þnanciële problemen van middenklassegezinnen. Volgens
Robert Frank levert dit probleem geen aantrekkelijk verhaal voor jour-
nalisten. “Als het niet nu al een immens belangrijk thema is, zal het dat
snel worden,” zo noteert de hoogleraar in een artikel.

Verhalen over mensen die met geld smijten zijn natuurlijk een stuk
interessanter voor de media dan het hierboven genoemde probleem
of de vaststelling dat Warren Buffet in een bescheiden huis woont en
met een oude wagen rijdt. Toen Michael Jackson (die 200 miljoen euro
schulden heef) een feest gaf naar aanleiding van zijn vrijspraak, kreeg
dat uiteraard een volle pagina in de meeste kranten.

De media blijken ook te lijden aan een onbeheersbare drang om al-
les (te) eenvoudig te willen maken. De sublieme raad van Einstein om
“alles zo eenvoudig mogelijk te maken, maar dit proces vooral niet te
ver door te drijven” wordt meestal niet opgevolgd door kranten en tijd-
schrifen die over het onderwerp geld schrijven.

Financieel succesvolle mensen weten bijvoorbeeld dat je de beurs niet
echt kan doorgronden. Toch pakt De Tijd uit met de veelbelovende titel
‘De mechanismen van de beurs uitgelegd in 10 praktische lessen’. Zo
leren we bijvoorbeeld dat de beurs daalt als de olieprijs stijgt – maar
midden 2005 steeg de olieprijs én steeg ook de beurs. Verder wordt be-
weerd dat de beurs stijgt als de rente daalt – maar in de periode 2000
tot 2003 daalde de rente én daalde ook de beurs.

De werkelijkheid – zeker op de beursvloer – is complex en laat zich niet
vaten in 10 praktische lessen. Mensen vergeten soms dat kranten en
tijdschrifen verkocht moeten worden. En een artikel waarin staat dat
je iets helemaal kan beheersen in tien lessen – praktische lessen boven-

29

dien, want het mag vooral niet te theoretisch worden – is uiteraard het
summum van hedendaagse journalistiek.

Ten slote is er ook het ultrakorte geheugen van de gemiddelde lezer.
Neil Postman beweert dat televisiemakers uitzendingen maken – ook
nieuwsbulletins – waarin elk item afzonderlijk staat: er mag vooral niet
verwezen worden naar vorige onderwerpen, zelfs als die nauwelijks
drie minuten eerder aan bod kwamen. Datzelfde fenomeen bestaat
eveneens in de geschreven pers. Bij het schrijven van een artikel heb
ik nogal eens de neiging om te verwijzen naar teksten die ik eerder
schreef. Hiervoor word ik telkens berispt door de hoofdredactie: je
moet er immers van uitgaan dat de lezer van vandaag je vorige artikels
niet heef gelezen.

Dat uitgangspunt maakt het soms verdraaid moeilijk om een correcte
invalshoek te vinden voor sommige stukken. Academisch onderzoek
komt bijvoorbeeld telkens opnieuw tot de vaststelling dat goedkope
indexfondsen op lange termijn beter zijn voor beleggers dan dure ac-
tief beheerde beleggingsfondsen. Geregeld moet ik een artikel schrij-
ven over een nieuw actief beheerd beleggingsfonds. Eigenlijk is een
dergelijk ‘artikel’ bijzonder snel geschreven: “Bank X heef zonet fonds
Y uitgebracht. Als belegger kan u beter indexfonds Z kopen, dat u op
lange termijn meer zal opbrengen.”

Aangezien dit uiteraard gevoelig ligt, geef ik ook de pluspunten van
het actieve fonds. Vaak is dat even zoeken. Beleggers die het eind-
resultaat lezen, kunnen deze ‘pluspunten’ uiteraard aangrijpen om
fonds Y te kopen. En ook de Þnanciële instelling X is tevreden: tijdens
verkooppraatjes kan ze uitpakken met het artikel dat in een gerepu-
teerd maandblad verscheen en waarin de redacteur het fonds aanprijst.
Caveat emptor (de koper weze op zijn hoede) – ook de koper van tijd-
schrifen.

You're Reading a Free Preview

Download
scribd
/*********** DO NOT ALTER ANYTHING BELOW THIS LINE ! ************/ var s_code=s.t();if(s_code)document.write(s_code)//-->