P. 1
Construeren Beton Basis Hoofdstuk 1 Tm 5 2007 2008

Construeren Beton Basis Hoofdstuk 1 Tm 5 2007 2008

|Views: 1,174|Likes:
Published by p_meulendijks108

More info:

Published by: p_meulendijks108 on Jul 02, 2012
Copyright:Attribution Non-commercial

Availability:

Read on Scribd mobile: iPhone, iPad and Android.
download as PDF, TXT or read online from Scribd
See more
See less

01/03/2014

pdf

text

original

Construeren Beton HBO+ Basis

2007-2008

Inhoudsopgave 1. 2. 3. 4. 5. 6. Schematiseren van materiaaleigenschappen Buigend moment, controles, dimensioneren en wapenen EI van gewapend beton en theorieën tbv. de krachtsverdeling Berekening van liggers en vloeren Dwarskracht in slanke constructies Antwoorden op de opgaven

1. Schematiseren van materiaaleigenschappen

VBC 6.1.1 t/m 6.1.5 en 6.1.2 t/m 6.2.5

1.1 Materiaalgedrag: van F-∆l diagram naar σ-ε diagram 1.2 Materiaaleigenschappen van beton en betonstaal 1.3 Opgaven

1.1 Materiaalgedrag: van F-∆l diagram naar σ-ε diagram ∆ ε
Stel als voorbeeld een staaf op druk belast met een lineair materiaalgedrag

basiskennis/zelfstudie

beredeneer: ∆l = recht evenredig met σ = F/A [N/mm2] ∆l = recht evenredig met l ε = ∆l/l [--] ∆l = omgekeerd evenredig met A ∆l = afhankelijk van soort materiaal (is niet ingetekend) definieer k = F/∆l [kN/mm'] = de veerconstante

= de spanning = de rek

definieer E = σ/ε [N/mm2] = de elasticiteitsmodulus en dus: E = F/A ∆l/l en zoals we reeds beredeneerd hadden: ∆l = F x l ExA

Conclusies 1. In het σ-ε diagram vallen alle lijnen samen. 2. Het σ-ε diagram heeft kwalitatief altijd hetzelfde verloop als het F-∆l diagram! 3. Het σ-ε diagram is alléén nog afhankelijk van het soort materiaal. 4. Verschillende materialen kunnen in één σ-ε diagram met elkaar worden vergeleken. 5. De materiaaleigenschap, die we elasticiteitsmodulus E noemen komt naar voren.. 6. Het σ-ε diagram bij uitstek het middel is om te "communiceren". 7. Bij een niet lineair verloop is E constant: het materiaal gedraagt zich volgens wet van Hooke: σ=Exε 8. Het σ-ε diagrammen van een materiaal op trek- en druk, zijn ook bruikbaar is voor buiging, omdat buiging een combinatie is van trek en druk in één doorsnede.

HERHALING LES 1
De druksterkte is in Nederland gedefinieerd (dit zijn ALLEMAAL keuzes!), a.d.h.v.: kubussen: - riblengte 150 mm + 6% - bewaard bij 20 + 2 °C - RV = 100 % (bijv onder water) - na 28 dagen kapot drukken - in één minuut - met een genormaliseerde drukbank - aantal: voor 100% zekerheid: van al het geleverde beton kubussen maken! f 'c = F bezwijk = kubusdruksterkte A kubus f'cm = gemiddelde kubusdruksterkte f'ck = karakteristieke kubusdruksterkte, d.w.z. 5% van alle kubussen hebben een sterkte lager dan f'ck betonsterkteklasse C20/25: f'ck= 25 N/mm2 (herkomst van C20: zie blz 2) voorheen B25 genaamd

HERHALING LES 1

ad (1) Controleonderzoek
In de praktijk moeten we werken met steekproeven, natuurlijk. Aantal bepalingen (= hoeveel kubussen maken) is afhankelijk van betonsterkteklasse en productie per stortdag. Opgemerkt wordt dat van een kleine steekproef niet zo’n mooie Gauss-kromme is te tekenen. f'ck = karakteristieke kubusdruksterkte f'cm = gemiddelde kubusdruksterkte Het keuringscriterium is sinds 1 sept 2005 gebaseerd op een serie van 15 kubussen (als gehele nieuwe serie of basis van voortschrijdend aantal): eis: f'cm > f 'ck + 1,48 σ [N/mm2]

σ is bepaald in een aanvangsonderzoek
op basis van 35 meetresultaten geen enkel meetresultaat mag 4 N/mm2 of meer onder f'ck uitkomen.

én per kubus f'ci > f 'ck – 4

[N/mm2]

1.2 Materiaaleigenschappen van beton en betonstaal CB2-2.2 en 2.3 Beton op druk

E'b = 22250 + 250 f'ck (proefondervindelijk vastgesteld) voor C20/25: eis (indicatie): dan, VBC tabel 3: f'cm f'ck f'brep f'b E'b E'bt > 33 N/mm2 gemiddelde kubusdruksterkte = 25 N/mm2 karakteristieke kubusdruksterkte = 18 N/mm2 representatieve kubusdruksterkte = 15 N/mm2 rekenwaarde van de druksterkte = 28500 N/mm2 = f'b/ε'bpl = 15/1,75x103 = 8570 N/mm2

voor de sterkteberekening:

(geldt tot 1,75%o)

voor de vervormingsberekeningen: VBC 6.1.5 en tabel 4 t/m 8

E'bt

uitrekenen met behulp van kruipfactor φ met φ = kc. kd. kb. kh. kt > φmax

- kh en kt zijn afhankelijk van fictieve dikte hm - kt is een tijdsafhankelijke factor t=0 kt = 0 (nog geen kruip) t=∞ kt = 1 (kruip volledig)

voorbeeld fictieve dikte hm van een kolom 300 x 400 mm2

Wet van Hooke

Wet van Hooke toegepast incl. kruipvervorming (blz 8 dictaat)

Beton op trek (t/m betonsterkteklasse C53/65): fbrep= 0,7(1,05 + 0,05 x f'ck) fb = f brep/γm fbm = 2 x f b fbr = (1,6– h)fbm < fbm met γm = 1,4 lange duur treksterkte (0,7 = lange duur invloed) rekenwaarde lange duur treksterkte rekenwaarde gemiddelde lange duur treksterkte rekenwaarde gemiddelde lange duur buigtreksterkte [h in meters]

Voor C20/25: VBC tabel 3: fbrep = 0,7(1,05 + 0,05x25) = 1,61 N/mm2 fb = 1,61/1,4 = 1,15 N/mm2 fbm = 2 x 1,15 = 2,30 N/mm2

Betonstaal (op trek en druk)

Voor FeB500: fsrep = 500 N/mm2 representatieve waarde van de treksterkte fs = 500/1,15 = 435 N/mm2 rekenwaarde van de treksterkte εsu = 27,5 %o (minimaal vereist) breukrek Es = 200.000 N/mm2 εsvl = 435/200000 x 10-3= 2,175 %0 rek bij vloeien

2

Buigend moment, controles, dimensioneren en wapenen

2.1 Algemene relatie tussen rekken en spanningen t.g.v. buiging 2.2 Afleiding scheurmoment Mr en bezwijkmoment Mu 2.3 Controleberekening versus ontwerpberekening ⇒ ontwerptabel buigtrekwapening 2.4 Controle minimum wapeningspercentage ϖomin 2.5 Controle hoogte betondrukzone ⇒ maximum wapeningspercentage ωomax 2.6 Berekening van de (minimaal benodigde) drukwapening 2.7 Controle scheurvorming 2.8 Dekking en nuttige hoogte d 2.9 Dimensionering op buiging 2.10 Functie en tekenen van de wapening en detailleringsregels 2.11 Voorbeeld van een ontwerpberekening op sterkte (inclusief controles) 2.12 Opgaven

2.1 Algemene relatie tussen rekken en spanningen t.g.v. buiging

Deze kennis passen we ook toe op een gewapende betonnen doorsnede op buiging belast

2.2 Afleiding scheurmoment Mr en bezwijkmoment Mu CB2: 3-1, 3.2 en 3.4

Ongescheurd, stappen a en b

Gescheurd, stappen b en c

Vloeien staal tot bezwijken beton, stappen d, e en f

Voorbeeldberekening van Mr en Mu analoog aan CB2, voorbeeld 1a
Gegeven: Nevenstaande gewapende betondoorsnede Betonsterkteklasse C20/25 Staalsoort FeB500 opm: alleen de hoofdwapening is getekend

Gevraagd: (1) Bereken scheurmoment Mr (verwaarloos hierbij de hoeveelheid wapening) en teken het verloop van de rekken en spanningen. (2) Bereken bezwijkmoment Mu en teken het verloop van de rekken en spanningen en toon aan dat het staal (voldoende) vloeit.

(1) Mr = W x fbr

met

fbr = (1,6 – h)fbm < fbm = (1,6 – 0,4)2,3 < 2,3 = 2,76 N/mm2

met fbm = 2,3 N/mm2 let op: h in meters!

Mr = 1/6 x 300 x 4002 x 2,76 x 10-6 = 22,1 kNm Verloop van spanningen en rekken behorende bij Mr (scheurmoment):

ε'b = εb = σ'b/E'bt = 2,76/8570

x103 = 0,32 %o (incl. deel kruip) = 2,76/28500 x103 = 0,10 %o (zonder kruip)

Deze vervorming (en dus ook de doorbuiging van de ligger) is gering.

(2) C20/25: f'b = 15 N/mm2 FeB500: fs = 435 N/mm2 As 4 φ 16 = 4 x 1/4 x π x 162 = 804 mm2 (of gebruik GTB tabel 14.1) Ns = As x fs = 804 x 435 x 10-3 = 350 kN N'b = 3/4 x b x xu x f'b 350 x 103 = 3/4 x 300 x xu x 15 xu = 104 mm z = d – 7/18 xu = 354 – 7/18 x 104 = 314 mm Mu = Ns x z = 350 x 314 x 10-3 = 110 kNm

εs = 250/104 x 3,5 = 8,41%o

> 2,18%o, dus het staal vloeit > 3,04 %o, dus vloeit voldoende (zie hoofdstuk 2.5)

Verloop van spanningen en rekken behorende bij Mu (= bewijkstadium):

opm 1:

Zie in dat de denkbeeldige drukkracht N'b de trekkracht Ns van het wapeningsstaal volgt. Immers als: Ns > ⇒ N'b > ⇒ xu > ⇒ z iets < ⇒ Mu >

opm 2: Een variantberekening van Mu is (deze niet gebruiken = géén tentamenstof!)

14 A s . f s 14 x 804 x 435 ) = 110 kNm M u = A s . f s (d − ) = 804 x 435 (354 − 27 x 300 x 15 27 b . f' b

2.3 Controleberekening versus ontwerpberekening
CB2-3.5

herhaling van hoofdstuk 2.1 en 2.2

VBC 8. eis Md < Mu ~ Controleberekening: - b, d, f’b en fs zijn vastgesteld/gekozen - bereken Md - kies een As en bereken Mu - toets: Md < Mu

~ Ontwerpberekening t.b.v bepaling As: - b, d, f’b en fs zijn vastgesteld/gekozen - bereken Md - hoe groot moet As zijn om te voldoen aan de eis Md < Mu ?

notatie 1. Md < Mu < Ns x z < As x fs x z

As ≥

Md fs x z

met:

z=d−

7 As fs 18 3 / 4 b f' b

dus z is afhankelijk van As!

andere notatie: z = kz x d óf kz benaderen/veilig schatten (= ervaring nodig) óf kz uit GTB-tabel (= exact!)

opm: ontwerpformules worden van controleformules afgeleid

notatie 2.

met:

As ω0 = x 100 b xd
in formule (1) t/m (5)

[%] = het wapeningspercentage

ω0 . b . d . f s  14 ω0 . b . d . f s  d −  Mu =  100  100. 27. b . f'b  
ω0 .f s = 2 100 b. d Mu  7 ω0 . f s 1 −  1350. f' b   e  2 graadsvergelijking van ω0  

ω .f = 0 s 100 b. d2 Mu

 7 ω0 . f s 1 −  1350. f' b 

   

2e graadsvergelijking

deze vergelijking = onderstaande GTB-ontwerptabel!

GTB-ontwerptabel wapening C20/25 en FeB500 (f’b= 15 N/mm2 en fs = 435 N/mm2)
Mu b. d2

ω0 0,00 0,02 0,05 ….. ….. ….. 1,38

kz 1,000 0,997 0,993 ..,…. ..,…. ..,…. 0,792

Gebruik: - bereken Md - stel Md = Mu - bereken
Mu b. d2

0 100 200 ….. .…. ….. 4766

- lees ω0 af in tabel - bereken As = ω0 x b x d x 10-2

Variant hierop: GTB-tabel 11.2.a - geldt voor alle betonsterkteklassen - iets ingewikkelder - de betonsterkteklasse is echter nauwelijks van invloed op Mu, dus As verschilt uiteindelijk maar weinig t.o.v. nevenstaande tabel

Voorbeeld van een controle- versus ontwerpberekening
~ balk verdiepingsvloer kantoorgebouw: b x h = 300 x 600 mm2 betonsterkteklasse: C20/25 staalsoort: FeB500 schematisering

~

gevraagd: (1) Een controleberekening (2) Een ontwerpberekening: (a) een geschatte kz (= globaal) (= exact) (b) berekende kz (c) ωo uit GTB-tabel (= exact) ~ krachtsverdeling Vd = 1/2 x 53,2 x 6,0 = 160 kN Md = 1/8 x 53,2 x 6,02 = 292 kNm

ad (1)

Controleberekening. Geven is d = 554 mm (zie hoofdstuk 2.8)

Werkwijze: - kies een wapeningshoeveelheid (is ’n gok) - bereken Mu - toets Md < Mu - indien nodig kies een andere wapeningshoeveelheid

ad (1) controleberekening
stel: een wapeningskeuze van 3 φ 20 (= een gok) As 3 φ 20 = 3 x 1/4 x π x 202 = 942 mm2 (of gebruik GTB tabel 14.1) berekening van Mu: Ns = As x fs = 942 x 435 x 10-3 = 410 kN Ns = N'b = 3/4 x b x xu x f'b 410 x 103 = 3/4 x 300 x xu x 15 xu = 121 mm z = d – 7/18 xu = 554 – 7/18 x 121 = 507 mm Mu = Ns x z = 410 x 507 x 10-3 = 208 kNm toets Md < Mu 292 > 208 kNm

Voldoet niet (conclusie: een verkeerde wapeningskeus)

stel: een wapeningskeuze van 3 φ 25 As 3 φ 25 = 3 x 1/4 x π x 252 = 1472 mm2 (of gebruik GTB tabel 14.1) berekening van Mu: Ns = As x fs = 1472 x 435 x 10-3 = 641 kN Ns = N'b = 3/4 x b x xu x f'b 3 = 3/4 x 300 x x x 15 641 x 10 u xu = 190 mm z = d – 7/18 xu = 554 – 7/18 x 190 = 480 mm Mu = Ns x z = 641 x 480 x 10-3 = 308 kNm toets Md < Mu 292 < 308 kNm

Voldoet (en dus is wapeningskeuze akkoord)

rek- en spanningsfiguur behorende bij Mu (= bezwijkstadium):

εs = 364/190 x 3,5 = 6,71%o > 2,18%o, dus het staal vloeit > 3,04%o, dus vloeit voldoende (zie hoofdstuk 2.5)

Een variantberekening (formulegebruik is géén tentamenstof!) van Mu is:

M u = A s . f s (d −

14 A s . f s 14 x 1472 x 435 ) = 1472 x 435 (554 − ) = 308 kNm 27 b . f' b 27 x 300 x 15

Een ontwerpberekening leidt meteen tot de juiste hoeveelheid wapening om het moment Md op te nemen.

(2) ontwerpberekening (gebaseerd op Md = Mu)
(a) m.b.v. de As formule (kz geschat):
Md As = fs x z

met z = kz x d

292x 106 As = 435 x 0,9 x 554

= 1346 mm 2

toegepast 3 φ 25 (1472 mm2)

kz goed schatten vraagt ervaring. Als Md groot is, is kz klein (natuurlijk). 0,9 is 'n gemiddelde, tussen 0 en max. wapeningspercentage (zie GTB-tabel)

(b) m.b.v. de As formule (kz exact):

292 x 10 6 As = = 1385 mm 2 435 x 0,875 x 554
kz uit GTB-tabel 11.3.a bij een

toegepast 3 φ 25 (1472 mm2)
Md 292 = = 3171 kN/m2 2 2 bxd 0,3 x 0,554

(c) op basis van ωo uit GTB-tabel
Md 292 = = 3171 kN/m2 2 2 bxd 0,3 x 0,554

ωo = 0,833 %

As = ωo x b x d x 10-2 = 0,833 x 300 x 554 x 10-2 = 1384 mm2 toegepast 3 φ 25 (1472 mm2)

opm. 1: Zie (nogmaals) in dat de ontwerpformule van As afgeleid is van de toetsingsformule Md < Mu met Mu = Ns x z = As x fs x z opm. 2: Een constructeur zal natuurlijk de wapening niet op 3 manieren berekenen. Hij/zij kiest die notatie wat hem/haar op dat moment "het beste" uitkomt of bij hem/haar past.

2.4 Minimum wapeningspercentage ϖomin
VBC 9.9.2.1 en toelichting.

CB2-3.6

doel: - Het voorkomen van brosse breuk. D.w.z, snel breken in bezwijktoestand t.g.v. weinig wapening, ondanks lange plastische tak (zie hoofdstuk 2.2: kracht-vervormingsrelatie en hoofdstuk 3.4 punt 4). Daarom luidt de eis: Mu moet minstens gelijk zijn aan Mr! De gewapende doorsnede is minstens zo sterk als de ongewapende doorsnede! - Beperking scheurvorming. Weinig wapening zou in gebruikstoestand, in geval er toch scheurvorming optreedt, onacceptabel grote scheuren kunnen geven.

Eis:

Mu > Mr

Deze eis mag worden onderschreden mits Mu minimaal 1,25 x Md is Mr = 1/6 bh2 x 1,4 fbm voor een rechthoekige doorsned

Mu = Ns x z = As x fs x z

Voor: Mu = Mr kan het minimum wapeningspercentage worden afgeleid. As min x fs x 0,83 h = 1/6 bh2 x 1,4 fbm
A smin 1,4 f bm x 100 = x 100 bxh 6 x 0,83. x f s

ω 0 min = 28

f bm fs

fbm zie VBC tabel 3 zie VBC tabel 12 fs

ω 0 min = 28

f bm fs

Voor C20/25, FeB500:

ω0 min = 28

2,3 = 0,15% 435

Een andere schrijfwijze voor de toets Mu is of > Mr < 1,25 Md let op: ϖ0 is t.o.v. h ipv. d dit is de meest praktische notatie met As min = ϖ0 min x b x h x 10-2

ϖ0 toegepast > ϖ0 min < 1,25 ϖ0 berekend As toegepast > As min < 1,25 As berekend

Voorbeelden controle As min Gegeven is: Balk b x h = 300 x 600 mm2 Betonsterkteklasse C20/25 Staalsoort FeB500 dus ϖomin = 0,15% As min = ϖomin x b x h = 0,15 x 300 x 600 x 10-2 = 270 mm2 Voorbeeld 1. Er staat maar weinig belasting op de balk. Daardoor is het moment Md klein. Stel dat hiervoor As berekend = 200 mm2 nodig is. Welke wapeningshoeveelheid moet minstens aanwezig zijn in deze balk? Is dat: a. of As toegepast = 200 mm2 b. of As toegepast = 1,25 x 200 = 250 mm2 c. of As toegepast = 270 mm2

Voorbeeld 2. Stel dat voor opname van moment Md is 240 mm2 benodigd. Welke wapeningshoeveelheid moet minstens aanwezig zijn in deze balk? Is dat: a. of As toegepast = 240 mm2 b. of As toegepast = 1,25 x 240 = 300 mm2 c. of As toegepast = 270 mm2

Voorbeeld 3. Stel dat voor opnamen van moment Md is 300 mm2 benodigd. Welke wapeningshoeveelheid moet minstens aanwezig zijn in deze balk? Is dat: a. of As toegepast = 300 mm2 b. of As toegepast = 1,25 x 300 = 375 mm2 c. of As toegepast = 270 mm2

2.5 Controle hoogte betondrukzone ⇒ max. wapeningspercentage ωomax CB2: 3-7 VBC 8.1.3 Doel: het voorkomen van brosse breuk.

Bezwijken mag niet onverwachts, zonder enige waarschuwing gebeuren. 3 notaties voor hetzelfde probleem (1) eis m.b.t. vloeien staal in bezwijkstadium: εs > εsvl (2) eis m.b.t. maximum hoogte van de betondrukzone: xu < xu max = VBC-notatie! (3) eis m.b.t. maximum wapeningspercentage: ωo < ωomax = veelal praktischer

Stel dat het staal nét begint te vloeien als het beton op stuik bezwijkt. Hoe groot is dan xu?

Er is voor gekozen om 500 aan te houden, in plaats van 700, in de voorafgaande formule.

VBC 8.1.3:

x u max =

500 xd 500 + fs

eis:

xu < xu max

voor FeB500

x u max =

500 x d = 0,535 d 500 + 435

ad (1)

εs =

d − 0,535 d x 3,5 = 3,04% o 0,535 d
minimaal benodigd

ad (3)

ω0 max (wordt niet in de VBC genoemd!) N’b max = 3/4 f’b x b x xu max Ns max = As max x fs bijv. FeB500 fs = 435 N/mm2; xu max = 0,5353 d C20/25 f‘b = 15 N/mm2

N’b max = Ns max 3/4 f’b x b x 0,535d = As max x 435
A s max bxd x 100 = 3 / 4 x 15 x 0,535 x 100 435

ω0 max = 1,38 %o

zie tabellenboek

toets: ωo berekend < ωomax nog praktischer: As berekend < Asmax = ωomax x b x d x 10-2 Opm: As toegepast > As max toelaatbaar? 1. Dit is toegestaan, omdat daarmee ook het veiligheidsniveau evenredig groter wordt. De eis is daarom van toepassing op de berekende hoeveelheid wapening.

2. Indien uit de sterkteberekening blijkt dat méér wapening nodig is dan ωomax dan: - ontwerp aanpassen (b, resp. h). Vaak is dat niet meer mogelijk! - drukwapening toepassen (N'b wordt daardoor kleiner en daarmee xu ook!). - hogere betonsterkteklasse kiezen (xu wordt daardoor kleiner) - of een combinatie van deze mogelijkheden 3. Zie nu in waarom de GTB-wapeningstabellen stoppen bij ωomax ! Zolang je dus waardes van ωo kunt aflezen in de tabel, maakt dit controle van ωomax overbodig.

Voorbeeld van controle As max ~ Balk verdiepingsvloer kantoorgebouw: b x h = 300 x 600 mm2 Betonsterkteklasse: C20/25 Staalsoort: FeB500 Vervolg op de berekening van hoofdstuk 2.3 ”Voorbeeld van een controle- versus ontwerpberekening” d = 554 mm Md= 292 kNm As berekend = 1385 mm2 Toets As berekend < < < 1384 <

toegepast 3 φ 25 (1472)

As max ωo max x b x d x 10-2 1,38 x 300 x 554 x 10-2 2294 mm2 Voldoet

Variant op deze controle (kost meer tijd, dus daarom minder praktisch): xu < xu max berekening van xu: Ns = As berekend x fs = 1384 x 435 x 10-3 = 602 kN Ns = N'b N'b = 3/4 x b x xu x f'b 602 x 103 = 3/4 x 300 x xu x 15 xu = 178 mm 178 < 178 <
500 x d 500 + fs 500 x 554 500 + 435

178 < 296 mm

Voldoet

Variantberekening van xu: xu = kx x d met kx uit de GTB-ontwerptabel wapening met kx = 0,330 bij
Md 292 = = 3171 kN/m 2 2 2 bxd 0,3 x 0,554

toets

xu < xu max

500 x 554 0,330 x 554 < 500 + 435

183 < 296 mm

Voldoet

2.6 Berekening van de (minimaal benodigde) hoeveelheid drukwapening. CB2-15.3

Md

< < < <

Mu Mu1 + Mu2 Ns max x z1 + N's x z2 (As max x fs) x z1 + (A's x fs) x z2

met Asmax = ωomax x b x d x 10-2 met z1 = d – 7/18 xu max met xu max = 500/(500-fs) x

Voorbeeld
C20/25 f'b = 15 N/mm2 FeB500 fs = f’s = 435 N/mm2 b = 300 mm h = 600 mm; d =554 mm en z2 = 508 mm Md = 600 kNm xu max = 500/(500-435) x d = 0,535 d = 0,535 x 554 = 296 mm z1 = 554 – 7/18 x 296 = 439 mm Asmax = 1,38 x 300 x 554 x 10-2 = 2294 mm2 Md 600 600 drukwapening: A's trekwapening: As toets < < < > > Mu1 + Mu2 [(2294 x 435) x 439 + (A's x 435) x 508] x 10-6 438 + (A's x 435) x 508 x 10-6 733 mm2 keuze 4 φ 16 (804) 2294 + 733 = 3027 mm2 keuze 4 φ 32 (3217)

2.7 Controle scheurvorming VBC 8.7.1.b

CB2-4

VBC 8.7.1.a

indien σb < fbm ⇒ Onvolledig ontwikkeld scheurpatroon - licht belaste constructies - voorspanning indien σb > fbm ⇒ Volledig ontwikkeld scheurpatroon - géén tentamenstof

σb =

M rep W

= Buigtrekspanning t.g.v de incidentele belastingscombinatie. Dit is een korte duur belasting. dus zonder kruip, met γf = 1,0

VBC 8.7.2 Toetsing volledig ontwikkeld scheurpatroon VBC 8.7.1.a Voor buiging zonder druk of trek: VBC. 4.3 Eis scheurwijdte w < 0,4 mm w < 0,3 mm w < 0,2 mm XC1(herverdelen) XC2 t/m XC4, XF1, XF3 alle andere klassen

Hieraan wordt voldaan indien aan één van de volgende detailleringsregels wordt voldaan: óf VBC 8.7.2.a en c
Φ km ≤ k1 . ξ x kc σs

indien σs= laag ⇒ grotere φkm toelaatbaar

óf VBC 8.7.2.b en c

 k .ξ  s ≤ 100  2 − 1,3  x k c  σ   s 

indien σs= laag ⇒ grotere s toelaatbaar

σs = de staalspanning in de te toetsen doorsnede. bij Mrep ⇒
M rep Mu
Mu
M re p Md
=

σs =

x fs
A s toegepast A s berekend
A s berekend A s toegepast

x Md

σs =

x

x fs

σs =

q re p qd

x

A s berekend A s toegepast

x fs

~ ξ = 1,0 voor FeB400 en FeB500 ξ = aanhechtingsfactor: betere aanhechting = kleinere scheurafstand

~ k1= 5000 = 3750 = 2500

k2= 1000 voor milieuklasse XC1 (in geval van herverdelen) = 750 XC2 t/m XC4, XF1, XF3 = 500 alle andere klassen

~ kc =

c c min

> 2

voor voorwaarde VBC 8.7.2.a

kc =

c c min

> 2

voor voorwaarde VBC 8.7.2.b c is de toegepaste dekking cmin op de buitenste wapening (milieueisen)

Indien niet aan de scheurvormingseis wordt voldaan dan (zie toetsingsformules): - meer wapening toepassen ⇒ verlaging van σs - of de dekking c vergroten - of φkm (en dus staafafstand s) kleiner kiezen - of een combinatie van deze maatregelen

Geen tentamenstof: VBC 8.7.2.d wapening in meerdere lagen VBC 8.7.2.e buiging + trek VBC 8.7.2.f. opgelegde vervorming VBC 8.7.3 onvolledig ontwikkeld patroon

2.8 Dekking c en nuttige hoogte d 1. milieu-eis 2. sterkte-eis 3. eis mbt brandwerendheid

CB2-3.3 op de buitenste wapening (zie GTB-tabel 15.1) op de hoofdwapening (zie GTB-tabel 15.1) géén tentamenstof

zie GTB-tabel voor verdere specificatie Voor dekkingen zie ook CB2 fig. 14.13 (balken) en fig. 16.11 (vloeren en platen)

Voorbeeld 1 funderingsbalk 400 x 800 mm2 C28/35 milieuklasse XC2 (normaal nat, soms droog) geschatte φkhw = 32 mm en φkbgl = 10 mm voor de wapening onderin: oncontroleerbaar milieu-eis: sterkte-eis: d = 800 – (30+5) –10 – 32/2 = 739 mm d = 800 – 1,5x32 – 32/2 = 736 mm  maatgevend = 734 op de beugel 38 mm ⇒ 40 mm omdat φkhw > 25 mm

Voorbeeld 2 balk binnen onder verdiepingsvloer 300 x 600 mm2 C20/25 milieuklasse XC1 (altijd droog) geschatte φkhw = 25 mm en φkbgl = 8 mm milieu-eis: sterkte-eis: d = 600 – 25 – 8 – 25/2 = 554 mm d = 600 – 25 – 25/2 = 562 mm  maatgevend

2.11 Voorbeeld ontwerpberekening op sterkte (inclusief controles)
Funderingsbalk woning 350 x 500 mm2 veiligheidsklasse: 2 betonsterkteklasse: C20/25 staalsoort: FeB500 milieuklasse: XC3 qrep = 17,9 kN/m' qd = 23,2 kN/m' krachtsverdeling: opm: berekening hiervan is niet opgenomen Asmin = 0,15 x 350 x 500 x 10-2 = 263 mm2 of 1,25 x de berekende waarde Veldwapening: d = 500 – (30+5) – 8 – 12/2 = 451 mm2 As max = 1,38 x 350 x 451 x 10-2 = 2178 mm2

Steunpuntswapening: d = 500 – 30 – 8 – 12/2 = 456 mm2 As max= 1,38 x 350 x 456 x 10-2 = 2204 mm2

32,7 x 10 6 As AB = = 169 mm 2 x 1,25 = 212 mm2 toegepast 2φ10 + 1φ10 ( 236) 435 x 0,984 x 451

17,9 169 σs = x x 435 = 240 N / mm 2 23,2 236

[basiswapening 2φ10, 1φ10 bijleggen]

10 <

3750 = 15,6 mm 240

Voldoet

52,6 x 10 6 As B = = 271mm 2 435 x 0,975 x 456

toegepast 2φ10+ 1φ12 ( 270) [basiswapening 2φ10, 1φ12 bijleggen]

σs =

17,9 271 x x 435 = 337 N/mm 2 23,2 270

2x10 + 12 < 3750 3 337

10,7 < 11,1 mm

Voldoet

2.9 Dimensionering op buiging
1. 2. ervaring (wat in het verleden goed is gegaan kunnen we weer zo ontwerpen) m.b.v. vuistregels (op doorbuiging) CB2 16-1: voor normaal (w.w.d.z?) belaste vloeren CB2 14-1: voor normaal (w.w.d.z?) belaste liggers op basis van eenvoudige schema’s:

Voorbeeld: vloeren volgens schema 1: Voor andere schema’s zie CB2

Dit zijn vuistregels op basis van stijfheid (om te voldoen aan doorbuigingseisen)

3. Door een (beperkte) rekensom (op sterkte): - een eenvoudige krachtsverdeling: ⇒ Md - kies een acceptabel wapeningspercentage: vloeren: ωo ≈ 0,2 a 0,5% balken: ωo ≈ 0,5 a 1,0%

- m.b.v. de GTB-tabel is op basis van Mu/(bxd2) bij een gekozen ωo de afmetingen vast te stellen.

Voorbeeld dimensionering van een balk: - uit een eenvoudige krachtsverdeling volgt: Md = 120 kNm - stel gekozen ωo = 0,8% - GTB-tabel: voor C20/25 (heeft nauwelijks invloed!) en FeB500: Mu/(bxd2) ≈ 3000 zodat: 120/(bxd2) = 3000 bij b = 0,30 m', d = 0,365 m', h = 0,40 m' b = 0,20 m', d = 0,448 m', h = 0,50 m' b = 1/3 d d = 0,498 m', h = 0,55 m', b = 1/3x0,498 = 0,17 m' = 0,20 m'

2.10 Functie van de wapening en detailleringsregels
Wapening kan de functie hebben als: - krimpwapening - voor het opnemen van krimp- en eventueel temperatuurspanningen. - hoofdwapening - voor het opnemen van buigende- en wringende momenten, dwarskrachten, - trek- en drukkrachten of combinaties hiervan, zoals uit de sterkteberekening volgt. - verdeelwapening - voor verdeling van belasting over een bepaalde constructiebreedte - bindwapening - voor samenhang voor de stijfheid van netten en korven i.v.m. de uitvoering.

Zie in dat wapening veelal een gecombineerde functie heeft.

Tekenen van de vloerwapening (volgens NEN 3870)
Basiscursus: belastingsafdracht in één richting

betonsterkteklasse staalsoort milieuklasse dekking boven dekking onder tips: - lengte wapeningsstaven: zie CB2 fig 17.6 - wapeningsstaven worden altijd het dikst getekend

C28/35 FeB500 XF4 30 mm 25 mm

- wapening t.b.v. toevallige inklemmingsmomenten minimaal 1/3 x de veldwapening - verdeelwapening minimaal 20% van de hoofdwapening - leesrichting tekening: altijd vanaf rechts!

Detailleringsregels voor vloeren
- CB2 figuur 16.11 - GTB tabel 1990-15.3.a en 15.3.b.

Tekenen van de balkwapening (volgens NEN 3870)

betonsterkteklasse staalsoort milieuklasse dekking boven, opzij dekking onder

C28/35 FeB500 XS1 35 mm 40 mm

Voor de complete wapeningstekening: zie Construeren Beton Specialisatie

Detailleringsregels voor balken
- CB2 figuur 14.13 - GTB tabel 1990-15.5.a en 15.5.b.

Hoofdstuk 3 EI van gewapend beton en theorieën t.b.v. de krachtsverdeling
VBC-7.2, 7.3.5, 7.3.6 CB2-3.9 CB2-15.1 CB4-1.1 t/m 1.4

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7

Inleiding De relatie tussen moment en kromming: afleiding EI Het M-κ diagram van gewapend beton Variabelen die de grootte van EI bepalen Theorieën t.b.v. de krachtsverdeling LE-theorie en herverdelen van momenten Opgaven

3.1 Inleiding
2 redenen waarom we de buigstijfheid EI van gewapend beton willen weten: - de krachtsverdeling van SO-bepaalde constructies verschillende theorieën

- de berekening van de doorbuiging van zowel SB- als SO-constructies

EI volgt uit het M-κ diagram

Het berekenen van het M-κ diagram De berekening en de toetsing van de doorbuiging

geen collegestof geen collegestof

3.2

De relatie tussen moment en kromming: afleiding EI

Stel een lineair materiaal gedrag:

(h - x) : ∆v ≈ ρ : v (h - x) ρ
(1)

≈ ∆v = ε v

rek in de onderste vezel met ε = σ E met σ = M (h – x) I wet van Hooke spanning in de onderste vezel

(h - x) ρ

≈ M (h – x) EI

κ = 1 ≈ M
ρ EI EI = M

κ = kromming

κ

Verloop van EI is afhankelijk van verloop van E

3.3

Het M-κ diagram van gewapend beton κ

a. het beton is nog net niet gescheurd b. het beton is gescheurd en het staal gaat net vloeien c. de doorsnede bezwijkt op stuik van beton

3.4 Variabelen die de grootte van EI bepalen
1. De afmetingen Breedte b en hoogte h (in gescheurd stadium de nuttige hoogte d).

2. De betonsterkteklasse

3. De staalsoort

4. Het wapeningspercentage Voorbeeld van een balkdoorsnede C20/25 en FeB500

1,38% = ωomax ⇒ xu max = 0,535 d (zie hfst 2.5) 0,86% in geval herverdelen β= 0,2 ⇒ xu max = 0,535 d (zie hfst 3.6)

Mu = Mr ⇒ ωomin = 0,15%
(zie hfst 2.4)

5. De grootte van het moment

6. De factor tijd

7. De grootte van de normaaldrukkracht (of normaaltrekkracht)

Wapeningsgrafiek N+M, GTB-tabel 10.2:

zie HBO+ Betonconstructeur Specialisatie

3.5 Theorieën t.b.v. de krachtsverdeling VBC 7.2.1 t/m 7.2.6 NLE: KLE: LE: voor geschoorde, ongeschoorde en schorende constructies voor geschoorde, ongeschoorde en schorende constructies voor geschoorde, ongeschoorde en schorende constructies - dan 2e orde m.b.v. de NLE, KLE of m.b.v. “de ec-methode” - in de praktijk: bijna altijd LE+ ec methode 1e én 2e orde 1e én 2e orde 1e orde

PL-BM: voor liggers en platen (buiging zonder normaalkracht) 1e orde - het bezwijkmechanisme met de laagste bezwijkbelasting is maatgevend - in liggers ontstaan vloeischarnieren, in platen vloeilijnen PL-EM: voor liggers en platen (buiging zonder normaalkracht) 1e orde

- kies een belastingsafdracht zodanig dat aan het evenwicht wordt voldaan - en die logisch is (overeenstemt met het vervormingsgedrag) - zie ter indicatie ook VBC7.5.4 (geen tentamenstof)

Theorieën gerelateerd aan M-κ diagrammen

NLE

KLE

LE

PL

CB2 fig 17.2 blz 302

vierzijdig star ondersteunde plaat vrij opgelegd

a

b

c

d

A

e doorsnede A
qd

lx _l 1
2

x

ly - lx ly

_l 1

2 x

_l 1
2

x

_l 1

2 x

VBC fig 25 CB2 fig 17.4 blz 303 vierzijdig opgelegde plaat, een korte en een lange zijde ingeklemd (bijvoorbeeld als doorgaande plaat) zie ook dictaat hoofdstuk 3.7 opgave 5 ingeklemd

tg tg
ingeklemd

= 1,67 tg = 0,6
vrij opgelegd

=1

tg

= 1,67 tg = 0,6 tg
vrij opgelegd

=1

3.6 LE-theorie en herverdelen van momenten

eis in geval van herverdelen: xu < [ 500 – β] d met β = 1 – M2 500 + fs M1 Voor M2 = 0,8 M1, dan is: β = 1 – 0,8 M1 = 0,2 M1

Voor FeB500: xu < [

500 – 0,2] d = 0,335 d 500 + 435

ω0max = 0,86 % (analoog aan hfst 2.5 en zie GTB-tabellen 11.3 en 11.4)

Teken voor onderstaande 3 belastingscombinaties de omhullende M-lijn na herverdelen.

antwoord

Herverdelen heeft vooral een praktische betekenis i.v.m. het naar beneden “afronden” van de wapeningskeus (indien het veldmoment dat toelaat).

Hoofdstuk 4 Berekening van liggers en vloeren
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 Schematiseren van de constructie Schematiseren van de belasting Krachtsverdeling in liggers, vloeren en platen Las- en verankeringslengte Momentdekkingslijn Structuur/opzet van een (beton)berekening Opgaven ter info zelfstudie zelfstudie

(5) theoretische overspanning, VBC-7.1.6

a > a1 + a2 + c
met a1 =
Fd 2 / 3f ' b a b

<

50 + 0,004 L 40 + 0,004 L 30 + 0,004 L

voor balken voor vloeren voor daken

met a2 =

Frep 1 / 2f ' b a b

met c = 15 mm voor platen = 25 mm in geval van balken

4.3 Krachtsverdeling in liggers, vloeren en platen CB2-6.3.2 en 6. 3.3, 14.3 en 16.4 VBC-7.2, 7.3, 7.4
Krachtsverdeling in liggers (= M + V-probleem) Liggers zijn staafvormige elementen die star of eventueel verend zijn ondersteund. De krachtsverdeling is mogelijk d.m.v.: - handberekening - computer: z.g.n. raamwerkprogramma's - tabellen: bijv. VBC tabel 16 en tabel 17: - let op de (beperkte) geldigheid - zie in dat momenten reeds zijn herverdeeld! - toevallige inklemmingsmomenten aanwezig

VBC blz 83

·

Krachtsverdeling in vloeren en platen (= v.n.l. een M-probleem)

(1) lijnvormig star of verend (t.g.v. van niet starre balken) of met zwevende rand(en) ondersteunde vloeren met belastingsafdracht in één richting en vloeren die als plaat worden beschouwd (met een belastingsafdracht in meerdere richtingen): - vloeren: - platen: - krachtsverdeling als liggers, met een breedte van bijvoorbeeld 1 meter - handberekening (bijna) "onmogelijk" en dus zijn er: (a) VBC en GTB-tabellen (b) computerprogramma's: gebaseerd op de E.E.M.

Tentamenstof Basiscursus: alléén liggers en vloeren met een belastingsafdracht in één richting, star ondersteund en een LE-krachtsverdeling (eventueel met herverdelen).

Vloer met een belastingsafdracht in één richting

a
zwevende rand
x 1 000

b
1 00 0

l l

VBC-8.1.1

De momentenlijn volgend uit de krachtsverdeling moet over een afstand d worden verschoven.
F verticale beugels drukregel
aa l

N'b z ~ 0,9 d Ns

dr uk

di ag

on

trekregel

CB2 fig 6.5 blz 101

Md ⇒trekkracht in wapening Hier dezelfde trekkracht in wapening tgv Md

F

F

a

F F

F F

b

scheuren F beugels (trek) F F F drukzone (beton)

c

drukdiagonaal (beton) F F 0
F F

trekzone (wapening) F F -3F
F 2

d
0

-F
2

-2F
2 F

-3F
2 F

-4F
0

-4F
0

-2F
F 2

-F
F 2

0 0
2 F

2

F +F F

F +2F

F +3F

0 +4F

0 +4F +4F

0 +4F

F +3F

F +2F

F

+F F

CB2 fig 6.11 blz 106

I

II

III IV

dv

III IV ds dv

2 ds

c

a
M II

M IV

I

II

ds

b

lijnvormige ondersteuning

puntvormige ondersteuning

VBC fig 50 blz 142 CB2 fig 6.12 blz107

4.4 Verankeringslengte

CB2-5

VBC 9.6

(1) trek op rechte staven: lv = verankeringslengte bij een staalspanning fs (bezwijktoestand) ∑H = 0 lv x π x φk x fd = As x fs = 1/4 x π x φk2 x fs fd afh. van: - glad of geribd staal - dekking - betonsterkteklasse - omtrek-oppervlakte verhouding - onder of bovenstaaf - enkele staaf of bundels

Definitie bovenstaaf

_ < 200 mm

ruimte _ > 200 mm

VBC fig 83 blz 204 CB2 fig 5.4 blz 85

φk < 25 mm 1,0

onderstaaf 1,0 x x 1,25 1,0 1,2 1,3 enkele staaf staafbundel van 2 staafbundel van 3

l vo = α 1 Φ k

fs f' b

x 1,25

φk > 25 mm

bovenstaaf (VBC fig 83)

Basisverankeringslengte
 c   < 0,24 0,4 1 − 0,1  φk   
met α1 =

voor geribd staal

 c   < 0,48 0,8 1 − 0,1  φk   

voor glad staal

Voorbeeld: C20/25, FeB500, φk = 25 mm en c = 25 mm

l vo = α 1 Φ k

fs f' b
435 15
bij

met

α 1 = 0,40 1 − 0,1

 

25   = 0,36 < 0,24 25 

= 0,36 Φ k

= 40 Φ k

c 25 = = 1,0 Φ k 25

(zie VBC fig 49)

= 40 x 25 = 1000 mm

in geval van: enkele onderstaaf: lv = 1000 x 1,0 x 1,0 x 1,0 = 1000 mm bundel van 2, bovenstaaf: lv = 1000 x 1,0 x 1,25 x 1,2 = 1500 mm

VBC blz 204

(2) VBC 9.6.2.a

lvr = gereduceerde verankeringslengte

bij een staalspanning σs ipv fs:

σs l vr = x lv fs

< 1/5 lv < 70 mm

dan is in geval van afnemend moment:

Md l vr ≈ x lv Mu

_ l of 70 mm 1 5 v

As

As scheurvorming

goed

fout

CB2 fig 5.6 blz 88

(5) VBC 9.6.3

trek + ombuiging

kans op bezwijken in bocht l2

N2 = N - N1 begin verankeringslengte

N

CB2 fig 5.10 blz 90

lv(r) = l1 + l2

Echter indien β > 45° én φk > 16 mm dan:

l2 ≤

f'b r x x lv 150 Φ k

Dan is voor 2,5φk < r < 5φk :

f' b 5Φk x x lv l2 ≤ 150 Φk

f' b ≤ x lv 30
Voorbeeld: voor C20/25 geldt in dit geval: l 2 ≤

15 x l v = 0,5 l v 30

Indien lv(r) > l1 + l2, dan wat te doen? antwoord = zoals altijd zie de (toetsings)formules
l2 ≤ f'b r x x lv 150 Φk

l vr =

σs x lv fs

lv(r) = l1 + l2, r vergroten (zie VBC fig 104) l1 vergroten f'b vergroten dunnere (en dus meer) staven toepassen meer staal: σs is kleiner en dus is lv(r) kleiner combinatie van hierboven

vergroten van l1

(6) VBC 9.8.1.a laslengte l1 = de (gereduceerde) verankeringslengte van de dunste staaf De dunste staaf, logisch toch? Immers die geeft de grootste staalspanning

4.5 Momentdekkingslijn

VBC-8.1.1

Hoofdstuk 5 Dwarskracht in slanke constructies

CB2-6 en VBC-8.2

5.1 5.2 5.3 5.4

Dwarskrachtcapaciteit Berekening van de dwarskrachtwapening Voorbeeld dwarskrachtdekkingslijn Opgave

5.1 Dwarskrachtcapaciteit
1 = afschuifcapaciteit van de betondrukzone 2 = hoeveelheid dwarskrachtwapening, bijv. beugels (= verticale trekstaaf van een vakwerkanalogie) 3 = deuvelwerking van de buigtrekwapening 4 = haakweerstand t.p.v. scheur (interlocking)

eis VBC 8.2.1:

τd < τu >τ < τ1 + τs > τ2

indien τd > τ1 dan dwarskrachtwapening benodigd ter grootte van τs = τd - τ1

hierin is: τd =
Vd bxd

τ1 = 0,4 fb kλ kh 3 ωo τ2 = 0,2 f'b kn kθ

< 0,4 fb

Voor slanke constructies τ1 = 0,4 fb aanhouden Bovengrens τd i.v.m. bezwijken drukdiagonaal

kn = (1- σ' bmd) > 1,0
f' b

dus indien N'd = 0 dan is kn = 1,0 voor 45° < α < 90°

kθ =

2

cot g θ + cot g α 1 + cot g 2 θ

kθ = 1,0 voor α = 90° en θ = 45° (bijv. verticale beugels) kθ = 1,0 indien géén dwarskrachtwapening wordt toegepast

toelichting dwarskrachtslankheid λv

géén tentamenstof

slank

gedrongen

gedrongen

gedrongen

Gedrongen constructies hebben een grotere dwarskrachtcapaciteit

zie HBO+ specialisatie

5.2 Berekening van de dwarskrachtwapening · τs = benodigde hoeveelheid dwarskrachtwapening ter grootte van de spanning τs. Tegenwoordig meestal verticale beugels τs = τd - τ1

VBC-8.2.4 voor niet gedrongen liggers: - stel θ = 45° - stel α = 90° voor verticale beugels - zoals in bovenstaand figuur is aangegeven

F

F

a

F F

F F

b

scheuren F beugels (trek) F F F drukzone (beton)

c

drukdiagonaal (beton) F F 0
F F

trekzone (wapening) F F -3F
F 2

d
0

-F
2

-2F
2 F

-3F
2 F

-4F
0

-4F
0

-2F
F 2

-F
F 2

0 0
2 F

2

F +F F

F +2F

F +3F

0 +4F

0 +4F +4F

0 +4F

F +3F

F +2F

F

+F F

CB2 fig 6.11 blz 106

Er zijn verschillende notaties mogelijk voor de berekening van de dwarskrachtwapening: (1) As bgl = Vd − V1
fs

indien de beugelafstand z is

(2) As bgl =

Vd − V1 y x fs z

indien de beugelafstand ('n willekeurige afstand) y is

fs 0,9 d ( τd − τ1) b (3) As bgl = indien de beugelafstand ('n willekeurige afstand) y is x y 0,9 fs
A s bgl y

met: z ≈ 0,9d en met Vd = τd x b x d en V1 = τ1 x b x d dan is: ( τd − τ1) b d y As bgl = en dus: x

= ( τd − τ1) b
0,9 fs

is de dwarskrachtwapening in mm2/mm' balk

(4)

A s bgl y

( τd − τ1) b x 10 3 is de dwarskrachtwapening in mm2/m' balk = 0,9 fs

5.2 Voorbeeld dwarskrachtdekkingslijn Analoog aan voorbeeld CB2-6.5 voorbeeld 7 balk b x h = 400 x 550 mm2 met d= 500 mm C20/25, FeB500 Vd = 1/2x 96 x 5,0 = 240 kN
Vd 240 x 10 3 τd = = = 1,20 N/mm2 < τ2 = 0,2 f'b kn kθ bxd 400 x 500

= 0,2 x 15 x 1,0 x1,0 = 3,0 N/mm2 Voldoet

τ1= 0,4fb= 0,4 x 1,15 = 0,46 τs = 0,74 N/mm2

· stel basisbeugels φ8-300 φ8-300 kan opnemen:

(2 x 167,5 = 335 mm2/m')

τs x 400 x 10 3 = 335 mm2/m' 0,9 x 435

τs φ8-300 = 0,33 N/mm2 zie ook CB2-6, tabel 6.3
A s bgl

·

y

(1,20 - 0,46) 400 x10 3 = = 756 mm2/m' 0,9 x 435

φ8-125 (2 x 402 = 804 mm2/m')

τ s x 400 x 103 φ8-125 kan opnemen: = 804 mm2/m' 0,9 x 435

τs φ8-125 = 0,79 N/mm2 · Kies voor nog een tussenstap van bijv. φ8-200 (2 x 251,5 = 503 mm2/m')
τ s x 400 x 103 φ8-200 kan opnemen: = 503 mm2/m' 0,9 x 435

τs φ8-200 = 0,49 N/mm2 zie ook CB2-6, tabel 6.3

CB2 blz 110

You're Reading a Free Preview

Download
scribd
/*********** DO NOT ALTER ANYTHING BELOW THIS LINE ! ************/ var s_code=s.t();if(s_code)document.write(s_code)//-->